Hernehim Cultuurpagina's
Pagina Schrijvers - Kopland, Rutger 

Geplaatst: 1 mei 2010 HOME 
Nieuws  
Blog en proza 
Themapoëzie 
Vrije poëzie   
Vertaalproject 
Proza  
Activiteiten 
Over schrijvers 
Archief 
Contact     
Rutger Kopland - introductiedichter op een hernehimthema  - 'het huis' - febr. 2010   

Rutger Kopland

Het gedicht hiernaast is van Rutger Kopland, een van 
de dichters van de oudere generatie die nog altijd graag
gelezen wordt, ook door veel jonge mensen. De bekende 
dichtersnaam is een pseudoniem voor R.P.H van den 
Hoofdakker (1934) emeritus hoogleraar psychiatrie aan
de Rijksuniversiteit Groningen, de andere kant van zijn
bestaan. Een tweesporig leven, nu in stil getij in het dorp
Glimmen in het grensgebied van Groningen en Drenthe.

Een rustig en bescheiden man, die zich liever niet liet
binnentrekken in het spektakel die een uitverkiezing tot
Dichter des Vaderlands met zich mee zou brengen en 
ook onderscheiding met koninklijk eremetaal hield hij af.
Vele bundels met vaak filosofische poëzie van zijn hand 
werden met prijzen bekroond. De belangrijkste twee zijn
de Herman Gorterprijs van 1975 voor de mooie bundel
"een lege plek om te blijven" en de P.C.Hooftprijs van 1988
als oeuvreprijs. 

Legendarisch is nu al het gedicht "jonge sla" geworden,
waarover hij zelf zegt: "als ik ergens kom voordragen hoop ik
dat ze daar maar niet om vragen".
Het gedicht hiernaast komt uit de bundel "wie wat vindt 
heeft slecht gezocht"
(Van Oorschot 1972). 

 

John Zwart - februari 2010 

 


Laat het zo blijven
  

Zo leefden we daar in Venetië weken 
als man en vrouw. Schrijf me nooit. 

Ze had in haar handen wel geschiedenis, 
genoeg, maar geen ander dacht ik. 

Hopeloze liefdes daarvan denken ze 
vaak dat ze interessant zijn. Niet voor 

mij, ze horen er gewoon bij, als regen, 
warme regen. Om te groeien en te rotten. 

Zo lagen we lang te kijken hoe het water 
uit het barokke plafond brak. (arthouse) 

Zouden we elkaar ooit ontmoeten? We, we 
zijn toch, zei ik waarom moet het zo, zo 

Een grijs riviertje, modderig, van oog 
naar oor, dat ik dat dacht, dat is wat 

ik mij nog heel scherp herinner. 
Liefste, ik zie je liever niet weer. 
Laat het tussen ons zo blijven, as ever, 

kisses, C. 
Of iets dergelijks. 

 

Rutger Kopland  

 

Een psychiater/dichter in gesprek met een psychiater/dichter  - Impressie van Loes Essen -  29 jan 2009 
        

                              Rutger Kopland (recente foto) 


Amstelveen 29 januari 2009
- In de foyer van de bibliotheek zijn alle
stoelen bezet. Ter gelegenheid van de Nationale Gedichtendag zal 
psychiater/schrijver/publicist Bram Bakker zijn collega Rudi van den 
Hoofdakker
interviewen, ons beter bekend als dichter Rutger Kopland
Het wordt een avond, die ik zeker niet had willen missen. 

'Ik wil amuseren in de brede zin des woords' 

Een buitengewoon innemende, intelligente man, die de vragen rustig en
uitvoerig beantwoordt. Met een introverte glimlach kijkt hij bij zichzelf 
naar binnen op zoek naar een zo zuiver mogelijke formulering. 
Of hij knijpt zijn ogen iets toe terwijl hij in de lucht schuin boven hem, 
zijn herinnering lijkt te lezen. Altijd is er die tegelijkertijd prikkelende als
relativerende toon van geamuseerde ironie, van een buitengewone 
bescheidenheid, alsof hij wil zeggen
'ach, zoveel heeft het allemaal niet
om het lijf'. 
En dat bij iemand, die zowel op zijn vakgebied, de biologische 
psychiatrie, als in zijn hoedanigheid van dichter een ware autoriteit mag
worden genoemd.
Kopland vertelt dat hij nooit de ambitie had om dichter te worden. Hij 
was een hardwerkende arts, met 'een meer dan full time baan', die zich
specialiseerde in de psychiatrie en had 'wel eens iets geschreven voor
gelegenheden van vrolijke aard'.

