|
Hernehim literair - archief 2010 |
Hernehim |
|
Boeiend om te bezoeken. Vrij en onafhankelijk. © HC 2001-2011 |
Redactie: John Zwart |
|
|
Op deze pagina
verschijnen verslagen, recensies, impressies etc. van allerlei literaire zaken: podia, festivals, bundels, prijzen etc. onder verantwoordelijkheid van de Hernehim Cultuur redactie en zoals ons aangeboden door serieuze inzenders. |
|
Archief
pagina's voorafgaand jaar: Literair archief - Verslagen en recensies: Overig proza archief: |
| Alle artikelen van Pagina Literair gepubliceerd in het jaar 2010 © copyright Hernehim Cultuur 2001-2011 - Respecteer dat, alleen overname na contact+toestemming. |
| Vragen
betreffende openbaarheid van de site, manier van inzenden etc.? |
|
Titellijst Artikelen - 2e halfjaar Revisie op subsidie,
Beschouwing - John Zwart |
Titellijst Artikelen - 1e halfjaar
De zon had niets te zoeken, Sunsation
Festival, Verslag - John Zwart |
| Revisie op subsidie - Beschouwing van John Zwart - geplaatst 23 december 2010 |
|
Er werd geschreeuwd en ik was bijna in de verleiding ook te
gaan meedoen. |
schreeuwen en boksen |
|
>>>> |
|
Maar misschien kunnen we wel wat geld weghalen
bij de rijke fondsen? Ik bedoel © John Zwart – 21 december 2010. |
Geef
mij dichters die zich niet zonder
angst voor een valse tegenstem dat
dichters met een keel van zichzelf |
| Dichter Guillaume van der Graft overleden - we staan even stil bij een christelijk dichter - Bericht van John Zwart - geplaatst 26 november 2010 |
|
Zondag 21 november 2010 overleed in zijn
woonplaats Utrecht een dichter die we |
Ds. Willem Barnard - Guillaume vd Graft |
|
Een
voorbeeld van Guillaume van der Grafts poëtotheologie: Blijft de geheimtaal De engel der
menselijkheid moederlijk met een warmte van zon vaderlijk met geur van aarde tussen
de sterren en het water Guillaume
van der Graft
|
Vervulling Zij is
vervuld van mij; Ik
leger mij opzij. mijn
bloed en vlees te worden wanneer
ik niet genoeg van Morgen
is het weer vroeg, dan Uit: "Mythologisch" – 1950 |
| Dichterscafé Eijlders Amsterdam gonst van de poëzie en snelt op een jubileum af - Een verslag van John Zwart - geplaatst 22 november 2010 |
|
Er waren dit weekend weer veel
podiumdichters op pad. |
Een debuut
is altijd een roos waard
Grappige bijdragen van Martin
van de Vijfeijke, dus de lach deze middag ook weer |
|
"Midlife crisis Waarom
werd ik nooit ouder Het gat waarover ik heen en weer spring wordt steeds breder. Wanneer val ik erin?" |
"...De treinen reden over
de dijk en/ het gebouw van machinefabriek Jonker/ stak hoog en donker boven mij uit..." De mooiste regel "Niets kwam er ooit nog terug" naar het slot toe, dat de essentie samenvat. Zelf heb ik mijn werk nagespeurd op ongebruikelijke thema's. Op één punt kwam ik enkele gedichten tegen vanuit de blik op het verval van het eigen lichaam. De enige dichter waarvan ik weet dat die zich daar een hele bundel lang mee bezig hield is de Zuid-Afrikaanse Antjie Krog. In Eijlders lees ik dus als themawerk een 'vervalgedicht'. Een voorbeeld ervan hiernaast (die overigens niet in Eijlders heeft geklonken). |
|
Presentator Paul
Lokkerbol besluit de middag/avond met een mededeling en een (C) John Zwart – 22 november 2010 |
Café
Eijlders, bij het Leidseplein Van september
t/m mei, Elke derde zondag van de maand: |
| Het Nederlands Letterkundig Museum - Een bezoekje van Anneke Wasscher aan Den Haag, en ook des Graven Haeghe - geplaatst 14 november 2010 |
|
|
Letterkundig Museum - De
portretten van de Nationale Schrijversgalerij Het museum exposeert ca.
350 geschilderde portretten en |
|
Letterkundig Museum - Pantheon Het Letterkundig Museum heeft een boek
uitgegeven met kleurenafbeeldingen van Letterkundig Museum en Koninklijke Bibliotheek: het Nationaal Geheugen.
|
Het verstrijken van de uren
dwingt me verder te gaan naar de parafernalia "Schrijven houdt de dood op
afstand." is een uitspraak van Charlotte Mutsaers,
|
| 1927-2010 Harry Mulisch R.I.P. - Harry Mulisch bijgezet in de literaire historie - geplaatst 10 november 2010 |
|
Een flamboyante figuur naar Nederlandse begrippen, en Nederlanders zijn
over |
![]() Harry Kurt
Victor Mulisch (Haarlem 29 juli 1927), |
|
Ruim een jaar geleden,
in september 2009 verscheen abusievelijk op |
Zijn exhibitie van "bijna goddelijkheid" zou zijn hoogtepunt
hebben gevonden in de uitspraak: "Dat ik sterfelijk ben moet eerst maar eens bewezen worden". Dat tot nu toe iedereen eens sterft zou niet betekenen dat dit onmogelijk ook eens iemand niet zou kunnen gebeuren - dat hij, Harry Mulisch, als eerste mens niet sterfelijk zou blijken te zijn. Maar als je het beschouwt in verband met de kwaadaardige maagkanker die hem trof - waarbij zijn maag in zijn geheel moest worden uitgenomen en hij die aanslag op zijn voortleven overwon - zou je kunnen zeggen dat hij in die fase van zijn leven werkelijk even onsterfelijk is geweest. Marita Mathijsen, emeritus hoogleraar Nederlandse Letteren sprak vandaag, op 6 november tijdens de uitvaart in de Stadsschouwburg ook over die onsterfelijk- heid-uitspraak: "De dood is democratisch en treft toch iedereen zonder aanzien van de persoon. De dood heeft nu bewezen dat Harry Mulisch sterfelijk is. Maar het geschrevene is de overwinning op de dood. Hij leeft dus nog steeds in zijn werk, dat we altijd kunnen blijven lezen". Ammerlaan, uitgever van de Bezige Bij; Mulisch' Duitse uitgever; Van der Laan, burgemeester van Amsterdam; Kitty Courbois; Marcel van Dam, van de vrienden- club en de beide dochters Frieda en Anna spraken mooie teksten, hoe kan het ook anders. Ik weet bijna zeker dat Harry met een glimlach om de lippen in zijn vurenhouten kist lag. "Ik ben de tweede wereldoorlog", ook zo'n uitspraak die gemakkelijk als groot- spraak kan worden aangezien. Maar je zal maar het product zijn van de liefde van een Oostenrijkse nazi-collaborateur en een Duits-Belgisch-Nederlandse Joodse moeder. De splijting tussen 'goed' en 'fout', tussen dader en slachtoffer, liep dwars door zijn eigen persoonlijkheid. De nadering van de gruwel uit het oosten scheidde zijn ouders. De oorlog en de gevolgen ervan zijn duidelijk een rode draad in zijn werk dat hij zelf als een samenhangend geheel ziet. |
|
Er zijn vele interviews opgenomen en op deze uitvaartdag krijgen we
diverse Afstandelijk en toch empatisch, een contradictie. |
De laatste gang over
Zorgvlied |
|
Harry Mulisch debuteerde in
1952 met de roman "Archibald strohalm", De bekendste overige
romans zijn: Drie daarvan werden
verfilmd* |
Een kosmopoliet, oneindig vele vertalingen van
zijn werk, maar toch een Amsterdammer zoals Van der Laan terecht opmerkt. Tweeëndertig jaar op hetzelfde adres aan de Leidsekade op kuierafstand van het Leidseplein, de plek waar 'alles' gebeurt, in de stad waar Mulisch zich duidelijk het best thuisvoelde. Een kosmopolitische stad met toch ook nog altijd de sfeer van een joods verleden. Want in zijn afscheid van deze wereld toont Mulisch zich echt de Jood die hij in wezen ook is: geboren uit een vol-joodse moeder. Zijn kist wordt nergens gereden, aan de Leidsekade en op het Leidseplein zowel als op Zorgvlied wordt hij steeds op de schouders gedragen. Telkens de gehele weg met een Klesjmer orkestje voorop, dat Jiddische treurmuziek speelt. De hand in wonderen, die Mulisch lijkt te hebben in zijn boeken, kan ook in zijn laatste gang nog worden vermoed, want boven de Amstel prijkt een prachtige regenboog tijdens de korte vaartocht van de Leidsekade naar de Amsteldijk. Weinig woorden daar, de regen stroomt, de kist zakt... Allen mogen een schepje zand op het deksel gooien, iemand gooit nog een bos witte rozen in het open graf, dochter Anna neemt het schepje niet aan, met beide blote handen graaft ze in het zand... Harry Mulisch R.I.P. "Ik ben een groot schrijver, daar helpt geen moedertjelief aan". © John Newswatcher - 6 november 2010.
|
| Een protest van dichter Baban en een reactie van Hernehim Cultuur - een spijtbetuiging van Baban Kirkuki ontvangen 30 oktober - geplaatst 31 oktober 2010 |
|
Als een dichter had ik de droom om
stadsdichter te worden van Utrecht. Dit is
Toen ik vluchtte uit Irak wist ik niet dat
Nederlands mijn nieuwe taal zou worden.
Het allerbeste,
|
|
| Ode aan de vertraging - een overdenking in het kader van het thema van oktober "stilte - verstilling" - door Annette Reinhoud - geplaatst 26 oktober 2010 |
|
De niet aflatende stroom aan
groots opgezette theaterproducties van musicals, ijs- Rust, ruimte en stilte…zij
behoren tot de ondergeschoven kindjes van de huidige tijd, |
Ballet "Twilight"
Alexandra Radius en Han Ebbelaar
Een oefenopname van dit ballet met
pianobegeleiding
|
Als alle televisie en filmbeelden die zo pijnlijk snel op ons afgevuurd worden en alle zinloos harde geluiden die dat nog eens moeten versterken in de vertraagde versie kunnen worden uitgezonden, snapt het publiek misschien iets van de beoogde bedoeling van de makers. Dat kan dan zowel betekenen dat er niets meer overblijft van de inhoud, omdat die er in wezen al helemaal niet was, als ook dat de kwaliteit van het gebodene ineens ontroerend mooi en aangenaam diep het hart binnenkomt. Pareltjes van de laatste soort zijn er gelukkig nog wel en zijn dan ook gestoeld op het uitgangspunt: minder is meer. Oude uitzendingen worden
nu meestal als traag en saai bestempeld, maar die © Annette Reinboud
|
| Over het nut van 'geloof in het leven' - bij de grote reddingsoperatie in Chili van 13-14 oktober - Impressie van John Zwart - geplaatst 21 oktober 2010 |
|
Het ziet ernaar uit dat ik mijn
dag-nacht ritme helemaal in de war heb geschopt. Wel even wat anders dan
geregisseerde emo-tv. Hier zijn kale puur menselijke |
estamos
bien De tekst van het
verlossende briefje dat na 17 dagen n het duurt al
drie weken gedicht van de mijnwerker Victor Zamorano. |
|
Geen
geregisseerde emo-tv, hier zijn kale puur menselijke emoties aan © Foto copyright deMorgen.be
|
Intussen komt het bericht dat de
voorbereiding (er wordt eerst een arts naar beneden |
|
Eindelijk vallen man en vrouw
elkaar in de armen en versmelten een minuut lang... © John Zwart – 13 oktober 2010
|
Eindelijk vallen
man en vrouw elkaar in de armen en versmelten © Foto copyright deMorgen.be |
|
De laatste nacht nog op 700 meter diepte, mijnwerker-dichter Victor Zamorano © Foto copyright deMorgen.be |
Deel 2 – Vertrouwen dat de angst verdringt. Die positieve stemming onder die
vrouwen allemaal samen in die tent op een kale Na mijn ochtendrust kijk ik weer
verder. In de herhaling zie ik nu ook beelden van |
|
Intussen zijn de eerste mannen
alweer veilig thuis. Er is een interview met een Wij maken vooral in Europa een
tijdperk door van secularisatie. Daar is de laatste © John Zwart – 14 oktober 2010
|
Fenix 2 © Foto Copyright Prensa Nacional de Chile
Naschrift: |
| Seizoensopening Woorden in de Waagschaal, Haarlem - 28 september - bericht van John Zwart - geplaatst 16 oktober 2010 |
|
|
De straten
zwijgen er verstomd Aan dit
verbanningsoord
|
|
Myrte Leffring |
Twee dichters kwamen
een recente bundel presenteren: Merik van der Torren uit
Je zit bij een zee vol water © John Zwart – 10 oktober 2010 |
| Eijlders met haast ongekend aantal voordragers - Een impressieverslag van het eerste dichterscafé van het seizoen 2010/11 van John Zwart - geplaatst 14 oktober 2010 |
|
Zondag 19 september was Hernehim
weer in Dichterscafé Eijlders in Amsterdam. In de oproep hadden ze gezegd: "Kleur
in gedichten, of kleurrijke gedichten willen Het was een drukke middag, ik heb
het niet allemaal meer scherp in het hoofd. |
Café
Eijlders, bij het Leidseplein Van september
t/m mei, Elke derde zondag van de maand: |
|
Fotoarchief © Hernehim Cultuur (april 2010) |
Ronald Offerman bracht wat "ouwe
dingen" een kleurrijke ode aan de stad Amsterdam in de nacht: "de stad voor mij alleen", helemaal in de stijl van Ramses Shaffy ("het is stil in Amsterdam/ de mensen zijn gaan slapen..."). Bram de Waard kleurde wat minder schilderachtig over "blauwgroene poep" en over "de man die ik ook had kunnen zijn" die faalde: "tien jaar later/ heb ik het gemaakt". Jos Zuijderwijk beschreef met donderende stem - die dag in colbert gekleed – de "kleuren op het voetbalveld" op treurige wijze. Hij liet vervolgens de kleuren van bliksem en donder knetteren in een vervreemdend gedicht over een vakantie- reis met zijn toenmaals driejarige zoon, die spaghettislierten at temidden van het hemelse tumult. Paul Lokkerbol was voor éénmaal ook gestoken in korte broek voor zijn I.M. op de legendarische Wim Schroot met van Annie M G Schmidt gestolen gedichten, zoals Wim dat steeds placht te doen. |
|
Ergens viel een one-liner "liefde
op de arbeidsplaats duurt tot kwart voor vijf". |
Sander Brouwer -
J.C.Aachenende kijkt toe |
|
'Gejatte
gedichten' van Wim Schroot "Er
was eens een kalf in Coevorden "Er
was eens een vrouw uit Abcoude,
(Trijntje Fop) |
Peter WJ Brouwer
– geen familie - hield het voor de verandering bij de En
de namen die ik vergat Het is alwéér
Eijldersfeest in Amsterdam – en óók Marathon – a.s.
zondag © Verslag John Zwart – 10 oktober 2010
|
| Over Zaandam en Krommenie, en daar tussenin - Een bericht over De Groote Weiver en meer van John Zwart - geplaatst 9 oktober 2010 |
| Het
is alweer bijna tien jaar geleden dat ik Rob Vos ontmoette: docent drama,
acteur, schrijver, dichter én Zaandammer. Door hem kwam ik weer eens terug in de streek van mijn jeugd: voor een mooi festival dat hij organiseerde in "Het paleis op de Dam". Op de Záándamse Dam welteverstaan. En via hem kwam ik ook terecht bij Stichting Fluxus, in Serah Artisan op de Zaandamse sluis. Na vele jaren en omzwervingen, werd ik me bewust hoe het leven ook was voortge- gaan, hier in de streek van mijn jeugd. Volop nieuwe activiteiten op creatief gebied zijn er gaande daar aan de Zaan. Tijdens zo'n Fluxus Poëziefeest kwam ik in contact met Kees-Jan Sierhuis die vertelde dat er een Dichterskring Zaanstad in het leven is geroepen met tweemaandelijkse bijeenkomsten in de Krommenieër Groote Weiver. Hé, het Weiver? Herinneringen uit een ver verleden werkten zich opeens naar boven. Ik had een visioen van mijn vader, op zijn fiets op weg naar Padlaan, later op zijn Avros brommertje, naar z'n werk. Een gebouw waar een enorme hoofdletter K gevat in een cirkel op het dak stond. Vlakbij was het Weiver. Een stukje Krommenie waar de generatie van mijn vader met het walsen van linoleum, het weven van doek, het maken van blikconstructies en 't zuiveren van stookgas zijn brood verdiende. Aan de
Zaandijkerweg, grens tussen Zaandijk en Wormerveer woont
allang |
|
De
oorspronkelijke Groote WeiverToen nog in de oude gasfabriek. Foto © Vrijwilligerscentrum De Groote Weiver |
Het Weiver was een naam uit het
verleden voor mij, maar mijn gebrek aan kennis is nu ingevuld. In de jaren tachtig kwam de oude gasfabriek leeg te staan - het gebouw met die grote K was al veel éérder gesloopt en heeft plaats moeten maken voor een woonwijk. Het gasfabriekgebouw bleef overeind in afwachting van een bodemsanering. In 1984 werd de gasfabriek gekraakt door een stel creatieve idealisten die vonden dat het gebouw een belangrijke functie in de buurt moest vervullen. Het werd gedoopt "De Groote Weiver" en er kwam een kringloopwinkel, een ruimte voor podiumartiesten, een filmhuis en een eetcafé, waar tegen proletarische prijzen vegetarische maaltijden werden geserveerd. Allemaal functies en activiteiten door vrijwilligers opgezet. Mooie dingen zijn ontstaan zoals een politiek café, benefietavonden voor goede doelen, en heel wat Zaanse bands hebben daar voor het eerst op een podium gestaan. In de beginjaren van De Kift, The Ex, Huub van der Lubbe en Jan Rot, waren ze echt allemaal dáár. Dat alles met zwaar vervuilde grond onder de vloer... Met tegenzin werd er ontruimd in 2006. |
Ik
heb die oude gasfabriek in zijn gedaanteverwisseling naar een sociaal en
cultureel centrum niet gekend, maar ik kan me voorstellen dat het vertrek
is gegaan met pijn |
Ik las erover bij Pom Wolff
die er wél was om zijn guigeltonlijden over het publiek uit |
|
|
Ja, JohnN daar heb je veel aan
gemist, zo voelde ik me wel ingepeperd. Maar op 17 september zou ik al een herkansing krijgen, dan organiseert Kees-Jan de seizoensopening van de Dichterskring Zaanstad in "De Groote Weiver" in Wormerveer met een speciale thema-avond op De Oudheid. Het is een bijzondere avond geworden voor mij, ook al vanwege het weerzien van het drastisch veranderde Krommenie en Wormerveer... maar daarover schrijf ik buiten dit kader. (zie blog - red.)
