|
Als
de naam Gerard Reve valt, denken we niet gauw aan een vrouw.
De vrouw van Gerard Reve? Een méér notoire homo, ver vóór de tijd dat
het modieus werd om openlijk voor je afwijkende seksuele geaardheid uit te
komen, kunnen we ons nauwelijks voorstellen. Toch is het een feit dat de
dichteres Hanny Michaelis, in 1948 achtentwintig jaar oud, in Amsterdam in
het huwelijk trad met de volksschrijver. Die heette toen nog Simon van 't
Reve en wordt door Hanny ook nu nog consequent 'Simon' genoemd. Reve was
zevenentwintig toen ze met hem trouwde en hun huwelijk hield tien jaar
stand, tot 1958.
Berustend op geestelijke banden in gemeenschappelijke literaire
bevlogenheid? Mogelijk, want qua liefde en erotiek zal het ongetwijfeld
een armzalig huwelijk zijn geweest waarin zij voortdurend het zoeken naar
avontuur buiten de deur door haar echtgenoot met de mantel der 'liefde'
zal hebben bedekt.
Wellicht
ligt ook enige verklaring in het feit dat zij een joods oorlogsweeskind
was. Toen ze nog maar nauwelijks volwassen was, in 1943, viel haar
ouderlijk gezin uiteen, waarna Hanny de oorlog op een onderduikadres heeft
overleefd. Haar vader en moeder bleken toen hun einde al te hebben
gevonden in het kamp Sobibor, hoewel er nog lange tijd hoop bleef dat
beiden zouden terugkeren, of toch zeker één van hen.
Enkele jaren bleef die hoop – eigenlijk tegen beter weten in – nog
bestaan, tot de officiële kennisgeving kwam… Zoals zovele langdurig
ondergedoken oorlogskinderen – Mulisch is ook een voorbeeld – heeft
zij nog een andere 'ouderlijke' binding gekend. Toch treedt die nooit in
de plaats voor het authentieke gevoel dat uitgaat naar het gezin waarin
een kind eerst opgegroeid is. Het doet er weinig toe in hoeverre die
achtergrond harmonieus was of niet, onderbewust wordt ernaar
terugverlangd, vanaf het moment dat de langdurige nachtmerrie eindelijk
voorbij is. En ook onder de sombere blik van Reve op zijn jeugdjaren in de
roman "De Avonden" ervaart de lezer een nostalgisch effect.
Ook de jeugd van Hanny Michaelis was helemaal niet zo vrolijk en zeker
niet onbezorgd, toch geeft ze die in haar latere leven een aparte plek
binnen een milde sfeer.
Zo kijkt zij bijvoorbeeld terug op de late jaren dertig als op een
prettige tijd, toen ze als tiener naar het Vossius Lyceum ging, waar werd
lesgegeven door schrijvers als Presser en Binnendijk. Ze kijkt ook met een
door ouder en wijzer geworden milde blik terug op haar vader, die
joods-duitse immigrant uit Königsberg, die naar Nederland kwam maar hier
maatschappelijk mislukte.
Misschien is dit de verwantschap van Michaelis en Van 't Reve die hen
samenbond en vervolgens tot hun huwelijk kon leiden, wie zal het
zeggen...
|
|
Het
tekent de mildheid van Hanny Michaelis dat zij zulke feiten zonder wrok
heeft aanvaard, ook over de tijd met Reve spreekt ze nog met een warme
ondertoon, hoewel Reve weinig bijdroeg aan haar schamel zelfvertrouwen.
Zijn succes met "De Avonden" plaatste hem in zijn ogen ver boven
haar prestaties in de poëzie. Als zij een nieuw gedicht had geschreven en
het hem te lezen gaf placht hij te zeggen: "Heel aardig, zal ik het
voor je schrijven?" Na de ontbinding van hun huwelijk bleef ze hem
volgen en onderhield het contact. Nog altijd bellen ze op hun
verjaardagen met elkaar.
