Hernehim Cultuur
Literaire berichten archief - jaar - 2008

 

Nieuwe locatie> archief 2010 
                                           
HOME 

   
Het is nooit te laat voor een debuut Presentatie in Buitenpost (Frl.) verslag door John Zwart 
   
Op zaterdagmiddag 6 september werd op een druk bezochte middag in 
de
"Kruidhof" te Buitenpost de debuutbundel van Atze van Wieren
getiteld 'Grondstof' gepresenteerd. Het is een mooie selectie van 45 
gedichten uit het werk van deze dichter, uitgebracht door de Uitgeverij
IJzer
te Utrecht, op dezelfde verzorgde wijze als de eerder door hen 
uitgebrachte vertalingen van R.M.Rilke's "Duineser Elegien" (2006).
Snel bladerend zag ik vele gedichten die Atze van Wieren in de loop 
der jaren ook op deze site publiceerde. 

Een prachtig ingenaaid en gebonden boek in harde kaft met een stof-
omslag met intrigerende fotoachtergrond, gemaakt door de dichter zelf.
Nader lezend in de inhoudsopgave wordt het duidelijk waarnaar we kijken
afgebeeld in die roodbruine tinten. De gedichten zijn gerangschikt in vier
groepen: Grondstof, Raffinage, Bijproduct en Residu. Ongetwijfeld als 
metaforen gekozen vanuit het productieproces van bietsuiker. Zo wordt 
de foto direct herkenbaar als een enorme hoop suikerbieten, zoals we 
die in deze tijd van het jaar weer overal zien liggen bij de boerderijen in
het noorden van Nederland, later verzameld in het "bietengor" op het 
terrein van de dampende fabriek.

                 
      

           Atze van Wieren (l) geìnterviewd door Remco Ekkers (r) 

Na het welkom door Atze van Wieren was de microfoon voor 
Willem Desmensen namens de uitgever. 
Die verbaasde mij eigenlijk met zijn inleiding bij deze presentatie.
Hij had in twee jaar Atze van Wieren leren kennen als vertaler,
tijdens hun betrokkenheid, voorafgaand aan de uitgave van 
De elegieën van Duino. (De vertaling in hedendaags Nederlands
van de oorspronkelijke Duineser Elegien van R.M.Rilke.) Hij had
waardering voor het werk van van Wieren als vertaler, maar nu 
kwam deze man met een selectie van zijn eigen gedichten als
suggestie voor een bundel.
Poëzie is al niet het meest lucratieve (eufemisme) voor een 
uitgever, maar als je onder ogen ziet wat er zoal in manuscript 
wordt aangeboden is het duidelijk dat het maar zelden tot een
uitgave voert. Zou van Wieren met zijn eigen werk wel aan de 
criteria voldoen? En kan de uitgever objectief genoeg blijven naar
een debutant die als vertaler al werd uitgegeven? 
Het leek wel alsof Desmensen bij voorbaat iedereen in het publiek
die mogelijk ambities koestert als dichter te gaan debuteren, 
bij voorbaat alle hoop wilde ontnemen.
Maar van Wieren´s debuutbundel `Grondstof` heeft het gehaald.
De twijfel van Desmensen begrijp ik niet, mij verbaast het niets 
dat die bundel tot stand is gekomen. Immers: wie goed proza 
kan vertalen moet al iets in zich hebben van een schrijver - maar
wie er in slaagt om poëzie goed te vertalen - zó goed, dat niet 
alleen het oorspronkelijke gedicht in betekenis volledig recht 
wordt gedaan, maar dat het eindproduct óók nog poëzie is - dat
moet wel een dichter zijn. 
Wie slaagt om poëzie van een heel groot dichter te vertalen, zó dat het
weer als poëzie klinkt, die kan er wat van. 
Dat is ook te lezen in de bundel ´Grondstof´ waarin vele gedichten staan, 
die in een periode van 6 jaar ook al hier op deze site te lezen waren. 
Remco Ekkers voerde een interessant vraaggesprek met van Wieren
waarin alle aspecten van de ontwikkeling van zijn dichterschap aan de
orde kwamen. Een gemeenschappelijke conclusie was dat het nooit
een individueel proces kan zijn. Noch het groeien als dichter, noch het
samenstellen van een selectie van `het beste werk´. 

Het zal de lezer niet verbazen dat van Wieren, al geruime tijd ´Vriend
van Hernehim Cultuur´, regelmatig door de HC redactie als gastdichter 
op thema´s werd uitgenodigd. 
Evenals die thema´s hebben ook van Wieren´s gedichten in de bundel 
betrekking op uiteenlopende onderwerpen, hij vindt telkens verrassende
metaforen om de relatie tot zijn vader, zijn verhouding met de natuur, 
de beleving van de wadden, te vangen. Een mooi voorbeeld ervan toon ik
graag met het slotgedicht uit de bundel, met dank aan de auteur. 
De middag werd opgeluisterd met zang van de oorspronkelijk Twentse 
zanger Gerrit Breteler, die echter het Fries ook prima blijkt te beheersen
en een microfoon makkelijk kan ontberen. 

                       Gerrit Breteler - veelzijdig kunstenaar

Wens 

In elke jaszak minstens twee 
van overal vandaan. 

O nee 
niet meer die geile glans 
dat pralend pronken 
het kleefsap uit de bolster. 

Het lijkt een oud gerimpeld brein 
waarover vaak mijn vingers gaan 
waarin de wens ooit boom te zijn 
gestorven schijnt. 

Zo droom ik mij een voortbestaan:
dat iemand in een jaszak tast 
dat om hetgeen ik dacht en schreef 
een hand zich legt. 

© Atze van Wieren 

© Verslag John Zwart voor Hernehim Cultuur

 

Eén wens van Atze van Wieren is in elk geval 
in vervulling gegaan.

"Grondstof" - 45 gedichten. 
Uitgeverij IJzer 2008. Utrecht.
 ISBN 9789086840236.

   
   
   
Nieuw Cultureel seizoen van start UITMarkt 2008 en OBA Podium
   

30 & 31 augustus - Amsterdam UIT Markt - 
Het weekend dat de laatste zomermaand besloot was het weer de
jaarlijkse UITMarkt in Amsterdam, sinds 2007 in het Oostelijke
Havengebied. Niet tot ieders instemming, maar dat terzijde. 
Ruimte is er wel langs de uitgestrekte Piet Heinkade maar ook op
het Oosterdokseiland, de kop van het Javaeiland en zelfs een
tweetal podia waren gesitueerd aan de overkant van het IJ in Noord.
Van schrijvercabaretier Jeroen van Merwijk hoorde ik wat negatieve
uitlatingen over Uitmarkten in het algemeen. Het is maar de vraag of
het werkelijk zoveel potentieel betalend theaterpubliek zou aantrekken
Jeroen had verleden jaar deelgenomen aan de uitmarkt van 
Rotterdam: "voor 0 publiek", zei hij, "toen het begon te regenen
kwamen de mensen met de boodschappentassen naar binnen in de
tent". (Om te schuilen uiteraard). "Al die artiesten treden gratis op.
dat is helemaal verkeerd, mensen moeten ervoor betalen om het te
waarderen. Dat uitmarktpubliek knipt gewoon naar believen een
worst af van de streng, en denkt dan: 'zo, dat hebben we ook alweer
gezien en gehoord, dáár hoeven we dus niet meer naar toe".
Ik ben het niet helemaal eens met de opvatting van Jeroen, er zijn 
natuurlijk ook veel mensen zoals ik. Die uit het enorme aanbod in 
het programmaboekje een paar podia aankruisen en daar volop van 
genieten. Maar zo'n supergrote UITMarkt als die van het megalomane
'Iamsterdam' ontaardt natuurlijk gemakkelijk in een massaal slenter- 
en hangfeest. Een minderheid die zich met alcohol laat vollopen drukt
er dan een koninginnedagstempel op. 

   UITMarkt publiek genietend op het IJ-terras 
   © Foto's  Hernehim Cultuur

                   

                    Concert in de Blue Notezaal

                    Gortet Café - Jazz
                   
Conservatorium van Amsterdam 

Er wordt meer geboden dan het publiek waardeert. In de
braderiesfeer die zich over alles uitsmeert, zijn niettemin op 
diverse plaatsen artiesten bezig het beste van zichzelf te geven.
Ik ging naar 'Fifteen' waar een miniconcert van een half uur was
aangekondigd, te geven door Marzio Scholten, een getalenteerd
jong jazzgitarist, recent afgestudeerd aan het Amsterdams 
Conservatorium. 
Veel mensen bleken eerder naar die locatie te zijn gegaan voor
drank en ontmoetingsgezelligheid. Zo'n vijf minuten voor aanvang
vond ik een plekje op de traptreden dicht bij het podium. Toen 
de jonge gitarist zijn solonummer begon streek een stel vlak 
naast me neer. Tijdens het spelen zaten ze onafgebroken in 
elkaars oren te brullen, boven drums en bas uit. Na een poosje
hield ik het niet meer en toeterde op mijn beurt in het oor van de
man "Waarom gaan jullie niet lekker buiten schreeuwen?" Hij 
was te verbaasd om boos te worden en begon zowaar nu en dan
naar de muziek te luisteren. 

Toch, op het grote terras naast het Muziekgebouw aan het IJ
zag het er eerder in de middag bijzonder gezellig uit. Allemaal
mensen die heel ontspannen waren, de tijd namen om gewoon
van de feestelijke sfeer en de zon te genieten. De UITMarkt zit 
in de greep van de grote getallen, in 2007 bijna vijfhonderd-
duizend bezoekers, dit jaar moet de half miljoen overschreden
worden. Groter is niet altijd beter, sommige evenementen groeien
tot hun omvang de kwaliteit in de weg gaat zitten, en dan begint
de weg omlaag. In de Centrale Openbare Bibliotheek was er 
ook een veelheid aan programma-aanbod. Op diverse plekken
afwisselend én tegelijkertijd: in het theater, op het muziekplein
vierde etage, op het cultuurplein op de tweede. Alles moest 
meermalen aangekondigd over de tientallen luidsprekers, alsof 
het spoorinformatie betrof. Temidden van al dit tumult werden er
gedichten voorgedragen. Moeilijk om nog op te concentreren met
zóveel afleiding. Maar we moeten er maar aan wennen, want ook
de bibliotheek is een 'belevingsbibliotheek' geworden. 

Langszij van de UITMarkt, waar ik natuurlijk maar een vleugje van kon
meemaken - een mens kan nog altijd maar op één plek tegelijk zijn -
was de zaterdagmiddag van 30 augustus natuurlijk het vaste maandelijks
Open Podium van de OBA van Jos van Hest.
Door de concurrentie van alle andere publiekstrekkers en het mooie weer
wat minder bezocht dan gewoonlijk. Maar de mensen die kwamen kregen
weer een interessante middag. 
De populariteit van het Podium heeft gastvrouw Riet Lamers inmiddels
genoodzaakt om de mensen die dit jaar al eens eerder optraden, voor een
tweede keer alleen een plekje te bieden als het aantal nieuwkomers, die
voorrang genieten, nog ruimte overlaat. Zo gaat ze heel consequent en 
integer met de tijd om. 
De meeste bekenden zijn heel vaak toch als toehoorder aanwezig, zoals
Peter Abbink, Conrad vd Weetering, Barbara Baumgarten, verder
de éminence grise dhr.J.C.Aachenende en de Hongaarse Nederlander 
Czaba Czerèp. Bij voorgaande afleveringen is het optreden van bijna alle
'stamgasten' al eens besproken, evenals dat van Nele Camargo
Een uitzondering wil ik maken voor 't optreden van Barbara Baumgarten,
omdat zij geen internet aansluiting heeft en daarom nooit met ons kon
emailen. Daardoor heeft er nog nooit iets van haar op deze site gestaan.
Aan het slot van dit verslag daarom integraal haar lange gedicht 
"Tuinmaten"
dat zij voordroeg en eerder door de OBA werd gepubliceerd
in de eerste jaarbundel "Van de Prinsengracht 2004"
 

                    

                                   Gerda van Dijk

                      

                   Winnares van Hernehim Gedicht van de Maand
                        Edith de Gilde leest haar winnend gedicht

Nieuw voor ons was Gerda van Dijk, die haar poëzie aan haar
belevingswereld dicht bij huis ontleent. In haar straat zag ze het
café op de hoek telkens van karakter veranderen, met 't wisselen
van de eigenaars.
Nu was het er heel luidruchtig geworden, met gasten uit verre
landen. Gerda vatte het plan op met de eigenaar te gaan praten
over de geluidsoverlast. Maar het communiceren verliep slecht,
niet alleen was hij de Nederlandse taal niet machtig, bovendien
bleek hij... stokdoof.
"Hij zocht naar woorden op mijn lippen". 
Vast feestelijk element van de middag was weer het uitroepen 
van de Hernehim Cultuur - Dichter van de Maand. Het betrof
het als best geselecteerde gedicht op het thema "zwerflust"
waar het in de beslissende fase ging tussen de gedichten 
"De einder"
van Vera De Brauwer en "Wandeling" van Edith
de Gilde
(Den Haag) aan wie  tenslotte de prijs toeviel.
De meest boeiende nieuwkomer was voor ona de dichter 
Jos Versteegen
, jarenlang redacteur van het Literair Tijdschrift
"De tweede ronde" en poëziedocent. In feite dus een collega van
Jos van Hest. 
Hij had zijn vierde bundel meegebracht: "Slapen bij een warme
man"
, uitgekomen in maart van dit jaar bij Nieuw Amsterdam. 
Onder die intrigerende titel gaat een eerbetoon schuil aan de 
moeder van de dichter. Op indirecte wijze heeft hij de waardering
voor haar in zijn gedichten verwerkt, die over 'de dingen' gaan. 
Niet rechtstreeks over de moeder, maar via 'de dingen' over zijn
moeder. Zoals gehakt draaien in de gehaktmolen, de vaponastrip,
de kleverige vliegenvanger aan het plafond.  
 

Op dezelfde manier kon hij schrijven over zijn vader, kleine boer in
Limburg, die zijn strook land steeds smaller zag worden, door almaar
herhaalde onteigeningen, zodat de weg erlangs - ooit zandpad - 
telkens maar breder kon worden. 
Het grote voorbeeld van Jos Versteegen is Drs. P. 
We kregen toestemming om het gedicht "Rouwranden" op deze site
te publiceren.
Dit gedicht staat in de debuutbundel van Jos Versteegen, getiteld
"Voorgoed volmaakt", die bij dezelfde uitgever verscheen in 1996.

Verslag: John Zwart 
Voor Hernehim Cultuur - september 2008. 

Foto's:   © Copyright Eigen foto's - Hernehim Cultuur 

 

Voor deelname aan het OBA Open Podium contact: 
openpodium@oba.nl 

 

                     

                                           Jos Versteegen 

Tuinmaten 

Hoe vertel ik de zang van de merel? 
Laat 
sluiten de bloemen kelken 
en zet de vogel een keel op.
Schoorsteenhoog 
overmant hij
regionen
grenzeloos 
vrij 
kan hij 
lucht gebieden 
en volumes
doen galmen
tot waar ze trillend
stuiten op de golven 
van een andere
aria 
om om 
en om en om 
en om en om 
vrede te sluiten 
en te openen 
volmondig gehoorzamend 
wetten 
zorgeloos luchtruimen 
maatgevend 
en een eindweg mateloosheid 
trotserend 
en openbarend 
tot en met en met en met 
en 
zoals ik daar sta 
afwezig 
in de grond te wroeten 
en de aarde omspit 
en met heggen afbaken 
voor het gemak 
onkundig 
van de latere 
maten 
van zes planken 
of 
van urn uit 
tot stof 
in de lucht 
waar de merel 
of
en later 
als ik verstrooid 
ontwaak 
tot bodemloze hemel 
en stilte besef 
en tot de volle lading 
van de lucht 
van de gouden
-regen
en morgen weer 
onweer 
en maak je dan je plannen 
en reken op zintuigen 
terwijl 
het lichaam 
weer wil 
of weigert 
en het weer 
doordooit 
en de vogel 
meebekvecht 
en zingt 
en zingt 
zolang hij gebekt is.

© Barbara Baumgarten 

 

Rouwranden 

Ik zie hem langs de grenzen lopen 
die aan zijn akker zijn gesteld. 
Het zwaar verkeer dat langs hem snelt 
waait moeiteloos zijn mantel open. 

Ik weet dat hij de oogsten telt 
die door het teer zijn aangevreten. 
Breed ligt het asfalt uitgemeten 
dat zijn gering perceel omknelt. 

Zijn ogen, rood in blauwe kassen, 
gaan achter zijn rouwrandenbril 
de laatste voren op en neer. 

Dit is de tuin van mos en grassen, 
het land dat niemand kopen wil. 
Ik erf zijn kleine veld van eer. 

© Jos Versteegen

 
(uit de bundel "Voorgoed volmaakt", Amsterdam 1996)

 

 

 

 

 

 

 

Edith de Gilde ontvangt de Hernehim Cultuurprijs voor het
Gedicht van de Maand

 

 

 

 

 
   
Buitenpodia van Poëzie in het Park afgesloten  Verslag van John Zwart 27 augustus 2008 
   
Zondag 24 augustus organiseerde Amsterdam Wereldboekenstad 2008
het laatste openlucht evenement van "Poëzie in het Park" in het smalle 
Westerpark van deze stad, ingesloten door het spoor en Haarlemmerweg.
Hiermee is een serie buitengebeuren, die op 1 juni in het Vondelpark begon,
afgesloten. 

Op de avond van 6 september zal in de hal van het Sloterparkbad nog 
een slotspektakel plaatsvinden. Presentatie door Jos van Hest. 

 

Afgelopen zondag begon in het Westerpark "Poëzie in het Park" al in de
ochtenduren. Er was een wandelroute uitgezet die de bezoeker aan de
hand van een boekje met een aantal vragen en opgaven aan het werk 
zette. Ik zag ook nog een kunstenaar timmeren aan een schaap, de 
laatste hand leggend aan een audio-object, waarvan de titel luidde De
Schapenfluisteraar
. Gezeten aan een tafel zat de kunstenares Anne ten
Donkelaar
grote kleurige vogels te vouwen, weer een andere kunstenares
Tine van Wel, liep kriskras door het park met een kruiwagen vol houten
letters. Daarmee liet zij op verschillende plekken poëtische regels achter
in het gras. 
        
                  de 'Beppes' spelend in het gras
In weerwil van het gunstige weerbericht, begon de ochtend wat donker en
kil, maar gaandeweg werd het steeds aangenamer en konden onze jassen
uit. Toch gaf ik nog geen gehoor aan opdracht nr 3 van het wandelingen-
boekje: "Even ontspannen - Ga liggen in het gras, sluit je ogen en blijf een
poosje lekker liggen." 

Ik gaf liever de voorkeur aan het parkbankje dat er ook stond. "Bedenk wat
er in het park allemaal te zien is en waaraan je verder moet denken terwijl
je daar zo ligt. Schrijf op: Ik zie / ik hoor / ik ruik / ik moet denken aan."
 
Wat had Ik gezien? Veel bijzondere bomen, bv een vleugelnoot en een 
walnoot, een heel oude treurwilg, heel veel erg tamme wilde eenden en 
bijna evenveel passerende hardlopers. Wat hoorde ik? Kreten van de
meerkoeten en waterhoentjes, krassende kraaien, koerende duiven, het
geklater van de fontein. Verder geronk van de auto's die aan de verkeers-
lichten remden en weer optrokken, het kedengkedengkedeng van de trein
aan de andere kant. En ik rook een frisse wind. 
Ik dacht aan een ouderwetse picknick met een mandje in het gras
 Diana Ozon in het park  Opdracht nr. 4: "Inspiratie - Kun je met wat je opschreef bij de vorige
opdracht een gedicht van vier regels schrijven ?"
Nou dat kon ik wel, 
binnen een paar minuten stond er: 

     als ik de auto's buitensluit 
     bij de trein aan verre reizen denk 
     kan ik mij één voelen met de wind 
     en vliegen met de vogels 

Uitspraken van Spinoza, van Annie M.G.Schmidt, van Anne Frank waren
met "eetbare inkt" op ouwelpapier afgedrukt en aan waslijnen gehangen, 
hiervan mocht na lezing gehapt worden. Spinoza's "...te denken wat hij wil /
en te zeggen wat hij denkt..."
sprak mij als vrijheidsminnaar het meest aan.
Het gedicht 'In het park' van K.Schippers was in zijn 11 afzonderlijke regels
door het park verstrooid om door de poëziewandelaars te worden ontdekt
en in de - naar hun mening - juiste volgorde te worden gezet. Aan het eind
van de wandeling een ontmoeting met de Amsterdamse punkdichteres 
Diana Ozon. Op verzoek droeg ze stads- en parkgedichten voor. 
"Grimmige stadgedichten" was een keuze-optie, dat leek me wel wat.

 

        
        

Aan de cateringkraam, kon je terecht kon voor koffie, thee en versgeperst
sap, maar door degene voor wie het eten op zondag pas bij de brunch 
begint, kon ook een 'dichtersontbijt' worden genoten. Nabij waren een 
aantal 'rijpere' dames neergestreken, "de beppes" noemden zij zich. 
Dwarsfluit, accordeon, viool en gitaar waren de instrumenten waarop ze
speelden als ik het mij goed herinner, ja gezongen werd er ook. 
Susan Rezai uit Iran vertelde een sfeerverhaal uit haar geboorteland. 

Aan de andere kant van het podium was de gedichten-droogmolen (die 
inmiddels een vertrouwd attribuut van "Poëzie in het Park" werd) in de 
aarde geplant. Daar kwamen de buurtbewoners op af, zij zochten de poëzie
die het het resultaat was van de door hen zelf opgegeven inspiratie-regels.
Enkele dichters die eraan hadden meegewerkt waren zelf aanwezig. Door
hen of door de buurtbewoners, en natuurlijk ook door deelnemers aan de
workshops, mochten de gedichten voor de 'dichterscorner microfoon' van
Jacques Brooijmans ten gehore worden gebracht. 
Voorgedragen werd er verder nog door de dichters Diana Ozon, Merik van
der Torren, de Nowhere Dichterscicle, John Zwart
en natuurlijk ook door
Jacques Brooijmans zelf. 
Onder wisselende weersomstandigheden in de afgelopen zomermaanden
heeft Amsterdam Wereldboekenstad in negen Amsterdamse Parken een
succesvolle poëzie-promotie afgewerkt. 

 

© John Zwart, 27 augustus 2008 

   
   
Tweede Drentse Open-Dicht Festival  Verslag van John Zwart 18 augustus 2008 
 

Schoonoord, Sleenerzand is de plek, zondag 17 augustus is de dag. 

Stichting Drenthe Poëzie - anders gezegd Mart Brok, stadsdichter
van Coevorden, samen met Rensje Plantinga, die voor het grootste deel
de organisatie van dit festival voor hun
rekening namen. Zij behoren 
ongetwijfeld tot de uitverkoren categorie van de zondagskinderen. 
Samen met Dichters in de Prinsentuin van Groningen heeft dit Drentse
festival in deze slechte zomer van 2008 precies op de juiste dagen weten
te mikken. Ook dankzij die uitgelezen zondag kon de tweede jaargang
van het "Drentse Open-Dicht" een groot succes worden. Maar niet 
alleen vanwege de zon natuurlijk, er is meer voor nodig. 

                               Een deel van de dichters en publiek op de heuvel 

                               © Copyright - Eigen foto's Hernehim Cultuur
                                   voor privé-gebruik originele bestanden opvragen 

 

   
         

Opening met 'slagwerk', een 'knipoog' naar het thema 'Poëzie en Muziek'

 

Rond 11 uur kom ik aan op het zandweggetje naar het festivalterrein, 
zoeken was niet nodig, de locatie zit nog in het hoofd sinds vorig jaar. 
De opgewekte Rensje, die iedere nieuw aankomende deelnemer opvangt,
zet de ontspannen gemoedelijke sfeer die de hele dag zal kenmerken.
Nieuw sinds de eerste editie, zijn een aantal kleinere partytenten die
opgesteld staan in enkele hoeken van het terrein. Een poging om meer 
podiumtijd te winnen. Een groter aantal dan de 20 presentaties - het 
absolute maximum - op het centrale podium wordt
door deze "knipogen" 
ruimte gegeven. "Een experiment" zal Mart Brok, die de presentatie verzorgt,
het later noemen. 
Ook zijn er nu marktkramen, met beeldende kunst en met aandacht voor
de Drentse Toal, een algemene boekenkraam van de boekhandel Kardol 
met de nieuwste bundel van Simon Vinkenoog, de speciale gast, en een
stand waar bundels van de overige deelnemende dichters worden verkocht.
Het publiek van dit gratis festival kan zich daar ook de bloemlezing 
"Slagwerk" aanschaffen, een boekje met poëzie van alle dichters die zich
vandaag presenteren en wat opent met het nieuwe Amsterdamgedicht van
Simon Vinkenoog. 

                     links Adri de Fluiter die een inleiding uitspreekt 

Het gaat een heel leuke dag worden. Het centrale podium, midden vóór
de heuvel waarop het beeldhouwwerk 'Blick in den Stein' prijkt, gaat 
natuurlijk de meeste aandacht trekken. Vanaf het middaguur begint het
publiek binnen te stromen. Zij nemen de stoelen mee, waarvoor óók al is
gezorgd en zoeken een plek aan de voet van de heuvel dichtbij het podium.
De heuvel zelf is vooral in trek bij de dichters en hun fans. Verleden jaar
werd deze bult al tot ´Olympos´ benoemd. Het geluid is uitstekend, 
klinkt zeer professioneel. 
Prima weer om de hele dag buiten door te brengen, een licht gesluierde zon,
tot ongeveer een half uur voor het einde, als het bewolkt wordt, maar droog
blijft. Afgezien van wat verspreide druppels tijdens het slotoptreden van 
Simon Vinkenoog, maar als zijn stem klinkt loopt er echt niemand weg voor
een spatje regen. 

 


Over de hele dag gespreid blijft er veel belangstelling, op het hoogtepunt
tussen twee en vier worden er rond 250 toehoorders geteld. 
En die komen niet alleen uit de regio maar ook uit andere delen van het
land (van beneden de rivieren, of uit Amsterdam, Den Haag), zelfs van nog
veel verder weg; bij het 'flyeren' voor Hernehim Cultuur tref ik zelfs twee 
dames uit Belgisch Limburg. Speciaal voor deze dag zijn ze samen naar
Schoonoord gereisd.
Alleen door het Openlucht Cultuurfestival 'Sunsation' van Lelystad wordt dit
bezoekersaantal nog overtroffen, maar daar kan men dan ook bogen op
een historie van 25 jaar, hier in Drente draait alles pas voor de tweede keer. 

Het "Drentse Open-Dicht" werd voor 2008 het thema "Poëzie en Muziek"
meegegeven. Er blijken veel dichters van hoge kwaliteit geboekt, die stuk 
voor stuk ook veel moeite hebben gedaan om muzikale elementen en 
effecten in hun optreden te brengen. 

                     

                              Dichter-presentator Mart Brok

                     

                   Pom Wolff, winnaar festivaldichter-prijs, in actie

                    

       Na de prijsuitreikingen en als laatste dichter leest Simon Vinkenoog 

 

                        

     Nell Nijssen (Goes), winnares poëziewedstrijd, categorie volwassenen

Er zouden 2 prijzen worden uitgereikt, een "festivaldichter prijs" en een
tweede prijs, dus gedurende de hele dag worden alle deelnemers oplettend
gadegeslagen en beluisterd door drie juryleden: Ina Luis, ACG Vianen en
voorzitter Gijs ter Haar. In de late namiddag toont Pom Wolff (Amsterdam)
zich volkomen verrast als zijn naam klinkt, omdat hem de hoofdprijs is
toegevallen, de tweede prijs gaat naar Martin Beversluis
Het zal geen toeval zijn dat het
ervaren figuren van de slampodia betreft.
De anderen zien het als een welverdiende en van harte gegunde erkenning.
Op dit festival geen felle discussies over beslissingen van de jury. 

Eraan voorafgaand waren al twee prijzen uitgereikt aan de winnaressen
van de schriftelijke poëziewedstrijd waarop eerder kon worden ingezonden.
Uit handen van Simon Vinkenoog
ontvangt Nell Nijssen uit Goes de prijs
in de categorie volwassenen, Maartje de Goede uit Enschede gaat met
de prijs voor inzenders in de leeftijd tot 20 jaar naar huis. 

Simon Vinkenoog zelf neemt het slotoptreden voor zijn rekening. 
In zijn voordracht gaat hij met sprongen door zijn gehele oeuvre en laat
ons een kleine twintig minuten lang van zijn
vitale werk genieten. 
Pas halverwege de middag is hij gearriveerd en na afloop blijft hij ook
niet 'plakken', dat is het enige wat ons zijn leeftijd doet beseffen. Want 
dat napraten is juist voor de meeste podiumdichters een aantrekkelijk 
aspect van het meedoen aan een festival.
Ontmoetingen en anekdotes uitwisselen, tussen mensen die elkaar vaak
alleen bij zulke gelegenheden ontmoeten. Bundeltjes ruilen tussen 
mensen die elkaars werk waarderen. Er wordt ook in Schoonoord 
uitgebreid nagepraat en tenslotte een gezamenlijke maaltijd gebruikt, 
allen gezeten aan lange tafels onder een strak gespannen tentdak. 

© John Zwart voor Hernehim Cultuur, 18 augustus 2008 

 

 Optreden van de dichters op het centrale "Oog Podium"                 het eerste blok 
                                     

              A C G  Vianen                                                     Ellen Deckwitz                                                      Ko de Laat

In het eerste blokje treden op: Gijs ter Haar, ACG Vianen, Ellen Deckwitz, Ko de Laat en Anna Hardonk. 
Gijs ter Haar, winnaar van de eerste editie van het Drentse Open-Dicht, is nu jury voorzitter. Hij treedt natuurlijk op buiten mededinging.
De lange man uit Amersfoort, waar hij zijn eigen slampodia organiseert in Borra, laat ons niettemin een verzorgde voordracht horen, onder
smaakvolle, subtiele gitaarakkoorden. "Symphonica Regina" 
ACG Vianen is de volgende die het podium betreedt. Inmiddels is hij een bekend fenomeen als stemacrobaat. Het muzikale element is
er altijd wel in te vinden, omdat het vooral om klanken gaat. Soms zelfs in acts zonder woorden, zoals in het 'tweegesprek', waarin 
"hrrrrrr hrrrrr hrrrrrr"
steeds maar bozer klinkt en de tegenpartij, "hm-hm, hm-hm" geduldig en vriendelijk terug-humt. 
Soms klinkt zijn stem als een hel en verdoemenis prekende evangelist, dan weer trekt hij zijn toehoorders in een gevoelige, tere sfeer
met "zacht gezicht zegt zacht  ... zo zacht ... zo zacht ...", dan weer barst hij jolig los in een enorm tempo "odijeee odijaa"
Het is maar een poging die ik hier doe om zijn optreden te beschrijven, want je moet het eigenlijk meemaken. 
Enthousiast wil Ellen Deckwitz 't podium opspringen---- maar de combinatie van een vloertje met weinig profiel en gladde zolen 
breekt haar op. Ze gaat onderuit maar krabbelt snel op en zet de situatie  meteen weer naar haar hand met: "ik zal eerst even 
mijn haren losgooien, dan gaat het altijd beter".
Tja met mooie lange haren kun je natuurlijk wat vrouwelijke charme in de strijd
gooien. Haar gedichten bewegen zich van vierkante centimeter tot buiten het universum, ofwel van een flosdraadje tussen je 
tanden tot het broeikas-effect. Een mythisch gedicht blijft intrigerend hangen: oude eiken groeien het liefst aan de rand van 
kerkhoven. Daar gedijen ze het best, liefst op de vergane resten van dode zondige kinderen. Ze situeert de 'ik' als meisje in 
zomerjurk onder de eik. Een ander gedicht heeft als inspiratie de tuin in Leens achter het huis van de dichter C.O.Jellema, ze geeft
het woord 'stemtest' daarin een plek en daarmee tenslotte ook de dichter zelf. 
Ko de Laat, met zonnebril (kan dat wel op een podium... tja pop-artiesten doen dat ook, zijn de poëzie&muziekdichters niet ook
een beetje popartiesten?). Hij pakt de komische noot en krijgt minstens een glimlach op ieders gezicht met zijn gedicht over de
betrekkelijkheid van de dichtersroem. Vooral "die middelbare dame, die een tijdje in je bundel bladert, en hem tenslotte toch niet
koopt"
zie je meteen voor je. Het werk van Ko is hecht doortimmerd, met eindrijm en loopt in een metrum als een trein die zich 
stipt aan de dienstregeling houdt. Hij associeert me sterk met Jan Boerstoel, de melancholie is nooit ver weg. De muziek in zijn 
werk komt aan bod als de oudere jazzliefhebber een modern jazzcafé binnenstapt en 20 minuten lang de foltering van 'piep-knor' 
ondergaat: "is dit nou nog steeds hetzelfde nummer?" en "duren al die nummers nou zo lang?" 
Anna Hardonk is de tweede vrouwelijke dichter, ingetogener dan Ellen gooit zij haar rode haren niet los. Anna komt uit Emmen en
haar poëzie is geworteld in deze streek van zand en veen, het hoge veen. Het oude veen, geeft haar gedichten iets als 'archeologische
romantiek', dit te zien als een onbeholpen poging mijnerzijds om de stijl een beetje te definiëren. In een ander gedicht bejubelt zij haar
eigen sekse, de vrouw krijgt een reeks metaforen, "mannen zijn lucht voor mij", maar dan krijgt die lucht toch nog enige inhoud, 
speelman ... beest"
om tenslotte toch bij de liefde te belanden: "toch is er liefde/ noem mij de liefde/ ik ben groot". 
 
Met Anna zijn we aan het eind van een lang blok van een uur gekomen en pauzeert het oogpodium tien minuten. 
Geheel volgens het programma schema, dat nauwlettend door Mart Brok wordt bewaakt. Optreden op de satellietpodia, de 'knipogen',
wordt niet aangekondigd. Het is overduidelijk dat publiek zowel als dichters zelf aan een rustpauze en drinken toe zijn, sommige 
strekken zich uit in het gras, de meeste spoeden zich naar de catering-tent... 
Boem-boem-boem klinkt dan het signaal: einde plaspauze, we gaan weer verder!  
 
                                                                              het tweede blok 
Wibo Kosters                                                                                 Ria Westerhuis 
Paul Borggreve (Groningen) mag het tweede blok openen. Hij maakt deel uit van een groep dichters die zich Dichtgroep Rondrijm
noemt. Zij specialiseren zich op vormvast dichten met vol eindrijm, Ko de Laat zou zich erin thuis kunnen voelen. 
Paul komt op met 'n ukelele, niet zomaar een ukelele, hij figureert bijna als een buikspreker met zijn pop en geeft zijn instrumentje
een naam: 'Bruco' en een persoonlijkheid. Deelt ook het applaus met hem. Zijn gedicht over een slecht  spelende straatmuzikant 
wiens plekje na een poos wordt overgenomen door een vrouw, die nog hartverscheurender speelt, klinkt bijna als een column. 
Wibo Kosters met zonnebril en gitaar betreedt het podium. Hij trekt ons zo vanuit het heldere zonlicht een nachtuitzending van Radio
Transzulu binnen. Er komen beroemde popsterren voorbij in zijn gedreven voordracht. Neil Young, maar niet alleen de glamour, het is
vooral de aftakeling die de sfeer schetst, Elvis Presley: "goed dat-ie dood is". Ja, nu toch een blijvende legende, zou een soort 
Michael Jackson geworden zijn. Het beeld van een Waldo: "meewarig hoofdschuddend boven de wc-pot". Misschien zijn de citaten
niet helemaal correct weergegeven, bij het uitwerken van notities in haastig steno in het gras gemaakt stuit een verslaggever wel eens
op vraagtekens. 
Ria Westerhuis haalt ons gelukkig weer uit de sfeer van het menselijk verval. Daar moet je namelijk niet te lang achtereen in vertoeven.
Als kind van Zuidoost Drente speelt Ria een thuiswedstrijd. Ook in haar poëzie blijft ze dicht bij huis en zingt over haar land in de 
streektaal. Over het land, over een boot op het land, waarvan de romp weer glanzend wordt... maar is 't wel een boot? 
Met de Nederlandse gedichten is het makkelijker te volgen, na "Suikerspin", een gedicht dat over de kermis gaat en ook weer niet, 
hebben we haar erotische ondertoon te pakken. Ze onthult dat ze samen met Delia Bremer werkt aan een bundel met erotische poëzie,
en geeft ons een voorproefje met een gedicht over de fietstocht door het Drentse landschap met haar vriendje, op een mooie dag in 
een doorschijnende bloes. We zijn benieuwd. Hou het vrolijk Ria, seks is vooral ook om te lachen, dat wordt maar al te vaak vergeten.  
 
   
  Alex Franken                                                                             Talrijk publiek geniet6 van zon, muziek en poëzie 
 Alex Franken komt. Daar had ik al vaak van gehoord maar hem nog niet eerder gezien. Pijpenkrullen en ook met gitaar, een 
elektrische, gelukkig geen zonnebril. Hij boeit, vooral de mooie ballad over de vlinder, waarmee hij opent. En maakt een plezierig 
contrast door in up-tempo over te gaan naar "Binnenstad Boogie", gaat vervolgens weer een tandje lager met "Laat". "Laat ons l
iegen, laat ons liegen dat het liefde is"
.  Deze deelnemer geeft de meest consequente invulling van het thema "Poëzie en Muziek".
Alles wat hij laat horen zijn songs.  
Mart Brok controleert de voortgang van het programma in het tijdschema. Geen echte pauze dit keer, de "knipogen" worden
nu ingeschakeld. Gerdina leest onder een partytent, Ingeborg neemt fier plaats op de imposante zwerfkei. Maar ik ben 
hard aan
drinken toe, ik moet keel en stembanden nat en soepel houden: zelf moet ik ook nog! 
Zo heb ik aan Ingeborg echt wat gemist volgens Pom Wolff, die haar wel heeft beluisterd. En om Ingeborg recht te doen, 
neem ik hiernaast graag een stukje van Pom's verslag over, geheel voor zijn verantwoording natuurlijk 
"In een hoekje trad ingeborg op met de hand geschreven gedichten. In het programma is haar naam met de hand erbij
geschreven. Misschien staat er ingeborg klater - ik kan het net niet lezen. help me hoe heet zij. Ze is goed heel erg goed.
Je kon langs drie dichters lopen in de pauze. We liepen naar de eerste – dat was ingeborg – even luisteren en dan door 
maar dat lukte niet meer. ingeborg is ingeborg en gezeten op een steen – steengoed. De bel ging – het was niet mogelijk
om door te lopen – zo gevangen kan poëzie je houden."  
Maar de man met de grote trom van Showkorps Bazuin verstoorde de droom, tien minuten zijn zó om, het hoofdpodium 
vraagt weer onze aandacht. 
 
                                                                                               het derde blok 
                            
                  Pom Wolff                                                    Miranda Mei                                                  Gerrit Vennema

Pom Wolff, zó vanonder de indrukken die Ingeborg achterliet, nu zelf het podium op. Hij maakt een gekscherend zwaaigebaar over
zijn licht kalende hoofd: "even mijn haren losgooien", richting Ellen Deckwitz. De laatste maanden heb ik Pom veel bezig gezien. 
En ik heb hem in een lange reeks van jaren zien groeien van een bescheiden internetdichter op Poetry Alive (inmiddels allang terziele) 
tot een gedreven podiumdichter die zijn gehoor bij de lurven pakt. Deze week staan we 2 keer beide op een zelfde podium en eigenlijk
voel ik me nu niet meer de aangewezene om zijn optreden objectief te kunnen verslaan. Maar beelden liegen niet, op de foto in het
eerste deel van dit verslag is te zien wat ik bedoel. 
Na 'Bergen' plaatste ik al "vader" op deze site. Nu geef ik een fragment van het gedicht dat hij inlijstte met het herhaalde "de zanger
hij stoort  zich werkelijk nergens aan: hij zingt"
tussen de strofen als was het een mantra.  

en zo ook zij die in een zaal 
alleen nog maar zichzelf ziet 
vlak voor mij zit 
op zoek naar veel te veel 
vergeet te zien hoe mooi zij is 
waar ieder op een podium 
de dichter slechts lampjeslicht 
in de verste verten een mens niet ziet 

omdat het zicht de leegte in 
voortvluchtig niet te vinden weet 
wat zo dichtbij zo zichtbaar is 
alsof niet iedereen verliest 
je bent een mooie moeder 
je hebt een prachtig kind 
ik sta hier voor je 
begrijp je nou dat ik alleen nog zwijgen wil" 

Miranda Mei houdt zich aan haar liefde voor de eigen Friese taal. Haar gedichten komen in het Fries tot stand, dat zijn de 
oorsprongversies. Gelukkig voor de meeste toehoorders maakt zij daarna telkens zelf een Nederlandse vertaling. Het blijft
hoorbaar hoe het zingen en de klanken van het Fries bepalend zijn voor het origineel. De Nederlandse vertalingen reiken soms
wat gemiste informatie aan, maar ze klinken vlakker. Ze draagt haar gedicht 'De stûpa fan Hantum'  ('De Stupa van Hantum')
op aan Gijs ter Haar, de 'blauwe man' en de winnaar van de vorige Drentse Open-Dicht.  

"Ik sykje it doarp yn de laaielinen fan 'e klaai, 
fan fierrens liket it my ta te wiuwen. 
Boppe grien beamme út in gouden tek, 
wyt en read skimerje troch de kamûflaazje, 
flaggen wabberje yn de soele wyn. 

Blauwe man, dû lûkst net keal de weareld yn.
Doe't de timpel tekene wie mei tatoeaazjes 
bleau de fraach: 'Is de wrâld my brek?' 
Nim de slingerdyk om dyn stappen oan te riuwen, 
dit ferside doarp de rêch takeare stiet dy faai." 