Hiernaast Kees-Jan in actie in
augustus j.l. |
| Kennismaking
met De Groote Weiver Wormerveer - op 17 september
Het
podium is goed toegerust met meerdere microfoons en een professionele
licht- |
Weer
siddert in mij In de
lenteschemering Zoals
de zoete appel
|
|
.... Hij
die weet zegt het niet.
|
Niet minder meeslepend is Jacob
Spaander – een echte Zaanse naam – maar ik denk dat hij liever bekend is onder zijn artiestennaam Jacob Passander. Hij draagt voor met de begeleiding van de klarinettist Ditmer Weertman. Samen presenteren zij zich ook wel als het duo "Zaagsel en schors" goed voor een lach als je Spaander heet! De dichter met de blonde paardenstaart leest Lao Tse en Plato omspeeld door de klarinetklanken. Ik zie het, zei hij
|
| Ger
Belmer voert me in de tijdmachine van de Oudheid naar de vorige eeuw. Eén van zijn gedichten krijg ik mee voor op Hernehim, een echt sonnet: Akkerliefde Hij
stond tussen koren, was
hij verliefd op haar. Het
bleef bij eenzaam lokken,
|
Het slameffect ontbreekt deze avond
ook niet. Martin Beversluis miste ik in het eerste programmadeel – ik kwam iets later binnen door een zware onweersbui op de afsluitdijk en natuurlijk het nostalgische dwalen door Wormerveer en dat stukje Krommenie dat aan mijn oude woonplaats zit vastgegroeid. Daartegen had ik geen weerstand kunnen bieden. Maar in het tweede deel krijg ik nog een kans hem te beluisteren. Hij doet een paar van zijn bekende successen zoals het gedicht dat hij op Simon Vinkenoog schreef. *) wijziging red. Ondanks de voortschrijdende tijd mag ik óók nog wat doen. En een beetje ben ik daarop voorbereid. Er is een gedicht dat ik las op ongeveer veertienjarige leeftijd en dat trof mij toen als een blikseminslag. Het eerste besef hoeveel lading een gedicht kan hebben, terwijl het toch maar uit enkele strofen bestaat. Het past wonderwel in het thema "De oudheid" want het speelt in Mesopotamië en de beschaving daar is nog ouder dan de Griekse. Het is een gedicht van P.N.van Eijck: "de tuinman en de dood" En als eigen werk ga ik nog verder terug, namelijk naar de prehistorie, gekoppeld aan de actualiteit. Juist in september werd in Flevoland het oudste menselijke overschot ooit in Nederlandse bodem opgegraven, na koolstofproeven geschat op ca. drieduizend jaar. Ik lees het publiek "Onderhuurders in het voorbijgaan" en "Swifterbantmensen". |
|
*) wijziging redactie. In de plaats van het
gedicht "Simon" denkt de redactie de lezers er een plezier mee te doen door het gedicht "Bij de dood van Solomon Burke" te plaatsen. Door Martin Beversluis op de vroege zondagmorgen geschreven. Ik
ben de grote stem die
Martin Beversluis 10.10.10 Is
het niet te paard van Teheran naar Ispahan
|
Een Perzisch edelman: "Vanmorgen
ijlt mijn tuinman, wit van schrik, Ginds,
in de rooshof, snoeide ik loot na loot, Ik
schrok, en haastte mij langs de andere kant, Meester
Uw paard, en laat mij spoorslags gaan, Vanmiddag
– lang reeds was hij heengespoed – "Waarom",
zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt, Glimlachend
antwoordt hij: "Geen dreiging was 't Toen
ik 's morgens hier nog stil aan 't werk zag staan, P.N. van Eijck
"de tuinman en de dood"
|
| Tenslotte
word ik nog verrast met het fenomeen: "jammen"! Naast de klarinettist Ditmer Weertman en Jacob Passander, welke laatste nu op een handdrum zijn gevoel voor ritme laat horen, komen er ook nog een blokfluitist en een basgitarist op het podium. Dichters met slam ervaring voegen zich in de muziek met hun voordracht... de ontspannen sfeer en het voorbeeld van Martin Beversluis halen mij over de streep. Ik doe mijn financiële crisisgedicht "wonderbaarlijk slijk" dat heel ritmisch is en in crescendo uit elkaar spat. Ik ervaar een heel leuke avond in Wormerveer, die mij heeft goedgedaan. Ik kom er zeker nog eens terug. JohnN – 8 oktober 2010.
|
| Nederlands en het Afrikaans - Een bericht van Floris Brown en een beschouwing van John Zwart - 19 september 2010 |
| Afgelopen
woensdag kwam weer eens een bericht uit Zuid-Afrika van onze trouwe mededichter, Floris Brown. Eigenlijk was het een uitnodiging voor 't afgelopen weekend, maar ik veronderstelde niet dat onze Nederlandse en Vlaamse lezers onmiddellijk op eerste impuls in het vliegtuig zouden springen. Geen bericht voor de agenda dus, maar het was een goede gedachte van Floris om ons eens deelgenoot te maken van wat zich afspeelt op het gebied van de taal in zijn land. Ik vind dat Zuid-Afrika en het Afrikaans – dat toch behoort tot het Nederlands taalgebied – meer aandacht verdient dan het van ons krijgt. Toegegeven, we hebben veel waardering voor Elizabeth Eijbers, die een groot deel van haar leven in Nederland woonde, en ook schrijvers als Antjie Krog en Breyten Breytenbach worden met enige regelmaat in ons land uitgenodigd, o.a. op Poetry International in Rotterdam. Maar het Afrikaans is een taal in de verdrukking en verdient hartstochtelijke propa- gandisten en hééft die ook in Zuid-Afrika. De dreiging naar de marge te worden gedrukt door overheersing van het Engelssprekend bevolkingsdeel is veel groter dan de invloeden die wij hier ondergaan. Het Afrikaans is een rijke en levendige taal die voortdurend evolueert, je ziet dat heel duidelijk in de poëzie.. |
Breyten Breytenbach Proteaprys vir Poësie 2010 |
|
|
Misschien betekent het besef van
dreiging van marginalisering juist een stimulans |
|
De universiteit van Stellenbosch
kent gelukkig nog steeds een uitgebreide faculteit © John Zwart – 19 september 2010 |
Floris
Brown
|
| DOD - Verslag van een zondag op het Slenerzand, Schoonoord - 5 september 2010 - Terugblik van John Zwart |
|
Het Drentse Open-Dichtfestival
voor de vierde keer alweer, dit jaar een stukje Vanaf elf tot na het middaguur
kwamen de deelnemers in een gestage stroom |
|
|
Het begin is weinig spectaculair
en er is ook nog niet zoveel publiek. In andere Niettemin doet Ko de Laat,
die natuurlijk zijn Festivaldichterschap 2009 mocht |
Kermiseten ’n Beker maïs, ’n fruitcocktailGebrande pinda’s en Krakauer ’n Ribbelreep gebakken meel En in je maag vanzelf ’t Sauer Wie
niet aan oliebollen hecht We
doen ons elk jaar weer tegoed Van
suikerspin tot zwijngebraad
|
|
© Foto Copyright Hernehim Cultuur |
Mart Brok volgt, hiervóór
staat al een impressie van wat hij doet. Hij leest zijn gedichten als een "bluesy" liedtekst met telkens terugkerend refrein en begeleidt zijn kookthema-gedichten met veel spectaculaire rookeffecten. Het wordt een soort jazz terwijl hij met gitaarbegeleiding door Harm Bos van 'wentelteefjes' en 'bakvissen' zingt. Mart, die zijn theaterachtergrond verraadt met zijn optreden, komt oorspronkelijk uit het zuiden (geb. te Breda) maar vestigde zich sinds enkele jaren in ZO-Drente. Voorgoed mag je wel zeggen als je weet dat hij de voormalige waterzuivering-installatie in Nieuw-Amsterdam heeft omgetoverd in een woning + "taalwerkplaats" Verleden jaar al hoorde ik in de
jeugdcategorie de toen 14-jarige Laura van Loon |
|
Iede Koffeman
is terug van weggeweest. Hij heeft een schrijversblok overwonnen. |
|
Hart en tong de liefde van de man gaat door de maagwaarheid van oude zegswijzen maar al wat gezegd is nog niet wijs en de maag een zak met zuur waarin tederheid verteert liever
dan het hart op de tong opdat
|
Telkens als er een blokje van drie
– vier dichters heeft opgetreden is er een onder- breking van 10 minuten tot een kwartier waarin Rob Schapendonk het publiek hapjes serveert vanuit zijn kookkraam, Kunsterik – het pseudo van Rik Holwerda – vult de pauzes op met kleine gedichtjes: "hé kookkunstenaar, wat sta je daar te snijden, in je knollen en citroenen..." John Zwart slaat meestal 's avonds aan het dichten, als de tv uitblijft en het rustig is, wanneer dan de inspiratie komt ontstaan de beste gedichten. Het eten wordt desnoods uitgesteld tot het te laat is om nog te gaan koken. In tegenstelling tot Ko de Laat, die hij in dichtjaren met een flink aantal kan verslaan, vindt hij niets in bestaand werk dat verband houdt met de kookkunst. In de laatste drie weken schreef hij een paar nieuwe gedichten, speciaal voor dit podium: "Langzaam voedsel" en "Hart en tong". Ongemerkt wordt daarmee het bruggetje overgestoken naar de liefdespoëzie via de aanraking van de geliefde, met handen die eerst werden gewarmd aan een soepkom "dan mag ik haar raken/ aan alles wat wenkt". Afsluitend als verrassing een anderstalige bijdrage in de vorm van een ballade van Cornelis Vreeswijk in het Zweeds "Balladen om Herr Fredrik Aakere och lilla söte fröken Cecilia Lind", waarvan John een vertaling maakte met de slotregel "Oh kus me opnieuw! zei Cecilia Lind". |
| Deze
voordracht geeft een mooie aansluiting voor Ria Westerhuis, één
van de twee "Minnezinne-meisjes", die in duo een bundel uitgaven met erotische poëzie in het Drents. Zij is weer één van die dichters die druk aan het kokkerellen gaan op het podium. Haar vaste begeleider Rob Zandgrond – hoe Drents kan een naam zijn! – voegt gitaarklanken toe. Enige 'dubbelzinnige' gerechten tovert ze uit haar pannetjes waar de "schuumkoppen" op stoan en ze werpt bananen naar het pu- bliek. Ria is vrijgevig, en ze biedt zomaar "Hét recept" aan voor Gordon van de salade die ze heeft gemaakt om te serveren aan zijn ex-minnaar. Het
recept dat Gordon zijn ex-minnaar toestuurt |
Henk Boogaard wijdt een
ode aan een muziekinstrument, zijn gitaar wordt |
| Hannelly
Krutwagen heeft het niet makkelijk na dit welbespraakte optreden.
Zij heeft het zichzelf óók nog niet eenvoudig gemaakt. Ze dacht dat ze alles zonder papier moest doen, zoals op slam-competities. Dus doet ze alles uit het hoofd, want ze heeft er zelfs niet aan gedacht het op papier mee te brengen, zodat ze ook geen geheugensteun achter de hand heeft. Knap gedaan, maar één enkele hapering, soms in mooie sonnetvorm, melancholische tafelmijmeringen over verloren liefde, gevoelige gedachten over een naaste die lijdt aan dementie. Machiel Sol zet zijn potjes op een camping kookstel en kruidt zijn gerechten met klanken uit zijn gitaar. Hij is een erotische fijnproever – "....ik ga je niet opeten/ Daarvoor ben ik teveel een proever, een/ Bijter en een snoeper … " – zoals hij zich toont in de voordracht van het gedicht "Vrouw", dat ook in de Festivalbundel 2010 staat afgedrukt met een foto om van te watertanden. Mischa van Huijstee, de man die de over-zelfverzekerde Rita Verdonk zo mooi in een prozagedicht neerzette. Hij heeft een hele act uitgewerkt en neemt tijdens zijn voordracht zelf plaats in een kookpot, als de missionaris bij de kannibalen. Het gedicht heeft een wijde horizon die gaat van de 'oersoep' tot aan een pakje kant-en-klaar in één minuut. De vlammen onder zijn zitvlak zijn symbolisch, gelukkig maar, er zou een vreemde soep uit hem zijn getrokken met het aroma van zijn stoere tuinmanschoenen. Tenslotte Delia Bremer, als altijd blootsvoets. Danst en schildert en dicht – en wat al niet méér. Schrijft zowel Drents als Nederlands en komt met mooie tekst met gelaagde inhoud. Ze is vergezeld door haar vaste begeleider op gitaar. Voor de vierde keer neemt ze deel aan dit festival en eindigde al eens op de derde plaats. Intussen is ze merkbaar gegroeid in de kwaliteit van haar werk. Twee jaar geleden behaalde Delia hier de derde prijs.... Wat wordt het nu....?
Nico Dijkshoorn en Ko de Laat
verzorgen samen het grote afsluitende blok, |
"ik ga zitten til
je mij op in een dans je
bent warm liefde
zingt in je gezicht gaat de brug weer dicht"
|
|
© Foto Copyright Hernehim Cultuur |
De Festivaldichter 2010 is
Delia
Bremer uit Nieuweroord - opkomend talent Hée: "En die andere Laura
dan, Laura Wijnands?" zult u als oplettende lezer © John Zwart – voor Hernehim Cultuur 10 september 2010 |
| Veel bomen omgewaaid, één heel bijzondere op 17 augustus 2010 - Beschouwing van John Zwart |
| De
zomerstormen van augustus hebben daken en caravans en ook bomen belaagd. Veel bomen, vol in het blad, waaiden om, overal in het land, in Twente zelfs rond de vijfhonderd. Een bijzonder slachtoffer viel in Amsterdam, Keizersgracht 188. Acht jaar werd gestreden om die boom tussen het stadsbestuur en de omwonenden. Vellen en opruimen, of laten staan tot het natuurlijke einde komt. Door criticasters werd nogal gesmaald over die overdreven sentimenten. Nu is de 173 jarige kastanje gevallen. Jammer, maar het zou eens gebeuren. Kwalijk vind ik dat opnieuw weer mensen hun
stem verheffen om hun 'gelijk te halen' Laat ik mij nu dan óók eens in de geest
van Anne Frank verplaatsen. Ik denk niet - John Zwart 31 augustus 2010 |
23 februari 1944 April is inderdaad schitterend, niet te warm en niet te koud met zo nu en dan een regenbuitje. Onze kastanje is al tamelijk groen en hier en daar zie je zelfs al kleine kaarsjes. 13 mei 1944 Onze kastanjeboom staat van onder tot boven in volle bloei, hij is zwaar beladen met bladeren en veel mooier dan verleden jaar. 15 juni 1944 Zou het komen, omdat ik zo lang m’n neus niet in de buitenlucht kon steken dat ik zo dol op alles wat natuur is, ben geworden? Ik weet nog heel goed, dat een stralend blauwe hemel, piepende vogels, maneschijn en bloeiende bloemen m’n aandacht vroeger nog lang konden vasthouden.
|
Aesculus hippocastanum 1686124
|
Boomnummer:
1686124 Einde natuurlijke levensduur: augustus 2010 (173 jaar)
|
| Prinsentuinen veroverd door slampoëten - 8 augustus 2010 Verslag - door John Zwart met tekstaanvullingen en foto's van Anneke Wasscher |
| Niet alleen
Groningen kent een Prinsentuin in het oude centrum, ook Leeuwarden heeft er één, die is misschien zelfs al ouder, want de tuin maakt deel uit van het verdedigingsbolwerk van de historische stad met de Oldehove. De Leeuwarder Prinsentuin is ook al heel lang 'cultureel groen' - want er staat een muziekkoepel tegenover de 'uitspanning' "De Koperen Tuin" met de naamgeving waarvan eer wordt betoond aan de Leeuwarder auteur Simon Vestdijk. 's Zomers worden in die koepel concerten gegeven. Nu is er een nieuw initiatief waarmee de Leeuwarder Prinsentuin zich ook poëtisch manifesteert tegenover het festival van die naam in Groningen. Melvin van Eldik heeft vandaag in 2010 in Leeuwarden iets neergezet zoals Tsead Bruinja in 1997 dat deed in Groningen: Dichters in de Prinsentuin van Leeuwarden dus vandaag. Wellicht het begin van een nieuwe slamtraditie. Wéér een zomers openluchtfestijn met het voordeel ervan (de mensen komen graag de deur uit) maar óók met het risico van slecht weer. Het geluk is met Melvin en zijn slamfeest. Ik tuurde 's morgens naar de lucht en op de buienradar en kreeg toen twijfel: "als het regent ga ik er niet eens heen..." Maar rond twaalf uur breekt de lucht, het wordt een mooie droge middag.
|
De
organisator timmerde flink aan de weg:zelfs posters verschenen in het stadsbeeld, zoals hier op het Raadhuisplein. (© Foto Anneke Wasscher) |
|
Gijs ter Haar in de
Prinsentuin Leeuwarden |
Op naar Leeuwarden dus, net als Erika
Destercke, Martin Beversluis, Daan Doesborgh, Wibo Kosters, Joost Oomen, Mark Spijkers en Gijs ter Haar. De zon schijnt, de singel ligt propvol van bootjes met luchtig geklede mensen, over de golvende paden van het bolwerk maken vele Leeuwarders en toeristen een zondagswandeling. Rond de muziektent klinken klanken uit blik en er zijn nog maar hooguit 30 mensen verzameld, staand of zittend in de nabije grasranden. Het is toch wel hier... toch niet in caférestaurant De Koperen Tuin aan de overkant van de vijver...? Maar het is wel degelijk in de koepel, waar het instrumentarium van "Winterjong", de muziekgroep van Boris de Jong, staat opgesteld. Als het om kwart over twee begint en de aankondiging schalt uit de boxen, worden heel wat voorbijgangers aangetrokken zodat het gehoor flink aanzwelt, gelukkig maar, dit slamfeest verdient de zegen van de zon en een veel groter publiek door het "zwaan-kleef-aan effect". Het zijn behoorlijke zwaargewichten die hier met elkaar de strijd der talenten aangaan. Zelfs ondanks het uitvallen van Ellen Deckwitz, die in december 2009 in Utrecht de NK finale won, zal ieder al z'n zeilen moeten bijzetten om hier te kunnen zegevieren. Hoewel ikzelf deze jonge Amerikaanse stijl
van voordragen niet beheers kan ik wel
|
Mark Spijkers vertegenwoordigt de "buitencategorie" want eigenlijk is hij geen slamdichter. Deze stadsdichter van de gemeente met een veel te lange naam waarvan Dokkum de hoofdplaats is, leest zijn eerste ronde wel degelijk zonder papier, zoals mannen als Gijs, Martin, Wibo en Daan dat vrijwel altijd doen - voor een niet-slammer is dat bewonderenswaardig. "Vreemdgaan is erg/ vreemdgaan is erg mooi/... roept de lange, langharige Mark, om dan tot de conclusie te komen "tussen vriendschap en seks bevindt zich een bed". Voor wat betreft Erika Destercke ben ik helemaal in het hoekje van het vóóroor- deel beland want j.l. maandag heb ik alles van haar al kunnen horen op de Maan- avond in Emmen. Joost Oomen ("JA tegen valkuilen in het huwelijksbed") is voor mij de volslagen onbekende, met net twintig jaar jonger nog dan Daan. Hij zet ook een knappe voordracht neer met grote inhouds- en gevoelswisseling. Naar mijn indruk leunt hij bij de "felle" gedichten iets te zwaar op het volume. Je kunt verbaal "slammen" (=gooien, smijten) maar je kunt ook door de mensen héénschreeuwen, waardoor je ze juist niet meer bereikt. Ach, ik ben maar een leek, dus dit is een terloopse opmerking v.w.b. mijn gevoel hierbij. Men moet die maar nemen voor wat die waard is. |
Wibo
Kosters |
![]()
De twee deelnemers uit Friesland - links
Mark Spijkers, rechts Joost Oomen |
Veel indruk maakt Gijs op mij in zijn tweede
blok met zijn gedicht dat hij opdraagt aan "de moeders" (van Leeuwarden) - daarbij krijg ik echt kippenvel omdat het wel lijkt geschreven op de actualiteit van de dag. Het drama van Nijbeets is er voor mijn gevoel zóver ingekropen dat zijn gedicht "actualiteit" ter afsluiting hiermee bijna overbodig wordt. Martin brengt op het thema ontroering een tekst over zijn overleden vader en zijn beslissing om zelf kinderloos te blijven "er zullen geen nakomelingen zijn/ als ik doodga ga jij ook". Ontroering is er ook bij het luisteren naar Joost als hij een liefdesgedichtje kiest "...een opgedraaid muziekdoosje/ een melodie om op te sterven..." Gijs schildert met rake realistische zinnen de ontluistering van de ouder wordende vrouw die tevergeefs haar onweerstaanbaarheid van weleer blijft demonstreren in "Stervende meisjes" ....de kont die net geen kont meer is... " Slamdichters lijken toch vaak een somber wereldbeeld te hebben waarvan ze schijn en verval scherp in beeld brengen, maar dat doen ze met een cynisme waaronder de goede luisteraar mededogen kan vermoeden. De pauzeblokken worden door
"Winterjong" volgespeeld en gezongen met al even |
"Winterjong" vormt een perfecte muzikale achtergrond voor een slammers- podium. De groep brengt de cd "Slapen is voor dromers" uit, met feestelijke doop in Bellevue, Amsterdam. (in december a.s.) We horen hiervan hier al "ochtendgebed" en "sigaret". De uitslag. John Zwart, voor Hernehim Cultuur -
met aanvullingen van Anneke Wasscher. Hiernaast> Aan het slot ontvangt
iedereen nog een "Paspoart foar Fryslân". |
© Foto Anneke Wasscher |
| Maanavond in poëtische setting - Een verslag van een tuinpodium van Drenthe Poëzie op 2 aug - door John Zwart |
| Stichting
Drenthe Poëzie heeft als opmaat naar het grote jaarlijkse
festival, dat op het Sleenerzand van Natuurmonumenten wordt gehouden, een serie "Maanavonden" op het programma staan. "Maanavond" klinkt toch heel anders dan maandagavond, al zijn alleen maar drie letters weggelaten. Maandag 2 augustus werd de tweede.in de reeks, waarvoor telkens geprobeerd wordt een locatie te kiezen die aanspreekt en de titel recht doet. In juli was men al bijeengekomen in Schoonoord bij de "Papenloze Kerk" het gerestaureerde koepelhunebed in deze regio, waar voelbaar het historische zwijgen van talloze eeuwen hangt. Afgelopen maandag werd ik naar Noordbarge geloodst, voorheen een randgemeente, nu behorend tot het veel grotere Emmen. |
het
historische zwijgen...
