Hernehim 
          
literair - archief 2010 
Hernehim 
                   Boeiend om te bezoeken. 
                   Vrij en onafhankelijk. 
                   © HC 2001-2011

Redactie:                 John Zwart

Op deze pagina verschijnen 
verslagen, recensies, impressies etc.
van allerlei literaire zaken: 
podia, festivals, bundels, prijzen etc. 
onder verantwoordelijkheid van de
Hernehim Cultuur redactie en zoals
ons aangeboden door serieuze 
inzenders

HOME 
Nieuws  
Blog en proza 
Themapoëzie 
Vrije poëzie   
Vertaalproject 
Proza  
Activiteiten 
Over schrijvers 
Contact     

 Archief pagina's voorafgaand jaar: 
Nieuwsarchief 
Blogarchief 2010 dec-juli 
Blogarchief 2010 juni-jan
 Literair archief - Verslagen en recensies: 
literair archief 2010 
literair archief 2009 
literair archief 2008 
 Overig proza archief: 
proza 2008
      
Alle artikelen van Pagina Literair gepubliceerd in het jaar 2010      © copyright Hernehim Cultuur 2001-2011 - Respecteer dat, alleen overname na contact+toestemming.
Vragen betreffende openbaarheid van de site, manier van inzenden etc.?   op FAQ zijn de antwoorden te vinden  
 

Titellijst Artikelen - 2e halfjaar

Revisie op subsidie, Beschouwing - John Zwart 
Dichter Guillaume van der Graft overleden, Bericht - John Zwart 
Dichterscafé  Eijlders,  Verslag - John Zwart 
Het Nederlands Letterkundig Museum, Verslag - Anneke Wasscher 
1927-2010, Harry Mulisch bijgezet in de historie, Verslag - John Zwart 
Protest van Baban, Spijtbetuiging - Baban Kirkuki 
Ode aan de vertraging, Overdenking - Annette Reinboud 
Over het nut van geloof, de impressie - John Newswatcher 
Woorden in de Waagschaal  Seizoensopening, Bericht - John Zwart 
Eijlders met haast ongekend aantal voordragers, Artikel - John Zwart 
Over Zaandam en Krommenie en daar tussenin, Bericht - John Zwart 
Nederlands en het Afrikaans, Bericht - Floris Brown 
Drents Open Dichtfestival 2010, Terugblik van een deelnemer - JohnN 
Veel bomen omgewaaid, één heel bijzondere, Beschouwing - John Zwart 
Prinsentuinen veroverd door poëten, Verslag  - John Zwart 
Maanavond, Drenthe, Verslag van een deelnemer - JohnN 
OBA Open Podium, Verslag - John Zwart 
13e Dichters in de Prinsentuin Groningen 2010, Impressie - Anneke Wasscher &JZ
-
-
-

Titellijst Artikelen - 1e halfjaar  

De zon had niets te zoeken, Sunsation Festival, Verslag - John Zwart 
Zomerpodium Ongehoord Rotterdam, Verslag - John Zwart 
Poetry International Rotterdam, Verslag  - John Zwart 
In Leeuwarden heet het Liwwadder Poëzie, Verslag - Anneke Wasscher 
Afgesneden in een lach, Driek van Wissen In memoriam  - JohnN 
Poëzie is overal, bovenal in Groningen, Wandeling - Anneke Wasscher 
Voorteken, Observatie - Zigg zagg 
Bundelpresentaties in Amsterdam, Tsead Bruinja, Impressie - John Zwart 
Bundelpresentaties in Amsterdam, Jos Versteegen, Recensie - John Zwart
Geschoren kuiten, Giroverslag OBA - John Zwart 
Vliegverbod, Artikel - John Newswatcher 
Eijlders Amsterdam, Verslag - John Zwart 
Eind van de Wereld, Quo Vadis, Verslag - JohnN 
Hengelo(O)Hoort, Fotoverslag 
Dichterspodium Eijlders, Deelnemersverslag - JohnN 
Yeti, het verschrikkelijke sneeuwkonijn, Kort verhaal - Vera De Brauwer 
Stemmen en twijfel, Column - Anneke Wasscher 
Saint Amour, Impressie - Anneke Wasscher 
Van het Oosterdok, Verslag Theaterpodium  - John Zwart 
Gedichtendag 2010 in Groningen, Impressie - John Zwart 
Dicht in de buurt, evaluatie van een project - John Zwart 
Dicht op de kaart, een jubileumproject Dagblad "Trouw" - John Zwart 

 
   
Revisie op subsidie - Beschouwing van John Zwart  geplaatst 23 december 2010 

Er werd geschreeuwd en ik was bijna in de verleiding ook te gaan meedoen. 
Gelukkig heb ik het eerst even aangezien, voor 't rijpingsproces tot een meer 
bezonken oordeel. Mijn spontane weerzin tegen drastisch snijden in de subsidies
voor kunst en cultuur heeft het gelukkig niet gewonnen van mijn weerzin tegen 
hard geschreeuw in het algemeen. Want dat stopt elke argumentatie zonder 
ruimte voor nuancering te laten.
Natuurlijk, als orkesten van naam uit elkaar dreigen te vallen moet er wel front 
gemaakt worden tegen de barbarij die tot zulke plannen in 't regeerakkoord 
hebben geleid. 
Er is ook een groot afbraakeffect bij sommige fondsen, die mede van overheids-
subsidie afhankelijk zijn – denk maar aan de stipendia, of, ander voorbeeld: de
instrumenten-fondsen voor musici. Dat zijn faciliteiten voor investeringen in de 
kunst en cultuur van de toekomst. 
Maar er mag wel eens kritisch gekeken worden of er wel overheidsgeld in allerlei
concoursen en prijzen moet worden gestoken. Kunst en cultuur is geen sport, 
waar je met fotofinish vaststelt wie er een honderdste seconde eerder over de 
streep kwam, dus onbetwist de winnaar is. Er is een jury en/of een stem van 
publiek nodig voor een oordeel en daarmee komt de willekeur binnen. 
Elke jury is subjectief, publiek óók – soms zelfs onmiskenbaar partijdig. 
Prijzen mogen dan wel prestige opleveren voor de winnaar, maar ze zijn bijna altijd
een bron van onverkwikkelijk gekrakeel. Nog geen 2 weken geleden was er een
beschamend voorbeeld van. Toen werd in Utrecht een "NK" gehouden. 
Een NK?...die term doet vermoeden dat het niet om cultuur, maar om sport gaat! 
Maar dit betreft de edele dichtkunst - de uit de VS overgewaaide vorm ervan: 
"poetry slam".

schreeuwen en boksen

Taal en Lichaamstaal bij de NK wedstrijden
© Foto Poëziecircus

geen blote bloezen of microrokjes, wel geschreeuw, gestamp, geloei...

De rivalen slaan het publiek en elkaar om de oren met hun teksten, geen effect wordt
geschuwd. Er wordt dus ook nogal eens geschreeuwd en op de man of vrouw gespeeld.
Het podium heeft het karakter van een boksring, wie niet néérgaat maar tot in de derde
ronde overeind blijft is de kampioen. Het kan ook zomaar zijn dat het ultrakorte rokje 
van een dichteres, of haar doorkijkbloes, tenslotte cruciaal is voor de uitslag. 
Massaal geschreeuw en gestamp op de vloer brengt geen regeringen ten val maar je fans
kunnen je er wel mee aan een slam overwinning helpen. De geldprijzen zijn bescheiden,
maar het is geen beletsel dat vervolgens onvermijdelijk de pleuris uitbreekt die tot de
volgende jaargang voortduurt. Zulke clubs kunnen dus met gerust hart ont-subsidieerd
worden zonder dat de kunsten eronder lijden. 
Deze regering vindt: de kunst die "zijn eigen broek niet kan ophouden" moet de andere 
kant op kijken. De aloude mecenas van stal voor de gaten in de financiering. 
Ze zijn wel consequent, dat moet gezegd. De sociale voorzieningen kortgeknipt zodat 
de rijken liefdadigheid kunnen plegen, de kunstsubsidie afgeknepen zodat diezelfde 
rijken mecenas kunnen spelen. De meeste rijken zitten bij de VVD of het CDA, kunnen
we op hen wel vertrouwen, je hoort ze nu alleen maar over economie en economie... 

>>>> 5 minuten chaos en een adhoc besluit - <<<<
een wanhopige presentatrice Neske Beks, speciaal ingevlogen uit Antwerpen
zoekt naar haar niet-bestaande overwicht tegenover een tumulteuze zaal Tivoli

Maar misschien kunnen we wel wat geld weghalen bij de rijke fondsen? Ik bedoel
die fondsen die de prestigieuze prijzen uitreiken aan kunstenaars, die door hun 
positie op de lijst van naamsbekendheid toch al over een modaal inkomen of veel
hoger beschikken? 
We zouden de prijzen kunnen uitreiken in de vorm van lauwerkransen zoals dat
gebruik was bij de kampioenen van de oude Grieken, dan blijft het prestige overeind.
Want ook die gerenommeerde geldprijzen gaan met schelden en schimpen gepaard.
Je zag het vorige week bij de P.C.Hooftprijs die aan Henk Hofland ten deel viel. 
Voor de Volkskrantredacteur Chris Rutenfrans waren de druiven kennelijk erg zuur.
Hij vecht zijn persoonlijke vete in het Opiniekatern van zijn krant door te melden dat
de P.C.Hooftprijs "is toegekend aan een nog levende dode schrijver, die al 20 jaar 
niet meer wordt gelezen". 
Ook zou de winnaar dement of op z'n minst seniel zijn maar niemand van zijn 
collega's bij de Volkskrant heeft de moed om hem te zeggen dat het allang tijd is
geweest om te stoppen. 
Bij de Slegte worden zijn boeken nu uit de kelders opgediept. 
Ja, ja de schrijvende mens zit vol rancune, we zien het bijna dagelijks. 
Dus weg met alle geldprijzen, geef ze allemaal een lauwerkrans en bij inlevering 
van vijf kransen of méér een borstbeeld in het Letterkundig Museum.  

© John Zwart – 21 december 2010.


poeziëk circus 

Geef mij dichters die zich niet 
aan het oog van het vaderland 
onttrekken als zij in kringelen rook 
opgaan voor een volgekochte zaal 

zonder angst voor een valse tegenstem 
de acrobaat die klapvolk naar de mond 
praat of kaal slaat in de touwen als zijn 
of haar beschermengel de mat opstapt 

dat dichters met een keel van zichzelf 
aan de kant zijn gezet want het publiek 
moet ook wat met minderbedeelden 
‘t spraakvocht van woord- en goudzoekers 
hoe men spijkers op een laag water strooit 
en de weelde van ware dichters vernagelt 

© Frans Terken 09122010

 
   
 
   
Dichter Guillaume van der Graft overleden - we staan even stil bij een christelijk dichter - Bericht van John Zwart  geplaatst 26 november 2010

Zondag 21 november 2010 overleed in zijn woonplaats Utrecht een dichter die we
kennen als Guillaume van der Graft. Als predikant ging hij als Willem Barnard 
(Rotterdam -1920) door het leven. 
Je zal maar doodgaan in de slagschaduw van Harry Mulisch, ben je dáárvoor 
negentig geworden... Ze merken nauwelijks op dat je er niet meer bent. 
Hernehim Cultuur vindt dus dat we Guillaume van der Graft nog even in het zonnetje
moeten zetten. Want naar zijn eigen zeggen genoot hij in literaire kringen maar een
bescheiden aanzien. 
Als tijdgenoot van de vijftigers maakte hij er toch geen deel van uit. Hij had ook geen
vrienden bij de Cobra-groep. Ze gingen hem in het afscheid van het leven allemaal 
vóór: Hans Andreus, Lucebert, Bert Schierbeek. 
Van die oude kern is nu alleen nog Gerrit Kouwenaar (1923) in leven. 
Zijn christelijke identiteit maakte dat hij teveel verschilde van Lucebert, Vinkenoog 
of Kouwenaar. 
Guillaume van der Graft werkte in het verleden nog samen met Martinus Nijhoff en 
hij had begin jaren vijftig contact met T.S.Eliot. Eigenlijk was van der Graft zo'n 
typische dichter-predikant zoals we die in de 19e, begin 20e eeuw kenden. 
Hij bedreef iets wat hij zelf typeerde als "poëthotheologie" en debuteerde met een
verzameling gedichten onder de titel "exilio" in 1946. In totaal heeft hij een 20-tal 
bundels geschreven. 
Zijn creativiteit stond nog het meest in dienst van zijn werk als zieleherder: 
hij maakte veel nieuwe psalmberijmingen en hij schreef 76 liedteksten voor het 
Liedboek van de protestantse kerk. Vanaf 1998, toen hij deelnam aan de Utrechtse
"Nacht van de Poëzie" maakte hij, reeds op leeftijd, een come-back na enkele
inspirerende ontmoetingen met jonge dichters als Ingmar Heytze en Ruben van Gogh. 

                         

                          Ds. Willem Barnard - Guillaume vd Graft 

Een voorbeeld van Guillaume van der Grafts poëtotheologie: 

Blijft de geheimtaal 

De engel der menselijkheid 
zal hij eenmaal op de kim staan 
zonder een uniform zonder een harnas aan 

en de armen uitgespreid 
moederlijk met een warmte van zon 
vaderlijk met geur van aarde 

tussen de sterren en het water 
blinkend aan de horizon? 

Guillaume van der Graft 
Uit: Verzamelde Gedichten. Uitgeverij De Prom, Baarn 1985 

 

 


Liefdesgedicht, ouder werk: 

Vervulling 

Zij is vervuld van mij; 
haar lichaam is gelukkig 
en haar geluk belichaamd. 

Ik leger mij opzij. 
Het mijne is te nukkig 
en een geluk dat zich schaamt 

mijn bloed en vlees te worden 
verdicht zich wel in woorden 
en die houden mij vrij: 

wanneer ik niet genoeg van 
haar houden kan, zij houdt 
alles van mij geborgen. 

Morgen is het weer vroeg, dan 
ontbijten wij getrouwd. 
Ontoegankelijk morgen. 

Uit: "Mythologisch" – 1950 

   
 
   
Dichterscafé Eijlders Amsterdam gonst van de poëzie en snelt op een jubileum af - Een verslag van John Zwart  geplaatst 22 november 2010

Er waren dit weekend weer veel podiumdichters op pad.
Gisteren Eijlders en 't Blijvertje in Amsterdam, in Zeist werd een prijs uitgereikt en
verder weg bracht SKAC dichters en cabaretiers samen in Chaam - of (s)chaam als
je Pom wilt geloven. 
Voor mij Eijlders dus. Vroeg donkert het al in deze late zondagmiddaguurtjes. 
De wintersfeer komt al een beetje tot leven nu de kale takken van de bomen op het
Leidseplein al zijn ingepakt met ontelbare kleine lichtjes. De oostenwind is kil... 
de mensen gaan graag naar binnen. 
Een behoorlijk grote opkomst. Het thema was wat moeilijk: 
"Denk je dat je de enige bent die over een bepaald onderwerp nadenkt en dat je
omgeving van die dingen geen notie heeft? Op persoonlijk vlak of breder verband,
op maatschappelijk terrein? Misschien weet je van gedichten over zaken waar 
nog niemand over schreef, behalve die ene dichter?" 

Ja, ja, daar schud je niet zo 1-2-3 de verzen voor uit je mouw. Maar zoals vaak
houden vele dichters zich daar ook niet aan, des temeer eer voor wie serieus werk
op zo'n zeldzaam thema meebracht. 
Mooie voordrachten van J.C. Aachenende - die afgelopen week nog schitterde in de
'Salon der Verzen' op Frankendael - van Joop Scholten, van Aurora Guds en een
onbekende Britse dichteres. 
En een debuut van 't bekoorlijke meisje Rosa Veltman, maar één gedichtje mocht
ze, maar die komt wel weer terug. 
Wie vandaag terug was na lange afwezigheid: Jako Fennek, die een ontmoeting
beschreef die hij had met onze majesteit, incognito op een openbaar bankje 
zomaar ergens in de stad. Het poëtisch element van het rendez-vous: 
haar hoed met bloemen waaromheen de bijen zoemden.

Een debuut is altijd een roos waard 

Grappige bijdragen van Martin van de Vijfeijke, dus de lach deze middag ook weer
verzekerd bij zijn 3 variaties op de stofzuiger van Simon Vestdijk, met als toegift: 
de meteoriet van Harry Mulisch die nu eeuwig door de hemel zwiert. 
Slotzinnen van Martin in het laatste gedicht op Vestdijk de veronderstelde uitspraak
van Vestdijks vrouw: "simon....SIMON....SIMON ! / ben je nu eindelijk eens klaar 
met die roman !! / ik moet stofzuigen !!! 
Dichter/barman Ron Offerman overtrof zichzelf met het mooie ingetogen gedicht
"Bickerseiland", een nostalgische indruk van het vroegere oude havenkwartier rond
het Westerdok. Mij uit het hart gegrepen, hoe vaak ben ik daar niet langsgefietst,
over de Westerdoksdijk toen er nog kinderhoofdjes lagen tussen de kriskras sporen,
ontelbare malen van het Centrum naar de Hemweg en terug. 

"Midlife crisis 

Waarom werd ik nooit ouder 
dan pakweg achttien 
terwijl de tijd weigert stil te staan 
Het gat 
waarover ik heen en weer spring 
wordt steeds breder. 

Wanneer val ik erin?" 

"...De treinen reden over de dijk en/ het gebouw van machinefabriek Jonker/ stak 
hoog en donker boven mij uit..."
De mooiste regel "Niets kwam er ooit nog terug"
naar het slot toe, dat de essentie samenvat. 
Zelf heb ik mijn werk nagespeurd op ongebruikelijke thema's. Op één punt kwam 
ik enkele gedichten tegen vanuit de blik op het verval van het eigen lichaam. De 
enige dichter waarvan ik weet dat die zich daar een hele bundel lang mee bezig
hield is de Zuid-Afrikaanse Antjie Krog. In Eijlders lees ik dus als themawerk een
'vervalgedicht'. Een voorbeeld ervan hiernaast  (die overigens niet in Eijlders heeft
geklonken).


Een beetje zelfspot mag toch niet ontbreken bij zo'n zwaarmoedig onderwerp. 
Ik lees ook nog een gedicht uit de tijd dat Geert Wilders nog op de middelbare 
school zat en nog niet droomde van een PVV, toen gesluierde meisjes nog niet 
bevrijd hoefden te worden:
"Oriëntaal". Tenslotte een gedicht over "Discriminatie". 
Gewaagd en confronterend, maar het valt gelukkig allemaal goed. 

Presentator Paul Lokkerbol besluit de middag/avond met een mededeling en een
oproep: 
Cafe Eijlders gaat volgende maand een jubileum vieren, het bereikt dit jaar de
respectabele leeftijd van 70 jaar. Men wil dat op een bijzondere manier markeren
met de uitgave van een éénmalige bundel van 70 gedichten: Eijlders 70 jaar. Van
elke dichter die in Eilders voordroeg – en dat zijn er toch minstens zeventig,
waarschijnlijk meer – één gedicht. 
Let op Eijlders dichters: je bijdrage moet vóór 1 december binnen zijn. En de heren
Lokkerbol en Offerman zouden het niet bestaan om nog eisen te durven stellen ook:
"Wij stellen dus de vraag:
Speelt leeftijd nog een rol ? Word je ouder of blijf je jong ? Welke zaken spelen 
daarbij mee ?"
Correspondentie eijlders@msn.com  

(C) John Zwart – 22 november 2010 

Café Eijlders, bij het Leidseplein 
Korte Leidsedwarsstraat, Amsterdam 

Van september t/m mei, Elke derde zondag van de maand:
Dichtersmiddag vanaf 16:00uur . 

 
   
Het Nederlands Letterkundig Museum - Een bezoekje van Anneke Wasscher aan Den Haag, en ook des Graven Haeghe  geplaatst 14 november 2010

Het Letterkundig Museum en de Koninklijke Bibliotheek: 
Het geheugen van Nederland. 
Dinsdag t/m vrijdag 10-17u zaterdag en zondag 12-17u. 

Mijn kennismaking met 't geheel vernieuwde letterkundig museum in Den Haag ! 
Het is verre van muf of bedompt, een associatie die je zou kunnen krijgen bij een 
dergelijk museum. Het ademt licht! 
In de lente van dit jaar is het, na een grote renovatie - waarvoor architect Herbert
van der Bruggen uit Amsterdam tekende - heropend in een prachtig doelmatig 
gebouw. Door eregast Harry Mulisch, een heel goede reden om nu toch eens een 
kijkje te gaan nemen. 
Het blijkt uitstekend bereikbaar, de ligging aan het Prins Willem-Alexanderhof 
is vlakbij het NS Centraal Station van Den Haag. 

Het kleine gezelschap waarin ik verkeer bestaat uit drie generaties en waaiert 
meteen uit: iedereen wil op zoek naar zijn/haar favoriete schrijver. 
Ik laat me eerst verrassen door de prachtige Nationale Schrijversgalerij
geschilderde en gebeeldhouwde portretten van 500 schrijvers en dichters, van 
Louis Couperus tot Toon Tellegen. 
De boeiende personages op linnen kijken me veelkleurig aan. 

Vandaag probeer ik de mens achter de schrijver te zien. 
Het wordt een feest van herkenning: Jan Wolkers, Jan Cremer (natuurlijk op zijn
motor), Rutger Kopland, Tsead Bruinja, Neeltje Maria Min, Willem Frederik 
Hermans, Jan Siebelink, Hella Haasse, Driek van Wissen, Adriaan Roland Holst. 
Zomaar een greep uit velen. ..
Een elfjarig jochie pakt mijn arm in het voorbijgaan: "Heb je Anne Frank gezien?" 
Ik wijs naar het lachende meisjesgezicht tussen gebeeldhouwde oude koppen. 
"Dan is ze toch wel heel belangrijk." zegt het kind. 
"Dat wisten we toch," zeg ik met een knipoog. 

Het vernieuwde Letterkundig Museum - Den Haag 
  ©
Foto Netty Mamahit - Architectenweb - f2B Architecten bna

Klik hier voor een eerste bezoek vóór de officiële heropening:
Carry Slee en Wim Brands maken voor  KunstUur van de Avro
een rondgang langs de portretten van Jan Arends en Bomans,
langs het handschrift van Nescio en de stofzuiger van Vestdijk 


Het Pantheon is een openbaring. Daar kunnen we een selectie van honderd 
dode schrijvers vanaf de middeleeuwen tot in deze eeuw bekijken. 
In chronologische volgorde schuiven we langs hun beeldschermen. 
We krijgen portretten te zien, filmpjes, maar horen ook gedichten en verhalen.
Het eerst kies ik Vasalis. Waarom? 
Haar poëzie spreekt me aan. Zij gaf slechts drie gedichtenbundels uit, daarna ver-
scheen er nog één postuum. Ik zie en hoor hoe ze gelauwerd wordt door een nog 
jonge Ed Nijpels. Natuurlijk was ik al op de hoogte dat ze haar gezin en beroep 
(psychiater) altijd voorop stelde. Nu zie ik in een filmpje hoe ze zich beweegt en 
ik hoor haar een gedicht lezen. De verteller verklaart dat het in haar poëzie vaak 
om een natuurindruk gaat, gevolgd door een bespiegeling. 
Ik kijk naar een fragment van het toneelstuk van Joost van den Vondel: de "Gijsbregt
van Amstel", theater dat al in 1638 voor het eerst werd opgevoerd - maar neem ook 
kennis van het feit dat hij werd onterfd door zijn moeder: omdat hij veranderde van 
geloof van doopsgezind naar katholiek. Interessante wetenswaardigheden. 
Net zoals het feit dat aan de dichter Lucebert (debuut in 1949) in de jaren vijftig een
prijs werd onthouden omdat hij bij de officiële gebeurtenis als een "keizer" verkleed
verscheen... 
Er is filmmateriaal te zien van het privéleven van de dichter Herman Gorter uit de tijd
dat hij op bezoek was bij de familie Clinge Doorenbos in 1926. Oude tijden herleven
voor mijn ogen. 
Ik loop van de dichter Guido Gezelle, dichter/priester uit de negentiende eeuw (van
wie ik ooit het "Schrijverke" uit mijn hoofd leerde) naar Anna Bijns (eerste bundel 
uit 1528). Deze dichteres mocht vanwege haar vrouw zijn geen lid worden van de
Rederijkerskamer. 
Maar door haar bijzondere prestaties kon ze niet genegeerd  worden. 
Ik sta stil bij het gedicht "Egidius waer bistu bleven" (anoniem), getoond op een
maagdelijk witte muur. Even droom ik weg naar mijn middelbare schooltijd, toen 
mijn leraar Nederlands die woorden zo gevoelig voordroeg. 

Letterkundig Museum - De portretten van de Nationale Schrijversgalerij 
© Foto Lodewijk Duyvestein (LM) 

Het museum exposeert ca. 350 geschilderde portretten en 
ca 150 gebeeldhouwde koppen en bustes in een permanente tentoonstelling


Letterkundig Museum - Pantheon
Een permanente video presentatie van 100 dode schrijvers en hun handschriften  
© Foto Lodewijk Duyvestein (LM)

Het Letterkundig Museum heeft een boek uitgegeven met kleurenafbeeldingen van 
alle ca. 350 geschilderde portretten, het is in de museumwinkel te koop.
Ook geeft het Museum een glossy tijdschrift uit "Letter", ook in de museumwinkel. 
"Letter" is eigenlijk een afspiegeling van het Pantheon, maar dan op papier. 
Beide uitgaven zijn ook online te bestellen via de website
Op dezelfde locatie wordt in december 2010 het Kinderboekenmuseum geopend. 
Aanpalend aan het Letterkundig Museum bevindt zich de Koninklijke Bibliotheek. 

Letterkundig Museum en Koninklijke Bibliotheek: het Nationaal Geheugen. 

 


Opnieuw kom ik Vasalis tegen. Nu bij de verzameling handschriften. Haar gedicht
"Appelboompjes" schreef ze op een receptbriefje. Dichterbij haar dagelijkse leven 
kan niet. Ouder is een brief uit 1881 van Vincent van Gogh aan zijn broer Theo. 
Geïllustreerd met prachtige tekeningen over het boerenleven. 
De weemoed grijpt me even wanneer ik denk aan het digitale tijdperk waarin ik zelf 
leef. Wanneer heb ik voor het laatst een echte brief ontvangen? 
In een brief uit 1884 van A.L.G. Bosboom Toussaint aan Busken Huet beklaagt zij 
zich dat ze niet aan schrijven toekomt door de onrust die de grote schoonmaak met 
zich meebrengt! 

Het verstrijken van de uren dwingt me verder te gaan naar de parafernalia 
(voorwerpen die ooit aan dichters en schrijvers hebben toebehoord). 
Ik kijk in het fotoalbum (1928) van Renate Rubinstein en bewonder de broche die 
minnaar Simon Carmiggelt haar ooit cadeau gaf. 
Zonder dit museum had ik nooit geweten welke kamerjas Jan Slauerhoff zo graag 
droeg en op welke typemachine Simon Vestdijk zijn meesterstukken voltooide. 

"Schrijven houdt de dood op afstand." is een uitspraak van Charlotte Mutsaers, 
die in een andere vorm ook weer werd gebruikt door Marita Mathijsen bij de 
uitvaart van Harry Mulisch. Ik schrijf dit origineel snel even op een papiertje, om 
te onthouden. 
Mijn gezelschap vindt het inmiddels wel genoeg. Ik koop in de Museumwinkel 
nog even het tijdschrift "Letter", ook alweer met feitjes zoals in het Pantheon, 
ik lees dat Jan Siebelink ("Knielen op een bed violen") altijd wanneer hij Den Haag
bezoekt even neerstrijkt in "Hotel Des Indes." Ik pak de elfjarige bij de hand. 
De woorden van Anne Frank leerden mij ooit dat vrijheid de moeite van het 'vieren'
waard is! 
"We gaan nu in een heeeel mooi hotel een gebakje eten!" 
En ik beloof mezelf dat ik nog een keer terugga naar het Letterkundig Museum, 
alleen. Op mijn gemak, een hele lange middag. 

© Anneke Wasscher 

 

 

 
   
1927-2010 Harry Mulisch R.I.P. - Harry Mulisch bijgezet in de literaire historie - geplaatst 10 november 2010

Een flamboyante figuur naar Nederlandse begrippen, en Nederlanders zijn over
het algemeen niet zo gek op typen die zich een verheven stijl aanmeten. Toch is
er een verzachtende omstandigheid, die hen geldt die niet uitsluitend met zichzelf
ingenomen zijn, maar ook zelfspot vertonen. Dit gaat duidelijk op voor Harry Mulisch
de Nederlands-Oostenrijkse schrijver die zich weliswaar met de ganse aardse 
schepping én het heelal bezig hield, maar ook een echte Amsterdammer was. 
Grachtengordel, soit, maar wel aan de stad verknocht. 
Jaren geleden, na de voltooiing van 'De ontdekking van de hemel', zou hij al 
beweerd hebben dat de Nobelprijs voor de Literatuur hem nu eigenlijk wel eens
behoort toe te vallen, een uitspraak die door pers en vijanden - ja die had hij 
natuurlijk - zo vaak is herhaald, dat de schijn ontstond dat hij voortdurend sprak
over zichzelf als de potentiële Nobelprijswinnaar.  Maar een andere uitspraak 
over zijn betekenis in de wereld en de letteren luidt: "Ach, ik heb een aantal 
boeken geschreven, en dat is alles",
en ook: "iedereen moet dat doen waarin hij 
goed is". 

Ook zijn kunnen als schrijver relativeerde hij met de uitspraak: "Dat is een talent 
dat je hebt gekregen, om dingen op te kunnen schrijven. Veel mensen hebben 
dezelfde aandrang maar kunnen dat niet onder woorden brengen, omdat ze dat
talent missen. Zo zou ik bijvoorbeeld willen schilderen maar ik kan dat niet".

Om zijn ijver, waarmee hij gewerkt heeft aan zijn oeuvre, zo'n 65 uitgaven - romans,
verhalenbundels en geschriften - hoeft hij ook niet aanbeden te worden, want, zo 
zei hij: "Mijn hele leven heb ik alleen maar gedaan waar ik zin in had".

    

     Harry Kurt Victor Mulisch (Haarlem 29 juli 1927), 
     gestorven temidden van zijn familie en vrienden op 30 oktober 2010



Harry Mulisch kijkt ons aan vanaf de gevel van de Stadsschouwburg op
zijn uitvaartdag. ©
Foto NOS Journaal 

Ruim een jaar geleden, in september 2009 verscheen abusievelijk op 
NOS teletekst het bericht dat de schrijver zou zijn overleden. Reden voor
VARA DWDD Matthijs van Nieuwkerk hem te vragen voor de uitzending 
van 7 september vorig jaar - die hier  HIER nog uit het archief te zien is. 
Als u voetbalhater bent kunt u de eerste 5 minuten overslaan voor 10 min.
van een sprankelende Mulisch. Nog altijd even gevat wist de 82 jarige de
amicale van Nieuwkerk van repliek te dienen. 
De opvatting van Harry Mulisch over de verschrikking van eeuwig leven 
deel ik in volle overtuiging.  

Zijn exhibitie van "bijna goddelijkheid" zou zijn hoogtepunt hebben gevonden in 
de uitspraak: "Dat ik sterfelijk ben moet eerst maar eens bewezen worden"
Dat tot nu toe iedereen eens sterft zou niet betekenen dat dit onmogelijk ook
eens iemand niet zou kunnen gebeuren - dat hij, Harry Mulisch, als eerste mens 
niet sterfelijk zou blijken te zijn. Maar als je het beschouwt in verband met de 
kwaadaardige maagkanker die hem trof - waarbij zijn maag in zijn geheel moest
worden uitgenomen en hij die aanslag op zijn voortleven overwon - zou je kunnen
zeggen dat hij in die fase van zijn leven werkelijk even onsterfelijk is geweest. 
Marita Mathijsen, emeritus hoogleraar Nederlandse Letteren sprak vandaag, op
6 november tijdens de uitvaart in de Stadsschouwburg ook over die onsterfelijk-
heid-uitspraak: "De dood is democratisch en treft toch iedereen zonder aanzien
van de persoon. De dood heeft nu bewezen dat Harry Mulisch sterfelijk is. Maar
het geschrevene is de overwinning op de dood. Hij leeft dus nog steeds in zijn   
werk, dat we altijd kunnen blijven lezen".
Ammerlaan, uitgever van de Bezige Bij; Mulisch' Duitse uitgever; Van der Laan,
burgemeester van Amsterdam; Kitty Courbois; Marcel van Dam, van de vrienden-
club en de beide dochters Frieda en Anna spraken mooie teksten, hoe kan het 
ook anders. Ik weet bijna zeker dat Harry met een glimlach om de lippen in zijn
vurenhouten kist lag. 
"Ik ben de tweede wereldoorlog", ook zo'n uitspraak die gemakkelijk als groot-
spraak kan worden aangezien. Maar je zal maar het product zijn van de liefde
van een Oostenrijkse nazi-collaborateur en een Duits-Belgisch-Nederlandse 
Joodse moeder. 
De splijting tussen 'goed' en 'fout', tussen dader en slachtoffer, liep dwars door
zijn eigen persoonlijkheid. De nadering van de gruwel uit het oosten scheidde
zijn ouders. De oorlog en de gevolgen ervan zijn duidelijk een rode draad in zijn
werk dat hij zelf als een samenhangend geheel ziet. 

Er zijn vele interviews opgenomen en op deze uitvaartdag krijgen we diverse
fragmenten te zien. We horen een uitspraak die beklijft. Als kind was hij met de 
Duitse huishoudster in Berlijn in de Tiergarten, daar raakte hij verdwaald in het 
Labyrint. Volgens zijn zeggen ontstond zo het eerste besef van zijn levensdoel, 
de benauwenis beheersen door de dingen te doorvorsen en verklaren. 
Het kan worden gezien als de kiem van zijn schrijverschap. 

Afstandelijk en toch empatisch, een contradictie. 
"Niet uitnodigend tot knuffelen", zo omschrijft vriendenclublid Marcel van Dam het, 
maar dat is het toch niet helemaal. Zo'n 'heer' in keurig kostuum, sjiek pochetje, 
pijprokend, vlieg je niet gauw om de hals maar met dieren had Harry Mulisch wél 
een lijfelijke band. Misschien omdat hij ze als geweten-loos en daarom als de enige
schuldeloze wezens zag: hij knuffelde met de kat, hij zoende met zijn hond en was
een bewonderaar van paarden. 
Dochter Frieda maakt op mij de meest authentieke indruk, haar verdriet is zichtbaar
en zij weet het nauwelijks te beheersen, maar toch wil ze haar tekst lezen al gaat 
het eerst moeilijk. Ontroerend steunt haar de eigen dochter. Frieda zag nooit de 
beroemde schrijver, zij zag haar vader. Nu treurt ze om haar verlies van hem en 
bemerkt plots dat daarbij "iedereen toekijkt".
Toch heeft ze het wel stoer gevonden dat het bericht van zijn overlijden in een 
speciaal nieuwsbulletin werd uitgezonden, en dat de Volkskrant wel acht pagina's 
aan hem besteedde. Dat gaf een nieuw besef, het leek alsof het haar had verrast. 
Zij karakteriseert precies hoe zij haar eigen verdriet "gewoon om haar vader" 
beleeft. Ze maakt ons deelgenoot van herinneringen aan een vader die zielsveel van
zijn dochters hield. Bij schoolwerk kon ze altijd met haar vragen bij hem terecht: 
hij kwam dan met een heel exposé, hij wist álles. 
En hoe hij naar zijn dochters kijken kon, vol trots: "Zelf gemaakt". 
Hoe ze samen in Jeruzalem waren en een briefje hadden gestoken in de klaagmuur: "God zet hem op!" Ze verhaalt van een bijna baldadige vrolijkheid. 
Ze legt haar tekst op de kist en breekt...
Later, op Zorgvlied is zij ook degene die haar snikken niet inhoudt. 

De laatste gang over Zorgvlied 
© Foto Klaas Koppe - Literatuurblog 

Harry Mulisch debuteerde in 1952 met de roman "Archibald strohalm",
waarmee hij naar de Reina Prinsen Geerlingsprijs dong. Het manuscript
leverde hij op de late avond van de sluitingsdag in. 
En hij won, op 25 jarige leeftijd als jong talent. de Bezige Bij gaf hem uit, 
al zijn volgende werken zouden door dezelfde uitgever worden uitgebracht.

De bekendste overige romans zijn:
Het stenen bruidsbed
De aanslag* 
De zaak 40/61 (non fictie)
Twee vrouwen* 
De ontdekking van de hemel* 

Drie daarvan werden verfilmd* 
Na de Reina Prinsen Geerlingsprijs volgden nog talloze andere literaire prijzen. 

Een kosmopoliet, oneindig vele vertalingen van zijn werk, maar toch een 
Amsterdammer zoals Van der Laan terecht opmerkt. Tweeëndertig jaar op 
hetzelfde adres aan de Leidsekade op kuierafstand van het Leidseplein, de plek 
waar 'alles' gebeurt, in de stad waar Mulisch zich duidelijk het best thuisvoelde.
Een kosmopolitische stad met toch ook nog altijd de sfeer van een joods verleden.
Want in zijn afscheid van deze wereld toont Mulisch zich echt de Jood die hij in
wezen ook is: geboren uit een vol-joodse moeder. Zijn kist wordt nergens gereden,
aan de Leidsekade en op het Leidseplein zowel als op Zorgvlied wordt hij steeds
op de schouders gedragen. Telkens de gehele weg met een Klesjmer orkestje
voorop, dat Jiddische treurmuziek speelt. 
De hand in wonderen, die Mulisch lijkt te hebben in zijn boeken, kan ook in zijn
laatste gang nog worden vermoed, want boven de Amstel prijkt een prachtige 
regenboog tijdens de korte vaartocht van de Leidsekade naar de Amsteldijk.
Weinig woorden daar, de regen stroomt, de kist zakt...
Allen mogen een schepje zand op het deksel gooien, iemand gooit nog een bos
witte rozen in het open graf, dochter Anna neemt het schepje niet aan, met beide
blote handen graaft ze in het zand... Harry Mulisch R.I.P. 

"Ik ben een groot schrijver, daar helpt geen moedertjelief aan".

© John Newswatcher - 6 november 2010. 

 

 
   
Een protest van dichter Baban en een reactie van Hernehim Cultuur - een spijtbetuiging van Baban Kirkuki ontvangen 30 oktober - geplaatst 31 oktober 2010


Beste collega dichters, 

Als een dichter had ik de droom om stadsdichter te worden van Utrecht. Dit is
nu niet meer mogelijk. Ik was teleurgesteld en boos en doordoor heb ik impulsief
een persbericht verstuurd. Het spijt me als ik jullie hiermee pijn heb gedaan.
Dit is zeker niet mijn bedoeling. Ik wil juist deel uitmaken van deze poëziestad.
Samen met jullie dichters de stad verrijken. 
Ik las in het AD artikel van Ingmar Heytze dat een professioneel dichter met twee
bundels op zijn naam zich kan aansluiten bij het Utrechts Dichtersgilde. 
Deze kans spreekt mij ook zeker aan! 

Toen ik vluchtte uit Irak wist ik niet dat Nederlands mijn nieuwe taal zou worden.
Ik heb de taal eigen gemaakt en ben blij dat ik nu in mijn nieuwe taal mijn
gedichten met mensen kan delen. Ook met jullie. Ik wil geen conflict, maar een
dialoog. 
Ik hoop dat mijn boodschap een brug slaat naar jullie en wij met zijn allen een
positieve energie laten stromen in het lichaam van Utrecht. 

