Hernehim 
          
literair - archief 2009 
Hernehim 
                   Boeiend om te bezoeken. 
                   Vrij en onafhankelijk. 
                   © HC 2001-2011

Redactie:                 John Zwart

Op deze pagina verschijnen 
verslagen, recensies, impressies etc.
van allerlei literaire zaken: 
podia, festivals, bundels, prijzen etc. 
onder verantwoordelijkheid van de
Hernehim Cultuur redactie en zoals
ons aangeboden door serieuze 
inzenders
HOME 
Nieuws  
Blog en proza 
Themapoëzie 
Vrije poëzie   
Vertaalproject 
Proza  
Activiteiten 
Over schrijvers 
Contact     
 Archief pagina's 1 voorafgaand jaar: 
Nieuwsarchief 
Blogarchief 2010 dec-juli 
Blogarchief 2010 juni-jan
 Literair archief - Verslagen en recensies: 
literair archief 2010 
literair archief 2009 
literair archief 2008 
 Overig proza archief: 
proza 2008
 
Alle artikelen van Pagina Literair gepubliceerd in het jaar 2009      © copyright Hernehim Cultuur 2001-2011 - Respecteer dat, alleen overname na contact+toestemming.
Vragen betreffende openbaarheid van de site, manier van inzenden etc.?   op FAQ zijn de antwoorden te vinden  
 

Titellijst 2e halfjaar 

Crisisbestendig, Column - Arnoud de Jong  
Vergankelijk, Kort verhaal  - F.Starik  
Niet mijn ding, Beschouwing over taal - John Zwart 
Dagverse dichters, Over poëzie - John Zwart 
Parlando, Over een Vlaamse literaire website -  Redactioneel 
Wijn, Impressiecolumn - Sierksma 
Hedendaagse man loopt gevaar, Column - Arnoud de Jong 


 

Titellijst 1e halfjaar 

Een ernstig woord, Over trends in poëzie -  Aart van Zoest  
Misverstand, Column - Karel Wasch 
Breinrot, Kort verhaal - Arnoud de Jong 
Verloedering van het boekenvak, Column - John Zwart 
Sire, opvoeding voor de kleine man, Column - Arnoud de Jong 
Schietschijf, Column - Zigg zagg 
Kom op voor jezelf maar blijf wel realistisch, Column  - JohnN 
Een psychiater/dichter in gesprek met een psychiater/dichter, Verslag - Loes Essen
Mogen de wapens rusten, Verkiezing van de Dichter des Vaderlands  - JohnN 
Hij bakt ze te bruin, Campagnevoeren door DdV kandidaten - JohnN  

 

 
   
Crisisbestendig - Column van Verbal Jam - geplaatst 25 december 2009 
   

Ook zoiets raars: de neiging om de financiële waarde van weblogs te willen
bepalen.  En dan altijd uitkomen op een nattevingerbedrag, ondanks de 
ingenieuze berekeningsmethode. Waarschijnlijk is de gehanteerde formule
zoiets als het aantal bezoekers maal de Technorati Authority plus de Google
Page Rank en dat gedeeld door de AEX-index minus de gevoelstemperatuur..
Ik heb daar geen verstand van. 

Met dit soort kunstjes houdt men zich bezig bij ondermeer Business 
Opportunities en bij Hyped. De waarde die wij moeten hechten aan deze 
waardebepalingen blijkt al uit de verschillende uitkomsten. 
Het voor adverteerders blijkbaar meest begerenswaardige weblog GeenStijl
is bij Hyped € 13.699.911 waard, maar volgens Business Opportunities 
maar € 204.681 euro ($ 269.285). 
En dan is de kredietcrisis nog niet eens ingecalculeerd. 

 

Je zou de waarde van een weblog ook heel anders kunnen beschouwen. 
Vanuit de auteur. Iemand die in de loop der tijd 2000 columns op zijn 
/haar weblog heeft geschreven, had daar misschien bij een krant of tijd-
schrift (afhankelijk van populariteit en oplage) tussen de € 300 en € 500 
per stukje voor kunnen vangen. Dat is bij elkaar minimaal zes ton. Bruto.
Uiteraard is dit bedrag net zo fictief als al die andere 'waardebepalingen', 
misschien versterkt deze wetenschap toch het ego van de weblogger. 

De werkelijke waarde van een weblog is natuurlijk niet in geld uit te 
drukken. Een weblog heeft in elk geval emotionele waarde. Daar kan 
Twitter niet aan tippen. Weblogs bezitten dikwijls ook een historische, 
educatieve, esthetische of zelfs literaire waarde. 
En die waarde neemt met de dag toe, als een groeibriljant. Getver wat klef...
In elk geval, de waarde van een weblog is crisisbestendig. 
Beleg dus in mijn weblog 
                                                                               © Arnoud de Jong 

   
 
 
Vergankelijk - Een Fragment van F.Starik - 3 december 2009 
   

Hij moet de smeulende bank uit de woonkamer naar de badkamer hebben
gesleept. Goed plan. Zet je bank onder de douche. Steek met de vuurhaard
de rest van je huis in de brand. Sluit de deur van de badkamer. 
Je wil geen overlast bezorgen. 
Een paar maanden geleden is al eens iets soortgelijks gebeurd, toen moest
de kleinste buurman van eenhoog naar beneden komen om een uit de hand
gelopen asbak te helpen doven, een emmer volstond. 
Dat is toen goed afgelopen. Er is nergens melding van gemaakt. 

Ik heb nog met de woningbouwvereniging gebeld, 'n paar dagen na de brand.
Ik heb gevraagd of het misschien mogelijk was dat deze man niet in zijn 
eigen huis mocht terugkeren, zo er genezing mogelijk bleek, niet hier, niet
hier... Ik heb betoogd dat ‘wij, bewoners’ niet in die angst willen leven, dat
het weer gebeurt. 

Nou het zal niet meer gebeuren. 
De eerste dagen na de brand leek het alsof er geen familie, geen vrienden
te traceren waren. Ik belde met het ziekenhuis, we overwogen of men mij
tot iets officieels zou benoemen, opdat er informatie kon worden vrijgegeven.
Ook al ken je niemand, over je gegevens wordt gewaakt als over een
staatsgeheim, want we moeten de privacy respecteren, ook als er niemand
voor je is om wat dan ook aan te respecteren. 
Wie maar een beetje voor beroemd doorgaat wordt meteen helemaal uit-
gekleed. Als je zomaar iemand bent, en er belt eindelijk iemand voor je, 
dan mogen wij ineens niets zeggen. Dus je werkt in een ziekenhuis en een
buurman belt om naar het welzijn van een buurman te informeren. 

Schrikken hoor. 
Dus je huis is afgebrand en nu ben je bezorgd over de man die daarbij 
gewond raakte. Rare vraag. Daar heeft de dokter niets van gezegd, dat je 
zomaar vriendelijk mag zeggen wat er zoal aan mankeert. 
Wij mogen niks zeggen buurman. Dit is geheim. 
Dat begrijpen de mensen wel, hoor, heus. Want voor hetzelfde geld heeft
buurman een mes en gaat hij vanavond wraak nemen op de stichter van de
brand. Komt hij naar het ziekenhuis en voelt zich bedrogen. Komt zijn geld
terughalen, de onschuldige, het slachtoffer, dat zijn huis moest verlaten 
vanwege een eenvoudige brand. Dat kost allemaal maar geld. 

Gisteren hebben ze de stekker er waarschijnlijk uit getrokken. Er zat geen
verbetering meer in, buurman had nu al 13 dagen niet meer zelf geademd. 
Zelf ademen. Je staat er niet bij stil. Maar je doet het, de hele tijd. 
Ik heb vanavond de meeste van mijn buren ingelicht. Ik heb een briefje in de
gang gehangen, met het weblog-adres erop dat voor de grote dikke is inge-
ruimd. Je kunt een strookje van het briefje scheuren, om het zelf thuis op te
zoeken. 
Misschien kunnen we samen iets van een bloemetje doen. Of we gaan 
allemaal de uitvaart bezoeken. 
We gaan ervoor zorgen dat dit geen eenzame uitvaart wordt. 
Dat is het natuurlijk wel. 

© F.Starik 
Een fragment uit "Brand in de Van Beuningenstraat" - 2007 

   
 
   
Niet mijn ding - Beschouwing over de taal - door John Zwart - 20 oktober 2009 
   

Tja, ik roep het al járen: de Nederlandse taal is in gevaar, onze eigen taal 
verloedert omdat we er niet zorgvuldig mee omgaan. 
Als een monumentaal historisch gebouw door verwaarlozing vervalt en met
graffiti overdekt raakt springen we massaal op de barricaden voor ons 
cultureel erfgoed. Maar de Nederlandse taal is toch evengoed ons culturele
erfgoed? Waarom moeten we dan het verval met lede ogen aanzien en 
waren het lange tijd alleen maar enkele marginale groeperingen die alarm
sloegen wegens de om zich heen grijpende kromtaal en hutspot van 
willekeurige leenwoorden? 

Op regeringsniveau maken we ons druk over het gebrek aan taalvaardig-
heid van de nieuwkomers uit landen met andere culturen. Inburgeringplicht
en het volgen van taalonderricht is herhaaldelijk onderwerp van discussie.
Welnu, ik kan de lezer verzekeren dat de beste leerschool de praktijk is.
Al had ik op school nog degelijk onderwijs gehad in wat toen heette 
´de drie moderne talen´ (Frans, Duits en Engels) - pas toen ik regelmatig 
langdurig in het buitenland vertoefde leerde ik die talen werkelijk goed 
verstaan en vervolgens ook spreken. 