Ongetwijfeld zal Hanny Michaelis ook gelukkiger liefdeservaringen hebben
gekend dan de knapenliefdes van haar eerdere echtgenoot waarmee ze
dikwijls moet zijn geconfronteerd. In de laatste bij Van Oorschot
gepubliceerde bundel lezen we een gevoelig liefdesgedicht.
Toen je mij met lichte
vingertoppen behoedzaam
en toegewijd de braille las,
legden leeuwen en tijgers
hun kop op de poten
en sliepen in, slangen rolden
zich op en zelfs de schorpioen
trok zich terug. Verlost
haalde ik adem, ik voelde
je hart tegen het mijne kloppen
en in mijn binnenste werd het stil
als in de lege kerk vlak voor
het ogenblik waarop het orgel
zijn triomfantelijke stem verheft.
"Wegdraven naar een
nieuw utopia" – Van
Oorschot 1971
Na
haar scheiding van Reve vond zij een nieuwe partner. Haar nieuwe geluk
mocht echter niet lang duren, nog geen 2 jaar later verloor zij hem bij
een noodlottig verkeersongeluk. Ook uit deze relatie kwam geen kind
voort.
Dat zij kinderloos is gebleven moet toch een schaduw op haar bestaan
hebben geworpen, maar ook dat weet zij te relativeren: "In wat voor
sfeer zouden die kinderen zijn opgegroeid, waar vader regelmatig vriendjes
meetroonde? Dat ik met Simon geen kinderen kreeg was een weloverwogen
keuze".
Bij al die mildheid en relativering contrasteert haar houding tegenover de
staat Israël. Als die ter sprake komt wil ze van geen kritiek horen. Dat
is wat de gruwelijke oorlogservaringen van de vervolgden heeft
veroorzaakt, in zekere zin werkt de bedreiging een leven lang
dóór.
Als
dichteres ontwikkelde Hanny zich met een drang naar perfectie. Een
positief effect vanuit de vroegere faalangst. Vanaf 1949 tot 1971
verschenen er 6 bundels met gedichten van treffende essentie. Daarna heeft
ze niet meer gepubliceerd. Net als Marie Vasalis schijnt haar zelfkritiek
haar op oudere leeftijd steeds te hebben weerhouden nog iets van haar werk
aan het publiek prijs te geven.
Een liefdesgedicht uit de vóórlaatste bundel:
Een
lichaam vertrouwd
van veel vorige nachten
dat naakt en ontspannen
in zijn slaap het mijne zoekt
Een hand liefkoost vluchtig
mijn heup. Ik voel me
wonderbaarlijk bevoorrecht
en angstwekkend kwetsbaar.
"De
rots van Gibraltar" - Van Oorschot 1969
|
Uit
een interview met Nop Maas:
Of
zij nog wel poëzie schrijft?
"Och ja", weer dat relativerende, "maar daar is geen bundel
uit samen te stellen". Wellicht door haar leeftijd laat het korte
termijn geheugen haar soms in de steek: "Soms ben ik aan iets
begonnen, wat nog lang niet af is. Dan verzeilt het ergens tussen een
stapeltje aantekeningen. En als ik dan een idee krijg om er mee verder te
gaan kan ik het vaak niet meer vinden". Over zulke teloorgang doet ze
niet tragisch.
Toch is er nu weer gepubliceerd door Hanny
Michaelis, zij het
indirect.
Weer was het nostalgie die de dichteres terugbracht naar haar
kindertijd, in het boekje "Verst Verleden" kunnen we samen met
haar teruggaan. Hierin staan haar herinneringen zoals ze die vertelde aan Nop
Maas.
