Hernehim Cultuurpagina's
Pagina Schrijvers - Jonker, Ingrid

Gepubliceerd: 13 februari 2004 
HOME 
Nieuws  
Blog en proza 
Themapozie 
Vrije pozie   
Vertaalproject 
Proza  
Activiteiten 
Over schrijvers 
Archief 
Contact     
Ingrid Jonker - een tragisch leven in zoektocht naar liefde en geborgenheid 
 

Het leven van een gevoelige, kwetsbare, opstandige dichteres. 

Ingrid Jonker (1933) was een kind uit een gebroken gezin, zij onderging als klein meisje gelijktijdig twee nare invloeden. Haar vader, Abraham Jonker, interesseerde zich totaal niet voor zijn beide dochtertjes die samen met hun moeder bij de grootmoeder waren ingetrokken en haar moeder ontwikkelde langzaam een geestesziekte. 
De moeder had de scheiding nooit aanvaard, zat urenlang aan het raam te wachten op een illusie dat haar man zou terugkomen - en bemoeide zich nauwelijks met de kinderen. De oma was diep religieus en gebruikte haar schaarse tijd buiten de huishouding voornamelijk voor het bezoeken van godsdienstige bijeenkomsten, iets waarbij Ingrid haar overigens vaak vergezelde. 
Het gebrek aan liefderijke belangstelling in haar kinderleven werd gecompenseerd door de grote bewegingsvrijheid die ze genoot, Ingrid was een natuurkind dat het liefst op het strand was om te spelen en liedjes te zingen voor de vissers. 

Later, toen ze eenmaal een puber was, zou ze alsnog ondergebracht worden in het gezin van haar vader en zijn tweede vrouw, die samen inmiddels drie kinderen hadden. Het was een diep ongelukkige tijd: wg was de vrijheid van haar kinderjaren, er werden strenge eisen aan haar gedrag en uiterlijk voorkomen gesteld, liefde en interesse waren er niet. Vader leek zijn dochter maar met tegenzin te accepteren en maakte duidelijk onderscheid ten opzichte van de jonge kinderen uit zijn nieuwe huwelijk. 
In 1945 maakte Ingrid kennis met de schrijver D.J.Opperman die indruk op haar maakte. Hij leek zich te kunnen vereenzelvigen met de inheemsen, iets wat Ingrid van nature had gedaan in het dorp en op het strand van Gordonsbaai. Hij was geen 'calvinistische toerist onder de heidenen', ze voelde zich verwant. Op de middelbare meisjesschool schreef Ingrid gedichten die helaas niet bewaard zijn gebleven. Thuis voelde zij zich heel eenzaam. 
 

 

Puberteit 

 

Puberteit 

Die kind in my het stil gesterf 
verwaarloos, blind en onbederf 

in een klein poel stadig weggesink 
en iewers in die duisternis verdrink  

toe jy onwetend soos 'n dier  
nog laggend jou fiesta vier. 

Jy het nie met die ru gebaar 
die dood voorspel of die gevaar 

maar in my slaap sien ek klein hande  
en snags die wit vuur van jou tande: 

Wonder ek sidderend oor en oor  
Het jy die kind in my vermoor?  

 

Eerst stimulatie maar een afgebroken schoolopleiding 
 

Intussen stimuleerde Opperman haar. Ingrid schreef, had talent, maar kreeg na haar eindexamen thuis te horen dat ze niet verder mocht studeren. Als ze zo brutaal en vrijgevochten kon zijn, kon ze ook wel voor zichzelf zorgen, was de mening van haar vader, die op zijn beurt weer onder de invloed stond van zijn tweede vrouw die dat lastige kind wel het huis uit wilde hebben. Ze moest maar een baantje zoeken en zelfstandig worden. Als zestienjarige ging ze typen en steno leren, als zeventienjarige vond ze een kantoorbaantje, maar ging gelijktijdig pozie lessen volgen (1950-1951). 
Ingrid was nog altijd eenzaam maar kon in haar gedichten haar gevoelens kwijt. Ze ontwikkelde een sterk besef van eigen nietigheid. 