Het allerbeste,
Baban 

 


Baban en Ingmar - samen in de Kargadoor - © Foto Hernehim Cultuur

 
   
Ode aan de vertraging - een overdenking in het kader van het thema van oktober "stilte - verstilling" - door Annette Reinhoud - geplaatst 26 oktober 2010


Ik meen dat ik deze prachtige titel een keer uitgebeeld heb gezien in een ballet 
van Hans van Manen, waarin het illustere duo Alexandra Radius & Han Ebbelaar 
in 'slo motion' schitterend recht deden aan een fenomeen dat inmiddels lijkt
uitgestorven. Ballet is bij uitstek een geschikte manier om de menselijke beweging
van een diepe schoonheid te voorzien waarbij de vertraging extra bewondering 
afdwingt voor de lichaamsbeheersing van de dansers. 
In deze perfectie huist tegelijkertijd ook het drama, omdat schoonheid om de
schoonheid niets wezenlijks meer toevoegt. Zoals het licht bestaat bij de gratie van
het donker is harmonie een schommelend evenwicht. Niets is statisch. 
Er is altijd een vorm van beweging nodig om zowel tot rust als tot bloei te geraken.
Om lekker te kunnen slapen moet je eerst moe zijn. 
Eten doe je omdat je honger hebt. Drinken om de dorst te lessen. 
Genoeg is dan ook genoeg en alles wat teveel is verwordt tot ballast. 

De niet aflatende stroom aan groots opgezette theaterproducties van musicals, ijs-
en andere shows met grote dansgezelschappen, popartiesten met hun videoclips,
waarin alles perfect getimed is, die in alle kleuren van de regenboog met ik weet 
niet hoeveel lichteffecten tot uitvoering worden gebracht, zien er allemaal even 
gelikt uit. De respons van het opgezweepte publiek is navenant: uitzinnig, luid-
ruchtig en ongeremd. Grootser dan groots, harder dan hard, het moet van alles 
beloven dat het nooit meer waar kan maken, want wat er over blijft is gebakken 
lucht: de illusie van perfectie genadeloos ontrafeld. 
Het schreeuwt letterlijk aan alle kanten om het tegendeel. 

Rust, ruimte en stilte…zij behoren tot de ondergeschoven kindjes van de huidige tijd,
die niet hoeven te rekenen op enige consideratie van degenen die juist daaraan hun
bestaansrecht en levensvreugde ontlenen. 
De schreeuw om werkelijke aandacht vindt zijn gehoor niet in de buitenwereld. 
En alles wat daarin is weg geslingerd moet evenredig weer naar binnen gehaald 
worden. Het bevat immers het zaad en de voeding voor onze hartenkreten en
zielenroerselen, waarmee opnieuw de kans geboden wordt de harmonie te herstel-
len. Zo wordt zoeken vinden en leidt onrust tot tevredenheid. 

Ballet "Twilight" Alexandra Radius en Han Ebbelaar 
© Foto Copyright Nederlands Theater Instituut 

Een oefenopname van dit ballet met pianobegeleiding
is gemaakt op het Shell Terrein Amsterdam Noord en
 is te zien op deze link.

 

 
Als alle televisie en filmbeelden die zo pijnlijk snel op ons afgevuurd worden en alle 
zinloos harde geluiden die dat nog eens moeten versterken in de vertraagde versie 
kunnen worden uitgezonden, snapt het publiek misschien iets van de beoogde 
bedoeling van de makers. 
Dat kan dan zowel betekenen dat er niets meer overblijft van de inhoud, omdat die er 
in wezen al helemaal niet was, als ook dat de kwaliteit van het gebodene ineens 
ontroerend mooi en aangenaam diep het hart binnenkomt. 
Pareltjes van de laatste soort zijn er gelukkig nog wel en zijn dan ook gestoeld op 
het uitgangspunt: minder is meer. 

Oude uitzendingen worden nu meestal als traag en saai bestempeld, maar die 
kwalificatie geschiedt slechts op basis van de huidige heftigheid en snelheid. 
Over een aantal jaren wordt deze tijd hopelijk als agressief en oppervlakkig genoemd. 
Deze ode aan de vertraging pleit voor de harmonieuze middenweg. 

©  Annette Reinboud 

 

 
 
Over het nut van 'geloof in het leven' - bij de grote reddingsoperatie in Chili van 13-14 oktober - Impressie  van John Zwart - geplaatst 21 oktober 2010


Deel 1 – Levend begraven en gered.

Het ziet ernaar uit dat ik mijn dag-nacht ritme helemaal in de war heb geschopt. 
Want ik stond wel vier uur later op dan gewoonlijk en was toch niet uitgeslapen.
Gisteravond namelijk eerst nog even gekeken naar P&W voor het verhaal van 
Ingrid Betancourt. 
Toen zag ik in de aftiteling dat tegen twee uur de eerste Chileense mijnwerker uit
de benarde diepte de buitenlucht weer zou bereiken met de noodlift. NOS live liet
gedurende de hele nacht een directe beeldverbinding op internet stromen.
Meestal val ik toch pas rond half twee in slaap, daarom dacht ik: "dat wil ik toch 
wel meemaken als die eerste kerel uit dat kooitje stapt - als een beertje uit zijn 
hol van onvrijwillige winterslaap, diep in de korst van moeder aarde, zes-zeven 
Utrechtse domtorens op elkaar gestapeld onder het maaiveld."  

Wel even wat anders dan geregisseerde emo-tv. Hier zijn kale puur menselijke 
emoties aan de orde. Al is er weinig actie tóch blijf je kijken: 
Het ronddrentelen van al die kerels met witte helmen in rode veiligheidsvesten rond
die stalen kegel die daar als een vis aan de lijn boven dat diep-diep-diepe gat in de
grond hangt – en dan weer een camerapositie in de grote tent met al die vrouwen 
en een paar, heel weinig, grote kinderen. Het valt meteen op hoe jong de meeste
van die vrouwen zijn, prachtige jonge Chileense meiden, voortdurend met een brede
lach op hun gezicht. Naar elkaar toe maken ze telkens grappen, ze schateren soms
terwijl ze daar toch veel langer dan 24 uur op die kale kille nachtelijke berg moeten
bivakkeren. Ze kunnen nauwelijks een paar minuutjes hebben geslapen. 
Ze geven elkaar lekkere hapjes door. 
Geen spoor van uitputting, ze leven duidelijk op de adrenaline in hun bloed. 

estamos bien 
en el refugio
los 33 

De tekst van het verlossende briefje dat na 17 dagen 
met de proefboor naar boven kwam:
"het gaat ons goed, we zijn alle 33 in de vluchtruimte".

n

het duurt al drie weken 
en het geluid houdt maar niet op 
maar een tunnel is te lang 
en de andere stopt halverwege 

gedicht van de mijnwerker Victor Zamorano.

             

Geen geregisseerde emo-tv, hier zijn kale puur menselijke emoties aan
de orde. De stemming onder de vrouwen samen in de tent is fantastisch.

© Foto copyright deMorgen.be  

 

Intussen komt het bericht dat de voorbereiding (er wordt eerst een arts naar beneden
gelaten) langer duurt. Lichamelijk onderzoek bepaalt de volgorde van vertrek. Door 
deze vertraging zal de eerste mijnwerker rond de klok van tien uur – drie uur 's nachts
Nederlandse tijd – boven aankomen... 
Je kijkt naar de opwindkabel, telkens weer stokt het geleidingswiel even, er wordt 
gevierd en dan weer opgehaald, en dan wéér stop. Om het gelukkige slot van deze
bijna-tragedie mee te maken moet nog heel wat langer gewacht worden... Het wordt
uiteindelijk niet drie uur, ook niet vier uur, maar nóg veel later... 
Maar al die wachtenden nemen het zoals het valt en de gezichten blijven vrolijk. En ik
blijf kijken. Naar een lifttoren, een opwindmachine, naar een rond gat in de grond met 
het formaat van een rioolput deksel, naar een stilstaand en dan weer even draaiend
geleidingswiel, naar rondlopende gehelmde mannen met "Chile" op hun rug, naar een
gehelmde jonge vrouw met lange blonde haren, die rondloopt met een andere jonge 
vrouw met prachtige lange zwarte krullen. Dat moet de vrouw zijn van de eerste die 
naar boven gehaald wordt. 
Er is geen commentaar, wel achtergrondgeluid. Kijkend begrijp je dat de blondine in
het witte jack een begeleidster is, die deel uitmaakt van het reddingsteam. Zij biedt 
steun aan het thuisfront. 
De lier draait en draait maar door, dan vertraagt het opwikkelen van de lange, lange
staaldraad op de trommel. Langzaam komt de capsule de laatste meters boven de
aarde omhoog. Iedereen dringt samen rond het boorgat, een dozijn gehelmde mannen
in hun rode jacks, vooráán staan een paar man met "RESCUE" op donkere jassen. 
De twee vrouwen staan wat terzijde terwijl het deurtje wordt geopend, de passagier 
wordt zijn helm met mijnwerkerslamp afgenomen. Hij krijgt een zonnebril opgezet 
tegen de felle bouwlampen, en dan de helm weer terug op zijn hoofd. 
Pure vreugde breekt los als de opmerkelijk fitte man al zijn redders omhelst en 
bedankt. Er wordt geklapt, gezongen, gescandeerd! 


Eindelijk vallen man en vrouw elkaar in de armen en versmelten een minuut lang...
Eigenlijk moest daar geen camera bij zijn, zo voelt het. Maar doordat er wèl 
camera's bij zijn kunnen wij dat toch meebeleven, dat is het eeuwige dilemma. 
We beleven de oervorm van levensvreugde vanuit de bijna-confrontatie met de dood,
als tegenwicht voor alle ellende die de tv ons dagelijks voorschotelt. 
Als je bedenkt hoe ruim twee maanden geleden al die vrouwen, die families, een 
bijna-zeker doodsbericht moesten ervaren, hoe ze desondanks meer dan twee 
weken op de been bleven met alleen een sprankje hoop: 
"misschien lééft hij tóch nog, daar diep onder de grond. Laten ze hem tijdig vinden..."
Dan krijgen ze het ongelooflijke bericht "we zijn alle 33 in leven en maken het goed",
dat bovenkomt, aan de boorkop vastgebonden. 
En vervolgens steeds maar wachten, week na week. 
Geen wonder dat die vrouwen, net als hun mannen in de mijn, niet hebben geslapen
deze laatste dagen, hun lichamelijke klap komt nog, zodra de adrenaline stopt. 
Gelukkig zijn ze bijna allemaal jong, sterk.
Ze redden het wel, de Chilenen zijn een taai volk, alle Zuid-Amerikanen trouwens. 

©  John Zwart – 13 oktober 2010 

 

Eindelijk vallen man en vrouw elkaar in de armen en versmelten 
We zijn voyeurs bij een oer-levensvreugde na confrontatie met de dood 

© Foto copyright deMorgen.be  

De laatste nacht nog op 700 meter diepte, mijnwerker-dichter Victor Zamorano

© Foto copyright deMorgen.be  

Deel 2 – Vertrouwen dat de angst verdringt. 

Die positieve stemming onder die vrouwen allemaal samen in die tent op een kale 
bergrug in de Andes is werkelijk fantastisch. En als 'live' beeldscherm-kijker geniet ik
er een beetje van mee... je verbeeldt je dat je kunt voelen wat zij voelen. Zo goed als
de veerkracht van die vrouwen, zal de gedachte áán hun vrouwen die kerels daar 
beneden moed en uithoudingsvermogen hebben gegeven. 

Na mijn ochtendrust kijk ik weer verder. In de herhaling zie ik nu ook beelden van 
beneden in de mijn: want een paar dagen geleden is er een camera omlaag gelaten
en vaste lampen die ze aan het "plafond" van hun ondergrondse gevangenis konden
bevestigen. Zo kan men boven alles zien wat zich in de diepte afspeelt. Ik zie in de
herhaling hoe de "capsule Fenix-2" beneden arriveert en de eerste man, na een 
afscheid instapt. Hoe hij onder applaus van zijn collega's door het gat in het "dak" 
uit het oog verdwijnt. 
'Live' zie ik de aankomst van 'nummer 16', Daniel Herrera, een vrijgezel van 27 jaar
die wordt opgewacht door zijn moeder. Een roerend weerzien tussen een moeder 
en haar zoon. 
Het spontane gejuich, geklap en geroep is al tot zich herhalend ritueel geworden. 
Het applaus begint al zodra de voortschuivende wijzer het 100m punt passeert, dan 
is er al stemcontact mogelijk met de man in het gat. Als het deurtje wordt geopend
klinkt een yell: CHILE! Chi-chi-chi le-le-le!!  - Het zal nog 17 keer klinken.

Intussen zijn de eerste mannen alweer veilig thuis. Er is een interview met een 
mijnwerker naast zijn vrouw gezeten op de bank, links en rechts van elk zit een
kindje, met z'n viertjes knusjes samen. 
De man spreekt heel verstandige woorden: "ga ons niet als artiesten of journa-
listen benaderen". Ik denk dat hij eigenlijk bedoelt: maak geen popartiesten van
ons die je overal achtervolgt. 
"Ik ben een mijnwerker en zó moeten jullie ook naar mij kijken".  
Toch overweegt hij zijn beroep te eindigen. Hij is veertig jaar. Zijn vrouw en hij 
zijn oprecht gelovige katholieken, zoals zoveel Zuid-Amerikanen. Hij vertelt dat hij
nooit getwijfeld heeft aan het slagen van de reddingsoperatie, nadat "God gaf 
dat we werden gevonden". 
Zijn vrouw zegt zelf ook veel vertrouwen in een goede afloop te hebben geput uit
haar geloof. Dat vertrouwen in steun van een hogere macht heeft hen ongetwijfeld
door de tijd geholpen die, vooral in die eerste weken, een hel moet zijn geweest. 

Wij maken vooral in Europa een tijdperk door van secularisatie. Daar is de laatste 
jaren zelfs een afkeer van de katholieke kerk als instituut bij gekomen. Los van de
bekende misstanden is het zeker goed als we van dogmatische kerkelijke machten
loskomen met hun dwingende ge- en verboden. 
In Europa zijn de meeste 'christenen' in dat stadium. Veel mensen in de Amerika's,
in Afrika en Azië hebben echter steun aan hun persoonlijke geloof in een band met 
"de hogere macht". Het stelt hen in staat te leven in een bestaan waar wij de 
grootste moeite zouden hebben nog enige levensvreugde te vinden. Dat geloof is 
hen van harte gegund – en neem maar aan dat bijvoorbeeld de katholieke Zuid-
amerikanen echt in meerderheid heus wel condooms of andere voorbehoedmidde-
len gebruiken, dat ze begrip hebben voor euthanasie en niet lijden aan homofobie.
Ze houden van een god van liefde en hebben een doof oor voor sommige woorden
van de paus van Rome. 
Zo zal het ook met de Islam kunnen gaan. En dan is er absoluut geen aanleiding 
met elkaar in de strijd te gaan over de hiërarchie van het ene geloof boven het 
andere. Als een moslim in grote problemen "Allah-akbar" uitroept is dat hetzelfde 
als de uitroep van een christen in nood: "oh God help me". 
Soms kun je het gewoon niet aan dat het heelal zo leeg is. 

    ©  John Zwart – 14 oktober 2010 

 

Fenix 2
de lift naar het licht en het leven 

© Foto Copyright Prensa Nacional de Chile 

 

Naschrift:
Om dit verhaal in het juiste perspectief te plaatsen wil ik graag vermelden
dat twee maanden eerder in een kopermijn in het buurland Colombia een 
soortgelijk ongeval gebeurde waarbij de 32 mijnwerkers zijn omgekomen.   

 
 
Seizoensopening Woorden in de Waagschaal, Haarlem -  28 september - bericht van John Zwart - geplaatst 16 oktober 2010


Woorden in de Waagschaal, voor het zesde jaar in Taverne De Waag
het historische waaggebouw aan het Spaarne, hartje Haarlem, voortaan 
op de vierde dinsdag vd maand.
De seizoensopening was 28 september. Zoals altijd geleid en met zeer 
belezen aankondigingen van Dries Havermans
En in het hart van de avond een bijzondere gast waarmee Nuel Gielens  
een vraaggesprek houdt.
Men komt samen vanaf 20:00u, Dries stelt het programma vast en men gaat
om 21:00u van start. Altrijd goede geïnteresseerde bezoekersopkomst, 
30 á 40 personen, meer plaatsen zijn er ook niet.  

 

De straten zwijgen er verstomd 
en katten krijsen ruggekromd 
in het kraaiennest Koedijk 

Aan dit verbanningsoord 
heidens als pest en ratten 
kleeft zwaar de doem van 't soort....    (strofen van Paul Roelofsen)

 

   

Myrte Leffring

Twee dichters kwamen een recente bundel presenteren: Merik van der Torren uit 
Amsterdam met zijn uitgave "Sarabande" - Paul Roelofsen uit Alkmaar liet ons een
serie gedichten horen uit zijn bundel "De dame en de vrouw"
Een interessant debuutoptreden was er van Angela Lanser, van wie onlangs al een 
gedicht op Hernehim werd gepubliceerd.

              Je zit bij een zee vol water
               je harkt je gedachten
               tot een keurig grindpad
               geiten lopen door de voortuin
               ze strijken neer en stijgen op....         (strofe van Myrte Leffring)

De dichteres Myrte Leffring ontmoette ik deze zomer al in Rotterdam, waar in 
De Verborgen Tuinen een poëziemiddag werd georganiseerd door "Ongehoord
Rotterdam" tijdens Poetry International Festival 2010. 
Zij is de hoofdgast die extra aandacht krijgt van Nuel Gieles. 
Ze is dit jaar gestart met een programma: ‘Dichter aan de vleugel’ , samen met de
pianist Marijn van de Ven. Een heel bijzonder optreden van twee heel contrasterende
mensen. Myrthe draagt introverte vaak heel gevoelige poëzie voor die soms heel
subtiel en zachtjes met slechts enkele aanslagen op de piano wordt omspeeld.
Marijn heeft een stevige bariton, hij zingt krachtige gedichten terwijl hij zichzelf erbij
begeleidt. Door telkens elkaar af te wisselen ontstaat een boeiend optreden.
De schrijver van dit bericht, John Zwart, doet ook nog iets tegen het slot van de avond.
De keus valt op aanrakingen en muzikaliteit: "Langzaam voedsel" (slowfood),
"Beeldend kunstenaar" en gedeeltelijk gezongen "Balladen om Frederik Aakere och
lilla fröken Cecilia Lindt" van Cornelis Vreeswijk. 

©  John Zwart – 10 oktober 2010  

 
 
Eijlders met haast ongekend aantal voordragers -  Een impressieverslag van het eerste dichterscafé van het seizoen 2010/11 van John Zwart - geplaatst 14 oktober 2010

Zondag 19 september was Hernehim weer in Dichterscafé Eijlders in Amsterdam.
Presentator Paul Lokkerbol en mede-organisator Ronald Offerman kregen een grote
stoet dichter-voordragers binnen. Het zou wel kunnen dat het een recordaantal is 
geweest. Het liep dus weer uit. 

In de oproep hadden ze gezegd: "Kleur in gedichten, of kleurrijke gedichten willen
we graag horen op de openingsmiddag van het nieuwe seizoen – de politiek, de 
wielrenners, het oranjegevoel, een kleurrijke vakantie- overal komt kleur aan te pas".

Wim Schroot, trouw bezoeker sinds jaren, werd herdacht. Hij overleed in augustus.
Zijn weduwe, die vaak in de pauzes piano speelde, was bij deze seizoensopening
aanwezig. 

Het was een drukke middag, ik heb het niet allemaal meer scherp in het hoofd. 
Misschien is het al leuk om een indruk te geven van de kleuren die de voordragers
lieten rondspatten, aan de hand van wat summiere aantekeningen die ik maakte:
"...wij zeggen wat je moet doen/ Salome wil het hoofd van Johannes de Doper op 
een schaal/ betover de man/ hij zal voor je zwichten/ dans heel de nacht 
voor de koning..."

 

Café Eijlders, bij het Leidseplein 
Korte Leidsedwarsstraat, Amsterdam 

Van september t/m mei, Elke derde zondag van de maand:
Dichtersmiddag vanaf 16:00uur . 


 
Wim Schroot, overleden, toch "aanwezig" 

Fotoarchief © Hernehim Cultuur  (april 2010)

Ronald Offerman bracht wat "ouwe dingen" een kleurrijke ode aan de stad 
Amsterdam in de nacht: "de stad voor mij alleen", helemaal in de stijl van 
Ramses Shaffy ("het is stil in Amsterdam/ de mensen zijn gaan slapen..."). 
Bram de Waard kleurde wat minder schilderachtig over "blauwgroene poep"
en over "de man die ik ook had kunnen zijn" die faalde: "tien jaar later/ heb 
ik het gemaakt".

Jos Zuijderwijk beschreef met donderende stem - die dag in colbert gekleed –
de "kleuren op het voetbalveld" op treurige wijze. Hij liet vervolgens de kleuren
van bliksem en donder knetteren in een vervreemdend gedicht over een vakantie-
reis met zijn toenmaals driejarige zoon, die spaghettislierten at temidden van 
het hemelse tumult. 
Paul Lokkerbol was voor éénmaal ook gestoken in korte broek voor zijn I.M.
op de legendarische Wim Schroot met van Annie M G Schmidt gestolen 
gedichten, zoals Wim dat steeds placht te doen.

Ergens viel een one-liner "liefde op de arbeidsplaats duurt tot kwart voor vijf"
Van wie? Dat ben ik even kwijt. 
Floor Voerman
, de kunstzinnige maker van de beroemde Eijders Posters – 
wanneer komt daarvan een verzamelboek voor de liefhebbers? 
In kleur uiteraard? "...voorwaarts iedere stap/ maar waar naartoe?" "...en dat 
geduldig wachten/ tot het is afgelopen/ is dat alles/ wat er is?"... 
"verliefd/ nu uiterste waakzaamheid/ het zal wel weer overgaan
". 
Aurora Guds "...beeld achter glas/ de stad/ het vuil en de dood" …
"wat zweeft en dwarrelt/ de gedachten daarbij..."

Natuurlijk waren er ook verwijzingen naar het kabinet waaraan intussen al werd 
getimmerd "bruin" En bijna ieder die hem enigszins gekend heeft stond wel een
paar seconden stil bij Wim Schroot ("hij is dood") als een eerbetoon aan de 
liefhebber van het simpele rijm. 
Sander Brouwer
bulderde vanaf zijn troon naast het trappetje 
"Wim Schroot was gróót/ hij gaat NOOIT dood". Zijn aforismen waren weer zorg-
vuldig uitgekozen "...met oneindigheid als achtergrond/ dans je naar de dood". 
Een dichter met een contrasterende naam Grijs schilderde de kerken in Porto 
"met alle kleuren van de regenboog"
De Vlaamse Erika Destercke uit Gent voerde ook het hele palet van de regenboog
bijeen met een gedicht op de "duivels pil" een paddenstoel. Ik meen er de heksen-
boleet in te herkennen. Uit haar slotgedicht bleven mij de volgende verzen bij: 
"...het is zoals het vuil in de afwasbak/...een haar in de boter"  
Een onbekende gast droeg in het Engels voor, zijn gezicht bedekt door een
Palestijnendoek. Het onderwerp leek "holding on to the freedom of mind", welnu 
daarvan gaven de dichters toch volop blijk. De voordracht ging van Sjanghai tot 
naar Kopenhagen, de boodschap werd niet helemaal duidelijk en valt ook niet 
helemaal goed. Heeft niet iedereen zijn vrijheid van geest, zolang hij nog niet is
gehersenspoeld?

Hein vd Assem bracht daarna een ode, we veerden weer op. Zelfs aan het 
verschijnsel borderline wist hij vrolijk kleur te geven: "...het leven is theater".  

Sander Brouwer - J.C.Aachenende kijkt toe
Foto © Hernehim Cultuur 

'Gejatte gedichten' van Wim Schroot 
klonken opnieuw door Ronald Offerman 

"Er was eens een kalf in Coevorden 
 Dat nimmer een koe is geworden 
 Het verdronk in een put 
 Toen zei men: 'Ach gut, 
 Die had ook gedempt moeten worden!" 

"Er was eens een vrouw uit Abcoude, 
 Die graag op wat kattenvoer kauwde. 
 Maar o wat een lol, 
 Na 6 blikken vol, 
 Ze praatte niet meer, maar miauwde!" 

 

(Trijntje Fop)

Peter WJ Brouwer – geen familie - hield het voor de verandering bij de 
ongelukkige liefde "...mijn as nog in haar wimpers/...dat ze weer met een ander
stond te praten/ ...von Kopf bis Fuss 1 meter 70..."

Ja, wie waren er nog meer te horen? Pom Wolff natuurlijk met zijn "guigelton"
net iets te vaak gehoord misschien, en het "kletssteen" als sabelsteek naar een 
niet met naam genoemd geblondeerd hoofd. En Jolies Heij, het Zeeuwse meisje 
uit Utrecht dat volgens Pom worstelt "maar boven komen ho maar", maar wel 
hoge ogen scoort in het slam-circuit, 
J.C. Aachenende, Joop Scholten, Kees Godefrooij, Ton Huizer en ikzelf 
JohnN natuurlijk. 

En de namen die ik vergat 
omdat ik ze niet heb opgeschreven,
zij zullen mij, naar ik hopen mag, 
vergeven. 

Het is alwéér Eijldersfeest in Amsterdam – en óók Marathon – a.s. zondag 
17 oktober, vanaf 16:00u beginnen de dichters weer, nu  over "wie ze zijn, 
of wilden zijn, of hadden willen zijn" vast en zeker beslist het aanhoren waard. 

© Verslag John Zwart – 10 oktober 2010 

 

 
 
Over Zaandam en Krommenie, en daar tussenin -  Een bericht over De Groote Weiver en meer van John Zwart - geplaatst 9 oktober 2010
Het is alweer bijna tien jaar geleden dat ik Rob Vos ontmoette: docent drama, acteur,
schrijver, dichter én Zaandammer. Door hem kwam ik weer eens terug in de streek 
van mijn jeugd: voor een mooi festival dat hij organiseerde in "Het paleis op de Dam".
Op de Záándamse Dam welteverstaan. 
En via hem kwam ik ook terecht bij Stichting Fluxus, in Serah Artisan op de 
Zaandamse sluis. 
Na vele jaren en omzwervingen, werd ik me bewust hoe het leven ook was voortge-
gaan, hier in de streek van mijn jeugd. Volop nieuwe activiteiten op creatief gebied 
zijn er gaande daar aan de Zaan. Tijdens zo'n Fluxus Poëziefeest kwam ik in contact
met Kees-Jan Sierhuis die vertelde dat er een Dichterskring Zaanstad  in het leven 
is geroepen met tweemaandelijkse bijeenkomsten in de Krommenieër Groote Weiver.
Hé, het Weiver? 
Herinneringen uit een ver verleden werkten zich opeens naar boven. 
Ik had een visioen van mijn vader, op zijn fiets op weg naar Padlaan, later op zijn 
Avros brommertje, naar z'n werk. Een gebouw waar een enorme hoofdletter K gevat
in een cirkel op het dak stond. Vlakbij was het Weiver. Een stukje Krommenie waar
de generatie van mijn vader met het walsen van linoleum, het weven van doek, het 
maken van blikconstructies en 't zuiveren van stookgas zijn brood verdiende. 

Aan de Zaandijkerweg, grens tussen Zaandijk en Wormerveer woont allang    
geen boer meer en zijn hooischelf is niet meer wat het ooit was
. Foto © John Zwart     

De oorspronkelijke Groote Weiver
Toen nog in de oude gasfabriek.               
Foto © Vrijwilligerscentrum De Groote Weiver
Het Weiver was een naam uit het verleden voor mij, maar mijn gebrek aan kennis is 
nu ingevuld. In de jaren tachtig kwam de oude gasfabriek leeg te staan - het gebouw 
met die grote K was al veel éérder gesloopt en heeft plaats moeten maken voor een
woonwijk. Het gasfabriekgebouw bleef overeind in afwachting van een bodemsanering.
In 1984 werd de gasfabriek gekraakt door een stel creatieve idealisten die vonden dat
het gebouw een belangrijke functie in de buurt moest vervullen. Het werd gedoopt
"De Groote Weiver" en er kwam een kringloopwinkel, een ruimte voor podiumartiesten,
een filmhuis en een eetcafé, waar tegen proletarische prijzen vegetarische maaltijden
werden geserveerd. Allemaal functies en activiteiten door vrijwilligers opgezet. 
Mooie dingen zijn ontstaan zoals een politiek café, benefietavonden voor goede doelen,
en heel wat Zaanse bands hebben daar voor het eerst op een podium gestaan. 
In de beginjaren van De Kift, The Ex, Huub van der Lubbe en Jan Rot, waren ze echt
allemaal dáár. Dat alles met zwaar vervuilde grond onder de vloer...
Met tegenzin werd er ontruimd in 2006. 

Ik heb die oude gasfabriek in zijn gedaanteverwisseling naar een sociaal en cultureel centrum niet gekend, maar ik kan me voorstellen dat het vertrek is gegaan met pijn 
in het hart. Die actievelingen legden zich niet bij het einde neer: vlakbij, aan de andere
kant van de gemeentegrens met Wormerveer kwam het oude PWN gebouw leeg. 
En alles herrees onder de oude naam "De Groote Weiver". Een nieuwe plek voor nieuwe
mensen om ook geïnspireerd te raken door de sfeer van zelfredzaamheid en creativiteit.
Kees-Jan Sierhuis stuurde mij een email voor een dichtersavond op 10 september in café "van Ouds Oost Indië" in Zaandijk. Bij navraag bleek het om een poëzienácht in 
de kleine uurtjes van vrijdag naar zaterdag te gaan... wegens gebrek aan een overnachtingsplek moest ik het aan me laten voorbijgaan. 


Ik las erover bij Pom Wolff die er wél was om zijn guigeltonlijden over het publiek uit
te storten. De verdwijntruc van de contrastvloeistof. Hoe hij Marjolein ontmoette die 
hem haar gedicht vol ware moederliefde schonk. Zij moet net zo'n meisje zijn als lang
geleden Rozemarijn uit Koog aan de Zaan was, die ik ooit kende. Ik dacht dat zulke
meisjes allang uitgestorven waren. En Peter M was er óók - elke dichter die het wil 
maken moet beschikken over een "middlename initial", en die voorletter kun je gaan
gebruiken in plaats van je achternaam als je later groot bent. Peter is al bijna groot.
En "Blaffers en Begonia's" waren er met een meisje dat niet blafte maar zong, stevig,
dát wel. Een heel ander type dan Marjolein of Rozemarijn zo begrijp ik uit Pom's 
relaas. En alles werd vaardig en soepel geleid door Kees-Jan Sierhuis


  Kees-Jan Sierhuis 

Ja, JohnN daar heb je veel aan gemist, zo voelde ik me wel ingepeperd. 
Maar op 17 september zou ik al een herkansing krijgen, dan organiseert Kees-Jan
de seizoensopening van de Dichterskring Zaanstad  in "De Groote Weiver"  
in Wormerveer met een speciale thema-avond op De Oudheid. 
Het is een bijzondere avond geworden voor mij, ook al vanwege het weerzien van het
drastisch veranderde Krommenie en Wormerveer... 
maar daarover schrijf ik buiten dit kader. (zie blog - red.)

 

Hiernaast Kees-Jan in actie in augustus j.l.
tijdens een poëzie picknick in de Castricumse duinen. 

Kennismaking met De Groote Weiver Wormerveer - op 17 september 

Het podium is goed toegerust met meerdere microfoons en een professionele licht-
installatie, maar het is helemaal in de sfeer van de Oudheid gebracht: op een doek
achter de lessenaar bewegen toepasselijke filmprojecties. Ik kom helemaal in de 
sfeer van Peter Greenaway. De expressieve beelden roepen herinneringen op aan het
filmhuis, jaren tachtig: The cook, the thief, his wife & her lover. 
Ik betrap me er zomaar op dat ik soms de schaduw van de dichter op het projectie-
doek lichtelijk vind storen. Maar John Epke weet me wel bij de les te houden. 
Homeros en Ovidios komen voorbij. Op zeer meeslepende wijze draagt hij vertaalde
oud-Griekse poëzie voor. Dat die teksten nog zo pakkend zijn is bijzonder, het is 
immers het Grieks van mensen die tweeduizend en meer jaren geleden leefden, eerst
vertaald in het Engels en vervolgens weer naar het hedendaagse Nederlands.
Hij voert me naar het eiland Lesbos. Daar leefde 6 eeuwen voor Christus de dichteres 
Sappho
. Ze had een meisjeskostschool waar de pupillen werden onderwezen in het
maken van muziek, in de dans, de poëzie en de liefde. 
Zij werden opgeleid tot moisopoloi, dienaressen van de muze. 
Fragmenten van gedichten zijn op papyrus behouden gebleven. Plato, Anakreon, 
Lucianos en Ovidios hebben haar bezongen. 


Weer siddert in mij 
de Liefde 
die het lichaam tart 
dat bitterzoet 
en onweerstaanbaar 
reptiel 
…. 

In de lenteschemering 
schijnt de vollemaan: 
meisjes stellen zich op 
alsof ze rond een altaar staan 

Zoals de zoete appel 
bloost aan het einde van een tak 
hoog in de hoogste twijgen 
vergeten door plukkers 
neen, niet vergeten 
maar buiten bereik 

 

....
Hij dicht de gaten, 
Hij sluit de poorten, 
Hij verzacht het ruwe, 
Hij dimt de stralen, 
Hij lost verwarring op, 
Hij verschrompelt scherptes, 
Hij ontrafelt knopen. 
Tempert de schittering. 
Hij maakt zich gelijk aan het stof. 
Door niet te doen. 

Hij die weet zegt het niet. 
Hij die het zegt, weet het niet. 

 

Niet minder meeslepend is Jacob Spaander – een echte Zaanse naam – maar ik 
denk dat hij liever bekend is onder zijn artiestennaam Jacob Passander
Hij draagt voor met de begeleiding van de klarinettist Ditmer Weertman
Samen presenteren zij zich ook wel als het duo "Zaagsel en schors" goed voor een 
lach als je Spaander heet! 
De dichter met de blonde paardenstaart leest Lao Tse en Plato omspeeld door de
klarinetklanken. 

Ik zie het, zei hij
De bevrijding van boeien en een genezing van het onverstand
Eén van hen, losgemaakt en gedwongen om te kijken.
Het licht van het vuur zal hem pijn doen, zijn ogen branden.
En iemand zal hem zeggen dat wat hij altijd heeft gezien slechts schaduw is geweest.
Schaduwen op de muur. Schaduwen van de werkelijkheid.
En nu is hij een stap dichter bij de werkelijkheid.
En men toont hem de grot en het vuur, en het pad en het muurtje tussen het pad
En de mensen, gebonden, in boeien geslagen zonder erom te vragen.
En van de geluiden van de dragers zou hij horen.
En de voorwerpen die gedragen werden over het pad en de schaduwen die zij wierpen.
Ik zie het nu, zal hij zeggen.

 

Ger Belmer voert me in de tijdmachine van de Oudheid naar de vorige eeuw.
Eén van zijn gedichten krijg ik mee voor op Hernehim, een echt sonnet: 

Akkerliefde 

Hij stond tussen koren, 
zij in een veld met maïs. 
Nimmer zag hij zoiets fraais. 
Tot over zijn oren 

was hij verliefd op haar. 
Zij, in haar jurk van zakken 
kreeg het ook van hem te pakken. 
Een teder liefdespaar. 

Het bleef bij eenzaam lokken, 
op hun onderstel van stokken, 
tussen welig tierend graan. 

Latrelatie in de bloei 
gesmoord door granen in de groei, 
is de liefde stukgegaan. 

 

Het slameffect ontbreekt deze avond ook niet. Martin Beversluis miste ik in het
eerste programmadeel – ik kwam iets later binnen door een zware onweersbui 
op de afsluitdijk en natuurlijk het nostalgische dwalen door Wormerveer en dat 
stukje Krommenie dat aan mijn oude woonplaats zit vastgegroeid. Daartegen had
ik geen weerstand kunnen bieden. Maar in het tweede deel krijg ik nog een kans
hem te beluisteren. Hij doet een paar van zijn bekende successen zoals het 
gedicht dat hij op Simon Vinkenoog schreef. *) wijziging red. 
Ondanks de voortschrijdende tijd mag ik óók nog wat doen. En een beetje ben ik
daarop voorbereid. Er is een gedicht dat ik las op ongeveer veertienjarige leeftijd 
en dat trof mij toen als een blikseminslag. 
Het eerste besef hoeveel lading een gedicht kan hebben, terwijl het toch maar uit 
enkele strofen bestaat. Het past wonderwel in het thema "De oudheid" want het 
speelt in Mesopotamië en de beschaving daar is nog ouder dan de Griekse. 
Het is een gedicht van P.N.van Eijck: "de tuinman en de dood" 
En als eigen werk ga ik nog verder terug, namelijk naar de prehistorie, gekoppeld
aan de actualiteit. Juist in september werd in Flevoland het oudste menselijke 
overschot ooit in Nederlandse bodem opgegraven, na koolstofproeven geschat op
ca. drieduizend jaar.
Ik lees het publiek "Onderhuurders in het voorbijgaan" en "Swifterbantmensen".
*) wijziging redactie. In de plaats van het gedicht "Simon" denkt de redactie
   de lezers er een plezier mee te doen door het gedicht 
    "Bij de dood van Solomon Burke"  te plaatsen. 
   Door Martin Beversluis op de vroege zondagmorgen geschreven. 

Ik ben de grote stem die
de rillingen door jouw lijf
jaagt je gaat huilen om
een uithaal je danst
op mijn commando ik ben
de grote stem als ik zing
over de liefde dicht ik de
beerput van jouw leven
misschien maar voor
heel even ik ben de grote
stem het verdriet van mijn
gebroken hart wordt jouw
favoriete lied mijn toon
de start van jouw eerste rit
in een nieuw soort achtbaan
ik ben de grote stem ik laat
jou landen op mijn mooiste
laatste noten mijn zang laat 
ik achter en ik ga naar god. 

 

Martin Beversluis 10.10.10

Is het niet te paard van Teheran naar Ispahan 
dan is het met het vliegtuig van Los Angeles naar Amsterdam
Solomon Burke flies to The Angels

Link naar Y-tube "Cry to me" original recording
Link naar Y-tube De Dijk en Solomon Burke "Enough is enough"
Link naar Y-tube De Dijk en Solomon Burke "Don't give up on me"

 

Een Perzisch edelman: 

"Vanmorgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik, 
Mijn woning in: "Heer, Heer, één ogenblik! 

Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot, 
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood. 

Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant, 
Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand. 

Meester Uw paard, en laat mij spoorslags gaan, 
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!" 

Vanmiddag – lang reeds was hij heengespoed – 
Heb ik in 't cederpark de Dood ontmoet. 

"Waarom", zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt, 
"Hebt gij vanmorgen vroeg mijn knecht gedreigd?" 

Glimlachend antwoordt hij: "Geen dreiging was 't 
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,  

Toen ik 's morgens hier nog stil aan 't werk zag staan, 
Die ik 's avonds halen moest in Ispahaan"." 

P.N. van Eijck 

 

"de tuinman en de dood"

 

Tenslotte word ik nog verrast met het fenomeen: "jammen"!
Naast de klarinettist Ditmer Weertman en Jacob Passander, welke laatste nu op een
handdrum zijn gevoel voor ritme laat horen, komen er ook nog een blokfluitist en een
basgitarist op het podium. 
Dichters met slam ervaring voegen zich in de muziek met hun voordracht...
de ontspannen sfeer en het voorbeeld van Martin Beversluis halen mij over de streep.
Ik doe mijn financiële crisisgedicht "wonderbaarlijk slijk" dat heel ritmisch is en in 
crescendo uit elkaar spat. 
Ik ervaar een heel leuke avond in Wormerveer, die mij heeft goedgedaan. 
Ik kom er zeker nog eens terug. 

 JohnN – 8 oktober 2010.