Vervolgens leest ze nog een teer liefdesgedichtje  "De bus nei Kûkange" en een gedicht waarin het fluitenkruid in de lente,
ter weerszijden van landelijke wegen in de berm, tot een bruidssluier wordt om de schouders van wie over "de dyk" voort 
snelt. In de bundel 'Slagwerk', waarin alle dichters zijn verzameld moet u, lezer, het nog maar eens nazien, geholpen door
de vertalingen. 

Gerrit Vennema bouwt zijn optreden in een cyclus op. Het gaat allemaal over de rivier de Rijn. Hij verklaart dat hij zich 
heeft kunnen vinden in een uitspraak van A. den Dooland: 'Ieder mens heeft een zielslandschap'. Voor ieder zou er een 
specifiek landschap bestaan waaraan hij zich zielsverwant voelt. Voor Gerrit is dat het Rijnlandschap tussen Koblenz en
Bingen. Afwisselend leest hij Duits- Nederlands- en Engelstalige gedichten met daar tussendoor een gezongen lied. 
De dichter moet het zonder gitaarbegeleiding doen, en als er iemand weet hoe moeilijk acapella-zingen is dan ben ik dat 
wel. Gerrit Vennema heeft geen geschoolde stem maar hij doet zijn best. 
Martin Beversluis brengt weer een heel andere sfeer. De kaalhoofdige slamdichter treedt op in bijna rap-stijl en helemaal
zonder papier. Rauwe sfeertekeningen flitsen voorbij, in het 'nachtleven' van de vroege ochtend figureren een vrijend stel 
en een emmer kots binnen één gedicht. Op een tv uitzending over bijna-doodervaring een bedachte impressie van de dichter
terwijl hij zich in de overgangsfase tussen dood en leven bevindt "nog nooit heb ik het zo helder gezien, ik ben dood ik 
verliet  mijn lichaam, acht minuten geleden en nu hang ik daar"  

Als hiermee het derde blok op het centrale podium is afgesloten worden de 'knipogen' weer volop actief. Ellen Deckwitz leest 
nog een tweede keer, nu voor een kleiner publiek, verder zijn daar Egbert Hovenkamp II, Laura van Loon, Jamo Moes en
Joke Rehbergen te beluisteren. ntussen hebben ook SImon Vinkenoog en zijn Edith RIngnalda het festival betreden. 
Mart Brok begint het tempo een beetje aan te duwen: "dichters wilt u zelf goed op de toegemeten tijd letten, het zou toch 
jammer zijn als we straks onvoldoende tijd over hebben voor onze gast Simon Vinkenoog".
 
Veel te snel klinken de trommelslagen alweer voor het vóórlaatste blok. 
 
                                                                              het vierde blok 
                           

              Martin Beversluis                                            John Zwart                                                   Eva Annaluna 

Bernhard van Loon, de enige dichter die in korte broek op het podium staat en, echt waar, met sandalen aan de voeten.
Hij brengt een recent geschreven gedicht over een romantische strandwandeling. "Scheen er een maan -ja werkelijk- zich
spiegelend juist/ daar waar je voetstap/  een kuiltje water maakte".
Het thema brengt hij tot leven met klankpoëzie "..
puntjes/ waar een hamertje over getrokken wordt/ tot het klinkklaar is. Stil eens...// God wat galmt dat. Als duizend/ 
tinkelende pegeltjes op vliesdun ijs." 
Ja en dan sta ik er zelf, John Zwart. "Onderhuurders" laat ik horen, het gedicht waar een maand geleden John Jansen van
Galen helemaal  lyrisch van werd. En dan het eerste stuk van de serie muziekgedichten die ik bijeenzocht: "Vrijbrief" de
vrolijke noot na de relativerende ernst van het begin, dan "Fado" en "Bolero". Wat schrijf je over jezelf? Ik ga liever maar 
even te rade bij Pom Wolff: "JohnN – misterhernehimself - gewoon in het zonnetje – in drente vergeten ze de dichter niet -
gaf zijn poëzie klanken mee dat zelfs de bomen ervan spraken en ik sprakeloos genoot".  
Aansluitend danst Eva Annaluna het podium op in ijl luchtig wit, met accenten in mintgroen en bleu. Blote voeten, 
enkelvrij met kettinkjes waaraan iets rinkelt. Dans en voordracht in synergie, het geluid van de muziek en de klanken van
een vreemde taal verenigd. "Henna-hey Eyla Henna-ho Oo". Dat ze al dansend voordraagt blijkt uit haar headset met 
microfoon. De inspiratie kreeg ze uit "Follow the sun" van de groep Nomad. "'Keep your face to the Sunshine/ and 
you will not see the shadows',// Dansend op het strand/ stamp ik in het ritme/ van mijn lijf./ Opstuivend zand om mij heen...
Simon Vinkenoog komt nu in actie, toont zich begeesterd door 't festival. Hij vindt het prachtig zoals al deze mensen en
ook de jeugd bezig is met hun creativiteit. Hij reikt de prijzen uit aan Nell Nijssen en Maartje de Goede. Nell Nijssen, die
zich als Jessica presenteert onder dichterspseudoniem. 

Het winnende gedicht van Nell Nijssen 

Intermezzo 

klank ademt zich langs 
heuveltjes van kippenvel 

zoals een zoentje op je kruin 
in ver voorbije kinderjaren 
we fluiten 

over houden van en kleine 
dingen die 't doen en meer 
van dat soort moois; we tellen 

ons van noot naar noot, langs 
breekbaarheid en voor altijd 

het trilt de leegte uit een lijf 
opdat het dansen verder gaat. 

© Jessica  

 

                                                                                           het laatste blok 
                      
          Mike Platenkamp                                          Delia Bremer                                                 Juryvoorzitter Gijs ter Haar 
Asman! betekent opnieuw nog meer muziek. Jeugdsentiment uit nog niet zo lang vervlogen jaren. Eerste liefde die nog die naam
niet droeg. "Ik was bijna 15 en hoe oud jij was/ dat wist ik niet"  
"Jij was bijna 17 jaar/ tenminste dat zei je/ Jouw beugel glom in de zon/ het paste zo goed bij je"  
"Ik loop in 7 straten/ het liefst ook tegelijk/ ik wil wel graag iets kopen/ maar bedenk me nog op tijd" 
Mike Platenkamp hoorde ik ongeveer een jaar geleden al eens bij Eijlders in Amsterdam, klonk toen als een dichter in de groei.
Hij deed sindsdien wat slamervaring op en zijn stijl is universeler. Inderdaad, hij is gegroeid. 

     vlees noch staal 

     ligt de verbruikte energie 
     na te assen, verongelijkt 
     op de waag 
     blijkbaar 
     en geen ruimte is vrij 
     voor de tijd 
     en geen tijd meer 
     geen verstand ook 
     en geen laaf 
     alleen vocht en verwijt 

     er zijn grenzen aan begrip 
     blijkbaar 
     spreken we een andere taal 
     blijkbaar 
     blijken we van vlees noch staal 

     de ronde 
     de ronde doet 
     de ronde doet haar ronde 

     dat de liefde lastig ligt 
     dat de plooien van haar bed 
     of kruimels 
     storen 

     neem mijn 
     mij terug 

     geef me 
     jou terug 

     neem ons in 
     geef ons een nipte begrip 
     we zijn van vlees noch staal. 

Delia Bremer mag de rij sluiten, vóór het slotspektakel van de immer sprankelende Simon Vinkenoog. 
Delia ging verleden jaar met de derde podiumprijs naar huis. Dit jaar zijn er onder de dichters van het 
festival podium slechts twee prijzen te verdelen. Net zoals in 2007 brengt Delia liefdesgedichten die net 
even anders zijn. 
"en het geloof in de liefde/ heeft een nieuwe religie gevonden/ niets van eeuwige trouw/ 
maar van 'ik hou van jou'/   vannacht"  

© John Zwart - 20 augustus 2008  

 

 
 
Poet Treefeest - Bergen NH -   Van het dorp, de boom en het hotel, een verslag - 12 augustus 2008 

Bergen, Noordholland 12 augustus - 
Het zit de enthousiaste organisatoren  van de openlucht 
evenementen niet zo mee deze zomer. Het veranderende 
klimaat, met als kenmerken: méér harde wind of storm en
overdadige regenval, vormt een regelrechte bedreiging voor de
cultuuruitingen onder de blote hemel. 
De vroege vogels van mei en juni benutten nog de beste tijd, 
maar wie gokte op de geijkte zomer volgens de kalender, de
maanden juli en augustus, komt er helaas meestal niet zo 
goed vanaf. 
Poet Tree heet de Gedichtendag van Bergen, die dit jaar voor de 
tweede maal werd gevierd als poëtisch evenement. Dat is meestal
de testfase die beslissend is of een festival het verdient om het tot
een vaste jaarlijkse traditie te brengen.  

Is Bergen geslaagd? Dichter JohnN maakte de dag als deelnemer 
mee en deed verslag. Hernehim Cultuur maakt nu de balans op.

De Boom 
                                    Poet Tree

            

          Boven: De kastanje  met nog droge inzendingen 
          Onder: Zangvogels fluiten het mooist in de regen.

              © Copyright: Eigen foto's Hernehim Cultuur 

De openingsbijeenkomst om 11 uur op het Plein onder de grote boom 
verliep
onder een dreigende onweersbui, die omstreeks 11:15 uur plagend
startte met wat regen, maar al spoedig op volle kracht losbarstte en met
alle ingrediënten als stortregen, bliksem en donder ons allen op de vlucht
joeg. 
Na een aanvankelijk leuk en speels begin met een 'vogelman' op een fiets
in zijn act zonder gesproken woord en een vriendelijk welkom van de 
geestelijke vader van het evenement, Arij van der Vliet, wiens woorden 
voor het merendeel in de wind wegwoeien en in verkeersgedruis verdronken...
verviel de opgewekte samenscholing tot een chaotisch geheel tussen de
gestalde fietsen en KPN
telefooncellen in de onderdoorgang tussen het
VVV kantoor en de Kunstuitleen. 

Individueel en in kleine groepjes zocht men zijn heenkomen naar droger
oorden. Het kleine gezelschap waarvan ik deel uitmaakte, verder nog de
dichters Jet van Swieten (Nieuwegein) en Rik Comello (Den Haag), 
vond elkaar op het overluifelde terras
van 'Gorter's Culinair'. Later sloot 
zich Rob Vos (Zaandam) bij ons aan. 
Behoudens de
'eigen aanhang' geen publiek 
Natuurlijk maakten we er het beste van en hielden ons plezierig bezig
door over en weer aan elkaar wat poëzie voor te lezen, waarbij ook Ellen
Swanenburg
spontaan meedeed. 
Héél soms werd er meegeluisterd, door een enkele moedige terraspassant
die aanschoof op het smalle beschutte strookje, strak langs de gevel. 
Zo vulden we onze morgenuren en hielpen de uitbater van Gorter's Culinair
aan een minimale omzet, onderwijl de auto's sproeiend door de regen-
plassen op de Breelaan voorbijsnelden. 

Tegen 13:00 uur werd het droog en organisator Arij van der Vliet
kwam langs, melden dat het lunchtijd was. Op het terras van het
naastliggend 'Hotel 1900' was een tafel neergezet met manden
broodjes en appels, bordjes en bestekbak. Ernaast een stuk
kaas, potjes eko-jam, thermoskannen met thee, koffie, tast toe.
Van de 20 á 25 deelnemers die ik verwachtte, kwamen er hier 
nog geen dozijn opdagen, een magere bezetting als die over het
hele dorp uitzwermt. 
Jet van Swieten ging om 14:00 uur een workshop geven in de
Openbare Bibliotheek en juist toen brak de zon door, wel is waar
met een stevig aanwakkerende wind, maar het buiten zijn werd
daarna heel wat aangenamer. Het kleine groepje workshop
deelneemsters (hoe komt het toch dat het bijna altijd alleen 
vrouwen zijn die zich voor een workshop poëzie aanmelden?) 
was voor Jet gemakkelijk alleen te begeleiden. Ik had meer zin
om nog wat in de buitenlucht te blijven. Een kleine wandeling 
naar de ruïnekerk, een van de 'locaties en onvoorziene plaatsen'
waar volgens aankondiging 'performances, muziekoptreden en
onverwachte gebeurtenissen' te beleven zouden zijn. 
In het gazon binnen de ruïne stond een meer dan manshoge 
xylofoon opgesteld. Maar het was er stil, de speler had blijkbaar
een pauze genomen, bijna serene  rust: geen dichters, geen 
publiek. Alleen een gezinnetje dat genoot van de weersver-
betering. 

                    Toch nog zon bij de ruìnekerk
Aan de westkant van het carré om de kerk zijn er winkels en 
terrassen die veel minder onrustig zijn dan in de kern, bij het
Plein, waar onophoudelijk het verkeer raast. Ik stapte de
'Eerste Bergense boekhandel' binnen waar de welwillende 
eigenaar me alle gelegenheid gaf om af en toe één of twee
gedichten voor te dragen. Telkens waren er 4 tot 6 mensen 
binnen om wat aan de boeken te snuffelen, zij wilden best 
wat poëzie horen. Twee dames bleken Slauerhoff liefhebber 
en werden zeer enthousiast over mijn 'Acrostichon' en 
'Mijn gedachten bij hem'. Beiden kochten een exemplaar van
mijn bundel "Zeearmen". Gaat om de bijna-laatste exemplaren.
Zo sprokkelt een arme dichter een stukje van zijn onkosten bijeen! 
Om 15:00u streken Rik Comello en ik neer op het terras van 'Fabels' 
vlakbij.  Het lag
helaas niet op de zon maar bood goed beschutting
tegen de westenwind die zijn best deed stormkracht te halen. Omdat
het niet koud was waren deze terrassen toch goed bezet. 
Rik haakte in op die onstuimige westenwind met zijn gedicht waarin 
hij aanraadde daar 'niet tegenin te roepen voor de eeuwigheid'. Rik en
ik hebben om beurt af en toe voorgedragen bij verschillende tafeltjes. 
Vóór vijf uur moesten we weer terugzijn op het Plein, dan zou de 
boekenkraam sluiten. 
Die stond in de tochtige onderdoorgang tussen het VVV kantoor en
de Kunstuitleen. Zoals verwacht was er niets verkocht. De vrijwilligster
zal een saaie, vervelende dag hebben gehad, jammer. 
Dan, valt een gat in de dag van half zes tot acht uur, maar er moest 
natuurlijk ook gegeten worden. Terug maar naar Gorter's Culinair, een
van de sponsors, waar deelnemers 10 euro korting op de rekening kregen.
Niet meer zoals vanmorgen, nu droog op het terras, maar er blaast zo
harde wind dat de salades uit de schaal waaien. Binnen eten dus. 
De hernieuwde kennismaking met Rob Vos - ik ken hem van podia in 
Zaandam alweer jaren geleden, werd met een goed gesprek bezegeld.
Rob Vos is acteur, docent drama én dichter, die zelf ook poëziefestivals
organiseert. Hij maakt op mij altijd veel indruk door zijn tekstgeheugen,
het is echt fenomenaal dat hij al zijn gedichten uit het hoofd doet en - als
het even kan - ook nog liefst zonder microfoon. 

 

Eten bij Gorter's Culinair. Op de voorgrond: Rob Vos 
© Copyright: Eigen foto Hernehim Cultuur 

 

Het hotel.
Tegen half acht gaan we de lobby van Hotel 1900 binnen, waar
een jong meisje bezig is haar geluidsinstallatie op te stellen, 
"Yori"
, presenteert zich later als 'singer-songwriter', zij gaat,
tussen de dichters in, wat muziek maken. 
Het stroomt snel vol met publiek en dichters. Al die mensen die
ik overdag tevergeefs zocht, omdat ze blijkbaar pas 's middags
kwamen, toen het droog werd? Of omdat ze het helemaal lieten
afweten overdag? Nu komen ze allemaal binnen. 
Ik zie Alkmaarders, onder andere Dick van Hoeve, dan nog een
heel Amsterdams peloton: Merik van der Torren, Simon 
Mulder
, Pom Wolff, de Rotterdammer Arie Vuyk. Ook nog 
wat plaatselijke coryfeeën, zo zijn er opeens wel meer dan 20 
podiumkandidaten. 
Met zoveel zelfbewust volk is het zaak een en ander goed in de
hand te houden.
Dick van Hoeve van de Alkmaarse Dichterskring mag openen,
hij houdt zich aan het thema: "Bergen, ontmoeting, natuur". 
Arie Vuyk is "de komiek" die zijn korte satires, grappen en
grollen met wat halen uit een mini-accordeon begeleidt. Ik 
onderga bij hem een "Dorrestein-effect". 

Er staan drie dames geprogrammeerd met proza, een fragment
van een nog niet verschenen roman, een kortverhaal en een 
folkloristische bijdrage over een Cubaans kruidenvrouwtje. Het is
aantrekkelijk om poëzie voordracht af te wisselen met muziek of
een humoristische column. Maar uit ervaring weet ik dat proza 
tijd vréét, een risico als je ook nog een twintigtal dichters moet
gaan accommoderen. Als je niet oplet gaat het geheid uit de 
hand lopen. 
Tussen het proza door gelukkig weer wat poëzie van Rob Vos
die het publiek boeit met "Is er wel een bodem?" en filosofeert 
over de vergankelijkheid, uitlopend in een lach: "Zoef !"  

Boven: "Yori" - Yori Swart, jeugdig singer-songwriter - 
staat op myspace 
Onder:  Arie Vuyk 

© Copyright: Eigen foto's  Hernehim Cultuur  

 

 

    Is er wel een bodem? 

     Ieder mens heeft kloven en grachten 
     diep in het hart. 
     Er zijn putten 
     en onvermoede schachten 
     ook daarin gooien wij onze bundeltjes smart. 

     Omdat het zo'n eind moet vallen 
     pakken we dit bundeltje stevig in 
     en met elke riem, touw of ketting 
     binden wij het tesaam. 
     We schuiven het over de rand. 
     Weg, weg, WEG! 
     uit ons bestaan 

     maar; hoe diep, duister of onpeilbaar 
     het daar beneden ook is: 
     verdriet raak je niet kwijt. 


     Toch is er één stortgat 
    waardoor je het kunt lozen 
    maar die heet: Tijd. 

    ©  Rob Vos 

 

 

Ontmoeting 

In het park kwam ik hem tegen. 
In wit laken gestoken draaide hij 
zijn schedel naar me toe en grijnsde. 
“Ik ben mijn zeis kwijt,” zei hij, 
“heb je die ergens zien liggen? 
Ik kijk wel even verder, tot ziens.” 

Huiverend liep ik naar huis. 
Weer zag ik de lange gestalte. 
“Ik heb hem weer gevonden,” 
zei hij opgewekt, “zie je morgen.” 

 

©  Merik van der Torren

 

 

 

   Naomi voert ons door een duistere buitenwijk van Havanna

De mevrouw, die zich Naomi noemt, krijgt het wel muisstil met haar trage
verteltrant en geladen spanningsstiltes, waarmee ze een schijnbaar voodoo-
horrorverhaal uiteindelijk naar een gelukkig slot voert, maar oh... die klok, 
die draait maar dóór en in het overvolle vertrek, met openslaande deuren 
die vanwege de storm buiten gesloten moeten blijven, wordt het heter en heter.
En het meisje Yori, dat zoveel Engelse liedjes zelfgeschreven heeft, wil ook
zo graag veel spelen en de bar moet toch óók draaien. 
Dan moet die dichtersstoet zich inhouden voor weer een flinke pauze, dan
kunnen ze mooi even buiten peuken gaan roken. 
Merik van der Torren houdt het bij korte gedichten, zoals over zijn ontmoeting
met de 'man met de zeis' maar mag later nog een tweede keer opkomen, 
Simon Mulder pakt zijn 'brevier' en stemt zijn toon weer af op zijn 19e-eeuws
imago, waarmee hij Arij blijkbaar hypnotiseert, want hij gaat maar door zonder
dat het tot de spreekstalmeester begint door te dringen dat het feest op die
manier ver over de veronderstelde eindtijd van elf uur zal uitlopen. Ook Ellen
Swanenburg, die zich op de dag zelf het podium nog heeft binnengepraat, 
én de dames die spontaan aan de workshop van vanmiddag meededen, én de
mensen, die een gedicht uit de boom geplukt hebben... al die mensen mogen
zoals is beloofd, ook nog het podium beklimmen. En Peter Smulders leest 
het ene gedicht na het andere over ruisende dennenbomen die de esdoorns
omarmen. 
De hitte binnen en de overdosis wordt mijn 'maatje' Rik Comello
teveel en hij verdwijnt door de zijdeur richting Den Haag. De avond
spoedt zich naar zijn einde en al wat meer mensen gaan naar 
huis. De schrik slaat toe. 
Jet van Swieten krijgt een strenge beperking in hetgeen zij nog
mag lezen, wat helaas een verstoring in de zorgvuldig gekozen 
cyclus betekent. Gelukkig heb ik ze vanochtend onder het regen-
scherm allemaal al gehoord, zodat ik toch van "Zonsondergang
in Oostende" kan genieten. 
Pom Wolff weet als slamdichter als geen ander hoe hij het in de
impressie en in de kwaliteit moet zoeken, en hij beperkt zich
vrijwillig in zijn kwantiteit. Ondanks het vorderende uur weet hij de
volle aandacht op te roepen. 
Nadat Rik voortijdig was vertrokken blijkt Arij mijn naam ook maar
even gemakshalve uit het lijstje  te hebben geschrapt om zo te
trachten niet al te ver over de tijd heen te schieten. En dat schiet
mij in het verkeerde keelgat. Een dag "van elf tot elf" geheel 
meegemaakt en dan ongehoord 140 km naar huis gestuurd? 
Dat overschrijdt de wellevendheid. 
In het allerlaatste blokje mag ik nog 3 korte gedichten, wéér
probeer ik er het beste van te maken, ik blijf een positief mens! 
       

          Pom Wolff, ervaren podiumdichter houdt de mensen scherp
          © Copyright: Eigen foto Hernehim Cultuur

 

     zonsondergang in Oostende 

     toortsen zijn gebouwen 
     fakkels der afdaling 
     een hel en vurig licht 
     ’t is geen duivels plan 
     waar zon laaiend de regel dicht 

     op het zeeheldenplein 
     de matroos tuurt stijf 
     achter de branding 
     naar verstreken verten 
     waar zee geduldig zand verplaatst 

     een visser hengelt 
     op het westerstaketsel 
     de dames en heren flaneurs 
     zij ondergaan de ondergang  

     die onvergankelijk lijken 
     ensor zagen borstelen 
     en morgen opnieuw de tijd vergeten
     om te zien hoe de zon de regel dicht 

 

     © Jet van Swieten 

 

vader 

van mij had je mogen blijven 
dat weet je wel 
ik ben een uur gaan zitten 
met een boekje in mijn hand 
een pen om je te schrijven 
het was een zinloos uur 
er is er een vertrokken 
en een is blijven staan meer is het niet 

dat er altijd zand zal zijn 
en altijd wel een kind 
zo weten we het zand 
weer los en laten het 
ik adem nog 
en jij in mij niet minder 
dat is het dat ik schrijven kan 
dat is het dat ik dood 

 

© Pom Wolff 

 

Er waren ruim 25 podiummomenten gepasseerd. 
Ik noemde alleen hen die mij om één of ander reden goed zijn
bijgebleven, er is een grens aan wat een mens in zich kan 
opnemen. Want wie waren er nog... de vader van de zangeres 
die ook dichter bleek te zijn, een blonde mevrouw Marie Anne
die acapella een lied zong, een Jeremy, een Guda, een Klaartje,
een Thea, een Paul Hof en dan ben ik vast nog niet volledig, 
is mij ongetwijfeld nog iets ontschoten. 
We hebben veel gehoord deze dag, er sprongen een aantal hoogte-
punten uit, maar er werd ook wel goedbedoeld woordenwerk ten 
gehore gebracht, dat het niveau van 'tussen de schuifdeuren' niet 
vermocht te overschrijden. 
Poet Tree 2009 wéér? 

© JohnN - 14 augustus 2008 - voor Hernehim Cultuur 

 
 
Dichters in de Prinsentuin 2008                                                     Verslag van Loes Essen  -   2 augustus 2008 

De elfde editie van het poëziefestival Dichters in de Prinsentuin
van Groningen vond dit jaar plaats op 23, 24 en 25 juli.
Hieronder volgt een impressie van Loes Essen, die het gehele
festival voor Hernehim Cultuur meemaakte: 

De eerste avond in jazzcafé De Spieghel  

Er is veel belangstelling die eerste avond in jazzcafé 
De Spieghel, gepresenteerd door Hans Hof. Daar treden in het
voetlicht: Alexis de Roode (God is een kind, dat achter je 
aan blijft lopen, 'mag ik scheppen, mag ik scheppen, mag ik
scheppen?...NEE!!') 
Nyk de Vries, Ronald Ohlsen (afgetreden stadsdichter van
Groningen 2005-2007). 
Krijn Peter Hesselink draagt voor uit zijn kersversedebuut
bundel, onder andere: 

               

                      De Prinsentuin. 
                      Rozenperken tussen het theeveld en de loofgangen

DE BALLADE VAN DE PIEPENDE MAN 

Hier staat de piepende man 
hier dringt een hengst zich tussen zijn benen 
hier gaat de piepende man 
in een wilde galop door het landschap 

En alles is landschap 
behalve de piepende man 

Opwaaiend stof 
hamerende hoeven 
zwetende flanken 
dansende horizonten 

Alles is landschap 
behalve de piepende man 

Wat hier in galop 
door het landschap gejaagd wordt 
is een gat in het landschap 
is niets 

Alles is landschap 
niets piept 

© 2008 Krijn Peter Hesselink (Uit: 'Als geen ander' )

 

Opvallend is de presentatie van de fragiele Vlaamse Eva Cox
Zij geeft met warme stem een bijzondere voordracht, danst als het
ware haar gedichten in slow motion. De subtiele, vloeiend draaiende
bewegingen lijken ter plekke organisch te ontstaan uit de woorden.
Gedichten van een hypnotiserende overtuiging, knap geacteerd
in timing, herhaling, nadruk; kortom een indrukwekkende 
performance, breekbaar, maar ijzersterk. 

Zij droomt zich een stoel 

Zij droomt zich een stoel 
touw om de enkels, 
metaal van een loop in de nek. 
Maar niets dwingt. 
Niets dat woorden uit haar vingers wringt. 
De polsen gebonden aan pannen en emmers, 
de mond aan een mond, het hart aan twee poppen. 
In de verte de pen. 
Splinter in het lampgeel van de kamer. 
Tussen haar en daar een web van stemmen 
dat haar stopt. Als een dolle bal. 

Eva Cox (Uit: 'Pritt.stift.lippe', 2004) 

De dichters in het jazzcafé worden op professionele wijze 
muzikaal ondersteund door Cees Bruinsma, Tanco Noorlander,
Ernst Boiten en Simon Grootoonk. 

 

   Krijn Peter Hesseling
                                                (Enschede)
    Eva Cox (Gent - Vlaanderen) 
                                                                       Foto's Jaques Vos 

De tweede dag, donderdag 24 juli 

Donderdagmiddag kondigt op zijn bekende joviale manier 
Klaas Knillis Hofstra de eerste dichters aan op het Theeveld
van De Prinsentuin

Deze plek levert sfeervolle zomerse beelden op: alle klap-
stoeltjes bezet, her en der liggen bezoekers in het gras volop
te genieten, de één met het hoofd op de buik van een geliefde,
ogen dicht, de ander in diepe concentratie even vredig als het
slapende kind in de buggy ernaast. IJs druipt over kinder-
handen. Loom en peinzend wordt een sjekkie gedraaid en
opgestoken. Het mag hier nog. 

Deze dagen zullen er 80 Vlaamse en Nederlandse dichters
te horen zijn. Ongeveer de helft ervan heeft werk gepubliceerd,
mag zich professioneel noemen, de andere helft zal nog onder
de noemer 'amateur' te boek staan. 
Hans Mirck
, winnaar van de Dunya Poëzieprijs 2004 vraagt 
zich af: Is poëzie ambacht of inspiratie? Hij gaat met deze 
vraag naar buiten. 
Een Islamitische slager geeft zijn mening: 'Als gedicht is goed,
gedicht is klaar; als gedicht is klaar, is goed, is makkelijk'. 
Deze dichter zal 's avonds samen met Peter Holvoet-Hanssen
Ted van Lieshout
en Erik Bindervoet onder leiding van 
Tsead Bruinja
in Athena's Boekhandel deel uitmaken van 
'Dichters interviewen Dichters'

    Nyk de Vries 

  Peter Holvoet Hanssen 

         

                   Roos Rebergen (Roosbeef) 

Foto's Jacques Vos 

 Na voordrachten van Ruth Lasters en Maarten Doorman komt een jonge
 vrouw met vlammend rood haar naar voren en gaat achter een keyboard
 staan. Het is zangeres Roos Rebergen van de groep Roosbeef
 Zij zet een sterk optreden neer. Haar sprankelende muzikaliteit moet 
 even de zinnen van het publiek verzetten, maar ook haar pittige teksten
 en slepende uithalen dwingen hier tot luisteren, houden je op de plaats,
 ademloos. Haar stem is snijdend glaszuiver. Dit is geen optreden waarbij
 je even wegloopt, 'n drankje koopt, zelfs een bezoek aan het toilet wordt
 graag even uitgesteld. Fascinerend in alle opzichten. 
 Haar lichaam kromt en wiegt op de maat en lijkt haar handen ín de toet-
 sen te drijven in een dwingende driekwartsmaat. Haar woorden drijven en
 dreunen naar binnen en blijven daar lange tijd hangen, net als die stem,
 die net tegen de toon aan lijkt te tergen, maar nergens vals wordt en dat
 maar blijft herhalen in nietsontziende slepende klanken. Tegen tonen aan
 die nooit thuis lijken te komen, heel bewust, als een vinger in de wonde.
 Deze klanken schrijnen en schrijnen, doen pijn, maar het is een lekkere
 pijn. In oktober verschijnt het eerste album. 

          als ik langs een rotonde fiets 
          al heb ik het warm of koud 
          dan denk ik 
          hoe voelt het als je dit hebt gebouwd 
          wie heeft dit gemaakt 
          en heeft dit gebrouwd 
          wie heeft dit geplaatst 
          en wie heeft dit gesjouwd 
          het zijn de bouwvakkers 
          het zijn de bouwvakkers 

          voor wie zelf wil oordelen: HIER een link voor
          wie zelf wil oordelen: HIER een link

 

's Avonds na de interviews bij Athena is het nog niet afgelopen.

Want  in Café De Wolthoorn is de mogelijkheid het glas te heffen
samen met enkele dichters. En de dag wordt afgesloten met een
poëtische rondwandeling door nachtelijk Groningen, met o.a. 
Wim Hofman, Daniel Billiet, Sacha Landskroon, Simon Mulder
Harry Zevenbergen en de Moordwijven

 


Sylvie Marie 


Willem Thies 


Bas Rompa 

Foto´s Jaques Vos 

De slotdag, vrijdag 25 juli 

Een greep uit de optredens op het nog steeds hoogzomerse Theeveld: 
Sylvie Marie (Moedermomenten 3; 'ooit maakten we je een geschenkje/
zetten dat tussen de pot met schrijfgerei/en de blocnote op het bankje
in de keuken/ je hebt nooit gekeken'
) Anna de Bruyckere ('ik heb 
mijzelf drie rimpels aangemeten/ sinds jij er niet meer bent/ (…) 
het eerste lid in een reeks/ blijft vaak bepalend'

Vicky Francken ("Aarde", 'ik hou van de manier waarop roest vermoeid-
heid suggereert, (…) dit is het graan, dit is mijn wade, dit is mijn stem,
zo waad ik naar aarde)
, "Complot", het is een samenspel van hersen-
kwabben, het is het verschil tussen draagbaar en te dragen (…) dat ik
mij afvraag wie mij invult, wanneer ik leegloop

Willem Thies ("Confessie": 'Ik wil geen kaarsen, kerkkoor, kruisen,
rozenkransen/ Ik wil geen altaar, offerlam, tweesnijdend mes/ Ik wil 
geen Christusbeeld, aartsengel, cherubijn (…) Ik wil geen lansen in 
flanken gestoken/ Ik wil geen mantel der liefde'

Daniel Billiet verhaalt van een blinde vrouw, die na lange tijd het zicht
weer terugkrijgt door een operatie en letterlijk haar ogen niet kan 
geloven; zij houdt ze nog weken gesloten. Eindigt zijn optreden met:
'zul je niet mij maar een gedicht vinden/ boos zul je het verscheuren/
omdat ik het niet ben/ omdat ik het ben' 

Koos Dalstra ('mijn poëzie gaat over liefde') is de enige die in korte 
broek ten tonele verschijnt en zal de enige dichter blijken met een 
enorm volume. In een bulderende performance, die (zij het alleen in 
volume) aan A.C.G. Vianen doet denken, schreeuwt hij zijn regen-
gedicht uit. De weergoden trekken zich er niets van aan, gelukkig. 

Er volgt een optreden van theatergroep Platonia 
(Is huilen besmettelijk? Wat is eigenlijk een feest?

Bas Rompa (die al enkele goed ontvangen dichtbundels op zijn naam 
heeft) vraagt zich af waarom groente als tomaten en bieten niet 'roodte'
heet, komt met een frisse ode aan de mestkever en vraagt aandacht
voor een oude tuinbank, die 'teleurgesteld tot in mijn merg; wie vraagt
hout wat het wil?'
uiteindelijk geen andere wens heeft, dan te worden
gezien. 

Vervolgens nog onder andere Jan Baeke ('de zon heeft zonder 
aarzeling gewist wat de regen heeft geschreven
') en Hannie Rouweler,
die verklaart, dat niets een dichter tegenhoudt, 'die verder moet dan
zijn eigen woorden' 

 


Saskia van den Heuvel 

In de loofgangen 

Ook dit jaar weer een keur aan dichters in de loofgangen, de 
één zacht mompelend, de ander bijna iedereen overstemmend. 
Sterke presentaties van onder andere: Saskia van den Heuvel
('Het leven is perfect zoals je ziet/ er wordt niet meer gekleefd/ 
alleen  de suiker maakt me high./ We draaien om de hete brei 
en aaien onze wonden/ niemand weet van ons verlengd 
verlangen behalve wij  en wij wij…
') 

Peter Knipmeijer (inmiddels bekroond als 'Hernehim Dichter
van de Maand), F. Starik en Annelie David, laatstgenoemde
een  dichteres die op ons al indruk maakte op het open podium
van de  Bibliotheek van Amsterdam.(Uit "onder de nachtelijke 
hemel":  het huis is rust geworden/ mijn hand komt los van het
papier/ zou
 het nodig zijn keer ik terug als een dier dat 
niemand kent..
 Uit "einde van de avond": 'hij beweegt zijn 
armen alsof er meisjes  in wonen/ stampt met zijn voet een land
uit de vloer
).Zij zal met haar partner 's avonds deel uitmaken van
een kleurrijk gezelschap dat de (door de organisatie aangeboden)
gezamenlijke  maaltijd gebruikt in 'De Biechtstoel'. 

   Peter Knipmeijer 
   
   

                             © foto Dichters in de Prinsentuin

 

 Finale 

Het Festival wordt traditioneel sfeervol afgesloten op het terras
van Schouwburgcafé De Souffleur. 
Bart FM Droog opent de avond, die zal worden opgeluisterd 
door dichters Karel Eykman, Annemieke Gerrist, Benno 
Barnard
, Hans Verhagen en Rogi Wieg
Andy Fierens - Filip Vandebril - Michael Brijs
, bekend als
Andy and the Androids, vermaken het publiek met scherpe, 
geestige teksten. 

Roos Custers verdient alle lof voor de organisatie van dit 
geslaagde  evenement. Het was weer zeer de moeite waard 
Wellicht had er iets meer dynamiek, meer afwisseling in de 
 voordrachten gekund, maar dat is uiteindelijk aan de dichters.

In de jaarlijkse gelegenheidsbundel  
 'Dichters in de Prinsentuin 2008', met een voorwoord van 
dichteres  Anneke Claus, is van alle dichters die hebben 
opgetreden een  gedicht verzameld. 

Loes Essen, 2 augustus 2008 
 voor Hernehim Cultuur. 

Ook genoten we een mooi optreden van Wim Brands 

Stoet 

 Of de stoet nu lang is, 
 luidruchtig, stom, 
 kort 

 altijd vind ik mijn plek: 
 naast een man of vrouw 
 alleen 

 die ik vraag wanneer 
 de overledene 
 voor het eerst in zijn 
 haar leven verscheen 

 en zwijg tot na de koffie; 
 en na de laatste knik 

 ben ik altijd de man 
 die verdween. 

  © Wim Brands 
      Uit: "Ruimtevaart", Nieuw Amsterdam, 2005 

 
 
Julipodium van Centrale Bibliotheek Amsterdam                   met prijsuitreikingen van Hernehim - op 26 juli 
 

Amsterdam - De brede trappen van de nieuwe Centrale 
Bibliotheek van Amsterdam blijken nog gesierd met het 
Amsterdam-gedicht ter ere van de viering van de tachtigste
verjaardag van Simon Vinkenoog, acht dagen eerder: 

EEN NIEUW GEDICHT VOOR AMSTERDAM 

JE STER GAAT WEER STRALEN, AM
*DAM
DE MAGIE GAAT WEER WERKEN,
AM
*DAM
HET VOORJAAR KOMT NADER, AM
*DAM
JE WORDT WEER VERLIEFD, AM
*DAM
JE GAAT VRIJER BEWEGEN, AM
*DAM
ER KAN WEER GELACHEN WORDEN, AM
*DAM

                                           Simon Vinkenoog 

 

Buiten is het drukkend warm, binnen in 't gebouw echter aangenaam
koel. Ook al zitten we midden in het vakantie hoogseizoen, toch 
vullen zich de twee voorste rijen van het Cultuurplein op de tweede
étage.

In de eerste plaats besteden we aandacht aan mensen die nog
nooit eerder op het OBA Podium te zien en te horen waren: 
Hadden we een maand geleden een verrassende zangeres, nu komt
de afwisseling van een deelneemster die ons proza leest. Shayne 
McCreadie
, in weerwil van haar angelsaksische naam toch een 
Nederlandstalige dame, had al enige tijd ervaring met vingeroefeningen
op haar weblog, maar zij wil nu wel eens een live-publiek in de ogen
zien. En ze vertoont geen spoor van plankenkoorts of microfoonangst
terwijl ze een futuristisch verhaal over 'teleporteren' leest, de techniek
waarmee auto's en andere vervoermiddelen binnenkort (?) ouderwets 
en geheel overbodig worden. 

                                  Shayne McCreadie

Martijn de Bock is muzikant en zijn eigen tekstschrijver. 
Hij is zonder instrument gekomen om zich op tekst en poëzie
te concentreren. Hij maakt indruk door een lang Engelstalig
prozagedicht voor te dagen, zónder papier. 
Aurora Guds kennen we van Dichterscafé Eijlders aan de 
Korte Leidsedwarsstraat, maar ze staat voor het eerst achter
de microfoon in de OBA. Ook al zo'n zelfverzekerde voordracht.
In overdrachtelijke zin zijn het allemaal 'stoere mensen', de 
nieuwkomers, Martijn Boomsma ook in letterlijke zin: op het
podium raakt zijn kruin bijna aan het plafond. 
Zijn poëzie zonder pretenties ontstond in een soort zelftherapie.
Het vraagt om fysieke inzet en dat gaat hem nog beter af
zonder microfoon, mét aanmoediging door presentator 
Jos van Hest. 

                       Martijn de Bock 

De laatste nieuweling is Juanna Semiranis Guillen (spreek uit:
Goe-anna). Zij is het Nederlands nog niet voldoende machtig om
haar eigen werk te kunnen vertalen. Voorlopig schrijft ze nog in
haar eigen taal, het Spaans. 
Ik hoor haar hetzelfde gedicht voordragen als vorige zondag in
het Park Frankendael. Een hartstochtelijk pleidooi voor de wilde
natuur van het Amerikaans continent, een aanklacht tegen de 
vernietiging van de bossen, tegen het uitsterven van de oersoorten.
Jos van Hest neemt graag het lezen van een vertaling voor zijn
rekening. 


Boven: Louise, 
zij schreef 't winnend 'Hernehim Gedicht van de Maand' van mei

De uitreiking van de Gedicht van de Maandprijzen van mei en 
juni van Hernehim Cultuur, aan resp. Gerda Posthumus  
(Louise) en Peter Knipmeijer wordt door presentator Jos van
Hest in de middag geïntegreerd. 
Gerda / Louise krijgt nu toch nog zelf (want bij de bekendmaking
kon ze niet aanwezig zijn) gelegenheid haar winnend sonnet 
"Omstreden" voor het publiek te lezen en ze sluit haar voordracht
af met een Acrostichon op Simon Vinkenoog, geschreven voor
diens 80e verjaardag. 
Peter Knipmeijer leest zijn "Rood en wit" en licht zijn speciale
band met Denemarken toe. Hij maakt indruk door al zijn poëzie
uit het hoofd te lezen. Het bekroonde gedicht is geschreven op
de "Lille Havfrue" het beeldje de kleine zeemeermin dat aan de
oever in de haven van Kopenhagen staat. 

