| Helaas
wordt dit archiefbestand te groot voor alle volledige
artikelen. We vragen er uw begrip voor dat van de oudere artikelen alleen tekst, met minder illustraties wordt weergegeven. |
| Artikel 25 mei 2006 |
| Onstuitbare drang in de natuur - Column van JohnN op het voorjaar |
|
Het
is donderdag 25 mei, hemelvaartsdag, als ik dit stukje schrijf. En net als
koninginnedag, krap vier weken geleden, is het een dag die de kalender
geen eer aandoet. Het is buiig winderig en kil. Koninginnedag liepen de meeste mensen nog in hun wintertenue over de vrijmarkten, toch zag ik hier en daar jongens, meisjes en vrouwen die zich de greep van een koud seizoen niet nòg langer wilden laten welgevallen. Jongens in T-shirt, zodat ze hun biceps en tattoos konden tonen. Ik spotte een meisje op hakjes in microrokje dat niet kon wachten haar strakke kuiten en dijen, die ze alweer zo lang in haar spijkerbroek moest verbergen, prijs te geven aan de belangstelling waarnaar ze hunkerde. Het woord ‘karnemelkbenen’ ontsteeg opeens mijn brein. Een vrouw met een openhangend vest, waaronder ze haar bloes met de diepste boothals had aangetrokken. Haar pushup bracht het hoogst haalbare in zicht. Allerminst een kippenborst, al vertoonde ze er nòg zoveel kippenvel.
Gedurende
drie weken was ik niet in mijn favoriete wandelbos. In
het bos houden zich de drachtige reeën schuil. Op de toegangspaden worden
hondenbezitters gewaarschuwd. Onaangelijnde honden zijn tot mijn verbazing
niet verboden: “Als u uw hond niet streng onder appel heeft wordt u
dringend verzocht hem aan de lijn te houden”. © John Zwart - Friesland, mei 2006
|
| Artikel 28 februari 2006 |
| Het sneeuwt, het is lente! - artikel als 'carpe diem' oproep |
| Jaargetijden
zijn geen afgepaste tijdseenheden. Zonder horten of stoten cirkelt moeder
aarde onverstoorbaar haar fenomenale baan rond de zon. Men ziet maart als de maand waarin de lente begint, februari wordt beschouwd als een echte wintermaand. Maar wie nog dicht bij de natuur leeft weet wel beter. Deze afgelopen maand begon, net als januari, met een periode van donkere dagen. Hoewel de nachtelijke vorst niet veel voorstelde en het dunne ijskorstje overdag meestal weer verdween, voelde het toch winters aan door de felle, schrale wind uit noordoost die dag na dag bleef doorstaan. De
natuur hield de adem in? Nee, de groei kwam al op gang en zelfs bloemen
waren zich aan het opmaken voor lichtere dagen. Dat ging weliswaar
langzaam maar onmiskenbaar zeker. |
|
|
| In
het water werd druk gebaltst door de wilde eenden, de meerkoeten keken het
op afstand nog een beetje aan. Aan het hoekje bij het meer dat Zoutpoel
wordt genoemd, overwinterden vroeger een honderdtal smienten. Het is niet
meer zo’n beschut plekje sinds de elzenbosjes plaats moesten maken voor
een pannenkoekenrestaurant, een speeltuin en twee grote parkeerplaatsen.
’s Winters daar dus geen sijsjes meer, en de schuwe ‘fluiteenden’
hebben hun heenkomen gezocht verder op het meer, ter hoogte van de nu
verlaten strandcamping. In de hoek tussen de pier en de strandstrook
hadden zich meerdere groepen tot één grote groep verzameld. Bij het
eerste echte lenteweer zullen ze wegtrekken naar hun noordelijker
broedgebieden. Vroeger werden ze hier ’s winters heel fel bejaagd, het
was een gewilde aanvulling op het wintermenu, smakelijker dan de grotere
wilde eend. De smienten hebben hun natuurlijke schuwheid nog niet
afgelegd. Eén wandelaar die met een hond over de pier liep was genoeg om
honderden smienten in één tel, met het geluid als van een felle
windvlaag door gebladerte, de lucht in te jagen.
Hóóg
boven mijn hoofd nu ook al tekenen van onrust. Met opgewonden roep trekken
enorme vluchten brandganzen over, in ordeloze zwermen op veel grotere
hoogte dan eerst. Een laatste koude-inval met sneeuw en hagel zal ze nog
wel even vasthouden, maar lang gaat het niet meer duren, opeens zullen ze
verdwenen zijn op weg naar Nova Zembla. Want wie het eerst aankomt heeft
de beste nestkeus! Geniet de lente: wie aan de kust woont - in de buurt van de buitenplaatsen van Kennemerland, bij andere buitenplaatsen elders in het land, bijvoorbeeld langs de Vecht of in Friesland en Groningen bij stinzen en borgen – die moet er nu vooral op uit gaan. © John Zwart 28.02.06 Friesland: |
| Onderbanken - grimmige taferelen in lieflijk landschap | |
|
Kolen,
gas en bomen. Ons
Nederlandje strekt met 'n lange slurf tussen Duitsland en België. Een
aanhangsel dat we tot Provincie Limburg maakten. Voor de zuidlimburgers
tussen Roermond en Eijsden is Den Haag nog altijd ver weg. Het heeft ook
heel lang geduurd tot ze erbij wilden horen. En nog altijd wordt in
Maastricht het limburgse provinciebestuur voorgezeten door een gouverneur,
en niet door een commissaris der koningin zoals elders. Intussen
nam in groter verband 'n veel ingrijpender spanning toe. Vandaag zouden we
zeggen: de Sovjet Unie werd ‘gedemoniseerd’. Terecht dachten we toen,
want Chroestjov werd pas op 't laatste moment afgeschrikt raketten op Cuba
te plaatsen. Aan deze kant van de oceaan groeide de vrees voor een
onverhoedse aanval op West Europa, de Navo was uiterst alert. Om naderende
bommenwerpers of raketten tijdig uit te schakelen moest je in vroeg
stadium weten of er iets op je afkwam. Jarenlang
vlogen ze af en aan, ook na de ineenstorting van het communisme in Oost
Europa. Ook toen al gauw bleek dat er geen plan voor een raketaanval op
West Europa vanuit 't oosten had bestaan. Raketinstallaties waren intussen
aan beide zijden allang gemonteerd op onderzeeboten. Die konden overal
ongezien komen op de aardbol, waarvan het oppervlak voor 2/3 is bedekt
door zee en oceaan. Diezelfde onderzeeërs liggen nu te roesten in
russische havens, de navolanden betalen mee aan de ontmanteling. Misschien
hoopten de Schinvelders wel heimelijk dat er eentje buiten hun dorp zou
neerstorten, telkens als er een oorverdovend overheen scheerde. Maar dat
gebeurde niet, nee het gebeurde nóóit, zelfs geen bijna-ongeluk…
Ondanks dat oude bos, dat mooie bos wat er allang stond toen 't eerste
straalvliegtuig nog moest worden uitgevonden. Poetin
heeft betere machtsmiddelen om ons te manipuleren: één enkel
plaagstootje tegen de gaskraan en heel Europa schrikt zich even de
pleuris, awacs of géén awacs. Maar dat is al jaren zo, en we schenen er