 

 
 
 
Nederlands en het Afrikaans -  Een bericht van Floris Brown en een beschouwing van John Zwart - 19 september 2010
Afgelopen woensdag kwam weer eens een bericht uit Zuid-Afrika van onze trouwe
mededichter, Floris Brown
Eigenlijk was het een uitnodiging voor 't afgelopen weekend, maar ik veronderstelde
niet dat onze Nederlandse en Vlaamse lezers onmiddellijk op eerste impuls in het
vliegtuig zouden springen. Geen bericht voor de agenda dus, maar het was een 
goede gedachte van Floris om ons eens deelgenoot te maken van wat zich afspeelt
op het gebied van de taal in zijn land.
Ik vind dat Zuid-Afrika en het Afrikaans – dat toch behoort tot het Nederlands
taalgebied – meer aandacht verdient dan het van ons krijgt. Toegegeven, we hebben
veel waardering voor Elizabeth Eijbers, die een groot deel van haar leven in Nederland
woonde, en ook schrijvers als Antjie Krog en Breyten Breytenbach worden met 
enige regelmaat in ons land uitgenodigd, o.a. op Poetry International in Rotterdam.
Maar het Afrikaans is een taal in de verdrukking en verdient hartstochtelijke propa-
gandisten en hééft die ook in Zuid-Afrika. De dreiging naar de marge te worden 
gedrukt door overheersing van het Engelssprekend bevolkingsdeel is veel groter dan
de invloeden die wij hier ondergaan. Het Afrikaans is een rijke en levendige taal die
voortdurend evolueert, je ziet dat heel duidelijk in de poëzie..
Breyten Breytenbach 
Proteaprys vir Poësie 2010

Bij de voorstelling van de debutanten

Misschien betekent het besef van dreiging van marginalisering juist een stimulans
die wij ontberen: als je ziet hoe lankmoedig wij zijn terwijl we van dag tot dag zien
hoe de spreektaal klakkeloos wordt doorspekt met Engelse uitdrukkingen en
zegswijzen, hoe noviteiten zonder meer worden overgenomen zonder ons maar 
één seconde af te vragen of we niet in staat zijn een origineel Nederlands woord 
te bedenken. 
Wat dat betreft kunnen we veel leren van de dichters in het Afrikaans, óók hoe zij
creatief zijn met originele samenstellingen. Wat zegt u van deze voorbeelden:
"stofgetrap" voor het lopen, draven over een droog pad – "fluitgehyg" voor de moei-
zame ademhaling van een longlijder – "skadukinders" voor kinderen die geheel
onopgemerkt in gebrek leven – "roosknopdou" voor een heldere zuivere dauw-
druppel – "supergom" voor als aan de grond genageld staan. (hetzelfde woord als
de Afrikaner gebruikt voor secondelijm) 

De universiteit van Stellenbosch kent gelukkig nog steeds een uitgebreide faculteit
Afrikaans en Neerlandistiek. Gedurende het weekeinde 17-18 september 2010 was
deze universiteit gastgever voor het "Woordfees" in het kader van de zesde jaarlijks
Versindaba
In het Sasol kunsmuseum Ou Hoofgebou en de kelder van Hotel Lanzerac speelde
zich een programma van presentaties en voordrachten af en tevens was er een
Dichtersgala. De Proteaprys vir Poësie werd uitgereikt aan de dichter Breyten
Breytenbach
. Hij aanvaardde de prijs met enig bezwaar: eigenlijk is hij een fervent
tegenstander van "wedyvering" in de poëzie, wat toch de drijfveer is van 't instellen
van een prijs. 
In een lezing van Joan Hambidge werd eer betoond aan de grote namen als Dana 
Mouton, Ingrid Jonker
en Johann de Lange. Er werd een studiemiddag gegeven 
hoe met poëzie te werken "vir laer skool leerders". En er was een optreden van 
Koos Oosthuysen en Antjie Krog bij de voorstelling van negen nieuwe debutanten.
Tijdens het Dichtersgala aan het slot hebben nog diverse andere actieve dichters
opgetreden, waaronder onze Hernehim-vriend Floris Brown
Er is een jaarbundel "Versindaba 2010"
Prikkel uw creativiteit lees Afrikaans en dicht in rijker Nederlands! 

© John Zwart – 19 september 2010

Floris Brown 
 
 
DOD  -  Verslag van een zondag op het Slenerzand, Schoonoord - 5 september 2010 - Terugblik van John Zwart 

Het Drentse Open-Dichtfestival voor de vierde keer alweer, dit jaar een stukje
opgeschoven in de tijd: van augustus naar september.
Een gelukkige omstandigheid, want dat bracht het verschil van regen naar zon. 
Met een wat compactere opstelling in gedachten werd het halfrond, dat eerdere
jaargangen stond opgesteld om de grote heuvel met de oog-steen, verlaten. 
Boeken- en kunstkramen, kookkraam en podia nu bij elkaar gesitueerd langs de
eerste helling, die luwte bood tegen windvlagen, die in het begin van de festivaldag
nog wat kil aanvoelden. 

Vanaf elf tot na het middaguur kwamen de deelnemers in een gestage stroom 
het terrein op. Heel wat mensen met auto's en al, het thema dat de festivalorgani-
satie dit jaar meegaf was "poëzie en de kookkunst" en dat zouden we weten óók:
hele keukenuitrustingen werden er aangevoerd.
Wie van ver kwam was wel aan een brunch toe, daar was op gerekend door de
organisatie. Met zo'n thema laat je je dichters niet op een droogje zitten met een
lege maag of een meegebracht klef broodje uit de rugzak. Vóóraan op het terrein 
stond een soort kinderdraaimolen, maar dan zonder de carrouselpaarden. In plaats
daarvan een café-opstelling en een werkende catering – wat van de installaties van
de deelnemers niet altijd gezegd kon worden, maar daarover later.



Een beeld van de heuvel met de steen tijdens DOD 2009
© Foto Copyright Hernehim Cultuur 

< Via deze link kunt u een diashow bekijken van het festival
     op de website van het Drentse Open-Dicht Festival 2010 

 

 

Verse koffie, warme soep, belegde broodjes, ik streek graag neer aan een nog 
vrije tafel waar de zon mij plezierig op de rug scheen en kreeg spoedig gezelschap
van een jonge dichteres Laura Wijnands met haar vriendin. Niet lang daarna zette 
zich Ko de Laat – als de Festivaldichter 2009 - als vanzelfsprekend aan het hoofd
van onze tafel. Waarover spraken wij? 
Over de trends des tijds - mensen op podia en hun eigenaardigheden: 
Mannen die haartransplantatie laten doen (Ko en ik zijn allebei begenadigd met
voortschrijdende kaalhoofdigheid, maar we lijden daar niet onder) en vrouwen die in
de val van de "make-over"mode zijn getuimeld. Leuke onderwerpen om eens aan te
snijden, dwars door de generaties heen. Ik zag hoe ook de andere tafeltjes zich
vulden: Mischa van Huijstee, een nieuwe proza ontdekking voor Hernehim, ik 
ontmoette hem op één van de Drentse Maan-avonden, Mart Brok van de Taalwerk-
plaats, andere Hernehim-bekenden als Jelou, Hannelly, Delia en Ria natuurlijk,
maar ik miste de bebaarde, maar verder gladde schedel van Martin Beversluis
"Die heeft moeten afbellen", zei Rensje Plantinga van organisator Stichting 
Drenthe Poëzie. Jammer hoor, ik had hem hier graag weer horen "slammen", 
hij was zo mooi op dreef in Leeuwarden. Maar hij stond in de Kargadoor in Utrecht. 

Het wordt tijd dat we uitstappen uit de draaimolen, het feest gaat beginnen.
Voor het vierde DOD heeft men als presentator het RTV-Drente"gezicht" Serge
Vinkevleugel
ingezet. Een goede greep, zijn vlotte aankondigingen verraden 
ervaring en vakmanschap. Later zal die routine vooral goed van pas komen in het
vraaggesprek met Nico Dijkshoorn. Vinkevleugel verricht ook de feitelijke opening
met het voorstellen van juryleden Geert Roeles, cultuurwethouder van gemeente
Coevorden en Jannie Kuiper, van de openbare bibliotheek in Emmen.
Deze twee zullen gaan bepalen wie de Festivaldichter 2010 gaat worden.

Het begin is weinig spectaculair en er is ook nog niet zoveel publiek. In andere 
jaren was dat wel anders toen er meer "lawaai" werd gemaakt, bijvoorbeeld die 
keer dat de start gepaard ging met trommelslagers! 
Misschien was de act van Mart Brok als de door pech achtervolgde kok, bij wie
steeds maar enorme stoom- en roetwolken uit zijn pannen blijven opstijgen, een
mooie start geweest. 

Niettemin doet Ko de Laat, die natuurlijk zijn Festivaldichterschap 2009 mocht 
laten gelden, zijn best ons meteen in een vrolijke stemming te brengen. Hij komt
uit Tilburg en het is dus geen wonder dat hij regelmatig geïnspireerd wordt door
de beroemde kermis aldaar. "Waar komen al die mensen toch vandaan? (…) 
't is of ze slechts een dag of tien bestaan/ om op de kermis rond te mogen 
dolen..."
Harig trollenvolk en kermismeiden bevolken zijn werk: "de kermismeiden
gaan elk jaar schaars gekleed (…) ze hebben vast aanbidders bij de vleet..." 

Ko heeft een treurige soort humor die aan Hans Dorrestein doet denken. Stevig 
eindrijm, sonnetten en snelsonnetten – "sonnettettes" zou Driek van Wissen 
zeggen – worden vaardig door hem gehanteerd. De verbinding naar het thema is
makkelijk gelegd, hij hoeft zijn 20 bundels (elk jaar een bundel) er maar op na te
slaan. En gegeten wordt er volop op de kermis, maar of je wel van kook-Kunst 
kan spreken is zeer de vraag. 

 

Kermiseten 

’n Beker maïs, ’n fruitcocktail 
Gebrande pinda’s en Krakauer 
’n Ribbelreep gebakken meel 
En in je maag vanzelf ’t Sauer 

Wie niet aan oliebollen hecht 
Of op ’n zuurstok uitgelikt is 
Komt spoedig op terrein terecht 
Dat door nieuw voedsel ingepikt is 

We doen ons elk jaar weer tegoed 
Aan voer in vele variaties 
In eindeloze overvloed 
En dodelijke combinaties 

Van suikerspin tot zwijngebraad 
Verorberen wij ieder maaksel 
En ’s avonds kleuren wij de straat 
Met fleurig en veelkleurig braaksel 

 

Ko de Laat 
Ontspannen winnaar van het voorgaande jaar met 20 jaar ervaring

© Foto Copyright Hernehim Cultuur 

Mart Brok volgt, hiervóór staat al een impressie van wat hij doet. Hij leest zijn 
gedichten als een "bluesy" liedtekst met telkens terugkerend refrein en begeleidt
zijn kookthema-gedichten met veel spectaculaire rookeffecten. Het wordt een 
soort jazz terwijl hij met gitaarbegeleiding door Harm Bos van 'wentelteefjes' en
'bakvissen' zingt. Mart, die zijn theaterachtergrond verraadt met zijn optreden, 
komt oorspronkelijk uit het zuiden (geb. te Breda) maar vestigde zich sinds enkele
jaren in ZO-Drente. Voorgoed mag je wel zeggen als je weet dat hij de voormalige
waterzuivering-installatie in Nieuw-Amsterdam heeft omgetoverd in een woning +
"taalwerkplaats" 

Verleden jaar al hoorde ik in de jeugdcategorie de toen 14-jarige Laura van Loon
 – zij viel op met 'volwassen' gedichten, die je je deden afvragen of een 14-jarige 
wel over de levenservaring beschikt om over die onderwerpen te schrijven, waar-
over zij dat deed. Net zoals ik dacht toen ik twee jaar geleden het 14-jarige prille
meisje Kim, begeleid door de band van haar saxofonist-vader, heftige jazz klas-
siekers hoorde zingen – teksten geschreven voor vrouwen die getooid zijn met 
de rimpels van het leed. "Kim is back!" riep hilarisch de titel vanaf haar eerste cd.
Het is nog steeds wennen dat veertienjarige meisjes tegenwoordig solo de wereld
willen rondzeilen in plaats van hun middelbare school afmaken. Deze Laura is 
inmiddels 15 en nu gaat ze zich meten met de volwassen deelnemers. 
"Je bent een recept/ Een samenraapsel van talen en culturen/ Doorverteld in 
andere talen, dialecten, landen …"
Het ontbreekt haar niet aan zelfvertrouwen, 
zoals ze de microfoon hanteert is het duidelijk dat ze goed naar optreden van 
bekende popartiesten heeft gekeken. Mijn hoop dat er onder de schil van zelfbe-
wustheid nog een tienermeisje schuilt wordt me bevestigd door de multi-kunste-
nares Delia Bremer die haar een beetje coacht. Laura, die een hele schare fans 
heeft meegebracht, komt ook live op RTV Drente in het poëzieprogramma van 
Delia. 

Iede Koffeman is terug van weggeweest. Hij heeft een schrijversblok overwonnen.
Nu is hij sinds kort weer helemaal terug en bewijst dat door zijn deelname op 
dit podium. Het belangrijkste wat hij inmiddels heeft geleerd: 
"ik kan alles kwijt in een gedicht".
Jelou krijgt een vleiende introductie wegens haar succes bij Meander, waar niet
alleen gedichten van haar werden gepubliceerd maar ook een interview werd 
afgenomen. Haar themagedicht "souper" werd ook al op Hernehim gepubliceerd,
ook haar andere gedichten 'wortelen' in de kookkunst waarbij zij het eetgenoegen
met de liefde mengt. "nodig mij aan je gedekte tafel" en ze laat een mooi woord-
spel horen met inzet van "tafelzuur" en "de lekkere trek"
Zij zoekt een "kruiswoord", geen "doorloper"
Bert Struyvé maakte vroeger vooral korte toegankelijke gedichten. Na een lange
wereldreis heeft zich een filosofische levensvisie bij hem postgevat. Natuur- en 
andere observaties voeren nu tot dieper gaande poëzie waarin we – met hem –
heel anders naar een 'gewoon' dier kijken. Zoals de koe: "daar waar de koe/ 
als ware stoïcijn onder filosofen/ de rede laat overwinnen". 

De Dames Samen – Annie Martens en Marijke van Es – vormen een onverbreke-
lijke eenheid, want de één maakt schilderijen en de ander schrijft daar gedichten
bij. Als ze optreden leest de dichteres voor met op de achtergrond saxofoonspel
van de schilderes. De gedichten zijn dus geïnspireerd op tekeningen en artistiek
schilderwerk. Beeldende kunst zowel als poëzie ontstaan vanuit heel eenvoudige
bronnen, zoals een bak met oude, uitgesproten aardappels. Ja, hoe kom je dan
toch nog met kookkunst uit de voeten? "ik frons bij de gedachte van mijn 
macht/ om zoveel rottigheid te laten bestaan ..." 

 


Hart en tong 

de liefde van de man gaat door de maag 
waarheid van oude zegswijzen 
maar al wat gezegd is nog niet wijs 
en de maag een zak met zuur 
waarin tederheid verteert 

liever dan het hart op de tong opdat 
het spreken kan over waarheid in 
de ziel waar liefde leeft van de wind 
volle maag vergeet bij volle maan 
en rozengeur – het lief met lust verbindt 

 

Telkens als er een blokje van drie – vier dichters heeft opgetreden is er een onder-
breking van 10 minuten tot een kwartier waarin Rob Schapendonk het publiek 
hapjes serveert vanuit zijn kookkraam, Kunsterik – het pseudo van Rik Holwerda –
vult de pauzes op met kleine gedichtjes: "hé kookkunstenaar,
wat sta je daar te snijden, in je knollen en citroenen..." 

John Zwart slaat meestal 's avonds aan het dichten, als de tv uitblijft en het rustig
is, wanneer dan de inspiratie komt ontstaan de beste gedichten. Het eten wordt 
desnoods uitgesteld tot het te laat is om nog te gaan koken. 
In tegenstelling tot Ko de Laat, die hij in dichtjaren met een flink aantal kan 
verslaan, vindt hij niets in bestaand werk dat verband houdt met de kookkunst.
In de laatste drie weken schreef hij een paar nieuwe gedichten, speciaal voor dit
podium: "Langzaam voedsel" en "Hart en tong". Ongemerkt wordt daarmee het 
bruggetje overgestoken naar de liefdespoëzie via de aanraking van de geliefde, 
met handen die eerst werden gewarmd aan een soepkom "dan mag ik haar raken/
aan alles wat wenkt"
. Afsluitend als verrassing een anderstalige bijdrage in de 
vorm van een ballade van Cornelis Vreeswijk in het Zweeds "Balladen om Herr
Fredrik Aakere och lilla söte fröken Cecilia Lind"
, waarvan John een vertaling 
maakte met de slotregel "Oh kus me opnieuw! zei Cecilia Lind"
Deze voordracht geeft een mooie aansluiting voor Ria Westerhuis, één van de
twee "Minnezinne-meisjes", die in duo een bundel uitgaven met erotische poëzie
in het Drents. Zij is weer één van die dichters die druk aan het kokkerellen gaan
op het podium. Haar vaste begeleider Rob Zandgrond – hoe Drents kan een naam
zijn! – voegt gitaarklanken toe. Enige 'dubbelzinnige' gerechten tovert ze uit haar
pannetjes waar de "schuumkoppen" op stoan en ze werpt bananen naar het pu-
bliek. Ria is vrijgevig, en ze biedt zomaar "Hét recept" aan voor Gordon van de
salade die ze heeft gemaakt om te serveren aan zijn ex-minnaar.

Het recept dat Gordon zijn ex-minnaar toestuurt

jouw gulden Roede
gelardeerd met judas penning
op een bedje van rauwe ezels oren
en hanepoten
gepeperd met koninginne-en
kattenkruid
afgedekt met verse vrouwen mantel
en tenslotte besprenkeld met
uitgeperste meisjesogen
omgeven door felle prik neuzen
en gulle ooievaarsbek
wijd opengesperd

klaar om aan te vallen!

als dat geen smullen wordt...

 

 

 

 

 

 

 

 

Henk Boogaard wijdt een ode aan een muziekinstrument, zijn gitaar wordt
toch een persoonlijkheid, "die hij niet van onderen mag vastpakken" en slaat
er vervolgens een paar akkoorden op, (ze beginnen steeds meer aan elkaar
te wennen)
. Hij gaat verder met een serie liedjes op allerlei etenswaren, 
als 'venkeltjes' en 'bieslook'. Vaag moet ik denken aan Herman Finkers. 
"ik hou van jou/ maar ook van rode kool/ dat is twee vliegen in een klap"... 
Heel vermakelijke lulligheid, laat ik het zo samenvatten. 


© Foto Copyright NRC - Boekenkatern 

 

"Nico Dijkshoorn schrijft scherp" zeggen sommigen,
"Nico Dijkshoorn schrijft snoeihard" zeggen anderen.
Er zijn soms conflicten, Patty Brard vond dat zijn kop eraf moest
  < Via deze link komt u op het filmpje dat er werd gemaakt 
over het conflict "Dijkshoorn versus Brard" - "Een column is satire" 

Dan verschijnt de hoofdgast Nico Dijkshoorn. Hij krijgt een lang interview met
Serge. Diverse bekende Nederlanders krijgen ervan langs. Vooral tv-figuren uit
de sport spaart hij niet. Joop Zoetemelk en Mart Smeets neemt hij op de hak.
Zijn geheim: hij neemt iemand op de korrel en kijkt dan of diegene zich geïrriteerd
toont. Zo ja, dan gaat hij "nog een jaar op dezelfde toer door". Een lekkere 
pestkop die Nico, maar dat wisten we al van zijn wekelijkse tv optreden bij 
DWDD. Is hij een dichter? Nu we gewend zijn geraakt aan literaire stand-up 
grappenmakers, rappers, slammers, liedtekstschrijvers en radio en tv columnisten
raken de scheidslijnen sterk vervaagd. Zijn uitgever Nieuw-Amsterdam vindt hem
in elk geval wel een dichter, die "sneller schrijft dan zijn eigen schaduw" en 
daarom werden onlangs de eerste 1000 schrijfsels gebundeld in een kloek boek
met als titel "Daar schrik je toch van - de eerste 1000 gedichten" 
Hij neemt het ter hand: "Ze zijn vaak kort." 
"Vakantie// alle mensen/ in de bus/ hoopten/ dat dit/ niet/ hun appartement was"
"Bij de voorbereiding van de bundel: Misschien nog een foto voor de achterflap – 
Laten we dat maar niet doen" 
"Ik zei toch: goed opletten, ze zijn soms zomaar voorbij". 

Hij is een liefhebber van korte kant-en-klaar tekst waar je niets meer aan moet 
doen. "Je hoort een uitspraak en schrijft het op en het staat er. Dan heb je een 
gedicht."

Een zekere faam heeft Nico Dijkshoorn al een paar jaar geleden verworven met 
zijn interview-roman "De tranen van Kuif den Dolder". De hoofdpersoon in het 
boek is een verzonnen legendarische voetballer van de vv Uffelte, Kuif is"de beste 
voetballer ooit"
geweest. Nico reisde er stad en land voor af – zo was de 
suggestie  – om overal vraaggesprekken te hebben met mensen "die Kuif den
Dolder nog persoonlijk gekend hebben"
. Eigenlijk ging het meer om de mensen
die werden geïnterviewd neer te zetten, de voetballer was gewoon een verzonnen
samenstel van allerlei legendarische mannen op het harde gras van weleer, zoals
Abe Lenstra etc. De verhalen werden aan elkaar geknoopt tot een epos dat steeds
meer aan overtuiging en geloofwaardigheid won. 
Tenslotte was het effect dat veel mensen echt gingen geloven in Kuif den Dolder 
en zijn oude clubmakkers van vv Uffelte. Hij heeft er nog steeds zichtbaar plezier in,
hoe hij de mensen op het verkeerde been kan zetten. Zijn glimlachje lijkt opeens 
op dat van Pom Wolff als die probeert in de huid van Gerard Reve te kruipen. 
Echt romanschrijver is Nico Dijkshoorn dus zeker niet, verhalen komen er uit zijn
pen. "Duitsland is al jaren mijn favoriete vakantieland. Naar Nederlanders toe 
hebben die Duitsers iets lekker nederigs ... Als je dat goed uitbuit heb je een
topvakantie. In een hotel laat ik me graag inschrijven als Maup Cohen. Krijg je
gegarandeerd een mooie kamer met balkon en veel frisse lucht ... Je moet het 
subtiel doen..." 

Dit soort gekruide teksten maken hem omstreden: óf je waardeert hem, óf je vindt
dat hij te ver gaat. De verzameling van zijn columns "Dijkshoorn" is sinds kort als
"luisterboek" te koop, zijn stem is een belangrijk toegevoegd element.
Soms weet ik niet of hij een grap maakt of dat hij een bewering echt meent. Zo 
noemde hij onlangs Pierre Kartner (van de smurfen en van sja-la-la – beter bekend
als Vader Abraham) een "geniaal tekstschrijver en een groot dichter". Ik vraag het
aan hem. "Heb ik dat gezegd?" "Nou ja, het geeft niet, maar ik meen het wel".
Nou weet ik het nog niet...   
Hannelly Krutwagen heeft het niet makkelijk na dit welbespraakte optreden. Zij 
heeft het zichzelf óók nog niet eenvoudig gemaakt. Ze dacht dat ze alles zonder 
papier moest doen, zoals op slam-competities. Dus doet ze alles uit het hoofd, 
want ze heeft er zelfs niet aan gedacht het op papier mee te brengen, zodat ze
ook geen geheugensteun achter de hand heeft. Knap gedaan, maar één enkele
hapering, soms in mooie sonnetvorm, melancholische tafelmijmeringen over 
verloren liefde, gevoelige gedachten over een naaste die lijdt aan dementie. 
Machiel Sol zet zijn potjes op een camping kookstel en kruidt zijn gerechten 
met klanken uit zijn gitaar. Hij is een erotische fijnproever – "....ik ga je niet 
opeten/ Daarvoor ben ik teveel een proever, een/ Bijter en een snoeper … "
– 
zoals hij zich toont in de voordracht van het gedicht "Vrouw", dat ook in de 
Festivalbundel 2010 staat afgedrukt met een foto om van te watertanden.
Mischa van Huijstee, de man die de over-zelfverzekerde Rita Verdonk zo mooi 
in een prozagedicht neerzette. Hij heeft een hele act uitgewerkt en neemt tijdens
zijn voordracht zelf plaats in een kookpot, als de missionaris bij de kannibalen.
Het gedicht heeft een wijde horizon die gaat van de 'oersoep' tot aan een pakje
kant-en-klaar in één minuut. De vlammen onder zijn zitvlak zijn symbolisch, 
gelukkig maar, er zou een vreemde soep uit hem zijn getrokken met het aroma
van zijn stoere tuinmanschoenen. 
Tenslotte Delia Bremer, als altijd blootsvoets. Danst en schildert en dicht – en 
wat al niet méér. Schrijft zowel Drents als Nederlands en komt met mooie tekst
met gelaagde inhoud. Ze is vergezeld door haar vaste begeleider op gitaar. 
Voor de vierde keer neemt ze deel aan dit festival en eindigde al eens op de derde
plaats. Intussen is ze merkbaar gegroeid in de kwaliteit van haar werk.
Twee jaar geleden behaalde Delia hier de derde prijs.... Wat wordt het nu....? 

Nico Dijkshoorn en Ko de Laat verzorgen samen het grote afsluitende blok,
waarin de jury telt en wikt en weegt... 

 

"ik ga zitten 
knikkende knieën 
neem het tussen mijn vingers 
het zand, het gras 
aan deze waterkant 
en terwijl de brug open gaat 
vraag je om mijn vingers 

til je mij op in een dans 
onder de sterren 
die naast ons 
in het kanaal oplichten 

je bent warm 
adem in mijn hals 
je lijf leeft 

liefde zingt in je gezicht 
nu hier 
nu ik aan de oever in je armen lig 

gaat de brug weer dicht"  


Delia Bremer 

  Delia Bremer 

© Foto Copyright Hernehim Cultuur 


Dan komt het moment van de prijsuitreiking - de Publieksprijs valt toe aan 
Hannelly Krutwagen. Waarschijnlijk waren er veel mensen onder de indruk 
van haar voordracht geheel uit het hoofd. 
De jury vindt Ria Westerhuis (3), Laura van Loon (2) en Delia Bremer (1) 
de drie beste dichters van het DODfestival 2010
Allemaal vrouwen in de prijzen dus (maar eigenlijk zijn er slechts twee prijzen,
Hannelly en Ria moeten het doen met de "eeuwige roem"). 

De Festivaldichter 2010 is Delia Bremer uit Nieuweroord - opkomend talent 
Laura van Loon uit Emmen. 
Het thema voor 2011: "poppen en de poëzie". 
Festivaldatum: zondag 4 september 2011. 

Hée: "En die andere Laura dan, Laura Wijnands?" zult u als oplettende lezer 
vragen... Ik heb de andere jeugdige dichteres in haar mooie chique zwarte jurk
niet op het podium gezien. Was haar optreden dan zo kort dat het onopgemerkt
passeerde tijdens een plaspauze van mij? 
Geen idee, nog voordat de jury haar beslissende slotwoord spreekt is zij, samen
met vriendin, reeds vertrokken. 
In ieder geval: In 2011 nieuwe ronde, nieuwe kansen! 

© John Zwart – voor Hernehim Cultuur 10 september 2010 

 
 
Veel bomen omgewaaid, één heel bijzondere op 17 augustus 2010 - Beschouwing van John Zwart 
De zomerstormen van augustus hebben daken en caravans en ook bomen belaagd.
Veel bomen, vol in het blad, waaiden om, overal in het land, in Twente zelfs rond 
de vijfhonderd. Een bijzonder slachtoffer viel in Amsterdam, Keizersgracht 188. 
Acht jaar werd gestreden om die boom tussen het stadsbestuur en de omwonenden.
Vellen en opruimen, of laten staan tot het natuurlijke einde komt. Door criticasters 
werd nogal gesmaald over die overdreven sentimenten. 
Nu is de 173 jarige kastanje gevallen. Jammer, maar het zou eens gebeuren. 

Kwalijk vind ik dat opnieuw weer mensen hun stem verheffen om hun 'gelijk te halen'
Daniël Samkalden gaat in de Volkskrant van vandaag wel heel ongenuanceerd 
tekeer in zijn terugblik op "ziekelijke sentimenten voor relikwieën" en krijgt daarop
zowaar nog bijval. Misschien te verklaren vanuit de onderkoelde houding van de
directie van het Anne Frankhuis tijdens de voorgeschiedenis? 
Hoe kan men alle aspecten nog helder zien als de beheerder van het oude 
"achterhuis" de hele zaak koud liet? Er waren mensen die meenden postuum uit
naam van Anne Frank te kunnen spreken en beweerden dat - mocht het haar 
worden gevraagd - zij onmiddellijk voor 'het uit zijn lijden helpen' van de boom zou
hebben gepleit. 

Laat ik mij nu dan óók eens in de geest van Anne Frank verplaatsen. Ik denk niet -
neen ik wéét zéker - dat Anne heel blij zou zijn geweest met de uitgave en het 
succes van haar dagboek. Maar ik betwijfel erg of zij het wel zo fijn zou hebben
gevonden te zien hoe het achterhuis tot museum en tenslotte tot een soort instituut
werd gemaakt. En zeker zal ze het niet fijn hebben gevonden te zien hoe er mensen
haar boom ("onze kastanjeboom" schrijft ze in haar dagboek) onverschillig zou laten,
zelfs de directie van het instituut dat haar leven en sterven exploiteert. 
Zo, dat moet ook maar eens gezegd. 

John Zwart 31 augustus 2010 

 

23 februari 1944 
Ik ga haast elke ochtend naar de zolder om de bedompte kamerlucht uit m’n
longen te laten waaien; vanuit m’n lievelingsplekje, de grond, keek ik naar de 
blauwe hemel, de kale kastanjeboom aan wiens takken kleine druppeltjes 
schitterden, naar de meeuwen en andere vogels, die in hun scheervlucht wel 
van zilver leken en dat alles ontroerde en pakte ons alle twee zo, dat we niet
meer konden spreken. [...] «Zolang dit nog bestaat» dacht ik,«en het mag 
beleven, deze zonneschijn, die hemel, waar geen wolk aan is, zolang kán ik
niet treurig zijn. 
18 april 1944 
April is inderdaad schitterend, niet te warm en niet te koud met zo nu en dan
een regenbuitje. Onze kastanje is al tamelijk groen en hier en daar zie je 
zelfs al kleine kaarsjes. 
13 mei 1944 
Onze kastanjeboom staat van onder tot boven in volle bloei, hij is zwaar 
beladen met bladeren en veel mooier dan verleden jaar. 
15 juni 1944 
Zou het komen, omdat ik zo lang m’n neus niet in de buitenlucht kon steken
dat ik zo dol op alles wat natuur is, ben geworden? Ik weet nog heel goed, dat
een stralend blauwe hemel, piepende vogels, maneschijn en bloeiende 
bloemen m’n aandacht vroeger nog lang konden vasthouden. 

              Aesculus hippocastanum 1686124  


Paspoort Bomenstichting van de "Anne Frankboom"  

Boomnummer: 1686124 
Aesculus Hippocastanum
- Witte Paardenkastanje 
Omvang van de stam 4,75 meter 
Hoogte 22 meter Plantjaar 1837 
Reden voor registratie: 
- Visuele verschijning 
- Cultuurhistorisch belang

Einde natuurlijke levensduur: augustus 2010 (173 jaar)

 

 
 
Prinsentuinen veroverd door slampoëten  -  8 augustus 2010 Verslag - door John Zwart met tekstaanvullingen en foto's van Anneke Wasscher   
Niet alleen Groningen kent een Prinsentuin in het oude centrum, ook Leeuwarden 
heeft er één, die is misschien zelfs al ouder, want de tuin maakt deel uit van het
verdedigingsbolwerk van de historische stad met de Oldehove. De Leeuwarder 
Prinsentuin is ook al heel lang 'cultureel groen' - want er staat een muziekkoepel 
tegenover de 'uitspanning' "De Koperen Tuin" met de naamgeving waarvan eer
wordt betoond aan de Leeuwarder auteur Simon Vestdijk. 's Zomers worden in die
koepel concerten gegeven. 
Nu is er een nieuw initiatief waarmee de Leeuwarder Prinsentuin zich ook poëtisch 
manifesteert tegenover het festival van die naam in Groningen. Melvin van Eldik 
heeft vandaag in 2010 in Leeuwarden iets neergezet zoals Tsead Bruinja in 1997 
dat deed in Groningen: 
Dichters in de Prinsentuin van Leeuwarden dus vandaag. Wellicht het begin van 
een nieuwe slamtraditie. Wéér een zomers openluchtfestijn met het voordeel ervan 
(de mensen komen graag de deur uit) maar óók met het risico van slecht weer. 
Het geluk is met Melvin en zijn slamfeest. Ik tuurde 's morgens naar de lucht en 
op de buienradar en kreeg toen twijfel: "als het regent ga ik er niet eens heen..." 
Maar rond twaalf uur breekt de lucht, het wordt een mooie droge middag.

 

  De organisator timmerde flink aan de weg:
  zelfs posters verschenen in het stadsbeeld, zoals hier op het Raadhuisplein. 
  (
© Foto Anneke Wasscher)  

Gijs ter Haar in de Prinsentuin Leeuwarden 
© Eigen foto: Hernehim Cultuur

Op naar Leeuwarden dus, net als Erika Destercke, Martin Beversluis, Daan Doesborgh,
Wibo Kosters, Joost Oomen, Mark Spijkers en Gijs ter Haar. De zon schijnt, de singel
ligt propvol van bootjes met luchtig geklede mensen, over de golvende paden van het 
bolwerk maken vele Leeuwarders en toeristen een zondagswandeling. 
Rond de muziektent klinken klanken uit blik en er zijn nog maar hooguit 30 mensen
verzameld, staand of zittend in de nabije grasranden. Het is toch wel hier... toch niet 
in caférestaurant De Koperen Tuin aan de overkant van de vijver...? 
Maar het is wel degelijk in de koepel, waar het instrumentarium van "Winterjong", de
muziekgroep van Boris de Jong, staat opgesteld. Als het om kwart over twee begint
en de aankondiging schalt uit de boxen, worden heel wat voorbijgangers aangetrokken
zodat het gehoor flink aanzwelt, gelukkig maar, dit slamfeest verdient de zegen van 
de zon en een veel groter publiek door het "zwaan-kleef-aan effect". 
Het zijn behoorlijke zwaargewichten die hier met elkaar de strijd der talenten aangaan.
Zelfs ondanks het uitvallen van Ellen Deckwitz, die in december 2009 in Utrecht de 
NK finale won, zal ieder al z'n zeilen moeten bijzetten om hier te kunnen zegevieren.

Hoewel ikzelf deze jonge Amerikaanse stijl van voordragen niet beheers kan ik wel 
erg genieten van het vakmanschap en de gedrevenheid waarmee "oude rotten" als 
Gijs ter Haar en Martin Beversluis in dit genre presteren. De gedichten "Alle drop 
raakt op"
van Gijs en "Hindsight is for assholes" van Martin ken ik natuurlijk al en 
dat draagt flink bij tot mijn waardering. Want het gaat snel hoor dat slammen, héél 
snel - je moet goed bij de les blijven als je de tekst voor het eerst hoort. 
De twee jongeren met behoorlijke slamervaring, Wibo Kosters en Daan Doesborgh
laten zich al evenmin onbetuigd. Wibo lijkt even aan de romantiek te raken, maar 
met een grimlach "Geef me de kans om/ tenminste vijf seconden/ niet tegen een/ 
dichte deur te praten./ Ik zal mijn voet tussen de kier dringen en de/ pijn van het 
dichtdoen/ voor lief nemen".
En Daan laat ook hier weer horen dat het niet zómaar
is dat hij, jong als hij is, nu al als stadsdichter van Venlo is gekozen. Voor mijn
oordeel (dat ik niet zal uitspreken) besef ik dat ook bij deze twee weer meespeelt
dat ik sommige gedichten al ken. Direct bij de opening door Daan als eerste dichter
kan ik een glimlach niet onderdrukken als hij begint met: "we waren de mannen 
met de kelen van schuurpapier..." 

 


Mark Spijkers vertegenwoordigt de "buitencategorie" want eigenlijk is hij geen 
slamdichter. Deze stadsdichter van de gemeente met een veel te lange naam 
waarvan Dokkum de hoofdplaats is, leest zijn eerste ronde wel degelijk zonder 
papier, zoals mannen als Gijs, Martin, Wibo en Daan dat vrijwel altijd doen - voor 
een niet-slammer is dat bewonderenswaardig. "Vreemdgaan is erg/ vreemdgaan 
is erg mooi/...
roept de lange, langharige Mark, om dan tot de conclusie te komen
"tussen vriendschap en seks bevindt zich een bed"
Voor wat betreft Erika Destercke ben ik helemaal in het hoekje van het vóóroor-
deel beland want j.l. maandag heb ik alles van haar al kunnen horen op de Maan-
avond in Emmen. 
Joost Oomen ("JA tegen valkuilen in het huwelijksbed") is voor mij de volslagen 
onbekende, met net twintig jaar jonger nog dan Daan. Hij zet ook een knappe 
voordracht neer met grote inhouds- en gevoelswisseling. Naar mijn indruk leunt hij
bij de "felle" gedichten iets te zwaar op het volume. Je kunt verbaal "slammen" 
(=gooien, smijten) maar je kunt ook door de mensen héénschreeuwen, waardoor 
je ze juist niet meer bereikt. Ach, ik ben maar een leek, dus dit is een terloopse 
opmerking v.w.b. mijn gevoel hierbij. 
Men moet die maar nemen voor wat die waard is. 

Wibo Kosters 
© Eigen foto: Hernehim Cultuur

De twee deelnemers uit Friesland - links Mark Spijkers, rechts Joost Oomen
© Eigen foto'a: Hernehim Cultuur

Veel indruk maakt Gijs op mij in zijn tweede blok met zijn gedicht dat hij opdraagt
aan "de moeders" (van Leeuwarden) - daarbij krijg ik echt kippenvel omdat het wel 
lijkt geschreven op de actualiteit van de dag. Het drama van Nijbeets is er voor mijn
gevoel zóver ingekropen dat zijn gedicht "actualiteit" ter afsluiting hiermee bijna 
overbodig wordt. 
Martin brengt op het thema ontroering een tekst over zijn overleden vader en zijn 
beslissing om zelf kinderloos te blijven "er zullen geen nakomelingen zijn/ als ik
doodga ga jij ook". 

Ontroering is er ook bij het luisteren naar Joost als hij een liefdesgedichtje kiest 
"...een opgedraaid muziekdoosje/ een melodie om op te sterven..." 
Gijs schildert met rake realistische zinnen de ontluistering van de ouder wordende 
vrouw die tevergeefs haar onweerstaanbaarheid van weleer blijft demonstreren in 
"Stervende meisjes" ....de kont die net geen kont meer is... " 
Slamdichters lijken toch vaak een somber wereldbeeld te hebben waarvan ze schijn
en verval scherp in beeld brengen, maar dat doen ze met een cynisme waaronder 
de goede luisteraar mededogen kan vermoeden. 

De pauzeblokken worden door "Winterjong" volgespeeld en gezongen met al even
sterke teksten en een presentatie door zanger Boris de Jong van hetzelfde niveau
als door de dichters. Ondersteuning krijgt de zanger-tekstmaker-voordrager van
piano/synthesizer, een traditionele bas die soms aangestreken wordt, percussie 
en een cello. Het cellogeluid draagt minstens zoveel bij aan de knappe arrange-
menten als de piano. 
Wat ik schrijf over wereldbeeld, cynisme en verborgen mededogen geldt ook voor
Boris. Hij geeft in zijn tekst "Koe klap" op het oog een surrealistisch beeld van 
koeien die zich schuldloos grazend onnozel van een klif storten, eronder proef 
ik een aanklacht tegen de bio-industrie. Ook speelt hij mooi met onze grenzen 
van sentiment in een muzikale monoloog over "de sluipwesp" ...ik heb geen 
angel/ ik heb alleen een legboor..." 