|
|
"De Stroetenhof" - Foto: Stiltetuin De Stroetenhof |
In een jonge groene wijk, bereik ik
langs een onopvallend graspad tussen struik- gewas door een verscholen grote tuin: Stiltetuin 'De Stroetenhof". De tuin is een aaneenschakeling van stukjes bos, open plekken, grasveld, natuurlijk begroeide bloemrijke perken en een vijver. Hier niet de stilte van het besef van ongetelde eeuwen maar de stilte van een natuurtableau, intiem en rustgevend. De behoefte aan zo'n plek werd in 1999 gevoeld door een groepje initiatiefneemsters die hiertoe een stichting oprichtten. Rust, inkeer en ingetogen creativiteit kan hier worden beleefd, daarin past ook voordracht - vrijwilligers zorgen voor de inspirerende omgeving. Zo'n veertig liefhebbers komen vanaf halfacht in
groepjes binnen. De zon laat zich |
| Het is
niet uit gemakzucht dat ik hier uit de aankondigingen van Rik citeer, het
is nu eenmaal wat gênant om een rijtje dichters aan te prijzen als je zelf in dat rijtje staat... "Voor Joke Rhebergen (Emmen) is een optreden in de Stiltetuin een thuiswedstrijd. Haar dichttalent heeft lang gesluimerd en kwam eerst naar buiten op latere leeftijd. Na diverse publicaties in poëzietijdschriften bracht zij in mei dit jaar een bundel uit: "Lawinehekken" Al lijkt de titel te verwijzen naar een ver Alpenlandschap blijft Joke met bijna al haar werk dicht bij zichzelf en haar dagelijkse bestaan. Schrijven geeft de Belgische dichteres Erika Destercke veel voldoening. Maar soms kan schrijven ook heel frustrerend zijn als een woord haar maar niet loslaat. Haar rugzak zit vol met kleine strookjes papier waarop zij haar gedachten schrijft. Soms zijn het verhalen van anderen, vrienden, medereizigers in de trein of gebeur- tenissen in de stad die de inspiratie vormen voor een nieuw gedicht. Erika volgde 'Literaire Creatie' aan de academie te Deinze en trad al meerdere keren op zowel in België als in Nederland. De Vlaamse dichteres was in 2009 ook te gast op het derde Open-Dicht Festival in Drente. John Zwart heeft zijn "roots" in de Zaanstreek liggen. Vijftien jaar zeevaren, een jeugd tussen schepen, voorliefde voor Jan J Slauerhoff en een filosofische levens- visie vormen de basis voor zijn gedichten. Sinds 2000 werden er een aantal in diverse bloemlezingen opgenomen, en kwam een drietal bundeltjes uit in eigen beheer. De laatste, "Zeearmen", is daarvan de meest succesvolle." |
In de Stroetenhof -
Noordbarge - naturel optreden in een bosamfitheater |
|
|
Joke is als laatbloeier heel blij met haar
bundel die dit jaar tot stand kwam dankzij de inzet van haar levenspartner. Zij houdt van woordspelingen en opsommingen waar ze dankbaar veel verrassingen in kan verstoppen. Ze oogst herhaaldelijk een glimlach. Haar boekje zit vol met 'geeltjes', die zal ze ons liefst allemaal willen lezen. Ze is hier als enige uit Emmen, dan mag je terecht rekenen op "een streepje vóór". Tegen het einde van de avond mag zij nog een toegift doen. Jammer is dat ze zich- zelf daarbij verliest, elke spanningsboog kent immers zijn einde bij het vriendelijkst publiek. "Less is more" is de bekende wijsheid voor podiumkunstenaars die ik Joke wil meegeven. Erika heeft haar repertoire, evenals ik, kennelijk ook wat aangepast aan de locatie. Ze laat ons mooi 'natuurwerk' horen. Maar ook krijgt zij weer de lachers op haar hand als ze denkend aan "Het grote voorlichtingsboek" ook keuzes uit haar scabreuze repertoire niet schuwt. "Als het wat later wordt op de avond, word je ondeugender Erika!" zo vat Rik het voor ons samen. JohnN (John Zwart) had als 'natuurman' van tevoren vanzelfsprekend allang rond- gekeken in deze Stiltetuin via de website, die er mooi fotowerk van vertoont. De stilte als onderwerp drong zich onstuitbaar op met nieuwe inspiratie. Hij opent met een cyclus van drie korte gedichtjes, nieuw geschreven speciaal voor deze plek. Dat wordt door de tuinbeheerders en vrijwilligers bijzonder gewaardeerd. |
|
als er woorden vallen als er woorden vallen eigenlijk zou ik hier moeten
zwijgen door een dichter met zijn
woord die haar de stilte is het kwetsbaarste niets (zonder titel) we leven in een luide wereld © JohnN |
Keukenplezier Er
is het eiwit schuimend de
bloem op de vensterbank is knap in de hoogte geschoten met
tijd goochelt de oven de
stengel door de warmte verzwakt
© Erika Destercke |
|
|
In deze stille tuin in Emmen is daar opeens een
stille tuinman die opstaat en vertelt dat hij niet alleen tuiniert maar óók wel eens een gedicht schrijft. Hij laat parlando horen. Het gaat over een zeilmeisje maar dat vergeef ik hem graag. Mischa van Huijstee verrast en heeft zich nu al een plekje bij Hernehim Cultuur veroverd op de blogpagina. Naar de reacties te horen is iedereen zeer tevreden
met wat er geboden is.
© John Zwart voor Hernehim Cultuur - 4 augustus 2010. Hiernaast: Voor aanvang en tijdens de
pauze
|
| OBA Open Podium juli editie - Verslag, Amsterdam 31 juli 2010 - door John Zwart |
| De
laatste zaterdagmiddag van de maand in de Centrale
Bibliotheek van Amsterdam, dan is er altijd dat podium, het enige dat geen zomerstop kent. Hernehim Cultuur maakte het weer eens mee op 31 juli. Het is de 79e keer meldt Jos van Hest trots. Het podium floreert nog steeds, altijd een maand vooruit al volgeboekt. Riet Lamers heeft het er druk mee. Zij heeft assistentie gekregen: voortaan wordt de organisatietaak verdeeld tussen Monique Groeneveld en Riet, deze vraagt iedereen mee te werken door het mail-verkeer uitsluitend over het adres *openpodium@oba.nl* te verzenden. (*asterix weglaten) Er komen een aantal bekenden aan de ovale tafel van
Jos: Martin van de Vijfeijke, |
Centrale Openbare
Bibliotheek Amsterdam, Oosterdokseiland © Eigen foto: Hernehim Cultuur |
|
De Blaffende Honden op
het Leidseplein |
Moedige debutanten zijn er ook: twee leden van de Schrijfclub De Kantlijn en Jeanine van Dijck met poëzie uit de kaaswinkel, maar de meeste moed toont de jonge Marcus Meesters, die een groot aantal aquarelillustraties heeft opgehangen op de rij panelen achter de grote tafel. Die illustraties maakte hij bij de verhaaltjes die hij bedacht op het Vondelpark. Plaatjes en teksten vormen samen een prentenboek dat hij in eigen beheer heeft uitgebracht via 'drie musketiers'. Een kloek besluit nadat een aantal uitgevers hem had afgewezen. Duizend (!) exemplaren waren nodig om de magische verkoopprijs van € 14,95 voor een geïllustreerd boek in vierkleurendruk haalbaar te maken. Ook hij heeft iemand meegebracht die hem ondersteunt, Hetty, die één van de tien verhalen uit het boek - over bosmuizen en een vleermuis - aan ons voorleest. 33 Dozen staan er opgestapeld in de woonkamer van Marcus, die ze vol vertrouwen aanbiedt bij de speelgoedbranche. Het optreden van Ronald Offerman beschouw ik ook als een moedig debuut, want net als Vesna laat hij zichzelf zien op een manier zoals ik hem nog niet ken: als lid van een driemanschap "De Blaffende Honden", ze treden op met een combinatie van Amsterdamse poëzie, idem zang, met professionele gitaarbegeleiding. Michael Abspoel zingt met zijn heldere stem over "Tante Jans", die dood is. Op voortreffelijke manier komt de Amsterdamse Tante Jans tot leven, begeleid door de Friese Peter Hoekstra op gitaar. Bezoekers van Dichterscafé Eijlders aan het Leidse- plein hebben al eerder met dit drietal kennisgemaakt, voor mij een verrassende nieuwe beleving van "smartlappen" in een originele benadering. Was "Tante Leen" ooit een begrip in de Jordaan toen die nog 'die ouwe Jordaan' was, voor de faam van "Tante Jans" verdwijnen alle beroemde bouwwerken en pleinen van Amsterdam van de aard- bodem, in de schaduw van haar overlijden. "Iedereen heeft toch wel zijn eigen tante Jans, of tenminste eens gehad". |
| Nog een
verrassing is Edwin Mulder (onthoud die naam), voor het eerst aan
tafel met Jos van Hest. Zijn leven bestaat uit "een creatieproces en een krantenwijk", zo vat hij het zelf samen en geeft daarmee al aan hoe de producten van dat creatieproces er ongeveer uitzien: korte teksten met onverwachte wendingen vol licht cynische humor. Gedichtjes die meer kleine liedjes zijn en soms lijken op citaten uit een cabaretvoor- stelling. Makkelijk in het gehoor, dus blijven ze bij, maar daardoor niet alleen: "... de mensen, ze komen, de mensen, ze gaan ze hebben een lege blik en 1 van die mensen ben ik ..." "... beste god, ik heb alles gedaan wat u zei kom nu maar met uw geluk ..." Uit een ontmoedigende toespraak voor twee mensen die een relatie willen aangaan: "... tot jullie 80 zijn gaar sudderen en elkaar in de naam van de liefde stukje bij beetje uit elkaar trekken..." Het is beslist wáár wat de OBA in de aankondiging
van het maandelijkse podium wil komen luisteren, altijd weer verrassende optredens".
©
John Zwart voor Hernehim Cultuur - aug
2010 |
Edwin Mulder vertelde dat hij ook
actief is als DJ |
| De 13e editie van het Poëziefestival "Dichters in de Prinsentuin" Groningen Stad - 28-30 juli 2010 - Impressieverslag van Anneke Wasscher en John Zwart |
Het is vandaag 28 juli en ik ben op weg naar Groningen voor de openingsavond van dat jaarlijkse festival dat zo langzamerhand al een wijdverbreide reputatie begint te verwerven. Voorgaande jaren vond die aftrap meestal plaats in Jazzcafé De Spieghel, maar nu heeft de organisatie de blik op "de Puddingfabriek" laten vallen. Een jaren dertig ex-industrieel complex waar ik eerder al eens de presentatie door uitgeverij Passage van de bundel "Bronwater" van Diana Ozon meemaakte - het gebouw kreeg een nieuwe functie als congres- en zalencentrum. Als thema voor 2010 heeft de Prinsentuin "Poëzie
als dagelijks brood" gekozen |
|
|
© Hernehim
Cultuur |
De Puddingfabriek heeft een soort atrium
met groene accenten rondom een centrale grote plataan en boven ons hoofd hangen omgekeerde kelken die nog het meest lijken op reusachtige witte puddingvormen, waarin later op de avond gekleurde lampen zacht zullen gaan gloeien. Maar voorlopig schijnt nog volop de zon. "Gaat het hier buiten gebeuren?" vraag ik de mannen, druk bezig op het podium, naar het voor de hand liggende antwoord. En ze hebben gelijk, waarom zou je ook binnen gaan als het buiten een mooie zomeravond is, het is immers vanaf de start een tuinfestival geweest. Voor de aanvang lopen er heel wat dichters rond "in het wild". Ik zie Nanne Nauta, die 't eerst zal optreden, Tsead Bruinja, de "aanstichter" van dit alles dertien jaar geleden, die me onlangs weer verraste met een prachtig "instantgedicht" als "dichter van de dag" op radio 1, Anneke Claus, de jonge stadsdichter van Groningen. En natuurlijk zie ik ook heel wat deelnemers die morgenmiddag of vrijdag in de Prinsentuin aan de Turfsingel optreden: Frouke Arns, met bescheiden trots op haar Meanderprijs dit jaar, Koos Hagen, Jolies Hey, Fieke Gosselaar, Jelou, Joost Baars, Delia Bremer, allemaal heel bekende gezichten, ook voor mijn lezers denk ik.
Käthy de Jong (r) en Grietje Elzinga (l) zijn er ook al vroeg |
| Het gaat
beginnen. Ik mis de gedreven, steevast in spierwit pak gestoken, Klaas Knillis Hofstra. Een onbekende bebrilde presentator neemt deze avond voor zijn rekening. Later verneem ik dat het Peter van der Beek is, enthousiast is hij wel: méér dan tachtig dichters zullen er optreden over de komende dagen en de Kleine Uil heeft de bundel waar ze allemaal met één gedicht in staan al klaarliggen, met de openingskorting eraf slechts € 7,50. ISBN 978.90.77487.89.1 Ik had me al afgevraagd wat "flarf" toch wel kon zijn, het associeert mij met een slecht dessert, zoiets als "haagse bluf", zoet schuim waarvan een grote hap een verdwijntruc speelt in de mond. Maar in de poëzie is "flarf" iets heel anders: een poëtisch spel op de computer. 1. Bedenk een zoekterm op Google, 2. Open het resultaat en kies een regel tekst, 3. Open een volgend resultaat en kies opnieuw een regel tekst, enz... Zo bouw je een gedicht. Wie van absurdisme houdt slaagt gegarandeerd. Nanne Nauta geeft een live-demonstratie waarin de logica doeltreffend wordt verslagen: "Heeft iemand nog vragen?" Na de snelle bloei van "slam" is een nieuwe dichtvorm geboren "flarf". Onthoud die term! Dan is "poetracks" aan de beurt. Daarmee volgt de synthese van poëzie en muziek. De beamer wordt gestart en opvolgend vloeien de portretten van W.F. Hermans, Harry Mulisch, Hugo Claus, Remco Campert enz. over het scherm, terwijl "Chopwood" Odilio Girod zich met stem en synthesizer in de gedichten verliest. Het gaat niet aan te zeggen: "het voegt een dimensie toe". De gedichten vormen een bron voor nieuwe muzikale inspiratie. Odilio is het instrument om daaraan vorm te geven, met geluid en lichaamstaal. |
Een deel van het publiek in het atrium van de Puddingfabriek |
|
© Hernehim Cultuur - Zinderende "Poetracks" van Tom Pintens |
Natuurlijk is er ook gewoon voordracht.
