Hernehim Natuurpagina's
Fietstocht 1 retour

          Alles van waarde is weerloos

Lucebert.     

Informatie
Doelstellingen en antwoorden op 
     veel gestelde vragen 
Ganzen 
Libellen 
Mussen 
Sijsjes 

Natuurbeleving 
Terug naar de Introductiepagina 
Link naar Cultuurpagina 

 Fietstocht 1 -  Lentetocht in Midden Friesland - Geplaatst 30 maart 2005 
Op mooie dagen, zonder al  te veel wind en met zo nu en dan een lentezonnetje,
kunnen we vroeg in het jaar al prachtige fietstochten maken door het historische
midden van Friesland: It leege midden. 
Het gebied kenmerkt zich met kleine kernen en open weidelandschap: greiden.
In de periode maart tot eind april kunnen we daar misschien nog wel het 
meest van genieten. Van de laatste wegtrekkende ganzen, de bloeiende 
traditionele planten rondom de buitenplaatsen en de drukte en opwinding
van de juist teruggekeerde weidevogels. 
ROUTE RAUWERD - YSBRECHTUM - 20 km  
Dit is het vervolg op de route Ysbrechtum - Rauwerd    Terug naar beginpagina 
JONGEMA STATE 
Vanaf de kerk rijden we over de Slotsdyk die herinnert aan Raerd's historie. 
Deze weg, met een lindenlaantje als wandelpad ernaast, was ooit de voorname
oprijlaan van het landgoed JONGEMA STATE, de oorspronkelijke stins, die 
vroeger een paar honderd meter buiten het dorp lag. 
De stins werd voor het eerst gesticht in 1461, maar uit de oude tijd bleef
alleen maar  het poortje uit de 17e eeuw over. In 1931 kwam de tuin, die 
lokaal nu het Raerder Bosk wordt genoemd, via de kerkvoogd in bezit van
It Fryske Gea – de vereniging van natuurbeschermers. 
Voor het eerst gesticht in 1461 bleef alleen het poortje uit 1603 nog over. 
                                                                                           De 'engelse' tuin is behouden als Raerder Bosk en is rijk aan stinzenplanten.
Het park met oude essen, eiken, linden en een grote plataan biedt huisvesting aan een paar honderd roeken en tientallen blauwe reigers. Van verre horen we al de schorre roep van de zwarte vogels met hun kenmerkende grijze snavels en de rauwe kreten van de langpoters in hun blauwgrijze jas. In de broedtijd is het een drukte van belang en je kunt nauwelijks veilig onder de bomen door lopen. Overal zie je witte plekken op de bodem en telkens kletst er iets naar beneden. De friese naam voor de blauwe reiger is “ielreager”, dat duidt al de houding die de mensen ten opzichte van deze vogels hadden. Vroeger was er veel visserij op paling (iel) in het friese binnenwater. De vissers zagen in de geduldige wachter van de slootkant een concurrent en hebben heel wat vogels gedood en broed vernield. Er wordt beweerd dat dáárom de reigers hun toevlucht zochten in hoge bomen. Toch triest als je bedenkt dat de blauwe reiger voornamelijk kleine visjes, maar ook amfibieën, jonge watervogels, muizen en mollen eet. En maar erg zelden een aaltje. 
Dezelfde hetze wordt nu gevoerd tegen de aalscholver door de ijsselmeervissers. Een veel grotere bedreiging voor de visstand is de stroperij waartegen helaas onvoldoende wordt opgetreden. Ook in beschermde natuurgebieden vormt stroperij een groot probleem doordat er overal ernstig gebrek is aan toezicht. 
Na de eerste lenteboodschap door een explosie van sneeuwklokjes volgt de bloeitijd van holwortel en vingerhelmbloem in het park Jongema State. 
Jongema State is net als Epema State en de pastorietuin in Boazum een heel waardevolle plek voor stinzenplanten. Begin februari, als er nog hagelbuien over de velden kunnen zwepen, staan hier al de vrolijk gele bloemen van de winterakoniet te stralen uit hun frisgroene kraagjes. En omstreeks dezelfde tijd ontploft een explosie van ontelbare sneeuwklokjes. Je hóórt ze bijna klingelen als ze bengelen onder de vlagen van de gure wind. In de loop van maart is dat alles alweer voorbij, dan is er even een adempauze. Op Jongema State zijn er geen 'boerekrookjes', terwijl 'liderkes' op Epema State weer spaarzaam zijn. Zo hebben beide States elk hun karakter. 
Einde maart komt in heel Friesland onder het geboomte het speenkruid in bloei met zijn gele sterretjes. Jongema State is er bijna mee overdekt. Gelijk met die glimmende sterretjes is de volgende lichting stinzenplanten aan de beurt: de holwortel in twee verschillende kleuren, wit en paarsrood. 
Al maandenlang hebben de bostulpen hun grijsgroene blaadjes boven de grond gestoken, nu komen de bloemknoppen. Er staan er duizenden, maar helaas komt er maar gemiddeld één op de honderd tot bloei. Het blijft zoeken om er eentje te vinden. 
De italiaanse aronskelk heeft sierlijk en diepgroen blad maar onopvallende bloemen. Die planten zijn weer het mooist tegen de herfst, als de bloeistengels zijn uitgegroeid en daardoor met hun fel oranjerode bessen boven het groen uitsteken. 
KOLONIEVOGELS  Roeken en reigers en de andere vogels op Jongema State  

