Hernehim Natuurpagina's
Fietstocht 1 

          Alles van waarde is weerloos

Lucebert.     

Informatie
Doelstellingen en antwoorden op 
     veel gestelde vragen 
Ganzen 
Libellen 
Mussen 
Sijsjes 

Natuurbeleving 
Terug naar de Introductiepagina 
Link naar Cultuurpagina 

 Fietstocht 1 -  Lentetocht in Midden Friesland - Geplaatst 30 maart 2005 
Op mooie dagen, zonder al  te veel wind en met zo nu en dan een lentezonnetje, kunnen we vroeg in het jaar al prachtige fietstochten maken door het historische
midden van Friesland. It leege midden. Het landschap kenmerkt zich door kleine 
kernen en weids weideland: greiden. 
In de periode maart tot eind april kunnen we daar misschien nog wel het 
meest van genieten. Van de laatste wegtrekkende ganzen, de bloeiende 
traditionele planten rondom de buitenplaatsen en de drukte en opwinding
van de juist teruggekeerde weidevogels. 
SNEEK 
In het hart ligt de stad SNEEK (Snits), bij iedereen welbekend als het belangrijkste watersportcentrum van Friesland en de eerste stempelpost op de Elfstedentocht. Maar er zijn veel meer aspecten van Sneek die de aandacht verdienen. Een heel gezellig echt oudsteeds centrum, grachtjes, besloten pleintjes met terrassen maken de stad een aantrekkelijk begin- en terugkomstpunt van een verkenningstocht op de fiets. 
Eigenlijk verdient Sneek best om er eens een hele dag aan te besteden. De mooie Waterpoort, hèt symbool van de stad, mag je niet missen. Er staan nog veel andere prachtige
gebouwen: historisch juweel is het Stadhuis, schuin tegenover de VVV aan de Marktstraat. Een bouwwerk gedeeltelijk in Barok en in de Rococo stijl. De oorspronkelijke bouw gaat terug naar het jaar 1478. Het werd een tijd gebruikt als residentie door de Stadhouder van Friesland. Valt het toch wat tegen met het weer, dan is het Fries Scheepvaartmuseum aan het Kleinzand  een geweldige manier om in Sneek een geslaagde dag te beleven. 
ROUTE YSBRECHTUM - RAUWERD - 13 km
Vlak bij Sneek ligt YSBRECHTUM, even ten noorden van de plek waar de A7 komende van de Afsluitdijk en Bolsward aansluit op de rondweg. Dominant in het dorp Ysbrechtum is de EPEMA STATE. Naast het park van Epema State is een parkeerplaats voor bezoekers aangelegd. Een mooie voorziening als we onze fietsen op een rek achterop de auto hebben meegenomen. Epema State is één van de friese stinzen en states die de herinnering aan de glorietijd van de friese adel levendig  houden.
EPEMA STATE
Al in het begin van de 16e eeuw lag er op deze plek een versterkte boerderij. De bouw van de State dateert uit 1651. Zij werd achtereenvolgens bewoond door de Burmania’s en het geslacht Rengers, die allen op hun beurt een stempel op het huis drukten met diverse verbouwingen. Het kwam in 1974 in bezit van barones Harinxma thoe Slooten en jonkheer van Eysinga, die het inmiddels hebben ondergebracht in de Stichting tot Behoud van Particuliere Buitenplaatsen. 
De toegang door het poortgebouw over de gracht wordt door de huidige beheerders gesloten gehouden, maar het deel van het park wat buiten de grachten ligt is open voor vrije wandeling. 
De paden hebben te lijden gehad van de gevolgen van achterstallig onderhoud. In maart zal ons dat er echter niet van kunnen weerhouden toch even rond te wandelen. Wie wijs is bereidt zich erop voor in het – vaak natte – voorjaar met geschikte kleding en schoeisel. 
Het park van Epema State staat bekend als groeiplaats van diverse “stinzenplanten”. Die naam geeft onmiddellijk associatie met Fryslân en de fryske stinzen. De Friese plantkundige Botke was de eerste deskundige die de soortnaam stinzenplanten gebruikte in 1923. Hij schreef er over 'dat overal op plekken waar stinzen staan of hebben gestaan steeds dezelfde aardige wilde planten worden aangetroffen, maar dat je die nergens anders in de omgeving ziet'. Ze horen hier niet thuis, ze werden door zestiende en zeventiende-eeuwse bewoners geplant. Ze kwamen terecht in een milieu waar ze zich uitstekend thuis voelden: in losse, poreuze grond die al generaties lang was verbeterd door steeds maar bewerken en opbrengen van paardenmest en eikenschorsmot, afkomstig van leerlooierijen. 
In het park van Epema State staan vanaf de eerste weken in maart tienduizenden, ja misschien ook wel honderdduizenden crocussen in bloei, lichtblauwe en lila-kleurige. Een originele wilde crocus, deftig genoemd de “crocus tomassinianus”, bij de friezen bekend als 'boerenkrookje'. Op zonnige plekken is op Epema State ook al heel vroeg het bloeiende breedbladig longkruid te vinden, óók een bloem van het stinzenmilieu. 
In de tuin vóór het huis staat een oude tweestammige prunus, eind maart óók al een pracht om te zien. Eén wolk van tere witte bloesem. In april, als alle crocusjes als bij toverslag weer zijn verdwenen, bloeit de gele bostulp. Deftige naam “tulipa sylvestris”, maar de friezen noemen hem gewoon wylde tulp. 