 

Korreltjie sand  

 

Korreltjie sand  

Korreltjie korreltjie sand 
klippie gerol in my hand 
klippie gesteek in my sak 
word korreltjie klein en plat 

Sonnetjie groot in die blou 
ek maak net 'n ogie van jou 
blink in my korreltjie klippie 
dit is genoeg vir die rukkie 
Kindjie wat skreeu uit die skoot 
niks in die wreld is groot 

stilletjies lag nou en praat 
stilte in Doodloopstraat 

Wreldjie rond en aardblou 
korreltjie maak ek van jou 
huisie met deur en twee skrefies 
tuintjie met blou madeliefies 

Pyltjie geveer in verskiet 
liefde verklein in die niet 
Timmerman bou aan 'n kis 
Ek maak my gereed vir die Niks 

Korreltjie klein is my woord 
korreltjie niks is my dood  

 

Volledige breuk met de vader en jeugdrelatie met oudere partner 
 

Met de apartheid werd de verscheurdheid tussen vader en dochter ng dieper. In haar hart wenste zij door haar vader liefgehad en erkend te worden, maar hij verachtte haar politieke opvattingen. Hij slaagde zelf niet als schrijver en kon zich er niet toe brengen bewondering voor haar dichtwerk te tonen. 
Ingrid schreef, naast haar kantoorbaan, steeds meer en begon rondjes langs de literaire redacties en uitgevers te maken met steun van Opperman. (1952-1954), maar zonder resultaat. 
Als negentienjarige begint zij een verhouding met de 17 jaar oudere schrijver Pieter Venter en "Die Huisgenoot" publiceert eindelijk enkele van haar gedichten (1954), maar het literaire tijdschrift "Standpunte" blijft haar werk nog steeds afwijzen. 
Ze verdenkt Pieter ervan haar niet trouw te zijn en hij is gegeneerd door de openhartigheid in haar gedichten over hun verhouding. Zij begint zich gaandeweg af te vragen wat de waarde van hun relatie is. 

 

 
Wijsje van de wind  Ek het gedink 

 

Waar slaapt mijn liefde, mijn liefde vannacht 
sterren die wiegen in dennen en winden 
sterren die wiegen en sterren op wacht 
waar slaapt mijn liefde, mijn liefde vannacht? 

 

Ek het gedink dat ek jou kon vergeet, 
en in die sagte nag alleen kon slaap, 
maar in my eenvoud het ek nie geweet 
dat ek met elke windvlaag sou ontwaak: 

Dennenboom donker, daggloed en nachtlied 
nachtlied van dieren en duistere winden 
Waar slaapt mijn liefde, wie sust zijn verdriet 
en zal ik mijn liefde, mijn liefde weer vinden? 

Dat ek die ligte trilling van jou hand 
weer oor my sluimerende hals sou voel 
Ek het gedink die vuur wat in my brand 
het soos die wit boog van die starre afgekoel. 

Winterwind, leid mij door bittere nachten 
tot uit het duister ik vredig kan staren 
hoe hij daar sluimert, en sluimerend mijn smart 
eindelijk diep in mijn hart laat bedaren! 

Nou weet ek is ons lewens soos 'n lied 
waarin die smarttoon van ons skeiding klink 
en alle vreugde terugvloei in verdriet 
en eind'lik in ons eensaamheid versink. 
   

Vertaling Gerrit Komrij 

 

 

In verwachting en geschoffeerd door haar vader 
 

Ze wil zichzelf de zekerheid van de liefde van Pieter Venter verschaffen, het symbool van hun verbondenheid: trouwen en een kind. Maar Pieter durft het met haar onvoorspelbaarheid niet aan, hij houdt het twee jaar lang tot 1956 af, maar geeft tenslotte toe. 
In hetzelfde jaar verschijnt haar debuutbundel "Ontvluchting". Zij draagt hem op aan haar vader Abraham Jonker een schreeuw om liefde en erkenning. Opnieuw stelt hij haar bitter teleur. Hij neemt de bundel aan zonder er een blik in te werpen. "Ik zal vanavond eens kijken in hoeverre je me te schande hebt gemaakt", was zijn gevoelloze reactie. 

Enkele maanden later is Ingrid zwanger. Maar het lijkt alsof zij aan een prenatale depressie lijdt. Zelf vraagt zij zich af of verdriet overdraagbaar is op haar nog ongeboren kind. Mogelijk is ze erfelijk belast met de labiele geest van haar moeder.  
Ze kan geen vreugde aan haar zwangerschap genieten. 

 

Swanger vrou 

 

Swanger vrou 

Ek l onder die kors van die nag singend, 
opgekrul in die riool, singend, 
en my nageslag l in die water. 

Ek speel ek is kind:  
appelliefies, appellieffies en heide 
koek makrankas, anys, 
en die paddavis gly 
in die slym in die stroom, 

in my liggaam 
my skuimwit gestalte; 

maar riool o riool 
my nageslag l in die water. 

Ng singend vliesrooi ons bloedlied 
ek en my gister, 
my gister hang onder my hart, 
my kalkoentjie, my wiegende wreld 

en my hart wat sing soos 'n besie 

my besie-hart sing soos 'n besie 
maar riool o riool
my nageslag l in die water.  