De jonge Pim te Bokkel, die al mag bogen op de Cees Buddinghprijs voor zijn debuutbundel, heeft al een nieuwe bundel in de maak. Ik herinner mij een intrigerend gedicht over een waterdruppel. Pim is zijn stijl trouw gebleven ook zijn recente poëzie blijft dichtbij met een onverwachte wending. Als je hem hoort zou je willen vragen: "lees het nog een keer", maar hij verkiest ons nadenkend achter te laten. De andere dichter die zijn eigen teksten leest is Nyk de Vries, maar bij hem is er alweer een toegevoegd aspect: hij geeft als een Bob Dylan accenten met een mondharmonica ten beste en onderstreept het ritme van zijn gedichten met klakkend handgeklap. Ik hoorde Nyk de Vries onlangs nog op Poetry International waar hij optrad met zijn "Motorman" voor een volle schouwburgzaal. Er zitten verschillende werkelijkheden in zijn gedichten en hij laat ons ernaar zoeken. Het hoogtepunt van de avond voor mij is de Vlaming Tom
Pintens, die de |
|
Het slot valt van een oprecht mooie
avond. De organisatie is tevreden, nog nooit eerder zoveel publiek voor een openings- avond, prachtig weer voor een buitengebeuren bij het centrum van de stad - dat er af en toe een passerende trein over de wissels snerpte hebben we voor lief genomen. John Zwart - voor Hernehim Cultuur 29 juli 2010 |
Een impressie van de donderdagmiddag uit de
Prinsentuin
Vervolg van Anneke Wasscher |
|
De Prinsentuin Groningen
- Hoe nat en kil het was, op dag 2... |
Misschien had ik de buienradar moeten
raadplegen. Dan was ik er ook beter op gekleed geweest deze middag. Er was ons droog weer voorspeld. Aangezien ik nogal wantrouwig van aard ben en vaak merkte dat de weersvoorspellingen lang niet altijd waarheidsgetrouw zijn, was ik toch toegerust met een paraplu. Een mini weliswaar - en we moeten er ook nog eens met zijn tweeën onder, mijn poëzie- vriendin en ik! We hebben het twee uur volgehouden. Toen waren we doorweekt en stijf van de kou. Waarom werd er niet uitgeweken naar de vervangende “binnenshuis” locatie? Geen idee. Groningers zijn echt stoere mensen, ik verraad mijn afkomst met mijn gebrek aan doorzettingsvermogen, want ik ben van oorsprong namelijk een "westerling". "Dichters in de Prinsentuin".hóórt gewoon buiten. “Om drie uur is het droog” riep Klaas Knillis Hofstra. Wat we hoorden, was alleszins de moeite waard. Op
het theeveld opende |
| Nog
korter kon Are Meijer het zeggen in één van zijn gedichten,
waarin hij duidelijk maakte dat vooral zijn fysieke “lengte” aantrekkelijk is voor het andere geslacht. Sinds ik hem hoorde tijdens een optreden in de OBA in Amsterdam, ben ik een fan van hem. Daar las hij een schitterend gedicht over een autorit over de A 7. Die rit gaat eigenlijk over de dood van zijn vader. Na dit optreden in de Prinsentuin vind ik hem ook veelzijdig. De voordracht van Ingmar Heytze was wel zeer ongewoon. Hij trad op via het mobieltje van de presentator. Vanuit een zonnig Utrecht! Luid applaus van het publiek. “Jullie zijn met veel”, merkte hij op. Er was een korte pauze, tijd voor een "koek en zopie" om een winterse term te gebruiken, want het regende maar dóór. Jos Versteegen zag ik door een grauw- sluier. Hij zou na de pauze optreden en dat wilde ik absoluut niet missen. Vorig jaar stond ik nog samen met hem in de Kargadoor te Utrecht. Ik trotseerde dus opnieuw de nattigheid. Terecht want zijn gedichten zijn, zoals ik naast mij iemand hoorde zeggen "ontroerend en toegankelijk". Wat is alledaagser dan de zeven overhemden nagelaten door je overleden vader? Vooral wanneer “ze liggen in een plastic tas te wachten op de keukentafel". Zijn laatstverschenen bundel: “Zijn overhemden op jouw huid” lag te koop bij de marktkramen, net als de verzameling “Dagelijks brood”. Zodat ik behaaglijk warm en droog verder lezen kan, lekker thuis op de bank. 29 juli 2010 - Anneke Wasscher voor Hernehim Cultuur |
De immer optimistische Klaas
Knillis Hofstra: |
|
Jammer van
donderdag, dat drukt het aantal bezoekers |
"... van de bloeiende nacht ontwaken
in groen/ van de bloei de haren verward/ van de nacht gewoel..." Hélène Gelens "...Ik moet nodig op vakantie
naar een kamp/ "Ik heb een zwaan gered/ een
van papier,/ "Dichters in de
Prinsentuin 2010" © Tekst verslagen Anneke Wasscher en John
Zwart - voor Hernehim
Cultuur |
| De zon had niets meer te zoeken aan de Swifterringweg - Flevoland - 19 juni 2010 - Verslag door John Zwart - geplaatst 23 juni 2010 |
| Het
Flevolandse Sunsation Zomerfestival - de zomerse zonnewende ja, je
zou het niet zeggen met deze hedendaagse temperaturen - maar het was alweer zover. Over een paar dagen komt de zon alweer een minuutje láter op en gaat ze weer een minuutje éérder onder. Dat zonnewende evenement is een traditie daar in die polder en als je er al zó lang heen gaat lijkt het wel of je wel móet.... zonder er nog bij stil te staan. Ik heb maar twee keer gemist en daar het nu het 29e jaar is, offerde ik dus voor de 27e keer weer mijn nachtrust om ergens in 't vlakke polderlandschap de zon zeer waarschijn- lijk niet boven de kim te zien uitstijgen... net als 23 andere keren. Ach, vroeger woonde ik er vlakbij, dan gá je gewoon - ondertussen al tweemaal verhuisd, eerst naar Almere, betekende toch royaal een uur langer onderweg, uit en thuis. Maar na de recente verhuizing is dat "land-art object" Robert Morris Observatorium zo ver weg, dat er bijna 160 km moet worden afgelegd van vertrek tot terugkeer voor de huisdeur. Dus in het holst van de nacht, om 3 uur uit je nest, terwijl een avondmens er zelden vroeger dan middernacht in ligt... Een zwoele zomernacht kan dat draaglijk zijn, maar bij rotweer... is dat niet gekkenwerk? Een blogger op een andere site beweerde dat ik alles wat ik bezoek beschrijf als 'prachtig': een podium kan nog zo beroerd zijn en de helft van het publiek houdt het voor gezien, toch: JohnN beleefde er steevast een prachtige middag of avond, zo blogt deze blogger... Welnu, let dan op: hier volgt een opmerkelijk verslag. Beïnvloed door herinnering en teleurstelling, er bovenop een vleugje ergernis. |
Een historische foto: in
het jaar 2006 aanschouwden we © Foto 20.06.2006 Copyright Hernehim Cultuur |
"Heer Bol" altijd hoopvol voor de zon
|
Wie op 19 juni rond 04:30 de A6 snelweg
verliet en de Houtribweg N307 opdraaide werd onmiddellijk verblind, alsof een tegenligger zijn ongedimde vérstralers je in de ogen priemde. Maar het was de tijdelijke mast met stadionlichten op het provisorische parkeerterrein bij het Observatorium! Het terrein bij de aansluiting van de N307 op de Swifterringweg toont ons de onstuitbaarheid van de krassende nagels van de tijd. Bij de realisatie in 1977 lag het aan oost-, noord- en noordwestkant vrij in open landschap. Aan de zuid- kant eigenlijk óók, maar daar werd langs 'n laan van een dubbele rij prachtige kastan- jebomen en een klein parkeerveld een bosperceel aangelegd als scherm. Nog maar enkele jaren geleden was het een heerlijke natuursensatie om daar met een groep gelijkgestemde mensen samen te komen. Bij het eerste licht van het ochtendgloren werd je overspoeld door de zang van honderden vroege vogels. Recent is zowel de laan als de hele bosstrook kaalgeslagen. Langs die kale strook loopt een spoorwegtracé. Waar ooit de laan begon begint nu de afrit van een spoor onderdoorgang. Geen vogel meer te zien of te horen, in plaats daarvan geraas van stroomaggregaten. Waren er nog vogels geweest, ze zouden onmiddellijk op de vlucht zijn geslagen voor de ware terreur van technomuziek die losbarst als inleiding op het festival. Eerst verblind en vervolgens óók nog verdoofd.... Daarna weer concentreren op poëtischer zaken, men is op zoek naar "nieuwe vormen". |
| Eerdere
jaren al stoorde me het streven naar "prestige" dat het festival
volledig veranderde vergeleken bij de herinnering aan de jaren kort na het ontstaan. Altijd een ongedwongen sfeer waarbij spontane contacten opbloeiden tussen optredende dichters en publiek. Toen het evenement groeide kwam er een Organisatiebureau (Fabergé) aan te pas en een 'floormanager'. De laatste jaren lopen er overal man- netjes rond met uniforme sweaters van 'evenementmakers' (XL de Ateliers). Hernehim Cultuur besteedt op het internet ruimschoots aandacht aan het festival vanaf de aflevering 2002. Hoewel ik Hernehim meerdere malen heb aangemeld voor hun persberichten worden deze tot vandaag nooit ontvangen - gelukkig zijn er nog andere kanalen - maar het voelt als signaal van de arrogantie die geleidelijk lijkt in te sluipen. Het jaargang 2008 werd ik op barse wijze weggestuurd door zo'n XL jongeman, omdat ik de partytent niet in mocht, waar de deelnemers 'n ontbijt werd geserveerd. Thom Ummels en Joop Hardenbol, twee drijvende figuren uit de eerste jaren, ken ik al langer dan 25 jaar. Natuurlijk begroeten we elkaar en met Joop maak ik altijd een praatje. Joop is intussen slecht ter been geworden, hij zit nu op een klapstoel opzij van het podium. Dit jaar word ik bij mijn sociaal contact aangesproken door een autoriteit(?) die mij erop wijst dat "deze plek voorbehouden is aan optredende artiesten" (Er stonden nog 'n tiental klapstoeltjes, waar dat moment niemand op zat, terwijl ik stònd! Ja dan moet je de mensen zeker wegjagen). Zojuist voorzien van een fluit-oor dankzij de 110+ decibellen van Tribal Spirits (klik op de naam voor hun openingsnummer 'Possessed" voor een indruk) - "ik kan niet meer denken, ik kan het denk ik niet" - voeg daarbij dat het koud, nat en winderig was; dan begin je je toch iets af te vragen: "wat doe ik hier eigenlijk?" |
Tribal Spirits (Originally Fake) uw adres voor zware metalen |
|
Ruben van Gogh
Meer recente foto's worden later toegevoegd |
Maar laat ik me verder beperken -positief- tot
wat er verder geboden wordt dit keer. Heer Bol (Joop Hardenbol) verwijst naar het thema van dit jaar "Noorderlicht" en legt het verband uit, omdat dit verschijnsel ontstaat door verhoogde zonneactiviteit. En omdat het vooral geassocieerd wordt met noordelijke landen hebben ze gasten uit het noorden uitgenodigd: Scandinavië en Estland. Zonder veel hoop wijst hij ons op de aanstaande zonsopgang - hij ziet, met mij, de snel aanschuivende wolkenbank vanuit het noordwest. De winnaressen van een Kunstbende gedichtenwedstrijd Maaike Broekhuijsen en Brechje Olgers mogen ieder vanaf een soort duikplank bovenop de binnencirkel hun winnend gedicht laten horen, waarna drie danseresjes in witte gazen jurkjes daar boven de aanwakkerende wind trotseren - gelukkig nog zonder nat te worden. De presentatie wordt overgenomen van Heer Bol door Ruben van Gogh. De eerste dichter is Tonnus Oosterhoff. "klemde het deurtje/ dat mensen en dieren gescheiden houdt?" Hij voert ons in een sprookjeswereld waar gekozen moet tussen drie eikenhouten deurtjes, en waarin een jonge held de jongste prinses kiest om te kussen. Hij toont zijn betrokkenheid met de aanleiding van het festival met poëtische verzen als "de zon, die de aarde met haar stralen koestert" en hekelt de neiging om elkaar te overtreffen met het noemen van absurde Guinness records: "het meest recente hoogste gebouw van de wereld", "de man met de langste vingernagels", "de reus van Rotterdam". Hij draagt voor over mensen die ongeduldig claxonneren wegens een automobilist die op de rotonde een hartaanval kreeg: "de auto met overledene wordt de berm in geduwd" en besluit met de constatering: "de mens is een oververtegenwoordigd dier..." Dan komt de blinde Friese dichter Tjebbe Hettinga. Alleen door de beide eerste dichters ben ik alweer een beetje verzoend met de ontberingen van de dag. Tjebbe draagt in zijn fenomenale stijl zijn eigen odyssee voor waarin de zee, het Caribische strand, de natuur en vrouwen elk hun rol spelen in tropische sferen. De regen dreigt, maar Tjebbe blijft manmoedig achter de kleine katheder staan, vooruitgeschoven vanonder het overdekte podium waar muziekinstrumenten en techniek beschermd staan tegen natuurgeweld. Terwijl de dichter ons verhaalt over zonovergoten straten van Curaçao en van Bon Futuro in de Koraal Specht barst de eerste bui boven ons los. Er zullen er nog twee volgen... |
| De Zweedse
slamdichter Henry Bowers heeft méér
haar om de regen te trotseren, hij springt vanonder de luifel tevoorschijn om zich er weer onder terug te trekken wanneer hij met zijn DJ samenwerkt. Hij bewijst de DJ de eer die hij vindt dat hem toekomt: "DJ Lo Kut !" roept hij, wijzend. Niemand durft te lachen. Zijn haar is in een wrong op zijn hoofd vastgespeld. Heeft zich waarschijnlijk nog nooit geschoren: "I like my beard. Old people think I am a terrorist, kids think I am Santa Claus". Bij deze slamdichter dient zich nog sterker het taalprobleem aan, slammers zijn heel rad van tong en als het dan in het Engels is zou een briefje met tekst of een vertaling welkom zijn. Tegen de achterwand van het overdekte podium hangt een flink plasmascherm, maar om daarop een lichtkrant te lezen heb je in het publiek toch minstens een goede toneelkijker nodig. Tjebbe Hettinga sleept je met de muziek van zijn voordracht in het Fries altijd mee, ook al versta je niet alles even goed - bij deze Henry Bowers, waar het vooral om spitsvondige taalvondsten gaat, is dat moeilijker. Na het eerste nummer gaat hij gelukkig een tandje lager en wordt ook gevoeliger in "Stories for sale": "it is safe to say this kid has seen some hard times (...) he's got stories to tell that'll teach us a thing or two / he'll tell 'em if you pay him - (...) his thoughts for pennies but nobody's buying (...) never have I ever seen a kid with a sadder smile". Dan weer een muzikaal onderdeel. Uit Tallinn, Estland een trio, zang ondersteund door harmonium en percussie. Bijzondere klanken uit een onbekende noordelijke wereld. Kirtana Rasa bezingt in het Russisch de stilte van de toendra. Voor een ander nummer doet ze haar best om ons de kou en de regen -die inmiddels even is gestopt- te laten vergeten: het gaat over een warme dag tussen de korenvelden op het Franse platteland. Even gemakkelijk door haar in het Frans gezongen. De jonge Deense dichter Philip Tafdrup opent weer een blokje van het gesproken woord. Hij debuteerde pas onlangs met een bundel van foto´s en bijpassende gedichten. De bundel ontstond in Australië waar hij gefascineerd werd door het leven in het zuiden en voor zijn foto´s vooral in de grafmonumenten van Sydney. Omdat maar weinigen de Deense taal zullen beheersen citeer ik uit de Engelse vertaling: "(...) the afternoon drags itself along, slowly like half empty busses with defective air-conditioning on Ocean Street a few residents are seen in doorways in the shade from sun bleached awnings lazy and slightly horny bottles of soda or ice cream cones in their hands eyes gazing out towards white painted houses: Maybe one ought to conquer something?" Tijdens het optreden van Tafdrup is het droog
geworden, maar de volgende dichter... Droog is onder andere geïnspireerd door Paul van Ostayen "die stierf aan een overdosis tuberculose". Hmm. Misschien deze ´grap´ omdat Droog begonnen is met de traditie van de ´Eenzame Uitvaarten´? Vele grotere steden zijn gevolgd: dichters te laten schrijven bij de begrafenis van mensen waarvoor geen enkele nabestaande zich meldt. Hij is hiermee begonnen in Groningen. Een gedicht over de ramp met de Russische kernonderzeeboot "Kursk": Kursk Uit machinekamer negen ´kijk meisje en dat poppetje waar bankjes staan lief meisje © Bart F M Droog Uit: ´Radioactief´ / Uitg. Passage 2004.
|
Meer recente foto's worden later toegevoegd
Bart FM Droog © Foto Hernehim Cultuur |
|
Meer recente foto's worden later toegevoegd |
En ja het regent weer en niet meer
zachtjes, het regent hard, keihard. Tsead Bruinja, nog weer een Friese dichter, zal volgen... Sorry Tsead, ik hoorde je al zo vaak... en ik heb al drie bundels van je. Ik vlucht naar de grote tent waar zich intussen meer volk bevindt dan binnen de cirkel van het Observatorium zelf, onder de wenende blote hemel. In de ongeordendheid door het slechte weer mengen zich daar opnieuw deelnemers met ´t publiek, zoals het ooit altijd is geweest. Ik raak in gesprek met Kirtana Rasa, de jonge vrouw uit Estland. Tijdens haar optreden was mij haar talenkennis al over- duidelijk. We zouden Zweeds, Duits of Engels kunnen spreken, we kiezen voor het laatste. We wisselen onze ideeën uit over de ´multiculturele samenleving´, die Estland en Nederland met elkaar gemeen hebben. Maar wel met dit verschil dat in Nederland er mensen van heel uiteenlopende afkomst zijn toegestroomd, terwijl in Estland de verdeling in hoofdzaak bestaat uit énerzijds de autochtone Esten en anderzijds de Russen. Ook in Estland kent men spanningen omdat die Russen er vroeger geprivilegieerd waren - na het herstel van het soevereine Estland werden de Esten de bovenlaag en Russen raakten ondergewaardeerd. Ook de taal onderging deze herschikking. Toch zijn de scherpste kanten er na 20 jaar wel af. Kirtana treedt op zowel in haar eigen taal als met Russisch repertoire. We denken allebei dat in onze landen na nog één of twee generaties de wrijving zal zijn overleefd. "De Esten en de Russen, de Nederlanders en de Marokkanen, ze moeten onderling gaan trouwen en samen kinderen maken!" besluiten we vrolijk terwijl buiten de regen weer even is gestopt. Arjen Duinker en Kees ´t Hart staan op het podium een bijna eindeloze tweespraak op te voeren... Een soort rondeel maar dan als een perpetuum mobile: "... ja de zon schijnt mooi... mooi mooi mooi mooi mooi... ... een vrouw versierd met morellen... ja sinaasappels zijn krankzinnig... ... de zon schijnt voorbij de maan... ja de zon schijnt mooi... ... ogen als morellen... mooi mooi mooi mooi mooi... ... " De derde regenbui ontlaadt zich boven
ons. © Verslag voor Hernehim Cultuur - John Zwart 21 juni 2010
|
| Zomerpodium, een wordende traditie van Ongehoord Rotterdam - Een deelnemersverslag door John Zwart - geplaatst 18 juni 2010 |
| 12 juni
2010, een dag poëzie in Rotterdam - Deel 1 "De Jacobustuin" Een prachtig natuurplekje midden in het Centrum niet ver van de Coolsingel. In een carré van twee zijstraten van de Oude Binnenweg en de Mauritsstraat hebben de eigenaar-bewoners de besloten binnentuinen van hun woningen opgegeven en in een gezamenlijk project gebracht. In het Rotterdamse hart van steen en doelmatigheid, waar torens van beton, glas en aluminium zich als in competitie naar de wolken uitstrekken vinden we nog enkele "Verborgen Tuinen", als een groene oase. Het groen achter de façaden van de Jacobusstraat is zo'n plekje van verstilling. Afgesloten met traliehek en een poort in de brandgang is het op vaste dagen en uren toch voor iedere bezoeker toegankelijk. Er is een waakzame beheerder, het moet natuurlijk wel netjes blijven. Op zaterdagmiddag 12 juni heeft Ongehoord Rotterdam in dit decor voor haar Zomerpodium wat bankjes, stoelen, een microfoon en lessenaar neergezet. Dat is genoeg voor de poëzie. Inleidende muziek is er van een half dozijn merels, misschien zijn het er zelfs nog wel meer. Ton Huizer en Hein van den Assem hebben een soort Poetry International op kleine schaal neergezet: geen dominantie door Rotterdamse dichters, de meeste deelnemers komen uit het wijde Nederlandse taalgebied. Erika de Stercke uit Vlaanderen (Gent) en Hiltsje Jongsma uit Friesland (Ooststellingwerf) zijn al twee uitersten, zij treden op in het eerste blok. Beide worden regelmatig gezien op de podia in de Randstad, Erika staat zelfs vaker achter Nederlandse micro- foons dan Belgische. Tot mijn spijt kom ik te laat om Jeroen de Vos (Den Haag) te horen, het zou de eerste keer zijn geweest voor mij. Van Hiltsje krijg ik toe- stemming om een van de gedichten uit haar voordracht, het prachtige "Frije fal" - "Vrije val" tweetalig in dit verslag te publiceren. |
Hiltsje Jongsma |
|
Frije fal Barstende fol
ferbylding yn 'n dobberleaze djipte mei oanlearde
frije slach sleep mysels de baarnende
sinne ik brek út myn modderjurk en lis my
neist dy del © Hiltsje
Jongsma |
Vrije val Barstensvol
verbeelding in een dobberloze diepte met
aangeleerde vrije slag sleep mijzelf
naar de brandende
zon ik breek uit mijn modderjurk en leg me
naast je neer vertaling Hiltsje
Jongsma |
| De dichteres Noor
Roelofs heeft iets met haar Limburgse dialect, maar tegelijk mist ze het, want zij is dat van vroeger kwijtgeraakt. En het Limburgs bestaat eigenlijk niet, de taal groeit in ieder dorp op zijn eigen wijze. Ze verwoordt het zoals ze het ervaart prachtig in haar gedicht "Limburgs dialect", dat opgenomen is in een project met de muzikale onder- steuning door haar man Mike Roelofs op synthesizer en percussie. Hoe dat klinkt is te horen op een Youtube filmpje, één in een reeks van 19 video's met haar poëzie. Wie het hiernaast gepubliceerde gedicht in
de audiosetting wil beluisteren kan
|
haar woorden
kronkelen tussen van Dales zinnen door
|
|
Meer recente foto's worden later toegevoegd |
Er staat een muziekinstrument in het gras, dat
niet over het hoofd kan worden gezien: de Rotterdamse Sabine Meijers (harp) speelt voor ons een prachtige serie stukken, voorafgaand geeft ze telkens een lyrische inleiding. We zitten al zo mooi in deze grote groene tuin, toch neemt zij ons mee naar Frankrijk. We beleven een zomerdag in de Provence met bewegend lover en vogelzang, een beekje dat kabbelt en uitstroomt in een rivier, koeien die rusten in het gras of wat grazen en soms even loeien. Sabine speelt en de merels zingen rustig door, of zingen ze mee? Hun geluid mengt zich vloeiend met het harpspel. En vanachter de huizen klinkt uit de straat gedempt het geluid van een vuvuzela, die als ware het een geregisseerde mix, zich voegt in de muziek met de weergave van het geloei van de koe. Vervolgens krijgen we, ondanks de stralende middag, nog een nocturne. Sabine schildert ons de Seine in een zomernacht, onder een bedekte hemel - het is broeierig, de krekels zijn onrustig en zwijgen soms even. Dan wordt het water uitgelicht door één enkele ster. Graag laat ik me meevoeren op de klanken van snaren, sierlijk getokkeld door sterke vingertoppen. |
| Het is pauze,
onder een parasol heeft een vrijwilligster van Ongehoord Rotterdam een tafel neergezet met stokbrood, franse kaas en verschillende salades. De deelnemers mogen zich eraan laven, misschien een enkele bezoeker ook, er staat niemand die er bonnetjes of geld voor vraagt. In de blokhut schenkt een vrijwilligster koffie, thee, bier of wijn voor vriendenprijsjes. Van Ton Huizer kijg ik royaal vier consumptiebonnen, wat me in staat stelt twee wijntjes weg te geven, aan wie? Ja, daarnaar mag de lezer blijven raden. Pauze voorbij, tijd voor een Rotterdamse
dichteres met een prachtige naam:
|
Zonder kostuum
maar goed geharnast Gemaskerde voor wie hem zag Hij achtte zich
van weinig waarde Zielenredder
zonder het te weten Hij kende liefdes
die hij © Myrte Leffring
|
|
|
Het slot van het gesproken woord mag ik, John Zwart, voor mijn rekening nemen. Ik stel een heel andere reeks samen dan eerst was voorgenomen. Dat gebeurt me wel vaker onder invloed van de omstandigheden. In dit geval de ambiance van deze tuin met een klein maar heel aandachtig publiek. Onder invloed van de vogels, ach noem het maar "inspiratie", begin ik met "Turdus merula" een bewerkt gedicht uit de bundel "Seizoenen". Er komt een vliegtuig over van Zestienhoven ... Rotterdam-Hague Airport moet ik nu waarschijnlijk zeggen - en ik bevestig dat het vliegen veiliger is dan ooit, veel veiliger dan autorijden, maar helaas moet je na vliegen ook weer naar beneden, het gedicht "Fragiel" onlangs nog op Hernehim Cultuur geplaatst. In een havenstad als Rotterdam, waar ik vele jaren geleden als jeugdig zeeman uitvoer met ss "Zeeland" van de Steenkolen Handelsvereniging van Van der Vorm (ik zie de oudere bezoekers knikken) - mogen er natuurlijk geen zeegedichten ontbreken: "Aan het land ontkomen" ooit geselecteerd door Simon Vinkenoog voor de bloemlezing "Een andere wereld". Het plan was af te sluiten met een Gronings gedicht van dichteres Nina Werkman, maar het was immers een Zomerpodium dus de verleiding was groot te verwijzen naar de midzomerfeesten in Scandinavië. Met een knipoog naar Poetry International werd het dus een lied in het Zweeds van Cornelis Vreeswijk over de verboden liefde van Frederik Aakere en het meisje Cecilia Lind, met vertaling van "naa kyss meg igjen" ...de verzuchting van Cecilia aan het slot, uiteraard. YouTube link naar de originele gezongen versie door Cornelis Vreeswijk in 1986. De middag werd afgesloten met nog meer
mooi harpspel van Sabine Meijers.
|
|
als straks de aarde is vergaan valt er niets
meer te klagen we waren toch zo
geil kleurde hun
rivieren rood en wij maar bomen
planten voor het slapengaan © JohnN
|
© Foto Hein van den Assem - Rotterdam |
| Poetry International - de openingsavond in de Rotterdamse Schouwburg - Een verslag door John Zwart - geplaatst 18 juni 2010 |
| 12 juni
2010, een dag poëzie in Rotterdam - Deel 2 "Dertien manieren om naar een merel te kijken" Ik blader een beetje in het programmablad
van het 41e Poetry International Rond half acht gaan we de naastliggende
Rotterdamse Schouwburg binnen.
|
Voordracht uit de Spoon
River Anthology - Edgar Lee Masters.