 

Door het weidengebied 
Vanaf Epema State fietsen we linksaf richting de kern van Ysbrechtum, maar we kunnen al meteen een straat naar rechts inslaan. We komen uit op de Sint Martensdyk, de route naar Scharnegoutum. Een doorgaans rustige weg, maar we moeten het zonder fietspad stellen, dus goed bedacht op achterop komend autoverkeer blijven. 
Aan onze rechterhand worden we nog lang achtervolgd door de flatcontouren van Sneek. Maar langs 'de dyk' houden de huizen spoedig op en we bereiken een splitsing naar links. TIRNS 2KM staat er op de wegwijzer.
We voelen ons nu helemaal opgenomen in het open friese weidelandschap. Boven onze hoofden buitelen de ljippen – kieviten - in acrobatische baltsvlucht. De fluitende “pieoewieie” kreten, die ze erbij slaken, zijn alleen zo in het vroege voorjaar te horen. Dat is hèt geluid van de friese lente! 
Op het land zijn overal scholeksters druk bezig om de bodem te onderzoeken met hun oranjerode snavels. Wat verderop vliegt regelmatig een stel grutto's omhoog, opgewonden steeds hun naam herhalend. Soms klinkt de roep als “wutto wutto”. Ook kan het gebeuren dat een troepje tureluurs, elkaar achtervolgend, overvliegt met enorm kabaal. 
Hier voel je je helemaal opgenomen in het open friese weidelandschap. 

Ruimte is de bepalende factor, boerderijen en boomgroepen met er bovenuit het silhouet van een kerktoren zijn je oriëntatie. 

 

 

 

© Foto Vogelbescherming Nederland.  

Als we Tirns binnenrijden zien we vóór ons de witte ophaalbrug over de Franeker Vaart – Frenstjer Feart. Daar gaan we niet overheen maar iets eerder slaan we rechtsaf, de Pollewei de enige zijstraat vóór de brug. Richting REAHUS (alleen voor fietsers) staat er op het bord. De weg wordt later een pad, regelmatig onderbroken door veeroosters, we rijden nu dwars door de rust van weilanden. In de winter en het vroege voorjaar zien we hier ook hele knobbelzwanenfamilies, die een zacht vibrerend gonzend geluid maken bij het vliegen. Wat dat betreft mogen ze zich wel beledigd voelen reclame te moeten maken voor de gierende monsters van KLM. 
Wat opvalt: hier is ruimte nog de dominante factor van het landschap. Binnen die ruimte zijn de boerderijen en dorpen je oriëntatie, als tekens aan de horizon. Boomgroepen met daar bovenuit het silhouet van kerktorens. Zo moet het ooit ook in het grootste deel van Nederland zijn geweest. Waar inmiddels het landschap rommelig en gelijkvormig werd door steeds maar in de ruimte zich verder uitspreidende bebouwing. Oóit was er een duidelijke ordening: op déze plek had je het platteland en dáár begon het dorp of de stad, die ordening is ongemerkt verloren gegaan. Zó beschreef Geert Mak het in zijn boekje “Het Ontsnapte Land”, en hier onderga je de door hem beschreven emotie: wij rijden door een (nog) ontsnapt landschap. 