        Peter Knipmeijer, blij met zijn prijs van juni 

Bekende aanwezigen in de OBA wil ik nog even noemen: Merik
van der Torren
, tovert zijn vrolijke rode parapluutje weer tevoorschijn;
Josje Zegwaart, laat een meeslepende flamenco horen, door Jos
van Hest begeleid ("aijaijaaai"); Lisan Lauvenberg oogst succes 
met haar hilarische prozagedicht aquajoggen; Julia Klaverweide,
(zonder hoedje dit keer) doet heel omstandig haar verhaal terwijl
ze er rustig voor gaat zitten; en Jako Fennek, geeft ons zijn 
gedichten over de moderne romantiek, het tijdsbeeld van de internet-
liefde prijs. Poëtische email geschreven aan de voeten van de 
aangebedene "C". 
O, ben ik nog iets vergeten? Kort voor het einde komt nog iemand
binnensluipen. En al valt het einde - zoals gewoonlijk - weer voorbij
de klok van 5 uur, déze dichter mag toch nog iets laten horen. 
Wie? Ja, wie.... 
                              © John Zwart voor Hernehim Cultuur 29 juli

 
 
                            Poëzie in het park                                       Dichters niet in het gras op 20 juli in Park Frankendael

        Vóór 14:00u was het nog heel aardig zondagsweer
De zomer mag dan wel herfstige trekjes vertonen Amsterdam Wereld
boekenstad 2008
gaat onverstoord door met het Poëzie in het Park project.
Daarin staan telkens om beurt een tiental parken een hele zondag in het
teken van dichters en andere taalkunstenaars. Poëtische wandelingen, 
workshops en acts op een podium - maar het belangrijkste element is 
steeds het á la carte optreden van een groot aantal dichters uit Amsterdam
tot van ver daarbuiten. 
Heel individueel voor een passantenpubliek vanonder een kleurige parasol. 
Zo verwierf het project ongeveer halverwege zijn nieuwe subtitel "Dichters
In Het Gras"
. En dat is natuurlijk Pluvius tarten in ons Hollandse klimaat....

Zondag 20 juli was er héél wat zon - was ook voorspeld - maar precies 
tussen 2 en 4 uur, toen de dichters zich verspreid in het gras zouden vlijen,
werd de hemel duister van regenwolken die zich plagend over ons begonnen
te ontladen.
Dat vroeg om alternatieven. Mick Witteveen en Jos van Hest besloten om de 
deelnemers als één grote groep op het overdekte podium plaats te laten 
nemen met één centrale microfoon. Als een estafette zouden alle dichters 
elk één (of twee korte) gedicht(en) laten horen. 

Een leuke oplossing voor het moedige publiek dat ons trouw was
gebleven, het was maar een kleine minderheid die het voor 
gezien hield toen duidelijk werd dat het niet om een bui ging van
"even wachten tot die is overgewaaid." 
Zo kregen de mensen onder hun regenhoedjes en paraplu's de
gelegenheid om even een 'smaakmakertje' te ervaren van elke 
'grasdichter', dat was iets wat wellicht, binnen de tijd van 2 uren
al dwalend van parasol naar parasol, niet zou zijn gelukt. 
Stadsdeelvoorzitter Martin Verbeet opende met een gedicht 
geschreven door Leo Schats: 'zoveel voetstappen in oost'.
Toch had ik de indruk dat niet alles verliep zoals het 
Mick Witteveen
voor ogen stond, toen ze het 'startschot' had 
gegeven met: 'Een ronde voor iedereen. Als er dan nog tijd is 
en het regent nog steeds, gaan we nog een keer rond'.
 
De mate van bescheidenheid en zelfbeperking is niet elke 
podiumdichter van nature gelijk gegeven. 
Omstandige inleidingen en behoorlijk lange gedichten pasten
niet in het beoogde schema. Een tweede ronde bleek helaas
een illusie... na één ronde was de tijd op.  

                Onder: Jos van Hest en Mick Witteveen in overleg

                   Boven: Een moedig publiek in Park Frankendael

Misschien was het beter geweest om het Antilliaanse duo "Poetry Circle
Nowhere"
aan de estafette niet te laten deelnemen, immers zij stonden 
toch ook later in het programma op het centrale podium met een eigen 
optreden. 
Hoe dan ook, een openlucht evenement blijft altijd kwetsbaar. Natuurlijk, 
als je werkelijk had kunnen voorzien hoe het weer boven de stad zich zou
gedragen (want tegen half vijf brak de zon weer door...) ja, dan zou het 
programma van het centrale podium om 2 uur mooi droog onder het zeildoek
hebben plaatsgevonden en zouden de "Dichters in het Gras" zich om 4 uur
alsnog over het grote grasveld hebben verspreid. Maar zoals een bekend 
cabaretier lang geleden al verzuchtte: "als je alles tevoren weet, kun je voor
een dubbeltje de wereld rond`
.  

 

 © Foto's Hernehim Cultuur en Amsterdam Wereldboekenstad  

 
Op het podium kregen 2 ´grasdichters´ nog wat extra aandacht
Marianne Kalsbeek, die een prozagedicht had geschreven op
een ´onmogelijke´ opdrachtregel, uitgewerkt tot een amusant 
verhaal en Vera De Brauwer, die de kans kreeg nog een sonnet
van haar hand te zingen, waarmee ze de naam van het 
SON-net eer aandeed. 
Wij van Hernehim Cultuur willen graag ook even extra aandacht
geven aan Anke Labrie, die wel een mooi gelegenheidsgedicht
schreef, maar niet aanwezig kon zijn. Omdat ze in het chaotisch
verkeer van Amsterdam werd aangereden. 
Voorspoedig herstel gewenst Anke! 

 

            Hiernaast: Vier van de ´grasdichters´, onder het tentzeil
            wachtend op hun beurt - Joop Scholten, Simon Mulder, 
            Wilma van den Akker en Frans Terken.

Geschreven op een opdrachtregel  van Tierza Wiersma
door Anke Labrie


     volgend jaar wil ik witte tulpen op mijn balkon 
     ze zullen het licht absorberen 
     van de morgenzon in hun doorschijnend blad 

     in de schaduw van het middaguur temperen zij 
     de kleurencirkel van het plein
     heldere vitrage hangend aan een schone hemel 

     zacht verspreiden zij hun licht als de avond valt 
     langzaam verdwijnt het wit 
     in de gesloten kelken rond de zwarte stampers 

     schildwachten staande voor mijn open deuren 
     stevige silhouetten in de nacht 
     volgend jaar zomer zal ik eindelijk buiten slapen 

 

     © anke labrie 
     Opdrachtregel van Tierza
     "Volgend jaar wil ik witte tulpen op mijn balkon". 

 

     Ook presentator Jos van Hest had zich op het dichten
     in opdracht geworpen. Op een regel van Emilie schreef hij: 

 

     Voor Emilie 

     soms is het leven mooi 
     soms is het heel lelijk 
     en vandaag is het heel lelijk 
     nee, ik wil niet dat je komt 
     nee, ik wil niet dat je me zo ziet 
     nee, ik wil er verder niets over zeggen 
     dan wordt het alleen maar erger 
     soms is het leven heel lelijk 
     nee, nee, nu hang ik op 

     

     © Jos van Hest 
     Opdrachtregel van Emilie
     "Soms is het leven mooi, soms is het heel lelijk"

 

 
Na de pauze hield de regen op en kwam de grote muzikale act
van het programma. Uit het Surinaamse mannenkoor Maranatha
heeft zich driekwart jaar geleden een kwartet gevormd: 
The River Jordan Quartet, dat versterkt met een extra stem als
vijfmans formatie optrad. 
Zonnige muziek, enthousiast meerstemmig gebracht, en ja, 
die grote daar helemaal links, dat was die diepe bas.

 

The River Jordan Quartet 

 

Drie deelneemsters van de poëzie workshop van Joost 
Swanborn
in de ochtend mochten ook nog hun eerste 
pennenvruchten voor de microfoon laten horen.
Verder was het woord aan drie dichters: Ray Mohan die
zich op de gitaar liet begeleiden. Daarna Al Galidi, die 
van Jos van Hest het podium niet mocht verlaten voordat 
hij zijn 'penisgedicht' had gelezen. Tenslotte de Groningse
dichter Tjitse Hofman

 

                                                   Al Galidi met zijn toegift 

© John Zwart voor Hernehim Cultuur 21 juli 2008

 

    Nog een paar toepasselijke Parkgedichten geschreven naar aanleiding van opdrachtregels
 

 

     Voor wie is het park nog 

     voor de stadszwerver 
     met zijn weggooidraagtas 
     voor de uitlater met zijn stadshond 
     -ritueel een keertje rond- 
     voor de moeder en haar kind 
     een stukje honden verbodengras 

     maar ademt het park niet 
     de zondag, ja zo zóndag is het park 
     -zoals 't altijd al was- 
     maar de middag gewijd aan de sport 
     en de avond door het horen der coaches 
     helaas nog te kort 

     ga toch eens kijken op de vroege 
     zondagmorgen, dan kun je beleven 
     wat dat park voor ons doet 
     -ja, ik weet 't is wel vroeg- 
     véél te vroeg nog, maar van ver
     komt het vogelgeluid je al tegemoet.

 

     © John Zwart (JohnN) 
     Opdrachtregel: 't is vroeg veel te vroeg maar een muur
     van vogelgeluid komt je van ver tegemoet

 

 

          Summer's tale 

          Summer seems to be very shy this year 
          it hides among the leaves of an old plane-tree 
          or behind the solid trunk of a sheltering oak 

          it spies upon children wearing warm sweaters 
          playing in the park, ready to jump on their bicycles 
          and hurry home when the first drops fall 

          it listens in to a young couple, lying in the grass 
          whispering sweet words, but suddenly cursing 
          because of the shower that drowns their caresses 

                    come on Summer, show yourself
                    before impatient Autumn does!
                    let us admire your brilliant green dress 
                    with its border of sun-drenched flowers 
                    tempt us with your tight blue skies 
                    touch us with your pleasing breeze 

                    don't be shy, give it a try 
                    when no one's watching but me 
                    I would like to have some sun 
                    to walk naked in the park 
                    I'll dance into your sultry sunset 
                    my fair skin glowing in the dark.

 

          © Vera De Brauwer 
          Opdrachtregel: I would like to have some sun
          to walk naked in the park 

 

    Uilen riepen

     Uilen riepen boven het park. 
     De kerkklok sloeg twaalf uur. 
     Er liep een hondje langs het hek. 
     En wie kwam er aan?….een valse heks.. 
     “Spinnenkoppensoep en nachtschadethee,” 
     krijste ze, “Fikkie, ik neem je mee!” 
     Jankend vluchtte het arme dier weg. 
     Daar ging haar smakelijk broodbeleg. 

     © Merik van der Torren 
     Opdrachtregel: En wie kwam er aan? ... een valse heks! 

 

          Zomer, winter 
          herfst, lente 
          Ik ben uitgezind 
          Dolzinnig van het idee 
          met een zomers briesje 
          als een druppel op een blad 
          van een boom op Frankendael 
          neer te zwieren, met elan 
          zonder is ook goed 
          ben ik dolzinnig uitgezind 

          © Dasja Koot 
          Opdrachtregel: Ik ben uitgezind

 

 

 
 
                            Met het oog op morgen                              Een onverwacht oog op 'Het Oog'  6 juli 2008
   
Geheel onverwacht kreeg ik afgelopen weekend een telefoontje
van de redactie van het dagelijkse NOS nieuwsprogramma 
'Met het oog op morgen'. Met het verzoek om in mijn auto te 
stappen en naar de Studio op het Mediapark te Hilversum te
komen. Meestal zijn dit soort verzoeken voorbehouden aan 
commentatoren, kamerleden, deskundigen op enigerlei gebied
en soortgelijke VIP's. 
Daar reken ik mijzelf niet toe. Maar de zondag is de vaste 
avond van John Jansen van Galen, die buiten zijn journalistiek
werk voor de NOS ook nog schrijft over natuurwandelingen en...
tevens groot poëzieliefhebber is. En daarin lag de verbinding. 
Al meer dan 15 jaar maakt John J van Galen er zijn gewoonte
van om de uitzending tegen middernacht af te sluiten met het 
voorlezen van poëzie. 
Geruime tijd geleden had ik hem eens een email gestuurd, dat
ik zijn poëtische afsluitingen bijzonder waardeerde, maar dat ik
het heel erg op prijs zou stellen als hij ook eens aandacht zou
willen geven aan wat minder bekende dichters en dichteressen.
Degenen die nog niet waren doorgedrongen in de lijstjes met 
gevestigde namen, maar niettemin ook prachtige gedichten 
hadden geschreven. 

                Het Mediapark te Hilversum op de late zondagavond...

Een paar weken geleden maakte de NOS bekend dat er ter gelegenheid
van de langjarige poëzietraditie van John Jansen van Galen een bloemlezing
werd uitgegeven als relatiegeschenk voor bezoekers die hun bijdrage aan
de live uitzendingen van 'Het Oog' willen geven. 
Maar ook de dichters onder de luisteraars konden zo'n bundel bemachtigen
door een gedicht te schrijven dat past in de sfeer zoals John Jansen van Galen
zijn dagsluiting verzorgt. De 10 beste zouden de bloemlezing thuisgestuurd
krijgen en "de nr één beste" zou worden uitgezonden doordat John Jansen 
van Galen dit gedicht ging gebruiken voor de afsluiting van zijn uitzending van
6 juli. 
Natuurlijk had ik een gedicht gemaild, maar zonder veel hoop dat ik bij de 10
beste zou horen. Het telefoontje verraste me, niet alleen was ik bij de 10, 
van die 10 was me de eer van "het beste" toegevallen. En daaraan was er 
verbonden dat ik gast in het programma mocht zijn en in een interview de 
NOS bloemlezing persoonlijk overhandigd zou krijgen. 
Dus: rijden maar, op naar Hilversum.

John Zwart

 

 

NOS Studio Radio 1
"Het is vijf voor twaalf" 
John Jansen van Galen sluit de uitzending af met: 
'onderhuurders in het voorbijgaan'
Het gedicht is op de Persoonlijke Pagina van John Zwart te lezen. 

© Eigen foto's Hernehim Cultuur 

 

 
 
 
     Kunsten en Poëzie op Texel                                           Het  Midzomerschans Festival 22 juni 2008 - Verslag John Zwart 
Voor het eerst was het, een festival op Fort de Schans bij 
Oudeschild op Texel. Het is een oud Napoleontisch fort dat
daar ligt achter de Waddendijk in de openheid van de Eierlandse
Polder, afzijdig van de bewoonde wereld. En als je niet toevallig
al op het eiland vertoeft moet je er met de veerboot naartoe 
varen. Beetje een risico dus, wegens de weersafhankelijkheid 
en: komt er wel genoeg publiek? 
De Texelse kunstenaars vormden de kern van de eerste 
jaargang van het evenement maar zij wisten geestverwanten uit
heel Nederland enthousiast te maken. 
Het gaf een gevoel van vrijheid op die veerboot te stappen om het
Marsdiep over te steken, begeleid door troepen zwenkende 
meeuwen. De weersverwachting was: drukkend warm met risico
van buien, sommige mogelijk met hagel 
In de vroege ochtend van die zondag viel er alleen een bui aan de 
Noordzeekant van Texel en ik zag ook nog een donkere lucht boven
Vlieland en Terschelling hangen, maar op de plek waar wij waren viel
er geen druppel! Er stak een windje op en naarmate die in kracht 
toenam werd het blauwe gat in de hemel boven ons groter en groter. 
De dichters kregen een podium aangewezen op het Noorder Bastion.
Daar zaten we eerst wat bijeen 'warm te draaien' aan de voet van een
trotse vlaggenmast waaraan de vlag al begon te applaudisseren. 
Pom Wolff
voorzag somber een 'incestueuze' poëziedag terwijl het 
fort maar langzaam volstroomde met allerlei deelnemers: schilders, 
beeldhouwers, zangers en dansers... maar voorlopig nog geen publiek..
We besloten er het beste van te maken, we hadden toch altijd
nog ons eigen publiek: de dochter van Pom en diverse partners
die waren meegekomen voor een dagje eilandgevoel. 
Rik Comello en ik (JohnN) waren natuurlijk in het voordeel. 
We zouden samen een act gaan doen, elkaar afwisselend met
zeegedichten. Daar past zo'n plek aan de trans van een bastion
aan zee prima bij - met de wind om de oren! 
Maar helaas, de wind deed steeds beter zijn best om de lucht
blauwer en blauwer te blazen, maar werd zelf toch teveel van 
het goede. Niet iedereen beschikt over het stemgeluid van een
Pom, een Rik of een JohnN en sommige poëzie vraagt gewoon
om een wat subtieler presentatie. De vlag, door mij al effectief
tot zwijgen gebracht, mocht weer gehesen worden, want we
verhuisden naar een wat beschut plekje, achter de catering. 
Geen slecht besluit, we werden daar ook beter gezien, ook al
moesten we soms in concurrentie met Krolse Karla, de 
schalkse travestiet die aan de andere kant van de tent het
voordeel van microfoonversterking had. Bij dit festival was het 
voor het eerst dat de voltallige redactie van Hernehim samentrof.
Loes Essen (Amsterdam), Frans Terken (Leiden) én Gerda 
Posthumus
(Vlieland) waren allen gekomen. Vooral voor Gerda
een onwezenlijk verre reis: van Vlieland, dat op zichtafstand van
Texel ligt, moest zij eerst met de boot naar Harlingen, 
vervolgens een kleine 100 km naar Den Helder om daar weer 
met de TESO naar Texel over te steken. 
Dan moet je wel gemotiveerd zijn! 
Op de boot hadden we twee schrijvers van kinderboeken getroffen, die voor
de kinderen zouden lezen. Het waren Peter Smit en Henk van Kerkwijk,
zij dachten al dat het aantal jonge kinderen onder de bezoekers niet zo groot
zou zijn. Daarom sloten ze zich aan bij de dichters, want gedichten schreven 
ze ook, en wellicht goed genoeg voor volwassenen. Peter las een gedicht over
wat je een schoolgaand kind zou schenken om zijn literaire interesse te wekken...
lekker provocerend en niet zo leuk voor de fans van Toon Tellegen. Een ander
gedicht schreef hij voor het prinsesje Amalia, ook géén braaf gedicht maar wel
leuk, dat het NOS journaal haalde. 


Het was zeker niet hoofdzakelijk een Hernehim onderonsje, daar op dat terrasje,
wat we maakten daar achter de cateringtent - heel convenient dichtbij de bron,
ook al kwamen bier en wijn pas na vijven... helaas. Maar daardoor bleven we ook
geconcentreerd op de poëzie, ook al deden een paar lieve pompoenenmeisjes
een poging de aandacht af te leiden met bovenwinds tweestemmig gezang. 
"Toch nog sirenes" bromde ik, maar Pom joeg stevig de schrik erin door het
titelgedicht van zijn bundel "je bent erg mens" als een tirade op de niets
vermoedende schatjes te richten. Later kwamen ze, toch nieuwsgierig, bij ons
als publiek zitten waarop Pom "de HEMA moet wel liefde zijn" liet horen, eerst
lachend aangehoord, maar hun lach bestierf bij de laatste regel. Het was eigenlijk
ook geen locatie en geen weer voor zoete liefdespoëzie. Jammer voor Jacques 
Vos, die vertwijfeld "maar ik heb niets anders" uitriep.

                         de hema moet wel liefde zijn 

                         met wie wil ik 
                         door de hema lopen 
                         anders dan met jou alleen 
                         wie wil ik ruiken rek na rek 

                         langs de borden 
                         langs de kopjes 
                         die ik ooit nog wel zal smijten 
                         langs dit nu - zo goddelijk geel 

                         zoek mijn onderbroek maar uit 
                         wijs me het goedkope shirtje 
                         maar waarom zeg je steeds je pen 
                         als er toch japan opstaat 

                         kom we nemen dit bestek 
                         doe er maar een panty bij 
                         voor je nek d’ode kolonje 
                         én schijfjes watten om te deppen 
                         als ik straks je strot doorsnijd 

 
Voor Karin Beumkes was het allemaal dicht bij huis, zij
behoefde maar even op de fiets te stappen om hier mee te
komen doen. Als zeevrouw, als eilandervrouw, als 
kapiteinsdochter wist zij als geen ander waar dit podium
om vroeg: geen zachte poëzie, maar poëzie die schuurt,
schuurt als het zand, voortgeblazen door de zeewind over
het strand. Want "wat is er teder aan teer..." zoals Loes 
Essen
later zou dichten, geïnspireerd door Karin. 
Er was meer inspiratie over en weer, en er werd graag 
gegrepen naar werk dat een wéérwoord op het gehoorde 
bracht of bij uitstek toepasselijk leek op de situatie. 
Rik Comello
: "Het heeft geen enkele zin / om aan zee /
 tegen de wind in / voor de eeuwigheid te zingen..." 
JohnN met: Onder zeil  "...in stilte ver beneden liggen zij,/
bestemming is bereikt"

Ook Louise (Gerda onder ons) wist de eilandsfeer in de
 keuze van haar voordracht te treffen: "waar jij 't huis bouwt
in de duinen/ door het zand de buizen trekt/ ligt haast
tastbaar, onbedekt/ heimwee naar oneindig struinen..." 
Edith de Gilde schilderde haar voorstelling van de ideale minnaar, nou dat kon nog nét. "van een de lust waarmee
hij vrijde/ zijn lijf, zijn geur, zijn stem..."  
            Was je tanden 

            Bleef je maar een kilometer zee 
            om kwasten in te dopen 
            wat zou ik je schilderen 
            hoe je haren soms waaieren als een meermin 
            en dat er boten in je adem varen 

            norse bootslieden stoer als staal 
            je in je tong knijpen bij vloed 
            verbijt het maar zo zijn ze opgevoed 
            van binnen zijn ze zilverpapier 

            ze hebben zo lang over je heen gezworven 
            jij kent hun valluiken en angsten 
            heb je vitamine c aan jezelf toegevoegd? 

            je mond schuimt jodium van al die kruiderijen 
            spuw de laatste slaven uit je 
            ruim je was je tanden 
            en kom hier. 

            Karin Beumkes 

 

                   

We "deden ons ding" in estafette, maar nu en dan moesten we toch even
pauze inlassen, want boven de wind uit roepen terwijl er elders muziek 
gemaakt werd heeft geen zin, zelfs niet als het niet voor de eeuwigheid is
bedoeld. Dan keken we even naar "Interdans Texel" of ik benutte de kans
om een paar plaatjes te schieten van Ingeborg Mast - buikdanseres Cleo -
immers altijd leuk om als een illustratie op de site te gebruiken nietwaar?
Ja, óók die van háár natuurlijk.

 Het was op Texel echt poëzie tegen de woeste natuurelementen, je werd
er op de duur doodmoe van. Van die wind die maar in onze oren bulderde,
maar we hadden echt een geluksdag - we hoorden later dat het slot van 
Oerol op Terschelling was afgelast wegens noodweer! 
Er zou een gemeenschappelijke maaltijd zijn om zeven uur, maar de meeste
deelnemers vertrokken samen met de laatste bezoekers. Wie bleef schuilde
dicht opeen tesamen in de beschutting van de halfopen cateringtent. 
Een prima rijsthap, voor vleeseters, vegetariërs en voor alleseters. Die zich
rond konden eten, want er was natuurlijk méér dan genoeg. 

Volgend jaar de tweede editie? Van mij mag het! 

© John Zwart - 25 juni 2008 

 

   
   
   
Zon sensatie - Zonnewende in Flevoland 21 juni 2008             Verslag van John Zwart 
 Heer Bol      Brader Musici
Op een vroegst denkbaar ochtenduur, zo tussen vier en vijf, op weg naar het zonnewendefestival in Flevoland. Dat zijn van die weinige 
momenten dat je gezichtsveld zich ver verwijdt, ver voorbij de horizon, die je buiten deze polders ook al steeds minder ziet. Even word
je werkelijk bewust van het feit bewoner van een hemellichaam te zijn. Een klein hemellichaam, dat ruimteschip aarde, gekleed in een 
dunne dampkringmantel, dat door de ijlheid van voornamelijk 'niets' in duizelingwekkende vaart zijn kringen draait om de zon. Je staat
er nooit bij stil dat je elk jaar na een enorme reis opnieuw hetzelfde punt passeert, het zomerpunt, alleen meetbaar doordat de zon op 
die dag het hoogst boven de horizon uitstijgt. Na zaterdag 21 juni wordt de boog lager, loopt de daglengte langzaam terug. 
De hemel licht al op, tussen de donkere flarden van wolken, een verblekende maan - het tolletje dat de aarde met zich meesleurt. 
Het Sunsation Festival probeert al 27 jaar lang de culturele met de astronomische werkelijkheid te verbinden, met poëzie, muziek en 
theater, soms uit verre streken. 
In de langzaam wijkende duisternis speelt de Koerdistaanse groep Brader Musici. Twee jonge zangeressen en een oudere man - die
een traditioneel snaarinstrument, een soort sitar, bespeelt - zingen, begeleid door percussie, in typisch oosters vibrato. 
Joop Hardenbol leidt het thema in. Het Sunsation Festival is weliswaar ieder jaar de zon toegewijd, maar daar binnen is er altijd 
een jaarlijks thema. "Knettergek" voor 2008. Die zon, die elke dag weer opkomt, boven deze idiote wereld, en dan nog op zo'n 
onmogelijk vroeg uur. Die zon doet dat niettemin, moet wel "knettergek" zijn. 
Zoals bijna altijd, weerhoudt een lage wolkenbank vooralsnog het zicht op de zon. "Maar dat geeft niets, ze komt wel, ze komt altijd,
ze komt gewoon wat later" zegt een berustende Joop. 

Tsead Bruinja


Myriam Van hee 

Nederlands-Surinaams-Vlaamse Neske Beks neemt de presentatie in handen. 
De dichter die opent is onze welbekende Friese Amsterdammer Tsead Bruinja
hij doet dat met een klankperformance. Daarmee komt hij sterk binnen, leest uit
zijn pas uitgekomen tweetalige bundel "de geboorte van het zwarte paard". 
Hij laat ook nog Fries horen uit zijn eerder werk "Gers dat alfest laket", met het
titelgedicht over het lachende gras. 
Dan gaan we een stukje over de zuidgrens met de dichteres Mirjam Van hee  
uit Gent, die ons véél verder meeneemt met een gedicht over de Piramide van de
zon in Mexico, waar de Azteken ooit hun mensenoffers brachten. En vervolgens 
schildert of filmt ze - of doet ze het allebei? - de Groninger wadden, waar in de 
leegte van een landschap zonder duidelijke einder een paard zweeft. En nòg een 
paard: "een donker vlekje in de tijd" dat ligt. "we wachten tot ook het andere paard
zijn staart zwaait"
. Intieme poëzie, verpakt in heldere gevoelige taal. Ze wandelt 
met ons in het bos, op zoek naar paddenstoelen "oortjes van vlees waarmee 
de aarde luistert".
Een prachtige start met deze twee dichters. Er is maar één punt
wat een beetje stoort: het talrijke publiek applaudisseert na elk gedicht en zal 
dat consequent blijven volhouden. 
Alfred Schaffer neemt plaats achter de microfoon. En brengt ons in Amsterdam
door stil te staan bij de onverwachte dood van Adriaan Jaeggi. 
Hij geeft een voorschot op een bijzonder in memoriam item, dat later in het 
programma komt. Dáár houdt men even stil bij het feit dat we in de afgelopen 12 
maanden twee grote schrijver/dichters verloren. Ik noteer uit de voordracht van 
Schaffer "wakker tot het ochtendgloren ... het is mooi geweest ... behalve voor de
alleskunners"  
Een breekpunt na het gesproken woord komt met 'Typhoon' uit Zwolle. Een rapper
die zijn elektronica gelukkig thuis liet, en voor de gelegenheid verving door 
begeleiding met twee gitaren, een saxofoon en percussie. 23 Jaar is hij pas, zijn
teksten zijn eenvoudig en weten soms wel de snaar van de ontroering te raken.
Maar ze verzwakken zichzelf dan weer door het enorme afbraakeffect van de 
overmatige herhaling. Hetzelfde geldt voor de riedeltjes op de saxofoon. 
Mijn indruk dat rappers nogal overgewaardeerd worden in de publiciteit blijft na dit
optreden overeind. 
zomereinde aan de leie 

dit is wat een schilder zou zien:   
de gebleekte graskant, kastanjes 
en linden, het warme maar heengaande 
licht van de avond en tegen de haag 
op de andere oever een loper, en zijn 
gedachten, hoe schilder je die 

en boven het water de meeuwen 
en tussen het licht- en het donkerder groen 
de plecht van een jacht, het schuiven 
der dingen, de richtingen 
het water zelf kun je hier waar wij zitten 
niet zien en ik vraag me nog af hoe je 
afstanden schildert, steeds lichter misschien 

tot je wit overhoudt, en hoe het verleden 
toen jij daar nog liep 
hoe schilder je dat je nooit weer 
daar zult lopen, tegenstribbelend 
aan je vaders hand 

© Miriam Van hee Uit: "Buitenland" 
Uitg.: De Bezige Bij - 2007 

 

Bijna half zeven is het inmiddels, een knettergek tijdstip om op te treden voor dichter,
schrijver en avondmens Abdelkader Benali. Maar zijn publiek zit hier al een kleine
2 uur en wie weet hoeveel eerder waren ze al op weg. Fout dus van Abdelkader om
zijn ochtendhumeur in zijn act te exploiteren: "Kutochtend!!"
Na drie keer willen we daar nog wel begrijpend om lachen meneer Benali, maar na 
zes keer wordt het echt vervelend. 
"Alleen hele banale mensen zijn briljant in de ochtend".
De klankovereenkomst van 
'benali' met 'banale' treft me opeens. Of was dat juist de bedoeling? Ik lees hem liever
dan het aanhoren van dit optreden me plezier brengt. Hij was blijkbaar nooit eerder 
door Flevoland gereden. 
"Wat een windmolens! Als je lang genoeg kijkt word je vanzelf high!"
We krijgen een uitgesproken gedicht over "de haat" vrij geciteerd:
"mijn haat voor jij is groot / een zak met stront over je hoofd / 
pudding onder je oksels...". 


Vicky Francken mag overnemen. Als beloning voor haar Almere Poëzieprijs die zij
eerder in dit jaar behaalde mag zij als achttienjarige tussen de groten staan. Ze kijkt
het publiek vergenoegd aan met de blauwe ogen van de onschuld en een vage glimlach.
Zeker geen 'kutochtendhumeur' voor háár en zakken stront zijn er al evenmin verborgen
in haar gedichten. Haar voordracht is me iets te zalvend, ik houd mijn twijfels, 
mooiklinkend poëtisch woordspel. Of word ik om de tuin geleid met geconstrueerde 
mooiklinkende wartaal? Er zullen ongetwijfeld mensen zijn die 't daarmee hartgrondig
oneens zijn. Vicky heeft alles mee: "de podia vandaag zijn vooral gastvrij voor mooie 
jonge meisjes", zou Pom Wolff me later zeggen op Texel. 

 - 
                           

Twee Kenyanen in traditionele kledij komen 
de piste in, met illustratieve geluiden en veel
tromgeroffel brengen zij hun voorstelling, die
eigenlijk voor het kinderpubliek bedoeld is. 
Zij geven een voorbeeld hoe de Afrikaanse
culturen konden voortbestaan door het steeds
aan elkaar vertellen van verhalen, wijsheid 
oraal verspreid door overlevering. 
Een adelaarskuiken komt terecht tussen de
kuikens van een kippenfarm. Om de kuikens
te beschermen maakt men het adelaarsjong
wijs ook een kippenkuiken te zijn. Groter
gegroeid komt 't onvermijdelijk afscheid, het
adelaarsjong wordt meegenomen, hoog op 
de berg, om daar van de helling te worden
gegooid. Het adelaarsjong is bang en valt 
verstijfd van angst omlaag, tot hem toege-
roepen wordt "Je bent geen kuiken, je bent
een jonge adelaar, sla je vleugels uit, 
je kunt vliegen!"
. Zo wordt in Kenya de jeugd
geleerd: geloof niet wat anderen zeggen dat
je moet zijn, geloof in jezelf en wees jezelf. 

 

Tijd weer voor dichters, Hafid Bouazza met niet alleen eigen werk, maar ook
de door hem vertaalde zeer oude Arabische poëzie. Ik herken erotisch werk 
uit de bundel "Schoon in elk oog is wat het bemint". 
Twee transparante doeken met daarop méér dan levensgroot afgedrukt de foto
van Jan Wolkers en van Hugo Claus. Dit is een kort herdenkingsmoment. 
Het audiofragment wordt afgespeeld waarin Wolkers de cyclus  
'wie drukt mij in de cirkel der voleinding' 
leest. 
Het maakt indruk door de slotregel 'dit is de dood en dat ben ik'
Jammer dat men van Claus geen originele opname had, een Clausgedicht 
werd gelezen door presentatrice Neske Beks. Dan mis je toch het vertrouwde
stemgeluid van de leeuw van Vlaanderen.  

  Jetty Mathurin 

                          

het Zomercarnaval 

Een grote grijze zwarte vrouw komt op: Jetty Mathurin. In een scherpe en puntige 
monoloog weet ze moeiteloos de scherts naar ernst te laten zwenken. Maakt soepel
de overgang van de party van 1100 geborneerde intimi van Joop vd Ende op zijn 
verjaarsfeest - via de sterrenlimousine, waarmee zij niet mocht rijden - naar buiten
gesloten zijn en falend terugkeerbeleid. De bekende toespraak van premier 
Balkenende over de VOC mentaliteit en de verwijzingen naar trots op Nederland 
worden fragmentarisch gemixed tussen haar eigen conference over 'schifting' van 
mensen "alsof het om bedorven melk gaat". Zo bouwt zij een beeld op van een 
zelfingenomen kleine man en een grote wijze zwarte vrouw en ze stelt vast dat 
ieder verbaasd zou staan waar hij terechtkomt als hij werkelijk naar zijn wortels 
op zoek gaat. Mensen moeten meer als water zijn, besluit ze terwijl ze het in een
kalebas giet: "water past zich aan en blijft zichzelf". 
Jana Beranová, dichteres, oorspronkelijk uit Tsjechië maar al 30 jaar in Nederland,
óók zo'n brok vitaliteit. Dicht bij de natuur, ook met haar poëzie. Leest gedichten 
over bomen met veel mooie metaforen, met jaarringen "vinger van de tijd". 
Er zijn altijd uitvallers bij zo'n uitgebreid evenement, wie ook nog op Rogi Wieg had
gerekend of H.H. ter Balkt, wordt deze keer teleurgesteld. De organisatie had voor
invallers gezorgd onder jongeren.
Peter Dugardijn uit Bussum kon op een last-minute bericht nog tijdig in Flevoland
zijn, Christophe Vekeman eveneens, ook zo'n expressieve voordrager. Als laatste
achter de lessenaar de bekende slammer Quirien van Haelen. In bekende stijl, 
zet zijn toehoorders graag op het verkeerde been en vindt vaak een slotregel met 
originele zelfspot. 
En dan, en dan... dit festival sluit graag af met vuurwerk, is het niet Wende Sneiders,
dan is het wel het Willem Breukers Collectief... Dit jaar heeft men een element van
de grandioze show van het Rotterdamse Zomercarnaval naar Flevoland gehaald.
Bruisend enthousiasme en levenslust stralen ze uit, zowel de trommelaars als de
dansende meiden met bonte verentooi en al hun eigen tinten van wit tot zwart.
Tot volgend jaar!

© John Zwart - 24 juni 2008 

 
 
 
 
Poëzie in het Park - van Amsterdam Wereldboekenstad - Noorderpark editie verslag van John Zwart
Poëzie in het Park 


Onder deze titel organiseert Wereldboekenstad Amsterdam 2008
van juni tot september een reeks evenementen in verschillende
Amsterdamse Stadsparken. 
Op 1 juni was het Vondelpark al het decor voor de officiële
opening. Er staan daar routes met opvallende rode palen 
uitgezet, waar de wandelaar een toepasselijk gedicht kan 
beluisteren via de telefoon, voorgedragen door een van de 
dichters die meedoen aan 't project. 
Het volgende weekend, zondag 8 juni deed het gezelschap 
van Poëzie in het Park het Noorderpark aan. Dit park van
Amsterdam benoorden het IJ wordt doorsneden door het 
Noordhollands Kanaal en bestaat uit twee gedeelten, aan 
de oostzijde het Volewijkspark, aan de westkant het Florapark.
In totaal een groene long van 50 ha, aangelegd aan het begin
van de vorige eeuw, zodat er flink wat oud geboomte staat. 

In het Florapark is een houten paviljoen gebouwd, de 
Noorderparkkamer, bedoeld als een cultureel steunpunt 
binnen het groen. In de zomer, bij mooie weersomstandig-
heden kan één zijde van het gebouwtje geheel worden 
geopend zodat het een open podium vormt met verbinding 
naar de groene omgeving erbuiten. 
Daarvoor was alle aanleiding, toen uw verslaggever, zelf 
deelnemer, dit parkevenement kwam bijwonen. Het weer 
was eigenlijk té mooi (het is ook altijd wat), echt strandweer,
maar onder de tientallen vrolijk gekleurde parasolletjes was
het ook in het park goed vertoeven. 


Twee bescheiden 'installaties' vielen me gelijk op: aan een boom was
een groot aantal transparante cylindertjes van verschillende afmeting.
opgehangen. Op elk van deze kokertjes was een gedicht of een poëzie
fragment geschreven met viltstift. Het bleek een project van Madelief
Brandsma
Op een andere plek stond een droogmolen. Aan de waslijnen geen 
wasgoed maar gedichten, gelamineerd om ze weer en windbestand
te maken. Vrolijk wiegde de poëzie aan de wasknijpers.
Al deze gedichten werden telkens geschreven naar aanleiding van een
dichtregel die door bewoners van Stadsdeel Amsterdam Noord waren
geschreven. 

Al kort na het middaguur dromden de dichters - dertig in getal - samen
bij de Noorderparkkamer waar ze werden verwelkomd met koffie, thee
en zelfgebakken? appeltaart. De zonovergoten en fleurige omgeving
maakte dat iedereen in opperbeste stemming verkeerde, zonder zich
door het nog afwezige publiek te laten ontmoedigen: het is nog vroeg,
en we moeten nog beginnen! 

Om 13:30u begon het dan werkelijk met een speech van de
bestuursvoorzitter van het stadsdeel Rob Post. Hij las ook 
het gedicht, dat was geschreven rond een door hem geleverde
 'inspiratieregel'.
Mick Witteveen van Amsterdam Wereldboekenstad 2008
gaf toen het echte startsein, waarop alle poëten, gewapend 
met picknickkleed en parasol, een plekje in het groen rondom
opzochten. Het was nog even wennen voor de wandelaars in
het park, maar al spoedig meldden zich de stelletjes, de 
vriendinnen en de éénlingen om van een intieme voordracht
te genieten. De meeste deelnemers wisten het directe contact
met publiek wel te waarderen en er ontsponnen zich soms 
boeiende gesprekken. 

© Foto's Hernehim Cultuur - Rechts: de Opening
                                         Hieronder: 
                                         Poëzie in intieme setting 
                                         Thomas Möhlmann op 't podium


Vanaf 16:00u werd het weer een centraal gebeuren, de band Humus
stelde zich op nabij het paviljoen en begon te spelen ten teken dat men
zich weer diende te verzamelen. Humus zet Engelstalige muziek op 
eigenzinnige wijze om in expressieve muziek, met uiteraard een 
belangrijke rol voor zangeres Astrid Leuvering, die wordt begeleid door
Ed van Nunen (gitaar en mandola), Vincent van Dam (viool) en Bas van
Waard (cello). 
Intussen maakte Jos van Hest zich klaar voor het bewonerspodium. 
De mensen die dichtregels hadden bijgedragen voor de Parkpoëzie aan 
de droogmolen mochten eigen gedichten en gedichten die uit hun
'voorzet' waren ontstaan voorlezen.
Als bijzondere gast kwam Thomas Möhlmann op het podium die uit
eigen werk las en uit de speciale poëziebundel van Amsterdam 
Wereldboekenstad. Zijn keuze hieruit was prachtig, vooral het gedicht
van Rutger Kopland maakte indruk.

Hier volgen nog even de namen van alle andere dichters die hebben 
opgetreden: 
Wilma van den Akker, Joost Baars, Marein Baas, Sieger Baljon, 
Gusta Bastian, Vera de Brauwer, Anne Budgen, Floor Buschenhenke,
Annelie David, Loes Essen, Edwin Fagel, Casper Fioole, Kees Godefrooij,
Juana Guillen, Gitta Hacham, Rozalie Hirs, Peter Knipmeijer, 
Jiska Koenders, Lisan Lauvenberg, Simon Mulder, Ron Offerman, 
Pandorra, Roberta Petzoldt, roop, Merijn Schipper, Ibrahim Selman,
Jacques Vos (Jakob Fennek), Conrad vd Weetering, Pom Wolff en 
John Zwart (JohnN). 

Poëzie in het Park is een formule die beslist herhaling verdient, 
ook als het werelboekenstadjaar weer voorbij zal zijn. 

 

© John Zwart voor Hernehim Cultuur - 15/16 juni 2008 

 
 
Mei Podium van de Amsterdamse Centrale Bibliotheek, en verkiezing Hernehim Gedicht van de Maand.
        De laatste zaterdag van de maand is alweer 4 jaar lang een traditie. Op 31 mei,
's middags om 15:00u kwamen bij mooi weer toch weer tussen 40 en 50 dichters
en liefhebbers bijeen in het bibliotheekgebouw op het Oosterdokseiland. 
Na enige omzwervingen binnen het gebouw zijn Riet Lamers en Jos van Hest met
hun podium nu terecht gekomen op de 2e etage. Voldoende ruimte daar om nog
wat door te groeien. 
Het is een trouw publiek van toehoorders en deelnemers, maar elke keer duiken 
er ook weer nieuwe gezichten op. Bijzonder dat er met regelmaat mensen komen
voor wie de Nederlandse taal nog nieuw is, maar die er plezier in scheppen daar-
mee al op een creatieve manier aan de slag te gaan. 
De lage drempel van dit podium verleidt hen ongetwijfeld met hun werk voor het
publiek te verschijnen. Gewone dagelijkse tafereeltjes kunnen aanleiding zijn voor
hun eerste gedichten. Zo liet Nadereh Ghaemagham Farahani uit Irak ons 
lachen door haar relaas over de begripsverwarring over "de glasbak", hoe de 
autochtone Nederlander die naam niet associeert met het cultureel centrum van 
die naam in Almere. 
Nele Camargo las ons een cyclus, onder bewonderende 
blikken van haar kinderen. Dankbaar betrok Jos van Hest 
het jongste dochtertje bij het interview. Mia Wittop Koning
was ook nieuw op dit podium, maar haar naam is bij de wat
oudere generatie een bekende klank. Familie? Ja, inderdaad. 

