Hernehim - Home
met het oog op cultuur 

Laatst bijgewerkt:  18.05.2013  

 
Hernehim  
                                                                     anas penelope
Poëziethema voor de lente:  alles vloeit, levenswater 


Redactie: John Zwart 

Deze pagina is de blog van de redacteur 
Soms worden er gastblogs gepubliceerd - 
dat gebeurt altijd op uitnodiging  

 

Boeiend om te bezoeken. 
Vrij en onafhankelijk. 
© HB 2013. 

Hernehim is de website van John Zwart  Contact 

HOME   Blog     Nieuws   Poëzie 


 ..waar VOC replica ''Amsterdam'' een ligplaats kreeg op een plek 
waar ik ooit slapeloos lag op een zolder achter 'sLands Magazijn...

Oude havens van Amsterdam 

van oud naar nieuw in de tijd

Oude havens van Amsterdam – Van oud naar nieuw in de tijd 

In mijn jonge jaren werd ik een tijd lang gestationeerd op het Marine Etablissement
aan de Kattenburgerstraat, toen nog een smalle zonloze straat waar de negentien-
de eeuwse huizen uitkeken op de oude blinde muren van het complex. 
Door de poort liep je linksaf over een lange houten brug (commando: 'uit de pas!'), 
die voelde je een beetje golven als je er met een grote groep overheen liep. Rechts
daarvan lag een eiland waar ik nooit een voet zette, daar zaten de ''Marva's'', die 
jonge vrouwen lieten zich zelf ook maar zelden zien, een strenge commandante
hield toezicht op hen. Erachter stond de ''verbindingsschool'' en aan de linkerkant
was een ander eiland waarop 'n groot langwerpig gebouw stond, onder de grimmige
aanblik van de grauwe kolos, waar je nooit enig teken van leven bespeurde: 
'sLands Magazijn'. Daar lag allerlei uitrusting en bewapeningsmateriaal opgeslagen
zo werd ons gezegd. 
Op de verbindingsschool bracht ik de meeste van mijn dagdiensten door met 
oefenen in het omgaan met de zend, radar en seinapparatuur en het trainen van de
marine signaalmethodes en versleutelen en ontcijferen volgens NATO codes van
geheime berichten. Allemaal verloren gegane kennis, opgedaan in afwachting van
de plaatsing op één Harer Majesteits Oorlogsbodems. 
Ik vermaakte me er wel mee, behalve na werktijd, dan was ik er niet graag, want
dan waren we aangewezen op de sobere verblijfsruimte in dat langwerpige lage 
gebouw achter 's Lands Magazijn'. Tot tien uur 's avonds met kletsen, kaarten, 
koffie en gevulde koeken van de kantinedienst, daarna was het verplicht naar de
enorme slaapzolder voor vijftig man waar precies om 22:45 het licht uitging. 
Erg graag was ik daar niet, dat zal niemand verbazen, want in zo'n groot gezel-
schap zijn er altijd wel ergens een paar schoenen onder een bed gestald waarin 
een dag lang zweetvoeten rondstapten. Om nog maar niet te spreken van de luide
snurkers.
Ik kom ''van over het IJ'' en mijn ouders woonden daar nog steeds, gelukkig lukte
het me al gauw om ''nachtpermissie'' te krijgen op de dagen dat ik alleen dag-
diensten deed. Dan ging ik weer 'pitten' bij mijn ouders, die toch nog twee slaap-
kamers vrij hadden sinds beide zoons uitvlogen. 

Na halfzes de poort uit met de ondergaande zon in het gezicht naar de Prins 
Hendrikkade en richting Centraal Station. Maar als het mooi weer was pakte ik 
de fiets en hobbelde over de basaltkeien van de Westerdoksdijk langs de 
Waterpolitie, dan voorbij het café op de hoek links de bocht om over de Van 
Diemenstraat. Aan mijn rechterhand doemde de rij indrukwekkende pakhuizen 
op met namen van verre en Europese havens, die mij eraan herinnerden dat ik
in mijn hart toch een koopvaardijman ben. Die aangenaam geprikkeld wordt 
door de vertrouwde geuren van teer, gezaagd hout, kokosvezels, jute, cacao
en specerijen. Koperpoets en kruit doen me niet veel. 

Ik zag veel veranderen. De Kattenburgerstraat werd gesloopt om ruimte te 
maken voor een brede rijbaan en studentenflats. De muur met de poort van het
Marine Etablissement zijn er nog, hopelijk beschermd, maar erachter zijn de 
loopbruggen en het eiland met de verblijven van ons zeemiliciens en marva's
verdwenen, gesloopt en weggebaggerd voor de aanleg van de IJ-tunnel. Maar 
wat ooit 'sLands Magazijn' was ziet er nu prachtig uit en gonst van activiteit: 
het Scheepvaartmuseum, erachter kreeg de replica van de VOC ''Amsterdam''
een ligplaats op een plek in water waar ik ooit slapeloos lag op een zolder. 
De Westerdoksdijk is bijna helemaal kaalgeslagen, onherkenbaar geworden.
In de Van Diemenstraat zag ik alles tot mijn verdriet langdurig traag vervallen
door gebrek aan onderhoud, ik vreesde de sloop van die 19e eeuwse pak-
huizen, maar onverwacht diende zich de redding aan door de vestiging van 
kleine bedrijfjes en kunstenaars. Op een blinde muur werd een prachtige 
schildering aangebracht geïnspireerd op de ontdekkingsreis van de zeeheld
Van Diemen aan wie de straat haar naam dankt. Natuurlijk is er aan de 
gevels hier en daar wel iets verminkt, maar het geheel doet de historie toch
nog recht. In 'sLands Magazijn' was ik nooit, in het Scheepvaartmuseum 
echter regelmatig vanaf de opening. In de pakhuizen van de Van Diemenstraat
van het oude Westerdok mijn leven nog niet, daar komt nu ook verandering in:
Pinksterweekend zaterdag 18 mei t/m maandag 20 mei houdt ''Het Veem'' 
'open huis' in het kader van de 
''Open Atelier Route Amsterdam Westelijke Eilanden''. (Link naar de site) 

John Zwart, 16 mei 2013. 

               ...koffie en gevulde koeken van de kantinedienst...  

Reageer    

 
Bent u ook boos lezer? 
Op uw regering, die de zorgkosten uit uw portemonnee  liet exploderen, 
maar niet beletten kon dat een miljoenenfraude met ziekenhuisdeclaraties 
plaatsvond? Die wel een strenge controle op aow-ers optuigde, de zogenoemde
"tandenborstelbrigade", maar tegelijk niet voorkomt dat miljoenen aan toeslagen
in de zakken van maffiose buitenlanders wegvloeit? 
Kunnen wij onze ministeries wel méér dan 50% van ons inkomen toevertrouwen? 

Om de eindjes aan elkaar te knopen gaan we nu op onze oudjes bezuinigen 
(want dat zijn de stille rijken, zegt men in Den Haag.) De awbz wordt uitgekleed. 
Ik geef vandaag graag het woord aan gastblogger Arnoud de Jong, want hij is
wat je noemt een "ervaringsdeskundige": beide ouders, kort na elkaar, bejaard
en dementerend maar zo lang mogelijk in hun zelfstandige vertrouwde omgeving 
gelaten. Zoals dat werd gepropageerd... Een zware last op de "mantelzorgers". 

Dat wordt weer ouderwets verpauperen. 

Als je langdurige zorg nodig hebt, kon je tot op heden een beroep doen op de 
AWBZ. Maar de AWBZ wordt uitgekleed en wordt ook nog eens overgeheveld 
naar de gemeenten. Die draaien voor de kosten op. 
De gemeenten vrezen dat ze al die zorg niet kunnen betalen en daarom moeten
wat hen betreft de mensen eerst maar eens een beroep doen op hun sociale 
omgeving: familie, vrienden, buren. Op de mantelzorg dus. 
De gemeenten willen de macht om dit eventueel te kunnen afdwingen. 

Dat wordt in de toekomst dus weer ouderwets verpauperen voor de hulpbehoe-
venden die de pech hebben niet aan de juiste regeltjes te voldoen. Kennelijk 
hebben beleidsmakers helemaal niet in de gaten hoeveel mantelzorg er al in 
Nederland wordt verleend en hoe groot de druk op die mantelzorgers al is. 
Wanneer je bijvoorbeeld hoogbejaarde ouders hebt, doe je het uiterste om ze
zo lang mogelijk thuis te laten wonen. 
Irritant is vooral dat de gemeenten het doen voorkomen alsof alles momenteel
zo luxe is geregeld. Dat er eigenlijk best iets af kan. Niets is minder waar. 
De thuiszorg is bijvoorbeeld al jarenlang een drama, zeker in Amsterdam. Het 
is geen uitzondering wanneer hoogbejaarde mensen in één week zeventien 
verschillende medewerkers over de vloer krijgen. En daar zitten soms ook nog
types tussen waar een programma als 'Paradijsvogels' de lippen bij zou aflikken.
Blijf je dan maar eens thuis voelen in je eigen huis. 


Door deze slechte kwaliteit is het voor veel mensen al meer regel dan uitzon-
dering dat zij ouders of andere familieleden helpen verzorgen. Dikwijls vele 
jaren lang. De gemeenten willen nu ''een zekere doorzettingsmacht om de 
omslag naar eigen inzet te kunnen maken''. 
In normaal Nederlands: de gemeenten willen de familie waar nodig kunnen
dwingen mantelzorg te verlenen. Of de zorg domweg kunnen weigeren. 
Op zichzelf is het goed om niet alleen te kijken naar de mogelijkheden tot 
zorg vanuit de instanties, maar ook naar die vanuit de sociale omgeving. 
Je mag als naaste familie niet gemakzuchtig achterover leunen. 

Maar dat is de realiteit niet. Nu al wordt zorg 'geïndiceerd' en is er een gigan-
tische bureaucratie opgetuigd om te beoordelen wie welke en hoeveel zorg 
nodig heeft. En die hoeveelheid is in de praktijk bijna per definitie onvoldoende,
zodat familie in de meeste gevallen bijspringt. 
Wanneer gemeenten nu ook nog een bepaalde dwang willen gaan uitoefenen
is dat nu nét de verkeerde afslag. Nog meer ambtenaartjes achter bureautjes
die andermans situatie gaan beoordelen. Geen goed idee. 
Trouwens, het moest toch allemaal minder kosten? 

Arnoud de Jong – 15.05.2013 

   

Reageer    

17.05.2013: Goed Nieuws - De PvdD heeft Daarler Natuurgebied gekocht!


 

Natuurinfrastructuur

 

Natuurinfrastructuur. 
(Dat is niet een keuze voor: natuur of infrastructuur) 

Kent u hem nog. 
Hoe hij altijd zwijgend zat te kijken met zijn slimme wijdopen ijskoude ogen, terwijl
de ene na de andere gepassioneerde aanval op zijn beleid vastliep in zijn muur van
stilte. Stilte, die hij erna alleen verbrak om zijn onwrikbare standpunt te herhalen?
Of bent u hem allang vergeten, Staatssecretaris Henk Bleker, de ponyman?
Hij is weg, maar de gevolgen van zijn niets ontziende ingreep in de ecologische
hoofdstructuur zullen nog heel lang doorwerken. Die ''EHS'' was niet nodig vond 
Henk, te luxe, het kon allemaal best heel wat minder. 
Immers, het agrarisch gebied van Nederland is óók natuur. Had hij vaak geluisterd
naar Hennie van der Most, de pretparkenman? Die vond wachten op vergunningen
en bestemmingsplannen maar ambtelijke onzin en zei: "Ik ben ondernemer, ik ben
maar vast begonnen, want een golfbaan is óók natuur". 
Ja zo lust ik er nog wel één, dan is in wezen álles natuur, zelfs een grauwe beton-
constructie. Na een poosje weer en wind vestigen zich daar heus wel mosjes op.

Maar goed, onder Bleker-Balkenende ging dus een ferme streep door de verbin-
dingszones van de ''EHS''. Geen cent meer. 
Helaas hadden de natuurorganisaties er zelf al heel wat jaren in geïnvesteerd, door
het aankopen van gronden die deel gingen uitmaken van dat plan. 
Om ze geschikt te maken voor hun bestemming, de inrichting en het beheer, was
natuurlijk ook geld nodig. Er was een subsidiebron voor in uitzicht gesteld. Die 
kwam er dus niet, integendeel: in de bestaande beheersgelden werd rigoureus 
gesnoeid. Het verzelfstandigde Staatsbosbeheer moet nu zelfs 100 miljoen aan de
staatskas afdragen en kan niet anders doen dan een aantal van de aangekochte 
percelen maar weer in de verkoop te doen. Vanaf gisteren, 11 mei, zijn daarvoor 
de biedingen geopend, via een internet veiling. 

 

Het gaat de organisaties en veel natuurliefhebbers zelf erg aan het hart. 
Niemand ziet verworven aanvullende stukjes natuur graag overgaan in handen
van ''de hoogst biedende'', waarna het geen publieksterrein meer zal zijn. 
Want wie worden straks eigenaar? Welgestelde particulieren die er jachtrechten 
voor zichzelf en hun jagersvrienden aan kunnen ontlenen, projectontwikkelaars 
die gokken bij gunstige politieke wind een bestemmingswijziging uit het vuur te
slepen, beleggers die bij de huidige rentestand hun geld liever in grond stoppen
en wachten op betere tijden. 
Dan komt er een prikkeldraadhek omheen met borden Art. 461 WvS. 
Alleen voor wie vindt dat als natuur alles goed genoeg is, is dat aanvaardbaar. 
Het eerste wat er onder gaat lijden is de biodiversiteit: niemand kan een nieuwe 
eigenaar dwingen een gericht beheer uit te voeren. Dat is in een land waar slechts
15% van de originele diversiteit overbleef eigenlijk onaanvaardbaar. 

Twee jaar geleden, toen duidelijk werd dat Bleker's koude sanering niet te stop-
pen viel, werd een kaal stuk land langs de A2 in een massale publieksactie 
'Groeiend Verzet' omgetoverd tot een toekomstbos, waarmee de geplande 
bestemming bevestigd werd. De Partij voor de Dieren maakte dit initiatief moge-
lijk door jonge bomen te 'verkopen' aan sponsors voor een bedrag van 5 euro per
stuk. In luttele weken werden 26.000 bomen in ruil voor een 'certificaat' gespon-
sord en met de fysieke inzet van een groot aantal van die sponsors aangeplant. 
De Partij voor de Dieren wil opnieuw via 'Groeiend Verzet' en het publiek te hulp
schieten om de veiling de pas af te snijden: u kunt nu natuurterrein per vierkante
meter kopen - 1 m2 voor 5 euro. Koop er één. liefst meer. 
Het spreekt vanzelf dat de PvdD geen particuliere jacht op de grondaankoop zal
toestaan. Hernehim steunt 'Groeiend verzet' van harte en hoopt dat het succes 
van 2011 wordt herhaald! Alle informatie op de site

John Zwart - 12.05.2013 

                              hun geld liever in grond stoppen ... 17.05.2013: Goed Nieuws - De PvdD heeft Daarler Natuurgebied gekocht !
Misschien wel mede dankzij U !

Reageer    

 


 

De mist in

 

De mist in 

Even iets om te lachen. 
Maar misschien ook een beetje treuren, om de armoe van de moderne 
communicatie. We kregen zo veel nieuwe mogelijkheden, in weinig meer dan
een halve eeuw. 
Ik beleefde nog de tijd van brieven schrijven en veel te duur telefoneren over
krakerige lijnen, als je wat verder over de grens ging. En nu? We feesboeken,
meelen, twieten, esemessen, wotseppen en skaipen wat af, met z'n allen. 
Jonge mensen zie ik massaal vrijwillig het echte leven om zich heen inruilen
voor het blikveld op hun schermpje. Het moet nu dus geweldig gaan met ons
onderling contact, maar ik heb mijn twijfels als ik zie hoe vaak communicatie
vergaat in miscommunicatie. 
Onze dichteres Ester Naomi Perquin schreef er wrange poëzie op waarin wordt
gecommuniceerd per mobiele telefoon – 
ik deel het hieronder graag met mijn lezers. >>

''Internet relaties'' gaan heel vaak snel reddeloos de mist in. Waarom?
Omdat zinnen op een scherm niet hetzelfde zijn als een gesprek. Je mist alle
non-verbale uitwisseling, maar die wordt wél ingevuld, autonoom door de lezer.
Versneld zie je het effect ervan aan opvlammende ruzies in fora. 
Ik deed even mee op een forum over lokale politiek. Daar was iemand die door
een vacature juist benoemd was als nieuw raadslid. Vereerd deelde hij dit 
nieuws op het forum. En meldde vervolgens dat hij bij acclamatie was gekozen
in de commissie kascontrole. Voor iedereen niet meer dan ''klein nieuws'' dat 
begreep hij wel, dus relativeerde hij z'n blijdschap met "yeah!" voor wat zelfspot. 

Maar een ander leest slechts, hoort niks en ziet niks. Geen spottende toon,
geen olijke grijns... 
Iemand reageert op het bericht met z'n eigen invulling voor klank en beeld:
dat beeld is een zelfgenoegzame ingebeelde kwast die zich al bij voorbaat 
verheugt op nieuwe mogelijkheden om te kunnen potverteren. 
Het misverstand blijkt niet te repareren, escaleert juist steeds verder. 

Vooral humor blijkt op het internet vaak levensgevaarlijk.
Zo zat ik onlangs in een chat over de natuurwandelingen die ik organiseer.
Er meldde zich een dame. Ze was heel enthousiast, had komende zondag
geen tijd, maar wilde graag op de hoogte gehouden blijven van nieuwe data.
Ze hield heel veel van fietsen en wandelen in de vrije natuur. 
Nou geen probleem hoor, geef maar een e-mailadres, dan komt regelmatig 
een programma in je box. Maar er was nóg iets: ze had een hondje. 
En dat hondje ging altijd overal met haar naar toe. 
Tja, veel natuurgebieden zijn kwetsbaar, daar mogen geen honden in, 
dus dat beperkt de keus wel. Even een grapje dacht ik, en schreef: 
"Maar misschien kun je een enkel keertje eens alléén ergens naartoe gaan,
als dat van je hondje mag?" 
Alle vrolijkheid die ik er in had gelegd werd er door het internet doeltreffend
uitgewrongen. ''Wat een vervelende rotopmerking'' sprong er voor mijn 
verbaasde ogen op mijn scherm. 
Wat bedoeld was als grap bleek dodelijk. 

John Zwart – 09.05.2013 

 


gesprek
  

 

op straat zegt een man in zijn telefoon
nee zegt niet schreeuwt
wie denk je eigenlijk haalt adem
ziet mij staan wie denk je dat je bent
met je goede manieren zogenaamd
die rijke vrienden van je
met je volgeplande week  je baan
zijn stem breekt het toestel op
die vrouw rolt ineens op straat
half aangekleed  mascara uitgelopen
krabbelt overeind  staat verbaasd
en hij begint weer opnieuw
wie denk je dat je bent en kijkt naar mij
terwijl hij slaat  blijft kijken
tot ik roep dat is genoeg stop
ze ligt al opgerold ze doet je niks man stop
maar hij is nog niet uitgepraat
en kijkt naar mij en vraagt wie denk je 
blijft maar doorgaan in zijn handpalm woorden maken
dat je bent  houdt niet meer op

© Ester Naomi Perquin 

Uit de bekroonde bundel "Celinspecties" 

 

Reageer    

 


op oorlogsmissie 

 

 

 

 

 Principieel 

Principieel

In de schaduw van verleden week dinsdag, toen er het inhuldigingsfeest was in 
Amsterdam, was de stad ook het toneel van een belangenconflict. Erg veel aan-
dacht heeft dat niet getrokken en het was op zich ook niet zo gewichtig – maar 
het gaf wél aanleiding tot een interessante bredere discussie over het spel op 
't Nederlandse politieke speelveld in de nieuwe eeuw. 
Wat was het geval? Het nieuwe westelijke deel van Amsterdam, bijna 'n stad op 
zichzelf geworden, wordt gekenmerkt door overgrote meerderheid van bewoners
van buiten-Europese afkomst, meest hangen ze de Islam aan. De tegenstelling
tot andere stadsdelen verloopt niet altijd even vredig. Reden voor de stad om de
bewoners in het westen duidelijk bij de grote oranjefeesten te willen betrekken 
in het kader van de beleden 'saamhorigheid'. Hoe doe je dat met respect voor 
ieders al-dan-niet-religieuze gevoeligheden? Je organiseert een eigen oranjevuur-
werk, naast het officiële spektakel op het IJ. In de wijk ligt 'n groot groen gebied
rondom de Sloterplas, de perfecte plek. 
Dat was fout gedacht: volgens de Europese faunawetten mag nu eenmaal geen 
vuurwerk afgestoken in een groengebied en tijdens de broedtijd van de water-
vogels is het verlenen van ontheffing uitgesloten. De Partij vd Dieren was alert 
genoeg om de overheid erop te wijzen, die corrigeerde zichzelf: helaas géén groot
vuurwerk op de Sloterplas. Jammer, want de bestelling was al gedaan, dus twee-
de foutje bedankt! Natuurlijk werden er mensen boos, een feestje afpakken 
maakt niet blij. 
Opeens richtte zich de kritiek op de partij van Marianne Thieme, want zij had het
feestje bedorven. Niet de organisator met weinig hart voor natuur – er zijn immers
genoeg Amsterdammers die menen dat de stad met haar duizenden duiven op
de pleinen en rond de torens, evenveel duizenden halsbandparkieten in de parken
en plantsoenen, en dan nog zwermen meeuwen boven het IJ rijk genoeg voorzien
is van natuurlijke fauna. Thieme bewees haar partij hier geen dienst mee, want 
de populariteit ervan zou sterk beïnvloed worden door de keus tussen meegaand
zijn of principieel blijven. 
Kijk, en dáár komen we opeens in breed discussievaarwater. Want hoe bedrijven
politieke partijen propaganda? Zeggen ze ons waar het op stáát, of zeggen ze 
de dingen waarvan ze denken dat we die graag horen? Hoe herkenbaar blijft de 
partij waarop we stemden nadat ze zich nestelde binnen de macht van 'n coalitie?
Het polderen is ons langzamerhand over de rand gelopen. Een kiezer vindt 
zich in een aantal principes die zijn partij onderschrijft, bepaalt daarop zijn
besluit: "ze zijn mijn stem waard". Zodra principes kaarten worden waarmee
men gaat kwartetten haken er veel kiezers terecht af. 
Van de VVD kun je dat kwartetten nu volop verwachten, ze hebben immers 
maar 1 heilig principe: bescherm behaald bezit en bevorder de groei daarvan.
Al het andere is uitruilbaar, dus Rutte kan op louter materialistisch speelveld
makkelijk híer wat geven, dáár wat pakken. Voor de PvdA ligt dat anders, 
daar moet rekening worden gehouden met menselijke waarden. Als gevolg 
krijg je zo'n beeld als we nu zien: Diederik Samsom, die met verkrampte 
kaken almaar ferm en realistisch loopt te zijn, desnoods dwars tegen eigen 
achterban in – Mark Rutte die alleen maar loopt te lachen, wat er ook gebeurt
700.000 Werklozen en een grimmig asielbeleid stralen af op Samsoms gezicht
terwijl het ene feest na 't andere Rutte doet stralen van plezier onder 't gejuich 
van 700.000 feestgangers. 
Het voor het gemak even opzij zetten van principes is minachting van kiezers
die dat onmiddellijk zullen afstraffen. Dat heeft het CDA gemerkt met haar 
omhelzing van Geert Wilders en daarmee haar eigen ondergang, Sybrand 
bedankt! Dat merkte Groen Links met handjeplak over 'n vredesmissie die in
werkelijkheid oorlogsmissie was, Jolande bedankt! Hoeveel mensen gaan bij
eerstvolgende gelegenheid zeggen: Diederik bedankt!? 
En ja, Marianne Thieme is standvastig, haar signaal over de internationale 
regels hoort bij de taakopvatting van die partij. Dat ze zich er mee niet erg 
populair maakt is duidelijk. Dat wist ze best, maar het maakte geen verschil.
Waarschijnlijk wordt 't nooit een grote partij maar er is wel een vaste trouwe 
aanhang, juist vanwege de principes. En bij de PvdD weten ze wat hun vaste
aanhang waard is, die houdt dus vooral vast aan principes. In zoverre lijkt ze
een beetje op de kleine christelijke partijtjes, waarop heel wat kritiek past, 
maar principieel zijn ze wel en dat zie je aan hun verkiezingsuitslagen. 
Nooit die jojo-zwabbers van de grote partijen die dán weer de grootste, dán 
weer gedecimeerd zijn. Een beetje meer principes en daarmee wat stabiliteit
in de samenstelling van het politieke spectrum zou ons land in deze barre 
tijden zeker goed doen. 
Daarvoor is 15.000 euro verspild vuurwerkgeld een peulenschil. 

John Zwart – 7 mei 2013 

 
O ja, Groen Links: oorlog voeren is het verst verwijderd van 
'duurzaamheid'. Er wordt veel vernietigd, bitter weinig opgebouwd
en daarbij is oorlog voeren misschien wel de meest milieuvervuilende
activiteit van de mens op aarde.. 

Reageer    

 


 

Pesten


vrij spel voor de hyena's ..

Pesten  

Onlangs was er weer een dramatisch bericht uit Vlaanderen. 
Een scholier door langdurig pesten de zelfgekozen dood in gedreven. 
Op het onderwerp wordt in Nederland al jarenlang regelmatig het zoeklicht gericht. 
Ik vind dat het helemaal verkeerd wordt benoemd, "pesten" was van oorsprong óók
goedaardig. Gewoon een grapje met iemand uithalen – de soort waarover mensen 
zich terecht ernstig zorgen moeten maken is het "treiteren", vaak in stelselmatige 
vorm. Dat heeft, in tegenstelling tot een pesterijtje, al te vaak desastreuze gevolgen. 
Het kan iemands zelfvertrouwen ondermijnen, z'n zelfbeeld blijvend verminken, 
z'n bestaan verzieken – het kan een carrière kapot maken, tenslotte zelfs iemands
zin tot leven vernietigen. Niet "pesten" maar "treiteren" benoemt dat probleem.
Treiteren is een werkwoordvorm waarin herhaaldelijk gedrag is opgesloten. 
Het wordt vaak gekenmerkt door een initiatiefnemer waar omheen zich snel meer 
en meer meelopers scharen. Die initiatiefnemer handelt soms uit een wrok van 
persoonlijke aard maar maakt er openlijk "vermaak" van om medestanders aan 
zich te binden zodat het effectief treiteren veel gemakkelijker wordt. 
"Geen groter vermaak dan leedvermaak" is niet zómaar een gevleugeld woord. 

Doordat recent "sociale media" (in dit verband een gotspe) en traditionele media
elkaar gingen versterken is het treiteren veel meer verbreid en zwaar bedreigend
geworden, ook politieke kringen zijn er niet vies van. 
Het is te hopen dat men bedenkt dat schoolpleingedrag op het internet en voor
camera's en microfoons zich niet zo diep zal mogen invreten dat ons beschaving-
vernis geheel teloor gaat.
We staan zonder aarzeling klaar om barbaars gedrag in verre landen aan de kaak
te stellen met de onuitgesproken gedachte: "zo zijn wij gelukkig niet". 
Wij staan niet rap klaar met een AK-47 aan de heup of een kapmes in de hand. 
Maar de treitermethode waarmee we mensen soms aanpakken is minstens even
wreed. Men beseft blijkbaar als kwaadaardige antagonist niet meer dat iederéén 
plots tot doelwit kan worden.
"Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet", 
alweer een gevleugeld woord. 

 

Zo'n politiek voorbeeld was Job Cohen. Uitstekende burgemeester geweest 
van Amsterdam, onder wie grote oproerincidenten door zijn intermediaire 
aanpak achterwege zijn gebleven. Systematisch is de man tot een "schlemiel"
gemaakt door hem af te schilderen als iemand die consequent de allochtone
Amsterdammers  bevoordeelde en elk conflict uit de weg ging met "samen 
theedrinken". De namen en typeringen die voor hem in de "sociale media" 
werden bedacht zijn te schofterig om hier te herhalen. Alle ergernissen op één
man geprojecteerd, een knak in zijn loopbaan, het blijft hem achtervolgen. 
Pesten lokt steeds meelopergedrag uit, dat is minstens even triest. 
Ik zag ook hoe Charles Groenhuijsen plotseling kwaadaardig uithaalde naar 
publieke omroepbaas Henk Hagoort, juist toen die zwaar onder vuur lag 
vanwege zijn onzalige plannen voor reorganisatie. 
Ook ik uitte daar flink kritiek op, maar Groenhuijsen speelde het heel direct op
de man in plaats van op het plan, als redacteur bij Welingelichte Kringen. 

Hé bedacht ik opeens: was die Groenhuijsen vroeger niet NOS correspondent
in Amerika? Ja hoor, mijn oude geheugen werkt nog prima: Charles kreeg een
conflict met de NOS waardoor hij op nogal oneervolle wijze 't veld moest ruimen.
Groenhuijsen was niet meer te handhaven in NOS kringen omdat hij kampioen
afzeiker van zijn collega's was. O.a. de presentator-interviewer van klasse Twan
Huys moest het van hem ontgelden. 
Inzet van de strijd was presentatie van het 8 uur journaal. Pure kinnesinne dus,
die Groenhuijsen na al die jaren blijkbaar nog heel erg hoog zit, want hij liet 
zich verleiden tot het publiceren van een collage twitters over Hagoort na diens
presentatie van het NOS-NPO conversieproject: 
Een selectie van de minderwaardigste oprispingen op GeenStijl. Ongetwijfeld 
teneinde Hagoort, alias 'zultkop', doeltreffend door de stront te sleuren. 
Je kunt je op Welingelichte Kringen registreren om commentaar te leveren. 
Ik maakte er gebruik van om de lezers te wijzen op het persoonlijke NOS 
verleden van de redacteur, voor goed begrip. Mijn reactie verscheen in de late
avond online.. de volgende ochtend was hij verdwenen: weg, gecensureerd... 
De site Welingelicht ziet soms liever dat de lezers beperkt ingelicht blijven.

John Zwart – april 2013. 

   

Reageer    

 

 

 

 

 

Een mannenborst is plat en koud 
en glimt van militair vertoon

Een mannenborst is plat en koud – en glimt van militair vertoon 

Voor de zoveelste keer zal ik ergens staan om te herdenken. Waarom en hoe?
Ik was een jong kind maar heb nog vage herinneringen aan 5 mei 1945. De tijd 
ervoor was een bedrukte tijd. Op momenten zelfs in oorlogstijd wordt soms nog 
gelachen. Galgenhumor misschien, maar ik herinner het me niet. 
'Bedrukt', ja dat is het beste woord. Kort daarvoor zag ik Duitse troepen – of wat
er nog voor door moest gaan – terugtrekkend naar de Afsluitdijk. Een colonne 
met veel gewonden. Ze waren verslagen begreep ik, toch maakten ze me bang,
alsof ik voelde hoe een stervend roofdier nog gevaarlijk is met laatste razernij. 
Wat later: capitulatie! Ik wist niet wat het woord betekende, maar begreep dat de
oorlog over was. Geen dreunende laarzen meer, geen luchtalarm, geen 
aangeschoten neerstortende vliegtuigen. Het angstig zitten onder de trap voorbij.

Die omslag was zo groot, dat ik me niets kan voorstellen wat er ook maar een 
beetje op lijkt. Waar de spullen vandaan kwamen was onbegrijpelijk, maar plotseling
was er een uitzinnig feest, waarin iedereen met iedereen danste en sprong. En ze 
deden ook nog wel andere dingen, leerde me Remco Campert, maar die was zoveel
ouder dat hij mocht meedoen – ik niet, ik was te klein. Het leek alsof iedereen 
vriendje met ieder ander was, en oprecht. Alle jaren nadien was er geen bevrijdings-
feest als die eerste keer. Of dat wáár is, het zal de rood-wit-blauwe bril zijn waar
ik door keek.
Hoe erg het allemaal geweest was, daarvan wist ik ook wel wat. Die vliegtuigen 
gooiden bommen en dan stond zomaar een halve stad in brand en als we ze naar
beneden zagen komen wisten we dat hun bemanning het zelden overleefde. 
Dan waren er nog de treinen met halfopen goederenwagons met dik gaas: 
''beestenwagens'' waren dat. ''Ach die arme jodenmensen'' zij mijn moeder op een
toon die verder vragen verbood. 
Het herdenken werd al gauw belangrijker dan die 5e mei – dat het geen nationale
feestdag meer was nadat Juliana haar verjaardag elk jaar de natie wou ontvangen
op het bordes van Soestdijk, dat vond ik niet erg. Die zware bronzen klok op de
Waalsdorper vlakte, waar de mensen uit het verzet waren doodgeschoten, 
vond ik indrukwekkend. De 4e mei belangrijker dan de 5e. 

Toen ik naar zee ging ontmoette ik oudere collega's die varend de oorlog hadden
overleefd. Hun verhalen maakten alles meer realiteit dan de oorlogsfilms die ik
aan boord draaide als filmoperateur. Maar de films over de concentratiekampen
maakten me stil van verbijstering. Dat er zoveel leed stak achter die woorden 
van mijn moeder ''Ach die arme jodenmensen'' kon ik nauwelijks bevatten. 
Nog later voer ik ook met Duitse collega's, zij vochten aan de andere kant: 
de Kriegsmarine. U-Boot officieren, die god-weet-hoeveel ongewapende koop-
vaardijschepen naar de bodem hadden gejaagd. De meeste zwegen, die wel 
spraken waren de vrolijke vertellers over hoe het toeging – na een flink aantal 
glazen spraakwater kwam hun oude trots tevoorschijn, hoe zij jaren meester 
waren op de Nord Atlantik.. 'Aber was mit den KZ Lager?' vroeg ik dan. 
Ik zag twee soorten Duitsers, de ene diep beschaamd, de andere hield tegen 
beter weten in vast aan 'die Lüge'. Dan droomde ik van de kuilen met naakte 
uitgemergelde lichamen die ik op de films gezien had en was steeds overtuigd:
oorlogvoeren is het verschrikkelijkste waartoe de mens in staat is.De totale 
ontmenselijking vindt plaats, overal waar de wereld verandert in een slagveld.

Juliana mocht van mij best een krans leggen op de Dam, ze had weliswaar 
lekker in Canada kunnen afwachten tot de bui over was, maar dat ze het leed 
oprecht betreurde was duidelijk. Alleen die Prinz-Gemaal naast haar, in zijn 
uniform met al die ridderorden, die hoorde daar niet bij. Was het niet door zijn
afkomst, dan toch zeker omdat hij de oorlog had beleefd ''as the only one of
us for whom this war is fun'' zoals de Britten van hem zeiden. 
Voor Beatrix gold hetzelfde als voor Juliana ze was een kind zoals ik, had 
nauwelijks weet van het land waarvan ze ooit koningin zou worden.
Morgen staan daar Willem en Maxima. Ik ben gespannen. Hij maakte een 
bliksemcarrière bij de marine zonder echt veel zout op de lippen en heeft 
een prachtig uniform. Maar met zijn kroning afgelopen dinsdag was hij een 
"gewone koning in burger'' in eigen woorden. Maar wel een borst met ridder-
orden onder zijn hermelijnen mantel. Willem Alexander: we herdenken de 
verschrikking van oorlog, steeds wordt oorlog gevoerd, door mensen in uniform.
Je zult een sprong maken in mijn achting als je in jacket zonder versierselen
verschijnt.. dan demonstreer je echt modern koningschap. 

John Zwart 03.05.2013 

  De titel van dit blog is een strofe van Ivo de Wijs
uit:  'Een sonnet voor de koning' 

Reageer    

 

        


Lente stromen 

Net als de sappen in de planten en de bomen 
gaan ook mens, dier en geld 
in de lente weer stromen 

Fabrice Hund 

 

 

    
 
< na al het feesten in de massa is het nu tijd  
  om te gaan genieten van de natuur  
   
in rust en stilte de lente ondergaan   
videobeelden van paula  begeleid door   
verzamelde spreuken van loesje    

 

                     < koninginnenacht 
                  
misschien had je er geen tijd voor, want 27 uur televisie 
                   daarvan wou je niets missen, of amsterdam is te ver reizen,
                   of je moest juist vroeg je plekje bezet houden op de dam, 
                   of aan het ij -- peter eijking pakte de sfeer aan de grachten,
                   en in de jordaan voor je samen in 10 minuten videobeelden 
                   van de koninginnenacht 2013 in amsterdam 


Sonnet voor de koning 

Een land een volk een troon 
Een mevrouw die soms een toespraak houdt 
En voor ons zingt wanneer we bang zijn moe of oud 
Een moeder dus en niet haar zoon 

Een mannenborst is plat en koud 
En glimt van militair vertoon 
Geen taartenwoede maar een kroon 
Gelukkig is de vorst getrouwd 

Wie waakt er over wie vannacht 
Wie galmt oprecht zijn kreupel lied 
Wie wil nog knecht zijn wie regent 

O zangers geef de welpen kracht 
En laat de stem die ons straks ment 
Meer zijn dan een naam een vorm een vent 

Gemeenschappelijk sonnet van de dichters:
F.Starik, Ivo de Wijs, Ingmar Heytze en Ellen Deckwitz 
Een initiatief van "Met het Oog op Morgen" NOS

30.04.2013 

           Cheesecake  of   Een zinvol feest





  
  Iamsterdam is dressing up !

Een zinvol feest 

Nou vooruit dan, één keertje nog en daarna doen we weer gewoon. 
Over het algemeen ben ik niet zo negatief hoor, een langdurige slechte stemming
is erg ongezond. Dus een feestje in sombere tijden is echt zo gek nog niet. 
En men hanteert een krachtig argument, dat elk tegengeluid bij voorbaat al de 
mond snoert: 'het is maar ééns in de dertig jaar!' 
Maar toch zijn er een aantal bezwaren die ik niet wens in te slikken. In de eerste
plaats al die 'voorpret', al wekenlang. Is dat nou echt nodig oranjepromotors? 
Begrijpt u dan niet dat een overdosis aan enthousiasme zelfs welwillende geesten
murw slaat? Waarom moet ik van iedereen die er maar enigszins bij betrokken 
is van elke scheet op de hoogte worden gebracht? Het oefenen van het heraut-
getoeter en trompetgeschal dat moet weerklinken exact op het moment dat Willem
de drempel van de Nieuwe Kerk overschrijdt, dat heb ik nu al zo vaak aangehoord,
en alle prietpraat van die 'Voorzitters Der Oranjeverenigingen' en de 'royalty-
watchers'. Zucht... 
Radio 1, ooit mijn favoriete zender maar in enkele jaren afgezakt tot babbelbox
en jingle generator, zit nu op 't ongenietbare niveau van 'praatje over de heg'.
Ik dacht te kunnen vluchten naar Radio 4 maar ook daar ben je niet veilig: 
'Omroep Max heeft zichzelf omgeturnd tot 'Omroep Máxima': nonstop Argentijnse
tangos van Astor Piazolla met - vanzelfsprekend - de bandoneon van Carel 
Kraayenhof. 
Nou vind ik Piazolla een geweldige componist en tango prachtige muziek, maar
wekenlang steeds maar die Kraayenhof.. Hoor-es Jan Slagter, elke dag kaviaar
gaat zelfs vervelen. En Kraayenhof maar klagen dat hij steeds geassocieerd 
wordt met 'de traan van Máxima': wees toch eerlijk man: dankzij die traan heb jij
nu wereldfaam, niemand in Nederland had anders ooit geweten wat toch zo'n 
bandoneon eigenlijk voor een ding is! 

Zit ik me nou toch weer op te winden? 


Nee hoor, zover krijgen Jan Slagter, Carel Kraayenhof, jonkvrouwe Roëll of 
Kysia Hekster (van Poetin basher naar Oranje charmer, hoe snel kan je vallen)
mij niet. Veel erger vind ik al die bedrijven die opzichtig graaierig inhaken op 
alle gekte - AH is maar één slecht voorbeeld - ze irriteren me het meest door 
alle opgefokte gedoe. Elk probeert een graantje mee te pikken. Voor een 
stuiver en drie knikkers laten voedselproducenten verpakkingen maken met 
het konterfeitsel van Bea&Willem erop, om de inhoud voor het drievoudige van
de normale prijs te slijten, dat vind ik nou zowel klant- als majesteitsschennis,
daar is het kinderfotootje van Amalia in de Nieuwe Revue nog heilig bij. 
Onze gemeentelijke en andere overheidsinstellingen gaan zich ook ernstig te 
buiten. Normaal is er al jarenlang nergens tijd noch geld voor, maar nu draven 
sinds een week opeens drommen mensen rond in fluorescerende hesjes om 
geld te verspillen dat het verkeer doet ontwrichten. Dan nog al die project-
managers met werkploegen die van alles beplakken met oranje plastic folie.
Op de nieuwe overkapping achter Amsterdams Centraal Station waren maar 
net de reusachtige letters  A M S T E R D A M  aangebracht, nu hebben de 
hoogwerkers alles rood-wit-blauw-oranje overgeplakt. 
Het zal allemaal wel hoor, het is immers 'maar ééns in de dertig jaar'. 
De Amsterdamse hotels verdrievoudigden, net als de gestampte muisjes-
fabrikant, hun kamerprijs. Té gretig, ze krijgen hun trekken thuis: drieduizend
bedden nog niet geboekt. En Ahoy, waar al die BN-ers het 'koningslied' gaan 
zingen, heeft 13.000 plaatsen maar is nog niet voor 2/3 gereserveerd. Ondanks
een week getoeter door het ticketbureau vóór en ná elke nieuwsuitzending.
Wie zijn er nu gek. Het volk of de belanghebbende organisatie en commerciële
winstbeluste meute? 
Een waardig feest, oké, maar dan geen arenagedoe. Anders kunnen we Willem 
net zo goed weer als vanouds laten hossen en met wc-potten gooien. 
Valt er tóch nog iets te lachen... 

John Zwart – 26.04.2013 

 

 

Reageer    

 

Turdus Merula

 


4 uur 30 - Lentemorgen 

de merel wekte de zon en mij 
zijn improvisaties parelen 
omhoog omlaag weer hoog 
zonder een conservatoriumles 

ik speur naar zijn lied 
fluwelig in de toppen 
ontmoet zijn goudgerand oog 
voel klank die nog in stilte trilt 

en schaterlachend vliegt hij heen 
spot mij met mijn gebrek 
hangend aan taken van de dag 
terwijl hij hangt aan takken hoog 

en weer zorgeloos zingt 

 

John Zwart 

 


Laatste Kroningsberaad
 
tussen De heren Weijers, van den Ende en de Prins heeft inmiddels plaats
gehad en er is een besluit gevallen! 

Het Comité heeft besloten om het lied van John Ewbank en een ratjetoe van 
51 vrij willekeurige tv-persoonlijkheden (waarom mocht Bram Moszkowicz
eigenlijk niet meedoen?) toch maar gewoon als hymne te laten uitvoeren 
in de Ahoy van Rotterdam. 
Ondanks dat de teksten vol met grammaticale fouten zitten is men van 
mening dat het gezichtsverlies van terugtrekken ernstiger zal zijn dan 
gewoon het gezicht ophouden onder het aanhoren van deze narigheid. 

Het past immers helemaal in de nieuwe koningsstijl die door Willem Alexander 
werd geïntroduceerd: "We mogen fouten maken, ik ook". 
Let op mijn woorden: Koning Willem Alexander gaat hiermee helemaal 
school maken: 
Burgemeester Lenferink van Leiden haakt er op in als eerste: 
Hij wil net zo'n markante televisie persoonlijkheid worden als die Eenhoorn
van Alphen aan de Rijn. Na Boston moesten we hier ook weer zo'n rots in 
de branding van het kolkende wereldwijde terrorisme krijgen. 

Eén twietje en daar buitelen de fouten al over elkaar. 
                                                                                      22.04.2013



   Ga maar lekker oranjecarnaval vieren 
                              of anders: pak de trein naar Frankrijk, 
                              daar hebben ze een president ! 

 Crisisberaad  
                       Het Nationale Comité ter Viering van de Kroning zit
 met de handen in het haar. 
 Verbluft door het afkraken van het goedbedoelde, maar drakerige
 Kroningslied heeft de muzikale maker ervan de productie gestopt.
 Wat nu? 
 Ach, er is al volop keus. 
 Een zoektochtje op Youtube kan misschien uitkomst bieden? 
 De teksten? Het kan al gauw beter om "daar sta je dan" te verslaan.
 
Amsterdam - 
Zondag 21 april konden de terrasverwarmers op het Leidseplein uit blijven, 
voor de buitenzitters was het uit de wind best vol te houden. 
Maar "rokjesdag" is het nog steeds niet. Volgens het reglement van wijlen
Martin Bril moet dat "een onmiskenbare door-de-weekse echte werkdag" zijn, 
als meisjes en jonge vrouwen 's morgens vroeg voor de kast hebben gestaan
terwijl de ochtend zachte lentelucht beloofde. Dan is het besluit genomen om
naar hun werk een (kort) rokje aan te trekken boven hun blote benen. 
Geen weg terug is meer mogelijk en dat is dus bij voorkeur op een dag midden
in de week: dinsdag, woensdag of donderdag! 
In de middagpauzes gunnen ze zichzelf het genot voor de gekoesterde huid,
en daarmee gelijk hetzelfde voor het oog van de anderen. 
Nu zitten er nog maillots, lange broeken en hoge laarzen in de zon. 

Binnen in Eijlders Dichterscafé wordt door een paar dozijn bezoekers gewacht
op wat hen een twintigtal dichters zal gaan brengen over het aanstaande 
Amsterdamse Kroningsfeest. 
Het werd weer zeer gevarieerd zoals gewoonlijk. 
Natuurlijk komen altijd een paar opdraven met zo'n opmerking als "dat ze 
niets met oranje hebben", om gewoon wat uit de kast te trekken wat op deze
dag voor hen het beste uitkomt.
Maar méér dan gewoonlijk blijken er zich in het "thema" te hebben verdiept. 
Erg koningsgezind blijkt het aanwezige dichtersvolkje niet, evenmin als het
Eijlders' publiek. Maar toch? Ik verdenk ze ervan dat ze stiekem van de 
oranjes houden, want met wie anders kan je zo heerlijk de spot drijven? 

Geslaagd of niet geslaagd, het is zoals zo vaak een kwestie van smaak. 
De woordspeling op "Willem" - wil um - is zo gemakkelijk dat zelfs de 
Gamma Bouwmarkt daar al op kwam. Nu heb ik die in hun krantjes nog 
nooit op literair gevoel kunnen betrappen dus, helaas: te makkelijk. 
Dan was er ook een dichter die voor de nieuwe koning "jonge knapen laat
onaneren dat het een lieve lust is". De eerste keer dat ik iemand met een
goor tafereel hoor wegkomen omdat het zo duidelijk plagiaat is. 
Alex of Alexander is niet zo'n makkelijke naam om in te bouwen in gedichten,
vandaar dat men het liefst vasthoudt aan de traditionele Willem, al dan niet
gevolgd door een nummer - een "inkoppertje", helaas óók weer gejat. 
De enige grap uit het saaie interview van een paar dagen eerder, aan de 
"king to be" aangereikt door zijn tekstschrijvers: "In de wei naast Bertha 38". 
 
"Willem" en soms "Máxima" worden het meest toegezongen. 
Ook wel in plaats van de actualiteit liever terug met vele generaties, de derde
Willem als notoire zuiplap, liederlijke schoft en hoerenloper - de favoriet van
een dichter die uitgebreid een pornografische scène beschrijft onder de rok
van een hofdame. Alle scabreuze voordrachten krijgen veel bijval, waarbij 
de gierende lach van een magere overjarige bezoekster niet te missen valt. 
Taalkundig zat het allemaal een stuk beter in elkaar dan het - inmiddels al
afgevoerde - kroningslied. Maar of Ewbank hier inspiratie heeft opgedaan..
daarover heb ik mijn twijfels. 

Mijn lied van stil verdriet
(een troosttekst voor John Ewbank) 

Ik ben geen oranje hater
ik sleep ze niet door 't slijk
ik haat oranjeflater
en nam het liefst de wijk 

Ik wil geen nieuwe koning 
drie koninginnen lang genoeg 
zo'n sprook' van melk en honing 
was niet waar ik om vroeg 

Zoals hij mak'lijk op z'n zetel
die keurgemerkte taal uitslaat
maakt hem zo triest vermetel
het was beter als hij gaat 

Bij kroning zal hij burger zijn
in hermelijn zover ik weet
't admiralenpak lucht aan de lijn
met zijn lintjes bij de vleet 

Spiegel van ma, pa, bonpapa
niets past zijn trieste kroon
hij speelt enkel folklore na
en dat oogst niets dan hoon 

Een prins is wie ik houden wil
het liefst een beetje dom
die host met hockeymeisjes ja!
kom daar nog maar-es om 

Een glaasje-op ook geen bezwaar
voor wie niet meer dan prins wil zijn 
en dan: schaterlachen om elkaar
want steeds grimassen dat doet pijn 

 

John Zwart – 21 april 2013         Eijlders, Amsterdam

 

 

Reageer    

 

              
        
...
oranjecarnaval vieren met het verstand op nul 



Mariëlle Tweebeeke als koningin ! 

Hieronder geef ik graag dit podium aan Arnoud de Jong,
die altijd in staat is zelfs binnen het treurigste oranjetoneel
een vrolijke noot te laten klinken!  

 Public Relations (2) 

Eigenlijk wou ik helemaal niets schrijven over de a.s. kroning en de nooit 
te overtreffen feestelijkheden. Iedereen doet zijn zegje, moet ik nog iets 
toevoegen? 
Bovendien: ik voel me steeds eenzamer in eigen land, nu het overspoeld
wordt door golven van het nieuwe geloof: de jubel voor de oranjes. 
Sinds de terugkeer van de Willemien in 1945 is het Nederlands-Duitse 
vorstenhuis nooit eerder zo populair geweest. 
Ik ben verbijsterd van oranjegekte, met nog tien dagen te gaan! 
Terwijl het land zo kort geleden nog gonsde van de euro-nijd, van de
lastenverzwarings-woede, de bankiers-kruisiging, de topmanagers-
moordlust en de belastingontduikers-schandschriften, wordt opeens een
erfelijk welgestelde met een erfelijk belastingvrij topsalaris kritiekloos 
door ieder aan het hart gedrukt. 
Onderuit gezakt stond de toekomstige koning met saaie voorspelbare 
uitspraken ons een uur te woord via onze afgevaardigden Tweebeeke en
Nieman. Ach Ik voel me eenzaam in een land, altijd zo vol van kritiek 
en discussie, nu opeens zo ouderwets gezapig. 
Maar niet alleen ouderwets, óók nog ordinair smakeloos en infantiel, 
en dat is nog het ergste. Die idiote "oranje loper" en oranje rookwolken,
bij heropening van het 'Rijks' en de reclame-actie van "Kika-bouw", 
daar kromden mijn tenen al van, maar het idee van het "Koningslied" 
veroorzaakt vluchtneigingen, wég uit dit land met exhibitionisme van 
creativiteit op peil van "Holland op zijn smalst". 

Maar gelukkig, ik ben weer helemaal blij! Ik ben toch niet alleen: 
Nico Dijkshoorn en Wim de Bie steunen mij in m'n plaatsvervangende
schaamte. Ik houd 't er maar op dat Nederland tijdelijk helemaal 'murw'
is van jaren negativisme en gedoogkabinetten, het land wil massaal 
even oranjecarnaval vieren met het verstand op nul. 
Willem 4 zet een narrenkap op in plaats van kroon. 
En dan weer als vanouds er tegenaan, met chagrijn. 


John Zwart, 18 april 2013. 

Mariëlle Tweebeeke als koningin. 

Gisteravond keek ik naar 'het' interview. Niet naar het geleuter daarna, want 
Femke Halsema trek ik niet langer dan twee zinnen. 
Het aanstaand koningspaar werd geïnterviewd door Mariëlle Tweebeeke en 
Rick Nieman. Om misverstanden te voorkomen: Ik ben tegen de monarchie. 
Vooral omdat het een staatsvorm is die in een moderne democratie niet meer
past. Het is een archaïsche elite die alleen nog maar in operettes hoort voor 
te komen. Helaas schijnt de meerderheid van ons volk nogal gecharmeerd te
zijn van operette als staatsvorm. Het zij zo. 
Maar als we dan toch de operette in stand willen houden, laat de acteurs dan
tenminste auditie doen. Want die erfopvolging zadelt ons op met redelijk 
eigenaardige figuren. Het is nog een meevaller voor ons dat Willem-Alexander
Máxima heeft weten te strikken voor de rol van koningin, maar hijzelf trekt 
met zijn babyface bepaald geen volle zalen. 
Waarom is het ons toch niet gegeven om bijvoorbeeld iemand als George 
Clooney, Brad Pitt of Johnny Depp als koning te hebben? 
Dan valt er tenminste nog wat te genieten, zeker voor de hofdames. 

 

En qua salariskosten zullen Willem-Alexander, George, Brad en Johnny 
elkaar waarschijnlijk niet eens veel ontlopen. Zeker niet als we George laten 
sponsoren door een koffiemerk. Maar nee, wij moeten het doen met een slap
aftreksel van Porgy Franssen. En dan nog zonder diens acteertalent. 
Sorry Porgy. 
Willem-Alexander zal best een heel aardige man zijn. Maar je ziet hem toch
eerder als collega van de boekhouding, niet als koning. Goed. Zucht. 
Tijdens het interview kreeg ik zo'n onbestemd gevoel van 'de monarchie heeft
z'n langste tijd gehad'. Daar werd ik iets vrolijker van, tot ik bedacht dat ze 
dan nog steeds bijna twee eeuwen in het zadel kunnen blijven. 
Niettemin, toen ik de jongelui daar zo zag zitten dacht ik: 
dit gaat het niet worden. Het ziet er gewoon allemaal te lullig uit voor deze 
moderne tijd. En dan die zelfverzekerdheid waarmee Amalia de troon al in het
vooruitzicht wordt gesteld… Dat zou wel eens een behoorlijke misrekening 
kunnen zijn.
Kunnen we interviewster Mariëlle Tweebeeke niet als koningin krijgen? 
Die kijkt altijd zo lief. Hoewel je dat natuurlijk nooit tegen haar moet zeggen.
Dat is je reinste majesteitsschennis. 

Arnoud de Jong – 18.04.2013 

 

 

Reageer    

 

Public Relations (1) 

 

Public Relations 

Er gebeurt elke dag meer dan genoeg in Nederland om de tv en ochtendbladen 
weer te vullen: een schrijver, acteur of cineast die een kalf, griffel, pen of penseel 
wint; een natuurbeschermer die een bos op de veiling gooit voor de hoogste bieder;
een premier die ons de lastenverzwaringscrisis luchtig uit het hoofd babbelt, want
het zit allemaal alleen maar 'tussen de oren'; een staatssecretaris, die faalde om 
een dissident die naar het veilige Nederland vluchtte bescherming te bieden – 
ja we kunnen nu eenmaal niet iedereen even gastvrij ontvangen. 
We moesten immers al gastvrij zijn voor een bevriend staatshoofd, die over ons 
gas gaat – voor wie die dissident juist op de vlucht was. We waren ook gastvrij 
voor meneer Draghi omdat hij over ons kastekort gaat. 

Journalistiek is een vrij beroep, dat merk je deze dagen weer, want soms is het 
echt onduidelijk waarom iets wel of niet "breaking news" moest zijn. 
Zo vernamen we ook dat we gastvrij waren voor Bibber. Bibber, wie is dat nu weer?
Als je dat niet weet, dan leef je niet in deze eeuw: Bibber is een verwend Canadees
joch die prepubermeisjes last van een nat slipje bezorgt. 
In een onbewaakt moment zag ik hem even op het scherm. Hij kwam aan 't eind
van een lange staaldraad als een soort engel Gabriël uit de hemel dalen, op zijn
rug voorzien van een set plastic opblaasvleugels. 
Bibber is een genie, want al vóór zijn tweede verjaardag begon hij op een 
trommel te slaan. Al mijn kleinkinderen óók, maar die laten zich gelukkig niet
ophijsen met een stel nepvleugels. 


Gastvrij als we zijn voor alle buitenlands "stardom" hoefde hij niet anderhalf uur
in de rij te staan, zoals alle andere toeristen – hij mocht vóór iedereen langs 
zó het Anne Frankhuis in, als eregast van de Anne Frank Stichting. 
"Anne Frank was een gewoon meisje, een gewoon leuk meisje", schreef hij na
zijn bezoek in het gastenboek. "Als ze in deze tijd had geleefd, dan was ze 
waarschijnlijk één van mijn gelovigen (beliebers) geweest".
Verbeeld je maar niks Bibber, Anne was veel te slim om voor jou te springen,
te gillen en in haar broekje te plassen. Anne was een meisje met inhoud en 
schrijftalent.
Zaterdag mocht onze best betaalde aow-gerechtigde, mevrouw Beatrix van 
Oranje als eregast van meneer Pybes de denkbeeldige sleutel van het nieuwe 
Rijksmuseum omdraaien, om als allereerste de heropende kunsttempel te 
betreden. De rijen wachtenden daar waren heel wat langer dan bij de entree 
van het Anne Frankhuis. Ongetwijfeld heeft het Rijksmuseum ook een gasten-
boek. Zou de koningin daar ook iets in geschreven hebben? 
Iets als: het is prachtig geworden, pronkstuk is natuurlijk de Nachtwacht van 
onze beroemdste schilder Rembrandt. "Als hij in deze tijd geleefd had, was hij
ongetwijfeld mijn meest toegewijde koningsgezinde onderdaan geweest". 
Nee, zoiets doet Beatrix niet, die weet heel goed dat ze alleen maar even 
koningin van een klein landje mocht zijn. 

John Zwart – 15 april 2013 

De premier 
die ons de crisis luchtig uit het hoofd babbelt - het zit immers
alleen maar tussen de oren..

 

Reageer    

 

De uitgerekte navelstreng  en verdwaalde jongens in Syrië

 

De uitgerekte navelstreng en verdwaalde jongens in Syrië 

Als Nederlanders naar Canada of Australië zijn geëmigreerd blijven ze graag drop
en pepernoten eten, misschien af en toe de webradio beluisteren, maar ik weet 
zeker dat ze het niet op prijs stellen wanneer de Nederlandse overheid van ver 
overzee zich blijft bemoeien met hun bestaan daar. 
Nederlandse clubs en gezelligheidsverenigingen zijn oké, zolang 't maar eigen 
initiatief is. 
Nederland was vooral immigratieland voor Marokkanen en Turken. 
En de Marokkaanse en Turkse overheden proberen niet alleen een 'greep' op hun
landverhuizers te houden, ze willen dat zelfs op de tweede, eventueel derde
generatie. In feite betekent dit: blijvende bemoeienis met een grote groep jonge
Nederlanders. Na een kleine peiling bij jonge Turkse Nederlanders durf ik de 
bewering aan dat lang niet allen gelukkig zijn met het gedrag van de overheid van
hun ouders of grootouders. 
Met die blik bekeek ik de commotie over het jongetje Yunus tijdens het bezoek 
van de Turkse premier Recep Erdogan. Meerdere tientallen gesluierde vrouwen en
wat mannen plus enkele meegebrachte kinderen stonden te schreeuwen met wat
spandoeken. De beelden werden herhaald op onze tv getoond. Deze mensen 
kwamen op de been na een ophitsende uitzending van een turks tv-station, dat
eigendom is van de Erdogan familie, ook in Nederland met schotels te ontvangen.
De NOS verbreidde ook die tendentieuze berichtgeving. 

Alleen al in Amsterdam wonen 39.000 mensen van Turkse afkomst, 3 generaties
(cijfers 2010). Duizenden Turkse Nederlanders voelden zich niet geroepen om 
hun ongenoegen over dit éne jeugdzorg-geval kenbaar te maken. Ze waren óf niet
geïnteresseerd, óf herkenden het als opwinding georkestreerd door het Erdogan 
bewind dat Turkse Nederlanders moest duidelijk maken dat het verre herkomst-
land scherp oog houdt op zijn emigranten. In Turkije probeert men een stap terug
te doen uit de zuiver seculiere staat naar een staatsvorm waarin het islam-geloof
(weer) invloed krijgt. 
Daarom is Erdogan tegenstander van integratie, de uitgezwermde kinderen van 
Turkije moeten niet te veel verwestersen, dat zou maar een verkeerde invloed 
hebben op de mensen in het thuisland: Turkije is weliswaar ver weg maar immers
toch dichtbij genoeg voor vakanties. 

Graag gebruikt hij zijn invloed op de emigranten om ze bewust te houden van 
restricties die hij als normen en waarden ziet. Dat houdt óók in: nooit kinderen 
brengen buiten het islamitisch milieu en handhaven van de overtuiging dat homo-
filie ziek en zondig is. Voor de meerderheid van de Turkse Nederlanders in de 
grote steden is de integratie echter aardig op gang, men ziet zelf in dat meer 
aanpassen aan de Nederlandse cultuur, zonder zichzelf er geheel in te verliezen,
de beste kansen biedt om in deze maatschappij te slagen. Daarom is het goed 
dat de Nederlandse regering bij monde van premier Mark Rutte een duidelijk 
standpunt innam. Zo werd ook duidelijk dat het probleem van 't Yunus-gastgezin
zich niet zou hebben voorgedaan als maar meer islamitische gastgezinnen zich
hadden aangeboden voor kinderopvang. 
Wat gebeurde er toen? Toen een duidelijk beroep werd gedaan kwam opeens 
een stroom aanbiedingen los van moslimgezinnen die graag een of twee kinderen
wilden opnemen. Er was wel degelijk interesse en bereidheid. 

Ik heb veel vrijwilligerswerk gedaan bij sportverenigingen. Het viel mij op dat we
moslimkinderen onder onze leden hadden, maar dat er nooit vaders (of moeders)
zich beschikbaar stelden voor begeleiding of klusjes. Van het bestuur hoorde ik
de klaagzang: "ze komen voorrijden, dumpen de kinderen en rijden weg. Dan 
mogen wij ze de hele middag verder bezighouden". Maar werd er wel gepraat 
met die ouders? Werd een stevig beroep op hen gedaan? 
Ik zag het niet en ik wist het niet. 
Eén van onze vrijwilligsters had moslim buurvrouwen. De afstanden naar winkel-
centrum, scholen etc. waren groot, een handicap: de vrouwen konden niet 
fietsen, ze durfden het ook niet. We besloten een paar vrouwen fietslessen te 
geven op de atletiekbaan, daar breekt niet zo gauw iets. We spraken met de 
vrouwen over het vele werk dat er te doen was, en altijd maar vaders te kort... 
Een week later boden zich opeens twee turkse en een marokkaanse vader aan!
We moeten de koning van Marokko en de premier van Turkije buiten spel zetten,
elkaar tegemoet treden. Jeugdwerkloosheid is boven 15%, maar onder allochtonen
dubbel zoveel. Als we bij die stage aanvragen en beginners baantjes, waarvoor
stapels sollicitaties binnenkomen, die jongens die Ali of Mohamed heten nou eens
niet onderop leggen, maar er af en toe eens eentje bovenaan doen... 
Misschien is dat de beste stap om Jihad avonturen te voorkomen. 

John Zwart - 6 april 2013 


 

 

je kunt natuurlijk ook kiezen om radicaliseren aan te moedigen
- door te generaliseren zet zo'n proces zich misschien vanzelf in gang 

Reageer    

 

Voor de lente - van Nafiss en van Fabrice  

Toegevoegd 4 april 2013 door de redactie 


Zomertijd 

De klok is weer een uur vooruit.
de zomertijd begint
en de bomen hebben het nu al heet
ze lopen naakt rond
geen blad die hun schaamtakken bedekt 

Als het zomertijd is, waarom
dunne meisjes op straat in hun
dunne jasjes rillen en bang zijn
om dik te lijken in een warme jas?
waarom droogt een koude druppel
snel op in de ooghoeken van de
daklozenkrantverkoper? Waarom
kunnen de extra geschonken dekens
de bedden in de Sint Josephkerk niet
meer opwarmen? Je zou bijna zeggen
dat de hitte naar mijn hoofd stijgt. 

Nafiss Nia 31.03.2013 

 

Waar blijft het licht...

In tijden van wachten op zonlicht
droom ik van een kust
met glimmende steentjes en schelpen,
met kabbelend water en golven met druppels als diamanten,
die schitteren in alle kleuren van de regenboog.
Ik wacht niet op zon,
die in de zee zakt,
maar op de zon,
die uit de zee zal opkomen.

Fabrice Hund 01.04.13

 

 

 

 

 

Reageer    

 

1 april, 't is geen grap  

 

1 april, 't is geen grap  

Gistermiddag dwarrelde er nog even een korte sneeuwbui. 
Vanmiddag géén wolken, ik ben naar het meer gelopen. Het is allang lente,
zelfs Pasen - jaar na jaar zie ik dat weekend bootjes overal kris kras rond
varen. Niet dat ik ze nu mis, maar het is wel een vreemd gezicht, dat lege 
klotsende zwarte water onder een hemel van onwerkelijk diep poollucht-blauw.
Net als een week geleden blaast de grimmige winterwind de tranen uit mijn
ooghoeken. 
De sloot achter het huis was vanmorgen toch weer helemaal dichtgevroren.
Het ijs is na de middagzon telkens weg, maar de volgende morgen steeds 
weer een nieuwe starre ijskorst. Vorige zomer waren er zoveel blauwe reigers 
en aalscholvers, werd gezegd, ik denk na deze langdurige winter dat er heel
wat het eind ervan niet hebben gehaald. 

In Flevoland bij Lelystad zag ik onlangs in het veld nog een paar zilverreigers
staan wachten, wachtende op wàt? De vis in de ondiepe stukken van de
Oostvaardersplassen was voor reigers nog onbereikbaar. Misschien wachtten
ze tot de aarde opeens bewegen zou? Want de mollen onder de grond voelen
de noordenwind niet, ze zijn al erg actief. 
In Amsterdam, aan de Oudezijds Voorburgwal bij het Oudekerksplein, zag 
ik een blauwe reiger die een slimme oplossing vond om de winter te kunnen
overleven. Hij heeft een vast plekje ingenomen vlak voor een spareribs en 
steakhouse, er valt hem genoeg ten deel om zijn buikje rond te eten. 
Passerende toeristen, wandelaars met honden, fietsers, pizzakoeriers, taxi's,
het doet hem allemaal niets, hij gaat er hooguit één stapje voor opzij. 
Stadsnatuur, net als de groene halsbandparkieten, die kwetteren in de kale
bomen bij Artis. 

Buiten de stad is het klimaat barser. Maar onmiskenbaar gaan er overal
ontwikkelingen door, misschien wat langzamer, maar toch... 
Heel veel gebeurtenissen overlappen elkaar nu. Een vroegbloeier als het 
sneeuwklokje houdt het bij deze lage temperaturen máánden vol en bloeit 
nog steeds, terwijl de vroegbloeiende krokussen in maart een flinke knauw 
kregen. De latere gecultiveerde soorten staan nu vertraagd in bloei, samen 
met de narcissen die het ook zwaar te verduren hadden. 

Tussen het gras heel ijl het opstekende jonge groen van het fluitekruid, 
samen met de botergele bloemen van het klein hoefblad en het speenkruid,
die door de felle zon hun hartjes spontaan lieten openspringen. 
De boer zat met de mest "in zijn maag". Alle opgeslagen wintergier moest 
hij toch eindelijk kwijt. Maar de grond is kurkdroog door wekenlang vries-
drogende harde wind. Uitgereden mest wordt niet vermengd met regenwater
door de weidegrond opgenomen - overal tekenen zich bruine strepen af door
het veld en de wind blaast de gedroogde massa in de vorm van poederstof
door de lucht. 
"Puur natuur", zeggen ze, maar ik vind het stinken, kilometers in de omtrek.
Maar ik heb niet het lef om erover te klagen, ik ben "stadse import". 

De brandganzen voelen aan de wind die uit Lapland aanwaait dat ze nog
niets te zoeken hebben in Siberië. Ze moeten de velden nu delen met de 
smienten, de wilde eenden, de kieviten, scholeksters en grutto's. Terwijl het
gras nog altijd bijna niet groeit, dus er weinig te grazen is voor ganzen en 
eenden, en geen insecten en wormen voor de kieviten en de grutto's. Er zijn
er die vlak langs het asfalt van de weg in de grond spitten. 
De boer ziet de vogeldrukte op de weiden met lede ogen aan, eigenlijk wil
hij dat gras over een maand al maaien, het gras dat van hem is... 

Het paar nijlganzen vliegt met veel lawaai over, de luidruchtigste onder hun
soortgenoten. In de beschutting is te voelen dat de zon aan kracht wint. 
Knoppen van bloesembomen beginnen te zwellen, er vliegen zowaar wat 
muggen tussen struiken en boomkruinen, in de verte hoor ik één koolmees
zingen: te-piet! 
Hij weet het zeker: twee weken nog, dan trekt de groene lentewade over 
alles wat op en in die aarde leeft. 
Nu eerst hete chocolademelk en voor de laatste keer: stamppot boerenkool.

John Zwart - 01 april 2013 . 

Het is zover  

 

 

 

Het gedicht hiernaast is van Ivo de Wijs 

uit de bundel "Vroege vogelzang" 

 


De Koolmees 

Hoor hoor de koolmees zingt zijn lied
Hij zal op zoek zijn naar een wijfje
Zijn kleine hart spat uit zijn lijfje
En pompt:
twiet-twíet twiet-twíet twiet-twíet 

Ik heb de nestkast schoongemaakt
Voor hem maar ook voor zijn beminde
Helaas hij kan geen vrouwtje vinden
Dat van hem in vervoering raakt 

Hoor hoor de koolmees zingt zijn lied
Van steeds herhaalde complimenten
Hij wil zo graag want het is lente
Hij wil wel maar het lukt hem niet 

Maar hij heeft hoop en hij houdt moed
Die vruchteloze hartenbreker
En één ding één ding weet ik zeker
Nog nooit klonk eenzaamheid zo zoet 
 

Reageer    

 

Kunststof  

Misschien open voor een andere mening?
Kunststof  

Als je een programma zo noemt begeef je jezelf in de gevarenzone. Het is 
aardig pretentieus en vraagt inspanning zo'n titel steeds maar weer wáár te
maken. Van jaar tot jaar...
Toch rechtvaardigen juist zulke programma's – naast andere cultureel gerichte
als 'opium', boekbesprekingen en programma's met het focus op historie of 
natuur, politieke achtergronden of onderzoeksjournalistiek – het bestaan van
onze publieke omroep. De enorme vracht aan passief vermaak of sport 
gerelateerde programma's die kijkers en luisteraars in massaliteit moeten 
trekken kunnen heel goed uitsluitend door de commerciële aanbieders worden
verzorgd. Temeer nu alle topsport allang een bedrijfsmatige activiteit werd is 
het onlogisch dat zo'n groot deel aan zendtijd hiervoor wordt geclaimd, dit feit
komt alleen doordat reclame zich daarin zo graag bij voorkeur nestelt. 
Series met het karakter van een "soap" horen er natuurlijk ook niet in thuis. 
De naam zegt het al, die komt van oorsprong uit Amerika waar zulke series
bij uitstek het middel waren om zeeppoeder aan de man/vrouw te brengen.
De publieke omroep wordt door de belastingbetaler en uit de ster-inkomsten
gefinancierd. De gelden uit reclame werden van jaar tot jaar belangrijker. 
In die werving concurreert de publieke omroep met de commerciële. 
Zo vervaagden de verschillen op alle fronten: de soorten van programma's, 
de honoraria van 'anchor' mannen en vrouwen in 'personality shows', alles 
trekt zich aan elkaar op. Om al deze ambities te realiseren is reclame van 
bijverdienste tot bijna hoofdzaak geworden. 
Tegelijk zijn steeds meer en grotere reclameblokken de grootste ergernis
van kijker en luisteraar. We horen de omroep gemachtigden steen en been
klagen over de kortingen die opgelegd worden in de bezuinigingsronden. 
In crisistijd waarin ze al hard moeten knokken om reclame inkomsten 
kunnen ze straks geen 'kwaliteitsprogrammering' meer leveren! 


Misschien kunnen we de publieke omroep nog redden, want soms werkt 
"beter ten halve gekeerd dan ten volle gedwaald" nog het best als een
overlevingsstrategie. Dus niet zoals omroepbaas Henk Hagoort 't aanpakt,
hij denkt als een slechte manager in een commercieel bedrijf: de omzet 
zakt, dus dan moeten we een nieuw imago in de markt zetten...
Een nieuwe naam, een blits logo op ons roerend en onroerend goed, nieuw
trendy briefpapier. Het mislukt en in een commercieel bedrijf verdwijnt de
slechte manager met een vertrekpremie, terwijl het bedrijf hopelijk net 
niet failliet gaat. Ooit betaalden we 'kijk en luistergelden' en hadden we 
omroep zonder reclame. Nu is de omroep schijnbaar 'gratis', maar is zij 
vergeven van imbeciele reclame in blokken met sluikboodschappen er 
tussen. Ondanks klagen heeft de omroep door haar januskop tot voor kort
altijd over stijgende budgetten kunnen beschikken, die gelden verdwenen
in de oneigenlijke competitie. 
Het moment is gekomen voor het doen van een radicale ingreep. We gaan
niet langer voor kwantiteit maar kwaliteit en dat kan met "minder is méér".
Diverse zenders kunnen uit de lucht, door de overblijvende te vullen met
publieke omroep waardige inhoud, zonder reclameboodschappen. 
Plaatjespluggende over het paard getilde babbel dj's kunnen er meteen uit.
Al die overjarige sport nabeschouwers er achteraan. Jellie Brouwer en Petra
Possel krijgen wat mij betreft nog een kans, maar niet onvoorwaardelijk.
Heus het kan allemaal en zal beslist een verademing zijn met enkele echte
"kwaliteitsprogramma's" die minder kosten dan de keus voor het 'zappen' 
tussen tien keer meer van hetzelfde. 
Je moet wel even lef hebben maar half Nederland zal dankbaar zijn. 

John Zwart – 22 maart 2013.


 

 

Publieke omroep waardige programma's 

Reageer    

 

Lentetekens  

 

Lentetekens 

Het wil nog maar niet met de lente, dit dertiende jaar van de nieuwe eeuw. 
Vandaag heb ik nog even een rondje gemaakt langs mijn favoriete routes, om
te zien welke signalen er zijn waar te nemen. Eén keer hoorde ik het geluid van
de kievit en even later zag ik een paartje boven een weiland hun tuimelende 
baltsvlucht maken. Daar zouden nu eigenlijk volop grutto's moeten zijn, druk 
bezig met hun voorbereidingen om te gaan broeden. Niets te zien – 
De straffe wind blaast me de tranen uit de ooghoeken. 
Geen wonder dat de natuur nog maar even de adem inhoudt. Geen insecten en
vlinders voorlopig, dus ook geen eten voor jonge grutto's en ook geen rupsen 
voor jonge mezen van paartjes die te vroeg gaan broeden. 
Een weekend lang werden we even voor het lapje gehouden, wij mensen. 
We stormden massaal naar de kust, waar de strandtentexploitanten vanzelf
onmiddellijk hun terrassen inrichtten en de rotan en plastic zitjes hun berging
uit sleepten om ons ermee te lokken, achter het glas. 

Onze wintergasten trokken zich van die opwinding niets aan. 
De grauwe ganzen en brandganzen zijn er nog steeds, de smienten ook, 
grazend van het traag groeiende gras. De sneeuwklokjes, ja die bloeiden wel
in februari, om weer op te duiken nadat ze een poos bedolven werden onder 
de sneeuw. Die houden zich altijd aan de kalender, 
daar zijn het dan ook sneeuwklokjes voor. 

De botanische krokussen waren iets later dan verleden jaar, maar lieten zich
door die paar zonnige dagen begin maart toch verleiden, openden hun kelkjes
hoewel er nog geen hommel zich op de vleugels heeft gewaagd. De moedige 
crocus thomassianus werd afgestraft door nachten met meer dan vijf graden 
vorst – ze zijn niet zo hard als de sneeuwklokjes en liggen na drie nachten 
van zware nachtvorst plat. 
In de sloot achter mijn huis is het oude ijs nog steeds niet geheel weggeweest
Na een paar uur met middagzon er op komen de randen los, maar 's morgens
is het van oever tot oever opnieuw weer dicht. In mijn herinnering gebeurde dat
hoogst zelden midden maart. 
Elk jaar is het weer een zorgelijke afweging: 
wannéér toch moet ik een stinzenplanten*) excursie houden, als ik me aan
jaargemiddelden houd ben ik óf te vroeg en vertonen de anemonen, de 
holwortels en bostulpen alleen nog maar blad, óf ik ben te laat en dan zijn 
de meeste al uitgebloeid.
Ik loop langs het meertje, een vlucht aalscholvers vliegt over en er zijn een 
paar futen aan het duiken naar vis. Die futen laten hun schorre kreten niet 
meer horen, al klonken die voorjaarstekens vorige week al een paar keer.
Op de terugweg zie ik een meerkoetenpaar achter een stel slome wilde
eendenmannetjes aanjagen en uit de bosjes klinkt opgewonden gesjilp van 
een troepje musjes. Dat geeft de burger weer moed. 

John Zwart – 16 maart 2013 


winterakoniet 

 *) Stinzenplanten – natuurlijke, origineel wilde, bloeiende bol en 
knolgewassen; als exoot hierheen gebracht uit zuidoost Europa. 
Vooral vanaf de zeventiende eeuw konden ze zich handhaven en 
vermeerderen in oude tuinen en parken bij pastorieën, buitenhuizen
en paleizen.
Hortus Botanicus Amsterdam: Excursie 23 maart a.s.
 

Reageer    

 

Infotainment en eeuwige roem  

 Infotainment en eeuwige roem  
(Deze introductie mag u ook overslaan) 

Het was ergens tegen het eind van de winter in 1972. 
De late namiddag uit Stuttgart op weg naar huis. Goed weer, droog zwart asfalt.
Om zes uur Karlsruhe voorbij, Rasthof Bruchsal, even een hapje eten, dan 
weer verder. Radio aan: "Verkehrsdurchsage". Er komt een sneeuwstoring aan
uit het noordoosten over Nordrhein Westfalen en Rheinland Pfalz, die mogelijk 
het verkeer ernstig gaat hinderen. 
Voorbij Heidelberg dwarrelen eerst wat vlokjes, geen probleem. Maar dan valt 
het dichter en dichter, Darmstädter Kreuz, auto's voor me minderen steeds meer
hun vaart en nog voor Idstein staat alles stil. Acht uur: "Verkehrswarnung". 
Op de E35 staat een file van tien kilometer. Tegen een helling zijn er enkele 
vrachtwagens gaan glijden, overdwars versperren ze de rijbanen. Eenmaal tot 
stilstand komen ze niet meer op gang. 
Wegslepen kan pas nadat het sneeuwen stopt. Volgen wat nuttige aanwijzingen
voor gestrande automobilisten: 1. Laat uw motor niet constant stationair lopen, 
het kan uren duren. 2. Voorkom dat u straks met een lege tank staat. 3. Trek 
meer kleding aan mits voorhanden en blijf warm door soms flink te bewegen. 
4. Start zo nodig af en toe, een kwartiertje om niet te veel af te koelen. 
De sneeuw bleef vallen tot vier uur 's nachts. Alles in doodstille rust, alsof de
Autobahn niets dan een langgerekte parkeerstrook was in een kniehoog vredig
sneeuwlandschap. Langzaam werd het licht. 
Zeven uur klonk het gegrom van een naderend voertuig. Tegen de rijrichting in
kwam een Hanomag AL28 op terreinbanden omlaag ploegend door de sneeuw 
van de vluchtstrook. Overal gingen deuren open, vrijwilligers reikten bekers hete
koffie aan. Hebt u voldoende brandstof? Het nieuws: 
Bovenaan begint het al te rijden, het is acht kilometer tot de eerste Raststätte.
Als het gaat rijdt u beter maar wat verder door, want daar zit het bomvol voor 
"Frühstück"... Drie kwartier later kon ik verder, de Autobahn naar Keulen was 
weer schoon, ik reed liefst ineens door. 
Twaalf uur had ik vast gezeten. Toen even naar huis gebeld, 't was al begrepen:
de radionieuwslezer sprak van veel sneeuw en stremmingen in Duitsland.


