Hernehim Cultuurpagina's
Pagina Schrijvers - Campert, Remco 

Geplaatst: 12 april 2005 HOME 
Nieuws  
Blog en proza 
Themapoëzie 
Vrije poëzie   
Vertaalproject 
Proza  
Activiteiten 
Over schrijvers 
Archief 
Contact     
Remco Campert schrijft zichzelf gelukkig  
Harderwijk, 13 maart 2005 

Remco Campert en de muziek. Deze middag lijkt de muziek iets met de poëzie van Remco Campert te hebben. Dat Campert zelf ook één en ander met muziek heeft zal deze middag allengs duidelijk worden. 
Het "Duo Kruisbrink & Van Essen", een wat prozaïsche naam voor twee begaafde jonge vrouwen die zich met hun muziek op heel poëtische wijze bezighouden. Zij zetten de toon van de bijeenkomst in de bovenzaal van Flevodruk in Harderwijk, waar interviewer Martin Dirksen zoveel mogelijk ontboezemingen aan Remco Campert zal trachten te ontlokken. 
De mezzosopraan Franka van Essen, slechts subtiel begeleid door de gitaar van Annette Kruisbrink, zingt een liefdesgedicht van Campert: "Het is nooit genoeg". Tijdens een onderbreking in het literaire programma zullen zij later ook nog "Notities van een straatslijper" ten gehore brengen, een gedicht van de gast van deze dag dat ze zelf op muziek hebben gezet. Campert heeft ze al eerder gehoord en lijkt zeer gecharmeerd over de muzikale behandeling van zijn pennenvruchten. 

   
    Kruisbrink & Van Essen - 'Dichter bij muziek' 

Remco Campert opent met het voorlezen van een gedeelte uit de nieuwste roman "Een liefde in Parijs"  (de Bezige Bij – 2004). 
De jonge twintigjarige Richard is daarin de hoofdpersoon, hij woont samen met zijn vriend en tekenaar Ton op een piepklein kamertje in een oud en verwaarloosd pand in Parijs. Campert leest een fragment uit het boek dat een sfeertekening is van de winterse stad in de buurt van het Panthéon. 

"…In de winter van hun aankomst lag er opzij van het Panthéon een grote bevroren plas water, die pas zou verdwijnen toen het voorjaar zich al weken op de kalender had aangemeld. Het ijs bleef lang hardnekkig liggen, geholpen door de vinnige wind die altijd in deze hoek van het plein woei en misschien ook wel door de eeuwige kou waarin de grote doden die in het Panthéon waren bijgezet zich bevonden…

…De schemering verdiepte zich, straatlantaarns floepten aan, mannen kwamen van hun werk, het Café des Sports" op de hoek vulde zich. Ze gingen de straat op en kochten een grote portie frites die in een krant werd verpakt, twee dikke, rode worstjes, een kwak scherpe gele mosterd en een fles goedkope Algerijnse wijn. In hun kamer aan het avondmaal voelden ze zich gelukkig en op hun plaats. Ze hadden het idee deel uit te maken van het internationale kunstenaarsleven waar Parijs al sinds de jaren twintig het middelpunt van was. Met Fransen kwamen ze nauwelijks in aanraking. Ze waren afwerend en hooghartig en spraken alleen maar Frans, maar als ze in hun eigen taal werden aangesproken deden ze alsof ze het niet begrepen en wendden zich ongeduldig af. Het leek erop dat ze zich bedreigd voelden door de buitenlanders, voor wie onderling de voertaal Engels was, de wereldtaal in opkomst, terwijl zij nog in de veronderstelling verkeerden dat Frans de wereldtaal was. 
Rik en Ton leden er niet onder: wie had de Fransen nodig?…"  

 

Aansluitend gaat Campert over naar de poëzie, hij leest "Steden bij avond" wat mooi aansluit op het romanfragment, dan "Leven met je": de lijn Parijs – Amsterdam krijgt vorm. 
We citeren een gedicht dat gaat over de straten van Amsterdam: 

 

Op een besneeuwde middag 
in het Stedelijk lopen, 
door schilderijen beschermd, 
de bochten volgen van de Herengracht 
tot aan het licht 
en de wind van de Amstel, 
aan de tap hangen 
in een onbekend café, 
waar de hele middag de kaarters zitten 
en je gokken kunt op Franse paarden, 
dwalen over het Prinseneiland 
plotse geur van pek 
licht dat kraakt 
in de Galgenstraat. 

Denken aan wie hier eerder liep, 
onuitwisb're voetstap van de stad.  