"Winterjong" vormt een perfecte muzikale achtergrond voor een slammers-
podium. De groep brengt de cd "Slapen is voor dromers" uit, met feestelijke
doop in Bellevue, Amsterdam. (in december a.s.)  We horen hiervan hier al
"ochtendgebed" en "sigaret"

De uitslag
Het gaat niet met het spreekwoordelijke mes op tafel, of tussen de tanden. 
De middag maakt geen deel uit van een competitiereeks, dus lijkt het een beetje op
de strijd om des keizers baard. De jury heeft veel waardering voor het poëtische 
gehalte van Erika Destercke en noemt vooral het intiemere werk dat juist aan de 
goede kant van "plat" blijft. En met Daan Doesborgh als de andere finalist wordt de 
opvatting van Daan dat je nooit als eerste moet optreden (dan zijn ze je alweer 
vergeten tegen de tijd dat de jury zijn oordeel spreekt) gelogenstraft. 
Het publiek mag ook nog meedoen met briefjes en met hard en lang klappen... 
Daan Doesborgh is de trotse winnaar, stemming en applaus in evenwicht met Erika
Destercke
maar voor Daan klonk het net ietsepietsje harder... Erika dus de verraste
blije nummer twee. Publiekslieveling is de jongste Joost Oomen uit dit heitelân. 
Hij schijnt ook goed te kunnen "fierlejeppen" maar misschien vergis ik me hierin en
betreft dat een naamgenoot... 
Iedereen heeft vrede met de uitslag, dat pakt ook wel eens anders uit. 
Melvin broedt al op een volgende editie... 

John Zwart, voor Hernehim Cultuur - met aanvullingen van Anneke Wasscher.
8 aug. 2010 

Hiernaast> Aan het slot ontvangt iedereen nog een "Paspoart foar Fryslân". 
Op de voorgrond Boris de Jong. De langste en de kleinste man schudden elkaar
juist de hand: Mark Spijkers en Melvin van Eldik. Verder van links naar rechts:
winnaar Daan Doesborgh, nummer twee Erika Destercke, Wibo Kosters, blauwe
reus Gijs ter Haar en Martin Beversluis. 

© Foto Anneke Wasscher 

 
 
Maanavond in poëtische setting - Een verslag van een tuinpodium van Drenthe Poëzie op 2 aug - door John Zwart  
Stichting Drenthe Poëzie heeft als opmaat naar het grote jaarlijkse festival, dat 
op het
Sleenerzand van Natuurmonumenten wordt gehouden, een serie 
"Maanavonden" op het programma staan. 
"Maanavond" klinkt toch heel anders dan maandagavond, al zijn alleen maar drie 
letters weggelaten. 
Maandag 2 augustus werd de tweede.in de reeks, waarvoor telkens geprobeerd 
wordt een locatie te kiezen die aanspreekt en de titel recht doet. In juli was men 
al bijeengekomen in Schoonoord bij de "Papenloze Kerk" het gerestaureerde 
koepelhunebed in deze regio, waar voelbaar het historische zwijgen van talloze 
eeuwen hangt. Afgelopen maandag werd ik naar Noordbarge geloodst, voorheen 
een randgemeente, nu behorend tot het veel grotere Emmen
het historische zwijgen... 

"De Stroetenhof" - Foto: Stiltetuin De Stroetenhof

In een jonge groene wijk, bereik ik langs een onopvallend graspad tussen struik-
gewas door een verscholen grote tuin: Stiltetuin 'De Stroetenhof". De tuin is 
een aaneenschakeling van stukjes bos, open plekken, grasveld, natuurlijk 
begroeide bloemrijke perken en een vijver. 
Hier niet de stilte van het besef van ongetelde eeuwen maar de stilte van een 
natuurtableau, intiem en rustgevend. De behoefte aan zo'n plek werd in 1999 
gevoeld door een groepje initiatiefneemsters die hiertoe een stichting oprichtten.
Rust, inkeer en ingetogen creativiteit kan hier worden beleefd, daarin past ook
voordracht - vrijwilligers zorgen voor de inspirerende omgeving. 

Zo'n veertig liefhebbers komen vanaf halfacht in groepjes binnen. De zon laat zich
langzaam zakken in van het westen uit bolderende wolkenbanken - de maan zal er
vanavond niet zijn - maar regen blijft uit. Er is geen microfoon en dat stemt me 
eigenlijk wel tevreden. Een klein publiek tot vijftig mensen kan ik gemakkelijk met 
'puur natuur' vasthouden. Het komt de concentratie ten goede, zo'n stuk metaal 
tussen mij en publiek wordt toch een beetje als scheiding beleefd. 
Een klein aantal dichters voor een royaal programma, lekker ontspannen werken in
een éérste en later nog een tweede blokje. Rik Holwerda (Dalerveen) kondigt aan,
hij staat ook bekend onder de naam "Kunsterik", actief in verschillende disciplines,
en zal tevens eigen werk laten horen. Verder staan nog Joke Rhebergen (Emmen),
Erika Destercke (Gent, Vlaanderen) en ikzelf op het program. Drie mensen uit het
publiek hebben zich aangemeld voor een Open Podiumplekje: Jeanet Penninga,
Maria en meest opvallend van hen Mischa van Huijstee, daarover straks meer.

Het is niet uit gemakzucht dat ik hier uit de aankondigingen van Rik citeer, het is
nu eenmaal wat gênant om een rijtje dichters aan te prijzen als je zelf in dat rijtje
staat... 
"Voor Joke Rhebergen (Emmen) is een optreden in de Stiltetuin een thuiswedstrijd.
Haar dichttalent heeft lang gesluimerd en kwam eerst naar buiten op latere leeftijd.
Na diverse publicaties in poëzietijdschriften bracht zij in mei dit jaar een bundel uit: 
"Lawinehekken" 
Al lijkt de titel te verwijzen naar een ver Alpenlandschap blijft Joke met bijna al haar
werk dicht bij zichzelf en haar dagelijkse bestaan. 
Schrijven geeft de Belgische dichteres Erika Destercke veel voldoening. Maar 
soms kan schrijven ook heel frustrerend zijn als een woord haar maar niet loslaat.
Haar rugzak zit vol met kleine strookjes papier waarop zij haar gedachten schrijft.
Soms zijn het verhalen van anderen, vrienden, medereizigers in de trein of gebeur-
tenissen in de stad die de inspiratie vormen voor een nieuw gedicht. Erika volgde
'Literaire Creatie' aan de academie te Deinze en trad al meerdere keren op zowel 
in België als in Nederland. De Vlaamse dichteres was in 2009 ook te gast op het
derde Open-Dicht Festival in Drente. 
John Zwart heeft zijn "roots" in de Zaanstreek liggen. Vijftien jaar zeevaren, een 
jeugd tussen schepen, voorliefde voor Jan J Slauerhoff en een filosofische levens-
visie vormen de basis voor zijn gedichten. Sinds 2000 werden er een aantal in 
diverse bloemlezingen opgenomen, en kwam een drietal bundeltjes uit in eigen 
beheer. De laatste, "Zeearmen", is daarvan de meest succesvolle." 


In de Stroetenhof - Noordbarge - naturel optreden in een bosamfitheater 
© Eigen foto: Hernehim Cultuur 

Joke Rhebergen oogst glimlachen 

Joke is als laatbloeier heel blij met haar bundel die dit jaar tot stand kwam dankzij 
de inzet
van haar levenspartner. Zij houdt van woordspelingen en opsommingen waar
ze dankbaar veel verrassingen in kan verstoppen. Ze oogst herhaaldelijk een glimlach.
Haar boekje zit vol met 'geeltjes', die zal ze ons liefst allemaal willen lezen. 
Ze is hier als enige uit Emmen, dan mag je terecht rekenen op "een streepje vóór". 
Tegen het einde van de avond mag zij nog een toegift doen. Jammer is dat ze zich-
zelf daarbij verliest, elke spanningsboog kent immers zijn einde bij het vriendelijkst
publiek. "Less is more" is d
e bekende wijsheid voor podiumkunstenaars die ik Joke
wil meegeven. 
Erika heeft haar repertoire, evenals ik, kennelijk ook wat aangepast aan de locatie.
Ze laat ons mooi 'natuurwerk' horen. Maar ook krijgt zij weer de lachers op haar hand
als ze denkend aan "Het grote voorlichtingsboek" ook keuzes uit haar scabreuze 
repertoire niet schuwt.
"Als het wat later wordt op de avond, word je ondeugender Erika!" zo vat Rik het
voor ons samen. 
JohnN (John Zwart) had als 'natuurman'  van tevoren vanzelfsprekend allang rond-
gekeken in deze Stiltetuin via de website, die er mooi fotowerk van vertoont. 
De stilte als onderwerp drong zich onstuitbaar op met nieuwe inspiratie. Hij opent
met een cyclus van drie korte gedichtjes, nieuw geschreven speciaal voor deze plek. 
Dat wordt door de tuinbeheerders en vrijwilligers bijzonder gewaardeerd.  


 

als er woorden vallen 

als er woorden vallen 

eigenlijk zou ik hier moeten zwijgen 
maar waartoe zijn we dan gekomen 
besef van bescheidenheid moet blijven 
want stilte is er al en kan alleen ontnomen 

door een dichter met zijn woord die haar 
als vlinder van papier verscheurt en als 
het verkeerd valt ruw vermoordt 

de stilte 

is het kwetsbaarste niets 
en wordt daarom wellicht het meest geschonden 
door me af te sluiten vind ik haar niet terug 
maar voor haar teer geluid keer ik mij binnenste 
buiten en al wat stoort slaat diepe wonden 

(zonder titel) 

we leven in een luide wereld 
wat ooit muziek was klinkt nu oorverdovend 
en reclame wordt ons toegeschreeuwd 
verdoofd zoeken we vergeefs naar verloren rust 
altijd met de telefoon op zak 

© JohnN  

Keukenplezier 

Er is het eiwit schuimend 
de suiker klevend 
er is gist 
er zijn krieken 
samen verdrinken ze in het deeg 
zacht glijdend tot in de afgrond 

de bloem op de vensterbank is knap in de hoogte geschoten 
de kelk met zwartgevlekte meeldraden staat wagenwijd open 

met tijd goochelt de oven 
een priem wacht op het boren 
de cakegeur zwelt aan 
mes en vork zijn in de aanval 
de oven na het hoogtepunt 
geeft geheimen prijs 

de stengel door de warmte verzwakt 
knakt onder een voldragen parel  

 

© Erika Destercke 

In deze stille tuin in Emmen is daar opeens een stille tuinman die opstaat en 
vertelt dat hij niet alleen tuiniert maar óók wel eens een gedicht schrijft. 
Hij laat parlando horen. Het gaat over een zeilmeisje maar dat vergeef ik hem graag.
Mischa van Huijstee verrast en heeft zich nu al een plekje bij Hernehim Cultuur  
veroverd op de blogpagina

Naar de reacties te horen is iedereen zeer tevreden met wat er geboden is.
Het is gratis maar naar het voorbeeld van Poetry International in Rotterdam wordt 
het aan de bezoekers overgelaten hun waardering te tonen. Ik weet niet wat er 
terechtkwam in de hoed, men zal toch minstens een bijdrage voor de consumptie 
in de pauze hebben gedoneerd, maar hopelijk wat meer.  
Wat de beleving betreft kijk ik zeker terug op een geslaagde avond. Er komen er 
nog drie: de eerstvolgde in Smilde, op 16 augustus

 

© John Zwart voor Hernehim Cultuur - 4 augustus 2010. 

Hiernaast: Voor aanvang en tijdens de pauze 
                Op het terras onder het regenzeil, dat gelukkig overbodig blijkt 
               
© Eigen foto: Hernehim Cultuur  

 

 
 
OBA Open Podium juli editie  -  Verslag, Amsterdam 31 juli 2010  - door John Zwart  
De laatste zaterdagmiddag van de maand in de Centrale Bibliotheek van Amsterdam,
dan is er altijd dat podium, het enige dat geen zomerstop kent. Hernehim Cultuur 
maakte het weer eens mee op 31 juli. 
Het is de 79e keer meldt Jos van Hest trots. Het podium floreert nog steeds, altijd een
maand vooruit al volgeboekt. Riet Lamers heeft het er druk mee. Zij heeft assistentie
gekregen: voortaan wordt de organisatietaak verdeeld tussen Monique Groeneveld en 
Riet, deze vraagt iedereen mee te werken door het mail-verkeer uitsluitend over het 
adres *openpodium@oba.nl* te verzenden. (*asterix weglaten) 

Er komen een aantal bekenden aan de ovale tafel van Jos: Martin van de Vijfeijke,
Gerda Posthumus - die ook 'Louise' heet, Leonice Leite da Silva en Kees Godefrooij.
Vesna Blaziç is er ook, die verdient wat meer aandacht want het is al een tijd geleden
dat ik haar bezig zag (Haarlemse DIchtlijn 2009). Ze zet een theaterscène neer met 
een drietal aansluitende teksten die ze uitspreekt terwijl zij op het podium vloeiende 
poses aanneemt. 
"... ik schrijf liefst 's nachts/ als de wereld slaapt/ op de diepste bodem/ van de zee..."
Zand, zee, golven en schelpen vervullen haar 'act' die een ode aan "blauwhuis" is. 
Blauwhuis, de naam die zij de zee geeft: "het huis van de gastvrijheid"
Ze heeft een celliste meegebracht voor begeleiding, de Griekse Chloe Ghomez en het
publiek, in de ban van klanken en beweging, aarzelt lang om de laatste stilte te breken 
met applaus. 

Centrale Openbare Bibliotheek Amsterdam, Oosterdokseiland
Het bordes naar - 2e étage Cultuurplein - 7e érage Theater van 't Woord 

© Eigen foto: Hernehim Cultuur

De Blaffende Honden op het Leidseplein 
Voor de dichter Ronald Offerman (links) schijnt altijd de zon
Michael Abspoel de zanger in het midden, rechts de gitarist


Moedige debutanten zijn er ook: twee leden van de Schrijfclub De Kantlijn en 
Jeanine van Dijck met poëzie uit de kaaswinkel, maar de meeste moed toont de 
jonge Marcus Meesters, die een groot aantal aquarelillustraties heeft opgehangen
op de rij panelen achter de grote tafel. Die illustraties maakte hij bij de verhaaltjes die
hij bedacht op het Vondelpark. Plaatjes en teksten vormen samen een prentenboek 
dat hij in eigen beheer heeft uitgebracht via 'drie musketiers'. Een kloek besluit nadat 
een aantal uitgevers hem had afgewezen. Duizend (!) exemplaren waren nodig om de
magische verkoopprijs van € 14,95 voor een geïllustreerd boek in vierkleurendruk 
haalbaar te maken. Ook hij heeft iemand meegebracht die hem ondersteunt, Hetty, 
die één van de tien verhalen uit het boek - over bosmuizen en een vleermuis - aan 
ons voorleest. 33 Dozen staan er opgestapeld in de woonkamer van Marcus, die ze
vol vertrouwen aanbiedt bij de speelgoedbranche. 
Het optreden van Ronald Offerman beschouw ik ook als een moedig debuut, want
net als Vesna laat hij zichzelf zien op een manier zoals ik hem nog niet ken: als lid 
van een driemanschap "De Blaffende Honden", ze treden op met een combinatie 
van Amsterdamse poëzie, idem zang, met professionele gitaarbegeleiding. 
Michael Abspoel zingt met zijn heldere stem over "Tante Jans", die dood is. 
Op voortreffelijke manier komt de Amsterdamse Tante Jans tot leven, begeleid door de
Friese Peter Hoekstra op gitaar. Bezoekers van Dichterscafé Eijlders aan het Leidse-
plein hebben al eerder met dit drietal kennisgemaakt, voor mij een verrassende nieuwe
beleving van "smartlappen" in een originele benadering. Was "Tante Leen" ooit een 
begrip in de Jordaan toen die nog 'die ouwe Jordaan' was, voor de faam van "Tante 
Jans" verdwijnen alle beroemde bouwwerken en pleinen van Amsterdam van de aard-
bodem, in de schaduw van haar overlijden. 
"Iedereen heeft toch wel zijn eigen tante Jans, of tenminste eens gehad". 
Nog een verrassing is Edwin Mulder (onthoud die naam), voor het eerst aan tafel met 
Jos van Hest. Zijn leven bestaat uit "een creatieproces en een krantenwijk", zo vat hij 
het zelf samen en geeft daarmee al aan hoe de producten van dat creatieproces er 
ongeveer uitzien: korte teksten met onverwachte wendingen vol licht cynische humor.
Gedichtjes die meer kleine liedjes zijn en soms lijken op citaten uit een cabaretvoor-
stelling. Makkelijk in het gehoor, dus blijven ze bij, maar daardoor niet alleen: 
"... de mensen, ze komen, de mensen, ze gaan 
 ze hebben een lege blik 
 en 1 van die mensen ben ik ..." 
"... beste god, ik heb alles gedaan wat u zei 
 kom nu maar met uw geluk ..." 

Uit een ontmoedigende toespraak voor twee mensen die een relatie willen aangaan:
"... tot jullie 80 zijn gaar sudderen en elkaar 
 in de naam van de liefde 
 stukje bij beetje uit elkaar trekken..." 

Het is beslist wáár wat de OBA in de aankondiging van het maandelijkse podium 
zegt:
"Voor iedereen die wil voorlezen uit eigen werk en voor iedereen die daarnaar 
wil komen luisteren, altijd weer verrassende optredens". 

© John Zwart voor Hernehim Cultuur - aug 2010 
   

    

  Edwin Mulder vertelde dat hij ook actief is als DJ 
  Wat speuren op de nieuwe sociale media leverde deze foto op.

 
 
De 13e editie van het Poëziefestival "Dichters in de Prinsentuin" Groningen Stad - 28-30 juli 2010 - Impressieverslag van Anneke Wasscher en John Zwart 

Het is vandaag 28 juli en ik ben op weg naar Groningen voor de openingsavond
van dat jaarlijkse festival dat zo langzamerhand al een wijdverbreide reputatie 
begint te verwerven. 
Voorgaande jaren vond die aftrap meestal plaats in Jazzcafé De Spieghel, maar
nu heeft de organisatie de blik op "de Puddingfabriek" laten vallen. Een jaren
dertig ex-industrieel complex waar ik eerder al eens de presentatie door uitgeverij
Passage van de bundel "Bronwater" van Diana Ozon meemaakte - het gebouw 
kreeg een nieuwe functie als congres- en zalencentrum. 

Als thema voor 2010 heeft de Prinsentuin "Poëzie als dagelijks brood" gekozen
en het ziet er inderdaad naar uit of de mensen vanuit elke uithoek er opaf komen
als hongerig volk naar de uitdeling van poëtische spijzen. Ik arriveer eigenlijk veel
te vroeg, toch heerst er al een geanimeerde sfeer op het pleintje en rond de 
entree. Käthy de Jong is er ook al vroeg bij, evenals Grietje Elzinga die altijd zo
keurig de "Hernehim Gedicht van de Maand" prijzen verzorgt. 
"Zaal open" is de term die ik in het programma lees, maar die is blijkbaar niet van
toepassing want buiten zie ik een opstelling met podium, microfoons en regie 
voor het geluid, een banner van "Wintertuin" - ook bij de "Prinsentuin" betrokken
kennelijk - en een beamer met projectiescherm. 

© Hernehim Cultuur      

De Puddingfabriek heeft een soort atrium met groene accenten rondom een 
centrale grote plataan en boven ons hoofd hangen omgekeerde kelken die nog 
het meest lijken op reusachtige witte puddingvormen, waarin later op de avond 
gekleurde lampen zacht zullen gaan gloeien. Maar voorlopig schijnt nog volop 
de zon. 
"Gaat het hier buiten gebeuren?" vraag ik de mannen, druk bezig op het podium,
naar het voor de hand liggende antwoord. En ze hebben gelijk, waarom zou je 
ook binnen gaan als het buiten een mooie zomeravond is, het is immers vanaf 
de start een tuinfestival geweest. 
Voor de aanvang lopen er heel wat dichters rond "in het wild". 
Ik zie Nanne Nauta, die 't eerst zal optreden, Tsead Bruinja, de "aanstichter" 
van dit alles dertien jaar geleden, die me onlangs weer verraste met een prachtig
"instantgedicht" als "dichter van de dag" op radio 1, Anneke Claus, de jonge 
stadsdichter van Groningen. En natuurlijk zie ik ook heel wat deelnemers die
morgenmiddag of vrijdag in de Prinsentuin aan de Turfsingel optreden: 
Frouke Arns, met bescheiden trots op haar Meanderprijs dit jaar, Koos Hagen, 
Jolies Hey, Fieke Gosselaar, Jelou, Joost Baars, Delia Bremer, allemaal heel 
bekende gezichten, ook voor mijn lezers denk ik. 

 

Käthy de Jong (r) en Grietje Elzinga (l) zijn er ook al vroeg

Het gaat beginnen. Ik mis de gedreven, steevast in spierwit pak gestoken, Klaas 
Knillis Hofstra
. Een onbekende bebrilde presentator neemt deze avond voor zijn
rekening. Later verneem ik dat het Peter van der Beek is, enthousiast is hij wel:
méér dan tachtig dichters zullen er optreden over de komende dagen en de 
Kleine Uil
heeft de bundel waar ze allemaal met één gedicht in staan al klaarliggen,
met de openingskorting eraf slechts €  7,50. ISBN 978.90.77487.89.1 
Ik had me al afgevraagd wat "flarf" toch wel kon zijn, het associeert mij met een
slecht dessert, zoiets als "haagse bluf", zoet schuim waarvan een grote hap een
verdwijntruc speelt in de mond. Maar in de poëzie is "flarf" iets heel anders: een
poëtisch spel op de computer. 
1. Bedenk een zoekterm op Google, 
2. Open het resultaat en kies een regel tekst, 
3. Open een volgend resultaat en kies opnieuw een regel tekst, enz... 
Zo bouw je een gedicht. Wie van absurdisme houdt slaagt gegarandeerd. 
Nanne Nauta geeft een live-demonstratie waarin de logica doeltreffend wordt 
verslagen: "Heeft iemand nog vragen?" 
Na de snelle bloei van "slam" is een nieuwe dichtvorm geboren "flarf". 
Onthoud die term! 
Dan is "poetracks" aan de beurt. Daarmee volgt de synthese van poëzie en 
muziek. De beamer wordt gestart en opvolgend vloeien de portretten van W.F.
Hermans, Harry Mulisch, Hugo Claus, Remco Campert enz. over het scherm, 
terwijl "Chopwood" Odilio Girod zich met stem en synthesizer in de gedichten
verliest. Het gaat niet aan te zeggen: "het voegt een dimensie toe". De gedichten
vormen een bron voor nieuwe muzikale inspiratie. Odilio is het instrument om 
daaraan vorm te geven, met geluid en lichaamstaal. 

Een deel van het publiek in het atrium van de Puddingfabriek

© Hernehim Cultuur - Zinderende "Poetracks" van Tom Pintens 

Natuurlijk is er ook gewoon voordracht. De jonge Pim te Bokkel, die al mag 
bogen op de Cees Buddinghprijs voor zijn debuutbundel, heeft al een nieuwe 
bundel in de maak. Ik herinner mij een intrigerend gedicht over een waterdruppel.
Pim is zijn stijl trouw gebleven ook zijn recente poëzie blijft dichtbij met een 
onverwachte wending. Als je hem hoort zou je willen vragen: "lees het nog een 
keer", maar hij verkiest ons nadenkend achter te laten. 
De andere dichter die zijn eigen teksten leest is Nyk de Vries, maar bij hem 
is er alweer een toegevoegd aspect: hij geeft als een Bob Dylan accenten met
een mondharmonica ten beste en onderstreept het ritme van zijn gedichten met
klakkend handgeklap. Ik hoorde Nyk de Vries onlangs nog op Poetry International
waar hij optrad met zijn "Motorman" voor een volle schouwburgzaal. Er zitten
verschillende werkelijkheden in zijn gedichten en hij laat ons ernaar zoeken. 

Het hoogtepunt van de avond voor mij is de Vlaming Tom Pintens, die de 
gezongen poëzie uitwerkt met grandioos gitaarspel, onnavolgbaar in zijn variaties
en het publiek duidelijk enthousiast doet verlangen naar méér! 
Maar de tijd spoedt voort. 
Iedereen is gebleven voor "Roosbief" Roos Rebergen met haar "aarzelende"
zing-zeg-stijl, heel dynamisch telkens uitschietend met felle uithalen. Ze treedt 
niet op met haar band, is hier gewoon als Roos zichzelf begeleidend op piano.
Ik hoorde haar eerder op het Festival Sunsation en in het Bimhuis in Amsterdam,
altijd met eigen werk, Nederlandstalig. Ze is volstrekt uniek en valt zeer in de 
smaak van een jong publiek, dat hier in Groningen ook in groot aantal op "Poëzie
als dagelijks brood" is afgekomen. Ze willen eigenlijk een toegift, maar die krijgen
ze niet. Het is al na elf uur. 

Het slot valt van een oprecht mooie avond. 
De organisatie is tevreden, nog nooit eerder zoveel publiek voor een openings-
avond, prachtig weer voor een buitengebeuren bij het centrum van de stad - 
dat er af en toe een passerende trein over de wissels snerpte hebben we voor
lief genomen. 

John Zwart - voor Hernehim Cultuur 29 juli 2010 

Een impressie van de donderdagmiddag uit de Prinsentuin 

Vervolg van Anneke Wasscher 

De Prinsentuin Groningen - Hoe nat en kil het was, op dag 2... 
© Foto: Anneke Wasscher
 

Misschien had ik de buienradar moeten raadplegen. Dan was ik er ook beter op
gekleed geweest deze middag. Er was ons droog weer voorspeld. Aangezien ik 
nogal wantrouwig van aard ben en vaak merkte dat de weersvoorspellingen lang 
niet altijd waarheidsgetrouw zijn, was ik toch toegerust met een paraplu. Een mini
weliswaar - en we moeten er ook nog eens met zijn tweeën onder, mijn poëzie-
vriendin en ik! We hebben het twee uur volgehouden. Toen waren we doorweekt en
stijf van de kou. 
Waarom werd er niet uitgeweken naar de vervangende “binnenshuis” locatie?
Geen idee. Groningers zijn echt stoere mensen, ik verraad mijn afkomst met 
mijn gebrek aan doorzettingsvermogen, want ik ben van oorsprong namelijk een
"westerling". "Dichters in de Prinsentuin".hóórt gewoon buiten. 
“Om drie uur is het droog” riep Klaas Knillis Hofstra

Wat we hoorden, was alleszins de moeite waard. Op het theeveld opende 
Judith Herzberg de rij. “Sterk.” Geen ander woord past bij haar. Daarna 
verhaalde Elmar Kuiper over zijn werk in de psychiatrie. Hij bewees hiermee 
zijn terechte nominatie voor de “Cees Buddinghprijs” van dit jaar. 
Graag had ik het optreden in de loofgangen willen meemaken, in kleine groepjes
in intieme sfeer met de dichter van je eigen keus, maar dat ging niet door wegens
de forse regenbui om half drie. 
In plaats daarvan kregen al deze poëten een plek op het theeveld onder de luifel.
Ze moesten hun repertoire behoorlijk inkrimpen: niet meer dan twee gedichten 
elk. En liefst in rap tempo. Toch vergaten we even kou en regen. 
Onvoorbereid zomaar versterkt op het theeveld kwamen ze aan bod. 
Frouke Arns, winnares van de Meanderprijs 2009 en Jolies Heij met een portret
over haar familie. Heel knap in woorden verbeeld, maar de inhoud was niet om blij
van te worden. “En dat terwijl het al zo regent,” merkte Hofstra op. 
Jelou was indringend zoals altijd, Joost Baars met nadruk in zijn “dolende taal”
Intrigerend. Kort toch krachtig. 

Nog korter kon Are Meijer het zeggen in één van zijn gedichten, waarin hij duidelijk
maakte dat vooral zijn fysieke “lengte” aantrekkelijk is voor het andere geslacht. 
Sinds ik hem hoorde tijdens een optreden in de OBA in Amsterdam, ben ik een 
fan van hem. Daar las hij een schitterend gedicht over een autorit over de A 7. 
Die rit gaat eigenlijk over de dood van zijn vader. Na dit optreden in de Prinsentuin
vind ik hem ook veelzijdig. 
De voordracht van Ingmar Heytze was wel zeer ongewoon. Hij trad op via het 
mobieltje van de presentator. Vanuit een zonnig Utrecht! 
Luid applaus van het publiek. “Jullie zijn met veel”, merkte hij op. 
Er was een korte pauze, tijd voor een "koek en zopie" om een winterse term te
gebruiken, want het regende maar dóór. Jos Versteegen zag ik door een grauw-
sluier. Hij zou na de pauze optreden en dat wilde ik absoluut niet missen. 
Vorig jaar stond ik nog samen met hem in de Kargadoor te Utrecht. Ik trotseerde
dus opnieuw de nattigheid. Terecht want zijn gedichten zijn, zoals ik naast mij 
iemand hoorde zeggen "ontroerend en toegankelijk". Wat is alledaagser dan de
zeven overhemden nagelaten door je overleden vader? Vooral wanneer “ze liggen
in een plastic tas te wachten op de keukentafel"
. Zijn laatstverschenen bundel:
“Zijn overhemden op jouw huid” lag te koop bij de marktkramen, net als de 
verzameling “Dagelijks brood”. Zodat ik behaaglijk warm en droog verder lezen 
kan, lekker thuis op de bank. 

29 juli 2010 - Anneke Wasscher voor Hernehim Cultuur 

 

  De immer optimistische Klaas Knillis Hofstra: 
  "Om drie uur is het droog!" 

 Jammer van donderdag, dat drukt het aantal bezoekers
Voordracht F.Starik op de droge dag 3 

"... van de bloeiende nacht ontwaken in groen/
van de bloei de haren verward/ van de nacht gewoel..."     Hélène Gelens 

"...Ik moet nodig op vakantie naar een kamp/ 
om aan te sterken, of misschien iets doen/ 
aan opbouwwerk in landen waar het erger is.../..."            Ingmar Heytze 

"Ik heb een zwaan gered/ een van papier,/ 
die bij de vuilnis was gezet."                                         Judith Herzberg 

"Dichters in de Prinsentuin 2010" 
vanmiddag en vanavond nog: 30 juli in Groningen Prinsentuin en De Souffleur. 

© Tekst verslagen Anneke Wasscher en John Zwart - voor Hernehim Cultuur 
© Foto Anneke Wasscher

 
 
De zon had niets meer te zoeken aan de Swifterringweg - Flevoland -  19 juni 2010 - Verslag door John Zwart -   geplaatst 23 juni 2010
Het Flevolandse Sunsation Zomerfestival - de zomerse zonnewende ja, je zou 
het niet zeggen met deze hedendaagse temperaturen - maar het was alweer zover. 
Over een paar dagen komt de zon alweer een minuutje láter op en gaat ze weer 
een minuutje éérder onder. 
Dat zonnewende evenement is een traditie daar in die polder en als je er al zó lang
heen gaat lijkt het wel of je wel móet.... zonder er nog bij stil te staan. Ik heb maar 
twee keer gemist en daar het nu het 29e jaar is, offerde ik dus voor de 27e keer 
weer mijn nachtrust om ergens in 't vlakke polderlandschap de zon zeer waarschijn-
lijk niet boven de kim te zien uitstijgen... net als 23 andere keren. 
Ach, vroeger woonde ik er vlakbij, dan gá je gewoon - ondertussen al tweemaal 
verhuisd, eerst naar Almere, betekende toch royaal een uur langer onderweg, uit 
en thuis. Maar na de recente verhuizing is dat "land-art object"  Robert Morris 
Observatorium
zo ver weg, dat er bijna 160 km moet worden afgelegd van vertrek 
tot terugkeer voor de huisdeur. Dus in het holst van de nacht, om 3 uur uit je nest,
terwijl een avondmens er zelden vroeger dan middernacht in ligt... Een zwoele 
zomernacht kan dat draaglijk zijn, maar bij rotweer... is dat niet gekkenwerk? 
Een blogger op een andere site beweerde dat ik alles wat ik bezoek beschrijf als
'prachtig': een podium kan nog zo beroerd zijn en de helft van het publiek houdt het
voor gezien, toch: JohnN beleefde er steevast een prachtige middag of avond, 
zo blogt deze blogger... 
Welnu, let dan op: hier volgt een opmerkelijk verslag. Beïnvloed door herinnering en
teleurstelling, er bovenop een vleugje ergernis. 

Een historische foto: in het jaar 2006 aanschouwden we 
één van de zeldzame zonsopgangen in het NO-vizier 

© Foto 20.06.2006 Copyright Hernehim Cultuur 

  "Heer Bol" altijd hoopvol voor de zon Wie op 19 juni rond 04:30 de A6 snelweg verliet en de Houtribweg N307 opdraaide 
werd onmiddellijk verblind, alsof een tegenligger zijn ongedimde vérstralers je in de
ogen priemde. 
Maar het was de tijdelijke mast met stadionlichten op het provisorische parkeerterrein
bij het Observatorium! Het terrein bij de aansluiting van de N307 op de Swifterringweg
toont ons de onstuitbaarheid van de krassende nagels van de tijd. Bij de realisatie in
1977 lag het aan oost-, noord- en noordwestkant vrij in open landschap. Aan de zuid-
kant eigenlijk óók, maar daar werd langs 'n laan van een dubbele rij prachtige kastan-
jebomen en een klein parkeerveld een bosperceel aangelegd als scherm. Nog maar
enkele jaren geleden was het een heerlijke natuursensatie om daar met een groep
gelijkgestemde mensen samen te komen. Bij het eerste licht van het ochtendgloren 
werd je overspoeld door de zang van honderden vroege vogels. 
Recent is zowel de laan als de hele bosstrook kaalgeslagen. Langs die kale strook 
loopt een spoorwegtracé. Waar ooit de laan begon begint nu de afrit van een spoor
onderdoorgang. Geen vogel meer te zien of te horen, in plaats daarvan geraas van
stroomaggregaten. 
Waren er nog vogels geweest, ze zouden onmiddellijk op de vlucht zijn geslagen 
voor de ware terreur van technomuziek die losbarst als inleiding op het festival. 
Eerst verblind en vervolgens óók nog verdoofd....  Daarna weer concentreren op 
poëtischer zaken, men is op zoek naar "nieuwe vormen".
Eerdere jaren al stoorde me het streven naar "prestige" dat het festival volledig 
veranderde vergeleken bij de herinnering aan de jaren kort na het ontstaan. Altijd 
een ongedwongen sfeer waarbij spontane contacten opbloeiden tussen optredende
dichters en publiek. Toen het evenement groeide kwam er een Organisatiebureau
(Fabergé) aan te pas en een 'floormanager'. De laatste jaren lopen er overal man-
netjes rond met uniforme sweaters van 'evenementmakers' (XL de Ateliers).
Hernehim Cultuur besteedt op het internet ruimschoots aandacht aan het festival 
vanaf de aflevering 2002. Hoewel ik Hernehim meerdere malen heb aangemeld voor
hun persberichten worden deze tot vandaag nooit ontvangen - gelukkig zijn er nog
andere kanalen - maar het voelt als signaal van de arrogantie die geleidelijk lijkt in 
te sluipen. 
Het jaargang 2008 werd ik op barse wijze weggestuurd door zo'n XL jongeman, 
omdat ik de partytent niet in mocht, waar de deelnemers 'n ontbijt werd geserveerd. 
Thom Ummels en Joop Hardenbol, twee drijvende figuren uit de eerste jaren, ken
ik al langer dan 25 jaar. Natuurlijk begroeten we elkaar en met Joop maak ik altijd
een praatje. Joop is intussen slecht ter been geworden, hij zit nu op een klapstoel
opzij van het podium. Dit jaar word ik bij mijn sociaal contact aangesproken door 
een autoriteit(?) die mij erop wijst dat "deze plek voorbehouden is aan optredende
artiesten" (Er stonden nog 'n tiental klapstoeltjes, waar dat moment niemand op zat,
terwijl ik stònd! Ja dan moet je de mensen zeker wegjagen). 
Zojuist voorzien van een fluit-oor dankzij de 110+ decibellen van Tribal Spirits 
(klik op de naam voor hun openingsnummer 'Possessed" voor een indruk) 
- "ik kan niet meer denken, ik kan het denk ik niet" - voeg daarbij dat het koud,
nat en winderig was; dan begin je je toch iets af te vragen: "wat doe ik hier eigenlijk?" 

 

Tribal Spirits (Originally Fake) uw adres voor zware metalen 


            Ruben van Gogh           

 

 

Meer recente foto's worden later toegevoegd 

Maar laat ik me verder beperken -positief- tot wat er verder geboden wordt dit keer.
Heer Bol (Joop Hardenbol) verwijst naar het thema van dit jaar "Noorderlicht" en 
legt het
verband uit, omdat dit verschijnsel ontstaat door verhoogde zonneactiviteit.
En omdat het vooral geassocieerd wordt met noordelijke landen hebben ze gasten
uit het noorden uitgenodigd: Scandinavië en Estland. Zonder veel hoop wijst hij ons
op de aanstaande
zonsopgang - hij ziet, met mij, de snel aanschuivende wolkenbank
vanuit het noordwest. 
De winnaressen van een Kunstbende gedichtenwedstrijd Maaike Broekhuijsen en 
Brechje Olgers mogen ieder vanaf een soort duikplank bovenop de binnencirkel hun
winnend gedicht laten horen, waarna drie danseresjes in witte gazen jurkjes daar 
boven de aanwakkerende wind trotseren - gelukkig nog zonder nat te worden. 
De presentatie wordt overgenomen van Heer Bol door Ruben van Gogh. De eerste
dichter is Tonnus Oosterhoff. "klemde het deurtje/ dat mensen en dieren 
gescheiden houdt?"
Hij voert ons in een sprookjeswereld waar gekozen moet tussen
drie eikenhouten deurtjes, en waarin een jonge held de jongste prinses kiest om te
kussen. Hij toont zijn betrokkenheid met de aanleiding van het festival met poëtische
verzen als "de zon, die de aarde met haar stralen koestert" en hekelt de neiging om
elkaar te overtreffen met het noemen van absurde Guinness records: "het meest 
recente hoogste gebouw van de wereld", "de man met de langste vingernagels", 
"de reus van Rotterdam".
Hij draagt voor over mensen die ongeduldig claxonneren 
wegens een automobilist die op de rotonde een hartaanval kreeg: "de auto met 
overledene wordt de berm in geduwd"
en besluit met de constatering: "de mens is
een oververtegenwoordigd dier..." 

Dan komt de blinde Friese dichter Tjebbe Hettinga. Alleen door de beide eerste
dichters ben ik alweer een beetje verzoend met de ontberingen van de dag. 
Tjebbe
draagt in zijn fenomenale stijl zijn eigen odyssee voor waarin de zee, het
Caribische strand, de natuur en vrouwen elk hun rol spelen in tropische sferen. 
De regen dreigt, maar Tjebbe blijft manmoedig achter de kleine katheder staan, 
vooruitgeschoven vanonder het overdekte podium waar muziekinstrumenten en 
techniek beschermd staan tegen natuurgeweld. Terwijl de dichter ons verhaalt over
zonovergoten straten van Curaçao en van Bon Futuro in de Koraal Specht barst 
de eerste bui boven ons los. Er zullen er nog twee volgen...  
De Zweedse slamdichter Henry Bowers heeft méér haar om de regen te trotseren, 
hij springt vanonder de luifel tevoorschijn om zich er weer onder terug te trekken 
wanneer hij met zijn DJ samenwerkt. Hij bewijst de DJ de eer die hij vindt dat hem
toekomt: "DJ  Lo Kut !" roept hij, wijzend. Niemand durft te lachen. 
Zijn haar is in een wrong op
zijn hoofd vastgespeld. Heeft zich waarschijnlijk nog 
nooit geschoren: "I like my beard. Old people think I am a terrorist, kids think 
I am Santa Claus"

Bij deze slamdichter dient zich nog sterker het taalprobleem aan, slammers zijn 
heel rad van tong en als het dan in het Engels is zou een briefje met tekst of een
vertaling welkom zijn. Tegen de achterwand van het overdekte podium hangt een 
flink plasmascherm, maar om daarop een lichtkrant te lezen heb je in het publiek
toch minstens een goede toneelkijker nodig. Tjebbe Hettinga sleept je met de 
muziek van zijn voordracht in het Fries altijd mee, ook al versta je niet alles even 
goed - bij deze Henry Bowers, waar het vooral om spitsvondige taalvondsten gaat,
is dat moeilijker. Na het eerste nummer gaat hij gelukkig een tandje lager en wordt
ook gevoeliger in "Stories for sale"
"it is safe to say this kid has seen some hard times (...) he's got stories to tell 
that'll teach us a thing or two / he'll tell 'em if you pay him - (...) his thoughts for
pennies but nobody's buying (...) never have I ever seen a kid with a sadder smile".