Infotainment en eeuwige roem 

Een herinnering van een ongewone belevenis hiernaast, maar niet spectaculair,
dus waarom schrijf ik dit? 
Destijds was er, behalve in mijn eigen kring, niemand in geïnteresseerd, 
vandaag zie ik zo duidelijk hoe enorm onze samenleving veranderde in 40 jaar.
Alles schreeuwt voortdurend en overal om aandacht, "nieuws" wordt van minuut
tot minuut bedacht en ons toegesmeten in de vorm van "one liners" wisselend
met reclame. Het meeste is non-news: straatinterviews en "infotainment". 
Gisternacht begon het in Noord Frankrijk en België flink te sneeuwen, maar in
Parijs stapte een Nederlandse meneer in zijn auto om naar huis te rijden. 
Bij Rijssel gebeurde wat mij 40 jaar geleden bij Idstein overkwam, hij liep vast
in de sneeuw. Het verschil: er was een meerdaags weerbericht beschikbaar, 
zware sneeuwval al twee dagen aangekondigd en de meneer had een iPhone 
op zak. Onze radiopresentators belden hem van uur tot uur om te horen: 
"zit u nog steeds vast in de sneeuw?" Verbijsterend hoe alles infantiliseert 
waar je bij staat. Op de televisie werden we uitgebreid geïnformeerd over twee
kacheltjes die er in de Sixtijnse kapel in Rome zijn geïnstalleerd voor het 
pauselijk ritueel. Ik raakte al gewend dat er altijd ergens gevoetbald wordt en
elke radiouitzending bruut onderbroken kan worden voor voetbal flitsen, nu 
moest ik het meemaken dat er ingebroken wordt voor "witte of zwarte rook". 
Dan komt 's avonds "Nieuwsuur", meer tijd voor diepgang. 
Uitgebreide scènes van mensen in Parijs die elkaar helpen hun auto's tegen
brughellingen op te duwen en já hoor, daar is-ie weer, meneer Loonstein, de 
klojo die in zijn auto stapte terwijl er zware sneeuw was voorspeld. Vastgelegd
voor de eeuwigheid in het infotainment archief. 
Dan was er ook een item over de leegloop van RK kerken in Zuid Nederland. 
Mensen die hun rozenkransen, mariabeeldjes en crucifixen komen inleveren 
in een grote heel erg lege kerk omdat ze nog maar weinig voeling hebben 
met het rijke roomse leven van weleer. En ja, toch weer het schoorsteentje 
van de kacheltjes in Rome. Waarom steeds weer in "hemelsnaam" wachten 
op rook, terwijl er stilaan in Nederland noch in Vlaanderen nog bij iemand 
echte interesse is wie er nu weer paus zal worden. Ze doen wat ze willen. 

 
Anno Nu - Zware sneeuwval wordt dagen tevoren 
           bij meerdaagse weersverwachting voorspeld 

  

Dan een lange "personality promotion" voor Camiel Eurlings, joggend in het 
Central Park NYC. Mag milieubewust spelen met een vlucht op 30% slaolie... 
Er zijn zorgen voor de publieke omroep. Er wordt stevig op gekort. 
Ja, ook al geen nieuws. Maar ze hebben een visionaire baas: Henk Hagoort.
Hij denkt diep en hard hard na over de publieke radio en tv van de toekomst.
Nederland 1 en 2, en Radio 1, 2, 3 enz. moeten klaargestoomd worden 
voor omroep via het internet. Want jeugd kijkt en luistert nu al anders en we 
weten het immers allemaal: "de jeugd heeft de toekomst". 
Hagoort bedacht een krachtig wapen in de strijd om de kijkcijfers: 
een naamswijziging. 'Nederland', 'Radio' en 'NOS', zijn merken zó 20e eeuws...
dat moet NPO worden. 
Leve de redding van de Publieke Omroep, het gaat helemaal goed komen.
Ik behoor niet tot de jeugd, maar ik luister en kijk nu al anders dan vroeger. 
Vaak via internet ja. Maar voor beelden kan ik meestal niet terecht: geen 
toegang, of de uitzending is alleen 'live' beschikbaar. Henk Hagoort luister: 
zorg toch eerst voor een beschikbare 'live stream' op alle kanalen en dan:
flikker al die 'infotainment' er uit! Gebruik de vrijkomende zendtijd om je 
weer totaal te onderscheiden van de infantiele commerciëlen. 
Dát is visionair – een logo als nieuw etiket voor ouwe meuk niet. 

John Zwart – 12 maart 2013.

 

 

Reageer    

 

Cul-de-sac  

 


Cul-de-sac  

Daar zitten we dan, op een bankje in de zon. Twee oude mannen. 
Zo zie ik ons, alsof ik kijk uit een niet bestaand oog dat zich ergens boven ons
bevindt – zo zie ik hem met mijzelf ernaast. 
Zonnestralen beschijnen de kale stammen en de eindknoppen van de twijgen, 
ze lijken de belofte van nieuw leven. Ik heb hem van keer tot keer vermoeider 
en bleker zien worden, in het zonlicht lijkt zijn gezicht wit geschminkt als dat
van een tragische clown. 
De belofte van de zon is vals. Zijn dagen zijn geteld. 
De mijne ook, maar ik zie een pad nog tot de horizon. 
Hij bevindt zich in de 'cul-de-sac' – maar nog lijken aanvaarding en afweer 
elkaar af te wisselen. Tussen de parkeerplaats en de entree van het hospice 
komt en gaat het personeel. 
Ze groeten ons allemaal, met professionele vriendelijkheid. Geldt die ook mij,
of alleen hem? Ze kennen hem en weten van zijn lot. Mij kennen ze niet, 
wat ze weten... misschien alleen dit: 'het is zijn broer'. 
Er komt een vrouw voorbij. Een kluitje bloeiende sneeuwklokjes in de palm 
van haar hand. 
We zien het allebei: vermoedelijk stak ze die uit in het parkje rechts van de
parkeerplaats. Ze ziet onze blik, verdwijnt schichtig door de ingang. 

 

We zeggen iets, over mensen die iets gewoon niet kunnen laten, 
pas tevreden met hebben. En zwijgen weer een poos. 
Dan rapen we de draad die viel weer op. Heel rustig. 
Over dingen, mensen, gebeurtenissen van lang geleden. Waarover we nooit
spraken, omdat ze bijna vergeten waren. En omdat we nooit zo met elkaar 
spraken. Nooit zó – 
Er was een tijd dat alles schuurde, dat de vlammen altijd oplaaiden. Dat ik 
het wel had willen uitschreeuwen. Maar ik was het kleine broertje. 
Schreeuwende kleine broertjes worden nóg kleiner. 
Het beste was elkaar ontlopen. 
Ik leerde te verdringen – het schrijnt te erg, je zere ziel van buiten. 
Nu is hij klein, gekrompen. 
Er was een tijd dat ik betaald had willen zetten. 
Ik merk die is nu ook voorbij. 
De zon is weg, we gaan naar binnen. Zijn gezicht verbijt zijn pijn. 
Nieuwe voorjaarsbloeiers meegebracht voor hem. Zijn hyacinten zijn nu 
uitgebloeid, ze moeten niet afsterven hier, in deze kamer. 
'Als je bollen ergens in een beschut hoekje rustig laat verdrogen, kun je er
nóg een seizoen plezier van hebben', hoor ik mezelf zeggen. 
'Denk je dat ik er dan nog ben?' is zijn retorisch antwoord. 

John Zwart – 7 maart 2013  

 

 

 

We zeggen iets, 
over mensen die iets gewoon niet kunnen laten 
pas tevreden met hebben  

Reageer    

 

De Noordermarkt en solidariteit  

 

De Noordermarkt en solidariteit 

Verleden week werd bij het monument "De Dokwerker" op het Jonas Daniël 
Meijerplein de "februaristaking" van 25 februari 1941 herdacht. De plek voor 
het monument werd daar gekozen omdat er het hart lag van de toenmalige 
"jodenbuurt". 
Het verzet tegen de razzia's werd in 1941 echter op een heel andere plek 
georganiseerd. Tijdens de tweede wereldoorlog was de Jordaan nog een echte
volksbuurt. En daarom erg "rood". Onder de arbeiders uit de Jordaan was er 
een grote hartstochtelijke aanhang van de CPN – de oude communisten van 
het zuiverste water, fel gekant tegen uitbuiting en fascisme. De kiem van de
"februaristaking" ligt dan ook in de Jordaan waar mensen van verschillende 
pluimage, maar met eenzelfde rechtvaardigheidsgevoel, elkaar vonden in hun
afschuw van de jodenjacht. 

De Noordermarkt was vanouds de plek waar de "jordanezen" elkaar troffen, 
bij de Noorderkerk. Ook nog tijdens de bezetting gebeurde dat, al waren
"samenscholingen" van meer dan drie personen streng verboden. Op die plek
werd tijdens een illegale bijeenkomst de "februaristaking" beraamd. 
Een bronzen plaquette op de muur van de kerk herinnert eraan. 
De bewoners van de Jordaan zijn nu niet meer die arbeidersklasse van weleer.
Vandaag de dag zullen de meeste mensen de Noordermarkt nog het best 
kennen van de zaterdagse "boerenmarkt". Het is een markt geworden waar 
allerlei producten van biologische oorsprong en uit alternatieve, soms ook 
exotische teelt worden verhandeld, en die evenveel mensen van buiten 
Amsterdam aantrekt als uit de stad zelf. 

 

Terwijl ik in het aarzelende winterzonnetje over de kleurige boerenmarkt 
loop denk ik na over het Amsterdam van nu en roep me de sfeer van toen
voor de geest. Wat lijkt er veel veranderd. 
Overtuigde socialisten, die zonder aarzeling met gevaar voor eigen leven 
op de barricade springen, voor hun joodse stadgenoten. Hartstochtelijke 
betrokkenheid bij een neringdoende bevolkingsgroep waarvan vele niet 
meer dan een generatie terug zich als immigrant in Amsterdam hadden 
gevestigd. Ze konden toch niet voorkomen dat het zuiveringsproces door 
de nazi's werd voortgezet, maar ze deden wat ze konden. 
Ik kijk, ook nu mensen om mij heen van verschillende pluimage. Anders 
dan toen, er is meer welstand. 

Er zijn nog en wéér joden in Amsterdam. Op sommige plekken in de stad
moeten ze oppassen zich niet al te zichtbaar te vertonen. En opnieuw, 
maar andere, belangrijke bevolkingsgroepen waarvan vele zich niet meer
dan een generatie terug vestigden in de stad. 
Er overheen hangt een nieuw soort ongrijpbare onrust, die steeds vaker als
dreiging wordt benoemd. Zullen mensen nog bijeen komen, gedreven door 
gevoelens van solidariteit met een groep die niet de hunne is? 
Ik wil zo graag hopen dat het oprechte hart van de jordanezen van toen 
nog kan inspireren om elkaar te vinden. 
Zoals lang geleden op die oude Noordermarkt. 

John Zwart – 3 maart 2013. 

2013 - Boerenmarkt, Noordermarkt - Amsterdam C

In 1934 
Crisis: in drie jaar tijd was de werkloosheid gestegen van 
honderdduizend naar driehonderdduizend. Amsterdam telde
ruim zestigduizend werklozen. De staatsschuld- en uitgaven 
groeiden gestaag en het kabinet Colijn was genoodzaakt tot 
drastische maatregelen. In het voorjaar besloot de regering 
de uitkeringen te verlagen van fl. 9,30 naar fl. 7,80 per week. 
Onrust in het land, in Amsterdam en het eerst in de Jordaan.
Op 4 juli ontstond het Jordaanoproer, 
na een week werd de maatregel teruggedraaid. 

In 1941 
Rechteloosheid: "Wat men uit dezen bitt'ren tijd
Aan uur en dag vergeten mag 
Nooit dezen onvolprezen dag
Toen 't volk, dreiging en dood ten spijt
Terwille der gerechtigheid 
Opstond voor 't volk dat onder lag"

Sam Davids 


 

 

 

 

 

Reageer    

Moreel verdorven en verscheurd  

 

Moreel verdorven en verscheurd 

Zuid Afrika maakte ik nog mee tijdens de "apartheid". Als 's avonds laat de 
kantoren dicht waren en de winkels hermetisch werden afgesloten kwamen overal
de toegangsdeuren tot aan de volgende ochtend onder 't wakend toezicht van 
vervaarlijke zulu's met honkbalknuppels of knotsen. 
Er kwam geen vuurwapen aan te pas. De centra van steden als Capetown en 
Durban waren in de avonduren niet onveiliger dan de steden van West Europa.
Je werd als blanke vreemdeling wel ernstig afgeraden door buitenwijken en 
havendistricten te lopen en je liefst per taxi te verplaatsen. Dan verbaasde het 
me weer dat de chauffeur vaak een vrouw was, iets wat je in Europa toen nog 
niet zag.
De criminaliteit echter was beperkt, als er al overvallen gebeurden was dit groot
nieuws. Natuurlijk zal het voor een groot deel het effect van repressie zijn geweest
Het ANC had zich niet moeten inlaten met het internationale communisme. Het 
vormde daarmee een extra politieke dreiging en niet slechts een democratisering-
kracht die de schrijnende rechtsongelijkheid tussen wit en zwart zou slechten. 
Op zich was dit een te verwachten proces gezien de armoedige staat van de 
meerderheid van de bevolking. Nelson Mandela zag het gevaar van revanchisme
en propageerde verzoening. De eerste jaren na de machtsverschuiving bloeide 
de illusie van een ideale samenleving op: de "regenboog gemeenschap". 
Helaas zijn lang niet alle ANC-ers Nelson Mandela's. Wat eerst apartheid in 
stand hield werd spoedig gekopieerd: vriendjespolitiek en machtsmisbruik. 
De "kleurlingen", mensen van gemengd bloed, waren nog het slechtst af: zij 
vielen tussen wal en schip. Ik heb nog een halfbloedvriend in de Westkaap – 
idealistisch als hij was geloofde hij in de regenboogstaat, nu heeft ook hij dikke
tralies voor zijn ramen en een hoog hek om de tuin. Hij zag Nederland niet als
historische bezetter, hij voelde schaamte voor zijn land toen een Nederlandse
toeriste werd verkracht en vermoord, haar lichaam in de rivier gesmeten. 
Een daad die het morele verderf van zijn land demonstreerde. 
Hoe het land verder verscheurd raakte ontsnapte aan onze aandacht, 
"apartheid" was immers afgeschaft. Het focus gericht op de Arabische staten
en het kwakkelen van de EU. 


Maar het drama rond de "celebrity" Oscar Pistorius gooit opeens een fel zoek-
licht op Zuid Afrika. We zien een land met enorme gewelddadigheid, met een
incompetente en corrupte politie en justitie – enorm aantal ernstige misdaden, 
waarvan de daders hun straf ontlopen. 
Als Pistorius denkt met zijn verklaring de rechters te overtuigen dat hij de 
waarheid spreekt, wat zegt ons dit over de verloedering van het land? 
Als je woont in een beveiligde sector met bewakers aan de poorten. Je hoort 
 's nachts gerucht in de badkamer, is wat volgt een logische reactie? 
Je maakt je vriendin die naast je slaapt niet wakker, welnee, je kijkt niet eens
of ze wel naast je ligt. Je gespt je prothesen aan en grijpt een klaarliggend (!) 
geladen vuurwapen en lost blindelings vier (!) schoten dwars door de deur van
die badkamer zonder te weten wat of wie zich daarachter bevindt. Dit verhaal
zal in Europa nergens geloof vinden, maar Pistorius gokt erop dat 't in het Zuid 
Afrika van vandaag aannemelijk zal klinken? 
Dat zegt heel veel over Zuid Afrika, maar misschien zegt het wel alles over de 
geest van de Oscar Pistorius. Lector en journaliste Barbara Barend ontmoette
hem voor een interview vóór zijn recente affaire met Reeva Steenkamp. Een 
heel normale en aardige man, zegt Barbara. Ze zou zelfs oud-en-nieuw met 
hem gaan vieren, maar er kwam iets tussen. Niet bepaald professioneel van 
Barbara en het voedt de twijfel over haar mensenkennis. 
We zagen Pistorius in tranen bij zijn arrestatie en verhoor. Stel, je hebt door je
onbekookte gedrag degene die je het allerliefste is gedood. Een vreselijke 
daad, dan ben je toch een gebroken mens? Niet voor een dag, waarschijnlijk 
voor de rest van je leven. 
Pistorius had zichzelf spoedig in de hand, vrij wil hij zijn, op borgtocht. 
Al jaren ben ik van plan weer naar Zuid Afrika te gaan. Ik zie er toch vanaf,
voor onbepaalde tijd, tot na de afloop van de "Zuid-Afrikaanse Lente". 
Soms blijkt in een land het leven onder de betrekkelijke rust van sommige 
vormen van dictatuur een stuk veiliger dan onder plaatsvervangende chaos. 

John Zwart – 23 februari 2013 

Floris Brown 

 

Mamma Africa is bleeding 

Mamma Africa is bleeding like never before 
Nobody wins, only losers during modern war 

Mamma Africa is bleeding babies die like lightning 
Africa's women, the rock, die clenched fist fighting 

Mamma Africa casts her black shadow over African soil 
Her body pierced dipped ripped gauged in Baal's turmoil 

Mamma Africa bends her head. Silence... Too ashamed of 
What new generations will read about her dead 

Dictators with bloodstained hands never stop nor step down 
They cling to their castles, their gold, diamonds and crown. 

Floris Brown – Worcester S.A. 

 

Reageer    

 

Volksgericht 

 

Volksgericht 

Als iemand me het ooit had voorspeld, ik had 't nooit geloofd.
Wat? Dat ik nog eens in de bres zou springen voor Sjoerd van Keulen, de 
afgetreden ceo van SNS Reaal. Al jaren krijg ik rode vlekken in de nek als 
ik die drie letters maar zie of hoor: SNS! 
Waarom? Met een persisterende actie, mailingbrieven en telefonades, 
hebben ze me daar in Oeteldonk in ruil voor spaargeld ooit een "beleggings-
mandje" aangesmeerd – immers dat moest een mandje met gouden eieren 
worden. Mijn spaarsom had als bestemming het gedeeltelijk dichten van een
pensioengat. Ik had als leek één "gouden les" geleerd: "loop beslist geen 
risico met geld wat je niet missen kunt!" 
Maar op mijn aarzeling had de stem met "de zachte gee" een doeltreffend 
antwoord: SNS had de fondsen zorgvuldig uitgezocht zowel op rendement als
risicospreiding - het waren solide beleggingen in eersteklas onroerend goed 
en verzekeringen. De vaste looptijd van 5 jaar voorspelde een gemiddelde 
jaaropbrengst van 9, 12, misschien wel 15% aan het eind! 
Kort gezegd bleek het wel te kloppen natuurlijk, alleen waren ze het minteken
even vergeten. Blijkbaar is SNS Reaal zelf ook in de val gelopen waarin ze mij
hadden gelokt. Ze zijn vrolijk doorgegaan met slechte beleggingen in vastgoed
en dubieuze verzekeraars. 
Nee ik heb geen leedvermaak over de aandelen- en obligatiehouders. 
Ik knars vooral de tanden over DNB* en AFM*. Twee instellingen met zeer goed
betaalde knappe(?) financiële koppen die nu al jarenlang falen in hun toezicht
en controle functies. 

 


De financiële sector heeft langdurig zijn gang kunnen gaan op 'n verderfelijke
manier zonder dat is ingegrepen en het heeft er alle schijn van dat er nog 
steeds geen schoon schip is gemaakt. 
Het zoveelste bankschandaal dat door ons met zijn allen moet worden 
opgevangen heeft natuurlijk een grote potentiële volkswoede opgeroepen. 
Dan klinkt de roep om een "barbertje" die hangen moet. Iedereen springt 
Sjoerd van Keulen in de nek: Jelle Brandt Corstius, de Telegraaf, zelfs onze
premier Rutte gaat onbehoorlijk ver in zwartepieten tegen een man die in 
justitiële zin zich aan geen misdrijf heeft schuldig gemaakt. 
In de afgelopen jaren géén e-mailbommen noch liep er wraaklustig volk te
hoop op het Westeinde of de Vijzelgracht. Er was slechts een ludiek protest
in de vorm van het "Occupy" kampje voor de deur van Beursplein 5, waar 
niemand door werd lastiggevallen.
"Lynchmob gedrag" zoals tegenover Sjoerd van Keulen die het land moest
ontvluchten, maakten we niet mee gericht tegen Nout Wellink of Hans 
Hoogervorst. Het is wáár: de rot heeft zich ingevreten in de financiële wereld.
Maar die rot zit vooral in alle toezichtfuncties. Als commissariaten werkelijk
zouden worden uitgeoefend waarvoor ze in het leven geroepen zijn zouden
vele ceo's en hun dagelijks bestuur nooit de schade kunnen aanrichten die
nu helaas al te vaak gebeurt. Ze zouden tijdig tot de orde zijn geroepen 
voor de ramp onherstelbaar is. De rest van het probleem zit in de belonings-
structuur, risicovol handelen met (soms) begeerlijk resultaat wordt rijk 
beloond met bonussen, op afbraakrisico rust geen sanctie als het misloopt.
Nooit eerder als in deze eeuw was gokken met andermans geld zo verleidelijk

John Zwart – 18 februari 2013 

*DNB – De Nederlandse Bank – Westeinde 1, 1017 ZN Amsterdam
*AFM – Autoriteit Financiële Markten – Vijzelgracht 50, 1017 HS Amsterdam 


 

 

 

         Voor de ramp onherstelbaar is... 
                                                en er geen redden meer aan...  

 

Reageer    

 

Overleven en het kort moment van zijn 

een overdenking met apotheose in poëzie 
Overleven en het kort moment van zijn - een overdenking en apotheose

Het is iets wat vaak gezegd wordt: "De dood hoort bij het leven". 
Waarschijnlijk kwam het ook meermaals uit mijn eigen mond. Maar als het heel
dichtbij komt besef je toch dadelijk dat de ene dood en de andere niet dezelfde
zijn.
In de drukte van de feestdagen, jaarwisseling en de overzichten, ontging het
me bijna dat de dichter schrijver Louis Lehmann vlak voor het eind van het jaar
2012 is overleden.
Vele winters heeft hij overleefd, deze echter niet meer. Maar hij was al oud, vanaf 
een bepaalde ouderdom gaat men zich over je voortbestaan verbazen: 
"Leo Vroman, lééft die nog?" schreef ik bijvoorbeeld, toen deze twee jaar geleden
de KANTL Prijs 2010 won in Antwerpen. 

Zover was het ook al bijna met Lehmann (1920-2012). Een even veelzijdig mens 
als zijn generatiegenoot Vroman. Hij was dichter, ja, maar hij was ook componist 
en musicoloog, een kundig vertaler en essayist, daarnaast ook nog een erkend
autoriteit in de scheepsarcheologie.
Ik werd aan hem voorgesteld door Simon Vinkenoog op het Festival Vurige Tongen
in de kunstenaars vrijhaven Ruigoord. We aten een biologische schotel op het 
terras voor de kerk in het gezelschap van de beide dames, Edith Ringnalda en 
Alida Beekhuis. In 1997 woonde de eerbiedwaardige dichter nog in een kraakpand
aan de Bethaniënstraat - niet te geloven haast, toen toch al 77 jaar oud.
Hij kende maar één soort poëten: goede dichters, de slechte waren géén dichters.
En hij verzette zich heftig tegen het bezigen van een categorie "amateur dichters".
Die bestaan niet, iemand is dichter, of hij z'n brood ermee verdient of niet - dat
maakt geen verschil: je bent dichter! (of niet). 
Hij heeft het nog een heel stuk voorbij de oude Simon volgehouden. Maar nu is
het dan volbracht - om vrede mee te hebben, al zal Alida er niet minder om treuren.

Anders is het met mijn eigen generatiegenoten, en de jongere (de meeste). 
Van hen verwacht je nog veel, met sommige maak je zelf nog nieuwe plannen. 
Zoals met Rik Comello (Den Haag) met wie ik een maritieme achtergrond
gemeen heb. Sinds een jaar of acht is hij me steeds dierbaarder geworden.
We ontmoetten elkaar ergens op een terras aan de kust, wisten van ons 
dichterschap maar ontdekten onmiddellijk ons verknocht zijn aan de zee. 
Het wezen van de zee, ook als metafoor, komt steeds bij ons naar boven.
Sindsdien zochten we elkaar regelmatig op: bij festivals en in het befaamde
Dichterscafé Eijlders in Amsterdam. 

In de jongere Rik vond ik mijn eigen filosofische instelling en relativering,
maar ook nog die sprankelende opgewektheid, die bij mij al leek te doven. 
Een paar jaar geleden waren we samen op het Midzomerschans Festival op
Texel. We gaven elkaar een indruk van de reeks gedichten die we van plan
waren voor te dragen en er ontstond spontaan 't idee voor een duo-optreden. 
We brachten om en om een serie gedichten die een verhaallijn vormden en
zo schotelden we het publiek een nieuwe Odyssee voor. 
We waren van plan het later in wat meer gestructureerde vorm uit te werken, 
met nieuw te schrijven verbindende teksten die door een "verteller" gelezen 
zouden worden. Ook zaten er mogelijkheden voor muzikale begeleiding in
ons hoofd. Een bescheiden stukje totaal theater. 
Het moest dan echt groots gebracht worden, op de "Amsterdam" bijvoorbeeld
in het Oosterdok, of op het achterdek van de "Rotterdam", in elk geval bij of
aan boord van een zeeschip dat tot de verbeelding spreekt. 
Het mocht niet zijn, verleden week is Rik Comello (1948-2013) plotseling 
door een hartstilstand overvallen. Dagenlang heb ik in de ontkenningsfase 
verkeerd: Het is niet wáár, het kán niet waar zijn. Hij heeft nog minstens 15
jaar tegoed! Gisteren heb ik gezien wat van hem rest, vóór zijn laatste rit 
door zijn Den Haag.
                                                      
© John Zwart, 14 februari 2013 


In 2007 schreef Rik Comello "24 Songs to survive winter"
Vijf keer overleefde hij, ik gunde hem de andere 19 ook zo graag.


"Nothing lasts for long. So let's celebrate". 

"Is het al tijd?  Ja het is altijd tien over de eeuwigheid". 

"Wie dood is leeft nog 
 en wie nog leeft gaat dood 
 Ga hier nou niet bij zitten treuren"  

 

Mijn stad, mijn stad… 

In en uit haar ben ik verwekt en geboren 

Wie weet ga ik ooit nog eens in haar sterven ook 

Desondanks geeft ze geen flikker om mij 
met al haar zeven parken, haar mooiste wijken 
of haar schitterend witte strand in de zomer 

Ze kent me niet, ze hoort me niet 
ze ziet me niet eens 

Ik besta niet * Voor haar* Geeft niet 

Zij bestaat wèl * Zij * Voor mij 

Met haar Lange Voorhout, haar Noordeinde 
haar statige wijken, lanen en pleinen 
of haar hoeren- en achterbuurten 

Mijn stad, mijn stad… 

Grenzend aan een bij tijd en wijle 
soms liefdevol ontvangende 
danwel een wederom woest voortrazende zee 
in een meedogenloze winterstorm 

Voor haar kent mijn liefde geen grenzen 

Ze is van mij 

Ze is mijn stad aan zee, zij 

Gelukkig weet ik nog hoe ze heet 

 

© Rik Comello 

 


Je was mijn vriend  
                (voor Rik) 

Een echte vriend dat voel je zó 
al ben je maar samen een paar keer per jaar. 
De zeeman zoals jij er ook één was 
ze herkennen elkaar in hetzelfde moment. 

Acht jaar geleden op een zonnig terras 
vloeide er warmte bij een koel glas. 
Vrienden op slag - zomaar als hadden 
we elkaar al van jongsaf gekend. 

Dag gespierde spijker, hou je roer recht 
koers op de sterren van het firmament. 

Behouden vaart door het universum. 

© John Zwart - 10 februari 2013 

 

O wat ben je dood 
mijn vriend, mijn lieve maat 
van de uitrollende deining, 
nu de windbalg van je longen, 
die windmachien van levenskracht 
zijn ritme van de eb en vloed gestopt – 
nu de brandstofpomp van je hart 
het heeft begeven. 

Je rozige kaken 
je lippen vol van levenslust 
zijn verdwenen, 
van wat rest komt geen geluid – 
o mijn gestrande albatros, 
wat ben je grauw en grijs geworden 
je snavel nog omhoog gericht 
zo zonder doel. 

Je wist het van tevoren, 
als het lijf gestorven is 
rest nog de holle huls waarin 
niets terug kan keren – 
ik begrijp zo goed waarom je zegt 
ga bij mijn lijk niet treuren 

want de levenden gaan dood 
maar de doden leven voort – 
niet hier, wel in gedachten 
van wie nog even leven. 

 

© John Zwart – 14 februari 2013 

 


Durend zwijgen 

Het is een maanloze nacht 
recht vooruit het zicht naar 
schitterend zwart 
voor de boeg wiegt 
het stralend zuiderkruis 

Gedachten vliegen uit 
op vleugels van lichtjaren 
en teksten komen als vanzelf 
maar zelden uitgesproken 

Woorden moeten sober 
blijven met witregels 
onder dit durend zwijgen 

© John Zwart 

 

 

 

Reageer    

 

De Week van de Poëzie 

een samenvatting

Een samenvatting van verschillende belangrijke gebeurtenissen
op de poëziepodia tijdens de Week van de Poëzie 2013. 

 

Voor u lezer – en voor mijzelf natuurlijk – woonde ik de "Gedichtendag" bij op
een podium in Boekhandel Scheltema en ik maakte het "Gedichtenbal" mee 
ter afsluiting van de "Week van de Poëzie" in de Stadsschouwburg. 
Beide evenementen waren in Amsterdam. 

Op het podium op de eerste etage van Selexyz Scheltema traden een groep 
poëten op van het nabije Dichterscafé Eijlders, op Gedichtendag 31 januari. 
Voor deze gelegenheid werden ze door Paul Lokkerbol gepresenteerd als 
het "Eijlders Collectief", een leuke vondst voor de individualisten die dichters
nu eenmaal zijn. Ook van ver buiten de hoofdstad stroomden er deelnemers 
toe: Alkmaar, Haarlem, Leiden, Den Haag en Rotterdam. 
En de Amsterdamse groep "Blaffende Honden", met humoristische teksten
begeleid op piano en gitaar, zorgden met hun intermezzi voor de afwisseling.

Zo'n 25 dichters, geperst in een tijdraam van 2 uur was wel wat veel. Het was
eerst de bedoeling dat er in kleine groepjes op verschillende plekken in het 
uitgebreide pand werd opgetreden, maar om één of andere reden bleef alles 
centraal op één podium bij de koffiehoek. Voor hen die een verre reis maakten
toch enigszins teleurstellend. Het thema dit jaar van de poëzieweek: "Muziek"
diende eer aan gedaan, maar zoals eigenzinnige dichters betaamt werden ook
afdwalende paden bewandeld. Wat er geboden werd was in elk geval bijzonder
gevarieerd, enkelen deden hun optreden zelfs zingend. 
Toch zou men voor zo'n centrale podiummarathon moeten kiezen voor een 
breder programma: als men bijvoorbeeld te rade gaat bij Perdu, daar krijgen 
zulke aantallen voordragers in een program van 20:00u-23:00u beduidend meer
tijd om zich te presenteren. 

Niettemin: Eijlders en Scheltema tevreden, dus dit nieuwe gezicht van 
"Eijlders op Pad" zal zeker een vervolg krijgen.

Het thema "muziek" biedt ruimte voor veel verschillende benaderingen:

Op het Festival  

De grote dichter zwijgt - 
de decibelterreur 
van honderdplus valt aan 
ik wrik me door de meute die 
voor de bar bleef staan 

Dan beroert een hand 
mijn arm en reikt 
iets áán - maar lipleestaal 
verlangt meer oefening 
voor woordelijk verstaan 

          Dus ik begin nog: Wat... 
          maar pech - ze is al weg!  

Genade van de band - die coma 
van uitzinnig zinsverdriet 
nu kan iets opengaan voor 
wat ze mij achterliet: 

          "Vandaag mag je mijn eenzaamheid zien 
          tastbaar als glas, vloeibaar als water 
          je mag spelen met mijn handen 
          en me vertellen dat je agenda zo vol is 
          Zo vol van jezelf en van anderen..." 

O poëzie, waarom zo snel gevlogen? 
We konden wel over de geluidsbarrière 
springen en samen aan de overkant wat 
met handen spelen – van mijn agenda had dat best gemogen 

© John Zwart – Themagedicht, ongepubliceerd 

 

GEBED VOOR IEDEREEN 

Nog trekt het zich terug als in twee vuisten, reculer pour mieux sauter.
Nog lift het vrolijk mee als op het stuur van een weesfiets, zwenkt uit.
Nog loopt het mee in de optocht van iedereen, het spreekt verdwenen taal.
Nog verstopt het zich in geluidsfragmenten, applaus en partituren.
Nog nestelt het gebed zich in het Nederlands en biedt royaal onthaal.

BENG! KLEDDERRRRR! KLENG! 
Een opstelling van stokken en tomaten, stenen uit de straat, de verf.
Tongen die spugen op gebed: „Niet buigen broddah! Strek je op!"
Wereldvreemden die maar wat floepen: „Wie de staat kent, kent zichzelf."
Nieuwe talen zingen, roepen: „Niks kebed, suster, komt niet koed."
Daar de mening, hier de uitspraak. Het Laatste Oordeel is bankroet,
roept uit nood en overvloed. Het kruipt door puin en bloeit op stank.
Hecht zich aan honger en verruilt een koninkrijk voor voedselbank,
kijkt, verwart, merkt op. Niet schadevrij, er heerst het schrale tij.
Het lacht en lijdt maar in gelijke mate, dat is de vrijheid van de poëzie.
Bemint een land uit een verlangen naar dat land: gebed laat liefde vrij.

LEVE 
majesteit boven dit krachtenveld. Zo’n spiedend oog over de dijk.
Het soort alwetendheid ten dienste van het Crisisrijk. Verheft
in majesteit saamhorigheid tot kunst. Zo dus. O lieve koningin
die levenslang het hele land voorbij zag gaan, nu mag het zomaar,

lekker zomaar in de rij gaan staan. 

© Anne Vegter - 31 januari 2013 

 

Gedichtendag 

 

Diezelfde dag maakte NRC Handelsblad bekend dat de dichter, 
toneel- en kinderboekenschrijver Anne Vegter (1958) is benoemd 
tot de nieuwe Dichter des Vaderlands
Anne Vegter is na Gerrit Komrij, Driek Van Wissen en Ramsey Nasr
de vierde Dichter des Vaderlands in de rij van deze jonge traditie. 
Voor het eerst krijgt nu een vrouw die eer. 

Later, op het Gedichtenbal, werd terloops opgemerkt dat reeds drie DdV's
de interim Simon Vinkenoog meegerekend, niet meer in leven zijn. 
Maar gelukkig zijn Nasr en Vegter nog jong, ze zullen ons hopelijk niet 
zo snel ontvallen. De competenties van Anne Vegter mogen er zijn: 
Haar beide laatste bundels werden genomineerd voor de VSB Poëzieprijs,
het kinderboek waarmee ze debuteerde in 1990, werd bekroond met de 
Woutertje Pieterseprijs. 
Het tweede kinderboek van Anne Vegter (Rotterdam) stond ook alweer 
genomineerd voor een belangrijke prijs: de AKO-Literatuurprijs. 

Hoewel sommige critici de dichteres vaak ongrijpbaar vinden heeft ze 
zelf verklaard als Dichter des Vaderlands "direct begrepen" te willen zijn, 
maar toch als dichter zichzelf te blijven. 
Haar eerste gedicht in functie plaatsen we hiernaast, dan kunt u oordelen
of ze in haar opzet is geslaagd.

Één dag eerder, 30 januari, werd de winnaar van de "VSB Poëzieprijs 2013"
bekendgemaakt. Dichteres Ester Naomi Perquin werd op woensdagavond 
30 januari in Utrecht bekroond met de VSB Poëzieprijs, zij ontving de prijs 
van 25.000 euro uit handen van juryvoorzitter Saskia J. Stuiveling tijdens een
feestelijke bijeenkomst met alle andere genomineerden: H.H. ter Balkt, 
Luuk Gruwez, Sybren Polet en Menno Wigman. 
Aan de vooravond van deze prestigieuze jaarlijkse prijs werd laatstgenoemde,
Wigman, met zijn bundel "Mijn naam is legioen" door vele critici gedoodverfd 
als onverbiddelijke winnaar
NRC's
Ron Rijghard ging zelfs zo ver dat hij terechte boosheid veronderstelt
bij de 4 niet-winnaars als Perquin als winnares wordt uitgeroepen: 
"De VSB Poëzieprijs 2013 moet gaan naar Menno Wigman. Niet dat het werk
van de andere vier genomineerden zo onbetekenend is, maar de bundel van
Wigman is gewoonweg belachelijk goed. Hier treedt een tot wasdom gekomen
dichter naar voren die scherper, soepeler en nietsontziender dan ooit is. 
Daar kunnen de bundels van Perquin, Gruwez, ter Balkt en Polet niet aan
tippen"....
Hij typeert Perquin en Gruwez als "mooischrijvers", die een fasci-
natie voor het kwaad delen. 

In "Celinspecties" stelt de jonge voormalig gevangenenbewaarster Perquin 
portretten van tien gedetineerden op. Het zijn gedichten over donkere 
gedachten, de "dolle honden" in hun kop, of hun obsessie voor meisjes. 
Sierlijke formuleringen van Perquin verlenen moordenaars gloed van poëten. 
Bart V., die meerdere mensen heeft gedood door in het rond te schieten, 
zegt over een van zijn slachtoffers: "Ze lachte heel even en daarna/ 
viel ze neer alsof ze een jas was geweest/ die ineens van een hangertje gleed"
Misdaad wordt een krul in de taal. 
De jury van de VSB Poëzieprijs is uiteraard 'n andere mening toegedaan, zij 
roemt de verraderlijk luchtige toon en onvoorspelbare wendingen waarmee 
Perquin een gelaagde ruimte schept. "Haar taalgebruik is soms soepel als 
spreektaal, dan weer geraffineerd en virtuoos. De dichter neemt de lezer 
aan de hand en laat hem net zo gemakkelijk weer struikelen wanneer haar
woorden dat nodig hebben. Als dichter heeft Perquin zich een taak opgelegd:
zichtbaar maken van wat obscuur en meestal verborgen blijft. En dit blijven
proberen, ook wanneer je tegen de grenzen van het zichtbare en van de taal
aanloopt."

gesprek  

 

op straat zegt een man in zijn telefoon
nee zegt niet schreeuwt
wie denk je eigenlijk haalt adem
ziet mij staan wie denk je dat je bent
met je goede manieren zogenaamd
die rijke vrienden van je
met je volgeplande week  je baan
zijn stem breekt het toestel op
die vrouw rolt ineens op straat
half aangekleed  mascara uitgelopen
krabbelt overeind  staat verbaasd
en hij begint weer opnieuw
wie denk je dat je bent en kijkt naar mij
terwijl hij slaat  blijft kijken
tot ik roep dat is genoeg stop
ze ligt al opgerold ze doet je niks man stop
maar hij is nog niet uitgepraat
en kijkt naar mij en vraagt wie denk je 
blijft maar doorgaan in zijn handpalm woorden maken
dat je bent  houdt niet meer op

© Ester Naomi Perquin 

Uit bekroonde bundel "Celinspecties"

"Celinspecties" is uitgegeven bij Van Oorschot. 
Wie de bundel (14,50 euro) koopt krijgt er misschien toch van de CPNB 
de geschenkbundel* wel bij: "Kooi van Klank" van Anna Enquist. 
Het Poëzieweek cadeau in de boekhandel bij aankoop van 15.00 euro 
of meer aan gedichtenbundels. 

Muziek kan troosten meent Enquist, zij heeft daar ervaring mee.
Dat komt misschien voor ons ook mooi uit na alle gewelddadigheid 
van Perquin te hebben gelezen: 

          Pavane 

          Canon, sonate, koraal. Je bouwt 
          van geluid een vertrouwde woning; 
          de sarabande je hartslag, je adem. 

          De pavane past als je huid, het requiem 
          vormt een harmonisch tapijt. Geen huis 
          hechter, geen steviger bouwsel van tijd (…) 

 

Citaat van het gedicht "Pavane" uit de CPNB geschenkbundel 
"Kooi van Klank". 
(*bij aankoop voor 15,00 euro aan poëzie). 

De "Stadsdichter" 2012-2013 van Amsterdam". 

Mag Menno Wigman dan met zijn in 2012 uitgegeven bundel 
"Mijn naam is legioen" naast de VSB Poëzieprijs 2013 gegrepen hebben,
zijn aanzien is vooral in Amsterdam belangrijk gegroeid doordat hij het
Stadsdichterschap van F. Starik heeft overgenomen. 
Deze functie zal nog het hele jaar 2013 bij hem blijven en "Het Parool" 
zal regelmatig zijn werk blijven publiceren. 
Ook op het "Gedichtenbal" wordt hem een belangrijk podium geboden 
in de Koninklijke Foyer als sluitstuk van het programma. 

Waar ik woon 

Het sneeuwt. De grachten zijn, al sneeuwt het, goor.
Het afvalwater, lees je, zit vol coke.
De heupen van de stad zijn warm en vol.
Een dronken Duitser geeft een pakje door.
Drugs hebben honger. Onze driften ook. 

Het sterft van meisjes, mooi en slim en strak,
die eeuwig als de Amstel naar de stad
toe trekken, koppig is hun stroom en steil
hun droom van hartstocht en een beter bed.
Zo ruikt elk uur naar seks en intellect. 

Het sneeuwt. De kroegen zijn vol kansgezichten.
Drugs hebben honger. Onze lusten ook.
Wat ik niet kréég. Wat ik niet nám. De stad
waar ik de liefde openreet en steeds
gedichten schreef, die stad heet Amsterdam. 

© Menno Wigman

 

o, zoete onbereikbaarheid 

als kind al bezat ik een zwak voor glinsterkwallen, keizerpinguïns: zwaar en ijl
maar zacht als paleizen stonden ze rechtop in water en ijs, als wachtkamers
op een uitkijk naar binnen – daarom wilde ik worden: koninginnen
eerst juliana, later de dame die full colour over haar heen kwam. 

deze, de mantelglanzende ging ik worden: beatrix leek haalbaar in die dagen
ik was vijf, deed mijn best haar geheim te kraken: ’s avonds stond ik in de tuin
sjieke liedjes te neuriën, overdag op de dam wierp ik druiven naar landgenoten
ik struinde kermissen af, stalkte majorettes, tot ik tot mezelf kwam, opgaf. 

nu pas, vannacht – net nu ik groot, gelukkig en eenzaam was 
nu stond zij daar, een schemer aan het hoofd van mijn dromende lichaam 
en links van mij duikelde de zon en rechts begon zij rustig te stormen, oranje
daalde ze over me neer, met alle gloeitristesse die ze had, languit stamelend:

‘wij wilden een slagregen zijn voor onze geliefden, fluisterdauw uitspreiden
over de doden, de jaren alleen wilden wij breken met koele wintervuisten
groene duinen verflensen met zonlicht, kortom: wat mensen doen, wij wilden
kinderen, ouders, een man wilden wij, maar ze werden windstil rondom ons.’ 

ze toonde mij hoe ze boog en het ging niet: ze werd heldere mist, kou minus hitte
knipte zich los — vannacht lig ik wakker, stuurloos als een wapperend lint.

envoi: 
u bent mooi majesteit, soeverein en mooi, nu het verdriet om u heen komt bloeien
u bent mijn eigen aangetaste moeder, diep in haar vermoedde ik uw ijs, uw water
u was mijn jeugd, zoete onbereikbaarheid – en omdat dit mijn laatste verzen zijn
schenk ik ze u, om er onze prinses in terug te vinden: beginnend meisje van vijf.

"Beatrixgedicht" van Ramsey Nasr 

 

"Gedichtenbal" 

"Turing Poëzieprijs 2013".


Het vóórprogramma van het "Gedichtenbal" op 6 februari in de Amsterdamse
Stadsschouwburg op het Leidseplein, die schoot van vertier, is gewijd aan de
Prijsuitreiking van de "Turing Poëzieprijs 2013"
De Grote Zaal is goed gevuld met poëzieminnend volk van heinde en verre, 
een belangrijk deel ervan bestaat uit de 20 genomineerden met hun aanhang 
van supporters. Je zal toch maar 10.000,- euro winnen als de auteur van dat 
éne gedicht uit bijna 10.000 inzendingen, dan valt er beslist wat te vieren aan
het eind van de "Week van de Poëzie"


De presentatie is in goede handen bij John Jansen van Galen, eminente senior
radioverslaggever en presentator van het programma "Met het Oog op Morgen".
Eerst wordt de juryvoorzitter van de voorgaande jaargang in het spotlicht gezet
met voordrachten en video's van Gerrit Komrij. 
Met de projectie van diens portret op een groot scherm is de in juli overleden
dichter bijna voelbaar aanwezig. 
Het huidige jurylid Ramsey Nasr krijgt volop de gelegenheid om als scheidend
Dichter des Vaderlands met zijn eigen poëzie op waardige wijze zijn 
afscheid te nemen.

De titels van de 20 genomineerde gedichten worden afgeroepen en alle auteurs
worden op het toneel gevraagd, waar ze plaats mogen nemen in "gouden zetels"
Reken maar dat er spanning heerst. 
Drie namen klinken me al bekend in de oren: 
Lieve De Vos uit Halle, Martin Aart de Jong uit Leiden en Onno Kosters uit 
Utrecht. De overigen zijn voor mij willekeurige namen uit het grote aantal 
verdienstelijke doch onbekende dichters dat Nederland en Vlaanderen telt. 

Voor de mensen op het podium is het misschien een kwelling, maar voor het 
publiek is het wel plezierig dat het gesproken woord ook door muzikale pauzes
wordt onderbroken, met optreden van Janne Schra en haar eigen band van zes.
Een solo exponent van de eerdere groep "Room eleven". 
Intussen lezen de 4 juryleden elk 5 van de 20 genomineerde gedichten, 
waarna Ramsey Nasr telkens in een knap stuk proza het oordeel over het 
gedicht ten beste geeft. Die kernachtige juryrapportjes zijn vaak poëtische 
werkjes op zichzelf, waar de heldere acteurstem van Nasr ook toe bijdraagt. 

Het is bijna wreed zoals de spanning steeds maar wordt opgejaagd door het
uitroepen van het beste van de 20 steeds maar uit te stellen. Maar dan komt
het toch: de derde prijs voor "Vier manieren om te dumpen" van Rik Dereeper
uit Rollegom, de tweede voor "Waarom de zilvermeeuw in de nacht boven de
parkeerplaats moet schreeuwen"
van Elly Stolwijk uit Alkmaar. 
En dan – taterataaa: de hoofdprijs voor "Doe-het-zelf" van Onno Kosters. 
"Een in alle opzichten onontkoombaar gedicht", spreekt Ramsey Nasr en hij
vervolgt: "uit stof kunt gij wederkeren. Dat kan in de poëzie, en het gebeurt 
hier op meesterlijke wijze, middels niets dan woorden". 

Alle drie gedichten - en natuurlijk ook de overige 17 genomineerden 
zijn opgenomen in "Naaktlopen met je hersens" – Van Gennep 2013.


Doe-het-zelf  

Na zichzelf, met een witte lijn,
te hebben omkrijt, herrijst hij
van de plaats delict, hijst zich
stap voor stap in nieuwe voeten,
past zijn kuiten, dijen (als gegoten),
omgordt zich met een schaambeen
en een buik van genereuze omvang. 

Stof daalt neer: zijn navel schudt hij uit;
zijn middenrif, zijn twaalfde rib
schragen hart en longen die hij inslikt
uit het niets, zo zonder mond nog,
zonder tong, alsof hij licht schiep
dat kortelings voorafging aan de zon. 

Ontboezemt dan zijn borstkas, slaat
losjes zijn armen om zich heen, lijnt
zijn nek uit, stelt atlas en draaier aard-
en nagelvast. Staat als een huis. 

Als kroon op het werk welt meesterlijk
het ravissante hoofd. Hoofd vol hersens, 

hoofd aan barrels, waaruit hij ontstond. 

© Onno Kosters 

 


Voor Gerrit 

ze zeiden dat je milder was geworden
hij is zo soepel de laatste tijd
verdomd hij schopt niet meer als vroeger 

ik ken je weinig langer dan vandaag
kwam voor je vijandschap te laat
maar lieve gerrit nu je dan voorgoed
in je gedichten woont 

de resten uitgezaaid tussen planken
nu je zonder stem, zonder koperen stem
nu je navelloos zonder je stem
nergens je stem, kom dan dichter 

geef ons hier voor de laatste ondergrondse keer
je donkere kus van de poëzie
met je tedere afstand
grijp je vast en vertak 

als ik ooit in dit leven wortel schiet
zal het door jou zijn
alleen op papier vinden de vogels reservenesten
bouwen de mensen zichzelf een land 

ik wilde vandaag een reservedood bouwen
mijn dikke dunne zieke komrij
om enkel de dood in op te vouwen 

© Ramsey Nasr – Ode aan Gerrit Komrij 2012 

 

Het Bal 

Dan wordt het tijd voor het echte "Gedichtenbal", dat zich afspeelt in de 
foyers, op de bordessen en op de Rotonde. 
Er wordt geklonken en gedronken, maar ik heb niemand zien dansen – 
daar was het ook eigenlijk veel te druk voor. 

Er kon geluisterd worden naar Ramsey Nasr met een ode aan Gerrit Komrij,
naar Remco Campert met een saxofoon omspeeld, naar Menno Wigman, 
Tjitske Jansen, Ellen Deckwitz, Hans Dagelet, Nico Dijkshoorn, F. Starik, 
Bindervoet en Henkes en nog vele anderen. 
Janne Schra zong de sterren van de hemel in "Met het Oog op Morgen"
gepresenteerd door Clairy Polak dat live op de antenne ging vanuit de 
Schouwburg. 
Het eindigde pas echt rond één uur, te laat voor de laatste tram. 
Het is jammer om voortijdig af te moeten haken, deze evenementen vragen
eigenlijk om een betaalbare overnachting in de hoofdstad. In elk geval lag er 
een herinnering klaar om mee naar huis te nemen: 
"Naaktlopen met je hersenen" 
(Uitgeverij van Gennep, ISBN 978 90 601 2195 5) met de bundeling van een
selectie van inzendingen voor de Turingprijs. 
De 100 beste naar het oordeel van de jury staan erin afgedrukt. 

Het "Gedichtenbal", het éérste, was vooral toegewijd aan de grootste 
anonieme competitie van poëzie uit het hele Nederlandse taalgebied. 
Aan de vierde editie van de "Turing Nationale Gedichtenwedstrijd" deden er
2.361 dichters mee, 377 uit Vlaanderen, die gezamenlijk 9.834 gedichten 
hebben ingezonden. 

© John Zwart – Hernehim Cultuur – 10 februari 2013 


 

 

 

 

Hij was er niet meer bij, maar hij was er toch...

  1944 - 2012 R.I.P.  

Reageer    

 

De abdicatie 

 
De abdicatie, (nee dat is geen blindedarmontsteking). 

Het is 't grootste nieuws ooit van iemand die zijn baan na 33 jaar opzegt. 
Maar Hare Majesteit deed het natuurlijk niet allemaal alleen. Zij heeft, behalve 
Ruud de billenknijper, nog vele andere adviseurs die bijvoorbeeld de ontwikkelingen
in Buenos Aires nauwlettend in de gaten houden. 
Het net rond Jorge Z. schijnt zich nu langzaam te sluiten, huisarrest hangt de brave
man die van niets wist boven het hoofd, hangende de voorbereidingen van de 
aanklacht. 
Vandaar de haast waarmee bekendgemaakt werd dat Z. niet naar de kroning komt,
dat deze mededeling officieel van Maxima afkomstig zou zijn heet hoge diplomatie.
De eer van papa wordt gespaard: hij heeft in overleg met zijn dochter zélf besloten
niet naar Amsterdam af te reizen, voor wie het geloven wil. 
Het wordt nu wel jagen om alles nog voor eind april rond te krijgen. 
't Gaat Grootmokum weer een aardig paar centen kosten, maar misschien komt 
er een gelegenheidssubsidie van Den Haag. 

Voor sommige voorstellingen lijkt er altijd nog ergens een verborgen potje 
te vinden. En sommige mensen leven nu eenmaal in een andere wereld 
dan de onze, dat moeten we aanvaarden. Ook aan onze negentiende eeuwse
sprookjes hangt gewoon een prozaïsch prijskaartje. 
Maar de Amsterdammers laten zich natuurlijk hun vrijmarkt van 30 april niet
zomaar uit handen slaan – met dezelfde haast verklaart burgemeester van
der Laan die dag tot dubbel feest. 
Dat zal de stad wel flink in de papieren lopen, want twee geheime Haagse potjes
is natuurlijk teveel gevraagd.
Ach wat zullen we ons druk maken: we hebben samen drie systeembanken 
in ons bezit (die ons straks stuk voor stuk dikke winsten gaan opleveren, 
als ik me de uitspraken van Jan-Kees de Jager goed herinner). Het gaat goed
met ons, alle reden om eens heerlijk onbezorgd mee te gaan feesten op onze
oranjeglorende toekomst. 

John Zwart – 4 februari 2013.

 

krijg ik nu twee voor de prijs van één? 

Reageer    

 

De koets rijdt ongeschonden door de geschiedenis 

 
De koets rijdt ongeschonden door de geschiedenis. 

Haar fiere houding drieendertig jaar geleden, bij het afleggen van de eed sprak 
natuurlijk al boekdelen. Zij zou het anders doen dan haar moeder. Zij ging zich
niet inlaten met charlatans en niemand zal háár ooit blootshoofds betrappen, 
zeker niet op een zwarte omafiets op weg naar de markt voor een pondje pruimen.
Zij ging het voortbestaan van de dynastie weer stevig toekomstperspectief geven

met haar inhoudelijk staatshoofdschap. 
Een stevige tante – achter haar rug werd door fotografen gefluisterd over haar 
benen – zij liet die aantasting van hare majesteitelijkheid niet onbestraft: 
"Die benen moeten de verantwoordelijkheid voor álle onderdanen dragen". 
Haar gehoor was scherp. 
Maar geheel zonder het in vertrouwen toetsen van voorgenomen standpunt of 
besluit blijft zelfs de krachtigste persoonlijkheid niet overeind. Ongemerkt was er
de subtiele sturing van de oud-diplomaat, die kritiek op afstand hield door af en 
toe een populair publieke grap: hij knipte kordaat zijn stropdas af. Alle voorname
aanwezigen volgden als vanzelf zijn voorbeeld en maakten fluks een einde aan 
hun ongetwijfeld dure zijden halsversiersel. De afkeer van het Herrenvolk in het 
oosten sleet gezwind en beperkte zich tot het voetbalstadion - de onthulde 
ondeugd van pappa verzacht door Claus met Parkinson. 
Geholpen door het CDA in de regering als constante steunpilaar van dit ondemo-
cratisch Koninkrijk, voerde tevens steeds een overwogen daad of rampspoed de 
koets der monarchie over elke hobbel. 
In haar gemoed koesterde zij het strijdig mengsel van progressief gevoel en 
christelijke overtuiging, het begrijpend luisterend oor van de leider van het CDA 
en latere premier was dáár toen haar de warmte van de arm van prins-gemaal 
ontviel, die koos zijn moment en vergiste zich niet – zoals later toen zijn intuïtie
hem in de steek had gelaten. Hij leek op haar, progressief in gedachten maar 
ook gehecht aan het recht dat rijken rijk maakt en armen arm. Zij figureert in een
sprookje dat niet bestaat, maar waar de mensen in een wrede harteloze wereld 
zo graag aan hechten. Zij brengt ons ongevraagd een offer: een Koningshuis met
onbetwiste pracht en praal, met palfreniers en vlekkeloos gepoetste koetsen. 
Onbetaalbaar onder elke conjunctuur, want waarmee dàn verzachten wij onze 
zorgen zonder hen? 


In Amsterdam moest het zijn in 1980, op de Dam staat háár paleis, niet 't Stadhuis.
Persoonlijkheid en onheil maakten andermaal germaans verdunnen van oranje-
bloed geaccepteerd, door aard en taalgevoel van Claus raakten Amsterdamse 
rookbommen en krakersgeschreeuw geen doel en werden snel vergeten. Zou het
met het argentijnse mengsel ook zo gaan? Mag 'n progressieve geest onbestraft
barbaars geweld zo gemakkelijk aanvaarden? 
De oude billenknijper uit Rotterdam meende van wel. Hij onthult nu via Marielle 
Tweebeke aan heel de wereld dat hij ons staatshoofd heeft geadviseerd om 
"nu maar eens aardig voor dit meisje te zijn".
Heeft zij op zijn advies gehandeld of was het uit vrees voor de opstandigheid in 
het kroonprinsenkarakter: "dan maar geen koningschap!"... De waarde van de
openhartigheid van de adviseur van eertijds verdient enige scepsis. Want oude 
mannen die ooit belangrijk waren willen zich nog graag doen gelden en dan 
openbaren zij zich vaak als merkwaardige orakels. Verwarrend sprekend, over 
"zoon" en dan weer "kleinzoon", eerst over Juliana die dan plots verandert in 
haar dochter, doet hij ons ernstig twijfelen aan zijn helderheid. De traan van 
Máxima was ons tien jaar geleden nog genoeg in het charmeoffensief. Immers
die "dwaze moeders" in Buenos Aires ver van ons bed en Jorge liep er toch als
vrij man rond! 

Nu heeft Nederland meegewerkt aan arrestatie en gevangenneming van een 
Transavia piloot, die verdacht wordt ooit een vliegtuig te hebben bestuurd om 
mensen uit de hemel in zee te gooien. Jorge Zorreguieta wordt verdacht van 
daden hogerop in de hiërarchie van Videla's kolonelsregime, het aantal der
bezwarende getuigenissen groeit gestaag. Een arrestatie kon wel eens alsnog
op handen zijn.. 
Maar wéér rookbommen en geschreeuw kunnen we niet hebben in Amsterdam.
Net als de paarden zetten we onze oogkleppen op: Jorge Z. zal afwezig zijn,
Argentinië bestaat niet – en de geschiedenis ervan al helemaal niet. Máxima 
kwam als een engeltje uit de hemel zweven, we maken haar nu tot Koningin en
dan is ze onaantastbaar. Kom, we laten ons het sprookje niet afnemen: 
Leve de Koningin: hoera, hoera, hoera! 
                                                                      John Zwart – 1 februari 2013


Dynastie met stevig toekomstperspectief 

Leden der Staten Generaal...  

Reageer    

 

Vertrouwen op de techniek 

de ontoegankelijke wereld van de 'nerds' II

Vertrouwen op de techniek 

In de techniek waarmee ik opgroeide kon je altijd zien, horen of ruiken wat er 
kapot ging, en wat je niet met zintuigen waarnam was te meten. Ik ben een 
techneut uit het analoge tijdperk en verbaas me over het blinde vertrouwen dat 
de wereld stelt in de moderne digitale techniek. Betalingsverkeer, patiënten en
dijkbewaking, chemische fabrieken, verkeersleiding op het spoor, de weg, het 
water en in de lucht – alles hangt vandaag aan een digitaal systeem. 
Ik houd mijn hart vast voor het verantwoordelijkheidsbesef van het handvol grote
digitale ondernemers die ons deze techniek leveren. 
Waar zijn de noodvoorzieningen? Als ze er zijn, werken ze? 

Ziekenhuizen en andere onmisbare objecten hebben sinds jaar en dag allemaal
een noodstroom voorziening. Voor het geval de netstroom eens mocht uitvallen
wordt een dieselaggregaat gestart om de meest vitale functies onder stroom te 
houden. Een digitaal powerguard-systeem bewaakt dit tegenwoordig, distribueert
de beschikbare noodstroom naar waar het nodig is en start automatisch het
dieselaggregaat. Niet te tellen zijn de keren dat ergens na een netstoring overal
de boel spoedig uitging nadat noodstroom was ingeschakeld, simpel omdat het
"systeem" de diesel niet opstartte.. 

De NS treinen hebben al een aantal keren nutteloos stilgestaan toen in het
treingeleidingssysteem van het Utrechtse centrum een grote storing optrad. Met
genoeg problemen van bladval en sneeuwval, seinstoringen en onderhouds-
werkzaamheden kan NS zoiets er echt niet bij gebruiken. 

 

Het kan nu niet meer gebeuren zegt men, het systeem is dubbel uitgevoerd. 
Het is maar te hopen dat ze niet aan het internet hangen, want er zijn dan ook 
nog de 'hackers'.. 

De minicomputer verovert stormenderhand onze auto's en geeft de chauffeur 
zóveel informatie dat hij bijna de tijd mist om nog voldoende op het verkeer te 
letten. Toch zie je veel meer auto's rijden met defecte verlichting dan in de tijd
dat de functies van de auto nog niet digitaal bewaakt werden: het zijn vaak de
allernieuwste jaargangen van geavanceerde merken met een hulpeloze berijder.
Mijn auto heeft een bewaakt brandstofsysteem. Dat waarschuwt bij bereiken
van de minimum veilige tankinhoud en blijft daarvoor waarschuwen, elke tien 
kilometer opnieuw. Maar bij het eerste signaal kan ik nog wel minstens 65 km 
verder rijden, stelt de fabrikant mij gerust. 
Laatst waarschuwde de boordcomputer: "brandstofniveau laag" op vijftien km 
tot mijn huis. Het waaide en het regende, ik reed de pomp voorbij - 10 km verder
stond ik stil.. Het systeem waarschuwde 50 km te laat..
In de Turkse 737 die in 2011 op Schiphol crashte waarschuwde de boordcomputer
voor een defecte hoogtemeter, maar de automatische piloot reageerde op de 
informatie die de hoogtemeter gaf. De combinatie menselijke fouten en digitale 
gebreken is dodelijk. 

Ik weet niet hoe veilig landende vliegtuigen op Schiphol nog zijn in bespaartijden.
Het is ook geen vraag of een groot computerfalen chaos in het land veroorzaken
zal, het is alleen de vraag wannéér. 

John Zwart – januari 2013.

n - 

 

Reageer    

 

Digitale mankementen - 

de ontoegankelijke wereld van de 'nerds' I 
Digitale mankementen 

Een paar keer per jaar voel ik de neiging mijn computer uit het raam te gooien.
Het begon lekker: vlak na nieuwjaar. En voor u herkenbaar? Wie heeft er
bijvoorbeeld de hierna beschreven ervaring nog nooit gehad, niemand toch?
Want u bent ook lekker meegegaan met het digitale tijdperk dat tegen het eind
van de vorige eeuw de wereld drastisch veranderde. 
Natuurlijk doet u zoveel mogelijk op de computer en u hebt allerlei programma's
op het ondoorgrondelijke ding laten installeren door regelmatig op "doorgaan" 
te klikken. Waarmee? Ja, 't is een kwestie van vertrouwen, want het schimmig
heen en weer flitsen op de harde schijf valt niet waar te nemen. 

Ook ik ga dan lekker aan de gang, door op het bureaublad te dubbelklikken 
op 't icoontje Microsoft Ariebombarie (om maar iets te noemen). Op 't scherm 
opent zich een lijst bestanden, ik wil iets gaan bewerken in bestand "financial
management – my budget limitations" (om maar wéér iets te noemen). 
Vol werklust dubbelklik ik op "open". De lijst verdwijnt en maakt plaats voor 
een leeg scherm met een tuimelend zandlopertje of een perpetuum mobiel 
draaiend wieltje (naar keuze). 
Ongeduldig wacht ik, na een minuutje of zo begint de onrust toe te slaan. 
Waarom heeft dit apparaat zoveel tijd nodig om een boek uit de kast te pakken
terwijl ik dat zelf binnen tien seconden kan? Er moet iets zijn misgegaan.
Je denkt: valse start, hij krijgt een herkansing, klikt op het kruisje rechtsboven
in veronderstelling dat 't bureaublad dan terugkeert. 

Maar nee hoor, een informatievenster opent met de mededeling "Microsoft 
Ariebombarie reageert niet. " Ja, je moet me wat nieuws vertellen, dat heb ik 
allang gemerkt, daarom wil ik afsluiten". Ik merk: ik ga reageren door tegen 
de computer te praten als tegen een medewerker die nogal traag van begrip is.
Hij geeft me keus tussen twee mogelijkheden: 
1. Wachten tot het programma reageert (tot je een ons weegt) of 
2. Het programma sluiten. 
"Rare keus voor een programma wat juist niet wil openen maar alla..." 
Een waarschuwing: Let op! Als u het programma nu afsluit kan er informatie 
verloren gaan! "Ja hoor-es, wat moet ik dán, als jij niet openen wilt dan moet 
ik toch afsluiten, hoe kan ik het risico van verloren informatie ontlopen?" 

Je gaat naar je "help" programma. 
Massa's informatie over verwerkingsproblemen maar géén antwoord op de 
doodsimpele vraag: "Waarom opent Ariebombarie niet?" Het beste wat ik mijn
technisch wonder kan ontfutselen is de oplossing "probeer het programma af
te sluiten en opnieuw op te starten" met wéér de waarschuwing: Let op! Als u
het programma nu afsluit kan er informatie verloren gaan! 
"Dat heb je pas al gezegd, dom rekenijzer!" Het stadium van de beleefde 
conversatie is nu wel voorbij. Terug naar het scherm met het wieltje dat nog 
steeds tergend ronddraait. Terug naar het kruisje rechtsboven. 
Het behulpzame informatieschermpje deelt nu mee: "er wordt naar een oplossing
gezocht". Kijk, dat gaat eindelijk wat meer richting "klantenservice". 
Na een half minuutje kom je inderdaad terug op je gewenste bureaublad. 

Inmiddels zijn we een dik kwartier verder maar, nu met iets minder goede moed,
dubbelklik ik op het Ariebombarie icoontje: hij heeft een oplossing gezocht, 
dus het zal nu wel goed verlopen. Mooi niet, het te bewerken bestand blijft in 
zijn keelgat steken: zandlopertje, wieltje, wat háát ik die dingen! 
Alles uit, dan twee, drie keer weer proberen. Pc helemaal opnieuw opstarten,
daarna nog eens in de "veilige modus" – niets helpt. 
Tenslotte externe technische hulp ingeroepen. 
De remedie: Ariebombarie programma verwijderen van de schijf en opnieuw 
installeren met behulp van het cd-tje ervan... ja waar heb ik dat ding nou...

Waarom accepteren we toch dat ondeugdelijke software op onze computers 
wordt geinstalleerd die ondanks actuele brandmuren en virusschermen zó
maar "beschadigd" raakt waardoor we plotseling hulpeloos staan in de grote
digitale woestijn? De simpele mededeling "er kan informatie verloren gaan" 
is een gewiekste "disclaimer" die betekent "we zijn niet aansprakelijk voor 
de kreupele rotzooi die we op de markt brengen".

John Zwart - januari 2013

X of O - het is net 'boter kaas en eieren'

kent u dat spelletje nog van vroeger?

Reageer    

 

De aantrekkingskracht van Ikea of de Meubelboulevard

 


De aantrekkingskracht van Ikea of de Meubelboulevard 

Het wordt hoog tijd voor een gast columnist. 
Eigenlijk had ik zelf graag eens luchtig geschreven over die lusteloze tijd rond 
kerst en de nieuwjaarsdag, waarop alles dicht is voor inloop tenzij je ergens een 
uitgebreid diner hebt gereserveerd. 
Al doe ik er zelf niet aan mee, kan ik eigenlijk wel begrip opbrengen voor de 
mensen die lijden onder hun gedwongen "verplicht gezellig samenzijn". Als de 
boog van stress te strak gespannen staat vluchten ze naar buiten, waar helaas 
weinig is te beleven. 
Een uitkomst is dan de Meubelboulevard, of twee uur in de rij staan voor het 
historische Wouda-gemaal in Lemmer dat maar eens per jaar in werking is. 
Met de autorit mee heb je dan toch weer een hele dagbesteding. 
Maar ik graaf graag dieper, dus werd het een serieus stuk over de ervaring van
"eenzaamheid" door de mensen. Gelukkig is daar dan nog Arnoud de Jong voor 
de luchtige toon! Ja hij was op de meubelboulevard, hij wel – en overleefde het: 

Arnoud de Jong over de opvoedende waarde van Zweedse gehaktballetjes>

Soms moet het even: naar Ikea. Iedereen weet hoe uitputtend het kan zijn.
Aan het eind van de meubelmarathon sta je op punt van flauwvallen en wil je 
even rustig eten in het restaurant. Maar dat gaat zomaar niet. 
Direct beginnen er van die kleine etters rond je tafel te rennen en tussen je 
stoel door te kruipen. Kinderen van onbekende herkomst. Terwijl goddomme
tien meter verderop een speciale speelgelegenheid voor ze is. Ouders zijn in 
de verste verte niet te bekennen. Die zitten waarschijnlijk wél rustig te eten.
Kijk, in zulke gevallen is de kindvriendelijke benadering net een brug te ver.
Hoewel je met je laatste krachten heus nog wel een poging hebt gedaan: 
"Nee jongens, niet hier spelen, ik wil even rustig eten…" 
Een van de hyperactieve opdonders gaat gewoon door. Je aanwezigheid lijkt 
hem sowieso geheel te ontgaan. Je voelt iets knakken bij jezelf. Het moreel 
waarschijnlijk. 
Je offert met genoegen een portie Zweedse köttbullar (gehaktballetjes) op om
die in het haar van het blonde rotjoch te wrijven. Terwijl de peperroomsaus in 
zijn nekkie begint te sijpelen, brul je hem getergd toe: "En nou opzoutö naar 
Småland, kräng!" Dan maar een jeugdtrauma. Je wilt tenslotte rustig eten..
En hé, het helpt, hij is meteen weg. Het zijn vast de magische krachten in die
klodder lingonberry (vossenbessenjam) die ik altijd bij de köttbullar neem. 
Heerlijk.


Ikea Russia - ook voor 'bärenmützen' 


Hier heb je geen ballenbak nodig, je kiepert de ettertjes gewoon...

Reageer    

 

Uitgeknald en uitgefeest 

 
Ja, in brede zin hebt u mijn goede wensen hier al een poosje kunnen lezen.
Maar u, beste lezer die mij op dit moment leest, wens ik even heel persoonlijk: dat er 
weinig slechts en veel goeds u ten deel mag vallen in 2013. Niet alleen omdat het zo 
hoort bij de eerste ontmoeting in een nieuw jaar, maar vooral om u oprecht te sterken.
Want tegen het beter weten in, kunnen alleen nog wensen, hoop, geloof, ons sparen 
voor depressie. En dan heb ik het niet over geld.
De overgang van 31 december naar 1 januari is ieder jaar weer aanleiding tot een 
explosie van euforie – het klokgelui van twaalf het startsein voor een tumult alsof het
Nederlands elftal alsnog wereldkampioen werd. En zo is het elk jaar weer, net als het
gaat met de goede voornemens van het vorige jaar die nooit standhielden. Het maakt
dus niets uit of we met vreugde op een voorbij jaar terugzien, of er opgelucht afscheid
van nemen, of we vol verwachting een komend jaar verwelkomen of dat met grote zorg
tegemoet zien. Altijd euforie, bij het vuurwerk, bij de artiesten op de podia en bij het 
massale publiek. 

Als je langzaam wat ouder wordt besef je steeds meer het verschil van de buitenkant
tegenover de binnenkant. Marilyn Monroe – tot haar laatste dagen hét begeerlijk seks-
symbool – ging al jong door die fase. Nauwelijks dertig jaar oud sprak ze al over de 
schijn aan de buitenkant van de glamourwereld waar ze zelf deel van uitmaakte: 
"it's all make belief, isn't it". Ze observeerde de menigte op party's waar iedereen 
wilde zijn, om gezien te worden. Stond vaak even apart, langs de kant: 
"then I listened and heard people whom I used to look up to, turn into ordinary 
boring people". Niettemin liet ze zich toch weer meeslepen in die jet-set, ze had 
helaas niets anders om op terug te vallen. 
Eenzaamheid binnen een menigte is erger dan eenzaamheid in de eenzaamheid. 
We hebben ons – alweer voor de zoveelste keer – opgewonden over pesten en de 
gruwelijke gevolgen. We kregen ook weer cijfers van de ijverige peilingbureaus die 
ons weten te melden dat er twee miljoen mensen in Nederland eenzaam waren in 
2012. Het aantal slachtoffers van groepspesten kennen ze niet, want die komen 
er zelden voor uit – als je gepest wordt ben je een 'loser'. Of al die 'losers' eenzaam
waren of die eenzamen ook 'losers', we weten het niet. 

Wel meldt het boekverkopersgilde ons dat er in 2012 twee miljoen exemplaren van 
het pornografische romandebuut van Mrs. E.L. James zijn verkocht. De ene twee 
miljoen zijn de andere niet, natuurlijk. Maar toch.. ik vind aan seks doen veel leuker
dan er over te lezen en kan me nauwelijks voorstellen dat ik hierin een uitzondering 
ben. Het zou dus toch ook weer met eenzaamheid te maken kunnen hebben, 
immers: de peilingbureaus weten ons wel weer te vertellen dat naast die twee 
miljoen er nog één-komma-acht miljoen mensen zijn die zich 'soms' een tijdlang 
eenzaam voelen. 

De ideële reclamejongens voerden campagne om ons bij de naderende feestdagen
attent te maken op de eenzaamheid om ons heen. We krijgen dan zo'n beeld van
een alleenwonende oudere, minder goed ter been: maak eens een praatje, vraag 
of je wat boodschappen kunt doen. Onmiddellijk zijn er organisaties – al dan niet 
altruïstisch – die zich er op werpen. Kerstmaaltijd voor alleenstaanden, nodig iemand
uit bij je aan tafel. De gemeente vindt nog ergens een potje met vergeten subsidie-
kleingeld, vrijwilligers doen de rest. Allemaal goed bedoeld maar het werkt niet. 
In de grote stad blijf je eenzaam binnen de menigte. En in een dorp? Ik vond kort 
voor kerst een ongeadresseerd A4 kopietje in mijn brievenbus: "Kerstmaaltijd. 
Bent u eenzaam met kerst? Geef u op voor een gezamenlijke kerstmaaltijd in het 
dorpshuis." Je moet er toch niet aan denken? Dat je op kerstavond daar de gang
vol geparkeerde rollators binnenstapt? Want je moet toch wel dement of nogal 
zwak begaafd zijn als je daar tussen wil zitten, met op je voorhoofd bijna leesbaar:
"ik ben zielig, ik ben een loser".

In de jaren zestig liep ik, jeugdig zeeman in december over de 7th Avenue en 
Broadway, stond plots op Times Square: een duizelende lichtjeszee om me heen 
en een kolkende massa mensen en auto's. Ik besefte ineens dat er niets of 
niemand was die zich maar één moment druk zou maken als ik ter plekke dood 
neerviel. Dat is eenzaamheid binnen de menigte, van de ergste soort.

"One place I really hate, is Times Square. As a New Yorker you almost need an 
excuse for being there, because no one wants to be caught dead in such a 
gaudy tourist trap. Times Square is screaming at you with lights, sounds and 
overactivity. It's oppressive to the senses. It's demanding all your attention:
LOOK AT ME !!!, all caplocks. To day authority is the Times Square Approach:
overpowering, dominant and very loud. It makes you stop thinking.

Paul Salomon, New York NY – dec 2012.                                                       

Later maakte ik een tocht door de Sinai woestijn, zand piept onder je schoenen, 
het brandt door je zolen. Een dag lang kwamen we niemand tegen en ik zag niets
dat op menselijke aanwezigheid leek. Het was fascinerend. 
Nog veel later maakte ik helemaal alleen een meerdaagse trektocht over de 
Hardangervidda, dat is de hoogvlakte van Zuid-Noorwegen - 's nachts sliep ik 
telkens in een "hytte", dat zijn eenvoudige houten bouwsels met spartaanse 
voorzieningen, slaapplaats voor vier, hooguit zes. Na elke dagetappe trof ik 
niemand, maar ik voelde me geen moment eenzaam. Ook niet in het besef dat
om mijn afgelegen hutje tot in de verre omtrek alleen elanden en rendieren leefden.
Vrienden en vriendinnen waren na terugkomst nieuwsgierig naar mijn foto's. 
"Prachtige natuur, maar was je niet vreselijk eenzaam?" vroeg er één. 
Nee, heerlijk één met de natuur. 

Eenzaamheid is een dreiging voor mensen die het nooit geleerd hebben alleen 
te zijn zonder eenzaamheid. Hoe dichter een land bevolkt raakt hoe meer mensen
die vaardigheid nooit aanleren. Ze hebben altijd mensen nodig om zich heen, of 
een surrogaat: ze zetten de tv aan, die pas uitgaat als het tijd is te gaan slapen.
Dan kunnen ze nog beter een boek pakken en gaan lezen, met een favoriete cd
op de achtergrond, beter dan de tv en nog véél beter dan die gang met rollators.

 

John Zwart - 01.01.2013 

 

 

Reageer    

 

Alle vaste lezers en toevallige bezoekers een goed 2013!

 

Alweer kliekjes

In de tweede helft van december moet heel "hilversum" op vakantie, op een paar nieuws-
lezers en sportverslaggevers na. Maar je kunt natuurlijk niet al die tijd de zenders uit
zetten, beeld en geluid moeten altijd doorgaan. Al was het alleen om aan de eisen van
de Stichting Etherreclame te voldoen. 
Tegen kerstmis breekt dus de tijd van de makkelijke programma's en herhalingen aan.
Nou hebben we het hele jaar door al genoeg ouwehoerprogramma's in de vorm van: 
"pleur een microfoon op een tafel en zet er een stel mensen omheen en kijk maar wat
er uit komt". Met een paar reiskostenvergoedingen, gratis consumpties en een
attentiepakketje na afloop is het fijn goedkoop programmeren en je vindt altijd wel een
handjevol journalisten of anderen in de schaduwzone naar "bekend nederlanderschap".

In de aanloop er naar toe hebben we al een paar mini-verkiezingen gehouden: het 
politieke journaille kiest "de politicus van het jaar", de sportjournalisten kiezen hun 
"sportman van het jaar" en "sportvrouw van het jaar" en – je houdt 't niet voor mogelijk,
"Tros Radar" organiseert de "gouden loekie" en de "loden loekie" voor de "beste" en
de "slechtste" reclame op het beeldscherm. Daar móet je als publiek aan meedoen –
de Tros reclamemakers missen blijkbaar toch het vertrouwen in ons enthousiasme, 
dus er is een flinke reclamecampagne tegenaan gegooid. Het Droste-effect van de 
reclamejongens: "nomineer jouw favoriete reclamespot voor de Gouden Loekie!".
Eindelijk.. ik kon niet wachten. 
Het ooit door Ikea ingezette jijjouwen, dat sindsdien door alle reclamemakers werd
overgenomen, laat ons het absolute imbeciliteitniveau bereiken. Zo zijn we  
helemaal klaar voor het herhalingenseizoen. Alle ruimte voor de hobby van een 
handvol radio en tv makers om in december ijverig te gaan knippen en plakken met
"sound bites" uit het jaararchief. Als de virtuele schaar en lijmpot in de kast weg
geborgen zijn en de knutselaars met de overige 800.000 naar de après ski zijn 
afgereisd wordt deze huisvlijt aan de thuisblijvers voorgeschoteld. 
Met dit hobbyisme is de feestmaand effectief om zeep geholpen. Want beste 
mensen, sinds gewone programma's qua inhoud allang afzakten naar knipsels uit 
de "celebrity-gossip" en herhalingen van "headlines" hebben we dezelfde dingen al
zo vaak gezien en gehoord dat de herhaling van de herhaling de treurige smaak 
heeft van herhaling in het kwadraat. 

Terugkijken straalt zelfgenoegzaamheid uit, terwijl er als nooit tevoor alle reden is 
naar de toekomst te kijken. Veel te veel zelfgenoegzaamheid van dezelfde snuiten
bijvoorbeeld van Giel Beelen, die net de wereld heeft gered met in 1 week 'n paar 
kratten vruchtensap leeg te drinken, waarvoor hij als een held door jong tukkerland
werd toegejuicht – en Erik van Muiswinkel die met onnavolgbaar onderuitgezakte 
nonchalance ster zit te wezen bij Matthijs van Nieuwkerk. Hij vult, zo u wilt, straks 
uw oudejaarsavond ook weer met een jaar in de herhaling, laten we hopen op een
beetje humoristische toon. Dat hele DWDD kan ook zó naar de commerciëlen,
het salaris van Van Nieuwkerk past er al naadloos in. 

Wie kijkt er nog vooruit? Ik zou wel eens iemand willen zien en horen die een 
futuristisch programma brengt, wat zou dat verfrissend zijn. Over de ondergang van
Rutte II en Nederland als stuurloos land meegesleurd in de Verenigde Staten van
Europa bijvoorbeeld, met als president Sylvio Berlusconi, met miljarden ingekocht
door Rupert Murdoch. Wat hem in de USA niet lukte, wel geslaagd in de USE.
Dat levert vast veel orogineler komische stof op in plaats alwéér die gestruikelde 
hoogleraren door de mangel te halen – elke columnist deed dat allang op actuele 
en snedige wijze.
De publieke en regionale omroepen zitten in de stress.
Van de worst van de publieke wordt plak na plak tot 200 miljoen op hun budget 
gekort. Vanaf begin van het jaar grepen ze dat onderwerp menigmaal aan voor
zo'n ouwehoerprogramma met een kringetje eigenheimers rond de microfoon. 
Publiek navelstaren, dat moesten ze nou juist niet doen, want hiermee bewijzen ze
het gelijk van hun politieke broodheren die ze zien als natuurlijke tegenstanders. 
Waar rechts Nederland de bijstandtrekkers van beschuldigt maakte de publieke
omroep zich jarenlang schuldig, Ze zijn hetzelfde als commerciële, alleen mochten
ze ongestraft van twee walletjes vreten. 
Eind aan dat gedebatteer over de eigen navel, ouwehoeren is niets voor vandaag,
ouwehoeren is van gisteren. 

John Zwart – 31.12.2012

 Showvuurwerk is er weer genoeg.
 Gaan die twee mannen in Den Haag nu toch voor echt vuurwerk zorgen? 

 

 

 Zijn we op weg ergens heen, waar dan naar toe?   Toch niet alleen 
 naar de volgende peilingen? Ik hoop dat u het voor uzelf wel weet! 
 Vinden van een beetje zin in het leven bijvoorbeeld, vul maar in...

Reageer    

 

Alle vaste lezers en toevallige bezoekers:
een mooie Jaarwisseling en Start van 2013!