Praktische talenkennis verwerf je met goed leren luisteren. Maar dat 
vereist ook een goed voorbeeld. Als een buitenlander in Nederland zegt:
´toen ik hier kwam was dat best wel een impekt, zo anders, echt niet 
mijn ding zeg maar´ dan kan het tot mijn verbazing gebeuren dat hij of zij
geprezen wordt ´wat spreek je al goed Nederlands´. 
Die buitenlander heeft goed leren luisteren en kopiëren. Hoorde een 
abominabele soort koeterwaals om zich heen en veronderstelde dat het
Nederlands was. 
Zo ver is het dus al gekomen. De gemiddelde Nederlander op straat 
spreekt een taalmix van koeterwaals. Maar nu gloort er hoop. 
De Stichting Nederlands heeft nu een correctief woordenboek uitgegeven:
"Funshoppen in het Nederlands"
Véél te laat, vrees ik. Niettemin ga ik het boek aanschaffen. 
Maar tot de doelgroep behoor ik niet... 

© John Zwart voor Hernehim Cultuur, 20 oktober 2009.

Funshoppen in het Nederlands 

‘We gaan funshoppen met de kids in de summer sale!’ 
Daar is geen woord Frans bij. Wel veel Engels. 
Het haast achteloze gebruik van Engelse leenwoorden neemt
hand over hand toe. Soms is een Engels woord makkelijker 
of korter, soms ook is het vaag, of pedante praat. 
Die bijna altijd geheel onnodig is. 
Je kunt hetzelfde ook, en vaak duidelijker, met Nederlandse
woorden zeggen. 

‘Maar er bestaat geen Nederlands woord voor!’ zegt men dan. 
Dat probleem is nu opgelost. 

Funshoppen in het Nederlands 
biedt ruim 11.000 vervangers voor 4500 Engelse woorden en 
uitdrukkingen die veel en onnodig in het Nederlands worden 
gebruikt. 
De vervangers passen bij uiteenlopende contexten en 
verschillende smaken. Formeel of speels, bekend of verrassend,
er is altijd een geschikte vervanger te vinden. 
Doe onnodig Engels in de (zomer)opruiming, 
ga pretwinkelen in het Nederlands!  

Funshoppen in het Nederlands
door B.J.Koops en P.Slop, met een voorwoord van Ewoud Sanders. 

Een uitgave van Prometheus en initiatief van de Stichting Nederlands.
ISBN 9789035135062 
Prijs € 9,95 in (o contradictie!) paperback... 

   
 
   
Dagverse dichters - Beschouwing over de houdbaarheid van de poëzie - door John Zwart - 3 oktober 2009 
   

Dichters en gedichten, ze verschillen van elkaar zoals de mensen die we 
ontmoeten. En dan zijn dichters ook nog nèt mensen en daarmee kinderen
van hun tijd. 
Dat houd ik altijd voor ogen als er weer eens een nieuw talent bijna dood-
geknuffeld wordt of wanneer een nieuw verschenen bundel onmiddellijk als
meesterwerk wordt bestempeld. De meeste poëzie is niet bestand tegen 
de tand des tijds. Het is narcisme wanneer je schrijft en je dan verbeeldt 
dat je bezig bent voor de 'eeuwigheid'. Zelfs van de 'betere dichters' zijn er
maar enkele die hun eigen generatie overleven en dan nog met slechts een
 páár van hun creaties. 

Zoals de mode ervoor zorgt dat we ons in de kleding van tien jaar geleden
belachelijk voelen zo gaan er ook actualiteitsgolven door de kunsten. Of 
het muziek is of schilderkunst, er is veel wat nooit meer gespeeld wordt 
en de kelders van de musea staan vol met werk dat hooguit nog een enkele
keer tevoorschijn wordt gehaald voor een thema- of een overzichtsexpositie.
Alles is aan mode onderhevig, tot lichaamsversiering toe. Ja, denk daar 
maar eens over na voordat je jezelf tot een vergiet laat piercen of vol 
tatoeëren. 
De poëzie vormt geen uitzondering. Slampoëzie en sms-gedichten zijn een
modeverschijnsel, waarmee je vandaag goed voor de dag kunt komen, maar
zoals cabaretiers van een poos geleden oubollig klinken, zo zal men over
een poos meewarig doen over de meeste van de slammers van vandaag.
Adriaan Roland Holst, met zijn ronkende romantische verzen, luid geprezen
vanaf zijn debuut in 1911, werd nog geen twee decennia later al 'De Prins
der Dichters' genoemd, maar al zijn 'onvergankelijke poëzie' wordt vandaag
nog nauwelijks of helemaal niet meer gelezen. Piet Gerbrandy vindt nog 
slechts een 'handvol goede gedichten' in het hele oeuvre, Rob Schouten 
besluit na bestudering van het werk dat 90% slechte, pathetische regels 
zijn, die alleen nog maar hilariteit opwekken. Het betreft 'pretentieuze mooi-
schrijverij'. 
Zo kan het gaan met een Prins. En als een sms-prijswinnaar gefêteerd 
wordt bedenk ik dat de gsm-telefoon nog maar een kort leven beschoren is
en daarmee ook dit poëziefenomeen. Dus mensen, blijf vooral schrijven, 
en doe dat zo goed je kan, maar besef dat het toch een product betreft met
een heel beperkte houdbaarheidsdatum. 

Tien jaar geleden kwam Kees Fens, de meest belezen criticus in het hele
Nederlandse taalgebied, al tot een vergelijkbare conclusie. 

John Zwart - 4 oktober 2009 

Uit de Vokskrant, door Kees Fens - gepubliceerd op 24 december 1998:

(Naar aanleiding van de uitgave van de anthologie) 

... Met tweehonderd superieure gedichten uit deze eeuw kunnen we in elk
geval de volgende honderd jaar verder. Hoe zullen ze er in 2050 uitzien? 
Het proces van hun metamorfose, en dat is ook het proces van verlies van
historiciteit, is al lang aan de gang. 
De gedichten gaan steeds meer tot de poëzie horen; ze raken, bij al hun
individuele kenmerken, los van hun makers; ze worden autonoom. 
De handboeken, de literatuurgeschiedenissen, de bloemlezingen ook 
zullen blijven trachten de dichters en hun werk hun historische plaats te
geven, maar die gedichten zelf functioneren al lang anders: als klassiek.
Ik durf die vijftig jaar vanaf nu aan te nemen op grond van ervaring. Ik heb
de poëzie van de laatste halve eeuw nagenoeg geheel gelezen bij of kort
na verschijnen, toen de tijd van ontstaan er nog vers omheen lag. En dat
laatste bepaalde voor een groot deel de wijze van lezen [...] 
Wat de achterliggende periode betreft: Een eeuw van erop volgende poëzie
heeft zijn uitwerking ook niet gemist, en dat is ook een eeuw poëzie-lezen.
Dat lezen heeft het effect dat tijdsgrenzen onzichtbaar zijn geworden; de 
dichters blijven wel individueel herkenbaar, maar hun gedichten gaan 
steeds meer lijken op wat ik nu maar noem: realisaties van dé poëzie. 
Wat minder goed is, maakt dat veranderingsproces niet door; het blijft 
historisch, persoons- en tijdgebonden. Dat is natuurlijk het meeste. 
Het zal niet meegaan over de eeuwgrens. Ik zou het graag zo formuleren:
alle poëzie is bézig poëzie te worden. 
Slechts een klein gedeelte, het gróótste, slaagt erin. Ik denk dat er maar
één Nederlandse dichter is bij wie dat onmiddellijk heeft plaatsgehad: 
Nijhoff [...] 
Wat is poëzie? Elke kritiek is weer een poging tot antwoord op die vraag. 
En dat pogen wordt hardnekkiger naarmate de verzen van een dichter zich
steeds meer in het geheel van de poëzie gaan voegen. 
Het pogen is hardnekkig, ondanks de vergeefsheid ervan. We kunnen 
hooguit zeggen (met S.Dresden): 

dit is voorlopig het laatste. 

 

Kees Fens - 24 december1998  

   
 
   
Parlando, een Vlaams zusje van Hernehim - Bericht over verwante activiteiten op het internet - - 24 augustus 2009 
   

Hernehim Cultuur was nauwelijks een jaartje bezig - bestond dankzij John 
Zwart en Robin Kuipers als initiatiefnemers - toen we in Delft waren. 
Destijds organiseerde daar Henriette Faas van Stichting Jambe haar 
poëziemiddagen in Hotel De Plataan. 
De optredende dichters konden aan het eind van zo'n middag door het 
publiek via een stemming met briefjes uitgeroepen worden tot 'dichter 
van de maand'. Of er een echte prijs aan verbonden was weet ik niet meer,
maar het was in elk geval wel een hele eer, zo'n Jambe Maandprijs. 
Op de bewuste middag verscheen er een heel jonge theaterpersoonlijk-
heid uit Vlaanderen die met haar voordracht zo opviel dat zij met grote 
meerderheid tot winnaar werd gekozen. Niemand van de aanwezigen kende
haar: "Hoe heet ze nou?" zong het rond. "Tine Moniek", werd er gezegd. 
"Tine Moniek hoe? Heeft zij geen achternaam?" 
Onvergetelijk werd haar naam vanaf die dag. Ze werd genoemd op Hernehim
Cultuur als verrassende gast uit Antwerpen in een verslagje, of ze dat heeft
gelezen weet ik al evenmin. 

Zo'n twee en half jaar later begon Tine Moniek met haar Parlando. Een 
agenda met haar inventarisatie wat er zoal op poëziegebied in Vlaanderen 
te doen is. Ze plaatste gedichten die inzenders haar toezonden, ze verza-
melde gedichten van gastdichters die zij daartoe uitnodigde. Een beetje 
zoals Hernehim doet maar ook weer een beetje anders. 
Het breidde uit, ze schreef wedstrijden uit waarmee je een boek kon winnen.
Later ging ze zelfs op pad met de "parlandoscoop", een camcorder portret-
tenrubriek waarvoor zij bekende dichters thuis bezocht voor een interview en
om een kijkje te geven op hun leven in gewone doen en laten. 
Nu zijn we weer vijf jaren verder. Hernehim Cultuur is bijna 8 jaar oud, 
Parlando is 5 en stopt. 