geen moeite mee te hebben. Poetin is geen communist maar een kapitalist en
dus van onze soort. ©
John
Newswatcher
|
|
| Gepubliceerd 10 januari 2006 | |
| Buigen of barsten - over ruimte geven | |
|
Vroeger zochten de rivieren
zich een weg door het neerhellende land en stroomden vrij uit in zee. Soms
regende het in de bergen langdurig erg hard, of werd het opeens flink
warmer en ontdooide snel heel veel sneeuw. Dan breidden de rivieren hun bedding uit en pasten hun meanders aan op de toegenomen waterafvoer. De mensen zochten tijdelijk hun heil op hogere rivierduinen en wachtten gewoon tot het water weer zakte. Dat kon heel goed want er waren nog maar weinig mensen, en het land leek heel erg groot. Toen de mens niet meer in 't wild leefde en er steeds méér van kwamen is het mis gegaan. Het land leek steeds kleiner. Die eigenzinnige rivieren die hun eigen gang gingen, dat werd lastig. De mensen begonnen ze tussen dijken op te sluiten en te dwingen nooit meer van de eens en voor altijd vastgelegde route af te wijken. Daarna werd het land nooit meer opgehoogd door sediment uit langzaam overvloeiend water, het begon te dalen. De bedding van de gegijzelde rivier werd wél langzaam ondieper. Na jaren en jaren stroomde de rivier niet meer dóór maar hoog bovenóp het land en moest door steeds hogere dijken op zijn plaats worden gehouden. Een bedreigende toestand, eerst probeert de rivier eens in de duizend jaar over de rand te vloeien later eens in de honderd jaar en tenslotte is de kans dat de rivier zijn boeien verbreekt toegenomen tot eens per tien jaar of korter. Vroeger liepen er bij ieder
huis op het platteland wat tamme dieren rond, huisdieren. Kippen
bijvoorbeeld, die regelmatig een eitje legden dat snel door de huisvrouw
werd geraapt voordat de kip op het idee zou komen om het tot kuiken uit te
broeden. Toen mens zowel als kip
niet meer in 't wild leefden maar met miljoenen in legbatterijen
opgesloten raakten is het mis gegaan. De functie van de natuurlijke afweer
kon niet meer goed ontwikkelen en massaal bovenop elkaar leven zonder
afweer doet bij mens en kip de rest: kippengriep pandemie, wellicht
uiteindelijk mensengriep pandemie. © John Newswatcher 29.10.05
|
|
| Publicatie 2 november 2005 | |
| Het milieu en de natuur zitten in het slop - wat is 'cool'? | |
|
Niemand doet nog zijn mond open in een
activistische discussie. Hoe komt dat toch? Is dat soms omdat er geen problemen meer zijn, of staan ze allemaal op het punt om opgelost te worden? Integendeel, het stikt van de problemen, maar 't is gewoon 'not done' je stem daarover te verheffen: Groene maffia! Geitenwollensokken brigade! Voor jezélf opkomen, dat is prijzenswaardig Voor wat kwetsbaar is opkomen, dat is voor wereldvreemde gekken. Was het zo dat in de jaren 80 – Club van Rome – eindelijk de zorg om het voortbestaan ter discussie werd gesteld nú durf je nog nauwelijks je mening naar buiten kenbaar te maken… Hoezo, wélk voortbestaan? Dat van de kamsalamander, de das, de korenwolf of van de rugstreeppad? Milieueffectrapportage, bezwaarprocedures, het wordt alles benaderd als blok aan het been. Aan het been van wie? Voor je éigenbelang opkomen, dát wordt
gerespecteerd, het past in de heersende machocultuur. In plaats van tegengas te geven kozen
natuur- en milieuorganisaties voor 'low profile'. Allemaal gelul. De weidevogelstand gaat
onveranderd onder de invloed van moderne agrarische bedrijfsvoering –
ondanks rode lijsten of Europa – alleen maar terug. We werven gruttoboeren en roepen Hoera!
voor elke 10 hectare die door hem volgens het mozaïekprincipe beheerd
gaat worden. De negatieve berichtgeving komt nauwelijks door! Er wordt over teveel gezwegen. Er zijn al
biologen die zelfs zeggen dat we ons er maar bij neer moeten leggen dat de
weidevogels op den duur zullen verdwijnen. © John Zwart. 1 juni 2005
|
|
| Publicatie 28 juni 2005 | |
| Veraf en dichtbij - wát hebben we wáárvoor over? | |
|
Onze
wereld wordt steeds meer een wereld van mensen en techniek. Alsof we
steeds maar blijven ontkennen dat ons hele voortbestaan afhankelijk is van
onze natuurlijke omgeving blijft daar almaar minder ruimte voor. Economie
altijd vóór ecologie lijkt het. Ik hoorde onlangs dat de demografen verwachten dat de wereldbevolking in de komende 25 jaar nog stevig zal blijven doorgroeien naar tegen de 8 miljard in het jaar 2030. Als ik zulke berichten hoor slaat de schrik mij om het hart. Want de voorspelling van die groei lijkt me alleszins geloofwaardig. Maar het blind vertrouwen dat dit goed blijft gaan zonder ingrijpende koerswijziging in wereldwijd beleid, in dàt geloof kan ik niet delen. Terugkijkend over een zelfde periode is er al (veel te) weinig gebeurd, alsof er geen Club van Rome of Rio-Conferentie zijn geweest. En dat stelt me niet gerust voor de 25 jaar ná Kyoto. Onze
sterkste drijfveer is ons materialisme. Wij, als het rijke deel van de
wereld, willen onze rijkdom op zijn minst onaangetast houden op de
scheefhangende aarde. Tot dat doel wordt het consumentisme verbreid naar volkrijke delen van Azië en Afrika
waar het bestaan nu nog gekenmerkt wordt door eenvoud en zelfvoorziening.
Dat doen we met gerust geweten, immers zo krijgt het arme deel van de
wereldbevolking het tóch beter en blijft onze welvaart (nog) onaangetast.
Maar kan gaia dit alles dragen? Ecologen berekenden dat we haar nu al met
40% overvrágen. We
pompen nog steeds vele miljarden belastinggeld in de Europese
landbouwpolitiek. De boer moet desondanks zeer efficiënt draaien om de
kop boven het maaiveld te houden. Als het zo uitkomt dat een weiland meer
opbrengt als snijmaïsakker gaat vlot de ploeg er doorheen, weidevogels of
niet. En op het overgebleven veld maait hij zodra het gras hoog genoeg
staat, als het zo uitkomt al eind april. Dat de grutto binnenkort
uitsterft kan hem daarvan niet weerhouden, allicht niet: hij heeft een
bedrijf te runnen. |
|
|
Roeken en kauwtjes lopen ernstig risico
onbedoeld medeslachtoffer te worden |
|
|
Een
schamele twee ton euro heeft onze regering over voor het schadeloosstellen
van boeren voor de ganzenvraat door de honderdduizenden overwinterende
ganzen in ons land. Grote ganzengroepen op de landerijen, die een even
grote vreugde bieden aan ieder die er oog voor heeft.