 

Magiërs 

De tijd van zonnewende en jaarwisseling is een periode waarin het onbevattelijke
volop ruimte krijgt. De mensen op het noordelijk halfrond ervaren hoe het daglicht
almaar korter duurt en het verschijnsel winterdepressie houdt er ongetwijfeld 
verband mee. 
Gaan we in gedachten terug naar een tijd waarin onze astronomische kennis nog 
in de kinderschoenen stond is duidelijk dat kwade en goede machten onder de 
invloed van al die donkere uren steeds onze gedachten konden beheersen. 
Angst dat die zon, almaar korter verschijnend en steeds lager boven de horizon, 
wel eens helemaal voorgoed zou kunnen wegblijven kon reëel zijn. En dan, een 
onbekend schijnsel aan de nachtelijke hemel, bijna even helder als de maan, het
kon een belofte van het goede inhouden, maar evengoed kon zo'n komeet onheil,
ziekte en sterfte voorspellen. 

Het bovennatuurlijke krijgt soms de mensen van vandaag nog net zo in z'n greep.
Ruim een week geleden nog hield de Maya-kalender heel wat mensen bezig, die 
eindigde op 21.12.2012. Sommigen verbonden er echt "het einde van de wereld"
aan, de meeste deden er wat lacherig over, maar tóch... 
In de Bijbelse geschiedenis zowel als in de Koran wemelt het van de "wonderen".
Vandaag nog gebeuren soms wonderlijke dingen, maar bijna altijd is er dan een
duidelijke verklaring voor. 

 

Ik heb in India zo'n magiër bezig gezien, hij liet op zijn fluitspel een cobra uit 
een mand omhoog kronkelen en vervolgens weer neerdalen waarna hij het 
deksel terugplaatste. Hij gooide een koord omhoog dat, ongelooflijk, omhoog 
bleef staan! De man was geen tovenaar, maar een illusionist wist ik. 
Toch was ik verbijsterd, je gelooft je ogen niet. 
Inderdaad moeten we onze ogen soms niet geloven. 

De illusionisten van vandaag hebben het makkelijker dan die van vóórbijbelse
tijden. Ze hebben de techniek tot hun beschikking. De dingen die ze je laten 
zien zijn verbijsterend maar – als je 't wéét – toch realistisch. Alleen dat realisme
laten ze je niet zien, ze laten je een realiteit zien die zij willen dat je ziet. 
"Dynamo" is een nieuwe Britse illusionist van deze 21e eeuw. Hij loopt over het 
water van de Theems. Kijk naar de verbijstering in de ogen van de 21e eeuwse
toeschouwers: ze zien de realiteit die Dynamo hen voorspiegelt, daartoe in staat
gesteld door de techniek die hij niet laat zien. 
De mensen zijn niet zoveel anders geworden, misschien was Jezus wel een 
illusionist. Een, die de aandacht trok, maar ook aan belangwekkende andere 
dingen deed. 

John Zwart, 28 december 2012 

            Zonnewende   Dynamo Walking on Water (River Thames) 

      "Life is an illusion 
       Reality is only what you make it" 
      
(Dynamo, illusionist)

   Dynamo shrinks an iphone
       to put it in a bottle 
       (helaas geblokkeerd door NBC, excuus)

   Dan deze maar: 
       Dynamo shows trick leaning extremely backwards 

Reageer    

 

Alle vaste lezers en toevallige bezoekers:
Prettige Kerstdagen gewenst! 

 

 

 

            OBA Amsterdam - Het Laatste Podium van 2012  

  OBA in kerstsfeer 

OBA Amsterdam – Laatste zaterdagmiddagpodium van 2012 

1.
Even heb ik getwijfeld of ik wel naar Amsterdam zou gaan, afgelopen zaterdag 22 dec.
De nacht bracht het noorden 1 à 2 graadjes vorst maar regen in de ochtend. De straat
glom van gladheid en het zicht was slecht. Tegen de middag zag het er iets beter uit, 
nevel opgetrokken en de temperatuur een veilige 7 graden boven nul. 
Maar wát nat en stormachtig was het, verregend en verwaaid kwam ik aan op etage 2
in het imposante bibliotheekgebouw op het Oosterdokseiland. Opvallend weinig
belangstellenden, hooguit 25, heel veel lege stoelen – de Amsterdammers lieten het 
helaas afweten, vlak voor kerst. 
Toch was deze laatste podiummiddag van 't jaar de moeite waard, vanwege de variatie.
Meestal krijgt de poëzie immers de boventoon op dit podium, soms opgeluisterd door
één of twee muzikanten, maar proza is er toch vrij zeldzaam. Deze keer was poëzie 
het minst vertegenwoordigd, veelsoortig proza was de hoofdschotel die werd geboden,
maar verschillende prozaïsten hadden toch weer gedichten als "illustratie" bij hun werk.

"Peter Prins de 3e" en Michel Doodeman brachten heel verschillend kort proza. 
Prins – de vader en de opa heten ook Peter – noemt zijn werk zelf "miniatuurtjes". 
Vrijwillig beperkt hij zich in het algemeen tot 220 woorden. Dat is erg weinig voor een 
afgerond verhaal, maar zijn werk houdt het midden tussen vreemde sprookjes en 
bizarre vertellingen. Die worden interessant en geheimzinniger naarmate ze korter zijn.
Ik vind het altijd intrigerend als iemand je achterlaat met een gevoel "waar ging dit 
eigenlijk over..." 
Doodeman vindt zichzelf een echte columnist. Hij schrijft humoristisch en duidelijk
relativerend over sport. Hij leest er twee voor ons: "Kleinsporters" en – naar eigen 
zeggen zijn "literaire hoogtepunt" – de column "Het zwarte gat". Die had hij ingezonden
naar "Metro" en tot zijn vreugde plaatste het blad zijn inzending. Hij is ambitieus en 
straalt de stellige verwachting uit ooit een gevestigde columnist te worden. 
Persoonlijk vond ik "Kleinsporters" leuker, amusanter, dan zijn "literaire hoogtepunt",
dat vooral vanuit het blikveld van de bankzitter voor de tv geschreven is. 
De van oorsprong Begalese mevrouw Debjani Paul-Gupta had als kind dat postzegels
verzamelt een nieuwsgierigheid gekregen naar Nederland – een land dat "onder de 
zeespiegel ligt", zo leerde ze van de postzegelhandelaar. Ze vroeg zich toen af hoe 
mensen toch onder water konden leven. 

2.
Met haar welluidende stem – ze zou het ook zonder microfoon af kunnen – 
dramatiseert ze dit gegeven nogal, want ik weet uit ervaring dat het hele mondings-
gebied van de Hoogly River stroomopwaarts tot aan Calcutta óók beneden de 
zeespiegel ligt en er regelmatig overstromingen voorkomen bij storm en springtij.
Maar ze steelt ieders hart door in haar eigen taal een gedicht te lezen van de 
Indiase dichter Tagore, dat verhaalt van bergen, rivieren en verre landschappen, 
maar erop wijst dat de glans van de dauwdruppel op de grasspriet, vlak voor onze
voeten, niet wordt gezien.
Ze leest haar verhaal dat naar analogie gaat over kleine plaatsjes, waar mensen 
nieuwsgierig zijn naar elkaar, vragen stellen en luisteren – tegenover de moderne
stadsmens die leeft met "het scherm" waarop iedere informatie te vinden is. In 
Amsterdam vraagt niemand haar iets, niemand toont nieuwsgierigheid. Maar zij 
maakte, in haar traditionele Bengalese kleding, een reis naar Appingedam. Dat is
net zoiets als Giethoorn, zegt ze. Het bleek een kleine plaats zoals ze zich had
voorgesteld waar zij inderdaad onmiddellijk werd opgemerkt en de mensen haar 
vele vragen stelden. 

Sander Brouwer, Gerdin Linthorst en Merik van der Torren waren er puur voor de 
poëzie. Alhoewel: Brouwer – markante stem bekend van Eijlders, weer iemand die
het ook wel zonder elektronica kan – vraagt zichzelf af of het wel "gedichten" zijn
die hij al jaren schrijft. Die stem heeft hij – zijn jeugd speelde zich af in Overijsel –
zo vanaf de kansel gehoord. Het geeft hem een zekere autoriteit die hij zelf weer 
afbreekt door de zelfspot die in zijn gedichten klinkt. Er zit iets van de filosoof in 
hem, want terwijl hij zegt "ik heb niets te zeggen" en zijn eigen spiegelbeeld een 
"schijnbeeld" noemt, verwijst hij ook naar Lao Tse. Ja, ja, eerst Tagore, nu ook 
nog Lao Tse, het zijn geen kleintjes waarop de deelnemers deze middag leunen.
Zijn bestaan hier noemt hij naar de oosterse dichter-filosoof "het toeval Gods". 
Zwaar wordt het nooit met Brouwer want hij springt zo weer over naar de satire en
leest een persiflage vol van zelfspot op het bekendste werk van de tachtiger 
Willem Kloos: "ik ben een God in het diepst van mijn gedachten. En zit in 't 
binnenst van mijn ziel ten troon". 
Gerdin Linthorst brengt nog meer Eijders'sfeer in de OBA door een herhaling van
haar voordracht van de vorige zondag. Haar "Kerstvers" mag weer niet ontbreken.
Daarin baarde "zij" (Maria) een tweeling, de 12 apostelen en de 3 koningen hebben
er ook hun plaats in, evenals het vruchteloos kerstvieren gedurende tweeduizend 
jaar, want nog steeds "komt er geen eind aan de krijtende kinderkens op aard". 

    Sander Brouwer 

Die stem heeft hij vanuit zijn jeugd, door het luisteren naar de preek van de kansel

3. 
Daarna draagt ze haar poëzie voor die vooral op mensen is geïnspireerd. Mensen 
die ze kent, ook de cafébezoekers in Eijlders en uit haar dagelijks leven van 
vroeger en nu. Zoals over de oude man, zijden doekje rond zijn vervallen hals, die
begerig naar onbereikbaar schoons kijkt. 
Een ode aan Jansje B., trouwe verkoopster gedurende veertig jaar in de lingeriezaak
aan de Paleisstraat. Zij slijt haar laatste dagen, krimpend, broos en breekbaar in 
een bejaardenhuis. Ze heeft honderden kikkers gekust maar geen ervan veranderde
in een prins.. 
Merik van der Torren, ook al een oudgediende in de Amsterdamse dichterswereld 
heeft weer een nieuwe bundel uitgebracht "Dag pauw oog". Zo per lettergreep los 
geschreven ook te lezen als een groet. Van der Torren houdt van dit soort grapjes, 
hij schrijft vanuit de fantasie en als hij het licht weet te houden is hij zelf het meest
tevreden. Het bundeltje opent met een vurig gedicht op het overlijden van Simon 
Vinkenoog, het was een treurig jaar ook privé voor Van der Torren, dat jaar 2010.
Maar ook dit gegeven dompelt niet in somberheid, hoe kan het ook als je schrijft 
over iemand als Vinkenoog, die het leven uitgebuit heeft tot de laatste seconde.
Voor wie gelééfd heeft is de dood geen straf. 
Verder verbaast het niet dat we tuin en boskabouters tegenkomen in de bundel en
ze wonen ook nog onder een paddenstoel. De serieuze toon weet hij ook te treffen
in zijn lyrische gedicht "Omarming". 

4. 
J.P.Caspersz – Deneuville heeft duidelijk een heel andere voorstelling gehad van een
ontmoeting met Jos van Hest aan de OBA Podiumtafel. Hij is een "verkondiger" en 
heeft deze laatste zitting zo vlak voor de feestdagen opgevat als een dag binnen de
"advent", de periode waarin we stap voor stap toeleven naar de "epiphanie". Hij grijpt 
zijn "spreektijd" aan om ons goed te onderwijzen over de oorsprong van kerstmis, 
de bronnen, de achtergrond van de symbolen en feiten er rond. De zonnewende op de
21e december, de kerstboom, het lichtfeest, Dionysos de tiran, water en wijn – het
driekoningenfeest, de vruchtbaarheid en eeuwigheid van het slib van de Nijl, samen 
met levenbrengend water. De boon in de traditie van het driekoningenbrood, één
slechts meegebakken, wie hem bij het aansnijden treft is één dag koning. 
Alles komt voorbij. Het is een monoloog met een overvloed aan feiten gedurende het
verstrijken van de tijd valt iets van wanhoop in de houding van de presentator te 
bespeuren. "Hoe lang gaat dit nog door?" vraagt hij voorzichtig na acht minuten. 
"Ik ben pas vijf minuten bezig en ik heb tien minuten spreektijd, dus nog vijf minuten
en dan ben ik al klaar", luidt het antwoord. Maar Jos wilde eigenlijk graag een dialoog
met Caspersz. "Vanwaar die fascinatie met dit onderwerp?" Caspersz blijkt echt 
iemand die "het woord" wil brengen en het OBA Open Podium is een podium voor het
woord, dus in zijn ogen bij uitstek de plaats om te verkondigen. 
Daar valt niets tegen in te brengen en eigenlijk is hij één van de drie koningen, want
hij legt vervolgens uit: hij heet Caspersz en de drie koningen heten Casper, Melchior
en Balthazar. Ze staan elk voor een deel van de toenmalig bekende wereld: Afrika 
(de zwarte koning), Melchior voor Europa en Balthazar voor de Arabische wereld. 
Caspersz haalt er een uitvergrote reproductie van een ets bij en legt nog even uit: 
"kijk de één heeft geen baard, de andere een korte baard en de derde een lange 
baard". Het is allemaal erg boeiend maar het is gewoon te veel. Het is veel te veel.

Met prozaïsten heb je toch al meer tijd nodig dan bij iemand die een paar gedichten
leest en daar een paar vragen over beantwoordt. Voor de pauze liep de tijd al tien 
minuten voor op het programma, na de verkondiger zijn we al zeker een kwartier 
uitgelopen. Maar opgewekt gaat Van Hest gewoon door, zoals altijd. 
Er valt helaas niets meer in te halen, want nu ben ik aan de beurt en ook alweer met
proza... 

5. 
Wat heet: een boekmanuscript en dat laat zich niet zo een-twee-drie afraffelen. 
Het gaat om mijn project "We're all dying, aren't we" (verwijzend naar een tekst
in het script voor de film "The Misfits" uit 1961). Het is gegroeid uit een essay 
over het leven van fotomodel Norma Jeane, de latere filmster Marilyn Monroe. 
Het is een "crowdsponsoring" project waarover natuurlijk meteen al wat uitleg 
nodig is. 
Maar presentator Jos van Hest denkt dat iedereen waarschijnlijk toch wel hard
aan wat poëzie toe is, en dat begrijp ik maar al te goed. Hij weet dat ik een paar
gedichten van Marilyn in mijn tekst verwerkt heb en zelf voor haar een postuum 
opgedragen gedicht  schreef. 

O Time                                             Na jouw theater 

O, Time                                             zo vele kijken maar hebben niet gezien
Be Kind                                             dat ook het goedbedoelen voor 't angstig kind
Help this weary being                         dat lang na ontwaken zich nog in de greep van
To forget what is to sad to remember   de bange droom bevindt, die niet wijken doet
Loose my loneliness, 
Ease my mind,                                  niets is genoeg zo weet alleen wie zelf
While you eat my flesh                       de klauwen van depressie kent 

                                                        ze kijken maar ze hebben niet gezien
                                                        als je toch weer lacht dan menen ze: 
 Marilyn Monroe - (1960)                                                                      het is voorbij
                                                        maar het was je laatste energie - er is de klauw
                                                        die even afwacht tot je eigenlijk rusten moet 

                                                        ik hoop zo graag dat je gewiegd wordt 
                                                        als je nu nog ergens bent 

                                                        John Zwart (voor Norma Jeane 1962-2012) 

 

Marilyn Monroe -  'lost in the night' 

No make up, no hairdressing, no lighting. Just the headlights of your car.
Picture by
© André de Dienes - Los Angeles 1952. 

De bedoeling van het "crowdsponsoring project" is dat een groepje fans als eerste 
aanzet vijf euro aanbetaalt op de komende uitgave. Het wordt een geïllustreerd boek
met vele minder bekende en zelfs onbekende aspecten uit de jeugd van Norma Jeane
Mortenson en haar leven als de actrice Marilyn Monroe.
En dan is er eigenlijk nog nauwelijks tijd voor een paar boekfragmenten. Ik lees 
nog een kort stukje over de zoektocht van de achtjarige Norma Jeane naar haar 
natuurlijke vader. 
En dan valt plotseling de guillotine: de bibliotheek grijpt in, het podium mag niet langer
dan tot vijf uur duren en het is al vijf uur geweest... 
Het is nog net niet zo dat de stoelen onder ons achterste worden weggetrokken maar
dat gevoel geeft het wel. Jammer voor de wat verloren sfeer opeens, maar 26 januari 
is er tenminste een grote voorstelling in het Theater van 't Woord op de 7e etage, 
daar zal er voldoende tijd zijn om een marathon van ca. 50 dichters elk één gedicht 
te laten lezen uit de bundel "Van het Oosterdok 2012". 
Komt allen, tot dan! 

John Zwart – 24 december 2012.

 

 

Reageer    

 

De geest van Scrooge   

 

De Geest van Scrooge 

Vrij regelmatig kom ik naar Amsterdam. Het is immers – hoewel zo vaak gezien als
het "Sodom en Gomorra" van Nederland – toch de stad waar tot in wijde omtrek het 
meeste moois gebeurt. Wie in Amsterdam woont is bevoorrecht, nergens ervaar je 
zoveel cultuur als daar: theater, concerten, exposities en gelegenheidsevenementen.
Tegen gereduceerd tarief (Stadspas bijvoorbeeld) of soms zelfs helemaal gratis. 
Zonder de dure post die de reiskosten betekenen voor elke provinciaal. 
"Weet je wel hoe hoog hier de huren zijn en de gemeentelijke belasting?" hoor ik in
gedachten al iemand tegenwerpen. 
Ach, ieder maakt zijn rekensom in zijn eigen voordeel. Daar kunnen we nog wel een 
andere keer een boom over opzetten. Dan gaan we het helemaal breed trekken: over
nivellering enzo. Laat ik het bij de feestelijke bomen houden. 
Nu is de stad rijk versierd met feestverlichting en de indrukwekkende sparren die het
Rembrandtsplein, Leidseplein, de Dam en het Stationsplein weer flonkerende luister
bijzetten. Op het Rembrandtsplein heeft de grote schilder gezelschap gekregen van
de figuren uit zijn pronkstuk "de nachtwacht", gegoten in brons. Ja, een wandeling 
is nu echt genieten, ook voor wiens portemonnee plat is. 
Er is iets wat detoneert in de glitter, die rijkdom suggereert. Tot op grote afstand in
Oost en Zuidoost Europa trokken mannen deze maand een rode puntmuts uit de 
kast, pakten een ouwe trekzak of een of andere toeter in en gingen op reis, naar 
Amsterdam om een poos gedoogd te komen bedelen. De minder bedeelde 
Amsterdammers gaan naar de Voedselbank en het Leger des Heils en schamen zich
nog om te schooien. Maar deze doortrekkers zitten nergens mee. Begrijp me goed, 
als er mensen komen die een vak verstaan en hier flink komen stukadoren, timmeren
of gewoon schoonmaken, dan vind ik dat prima. Ooit was ik zelf gastarbeider toen
ik naar Scandinavië trok om op een schip aan te monsteren. 

Als je ondernemend bent ga je waar er werk ligt. Geen kwaad woord over de Polen, 
Tsjechen of Kroaten behalve als ze me in goedkope hotels 's nachts uit mijn slaap 
houden. Maar dan toch nog binnensmonds... 
Maar als ze hier komen doen alsof ze straatmuzikant zijn is het anders. Dan denk ik:
"Ga de mensen in Verwegistan vervelen maar niet hier". Al zegt-ie nog zo vriendelijk 
"Dag min-neer" onder het rookverbodbord in de ah-entree, terwijl hij me een fikse 
rookwalm toeblaast van zijn Oosteuropese smokkelsigaret, en me hoopvol aankijkt –
hij krijgt niks. Al voor de tweede week, en nog steeds kan hij zijn eindeloos herhaald
"jingle bells" niet spelen zonder misgreep in elke maat. Het is of die erbarmelijke 
muzikant mij telkens op mijn geweten aanspreekt. 
Als ik met de auto naar de stad kom parkeer ik meestal in Noord, steek het IJ over 
met het pontje en maak verder gebruik van het GVB. Veel mensen doen dat. Een 
paar keer viel mij een vrouw op die rondslenterde op de Buiksloterweg. Ze ziet er niet
echt verlopen uit, maar haar kleding is een rommelig allegaartje en draagt opzichtige
sportschoenen, niet passend bij haar leeftijd. Niet vervuild zoals een ander tandeloos
type, dat soms op het pontje blijft en overal de mensen aanspreekt. 
Deze keer kom ik wat laat terug aan de overkant. Het is al stiller op de winderige
Buiksloterweg, de passagiers waaieren snel uiteen. Ik zie een vrouw staan bij "Ot en
 Sien". Doorlopen, komt ze achter me aan: "Meneer meneer, mag ik u iets vragen?"
"Zeg maar", geef ik een strobreed toe. "Heeft u drie euro vijfennegentig voor mij, 
dan kan ik vannacht bij het Leger des Heils slapen", zegt ze. We zijn net de kroeg
voorbij, daar zit het nog vol, ik trek in een flits mijn conclusie. "Ik zie u hier vaker",
zeg ik en hoor mezelf verdergaan: "ik denk dat u wel een andere oplossing heeft".
Natuurlijk moet een mens vandaag de dag niet goedgelovig zijn, toch voel ik me als
een Scrooge... 
Ik geef die rooie puntmuts met zijn erbarmelijke "jingle bells" natuurlijk de schuld.

John Zwart – 22 december 2012

Soms een geestelijk instabiele dronkaard    
                                                                 of toch een slimme opportunist?

Gelukkig loopt hij hier waarschijnlijk nog niet met een WalMart M&P15 rifle
onder zijn gewatteerde jas, Halloween hebben we net al gehad, wordt ook
nooit meer wat het was... 
Als de Noren net zulke individualisten waren als de vier miljoen aanhangers
van Wayne Lapierre en Senator Tom Scott, dan liepen ze nu allang allemaal
met een assault gun rond 

Reageer    

 

Gevaar voor elkaar  

 

Een filosoof stelde de vraag: welk is het gevaarlijkste dier op aarde?
Is het de grizzlybeer of ijsbeer, een cheeta, de neushoorn of de Afrikaanse olifant, 
de schorpioen misschien – of toch de witte haai? 
Neen, het is de mens! gaf hij zelf als antwoord: Het dier doodt met tanden en klauwen,
maar nooit zonder reden. De mens, geef hem een steen en hij zal gooien, een lans en 
hij zal ermee steken, een boog daarmee zal hij schieten, een bom... hij laat hem vallen!

O, tussen de opsommingen werd nog iets vergeten: geef de mens 'n vuurwapen en 
hij doodt er zijn naaste mee, zonder reden. School-shooting! 
De meerderheid van Amerikaanse burgers voelt zich veiliger met een "gun". Dat gevoel 
komt uit het verleden, toen "the west" nog "wild" was. Je kon er boze indianen mee van
hun paard schieten, kwaadwillige veedieven mee verjagen, je huid misschien redden 
wanneer je overvallen werd op je reis "in the great wide open". 
Die "gun" leek onmisbaar in een bestaan dat zich afspeelt in een gebied waar wet- en
rechtshandhaving een dagreis ver kan zijn. Voor mij als West-Europeaan bijna niet 
voor te stellen. Vandaar dat het besef: "zodra je een vuurwapen grijpt verklaar je jezelf
tot schietschijf" in Europa zo algemeen is. We accepteren -op een minderheid na- dat 
bezit en gebruik van een dodelijk vuurwapen erg beperkt is en eigenlijk alleen hoort 
bij politie en defensie. 

Een kogel herkent geen verschil tussen "good" en "bad": alleen in romantische oude
westernfilms vielen de doden onder de slechteriken en bleven de schietende braven 
als helden in leven. Nu wonen er 315 miljoen mensen in de United States (2011), al is
het land enorm groot met zoveel inwoners is de minderheid die in een huisje op de 
prairie woont nog maar klein. Realistisch gezien deden de Amerikanen er dus goed aan
zich aan te sluiten bij de opvatting in veel beschaafde landen: 
massaal bezit van vuurwapens door burgers maakt het er niet veiliger op, integendeel. 
Vooral in het midden-westen en het zuiden is men nog ver van de gedachte dat zoveel
woningen met een geladen "gun" in een lade of een "rifle" in de kast de gemeenschap
als geheel niet veiliger maakt.


Mijn jaren in de States maakten me duidelijk hoezeer we hierin verschillen. 
Op een avond liep ik door Houston (Texas). Ik hoorde hoe het gillen van een politie-
sirene snel aanzwol – in een oogwenk slipte een racende auto de hoek om en op mij af
luttele seconden erna de achtervolgende politieauto. Ramen open, vuisten met "guns"
staken eruit en er werd voortdurend geschoten. Het gaf werkelijk de sensatie alsof de
kogels me om de oren vlogen. Van schrik verstijfde ik en zodra de wagens uit het 
zicht verdwenen spoedde ik me naar een bar in de buurt, waar ik vaker kwam. 
Nog "shaky" van het incident kwam ik binnen en moest meteen mijn verhaal kwijt. 
Het was toch ongelooflijk dat in de binnenstad vanuit achtervolgende auto's werd 
geschoten, groot risico dat onschuldige voorbijgangers werden getroffen. De reactie 
was een schouderophalen: "It's an accepted risk, it may happen any day". 

De NRA (National Rifle Association) is de zwaarste wapenlobby in de States. Hun 
slogan is: "Guns don't kill people, people do". Deze dooddoener is mede oorzaak dat
veel brave Amerikanen het prima vinden vrij een wapen te kunnen aanschaffen: 
zij zijn immers niet "the people who kill". Zij willen zich alleen maar kunnen verdedigen.
Dertig "school shootings" vonden inmiddels plaats in deze jonge eeuw. Misschien 
moeten de NRA aanhangers wat minder naar die "one-liner" luisteren en meer gaan 
nadenken over de visie van de filosoof: "man is the deadliest animal on earth". 
Ik hoorde President Obama gisteren zeggen: 
"Something must change, we all must change". Wat, Mr. Obama? Wat moet er 
veranderen? Hoe moeten we veranderen? Gaat het over het vrije wapenbezit? 
Waarom noem je het dan niet? 
Ik weet het: omdat er zeker een half miljard vuurwapens onder de mensen zijn, 
elke Amerikaan kan zijn buurman aan weerszijden doodschieten, met genoeg 
patronen over om 't daarna nog eens te doen. 
Ik denk dat Obama daar hoofdpijn van heeft, ik wens hem sterkte! 

John Zwart, 18 december 2012. 

Het wereldnieuws houdt zich al drie etmalen bezig met de tragedie in Newtown.
De NRA heeft gezwegen, haalde facebook uit de lucht, nam de telefoon niet op.
Deze avond wordt op de website een Persconferentie op 12/21 aangekondigd
>

De NRA steunt op 4,3 miljoen leden en organiseert regelmatig evenementen
waar direct, zonder antecedenten onderzoek wapens worden verkocht.
Zij wordt gesponsord door wapenfabrikanten/wholesales als Smith & Wesson
en steunt op haar beurt financieel campagnes van sympathiserende politici.
Altijd kon de NRA rekenen op enkele bekende enthousiaste propagandisten,
zoals bekende sterren die als hobby graag jagen.

 

 

Charlton Heston zwaait fanatiek
met zijn shotgun op een NRA promotion

  de huidige "jachtgeweren"
zien er meer uit als mitrailleurs en kunnen 30 schoten lossen zonder herladen, 
uiteraard kunnen ze worden voorzien van een telescoopvizier. In vele staten vrij
in de verkoop. Pistolen, revolvers, semi-automatische wapens, een kwartiertje
shoppen op het internet: het stikt van de aanbiedingen, nieuw en gebruikt. 
Verbijsterend: WalMart M&P15 rifle 25 rounds $397 bargain! Christmas present

Reageer    

 

De paarden van Marrum en de walvis van Texel  

 
De paarden van Marrum en de walvis van Texel 

1."Ga me alsjeblieft niet vertellen dat jij ook nog over die bultrug gaat schrijven!", 
riep mijn dochter waarschuwend uit toen zaterdag de nationale hype van de week
ter sprake kwam, omdat de gestrande reus al een knuffelnaam had gekregen: 
Johannes. Dat is immers 't signaal dat het massasentiment zich meester maakt
van een pechvogel, in dit geval een pech-zoogdier.
Maar achter zo'n emotioneel decor speelt zich vaak veel prozaïscher belangen-
strijd af, die is minder sexy. Zoals je je destijds kon afvragen waarom paarden 
zo lang op het wad liepen te grazen terwijl er toch springvloed werd verwacht. 
De spectaculaire redding, compleet met dramatische opnamen van dieren, stijf 
opeen gedrongen op de laatste nog droge plek, was veel lekkerder nieuws voor 
de media. Dat twintig paarden al verdronken waren was meteen vergeten. 
Ook op Texel, waar een zeldzame stranding van een zeezoogdier plaatsvond 
kent het verhaal meer kanten. Het dier lééfde nog en een levend dier kun je niet
zomaar laten sterven, al denkt men daar in de slachthuizen van onze vlees-
industrie anders over. Dan zijn er ook nog de verzamelaars, wat in hun collectie
begeerd wordt moet liefst dood zijn zodat je er onbeperkt lang plezier van kunt 
hebben: geprepareerd of op "sterk water". 

Het was trouwens toch al een merkwaardige ervaring voor mij, net alsof ik naar 
een film in herhaling zat te kijken. Zo was het eigenlijk ook. Toen we sinterklaas
vierden vond een rampzalige scheepsaanvaring plaats tussen de Baltic Ace en 
de Corvus J, waarbij de halve bemanning van de Baltic Ace verdronk. 
Op de late avond van de volgende dag ging ik op de tv kanalen op zoek naar meer
nieuws, en stuitte toevalligerwijs op een natuurdocumentaire. Met spectaculaire 
opnamen van vulkaanuitbarstingen en lavastromen, maar óók een bultrug, die op
een strand lag. Het dier lééfde nog, er liepen nieuwsgierige mensen omheen, een 
man met een hondje dat tegen dat enorme wezen begon te blaffen. Een jongen 
klom er bovenop en liep stoer heen en weer over de rug van die ongelukkige "vis".

2. Na wat natuurbeelden van de tropische omgeving keerde de camera terug op 
het strand. Inmiddels was een bulldozer aangevoerd en men was in de weer om te 
proberen een scheepstros aan zijn staart te bevestigen. Ik vroeg me twee dingen af:
A. Hoe kunnen ze denken dat ze een massa vergelijkbaar met een vrachtwagen-
combinatie van meer dan 30 ton, die vastgezogen zit in het zand, met die bulldozer
van hooguit 6 ton in beweging kunnen krijgen. 
B.Hoe kunnen ze denken daarmee de bultrug werkelijk in het water te krijgen vóór
die bulldozer zelf door de branding overspoeld wordt.
Later komt de film voor de derde maal terug op dat strand. De bultrug lag er nog 
steeds, alleen nog dieper in het zand weggezakt, en inmiddels duidelijk dood. 
Er liepen twee mannen van de camera af naar beneden, ze droegen stokmessen,
hakbijlen en een kettingzaag. Ik hoefde niet verder kijken. 

Toen de Texelse bultrug gemeld werd lag hij bij vloed nog ruim in het water, maar
elke eb zou hij vaster verzinken in het zand. Beschikbaar was een sleephopper-
zuiger van de Maasvlakte. Maar tegelijk maakten mannen als Kees Moeijliker 
een vreugdesprongetje, want bij het Rotterdams Natuurhistorisch Museum zowel 
als Naturalis Leiden zijn ze gek op spectaculaire dieren - maar ze moeten dan wel
dood zijn. Een paar dagen op het strand, dan gaat een walvis wel dood, van de 
stress en bezwijkend onder z'n eigen gewicht. 
Het aanbod van de sleephopperzuiger om het zand onder en om de bultrug weg te
zuigen zodat hij in een paar meter water komt te liggen werd afgeslagen - intussen
voert men een reddingstheater op. Amateuristisch geklungel met een net en een 
sleepkabel en een boot van de KNRM. Ik hoor iemand nog iets doms zeggen over
dat hij van honger dood zou kunnen gaan. Een bultrug eet 's zomers massa's krill
in de noordelijke zeeën en trekt in de winters naar de tropen waar hij inteert op zijn 
speklaag. Honger heeft "Johannes" niet, hij kan maanden vasten. Wat wel raar is:
dat hij in december nog eenzaam in de Noordzee zwemt en niet bij zijn familie op
de Afrikaanse kust. 

next to largest living seamammals - Megaptera novaeangliae 

humpback adult 12 - 15 metres, 35 - 45 metric tons - Click the picture to hear her singing

3. Vanaf de eerste dag voorvoelde ik hoe het zou eindigen. Onder leiding van de
burgemeester van Texel, ook een keer "lekker belangrijk", mag de NOS camera 
even opnamen maken van het walvisoog, dat zich op het licht van lampen opent 
en sluit, en een shot in close-up van zijn neusgaten. Ondertussen doet men alsof 
serieus de dramatische allerlaatste reddingspoging plaatsvindt. 
"L'histoire se répète". Ik wist het: straks komen de mannen met de stokmessen, 
hakbijlen en kettingzagen. 
Natuurlijk zag ik liever hoe die hopperzuiger in 'no-time' een kanaaltje in de zand-
bank had geslurpt om die bultrug, deels op eigen kracht, van de bank te helpen 
met hulp van een sleepkabellus achter zijn voorpoten (vinnen). Dat hij vervolgens
alsnog in zee zou sterven is lang niet uitgesloten. Toch was dan sprake van een
"win-win" situatie: een mooi stukje reclame voor Hollands Glorie van de bergings-
en baggerindustrie en een emotioneel "happy end". 
Had men angst beschuldigd te worden van belangenverstrengeling?  

 

4. Alsof die er nu niet is geweest... Het pretpark Dolfinarium en de egotrippers. 
Die burgemeester van Texel die besluiten nam over dingen waarvan ze geen 
verstand heeft om ook eens in het nieuws te zijn en figuren van het type
Kees Moeijliker en de plaatselijke veterinair. Allemaal "belangeloze" deskundig-
heid die het beest wel graag een euthanasie "spuitje" (sic!) wilden geven. Door 
20 cm spek, hoeveel cc, twintig? tweehonderd? twee liter?  
Al 17 jaar verveelt Moeijliker de wereld door telkens zijn verhaaltje te vertellen 
over zijn ontdekking van "homofiele necrologie" bij de wilde eend. Blijkbaar 
vindt hij steeds weer gehoor om zijn smeuïg verhaal op te dissen. 
Hoe hij kickt op simpele publiciteit bewees hij recent opnieuw met zijn voorstel
om schaamluis te plaatsen op de lijst van met uitsterving bedreigde diersoorten.
Omdat de meerderheid van het mensdom nu z'n schaamhaar afscheert. 
Kijkt u eens goed, als u schaamluis in uw kuifje treft: meteen opsturen aan Kees.
Hij geilt erop voor zijn collectie. Wel even doodmaken eerst. 

John Zwart – 17 december 2012 

 

 

Reageer    

 

De laatste idolen  

 
De laatste idolen 

Het besef van ouder worden dringt onvermijdbaar tot je door als je idolen gaan sterven.
In de naoorlogse jaren rolden de Amerikanen – overal gelegerd in Europa om chaos 
te dempen – hun ontspanningscultuur als een deken over ons uit. Hollywood bracht 
de ene na de andere film en zodra we weer over radiotoestellen beschikten luisterden
wij kinderen gefascineerd naar de AFN (American Forces Network). 
Mijn moeder was verknocht aan opera en klassieke muziek, maar verder luisterden
volwassenen vooral naar de Hollandse liedjes – ik herinner me de Selvera's, Max van 
Praag en de accordeonist Johnny Holshuijsen. 
Wij echter werden gegrepen door Dixieland en Blues: muziek voor de militairen die 
aansprak door vitaliteit en virtuositeit. Toch waren die sterren al gevestigd en van een
vorige generatie: Louis Armstrong, Count Basie, Duke Ellington, Ella Fitzgerald. 
Maar wij waren gewoon hongerig naar het nieuwe van de "overkant" en niet naar de
"arbeidsvitaminen" van de Hilversumse zenders. 

We vormden "bandjes", die helemaal geen bandjes waren, het ontbrak ons aan 
instrumenten: een blokfluit moest voor klarinet doorgaan, moeder's wasbord was goed
voor percussie als je er met een zakkammetje overheen raspte, een theekist met een
stok en gespannen koord was een éénsnarige basgitaar. 
Wat er aan instrumenten ontbrak maakten onze stemmen goed. We zongen "In the 
Mood" en "When the Saints go Marching in". We voelden ons heel klein als we de All 
Stars bigband van Louis Armstrong hoorden en platen van het Glenn Miller Orchestre 
die gedraaid werden op de AFN vanuit Frankfurt. 
Alleen op zaterdagmiddag stemden we op Hilversum af, in de ban van The Dutch Swing
College Band van Peter Schilperoort (1919). 

Oscar Peterson
(1925-2007)          Wan'na hear me play in Boston Pops? Just click the pic. 

2. Ik kreeg pianoles, worstelde me door etudes toonladders en accoorden, ging naar
het Zaanlands Lyceum en ontdekte toen dat Glenn Miller en de DSC Band alweer 
"oudbakken" waren. Nieuwe wegen waren ingeslagen door Oscar Peterson, Dave 
Brubeck, Gerry Mulligan en George Shearing. Miller en Armstrong waren traditioneel 
geworden, eigenlijk pop, zeker toen Armstrong zijn trompet nooit meer uit de hoes 
haalde en duetjes ging zingen met Ella Fitzgerald. 

Progressieve jazz was spannend!
Door naar de watervallen van Peterson (1925) te luisteren, waarin hij geen nootje 
miste, raakte ik meteen overtuigd dat ik nooit een goede pianist zou worden. 

3. Het spel van Brubeck (1920) lijkt eenvoudiger maar blijkt bij elke poging tot 
naspelen op het gehoor toch niet mee te vallen. "Take Five" heeft een simpele 
ritmische linkerhand maar owee als die buitelende nootjes rechts erbij komen. 
"Unsquare Dance" en "Blue Rondo" zijn ook hels moeilijk in die ongewone vijf-
kwarts en zeskwartsmaten. Virtuoze muziek was buiten mijn bereik, maar het 
kreeg me des te meer te pakken. 
Ik verwaarloosde mijn etudes en sonates en rustte niet tot het me eindelijk lukte 
om "Lullaby of Birdland" en "September in the Rain" van George Shearing (1919)
foutloos na te spelen. Daarmee kon ik op schoolfeestjes de blits maken. 
Mijn op klassiek gefixeerde pianolerares wilde mij geen les meer geven, maar dat
maakte niet uit. Ik kon toch niet verder, ik ging immers naar de zeevaartschool 
en zou dan geen piano meer onder handbereik hebben. 

In het tweede jaar op het "Admiraal van Kinsbergen" internaat werd ik geschikt
bevonden om buiten het hoofdgebouw op een kamer te wonen. Hoera, 17 jaar 
en voor het eerst een eigen kamer! Ik had inmiddels ook een pop idool. 
Dat kwam door de musical film "New Faces" van 20th Century Fox. De ster daarin
was Eartha Kitt (1927). Hoe ik eraan kwam zou ik echt niet meer weten, maar 
ik had een enorme poster van Eartha, die toen zo'n jaar of 30 geweest moet zijn.
Ze stond er, gekleed in een catsuit, wijdbeens op met haar handen stoer in de zij.
Heel gewaagd voor de jaren 50 maar het paste precies bij haar. 
Zij was een soort Grace Jones vóór haar tijd en zong uitdagende songs als 
"I want to be evil", "Love for sale" en "Uska Dara", een onverstaanbaar liedje dat
Turks bleek te zijn. 

< Uska Dara by Eartha Kitt - fm. New Faces 

4. Ik leerde Eartha's achtergrond kennen en die maakte haar nog eens te meer 
fascinerend. Zij was de dochter van een echte "squaw"; haar moeder was een 
autochtone Cherokee Indiaanse uit het Great Lakes District die met haar stam 
naar South Carolina was getrokken. Daar kwam zij op een katoenplantage terecht
waar zij werd verkracht door een katoenboer, vermoedelijk een Duitse immigrant.
Uit die daad is Eartha voortgekomen. 
Ze werd door haar moeder afgestaan aan een Afro-Amerikaanse vrouw. 
In haar gezin groeide de Caucasisch-Indiaanse Eartha op tot een mooi exotisch 
en begaafd meisje, maar ze werd op den duur door de pleegvader afgestoten, 
juist om het duidelijk zichtbare rasverschil. 
Eartha zocht en vond haar eigen weg, ze maakte carrière als zangeres en actrice.
Geruime tijd heeft ze een (zoals ze zelf zei) platonische relatie met Orson Welles
gehad. 
We kunnen tot op de dag van vandaag haar liedjes nog online horen en downloaden.
Destijds zeiden de Amerikanen van haar dat ze een "purr-fect voice" had – een 
stemgeluid als van een spinnende kat. Vandaar die catsuit... 
"Uska Dara" kan ik helaas niet meer vanaf het bakeliet beluisteren, die 78 toeren-
plaat is allang gesneuveld. En waar die poster is gebleven? Zoals Klein Duimpje's
kiezelsteentjes verliezen we aldoor wat op onze weg. Dat is wel jammer, het was 
een zeldzame, op Google Pictures is die afbeelding nergens te vinden.
Midden jaren 60, toen ik zelf in de U.S.A. was, deed Eartha van zich spreken: 
ze was uitgenodigd op het Witte Huis en werd voor een lunch ontvangen door het
presidentsechtpaar Lyndon B en Lady Bird Johnson. Tussen de sandwiches door
vroeg de Lady haar: "What's your opinion on Viet Nam?" Eartha antwoordde oprecht:
"You send the best of this country off to be shot and maimed. No wonder the kids
rebel and take pot". De presidentsvrouw zweeg verschrikt, de onomwonden kritiek
deed Eartha's carrière geen goed. 

                                        < I want to be evil - Youtube

  < Lets do it !  - Youtube
 Eartha Kitt (1927-2008)LP hoes jaren 60
Eartha Kitt in de Crescendo Club
In pauzegesprek met Marilyn Monroe (1926-1962)  
Bij concert  van Shearing met Mel Tormé in 1955 
Eartha en Marilyn zijn civil rights voorvechtsters. Marilyn steunde ook Ella Fitzgerald
 
  < Ella Fitzgerald Cry me a river - live 1975 - Youtube 

5. In 1971 stierf Louis Armstrong op 70 jarige leeftijd, 70 jaar is niet echt oud. Maar 
omdat zijn trompetklanken al een poos geleden waren verstild, riep het niet zoveel 
emotie op. Misschien had ik zijn duetje "Wonderful World" iets te vaak gehoord 
rond Kerstmis. 
Ella Fitzgerald hield het langer vol, zij overleefde Louis nog vijfentwintig jaar. 
In 1996 op 79 jarige leeftijd vond ze het genoeg. 
Maar mijn progressieve cool jazz idolen waren er allemaal nog en ze speelden 
dóór tot in de 21e eeuw, alsof hun leven eeuwig zou duren. 

Toen viel de Canadese reus Oscar Peterson om, in 2007, een dag voor kerstavond.
Hij werd 82 jaar. Een jaar later in 2008, overleed Eartha Kitt op dezelfde leeftijd aan
darmkanker. 
Twee pianoreuzen waren toen nog over: George Shearing en Dave Brubeck. 
Shearing, de blind geboren Londenaar, was een nakomertje in een groot en arm
arbeidersgezin, maar er was een oude piano en hij begon zichzelf te leren spelen
vanaf zijn derde jaar. 
Hij stelde zich eerst tevreden met een baantje als barpianist in een pub in 
Lambeth – North London, voor 25 shillings per week. Maar hij emigreerde in 1947
naar New York waar hij triomfen vierde in Carnegie Hall en de rest van de wereld. 
Tot in 2005 gaf hij nog concerten. In 2011 stierf hij op 91 jarige leeftijd.
Ik herinnerde me toen dat ik zelf in Durban, Aden en Bombay, in zeemanshuizen 
waar een piano stond, nog "Lullaby of Birdland" en "September in the Rain" speelde 
tot het door ontwenning op een dag niet meer lukte. 

En nu is het december 2012, al mijn idolen zijn dood.
Dave Brubeck op 5 december j.l. als laatste. Zijn wieg stond in San Francisco en 
ook hij begon het klavier te verkennen op jonge leeftijd. Hij was niet blind maar 
had wel slechte ogen. Gunstig was dat zijn moeder speelde en lesgaf. 
Zijn vader zag hem echter liever dierenarts worden. Dr. Arnold in Stockton zei al 
spoedig: "Dave, stop wasting my time and yours. Your mind is in the conservatory,
please go there". 
Maar Dave Brubeck had nooit leren noten lezen, toch voerde zijn fenomenale 
gevoel voor ritme, harmonie en contrapunt hem door de opleiding. Hij compenseerde
net zo goed als de blinde George Shearing. Brubeck maakte ontelbare tournee's 
en was een groot muzikaal ambassadeur voor zijn land. 
Een jaar na Shearing geboren werd hij dus even oud: 91 jaar. Had Dave Brubeck 
afgelopen woensdagochtend nog gehaald was het zijn 92e verjaardag geweest. 

Om alle idolen te eren heb ik "Take five" nog maar eens gedraaid. 
Een mooi requiem van het Brubeck kwartet, vooral door de gevoelige altsax van 
Paul Desmond. 
                                                                       John Zwart – 10 december 2012.

George Shearing
Shearing 1919-2011          
                                         Jazz Club concert 1987 
< Lullaby of Birdland 
                                                                                                       Youtube 

  Dave Brubeck
 Brubeck 1920-2012 
                                             Dave Brubeck Quartet in concert Jazz Club 
                                             <
Take five – Brubeck en Paul Desmond

 

< Yuja Wang - The old masters may be gone, new one's are in the making!

Reageer    

 

Piet met uitzetting gedreigd, in bescherming genomen    

 
Piet, met uitzetting gedreigd, in bescherming genomen. 

Gisteren werd ik gebeld door de hoofdknecht van Sinterklaas. 
Vreselijk geëmotioneerd, ik hoorde tranen in zijn stem. Daar begreep ik niets van, 
ik had hem immers leren kennen als een altijd vrolijke jongeman, een opgewekte
grappenmaker en geveltoerist. En uitgerekend op 6 december, de verjaardag van 
zijn baas Sinterklaas, terwijl iedereen juist de feestelijke vooravond daarvan heeft 
gevierd met pakjes en gedichten, kreeg ik hem aan de telefoon. 
Volledig buiten zichzelf, in zak en as. Wat was er toch gebeurd? 
Je houdt het niet voor mogelijk: "zwarte Piet" is persona non grata verklaard. 
Hij heeft allerlei bedreigingen ontvangen, niet alleen van idioten met korte lontjes 
maar ook van serieuze mensen zoals volksvertegenwoordigers en wetenschappers 
van eerbiedwaardige instituten: "zwarte Piet is niet meer van deze tijd, dus hij 
moet weg!" Het gevolg was dat Piet niet gewoon kan vertrekken om volgend jaar 
weer rond half november terug te komen, nee Piet moest onderduiken. Anders wordt
hij uitgezet als ongewenste vreemdeling met nooit uitzicht op een verblijfsvergunning.
"Alsof ik een criminele asylzoeker ben", snikte Piet, "een stiekeme Taliban uit 
Afghanistan of een gezochte piraat uit Somalië". 
Met hortende stem ging hij voort: "dan sta ik gesignaleerd in de EU en mag ik nooit 
meer in Nederland terugkomen, misschien mag ik zelfs Spanje niet eens meer in".

Het brak mijn hart hem zo te mee te maken, uitgerekend hij die jaar na jaar ervoor 
zorgt dat al die pakjes bij de juiste ontvanger komen – wordt als stank voor dank 
het land uitgegooid. Ik voelde een grote woede opkomen: die halfgare drankzuchtige
idioot met zijn bierbuik, die niets beters weet dan almaar "ho-ho ho-ho ho-ho ho-ho
ho-hoooooo" te roepen, wordt helemaal niets in de weg gelegd om zich de hele 
maand december overal op te dringen. En Piet, die al zolang in onze traditie is, 
wordt geofferd! 


Het moet toch niet gekker worden, wie denkt dat Nederland wordt geregeerd door 
Rutte en de majesteit komt tot de slotsom dat Amerika langzamerhand alles voor 
het zeggen heeft. 

Onmiddellijk stond mijn besluit vast: nu ga ik over tot burgerlijke ongehoorzaamheid.
Ik heb Piet persoonlijk illegaal asyl aangeboden. Hij was ontroerd, twee dikke tranen
van emotie biggelden over zijn wangen en lieten lichtbruine strepen achter op zijn
zwartgeschminkte snoet. Lichtbruine strepen? "Hee Piet ben jij eigenlijk lichtbruin?"
"Ja natuurlijk, wist je dat niet? 
Eigenlijk ben ik een Noord-Afrikaan, waarvan er zoveel een verblijfsvergunning in 
Nederland kregen. Mijn voorouders waren de gastarbeiders in Spanje. Sint Nicolaas 
gaf hen werk en inkomen".
"Maar," wierp ik tegen, "waarom hebben dan die Surinamers zo'n bezwaar tegen je?
Zij zien een gedomesticeerde ex-slaaf in jou zoals hun voorouders, die van de Ashanti
afstammen".
"Wij hebben niks met de Ashanti te maken. 
Wij hebben nooit mensenhandel bedreven zoals de Centraal-Afrikanen. De Moren 
zijn nooit slaven geweest, wij kwamen uit Noord-Afrika". 

Protest zal ik laten horen tegen de ondankbare bejegening van Piet en hij zal mijn
bescherming genieten tot hij zich weer vrij bewegen mag. En die zuipschuit, die 
malloot met zijn rode slaapmuts op, die gooi ik eigenhandig met arrenslee en al het
land uit. Beweert dat-ie op de Noordpool woont en 's nachts met slee en rendieren 
door de lucht vliegt! Ja, ja hoor, dat Piet over daken klimt konden de kinderen met
eigen ogen zien, maar met een arrenslee door de lucht.. zo onnozel zijn ze niet. 

John Zwart – 7 december 2012 

 

Die drankzuchtige idioot die almaar "ho-ho ho-ho ho-ho ho-hoooooo" roept

 

 

 

 

 

Santaclaus. een U.S. belediging voor de inuits

Reageer    

 

Wie stout is de roe   

 
Wie stout is de roe 

Soms wil ik even voor de grote problemen wegduiken. Dan is het heerlijk om af te 
dalen naar het niveau dat zich beneden trivialiteit bevindt. Daar is niets mis mee, het
ontspant en dan kun je er weer een poosje tegen. Waartegen? 
Chagrijnige, ernstige en kwaaie koppen overal om je heen. Hoe? 
Gewoon je even afsluiten voor wat misschien weer vlak om de hoek gebeurt en je 
gedachten op nul zetten. Dat kan de illusie geven alsof je de jongste kindertijd terug 
kunt halen, toen de wereld ophield bij die hoek en "verderop" gewoon niet bestond. 

Toen het paard voor de wagen van de groenteman een beleving was. Toen de man 
met één arm door de straat liep, hij bracht kranten rond en wipte heel handig met de 
uit zijn mouw gestoken ijzeren haak de klep van de brievenbussen omhoog. 
Nieuwsgierig makend, maar ook een spannende vage angst. Toen je minutenlang 
kon kijken naar een vogeltje in de tuin. En als de dag dat je de versgevallen kastanje
vond en die opwreef aan je broekspijp, tot hij te glimmen begon als de salontafel 
wanneer je moeder pas geboend had. 

Het is Sinterklaasfeest en kijken naar heel jonge kinderen – die nog 'geloven' – 
brengt dat altijd gemakkelijk dichtbij. Het pure in die gezichtjes, nooit bezig geweest
met het journaal, nieuwsuur, opsporing verzocht, misdaadseries of p&w. 
Zelfs geen jeugdjournaal, hooguit 'klokhuis'. 
Voor hen is 't hetzelfde als voor alle generaties vóór ons. Als er nou iets is om vrede
mee te hebben is het dat feest van die ongelooflijke blijdschap om een oude man, 
die op zijn eigen verjaardag zélf aan iedereen cadeautjes geeft, en zich daarvoor 
moet laten bijstaan door een horde watervlugge knechten. 

Ik kan me zo vrolijk maken over al die politieke correcterigheid en contra 
geneuzel dat nu alweer jarenlang telkens oplaait uit mensen die de gave missen
om zich te verplaatsen in het onbevangen kind. De één maakt zich druk over 
een zwart geschminkte tante Jet en orakelt iets over kolonialen en racistische 
onderdrukking, de ander is geobsedeerd door de pedoschandalen en koestert 
paranoïde argwaan tegen mannen in tabbaards die overal kinderen op hun 
schoot trekken. 

Het bewijst dat veel mensen nog geen echte problemen hebben. Ze zouden 
vrolijk kunnen zijn maar ze kiezen er zelf voor zich vast te houden aan duistere
gedachten in plaats van mee te gaan met het kind, dat geen benul heeft van 
zulke denkbeelden zoals er huizen in het hoofd van oud geworden kinderen als
de wethouder Andrée van Es uit Amsterdam.
Zwart geschminkte Pieten krijgen van haar de roe, de Pieten moeten gewoon 
hun witte gezichten houden. Dus tante Jet moet voortaan gewoon mee met 
Sinterklaas gaan als tante Jet met een zwarte veeg over haar wang. 
Wat zullen die kindertjes raar opkijken zeg!  

Amsterdam blijkt een zorgenloze stad te zijn, getuige de taakopvatting van deze 
wethouder. Het gaat dus heel goed met de stad: veelkleurig als de wereld, tegelijk
nog een heerlijk kneuterdorp. 

John Zwart – 04.12.2012.

Tante Jet, sorry Zwarte Piet, 
op weg naar het dak 
van de Bijenkorf. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reageer    

 

In het harnas  

 

In het harnas 

Het Amsterdamse Theater Carré aan de Amstel is jarig. 
En niet zomaar een verjaardag, op 3 december 1887 opende het imposante gebouw 
zijn deuren als huisvesting van het Koninklijk Nederlandsch Circus, gebouwd door 
circusexploitant Oscar Carré, nu dus 125 jaar geleden. Sinds 1977 is het eigendom 
van de stad, en kreeg het predikaat "Koninklijk". Vanaf die tijd versterkte de faam
van dit theater voor toneel, dans, musical en cabaret tot legendarische proporties..
Niet alleen voor Amsterdam, eigenlijk voor heel Nederland.
Op zo'n koninklijke verjaardag wordt natuurlijk de koningin uitgenodigd, ze komt 
vanzelfsprekend naar het Gala met de hele sliert van notabelen die zij altijd als een
bruidssleep met zich meevoert. Een enorme voorbereiding vraagt zoiets, maanden 
zijn er honderden mensen voor in touw geweest, voortdurend onder de voelbare druk
van de "deadline":  3 december 2012.
Dan moet alles klaar zijn, op rolletjes lopen, want een verjaardag is maar één dag en
de agenda van de majesteit ligt al maanden tevoren in ijzers gevat. 

Ik stel me zo voor dat de majesteit al samen met een hofdame in de weer was met 
haar "toilet" zoals het kiezen uit de kledingkasten ten paleize wordt genoemd. 
Dan komt er opeens het bericht: "Majesteit, het gaat niet door". 
Wie had de macht de koningin slechts enkele uren voor een afspraak af te zeggen?
Alleen de dood.
Acteur zanger Jeroen Willems zakte tijdens de laatste repetities zomaar ineens 
in elkaar. Stierf bijna "in het harnas" zoals men dat noemt, op de bühne van Carré. 

 

Veel wist ik niet van hem, ik kende hem alleen van het beeldscherm, maar vooral 
ook van zijn formidabele stemgebruik. Ik zag hem nooit in het theater spelen, 
simpelweg omdat ik niet zo'n groot toneelliefhebber ben. Misschien ben ik toch al
van de generatie die te veel verwend is door de precieze registratie door film- en tv-
camera's. Maar wie zijn stem hoorde bleef die altijd bij. 
Net als Ramsey Nasr klonk hij in mijn oren als iemand waarvan elke tekst zijn 
eigen tekst was, zo inlevend gebracht, óók als de schrijver ervan een ander was. 
Hij kon nog méér dan Nasr: hij kon zingen als Brel. Ik denk dat hij degeen is die 
met Brel vertolkingen het dichtst bij het wezen van Jacques Brel kwam. 
Een groot verlies, hij had pas vorige maand zijn vijftigste verjaardag gevierd.. 

De NCRV nam in de winter 2007/2008 een vraaggesprek met hem op. 
Hij was toen 45 en vertelde dat hij 15 jaar oud was toen zijn vader plotseling stierf 
aan een hartstilstand. Zijn vader was pas 50 jaar. Dit was voor hem op zijn leeftijd 
iets onbegrijpelijks waardoor hij jarenlang erg geëmotioneerd was. 
"Het is nu dertig jaar geleden", vertelde hij. "Ik ben later wel over die gevoeligheid
heen gegroeid, maar nu ik zijn leeftijd begin te naderen denk ik steeds weer aan 
die laatste periode van zijn leven". 
Het is nu 2012 vijf jaar na dat interview en Jeroen Willems is gestorven, pas 50, 
aan een hartstilstand. Macaber? 
Mijn vader stierf, ook aan een hartstilstand en ik ben nu op vijf jaar van de leeftijd 
die hij bereikte. Ik dacht er vaak aan de laatste tijd. Maar misschien doet elke 
zoon dat wel, als hij op een leeftijd komt die zijn vader's laatste verjaardag nadert.

John Zwart – 03 december 2012

 
Koninklijk Theater Carré  

< Café Amsterdam Jacques Brel door Jeroen Willems 
     - Uit 'de zoete oorlog'
< Madeleine komt nooit Jacques Brel door Jeroen Willems 
     - Uit 'de zoete oorlog' 

Jeroen Willems 1962-2012 

Reageer    

 

Ons lesje voor de winter 

 

Ons lesje voor de winter. 

Het tijdperk van de opgepimpte 'sales executives' en de 'sales managers' was nog
niet aangebroken. Jarenlang zat ik toen in het 'verkoopvak'. 
Een tijd waarin ik collega's ontmoette in eetcafétjes en goedkope restaurants. 
Ik heb toen veel geleerd. 
Er wordt heel wat af gelogen, verkopers hebben altijd enorm succes. Nooit een slechte
dag, het leven van de verkoper kent alleen fantàstische dagen. Het spreekwoordelijke
glas is maar half vol, maar toch bewijzen ze als ware podium acteurs dat het hunne
overstroomt. De illusie dat hun orderportefeuille, hun carrière, zowel als hun seksleven
alleen maar glans kent houden ze overeind als geen ander. 
Ik luisterde en zweeg dan boven mijn halflege glas. 
Al jaren eerder had ik het script gelezen van het theaterstuk "Death of a salesman" 
van Arthur Miller, toen het speelde op Broadway. Dan weet je van het dun vernisje 
en wat eronder is. 

Wat bezielt mensen toch dat ze zoveel energie steken in het overeind houden van de 
illusie van hun wolkenloze staat? Ambitie..? 
Om te stijgen op de ladder moet je onverwoestbaar zelfvertrouwen uitstralen. 
Dat maakt dat zoveel zakenlieden, politici en wetenschappers regelmatig glashard
liegen. Glossy bladen en de persoonsverheerlijking op radio, tv en digitale media 
helpen hun halve waarheden te vergulden tot faam. Hoe meer faam, hoe minder
onderscheidingsvermogen bij de "volgers". Zulke effecten waren er door de jaren 
heen en versterkten zich tot de dag van vandaag: "heer Olivier" liet iedereen geloven
dat jouw geld in zijn handen zich wonderbaarlijk zou vermeerderen; Dirk Scheringa
verkocht je waardeloze papieren in ruil voor je geld;
Wim Kok liet je geloven dat zijn
levensdoel het heil van de hardwerkende arbeider was; Ivo Opstelten maakt carrière
omdat de gedachten van iedereen afdwalen, vóór hij met z'n quasigewichtig gepraat
zijn punt bereikt; Mark Rutte geeft zichzelf gelijk, ook als hij zich tegenspreekt 
knikt hij ferm op elk woord "ja"; Ernst Jansen Steur mag in je hersens snijden, 

Hij kon immers zo goed Parkinson uitleggen voor de tv – en Diederik Stapel, ah die
Stapel.. is eigenlijk een beste man, hij wou alleen zijn promovendi zo graag helpen.
En zichzelf natuurlijk met een verkooppraatje voor "zijn boek" op "Nieuwsuur". 
Ja tot nu is Stapel voor mij winnaar met stip, hij kent het spreekwoord dat altijd van
elke nood een deugd maakt. 

We willen zo graag vertrouwen op mensen waarvan we denken dat ze ver boven 
ons staan. Maar houd je idolen eens tegen het licht, misschien kijk je er dan wel 
doorheen.
Vertrouwen, om de winter door te komen, benoemde ik als thema voor dit seizoen.
Vertrouwen is gevoel, realiteit vaak anders. Het kind vertrouwt blind op de 
bescherming van zijn ouders. Ook tegen het onheil dat hun begrip te boven gaat.
We vertrouwen op de diagnose van de dokter en dat we pensioen krijgen voor de
premie die we hebben betaald. We vertrouwen op de treinmachinist dat hij op het
rode sein let. Dat ons spaargeld veilig is, en de rente ook, de belasting is immers
al geheven. Regeringen wisselen, in Nederland al net zo snel als in Zuid Amerika.
Nieuwe bezems hebben aan voorgangers geen boodschap. 
Nieuwe heren, nieuwe regels. Zo blijkt vertrouwen ook gedevalueerd. 

Je kunt maar beter niet te veel vertrouwen. Beschutting in de winter is voor de 
dieren een dikke vacht en een extra vetlaag – hun enige vertrouwen om de lente 
te kunnen halen. Mensen zijn net dieren, ze hebben dezelfde overlevingsstrategie:
zuinig op hun laagje vet. Je weet immers maar nooit hoe lang die winter duren zal.
Dat zal wel heel slecht zijn voor de economie, maar zo werkt het in de natuur en 
de menselijke natuur is niet anders. Laat dat versneld veel geld uitgeven maar over
aan de dikste speklaag, die overleven altijd wel, er valt altijd wel ergens iets te 
besturen en te declareren. 

John Zwart – 28 november 2012 

 

zuinig op je laagje vet..
                 zo werkt het in de natuur en de menselijke natuur is niet anders..

Reageer    

 

Het vierde megamozaiek 

 iets om blij van te worden 
Het vierde megamozaïek 

De laatste jaren klinkt nogal eens een laatdunkende mening over de kunst in 
Amsterdam. Toen de subsidiekraan voor meer dan de helft dichtgeknepen werd,
waar behoorlijk tegen werd geprotesteerd, was er meteen kritiek. De culturele 
sector zou verwend zijn, men hing aan het subsidie-infuus: "ze moeten maar eens 
hun eigen broek ophouden, anders nemen ze maar een baan". Ook zou de stad 
te veel musea tellen waarvan veel kostbare nieuwbouwprojecten onnodig het geld
opslurpen. 
Het is niet fair en ook niet verstandig om de cultuur van de stad zo stiefmoederlijk
te benaderen. Sinds eeuwen vestigen zich kunstenaars graag in Amsterdam en 
daar plukken we nog altijd de vruchten van. Zonder klassieke toppers kreeg 
Amsterdam nooit de naam die zij geniet over de wereld. Daar mag je best wat kost-
bare museumbouw voor neerzetten, want zoals een dure metro een lange termijn 
investering is, reikt ook de horizon van een museum heel wat verder dan een bank-
gebouw aan de zuid-as. En vergeet niet: in de beeldende kunst zijn er elke dag een
hele schare mensen professioneel actief die wel degelijk "hun eigen broek ophouden"
ze leveren opmerkelijke prestaties, mede dankzij onze befaamde opleidingen. 

Eén zo'n Amsterdamse kunstenaar wil ik even in het spotlight zetten. Al klinkt zijn
naam niet Amsterdams, hij is hier wel degelijk geboren en werkt er ook nog steeds
Fabrice Hünd (1961), Rijksacademie Beeldende Kunst van Amsterdam (1985). 
Als het gezegde "hij timmert bij de weg" op iemand van toepassing is dan is hij het 
wel. Hij gaat mee met de tijd: het begrip "duurzaamheid" krijgt steeds meer invloed
op zijn werk. Hij maakt installaties met hergebruikte materialen en schildert liever 
op een oude deur of paneel dan op doek. Sinds 2006 schept hij grote werken in de 
openbare ruimte, soms een hele wand of blinde muur: "street-art" maar geen graffiti.


Via muurschilderingen kwam hij op mozaiek: duurzamer, 't blijft fris en sprankelend.
En Fabrice zou Fabrice niet zijn als hij niet ging werken met hergebruikte scherven,
in plaats van mozaieksteentjes. Met scherven van gekleurd glas, knikkers en ander
geglazuurd materiaal maakt hij zijn wonderlijke voorstellingen. Sprookjesfiguren, 
zonnen en manen, fantasiedieren en bloemen, een bonte wereld van illusie. 
Het alternatief voor artistieke graffiti, want het daagt niet uit tot overspuiten en is 
bestand tegen weer en wind. 
Zo maakt Fabrice Amsterdam mooier waar hij de kans krijgt. 

Als er zo'n plek bij u in de buurt is kunt u met veel gezamenlijke kleine bijdragen
zijn werk adopteren. Zijn recente megaprestatie: Een lelijk transformatorhuisje op de
hoek van de Willemsparkweg en de Cornelis Schuytstraat heeft hij tot een prachtig
kunstwerk "getransformeerd". Vrijdagmiddag 30 november draagt Fabrice zijn werk
symbolisch over. De Ondernemersvereniging Cornelis Schuytstraat is nu al zo 
enthousiast dat spontaan verlichting voor het object werd aangeboden. Deze winter 
kunnen we er in de duistere uren ook van genieten. 
Na de "onthulling", waar het werk een naam wordt gegeven, exposeert Fabrice vanaf
17:30u in de nabije Melchior Art Gallery, Willemsparkweg 67hs, 1071 HS Amsterdam,
waar hij aanwezig is tot 20:30u. De expositie blijft tot 8 december, het transformator-
huisje blijft véél langer. Het is immers duurzaam. 

John Zwart – 24 november 2012 

Andere megamozaieken van Fabrice in Amsterdam: "Het Kompas", 
Marie Heinekenplein (2006) – "Amsterdammertje", Spiegelstraat (2008) – 
"Scherven van Beschaving" Onderdoorgang Muiderpoort Station. (2010).

Fabrice Hünd, Galerotiek 

 

ik orden heldere kleuren 
en dansende lijnen 
en oervormen met mijn penseel 
en componeer daarmee bezielde
en levende beelden, waarmee 
ik hoop de toeschouwer 
te laten delen in mijn gevoel 
van blijheid en liefde 
voor het leven, 
wáár ik ook ben  

 

Fabrice

 

 

 

 

nog naamloos (2012), "zonschervenschuit"? 

Reageer    

 

Recht op Zelfverdediging,  Noodweer Exces  of  Dood door Schuld 

 
Recht op Zelfverdediging,  Noodweer Exces  of  Dood door Schuld 

Na de represailleaanval in 2008, die zoveel 'Prize Winning Pressphotographs' opleverde,
leek het er even op alsof Israël die bloedige Gaza invasie herhalen zou. In dagen van 
angstige spanning, die zo in contrast zijn met de zonnige stranden daar aan de oostelijke
oever van de Middellandse Zee, werd ik even het kind van 1944-1946. Verbijsterd hoe 
het er toen aan toe ging. Mijn geloof in een duidelijk "goed" en "slecht" wankelde. 
Deze dagen kwam sterk behoefte aan nuance in de standpunten van politici, vooral 
door de metamorfose van onze kersverse minister Frans Timmermans. In oppositie 
stevig bestrijder van het Israël standpunt van het vorige kabinet, dat vond "wat Israël
doet is goed gedaan". Nu, zelf in het zadel en mede verantwoordelijk voor besluiten, 
steunt hij de blokkade voor recht van de Palestijnen. Genuanceerde opvatting opeens
veranderd in star "goed/slecht". 
Om te beginnen ben ik van mening dat "goede", zogenaamd.rechtvaardige oorlogen 
niet bestaan. Een oorlog is altijd een eruptie van geweld bij gebrek aan argumenten – 
als de man in het café die zijn gelijk niet krijgt en begint te meppen. De Badr Hari 
methode, die Leon de Winter aanspreekt. Verbaast mij niet, maar daarover later. 
Conflicten kunnen ook in de kiem gesmoord worden door de minder heetgebakerde
omstanders of opgelost met argumenten. Een oplossing uit de loop van een geweer 
geeft veel onschuldige slachtoffers en legt onmiddellijk de kiem voor de volgende 
uitbarsting. 
Je zou het bijna niet meer durven geloven, maar zelfs binnen Israël leeft zelfkritiek. 
Niet alleen van een minderheid activistische jongeren maar ook van een religieuze 
minderheid die zich afzet tegen de orthodoxen. Om weer nuance te krijgen en mijn
somberheid te verlichten heb ik wat alternatieve berichten over Israël gelezen, het 
zijn andere dan die ons in meerderheid bereiken. Een voorbeeld: 

"Israëli's kunnen liberaal of conservatief zijn, religieus of seculair, politiek 
links georiënteerd of rechts, over het geheel genomen is de grote meerderheid 
volkomen geabsorbeerd door hun eigen leed. Ze geven geen snars om het lot 
van de Palestijnen, ofschoon de realiteit is dat hun leven en dat van de Israëli's 
niet van elkaar zijn te scheiden. Zo was het altijd al vanaf het eerste begin van 
de Zionistische beweging.
Een geïnteresseerd persoon in een Europees land of de Verenigde Staten weet 
beter en meer over wat gebeurt in Ramallah of Hebron dan de doorsnee Israëli, 
die leeft vanaf deze steden op een autoritje van een half uur (tenminste als het 
je lukt om de serie roadblocks snel te nemen). 
En eigenlijk kun je het die Israëli's niet eens kwalijk nemen: 
bij de meeste Israëlische kranten en nieuwszenders worden berichten over de
Palestijnen vervelend en oninteressant bevonden en daarom vrijwel consequent 
niet gepubliceerd. Je kunt beter je informatie verzamelen via internet of satelliet
van de Europese kanalen dan via Israëlische radio en tv stations. 
In debatten is tegenwoordig het gebruik van het woord "bezetting" een taboe, 
dat is een activisten woord voor de radicale uiterst linkse vleugel. In veel van de
Israëlische nieuwsvoorziening wordt zelfs het bestaan van een Palestijns "volk" 
ontkend, ze moeten als natie non-existent blijven, zodat geen enkele macht 
Israël kan dwingen hen zelfstandige internationale rechten te geven. Israël leeft
in een wereld van constante "Cognitive Dissonance" waarbinnen het mogelijk is 
te spreken over het "eeuwige onverdeeld Jeruzalem" terwijl die stad in feite 
wordt gespleten door een muur, twee keer zo hoog als die in Berlijn voor 1989"

 

Er zijn rabbijnen die zich verzetten tegen hun orthodoxe collega's omdat zij van mening
zijn dat ze de ontvlambare situatie tussen de Joden en de Palestijnen bestendigen en
versterken. Er zijn nog steeds Europese en Amerikaanse jongeren, óók Joden, die 
naar Israël reizen als activisten. 
Daaruit put ik energie om niet te verzinken in de acceptatie dat daar een gebied is 
waar eeuwig tranen vloeien onder de Mediterrane zon. Waar onder de onaantastbare 
positie van één land elk conflict de potentie krijgt van een wereldbrand. 
Ik keek opnieuw naar de film "Die Bruecke", lang geleden al gemaakt door Duitse 
anti-oorlog activisten in 1959 - de film waardoor ik van mijn ongenuanceerde haat 
tegen Duitsers af kwam. 
En vannacht keek ik naar de film over Rachel Corrie, een jonge Joods Amerikaanse
activiste die in 2003 naar Gaza reisde om zich met eenvoudige Palestijnse dorpen
solidair te verklaren, en daarvoor betaalde met haar leven. 
Rachel hield als 5th grader al een speech "we Jews in America must convince the 
Jews in Israël that all children are equal, they live joy and pain, laugh and cry just like
us over the same things like we do". 
Zij sloot zich aan als student bij gelijkgestemden en reisde af naar Gaza. 
Daar werden ze gewantrouwd door de Palestijnen, ze waren immers Joden, en ook 
nog Amerikanen dus dubbel verdacht, maar geleidelijk wonnen ze vertrouwen. 
Toen ze door een "settler" bulldozer werd gedood, werd ze voor de Palestijnse dokter
wiens huis zij beschermde, de kinderen en hun onderwijzeressen een heldin.
Misschien komt er ooit een dag dat beide zijden in overeenstemming de haat dempen
in plaats van aanwakkeren. 

John Zwart – 23 november 2012.                                           Wordt vervolgd. 

< "Die Brücke" Deutscher Film aus 1959 – Ereignisse am 27. April 1945.
Komplete film over de zinloosheid van de dramatische verdediging van een brug 
door een groepje schooljongens tegen de oprukkende Amerikaanse tankdivisie.

< Israëlische studenten, 18-19 jarige gelovige Joden weigeren militaire dienst 
te doen en leggen op een filmpje een verklaring af waarom. 
Zij kunnen de politiek van bezetting niet steunen, bedoeld om hen te beschermen
maar die allen juist in gevaar brengt. Ze vragen solidariteit met de "18 december"

< "Rachel Corrie" Het "incident" in Nablus aan de scheidslijn in maart 2003, 
toen de vreedzaam demonstrerende Amerikaanse Rachel Corrie doelbewust door
een bulldozer werd overreden en gedood. Ook het bezoek van haar ouders, later. 

Fences for peace and freedom..

Uri Rosenthal
na hem zou 't anders gaan ...?

 

Reageer    

 

Een TV camera, lamp voor de motten   

 
Een TV camera, lamp voor de motten.

Natuurlijk wist ik het al, meteen na die twiet van "stardetective" Peter R de Vries in 
de vroege ochtend "we hebben hem!" – we zullen weer een hele dag geteisterd worden
door onze nationale "one-issue media". Alleen kon ik niet vermoeden welke grenzen 
men overschrijden zou. 
Radio 1 liet natuurlijk elke vijf minuten door Sven Kockelman het "breaking news" van
onze media-speurneus in de microfoon schreeuwen. Die KRO man die blijkbaar nog 
steeds denkt dat je bij de radio "omroeper" bent, die in een ouderwetse koolstof-
microfoon van het beeld en geluid museum moet brullen. Wat een zenuwenlijer, hij praat
ook in de hoogste versnelling alsof hem elk moment het zwijgen wordt opgelegd – was 
het maar wáár... Zo wint hij tijd om steeds maar weer te herhalen en aan te kondigen: 
"straks!". Meer was er niet te vertellen tot de persconferentie na de middag. 
Klaar voor "Journaal 24 live". Een half uur duurde het voorlezen van één a4-tje door elk
van de drie achter de katheder: de hoofdofficier, de politiechef en de burgemeester. 
De feiten nauwelijks meer dan wat al bekend was: een 100% match van één der DNA 
monsters en er was een 45 jarige man uit het dorp Oudwoude gearresteerd. Hij is in 
afzondering opgesloten in een politiecel. Nog een minuut of tien vragen stellen, waarop
door de beide dames steevast de repliek: "in het belang van het onderzoek kan ik op
deze vraag geen antwoord geven" – geheel voorspelbaar natuurlijk. 
Je vraagt je dan in gemoede af wat ze met dit summiere feitenmateriaal aan moeten 
in het rijke aanbod van de avondlijke "infotainment". 

Nou Bram Moszkowicz' plekje is helemaal overgenomen door P. R. de V. Hij sprong 
met verende passen van de ene studio naar de andere om voor de camera's te strálen.
Het gaat helemaal goed komen met ons opsporings en berechtingsapparaat, zoveel
is duidelijk als je zag hoe zijn borst opzwol tot slagschiphoogte, 
om wijlen Gerrit Komrij maar te citeren. Maar het ergste was dat de Leeuwarder Hoofd-
officier én de Politiechef opeens óók in Hilversum present waren om hun "shining hour"
te beleven. 


De tussenliggende uren hadden ze duidelijk gebruikt om opgepimpt te worden in de
kap en schoonheidssalon. Je moet er immers mooi opstaan in je fonkelnieuwe 
Bekende Nederlanderschap. 
Wat moeten zij daar nou. Alles is vanmiddag toch al gezegd? Zo vroeg ik mij af. 
Nou nee, tegenover Matthijs van Nieuwkerk en Pauw en Witteman wilden ze in een
gezellig sfeertje wel wat details prijsgeven die de verzamelde pers werden onthouden.
Wat gebeurt daar in godsnaam achter de schermen van Hilversum. 
Zijn deze "publieke" dames in functie door onze "publieke" omroep omgekocht wat
primeurs te bewaren voor onze aanbeden "anchor-men"?  Het moet toch niet 
Amerikaanser worden daar op die Gooise Matras.
Die dorpelingen snap ik trouwens ook niet. Overal de vlaggen uit! Is er reden tot 
feesten dan? Een zwarte vlag was toepasselijker geweest. Rouw over het onherstel-
bare en rouw hoe het kwaad overal bedreven wordt in het groot tot in het klein, ook
vlak om de hoek. Dat meisje is dood en dat meisje blijft dood, die komt nooit meer
terug. Dan komen er idioten bij Bouke Vaatstra taarten brengen aan de deur. 
Is er iemand jarig dan? Of willen jullie gewoon óók op de tv, net als de buurvrouw?
Er is maar één vraag die in mijn hoofd zat en daarop komt nooit antwoord. 
Al die jaren was de moeder nooit in beeld. Nu nóg niet. Is zij dan de enige met 
gezond verstand? 

Ik hoor dat het echtpaar Tulleken-Koelewijn net de oogst kreeg van hun gretigheid
om in februari ook de blits te maken voor de media. Mevrouw Koelewijn, opgetogen
met haar "scoop" over Prins Friso, specialist Tulleken voor zijn schending van het
medisch beroepsgeheim en de privacy van een patiënt die niet eens de zijne was.
Mevrouw Koelewijn en de NRC zijn stevig berispt wegens zich niet houden aan de
regels voor goede journalistiek en Tulleken? Die rookt van zijn akkefietje een nog
zwaardere pijp. Ik mag hopen dat op het tv-debuut van die beide Friese Justitie en
Politie dames ook nog zo'n vervolg komt. 

John Zwart – 20 november.2012

              

nee, er is helemaal niemand jarig...

Reageer    

 

Het wordt hoogste tijd dat de Zonnegod spreekt   

 

Het wordt hoogste tijd dat de Zonnegod spreekt. 

Nog nooit zo vaak als in de afgelopen twee jaar heb ik overal mensen "Allahu Akbar!"
horen roepen vanaf mijn beeldscherm – terwijl ze bezig waren hun medemensen de
dood in te jagen. Zelfs in de jaren dat ik regelmatig in Arabische landen verbleef 
hoorde ik die kreet echt veel minder. 
Ik krijg altijd koude rillingen als ik dat geschreeuw hoor, gevolgd door een krankjorum
machinegeweersalvo in de lucht. Met regelmatig 'vreugdedoden' als resultaat. Ik had
dan ook van begin af aan weinig vertrouwen in de zegen van de "Arabische Lente". 
Net zo min als in een Joodse Lente toen Israël zich almaar zwaarder bewapende 
terwijl ik ze bezig zag alle grenzen af te sluiten met hoge muren en hekken onder
stroom. Er leven blijkbaar steeds minder mensen in Israël die dat nog associëren
met concentratiekampen. 

Hadden we nou maar gelijk in 1948 onze energiepolitiek omgegooid. Bijna 65 jaar 
werd ons gegund. Allang was er massaal fossielvrije schone energievoorziening 
gerealiseerd, onafhankelijk van de locaties van delfstoffen. 
De zon als onuitputtelijke eeuwige bron, voor iederéén in overvloed beschikbaar. 
De digitale revolutie heeft zich in veel minder dan de helft van die tijd voltrokken.
Neen, er moet zo nodig tot de laatste druppel olie uit de aardkost worden geslurpt.
Want onze economie draait op schaarste. Met schaarste wordt de meeste winst 
gemaakt. En zo blijven dictators in het zadel en moeten de grote economieën 
blijven marchanderen met machthebbers die een Godverlaten politiek bedrijven,
al doende zich beroepend op de zegen van hun God. 

 

En nu is Israël doodsbang voor Ahmedinejad. Iran heeft bijna een atoombom. 
En als God groot is en er niets gebeurt buiten God's wil om, kan je daar gerust
mee gooien. Maar Israël heeft er allang... dankzij haar innige vriendschap met 
het Joods Amerikaanse blok in Washington.
Nu dreigt dus Netanyahu met een precisiebombardement. Beide stoere jongens
hebben God's zegen, dus spelen ze graag met vuur. Ahmedinejad, wel gek 
maar niet dom, besluit Israël af te leiden zodat hij zijn karwei kan afmaken. 
Hij doet een handreiking aan Hamas, een flinke lading échte raketten, in plaats
van die veredelde voetzoekers die Hamas tot nu toe sissend op de velden van 
Ashkelon liet ploffen. Daar gingen ze niet eens meer de schuilkelders voor in.
Nu is de Israëlische tijger getergd en mobiliseert zijn halve troepenmacht, voor
Gaza - zo groot als Texel. Voorlopig even geen tijd voor Iran. 