Ek speel ek is bly: 
kyk wr spat die vuurvlieg! 

die maanskyf, 'n nat snoet wat beef  
maar met die mre, die hinkende vroedvrou 

koulik en grys op die skuiwende heuwels 
stoot ek jou uit deur die kors in die daglig, 
o treurende uil, groot uil van die  daglig, 
los van my skoot maar besmeer 
met my trane besmeer 
en besmet met verdriet. 

Riool o riool 
ek l bewend singend, 
hoe anders as bewend 
met my nageslag onder jou water...? 

 

Moederschap en conflict met schoonfamilie 

In december 1957 wordt dochtertje Simone geboren en een jaar later moet zij de Kaap verlaten, zij moet Pieter volgen naar Johannesburg wat haar met grote tegenzin vervult. 
Zij voelt zich in de grote stad niet thuis en mist de zee. 
In Johannesburg wordt ze als 'links kunstenaarstype' gezien en dat betekent 'aanhanger van de anti-apartheidbeweging'. Zij schrijft een rebels theaterstuk dat niet mag worden opgevoerd. De familie van Pieter kotst ze uit: "Sit jul voete nie weer hier nie!" 
In 1959 is Ingrid 26 jaar en in Kaapstad wordt 'Een bruid in de morgen' van Hugo Claus opgevoerd. In "Die Burger" kraakt recensent W.Louw het stuk volledig af, daarop schrijft Ingrid een woedende brief aan de krant, die niet reageert. 
In 1960 voelt Ingrid zich in Johannesburg volledig vereenzaamd, zij wil scheiden en terug naar de Kaap. Dan worden de gehate 'pasjeswetten' ingevoerd, waartegen heftig wordt geprotesteerd. 30.000 Demonstranten trekken op naar het parlement in Kaapstad met een petitie. In Sharpeville wordt door soldaten met scherp op de menigte geschoten. Er vallen 67 doden, waaronder kleine kinderen. 

 

Die kind wat doodgeskiet is deur soldate by Nyanga 

 

Die kind wat doodgeskiet is deur soldate by Nyanga 

Die kind is nie dood nie 
die kind lig sy vuiste teen sy moeder 
wat Afrika skreeu     skreeu die geur 

van vryheid en heide 
in die lokasies van die omsingelde hart 

Die kind lig sy vuiste teen sy vader 
in die optog van die generasies 
wat Afrika skreeu    skreeu die geur 

van geregtigheid en bloed 
in die strate van sy gewapende trots 

Die kind is nie dood nie 
ng by Langa ng by Nyanga 

ng by Orlando ng by Sharpeville 

ng by die polisiestasie in Philippi 

waar hy l met 'n koel deur sy kop 

Die kind is die skaduwee van die soldate 
op wag met gewere sarasene en knuppels 
die kind is teenwoordig by alle vergaderings en wetgewings 
die kind loer deur die vensters van huise en in die harte van moeders 
die kind wat net wou speel in die son by Nyanga als orals 
die kind wat 'n man geword het trek deur die ganse Afrika 
die kind wat 'n reus geword het reis deur die hele wreld 

Sonder 'n pas 

 

Censuur 
 

Het gedicht levert Ingrid veel zwarte sympathie op. Het wordt vertaald in het Zulu en Hindi. 
De regering besluit de vrije pers aan banden te leggen en censuur aan de schrijvers op te leggen. En uitgerekend Ingrids vader Abraham Jonker wordt gevraagd zitting te nemen in de commissie voor de schrijverscensuur. Onder invloed van zijn
ambitieuze vrouw, die hem een ministerspost voorspelt, neemt Abraham de functie aan. 
Vader en dochter staan nu lijnrecht tegenover elkaar. Ingrid is 'besmet', van alle kanten wordt de publicatie van haar tweede bundel tegengewerkt. Het grieft haar diep dat zelfs Opperman haar lijkt af te vallen. De censuurwetten zijn inmiddels doorgevoerd en Abraham distantieert zich in het openbaar van de "bohmiens' zoals hij de maatschappijkritische schrijvers noemt. Er is een volledige en onherstelbare breuk tussen hen beiden die nooit meer zou worden hersteld. 

Het is teveel voor de gevoelige Ingrid, in 1961 wordt zij enige tijd opgenomen in dezelfde psychiatrische inrichting Valkenburg, waarin haar moeder haar einde vond. 
Maar eindelijk volgt in 1963 de acceptatie van haar tweede gedichtenbundel "Rook en Oker" 

Ladybird 
 

     Ladybird 

     Okergloed 
     en een licht breekt 
     uit de zee. 