Provinciale Staten van Friesland denkt een oplossing met gesloten portemonnee voor de grutto te hebben bedacht: vossen en kraaien doodschieten. Als dat niet helpt gaat de blauwe reiger er straks ook nog aan. Over de maaibalk en over compensatie wordt niet gerept. En
de ganzen? Natuurmonumenten heeft al eigener beweging besloten jagers in
te zetten om ganzen af te schieten die in hun natuurgebieden(!) bivakkeren
en soms bij buurman boer uit eten gaan. Waarom gaat zelfs een
natuurbeschermingsvereniging dieren doodschieten? Wat kan ik de Braziliaan verwijten als hij stug doorgaat het regenwoud om te zagen, wat de Indiër of de Chinees als hij, koste wat kost, ook in zijn eigen autootje in de file wil staan? Ik sta met de mond vol tanden. © John Zwart – 27 februari 2005
|
|
| Publicatie 10 maart 2005 | |
| Zwanen - | |
|
Deze maanden zijn weer bij uitstek de tijd
van de zwanen. Overal op akkers en weiden en stroken langs de oevers van
IJsselmeer en de Randmeren en in het Deltagebied treffen we groepen van de
witte vogels aan. Ze zoeken hier in grote aantallen hun overwintering
verblijf. De meeste zijn de knobbelzwanen, maar juist in januari en
februari kunnen we veel wilde zwanen en kleine zwanen aantreffen, gasten
uit Noordrusland, die in maart weer naar hun broedgebied vertrekken. De kleine zwaan bleef vroeger alleen op het open water, zich voedend met waterplanten, na de inpolderingen begon zij haar kostje op het agrarische land te zoeken. Zwanen, behoren tot de meest sierlijke vogels in mensenogen. Dichters hebben meer over zwanen dan over enige andere vogelsoort geschreven. De meest verbreide legende over de zwanen is wel dat een eenmaal gevormd zwanenpaar de rest van hun lange leven een immer trouwe eenheid vormen. Dit is niet waar, wel is het zo dat het vasthouden aan de eenmaal gekozen partner veel voorkomt, zoals ook bij andere vogels, bijvoorbeeld de kauwtjes. Maar onder de zwanen is wel de meest trouwhartige de kleine zwaan. Over zo'n paar schreef René de Vos voor Vogelbescherming de hier volgende tekst. |
|
|
Een Kleine Zwaan Liefdesverhaal
- geplaatst januari 2005 |
|
|
Over ware liefde zijn door de eeuwen
heen de mooiste verhalen geschreven. Lang niet altijd met een happy end.
Ook aan vogels overkomen liefdestragedies.
"....en dit is XNY, een mooie sterke
vrouw. Ik volg haar al bijna heel haar leven. Ik heb haar de hoofdrol in
mijn verhaal gegeven....". |
|
Het is 10 maart 2004. Elf jaar eerder, op een decemberdag in 1993,
tussen kerst en nieuwjaar, rijdt Wim Tijsen over de Klieverweg, noordelijk van Slootdorp in de
Wieringermeer. Het regent en waait:
niet echt ideaal om te vogelen. Maar de gloednieuwe telescoop brandt in
zijn handen… Wim móet de polders afstruinen. In het land van boer Nico Beets zit een vette groep witte vogels. Kleine zwanen, dat registreert Wim zelfs met het blote oog. Toch even de telescoop erop. Ziet-ie het goed? Ja: twee vogels dragen een plastic ring om de poot. Het kost wat tijd, maar dan heeft Wim de codes genoteerd. Het vrouwtje is XNY gelabeld, het mannetje XPS. Wim was toen al een jaar of drie verslingerd aan de kleine zwaan. Hij had haar zien komen als Venus in de mythe. Letterlijk vanaf de oude zee het land opkomend. Tot in de jaren zeventig was deze blanke schoonheid gewoon om de wintermaanden door te brengen op het IJsselmeer, de voormalige Zuiderzee. De zee was aan de oostkant altijd ondiep en helder geweest. Daar groeide massaal het fonteinkruid; een waterplant met energierijke knolletjes, zoals onze aardappelen. Maar toen de zee een gewoon meer was geworden werd het water voedselrijk en troebel, het fonteinkruid verdween en de kleine zwanen moesten wat anders. Ze kwamen aan land, leerden de geneugten kennen van mals grasland en de oogstresten op gerooide akkers. Suikerbieten en aardappels hebben net zo'n hoge voedingswaarde als fonteinkruid knolletjes. En koeiengras bevat heel veel eiwitten. De kleine zwaan ontdekte de Wieringermeer en Wim Tijsen ontdekte daar de kleine zwaan. Zó gek was hij van deze vogels dat hij in
hun spoor met ze meetrok: van de Wieringermeer naar de Eempolders bij
Amersfoort en naar Zeeland. En nóg verder: samen met boezemvriend en
kleine-zwanenfreak Henk Schobben op onderzoek naar de Norfolk Broads bij
Lowestoft, Slimbridge bij Wales en naar The Ouse Washes noordelijk van
Cambridge in Engeland. XNY is dan al drie jaar lang de absolute
favoriete van Wim: hij heeft haar dertig keer gezien in die tijd; meestal
in Nederland, gewoon vlak bij huis, altijd in gezelschap van haar partner
en vrijwel steeds met drie gezonde jongen in de buurt. XNY blijkt een
bijzonder succesvolle vrouw, dat in een tijd dat het bergafwaarts gaat met
haar soort. "Geen oprechter trouw dan tussen man en vrouw"…
Van alle vogels zijn kleine zwanen de meest partnertrouwe .Tijsen beweert
dat er niet één geval van scheiding bekend is. |
|
|
|
|
|
Op 8 november 1997 treft Wim Tijsen XNY aan de
Zeugweg bij Wieringerwerf. "Dit klopt niet, hier is iets helemaal mis", voelt hij. Op deze plek was zijn grande dame nog nooit gezien. Nog verontrustender is dat XPS in geen velden of wegen te zien is. En bovendien nergens ook maar een spoor van jongen. Terwijl dit duo jaar in jaar uit voor de hoge score van drie nakomelingen had gezorgd. XNY lijkt doelloos rond te zwerven in de omgeving van Wieringen. Op 1 januari 1998 ziet Wim Tijsen haar die winter voor het laatst. Een jaar later duikt ze weer op in het kleine zwanen overwinteringgebied Ouse Washes bij het Engelse dorp Welney. Ze is nog steeds alleen, stellen Tijsen en Schobben vast. Het lijkt overduidelijk zo dat haar partner niet meer leeft. In de jaren er na ziet Tijsen haar op de
verschillende bekende plaatsen terug, de Wieringermeer, de Eempolders en
in Engeland. Soms lijkt het of ze een nieuwe partner heeft, maar er is
geen bewijs van. Januari 2004. |
|
|
|
|
|
"Ik heb kortgeleden ook nog onderzoek
gedaan", zegt van Gils. "Deze kreeg ik van een
muskusrattenvanger. Misschien kun jij er nog wat mee". Van Gils duikt
in een lade en legt een beengele ring op zijn bureau. Tijsen pakt het voorwerp, zo groot als een servetring, en het wordt hem zwart voor de ogen, hij moet vechten tegen zijn tranen. De haarscherpe inscriptie op de ring: XNY… Het dier dat hem dierbaarder is geworden als enig ander, de vogel die hij als 'de zijne' is gaan beschouwen, die hij tien jaar heeft gevolgd, is dood. |
|
|
© Vogelbescherming. Tekst René de Vos. - (Geredigeerd John Zwart) – Hernehim Natuur jan 2005 |
|
| De Kruisspin - Araneus diadematus - geplaatst november 2004 | |
| Dochters van
de herfst
Op allerlei plekjes komen we ze weer tegen,
dikke 'griezelige' spinnen. Het web De draden voor het web komen uit
spinklieren in haar achterlijf waarin honderden gaatjes zitten. Het
spindraad komt eruit als een vloeistof die heel snel droogt. Al die
uiterst dunne straaltjes kleven samen tot een – nog steeds –
superdunne draad. Eerst wordt de buitenkant opgezet, dat zijn de rechte
draden. Door te zwaaien, hangend aan zo'n draadje en ook gebruik makend
van de wind, weet ze het te spannen aan een tegenovergesteld takje of een
ruw stukje muur, overal waar maar zo'n dun kleverig draadje wil hechten.