Waarom in God's naam moesten we het zover laten komen? Is dit alles ons 
de koersen van de Exxon en Shell aandelen waard geweest? Ondanks de 
profijtelijke speculaties met de schaarste zitten we toch met een economische
plus een monetaire crisis opgescheept. En dagelijks dode kinderen op onze 
beeldbuis. "The Middle East is explosive" hoor ik Obama zeggen. 
Ik zou hem antwoorden: "You're right man, so you do something about it – but
I'm afraid you're not in power, not really". 
Het is hoogste tijd dat alle empathische atheïsten zich verenigen om een eind 
te maken aan de Godvergeten machten die voortdurend spelen met mensen-
levens en doen alsof dat God is. 

John Zwart – 18 november 2012 

geen oog om een oog, maar tien -  om drie doden, dertig, 
driehonderd...  en dan wordt het vrede... inshallah

We did it before... 

Reageer    

 

Overschot en afschot [2]   

 
Overschot en afschot [2] 

Als kind las ik het boek: "Jody en het hertenjong", ik kon toen nog nauwelijks lezen.
Ik kan het me net zo goed herinneren als "Alleen op de wereld" van Hector Malot en 
dat zegt alles. Ook een vertaald verhaal, oorspronkelijk Amerikaans: "The Yearling" 
door Marjorie Kinnan Rawlings die er in 1938 de Pulitzer Prize mee won. 
Ook nog verfilmd, in 1946 met Gregory Peck en Jane Wyman als de ouders van het
jongetje Jody. Foto's uit die film stonden in het boek, wat het voor mij een waar 
gebeurd verhaal maakte. 
Jody groeide op als kind van een pionierend farmersechtpaar in North Florida, dat 
heel geïsoleerd woonde. Als speelkameraadje had Jody een verweesd jong hertje dat
hij verzorgde. Het kleine dier groeide als kool en werd onhandelbaar, het moest terug
in de natuur. Maar uit gehechtheid aan de jongen bleef het rond de farm zwerven. 
Op een dag waren alle maïsplantjes afgevreten. 
Jody's vader pakte zijn geweer en doodde het dier. 

Sinds eeuwen is het zo: altijd spanning tussen de natuur en de mens. Vanaf de tijd
dat de laatstgenoemde soort knollen en citroenen begon te verbouwen. Voor elk 
akkertje moet een stukje natuur wijken. Niet zo'n ramp zolang er niet zoveel mensen
zijn, de natuur is heel royaal en vrijgevig. 
Maar nu zijn we met zóveel dat een heleboel plek nodig is voor alles wat bij ons 
moderne leven hoort. En dan nog al die akkers om te verbouwen wat we dagelijks 
met z'n allen opeten. Toch is het nog geen eeuw dat we pas goed beseffen zelf óók
natuur te zijn, dat terugdringen van de 'wilde' natuur ook bedreiging van onszelf 
inhoudt door constante verarming van wat er nog van het 'wilde' rest.

Natuurbeschermingsorganisaties zijn opgericht, eerst lokaal later landelijk en gelukkig
uiteindelijk ook internationaal, om de natuur zijn ruggengraat terug te geven. 
Een ecologische hoofdstructuur moet zorgen dat niet alleen maar treinen en auto's
gemakkelijk van a naar b kunnen rijden, maar dat 'wilde' natuur zich aan de 
versnippering kan ontworstelen. 

 

De laatste grote bos, heide, moeras en zandverstuivingsgebieden weer aan elkaar
geknoopt door eco-viaducten over spoor en snelwegen heen. Rijkswaterstaat, Prorail
en Natuurmonumenten hebben zich er eendrachtig op geworpen: 
iedereen blij met het keren van het tij. 

Zo is in 2010 ook begonnen aan het eco-viaduct over 't spoor en rw A28 bij Hulshorst.
Maar toen hadden we een staatssecretaris – Henk Bleker (CDA) was dat – die opeens
de stekker uit het hele EHS project trok. Hij was meer van de varkensflats. 
Het eco-viaduct werd afgebouwd, dat was al aanbesteed en geoormerkt geld lag klaar,
maar voor het vervolg geen cent meer. Het eco-viaduct sluit aan één kant aan op het
Leuvenumsebos, aan de andere kant op grond waardoor een corridor richting de 
bossen van Flevoland zou moeten liggen. Die corridor is er dus niet, wel de boeren van
Hierden en Hulshorst die 2010 de bui waarschijnlijk al zagen hangen. Hun akkertjes
tafeltje-dek-je voor grofwild uit het Leuvenumsebos, zodra het eco-viaduct oversteek 
biedt. Ze legden het probleem voor aan hun Provinciaal Bestuur, in de persoon van
Gedeputeerde Jan J van Dijk (CDA). 
Die zegde toe: "jullie zullen geen schade ondervinden van de wildoversteek". 

Landbouw en natuurbeheer in één hand gelegd, het onzalige idee van Rutte's gedoog-
kabinet. De oversteek voor edelhert, ree, das, boommarter, hermelijn en eekhoorn 
ligt nu klaar. Natuurmonumenten gaf een feestje in oktober, de boeren zagen het 
somber aan en herinnerden Jan van Dijk aan zijn belofte. Maar er is nergens geld, 
wel is er een oplossing die geld opbrengt: afschot van edelherten door jagers. 
De Nederlandse Jagersvereniging telt vanouds veel boeren en CDA-ers onder haar 
leden, zo is de cirkel weer rond. Miljoenen geïnvesteerd in een eco-voorziening ten 
behoeve van beschermd wild wat we vervolgens gaan afschieten. Jan van Dijk zegt:
"het is beheer, ik kan het uitleggen". 
Faunabescherming meent dat het niet uit te leggen valt. Wat vind jij? 

John Zwart – 14 november 2012.  
>>  http://www.petities.nl/petitie/geen-geweren-om-de-herten-te-keren 

jachtseizoen geopend? 

 

 

 

 

 

 

 

Reageer    

 

Oktoberfest  

 


Oktoberfest 

Even weer eens over de jongens, Diederik en Mark, de twee musketiers. 
Voordat mijn vaste lezers gaan denken dat ik alleen maar bezig ben met stormen 
ver weg (en soms ook nog lang geleden). 
Natuurlijk kon ik de storm van verontwaardiging, die als een lagelandse "Sandy" over 
ons multipartylandje raast, niet missen. Op het gevaar af dat ik als oudere man word
afgeserveerd durf ik best te zeggen dat het bejubelde jeugdig elan van de coalitie-
tijgers schromelijk overdreven is. Wie van het tenenkrommende gedoogavontuur van
Balkenende en Rutte de schuld vooral bij het CDA zag liggen en Rutte volhartig zijn 
tweede kans gunde, moet na deze "Oktoberfest-formatie" toch eerlijk erkennen dat de
machtshonger – coute que coute – minstens zo sterk is bij het VVD kader als in de 
gelederen van de reeds eerder afgestrafte 'gristenen'. 

Als het aan Rutte ligt tapt hij ons allen de komende vier jaar vijftig miljard euro extra af
om in 2017 met de beste cijferlijst de blits te maken in Europa. De illusie, dat groei 
van besteedbaar inkomen toch een reële mogelijkheid is, liet hij onweersproken. 
En net als de banken in het verleden doet hij ook nog even of uitstaande slechte 
vorderingen niet afgewaardeerd hoeven te worden. 
Maar tactisch heeft hij goed op de trucjes van Balkenende gelet: als het spant moet je
gewoon een poosje onderduiken. Radiostilte gevolgd door een tripje naar Turkije,
dan koelt de soep intussen af terwijl Halbe Zijlstra de klappen opvangt.
Intussen kon men in PvdA gelederen het niet laten zich te amuseren met leed-
vermaak. Hoe krijgen ze het toch voor elkaar om zulke voorzitters te benoemen? 

 

Eerst die Ploumen, die de tegenstanders helpt om de beste man in eigen kring 
kopje onder te duwen en nu die Spekman weer. Die man is een keeper die scoort
in eigen doel. In de nacht van de verkiezingsuitslag kwam hij te voorschijn alsof hij
al drie nachten in de kroeg had zitten indrinken op de verwachte grote overwinning:
morsig hemd op de knieën hangend uit zijn afgezakte broek. 
De karikatuur van de 'arrebeijer'. Hij is nóg steeds 'Oktoberfest-feieren' blijkbaar,
moet zonodig roepen dat nivelleren zo'n heerlijk feestje is. Daar zit Samsom op te
wachten nu hij allang weet: zodra Halbe en Mark aan de knoppen gaan draaien 
zal de ongeremde woede van vakbeweging en ongeveer alle andere belangen-
groepen op mijn nek vallen. 
Dat heb je ervan als je je van de buitenwereld afsluit en één op één de politiek van
een polderland bekokstooft. Twee jonge mannen, allebei in de waan het met z'n 
tweetjes wel even te kunnen uitonderhandelen. 
Om daarna met zwaaiende vaandels tevoorschijn te komen om hun welverdiende
ovationele applaus in ontvangst te nemen. Bravo! Bravo! 
Eindelijk rechts en links evenwichtig verenigd. Niet dus. 
Voorlopig hebben ze geen van twee bewezen het beter te doen dan de vroegere 
ploegjes van oudere dames en heren. De gulzigheid was te groot: in recordtijd 
samen met moeder op de foto. Maar die had het allang dóór. 
Ik zag haar al gniffelen: "ach het is toch maar een toneelstukje". 
En dan, streng: "en ga jelui nu maar je huiswerk hélemaal overdoen". 

John Zwart – 08.11.2012 


 

 

Daar zit Samsom op te wachten nu hij allang weet: zodra 
Halbe en Mark aan de knoppen gaan draaien zullen vakbeweging
en ongeveer alle andere belangengroepen over hem heen vallen...

Reageer    

 

Respect [slot]  

 
Respect [slot] 

Precies nu was het dat iets gebeurd is wat maar ééns of twee keer in een eeuw 
toeslaat: Hurrricane "Sandy" stormde aan land over Atlantic City in New Jersey op 
maandag 29 oktober 2012. Op springtij, bij volle maan, precies tussen twee baaien
in – waar aan de noordkant de Hudson River en aan de zuidkant de Delaware River
het overvloedig neerstromende regenwater uitbraken. 
Vlak voor de presidentsverkiezing, vlak voor de New York City Marathon. 
De betonnen hotels en zakenpanden kregen er enorm van langs maar hun structuur
bleef wel staan, de gewone woonhuizen zijn meest van hout, lucifersdoosjes voor 
Sandy. En hun bewoners vaak niet verzekerd tegen dit zeldzame natuurgeweld. Het
zijn heus niet allen rijke mensen die in de New York area wonen. Op Staten Island 
bruiste het water twee tot drie meter hoog door straten en de huizen voorzover ze 
niet direct werden vernield – er vielen 30 doden, in de diepe duisternis na massale 
stroomuitval. 

De verkiezingen moeten gewoon doorgaan, ook al is er op 6 november op Staten 
Island nog steeds geen elektriciteit. De Burgemeester van NYC is sinds 2002: 
Michael Bloomberg. Tot 2001 was hij een democraat en ex Wallstreetbankier van 
Salomon Brothers en ex zelfstandig financieel informant, adviseur en handelspartner
onder zijn eigen naam, met 8000 terminals op de NY Stock Exchange. 
Met zijn Bloomberg ondernemingen vergaarde hij een privé vermogen van 22 miljard
Bij zijn burgemeesterschap werd hij republikein en filantroop. 
Hij heeft geen salaris als burgemeester nodig en heeft nu een contract voor een 
symbolisch traktement van $ 1. Hij doneert jaarlijks meerdere tientallen miljoenen 
dollars aan universiteiten en stichtingen zoals de Carnegie Foundation. Op zijn oude
dag is de 70 jarige Bloomberg een typisch voorbeeld van de republikeinse opvatting:
als ik druk bezig ben met geld verdienen moet de staat me niet lastig vallen met 
zoiets vervelends als belasting betalen – als ik vervolgens heel rijk ben word ik 
een weldoener zodat iedereen me er dankbaar voor zal zijn. 
Om na twee termijnen nog een derde termijn als burgemeester aan te blijven werd 
hij na 2009 "onafhankelijk". Tijdens de campagne voor de presidentverkiezingen 
verklaarde Bloomberg dat hij, ex-republikein, als onafhankelijke op Barack Obama 
zou stemmen. Er gaan geruchten dat aanzienlijke stortingen door "anonieme 
donateurs" in Obama's campagnefonds afkomstig zijn van Bloomberg, de nr. 10 
op de lijst van rijkste mensen ter wereld.  

Dit alles geeft een aardig inkijkje in het gedachtegoed van mensen als Mitt Romney 
en de helft van de Amerikaanse bevolking: binnen "the American Dream" is het niet
on-ethisch om vóór alles zo weinig mogelijk – liefst géén – belasting te betalen, wat
goed gemaakt kan worden door persoonlijke goede daden na het bereiken van het
multimiljonairschap. Deze opvatting leeft allang niet meer zo in Europa en langzaam
wordt Amerika ook minder conservatief. 
Maar ook in Europa is nog lang de rechtvaardigheid niet bereikt, terwijl het alweer 
zo lang geleden is dat de Bastille werd bestormd... 
En vandaag lopen de Grieken alleen nog te hoop tegen immigranten en protesteren ze
tegen de maatregelen van hun regering. Maar ook Griekenland kent zijn "Quote 500",
die nog steeds niet wordt lastig gevallen met zulke ordinaire socialistische ideeën
als "eerlijker verdelen". 

Michael Bloomberg doet er alles aan om als een "goeie gewone jongen" te worden 
gezien. Hij weigerde zijn intrek te nemen in de protserige burgemeesterswoning (hij 
heeft zelf meerdere huizen binnen de State en daarbuiten), hij stapt vaak gewoon in
de NYsubway (weliswaar begeleid door bodyguards) en hij reist regelmatig met de 
express train van Lexington Ave. in plaats van zich opzichtig met heli's en privé-jets
te laten vervoeren. Het leek Bloomberg een heel goed idee om naast verkiezingen 
óók de NYC Marathon te laten doorgaan. 
Dat zou een teken zijn van de kracht en de spirit van zijn stad! 
Gelukkig waren er veel mensen die hem er voorzichtig op wezen dat het niet zo erg
fijngevoelig is om een marathonfeest te vieren in een stad waar één brug verder
tienduizenden mensen ontheemd en in de rouw zijn. 
De marathon werd dus toch maar afgelast. Maar de gekste marathonlopers die weer
van heinde en ver waren samengestroomd wilden hoe dan ook rennen: dan maar 
rondjes door Central Park. Een paar duizend wereldvreemden renden door het park,
mede daartoe opgejut door een Nederlander: Erben Wennemars, 
Dat menneke dat als schaatser vaak in de boarding belandde en nu op onze 
publieke radio en tv zichzelf voorbij praat en struikelt. 
Respectloos, ze hadden hun energie beter gebruikt om te gaan helpen op Staten 
Island. Waar mensen in de kou – het sneeuwt in NYC! – door hun burgemeester 
zijn vergeten. 

John Zwart – 06.11.2012

  < Noodoproep van de bewoners op Staten Island door WZZM 

 

 

 

 

 

 

Michael Bloomberg 
Le't us be rich and then we make you happy

Reageer    

 

Respect [2]  

 
Respect [2] 

Bijna half zeven was het, ik zag 't op de flauw verlichte klok boven de kortegolf ontvanger
toen ik wakker werd. De bewegingen van het schip waren daar de oorzaak van, het leek
alsof we rolden. Snel in de kleren geschoten en naar de brug. 
Het regende veel harder dan de vorige avond, het kletterde tegen de zijruiten van het 
stuurhuis, het daglicht doorbrak het grijs niet, wat van de zee te zien was zag er raar uit.
De deining, die eeuwige ademhaling van de oceaan, botste met een kortere deining die
achter aan stuurboord inkwam. Zo ontstonden brandingkoppen terwijl we in diep water 
voeren. De harde oostenwind blies daar het stuivende schuim vanaf. Het schip was niet
in staat beide golfsystemen te volgen en maakte een rukkerige combinatie van een 
slingerende en stampende beweging. 
Er moest vuiligheid in de buurt zijn, meteen aan de radio! 
NHC Miami herhaalde het laatste bericht van 6 uur 's morgens, Jenny was niet aan land 
gegaan op Hispaniola maar was nog verder afgezwenkt en 's nachts pal noord op de
Mona-Passage afgekoerst. De hurricane, nu al opgewaardeerd naar categorie 3, was 
ons achterna gekomen en had inmiddels de Caribbean verlaten. Haar voorwaartse 
snelheid was meer dan 10 mijl en versnellend. De omvang van het systeem inmiddels 
meer dan 150 mijl rondom het "oog". 

In overleg met de kapitein viel het besluit dat we de koers naar Cape Hatteras zouden
handhaven op normale snelheid zolang het mogelijk was. Bakboord of stuurboord 
uitwijken leek zinloos, je kunt nooit buiten het systeem blijven als het al zo omvangrijk
is en zo dichtbij, snel vooruit wegvluchten ook geen mogelijkheid. Doorvaren dus, tot 
de zee zo ruw wordt dat het verband van het schip gevaar loopt. 
Nog voor tien uur moesten we terugnemen tot halve kracht, tegen de middag naar 40 
toeren van de schroef, net nog genoeg om de roerdruk te houden die het schip met 
de boeg op de wind hield. Voortgang was er niet meer, de ligging handhaven op de 
windrichting van de naderende orkaan was al moeilijk genoeg in deze ruwe  zee die
zienderogen veranderde in een bewegend berglandschap. Tankers waren nog niet 
uitgerust met een tunnel, onze midscheeps en achterschip raakten geïsoleerd van 
elkaar. De zee brak er voortdurend overheen, zodat 't soms wel leek alsof de twee 
delen niet bij elkaar hoorden. Op de brug moesten we overleven op oud brood en 
instantkoffie, maar onze eetlust was toch al weg...

  < Video - Tanker in a hurricane 

Op de radio hoorde ik schepen in nood, de signalen zwak en gestoord, de Coastguard
Radio van Miami onderhield de verbinding met de reddingsoperaties. Een luider signaal
kwam van een Hondurese tanker, die moest veel dichterbij zitten. Het was 'n oude T2 
– oorlogsveteraan die de pompkamer als zwakke plek heeft – ze dreigde in tweeën te
breken. 
De afstand was 60 mijl, ik gaf de positie door aan de kapitein. Net op dat moment 
brak er een brede reuzengolf bovenop ons, een tiental seconden waren we onderzeeër.
Toen het voorschip schuddend oprees bleek de hele stuurboord verschansing plat
geslagen en we misten de stuurboord-reddingssloep. We kunnen er niet heen zonder 
onszelf in gevaar te brengen, zei de kapitein, en als we het toch proberen komen we 
pas na donker aan, zeker te laat. 
Een hard besluit valt op leven en dood: "all we can do is to ride out this gale".

Vier dagen na die dramatische middag en nacht bereikten we de loodskotter van 
Delaware Bay. Toen de loods aan dek stapte keek hij hoofdschuddend naar onze
gedeeltelijk weggeslagen loopbrug, naar de verschansing, die platgeslagen op het
voordek lag en zag dat twee sloepen ontbraken. Met respect sprak hij op de brug
de kapitein aan: "Well captain, was this the worst you've ever been in?" 
Zijn antwoord: "the worst one is always the one you're in". 
Het is vrij zeldzaam dat hurricanes in de noordelijke oostkuststaten aan land komen.
Voorbij Cape Hatteras schampen ze hooguit langs, maar de meeste ervan koersen
noordoostelijk de oceaan op. 
In de Delaware Bay hadden ze weinig gemerkt van wat ons op de oceaan overkwam.
Oude mensen praten soms nog steeds met diep respect over de "New England 
Hurricane of 1938" die bijna 700 doden eiste, vertelde de loods. 
En in september 1944 raasde er één van de 1e categorie de kust van New Jersey 
op, met veel schade aan huizen, wegen en de stroomvoorziening - maar de kracht 
nam al af tot Tropical Storm (<70 mph). De mensen waren tijdig gewaarschuwd, 
toen vielen er maar 6 doden. 
Nee, de Amerikanen aan de oostkust maken zich nooit echt druk over hurricanes.
In Florida, Alabama, Louisiana en Texas is dat heel wat anders. 

Misschien kon George W.Bush Jr. zich er geen voorstelling van maken 
wat New Orleans onderging toen hij zich in augustus 2005 over Katrina 
liet vliegen. Het zag er eigenlijk wel mooi uit van boven naar beneden: 
net een toefje slagroom in spiraalvorm. 
Was hij gaan varen... of had hij op de grond gekeken, dan had hij respect 
gekregen, niet alleen voor het overweldigende natuurfenomeen, vooral 
ook voor de mensen die het aan den lijve ervaren.

 

 

 

 

Reageer    

 

Diep respect [1]  

 
Diep respect [1]

Soms maken mensen in hun leven iets mee wat voor altijd diepe emotie oproept.
Oorlogservaringen of natuurrampen, gebeurtenissen waarvan de beelden op hun 
netvlies gebrand staan. 
De Japanners bij Sendai bijvoorbeeld, zij vergeten nooit die dag in maart 2011 - toen
de oceaan een hoge rug opzette en langs de kustlijn de stadjes besprong. Niets 
ontziend hun huizen uit elkaar sloeg en hun boten door de straten sleurde om ze 
tegen de hellingen van de heuvels neer te smijten. 
Bij aardbevingen worden kustbewoners zich opeens bewust dat ons aardoppervlak 
voor tweederde bedekt is met zeeën en oceanen. Samen met de atmosfeer zijn ze 
de bron van alle leven, die zich soms opeens vertoont als woeste dreiging. 
Ook zonder aardbevingen doet de zon er dingen mee die de mensen machteloos laat
staan met al hun verstand. In de tropische gordel warmt zij het zeewater op tot boven
27 gr C en laat de winden opwaarts kolken als een reusachtige centrifuge. 
De Grote Oceaan, ten onrechte soms Stille Oceaan genoemd, baart regelmatig zulke
storingen die de Japanners Tai-fu (kwade wind) noemen. Ook de Atlantische Oceaan
is elke zomer tot november de moederschoot van zulk onheil. De Maya's noemden ze
Hura-can (naar hun god van de wind en vernietiging). Nu zeggen de spaanstalige 
bewoners van de Golf van Mexico en Midden Amerika (h)uracán, en hurricane als ze 
engelstalig zijn. 

Talloze zeevaarders zullen onverhoeds zijn overvallen door zulke orkanen, waarvoor
niet te vluchten was. Mythen als de Bermuda Driehoek, waar schepen spoorloos zijn
verdwenen, zijn ontstaan in die tijden van gebrekkige communicatie. 
In 1935 kregen meteorologische stations in de VS de speciale opdracht alert te zijn 
op het ontstaan van hurricanes. Het seizoen werd bepaald op de periode juni t/m 
november, alle radiozenders moesten elke 6 uur een "alert" uitzenden. De gegevens
kwamen van metingen verricht door schepen op zee. 
Vanaf 1950 durfde men het aan om met vliegtuigen op zoek te gaan naar het ontstaan
van tropische stormen en ze te begeleiden in hun ontwikkeling en baan. En in 1956 
richtte de Federale Regering het NHC (National Hurricane Center) op. 

In 1959 was er voor het eerst een permanent netwerk actief met centra en eigen radio-
stations voor vier regio's: 
I.   Eastern South-America & Eastern Caribbean Sea – San Juan, Puerto Rico. 
II.  Western Caribbean Sea & Atlantic Ocean South of Cape Hatteras – Miami, Florida.
III. Gulf of Mexico – New Orleans, Louisiana. 
IV. Atlantic Ocean north of Cape Hatteras – Washington, DC.

De tijd dat ik daar voer werkte dit systeem sinds een paar jaar. We vertrokken uit de 
Laguna de Maracaibo met de Delaware Bay als bestemming: loshaven Philadelphia. 
Het was de actiefste fase van het seizoen, augustus, de atmosfeer was onrustig. 
Negen tropische stormen waren al geweest, ze kregen toen alle nog meisjesnamen. 
Nummer negen, haar naam vergat ik, zal in de Golf bij Yacatán, veilig ver weg. Maar
de situatie kan zó veranderen, uit voorzorg kiezen we altijd voor de Mona-Passage 
tussen Puerto Rico en Hispaniola, met ruim diep water rondom. Nooit tussen Haïti 
en Cuba door met zoveel kleine eilanden en riffen voor de boeg. 
Nabij Barbados lag een depressie, verdacht... nog geen hurricane, we waren een dag
onderweg inmiddels. De volgende morgen werd het slecht weer, de gewone blauwe 
lucht was verdwenen en het regende. NHC Puerto Rico gaf een "alert": 
<TS developed to hurricane category 2, moving west slowly.> "Jennifer" doopten ze 
de feeks. Ze zat nog een heel eind aan stuurboord en wij voeren met onze snelheid 
van 12 knopen weg van haar baan, we verwachtten nog binnen die tweede dag Mona
voorbij te zijn – met Jennifer achter ons verdwijnend richting Jamaica of Cuba. 
Maar 's avonds had ze haar koers veel meer noordwest gebogen, de Dominicaanse 
Republiek. Haar verplaatsingsnelheid nam toe en haar kracht ook. 
"Jenny" zo noemden ze haar intussen kortaf, werd groter en sterker. 
Maar onverstoord stoomden wij licht slingerend door grauwe regengordijnen naar de 
wijde ruimte van de oceaan. "Ga maar slapen", zei de kapitein, morgenochtend om 
acht uur zien we wel hoe het er uitziet.  

                                                                                                 (wordt vervolgd)


Zeeman 

Hij kijkt mij aan en in zijn grijze 
ogen meen ik glinsterend beweeg 
van golven te zien 

Wat je voelt, zegt hij, overkomt je 
na tijden zeevaren. Je verandert 
ziet verhoudingen 

Tweederde van de wereld bestaat 
uit samenvloeiend water, de rest 
verdeeld in partjes en krakeel 

Alleen van nut om nu en dan 
even te vertuien 

 

© JohnN -  1999  

North Atlantic Hurricane category 4 over Bahamas  - © NASA picture 

Reageer    

 

De gezeten mannen    

 
De gezeten mannen 

Vandaag zal ik een verkeerde indruk wegnemen. Na een paar reacties op columns 
vermoed ik dat er lezers zijn die denken dat ik een gruwelijke hekel heb aan sport. 
Het tegendeel is waar, ik houd er van. Waar ik niet van houd is die duistere tak van 
bedrijfsleven die de mensen meest associëren met het begrip "sport". 
Echte gezonde sport vind ik prachtig, ik deed vaak actief mee. Natuurlijk heb ik 
zo mijn voorkeur, contactsporten ben ik niet zo gek op, omreden dat ze ook vaak 
agressie oproepen  – juist de eigenschap die mensen al slecht kunnen beheersen. 
Ik zag het sporten altijd als samenspel tussen mijn geest en lichaam: ze moeten 
luisteren naar elkaar, de geest zet aan tot presteren, het lichaam geeft signalen wat
het aankan en wat te hoog gegrepen is. Trainen helpt die balans langzaam op een 
hoger plan en de hart-longen functie profiteert ervan: alleen maar winst! 
Tegenstanders en recordtijden spelen geen rol. Wel het lekkere gevoel na veertig 
baantjes zwemmen, of ja, misschien net een half baantje méér dan de vorige keer 
binnen de tijd. En als je in een duurloop een poos alleen rent en honderd meter voor 
je een groepje ziet waar je langzaam maar zeker op in loopt.. 
dan lijkt het opeens makkelijk nog eventjes aan te zetten. 
Overwinning op die andere "ik" die moppert: "het is wel goed zo". 

Ik deed van alles, triatlons, halve en hele marathons, langlaufen en de elfsteden-
tocht. Dit jaar voor het laatst op het ijs gestaan. Een val: spaakbeen gebroken, pols
ontwricht, vingers verstuikt. Oude botten breken makkelijker en genezen langzamer –
het einde van het sporten, zoals aan alles een eind komt. Al met al duurt het nog best
lang als je nooit dwangmatig "p.r.'s" hoeft te verbeteren. 
Hoe anders is 't met topsporters, het spelletje is het leven, daar word je wereldvreemd
van. Alles voor het moment dat je als een vuurpijl met oud-en-nieuw bent: 
even schitteren dan uitdoven. 
Het probleem van de topsport van nu, de druk tot presteren kent geen genade, geen 
schitter: een sisser. Dag en nacht ermee bezig en het kost goudgeld die begeleiding.
Sponsors, wetenschappers en charlatans helpen een geslaagde carrière zo lang 
mogelijk uit te rekken. Tot het lichaam of de geest, of beide, niet meer willen mee-
werken. Struikelend van blessure naar blessure: "potverdorie, we hebben een miljoen
in die man of vrouw geïnvesteerd!". Soms zijgt hij inéén op het veld, valt dood van zijn
fiets of staat niet meer op uit zijn bed. 

De topsport is voor veel mannen hun jongensspel waaraan ze verslaafd werden en
met het klimmen van de jaren nooit los raakten. 55-Plussers die ieder weekend 
riskeren enkel- en kniebanden te scheuren op 't amateurveld of staan te dringen 
de status "technisch directeur" te bemachtigen. En ja, je kunt nog sportjournalist 
worden óók en urenlang tot vervelens toe zitten ouwehoeren op je luie reet voor de
radiomicrofoon of onder studiolampen – dat is het mooist voor grijze ouwe jongens.
Kan je nog jaren "lekker belangrijk" blijven aan de slippen van de toppers van nu.
Kritiekloos vriendjes maken, er boeken over schrijven. 
Martin Ros beklom ooit de racefiets in zijn jeugd om zijn seksdriften te beheersen,
kwam niet verder dan rondjes om de kerk, maar schreef als ouwe jongen 'n stapel
sportliteratuur. Gelukkig bleef zijn radio-optreden beperkt tot de Tros-Nieuwsshow.
Mart Smeets is een graadje erger. Niet van de buis te slaan en óók alwéér 'n boek:
"De Lance Factor". 
Moest een bestseller worden, de selectiejury voor de NS Publieksprijs zette het op
de kieslijst, vlak voor de openbaring van het vernietigende USADA report over het 
U.S.Postal team.
In huilerige toonzetting lamenteerde Mart minutenlang verongelijkt op varianten van:
"nou hebben wij het weer gedaan, de sportjournalisten hebben de Tour de France 
gedrogeerd". Snik snik. Opeens veranderde de immer autoritaire allesweter in een
calimero. Iedereen in de "wielrennerij" wist het al jarenlang, maar de Mart koesterde
de valse glans van de grote leider. 
Tja, het is zijn brood, dat niet alleen: het is zijn terrine du pâté de fois gras, zijn 
chateaubriand du chef, met een dessert royale mousses caramel, besproeid met 
een goed jaar – waarbij zijn achteloze houding naar de knechten en de zwoegers 
achterin het peloton zo goed past. Meedrijven in de troebele stroom van de topsport.
Niet jammeren, wie erbij wil horen: 
"If you can't stand the heat, stay out of the kitchen". 
Diederik en Mark deden één ding goed: een streep door alle WK en OS ambities. 
Alleen maar logisch voor een kabinet dat wanhopig op zoek is naar zestien miljard. 

John Zwart – 3 november 2012  © Hernehim Cultuur 

 Het hield je gedachten weg van het hele erge 

 


En wie roept daar toch weer om aandacht? 
Goed geraden: Olumpiese Erika. Ook ongeneeslijk wereldvreemd. 


Reageer    

 

Gedachten bij Hendrik Jan Marsman [Bernlef]   

 

Het was nog niet eens bekend dat hij de onomkeerbare kwaal had die zoveel mensen
sloopt. Het ging dan ook zeer snel, vandaag overviel het bericht van zijn dood bijna
iedereen. Lichamen verslijten, bijwijle kun je daar opstandig over worden, maar 
gemiddeld heeft een mens wel een leven lang om te leren daarmee vrede te vinden. 
Het gaat immers geleidelijk. Maar haast onverdraaglijk is wanneer een grote geest,
gegroeid tot volle rijkdom van het brein, opeens uitgewist wordt als was het met 
omknippen van de lichtknop. 

De schrijver Bernlef heeft zich in de jaren 80 verdiept in het verschijnsel waarbij de
aftakeling zich juist aan de géést voltrekt, en vooruitloopt op de sloop van het lichaam.
Hoewel hij al vijfentwintig jaar schrijver was en jonge winnaar van de Reina Prinsen
Geerligsprijs, werd hij toen pas in brede kring bekend door zijn roman over een
dementerende man. 
Alzheimer was een taboe, zo had hij gemerkt, dit had waarschijnlijk vooral zijn 
oorzaak in schaamte bij de omstanders. Zijn authentieke benadering door het proces
juist niet als omstander, maar van binnenuit te behandelen, maakte hem ineens tot 
een schrijver van wereldbekendheid. 
Bij het totstandkomen van de roman "Hersenschimmen" probeerde hij het proces: 
twijfel aan zichzelf, maskeren van tekortkoming, wanhoop over besef van verlies in 
heldere momenten, naar doffe berusting, in te leven in zijn verbeelding. 
"Een stemmetje van binnen zei me: dat is onmogelijk", zo bracht hij zelf de wordings-
geschiedenis onder woorden, "nou, dat zullen we dan wel eens zien!" 

Vijftig herdrukken, een miljoen exemplaren, maakt die ene roman natuurlijk tot een 
zuil van Apollo binnen het oeuvre van Bernlef, maar wie alleen dáárnaar refereert in 
een necrologie doet hem ernstig tekort. Bernlef was een bijzonder en warm mens,
bescheiden zonder zijn status te laten gelden en toonde oprechte interesse voor de
mensen waarmee hij in contact kwam. Typerend voor zijn houding is dat hij aan het 
begin van zijn schrijverschap koos voor allerlei pseudoniemen om tenslotte op 
"Bernlef" terecht te komen. 
Zijn gedachte erachter was dat hij nooit als "H.J. Marsman" wilde publiceren, omdat
het zou zijn alsof hij graag wilde voortdrijven op de "breede rivieren die traag door 
oneindig laagland gaan" van zijn naamgenoot. 
Of iemand zelf op lauweren kon bogen of niet, was voor hem ook niet van belang in
het contact, wat telde was of er aanknopingspunten bestonden, of er gedeelde 
passies waren. 

Ik heb hem enkele malen ontmoet, éénmaal met een langdurig tweegesprek tijdens
het Bram Roza Festival in Oud Beierland. Tevoren had ik bedacht hoeveel er was 
waarover ik met hem van gedachten zou willen wisselen – méér dan de tijd toelaten
zou. Ik moest me beperken en een keus maken. 
"Hersenschimmen" niet, al te vaak hoofdschotel bij de meeste interviewers. 
Er bleek genoeg gemeenschappelijke passie voorhanden. Bernlef was een reiziger,
New England en Canada, Schotland, Scandinavië, de landschappen boeiden hem. 
Zo kwamen we op zijn roman "Sneeuw", uit 1973, die in het winterse Zweden speelt.
Hoe de topografie verandert zodra de meren stijf en dik bevroren liggen, bedekt door
een laag sneeuw. Dorpen die 's zomers over de weg moeilijk bereikbaar zijn worden 
plots nabije buren door een winternet van sporen. En voor ik het wist was ik even de
verteller en Bernlef de luisteraar, ik verhaalde hem van mijn schip, ingevroren noord
van het eiland Bornholm en het spoor dat er ontstond naar het land over de verstijfde
zee. 
Bij het schrijven van "Sneeuw" ontstond zijn uiteindelijke stijl, vertrouwde hij me toe,
sober en beschrijvend, maar zonder emoties duidelijk onder woorden te brengen. 
"De emotie laat ik aan de lezer over". 

Zoals ik het Noors autodidactisch aanleerde heeft Bernlef het Zweeds geleerd, maar
waar mij de vaardigheid tot alledaags gepraat volstond heeft hij zich in het Zweeds 
mijlen verder ontwikkeld met literatuurstudie. En zoals hij zelf begon als dichter was
zijn eerste fascinatie de poëzie. 
De Zweed Tomas Tranströmer en hij werden vrienden. In 2002 rondde hij de vertaling
van al diens gedichten af, de Bezige Bij gaf ze uit onder de titel: 
"De herinneringen zien mij". Het zal Bernlef enorme voldoening hebben gegeven 
toen Tranströmer in 2011 de Nobelprijs werd toegekend. 

Er was nog veel wat we konden delen, de explosieve lente op New Foundland en 
onze bewondering voor de grote Amerikaanse jazz pianisten als Erroll Garner, 
Dave Brubeck en Oscar Peterson. De muzikaliteit van ons beiden ontwikkelde zich
al vóór de opkomst van rock-and-roll. En ook hierin kon ik in Bernlef veruit mijn 
meerdere herkennen: hij groeide uit tot méér dan verdienstelijk jazzpianist en na 
het literaire programma konden we genieten van zijn virtuoze spel.

Bernlef aan de piano   
Eigen foto © John Zwart                                      

 

De Pianoman - (Het Boekenweekgeschenk in 2008) 
                                     Foto Bram Roza Festival

Een Tranströmer vertaling van Bernlef:



Ostinato

Onder het cirkelende stille punt van het wrak
rolt de zee dreunend aan in het licht,
kauwt blind op haar bit van wier en sproeit 
                                     schuim over het strand.

De aarde is in duister gehuld, dat de vleermuis
peilt. Het wrak staat stil en wordt een ster.
De zee rolt dreunend aan en sproeit schuim 
                                      over het strand. 

Wat is het wat die twee mannen verbond? Ik denk het te weten: 
ze zijn allebei beschouwers. Ze beschrijven en psychologiseren niet, 
wat het teweeg brengt laten ze aan de lezer over. 
Wat maakte dat het "klikte" tussen Bernlef en mij? Ook ik ben een beschouwer. 

Tot slot grijp ik dan toch naar "Hersenschimmen". 
Ik heb naar de omstanders van de dementie gekeken en door Bernlef zag ik hun
schaamte, die iets anders is dan deernis. 
De deernis reikt Bernlef hen aan met zijn boek "Hersenschimmen", 
maar ze moeten die emotie wel uit zichzelf halen. 

Hendrik Jan Marsman, dichter en schrijver J.Bernlef, 
overleed op 75 jarige leeftijd te Amsterdam. Hij debuteerde als dichter zowel 
als schrijver van proza in 1959, met de poëziebundel "Kokkels" en de verhalen
van  "Stenen spoelen". 
Won datzelfde jaar met zijn poëzie meteen de debutantenprijs. 
Er volgden daarna nog vele prijzen, de belangrijkste: 
Constantijn Huygensprijs (1984), de AKO literatuurprijs (1987), P.C.Hooftprijs (1994).
"Hersenschimmen" werd verfilmd en tevens bewerkt als theaterstuk.
Hendrik Jan (Henk) Marsman was getrouwd met Eva Hoornik, 
dichter Ed Hoornik's dochter. Het huis Querido Amsterdam treurt over het verlies
van een groot schrijver en lieve vriend. 

John Zwart -  © Hernehim Cultuur - 29 oktober 2012 

 

 

Reageer    

 

Echte lezer, bent u er nog?    

 
De echte lezer moet zich niets met geweld laten opdringen. 

De grote "pure boekhandelaren" lijden een kwijnend bestaan, vestigingen met een breed
aanbod als bijvoorbeeld Selexyz Scheltema op het Amsterdamse Koningsplein en Donner
in Rotterdam lijken de keus te moeten maken: veranderen of drastisch inkrimpen. 
Veel boekhandels gaan steeds meer op kiosken lijken en dat komt echt niet alleen maar
door bolpuntcom. Het aanbod wordt immers bepaald door de grote uitgeverijen en die 
streven vooral het quantum effect na. 
De Rotterdamse Uitgeverij Nadorst is één van die "kleine uitgevers" die zich bezighouden
met marginale publicaties, niettemin vormen zulke kleintjes een belangrijk tegenwicht in 
de schaal tegenover het geweld van het massa-aanbod. 
Zij zullen nooit aan het "grote geld" mogen ruiken, maar juist daarom verdienen ze de
sympathie van Hernehim Cultuur. Bezoekers van deze site zien daarom in de nieuws-
rubriek nu en dan semi-commerciële aankondigingen van Brainbooks "De Brouwerij",
Maasssluis (van Henriette Faas) evenals van Joris Lenstra's "Nadorst" uit Rotterdam. 
Nadorst heeft een ludieke actie gepland op a.s. maandag 29 oktober, de onthullingdag 
van de AKO literatuurprijs, ondersteund door het "manifest" hiernaast:

Literatuur is hedentendage een product geworden dat in de markt gezet moet worden
door reclamecampagnes en talkshowoptredens van auteurs. Met een opeenvolging 
van prijzenshows, boeken-top-tiens en pseudo michelinsterren lijkt de Nederlandse 
literatuur meer en meer op een langgerekte aflevering van RTL Boulevard. 
Nadorst wijst graag de weg terug naar waar het allemaal om draait: de tekst, de inhoud,
de stijl, de boodschap, en het echte leven. Wellicht als Don Quichotte vechtend tegen
windmolens, Pierrot in het circus, of eenzaam roepende in de woestijn van 't spektakel.
Maar niettemin. 
Om een statement te maken tegen het aanzwellende tij van spektakelisering en
commercialisering zal Nadorst-auteur Ruben van Luijk daarom 120 exemplaren van zijn
roman 'Het lelijke meisje' uitdelen in Den Haag aan bezoekers van de uitreiking van de
AKO-literatuurprijs. 'Het lelijke meisje' heeft gegarandeerd nog op geen enkele long- of
shortlist gestaan; auteur Ruben van Luijk heeft bovendien de plechtige eed gezworen 
nooit in een televisietalkshow te verschijnen. 
Het is daarmee 100% fair trade & authentiek, en bezoekers kunnen het boek dus 
met een gerust hart aannemen. Echte literatuur kent geen prijs! 

boeken, boeken...

voortaan uit de tijd? 




alleen nog marketingsuccessen? 
of zijn die straks ook alleen nog digitaal? 
allemaal een volk van schermpjestaarders?
 

Reageer    

 

De Sport en de Parasieten   

 
De Sport en de Parasieten 

Sport is magisch! Je kunt het zien als fijne activiteit om je lijf fit te houden. Je kunt
je keus maken uit de vele vormen, eentje je grote hobby laten worden. 
Die tot je levensdoel laten uitgroeien, er zelfs je beroep van maken! Tenslotte kun je 
er ook nog goed mee verdienen. En je kunt er goud geld áán verdienen. 
Dat is allemaal sport. 
Direct en indirect is er in zestig jaar tijd veel geld gemoeid geraakt met sport. Vrijwillig
besteed door beoefenaren en toeschouwers, ook overheidsgeld, waar de donateurs 
ervan niet altijd achter staan. De topsport staat hoog in aanzien. Topsportman en
topsportvrouw zijn BN-ers, niet alleen zij winnen: "we" winnen! Luister maar naar de
sportverslaggevers, kijk de koppen in de maandagkrant er op na: 
"we hebben gewonnen", niet de ploeg of het individu: "we pakten een gouden plak". 

Hoogste prestaties spreken tot de verbeelding en dat genereert veel publiciteit. Dat is
de perfecte winstmaker en zo is de cirkel weer rond. Rinkeldekinkel... dollartekens. 
Het was te voorspellen dat minder sportieve lieden zich aangetrokken voelen tot de 
topsport. Overal zijn tussenpersonen die uit de ruif willen mee eten, al rap werden 
nieuwe beroepen als "sport makelaar" en "sponsoring adviseur" uitgevonden. 
Hiermee verscheen het mes op tafel in de onderhandelingen over salarissen, transfer-
sommen, reclame- en uitzendrechten. 
Organisatoren zijn in verleiding gebracht, verlokt door de criminele lokroep, om mee
te zingen in de kringen van het dubieuze grote geld, besturen raken geïnfiltreerd.
Witwassers en gokmafia eisen hun tol. Grote publieksaandachttrekkers zijn al lang
meegezogen in de trend die elk spektakel in stijgende lijn moet houden. Achter het 
bureau zitten bedenkers van martelingen als extreem lange etappes of extra zware; 
of 'n finish met een eindspurt steil bergop. De individuele renner is geen factor meer, 
die "slaat geen deuk meer in een pakje boter", ploegen moesten gevormd met 
helpers en knechten, geleid door strategen. Was er ooit de masseur, elke renner 
wordt vandaag omringd door artsen, fysiotherapeuten, voedseldeskundigen, mentale
coaches, haptonomen en.. supplement dealers die niet met name genoemd worden. 
Voor het overige stuk voor stuk goedbetaalde zorgverleners die in de publieke sector
prima werk kunnen doen voor de volksgezondheid. 

Door slecht management of "zakkenvullen" (soms de combinatie van beide) komen
ploegen of organisatoren met regelmaat in financiële problemen. Zij vragen en krijgen
overheidssteun, bijvoorbeeld doordat huurschulden worden kwijtgescholden, verlies-
gevende stadions afgekocht, onverantwoorde bankgaranties worden afgegeven, of de
publieke omroep te laten chanteren met uitzendrechten. Topsport heeft zich door 
mengeling van commercie en algemeen belang een positie verworven, die met de 
nuchtere oude volkswijsheid samen te vatten is als: "ze eten van twee walletjes".
Dit alles heeft zich decennialang kunnen ontwikkelen door de mythe dat de "sport" 
gezond is en daarmee een belangrijke bijdrage voor de volksgezondheid. Een mythe
die nog geen halve waarheid is, want bij amateur sportbeoefening vallen elk weekend
duizenden slachtoffers door blessures, kleine tot ernstige. De "topsport" is zelfs verre
van gezond. Telkens opnieuw belasten van je fysiek tot het randje, liefst zelfs iets er
overhéén voor die paar honderdste seconden winst, levert de sporter grote kans op 
schade aan zijn vitale organen en voortijdige slijtage. Niet te spreken van topsporters
die hun leven verkorten door hun systematisch gebruik van stimulanten die tot 
overbelasting aanzetten. 

De overheid moet geen cent besteden aan topsport, direct noch indirect. Het zou 
het bedrijfsleven sieren als ze dit in hun "ethiek" ten voorbeeld stellen. Wie er aan 
topsport wil doen mag dat, maar moet zijn broek zelf maar ophouden en geen te 
grote broek aantrekken die door overheid of sponsor kapitaal omhoog moet blijven.
Kritiek op Rabobank klinkt in mijn oren als "jullie betaalden toen er al jaren geslikt
werd, jullie moeten er nu mee doorgaan nu we (weer?) beterschap hebben beloofd".
Rabobank is zeker niet mijn favoriete bank, maar ze verdienen een pluim voor de
intentie om vooral de "breedtesport" ruimhartig te blijven steunen. Overheidsgeld 
zowel als sponsorgeld rechtstreeks aan de breedtesport is beter besteed in deze 
crisistijd, dan via de zieke u-bocht van de "topsport". 
En Mart Smeets moet niet huilen, ik had hem in 1986 al dóór. 

John Zwart – 20 oktober 2012.

Als die jongens er nou nog plezier aan hadden...   

 

 

 

 

 

 

Reageer    

 

Amsterdam: Let op Uw Saeck!   

 
Amsterdam: Let op Uw Saek! 

Er gaan voortdurend stemmen op over wat er goed of juist helemaal verkeerd gaat
met de binnenstad van Amsterdam. Stemmen van belanghebbenden zowel als 
"toeschouwers". 
Ik gebruik die laatste term met opzet omdat ik wil benadrukken dat het niet alleen 
om de inwoners van de stad Amsterdam gaat maar om veel meer mensen. Het is 
immers onze hoofdstad en ook nog eens een brandpunt van interesse van reizende
mensen van over de hele wereld. 
Wat coördinatie van hetgeen er bevorderd moet worden, dan wel moet worden tegen-
gegaan, is zeker onontbeerlijk. We kennen de Gemeentelijke Diensten met hun 
vestigings- en vergunningenbeleid, het Project 1012, het project De Rode Loper, 
project Bereikbare Binnenstad, de Vereniging van Vrienden van de Amsterdamse 
Binnenstad, het Straatmanagement... 
Je zou zeggen dat het Centrale Stad Bestuur daar als een dirigent voor het orkest 
zal staan. Er moet toch een Maestro zijn die zorgt dat er uiteindelijk muziek ten 
gehore wordt gebracht. 
En misschien zal dat ook uiteindelijk wel gebeuren en moeten we gewoon niet zo 
ongeduldig zijn met z'n allen, de orkestleden zijn er druk mee hun instrumenten te 
stemmen. Maar nu staat er opeens een ongenode gastdirigent voor de katheder. 
Die zal wel even het allesoverkoepelende "Centrummanagement XL" uit de grond 
gaan stampen. Let op Amsterdam: 
die Kamer van Koophandel hoeft zich niet meester te maken van het concert. 
Zij behoort tot een landelijke organisatie die recent voortdurend op zoek is gegaan
naar nieuwe terreinen van bemoeienis, uit angst om het voortbestaan.


Ooit waren ze zinnig, die Kamers en je kon ze op hetzelfde niveau zien als 
de Waterschappen. Nu hoor ik tot mijn verbazing regelmatig stemmen opgaan
om de Waterschappen op te heffen en onder Rijkswaterstaat te brengen, terwijl
er stil gezwegen wordt over de Regionale en Stedelijke Kamers van Koophandel,
die nauwelijks enige zinnige bijdrage leveren aan de bloei van het Midden en 
Kleinbedrijf, doch er slechts op parasiteren met een groot ambtenarenbestand 
en overbetaalde waterhoofden aan de top. 
Ik heb 25 jaar een klein bedrijf gerund en nog nooit één dienst van de Kamer 
van Koophandel genoten. Aanbiedingen voor (dure) exportbevorderingsreisjes 
naar nieuwe oost europese handelspartner-landen waren niet aan mij noch aan 
de meerderheid der meebetalers besteed. 
Wel heb ik jaarlijks verplicht honderden euri lidmaatschap op aanslag bijgedragen,
maar als ik eens een "Uittreksel Handelsregister" nodig had moest er gewoon 
voor betaald worden. Ze zijn al langer dan een halve eeuw geen Verenigingen 
meer, ze handelen net als Gemeenten die naast elk document de forse rekening
neerleggen. Die Kamer van Koophandel staat onder zware druk. Het verplichte 
lidmaatschap (ook van zzp-ers vernam ik onlangs!) en verplichte indiening van 
jaarverslagen (vooral tijdig, anders wordt u voor de rechter gedaagd) zou 
onmiddellijk afgeschaft moeten worden. Dan kan het instituut de reden van 
bestaan bewijzen omdat men massaal om hun onschatbare betaalde diensten 
komt vragen... Of zouden al die opgepoetste gebouwen dan worden toegevoegd 
aan de al bestaande kantorenleegstand? 

John Zwart – 16 oktober 2012

Een stad  als een orkest, 
maakt muziek met een begaafde erkende maestro  

Reageer    

 

Een avond "podiumactief'"   

Woorden in de Waagschaal 

Een avond 'podiumactief' 

Dinsdag was ik weer eens in De Waag in Haarlem, het was beslist de moeite waard.
Behalve enkele vaste deelnemers waren er een heleboel dichters die voor mij 'nieuw' 
waren; geen 'jonkies', tenminste 50+ en hoger, met onderling heel gevarieerde stijl. 
Van puntdichters, filosofische aforisme acrobaten tot vloeiende poëten in de vaste 
vorm van het sonnet zowel als het prozadicht. Eén korte verhalenschrijver helemaal 
aan het eind. 
Toen die even bezig was begreep ik wel waarom ze die man aan het eind hadden gezet:
hij had een hilarisch verhaal over een bezoek aan een bordeel waarin nogal wat platte 
woorden voorkwamen. Twee dames uit het publiek liepen weg, zij behoorden duidelijk 
niet tot de grote schare E.L.James liefhebsters, die gezien de CPNB verkoopcijfers 
massaal van haar 'grijze tinten trilogie' smullen. 
Eigenlijk moest ik geen reclame maken voor Woorden in de Waagschaal op deze site,
want als het succes nog verder groeit vrees ik dat we de sfeervolle ambiance van het
middeleeuwse waaggebouw moeten verlaten om uit te wijken naar een ruimere locatie.
De twee voortijdige weglopers werden dus niet gemist, het gaf ons alleen iets meer
ademhalingsruimte... 

Er waren weer volop intermezzi, de videokunstenaar André Rooymans had zich bezig
gehouden met "dichterlijke observaties" wat zich manifesteerde in de uit een sport-
verslag gekoesterde term "scorend vermogen". Prachtig! 
Hij startte een opvallend nieuw werk: een vaste opstelling van camerapositie die een 
stuk van het oppervlak van een vijver bestreek. Eens per zoveel minuten gleed er een
poëtische tekst door dat beeld. Hij onthulde dat zijn poëtische video's zeer kort of 
zeer lang waren, soms maar een paar minuten, soms wel een uur. Tot onze schrik 
meldde hij dat deze video een half uur ging duren... "Maar ik wil u aanmoedigen er 
vooral doorheen te praten en rustig door te gaan met drank bestellen".
Toch waren de beelden boeiend genoeg voor wie interesse heeft voor het insectenleven
dat er op en boven het wateroppervlak langs scheert. 
Het meest bekoorde mij de muziekgroep "Bender" die ook een klein halfuur optrad. 
Slechts drie man: zanger Bert Vissers, gitarist Tom Bak en bassist Jos Caspers. 
Heel mooie Nederlandse teksten op originele zelfgecomponeerde melodieën. 
De zanger, van een stevig postuur, bleek een verrassend gevoelige stem te hebben 
met juist het timbre voor de vaak heel tere liedjes. Ze namen me helemaal mee. 
De bassist werd nog een solo gegund. Gul applaus, en ik stond op en riep spontaan:
"en dan nu nog voor de bassist!" Ik weet hoe moeilijk het is uit zo'n grote bas zonder
fretten 'n melodie te toveren. Hierbij mijn aanbeveling voor deze drie mannen uit 
Haarlem die ook door het land toeren. http://www.bendermuziek.nl 

 


Zelf heb ik, vanwege het seizoen, mijn Rilke vertalingen weer opgehaald: "Herbsttag"
en "Du im Voraus verlorne Geliebte", toen het eigen gedicht "Vermist", over de 
omgekomen vissersjongen. Presentator Dries Havermans vond het wel wat treurig om
zo te eindigen dus toen deed ik nog maar een klein liefdesgedichtje van Rilke tot slot.
Het is wel een heel eind rijden altijd, naar Haarlem – en de auto slobbert de tank ook 
weer een flink stuk leeg héén en terug – maar ik heb eigenlijk nooit spijt gehad 
erheen te gaan, altijd is er wel iets dat me een gevoel van voldoening geeft. 

Bei dir ist es traut:
Zage Uhren schlagen
wie aus weiten Tagen
Komm mir ein Liebes sagen -
Aber nur nicht laut

Ein Tor geht irgendwo
draussen in Blütentreiben
Der Abend horcht an den Scheiben.
Lass uns leise bleiben:

Keiner weiss von uns...

Rainer Maria Rilke 

Het is goed bij jou te zijn:
Terwijl de uren schuchter slaan
als uit dagen lang vergaan.
Kom, spreek mij liefkozend aan -
Maar laat het zachtjes zijn

Ergens gaat een deur
waar buiten bloei ontluikt
luistert de avond aan de ruit.
Spreek het fluisterend uit:

Niemand weet van ons... 

John Zwart (vert.) – 9 oktober 2012 

© Verslag Hernehim Cultuur – zaterdag 13 oktober 2012. 


er komt een dag 
dat moet wel 
dat je wordt bijgepraat 
waarom je bent geboren 
waarom je sterven gaat 
je het mooiste niet kon houden 
de geliefde die je mist ... 
maar tot die dag 
... 

 

(begin van een Bender liedje van hun cd "voor het te laat is" 

 

Presentator Dries Havermans

Reageer    

 

Het late vuur   

 
Het late vuur 

De nazomer stelt teleur, echte zoele nadagen waren ons blijkbaar niet gegund. 
De zwaluwen wisten het allicht weer eerder dan de mensen, ze vertrokken vroeg
dit jaar. Nachttemperaturen dalen vlak boven de grond tot dichtbij het vriespunt 
deze dagen, toch is er nog steeds insectenleven wanneer de zon maar een aantal 
uren ononderbroken blijft schijnen. Zaterdag nog steeg 't kwik 's middags tot 18 
graden en omdat er weinig wind was gingen toch libellen en vlinders op de vleugels,
nadat ze dagenlang onder een beschuttend blad moesten schuilen. 
Telkens verbaast het me weer, en in een herfstige bui voel ik me er eigenlijk een 
beetje beschaamd over, zóveel levenslust die natuur vertoont tot zelfs in het zicht
van de dood. 
In mijn voortuin heb ik lang geleden een strook rimpelrozen langs de oprit geplant,
ze zitten nu vol sappige fel oranje bottels. Die zijn heel vitaminerijk en je kunt er 
uitstekend jam van koken, maar ik laat ze zitten. Voor het fleurige zicht, maar vooral
voor mijn zwerfgasten, de langstrekkende kleine tuinvogels: meesjes, vinkjes, sijsjes
puttertjes. Die pikken ze open en verorberen de voedzame zaden. Telkens als ik de
deur uitga fladderen ze haastig weg, als waren ze kinderen betrapt op het appeltjes
stelen. Terwijl ik wat aan het opruimen was werd ik opeens verrast door een heel 
groepje atalantavlinders die een pleisterplaats hadden gevonden bij die open gepikte
rozenbottels waaruit ze het sap kunnen opzuigen. Ze verzamelen energie voor hun 
tocht naar 't zuiden, enkele hebben gehavende vleugels, die gaan 't volgend seizoen
niet halen.
's Middags leidde ik een excursie die onder andere voert door een terrein "nieuwe 
natuur", een gebied dat eerst weiland was, waarin de voorwaarden voor een heide-
landschap zijn hersteld. 
De overvloedige regen de dag tevoren had in de laagte van de glooiingen behoorlijk 
wat waterplassen achtergelaten. 

De leemlaag onder de zandbodem zal ervoor zorgen dat het daar bijna altijd nat
zal blijven. Ideale omstandigheden voor de heidelibellen. Die zijn nu in hun laatste
levensfase, na oktober tref je ze nergens meer aan. 
Niet alleen de zon van die middag maakte me blij, óók de heidelibellen, want die 
waren er: zelfs in dit jonge door mensenhand met machines gemaakte terrein. Ze 
hebben het eerste deel van hun leven als larven in ondiep water geleefd, in de zomer
klimmen ze in sprieten van biezen of wollegras omhoog en "sluipen uit". Daarmee 
wordt bedoeld dat hun huid openbarst en er een schitterend vliegend insekt tevoor-
schijn komt. Er rest hun niet veel meer te doen dan te zorgen dat er volgend jaar 
opnieuw libellen zijn. Vijf van die prachtige helderrood gekleurde diertjes voerden 
voor onze ogen een bruidsvlucht uit. 
Als het mannetje is "uitgeslopen" zal hij nog een paar dagen rondvliegen als vrijgezel
op vrijersvleugels, het vrouwtje zal bevruchte eitjes afzetten op een plant in het water.
Daarna zullen ze sterven. Maar eerst het feest van de bruidsvlucht die bij succes zijn
hoogtepunt vindt in een vliegend "paringswiel". Fysiek is het voor het libellenpaar niet
zo eenvoudig om de liefde te bedrijven. De eitjes van het vrouwtje vormen zich in het
achterste lichaamssegment van haar lange slanke lijf, het geslachtsorgaan van het
mannetje bevindt zich echter direct achter het rompsegment. Maar de vrijer weet daar
raad op, zijn lichaam is uitgerust met hulpgereedschap, het achterste segment heeft
een "tang" waarmee hij zijn uitverkorene achter haar kopje kan vastpakken. 
Zo verbonden kan zij, zonder van haar spriet te tuimelen of uit de lucht te vallen, haar
achterste helemaal naar haar minnaar toe buigen. Als laatste grote daad in hun 
tweede levensfase vormen ze samen een figuur als een romantisch hart. 
Wanneer er in de lente larfjes uit de eitjes zijn gegroeid zijn de ouders allang passé...

John Zwart – 10 oktober 2012


 

 

 

 

 

paringswiel 
van kleine roodoogjuffers  
(ongecensureerd)   

Reageer    

 

Formatie met 140 km/u   

 
Formatie met 140 km/u. 

Ons land, Nederland, stond decennialang vooral bekend als polderland.
Geheel in overeenstemming met het landschap werd zoveel mogelijk getracht tussen
de uitéénlopende belangen het meest werkbare compromis te vinden. Het heeft ons
geen windeieren gelegd. We stonden wijd en zijd bekend als een natie met behoorlijk
stabiel politiek klimaat, een land waarin verkiezingen nooit meer dan een "klein tikje
naar links" of een "klein tikje naar rechts" betekenden. 
Grote werkstakingen of oproerige betogingen een zeldzaamheid. De meeste buiten-
landen wilden maar wat graag zaken met ons doen want we waren heel redelijk en
voorspelbaar.
Wanneer zijn we begonnen onze eigen glazen in te gooien? Het lijkt erop dat we
afstevenen op een tweestromenland, zonder regulering naar de gulden middenweg. 
De religieuze partijtjes staan door hun onbevattelijke onderlinge verschil apart, nog
onbetekenender dan ze samen al zijn. Groen Links als partij met sociale en groene
beginselen zou zich door hun zorg voor de duurzaamheid op ons "ruimteschip" sterk
moeten ontwikkelen... maar is veel intensiever bezig met zelfmoordpogingen.
Nu hoor ik de lezer al roepen: maar wat vind je van D66 dan? Eerlijk gezegd snap ik
van mezelf allang niet meer, ooit in het verleden op hen te hebben gestemd. Hoe
parmantig Alexander Pechtold ook staat te oreren, het enige wat ik begrepen heb is
dat hij zich onderscheidt van de rest door zijn fervente tamboereren op "The United
States of Europe" (met elke week een referendum?). Afgezien van die droom 
ontdoet hij zich maar niet van de indruk een soort "VVD light" te zijn, een liberale 
partij waar de scherpe asociale kantjes zijn afgeslepen.
Ondertussen zorgen onze grote vrienden Mark en Diederik ervoor dat de PvdA 
steeds meer rechtse trekjes krijgt, straks knutselt Mark Rutte nog een 2 partijen
kabinet in elkaar, tegen beloning dat Diederik vice-premier mag zijn – 
als erkentelijkheid voor bewezen diensten.
Er zijn twee partijen waarover ik nog niets heb gezegd: de PVV en de SP. 
Over de PVV wil ik ook helemaal niks zeggen, dat is n.l. helemaal geen partij. Dat 
is alleen maar een vluchtheuvel van ontevredenen die dient om de narcissus aan 
't hoofd zijn Bekend Persoon Status te laten behouden. 

 


De SP. De opzwellende winstballon, waar nog vóór de echte uitslagen de lucht 
uitliep, vertelt precies waar de pijn zit, heel veel Nederlanders vinden de sociale 
bezieling van deze partij van groot belang, maar schrikken terug voor de SP 
aan regeringsmacht. En zo zitten we nu met een steeds rechtser wordend Den 
Haag bij ontstentenis van een stevig links geluid van de PvdA, met aan de 
andere kant slechts die Emiel Roemer die nu alleen nog lacht als de bekende
boer met kiespijn. 
Niemand vraagt het mij, maar als ik dan ongevraagd eens een advies aan de orde
mag stellen: laten Groen Links, Marianne Thieme en Alexander Pechtold toch gaan
fuseren met de SP! Zo'n samengevoegde partij, té conservatieve veren afgeschud,
herstelt eindelijk weer een redelijke verdeling in het krachtenveld tegenover het met
de dag arroganter VVD-PvdA blok.
Immers wat de SP nodig heeft is een intellect injectie & een duurzaamheids injectie.
Zal je zien hoeveel teleurgestelde PvdA stemmers op die grote middenpartij komen
stemmen. Eindelijk weer ruimte voor weerwoord tegen de mentaliteit van de niet te 
remmen bonuscultuur, onaantastbare financiële sector, vrolijk Zwitserleven neuriënd
zwaargewichtige 140 km rijders die zich voortspoeden over links..

Onzin? Nog nooit eerder hoefden we ons druk maken over 't aantal sympathisanten
dat je moet verzamelen om een politieke partij op te richten, nu wel. 
20+ Kandidatenlijsten bij de laatste stembusgang, waarvan de helft het niet eens 
tot één kamerzetel bracht, dat is een niet mis te verstaan signaal. Er moet echt 
iets anders gebeuren dan incestueus ruziemaken binnen eigen kring zoals we
aanschouwen in CDA, PVV en GL. Hoog tijd om de hobbylijstjes weg te vegen – 
niet door de kiesdrempel drastisch te verhogen maar door een overzichtelijk 
bescheiden aantal partijen aan de kiezer te presenteren, met herkenbare zwaarte-
punten, zonder een kameleongedrag te vertonen. 

En dan gaan we weer lekker aan het polderen, daar ligt toch onze kracht! 

John Zwart – 7 oktober 2012 

 

 

stropdas ...   © ANP

Reageer    

 

Radiostilte   

 
Radiostilte 

Laat de vrienden Mark en Diederik maar even hun gang gaan. "Radiostilte". 
Zouden ze weten waar en wanneer dat woord is ontstaan? En wat het inhield? 

Ik ben een groot liefhebber van de stilte. Maar het is een liefhebberij die kwetsbaar is.
Heel veel mensen hebben de meest uiteenlopende hobby's – als je erbij stil staat zijn
dat vaak dingen die geluid maken of soms zelfs lawaai. Dat kan zomaar de hobby van
de liefhebber van rust en stilte vernietigen. En dat is niet bepaald democratisch: 
een ander iets afnemen omdat je zelf zo graag iets wilt hebben of doen, dat lijkt meer
op dictatuur. 
Het is de gesel van de lofzang op individualisme, die maakt dat de ene individualist de
andere individualist niet genoeg respecteert. Is het echt allemaal zo storend? 
Een voorbeeld: Er was eens een poëziemiddag in een tuin, op 'n mooie vroegherfstige
zondagmiddag. Het was geen immens grote tuin maar het gezelschap was ook maar 
bescheiden. Dan kun je in een kring gaan zitten en zonder stemverheffing wat teksten
laten horen aan elkaar, tegen de achtergrond van bladgeritsel en zachtjes kabbelend 
water. Microfoons, versterker? Onzin, hoe kom je erbij. 
Het is een kwartiertje bezig, dan is op een naastgelegen terrein achter de haag iemand
aangekomen. Blijkbaar met het voornemen een flinke voorraad open haardhout klaar 
te maken voor de komende kille avonden. Heeft hij zich misschien lichtelijk gestoord 
aan de stemmen tegen de achtergrond van de natuurgeluiden aan de andere kant? 
Of heeft hij gewoon nergens bij stilgestaan en kwam 't gewoon in zijn hoofd op eens 
een uurtje lekker stevig te gaan houthakken? 


Hij heeft het aangename van het vooruitzicht op zijn knappend haardvuur 
gecombineerd met stevige spiertraining en gaat tevreden huiswaarts. Maar wèl 
de middag voor een heel aantal anderen in de kiem gesmoord. 
Dit vrij onschuldige voorbeeld toont aan hoe subtiel de dingen vaak zijn. 
Want er zijn genoeg duidelijker inbreuken op het levensgenot van de medemens
die ongestraft blijven toegestaan. Omdat we wetten hebben die ons op vaak niet 
eens zo voor de hand liggende zaken almaar meer betuttelen – maar falen ons 
te beschermen tegen jankende racemotoren in de hoogste toeren op de lage 
versnelling, tegen eskaders motorclubs die massaal langs pittoreske toeristische
routes als ware veroveraars door de dorpen denderen, tegen paragliders met 
hulpmotor die op honderd meter komen stilhangen boven je hoofd... 
tegen benzine-grasmaaiers, hogedrukspuiten, kantentrimmers en ga maar door... 
Zelfs niet tegen openluchtfeesten, met slechtemuziek-podia die beslist op
gehoorbeschadigingsniveau moeten opereren, anders zijn ze in het volgende dorp
niet goed te horen. 

Bedenk dat maar, voor u besluit lekker rustig op het platteland te gaan wonen 
als u het tumult van de stad moe geworden bent. Ons land is vol van herrie en 
vluchten is nauwelijks nog mogelijk, tenzij... 
maar wie durft het aan, op te staan, tegen de lawaaidictatuur? 

John Zwart – 3 oktober 2012. 

 

... het is niet democratisch een ander iets af te nemen
omdat je zelf zo graag iets wil hebben of doen ... 

 

 

 

 

 

Reageer    

 

Time is a traitor, time is a villain  

 

Time is a traitor, time is a villain.

Alweer vele jaren geleden zag ik eens een filmpje op de tv, waarin het verouderingsproces
werd getoond. Een of ander Amerikaanse computernerd had een programma uitgebroed
waarmee je, beginnend met een foto van een jong persoon deze in kleine stapjes kon 
laten veranderen, alsof die telkens een jaar ouder werd. 
Ik vond het wel knap hoor, maar op tv speelden ze die subtiele veranderingen af als een
versnelde film: een jaar per seconde. Het effect was schokkend. Ze toonden een foto 
van een mooie frisse jonge vrouw, en in tachtig seconden zag je haar hoofd krimpen,
rimpelen en ineen schrompelen tot een beverig besje. 
Ik werd er een moment emotioneel van – net als toen ik voor het eerst Tompall Glaser &
The Brothers de song "Maria Consuela Arroyo" hoorde zingen. 

Het zal ongeveer op mijn vijfendertigste jaar zijn geweest dat ik me bewust werd dat 
hetgeen zich in dat filmpje voltrok, in het geniep voortdurend in en aan ons lichaam
plaatsvindt. "De tijd knaagt aan ons, de verrader, de bedrieger". 
Vanaf dat moment begon ik mezelf wat aandachtiger te bekijken in de spiegel. 
Er waren nog geen opvallende verouderingskenmerken te zien. 

De huid strak met een gezonde kleur. Ja, de haarlijn begon zich wat terug te trekken,
maar dat is niets verontrustends bij een man. Bovendien was het erfelijk bepaald: 
de krullenbol van mijn vader had ook al "noorse fjorden" toen hij nog vrij jong was. 
Daarna verscheen wat grijs aan de slapen. Ook al niets om je druk te maken, 
zoveel mannen hebben al voor hun veertigste die lichte veeg boven de oren, 
het toont de ''jaren des onderscheids'. 
Maar toen kwam het kalend kruintje, en in mijn korte baardje verschenen hele plukken
wit tussen het donkerblond. Eerst trok ik ze uit – met een pincet één voor één, maar
na enkele maanden waren het er zoveel, er was geen beginnen meer aan. 
Rustig laten gebeuren, want opeens met glad geschoren kin te lopen vond ik laf. 
De wangen, die bij een lach telkens kuiltjes vertonen, ontwikkelden daar plooien... 
Ja, ik herinner me nu dat mijn vader die óók had toen de zestig royaal passeerde...
Toch was ik heel wat minder tevreden met mijn spiegelbeeld. Maar ik heb goddank 
nog geen schildpaddennek, dacht ik bij mezelf, zo vindt men zijn vrede. 
Gelukkig kan ik altijd nog DWDD kijken, telkens als Jan Mulder dan weer in beeld 
verschijnt word ik weer eventjes blij – met mezelf.

John Zwart – 29.09.2012.

Tompall Glaser 'Maria Consuela'  

blij met mezelf ... 

Reageer    

 

De opperrechter  

 
De opperrechter  

Mijn vaste pre-lezer vindt dat het mij vandaag aan de onontbeerlijke humor ontbreekt..
Maar zeg nu eens eerlijk: welt bij u een bevrijdende schaterlach op zodra Fred Teeven
weer in beeld verschijnt? Als die man van "law-and-order" zijn mond opendoet is mij 
het lachen vergaan. Maar misschien jaag ik wéér een boel lezers weg, want Nederland
is toch wel erg rechts geworden merk ik na de verkiezingen en de enorme vangst die 
Fred's vissen in troebel water aan bijval opleverde. Als we dan nu nog maar met 30% 
over zijn vind ik dat niet erg, daar voel ik me toch meer bij op mijn gemak. 
Weinig mensen maken zich zorgen over de vrijage tussen PvdA en VVD. De meeste 
lijken er zelfs opgewekt onder te zijn. Maar ik maak me zorgen, met een minderheid. 
Die Diederik Samsom mag dan wel gezien worden als iemand die in 't actievoerders-
milieu gepokt en gemazeld is, maar de immer opgewekte Mark Rutte haalt zijn 
optimisme niet uit de lucht. Hij weet zich gesteund door wie achter de schermen 
wérkelijk macht heeft. Het verschil in invloed, welk type Nederland wij op af koersen, 
bepaalt niet zozeer het minieme verschil in kamerzetels (wat ook maar een moment-
opname is) maar door de macht onder de oppervlakte. Daar geldt het "recht van de
sterkste", subtiel maar uiterst effectief. 

Natuurlijk wordt de PvdA momenteel flink naar rechts gekneed, dat is niet eens zo 
moeilijk want de "idealistische veren" zijn na de verkiezingen niet meer nodig en 
kunnen, vastgeplakt met de lijm van een memobriefje, weer gemakkelijk worden 
afgeschud. Het eerste signaal zag ik onmiddellijk in die feestnacht van euforie over
de voorlopige verkiezingsuitslagen – onmiddellijk kwam de "januskop" Wim Kok uit
de coulissen springen. 
Bij de VVD was het nog evidenter: de mastodonten Wiegel en Bolkestein mochten
meehossen met Elias, Aptroot en het "law-and-order" duo Opstelten en Teeven. Het
viel me op hoe welgedaan ze er allemaal uitzien, Elias kwam in zijn dansje niet eens
los van de grond. Bolkestein was de enige slanke uitzondering, maar sprong ook niet,
anders valt hij uit elkaar. De anderen zag je denken: "Het is dubbel feest want die 
PvdA is een veel betere gedoogpartij dan de PVV. We buigen ze makkelijk een stuk
naar onze kant, er komen gouden tijden voor ons". 

Opstelten en Teeven zijn nog betere populisten dan "wilde geert", de VVD zal hem
niet missen. De formatie is nog niet eens begonnen of de heren werken al aan de
prolongatie van hun "law-and-order" machtsblok. Zou er in Haren politieke agitatie 
in het spel zijn geweest.. daar zetten we ook maar een commissie op. En een paar
dagen later probeert iemand in een ander dorp in iemands tuin de volière met dure 
siervogels leeg te stelen – wordt daar effectief van weerhouden door hem dood te 
slaan. Is dat even 'n mooi toeval. Teeven draait onmiddellijk zijn oude plaat weer af
over "recht op verdediging van lijf en bezit". De vorige keer dat hij dat deed sloeg 
een stel ah-vakkenvullers een arme oude zwerfster dood omdat ze een blikje bier 
gestolen had. Zoiets weerhoudt de man niet opnieuw zijn oude "ram-er-op-los" 
propaganda van stal te halen. Populistische afleidingsmanouvres van schandaligste
soort. 

Hoe zit het toch met die witteboorden criminaliteit meneer Teeven? Mag ik dáár ook
zelf optreden om mijn bezit te verdedigen? Of moet ik dát wél aan anderen overlaten?
Mag ik es weten aan wie? Gaat u zich tot het uiterste inspannen om een banken-
tuchtcommisie in te stellen, de corruptie en flessentrekkerij in de hoogste regionen 
aan te pakken en de lieden die zich ten koste van de anonieme massa exorbitant 
verrijkten onteigenen met het rechtmatige pistool op de borst? 
Ik vrees van niet, het is prettiger om je in "betere buurten" te verschansen achter 
hoge muren, tralies voor de ramen, omgeven door alarm installaties en camera's 
met gewapende wachters aan de spaarzame poorten. En een vrijbrief voor geweld 
natuurlijk. Daar kunnen mensen als Elias, Opstelten en Teeven zich dan vestigen 
samen met de grootbezitters – net als in Amerika, soort bij soort. 
En de anderen? De niet welgestelde massa krijgt het recht om te slapen met een
honkbalknuppel naast z'n bed. Blijft het risico dat die indringer 't eerst slaat, dat is 
dan pech hebben.
Vooralsnog ga ik nog niet mee in de "Trend van Teeven", om 
agressie met agressie-exces te beantwoorden. Ik heb een paar maal een van m'n 
buren betrapt met minder goede bedoelingen in mijn tuin. 
Voorlopig heb ik hem nog maar niet doodgeslagen. 

John Zwart – 26 september 2012 

  Wegwijzer 
                                                           voor een weerbare gemeenschap 

Dansje voor orde op zaken... welke zaken? 

 

 

 

 

Reageer    

 

De fik erin, dan kom je op tv !   

 
De fik erin, dan kom je op tv! 

Nu ga ik me bijna schuldig voelen. Niet dat ik denk dat er veel amok makers, terroristen 
en ander gespuis op deze site lezen, maar ja, ik heb er toch óók over geschreven toen 
het allemaal nog moest gebeuren. "Moest gebeuren?" daar stuit ik gelijk op de kernvraag:
"Had het niet hoeven gebeuren?" Vooropgesteld: ik ben geen "facebooker", maar dat is 
ook niet per se een domein van de jeugd, ik ken oma's die wél "facebooker" zijn en met
plezier, zonder één wanklank. 
Ik geloof dat de volgende vergelijking te maken is: we rijden (bijna) allemaal auto, de grote
meerderheid doet dat zonder onnodig hinder of ergernis te veroorzaken - maar er zijn óók
auto's die je al van heel ver hoort aankomen door de dreunende basboxen van de dance-dj
achter het stuur, raampjes opengedraaid, allicht, misschien nog een cap achterstevoren?
Hebt u het: beeld en geluid? 

Het college van b&w van Haren (Gr.) heeft zijn naïviteit verloren. Een jaar of drie terug 
begon de grote populariteit van facebook en de eerste resultaten van 't snelle groeps-
vormen vond ook ik bijzonder leuk. Ik genoot van sommige "flash-mobs" waarbij in een 
menigte plotseling een groot aantal mensen synchrone danspasjes ging maken, tot de
verbazing van de rest - waarna ze weer anoniem opgaan in de massa.
Een groep mensen in een stationshal die een lied uit "My Fair Lady" begint te zingen,
met een geschoolde leadzangeres die de gebeurtenis ondersteunt en leidt. 
Op het Leidseplein zit op een mooie voorjaarsdag een paar dozijn jonge vrouwen gehuld
in lange regenjassen, die op een signaal hun jas uitgooien en in korte rokjes het plein 
op springen. Een ode aan de door wijlen Martin Bril bedachte "rokjesdag". Zulke dingen.

Ik heb het al zo vaak gezegd: het internet en de draadloze telefoon, tezamen vormen 
ze tegelijk een zegen en een vloek.
Want we leven niet alleen in 'n tijd van verrassende
"flash mobs", we leven óók in een tijd waarin rivaliserende groepen voetbalsupporters 
met inzet van enorme politiemacht uit elkaar moeten gehouden. Waarin er motorclubs 
elkaar uitdagen om tegen het decor van een willekeurig stadje hun meningsverschillen
uit te vechten. Waarin we vrezen voor onverwacht geweld van religieuze fundi's. 
Tot mijn verbazing werd vrijdag elk half uur in iedere nieuwsflits omgeroepen dat er
echt géén feest was in Haren en dat je beslist NIET moest komen! Hieruit sprak al
een zekere wanhoop. En meteen de NOS met een cameraploeg er op af, om olie op 
het smeulend vuurtje te gooien. 


Je hoeft geen psychologie te hebben gestudeerd, alleen maar een beetje mensen-
kennis te hebben, om te weten dat na het wereldkundig maken dat de ME achter 
de hand werd gehouden, om "óók op het èrgste voorbereid te zijn",  uit die 28.000
aanmelders vooral de "rellenbrigade" niet meer te weerhouden was.
Nuchter bezien: als maar één van de tien aanmelders komt, zijn 't toch een kleine 
drieduizend vandalen op je dak. Die stop je niet meer als ze er zijn, die moet je 
tegenhouden terwijl ze druppelsgewijs aankomen. Een mooie oefening voor een ID 
controle op het station, moet voor 50 agenten toch te doen zijn. Actie: op de eerst-
volgende trein doorsturen naar Groningen: "daar is genoeg te beleven" en anders 
op de retourtrein richting Assen. Nu waren er 500 agenten op de been...
De illusie dat je ze ongemoeid laat rondlopen in de hoop dat nog een spontaan 
feestje zou ontstaan, is buitengewoon naïef. Dan zou je vooraf moeten selecteren:
"heb je een gitaar mee en kan je spelen?"  De nieuwsgierigen met hun rugzakken
gevuld met de nodige "sixpacks" het dorp, waar inderdaad "niks te doen" is, binnen-
laten, getuigt van het jaren vijftig vertrouwen van de hopman in zijn padvinders. 