          Op het achtererf 
          ergens tussen het wasgoed 
          en een boom vol granaatappels 
          jouw lach en de ochtend 
          schielijk en klein 
          als een lieveheersbeestje 
          dat valt op mijn hand 

          Vert.  Gerrit Komrij 

 

 
 

Ingrid vertoont alle verschijnselen van manisch-depressiviteit. Zo diep haar gevoeligheid haar laat zinken onder invloed van slag op slag, zo euforisch kan ze zijn als de omstandigheden opeens ten goede lijken te keren. 
Na enige tijd onderhoudt zij gelijktijdig een relatie met twee mannen. Jack Cope is een vijftiger, bijna twintig jaar ouder dan Ingrid. Het lijkt of hij de rol van de verloren vader voor haar vervult. Maar de hartstocht van Ingrid roept tegelijk om een partner van haar eigen leeftijd, die ze vindt in Andr Brink, een leerling van Jan Rabie. Die is echter getrouwd 

Ze ondergaat een abortus (van Jack of Andr?), in het Zuid-Afrika van de jaren zestig is dat een zwaar misdrijf, het doet haar geestelijke stabiliteit zeker geen goed. 

Een jaar na de uitgave wordt haar nieuwe bundel bekroond (1964) en van het geld wil ze met Jack naar Europa. Met de Union Castle Lijn reist ze naar Londen met de bedoeling om daar geruime tijd te verblijven, maar ze verliest Jack: hij neemt per brief afscheid van haar. 
Er volgt een turbulente tijd, waarin opnieuw diepe depressiviteit en opgetogen feeststemmingen elkaar afwisselen en waarin ze ook nog naar Amsterdam reist om daar dichters en schrijvers te ontmoeten. 
Ze vraagt Andr om zich bij haar te voegen en ze genieten van Parijs en Barcelona. Daar besluit Andr dat hij uiteindelijk toch niet voor haar van zijn vrouw wenst te scheiden, hij gaat terug naar Zuid-Afrika. 

Ingrid vervalt opnieuw in een diepe depressie en excessief alcoholgebruik. De liefde die ze overal wanhopig heeft gezocht valt haar nergens ten deel. 

Teruggekeerd in Zuid-Afrika is al haar geld op en haar roem al verbleekt. 
Zij wordt opnieuw opgenomen in de psychiatrische kliniek. In een winternacht verlaat ze het pand, uiterst licht gekleed en op blote voeten, zij gaat naar het strand van Drieankerbaai Daar loopt ze recht de zee in.

De volgende ochtend (19 juli 1965) wordt haar lichaam door wandelaars gevonden: zoals het slot van 'bitterbessie dagbreek'. 
Op het bericht reageert Abraham Jonker: "Ze mogen haar van mij teruggooien in zee". 

In 1994, bijna dertig jaar na haar dood, haalde Nelson Mandela de dichteres Ingrid Jonker voor het oog van de wereld uit de vergetelheid. Bij de opening van het eerste democratisch gekozen parlement las hij het gedicht "Die Kind". Een groot postuum eerbetoon aan een gevoelige kwetsbare opstandige vrouw.

 

Bronnen:  
'De dag heeft een smalle schaduw' - Henk van Woerden 2000. 
'Korreltjie niks is my dood' VPRO DocuFilm in 'het uur van de wolf' 
Uitgezonden Ned. 3 - 24.10.2001. 
Voorstellling 'Bitterbessie dagbreek' van theatergroep Bewolkte Zondag.

Hernehim Cultuur januari 2004. 

 

 

Ontvluchting 

Hier, aan dit Valkenburg, ben ik ontvlucht 
en droom mij nu in Gordonsbaai terug: 

Ik speel met kikkervisjes in een stroom 
en kerf runen in een wilgenboom 

Ik ben de hond die langs de stranden draaft 
en dom-alleen de avondwind toeblaft 

Ik ben de schrokop-zeevogel die daalt 
en dode nachten opdist als een maal 

De god die jou gebouwd heeft uit de wind 
zodat mijn smart volmaaktheid in je vindt: 

Mijn lijk ligt uitgespoeld in wier en gras 
op al de plekken waar ik met je was.

 

Vert.: Gerrit Komrij 

 

Bittervrucht van dageraad 
(Bitterbessie dagbreek) 

Bittervrucht van de dageraad 
bittervrucht van zon 
een spiegel is gebroken 
tussen mij en hem 

Wil ik langs de hoofdweg 
rennend op een draf 
telkens slaan er paadjes 
met zijn woorden af 

Dennenbos herinnering 
dennebos vergeet 
waar ik ook verdwaal 
trap ik in mijn leed 

Papegaai-bonte echo 
lach me, lach me uit 
totdat ik bedrogen 
op het spotwoord stuit 

Echo is geen antwoord 
antwoordt hij alom 
bittervrucht van dageraad 
bittervrucht van zon.

 

Vert.: Gerrit Komrij

Copyright Hernehim Cultuur 2001-2009 

Hernehim      

een cultuurpagina 

HOME 

 


De culturele pagina's worden onafhankelijk gepubliceerd en geredigeerd door John Zwart