Als we rechts wéér een wegwijzer “Scharnegoutum” zien negeren we die, maar we moeten dan wèl opletten, want even verderop komt het pad uit op een betonweg, waarop je zowel rechtdoor als linksaf kunt. Níet rechtdoor rijden want daar eindigt de weg op het erf van de boerderij in de verte. Links ligt óók een boerderij maar dáár gaat de weg lángs, verder naar Reahûs waarvan de kerktoren al van verre wenkt. We rijden door het dorpje en stuiten op de Sânlansterdyk waar we rechtsaf slaan richting LYTSEWIERUM.
Bij een T-kruising staat een blauwe ANWB wegwijzer. Naar rechts gaat het – alwéér – naar Scharnegoutum, daar willen we nog steeds níet naartoe. Wij gaan linksaf richting Wommels. Dit is een drukkere weg en in plaats van alleen op de vogels te letten moeten we nu ook weer alert zijn op auto’s. Gelukkig duurt dat niet lang, gauw weer rechtsaf: BOAZUM 3KM staat er en we rijden dan over de Slachtedyk. Een heel oude middeleeuwse dijk, die dit oude land vroeger beschermde tegen het zeewater van de Middelzee. 

 

DE PASTORIE van BOAZUM 
In de vroege middeleeuwen was Friesland nog bijna in tweeën gespleten door het water van de Middelzee, die zich ver landinwaarts uitstrekte vanaf de Waddenkust. Het is goed te merken dat dit een heel oude dijk is want hij slingert als een dronken kerel. 
Over de dijk ruist een zwerm van “duizenden” spreeuwen ons vooruit. Dàn strijken ze weer even hier neer, dàn weer dáár. Allemaal op een magisch signaal tegelijk omhoog, vormen ze prachtige patronen in de lucht, een perfecte vliegshow. 
We bereiken de spoorlijn Leeuwarden-Sneek, een liniaalstreep die zich absoluut niets aantrekt van de omgeving. Het spoor kruisend kunnen we gelijk weer naar links, recht op Boazum af. De dorpen aan de Slachtedyk ontstonden uit heel oude bewoningskernen op terpen langs de Middelzee. De oudste dorpen herken je al van verre aan hun Romaans middeleeuwse kerken die er nog altijd staan. Herkenbaar aan zware torens met een zadeldak. Stoer, ruw metselwerk van “kloostermoppen”. Het kerkgebouw vaak nog met een “noormannendeurtje”, uit lang vervlogen tijd toen kwaadwillige bezoekers uit Scandinavië nog strooptochten maakten in dit land. 
Boazum ontstond ook rondom zo’n oude kern. Als we door het dorp rijden moeten we beslist even de Dokter Miedemastrjitte inrijden. Links staan nog een paar 17e eeuwse huizen en we komen uit op een pleintje. Onder de heggen aan het pleintje straalt overal de blauwe kleur van het maarts viooltje en het breedbladig longkruid. 
Ook maar even die indrukwekkende middeleeuwse kerk bekijken. Tussen de kerkterp en de pastorie ligt een grote vijver, daarin is een groepje kuifeendjes neergestreken. Lang geleden heeft op die plek een stins gestaan. De 19e eeuwse pastorie ernaast wordt nu particulier bewoond. De bewoners hebben veel gevoel voor de oude traditie van pastorietuinen. 
Breedbladig longkruid. 
Een vroege bloeier van het stinzenmilieu 