Nu hoor ik inwoners klagen: "had de Gemeente dan niet een alternatief feestje
moeten organiseren?" Natuurlijk haken daders gretig in: de Gemeente heeft schuld,
ze hadden iets moeten organiseren om ons leuk bezig te houden! 
Ja, daar zijn we goed in, omdraaien van de schuldvraag, advocaten hebben ervoor
gestudeerd: de man die 30 jaar zonder rijbewijs reed, nog in een proeftijd zat
wegens benzinediefstal, doet zijn zoon vóór hoe je benzine moet stelen, ramt op
zijn vlucht drie politieauto's en rijdt vervolgens een willekeurige automobilist dood. 
Natuurlijk is de politie schuldig aan dat dodelijke slachtoffer. Duidelijker kan niet:
de tijd van de hopman en zijn welpen is voorbij. 
Maar van die twee - Ivo "wietpas" Opstelten en Fred "lik-op-stuk" Teeven - moeten
we het óók niet hebben, Opstelten met zijn bombastische diepe kropstem in zijn 
proza, dat vloeit als dikke stroop in de winter, wil veren halen van geplukte kippen;
Teeven gelooft nog steeds heilig in zwaarder straffen. Allemaal achteraf gedoe dat
het bestaan vrediger noch veiliger maakt. In Amerika weten ze daar alles van.
Wat is er toch mis met preventie mensen? Schadeherstel en volle gevangenissen
zijn zéker de duurste niet-oplossing. 

John Zwart – 24 september 2012 


 

 

 

onacceptabel dat tuig ... relschoppers ... hooligans ... gajes ... ik wou even mijn zin afmaken ... als u het goed vindt ... we zullen vervolgen en alle schade ... uhh ... alle schade op hen verhalen ...  

Reageer    

 

Haren te berge  

 
Haren te berge

Zo'n heerlijk rustig dorp, eigenlijk te rustig – dat kan óók nog.
Sinds de snelweg van Groningen er aan de westkant voorbij raast ligt het daar ongemoeid
ter weerszijden van de oude Rijksstraatweg. Een réfuge voor welgestelde bewoners uit het
wijde noorden – villa's en villaatjes, en nog wat boerderijtjes rondom. Met een beetje
nieuwbouw wat allerminst als vinex oogt, opgenomen in 't landschap van weiden en groen.
Ik woonde er zes jaar onder de boomkruinen en ik vond het niets erg dat er nooit wat
gebeurde, veel prettiger vond ik dat het beekland van de Drentse Aa daar lag, op wandel-
afstand of een paar pedaaltrappen van de fiets. Daar woonde de dichter Rutger Kopland, 
al tijdens zijn bestaan als hoogleraar psychiatrie R. van den Hoofdakker aan de Rijks-
universiteit van Groningen. 
Ik kon zijn huis in Glimmen zo aanwijzen en velen in de omgeving kenden hem, maar dat
huis werd nooit een toeristische trekpleister – ik hoop dat het dat nu, na zijn dood, ook 
niet worden zal. 
Het oude landschap is in een langdurige periode hersteld, Kopland heeft de vorderingen 
ervan met genoegen gadegeslagen. Gekanaliseerde stukken met harde rechte oevers 
bracht men weer terug in de tijd, toen de beek wijdlopig meanderde, in de natte seizoenen
de nabije omgeving overstromend. Als je op zo'n bruggetje er overheen stilstaat voel je 
de inspiratie van Kopland waaruit zijn gedicht over "het oude water dat aarzelt om voorbij
te gaan" is ontstaan. 
Nee, verder gebeurde er nooit iets in Haren en Glimmen. Dat contrast was juist mooi, 
want maar een klein stukje verder richting "Stad" gebeurde van alles. Daar, in het 
vroegere Helpman waren de rellen van krakers en studenten. Daar ging men slaags met
de politie, daar waren de bolwerken van de gesloten Fongers fietsenfabriek en voorheen
het R.K. Ziekenhuis – veroverd door de jeugd die hartstochtelijk "alternatief" wilde zijn. 

 

Het oproer in Groningen is allang gedoofd, men maakt zich nu hooguit nog een beetje 
boos over de dreiging van de "langstudeerboete". Want ondanks de "crisis" is er een 
rijk kroegleven in "Stad".
Het groen en dichtersinspiratie zegt de scooterjeugd van vandaag helemaal niets. 
Dus, ja het klopt: "In Haren is helemaal nooit iets te beleven!". 
Maar ze hebben een ongekend machtsmiddel: ze hebben allemaal een iPhone of een
Android, ze twitteren dat het een lust is en natuurlijk zitten ze allemaal op Facebook. 
Dan is het geen kunst om "eindelijk eens iets te laten gebeuren". In Haren of waar 
dan ook. 

In minder dan een etmaal kunnen ze hele menigten ergens naartoe manipuleren – want
hoe eigenzinnig de jongens en meiden ook zijn, op een bepaalde manier zijn ze toch 
weer vreselijk volgzaam als het op méédoen aankomt. En niet alleen de jongens en 
meiden, de NOS hypt ook graag mee, één telefoontje en er staat zo een cameraploeg 
voor je neus, wáár ook in het land. En zo heeft weer een "snotaap" succes, zijn stunt 
haalt het tv-journaal, 10.000 "volgers" dreigen het verjaarsfeestje van een zestienjarig
meisje te overvallen. Politie alert, sluit de wijk af waar zij woont, de weekendverloven 
worden ingetrokken en het spoor overweegt de trein Zwolle-Groningen – als die uitpuilt
van de "supporters" - niet op het station Haren te laten stoppen. 
Het meisje, doodsbenauwd, duikt met haar moeder onder op een geheim adres het
komend weekend. En dat vind ik nou vreselijk lullig van die mensen die er maar op 
los twitteren, het gaat zo snel dat ze pas aan nadenken beginnen als 't al gebeurd is.
Of denken ze helemaal niet? 

John Zwart – 20 september 2012 

 

...zo snel dat ze pas nadenken als het al gebeurd is... ... 

Reageer    

 

De kaarten nieuw geschud, het volgend spel    

 

De kaarten nieuw geschud, het volgend spel. 

Volgepakte zaaltjes met uitzinnig feestende mensen. Volop camera's erbij, de nationale
en die van de omringende buitenlanden. De grote meerderheid van politiek actief Nederland
is in 'n euforische stemming – zo moet in heel Europa het beeld wel zijn. 
Maar is er wel reden voor al het hossen en schor hosannah geroep naar de grote leiders?
George B Shaw beschreef verkiezingen als een gebeurtenis waarbij je jezelf onvermijdelijk
bevuilt: 
"ze zijn een horreur voor de moraal, een modderbad voor iedereen die erbij betrokken is".

"Politiek is niet voor bange mensen", zei Ruud Lubbers ooit. 
"Ik zeg altijd precies waar het op staat", zegt de in recordtijd onwerkelijk groot gegroeide
Geert Wilders. 
Het heeft allemaal iets van "ik heb gelijk en wee degene die het niet met me eens is". 
Ik denk dat dit 't is hetgeen George B Shaw heeft bedoeld. 
Wat ik had gehoopt en wat ik heb gevreesd, het is allemaal gebeurd gisteren. 
Wat hoopte ik? Dat een protestpartij, die alleen maar bouwde op onvrede met gedane 
zaken, over de top is en zich in de terugvalfase toont. 
Wat vreesde ik? Dat een idealistische bij duurzaamheid betrokken partij, door eigen 
toedoen, hetzelfde lot zou ondergaan. 

De opiniepeilers vermoedden al een beweging terug naar de oude tijden van scheiding 
der geesten in twee kampen: rechts van het midden bezitters en hogere inkomens, 
gedreven door groei – links van het midden werkers, bevreesd voor het afpakken van 
verworven rechten. 
Dat het effect zó sterk zou zijn wist nog niemand, maar daar heeft een groep voor 
gezorgd die al op natuurlijke wijze steeds maar krimpt. Ik bedoel de groep die politiek
onscheidbaar met confessie combineert. De die-hearts onder hen houden dapper stand
in de enclaves CU en SGP. Maar het CDA, het laatste asyl voor gelovigen die vasthouden
dat hen het recht op macht door God zelve gegeven is, zal binnen de volgende generatie
gereduceerd zijn tot een vergelijkbaar formaat. 

 

Dat proces hebben ze al regerend versneld. Voor het oog van iedereen lieten ze zien dat
hun opvatting over democratie fundamenteel niet deugt. In ware democratie wordt zowel 
met de stem van de meerderheid als met die van belangrijke minderheden rekening 
gehouden. Binnen de boezem van het CDA bevond zich zo'n belangrijke minderheid, 
éénderde maar liefst. Als een partij die "slikken of stikken" oplegt hebben ze weinig van
democratie begrepen zodat er wel afgestraft moest worden. 
Eenzelfde proces deed zich voor bij Groen Links. Negatief is het al dat hen door rechts
Nederland voortdurend het etiket "maoïstisch clubje" wordt opgeplakt, dit terwijl hun
betrokkenheid bij duurzaamheid, bescherming van natuurwaarden en milieubewustzijn
tot hoofdthema's werden. Verder van het Aziatisch communisme af kan haast niet.

Sneu voor dappere Jolande Sap. Je hebt ongetwijfeld hard gewerkt, hebt 't ongetwijfeld
goed bedoeld óók, maar "je hebt het gewoon verkeerd gedaan". Stilletjes terugtrekken 
en uithuilen, als ik iets mag aanraden. Want ook in jullie gelederen was er telkens een
belangrijke minderheid die diametraal stond tegenover de partijleiding. 
Zulke controversiële zaken moet je dan gewoon niet doen. Zo gretig om na de val van 
het gedoogkabinet mee te willen regeren? De kiezers trokken hun conclusie, net als 
tegenover het CDA. Als politiek iets is voor mensen die niet bang zijn, moet je ook flink
blijven bij een dreun op je kop. 
Het nare effect is: bij deze verkiezingen zijn natuur en milieu op geen enkele manier 
gediend – en dat zijn nou juist de waarden die in tijden van dubbele crisis zo in het nauw
zijn gekomen. Zijn de oude vijanden van het groene en het zeemilieu Henk Bleker en
Maxime Verhagen net een flink kopje kleiner gemaakt, nu moeten die arme Marianne
Thieme en Esther Ouwehand het met zijn tweetjes rooien tegenover een overmacht van
80 tot 90 kamerzetels die veel meer hebben met de portemonnee van vandaag en 
morgen dan met een visie van "duurzaam doorgeven" over de generaties heen. 

John Zwart – 13.09.2012

Greenpeace vs Margiris Katwijk big.jpg (98210 bytes) Greenpeace voert vreedzame demonstratieve
acties uit, iets wat hopelijk de publieke opinie zal blijven mobiliseren.
Er varen meer fabrieksschepen zoals de "Abel Tasman" in de Indische
Oceaan. Ver van ons huis terwijl we altijd denken dat het vooral de
Japanners zijn die de zee daar leegvissen, maar we kunnen nu onze
ogen niet blijven sluiten voor de Nederlandse betrokkenheid. 
De publieke opinie daar aan de kust wordt duidelijk anti-Nederland:
'wat doen ze hier!' Klik op het miniatuur voor een grotere afbeelding. 

Nieuwsberichten en reportages: 
van de Australische Tv - bezorgde Tasmaniërs       >  
Australië aan boord van de Margiris - interview      >  
Terroristen of helden?>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>  
Liesbeth Spies noemde Sea Shephards en Greenpeace al eens crimineel.

Bericht:
De Nederlandse (demissionaire) minister van Economie, Landbouw en Innovatie,
Maxime Verhagen (CDA) heeft gisteren een ernstig onderhoud gehad met de 
Australische regering. 
Hij pleitte voor de vrije rechten op visvangst in de extra-territoriale zee, terwijl de
Australische Milieuminister Tony Burke een wetsvoorstel heeft ingediend om het
exploiteren van het Katwijker supertrawler-fabrieksschip "Margiris" (143m) 
het vissen rond Tasmania en de South-Australian Bight te verbieden. 
Het schip, inmiddels herdoopt "Abel Tasman" en onder vreemde vlag gebracht,
verandert hiermee de Nederlandse betrokkenheid niet, immers het "bedrijf"
(het mega-visproject makreelvangst) blijft Nederlands. Opgeviste makreelmassa
wordt verkocht als voer voor kweektonijn. Greenpeace, dat wereldwijd strijdt 
tegen de overbevissing van het zeemilieu, heeft Australië gewaarschuwd het schip
uit haar wateren te weren. Het Australische Parlement behandelt nu een motie om
de vergunning niet te verlenen in afwachting van het resultaat van een effect-
onderzoek dat 2 jaar gaat duren. 

Reageer    

 

Stemming of kiezen   

 
Stemming of kiezen 

Verkiezingen zijn ontzettend belangrijk, het is de enige manier waarop de "gewone" 
burger een heel klein beetje invloed kan uitoefenen op de grote lijnen in de maatschap-
pelijke ontwikkeling. Dan mag 't wel de aandacht krijgen die het verdient, helaas is dat
de laatste weken allerminst het geval geweest. Ik heb tot mijn droefheid haast geen 
enkele partij bezig gezien met ons duidelijk te maken hoe zij denken het best alle
tegenstrijdige belangen met elkaar in harmonie te kunnen verenigen. 
Het is alleen maar het absolute eigen gelijk, afgezet tegen het afkraken van dat van 
een ander, onder het hinderlijke luide applaus van verblinde meegebrachte supporters.
Op sommige momenten verwachtte ik werkelijk een score-bord in beeld te zullen 
krijgen, waarop de over en weer ingeschoten doelpunten geregistreerd staan. 

Eén ding kan ik hiermee nu al verzekeren: "zwevende kiezers" zullen er niet of 
nauwelijks mee worden binnengehaald. Die laten zich namelijk niet zo makkelijk vangen.
Niet met "one-liners", niet met folders, noch met een nieuwe stropdas. Als ze toch naar
de stembus gaan – de meeste wel denk ik, ik schat ze hóóg die zwevers – zal het een
strategische stem worden.
We weten allemaal dat de politieke partijen zelf óók vooral uit strategie werken en die
strategie wordt in hoge mate bepaald door belangengroepen. Die belangengroepen zijn
dagelijks actief in Den Haag en in Brussel – de kiezer daartegenover kan niet lobbyen,
die bevindt zich al in een bleke minderheidspositie, maar is eventjes nodig voor het 
"mandaat". Het is beledigend als voormannen denken dat hij zich nog even laat lijmen
met kraaltjes, spiegeltjes en een schouderklopje. 

Ik weet niet hoe het u gaat onder al het gepraat over geld en groei, maar mijn zorgen
betreffen vooral de planeet, ons aller woonhuis en het enige wat we hebben. 
Als iemand staat te oreren dat zijn plannen volgens het CBS het best uitpakken voor
"de economie", dan springt in mijn hoofd meteen de vraag omhoog: "welke economie?".
Maar die vragen worden in de debatten niet gesteld. Daar gaat het alleen maar over de
cijfers achter de komma. Rutte bijvoorbeeld hoor ik daar steeds over – en over het 
"op orde brengen" – dan wil ik hem vragen: "welke orde?". Maar ik hoor niemand die 
deze vraag stelt. Ook gaat het over hoe "onbetaalbaar de zorg" gaat worden als niet 
wordt ingegrepen, zo wordt 't van alle kanten betoogd. "Onbetaalbaar voor wie?" 
vraag ik dan, maar wéér is er niemand die uit mijn naam, kiezer, zulke vragen stelt. 

 

De welvaartsperiode die in 2008 abrupt eindigde heeft ons geen sikkepit tot betere 
mensen gemaakt. We preken "algemeen belang" maar handelen nog steeds vooral in
't voordeel van 'n belangengroep, zelfs als dat sterk ten nadele van een andere groep 
werkt. Dat geldt voor vrijwel alle politieke partijen. Als je het CDA hoort, dan moet je 
in je achterhoofd hebben dat hun harde kern de grote superboeren zijn die éénderde
van het Europese budget aan subsidie opzuigen. En ondertussen maar afknijpen op
behoud van natuur, terwijl het groen juist heel positief is voor de gezondheid. 
Als je de VVD hoort moet je goed begrijpen dat belastingvoordeel vooral ten bate van
de slimme internationale belastingontwijker en de villasubsidie wordt beoogd, terwijl 
de belofte van duizend euro voor elke werkende in 2014 wordt gedaan. 
Wie hartstochtelijk van Nederland houdt hangt de "massaimmigratie bestrijder" aan,
die zorgt voor 'n mooiere samenleving zonder "kopvodden". Zo kan ik wel blijven 
doorgaan, goed beschouwd is bijna elke partij in feite een "one issue" partij, even
egocentrisch als partijen voor ouderen die vechten voor hun waardevast pensioen, 
maar zich ook niet druk maken: "ten koste van wat?"  Eigenlijk zijn die dan nog 't 
eerlijkst omdat ze geen rookgordijn om hun werkelijke doelstelling optrekken, zoals
bijna alle anderen. 

Griekenland, Italië en Spanje zijn geen landen die in de problemen kwamen doordat
hun inwoners zonder uitzondering aartsluie lanterfanters zijn, maar door belasting-
ontwijkers en speculanten. Toch is de gemiddelde Nederlander nog steeds bereid 
om die volkeren binnen het Euro-bootje te houden, meneer Roemer!  Ondanks uw 
"dead body". Is dat niet geweldig, meneer Rutte? 
Gaat u er dan ook eens wat aan doen dat niet nieuwe horden speculanten en andere
louche handige zakenlui misbruik blijven maken van belastingparadijs Nederland?
Ik ben deze verkiezingen een zwever, maar ik ga wel stemmen, strategisch als 
tegenwicht voor al die partijen die stilletjes hebben gezwegen over echte problemen:
hoe blijft het leven prettig voor de grote meerderheid en de aarde leefbaar? Wordt het
niet tijd om ons los te breken uit de houdgreep van de energie-mafia die desnoods
het arctische en antarctische landschap vernietigt om aan onze dorst naar fossiele
brandstof te verdienen? Wie gaat er eens pleiten voor duurzame energiepolitiek, voor
behoud van de menselijke maat en desnoods een stapje terugdoen als dat betekent
dat even geen groei van de bestaande economievorm mogelijk is? 

John Zwart – 11 september 2012.


 

 

 

 



elke tijd laat iets na - wij maken de keus... 

  glorieus, of een trieste ruïne ?  

Reageer    

 

Vliegen vangen   

 
Vliegen vangen. 

Ja wat had u gedacht, het klopt: ik ben er stil van geworden. 
Het is nu net weer als in die "Sportzomer", maar een beetje anders. Digitale en papieren
media zwellen steeds meer op met het slaken van kreten – en krimpen steeds verder 
ineen met hun inhoud. 
Van de zomer wist ik al dat er meer "zwevende kiezers" zijn dan ooit – je zou zeggen 
dat dit de politiek tot aansporing dient om eens te méér stevig aan het werk te gaan, 
met hun inhoud en zó de zwevers een duidelijke landingsbaan te bieden. Toch moesten
we nog even wachten tot de roeptoeters klaar waren met hun "sportzomer". Ik had er 
geen idee van hoeveel rookgordijnen, waarachter weinig verhuld blijkt, gingen komen –
slechts drie weken tijd, maar langer hoeft al niet van mij; ik vrees dat alle "zwevers" er
net zo over denken. Wat als "debat" wordt verkocht is niet meer dan een slechte
"cabaret-contest" van amateur-conferenciers, geleid door presentatoren beheerst door
zucht naar eigen glorie. Als toekomstig kiezer, die ééns per 4 jaar minieme invloed op
het landsbestuur mag claimen, zit ik niet te wachten op een wedstrijd van Freek de 
Jonge imitaties onder de leiding van een circus-dompteur die voortdurend met z'n prik-
stok de deelnemers sart. 
Ik wil (### -zelfcensuur- maar hier hoort een keiharde vloek te staan) weten wat voor 
land, wereld, onze amateurstaatslieden nu werkelijk vóór zich zien. Niet hoe stupide ze
de ideeën van hun opponent vinden. Maar hoe ze denken te kunnen voorkómen dat we
net als in de geschiedenis telkens uiteenvallen in "have's and have-not's".
In "gearriveerden en zwoegenden" – maar erger, omdat de verschillen met iedere
conjunctuurgolf wijder gapen. Gevaarlijker, met het aantal der "naked apes" die als een
agressieve soort almaar uitdeit. Daartegen zijn suprasupersone raketten geen antwoord,
ze maken alleen de frictie erger. Hoe voorkómen we dat we een uitgewoonde planeet
achterlaten aan onze steeds talrijker nazaten, die we slechts zaligheid van economie
hebben geleerd?
Dat bereik je niet met mensen wier visie niet verder reikt dan het propageren van tien
meter hoge prikkeldraadhekken (met hoogspanning erop) rond "ons" land. Dat bereik je
evenmin met zelfgenoegzame grappen over "het zwarte goud, het zwarte geld, en het 
zwarte zaad". Noch met kissebissen over "creatieve" mistige berekeningen van hoeveel
miljard "Europa" ons nu "kost" en hoeveel het "opbrengt". Ook niet met steeds vruchte-
lozer discussies wáár de grens ligt van de draagkracht van medische zorg, terwijl de
verworvenheden door "ondernemingen" aan "clienten" worden verstrekt. 

Je bereikt natuurlijk geen betere wereld met actievoeren tegen nertsfokkerijen en het 
ritueel slachten van eetbare dieren. Maar zeker niet met de vaststelling dat de wereld-
bevolking onstuitbaar voorbij de 9 miljard doorgroeit binnen afzienbare tijd – daaraan
gekoppeld dat 't géén tijdbom is maar juist kansen biedt! Kortzichtige suggesties dat
er dringend megastallen, megaslachterijen en megavrieshuizen als drie-eenheid 
moeten gebouwd op bedrijventerreinen nabij transportknooppunten, om al die vraat-
zuchtige miljarden efficiënt en winstgevend te voeden. 
Ziet u een beter land voor zich met 20 miljoen plus een 3e maasvlakte? 
Zulke existentiële vragen zijn nooit welkom. Het denkraam van de doorsnee politicus
is er te klein voor. 

Na twee weken slecht cabaret waar we al met de rug naartoe gingen staan, zijn er 
méér "zwevers" dan toen de debatten nog moesten beginnen. Heeft nog niemand er
aan gedacht dat al die "peilingen" dus ook waardeloos zijn? Veertig procent zwevers
zijn het brevet van onvermogen van alle ego's op beeldschermen en luidsprekers, die 
ook het straatbeeld vervuilen met rondslingerende flyers en ballonnetjes in het groen.
Natuurlijk geeft een zwever z'n stem niet in ruil voor een uitgedeelde roos of een 
armzalig tomatenijsje. 
Verleden week viel de kieslijst in de bus. Een lap papier waar je je als politicus voor
moet schamen: 20 partijen maar liefst, 't heugt me niet dat er ooit zoveel "one issue"
partijen waren. En alle "zwevers" zoals ik zweven er voorbij, zoekend naar onderdak
met brede visie. Zoveel verspilde energie, zoveel verspilde democratie. Sommige van
die kansloze kieslijsten vermelden 50(!) hoopvolle kandidaten voor 'n blauw stoeltje 
in de tweede kamer. In Amerika voeren ze een jaar lang campagne en uiteindelijk 
moet je kiezen tussen twee personen. Wij voeren drie weken campagne en moeten
kiezen in een woud van lijsten met ontelbare ambitieuze strevertjes. Tegenstrijdiger
kan haast niet, toch noemen we dat allemaal "democatie": onze "engel" die tegelijk
een "hoer" kan zijn. Ergens er tussenin moeten we onze liefde vinden. 
Veel geluk lezer in uw relatie die hopelijk niet al binnen vier jaar strandt in scheiding.

John Zwart – 7 september 2012.

Barrack Obama doet ook aan vliegen vangen,
klik maar op het plaatje ... 

Reageer    

 

Gastblog   

De Ketelbrug 
De Ketelbrug  


De Ketelbrug was weer stuk. Daar zijn al heel wat mankementen aan geweest. 
Het team van Ajax moest nota bene op weg naar Heerenveen een uur wachten tot de 
brug weer was gerepareerd. Dat is natuurlijk de druppel, de bloody limit! 
De godenzonen laten wachten beschouwt men in Amsterdam als net zo erg als het 
laten wachten van Hare Majesteit. Zelf vind ik dat het wel eens goed voor ze is, 
maar dat is een minderheidsstandpunt. 

Ik las trouwens dat de brug is gerepareerd door één enkele monteur. Die man zal het 
ultieme machtsgevoel hebben ervaren, heerlijk: 
Heel Flevoland staat stil zolang hij dat wil. Niks tijdsdruk, niks zweet op het voorhoofd,
eerst nog even lekker een sjekkie draaien en dan eens op je gemak kijken wat er 
precies aan schort. Ah, hij ziet het al, het is dat ene zekeringetje weer. 
Rustig aan, want om vanavond op het Journaal te komen moet je Ajax en het hele 
stadion van Heerenveen nog minstens een kwartier laten wachten. 



Onder normale omstandigheden is de Ketelbrug in de A6 al hinderlijk genoeg, ook 
zonder dat hij stuk is. Ik vind het geen probleem om eens een keertje voor een brug 
te moeten wachten. Maar als ik dan zie dat er op de A6 aan beide zijden kilometers-
lange files ontstaan om soms één enkel zeiljacht met een te lange mast door te laten,
krijg ik hem toch wel behoorlijk zitten. 
Het zijn al gauw een paar duizend mensen die zich een kwartier staan te verbijten 
voordat die ene patser met zijn zwartgeldscheepje door de brug is. 
Om van de economische schade nog maar niet te spreken. 

Op Urk willen ze nu dat die Ketelbrug een tunnel wordt. Je kunt wel merken dat die
mensen mentaal gesproken nog steeds op een eiland leven. Alsof een overheid die
net honderden miljoenen vergokte met derivaten nog geld over zou hebben voor dat
stelletje cokesnuivende visboeren aan het IJsselmeer. 
Nee, die Ketelbrug gaan ze begin volgend jaar een beetje oplappen. Al maanden staan
er waarschuwingsborden langs de A6 dat er in januari en februari ernstige verkeers-
hinder zal zijn. 
Zelf denk ik dat de gemiddelde automobilist weinig verschil zal merken 
met de huidige situatie. 

© Arnoud de Jong 

Urk? eerste afslag over de brug...

 

Reageer    

 

Zitten we daar nou op te wachten   

 

Zitten we daar nou op te wachten


Het is al een hele tijd crisis. Trap ik weer even die open deur in...
Maar het is ook een beetje onze eigen stomme schuld. Want we geven ons geld uit
aan verkeerde dingen. Dat doen we steeds maar weer, van hoog tot laag. Zodra ons
weer iets wordt opgedrongen trapt er weer een hele massa in – en omdat alles zich 
heeft geglobaliseerd verspreiden hypes zowel als crises zich snel, de laatste steeds
dieper en even onbeheersbaar.
De tijd van "gadgets, musthaves en trendy's" zorgt voor een snelle doorstroom van 
onze middelen, bij de minste hapering komen de problemen. Het voorstadium van 
crisis is zoiets als ongecontroleerd consumeren, zoals onmatig eten leidt tot obesitas.
Je kunt blijven doorvreten, omdat een gewoonte niet zo makkelijk te stoppen is, tot 
je lijf het opgeeft – maar je kunt ook proberen anders te gaan leven. 
Daarmee geef je ook het eerste antwoord op de vraag "hoe reageer ik op de crisis?"
De grote problemen in de wereld kunnen niet eens worden beheerst door regeringen 
van grote landen. Ook niet door samenwerkingsverbanden van grote landen. De echte
grote machtsfactor is het internationale financiële netwerk. De motor achter alle 
"gadgets, musthaves en trendy's". Maar ook algemeen, want de middelen zoeken 
altijd hun inzet met het hoogste rendement, er gaat immers in verslaving geen enkele
"drug" nog boven 't geld uit. 
Dat is het mechanisme dat rijken dwangmatig steeds rijker maakt. Een mechanisme
dat in staat is – tenzij getemd – te bereiken dat een land, of een heel continent, iets
ondergaat wat Geert Mak in zijn nieuwe boek "Reizen zonder John" noemt: 
"een geweldige stofzuiger die er overheen is gegaan en alle dollars overal heeft 
opgezogen en op een hoop gegooid bij de superrijken". Dit mechanisme werkt overal
hetzelfde, ook in Rusland en China na het verdwijnen van 't dogmatische communisme
In de tijd van John Steinbeck, de schrijver in wiens voetspoor Geert Mak vijftig jaar 
later zijn transcontinentale reis maakte, leefde "The American Dream" nog volop. 
Zo'n vijf tot tien jaar na de geleverde inspanning van de tweede wereldoorlog was het 
land vitaal begonnen aan een nieuw era waarin het alleen maar beter kon gaan. 
Voor iederéén, want de U.S.A. toonde zich eens te meer het land van de onbegrensde
mogelijkheden. Natuurlijk was het gelijk ook "survival of the fittest" maar niemand is
geïnteresseerd in het verhaal van de verliezer en er stonden genoeg andere verhalen 
"van krantenjongen tot miljonair" tegenover, die de droom in leven hielden. 
Om toe te kunnen treden tot de categorie der rijken moet je natuurlijk niet teveel 
belasting betalen en al zeker niet gedwongen worden tot het afstaan van een deel van
je verdiensten om verliezers niet te laten verkommeren. Zo waren de Republicans altijd
tegen belastingen en zien zij socialisme als het grootste gevaar voor "Free America".

 

Intussen zijn het allang niet meer vooral de harde werkers met eelt op de handen die 
dankzij eigen inzet en onvermoeibaar doorzettingsvermogen "from rags to riches" 
promoveren. Want het snelst en makkelijkst verdient geld met geld, daarvan krijg je 
geen eelt op de handen. Nog steeds is iedere vorm van socialistisch denken verdacht
en wordt het betalen van belasting eigenlijk voorgesteld als diefstal door verliezers via 
de staat. Het gevolg is dat de wegen-infrastructuur verwaarloosd is, dat bruggen op 
instorten staan, dat een storm een stad kon verzwelgen – in een land waar het glamour-
euze hart van de grote steden aan de oost en westkust glanst en waar "platteland
Mainstreet America verlaten is en dichtgetimmerd". Nòg krijgt Obama het maar met 
de grootste moeite voor elkaar dat de meest basale structuur voor een verzekerde
gezondheidszorg voor elke Amerikaan van de grond komt. Een systeem dat nog lang
niet in de schaduw kan staan van wat wij hier hebben. 
Ik ben geschrokken van de opstelling van demissionair premier Mark Rutte in zijn 
eerste optreden als lijsttrekker van zijn liberale partij VVD. Dat verbeten trekje om zijn
mond zag er allesbehalve liberaal uit, getuigde eerder van fanatisme en bezetenheid 
zoals hij zijn tirade afstak tegen alles wat "links" is: op één grote hoop gegooid en 
zonder enige nuance. "Als er een "links" meerderheidskabinet komt gaat dat een ramp
voor het land betekenen". (hij doelde daarmee waarschijnlijk op de vernietiging van zijn
twee jaar bezig zijn met "het op orde brengen van de staatsfinanciën"). Dus denkt hij
misschien dat niemand de feiten van de politieke geschiedenis kent en het ons allang
is ontgaan dat de groei van de staatsschuld zijn grote sprong omhoog begon in de jaren
Van Agt-Wiegel (CDA-VVD) - beweert hij langs zijn Pinokkioneus dat socialistische
regeringsinvloed steeds gelijk is aan "potverteren". Het lijkt wel alsof Rutte zo laat met
zijn campagne begon omdat hij eerst nog even een stage bij W. Mitt Romney moest
afmaken voor hij er klaar voor was en Kees van der Staaij had meegenomen als zijn
assistent – om Romneys 'tegen abortus bij verkrachting' standpunt van buiten te leren,
die minkukel van de vrouwen horen achter het aanrechtpartij. 
Romney, Rutte en vd Staaij hebben één ding gemeen: ze laten zich niet afleiden door
de werkelijkheid. 
Nee, ik zou geen stemadvies geven, ik zou alleen aanraden "laat je niets opdringen" 
om te beginnen die "gadgets, musthaves en trendy's" een verslaving waarmee we 
dagelijks worden geïndoctrineerd. En als er dan straks weer een echte regering is dring
dan aan op anti crisis beleid. Zoals Europees pleiten voor beheersmaatregelen tegen
asociale speculaties. Dat lijkt me voorlopig de enige zinvolle reactie op de crisis.
En intussen Geert Mak's "Reizen zonder John" lezen natuurlijk. 

John Zwart – voor Hernehim Cultuur, 29 augustus 2012. 

  

 Prof. Geert Mak (op het boekenbal) 

Reageer    

 

I rest my case   

 
I rest my case

Kort geleden stond ik even stil bij het feit dat het zo slecht gaat in het boekenvak.
De treurnis die de aanblik van de "kassalijst" top tien steeds maar weer biedt. 
Ik kon dat nog wijten aan de vakantietijd, waarin de geest zich misschien niet teveel
wil inspannen. Steeds maar die 2 namen van eindeloos vertaalde detectives bovenin,
tussen wat andere trivia. "Gijp" bijvoorbeeld, die moet zo ongeveer wel in méér exem-
plaren over de toonbank zijn gegaan dan het gratis verspreide telefoonboek dat onze
brievenbus de laatste dagen heeft geteisterd. 
Voor de meeste van ons is de vakantietijd nu toch wel voorbij, de terugkeer van de
vertrouwde fileberichten 's morgens op de radio getuigt ervan. Ik zou zeggen nu maar
eens stoppen met dat gemakkelijke leesvoer en aandacht voor die door een groot 
publiek teveel ondergewaardeerde Willem G van Maanen. Afgelopen vrijdag was het 
een week geleden dat hij overleed, 91 jaar oud. 
Meestal krijgt een pas overleden auteur postuum nog een jaar van ongekend hoge
verkoopcijfers van zijn bekendste werk. Ik was nieuwsgierig naar de nieuwste lijst van
de CPNB. Zou hij erin staan? 
Mijn achting voor lezend Nederland is nog dieper gedaald, lager kan haast niet meer 
want we zitten nu op kruishoogte – helaas niet zoals een piloot dat bedoelt. 
Met ons lezen gaat het van kwaad tot erger. Van Maanen komt zelfs postuum niet 
meer in de top 60 binnen. Ook de prachtige titels die voordelig werden uitgegeven 
onder het "rainbow" logo worden niet meer verkocht. Zelfs de door mij als b-kwaliteit
gewaardeerde "literaire detectives" worden nu verdrongen doordat het publiek zich op
de "literaire porno" heeft gestort. "Vieze" boekjes over "kinky seks" geschreven door 
een vijftigjarige Londense vrouw die haar fantasieën over tepelklemmen, rood geslagen
billen en een kurk in haar aars, op haar internet-blog zette en daar zoveel lezers mee
trok – vind je het gek? – dat haar laptopje er even hard van gloeide als haar billen. 

 


Om er niet meteen door de buurvrouw op aangekeken te worden noemde ze zichzelf
E.L.James. Het is een vergelijkbaar succes als de Harry Potterdroom van million-
sellers, alleen nóg sneller en makkelijker geschreven, het eerste van haar "trilogie" 
kwam in drie maanden tot stand ("ik schreef maar door, en kon niet ophouden"). 
De boeken vliegen de wereld rond. Ben ik verbaasd? Nee eigenlijk niet, "geenstijl" is
de best bekeken Nederlandse website. Hoewel op het internet veel moois te vinden
 is, schijnt toch dat gemiddeld 25% van 't internetgebruik aan pornofilmpjes wordt 
besteed. Maar ik word er wel een beetje triest van dat ook mijn boekwinkel nu naast
al die "French" en "Slaughter" boeken al zo'n vracht van die "Grijs" boeken heeft 
liggen op de struikeltafel vlak achter de ingang. 
Het gaat zo steeds meer op een patatzaak lijken in plaats van een restaurant. 

Erika Leonard wordt er miljonair mee en wij lezerspubliek zorgen daarvoor. 
"I rest my case", om maar in haar taal te blijven. Maar ik vind het zo triest dat we dan
geen geld meer over hebben om zo'n mooie roman van Willem G van Maanen te kopen
Als u uw geld nog niet in de kruishoogte van de grijze literatuur heeft omgezet, doe er
dan iets goeds mee: koop zo'n prachtige roman "die nooit goed afloopt en zo hoort 
het ook", zoals hij het zelf typeerde. Boeken waarin niet provocerend alles open en 
bloot ligt maar die geschreven zijn "om dingen te verbergen". En doe dan ook maar
eens moeite om te vinden wat hij erin verborg. Lees ze maar, want ze worden lang 
niet genoeg gelezen: "Helse Steen", "Het nichtje van Mozart" en "Vrouw met Dober-
mann", prijswinnaars als dat u iets zegt, in elk geval las men ze nooit genoeg.


John Zwart – voor Hernehim 26 augustus 2012.

 

     Willem G v Maanen  

              verdrongen door een onfrisse Londense vrouw in een leren jekkie

   

 

 


 

Erika Leonard 

schrijft onverbiddelijke bestsellers 
in het land van de vrolijke prins ... 

Reageer    

 

Wie staat er nou in zijn blote reet   

 
Wie staat er nou in zijn blote reet

Alsof ik het besteld heb! Schreef ik kort geleden nog een tekst met de aanbeveling
om de "publieke omroep" bovenaan in het lijstje "zinnig bezuinigen" te zetten 
(verkopen die handel) of hun bewijzen van onzinnigheid vliegen me weer om de oren.
Even terzijde: Je mag mensen niet om hun uiterlijk belachelijk maken (als het 
aangeboren is), maar bij bewezen onbenullen die nog steeds als "deskundigen" 
blijven dringen voor camera's en microfoons mag dat, vind ik. 
Dus niet boos worden hoor om wat nog komt, gewoon smakelijk meelachen, want 
dat hebben we wel nodig, na gisteren. 
Nog een weekje of wat en we worden geacht goed geïnformeerd te zijn om te kunnen
stemmen voor een visionaire toekomst van ons land. Na de treurnis van een slecht
georganiseerd "lijsttrekkersdebat", waarvan de kiezer wéér niets wijzer werd, kregen
we anderhalf uur "duiding" op "Nieuwsuur". Zoiets als verkiezingstaal omzetten in
algemeen begrijpelijk Nederlands, verwachtte ik. 
Twee afgeserveerde "spindokters" om even helder te maken wat wij onbenullen 
natuurlijk nog lang niet hadden begrepen. Zit daar Kabouter Willewip van het CDA
dit schamele ploegje lijsttrekkers de maat te nemen – hij heeft zijn haar al laten 
bijkleuren in de richting van prins Harry. Je weet nooit waar het goed voor is, en 
anders nog maar een extra peroxidebadje, daar had Geert veel succes mee. 
Pak die man bij zijn oren, ze zijn ervoor -  sleep hem naar een kinderprogramma 
van de commerciëlen, hij hoeft niet eens naar de grimeur, kan zo meedoen.
Ertegenover zit een welgedane linkse man. Wat voor nest hij uit komt weet ik niet
maar het moet een raar nest zijn. Wie noemt zijn kind nou "Dig", dat zou toch 
verboden moeten worden! Als je even hebt nagedacht weet je toch dat hij "big" 
gescholden gaat worden bij z'n eerste kilo'tje te zwaar. 
"Dig" betekent in het Engels "graven", een diepgravertje dus? Nou nee. 
Ter afsluiting stelt de presentator de onvermijdelijke vraag, die in dit "neutrale" 
gezelschap natuurlijk niet achterwege mocht blijven: 
"Wie was er in uw ogen de beste?" 
 

Ja wat zal Kabouter Willewip gaan zeggen? Buma natuurlijk. En Welgedane Dig?
Tja, hm... ik wil niet... nou ja... u weet natuurlijk dat ik van de PvdA ben... maar...
Ja Dig laat nou maar komen die keutel! "Nou, ik vond Samsom wel erg goed". 
En daar zit ik nou, logisch redenerend zouden Mark Rutte, Emiel Roemer, 
Diederik Samsom en heel misschien Sybrand Buma onze toekomstige premier 
kunnen worden. En laat ik nou eerlijk zeggen: ik vind ze geen van allen het 
kaliber hebben om in het internationale politieke theater voor u en mij de kastan-
jes uit het vuur te halen. Rutte heeft zich al bij voorbaat gediskwalificeerd, want 
hij heeft nog steeds de weg terug niet kunnen vinden na zijn olympische spelen-
vakantie. Vanuit de verte roept hij ons toe: ik beloof je een VVD cadeautje van 
duizend euro in het jaar 2014 - ja, ja, daar win je de oorlog niet mee Mark. 
Roemer, het spijt me ik zie toch steeds de "bûtenredner" staan, als ik ooit 
carnaval ga vieren, wat ik betwijfel, wordt hij mijn voorkeursgezelschap. 
Samsom, "no dignity", nog teveel de ex krakers leider met een net pak aan, 
misschien over vier jaar. Buma, nee, hij heeft wel zijn "van Haersma" afgeknipt 
maar hij komt toch uit de oudbakken regentenkliek van het CDA voort, met 
een simpele naamtruc word je niet opeens een totaal ander mens. Als hij de
premier wordt dansen de politieke spotprenten tekenaars. Ik zie de plaatjes nu
al voor me: een kikker met een kroontje op zijn kop. Heb ik iemand vergeten?
Wie? Oh, Alexander Pechtold, met die twinkelende oogjes, van de VVD-light 
partij. Misschien als hij fuseert met Rutte. 
Er moet een flinke zeewind gaan waaien voor de politiek me weer blij maakt en
de NPO helpt al helemaal niet mee. Nog even de hoofdpunten van het nieuws, 
nee vandaag geen naaktslakken, vandaag hebben we een britse prins die de 
beest uithangt. 
Met zulke hoofdpunten, laat die andere punten ook maar zitten. 

John Zwart, voor Hernehim 23 aug. 2012.  

 

  ...ik zei 2014, niet 2013...

Reageer    

 

Zorgzaam        

 
Zorgzaam

Heeft Edith u ook met succes afgeleid met haar decolleté? Dan is haar missie 
geslaagd. Want natuurlijk was het niet de bedoeling dat u precies dóórhad dat er 
weer eens diensten vermindering tegen kosten verzwaring werd verkocht zonder 
dat u het in de gaten kreeg. 
Met haar vrolijke zomerse afleiding gaat Minister Schippers, demissionair of niet, 
stap voor stap verder op de weg waarin "de zorg" steeds meer "zorg" voor u en mij
gaat betekenen. Zorg over hoe u het straks moet oplossen dat het met uw rollator
niet meer lukt om nog netjes te stofzuigen en de vensterbanken af te nemen, een
paar keer per week. Of hoe u zichzelf lekker fris gedoucht houdt in deze warme
decolléte-periode van het jaar, omdat u helaas heel stram geworden bent van de 
arthrose. Want wat onze demissionaire minister betreft moeten we voortaan op al
dat soort punten volledig zelfredzaam worden. Zoals na een bedevaart naar Lourdes,
waarna u -Maria lovend-  uw krukken van zich afwerpt en huppelend uw bejaarde 
toekomst tegemoet danst? 
Nou nee, zo irreëel is de minister natuurlijk niet, het eigen netwerk moet zich
verplicht gaan voelen, omdat we het met zijn allen niet meer kunnen betalen. Dus 
u moet uw zoon in Zwolle die al drie jaar niets van zich liet horen maar eens gaan
aanspreken, of als u in Groningen woont moet u uw dochter in Zeeland maar eens
bellen. Dat ze regelmatig moeten komen "mantelzorgen". O, kan ze niet omdat ze
moet werken, omdat ze anders haar hypotheek niet kan betalen?  Werkt u dan 
maar eens aan een beter contact met uw naaste buren, waarmee u wat afstand hebt
gehouden omdat ze zoveel geluidsoverlast veroorzaken. En anders toch maar met 
die dochter in Zeeland bellen, er zijn immers toch ook nog weekenden?
Het gaat nu even om de "awbz", die linkse hobby die onbeheersbaar is geworden.
Als je je niet laat afleiden dan zie je hoe orthodox liberalisme werkt, net zo in de 
zorg als in het bedrijfsleven. Als er tegenwind is blijft men bovenin in de luwte en 
huurt men onderin goedkope arbeidskrachten, blijft de tegenwind wat langer, dan 
flikkert men onderin het personeel de straat op. Afslanken en saneren heet dat. 
Uitkeringen worden ook al onbetaalbaar, maar dat is iets voor een andere keer. 
Alweer vijfentwintig jaar geleden had ik een gesprek over de stijgende kosten in de
medische sector met Professor Smalhout, hij was toen nog actief hoogleraar 
anesthesiologie aan de Universiteit van Utrecht. "Weet u, wat er moet gebeuren", 
sloot hij zijn commentaar af, "de bezem moet door al die kantoorgebouwen die de
gezondheidszorg er de laatste jaren heeft bijgebouwd. Ze zitten vol met "managers"
die allemaal hoge salarissen moeten verdienen voor onzichtbare werkprestaties".
"Ja maar de grote instellingen moeten toch ook management hebben?" wierp ik hem
tegen, want hoewel ik een socialistische opvoeding met arbeidsethos heb genoten,
was er uit mijn recalcitrante jeugd toch nog ongeveer 50% liberalisme overgebleven.
"Het gaat best met de helft. Daar bereik je gezonder efficiency mee dan met 
bezuinigen aan de onderkant, waar we de zusters zo hard nodig hebben. Maar als
het aan die managers ligt willen ze die liever vervangen door robots". 
Misschien citeer ik niet precies zijn woorden, het is alweer zo lang geleden, maar zo
was wel de strekking van zijn betoog. Sindsdien zijn er alleen maar méér kantoor-
gebouwen en parkeerkelders voor hoogbetaalde managers achter bureau's bij 
gekomen. 
Nu zitten Rutte en Schippers nog maar een paar jaar aan het roer, maar als zij ooit
van plan zouden zijn een andere koers te varen moet je toch op zijn minst roer-
beweging kunnen waarnemen op zo'n termijn. Schippers heeft er net voor "gezorgd"
dat de tandheelkundige zorg met 10% omhoog gesprongen is in kosten - en nu 
moet ik mijn boze buurman te eten vragen, want misschien heb ik hem of anders 
zijn vrouw straks hard nodig als "mantelzorger". Dat, terwijl mijn pensioen al een 
paar jaar op de minlijn staat, toch dendert intussen de goudkoorts in de "zorg" die
"privatisering" heet lustig verder, zijn mooie toekomstvergezicht tegemoet.
De bezem van Smalhout blijft nog achter de afgesloten deur van het bezemhok.
En denkt u nou niet dat ik morgen een pleidooi voor het kweken van meer tomaten
ga houden, dan hebt u het mis, van teveel tomaten word je ook niet gezond.

John Zwart, 
voor Hernehim, 20 augustus 2012.

De bezem van Smalhout blijft in de kast ...

  haar décolleté 

Reageer    

 

Neem ze mee ee ee ee ee        

 

Waarom hebben we een Publieke Omroep in dit land?
Wellicht is men "in den beginne" uitgegaan van de gedachte dat het verspreiden van
informatie en het volgen van nieuwsontwikkelingen zo'n zaak van gewicht is dat dit 
vooral vanuit een neutrale optiek moet gebeuren. Pure propaganda en indoctrinatie 
zowel als zuiver op commercieel belang gerichte uitzendingen wilden wij als "vrij en 
blij" landje niet hebben. Ideologiën en overtuigingen mochten wel aandacht krijgen, 
maar alles naar evenredigheid en in herkenbaarheid. 
Het ANP (Algmeen Nederlands Persbureau) dat na de oorlogspropagandajaren werd
gezuiverd en eigendom werd van een flink aantal krantenuitgevers (en dat landschap
was toen nog wijds en veelkleurig) was bron en voorbeeld voor een gedifferentieerde
nationale Omroep. 
Omroepverenigingen vulden afwisselend de uren in gezamenlijk kader, zo kon je 
zowel de rooie haan horen kraaien, als een beschouwing over de nieuwe psalm-
berijming aanhoren, om maar een paar uitersten te noemen. In de loop van de tijd is
er wat verandering in gekomen, want zoals we op het gras tot de conclusie kwamen 
dat roomskatholiek voetballen in feite niet verschilt van socialistisch voetballen, 
brak ook in omroepland het besef door dat aanbod van nieuws, sport en cultuur in 
de ether, mits integer verzorgd net zo goed onder de ene als de andere omroep-
paraplu past. 
Intussen zijn de omroepverenigingen AVRO, KRO, NCRV etc. ons gebleven als
mastodonten die door de hardnekkigheid waarmee ze aan de feodale historie 
vastklampen ervoor zorgen dat wij als luisteraars/kijkers allerlei wildgroei moeten 
ondergaan. Want met handhaven van het geworteld blok moeten we vanuit onze 
democratische beginselen hele horden nieuwkomers tolereren, die we vervolgens 
met allerlei wetswijzigingen weer moeten wegsaneren omdat de ruif waaruit ze 
willen mee-eten niet meer zo rijkelijk is gevuld. 
Alweer lang geleden was er schrik bij de komst van de TROS, werd het woord 
"vertrossing" geboren – we kwamen er wel weer overheen, maar het was wel de 
inzet van een trend, waar geleidelijk vervlakking en een commerciële onderstroom
zijn weg vond. En die is niet zo makkelijk weg te saneren als Omroep Max. 
Het is een trend die blijft en overal steeds dieper binnenkruipt. De "verenigingen"
die deel uitmaken van de Publieke Omroep spiegelen zich intussen steeds meer 
aan de pure commerciële omroep.



Zodat ze er zo sterk op lijken dat we het niet eens meer ongehoord vinden dat
nieuwkomers als WNL hun plek aan de ruif hebben opgeeist. 
Parallel is ook het ANP een speelbal van aandelenhandel geworden: weet de 
lezer wel dat het 100% eigendom van de Vereniging Veronica is? Maar morgen 
kan dat wel weer anders zijn. 
Waarom maak ik me hier zo druk over? Omdat de vervlakking onder invloed van
het vervagen van het onderscheid tussen publiek en commercieel in de stroom-
versnelling gaat. Programma's en stijl van presenteren infantiliseren, dat is namelijk
gunstig voor commerciële invloeden. Er wordt nog een schijn opgehouden in 
omroepland: symboolpolitiek laat controleurs "turven". Als er iemand "Albert Heijn"
zegt moet-ie er onmiddellijk "Jumbo" of "Lidl" achteraan zeggen, en "Philips" heet
een "elektronische industrie in het zuiden des lands" – anders heeft de zend-
gemachtige een stevige boete aan de broek. Intussen staan de uitzendingen 
letterlijk bol van de sluikreclame en zijn soms hele programma-onderdelen 
nauwelijks verhuld aan de promotie van een commercieel belang gewijd. 
In feite voldoet nog maar één omroep nog redelijk aan de criteria van het publieke 
bestel, omroep zonder last of ruggespraak – VPRO, zeer kritisch op commerciële
invloeden zoals het hoort in de in naam nog strikt neutrale NPO. Het wordt nu 
hoog tijd dat we de hele publieke omroep opdoeken, en een nieuwe opzetten die 
niet zo nodig commerciëlen gaat nadoen, zich niet dwingen laat tot vervlakking 
uit commercieel kijkcijferbelang, en die je niet doet krimpen van schaamte over 
al die haantjes en vrouwtjes die hun lege "personality" zitten te promoten. Van die
klauterende egootjes tot aan die onbeweeglijke gearriveerde zwaargewichten. 
Neem ze mee ee ee ee ee. Het
Kwekkebekje Willemijn Zo-me teen, god wat ben
ik vlot, zo-me teen ben ik een echte beeb - de vleesgeworden Alpe D'huez Mart 
die een halve eeuw geleden minderjarige schaatssterretjes verleidde en nu hij dat
niet meer kan jonge sportmeisjes begint te treiteren. 
Neem ze mee ee ee ee ee en al hun "radio 1 sportzomer" vervlakking. 
Laat Rupert Murdoch het hele spul maar opkopen, hij is gek op die stijl. 
En wij hebben tenminste één gat in onze schatkist gedicht. 
En dan in september stemmen voor iets wat we willen, niet wat opgedrongen wordt.

John Zwart - Hernehim woensdag 8 augustus 2012 

 

u luistert naar radio 1 sportzomer - dit is radio1 sportzomer - u luistert naar radio 1 sportzomer - dit is raio 1 sportzomer - u luistert naar radio 1 sportzomer - dit is radio 1 sportzomer - u luistert naar radio 1 sportzomer - dit is radio 1 sportzomer - u luistert naar radio 1 sportzomer - dit is radio 1 sportzomer - u luistert naar radio 1 sportzomer - dit is radio 1 sportzomer - u luistert naar radio 1 sportzomer - dit is radio 1 sportzomer - u luister naar radio 1 sportzomer - 


laat hem het hele spul maar opkopen, hij is gek op die stijl ... 

Reageer    

 

O Time, Be Kind        

In memory of a sweet girl and a wonderful woman, who died in 1962

04.08.2012 

De komende nacht is het precies vijftig jaar geleden dat het meisje Norma Jeane 
eenzaam stierf in haar pas gekochte huis in een randgemeente van Los Angeles.
Eenzaam - Zo kwam ze op de wereld en zo ging ze er weer uit - er tussenin was 
ze de veel besproken filmster Marilyn Monroe. Als er ooit een mensenkind is dat 
als een absolute "nobody" begon dan was zij het wel. Met enorme wilskracht en 
even groot doorzettingsvermogen lukte het haar om de Marilyn Monroe te worden
die iedereen kent, zelfs nu nog. Haar glorie en haar noodlot - want voortaan moest
ze altijd Marilyn Monroe zijn, waarop kon ze anders terugvallen? 
Een "nobody" identiteit. 

Haar schoonheid heeft haar geholpen die Marilyn Monroe te worden maar daarbij 
was ze ook heel intelligent, zulke bagage zit een "pin-up" alleen maar in de weg. 
Intelligente mensen twijfelen voortdurend aan zichzelf, domme mensen wéten alles. 
Zolang Norma Jeane Marilyn Monroe bleef zat ze alleen zichzelf er mee in de weg,
toen Norma Jeane steeds duidelijker liet merken Marilyn Monroe als zware rol voor
iedere dag steeds maar de klok rond te ervaren, werd ze ook lastig voor anderen. 
Een ster die literatuur geniet en er zinnig over praat, ja kom nou: 
"mooi en sexy zijn"  dát willen we!
En dan ook nog ambities voor het klassiek theater? "Sarah Bernhardt in a bikini!"
werd ze gehoond door "The Los Angeles Herald". Dat ze soms ook zelf gedichten 
schreef hield ze maar angstvallig verborgen. Wat zou ze dan weer over zich heen 
krijgen. Er waren maar twee dichters, Norman Rosten en Carl Sandburg die ze
ooit iets durfde te laten lezen: "Do you think this is poetry?" 

Ze bleef veroordeeld tot de Marilyn Monroe status, haar film "The Misfits" flopte, 
een film waarin we haar eindelijk zagen zoals ze zich in jaren nog prachtig had
kunnen ontwikkelen. 
De mensen, de "moneymakers" en de harde collega's zijn "unkind" voor haar
geweest, laat de tijd nu "kind" voor haar zijn. 
"She'd been happier, if she'd been dumber", werd gezegd in "the industry". 
"Thank God, she was not dumb", zou ik willen zeggen, want daardoor heeft zij
ons heel veel nagelaten om over na te denken. Over het leven, over hoe we als
mensen met elkaar omgaan en hoe zorgeloos we elkaar verwonden.

© John Zwart - Hernehim zaterdag 4 augustus 2012 

04.08.2012 

The coming night it will be exactly fifty years ago that a lonely girl, 
named Norma Jeane died in her recently bought home in Los Angeles.
Lonely, that's how she came into this world and she left it just the same. 
In between she was the always talked-about movie star Marilyn Monroe,
and still today she is subject of endless discussions. 
If ever a child was born a "nobody" than she was. With an enormous power
of will and even more endurance she managed to become the Marilyn Monroe
that everybody knows. Her glory and her fate.
Fame and fate, in English only one letter different, in Marilyn's life they were
just as close related. For if there was no real identity before, then what do you
have to return to if you want to take distance from your movie star identity?
She played a role being Marilyn Monroe and had to stick to that role 24/7. 
Her natural beauty was a great help but she was also very intelligent and 
that's a burden for a "pin-up". Intelligent people are never sure about them-
selves or their knowledge, they keep doubting - a dumb person knows all there
is to know.
As long as she kept playing the Marilyn Monroe role she was only troubling
herself, but as the years were going by and it got harder to keep up that
idolized image as a 24/7 job she became a nuisance for others.
A simple entertainment movie star that loves literature, talks smart about it
shouldn't be taken seriously, come on: just be curvy and seductive, that's
what we love you for. And ambitious for the classical theatre? 
"Sarah Bernhard in a bikini" the Los Angeles Herald mocked her. 
The fact she tried writing poems she kept hidden as a top-secret. What would
the papers comment on that! Stay in your shallow waters, likely. 
It is hard for a girl that's been kicked around a lot, to be humiliated again when
you're a grown person who attained achievement . Critics all too often degraded 
the way she acted.  There were only two poets she ventured to show some of her 
writings to: "Do you think this is poetry?" Only Norman Rosten and Carl Sandburg.
She became denounced to the "sex goddess" brand Marilyn Monroe and her
movie "The Misfits" flopped, a movie where we finally came to see a glimpse
of the actress she really was and how she could have developed her talent
as a not-so-young-anymore star. The people, even the fans, the "money
makers of the industry" and the jealous colleagues that were harsh on her
haven't been as kind towards this girl as they should have been. 
Let time be kind to her now. 
There's been thrown so much dirt on her, there's been so much fighting over
her, fifty years should be more than enough. No more focus on drunkeness, 
promiscuety or adultery. No more crime theories and assumptions. 
She was just a sweet girl, and only very few recognised just how sweet. 

© John Zwart - Hernehim, Saturday August 4,  2012 



O, Time
Be Kind
Help this weary being
To forget what is sad to remember
Loose my loneliness,
Ease my mind,
While you eat my flesh.

 

MM

 

" Lost in The Night" 

Picture by courtesy of
© André De Dienes - favourite photographer of MM
in her early years from 1946 - 1952. 

                                                           
- 1 - 

"It's a girl!"

De jaren 60 van de vorige eeuw, met de grote veranderingen van de seksuele moraal,
waren in feite niets nieuws. Voorgaande generaties hadden zoiets al eerder mee-
gemaakt in de jaren 20 – Berlijn, Parijs en Londen bruisten. Het grote verschil is dat
er in die periode geen gemakkelijk toegankelijke anticonceptie voorhanden was. 
De vrouwen die zich vol overgave in het dans en feestleven stortten liepen heel wat 
meer risico dan hun kleindochters in de jaren 60. Ze hadden verschillende namen in
Europa, al naargelang de taal van het land – in het Engelstalig gebied was de term 
"flappers" vrij algemeen in zwang. In de "roaring twenties" van Amerika kwam er nog
bij dat er in veel staten een alcoholverbod was, waardoor het uitgaansleven tot een 
mix-up werd met de criminaliteit. Natuurlijk waren er desondanks, of misschien wel
daardóór, ook "vrijgevochten" vrouwen in de Verenigde Staten. De scheidslijn was 
alleen veel scherper: enerzijds de behoudende zéér kerkelijke bevolking, anderzijds 
de seculiere vrijheidsdrang. Los Angeles was de stad van de "movie industry", deze
sprookjesfabrieken waren natuurlijk een enorme generator van de "roaring twenties" 
– de zonder begeleiding uitgaande vrouwen werden daar "good time girls" genoemd.
Hun behoudende tijdgenoten hadden een duidelijke mening over deze feestmeiden:
"They're like birds. Independent and with loose morals". Gladys, de moeder van het 
meisje Norma Jeane dat later Marilyn Monroe zou worden, was zo'n "good time girl"
Dat valt haar nauwelijks te verwijten, want als opgroeiend tienermeisje had ze van 
haar moeder niet bepaald wijsheid en leiding meegekregen en een goed voorbeeld al 
evenmin. Zo kwam ze onder aanmoediging van haar moeder Della op haar – nog net
geen vijftiende – jaar, zwanger in een tienerhuwelijk terecht, dat natuurlijk wel moest
mislukken. Maar pas nadat zij eerst nog een tweede kind kreeg. De kinderen werden
haar afgenomen en dat is waarschijnlijk wel het beste geweest, van een meisje van
pas achttien kan nauwelijks verwacht worden dat ze in haar eentje een baby en een 
peuter grootbrengt. 
Nadien werd Gladys als het ware teruggezet in een fase waarin haar leeftijdsgenoten
hun studie afsluiten en aan een leven beginnen waarin gewerkt wordt, naast genieten.
Die fase beleefde ze als employee van een filmlaboratorium met haar oudere collega 
Grace. De twee hadden elkaar niets te verwijten. Allebei een kort huwelijksleven 
achter de rug dat ze maar liefst wilden vergeten. 
Grace mystificeerde het ook nog, 
door te vertellen dat ze als jong meisje in 1915 getrouwd was met een motoren-man
"but he drove into the war and he never came back"

                                                         - 2 - 

Zo bleef onduidelijk of ze nu een weduwe was of gewoon verlaten door een 
ontrouwe echtgenoot, ze treurde er in elk geval niet om. ( )
Het werd de lente van 1926, de 24-jarige Gladys was hoogzwanger. Toch weer
alleenstaand, maar tot aan de tijd van haar bevalling woonde ze samen met vriendin
Grace. Ruim een jaar eerder was Gladys weggelopen bij Martin Edward Mortenson.
Ze ging nooit meer terug naar de man met wie zij maar een half jaar samen was 
toen ze hem trouwde. Mortenson is dus niet de vader. Wie dan wel? 
Op 31 mei kondigt zich de geboorte van het kindje aan, Grace brengt Gladys naar 
de kraamkliniek van het General Hospital aan de Mission Road. 
Gladys, met haar kastanjerode haren, ziet er goed uit. De partner die zij verliet is 
heel wat jaren ouder. Voor Gladys leek hij een anker in haar tumultueus verlopend 
leven, maar dat anker bleek te zwaar. Haar huwelijk was nog niet ontbonden maar
teruggaan naar Mortenson - met een kind van een ander? Dat zit er niet in. (
Het is vroeg in de ochtend van de eerste juni, de zon komt over de bergen.
Ze is alléén als de echte weeën beginnen. Ze is alleen, maar tóch is ze géén 
ongehuwde moeder, maar een wettig getrouwde vrouw. Haar derde kind mag geen
"illegitemate child" zijn. Dat is haar vastberaden overtuiging. 
Dokter Beerman komt binnen met een verpleegster, hij voelt haar pols en kijkt hoe
ver zij is. Dan vraagt hij haar naar de vader van haar baby. Zonder aarzeling noemt 
Gladys de naam "Edward Mortenson". 
Ik heb hier geen gegevens van hem, zegt de arts, hij bracht u gisteren niet naar hier
Waar is hij nu? "I don't know..." aarzelt Gladys opeens. 
De dokter vraagt niet verder.
Na acht uur 's morgens zet de bevalling stevig in. Gladys heeft een voorspoedige 
partus, haar jonge lichaam drijft het kind heel natuurlijk uit, de arts moedigt haar 
rustig aan. Om half tien slaakt de baby haar eerste kreet. 
"It's a girl!" roept de verpleegster. Gladys is totaal ambivalent, met een levensvatbare
gezonde baby zou ze dolblij moeten zijn, maar ze pijnigt haar hoofd: wat móet ze 
toch straks met dit kind. Ze zal zo snel mogelijk weer aan het werk moeten gaan,
er zelf voor zorgen is totaal onmogelijk. 
Het is alweer een kind waar tegenover ze als moeder faalt. 
( )

Fragmenten uit boek 1 van het essay "we're all dying, aren't we?"

Marilyn at home - reading poetry - (one of my favourites)  
Picture by courtesy of
© Alfred Eisenstadt - 
the first time she allowed a photographer to shoot a session
 in the privacy of her own house at Doheny Drive 1953


Marilyn Monroe is misschien wel de meest gefotografeerde
vrouw van de twintigste eeuw, hoewel haar sterrenleven nog 
geen zeventien jaar duurde. 
Het feit dat ze als fotomodel begon en haar modellenwerk 
uit geldgebrek ook tijdens haar filmcarrière nog lang voortging
heeft daar zeker iets mee te maken. Verder werd ze om haar
model ervaring vanaf het prille begin van haar filmwerk gretig
door de filmstudio's voor publiciteitscampagnes gebruikt.
Als je gaat rondkijken in al die bestanden van de honderden
fotografen, nieuwsagentschappen, bladen etc. valt het op dat
90% z.g. glamour foto's zijn of het zijn "snapshots" at random
geschoten in de openbare ruimte.
Er zijn maar heel weinig professionele foto's die deze vrouw 
tonen waarop ze niet de rol van Marilyn Monroe speelt. 
Jammer, want dat zijn de mooiste. 

 


- 1 - 

Personality 

"You've got - walk - personaly - talk - personality – smile – "
Song: Lloyd Price (1959)
Marilyn is een actrice en een goede, ze weet het zelf als geen ander: ze kan 
uitstekend 'Marilyn Monroe' spelen. Ze beseft heel goed, ook in haar koorts-
achtige activiteit, dat ze in haar carrière een periode beleeft van erop of eronder
door. Maar al kunnen sombere gedachten haar vaak bespringen en proberen haar 
de leegte en de wanhoop in te trekken, als ze gezien wordt is ze >klik< 
'Marilyn Monroe' – de stralende, de ster, de vrouw waar iedereen naar kijkt.
Dan zien andere vrouwen een vrouw die ze zouden willen zijn, en mannen een 
vrouw die ze willen veroveren. Dat was in New York al zo, dan liep ze op straat, 
in een jas met opgezette kraag, donkere bril, shawl om het hoofd – 
wilde niet opvallen en bleef ongezien. Zómaar kon je het zien gebeuren: 
haar loop veranderde, haar houding veranderde, haar blik veranderde, en inééns 
riepen de mensen "Hey Marilyn!". "How are you today!" 
Lois (Weber) zag het meermaals gebeuren: "wat is dat toch Marilyn?" 
"Nou ik had gewoon even zin om 'Marilyn Monroe' te zijn!"
Het lijkt gemakkelijk maar het is niet gemakkelijk altijd maar 'Marilyn Monroe' 
te moeten zijn – in de tijden er tussenin met die benauwende gedachten en die
afschrikkende leegheid heeft ze altijd de alcohol nodig om haar te helpen om 
haar volgend verschijnen weer in de perfectie te spelen.
Coctails en cognac bezorgen haar een ochtendkater, gelukkig heeft ze in de 
laatste jaren ontdekt dat ze van champagne geen hoofdpijn krijgt. Sindsdien 
drinkt ze niets anders, ze laat ze niet per fles maar per doos bezorgen. 
Ze moet zich dan wel inhouden, ze moet niet dronken worden, anders faalt ze 
in haar altijd perfecte Marilyn Monroe act. 
Gelukkig heeft ze nog steeds "Nembutal" achter de hand. 
( ...


- 2 - 

 

"There's no people like show people they smile when they are low – "
Song: Irving Berlin Marilyn's movie There's No Business Like Show Business
Op zaterdag 28 juli 1962 vliegt Marilyn samen met nog een paar genodigden uit
Los Angeles naar Lake Tahoe. Per limousine worden ze van het vliegveld naar 
de Lodge (Cal Neva) gereden, het is prachtig zonnig weer en op bijna 2000 m 
hoogte is er een aangename temperatuur. Alle mensen genieten op de terrassen
Marilyn is depressief maar ze kán het nog steeds: ze speelt 'Marilyn Monroe' en
iedereen denkt dat zij dit is, want ze stráált zoals ze dat altijd van haar gewend 
zijn. Ze is helemaal in het zachtgroen: jas, rok, blouse, shawl en schoenen. 
Na de begroeting van Dean (Martin), Peter (Lawford) en Pat (Lawford-Kennedy) 
voegt ze zich bij de anderen op het grote terras. Frank (Sinatra) heeft het zich al
heel gemakkelijk gemaakt en draagt enkel nog zijn short. 
Marilyn heeft onmiddellijk de aandacht getrokken van de jonge zanger-pianist 
Greco. "My God, what a beautiful woman", was zijn eerste gedachte, zo bekent 
hij later. Hij weet dat ze in Hollywood vaak naar zijn concerten is geweest, hij 
speelde in de Crescendo Club. Ze viel daar altijd op, doordat het publiek steeds
reageerde op haar binnenkomen. Er komt iemand die hen aan elkaar voorstelt, 
dan zegt Buddy: "Je zult het je wel niet herinneren, maar ik was de pianist toen
je op auditie kwam voor de Benny Goodman Band in 1948". Dat is veertien jaar
geleden! Marilyn raakt opeens ontroerd, slaat haar armen om hem heen,en ze
geeft hem een oprecht gemeende knuffel. Hij kijgt zoveel warmte van haar dat 
hij op zijn beurt er ook ontroerd van wordt. 
's Avonds treedt Buddy Greco op in de Celebrity Room in het eerste deel van de
show, na de pauze voegt hij zich bij de stamtafel met Frank (Sinatra). Greco 
vertelt later over die dag: "Het was zo'n wondermooie middag en zo'n magische 
avond, het is moeilijk te beschrijven, maar 't bleef me bij als een van de heer-
lijkste ervaringen in mijn leven". 

 

Frank heeft het zich al gemakkelijk gemaakt en draagt enkel nog zijn shorts.
Marilyn is helemaal in het zachtgroen: jas, rok, blouse, shawl en schoenen...
Picture by courtesy of © Buddy Greco - Cal Neva Lodge Sat.July 28, 1962.

Oh Tijd
Wees Mild
Help dit vermoeide wezen
Om wat zo triest was te vergeten
Mijn eenzaamheid te verliezen
Breng mijn gedachten tot rust
Terwijl je mijn vlees verteert

- 3 - 

"I fall in love too easily - I fall in love too fast – I fall in love too terribly hard
  - for love to ever last –"
Chet Baker (1962) Orig.for movie "Anchors Aweigh" 
  by Frank Sinatra in1945. ( ... )
Maar dan opeens valt er aan die grote tafel een stilte, iedereen bevriest als het
ware en Sinatra's gezicht vertrekt in een woedende grimas. Marilyn is opgestaan
en daar staat ze, licht wankelend op haar stiletto's en iedereen kijkt naar haar. 
Deze keer is ze ongetwijfeld niet op tijd gestopt met champagne, ze is kwaad:
"Who the fuck are you all staring at?" Sinatra is bang dat ze nu in staat is om 
er wát dan ook uit te gooien tegen iedereen om zich heen. Hij maakt snel een 
wegwerpgebaar naar één van de gorilla's: "Coochie". Die stapt op haar af, tilt 
haar op en draagt haar naar buiten alsof ze een zak meel is. 
Buddy Greco is er geheel ontdaan van, die middag heeft hij van haar nog zoveel
warmte en kwetsbaarheid gevoeld, waardoor is zij zo plotseling totáál veranderd?
En iedereen blijft gewoon zitten, hij maakt zich zorgen – hij weet dat ze verslaafd
is. Na een paar minuten gaat hij naar buiten om te kijken of het wel goed gaat 
met Marilyn. Het is laat en duister, er is niemand meer buiten - alles verlaten. 
Dan vindt hij haar bij het zwembad. 
Misschien komt het wel door het vage maanlicht, maar zij ziet bleek als 'n geest-
verschijning. Dat niemand zich om haar bekommert! Misschien zijn de anderen 
er aan gewend om haar zo te zien, maar ze is duidelijk in nood: ze kijkt hem met
angstogen aan. Greco praat tegen haar, bewogen, kalmerend, geruststellend. 
Daarna voert hij haar naar het complex met de gereserveerde bungalows waar alle
genodigde gasten overnachten – daar heeft ze een slaapplaats, bij de Lawfords.
Buddy gaat terug naar de zaal, hij zal nog één keer optreden voor het slot van het
concert. Er wordt nog wat gedronken en gedanst, tot iedereen verdwijnt naar het
hotel of één van de bungalows. 
( ...
Op de zondagmorgen, denkt Greco terug aan de gebeurtenissen van de vorige
avond. Hij maakt zich opnieuw ongerust, had hij niet wat langer bij haar moeten
blijven? Tegen het middaguur gaat hij het hotel uit naar het bungalowterrein, 
zoekt Nr 52. Zowel de Lawfords als Marilyn blijken al te zijn vertrokken – 
( ...

   

Fragmenten uit het slothoofdstuk boek 2 van essay "we're all dying, aren't we?"

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

Hoe zit een ziel in elkaar?       

Nee, hier geen jonge sla
Godverdomme! is mijn eerste woord op de dag des heren.
Want liep niet gisteren nog heel literair BN-Nederland langs de gekoelde kist met 
het al negen dagen dode lichaam van Gerrit, voordat hij vandaag retour gaat naar 
zijn Portugese dorpje Vila Pouca da Beira, om te worden begraven op het dorps-
kerkhof waar hij in leven op uitkeek: "ze hoeven me alleen maar de helling af te 
rollen". Toen die mensen hun inkopendag erop organiseerden, van heinde en 
verre – zoals dat heet – naar Felix Meritis zijn getogen, om de vrienden, de mede-
bewonderaars en misschien vooral zichzelf aan te horen bij die kist: want Gerrit 
kon dat geen ene donder schelen had hij al gezegd: "ik ben er dan toch niet bij".
Toen dat allemaal gebeurde, was Rutger Kopland al drie dagen dood, 
en we wisten het niet.
Natuurlijk het is wáár, hij was bijna tien jaar ouder dan Gerrit, hij had 7 jaar geleden
een ernstig auto ongeluk gehad waarvan hij in coma was geweest, maar dan nóg! 
In zijn agenda staat op 8 september een optreden als hoofdgast op een festival 
in het natuurgebied De Rottige Meente – midden in de natuur, zijn inspiratie: 
de natuur van het landschap en de natuur van de mens. 
Hij heeft nooit gedacht dat hij het niet zou halen. 
Alsjeblieft, niet weer zo'n bericht in de ochtend! "Dichters en schrijvers, zij gaan
in golven. Soms wekelijks zo'n bericht, dan lijkt het weer een tijd alsof magere
hein de dichters is vergeten", schreef ik op mijn blog op 6 juli jl. 
Ik houd mijn hart vast. 

Rudi van den Hoofdakker was een zachtaardige en menslievende man, hij mocht
van mij even oud worden als Leo Vroman nu al is. Maar dat is een vrij zinloze
opmerking. Want de dood is als het weer in het open veld of op zee, het overkómt
je gewoon, zonder aanzien van de persoon, of je er klaar voor bent of niet. 
Als psychiater deed hij zijn best het bestaan van depressieve mensen draaglijker
te maken, dat spreekt mij méér aan dan het hanteren van een agressieve pen, 
gedoopt in vitriool. Maar daar mag een ander verschillend over denken, zolang die
ander mijn oordeel maar niet van tafel veegt. Als dichter Rutger Kopland was 
van den Hoofdakker niet anders dan in zijn beroep: menslievend en gedreven te 
willen weten: "hoe zit een ziel in elkaar?" En alom is het landschap tegenwoordig,
als blijvende inspiratiebron. Je hoeft geen dagdeel te studeren om toegang tot 
zijn gedichten te krijgen, dus heeft hij een groot lezerspubliek. Eenvoudige taal
maar niet simpel, dat is niet hetzelfde.
Toegankelijk naar wat niet verwoord invoelbaar is. 

John Zwart - Hernehim zondag 15 juli 2012 


In 2009 was Kopland een 'Themadichter van de Maand' op Hernehim Cultuur. 
Ik schreef toen: 
"Een rustig en bescheiden man, die zich liever niet liet binnentrekken in het
spektakel dat een uitverkiezing tot Dichter des Vaderlands met zich mee zou
brengen en ook zijn onderscheiding met koninklijk eremetaal hield hij af. 
Vele bundels met vaak filosofische poëzie van zijn hand werden met prijzen
bekroond. De belangrijkste twee zijn de Herman Gorterprijs van 1975 voor de
mooie bundel "een lege plek om te blijven" en de P.C.Hooftprijs van 1988 
als oeuvreprijs". 
Ik haal het graag weer aan, ik zou het vandaag precies zo schrijven. 
En nee, niet met "jonge sla"  erbij. 
Op het natuurgebied van de Drentse Aa, waar hij woonde is het gedichtje 
"Beek" geschreven. Ik denk zeker te weten dat hij dit op 8 sept. a.s. zou 
willen voorlezen. Ik hoor het al in de stilte in mijn hoofd: 

Beek 

Je staat ergens, aan de oever van een beek,
om je heen een paradijselijk dal,
wallen met kleine eiken, uitbundig bloeiend gras,
en aan je voeten gaat het water,
oud, heel stil water - zo langzaam, 

het is alsof het aarzelt, niet wil
dat het voorbij gaat. 

Rutger Kopland (1934-2012)

 

 

 

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

Lang geleden uitgeleend     

 


Lang geleden uitgeleend 

Hij was in mijn gedachten, dat kan geen toeval zijn
gisteravond hoorde ik hem opeens
voor de radio op de late avond. het was geloof ik
kwart voor twaalf – gelukkig dacht ik, bij hem is het
juist na het avondeten – zijn stem klonk helder
alsof hij werd gebeld om zijn kennis als microbioloog 
een paar vragen vlak na zijn pensionering. maar dat is
een slechte vergelijking, hij pensioneerde nooit. 

Nog steeds is hij actief met zijn verstand en
zijn geheugen dat reikt tot diep in jaren dertig toen
hij wist wat anderen niet wisten of ze deden maar alsof
het was de dertiende mei 1940 hij kon geschiedenis
niet keren, hij kon alleen maar weg
hij kuste tineke na hun laatste wandeling rond
het grasveld "en toen nam ik een taxi" zegt hij 
"gewoon een taxi, dat is gemakkelijk – 

je stapt in, je betaalt de chauffeur en je bent
waar je wil zijn" vraag niet naar zijn gevoelens
dat is een domme vraag. vanuit het nu is hij op zoek
naar zijn dagboek van toen, zwart-wit gemarmerd
is de harde kaft. staat er veel dierbaars in, erg
belangrijk voor hem? nuttig kan het zijn voor
de vrouw die schrijft aan zijn biografie – voor hem? ach... 

"ik ben maar een klein mannetje en bovendien al oud" 

John Zwart - 10.07.2012
Aan Leo Vroman (1915): 
"Dankjewel lieve man, voor dat je er nog bent 
en tineke ook nog – wat een weelde". 

 

Ach... 
ik ben maar een klein mannetje 
en bovendien al oud 

Leo Vroman (1915)

 

 

 

 

 

 

 

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

Goede Tomatenoogst     

 
Goede Tomatenoogst

De Socialistische Tomaat Partij zit dankzij de immer goedlachse Emiel Roemer
aardig in de lift. Misschien wel mede dankzij een toestroom van teleurgestelde 
Henkies en Ingrids, wie zal het zeggen.
Je moet toch ergens heen met je protest.

Een hoop nieuwe SP kamerleden misschien wel, straks. Over kamerleden 
gesproken: Wat dat betreft zit je in elk geval bij onze Geert niet best. 

Die van hem hoor je nooit, die hoor je pas als ze uit de partij zijn gestapt, 
of gegooid.
Ik zie geen goede toekomst voor de Geert de Groote Vrijstaat met aan het hoofd 
een verlicht despoot. Een curiosum binnen het wereldbeeld van de 21e eeuw, 
maar misschien heb ik het mis. 

De kamerleden van onze lachende Tomaat mogen wél praten, gelukkig maar.
En het worden er een heleboel, als de trendlijn zich tot in september blijft 
voortzetten. Maar veel leden, veel spreekrecht betekent niet dat je daar niet 
meer zorgvuldig mee hoort om te gaan. Ook buiten de kamer, want een kamer-
lid krijgt toch altijd meer aandacht dan een Henk of een Ingrid, 
om maar een paar namen te noemen. 
---

Renske Leijten bijvoorbeeld maakt zich opeens vreselijk woest 
over John de Mol en zijn moneymaker Talpa. Haar weblog barst haast van 
woede – want John bereidt weer een nieuw "format" voor. 
Straks mogen toekomstige pleegkinderen en potentiële pleegouders tegen-
over elkaar aantreden in een tv show, waarin de kinderen hun favoriete 
pleegouders gaan kiezen. Ja, "that's entertainment 2012". 

Ik begrijp die Renske niet. Bekijk die John de Mol nou eens goed, kijk 
naar dat minzaam lachende gezicht, dan zie je toch duidelijk die dollartekens
in zijn ogen? Nou kun je wel tieren over "ongepast" en "overschrijden van de
morele grenzen", maar dan had ik je tien keer zo hard moeten horen bij het 
VU schandaal met Eyeworks en die Oerlemans. Dezelfde glimlach en 
dezelfde dollartekens. 
Het gaat erom dat een groot deel van het tv kijkend publiek graag naar die 
zooi kijkt, daardoor vloeien die dollars en krijg je mensen als de Mol en 
Oerlemans, die steeds weer grensverleggende "formats" bedenken. En als 
de SP zoveel stemmers trekt zitten de kijkers daar goed vertegenwoordigd. 
Met brood en spelen zit het wel goed. Misschien moet het socialisme maar 
weer eens aan het "verheffen van het volk" gaan denken. 

John Zwart – 8 juli 2012 

 

 

dezelfde glimlach, dezelfde dollartekens ... 

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

    

 

Nou vooruit dan: 
voor het gewenste evenwicht in polderland,
een gedicht door een verknochte aanhanger van de boze emigrant. 

Voor Gerrit 

ze zeiden dat je milder was geworden 
hij is zo soepel de laatste tijd 
verdomd hij schopt niet meer als vroeger 

ik ken je weinig langer dan vandaag 
kwam voor je vijandschap te laat 
maar lieve gerrit nu je dan voorgoed 
in je gedichten woont 

de resten uitgezaaid tussen planken 
nu je zonder stem, zonder koperen stem 
nu je navelloos zonder je stem 
nergens je stem, kom dan dichter   

geef ons hier voor de laatste ondergrondse keer 
je donkere kus van de poëzie 
met je tedere afstand 
grijp je vast en vertak 

als ik ooit in dit leven wortel schiet 
zal het door jou zijn 
alleen op papier vinden de vogels reservenesten
bouwen de mensen zichzelf een land 

ik wilde vandaag een reservedood bouwen 
mijn dikke dunne zieke komrij 
om enkel de dood in op te vouwen 

Ramsey Nasr - Dichter des Vaderlands 

30 maart 1944 - 5 juli 2012    R.I.P. 