Een prachtige muzikale bijdrage kwam van Romany Titre,
helemaal alleen met de microfoon. Ze had een cd-tje met 
pianobegeleiding meegenomen, die door Riet op de installatie
werd afgespeeld. Een heerlijke afwisseling tussen het 
gesproken woord was deze Romany, een lust voor oog en 
oor. Karin Schwarz zagen we ook voor het eerst op dit 
podium en tot slot verscheen er een verrassend originele 
dichter uit Vlaanderen, Jan Storms

© Alle Foto's Hernehim - Hiernaast: Nele Camargo en dochter

       Het vaste punt in dit podium natuurlijk weer de uitslag van de verkiezing van het
Hernehim Gedicht van de Maand. Deze keer op het thema "passie". 
De prijs ging naar Gerda Posthumus van Vlieland, die publiceert als "Louise",
voor haar gedicht "Omstreden". In afwezigheid van Louise werd haar gedicht 
gelezen door John Zwart, redacteur van Hernehim Cultuur. 

De volgende aflevering van het OBA Podium is op 28 juni
Het maandelijkse OBA Podium kent geen zomerstop.  

 

Foto's: Bovenste foto - Romany Titre 
           Onderste foto - Jan Storms 

      Hernehim Gedicht van de Maand 

Omstreden 

Je onschuld brengt de ochtend tot verblozen 
ontroerend en beschamend om te zien 
beweegt je adem vluchtig bovendien 
het laken klam nog van ons minnekozen. 

Ik geef te denken door mijn grijze haren 
met enkel wijsheid heb ik je verleid 
het onkruid in jouw rozenperk verspreid 
als woekerplant ontgroen ik jonge blaren. 

Nog strijkt de tijd mijn ongemakken glad. 
Waar ik verzuim om dagelijks mee te leven 
is met de geur van ouderdom omgeven. 

Maar zal ik het mijzelve ooit vergeven 
wanneer jij spijt en onvermogen had 
te minnen als nog onbeschreven blad? 

© Louise 

 

 
 
 Slauerhoffherdenking en uitslag poëzieprijsvraag op Vlieland - Verslag van Gerda Posthumus 
          Vlieland - 31 mei - Vlieland heeft de dichter Jan Jacob Slauerhoff al lang in het
hart gesloten. In wederkerigheid, want Slauerhoff was verknocht aan het eiland
van zijn moeder, Cornelia Pronker (1858), die de vader van deze dichter in 
Leeuwarden leerde kennen en vervolgens op 'de vaste wal' bleef. Maar alle 
vakanties logeerde het gezin op Vlieland en toen Jan J Slauerhoff student was
in Amsterdam voerde hij er graag zijn vriendinnen naartoe. 
Er zijn een aantal gedichten in het oeuvre van Slauerhoff die geïnspireerd zijn op
het geliefde waddeneiland, het bekendste "Dorp aan zee" (ik volg de straat, 
waarlangs de huizen slapen). 
Er bestaat nu een klein Slauerhoffmuseum op Vlieland en er is een Stichting 
Herdenking Slauerhoff. Voor docenten middelbaar onderwijs in Friesland werd 
dit jaar een poëzieprijsvraag uitgeschreven. De prijsuitreiking vond plaats op 
zaterdag 31 mei tijdens een herdenkingsprogramma, georganiseerd in een 
samenwerking van de 'Slauerhoffstichting' en LHV 'Aed Levwerd', het Vlielander
College en het museum 'Het Tromp's Huys'. De sfeervolle locatie hiervoor was
de 17e eeuwse St.Nicolaaskerk (schutspatroon van de zeelieden) waar naast
een honderdtal genodigden ook eilandergasten en eilanders aanwezig waren.
Het muzikale gedeelte werd verzorgd door de pianist
Douwe Slot, wat zeer bijdroeg tot de sfeer van het
gebeuren. 
Vervolgens droeg Rein Tolsma van de 'Slauerhoff- 
stichting' een tiental gedichten van J.J.Slauerhoff
(1898-1936) voor waarbij hij besloot met 'het einde',
dat zou kunnen worden gezien als de uiteindelijke
wens van de dichter om in het zand van het eiland
begraven te worden*. 

Hierop sloot dhr. P.Karstkarel aan met een 
vertelling over begraven op de eilanden, 
"ik raad u aan om op een slechte dag** 
de kerkhoven op de waddeneilanden te bezoeken,
daar ligt wat aan verhalen". 

Het einde 

Vroeger toen 'k woonde diep in 't land, 
Vrat mij onstilbaar wee; 
Zoals een gier de lever, want 
Ik wist: geen streek geeft mij bestand, 
En 'k zocht het ver op zee. 

Maar nu ik ver gevaren heb 
En lag op den oceaan alleen, 
Waar zelfs De Cunha en Sint-Heleen 
Niet boren door de kimmen heen, 
Voel ik het trekken als een eb  

Naar 't verre, vaste, bruine land... 
Nu weet ik: nergens vind ik vree, 
Op aarde niet en niet op zee, 
Pas aan die laatste smalle ree 
Van hout in zand. 

Jan J Slauerhoff 
Uit: "Een eerlijk zeemansgraf" 
Nijgh & VanDitmar Amsterdam - 1936 

Vervolgens werd het tijd voor de prijsuitreikingen, 
die werden verricht door de cultuurwethouder W.Gilles.
Er waren er twee de eerste prijs ging naar 
Gerrit Hoekstra, 
de tweede prijs was voor G.L.Spoelstra. 
Het was een Friese wedstrijd en dat bleek toen het
winnende gedicht "Koers" werd voorgedragen door
de laureaat Gerrit Hoekstra. In het Fries, maar zonder
vertaling***. Er volgde nog een hoogtepunt, toen bleek
dat tekstschrijver, componist en muzikant Sytse
Broersma het winnende gedicht op muziek had gezet.
Zo konden de toehoorders het op muzikale wijze nog
eens genieten. Als besluit van het evenement werden
de in glas gegraveerde gedichten, die opgesteld zijn
bij de Terminal van Rederij Doeksen, onthuld door
wethouder Tom van Mourik. 

© Gerda Posthumus, voor Hernehim Cultuur 

Noten: 
*     Jan J Slauerhoff is niet begraven op Vlieland,
      maar gecremeerd in Westerveld. 
**    P.Karstkarel dacht wellicht aan de toeristen 
      en bedoelde ongetwijfeld 'n slechtweerdag. 
***  Op verzoek van Hernehim Cultuur heeft 
      G.Hoekstra  een Nederlandse verklaring van
      zijn gedicht gezonden.

De dichteres Miranda Mei werkte het Friese gedicht
uit in een poëtische vertaling ten behoeve van onze niet-Friese lezers. 


Het Armhûs en de St Nicolaaskerk op Vlieland 

Koers 

Doe't lûden op it lân te skril 
en eagen hurd fan hate waarden, 
ha ik myn skip mei frije tinzen túgd, 
it dek mei dreamen dutsen, 
it rom mei winsken stoud 
de grize grûn ferlitten. 

Wide seeën ha'k befearn, 
om frije havens socht 
mar miende 'k ien te finen: 
de misthoarn swij gefaarlik, 
de havenljochten dôven falsk 
de kaai lei leech en earm. 

Hieltyd ha'k sa'n keale kust 
de spegel keard 
en fierder socht. 

It tuech wurdt tin, 
it dek is feal 
it rom begjint te rûken. 

Fang ik op tiid de nije wyn? 
Fyn ik in goede koers? 

Gerrit Hoekstra

 

*** Verklaring van het gedicht door Gerrit Hoekstra:

Toen de stemmen op het land te schril, en ogen hard van haat werden
heeft de dichter zijn schip getuigd met vrije gedachten 
het dek met dromen belegd en het ruim met wensen gestouwd 
de grijze grond verlaten 

Wijde zeeën bevoer hij zoekend naar vrije havens 
maar als hij er één dacht te vinden zweeg de misthoorn gevaarlijk 
doofden de havenlichten vals de kade lag leeg en arm. 

Steeds keerde hij de spiegel naar zo'n kade en zocht verder. 
Het tuig wordt dun, het dek is vaal, het ruim begint te stinken. 
Vangt hij op tijd een nieuwe wind? Vindt hij de goede koers? 

 

 

 

 

 

   
De Tweede Prijs:  

 

Natuurlijk mag je afmeren 
al was het vier keer per dag. 
Je brengt immers vrolijkheid 
in de zomer en ernstig genieten 
in de herfst. 

Maar het eiland is pas weer 
echt als je witte streep 
van schuim uitwaaiert 
over het wad 

Dit is geen wereld 
voor bruggenbouwers. 

 

G.L. Spoelstra 

 

 

 

Koers 

Toen klanken op het land te schel 
en ogen hard van haat werden 
heb ik mijn schip met vrije gedachten getuigd 
het dek met dromen overdekt 
het ruim met wensen geladen 
de grijze grond verlaten 

Wijde zeeën heb ik bevaren 
vrije havens gezocht 
maar dacht ik er een te vinden: 
de misthoorn zweeg gevaarlijk, 
de havenlichten doofden vals 
de kade lag laag en arm 

telkens heb ik zo'n kale kust 
de steven afgewend 
en verder gezocht 

Het tuig wordt dun, 
het dek is vaal 
het ruim begint te stinken. 

Vang ik op tijd de nieuwe wind? 
Vind ik een goede koers? 

(Vertaling Miranda Mei) 

 
 
Haarlemse Dichtlijn 2008 - Gedenkwaardige Pinksterzondag 11 mei - impressie van JohnN
Het is alweer een poosje geleden, maar de Haarlemse Dichtlijn is toch
nog wel een korte nabeschouwing waard. 
Die zomerzonnige PinksterZONdag leek namelijk wel bestemd om alle
teleurgestelde herinneringen aan de natte sneeuw van Pasen 2008 te 
laten vergeten. 
Omdat ik zelf deelnemer was, moet de lezer mij maar vergeven dat ik 
alleen een impressie over de dag kan geven. Zelfs zonder mijn eigen 
podiumverplichtingen zou het onmogelijk zijn over alle locaties en deel-
nemers te berichten. Centraal, in de Vishal aan de Grote Markt vond de
aftrap plaats door journalist-schrijver Nuel Gielens die enkele verrassende
gasten verwelkomde, daarna verspreidden zich méér dan 50 dichters over
de overige 6 verschillende plekken waar grote gele banieren waren
uitgehangen ten teken voor het publiek: 'hier kunt u poëzie genieten''. 
Dat waren het Archeologisch Museum, Café Koops, Taverne De Waag, Stempels, het Koffiehuis 't Teylertje en de Museummolen De Adriaan,
waarheen vanaf een aanlegplaats bij De Waag per bootje kon worden
overgestoken. 









Zelf behoorde ik tot het groepje dat naar de molen op de Papentoren-
vest vertrok.
Wat afzijdig van de andere locaties, zodat er minder gelegenheid was
om mee te genieten van hetgeen zich op de Grote Markt en aan de
Damstraat afspeelde. Zo heb ik de show gemist die onze bekende 
dichter J.C.Aachenende stal met zijn futuristische elektrische rollator,
die door alle poëten natuurlijk moest worden uitgetest. De dichters in
Café Koops verkozen de microfoon binnen te laten voor wat die was en
verhuisden naar het terras. Op eigen stemkracht met nu en dan een 
adempauze als de klokken van de Bavotoren zich lieten horen. Tijdens
een bliksembezoekje genoot ik van het optreden van Daniël Bras en
Gerrit Vennema. 

Bij een bronzen naakt van Botero

Achterover leunend
- gewicht boven de straat -
genietend van haar eigen okselgeuren

kan het gebeuren

dat 's werelds optocht haar ontgaat:
het massaoog, dat gadeslaat
door niet-bestaande deuren,

het schaamteloos bepraten van
haar onbewuste staat,
die zij
niet hoeft te keuren

© Gerrit Vennema 

 

Foto hiernaast: J.C.Aachende maakt de Grote Markt onveilig
C: Pomgedichten.nl 

Haarlem - Bakenessebrug over het Spaarne. 




Daniel Bras
De trap op bij Stempels trof ik een groepje dichters met een klein publiek aan,
in rustige sfeer boven het rumoer van de Grote Markt. 
Voordracht van Frans Terken en Joop Scholten viel me daar ten deel. 
Twee oude bekenden, altijd garant voor gedegen dichtwerk. 

De Bron 

Donker de bron, verborgen in de grond. 

Iemand zal opklimmen, een weg zoeken 
tegen de stroom. En keert terug, 
vertelt ons dat het eenzaam opwelt, 

beschut door bladerdak, laaghangend.  

Het water neemt zijn loop, zoekt 
ruimte, keer op keer zichzelf 
vermenigvuldigend tot een rivier.  

Een vis zal opspringen, wit glinsterend. 
Ziet hij het maanlicht? Neemt hij 
het mee, een glimp, als dat bestaat?  

Het vloeit, de diepte in, zwijgend in zee.  

Er zal hier leven zijn, lichtgroen, ritmisch 
bewegen van parelmoeren vormen. 
Oergelei. Eeuwige zilveren schimmen. 

Iemand, terugkerend, die het ons vertelt. 

© Joop Scholten 

 

Foto's : eigen foto's Hernehim Cultuur 

 

Fabrizio 

Dat we de tuin weer bevolken 
mest op de klimrozen 
hangviolen aan elke paal 
van de schutting 

we houden het nog voor onszelf 
haastig gedekte tuintafel 
schuchtere eerste zon 
die het terras schoon blaast 

in het glas de echo 
halve liters vino bianco 
op het Piazza della Maddelena 
Fabrizio's oog dat lonkt en lokt 

hoe diep kunnen we zien 
hoe koel wil je het kijken 

© Frans Terken. 

In Taverne De Waag, de pui aan de Damstraatzijde open, 
was ook het terras bij de performance betrokken. Ook hier
trof ik weer oude bekenden. Het duo 'Hoed en de Rand' 
bestaande uit Jelle van der Meulen en Peter van der Steen 
zorgden daar met hun poëtische liederen voor de muzikale
noot. 

Terugvaren met de fraaie sloep naar de Papentorenvest. 
Aan boord van die boot deed zich eerder een bijna-incidentje
voor. Het betrof Leonice Leite, een vurige Haarlemse met 
Braziliaanse wortels, altijd enthousiast. Zij vond dat er tijdens
de overtocht ook poëzie voorgedragen moest worden, zoals
immers in het programma vermeld was. Zij gaf haar kleine
gestalte een stoere uitstraling door bovenop het gangboord
te gaan staan om de opvarenden van andere boten ook eens
wat gedichten te laten horen. De combinatie van instabiliteit
van de boot en háár expressiviteit deed haar bijna in het 
Spaarnewater duikelen. Gelukkig waren er genoeg alerte 
mannenhanden die haar konden behoeden voor een 
onvrijwillig bad. 
De meeste tijd bracht ik natuurlijk door op mijn eigen stek
op de kade naast de molen 'De Adriaan', heerlijk in het windje
dat ons van over het Spaarne koelte bracht. Behalve Leonice
waren daar ook de dames Vesna Blazic, Hiltje Hettema en de
Haarlemse Diva's, zoals altijd in een flamboyant kostuum 
gestoken. Mijn medemannen waren Peter van den Berg en
Pieter Bakker. 

't Geschenk 

't Geschenk, dat hij haar had gegeven, 
ligt acht'loos naast haar op de grond 
ik zie een beving om haar mond, 
zij houdt haar hand nog opgeheven 

een dralende groet in lege straten, 
hij is weggegaan... ik hoor haar zucht 
zijn afscheid - of was het een vlucht, 
hij heeft de verwarring achtergelaten 

nu. ik hier sta en spreek mijn taal, 
luister stil het is droef en warm 
een glimlach, lief, maar veel te arm, 
doet denken aan een oud verhaal 

Waarin wij samen liepen naar hetzelfde doel 
Jij met je verstand, ik met mijn gevoel. 

© Marianne Mathijssen 

Mussen Zij Tsjilpen 

Mussen zij tsjilpen, 
Krekels zij sjirpen, 
En stroompjes kabbelen 
En vrouwtjes kibbelen. 

Nyreb zij luisteren 
En stiekemerds fluisteren, 
Barnevelders darten 
En veulentjes dartelen. 
Kikkers zij kwaken 
En vrouwtjes zij kwekken. 

En ik? 
Heb ik zin, dan 
Tsjilp ik, sjirp ik, kabbel ik, kibbel ik, 
     luister ik, fluister ik, dart ik, dartel ik,  
     kwaak ik, kwek ik, en rikketik ik, 
En soms ben ik een tikkie vrouwtjesonviriendelik. 
Maar dat wil ik wel compenseren, meisjes! 

© Peter van den Berg 

Na vijf uur zwermde alles weer samen richting Vishal. 
Na zo'n zonnige warme dag werd het hoog tijd de uitgedroogde lippen, tongen en levers
weer eens te drenken. En daarna: terrasjesavond voor de maag en... verder praten. 

© JohnN voor Hernehim Cultuur. 

Noot: De Haarlemse Dichtlijn: de bundel - Redactie P.M.Délefre, Nuel GIelens en Sonja Kagie. 
Uitgave Grafisch Buro Haarlem www.grafischburohaarlem.nl  mei 2008 

 

 

 

Foto hiernaast: Eén van de Haarlemse Diva's. 

De Haarlemse Dichtlijn Pinksterzondag - Haarlems Dagblad (overgenomen) Artikel door Paula Zuidhof
Het begint al een echte traditie te worden. Haarlem wordt komende zondag, op
eerste Pinksterdag, op diverse plaatsen in de stad bevolkt door dichters, die hun
pennenvruchten, al dan niet in de open lucht gaan voordragen. 
Op het nieuwe logo van de Stichting Haarlemse Dichtlijn stapt zelfs Loutje van 
zijn sokkel om een gedicht voor te lezen aan het om hem heen verzamelde publiek. 
Sonja Kagie is voorzitter van de Stichting, die vooral tot doel heeft de dichtkunst
van z'n oubollig imago te verlossen. 
"Ik ben zelf geen dichter", bekent ze, "ik heb wel wat met taal, maar dichten is 
weer heel wat anders. Ik vind het leuk om met een aantal dichters de manifestatie
te organiseren". 
Het was aanvankelijk een vast Haarlems groepje dichters en schrijvers dat op de
voorgrond treedt, Bies van Ede, het Ampzing Genootschap, Niels Guelens en 
beatdichter P.M.Deléfre verzorgen een deel van het programma. "Het is zeker de
bedoeling dat we ook onbekend talent een podium bieden", zegt Sonja, "en dat is
gelukt. Er zijn ook veel mensen bij van buiten de stad, zoals Hedwig Baartman en
Pom Wolff. In Taverne De Waag zal het duo "Hoed en de Rand" optreden met 
muzikale poëzie".
De Waag is voor poëzie een historische plek, tussen De Waag en de molen De 
Adriaan vaart een boot, waarop Foleor van Steenbergen en Hedwig Baartman 
optreden.

Nuel Gielens actieve schrijver, rechts Sonja Kagie die echt kan
genieten van poëzie
(Foto's  Hernehim Cultuur) 

De Dichtlijn wordt zondag geopend in de Vishal om 13:00 door Nuel Gieles.
Zelf heeft Sonja Kagie als voorzitter van de Haarlemse Dichtlijn de dichtkunst
leren waarderen. "Ik dacht eerst 'zeg nou maar gewoon wat je bedoelt'. 
Later leerde ik anders naar de woorden te luisteren. Nu krijg ik af en toe kippenvel, zo mooi vind ik het". 

(Artikel ingekort door Redactie Hernehim Cultuur) 

 
 
Het Maandelijks Podium van de Amsterdamse Centrale Bibliotheek, decor uitverkiezing Hernehim Gedicht van de Maand.
Het Open Podium van de OBA, op elke laatste zaterdag van de maand, heeft dit jaar de uitverkiezing van het Hernehim Gedicht van de Maand als vast element in de programmering opgenomen. 
Afgelopen zaterdag, 26 april waren er - ondanks de vakanties - toch weer zo'n 45 belangstellenden naar de Haasse en Vestdijkzaal gekomen om te gaan luisteren naar bekende Amsterdamse podiumdichters, naar bekende deelnemers uit de regio, maar natuurlijk ook weer wat nieuwe gezichten. Vooral verrassende bijdragen, samen met de wijze van presentatie door Jos van Hest, houden dit podium sprankelend. Dus "open" moet het vooral blijven, aldus de organisatoren. Dat je daar een zeker risico mee loopt, wordt voor lief genomen. Zo was er deze keer een grappenmaker met een onsamenhangend 'gedicht', lachend gepresenteerd, waarin Jos, die toch niet gauw uit het veld geslagen is, kop noch staart kon ontwaren. Dus deze deelnemer viel al snel door de mand, waarbij hij verklaarde 'gewoon wat dichtregels bij elkaar gefotoshopt te hebben'. 
Gelukkig was er ook volop 'kwaliteit', bijvoorbeeld van een Joodse dichteres uit Australië, die tijdelijk in de hoofdstad was. We komen graag op haar terug zodra wij emailcontact met haar krijgen, na haar thuisreis. Een indrukwekkende benadering van het herdenken waarmee we deze dagen weer worden geconfronteerd: 'hoelang moeten wij daarmee dóórgaan, of is er een moment dat we het moeten laten vergaan, tot humus voor een nieuwe geest'. 
Alleen al zo'n enkel vers maakt een bezoek aan het OBA Podium al waardevol.
 

Vera De Brauwer (Etikhove, OostVlaanderen) leest haar winnend sonnet

© Copyright foto's en tekst Redactie Hernehim Cultuur 

Het Hernehim-moment kwam na de pauze aan de orde. Sinds januari wordt telkens uit de thema-inzendingen van de gasten, zowel als uit het Hernehim open podium een vijftal gedichten anoniem voorgelegd aan een onafhankelijke jury. Deze selecteert hieruit bij meerderheid van stemmen twee kanshebbers op het Gedicht van de Maand. Een gerenommeerd dichter bepaalt tenslotte welk van deze twee zegeviert. 
Hernehim maakt beide één a twee weken voor het OBA Podium bekend en nodigt de schrijvers van die genomineerde poëzie uit in Amsterdam. Omdat Hernehim Cultuur een virtueel podium is, kunnen het dus heel goed dichters van ver weg zijn. OBA en Hernehim hopen natuurlijk de dichters te kunnen begroeten en de gelegenheid te geven hun werk zelf voor te dragen
Zorgvuldig houden we de einduitslag zolang mogelijk geheim, dat maakt dit programmapunt direct na de pauze des te aantrekkelijker. Bij afwezigheid van de winnaar draagt één van de redactieleden van Hernehim Cultuur het winnende gedicht voor. 
Op het (boekenweek)thema "van oude mensen" was door Corry van Doorn het gedicht "Wintermist" geschreven, met een prachtig uitgewerkte metafoor over een oude vrouw wier wereld kleiner wordt naarmate de avond valt en haar huis verhult in de mist. Het andere kandidaat gedicht "Het droogboeket" werd ingezonden door Vera De Brauwer. In haar mooie sonnet zien we hoe (opnieuw) een oude vrouw vasthoudt aan fleurige herinneringen uit het verleden door een slinger van gedroogde boeketten op te hangen aan een spijker in haar klok. 
Corry van Doorn zou een verre reis moeten maken en had bedankt voor de uitnodiging. Vera De Brauwer was er wél, helemaal uit de Vlaamse Ardennen! 
Een blije dichteres nam haar prijs van de maarteditie in ontvangst en werd daarmee Dichter van de Maand. 
 
Het droogboeket  

Ze heeft een nagel in haar klok geslagen. 
Daar hangen alle ruikers die ze krijgt 
van haar bezoek op feestelijke dagen. 
Gelijk men aan een snoer de parels rijgt, 

schikt zij de bloemen in diverse lagen. 
Zolang de nagel niet met lossen dreigt, 
bewaart ze, om 't alleenzijn te verjagen, 
elk souvenir dat naar gezelschap neigt. 

Haar zoon verfoeit de geur van haar verleden: 
een beetje duf, het valt niet te vermijden 
want elke klokslag breekt een uur uiteen 

in stof dat dwarrelt over alles heen. 
Maar moeder ziet de fleur van vroeger tijden 
in bloemenpaden, klaar om te betreden. 

© Vera De Brauwer 

Wintermist  

nu wintermist omhoog klimt langs het huis 
sluit ze met stille weemoed de gordijnen 
omdat de beelden uit de straat verdwijnen 
ruilt ze het vensterraam in voor de buis 

de tijd herschiep haar woning in een kluis 
en roofde wreed alle verbindingslijnen 
nu wintermist omhoog klimt langs het huis 
sluit ze met stille weemoed de gordijnen 

wanneer de ketel zingt op het fornuis 
hervindt ze rust en vrede in het kleine 
ze wacht en hoopt dat Hij straks zonder pijnen 
haar oren vult met engelengeruis 
nu wintermist omhoog klimt langs het huis 

 

© Corrry van Doorn

 
De populariteit van het OBA Podium groeit dermate dat niet meer alle aanmeldingen in het programma passen. Men hecht eraan dat het een laagdrempelig podium blijft waarbinnen bijdragen van verschillend niveau 
een kans krijgen, er wordt niet op voorhand geselecteerd. Maar alleen al
vanuit Amsterdam en de regio komen er al zoveel 'vaste' kandidaten dat 
daarmee de twee uur, die er maandelijks beschikbaar zijn altijd geheel 
gevuld zouden raken. Om de openheid en het verrassingselement in elke
aflevering te handhaven genieten 'nieuwkomers' bij grote toeloop voorrang
en wie deze keer aan bod is gekomen kan niet onmiddellijk inschrijven 
voor de volgende maand. 
Amsterdammers die mopperen dat zij niet meer aan bod komen als er deelnemers zijn uit Australië, Zwitserland en Vlaanderen, hebben geen recht van spreken, want ook Jacques Vos bijvoorbeeld mag in mei niet opnieuw optreden, maar Jeanne Wesselius bijvoorbeeld wél. Podiumtijd is een schaars goed en dat dient 'streng doch rechtvaardig' verdeeld. 
En vergeet het niet: Amsterdam is in 2008 tenslotte ook WERELD-boekenstad. Dat mag dit podium ook best uitdragen.  


Amsterdam, 28 april 2008

 
 
 
Toch maar weer Eijlders - wellicht als onnodige aansporing? - Bericht van Loes Essen 
Het was de voorlaatste keer van dit seizoen. Hierna nog één keer, op de derde zondag van de maand, in mei.
Hoe ze het toch elke keer weer doen, daar bij Eijlders, meer dan twintig dichters warm onthalen binnen een strakke maar allesbehalve hinderlijk voelbare organisatie, die elke keer weer werkt.
Alles gaat daar vloeiend, gemoedelijk, met een lach. Nog afgezien van het enorme aanbod aan poëzie, is het niet verwonderlijk dat deze poëziemiddagen een enorme vlucht nemen in populariteit. 

Van de rumoerige massa supporters, die de Ajax-PSV-ontknoping pal ernaast op het Leidseplein afwachtten, was bij Eijlders binnen niets te merken. Een oase. 

Deze dichtmiddag stond in het teken van 'de eerste liefde'.
Gastheer Paul Lokkerbol ging alle deelnemers geduldig langs en noteerde van elk de naam van zijn of haar eerste liefde in zijn notitieboekje, die hij ons bij de aankondigingen liet weten. 
Naast vele 'oudgedienden' zagen we ook deze keer weer enkele nieuwe gezichten. 

Ondergetekende mocht de middag openen en sluiten. Ik las twee gedichten voor van John Zwart, mister Hernehimself, zoals Pom Wolff hem ook wel noemt. Pom (eerste liefde: Marian, maar eigenlijk nog eerder Sinterklaas en later Gerard Reve) was er zelf ook weer eens en bracht 6 gedichten ten gehore. Of eigenlijk kun je het zo niet noemen; wanneer hij voordraagt ís hij poëzie. Meteen al aan het begin van zijn voordracht viel het bomvolle café muisstil. En dat bleef het tot en met het magistrale 'zo wil ik je vergeten' dat we hier in doorlopende lay-out weergeven om aan de voordracht, die de lezer niet kan horen, recht te doen. 

Enkele seconden intense stilte, dan het applaus, dat maar aanhield. Verdiend. 
Heb ik hiermee mijn kruit verschoten? Nee, het was een rijke middag, vol poëzie en liefde, en liefde voor de poëzie in een geweldige sfeer. Eenieder de aandacht geven, hier, die hij of zij verdient, is simpelweg niet mogelijk. Ik kan u alleen maar aanraden dit eens te komen meemaken. 

Naast een hele reeks vertrouwde gezichten, waren er ook dit keer weer een aantal deelnemers die, voor mij althans, nieuw waren. 
De bekende dichters, die we hier al vaker aandacht gaven, slaan we dit keer - met respect - eens over. Wie we wel willen noemen? 
Ger Belmer, Aurora Guds, Carel Ruin (jaargang 1910!) van wie we een heerlijk ouderwets eerste liefdesgedicht citeren: "we waren jong en 18 jaar /  en hielden van elkaar / er ging geen dag voorbij / of zij ging aan mijn zij ...." met als slotvers "naar jou... naar jou... naar jou.`
Fries de Vries, Bram de Waard en Rik Comello, die in juni een duo optreden met JohnN als "zeedichters" gaat doen, op Jan Wolkers' eiland Texel. Datum: 22 juni, Zomerschans Festival. 

Tot lang na achten bleef men nog napraten in die voor velen inmiddels zo vertrouwde Eijlderssfeer, warm, betrokken en ... inspirerend. 
Elke beschrijving blijft een flauwe afspiegeling, de Dichtmiddagen van Eijlders, die moet je beleven. 

© Loes Essen, voor Hernehim Cultuur 
Amsterdam, 25 april. 

De laatste Eijlderszondag dit seizoen is op 18 mei a.s.

dit is de plek waar ik lopen wil met mijn liefste, alsof de grond van ons is, alleen maar grond, de grond, deze grond. alsof de grond ons huis is. alsof we de deur sluiten en alles achterlaten omdat het onze deur is, omdat twee mensen samen willen zijn achter een deur. willig, met de grond. ik wil je lezen en ik lees je, ik lees je voor. lees het gedicht niet mooier, niet mooier dan het is, op de grond van dit huis in een nis. 
ik vergeet wat komen zal en altijd komen zal en nooit, nooit anders was. zo, dat ik het precies, heel precies, zeggen kan, zeg je, maar ik koester dit vergeten zo, omdat ik van je houden wil, je vasthoud en dat ook wil en elk voorbehoud vergeet en er later over schrijven zal omdat ik je lees, je wil lezen, je tegenhoud, je tegen mij aanhoud en me vergeet en me in je vergeet. zo wil ik de deur vergeten en de grond, zo wil ik mij vergeten. wil ik vergeten wat komen zal. zo wil ik schrijven en vergeten. 
zo wil ik het schrijven vergeten, zo... 

                                                                                                                                                   
© Pom Wolff 

Een bijdrage van een 'nieuw gezicht': 
Fries de Vries (zijn eerste liefde: de dichtkunst), met drie gedichten, waaronder:

RANDMOBIELEN 

                                                                summa mobilitate 

wie zijn de ongekroonde koningen der telefonade?
de ruiters en amazones van de Nokiabrigade
stokpaardridders, ruisaanbidders, ringtoonfanatieken
die bussen, trams en treinen met hun gezeur verzieken 

onzinlullers, flauwekullers, kille stiltebrekers
ze kletsen, ze zwetsen, zeurpietende chaoskwekers
ik mobiel, jij mobielt, ze mobielen allemaal
ouwehoeren brullend nonsensikale brabbeltaal 

ze aaien en strelen, ze spelen met hun glimglansschijfje
hun mobieltje is hun mannetje, het hitsige liefkooswijfje
ze bellen in winkels, in straten, ze mobielen in hoeken en gaten
of het gas wel uit is, slaapt opoe al, vergeet de hond niet uit te laten! 

Cohen, Balkenende, Hirsch Ballin grijp in, we smeken u heel zacht
gooi die fonofiele randmobielen midden in de Herengracht! 

© Fries de Vries  

]

Ook regelmatig wisselende exposities in Eijlders - "Handen" 

 

 

Ruigoord 35 jaar - en weer tien jaar erbij - Verslag van Loes Essen 

Het is zondag, 13 april. 
Het Woord in Ruigoord. 

Bus 82 brengt mij naar Ruigoord, naar een kerk waar 'Vurige Tongen' meer inhoudt dan Pinksteren alleen, maar zeker ook raakt aan de bezieling met en door het woord. Gigantische windturbines lijken me naar de kerk te wenken, als ongepaste boodschappers. Paarden sjokken traag knikkend door het hoge gras. De geur van een kampvuur, niet de bekende dichte blauwe turfwalm, maar een kruidige geur van hout komt me al tegemoet. 

Op het programma, dat om 16.00 uur zal beginnen, staan: 
Erik-Jan Harmens, Pamela Koevoets en Bernard Wesseling en live muziek van Marijn Wijnands.

 

Bij binnenkomst valt me meteen op hoe kleurrijk de mensen zijn en hoe relaxed de sfeer is, ja, die term valt me toch direct in, hoewel het bijna te zeer voor de hand lijkt, hier. De zon doet daar nog een schepje bovenop en schildert in warme banen door het glas-in-lood de mensen nog eens over. 
Honden lopen door de kerk, kinderen huppelen rond. In de nissen staat zowel een beeld uit de Christelijke religie als een Boeddha. Er hangen afbeeldingen uit de Hindoeïstische wereld en op de witgeschilderde kast achter op het podium prijken grote gouden Arabische letters. 
Op elk tafeltje, her en der verspreid, staat een glas met verse wilde bloemen, de geur van wiet omringt ons. Er is een tweedehands boekenstalletje. In de hoek de hete adem van een gigantische houtkachel. 
Een prachtige stem en twee akoestische gitaren, die samen de ruimte vullen. 

Tegen half vijf heet gastheer Hans Plomp ons welkom met enkele mededelingen. Het oorspronkelijke programma is gewijzigd, Er was een middag gepland met 5 weduwen van schrijvers, te weten de weduwen Burnier, Lucebert, Morriën, Elburg en Ferron. 
Dit ketste af, om organisatorische redenen, maar zal ooit nog doorgang vinden. Pamela Koevoets heeft door een sterfgeval plotseling moeten afzeggen, helaas. 
In haar plaats zal dichter Aja Waalwijk optreden. Ik ken hem niet, maar herinner mij dat ik op weg naar hier onder een gedicht, in grote letters geschilderd op de vensters van een woonhuis, had zien staan: vertaling Aja Waalwijk. 

Kleurrijke mensen, kinderen en honden bevolken het Ruigoordkerkje 

 
Hans Plomp opent de poëziemiddag met het voordragen van vertalingen van enkele groten. Hij begint met wat hij een Ruigoordgedicht zou willen noemen, 'Het lied van de hoogste toren' van Arthur Rimbaud. 'Laat komen, laat komen, de tijd waarvan wij dromen' wordt met blijde instemming ontvangen. 
Daarna Novalis, met de klemtoon op de eerste lettergreep, zo leert hij ons, die slechts 28 jaar is geworden en al rond zijn twintigste zijn grote liefde verloor aan de dood. Sindsdien zag hij zichzelf vooral als medium van de geest van zijn gestorven geliefde. 
Er volgen nog 'Oud' van Edmund Waller, een tijdgenoot van Shakespeare,
Coleridge ('liefhebber van verboden vruchten en misschien juist daardoor een geestverwant') en Shelley ('ik kan niet geven wat men liefde noemt') en een verrassend gedicht van de Rus Kirsjanov.

Aja Waalwijk begint met het zingen van zelf geschreven 'Engelse liedjes', zoals hij dat noemt ('I'm on my way and I'm on your way too'). En draagt uit het hoofd op indringende wijze gedichten voor als 'De wereld was een boom', opgedragen aan Anne Frank 'verhalen ritselen hier rond (…) nu van een schrale hand, die uitloopt tot verdorde klok'. Een gedicht over de hardheid van de stad: 'zie de bloemen in de straatnaambordjes van de Jordaan en pluk de dag (…) de stad is getekend, de wereld is niet groot genoeg'.
Sterke maatschappijkritische teksten, ritmisch en al of niet op rijm. 'Ik ben een architect in Zonderland, ik kerf mijn hart uit in een stam, verander de wereld door stil te staan, dóór te gaan' De mensen willen meer, als hij al bijna wil vertrekken en hij geeft een toegift met een lang gedicht, uit het hoofd, met aanzwellend volume, profetisch galmend als van een kansel. Hij oogst een daverend applaus.
Jammer, dat deze dichter niet op internet te vinden is. Hij belooft me iets toe te sturen via mail. Wij zullen u dit niet onthouden als dat binnenkomt. 

Erik-Jan Harmens betreedt het podium. Hij komt uit de traditie van de slam, werd in 2002 kampioen en sindsdien is zijn ster snel gerezen. Zijn bundel 'Gospels en psalmen' komt binnenkort uit. Hij werkte o.a. voor De Groene Amsterdammer en de VPRO.

Voor zijn zoon Jeroen, die aanwezig is en elke regel ervan kent, begint hij met een gedicht uit de bundel Underperformer (de achterflap hiervan meldt: Underperformer is een bundel over rouwverwerking voor gevorderden, autisme, stoppen met roken en een diepe, diepe haat jegens boeren. Gevangen in een idioom van street language, financieel-economische terminologieën en autistische woordcombinaties, is Underperformer een aanslag op ieders gemoed.'
"Het is alsof staren naar de maan hem geruststelt, in die zin, dat die maan er ís'
Daarna naar gedichten uit 'Gospels en psalmen' waarin getwijfeld wordt aan het agnosticisme.
'Ik heb uw naam langs de kartelrand afgescheurd. God is een g, een initiaal'
Voor een interview met deze dichter verwijzen we naar Meander

Warmepanpsalm 

o heer spuit uw oren uit en hoor mij aan 
ik ga nu even van de warme pan 
ik zet mijn huis te koop en lap de ramen 
er komt niemand kijken maar ik blijf lappen 
er zijn geen ramen maar ik blijf lappen 

ik laat me een pak aanmeten en smijt het in een hoek
weeg de ene lege vuilniszak tegen de ander af
laat een mijnenveld verdorren keer de kazen laat 
voel spieren waarvan ik niet wist dat ik ze had 

vandaag is geen geile dag om haar te bellen
maar ik heb mijn vingers al in mijn hand
hoest een nummer op en toets
dronken ridder en ik peer 'm

laffe goelagdag
ik slaap in en zie het gezicht dat ik had moeten zien toen ik wakkerlag

 

De voordrachten worden afgewisseld met zang van Marijn (Ma rain) Wijnands, begeleid door twee akoestische gitaren.
Een prachtige, sterke, zuivere stem vult de ruimte tot in de nissen. De teksten, in Engels, zijn van haar eigen hand. ("The paper wall is coming down/ Your name is written on it/ The plaster is falling to the ground/ It's a game you play/ To get you through the day/ When the light is pale/ Ahaa ahaa"

Hans Plomp vertelt me in de pauze, dat er onlangs weer voor 10 jaar is bijgetekend. Gelukkig is Ruigoord voorlopig weer veilig voor de oprukkende industrieterreinen. 
Hij besluit de middag met de mededeling, dat het jammer is, dat Bernard Wesseling niet is gekomen. Hij zegt het met bijna blijmoedige berusting. Over relaxed gesproken. 
Ik kan niet nalaten mijn teleurstelling te laten blijken. Zeg tegen mijn buurvrouw, dat dat mij van hem tegenvalt, dat hij niet is komen opdagen. Ze kijkt rustig op uit de Bhagavad Gita, glimlacht en zegt, dat hij er zijn redenen wel voor zal hebben gehad en dat wij daar niet over kunnen oordelen. 
Ze heeft volkomen gelijk. 

Bij de bushalte stopt een rode Suzuki. 
Aja Waalwijk en twee vrienden geven me 'een slinger' naar de stad. 
Ik luister geboeid naar theorieën over getijde-energie, een manier van energiewinning, waardoor lelijke giganten als die ons nu uitwuiven, voortaan uit het landschap zouden kunnen worden geweerd. 

Loes Essen Amsterdam 14 april 2008 

 
 
Zichtbaar alleen - Bespreking door Loes Essen, Amsterdam - 12 april 2008 .
"Zichtbaar alleen" is een bundel van Ruben Philipsen (fotograaf) en Wouter van Heiningen (dichter), uitgegeven door De Brouwerij te Maassluis.

De evenwichtige vormgeving van deze bundel springt meteen in het oog en ademt kwaliteit. De omslag intrigeert, maakt nieuwsgierig: Een vrouw zit enigszins ineengedoken, mantel over de schouders, tegen massieve kolossen van eeuwenoude steen. Gewelven, gesteund door immense zuilen ('olifantenpoten' in De kolos) omringen haar. Zij staart voor zich uit naar een metersdikke muur, opgetrokken uit dezelfde blokken steen. De titel "Zichtbaar alleen" wordt hier in alle soberheid sterk in beeld gebracht. De makers dragen hun boek op aan Inge en Loes. 
Bladerend in de bundel valt de rust op van de bladverdeling, hoofdletters, geen punten en nauwelijks komma's, een mooie, royaal ronde letter.
Foto's in zwart-wit of sepia, hier en daar een blauwe lucht, die de koelte van de tijdloze beelden versterkt. 

 
Kunsthistoricus Natascha Bär opent haar beschouwing in deze bundel als volgt:
"Als twee verwante zielen elkaar ontmoeten is de kans groot dat er iets moois ontstaat. Zijn beide personen creatief begaafd en beoefenen zij elk een andere artistieke discipline, dan kan de wereld zich verheugen op een geschenk. (…) Zielsverwanten zijn ze, de contemplatieve beeld- en woordkunstenaars, met hun behoefte aan verwondering en hun respect voor het wezenlijke dat door eenvoudige verbeelding groots wordt. Zo te kunnen ervaren is een geschenk, zo te kunnen waarnemen is een gave, zo te kunnen 'beelden' is een kwaliteit."