 

In het interview haakt Dirksen in op het verhaal van de roman "Een liefde in Parijs"
De jeugdige Richard ontdekte bij zichzelf een groeiende dichtersdrang. Richard (Rik) is natuurlijk een andere naam dan Remco, maar… mogen we autobiografische lijntjes vermoeden tussen Rik en Remco? 

Een klein beetje autobio is het natuurlijk wel. Bij Rik ontkiemt het dichterschap op middelbare schoolleeftijd in Amsterdam, wat gevolgd wordt door het Parijse avontuur. Remco Campert (1929) groeide op in de vóóroorlogse jaren te Den Haag, tijdens de oorlog werd hij met zijn moeder geëvacueerd naar Epe. Daar ('helemaal in het verre Epe op de Veluwe') kwam de eerste 'vlaag'. 'Gelukkig' verhuisde hij weer vrij snel na de oorlog naar Amsterdam. 
Hij was in de jaren vijftig een groot liefhebber van jazz, vooral de soort die in die tijd en vogue was: de bebop stijl. Het is dus niet helemaal toevallig dat Rik zijn vriend Ton waarmee hij naar Parijs trekt in een jazzcafé ontmoet. Naast het dichten was de jonge Remco Campert ook erg geïnteresseerd in tekenen en schilderen. In 1948 moest er een keuze gemaakt worden vond hij, wilde niet beide dingen naast elkaar doen (zoals Wolkers). Hij meende toch voor de beeldende kunst te weinig talent te hebben en dus werd voor het dichter en schrijversschap gekozen. 

In die begintijd bestond er óók nog een band met de muziek. In dat eerste armoedige jaar in Parijs maakte Campert samen met een muzikant een bundeltje gedichten gecombineerd met bladmuziek, om op straat te verkopen aan de toeristen. Hij meent te herinneren dat het zelfgemaakte boekje slechts in een oplage van 10 stuks in elkaar was gezet. Eigenlijk zijn allereerste uitgave. Lange tijd heeft hij zorgvuldig één exemplaar uit dat prille verleden bewaard, maar hij kan het nu niet meer terugvinden… 
Mogelijk toch eens uit handen gegeven en niet meer terug ontvangen… Als hij al opnieuw een exemplaar zou ontdekken zal de antiquair er nu een lieve som voor verlangen… Maar het lijkt niet dat Campert er heel erg treurig om is. 

Eerder in het gesprek liet Dirksen het woord "vijftigers" vallen. 
Ja, daarna begon het, in 1955 ontstond er een verbondenheid tussen Lucebert, Kouwenaar, Schierbeek, Andreus en Campert. Toch groeiden ze alweer snel uit elkaar, het was meer een vriendenband, die wel altijd bleef bestaan. Anders dan onder de schilders, die zaten dichter bij het grote geld. Door de gezamenlijk gedeelde armoede blijven dichters dichter bij elkaar! 
Maar die Parijse periode was voor Campert ook vrij kort. Het waren Vinkenoog en Kousbroek die veel langer zijn blijven hangen. 

Waren er mensen die hij bijzonder bewonderde? 
Campert noemt dan vooral Lucebert, dat vindt hij nog steeds een heel groot dichter, waarvoor hij veel respect heeft. Hij stelt dat hij zichzelf niet met Lucebert wil vergelijken, alsof hij de evenknie zou zijn. Nee, dat is zeker niet zo en dat is geen valse bescheidenheid. 

Dirksen: "De meningen over de vijftigers waren nogal verdeeld, Komrij bijvoorbeeld noemde jullie in 1977 nog tweederangs figuren!" 
Campert heeft zich zoveel mogelijk buiten die polemieken gehouden. Hij vindt dergelijke discussies ook volslagen zinloos. Heeft zich altijd op het standpunt gesteld: "beter maar niet reageren". Natuurlijk komt het oude verhaal over de film die niet mocht uitgezonden ook nog even ter sprake. We konden die immers vorig jaar alsnog op de TV aanschouwen. "Maar toen mocht ut niet…" (Campert droeg er een gedicht in voor waar het woord "naaide" in niet textiele betekenis werd gebezigd… In het licht van wat de buis ons dagelijks voorschotelt lijkt de hele "kwestie" ons nu ridicuul). 

Alle werk van Remco Campert werd uitgegeven bij de Bezige Bij, er is duidelijk sprake van uitgevertrouw? 
"Al 45 jaar lang, ja". Maar dit blijkt vooral op een persoonlijke band te berusten. Hij heeft veel vertrouwen in Geert Lubberhuizen, die hem altijd heel goed heeft behandeld. Geert heeft oog voor zijn belangen en is ook zijn beschermer in financiële en belastingproblemen. Ook zijn bemoeienis met Poetry International verdient veel waardering. 