De Heuvel Waar
zijn Elmer, Herman, Bert, Tom en Charley, EEN
Ging van de koorts, Door
Elvis Peeters vertaald openingsgedicht van de Spoon River |
|
Wislawa Szymborska
Ewa Lipska (Krakow 1945) © Foto Danute Wegiel |
Er wordt een fragment vertoond van een film
gemaakt onder de regie van Maria Barnas: "er zijn films die ik onthoud als een verhaal, er zijn boeken waaraan terugdenk als een film" - "er zijn kunstwerken die ik me herinner als een gelaagd gedicht, en gedichten waaraan ik denk als aan een korte film". Een beschouwing om langer over na te denken en te vergelijken met ons eigen proces bij het behoud van herinneringen. In wereldpremière wordt een muziekstuk gespeeld door een sextet, een ensemble van strijkers, klarinet, piano en gitaar. Het stuk gecomponeerd door Yannis Kyriakides op de "nachtmerrie" van de Franse schrijver George Perec, en krijgt de titel "The Arrest" De tekst wordt simultaan met de muziek geprojecteerd, in het Engels. Het effect is dat de tekst in je hoofd tot film wordt, de beelden bouwen zich op uit de impressies van de muziek. Verrassend voor mij vertoont men ook een korte film over de Poolse dichteres Wislawa Szymborska. De Nobelprijswinnares uit 1997 is inmiddels bejaard en komt haar woning in Krakau niet meer uit. De opnamen werden in haar huis- kamer gemaakt: heel sprankelende en vaak hilarische korte gedichten. Juist de vorige woensdag had ik een ontmoeting met de Poolse dichterschrijfster Grazyna Przybyl die in Nederland woont. We hadden toen een uitvoerige uitwisseling over Wislawa Szymborska en haar bekroonde bundel "Uitzicht met zandkorrel". De Poolse poëzie staat deze avond dus opnieuw uitgebreid in het zonnetje, want ook de jonge Ewa Lipska (Krakow - 1945) draagt eigen werk voor in een drieluik dierengedichten, samen met Hasso Krull (Estland) en Erik Spinoy (België). Erik Spinoy (St.Niklaas - 1960)
|
| In een
wervelend programma, lezen alle deelnemende dichters elk één
gedicht in hun eigen taal, terwijl Nederlandse en Engelse vertalingen geprojecteerd worden op een groot scherm. Er tussendoor nog meer muzikale en theatrale intermezzi. Prachtig ook een gezongen slotakte van de oosterse pendant van de westerse Romeo en Julia: "Layla en Madjnun". "zoals lichtende vuurvliegen naar de nacht verlangen". De zanger Bassem Al-Khouri bespeelt een oosters snaarinstrument, de quanun en wordt instrumentaal ook ondersteund door Eduard van Regteren Altena op violoncel. Gelijktijdig mogen we de breakdancer Haider-al-Timimi aanschouwen die artistiek de grens van straatkunst naar ballet overschrijdt. Dit muzikaal en theateroptreden vormt een
voorproef op de voorstelling van de |
Layla en Madjnun - Illustratie Poetry International Rotterdam |
|
Motorman Hij
reed almaar rond op zijn motorfiets en nooit wist ik Prozagedicht van Nyk de Vries |
Voor wat betreft de manier waarop de poëzie
in niet-westerse talen tot ons komt ben ik er nog niet helemaal uit. Als iemand voordraagt wil ik graag intens luisteren en zo mogelijk de dichter daarbij zien - de vertalingen zijn wel nuttig maar trekken sterk de aandacht, ook als je in staat bent om te verstaan wat ten gehore wordt gebracht. Maar je kunt niet intens luisteren, naar de lichaamstaal van de dichter kijken en óók nog op een scherm meelezen. Ik probeer zo mogelijk de teksten te negeren en te concentreren op de man of vrouw in de podiumspot. Bij al die talen waarvan ik niets versta kies ik er vaak voor helemaal niet te kijken, mijn ogen te sluiten en de muziek van de taal op me te laten inwerken, het Soedanees, het Koreaans, het Pools, het Afghaans, het Marokkaans. Grappig zijn vooral de Japanse Hiromi Ito (Tokyo - 1955): "Sorry I am the only poet who does not speak English" opent ze en gaat van start met een onstuitbare watervlugge spraakwaterval - en ook de Française Valérie Rouzeau (la Nièvre - 1967), die in een natuurgedicht krekelgeluidjes nadoet, maakt vrolijk: "krri krri - krri krri." Twee Nederlandse dichters zijn er ook nog bij op deze avond: Tomas Lieske met "het valt mij met de dag moeilijker" (extra applaus) en Nyk de Vries met "Motorman" (begeleid door zijn gitarist Fokke van der Veen). Terugkerend in de foyer worden we verrast
door een groepje gastvrouwen die © Verslag John Zwart - 14 juni 2010 |
| In Leeuwarden heet het op donderdag 10 juni: "Liwwadder poëzie" - Een impressieverslag door Anneke Wasscher - geplaatst 18 juni 2010 |
“De Bres” is een bruisend centrum voor cultuur in hartje Leeuwarden. Friezen blijken aardige mensen want ze wijzen me vriendelijk en feilloos de weg. Verwachtingsvol kom ik binnen want in de aankondiging op internet heb ik al klinkende namen gezien. Organisator en presentator Melvin van Eldik blijkt een hartelijk gastheer. Hij belooft ons dat we tijdens de pauze drankjes mogen nuttigen of mogen roken in de stads- tuin. Het is een zomers warme avond maar ondanks het mooie weer is de zaal goed gevuld. Het afwisselend programma: Dichter/zanger Pieter Oegema (in het dagelijks leven ook leraar), blikt in zijn poëzie terug op de schooltijd van het -nu wereldberoemd geworden- fotomodel Doutzen Kroes. Ik vermoed dat hij haar graag nog wel eens in de klas zou willen hebben. In de "Friesland"aflevering van de serie "Dicht in de buurt" van Dagblad Trouw (uitg.januari 2010) vinden we nog vele andere gedichten van hem. Ya Ya vertelt in haar toegankelijke taal met prachtige beelden over de schijnbaar gewone dingen van het leven. In haar gesprek met oma “hoort ze vooral dat wat niet werd verteld”. Hiermee citeer ik een van de zinnen waar verhalen achter schuilgaan. Dan komt veelzijdig kunstenaar, dichter en slammer Jan Ketelaar. Direkte taal, dichtbij en overtuigend. Het komt bij me binnen. De politiek kijkt nog even achterom in een aantal gedichten van de succesvolle slam-dichter Pom Wolff: We herinneren ons ex SP voorvrouw Agnes Kant, in haar "bewogenheid" In een gedicht over Clairy Polak verdwijnt Balkenende voor- goed. Sommige van zijn gedichten zijn humoristisch, tegelijkertijd ook ontroerend. Vooral door strakke eenvoud. |
Ya
Ya © Foto Hernehim Cultuur
|
|
Elmar Kuiper © Foto Hernehim Cultuur |
Muzikale inbreng van zanger/gitarist Sake
Hijkema en gitarist Martin Beekman ("Beukema"). Zij koppelen hun poëtische woorden aan het gitaarspel. De gezongen “Zondag” blijft in mijn hoofd hangen. Omdat ze, zoals de meeste succesvolle jongeren, druk, druk, druk zijn moeten ze na hun optreden meteen weer weg. Veel indruk maakt de dichter Mart Brok, begeleid door zijn gitarist Harm Bos. Vooral hun laatste nummer, een aangrijpend gedicht over macht en oorlog. Met de taal als een mitrailleur schokt en raakt Mart Brok ons, er is geen ontkomen aan. In de pauze spreekt hij met me over de Taalwerkplaats in Nieuw-Amsterdam en over de Maanavonden in de natuur voorafgaande aan het Drentse Open Dichtfestival in augustus. Bij de volgende aflevering wil ik de poëzie in Drenthe beleven. Melvin van Eldik verrast ons met een korte literaire kwis. Alle prijzen gaan van de hand want op elke vraag weet het leesgrage publiek de antwoorden wel. De jongste deelneemster is Dosje, derde jaars studente aan de Minerva Kunst- academie. Veelbelovend, want ze weet te boeien. Eén van haar thema’s: “as”. Omdat, zo legt ze ons uit, er eerst moet worden afgebrand, waarna ze aan iets anders kan beginnen. De Friese taal wordt ingebracht door Elmar Kuiper met zijn gedichten als Spijt en Verdriet. Aan het eind schaf ik me de bundel “toen je stilte stuurde” aan, van Pom Woff. Op het schutblad schrijft: hij "niets is me liever dan eenvoudig mooi". Toepasselijk voor deze “Liwwadder poëzie” in de Bres. Verslag voor Hernehim Cultuur © Anneke Wasscher - 11 juni 2010
|
| Afgesneden in een lach - In memoriam Driek van Wissen door John Zwart - geplaatst 21 mei 2010 |
| Als je
plotseling door je autoradio zo'n bericht hoort, een neutrale omroeperstem je meldt dat een bekende van je is overleden, is dat schokkend. Je gedachten waren eerst bij heel andere zaken, omdat je helemaal niets weet over een levens- bedreigende ziekte, en er geen zorgen aan de orde zijn over een broos iemand van hoge ouderdom. Driek van Wissen (66) was natuurlijk nog veel te jong en vol van levenslust. Hij mocht dan in zijn gedichten wel schertsen met het vorderen van de leeftijd maar hij was geen moment werkelijk bezig met een naderende horizon. Driek dichtte meestal met ironie, met zelfspot - en dus ook over dit onderwerp: "... Geen liefje weet ik meer te strikken, Nee, sterker nog: ik zie ze schrikken als ik in hun nabijheid kom De nadering der ouderdom Vanmorgen stierf Driek van Wissen
(juli 1943 - Groningen) volkomen onverwacht |
©
Foto Hernehim Cultuur 2009
|
| Wanneer
zag en sprak ik Driek van Wissen voor het eerst? Ik bedenk dat dit was in Studio Desmet aan de Plantage Middenweg Amsterdam bij opnamen voor het programma "Opium". Toen was hij nog maar kort de nieuwe Dichter des Vaderlands (2005-2009) als de opvolger van Gerrit Komrij en diens interim Simon Vinkenoog. Hij presenteerde toen een soort "prentenboek": grappige gedichtjes van hem met illustraties van tekenaar feroux waarin dieren de hoofdrol spelen: "Dierendokter Dik". Typerend voor Van Wissen's toegankelijke en welwillende persoonlijkheid is het feit dat we na de opname een heel geanimeerd gesprek hadden over poëzie en humor in het algemeen. Ik schreef toen over zijn boekje "De dieren zijn net mensen", aldus Driek, "ze hebben net zoveel afwijkingen als wij en dus kennen ze ook een psychiater, dat is dus de hoofdfiguur "Dierendokter Dik". De raad die deze dierenzieleknijper geeft verraadt veel van de gedachten van de dichter over deze beroepsgroep. We maken bijvoorbeeld kennis met een papagaai die lijdt aan het syndroom van Gilles de la Tourret. Verleden jaar zomer, augustus 2009, was hij inmiddels als de Dichter des Vader- lands weer opgevolgd door Ramsey Nasser, we troffen elkaar opnieuw in Drente, Schoonoord, tijdens het jaarlijkse Drentse Dichtfestival. Hij was daar in 2009 de eregast, een jaar tevoren was dat Simon Vinkenoog geweest. Een citaat van wat ik destijds schreef over zijn optreden aldaar krijgt nu een grimmige bijklank: "Driek van Wissen is één van die podiumdichters, die door hun flexibiliteit en improvisatietalent waarmee ze hun verbindende teksten op de situatie aanpassen, zich als echte 'podiumdieren' tonen, die uitstekend contact met het publiek kun- nen houden. Hij leidt zichzelf in: "Een week of vier geleden werd ik gevraagd of ik dit jaar de hoofdgast van dit festival wilde zijn. Vorig jaar hadden ze Simon Vinken- oog er voor gehad... die is intussen overleden..." "Ach, je hoeft niet overal een voorspellende betekenis aan te hechten en ik heb na een korte bedenktijd ingestemd", voegt hij toe na die eerste zin, zichzelf ver- volgend met tussengevoegd een meesterlijke witregel. We wisselden met elkaar bundeltjes uit. "Het jaar 8", met 63 "sonnettetes" vat hij daarin de gebeurtenissen in het jaar 2008 samen, ik kreeg het van hem. Hij kreeg van mij het bundeltje "Tijdelijk verblijf". Mijn gesigneerde exemplaar van "Het jaar 8" is me nu dubbel zo dierbaar geworden. Ik ga nu eens uitzoeken of intussen "Het jaar 9" verscheen over 2009, al zal hij nooit meer kunnen signeren. |
Een voorbeeld op 10 september 2008, toen
de superdeeltjesversneller bij Geneve werd opgestart: Superversneld einde Wij leven hier dankzij de eerste knal, Het kan dus zijn dat u dit niet meer
leest, Deze gecondenseerde sonnetvorm, alleen maar
bestaande uit een kwatrijn, gevolgd "... De kunstkritiek is mij vaak om
het even |
|
Driek van Wissen (r) in
gesprek met John Zwart in Schoonoord Driek van Wissen was van 1968-2005
leraar Nederlands te Hoogezand en werd in Niet voor de poes "Dankzij de grotemensenwetenschap "Hap", zei de kat, "ik
heb nog steeds een gen We verloren in Driek van Wissen een
meester in het maken van vooral opgewekte
|
De opvatting dat Van Wissen uitsluitend
over grappen en grollen dicht geeft blijk van een veel te beperkte blik. Zijn kritiek op politieke zaken, verpakt in een sonnet vaak te lezen op 'nederlands.nl' en als wekelijkse bijdrage in het 'Dagblad van het Noorden' is vaak niet mals.
Bijvoorbeeld zijn mening over het nieuwe heldendom
van onze 'opbouwmissies' in Vrolijk strijdliedje Kom op, we gaan naar Uruzgan om daar Kom op, we gaan, de jongens staan al
klaar Kom op, we gaan meteen naar Uruzgan! We gaan erheen met veertienhonderd man
Driek van Wissen © Artikel voor Hernehim Cultuur door John Zwart - 21 mei 2010
|
| Poëzie is overal, en bovenal in Groningen - Een literaire wandeling door Anneke Wasscher - geplaatst 21 mei 2010 |
| De woorden van
Abdelkader Benali in een uitzending over schrijvers in Groningen (5 mei j.l.) hebben voor mij een wat bittere nasmaak, laten me niet los: Iedereen die een groot schrijver wil worden zou Groningen moeten verlaten. Gelukkig was er in dat programma ook weerwoord, bijvoorbeeld van dichter Rense Sinkgraven, hij was het die me een email zond dat er op 15 mei een literaire wandeling door de stad Groningen zou worden gemaakt. Mijn nieuwsgierigheid wint het van mijn andere plannen, dus sta ik om twee uur klaar in de bibliotheek van deze studentenstad. Direct al wordt mijn oog getroffen door een gedicht van Rutger Kopland op een vloertegel in leescafé Belcampo: je bent in Groningen, maar hier waarin je al die jaren kwam je kwam en gaat weer weg ook nu herfstschrift 1992 |
Abdelkader Benali, niet altijd even
fijngevoelig over Flevoland, |
Onze gids is Douwe van der Bijl, die echt alles weet van literair Groningen. Ook Rense Sinkgraven gaat mee. De samenstelling van de groep is heel divers voor wat betreft leeftijd. Groningers zijn in tegenstelling tot het hardnekkige vooroordeel vrij open mensen. Al snel weet ik waar hun belangstelling vandaan komt. Onder hen een vertaler, een documentalist, een begeleider van boekenclubs, een dichteres. Het is meikermis in de stad dus het is gezellig druk, overal suikerspinnen en jong volk. De geur van sterven zoals geschetst in de tv-aflevering van Benali, is afwezig. Douwe leidt ons samen met Rense in een kleine twee uur langs geboorte- en woon- huizen van beroemde schrijvers en schrijfsters. Ook langs verschillende beroemde cafés, waar ze zich thuis voelden. Chez Antoine (nu de Toeter), de Woldhoorn, Café Marleen. Heerlijke bruine cafés. Als ik geen inspiratie had, zou ik het daar zeker opdoen. Douwe vertelt van grote en minder grote schrijvers die het lang, sommigen heel lang, in Groningen uithielden. In een rap tempo lopen we door de binnenstad en weet de gids onze aandacht voordurend vast te houden met boeiende verhalen doorspekt met anekdotes. Rense Sinkgraven trotseert de geluiden van de kermis en houdt ons in zijn greep met de voordracht van poëzie van diverse dichters. Op de stoep, in een steeg, op een brug. Zomaar, op een zaterdagmiddag in de stad Groningen. Hoe verrassend kan het leven zijn. Mijn pen houdt het aantal namen en de bijbehorende titels van boeken niet bij. Genoemd worden N.E.M. Pareau, Hendrik de Vries, Halbo C. Kool, J.C. Noordstar (de literaire bloeiperiode tussen beide wereldoorlogen). W.F. Hermans, C.O. Jellema, Riekus Waskowsky, Belcampo, Jean Pierre Rawie en Driek van Wissen kwamen daarna. Begin jaren negentig de dichters uit Epibreren Bart FM Droog, Tjitse Hofman en Jan Klug. |
En er is allang weer nieuw jong en
veelbelovend talent opgestaan, zoals Tsead Bruinja en de piepjonge Hester Borgers. Willem Frederik Hermans had in Groningen zijn domicilie op de eerste verdieping aan de Spilsluizen boven een drankenhandel. Ik fantaseer hoe hij ’s nachts in zijn erkertje op een neer liep om uiteindelijk zijn boek “Nooit meer slapen” te scheppen. Anekdotes over deze auteur zijn er meer dan voldoende. Een ruzie over al dan niet een fiets in de gang van het pand, zijn minachting voor studenten met HBS-A, zijn moeite met het gezag. Hij was dus nog lastiger dan ik dacht. Ina Boudier Bakker woonde in een prachtig huis aan de Lage der A. Douwe citeert uit een recensie van haar door zo velen gelezen boek “De klop op de deur”: laat de deur maar dicht. We zien het huis van Jan Glas, de succesvolle Groninger dichter, die iedere eerste woensdag van de maand voordraagt in Café Marleen. We kunnen een gedicht lezen van Jean Pierre Rawie op 'n pilaar in de Waagstraat. We gaan dwars over de Vismarkt richting de Folkingestraat, Pelsterstraat. Ik hoor de namen van Joodse schrijvers zoals van Josef Cohen die “Mensen met sterren” schreef. In de kleine Pelsterstraat fietst Driek van Wissen ons tegemoet. Alsof het zo is afgesproken! Zoals altijd toont Driek zich welwillend en declameert (als wij zijn fiets even willen vasthouden) midden op straat zijn gedicht over het bruggetje dat het station Groningen en het Groninger museum verbindt. Ik kom op plekken waar ik nog nooit was, zoals de Donkersgang. Douwe vlecht door het literaire verhaal nog snel de namen van kunstschilders uit Groningen (behorend tot het bekende kunstenaarscollectief De Ploeg), zoals Werkman. |
|
Een spontane voordracht van Driek van Wissen in de Kleine Pelsterstraat |
We lopen langs het beeld van Aletta Jacobs, de
eerste vrouw die in Groningen een universitaire studie afrondde. Maar ook staan we stil bij een fascinerend beeld van Hendrik de Vries. Mooie stenen billen verklaren dat hij van meisjes hield. Op deze plek leest Rense het prachtige gedicht “Weerzien oude school” van Hendrik de Vries. Teruggekomen in de bibliotheek kopen de meeste mensen van de groep het boek “Arcadia der Poëten” van Herman Sandman, dat het literaire leven in Groningen tussen 1945 en 2005 beschrijft. Ook ik, dan kan ik tenminste rustig nalezen wat nu al voor een deel onleesbaar in mijn aantekeningen gekrabbeld staat. Abdelkader Benali is veel te kort in Groningen geweest, zoveel is zeker. © Anneke Wasscher - 16 mei 2010 © Foto hiernaast van Anneke Wasscher - gemaakt op zaterdag 15 mei 2010Misschien wel het laatste publieke optreden van Driek van Wissen die zes dagen later stierf in Istanbul. Midden: Driek van Wissen, rechts: Rense Sinkgraven, de oud-stadsdichter van Groningen, vorig jaar opgevolgd door Anneke Claus. |
| Voorteken - Een observatie van ZiggZagg - geplaatst 15 mei 2010 |
| Een magere zon
had ze naar buiten gestuurd. ‘Hup, jas aan en wegwezen jullie’, kregen ze te horen. Gerold in wintermantel, zij een sjaal om, hij een pet op zijn kale hoofd, schuifelden ze naar het eerste vrije bankje dat zij op de kade langs de rivier konden vinden. Het beste bankje, in de luwte van een gebouw, was natuurlijk allang bezet. Ze namen genoegen met een bank op de tocht, die voor ze overbleef. De lange winter had ze binnen gehouden maar nu de lente dan eindelijk de kop boven het koude seizoen begon te steken, wilden zij dat ene straaltje zon mee- pikken. ‘Om alvast in de stemming te komen’, had hij gezegd. Ze verheugden zich op een zomer langs het water. Het kon zo mooi zijn; er waren vele ontmoetingen met mensen die, net als zij, de meeste tijd van het jaar niet verder kwamen dan de koffiekamer of het terras van het verzorgingshuis. Langs het water kregen zij weer iets van de wereld binnen, zagen zij de kinderen spelen en konden zij zich weer even echt vrij voelen. Ze zaten dicht tegen elkaar aan en zwegen. Hun ogen tuurden langs het water, zoekend naar een sprankje hoop. Een schip kwam langs, een aalscholver rustte op een paal, wat ganzen schoven verderop voorbij.