Dan weer een muzikaal onderdeel. Uit Tallinn, Estland een trio, zang ondersteund
door harmonium en percussie. Bijzondere klanken uit een onbekende noordelijke
wereld.
Kirtana Rasa bezingt in het Russisch de stilte van de toendra. Voor een
ander nummer
doet ze haar best om ons de kou en de regen -die inmiddels even
is gestopt- te laten vergeten: het gaat over een warme dag tussen de korenvelden
op het Franse platteland. Even gemakkelijk door haar in het Frans gezongen. 
De jonge Deense dichter Philip Tafdrup opent weer een blokje van het gesproken
woord.
Hij debuteerde pas onlangs met een bundel van foto´s en bijpassende 
gedichten. De bundel ontstond in Australië waar hij gefascineerd werd door het 
leven in het zuiden en voor zijn foto´s vooral in de grafmonumenten van Sydney.
Omdat maar weinigen de Deense taal zullen beheersen citeer ik uit de Engelse
vertaling: 
"(...) the afternoon drags itself along, slowly 
like half empty busses 
with defective air-conditioning 
on Ocean Street 
a few residents are seen in doorways 
in the shade from sun bleached awnings 
lazy and slightly horny 
bottles of soda or ice cream cones 
in their hands 
eyes gazing out towards white painted houses: 

Maybe one ought to conquer something?" 

Tijdens het optreden van Tafdrup is het droog geworden, maar de volgende dichter...
heet
Bart FM Droog en dat doet het ergste vrezen. 
Droog is onder andere geïnspireerd door Paul van Ostayen "die stierf aan een 
overdosis tuberculose".
Hmm. Misschien deze ´grap´
omdat Droog begonnen is 
met de traditie van de ´Eenzame Uitvaarten´? Vele grotere steden zijn gevolgd: 
dichters te laten schrijven bij de begrafenis van mensen waarvoor geen enkele
nabestaande zich meldt. Hij is hiermee begonnen in Groningen. 
Een gedicht over de ramp met de Russische kernonderzeeboot "Kursk"

Kursk 

Uit machinekamer negen 
visten bergers het cadeau 
dat Wajnka nog voor Irma maakte 

´kijk meisje 
papa is een vogeltje 
hij zweeft nu in de zee 

en dat poppetje 
komt papa adem brengen 
daar beneden in de zee 

waar bankjes staan 
om uit te rusten 
van de diepe reis 

lief meisje 
blijf papa adem brengen 
want dat poppetje dat ben jij´ 

© Bart F M Droog Uit: ´Radioactief´ / Uitg. Passage 2004. 

 

Meer recente foto's worden later toegevoegd 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bart FM Droog 
is een expressieve podiumdichter 

© Foto Hernehim Cultuur 

Meer recente foto's worden later toegevoegd 

En ja het regent weer en niet meer zachtjes, het regent hard, keihard.
Tsead Bruinja, nog weer een Friese dichter, zal volgen... Sorry Tsead, ik hoorde je
al
zo vaak... en ik heb al drie bundels van je. 
Ik vlucht naar de grote tent waar zich intussen meer volk bevindt dan binnen de cirkel
van het Observatorium zelf, onder de wenende blote hemel. 
In de ongeordendheid door het slechte weer mengen zich daar opnieuw deelnemers
met ´t
publiek, zoals het ooit altijd is geweest. Ik raak in gesprek met Kirtana Rasa,
de jonge
vrouw uit Estland. Tijdens haar optreden was mij haar talenkennis al over-
duidelijk. We zouden Zweeds, Duits of Engels kunnen spreken, we kiezen voor het
laatste. We wisselen onze ideeën uit over de ´multiculturele samenleving´, die 
Estland en Nederland met elkaar gemeen hebben. Maar wel met dit verschil dat in
Nederland er mensen van heel uiteenlopende afkomst zijn toegestroomd, terwijl in 
Estland de verdeling in hoofdzaak bestaat uit énerzijds de autochtone Esten en 
anderzijds de Russen. Ook in Estland kent men spanningen omdat die Russen er
vroeger geprivilegieerd waren - na het herstel van het soevereine Estland werden de 
Esten de bovenlaag en Russen raakten ondergewaardeerd. 
Ook de taal onderging deze herschikking. Toch zijn de scherpste kanten er na 20
jaar wel af. Kirtana treedt op zowel in haar eigen taal als met Russisch repertoire.
We denken allebei dat in onze landen na nog één of twee generaties de wrijving zal
zijn overleefd. "De Esten en de Russen, de Nederlanders en de Marokkanen, ze 
moeten onderling gaan trouwen en samen kinderen maken!" besluiten we vrolijk 
terwijl buiten de regen weer even is gestopt. 
Arjen Duinker en Kees ´t Hart staan op het podium een bijna eindeloze tweespraak
op te voeren... Een soort rondeel maar dan als een perpetuum mobile: 
"... ja de zon schijnt mooi... 
mooi mooi mooi mooi mooi... 
... een vrouw versierd met morellen... 
ja sinaasappels zijn krankzinnig... 
... de zon schijnt voorbij de maan... 
ja de zon schijnt mooi... 
... ogen als morellen... 
mooi mooi mooi mooi mooi... 
... " 

De derde regenbui ontlaadt zich boven ons. 
Nynke Laverman komt nog zingen en Gerrit Komrij is het dichterlijke sluitstuk... 
ik geloof het wel, ik ben al zo nat geworden, ik verlang hevig naar mijn auto met
de verwarming keihard aan. Tot volgend jaar? 
Ach ja, misschien...  

© Verslag voor Hernehim Cultuur - John Zwart 21 juni 2010 

 

 
   
Zomerpodium, een wordende traditie van Ongehoord Rotterdam -  Een deelnemersverslag door John Zwart - geplaatst 18 juni 2010
12 juni 2010, een dag poëzie in Rotterdam - Deel 1 "De Jacobustuin" 
Een prachtig natuurplekje midden in het Centrum niet ver van de Coolsingel. 
In een carré van twee zijstraten van de Oude Binnenweg en de Mauritsstraat 
hebben de eigenaar-bewoners de besloten binnentuinen van hun woningen 
opgegeven en in een gezamenlijk project gebracht. 
In het Rotterdamse hart van steen en doelmatigheid, waar torens van beton, 
glas en aluminium zich als in competitie naar de wolken uitstrekken vinden 
we nog enkele "Verborgen Tuinen", als een groene oase. Het groen achter 
de façaden van de Jacobusstraat is zo'n plekje van verstilling. Afgesloten met 
traliehek en een poort in de brandgang is het op vaste dagen en uren toch voor
iedere bezoeker toegankelijk. Er is een waakzame beheerder, het moet 
natuurlijk wel netjes blijven. 
Op zaterdagmiddag 12 juni heeft Ongehoord Rotterdam in dit decor voor haar
Zomerpodium wat bankjes, stoelen, een microfoon en lessenaar neergezet. 
Dat is genoeg voor de poëzie. Inleidende muziek is er van een half dozijn merels,
misschien zijn het er zelfs nog wel meer. 
Ton Huizer en Hein van den Assem hebben een soort Poetry International op 
kleine schaal neergezet: geen dominantie door Rotterdamse dichters, de meeste
deelnemers komen uit het wijde Nederlandse taalgebied. Erika de Stercke uit
Vlaanderen (Gent) en Hiltsje Jongsma uit Friesland (Ooststellingwerf) zijn al 
twee uitersten, zij treden op in het eerste blok. Beide worden regelmatig gezien 
op de podia in de Randstad, Erika staat zelfs vaker achter Nederlandse micro-
foons dan Belgische. Tot mijn spijt kom ik te laat om Jeroen de Vos (Den Haag)
te horen, het zou de eerste keer zijn geweest voor mij. Van Hiltsje krijg ik toe-
stemming om een van de gedichten uit haar voordracht, het prachtige "Frije fal"
 - "Vrije val"
tweetalig in dit verslag te publiceren. 
          

         Hiltsje Jongsma 
         © Foto Copyright Sinneskyn H.J. 


Frije fal 

Barstende fol ferbylding 
stroffelje ik 
oer in tip fan 'e wale 
tûmelje foaroer 

yn 'n dobberleaze djipte 

mei oanlearde frije slach 
meitsje ik my út de fuotten 
kjeld hâldt my geande 
oant ik stykje yn slyk 

sleep mysels 
nei wêr't ljocht leit 
en wurd dy gewaar 

de baarnende sinne 
skuort bagger 

ik brek út myn modderjurk 

en lis my neist dy del 
do pelst de lêste skibkes 
fan myn wite hûd 
en fangst in fisk.  

© Hiltsje Jongsma


Vrije val 

Barstensvol verbeelding 
struikel ik 
over een tip van de sluier 
tuimel voorover 

in een dobberloze diepte 

met aangeleerde vrije slag 
maak ik me uit de voeten 
koude houdt me gaande 
tot ik strand in slijk 

sleep mijzelf naar 
waar licht wacht 
en word jou gewaar 

de brandende zon 
scheurt bagger 

ik breek uit mijn modderjurk 

en leg me naast je neer 
jij pelt de laatste scherven 
van mijn witte huid 
en vangt een vis. 

vertaling Hiltsje Jongsma 

De dichteres Noor Roelofs heeft iets met haar Limburgse dialect, maar tegelijk
mist ze het, want zij is dat van vroeger kwijtgeraakt. 
En het Limburgs bestaat eigenlijk niet, de taal groeit in ieder dorp op zijn eigen
wijze. Ze verwoordt het zoals ze het ervaart prachtig in haar gedicht 
"Limburgs dialect", dat opgenomen is in een project met de muzikale onder-
steuning door haar man Mike Roelofs op synthesizer en percussie. 
Hoe dat klinkt is te horen op een Youtube filmpje, één in een reeks van 19 video's
met haar poëzie. 

Wie het hiernaast gepubliceerde gedicht in de audiosetting wil beluisteren kan
via deze Youtube Link naar deze opname gaan.  

 


Limburgs dialect 

haar woorden kronkelen tussen van Dales zinnen door 
zij houdt zich niet aan regelgeving 
zij groeit in ieder dorp net iets anders 
je schrijft haar niet zoals ze klinkt 
zij klinkt als uitgesproken door voortijdse zielen 
die de laatste letters inslikken om niet verstaan te worden 
en zelfs harde medeklinkers zijn zacht en zangerig 
een taal die lijkt op Duits maar ze is niet half zo precies 
haar zinnen buigen en draaien om de zin heen 
zoals het leven buigt en draait om wat je wilt en wat je kunt 
zij klinkt nooit zoals gisteren 
haar betekenis verandert door tijd en toeval 
zoals een schimmel wortelt met duizend onzichtbare draden 
in het hout dat hij verteert 
zo groeit ze hier in de dorpen en gehuchten 
ik heb nooit dialect geleerd 
eerst was ik te verbaasd om het te leren en nu is het te laat 
toen ik vergeefs mijn gee polijstte 
ben ik de vingerafdruk van mijn eigen tong kwijtgeraakt 
als ik hier ben hoort iedereen: ik ben niet van hier 
en als ik daar ben hoort iedereen: ik ben niet van daar 
ik weet niet van waar wel 
en zelfs harde medeklinkers zijn zacht en zangerig 

 

Meer recente foto's worden later toegevoegd  

Er staat een muziekinstrument in het gras, dat niet over het hoofd kan worden
gezien: de Rotterdamse Sabine Meijers (harp) speelt voor ons een prachtige 
serie stukken, voorafgaand geeft ze telkens een lyrische inleiding. 
We zitten al zo mooi in deze grote groene tuin, toch neemt zij ons mee naar 
Frankrijk. We beleven een zomerdag in de Provence met bewegend lover en 
vogelzang, een beekje dat kabbelt en uitstroomt in een rivier, koeien die rusten
in het gras of wat grazen en soms even loeien. 
Sabine speelt en de merels zingen rustig door, of zingen ze mee? Hun geluid
mengt zich vloeiend met het harpspel. En vanachter de huizen klinkt uit de 
straat gedempt het geluid van een vuvuzela, die als ware het een geregisseerde
mix, zich voegt in de muziek met de weergave van het geloei van de koe. 
Vervolgens krijgen we, ondanks de stralende middag, nog een nocturne. 
Sabine schildert ons de Seine in een zomernacht, onder een bedekte hemel - 
het is broeierig, de krekels zijn onrustig en zwijgen soms even. 
Dan wordt het water uitgelicht door één enkele ster. 
Graag laat ik me meevoeren op de klanken van snaren, sierlijk getokkeld door
sterke vingertoppen. 
Het is pauze, onder een parasol heeft een vrijwilligster van Ongehoord Rotterdam 
een tafel neergezet met stokbrood, franse kaas en verschillende salades. 
De deelnemers mogen zich eraan laven, misschien een enkele bezoeker ook, er
staat niemand die er bonnetjes of geld voor vraagt. In de blokhut schenkt een 
vrijwilligster koffie, thee, bier of wijn voor vriendenprijsjes. 
Van Ton Huizer kijg ik royaal vier consumptiebonnen, wat me in staat stelt twee
wijntjes weg te geven, aan wie? 
Ja, daarnaar mag de lezer blijven raden. 

Pauze voorbij, tijd voor een Rotterdamse dichteres met een prachtige naam:
Myrte Leffring. Ze debuteerde pas recent, in Vlaanderen in "Het Liegend Konijn"
maar helpt alweer andere wordende schrijvers en dichters op weg als literair 
docent en maakt deel uit van de redactie van "Awater". Haar taalvaardigheid 
is stevig, dankzij een studie vertaler aan de Universiteit van Amsterdam. 
Boeiende verzen waaruit ik als toehoorder verschillende lagen putten kan. 
Na Rotterdam komt onvermijdelijk Amsterdam: Michiel van Rooij, deze dichter
kan al bogen op de nodige bekendheid, een vertrouwd gezicht in het Dichters-
café Eijlders. Hij schrijft heel toegankelijk, soms hilarisch, vermoedelijk auto-
biografisch en zeker niet vrij van zelfspot. 

 


Onbekende held 

Zonder kostuum maar goed geharnast 
zonder paard en zonder degen 
zonder wapen zonder zwaard 
versplinterd door het leven 

Gemaskerde voor wie hem zag 

Hij achtte zich van weinig waarde 
iemand die de kracht niet had 
zijn kracht te onderkennen 
aan wie het leven zwaarder hing 
dan hij aan het leven zelf 

Zielenredder zonder het te weten 
zocht een waarheid die leugenachtig bleek 
Stelde vragen waarop men 
het antwoord schuldig bleef 

Hij kende liefdes die hij 
niet kon dragen 
hij haatte niet omdat hij 
niet wist hoe lief te hebben 
de held die ik kende, 
onbekende held 

© Myrte Leffring 

 

            Myrte Leffring 
© Foto Hein van den Assem - Rotterdam                                   


Het slot van het gesproken woord mag ik, John Zwart, voor mijn rekening nemen. 
Ik stel een heel andere reeks samen dan eerst was voorgenomen. Dat gebeurt me
wel vaker onder invloed van de omstandigheden. In dit geval de ambiance van deze
tuin met een klein maar heel aandachtig publiek. Onder invloed van de vogels, ach
noem het maar "inspiratie", begin ik met "Turdus merula" een bewerkt gedicht uit
de bundel "Seizoenen". Er komt een vliegtuig over van Zestienhoven ...
Rotterdam-Hague Airport moet ik nu waarschijnlijk zeggen - en ik bevestig dat het
vliegen veiliger is dan ooit, veel veiliger dan autorijden, maar helaas moet je na 
vliegen ook weer naar beneden, het gedicht "Fragiel" onlangs nog op Hernehim 
Cultuur geplaatst. 
In een havenstad als Rotterdam, waar ik vele jaren geleden als jeugdig zeeman 
uitvoer met ss "Zeeland" van de Steenkolen Handelsvereniging van Van der Vorm
(ik zie de oudere bezoekers knikken) - mogen er natuurlijk geen zeegedichten
ontbreken: "Aan het land ontkomen" ooit geselecteerd door Simon Vinkenoog 
voor de bloemlezing "Een andere wereld". 
Het plan was af te sluiten met een Gronings gedicht van dichteres Nina Werkman,
maar het was immers een Zomerpodium dus de verleiding was groot te verwijzen
naar de midzomerfeesten in Scandinavië. 
Met een knipoog naar Poetry International werd het dus een lied in het Zweeds
van Cornelis Vreeswijk over de verboden liefde van Frederik Aakere en het meisje
Cecilia Lind, met vertaling van "naa kyss meg igjen" ...de verzuchting van Cecilia
aan het slot, uiteraard. YouTube link  naar de originele gezongen versie door
Cornelis Vreeswijk in 1986. 

De middag werd afgesloten met nog meer mooi harpspel van Sabine Meijers
Als ik er iets over mag zeggen dan zou het dit zijn: "Mensen van Ongehoord 
Rotterdam maak hier een mooie jaarlijkse traditie van". 

 


als straks de aarde is vergaan 

valt er niets meer te klagen 
laat dan de allerlaatste klacht 
niet de chinezen gelden die 
de kraan verder open draaiden 
net toen wij juist begonnen 
naar een dweil te zoeken 

we waren toch zo geil 
op emerging opportunities 
ons bloedgeld performend 
belegd in doubledigit growth 

kleurde hun rivieren rood 
samen met de drain van executies 
bodies export van cultuur 

en wij maar bomen planten 
voor ons geweten 
een spaarlamp op het nachtkastje 

voor het slapengaan 

 © JohnN 

             John Zwart (JohnN) 
           © Foto Hein van den Assem - Rotterdam
   
 
   
Poetry International - de openingsavond in de Rotterdamse Schouwburg -  Een verslag door John Zwart - geplaatst 18 juni 2010 
12 juni 2010, een dag poëzie in Rotterdam - Deel 2 
"Dertien manieren om naar een merel te kijken"  

Ik blader een beetje in het programmablad van het 41e Poetry International 
Festival
dat om 19:30 zal worden geopend in de Schouwburg, 5 min. lopen van
de Jacobstuin. Het valt niet moeilijk het besluit te nemen om wat langer in 
Rotterdam te blijven. 
Tot mijn verrassing is het thema voor dit jaargang ontleend aan een gedicht van
de Amerikaanse dichter Wallace Stevens 
`Thirteen ways of looking at a blackbird´ 
en het is dus alweer de merel die deze dag bepaalt hoe de variatie in de poëzie
beleefd kan worden. "Wist je dat?" vraagt Erika deStercke.. 
"Nee echt niet, het waren de vogels zelf die mij het openingsgedicht deden kiezen".
Samen met Erika, Hiltsje Jongsma & haar man en de mensen van Ongehoord
Rotterdam hebben we een gezellige en leerzame nazit in "Floor" op het Schouw-
burgplein. Er worden heel wat organisatorische ervaringen uitgewisseld. 

Rond half acht gaan we de naastliggende Rotterdamse Schouwburg binnen. 
In de foyer is een groot decor opgebouwd van latten en wit kaasdoek, in de 
gescheiden vakken die daarmee gevormd zijn staan een dozijn acteurs van de 
Arnhemse Hogeschool voor de Kunsten opgesteld. Allen in prachtig wit tenue 
gestoken, de dames lijken wel in bruidskledij. Op verzoek van het publiek dragen
zij één op één gedichten voor in het Engels en het Nederlands uit de Spoon River
Anthology van de dichter Edgar Lee Masters. Zeer indringende poëzie van dood
en leven uit het denkbeeldige stadje Spoon River, die nog extra wint aan 
indringendheid door de wijze waarop de gedichten uitgewisseld worden, face-
to-face tussen acteur en toehoorder. 
Het Festival wordt geopend met een korte toespraak van directeur Bas Kwakman,
ondersteund door de dichter Michael Palmer (NYC - 1943): 
"het is de rol van de geliefden om het boek in brand te steken - bij het licht 
ervan lezen ze elkaar de poezie". 
Met het gedicht van Wallace Stevens "Thirtien ways of looking at a blackbird" 
wordt een ´heen en terug vertaling´ uitgevoerd met de Nederlandse vertaling van
Hugo Claus en weer naar het Engels van J.M.Coetzee. 

Nadat eerst het origineel gelezen wordt
door Michael Palmer (NYC -1943).  © Foto Wikipedia - free encyclopedia. 

 

Voordracht uit de Spoon River Anthology - Edgar Lee Masters.
Poëzie van dood en leven indringend gebracht in face-to-face
© Foto Poëzietheater                                                          

 

De Heuvel 

Waar zijn Elmer, Herman, Bert, Tom en Charley,
De slappeling, de sterke beer, de zot, de zuiper, de vechter? 
Allen, allen, slapen op de heuvel. 

EEN Ging van de koorts, 
EEN EEN Mijn verkoolde in, 
EEN BIJ EEN Dood bleef Ruzie, 
EEN stierf in de cel, 
Viel van EEN EEN Brug, Aan Het Werk VOOR vrouw en kind - 
Allen, allen slapen, slapen, slapen op de heuvel. 

Door Elvis Peeters vertaald openingsgedicht van de Spoon River 
Anthology geschreven door Edgar Lee Masters. In directe uitwisseling
met iemand van het publiek geciteerd door de Arnhemse acteurs. 

 Wislawa Szymborska     

   

 Ewa Lipska (Krakow 1945) © Foto Danute Wegiel    

Er wordt een fragment vertoond van een film gemaakt onder de regie van Maria
Barnas:
"er zijn films die ik onthoud als een verhaal, er zijn boeken waaraan
terugdenk als een film" - "er zijn kunstwerken die ik me herinner als een gelaagd
gedicht, en gedichten waaraan ik denk als aan een korte film". 

Een beschouwing om langer over na te denken en te vergelijken met ons eigen 
proces bij het behoud van herinneringen. 
In wereldpremière wordt een muziekstuk gespeeld door een sextet, een 
ensemble van strijkers, klarinet, piano en gitaar. Het stuk gecomponeerd door
Yannis Kyriakides op de "nachtmerrie" van de Franse schrijver George Perec,
en krijgt de titel "The Arrest" 
De tekst wordt simultaan met de muziek geprojecteerd, in het Engels. 
Het effect is dat de tekst in je hoofd tot film wordt, de beelden bouwen zich op
uit de impressies van de muziek. 
Verrassend voor mij vertoont men ook een korte film over de Poolse dichteres
Wislawa Szymborska. De Nobelprijswinnares uit 1997 is inmiddels bejaard en 
komt haar woning in Krakau niet meer uit. De opnamen werden in haar huis-
kamer gemaakt: heel sprankelende en vaak hilarische korte gedichten. Juist de
vorige woensdag had ik een ontmoeting met de Poolse dichterschrijfster 
Grazyna Przybyl die in Nederland woont. We hadden toen een uitvoerige 
uitwisseling over Wislawa Szymborska en haar bekroonde bundel 
"Uitzicht met zandkorrel". De Poolse poëzie staat deze avond dus opnieuw 
uitgebreid in het zonnetje, want ook de jonge Ewa Lipska (Krakow - 1945) draagt
eigen werk voor in een drieluik dierengedichten, samen met Hasso Krull (Estland)
en Erik Spinoy (België). 
Erik Spinoy (St.Niklaas - 1960) 
In een wervelend programma, lezen alle deelnemende dichters elk één gedicht 
in hun eigen taal, terwijl Nederlandse en Engelse vertalingen geprojecteerd 
worden op een groot scherm. Er tussendoor nog meer muzikale en theatrale
intermezzi. Prachtig ook een gezongen slotakte van de oosterse pendant van 
de westerse Romeo en Julia: "Layla en Madjnun". "zoals lichtende vuurvliegen
naar de nacht verlangen". 

De zanger Bassem Al-Khouri bespeelt een oosters snaarinstrument, de quanun
en wordt instrumentaal ook ondersteund door Eduard van Regteren Altena op
violoncel. Gelijktijdig mogen we de breakdancer Haider-al-Timimi aanschouwen
die artistiek de grens van straatkunst naar ballet overschrijdt. 

Dit muzikaal en theateroptreden vormt een voorproef op de voorstelling van de 
komende woensdag 16 juni. Dan vertellen dichters uit vier windstreken hoe het
verhaal van de onbereikbare geliefde deel uitmaakt van de poëzietraditie waarin
zij schrijven en van de maatschappij waarin zij leven. 
Hun eigen gedichten raken aan de thematiek van het verhaal: Het verlangen 
naar het onbereikbare en (gedwongen) verlaten van een geliefd oord staan 
centraal bij Kamran Mir Hazar (Afghanistan), Hiromi Ito (Japan), 
Al-Saddiq Al-Raddi (Soedan) en Katia Kapovich (Rusland/USA). 
Hafid Bouazza vertaalde het epos en leest het verhaal. 

Layla en Madjnun - Illustratie Poetry International Rotterdam


Valérie Rouzeau, vive en poésie

 

Motorman

Hij reed almaar rond op zijn motorfiets  en nooit wist ik
wat er in zijn hoofd omging.  Op een dag volgde ik hem
naar zijn hut in  het bos.   Ik liep naar het hokje toe en
duwde de deur met kracht open.   Voor mij lag languit
achterover op de houten vloer de motorman. Hij keek
op, kwam langzaam overeind en staarde me aan met een
vreemd rood gezicht. Ik wilde iets zeggen, maar voor ik
daarin slaagde, verdween de motorman zonder ooit terug
te keren. Ik nam mijn intrek in het huisje en woonde er
uiteindelijk ruim twintig jaar. Het is waar wat ze zeggen:
elk nieuw huis moet beter zijn dan het vorige.

Prozagedicht van Nyk de Vries 

 
Voor wat betreft de manier waarop de poëzie in niet-westerse talen tot ons komt
ben ik er nog niet helemaal uit. Als iemand voordraagt wil ik graag intens luisteren
en zo mogelijk de dichter daarbij zien - de vertalingen zijn wel nuttig maar trekken
sterk de aandacht, ook als je in staat bent om te verstaan wat ten gehore wordt 
gebracht. 
Maar je kunt niet intens luisteren, naar de lichaamstaal van de dichter kijken en 
óók nog op een scherm meelezen. Ik probeer zo mogelijk de teksten te negeren 
en te concentreren op de man of vrouw in de podiumspot. Bij al die talen waarvan
ik niets versta kies ik er vaak voor helemaal niet te kijken, mijn ogen te sluiten en
de muziek van de taal op me te laten inwerken, het Soedanees, het Koreaans, 
het Pools, het Afghaans, het Marokkaans. 
Grappig zijn vooral de Japanse Hiromi Ito (Tokyo - 1955): "Sorry I am the only 
poet who does not speak English"
opent ze en gaat van start met een onstuitbare
watervlugge spraakwaterval - en ook de Française Valérie Rouzeau (la Nièvre -
1967), die in een natuurgedicht krekelgeluidjes nadoet, maakt vrolijk: 
"krri krri - krri krri." 

Twee Nederlandse dichters zijn er ook nog bij op deze avond: Tomas Lieske  
met "het valt mij met de dag moeilijker" (extra applaus) en Nyk de Vries met 
"Motorman" (begeleid door zijn gitarist Fokke van der Veen). 

Terugkerend in de foyer worden we verrast door een groepje gastvrouwen die 
ons een glaasje champagne (?) (het bubbelde in elk geval) serveren en er wordt
ons een "exitbewijs" - tegenhanger van "entreebewijs" - aangereikt, om ons er
aan te herinneren dat er bij de uitgang een financieel bewijs van waardering 
wordt verwacht. 
Ik vind dat het niet moet rinkelen daar onder de gleuf in die plexiglas zuil, maar 
het moet ritselen voor al die mooie woorden en klanken in Rotterdam. 
De volgende zondagmorgen zal Tomas Lieske optreden op dezelfde locatie als
waar wij onze gedichten hebben laten horen deze dag, in de Jacobustuin, een
van de Verborgen Tuinen van Rotterdam  t/o Jacobusstraat no. 30. 
41e Poetry International Festival Rotterdam, nog t/m 18 juni: aanrader. 

© Verslag John Zwart - 14 juni 2010  

   
 
   
In Leeuwarden heet het op donderdag 10 juni: "Liwwadder poëzie" -  Een impressieverslag door Anneke Wasscher - geplaatst 18 juni 2010 

“De Bres” is een bruisend centrum voor cultuur in hartje Leeuwarden. 
Friezen blijken aardige mensen want ze wijzen me vriendelijk en feilloos de weg.
Verwachtingsvol kom ik binnen want in de aankondiging op internet heb ik al 
klinkende namen gezien. 
Organisator en presentator Melvin van Eldik blijkt een hartelijk gastheer. Hij belooft
ons dat we tijdens de pauze drankjes mogen nuttigen of mogen roken in de stads-
tuin. Het is een zomers warme avond maar ondanks het mooie weer is de zaal 
goed gevuld. 
Het afwisselend programma: 
Dichter/zanger Pieter Oegema (in het dagelijks leven ook leraar), blikt in zijn 
poëzie terug op de schooltijd van het -nu wereldberoemd geworden- fotomodel 
Doutzen Kroes. Ik vermoed dat hij haar graag nog wel eens in de klas zou willen 
hebben. In de "Friesland"aflevering van de serie "Dicht in de buurt" van Dagblad 
Trouw (uitg.januari 2010) vinden we nog vele andere gedichten van hem. 
Ya Ya vertelt in haar toegankelijke taal met prachtige beelden over de schijnbaar
gewone dingen van het leven. In haar gesprek met oma “hoort ze vooral dat wat 
niet werd verteld”.
Hiermee citeer ik een van de zinnen waar verhalen achter 
schuilgaan. 
Dan komt veelzijdig kunstenaar, dichter en slammer Jan Ketelaar. Direkte taal, 
dichtbij en overtuigend. Het komt bij me binnen. 
De politiek kijkt nog even achterom in een aantal gedichten van de succesvolle
slam-dichter Pom Wolff: We herinneren ons ex SP voorvrouw Agnes Kant, in 
haar "bewogenheid" In een gedicht over Clairy Polak verdwijnt Balkenende voor-
goed. Sommige van zijn gedichten zijn humoristisch, tegelijkertijd ook ontroerend.
Vooral door strakke eenvoud. 
   Ya Ya © Foto Hernehim Cultuur 

Elmar Kuiper 

© Foto Hernehim Cultuur 

Muzikale inbreng van zanger/gitarist Sake Hijkema en gitarist Martin Beekman
("Beukema"). Zij koppelen hun poëtische woorden aan het gitaarspel. 
De gezongen “Zondag” blijft in mijn hoofd hangen. Omdat ze, zoals de meeste
succesvolle jongeren, druk, druk, druk zijn moeten ze na hun optreden meteen 
weer weg. 
Veel indruk maakt de dichter Mart Brok, begeleid door zijn gitarist Harm Bos
Vooral hun laatste nummer, een aangrijpend gedicht over macht en oorlog. Met 
de taal als een mitrailleur schokt en raakt Mart Brok ons, er is geen ontkomen aan.
In de pauze spreekt hij met me over de Taalwerkplaats in Nieuw-Amsterdam en 
over de Maanavonden in de natuur voorafgaande aan het Drentse Open Dichtfestival
in augustus. Bij de volgende aflevering wil ik de poëzie in Drenthe beleven. 
Melvin van Eldik verrast ons met een korte literaire kwis. Alle prijzen gaan van de
hand want op elke vraag weet het leesgrage publiek de antwoorden wel. 
De jongste deelneemster is Dosje, derde jaars studente aan de Minerva Kunst-
academie. Veelbelovend, want ze weet te boeien. Eén van haar thema’s: “as”. 
Omdat, zo legt ze ons uit, er eerst moet worden afgebrand, waarna ze aan iets 
anders kan beginnen. 
De Friese taal wordt ingebracht door Elmar Kuiper met zijn gedichten als Spijt 
en Verdriet. 
Aan het eind schaf ik me de bundel “toen je stilte stuurde” aan, van Pom Woff. 
Op het schutblad schrijft: hij "niets is me liever dan eenvoudig mooi"
Toepasselijk voor deze “Liwwadder poëzie” in de Bres. 

Verslag voor Hernehim Cultuur ©  Anneke Wasscher - 11 juni 2010 

 

 
   
Afgesneden in een lach -  In memoriam Driek van Wissen door John Zwart - geplaatst 21 mei 2010 
Als je plotseling door je autoradio zo'n bericht hoort, een neutrale omroeperstem
je meldt dat een bekende van je is overleden, is dat schokkend. Je gedachten 
waren eerst bij heel andere zaken, omdat je helemaal niets weet over een levens-
bedreigende ziekte, en er geen zorgen aan de orde zijn over een broos iemand 
van hoge ouderdom. 
Driek van Wissen (66) was natuurlijk nog veel te jong en vol van levenslust. Hij
mocht dan in zijn gedichten wel schertsen met het vorderen van de leeftijd maar
hij was geen moment werkelijk bezig met een naderende horizon. Driek dichtte
meestal met ironie, met zelfspot - en dus ook over dit onderwerp: 
"... 
Geen liefje weet ik meer te strikken, 
Nee, sterker nog: ik zie ze schrikken 
als ik in hun nabijheid kom 

De nadering der ouderdom 
leest men het eerst in meisjesogen..." 

Vanmorgen stierf Driek van Wissen (juli 1943 - Groningen) volkomen onverwacht
aan de gevolgen van een hersenbloeding in een ziekenhuis te Istanbul, waar hij
kort tevoren was aangekomen voor een vakantie, samen met zijn vrouw. 

        © Foto Hernehim Cultuur 2009
Wanneer zag en sprak ik Driek van Wissen voor het eerst? 
Ik bedenk dat dit was in Studio Desmet aan de Plantage Middenweg Amsterdam
bij opnamen voor het programma "Opium". Toen was hij nog maar kort de nieuwe
Dichter des Vaderlands (2005-2009) als de opvolger van Gerrit Komrij en diens 
interim Simon Vinkenoog. Hij presenteerde toen een soort "prentenboek": 
grappige gedichtjes van hem met illustraties van tekenaar feroux waarin dieren de
hoofdrol spelen: "Dierendokter Dik"
Typerend voor Van Wissen's toegankelijke en welwillende persoonlijkheid is het 
feit dat we na de opname een heel geanimeerd gesprek hadden over poëzie en 
humor in het algemeen. Ik schreef toen over zijn boekje 
"De dieren zijn net mensen", aldus Driek, "ze hebben net zoveel afwijkingen als 
wij en dus kennen ze ook een psychiater, dat is dus de hoofdfiguur "Dierendokter
Dik".
De raad die deze dierenzieleknijper geeft verraadt veel van de gedachten 
van de dichter over deze beroepsgroep. We maken bijvoorbeeld kennis met een
papagaai die lijdt aan het syndroom van Gilles de la Tourret.  
Verleden jaar zomer, augustus 2009, was hij inmiddels als de Dichter des Vader-
lands weer opgevolgd door Ramsey Nasser, we troffen elkaar opnieuw in Drente,
Schoonoord, tijdens het jaarlijkse Drentse Dichtfestival. Hij was daar in 2009 de
eregast, een jaar tevoren was dat Simon Vinkenoog geweest. Een citaat van wat
ik destijds schreef over zijn optreden aldaar krijgt nu een grimmige bijklank: 
"Driek van Wissen is één van die podiumdichters, die door hun flexibiliteit en
improvisatietalent waarmee ze hun verbindende teksten op de situatie aanpassen,
zich als echte 'podiumdieren' tonen, die uitstekend contact met het publiek kun-
nen houden. Hij leidt zichzelf in: "Een week of vier geleden werd ik gevraagd of ik
dit jaar de hoofdgast van dit festival wilde zijn. Vorig jaar hadden ze Simon Vinken-
oog er voor gehad... die is intussen overleden..." 

"Ach, je hoeft niet overal een voorspellende betekenis aan te hechten en ik heb 
na een korte bedenktijd ingestemd",
voegt hij toe na die eerste zin, zichzelf ver-
volgend met tussengevoegd een meesterlijke witregel. 
We wisselden met elkaar bundeltjes uit. "Het jaar 8", met 63 "sonnettetes" vat
hij daarin de gebeurtenissen in het jaar 2008 samen, ik kreeg het van hem. Hij 
kreeg van mij het bundeltje "Tijdelijk verblijf". Mijn gesigneerde exemplaar van 
"Het jaar 8" is me nu dubbel zo dierbaar geworden. Ik ga nu eens uitzoeken of
intussen "Het jaar 9" verscheen over 2009, al zal hij nooit meer kunnen signeren. 
Een voorbeeld op 10 september 2008, toen de superdeeltjesversneller bij Geneve
werd  opgestart: 

Superversneld einde 

Wij leven hier dankzij de eerste knal, 
Maar naar men vreest zorgt onze wetenschap 
In Zwitserland nu voor de laatste klap 
En dan is het gedaan met het heelal. 

Het kan dus zijn dat u dit niet meer leest, 
Maar dan zijn wij er allemaal geweest. 

Deze gecondenseerde sonnetvorm, alleen maar bestaande uit een kwatrijn, gevolgd
door een tweeregelige 'chute' is bijna een handelsmerk van Driek van Wissen.
Gehecht aan vormvast, vooral sonnetten - deelt hij die liefde met Jean Pierre Rawie,
zijn beste "dicht- en drinkvriend" sinds veertig jaar. 
Rijm en ritme zijn voor hem geen "zonden", waarop zo ongeveer de intellectuele
doodstraf staat. Het is typerend voor het dichterswereldje dat nieuwlichters hun
opvattingen als de maat der dingen aan anderen trachten op te leggen, slechts zij
mogen hun werk met recht tot "poëzie" benoemen. De onverdraagzaamheid van
makers van volledig ontoegankelijke hermetiek of beoefenaren van maniertjes met
afgehakte verzen is mensen als Van Wissen volkomen vreemd. Hij maakte zich 
nooit druk over 'andersdenkenden': 

"... De kunstkritiek is mij vaak om het even 
omdat ik bitter weinig waarde hecht 
aan wat een doorsnee recensent hier zegt 
over een boek wat pas is uitgegeven ..." 

Driek van Wissen (r) in gesprek met John Zwart in Schoonoord
Drents Open-Dichtfestival aug. 2009
© Eigen foto Hernehim Cultuur 

Driek van Wissen was van 1968-2005 leraar Nederlands te Hoogezand en werd in
datzelfde jaar door een vriendenactie gekozen tot de tweede Dichter des Vader-
lands. (eigenlijk de derde, Simon V. meegerekend)  
In 1987 verwierf hij de Kees Stipprijs voor zijn prestaties in 'light verse'. 

Niet voor de poes 

"Dankzij de grotemensenwetenschap 
Is door een kleine ingreep in mijn genen 
De angst voor u als kat geheel verdwenen" 
Zo sprak de muis, "vindt u dat niet knap?"  

"Hap", zei de kat, "ik heb nog steeds een gen  
Waardoor ik dol op domme muizen ben."   

We verloren in Driek van Wissen een meester in het maken van vooral opgewekte
en vrolijke gedichten, maar bovenal een lieve man, zo u wilt een beminnelijk mens.

 

De opvatting dat Van Wissen uitsluitend over grappen en grollen dicht geeft blijk 
van een veel te beperkte blik. Zijn kritiek op politieke zaken, verpakt in een sonnet
vaak te lezen op 'nederlands.nl' en als wekelijkse bijdrage in het 'Dagblad van het
Noorden' is vaak niet mals. 

 

Bijvoorbeeld zijn mening over het nieuwe heldendom van onze 'opbouwmissies' in
Uruzgan: 

 

Vrolijk strijdliedje 

Kom op, we gaan naar Uruzgan om daar 
De mensen met geweld te hulp te schieten. 
Dus laaggeachte Talibanbandieten, 
Ginds in het hooggebergte, berg je maar! 

Kom op, we gaan, de jongens staan al klaar 
En onze hoogst krijgshaftige elite 
Zal als het moet zelfs eigen bloed vergieten 
In brandend zand - een leven vol gevaar! 

Kom op, we gaan meteen naar Uruzgan! 
De hele wereld vraagt er immers om 
En dan kun je niet weigeren, dus kom! 

We gaan erheen met veertienhonderd man 
En tonen wat ons kleine landje kan. 
Kom op, op naar ons nieuwe heldendom! 