 

 

 

 

 

Het Komrijdier     

 
Het Komrijdier 

Dat was weer even schrikken, vanmorgen bij het wakker worden. 
Komrij dood, na een kortstondige ziekte. 
Dichters en schrijvers, ze gaan in golven. Soms wekelijks zo'n bericht, daarna lijkt het
weer een tijd alsof magere hein de dichters is vergeten. Dan is het even stil terwijl je af
en toe denkt: 'die Leo Vroman, leeft die eigenlijk nog?' (97) 
Steevast komt dan niet veel later een overrompelend bericht, over een vijftig- of zestig-
jarige die door ongeluk of akelige ziekte is weggerukt. 
Gerrit Komrij, aan die man dacht ik altijd met een vertederde glimlach, waarom? 
Ik keek tegen hem aan als die mopperopa die vanuit Portugal bozig tegen ons in 
Nederland zit aan te grommelen. Een ouwe mopperkont die nota bene jonger is dan ik.
"Zolang ik hem achter me weet, terwijl ik er zelf in slaag vrolijk te blijven, zit ik goed" 
dat was wel een geruststellende gedachte. 

Dit is onverwacht, niet alle media hebben hun in memoriam al ergens in een laatje 
klaarliggen. De meeste komen dus met een kort stukje waarin ze zijn waardevolle 
werk als bloemlezer prijzen, zijn Dichter des Vaderlands (in exile) functie na de
eeuwwisseling -  zijn erkenningen: de Poezieprijs van de stad Amsterdam in 1971 
voor zijn dichtbundel 'Alle vlees is als gras', de Herman Gorterprijs in 1982 voor 
'De Os op de klokketoren', de P.C. Hooftprijs voor beschouwend proza in 1993 
en de Gouden Uil Literatuurprijs voor de bloemlezing 'In Liefde Bloeyende' in 1998.
Toch een mooie samenvatting om op terug te zien.
Een enkeling waagt het – net als de overledene – maling te hebben aan het oude 
gezegde 'over de doden niets dan goeds' en brengt de zelfverhevenheid van Gerrit
Komrij terug tot meer menselijke proporties. Gerry van der List (Elsevier) zal het 
allemaal niet in dank worden afgenomen...
---


Maar laten we eerlijk zijn – ik ondervind het zelf bijna dagelijks zolang ik mij in 
het openbaar op het literaire toneel beweeg – er zijn toch mensen van wie hun 
grote bekendheid vooral is verworven doordat ze voortdurend hun mededichters 
en schrijvers venijnig afzeiken. Zolang je zelf niet het mikpunt bent geeft dat een
gemakkelijk soort vrolijkheid: geen groter vermaak dan leedvermaak, zo is 't toch.
Van der List merkt terecht op dat Gerrit Komrij meer de man van de polemiek is
geweest dan een literator. Een 'ik heb gelijkhebber' en Ronald Plasterk zal die 
relativering wel boos maken, want hij noemt Komrij een 'rolmodel'. 

Ik vind het wel terecht dat ook wat genuanceerd wordt bericht over het 
belangrijkste dat Komrij ons nalaat. Zijn 'dikke komrij' bijvoorbeeld is evenzo
een mooi verzamelwerk als óók een bron van ergernis: 
waarom die wél, en die niet?  Waar komt dat door? 
Om de autoriteit die Gerrit Komrij zichzelf heeft aangemeten 'komrij's keus' had
de lading beter gedekt. En zijn prikkelende columns dan? 
Wie kwaad wil zou kunnen zeggen: in plaats van op mededichters stapte hij 
destijds over op 't afzeiken van politici en bekende mensen in het merkwaardig
land 'Absurdistan' (Nederland volgens GK). Ach, ik doe het zelf ook wel eens, 
maar zulke columns zijn natuurlijk geen literatuur, zodra de actualiteit er af is 
verspreidt dat soort schrijfwerk al snel een schimmelgeur. 
Toch die vertederde glimlach voor het Komrijdier. De afgelopen twee jaar hoorde 
ik hem nog een paar maal vanaf het podium. Zolang hij wat zelfspot meebracht 
was die mopperopa best te pruimen. 

John Zwart – Hernehim Cultuur – 06.07.2012 
---

Gerrit Komrij (1944-2012) 


Afgeluisterde tweespraak 

A
Waarom pronkt die Komrij toch steeds zo banaal 
Met die verborgen bedoelingen? Z'n verhalen 
Getuigen waarlijk van Schraalhans' brabbeltaal 
Met een ijselijke inslag van het anale. 
't Zijn koekoekszangen waar ik niet om maal. 

't Zijn lege spelen, Mijnheer¸'t is voos geklater.
En wat te zeggen van z'n malicieuze
Dédain? Hij verbeeldt zich op sterk water
Te schrijven tussen literaire gazeuse.
Zo'n hoogmoed bewaart hij maar voor later. 

Uit: Gerrit Komrij "Alle gedichten tot gisteren."
      Amsterdam De Arbeiderspers, 1999.

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

Grote stappen, verder van huis   

 
Grote stappen, verder van huis 
Dit jaar is 't 45 jaar geleden dat Amsterdam zich 'n groot probleem op de hals 
haalde. Het zegt niet specifiek iets over Amsterdam, het is kenmerkend voor 
momenten in de historie waar grootheidswaan wint van gezond verstand – dat 
gebeurt met regelmaat overal op de wereld. 
Ik herinner me 't begin nog goed omdat ik in die tijd nog zeevarend was, maar
wel op zoek naar huisvesting in Amsterdam. Het zag er somber uit: binnen mijn
budget ging het me niet lukken, zoveel werd gauw duidelijk. Maar de stad had
de Bijlmermeer-polder geannexeerd, anders gezegd: ze had buurgemeente
Weesperkarspel veroverd. Er was behoefte aan expansieruimte voor een groot
woningbouwoffensief: een definitieve afrekening met de naoorlogse woningnood.
Alléén een grote stad als Amsterdam zou zich hieraan niet vertillen – want het 
was niet mis, de plannen die er lagen, het moest meteen een grote stap in de 
ontwikkeling van "wonen als moderne mens" worden. Een kwaliteitsslag voor 
wie noodgedwongen in slechte jaren 20–40 huizen wonen, een grote uitbreiding
van de totale woningvoorraad én toekomstig wonen zoals dat "op weg naar de 
21e eeuw" werd gezien. Kikkerslootjes en weilanden veranderden in een enorme
zandvlakte en Burgemeester Samkalden sloeg weldra de eerste paal voor een 
stadsdeel vol 10-laags flats - zo hóóg om er veel gezinnen in te kunnen huis-
vesten, maar ook om ze ver genoeg uiteen te plaatsen zodat iedereen in het 
groen zou wonen. Ook per woning royale vierkante meters, bijna te mooi om 
waar te zijn.
Het zou nog jaren duren voor de eerste bewoners hun huissleutel kregen, ik kon
daar niet op wachten: ik kwam in Lelystad terecht zoals zovele die wanhopig in
't rond keken in en buiten Amsterdam. Lelystad, midden in een polder, 25 km 
van Harderwijk, 45 km van Weesp en geen spoorverbinding. 
Menigeen bleef uitkijken naar een mogelijkheid om... misschien... toch ooit… 
Intussen verrezen de "honingraatflats" van de Bijlmer. Ik was sceptisch, 
Lelystad moest snel groeien en importeerde ook problemen, zou hetzelfde dan
niet gebeuren als die prachtige Bijlmer maquette eenmaal werkelijkheid werd?
Een grootschalige kompleet nieuwe stad uit de grond gestampt, nog zonder 
samenhang, zonder gemeenschapszin, zonder snel openbaar vervoer naar de
moederstad op afstand. Het parkstad idee was wel mooi, maar op zo'n grote 
schaal! Het is als een mammoettanker waarvan ik maar al te goed wist dat je 
die niet zomaar van koers laat veranderen. 
In de jaren zeventig was ik op bezoek bij een architect, hij bewoonde een 
prachtige royale flat op de bovenste etage in de eerste Bijlmerhoningraat. 
Schitterend uitzicht, veel licht, hij had er ook zijn tekenkamer. Enthousiast 
was hij, ik óók. De rest stond nog... leeg. Toen ik zijn huurprijs hoorde 
begreep ik wel waarom. De Bijlmer was er, maar niet voor haar doelgroep. 
Híj kon 't betalen, anderen niet, die gingen naar Lelystad, zoals ik. 
Een paar jaar later was de bevriende architect vertrokken uit zijn prachtige 
Bijlmerflat, naar Nieuwegein. Waarom? vroeg ik. Omdat de belendende flats
waren verhuurd aan immigranten uit Suriname. 
Kunnen die het dan wel betalen? Ja, met drie gezinnen per flat wel! 
De bejubelde "Le Corbusier stad" kort na de geboorte al wijk van kansarmen.
Ik begreep best waarom deze bewoner, waarvoor de Bijlmer juist bedacht was,
vertrok. En al noem je Bijlmer nu Zuid-Oost, het stadsdeel komt daarmee niet
van zijn stempel af, al zijn 't niet meer vooral Surinamers die dat bestendigen,
dan zijn het wel Congolezen, Nigerianen, Angolezen - er zijn altijd opvolgers. 
23 Doden, jaarcijfer bij 'n veelvoud van incidenten – twintig schietincidenten 
nu al sinds 1 januari 2012, zegt genoeg. 
Amsterdam nam zich een extasypil eind jaren zestig en heeft er nu nog de 
hoofdpijn van. 

© John Zwart – 2 juli 2012 

 

Klein Brasilia - De Bijlmer:  utopia van de jaren 70
wonen voor de mens van de 21e eeuw ... 

 

 

 

 

 

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

Grote stappen, snel thuis   

 

Grote stappen, snel thuis

Rob Zwetsloot, beste lezers, is een actieve journalistieke figuur in Amsterdam. 
Hij schrijft korte puntige commentaren, die zelden langer dan twee minuten vragen
om te lezen of te beluisteren. Dat vind ik knap, want "minder is meer" is een 
slogan die vooral een dichter aanspreekt. Een filmpje dient steeds als illustratie 
onder de tekst die hij op Amsterdam Centraal publiceert.
Onlangs posteerde hij zich boven de toerit naar de IJtunnel tijdens de avondspits.
Ik vind zijn tekst over de "forenzentaks" zo treffend dat ik hem hier graag citeer,
want ik zou het niet beter kunnen. D66 en Groen Links lijken wel onverstoord aan 
hun eigen zelfmoord te werken, maar ze kijken nu hoeveel gedraai nog mogelijk 
is zonder hun geloofwaardigheid geheel overboord to gooien: 



"Hier rijden de forenzen in hun auto's. Harde werkers, die elke dag afstanden 
afleggen in het woon-werkverkeer, om te helpen onze kwakkelende economie van
de aanstaande ondergang te redden. Forenzen, mensen die respect verdienen 
voor hun opoffering en inzet. Maar ze zijn het haasje, de pineut, het kind van de 
rekening. 
---

Want in het zogenaamde "kunduzakkoord" willen VVD, CDA, ChristenUnie, 
GroenLinks en D66 de vergoeding van de reiskosten afschaffen. En ook nog
de hypotheekrente aanpakken, ziektekosten en btw verhogen, zodat het leven
van de forens duurder uitpakt. Maar de forens is ook niet gek, hij zal zich bij 
de verkiezingen op 12 september herinneren wie deze maatregelen hebben 
voorgesteld. Volgens deskundigen zal de stem van de forens wel eens van
doorslaggevende betekenis kunnen worden bij de aanstaande verkiezingen. 
De strijd om de forens is in volle gang, de partijen draaien dat het 'n lieve lust 
is. De forenzenbelasting geldt ook voor treinreizigers, 
het is maar dat u het weet!" 

Dat "kunduzakkoord" was nodig om de Europese Commissie te paaien. 
En vooral om de machtige kredietbewakers even te temmen, de "status" van
Nederland stond op het spel. 
In september staat de status van de kunduzakkoord partijen op het spel.
De kredietbewakers kijken ongetwijfeld mee naar wat er gebeurt. We gaan 
zien wat het waard was, dat "grote stappen = snel thuis" akkoord. 

© John Zwart – 28 juni 2012 

 

de forenzenbelasting geldt ook voor treinreizigers 

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

Karin's Bloedbad    

 
Karin's Bloedbad

Zit ik onlangs Nieuwsuur te kijken. Publieke Omroep dacht ik.
Er komen eerst onvermijdelijk (irritant) de smaakmakertjes. Er moeten even wat 
"teasers". Zo heet dat geloof ik in "trendy" spraakgebruik – ik moet toch ook met 
mijn tijd meegaan nietwaar. Een paar hoofden, wat spektakelbeelden en "soundbites".
U ziet het, ik ben niet van 1900. 
Eén van de "voice-overs" - ja nu zit ik er echt helemaal in - is een fragment van de
Amerikaanse Mevrouw Slachtpartij ("what's in the name!"). Mevrouw Slachtpartij? Wat 
voor wereldnieuws brengt Mevrouw Slachtpartij? Wat doet haar reclamespot op mijn 
Publieke Omroep in mijn Nieuwsuur! Als het onderwerp later uitgebreid aan de orde 
komt wordt haar wereldnieuws uit de doeken gedaan. Ze heeft weer een nieuw boek
uitgepoept: "gruwelijk als altijd". 

Nu even iets terzijde: Er is een crisis gaande. Op allerlei terreinen beieren noodklok-
ken. Er lijkt geen ontkomen aan, zelfs het boekenvak wankelt. Instituten vallen om,
of in handen van de kiloknallerhandel van de ramsch. 
Het CPNB is zo vriendelijk mij elke week een overzicht te sturen van de top 10 van
de Nederlandse boekenverkoop. Onder de lijstaanvoerders verandert er niet zo veel.
Mevrouw van Rooyen, die met regelmaat een boek schreef hoe lekker ze nu weer 
geneukt heeft en met wie, zakt gelukkig af. Er is niets wat zo snel verveelt als porno.
Maar alléén als een auteur een grote prijs heeft gewonnen staat die titel er een 
poosje in. Verder is alles voorspelbaar: Een boek van of over iemand uit de heilige 
"incrowd" van het voetbal en nooit te missen recente Nicci French en Karin Slaughter
titels. Het is in het boekenvak dus nog veel beroerder dan u misschien dacht. 
---

Mevrouw Slaughter schrijft goor. Dat bevestigt ze in Nieuwsuur. Een voorbeeld, 
hier samengevat zonder haar slachtersdetails: vrouwelijk slachtoffer wordt naakt
aan een matras vastgenaaid, hulpeloos, prop in de mond, 'n 24 uurs verkrachting-
partij. Mevrouw Slaughter verklaart ons waarom ze zo schrijft: 
omdat zulke dingen gebeuren, de meeste van haar boeken zijn op werkelijk 
gebeurde misdaden geïnspireerd. O ja, natuurlijk Mevrouw Slaughter, we weten 
allemaal dat er dagelijks dingen echt gebeuren die we liever niet willen weten. 
Mevrouw Slaughter legt ons uit - in haar reclamespot op Nieuwsuur - waarom ze
zo expliciet goor schrijft: omdat wij teveel van de misdaad worden afgeschermd,
zij verbloemt niets, zij schuwt geen details, zij laat ons zien hoe het écht is. 
Nee Mevrouw Slaughter, u schrijft alleen maar zo omdat u een belangrijk deel 
publiek heeft dat smult van goor en uw uitgever en uzelf verdienen daar leuk aan.

Is er dan niets en niemand die Mevrouw Slaughter door elkaar rammelt in plaats
van haar te promoten? Dadelijk gaat ze nog een boek schrijven met de zwaar
gedetailleerde scènes uit het Hofnarretjesdrama. Want we worden immers teveel
afgeschermd zegt dat mens, dat met een pistool onder haar kussen slaapt. 
Zeker bang dat ze aan haar matras wordt vastgenaaid door haar geïnspireerde 
fans en eindeloos verkracht. 
Hé, nu vind ik 't zelf niet meer zo'n fijn slot. Laat ik anders eindigen, met een 
advies aan onze politici, zo bezig de staatsfinanciën op orde te brengen: 
Schaf de publieke omroep af, een forse bezuinigingspost. 
Het zijn allang wolven in slechtzittende schaapskleren.

© John Zwart – 26.06.2012 

   ... teveel afgeschermd ... 

 

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

Sportzomer        

 

Met dit stukje ga ik weer een aantal lezers verliezen.
Dat is niet erg, want ik ben geen priester of politicus die zieltjes moet winnen. 
Ik hoef niemand naar de mond te praten. Liever leen ik mijn stem aan de mensen die
zich een hele zomer lang gedeisd moeten houden. Die zich maar stil houden uit hun
sociale overweging.
Vandaag doe ik daar even niet aan mee, even stoom afblazen want irritant is het wel.
In mei begon het gedonder al. In toenemende mate werden de media veroverd door 
de miljonairsportreclame. Mijn, al tientallen jaren, favoriete achtergrondgeluid, Radio1
overspoeld door een invasie van getetter en plakwerk met 'soundbites' van doorge-
draaide bijna en lang overleden reporters uit het archief. Het geloei dat overwinningen
van honderd jaar geleden heeft begeleid. We werden langzaam klaargestoomd voor
de 'sportzomer'. 
En natuurlijk begon het met voetbal. Want sport is voetbal. En voetbal is religie, 
dus heilig. Zo is het toch, simpel gezegd. Voor de helft van de mensen dan. 
Hoe de andere helft erover denkt is niet belangrijk, radio en tv zijn immers niet de 
tweede kamer. Alles draait om het grote geld, de grote merken. Commerciële of 
publieke omroep, maakt allemaal geen donder meer uit. Wie geen reclame wil 
moet in een gat diep onder de grond gaan zitten. 
En als die 'sportzomer' dan nog leuk was... 
Vroeger, heel vroeger – ik heb die tijd nog meegemaakt de helft van de lezers niet
 – was het een geweldige eer als je in het Nederlands Elftal mocht spelen voor een
interland. Nu moet Nederland dankbaar zijn als een verwende miljonair zich, nou ja
vooruit dan maar, ervoor beschikbaar stelt. Het resultaat straalt dat ook uit. 
Maar de lawaaiige helft van Nederland zal het worst zijn, altijd is er aanleiding om 
carnaval te vieren, hoe roemloos ook het verlies. 
De supermarkten en de brouwerijen merken het verschil niet. Dan hebben we straks
nog de Tour de Dope en de Olympische Corruptiespelen. Allemaal belangrijk voor 
de 'breedtesport', daarom mag er best wat gemeenschapsgeld naar weglekken. 
Want de topsport maakt het volk gezond. 
An me hoela! 

© John Zwart – 20.06.2012 

sportzomer

zo’n sportzomer is best vermoeiend
voor al die grassprieten, koelkasten
presentatoren, frituurpannen
en andere elementen
die overuren draaien

op de bank is het sporten
beperkt tot de hang- en juichstand
maar gaat het er sportief aan toe:
als jij naast me wilt zitten
schuif ik een plaatsje op

wil je dan wel even
mijn glas vasthouden 

 

© Monica Boschman  

 

                 ...aanleiding om carnaval te vieren ...

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

Een Europees feestje       

 

Het zijn geen vrolijke tijden. Daarmee trap ik een open deur in.
Als je al wat langer meeloopt, zoals ik, word je ook een beetje cynisch.
Geef iemand een zak met geld, zeg dat-ie er zorgvuldig mee moet omgaan, 
zodat het niet verdwijnt, omdat het zijn eigen geld niet is. Riskant werk hoor, 
vooral wanneer die "iemand" de overheid is. Geeft altijd méér uit dan de inhoud
van de zak. 

Als je al wat langer meeloopt, zoals ik, heb je al heel wat liedjes horen zingen.
Bezuiniging! Bestedingsbeperking! Broekriem aanhalen! Eerst het zuur en dan..
het zoet. Haha..  Nu zingt onze demissionaire voorzanger Rutte: 
"Eérst de staatsfinanciën op orde brengen".
Als je al wat langer meeloopt, zoals ik, denk je: Ojé, dat worden alwéér belasting
verhogingen. Want minder uitgeven is nog nooit bereikt, ondanks afknijpen van
subsidies voor nuttige zaken. 

Als je al wat langer meeloopt, zoals ik, weet je dat wie in het grootst fouten 
maakt het eerst en best geholpen wordt. Grote banken, verzekeraars en
wooncorporaties bewijzen het. De Grieken... ja die zijn nu begonnen aan de 
massale bankrun. Wij moeten standvastig zijn, want Euro is onze God en 
zonder God zijn we allemaal verloren. 
De zweep moet er over, over dat Griekse volk en anders gaan ze maar failliet.
Het geld uit de zak, dat Jan Kees met garantie inclusief rente leende, is tóch
al weg, linksom of rechtsom. Zo is het toch, Jan Kees? 

Als je al wat langer meeloopt, zoals ik, weet je dat de échte daders allang in 
veilige haven zijn. De bankrun van de rijken is namelijk al twee jaar eerder 
begonnen en nu voltooid. Er is genoeg geld in Griekse handen om de crisis niet
tot Europees rampformaat te laten uitgroeien. Maar we kunnen er helaas niet 
zo gemakkelijk bij als bij het banktegoed van Ghadaffi. 
Of dat van de "hardwerkende Nederlander". 

Als je al wat langer meeloopt, zoals ik, weet je dat een halve eeuw geleden de
machtigen onder de Grieken al maatregelen troffen om geen belasting te hoeven
betalen. De regeringen van de Europese landen, feestelijk bijeen in Maastricht –
mooie stad, gezellig en goed eten – besloten desondanks dat Griekenland in de
Eurozone moest, evenals Italië waar ook één en ander ernstig mis was met
georganiseerde criminaliteit en nog wat meer. 


Als je al wat langer meeloopt, zoals ik, weet je dat die mensen die daar in 
Maastricht één van de kostbaarste fouten van de twintigste eeuw maakten, 
geen consequenties voelen van hun onverantwoordelijkheid. 
Maar gelukkig: "De Grieken" hebben gewonnen van "De Russen". 
Hebben die arme mensen toch nog iets om over te juichen! 

John Zwart – 16.06.2012 

 

   ... de zweep erover ... 

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

Oranjegekte      

 kroonroest 
Verleden week liepen we een hele ochtend door het natuurgebied Oude Venen, op plantenexcursie. En ja, we vonden de ronde zonnedauw, de gevlekte rietorchis en de 
kale jonker. En in de petgaten en tochten stonden op 't stille geheimzinnige water 
de knoppen van het pompeblêd en de waterlelie op openbarsten. Het was dus weer 
een mooie tocht, waarop het aangename en nuttige werden verenigd, zoals dat altijd 
zo mooi wordt gezegd. 
Het was een frisse voorzomerdag, zoals er dit jaar zoveel zijn, dus geen goed vlieg-
weer voor de juffers en libellen. Toch zagen we er nog een paar, echt actief worden 
die pas met zon en 20 graden. 
Natuurlijk besteedden we weer veel tijd om de talloze soorten grassen, zeggen en 
biezen op naam te brengen. Gelukkig waren er 'n paar specialisten bij op dit gebied,
want soms zijn de verschillen maar een enkel detail. En om het nog ingewikkelder te
maken kruisen sommige soorten óók nog eens met elkaar dat het een lieve lust is. 
Dat is de natuur van het leven nu eenmaal. 

Maar wat zagen we dáár in de drogere gedeelten, waar de bosjes van berk, wilg en
sporkehout wat weliger tieren dan in de drassige, lage gedeelten? Had daar vóór ons
een idioot met oranjegekte rondgelopen? In een paar dorpen waardoor ik reed op weg
naar de Reidplûm, had ik al gezien dat er fanatieke voetbalsupporters hun emmers 
met verf en de blokkwast hadden gepakt en hele cafégevels fel oranje hadden getjet.
Was er één geweest die na gedane arbeid en de nodige pilsjes de Venen in was 
gestruind om links en rechts wat lukraak met verf rond te spetteren? 
Die verdenking klopte niet, het was weer de natuur die hier liet zien onstuitbaar te zijn.
De vuilboom, ook wel sporkehout genoemd, is massaal slachtoffer geworden van een
schimmel, een epidemie, waarbij vergeleken de griep onder de mensen maar een 
bagatel is.
Die onzichtbare schimmel, die al bij het uitlopen van het eerste blad 
onopgemerkt zijn infectieslag heeft geslagen en zijn schimmeldraden in de levende 
struik heeft verspreid, staat opeens in bloei.
De oranje vlekken, klodders en vergroeiingen die we meenden te zien blijken de
vruchtlichamen van die schimmel: kroonroest. 

Niet omdat hij de kroon van een struik aantast, maar (loupe erbij) 
omdat de oranje massa bij goed bekijken uit ontelbare oranje kroontjes blijkt te
bestaan, waaruit de miljoenen sporen op de wind  zich verspreiden en ook met 
behulp van de voetjes en snuitjes van insecten (als een parasiet onttrekt de 
schimmel zoetstof aan de struik of plant waarin hij zich ontwikkelt).
De atmosfeer om ons heen is één "soep" van stuifmeel en schimmelsporen. 
De meeste van de honderden soorten schimmels ontwikkelen zich in dood materiaal
dat wordt afgebroken. Zo is de natuur altijd al een kringloop gemeenschap geweest –
een eeuwigheid voordat mensen het woord "recycling" bedachten of nog modieuzer: 
"cradle to cradle" – en toen meenden we een totaal nieuwe kijk op het bestaan te 
hebben gevonden. 
Sommige schimmels bestaan juist op lévend materiaal, dat zijn parasieten dus. En 
met hun enorme verspreidingskracht, maken ze infecties binnen een afstand van 
500 meter vrijwel onontkoombaar.
Ze hebben al die miljoenen jaren, dat de flora ongemoeid gelaten is door de mensen,
hun vernietigingspotentie nooit desastreus kunnen uitleven. Dat komt doordat de flora
een proces van ontwikkeling is met veel elkaar steeds opvolgende soorten, telkens
wijzigende verzamelingen van soortenrijkdom: diversiteit. De mensen vergroten het 
risico door productiegewassen in uitgestrekte monocultures. 
De kroonroest op de vuilboom of sporkehout wisselt van waardplant via grassen en 
zal in de Oude Venen geen ramp veroorzaken. Een andere soort parasiteert op het
kaasjeskruid en kan overspringen op de stokroos. Maar je moet er toch niet aan
denken dat zo'n roestsoort toeslaat op de aardappelplant, zoals vroeger gebeurd 
is in Ierland en daar een hongersterfte onder de mensen veroorzaakte. 
In de monocultures moet men dus iedere roestuitbraak meteen stevig aanpakken,
de oranjegekte, ach die dooft vanzelf na elke verloren wedstrijd in de Europese
Voetbalkampioenschappen langzaam uit. 

John Zwart 13 juni 2012 - It Fryske Gea 

       

     ... op 't stille geheimzinnige water pompeblêd en waterlelie ...

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

Theater van de dood      

 een boek en een voordrachtuur 
Vorige zaterdagmiddag 2 juni organiseerde Simon Mulder in het Koninklijke Hollandse
Lloyd Koffiehuis aan de Oostelijke Handelskade van Amsterdam een dichters- en 
klassieke zang-uur met als onderwerp de "Tachtigers" – allemaal dode dichters dus,
die daar aan de orde kwamen: Willem Kloos, Jacques Perk, Herman Gorter, Lodewijk 
van Deyssel, Frederik van Eeden. Achtergronden en anekdotes, stijlvol toegelicht en
geciteerd door de hedendaagse 19e eeuwer Simon, helemaal in zijn element op zijn 
Feest der Poëzie. 
Een coïncidentie, dezelfde dag in de ochtend, was 't dat de neerlandica Mieke van der
Weij in de Tros Nieuwsshow op Radio 1 de schrijver Onno Blom – en biograaf van Jan
Wolkers – als gast ontving. Deze presenteerde een geïllustreerd boekwerk, gewijd aan
dode schrijvers en dichters, getiteld: "O, en voorgoed voorbij", dat hij samen met de 
fotograaf Werry Crone heeft uitgebracht. 
De gedachte hierachter was: "hoe gaan wij om met de graven van onze bekende, lang
gestorven schrijvers en dichters?"
De introductie van Mieke van der Weij was heel 
poëtisch: "Dat het antwoord op elk raadsel in de tijd steeds weer vergankelijkheid is"
zij citeerde hierbij wellicht uit het versgedrukte door Blom meegebrachte boek.
21 Graven heeft het duo Blom – Crone beschreven en in beeld gebracht. Bijna 
alle graven tonen versregels. De ervaring van Blom is dat vele graven er vergeten
en verwaarloosd bij liggen, andere zien er juist schitterend uit en zijn zichtbaar 
het doel van menige pelgrimage door bewonderaars, tot in deze dagen toe – met
als schitterend voorbeeld de laatste rustplaats van Louis Couperus die 't omslag
van het boek siert. 
De mensen die het zich aantrekken dat van sommige schrijvers met 't verstrijken
van de generaties de graven verwaarloosd raken hebben het Fonds "Perzik van
Onsterfelijkheid"
opgericht om restauraties uit te financieren. Van de winkelprijs
van het boek van Onno Blom is 5 euro per exemplaar als donatie voor dit fonds 
bestemd. 
Restauratie is bijvoorbeeld uitgevoerd van de graven van Jacques Perk en Albert
Verwey. Een graf waarover Blom zich nog grote zorgen maakt ligt in Londen – 
het is van "De Schoolmeester", het pseudoniem voor Gerrit v.d. Linde. Langzaam
ligt dat onder struiken in de modder van de Theemsoever weg te zakken.
---


 

 

 

 

de laatste rustplaats van Louis Couperus
die 't  omslag van het boek siert

"O en voorgoed voorbij"     

 

"Denkend aan de dood kan ik niet slapen,
 En niet slapend denk ik aan de dood,
 En het leven vliet gelijk het vlood,
 En elk zijn is tot niet-zijn geschapen (...)" 

                                         Jacobus C. Bloem (Insomnia) 

Mooie en lelijke graven heeft het duo Blom – Crone gezien en er is altijd wel iets 
over te vertellen, soms macaber: over de dichter Jacques Perk bijvoorbeeld, bekend
van zijn bloemrijke liefdessonnetten. Hij stierf al op 22 jarige leeftijd en werd in 1881
begraven op de oude Oosterbegraafplaats van Amsterdam, achter 't Tropenmuseum.
Toen deze begraafplaats geruimd moest worden in 1900, kozen zijn ouders voor 
een herbegrafenis op de Nieuwe Oosterbegraafplaats. Voorafgaand er aan wilden zij
nog een keer het oude graf bezoeken. Tot hun ontsteltenis zagen zij het graf reeds
geopend, het deksel van de kist (ongetwijfeld reeds grotendeels vergaan) verwijderd.
"De dood gaf zijn geheimnis prijs". Daar lag voor hun ogen het gebeente van hun 
zoon, de schedel goeddeels bedekt door de uitgroei van zijn baardje, het haar ervan
was niet verteerd. 
Vele dichters waren tijdens hun leven al intens bezig met de dood, als voorbeelden
komen Gerrit Achterberg, Bilderdijk, J.C.Bloem, Jan Jacob Slauerhoff en Gerard Reve
voorbij. Sommigen leken zelfs te reikhalzen naar de dood, meent Mieke van der Weij.
De titel van het boek verwijst naar de graf-dichtregel "Voorbij, voorbij, o en voorgoed
voorbij"
van J.C.Bloem, vooral bekend van "De Dapperstraat" en "De Nachtegaal" 
maar ook van "Insomnia", een gedicht dat zijn preoccupatie met de dood voelen laat.

En van Jan J Slauerhoff, gecremeerd, van wie dus slechts zijn urn met as rest in 
Driehuis Westerveld op een duintop - zijn nabestaanden konden zijn vroege dood 
niet verhoeden, wel zijn weerzin tegen de hollandse natte grond: 

"In Nederland wil ik niet sterven
 en in de natte grond bederven (...)" 

Op het graf van Albert Verwey staat te lezen: 

"Wanneer ik sterf en zij die mij beminden
 Rondom mijn baar staan en de een d'andre vraagt:
 Wat hadt ge lief in hem (...)"

Lodewijk van Deyssel (Karel Thijm) 

Het lelijkste graf vinden Onno Blom en Werry Crone dat van Gerard Reve in het 
Belgische Machelen. Een lelijke gepoleiste plaat. Er zou er een bijgeplaatst 
worden waarin zijn gedicht "Scheppend Kunstenaar" gebeiteld moest:

"Naarmate ik ouder word, wordt wat ik schrijf
 hoewel fraaier verwoord, steeds enkelvoudiger van inhoud
 liefde of geen liefde en ouder worden
 en dan de dood" 

Toen de plaat klaar was bleek er bij het overtypen van de opdracht voor de steen-
houwer een fout te zijn gemaakt. Een voorstel was de fout op de steen gewoon 
door te halen, zoals Reve placht te doen en de verbetering erboven aan te brengen.
In plaats van overschrijven, wat de "volksschrijver" ook niet deed. 
Hoe het uiteindelijk is opgelost is niet bekend. Ik zou zeggen: "Ga eens kijken",
het is een "Memento Mori" voor onszelf als lezers en misschien zelf zijnde 
schrijvers of dichters met enige pretentie. 

"Het einde komt,
alleen de woorden klinken nog wat na,
tot ook die verstillen
tot een enkel vers op een steen". 

Bedenk zelf maar of je zo'n versregel hebt die nog enige overlevingskracht in 
zich heeft. 

© John Zwart -  6 juni 2012 

 

O, en voorgoed voorbij – Uitgeverij De Arbeiderspers, mei 2012 
ISBN 9789029584098, verkoopprijs € 22,50, 
waarvan 5,00 ten goede van het fonds Perzik van Onsterfelijkheid. 

In het KHL Koffiehuis ging Simon Mulder het meest uitgebreid in op het dichterschap
van Willem Kloos en Jacques Perk, hun vriendschap, hun antipolen en uiteindelijk 
het zich van elkaar afkeren. Een proces dat na hun dood nog navoelbaar is in de door
Simon voorgedragen hekeldichten. 
De drankzucht kwam ook aan de orde, als contrast met de klassieke sfeer die hier
geschapen was met rode pluche gordijnen in de ruimte achter het café. 
De onderlinge contacten van de tachtigers werden door cognac, wijn en sigaren 
beheerst. Kloos kwam vaak aan de Nieuwezijds Voorburgwal, waar Lodewijk van 
Deyssel (alias van Karel Thijm) woonde. Diens bezetenheid in zijn kritieken vertoonde
dezelfde vasthoudendheid als die waarmee hij alles wat hij ooit opschreef bewaarde,
telefoonbriefjes en vele vele
bestellingen aan de horeca, de lokalen waar men elkaar
placht te ontmoeten.
Ach, met het twintigste eeuwse Eijlders is er dus niets nieuws onder de zon. 
Lodewijk van Deyssel veroorzaakte in 1887 een enorme opschudding met zijn eerste
uitgave van de roman "Mathilde" – toen maar in 500 exemplaren – dus waarschijnlijk 
alleen maar binnen het schrijverswereldje verspreid. Het boek beschreef in enkele
hoofdstukken de vrouwelijke seksualiteit, in een hoofdstuk masturbeert zijn hoofd-
persoon. Zoiets was ongehoord in die tijd en het boek werd dan ook door velen 
verguisd. Maar Albert Verwey schreef over Van Deyssel’s opzienbarende boek:
"Uw roman heeft twee kwaliteiten: hij is prachtig en hij is onfatsoenlijk. Vanwege 
het onfatsoen wordt hij genegeerd of beschimpt – daar tegenover wil ik hem prijzen
voor zijn schoonheid. Het boek is als iemand die aanklopt aan een deur, de deur 
van de literatuur. Sommigen doen alsof ze het kloppen niet horen. Anderen zeggen:
"Ga weg, je bent onfatsoenlijk". Nu zeg ik: "Kom binnen, je bent prachtig"."
De tijd van de tachtigers was dus allesbehalve een saaie tijd. Van Deyssel's boek
werd – weliswaar nogal gekuist wat woordkeus betreft – in 1899 herdrukt als 
"Een liefde" in 1500 exemplaren. 
Suzanne Winkler (sopraan), begeleid door Daan van de Velde op piano, zong met
haar mooie geschoolde stem de gedichten die we op een projectiescherm konden
volgen. Door de bruiloftsgangers, die al voor de deuren stonden te trappelen vol 
ongeduld, moesten we haar laatste lied ontberen. Maar het was een mooi uur, 
waarin de dode dichters uit hun graf opstonden en hun stem lieten horen. 
En wij? Wij praatten dus nog na over Jacobus Bloem en Clara Eggink, over 
Jan Slauerhoff en Heleen Lambers en Darja Collin, over Frederik van Eeden ofwel
Cornelis Paradijs in zijn idealistische streven naar de hemel op aarde. 
Ze leefden allemaal weer even, op een zaterdagochtend en namiddag in 2012.

 

 

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

Het Geluk van een Tafel      

 een lezersbeschouwing 
De titel alleen al zet een gedachtestroom op gang.
Wat een geluk als je een tafel hebt. Dan heb je dus een plek waar je je benen onder 
eigen tafel kunt steken, je kunt mensen aan tafel uitnodigen en samen iets ter tafel 
brengen. Ja, je kunt opeens van alles, want je hebt een onderdak, waar je die tafel 
hebt neergezet als het symbool ervan. 
Alsof de dichteres mijn gedachten tevoren heeft gelezen tref ik binnen het omslag een
stoel aan – natuurlijk je kunt een paar groentenkistjes neerzetten, waar overheen je 
een stevige plank legt, dan kun je ook aan tafel zitten, maar een stoel is toch wel fijn
en comfortabel, en voegt een wereld toe aan het gevoel van een thuis te hebben. 
Wat voor een stoel: "Zijn schoot wil ingenomen/ door warm vlees en bloed". Een bijna 
sensueel intermenselijk samenzijn komt tot stand met die stoel, wanneer we niet één
keer, maar gewoontegetrouw ons in die zetel blijven vlijen. 
Ja zo'n stoel willen we allemaal, die om ons vlees past als een handschoen. 
En de stoel "geeft geen krimp", niet zoals ons lichaam, met het verstrijken van de tijd.
"Hij blijft potig dragen", al is onze tijd tenslotte uitgezeten. Een intro van Rilke over de
vergankelijkheid – deze kennismaking met Inge Boulonois' nieuwe bundel doet me veel
verwachten. En zij stelt niet teleur. 
De samenstelling, waar eerst de dingen in de kamer: tafel, stoel,kast, de aandacht 
krijgen, om daarna het huis te gaan beschouwen, verraadt zorgvuldigheid. 
Het is eenvoudige taal, toegankelijk tot en met, waar de slotstrofe telkens een gouden 
glans over het geheel geeft – zoals ook een halfedelsteen onder een erop vallende licht-
straal plots de flonker van fijn kristallijn verwerft. Die lichtstralen werpt Inge als zij de 
weemoed wakker laat schrikken op het moment dat de kast na een klik door het dag-
licht overvallen wordt. 
Pas na het huis volgt het bed, het meest met emotie beladen meubelstuk. 
Dat vraagt eerst een voorzichtige aanloop, dan mag de erkenning komen dat de 
jeugdige passie met haar laaiend vuur wel doven moet, zoals een fortissimo 
passage in de muziek uitvloeien zal in piano naar pianissimo.
Haar beschouwelijke geest komt ook mooi uit in verzen als "Sta verstomd en 
wees volmaakt/ ontbabeld..."
en hoe zij het voorbeeld van de kat volgt 
"ga liggen in de hangmat/ van jezelf..." 
De gedichten bij de schilderijen brengen soms een blij weerzien, van de titels 
die eerder al eens op Hernehim werden gepubliceerd. "Landschap met kerk en
dorp"
van Jacob van Ruisdael, "Het Straatje" van Johannes Vermeer, waarin zij
"de rust van toen" met ons laat meeschuiven "naar nu"  en nog poëtischer: 
wanneer zij Johannes Bosschaert zo lang met zijn penseel laat strijken tot de 
houdbaarheid van zijn fruitstilleven "niet meer verstrijkt"
Stuk voor stuk mooie beschouwingen waar de dichteres in de leefwereld van de
lang gestorven schilder kruipt en zo heden en verleden met elkaar verbindt. 
Beeldende kunst raakt nooit uit de tijd in de ogen van Inge Boulonois. 
"Het Geluk van een Tafel" , een kleine bundel met 30 gedichten is heerlijke 
dichtkunst voor de mensen die zich aangetrokken voelen tot heldere toegankelijke
taal die niettemin vele onderscheidende gedachten oproept. 

John Zwart – Hernehim Cultuur – mei 2012

"Het Geluk van een Tafel" – Inge Boulonois, Heerhugowaard 2011

 

Lekker leesvoer ... 

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

Theater      

 
Soms hoor je opeens dingen waarbij je je oren niet meer vertrouwt.
Gisteren viel ik bijna van mijn stoel van ongeloof. Het ging over onze nationale knuffelhindoestaan Prem Rare Kisjoen, die altijd het hoogste en het laatste woord 
heeft op Radio 1. Hij heeft "maar een half uurtsje", roept hij als man in het nauw. 
Nou, dat half uurtje egotrippen in gespeelde verontwaardiging gemeenplaatsen 
uitroepen – "hardwerkende nederlander", "belastingbetaler", "zakkenvullers", 
"patjepeejers" – is voor mijn oren vaak al teveel.
En daarbij nog zijn ongeëmancipeerde paternalistische gedrag tegenover zijn 
vrouwelijke gasten. Waarom blijven jullie toch allemaal zo aardig voor die man, 
vraag ik me telkens af. Geef hem er eens van langs als een lekkere assertieve kat!
Maar nee hoor, onze Prem is met zijn ongepolijste dominante manieren om mij heel
onbegrijpelijke reden een nationale knuffelfiguur, die overal de verschrikkelijkste
ongenuanceerde dingen mag roepen, en toch steeds weer geknuffeld wordt. 
Wat zijn dat toch voor mensen die vrijwillig bij hem in zijn schoolbus willen komen, 
waar hij troont als een ouderwetse bovenmeester en ieder moet zwijgen zolang hij 
het hoogste woord voert? 
--- 

Op zo'n half uurtje onbeschoftheid waarbij je maximaal drie seconden je mond 
mag opendoen tot je bulderend in de rede wordt gevallen, daar knap je toch meteen
op af?
Nu is hij in zijn praatshowmanseer aangetast. Want hij heeft "maar een half uurtsje".
En nou heeft onze publieke omroep toch de brutaliteit gehad om in zijn "half uurtsje"
in te breken met 'n actuele nieuwsflits. De brutaliteit, dat ze dat durven! 
Inbreken bij de kampioen inbreker die nog nooit iemand in zijn eigen "half uurtsje" 
liet uitspreken. Hij heeft vast nog nooit naar zichzelf geluisterd, dacht ik. 
Nou heeft-ie acuut de handdoek in de ring gegooid, hij stopt met zijn "Premtime".
Hoera, dacht ik, het kan nu alleen nog maar beter worden. "Per 1 september", zegt 
hij er achteraan. Ja hoor es, verontwaardigd, beledigd, toon je dan principieel: 
meteen stoppen, dan heb je ballen. Je zou je tot je nieuwe baan nog nuttig bezig 
kunnen houden, bijvoorbeeld met sociale rechtshulp. Dan doe je nog iets goeds 
met je rechtenstudie van destijds. Dan krijg ik vast weer wat respect.
Zoals ik het nu zie is het allemaal theater. 

John Zwart – 2 juni 2012 

 

 

 

 

ik geef mijzelf een 10 ! 

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

1012 en de creativiteit    

 

1012. Voor velen een getal, meer niet. 
Niet voor de Amsterdammer: een aanleiding tot felle emotionele discussies. 
Want 1012 is een postcodegebied, het staat voor een deel van de grachtengordel,
het stuk dat populair "de walletjes" heet. Dat gebied is problematisch in de ogen 
van de politiek. Zeg: "1012" en de politicus denkt: "probleem". 
De hoofdstad Amsterdam is een toeristenstad. Twijfelde je daar ooit aan ondanks 
al die rondvaartboten, dan heeft het nieuwe Passagiers Terminal Amsterdam, waar 
bijna dagelijks enorme drijvende hotels aanmeren, je dat wel duidelijk gemaakt. 
En anders wel het spierwitte, futuristische Eye wat daarom niet "Oog" mocht heten.
Ja wij weten wel wat "publicity" is. Wij zijn van de wereld: <Eye aan het IJ> en 
<Iamsterdam> Daar schuilt intelligente taalvirtuositeit achter – creatief ja, 
dat is het wat we zijn. 
Terug naar het probleem 1012. Dat schurkte in het verleden tegen de haven aan, al
van oudsher zaten daar de hoertjes, "blonde greet" of "zwarte riek", als ze al niet 
plat Amsterdams spraken dan verstonden ze toch zeker allemaal Nederlands – ook
de creoolse Lola's uit Suriname. 
Niks mis mee, in een grote havenstad moeten hoertjes zijn, want "in elke stad weer
een andere schat" dat is een sprookje kan ik u verzekeren. Maar de mensen en de
tijden zijn veranderd. De wereld is een dorp en de mensen in dat dorp krioelen van 
hot naar her. De hoertjes van weleer rusten in vrede en de meisjes achter de ramen
kunnen zich alleen verstaanbaar maken in de tongbrekende Slavische talen of, als
je heel veel geluk hebt in het Latijnsamerikaanse Spaans. Hoe ze daar gekomen 
zijn is moeilijk te achterhalen en of ze er uit vrije wil gingen zitten evenmin. 
De panden waarin ze werken zijn voor het overgrote deel in handen van lieden zonder
duidelijke beroepsgroep, maar heel creatief op allerlei terrein – binnen de marges 
van de wet of vooral daarbuiten. Om het samen te vatten: met "1012" heb je het 
synoniem te pakken van misbruik, vrouwenhandel, witwassen en internationale
criminaliteit. Ex burgemeester Job Cohen en wethouder Lodewijk Asscher vonden 
dat dit maar eens moest veranderen, 1012 moest weer een nette buurt worden waar
criminelen worden uitgebannen. 

Begin er maar eens aan, iets wat in decennia is ontstaan, verander je niet een-
twee-drie met een maatregel. 
Men zocht de (lange) weg in onteigeningen en andere bestemmingen geven aan
panden die waren ingericht met peeskamertjes. Ga er maar aan staan: criminele 
eigenaren laten zich niet zomaar onteigenen. De stad moet diep in de buidel tasten
om de panden voor extreem hoge prijzen te verwerven en commercieel niet meer
kostendekkend te verhuren. Wat doe je er dan mee? Goeie vraag, zet er eerst 
antikraak huurders in want anders is het middel erger dan de kwaal geweest. 
Want het doel was toch 1012 niet te laten verloederen. 
De gemeente kon het alleen voorlopig oplossen door er beginnende couturiers zich
in te laten vestigen: jongens die enthousiast zijn over hun eigen creativiteit en die
daarom passen in het beeld van de gemeente "creatieve bedrijvigheid bevorderen, 
die een positieve invloed heeft op het toerisme". Die jongens zitten er nu, tegen 
een huur die een kleine fractie is van de investering die de stad "in het pand heeft
gestopt". Tijdelijker dan deze oplossing kan niet. 
"Project 1012 is mislukt" roepen vele politici zonder verantwoordelijkheid te nemen,
immers: succes heeft vele vaders, mislukking is wees,om VVD raadslid Huub 
Verweij te citeren. 
Misschien moeten we ophouden het woord "creatief" zo gemakkelijk te gebruiken.
We kunnen er niet omheen: vraag de doorsnee toerist waarom hij/zij het leuk vindt
om Amsterdam te bezoeken en je hoort het rijtje: Wallen, Wiet en Rembrandt/Van 
Gogh, in die volgorde. Het streven is sinds enkele jaren om de volgorde andersom
te laten zijn. Nu kun je dat wel willen, maar het is realistischer om creatief met de
werkelijkheid om te gaan. Prostitutie is evenmin uit te bannen als een baby te 
verbieden z'n luier vol te plassen. Laat een deel gewoon bestaan, voorzover het 
vrijwillig werkende meiden zijn, die niet uitgebuit of afgeperst worden. Dat moet te
handhaven zijn en aanvaard een ruimhartig vestigingsbeleid voor al het overige 
vastgoed, de enige beperkingen: geen prostitutie, geen vreetschuren. 
Maak met veelkleurige disciplines een Amsterdams soort Montmartre. 

  PTA - waar dagelijks enorme drijvende hotels aanmeren .....

  1012 - Peter Eijking liep er nog even voor u rond 


... uit de Oude Kerk van een expositie, een concert, of het graf 
van Rembrandt's Saskia storen we ons niet aan de meisjes-van-plezier ...

En laten we erkennen dat het "hoertjes kijken" blijkbaar ook in een zekere 
toeristische behoefte voorziet, de massa van de wandelaars over de wallen stapt
nooit binnen bij de meisjes. 
Zet bij een pand dat nog wacht op een definitieve bestemming maar wat ambitieuze
fotomodellen achter de ramen, met de duidelijke reclame "Deze meisjes zijn NIET
te koop", wie weet krijgen ze aandacht van een goede fotograaf die ze vraagt voor
een fotoshoot, want ze willen allemaal heel graag Doutzen Kroes worden. Laat de
mensen 1012 zo ervaren dat je vrouwelijk schoon ook kunt genieten zonder geile
gedachten. Kortom, ga echt creatief om met het gebied, laat er veel gebeuren en 
bepaal je tot de randvoorwaarden: houd het netjes doordat de reinigingsdienst het
zo schoon laat zijn dat je van de straat kunt eten, en treed op tegen alles wat dat
bedreigt: de dronkenlorren en de gevelplassers. 
Laat maar wat van die echte meisjes-van-plezier zitten: "de rode draad" verzekert 
ons dat er een behoorlijk aantal zijn die het wèl prettig werk vinden. Als ik met 
vrienden uit de Oude Kerk kom, van een expositie, een concert, of omdat een 
bezoeker van ver het graf van Rembrandt's Saskia wilde zien. storen we ons niet
aan de meisjes die wenken en ons vriendelijk toelachen. 
We lachen even vriendelijk terug en zwaaien als teken dat we niet naar binnen 
zullen komen. Alleen al die winkeltjes met hun uitstalling van dildo's voor de ramen,
die maken me echt treurig. 

John Zwart - Hernehim 29 mei 2012. 

© Foto: eigen foto Hernehim Cultuur  - Oude Kerksplein, 1012 Amsterdam

 

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

Hardleers   

 

Als je een beetje bij de tijd wilt zijn sta je in het smoelenboek. 
En als je je niet wilt schamen ben je een poos heel erg druk geweest om minstens 
een paar honderd 'volgers' te vergaren. Als het in de drie cijfers gaat lopen dan heb je
het pas echt gemaakt. 
800 Miljoen "smoelen" verzamelden zich inmiddels op facebook. Wat doen ze daar?
Ach, je gooit je vakantiefoto's erop en vertelt de hele wereld welke boeken je mooi 
vindt en welke films. De meeste komen niet veel verder. Maar het kan, allemaal gratis,
geen zorgen. 
Natuurlijk kan dat niet, al die gratis diensten, dat wist ik allang. Het gaat net zo als 
destijds met abonnementen voor een mobieltje: een gratis toestel en het eerste jaar 
50% korting op de abonnementskosten bij een 2 jarig abonnement. Zorgvuldig in de 
nevelen gehouden wat er in dat tweede jaar gebeurt, maar dat liet zich raden. 
Kosten van stuntkortingen en gratis diensten worden door adverteerders betaald.
"Marktwerving" heet dat. 
Zo zouden we ook altijd wereldwijd gratis kunnen emailen louter dankzij ons internet
abonnement. Het ging eventjes leuk, maar al spoedig liepen onze in-boxen vol door 
de massa spammers die zich op ons wierpen. De branche kwam ons tegemoet: 
verkocht ons met alle plezier software om "spam" te weren. Er glipt nog veel "spam"
tussendoor of anders is het filter zo fijnmazig dat je telkens moet controleren of de
"gewenste" mail niet in je "spambox" is beland. Je bent er maar druk mee,
om "spamvrij" te blijven. 
De afgelopen jaren schoot Google als een raket omhoog, nog maar een kleine 
minderheid maakt nog gebruik van oude ooit populaire zoekmachines zoals Ilse of
Altavista. Google werd de standaard en gedraagt zich prompt als een monopolist. 

Via gmail van Google en de "big brother politiek" in Amerika die verordonneert dat 
al ons emailverkeer over jaren wordt gearchiveerd, beschikt men over een schat aan
gegevens van ons internetgedrag.
Google is lang genoeg lief voor ons geweest, nu is de tijd aangebroken voor de 
"harvest". Google gaat ons in de eerste plaats advertenties in onze "smoelen" gooien,
in plaats van zoekresultaten. Als je iets wilt weten over de "Acropolis" bijvoorbeeld 
zijn de top tien "links" tien Griekse restaurants van die naam binnen jouw regio. 
Willen we dat? Nee natuurlijk willen we dat niet. Als we een restaurant zoeken weten
we meestal wel waar de keuken goed is in onze eigen regio, daar hebben we die 
Amerikaanse goochelaar niet voor nodig. 
Toch schijnt Google een goede "harvest" te hebben. Voor zolang het duurt. 
Tot ze hun hand overspelen, dat we het zat zijn, al die popup zooi die ons het zicht
op wat we willen zien beneemt.
Ik dacht dat we na Nina Brink en Maurice de Hond (Newconomy) wel voldoende leer-
geld hadden betaald. Maar de jongens van het smoelenboek weten hoe hardleers 
we zijn. Het smoelenboek is een goudmijn. Voor de verkopende eigenaren ja, maar 
voor de beleggers? Ik voorspel dat het smoelenboek gaat kapseizen onder de over-
belasting met ongewenste reclame. Ze zijn nu slim zakelijk bezig: Nina Brinkman 
in het kwadraat. "Winstneming" heet dat. 
38 Euro voor een aandeeltje, dat brengt miljarden op. In slechts enkele zakken, 
uit de zakken der hardleerse medemens. Winstneming versus bij de neus nemen.
Of het nu tulpenbollen zijn of aandeeltjes Facebook, onze begeerte blijft hardleers.

John Zwart – 21 mei 2012 

 

... onze begeerte blijft hardleers ... 

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

Tegenstellingen en confrontaties [3]  

Slot  essay over Norma Jeane, naar aanleiding van haar 50ste sterfjaar 
De Verenigde Staten van Amerika zijn een harde wereld. Er is geen plaats voor 'losers',
een merkwaardig contrast met de zoete films en musicals die er de twintigste eeuw 
bij wagonladingen zijn geproduceerd, de tedere liefdesliedjes die er 't meeste succes 
hadden. Het zuiden -"southern comfort"- waar schietgrage rauwe cowboys een gitaar
pakken om een sentimenteel liedje te zingen. Of de oostkust waar iedereen elkaar 
toeroept: "Have a nice day!" waar "I want your money, all of it" nauw verhuld achter
schuilgaat. Tegenstellingen die mij altijd weer verbaasden. 
Dat contrast is het hevigst in de showwereld, die vreet mensen op, met huid en haar.
Mensen zijn van waarde voor wat ze kunnen opbrengen, niet voor wat ze zijn, het 
vraagt een heel sterke persoonlijkheid wil je dat overleven. Het is niet voor niets dat
er zoveel jong sterven: uitgeput te vroeg opgebrand, of door hun reactie roekeloos te
leven, door drugs en drankverslaving, of door zelf uit het leven te stappen. 
Wie een tip van de ziel van Marilyn Monroe te zien kreeg – in lange interview sessies
één op één, door sommige van haar uitspraken die tot nadenken stemmen, of ook
door bijvoorbeeld goed op haar spel in de laatst voltooide film "The Misfits" te letten,
zou haar vanuit zijn hart een gelukkiger en langer leven toegewenst hebben. 
Maar als ze niet de wereldwijd bekende filmster was geworden zou haar kaarsje wel-
licht nog veel eerder zijn gedoofd, en was ze als onbekend meisje meteen vergeten.
Misschien is het wel zoals Clare Boothe Luce twee jaar na de tragische dood schreef
in Life Magazine (1964): dat haar einde voorbestemd was, genetisch zowel als door 
het milieu waarin ze ter wereld kwam en wat zij doormaakte in haar jeugd. Zelfs de 
meest oprechte betrokkenheid zou haar einde op de duur niet hebben kunnen 
voorkomen.
Zelfs John Huston (producer 20th Century Fox), vaak genoeg bijna tot radeloosheid 
gebracht door haar onvoorspelbaarheid – niet verschijnen of halfdronken op de set –
sprak zich na haar dood uit: "Marilyn was doomed. While working on the film I had 
evidence right before me, every day. She was incapable of rescueing herself or of 
being rescued by anyone else".

Ik denk dat de singer-songwriter Elton John nog het dichtst bij haar is gekomen
met zijn lied Norma Jeane dat hij postuum componeerde en schreef: 

"And it seemed to me you lived your life
Like a candle in the wind
Never knowing who to cling to
When the rain set in
And I would have liked to have known you
But I was just a kid
Your candle burned out long before
Your legend ever did" 

In mijn vrije vertaling: 

"En het leek me 
Alsof jouw leven flakkerde 
Als een kaarsvlam in de wind 
Hoe je niemand wist te vinden 
Om aan vast te klampen 
Wanneer de regen plots begint 

Ik had je graag willen ontmoeten 
Maar was voor jou toch veel te jong 
Jouw vlam doofde veel te snel 
terwijl de mythe pas begon" 

 

Norma Jeane - nog met Jean Harlow krullen - als 19-jarige 
Mrs. Norma J Dougherty - aan het werk in de fabriek (1945). 
Zij bespuit daar vliegtuigonderdelen met brandwerende verf. 
De fabriek wordt bezocht door een Army Promotion fotograaf,
hij spot haar om te poseren voor  "women at work for the war".
Deze fotograaf  brengt haar ertoe  samen een portfolio te maken
waarmee zij zich inschrijft bij een modeling agency. Haar eerste 
stap naar de showbusiness...  

Als je het leven van Norma Jeane beziet tot haar volwassenheid – het is bijna louter
negatief, de leeftocht die ze meekreeg.   Genetisch belast via haar moeder met 
geestelijke instabiliteit en gevoelig voor verslaving, in de lijn van afstamming een 
serie lijders aan manisch depressiviteit. Van de kant van haar vader is niets bekend,
moeder Gladys Pearl Monroe (1902) heeft daar nooit duidelijkheid over verschaft. 
Vanaf heel jong al had Gladys een serie kortstondige huwelijken en affaires tussen-
door. Ze leed aan geestelijke inzinkingen en was alcohol verslaafd, maar kreeg 
niettemin twee kinderen die zij niet in staat was zelf op te voeden. 
Gladys Monroe was Gladys Baker geworden en ze bleef Gladys Baker, ook na in 
1924 met Edward Mortenson getrouwd te zijn, door in 1925 zonder te scheiden al-
weer uit elkaar te gaan. Intussen had ze een affaire met Charles Gifford en raakte 
zwanger van hem. Dit is de lezing van Norma Jeane, de meisjesbaby die hieruit op
1 juni 1926 wordt geboren in een ziekenhuis te Los Angeles . De moeder weigert 
echter Gifford's vaderschap te bevestigen en voor de wet is het dus een kind uit het
huwelijk met Edward Mortenson. Officieel heet de baby: Norma Jeane Mortenson.
Ook dit derde kind van Gladys moet elders worden ondergebracht, tot haar zevende
jaar is Norma Jeane onder de hoede van Ida Bolender. Dan verschijnt plotseling 
Gladys met de militaire plunjezak van een nieuwe vriend, daarin wil ze háár kind 
ontvoeren. De poging mislukt en loopt uit op een enorme slaande ruzie en een 
hysterisch huilend kind. Gladys blaast de aftocht maar werkt aan haar kansen om
alsnog haar ouderlijke rechten te herstellen. Zij koopt een woning in Norwalk en eist
opnieuw haar dan achtjarige Norma Jeane op – en met meer succes. Van korte duur,
want enkele maanden later krijgt Gladys een mentale inzinking, klimt op het dak en 
wordt schreeuwend en vechtend meegenomen. 
Gedwongen opname in de psychiatrische afdeling van het Metropolitan State 
Hospital volgt. Norma Jeane moet wéér onder dak gebracht, Grace McKee, een 
vriendin van Gladys ontfermt zich over haar. 
Grace is een filmfanaat en bezoekt veelvuldig de bioscoop samen met de achtjarige
Norma Jeane. Jean Harlow (1911-1937, hoe jong sterven die sterren) is Grace's grote
idool en ze maakt het kind op als een kindversie van Harlow. Het haar van Norma 
Jeane niet meer in twee vlechtjes, maar loshangend in lange krullen gezet: 
"Norma Jeane, one day you will be a movie star". Dan raakt McKee in een relatie met
Doc Goddard, de twee willen samenwonen en trouwen, dus moet Norma Jeane weer 
weg... er volgt een reeks van kindertehuizen. Diverse echtparen bieden zich aan voor
adoptie maar moeder Gladys weigert telkens de papieren te tekenen. 
Alleen van dit alles op te schrijven word ik al treurig, wat moet dan de uitwerking zijn
geweest op dit meisje. Telkens weer ongewenst en doorgeschoven, het enige wat ze
voor zichzelf heeft zijn haar beide voornamen en een engelachtig gezichtje. Dan laat
zich haar enige positieve genetische erfenis gelden: een snelle ontwikkeling naar de
puberteit en vroeg ontluiken van vrouwelijke vormen. Op een amateurfilmpje uit 1937
van de kindergroep, spelend aan het Californische strand, is te zien hoe ze verschilt 
van de andere kinderen van haar leeftijd. Ze is elf jaar en past er niet meer bij – 
Grace McKee biedt aan haar weer op te nemen, waar ze samen kan opgroeien met 
een dochter van haar man Doc Goddard, die het kind heeft uit een vorig huwelijk. 
Lijkt mooi, maar het pakt uit als een ramp voor Norma Jeane: in haar leven de eerste
keer (en het zal niet de laatste zijn) dat ze slachtoffer wordt van seksueel misbruik.
Doc Goddard kan zijn handen niet thuishouden en Norma Jeane wordt snel over-
geplaatst naar "aunt Anna", een oudtante.

Norma Jeane begin jaren vijftig, 
inmiddels gescheiden van James Dougherty, 
in het proces van de geleidelijke transformatie tot het 'blondje'
Marilyn Monroe 
"The only time as a little girl that I have felt myself safe and loved" is een uitspraak 
van de latere Marilyn Monroe. Maar tante Anna wordt ernstig ziek in 1942 en de 
intussen zestienjarige Norma Jeane is nog steeds minderjarig en onder 'bescherming
van de staat', zij moet – o bittere ironie – terug naar McKee en Goddard. 
De high school teenager voelt zich weer verschoppeling maar heeft intussen allang
gemerkt welk effect haar verschijning heeft op de jongens. Misschien onbewust ook
uit zelfbescherming (tegen Goddard) wordt ze vriendjes met de buurjongen James 
Dougherty. Het is intussen volop oorlog. 
Nog hetzelfde jaar krijgt Goddard een mooie governmentbaan aangeboden in de 
staat Virginia, hij gaat verhuizen met zijn vrouw Grace. Opnieuw biedt een echtpaar
aan om de zestienjarige Norma Jeane te adopteren, wéér weigert moeder Gladys. 
Grace McKee krijgt een plannetje, zij overlegt met de moeder van James Dougherty:
vriendje James zal naar zee gaan, als Norma Jeane en James nu samen trouwen 
dan is het meisje in één keer voor de wet volwassen en kan de familie Dougherty 
zolang Norma Jeane in huis nemen. 
Ze zal later verklaren dat het haar meer overkwam, dan dat ze het zelf besloot, 
zoals er zoveel dingen haar in het leven overkwamen. Maar in 1942 trouwde Norma 
Jeane met James Dougherty. Haar eerste huwelijk – een tienerhuwelijk onder een 
kwaad gesternte – er zouden nog twee volgen. 

 

 

Deze zomer is het vijftig jaar geleden dat het wereldwijd idool zich het leven benam,
of ertoe gebracht werd het zichzelf te benemen, dat zal wel altijd een onderwerp 
van discussie blijven. Zoals tijdens haar leven velen haar hebben gebruikt, in de
eerste plaats om er zelf beter van te worden, gaat dit ook na haar dood nog door.
Nu wij haar vijftigste sterfjaar "vieren" zelfs in verhevigde mate. 

Er wordt een film uitgebracht met materiaal van de laatste nooit afgemaakte film
"Something's got to give" en andere nog niet eerder vertoonde opnamen. 
De toen jonge - nu oude - journalist Richard Meryman van Life Magazine publiceert
zijn laatste interview met Norma Jeane/Marilyn Monroe in boekvorm, "About fame",
en hij zette een compositie van 8 uur gesprekken, opgenomen vlak voor haar dood,
op het internet. En de jeugdige – maar nu oude – fotograaf Lawrence Schiller, die
in 1962 als beginnertje door Norma Jeane/Marilyn Monroe zó vertrouwd werd dat hij
een grote sessie naaktfoto's met haar mocht maken - op strikte voorwaarde dat 
ze onder embargo bleven tot het moment van publicatie door haar aan te geven -
komt er nú mee tevoorschijn: een peperduur 'collectors' boek bij Taschen, 
"Marilyn and Me" revealing photographs, waarschijnlijk ooit bedoeld voor promotie
van "Something's got to give" waarvan de productie halverwege werd gestopt 

Lijkenpikkers? We doen er allemaal aan mee, bewust of ongewild, 
zelfs Elton John. En ik ook, maar wel met respect. "nobody is perfect". 
(Een quote uit 'some like it hot') 

John Zwart – 16 mei 2012 

Scene uit "The Misfits" opgenomen en uitgebracht in 1961
Clark Gable als de verlopen en drankzuchtige cowboy naast
Marilyn Monroe als de dromerige stuurloze divorcee in Reno.
Clark Gable stierf in hetzelfde jaar, Marilyn Monroe 1 jaar later.

Quotes uit de mond van Marilyn Monroe of misschien wel die van Norma Jeane: 

I believe that everything happens for a reason.
People change, so that I can learn to let go. 

Ik denk dat er een bedoeling is met alles wat gebeurt.
Mensen veranderen, zodat ik kan leren loslaten. 

No one ever told me I was pretty when I was a little girl. 
All little girls should be told they're pretty, even if they aren't. 

Niemand zei me ooit dat ik mooi was als klein meisje. 
Alle kleine meisjes moet gezegd worden dat ze mooi zijn, zelfs als dat niet zo is. 

Husbands are chiefly good as lovers when they are betraying their wives. 

Echtgenoten zijn vooral goede minnaars wanneer ze hun echtgenotes bedriegen. 

The howling mobs make me feel sixty feet tall and naked, 
I hate the haunting press mobs, but I love my fans. 

De joelende menigte doet me mijzelf reuzegroot en naakt voelen, 
ik haat de jagende pressmeute, maar ik hou van mijn fans. 

Fans: Public orgies excite me but fail to make me really happy. 

Fans: Uitzinnigheid van 't publiek windt me op maar geeft me geen geluksgevoel. 

Hollywood is a place where they pay you a thousand dollars for a kiss 
and fifty cents for your soul. 

Hollywood is een plek waar ze je duizend dollar betalen voor een kus 
en vijftig cent voor je ziel. 

A career is wonderful, but you can't curl up with it on a cold night. 

Een carrière is prachtig, maar je kan er niet lekker tegenaan kruipen in de koude nacht.

A sex symbol becomes a thing. I hate it being a thing. 

Een sekssymbool wordt een ding. Ik haat het een ding te zijn. 

Fame may go by and – so long I've had you 

Roem mag voorbij gaan en – vaarwel dat ik je had 

It's all make belief, isn't it? 

Het is alles illusie, is het niet? 

Marilyn Monroe (Norma Jeane Mortenson) (1926-1962)

 

 

Terror at the mustang hunt 
"The Misfits" 

Scenes opgenomen in de Nevada woestijn bij 40-50 graden C. 

 

De oude films zijn nog te zien op het internet  

The Misfits -  trailer - 

The Misfits -  full movie 

The Last Interview - About Fame"   

 

 

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

Tegenstellingen en confrontaties [2]  

 
In Bombay, die middag in de zomer van 1962 aan boord van de "Rotterdam", zag ik 
Marilyn Monroe in haar rol als verleidster in de laatste succesfilm "Some like it hot",
zoals de wereld haar altijd zag. Beter gezegd: zoals producers als Billy Wilder haar 
graag zagen. Een vrolijke film, zwart-wit nog, die eind jaren twintig speelt – tijdens 
de drooglegging – in Chicago met stiekeme nachtclubs en erg veel lekkere oude
jazzmuziek. Tony Curtis acteert als de saxofonist Joe, die er illegaal optreedt en 
zich in travestie hult om de police-raids te ontlopen. Op 't spoorstation weet hij zich
binnen te dringen in een "all girls band" die op tournee is en hij valt voor zijn idool:
de ukelele speelster, de vrolijke drinkende en flirtende seksbom Sugar, neergezet 
door Marilyn Monroe. 

De zaal was bijna leeg, de Amerikaanse passagiers kenden de film vast al en waren
liever per ricksha massaal de stad ingetrokken. Maar aan 't eind van de voorstelling
werd trots aangekondigd dat die avond de nieuwste film met Marilyn Monroe als ster 
zou worden gedraaid: "The Misfits" (1961), van John Huston naar een script van 
Arthur Miller. Met Clark Gable als haar belangrijkste tegenspeler. 
Ik kende Miller van het theaterstuk "Death of a Salesman", dus werd ik nieuwsgierig
en verzekerde me van een plaats om 's avonds terug te komen. 
Ik verwachtte, terecht, een héél andere film – maar kreeg toen ook een héél andere
Marilyn te zien. Een schuchtere, onzekere, kwetsbare en gevoelige vrouw die naar
Reno komt voor een scheiding: "omdat haar echtgenoot er nooit was, fysiek wel, 
maar voor haar niet aanwezig", vervolgens raakt ze verzeild in de "desert" met een
stel onaangepaste mannen: "misfits" dus. 

 

 De film trok me onmiddellijk in een depressieve sfeer, het verhaal straalde ook 
triestheid uit ondanks een ongeloofwaardig 'happy end' dat traditiegetrouw 
blijkbaar toch niet mocht ontbreken. Ook deze film was nog in zwart-wit opgeno-
men maar dat paste juist uitstekend bij het thema. Terwijl ik zat te kijken naar 
Clark Gable kon ik er bijna niet van loskomen dat die juist vlak na de première 
aan hartfalen was overleden. 
De aarzelende, onzekere manier waarop Marilyn Monroe speelde paste precies bij 
de rol van het type vrouw dat ze als Jocelyn moest uitbeelden. Volgens sommige 
kritieken zat ik dan ook naar de echte Marilyn te kijken, naar Norma Jean dus: 
zij speelde de rol die zijzelf was. Eerlijk gezegd, kroop ik ook een beetje in haar
huid, in de scène waarin Gay (Clark Gable) onmiddellijk naar zijn jachtgeweer 
grijpt zodra een konijn in de buurt van de groentetuin komt – en in het laatste deel,
waarin het hele stel met een pickup truck en een gammel tweedekker vliegtuigje 
naar de vlakte trekt om op wilde mustangs te gaan jagen. 
Er is heel wat dierenbeulen verricht om die film te draaien maar dat maakt de 
hysterische woedeaanval van Jocelyn: "Murderers! Murderers!" nog authentieker. 
Een film die qua sfeer voor Amerika zijn tijd vooruit was en Marilyn voor het eerst
eens toonde als een ware actrice en niet als seksbom. 
Zes weken later, met "Porthos" weer terug in Louisiana, "The heart of Dixie", voor 
het halen van de volgende berg graan, hoorde ik het op de radio: dat ze dood was.
Gestorven in eenzaamheid in een kaal huis na een overdosis slaapmiddelen. 

John Zwart – 14 mei 2012 

De oude films zijn nog te zien op het internet  Some like it hot 

 

Naar de bioscoop op de "Rotterdam" tot ze weer vertrok...
kijken naar Norma Jeane achter het masker van Monroe...
 

 
Sugar met de "all girls band" in de trein op tournee, links saxofonist Joe 
alias Tony Curtis in travestie ...

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

Tegenstellingen en confrontaties [1]  

 

Sinds een aantal jaren sta ik op de 'mailinglist' van de Taschen Uitgeverij. Dat is een
merkwaardige internationale grootmoloch, die kunst, cultuur, trivia, boulevard-onderwerp 
en platheid tezamen in haar armen sluit. De aanleiding was dat ik in de loop der tijd een
hele serie mooie geïllustreerde boeken over beeldende kunst kon aanschaffen, tegen 
een heel aantrekkelijke prijs. Sindsdien ontvang ik regelmatig hun aanbevelingen voor 
de meest merkwaardige boekwerken, waaronder titels als "The Bigpenis Book", 
"The Bigbreasts Book" en "The Bigbooties Book". 
Onlangs kwam de vooraankondiging van wéér een uniek fotoboek, dat als 'n collectors-
item voor $ 750.00 in een beperkte oplage beschikbaar komt, of te koop als bibliofiele
uitgave, bij inschrijving, à $ 1,500.00 per gesigneerd exemplaar. Gesigneerd door de 
maker wel te verstaan, niet door het model. Het betreft een kijkboek, voornamelijk van
naaktfoto's van het grootste seksidool van de twintigste eeuw, getiteld: "Marilyn and Me"

Dit brengt mijn gedachten terug naar de tijd waarin deze foto's gemaakt werden, 'n heel
jonge vent was ik toen nog. Het jaar 1962, het was volop 'koude oorlog' - Rusland 
en Amerika gewikkeld in een angstwekkend spel van 'armpje drukken' dat uitliep op 
een bijna-nuclaire confrontatie tijdens de Cuba crisis. Amerika, onder John F Kennedy,
trachtte zijn aanzien in de wereld te verhogen via de United Nations. In Pakistan zowel
als India heerste hongersnood, in de Amerikaanse 'warehouses' lag overvloed aan graan
hetgeen de wereldvoedselprijzen neerwaarts onder druk zette. Pakistan noch India 
hadden 't geld om Amerikaans graan te kopen, de ideale bestemming dus om die 
graanberg aan wég te schenken – via de UN.
Ik voer in die tijd op een Noors schip – een behoorlijk 'neutraal' land en zo werden wij –
als één van drie 'musketiers' Athos, Porthos en Aramis – gecharterd om die berg graan
samen in een groot aantal reizen van de 'southern states' naar Zuid-Azië te verplaatsen.
Op m.s. "Porthos" onderweg over de Atlantische Oceaan naar New Orleans, zagen we 
de Russische transportschepen met raketinstallaties aan dek onderweg naar Havanna –
we voeren de hele overtocht met de Noorse vlag zowel van de achtersteven als ook 
hoog bovenin de mast, om maar geen misverstand te laten bestaan over onze neutrale
aard bij de hevig aanwezige Amerikaanse vloot zowel als bij de boze Russen. 

De contrasten kunnen soms heftig zijn, op ieder terrein - in Bombay lag mijn schip 
het voedsel voor de hongerigen te lossen in confrontatie met het zoete leven van 
de rijken. Het s.s. "Rotterdam" (hetzelfde dat nu, vijftig jaar later, als herinnering 
aan de roemrijke tijd van de Holland-Amerika Lijn aan de Kop van Zuid te kijk ligt) 
lag samen met ons in dezelfde haven, maar aan een andere pier. Over de radio 
had ik op zee al contact gemaakt met het schip toen ik hoorde dat het met een 
'vracht' Amerikaanse cruise-passagiers een aantal dagen in Bombay zou liggen. 
Het eerste grote Nederlandse schip dat ik in jaren zou aantreffen, daar was ik wel
nieuwsgierig naar. Mijn trotse landgenoot-collega's nodigden me uit om een kijkje 
te komen nemen aan boord. 

Mijn kraakwitte strakgeperste uniform, wat zelden uit de kast kwam op ons 
sobere vrachtschip, trok ik aan voor deze gelegenheid. 
De wachtsman liet me zonder een enkele vraag aan boord.
Hoe anders de sfeer op dat schip dan bij ons. Alles in dienst van de passagiers, 
alles luxe, verwennerij – en heel veel 'off limits' voor bemanningsleden die niet tot 
het restaurant of hotelpersoneel behoorden. Ik werd niet jaloers maar weer blij 
met mijn eigen schip, waarop ik overal kon gaan en staan waar ik wou.
Maar het was mooi om even te ervaren: een geweldig zonnedek en een groot 
zwembad aan boord en – o heerlijkheid – een schemerige airconditioned 
bioscoopzaal. Daar streek ik neer om te genieten van de koelte. In paradox werd 
"Some like it hot" (1958) vertoond, het grote succes van drie jaar eerder met 
Marilyn Monroe en Tony Curtis samen in de hoofdrol. Al jaren op zee had ik de film
nog niet eerder gezien, dus ik bleef de voorstelling van begin tot eind uitzitten. 
Geen straf natuurlijk, het werd mij duidelijk waarom Marilyn in nog geen tien jaar 
tijd was uitgegroeid tot hèt sekssymbool in de Verenigde Staten en daarbuiten: 
haar lichaam beantwoordde exact aan het toen gangbare nattedroom ideaal 
van de Amerikaanse man: borsten en benen onder een zwoele geloken blik. 

John Zwart – 12 mei 2012 

als één van de drie musketiers kwamen we op onze overtocht 
de Russische schepen tegen met raketinstallaties aan dek ... 
© 
Foto: Porthos Uddevallavarvet Sverige. 

 

 

... borsten en benen onder een zwoele geloken blik ...

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

Over stekkers en onvoorspelbaarheid 

 
Als er iets is wat deze tijd beheerst dan is het wel de onvoorspelbaarheid.
Binnen een land kan, temidden van de chaos die mensheid heet, een zekere stabiliteit
worden behouden als het geregeerd wordt. Geregeerd binnen duidelijke structuren en 
gericht op een gedefinieerde toekomst waarover consensus bestaat. 
Dan blijft de wereld rondom nog steeds onvoorspelbaar, maar dan is tenminste onze 
directe omgeving enigszins evenwichtig en dat geeft kracht. 
We hebben in Nederland de afgelopen jaren vaak hovaardig grappen gemaakt over 
België met haar eindeloos vruchteloze formaties, die maar niet tot het vormen van een
nationale regering leidden. Maar in feite is het hier erger: er wordt in Nederland al tien 
jaar helemaal niet meer geregeerd, de beperkte horizon van een 4-jaars regeerperiode 
wordt al niet eens meer gehaald – terwijl voor een werkelijke ''visie'' de blik op een veel
verdere horizon gericht moet zijn. 
De gemiddelde politicus is onverantwoordelijk bezig: namelijk in hoofdzaak met 
partijpolitiek, tegen een achtergrond van een persoonlijk carrièreplan.
Niemand durft lijnen te volgen waarin rekening wordt gehouden met leefbaarheid voor 
alle mensen in de verre toekomst, het dringend totaal omvormen van energietechniek,
het ombuigen van de trends in de maatschappij die steeds weer het verschil tussen 
arm en rijk laten aanzwellen – met alle dreigende gevaren die eruit voortvloeien. 
Het enige wat men begeert is het vestigen van een machtspositie van de eigen club 
en het doordrukken van ad hoc maatregelen die de eigen doelgroep tevreden moet 
stellen. Dat is niet regeren, dat is niet anders dan opportunistisch leven bij de dag – 
het ''après nous le déluge" van Madame de Pompadour en Louis Quinze dat zoals we
weten op de franse revolutie moest uitlopen. 
Ieder weldenkend mens zag de formatie van het 'minderheidskabinet Rutte met 
gedoogsteun' (''er was geen enkele andere mogelijkheid'' ?) als een misgeboorte die 
het best maar snel een zachte dood moest sterven. Maar Rutte zag zijn kans het 
''laisser faire'' van zijn doelgroep maximale kansen te bieden dankzij het stemvee van
Wilders, die eigenlijk helemaal geen doelgroep heeft, slechts zijn eigen narcisme. 
En, ach dat arme CDA, die stuurloze christenen, zagen zichzelf nog steeds als de
''bestuurders bij geboorte'' en deden toch maar weer mee. 
En zo strompelden we voort, Wilders steeds brutaler, Leers zagen we in een PVV 
minister veranderen, Teeven in een PVV staatssecretaris. Dat was natuurlijk niet zo,
aldus probeerde Rutte dit over de grens aan de verbijsterde collega-Europeanen uit 
te leggen – 
met weinig succes overigens, zeker toen het hem aan de moed ontbrak afstand 
te nemen van het ''Polen-overlast-meldpunt''. 
Het moest een keer stuk lopen, dat zagen we wel aankomen – maar mijn god, wat 
duurde het toch lang. Eerst moest Spies nog even PVV minister worden door op hartstochtelijke toon haar principiële besluit tot een boerkaverbod te verdedigen in 
de kamer. 
Intussen zag 't ratjetoe aan PVV aanhangers – meest stuurloze principeloze protest-
stemmers – hoe Rutte dankzij de steun van hun held Geert hele series aan lasten-
verzwaringen ging doordrukken (natuurlijk zorgvuldig benoemd als ''bezuinigingen'', 
zoals regerende politici gewoonlijk dit eufemisme gebruiken). De poten onder de 
blauwe stoeltjes van de PVV volksvertegenwoordigers begonnen te wankelen.
Geert, sluw zeker niet dom, heeft inmiddels allang zijn steun gezocht en gevonden 
bij de Zionistenlobby in de Verenigde Staten en heeft de PVV niet meer nodig. 
Hij trekt de stekker eindelijk uit het ''gedoogkabinet'' terwijl de aarzelende oppositie 
nog zit toe te kijken – en maakt de kabinetsfracties tot verliezers, CDA nog 't meest.
Het effect is hetzelfde als wanneer er geroerd is met een stok in een mierenhoop. 
Alle CDA figuren – tweederde van het beroemde congres – weten niet hoe snel ze 
naar de microfoons moeten rennen om te roepen dat ze het eigenlijk helemaal niet 
ééns waren geweest met de gedoogconstructie. Die hebben dus eigenlijk eenderde 
van hun mede-CDA-ers bedrogen en in de kou laten staan. Schaamteloos willen ze
nu de lijsttrekkerspositie veroveren, met zijn twaalven (!) stellen ze zich kandidaat 
(denken ze nog zoveel zetels krijgen?). De fractie vindt het wel een beetje veel en 
snoeit naar beneden tot zes. Allemaal voorstanders van 't gedoogkabinet anderhalf
jaar geleden, hoe flexibel kun je zijn.
Als ik CDA-stemmer was zou ik nu gauw naar de ChristenUnie overstappen, waar 
nog wat ouderwetse degelijkheid rest. Ik weet de ideale nieuwe lijsttrekker voor het
CDA: Liesbeth Spies. Zij gaat winnen want ze heeft het rode vestje van Peetoom 
al geleend. Ze spreekt soms vanuit haar verstand, soms vanuit haar hart, zegt ze. 
En het klinkt altijd even hartstochtelijk. Dus je moet even een poosje afwachten 
tot ze je later onthult of je naar haar hart of naar haar berekenend brein luisterde.
Dat is dus echt CDA: totaal onvoorspelbaar. 