|
Een frisse, stevige bries besloot ze recht op
hun rug aan te pakken. Ze keken even om, zetten hun kraag hoger op en doken diep ineen. In stilte genoten ze verder, ondanks deze onaangename kou in de nek. Er is tenslotte maar een keer in het jaar een eerste voorzichtige lentedag en die moet je geproefd hebben: een euforisch moment dat een mensenleven lang verlangens opwekt. In stilte dronken zij gretig van het genoegen. Ineens zei hij vanuit het niets: ‘Zie je die meeuwen daar hangen?’ Ze keek langs zijn wijzende arm; zag een meeuw met gespreide vleugels, han- gend op de wind. ‘Slecht teken... slecht teken.’ Ze zag wat hij bedoelde. Stilte volgde. Zij ineens: ‘Ja, de mensen (wijzend naar de luwe bank) gaan daar het eerste zit- ten. Zij zitten beschut.’ Stilte. Weer spiedden twee paar ogen het water af. Hij bepaalde zich tot de meeuw om te onderzoeken of het mogelijk was dat de wind onder het dier weg kon vallen en de vogel de vleugels weer zou gebruiken zoals ze eigenlijk bedoeld waren; om te vliegen. De meeuw bleef hangen boven de plek waar de wind hem een lift gaf. Hij zag het deemoedig gebeuren: ‘Slecht teken. Maar het komt nog wel.’ © 2010 ZiggZagg |
| Presentaties van nieuwe bundels in Amsterdam. Twee op één dag, en ook nog voetbal - Verslagje van John Zwart - geplaatst 11 mei 2010 |
| Amsterdam,
6 mei - Twee bundelpresentaties op
één dag en dan óók nog voetbal, als dat maar goed gaat... dat ging toch even door mijn hoofd, nog onderweg naar Amsterdam. Een week feesten heeft de stad al achter zich - even onderbroken door een stilte- scheurende schreeuw - papier en plastic, kots en korsten heeft het nagelaten. "Het was heel wat schoner in Karachi", zeg ik tegen mijn reisgenoot - hij is op weg naar ajaxvieren, voortijdig de overwinning al op zak. "Dan heb je de Zeedijk nog niet gezien, daar ligt 't wel verpakt in zakken, maar driehoog opgestapeld", grijnst hij. Hij duikt onder in de metro, ik pak lijn 5 naar het Leidseplein, waar nu al een ME- wagen, gesierd met oorlogsdeuken staat. Ah-to-go verlaagde de prijs voor een blikje redbull naar anderhalve euro. Onrust wordt er weer verwacht, later op de avond. De schouwburg in, een andere wereld: het lawaai
blijft buiten. Binnen rust en aan- |
|
Poëziewinkel en Lit.theater Perdu Tsead Bruinja, Fries en Nederlands dichter
|
Na de doop van "Zijn overhemden op
jouw huid" wordt het haasten, snel wat eten © John Zwart - Hernehim Cultuur
Foto van Lehmann en Vinkenoog bij laatste optreden april 2009 © Edith Ringnalda |
|
Voor de kat de wereld staat in brand en ik speel viool met wat men in mijn
hoed smijt de wereld staat in brand en ik speel viool ik geef je geen
roosje mijn roosje de wereld staat in brand en ik speel viool ik plant geen
bloem de wereld staat in brand en ik speel viool ik bak de
viool de wereld staat in brand en ik speel viool
© Tsead
Bruinja |
Niet gemarteld niet verkracht een gelukzoeker
is een buitenlander die om economische redenen niet gevlucht na
met de dood te zijn bedreigd wij nederlanders
zijn wij niet elke dag op zoek naar het geluk mijn moeder kwam
op haar 23e naar nederland het duitsland
van de inflatie en de herstelbetalingen liet zij achter zich de moeder van
mijn vrouw is engelse wij willen ons
bestaan verheffen bestaan er
andere mensen dan gelukzoekers ik zal ze het land uit jagen © Hans Wap
|
| Een nieuwe bundel van Jos Versteegen, "Zijn overhemden op jouw huid" - Recensie door John Zwart - geplaatst 11 mei 2010 |
| De bundel
"Zijn overhemden op jouw huid" komt over als een logisch
vervolg op het voorafgaande "Slapen bij een warme man". Jos Versteegen dicht door op het eenvoudige gegeven van zijn jonge jaren, als kind op een Limburgse keuterboerderij, waar tien-twaalf koeien de norm waren. Ik heb nog niet alle gedichten gelezen, maar met wat mij al vertrouwd is uit Slapen bij een warme man en wat ik tot nu toe las in de nieuwe bundel, is het in mijn ogen een document dat op twee manieren doel treft: Het is geschied- schrijving van een levenswijze die inmiddels niet meer bestaat en een eerbetoon aan zijn vader voor wie die levenswijze tot zijn einde vanzelfsprekend was. Krijn Peter Hesselink (links) en Simon Mulder (midden) begroeten de dichter > Na een welkomstwoord van Floor
Wisselink van de uitgeverij geeft de dichter Frank Starik (links) voor het 1e exemplaar, Adriaan Krabbendam (rechts) zang > |
|
|
|
|
Jos Versteegen bevestigt ons dat de oude
boerderij "Patershof", voorheen beho- rend bij een klooster, ook nu weer zijn inspiratiebron vormt voor deze gedichten- reeks. Zijn familiegeschiedenis gaat meer dan een eeuw terug in dit oude gemengd bedrijfje. Grootouders woonden er en maakten plaats voor zijn ouders - de slaapkamer van oma, met vaste vloerbedekking, werd een rustige kamer voor opgroeiende kleinkinderen, waar ze hun huiswerk maakten. In de geest zijn opa en oma nog in het huis, waar opa zijn rechterduim drukt op vliegen die brommen in het raamkozijn en de aanwezigheid van oma spreekt door de oude vloerbedek- king, waarin putjes van de beddenpoten staan. Zij maakten plaats voor zijn ouders, die op hun beurt moesten verhuizen uit de vrijheid van het land naar een 'aanleunwoning'. De dichter vroeg zich af hoe het zou gaan, vooral om zijn vader was hij bezorgd: altijd het land op in de openlucht en nu besloten in het dorp, zou hij dat verdragen? Maar het viel mee: het was nu alle dagen zondag, schone kleren aan, niet meer werken met gekloofde handen. Maar toch: zou hij geen melancholische gedachten hebben, al sprak hij ze niet uit? Jos Versteegen geeft zichzelf het antwoord in de voorlaatste cyclus 'Eten in de stad' van deze bundel: "Het bakje chocoladevla:/ rechtop in bed kan hij nog eten./ het ruisen 's middags op het asfalt:/ of de vitrage open mag/ hij wil de regen nog eens zien...". 'Patershof' zoals hij het heeft gekend is er niet meer, de dichter had benauwde dromen waarin het oude huis ingebouwd werd door een gigantisch vakantiepara- dijs... maar die angstdroom is niet uitgekomen: er woont nu een sympathieke man met respect voor zijn oude woonstee. Na het overlijden van zijn vader had moeder een plastic tasje voor hem klaar- gelegd op de keukentafel: overhemden, fris gewassen en gestreken. "Hij heeft jouw maat, en er mankeert nog niets aan". Het omslag van de bundel vertoont een detail van een overhemd, ingezoemd op een knoopje. Met het overhemd dat Jos na zijn vader gedragen heeft, toont hij zich verknoopt met hem. |
| Eigenlijk
heb ik het even gemakkelijk als Jasper Henderson bij het redigeren, met zijn inleiding heeft de dichter de tekst voor mijn verslag al voor een groot deel voorgezegd. Het is geen sentimentele poëzie, het is vooral eenvoudige beschrijvende taal, maar juist daardoor zijn de treffende beelden zo ontroerend, vooral waar het dramatische gebeurtenissen betreft in de kinderogen, van waaruit hij schrijft. Dit spreekt meteen al uit het openingsgedicht "Roerloos de mussen", waarin de lente en de dood zo dichtbij elkaar staan. De dood die in de bundel nooit ver weg is, maar waar ook plaats wordt gelaten voor speelse intervallen zoals "Hij danst voor ons" waarin een jong bokje buiten op de vensterbank springt en schijnbaar 'n dansje maakt op muziek van de radio bij de mensen achter glas "in het aquarium". Uit de verdere inhoud citeer ik zomaar wat strofen. Over spelen op de zolder: "Je kunt hier wonen in tapijt/ dat over keukenstoelen hangt:/ een tent op zolder, zelfgebouwd// Je vader klossend op de trap:/ het luik gaat open en je hoort/ hem zwijgend werken in het stro..." Over een hen die zelf een nest maakte in de doornhaag en weer in het hok moet: "De boze warmte in je handen./ je loopt met haar het grasland door./ het hok in, waar de hennen broeden/ aan de wand. Daarna het nest,/ met lauwe eieren en al..." Over een grijze kat, die geen naam heeft: "...Wanneer de honden eten krijgen,/ zit zij te kijken op de trap,/ altijd de vierde tree van boven...// Ze heeft een mening over ons/ zoals we door haar blikveld gaan..." Over de jack russel die zich vastgroef in een konijnenhol: "...De hond die zich gevangen had,/ zijn korte haar dat tegenstreefde/ toen hij naar buiten wilde kruipen./ terug. Het vuil dat aan hem plakte,/ het zand dat aan zijn ogen hing,/ zijn witte romp die koud aanvoelde..." En tenslotte over zijn moeder: "Veel adem in de kamer is/ van haar, er klinkt alleen geen woord/ in mee. Het eenpersoonsbed,/ de roze bloemen op haar deken,/ stijgend, dalend. Haar ouders/ die bijna plechtig toezien/ uit hun ovalen aan de muur..." "Zijn overhemden op jouw huid". 28
gedichten door Jos Versteegen. Verslag en recensie door John Zwart - 9 mei 2010, voor Hernehim Cultuur |
Naar het station De oliekachel heeft een klep,daar hangt een theedoek aan te drogen. Zij zitten met hun ogen dicht op keukenstoelen bij het vuur. Je ruikt nog vlees en bonensoep terwijl je bij het aanrecht hurkt en foto's maakt. Hij is op sokken, zij draagt een rode sjaal, van hem, omdat ze neusverkouden is. Het kan zo tochten in dit huis. Zij wonen
hier nog net. Hun drie De radio
staat uit, de wind
|
| Geschoren kuiten, strakke kontjes en afzien in de OBA - Verslag Giro-podium van 24 april door John Zwart - geplaatst 27 april 2010 |
| Zaterdagmiddag
24 april stond het open podium van de Amsterdamse Centrale Bibliotheek al helemaal in de sfeer van de Giro d'Ítalia wielertour, die over twee weken met de proloog van start gaat in de hoofdstad. De enorme vide van het grote gebouw was volgehangen met wielershirts en de bibliotheek had een competitie uitgeschreven voor gedichten op de wielersport. Directeur Hans van Velzen installeerde zich op de voorste rij om een keus te maken uit de voordrachten, vier zou hij er kiezen voor de Gala del Giro voorstelling in het Theater van 't Woord a.s. dinsdagavond 27 april. Presentator Jos van Hest opent met het lezen van een lang en beeldend epos van de hand van Luc Gruwez, een Vlaamse dichter die het brekende klimmen en het angstwekkende dalen op de pedalen kent uit eigen ervaring. "Gruwée gruwée allée allée..." klinkt het langs het parcours, maar Luc is meer dichter dan wielrenner, meestal belandt hij in de staart van het peloton. De toon is gezet. De selectie van deelnemers aan de wedstrijd is deze editie in de meerderheid, toch is het óók een regulier open podium, zij het met een beperkt aantal deel- nemers. Die verzorgen het beleg tussen de sandwich van pedaleursgedichten. Van die pedaleurs waren er twaalf tussenuit gesprongen in de voorselectie. Het klinkt alles heel gevarieerd: verhalend over de ervaring van gesloopte lantaarn- dragers tot juichende euforie van rondemissgenieters - ook de licht erotische beleving van vrouwelijke toeschouwers, neergevlijd in de berm, of comfortabel op tuinstoelen onder 'n parasol, ontbreekt evenmin. De keus van Hans van Velzen valt op werk van Erika
De Stercke (Gent) en |
|
|
Hans Koekoek - Babsie en Kila |
Na de pauze is het tijd voor de
deelnemers buiten competitie. Hans Koekoek, ex NOS cameraman, die vele wielerwedstrijden beroepsmatig meemaakte van heel dichtbij, wordt daarover met graagte geïnterviewd door Jos van Hest. Hans is geen dichter maar een prozaìst. Hij schreef een serie romans, die hij voor een "proletarische eenheidsprijs" van tien euro per stuk aanbiedt. Hij heeft ze uitgestald op de podiumrand en leest ons een lang fragment voor over de liefde tussen twee zwakbegaafden in een tehuis. Ze trouwen en krijgen een kindje doordat de vrouw, heel slim, elke avond de pil weer uitspuugde. . Een baby die, tot groot verdriet van de ouders "volkomen normaal" blijkt te zijn. Dan Kila en Babsie, een performerduo met typische podiumpoëzie. Toch maakten ze een bundel waaruit ze nu reciteren: "Stereo". Een echt eigen-handig project. Zelf gedrukt, zelf gebundeld en zelf ingebonden binnen een omslag- ontwerp bestaande uit het briefje waarmee een van de twee moeders het duo succes wenst. Vijfenzeventig exemplaren maakten ze dit voorjaar en ze zijn nu allemaal op. Babsie (Babette) is de dominant van de twee, Kila meer de volger. Soms lezen ze de regels om en om, soms vloeien hun stemmen inéén en worden dan onverstaanbaar, maar ook dat lijkt een functie te hebben. Ze treden ook op in slam-toernooien maar het lijkt me dat ze toch een andere discipline beoefenen, maar een echte slam-kenner ben ik niet. Soms een abrupt 'afgeknipt' einde, ook erotiek en humor ontbreken niet. Ze schrijven hun teksten zelf, maar niet samen. Hun ervaring is dat de één de tekst van de ander meestal beter vindt dan wat ze zelf presteerde. Of ze een coach hebben komt er niet uit, misschien een idee? |
| Dan komt
Anneke Wasscher (Leek Gr.) aan de beurt, ze heeft lang moeten wachten om haar OBA-debuut te maken. Het voordeel is dat ze ruimschoots tijd kreeg om te kunnen acclimatiseren. Ik beluister haar bijdragen met extra aandacht, want ik beschouw haar als een natuurtalent. Na een veeleisende baan gedurende vele jaren is zij pas in de herfst van 2008 met het schrijven begonnen. En in die korte tijd grossiert zij al in nominaties. Omdat ik haar in het afgelopen jaar met een paar korte verhalen en diverse gedichten heb gecoacht is het een plezier om te zien en te horen hoeveel en hoe snel zij is gegroeid. Ook presentator Jos van Hest toont zijn waardering het kan hem niets schelen dat het programma weer eens flink uitloopt, hij neemt er de tijd voor. Haar cursief "Optreden" plaatste ik graag als gastblog op Hernehim, een lichtvoetige tekst in zelfspot, waarmee ze - als altijd - bescheiden blijft. Het meest indruk maakt ze met haar laatste gedicht "de reis". Het besluit is voor Sonja Meershoek - de zingende huisvrouw uit Heemstede, bij afwezigheid vertegenwoordigd door Martine Bollema. Sonja, waarvan we ons herinneren hoe zij in 2008 alle lachers op haar hand had met haar gedicht "Buk nog eens een keer" en daarna vaker optrad in de OBA. Zij kreeg onlangs een zwaar herseninfarct en kan zelfs in een rolstoel de deur niet meer uit. Martine leest in haar plaats nog een paar gedichten voor uit de bundel "Au bonheur des dames" die Sonja uitgaf bij Uitgeverij Vulkaan. |
|
| © Hernehim Cultuur 26 april 2010 - John Zwart |
Anneke Wasscher en Jos vn Hest kunnen het prima met elkaar vinden |
|
Onthaarde
benen ploegen door weer en wind gedreven door
instincten een ophitsend
publiek het schavot is nog ver weg © Erika De Stercke
Buk nog eens een keer Mijn tasje werd me
afgerukt "Hé worden we
niet meer verkracht?"