Het is herkenbaar, uit pure liefde voor de literatuur en de poëzie en de podia
begin je eraan, je wilt iets betekenen voor anderen met gelijke passie. Het 
houdt je vrijwillig gaande zonder acht te slaan op de energie en de tijd die 
erin steekt. 

Als je het ook allemaal alleen blijft doen vreet het je op. Tine Moniek, met 
de veerkracht van de jeugd deed het allemaal alleen. En deze maand is ze
ermee gestopt. We lazen een gesprek dat ze erover had met Stefaan 
Goossens op de Contrabas site. Het is alsof we over onszelf lezen bij de
volgende citaten: 
"Het wordt op den duur een 'blog' aan het been... besef dat ik in die 5 jaar 
weinig voor mezelf heb gedaan, weinig geschreven".... 
"Agenda, verslagjes, nieuwtjes alles moest erop....er kwam steeds meer bij"
"...ook kwamen pittige reacties, mensen die verontwaardigd waren 'blijkbaar
niet tot de vriendjes te behoren' of juist furieus waren tussen die namen 
terecht te komen, er was er zelfs één die geld vroeg om doorgelinkt te worden"
...  "...de meeste gastdichters stuurden toch iets in wat ze al hadden liggen..."
Wij kunnen ons goed voorstellen hoe Tine Moniek al gauw een duizendpoot
was, die desondanks niet eens meer één stel pootjes voor zichzelf over had.
Ze had zich nu eenmaal voorgenomen om het echt allemaal alleen te doen.
Ze heeft het 5 jaar lang kranig volgehouden en dat is heel wat langer dan 
menig ander. 

Hernehim Cultuur is van het begin af nooit helemaal een éénmans/vrouws 
activiteit geweest, er kwamen mensen bij, er gingen mensen weer weg - na
acht jaar is er een klein team en we gaan door. Toch als individu voelen we
ons stuk voor stuk soms ook een beetje als een Tine Moniek. Je draait 
maar door, puur op waardering en die is er lang niet altijd. 
Maar één voordeel: we waarderen elkáár! 
Nu valt het doek voor Parlando. Hoe kan Vlaanderen verder? 
Tine Moniek geeft een paar tips: het Poëziecentrum in Gent verzorgt een
vrij volledige agenda, voor verslagen en recensies zou je terecht kunnen bij
Poëzierapport en Passa Porta in Brussel. Voor Nederland noemt ze 
Meander en Hernehim (dank Tine!), de zuidelijke en de noordelijke Neder-
landen ze kunnen voort. 
Wie het volledig interview op de Contrabas wil lezen komt erop via deze link
| Permanente link |  

© Hernehim Cultuur - Redactioneel - 24 augustus 2009 


 
 
   
Wijn - Een impressie uit La douce France van Sierksma - 4 augustus 2009 
   

Met mijn volgeladen winkelwagentje worstel ik me door de diverse koopgoten
van de enormste surface van het stadje waar ik mijn inkopen doe. 
Voor mezelf valt het meestal wel mee, maar ik heb vlak voor het afscheid van
mijn gehucht buren uitgenodigd voor een uitgebreid aperitief. 

Eenmaal aangekomen bij de rijen medewinkelaars die net als ik willen 
afrekenen en die moeten wachten voor een van de geldsluizen, kijk ik - zoals
steeds weer - jaloers naar de korte rij met wachtenden bij het gangetje voor
kopers met moins de dix articles. 
Dat kan ik van mijn vracht gewoon niet maken. 

In die rij staat een mooie vrouw met donker krulhaar, gehuld in een zwarte
lange jurk. Ze heeft veel minder dan tien artikelen – eentje maar, een fles 
wijn die ze als een baby in haar armen koestert. 
Zoals ik in het openbaar vervoer altijd woest nieuwsgierig ben naar het boek
dat de overbuurman aan het lezen is en me soms in malle bochten wring om
achter de titel te komen (soms moet ik vragen), zo borrelt er nu een intens
verlangen op om het soort wijn te weten dat ze tegen de borst houdt. Ik zou
er best van willen proeven. 

Maar vragen kan niet, en zelfs dan zou ik het niet doen. Tussen mijn rij 
torsers en de hare met winkelende lichtgewichten staan immers nog twee
rijen. Omdat er nog maar twee wachtenden voor me staan en voor haar wel
tien lopen we toch vrijwel tegelijk het winkelmonster uit. Dat ze ruim tien 
minuten heeft moeten wachten om die ene fles te betalen wijst op de 
kostbaarheid ervan. 
Wijn voor haar zelf? Voor haar en iemand anders? Je gaat gissen. Kreeg 
ze een plotse, onbedwingbare dorst? Het blijft iets raars. Dan stel ik vast 
dat de vrouw haar hoofd een beetje heeft verloren, als dronk ze eerder die
dag ook al een fles. Terwijl ik voedsel en dranken in mijn kleine auto laad 
passeert ze me wel drie keer en verwaait dan weer in alle windrichtingen 
over het parkeerterrein. Ze is haar auto kwijt, compleet vergeten waar ze 
die neerzette. 

Zag ze iemand die haar van de kaart bracht? Al tijdens het wachten om te
betalen? Of misschien pas op de parking? 
Vrijwel gelijktijdig rijd ik weg en vindt zij haar wagen terug, nota bene die 
naast de mijne. 
Dan verwaaien twee mensen, als bekende schepen in een bekende nacht.
Mijn lunch wacht in La Roche. Met een in elk geval sobere wijn. 

  © Sierksma, 3.8/09 
 
   
Hedendaagse man loopt gevaar - van Arnoud de Jong - 20 juli 2009 
   

In dit stukje richt ik mij even op de hedendaagse man. En dan met name op
de hedendaagse man van laten we zeggen rond de veertig. Want veertig is 
een tamelijk riskante leeftijd voor een man. 
Dan kijkt hij wat extra nadrukkelijk in de spiegel, merkt hij dat er haren uit 
zijn neus en oren beginnen te groeien en neemt hij met toenemende onrust
een uitzakkend buikje waar. Om die reden zijn er opbeurende teksten 
verzonnen als 'Het leven begint bij veertig' en 'Mannen worden knapper naar-
mate ze ouder worden'. In elke giftshop zijn er wel bekers met een 
dergelijke opdruk te koop. 
Het is ook de leeftijd van de midlife-crisis, waarop de man als een gek gaat
rondneuken om zichzelf te bewijzen dat hij nog meetelt. 
Hele legers verbitterde ex-echtgenotes kunnen hiervan getuigen. Zij hebben
met lede ogen moeten toezien hoe zij werden ingeruild voor een 'jonger ding'
("die hoer ja") en dat de rotzak nog 'een tweede nestje' met haar begon.
Clichés schieten te kort om de mentale zwakheden van de man rond de 
veertig te beschrijven. 
Ook de cosmetica-industrie begint nu in te spelen op de onzekerheden van 
de moderne hedendaagse man. Hij moet -godbetert- ineens op z'n huid gaan
letten, iets wat hij niet meer heeft gedaan sinds hij z'n laatste jeugdpuistje 
uitkneep. Hooguit heeft hij z'n rug en armen laten voltattoëren, maar dat is
een doelgroep die de schoonheidsindustrie allang heeft opgegeven. 

 

Nee, aan de plaatjes te zien is de reclame gericht op de goedverdienende
yup die eindelijk veertig is geworden. En die dus eigenlijk geen yup meer is.
Voorheen beperkte de commercie zich tot het gladscheren en de oksel-
frisheid. Die campagnes blonken ook al uit met 'n toenemende dosis verwijfd-
heid. Maar nu begint het écht link te worden. 
Nivea komt namelijk met DNAge. Want ook de man moet volgens Nivea op
zijn verouderende huid gaan letten. Op de kraaienpootjes, de wallen onder 
de ogen, op de verslappende huid, op de groeven van neus tot mondhoeken,
op de rimpels in het voorhoofd. Dit wordt oppassen, mannen van Nederland! 
Nivea wil van jullie 'n stelletje sissies maken, verwijfde zeventiende-eeuwse 
praaljonkers! Alle stoere kenmerken die de ouder wordende man juist zo
aantrekkelijk maken, die juist het onderscheid betekenen tussen man en
babyface, die wil Nivea gaan gladstrijken! Trap daar niet in! Zorg dat je man
blijft! Dat je er op je vijfenveertigste nog uitziet zoals Nivea wil, moet tot elke
prijs vermeden worden! De echte man heeft tegen die tijd een doorleefde en
doorgroefde kop, waarop de tand des tijds z'n sporen van seks, drugs en 
dronkenschap heeft achtergelaten! Zo hoort dat! 
Zo gaat de evolutie! Laten ze bij Nivea die rotzooi maar op hun buik smeren.
Helpt trouwens ook dáár niet. Anders had ik het nog wel geprobeerd 
misschien... 

© Verbal Jam 

 
   
Een ernstig woord - van Gastauteur Aart van Zoest - 16 juni 2009 
   

Ik steek het niet onder stoelen of banken: ik vraag van een gedicht dat het
mij een toegang biedt tot zijn betekenis. Dat komt doordat ik leef met de
vooronderstelling, of moet ik zeggen met het verlangen, dat poëzie een daad
is van communicatie, een handreiking naar wie lezen wil of luisteren. 
Niet perse opzettelijk, niet nadrukkelijk, maar toch. Als ik de merel hoor 
zingen, of de kleuren zie van de anemoon, neem ik aan dat dat er is opdat
ik het hoor en zie. Zo denk ik ook over poëzie. 
Ik geef toe dat deze vooronderstelling, die wellicht vooroordeel heten moet,
te maken heeft met mijn afkeer voor onbegrijpelijk taalgebruik. Er bestaat 
onbegrijpelijkheid die door een bepaalde categorie dichters tot handelsmerk
is gemaakt. Dat is de onbegrijpelijkheid die als rattengif werkt op de 
ontvankelijkheid van de welwillende minnaars van poëzie, waarvan er godzij-
dank zo veel zijn in de wereld. 
Het is waar dat een gedicht, in zijn algemeenheid, een beautiful riddle kan
zijn. Zelfs moet zijn, naar mijn smaak. Zonder een fundamentele, onbeant-
woorde vraagstelling kan poëzie het niet stellen.