Niet alles wat Campert aanpakte werd een succes. Tot drie keer toe was hij betrokken bij de totstandkoming van een literair blad: "Podium", "Het gedicht" en "Bijster", alle na korte of iets langere tijd gestopt. 
De uitgevers zagen het dan niet meer zitten. Voor het Nederlands taalgebied miste Campert een goed blad om korte verhalen in te publiceren, een blad als "The Newyorker". Was er een Nederlandse Newyorker geweest had hij geen enkele behoefte gehad om betrokken te zijn bij de oprichting van een nieuw blad, helaas… de bladen verkochten niet. 

Van zijn poëzie beschouwt Campert "Dit gebeurde overal" uit 1967 als zijn sterkste bundel, sindsdien is hij ook steeds meer proza gaan schrijven. Ook pakte hij het schrijven van filmscenario's op. "Het gangstermeisje" was eigenlijk een experiment. Niet zoals meestal: een filmscenario naar een roman. Het scenario en het boek werden gelijktijdig geschreven. 

Dirksen was begonnen met het citeren van de zin: "Het leven is vurrukkuluk" en gaat verder 'U zat op een avond achter uw bureau voor een stukje papier en schreef die zin. U vond dat een grappige zin en u dacht: iemand moet die woorden zeggen en u maakte ervan "Het leven is vurrukkulluk" zei Panda. Iemand moest daarop reageren en u schreef  "Jaaaaah, beaamde Mees met een zucht". En zo bent u doorgegaan, zonder schema…' 

 

"Remco Campert schrijft zichzelf gelukkig!" 
Het motto staat in grote oplichtende letters boven de beide mannen te lezen.  In het algemeen schrijft Campert graag ontspannen, op een manier dat een verhaal zichzelf schrijft: "ik ben zeker niet zo'n schrijver die dagelijks om negen uur 's morgens achter zijn schrijfmachine gaat zitten, zó nu moet ik gaan schrijven"… "Alles komt zoals het komt, alleen die regelmatige column in de Volkskrant ("Camus") is een dwingelandje". 

Inhakend tracht Dirksen tot besluit samen te vatten dat Campert over de jaren eigenlijk niet zoveel is veranderd. Campert stemt daar in zoverre mee in dat "de toon nooit veranderd is"
Hij leest ons als afsluiting zijn verhaal "Tot zoens" voor, waarin hij zichzelf presenteert als een stuntelige Nederlander in Parijs, die maar niet begrijpt waarom die Fransen zijn koeterwaals-frans niet kunnen verstaan. Een hele zaal vol lachende gezichten, Remco Campert incluis: hij schrijft en léést zichzelf gelukkig. 

© John Newswatcher - maart 2005 
    Hernehim Cultuur – april 2005. 

Publicaties van Remco Campert: 

Al die dromen al die jaren  
Alle dagen feest  
Alle verhalen  
Als in een droom  
Beschreven blad  
De jongen met het mes / Nacht op de kale dwerg  
De lijst Mallebrootje  
Dichter  
Dit gebeurde overal  
Een liefde in Parijs  
Een mooie jonge vriendin en andere belevenissen  
Een neger uit Mozambique  
Ellendige nietsnut en andere verhalen  
Familie Kneupma  
Gouden dagen  
Ja rozen  
Liefdes schijnbewegingen  
Ode aan mijn jas  
Oom Boos-Kusje en de kinderen  
Rechterschoenen  
Scènes in Hotel Morandi  
Somberman's actie  
Wie doet de koningin 

 

Zomerhitte op Texel en kippenvel in Parijs -   Bespreking geplaatst 22 april 2005 
 

"Zomerhitte" van Jan Wolkers  versus "Een Liefde in Parijs" van Remco Campert. 

Twee bijzondere liefdesverhalen gelezen, één van eind 2004 dat evenals het andere, het boekenweek geschenk van 2005, bij De Bezige Bij verscheen. 
Als ik moet vergelijken zou ik "Een Liefde in Parijs" toch een beter boek noemen dan "Zomerhitte", al mag die vergelijking eigenlijk niet worden gemaakt. Remco Campert heeft in alle vrijheid geschreven, Jan Wolkers had de taak op zich genomen om in tien maanden tijd zijn boekje, dat voor groot publiek is bedoeld, het licht te laten zien. 