© Sonja Meershoek
|
mijn ogen
blijven op de weg je woorden
vallen weerloos een trage weg
verbindt de tijd de bomenrij
versnelt haar pas mijn antwoord
blijft verborgen in luwte van
de leegte wacht ik weet niet
of je huilt, de
© Anneke Wasscher
|
| Vliegverbod - Artikel van Newswatcher geplaatst 22 april 2010 |
| Vier jaar
geleden wist iedereen het - de burgemeester van Onderbanken (L), de inwoners van Schinveld (Gem. Onderbanken), de actievoerders van het Groene Front, en alle mensen die sympathiseerden in het conflict - dat ze in hun recht stonden toen er "front gemaakt" werd tegen het kappen van een bos in de grensstreek nabij dit dorp. De enige die een bemiddeling had kunnen opstarten was Sybilla Dekker (VROM(ilieu)) maar van een VVD minister binnen een CDA - VVD kabinet mag je zoveel groene hartstocht niet verwachten. Dat kabinet onder J.P. Balkenende, dat haast per traditie veel Nato-ambitie in zich herbergt, veegde resoluut alles terzijde. Het bos werd tegen aanzienlijke kosten door een enorme gewapende macht ontruimd en de bomen gingen plat. Waarom? Ten gunste van een gemakkelijker start- en landingsbaan voor zeer verouderde AWACS vliegtuigen op de Basis Geilenkirchen (D). Oude toestellen, zo verouderd, dat ze op milieugronden nergens anders nog toegelaten zouden worden wegens het enorme lawaai en de ontoe- laatbare uitstoot. Geilenkirchen is een soort AWACS-asiel. Bomen helpen om fijnstof, CO2, NOx en nog veel meer uit de lucht te halen. De opstijgende en landende toestellen kunnen nu een meter of tien lager de landing inzetten en een meter of tien vlakker optrekken bij starten. Lekker voor de mensen die er wonen, nóg meer vuil, nóg meer lawaai en het groen weg. Maar de Nato kon weer een aantal jaren doorvliegen met deze oldtimers. |
Eyjafjallajökull |
|
De Raad van State, aan het eind van de
bezwaarprocedure, gaf de
|
Toen dit simpele
spierballen-milieuconflict plaatsgreep was er nog geen sprake van een krediet- of economische crisis. Inmiddels heeft het vierde Balkenendekabinet zich gewapend met crisiswetgeving. In het licht van het handelen in 2006 blijven er nu nog weinig illusies overeind. Milieuwetgeving komt steeds meer onder druk als er dit jaar weer een CDA-CU meerderheid in het kabinet komt. Met grote tegenzin mocht Tineke Huizinga (VROM) van de OV-chipkaart het uitspreken conform het eindoordeel: "zo had het niet mogen gebeuren". Burgemeester Mirjam Clermonts van de gemeente Onderbanken zag allang in dat bemiddeling tussen 'Den Haag' en de gemeente geen resultaat zou opleveren. Zij hoopt nu dat het excuus van Tineke Huizinga binnenkort op papier bij de gemeentelijke poststukken zit: "dan kunnen we het inlijsten en ophangen in de raadzaal". Hoeveel schanddaden van de aard van 'Onderbanken' kunnen we met de nieuwe crisiswetten tegemoet zien? Het schild van de Raad van State is in elk geval ontoereikend. © John Newswatcher - april 2010. |
| Eijlders Amsterdam - Waar wachten wij op?, 18 april 2010 - Verslag geplaatst 19 april 2010 |
"Waar wachten wij op?" het aprilthema in Eijlders bij het Leidseplein. Een maand geleden de eerste echt lenteachtige zondag op het Leidseplein, maar toen tóch een stampvol Dichterscafé met een recordopkomst dichters en publiek... Gisteren, een echte zonaanbiddersdag van bijna 20 graden met files richting Zandvoort en alleen nog staanplaats over op de pleinterrassen... daar konden wij niet tegenop. Heel rustig, bijna een "dichters-voor-dichters"
middag voor Amsterdamse Het kan zijn dat men nog beter zijn best doet voor
een publiek van louter |
Martin M Aart de Jong
|
|
Willie Worm Je kruipt, je knaagt, je
neukt de dagen ondergronds, tot groter nut kan maken van
het algemeen. verdragen, het is een weet
voor iedereen van alles wat van waarde
lijkt, een algeheel © Martin M. Aart de Jong |
Pom Wolff deed dezelfde serie als hij
woensdagavond deed in het "Eind van de Wereld", aan de kade van het Javaeiland, maar nu voor een ander publiek, dus hier even meeslepend in de opbouw van de reeks: Almere weer, en Agnes natuurlijk en mijn favoriete Verjaagden uit de wanhoop. Ingepast in het thema was zijn bijdrage uit de 'Top 100' van Trouw: "ik breng het licht terug tot een streep op het museumplein" Jan Willem van Hamel weet je altijd
vast te houden, in zijn expressiviteit, De anderen, zoals gezegd niet tekort
gedaan. |
|
ik breng het licht terug tot een streep op het museumplein ik ben schuldig omdat ik
kranten lees zo meteen zeg ik voor het gezicht geschroeide
handen © pom wolff - Uit "Dicht in de buurt Top 100" Trouw, de Verdieping.*)
|
In een volgend blok Frans Terken
uit Leiderdorp "Goede morgen... het is liefde die naam mag hebben/ ik noem je Ina als het mag". En zijn 'vadergedachten' die nu gericht worden op zijn zwangere dochter "het kind waarvan de buik groeit... wachten op het kleinkind". Tenny Frank haalt Hans Andreus naar zich toe in 'dichter bij me'. Ron Offerman citeert met zijn sonore bariton wat hij aan quotes vond op "wachten" op het internet. Goed voor een vrolijke noot. Om dan teder late, of vroege?, "liefde aan de gracht" te beschrijven. Op een bankje, "waar soms zij eerder wacht.. dan weer hij". Hiltje Jongsma voerde ons terug naar haar kindertijd op de Friese boerderij. In de stal, waar de melkmachine zijn intrede deed, auditief "de sifons die vacuüm zuigen" het vertrouwd geluid "tik...tak - tik... tak" van de pomp. Eerst Nederlands dan in het Fries, omgekeerd dan de meeste doen. Een volgend blokje - De nestordichter van de Amsterdamse podia, dhr. Aachenende opent uit zijn bundel 'Vreten op aarde' met zijn eerbetoon aan Lucebert "de dichter met de rokershoest". Op bijna geen enkel podium is Lucebert ver weg, ook bij Martin M Aart de Jong zweefde hij al binnen. En tot ieders verrassing trakteerde Aachenende ons op "Tamara... je broekje minimaal/ je tieten opgeplakt met schitter..." Dat is het privilege van de oudere dichter, "dichten over "tieten" dat mag je vanaf een bepaalde leeftijd", aldus de presentator. Hiltje Hettinga stelde wast dat "god zag dat het goed was" maar besloot wat rauw met "de rukker die geen andere taal verstaat" Ach, Hiltje is ook al wat ouder, dan mogen de grenzen voor een vrouwelijke dichter ook wel wat opgerekt. Bram de Waard, eerst met nadrukkelijk volrijm a-a, b-b "moet wachten op de wind met het geduld van een kind" gaat vervolgens met zijn lief onder de douche "uitgelopen mascara" en verrast met mooie zinnen als "liefde is een zijden draadje waarin je beide gelooft". Gerdin Linthorst observeert het voorjaar in de tuin. Zij allitereert fraai in 'dommelende gedichten' vanuit een ligstoel, mijmert over 'wat zij nog wel en niet vermag', zo wordt het wachten tot "verwachtingsvol sluipt een nieuwe lente aan". |
| Her
vierde blok. Joop Scholten maakt zichzelf bekend "ik ben de
man die staat te wachten/ niet de man die gisteren op de televisie was..." Vervolgens ziet hij zichzelf als een man voor het raam die de wereld ziet gebeuren aan de andere kant van het glas. Vraagt zich af of hij zich zorgen moet maken... hij ziet in gedachten de geraniums al verschijnen. Erika de Stercke had de worst thuis gelaten in Vlaanderen. Zij voert een reeks dieren op: een vliegje, dat hangt aan het plafond "het mooiste vliegje van de hele wereld", een hond, een kip en - ja hoor - de regenworm. En dat terwijl ook Pom Wolff alweer de wormen aan liet kruipen. Floor Voerman met een mooi essentieel gedicht, waarin de dichter, de stem, de regels er niet toe doen, dat leidt allemaal maar af "het zijn de woorden alleen die tellen" En daarna hilariteit wekt met zijn persiflage op films, waarin iedere dialoog precies op het juiste moment eindigt, de ster haar mond houdt en als vanzelf een paar elkaar per kus in de armen valt. Nooit eens is het er één die haar mond maar niet wil houden, maar doorgaat en doorgaat, totdat de man allerlei excuses verzint om maar weg te komen, met zijn goed fatsoen. Het was weer zeer de moeite waard, nog één keer dit seizoen. Dan volgt de zomerstop. © Hernehim - John Zwart, 19 april 2010 *)"Dicht in de buurt Top 100" Trouw,
Amsterdam - uitgave
februari 2010 |
Café
Eijlders, bij het Leidseplein Van september
t/m mei, Elke derde zondag van de maand:
|
| Eind van de Wereld - Poëzie en muziek in de buik - Amsterdam - 14 april 2010 - Verslag geplaatst 19 aprilt 2010 |
Gisteravond naar het het eind van de wereld geweest. Zo ver? Het valt mee hoor, het 'Eind van de Wereld' is een sociaal restaurant in de buik van het schip 'Quo Vadis', dat ligplaats heeft in het Amsterdamse IJ aan het einde van het Java-eiland. Daar kun je nog voor een bedragje van 7 euro een eerlijk vegetarisch menuutje bestellen en - als je toch niet buiten vlees kunt - voor weinig méér een maaltijd met biologisch verantwoord voer voor carnivoren. Waar vind je dat nog? Met mijn verleden voel ik me er al sneller thuis dan in een café of theatertje. Als ik door de patrijspoorten kijk - ja echte ronde koperen knevelramen - zie ik kabbelend water. De één na beste plek, na aan schip op zee, is een schip in de haven. Catelijne Beijst,
leren broek met rode bretels, heeft er een dichtersavond |
|
|
voor verjaagden uit de wanhoop wat kunnen ze
méér nog de stad? gekloonde
groep van barbie óf de haven?
levenloos schilder oude
schilder earl grey licht
© pom wolff |
YaYa opent met vier prozateksten.
Het blijkt dat ik haar al vijf jaar, of misschien al langer, ken - zij hield zich bescheiden schuil in de schaduw van een dichter. Toonde haar literaire kunnen heel spaarzaam op het internet onder dit (YaYa) pseudoniem. Verdient het om meer zichtbaar op het podium te staan. Haar sterkste tekst vertolkt het moedergevoel naar haar dochter, hoe 't verandert en ook weer blijft: van het hulpeloze kind, het opstandige kind waarvan het moeilijker wordt te blijven houden, tot het zelfstandige kind dat "af" is. Dan zou er nog een verrassingsgast komen: Fabiola, één van de levende kunst- werken die in Amsterdam rondwandelen, maar nog niet aanwezig. Zou hij/zij komen? We zullen zien. De dichters sluiten aan op YaYa, eerst Florian
Kullberg. "Poëzie is niet zijn |
| Daan
Doesborgh (1988) jeugdig stadsdichter van Venlo. Begint ondanks zijn leeftijd als slamdichter al een doorleefd imago op te bouwen. Niet te veel whisky Daan... Maar hier leren we hem ook kennen als een echte poëet, niet alleen om te horen, maar ook om te lezen. Hij debuteerde superjong met "De reeds beweende liedjes", zoiets mag wel pre-nostalgie worden genoemd. Deze maand kwam van hem een tweede bundel uit bij 'De Contrabas': "De Venus Suikerspin". Hij leest voor ons een vers vierluik, een soort ode aan zijn moeder, helaas nog niet in deze bundel. Het moet een lieve en zeer geduldige vrouw zijn, deze moe- der van Daan. Voor hem en zijn broer bouwt ze enorme kastelen van legoblokjes die dan door hen beiden als in een reuzenbombardement in elkaar moeten don- deren. Over vaders kom ik wel wat in de bundel tegen: "krantenmarges opgevuld/ met zelfgeschapen ruimtes... Afgekeurde moederfoto's/ opgehangen boeken- planken/ ongeschreven opsommingen..." Zijn slammersbeeld toont hij ons met zijn gedicht op Tom Waits "Samen waren wij de mannen/ met kelen van schuur- papier..." Met een Engelstalige authentiek rasperige en daarmee vrijwel onver- staanbare imitatie als slot. "I been reading sommeyourwork lately..." Origineel woordspel in zijn gedicht 'Engeldood mensdag' "Mijn hoofd is een plooienpot/ een mondjesmaat gewatteerde schedel/ een stormram van zorg/ een gemsbok van koppige donder// dus laat maar/ ik ben een man van rabarber..." Daan houdt je wel wakker en scherp. Simon Mulder, de man in het stemmig klassiek zwart, witte blouse met ruches, pochetje, niet te missen. "Een verschijning als juist komen binnenstappen uit 1880", aldus Catelijne. De man van "Feest der poëzie" laat natuurlijk vooral sonnetten horen, met de volgende versregel "een woordenstroom met luisterrijk geweld" geeft hij zelf duidelijk het karakter van zijn werk aan. Hij doet zijn "Amsterdam-sonnet" waarin hij "dwaalde langs haar straten, grachtdoorkliefd" en laat het voor het evenwicht volgen door een lied over die tegenpoolstad, Rotterdam, waar volgens hem "onder de Blaak onder de voeten die over het plaveisel gaan een grote schat begraven ligt". Hij doelt hierbij kennelijk op de gevelresten met sierwerk en ornamenten die na oorlog en bombardement door shovels in de voren voor het straatherstel geschoven zijn. En toen kwam toch nog Fabiola, die zo graag een wensenlijstje voor de nieuwe burgemeester van Amsterdam had willen voordragen, maar dat in het Concert- gebouw niet mocht. Het afscheid van Job Cohen mocht slechts door 500 geselecteerde gasten worden bezocht, een beter demonstratie van de afstand tussen de burgers van de stad en het Stadsbestuur kan nauwelijks gevonden. Zo las Fabiola voor ons hoe de stad vriendelijker en leefbaarder kon worden, met bomen op het Damrak en het Rokin, japanse kers: bloeiende lentebomen; en voorstellen zoals "Laat de agenten fietslampjes verkopen aan mensen die zonder licht rijden in plaats van zulke dure bonnen uit te schrijven". Een mooie, beetje warrig verlopende avond. Uitgelopen, voor Amsterdammers niet zo'n probleem, voor wie van buiten was gekomen, veel te laat Catelijne.. Misschien toch maar half negen openen in plaats van kwart over negen? Men blijft leren. © Hernehim Cultuur - John Zwart 15 april 2010
|
Daan Doesborgh © Foto's - Eigen foto's Hernehim Cultuur |
| Hengelo (O) Hoort ! hoorde het nog één keer, 28 maart 2010 - Fotoverslag geplaatst 30 maart 2010 |
Greetje
voor openen en afsluiten...![]() ![]() |
![]() ![]() ![]() ![]() |
| Erwin Troost voor speelse troost en Lammert Voos met poëzie van de rand | Het woord wint veel aan klank met Bernhard Christiansen en Isabelle en Stefka |
![]() |
De Minnezinne meisjes uut Drenthe, Delia
Bremer (l) en Ria Westerhuis (r) erotische poëzie met humor.
U moet het even zonder een echt verslag
doen lezers, John
Zwart |
| Dichterspodium in Eijlders, 21 maart 2010 - Verslag van John Zwart - geplaatst 27 maart 2010 - aangevuld 31.03.2010 |
| De
organisatie van Dichterscafé Eijlders bij het Leidseplein in Amsterdam
had zich waarschijnlijk een beetje door de inperking van de persoonlijke privacy van deze moderne tijd laten inspireren toen ze het thema bedachten: "krijg ik de ruimte?", maar dat mocht natuurlijk weer heel vrij - "ruim" dus - worden geïnterpreteerd. Het was een prachtige zondag die zijn naam eindelijk eer aandeed, de lente was boven Amsterdam uitgebarsten een metamorfose veroorzakend: werkelijk alle terrassen op het Leidseplein zaten helemaal vol met zongenietende mensen. Geen wonder dat het binnen bij Eijlders eerst nog een beetje stil was, maar van- af de klok van vier uur stroomde het toch weer aardig vol met dichters en publiek. wel dertig dichters traden aan
op deze dag. Opvallend veel dichters, niet te geloven, ik telde er een stuk of 30, hoe krijgt men het weer voor elkaar om zoveel mensen nog redelijk tot hun recht te laten komen als het zo dringen wordt rond de microfoon. Paul Lokkerbol blijft er rustig onder. Met lichte jaloezie bedacht ik: een kunststuk om zo'n kudde ego's op één of ander wonderbaarlijke manier toch steeds weer te ordenen zonder dat ze elkaar vertrappen. Een tweedekamer voorzitter ging in deze man verloren, mensen ! Dat mag nu ook wel eens gezegd. Het was niet iedereen gelukt een passend themagedicht te vinden of nieuw te schrijven, toch waren er wel die hun eigen ruimte-ervaring bezongen of retorisch hun gehoor om ruimte vroegen. |
Franz Kafka (1883-1924 Praag) Aan hem
danken we de uitdrukking "kafkaiaanse toestanden", als er (zo'n wereld kwam tot leven in het boek "Der Prozes")
|
Wim Schroot - altijd zomer
|
Bij zo'n grote opkomst vanzelfsprekend
veel bekende gezichten,
maar -
zeker voor mij - ook wel enige nieuwe. Zo vaak kom ik immers niet in Eijlders, twee keer per seizoen, gemiddeld. Dan probeer ik liefst vooral aandacht te geven aan wie voor mij tot dan nog betrekkelijk onbekend is, Ook mensen die voor ''t eerst Eijlders betreden. Maar vooral natuurlijk diegenen die bijzonder opvallen en daarmee een sterke geheugenimprint achterlaten. Eén nieuweling was in mijn gezelschap, maar die zag van optreden af, wilde liever alles eerst eens aanhoren vanaf de zijlijn. Ik hoop natuurlijk dat ze weer terugkomt zodat ook haar naam aan dit podium kan worden verbonden. Hier komen dan wat namen die
de revue passeerden. Een opvallende meteen al Lennert Ras maakte een maand geleden zijn Eijlders-debuut begreep
ik, en |
| Ja en
nog meer opmerkelijks... Ik hoorde en zag Dominique van Amsterdam, moeilijk verstaanbaar, maar een verschijning als een levend kunstwerk ala Mathilde Willink, dus ondanks zijn wat moeizame tekst een lust voor het oog! En deze dag stond daar ook Anne Hardeman, uittredend vanuit de groep van toehoorders en volgers, nu zelf aan het woord met eigen werk. Als mensen die zich lang schuw tonen voor publiek hun schroom overwinnen verdient dat op zich al een heel groot compliment. Gerdin Linthorst die, volkomen onterecht, zich ook bescheiden toont over haar eigen dichtprestaties maakte me blij met haar gedicht over de lente, als haar benadering van het thema waarin een roep om ruimte klinkt. Ik vroeg Gerdin mij het in de email op te sturen, zodat het dit verslag op deze pagina mag illustreren, maar het werd helaas nog niet op de redactie ontvangen. Ik hoop nu maar dat ze niet van mijn vraag geschrokken is. In het voorlaatste blok kwam toen Loes Essen, allang niet meer geplaagd door onterechte bescheidenheid, zij kan immers al bogen op een échte Eijlders- bundel en dat bereikten de meeste van ons nog niet, of misschien wel nooit. Natuurlijk was ik heel geïnteresseerd in haar poëtische prestatie op het thema, immers nog niet zolang geleden werkte zij mee aan deze site. Ze verraste me "met wie heb ik nu weer het bed gedeeld? (...) Het was een hekeldicht, over een internetsite, weer een ándere site, als u het nog volgen kunt, maar daarin had ze onopvallend heel listig mijn naam bij herhaling verstopt. Nu heb ik geen enkele invloed op de site van haar inspiratie, dus het zal wel op louter toeval berusten. Een knap geschreven hekeldicht is nooit weg, ik vind het altijd mooi als mensen hun boosheid over een maatschappelijk verschijnsel of op een persoon creatief in een gedicht sublimeren. "Had ze nou maar..." dacht ik even maar ho stop, dat hoort niet in een serieus verslag als dit. En meteen daarna kwam jako fennek, maar dat is natuurlijk echt zuiver toeval. "Er drijft een hoofd in de gracht ..." begon hij. Heel even sloeg mij toch de schrik om het hart, maar gelukkig, mijn nuchtere verstand bracht mij weer met beide benen op de Amsterdamse vloer van Eijlders, mijn naam zat niet in het gedicht verstopt. Wie een hoofd mist, moet dat maar eens bij jako gaan navragen, zodra hij weer terug is in onze stad. Hiermee heb ik wel de meeste opmerkelijke zaken gememoreerd, of het
moest © John Zwart - voor Hernehim Cultuur.