Een imposante paardenkastanje en een al even geweldige plataan domineren naast het huis. Een deel van de tuin wordt nog steeds ingenomen door een boomgaard met oude appelrassen. Natuurlijk is deze tuin een groeiplaats van stinzenplanten. Bij het hek vooraan een grote vegetatie italiaanse aronskelk en de witte soort van het groot hoefblad. In de zijtuin rechts een prachtig veldje tweekleurig bloeiend longkruid, vanaf de weg helaas nauwelijks zichtbaar. 
Gelukkig voor mij waren de bewoners zo vriendelijk me een blik dieper in de tuin te gunnen. Rondom de voet van de kastanje is 't één helderblauwe zee van scilla’s, schitterende vroege sterhyacinten. En helemaal achterin langs de sloot massaal purperroze holwortel en vingerhelmbloem. Het is een heerlijke tuin met een historische sfeer die tegelijk even springlevend is als de lente. 
Wit hoefblad, een geurige variant van het groot hoefblad en speenkruid versieren het oude tuinhek van de pastorie in Boazum. 
We vervolgen de route het dorp Boazum uit, richting Easterwierum. Telkens die toevoeging 'wierum' aan de plaatsnamen duidt ook op vroegere terpen: een terp werd een 'wier' genoemd. Vaak zijn de terpen zelf verdwenen, afgegraven voor gebruik als vruchtbare teelaarde nadat ze als hoogwatervluchtplaats niet meer nodig waren.Vlak buiten Boazum duikt een smal paadje de dijk af naar rechts, DEARSUM (alleen voor fietsers) staat op de kleine wegwijzer. We volgen dit pad en belanden daarmee op de oorspronkelijke bodem van de Middelzee. Dit paadje is een korte veilige route tussen beide dorpen, Boazum en Dearsum. Het is aangelegd na de sluiting van de dorpsschool in Dearsum. Toen moesten de dearsumer kinderen naar school in het nabije grotere dorp. 
Na 700m stuiten we op de Zwette, oud vaarwater dat noodzakelijkerwijs gegraven moest worden nadat de Middelzee droog gevallen was. Over een “heechhout” - een hoog houten bruggetje waar de beurtschippers onderdoor konden - komen we nu aan de overkant. Daar staat nog 't huisje waar ooit de veerbaas in woonde die de mensen overzette voordat de brug er lag. 
De Zwette heeft nieuwe roem, eens in de ...zoveel… jaar gaat de elfstedentocht onder dit heechhout door. Nu is ’t er rustig, langs de oever scharrelen wat meerkoeten en er zwemt een aalscholver rond. Hij of zij wordt opgeschrikt door ons geklos op het hout van de brug en vliegt op. Duidelijk is de witte broedvlek te zien die de zwarte vogel alleen in de lente vertoont. 
DEARSUM 
Door een klaphekje bereiken we Dearsum, waar we de gevaarlijke N354 moeten oversteken. Er geldt een snelheidsbegrenzing van 70 km/u bij het dorp, maar het is beter om er maar niet op te vertrouwen dat iedereen zich eraan houdt! 
Je zou het niet zeggen, maar ooit was deze weg de oostelijke Middelzeedijk. Door verbreding en afsnijden van al te scherpe bochten op den duur onherkenbaar geworden. 
De contrasten zijn groot, want in Dearsum zien we wéér zo’n  stoere Romaanse zadeldaktoren, een tikje scheefgezakt. We moeten er echt even heen, het is de oudste kerk van Friesland! Tussen het jaar 1000 en 1100 heeft op dezelfde plek al een houten kerk gestaan. De eerste bouw van de gemetselde kerk gaat terug naar de 12e eeuw. Na de tweede wereldoorlog werden zowel toren als kerk langdurig gerestaureerd. Ook het interieur is mooi in al zijn soberheid, met witte muren onder een gewelf van eikenhout. Met enige regelmaat worden er nog diensten gehouden en soms wordt het kerkje gebruikt voor muziekuitvoeringen.