Twee motto's staan voor elk van beide auteurs: "Door te kennen wat bestaat, kunt u kennen wat niet bestaat. Dat is leegte." (citaat Miamoto Musashi uit 'Joe Speedboot' van Tommy Wieringa) en "All those moments will be lost in time, like tears in rain" (citaat Rutger Hauer uit 'Blade runner' van Ridley Scott, scenario Fancher & Peoples, 1982). 

De inhoud van deze bundel bestaat uit twee delen: 
I – Zichtbaar alleen 
II – De zeven hoofdzonden 
en sluit af met Dankwoord en Beschouwing. 

Uit interviews blijkt dat het fotografisch werk het uitgangspunt is geweest voor de dichter. 

   De tijd voorbij 

   In het halfduister 
   in een strakke rij 
   staan ze statig 

   als door mensenhanden 
   gemaakte lakeien 
   voor een hogere macht 

   Hier kijken schaduwen werkeloos toe 
   hoe het verval van waarde 
   - als aanklacht - 
   ze met de verstikkende deken 
   bedekt van oppervlakkige 
   desinteresse 

   Gemaakt op absolute waarden 
   vertoont zich nu 
   de vertwijfeling

 
   Vertaalde Engelse versie: 

   Past time 

   In the twilight 
   in a straight row 
   they stand there solemn 

   like man made servants, 
   for a higher power 

   Here the shadows, without reason, silently watch 
   how the decay of values 
   - as an accusation- 
   cover them with the suffocating 
   blanket of superficial 
   indifference 

   Made on absolute values 
   it now displays 
   desperation 

 

Ik doe hier even een kleine greep uit het eerste gedeelte: 

X markeert de plek. De foto had een schilderij van Carel Willink kunnen zijn. Op de voorgrond een klassiek beeld van een sfinxfiguur, op de achtergrond een prachtig oud buiten (Château de Chantilly in Frankrijk). De lucht erboven wordt geheel doorkruist door twee straaljagersporen.
Hier komen twee werelden samen,
'twee werelden gekruist/ in één oneindig lange lucht// Dan staat de tijd stil/ in grootsheid en grandeur/ en voltrekt het leven zich' 

De foto die inspireerde tot Engelendraden lijkt op het eerste gezicht abstract; een diagonaal van linksboven naar rechtsonder verdeelt de liggende rechthoek in een donkere onderkant en een lichte bovenkant. Bij nader bekijken zien we dat hier sprake is van een beeld van een engel, bedekt met spinrag, in een scherpe hoek vanaf de voet tot het hoofd gefotografeerd. 'Fijne draden/ lichten op in zilver/ en vlechten een web/ van onzichtbaar leven'. Een spel van licht en donker zoals we dat in meerdere foto's en gedichten tegenkomen. 

Foto en gedicht vullen elkaar niet slechts aan, maar ze versterken elkaar in wisselbare kracht. Puur en eenvoudig is de keuze voor het beeld, zowel in illustratie als in taal. Met ontzag voor detail is hier gewerkt zowel door dichter als door fotograaf. 

 
De zeven hoofdzonden zijn elk symbolisch weergegeven, uitgebeeld door dezelfde vrouw met een markant, doorleefd gezicht en een bijna meisjesachtig, rimpelloos ongeschonden lichaam, op vrijwel elke foto naakt. Elke zonde wordt gekarakteriseerd door symbolen als slangen, spiegels, blinddoek en vleugels, maar vooral door de lichaams- en gelaatsexpressie van het model, liever gezegd de actrice.

Hoogmoed:
(Vervreemdend/ naar binnen gekeerd ((…)) Als een prachtige/ verpakking/ om een leeg/ cadeau'),
Hebzucht:
('Geen aandrang/ zo sterk, zo indringend/ als de begeerte/ naar have en goed/ bepalend voor het denken/ van alledag'),
Wellust:
('Ronde vormen dagen uit/ stimuleren, trekken aan/ en laten achter// Gedachteloos en leeg'),
Afgunst:
('De behoefte tot blussen en rust/ wordt altijd overschaduwd/ door wat niet is, niet heeft/ niet mag, niet kan'),
Vraatzucht:
('lijdzaam groeien de/ grenzen van het fatsoen/ naar een punt van/ geen terugkeer// en steeds weer/ moet het opnieuw/ en meer')
Toorn:
('Het gif, ooit geplant/ broedt langzaam maar gestaag/ verteert het zacht tot taaie/ zichzelf verhardende massa'),
Luiheid:
('Loom en zwaar/ ligt de dag als/ een warme deken/ over de gedachten/ aan wat nog moet,/ wat nog niet is ((…)) straks/ morgen/ later/ is snel genoeg'

We zien in deze bundel geen experimenten in de taal of een hoge vlucht in het spel met woorden, maar heldere eenvoud, toegankelijk, puur en sterk. Dat geldt ook voor de foto's, die getuigen van vakmanschap en een scherp oog. Hier hebben kunstenaars hun aandacht zorgvuldig gebundeld in hun kunstwerk en elkaar.

Alle foto's uit het boek zijn eveneens op groot formaat linnen gedrukt en verkocht. Een expositie van deze groot formaat foto's zal te zien zijn vanaf eind april t/m eind mei in Galerie Dis in Maastricht. Een interview met Wouter Van Heiningen over de totstandkoming van Zichtbaar alleen in de Maassluise Courant is te lezen op de website van deze krant. 


'Zichtbaar Alleen' - fotografie en poëzie - Ruben Philipsen & Wouter van Heiningen
Uitgave van De Brouwerij, Maassluis. 2008. ISBN 978-90-78905-13-4. € 19,50.

 
 
 
VSB Poëzieprijs 2008 - Laudatio en Hugo ClausProloog - geplaatst 12 april 2008 
Hugo Clausproloog 2008 - door David Van Reybrouck  Laudatio VSB Poëzieprijs 2008 - door Odile Heynders
De poëzie moet weer hees worden De eeuw van de dichter 

David Van Reybrouck 

De Nederlandse poëzie lijdt aan anorexia en haar toestand wordt stilaan kritiek. Wil ze niet helemaal wegkwijnen met doffe ogen en vale huid, dan moet ze weer vlezig worden, vettig en volslank. Succulent en druipend van sap moet ze zijn, als een kind dat een perzik eet op een zomeravond. De poëzie moet zich weer aan de wereld laven; alleen zo kan ze de dorst van ons, lezers, weer opwekken. Dat is de conclusie van mijn verhaal. Voor wie er belang aan hecht, geef ik nog even de argumentatie. 
Hugo Claus is bijna een maand dood en nog blijft hij ons bestoken. Nooit gedacht dat een atheïst het bestaan van het hiernamaals kon bewijzen. Gelovigen gaan dood en worden maar geen engelen, hooguit heiligen (en dan nog hullen ze zich in zwijgen), maar de ongelovige, die galmt ons toe van aan de overkant. Daags na zijn dood pleegde die goddeloze Claus al zijn eerste postume heilsdaad toen hij de nieuwe, net aangetreden maar erg zoutloze regering van zijn en mijn vaderland van de voorpagina’s stootte en alle landelijke redacties dwong om plaats te maken voor Zijne Koninklijke Bronstigheid. Prachtig was het! 
Maar zijn heidense stem reikt nog veel verder, veel dieper. Nu nog. Ik geloof dat zijn dood zelfs de hedendaagse poëzie weer tot leven kan wekken. Door zijn overlijden zijn we massaal weer in zijn gedichten gedoken, in dat modderbad van taal en zinnelijkheid waar van elke onderdompeling een heilzame werking uitgaat. Want plots besef je weer, als je bovenkomt met nat haar en het uitproest, wat poëzie óók nog mag zijn. Schaamteloos lyrisch als in West-Vlaanderen, hitsig jubelend en jankend in de Oostakkerse gedichten, kermend van verlangen in Nu nog, vloekend, monkelend en grinnikend, schor, tochtig en schoon: Claus, altijd, Claus. We slaan de verzamelde gedichten open en plots breekt de zon weer door de wolken. Mijn god, ja, dit was ook poëzie, dit mocht ooit ook. 
Wat een contrast met zoveel van onze gangbare verzen! Als dichter vertel ik het u met pijn in het hart, maar we hebben onszelf nogal aan banden gelegd de afgelopen twintig jaar, en nog geen klein beetje ook. Poëzie mag niet langer verhalend zijn, niet langer anekdotisch of didactisch (waarom niet? dat weet geen mens), niet langer verontwaardigd of verdrietig, blijmoedig al helemaal niet, niet langer humoristisch ook (of het moet ironisch zijn, de humor voor lafaards), niet langer helder want dat is verdacht, of begrijpelijk want dat is verraad (aan wie? ook dat weet geen mens). Poëzie mag niet langer vertrouwen op de taal, poëzie zal prevelen in de schemering of zal niet zijn. Ons gestamel mag bovendien allerminst een woordje uitleg krijgen, zeker niet van sonszelf, want wij zijn sjamanen, doorgaans direct in contact met het hogere, stotterend weliswaar, maar niettemin, en liefst ook niet van een ander, geen voorwoord, geen achterflaptekst die iets zinnigs zegt en al helemaal geen foto van onszelf, het moet allemaal voor zich spreken, ook als het niet spreekt, ook als de dichter zegt dat hij of zij niet kan, wil of mag spreken, en als iemand dat toch doet in zijn plek, voorzichtig, aftastend, schoorvoetend, reageren wij schouderophalend en verongelijkt, want dan is de poëzie geprofaniseerd, gedesacraliseerd en dus gebanaliseerd en dát, dat mag zéker niet. En waarom? Dat weet, nog steeds, geen mens. 
Wij worden, net zoals de Azteken, geregeerd door taboes waarvan we niet meer weten waar ze vandaan komen. Wij denken een fancy computer te bezitten, maar diep vanbinnen draaien we op het oubollige DOS-systeem. Mijn god, wat hebben we onszelf aan banden gelegd. Wij eten niet meer, nee, wij zuigen op geursteentjes. En het roze sap dat dan naar onze kin vloeit, een flauwe echo van de schuimbekkende sjamaan, noemen wij: poëzie. Onze breedbandverbinding met de wereld is een smalspoor geworden en we beseffen het niet; binnenkort rest ons enkel nog het zwijgen. 
Of was dat misschien de bedoeling? Al die poëzie die wil zwijgen in taal. Ja, waarom zwijgen we dan niet helemaal? Met Paul Celan hebben we de zuiverste graad van lyriek bereikt. Onovertroffen. Hans Faverey en Gerrit Kouwenaar hebben het Nederlands weergaloos verrijkt met hun uitgebeende verzen, ik had ze geen moment willen missen, maar het kan toch niet de bedoeling zijn dat dichters vandaag tot in de eeuwigheid genetisch gemodificeerde Faverey-klonen dienen te zijn? Het kan toch niet de bedoeling zijn dat we tot in lengte van dagen alleen nog dat soort ijle poëzie als waarachtig mogen beschouwen (al is ze vandaag vaak eerder krampachtig) en al de rest als minderwaardig moeten bestempelen? Ik wil weer dronken worden van lyriek, niet alleen hoeven knabbelen op al die droge borrelnootjes, doorgaans geschreven en vacuüm verpakt aangeboden door neerlandici die veel te veel poëzie hebben bestudeerd in plaats van er zich aan te bezatten. 
De dichtkunst is toch meer dan een reservaat voor weekdieren en eunuchen waar men denkt vreselijk gevaarlijk bezig te zijn omdat men een regeltje uit de syntax ontwricht? Wat prutsen met aanhalingstekens, gedachtestreepjes en veel tochtig wit: dat is toch geen avontuurlijke poëzie? Wat klieren met de Tab-toets en de harde return: moeten we daarmee naar de oorlog? Is dat niet vreselijk vrijblijvend? Bekommeren we ons nog wel om urgentie? Wordt het verlangen naar ijlheid dan niet stilaan een besef van leegte? 
Nee, dan Hugo Claus. Nooit ijl, nooit bang als dichter voor zijn collega-dichters, altijd even onverdroten, altijd soeverein, altijd wel trek in een dozijntje oesters of twee. Claus lezen dus, dat helpt. 
Wat nog? Geert Buelens lezen die in zijn essaybundel Oneigenlijk gebruik heerlijk van leer trekt tegen ‘de zelfgenoegzaamheid van de poëzie’ en even hartstochtelijk als genuanceerd pleit voor een dichtkunst die ‘geen zelfcensuur toepast, geen verraad pleegt aan het leven’. Arjen Duinker zien optreden wiens gedichten nog fleuriger zijn dan diens overhemden. Wat een genoegen om iemand weer te zien smullen van de taal, die zich nestelt in de woorden als in een zomerse zaterdagmiddag en die het ongelooflijk naar zijn zin heeft in de poëzie. Wat nou ontheemding? 
Wat nog? ‘Tuitjenhorn’ hardop lezen, het lange gedicht dat Kees ’t Hart schreef over een voetbalwedstrijd tussen Heerenveen en Tuitjenhorn. Het is vrij van ironie en glashelder, een zoektocht naar ‘zichtbare poëzie’, zoals hij het noemt. Het staat in zijn slechts vijf dagen geleden verschenen bundel met de toepasselijke titel Ik weet nu alles weer, een bundel die ik nu al als een mijlpaal in de hedendaagse Nederlandse poëzie beschouw. En dat zeg ik niet om aardig te zijn, want geen recensent die mij ooit zo heeft afgezeikt als ’t Hart. 
Wat nog? Horen hoe H.H. ter Balkt met zijn grafstem een dorsmachine doet reutelen; zijn onuitputtelijke oeuvre ontdekken als een Panorama Mesdag van die jammerlijke twintigste eeuw. Merken hoe Nolens afdaalt in de tijd en zelfs kan zingen met een dissectiemes als stemvork. Dwalen door de straten en verzen van Nijhoff en thuiskomen in een huis dat nooit meer helemaal het jouwe is. Kouwenaar herlezen, zo helder en zo rijk tegelijkertijd, zo warm en zo onherbergzaam. Kouwenaar nog eens lezen dus. Gedichten die je meevoeren, niet dat liplezen achter kogelvrij glas. Gedichten die het zinnelijke niet schuwen, het tactiele, het tastbare, het troostende zelfs. 

In Brussel wonen, dat helpt ook. Twee jaar geleden ben ik er begonnen met een internationaal, meertalig dichterscollectief. Wat een verademing om er een Galicische dichter en eurocraat aan de slag te zien met lange, zangerige verzen die je in het Nederlands nooit meer hoort. Wat een bevrijding om te beseffen dat wat die Kameroenees zoekt op de grens van recitatieve verzen en freejazz óók legitieme poëzie is. Of wat die kwaaie Marokkanen in hun donkere kelders bijeen slammen, of hoe die frêle Franstalige de poëzie weer helemaal uitkleedt en speels maakt. Dat dat allemaal poëzie mag heten! Met die groep zijn wij nu een Europese Grondwet in Verzen aan het schrijven: wat een feest! Verwarrend, maar noodzakelijk. 
Voor een relatief klein taalgebied heeft de Nederlandse poëzie al uitzonderlijk hoge toppen mogen scheren, maar vandaag lijken we ons van geen buitenland meer bewust, of het moet om toegankelijke, vertaalde Nobelprijswinnaars als Szymborska en Heaney gaan. Nijhoff las en vertaalde nog vanuit een half dozijn talen, vandaag lezen Nederlandstalige dichters voornamelijk Nederlandstalige dichters. De ijle hoogte is nogal lokaal. Globalisering lijkt van geen tel. 

Wat ook helpt, tenslotte, is weer kijken naar de schilderkunst. Voor de Vijftigers was er een evident raakvlak tussen vers en verf (zelfs zeer letterlijk bij Cobra-types als Claus en Lucebert, maar ook bij Breytenbach). Dat is voorbij. In Watou probeert men jaar na jaar op onvermoeibare wijze dicht- en schilderkunst met elkaar te doen praten, maar juist die inspanning geeft aan dat het niet langer vanzelf gaat. Nu cotoyeren we liever de hedendaagse muziek, interessant, maar ook niet gespeend van enige ijlte.
In de hedendaagse schilderkunst heeft zich evenwel de omwenteling voorgedaan waar we in de moderne poëzie vruchteloos zitten op te wachten. Ondanks het dogma van de abstractie in de jaren vijftig en ondanks alle gepriegel met video-kunst en andere installaties in de jaren tachtig zijn een aantal kunstenaars in alle stilte teruggekeerd naar dat wat verboden was: het doek en het figuratieve schilderen. Francis Bacon en Lucian Freud deden wat niet mocht, maar bewezen dat het wel nog kon: representeren zonder naïef te zijn, ontwrichten zonder gemakzuchtig te zijn, ontroeren zonder kitsch te zijn. Met internationale figuren als Luc Tuymans en Peter Doig is er zelfs een nieuwe generatie in de maak.
Net zoals de figuratieve schilderkunst nog steeds relevant kan zijn, geloof ik dat er opnieuw plek is voor ‘zichtbare gedichten’. Voor mij hoeft niet alle poëzie te zwijgen in taal. Ik wil dat ze stilaan wel weer eens hees wordt na al dat vezelen in de marge. Hees: van verlangen, van dorst, van ’t schreeuwen na een voetbalmatch desnoods, maar hees. Ik wil dat poëzie weer vlees wordt. En verf. En messen. Ik wil dat ze etst en kermt, dat ze krast en likt, dat ze eelt heeft en soms, heel soms, streelt, ogenschijnlijk onbewogen zoals een hand waartegen een kat zich schurkt. Ik wens u allen een mooie avond. 

Uitgesproken in de Rode Hoed te Amsterdam op 11 april 2008, bij de uitreiking van de VSB Poëzieprijs. 

Met dank aan © VSB Poëzieprijs 

Leonard Nolens, eerder in De Graanschuur, Nieuw Beijerland. 
Bram Roza Festival okt.2007 © Foto Diana Ozon

VSB Poëzieprijs 2008 - juryuitspraak door voorzitter Odile Heynders
Leonard Nolens
- "Bres", Querido, 2007 

Is het mogelijk te beschrijven in wat voor tijd wij leven? Uit te leggen wat er met ons aan de hand is, welke grootse ideeën, ziekelijke angsten, ontembare verlangens en indringende ervaringen we hebben? Wie kan onder woorden brengen wat we meemaken, wat leven is. Hoe ons leven is? Tien jaar heeft Leonard Nolens gewerkt aan poëzie waarin deze vragen beantwoord worden, een beeld gegeven wordt van de tijd waarin wij leven. Dat heeft in 2007 uiteindelijk een dichtbundel opgeleverd als een monument ter ere van de 20e eeuw. De dichter geeft stem aan zichzelf, aan ons en anderen:

Wij zijn die eeuw, die twintigste 
Zonder getal, ik zei het al 
Met de precisie van een losgeslagen tong. 

(...)

Maak van ons geen mens en geen verhaal.
Wij zijn de naakten die zich hullen 
In brandende vlaggen,
In de namen van geschonden grenzen.
(24)

Gruwelijke beelden domineren onze eeuw: van Noord-Franse loopgraven, Russische slagvelden, napalm branden of moslimvrouwen in volgepropte bussen. Nolens toont ons die beelden maar benoemt ze niet expliciet en laat ze over aan onze verbijsterende afwezigheid: “Wij weten niets. Wij weten niets. / Dat leren wij de kinderen op school.” (24) 

Bres opent met de reeks ‘Vlees in uniform is volautomatisch’. We horen de stemmen van soldaten, van mannen die vechten en van een troostende vrouw aan de telefoon. Aansluitend bij Frank Ankersmit zouden we kunnen zeggen dat we hier historisch contact hebben met hen die ons zijn voorgegaan. We herkennen klanken en kleuren, bewegende en bewogen mensen. Die waren zoals wij zijn. 

In de tweede cyclus ‘ Wij weten om te beginnen van geen begin’ wordt de dichter geboren: “Op 11 april 1947, zo grondig, voortdurend en traag”. Misschien weerklinkt hier de echo van Salman Rushdie die zijn roman Midnight’s Children begint met de woorden: “Ik ben geboren in Bombay (...) ik ben geboren op 15 augustus 1947 (...) Klokslag middernacht om precies te zijn.” De auteur en de dichter worden geboren en componeren het eigen leven in teksten. Zestig jaar leven krijgt in de honderd pagina’s van Bres vorm. De geboorte wordt vaak herhaald en doordacht. Wat is geboren worden eigenlijk? Beginnen met ademen en eten, natuurlijk. En lopen en slapen. Geboren worden is ook beginnen met aftellen.

Maar toen ik plechtig vroeg hoeveel dagen 
En nachten, hoeveel van dit leven wij kregen morgen
Om hier onze dood te verwerken vandaag, 
Toen barstte gisteren een jeugd in snikken uit 
En bevroor op mijn tongpunt de bloedhete hostie.
Toen raakten de God en ikzelf in paniek. 
(35)

We hebben nooit gezien wat aan ons voorafging. We bestaan vanaf 1947 of 1929 of 1961. En we zijn ons levenlang bang voor het einde van dit bestaan. Nolens speelt een spel met taal, construeert een ‘wij’ op de plaats van ‘ik’. Hij zet een register in dat het midden houdt tussen mantra, trance, en de psalmen. Nolens speelt ook een filosofisch spel in het doordenken van bewustzijn en identiteit. Waar ligt de grens van het menselijk individu, waar is het verweven met de ervaringen van een ander? Zelfs als die ander er niet meer is?

Een verfrissend naturel gaat uit van doden op foto's
Vader groeit op als een lachende zoon zonder ons.

Moeder troont op een duintop en verdiept zich
In de zee van haar immense meisjesjaren.
(34) 

Je kunt het beginnen niet leren. Zoals je het einde niet zult kunnen leren. Maar de zekerheid van het samenvallen van afkomst, aankomst en toekomst tekent zich af in al onze handelingen.

We kunnen Nolens poëzie historisch en filosofisch noemen. Maar ook de meer beladen term cultuurkritisch misstaat niet. In de derde reeks beschrijft de dichter de democratiseringsgolf van de jaren zestig. De wij-stemmen krijgen hier voor het eerst een opgewekte klank. “Wij waren toen met velen zoals ik”. We worden wie wij zijn in onze studietijd, als we afstand doen van onze familie, vrienden ontmoeten, kennis vergaren, ons geloof afleggen. Het is de tijd van de ontdekking van de ander: 

Wij hingen aan elkaar 
Wij hingen aan elkaar als los zand, 
Een wijdverspreide straatbende van dagdromers, 
Een hermetische club heremieten.
Wij leefden geknield 
En aanbaden de zon van geen inzicht 
En kusten het eeuwige licht van de twijfel.
Centraal stonden wij nergens.
(56) 

Maar de hoopvolle wij veranderen. “Wij waren de zwijgers na mei vijfenveertig. / Wij waren de zwijgers van mei achtenzestig.” (60). De dichter is opgenomen in een generatie van buitenstaanders. Wij worden enkelen, sommigen, anderen: 

Wij waren enkelen. 
Wij hadden vanzelf geen vanzelfsprekende inhoud
Van jou en mij, wij hielden met moeite 
Van ons, wij hielden ons niet vast. 
Wij hielden ons niet uit. 
Wij hielden ons niet vol.
(64) 

Toen deze reeks in de bundel Derwisj (2003) werd gepubliceerd en ik deze regels voor de eerste keer las, onthield ik ze onmiddellijk. Alles begint met de subjectiviteit. Een gedicht lezen betekent onze persoonlijkheid inschakelen. Deze regels brachten me van mijn à propos omdat ze verwoorden hoe de gemeenschap breekt. Wij voelen ons niet meer één met de ander en nemen voor die ander geen verantwoordelijkheid meer. Zo ontstaan agressie, kilte, liefdeloosheid. We hebben het niet volgehouden elkaar vast te houden als mens. De verbrokkelde maatschappij van nu rust op de fundamenten van mei 68 toen we te veel zijn gaan redeneren vanuit ons eigen individu. We hebben zwijgend staan toekijken. 

Na deze grootse, humanistische visie, trekt de dichter zich terug op zichzelf. In de vierde reeks van Bres gaat het om hem in zijn stad. “Antwerpen is een persoonlijke kwestie.” (69). Subtiel zijn in deze gedichten verwijzingen verwerkt naar het particuliere leven, de straat waar de dichter woont, het museum waar de vrouw werkt. Het dichterschap begint in Antwerpen, hoort bij de stad:

En altijd lig ik 's middags met mijn fiets 
In ons gras aan je Schelde mijn schepen te tellen.
Hun loeiende schaduwen aaien de flat van mijn zoon.
Daarginder in het groen van de Gerlachekaai. 

Maar nooit ben ik van hier, 
Ik heb geen stratenplan op zak van onze verhouding. 
(76) 

Maar ook in de stad dringt de grotere wereld door. Talloze doden daarginder in Oeganda. Bagdad, nonsens, oorlog. Stappende kindsoldaten en Turkse buren. 

Bres wordt besloten met een loflied op het boek, dat ook een loflied is op de Europese schriftelijke en christelijke cultuur. Het boek is het leven. De dichter wil het boek schrijven en zich zo insluiten in de indrukwekkende traditie van dichters en denkers: 

Het is een prachtig boek 
Dat ik pen, dat ik ben, dat ik nooit 
Zal kennen. Geen doek dat hier valt 
Geen mens die dat boek ooit kan schrijven.
(100) 

 

Door eerder gepubliceerde reeksen gedichten nu in een bundel bij elkaar te zetten, is het boek toch tot stand gekomen. De zeggingskracht van de afzonderlijke delen is sterker geworden. Meer stemmen zijn gaan klinken nu de reeksen in een bepaalde volgorde bij elkaar staan. Meer stemmen kan de lezer nu toevoegen aan het verhaal dat het hare is geworden.
Laat ik na al het spreken in ‘wij’ tot slot spreken in mijn ‘ik’.
Ik feliciteer de dichter met zijn prijs. Ik feliciteer hem met zijn eenenzestigste verjaardag op de vastgelegde datum 11 april 2008. Poëzie moet een datum in herinnering houden, schreef Paul Celan. Deze dichtbundel past in diens voetspoor, als tijdsdocument. Ik buig voor de dichter uit respect, omdat onze eeuw in deze poëzie voor altijd een bestemming heeft gekregen.

Leiden/Amsterdam, 11 april 2008

 

 
 
Noord ontmoet Zuid - Dichtersmiddag in Passa Porta, Brussel - verslag van Frans Terken 
Subtitel "13 in een dozijn", op zaterdag 5 april in de Rue Antoine Dansaert in Brussel. Waar krijg je dat nog, 13 in een dozijn? Met alle inflatie van de laatste jaren is dat zoeken geblazen. Niet bij de Schrijfzolder, de Belgische site, waar dichters hun werk kunnen plaatsen en erover mogen debatteren, zo je dat wilt. 
De drijvende krachten achter Schrijfzolder, Anne Toulet, Jan Anton Gilles en Inge Rocky haalden 13 dichters uit Nederland en België bij elkaar om hun werk te laten horen in het Brusselse literatuurhuis annex boekhandel Passa Porta.
         


De Grote Markt van Brussel, zoals het er weer uit zal zien, 
de volgende keer - als het niet zal regenen...

Zaterdag 5 april trokken de dichters naar de Belgische hoofdstad om elkaar en het publiek te ontmoeten. Daar was een gevarieerd aanbod van poëzie te beluisteren. De ontvangst met broodjes, koffie en drankjes maakte de tongen al los voor de aanvang. Een voor een druppelden de deelnemers binnen, uit de regen die maakte dat je blij was binnen te zitten. Schitterende ambiance, een mooie zaak, een kleine maar knusse kelderruimte waarin ieder een plek kon vinden. Het programma opende met John Zwart, bekend van Hernehim Cultuur; hij droeg zijn gedicht voor dat hij schreef bij het overlijden van Hugo Claus; daags daarvoor had hij dit in Antwerpen geschreven in het condoleanceregister. Daarna moest John snel vertrekken naar Amsterdam, waar hij deelnam aan de opening van de Week van de Poëzie in de OBA. 
Omdat nog niet alle dichters waren gearriveerd mocht Frédéric Leroy openen. Stijlvol en gedragen las hij zijn werk, waarvoor hij inmiddels prijzen kreeg: in Oostende en de Prijs Letterkunde van de Provincie Vlaanderen.
 
 Door verdere afwezigheid van John werd zijn plek overgenomen door Car, die vanuit het Noorden haar Rubensvrouw kwam brengen, dit op verzoek van Anne. Car gaf zelf de voorkeur aan de nieuwe gedichten die ze liet horen, waarin ze de toehoorders meenam. 
Vervolgens besteeg Sylvie Marie de spreekstoel. Sylvie, zij is redacteur bij Meander, en las uit haar cyclus “Moedermomenten”. Deze is gepubliceerd in het nieuwe nummer van het 'Liegend Konijn'. In de Volkskrant van vrijdag 4 april staat een lovend commentaar van Arjen Peters. Uit Sylvie's mond klonken de moedermomenten niet alleen intrigerend, het was ook verrassend fijnzinnig zoals voordracht, stem en beelden samenvielen. Alleen al de moeite waard om voor naar Brussel te reizen, maar dat terzijde. 
Loes Essen liet haar bundel “Vertraagd in kleur” even voor wat het was, vandaag stond ander werk op het programma, door de aanwezigen met veel genoegen beluisterd. 
De afsluiting voor de pauze viel toe aan Jan Anton Gilles, die op voortvarende wijze zijn werk ten gehore bracht. Voor hem is het gedicht op zich al genoeg, er hoeft niet altijd een titel boven. Vandaar dat Jan Anton vooral werk zonder titel las. Zijn stem kwam in de lage ruimte mooi tot z’n recht. 

- Pauze -

 
In het tweede deel stonden Amanda Visch en Mickey F. gereed voor een duo-presentatie. Amanda moest wel opboksen tegen het zwaardere geluid van Mickey, zij wist er met haar werk goed raad mee en hield zich prima staande. Gastvrouw Anne Toulet las werk voor uit de bundel '"Met mijn ogen dicht", die zij eerder uitgaf, herkenbaar voor de meeste aanwezigen. Goed om Anne te horen in Brussel, haar eigen thuishaven. 
Frans Terken had het verzoek van de organisatoren ter harte genomen. Hij bracht vooral gedichten met Belgische ervaringen, 'Noord ontmoet Zuid' klonk hierin ruim door. Sloot af met een gedicht over 'Vlaanderens mooiste': de Ronde die op zondag verreden zou worden. Ook hier herkenning bij het publiek. 
David Troch, al meerdere malen in de prijzen gevallen, las een aantal gedichten uit zijn bundel. Voor het laatste gedicht dat hij las kreeg hij de Jules van Campenhoutprijs. In betoverende voordracht, zacht én gedreven, die er stond. 
Voor deze gelegenheid speciaal uit Zwitserland: Jacques Vos. Zijn werk voorgedragen met sonore stem was aangenaam. Kreeg ruzie met de spreekstoel, maar dat stoorde zijn voordracht niet. Na Jacques was het woord aan Lisette Waterschoot. Tere gedichten, met een breekbare voordracht, boeiend tot het laatste woord. 
Afsluiter: Pom Wolff. Met zijn bijzondere voordracht, zoekend in zijn papieren, zoals hij zoekt naar een weg in de poëzie, om er zijn weg van te maken. De dood naar het leek thuisgelaten, zijn werk als altijd pregnant en meeslepend.
 

De gastvrouw Anne Toulet debuteerde in 2007 met haar bundel "Met mijn ogen dicht" - Schakel, Utrecht.. Eén van de gedichten daaruit, die zij las: 

De poëzie die Jan Anton Gilles liet horen zou weinige dagen later (op zijn 59e verjaardag!) in druk verschijnen, als de bundel "Aurora Borealis" - De Distel, Brussel. 

zoek 

dat je bent 
of niet bent 

of beide 

de loodgrafieten grens 
er middenin 
waar tijd zoekt raakt 
tussen toen en dan 
en nu de illusie is 
van de woordenloze dichter 

 

© Anne Toulet 

 

Non-localiteit 

Als ik je dan aanraak 
verstillen alle fluiters in het bos 

de maan staat in lichterlaaie 

als je me dan raakt 
word ik kortgesloten 
verlies de aarding van mijn bestaan 

flinterdun is dan de grens 
tussen zelf en eenheid  

je raken 
is een vlinderslag 

 

© Jan Anton Gilles Uit: Aurora Borealis 

 
Het publiek was niet erg groot, wel zeer aandachtig; en wie er niet bij was, heeft wel wat gemist. In het publiek ook enkele dichters voor het open podium, waarmee het programma afsloot. 
Stanislaus Jaworski, deels wonend in Leuven, was er met een gedicht over Tibet; Philip Meersman met aandacht voor de beatgeneration in een gezongen gedicht van Allen Ginsberg, en een voor zijn lief, in het Engels. Inge Rocky, als medeorganisator namens de Schrijfzolder. 
Tenslotte Fré Widdekind, die een aanstormend talent lijkt en veel indruk maakte met z'n poëzie. Hij kwam meteen binnen, met: “poëzie leeft niet 
gebald in de woorden, zinsconstructies, verwoordingen / poëzie leefde 
vanaf je eerste ochtend in jou …”
Iemand die vleugels krijgt bij zijn
performance, lees daarover meer op zijn website 
Jan Anton sloot met een toegift af, zodat zijn familie hem nog kon beluisteren.
Na de poëzie een after party, nog eens broodjes en drankjes in Passa Porta,
maar al snel voortgezet in Café Monk. Brussel bruiste nog een flinke tijd na,
niet alleen van de poëzie. De belooft wat, voor een volgende keer! 


Cartoonimpressie Passa Porta 

© Frans Terken - voor Hernehim Cultuur  

Van Frans nog een op deze Brusselse Dichtmiddag geïnspireerd gedicht, waarvan de eerste regel zijn oorsprong heeft in een opmerking van Pom Wolff: 

brussel, nog zonder titel - (voor Pom) 

De dood vandaag thuisgelaten 
ligt weggeschoven tussen stapels 
papieren als een verzekering 
op overleven 

hoe dan toch 
in de trein terug geproefd 
dat het zoet zou kunnen zijn 
hem te vinden 

in de schoot van een hoer 
net buiten station Brussel Noord 
verregend avondlicht 
de rouw die daar de ramen kleurt 

© Frans Terken, 060408 

 

 
 
Opening van de Week van de Poëzie 2008. Verslag van John Newswatcher 
Amsterdam, 5 april - Centrale Bibliotheek. 

De Opening

Het moest een groots spektakel worden. Veel publiciteit, aandacht in de pers, een speciale website online. Toch was de belangstelling in Amsterdam niet overweldigend. Ondanks bekende namen, zowel onder de dichters die al een oeuvre van meerdere bundels op hun naam hebben, als de uitgenodigde open podiumdichters geselecteerd uit de oogst van 2007, waren er nog veel te veel lege stoelen in het Theater van 't Woord hoog bovenin de nieuwbouw van de Centrale Bibliotheek op het Oosterdokseiland. 

De aankleding was goed verzorgd, het podium was fraai versierd met een groot "liefdes"-bloemenornament en de belichtingskleuren waren ook aangepast. De Eerste Liefdesposter sierde de lessenaar. 

 

Arie van der Zwan, van de Stichting Week van de Poëzie, en voorzitter van de VSB Poëzieprijs 2008 tijdens zijn openingstoespraak, die hij besloot met het lezen van het gedicht Beginnen uit de bundel 'Bres' van Leonard Nolens. (Querido 2007 - nominatie VSB Poëzieprijs) 

Openingstoespraken natuurlijk, van Hans van Velzen en Arie van der Zwan, met de nodige reclame voor de Bibliotheek (1 miljoen bezoekers in 7 maanden tijd), de VSB poëzieprijs en alle andere sponsors, de Poëzieclub, et cetera. 
Ruben van Gogh was aangetrokken als presentator, hij deed dat heel aardig met een inleiding ter introductie van de optredende dichters. Interviews werden niet gedaan, ieder kreeg alleen een presentatietekst. 
Aan de kop van de dichtersparade, vooraf het focus op Gerdie Verbeet, onze nieuwe kamervoorzitster. Een uitgebreid interview, ja ja, zij wel. Duidelijk voorbereid op de vragen die haar te wachten stonden, over háár eerste liefde, kwam vlot haar bekentenis van ene Jan Bont en Piet Punt, of waren het nu Piet Bont en Jan Punt?... wier namen zij ooit op briefjes schreef en in een doosje verstopte. 
Haar 'roemruchte' voorgangster, Jeltje van Nieuwenhoven, werd natuurlijk belicht als groot poëzieliefhebster. En het feit dat er weinig poëtische teksten zijn op te tekenen in de zittingszaal van de tweede kamer, werd gelogenstraft doordat zij wees op de uitgave die onlangs verscheen: een boekje met quotes van politici: Bijzondere bloemrijke uitspraken van volksvertegenwoordigers tijdens kamerdebatten en in commissievergaderingen. 
Voor haar eigen poëtische bijdrage aan deze middag was de keuze van Gerdie Verbeet gevallen op een gedicht van Ellen Warmond. 

© Copyright foto's 
    Eigen foto's Hernehim Cultuur 

Beneden:
Links OBA Directeur Hans van Velzen Rechts: Gerdie Verbeet

 

Presentator Ruben van Gogh  

De geselecteerde open podiumdichters kwamen vervolgens - zo kondigde Ruben van Gogh aan - op alfabetische volgorde aan het woord... Ojé! Daar hangt de 'Z' weer achteraan, bekroop mij plots de angst voor een herhaling van de angstdroom die mij sinds 29 maart jl plaagt. Maar dit keer zou het toch wrijvingsloos moeten verlopen, met zoveel hoog publiek kon er niets meer misgaan...
Mooie voordrachten van soms al bekend werk, maar ook nieuw geschreven, van de mensen die allemaal meerdere keren op het podium van Jos van Hest verschenen. J.C. Aachenende met een sneer naar de hedendaagse 'eerste liefdes', steeds jonger en steeds meer gericht op 'scoren'. Maar toch eindigde hij met zijn vertrouwen in de echte eerste liefde die beslist nooit zou vergaan. Paul Roelofsen, de observator die nachtwandelingen maakt en Joop Scholten, de romanticus gemengd met een vleugje nostalgie. Merik van der Torren, altijd goed voor een komische noot. Mirjam Al had zich voor deze bijzondere gelegenheid getooid met een fraaie jaren 20 hoed, Jeanne Wesselius behield haar eigen ingetogen stijl. Geen groter contrast mogelijk dan met Jos Zuijderwijk, wiens voordracht het best zonder microfoon had afgekund. Zelf 
vond ik dat ik me wel even mocht revancheren voor het débacle van de vorige
week en ik las, buiten het programma om, éérst mijn Hugo Clausgedicht. 
Op het thema liet ik een drieluikje Ode aan Groningen, Amourette en 
Reminiscenties horen. 
De 'Z' van Zuijderwijk en van Zwart waren geweest. Toen was het opeens abrupt afgelopen, met de mededeling dat er een dinerpauze was tot het avond-
programma van 20:00uur, waarvoor er nog voldoende kaarten voorhanden 
waren. 
Het hele middagprogramma besloeg, zonder pauze of muziek, nog geen anderhalf uur. Tijd voor een dinerpauze. 

Jij bent een heilige, zei ik. 

Een frans terras met koffie en croissants 
en stromend ochtendlicht dat in je haar 
een halo weefde, iets dat van je uitging, 
iets als je geur tussen het groen van de platanen, 

je lach rondzingend op het dorpsplein, 
een kind dat speelt, het dansen van de klok 
hoog en licht in de toren. De kerk stond er 
grijs en gesloten bij, een overblijfsel 

van voor die nacht. Toen er een kamer was 
die traag tot stof verviel, een spiegel 
die jou opnam in een donker glanzen, 
een bed, het altaar waarop jij lag uitgestrekt 

in een sluier van onschuld: zo ligt er dauw 
op rozen die vroeg zijn geplukt, vlak voor 
ze opengaan en hun geheim prijsgeven. 
Je werd een doolhof waarin ik verdwaalde  

buiten de tijd. En pas nadat het licht werd 
kwam de dag terug, het dorp, dit plein, 
de kerk die toch nog openging, waar wij 
naar binnen liepen. Aan steenoude pilaren 

een samenzwering zoals ik nooit eerder zag: 
heiligenbeelden stonden stil te wachten 
tot jij er langs kwam en ze aanraakte - 
een groet, teken van lotsverbondenheid. 

Joop Scholten 

De Avond

Het avondprogramma trok nauwelijks meer bezoekers dan de opening.
Met een ruwe schatting werd ook nu hooguit ruim honderd gehaald. Ondanks de sterk toegenomen aandacht voor gedichten leeft de poëzie nog steeds niet in haar volle glorie in onze hoofdstad. Alle podia dragen nog teveel 't kenmerk van 'dichters voor dichters'. Zo'n programma als dit verdiende beslist meer 'gewoon' publiek. 
Het werd gepresenteerd door Joyce Roodnat, journalistiek verbonden aan de NRC, sinds 2002 ook gedebuteerd als romanschrijfster. Bij Contact verscheen in 2007 van haar hand "Een kwestie van lef" (ondertitel: voor de vrouw van 40+ tot 60 jaar). Zij straalde haar imago uit. Roodnat trippelde op torenhoge hakken en in een feestelijk jurkje als een blikvanger het podium op en af. 
Maar nu de dichters:
 

Joyce Roodnat 
 

Die kregen elk zeker een kwartier en kwamen dus heel goed tot hun recht. Het omslag van hun meest recente bundels werd geprojecteerd op de achtergrond, op een fond van het logo 'de eerste liefde' van de Week van de Poëzie. 
Lang niet iedereen hield zich aan het thema, sommigen met één enkel er -bij de haren? - bijgesleept gedicht, anderen helemaal niet. Daniël Dee bijvoorbeeld droeg voor in zijn stereotiepe slepende, nogal eentonige "drone" over zijn meestal cynische, soms lichtelijk vulgaire blik op de liefde. Elly de Waard gaf een reeks erotische impressies van haar beleving van de vrouwenliefde, die naar mijn persoonlijke smaak wel ietsje minder expliciet had mogen zijn. Zij besloot met een gedicht over het einde van die door haar voorafgaand beschreven relatie, waarbij ik de indruk kreeg dat zij, mogelijk ongewild, het autobiografisch karakter onthulde. Ze oogde zichtbaar aangedaan. Maar ik wil eigenlijk helemaal niet weten of erotische gedichten autobiografisch zijn of niet!
Voordat de lezer denkt dat ik toch niet zo van de avond heb genoten wil ik vooral een positieve draai geven aan mijn verslag. Want er waren ook Maria Barnas, Erik Menkveld en de jonge Anneke Claus (geen familie). Nafiss Nia, de Nederlandse Perzische met haar raadselachtige, vaak sprookjesachtige metaforen. Een plezier om naar te luisteren, ondanks een paar kleine versprekingen. 