 


Echter, toen hij in Groningen zijn vriend Aad Nuys, destijds redacteur
van Tirade, enkele gedichten ter beoordeling gaf, was diens reactie: 
'onmiddellijk naar Tirade sturen!'.
Een paar weken later al gaf uitgeverij
Querido blijk van interesse, maar Kopland zei 'ik ga eerst naar Van 
Oorschot'
. En daar bleef hij. 
Deze gigant, één der meest gewaardeerde dichters van ons land, 
spreekt over het schrijven van gedichten als over 'een uit zijn krachten
gegroeide hobby, iets voor de nacht, voor vakanties, in de auto, 
kortom: wanneer ik even vrij had'
. Dus iets, dat ten opzichte van zijn 
beroep, altijd op de tweede plaats bleef staan. Het maken van een 
gedicht is voor hem echter ook 'altijd hard werken' geweest. 

Aan de hand van zorgvuldig gekozen vragen van Bram Bakker, worden
we de geest van de dichter binnengeleid. We leren, dat hij gemiddeld
drie weken aan één gedicht werkt. Dat hij verreweg het meeste 
materiaal weggooit, maar dat hij
altijd het gedicht waaraan hij bezig is,
afrondt.
Op de vraag, of er een bepaalde ontwikkeling is aan te wijzen
in de thema's van het werk, zegt de dichter dat zijn beweegredenen 
altijd dezelfde zijn geweest: Iets zodanig kunnen maken, dat het 
ontroert of dat men erom kan lachen. 
'Ik wil amuseren in de brede zin des woords'. 

Dubbelleven

'Het lijkt wel alsof er een soort aan-uit-knop Van den Hoofdakker – 
Kopland bestaat',
zegt Bakker. Kopland beaamt dat. Over de relatie 
naar de psychiatrie zegt Kopland onder meer, dat zijn drijfveer altijd is
geweest de menselijke eigenschappen beter te doorgronden. 

 


"Hoe zit een ziel in elkaar? Wat beweegt iemand? Dat interesseert mij
meer dan de functies van het hart, klinisch gezien".
En (lachend): 
"natuurlijk ben ik vooral geïnteresseerd in mijzelf " 
"Het schrijven van een gedicht is ook en vooral tegelijkertijd het lezen
van je gedicht. Altijd speelt de vraag: Wat heeft deze persoon mij te
zeggen? Het is als het ware een soort uittreden uit jezelf." 
Bijzonder is het, nu juist van een psychiater als zijn mening te horen,
dat je niet moet veronderstellen dat het schrijven van een gedicht kan 
leiden tot beter begrip van jezelf. Als een cliënt met een stapeltje 
gedichten aankomt, om zich aan de hand daarvan te laten doorgronden,
zegt vd Hoofdakker, alias Kopland:
"doet u die gedichten alstublieft 
onmiddellijk weer in uw tas en vertelt u mij hoe u over de dingen denkt"

'Vaak zijn juist de aarzelingen in formulering van belang, spreken de 
stiltes soms boekdelen. Een gedicht is een uitgewerkte tekst, hier 
staat het. Zo!' 

In de pauze staat een lange rij mensen te wachten op signering van
hun meegebrachte bundels. Het tweede gedeelte van de avond leest
de dichter voor uit eigen werk. Als hij daar zo zit, ontspannen, diep in
de fauteuil, zoekend naar passages, lijkt hij de wereld om zich heen 
vergeten en even te zijn meegezogen in zijn eigen werk 
Wordt hij weer lezer van zijn eigen gedichten. 
Zoals wij dat zo graag zijn. 

 

© Loes Essen - voor Hernehim Cultuur, jan. 2009 

Beek 

Je staat ergens, aan de oever van een beek, 
om je heen een paradijselijk dal, 
wallen met kleine eiken, uitbundig bloeiend gras, 
en aan je voeten gaat het water, 
oud, heel stil water - zo langzaam, 

het is alsof het aarzelt, niet wil 
dat het voorbij gaat. 

Uit: 'Over het verlangen naar een sigaret' 
Van Oorschot - 2001 

 

Tuin 

Ik zit voor het raam en zie 
hoe de tuin niet is veranderd 
voor haar ben ik niet 
weggeweest. 

Eerste gedicht na zijn ziekte - 2006

 


Gesprek met Kopland


zijn gedicht is van een dichter
stof dan denken ons vermoeden laat
de naden diep verzonken toegangs-
paden tot zijn wonderlijke ziel

hij heeft het over eenzaam over
leegten die nog overgaan
in landschap aan de einder, verten
die in ons bestaan

ik kijk en zie zijn dichtgezicht
vol lijnen naar een oud verleden
het diepe in zijn donkere blik
wanneer hij antwoord geeft

(de man die vraagt naar hoe
het ongeluk en of nadien het
schrijven hem verlaten had
of angst misschien voor dat)

en in de zoektocht naar het woord
lijkt hij te blijven
wachten tot het hem gevonden
heeft, verlangend zijn gedachten

©
Louise

 


© Copyright Hernehim Cultuur 2001 - 2009 

Hernehim      

een cultuurpagina 

HOME 

 


De culturele pagina's worden onafhankelijk gepubliceerd en geredigeerd door John Zwart