|
Poëzie is … Geen nouvelle cuisine Geen afgemeten portie
ongemak Geen zinloos
gewapper van handen Poëzie is winterkost Met verkleumde vingers
geoogst © Ton Huizer |
|
Maart Hoe groen de vlierterwijl de wind nog door de kieren fluit en ijzigheid het hart omsluit. Zie de late sneeuwpop van
een te oud kind Het hol gejammer van de
kater De lucht zo laag, het
zicht beperkt, © Gerdin Linthorst |
Het eerste groen aan de vlier |
| Yeti het verschrikkelijke sneeuwkonijn - Kort verhaal van Vera de Brauwer - geplaatst 16 maart 2010 |
| Opgewonden
steekt ze de deur open: “Er zit een konijntje in onze tuin, dáár onder die struik. Zó een kleintje, gans alleen!” Ik beloof dat ik zal gaan kijken, van zodra ik klaar ben met de afwas. “Mag ik het ondertussen een wortel brengen en wat droog brood?” Wanneer ik buiten kom en me onder de besneeuwde struik buig, zie ik dat de wortel bijna net zo groot is als het pluizig bolletje dat ertegen ligt. Van knabbelen kan geen sprake zijn. “Zou het ziek zijn? Is het een wild konijntje, mama?” Omdat het zo'n plat snoetje heeft en zulke minuscule oortjes, gok ik dat het een ontsnapt tam konijntje is. Wat te doen? Ik vrees dat als we het in de vrieskou laten liggen, het morgen dood is. Dus besluit ik om het mee naar binnen te nemen. Vijf minuten later ligt ons konijnenjong in
het hooi, in een plastic box. Ik bel een Silke voert het zo goed als ze kan, terwijl
ik het piepkleine dier vasthou. Er wordt |
Wanneer we 's avonds aan het eten zijn, schiet
plots de verstraler aan in de tuin. De bewegingssensor heeft iets geregistreerd: twee lange oren rennen in de sneeuw. Verschrikt kijken we elkaar aan. Dat zal toch niet... Ach, er lopen hier wel vaker konijnen. Toch zijn we er niet gerust in. De volgende dag gaan we zoeken op internet. We vinden foto's van een jong konijntje en een jong haasje. Nadat we ze aandachtig hebben bekeken en alle uitleg hebben gelezen is er geen twijfel mogelijk: we hebben een haasje in huis gehaald. Hazenjongen liggen blijkbaar niet in een hol, maar op de vlakke grond, alleen of met twee. De hazenmoeder komt de jongen slechts één à twee keer per dag zogen. Yeti heeft – zoals veel haasjes – een klein wit vlekje bovenop zijn kopje. We besluiten dat we hem bij valavond terug zullen leggen op de plaats waar we hem vonden, in de hoop dat zijn moeder terugkomt. De dag duurt lang voor de kinderen. Wanneer Silke met Yoda in haar armen de keuken binnenkomt, lijkt hij wel een reus! Wat een kanjer, in vergelijking met “ons” babyhaasje. Eindelijk is het halfzes. We gaan naar
buiten, maken een bedje van stro en |
| Stemmen en twijfel - Cursief in het kader van de Gemeenteraadverkiezingen van Anneke Wasscher - geplaatst 2 maart 2010 |
| De
filosoof Descartes kon het een aantal eeuwen geleden mooi zeggen: “De eerste zekerheid is die van de twijfel.” Echter mede op grond hiervan kwam hij tot de stellige overtuiging: “je pense donc je suis” (ik denk dus ik besta). Hoe dan ook, ons denkproces blijft inherent aan het fenomeen twijfel. Zelf word ik daar dagelijks mee geconfronteerd. Regelmatig sta ik in dubio, dan maak ik afwegingen in de zin van "enerzijds - anderzijds". Op het kruispunt van wegen weet ik vaak niet welke richting ik nemen zal. Omdat er zoveel mogelijkheden zijn. Dilemma’s dus, omdat rotsvaste overtuigingen vaak ontbreken in mijn brein. Misschien behoor ik tot een minderheidsgroep die het
nooit zeker weet. |
Uit hun houding blijkt geen enkele
twijfel. Ze staan stevig op hun “stellingen”. Een politicus wordt vast getraind in stellig presenteren. Bij voorkeur met een vleugje zelfingenomenheid. Misschien zou een cursus luisteren soms ook zo gek nog niet zijn. Maar dat vergt natuurlijk te veel tijd. Haast hijgt de mens voortdurend in de nek. Straks gaan we kiezen, tenminste een deel van de bevolking. Voor een gemeen- telijk bestuur. Weinig mensen schijnt het te interesseren, gezien het feit dat een lage opkomst verwacht wordt. Sommigen horen wellicht alleen degene die het hardst schreeuwt. De echo van de discussie in het parlement klinkt na in de huis- kamer, de kantine en de kroeg. Soms als mij daar de mond wordt gegund, ben ik net niet slagvaardig genoeg of zijn de juiste troeven weer niet voorhanden. Maar meestal slaat gewoon de twijfel weer toe. Als ik uiteindelijk ’s nachts in bed de slaap niet kan vatten na al het krijgsrumoer, hoor ik soms in de verte een melodie van idealen. Ze zingen eenstemmig. Gelukkig maar, dat maakt het kiezen op 3 maart a.s. toch wel weer makkelijker. © Anneke Wasscher |
| Saint Amour - Voor Nederland van start op de liefdesdag in Groningen - Een impressie van Anneke Wasscher - geplaatst 15 februari 2010 |
| Het was
een fijne avond in de Stadsschouwburg van Groningen op de veertiende februari. Het is inmiddels een traditie dat vanaf Valentijnsdag de schrijverskaravaan van “Saint Amour” langs Vlaamse en Nederlandse theaters trekt om er een ode aan de liefde te brengen. Men krijgt waar voor zijn geld! Klinkende namen in het aangekondigde programma: Remco Campert, Antjie Krog, Doeschka Meijsing, Ramsey Nasr, Cees Nooteboom, Manon Uphoff, Jan Siebelink en last but not least Bert Ostyn voor passende muziek. Het programma werd gepresenteerd door Piet
Piryns. De pijlen van cupido
|
Cees Nooteboom vertelde het verhaal van een
Nederlandse fotograaf die verliefd werd op zijn Japanse model. Met woorden schiep hij sublieme beelden, die eveneens een mysterieuze sfeer opriepen. Manon Uphoff wordt de “she-woman" genoemd, daar doet een leesbrilletje niets aan af. Haar liefdesverhaal speelde zich grotendeels af tijdens de oorlog in Bosnië. “Een verfrissing in ons oer- Hollands moralistisch land”, schreef een recensent al eerder. Hij heeft gelijk. Ontegenzeglijk een hoogtepunt van performance in de rij van gerenom- meerde dichters en schrijvers, was Antjie Krog die ons letterlijk mee sleepte in haar liefdesgedicht. Doodstille zaal, iedereen op het puntje van de stoel. Voor degenen die van afwisseling houden: tussen de voordrachten waren er filmfragmenten te zien over liefde, erotiek en wat daaraan verwant is.. De beelden van Maarten Biesheuvel en zijn toegewijde, inmiddels gebochelde vrouw raakten me. Ze lieten zien hoe warm en zacht leven toch kan zijn, ook als men geplaagd wordt door langdurige depressies. In alle simpelheid. De gitaarmuziek en teksten van Bert Ostyn pasten wonderwel. Er werd gelezen en gespeeld voor enthousiast publiek dat met ruim vierhonderd de zaal vulde. Van de auteurs waren boeken te koop die desgewenst werden gesigneerd. Een hartverwarmende voorstelling in de koude winter. Anneke Wasscher - Groningen, 15 februari 2010.
|
|
|
Speellijst
Amsterdam. |
| Van het Oosterdok in Amsterdam - Een verslag van John Zwart - geplaatst 14 februari 2010 |
| Twee
dagen na de Gedichtendag het jaarlijks hoogtepunt in de OBA op de éérste laatste zaterdag van de maand in het nieuwe jaar - 30 januari 2010. Die dag ontvingen organisatoren Riet Lamers en Jos van Hest een selectie van Open Podium deelnemers uit het jaar 2009. Dat waren er een heleboel en daarom was er maar tijd voor ieder om één gedicht vanaf het podium te lezen. Voordat deze marathon begon deed stadsdichter van Amsterdam Mustafa Stitou een voordracht voor de verzamelde dichters en het overige publiek. Een van zijn succesvolle titels drijft de spot met alle cosmetische ingrepen die de mensen, en dan in het bijzonder de vrouwen, op hun lichaam laten uitvoeren. Het voelde een beetje vrouwonvriendelijk aan voor mij, hoe alles 'gelift' ging worden en zij van 'zadeltassen' verlost zouden raken. Maar het was de cosmetische chirurg die aan het woord was en eigenlijk maakte die zich belachelijk met het opsommen van zijn lijst van correcties die hij in de aanbieding heeft. Hij sloot af met het gedicht dat hij op de nieuwe bibliotheek had geschreven en dat is aangebracht op de binnenwand aan de oostzijde van het gebouw. Het gedicht "De tempel" ziet men onmiddellijk bij binnenkomst naast de liften aan de rechterhand. Van de dichters die daarop volgden
was ik vooral zeer onder de indruk door |
Mustafa Stitou © Copyright Hernehim Cultuur |
|
De muur Ik heb de Duitsers diep
gehaat, Genoeg daarover, alleen nog die taal, die mooie
taal, En dan nog de motoriek en het geluid Stomtoevallig was ik 44 jaar
later in november 1989 Beneden op straat zagen wij een stille optocht Pas veel later realiseerde
ik me, © Conrad van de Weetering |
Een
kaleidoskoop van stijlen, stemmingen, onderwerpen trok aan ons voorbij, Jos van Hest maakte er een verrassende mix van door telkens heel verschillende mensen naar voren te roepen. Zó beluister je een gedegen sonnet en dan is er weer een simpel schetsje van een moment op straat, zoals deze van Til Schaap: hondje in de mand op de
fiets Gerard Beentjes bracht met zijn gedicht
"De zachte krachten" De zachte krachten Waarheid is in elke taal een
andere waarheid, niet en dood niet het einde.
Mensen voor ons ademzacht van heimwee.
Gieren vliegen rond © Gerard Beentjes Erika De Stercke was helemaal uit Gent komen
sporen om Letterdeeg Splinters van brokkelige
letters |
|
De presentator © Copyright Hernehim Cultuur
© John
Zwart - febr. 2010
|
Leonice Leite da Silva komt ook graag naar
het OBA De presentator Zijn stem luidt Hij is geïnteresseerd in
woorden hij luistert met aandacht Ik zie in zijn ogen Hij droomt... en fantaseert Hij maakt een grapje Applaus. |
| Gedichtendag 2010 - Een impressieverslag van John Zwart - geplaatst 8 februari 2010 |
| Waar was
uw redacteur-webmaster op donderdag 28 januari j.l.? Het programma wordt van jaar tot jaar voller. Elke keuze sluit veel andere uit, moeilijk... Vanwege het wekenlange slechte weer had ik geen enkel vast plan gemaakt. Maar de vroege ochtend van 'gedichtendag' zag het er eventjes goed uit. Dus toch maar op weg, maar niet te ver. Goed, ik was dus in Groningen, in het oude hart,
vlakbij de Vischmarkt |
|
|
Die Liebenden Sieh jene
Kraniche in großem Bogen! Zie hoe de
wolken dit landschap verlaten ver weg Saskia de Boer |
RUG
Huisdichters in duo-voordracht Links: Sacha Landkroon, rechts: Robert Prijs © Eigen foto Hernehim
De Rijksuniversiteit kent sinds tien jaar het
fenomeen 'huisdichters'. Een enkele `professor` las ook een eigen gedicht in
de taal van zijn leer- |
|
Dr. Henk Harbers tijdens zijn bezielde voordracht |
![]() Hans Renner leest in het Tsjechisch 'Báseñ o Hovnu' & 'Housle' van Jaroslav Vrchlický en Jirí Suchý. © Copyright Hernehim 2010 Ook werd voorgedragen door: |
| Snel naar de Centrale
Openbare Bibliotheek op een steenworp afstand waar de uitslag van de poëziewedstrijd op het thema "over de grens" in de Wolters Noordhoffzaal bekendgemaakt ging worden. De jury onder voorzitterschap van de dichter Rense Sinkgraven (stads- dichter 2008, nu opgevolgd door de jonge Anneke Claus), van wie wij onlangs nog "Haïti mijn geliefde" publiceerden. Liesbeth Annokkee voerde het woord namens de jury, en ook dichteres en 'vriend van Hernehim Cultuur' Nina Werkman had daarin zitting. Zeer tevreden was men over het aantal inzenders, ruim 200 waarvan éénderde jeugd tot 18 jaar. De derde prijs van de volwassenen ging naar een origineel gedicht over het verkennende van de prille liefde, waar de schrijfster Clé van Katwijk zich wel wat gemakkelijk van de titel had afgemaakt: "over de grens". De tweede prijs was voor een gedicht dat op humoristische wijze de vakantiestress beschreef van een gezin per auto op weg naar hun bestemming: "alles past" van Antonio Termeer, De eerste prijs gunde men aan Erik Hofstra voor zijn gedicht zonder titel met de beginregel "Overzichtelijk was mijn dorp..." Er is een bundel 'Over de grens"
met de 10 beste inzenders in beide © John Zwart - Hernehim 2010
|
Namens
de jury maakte Liesbeth Annokkee de prijswinnaars bekend |
|
erzichtelijk was mijn
dorp En de buurman zei:
"Hallo." zij is heel gelukkig Erik Hofstra |
Alles
past
Als ik schuin omhoog kijk langs mijn
zusje kan ik de wolken zien vanaf de voorbank vraagt mijn moeder:
wie wil er een snoepje? en mijn moeder vraagt: wie wil er nog
iets drinken? ssst zachtjes de baby slaapt ssst
zachtjes de baby slaapt badmintonrackets pakken koffie
onduidelijke plastic zakken een bal
Antonio Termeer |
| Strafrit
naar huis, voorzichtig voortschuivende file, pas om 23:00u thuis, nog net op tijd voor "met het OOG op morgen" op radio 1. Ook daarin aandacht voor de poëzie met Ramsey Nasr - en Casa Luna stond ook nog in het teken van de alweer verstreken Gedichtendag 2010. Conversatie over gedichten van presentator Harm Edens met actrice Marlies Heuer die theater maakt op basis van poëzie. Later worden er gedichten gelezen, ook door luisteraars. Ik hoorde eerst Karel Wasch en later ook nog Koos Hagen met hun eigen werk over de telefoon op de zender komen. Ik dacht: "wat let me!" Ik meldde mij aan. Na de muziek ging men eerst nog een gedicht van een gerenommeerde dichter laten horen... nou dat was een renommee: Wislawa Szymborska. Nobelprijswinnares 1996. Het gedicht dat de presentator liet horen kwam uit de bundel: "Uitzicht met zandkorrel"
De terrorist -- kijkt
Er valt even een beklemmende stilte na dit
gedicht, |
De terrorist -- kijkt De bom in het café zal om dertien uur twintig
ontploffen. De terrorist is de straat al overgestoken. Een vrouw in een geel jack - gaat naar binnen. Dertien uur zeventien en vier seconden. Dertien uur zeventien en veertig seconden. Dertien uur achttien. Dertien uur negentien. Het is dertien uur twintig. |
|
Zelfopoffering
misschien ben ik niet voor dit offeren geschapen waarom dan zoveel jaren lang te leven zijn het wellicht de valse regels voor 't leven voor de onwrikbare regent © JohnN 2010. Ik wil nog wel wat toelichting kwijt, waarom ik dit
gedicht zo toepasselijk © John Zwart - Hernehim 2010 |
De thans bijna 87 jarige Poolse
dichteres Wislawa Szymborska |
| "Dicht in de Buurt" terug van "ver verdwaald" - NIEUW Slotartikel van John Zwart - geplaatst 4 februari 2010 |
| Het project "dicht
in de buurt" op de internetkrant van Trouw, dat zijn 20.000ste papieren editie viert, heeft waarschijnlijk veel van de deelnemers zowel als de organisator overrompeld. Er is in de reactievensters al heel wat gepasseerd de afgelopen weken. Terechte zowel als onterechte agitatie. Nu heerst er betrekkelijke rust maar toch zijn we in lichtelijk gespannen afwachting van "de bundel" plus nog een stapeltje regionale bundels, als het eindresultaat van de poëzie die door de dichters "op de kaart" werd gezet. Terugblikkend |
Wat was dan toch de oorzaak van dit overweldigende aantal? Een snelle blik maakte al veel duidelijk: sommige namen kwam je wel érg vaak tegen. Tja, en omdat veel dichters het als een diskwalificatie zouden ervaren als hun inzending buiten de selectie valt hadden de veelplegers een opjagend effect. Ook de dichters die iets te verliezen hebben gingen er aan méédoen. Ook ik had iets te verliezen: één gedicht was prijswinnaar, het andere kreeg 'n nominatie en beide tijdschriftpublikatie. Ik moet dus bekennen: óók ik behoor tot de groep die nog wat meer gedichten plaatste. Met de gedachte: komt mijn Flevolandse werk niet aan bod, dan kan misschien één van mijn betere gedichten op Friesland kanshebber zijn, zette ik Waddenzee, Geen weer en Wijd op de kaart. Inmiddels bleek het duizendtal alweer ver gepasseerd. De jurering leek enorm van belang te worden. Er waren matige gedichten bij die plots een vrij snelle opmars maakten in de publieksvoorkeur. Het lobbyen begon, vele emails kreeg ik om ergens liefst 4 of 5 sterretjes aan te klikken. Het is niet leuk als je op goede gronden overtuigd bent van de kwaliteit van je inzending om die opeens weggedrukt te zien door respons op wervings- acties. Ik zag dat er dichters onder de invloed van dit effect onterecht ver onder de nr.100-grens zakten. Contre coeur zullen er heel wat mailtjes naar kennissen zijn gegaan door mensen die dat misschien liever niet deden. En ja, opnieuw moet ik ook toegeven 'links' naar gedichten op Hernehim Nieuws te hebben geplaatst
|
| Het werd allengs duidelijk dat óók de
commentaren onder de gedichten danig van invloed op de scorelijst werden. Chatboxgedrag, ach daar wil ik verder maar het zwijgen toe doen. Het werd wel spannend door dit alles, zoals aan het slot van de voetbal- competitie. Maar eigenlijk houd ik niet zoveel van voetbal... wel van mooie poëzie. Intussen keek de organisator tegen een gigantisch aantal inzendingen aan waarvan er gemiddeld 95 op de 100 teleurgesteld gingen worden. Wilde men daaraan ontkomen? In elk geval kwam toen het bericht dat alle gedichten op hun regio een plekje in aparte boeken gingen krijgen. Zo hebben we alleen maar winnaars? We maken de balans op:
Het inzicht dat nu is verkregen levert een serie aanbevelingen op: De verzameling van de top-100 kan best een mooi boek worden, het feit dat er 30 Hernehim-dichters in staan zegt mij al veel. In elk geval verdient het dat het zorgvuldig tot stand komt. Verminkte lay-out is onaanvaardbaar en wordt dan ook hersteld. Dubbele titels en extra signaturen zijn ook zeer ongewenst en herziening van die onvolkomenheid is sterk aanbevolen. Door letterkeuze in een zeer groot formaat voor de titels zijn deze te vaak afgekort... Met een kleiner formaat voor alle titels zou dit alleen bij hoge uitzondering nodig zijn.
|
Krijgen we dan een prettig leesbaar boek? Dat is arbitrair als er onder
de Dan de regioboeken. Is mijn vermoeden wáár dat ze er in
tweede instantie
© John Zwart - voor Hernehim 4 februari 2010. Tags Trouw online voorpagina Dagblad Trouw.De gedichten op de kaart Gedichten op de kaart
|
| Dicht op de Kaart - Artikel van John Zwart - geplaatst 1 februari 2010 |
| Het
jubilerende dagblad Trouw, ontstaan vanuit de illegaliteit in de tweede wereldoorlog, heeft de afgelopen weken bijna tweeduizend gedichten "op de kaart laten zetten". Een kaart van de lage landen, Nederland en Vlaanderen. Vele honderden (internet)dichters hebben gehoor gegeven aan de uitnodiging om een gedicht in te zenden met als onderwerp de plek waar ze wonen, en de stad of het dorp of het landschap dat hen na aan het hart ligt, ook al wonen ze elders. Qua aantal, maar in niet geringe mate toch óók wat betreft de kwaliteit, is het idee van Trouw - met als trekkertje de belofte dat van de 100 beste gedichten een bundel zou worden samengesteld - een groot succes geworden. Veel bekende namen heb ik op de kaart kunnen vinden. En de site Hernehim Cultuur deelt in de blijdschap van de auteurs van de 100 best gewaardeerde gedichten die in druk gaan verschijnen. Want niet minder dan 30 auteurs in het boek publiceerden ooit ook op Hernehim. Gefeliciteerd ! In
alfabetische volgorde noemen we hun namen en hun
|
Het idee
van de Trouwredactie was dat de (internet)lezers de kwaliteit van de gedichten op de kaart zouden beoordelen, en om niet in de val van de willekeur terecht te komen was er een formule in de computer geprogrammeerd waardoor manipulatie belemmerd werd. Ook het meer- maals stemmen op dezelfde favoriet werd onmogelijk gemaakt door IP registratie. Natuurlijk was het niet perfect, daar gaan we nu even niet op in. Dat de waardering vaak juist gegrond lijkt is te merken aan een "top honderd" plek voor bijvoorbeeld Lilian Caessens, Jan Doornbos, Gijs ter Haar, Margerite Luitwieler, om er maar een paar te noemen. In mijn ogen postten zij stuk voor stuk poëzie die er bovenuit springt, elk in z'n eigen stijl. Er is veel kritiek over redacteur-webmaster Vincent
Dekker uitgestort. Waarom schreef ik dit? Hierom: Met alleen maar zure
opmerkingen kan © John Zwart - 30 januari 2010 - voor Hernehim |
| © Copyright Hernehim Cultuur 2001-2011 |
|
|
Op deze pagina
verschijnen verslagen, recensies, impressies etc. van allerlei literaire zaken: podia, festivals, bundels, prijzen etc. onder verantwoordelijkheid van de Hernehim Cultuur redactie en zoals ons aangeboden door serieuze inzenders. |
|
Archief
pagina's voorafgaand jaar: Literair archief - Verslagen en recensies: Overig proza archief: |
De culturele pagina's worden onafhankelijk gepubliceerd en geredigeerd door
John Zwart