Waarom moest dit zó gezegd zijn en geen millimeter anders? Hoe komt
het dat deze woorden een leven lang in mij blijven nazingen? Lyrisch, 
didactisch, episch, existentieel. Hartverscheurend. Opbeurend. Een 
vermaning. Een jawoord. Het ach of het wee van een zielsverwant. Een 
brandend teken. Een teken van leven. Dat alles kan een gedicht voor zijn
lezers zijn. Zonder dat te zeggen valt waarom. 
Wat dit betreft geldt ook hier dat de proof of the pudding in the eating is. 
Onder de veertien dichters in het voorjaarsnummer van Nynade zijn er die 
hun renommee al verworven hebben. Anderen zijn aanstormers. Kenmerk 
van het geheel: spannende diversiteit. Sommige teksten kijken ons aan met
wijd open ogen. Andere geven hun geheim pas na inspanning prijs. Maar
aan opzettelijke ondoorgrondelijkheid maakt geen hunner zich schuldig. 
Al die poëzie noodt tot nadenken en navoelen, tot instemmen ook. 
En ontdekken. 

© Aart van Zoest - april 2009    Hoofdredacteur "Nynade"

   
 
   
Misverstand  - Column van Karel Wasch - 5 juni 2009 
   

“Herne.. wat?” vraagt mijn dochter wanneer ik vertel dat ik naar een middag
van Hernehim zal gaan. “Hernehim” zeg ik met enige trots. 
“Oh dat is die begrafenisonderneming “grapt mijn zoon “van Is er cake na
de dood?, toch?” 
Ik word nu een beetje geïrriteerd. ”Nee, het is een culturele club en we gaan
zaken uitwisselen.” 
Nadat ik dit heb gezegd is het even stil. Helemaal waar is het niet maar 
kennelijk toch afdoende. 
“ Oh ze gaan met Turken over Wilders praten” merkt mijn dochter op, ze 
heeft een aan de lessen maatschappijleer gerelateerde belevingswereld en
dan moet je oppassen. “Ik wist niet dat je zo multiculti was” voegt ze er 
verbaasd maar met enige bewondering aan toe. 
“Nee, ik ga gedichten voordragen“ zeg ik ”niks te Wilders. . !" 
“Wie komen er dan allemaal, zijn dat bekende mensen, komt Hans Teeuwen,
die deed laatst wat voor Theo van Gogh, een gedicht of zo?” 
Mijn zoon is op de hoogte merk ik. 
“Nou o.a. Pom Wolff” 

 

“Wolf?” Ik zie mijn vrouw nadenken, die naam roept een vage herinnering bij
haar op. “Dat was toch een lid van de CPN?” weet ze. “Dus toch politiek!”
"Nee, hij heeft een site op Internet en is beroemd dichter". Hoewel…? Voor
veel internetpoëzie is de rand van het beeldscherm de enige grens. “Gaan 
jullie mee?" 
"Ik ga naar een ballonwedstrijd in Schipsluiden” zegt mijn dochter, zoonlief
zwijgt, hij kijkt me aan of hij water ziet branden. 
Ik geef het op, realiseer me dat dichters alleen aan elkaar voorlezen, maar 
dat is niet erg en vroeger had dat misschien in de verte met politiek te 
maken. 
Cabaretiers zijn dichters en dichters dragen voor aan elkaar, is dat erg? 
Het is in ieder geval niet zo erg als de Gouden Kooi, waarin mensen worden
opgeleid tot sadist of toekomstig neuroot. Misschien komen ze dan wel 
terecht bij Rutger Hendrik van den Hoofdakker oftewel de psychiater Rutger
Kopland, maar die is eigenlijk dichter. Eisenhower, vonden de soldaten, was
een goede president en in de Senaat vonden ze hem een prima generaal. 
Er is dus nog hoop voor Kopland. 

© Karel Wasch 

   
 
   
Breinrot  - Kort verhaal van Arnoud de Jong - 10 mei 2009 
   

Van buiten af bezien was het een kleine, vrolijke stoet die mijn vader naar
het verpleeghuis bracht. Ik duwde zijn rolstoel. Het was mooi weer, we 
probeerden het luchtig te houden. Daarom hadden we mijn moeder nog maar
niet meegenomen. 
Mijn zuster en mijn vrouw maakten grapjes met hem. Als hij ze niet begreep,
deed hij alsof. Hij maakte ook grapjes met ons. Die wij dan weer niet altijd 
begrepen, maar ook wij deden dapper alsof. 
Hij zwaaide als een vorst op rijtoer naar voorbijgangers, maar ze zwaaiden 
lang niet altijd terug. Ze waren bezig met hun eigen dingen. Misschien als
we hadden geroepen: 'Hij gaat vandaag naar het verpleeghuis', hadden ze 
wel even de moeite genomen om terug te zwaaien. 
Zo aardig zijn de meeste mensen wel. Maar we riepen niets... 
want dan hadden wij moeten huilen. 

Inwendig was het een droeve stoet. Het doet toch erg veel pijn om een 
demente vader van 98 jaar naar het verpleeghuis te moeten brengen. Vooral
omdat hij een klein jochie in een oud verschrompeld lichaam is geworden, 
dat argeloos de scheiding van vrouw en thuis tegemoet rijdt. 
Het zat er al een tijdje aan te komen. Maar een week geleden raakten de 
zaken in een stroomversnelling toen hij zijn pols brak.
Ik ging met hem naar het ziekenhuis, waar we een hele middag zaten voor 
twee fotootjes en een gipsverband. Kosten noch moeite zijn gespaard in dit
land om een kwalitatief hoogstaande gezondheidszorg op poten te zetten.
Dusdanig hoogstaand, dat de afdeling 'Spoedeisende Hulp' dan ook daad-
werkelijk in staat is om een incontinente en demente oude baas van 98 
binnen de recordtijd van drie uur met spoed te helpen. 

Die middag was hij moeilijk te hanteren geweest. Onvermijdelijk moest hij
een keer naar de wc. "Ik moet plassen." Ik reed hem in zijn rolstoel naar 
het invalidentoilet. 
"Wat doe ik hier? Wat is dat?" - "Dat is een wc. Je moest toch plassen?" 
"Ik moet helemaal niet plassen!" 
Ik probeerde niet te zuchten en we verlieten het toilet. Er verstreken tien 
minuten. 
"Ik moet plassen!" - "Daarnet bracht ik je naar de wc en toen hoefde je niet"
"Nou, dan pis ik wel in mijn broek." - "Ik moet even kijken of die dokter er al
aankomt. Want dat zul je dan net zien, dat hij uitgerekend komt als wij naar
de wc zijn... Nou ja, laten we maar gaan dan." 
"Ik heb al in mijn broek gepist." 
Dat is om mij te sarren. Gelukkig draagt hij een incontinentieluier. 

Op zulke momenten is het belangrijk te blijven focussen op het beeld dat
je bewaart van de vader zoals hij vroeger was. Anders verdraag je de zieke
vader van nu niet meer. De vader met 'breinrot', zoals ik zijn dementie noem.
Ik stel mij voor dat delen van zijn hersens zijn verdwenen, gewoon zijn weg-
gerot. Wat er drie minuten geleden gebeurde weet hij niet meer. 
Wel dingen van vroeger. Hoewel hij al één derde van zijn leven met pensioen
is, kunnen we roddelen over zijn collega's van destijds. 
Zijn wereld is ineengeschrompeld. Hij probeert er greep op te houden. In 
huis wijst hij de dingen aan en verklaart dat ze van hem zijn, dat hij ze heeft
gekocht. Ook als ze niet van hem zijn. Hij spookt 's nachts door de kamers
en plundert in de keuken de koelkast. 

Hij eet al het broodbeleg op. Of zoals laatst een heel paasbrood. Daarna 
vergeet hij dat hij heeft gegeten. "Hebben we niets op brood?" vraagt hij de
volgende morgen verontwaardigd. 
Hij ziet vreemde mensen in huis, waarschuwt mijn moeder dat ze niemand
moet vertrouwen. Er waren studenten die een grap met hem wilden uithalen.
Maar gelukkig had hij dat in de gaten, het was maar goed dat hij zo goed 
oplette, ze waren al in de slaapkamer. Hij ging kijken, slofte achter zijn 
rollator aan. Op de terugweg struikelde hij, kwam in de gang ten val en brak
zijn pols. 
Dat was in meer dan één opzicht een breekpunt. Het betekende dat hij 
zichzelf niet meer kon aankleden, niet meer met zijn rollator mocht lopen en
zijn eigen kont niet meer kon afvegen. Het werd nu echt te moeilijk om hem
nog langer thuis te verzorgen. 

Vanaf het eerste moment aanvaardde hij het verpleeghuis wonderwel. Hij 
kreeg meteen al soep en at die met smaak op. Na het eerste etmaal 
vertelden de verzorgsters dat het net leek alsof hij er al maanden zat, zo 
voelde hij zich thuis. 
Al die jaren was ik bang geweest voor het moment dat ik mijn vader naar
een verpleeghuis zou moeten brengen. Ik had drama's verwacht, want bij de
vorige verhuizing had hij aanvankelijk erg moeilijk gedaan. 
"Ik ben een oude man, die doe je zoiets toch niet aan!" 
Maar nu zie ik hem toch wat opleven, hij loopt rond, kletst vrolijk met je, 
gaat zowaar naar een muziekuitvoering op Koninginnedag, gaat met ons in
de tuin zitten en eet een taartje. 
De andere mensen op zijn afdeling zijn nog meer in zichzelf gekeerd dan hij.
Een man loopt alsmaar door de gangen, komt van tijd tot tijd als een zombie
zwijgend bij ons staan en vertrekt dan weer. 
Een vrouw herhaalt hele conversaties uit een ver verleden. Verderop wipt 
iemand onafgebroken met haar been. Weer een ander ligt de hele dag op de
loer om uit de gesloten afdeling te kunnen ontsnappen. 