"Zomerhitte" heeft een dun verhaaltje, het schema valt makkelijk op te zetten: drugssmokkel tegen 't decor van het volkse zomerse uitgaansleven aan de kust, met als 'pièce de resistance' een sexy gangstermeisje. Een boekje vol van actie dat makkelijk weg leest en dat is natuurlijk wel een pré voor een boekje dat aan jan en alleman cadeau wordt gedaan. Zwak is het dat een echte 'clou' ontbreekt, al vèr van tevoren doorzie je hoe alles in elkaar steekt, lang voor het einde verslapt de spanning. 
"Een Liefde in Parijs" kent minder actie, maar veel reflectie. Al lezend in de roman ontwikkelen zich wel vermoedens, maar de details van de ontknoping komen pas in de laatste bladzijden aan bod. 
Campert vertelt zijn verhaal tegen de achtergrond van het verleden van zijn hoofdpersoon Richard, die met al deze 'flash back' episoden steeds meer inhoud krijgt. 
Wolkers werkt enkel een bijfiguur uit, de ex privé-chauffeur Frederici, de meeste karakters blijven vrij oppervlakkig zelfs de naamloze hoofdfiguur waarin we de schrijver zelf zouden willen herkennen. 

In Wolkers' boek valt een zekere strijdigheid in de persoonlijkheid van die hoofdpersoon op. 'Ik', de geslaagde fotograaf (Wolkers?) lijkt een man met inhoud: natuurbetrokkenheid, empathie met de mensen om hem heen en hun 'verhaal'. Het liefdesverhaal dat daar doorheen is geweven komt er niet mee overéén. Waarom valt hij meteen als een blok voor dat meisje dat hij op het naaktstrand beloert? Met haar masturbatieshow direct bij hun tweede ontmoeting geeft ze niet de indruk erg kieskeurig te zijn met wie ze haar intimiteit deelt. 
Waarom doet hij dan toch zo denigrerend en vóóroordelend naar de twee andere meisjes achter de bar in de discotheek, omdat ze op de jonge vakantiegangers geilen? Terwijl hij dat ene meisje, dat hem vertelt privé sexshows te geven voor een oude man, een bijna verheven status toekent. Hij had ook kunnen bedenken dat voor een ontwikkelde intelligente jonge vrouw nog wel andere manieren beschikbaar zijn om aan studiegeld te komen dan het verlenen van hand- en spandiensten aan drugssmokkelaars. 
Ongerijmd, of geeft Wolkers ons hier de boodschap dat verliefdheid écht blind maakt? 

Het boekenweek geschenk van 2005 is gedrukt op chloorvrij ongebleekt recyclingpapier. Herkennen wij daarin de wens van de schrijver? Mocht ik interviewer zijn komen zulke vragen bij me op om aan Wolkers te stellen. Niet wanneer er nu eens 'n boekje komt waarop we zijn blote Karina eens van de vóórkant mogen zien. Evenmin interesseert mij zijn privé opinie over al of niet aantrekkelijkheid van schaam- en okselhaar of juist het afscheren daarvan. 
Het valt op dat er vrij weinig commentaar wordt gegeven op dit boekenweek geschenk. Wil niemand er zijn vingers aan branden? Is de bijna 80-jarige Wolkers zo onaantastbaar geworden dat, als hij een matig boekje heeft geschreven, ieder er maar liever over zwijgt? In de Volkskrant houdt ook Arjan Peters zich handig op de vlakte, hij schrijft een groot artikel als interview en kan daarin voornamelijk de oude schilder/beeldhouwer/schrijver zélf aan het woord laten. Een pracht foto erbij met de nog altijd sexy Karina op de achtergrond rondt het geheel smakelijk af. 
Wolkers, samen met zijn veel jongere vrouw begint langzamerhand een mythe te worden en zoiets staat een kritisch oog op den duur in de weg. Hoewel ik een bewonderaar van veel van zijn creativiteit ben wil ik oog houden voor kwaliteitsverschillen.
Natuurlijk, echt slechte lectuur is "Zomerhitte" beslist niet, al haalt het niet bij zijn andere werk. Niettemin moet ik bekennen dat ik het boekje vlot in twee avonden uitlas, dat is wel wat anders dan enige jaren geleden, toen "Woede" van Salman Rushdie als geschenk werd gegeven.  

En ach, misschien doet de oude Wolkers ons in zijn boek als ervaringsdeskundige nog een tip aan de hand: als je vrouw een heel stuk jonger is dan jezelf, en je wordt langzaam maar zeker ècht oud, dan kun je misschien samen nog veel plezier hebben met naar elkaar te kijken. 
Enne.. niet klagen hoor Jan, dat het zo vaak weer over seks gaat terwijl het over je werk zou moeten gaan, je praat er immers zelf zo graag over. (Volkskrant 'Cicero' 4 maart) 

Lees ook "auteurs": Jan Wolkers

© John Newswatcher  - 12 april 2005

© Copyright Hernehim Cultuur 2001 - 2009

Hernehim      

een cultuurpagina 

HOME 

 


De culturele pagina's worden onafhankelijk gepubliceerd en geredigeerd door John Zwart