Dat doet ze tot er een soort vijfhoek is gevormd. |
|
|
| Prooien
Vervolgens verstopt mevrouw spin zich
ergens onder een blad en houdt één poot aan de spandraad. Zodra die
begint te trillen is het raak en rent de spin over de draden naar haar
prooi om die te verdoven met een soort verlammingsgif, zodat ze hem
vervolgens rustig leeg kan zuigen. Nageslacht Mannetjes kruisspinnen zijn een stuk
kleiner dan de vrouwtjes en worden na de paring door haar al gauw
aangezien als een prettige versnapering, zodat haar minnaar snel moet
maken dat hij wegkomt! Eén kruisspin legt wel 2000 eieren die, veilig in
een cocon, het voorjaar afwachten om uit te komen.
© Flos Schipper (Hortus Amsterdam) – okt 2004
|
| Publicatie 12 november 2004 |
| Landelijke wandeldag - It Ketliker Skar - 26 september 2004 |
|
Nu
schrijf ik dit artikel en het is nèt zo'n mooi weekend als de dag waarop
in heel Nederland de Provinciale Landschappen hun Landelijke Wandeldag
organiseerden. Na een periode van bijna twee weken 'natte moesson', waarin
het leek alsof met wind en regen de zomer abrupt overging in een straffe
herfst, werd de zondag 26 september opeens een prachtige zonnige
dag, ideaal om er op uit te trekken; alsof het zo besteld was. Ik had ervoor gekozen een gebied in Friesland te leren kennen waar ik nog niet eerder was: It Ketliker Skar, bij Katlijk in de buurt van Heerenveen. Sinds 1969 beheert It Fryske Gea dit gebied, voorbij Mildam rechts van de Schoterlandseweg |
|
|
|
Voor
de ochtendexcursie meldden zich 30 á 35 mensen. De twee gidsen van It
Fryske Gea die hun vrije tijd ervoor beschikbaar stelden namen elk ruim 15
deelnemers onder hun hoede. Zij deden dit met veel enthousiasme en hielden
er rekening mee dat de groep van heel uiteenlopende leeftijd was. En
passant leerden we wat over de oorsprong van het gebied. |
|
|
|
In de onderbegroeiing veel varens,
hoofdzakelijk de mannetjesvarens, maar ook het dubbelloof dat er niet
alleen anders uitziet maar ook heel anders aanvoelt. "Voel je de
verschillen?" De gids vertelt de kinderen over de bijzondere manier
waarop varens zich verspreiden en hoe verschrikkelijk oud deze
plantensoort al is. Langs een pad zien we dikke stobben, met er bovenop maar dunne eikenboompjes: een stakenbos. Dit komt doordat in vroeger tijden de eiken telkens omgehakt werden voor z.g. talhout (aanmaakhout) en boerengeriefhout (hekwerk). De boom zelf is oud maar dat zie je alleen aan het stuk vlak boven de grond, wat daar bovenuit steekt is eikenhakhout. Er groeien al aardig wat paddestoelen in het bos, vooral de aardappelbovist, een stuifzwam. Het lijkt er werkelijk op alsof iemand hier en daar kwistig met aardappels rondstrooide. Op dode stronken veel honingzwammen en zwavelkopjes, plaatjeszwammen in massale bundels. De gids plukt een graspluim en we zien op de zaden zwarte puntjes. Je zou het niet zo gauw denken, maar ook dat zijn paddestoelen. Hij vertelt de kinderen een griezelig verhaal over het moederkoren, een schimmel die in vroeger tijden soms in het tarwemeel terechtkwam. Deze schimmel is dodelijk giftig. We staan even stil bij een hulstboom. Daarvan staan er op verschillende plekken nogal wat in het bos, te hopen valt dat rond de kersttijd de wandelaars voldoende respect voor de natuur hebben om er af te blijven. Hulst groeit maar heel langzaam en kan erg oud worden. Als ze een respectabele leeftijd bereiken verdwijnen de puntige stekels aan de bladrand en krijgt de (altijdgroene) hulst alleen nog gladde bladeren. |
|
We staan even stil bij een open veld voor een huis. Het 'slotsje',
oorspronkelijk het jachtverblijf. Het veld is een wildakker, werd – en
wordt nog steeds - ingezaaid met verschillende zaden van de gewassen
waarop herten en reeën foerageren. De gids kruipt even van het pad omlaag
in de houtwal om te kijken of er op dode takken van een vlierstruik ook
judasoren (bruine paddestoelen die sprekend op een mensenoor lijken)
groeien, maar tevergeefs. Dan wandelen
we in een indrukwekkende beukenlaan. Hoog boven ons is van de eerste boom
een dikke tak afgebroken. Op de afgestorven stomp groeien
porseleinzwammen, de boom ondervindt er voorlopig nog geen hinder van. Bij
een volgende boom ligt een hoge berg rulle 'zwarte grond' aan de voet. Een
bosmierenhoop? Nee, deze boom is waarschijnlijk flink uitgehold door de
zwarte specht, want in die holte verblijven tientallen vleermuizen; dat
hebben de beheerders ontdekt. Het gaat om de rosse vleermuis, een forse
soort. De massa op de grond bestaat uit uitwerpselen, vleermuizenmest, in
de loop der tijden een bergje. |
|
Een heel andere boom is de 'tamme kastanje', die wordt alleen maar kastanje genoemd omdat de bolster van zijn vruchten er een beetje op lijkt, ook al is die bezet met honderden fijne en buigzame stekels, terwijl de paardenkastanje een klein aantal grove stekels draagt. Open je de bolster van een tamme kastanje dan zie je geen ronde glanzende vrucht maar een aantal zaden, die elk een beetje lijken op een groot soort beukennootjes. Het bos wordt nu en dan gedund, de stobben
blijven in de grond. We bewonderen de pracht van honingzwammen en
zwavelkopjes op veel van zulk hout. Als we over een pad langs een gemengd
bos lopen zien we een buizerdhorst in een van de kruinen. Buizerds zoeken
altijd een plek dichtbij de bosrand op korte afstand van goed
jachtterrein, zoals heide of akkerland. Op de terugweg gaan we een stuk van de
paden af, dwars door een bosperceel. De gids wil ons nog even laten zien
hoe een enorme omgewaaide boom in zijn wortelmassa een hele nieuwe
leefgemeenschap voor planten en dieren vormt. Lang niet elke stormschade
wordt nog opgeruimd, alleen hinderlijke stammen – dwars over een pad –
worden tot moten gezaagd. "Het excursieverslag schrijf ik volgende week wel", dacht ik toen. "Nu is het veel te mooi weer om achter de pc te zitten". Ik schrijf dit nu een week later, op zaterdag 2 oktober, na een week van wisselvalligheid is het wéér een prachtige zonnige dag. Soms wordt je hobby zelfs tot dure plicht... John Zwart 2 oktober 2004
|
| Publicatie 10 oktober 2004 |
| Het stille bos - Tegenstrijdige belangen. Geplaatst 30 augustus 2004 |
|
Vier uur, het eind van de middag nadert.