 

Driek van Wissen 

© Artikel  voor Hernehim Cultuur door John Zwart  - 21 mei 2010 

 

 
   
Poëzie is overal, en bovenal in Groningen -  Een literaire wandeling door Anneke Wasscher - geplaatst 21 mei 2010 
De woorden van Abdelkader Benali in een uitzending over schrijvers in Groningen
(5 mei j.l.) hebben voor mij een wat bittere nasmaak, laten me niet los: Iedereen die
een groot schrijver wil worden zou Groningen moeten verlaten.
Gelukkig was er in 
dat programma ook weerwoord, bijvoorbeeld van dichter Rense Sinkgraven, hij was
het die me een email zond dat er op 15 mei een literaire wandeling door de stad
Groningen zou worden gemaakt. 
Mijn nieuwsgierigheid wint het van mijn andere plannen, dus sta ik om twee uur klaar
in de bibliotheek van deze studentenstad. Direct al wordt mijn oog getroffen door een
gedicht van Rutger Kopland op een vloertegel in leescafé Belcampo: 

je bent in Groningen, maar hier 
ben je dat niet, dit is een onbekende 
plek, dit is een gedicht in 
deze stad 

waarin je al die jaren kwam 
en ging, door altijd zon, altijd regen, 
altijd wind totdat je hier 
stond en dit las 

je kwam en gaat weer weg ook nu 
zo zal het altijd blijven tussen ons, ik 
ben een onbekende plek 

herfstschrift 1992 

 

Abdelkader Benali, niet altijd even fijngevoelig over Flevoland,
en ook al niet over Groningen...


Onze gids is Douwe van der Bijl, die echt alles weet van literair Groningen. Ook 
Rense Sinkgraven gaat mee. De samenstelling van de groep is heel divers voor 
wat betreft leeftijd. Groningers zijn in tegenstelling tot het hardnekkige vooroordeel 
vrij open mensen. Al snel weet ik waar hun belangstelling vandaan komt. Onder hen
een vertaler, een documentalist, een begeleider van boekenclubs, een dichteres. 
Het is meikermis in de stad dus het is gezellig druk, overal suikerspinnen en jong 
volk. De geur van sterven zoals geschetst in de tv-aflevering van Benali, is afwezig.
Douwe leidt ons samen met Rense in een kleine twee uur langs geboorte- en woon-
huizen van beroemde schrijvers en schrijfsters. Ook langs verschillende beroemde
cafés, waar ze zich thuis voelden. Chez Antoine (nu de Toeter), de Woldhoorn, 
Café Marleen. Heerlijke bruine cafés. Als ik geen inspiratie had, zou ik het daar 
zeker opdoen. 
Douwe vertelt van grote en minder grote schrijvers die het lang, sommigen heel 
lang, in Groningen uithielden. In een rap tempo lopen we door de binnenstad en 
weet de gids onze aandacht voordurend vast te houden met boeiende verhalen
doorspekt met anekdotes. Rense Sinkgraven trotseert de geluiden van de kermis
en houdt ons in zijn greep met de voordracht van poëzie van diverse dichters. 
Op de stoep, in een steeg, op een brug. Zomaar, op een zaterdagmiddag in de 
stad Groningen. Hoe verrassend kan het leven zijn. 
Mijn pen houdt het aantal namen en de bijbehorende titels van boeken niet bij.
Genoemd worden N.E.M. Pareau, Hendrik de Vries, Halbo C. Kool, J.C. Noordstar
(de literaire bloeiperiode tussen beide wereldoorlogen). W.F. Hermans, C.O. Jellema,
Riekus Waskowsky, Belcampo, Jean Pierre Rawie en Driek van Wissen kwamen
daarna. Begin jaren negentig de dichters uit Epibreren Bart FM Droog, Tjitse Hofman
en Jan Klug. 
En er is allang weer nieuw jong en veelbelovend talent opgestaan, 
zoals Tsead Bruinja en de piepjonge Hester Borgers. 
Willem Frederik Hermans had in Groningen zijn domicilie op de eerste verdieping 
aan de Spilsluizen boven een drankenhandel. Ik fantaseer hoe hij ’s nachts in zijn
erkertje op een neer liep om uiteindelijk zijn boek “Nooit meer slapen” te scheppen.
Anekdotes over deze auteur zijn er meer dan voldoende. Een ruzie over al dan niet
een fiets in de gang van het pand, zijn minachting voor studenten met HBS-A, zijn
moeite met het gezag. Hij was dus nog lastiger dan ik dacht. Ina Boudier Bakker
woonde in een prachtig huis aan de Lage der A. Douwe citeert uit een recensie van
haar door zo velen gelezen boek “De klop op de deur”: laat de deur maar dicht
We zien het huis van Jan Glas, de succesvolle Groninger dichter, die iedere eerste
woensdag van de maand voordraagt in Café Marleen. 
We kunnen een gedicht lezen van Jean Pierre Rawie op 'n pilaar in de Waagstraat.
We gaan dwars over de Vismarkt richting de Folkingestraat, Pelsterstraat. Ik hoor 
de namen van Joodse schrijvers zoals van Josef Cohen die “Mensen met sterren”
schreef. 
In de kleine Pelsterstraat fietst Driek van Wissen ons tegemoet. Alsof het zo is
afgesproken! Zoals altijd toont Driek zich welwillend en declameert (als wij zijn fiets
even willen vasthouden) midden op straat zijn gedicht over het bruggetje dat het 
station Groningen en het Groninger museum verbindt. Ik kom op plekken waar ik 
nog nooit was, zoals de Donkersgang. 
Douwe vlecht door het literaire verhaal nog snel de namen van kunstschilders uit
Groningen (behorend tot het bekende kunstenaarscollectief De Ploeg), zoals 
Werkman. 


Een spontane voordracht van Driek van Wissen in de Kleine Pelsterstraat 

We lopen langs het beeld van Aletta Jacobs, de eerste vrouw die in Groningen een
universitaire studie afrondde. Maar ook staan we stil bij een fascinerend beeld van 
Hendrik de Vries. Mooie stenen billen verklaren dat hij van meisjes hield. Op deze
plek leest Rense het prachtige gedicht “Weerzien oude school” van Hendrik de
Vries. 
Teruggekomen in de bibliotheek kopen de meeste mensen van de groep het boek
“Arcadia der Poëten” van Herman Sandman, dat het literaire leven in Groningen 
tussen 1945 en 2005 beschrijft. Ook ik, dan kan ik tenminste rustig nalezen wat nu
al voor een deel onleesbaar in mijn aantekeningen gekrabbeld staat.
Abdelkader Benali is veel te kort in Groningen geweest, zoveel is zeker. 

© Anneke Wasscher - 16 mei 2010 

© Foto hiernaast van Anneke Wasscher - gemaakt op zaterdag 15 mei 2010
   Misschien wel het laatste publieke optreden van Driek van Wissen die zes
   dagen later stierf in Istanbul. 
   Midden: Driek van Wissen, rechts: Rense Sinkgraven, de oud-stadsdichter
   van Groningen, vorig jaar opgevolgd door Anneke Claus. 
   
 
   
Voorteken -  Een observatie van ZiggZagg - geplaatst 15 mei 2010 
Een magere zon had ze naar buiten gestuurd. 
‘Hup, jas aan en wegwezen jullie’, kregen ze te horen. 
Gerold in wintermantel, zij een sjaal om, hij een pet op zijn kale hoofd, schuifelden
ze naar het eerste vrije bankje dat zij op de kade langs de rivier konden vinden. Het
beste bankje, in de luwte van een gebouw, was natuurlijk allang bezet. Ze namen 
genoegen met een bank op de tocht, die voor ze overbleef. 
De lange winter had ze binnen gehouden maar nu de lente dan eindelijk de kop 
boven het koude seizoen begon te steken, wilden zij dat ene straaltje zon mee-
pikken. ‘Om alvast in de stemming te komen’, had hij gezegd. 
Ze verheugden zich op een zomer langs het water. Het kon zo mooi zijn; er waren
vele ontmoetingen met mensen die, net als zij, de meeste tijd van het jaar niet 
verder kwamen dan de koffiekamer of het terras van het verzorgingshuis. Langs 
het water kregen zij weer iets van de wereld binnen, zagen zij de kinderen spelen
en konden zij zich weer even echt vrij voelen. 
Ze zaten dicht tegen elkaar aan en zwegen. Hun ogen tuurden langs het water,
zoekend naar een sprankje hoop. Een schip kwam langs, een aalscholver rustte
op een paal, wat ganzen schoven verderop voorbij. 


Een frisse, stevige bries besloot ze recht op hun rug aan te pakken. Ze keken 
even om, zetten hun kraag hoger op en doken diep ineen. In stilte genoten ze 
verder, ondanks deze onaangename kou in de nek. Er is tenslotte maar een keer
in het jaar een eerste voorzichtige lentedag en die moet je geproefd hebben: een
euforisch moment dat een mensenleven lang verlangens opwekt. In stilte dronken
zij gretig van het genoegen. 
Ineens zei hij vanuit het niets: ‘Zie je die meeuwen daar hangen?’ 
Ze keek langs zijn wijzende arm; zag een meeuw met gespreide vleugels, han-
gend op de wind. 
‘Slecht teken... slecht teken.’ 
Ze zag wat hij bedoelde. Stilte volgde. 
Zij ineens: ‘Ja, de mensen (wijzend naar de luwe bank) gaan daar het eerste zit-
ten. Zij zitten beschut.’ 
Stilte. Weer spiedden twee paar ogen het water af. Hij bepaalde zich tot de meeuw
om te onderzoeken of het mogelijk was dat de wind onder het dier weg kon vallen 
en de vogel de vleugels weer zou gebruiken zoals ze eigenlijk bedoeld waren; om 
te vliegen. De meeuw bleef hangen boven de plek waar de wind hem een lift gaf. 
Hij zag het deemoedig gebeuren: ‘Slecht teken. Maar het komt nog wel.’ 

© 2010 ZiggZagg 

 
   
Presentaties van nieuwe bundels in Amsterdam. Twee op één dag, en ook nog voetbal -  Verslagje van John Zwart - geplaatst 11 mei 2010 
Amsterdam, 6 mei - Twee bundelpresentaties op één dag en dan óók nog voetbal,
als dat maar goed gaat... dat ging toch even door mijn hoofd, nog onderweg naar
Amsterdam. 
Een week feesten heeft de stad al achter zich - even onderbroken door een stilte-
scheurende schreeuw - papier en plastic, kots en korsten heeft het nagelaten. 
"Het was heel wat schoner in Karachi", zeg ik tegen mijn reisgenoot - hij is op weg
naar ajaxvieren, voortijdig de overwinning al op zak. "Dan heb je de Zeedijk nog niet
gezien, daar ligt 't wel verpakt in zakken, maar driehoog opgestapeld"
, grijnst hij. 
Hij duikt onder in de metro, ik pak lijn 5 naar het Leidseplein, waar nu al een ME-
wagen, gesierd met oorlogsdeuken staat. Ah-to-go verlaagde de prijs voor een blikje
redbull naar anderhalve euro. Onrust wordt er weer verwacht, later op de avond. 

De schouwburg in, een andere wereld: het lawaai blijft buiten. Binnen rust en aan-
dacht: Nieuw Amsterdam Uitgevers ontvangt de supporters van dichter Jos 
Versteegen in de klassieke ambiance van de Stanislavskizaal. De presentatie van
zijn tweede bundel bij deze uitgever. Ik beleef totaal verschillende sferen, slechts
enkele tientallen meters van elkaar. 
Ik zie een opgewekte Jos Versteegen, het is zijn vijfde boek alweer. In het publiek
spot ik de eenzame uitvaartdichter Frank Starik, de classicus Simon Mulder, de
slamdichter Krijn Peter Hesselink, de niet te missen Liesbeth Lagemaat die kan
bogen op de Cees Buddinghprijs van 2005, zij roept mij later ten onrechte toe dat
 ik voor mijn beurt ga bij de aangeschafte bundel die Versteegen nog even  moet 
signeren. Even denk ik ook Tenny Frank te zien, maar dat blijkt een persoons-
verwisseling. 

  Poëziewinkel en Lit.theater Perdu 
 Tsead Bruinja, Fries en Nederlands dichter  


Louis Th Lehmann en Simon Vinkenoog 

 

Na de doop van "Zijn overhemden op jouw huid" wordt het haasten, snel wat eten
naar binnen schrokken en dan een kwieke wandeling óp naar de Kloveniersburgwal, 
waar in Perdu de dichter Tsead Bruinja zijn nieuwe bundel "Overwoekerd" ten 
doop houdt. 
In tegenspraak met de naam van het poëziecentrum zit je nooit "verloren" bij
presentaties in Perdu:  die trekken altijd veel publiek. Ook nu is het weer vol met
zittend en zelfs staand publiek. Ik zie de eerbiedwaardige Louis Lehmann, die in
augustus zijn 90e verjaardag hoopt te vieren. De herinnering aan een lenteavond 
in Ruigoord komt weer terug, nu alweer drie jaar geleden, toen hij werd geëerd met
de "Ruigoord Trofee". Bij die gelegenheid zaten we buiten het kerkje op het terras,
met Lehmann heerlijk Thai te eten, samen met Simon VInkenoog en diens vrouw
Edith. Gauw maak ik een praatje met Lehmann, in het besef dat het zomaar de
laatste keer zou kunnen zijn. 
Er zijn heel wat dichters die Bruinja zijn respect brengen door voor te dragen, 
van zichzelf en uit de nieuwe bundel, maar ze grijpen ook terug op eerder werk,
zoals "Gêrs dat alfest laket" (Het gras dat al lacht), "Bang voor de bal" en de 
spraakmakende 'tabloidbundel' van Bornmeer."Angel". De titels zeggen veel over
Bruinja, die kwetsbaarheid en tederheid kan afwisselen met zinnen die je treffen
met de kracht van een vuist, zoals Willem Thies zijn poëzie eens heel treffend
karakteriseerde. Doet het lachende gras denken aan romantiek en liefde, in de 
angst voor de bal is ambivalentie te bespeuren, met de titel "Angel" speelt de 
dichter met de dubbele betekenis waarin het steekorgaan van een insect  in het
Engels "engel" betekent. Hoe ik de titel "Overwoekerd" moet duiden moet ik nog
ontdekken. Bij het eerste bladeren stuit ik onmiddellijk op de vergankelijkheid in 
de meest absolute zin: het proces van vertering in opeenvolgende fasen van een
gevonden lijk, waarin hij tewerk gaat als een onderzoeker van een forensisch 
instituut. Is Bruinja nog steviger geworden? Hij leidt in met een opsomming waar
hij zich niet door laat overwoekeren, in elk geval niet door jaloezie of haat. 
Een geruststellende mededeling. 
Meindert Talma luistert de voordrachten op, zingend achter de piano, eigen tekst
in het Nederlands, zowel als Duits met een accent zo licht hij toe met zelfspot.
Er is een samenwerking in de maak van de muzikant met de dichter Bruinja voor
gezamenlijk theateroptreden. Bijzonder is ook de voordracht van Engelse poëzie
door de Australische dichter David Prater. Verder betreden de jonge Pim te Bokkel,
Mart Boog, Annelie David
en Hans Wap het podium. 
Vooral het optreden van deze laatstgenoemde - "halve Duitser met een roze
strippenkaart"
- maakt op mij bijzondere indruk. Hij schetst ons een beeld van zijn
jonge Duitse moeder, lopend door verwoest Rotterdam in het jaar 1943 met hem,
haar zoontje Hans, in de kinderwagen.
Wie mijn "Herdenkingscyclus" gelezen heeft, die de afgelopen weken op de blog-
pagina
is gepubliceerd zal zich kunnen voorstellen dan zijn voordracht mij zeer
heeft getroffen. Ik ben hem heel erkentelijk dat een van zijn gedichten uit zijn 
bundel "de laatste lemming" voor publicatie op Hernehim wordt vrijgegeven. 
Het is een dag vol poëzie en evenveel stof tot nadenken geweest. 

© John Zwart - Hernehim Cultuur 

 

Foto van Lehmann en Vinkenoog bij laatste optreden april 2009 © Edith Ringnalda

Voor de kat 

de wereld staat in brand en ik speel viool 

met wat men in mijn hoed smijt 
financier ik de fabriek 
die violen maakt 

de wereld staat in brand en ik speel viool 

ik geef je geen roosje mijn roosje 
ik geef je een viooltje mijn viool 
want de wereld staat in brand 

de wereld staat in brand en ik speel viool 

ik plant geen bloem 
in de loop van je geweer 
ik geef je een viool 

de wereld staat in brand en ik speel viool 

ik bak de viool 
ik frituur de viool 
ik flambeer de viool 

de wereld staat in brand en ik speel viool 

 

© Tsead Bruinja 
Uit: "Overwoekerd" - Cossee Amserdam mei 2010 
ISBN 978 90 5936 287 1 

 

Niet gemarteld niet verkracht 

een gelukzoeker is een buitenlander die om economische redenen 
een verblijfsvergunning aanvraagt en wordt afgewezen 

niet gevlucht na met de dood te zijn bedreigd 
niet gemarteld niet verkracht 

wij nederlanders zijn wij niet elke dag op zoek naar het geluk 
met welk recht zijn wij toegelaten 
waren wij soms opgesloten en geslagen 
werden onze nagels uitgetrokken 

mijn moeder kwam op haar 23e naar nederland 
zij verdiende in het interbellum een koffer vol geld per week 
genoeg voor anderhalf brood en twee sigaretten 

het duitsland van de inflatie en de herstelbetalingen liet zij achter zich 
ging op zoek naar het geluk en vond het 
met mijn zus en ik als gevolg 

de moeder van mijn vrouw is engelse 
als onze moeders door grenspalen 
gestopt konden worden 
zouden zij onze vaders niet hebben gekend 

wij willen ons bestaan verheffen 
kijken naar de sterren en de maan 
over grenzen heen op zoek naar het geluk 

bestaan er andere mensen dan gelukzoekers 
wijs ze mij aan 

ik zal ze het land uit jagen  

© Hans Wap 
Uit de bundel "de laatste lemming" 

 

 
   
Een nieuwe bundel van Jos Versteegen, "Zijn overhemden op jouw huid" -  Recensie door John Zwart - geplaatst 11 mei 2010 
De bundel "Zijn overhemden op jouw huid" komt over als een logisch vervolg op
het voorafgaande
"Slapen bij een warme man". 
Jos Versteegen dicht door op het eenvoudige gegeven van zijn jonge jaren, als 
kind op een Limburgse keuterboerderij, waar tien-twaalf koeien de norm waren. 
Ik heb nog niet alle gedichten gelezen, maar met wat mij al vertrouwd is uit 
Slapen bij een warme man en wat ik tot nu toe las in de nieuwe bundel, is het
in mijn ogen een document dat op twee manieren doel treft: Het is geschied- 
schrijving van een levenswijze die inmiddels niet meer bestaat en een eerbetoon
aan zijn vader voor wie die levenswijze tot zijn einde vanzelfsprekend was. 

Krijn Peter Hesselink (links) en Simon Mulder (midden) begroeten de dichter >

Na een welkomstwoord van Floor Wisselink van de uitgeverij geeft de dichter 
zijn redacteur
Jasper Henderson het woord. Die kan het kort houden, want zijn
taak was licht: in het werk van Jos Versteegen valt weinig te redigeren. Het kan
meestal niet beter dan zoals het er al staat. 
Het eerste exemplaar gaat naar Frank Starik, die zich al mocht inlezen. In dit
computertijdperk kreeg hij vooraf integraal de bundel: in 'pdf-format' zoals dat 
heet. Starik leest een lang gedicht waarin allerlei dieren, beginnend met vliegen
die, met korreltjes suiker gelokt, door een klap met een opgerolde krant het 
leven laten, de nekslag voor een muis op de zolder, katten en honden, zo worden
ze achter elkaar opgevoerd. Waarmee hij bewijst de bundel niet alleen van tevo-
ren te hebben ontvangen maar ook - en goed - gelezen te hebben.
 Het is een compilatie. "Het is een heerlijk boek" zegt Starik als dank, en ik 
sluit me er graag bij aan. 
Een bijzondere muzikale opluistering door Adriaan Krabbendam - kaal hoofd, 
leren hoed - die acapella Deutsche Lieder zingt "zonder zijn kapel te hebben 
meegebracht". 

Frank Starik (links) voor het 1e exemplaar,  Adriaan Krabbendam (rechts) zang >


   

   
"Voorgoed volmaakt" 
"Jonge meesters" 
"Nachtkermis" 
"Slapen bij een warme man" 
"Zijn overhemden op jouw huid" 

Jos Versteegen bevestigt ons dat de oude boerderij "Patershof", voorheen beho-
rend bij een klooster, ook nu weer zijn inspiratiebron vormt voor deze gedichten-
reeks. Zijn familiegeschiedenis gaat meer dan een eeuw terug in dit oude 
gemengd bedrijfje. Grootouders woonden er en maakten plaats voor zijn ouders -
de slaapkamer van oma, met vaste vloerbedekking, werd een rustige kamer voor
opgroeiende kleinkinderen, waar ze hun huiswerk maakten. In de geest zijn opa
en oma nog in het huis, waar opa zijn rechterduim drukt op vliegen die brommen
in het raamkozijn en de aanwezigheid van oma spreekt door de oude vloerbedek-
king, waarin putjes van de beddenpoten staan. 
Zij maakten plaats voor zijn ouders, die op hun beurt moesten verhuizen uit de
vrijheid van het land naar een 'aanleunwoning'. De dichter vroeg zich af hoe het 
zou gaan, vooral om zijn vader was hij bezorgd: altijd het land op in de openlucht
en nu besloten in het dorp, zou hij dat verdragen? Maar het viel mee: het was nu
alle dagen zondag, schone kleren aan, niet meer werken met gekloofde handen.
Maar toch: zou hij geen melancholische gedachten hebben, al sprak hij ze niet
uit? Jos Versteegen geeft zichzelf het antwoord in de voorlaatste cyclus 
'Eten in de stad' van deze bundel: 
"Het bakje chocoladevla:/ rechtop in bed kan hij nog eten./ het ruisen 's middags
op het asfalt:/ of de vitrage open mag/ hij wil de regen nog eens zien...". 

'Patershof' zoals hij het heeft gekend is er niet meer, de dichter had benauwde 
dromen waarin het oude huis ingebouwd werd door een gigantisch vakantiepara-
dijs... maar die angstdroom is niet uitgekomen: er woont nu een sympathieke 
man met respect voor zijn oude woonstee. 
Na het overlijden van zijn vader had moeder een plastic tasje voor hem klaar-
gelegd op de keukentafel: overhemden, fris gewassen en gestreken. "Hij heeft
jouw maat, en er mankeert nog niets aan". 

Het omslag van de bundel vertoont een detail van een overhemd, ingezoemd op 
een knoopje. Met het overhemd dat Jos na zijn vader gedragen heeft, toont hij 
zich verknoopt met hem. 
Eigenlijk heb ik het even gemakkelijk als Jasper Henderson bij het redigeren, met
zijn inleiding heeft de dichter de tekst voor mijn verslag al voor een groot deel 
voorgezegd. 
Het is geen sentimentele poëzie, het is vooral eenvoudige beschrijvende taal, 
maar juist daardoor zijn de treffende beelden zo ontroerend, vooral waar het 
dramatische gebeurtenissen betreft in de kinderogen, van waaruit hij schrijft. 
Dit spreekt meteen al uit het openingsgedicht "Roerloos de mussen", waarin 
de lente en de dood zo dichtbij elkaar staan. De dood die in de bundel nooit 
ver weg is, maar waar ook plaats wordt gelaten voor speelse intervallen zoals
"Hij danst voor ons" waarin een jong bokje buiten op de vensterbank springt en
schijnbaar 'n dansje maakt op muziek van de radio bij de mensen achter glas 
"in het aquarium"
Uit de verdere inhoud citeer ik zomaar wat strofen. 
Over spelen op de zolder: "Je kunt hier wonen in tapijt/ dat over keukenstoelen
hangt:/ een tent op zolder, zelfgebouwd// Je vader klossend op de trap:/ het luik
gaat open en je hoort/ hem zwijgend werken in het stro..." 

Over een hen die zelf een nest maakte in de doornhaag en weer in het hok moet:
"De boze warmte in je handen./ je loopt met haar het grasland door./ het hok in,
waar de hennen broeden/ aan de wand. Daarna het nest,/ met lauwe eieren en
al..." 

Over een grijze kat, die geen naam heeft: "...Wanneer de honden eten krijgen,/
zit zij te kijken op de trap,/ altijd de vierde tree van boven...// Ze heeft een 
mening over ons/ zoals we door haar blikveld gaan..." 

Over de jack russel die zich vastgroef in een konijnenhol: "...De hond die zich
gevangen had,/ zijn korte haar dat tegenstreefde/ toen hij naar buiten wilde 
kruipen./ terug. Het vuil dat aan hem plakte,/ het zand dat aan zijn ogen hing,/
zijn witte romp die koud aanvoelde..." 

En tenslotte over zijn moeder: "Veel adem in de kamer is/ van haar, er klinkt
alleen geen woord/ in mee. Het eenpersoonsbed,/ de roze bloemen op haar 
deken,/ stijgend, dalend. Haar ouders/ die bijna plechtig toezien/ uit hun ovalen
aan de muur..." 

"Zijn overhemden op jouw huid". 28 gedichten door Jos Versteegen. 
Nieuw Amsterdam Uitgeverij - mei 2010 € 14,95. ISBN 978.90.468.08177 

Verslag en recensie door John Zwart - 9 mei 2010, voor Hernehim Cultuur 

 

Naar het station 

De oliekachel heeft een klep, 
daar hangt een theedoek aan te drogen. 
Zij zitten met hun ogen dicht 
op keukenstoelen bij het vuur. 
Je ruikt nog vlees en bonensoep 
terwijl je bij het aanrecht hurkt 
en foto's maakt. Hij is op sokken, 
zij draagt een rode sjaal, van hem, 
omdat ze neusverkouden is. 
Het kan zo tochten in dit huis. 

Zij wonen hier nog net. Hun drie 
gekookte aardappels voor morgen, 
ze liggen op een plastic bord, 
met folie overspannen. Bakvet: 
het witte laagje in de pan. 
Er is een deur met groene planken 
die nooit meer in het slot valt, want 
de veer is uitgerekt. Je ziet 
een hondenneus, een kattenpoot: 
ze werken zich naar binnen voor 
het zeen, het vel, het kale bot. 

De radio staat uit, de wind 
trekt aan de vlammen in de haard, 
de dieren eten, uit de kraan 
valt af en toe een kalme druppel 
in restjes afwasschuim. Een vlieg 
met ingeklapte pootjes op 
de handdoek in de vensterbank 
Je klikt, je houdt je adem in. 
Dan vraagt zij of je koffie wil 
en hij, of hij je weg moet brengen. 

 

 
   
Geschoren kuiten, strakke kontjes en afzien in de OBA -  Verslag Giro-podium van 24 april door John Zwart - geplaatst 27 april 2010 
Zaterdagmiddag 24 april stond het open podium van de Amsterdamse Centrale
Bibliotheek al helemaal in de sfeer van de Giro d'Ítalia wielertour, die over twee
weken met de proloog van start gaat in de hoofdstad. De enorme vide van het
grote gebouw was volgehangen met wielershirts en de bibliotheek had een 
competitie uitgeschreven voor gedichten op de wielersport. 
Directeur Hans van Velzen installeerde zich op de voorste rij om een keus te 
maken uit de voordrachten, vier zou hij er kiezen voor de Gala del Giro 
voorstelling in het Theater van 't Woord a.s. dinsdagavond 27 april. 
Presentator Jos van Hest opent met het lezen van een lang en beeldend epos
van de hand van Luc Gruwez, een Vlaamse dichter die het brekende klimmen
en het angstwekkende dalen op de pedalen kent uit eigen ervaring. 
"Gruwée gruwée allée allée..." klinkt het langs het parcours, maar Luc is meer
dichter dan wielrenner, meestal belandt hij in de staart van het peloton. 
De toon is gezet. 
De selectie van deelnemers aan de wedstrijd is deze editie in de meerderheid,
toch is het óók een regulier open podium, zij het met een beperkt aantal deel-
nemers. Die verzorgen het beleg tussen de sandwich van pedaleursgedichten. 
Van die pedaleurs waren er twaalf tussenuit gesprongen in de voorselectie. Het
klinkt alles heel gevarieerd: verhalend over de ervaring van gesloopte lantaarn-
dragers tot juichende euforie van rondemissgenieters - ook de licht erotische 
beleving van vrouwelijke toeschouwers, neergevlijd in de berm, of comfortabel 
op tuinstoelen onder 'n parasol, ontbreekt evenmin. 

De keus van Hans van Velzen valt op werk van Erika De Stercke (Gent) en 
Wim Hartog (Bodegraven), beide niet zelf aanwezig, maar hun werk gloedvol
gelezen door Jos van Hest. De andere twee uitverkorenen zijn Ineke Holzhaus
en Matilde Schaap. Ook Cor Bakker, Gerard Beentjes, Tonny Hollanders, 
Gonny Luijendijk, Paul Roelofsen, Conrad vd Weetering, Josje Zegwaard en
Tom Zwaan laten ons wielerwerk horen. 

Hans Koekoek          -        Babsie en Kila 

Na de pauze is het tijd voor de deelnemers buiten competitie.
Hans Koekoek, ex NOS cameraman, die vele wielerwedstrijden beroepsmatig
meemaakte van heel dichtbij, wordt daarover met graagte geïnterviewd door 
Jos van Hest. Hans is geen dichter maar een prozaìst. Hij schreef een serie 
romans, die hij voor een "proletarische eenheidsprijs" van tien euro per stuk 
aanbiedt. Hij heeft ze uitgestald op de podiumrand en leest ons een lang 
fragment voor over de liefde tussen twee zwakbegaafden in een tehuis. 
Ze trouwen en krijgen een kindje doordat de vrouw, heel slim, elke avond de pil
weer uitspuugde. . Een baby die, tot groot verdriet van de ouders "volkomen 
normaal" blijkt te zijn. 
Dan Kila en Babsie, een performerduo met typische podiumpoëzie. Toch 
maakten ze een bundel waaruit ze nu reciteren: "Stereo". Een echt eigen-handig
project. Zelf gedrukt, zelf gebundeld en zelf ingebonden binnen een omslag-
ontwerp bestaande uit het briefje waarmee een van de twee moeders het duo
succes wenst. Vijfenzeventig exemplaren maakten ze dit voorjaar en ze zijn nu
allemaal op. Babsie (Babette) is de dominant van de twee, Kila meer de volger. 
Soms lezen ze de regels om en om, soms vloeien hun stemmen inéén en 
worden dan onverstaanbaar, maar ook dat lijkt een functie te hebben. Ze treden
ook op in slam-toernooien maar het lijkt me dat ze toch een andere discipline
beoefenen, maar een echte slam-kenner ben ik niet. 
Soms een abrupt 'afgeknipt' einde, ook erotiek en humor ontbreken niet. 
Ze schrijven hun teksten zelf, maar niet samen. Hun ervaring is dat de één de
tekst van de ander meestal beter vindt dan wat ze zelf presteerde. Of ze een
coach hebben komt er niet uit, misschien een idee? 
Dan komt Anneke Wasscher (Leek Gr.) aan de beurt, ze heeft lang moeten 
wachten om haar OBA-debuut te maken. Het voordeel is dat ze ruimschoots
tijd kreeg om te kunnen acclimatiseren. 
Ik beluister haar bijdragen met extra aandacht, want ik beschouw haar als een
natuurtalent. Na een veeleisende baan gedurende vele jaren is zij pas in de 
herfst van 2008 met het schrijven begonnen. En in die korte tijd grossiert zij
al in nominaties. 
Omdat ik haar in het afgelopen jaar met een paar korte verhalen en diverse 
gedichten heb gecoacht is het een plezier om te zien en te horen hoeveel 
en hoe snel zij is gegroeid. Ook presentator Jos van Hest toont zijn waardering
het kan hem niets schelen dat het programma weer eens flink uitloopt, hij 
neemt er de tijd voor. Haar cursief "Optreden" plaatste ik graag als gastblog 
op Hernehim, een lichtvoetige tekst in zelfspot, waarmee ze - als altijd - 
bescheiden blijft. Het meest indruk maakt ze met haar laatste gedicht 
"de reis". 
Het besluit is voor Sonja Meershoek - de zingende huisvrouw uit Heemstede,
bij afwezigheid vertegenwoordigd door Martine Bollema. Sonja, waarvan we 
ons herinneren hoe zij in 2008 alle lachers op haar hand had met haar gedicht
"Buk nog eens een keer" en daarna vaker optrad in de OBA. 
Zij kreeg onlangs een zwaar herseninfarct en kan zelfs in een rolstoel de deur
niet meer uit. Martine leest in haar plaats nog een paar gedichten voor uit de
bundel "Au bonheur des dames" die Sonja uitgaf bij Uitgeverij Vulkaan. 

© Hernehim Cultuur 26 april 2010 - John Zwart 

Anneke Wasscher en Jos vn Hest kunnen het prima met elkaar vinden


De Giro 

Onthaarde benen ploegen door weer en wind 
berg op, over hindernissen naar het dal 
een kleurrijke helm beschermt het lichte karkas 

gedreven door instincten 
versterkt met een ijzeren wil 
vlamt hij over het asfalt 
de blik op overwinnen 

een ophitsend publiek 
mild met onkuise woorden 
stuurt de renner hangend boven zijn zadel 
door de bocht, gevaarlijk scherp 
het applaus is luid 
het zweet zuurverdiend 
en de banden onbeschermd dun 

het schavot is nog ver weg 

© Erika De Stercke 

 

Buk nog eens een keer 

Mijn tasje werd me afgerukt 
op het Spui om middernacht 
Ik stond over mijn fiets gebukt 
en was op niets verdacht 

"Hé worden we niet meer verkracht?" 
probeer ik nog te schimpen 
Waarop hij, rennend, smaak'lijk lacht 
Een blonde God op gympen 

 

© Sonja Meershoek 

 


de reis 

mijn ogen blijven op de weg 
verstopt in veiligheid 
van reis 

je woorden vallen weerloos 
op het asfalt neer, bezeren in 
cadans 

een trage weg verbindt de tijd 
en luistert stil de echo van 
een oude pijn 

de bomenrij versnelt haar pas 
wanneer verhaal van vroeger 
wortels raakt 

mijn antwoord blijft verborgen 
versperde stem verbiedt 
de zin 

in luwte van de leegte wacht 
ik af, span meters lint tot 
horizon 

ik weet niet of je huilt, de 
witte strepen op de straat 
houden mij vast 

 

© Anneke Wasscher 

 

 
   
Vliegverbod -  Artikel van Newswatcher geplaatst 22 april 2010 
   
Vier jaar geleden wist iedereen het - de burgemeester van Onderbanken (L),
de inwoners van Schinveld (Gem. Onderbanken), de actievoerders van het
Groene Front, en alle mensen die sympathiseerden in het conflict - dat ze
in hun recht stonden toen er "front gemaakt" werd tegen het kappen van 
een bos in de grensstreek nabij dit dorp. 
De enige die een bemiddeling had kunnen opstarten was Sybilla Dekker
(VROM(ilieu)) maar van een VVD minister binnen een CDA - VVD kabinet
mag je zoveel groene hartstocht niet verwachten. Dat kabinet onder J.P.
Balkenende, dat haast per traditie veel Nato-ambitie in zich herbergt, 
veegde resoluut alles terzijde. Het bos werd tegen aanzienlijke kosten 
door een enorme gewapende macht ontruimd en de bomen gingen plat.
Waarom? Ten gunste van een gemakkelijker start- en landingsbaan voor
zeer verouderde AWACS vliegtuigen op de Basis Geilenkirchen (D). 
Oude toestellen, zo verouderd, dat ze op milieugronden nergens anders
nog toegelaten zouden worden wegens het enorme lawaai en de ontoe-
laatbare uitstoot. Geilenkirchen is een soort AWACS-asiel. 
Bomen helpen om fijnstof, CO2, NOx en nog veel meer uit de lucht te 
halen. De opstijgende en landende toestellen kunnen nu een meter of tien
lager de landing inzetten en een meter of tien vlakker optrekken bij starten.
Lekker voor de mensen die er wonen, nóg meer vuil, nóg meer lawaai en
het groen weg. Maar de Nato kon weer een aantal jaren doorvliegen met
deze oldtimers. 

Eyjafjallajökull 

De Raad van State, aan het eind van de bezwaarprocedure, gaf de
tegenstanders van het kappen van het bos achteraf gelijk. Het bos had
niet mogen gekapt. Helaas is het erg moeilijk om bomen die omgekapt
zijn vijf jaar later weer overeind te zetten. 
Sybilla Dekker, inmiddels voor de tweede keer weduwe geworden, heeft 
zich allang wijselijk uit de politiek teruggetrokken. J.P.Balkenende als 
Primus inter Pares van toen én van vandaag, hoorde je er niet over, noch 
Eimert van Middelkoop (MinDef), diens staatssecretarissen en al helemaal
niet Gerda Verburg (MinLN(atuur)V) van de Gerda-glossy. JPB kon zich
gemakkelijk onttrekken, hij heeft immers altijd "belangrijker dingen te doen"
maar is het al opmerkelijk hoe moeizaam het is om CDA-CU politici tot 
erkenning van zelf begane fouten te brengen, bijna onmogelijk wordt het 
wanneer 't feit onder verantwoordelijkheid van een ex-collega van andere 
politieke kleur plaatsvond. 
Zoals men tijd wint door het instellen van een onderzoeks- of tenminste 
een studiecommissie, in dit geval kon het onrechtvaardig handelen zich
voltrekken onder de trage bezwaarprocedure bij de Raad van State. 

 

Toen dit simpele spierballen-milieuconflict plaatsgreep was er nog geen 
sprake van een krediet- of economische crisis. Inmiddels heeft het vierde 
Balkenendekabinet zich gewapend met crisiswetgeving. In het licht van 
het handelen in 2006 blijven er nu nog weinig illusies overeind. 
Milieuwetgeving komt steeds meer onder druk als er dit jaar weer een 
CDA-CU meerderheid in het kabinet komt. 
Met grote tegenzin mocht Tineke Huizinga (VROM) van de OV-chipkaart 
het uitspreken conform het eindoordeel: "zo had het niet mogen gebeuren".
Burgemeester Mirjam Clermonts van de gemeente Onderbanken zag 
allang in dat bemiddeling tussen 'Den Haag' en de gemeente geen resultaat
zou opleveren. Zij hoopt nu dat het excuus van Tineke Huizinga binnenkort
op papier bij de gemeentelijke poststukken zit: "dan kunnen we het inlijsten
en ophangen in de raadzaal".
Hoeveel schanddaden van de aard van 'Onderbanken' kunnen we met de 
nieuwe crisiswetten tegemoet zien? Het schild van de Raad van State is
in elk geval ontoereikend. 

© John Newswatcher - april 2010.

 
   
Eijlders Amsterdam -  Waar wachten wij op?, 18 april 2010  - Verslag geplaatst 19 april 2010 

"Waar wachten wij op?"
het aprilthema in Eijlders bij het Leidseplein. 
Een maand geleden de eerste echt lenteachtige zondag op het Leidseplein, 
maar toen tóch een stampvol Dichterscafé met een recordopkomst dichters
en publiek... Gisteren, een echte zonaanbiddersdag van bijna 20 graden met
files richting Zandvoort en alleen nog staanplaats over op de pleinterrassen...
daar konden wij niet tegenop. 

Heel rustig, bijna een "dichters-voor-dichters" middag voor Amsterdamse 
poëten en een handvol aangelande liefhebbers uit de regio Leiden tot aan
Rotterdam. Alleen van verderweg zowaar nog een reprise van Erika De Stercke,
uit het Vlaamse Gent per Lage SnelheidsLijn aangereisd en uiteraard uw nijver
chroniqueur uit Friesland. Trouwe tournooiridder Jako van de hoge bergen was
verhinderd door vulkaanas boven zijn hoofd. 