John Zwart – 8 mei 2012 


De ideale lijsttrekker voor het CDA
nu nog even de banner op de site veranderen:
"kies spies"  > niet dus ! 

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

Onuitwisbare sporen [5]   [slot]

(serie voor de eerste meidagen in 5 delen) 

De vader kwam er niet meer op terug.
Maar de zoon begreep opeens alles: waarom z'n vader geen spontane blijdschap had 
getoond in de bevrijdingsdagen. Hij had hetzelfde gebrek wat zoveel andere mensen 
hebben overgehouden aan hun oorlogservaringen. Een vorm van onterechte schaamte. 
Schaamte dat zij er nog zijn, terwijl anderen niet werden gered. 
Opeens helder begrip waarom hij na de oorlog bijna nooit sprak met de buurman. Dat 
menselijke wrak dat teruggestrompeld kwam naar huis. De man die nog een paar jaar 
leefde, maar toch bezweek aan zijn oorlogsontberingen. Zo duidelijk allemaal, waarom 
zijn vader nooit praatte over die schrikwekkende nacht en de weken die erop volgden. 
Het was goed geweest zelf als kind ook gesloten te blijven, zijn vader niet te vertellen 
dat hij getuige was van de arrestatie. 
Dat zou voor hem alleen maar moeilijker zijn geweest. 

Wat toch ééns verteld moest worden was verteld, méér niet nodig. 
Voortaan werd weer gezwegen. Vijf jaar later overleed hij, op 'n stormachtige herfstavond.
Van wat hij naliet waren alleen 'n enorme diaverzameling en een paar vergeelde brieven
opmerkelijk. Dankbrieven uit 1945, uit Brabant. Daaruit sprak zonneklaar hoe belangrijk 
die paar velletjes toiletpapier zijn geweest. Ontroerende brieven van een ongelooflijk
godsvertrouwen: hun zonen zouden zonder twijfel in de hemel zijn. 
O ja, en dan was er natuurlijk nog zijn koninklijke onderscheiding. Nog in een koker en 
een doosje, als nieuw. Er was een begeleidende brief: de oorkonde en de versierselen 
dienden bij overlijden gefrankeerd teruggezonden te worden naar de kanselarij.

Nooit ging de zoon kijken bij die oude Landbouwschool in Purmerend – en in Amsterdam
vermeed hij de voormalige Weteringschans Gevangenis. En nooit bezocht hij Kamp 
Amersfoort. 
Maar zelf 65+er geworden gaat hij op zoek naar de geschiedenis van Theo Dobbe, die
bewonderde collega van zijn vader. Hij vindt de bevestiging van alles wat hij die ochtend 
in 1982 hoorde en nog veel meer. 
---

Theo Dobbe (Amsterdam 1901) was in 1940 van het begin af aan al de leidende figuur van
de "groep dobbe". Hij reisde per trein door het hele land met een algemeen abonnement 
van de linoleumfabriek: Theo Dobbe en zijn vader moeten van meet af aan geweten heb-
ben van elkaars "ondergronds" bestaan. En Theo was niet alleen actief met overvallen op
distributiekantoren (om bonkaarten te verspreiden, "broodnodig" voor de onderduikers) hij
was óók een contact van Londen bij "droppings" van geheime agenten achter de linies. 
Het verraad van de infiltrant Anton van der Waals leidde ertoe dat Theodorus Dobbe werd
gearresteerd in 1941, maar ook menig geheim agent werd gepakt. 
De Duitsers speelden met hun spion van der Waals hun grimmig "Englandspiel".
De knokploegen waren in 1941 al goed georganiseerd en het lukte Theo te ontsnappen uit
de gevangenis van Utrecht. Hij bleef een half jaar ondergedoken in Bussum, maar hij was 
vanuit de onderduik toch meteen weer actief.
Daarna verlegde hij zijn werkgebied naar het noorden. Toen een veilig onderkomen was 
gevonden in het verlaten jachthuis van de familie Bieruma Oosting in het Ketliker Skar – 
een bos bij Mildam, zuidoost van Heerenveen – werkte de 'groep dobbe' in 1942 voortaan
vanuit dat jachthuis. Een open weilandje in een afgelegen deel van het bosgebied werd
"droppingsveld", waar 's nachts wapens voor het verzet werden afgeworpen. 
Wapens overgevlogen uit Engeland. Inmiddels was er een prijs gezet op het hoofd van alle
leden van de groep, maar in Friesland werden ze nooit gepakt. 
Na de invasie in Normandië ging Theo Dobbe terug naar het zuiden, omgeving Arnhem. 
Hij kreeg een tip dat de grote en gevaarlijke collaborateur Johnny de Droog in de Leeren 
Doedel zat. Die tip kwam oorspronkelijk van Anton van der Waals en was bedoeld om hem
daarheen te lokken. Helaas vertrouwde Theo Dobbe het bericht.  Op 5 september 1944 
werd hij voor de tweede keer gepakt en meegenomen naar Landgoed 't Hof bij Dieren. 
Daar werd hij gefusilleerd. Een gletscher-zwerfkei met plaquette herinnert eraan.
De tweede wereldoorlog eindigde niet in 1945, 'de oorlog' eindigt nooit. 
Zelfs een straatnaambord in Velp brengt alles weer dichtbij. 

John Zwart - 01.05.2012 


"It Slotsje" - Jachthuis in It Ketliker Skar"   ©  Eigen foto John Zwart 

 

"De Oorlog" is nooit voorbij 
 een simpel straatnaambord brengt alles tot leven (en dood) ...

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

Het verzwegen verhaal [4]   

(serie voor de eerste meidagen in 5 delen) 
Het is april 1982, 'de oorlog' is 37 jaar historie.
De kleine jongen uit de wintermaanden van 1945 is een volwassen man geworden. 
Hij heeft al een tweede carrière gestart – na een flink aantal jaren op zee werkt hij nu 
een poos in de internationale handel. Eerst voor een groot concern met hoofdkantoor
in Amsterdam, maar inmiddels startte hij moedig een zelfstandige vertegenwoordiging.
De kosten komen er uit, maar van winst maken is noemenswaard geen sprake. 
Dat zou ook wel door zijn beperkte financieel-commerciële ervaring kunnen komen. 

De vader heeft zijn arbeidzame leven afgesloten. 
Hij vierde zijn afscheid bij de linoleumfabriek gelijktijdig met zijn 50-jarig jubileum.
Meegegroeid met 't familiebedrijf dat via fusies tenslotte was opgegaan in een grote
Zwitserse holding. Jarenlange avondstudie bood regelmatig perspectief op promotie. 
De directie greep het unicum aan: er was nog iemand overgebleven uit de begintijd –
de enige nog actieve employee! Ze verzuimden in hun rekensom te corrigeren, dat 
ze hem in de crisisjaren een half jaar ontslagen hadden – en toen het beter ging: 
opnieuw aangenomen. Evenmin verrekenden ze de 4 maanden in het laatste oorlogs-
jaar dat de fabriek was stilgelegd. Zo waren de 50 jaar toch vol. 
Hij was totaal overrompeld toen de burgemeester van Zaanstad hem op zijn verjaar- 
en tevens laatste werkdag een koninklijk lintje kwam opspelden. 

De zoon moest nu beter opletten dat -zodra iets verkocht was- er ook werd betaald...
Eigenlijk had hij een boekhouder nodig, maar die kan hij zich niet veroorloven, 
heeft hij z'n vader toevertrouwd.  
"Nou, ik zit me hier het grootste deel van de dag toch te vervelen" zei deze, 
"ik wil wel twee dagen in de week voor je komen werken". 

Zo zitten vader en zoon in dit jaar regelmatig een dagdeel samen op kantoor -  
zwijgzaam meest, elk bezig voor zich. De 65plus vrijwilliger-boekhouder bouwt aan 
een bestand van debiteurenkaarten. "Ik heb hier de firma F. in Velp", zegt hij, "daar 
heb ik alleen een postbus van, géén volledig adres en óók geen faxnummer."
"Theodorus Dobbeweg", antwoordt de zoon prompt uit het hoofd – hij was er vaker.
Het noemen van de straatnaam heeft een verbijsterend effect:
"Theodorus Dobbe!" roept de vader uit, "die kende geen angst, wat 'n vastberaden vent."
"Ik heb geen idee waar al die straatnamen in de nieuwe buurten en bedrijfsterreinen 
vandaan komen. Weet jij dan wie Theodorus Dobbe is?"
"Theo Dobbe ís niet, hij wàs, een verzetsman. Hij werkte voor de oorlog op mijn afdeling
als vertegenwoordiger in de buitendienst. Vóór 1940 was hij al fel gekant tegen 't Duitse
nationaal-socialisme en hij ging meteen in het verzet. Zijn baan in de buitendienst gaf
hem veel mogelijkheden om rond te reizen door 't land, zonder dat dit meteen argwaan 
wekte. Hij was gelovig Rooms-Katholiek maar dat weerhield hem er niet van in wapens
te handelen. Het verzet was geen eenheid, de 'rooien' en de mensen met een kerkelijke
achtergrond werkten onafhankelijk van elkaar. Maar we wisten wie te vertrouwen was 
als we veilige hulp nodig hadden."
"We... was jij er dan ook bij?"
"Het stelt niks voor. Vergeleken bij wat Theo deed. Die liep enorm veel risico – maar 
de meeste die een gezin hadden werden ontzien, zelfs bij de communisten. Theo had
net als ik een vrouw en twee jonge kinderen, toch stapte hij ijskoud met een pistool op
zak op de trein. Hij smokkelde wapens door het hele land, daarmee werden overvallen
gepleegd op distributiekantoren, om onderduikers te helpen. Maar hij verzorgde ook 
wapens voor knokploegen om belangrijke collaborateurs uit te schakelen. 
  een straatnaam brak 't zwijgen
Hij hielp in 1941 ook om de illegale pers op te zetten. Hij startte 'Vrij Nederland',
wij hadden 'de Waarheid'. "
"Hadden wij daarom allebei die krantjes in huis?"
"Het was nooit de bedoeling dat illegale kranten bewaard werden. Je las ze en daarna
verbrandde je ze in de kachel. Het was levensgevaarlijk dat je broer ze onder 't vloerluik
verstopte om ze te bewaren. Goddank zijn ze nooit gevonden bij een huiszoeking.
In 1941 moest Theo al ondergronds gaan, de SD wist waar hij bij betrokken was en er
stond een prijs op zijn hoofd: tienduizend gulden lag klaar als beloning voor 'n verrader.
Dat was heel veel geld in die tijd. 
Maar het gevaar kwam van binnen. De Rotterdammer Van der Waals, nota bene ook 
een katholiek, maar een stiekeme NSB-er, was geïnfiltreerd in het verzet om – zodra 
hij voldoende vertrouwen had – zoveel mogelijk mensen in de val te laten lopen".
"Ik heb gezien dat jullie werden gearresteerd".
"Toen op het spoor?"
"Ja".
"Ik heb altijd gedacht dat je sliep. Heb je echt gezien dat we door die patrouille..."
"Ja".
"In zekere zin heb ik mijn leven nog te danken aan Theo Dobbe. Hij was zelf na dolle
dinsdag in september 1944 al gefusilleerd bij Dieren, maar het groepje dat gevangenen
bevrijdde bestond erna nog gedeeltelijk. We werden die nacht eerst naar Purmerend 
gebracht. De Landbouwschool was ingericht als tijdelijk Huis van Bewaring. Beneden
bewaking, boven waren de lokalen verbouwd met versterkte getraliede deuren. 
We zaten op de tweede verdieping, voor de ramen zaten geen tralies, alleen gaas.
Het was te hoog om te springen. Er was een smalle richel waar je misschien op je tenen
langs kon schuifelen maar er was nergens houvast voor je handen. 
Je zou vallen en je benen breken of vóór je vaste grond bereikte worden afgeknald.
We durfden het niet aan. 
De volgende dag werden we overgebracht naar de Weteringschans Gevangenis van
Amsterdam. Daar zaten we twee weken, eerst met vier man op een cel. Samen met
twee jonge mannen, eigenlijk jongens nog: 19 en 21 jaar, uit West Brabant. 
Het waren broers en beide lid van dezelfde knokploeg. Ook mannen van een groep 
van Theo Dobbe. 
Zij hadden geen hoop dat ze zouden overleven. Een bevrijdingsoverval was in die 
gevangenis ondenkbaar en er waren nauwelijks mensen over, die zo'n actie konden
uitvoeren. Steeds gingen er mensen tegen de muur bij de Weteringschans, dat zou 
ook hun lot zijn. Maar wij tweeën zouden nog wel een kans maken.
Er was nog één vrouw in de groep actief, zij maakte al heel lang vriendjes onder de
Duitse hoge Pieten bij de Sipo* en de SD in Amsterdam. Soms lukte het haar om 
'lichte gevallen' 'vrij te praten'.  "Wij komen hier niet meer levend weg, maar jullie 
hebben een kans", zeiden ze. Ze hielden velletjes toiletpapier achter, ik had nog 
een stompje potlood in mijn zak. Zo schreven ze hun afscheidsbrieven aan hun 
ouders in Brabant. Ze geloofden heilig dat ik vrij zou komen, hun brieven bewaarde
ik op mijn lichaam". 
"Heb je die nog kunnen versturen?" 
"Ja, maar veel later pas. De jongens werden enkele dagen na het schrijven van hun
brieven opgehaald. Ze kwamen niet meer terug, ook de volgende dag niet. 
Na nog een paar dagen gingen we op transport naar Kamp Amersfoort*. 
Maar toen opeens werd ik apart genomen. Op een tafel lag mijn schamele bezit.
"Nehmen Sie Ihre Sachen, Sie sind entlassen"." 

John Zwart – 29 april 2012 

* Sipo = Sicherheitspolizei, werkend voor Euterpestraat/Gestapo
  Kamp Amersfoort = Voorportaal van de KZ-Lager 

 

 

 

 

 

 

... hij startte Vrij Nederland, wij hadden De Waarheid ... 

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

De bezetting voorbij [3]   

(serie voor de eerste meidagen in 5 delen) 

Hoe lang was het dat hij in Maarssen was?
Naar school gaan hoefde hij niet, de scholen waren toch gesloten omdat er geen 
brandstof was om ze te verwarmen. De dooi viel in, maar het bleef koud. De dagen 
gingen traag voorbij - hij weet nog dat hij een step kreeg om mee te spelen. 
Eindeloos beklom hij daarmee de oprit naar de hoge brug die het spoor en een 
kanaal overspande. Op het hoogste punt aangekomen keerde hij om, hurkte neer 
op de voetplank om vervolgens met een flinke vaart naar beneden te suizen. 
Het gaf hem een gevoel van vrijheid, alsof hij kon vliegen. Telkens kon hij zichzelf
die beloning geven na de inspanning van het omhoog klimmen. 
Waren het twee weken geweest, of drie? 
Tante Fie vertelde: "Morgen komt je tante Jet weer." 
Hij kon naar huis, want zijn vader was weer terug. 
Tante Jet bracht een pakje mee voor tante Fie, "als dank voor de goede zorgen" 
en hij nam afscheid van haar met een raar gevoel van treurigheid. Hij ging weer naar
huis en zijn vader was niet dood, dus eigenlijk moest hij heel blij zijn. Maar tante Fie
was erg aardig geweest en helemaal niet boos toen zijn bed nat was, de eerste nacht.

Thuis was alles weer gewoon, maar ook niet. 
Zijn vader sprak weinig en liet helemaal niets los over wat er was gebeurd en waar hij
was geweest. Hij leek heel terneergeslagen en somber. 
De buurman was weg. Soms praatte men er in de buurt over en ving hij iets op. 
Hij hoorde de woorden "op transport" maar durfde niets vragen, zeker niet aan zijn 
vader. 
Een paar maanden later capituleerden de Duitsers en kwam de doortocht van de 
Canadezen. Iedereen was uitgelaten, opgetogen. Alles wat op de been kon zijn 
stond langs de weg. Zijn vader niet, die was wel wat opgevrolijkt toen de bevrijding
kwam, maar hij kon de uitzinnigheid van die mensen, die de pantservoertuigen en
manschappen-wagens bestormden, niet verdragen. 

--- 

Meisjes en jonge vrouwen vlogen de soldaten om de hals - hij zei dat hij blij was 
dat hij geen dochters had, maar zonen. 
De linoleumfabriek draaide spoedig weer als voorheen en zijn vader ging weer 
regelmatig naar zijn werk. Toen op een dag klonk een schelle gil achter het huis.
Het was de buurvrouw. 
Haar man was teruggekomen en stond aan de keukendeur. Van Kamp Amersfoort
was hij met het laatste transport naar Duitsland afgevoerd. maar 't werd ingehaald 
door de eindfase van de oorlog. De trein kon nauwelijks voortgang maken door de
vernielingen van de sporen en alle bombardementen. 
Er waren steeds luchtaanvallen en dan waren er mensen die van de stilstaande trein
sprongen – op het laatst zonder dat de bewakers nog op hen hadden geschoten. 
De discipline stortte ineen toen duidelijk werd dat het eind van de oorlog nabij was.
In de chaos werd het transport door hun begeleiders verlaten. 
Wie nog lopen kon maakte dat hij weg kwam. Meest te voet, soms een stuk met 
een lift van een geallieerd militair konvooi, bereikte de buurman na enkele weken 
de grens. De BS (Binnenlandse Strijdkrachten) hielp hem daar het laatste stuk aan
vervoer naar huis. Daar stond hij voor zijn vrouw bij de keukendeur – zijn kleding 
niet beter dan lompen, zijn gestalte van 1m80 bracht nog slechts 35 kg lichaams-
gewicht op de schaal. Hij had zweren in 't gezicht en op zijn handen, oedeem en 
een vuile, wilde baard. 
Ze schrok vreselijk herkende hem niet, slaakte een ijselijke gil en viel flauw.
Het Rode Kruis onderzocht hem: hij was zwaar ondervoed, totaal uitgeput en had 
een dubbele longontsteking. Eigenlijk bijna stervend. 
Nooit kwam hij er weer bovenop.
Maar alle mensen in de buurt en in de familie waren alweer druk met hun nieuwe 
na-oorlogse zorgen: de jacht op distributiebonnen, om genoeg voedsel te kunnen
bemachtigen. 'Zuerst kommt das Fressen'... 
Niemand sprak nog over die laatste drie, vier oorlogsmaanden. 

John Zwart - 26 april.2012

meisjes en jonge vrouwen vlogen ...

... in de chaos werd het transport door hun begeleiders verlaten ... 

 

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

Uitbesteed [2]   

(serie voor de eerste meidagen in 5 delen) 
Toen hij de volgende morgen wakker werd dacht hij eerst dat hij alles had gedroomd.
Maar dat was niet zo. De deur naar de kamer op het oosten, waar zijn ouders sliepen,
stond 's nachts altijd open – om de vorst buiten te houden met de restwarmte van de
noodkachel beneden. 
Hij keek door de deuropening naar binnen: het bed was onbeslapen. 
Onderaan de trap hoorde hij iemand snikken in de woonkamer. Hij duwde de deur 
open – daar zaten zijn moeder en een tante. 
"Waar is vader?" vroeg hij, bang voor het antwoord. Maar zijn tante zei hem dat zijn
vader even een poosje weg was, op reis, maar hij zou weer gauw terugkomen. 
Hij wist dat het antwoord niet klopte, maar protesteerde niet. Zijn moeder zei niets,
ze keek hem aan met roodbehuilde ogen. Hij kreeg een boterham met een halve 
plak kaas op een dun schraapje margarine, en een beker blauw-waterige melk. 
Tante Ina en zijn moeder gingen naar boven. 
Hij hoorde ze heen en weer lopen op de plankenvloer. Kasten gingen open en dicht,
laden werden in en uit geschoven. 
Na enige tijd kwamen ze de trap weer af met een tas. "Je gaat een poosje uit 
logeren", zei tante Ina, "het wordt wel een moeilijke reis, want er gaan haast geen
treinen meer. Maar je gaat niet alleen, je wordt gebracht".
Zijn hoofd zat vol met vragen maar niets kwam hem over de lippen. Tante had de 
leiding overgenomen, wat zó ongewoon was – moeder, als oudste van de zusters, 
liet zich nóóit het heft uit handen nemen. Het was duidelijk dat er iets vreselijks 
was gebeurd, en hij had het gezien! 
Dat wisten moeder en tante niet, hij besloot het ze ook niet te vertellen. 
"Straks komt tante Jet", zeiden ze, "die brengt je naar Maarssen en haalt je later 
ook weer op". "Maar bij wie zal ik dan in Maarssen zijn?" vroeg hij...
--- 
"En moet ik daar ook 's nachts blijven slapen?" 
"Ja, al je kleren en spullen zitten al in deze tas".
Een uurtje later kwam tante Jet, – moeder's jongste zus, pas getrouwd en nog 
kinderloos. Samen liepen ze de weg naar het station, glijdend over oneffen en
verijsde sneeuw. 
Later kan hij zich van de reis niet veel meer herinneren, wel dat ze lang in de kou 
op het station stonden te wachten, totdat de locomotief langzaam binnenreed 
onder de overkapping en dampend met zuchtende geluiden, als een moegedraafd
paard bleef stilstaan langs het perron.
Toen de trein na een schrille fluit vertrok reden ze enkele minuten later stapvoets
langs zijn huis, waar de dwangarbeiders aan het werk waren op de spoordijk. 
Hij keek of hij zijn moeder in de tuin zag staan, of achter de ramen, maar er was
niemand te zien. 
Erg vaak moest er gestopt, hij dwong zichzelf om niet telkens te vragen: 
"Zijn we er al?"   Een keer was er luchtalarm, iedereen moest de trein uit. 
Er kwamen vliegtuigen over, vlakbij blafte het afweergeschut, dat witte wolkjes liet
ploffen, hoog in de lucht. Gelukkig vielen er geen bommen, na een half uur werd 
de reis voortgezet. 
De mevrouw waar hij naartoe gebracht werd kende hij niet. Zij was geen familie, 
haar man was bevriend met zijn vader. "Maar dat is niet belangrijk", zei ze. 
Hij moest haar niet 'mevrouw' maar 'tante Fie' noemen, dat was veiliger. 
De eerste nacht in het huis van 'tante Fie' kon hij niet slapen. Pas tegen de ochtend
vielen zijn brandende ogen dicht. Toen hij ontwaakte ontdekte hij tot zijn afgrijzen 
dat hij in zijn bed had geplast. 

John Zwart – 25 april 2012 

... erg vaak moest er worden gestopt,
hij  dwong zichzelf niet telkens te vragen: "zijn we er al?"....  

vlakbij blafte afweergeschut ...

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

Die ene winternacht [1]   

(serie voor de eerste meidagen in 5 delen) 

Jarenlang wist hij van die winter van 1945 niets meer dan wat hij gezien had.
Wat hij zich er zelf van herinnerde.
Dat was indringend genoeg om een blijvende impressie te maken.
Het dubbelspoor achter het huis werd gekannibaliseerd tot enkelspoor, met de inzet
van Poolse krijgsgevangenen. De bezetter had het staal en het koper hard nodig. 
Het spoor was gescheiden van de achtertuinen door een sloot van een meter of zes
breed. Het had al een poos hard gevroren - je kon die sloot gewoon oversteken over
het ijs. Dat deden de kinderen niet, al waren ze nieuwsgierig, maar de werkers 
werden scherp bewaakt door soldaten met doorgeladen geweren. 's Avonds werden
de mannen afgevoerd met de trein waarop ze het gedemonteerde materiaal hadden
opgeladen.
Gewapende patrouilles hielden toezicht op het spoor gedurende de nachtelijke uren.
Kinderen nemen scherper waar dan de meeste volwassenen denken. Die avond 
voelde hij dat er iets bijzonders te gebeuren stond, er hing spanning in de lucht.
Moeder bracht hem naar bed, maar hij kon niet slapen. De ramen van de dakkapel
waren niet verduisterd, zoals de vensters op de benedenverdieping. 
Vanuit zijn kinderbed kon hij een stukje van de zwarte winterlucht zien, met hier en
daar een pinkelende ster. De nachten waren doodstil, niemand mocht buiten zijn na
zonsondergang, bovendien was het bitter koud. Hij dacht aan de gevaren buiten: 
ze konden je zomaar doodschieten als je op straat werd gezien, maar vader en 
moeder zou dat niet gebeuren. Zoiets ergs kon gewoon niet.
Geen idee hoe lang hij had liggen kijken en denken, toen hij opschrok van een zacht
geluid beneden. Het leken voetstappen, of er iemand achter het huis liep, of in de
achtertuin. 

 

Hij kroop onder de dekens vandaan, ging op het voeteneind van zijn bed staan, 
leunend op de vensterbank probeerde hij door een raampje naar beneden te kijken.
Maar hij kon niets zien, alleen duisternis. Bovendien begon zijn adem tegen de ruit
te bevriezen tot ijsbloemen. Hij blies er een gaatje in.
Met gespitste oren bleef hij luisteren of er nog meer geluiden klonken van beneden,
maar het bleef doodstil. Toch wist hij zeker dat hij voetstappen had gehoord en 
nergens had hij een deur horen open of dichtgaan - er waren dus mensen achter het
huis, in de tuin of misschien op het ijs van de sloot. Ergens in die zwarte duisternis
waar hij niets zag.
Hij kreeg het koud in zijn dunne pyjama, zijn knieën begonnen te trillen, toch bleef
hij kijken, telkens het gaatje in de ijskorst weer open blazend. Plotseling klonk er
geschreeuw in het Duits. Een felle lamp flitste aan op de spoorlijn – het licht beet 
hem in zijn verwijde pupillen. In het licht zag hij een paar mannen staan. 
Hij herkende zijn vader en de buurman. In de bundel gevangen hieven ze hun armen 
omhoog. Vaag zag hij enkele soldaten, hun geweren van de schouder, de loop neer-
gelaten, gericht op de borst van de mannen met hun geheven armen. Een van de 
soldaten stapte naar voren, boeide hun handen bijeen. Toen ging de lamp uit. 
Hij hoorde luid geroep – Duits – en daar tussendoor praatte af en toe een rustiger 
stem - óók in het Duits - de stem van zijn vader. Hij kon niets verstaan, na een paar
minuten was alles weer even donker en stil, alsof er niets gebeurd was.
Hij kroop terug in zijn koude bed, totaal verkleumd lag hij daar onafgebroken te
klappertanden, onbeheersbaar trillend over al zijn leden – en hij bedacht dat het 
niet wáár kon zijn wat hij had gezien. Doodvermoeid viel hij eindelijk in slaap.

John Zwart – 25 april 2012
---

...'s avonds werden 
de mannen afgevoerd met de trein waarop ze het gedemonteerde materiaal...

 

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

De oude kinderlokker  

Mijn consumptiebon had ik al in de pauze weggegeven – de bibliotheek moet 
bezuinigen, je krijgt nog maar één bonnetje voor 'n vrij drankje. Eigenlijk wilde ik na
afloop snel naar huis – nog heel even langs de toog van LaPlace, voor een glas.
Achter me bij de kassa een jongedame, óók alleen maar met een sjuutje op haar 
dienblad. 
"Heel grappig, dat gedicht wat u deed, over het aardse slijk", hoorde ik. 
"O, was u in de theaterzaal bij de voordrachten?" Ik had haar nooit eerder gezien – 
na vijf jaar ken ik langzamerhand iedereen die zich op het open podium op het 
Oosterdok vertoont.
"Fijn dat u het leuk vond. Het is al een oudje hoor, ik schreef het in oktober 2008,
toen Lehman Brothers omviel".
"Nou, en het is nog steeds actueel, vrolijke ironie in droevige tijden".
Ik streek neer aan een tafeltje vlak achter de kassa's, en als terloops zette ze zich
tegenover mij. Nu moest ik toch minstens wat interesse tonen, na haar lof. 
"Bent u poëzieliefhebber – schrijft u misschien zelf?" 
"Goh, zeggen jullie dat soms allemaal?" Opeens een wedervraag als haar reactie. 
"Wat, hoezo, wie allemáal". Plots was ik op mijn hoede, met wie werd ik hier op 
één hoop gegooid... 
"Sorry, dat was misschien niet aardig van me... 
 Ik was met mijn gedachten aan de Amstel".
"Dat vraagt om nadere uitleg, ik ben één en al oor." 

"Nou, 's zondags maak ik vaak een rondje langs de Amstel. Soms een wandeling,
of op de fiets, naargelang het weer. Van de zomer was ik even op een bankje gaan
zitten. Toen landde onverwachts een ouwe man in een leren jekkie naast me. 
Hij rookte shag en begon te praten. Zo'n 'ben ik effe interessant' openingsverhaal: 
Dat hij schrijver was en dichter en dat hij iedere zondag een 'column' moest schrijven.
En om daarvoor inspiratie op te doen was hij bij míj komen zitten: 
'Hou je van gedichten, kind? Schrijf je misschien zelf?' zei-ie." 
"Nogal 'n brutale manier om in te breken in je zondagsrust". 
"Zo voelde het eigenlijk ook, ik kreeg al weerzin omdat hij vlak naast me z'n sjekkie
zat te roken, de rook kringelde soms mijn neus in en ik dacht ook een dranklucht te
ruiken. Hij bleef me steeds aanspreken met "kind", terwijl hij praatte bleef die peuk 
kleven aan zijn onderlip die daarvoor speciaal gevormd leek." 
"Ik ken maar een paar dichters met zo'n onderlip. Gerrit Komrij bijvoorbeeld, maar 
die rookt geen shag dacht ik". 
"Nee, Komrij niet, die zou ik wel herkend hebben. Een Amsterdamse dichter, wel 
heel beroemd: hij had twee bundels uitgegeven en prijzen gewonnen."


---

Ik kreeg een Aha-Erlebnis: een Amsterdamse dichter, die shag rookt, uit zijn bek 
stinkt naar nicotine en drank, zijn peuk aan zijn lip hangt en overal de meisjes en
jonge vrouwen slijmerig als "kind" aanspreekt. Dat kan er maar één zijn! 
"Ha, een beroemd dichter, zei hij? En prijzen? In van die kleine zaaltjes waar 
niemand anders komt dan een handjevol dichters die allemaal het hoogste woord 
voeren tegen elkaar in, waarna aan het eind een vreselijke ruzie uitbreekt als één 
tenslotte De Prijs krijgt." 
"Nou, hij droeg me wel een mooi gedicht voor, dat ging over z'n dochter, zei-ie. 
Ik had hem juist willen vragen op te hoepelen, maar toen lijmde hij me toch weer
een beetje. Eigenlijk 'n sneue ouwe man, gescheiden natuurlijk, die zijn dochter 
mist en dan maar gedichtjes voor haar schrijft, dacht ik toen."  

"Ik moet er vandoor... eh... sorry ik heb me niet eens voorgesteld". 
"Dat hoeft niet, u bent John Zwart, dat weet ik toch: van de aankondiging." 
"Oh ja. Ik ga naar het Centraal Station, 
als je ook die kant op moet ben je welkom...eh...
"Yvonne heet ik, ja ik loop mee, dan pak ik daar lijn 25." 
"Die dichter van jou, vroeger heeft-ie wel eens een paar mooie gedichten geschreven,
voordat hij nogal in de war raakte. Hij werd kwaadaardig, hij kan enorm sarren, 
de vete's daaruit jarenlang koesteren en conflicten van anderen aanjagen. 
Ook verbeeldt hij zich een tweede Gerard Reve te zijn. En hij krijgt zijn goedkeuring
vanuit het hiernamaals. Maar - het ergst van alles: hij ging opnieuw puberen, 
maar dan in het kwadraat." 
"Ken je hem dan?" 
"Jazeker, uit je beschrijving onmiskenbaar. Heeft hij niet áán je gezeten?" 
"Huh..? ik vond hem wel een beetje een griezel. Toen hij met me praatte vlogen 
zijn ogen schichtig alle kanten op - soms liet hij ze even rusten... maar dat was 
dan altijd op mijn borsten of mijn dijen. Ik dacht wel: gelukkig dat hier telkens 
mensen voorbij komen op dit pad. Opeens kwam zijn telefoontje te voorschijn,
of 't goed was dat-ie een foto van me maakte en hij loerde weer in mijn boothals.
'Ik dacht het niet', zei ik. Toen vroeg hij mij om mijn mooiste gedicht te mailen – 
van mezelf of van een ander, dat gaf niet, als ik het maar mooi vond. 
Grabbelde een barbriefje uit zijn broekzak en krabbelde daar zijn emailadres op."
"En, heb je dat gedaan?"
"Nee, natuurlijk niet. Weken later vond ik dat briefje in mijn tasje terug. Het was
een ínfo@ adres, toen ging ik even op die site kijken. Ik schrok want er stonden
rare stukjes op over ejaculerende penissen en geschoren vagina's..."
"Van de zomer maar uitkijken dus, als je weer langs de Amstel wandelt of fietst.
Ook al komt-ie weer met een mooi gedichtje over zijn dochter. – Dag Yvonne".
"Dag John". 

.John Zwart – 02.02.2012 

... er stonden rare stukjes op ...

"Volg niet de leergang van de filosofen
 dit leidt tot ledigheid. En godsdienststichters
 zijn loochenaars. Geniet van schone strofen 
 maar schuw het leeg gezelschap van hun dichters"

Jan Jacob Slauerhoff (Strofe uit: "Tot mijn erfgenaam")

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

De eeuwige oorlog       

Een poosje geleden kwam opeens – als terloops – een oorlogsepisode als element 
terecht in mijn blog "Standbeelden spreken niet" (11.04.2012). Achteraf beschouwd 
kan dat wel eens geen toeval zijn geweest. 
Want onbewust komt de tweede wereldoorlog telkens opnieuw voelbaar dichterbij 
zodra de maand mei weer nadert. Ik vraag me af, of dit ook voor jongere mensen nog
geldt – of dat het gevoel hen onbekend is. 
Dat april-mei voor al die mensen, decennia later geboren, gewone lentemaanden zijn.
Toch verschijnen er elk jaar weer nieuwe verhalen, wat erop zou duiden dat die periode
van dreiging, bezetting, geweld en uiteindelijk bevrijding steeds nieuwe generaties 
schrijvers en dus ook de jongere lezers beweegt.
Het zijn niet gewoon die 5 jaren, het gaat om een ingrijpende episode die niet binnen
een tijdsspanne te vangen is, wegens de enorme invloed die zich uitstrekt tot in de
verhoudingen en conflicten van vandaag.
De invloed van de eerste wereldoorlog - 'the great war' – was door de enorme verliezen
onder de soldaten nog lang zeer zwaar: 'flanders fields' onderwerp van veel verhalen, 
romans, poëzie. Maar ze werd overspoeld door de tweede, die zich al in de jaren dertig
aankondigde en nog steeds doorleeft.
'De Oorlog' is dus eigenlijk een "eeuwige oorlog", zo besef ik steeds meer. Vooral als
je het begrip wereldwijd ziet: vanaf 1945 is er nooit een jaar gepasseerd dat niet ergens
op de wereld een oorlog werd gevochten.
Het thema voor de maand mei: "eeuwige oorlog". Ook uw poëzie is welkom. 

John Zwart – 25.04.2012
                                            Illustratie: Wormerveer, verzetsmonument - eigen foto

... voelbaar dichterbij zodra de maand mei nadert ... 

 

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

De rekening  aan het juiste adres, dank u!      

Het zal zo'n anderhalf jaar geleden zijn, dat ik een lans brak voor de Grieken.
Dat vond ik toen nodig, want het leek wel alsof niemand nog één goed woord 
over had voor deze mede-Europeanen. Uit alle richtingen kwamen denigrerende
kwalificaties. Van onze minister Jan Kees de Jager van financiën vooral, die
voortdurend maar hamerde op de keiharde garanties die hij van de Griekse 
regering zou eisen op de leningen die in het Euro-reddingsplan werden gegeven,
als ook van minister president Mark Rutte en nog véél scherper van de PVV
gedoogleider Geert Wilders, die eigenlijk vond dat er helemaal geen cent naar
Griekenland moest gaan en dat we allemaal veel beter af waren als dat land 
zo snel mogelijk failliet ging.
Officieel waren we het met Angela Merkel eens dat er een strikt en compromis-
loos Europees monetair beleid moest aangehouden en de Jager zag zijn eigen
aanzien snel stijgen door veelvuldig gesignaleerd te worden in onder onsjes met
de Duitse Bundeskanzlerin. Op de televisie zagen we bij herhaling telkens een
filmpje voorbij komen, waarin je een Griekse automobiliste lachend met een 
stok de slagboom van een tolweg zag opwippen om zonder betalen er doorheen
te glippen. Zie je wel: allemaal corrupte wanbetalende belastingontduikers, die
Grieken, en aartslui ook nog bovendien. 
Alles om ook Henk en Ingrid, zowel als Jan met de Pet overtuigd te laten zijn: 
"die Grieken die deugen niet en ze hebben geen recht op ons medelijden" 

Het is opnieuw hard nodig om wat milder naar de Grieken te kijken, nu het eigen
Nederland ook opeens in zak en as zit over het Europese Stabiliteitspact, eens
zo hartstochtelijk beleden. Het zal je immers maar gebeuren, dat de bovenlaag
in je land alleen aan zichzelf denkt en er niet mee zit als dat op de ondergang 
van de natie dreigt uit te draaien. 

 

Stel je voor dat alle ondernemers in Nederland niet meer aan hun belasting
verplichtingen zouden voldoen, dat alle welgestelde individuen hun eigen
"Prinses Christina constructies" zouden hebben om geen inkomsten-
belasting te betalen en dat vervolgens Nederland binnen de Eurozone in grote
solvabiliteitsproblemen zou raken – dat men in een noodplan de AOW en de
ambtenaren-pensioenen tot op de helft zou verlagen en tegelijk alle overheids-
tarieven verdubbelen. En dat je weet aan wie je dat te wijten hebt... 
wat denk je dan? "Als zij zich verrijken over onze rug, ga ik ook
alleen van 
mijn eigenbelang uit. Waar het mogelijk is te saboteren zal ik het niet laten". 
Wie zijn dan de oorzaak van de slechte moraal – niet zij die eronder lijden. 

Een louche Zwitserse ex bankemployé maakte een paar jaar geleden een kopie
schijfje van alle geheime spaarrekeningen op naam van buitenlanders en bood 
dit voor een fors bedrag aan de verschillende belastingdiensten. Ze hapten. 
Ze betaalden flinke sommen voor informatiedragers waarvan de inhoud door 
diefstal werd verkregen. Met mijn juridisch lekenverstand noem ik het: heling.
Maar dat lijkt niet waar te zijn: het helinggeld diende een hoger doel. 
Het pakken van belastingontduikers. De belastingsdiensten gingen vrijuit. 
Door het politiek gebrek aan leiderschap en slagvaardigheid duurde het dik 
anderhalf jaar tot de besluitvorming om Griekenland binnen de Eurozone te 
houden tot stand kwam. Een zee van tijd voor alle welgestelde Grieken om 
hun liquiditeit naar het buitenland te laten verdwijnen. 
Is het nu ethisch verdedigbaar om een loksom uit te loven teneinde een

malafide bankemployé te verleiden weer eens een schijfje naar buiten te 
smokkelen? Ik zou zeggen: "Ja!" De wet is immers voor iedereen gelijk.
Misschien komen die Griekse pensioentjes dan net boven het armoedepeil. 

John Zwart – 23 april 2012. 

 ... Griekse tragedie ....            

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

Genieten  van de natuur     

Niemand weet hoe de aarde er uit zal hebben gezien als er geen mensen waren 
gekomen in de aantallen die 't vermenigvuldigen teweeg bracht. 
Het lijkt aannemelijk dat de natuurkrachten altijd leiden tot een vorm van evenwicht
tussen de levende organismen. Een beweeglijk evenwicht, dat steeds aanpast. 
Alleen disproportioneel verstoord door enorme kosmische en geologische gebeur-
tenissen - verandering in de baan die de aarde om de zon beschrijft, verandering 
van de stand van de aardas, enorme vulkaanerupties. Maar in de lange perioden 
er tussenin heerst betrekkelijk rust, tenzij een bepaalde soort zo succesvol wordt
dat ze door hun aantal wel moeten ondergaan. 
'Plagen', zichzelf decimerend naar evenwicht. Homo sapiens is lang weerbaar, zet 
veel naar zijn hand: verovert alle beste plekken voor landbouw, grootschalig en 
intensief - wat resteert bouwt hij vol met beton. 
Ver vóór wij mensen ontstonden, begonnen de continenten aan hun reis over het
aardoppervlak. Zó ver gaat de vogeltrek terug in de prehistorie. 
Soorten als kraanvogels, sterns en ganzen hebben zich steeds aangepast aan 't
klimaatgevolg van het groot gebeuren - ze reizen jaarlijks twee maal, heen en 
dan weerom tussen broedgebieden en foerageergebieden waar ze de koude 
maanden doorstaan. 
De jaarlijkse trek van vogels is indrukwekkend. Die doordringt ons van onze 
kleinheid binnen het oerleven op aarde. Helaas zijn we nu al met zóvelen en 
wonen de meeste van ons ook nog in steden, dat we een door mensenhanden 
gemaakte leefomgeving als het bestaan ervaren, bóven de natuur die op afstand
gehouden wordt. Gelukkig herinneren de overvliegende trekvogels ons - terwijl wij
in de file staan, op weg naar werk of huis - aan het grote levensritme.
Toen hier sporadisch een handjevol mensen door het moerasgebied trokken van
rivierduin naar rivierduin, gehuld in dierenhuiden, kwamen vóór de kou uit de
ganzen uit het noorden.

 Dat deden ze voordien al duizenden jaren – voor het riet en het gras, om te 
overleven tot de kou in hun broedgebied voorbij zou zijn. 
In natuurlijk evenwicht, ondanks een enkel 'dom gansje' dat door een vos of oer-
mens werd verorberd. Intussen heeft de moderne Nederlandse homo sapiens 
zichzelf vermenigvuldigd tot een indrukwekkende 16,5 miljoen, die driftig waren 
met asfalteren en rietvelden omtoverden in cultuurland. Dat wordt zó beheerd – 
mede dankzij Europese subsidie – dat het enorm opbrengt aan uiterst voedzaam
gras en andere gewassen. De ganzen ontdekten dat ze op dat kleinere gebied
om te overwinteren nog uitstekend kunnen foerageren en blijven dus komen. 
Hun aantal groeide zelfs, net als dat van de mens. Ho, ho, roept homo sapiens, 
dat gaat niet, dat gras is voor onze megastallen en de schapen waarmee we halal 
vlees fokken. We moeten dringend ganzen 'oogsten', om de 'ganzenschade' in 
toom te houden. Een klein probleempje: de wilde ganzen zijn Europees 
beschermde vogels, door regelgeving van datzelfde Europa dat onze landbouw
zwaar subsidieert. Er moeten goede argumenten komen om natuurwetten aan 
de laars te lappen en tegelijk subsidies te blijven innen.
De Nederlandse homo sapiens is erg vindingrijk. Ooit in ons oerbestaan waren
we jagers. Adel en koninklijk bloed voelen zich daar altijd nog het innigst mee 
verbonden. En ieder die er graag óók bij wil horen natuurlijk. Jagersverenigingen
staan te popelen om hun bijdrage te leveren aan het "noodzakelijk inperken 
van de ganzen", ze willen er zelfs voor betalen. Kijk, en dan stellen we een deel
van de jachtbuit beschikbaar aan arme mensen. Zo kunnen we met zijn allen 
genieten van de natuur: de jagers en de sukkels die eten van de voedselbanken.
Goed geregeld toch? 
Niet naar de oertijd, maar wel een stuk richting middeleeuwen. 

John Zwart – 20.04.2012

   kolganzen - vluchtportret gemaakt door Harry Nagel (Zoom) 

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

Hoe ver of dichtbij was ss"Californian" van de plek waar de "Titanic" op 15.04.1912 zonk?     

Exacte positiebepaling op zee was in die tijd nog niet mogelijk. 
Met behulp van tabellen, stroomkaarten, het log, een uitstekend uurwerk en het 
sextant kon men een acceptabele nauwkeurigheid halen. 
Het "bestek" werd aangepast zodra een herkenbaar "landmerk" in zicht kwam.
Dit kan de verklaring zijn van het verschil tussen de positie volgens het bestek van
de "Titanic" op het tijdstip kort voor 't zinken en de positie die met satellietnavigatie 
exact is vastgesteld door Robert Ballard toen hij met de robot de wrakdelen heeft
ontdekt op de bodem. 
Men moet natuurlijk bedenken dat het zinken van een schip naar de bodem van een
diepe trog zoveel tijd neemt dat de zeestroming het nog een stuk meevoert naar het
zuiden. Toch moet men zich zo'n zinkproces bijna voorstellen als een "vrije val", 
dus het verschil in locatie van ongeveer 10 zeemijlen kan niet alleen het gevolg zijn
van de zeestroming.
De twee uren voorafgaand aan het zinken heeft de zeestroming het schip óók nog 
naar het zuiden verzet. Wellicht heeft de kapitein de noodpositie nog gecorrigeerd 
en via marconist Phillips aan de "Carpathia" – doorgegeven. 
Het vermoeden is in elk geval dat het bestek van de "Titanic" onnauwkeurig was.
De valsnelheid van het wrak is zichtbaar in het effect dat het voorste deel tot bijna
halverwege de scheepswand in het bodemzand is "ingeslagen". 
Het zinken van 't voorste en het achterste deel vond ongeveer 2 minuten na elkaar
plaats. Ze liggen op de bodem op een afstand van ongeveer 600 meter van elkaar. 
---

Dat zegt op zichzelf niet zoveel. Het voorste deel was immers het zwaarste,
volledig gevuld met zeewater, het achterste deel bevatte nog luchtholten en zal 
daardoor langzamer en met een wentelende beweging zijn gezonken. 
Tussen de twee wrakdelen heeft het losse delen "geregend", zoals Robert Ballard
het noemt. Scheepsonderdelen, persoonlijke eigendommen en bagage liggen er 
alsof er geen eeuw voorbijging. Een badkuip, een hutkoffer, een dameslaars... 
verschijnen in het licht van de schijnwerpers van de robot. Het maakt je stil. 
Helaas werd na 1985 de exacte locatie algemeen bekend. 
Sinds de vondst door Ballard hebben "zeestropers" het wrak meermaals bezocht,
zo ontdekte hij na een nieuwe duik met een nieuwe robot met glasvezelkabels in
2011. Daarmee zijn alle restanten van de ramp stukje bij beetje in beeld gebracht
in een serie van duizenden opnamen.
Vanaf 15 april 2012 is het wrak onder VN regelingen verklaard tot 
"beschermd historisch zeemansgraf"
Het valt te hopen dat dit wordt gerespecteerd. De meerderheid van de passagiers
was welgesteld, er kan een "goudschat" worden vermoed, ook bevatten de voorste
drie ruimen vracht en poststukken. De diepte is echter te groot voor duikers, 
om je een voorstelling te maken van de druk op die diepte is het "alsof een olifant
met één poot met zijn volle gewicht op het topje van je duim gaat staan"...
in de woorden van "Ballard". 

John Zwart – 17.04.2012

Inside Titanic 
    Bewerkte geromantiseerde diepzee opnamen    

Ooggetuige
     Interview met Eva Hart in 1995, laatst levende met herinneringen
     toen zij als 7 jarig meisje met haar moeder in een sloep is gered
     Haar vader was één van de 1504 die omkwamen       


Titanic in her grave  © Foto National Geografic 2011

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

Eeuw van verandering     

Een eeuw, honderd jaar terug, het lijkt lang op een mensenleven.
Maar toch, naarmate men zelf ouder wordt komt het besef dat we zelf niet meer dan
een ogenknip in de tijd zijn en dat een eeuw in het historisch perspectief een over-
zichtelijke periode is, die bijna door ooggetuigen is te omspannen. 
Als kind had ik grootouders die nog konden vertellen over de eeuwwisseling van 1899
naar 1900 en hoe ze de jaren voor de eerste wereldoorlog hadden beleefd. 
Mijn klein-kinderen zullen straks ver in de eenentwintigste eeuw kunnen vertellen hoe
mijn ervaringen waren als jong kind in de tweede wereldoorlog, hoe de bevrijding en
wederopbouwtijd voor mij was. Al verandert het leven niet zichtbaar van dag tot dag, 
hoe snel gaat alles als je een eeuw overziet. 

Mijn opa kende eerst alleen een straatbeeld van koetsen en sleperswagens – er was
wel een stoomtrein, maar de meeste mensen reisden niet. De gewone massa van de
arbeidersstand ging te voet, hun afstand beperkt tot wat ze konden afleggen op één 
dag om 's avonds nog terug te kunnen keren. Een fiets voor de meeste te duur, soms
was er één fiets voor het gezin. De radio een nieuwigheid, een wonderlijk sprekend 
kastje - de eerste auto's heeft hij zien komen, tot zijn overlijden alleen weggelegd 
voor de notabelen. Mijn ouders zagen Schiphol ontstaan, nog Fokker kisten vliegen
van hout en ijzerdraad, bespannen met canvas. 
Ikzelf zag dieseltreinen verschijnen op het spoor, de oude stoomboten verdwijnen,
een nieuw havengezicht vormen met grote loopkranen boven schepen met waaier-
stevens, die snelheid suggereerden. De eerste televisietoestellen in de etalages van
de radiozaken, waaraan we ons vergaapten. Met ook steeds achter in ons hoofd de
dreiging van de atoombom, reëel geworden door de eerste Sputnik-satelliet die de 
Sovjets boven de stratosfeer uit schoten. 

Ik zag een nieuw Schiphol bouwen met lange start en landingsbanen voor snelle 
grote vliegtuigen met straalmotoren. De schepen, overgegaan van stoom op diesel-
motoren, gingen weer terug naar stoom, nu voor geavanceerde turbine aandrijving.
De schrijfmachine, vele decennia lang onmisbare schakel voor al wat zaken deed, 
het beroepsinstrument voor felle vlugge meisjesvingers, werd elektrisch en kreeg 
zelfs een geheugen, dezelfde zinnen hoefden niet telkens opnieuw. De schepen op
zee hadden geen radio-officieren meer nodig, telefonie de wereld rond werd draad-
loos en heel eenvoudig met satelliettelefoons. De stuurman verleerde het werken 
met sextant, de satelliet wist hem precies te vertellen waar zich zijn schip bevond.
En niet veel later keken de reders op hun kantoren met hem mee. 

De computer signaleerde de operators in controlekamers precies wat stond te doen.
De slimste jongens van IBM bouwden een computer in sterk verkleinde vorm, die 
ook voor kleine bedrijven beschikbaar en onmisbaar werd. Die 'personal computer' 
werd op universiteiten gekoppeld aan een interactief wereldwijd net, zo maakte de 
pc de grote sprong naar algemeen gebruik. De uhf in combinatie met de digitale
techniek maakte de gewone telefoon los van zijn kabels en snoeren. 
In een tiental jaren werd het draagbaar ding van zwaar apparaat tot klein handig 
accessoire voor in de borstzak en voor 'iedereen' onmisbaar. 
Dit alles gebeurde in een eeuw, het duizelt haast. Het lijkt ons nu alsof alles wat we
bedenken konden mogelijk is geworden. Diezelfde geest waarde ook door de hoofden
van de mensen van een eeuw geleden na het aanbreken van het jaartal 1900.

John Zwart 17.04.2012 
--- 

   ... een overzichtelijke periode die bijna door ooggetuigen is te omspannen ... 

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

Mensen van een nieuwe eeuw    

            -  De glorie van de grote passagiersschepen  -  

Vandaag de dag is massaluchtvaart nog maar recent in volle gang gekomen, 
aan het begin van de twintigste eeuw raakten de mensen óók bezeten van het
"grote verre reizen". Natuurlijk niet de massa, maar wel de bovenlaag. Reizen 
was voor hen voordien nog synoniem met ongemak en ontberingen, eigenlijk 
meer iets voor avonturiers. Of men ooit zou vliegen werd nog betwijfeld, maar 
grote stoommachines kon men bouwen – de tijd van het primitieve zeilen, 
ongewis, langdurig en gevaarlijk, was voorbij.
In die jonge twintigste eeuw konden grote snelle en comfortabele post-lijnschepen
worden gebouwd, met vergelijkbare voorzieningen als een verblijf in een luxehotel
en strak berekenbare tijden van vertrek en aankomst. 
Een bedwelmende nieuweeuwse werkelijkheid voor mensen die buiten de hoofd-
lijnen van het spoor vaak nog niet anders kenden dan de koets.
Met realisme of anders toch in hun fantasie droomde elke Europeaan in het eerste
decennium van de twintigste eeuw ervan om op een mailsteamer naar Amerika te
gaan – en elke Amerikaan, die in dat land van onbegrensde mogelijkheden 
succes had, wilde wel eens naar het klassieke Europa van zijn voorouders. 
Ook voor wie arm was, zoals velen in België en Ierland, kwam de reisdrang, want
in Amerika wachtte wellicht een beter leven.
Er was een enorme concurrentieslag tussen de verschillende reders. Cunard Line
was de kampioen met de snelle "Mauretania". 
De snelste stomer op de Atlantische oversteek mocht trots de 'blauwe wimpel' 
dragen. Joseph Bruce Ismay, de directeur van de White Star Line wilde toen de
superioriteit van zijn maatschappij eens duidelijk vestigen: in het jaar 1908 
besloot hij tot het bouwen van een serie van drie enorme lijnstomers, in een snel
elkaar overlappend bouwproces. Zo zou elk jaar weer een nieuwe reus in dienst
gesteld worden. 

 

White Star Line zou telkens opnieuw "the largest ship afloat in the world" in de
vaart zetten. Een project dat de werf Harland & Wolff in Belfast vijf jaar lang met
duizenden mensen volledig zou beheersen. De megalomanie spreekt uit de bij 
het plan reeds gekozen namen: RMS "Olympic", RMS "Titanic", RMS "Gigantic".
De schepen van meer dan 52 duizend ton, met voor die tijd ongekende lengte 
van 269 meter, kregen een enorm voortstuwingsapparaat in de vorm van 29 
stoomketels en 2 reusachtige triple expansie stoommachines plus 'n lagedruk 
turbine, die elk één van de drie schroeven moesten aandrijven. 
Een totaal vermogen van 46.000 hp (pk). Daarmee zou een topsnelheid van 24 
knopen (44 km/u) en een continu dienstsnelheid van 21 knopen worden bereikt. 
Er moest wel enorm veel steenkool – 7.500 ton – worden gebunkerd om aan het
dagelijks verbruik van 600 ton te voldoen, maar aan steenkool was in Engeland
geen gebrek.
Over de volle lengte werden de schepen in 15 compartimenten verdeeld die 
afgesloten konden met waterdichte schotten. Berekeningen toonden aan dat, 
zelfs wanneer vijf compartimenten geheel vol liepen met zeewater, het schip toch
stabiel zou blijven. 
Met overtuiging werd het door iedereen als "praktisch onzinkbaar" beschouwd. 
Kapitein Edward John Smith, die het commando over het tweede schip, de RMS 
"Titanic", zou krijgen als laatste eervolle aanstelling tot zijn pensionering, 
verklaarde dan ook zonder aarzeling aan een Amerikaanse journalist: "I can not
conceive of any vital disaster happening to this vessel. Modern shipbuilding 
has gone beyond that" (de moderne scheepsbouw heeft een eind gemaakt aan
alle ongewisheid, met een dergelijk schip behoort het risico van welke ramp dan
ook tot het verleden)". 

John Zwart – 14.04.2012  

... droomde elke Europeaan ervan met een mailsteamer naar Amerika te gaan ...

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

De laatste nacht   

- Het gevaar van arrogantie, zelfoverschatting, minachting en nonchalance -

De "Titanic" was 4 dagen onderweg op haar overtocht van Queenstown (Ierland) 
naar New York. Sinds het middaguur was het helder en nagenoeg windstil geworden,
nauwelijks bewogen door deining voer het schip snel - sneller dan haar dienst-
snelheid. Die avond van de 14e april waren de mannelijke passagiers in de salons
druk in discussie gegaan met elkaar – druk met één van de grootste hobby's van
de Britten: gokken.
Er werd flink gewed op het exacte tijdstip dat men in New York zou afmeren.
Boven de luxe van de suites der eerste klasse passagiers, in de radiokamer, 
werd nog hard gewerkt. 
Nog maar weinig schepen hadden deze vinding van Marconi aan boord, alleen 
de allernieuwste en de allergrootste. Op een schip als "Titanic" waren als vanzelf-
sprekend twee morse-zenders en ontvangstapparatuur geïnstalleerd. Twee man 
aan boord voor de bediening ervan, de nog jeugdige John George Phillips (25) als
chief-operator. Hij had eerder dienst gedaan bij de Royal Mail, als telegrafist op 
een postkantoor, hij kon nog niet bogen op zijn carrière op zee. Zijn collega was
de nog jongere Harold Bride.
Radio aan boord werd toch meer gezien als een spectaculaire nieuwigheid en – 
zelfs op een superschip als de "Titanic" - nog niet beschouwd als essentieel voor
de veiligheid op zee. Het was eerder een leuke attractie voor de passagiers, die
't allemaal spannend vonden om vanaf een schip in volle zee telegrammen te 
versturen naar hun verwanten aan de wal. Beide radio officieren waren de hele 
avond druk met 't verzenden en ontvangen van privé telegrammen via het Cape 
Race kuststation (Newfoundland).
Een eind naar voren en een trap omhoog kwam je in het stuurhuis, daar stond 
zesde stuurman James Moody op wacht. 
Vanaf negen uur die avond constateerde hij een snelle val van de temperatuur 
van de buitenlucht. Kapitein Edward John Smith kwam ook nog even op de brug,
Moody meldde hem dat het plotseling veel kouder was geworden. De kapitein 
gaf hem order goede uitkijk te houden voor eventueel drijvend ijs en hem te laten
roepen bij bijzonderheden. De vaarsnelheid kwam niet ter sprake.

9 april 1912
RMS "Titanic" komt van de werf in Belfast aan in Southampton,
voor het begin van haar eerste reis via Cherbourg naar New York.
Vertrek 10 april 1912 12:00u .

15 april 1912 
SS Californian 
gefotografeerd vanaf de brug van de "Carpathia"

Een groot vrachtschip voer nabij de Grand Banks zuidoost van Newfoundland - het
was de "Californian", een katoenboot, leeg onderweg van Londen naar Boston en 
ook uitgerust met een radiotelegrafie zender. Het had een groot ijsveld aangetroffen
en de kapitein Stanley Lord had om die reden de machine laten stoppen - men 
wilde bij de dageraad de reis verantwoord vervolgen. 
Marconist Cyril Evans van de "Californian" riep de "Titanic" op om deze hiervan 
in kennis te stellen, maar de beide marconisten op de "Titanic" keken nog tegen
een stapel te verzenden telegrammen aan en stonden niet open voor een informele
"chat". De zender van de "Californian" stoorde de ontvangst van Cape Race Radio 
op de "Titanic". QRT (=do not disturb ongoing traffic) seinden Phillips en Bride. .
Daarop verbrak Cyril Evans, verongelijkt, de verbinding.

Intussen voer de "Titanic" door de donkere nacht - het was nieuwe maan - op volle
snelheid in de ijzige Labrador stroom. 
Twee matrozen hielden uitkijk in het kraaiennest van de voormast: Frederick Fleet
en Reginald Lee. Twee paar ogen zien meer dan één, maar in de duisternis was 
het uitzicht niet verder dan een paar scheepslengten voor de boeg. James Moody 
stond nog op de brug, het was zijn laatste halfuur wacht. 
Om twintig voor twaalf zag Fleet een ijsberg drijven recht vooruit en hij sloeg alarm
met de scheepsbel aan de mast en de telefoon. Moody nam zijn bericht aan, maar
eerste stuurman William Murdoch was ook al op de brug aanwezig. 
Op het moment van alarm had Murdoch de ijsberg zelf al gezien en hij greep in.
Hij gaf onmiddellijk hard bakboord roer en zette de machinetelegraaf op volle 
kracht achteruit. Het effect van zo'n roer-ingreep is dat eerst het achterschip naar
stuurboord wordt weggezet en dat daarná pas de boeg zich naar bakboord begint
te wenden. De uitwijkpoging werd door Murdoch goed gedaan - maar door de 
combinatie van beperkt zicht met hoge vaarsnelheid was het moment waaróp 
duidelijk te laat. 
De machinekamer heeft minimaal een halve minuut nodig om de regulateurs te
bedienen die de stoommachines van vollekracht vooruit achteruit laten werken.
Maar daar beneden was er niemand voorbereid op dit plotseling commando, het
zal dus misschien wel een volle minuut hebben geduurd tot de schroeven van 
de "Titanic" stopten om vervolgens te kunnen draaien met remmend vermogen. 
De aanvaring met een ijsberg – die een massa had, zes maal groter dan die van 
het schip – was onafwendbaar. 

Het zal niet later zijn geweest dan kwart voor twaalf, dat de "Titanic" met de stuur-
boordskant van haar boeg eerst tegen een bovenwater uitstekend deel van de 
ijsberg knalde – waarop dat afbrak – en verder met de stuurboordsflank meer-
dere keren langs het onder water stekende gedeelte stootte.
Halfweg langs de ijsberg legde Murdoch het roer de andere kant om: 
hard stuurboord, waardoor het achterschip zich vrij van de ijsberg zwenkte.
Tien voor twaalf lag het schip stil... 

Tenminste vanaf de boeg achterwaarts tot aan het voorste ketelruim was de 
"Titanic" in ruwe botsing met de ijsberg geweest, alleen voorbij ketelruim 5 
naar achteren toe was schade afgewend. 
Over een lengte van 93 meter – méér dan 1/3 van de totale scheepslengte – 
had het schip aan stuurboord ernstige schade opgelopen.
Het leek voor de meeste mensen aan boord – die al sliepen of tenminste al
te kooi lagen – alsof het allemaal wel meeviel. Het schip lag stil en recht in 
het water en de eerste tijd zakte de boeg maar heel geleidelijk wat dieper. 
De turbine met de eraan gekoppelde generatoren in de machinekamer werkte
nog, de verwarming deed het dus óók en overal was licht.
Maar bij inspectie leek het alsof de scheepshuid vanaf het boegcompartiment, 
dat boven de waterlijn getroffen was, en de erachter liggende 6 compartimenten 
onder de waterlijn, op meerdere plekken over een tiental meters was open-
gescheurd. Het water steeg snel en bleef nauwelijks minder snel stijgen, nadat 
de waterdichte schotten gesloten waren. Mogelijk waren ook platen op de klink-
nagels van elkaar losgesprongen onder het geweld van de aanvaring. 
Ingenieur Thomas Andrews, de ontwerper van de drie schepen, die de eerste 
reis van de "Titanic" meevoer als eersteklasse passagier, moest vaststellen 
dat het schip ging zinken. Hooguit kon men het wat vertragen met de pompen.
Kapitein Edward Smith gaf om 00:05 aan John Phillips in de radiokamer de
opdracht om noodsignalen uit te zenden. Veel schepen voeren nog zonder radio,
maar het is een druk bevaren route. 
Het 1,2 kilowatt vermogen van de hoofdzender van de "Titanic" moest in ieder 
geval bij alle schepen, binnen een paar honderd mijl rondom, keihard in de
koptelefoons klinken. 
De "Californian", kon niet heel ver uit de buurt zijn, maar het schip antwoordde 
niet - de marconist had zijn ontvanger uitgeschakeld en lag te slapen. 

 

 

aug. 1911
Captain Edward J Smith 
photographed on board
RMS "Olympic" 

15 april 1912 
SS "Carpathia" a combined cargo & passenger liner
at the rescue scene where RMS "Titanic" sunk, 2 hrs earlier .
She brought 705 survivors to safety.  

Later zou een internationaal noodprotocol op zee worden ingesteld, waarbij 
schepen, waarop men niet in staat is de 24 uur van het etmaal naar nood-
berichten te luisteren, verplicht voorzien moeten zijn van automatische
alarmtoestellen, AAT's, die door standaard noodsignalen worden geactiveerd. 
Om 00:15 kreeg John Phillips contact met de "Carpathia", een kleiner combi
passagiersschip, Kapitein Arthur Rostron meldde dat hij zich bevond op een 
afstand van ongeveer vier uur stomen. De "Carpathia" zette onmiddellijk koers
naar de gegeven ramppositie 41*46'N 50*45'W. 
Intussen schatte ingenieur Thomas Andrews in dat de "Titanic" hooguit nog 
2 uur drijvend zou kunnen blijven... 

Kapitein Smith gaf de radiokamer opdracht het te blijven proberen verbinding
te maken met schepen die dichter in de buurt waren dan de "Carpathia". 
Eerste officier Murdoch gaf hij orders om de procedure "abandon ship" op het
sloependek in gang te zetten en in goede banen te leiden. Tweede stuurman
Charles Lightoller zou hem daarbij assisteren.
De passagiers werden door de civiele dienst naar de boten geroepen, zó uit 
hun warme bed de vrieskou in en ze wilden nauwelijks geloven dat dit werkelijk
een scheepsramp was: het schip dat stil lag in rustig water, met alles normaal
in werkende conditie 
Een betrekkelijk voordeel van hun ongeloof was dat het eerste uur er geen 
paniek uitbrak. Velen geloofden nog lang dat men op het schip veiliger was
dan in een wankele reddingboot. De meeste vrouwen durfden niet eens in de
bungelende boten te springen, daarbij hield Lightoller zich heel strikt aan de
voorschriften: "vrouwen en kinderen éérst". De eerste boten werden uitgevierd 
met een bezetting die nog niet de helft van de capaciteit benutte. 
Ook de bemanning leek te willen geloven dat het nog vele uren zou duren 
aleer de toestand precair werd. 
Maar een uur na het signaal "abandon ship", rond 01:15, werd de toestand 
steeds duidelijker in al zijn volle ernst, het voorschip verdween vrijwel geheel 
onder water. Er werd een serie van vijf lichtkogels afgeschoten in de hoop 
door een nabij schip opgemerkt te worden - 
een schip dat geen radio noodsignalen kon ontvangen. 

Op de stil dobberende "Californian" stond om 22:20 derde stuurman Groves tijdens
zijn rustige wacht op de brug van het gestopt liggende schip. Hij hield uitkijk naar
alle kanten. Op het genoemde tijdstip dacht hij vanuit het noordoosten op een 
afstand van minder dan 10 mijl (18 km) een groot schip te zien naderen. Door zijn
verrekijker zag hij duidelijk een grote lijnstomer met veel lichten uitstralend op alle
dekken (dit is zeer waarschijnlijk de "Titanic" geweest). 
Groves meldde aan kapitein Stanley Lord dat hij een "liner" in zicht had.
Lord was benedendeks, waar hij zijn marconist Cyril Evans trof en hij vroeg hem:
"Do you know of any big liners close around?"
"Only Titanic", antwoordde Evans, die vrij van wacht was en ging slapen.
Lord zei daarop tegen Groves dat hij moest trachten verbinding te maken met de
morselamp, omdat zij gestopt lagen vanwege het ijsgevaar.
Groves probeerde het een paar keer met het aandachtssein "A-A-A-A" (attention:
kort-lang-kort-lang-kort-lang), maar vanaf het andere schip werd niet gereageerd.
Kapitein Lord nam het voor kennisgeving aan en liet het erbij. 
Net als Evans ging ook Lord te kooi. 
Geleidelijk verdween het langs de horizon passerende schip in zuidwestelijke 
richting. Om 23:50 kon Groves geen boordlichten meer zien. 
Hij werd om 0 uur afgelost door tweede stuurman Herbert Stone. Beide vonden 
ze het een vreemd gezicht dat de navigatielichten niet meer te zien waren maar
dat de straling van de verlichte dekken nog steeds duidelijk waarneembaar was.
"She looks queer," Stone was het met hem eens. Hij besloot op zijn beurt nog
eens te proberen contact te maken met de morse-lamp, maar vanaf de horizon
kwam geen reactie van het andere schip. Mogelijk was intussen de afstand
ook te groot. Maar Groves noch Stone durfde hiervoor Cyril Evans te wekken.
Om 01:15 zag Stone, die inmiddels gezelschap kreeg van leerling-stuurman
James Gibson, vijf witte lichtkogels – "flares" – in de verte, vanuit de richting 
waarin het grote lijnschip was 'verdwenen'.

 

"What color?"
"Maybe they're having a party" 
"A ship won't fire flares for nothing"

John George Phillips - Radio Officer RMS "Titanic" 
Photograph Personnel Archives Marconi Company 
Missing at sea april 15, 1912, body not recovered

Op de "Titanic" sloegen de angst en paniek toe.
Dapper deed het 8-mans orkestje zijn best – de musici behoorden niet tot de
bemanning, zij voeren mee als freelancers. Door kapitein Smith werd hen 
gevraagd om aan dek weer te gaan spelen en hij had hen bezworen hiermee 
vooral door te gaan, om de angstige mensen rustig te houden. 
John Phillips bleef noodoproepen uitzenden, maar kreeg alleen verbinding met
de Duitse mailboot "Prinz Adelbert" die echter verder van "Titanic" verwijderd 
was dan de "Carpathia", al een uur op topsnelheid onderweg. 
Het dramatische "vrouwen en kinderen eerst" was de grimmige werkelijkheid. 
Sommige vrouwen wilden niet van hun man gescheiden worden en weigerden in 
een sloep te springen. Misschien was er bij veel mensen nog vage hoop dat ze
vanaf het zinkende schip op de "Carpatia" konden overstappen. 
Maar het schip nam een steeds stijlere positie aan, het voorschip naar beneden 
en ook de voorste bovendekse ruimten begonnen vol te lopen. De enorme druk 
liet het schot tussen ketelruim 5 en 4 bezwijken, de stokers in dat compartiment
werden verpletterd onder de watermassa. Dat het schip nog uren drijvende zou 
blijven was een illusie. En tegelijk zag men dat er nog maar een paar sloepen 
waren terwijl er nog wel duizend mensen aan boord moesten zijn.
Het machinekamer personeel werd 01:50 naar boven geroepen, het was zinloos 
aan het werk te blijven nu de meeste ketelruimen niet meer operationeel waren. 
De 176 stokers, oilers en machinisten kwamen naar boven en stonden in de kuil
van het sterk voorover hellende achterdek. Ze deden geen moeite meer om het 
botendek nog te bereiken, waar immers toch geen sloepen meer waren.
De allerlaatste waren een tweetal opblaasbare, opvouwbare boten die alleen met
grote moeite te water konden gelaten. Om 02.15 maakte het zieltogend wrak 
een duik, het water bereikte het stuurhuis en spoelde over brug en het voorste
sloependek, terwijl het achterschip met roer en de schroeven hoog boven water 
werd opgeheven. Het schip leek te knakken. De laatste twee sloepen kwamen 
voortijdig in het water terecht, één op z'n kop. 
Twaalf mensen wisten nog vanuit het water in de ene te klimmen en twaalf
anderen klampten zich vast aan het ondersteboven drijvende exemplaar. 
Op de "Californian" discussieerden Herbert Stone en James Gibson over de 
betekenis van de vuurpijlen die Stone in de verte had gezien. 
Later zou algemeen een rood parachutevuur als noodsignaal op zee worden 
voorgeschreven, maar tot die tijd was er geen vaste regel. In principe ging men
er van uit dat in noodgevallen alle soorten vuurpijlen als signaal gebruikt kunnen
worden. Ze besluiten dat er toch rekening moet worden gehouden met "some
kind of distress" en Stone besluit om 01:30 kapitein Lord te wekken. 
Slaapdronken vraagt deze: "flares? what color?" Stone antwoordt: "white". 
Lord: "are you sure they were white?"  "Yes sure". 
"Maybe they're having a party" bromt Lord en komt zijn bed niet uit. 
Niemand komt op het idee om Cyril Evans uit zijn bed te sleuren en de radio-
shack op te starten. Stone gaat terug naar de brug, zijn wacht verloopt verder 
volgens de gebruikelijke standaard notitie "geen bijzonderheden". 

Om 04:00 plotseling vanuit het zuiden een spervuur van vuurpijlen. 
Dan pas komt Lord in actie en Evans schakelt zijn ontvanger en zender aan.
Hij krijgt onmiddellijk contact met de "Carpathia". Het schip dat nadert uit het
zuiden, en vuurpijlen afschiet om overlevenden van de "Titanic" te bemoedigen
dat er hulp nabij is. De marconist van de "Carpathia" deelt via Evans mee aan
Lord dat die nacht de "Titanic" op een afstand van 10 mijl is gezonken. 
Lord antwoordt aan de kapitein van de "Carpathia" dat hij onder stoom zal gaan
om deel te nemen aan de reddingsactie. Hij handelt echter vreemd: in plaats van
direct door open water in westelijke richting te varen, stuurt hij eerst een heel
eind noordelijk het drijfijsveld in, om pas later in zuidwestelijke richting koers te
zetten naar de positie die de "Carpathia" heeft opgegeven. 
Als de "Californian" arriveert zijn de overlevenden uit de sloepen al door de 
"Carpathia" aan boord genomen.  Kapitein Lord kruist nog een uur in het gebied
maar "vindt verder niets" en vervolgt zijn reis naar Boston. 

Stanley Lord (34) commander of SS "Californian"
on april 15, 1912 in the vicinity of the sinking RMS "Titanic".
He was accused of gross nonchalance and held responsable
for the loss of lives of all those who could have been saved
had he acted immediately on the distress flares. 
Lord claimed he had been much farther from the scene and
as his vessel was stopped he had to make steam first, therefore
never would have reached the location in time.
As the "Californian" was not anchored the ship had also drifted 
during the night so there remained much uncertainty about the
correct position and the accusation did not hold, considering 
that "Californian" was a slow vessel only capable of 12 knots.

Later op de ochtend van de 15e april 1912 
passeerde het Duitse Linienschiff "Prinz Adelbert" op enkele mijlen zuid 
van de positie waar "Titanic" zonk een gehavende ijsberg met verse verfsporen.
De chef steward van "Prinz Adelbert" maakte deze foto

De ondergang van de "Titanic versnelde, het zinkende gewicht van het onder-
gedoken voorschip trok het achterschip met het resterend drijfvermogen 
neerwaarts. Door de zware machines waren de buigende krachten enorm, het 
schip begon bovendeks te scheuren. In weinige minuten brak het in tweeën, 
onderling alleen nog verbonden door de zware kielbalk met dubbele bodem. 
Het losgebroken voorschip zonk, trok het achterschip mee, alle machines 
braken met donderend geweld los van hun fundaties, het licht ging uit. 
Het achterschip, bijna rechtstandig staand in het water, waaraan zich nog vele
honderden mensen vastklampten, aan railingen en grijpstangen. alles wat maar
houvast gaf – 
De geknakte kielbalk brak, het voorschip begon zijn vrije val naar de diepte en
het achterschip herstelde zich schijnbaar even, maar zonk twee minuten later, 
het voorschip achterna.
De trotse, snelle, luxueuze "Titanic" binnen 2 1/2 uur als twee verwrongen wrak-
stukken onderweg naar een inktzwarte duistere diepte van bijna vier kilometer.

Van de mensen die in zee terechtkwamen, met slechts hun zwemvest als de
laatste strohalm aan het leven verbonden, overleefde vrijwel niemand. 
Acute hartstilstand of onderkoeling doden snel. 
Een handjevol werd nog levend uit het water gevist door het volk in de sloepen.
Spoedig stierf het laatste hulpgeroep weg. 
Uiteindelijk kwamen maar 823 mensen in een reddingboot terecht, 72 van hen 
stierven alsnog door kou en uitputting, slechts 705 kwamen levend aan land 
1.504 kwamen om... 

John Zwart - 14 april 2012

In 1985 werd ik geboeid door 't drama van het grootste passagiersschip
ter wereld dat 5 dagen na haar indienststelling, op haar eerste reis ten
onder ging, door aanvaring van een ijsberg, en 1504 levens meenam.
Dat kwam door de ontdekking van het wrak op de oceaanbodem door
Robert Ballard, met behulp van een diepzee robot, uitgerust met sterke
schijnwerpers en een camera. 
Zoals op veel mensen, denk ik, maakte de opname van de boeg, waar
langzaam de letters TITANIC leesbaar worden, diepe indruk op mij. 
Toen in 1997 James Cameron een film uitbracht gebaseerd op deze
scheepsramp ben ik die gaan kijken en was bitter teleurgesteld. 
Het romantische roomsausverhaal wat de film moest dragen en de vele
maritieme regieblunders maakten dat ik me enorm heb geërgerd aan
dit bedoelde en uiteraard geslaagde kassucces, dat geen recht doet 
aan de mensen die het destijds hebben meegemaakt. 
Nu komt die film in de herhaling, maar dan in 3D (net echt!). 
Nóg eens miljoenen verdienen. 
Ik vond dat ik het werkelijke verhaal maar eens moest schrijven. 
Een verhaal van menselijke moed en zwakte, van taakopvatting en 
falen. Hoe kleine dingen in een groot verband het verschil kunnen 
maken tussen leven en dood. Hoe gevaarlijk hoogmoed en zelfover-
schatting kunnen zijn als we denken dat de techniek onoverwinnelijk
maakt. Hoe desastreus onze trots over vermeende superioriteit -die we
nog niet hebben-. Even desastreus is onze rancune over vermeend 
gekwetst te zijn. 
Ik heb geprobeerd om de fatale reis van RMS "Titanic" weer te geven
vanuit de kennis van mijn eigen zeemanschap, aan de hand van een
veelheid van historische bronnen, aangevuld met de informatie die 
Robert Ballard sinds 1985 kon toevoegen. Hij was de eerste die de
wrakstukken op de zeebodem heeft ontdekt op een onvoorstelbare 
diepte van 3.800 meter. 
Met zijn ontdekking werd ook definitief de exacte locatie vastgelegd:
41*16'N 50*14'W. En dat is een andere dan in 1912 in de officiële 
stukken over de ramp staat vermeld. Dat betekent een verschil van 
bijna 10 mijl, en werpt, een mensenleven later, toch weer nieuw licht 
op alles wat al is verklaard en voor waarheid aangenomen.

To the memory of those who  perished 



RMS "TITANIC" 

april 1912 - 2012 
100 years after the catastrophy 

Aanmerkingen bij het bouwproces van de "Olympic" en de "Titanic" - en het "noodlot" dat de "Titanic" trof 


Reddingssloepen 

De wetgeving voor de veiligheid op zee liep achter op de bouw van zulke gigantische
schepen. Het verplichte aantal reddingssloepen op passagiersschepen was alleen
vastgelegd tot een grootste afmeting van 10.000 ton en daarboven: 20 stuks.
Het originele bouwplan van 1908 voor de reusachtige "Olympic" en "Titanic" voorzag 
in 64 sloepen, om plaats te bieden voor het maximale aantal passagiers en
bemanningsleden van 4.400. 

Overtuigd van de onzinkbaarheid vond men 32 sloepen wel genoeg. 
Toen tijdens de bouw bleek dat het vrije uitzicht van de eersteklasse passagiers op
hun zonnedek belemmerd werd, liet men er aan stuurboord én bakboord nog eens 
zes weg. Zo werden uiteindelijk deze schepen slechts uitgerust met 20 standaard
reddingboten, met elk plaats voor 65-70 personen, precies genoeg volgens de voor-
schriften, maar bij lange na niet genoeg voor alle opvarenden.
Men ging ervan uit dat ze nooit anders gebruikt zouden worden dan in uitzonderlijke
gevallen voor het overbrengen van (een deel van) de opvarenden naar een ander schip.