Het geboomte van Jongema State is als een bosoase in het vlakke open landschap rondom. Daarom heeft het park ook grote waarde als pleisterplaats voor zangvogels tijdens de herfst en voorjaarstrek. Ondanks de dominante aanwezigheid van roeken en reigers broeden ook kleinere vogels in het park. Tussen het lawaai uit de boomtoppen klinkt ook de lentezang van de bekende zangvogels: we horen een merel, een zanglijster, de koolmees en de vink, het roodborstje, het winterkoninkje en het heggemusje. In april komt de tjiftjaf er nog bij, een klein bruinolijfgroen vogeltje met lichtgeel buikje dat zich dan al gauw goed verbergen kan tussen het prille gebladerte. 
Ook in het Raerder Bosk is er sprake van achterstallig onderhoud, zodat de paden bij regenachtig weer erg slecht begaanbaar zijn. 

Buiten het broedseizoen vormen de roeken in de rest van het jaar geen koloniegemeenschap, maar al in februari zoeken ze elkaar op en komen
ze de oude nesten alweer inspecteren. 
Het is boeiend om de bezigheden van de vogels te observeren. Ze vormen
een hechte gemeenschap, natuurlijk zijn er ook kleine conflicten, maar die
worden zonder bloedvergieten opgelost. 

In plaats van dezelfde route in omgekeerde richting is het altijd leuker een tocht als rondrit te maken. Daarom beschrijven we hier een alternatieve terugtocht richting SNEEK door een ander landschap. Maar we moeten er op voorbereid zijn dat de afstand groter is dan de hiervóór beschreven tocht Ysbrechtum - Rauwerd van 13 km. De volgende beschrijving is een waterkant tocht langs het Pr. Margrietkanaal en het Sneekermeer, een afstand van ongeveer 20 km. 

 

Vanaf JONGEMA STATE rijden we naar het dorp Raerd en zwenken om de kerk heen linksaf over de Buorren. We komen langs een huis waar in de kleine voortuin een gigantische paardenkastanje staat. Aan de voet een veldje helderblauwe scilla’s, wilde hyacinten: het lijkt een afspiegeling van een stukje van de pastorietuin in Boazum. De slingerende Buorren volgend laten we het dorp achter ons, in de bocht met “schrikhek” slaan we rechtsaf op de Learewei richting JIRNSUM. 
Op het land stappen algemeen bekende vogels als zwarte kraaien en kauwtjes rond, zelfbewust voedsel zoekend op het veld. Maar als we goed op die zwarte vogels letten zien we dat er groter exemplaren met een zware grijze snavel bij zijn: dat zijn onze roeken uit de kolonie van het Raerder Bosk. Kauwtjes, de kleinsten, hebben een grijze nek en witte oogiris! 

Wilde eenden dommelen langs de slootkanten of  schommelen achter elkaar aan in paartjes. Wat zien we verder: jonge lammetjes! Toepasselijker lentesymbool is nauwelijks denkbaar. Soms is er een veld in de verte dat helemaal witbespikkeld lijkt. Dan is het bijna zeker dat de boer juist mest heeft uitgereden. De onrust in de bodem door de trekker met zijn injectieapparaten drijft wormen onweerstaanbaar naar boven. Zilvermeeuwen en kokmeeuwen weten dat maar al te goed. Ze werken, trappelend op de grond, het hele veld intensief af. 
De kokmeeuwen zijn nu op hun mooist. Hun geheel donkerbruine kop met een wit ringetje om het oog steekt scherp af tegen de helderwitte romp en grijze vleugels. Een felrode snavel en dito poten maken het bruiloftskleed compleet. 