Het kan zijn dat men nog beter zijn best doet voor een publiek van louter 
collega's. De show werd gestolen, zoals dat in het afgesleten cliché heet, 
door Martin M Aart de Jong uit Leiden, Pom Wolff en Jan Willem van 
Hamel
. Zonder anderen tekort te doen, was ik zelf het meest onder de indruk
van het optreden van de Leidenaar zoals hij sterk opende met een overrom-
pelende slammersact, zonder papier dus. Een hartenkreet over waar we niet
op zitten te wachten "poëzie is om ruimte te maken/ niet om te vernauwen, 
het is genoeg geweest!"
Vervolgens ging hij voort in rustiger tempo met zijn
andere voordrachten. Bijvoorbeeld over wormen, die kwamen merkwaardig 
genoeg nog vaker tevoorschijn gekropen deze middag. 
Er moet een onzichtbare communicatie zijn tussen de dichters met hun 
voornemen Eijlders te bezoeken, immers vorige maand viel het licht 
opvallend vaak op schaamhaar. Niets is de dichter vreemd. 

 

     Martin M Aart de Jong

 

Willie Worm 

Je kruipt, je knaagt, je neukt de dagen ondergronds, 
het licht mag jou niet fel behagen. Wanneer je lijf 
gespleten wordt, dan kronkel je nog even rond 
alsof je lijf een kont en mond van een tot twee, 

tot groter nut kan maken van het algemeen. 
De waarheid is een andere. Maar wat er lijkt 
en wat er schijnt wanneer je zo gespleten 
boven komt, het daglicht moeizaam kunt 

verdragen, het is een weet voor iedereen 
die het wil zien, wie liever blind wil blijven 
staren naar de laatste trekjes wormelijkheid 

van alles wat van waarde lijkt, een algeheel 
verteren van het kwaad; het goed dat duister 
overwint, het is zo ongegrond, zo blind. 

© Martin M. Aart de Jong 

Pom Wolff deed dezelfde serie als hij woensdagavond deed in het "Eind van
de Wereld"
, aan de kade van het Javaeiland, maar nu voor een ander publiek, 
dus hier even meeslepend in de opbouw van de reeks: 
Almere weer, en Agnes natuurlijk en mijn favoriete Verjaagden uit de wanhoop.
Ingepast in het thema was zijn bijdrage uit de 'Top 100' van Trouw:  
"ik breng het licht terug tot een streep op het museumplein" 

Jan Willem van Hamel weet je altijd vast te houden, in zijn expressiviteit, 
met zijn brede
gebaren, zijn introductie ongemerkt overlopend in zijn act, als
terloops deel ervan, een schijnbaar spontane interactie met zijn toehoorders,
nog meer acteur dan dichter. 

De anderen, zoals gezegd niet tekort gedaan. 
Na Anna en Seipie, die openden in een wederzijdse liefdesverklaring - zij 
hoeven niet te wachten, ze hebben elkaars toewijding - Martin van de Vijf-
eike
die werd geïnspireerd door het wachten voor de brug die opengaat: 
"Bij belsignaal brugdek vrijmaken", ziet hij Mozes voorbij komen, drijvend in 
een rieten mandje. Kees Godefrooij immer in de weer met zijn 'zwarte 
romantiek' over zijn belevingen of juist niet-belevingen met "Joke". 
Ton Huizer had "de wekker op leven gezet" en hij vergeleek schoonmoeders 
met "slapende vulkanen". Hij komt volgende maand terug in Eijlders om zijn 
nieuwe bundel te presenteren. Een Rotterdammer die zijn presentatie krijgt
in Amsterdam, een les voor voetbalsupporters. 

ik breng het licht terug tot een streep op het museumplein 

ik ben schuldig omdat ik kranten lees 
de wereld terugbreng tot papier 
vandaag de foto's accepteer 
beelden beelden roepen laat 
het meisje van weleer 
met modder tot haar mond 
die armen gespreid ontzettend naakt 
een vragend montessorimeisje 
met napalm op haar huid 

zo meteen zeg ik 
zo meteen is zo meteen 
een excuus voor nu 
een strategie voor straks 
ik breng het licht terug 
tot een streep op het museumplein 

voor het gezicht geschroeide handen 
omdat ik blindzijn prefereer 
geen stem meer boven water horen kan 
ga je mee? 
een lange boswandeling maken 
heb je de wereld gezien, ook de bossen 

© pom wolff - Uit "Dicht in de buurt Top 100" Trouw, de Verdieping.*)

 

In een volgend blok Frans Terken uit Leiderdorp "Goede morgen... het is 
liefde die naam mag hebben/ ik noem je Ina als het mag". 
En zijn 'vadergedachten' die nu gericht worden op zijn zwangere dochter 
"het kind waarvan de buik groeit... wachten op het kleinkind". 
Tenny Frank haalt Hans Andreus naar zich toe in 'dichter bij me'. 
Ron Offerman citeert met zijn sonore bariton wat hij aan quotes vond op 
"wachten" op het internet. Goed voor een vrolijke noot. Om dan teder late,
of vroege?, "liefde aan de gracht" te beschrijven. Op een bankje, "waar soms
zij eerder wacht.. dan weer hij". 

Hiltje Jongsma voerde ons terug naar haar kindertijd op de Friese boerderij.
In de stal, waar de melkmachine zijn intrede deed, auditief "de sifons die
vacuüm zuigen" het vertrouwd geluid "tik...tak - tik... tak" van de pomp. 
Eerst Nederlands dan in het Fries, omgekeerd dan de meeste doen. 
Een volgend blokje - De nestordichter van de Amsterdamse podia, dhr.
Aachenende opent uit zijn bundel 'Vreten op aarde' met zijn eerbetoon aan
Lucebert "de dichter met de rokershoest". Op bijna geen enkel podium is 
Lucebert ver weg, ook bij Martin M Aart de Jong zweefde hij al binnen. En 
tot ieders verrassing trakteerde Aachenende ons op "Tamara... je broekje 
minimaal/ je tieten opgeplakt met schitter..."
Dat is het privilege van de 
oudere dichter, "dichten over "tieten" dat mag je vanaf een bepaalde leeftijd",
aldus de presentator. 
Hiltje Hettinga stelde wast dat "god zag dat het goed was" maar besloot 
wat rauw met "de rukker die geen andere taal verstaat" Ach, Hiltje is ook al
wat ouder, dan mogen de grenzen voor een vrouwelijke dichter ook wel wat
opgerekt.
Bram de Waard, eerst met nadrukkelijk volrijm a-a, b-b "moet wachten 
op de wind met het geduld van een kind"
gaat vervolgens met zijn lief onder
de douche "uitgelopen mascara" en verrast met mooie zinnen als "liefde is 
een zijden draadje waarin je beide gelooft".
Gerdin Linthorst observeert het
voorjaar in de tuin. Zij allitereert fraai in 'dommelende gedichten' vanuit een
ligstoel, mijmert over 'wat zij nog wel en niet vermag', zo wordt het wachten
tot "verwachtingsvol sluipt een nieuwe lente aan".
Her vierde blok. Joop Scholten maakt zichzelf bekend "ik ben de man die 
staat te wachten/ niet de man die gisteren op de televisie was..."
Vervolgens
ziet hij zichzelf als een man voor het raam die de wereld ziet gebeuren aan 
de andere kant van het glas. Vraagt zich af of hij zich zorgen moet maken... 
hij ziet in gedachten de geraniums al verschijnen. Erika de Stercke had de 
worst thuis gelaten in Vlaanderen. Zij voert een reeks dieren op: een vliegje, 
dat hangt aan het plafond "het mooiste vliegje van de hele wereld", een hond,
een kip en - ja hoor - de regenworm. En dat terwijl ook Pom Wolff alweer de
wormen aan liet kruipen. Floor Voerman met een mooi essentieel gedicht, 
waarin de dichter,  de stem, de regels er niet toe doen, dat leidt allemaal 
maar af "het zijn de woorden alleen die tellen"  En daarna hilariteit wekt met 
zijn persiflage op films, waarin iedere dialoog precies op het juiste moment 
eindigt, de ster haar mond houdt en als vanzelf een paar elkaar per kus in de
armen valt. Nooit eens is het er één die haar mond maar niet wil houden, 
maar doorgaat en doorgaat, totdat de man allerlei excuses verzint om maar 
weg te komen, met zijn goed fatsoen. 
Het was weer zeer de moeite waard, nog één keer dit seizoen. 
Dan volgt de zomerstop. 

© Hernehim - John Zwart, 19 april 2010 

*)"Dicht in de buurt Top 100"  Trouw, Amsterdam - uitgave februari 2010 
Met: Wilma van den Akker, Hanny van Alphen, Delia Bremer, Mart Brok,
Lilian Caessens, Cartouche, Harry C A Daudt, Jan Doornbos, Loes Essen,
Edith de Gilde, Kees Godefrooij, Gijs ter Haar, Eric van Hoof, Wibo Kosters,
Anke Labrie, Joop Leibbrand, Margerite Luitwieler, anna maria, Nafiss Nia,
Nell Nijssen, Gerda Posthumus, Paul Roelofsen, Frans Terken, anne toulet,
Cor Visser, Jacques Vos, Gérard Vromen, Ria Westerhuis, pom wolff, 
Henk van Zuiden, Cilja Zuyderwyk, John Zwart. 
Allen ooit gepubliceerd op Hernehim Cultuur samen goed voor ong. de helft
van de inhoud van de bundel. Te bestellen bij Trouw Printboek. 

 

Café Eijlders, bij het Leidseplein 
Korte Leidsedwarsstraat, Amsterdam 

Van september t/m mei, Elke derde zondag van de maand:
Dichtersmiddag vanaf 16:00uur . 

 

 

 
   
Eind van de Wereld - Poëzie en muziek in de buik - Amsterdam - 14 april 2010  - Verslag geplaatst 19 aprilt 2010 

Gisteravond naar het het eind van de wereld geweest. Zo ver? 
Het valt mee hoor, het 'Eind van de Wereld' is een sociaal restaurant in de
buik van het schip 'Quo Vadis', dat ligplaats heeft in het Amsterdamse IJ 
aan het einde van het Java-eiland. 
Daar kun je nog voor een bedragje van 7 euro een eerlijk vegetarisch 
menuutje bestellen en - als je toch niet buiten vlees kunt - voor weinig méér
een maaltijd met biologisch verantwoord voer voor carnivoren. 
Waar vind je dat nog? 
Met mijn verleden voel ik me er al sneller thuis dan in een café of theatertje.
Als ik door de patrijspoorten kijk - ja echte ronde koperen knevelramen - zie
ik kabbelend water. De één na beste plek, na aan schip op zee, is een schip
in de haven. 

Catelijne Beijst, leren broek met rode bretels, heeft er een dichtersavond
georganiseerd, als dessert na het eten. Een deel van de bezoekers vertrekt
met gevulde maag voor een avond elders, een overzichtelijke groep blijft. 
Catelijne had uitgenodigd, onder andere: Daan Doesborgh, Simon Mulder
Pom Wolff. Al reden genoeg om te blijven. Daan al eerder bezig gehoord in
de Kargadoor, de andere twee inmiddels bekende gezichten op alle podia 
in het land. Dan zou ik nog voor het eerst YaYa te zien krijgen, iemand 
wier teksten ik al een poos bewonder op het internet, maar van wie voor mij
tot deze avond alleen nog een gefantaseerd beeld bestond. 
Dat zou verrassend worden voor me, ik kom er nog op terug. Een muzikaal
element: een liedjesschrijfster-zangeres van formaat: Meike Veenhoven
Allerminst het stereotype meisje met een gitaar. Had ik vroeger bij het piano-
spelen altijd al moeite om de linkerhand iets heel anders te laten doen dan
de rechter, óók daar nog zelf bij te kunnen zingen verdient mijn oprechte
bewondering. Een prima pianiste, mooie teksten dicht bij zichzelf, mijmerend
over de liefde of vertederend over de kinderen met haar heldere vaste stem. 
Niet het platgetreden pad van duizend en een liefdesliedjes, één na ander 
gekloond uit dezelfde oerverzen. Ik blijf luisteren: "ik zou met jou... maar 
misschien toch niet zo'n goed idee"
en "als ik opsta, mijn kleren aandoe, 
kijk jij mee... heel de dag kijk jij mee"
. En op de haast van de alledaagse tijd,
is ze "de hamster in een rad" met opeens een muzikale en tekstuele omslag
met Lucebert "alles van waarde is weerloos...de nachtegaal zingt... 
een eiland van verpozing...'s nachts in bed naast jou"
.
 Luister maar!
  


'Quo Vadis' met het restaurant 'Eind van de Wereld' in de buik.
Woensdagavond vanaf 18:00uur verantwoord en voordelig eten 
en soms daarna een podium met poëzie, muziek en zang onder 
de organisatie en leiding van Catelijne Beijst. 

voor verjaagden uit de wanhoop 

wat kunnen ze méér nog 
dieper dan met ogen dicht 
afscheid nemen niet meer welkom zijn 
ik weet niet wat erger is 

de stad? gekloonde groep van barbie 
dezelfde doelloze uitdrukking 
leeft huis - tuin en keukenblok 

óf de haven? levenloos 
na heel veel water is ook het water saai 
het leek op héél lang lopen 

schilder oude schilder earl grey licht 
teer alsof het nieuwjaar is 
een bankje op het zuiden 
in ruwe streken rood waar ‘t water bloedt 

 

© pom wolff 

YaYa opent met vier prozateksten. Het blijkt dat ik haar al vijf jaar, of misschien
al langer, ken - zij hield zich bescheiden schuil in de schaduw van een dichter.
Toonde haar literaire kunnen heel spaarzaam op het internet onder dit (YaYa) 
pseudoniem. Verdient het om meer zichtbaar op het podium te staan. 
Haar sterkste tekst vertolkt het moedergevoel naar haar dochter, hoe 't verandert
en ook weer blijft: van het hulpeloze kind, het opstandige kind waarvan het 
moeilijker wordt te blijven houden, tot het zelfstandige kind dat "af" is. 
Dan zou er nog een verrassingsgast komen: Fabiola, één van de levende kunst-
werken die in Amsterdam rondwandelen, maar nog niet aanwezig. 
Zou hij/zij komen? We zullen zien. 

De dichters sluiten aan op YaYa, eerst Florian Kullberg. "Poëzie is niet zijn
eerste lust"
zegt Catelijne in haar aankondiging. Absurdistische teksten - 
prozagedichten op de "familie van de dierenliefde" van kanarie tot hond, hij 
geeft ze teksten in de mond. Helaas kunnen de dieren niet tegenspreken, 
de humor vaak wat ondergesneeuwd geraakt, breekt de spanningsboog - er 
wordt achterin steeds meer gepraat. Catelijne wijst terecht. Maar ook de dichter
heeft een taak... nee dit beklijft niet. 
Dan komt Pom Wolff, altijd naadloos de actualiteit aanvoelend, weet hij - soms
met het veranderen van een enkele versregel - een nieuwe lading aan te brengen.
Of het de misser van een politicus is of een vertwijfelde paus van pedofiele 
paters. We horen hem over Almere, nooit erg populair bij Amsterdammers, 
maar de PVV klinkt erin door. Het gaat zoals zo vaak niet over de plek, maar
over de mensen die ook van een goeie plek een zootje weten te maken. En 
dan: "Verjaagden uit de wanhoop" dat net zo goed op een asielzoekerscentrum
als op een Amsterdams dichterscafé kan slaan. Nee, geen vrolijke blik op de
wereld, van die Pom. Maar wie goed luistert hoort onder verontwaardiging ook
mededogen. 

Daan Doesborgh (1988) jeugdig stadsdichter van Venlo. Begint ondanks zijn
leeftijd als slamdichter al een doorleefd imago op te bouwen. Niet te veel whisky
Daan... Maar hier leren we hem ook kennen als een echte poëet, niet alleen om
te horen, maar ook om te lezen. Hij debuteerde superjong met "De reeds 
beweende liedjes"
, zoiets mag wel pre-nostalgie worden genoemd. Deze maand
kwam van hem een tweede bundel uit bij 'De Contrabas': "De Venus Suikerspin".
Hij leest voor ons een vers vierluik, een soort ode aan zijn moeder, helaas nog 
niet in deze bundel. Het moet een lieve en zeer geduldige vrouw zijn, deze moe-
der van Daan. Voor hem en zijn broer bouwt ze enorme kastelen van legoblokjes
die dan door hen beiden als in een reuzenbombardement in elkaar moeten don-
deren. Over vaders kom ik wel wat in de bundel tegen: "krantenmarges opgevuld/
met zelfgeschapen ruimtes... Afgekeurde moederfoto's/ opgehangen boeken-
planken/ ongeschreven opsommingen..."
Zijn slammersbeeld toont hij ons met
zijn gedicht op Tom Waits "Samen waren wij de mannen/ met kelen van schuur-
papier..."
Met een Engelstalige authentiek rasperige en daarmee vrijwel onver-
staanbare imitatie als slot. "I been reading sommeyourwork lately..." 
Origineel woordspel in zijn gedicht 'Engeldood mensdag' "Mijn hoofd is een 
plooienpot/ een mondjesmaat gewatteerde schedel/ een stormram van zorg/ een
gemsbok van koppige donder// dus laat maar/ ik ben een man van rabarber..." 

Daan houdt je wel wakker en scherp. 
Simon Mulder, de man in het stemmig klassiek zwart, witte blouse met ruches,
pochetje, niet te missen. "Een verschijning als juist komen binnenstappen uit 
1880"
, aldus Catelijne. De man van "Feest der poëzie" laat natuurlijk vooral 
sonnetten horen, met de volgende versregel "een woordenstroom met luisterrijk
geweld"
geeft hij zelf duidelijk het karakter van zijn werk aan. 
Hij doet zijn "Amsterdam-sonnet" waarin hij "dwaalde langs haar straten, 
grachtdoorkliefd"
en laat het voor het evenwicht volgen door een lied over die 
tegenpoolstad, Rotterdam, waar volgens hem "onder de Blaak onder de voeten
die over het plaveisel gaan een grote schat begraven ligt"
. Hij doelt hierbij 
kennelijk op de gevelresten met sierwerk en ornamenten die na oorlog en 
bombardement door shovels in de voren voor het straatherstel geschoven zijn.
En toen kwam toch nog Fabiola, die zo graag een wensenlijstje voor de nieuwe
burgemeester van Amsterdam had willen voordragen, maar dat in het Concert-
gebouw niet mocht. Het afscheid van Job Cohen mocht slechts door 500 
geselecteerde gasten worden bezocht, een beter demonstratie van de afstand
tussen de burgers van de stad en het Stadsbestuur kan nauwelijks gevonden.
Zo las Fabiola voor ons hoe de stad vriendelijker en leefbaarder kon worden, 
met bomen op het Damrak en het Rokin, japanse kers: bloeiende lentebomen;
en voorstellen zoals "Laat de agenten fietslampjes verkopen aan mensen die
zonder licht rijden in plaats van zulke dure bonnen uit te schrijven". 

Een mooie, beetje warrig verlopende avond. Uitgelopen, voor Amsterdammers
niet zo'n probleem, voor wie van buiten was gekomen, veel te laat Catelijne.. 
Misschien toch maar half negen openen in plaats van kwart over negen? 
Men blijft leren. 

© Hernehim Cultuur - John Zwart 15 april 2010 

 

   Ya Ya 

 

Daan Doesborgh 

© Foto's - Eigen foto's Hernehim Cultuur 

 
   
Hengelo (O) Hoort ! hoorde het nog één keer, 28 maart 2010  - Fotoverslag geplaatst 30 maart 2010 
          Greetje voor openen en afsluiten...
         


      
          Erwin Troost voor speelse troost en Lammert Voos met poëzie van de rand  Het woord wint veel aan klank met Bernhard Christiansen en Isabelle en Stefka 
                De Minnezinne meisjes uut Drenthe, Delia Bremer (l) en Ria Westerhuis (r) 
erotische poëzie met humor.

 

U moet het even zonder een echt verslag doen lezers, 
de verslaggever-redacteur-webmaster neemt even verdiende rust. 
Hij ziet u heel graag terug.

John Zwart 
© Foto's: Eigen foto's copyright Hernehim Cultuur 

 
 
Dichterspodium in Eijlders, 21 maart 2010  - Verslag van John Zwart - geplaatst 27 maart 2010 - aangevuld 31.03.2010
De organisatie van Dichterscafé Eijlders bij het Leidseplein in Amsterdam had 
zich waarschijnlijk een beetje door de inperking van de persoonlijke privacy van 
deze moderne tijd laten inspireren toen ze het thema bedachten: "krijg ik de 
ruimte?", maar dat mocht natuurlijk weer heel vrij - "ruim" dus - worden 
geïnterpreteerd. 
Het was een prachtige zondag die zijn naam eindelijk eer aandeed, de lente 
was boven Amsterdam uitgebarsten een metamorfose veroorzakend: werkelijk
alle terrassen op het Leidseplein zaten helemaal vol met zongenietende mensen.
Geen wonder dat het binnen bij Eijlders eerst nog een beetje stil was, maar van-
af de klok van vier uur stroomde het toch weer aardig vol met dichters en publiek. 
 
  
wel dertig dichters traden aan op deze dag.  
 

Opvallend veel dichters, niet te geloven, ik telde er een stuk of 30, hoe krijgt men
het weer voor elkaar om zoveel mensen nog redelijk tot hun recht te laten komen
als het zo dringen wordt rond de microfoon. Paul Lokkerbol blijft er rustig onder.
Met lichte jaloezie bedacht ik: een kunststuk om zo'n kudde ego's op één of 
ander wonderbaarlijke manier toch steeds weer te ordenen zonder dat ze elkaar
vertrappen. Een tweedekamer voorzitter ging in deze man verloren, mensen ! Dat
mag nu ook wel eens gezegd. 
Het was niet iedereen gelukt een passend themagedicht te vinden of nieuw te
schrijven, toch waren er wel die hun eigen ruimte-ervaring bezongen of retorisch
hun gehoor om ruimte vroegen. 

 

 

Franz Kafka (1883-1924 Praag) 

Aan hem danken we de uitdrukking "kafkaiaanse toestanden", als er
wordt gedebatteerd over de digitale registratie- en controlemaatschappij
die door 't verontruste deel van de bevolking gezien wordt als moderne
werkelijkheid van een nachtmerrie van oncontroleerbare en onbeheers-
bare bureaucratie, waarin de vrije burger ten onder gaat. 

(zo'n wereld kwam tot leven in het boek "Der Prozes") 

 

 
     Wim Schroot - altijd zomer 

            
   Erika De Stercke                   Jasmijn - maakt haar keuze uit 26 gedichten
   stevige vrouwenslam               van een dierenbloemlezing 

  
   Jack Terrible bij een eerder optreden in de Bibliotheek met een lofzang
   op het sterrenleven en de tragiek van Mathilde Willink 

Bij zo'n grote opkomst vanzelfsprekend veel bekende gezichten, maar - zeker
voor mij - ook wel enige nieuwe. Zo vaak kom ik immers niet in Eijlders, twee
keer per seizoen, gemiddeld. Dan probeer ik liefst vooral aandacht te geven aan
wie voor mij tot dan nog betrekkelijk onbekend is, Ook mensen die voor ''t eerst
Eijlders betreden. Maar vooral natuurlijk diegenen die bijzonder opvallen en
daarmee een sterke geheugenimprint achterlaten. 
Eén nieuweling was in mijn gezelschap, maar die zag van optreden af, wilde 
liever alles eerst eens aanhoren vanaf de zijlijn. Ik hoop natuurlijk dat ze weer 
terugkomt zodat ook haar naam aan dit podium kan worden verbonden.  

Hier komen dan wat namen die de revue passeerden. Een opvallende meteen al
Wim Schroot, die de spits afbeet, zoals dat heet (of is 't nu "het spits", ik raak 
altijd weer in verwarring, iedereen zegt het anders, dat komt natuurlijk weer door
Martin Simek die zo vaak op radio en tv horen is). Wim werd aangekondigd 
als "de enige dichter die altijd optreedt in korte broek en sandalen". Nu ken ik 
er nog één, die loopt in Drenthe rond, maar ik durf er geen weddenschap over aan
of die 's winters stiekem toch een warme lange broek aantrekt. Over Wim gaat 
de mythe dat hij het hele jaar door de wind langs zijn kuiten laat waaien. Kort 
lichtvoetig werk van het limerickachtige soort. Direct daarop kwam een Vlaamse
aan bod, al wat bekend van andere podia, eerst in de stad waar ze woont: Gent 
Maar sinds 2009 reist ze ijverig langs de Nederlandse evenementen. Nu dus óók 
voor het eerst in Eijlders, dankzij de voordelige treintickets van het Kruidvat, zo
vertrouwde ze ons toe. Geen katje om zonder handschoenen aan te vatten, 
deze Erika De Stercke (wat zegt ons een naam...) als je haar ruwe stijl hoort
waarop zij op mannenjacht gaat. Een nieuwe slamdichteres in de aanval zo
zou ik haar willen samenvatten..
Als grootst contrast hoorde ik wat later het schuchtere gedichtje over een olifant
van het jonge debutantje Jasmijn Dieriks (6), wellicht de jongste dichteres ooit,
die voor het Eijlderspubliek optrad.  

Lennert Ras maakte een maand geleden zijn Eijlders-debuut begreep ik, en
amuseerde zich uitstekend met het thema dat toen actueel was en over 
"voortplanten" ging. Voor mij was hij nog helemaal nieuw, het thema van nu 
sprak hem duidelijk minder aan. 
En opmerkelijke opkomst was weer Jack Terrible, die zijn gedicht las dat uit 
de inspiratie op zijn bewonderde Geert Wilders ontsproot. Hij vergezelde zijn 
optreden met de vertoning van een schilderij, eveneens door hem vervaardigd, 
het portret van de PVV leider. Voor zover ik heb kunnen waarnemen was er maar
één persoon in het publiek die er boos over werd. Ik begreep de welwillendheid 
van de overige Eijlders-dichters en het publiek wel, want we kennen Jack allemaal
heel goed - als de hele PVV aanhang van dezelfde soort is dan hebben we niets
te vrezen, Jack zal nog geen vlieg kwaad doen en hij beleeft veel plezier aan het
schilderen van naïeve portretten van allerlei bekende figuren, waarvan sommige 
zijn idolen werden. Ik herinner me bijvoorbeeld ook nog zijn schilderij van Mathilde
Willink. En ik kreeg zelf, als mijn dichtersalterego JohnN, de gelegenheid om 
mijn "... ik wil vrijheid/ niet die van ome geert..."  te mogen lezen en daarmee 
was de balans weer redelijk in evenwicht. 

Ja en nog meer opmerkelijks... Ik hoorde en zag Dominique van Amsterdam
moeilijk verstaanbaar, maar een verschijning als een levend kunstwerk ala 
Mathilde Willink, dus ondanks zijn wat moeizame tekst een lust voor het oog! 
En deze dag stond daar ook Anne Hardeman, uittredend vanuit de groep van  toehoorders en volgers, nu zelf aan het woord met eigen werk. Als mensen die 
zich lang schuw tonen voor publiek hun schroom overwinnen verdient dat op zich
al een heel groot compliment. 
Gerdin Linthorst die, volkomen onterecht, zich ook bescheiden toont over haar
eigen dichtprestaties maakte me blij met haar gedicht over de lente, als haar
benadering van het thema waarin een roep om ruimte klinkt. Ik vroeg Gerdin mij
het in de email op te sturen, zodat het dit verslag op deze pagina mag illustreren,
maar het werd helaas nog niet op de redactie ontvangen. Ik hoop nu maar dat ze
niet van mijn vraag geschrokken is. 
In het voorlaatste blok kwam toen Loes Essen, allang niet meer geplaagd door 
onterechte bescheidenheid, zij kan immers al bogen op een échte Eijlders- 
bundel en dat bereikten de meeste van ons nog niet, of misschien wel nooit. 
Natuurlijk was ik heel geïnteresseerd in haar poëtische prestatie op het thema, 
immers nog niet zolang geleden werkte zij mee aan deze site. Ze verraste me 
"met wie heb ik nu weer het bed gedeeld? (...) Het was een hekeldicht, over een
internetsite, weer een ándere site, als u het nog volgen kunt, maar daarin had ze
onopvallend heel listig mijn naam bij herhaling verstopt. Nu heb ik geen enkele
invloed op de site van haar inspiratie, dus het zal wel op louter toeval berusten.
Een knap geschreven hekeldicht is nooit weg, ik vind het altijd mooi als mensen
hun boosheid over een maatschappelijk verschijnsel of op een persoon creatief 
in een gedicht sublimeren. "Had ze nou maar..."  dacht ik even maar ho stop, 
dat hoort niet in een serieus verslag als dit. 
En meteen daarna kwam jako fennek, maar dat is natuurlijk echt zuiver toeval. 
"Er drijft een hoofd in de gracht ..." begon hij. Heel even sloeg mij toch de schrik
om het hart, maar gelukkig, mijn nuchtere verstand bracht mij weer met beide
benen op de Amsterdamse vloer van Eijlders, mijn naam zat niet in het gedicht
verstopt. Wie een hoofd mist, moet dat maar eens bij jako gaan navragen, zodra 
hij weer terug is in onze stad. 

Hiermee heb ik wel de meeste opmerkelijke zaken gememoreerd, of het moest
dan nog de expressieve voordracht zijn van Jan Willem van Hamel, die altijd 
leest uit een handgeschreven boekje. Hij had weer nieuw werk dat in mijn 
perceptie heel dicht bij het genre "standup comedy" ligt, hetgeen door hem 
werd bevestigd. 
Ik wil geen mensen te kort doen, maar het waren er deze keer zó veel, en al die
vaste gasten zoals Kees Godefrooij, Merik van der Torren, Michiel van Rooij, 
Ron Hamming, Ronald Offerman, Aurora Guds, Es van Essen, Tenny Frank,
Floor Voerman, Sander Brouwer en ga zo maar door... daar hebben we hier
al vaker over geschreven dus die zullen wel niet beledigd zijn als ik het hier deze
keer maar liever bij laat. Stuur maar eens een gedicht op naar Hernehim! Zo zou
ik hen willen toeroepen, dan kom je weer eens in de aandacht, ook gratis en voor
niks, en minstens een hele maand lang. 
Koos Hagen moet ik nog even noemen omdat hij ons nu de officiële installatie 
als stadsdichter van Amstelveen kon bevestigen. Gefeliciteerd! Hij oogstte ook al
eens een prijs op ons Kargadoor Podium. 
 En ik maakte uitgebreid kennis met de Rotterdamse dichter Ton Huizer die 
samen met andere poëten van de maasstad het podium "Ongehoord!" in de 
bibliotheek aldaar organiseert. Met hem besprak ik het probleem van het werven
en vasthouden van capabele vrijwilligers. Een problematiek die we delen. 
Zo leren we niet alleen over de muze als we de podia bezoeken, maar ook op
andere terreinen leren we steeds weer van elkaar. 
Een geslaagde en vredige lente-aflevering van Eijlders zo mag de conclusie zijn, behoudens een kortstondig incident van stemverheffing, dat snel vergeten mag
worden.

© John Zwart - voor Hernehim Cultuur. 

 

   Dominique van Amsterdam - moet je zien 

            
   Gerdin Linthorst - maart maakt ruimte                 Jan Willem van Hamel 
   voor de komst van de lente                                 brede gebaren 

             
   Koos Hagen                            Ton Huizer met poëzie uit Rotterdam 
  dichtersstem van Amstelveen 
   die soms klinkt als niet lullen maar poetsen  

Poëzie is … 

Geen nouvelle cuisine 
voor de belezen fijnproever 

Geen afgemeten portie ongemak 
met een regel flauwe saus 

Geen zinloos gewapper van handen 
van adolescente hemelbestormers 

Poëzie is winterkost 
Voedzaam 
warm en dampend 

Met verkleumde vingers geoogst 
uit bevroren dauw 
van de seizoenen 

© Ton Huizer

Maart 

Hoe groen de vlier 
terwijl de wind nog door de kieren fluit 
en ijzigheid het hart omsluit. 

Zie de late sneeuwpop van een te oud kind 
naast rails van de vertraagde trein 
Ach, het geplaagde brein 
dat in een bries zijn voorjaar vindt. 

Het hol gejammer van de kater 
in al zijn lust reikend naar later 
noopt tot bedachtzaamheid. 

De lucht zo laag, het zicht beperkt, 
de dageraad nog matig afgewerkt, 
maar onmiskenbaar groen de vlier. 

© Gerdin Linthorst  

                         Lente in de hoofdstad  

                      Het eerste groen aan de vlier 
                      maar de iepen aan de gracht alweer in bloei 
                      voor ieder die kijkt en ziet 

 
 
 
Yeti het verschrikkelijke sneeuwkonijn  - Kort verhaal van Vera de Brauwer - geplaatst 16 maart 2010 
Opgewonden steekt ze de deur open: “Er zit een konijntje in onze tuin, dáár onder
die struik. Zó een kleintje, gans alleen!” Ik beloof dat ik zal gaan kijken, van zodra
ik klaar ben met de afwas. “Mag ik het ondertussen een wortel brengen en wat 
droog brood?” 
Wanneer ik buiten kom en me onder de besneeuwde struik buig, zie ik dat de 
wortel bijna net zo groot is als het pluizig bolletje dat ertegen ligt. Van knabbelen
kan geen sprake zijn. 
“Zou het ziek zijn? Is het een wild konijntje, mama?” Omdat het zo'n plat snoetje
heeft en zulke minuscule oortjes, gok ik dat het een ontsnapt tam konijntje is. 
Wat te doen? Ik vrees dat als we het in de vrieskou laten liggen, het morgen dood
is. Dus besluit ik om het mee naar binnen te nemen. 

Vijf minuten later ligt ons konijnenjong in het hooi, in een plastic box. Ik bel een
bevriende dierenarts op en vraag wat en hoe. Hij raadt aan een spuit te gebruiken
voor het voeren (zonder naald, zo slim zijn we wel) en melk te geven waar we
koffieroom aan hebben toegevoegd omdat ze goed vet moet zijn. Silke gaat naar
de apotheek en komt thuis met een spuit van 25 ml! Net niet groot genoeg om 
ons konijntje een bad in te laten nemen... 

Silke voert het zo goed als ze kan, terwijl ik het piepkleine dier vasthou. Er wordt
al gefantaseerd over later, wanneer het groot zal zijn. 
Misschien is het een vrouwtje voor Yoda? Of een kleine broer? En of ze een naam
mogen kiezen? Ik gekscheer: “Laten we het Yeti noemen, het verschrikkelijke
sneeuwkonijn.” 
Yeti wordt het! We laten hem achter op een zachte handdoek, dicht bij de 
chauffage. Al snel loopt Yeti naar een hoekje van de keuken en gaat liever 
bewegingloos op de koude grond liggen. We denken dat het geen kwaad kan 
hem vrij te laten, tot we hem plots eerst half, met spartelende achterpootjes, 
en nadien volledig zien verdwijnen onder een kast! 
Ongelooflijk, hij heeft zich door een smalle spleet gewurmd. Mijn man moet 
een plank uitbreken om Yeti te bevrijden. We zetten hem dan maar terug in 
de box (het konijn, niet de man). 

Wanneer we 's avonds aan het eten zijn, schiet plots de verstraler aan in de tuin.
De bewegingssensor heeft iets geregistreerd: twee lange oren rennen in de 
sneeuw. Verschrikt kijken we elkaar aan. Dat zal toch niet... Ach, er lopen hier
wel vaker konijnen. Toch zijn we er niet gerust in. De volgende dag gaan we 
zoeken op internet. We vinden foto's van een jong konijntje en een jong haasje.
Nadat we ze aandachtig hebben bekeken en alle uitleg hebben gelezen is er 
geen twijfel mogelijk: we hebben een haasje in huis gehaald. Hazenjongen 
liggen blijkbaar niet in een hol, maar op de vlakke grond, alleen of met twee.
De hazenmoeder komt de jongen slechts één à twee keer per dag zogen. Yeti 
heeft – zoals veel haasjes – een klein wit vlekje bovenop zijn kopje. We besluiten
dat we hem bij valavond terug zullen leggen op de plaats waar we hem vonden,
in de hoop dat zijn moeder terugkomt. De dag duurt lang voor de kinderen. 
Wanneer Silke met Yoda in haar armen de keuken binnenkomt, lijkt hij wel een
reus! Wat een kanjer, in vergelijking met “ons” babyhaasje. 

Eindelijk is het halfzes. We gaan naar buiten, maken een bedje van stro en 
leggen Yeti erop, die aanstalten maakt om het op een lopen te zetten. Het lukt
mij hem vast te houden tot hij gekalmeerd is. Wanneer ik mijn handen wegtrek,
blijft hij roerloos liggen. We “haasten” ons weg en dan wordt het bang afwachten.
Tijdens het avondeten kijkt Silke steeds naar buiten. Wanneer ze haar lege bord
naar het aanrecht draagt, gilt ze het uit: “Oh, dáár lopen ze, alletwee! De mama
en Yeti!!” In een oogwenk staat de hele familie voor het raam. Inderdaad, we zien
twee silhouetten in de sneeuw: een grote langoor en een kleintje erachteraan. 
De moeder stopt steeds even tot het kleintje haar heeft ingehaald. Onze zoon 
spurt naar boven, waar zijn telescoop staat. Luttele tellen nadien roept hij: “Ik heb
ze in het vizier!” We snellen de trap op en bedelen om het schouwspel te mogen
gadeslaan. Met tranen in de ogen zien we om beurt hoe groot - en ondersteboven
- de liefde tussen moeder en kind is, hoe er "ongehaast" in onze tuin gespeeld 
wordt, tot de dieren uiteindelijk het hazenpad kiezen. 
Bevrijd van het schuldgevoel een baby en zijn moeder te hebben gescheiden en
dankbaar dat we de hereniging met eigen ogen mochten meemaken, 
gaan we slapen.
                                                             © Vera De Brauwer - Etikhove

 
 
Stemmen en twijfel  - Cursief in het kader van de Gemeenteraadverkiezingen van Anneke Wasscher - geplaatst 2 maart 2010 
De filosoof Descartes kon het een aantal eeuwen geleden mooi zeggen: 
“De eerste zekerheid is die van de twijfel.” 
Echter mede op grond hiervan kwam hij tot de stellige overtuiging: 
“je pense donc je suis” (ik denk dus ik besta). 
Hoe dan ook, ons denkproces blijft inherent aan het fenomeen twijfel. Zelf word ik
daar dagelijks mee geconfronteerd. Regelmatig sta ik in dubio, dan maak ik 
afwegingen in de zin van "enerzijds - anderzijds"
Op het kruispunt van wegen weet ik vaak niet welke richting ik nemen zal. Omdat 
er zoveel mogelijkheden zijn. Dilemma’s dus, omdat rotsvaste overtuigingen vaak 
ontbreken in mijn brein. 

Misschien behoor ik tot een minderheidsgroep die het nooit zeker weet. 
De afgelopen weken heb ik met stijgende verbazing, maar heimelijk ook wel met 
bewondering, gekeken hoe onze politici hun duidelijke standpunten over en weer 
gooien. Vaak bevat hun scherpe kritiek richting tegenstanders ook een overgewicht
aan beledigingen. Ze durven, stuk voor stuk. 

Uit hun houding blijkt geen enkele twijfel. Ze staan stevig op hun “stellingen”. Een 
politicus wordt vast getraind in stellig presenteren. Bij voorkeur met een vleugje 
zelfingenomenheid. Misschien zou een cursus luisteren soms ook zo gek nog niet
zijn. Maar dat vergt natuurlijk te veel tijd. Haast hijgt de mens voortdurend in de nek. 
Straks gaan we kiezen, tenminste een deel van de bevolking. Voor een gemeen-
telijk bestuur. Weinig mensen schijnt het te interesseren, gezien het feit dat een 
lage opkomst verwacht wordt. Sommigen horen wellicht alleen degene die het 
hardst schreeuwt. De echo van de discussie in het parlement klinkt na in de huis-
kamer, de kantine en de kroeg. Soms als mij daar de mond wordt gegund, ben ik
net niet slagvaardig genoeg of zijn de juiste troeven weer niet voorhanden. Maar 
meestal slaat gewoon de twijfel weer toe. 
Als ik uiteindelijk ’s nachts in bed de slaap niet kan vatten na al het krijgsrumoer, 
hoor ik soms in de verte een melodie van idealen. Ze zingen eenstemmig. 
Gelukkig maar, dat maakt het kiezen op 3 maart a.s. toch wel weer makkelijker. 