Het is een gezelschap in verschillende stadia van ontluistering, maar ze
schijnen desondanks weinig last van elkaar te hebben. Daar hoort mijn vader
nu ook bij. 
Af en toe voel ik vinnige golfjes van verdriet en medelijden in mijn borst 
aanspoelen. Het huilen staat mij dan nader dan het lachen. Het gebeurt op
de momenten dat mijn vader serieus tegen mij converseert over allerlei 
kleine en simpele dingen, als een jochie dat de wereld nog moet ontdekken.
Dezelfde wereld die hij juist geleidelijk is kwijtgeraakt. 
Ik besef dat mijn vader nu het gezin van vroeger heeft verlaten, dat hij verder
van mij weg staat, zowel geestelijk als fysiek. 
"Ik komt hier nooit meer uit," zei hij gisteren nog tegen mijn moeder. 
Maar hij leek erin te berusten, er niet werkelijk onder te lijden. Voor zover hij
het niet gewoon vergat. Het was de enige opmerking die hij maakte over zijn
nieuwe situatie. 
Uitgerekend mijn vader is de enige van ons die zich niet terneergeslagen voelt.
Zijn humeur lijkt erop vooruit gegaan. Ik moet dan maar proberen daar blij om
te zijn. 

© Arnoud de Jong 

   
 
   
Verloedering van het boekenvak  - Column van John Zwart - 23 april 2009 
   

Hoe word je een bekend auteur? 

Dat is de vraag die al velen zich hebben gesteld nadat ze zich een 
poos bezig hielden met 't stoeien met tekst. Als we kijken naar het
verleden waren het vaak predikanten en mensen uit het onderwijs - 
dus beroepsmatig al ervaren met het schrijven - die zich wierpen op
verhalen, essays en romans. De voorwaarde niet afhankelijk te zijn 
van de inkomsten uit de schrijverij én desondanks daar veel vrije tijd 
voor beschikbaar hebben, daar werd in beide beroepsgroepen ruim-
schoots aan voldaan. Wat natuurlijk ook hielp was geboren worden
in een rijk nest, in dat geval was ordinair werken geheel onnodig. 
Dan waren er natuurlijk ook nog de academisch gevormde neerlandici,
zij promoveerden en waren al eerbiedwaardig door "Dr." voor hun naam.
Maar die tijd ligt ver achter ons. 
Vandaag de dag hoef je nog geen letter op papier te hebben gezet 
om je schrijverscarrière te starten. De eerste stap is: in het nieuws zijn
of zijn geweest. Als je door je functie toch al regelmatig camera's op je
gericht krijgt en microfoons voor de mond geduwd, dan is het al heel
gemakkelijk. Iedereen kent je al, de uitgevers óók. 
Zit je in de politiek en je krijgt lust wat sappigs op papier te zetten, 
bijvoorbeeld in de vorm van wat vuile was, ze gooien er ongezien al een
flinke oplage tegenaan. 

Had tot nu toe nooit iemand van je doen en laten willen weten dan is
het zaak wat stuntwerk te verrichten. Word crimineel, niet wat half
zachte inbraakjes of tasjesroof, nee het ruige werk, compleet met 
liquidaties enzo:

Kleine criminelen hangen de keel uit, zware jongens, dáár smullen
we van..Kaap een vliegtuig en roep dat je het uit liefde voor de 
stewardess doet en dreig, als ze niet onmiddellijk met je trouwen wil, 
dat de kist met iedereen erin de lucht invliegt, maar dan wel ánders, 
Vermoord je vrouw en schrijf zorgvuldig alle feiten op, hoe en waarom
je het hebt gedaan en het verwerken van het lijk. 
Word serieverkrachter. Word de vriendin van een serieverkrachter, 
die zijn straf moet uitzitten. Beter nog: trouw met een ter dood veroor-
deelde seriemoordenaar. Ga op avontuur in een gevaarlijk land en laat
je gijzelen door guerrilla's of terroristen. Ga een paar jaar werken in de
straatprostitutie. Sluit je aan bij de Satanskerk, stel je beschikbaar 
voor het altaar, als offerblok met zachte gleuf. 
Mannen die hun pik achterna lopen en daarover willen schrijven, die 
beginnen al vervelend te worden, aan één Brusselmans in Vlaanderen
en één Kluun voor Nederland hebben we genoeg. Maar de mogelijk-
heden voor vrouwen die alle promiscue geilheid willen uitproberen zijn
nog lang niet uitgeput. En anders: ga je naar Afrika, om kindsoldaatjes
te helpen en laat je zwanger maken door één van hen. 
De uitgevers zien de oplagecijfers al voor ogen, nog vóórdat je één 
letter op papier hebt. Zelfs als je er helemaal niets van bakt komt jouw
bestseller er tóch wel, dan krijg je gewoon een ghostwriter aangeboden.

Die dochter van Fritzl, details willen we kennen! Meisje, als je nou een
beetje exhibitionistisch wordt, dan staan de uitgevers te dringen voor 
jouw deur, echt waar! 

© John Zwart - 20 april 2009

   
 
   
Sire, opvoeding voor de kleine man  - Gastcolumn van Arnoud de Jong - 26 maart 2009 
   

We gedragen ons veel te asociaal vindt SIRE. We bellen hardop in het
openbaar vervoer en/of nemen twee zitplaatsen in beslag, we peuteren
publiekelijk in ons neus, we spugen, boeren, ruften er lustig op los, we 
telefoneren gewoon door bij de kassa, we laten onze honden in de 
zandbak poepen, we dringen voor, we legen de autoasbak op straat en
tot overmaat van ergernis hebben we dat allemaal zelf niet in de gaten. 

Mooi verzonnen van SIRE, daar wordt ons land vast weer wat prettiger
van. Alleen is dit natuurlijk allemaal maar klein bier. 
Er zijn veel ergere vormen van asociaal gedrag. Daarvan zagen wij het 
afgelopen jaar heel wat schandelijke voorbeelden passeren. 
Bestuurders en managers van (semi-)publieke organisaties, zoals 
woningcorporaties en zorginstellingen, die zichzelf schaamteloos 
verrijkten op kosten van de belastingbetaler en ondertussen woning-
en zorgbehoevenden lieten barsten. Prominente Nederlanders als 
Elco Brinkman en Hans Hillen die tegen vorstelijke vergoedingen 
werden geacht daar toezicht op te houden, maar dat niet deden. 
Zij hadden het te druk met hun andere dertig commissariaten en 
erebaantjes. We hadden ook nog de topmanagers uit het bedrijfsleven
en de bancaire sector die hun eigen bankrekeningen riant volstouwden
met bonussen en optieregelingen.

Onderwijl lieten ze banken omvallen, bedrijven over de rand van de 
afgrond kieperen. Duizenden werknemers werden zonder scrupules 
de WW in geschopt. Ze smeerden argeloze huizenkopers dure woeker-
polissen aan. Zij stortten ons, maar niet zichzelf, in de diepste 
depressie sinds de jaren dertig. 
Er waren ook bestuurders die faalden in hun opdracht allerlei mega-
projecten in goede banen te leiden, waardoor huizen verzakten en de
kosten en bouwtijden verdubbelden. Ze hadden ook toezicht moeten 
houden op de door hun goedgekeurde IJslandse banken, opdat ons 
spaargeld niet zou wegsmelten. 
Ze hebben het nagelaten, de staat moest ervoor opdraaien en zelf 
kwamen ze ermee weg. Inmiddels zitten ze in het volgende lucratieve 
baantje. 

Dáár zie je nu nooit eens een SIRE-campagne over. SIRE-campagnes
zijn altijd gericht op 'het gewone volk', en nooit op de toplaag van 
Nederland. Die kan daardoor gezellig en comfortabel de elite blijven. 
Wie doet ze wat? Wie spreekt ze aan op hun asociale gedrag? 
SIRE in elk geval niet. 

© Arnoud de Jong 

   
 
   
Schietschijf  - Gastcolumn van ZIgg Zagg - 15 maart 2009 
   

De samenleving verhardt. Daar zeg ik niets nieuws mee. Het is een
gegeven feit dat veel mensen zich op straat niet meer veilig voelen. 
Zeker sinds die veiligheid ook nog eens hoog op de politieke agenda
staat.
In plaats van groepen mensen die buiten de boot dreigen te vallen, 
meer zekerheid te geven over hun lot, komt de politiek terug met 
steeds hardere maatregelen om alles in het gareel te houden. De burger
is zelf verantwoordelijk voor zijn bestaan, ook al staan hun banen op de
tocht, ook al hebben de banken de kassen leeggeroofd door zich met 
een hebzuchtig bonussysteem te verrijken. De burger betaalt en verzuipt.
Maar, je mag het niet zien als een noodlot; het is een kans die je moet
benutten. Is het dan gek dat agressie onder ons is gekomen? 