In een bocht van de weg staat een picknictafel met zitbank. Een leuk plekje voor een korte pauze met de wijde blik over het veld. Hier hebben we een goede kans om scholeksters te bekijken en misschien de laatste wegtrekkende brandganzen te zien overvliegen. Die gaan weer terug naar Nova Zembla om daar in de koude poollente te gaan broeden. 
Als we weer op weg gaan vliegen er dansend een paar kleine vogeltjes voor ons uit, over de weg en langs de berm. Ze willen niet ingehaald worden, maar wijken ook niet. Dus vliegen ze telkens weer een klein stukje vooruit. Ze zijn vroeg terug dit jaar, de witte kwikstaartjes. Vogeltjes die vrolijk ogen met hun mickey-mouse kopje en heel lange smalle staartjes, die telkens op en neer wippen. 
Na een paar kilometer bereiken we een  voorrangsweg, we gaan rechtsaf de parallelweg op. 

Voorbij de televisietoren rijden we het dorp JIRNSUM binnen, dat we doorkruisen via de oude Rijksweg. Nog niet zo lang geleden wrong alle verkeer zich er nog doorheen, maar sinds de aanleg van de rondweg is het opnieuw een rustig dorp geworden. Jirnsumers hebben iets met katten, ze hebben er zelfs een standbeeld voor opgericht. Welk verhaal hierachter steekt wil ik nog wel eens uitzoeken. 
Aan het andere eind van 't dorp gaat het rechtdoor, parallel langs de Ljouwerterdyk richting Akkrum. Vroeger was deze weg aan beide zijden omzoomd door een ononderbroken rij hollandse iepen. We zien de desastreuze teloorgang van deze traditionele laanboom. De iepziekte is vernietigend voor de soort en daarmee voor het vertrouwde aanzien van het cultuurlandschap in het noorden. Langs het fietspad werden nieuwe, jonge iepen geplant. Hopelijk is deze soort beter bestand tegen de kwaal. 


© Foto Vogelbescherming Nederland

Al spoedig klimt de weg omhoog naar de brug over het Prinses Margrietkanaal. Maar wij blijven beneden: onder aan de brug loopt de Witteringswei langs het water. Vóór het Pr.Margrietkanaal werd gegraven lag hier al een vaarwater, de Nije Wittering, vandaar die naam. We slaan rechtsaf en bevinden ons op “It Legaenster Paed”. Even verderop tillen twee hoge masten hoogspanningskabels over het brede kanaal. Op de basaltkeien in het water zit een hele troep van wel 100 scholeksters! Rustig laten ze zich door ons bewonderen in hun prachtige lentekleed. Als een boot passeert vliegen enkele onrustige vogels op en klinkt hun doordringende “te-pieiet te-pieiet!”. 
Een kilometer verderop passeren we het terrein van Jachthaven Tersoalstersyl en bereiken het oude sluisje waaraan dit watersportcentrum zijn naam dankt. Met de fiets aan de hand kunnen we de sluiskolk via de deur oversteken. 
Voor het eerst zien we het Sneekermeer vóór ons liggen. Het uitzicht is iets minder wijds dan tot 1960, het jaar waarin de strekdam bij Terherne als wind- en golfslagbreker voor de nieuwe keersluis werd aangelegd. Maar nu het riet nog niet is uitgegroeid kunnen we ook nog goed zien wat zich dicht langs de oever afspeelt. Er zwemmen twee vogels met een slanke spierwitte hals en borst en een dolksnavel, die met de romp diep in het water liggen. Een futenpaar, dat een fraaie baltsdans uitvoert. Vooral de wang- en oorpluimen van het mannetje zijn schitterend. Kopschudden en “pompen” wisselen elkaar af en soms verheffen ze zich rechtop in het water: de pinguindans! 

Op de Grienedyk heel even linksaf slaan. Er kunnen auto’s rijden maar honderd meter verder kunnen we wéér links “It Legaenster Paed” vervolgen. Het gebied links tussen dit dijkje en het meer is “bûtlân”, drassig buitendijks land dat heel belangrijk is voor moeras- en weidevogels. Er is veel bûtlân verdwenen in Friesland maar gelukkig zijn er in de laatste jaren nieuwe initiatieven tot herstel. Ook de kemphaantjes, nu heel zeldzaam geworden, zullen dan misschien terugkomen. 
Niet alle grauwe ganzen, die zo talrijk op de friese weiden en akkers grazen gedurende de winter, zijn trekvogels. Sommige paren blijven hier, ze broeden op plekken als deze, waar riet al gauw veilige bescherming biedt. Het verbaast ons niets als er een aantal komt overvliegen. 
Het slootje aan de rechterkant van het dijkje is het domein voor een andere watervogel. Eentje, die erg op rust is gesteld, het waterhoentje. Het heeft wel wat van de meerkoet, maar is duidelijk iets tengerder en kleiner van postuur. Het waterhoen mist de witte “bles” en witte snavel van de meerkoet; heeft een rode snavel met gelige punt. De onderkant van de staart is wit, wat erg opvalt omdat het voortdurend “wipt”. 