Eindelijk stopt de optocht van felle buien die ook deze dag heeft
geteisterd. Zo snel als de pittige wind de ene grauwe massa na de andere
aanvoerde, zo onvoorstelbaar snel veegt dezelfde wind de hemel kraakhelder
schoon. Nog net op tijd om even van het buitenleven te genieten: óp naar
het bos, iets meer dan een kwartier met de auto. Dan nadert geschreeuw over de zandweg. Het
blijkt een gesprek. Na enige tijd komt een viertal fietsers in zicht,
achter elkaar rijdend in hetzelfde spoor. De voorste voert een gesprek met
de achterste en ik mag meeluisteren. Pas minuten later sterft het geroep
geleidelijk weg. In het bosven is het water in een week tijd
een meter hoger gekomen. Uit het uitgedroogde bos begint nu weer water toe
te vloeien. Zelfs groeien nu al de eerste paddestoelen, de grijze
ridderzwam en de aardappelbovist, volop. Op de heuvels rond het ven, staan
enkele oude eiken, de vuurzwammen hebben nieuwe consoles op hun stammen
gevormd. 's Zomers zijn ze grauw en afgebrokkeld, nu tonen ze weer frisse
kleuren. Hoelang de bomen de woekering gaan weerstaan blijft nog een
onbeantwoorde vraag. Dan klinkt in de verte aanzwellend
geschreeuw. Weer fietsers? Nee, ditmaal verschijnt een drietal trimmers
over de helling achter me. Samen hebben ze ontzettend veel plezier, lijkt
het. Terwijl ik me verwijder, hoor ik dat ze
gaan 'molenwieken'. Op een halve kilometer hoor ik ze nog steeds. De
mannen stoten berggorillakreten uit, de vrouw geeft als interval
gilletjes. © John Zwart Recreatie het
bostheater lokt mijn zinnen zachtgroene
zalen treed ik binnen een
auto scheurt mijn blad van stilte dan:
motorcross stoer over heuvels 'ons
land is vol' da's echt niet waar maken
uit louter zelfgenot © JohnN
|
|
|
|
In
Nederland zijn stille plekken schaars. Zelfs in veel stiltegebieden is
herrie van vliegtuigen en auto's te horen. Wilt u samen met Stichting
Natuur en Milieu van de stilte genieten? Doe dan mee met de 'Stad en Land'
stilte-excursies in de Groene Maand.
Veel mensen trekken
juist de natuur in om even te ontsnappen aan de drukte. Om buiten in de
natuur te wandelen of te fietsen en tot rust te komen. Stichting Natuur en
Milieu zet zich in om het weer stiller te krijgen in Nederland. Zij vraagt
aandacht voor de waarde van stilte, doet onderzoek naar het geluidsniveau
van stiltegebieden en de beleving van recreanten, en probeert overheden en
beleidsmakers bewust te maken van het belang van stilte. En er worden
concrete voorstellen gedaan om de verstoring van de stilte door verkeer,
vliegtuigen en industrie tegen te gaan. Samen met lokale overheden,
natuurorganisaties en recreatieondernemers wordt geprobeerd de stilte in
natuurgebieden terug te krijgen. Zodat u als recreant niet alleen geniet
van het natuurschoon, de vogels en de planten, maar ook van de rust die er
buiten heerst. Stichting Natuur en Milieu www.natuurenmilieu.nl 030-2331328. |
|
Stichting
BAM - Organisatie tegen geluidsterreur. In het comité van aanbeveling hebben diverse natuur- en stiltegenieters zitting, o.a. Ivo de Wijs. |
| Publicatie 30 augustus 2004 |
| Sjouwtocht, rondje Alde Feanen - Excursieverslag. Geplaatst 21 juli 2004 |
|
Het werd wellicht de dag die als de mooiste
van de zomer van 2004 zal worden herinnerd, maar dat wisten we nog niet,
toen we op zaterdagmorgen 17 juli op uitnodiging van It Fryske Gea om
negen uur bij 'De Reidplûm' in Earnewâlde aankwamen.
|
|
|
| Gebiedshistorie en beheer |
|
We gaan op
pad, de Ds.v.d.Veenweg af in noordwestelijke richting. Dit gedeelte heet
Fjirtich (40) Med, een oude landoppervlaktemaat. Langs de weg is het
begroeid met natuurlijk bos, broekbos, dat bestaat uit zwarte els, grauwe
wilg en lijsterbes, omslingerd door kamperfoelie. Uit het groen klinkt het
gezang van fitis en tjiftjaf, zangvogeltjes die massaal deze natte bosjes
bewonen. Hun broedtijd is alweer bijna voorbij, in augustus zal het
allengs stiller worden. Langzaam brandt de zon een gat in de lichtgrijze hemel, blij toe met mijn lichte kleding, alleen bestaand uit T-shirt met korte broek. Even pauze voor een beschouwing over het
gebied:
|
| Een flink stuk 'sjouwen'. |
|
Bij een
boerderij met rieten kap verlaten we de verharde weg en begint het echte
'sjouwen'. Het land is hier een uitgestrekt rietveld, dat geëxploiteerd
wordt. Een open schuur ligt opgetast met in bossen gebonden riet, om te
verhandelen als dakbedekking. Gewild product voor originele
woonboerderijen, bungalows en dure villa's. Talrijke boerenzwaluwen, met
hun mooie gevorkte lange staartpennen vliegen in en uit, hun broedtijd
duurt voort tot aan de herfst. De diversiteit in het gebied profiteert van
een financieel aspect dat in het voordeel werkt voor handhaven van het
open en natte karakter. Want internationaal is er grote teruggang van
zogenoemde 'wetlands', daarom zijn er speciale milieubudgetten voor beheer
en behoud van moeras- en rietland. Een belangrijke bron van inkomsten voor
de beheerder en een reden temeer om de 'verbossing' in toom te houden.
Open rietvelden die periodiek geoogst worden zijn gunstig voor
moerasvogels als het baardmannetje, de blauwborst, de roerdomp en de
bruine kiekendief.
We lopen langs de sloot en kijken naar de
oeverbegroeiing: lisdodde met 'verse sigaren', scherpe zegge, uitgebloeide
gele lis met glanzend groene zaaddozen. Het harig wilgenroosje dat aan
vertakte stengels verspreide lila bloempjes draagt, zowel als de andere
soort waar de wat feller gekleurde bloemen in een aarvormige tros aan het
eind van een enkelvoudige stengel staan. Ertussenin hennepnetel, grote
kattenstaart, watermunt en moerasandoorn, allemaal in volle bloei. Het
roze koninginnekruid is er aarzelend mee begonnen.
|
| Stukje varen |
|
Daar ligt de
werkboot klaar om ons naar het volgende gebied te brengen. We varen een
stukje tussen de watersporters over een windstille Langesloot waar de zon
ons fel in de nek schijnt. De vele blote ruggen op de bootjes zullen
vanavond wel rood zijn… Na korte tijd stuurt de schipper een smalle
kreek in aan bakboord. De wilgentakken maaien over het dek en in het
broekbos horen we een havik roepen, maar hij laat zich niet zien. Op
sommige plekken is de oever helemaal vlammend rood van de wilgenroosjes.