Ondertussen worden buschauffeurs in elkaar geslagen door puberende 
rotjochies, die naar voorbeeld van de rijken, ook kansen ruiken om zich
makkelijk van veel geld te voorzien voor de nodige blingbling. 
Repressie is het maatschappelijk antwoord waarmee opnieuw agressie
wordt opgewekt. 
De PvdA roept om meer polemiek. Dat kan geen kwaad, vindt de partij
en gooit er een integratienota tegenaan die zelfs PvdA-coryfee Jacques
Wallage te ver gaat. 
Wat zou het antwoord moeten zijn op al die opgewekte agressie. 
In Amerika schiet een man zo in het wilde weg wat mensen dood terwijl
diezelfde dag, een paar uur later een zeventienjarige jongen in het 
Duitse Winnenden met het pistool van zijn vader een slachtpartij aan-
richt. Is het onvermogen? Uitzichtloosheid? 
Welke perspectieven zijn nog te bieden in een samenleving waarin alleen
de besten een plek krijgen en de minderen die ook nog over goede 
kwaliteiten beschikken, worden afgescheept. 
Ondertussen moeten ouderen langer werken terwijl hun werkgevers op
hun beurt allerlei toeren uithalen om die ouderen zo snel mogelijk te 
lozen. 

 

Jongeren, net klaar met hun hbo, kunnen zo weer aanschuiven in een
nieuwe opleiding, want alleen leren leidt nog tot een baan, zo wordt 
gesproken. Hoewel: het stempel 'eeuwige student' is ook geen toegangs-
bewijs tot een beter leven. Het zijn die tegenstrijdige prikkels die een 
mens tot wanhoop drijven. 
De meest kwetsbaren zijn de kinderen met leer- en gedragsproblemen.
Zij hebben baat bij een beschermende omgeving, waar ze de rust krijgen
uit te groeien tot mensen die hun kwaliteiten leren kennen; een omgeving
waarin waardering is voor de kleine mijlpaaltjes die zij met veel moeite
kunnen afleggen. Begrip en waardering hebben nog nooit iemand kwaad 
gedaan. 
Uitgerekend in de kwetsbare Utrechtse wijk Overvecht trof ik zo’n school
voor praktijkonderwijs die dit soort kinderen onder de vleugels neemt. 
Maar, in de vaart der volkeren moet ook deze instelling een flinke positie
innemen. Daarom koos de school voor een naam die kracht uitstraalt. 
De kracht van het kind ligt in zijn talent. Dat talent moet eruit komen. 
Een positieve gedachte.
Het eerste deel van de naam is dan ook gewoon de afkorting voor het 
soort onderwijs in de vestigingsplaats. Het tweede deel van de naam 
staat voor Werken, Evalueren en Reflecteren (POUWER). Ook dat klinkt
allemaal erg opbouwend en wekt positieve energie op. Het komt aan op
de vormgeving om deze gedachte eenvoudig uit te dragen. En daar laat
nu juist deze school zich meeslepen door de heersende agressiespiraal.
Nog nooit heb ik een onderwijsinstelling gezien die een schietschijf in 
zijn logo draagt. Deze dus wel. 
Agressie en geweld zijn nu definitief geïnstitutionaliseerd, Het lijkt mij 
dat kwetsbare kinderen uit de meest kwetsbare wijken, waar geweld op
alle niveaus gemeengoed aan het worden is, met deze schietschijf een
vrijbrief in handen hebben: 
een plek in deze samenleving komt je alleen toe met geweld. Trek 
desnoods het pistool van je vader en maak van de school een schiet-
schijf. 

© ZiggZagg 

 
 
   
Kom op voor jezelf, maar blijf wel realistisch  - Column van John Zwart - 17 februari 2009 
   

Ze lijken me soms benijdenswaard, die vrolijke jongens en meiden die
niet beter weten dan dat 'alles moet kunnen'. De jeugd voor wie een 
mobieltje en een mp3 speler en een eigen pc en tv op de kamer, en 
wat al niet nog méér tot de standaard uitrusting behoort. Zonder welke
het bestaan verschrikkelijk en ondraaglijk moet zijn. 
Zijn ze te benijden? 

De generatie erbóven, de ouders -kinderen van de 'babyboomers'- die 
hebben ook al een vrij zorgenloze jeugd ervaren. Grootgebracht door 
ouders, die uitgingen van hun gevoel: "mijn kinderen zullen wél hebben
wat ik allemaal moest missen". 

De kinderen van de babyboomers, die zijn het die nu het meest aan het
woord komen in de escalerende rampendiscussies over recessie, 
krimpende economie,
dreigende onweerswolken van golven bedrijfs- 
sluitingen, massaontslagen... Alles wat op komst zou zijn, en waar 
misschien zelfs de jaren dertig bij zullen verbleken. Zij domineren de 
media, radio, tv en kranten, ze lijken wel tegen elkaar op te bieden in
hoe erg het allemaal is en: "nee, dit is nog maar het begin, het wordt 
nog veel erger"
en hoe lang het allemaal zal duren: "twee jaar, vijf jaar,
misschien wel tien jaren". 

Het zijn extreme omstandigheden en die vragen om extreme maat-
regelen, orakelt onze premier met zijn kanselstemmetje. En vervolgens
vliegt men elkaar in de haren over wat voor extreme maatregelen er nu
wél en welke er niet moeten genomen. Opponenten die precies het 
omgekeerde van elkaar eisen. 
Verhoging van de pensioenleeftijd, een loonstop want de inflatie is 
bijna nul, bezuinigen op de zorg en de gezondheid, bezuinigen op het
leger, afschaffen van de ontwikkelingshulp, afschaffen van de renteaftrek
op hypotheken. Over alle onderwerpen wordt gekrakeeld of het gaat om
ons leven of de dood, getrokken binnen het grimmige kader van crisis-
beraad. 
De banken hebben de buit al binnen en voorlopig gebeurt er even niets... 
De pers zit Balkenende op de huid en wil natuurlijk weten hoe en wat. 
Maar op elke vraag komt zijn antwoord: "Daar zijn we nog helemaal niet
aan toe! Dat zijn we nog volop aan het bespreken".

"Hou toch eens op mensen", zou ik als toehoorder willen roepen. 
Wind je toch niet zo vreselijk op! De wereld vergaat niet! 

 

Misschien ben ik wel benijdenswaard, ik heb de hongerwinter beleefd.
We waren blij als mijn vader terugkeerde van een voedselstrooptocht 
langs de boerderijen en twee flessen melk en vijf kilo aardappelen op 
het aanrecht deponeerde - daarmee konden we weer een paar dagen 
verder. Mijn moeder wist twee keer anderhalve liter havermoutpap te 
koken door de melk aan te lengen met water. Het gas was allang 
afgesloten. Moeder kookte in de woonkamer op een klein plat nood- 
kacheltje, gefabriceerd door de Blikfabrieken te Krommenie. Daarin 
kon je alles wat brandbaar was verstoken. Zo bleef er in dat ene vertrek
een beetje warmte in huis. 
We hebben het overleefd, het werd eind jaren veertig en toen werd voor
mijn tiende verjaardag mijn eerste fiets gebracht door Ome Klaas. Het
ding was bijeengeschroefd uit allerlei verzamelde onderdelen. Maar ik 
was er toch wel blij mee, want voordien moest ik alles lopen, geld voor
de NACO bus was er niet. Dat lopen was niet zo erg, zei mijn vader, 
hij had zelf zijn hele jeugd alles lopende moeten doen, hij had als kind 
nóóit een fiets gehad. Toen ik veertien was werkte ik de zomervakantie
drie weken in de koekjesfabriek van Hille. Daar hield ik 25 gulden aan 
over. Een kapitaal, mijn zakgeld was een rijksdaalder (voor de jongere
lezers: twee gulden en vijftig cent) per week. Van mijn zelfverdiende 
kapitaal kocht ik mijn eerste horloge. Ik zie het ding nog voor ogen in
het duister van de slaapkamer, met zijn groene fluorescerende wijzers.

Wat is er NU helemaal aan de hand? We verdienen met zijn allen in 
Nederland dit jaar drie en een half procent minder dan in 2008. En 
misschien in 2010 nóg wel een jaartje zo, en als het erg tegenzit kan
het ook wel vier procent zijn. Tegelijk produceren we voor een derde 
méér voedsel dan we daadwerkelijk consumeren - dat teveel is wat 
we weggooien nadat het niet meer vers is. Ik weet nog heel goed hoe
we die zes jaar leefden van 1944-1950 en ik heb later ook gezien hoe
er NU honderden miljoenen mensen leven zoals WIJ leefden in 1944-
1950. Ik denk dat ik daarom zelf te benijden ben, ik ken échte crisis-
omstandigheden nog uit mijn eigen ervaring, net zoals er veel andere
mensen zijn die dat nu ervaren - maar enkele vlieguren verderop. 
Ik zie nog dat we het relatief hartstikke goed hebben en daarom kijk
ik verbijsterd naar de krampachtigheid van al die kinderen van baby-
boomers in de vakbonden en de politiek. 
Tel je zegeningen mensen en geef hier en daar een beetje toe van 
wat je best kan missen, wie weet valt er nog goed te leven met de 
compromissen. 

© John Zwart - 17 februari 2009 

   
 
   
Een psychiater/dichter in gesprek met een psychiater/dichter  - Impressie van Loes Essen -  29 jan 2009 
        

                                         Rutger Kopland 


Amstelveen 29 januari 2009
- In de foyer van de bibliotheek zijn alle
stoelen bezet. Ter gelegenheid van de Nationale Gedichtendag zal 
psychiater/schrijver/publicist Bram Bakker zijn collega Rudi van den 
Hoofdakker
interviewen, ons beter bekend als dichter Rutger Kopland
Het wordt een avond, die ik zeker niet had willen missen. 