Klinknagels
Met de "Titanic" werd in 1909, slechts een jaar na het leggen van de kiel van de 
"Olympic", al begonnen. Tijdens het snelle bouwproces van de beide schepen 
ontstond er gebrek aan klinknagels. Lastechniek voor de dikke scheepshuid-
platen bestond nog niet, er werd overnaads gebouwd door de huidplaten op elkaar
te klinken. Er moesten nagels van de hoogste kwaliteit gebruikt worden om bij 
hoge belasting van de scheepshuid – bij zwaar weer, of aanvaring – het springen
van de nagels te voorkomen. Uit tijdnood werd er in het boeggedeelte van de 
"Titanic" volstaan met een mindere kwaliteit klinknagels. 
Bunkerbroei
De enorme bergen steenkool, benodigd voor de bunkers van zo'n reuzenschip, 
leveren risico van broei op. Die is moeilijk te bestrijden, het is te vergelijken met 
broei in een grote hooiberg, die je uit elkaar moet trekken om echte brand te 
voorkomen. Voor het begin van de "maiden voyage" van de "Titanic" was de 
brandweer in Southampton vele uren bezig geweest een "kruipvuur" in de bunkers
van de "Titanic" te blussen. 
Er waren aanwijzingen dat tijdens de overtocht opnieuw kruipvuur ontstond. 
Door de koelende werking van het koude zeewater, voortdurend strijkend langs de
scheepshuid, blijft die broei enigszins onder controle. Hoe sneller het schip vaart,
des te meer koeling - hoe sneller men de kolen verstookt, hoe eerder men ook 
de brandhaard bereikt.

Overdenkingen bij het lot van de "Titanic" 

Deze feiten hebben al dan niet bijgedragen aan de omvang van de ramp die de 
opvarenden van de "Titanic" trof in de nacht van 14 op 15 april, en die uiteindelijk 
uitliep op haar ondergang in het ijskoude water van de Labrador stroom, naar een
pikzwarte diepte van bijna vier kilometer op de bodem.

De Labradorstroom voert zelden tot midden april nog ijs zover zuidelijk voorbij 42*N 
- als dat al het geval is betreft het meest restanten, in de vorm van smeltend drijfijs.
Voor de "Titanic" vormde dat geen wezenlijke bedreiging, het is hooguit funest voor
de verse verf van het nieuwe luxeschip. 
Het was dus niet echt roekeloos van kapitein Smith om door te varen, ondanks de 
lage temperatuur. Hij verwachtte drijfijs, geen ijsberg.
Ik maakte eens een reis met de Noorse tanker "Anita" in de eerste week van april 
van Boston, Mass. naar St.Johns, NewFoundland. Dat is een stuk noordelijker dan
Cape Race en honderden mijlen noordelijker dan de plek waar de "Titanic" ten onder
ging. We hebben die reis geen ijs gezien, helder weer net zoals toen, en open water
zo ver het oog reikte - de hele reis tot we afmeerden in St.Johns. 
Met hetzelfde schip maakte ik eind november in datzelfde jaar weer een reis in die 
omgeving: van Philadelphia, PA naar Quebec over de St.Lawrence Bay. 
Onderweg, langs Breton Island tussen Nova Scotia en NewFoundland door was het
vreselijk slecht weer, stormkracht uit noordwest op de kop. Het vroor een graad of 
vijf ver buitengaats, het buiswater bevroor onmiddellijk op alle opbouw, railingen, 
leidingen en loopbruggen, het schip zag er uit als een ijspaleis toen we Quebec aan
de St.Lawrenceriver bereikten. Maar we hadden open water, overal, de hele reis –
we moesten wel héél snel lossen en vlug weer de zee weer op. 
Het is dus een vreselijk ongelukkige toevalstreffer geweest, dat die ene ijsberg
precies op de koers van de "Titanic" lag, op 14 april 1912.

Tegenwoordig worden zulke gevaarlijke ijsbergen met de radar spoedig opgemerkt
en gevolgd – via radiowaarschuwingen is de scheepvaart snel op de hoogte. 

Mocht men zo'n bericht missen (slordig hoor) zou men dit gevaar zelf op de eigen
radar zien en tijdig koers kunnen verleggen. Helaas was de radar in 1912 nog niet
uitgevonden, de White Star Line had ze ongetwijfeld op de drie reuzenschepen
geïnstalleerd. 
Grote lijnschepen reageren tijdens hun oversteek op volle zee lang niet altijd op 
"praaien" met de morse-lamp door andere onbekende schepen. Dat wordt soms 
als arrogantie ervaren door de vrachtvaarders. Misschien terecht, maar niet altijd.
Een jonge zesde stuurman op wacht voelde waarschijnlijk de druk van grote
verantwoordelijkheid op zo'n grote passagiersstomer, daarbij komt de aandacht 
alert te zijn op een drijfijsveld. Misschien wou hij zich niet laten afleiden door een
lichtsein van een ander schip waarmee de koers niet gekruist werd. Kon niet 
belangrijk zijn. Bovendien maakt het seinen met een morselamp het oog ook 
tijdelijk minder gevoelig in het donker. 
Toen ieder zeeschip uitgerust werd met radio apparatuur werd die radio ook het
primaire communicatiemiddel. Als er maar iets vreemds wordt vermoed op zee 
zou een stuurman op wacht meteen de radio officier raadplegen en eventueel 
een oproep laten doen. Ten tijde van de Titanic-ramp moesten de stuurlieden en
de gezagvoerders er nog aan wennen dat ze met die nieuwe radio een krachtig 
instrument voor bevordering van de veiligheid aan boord hadden – was het niet
voor de eigen veiligheid dan wel voor die van anderen op zee. 
Onderlinge communicatie kreeg toen onbetwist voorrang boven het verzenden 
en ontvangen van gewone telegrammen. 
--- 

... de boeg als een ijspaleis ...    dec 1981    © foto Rob Jungcurt 

Op de reis over de North Atlantic langs Breton Island de baai in
vroor het al meer dan 5 graden, met slecht weer op de kop, 
al het overkomend buiswater bevroor onmiddellijk op railing, 
leidingen en masten, maar over de St.Lawrence Bay helemaal tot 
Quebec voeren we nog steeds door open water. 
De dag na ons vertrek werd de St.Lawrence Great Lakes Seaway
gesloten voor het winterseizoen.  

 

 

 

  

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

Het jaar van de historische buitenplaats  

Deze maand is het jaar van start gegaan waarin de historische buitenplaatsen van
ons land op een bijzondere manier in de aandacht worden geplaatst. Maar eigenlijk
begint het pas echt tijdens het komend weekend van 14 en 15 april. Het zal geen 
toeval zijn dat die dagen werden gekozen voor de meeste activiteiten, zo valt het 
immers samen met het jaarlijkse Museumweekend. 
De buitenplaatsen maken de historie tastbaar en houden haar levend, ze geven 
een stimulans aan de belangstelling voor wie er hier vóór ons hebben geleefd. 
Persoonlijk voel ik mij het meest aangetrokken door de royale groene parken 
waarmee deze woonsteden 'der welgestelde lieden van weleer' zijn omgeven. 
Het is tijdens bepaalde dagen in dit hoogtijjaar ook ruim mogelijk om toegang tot
verschillende huizen te krijgen tijdens bezichtiging, maar in veel van die parken 
er rond mogen we het hele jaar genieten en óók alle volgende. 

Vroeger was er geen "Quote 500", maar er waren minstens evenveel rijke families
die 's zomers de stad ontvluchtten waar het stonk – de Amsterdamse grachten
bijvoorbeeld deden dienst als open riool, waarop ook de slachterijen, neringen en
werkplaatsen hun afval loosden. Wie het zich kon veroorloven bouwde zich een 
mooi buitenverblijf niet te ver van de stad, zodat men er per koets vlug kon zijn 
om vrije dagen te genieten. Zo waren er aan de Amstel vele buitens, ook vlakbij 
de stad zoals "Frankendael" tot wat verder weg richting Gooi en langs de Vecht, 
zoals "Overholland" en het vermaarde "Nijenrode". 
Ook langs de duinstreek werden zulke "lusthoven" gebouwd. 
De Friese en Groninger grootgrondbezitters lieten zich niet onbetuigd, en ook zij
bouwden "Staten" en "Borgen". In totaal doen er "600 Buitenplaatsen" mee aan 
het "Jaar van de historische buitenplaats". 

Mijn vroegste interesse richtte zich op de Vechtstreek vanaf Utrecht tot aan het
Muiderslot, door het Verkade Plaatjesboek "Langs de Vecht" van Jac. P. Thijsse.
Ik heb zijn route van 1910! die door hem in "één dagmarsch" gelopen werd, voor
zover mogelijk in gedeelten weer gevolgd, in 1995. Er was in 85 jaar wel veel 
veranderd maar ook veel moois gebleven, vooral dankzij die buitenplaatsen die 
er nog staan langs de oever van de rivier. 
Er was veel personeel nodig om die grote huizen en het terrein te onderhouden. 
In de zeventiende en achttiende eeuw waren gemiddeld de lonen van arbeiders 
en handwerkslieden nog laag. Tegenwoordig kunnen zelfs de allerrijksten zich 
meestal niet meer veroorloven zo'n status te voeren. 

Veel huizen vielen onder sloop, de rest kwam in handen van nieuwe eigenaren 
die er een nieuwe bestemming aan gaven. Stichtingen en bedrijven vestigden er
hun kantoren, ze werden ingericht voor een horeca functie, sommige werden 
openbaar bezit als een museum, sommige werden inwendig verbouwd om in 
meerdere appartementen opgedeeld te verhuren.
Samen vormen ze een belangrijk cultureel erfgoed en het is dus ook algemeen 
belang dat ze in stand worden gehouden. Particuliere eigenaren doen graag een
beroep op de Staat, maar de overheid moet bewust met financiële steun omgaan.
Als een buitenplaats particulier wordt bewoond zal er een bordje "eigen weg" 
langs de oprijlaan staan, als al niet gekozen werd voor: "privé terrein – verboden
toegang". Maar de overheid zal aan belastinggeld de voorwaarde verbinden dat
het park voor het publiek toegankelijk is. 

Met het Jaar van de historische Buitenplaats wil men bekend maken op welke
creatieve manieren ernaar wordt gestreefd dat al dit fraai bezit behouden blijft.
In opdracht van de gemeenschappelijke organisatie is er een documentaire film
gemaakt op twaalf mooie buitenplaatsen in de twaalf provincies door Wim Dröge
en Hans Bouhuijs "
Levende Buitenplaatsen". Tijdens een openingsfeest op 
Nijenrode op 31 maart jl werd die vertoond aan een groot gezelschap genodigden.
Maar ook de "hardwerkende belastingbetaler" kan van dit fraais genieten door
de film op DVD aan te schaffen voor een bescheiden bedrag. Er is ook een 
boek uitgegeven als waardig opvolger van Jac. Thijsse's prachtige album – het
heeft de titel "V
echtse paradijzen, tuinen bij buitenplaatsen langs de Vecht"

Sinds ik van de regio rond Amsterdam naar Friesland ben verhuisd is mijn 
belangstelling meer op de Groninger en Friese buitenplaatsen gericht. 

Eén aspect van de parken vormt hun rijkdom aan "stinzenplanten" dat vele van
deze buitens met elkaar gemeen hebben, waarvan de naam uit Friesland stamt.
Maar daarover later meer. 

John Zwart – 12 april 2012. 

Vechtstreekmuseum 

De Buitenplaatsen aan de Vecht. 

  Buitenplaats Olterterp (Friesland), kantoor van Het Friese Landschap IFG

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

Standbeelden spreken  niet    

Als de verheven uitgebeelde al gestorven is, blijven ons alleen nog zijn verleden 
woord en daad. Gewoonlijk zijn die al geduid en ingepast in de historie, volgens 
de gebruikelijke formule: "van de vereerde dode niets dan goeds". 
Soms keert het tij, ziet men historie anders. Het standbeeld herinnert ons, zeer 
irritant, er dan aan hoe verkeerd wij vroeger dachten. Dan moet het naar een 
minder prominente plek, of ergens opgeborgen: 
"tijdelijk verwijderd in verband met onderhoudswerkzaamheden". 
Het omgekeerde kan ook gebeuren. Mensen, die men zonder aarzeling als "fout"
heeft gezien, verrichtten in 't verborgen goede daden. Het zichtbaar foute wordt 
vergeven en vergeten, voor het onzichtbaar goede krijgen zij alsnog de helden-
hoofdrol van hun levensfilm. 

Er was een mooie vrouw in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. 
Zij was gevierd op feestjes van de hoge Duitse officieren. Ze was geen vrijgevige 
lichtekooi maar verleende weloverwogen haar chique gunsten, aan wie macht had
over arrestanten in de "Haft". Die over deuren gingen van politiecellen en die van
de Weteringschans. 
Niet heldin genoeg voor een film, laat staan voor een standbeeld. Ternauwernood
werd nog voorkomen dat zij op de vijfde mei als "moffenhoer" zou worden kaal-
geschoren. Maar aan háár dankte mijn vader zijn leven, door zijn onverwachte 
in vrijheidstelling op de vroege morgen van de dag dat hij op transport zou gaan 
naar Kamp Amersfoort: "Nehmen Sie ihre Sachen, Sie sind entlassen". 
Dat verhaal heb ik pas in 1982 van hem gehoord. Toch had hij niets om zich 
voor te schamen. Hij wist niets over zijn bevrijdingsactie, hij dacht beschaamd
aan het lot van zijn celgenoten. 
Heikel wordt het voor mensen die terecht beschaamd zijn, lang leven en stilaan
oud worden – terwijl zij, toen het er op áán kwam nooit hebben gesproken. 
---

Die bleven zwijgen tot het voor spreken te laat werd. Hun "standbeeld" moet 
onherroepelijk neer, onder het meedogenloze scherpzwaard van revisionisme.
Willem Aantjes (Bleskensgraaf 1923) kan daarvan meespreken...
Nee, dat zeg ik verkeerd: de eens prominente ARP-er mag politiek nergens 
meer over meespreken, sinds in 1978 aan het licht kwam dat hij tijdens de 
"Arbeitseinzatz" in Duitsland zich aanmeldde als lid van de Waffen SS. 
Toen dit bekend werd kon hij zich niet meer vertonen zonder dat het woord 
"fout" rondgonsde. 

Günther Grass (Danzig(DR) 1927 – Gdansk*) is een literator van grote faam 
in Duitsland en daarbuiten, hij ontving in 1999 de Nobelprijs. Hij is net zo'n 
zwijger als Aantjes. Hij was een enthousiaste vrijwilliger die zich in 1942 op 
15 jarige leeftijd aanmeldde voor de onderzeedienst bij de Kriegsmarine. 
Nog te jong werd hij naar huis gezonden, hij mocht het een jaar later nog 
eens proberen bij de Waffen SS, met meer succes.
Met zo'n verleden moet je in het Duitsland van de schaamte op je woorden 
letten als het bekend is geworden. In plaats kritiek op de Joden in Israël 
te uiten kun je beter je tong afbijten.
Natuurlijk is het wáár dat Israël de Palestijnen aan de grensovergangen mens-
onterend behandelt, natuurlijk is het wáár dat het hypocriet is om de moslim 
landen van het Midden Oosten het streven naar massavernietigingswapens 
te verwijten, zolang Israël ongestraft sinds jaar en dag over een kernkoppen-
arsenaal beschikt. Die kritiek moet je aan anderen overlaten Günther, dat 
recht heb jij als 15 jarige Hitlerjugend-jongen al verspeeld. Het gif, dat toen 
over Duitsland stroomde, is zo krachtig dat het nog altijd dodelijk is. 

John Zwart – 11 april 2012 
                        *Danzig lag in het Deutsches Reich, thans 'n Poolse stad 

 
Willem Aantjes als 85-jarige bij zijn standbeeld in Bleskensgraaf  in 2008           Jan Pietersz Coen is in Hoorn van zijn sokkel gevallen...                  

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

Pasen en wat ons roert    

Pasen is lijden en pasen is feesten.
Het religieuze Pasen concentreert zich op het lijden en de Nederlander - in slechts
'n kleine minderheid nog Rooms Katholiek - heeft er desondanks als leidraad de 
twaalf staties van Jezus' kruisweg voor, begeleid door Johan Sebastiaan Bach's 
Mattheus Passion. Elke politicus en iedere BN-er bezoekt ergens een uitvoering -
er zijn altijd camera's bij. Na de kaalslag in het culturele budget kun je zó mooi 
laten zien dat je toch ècht geen cultuurbarbaar bent.
Over het andere pasen sla ik de flauwe grappen, van meubelboulevards en het 
Guinness book of records "wie bouwt de hoogste brandstapel", maar even over.
Het andere pasen is de lentevreugd. De kleur die terugkomt in de natuur, het 
voorzichtige prille groen, tere bloesemstruiken, uitbundige vogelzang en dartele
lammetjes in de wei. 
Op al die blije gedachten wordt graag ingehaakt met eieren beschilderen, eieren-
zoekfeestjes en lammetjesdagen. Dat is leuk en óók nog nuttig, om kinderen, 
zeker stadskinderen, in contact te brengen met het landelijke leven.
Ik ben nog van de generatie die zijn zondagsgevoel liet bepalen door Dr. Fop I 
Brouwer en Bert Garthoff, die de belangstelling kweekten "voor al wat leeft en 
groeit en ons altijd weer boeit". 
Wel beperkt tot God's vrije natuur - de grote slag van de bio-industrie moest nog 
komen. Intussen is 'dierenbescherming' niet meer iets van mijn oude tantes, die
vegetariër werden en zich zorgen maakten of de mensen wel goed waren voor 
hun hondjes en katten. 
Nu zijn er zware gevechten tussen de kostenefficiënte massaproductie van 
vlees en overige dierlijke producten en de organisaties in vele gedaanten die 
opkomen voor het welzijn van dieren. 

Het meest raak ik vertederd door die aandoenlijke mensen die binnen hun eigen
gezichtsveld zich met hart en ziel inzetten. Totaal ongehinderd door de schaal 
waarop hun passie effect heeft. Zij roeren me.
Zo'n man als Cornelis 't Hart, die in Soest een bejaardentehuis oprichtte om 
afgedankte paarden van de slacht te redden, zo'n vrouw als naamgenote Lenie 
't Hart, die zich haar hele leven inzet voor de zieke zeehonden en de 'huilers' 
op het Nederlandse wad. En ook nú nog zijn er steeds weer sympathieke jongens
en lieve meisjes die iets willen doen aan wat in hun ogen helemaal fout ging.
Dion Graus (van de 'animal cops'), hij zit bij een foute club, maar als je hem over
dieren hoort praten weet je dat hij oprecht is. Dan mag er wel een Landelijke 
Inspectiedienst zijn, het is 'n bekend feit dat die allang hopeloos tekort schiet.
Zo'n 1-4-4 nummer helpt toch weer een beetje, onlangs nog, voor de varkens die
nog leefden in een stal waar de helft al dood lag door verwaarlozing.
En dan zo'n meisje Karen Soeters: zij trekt zich het lot aan van de legkip die, 
na een leventje van anderhalf jaar als eieren legautomaat, als soepkip eindigt. 
Want ondanks de fraaie namen op de kleurige doosjes in de supermarkt zit het
merendeel van de kippen die jaarlijks 10 miljard (!) eieren moeten produceren 
nog in kleine draadgaaskooien en ziet voor 't eerst daglicht in de krat op weg 
naar het slachthuis. De kip kan 5 tot 10 jaar oud worden, Karen wil afgedankte
legkippen uit de soep redden voor een scharrelleven. 
Ondanks dat het jaarlijks 33 miljoen (!) kippen betreft, kocht zij voor pasen 
de eerste 150 kippen vrij. Want elke kip is er één! 
Een mooie paasgedachte. 

John Zwart – 8 april 2012 

   Karen Soeters gunt legkippen een kippenleven... >         
filmpje van de legbatterij kippen die vrijgekocht zijn door 'red een legkip'            alleen biologische eieren, 0NL zijn oke  

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

Vlekjes    

Kunt u zich de beelden nog voor de geest halen? Bagdad 2003. 
Opgewonden dolgelukkige Irakezen halen met vereende krachten het beeld neer 
van hun dictator Saddam Hussein – zorgvuldig geënsceneerd door de Amerikanen
naar later bleek. Natuurlijk was er weerstand tegen het bewind, maar heel wat 
mensen in Bagdad hadden het niet zo slecht onder de verguisde despoot, 
rivaliserende krijgsheren werden met harde hand in toom gehouden – zolang men
Saddam niet in de weg liep was het leven best draaglijk. 
Zo was het ook voor de gemiddelde Nederlander tijdens de Duitse bezetting, ach 
zolang je maar geen jood, zigeuner of verstandelijk gehandicapt was...  totdat de 
kentering kwam in 1944. Pas toen Adolf zelfs jongetjes van 14, 15 jaar oud ging
weghalen bij hun moeders en ze geweren en handgranaten in handen gaf - ja toen 
het duizendjarige Reich vanuit oost en tegelijk uit west in de klem werd samen
gedrukt - kregen de onderworpenen zowel als de Duitsers het slecht.
Zo werden Amerikanen en Canadezen als helden binnengehaald en stonden we 
met ingevallen wangetjes op spillebeentjes te juichen voor de brengers van het 
corned beef. Natuurlijk, het was spontaan, het einde van de nachtmerrie van de 
laatste anderhalf jaar oorlog in Europa. Ook in overwonnen Duitsland zelf werden
de Amerikanen spoedig vrienden, om dezelfde reden – en nóg één: alles beter 
dan de dreigende horden uit het oosten die hun miljoenen doden kwamen wreken.
Als Adolf had kunnen zien hoe makkelijk de massa's, die hem nog maar zo kort
geleden luidkeels "Heil, heil !" hadden toegeroepen, al dra begonnen te swingen 
op de "entartete" negermuziek die de GI's meebrachten, zou hij het betreurd 
hebben dat hij de zelfvernietiging van de laatste maanden niet meer volledig had 
kunnen doorzetten. 

In Irak ging het anders en in Afghanistan zal het wéér anders gaan.
Bagdad viel in een 21e eeuwse oorlog snel, onder precisiebombardementen, 
geen jarenlange "Verelendung" ging eraan vooraf. Er stonden daar geen half 
verhongerde mensen te juichen langs de kant, er stónden nauwelijks mensen 
langs de kant – en als 't aan vele inwoners lag hoefde dat standbeeld niet zo 
nodig meteen omlaag. Bovendien wisten ze dat de overwinnaar nog lang geen 
overwinnaar was, omdat er een guerrilla tussen rivalen ging volgen.
Het opzetten, zowel als neerhalen van standbeelden is altijd een heikele zaak. 
Als de persoon nog in leven is zou je ze helemaal niet moeten neerzetten. 
Immers hoe je iemand ook bejubelt, er is altijd wel een vlekje te ontdekken, 
dat zich vervolgens tot enorme proporties zal uitbreiden. 

Stel dat we wegens zijn heldendaden tijdens WO2 hadden gevonden dat er 
een standbeeld voor Prins Bernhard von Lippe Biesterfeld op de Dam zou 
moeten staan – we hadden na het  volledig onthullen van al zijn schavuiten-
streken met scheve ogen tegen dat beeld hebben aangekeken. Als het 
dan niet neergehaald werd zou het zeker voortdurend voorwerp van graffiti 
spuiters zijn geworden. 
Maar zelfs na de dood van bewonderde figuren, moet je voorzichtig zijn,
want met het verstrijken van de tijd kijken we met heel andere ogen naar 
hun daden. Dr. Willem Drees bijvoorbeeld, een uitnemend sociaal voelend 
staatsman, zette in 1946 toch wel even zijn handtekening om troepen naar
'de gordel van smaragd' uit te zenden - met lieden als Kapitein Westerling
om orde op zaken te stellen – in vergeefse poging het kolonialisme nog te
redden van de ondergang. Een standbeeld op het Binnenhof was op zijn 
minst controversieel geweest. 

Verder terug in de tijd: Jan Pieterszoon Coen werd in 1587 in Hoorn geboren
en vestigde in de zeventiende eeuw een belangrijk handelssteunpunt voor 
de VOC op de Banda eilanden. De specerijenhandel kwam tot bloei door 
zijn toedoen. De voormalige 'Hanzestad' Hoorn is uiteraard trots op deze 
voorvader, men richtte een groot standbeeld voor hem op, op het plein van 
de Waag. Intussen blijkt dat hij in de oost minstens even wreed tekeer is 
gegaan als ruim driehonderd jaar later Westerling zou doen op Celebes. 
Je zou kunnen zeggen: Westerling heeft driehonderd jaar de tijd gehad om 
van de geschiedenis te leren, maar J.P.Coen wist nog niet beter dan: zó 
vestig je eens en voorgoed de macht. De stad Hoorn van nu kan zich niet 
meer verplaatsen in de denkwereld van de zeventiende eeuw, en nu wordt 
geroepen: "Dat beeld moet weg!"
Maar moet dat? We gaan toch ook de Max Havelaar niet verbranden omdat
na uitgebreide studie is gebleken dat Eduard Douwesz Dekker helemaal 
geen anti-koloniaal was, maar eigenlijk nog het liefst zelf de Onderkoning 
van Nederlandsch Indië was geworden? 

© John Zwart – 7 april 2012 

Deze link brengt u naar beelden die bewijzen dat elke oorlog alle 
     menselijkheid verdringt: Irak 2003 en in de jaren die volgden tot 2011. 

Bagdad, geen juichende massa's langs de kant ...

Amsterdam, het Multatulibeeld van Eduard Douwesz Dekker ...

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

Altijd blijven lachen    

Dat is vast en zeker het credo van onze minister president. De lach is het beste
wapen tegen alles wat je hindert. Lach gewoon je problemen weg! 
Er wordt wat afgelachen zodra de camera's op het gedoogcentrum zijn gericht. 
Laten we daar nu eens gewoon aan méédoen, in plaats van almaar die eeuwige
ernst. 
De vakbonden beginnen het nu op te pakken, gewoon lekker méélachen met 
de premier. Dan kunnen we later nog steeds zeggen dat we het niet serieus 
namen, we hebben immers samen gelachen - het was dus een grap! 
Om Geert Wilders lachen we nooit en zelf is hij zelden op een lach te betrappen.
Dat is zijn zwakte, dat ze dat bij "links" nou niet hebben ingezien! 
Dom hoor, want hier ligt toch het "Gefundenes Fressen" in de aanbieding. 
Geen groter vermaak dan leedvermaak. 
---

Kijk nou eens onbevooroordeeld naar die kop boven alles uit, dan schiet je 
toch spontaan in de slappe lach? En kijk eens goed naar dat duo Rosenthal
en Hillen, ze zouden toch zó kunnen acteren in een muppetshow over een 
19e eeuwse oudeherensociëteit? 
In Den Haag kunnen ze jennen, maar zelfspot is er helemaal vreemd, daar 
laten ze toch een prachtkans liggen. Neem nou eens die Teeven, de man 
van de streng, strenger en overtreffend strengere aanpak. Daarover lult die 
kokosnoot maar dóór terwijl de archiefkasten met onbehandelde aangiften 
niet meer dicht kunnen. 
Dat is toch om te schateren? 
Lachen is gezond, ik lach me rot om al die waterhoofden, 
even hard als wanneer ik zelf in de spiegel kijk. 

© John Zwart – 05.04.2012 

  kom op nou ... lachen jongens !

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

Collectieve Alzheimer   

Zo, ik heb nu zin om even lekker alle politieke correctheid aan mijn laars te lappen.
Ik heb eventjes absoluut geen zin meer om me begripvol, méégaand en beschaamd
op te stellen tegenover Surinamers en de Nederlanders met Surinaamse wortels 
binnen mijn gezichtsveld. 
Oké, tweederde van hen dan, 't andere, denkende deel hoeft zich niet aangesproken
te voelen - die slaan dit stukje maar over.
Ik ben woedend op die lieden die selectief met geschiedenis blijven omgaan en een
schandelijk primitief landje maakten van een voormalig Nederlands Rijksdeel aan de
Caribische Zee. Ze kregen tenminste tientallen jaren behoorlijk bestuur als voorbeeld,
maar wisten er niets beters van te maken dan een criminaliserende, rivaliserende en
elkaar discriminerende rotzooi.
Dertig, zeker twintig jaar lang heerste in Paramaribo de stilte van de angst. 
En nu zijn ze zo blij met hun eigen zwarte drugsdealer met strafblad en broeder-
moordenaar, die diepe minachting koestert voor die witte criticasters overzee, dat hij 
voor ééns en voor al als eerbaar staatshoofd aan de wereld kan worden gepresenteerd.
Discrimineer ik? In Paramaribo zet men wit tegenover zwart. 
Ik werd er zonder aanleiding "kaaskop" gescholden. 
---

"Er moet gewoon zand over, al dat gezeur over die decembermoorden. Het is 
al zolang geleden. Het jonge Surinaamse volk heeft er totaal geen boodschap
meer aan. Desi is onze held!" Dat geluid hoor ik steeds weer. 
Anderhalve eeuw geleden zou in jullie ogen wel zoiets als het stenen tijdperk 
moeten zijn, als 30 jaar al bestemd is voor de vergetelheid! 
Historisch besef? Willen jullie nou nog blijven zeuren over de slavernij? 
Er waren ook heel goede planters, die wel – in het licht van die tijd – behoorlijk 
zorgden voor hun arbeiders. Als je je mensen doodslaat dan hou je immers 
onvoldoende mankracht over om het werk op de plantage gedaan te krijgen.
Nee, liever blijven jullie steeds maar die mythe herhalen van martelingen, 
serieverkrachting en die put met zoutzuur waar de vermoorde slaven in werden 
gedumpt. Er is door de Nederlandse belastingbetaler intussen genoeg 
gewetensgeld gebloed om die steeds ingepeperde schuld af te lossen.
Alzheimerpatiënten verliezen hun kortetermijn geheugen het eerst, maar het 
verre verleden blijft nog lang bij vlagen steeds opdoemen. Het grootste deel 
van Suriname lijdt collectief aan Alzheimer. 

© John Zwart – 2 april 2012 

  twintig jaar stilte van de angst ...

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

De maakbare stad   

Bestuurders van onze hoofdstad zijn altijd weer druk bezig zich te bezinnen hoe
Amsterdam er 'morgen' uit moet zien. 
Ze wilden een 'kwaliteitsslag' maken in de volkshuisvesting en verlegden daarom de
gemeentegrenzen voor het bouwen van 'n nieuwe 'parkstad' in de Bijlmermeerpolder 
– ze wilden al die tienduizenden fietsers en voetgangers, die dagelijks met pontjes 
het IJ oversteken tussen Noord en Centrum, 'n wereldstadse vervoersoplossing 
bieden met een tweede metrolijn: er ging een Noord-Zuid Lijn komen, onder alle 
historie en het water dóór, – ze wilden de strijd aangaan met Londen, Amsterdam 
tot financieel centrum van wereldformaat maken, waartoe plannen kwamen voor een
kantorenwijk van ongekend allure boven de A10, die daarvoor ondergronds moet 
verdwijnen: het Zuidas project.
Een maakbare wereld.
De ideeën, de plannen, zijn maar één kant van het verhaal: want de maakbare 
samenleving bestaat niet. Zo tracht men óók al een tijd uitvoering te geven aan 'n
morele kwaliteitsslag in de uitstraling van onze hoofdstad. 
Vraag aan een willekeurige buitenlandse toerist waaraan hij denkt bij Amsterdam,
dan hoor je het rijtje: redlight district, coffeeshops for cannabis, canal cruise, 
van Gogh and Rembrandt. De hoofdstad moet haar faam van het 'red light district' 
en 'softdrugs paradise' zien om te ruilen voor een faam van kleine creatieve kunst-
zinnige ondernemers, in de artistieke en modieuze sfeer. 

Nu kreeg Maastricht in tien jaar tijd een succesverhaal van de grond met de Tefaf.
Maar dat is andere koek dan het één voor één uitkopen van huisjesmelkers en
raamverhuurders in het 1012 district. Daarmee bereik je geen definitieve 'switch' 
aan het imago van een stad. En bovendien: alles vloeit, net als een waterbed, óók
de wereld aan de zelfkant. 
Gelijk op, met een kleine vermindering van de raamprostitutie, groeit nu het 
fenomeen van de Chinese massagesalons. De overheid vermoedt hierachter
een onderwereld van witwaspraktijk en illegaal aanbod van 'happy endings'. 
Nu gaat men dus weer dit probleem 'in kaart brengen' door systematisch deze 
adressen te bezoeken.
---

"Het lijkt mij dat de vrijwilligers staan te dringen om deze inventarisatie uit 
te voeren" schrijft 'n collega columnist. Daarom moet ik even hartelijk lachen.
Het is toch iets anders dan het buitendienst team van de belastingdienst, 
dat de wallen eventjes ging doorlichten op het braaf afdragen van loon- en
inkomstenbelasting door de werkzame dames, die daar het (sinds deze eeuw
eerzame) beroep van prostituee uitoefenen – 
tijdens de werkuren van de dames wel te verstaan, want overdag slapen ze!
Het enthousiasme van de undercover politie die de massagesalons moet 
onderzoeken zal wel meevallen. Je moet namelijk over een ijzeren lichame-
lijke conditie beschikken om méér dan één lichaamsmassage per dag te 
kunnen doorstaan in een Chinese massagesalon. 
Nee, dit meld ik niet uit eigen ervaring, maar wel vanuit die van de schrijver
 L.H.Wiener, die in de jaren 2010-2011 uitgebreide ervaringsresearch deed 
in de Chinese massagesalons voor zijn roman "Sjanghai Massage".

Omdat er zo'n groei is, zal er toch wel een "markt" voor zijn. Ik vermoed dat
het aanbod in twee categorieën uiteenvalt: de serieuze, op oude tradities 
berustende, praktijk. Die is herkenbaar aan de uitgebreide informatieve 
folders en displays over de onderliggende technieken. Daarnaast zullen er 
wel 'meelifters op de hype' zijn, die op 'aanverwante zaken' nog een graantje
meepikken. Klein bier in de wereld der boosheid.
Ik zou onze Amsterdamse rechtshandhavers willen aanraden: Laat wat 
paardenbloemen ongemoeid in de berm van onze maatschappij. Richt u 
liever op het woekerend brandnetelveld van grote georganiseerde boosheid 
in onze wereld, dat welig woedt in de financiële en vastgoedbranche, de grote
internationale drugshandel, de wapenmaffia en last but not least onze ceo's 
en commissarissen in onze semi-openbare en aanverwante zogenaamd 
geprivatiseerde graaiorganisaties. Als we dat alles achter de rug hebben, 
is al een veel mooiere samenleving gerealiseerd.
Hebben we dan nog tijd over? Ga dan nog maar achter 'n illegaal hoertje aan...

© John Zwart – 31 maart 2012.

       Het 1012 dustrict ... 
met één voor één uitkopen van raamverhuurders bereik je geen ander imago van de stad ...

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

Mannen met een balkje  

Bij tussenpozen die steeds korter lijken, worden we met de neus gedrukt op 
aspecten van het leven waar we liever niet bij stilstaan. Maar dàn kunnen we er 
niet omheen en breekt de verontwaardiging los, doelgericht op die mannen met
een balkje voor de ogen.
De zwemleraar alweer vergeten, maar Keith B. en Robert M. vol in de schijn-
werpers. Telkens een nieuw incident met nog op de achtergrond 't verleden van 
de duistere R.K. Instituten. Maar zijn het steeds incidenten? 
Er zijn legio situaties waar peuters, kinderen, jong volwassenen, ziek of gezond,
maar op één of andere manier kwetsbaar, toevertrouwd zijn aan een individuele 
oppas, buurman, leerkracht, trainer, arts, therapeut - noem maar op. Redenen 
te over om te veronderstellen dat er veel méér gebeurt dan wat openbaar wordt. 

Ik woonde een poos in een dorp, aan de buitenkant groeide de nieuwbouw. 
Het land, zoals zo vaak, gekocht van een bejaarde boer die met de opbrengst 
het bedrijf beëindigde. Aan de overkant van de straat nog steeds de oude boerderij
't ruime erf rondom, waar de enige zoon bleef wonen. Dat boerenerf oefende een
enorme aantrekkingskracht uit op jonge kinderen uit het nieuwe buurtje. 
Ze speelden er graag, want van de kluizenaar-boerenzoon mocht alles. 
Mijn zevenjarig dochtertje en haar vriendinnetje kwamen er ook graag. 
Ik was belangstellend naar hun spel, mijn dochter vertelde vrij en onbevangen 
dat het zo leuk was omdat er zoveel 'rommel' was, ook in de schuur. Ze mochten
óók in zijn huis! Oh ja? Ja, ze mochten in de keuken zelf dingen koken en in 
de kamers de bedsteden zien. 
Speelt K. altijd met jullie mee? Gegiechel... Nee, soms doet hij wel mee op 't erf,
maar hij zit vaak te lezen. Ik was niet gealarmeerd, wel gezond achterdochtig. 
Het was goed als ze naar de boerderij gingen spelen, maar wel samen, nooit alleen.

 

Een mooie zonnige zomerdag kwamen ze tegen het avondeten thuis. 
Weer gegiechel... Waarom hebben jullie zo'n plezier? Nou ze lachten over K., 
die ging zwemmen in het vennetje achter op het erf, helemaal in zijn blootje. 
Het vriendinnetje, die de bedsteden zo grappig vond, mocht ook wel een keer 
bij K. in zijn huis blijven slapen. 
Gelukkig bleef ik rustig, ik moest geen onrust stoken, maar van slapen in de 
bedstee zou natuurlijk nooit iets komen, wat mij betreft. 

In mijn werkkring kreeg ik later te maken met herintegratie van meisjes die een 
poosje de weg kwijt waren. Eén van hen had door hersenbeschadiging afwijkend 
gedrag vertoond. Het ging om exhibitionisme, dwangmatigheid streed met haar
schaamtegevoel. Ze was, na een paar maal opgepakt te zijn in drukke winkel-
straten, opgenomen in de psychiatrie. Werd verliefd op haar behandelaar, die 
een heel eind meeging in een aantrekking-afstoting spel. 
Na een jaar mocht ze weer "naar buiten", er werd bemiddeld voor 'n zelfstandige
woning in Amsterdam en ze kwam werken op mijn afdeling. In de allereerste 
week van haar herintegratie stond opeens haar psychotherapeut voor haar deur:
"Nu kan het wel, toen je nog binnen zat was het te gevaarlijk". 
Dan ga je twijfelen over aangifte... Maar wat breng je op gang, toch maar niet...
Ik las over steekproeven onder een groot aantal proefpersonen, daaruit werd de 
conclusie getrokken dat één op vier Nederlandse vrouwen in hun jeugd ooit met
seksueel misbruik te maken kreeg.
De incidenten in het nieuws zijn maar het topje van de ijsberg. 
Als die twee meisjes die door Keith B. werden misbruikt geen aangifte hadden 
gedaan, hadden de zeven andere voor altijd gezwegen. Hoeveel mannen in de
schaduw van Keith B. leven hun ongestrafte leven gewoon verder?
Eén op vier vrouwen, ik vrees dat 't wáár is. 

© John Zwart – 25 maart 2012

   

aan de overkant nog de oude boerderij ...
oefende enorme aantrekkingskracht uit op jonge kinderen ...

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

Peilingen trendwatchers en de onrust

Er zijn tegenwoordig een heleboel instituten, en bedrijven zelfs, die zich bezig
houden met peilingen en het voorspellen van trends. Dat is een teken van rijkdom,
in magerder tijden met groter problemen hadden we die niet.
Nu worden in het kader van 'studies' enquêtes gehouden, straatinterviews gedaan
op allerlei gebied – of het gaat om de populariteit van de premier, de steun voor 
het kabinet, hoe groot zou partij A zijn als er nu verkiezingen werden gehouden,
en zou partij B dan winst of verlies boeken en of dat ten koste of ten bate van 
partij C zou gaan – een mer a boire aan onderwerpen. De momentopnamen 
kenmerken zich door veel natte vingerwerk, emotie van de dag gedoe en open 
deuren, oftewel 'boerenverstand'. 
Ook de markt wordt voortdurend gepeild:  "wat vindt u van de prijzen van het
boodschappenpakket, gaat u dit jaar nog voor een verre vakantie op reis of 
bespaart u juist daarop". Nou, als nu ergens op bezuinigd zou moeten worden, 
zou ik zeggen begin dáár nu eens mee. Niet met die vakanties natuurlijk maar al
dat gepeil en gerapporteer. Het levert alleen maar onrust op. 
Het is allemaal onproductieve arbeid die toch – en niet zo zuinig – betaald moet
worden. Van de krant van gisteren weten we dat die spreekwoordelijk alleen nog
maar van nut is om de vis in te verpakken. De meeste rapporten verdwijnen in 
diepe laden van ministeries en bedrijven, om er nooit meer uit te komen – 
behalve soms véél later, om vast te stellen dat de plank behoorlijk werd mis-
geslagen. Hoeveel ambtenaren zitten er op zo'n CBS gewichtige rapporten te 
produceren die alleen eventjes goed zijn voor een paar krantenkoppen, welke 
kort daarna bestemd zijn voor de viskoppen. 
De private sector pompt ook voortdurend geld naar bureautjes als de Hond, die 
ondanks dat de man heeft bewezen met zijn "newconomy" niet zo'n briljante 
zakenman te zijn, regelmatig mag aanschuiven als een trendduider in diverse
populaire TV programma's. 

Pas aangetreden als kersverse gedoogpremier was Mark Rutte bij alle peilers 
een topper omdat hij zo duidelijk, zo open was en rechtstreekse antwoorden gaf.
De journalisten vonden hem geweldig. Een verademing na de wollige Balkenende.
Ik zag vooral een studentikoos figuur die met corpsbal bravoure en zijn 'gulle 
lach' met simpele antwoorden wegkwam. Nu hij een poosje zit en blijkt dat zijn
'gulheid' uitsluitend beperkt is tot dat lachen, maar verder alleen druk met 
snijden en dieper snijden, is zijn populariteit fors gezakt. Zoiets kan ik ook 
zonder peilingen en trendduiders vaststellen. 

Bij de PvdA is Diederik Samsom als de nieuwe voorman aangetreden. Een ruk
omhoog in de peilingen – na Job Cohen die aardige man, altijd open voor het 
compromis, was men wel weer eens toe aan een straatvechter. Links veert op,
Jolande-Afghanistan-Sap incluis, maar er zijn geen verkiezingen, ook al roep 
je grappige one-liners over fietsen met zijwieltjes, houtje-touwtje kabinetten of
plakband regeringen. Ik betoogde al eerder dat met een amateur cabaret-
voorstellng geen actieve politiek wordt bedreven. 

Ik moet het eerst nog zien gebeuren dat we weer een land worden waar je je 
niet voor hoeft te schamen. Met het vertrek van Held Brinkman uit het Wilders-
kamp wordt het niet beter. Juist méér nog afhankelijk van de luimen van de 
extremisten op de rechterflank. 
Want Rutte en Verhagen hebben één ding gemeen: ze verkopen desnoods 
hun ziel aan de duivel om aan de macht te blijven. 

 © John Zwart – 20.03.2012 

    ... niet zo'n briljante zakenman ... 
Maurice de Hond  
              © Foto: slim beleggen 

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

Van thema's en de boekenweek        

De Stichting CPNB hoeft maar ééns per jaar een boekenweekthema te verzinnen,
dus hebben ze ruimschoots de tijd. In het lange bestaan van de voormalige 
"Stichting ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels" passeerden er dus
al zo'n 77 boekenweekthema's. 
Die leveren vaak discussie op, bedenk maar eens iets waar iedereen zich in kan
vinden! Columniste Hester Macrander van de Volkskrant laat geen spaan heel 
van het Boekenweekthema 2012 "Vriendschap en andere ongemakken".
"Hoe kom je d'r op", verzucht ze. 
"Vriendschap veralgemeniseerd met ongemakken... 
 Het leven zelf is nu eenmaal per definitie een ongemak ... Ik had 'n prikkelender
 en uitdagender thema gevonden: "De stoelgang en andere ongemakken." "
Lezers, u begrijpt het, ironie is deze vk-columniste niet vreemd. 
"Relaties en andere ongemakken" had zij een honderd procent betere keuze 
gevonden. De portie ongemak die het leven voortdurend oplevert vindt zij juist nog
het meest beperkt blijven bij vriendschap: 
"meer persoonlijke vrijheid dan in een relatie, je hoeft niet elke nacht het bed te 
delen, of emotionele spanningen te ervaren als je een tijdje op de logeerkamer 
gaat liggen".
Ze duidt haar mening nog nader: "In een liefdesrelatie verleng je het ongemak 
vrijwillig ... maar welk percentage van de relaties om u heen kwalificeert u als 
'goed'? Een matig goede relatie geeft nog steeds veel meer ongemak dan een 
matig goede vriendschap... 
Ik hoor de bedenker van 'vriendschap en andere ongemakken' al zeggen op de
Commissievergadering van Themabedenkers als iemand riep: 
'Relaties en andere ongemakken': "Dat is zo... 1950." En even later zou hij zelf
roepen: "Vriendschap en andere ongemakken"! Toen wist iedereen: dit is 2012 
en ze zwegen bedrukt." 

Tien jaar was ik redacteur van Hernehim Cultuur en deed daarbij heel wat 
ervaring op in het kiezen van een maandelijks nieuw thema voor poëzie, bij
toepasselijke beeldende kunst. Zeker zo'n 80 thema's passeerden de revue
vanaf 2001. 
Maar in de maand maart kozen we meestal ook voor het Boekenweek-
thema. Dat was immers al een jaar lang bekend. 
Dus zelfs als het wat moeilijker lag moest dat toch mooi poëtisch werk 
kunnen opleveren, het kreeg immers 'tijd om te rijpen'.

Vandaag zat ik in de trein op weg terug naar huis, na een dichterspodium. 
Het leek wel een "love train": 
overal rondom ontluikende liefde en dat is gewoonlijk de heftigste.
Aan de overkant van 't gangpad twee 'gothic meisjes' die met elkaar streden
in concurrentie om de gunsten van een jongeman. Hij was gekleed in lange
zwarte jas en leek zó van een Mattheus Passion podium gestapt, waar hij 
de rol van Jezus ging spelen. Schuin vóór me in mijn blikveld zaten een 
meisje en jongen vanaf hun smartphone de sms-jes die ze aan elkaar 
hadden gestuurd hardop voor te lezen. Onder de inspiratie daarvan kroop zij 
geleidelijk steeds verder bij hem op schoot.
Op de bank tegenover mij een stel vijftigers, hij met gebreid mutsje en een
gouden oorringetje, zij in oorlogs make-up en costa-gebronsde huid droeg
een trouwring. Vier strelende handen in elkaar gevlochten – Kusje na kusje.

Vroeger, aan boord, zag ik zich vaak zulke taferelen ontwikkelen onder de
passagiers. In eenzame buien stak er dan wel eens een vage jaloezie op. 
Inmiddels is mijn leeftijd ruim het dubbele van toen. Intussen heb ik nu 
geleerd hoe vluchtig de hevigste verliefdheden kunnen zijn en dat zelfs van
elke drie huwelijken er één nog binnen de eerste tien jaar strandt. Ik weet 
alle liefdes even vergankelijk als zoutwaterliefde op de golven. 
In april mogen mijn lezers bewijzen of Hester Macrander gelijk heeft - en me
verrassen op het thema "Liefde en haar ongemakken". Maak me blij met 
gedichten over liefdesverdriet, verraad en andere teleurstellingen. 
Want altijd die zoete liefde is … saai. 

© John Zwart – 18 maart 2012 

    hoe vluchtig de hevigste verliefdheden kunnen zijn ...

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

Het gewicht van leed      

Wat is dat toch met ons Neêrlands volkje?
Op allerlei terreinen zijn we hopeloos verdeeld, we klagen massaal over de buren
 – dus over elkaar – en als we verschillend denken over de aanwezigheid van
vreemdelingen schelden we over en weer: 'fascist', of: 'knuffelaar van uitkerings-
fraudeurs'. De één vindt 'zakken vullen' heel verdedigbaar (moet je óók maar slim
zijn), de ander roept 'schandaal' omdat alle problemen 'op de nek van de zwak-
sten in de samenleving' afgewenteld worden. 
Slechts voetbal lijkt in schijn ons nog wel te verenigen, maar dat komt vooral 
omdat de anderen zich heel stilletjes terugtrekken zodra de hooligan-horden, die
zich 'supporters' noemen, brullend door de straten trekken. 
En dan gebeurt er een akelig ongeluk met een touringcar. Met schoolkinderen, 
op thuisreis uit de sneeuw. In de vroege ochtend hoor ik op de VRT dat de 
Belgische autobus in een Zwitserse Alpentunnel met volle snelheid tegen de 
wand is gebotst. Achtentwintig doden zijn geteld: daarbij de twee chauffeurs en
vier volwassen begeleiders. Dus tweeëntwintig kinderen vonden de dood – nog 
onduidelijk is de toestand van enkele zwaargewonden. 
Eén à 2 uur later meldt de Nederlandse Radio dat 'bij een zwaar ongeluk met een
Belgische bus in Zwitserland ook 7 Nederlandse kinderen zijn omgekomen'.
Het allereerste wat het Nederlandse journaille wil weten en melden bij een bericht
over een ramp is dit: of er – ja dan nee – Nederlandse slachtoffers zijn en hoeveel.
Er is blijkbaar een verschil in het gewicht van leed: 'eigen leed' toch het zwaarst?

In de kleine stad Lommel staat de basisschool 't Stekske. Dat is circa 
3 kilometer van de diffuse Belgisch-Nederlandse grens, die daar door een 
natuurgebied loopt: de Blekerheide en de Vossemeren. 
Nog 3 kilometer verder ligt Luyksgestel. Op vergelijkbare afstand liggen een
paar buurtschappen: Heeserbergen, Lutlommel, Koloníe. 
Lommel is de grootste kern in het gebied ter weerszijden van de grens. 
Op 't Stekske zitten zowel kinderen uit Nederlandse gezinnen als Vlaamse.
Wat maakt het uit of je aan de Gestelsedijk woont of aan de Luikersteenweg,
op de fiets doorkruis je het gebied in een half uur. 
Maar de media gaan tellen: zeven Nederlandse kinderen dood - van een 
totaal van tweeëntwintig – o ja: dat zijn dus vijftien dode Vlaamse kindertjes.
In Nederlandse ogen is het ongeluk (dus?) minder erg dan vanuit Belgisch 
perspectief? Zulke nationalistische gedachtewegen kan ik niet volgen. 
Onlangs een bericht over een neergestort vliegtuig. "Van de honderdtwintig
inzittenden heeft helaas niemand de ramp overleefd. Naar verluidt zijn er 
geen Nederlanders bij betrokken", zei de nieuwslezer. Hoor ik daarin een 
zucht van verlichting klinken, of verbeeld ik me dat maar? 
Misschien bepalen we ons beter bij slachtoffers en nabestaanden, ongeacht
hun paspoort en noemen pas Nederlanders als dat terzake doet.
Of koesteren we zo'n ontkenning als geruststelling: 't valt toch nog wat mee? 

© John Zwart – 15 maart 2012

... diffuus loopt de Belgisch-Nederlandse grens 
door het natuurgebied tussen Lommel en Luyksgestel ... 

 

stilte 

nooit vind ik hem 
hij zit verborgen 
'k weet niet waar iemand hem heeft verstopt 
de wind fluisterde: hij is verborgen niemand kan er komen 
alleen ... de stilte 

Leen Vandecasteele (13 jaar), Lommel 

© Foto Natuurpunt vzw, Stad Lommel. 

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

Van boeken naar microfiches tot >download<      

Op de dag dat 'tout le monde van Nederland', al die personages 'die er toe doen'
in de wereld van het Nederlandstalig gedrukte boek, vrolijk bezig waren met 
netwerken, feesten, drinken en klinken op het Boekenbal in de Amsterdamse
Stadsschouwburg, viel definitief het doek voor de meest prestigieuze uitgave 
ter wereld. 
Jorge Cauz, de huidige uitgever van de Encyclopaedia Brittannica maakte 
dinsdag 13 maart 2012 bekend dat er in dit jaar géén nieuwe tweejaarlijkse 
uitgave meer zal worden gedrukt – en óók in volgende jaren niet meer. 
De markering van de afsluiting van een tijdperk. In 1768 verscheen de eerste 
uitgave van het meest gezaghebbende naslagwerk in het Engelse taalgebied,
toen gedrukt in de stad Edinburgh (Schotland). 
In 2010 werd de laatste editie gedrukt in Chicago (USA). 
Gedurende bijna twee en een halve eeuw vertegenwoordigden de 32 delen van
deze encyclopedie, als verzamelde gedrukte wetenswaardigheid, een zeer 
gedetailleerde "macropedia". Die maakte, was ze eenmaal in je bezit, dat 
andere gedrukte bronnen eigenlijk wel gemist konden worden. In het jaar 1990 
bereikte de toen 220 jarige E.B. nog een recordoplage van 120.000 exemplaren. 

Hoe snel het digitale tijdperk zijn invloed deed gelden blijkt uit 't feit dat in nog
geen twintig jaar het al niet meer loont dit gezaghebbend werk in boekvorm 
uit te brengen. 
---

De Nederlandstalige encyclopedie die enigszins vergelijkbaar is, is veel jonger.
In 1870 schreef Anthony Winkler Prins de eerste, hoofdzakelijk opgebouwd uit
vertaalde artikelen die hij overnam uit de Duitstalige Brockhaus Encyclopedie –
later werd Elsevier de uitgever.
Ik weet nog goed uit de jaren 50 te herinneren dat de uitgever, die zijn oplage 
bij intekening tot stand bracht, bij het onderwijs lijsten opvroeg van leerlingen 
die verder zouden gaan in het gymnasiale onderwijs. 
Dan kwamen de vertegenwoordigers aan de deur om onze ouders te overtuigen
dat het onontbeerlijk was voor de verdere ontwikkeling van hun kinderen dat 
men zich een encyclopedie aanschafte. Het feit, dat de uitgave deel voor deel 
uitkwam en de betaling dus uitéénviel in 26 porties trok velen over de streep. 
Jammer voor de leerlingen strekte de verschijning van de delen zich uit over 
meerdere jaren, zodat pas in de laatste studiejaren het nuttig gebruik goed 
tot zijn recht kwam. 
Wie verder ging naar de Universiteit werd vaak "werkstudent". Een bijbaantje 
jaren 60 kon dan zijn... encyclopedie verkoper, voor Elsevier Uitgeverij. 
Het doek voor de "Winkler Prins" in boekvorm viel al in 1993, toen de negende
tevens laatste druk verscheen. Na ruim 120 jaar bestaan werd die grootste 
Nederlandse encyclopedie dus al tot een uitgave die alleen nog tweedehands 
op Marktplaats of bij de Antiquarische Boekhandels te koop is. 

© John Zwart – 14 maart 2012 

Maar bij de Encyclopaedia Brittannica ligt nog een restant 
van haar geurig nieuwe laatste druk uit 2010. 
Wie uit verzamelzucht graag dat rijtje uitvoerige wereldwijsheid
in zijn boekenkast wil hebben, moet er snel bij zijn – 
want hier geldt echt: op = op.
Voor 1395 dollar, exclusief verzendkosten, 
eigenlijk nog niet eens zo duur.
Curiositeit: 
Een replica van de 3 delige alleréérste uitgave uit 1768 
is online vanuit Londen te koop voor slechts 69 pond. 

http://www.britannica.com/

 

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

De advocaat en het gevoel    

Vandaag heb ik iets geleerd: Robert M. is gevoelig!
Ja, dat bepaalde gevoelens zich in zijn persoonlijkheid ontwikkelden, gevoelens
die 99% van alle mensen met weerzin vervullen, is wel genoegzaam bekend. Het
tóegeven eraan naar hulpeloze peutertjes is afschuwelijk en wordt daarom terecht
bestraft.
Van enige "empathische gevoeligheid" bij Robert M. blijkt nergens, gezien de 
enorme reeks van misbruik door de jaren en het ontbreken van spijt.
Maar Willem Anker, één van de strafadvocaten van kantoor "Anker & Anker" dat 
Robert M. verdedigt, heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen het Amsterdamse
Hof. Want Robert M. heeft hem gezegd dat hij "het gevoel" heeft dat er in ons land
geen sprake is van een rechtsstaat, dat de rechters vooringenomen zijn over hem,
dat hij het "gevoel heeft" al bij aanvang van het proces feitelijk te zijn veroordeeld.
Ik heb vaker moeite met strafrechtadvocaten, en nu ook eens met dorpsgenoten
de Ankertjes. De poging tot wraking heeft natuurlijk als doel: procesvertraging. 

---

Natuurlijk heeft iedereen, zelfs bij beschuldiging van hele reeksen weerzin-
wekkende daden, recht op verdediging. Daar gaat niets van af, alleen is 
het probleem dat wetsartikelen en arresten bij uitstek het gebied zijn 
voor spitsvondig selectief winkelen van kommaneukers. 
Daarbij komen de advocaten helemaal in hun element. 
Terwijl bij deze zaak ouders van de onmondige slachtoffertjes geconfronteerd
zijn met baby- en peuterneukers.
Het wrakingsverzoek baseert zich op afwijking naar de letter van het spreek-
recht.  De slachtoffers, baby's en peuters, hebben dat recht – dat ze daar niet
toe in staat zijn: jammer dan. 
De ouders zijn geen slachtoffer, zegt de kommaneuker. Het zal allemaal 
wel kloppen hoor, maar de advocatuur gaat hier zelf met de zweep over het 
gevoel van machtelozen, om tegemoet te komen aan "het gevoel" van zijn 
cliënt - die zijn schuld reeds heeft bekend. 

© John Zwart – 13 maart 2012. 

                                                 onmondig spreekrecht... 

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

Babbeleritis    

Het wordt weer eens tijd om in mijn blog stil te staan bij onze taal. 
Niet dat ik de illusie koester dat het iets zal helpen, maar alleen zwijgend toehoren
maakt een mens maar ongelukkig. Er zijn al te veel mensen die zich nergens 
meer druk over maken. 
Er was een tijd dat de krant "een meneer" was en de radio het liefst aan "zorg-
vuldige sprekers" het woord liet. En televisie was "radio met beeld". Dat is lang 
geleden en gelukkig hebben we veel van de plechtstatigheid uit die jaren achter 
ons gelaten. Maar intussen worden kranten volgeschreven door mensen die voort-
durend zondigen tegen alle grammaticale regels, redacteuren lijken nauwelijks 
beter gekwalificeerd – voorzover ze nog tijd hebben – en de heilige snelheidseis 
zorgt ervoor dat de gedrukte krant op onze mat wemelt van de taalfouten. 

We hebben nu twee soorten radio en tv: commerciële en publieke. 
Bij de commerciële is het doel vooral de massa te bereiken, kwantiteit en snelheid
staan voorop. Dus daar bestaat allang geen verschil meer tussen redactionele 
taal en borreltafelpraat. 
Bij de publieke omroep mag je verwachten dat kwaliteit toch boven kwantiteit en
snelheid zou moeten gaan. Maar niets is minder waar, om onduidelijke reden 
heerst er een concurrentiestrijd met de commerciëlen op de punten kijkcijfers en
snelheid. 
Het gevolg is dat de voorbeeldfunctie van de media voor wat betreft taalgebruik is
weggevallen. Iedereen denkt dat het vooral gejaagd en snel moet. 
En niet iedereen is ertoe in staat zoals Matthijs van Nieuwkerk, die overigens 
vóórleest in ijltempo vanaf de 'autocue'. Hij oogst daarmee onverdiend luid applaus,
gejuich en gefluit, maar het is gewoon een kunstje. 
De mensen die voor interviews op radio en tv verschijnen kunnen zich absoluut 
niet meten met dj's en andere beroepsbabbelaars. Omdat stiltemomenten dodelijk
zijn, vallen er een menigte stoplappen en clichés, en strandt iedere poging tot een 
mooie volzin. 
Niet zelden doordat de interviewer de gast ongeduldig afkapt.
Een beperkt aantal woorden en uitdrukkingen klinken onophoudelijk: 
"uh (met stip), zeg maar, ik had zoiets van, echt wel, best wel, gewoon, enzo,
echt super gaaf, zeker weten..."  Opvallend is dat nieuwkomers in Nederland
deze taalarmoe overnemen, ze weten blijkbaar niet beter, want ze horen het 
overal om zich heen. Dat is dus correct Nederlands! 

Toch zijn er bijvoorbeeld Marokkaanse meisjes die na tien jaar randstad 
perfect onze taal spreken. Daarentegen zijn er ook lieden als Martin Simek 
die na vier decennia Nederland nog hetzelfde taaltje spreekt als Zuid-Europese
gastarbeiders in de jaren 80. En zo'n man wordt ingehuurd door de VPRO voor
marathon interviews. Voor mensen met een Slavische achtergrond is het 
lidwoord een problematisch aspect, omdat het in hun moedertaal niet bestaat.
Simek probeert het en kiest 'trefzeker' het verkeerde, ook de klemtóón legt
hij altijd verkeerd. Ik hoor Brandt Corstius zeggen dat 't allemaal niets uitmaakt,
straks is "de meisje" en "de huis" gewoon aanvaard Nederlands geworden. 
En daar moeten we niet om treuren. 

Och arme, krijgen de rappers en Joran vd Sloot ooit ook nog blijvend invloed 
op  ons 'algemeen beschaafd Nederlands'? Hoe gaat dat in Frankrijk waar taal-
contaminatie wordt bestreden, en in Duitsland waar nog altijd de 4 naamvallen 
worden gehandhaafd? 
Onze Dichter des Vaderlands Ramsey Nasr voorziet dat na vier decennia in 
Rotterdam een geheel nieuw taaltje zal zijn ontstaan, als het product uit een 
coctailshaker waarin het 'Rotterdams' en alle vreemde elementen met elkaar 
gemengd zijn: "mi have een droom". Ik hoop toch zo dat het zijn ironie is. 
Anders lijkt het mij een ware nachtmerrie. 

© John Zwart – 10 maart 2012

  Ramsey Nasr 

  "Mi have een droom" ...

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

Vleeskeuring en vrouwendag    

De verjaardag van mijn moeder is alweer voorbij, helaas zonder die stralende lente-
zon die mij daarbij altijd voor de geest komt.
Morgen is het 'vrouwendag'.
Ik denk daarbij vooral aan vrouwen in conflictgebieden, waar de mannen hun haat
tegen elkaar koesteren en ten strijde gaan, waar de vrouwen meestal het gelag er-
voor betalen. Niet aan Hedi d'Ancona en Cisca Dresselhuys die nu weer uitgebreid
hun feministische stokpaardjes mogen berijden in alle media. En zeker niet aan 
'power' vrouwen die weer op een voetstuk worden gezet. 
Vrouwen die het toch al hebben 'gemaakt'.
Ik denk aan de vrouwen in Israël, die nog achterin de bus moeten gaan zitten als
de zwarte hoeden en baarden vóórin instappen - zoals de 'nie-blankes' nog maar 
kort geleden in Zuid Afrika. Aan vrouwen in orthodox islamitische landen die hun
huis niet eens uit mogen – en aan meisjes, nauwelijks in de puberteit, die worden
uitgehuwelijkt aan tien, twintig jaar oudere mannen die ze nooit eerder zagen.
De angst voor de vrouwelijke seksualiteit is nog steeds erg groot in orthodox 
beleden godsdiensten. Om die reden en geen andere worden de vrouwen sinds
mensenheugenis aan banden gelegd. 

---

Dan weet je soms niet meer beter – zoals zelfs Hollandse SGP vrouwen 
het prima vinden dat hun plek aan 't aanrecht boven die in de politiek gaat.
Je zou denken dat opvoeding van jongens naar beschaving, in zelf-
beheersing van hun mannelijke seksualiteit, eerder voor de hand ligt dan 
het 'ketenen' van vrouwen – ter voorkoming van bandeloosheid.
Ik hoop te mogen verwachten dat de moslims in Nederland zich geleidelijk
tot de algemene westerse houding aanpassen. Dan zal een meisje dat op 
een stralende lentedag in 'n kort rokje op straat voorbij loopt niet meer voor
"hoer" worden nageroepen. Dan wordt de jongen die dat tóch doet door zijn
maten als "schoft" gecorrigeerd.
Want zo willen we hier niet met elkaar omgaan. Maar er moet wel iets 
tegenover staan. Vrouwen moeten niet meer klakkeloos méégaan in die 
overweldigende seksualisering van de westerse maatschappij: 
je weet intussen niet meer waar en wat je kijken moet, om niet steeds 
geconfronteerd te worden met uitdagend vrouwelijk bloot.
Het is ál commercie wat de klok slaat - 
zo wordt "hoer" nog eens een geuzennaam. 

© John Zwart – 7 maart 2012

van billboard tot billenbord ...  

... houd je ogen op de weg

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

Schrikkeldag   

Schrikkeldag 

Toen het afgelopen week schrikkeldag werd, stond ineens de klok stil. 
Precies om twaalf uur middernacht. Je zag haar denken: klopt dit wel? 
Hoe nu verder? 
Om vervolgens als het ware een afwachtende houding aan te nemen. 

De klok in kwestie had ik enkele jaren geleden voor mijn moeder gekocht. Door haar
plotseling snel voortschrijdende dementie begreep zij de wijzerklok niet meer. 
Bij een hulpmiddelenwinkel kocht ik een klok die zo duidelijk mogelijk vertelde over 
dag en tijd. 

Maar het was al te laat, ook deze klok begreep zij niet meer. 
Ik herinner mij nog hoe ik bijna een zekere irritatie moest onderdrukken dat ik haar
telkens moest uitleggen hoe de klok werkte. Maar toen had ik nog niet zo goed in 
de gaten hoe snel haar geest bergafwaarts rolde en onderweg steeds verder afsleet.
Achteraf begrijp je die dingen pas. 
Nadat bij je moeder de tijd is stil blijven staan. 

 

© Arnoud de Jong  -  maart 2012 
---

Lente 

Eigenlijk had ik niet zo'n goede band met mijn moeder. Als kind ervoer ik haar
als fladderig, vaak van huis als ik hoopte op haar aanwezigheid – maar durfde 't 
niet te uiten. Oud geworden, werd ze steeds snibbiger tegen mijn vader. 
Hij kon weinig goed doen in haar ogen, en sloot zich ertegen af in stilzwijgen. 

Beide zijn er al geruime tijd niet meer. 
Altijd op 1 maart begint de lente voor mij. De week daarop gaan vroege krokus-
sen open op de eerste zonnige dag. Als ik in hun open gele kelkjes kijk is mijn
moeder jarig. Dan wist ik haar de hele dag thuis, om alle visite te ontvangen 
van koffietijd tot 's avonds laat - buurvrouwen, kennissen en vriendinnen, tot slot
alle familie.
De laatste jaren, nadat mijn vader voor 't laatst zijn ogen sloot, was ze iedere 
dag thuis. Kwam ik 's avonds op bezoek mopperde ze: dat ze de hele dag 
niemand had gezien. Ze waren dood, en die dat nog niet waren slecht ter been 
of ernstiger gebrekkig, dat kon ze weten – ze ontving kaartjes.
Ik plaatsvervang mijn vader, dacht ik. De bloeiende krokussen die ik meebracht
fleurden haar toch weer een beetje op. 
Achteraf had ik beter gedaan die 's morgens te brengen, begrijp ik nu.

© John Zwart  -  3 maart 2012 
--- 

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

Trivia   

Soms worden mensen door eigen toedoen tot hun tragische karikatuur.
Grijze hoofden onder ons herinneren zich misschien nog wel Henriëtte Davids 
(Hendrika David 1888-1975), het klein "lelijk eendje" onder de hollandse
levenslied-zangeressen. Ze zag het leven niet zitten zonder podium en maakte 
van 1954 t/m 1975 – ruim twintig jaar lang het ene "afscheidstournee" na het 
andere "afscheidstournee" – tot de dood erop volgde...
Ze was met haar vóóroorlogse liedjes allang uit de tijd maar het oudere publiek 
was mild voor haar: ze was de enige van de grote David-familie die de oorlog 
mocht overleven... 
De nog niet helemaal grijze hoofden onder ons herinneren zich vast nog wel 
Jacques Herb (Jacques van Herp – 1946) vanuit het jaar 1971, toen hij met het
door "vader Abraham" (van de smurfen) bewerkte liedje "Manuela" drie weken 
boven in de Nederlandstalige hitlijst stond. 
Daarna is het nooit meer wat geworden met Herb, zoals met zoveel jonge 
ambitieuze pop-artiesten. De meeste besluiten vroeger of later een ander vak 
te kiezen om in hun levensonderhoud te voorzien. 
Zo niet Jacques Herb, die als vijfenzestigplusser nog steeds stug doorzwoegt
aan een internationale doorbraak. Hij liet zich recent nog interviewen in 
Vlaanderen en werd beloond met een portret in 't huis-aan-huis krantje "Suiker".
Zijn laatste grote wapenfeit: het openingsfeest van een nieuwe supermarkt in 
St.Willibrord. Ondanks deze successen is Herb verbitterd: 
"Neem nu die Britt Dekker, zo'n dom wicht, wordt overal gevraagd en verdient 
via de tv steeds goed geld". Jacques zette zichzelf en zijn Diny aan een Frans
strandje op de foto – zichzelf in z'n blootje en Diny topless – en plaatste die 
op zijn weblog. Maar ook dat hielp niet. 
Ik kan Jacques troosten: achter Britt staan alweer duizenden rondborstige 
domme hollandse wichten te dringen om poedeltjebloot in de Playboy te mogen.
Maar door jouw toedoen lopen er 325 veertigjarige Manuela's rond in ons land –
hollandse vrouwen met jouw levenslange merkteken, als een decennia geleden
gekerfd hartje in de bast van een boom.

© John Zwart –  29.02.2012 

Verjaarde glorie - tranentrekker 'manuela'   Brittomania  
Voor Jacques: Waarom vinden mannen domme blondjes zo leuk? 
Ze zijn sexy maar ze kunnen je niet afbluffen 

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

Slavendrijvers   

Alweer jaren geleden raakte ik een poos goed bevriend met een arts.
Die arts was Nederlander en woonde in de randstad en werkte in één van onze 
grote medische centra. Maar tientallen jaren eerder had haar wieg in Paramaribo 
gestaan. Ja, ik kan het beeld dat u voor de geest verschijnt bevestigen: 
haar huid was een tintje donkerder dan die van de gemiddelde landgenoot.
Ik ben allesbehalve een racist en zag haar dus vooral als 'n hoogopgeleide vrouw,
die zich met haar verworven kennis graag wilde inzetten voor het beter maken van
de zieke medemens. 
Zij kende mijn onbevooroordeelde houding, maar had misschien desondanks enige
verborgen twijfel aan de oprechtheid ervan. Als ze verontwaardigd was waren wij, 
"witte autochtone Nederlanders", nog steeds "slavendrijvers" of tenminste kinderen
of kindskinderen daarvan. Ik kon op mijn beurt verontwaardigd zijn en haar vóór-
houden hoe onredelijk het is om de mensen persóónlijk aan te vallen op de
gebeurtenissen van vijf of meer generaties geleden, waaraan ze zèlf part noch deel
hebben gehad. 

Maar ik hoorde soms verhalen over incidenten in het ziekenhuis die mij toch wel
met plaatsvervangende schaamte vervulden. Een voorbeeld wat ik mij herinner: 
Op haar afdeling was een vrouw uit de provincie opgenomen. Het doet misschien
niet terzake, maar ik vermeld toch maar dat het grootsteedse medisch centrum 
gelegen is in de "bible belt". Wat gebeurde is namelijk zó in strijd met wat je van
christenen zou verwachten. De vrouw kreeg opeens verhevigde klachten en had 
op de 'rode knop' gedrukt. De 'arts met een kleurtje' verscheen aan haar bed en 
maakte aanstalten de patiënt te onderzoeken. 
"Ga weg", riep de vrouw "ik wil geen verpleegster, ik wil een dókter!" 
"Maar ik ben dokter". 
"Ga weg, lelijkerd, ik wil jou niet met je zwarte handen aan mijn lijf". 

 

Het zijn zulke incidenten die raciale wrijving in stand houden. Want ook ik moest
niet zo zelfovertuigd zijn, diep in mij zat óók nog de racist, meende de arts. 
Zonder dat ik het wist ging ze in de aanval. We gingen een groot warenhuis binnen
en dwaalden wat rond over de afdelingen. En opeens was ik haar kwijt. 
Ik keek om me heen over de drukke etage maar ontwaarde haar niet – de chique
dameskleding was een etage hoger – het was er rustiger, overzichtelijker, maar 
géén succes. Het beste leek me de roltrappen naar de begane grond te nemen en
gewoon rustig te wachten. Daar kwam ze omlaag, temidden van 'n groepje mensen.
"Hé, ik was je kwijt", zei ik, "je moet niet zomaar weglopen hoor". Ze kromp inéén
en hief haar handen beschermend boven haar hoofd tussen de stomverbaasde 
omstanders. "Niet slaan! Alsjeblieft niet slaan baas!" riep ze. Het was natuurlijk
een act, maar ik schaamde me dood.
Maar zo voelt zij zich nog regelmatig in "gastvrij" en "tolerant" Nederland, zegt ze.

Ik vond haar overgevoelig en dat ze verbanden legt waar die helemaal niet zijn.
Maar ze heeft me toch aan het denken gezet. Als "arme dichter" op reis overnacht
ik soms in goedkope budget-hotels. Mijn mede-gasten zijn vaak Polen, sommige
gulzig drinkend op hun kamer, luidruchtig in de nacht. 
Niet leuk om wakker te moeten liggen, toch onderdruk ik mijn algemene weerzin,
het zijn een paar individuen die me irriteren, niet een héél volk. 
En ik lees schandelijke verhalen over tomatenkassen, over champignonhallen, 
over aspergestekers – zwaar onderbetaald, gehuisvest in oude gammele kippen-
schuren. En ik zie de schoonmakers, die staken voor 'n dubbeltje per uur méér,
omdat ze steeds harder moeten werken met steeds minder mensen per object. 
Omdat hun bazen haarscherp inschrijven op hún werk. De bazen die hen het 
dubbeltje niet gunnen omdat ze zichzelf een veelvoud van de balkenendenorm
toebedeelden. Het mag niet altijd huidskleur zijn... maar zijn ze er dan toch, 
de (historische) verbanden? 

© John Zwart –  27.02.2012 

keti koti - slavernijmonument  - Oosterpark Amsterdam 

In 1863 schafte Nederland de slavernij in Suriname af... 

 
In 2010 ontstaat een ware wildgroei van honderden malafide 
uitzendbureautjes die actief zijn in de MOE-landen... 

In 1655 schreef Jan van Riebeeck uit de Kaap naar de VOC Amsterdam:
"De Nederlanders zijn zeer onwillig om het vuile werk te doen”... 

Reageer    

© Copyright: Hernehim Beheer 2012  - Overname uitsluitend na toestemming 

Gedrang in de behandelkamer   

Stak ik kort geleden nog de loftrompet over de SEH* van het Medisch Centrum 
Leeuwarden en was ik weer helemaal opgepept met nieuw vertrouwen in de 
medische stand... toen kreeg ik opeens een opgetogen vrouwmens met 'n knot 
op mijn NOS Journaalscherm. Het ging over prins Friso, waarom was mevrouw 
Koelewijn zo opgetogen bij zo'n tragisch ongeluk? Kon zich nog nèt bedwingen 
geen rondedansje te maken, want ze had een primeurtje voor NOS en NRC. Zij 
wist dingen over Friso's toestand die geen enkele andere journalist nog kon weten,
want zij was getuige geweest van een gesprek tussen twee neurologen, te weten
de behandelende arts van Friso en haar eigen echtgenoot, emeritus specialist 
Tulleken.
"Oei, dat wordt een knoepert van een echtelijke ruzie!" dacht ik meteen.
Niets bleek minder waar: Tulleken kwam later zelf ook in het nieuws. Hij had zijn 
connectie met de Oostenrijkse vakgenoot gebruikt om eigen nieuwsgierigheid te
bevredigen, misbruikt dus. Zo kwam hij er achter dat Friso geen schedelbasis-
fractuur had en dat er (nog) geen zwelling van het brein was opgetreden. Toen 
ontwaakte in Tulleken de grootheidswaan. Want de RVD hield zich tot dan bij:
"de toestand is stabiel, maar niet buiten levensgevaar" – nu zou hij, Tulleken, 
eens even laten zien hoe je het publiek écht voorlichten moet. En tegelijk kon 
hij zijn vrouw blij maken met haar "shining hour" voor de NOS camera met 
"breaking news" en vervolgens ook nog een mooi stuk in haar krant NRC.
"Die Tulleken die spoort niet", dacht ik, "en zijn vrouw evenmin".
De KNMG* zag redenen voor onderzoek wegens overtreding van het medisch
beroepsgeheim. "Dat Tulleken muisje krijgt vast nog een staartje", dacht ik. 

Maar de redding voor duo Koelewijn Tulleken was nabij. Want er was al een veel
groter schandaal in de maak. 
De SEH van het VU Medisch Centrum hevig in opspraak. Ze hadden stiekem 
een hele tv ploeg undercover in hun gelederen opgenomen en die hebben weken
lang meer dan duizend mensen die voor eerste hulp binnenkwamen op monitors
beloerd en beluisterd, op uitnodiging van het hoofd.van de VUmc SEH. 
Stiekem, want in plaats van rond te lopen met camera's zaten ze in een regie-
kamer, er waren maar liefst 35 afstand bedienbare camera's gemonteerd. 

"Het VU medisch centrum komt voort uit een christelijke traditie waarin menselijke
waardigheid en respectvolle behandeling
essentieel zijn. VU medisch centrum 
staat voor duurzaamheid en heeft oog voor mens en omgeving.
Het VUmc heeft drie kernwaarden die zijn identiteit als geheel verwoorden. (...)
Bij keuzes in de beleidsontwikkeling dienen zij als maatstaf voor ons denken en 
handelen
. De drie kernwaarden zijn: 
Betrokkenheid,  Zorgvuldigheid,  Ambitie " 

 

Dat bedacht ik niet zelf zo eventjes hoor: 
nee, ik haalde het zó van de VUmc website!
Ik moet nog bijkomen van het interview in Nieuwsuur waar drie mannen 
tegenover één vrouw, die probeerden met taal, klinkend als zó uit de politiek
geleend, recht te praten, wat voor elk weldenkend mens zowel als voor eigen 
VUmc doelstellingen krom is. 
Die tekst op de VUmc website hebben ze blijkbaar zelf nooit gelezen, die 
is ongetwijfeld opgesteld door een glad reclamebureau tegen waarschijnlijk 
een vorstelijke vergoeding. 
De heren op de tv hebben uit persoonlijk belang de unieke kans laten liggen 
om tegenover het hele Nederlandse volk te verklaren dat hun ideetje fout en 
immoreel was. Dat het niet had mogen gebeuren en dat het zich nooit meer 
zal kunnen herhalen. Zo alleen nog hadden ze het VUmc kunnen vrijwaren 
van een enorme reputatieschade.
Maar de twee heren van het VUmc – ach, van die Oerlemans "Eyeworks" * 
alias "lijkenpikkers" verwachtte ik niet anders – die twee verkozen zichzelf 
tegen keiharde feiten en in tegenspraak met hun eigen VUmc doelstellingen 
te blijven verdedigen.
Mijn trieste constatering: verrotting vreet door in de gezondheidszorg van 
"top > down" in jargon verwoord - zoals overal waar dollartekens in de ogen
hoogtij vieren. Het enig hoopgevende signaal: 
er zijn processen in de maak - laat rtl4 die nu óók met voorrang uitzenden! 

Vakvrouw Marielle Tweebeke blijkt een juweel voor NOS en NIEUWSUUR, 
zij hield zich consequent aan de feiten en liet zich niet inpakken door het 
bagatelliseren, de zijlijntjes en afleidingsmanoeuvres van de zijde der zelf-
ingenomen heren. 3 – 0 is de eindscore.

© John Zwart –  Hernehim 24.02.2012 

 

*SEH - Spoedeisende hulp 
*KNMG – Artsengenootschap
Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Geneeskunst 
*Eyeworks – Entertainment Industry 

 

 

Regiekamer ... 
Wat in een veldhospitaal in een oorlogssituatie zichtbaar gebeurt wordt 
door VUmc i.s.m. Eyeworks als 'sneaky' reality procedure uitgevoerd:
In een regiekamer konden beeld en geluid van 35 camera's worden bekeken
en beluisterd door eyeworks personeel..Twee kanalen konden gelijktijdig 
worden geselecteerd om de opnamen ervan te registreren voor tv-gebruik.
Er is veel te doen geweest over agressieve patiënten in de SEH, de montage 
van de camera's en het verspreiden van flyers waarin gewezen wordt op de 
mogelijkheid dat er gefilmd wordt, kan de patiënt daarmee in verband 
brengen, zoals bij zulke informatie bij pin-automaten en in warenhuizen. 
Misleiding dus. Ander detail: Medische staf van het VUmc draagt witte jassen, ambulancepersoneel draagt - goed onderscheidend - gele hesjes. 
Het Eyeworks personeel droeg... witte jassen. Alweer misleiding. Bewust?


Kijkcijferjager Oerlemans ... 
ziet er allemaal absoluut geen kwaad in.
Hij kon betrapt worden op spottend glimlachen bij Nieuwsuur. 
De AVRO (publieke omroep) haalt deze CEO eyeworks vandaag 
binnen als kijkcijferkanon. 
Zo werkt dat in de entertainment industrie. 
Wat doet de AVRO nog bij de publieke omroep?

Als het aan de Raad van bestuur van het VUmc ligt wordt dit 
voortaan dan óók de stijl in de gezondheidszorg? 
De patiënt vormt vandaag zijn oordeel: men mag zich bij VUmc
nu wel ernstig gaan voorbereiden op het verlies van donateurs. 
Het valt te hopen dat het KNMG flink zijn tanden laat zien.