| Ganzen |
| De
herfst en de winter zijn de tijd van de ganzen – voor West-Europa wel te
verstaan, en vooral voor de Nederlandse provincies Friesland, Flevoland en
Noord-Holland. Het is intussen november en ze zijn er dus weer allemaal, van augustus tot en met oktober zijn ze gearriveerd. Nu is het de mooiste tijd om deze interessante vogels te bestuderen. |
|
|
|
Brandganzen aan de Friese Waddendijk |
| Ganzenleefwijze |
| De
ganzen zijn echte watervogels, hun zwemvliezen tussen de tenen wijzen
daarop, ook al treffen we de meeste ganzen bijna altijd op gras- en
akkerland aan. Dat geeft al een indicatie van hun enorme
aanpassingsvermogen. Met uitzondering van de rotganzen zullen ze
oorspronkelijk altijd geleefd hebben in uitgestrekte moerasgebieden (zgn
wetlands) maar bij het steeds meer verdwijnen daarvan zijn ze van
lieverlee ertoe over gegaan om hun kostje bij de landbouw en veeteelt op
te gaan halen. Voor nestelen en ruien (wisselen van de slagpennen) zijn ganzen nog steeds afhankelijk van afgelegen rietvelden en ontoegankelijke eilandjes. Het inpolderen van het IJsselmeer is een belangrijk proces geweest in de levensvoorwaarden van de Europese grauwe ganzen. In korte tijd ontstond er een groot nieuw rustig 'wetland', daar kwamen opeens uitgestrekte rietvelden in de nabijheid van grootschalige landbouwgebieden tot stand. In korte tijd pasten de ganzen zich aan op de nieuwe situatie en ze gebruikten de rietvelden als ruiplaats en het omliggende grasland en de akkers als foerageergebied. Flevoland: el dorado voor ganzen! Ganzenparen zijn onafscheidelijk voor het
leven. Wie een gans schiet zaait rampspoed in het gezin en in de troep:
Ganzen leven in troepen met familie- en sociale structuur. Ouders, jonge
dieren, nabije familieleden blijven allemaal bij elkaar. In elke familie
is er één waakzame vogel, meestal een dominante man, die altijd de
omgeving nauwlettend in de gaten houdt: de wachter. Ganzen zijn altijd bejaagd, door roofdieren
en door mensen, zijn daarom erg alert. Als je ganzen wilt observeren moet
je dat in gedachten houden. Als je ze verontrust beginnen ze meteen te
lopen, dat is voor ons een teken dat we ons moeten terugtrekken. We
verstoren hun bestaan als we dat niet doen, we jagen immers gemakkelijk
zomaar duizenden ganzen de lucht in. Dat kost hen veel energie en verlies
aan 'etenstijd'.
|
| De soorten en hun kenmerken | ||
|
Rotgans
– |
![]() |
Rotganzen
zijn kleiner dan de forse brandganzen of grauwe ganzen en hebben ook een
kortere hals. Kop en hals zijn zwart als van de brandgans,
maar in tegenstelling tot de brandgans heeft de rotgans een
grijsbruine buik in plaats van een helderwitte. Ze hebben een korte donkere, bijna zwarte snavel. Als we dicht genoeg konden naderen of met een goede kijker de vogels waarnemen kunnen we een kleine witte halsvlek zien, die geen enkele andere gans heeft. |
|
Brandgans
– |
![]() |
Brandganzen
zijn heel andere verschijningen dan kolganzen, rietganzen of grauwe
ganzen. Hun veren zijn blauwzwart, wit en zwart. De egaalzwarte hals gaat op de borst abrupt over in een witte buik en staart. De vleugeldekveren zijn grijs met witte randen, de staartpennen zijn zwart aan het eind. Ze hebben een roomkleurig 'gezicht' met een blauwgrijze snavel en dito poten. |
|
Kolgans – |
![]() |
De kolgans lijkt uiterlijk erg op de grauwe gans, ook bruin met een witte staart en stuit maar heeft in vergelijking een wat slankere bouw en smaller vleugels. In een gemengde groep is het moeilijk vast te stellen of we met een grauwe, dan wel een kolgans van doen hebben. Vliegen ze over dan is de vóórvleugel een herkenningspunt: bij de grauwe gans is die duidelijk lichter dan de rest van de vleugel, de kolgans heeft geheel donkere vleugels en donkere dwarsstrepen over de buik. Bij grazende kolganzen is duidelijk de witte band langs de snavelbasis te zien: de kol. |
|
Kleine Rietgans
– |
![]() |
De
kleine rietgans vertoont, net als de kolgans, veel gelijkenis met de grauwe gans.
Er zijn twee opmerkelijke verschillen: de snavel is zwart, roze gevlekt.