'Ik wil amuseren in de brede zin des woords' 

Een buitengewoon innemende, intelligente man, die de vragen rustig en
uitvoerig beantwoordt. Met een introverte glimlach kijkt hij bij zichzelf 
naar binnen op zoek naar een zo zuiver mogelijke formulering. 
Of hij knijpt zijn ogen iets toe terwijl hij in de lucht schuin boven hem, 
zijn herinnering lijkt te lezen. Altijd is er die tegelijkertijd prikkelende als
relativerende toon van geamuseerde ironie, van een buitengewone 
bescheidenheid, alsof hij wil zeggen
'ach, zoveel heeft het allemaal niet
om het lijf'. 
En dat bij iemand, die zowel op zijn vakgebied, de biologische 
psychiatrie, als in zijn hoedanigheid van dichter een ware autoriteit mag
worden genoemd.
Kopland vertelt dat hij nooit de ambitie had om dichter te worden. Hij 
was een hardwerkende arts, met 'een meer dan full time baan', die zich
specialiseerde in de psychiatrie en had 'wel eens iets geschreven voor
gelegenheden van vrolijke aard'.


Echter, toen hij in Groningen zijn vriend Aad Nuys, destijds redacteur
van Tirade, enkele gedichten ter beoordeling gaf, was diens reactie: 
'onmiddellijk naar Tirade sturen!'.
Een paar weken later al gaf uitgeverij
Querido blijk van interesse, maar Kopland zei 'ik ga eerst naar Van 
Oorschot'
. En daar bleef hij. 
Deze gigant, één der meest gewaardeerde dichters van ons land, 
spreekt over het schrijven van gedichten als over 'een uit zijn krachten
gegroeide hobby, iets voor de nacht, voor vakanties, in de auto, 
kortom: wanneer ik even vrij had'
. Dus iets, dat ten opzichte van zijn 
beroep, altijd op de tweede plaats bleef staan. Het maken van een 
gedicht is voor hem echter ook 'altijd hard werken' geweest. 

Aan de hand van zorgvuldig gekozen vragen van Bram Bakker, worden
we de geest van de dichter binnengeleid. We leren, dat hij gemiddeld
drie weken aan één gedicht werkt. Dat hij verreweg het meeste 
materiaal weggooit, maar dat hij
altijd het gedicht waaraan hij bezig is,
afrondt.
Op de vraag, of er een bepaalde ontwikkeling is aan te wijzen
in de thema's van het werk, zegt de dichter dat zijn beweegredenen 
altijd dezelfde zijn geweest: Iets zodanig kunnen maken, dat het 
ontroert of dat men erom kan lachen. 
'Ik wil amuseren in de brede zin des woords'. 

Dubbelleven

'Het lijkt wel alsof er een soort aan-uit-knop Van den Hoofdakker – 
Kopland bestaat',
zegt Bakker. Kopland beaamt dat. Over de relatie 
naar de psychiatrie zegt Kopland onder meer, dat zijn drijfveer altijd is
geweest de menselijke eigenschappen beter te doorgronden. 


"Hoe zit een ziel in elkaar? Wat beweegt iemand? Dat interesseert mij
meer dan de functies van het hart, klinisch gezien".
En (lachend): 
"natuurlijk ben ik vooral geïnteresseerd in mijzelf " 
"Het schrijven van een gedicht is ook en vooral tegelijkertijd het lezen
van je gedicht. Altijd speelt de vraag: Wat heeft deze persoon mij te
zeggen? Het is als het ware een soort uittreden uit jezelf." 
Bijzonder is het, nu juist van een psychiater als zijn mening te horen,
dat je niet moet veronderstellen dat het schrijven van een gedicht kan 
leiden tot beter begrip van jezelf. Als een cliënt met een stapeltje 
gedichten aankomt, om zich aan de hand daarvan te laten doorgronden,
zegt vd Hoofdakker, alias Kopland:
"doet u die gedichten alstublieft 
onmiddellijk weer in uw tas en vertelt u mij hoe u over de dingen denkt"

'Vaak zijn juist de aarzelingen in formulering van belang, spreken de 
stiltes soms boekdelen. Een gedicht is een uitgewerkte tekst, hier 
staat het. Zo!' 

In de pauze staat een lange rij mensen te wachten op signering van
hun meegebrachte bundels. Het tweede gedeelte van de avond leest
de dichter voor uit eigen werk. Als hij daar zo zit, ontspannen, diep in
de fauteuil, zoekend naar passages, lijkt hij de wereld om zich heen 
vergeten en even te zijn meegezogen in zijn eigen werk 
Wordt hij weer lezer van zijn eigen gedichten. 
Zoals wij dat zo graag zijn. 

 

© Loes Essen 

 

Beek 

Je staat ergens, aan de oever van een beek, 
om je heen een paradijselijk dal, 
wallen met kleine eiken, uitbundig bloeiend gras, 
en aan je voeten gaat het water, 
oud, heel stil water - zo langzaam, 

het is alsof het aarzelt, niet wil 
dat het voorbij gaat. 

Uit: 'Over het verlangen naar een sigaret' 
Van Oorschot - 2001 

 

Tuin 

Ik zit voor het raam en zie 
hoe de tuin niet is veranderd 
voor haar ben ik niet 
weggeweest. 

Eerste gedicht na zijn ziekte - 2006

 

Gesprek met Kopland

zijn gedicht is van een dichter
stof dan denken ons vermoeden laat
de naden diep verzonken toegangs-
paden tot zijn wonderlijke ziel

hij heeft het over eenzaam over
leegten die nog overgaan
in landschap aan de einder, verten
die in ons bestaan

ik kijk en zie zijn dichtgezicht
vol lijnen naar een oud verleden
het diepe in zijn donkere blik
wanneer hij antwoord geeft

(de man die vraagt naar hoe
het ongeluk en of nadien het
schrijven hem verlaten had
of angst misschien voor dat)

en in de zoektocht naar het woord
lijkt hij te blijven
wachten tot het hem gevonden
heeft, verlangend zijn gedachten

©
Louise
 
 
   
Mogen de wapens rusten  - Een nieuwe Dichter des Vaderlands. Bericht en commentaar van John Newswatcher - geplaatst 29 jan 2009 
   

Er was een risico, toen de commissie Jeltje van Nieuwenhoven, middenin
het Israël-Ghaza conflict de acteur-schrijver Ramsey Nasr in de shortlist 
voor Dichter des Vaderlands 2009 opnam. In oktober 2004 publiceerde hij
een opiniestuk over het Israëlisch-Arabische conflict dat felle discussies 
uitlokte. Ramsey Nasr is een zeer geëngageerd auteur. De commissie 
kon er dus rekening mee houden dat de deur werd geopend voor de 
politiek om een rol te gaan spelen in de beslissing wie bij de promotie 
van de Nederlandstalige poëzie in de komende vier jaren het voortouw 
zal nemen. En dat is jammer, want zou een nationaal figuur als een 
'Dichter des Vaderlands' dan niet liefst onomstreden moeten zijn? 
Maar de commissie Jeltje van Nieuwenhoven heeft toch al niet 
geëxelleerd in de aanloop naar deze verkiezingsuitslag. 

Op het internet kunnen snel bepaalde belangengroepen gemobiliseerd
worden of zelfs nog adhoc gevormd en als via een actieve link met één 
klik een stembiljet wordt bereikt, dan is tendentieuze beïnvloeding van de 
uitslag levensgroot aanwezig. Viel de on-Nederlandse naam van Nasr 
direct al op in het rijtje van de shortlist, de diverse media deden hier nog
een schepje bovenop door veelvuldig te refereren naar de 
Palestijns-Nederlandse dichter Ramsey Nasr. Afgezien van het feit dat
een erkende staat Palestina nog steeds niet bestaat is dit toch al grote
onzin en in dit geval zelfs zeer ongewenst. Immers Ramsey Nasr is 
gewoon een Nederlander, niet eens een geïmmigreerde vluchteling, maar
gewoon geboren en getogen in Rotterdam in het jaar 1974.
Ja, pas 34 jaar, een jonkie dat wel; maar goed na twee DdV's met grijs
haar mag er nu wel eens een jongere 'aan de bak'. 
Als iemand mij vraagt om een rijtje van tien erkende en bekende 
Nederlandse dichters op te noemen had Ramsey Nasr daar vrijwel zeker
niet bij geweest. Hij noemt zichzelf op zijn homepage dichter-schrijver-
acteur in die volgorde, maar had iemand mij gevraagd, dan had ik de 
kwalificaties in omgekeerde volgorde genoemd. Want acteur, ja! Een 
naam bij het Zuidelijk Toneel, filmacteur en bekend van tv-series. 
Gelauwerd met de Mary Dresselhuysprijs en nog een nominatie voor de
Louis d'Or. 
Hij schreef drie dichtbundels vanaf zijn debuut in 2000 en ik bezit ze 
géén van drie. Debuut "27 gedichten & geen lied" (2000), liefdespoëzie,
kreeg verdeeld positieve en matige kritiek, maar "Onhandig bloesemend"
volgde in 2004 en werd breed omhelsd. In de Volkskrant schreef Piet 
Gerbrandy: 'De kern van de bundel, een zestien gedichten tellende 
reeks onder de riskante titel 'dichter liefde', is echter ronduit schitterend.
Hier weet Nasr het onhandig bloesemen tot virtuositeit te verheffen, door
schijnbaar teugelloze lyriek krachtig naar zijn hand te zetten ... Deze 
poëzie fonkelt en bruist, zwelgt in tierlantijnen die vervolgens weer 
genadeloos worden afgeserveerd en durft woorden als 'ziel' en 'hart' in
te zetten zonder dat het belachelijk wordt'. 