Dan zwenken we opnieuw bakboord uit en opeens varen we op een flinke plas,
de Saiterpetten. Aan stuurboord is een gedeelte afgeschermd met palen,
waartussen witte linten gespannen zijn, die moeten de pleziervaart op
afstand houden. We drijven er zachtjes langszij en op die afstand is dat
toch voldoende verontrustend voor de lepelaars, die in een indrukwekkende
vlucht met enkele tientallen gelijk uit de oevervegetatie opvliegen. In
dit afgescheiden gebied moeten zich ook enkele exemplaren van de geoorde
fuut ophouden, die laten zich echter niet zien. Bij de gewone futen is er nog maar nauwelijks sprake van schuwheid. Rond de boot zwemt een gewoon futenjong, al even groot als de ouder, luid schreeuwend om voedsel. De ouder-vogel duikt en voert nog steeds. Even later komt een fuut voorbij met twee kleine jongen op de rug, het succes van een tweede broed dit seizoen. We varen langzaam verder en passeren twee felrode zeilende klompjes, een lachende opa met twee ernstig kijkende kleinzoons roeit er achteraan. De boot zet ons weer aan land op De Koai, waar kennelijk eertijds een eenden vangkooi is geweest.
|
| Uitbreiding en verrijking van het natuurgebied. |
|
De klep van
de boot reikt ver op de wal en dat is maar goed ook. Dit is één van de
voormalige zomerpolders die recent aan de Alde Feanen zijn toegevoegd en
waar de waterstand flink is verhoogd. Dit wordt echt een stukje
laarzenparcours. Op sommige plekken is tot op de zandlaag gebaggerd waardoor er weer opwelling van schoon kwelwater is ontstaan. 's Winters staat het helemaal onder water en het wordt geleidelijk schoner en schraler, de vegetatie begint al aardig wat nieuwe variatie te vertonen. Het staat er vol met waterzuring en grote ratelaar (rinkelbel), al uitgebloeid - de dorre stengels met de opgeblazen zaaddozen rammelen soms al niet meer, ze hebben de zaden intussen al verspreid. Toch is het hier nog tamelijk voedselrijk, er groeien op hogere grond verstoringplanten als witte dovenetel, gewone berenklauw, hondsdraf en perzikkruid. Verraderlijk zijn de greppels die zijn overgroeid, maar daaronder tot de rand toe gevuld – je denkt op een zode te stappen en stapt er dan zomaar middenin… In het zompige gras en aan de oevers natuurlijk pitrus en snavelbies, maar ook al wat minder algemene planten als knikkend tandzaad, waternavel met zijn ronde blaadjes en het steeltje in 't midden, mooie ijle wit bloeiende moerasspirea en poelruit, al uitgebloeid, maar goed herkenbaar aan 't eindblad dat op een eendenpootje lijkt. De boot is weer verschenen en brengt ons
naar de overkant van de Folkertsleat naar de voormalige zomerpolder
Wyldlânnen.
Het maaiveld daarvan is 20 cm hoger dan van de Koai. Het maakt wel
verschil, het loopt makkelijker en de greppels zijn beter zichtbaar.
|
|
|
|
Terzijde van de lage rug hier en daar veenpluis en ook hier weer de grote
ratelaar, in tegenstelling tot de andere polder nog met veel bloemen.
Massale gele accenten van bloeiende moeraswederik, die hier zeer welig
voorkomt. Het lijkt alsof de diversiteit hier al verder gevorderd is. De
gids schrijft dit toe aan het helofytenfilter dat aan de oostkant het
ingelaten water zuivert en verarmt. Over de weide erachter ligt een rood
waas van pijpenstrootjes. In de verte ligt de Geeuw, kenbaar aan
masten en zeiltjes van de watersporters, daar moeten we naar toe voor weer
een volgende etappe van onze tocht.
|
| In de frisse wind |
|
Het is
intussen behoorlijk warm geworden en ik betreur het dat ik geen
baseballpet heb meegenomen, voorhoofd en neus zullen vanavond wel verbrand
zijn… Heerlijk om weer even een stukje te varen, naar de Grutte Kritte,
de grootste plas in de Alde Feanen waar de wind welkome verkoeling brengt.
De platboomde werkboot met zijn stompe snuit jaagt de visjes in de Geeuw
voor zich uit. Visdiefjes hebben er een scherp oog voor, ze vliegen een
stukje vooruit, staan even stil te 'bidden' in de lucht en duiken dan
pijlsnel neer op hun prooi. Het diepe water van de grote plas is vol met bootjes, in de ondiepe bochten is het oppervlak bedekt met bloeiende 'giele plompeblêd' het Friese symbool. (gele plomp) We varen naar een rustige hoek aan de noordkant. Daar steken afgestorven elzen en berken boven de lagere grauwe wilgen van de oever uit. Dit is het thuis van de grote aalscholver-kolonie van de Alde Feanen. Voortdurend vliegen de zwarte vogels met hun donkere haaksnavels af en aan, de witte broedvlek die ze alleen in dit jaargetijde hebben is duidelijk te zien. Zevenhonderd broedparen hebben zich hier in de loop van twintig jaar gevestigd. Hoeveel kan een gebied als dit verdragen zonder nadelige effecten? Is zo'n aantal nou mooi of ongewenst? Ook hierover kunnen we weer heel wat bomen opzetten. Feit is dat beschikbaarheid van voedsel een belangrijke natuurlijke reguleringsfactor is. De boot start weer op en we zetten koers naar de Hooidamsloot, want we gaan ook de Jan Durkspolder en de Wolwarren bekijken.
|
| De Jan Durkspolder |
|
De werkboot
zet ons af op het schelpenfietspad dat van de Hege Warren noordwaarts naar
Eernewoude loopt, parallel aan de 'Headamsleat'. Dit dijkje is de westkade
van de Jan Durkspolder die It Fryske Gea al wat langer bezit (1979) en
omdat de noordse woelmuis erin leeft kreeg het dezelfde natuurstatus als
de andere zomerpolders. De waterhuishouding werd hier volkomen geïsoleerd
van de omgeving. Geen vreemd water komt er in, alléén regen en kwel. Het
bodemprofiel is weer hersteld, de westkant hoog, min of meer droog, aan de
oostkant ontstond een flinke ondiepe plas. Vanaf het pad kun je het gebied
niet in, er is een bermsloot, die niet mag dichtgroeien. Er wordt dus
geschouwd, wat aan de vegetatie is te zien: grote brandnetel, harig
wilgenroosje , grote klit, ridderzuring en vooral de reuzen-balsemien zijn erg dominant. Aan de oever van de Hooidamsloot en de Kruisdobbe is er boomgroei, behalve de zwarte els, grauwe wilg en de berk ook lijsterbes en vogelkers. Op de driesprong besluiten we even rechtsaf te gaan naar de vogelkijkhut, waar je zicht hebt op het overstroomde oostelijke deel van de polder. Onder een berceau van wilgenstammetjes dringen we een stukje door in dit vogeldomein. Vlak vooraan staat een grote groep grauwe ganzen te dommelen en hun veren te poetsen, pootjebadend in het ondiepe water. Op één plekje is het wat groen met een slikstrook er omheen. Daar zien we een oeverloper foerageren, erachter dobbert een slobeend. Een solitaire bergeend vliegt over, gevolgd door een scholekster die gezelschap vindt bij een grote groep soortgenoten verderop langs de kaderand aan de oostoever. Daar voor zwemt een familie canadese ganzen met enkele jongen. We gaan weer terug naar de driesprong en vervolgen de route. Warmte en vermoeidheid doen zich langzamerhand gelden. We moeten het Wikelslân nog doortrekken, maar ons drinken is allang op. De gids belooft een tussenstop bij de bedrijfsgebouwen van It Fryske Gea aan It Wiid, waar we volop koel helder water kunnen drinken. We waren er wel aan toe.
|
| Wikelslân, de laatste etappe. |
|
Gelaafd en
opgefrist steken we de Kerkweg over en verdwijnen weer tussen het groen
door een klaphek (beweiding en reeën). Dit gebied is aangelegd met
wandelpaden en bewijzerde routes. Afwisselend weide en struikgewas. Aan de
randen daarvan groeit de wilde gagel. In het gras vinden we het moerasviooltje, maar geen zilveren maan. Die is hier niet meer te vinden, we blijven hopen op zijn terugkomst. Opeens danst daar een citroenvlindertje.