 

 
Over de parallelweg van de N354 rijden we rechtsaf Dearsum uit langs het wegrestaurant. Een klein stukje richting Leeuwarden. Zo'n 500m buiten Dearsum rechtsaf naar POPPENWIER. 
In de weide rechts zien we twee grazende hazen. Door ons verrast: wij zien hèn eerder dan zíj òns. Ze reageren instinctief en drukken zich snel helemaal plat in het hoge gras. Je wéét dat er een paar hazen zitten, maar ziet nu alleen nog maar twee vage bultjes waaruit een oog je scherp beloert. Maar te hopen dat ze niet “het haasje” worden. 
We rijden nu wat omhoog, een vaste brug vlak voor Poppenwier. In de vóórmiddeleeuwse tijd lagen er in oostelijke richting onmetelijk uitgestrekte veengebieden. Nat, niettemin véél hoger dan nu. Moeilijk om je dit voor te stellen, met het Sneekermeer vlak achter de horizon. Door heel wat stromen en stroompjes vloeide bij laagtij het water af richting  Middelzee. De Oudvaart, de Moezel en de Boorn zijn van oude stroomgeulen nu nog de overblijfsels. Poppenwier, kerkje met een houten toren, rijden we voorbij. Iets verder is de afslag naar links richting RAERD, het voorlopige eindpunt van onze tocht.
Hoog bovenop de terp domineert de Nederlands Hervormde kerk het dorpssilhouet. Nogal groot voor zo’n klein dorp, maar de toren heeft een spits en is dus duidelijk niet zo heel oud.
Bij de kerk gaan we linksaf naar de Slotsdyk die herinnert aan Raerd's historie. Deze weg, met een lindenlaantje als wandelpad ernaast, was ooit de voorname oprijlaan van het landgoed JONGEMA STATE, dat vroeger een paar honderd meter buiten het dorp lag. 
De stins werd voor het eerst gesticht in 1461, maar uit de oude tijd bleef alleen het poortje uit de 17e eeuw nog over. In 1931 kwam de tuin, die lokaal nu het Raerder Bosk wordt genoemd, in bezit van It Fryske Gea – de vereniging van natuurbeschermers. 
Het park met oude essen, eiken, linden en een grote plataan biedt huisvesting aan een paar honderd roeken en tientallen blauwe reigers. 
Jongema State is net als Epema State en de pastorietuin in Boazum een heel waardevolle plek voor stinzenplanten. Begin februari, als er nog hagelbuien over de velden kunnen zwepen, staan hier al de vrolijk gele bloemen van de winterakoniet te stralen uit hun frisgroene kraagjes. En omstreeks dezelfde tijd ontploft een explosie van ontelbare sneeuwklokjes. Je hóórt ze bijna klingelen als ze bengelen onder de vlagen van de gure wind. In de loop van maart is dat alles alweer voorbij, dan volgt er even een adempauze. Op Jongema State zijn er geen 'boerekrookjes', terwijl 'liderkes' op Epema State weer spaarzaam zijn. Zo hebben beide States elk hun karakter. 

John Zwart - Maart 2000 
© Hernehim Natuur. Alle rechten voorbehouden. 

 

ROUTE RAUWERD - YSBRECHTUM - 20 km 

Via een alternatieve route terug naar Ysbrechtum  Pagina retour  

© John Zwart - IVN Milieueducatie.
    Dit is het begin van Fietstocht Nr 1, van een serie van natuurtochten in Friesland.
    De illustraties bij dit artikel zijn eigen foto's uit het archief van de auteur.

   

© Hernehim Natuur 2001 - 2011 

Publicatie 30 maart 2005  

Hernehim Cultuur en Natuurpagina's
Naar Hernehim Cultuur


De Natuurpagina's worden onafhankelijk geredigeerd en mede mogelijk gemaakt door Hernehim Beheer bv