Het “bûtlân” gaat over in droge weide en vervolgens in een recreatiegebied. Het is merkbaar dat we Sneek naderen. We bereiken de weg van Offingawier naar RCN “De Potten” waar het oppassen is voor autoverkeer. De fietsroute gaat aan de overkant gewoon rechtdoor verder. 
Het Sneekermeer hebben we al achter ons gelaten, de boten die we nu zien, links, varen door de Houkesloot. De stad Sneek heeft het land vanaf ons pad tot aan de Houkesloot bestemd voor woningbouw, dus binnenkort gaat het hier drastisch veranderen. Het is te wensen dat er nog wat ruimte voor natuur overschiet binnen het plan. Vogels hebben veel vierkante meters grasland of moeras nodig om voldoende voedsel voor zichzelf en hun jongen te verzamelen. We kunnen al merken dat we, steeds dichter bij de stad, nog maar weinig weidevogels zien. 

 

Het komt ons goed van pas dat de route Legaenster Paed in Sneek nog een heel stuk wordt voortgezet. Er is hier nog flink wat groen tussen de huizen. Een ideale leefomgeving voor de eksters. Van oorsprong vogels van loofbossen is de ekster in grote aantallen naar parken en buitenwijken van steden getrokken. Vaak laten ze zich in tuinen zien, wat niet onopgemerkt blijft omdat ze nogal eens flink lawaai kunnen maken tegen elkaar. 
De merel is óók zo’n bosvogel die zich aan groene woonwijken heeft aangepast. Hiermee wordt het bewijs geleverd dat 't met de beweerde moordlust van de eksters ook wel meevalt. Veel jonge merels worden in stadstuinen groot. Eigenlijk ondervinden ze meer bedreiging van 'felix domestica', onze lieve huispoes. 
Merelmannetjes zijn nu prachtig diepzwart met een heldergele snavel en gele oogrand, zijn vrouwtje is egaalbruin met een donkere snavel. 
Als we de route “Legaenster Paed”  verliezen kunnen we ons door Sneek makkelijk verder oriënteren op de wegwijzers naar het NS station, dan naar het Ziekenhuis [H] en naar Bolsward. Zo kunnen we Sneek op de juiste plek weer te verlaten om onze rondrit bij de Epema State in YSBRECHTUM af te sluiten. 

Bij een BP benzinestation passeren we een brug over de Franekervaart, rijden daarna links langs het Wilhelminapark. Er is een alleraardigst boekje uitgegeven ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan in 1998. Het is nu – in 2000 - nog steeds te koop bij het VVV kantoor aan de Markt in Sneek. Het park werd aangelegd in opdracht van het Bestuur van het Sneeker Weeshuis als bijdrage "ter bevordering van de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de bevolking". Sneek kende maar weinig groene plekjes in de 19e eeuw... 
Bij gelegenheid van het jubileumjaar werd het park gerestaureerd. Alle kenmerken van de Roodbaart en Vlaskampstijl zijn in het park van vandaag duidelijk herkenbaar. Heel veel bomen die er origineel werden geplant in 1898 bleven nog bewaard. Te bewonderen zijn bijvoorbeeld: twee hollandse iepen (ingeënt), enkele stokoude wilgen (helemaal bemost), een paar goudessen (schitterend in de herfst) en een kaukasische vleugelnoot. 

Een weeshuis heeft Sneek allang niet meer, maar het park vormt ook nu nog een mooi ontmoetingsgebied voor omwonenden en de bewoners van het verzorgingscentrum Thabor. 
Het is interessant om te zien hoe vroeger met een doordacht plan op een vrij klein oppervlak een verrassend veelzijdig groengebied werd gerealiseerd. 

John Zwart – Maart 2000  
© Hernehim Natuur, alle rechten voorbehouden. 

 

 

© John Zwart - IVN Milieueducatie.
    Dit is het retourblad van Fietstocht Nr 1, van een serie van natuurtochten in Friesland.
    De illustraties bij dit artikel zijn eigen foto's uit het archief van de auteur.

   

© Hernehim Natuur 2001 - 2011 

Publicatie 30 maart 2005  

Hernehim Cultuur en Natuurpagina's
Naar Hernehim Cultuur


De Natuurpagina's worden onafhankelijk geredigeerd en mede mogelijk gemaakt door Hernehim Beheer bv