Niet zo verwonderlijk met overal sporkehout in de omgeving. In deze warme middaguren komen er geen reeën
in zicht en ook geen porseleinhoenders. Maar we zagen al zovéél. In het
hele gebied zijn 400 soorten kruiden, struiken en bomen, en wel 100
vogelsoorten waargenomen, wat ik intussen onmiddellijk wil geloven. |
© John Zwart - IVN Natuureducatie. |
| Daar zijn er zat van! - Observatie van Niesje de Jonge. Geplaatst 1 juli 2004 |
|
Een mooie meidag. Het was maar een gewone wilde eend. Zelfs natuurliefhebbers zeggen vaak: "daar zijn er zàt van". Maar is dat dan niet zo met mensen? Wij waren behoorlijk aangeslagen door het gebeuren en eigenlijk ben ik daar blij om… Zodra we onze schouders erover ophalen is het beroerd met ons gesteld. © Niesje de Jonge |
| Redactioneel commentaar |
| Zolang
mensen bezig zijn het oppervlak van de aarde aan hun belang aan te passen
hebben dieren en planten zich telkens moeten terugtrekken. Daar werd nooit
een probleem van gemaakt, beter gezegd er werd nauwelijks bij stilgestaan.
Naarmate de aarde niet alleen dichter bevolkt raakt met mensen, maar al
die mensen elk voor zich ook nog eens een veel groter beslag leggen door
steeds verder opgevoerde welvaartswensen is dit terugtrekken voor veel
soorten in uitsterven veranderd. Zo verarmt onze planeet. Tot nu toe door
bijna ongeremd eigenbelang van één dominante soort. Een waarnemer van
buitenaf zou kunnen spreken van een 'mensenplaag'. In dit perspectief bezien zou aan ieder ingrijpen in een bestaande natuurlijke toestand zo langzamerhand een zorgvuldige afweging van noodzaak vooraf moeten gaan. Dit gebeurt nog steeds onvoldoende. Heel soms moet een bouwproject worden aangepast op natuurbelangen. Een of ander bedreigde diersoort heeft zijn woon-, foerageer- of broedgebied daar, waar mensen een economisch gebruik voorhebben wat daarmee niet samengaat. De economie weet heel goed voor haar belangen op te komen, dieren en planten kunnen dat helemaal niet. In zoverre bestaat er dus al een zeer ongelijke machtsverhouding. Het is in dit licht een gotspe om natuurbeschermingsorganisaties als "milieumaffia" aan te duiden. De leden van groene organisaties dienen geen eigen economisch belang doch treden slechts in het strijdperk ten behoeve van het weerloze. De economie dient slechts haar eigen portemonnee. Daar mag best af en toe eens een vraagteken bij worden gezet, zo niet op de rem worden getrapt. Als we het gas onder de
Waddenzee weghalen is het economisch belang enkele miljarden euro's. Dat
lijkt heel groot, maar vertaald in binnenlands gebruik is het gas in tien
jaar op. We stellen dus een natuurbelang van eeuwen tegenover een
economisch belang van tien jaar. Gebaseerd op ervaring van de kantonniers van Rijkswaterstaat kost ons verkeer jaarlijks aan gemiddeld twee miljoen vogels het leven. Hoe breder de wegen, hoe meer slachtoffers. Verbreding van autosnelwegen van 2 keer 3 naar 2 keer 4 stroken maakt van elke weg een onneembare barrière voor alle dieren, óók voor laagvliegende vogels als zangvogels, reigers, buizerds, uilen en watervogels. Het plaatsen van geluidsschermen maakt het er niet beter op, zijn ze van glas dan zijn ze zelfs catastrofaal.
|
| De Lendevallei - Excursieverslag - Geplaatst 12 juni 2004 |
|
Op
de vroege zondagochtend van 16 mei namen we deel aan een bijzondere IVN
excursie in het stroomdal van de Linde, gedeeltelijk voerde die tocht door
een stuk dat in het broedseizoen voor publiek gesloten is. Ontstaansgeschiedenis en ontwikkeling De Linde vertoont zich nu als een rustig
watertje dat zijn oorsprong vindt in de omgeving van Elsloo en aansluit op
het kanalensysteem van de Noordoostpolder bij Kuinre. It Fryske Gea heeft plannen om
verschillende van die inmiddels dichtgegroeide oude bochten weer uit te
graven en daarmee het oorspronkelijke profiel van de bedding te
herstellen. |
|
|
|
Vaartocht Langs de provinciale weg van Wolvega
richting De Blesse is er op ca. 2 km een kleine parkeerstrook ingericht,
waar vanaf het natuurgebied kan worden betreden. Bij onze aankomst was er
meteen al reden tot enthousiasme want we werden verwelkomd met
nachtegalenzang, hoewel de zon al bijna vier uur eerder was opgekomen.
Hier bleek maar weer dat de nachtegaal niet alleen in de late avond of vóór
de vroege ochtendschemer te beluisteren is. Langs het dijkje was de glooiing en natte
berm een feest van kleuren: van hoog naar laag bloeiden er grote ereprijs,
scherpe boterbloem, echte koekoeksbloem, pinksterbloem, kale jonker en
bijna in bloei was de gele lis. De bladeren van de moerasspirea waren ook
al te zien.
|
| Wandeling
Nauwelijks aan land werden we overtuigd van
de rijkdom van het gebied. Allemaal hebben we wel verschillende soorten
libellen gezien, maar hier deed zich het feit voor dat de meer zeldzame
soorten algemeen waren en de algemene soorten daarentegen niet zo vaak
gezien werden! We liepen door het ongerepte grasland naar
het sluisje waar we overstaken. Dat was met een schuldig gevoel bijna,
want nergens kon je je voeten neerzetten zonder beschermde planten te
vertrappen, zó vol stond het met grote en kleine ratelaar, met vroeg
bloeiende kleine valeriaan. |
| We zagen
flink wat dood hout in dit moerasbos. Geen wonder dat er verschillende
grote bonte spechten in huizen, maar de gids vertelde dat ook de kleine
bonte specht er woont (duidelijk wist hij wáár, want we kregen die te
horen). Wat verderop zagen we de gekraagde roodstaart. Over een voormalig legakkertje liepen we terug langs bomen en petgaten. In de petgaten de poelruit en de waterviolier, een lust voor het oog. Vlinders en libellen vlogen voorbij en rond ons hoofd… we keken al bijna niet meer, waren gewoon blasé geworden van zo'n overvloed. De boot voerde ons weer stil en gerieflijk naar het beginpunt terug. Het was één van die excursies die je niet meer vergeet. © Hernehim Natuur - 12 juni 2004.
Copyright Illustratie: It Fryske Gea
|
| Publicatie 12 juni 2004 |
| Waddenzee - Kind van (be)rekening - geplaatst 19 mei 2004 |
|
Dat maak ik zelf wel uit Wat is dat toch met ons Nederlanders?