Hieronder een citaat, wat ik wel een gedicht zou willen noemen:
|
Overleden 12 juni 2007
|
|
Met
mijn moeder
die las en breide tegelijk
en mijn vader
die dag en nacht piano speelde
heb ik gepraat, gelachen
en ruzie gemaakt
totdat de geschiedenis ze inlijfde
bij de zes miljoen
"Verst Verleden" – Van Oorschot november 2002
Van Marie Vasalis kwamen de
erven in 2001 met een postume bundel: "De oude kustlijn", van
Hanny Michaelis moeten we het doen met wat citaten en opgetekende
verhalen. Maar Hanny lééft nog! Tachtig jaar
inmiddels, en wie weet
verrast zij ons in de toekomst na haar verscheiden ook nog met een laatste
postume bundel.
©
John Newswatcher – december 2002
|
|
Het poesje dat die avond
toen ik nog niet wist
wat ons boven het hoofd hing,
languit op je knie lag
en zich door je liet strelen
terwijl je andere arm
me tegen je aandrukte
zodat er een zonderlinge variant
op de Heilige Familie ontstond,
likt vol toewijding haar vel.
Ze leeft gewoon door, net als ik trouwens,
maar vermoedelijk zonder geheugen
om haar tot tranen toe te sarren.
Hanny Michaelis (1922-2007)
Vertedering tref ik in de poëzie van Hanny Michaelis, al ontbreekt het
vrolijke element.
De trieste ondertoon van veel gedichten wordt echter nooit smartelijk,
omdat het vrijwel altijd samengaat met een emotionele nuchterheid, een
contradictio in terminis, maar op de poëzie van Michaelis absoluut van toepassing, evenals
trouwens op de persoon.
Hoewel de laatste van haar zes bundels, Wegdraven naar een nieuw Utopia,
in 1971 verscheen, werd haar in 1995 de Anna Bijns prijs toegekend voor haar
gehele oeuvre.
Ter gelegenheid van deze toekenning verscheen Hanny Michaelis in de
Plantage bij Hanneke Groenteman, voor mij de eerste kennismaking met de dichteres in
persoon. Een wat kleine, in al haar eerder beschreven emotionele nuchterheid
zeer sympathieke vrouw, die met moeite praat en dicht over de belangrijkste feiten uit
haar leven.
De Joodse Michaelis zat als jonge tiener drie jaar ondergedoken tijdens
de oorlogsjaren. Ook al was er na de bevrijding nog enige hoop dat ze haar ouders terug
zou zien, langzaamaan werd duidelijk dat ze behoorden tot 'de zes miljoen', zoals
Michaelis het omschreef in haar aan Nop Maas vertelde herinneringen,
Verst Verleden (Van Oorschot 2002):
Met mijn moeder
die las en breide tegelijk
en mijn vader
die dag en nacht piano speelde
heb ik gepraat, gelachen
en ruzie gemaakt
totdat de geschiedenis ze inlijfde
bij de zes miljoen
[Met dank aan John Newswatcher van de Hernehim Cultuurpagina's op Het
Internet, die op het idee kwam om dit citaat als gedicht te presenteren].
De oorlog blijft zeker als thema verweven in haar werk, al is het niet
vaak direct. Zoals gezegd: over de dood van haar ouders heeft ze niet echt gedicht, al is
het verdriet wel vaak voelbaar. De oorlog klinkt eerder op indirecte wijze door in haar
gedichten, waarin de melancholie doorklinkt in de 'zoektocht naar de verloren
tijd'. De oorlogsjaren hebben de hang naar de kindertijd bij Hanny Michaelis
alleen maar versterkt.
Ze kende meer verdriet in haar leven. Na de breuk met Reve kreeg ze een
andere geliefde, die echter enkele jaren later omkwam bij een verkeersongeluk.
Natuurlijk, een gedicht als het hierboven geciteerde Het poesje dat die avond..
staat op zich, en het verdriet dat zo schrijnend zijn opwachting maakt aan het einde
is universeel, maar bij Michaelis is het biografische aspect meestal niet ver
verwijderd.
De Verzamelde gedichten van Hanny Michaelis worden uitgegeven
door Van Oorschot (1996, derde druk 2002).
Kees Bakhuyzen
Gekopiëerd uit de Hoei boei weblog. ( "Hoei boei, ik moet hier
zijn" Gerard Reve.)
|