© Anneke Wasscher 

 
 
Saint Amour - Voor Nederland van start op de liefdesdag in Groningen - Een impressie van Anneke Wasscher - geplaatst 15 februari 2010 
Het was een fijne avond in de Stadsschouwburg van Groningen op de
veertiende  februari. Het is inmiddels een traditie dat vanaf Valentijnsdag
de schrijverskaravaan van “Saint Amour” langs
Vlaamse en Nederlandse
theaters trekt om er een ode aan de liefde te brengen. Men krijgt waar
voor zijn geld! Klinkende namen in het aangekondigde programma:
Remco Campert, Antjie Krog, Doeschka Meijsing, Ramsey Nasr, 
Cees Nooteboom, Manon Uphoff, Jan Siebelink en last but not least 
Bert Ostyn voor passende muziek.

Het programma werd gepresenteerd door Piet Piryns. De pijlen van cupido
werden afgeschoten op het publiek, gezeten in het comfortabele pluche.
Ontroerend, overweldigend, geil, humoristisch, maar altijd raak. 
Als je al niet verliefd was op taal zou je het worden op zo'n avond. 
Ramsey Nasr bracht zijn prachtige gedicht over Calvijn "Psalm voor een
afkomst" ten gehore. Vorig jaar heeft hij dit voorgedragen in de kerk te
Dordrecht. Terecht is hij onze Dichter des Vaderlands, schitterende poëzie
Jan Siebelink las twee hoofdstukken voor uit zijn boek "Knielen op een bed
violen", waarin de ontroerende relatie tussen de twee hoofdpersonen wordt
beschreven. Remco Campert zorgde met name voor een subtiele komische
noot met een tekst uit "Seks met dieren".

 

 

Cees Nooteboom vertelde het verhaal van een Nederlandse fotograaf die
verliefd werd op zijn Japanse model. Met woorden schiep hij sublieme
beelden, die eveneens een mysterieuze sfeer opriepen. Manon Uphoff 
wordt de “she-woman" genoemd, daar doet een leesbrilletje niets aan af.
Haar liefdesverhaal speelde zich grotendeels af tijdens de oorlog in 
Bosnië. “Een verfrissing in ons oer- Hollands moralistisch land”, schreef
een recensent al eerder. Hij heeft gelijk. 
Ontegenzeglijk een hoogtepunt van performance in de rij van gerenom-
meerde dichters en schrijvers, was Antjie Krog die ons letterlijk mee
sleepte in haar liefdesgedicht. Doodstille zaal, iedereen op het puntje van
de stoel. 
Voor degenen die van afwisseling houden: tussen de voordrachten waren 
er filmfragmenten te zien over liefde, erotiek en wat daaraan verwant is.. 
De beelden van Maarten Biesheuvel en zijn toegewijde, inmiddels 
gebochelde vrouw raakten me. Ze lieten zien hoe warm en zacht leven 
toch kan zijn, ook als men geplaagd wordt door langdurige depressies. 
In alle simpelheid. 
De gitaarmuziek en teksten van Bert Ostyn pasten wonderwel. Er werd
gelezen en gespeeld voor enthousiast publiek dat met ruim vierhonderd
de zaal vulde. Van de auteurs waren boeken te koop die desgewenst 
werden gesigneerd. Een hartverwarmende voorstelling in de koude winter.

Anneke Wasscher - Groningen, 15 februari 2010.

 

Speellijst 

Amsterdam
Stadsschouwburg dinsdag 16 februari - kassa 020 - 624 23 11
Arnhem 
Schouwburg woensdag 17 februari 
Eindhoven 
Parktheater dinsdag 23 februari
Enschede 
Podium Twenthe donderdag 25 februari 
Heerlen 
Theater Heerlen vrijdag 26 februari

 
 
Van het Oosterdok in Amsterdam  - Een verslag van John Zwart - geplaatst 14 februari 2010 
Twee dagen na de Gedichtendag het jaarlijks hoogtepunt in de OBA op de
éérste laatste zaterdag van de maand in het nieuwe jaar - 30 januari 2010.
Die dag ontvingen organisatoren Riet Lamers en Jos van Hest een selectie 
van Open Podium deelnemers uit het jaar 2009. 
Dat waren er een heleboel en daarom was er maar tijd voor ieder om één 
gedicht vanaf het podium te lezen. 
Voordat deze marathon begon deed stadsdichter van Amsterdam Mustafa
Stitou
een voordracht voor de verzamelde dichters en het overige publiek. 
Een van zijn succesvolle titels drijft de spot met alle cosmetische ingrepen
die de mensen, en dan in het bijzonder de vrouwen, op hun lichaam laten 
uitvoeren. Het voelde een beetje vrouwonvriendelijk aan voor mij, hoe alles
'gelift' ging worden en zij van 'zadeltassen' verlost zouden raken. Maar het 
was de cosmetische chirurg die aan het woord was en eigenlijk maakte die
zich belachelijk met het opsommen van zijn lijst van correcties die hij in de
aanbieding heeft. 
Hij sloot af met het gedicht dat hij op de nieuwe bibliotheek had geschreven 
en dat is aangebracht op de binnenwand aan de oostzijde van het gebouw. 
Het gedicht "De tempel" ziet men onmiddellijk bij binnenkomst naast de 
liften aan de rechterhand. 

Van de dichters die daarop volgden was ik vooral zeer onder de indruk door
de inhoud van het gedicht van Conrad van de Weetering. Conrad maakte
alweer jaren geleden carrière als balletdanser, en hij is Joods. Hij overleefde
de oorlog in Amsterdam maar verloor nagenoeg al zijn familieverwanten. 
Zijn gedicht spreekt voor zichzelf: 

Mustafa Stitou   © Copyright Hernehim Cultuur

De muur 

Ik heb de Duitsers diep gehaat, 
Iets wat maar langzaam overgaat, 
Mijn familie krijg ik nooit meer terug 
en sommige herinneringen slijten ook niet vlug. 

Genoeg daarover, alleen nog die taal, die mooie taal, 
"Schnell. schnell, du Schweinhund", 
iets wat zo diep insnijdt, 
dat je het nooit meer kunt vergeten. 

En dan nog de motoriek en het geluid 
- in radio en filmjournaal - 
van die man met snor en lok, 
die wij heimelijk in het Russisch 
´Slarottiemof´noemden 
en in het Chinees ´Hangkrenghang´. 
Hij gedroeg zich bespottelijk 
Maar maakte ons wel bang, 
vijf jaar lang. 

Stomtoevallig was ik 44 jaar later in november 1989 
in Karl Marx Stadt, dat nu weer Chemnitz heet, 
We werden ´s ochtends vroeg gewekt, 
door luid getoeter van een lange rij trabantjes, 
die knetterend naar het westen reed. 

Beneden op straat zagen wij een stille optocht 
met spandoeken `Wir sind frei`, 
`Wir kònnen sagen was wir wollen`. 
en waren voor die mensen ongelooflijk blij. 
Dat beeld van die ogen vol sprakeloos geluk 
kan nooit meer stuk. 
Ook al omdat het een echo was, 
een herinnering aan onze vijfde mei. 

Pas veel later realiseerde ik me, 
dat op dat moment 
niet alleen de Berlijnse muur was gevallen, 
maar ook die muur van Duitse haat, heel diep in mij. 

© Conrad van de Weetering 

Een kaleidoskoop van stijlen, stemmingen, onderwerpen trok aan
ons voorbij, Jos van Hest maakte er een verrassende mix van door
telkens heel verschillende mensen naar voren te roepen. 
Zó beluister je een gedegen sonnet en dan is er weer een simpel
schetsje van een moment op straat, zoals deze van Til Schaap:

hondje in de mand op de fiets
rijdt langs
mijn hondje aan de lange 
lange lijn 
wil naar het hondje op de fiets 
trekt mij mee, 
net nog geen gegrom 
hij weet het, dit wordt niets 
met dat hondje op de fiets 
die is allang voorbij. 

Gerard Beentjes bracht met zijn gedicht "De zachte krachten" 
de bundel "Blauwe Boeddha" weer even onder onze aandacht. 
Een bundel ten bate van de Tibetaanse dichters. 

De zachte krachten 

Waarheid is in elke taal een andere waarheid, 
een beeld, een boek. En toch hetzelfde waarom. 
Op witte hoogvlakten draaien paarse monniken 
molens van het levenslot. Geboorte is het begin 

niet en dood niet het einde. Mensen voor ons 
leven verder in ons bloed zoals wij in stof en 
as. Waarheid loopt de weg van herhaling. In 
de wind wuiven gebedsvlaggen heen en weer, 

ademzacht van heimwee. Gieren vliegen rond 
in cirkels boven de berg. Hoger dan omhoog 
wijst de top een vinger voorbij het alledaagse. 
Over sneeuwpaden lopen monniken naar huis 

© Gerard Beentjes 

Erika De Stercke was helemaal uit Gent komen sporen om
één gedichtje van 7 regels te lezen. Haar sobere "Letterdeeg"
verdient daarom onze welverdiende aandacht: 

Letterdeeg 

Splinters van brokkelige letters 
dwarrelen neer 
in een donzige deeg van woorden 
ritselend fris naar een zondige zin 
gretig gelezen door pezige handen 
met aan de vingers 
zwarte nagelranden 

De presentator 
altijd de juiste toon

© Copyright Hernehim Cultuur


Dit bonte optreden van 50 dichters, oud en jong, ervaren en pril brachten
Jos van Hest en Riet Lamers samen in het bundeltje 
"Van het Oosterdok 2009". Uitgave Openbare Bibliotheek Amsterdam. 
Een verzameling van pareltjes en mooie kiezelsteentjes zoals het door
Jos van Hest zelf wordt omschreven. 
Bij de Centrale Bibliotheek gratis mee te nemen 
(zolang de voorraad strekt). 

©  John Zwart - febr. 2010 
     voor Hernehim Cultuur  

 

 

Leonice Leite da Silva komt ook graag naar het OBA 
Open Podium, al een aantal jaren lang. Deze van oorsprong
Braziliaanse deelnemer was juist nu een poosje terug naar
haar geboorteland. Maar zij had een lofdicht geschreven op
het lijf van Jos van Hest en dat moest natuurlijk gehoord! 
Gerard Beentjes las het in haar ¨plaats. 

De presentator 

Zijn stem luidt 
door de hele hal 
zo zachtjes... vol gevoel 
en het klinkt vriendelijk in mijn oren. 

Hij is geïnteresseerd in woorden 
in poèzie...en gedachten... 
in klinkers...medeklinkers 
in korte zinnen of verhaal. 

hij luistert met aandacht 
en met een verwonderde blik 
kijkt naar je, en lacht... 
wacht op iets moois dat hem opvalt. 

Ik zie in zijn ogen 
hoeveel plezier hij heeft 
hij vlucht in zijn gedachten 
ik voel wat hij voelt. 

Hij droomt... en fantaseert 
over je verhaal 
hij stelt vragen 
hij applaudisseert. 

Hij maakt een grapje 
hij is een mens 
hij is een dromer 
hij is ook een dichter 
een dichter met hart en ziel. 

Applaus. 

   
 
 
Gedichtendag 2010  - Een impressieverslag van John Zwart - geplaatst 8 februari 2010 
   
Waar was uw redacteur-webmaster op donderdag 28 januari j.l.? 
Het programma wordt van jaar tot jaar voller. Elke keuze sluit veel andere
uit, moeilijk...  Vanwege het wekenlange slechte weer had ik geen enkel 
vast plan gemaakt. Maar de vroege ochtend van 'gedichtendag' zag het 
er eventjes goed uit. Dus toch maar op weg, maar niet te ver. 

Goed, ik was dus in Groningen, in het oude hart, vlakbij de Vischmarkt 
binnen gehoorbereik van de carillons van d'Olle Grieze en de Academie
toren. De stad Groningen is in de loop der jaren een poëziebrandpunt van
het noorden geworden, met het zomerse 'Dichters in de Prinsentuin' 
kent de stad óók nog een winterse Poëziemarathon rond Gedichtendag. 
Deze winter voor de elfde keer alweer. 
De avond tevoren was die al van start gegaan in Café Marleen, op de dag
zelf was ik gast van de Rijksuniversiteit, die de oude negentiende-eeuwse
Harmonie-zaal aan de Oude Kijk-in-'t-Jatstraat geïntegreerd heeft in haar
nieuwbouw het 'Harmoniecomplex'.  

Die Liebenden 

Sieh jene Kraniche in großem Bogen! 
Die Wolken, welche ihnen beigegeben 
Zogen mit ihnen schon, als sie entflogen 
Aus einem Leben in ein andres Leben. 
In gleicher Höhe und mit gleicher Eile 
Scheinen sie alle beide nur daneben. 
Dass so der Kranich mit der Wolke teile 
Den schönen Himmel, den sie kurz befliegen 
Dass also keines länger hier verweile 
Und keines andres sehe als das Wiegen 
Des andern in dem Wind, den beide spüren 
Die jetzt im Fluge beieinander liegen. 
So mag der Wind sie in das Nichts entführen 
Wenn sie nur nicht vergehen und sich bleiben 
Solange kann sie beide nichts berühren 
Solange kann man sie von jedem Ort vertreiben 
Wo Regen drohen oder Schüsse schallen. 
So unter Sonn und Monds wenig verschiedenen Scheiben 
Fliegen sie hin, einander ganz verfallen. 
Wohin ihr? - Nirgend hin. - Von wem davon? - Von allen. 
Ihr fragt, wie lange sind sie schon beisammen? 
Seit kurzem. - Und wann werden sie sich trennen? - Bald. 
So scheint die Liebe Liebenden ein Halt. 

                                              
Bertolt Brecht 
Bestemming 

Zie hoe de wolken 
hun schaduwen zwaar over 
de aarde schuiven 

dit landschap verlaten 
zo nu en dan het zonlicht 
de akkers laten raken 

ver weg 
vluchten vogels 
achter de horizon 

                                               Saskia de Boer 

RUG Huisdichters in duo-voordracht  
Links: Sacha Landkroon, rechts: Robert Prijs  ©  Eigen foto Hernehim

 

De Rijksuniversiteit kent sinds tien jaar het fenomeen 'huisdichters'
Deze verzorgden het universiteitsaandeel in de 'marathon'. 
In de 'ouT Theaterzaal' stond een respectabele RUG-katheder opgesteld 
waarachter zich een soort mini Poetry International afspeelde: een reeks
RUG docenten kwam om beurt naar voren om favoriete gedichten in hun 
taal te lezen, gevolgd door Nederlandse vertalingen. Indrukwekkend, het 
liep van Tsjechisch tot Estisch, van Groenlands tot Spaans. Zo'n beetje 
alles wat aan de RUG wordt gedoceerd klonk, ook Duits natuurlijk en tot 
mijn genoegen viel daar de keus op een klassiek werk van Bertolt Brecht.
Werkend aan vertalingen van Rilke's liefdesgedichten ontdekte ik een 
verwantschap in de stijl die Brecht in het gedicht "Die Liebenden" toont,
dezelfde minutieus uitgewerkte natuurmetaforen en scherp nauwkeurige
waarnemingen zoals Rilke bijvoorbeeld in "Der Panther" laat zien. 
Hier spelen twee overvliegende kraanvogels de rol van de geliefden. "Halt"
 heeft in de Duitse taal meer betekenissen, als zelfstandig naamwoord: 
"houvast". 

Een enkele `professor` las ook een eigen gedicht in de taal van zijn leer-
stoel, zoals de docent Spaans, die een gedicht had geschreven over 
Pablo Picasso. Zeer humoristisch, over de enorme rij van voornamen die
Picasso had. Maar waarvan alleen de kortste, de kleinste, heeft overleefd:
Pablo. Tussendoor, dat was heel sympathiek, werd enkele keren vijf 
minuten ruimte gespaard voor een bijdrage vanuit het publiek. En ja, ook 
'de meneer met zijn fototoestel die telkens aantekeningen maakt' mocht 
even voordragen in dit illustere gezelschap. Ik schatte het goed in dat men
op dezelfde dag van de financiële verhoren "wonderbaarlijk slijk" wel zou 
kunnen waarderen. En verder ingehaakt op het Trouw Dichtindebuurt 
project met "Onderhuurders in het voorbijgaan". Het leuke was dat de 
volgende RUG spreker daarop weer inhaakte (dat was niet afgesproken 
dus een gelukkig toeval) door het best beoordeelde Groningse gedicht te
lezen uit de 100 beste van Trouw. Geschreven op het dorp Woudbloem 
(Gem. Slochteren) door Saskia de Boer. 

Dr. Henk Harbers tijdens zijn bezielde voordracht 


Hans Renner leest in het Tsjechisch 'Báseñ o Hovnu' & 'Housle' 
van Jaroslav Vrchlický en Jirí Suchý. © Copyright Hernehim 2010

Ook werd voorgedragen door: 
Tekke Terpstra 
Rolien Scheffer 
Sjoerd-Jeroen Moenandar 
Dr. Henk Harbers 
Prof.Dr.H.Hermans 
Prof.Dr.G.Jensma 
Petra Else Jekel 
Rector Magnificus Zwarts 
Prof.Dr.H.Rensers 
Prof.Dr.C.Hasselblatt 
Prof.Dr.Doeko Bosscher 
Guus Termeer 

Snel naar de Centrale Openbare Bibliotheek op een steenworp afstand 
waar de uitslag van de poëziewedstrijd op het thema "over de grens" in
de Wolters Noordhoffzaal bekendgemaakt ging worden. 
De jury onder voorzitterschap van de dichter Rense Sinkgraven (stads-
dichter 2008, nu opgevolgd door de jonge Anneke Claus), van wie wij 
onlangs nog "Haïti mijn geliefde" publiceerden. Liesbeth Annokkee voerde
het woord namens de jury, en ook dichteres en 'vriend van Hernehim 
Cultuur'  Nina Werkman had daarin zitting. 
Zeer tevreden was men over het aantal inzenders, ruim 200 waarvan 
éénderde jeugd tot 18 jaar. De derde prijs van de volwassenen ging naar
een origineel gedicht over het verkennende van de prille liefde, waar de 
schrijfster Clé van Katwijk zich wel wat gemakkelijk van de titel
had 
afgemaakt: "over de grens". De tweede prijs was voor een gedicht dat op
humoristische wijze de vakantiestress beschreef van een gezin per auto 
op weg naar hun bestemming: "alles past" van Antonio Termeer
De eerste prijs gunde men aan Erik Hofstra voor zijn gedicht zonder titel
met de beginregel "Overzichtelijk was mijn dorp..." 

Er is een bundel 'Over de grens" met de 10 beste inzenders in beide 
categorieën Jeugd tot 18 jaar en Volwassenen. Ook voor universiteits-
huisdichter Sacha Landkroon was er een top-10 plek.
Het boekje bij de bieb en andere adressen in de stad voor een vrienden-
prijsje € 2,50. Aanbevolen. 
Men had mij nog aangespoord om na het eten naar "De Wolthoorn" 
te komen, een horeca-etablissement waar Frank Boeyen zou komen 
zingen en Jean-Pierre Rawie sonnetten zou komen voordragen. 
Maar intussen was het alweer hevig beginnen te sneeuwen en ik was 
nog 80 km van huis, bovendien had ik Frank Boeyen nog maar kort 
geleden in Antwerpen zien en horen optreden in ´t stampvol café Hoppe. 
Dus ik zocht voorzichtig mijn weg de stad uit naar de A7.

© John Zwart - Hernehim 2010

 

Namens de jury maakte Liesbeth Annokkee de prijswinnaars bekend
en las van elk bekroond gedicht het juryrapport. 
Maar natuurlijk waren er ook waarderende woorden voor alle deelnemers
die in groot aantal waren gekomen.

erzichtelijk was mijn dorp 
voor mijn huis een slechtbezochte kerk 
en dan kilometers lang 
nat, groen en door de wind gebogen gras, 
achter kabbelende beekjes 
zoals het hoort, 
met koetjes en schapen. 

En de buurman zei: "Hallo." 
Toen kwam zij 
Zij was:  
andere woorden, 
slecht voor mijn portemonnee, 
heimwee, slapeloze nachten 
Buurman had me nog gewaarschuwd 
ga niet voor haar kontje of gulle lach 
het leven is goedkoop 
maar alle dagen rijst is ook niet alles, 
het gras is dor en geel, iedereen gaat naar de kerk 
en is onverstaanbaar 

zij is heel gelukkig

                                                     Erik Hofstra 

Alles past 

Als ik schuin omhoog kijk langs mijn zusje kan ik de wolken zien
en grote blauwe borden die voorbij flitsen

vanaf de voorbank vraagt mijn moeder: wie wil er een snoepje? 
en mijn vader bromt: als we vannacht doorrijden 
zijn we morgenvroeg al bij Auxerre 
mijn zusje telt lantarenpalen 

en mijn moeder vraagt: wie wil er nog iets drinken? 
en schenkt uit lichtblauwe thermoskannen 
mijn vader bromt als ze maar niet steeds moeten plassen 
en op de achterbank steeds weer het zelfde liedje 
poep op de stoep hahaha

ssst zachtjes de baby slaapt ssst zachtjes de baby slaapt 
doe nou zachtjes de baby slaapt 
en als er maar geen file staat dan zijn we morgenvroeg al bij Auxerre

badmintonrackets pakken koffie onduidelijke plastic zakken een bal 
een step een pedaalemmer mijn vaders hengel mijn moeders tijdschriften
mijn zusje de baby en ik op de achterbank 
mijn vader draait aan het radioknopje en bromt: aanhanger gekanteld
op de A6   mijn zusje telt lantarenpalen 
en als het niet teveel tegenzit zijn we morgenvroeg al bij Auxerre

                                                                 Antonio Termeer
                                                

 
Strafrit naar huis, voorzichtig voortschuivende file, pas om 23:00u thuis,
nog net op tijd voor "met het OOG op morgen" op radio 1. 
Ook daarin aandacht voor de poëzie met Ramsey Nasr - en Casa Luna
stond ook nog in het teken van de alweer verstreken Gedichtendag 2010. 
Conversatie over gedichten van presentator Harm Edens met actrice 
Marlies Heuer die theater maakt op basis van poëzie. Later worden er 
gedichten gelezen, ook door luisteraars. 
Ik hoorde eerst Karel Wasch en later ook nog Koos Hagen met hun 
eigen werk over de telefoon op de zender komen. Ik dacht: "wat let me!" 
Ik meldde mij aan. 
Na de muziek ging men eerst nog een gedicht van een gerenommeerde 
dichter laten horen... nou dat was een renommee: Wislawa Szymborska.
Nobelprijswinnares 1996. Het gedicht dat de presentator liet horen kwam
uit de bundel: "Uitzicht met zandkorrel" 

 

 

 

 

De terrorist -- kijkt 

 

 

 

 

 

Er valt even een beklemmende stilte na dit gedicht, 
op de radio lijken drie seconden een zee van stilte, 
dan word ik aangekondigd. - 
In plaats van de "Onderhuurders..." heb ik opeens precies het juiste
gedicht in mijn handen, nog nergens eerder gelezen, ook de middag
in Groningen niet. Radio 1 informeert of ik aan de lijn ben, dat ben ik
en ik haak in: 

 

De terrorist -- kijkt 

De bom in het café zal om dertien uur twintig ontploffen. 
Nu is het pas dertien uur zestien. 
Er kunnen nog een paar mensen naar binnen, 
een paar naar buiten. 

De terrorist is de straat al overgestoken. 
De afstand behoedt hem voor elk kwaad 
en hij ziet alles als in de bioscoop: 

Een vrouw in een geel jack - gaat naar binnen. 
Een man met een donkere bril - komt naar buiten. 
Twee jongens in spijkerbroek - staan nog te praten. 

Dertien uur zeventien en vier seconden. 
De kleine heeft geluk en stapt op zijn scooter, 
maar de grote - gaat naar binnen. 

Dertien uur zeventien en veertig seconden. 
Er komt een meisje aan met een groen lint in haar haar. 
Maar nu belemmert een bus het uitzicht opeens. 

Dertien uur achttien. 
Het meisje is verdwenen. 
Of ze zo dom is geweest om naar binnen te gaan of niet, 
zullen we zien als het uitdragen begint. 

Dertien uur negentien. 
Om een of andere reden gaat nu niemand naar binnen. 
Er komt wel een kale, dikke man naar buiten. 
Maar het lijkt alsof hij iets in zijn zakken zoekt en 
tien seconden voor dertien uur twintig 
gaat hij terug, alleen voor twee rottige handschoentjes. 

Het is dertien uur twintig. 
De tijd - wat gaat hij toch langzaam. 
Nu is het vast zover. 
Nog niet. 
Nu dan. 
De bom -- ontploft. 

Zelfopoffering 

misschien ben ik niet voor dit offeren geschapen 
zoals verklaard tot hoogste goed 
door lieden die vertellen hoe het moet 
zichzelf zo graag benoemen als rechtschapen 

waarom dan zoveel jaren lang te leven 
en niet als resultaat van eerste tegenspoed 
ter wille van een ander's heil en goed 
in zelfvervulling reeds te sneven 

zijn het wellicht de valse regels voor 't leven 
van stond af aan door heersers ingeprent 
hoe het slechts zalig is zich op te geven 

voor de onwrikbare regent 
die zelf zich handhaaft op zijn troon 
en anderen de geest laat geven? 

© JohnN 2010. 

Ik wil nog wel wat toelichting kwijt, waarom ik dit gedicht zo toepasselijk
vind als aansluiting op Wislawa Szymborska en de actualiteit. Maar...
"Nee, doe maar niet. Geen politiek" zegt de presentator, "maar wel een 
geweldige slotregel" 

© John Zwart - Hernehim 2010

De thans bijna 87 jarige Poolse dichteres Wislawa Szymborska
ontving in 1996 de Nobelprijs voor de Literatuur. Zij woont stilletjes
in een flatje in Krakau en is wars van publiek optreden en interviews.
In de vermoeienis der publiciteit borg zij haar gevoel een tijdje op 
'in de vrieskist'. Na "Uitzicht met zandkorrel" bracht zij inmiddels
nog twee bundels uit: "Dubbele punt" en "Hier".       © Foto nrc. . 

   
 
   
 
"Dicht in de Buurt"  terug van "ver verdwaald"  - NIEUW Slotartikel van John Zwart - geplaatst 4 februari 2010 
Het project "dicht in de buurt" op de internetkrant van Trouw, dat zijn 
20.000ste papieren editie viert, heeft waarschijnlijk veel van de deelnemers
zowel als de organisator overrompeld. 
Er is in de reactievensters al heel wat gepasseerd de afgelopen weken.
Terechte zowel als onterechte agitatie. Nu heerst er betrekkelijke rust 
maar toch zijn we in lichtelijk gespannen afwachting van "de bundel" plus 
nog een stapeltje regionale bundels, als het eindresultaat van de poëzie
die door de dichters "op de kaart" werd gezet.  

Terugblikkend 
Terugblikkend is er één en ander op te merken: 
Waarschijnlijk had Trouw gedacht aan enkele honderden gedichten waar-
uit dan tot slot een boek met een verzameling van één honderdtal gepubli-
ceerd ging worden. Op zich al een hele klus om die vele honderden 
gedichten te recenseren, dus "weet je wat: we laten dat gewoon door de
lezers doen!". 
Maar het werden er meer dan tweeduizend. Ik schrok er zelf van toen
ik mijn eerste twee gedichten in de Provincie Flevoland plaatste. Op dat 
moment waren er al meer dan 700 gepasseerd. Met de Gedichtendag nog
ruim 2 weken in het verschiet! 
Waarschijnlijk had niemand daarop gerekend, immers gerenommeerde 
dichters zouden zeker niet meedoen vanwege hun gebondenheid aan de 
fondsen en de beperkingen van het copyright.. De poëzie zou dus uit het 
middenveld en van de hobbyisten komen. 

Wat was dan toch de oorzaak 
van dit overweldigende aantal? Een snelle blik maakte al veel duidelijk: 
sommige namen kwam je wel érg vaak tegen. Tja, en omdat veel dichters
het als een diskwalificatie zouden ervaren als hun inzending buiten de 
selectie valt hadden de veelplegers een opjagend effect. 
Ook de dichters die iets te verliezen hebben gingen er aan méédoen. Ook
ik had iets te verliezen: één gedicht was prijswinnaar, het andere kreeg 'n 
nominatie en beide tijdschriftpublikatie. Ik moet dus bekennen: óók ik 
behoor tot de groep die nog wat meer gedichten plaatste. Met de gedachte:
komt mijn Flevolandse werk niet aan bod, dan kan misschien één van mijn
betere gedichten op Friesland kanshebber zijn, zette ik Waddenzee, 
Geen weer en Wijd op de kaart.
Inmiddels bleek het duizendtal alweer ver gepasseerd. De jurering leek
enorm van belang te worden. Er waren matige gedichten bij die plots een
vrij snelle opmars maakten in de publieksvoorkeur. Het lobbyen begon
vele emails kreeg ik om ergens liefst 4 of 5 sterretjes aan te klikken. 
Het is niet leuk als je op goede gronden overtuigd bent van de kwaliteit van
je inzending om die opeens weggedrukt te zien door respons op wervings-
acties. Ik zag dat er dichters onder de invloed van dit effect onterecht ver 
onder de nr.100-grens zakten. 
Contre coeur zullen er heel wat mailtjes naar kennissen zijn gegaan door
mensen die dat misschien liever niet deden. En ja, opnieuw moet ik ook 
toegeven 'links' naar gedichten op Hernehim Nieuws  te hebben geplaatst 

 

   
Het werd allengs duidelijk dat óók de commentaren onder de gedichten 
danig van invloed
op de scorelijst werden. Chatboxgedrag, ach daar wil
ik verder maar het zwijgen toe doen. 
Het werd wel spannend door dit alles, zoals aan het slot van de voetbal- 
competitie. Maar eigenlijk houd ik niet zoveel van voetbal... 
wel van mooie poëzie. 
Intussen keek de organisator tegen een gigantisch aantal inzendingen aan 
waarvan er gemiddeld 95 op de 100 teleurgesteld gingen worden. Wilde 
men daaraan ontkomen? In elk geval kwam toen het bericht dat alle 
gedichten op hun regio een plekje in aparte boeken gingen krijgen. 
Zo hebben we alleen maar winnaars? 

We maken de balans op: 
Wat kunnen we er nog over zeggen, dan het cliché ´verdeelde gevoelens´?
Vooropgesteld is het idee om poëzie aan een stad of regio te verbinden 
zeer te waarderen - het is overigens eerder gedaan, maar dan meestal 
door dichters in opdracht of door bloemlezers. 
Het idee van een open competitie is origineel maar kent "voetangels en 
klemmen". Trouw miste duidelijk de ervaring om te vermijden dat een aantal
van die klemmen pijnlijk zijn dichtgeklapt. 
Maar het moet gezegd: Het meeste tandgeknars is door het gedrag van de
inzenders zelf veroorzaakt. 

Het inzicht dat nu is verkregen levert een serie aanbevelingen op: 
1 Beperk altijd het aantal gedichten per inzender. Drie is al heel wat. 
2 Zoals het meermaals stemmen voorkomen wordt via IP-registratie 
   behoort ook het vaker plaatsen van reacties op hetzelfde gedicht 
   onmogelijk te zijn. 
3 Open de stemmingsperiode pas na een vooraf bekend te maken 
   begindatum, die gelijk ook de sluitingsdatum van inzending is en 
4 houd het stemmen beperkt tot een klein aantal dagen, zodat de PR
   niet de overhand krijgt. 

Over de boeken: 
De verzameling van de top-100 kan best een mooi boek worden, het feit
dat er 30 Hernehim-dichters in staan zegt mij al veel. In elk geval verdient
het dat het zorgvuldig tot stand komt. 
Verminkte lay-out is onaanvaardbaar en wordt dan ook hersteld. 
Dubbele titels en extra signaturen zijn ook zeer ongewenst en herziening
van die onvolkomenheid is sterk aanbevolen. 
Door letterkeuze in een zeer groot formaat voor de titels zijn deze te vaak
afgekort... Met een kleiner formaat voor alle titels zou dit alleen bij hoge 
uitzondering nodig zijn. 

 

Krijgen we dan een prettig leesbaar boek? Dat is arbitrair als er onder de
dictatuur van de bereikte positie op de scorelijst wordt gewerkt. 
Ik sta zelf precies in het midden dus er speelt geen persoonlijk belang. 
Maar als ik het voor het zeggen had zou ik het zeker anders doen: dan 
waren de nrs.1 t/m 100 voor mij allemaal gelijkwaardig en bracht ik een 
volgorde aan die geografisch wat logica inhoudt in plaats van hot naar her.
Dat het boek met een Vlaming opent in het dorpje Brakel, daarover zal
van mij niemand een kwaad woord horen, maar dat ik vervolgens eerst 
naar Frankrijk moet alvorens in Bunschoten te geraken, nee daar ben ik 
zeker niet blij mee!  

Dan de regioboeken. Is mijn vermoeden wáár dat ze er in tweede instantie
bij de haren zijn bijgesleept? Om een dreigende revolutie te bezweren? 
13 of 14 boeken was natuurlijk te veel, dus werden provincies samengevoegd.
Maar hoe komt men dan op het idee om Flevoland en Limburg met elkaar 
te combineren? Lag het niet eerder voor de hand om twee provincies die 
dezelfde zachte gee spreken met elkaar in één band te brengen, dus 
Brabant samen met Limburg? En Overijssel met Flevoland, die tot voor
enkele decennia nog samen één provincie hebben gevormd? Vreemd die
onlogische combinaties. 
Tenslotte het blote feit van een massa van 2000 gedichten in een stapel 
van een tiental boeken. Ik durf te veronderstellen dat de meerderheid van de
schrijvers van de top-100 inhoud niet eens zo blij is met hun publicatie in de
regiobundels. Teveel rijp en groen op één grote hoop, hoor ik al.  
In de wetenschap dat het niet meer terug te draaien is, vind ik het besluit van
extra bundels begrijpelijk maar ondoordacht. Natuurlijk onsportief om je uit
de regiobundels terug te trekken maar ik twijfel of ik die beide extra bundels
waar werk van mij in komt nog wel zal bestellen; zeker niet zolang men 
Flevoland aan Limburg grenzen laat - het loopt toch al aardig in de papieren
met een gemiddelde prijs die slechts weinig onder de 20 euro ligt. 
Vooralsnog wacht ik de bestanden van de nieuwe drukproeven af, wie weet
word ik wel aangenaam verrast! 


© John Zwart - voor Hernehim 4 februari 2010.

Tags Trouw online voorpagina Dagblad Trouw.
         De gedichten op de kaart  Gedichten op de kaart  

 

 

 
   
Dicht op de Kaart  - Artikel van John Zwart - geplaatst 1 februari 2010 
   
Het jubilerende dagblad Trouw, ontstaan vanuit de illegaliteit in de
tweede wereldoorlog, heeft de afgelopen weken bijna tweeduizend 
gedichten "op de kaart laten zetten". Een kaart van de lage landen, 
Nederland en Vlaanderen. Vele honderden (internet)dichters hebben 
gehoor gegeven aan de uitnodiging om een gedicht in te zenden met
als onderwerp de plek waar ze wonen, en de stad of het dorp of het 
landschap dat hen na aan het hart ligt, ook al wonen ze elders. 
Qua aantal, maar in niet geringe mate toch óók wat betreft de kwaliteit,
is het idee van Trouw - met als trekkertje de belofte dat van de 100 beste
gedichten een bundel zou worden samengesteld - een groot succes 
geworden. 
Veel bekende namen heb ik op de kaart kunnen vinden. 
En de site Hernehim Cultuur deelt in de blijdschap van de auteurs van de
100 best gewaardeerde gedichten die in druk gaan verschijnen. Want niet 
minder dan 30 auteurs in het boek publiceerden ooit ook op Hernehim.

Gefeliciteerd ! In alfabetische volgorde noemen we hun namen en hun 
hoogst gewaardeerde titels: 
Annamaria (pastorale) - Wilma van den Akker (Broedplek van der Pek)
 - Hanny van Alphen (Laandervaart) - Delia Bremer (rondom tafelen) - 
Mart Brok (Mijn Drenthe) - Lilian Caessens (Zadkine's Verwoeste Stad
in inkt) - Cartouche (Alla Carbonara) - Jan Doornbos (Hart van Leerdam - 
Harry Daudt (Voor Anker) - Loes Essen (Oudezijds bij nacht) - Edith de
Gilde
(Paleis Lange Voorhout) - Kees Godefrooij (P.C.Hooftstraat) - 
Gijs ter Haar (Alle drop raakt op) - Eric van Hoof (Het plein der leegte) -
Wibo Kosters (Roofdiersignalering) - Anke Labrie (Watersnood 1953) - 
Joop Leibbrand (Het mooiste van Den Helder) - Margerite Luitwieler 
(ik heb ze lief...) - Nafiss Nia (Onderweg naar Wie) - Nell Nijssen 
(Saeftinge) - Gerda Posthumus (Dorp aan zee) - Paul Roelofsen 
(Kermis) - Frans Terken (Kromme Waal) - Anne Toulet (dansje met 
God) - Jacques Vos (In voetsporen) - Gérard Vromen (Haarscherp) - 
Ria Westerhuis (de Reest) - Pom Wolff (ik breng het licht terug tot een
streep op het Museumplein) - Cilja Zuyderwyk (de dijk) - John Zwart
(Onderhuurders in het voorbijgaan). 

 

Het idee van de Trouwredactie was dat de (internet)lezers de kwaliteit 
van de gedichten op de kaart zouden beoordelen, en om niet in de val 
van de willekeur terecht te komen was er een formule in de computer
geprogrammeerd waardoor manipulatie belemmerd werd. Ook het meer-
maals stemmen op dezelfde favoriet werd onmogelijk gemaakt door IP 
registratie. 
Natuurlijk was het niet perfect, daar gaan we nu even niet op in. Dat de
waardering vaak juist gegrond lijkt is te merken aan een "top honderd" 
plek voor bijvoorbeeld Lilian Caessens, Jan Doornbos, Gijs ter Haar, 
Margerite Luitwieler, om er maar een paar te noemen. In mijn ogen 
postten zij stuk voor stuk poëzie die er bovenuit springt, elk in z'n eigen
stijl. 

Er is veel kritiek over redacteur-webmaster Vincent Dekker uitgestort. 
Zoveel dat ik mij geroepen voelde de golven wat te dempen, door een 
lans voor hem te breken met mijn reactie op de Trouw site: 
"Zooooooooveel dichters en zoooooooveel gedichten, en dichters zijn 
net mensen, dus dat er heibel zou komen stond voor mij, kenner van 
het milieu, al tevoren vast. Omdat het nooit iedereen naar de zin is te 
maken als het om meer dan tien? vijf? drie? personen gaat, zal lof naast
onvrede klinken in onze lage landjes. 
Maar laten we met martinb spreken "het is de ako literatuurprijs niet". 
De bundel: laten we eerst even afwachten hoe die eruit ziet en niet de
regie willen overnemen. En als een "grootheid" zich terugtrekt: er zijn 
nog genoeg "ondergewaardeerden" in groep 101 t/m 200 om de bundel
compleet te houden als een verzameling van honderd poëziewerken 
op de kaart.
(posting op 29.01.10) 

Waarom schreef ik dit? Hierom: Met alleen maar zure opmerkingen kan
immers het logische gevolg zijn dat een redactie zegt: 
"dat was ééns maar nóóit weer". 

© John Zwart - 30 januari 2010 - voor Hernehim

 
 
 © Copyright Hernehim Cultuur  2001-2011
 

Op deze pagina verschijnen 
verslagen, recensies, impressies etc.
van allerlei literaire zaken: 
podia, festivals, bundels, prijzen etc. 
onder verantwoordelijkheid van de
Hernehim Cultuur redactie en zoals
ons aangeboden door serieuze 
inzenders

HOME 
Nieuws  
Blog en proza 
Themapoëzie 
Vrije poëzie   
Vertaalproject 
Proza  
Activiteiten 
Over schrijvers 
Contact     

 Archief pagina's voorafgaand jaar: 
Nieuwsarchief 
Blogarchief 2010 dec-juli 
Blogarchief 2010 juni-jan
 Literair archief - Verslagen en recensies: 
literair archief 2010 
literair archief 2009 
literair archief 2008 
 Overig proza archief: 
proza 2008

Hernehim Cultuurpagina's  



De culturele pagina's worden onafhankelijk gepubliceerd en geredigeerd  door John Zwart