Waarom moeten we altijd nèt buiten de lijnen gaan? Is het omdat "wij maken het zèlf wel
uit" ons hoogste credo is? Dat zelfs in kringen van onze bestuurders
die eigengereidheid is doorgedrongen? Met andere woorden: zelfs mensen als
JPB belijden overeengekomen regels en normen met de mond maar handelen
anderszins?
|
|
Maar in de achterliggende jaren is uitgebreid geprocedeerd over die gaswinning: het kàn en màg niet in de Waddenzee. Inderdaad: vanwege de habitatrichtlijn. Immers pas nádat de gaswinning is geschied en de zeespiegelstijging door het broeikaseffect zijn beslag gekregen heeft, zullen we zeker weten in hoeverre het negatief effect heeft gehad. Nu weten we nog niets zeker, we weten wèl dat de zee gaat stijgen – niet hoevéél – en dat de bodem gaat dalen – óók niet hoevéél. Wèl weten we dat die twee waarden elkaar versterken. Ergo: de gaswinning kàn de duurzaamheid van het Waddengebied nadelig beïnvloeden. En dat is nu juist wat niet màg binnen de habitat afspraken: géén activiteiten beginnen of voortgang doen vinden die het belang van de duurzaamheid eventueel zouden kúnnen schaden. Dus: de kokkelvissers eruit, en de
gaswinners moeten weg blijven. Een consequent natuurbeschermingsbeleid dat
zich houdt aan Brusselse overeenkomsten laat geen handjeklap toe. © John Zwart.
IVN Milieueducatie
|
| Publicatie 19 mei 2004 |
| Eerder gepubliceerd artikel over dit onderwerp |
| Europese ruggesteun voor natuurbescherming te verwachten |
|
De Staatscourant is een uitgave die niet
uitnodigt tot lezen voor het grote publiek. Het blad, dat nog altijd
gedrukt wordt op papier dat er al vergeeld uitziet nog vóór je het -
vers van de pers in handen krijgt, levert echter soms heel interessante
informatie op voor wie het doorploegen van een gedegen juridisch stuk niet
schuwt. |
|
|
| Laten
we hopen dat het Europese Hof de telkenmale jaarlijkse vergunningverlening
door onze LNV minister zal afkeuren. Dan zal onze regering moeten tonen
zich ook op dit vlak pro-Europa op te stellen en zal de kokkelvisserij per
01.01.2005 dienen te eindigen. Bij mij doet zich nu ook onmiddellijk de vraag voor of het gedogen van het rapen van kievitseieren, dat onder het motief van oud volksgebruik ook dit voorjaar nog steeds wordt toegelaten in de provincie Friesland, dient te stoppen. Conform onder de doelstelling tot instandhouding volgens de Vogelrichtlijn; zoals dat al jaren het geval is in de rest van Nederland. Kan onze LNV minister Veerman blijven tolereren dat jarenlang Europese regels worden genegeerd? De mentaliteit bij deze regering lijkt steeds meer één van: " natuur is mooi, maar het moet ons niet in de weg zitten ". Maar het gaat in Europa niet alleen om het heen en weer schuiven van potjes geld. Ons kabinet moet het zélf serieus nemen: "Europa – bést belangrijk!" Het complete artikel uit de Staatscourant is hieronder te lezen op deze website. © John Zwart - IVN
|
| Publicatie 13 maart 2004 |
| Polder Oostzaan en de Wijde Wormer |
|
Als je zo in de
gestage stroom tussen vele andere auto's over de A7 rijdt zullen de meeste
weggebruikers er nauwelijks bij stilstaan dat ze tussen Zaanstad en
Purmerend dwars door een schitterend natuurgebied rijden. Onbewust van het
moois dat hier vlakbij te genieten valt vervolgen de chauffeurs hun weg,
zich concentrerend op het drukke verkeer. |
| een rustige wereld naast de autobaan |
|
Daar is er een
rustige wereld. Een wereld van oude weilanden, doorsneden door ontelbare
slootjes, sloten en vaarten, met nauwelijks paden of weggetjes. Een
leefgebied of een overwinteringgebied voor veel vogels die van water en
natte weilanden houden.
|
| sociale verbanden en 'einzelgänger' |
|
"Wiieuw", "wiieuw", horen we telkens een fluitende roep, dat zijn de kreten van de smienten, vanaf de hoogte van de dijkkruin hebben we mooi zicht over de natte weiden van de Wijde Wormer en daar zien we honderden smienten rondscharrelen. Ze zijn schuw, maar ver genoeg om niet door ons verontrust te worden. Door de verrekijker zien we hoe prachtig ze zijn, vooral de mannetjes (het zijn ook die jongens, die dat waarschuwende gefluit laten horen), zij pronken met hun winterse 'prachtkleed'. Smienten hebben een hoog voorhoofd, vanaf de snavelbasis tot de kruin gesierd met heldergele veertjes, de rest van de kop kastanjebruin. De borst is roze, rug en flanken van een heel gedistingeerd parelgrijs, aan het eind een zwarte staart. Werkelijk een schitterende verschijning. Ze overwinteren hier in grote gemeenschappen maar binnen die troepen hebben zich nu al paartjes gevormd. De lage winterzon scheert over de skyline van de Zaanstreek, in december kondigt de avond zich om vier uur al aan. Langs de oever van de ringvaart is niet "geschouwd": een brede oude rietkraag is gespaard als beschutting voor watervogels. Daarin blijkt zich een waterhoentje op te houden. Stapje voor stapje waagt ze zich steeds verder op de kale grasdijk, weg uit de veilige beschutting van het riet. Bovenop strekt ze de hals en draait het kopje naar links en rechts: "alles veilig?" Dan wordt er snel wat voedsel opgepikt en vlug weer terug tussen het riet. In het silhouet tegen de zon in lijkt het waterhoen wel wat op de meerkoet, maar zij is bronsbruin in plaats van dofzwart. Dat verschil is in het tegenlicht niet te zien, maar wel is het witte streepje op de flank zichtbaar, wat bij de meerkoet ontbreekt. En waar de meerkoet op snavel en voorhoofd wit is, heeft het waterhoentje een rode kleur. Maar zelfs op grote afstand is het verschil in gedrag treffend: meerkoeten grazen 's winters als een kudde de bermen en weilanden af, waterhoentjes zijn schuwe eenzame rietkraagbewoners. We keren ons nu naar het oosten, om beter te kunnen zien, alles in profiel uitgelicht door de late zon. Tot onze verrassing zien we op de schapenweide achter het gemaal vier wilde zwanen! Waarschijnlijk waren ze er de hele tijd al, maar we waren totaal geobsedeerd door de smienten. Opgetogen worden we door de sierlijke wintergasten uit Lapland, of misschien wel helemaal van over de noordelijke Atlantische Oceaan: komen overvliegen uit IJsland! De wilde zwanen hebben een rankere bouw dan de knobbelzwaan, met een schijnbaar langere en slankere hals die ze veel meer opgericht houden. De knobbelzwaan maakt vaak een wat norse indruk (vooral het mannetje) door de zwarte snavelbasis, versterkt door de forse zwarte knobbel. De wilde zwaan "kijkt vriendelijk" doordat ze een geel vlak hebben dat vanaf de bovenkant van de overigens zwarte snavel reikt tot aan de ogen. Steeds lager scheert de zon boven de horizon, werpt een rode gloed over het landschap en kleurt de langzaam donkerende hemel roze. Opeens nadert vanuit het noordwesten een enorme vogelzwerm, die al dalend vlak over ons heenvliegt. Vogels met lange smalle vleugels die in het avondlicht geen kleur meer vertonen, slechts zwarte silhouetten tegen de hemel. De zwerm beschrijft een bocht van een halve cirkel boven de weide achter het gemaal en komt weer terug. Kromme neergebogen snavels zijn nu duidelijk te zien: wulpen! Ze lijken ver van de kust geraakt maar er is geen twijfel mogelijk. Het zijn er enkele honderden die tenslotte neerstrijken op het weiland achter de smienten, het laagst gelegen weiland dat gedeeltelijk onder water staat.
|
De Natuurpagina's worden
onafhankelijk geredigeerd en mede mogelijk gemaakt door Hernehim Beheer bv