Het succes van deze bundel bereidde hem de weg om in 2005 in 
Antwerpen Tom Lanoye als Stadsdichter op te volgen. In 2006 
verscheen zijn laatste dichtbundel "Onze-Lieve Vrouwe-Zeppelin". 
Het is op zich al jammer dat de DdV competitie tijdens de aanloop tot
zoveel on-poëtische taferelen aanleiding gaf tussen de genomineerden,
vooral het conflict dat Ramsey Nasr en Tsead Bruinja met elkaar 
aangingen was niet erg hoogstaand. Maar de klikkenteller heeft nu 
beslist, we hebben een nieuwe Dichter des Vaderlands in Ramsey
Nasr. Voorlopig nog niet onomstreden, gezien de reacties die onder
de eerste internet-artikelen verschijnen: "De linkse kerk heeft weer
gezegevierd" - "Overwinning van de propaganda voor de dubbele 
paspoorten" - "Hoe kan iemand Palestijn zijn? Palestina bestaat 
niet eens"
. Ja Jeltje, dat was te verwachten, maar het zal wel weer
luwen, veel eerder dan het vuren tussen Israël en Ghaza, helaas... 
We gaan er fris tegenaan met een nieuwe DdV die géén klassieke 
sonnetten schrijft. Nasr doet regelmatig veel met de symbiose van 
poëzie met klassieke muziek, we mogen hopen dat zijn DdV-schap
hem hier ook nieuwe ruimte voor zal bieden. Zijn muzikaliteit werkt
dóór in zijn zangerige poëzie die zich verder kenmerkt door een
ontspannen parlando. 
Dit zijn eigenschappen die hem bij de invulling van het DdV-schap
zeker ten goede zullen komen. Of hij veel van zich zal doen spreken
en voortdurend in de publiciteit zichtbaar en hoorbaar zal zijn? De 
verplichting die op de DdV rust is slechts om tenminste jaarlijks 
vier gedichten op belangrijke gebeurtenissen te schrijven. 
Zijn verdere betrokkenheid heeft hij geheel zelf in de hand: "Of ik 
op een wedstrijd voor wie de grootste pannenkoek kan bakken zal
verschijnen, of aanwezig zal zijn bij de kroning van de koning, 
bepaal ik gelukkig geheel zelf"
, sprak hij zojuist in Het Oog, 
om vijf minuten voor middernacht. 

© John Newswatcher - 29 januari 2009 -  01:30u 

 
 
 
Hij bakt ze te bruin  - John Newswatcher spreekt zich uit over de Dichter des Vaderlandsstrijd - geplaatst 3 januari 2009 

 

Hij heeft altijd mijn sympathie gehad beste lezers. Ik waardeer hem
om het doorzettingsvermogen waarmee hij in Groningen 'Dichters in
de Prinsentuin' op poten zette en runde, met een inzet zoals ook ons
eigen Hernehim Cultuur altijd weer enthousiaste mensen aantrok, 
waardoor het kon voortbestaan. 
Zijn liefde voor de eigen taal - hij studeerde immers Fries - vond 
waardering in het Noorden en Bornmeer (Leeuwarden) gaf graag zijn
eersteling uit, "De wizers yn it read" (2000). Vanaf toen ontmoette ik
Tsead Bruinja verschillende keren en waardeerde niet alleen zijn twee-
talige maar voorál zijn oorspronkelijk Nederlandse nieuwe werk. 
Tsead Bruinja is ambitieus, dat was wel duidelijk, maar daar is niets
mis mee vind ik, zolang hij maar genoeg zichzelf blijft, zoals hij toonde
door geheel belangeloos een dichtersmiddag van Hernehim in Weesp
te komen opluisteren. Intussen had de lokkende kracht van Amsterdam
hem al uit 't noorden weggetrokken. Daar werd hard gewerkt aan de
Fries-Groningse 'connection', zo bleek mij. 

Ik zag hem vaak optreden, soms nog hier in het noorden, maar vaker in
"het westen", zoals wij hier de randstad, met een wijde kring van 50 km
er omheen, plegen aan te duiden. Ik vond hem interessant genoeg om
de presentaties van zijn vorige bundels "Batterij" en "Bang voor de bal"
bij te wonen. Op de avond in Perdu in 2007 voor de laatstgenoemde, 
maakte ik óók voor het eerst kennis met Leine, een opkomend bloempje
in het wijde veld van singer-songwriters. 

Ja, eigenlijk mocht ik die Tsead Bruinja wel, zoveel is wel duidelijk. Als 
hij weer eens werd gekozen als 'dichter bij de dag' van de Evangelische
Omroep - niet bepaald mijn favoriet - luisterde ik graag in de ochtend 
naar Radio 1. Maar als Tsead mij gevraagd had: "vind je ook niet dat ik
DE dichter ben, die bij uitstek de komende vier jaar Dichter des 
Vaderlands
moet zijn?" Dan had ik gezegd: "Beste Tsead, ik weet dat
je ambitieus bent, maar is dat niet net iets teveel eigenwaan?" 
Maar natuurlijk heeft Tsead mij die vraag niet gesteld. Hij stuurde me in
november wel een email dat hij (alweer!) een nieuwe bundel presenteren
zou in Perdu. "Angel" heet die en dat is geen Engel(s): de inhoud is 
"woede, schuld en agressie", daaraan moest ik meteen denken toen ik
op de radio zijn 'dichter bij de dag' bijdrage hoorde van 5 december. 
Het was een bijzondere bundel, vertelde Tsead, want gedrukt op tabloid
formaat. Zoals de gratis krantjes dus, die overal op stations etc. worden
verspreid. Misschien niet origineel, maar dan toch wel op zijn minst 
verfrissend. Ik raasde dus weer eens over de A6, naar Amsterdam, naar
Perdu, op donderdagmiddag 18 december. Tsead had Anneke Claus,
Thomas Möhlman, Erik Jan Harmens, Wim Brands en de boomlange
Elmar Kuiper om zich heen verzameld, zodat het geen 'koekkoek 
éénzang' zou worden. 

Tsead Bruinja 

doet een gooi naar de titel "Dichter des Vaderlands" 
Eigen foto - Hernehim Cultuur 

"Angel" - Bornmeer 2008 
ISBN / EAN 978-90-5615-204-8 

 

  Leine 

winnares "Grote prijs van Nederland 2007" in De Melkweg 

"Truth be told" - Singing Saw Records 2008
Album 5 413356 386820

Meestal schrijf ik over zo'n avond een verslagje maar deze keer, met
kerstmis voor de deur, aarzelde ik. Niet omdat ik ietwat onvoorbereid
op Bart Droog werd getrakteerd, als eerste gast - niet omdat de poëzie
die te horen was in het algemeen tegenviel, zéker niet. 
En ook niet, omdat het programma verstoord werd en langdurig moest
onderbroken, doordat er iemand in 't publiek ernstig onwel werd en per
ambulance moest worden afgevoerd. Wat mij tegenviel was de hoeveel-
heid tijd die Tsead als inleiding besteedde aan zijn wapenfeiten, zie 
"The official homepage of the dutch poet Tsead Bruinja", en voorál 
hoe gerechtvaardigd zijn streven is de volgende DdV te worden. Ook
toen de avond, ver in tijd uitgelopen, werd afgesloten, opnieuw stertijd,
onder lichtprojecties van wervende affiches. 
Had ik, fris van de lever, geschreven, had ik vooral de lof gezongen van
de vriendelijke Leine, die sinds 2007 zo heel verdiend steeds meer 
bekendheid geniet, waaraan radioprogramma's als "Met het oog op 
morgen", "Kunststof" en "Opium" hebben bijgedragen. 

Email bombardement 

Intussen kwam vandaag de twaalfde (!) folder van Tsead mijn mailbox
binnenzeilen die ik naar de prullenbak verhuisde. Heel Tsead's vrienden-
schaar helpt mee om de redactionele zowel als mijn privé mailbox te
bestoken. In de folder vraagt Tsead om mijn eigen vrienden dezelfde 
ergernis aan te doen. Tsead Bruinja bakt ze te bruin. 


Moet het toch weer een rellerige toestand worden die DdV verkiezing. 
Geloof het of niet lezer, ik dacht 'verkiezing' te schrijven maar bij het 
nalezen hebben mijn vingers 'verzieking' getypt... 
Wat je doet heet spemmen Tsead en je tracht er ook nog een piramide-
spel mee op te zetten. Daar ben ik echt boos over. En boosheid roept
boze gedachten op. Heeft Tsead soms met Bornmeer een één-tweetje
opgezet? Is die tabloid "Angel" niet gewoon een strategische uitgave
om juist nú aandacht voor Tsead Bruinja te genereren in verband met
zijn honger naar het DdV-schap? Zo'n tabloidje is makkelijk en snel in
elkaar geflanst, krantenpapier nog steeds veel te goedkoop. 

Jammer, na dit stukje zal Tsead misschien ook wel boos worden. 
Maar dit stukje was niet te vermijden, Hernehim Cultuur zou nooit een
redactionele voorkeur geven aan één bepaalde dichter. Bovendien, in
het licht van het grote aantal prima dichters dat ons land telt, vindt HC
het maar armzalig dat heel ons volk beperkt wordt tot 't rijtje van 5 van
de shortlist. 
Als HC al iets uitspreekt is het: Ga je toch stemmen, stem dan vooral
VRIJ. 

© John Newswatcher 
    voor Redactie Hernehim Cultuur - 2 januari 2009 

 

   
 © Copyright Hernehim Cultuur  2001-2011  
 

Op deze pagina verschijnen 
verslagen, recensies, impressies etc.
van allerlei literaire zaken: 
podia, festivals, bundels, prijzen etc. 
onder verantwoordelijkheid van de
Hernehim Cultuur redactie en zoals
ons aangeboden door serieuze 
inzenders
HOME 
Nieuws  
Blog en proza 
Themapoëzie 
Vrije poëzie   
Vertaalproject 
Proza  
Activiteiten 
Over schrijvers 
Contact     
 Archief pagina's 1 voorafgaand jaar: 
Nieuwsarchief 
Blogarchief 2010 dec-juli 
Blogarchief 2010 juni-jan
 Literair archief - Verslagen en recensies: 
literair archief 2010 
literair archief 2009 
literair archief 2008 
 Overig proza archief: 
proza 2008

Hernehim Cultuurpagina's  



De culturele pagina's worden onafhankelijk gepubliceerd en geredigeerd  door John Zwart