Poten roze. Kleine rietganzen zie je het meest op akkerland, bij hun vluchten tussen graas- en slaapgebied zijn ze opvallend luidruchtig. Kop en hals zijn veel donkerder dan van de grauwe gans, bijna zwart. Vogelwaarnemers spreken van 'verbrande koppen' om het contrast met de romp te onderstrepen. |
|
Grauwe Gans – |
![]() |
Verenkleed,
zoals van alle ganzen, is van mannetjes en vrouwtjes gelijk. Deskundigen
kunnen vrouwtjes onderscheiden door hun iets lichtere bouw. Hoofdkleur bruin, helderwitte staart
en stuit met aan het eind van de staartveren een donkere band. Een forse
oranje snavel en zware oranjeroze poten. De veren op de hals vertonen donkerder
strepen die schuin over de hals lopen. Tamme ganzen werden door de mensen gefokt vanuit deze soort. |
| Ganzentrek | ||
| Met
uitzondering van de grauwe ganzen waarvan een deel als 'jaarvogels' in
Flevoland en Friesland verblijft zijn alle ganzen trekvogels. We zien ze hier alleen
tijdens de wintermaanden, maar dan ook in heel grote aantallen. De eerste
dienen zich eind juli en in augustus al aan: de grauwe ganzen; vervolgens
komen de brandganzen in september, de rotganzen en de kolganzen zijn de
laatste aankomers in oktober. Voordat ze aan de trek beginnen eten ganzen zich vet. Er ontstaat een min of meer duidelijk waarneembare vetbult in het achterlijf, vlak achter de poten. Kenners kunnen de conditie van overvliegende ganzen inschatten aan de kromming van de buik. Doordat de ganzen in opvallende grote groepen, in lijnformaties of in v-vorm, hun trekvlucht uitvoeren, terwijl ze er contactkreten bij uitstoten, wordt hun trek door de mensen goed opgemerkt. Daarom spreekt vooral de ganzentrek sterk tot de verbeelding van de mensen, denk bijvoorbeeld aan het verhaal van Nils Holgersson. Toch zijn er veel kleine trekvogels die bij de seizoenswisselingen over aanzienlijk langere afstanden trekken maar waarvan die trek onopgemerkt blijft. Als voorbeeld noem ik daarvoor het rietvogeltje karekiet, die helemaal in centraal en zuidelijk Afrika overwintert. De ganzen besluiten inééns de trekvlucht uit te voeren, in de herfst bijvoorbeeld aangezet door plotseling invallende winterkou. Eenmaal van start wordt de vlucht zonder onderbreking uitgevoerd, bij daglicht zowel als in het nachtelijk duister, met een snelheid om respect voor te hebben: ca. 80 km/u. Zo kan het zijn dat de troep brandganzen die we juist zien aankomen twee dagen tevoren nog moesten vertrekken uit Nova Zembla. Marathonlopers kennen het principe van het benutten van energie uit vetverbranding, in plaats van uit koolhydraten, wat atleten doen die in een korte tijd explosief hun prestatie moeten leveren. Ganzen zijn marathonvliegers, vele uren zonder onderbreking door het verbranden van hun vetreserve.
|
||
| De
bewegingen per soort |
||
|
Rotganzen leven 's zomers in Noord Siberië. De overwintering is in de West-Europese kuststrook. In Nederland moet we om rotganzen te zien 's winters naar de Friese Waddenkust of de Waddeneilanden gaan. Deze ganzensoort leeft namelijk van wieren en zeegras. De brandganzen broeden allemaal op
de eilanden van Nova Zembla. 's Winters verblijven ze in de West-Europese
kuststreken en op de eilanden van Groot Brittannië. Net als de rotgans
houdt de brandgans ook van zeegras, maar eet net zo graag zaden en
weidegras. De kolgans verblijft 's zomers in Noord-Rusland op de toendra. In de winter trekken ze naar Denemarken en verder tot aan Bretagne. In Nederland zien we grote concentraties in het Deltagebied, Flevoland en Friesland. De kleine rietgans leeft 's zomers van hetzelfde menu als de kolgans maar dan in Finland en Lapland. Enkele duizenden overwinteren in Friesland op een betrekkelijk klein gebied. Van de grauwe gans is het
migratieverhaal gecompliceerder. De grauwe ganzenbevolking die zich de
laatste decennia tijdens de nazomerrui in de Oostvaardersplassen begon op
te houden trok voorheen 's winters voor een deel naar Spanje en voor een
deel naar Denemarken. Werd de winter streng dan kwamen de vogels vanuit
Denemarken weer terug naar Nederland. Vervolgens trokken alle ganzen in
het voorjaar weer naar hun broedgebieden in Scandinavië en Noordeuropa.
|
||
| Waar
kunnen we overwinterende ganzen te zien krijgen?
Pas uw gedragingen op de dieren aan (zie: "Ganzenleefwijze"). Goede kansen om ganzen te
observeren zijn er |
|
© John Zwart -
IVN Milieueducatie. |
|
© Hernehim Natuur 2001 - 2008 |
| 15 november 2003 |
De Natuurpagina's worden
onafhankelijk geredigeerd en mede mogelijk gemaakt door Hernehim Beheer bv