 

En nu mijn grootste favorieten: 
Hélène Gélens, prachtige voordracht, spelend met het woord 'tik' over de biologische klok van de vrouw die haar vertelt of ze nog wel, of niet meer, helemaal nóóit meer..., een kind zal kunnen krijgen. Ook niet op het thema, maar de éérste liefde van een vrouw is toch haar kind, dat geldt in ieder geval zeker omgekeerd: De moeder is de eerste liefde van een kind. Een mooie uitspraak. 
En Mark Boog natuurlijk, de prijswinnaar-dichter van wie bij Cossee in 2005 'De encyclopedie van de grote woorden' verscheen, waarmee hij een jaar later de VSB poëzieprijs binnensleepte. Zijn eerste Grote Woord is de Liefde
En dan de Belg Bart Moeyaart, die heel openhartig in het interview onthulde dat hij niet wist wat zijn eerste liefde was. Hij had als jongetje van acht wel verliefd gekeken naar een meisje van zijn klas. Had als negentienjarige voor het eerst echte verkering gehad met een even oud meisje. Maar eigenlijk telde dat allemaal niet, zijn eerste échte' liefde had hij pas onlangs gevonden op 36 jarige leeftijd. Het was duidelijk dat het een man was, met andere woorden: al dat andere voordien, was allemaal 'probeersel' geweest. 

Liefde 

De lucht ligt als een blok op het land, 
onzichtbaar en massief 

Je gaat gekleed in de kleur van je haar, 
in je ogen, je passen en je woorden. 
Je bent hier en elders. Ik draag je me na 

en huiver. je bent te groot misschien, 
of te dichtbij. je onbereikbaarheid 
is onvergeeflijk. Kon ik een vogel zijn 

maar de nauwkeurigheid ontbreekt me 
zoals het vertrouwen. Ik kijk naar je 

en huiver. Spreek me aan, want ik zwijg, 
verdraag mijn wurggreep, verdraag 
de onbeholpenheid, verdraag mij, liefde. 

Mark Boog "Encyclopedie van de grote woorden" 

 

Is het waar / dat liefde spieren geeft / en op den duur ook vuur... 
Uit:
"Verzamel de liefde" - Querido 2003. derde druk alweer. 
Denk aan januari / dat is wat heet een fris begin... 
Uit:
"Gedichten voor gelukkige mensen"- Querido 2008 

Prachtige dichter, mooie gevoelig-romantische poëzie, geen herkenbare homo-erotiek maar de warmte van gevoelens van mensen naar elkaar. Het vervulde me met spijt dat ik geen pen en papier bij de hand had, want sommige regels troffen mij zo sterk, dat ik ze zonder meer als mooie 'quotes' had willen vasthouden. Zoveel moois was er, nog zonder ingebed te zijn in het gedicht. 
Ik had nog een leuk gesprek met hem na afloop, over Hugo Claus. Over de strijd die over zijn dode hoofd in Vlaanderen wordt gevoerd tussen niet-gelovigen en de Kerk, die fel probeert haar macht over de Belgen te consolideren. Hij was in de Antwerpse Schouwburg geweest op 29 maart. Dat was een prachtige dag.

Bart Moeyaert 
 

En zo was ook deze vijfde april hier in Amsterdam een prachtige dag, met muziek van het meisje Habiba dat zichzelf begeleidde op de harp en ook nog het laatste gedicht van Hélène Gélens muzikaal ondersteunde. Met aan het slot Paulusma (géén voornaam), een tweemans formatie op gitaar, met ballads die soms aan Ierse 'folk' deden denken.

Kom toch mensen, als er zoiets te beleven valt, daar hoog boven het Oosterdokseiland. Gemakkelijk genoeg bereikbaar met de snelle comfortabele lift of rustigaan langs de zacht zoemende roltrap. Het is echt niet alleen het Leidseplein waar je moet zijn. 

© Copyright Newswatcher, 6 april 2008 - voor Hernehim Cultuur  

 
 
 
Essentie 
Schrijven is schrappen. Een open deur, dat wel. Ik schrap me rot. Niet alleen de aardappeltjes moeten eraan geloven, ook mijn boodschappenlijstje is meestal een lange lijst van doorhalingen. Zelfs huis-, tuin- en keukenzaken worden bij mij tot de essentie teruggebracht. Weinig woorden, korte regels en een boel witruimte bij wijze van passe-partout. 
Zo knippen en snoeien de tuinmannen door het gemeentelijk groen, want er moet meer wit komen. Meer overlaten aan de kijker; zoals een kunstenaar zijn werk de ruimte geeft uit te groeien tot een nog meerlagige constitutie zodat de beschouwer er nieuwe betekenis aan kan geven. 

In de perken komt het wel goed. De paardebloemen groeien er tegen de klippen op en de braamstruiken die overal hun loten heen sturen, zijn pure poëzie. 
Dan beland je op een goede dag op de boekenafdeling van een groot warenhuis. Je weet dat er een plankje poëzie staat. Niet veel, maar toch! Heeft het warenhuis besloten zich boven het volk te verheffen door de kunst van het weglaten van toepassing te verklaren op de schappen? Schappen kun je ook schrappen. Een lichtpuntje in deze wereld: als het waar is wat ik zie, niet zie, wat jij niet… dan pleegt dit grootwinkelbedrijf pure poëzie. Van genot straal ik de roltrappen af, een regel van Anton Korteweg in het hoofd: ‘Het is/ iets waar je geen woorden voor hebt / tragisch (zonder meer)/ misschien nog maar het beste zo.’' 


© Jet van Swieten 

 
 
De Kerk versus een Vrije Mens  de levensstrijd van Hugo Claus. Commentaar van John Newswatcher 
De katholieke kerk bindt de strijd aan met vrijzinnigen boven het nog maar amper afgekoelde lijk van Hugo Claus. Wij tekenen op uit "De Morgen", van 22 maart 2008: 
" In katholieke kringen steekt protest op tegen de 'mediatisering' van de euthanasie van schrijver Hugo Claus. Het verzet wordt aangevoerd door René Stockman, hoofd van de invloedrijke organisatie Broeders van Liefde. Hij wordt bijgetreden door kardinaal Danneels en CD&V-interim-voorzitter Wouter Beke. "Heeft Hugo Claus nagedacht wanneer hij deze stap zette welke boodschap hij zou geven naar deze mensen toe, (die ook aan alzheimer lijden - De Morgen) naar hun omstanders toe?", vraagt broeder René Stockman zich af in een tekst op de katholieke nieuwssite Kerknet. "Is het leven van die mensen dan waardeloos geworden?" "Hier pretendeert een bepaalde groep in de samenleving, met een bepaalde levensfilosofie, de norm voor de gehele samenleving te bezitten en begaat de arrogantie deze op te dringen aan eenieder. De wijze waarop sommigen deze daad niet alleen proberen goed te praten maar zelfs als het summum van edelmoedigheid de hemel in prijzen, stoot tegen de borst", vervolgt hij zijn betoog. Hans Geybels, de woordvoerder van kardinaal Danneels, treedt de uitspraken van broeder Stockman over de media bij. "Want de kerk veroordeelt euthanasie als daad." " (Bron "De Morgen" 22 maart 2008) 
"Hier pretendeert een bepaalde groep in de samenleving, met een bepaalde levensfilosofie, de norm voor de gehele samenleving te bezitten en begaat de arrogantie deze op te dringen aan eenieder." De omkering van het verwijt dat aan het Vaticaan kan gericht. Het is precies dát wat de bron van de boosheid in Hugo Claus was. Je zou nu kunnen zeggen dat hij zich over deze felle discussie in zijn graf zou omdraaien, ware het niet dat hij nog niet eens in een graf ligt, doch in het mortuarium van het Middelheim Ziekenhuis van Antwerpen. Het lijkt nog hard nodig dat in Vlaanderen een nieuwe Hugo Claus opstaat om zijn strijd voort te zetten. En wie is de nieuwe Jan Wolkers voor Nederland voor het broodnodige verweer tegen Balkenende, Rouvoet c.s.? Moeten we soms allemaal aan het kruis zoals die fanatieke gelovigen in de Philippijnen, verschrikkelijke zondaren die wij zijn... Mijn repliek aan CD&V respectievelijk CDA/CU via "De Morgen": 
"Wie overtuigd is dat zijn lijden zinvol is, mag lijden tot hij/zij bezwijkt. Dat behoort gerespecteerd te worden. Wie besluit dat zijn lijden genoeg is en niet meer zinvol, verdient evenveel respect. Juist het opdwingen van een enig juiste opvatting is hetgeen waartegen Claus in opstand was. De kerkbroeder begrijpt dat nog niet. Als het aan de Kerk was, zou Hugo Claus straks worden begraven in een naamloos graf in ongewijde grond, zoals het lot van een zondig zelfmoordenaar behoort te zijn. Maar wat maalt de leeuw om de luizen in zijn pels? (citaat HC) dus laten we toch zwijgen". 

John Zwart - Nederland.  24 maart 2008 

 
 
Hugo Claus heeft een streep getrokken 

© Foto: 'Hugo Claus in Beelden'- De Morgen    

Soms halen ze de 90 met gemak, en blijven nog lang daarna. We lezen ze, Hella Haasse, Leo Vroman. Maar er wordt ook vroeger al gestórven, zopas nog Jan Eijkelboom, 81, en nu, vroeger nog, Hugo Claus, 78 jaar. 
Hugo M J Claus werd geboren in Brugge op 5 april 1929. Vanmiddag, op 19 maart 2008, is in zijn woonplaats Antwerpen de literaire reus van Vlaanderen en Nederland uit het leven gestapt. Weer een multitalent - schrijver, dichter, schilder, filmscenariomaker - die voor immer zwijgt. Hij laat een indrukwekkend oeuvre na. Zijn theaterstuk "Een bruid in de morgen" kreeg al vroeg internationale vermaardheid.  Zijn belangrijkste roman: "Het verdriet van België", zeer autobiografisch over zijn kostschooljeugd en ervaringen in West-Vlaanderen tijdens de tweede wereldoorlog, schreef hij 25 jaar geleden. Hij verwierf vele prijzen, voor zijn romans zowel als zijn theaterstukken en dichtkunst, waaronder de Constantijn Huygensprijs (1979), de Herman Gorterprijs (1986) en de VSB poëzieprijs (1994). Feitelijk is Claus de meest bekroonde Nederlandstalige schrijver ooit. 

Als dichter wordt Hugo Claus tot de "vijftigers" gerekend, een stroming van verwante poëten als Lucebert, Gerrit Kouwenaar, Remco Campert, die vrienden werden tijdens hun arme kunstenaarsbestaan in Parijs in de jaren vijftig. Later gingen hun wegen uiteen, maar tussen Remco Campert en Hugo Claus is er een vriendschap gebleven tot diens laatste dagen.
Campert bezocht hem in Antwerpen op de laatste zondag voor zijn overlijden. Hij had nog een goed afscheidsgesprek met hem. Maar het was al duidelijk dat Claus zijn voornemen, waartoe hij twee jaar geleden besloot, ging uitvoeren.
Al geruime tijd ging het bergaf met zijn gezondheid. In 2003 werd hij onwel tijdens een voorstelling van Saint Amour in Leuven, het bleek een hersenbloeding te zijn. Hij herstelde ten dele, maar werd zich bewust van de achteruitgang van zijn geheugen. In 2005 werd de diagnose alzheimer gesteld, zijn tournee met 'Behoud de Begeerte' door Nederland in 2006 werd zijn laatste grote reeks publieksoptreden. 
Twee jaar later is het blijkbaar genoeg. De strijder tegen de Vlaamse (en Nederlandse?) bekrompenheid, de strijder tegen de onderdrukking door de Roomse kerk, de schrijver, die de Paus, "die zich met onze intiemste zaken blijft bemoeien", zou willen bestoken met een bazooka. Die strijder en schrijver kan nog helder denken, maar is niet meer in staat de dingen te formuleren, kan ze niet meer op papier krijgen zoals hij zich wil uitdrukken. Dan is het genoeg geweest, en nu is hij niet meer. Het Verdriet van België, na precies 25 jaar, het verdriet van België. 

 
Op 5 april 1929 werd Hugo Claus te Brugge geboren als het eerste kind uit het huwelijk van Germaine Vanderlinden en Jozef Claus, eigenaar van een kleine drukkerij. Als peuter werd Hugo al naar kostscholen bij de nonnetjes gestuurd, het laatst die in Aalbeke. Toen hij van school kwam waren familie en bedrijf intussen al verhuisd naar Deinze en Hugo, niet geworteld, zwierf uit. Zijn creatieve leven begon met een dichtbundeltje "Kleine reeks" dat hij als zeventienjarige schreef. Hij gaf het in eigen beheer uit via de drukkerij van vader Claus in 1947. Later zag hij dat niet als een echt debuut, zijn grote poëtisch werk begon met de uitgave van  "Oostakkerse gedichten" in 1955. Hij ging toen allang zijn eigen weg; in Europa, ruwweg tussen Rome en Oostende, zou hij gedurende zijn leven nog minstens 50 keer verhuizen. 
Rusteloos en productief. Gelijktijdig met de poëzie schreef hij al aan theaterstukken, in hetzelfde jaar van de "Oostakkerse gedichten" voltooide hij "Een bruid in de morgen".
Als negentienjarige deed hij mee aan een wedstrijd voor het schrijven van een roman en won. Zo werd die eerste poging meteen zijn debuut: "De eendenjacht" in 1949. Een jaar later gedrukt met als titel "De Metsiers".
Al vanaf het begin ontwikkelde hij zich zowel als dichter, romancier, toneel- en scenarioschrijver. Voegde er vervolgens een schilderstalent en regisseurschap aan toe. 
Zowel zijn theaterstukken als romans waren direct controversieel. De kerkelijke autoriteiten zagen zijn werk als vies en blasfemisch. Nog in 1967, toen zijn naam al internationaal gevestigd was, werd hij gearresteerd toen in het theater drie naakte mannen op het toneel de Heilige Drievuldigheid uitbeeldden. Net als Jan Wolkers in Nederland werd hij in Vlaanderen óf bewonderd, óf verguisd. Het deerde hem niet: "Wat maalt de leeuw om de luizen in zijn pels?"    

Opnamen op het strand van Oostende 

Hugo Claus schreef tientallen dichtbundels, evenzoveel theaterstukken en scenario's en een zestiental romans. Zijn laatste uitgaven - poëzie: "Flagrant" 2004 - toneel: "Phaedra" 1999 - roman: "Onvoltooid" 1998. 
Indrukwekkende romans zijn vooral "Het jaar van de kreeft" 1972 en het epos "Het verdriet van België" van 1983. Juist dit jaar vijfentwintig jaar geleden. Uitgever Bezige Bij drukte een jubileumuitgave, die al op de dag van Hugo Claus' overlijden uitverkocht blijkt te zijn. De Bezige Bij wilde nog eens groots uitpakken met verschillende herdrukken ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag, op 5 april 2009... Op 29 maart 2008 wordt de as van Hugo Claus verstrooid boven de zee aan de kust van Oostende. Piet Pyreins ontvangt de opdracht de biografie te schrijven. 

© John Zwart - voor Hernehim Cultuur 

 

   Op de Overtoom

   Het dooit op de Overtoom
   maar het vriest ook alweer op
   melden mijn voeten
   die mijn dag verlopen
   ik blijf dicht bij huis
   steeds dichter
   dat is mijn leeftijd
   wolken worden zwaarder van onkleur
   de geur van gisteren hangt nog aan me
   ik at met mijn vriend
   we braken het brood
   en deelden de doden
   we zijn al bijna uit zicht
   wij lachen nog
   wat moet je anders?
   omhelzen elkaar ten afscheid
   misschien je weet maar nooit


   © Remco Campert  2008 
uit: Nieuwe herinneringen, De Bezige Bij, Amsterdam, 2007

Voor een vijftiger 

zo hij leefde 
fier en onverschrokken 
bruusk - niet destructief 
toch rakend onze ziel 
zonder pijnverzachten 

in tarten van gekwezel 
der pausen hypocriete 
vromen - open voor de 
tederheid der zonde 
in hellevuur verachten 

zo kon hij sterven 
fier en onverschrokken 
heeft hij een streep 
dwars op het verloop van 
een vruchteloze weg 
getrokken 

© JohnN 
19 maart 2008 

Clausmoment.
De ongekroonde koning van België, kanshebber voor de Nobelprijs van de literatuur, de Vlaamse reus, de Leeuw van Vlaanderen. Zomaar enkele kwalificaties die schrijver, dichter, schilder et cetera Hugo Claus na zijn overlijden nog maar weer eens ten deel vielen. Hij werd in de berichtgeving vergeleken met de onlangs overleden Nederlandse reus Jan Wolkers. Het werk van beiden is van grote betekenis geweest.
Hun overlijden lijkt het einde te markeren van een periode waarin we de benepenheid van een strak georganiseerde samenleving hadden afgelegd. Tegenwoordig moeten we onze normen en waarden oppoetsen en mogen we ons weer burgerzinnelijk laten controleren en delegeren: ga maar lekker slapen; wij waken over u, zolang u zich maar gedraagt zoals wij graag zien dat u zich gedraagt. Niet te veel seks, niet te veel drugs en niet te veel rock-’n-roll.

Net als bij het overlijden van Wolkers (wie had niet zijn Wolkers-momenten) zullen ook de Claus-momenten loskomen. Mijn Claus-moment is er een van verbijstering. Die Vlaamse reus, die Leeuw van Vlaanderen, die kanshebber voor de Nobelprijs voor de Literatuur, die ongekroonde koning van België zal op mijn Claus-moment zeker liever achter zijn eigen schrijftafel hebben gezeten. 

Het was een dag laat in oktober, dat ik in een warenhuis de boekenafdeling wilde afstruinen voor een cadeau, toen ik achter een tafel midden op de vloer Hugo Claus ontdekte. Hij zat daar, en dat was het. Voor zich had hij een stapeltje boeken, ernaast lag een pen. Om de tafel was het leeg, spookachtig leeg. 
Was er een brandmelder afgegaan? Was de winkel nog niet geopend? Hij moest toch al minstens een uurtje of anderhalf zo hebben doorgebracht. Hier moesten maatregelen worden genomen, en wel meteen. Bij Jan Wolkers was dit zeker niet gebeurd. Daar zouden de fans in een rij tot buiten de winkelpoorten geduldig hebben staan wachten tot ze aan de beurt waren voor een felbegeerde handtekening. Ik schaamde mij voor mijn land en zijn lezers. De ongekroonde koning van België, kanshebber voor de Nobelprijs van de literatuur, de Vlaamse reus, de Leeuw van Vlaanderen laat je toch niet voor spek en bonen achter een tafel plaatsnemen? 
Tja, dan kun je niet anders doen dan een impulsaankoop, het kassakoopje, het snoepje van de week: een boek van Claus, inclusief een lief aandenken aan de eenzaamheid van een gevierd schrijver. 

20 maart 2008 - © Jet van Swieten 

 
 
 
Vertraagd in kleur, op 'n nog net geen lentedag in Amsterdam.
"Wat waait er eigenlijk over" is het maandthema bij Eijlders en "Vertraagd in kleur" de titel van Loes Essen's poëzie. Beide titels toepasselijk op de zondag 16 maart 2008. De lente die de wereld in kleur gaat zetten loopt met deze gure dagen vertraging op, maar door ervaring weten we dat boze dagen ook weer zullen overwaaien.
Hernehim Cultuur was gistermiddag/avond aanwezig in 't Eijlders Dichterscafé bij het Leidseplein in Amsterdam. 27 Dichters waren er maar liefst, organisatie en presentatie verdienen er alle lof voor dat iedereen in een tijdsbestek van ruim tweeënhalf uur aan bod is gekomen. 
Tijd voor een uitgebreid verslag hebben wij nog niet gevonden maar de poëziesites op het internet zijn er toch voor om elkaar te ondersteunen (zo zien wij dat tenminste, ook al zijn er collega's die er anders over denken) en Pomgedichtenpuntnl zit altijd bovenop de actualiteit met diverse adhoc correspondenten over heel Neder- en Vlaanderenland, dus voor enige aanvulling doen we graag een greep uit wat Mike Platenkamp er daar al over bericht. 
De hoofdgast was natuurlijk onze eigen Loes Essen, die uit handen van Paul Lokkerbol het 14e Eijldersbundeltje kreeg aangeboden. Onder de toehoorders waren er daarom een enthousiaste groep Hernehim- en andere fans te signaleren. De redactie met Gerda Posthumus, Frans Terken en John Zwart - en verscheidene andere Hernehimdichters zoals Hiltsje Jongsma, Lisan Lauvenberg, Jako Fennek en Kees Godefrooij
Eerder genoemde Mike Platenkamp - 'wat een lekker ding'  teken ik op uit de mond van enkele dames in mijn gezelschap - maakte opnamen van deze zondag, dus binnenkort zal er wel één en ander op Poëzie TV mée te beleven zijn. We citeren: 

"Ik heb het (niet) alleen maar over mijzelf, er waren er (meer dan) 20 en daar heb ik ook het merendeel van opgenomen. Ik moet hier nog een mikumentary van snijden, maar het is de moeite waard hoor. De bundelpresentatie van Loes Essen's bundeltje in de Dichter bij Eijlders serie "vertraagd in kleur" was mooi. Het bundeltje, wat voor de sympathieke prijs van € 3,50 werd verkocht, verkocht uit. Ik zat in de trein terug in tranen, in verbijstering. Ik wil graag een gedicht uit die bundel plaatsen. Over pijn gesproken.. " 
Mike verwijst hier naar het gedicht 'Onze taal', dat wij hieronder afdrukken. (Red.HC)

 

Pom Wolff vult aan: 
"de optredens van meer dan 20 dichters die het Leidseplein gisterenmiddag de poëzie gaven waar het recht op heeft, in die aloude traditie: dichters hóren in Eijlders". 

 

Links: Heel uiteenlopend aandachtig Eijlderspubliek - 
Rechts: Loes Essen leest uit Vertraagd in kleur. 

 
Uit de namen die al zijn gevallen mag duidelijk zijn dat er ook weer eens heel wat onvervalst Fries heeft geklonken in Eijlders. Ook bijzonder werk, zoals van Lisan, die zich geruime tijd niet op de podia liet zien omdat haar gezondheid te wensen overliet, maar die er nu weer helemaal was. Mike probeerde wat werk uit dat tegen slam aan lag maar besloot met een heel gevoelig gedicht dat hij schreef over zijn vriend Alwin, die tien jaar geleden zijn einde vond onder de trein. 
Een primeur, vertelde hij, deze middag voor het éérst voorgedragen. Loes kwam natuurlijk een tweede keer, met - tot mijn grote genoegen - 'We hadden van Venetië geen weet' en 'Het late licht', waarmee ze vorig jaar debuteerde op Hernehim Cultuur. En ook Kees Godefrooij kreeg de kans om nog wat extra aandacht te vragen voor zijn 'Zwarte romantiek'
Er is ook uitgebreid gefotografeerd, dus we gaan nog verder werken aan dit artikel, blijf dus toch maar terugkomen. 

 

We laten hier nog even de complete lijst met alle namen van de deelnemers volgen, in volgorde van hun opkomst: 
Kees Godefrooij (Poète maudit die zelf bij de herstart van de Eijlderstraditie betrokken was, 10 jaar geleden), Hiltsje Jongsma (Friese gedichten en Nederlandse), Patrick Prins, Anna Koster, Loes Essen (glorieus met Vertraagd in kleur). Michiel van Rooij, Floor Voerman (samen met Dirk Oudshoorn ook een van de Eijldersdichters van het eerste uur), Frans Terken (LAK Leiden), Merik van der Torren (Mijn rode parapluutje), Natja van Albeda, Koos Hagen, Bram de Waard, Lisan Lauvenberg (ook al een vertrouwd geluid in Eijlders), Jacob Verrek, Arie van Egmond, Mike Platenkamp (de 'jonge hond' met Schreeuwen tegen de wind), Gusta (Myriad), Jan Vissers, Sander Brouwer (niet te missen, ontbreekt vrijwel nooit), J.C.Aachenende, Jan Willem Hamel, John Zwart (Hernehim Cultuur), Aurora Guds, Joop Scholten (Hernehim Dichter vd Maand januari 2008), Dirk Oudshoorn (ook aan de wieg van de herleving van de Eijlderstraditie), Ron Offerman, Wim Schroot

© Hernehim Cultuur - 17 maart 2008. 

 
  Onze taal 

  een taal 
  zo teer maar toch 
  niet weg te vreten 
  de liefde zelf 
  daar komt 
  geen tumor aan 

  rauw, rouw 
  wat maakt het uit 
  schrijven gaat 
  al lang niet meer 
  bij jou, bij mij 

  je stamelt, 
  kan de woorden 
  niet meer vinden 

  maar ik hoor 
  en begrijp ze 
  allemaal 

  blijf bij me 

  nee, ik huil niet 
  liefste 

  ik herhaal 
  alleen 
  wat je zei. 

  © Loes Essen 
    "Vertraagd in kleur"- Uitg. Eijlders, Amsterdam. maart 2008. 

 

Frije fal  

Barstende fol ferbylding 
stroffelje ik 
oer in tip fan 'e wale 
tûmelje foaroer 

yn 'n dobberleaze djipte 

mei oanlearde frije slach 
meitsje ik my út de fuotten 
kjeld hâldt my geande 
oant ik stykje yn slyk 

sleep mysels 
nei wer ljocht leit 
en wurd dy gewaar 

de baarnende sinne 
skuort bagger 

ik brek út myn modderjurk 

en lis my neist dy del 
do pelst de lêste skibkes 
fan myn wite hûd 
en fangst in fisk. 

 

© Hiltsje Jongsma (Sinneskyn) 

 
 
Verrassend debuut 
13 maart - Sommige Podia krijgen het voor elkaar al een verslag(je) te krijgen, nog vóór ze hebben plaatsgevonden. Eijlders heeft dat voor elkaar gekregen, bij uitzondering! dat moet gezegd. Het heeft ermee te maken dat onze ster-verslaggever-redacteur Loes Essen daar a.s. zondagmiddag 16 maart zal stralen met het 14e Eijldersbundeltje, háár "Vertraagd in kleur". Slechts zo'n 75 exemplaren is de totale oplage van zo'n collectorsitem, dus reken maar dat ze allemaal nog op dezelfde avond uitverkocht zullen zijn. Want het gaat storm lopen, vanaf de Wadden tot aan Zwitserland gaan de fans samenstromen. De presentatie zal worden opgeluisterd door een piano/zangduo. Alsof Eijlders plaats kan bieden aan al die honderden fans doet Pom Wolff er ook nog eens een schepje bovenop op zijn website (ach misschien zetten ze nog wel een partytent op): 

"LOES ESSEN zondag haar DEBUUT, ik zeg het met ontzag,  zondag in CAFE EIJLDERS - het oude bruin van de vijftigers daar. ' Vertraagd in kleur'  Wie kent haar niet, Loes Essen, ze streed driftig mee hier om 'de prijs voor de treurigste tranentrekker van de jonge eeuw' - vorige week hier zo succesvol afgesloten. Een plaats op de achterbank richting Gemert was wat ze won maar die gifbeker liet ze passeren en gelijk had ze. 
Haar ingestuurde gelegenheidsgedicht zal niet in haar debuutbundel te lezen zijn. ik citeer:
"hahahaha, dat was lachen, werken aan deze tranen. het stond er binnen een paar minuten op, groet van Loes""

Loes Essen, zoals zij optrad  bij haar Hernehim Cultuurdebuut,
in juni 2007 in de Openbare Bibliotheek, met haar gedicht  
"Het late licht" ongetwijfeld ook in "Vertraagd in kleur",
evenals andere succespoëzie zoals "Butterfly"

mijn god, mijn god, ik kan er niet meer tegen 
niets lijkt nog te bestaan dan wind en regen 
en jij ligt ergens aan een strand met haar 

ach, wees de regen, lief, guts over leden 
kruip in de adem van elke snik die mij verlaat 
huil door kieren van mijn deur en raam 

huis in de tranenvloed over mijn wangen 
ten teken van gemis en zoet verlangen: 
zijn wij tenminste in het missen saam 

© loes essen 

Zondag kunnen we haar live en in het echt genieten in het walhalla op het Leidseplein - ik zeg het met ontzag - cafe eijlders

pom wolff 

 
 
Eerste "Feest der Poëzie" te Amsterdam - Verslag van Loes Essen 
Amsterdam, zondag 2 maart 
Na een lange zoektocht langs afgerasterd terrein, wordt eindelijk de CMA-Zaal bereikt, waar het eerste Feest der Poëzie zal plaatsvinden.
Het zal vooral gewijd zijn aan voordracht en zeggingskracht. Organisator Simon Mulder heeft er door de samenstelling van zijn gasten al voor gezorgd dat het ons aan verscheidenheid niet zal ontbreken. Een groter onderscheid aan voordracht tussen eregast Jean Pierre Rawie en bijvoorbeeld een A.C.G. Vianen is nauwelijks denkbaar. 

We worden bij binnenkomst in het café meteen opgenomen in een intieme, negentiende-eeuwse sfeer, een mengeling van huiselijkheid en grandeur, van donkerrood fluweel en schemerlampjes met franje. Het intieme zaaltje is feestelijk ingericht. Alles lijkt van donkerrood pluche, satijn, fluweel. 
Al het meubilair is van donker hout. Er staan koperen kandelaars op tafeltjes in het publiek, waarop drankjes kunnen worden neergezet. De stemmige verlichting wordt tijdens de voordracht afgewisseld met kleurige belichting die de klanken zo nu en dan scandeert. Twee enorme engelen kijken hoog vanuit de hoeken aan weerszijden van het podium minzaam op ons neer. Een Perzische loper doorsnijdt de zaal en leidt naar het podium, omhangen met gigantische guirlandes. 

Jean Pierre Rawie, gedistingeerd, als altijd keurig in kostuum, leest op gedragen wijze voor uit eigen werk. Bundel in de hand, gouden leesbril.
Gedichten vol weemoed en verlangen naar schoonheid en liefde, gelardeerd met persoonlijke noten in commentaar, even geestig als deftig,
met steeds die zweem van zelfspot. Zelfs intieme anekdoten lijken woord voor woord geconstrueerd en worden geaffecteerd gebracht
met een aanstekelijk genoegen in vondsten aan uiterst zorgvuldig formuleren.

Foto's  eigendom CMA Zaal 

Waar Rawie aan voordrachtsruimte genoeg heeft aan één vierkante meter, neemt Gijs ter Haar door verschijning en intensiteit alleen al, bezit van het gehele podium. Zijn voordracht is indringend, dwingt tot aandacht, tot opnemen van elk woord. Het lijkt alsof hij, alsof dat lijf, lang en benig, elk woord ter plekke creëert, produceert in een uiterst geladen concentratie.
A.C.G. Vianen ís voordracht. Zonder zijn volume, zijn mond als mitrailleur, zou zijn werk niet 'aankomen'. Doodstil ondergaat het publiek dit, even onbeweeglijk als bij de andere dichters, en even onbeweeglijk als tijdens de muzikale voordrachten. 
Bas Marée brengt chansons, energiek en overtuigend, alle in het Nederlands, aan de piano begeleid door Johan Hoogeboom.
Alexis de Roode draagt op ontspannen, natuurlijke wijze voor uit Stad en Land, dat volgende maand zal verschijnen. Poëzie, die zowel op het podium als op papier tot haar recht komt.
Gastheer Simon Mulder draagt, hoffelijk en met zichtbaar genoegen, eigen gedichten voor. Vormvast werk in een taalgebruik, dat niet van deze tijd is, in elegant handschrift (zonder één doorhaling, ik heb het ingezien) bijeengebracht in een klein zwart cahier. Hij lijkt hier in zijn element, deze estheet, niet alleen vandaag gekleed in lange getailleerde jas. 

Al met al een zeer aangename avond, mijn gezelschap en ik hebben genoten. Een achtenswaardig initiatief van Simon Mulder, goed georganiseerd. 
Verdient herhaling. 

© Loes Essen voor Hernehim Cultuur. 

 
 
OBA Amsterdam - Podium februari -Verslag door John Zwart - geplaatst 3 maart 
Amsterdam 
23 februari 2008 - 15:00u. Het tweede reguliere Podium van het nieuwe jaar, na de grote feestelijke aflevering van januari in Het Theater van het Woord helemaal boven,in de Centrale Bibliotheek. 
Voorgedragen, of acts, of muziek gemaakt, werd er door: 
Nafiss Nia, Joop Scholten, Jeanne Wesselius, Fred Pruim, Barbara Baumgarten, Henry Muldrow, Jos Zuijderwijk, Anke Labrie, Fieteke, Simon Mulder, Olga Orman, Cor Bakker, Jack Terrible, Rik de Boer, Everdina Eilander, Conrad vd Wetering, Johan Herrenberg en John Zwart.
Een groot aantal van hen traden al eerder op en hun werk werd op deze site bij die gelegenheid ook genoemd en vaak ook besproken. 
We laten het daarom deze keer bij wie voor ons 'nieuw' waren:
Fred Pruim
is een liedjeszanger die zelf componeert en zijn eigen 
Nederlandstalige teksten daarbij maakt. Hij begeleidt zichzelf op de
akoestische gitaar en zo nu en dan tevens op de mondharmonica. 
Hij probeert simpele dingen een diepere laag te geven, zoals een 
paar oude schoenen en zijn hond Hector. 
Henry Muldrow heeft 'n prachtig kleurig geïllustreerd boekje uitgege-
ven, waarin
26 limericks zijn verzameld, op alle letters van het alfabet.
Allemaal Nederlandse plaatsnamen, en hij zingt voor ons de "F" van
Friesepalen en de "R" van Radio Kootwijk waarbij hij bijna iedereen 
uit zijn stoel praat en het publiek met hem aan 't rock-n-rollen slaat.

Fieteke, voormalig schildersmodel, "smeedt nu edel" en geeft een exposé over wat zij zichzelf toestaat in "ik mag". Zo luiden de titels van de beide gedichten die zij leest. 
Rik de Boer deed iets met zijn kat, in een opgevoerde pantomime van zijn thuiskomst na een werkdag. 
Johan Herrenberg, een jonge zelfbewuste dichter las een reeks gedichten van uiteen
lopende sfeer, die desondanks samen een cyclus vormen. Hij voltooide onlangs een omvangrijke roman waarmee hij bij Uitgever IJzer gaat debuteren. Voor zijn poëzie zoekt hij nog naar een uitgever. 
Er waren nog meer mensen die hadden gehoopt op wat microfoontijd maar dat was helaas niet meer mogelijk. 

Door dit organisatieprobleem kon ook de uitverkiezing van de eerste Hernehim Dichter van de Maand die op dit Podium zou plaatsvinden niet op de geplande wijze doorgaan. Het publiek, waaronder de mensen die deze keer niet aan bod waren gekomen, was begrijpelijk niet bereid om nog de 2 genomineerde gedichten van januari te beluisteren. Gelukkig was de genomineerde Louise, die op het eiland Vlieland woont, verhinderd. Een juryrapport, hoe kort ook, komt vervolgens ook "in de lucht te hangen". We sluiten deze mislukte kleine 'ceremonie' dan maar virtueel af met het bericht hieronder. 
Dichter van de maand Hernehim Cultuur - januari 2008 - thema "verlichting"  De genomineerden
 

Decemberblues 

dit is de maand december, dit is waar 
wij denken in verlichting 

buiten rollen de eerste bundels al 
door sparretakken van ontworteld 

fatsoen en groeien huiskamers 
uit tot versierde tempels 

de dagen raken op en sterven 
doen we allemaal een keer 

tijdens de aanloop naar het einde 
van het jaar omdat we vallen 

over snoeren van de kerst, ingewikkelde 
bomen opzetten, we weten het allemaal 

zo goed dat leven nu is en vroeger 
een woord als heengaan zonder betekenis 

maar de kaarsen zijn in houders 
gevat van mijn nog donkere gedachten 

ik zal ze ontsteken wanneer de stroom 
stagneert opdat ik verlicht wederkeer 

© Louise 

Zoals het was 

Ik weet dat ik hier rondliep, het zonlicht inhaleerde, 
de morgen kleurde zoals het mij uitkwam, de geur 
van fruit en noten, het geluid van verre muziek. 
Ik gaf de stad een naam: jij om elke hoek van de straat. 

Hier deden wij elkaar aan. Zochten een haven 
na onze entering op open zee, lachten ons dronken 
met hoeren en matrozen. Vonden een gretig bed. 
Er laaide een vuur op. Ergens brandden schepen af. 

Wij trotseerden het leven, schiepen uit niets de dagen. 
Allengs ook avonden vol weemoed, een behaagziek soort 
dat zich het best liet consumeren met een glas 
uit een vergeten jaar: proef je hoe goed het was? 

Het stratenplan is niet veranderd. Ik zou terug 
kunnen bladeren, dezelfde hoek om slaan. 
Je zou er staan als op de foto die ik bij me draag, 
in dat onstuimige licht. Je knippert met je ogen. 

 

© Joop Scholten 

 

 

Juryrapport: 
Decemberblues - Een goed geschreven gedicht.
De kracht van het enjambement is heel goed toegepast. 
De beelden zijn mooi, maar soms wat verwarrend. 
Zoals het was - Een treffend gedicht, waarvan de toon raakt. 
Het hele gedicht is van een vergeefse melancholie doortrokken. 
Een consequente opbouw van de opvolgende beelden. 
Zuiver, maar soms op het randje van té romantisch. 

De 'Hernehim dichter van de maand' van januari is: Joop Scholten
Selectie van genomineerden door een onafhankelijke jury. Eindjurering van de shortlist: Jos van Hest. 
Uitroepen van de Hernehim dichter van de maand van februari, thema 'mythen of sprookjes' op 29 maart 15:00u. 

© Voor verslag: John Zwart - 1 maart 2008. 

 
 
Woorden in de waagschaal, Haarlems Podium - Verslag van John Zwart 
Alweer ons derde bezoek aan de Waagschaal.
In de Waag van Haarlem aan het Spaarne, kwam weer een bont gezelschap bijeen op de donderdagavond van 21 februari. Een paar vaste 'ankers', zoals presentator Driek Havermans, dichter en prozaïst Nuel Gielens en de jeugdige Jarl ontbraken natuurlijk niet. Maar verder zwaaide de deur achter het gordijn regelmatig open voor een bont gezelschap dat ook een podiumplekje begeerde. 
De Haarlemse Diva's - gevormd door Monique en Marianne, laatbloeier-dichter Wim Groenhart, Sara Hussein enige jaren geleden gevlucht uit Irak, Simon Mulder die zijn Feest der Poëzie kwam promoten en de jongste deelnemer van de avond, misschien wel de jongste ooit, Tim Neutel. 
De Diva's
, niet zomaar aan voorbij te gaan, leken vooral uit op het effect van hun verschijning. Maar zij brachten poëtische ontboezemingen die soms stevig uitvielen. Jammer dat ze hun teksten nog niet volledig beheersten, zodat hun duo presentatie iets minder vloeide door af en toe een blik op de lessenaar.
  Wim Groenhart werd uitgebreid geïnterviewd door Nuel vanwege zijn snelle opkomst als dichter, die zijn eigen talenten pas laat ontdekte. Sara Hussein verontschuldigde zich bij voorbaat voor haar eenvoudige taal: "mijn nog kleine woordenschat". Bewonderenswaardig hoe steeds meer mensen uit het middenoosten, na enkele jaren verblijf in Nederland de moed opbrengen om met hun eerste poëzieprestaties al tevoorschijn te komen, waar anderen in dezelfde situatie zich nog nauwelijks verstaanbaar weten te maken. Tim Neutel, veertien jaar, werd natuurlijk ook ondervraagd door Nuel Gielens: "hoe vinden je vrienden dat nou, dat je gedichten schrijft, kijken ze je er raar op aan?" Maar Tim lijkt niet zo gevoelig voor smalend gedrag van medeleerlingen. Hij blijkt een bewonderaar van popsterren uit Amerika met goede songteksten. Kijk dat verandert de zaak natuurlijk, de naam van Bob Dylan valt. De teksten van goede artisten ziet hij als poëzie en ja: hij speelt ook piano! Zijn stem moet nog wat volwassener worden, maar hij maakt indruk met zijn pianospel.

 



De avonden in De Waag hebben een heel lage drempel. "Het is altijd weer 'n verrassing hoe de avond uitvalt," aldus Driek Havermans. Zoals uw verslaggever het deze februari editie heeft ervaren een positieve verrassing, mede door de prima poëzie bijdragen van Simon Mulder en Nuel Gielens 
Eerstvolgende aflevering: donderdag 20 maart, informatie Sonja Kagie. 

© Voor verslag: John Zwart - 1 maart 2008 

 

 
 
 
Jan Eijkelboom, geen bevlogen vernieuwer, bewonderaar en hoeder van het goede - Biografische schets van John Zwart.
Alhoewel de dichter Jan Eijkelboom geboren werd in Ridderkerk bij Rotterdam, was hij zijn hele leven volledig verknocht aan de stad Dordrecht, waarheen zijn ouders al in zijn kindertijd verhuisden. Hij zag het levenslicht op 1 maart 1926 en zou dus morgen, 1 maart 2008, 82 jaar zijn geworden. Maar dat was hem niet gegeven: Gisteren, op 28 februari, is hij in "zijn stad" Dordrecht gestorven.
Hij stamt van godsdienstige huize, zijn ouders waren belijdend lid van de Gereformeerde Bond. Na de oorlog ging hij vrijwillig in het Nederlandse leger en werd uitgezonden naar Indië. Dit wees al op de ontwikkeling van een vrijzinnige geest: "Geen bliksems troffen ons uit het zwerk". Dat verschafte hem moed om door te gaan op de nieuw ingeslagen weg. 
Maar de ervaringen in het Indië van de Politionele Acties lieten flinke sporen na, die hij al schrijvend verwerkte. In 1953 debuteerde hij met "De terugtocht" in 'Libertinage'. In datzelfde jaar sloot hij zich aan bij de redactie van 'Propria Cures' en 'Maatstaf'. Eigenzinnigheid was hem niet vreemd, zo blijkt uit de oprichting van 'Tirade' in 1957, samen met Jan Emmens. 

Een dienstverband bij Vrij Nederland zette hij liever om in de ongebonden status van de freelance journalistiek.

 Een journalist die dichter werd, zo wordt wel beweerd, maar zijn dichterschap werd eerst min of meer uit ellende geboren. De herinneringen aan gebeurtenissen in Indië werd hij de baas in zijn poëzie, een therapeutisch dichterschap dus. 
In 1980 debuteerde hij als dichter met de bundel "Wat blijft komt nooit terug". Deze aansprekende titel werd later uitgebeiteld in het Damiatebolwerk van Dordrecht. Hij was een groot bewonderaar van de Ierse dichter William Yeats, die hij uit het Engels vertaalde, van de meer moderne Amerikaanse dichters had hij veel waardering voor Richard Wilbur. Hoe ver die bewondering ging blijkt wel uit een uitspraak van hem: "Vertalen is eigenlijk een vorm van kannibalisme. Je eigent je een vers toe dat door een ander geschreven is. Soms zou je het zelf geschreven willen hebben". 
In 1983 ontving hij de Herman Gorterprijs voor de bundel "De gouden man". Van de overige dichtbundels van zijn hand kan ik als de meest aansprekende "Kippevleugels" uit 1991 noemen. Hij was de allereerste Stadsdichter die in ons land werd benoemd. Door zijn geliefde stad Dordrecht, in 2001. Jan Eijkelboom is op een gevel in Leiden vereeuwigd met zijn gedicht "O". Zelf zei hij ooit over droevige sterfgevallen: "Doodgaan is hetgeen wat niet zou mogen, helaas wordt het veel gedaan". 

© John Zwart voor Hernehim Cultuur - 29 februari 2008   

 
Hooglied 

In de verte ben ik al bij je, 
toch wil ik steeds naar je toe, 
tegen je aan gaan staan, 
bij je naar binnengaan. 
En ook dat is nog niet genoeg. 

Door je heen wil ik gaan, 
mij omkeren en dan 
je prachtige hoofd 
half naar mij omgedraaid 
op je prachtige rug zien staan. 

Ingres heeft dat geschilderd 
en die is toch al tijden lang dood. 
Zelf kan ik nooit meer sterven 
en jij blijft voor eeuwig mooi bloot. 

Jan Eijkelboom 
Uit: "Wat blijft komt nooit terug" 
Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam - 1979. 

 
 
Het beweeglijk panorama van dichtersland - Redactioneel artikel - 18 februari. 
De redactie van Hernehim Cultuur is niet zo enthousiast over wedstrijden waar het de poëzie betreft. Schaatswedstrijden oke, hardloopwedstrijden óók, daar heb je geen jury bij nodig. Iedereen ziet wie er wint en waarom - maar in de literatuur...  Toch wil elke schrijver of dichter wel eens ontvanger zijn van een onverdacht blijk van waardering. Na ruim 6 jaar gastdichters en open podium op het internet is HC dit jaar begonnen bij elk nieuw maandthema een aantal van de gepubliceerde dichters te nomineren voor een 'dichter van de maand' erkenning. De genomineerden leggen we voor aan Jos van Hest (OBA) die daaruit een winnaar kiest. 

Uit het thema 'verlichting' zijn er onlangs twee gedichten genomineerd: 'decemberblues' van Louise en 'zoals het was' van Joop Scholten. 

Jos van Hest maakt deze dagen zijn keuze, die hij op zaterdag 23 februari, tijdens het Open Podium in de Centrale Bibliotheek van Amsterdam bekendmaakt. Locatie: Oosterdokskade bij het Centraal Station, het mediaplein op de 4e verdieping. Aanvang 15:00u, gratis toegang. 

. Jos van Hest 

Flitswedstrijd bij Pomgedichten  

Pom Wolff

Slammers moeten het vooral van hun presentatie hebben, die zijn allang vertrouwd met het directe wedstrijdelement. De wedstrijden waar alleen het geschreven werk wordt beoordeeld lopen juist over langere perioden, vaak zelfs een jaar. 
De dichter Pom Wolff ('je bent erg mens' en 'toen je stilte stuurde' - Uitgeverij
Holland) is wel van de wedstrijden. Hij was het die vorige zondag een nieuw fenomeen in het leven riep: de poëzieflitswedstrijd! Hij noemde die "De eerste & enig echte zondagochtend wwwpoëzieprijs van de Stad Amsterdam 2008". Alles zou zich binnen twee etmalen afspelen: uitnodigen, inzenden, publiceren, nomineren, juryrapporteren en 't uitroepen van de uiteindelijke winnaar!  
Pom kennend, mochten we 'n behoorlijk aandeel speelsheid verwachten in de manier waarop het dichtersvolk zou reageren. Maar ludiek of niet, zelfs de bedenker van deze zondagsgrap was verrast hoeveel gedichten van een behoorlijk niveau hij tot de klok van twaalf uur mocht ontvangen! Eén ding is wel duidelijk: de meeste poëten zitten op de zondagmorgen niet in de kerk, maar ze liggen evenmin te ronken na een wilde zaterdagnacht. Nee het lijkt er meer op dat hun zondagse ochtenduren geestelijk uitermate actief achter de pc worden doorgebracht!  Het lijkt ons bijzonder leuk om het slot - de nominaties door de jury, het eindrapport en de bekroning vanaf de pomgedichtensite over te nemen. Pom verwijst eerst even naar de commotie bij het laatste Festina Lente podium. Wilt u als lezer daar de achtergronden van kennen, dan verwijzen we u graag naar ons verslag: "Festina Forte" van 15 januari hieronder (door Loes Essen). Overigens verdenken we Pom ervan dat hij zowel jury als juryvoorzitter in één persoon, te weten zichzelf, heeft verenigd, maar voor zo'n "Eerste en enig echte zondagochtend..etc" zult u ons daar niet over horen brommen. 

Red. Hernehim Cultuur

Uitspraak van de jury 
Aan de conclusie valt niet te ontkomen – zou Bernard Wesseling hier zijn – u zou verbaasd staan van de naam – festina weer binnenkort - Voor de minder ingevoerde bezoeker daar: men leze een juryrapport voor – en alle woorden maar dan ook alle woorden wijzen vooruit naar die ene winnares die alles maar dan ook alles in zich verenigde die avond wat de poëzie zo mooi kan laten zijn – men hore de aankondiging – en de winnaar vanavond is ……….. Bernard houdt een kleine stempauze en … noemt vervolgens niet de naam waar het juryrapport op af stevende – geeft de naam van de winnaar zoals hij deze in zijn poëziehart geschreven weet. Vervolgens stuiven alle juryleden overeind – in het geraas en gewoel is Bernard verdwenen. De chaos compleet – 'wie heeft er nu eigenlijk gewonnen' roept een klein en lief en huilend meisje in het publiek, bijna verpletterd in de klopjacht die ingezet is om de dichter Bernard – mijn gabber ook - te lynchen.  Daarom alleen al lieve lezer houd ik ZO van poëzie. Houd ik zo van Festina Lente – van Sven, van Simon en Edith aan zijn zijde. Zoen ik altijd Linguina even. 

De voorkeur van de jury van wwwpomgedichten mag duidelijk zijn lieve lezer. 
We komen tot vier genomineerden: 
Jürgen Smit met zijn gedicht ‘tja’. 
Gijs ter Haar met een schilderachtig gedicht, in harde streken rood waar het verven bloedt. 
Roop fuseert en splitst – het lege bed haar straling. 
Kas Knoop – ik blijf die familie in zijn gedicht herlezen. 

De gedichten: 

nog tien minuten 

koffie zetten 
het reglement lezen 
een peuk roken 
inloggen 

heb ik enkel nog een gedicht nodig 

---- 

nog één minuut 

tja 

© jürgen smit 

b-besef 

dit is de reactorruimte 
daar staat de kern 
daar draai je omheen 

hij staat op smelten 
na zes keer draaien 
staat wel de toevoer 
maar niet de straling af 

het gevaar van explosie 
is weer eens geweken 
een deel van de wereld 
tot nader inzien gered 

van de kern die bij fusie één 
en bij splitsing alleen is 
alles is veilig 
leeg is je bed 

© roop 

302 

Als dan het huwelijk 
en jaarlijks iedereen is 
waarheen besproken 
een waar geregeld 

En importeren daarop 
en mijn ze maar gewezen 
mijn gezin daarheen om vooral 
maar af en toe 
voor dan 
een uitblijven 
kortom dit …. 

© Kas Knoop 

 

 

 

je ogen, schat, zo mooi 
maar weet je nog van Pamela 
en vijfduims hardgestaalde spijkers 
het is er van gekomen toen 
ze wilde alle feiten toch 

ik heb haar kunstig uitgespreid 
op witte doeken in de hoeken 
van een levenloos bestaan 
dat contrasteert zo mooi 
met rood 

alles in exact die kleur 
op een canvas aangezet 
met een hele dure kwast 
een dikke 

© Gijs ter Haar 

Jürgen Smit  

Gijs ter Haar * op de achtergrond ACG Vianen, inspirator van Kas Knoop 

 
‘Tja’ van Jürgen Smit is en blijft een onontkoombaar gedicht lieve lezer. Het Hele Leven, de hele poëzie, ja hoor ook pomgedichten, ook alle quasi deftigheid, de subsidiemolen, het telraam uit de negorij – de arrogantie ook zo vaak te lezen op des dichters smoel - samengebald in één woord – het woord is tja. 
Maar in de traditie van dada mis ik de vorm waarin dit onontkoombare tja MOET. Tja – nee tja wint niet. er snijden messen door mijn hart. een vogel vliegt het blauwe raam – de tuin rookt snijdend koud van steen – de muggen zo bloeddorstig – tja maakt alles dood wat nog even leven wil. ik mis de boem, de paukeslag. 
‘302’ van Kas Knoop is een zeldzaam gedicht lieve lezer. De vervreemding van acg* teruggebracht tot huwelijkse voorwaarden. ‘kortom dit’ de slotregel komt mijn hoofd niet meer uit. Als Kas Knoop moet winnen dan moet ook ACG winnen vind ik. Ik ben niet losgekomen en nu ook uiteindelijk niet van dat idee. Het is taal sleuren door de taal. Neem ik afscheid van dit gedicht. Nee dat wil ik niet: dat huwelijk waaruit het even ingehouden schreeuwt is zo mooi. 
‘b-besef’ van roop heeft ook het ingehouden schreeuwen. het intellekt breekt op en af. Om dit gedicht kan niemand heen. Alleen hondjes. Van dit gedicht wil ik geen afscheid nemen. De tragiek van de veiligheid neergelegd in het lege bed. 
En Gijs – een gedicht in ajax kleuren waarin zij opgedoekt – de vleesgeworden hardheid gelaagd weergeven in dit gedicht – Ik wil dat schilderij ook in mijn kamer. Ik moet een ultiem criterium hebben lieve lezer anders lukt het niet. De gedichten kunnen niet tegen elkaar afgestreept – de gedichten kunnen niet met poëtische criteria gerangschikt – ze zijn me te mooi en ze zijn me te hartverwarmend daarvoor. 
Ik hak de knoop door. Deze drie dichters dwingen tot een criterium liggend buiten de poëzie. Een zondagochtend in Amsterdam – in Amsterdam - lieve lezer – het rood en wit van het Ajax van mijn vader – de Middenweg en Pietje Keizer – de koetjesrepen – tien voor een gulden toen – dan maar het sentiment meteen tot moes geslagen door Gijs ter Haar – het rood en wit van Gijs is het rood en wit van Amsterdam. 
Goser gefeliciteerd – maar zeg mij nooit dat roop en Kas niet kunnen schrijven. 

© Pom Wolf 

DE WINNAAR VAN DE EERSTE & ENIG ECHTE ZONDAGOCHTEND WWWPOËZIEPRIJS VAN DE STAD AMSTERDAM 2008 heet GIJS TER HAAR 

 
 
 
 
Amsterdam, 31 jan - Gedichtendag 2008 - Poëziemarathon Perdu 30+30 - Verslag John Zwart 

Een microfoon en een geprojecteerde naam

Om 19:30u zou de marathon beginnen. Dichtersmarathon: 30 Dichters lezen elk twee gedichten uit het eigen repertoire en één van een door hem of haar bewonderde buitenlandse dichter. In totaal dus 90 gedichten, een intense marathon dus, in een straf tempo dat veel van de ca 150 toehoorders zal vragen. 
Door winterse stortbuien onder stormvlagen begint men al 20 minuten te laat, 'n aantal dichters, w.o. H.H. ter Balkt en Estelle Boelsma laten het afweten, maar er zijn stand-ins voor beschikbaar. 
Het is de derde editie van een soortgelijk programma in Perdu en Uitgever Prometheus is bereid gebleken een bloemlezing van 60 van de 90 gedichten, verzameld door Joost Baars en Thomas Möhlman, uit te geven. De bundel wordt de bezoekers tijdens een pauze van een kwartier en na afloop voor 15 euro aangeboden. De aanwezige dichters zijn desgewenst bereid om de aanschaf te signeren. 
 
Alfred Schaffer opent met gedichten over exodus van bevolkingsgroepen en over de eenzaamheid in de stad. Aangrijpende gegevens, we moeten er even inkomen. Dat lukt steeds beter als hij een gedicht van de Russisch-Joodse Joseph Brodsky leest. In 'Transatlantisch', wordt de bevolking van je dromen geleidelijk kleiner en sterft uit met het ouder worden, tot uiteindelijk 'de eeuwige slaap' geheel ontvolkt begint. Projectie op de wand van een groep vluchtelingen maakt zijn woorden indringend. Na hem komen twee Vlamingen, Els Moors en Geert Buelens. Els klinkt onschuldig "ik ben de tuinman/ ik onderhoud de tuin" maar verrast ons opeens met de suggestie van een tussen bloembedden begraven lijk, om zich dan weer moeiteloos te hullen in schijnrust, waarin ze ijsjes verkoopt aan de kinderen vanuit "een glazen tickethuisje
aan de ingang" blijven we verwonderd achter. Maar onmiddellijk trekt ze ons hardhandig
de wereld van de politiek binnen door de ogen van de Amerikaans-Joodse beatpoet Allen Ginsberg "wanneer stoppen we de mensenoorlog ... jij en ik zijn volmaakt/ je machinerie is te veel voor me/ laat me met rust ..." "iedereen is serieus bezig/ ... Time Magazine staart me overal aan" Geert Buelens blijft in Amerika met gedichten over Elvis Presley, de witte man van de gospel, "kwam hij uit een braambos?" 
Willem Thies en Marc Kregting lijken ook op elkaar aan te sluiten. Willem blijft dicht bij de waarneming van alledaagse dingen in en om huis. Ziet het gras als een "leger van groene lanspunten". Gaat over op een gedicht van de Oostenrijks-Joodse dichter Paul Celan in het Duits. Als een mantra roepen herhalingen de beklemmende indrukken van de holocaust op. "pfeifen seine Juden hervor ... wir trinken schwarze Milch ... Rauch .../ Grab in den Wolken/ da liegt man nicht eng/ der Tod ist ein Meister aus Deutschland". Marc houdt ons vast in dezelfde sfeer: "je hel moet blijvend bijgeslepen ... geschiedenis der generaals ... je acteert in het vestzaktheater ... de voorstelling gaat wegens omstandigheden dóór". 

     Els Moors 

Veel somberheid, tijd voor iets anders. En Fernande de Korte geeft een draai aan de stemming met romantisch Frans: "Pour toi mon amour/ j'ai acheté les fleurs/ pour toi mon amour/ etcetera" "het geluk van het verhulde meisje", ook in vertaling gaat zij voor haar lief naar de bloemenmarkt en naar de vogeltjesmarkt. Helaas zijn daar vogelltjes gekooid, ze leest van "de ketting ... en de slavenman". Liesbeth Lagemaat vindt dat we het alweer lang genoeg gemakkelijk hadden. Met poëzie van de Amerikaan Mark Strand komen er ongewone zienswijzen: "als ik wankel splijt ik de lucht"... "we hebben alle beweegredenen ... word een spier van zwijgen ... stol nu". Een eigen gedicht op de overleden schoonvader, "je hebt vandaag je huid van vroeger aan"... "jaarringen op vingers". Ze roept wormen en mieren tevoorschijn, de mieren klimmen massaal tegen een boomstam op. Voor H H ter Balkt leest Mattijs Ponte We ontmoeten opnieuw mieren en bijen. De herfst waart rond: "egels rollen zich op en slapen". 
Tamara Binke laat ons twee werkelijkheden ervaren in voordracht met 'suspense'. Na een nachtelijke taxirit "genadeloze koplampen tekenen een zwart silhouet", via het geruststellende "trekdrop" springen opeens weer verschrikkingen omhoog "je knijpt/ het is echt jouw vlees". Thomas Möhlman maakt ons evenmin opgewekt via de goudvis als metafoor "laat alle moed stap voor stap varen" Met Kabinsky de filosofie in "zwart of wit ... van god of de duivel/ de tegenpolen zitten in het oneindig kleine". 

                     

Estelle Boelsma is ook door de slechte weersomstandigheden verhinderd. Hilde Meeus neemt de honneurs waar: "Ik ben niet Estelle Boelsma, maar ik doe mijn best". De toon wordt gelukkig wat lichter: "ik zie liever een vrouw/ op de brug dan een man/ ze houdt zich aan de railing vast/ mag ze vallen?" Louis Lehmann, verreweg de oudste van alle deelnemers, houdt de lichte toon vast, ook al is zijn stemgeluid met het klimmen der jaren onvast geworden. Hij leest een oud Engels gedicht "oh green cheese/ you never get another chance..." Het gaat over de vergankelijkheid maarontlokt de eerste lach van de avond aan het publiek. Hij zingt het als een 'nursery rhyme'. Voor de volledigheid laat hij toch nog een vertaling volgen over de kaas die aan de schimmel ten onder gaat, het koud vlees op de schaal dat ten prooi valt aan de vleesvliegen en een rotte pruim die is geplet: "rot op je gemak/het heeft geen haast". Hij sluit het aan zijn dierbaar Brittannië toegewijde deel af met een loftuiting op de Cambridge University: "Cambridge/ houden zo!" Als recent eigen werk komt dan de nostalgie aan bod: "ouderlijk huis ... een plaats van eenzaamheid" met de overstap naar het eenzame bed, maar geen eind zonder een kwinkslag: "de pantippel was gekomen". 
Erik Lindner begint met het lezen van een gedicht dat klinkt als "tummertap" een grappig aandoende kabbelende klankenbeek.Het blijkt Hongaars te zijn. Voor Anne Vegter.leest hij observaties "zijn simpelheid ... hoe een spin zich optrekt in de lucht" ... "de zee is paars bij Piraeus" ... "een duif die op een te smalle tak zit/ de tak die doorbuigt ..."... meisje met een bureaula/ stapt in de metro..."

Louis Lehmann
Dorpsoudste de Jong roept ons weer terug in de ernst, filosofisch: "misschien waren er deeltjes/ talloos kleine deeltjes ..." Dan op de scheidingslijn tussen stadsmensen, de aangepasten die wijken, contact vermijden, geen irritaties riskeren, afstand. De anderen: "ze pissen tegen de ramen/ het portiek moet op slot". Bezwerend klinkt zijn herhaald: "geef geen aanleiding/ stap ver genoeg opzij". Vervolgens vrolijkt hij ons schijnbaar op met een doemlied over het 'einde van de wereld' waar allerlei triviaals gewoon doorgaat, waar vissen vrolijk in het water spartelen, dolfijnen springen: "wie rekende op weerlicht en donder/ wordt teleurgesteld". Ik proef er de verschrikkingen van oorlogskampen uit, waarvan het niet te verdragen is dat daarover ook de heldere zomerzon schijnt. Krijn Peter Hesseling gaat in op het onderwerp "idententificatieplicht" waar via een verloren geraakt document een geslaagde persoonsverwisseling tot stand komt. Hij verwerft zo de identiteit van een ander "onder zoden". Hij citeert William Carlos Williams'  ode op de mus met al haar gefladder en ander gedrag als baden en hofmakerij. Anne Vegter lijkt een bruggetje te slaan naar Krijn Peter Hesseling. Haar gedicht brengt ons op een luchthaven van een ver land: "Your passport is not guilty" Hoe een gebrekkige taalbeheersing een zin een dubbele betekenis geeft, grappig en sinister. Gaat in op het wonderlijke van het herkenningsmechanisme in onze hersenen: "probeer de gezichten uit/ met je gesampled geheugen"... "gezicht op vreemden/ blij kloppend aan de deur van het geheugen..." 
Ernst van den Hemel claimt de minste spreektijd met een Engelse Limerick die hij - waarschijnlijk onnodig - nog voor ons vertaalt en met Samuel Vriezen zijn we bijna op tweederde van de marathon, ondanks de snelle Ernst van den Hemel lopen we flink achter op het tijdschema. Samuel laat zich er niet door afbrengen van zijn plan. De vorm heilig, 6x6x6. Hij kondigt aan: "het duurt zes minuten". (Ik schrijf het gedicht hier in vijftien seconden neer: "Stein - Glanz - Laub - Tod - Glück - Wind - 6x." ) Er zit kringloopsymboliek in, maar de 10 seconden stilte tussen elk woord komt op mij als "publiek pesten" over. Geen idee van hoeveel handen hij applaus kreeg. Martin Reints schildert ons in dichtregels wat we als ervaring herkennen. Hoe we een tankstation binnenrijden, de pomp kiezen en proberen de auto precies zó tot stilstand te brengen dat de ideale positie van tankdop tot vulslang, gecombineerd met zicht op het scherm wordt bereikt. Prozaïsche dingen tot poëzie gesmeed als het ook nog lukt het mechanisme op een mooi rond bedrag te laten stoppen. 

                       

Als er 20 dichters achter de microfoon zijn geweest is het al na tien uur. Vanaf kwart over zeven heb ik een kleine drie uur, met een regendoorweekte broek klef rond de benen, zitten luisteren. Mijn opnamevermogen begint sterk terug te lopen. Geestvertraging door een overdosis aan poëzie. In het zicht van een thuisreis van 2 uur door stormachtig nachtelijk duister houd ik het voor gezien. 
Met nederig excuus aan de resterende 10 dichters. 

© John Zwart voor Hernehim Cultuur - 5 februari 2008.  Foto's: Eigen foto's copyright Hernehim Cultuur. 

 Het "Groene Boekje" 30 + 30 Dichtersmarathon Perdu 2008 van Uitgever Prometheus is verkrijgbaar in de Perdu Poëzieboekwinkel aan de Kloveniersburgwal en in de "betere boekhandels". 

 
 
Gedichtendag 2008 in de VU Boekhandel, Amsterdam - 31 januari - Verslag van Loes Essen  
De VU Boekhandel, het Cultuurcentrum Griffioen, de Faculteit Letteren van de VU, de Universiteitsbibliotheek VU en VU Podium verzorgden een gevarieerd middagprogramma in de VU Boekhandel, aan de De Boelelaan, Amsterdam. 
Een iets verhoogde ruimte achterin de boekhandel biedt plaats aan een dertigtal mensen. Vrijwel alle stoelen zijn bezet wanneer prof. dr. Dick Schram van de Faculteit der Letteren en Literatuurwetenschap ons welkom heet. Hij zet uiteen waaruit het programma vanmiddag zal bestaan. 
Zelf zal hij een korte uiteenzetting geven over Das Dinggedicht. Er bestaat een indeling van de literatuur in hoofdgenres, waarvan er één, de lyriek, vanmiddag aan de orde is. Over het algemeen bestaat de indruk, dat lyriek voornamelijk gestalte krijgt door de uiting van een ik. Daarbinnen wordt dan weer onderscheid gemaakt tussen subjectieve en objectieve uitingen. Veel lyriek echter blijkt géén ik-uiting te zijn, maar is gecreëerd rond een 'ding', soms zelfs vanuit een ding, dat als het ware voor zichzelf spreekt: Das Dinggedicht als 'Lebenswegen des Dinges'. 

 

Dick H Schram bekleedt in de Faculteut Letteren van de Vrije Universiteit, sinds 1998 de leerstoel 'Leesbevordering', die is ingesteld door de Stichting Lezen. 

Foto: Stichting Lezen  

Rainer Maria Rilke is hiervan de meest belangrijke vertegenwoordiger, vooral met zijn beroemde 'Der Panther'. 
Door zijn vriend de beeldhouwer Rodin werd hij erop gewezen, hoe men zich kan concentreren op het object. 
Der Panther 

Im Jardin des Plantes, Paris 

Sein Blick ist vom Vorübergehn der Stäbe 
so müd geworden, dass er nichts mehr hält. 
Ihm ist, als ob es tausend Stäbe gäbe 
und hinter tausend Stäben keine Welt. 

Der weiche Gang geschmeidig starker Schritte, 
der sich im allerkleinsten Kreise dreht, 
ist wie ein Tanz von Kraft um eine Mitte, 
in der betäubt ein großer Wille steht. 

Nur manchmal schiebt der Vorhang der Pupille 
sich lautlos auf -. Dann geht ein Bild hinein, 
geht durch der Glieder angespannte Stille - 
und hört im Herzen auf zu sein. 

Rainer Maria Rilke, 6.11.1902, Paris

De Panter 



Zijn blik is van het lopen langs de stangen
zo moe geworden dat hij niets meer ziet
dan stangen. Stangen houden hem gevangen,
wel duizend stangen, en daarachter niets.

De zachtheid van zijn lenig sterke pas,
die altijd weer de kleinste kring beschrijft,
is als een dans van kracht rondom een as
waarin een machtig willen is verstijfd.

Niet vaak meer trekt het scherm voor zijn pupillen
geluidloos op -. Dan gaat een beeld erdoor
naar binnen, glijdt door het van spanning stille
lijf naar zijn hart - en gaat teloor.  


Vertaling Peter Verstegen / uitg Bert Bakker, Amsterdam 

 

We zien hier in het gedicht, dat de panter steeds meer zelf tot 'ding' wordt, tentoongesteld aan publiek. In de laatste strofe is er uiteindelijk sprake van innerlijke gevangenschap en de vernietiging van alles wat de panter ooit maakte tot het prachtige dier, dat hij was. 
Nog twee sonnetten van Rilke (Die Flamingos en Archaïscher Torso Apollos) worden vanuit het thema geanalyseerd. 
Prof. dr. Ben Peperkamp bespreekt de 'verdinglijking' in poëzie aan de hand van 'Impasse' van Nijhoff, waarin via gewone huis-tuin-en-keukenartikelen zoals een fluitketel wezenlijke levensvragen worden aangeraakt. Leo Vroman wordt als voorbeeld gegeven van een dichter, bij wie biologische beschrijvingen symbool staan voor de kracht van 'dingen' in de taal. Van Remco Campert wordt aan de hand van het gedicht 'Ik, ik, ik' aangegeven, hoe een opsomming van dingen wezenlijke informatie over de 'ik' herbergt en prijsgeeft.
Peperkamp stelt zichzelf met Gerrit Kouwenaar de vragen: Waarom kun je met het woord 'steen' geen ruit ingooien, waarom niet zitten op het woord 'stoel'? Dat het gedicht zelf ook een relatie kan hebben tot dingen, zien we niet alleen door de tastbaarheid der tekens; in poëzie 'verdinglijkt' de taal. 
Hoe mooi typografische vindingrijkheid in dit opzicht kan werken, zien we bijvoorbeeld in 'Dodenherdenking' van Ida Gerhardt. 

 
Dodenherdenking 

De namen der gevallenen 
die wij zo snel vergaten 
worden soms nog gezongen 
bij monde van de stormwind. 

Dan: luister aan de palen. 

Ik hoorde het eens vervaarlijk 
onder Zalk en Veecaten - 
te zwaar haast voor de masten 
en de metalen draden. 

Ida Gerhardt 
Uit: De Ravenveer, p.17 
Atheneum-Polak & Van Gennep Amsterdam 1978 

Ida Gerhard  (1905-1997) 

 
Hier zien we in de eerste strofe een oever verbeeld, in de derde strofe de andere oever. Daartussenin die ene regel, vers 5, die de strofen/oevers met elkaar verbindt
als het veer van Charon over de Styx. 
Bij een dichter als Wislawa Szymborska is de samenhang der dingen zover doorgevoerd en verzelfstandigd, dat de dingen uiteindelijk de mens afwijzen. (Zie: 'Gesprek met de steen', dat eindigt met: Ik klop op de deur van de steen./"Ik ben het, doe open."/"Ik heb geen deur," zegt de steen.)

Links: Abdelkader Benali, boven: Maria van Daalen op Sunsation Festival 

Foto's: De Bladspiegel  en Hernehim Cultuur.

Abdelkader Benali was de eerste Schrijver op Locatie aan de faculteit der Letteren aan de VU. Een jaar lang heeft hij zich hierbinnen gewijd aan onderzoek, vooral gericht op diversiteit in religie, cultuur en wetenschap. (zie youtube) Hij kijkt na dit jaar vooral met veel plezier terug op de huisbezoeken aan schrijvers en zijn schrijfcursus aan tien studenten. Ervaringen die hem inspireerden tot 'De soefi', een aantrekkelijk boekje, prachtig uitgegeven door de VU, dat wij bij het verlaten dankbaar in ontvangst zullen nemen. 
Ons wordt een primeur geboden: Benali leest voor uit nog niet gepubliceerde gedichten, waarin hij zich op poëtisch filosofische wijze afvraagt, hoe het zou zijn als een Arabische socioloog uit de vijftiende eeuw zich zou begeven in het Nederland van nu. 
Universitair docent en dichter Ad Zuiderent neemt in dankwoord afscheid van Benali als Schrijver op Locatie. De fakkel zal worden doorgegeven aan Marcel Möring.
Hij noemt Benali onder andere een 'flitsschrijver', zo onvoorstelbaar snel schrijft hij zijn teksten. Doet me denken aan de uitspraak van Adriaan Roland Holst over Vestdijk, die hij noemde: 'de man die sneller schrijft dan God kan lezen'. 
Er volgt een optreden van de blokfluitist Erik Bosgraaf, die op virtuoze en muzikale wijze stukken uit de zeventiende eeuw (van Jacob van Eyck) en vroeger (Dowland e.a.) ten gehore brengt. Vertelt tussen de stukken door over de muziek en de kopieën van originele oude instrumenten. Zo leert hij ons de herkomst van de Engelse benaming 'recorder'. Vroeger probeerde men vooral de verschillende soorten zang van vogels op de fluit na te bootsen (to record). Hij geeft hiervan een prachtige demonstratie op een klein blokfluitje. 
De middag wordt besloten met een boeiende en verfrissende voordracht van Maria van Daalen. Zij leest voor uit haar zevende bundel: "De Wet van Behoud van Energie". (zie ook: Boeken, De Avonden, VPRO). Zij schrijft sonnetten naar eigen zeggen volgens de strengste norm, 11 lettergrepen per regel. Zij leest "Het gewas" voor en vertelt daarbij de anekdote, dat zij dit ooit bij haar uitgeefster Portegies had ingeleverd met als uitgangspunt het woord 'ranonkel'. Zij had zich veel moeite getroost om alle woorden die hierop rijmden in te verwerken. 
Daar was ze trots op. Bij de uitgeefster viel dit echter niet geheel in goede aarde en het gedicht werd op verzoek herschreven met als uitgangspunt 'herfstchrysant'. Gelezen worden nog 'De moeder de dichter', geschreven voor Gerrit Kouwenaar, een gedicht voor C.O. Jellema en tot besluit 'Gereformeerd Gymnasium': "Maar taal blijft eeuwig/ mijn minnaar kent mijn kracht.' 

© Loes Essen, voor Hernehim Cultuur. 

 

 
 
Opening Gedichtendag 2008 in 'Arminius' Rotterdam  Verslag van Loes Essen 
Aan de vooravond van Gedichtendag, 30 januari, beleeft men dit jaar de feestelijke opening in de Arminiuskerk aan de Westersingel te Rotterdam. Thema: Dingen in gedichten.
Deze avond zullen de winnaars van de Gedichtendagprijs Anne Vegter, Remco Campert en Rogi Wieg aantreden. Naast hun winnende gedicht zullen zij twee keuzegedichten voordragen.
Voor het eerst in de geschiedenis zal Gedichtendag ook plaatsvinden in de virtuele wereld, Second Life, met medewerking van de avatars van Ilja Leonard Pfeijffer en Mark Boog. De optredens van de avatars kan men deze avond zowel in Arminius op een scherm als thuis op de computer volgen. 

Professor Jacobus Arminius
anticalvinist 

De Vlaamse dichter Paul Bogaert schreef ter gelegenheid van Gedichtendag een essay over het genoegen van het lezen van poëzie, dat eveneens op deze avond wordt gepresenteerd. Van de Woorddansers zijn clips van hun stadsgezichten te zien. John Buijsman, in geruit kostuum, niet meer los te denken van een bouwmarktreclame, presenteert deze avond. 
Als eerste treedt een innemende Rus op, Aleksandr Koesjner, een kleine gestalte met grote présence, met vijf gedichten in zijn eigen taal, de Nederlandse vertaling achter zich op een groot projectiescherm. Michelangelo, E.T.A. Hoffmann e.a. worden poëtisch door hem geëerd. Dit jaar waren twaalf dichters uitgenodigd een NS-gedicht te schrijven over 'gevonden voorwerpen'. Zij bezochten daartoe de depots. Twee van hen, Maria Barnas en Bernard Wesseling, zullen vanavond hun gedicht ten gehore brengen. 
 

Maria Barnas © Foto M.Barnas
Bron: Rottend Staal 
Hiernaast: Bernard Wesseling

Als eerste Maria Barnas haar 'Indrukken van een fietser'. Geïntrigeerd door een plastic mapje met landkaarten voor fietstochten. Vooral door de aantekeningen die de fietser erbij had geschreven. Zij pleit voor een andere betiteling dan 'NS-gedicht', bijvoorbeeld 'Gedicht van de gevonden voorwerpen' en draagt nog twee keuzegedichten voor. Passages als 'Er hangen larmoyante metaforen in de boom als dode zwanen' blijven bij, evenals haar slotregel: 'Ik mors vogels op het tafelkleed'. Bernard Wesseling leest op de hem zo eigen quasi-nonchalante, droge wijze zijn NS-gedicht 'Aan mijn prothese'. Zijn bijzondere manier van voordragen is de
poëzieliefhebber inmiddels bekend: de ironie lijkt in zijn stem te wonen. Naast het gedicht waarin het hem verwondert hoe je 'tegelijk de baas van je hond en de hond van je baas kan zijn' biedt hij ons een primeur, dat eindigt met 'en de yogi in zijn kuil hield zijn adem in'
 

Dan volgen avatars van Ilja Leonard Pfeijffer ('Lilith') en Mark Boog ('Onze Afwezigheid': Beweeg je niet, beweeg je niet, beweeg je niet, dat geeft maar kringen in de vijver van de stilte) , die ook elders via de computer kunnen worden genoten. 
Buitengewoon boeiend en indrukwekkend is de performance van componist Pierre Bastin. Elke beschrijving hiervan zou gebrekkig blijven: Om een indruk te krijgen van deze unieke kunstenaar geven we hier een link: http://www.pierrebastien.com/en/installations.html 

Ieder jaar schrijft een bekende Nederlandse of Vlaamse dichter ter gelegenheid van Gedichtendag de tien gedichten tellende 'Gedichtendagbundel'. Dit jaar is dat Mark Boog, die 'Alle dagen zijn van liefde' in zijn geheel voordraagt. Paul Bogaert brengt een samenvatting van zijn essay 'Verwondingen' ten gehore. Bij het verlaten van de kerk zullen wij dit ten geschenke krijgen. Hierin zet Bogaert uiteen, dat de choreografie van het winnende nummer van het songfestival 2007, gebaseerd blijkt op een essay uit 1986 van de dichter Dirk van Bastelaere, "Het Batmangevoel". Aan de hand hiervan wordt een gedetailleerde analyse gegeven van het ervaren van poëzie. Eén van de vragen die hieraan ten grondslag liggen, is: Hoe komt het dat een gedicht dat mij fascineert, anderen niet fascineert? En omgekeerd? Hij geeft voorbeelden van (het ervaren van) spanning in een gedicht. Kardinaal hierbij is de identificatie van de lezer. 

 
Dan is het moment aangekomen, dat juryvoorzitter Tom van Deel wordt uitgenodigd het juryrapport voor te lezen. Andere leden van de jury zijn Sanneke van Hassel en Els Dottermans. Van 'All inclusive' van Anne Vegter uit: Spamfighter (Em. Querido's Uitgeverij BV Amsterdam, 2007) wordt vooral de beweging geroemd, het is tegelijkertijd geestig en ernstig en zij toont ook knap in vorm de beweeglijkheid waarvan sprake is. 
Gebeurtenissen buitelen over elkaar heen, als de kermisattracties die erin worden beschreven.
'Op de Overtoom', (uit: Nieuwe herinneringen, De Bezige Bij, Amsterdam, 2007) van Remco Campert, hoe eigen ook van toon, herinnert aan Nijhoff en aan het 'domweg gelukkig in de Dapperstraat' van Bloem, is nooit dikdoenerig, nooit sentimenteel. 
Hij raakt hier op zeer subtiele wijze fundamentele aan waarden als ouder worden, leven en dood.

Rogi Wieg neemt de prijs in ontvangst voor het gedicht 'Geen revolver' (uit: De Kam, De Arbeiderspers, Amsterdam, 2007). 
Hierin worstelt hij met grote levensvragen in rake formuleringen, waarbij hij zowel zichzelf als de lezer op scherp zet en houdt. 

 

All inclusive

Wat wil je geven? Of beter vragen wat het laatste is wat je onthield,
het kon wel eens de moeite waard zijn. Hecht je aan boodschappen?

Vandaag kocht ik doodgewone groene rijst. Ik trof een wethouder
in de supermarkt die tegen me zei: hoe snel het organisme zich herstelt!

Ook slechte mensen overleven gemakkelijk. Ons gesprek was van christelijke
[aard,
want overigens zijn we het oneens. Hij eet met kerst bij voorkeur in zijn hoekhuis.

Ik heb je liefde genoemd als woord en daad en jij valt van de trap en je hoofd
[knapt
en het geheugen stroomt uit je oren. Liefste, zwijgen verheft niet steeds.

We zullen middelen moeten vinden om onze eindigheid te vervullen.
Keer de attracties niet de rug toe. Botsen, zweven, duiken, rollen, hangen

en trilling lengt tijd.


Anne Vegter 

 

Op de Overtoom

Het dooit op de Overtoom
maar het vriest ook alweer op
melden mijn voeten
die mijn dag verlopen
ik blijf dicht bij huis
steeds dichter
dat is mijn leeftijd
wolken worden zwaarder van onkleur
de geur van gisteren hangt nog aan me
ik at met mijn vriend
we braken het brood
en deelden de doden
we zijn al bijna uit zicht
wij lachen nog
wat moet je anders?
omhelzen elkaar ten afscheid
misschien je weet maar nooit


Remco Campert 

 

Geen revolver

- Voor Bert Schierbeek - 

Het regent, de laatste bloemen
laten los, maar de mensen bloeien.

Hölderlin leest even helder,
verduistert dan; gordijnen worden

dichtgetrokken overdag. Deuren sluiten
zonder sleutelgat. Het regent hard.

Toch: wezens denken dat de wereld
beter wordt, vrouwen trekken lippenstift

en geen revolver. Vrouwen baden kinderen,
maar de hemel maakt hun water zwart.

Toch: tijd rolt zich uit om mensen langer
tijd te geven en nu zal Hölderlin wat gniffelen

om de laatste peren. Maar hij heeft ongelijk:
het is zijn waanzin die naar de pijpen danst van as.

Het regent, de laatste bloemen
strooien kindjes op de oude aarde.

En Hölderlin buigt zich over zijn gedicht,
schrapt wat woorden, drinkt en bidt.


Rogi Wieg

Er is gelegenheid tot aanschaf en laten signeren van bundels. Ondanks de keiharde muziek die nu door de kerk schalt, de ruimte die vrijgemaakt is
in het midden en de gretigheid waarmee de bar bezocht wordt, verkiest dit publiek toch een schreeuwende conversatie boven voetjes van de vloer. 
We hoorden het al eerder: 'Dichters dansen niet'. 

© Loes Essen voor Hernehim Cultuur -  3 feb 2008 

 
 
Feest in de Theaterzaal van de Centrale Openbare Bibliotheek van Amsterdam - Verslag 
Amsterdam, Oosterdokskade 26 januari - Als je er niet bij was: je hebt wat groots gemist. Een prachtige zaal, en voor driekwart gevuld. 
Die zou ongetwijfeld geheel gevuld zijn geweest als er nog meer mensen voldoende nieuwsgierig waren geworden door de verwachtingen die we met al onze aankondigingen hebben gewekt. Niet iedereen, die de fraaie uitnodigingskaart van de OBA kreeg, kon of wilde het meemaken. Maar waren álle mensen die door Hernehim Cultuur met flyers en emails, mondeling - en onze VvHC zelfs per papieren post - aangemoedigd zijn, ook allemaal gekomen... ja dan hadden we er ongetwijfeld nog snel een flink aantal stoelen bij moeten plaatsen. 
Nee het Theater van 't Woord voelde deze allereerste keer echt niet als een maatje te groot! Het was voor alle betrokkenen een geweldige ervaring, hoe het OBA Open Podium, krachtig ondersteund door Hernehim Cultuur, plaatsvond in een amfitheater met 270 vaste zitplaatsen. Een grote sprong voorwaarts, om met een bekende Chinese leider te spreken, nu de vaste maandelijkse middag op het 'Mediaplein' allengs uit zijn jas groeit. 
In elk geval wordt de presentatie van de 'jaaroogst' in deze vorm vrijwel zeker een feest van herhaling in de komende jaargangen. Wie weet, groeit de publiekinteresse voor dit toppodium wel zo sterk, dat élk Open Podium tot een theatergebeurtenis kan worden. Riet Lamers, Jos van Hest zijn er vóór en HC zal het zeker toejuichen. 

Voor de wegblijvers - niet verwijtend bedoeld, want je had misschien een heel geldige reden - hier een impressie: 
Het feest had echt het karakter van een theatershow, de entourage waardig. Het viel mij ook op dat veel van de mensen die kwamen voordragen extra aandacht aan hun uiterlijk hadden besteed, dat is altijd prettig om te zien. Natuurlijk, zoals passend bij een wat chique middag, een inleiding door gastvrouw Riet Lamers en directeur Hans van Velzen en aansluitend de uitreiking van het eerste exemplaar van de bundel "Van de Oosterdokskade" aan dichteres Patty Scholten. 

Op het podium van het Theater van 't Woord 

Presentator Jos van Hest memoreert drie jaargangen van de Prinsengracht en interviewt Patty Scholten na de overhandiging van de nieuwe bundel "Van de Oosterdokskade" 2007 

Direct ontstond weer de bekende ontspannen sfeer, zoals die altijd wordt opgeroepen door de immer enthousiaste Jos van Hest. Zo kwamen we ook te weten dat de (tweemaal voor de VSB-prijs genomineerde) eregast Patty Scholten in haar beginperiode veel van Jos' kennis heeft opgestoken. Eigenlijk is zij dus een leerling van hem. En natuurlijk liet Patty ook eigen werk horen. Sonnetten, alleen maar sonnetten, "nee ze is zo vertrouwd met die vaste vorm, dat ze nog steeds niet aan vrije verzen is begonnen". Maar ooit komt het er wel van, zo verzekerde ze aan Jos. Maar nu komen de dichtregels als het ware perfect pasklaar in haar hoofd op, vertrouwde ze hem toe. Ze is in deze poëzievorm duidelijk de leermeester voorbij gegroeid, ze schrijft de sonnetvorm "heel gemakkelijk", terwijl Jos verzuchtte: "ik kan het niet..." 
© Foto's copyright Hernehim Cultuur 

Vesna Blazic in haar act Ode 777 en de theatrale Laatste woorden van Peter Abbink  

Toen volgde een indrukwekkende reeks van voordrachten door ca. 35 dichters die in de bundel, die in totaal 55 gedichten bevat, zijn opgenomen. Halverwege en aan het eind van het programma werd al dat gesproken woord opgeluisterd door een schitterend concert van het duo 'Sensa', Sarah Beernink (op de prachtige Steinway) en Quirine van Hoek (viool). 
Ondanks het grote aantal voordrachten en daardoor beperkte tijd zagen een aantal deelnemers nog wel kans hun bijdrage uit te breiden of zelfs tot een act te maken. Zoals Hilli Arduin die een liefdesgedicht in het klankrijke, warme Sranan Tongo las en ons ook de Nederlandse versie van de liefde, die overal te vinden is, liet horen. Toch gaven we de voorkeur aan 'Lobi e lontu yu bogobogo' boven 'liefde kun je overal vinden'. En ook Cor Bakker, die zijn gedicht als een lied liet horen, begeleid door de ijle tonen die zijn laptop voortbracht. En zoals Vesna Blazic die haar gedicht als theateract bracht, zangerig haar tekst in een bezwerende dans vertolkte, begeleid door een cellist, of als Peter Abbink, die iedereen verraste door de loopmicrofoon van Jos van Hest over te nemen en zich daarmee languit op het podium uitstrekte. Liggend op zijn rug sprak hij zijn 'laatste woorden' uit: "daarmee is de cirkel rond"
Marianne Kalsbeek, Julia Klaverweide, Leonice Leite da Silva, Quito Nicolas waren enkele van de verhinderde dichters, waarvan de inzendingen op verzoek gelezen werden door Paul Roelofsen van de Alkmaarse Dichterskring, dit vanwege zijn sterke voordracht. Al in december was hij hierop uitgetest door presentator Jos van Hest met het oplezen van een reclametekst, die afgedrukt was op een koffiebekertje. Het zeegedicht van Jan Kleefstra werd vertolkt door Jos van Hest zelf. 
© Foto's copyright Hernehim Cultuur 

Ook ingetogen voordracht vanachter de lessenaar en romantische muziek: Romance van Amy Beach 

En zo werd het dus toch alweer half zes voorbij, toen John Zwart, als laatste in het alfabetisch gerangschikte boekje, zijn gedicht 'Hunsingo' las. En nóg was het daarmee het einde niet, want niemand wilde natuurlijk weg vóórdat 'Sensa' nog het krachtige Scherzo van Johannes Brahms had gespeeld, voor het laaiend enthousiaste publiek. We zullen zeker vaker gaan horen van dit jonge en begaafde duo, dat door Hernehim Cultuur werd ontdekt op de UIT markt van Amsterdam. 

Bloemen voor Patty Scholten, voor Sarah en Quirine van 'Sensa' en een presentexemplaar van de bundel voor iedereen. En óók nog een Wereldagenda van Amsterdam 2008 in het kader van Amsterdam Wereldboekenstad, een jaar lang vanaf april 2008. Als geschenk van de OBA. 
Iedereen blij en tevreden naar huis, of ze bleven nog ervaringen uitwisselen onder een glas in het restaurant. De laatste vertrokken pas rond negen uur en dat is meestal een heel goed teken. 

We citeren hier geen gedichten, wie graag wil lezen wat er allemaal ten gehore werd gebracht, verwijzen we naar de bundel. Hoe je daaraan komt? Kom maar eens op de laatste zaterdag van de maand naar de Centrale Bibliotheek, wellicht zijn er nog wat exemplaren beschikbaar. En mits tijdig aangemeld bij Riet Lamers, mag je misschien zelf nog voordragen óók! Contact: r.lamers@oba.nl 

© Tekst John Newswatcher voor Hernehim Cultuur. 27 januari 2008.  © Foto's copyright Hernehim Cultuur 

Inhoudslijst: J C Aachenende - Peter Abbink - Wilma van den Akker - Mirjam Al - Hilli Arduin - Cor Bakker - Barbara Baumgarten - Vesna Blazic - Liliana Cataldi - Marjet Cliteur - Marianne Comperen - Csaba Czerep - Dayenne Denneboom - Everdina W Eilander - Loes Essen - Tenny Frank - Jan A Gilles - Kees Godefrooij - Marijn Gremann - Koos Hagen - André Heijnekamp - Heleen Heiligers - Hiltje Hettema - Tonny Hollanders - Roos Jainandunsing - Marianne Kalsbeek - Julia Klaverweide - Jan Kleefstra - Marcel de Kleijn - Branka Korac - Peter van der Kraan - Merik van der Torren - Anke Labrie - Leonice Leite Da Silva - Nafiss Nia - Quito Nicolaas - Ludy van Noord - Olga Orman - Bonne Postma - Paul Roelofsen - Juvu de Ruiter - Joop Scholten - Conny Scholtes - Frans Terken - Jack Terrible - Robin Veen - Cootje Verburg - Martin van de Vijfeijke - Martine Vlieger - Cheguita de Vlugt - Conrad van de Weetering - Jeanne Wesselius - Josje Zegwaart-Rooijers - Jos Zuijderwijk - John Zwart.
Uitgave Openbare Bibliotheek Amsterdam - 2008.  

 
 
Woorden over tolerantie bij Eijlders - zondag 20 januari 2008  - Verslag van Loes Essen  


De posters van Eijlders worden collectorsitems     . 

Eijlders is geen Slammerscafé, het is een ultiem vrij Open
Podium, waar het aantal gegadigden voor de microfoon
vaak erg groot is. Maar géén wedstrijd, géén prijzen. 
In contrast daarmee kiest men voor elke Dichtersmiddag
een thema. In deze eerste maand van het jaar niet het lichtste,
eigenlijk beladen, misschien al teveel over gepolemiseerd:
"Hoeveel tolerantie kunnen we ondergaan?" 
Dichters zijn eigenzinnig, zij zoeken hun eigen ingang, 
vinden een nieuwe deur, of raken het spoor verrassend bijster.   
 
Maar liefst 23 dichters zullen er aantreden... en we gaan vrolijk van start met 'Dat ik blij ben' van Jan Vissers: 'De wereld is als heel Italië./ Kijken we in God zijn huisje,/ dan zien we Hem geduldig bezig/ met bloem, water, eieren, zout (…) Butta la pasta, roept God/ Hij roert een beetje in de saus/ en snijdt de kruiden heel fijn/ de mensheid kan beginnen'. Loes Essen treft een ernstiger toon, drie gedichten, waaronder 'Bevrijd'. Een eerbetoon aan haar tante, ooit als koerierster verraden en overlevende van de kampen. Ook: 'Vuile handen': Ik reikte het je aan/ mijn witste woord/ mooiste bezit/ jij pakte uit/ keerde het om en om/ en zei: dit is niet wit. Bram de Waard sluit bij het thema aan met een gedicht over Friesland 'waar Nederland nog Nederland is/ waar vrouwen nog vol en recht door zee zijn'. Via een gedicht waarin het idealisme van de jaren 60 en 70 node wordt gemist ('O, hippie, waar ben je gebleven?') naar het schrijnende verschil, nog steeds, tussen arm en rijk.
© Foto's copyright Hernehim Cultuur 

 

Links: Loes Essen, rechts: Simon Mulder  

 

Robin van Riel: 'het was eindeloos, maar helaas niet oneindig' declameert uit het hoofd. Zijn consequent rijmende verzen zullen daarbij een steun zijn, In de 'Droomvrouw' valt een droom aan diggelen. Ron Hamming, van wie de Eijldersbundel 'Voor de goede verstaander' verscheen, verandert het begin van het Wilhelmus (en daar blijft het gelukkig bij), door 'doe ik het in mijn broek' te laten rijmen op ' Ben ick van Duytschen bloet'. Frans de Brouwer viert zijn Eijldersdebuut door natuurelementen te bezingen, eigentijds ingevuld (Stilleven met vruchten en een mobieltje) het groen symbolisch voor zo veel (groen is evolutie, groen is wegen die we zelf vinden, groen is richting, groen is leven, groen is persoonlijke accenten uit een open lied.) 
Jack Terrible brengt twee gedichten 'Amsterdam' en 'Theo van Gogh', en toont daarbij zijn zelfgemaakte schilderijen: de sekstoerist op weg naar Amsterdam en Theo van Gogh: hoofd op een lijf als een cactus, sjekkie in de mond. Zijn gepassioneerde voordracht van het gedicht over de vermoorde cineast ondersteunt hij schril en hard met mondharmonica. 
Nieuw hier in Eijlders, maar voor poëzieliefhebbers inmiddels een begrip: Simon Mulder. Hij brengt zijn vormvaste gedichten op gedragen wijze ten gehore als een waar voordrachtskunstenaar. Hij grijpt de kans om aandacht te vragen voor het 'Feest der Poëzie', dat hij zelf organiseert op 2 maart en waar hij Jean Pierre Rawie als gast ontvangt. Ondanks het grote aantal dichters wordt hem om een toegift verzocht. Zelfs als hij een gedicht over Rotterdam ten gehore brengt in dit rasamsterdamse café, oogst hij een daverend applaus. Dat was in het Rotterdamse slamcafé 'De Ridder' wel anders, toen hij daar ooit een gedicht over Amsterdam durfde voordragen... 
 
Tussen de voordrachten door breekt een muzikaal gezelschap, glas in de hand, bittergarnituur op tafel, spontaan uit in meerstemmig gezang, aanstekelijk en tot groot vermaak. In vogelvlucht volgen nog: Michiel van Rooij (van de recente Eijldersbundel 'Vergeten randjes tandpasta') 'iedereen verdient zijn eigen revolutie', Hiltsje Jongsma, die haar subtiele gedichten zowel in het Fries als het Nederlands met warme, donkere stem voordraagt, gastheer Floor Voerman met onder andere een erotisch gedicht, geschreven 'voor iemand die wel eens in Eijlders komt': 'was ik maar de wind/ dan kon ik met je rokken spelen/ …/ en je te ruste leggen/ in de donkerte van mijn nacht'.
Volgens Kees Leeuwerink beklijven woorden pas als ze aan de man zijn gebracht, verder bestaat beleving uit ervaren, woordeloos. Arie van Egmond, draagt verzen voor van dokter Helmut Levy, ooit zijn buurman in de Pijp. Uit de overlijdensadvertentie van dr Levy: 'Na lang aarzelen/ zweeg hij/ om de stilte/ te laten voortbestaan'. 
Wim Schroot, 'de man van de gestolen gedichten' draagt weer op vermakelijke wijze werk van anderen voor, o.a. John O' Mill, Annie M.G.Schmidt. Ook Anna Koster is weer aanwezig; haar aangrijpende gedichten brengt zij met doorleefde stem: over de vriend, die de strijd met M.S. heeft moeten opgeven: 'jij en ik, niet samen/ alleen zieke lijven die elkaar omarmen voor de kachel', het sensuele 'Om je grote zachtheid' en een ontroerend gedicht, dat zij als jongste van twaalf kinderen voor haar moeder schreef en dat eindigt met 'jouw ogen verhelderen je bestaan/ hoe eenzaam ook/ …/wens ik je een milde God/ alles sal reg kom'. 
 
De droge melancholie vol zelfspot van Ronald Offerman mag niet ontbreken. Ook oude bekende Sander Brouwer declameert over tolerantie vanaf zijn eigen stek, 'de kansel', hoog naast de centrale trap naar keuken en toiletten. De gedichten heeft hij speciaal voor deze gelegenheid geschreven en om daartoe te kunnen komen, heeft hem zeker dertig euro gekost, vertrouwt hij ons toe. Hij eindigt met een stem als wijlen Ko van Dijk: 'Tolereer geen zot als god/ tenzij dat nu absoluut mot!' 
Es van Essen leest gelaagde poëzie met filosofische lading. Dirk Oudshoorn, nestor van het eerste uur, reutelt, schraapt en buldert verzen die het café doen schudden. Onder andere een Engels gedicht, ooit gevonden in een fles. Naar zijn zeggen geveild bij Christie's voor $36.000.  'We only part to meet again', het is door hemzelf vertaald. 
Tenny Frank fantaseert hardop, rijdt 'tegen een wit doek de film van (je) verbeelding in'. 'Stel, dat je wakker wordt/ in een totaal verlaten stad/ …/ op zoek naar een zielsgelijke/ die eigenlijk nooit te vinden was'. Je rijdt tegen een wit doek de film van je verbeelding in, 'zie je wel hoe mijn draden/ jou met de wereld verbinden'. 
Dan treedt Carle Ruin ten tonele, 97 jaar, iets verlaat: (kon moeilijk een parkeerplaats vinden). Karakteristiek gelaat, sterk profiel, gedistingeerde verschijning, draagt voor uit de Gijsbrecht. En draagt onder andere uit:
'Wees een Mensch, dat is alles wat ik van U wens, dan kunnen we samen praten. Warmte in je hart te geven, verrijkt je leven.' 

 

Sander Brouwer                             Foto © Hernehim Cultuur

Es van Essen (geen familie) Foto © Hernehim Cultuur

tolerantie 

werd in de oudheid tolerantie zachtmoedig 
bejubeld met geduld en lankmoedigheid 

betekent het latijnse tolerare 
verdragen en verduren 

spraken we in de vorige eeuw over 
vrijheid van waarden 

in deze tijd is ommekeer een noodkreet 
naar verzwarende normen en regels 

de blik vol achterdocht naar toegeeflijkheid 
waar ethische gronden worden geschonden 

zou bij hoogst ergerlijk gedrag 
verdraagzaamheid gehandhaafd blijven 

betekent tolerantie 
een hoge mate van onverschilligheid 
of juist respect en acceptatie 

een penibele kwestie waar nuance 
van de vraag grensbepalend kan zijn 
om het verdragen ervan te ondergaan 

es - 20 januari 2008 

© Foto's copyright Hernehim Cultuur 
Jos Zuijderwijk declameert eigen gedichten over geloof en politiek taboe 'ze kunne me rug op/ zei de bisschop hardop, met een slok op'. Jan Willem van Hamel behoeft geen microfoon. Zijn weidse gebaren ondersteunen zijn poëzie over 'haar lichaam als mogelijk trefpunt' en 'kinderen, die leeg worden toegelachen'.
Leeg was deze middag zeker niet en gelachen werd er volop, luid en voluit. Als altijd, maar meer nog dan anders, loopt de middag uit en tegen achten is het café nog bomvol. Het was weer een rijke, gedenkwaardige 'Eijlderspoëziebelevenis'. 

© Loes Essen voor Hernehim Cultuur - 22 januari 2008 

 
 
Woorden in de Waagschaal Haarlem
Op donderdagavond 17 januari was het weer "Woorden in de Waagschaal" in Taverne De Waag, Damstraat 29, Haarlem
Evenals vorige maand, toen we een kijkje namen op de Jaarafsluiting van 20 december werd weer voor aanvang een gevarieerd programma in elkaar gezet met de vaste items, aangevuld met de aanmelders die zich aandienden. Ook nu weer poëzie, proza, muziek en zang. Het schrijfbord aan de muur wordt ter plekke met grote letters in krijt beschreven, zodat de binnenkomers meteen zien wat hen te wachten staat: 

Woorden in de Waagschaal 17.01.08

Blok 1                                       Jarl
JohnN
Rob van Dam
André Alberga
Het Woord is Vlees geworden, vast blokje Nuel Gielens
Merel Hut - zang - begeleidt zichzelf op piano
Blok 3                    Harmen Malderik
Daniel Bras
Stephanie Joy Eerhart
Natasja Schreuder

Nuel Gielens, min of meer vaste columnist had ik de vorige keer al meegemaakt, Daniel Bras nog een nieuwkomer op de dichterspodia, voor mij toch al een bekende. Hij verraste me met zijn debuut bij de Centrale Bibliotheek in Amsterdam. Verder toch onbekende namen, wellicht bekend in het Haarlemse, maar niet voor mij. Ik mocht ook meedoen met een kort optreden van drie gedichten.   
Ik moet zeggen dat de opkomst van het publiek zowel als het niveau van de dichters het niet haalde bij de vorige keer, toen het volgepakt was. Het één houdt meestal verband met het ander, immers toen wist men van de bekroning van Marius Jaspers die zijn schitterende column zou lezen, die hem de "Ga Zo Door!" Prijs zou opleveren. Ook de roem van "We are so Contemporary" was hen vooruit gesneld. In elk geval lag het niet aan de inleider Driek Havermans, die voor iedereen die het podium betrad een prachtige literaire introductie had, gelardeerd met quotes van bekende dichters en schrijvers. Misschien was het nog te vroeg in het nieuwe jaar en komt men rond de Gedichtendag (31 januari) overal weer goed op gang. 

Jarl blijkt vanavond geen dichter, maar zanger
en doet een cover van Elton John

De bekwame inleider Driek Havermans, 
heeft voor iedereen een passende tekst

Merel Hut zingt en speelt piano
na optreden van Nuel Gielens met zijn Vleesgeworden Woord

Rob van Dam 
leest een stuk uit zijn proza repertoire 
© Foto's Hernehim Cultuur - Tekst John Newswatcher.
 
 
Festina Forte: Simon Vinkenoog explodeert! - Verslag van Loes Essen 
Amsterdam, dinsdag 15 januari - Vanavond zullen we dan eindelijk  Festina Lente eens in de schijnwerpers zetten, zo was ons voornemen. 
De avond zal echter anders verlopen dan ánders, maar dat weten we nu nog niet. 
In het huiselijke bruin café in de Jordaan werd al op 5 mei 1998 de eerste Nederlandstalige slamwedstrijd georganiseerd, dit jaar dus een tienjarig jubileum. De grote finale wordt traditiegetrouw 's zomers gehouden op de brug over de Looiersgracht. 

De jury, onder voorzitterschap van Simon Vinkenoog, bestaat verder uit Linguina, Edith (Simons vrouw), Sven Ariaans en Bernard Wesseling. Vinkenoog voert de jury al vanaf 1998 aan. Bernard Wesseling, een snel opkomende jonge schrijver en dichter,  is als finalist van 2000 toegevoegd. 

Vanavond horen we, aldus presentator Sander Meij, in volgorde van opkomst: Juvu de Ruiter, Nikki Dekker, Michel Smits, Jan Bais, Marein Baas, Patrick Prins en Nelis. 

Foto Festina Lente
 
Juvu de Ruiter opent met gedichten die eenvoud uitstralen. Hij is liefhebber van het werk van de Poolse dichteres Wislawa Szymborska, die sterk bewust is van de samenhang der dingen, bekeken vanuit verrassende invalshoeken. Ook uit het werk van Juvu spreekt dat besef. Door alle tijden heen: hij had verliefd kunnen zijn op Anne Frank, het lijkt 'alsof ze er nu nog is'. Hij spreekt van 'boten die door een leemte in de tijd naar binnen kwamen varen'. Later zal uit het juryrapport blijken, dat men hem wil aanmoedigen zijn gedichten meer complexiteit te geven, de complexiteit zoals Szymborska die in enkele woorden weet te vangen.
De enige vrouwelijke deelnemer van vanavond is Nikki Dekker, jong, fris en feestelijk kort gerokt. Zij begint haar voordracht enigszins aarzelend met een gedicht dat haar kijk op het leven typeert in een reeks tegenstellingen: 'ik ben de scherpschutter, die zijn bril verloren heeft'. Brengt dan met iets meer durf Adam en Eva in de Hof van Eden, gezien in het licht van deze tijd en eindigt met 'hoeveel troost kan een mens bij anderen vinden / jij maakt mij minder winter'. Ik noem nog: 'haaien op de bodem van de kom', de hilariteit die deze jonge dichteres oogst, wanneer zij aankondigt: 'dit is nog uit mijn meer puberale periode' een gedicht waarin de Weltschmerz niet ontbreekt, Pasen en Kerst op één dag vallen, veel aan God wordt gerefereerd en oma een tijdmachine wordt, die terugspoelt. Zij gaat de finale halen, waarin zij iets meer los komt, met meer expressie en kracht. 
Michel Smits concentreert zich op één thema: de fiets, die hij als een minnaar benadert. 'De zon probeert alle spaken aan te raken' 'ik beroer haar zachte zadel ... en als echt niemand kijkt / dan ruik ik aan haar geurende banden'. De jury zal later opmerken, dat zij graag iets meer originaliteit in de consequent doorgevoerde benadering had gezien. Geldt ook zijn kijk op reclameslogans, consumptiedrift en teloorgang van intimiteit in de wereld van vandaag; het kan oorspronkelijker.
Toch zal hij de finale halen en winnaar van de publieksprijs worden. 
 
Jan Bais, zoals hijzelf zegt 'wars van personalistische poëzie', is bewonderaar van beatpoet Alan Ginsberg en dat is te merken aan zijn voordracht. Het publiek veert op. Hij mitrailleert in oplopend tempo zijn 'geautomatiseerde poëzie' een beschrijving per seconde van dagdelen uit het leven van een gemiddelde belastingbetaler.
'Lichaam is toilet is tijd is boodschap is auto is kus is vrouw is kind. Mond is spruitje, hersens is nul (hilariteit) Begrippen worden zo sec mogelijk geobserveerd en beschreven, zonder persoonlijke invulling: 'verliefd gedicht, verliefd als waar, oog als oog, … bekken is op, bekken is neer, toeval conceptie'. Vaak klinkt er tussen 'ga naar volgende seconde'. Razendsnel, je raakt zelfs als luisteraar buiten adem. Aan het eind neemt zijn tempo af en eindigt hij in een rustig: 'lichaam is rust, ga terug, keer om'. Ook hij zal de finale halen en zijn naam zal, ondanks zichzelf, aan het eind van de avond voor verwarring en consternatie zorgen. 
Marein Baas treedt hier voor de vierde keer op, hij won ooit de publieksprijs en kondigt zijn gedichten lachend aan als 'behoorlijk depressief'. Inderdaad, vooral de regel 'waarom voel ik alleen de naalden' blijft bij. Zijn 'schone meneer', maakt op het eind 'een klein beetje huppel'. Merkwaardig genoeg horen we niets meer over zijn voordracht en juist hij heeft tegenover mij voor aanvang niets dan lof voor de jury geuit. Haar zorgvuldige aandacht voor de teksten en voordrachten, de stimulans die van haar positieve kritiek uitgaat. Maar met zijn bijna twee meter wordt hij over het hoofd gezien. Vergeten door een jury, die nog voor een merkwaardig slot van de avond zal zorgen.
Patrick Prins leest graag Ingmar Heytze en Leo Vroman. Hij brengt zinnen als: 'loop door de gang met kamers vol kadavers' - 'alles is hier bruin' - 'oma zit daar ook het beste van te breien' - 'Armani in keurslijf' - 'geef mij maar een pil, met parasiete gedachten, dan loop ik wel mee' - 'betekenis wordt overschat, zet de wereld uit en jezelf aan' en eindigt in een 'achterdeurcrematie' met een wrang 'godverdomme!'. 
Nelis, liefhebber van het werk van Jules Deelder en redacteur van BLVD Man, sluit de rij: 'jij legt je tong op mijn gezicht, ik heb een knie', 'in bed, ogen dicht, ik was de man die alles kon, wat nu, wat nu, rien ne va plus'. Allitererend woordenspel, sowieso veel rijm, maar weinig zelfspot. 
 

 

Aan de Jurytafel - Foto: Festina Lente 

Het juryrapport wordt vertolkt bij monde van Bernard Wesseling, zelf een zeer talentvolle podiumdichter. Een sprankelende, gevatte spreker, met een enorme uitstraling, onmiddellijk voelbaar in het publiek. Ja, eigenlijk hebben we dit de hele avond gemist. Hij is geestig en krijgt de lachers op zijn hand. De analyses van de jury komen punt voor punt aan bod, de serieuze overwegingen besproken. 
Een kleine greep: "Michel, gooi er meer van jezelf in, blijf niet steken in de clichébenadering van die reclame, dat kennen we nu wel, de mensen hebben daar al heel lang over nagedacht, wil je daar iets als dichter mee doen, dan moet je er ook écht iets mee doen, niet alleen maar opsommen". 
"Nikki, dingen met God is altijd gevaarlijk, jongens, daar moet je mee uitkijken, daar moet je eigenlijk niet eens aan begínnen. En toen je maar bleef rijmen zag ik het somber in, ook die oude vrouw met die kat, beetje cliché. Maar 'ik ben de muzikant die je angsten bezingt', ja, dat is wel mooi en gelukkig liet je later dat rijmen ook wat los, goddank". 
"Jan, jij was het meest origineel qua vorm, maar die vorm gaat je opbreken, als je het maar eindeloos blijft herhalen, maar 'kus is vrouw is kus is kind en dan de deur uit', ja, dat is weer mooi". 
 
Hoe het gebeurt, gebeurt het, maar op één of andere manier gaat zijn  juryoptreden naadloos over in dat van de podiumdichter Bernard Wesseling (1978), winnaar van de C.Buddinghprijs. Het publiek vreet zijn woorden, lacht bevrijd, dankbaar (want daar heeft het inderdaad nogal aan ontbroken vanavond) bij elke kwinkslag die hij maakt en geniet zichtbaar. Was er een publieksprijs voor de jury geweest, dan was het duidelijk dat hier een winnaar stond. En dan, op het moment suprème, de bekendmaking van de eerste plaats roept hij luid: "Jan Bais!" en mompelt er snel achteraan: "fatale fout". 
Zowel Simon Vinkenoog als zijn vrouw stuiven op, Simon grist Bernard, in een omhelzing die meer op een houdgreep lijkt, de microfoon uit handen en briest: "Je bent dronken, man! De prijs gaat naar Nikki!!"
In seconden is de avond voorbij, na het wegstuiven van Vinkenoog en Edith die al buiten staat, met achterlating van een ontredderde Bernard Wesseling met twee veronderstelde winnaars vóór zich aan de jurytafel. 
Vliegensvlug wordt de prijs uitgereikt aan Nikki Dekker, met de verkondiging, dat Jan Bais een 'wildcard' krijgt. Daarmee is hij niet uitgesloten van de Grand Finale...      Einde. 

© Loes Essen, voor Hernehim Cultuur. 

Bernard Wesseling
Winnaar van de niet-bestaande publieksprijs voor het jurylid 
Naschrift van de HC Redactie 
Bernard Wesseling is weliswaar een nog jong (29) auteur en dichter, maar hij debuteerde reeds in 2004 met zijn roman De Favoriet bij Nijgh & van Ditmar en won in datzelfde jaar de VU Poëzieprijs. Hij werd vervolgens in 2007 bekroond met de Cees Buddinghprijs voor Nederlandse Poëzie en debuteerde als dichter met de bundel Focus bij Uitgever Nieuw Amsterdam. 
Het lijkt ons onwaarschijnlijk dat Wesseling stijf van de zenuwen stond vanwege zijn jurydeelname in Festina Lente. Hij was zéker niet dronken, zoals door Simon Vinkenoog werd verondersteld. Het lijkt er veel op dat er een controverse binnen de jury niet met duidelijke instemming is uitgepraat. De 'wildcard' als noodoplossing is acceptabel, maar verdient niet de schoonheidsprijs. 
 
 
Slotpodium 2007 OBA - Verslag van het laatste Podium van het jaar op 29 december.  
Amsterdam - Het is toch wel een bijzondere locatie, daar op het voormalige Oosterdok, ooit een hout, touw en teereiland, tussen de palendammen van het IJ en het rustiger wiegende water van de Prins Hendrikkade. Tot daar in de 19e eeuw het Centraal Station verrees en het stadshart van zijn haven afsneed. "Een stadsarchitectonische fout van de eerste orde", riepen wel honderd jaar lang de critici. 
Voortaan kon je het IJ alleen nog maar zien onder de spoorbruggen door, tenzij je de "achterkant" opzocht, de De Ruyterkade, waar de ponten heen en weer gleden tussen de stad en "Noord" - dat er tot de dag van vandaag, ondanks de IJ-tunnel van 1968, nog steeds niet echt bij hoort. Maar in deze eeuw  verrijzen er nieuwe hoge gebouwen op dat Oosterdokseiland, dat nu al de kortnaam: ODE kreeg. En de nieuwe Centrale Bibliotheek biedt door de grote glaspuien een schitterend uitzicht op de oude binnenstad. 
   
Eindejaarsfeer
in de Centrale Openbare Bibliotheek van Amsterdam 
© Eigen Foto Hernehim Cultuur 

Helemaal vol is het, het 'Mediaplein' op de vierde verdieping van de Centrale Bibliotheek, met zeker 60 poëzieliefhebbers. Ondanks kerstvakanties en een prachtige winterzon  die bijna horizontaal naar binnen schijnt door de glaspui. 
Een originele opening van het podium met de eerste gast, Paul Roelofsen (Alkmaar) Hoevéél verschil is er tussen gelezen poëzie en beluisterde poëzie. Op het oog eenvoudige teksten kunnen volledig ópleven, als ze in vaardige voordracht worden gelezen. Jos van Hest, de presentator, pakt een kartonnen koffiebekertje en vraagt Paul de opgedrukte tekst voor te lezen - het is een reclametekst van het huisrestaurant La Place... maar Paul demonstreert wat er met een willekeurige tekst mogelijk is. Nadruk op een woord, het laten vallen van een stilte, dát is voordracht. 
Paul heeft een paar gedichten op de 'dierendag' van oktober, "toen ik hinnikte als de paarden...loeide naar de koeien". 
Even stilstaan bij het overlijden van August Willemsen, twee dagen nadat Paul, samen
met Leonice Leite, diens Carlos Drummond d'Andrade vertalingen had gelezen: "als je dood bent heeft sterven geen zin meer".  

Paul Roelofsen in gesprek met Jos van Hest 

 

                          Marianne Kalsbeek 

De volgende dichter is Marianne Kalsbeek. Haar nieuwste gedicht is een eerbetoon aan haar overleden zuster. Sobere woorden die juist door deze kale vorm niet nalaten indruk te maken. Een gedicht waard om opnieuw gelezen te worden. De observaties associëren met de poëzie die door de dichters van de 'Poule des Doods' van F.Starik wordt geschreven in het kader van de 'Eenzame Uitvaart'. "kale vloeren ... het licht nog net zo ...we hebben je huis leeggehaald", "ik heb de meterstanden genoteerd... ik heb de sleutels ingeleverd". 
Frans Terken (Leiderdorp) is met zijn dochter Mette gekomen. Dat heeft een reden.
Hij gaat een gedicht voordragen dat aan haar is opgedragen. Het grijpt terug naar het afscheid van een volwassen geworden kind dat het ouderlijk huis verlaat om op een étage in de Amsterdamse Javastraat te gaan wonen. Zijn andere gedicht: "Nachtwachtlaan 8 hoog" is opgedragen aan zijn zoon, die óók, wat later, verhuisde naar Amsterdam. Hij is niet zelf aanwezig om het vanaf het podium te horen, maar na afloop zullen ze elkaar treffen. 

Het debuut van Daniel Bras 

 

                    Julia Klaverweide, onnavolgbaar 

Daniel Bras tovert ons veel beelden op ons binnenste netvlies. Hij publiceerde al in de bladen "Lava" en "Passionate" maar als podiumdichter debuteert hij hier. De poëzie die hij voordraagt zijn veelzeggende gedichten uit een uitgebreide cyclus getiteld "exit". Scherpe observaties en originele metaforen die een relatie hebben met een tocht naar de kust. "geen spier vertrekken ... optrekken van een stukje van geëpileerde wenkbrauwen" en "druppels olie ... vangrail ... zaden en bessen". 
Het tweede gedicht:. "stip op de branding ... aanspoelt ... uit een bed tuimelt" en
"balken zwarte tanden ... het cijfer voor zee". Ook de andere cyclus "nooit meer mooi weer" draagt de last van grote emotionele lading: "voordat je me had gebaard ... bang dat ik niet wilde groeien ... dat ik er niet uit kwam ... " "er kwam wel iets uit". 
Na deze voordracht, die wat meer moeite van de toehoorders vraagt, komt Julia Klaverweide ons ontspannen met haar bijdrage die puur hilarisch wordt ervaren. Zij maakt ons deelgenoot hoe de verrassende conceptie van haar laatste kind op haar man en haarzelf overkwam en vertelt ons dat de dochter, die ze tenslotte ter wereld bracht, op 31 augustus is getrouwd. Zij wil iedereen ook nog trots alle foto's van het bruiloftsfeest laten zien, maar ja... Jos van Hest werpt een bezorgde blik op zijn horloge: "dat bewaren we voor een andere keer". 

Een groter contrast is niet mogelijk. Mariet Cliteur komt op mij over als iemand die niet gemakkelijk communiceert. Dat is waarschijnlijk de reden waarom zij zich op het dichten heeft geworpen. Daarin is zij in staat compact te formuleren wat er in haar omgaat. Zeer gelaagde poëzie, die een dubbel bewustzijn ademt. Haar reële bewustzijn tegenover het on-bewustzijn, een tweede werkelijkheid van haar niet te beteugelen gedachtewereld. Op een samenzijn met een geliefde: "ik steek mijn pink niet op ... ons afgesproken teken ...ik droom het toch?" De slotregel van een gedicht over een boom: "alleen één blad gaat keihard heen en weer ... zwaait hysterisch om aandacht". 

Mariet Cliteur 

 

                             Merik van der Torren 

Juvu de Ruiter heeft zijn hele gezin meegebracht, Lota en hun twee dochtertjes. Hij opent met een gedicht dat ik van 'n eerder optreden ken. Het is een liefdeslied, een lofzang op zijn vrouw met allerlei originele metaforen, die grappig eindigt als hij naar "kaas" grijpt: "... maar de gaatjes ... hoe benoem ik die". De volgende twee gedichten zijn primeurs. Eerst één met een verwijzing naar Anne Frank. "vroeg in de ochtend ... het wateroppervlak ligt er glad bij" "Jiddische wijsjes ... later hoorde ik dat dit een Jodenbuurt was"  Een ingehouden dramatische slotregel "het laatste woord ... vergeet je wel es". Het laatste gedicht heeft al een titel: "Het paradijs", "... je was zo vreselijk bloot ... in de duinen van Bergen aan Zee..."  "... een naakte oude man bukte onder een heg ..."  "... je fluisterde ... ik had het me anders voorgesteld". Beeldende poëzie van de vader die opeens verrassend zijn dochtertje Shanna de Ruiter ( 7 of 8 ?) naar voren haalt. Die schrijft ook al haar eigen gedichtjes. Zonder ook maar de minste schroom leest ze haar "de koetsier gaat heen en weer". Shanna de Ruiter, onthoud die naam! 

En altijd is de Hr. J.C. Aachenende weer goed voor enkele verrassende gedichten. Vandaag gaat het bij hem allemaal over de dood, maar wie Aachenende kent weet dat de glimlach altijd om de hoek wacht. Hetgeen hij weer wáár maakt met zijn "Grafschrift voor een drankzuchtige Zweed", gevolgd door een ballade van de "Dienaars van de dood" en tenslotte een rondeel "... elke dag gedenk de doden / eer wat zij voor ons waren / kinderen zijn ze gebleven / onze wereld lang ontvloden..." 
Merik van der Torren houdt het ook bij één onderwerp: water. Maar hoe verschillend zijn de twee gedichten die hij leest. : "Waterhond" even observerend als "Uit de douche", maar in het laatste neemt hij je mee in ondeugende frivoliteit met "huppelende borsten als antilopen" om je vervolgens alle stoute gedachten weer te ontnemen: "... je hult je in lappen ... en gaat boodschappen doen".

Links:  Leonice Leite da Silva 
Hierboven:  Peter Abbink  en  Everdina Eilander 

Niet met Braziliaans werk komt Leonice Leite da Silva naar voren. Nu geheel op eigen kracht, Nederlandstalig zelfgeschreven werk. Een hele stap voor haar, maar haar geestdrift neemt ons mee. Een vurig liefdeslied dat zij schreef voor haar man, een loflied op de zomer, die weerkeert en wéér. En tenslotte een ode aan de schoonmoeder die ze nooit heeft gekend, maar toch in haar hart draagt. Leonice mag dan technisch nog in een leerfase zijn, haar hartstocht maakt alles goed. Maar Jos van Hest blijft nieuwsgierig naar haar eigen werk in het Portugees. Ook al heeft ze geen vertaling, hij daagt haar uit in het Portugees voor te dragen en dan zal hij vertellen wat hij erbij ervaren heeft, waar het over gaat. Zijn op klankverwantschap gemaakte vertaling lijkt er niet veel op, maar dat het over gemis gaat, dat klopt wel. Jos dacht dat het gedicht "de mist" zou kunnen heten, als metafoor van iemand verloren hebben. Leonice verklaart het gaat ongeveer zo: "ik heb helemaal niets van je bij me, maar je bent in mijn slaap en in mijn hoofd, je bent er niet, maar je bent er toch, je bent in mijn hart". 
Jack Terrible kon niet ontbreken. Hij heeft zich dit keer aan de maatschappij
kritiek gewaagd. Veel van de problemen met de jeugd vinden hun oorzaak in de opvoeding. Daarvan is hij overtuigd, zegt hij ons in zijn gedicht "De regels". Vol trots meldt hij dat hij deze maand een schilderij heeft verkocht! 
De gedichten van Everdina Eilander brengen ons bij een andere manier om gewone alledaagse dingen te ervaren. Voor haar zit er zelfs poëzie in de
"zelfscan" van de supermarkt. Haar gedicht "wit met zwarte stippen": "... keel en neus aangetipt..." maken het duidelijk dat het over een dalmatiër gaat. Beeldend taalgebruik: "dartel ... gespartel ... " 
Peter Abbink zet ons als toehoorders weer flink aan het werk. Zijn gedichten zijn
altijd vrij kort en gaan meteen de diepte in. Als je geconcentreerd naar hem luistert blijven er intrigerende zinnen hangen: "over honderd jaar als mijn hand allang een vis zal zijn". 

Jeanne Wesselius 

JohnN (John Zwart) sluit aan op de naderende jaarwisseling en heeft een tweetal gedichten uitgezocht die ons het relatief onbelangrijke van ons menselijk bestaan doen beseffen, zo tijdelijk binnen de geschiedenis van de aarde. "Niet eens húúrders zijn we, niet meer dan ónderhuurders in het voorbijgaan" stelt Jos van Hest berustend vast. Het tweede gedicht "Tijdbesef" doet er nog een schepje bovenop: "voorbij, nog vóór iets te beginnen staat". 
Jeanne Wesselius is er ook weer bij, zij ontbreekt zelden op het OBA Open
Podium en beperkt zich tot één enkel gedicht. Ook Conrad vd Wetering is een vertrouwd gezicht. Zijn gedichten zijn levendige vertellingen. "Je moet de indruk wekken alsof je alles zelf hebt beleefd" verklapt hij, ( "wat overigens zelden het geval is" )

© Alle foto's: Hernehim Cultuur - dec. 2007 

En dan is zomaar de tijd op, helemaal op. We hebben 17 voordrachten gehoord, dat is toch wel het maximaal haalbare in twee uren tijd. Een aantal dichters moet naar een volgend Podium worden opgeschoven. Bij voorbaat verheug ik me al op Lilian Cataldi, Barbara Baumgarten, Tenny Frank, Joop Scholten... 
Maar eerst komt nog het Jaarfeest in het Theater van het Woord, een concert met de Presentatie van de Jaarbundel 2007. In de opmaat naar de landelijke Gedichtendag wordt dat een schitterend gratis evenement op zaterdagmiddag 26 januari. Kom naar Amsterdam, lezers: komt allen! 

© Hernehim Cultuur - John Newswatcher, 10 januari 2008         

 
 

Home Hernehim Cultuurpagina's  


De culturele pagina's worden onafhankelijk geredigeerd en mede mogelijk gemaakt door Hernehim Beheer bv