| Winter al voorbij, lente steeds dichterbij - geplaatst 24 januari 2008 |
| Vrijdagochtend
hoorde ik opeens voor het eerst een koolmeesmannetje. Heel voorzichtig was
hij een lenteroepje aan het uitproberen in mijn voortuin. Onzeker nog, maar
het leek er echt al een beetje op. Ik keek uit mijn slaapkamerraam en zag
hem in de pruimenboom zitten. Hij heeft zich dus al afgezonderd van de troep. Want in november en december kwamen ze alleen maar af en toe eventjes fourageren in de tuin. En dan wel allemaal tegelijk in een troepje van zes of acht. Mannetjes en vrouwtjes door elkaar. Zaterdag en zondag stormde het weer zo hard met telkens gure regenbuien, er was nauwelijks een vogel te zien. Buiten het bulderen van de wind was er geen geluid. Ik dacht al dat ik me had vergist. Koolmees lentezang op 18 januari: dat kan toch niet! Maar vanmorgen, wat dacht je? Hij zat er wéér! En zingen! Al veel krachtiger dan vrijdag. De ganzen zijn ook alweer erg onrustig geworden, vliegen de hele dag tot laat in de avond in grote troepen over. Het zal me niets verbazen als de grauwe ganzen half februari al op de terugtocht zullen gaan. Ook de kleine zwanen heb ik al zien overvliegen, terug naar Siberië, waar ze hun nesten in de sneeuw gaan bouwen en de eerste weken op hun wintervet teren. Wonderlijk he? Wat is het toch dat al die vogels in beweging zet. Er zijn nog zoveel raadsels. © John Zwart - 21 januari 2008
|
| Excursie winterkenmerken in het Ketliker Skar |
| Aankondiging: Excursie winterkenmerken in het Ketliker Skar |
Olterterp, 28 november 2007
De winter nadert en deelt al
plaagstootjes uit, een interessante tijd om eens te
kijken hoe de natuur daar op reageert. Op zondag 9 december kunnen
er belangstellenden met gids
John Zwart van It Fryske Gea op verkenning gaan door
het Natuurgebied Ketliker Skar bij Katlijk, ten zuidoosten van Heerenveen. Overwinteringstrategieën It Fryske Gea - Het Fries Landschap. |
| Herfstmisère - Column - geplaatst 16 september 2007 |
| Nadat de
vogels stil zijn gevallen, valt er op een zonnige herfstdag in het groen
nu en dan weer te genieten van bescheiden vogelzang. De blijvertjes die
niet op trektocht zijn gegaan en de
overblijvertjes die uit noordelijker streken aankomen. Ze markeren hun territoor
met hun geluiden en dat klinkt best gezellig, Totdat er 'onderhoud' moet worden gepleegd. De plantsoenwerkers bestaan niet meer. Er trekken tegenwoordig colonnes 'hoveniers' door de wijken. Vroeger, heel vroeger, was het gezellig met de hoveniers. Toen ging het gewoon van: knip-knip-knip, prr-prr-prr en swish-swosh-swush met respectievelijk de heggenschaar, de grasmaaier en het bezempje. Allemaal knusse geluiden die naadloos pasten in het natuurlijk decor. Tegenwoordig moet dat allemaal gemotoriseerd, zoals u weet. Met snerpende heggenscharen, knetterende grasmaaiers en gierende bladblazers. Ze maken zoveel herrie, dat er voor andere dingen geen geluid meer overblijft. De hoveniers zijn verstandig en dragen grote oordoppen tegen gehoorbeschadiging. Deze worden echter niet aan de buurt uitgedeeld. De buurt moet lijden. Op zulke momenten weet ik het zeker:
hoveniers zijn een bevoorrechte klasse, zij staan boven
de wet. Net als Schiphol. Iedereen die op een bromfiets rijdt die niet
bromt maar knettert mag hem inleveren
bij de eerstvolgende verkeerscontrole. Wie zijn tv of radio een
streepje te hard heeft staan krijgt de wijkagent aan de deur. Maar
hoveniers mogen hun geluidsgolven
onbekommerd tot tsunami-achtige proporties opzwepen. Tolerant als ik ben kan ik voor de
gemotoriseerde grasmaaier en heggenschaar nog enig begrip
opbrengen. Het valt immers niet mee om dit werk dag in dag uit met de hand
te doen. Maar de bladblazer moet
vernietigd worden, verdelgd, uitgeroeid, afgebroken tot op
moleculair niveau. Hij is bijkans de meest groteske uitvinding aller
tijden. Het ding produceert een
hoeveelheid trommelvlies teisterende herrie die omgekeerd evenredig is aan
de miezerige hoeveelheid uitgeblazen lucht. Daar loop je echt ernstig mee
voor lul. Gelukkig, na enkele uren zijn de hoveniers eindelijk vertrokken, welgemoed op weg om een andere wijk te gaan terroriseren. Maar wat zie ik bij de Aldi: bladblazers in de aanbieding, een chinees stuk onding voor een belachelijk lage prijs. Vast iets voor de buurman. Bewerkte column van © Arnoud de Jong |
| Het dier en wij - geplaatst 24 februari 2007 |
| Vanmorgen
op de open weide, midden in het bos, zag ik het schaap staan. Iets
terzijde van de kudde. Vóór haar lag iets smetteloos wits in het gras.
Het was haar pasgeboren kind, roerloos. Zij boog geregeld de kop, trachtte het door likken tot leven te wekken, tevergeefs. Traag begon de koude regen neer te tikken op het lam, nog warm van het verblijf in de moederschoot. Maar noch de petsende druppels, noch de warme tong van het moederschaap vermocht enige beweging te brengen in het kleintje. Ik moest denken aan een reportage uit Kenya, onlangs. Een olifantenkoe beviel van een doodgeboren baby. De moeder bleef de olifantenbaby eindeloos voorzichtig duwen in een poging haar kind op de benen te krijgen. Onvermoeibaar stimuleerde zij het zachtjes, het leek wel teder, met haar slurf. Drie dagen en drie nachten lang. Toen draaide zij zich om en volgde de kudde. We praten van instinct, van inprentgedrag. Wat weten wij van het gevoelsleven van dieren? Ongetwijfeld ánders dan dat van ons, maar daarmee niet minder van belang voor hun welzijn. Wel eens geluisterd naar de geluiden uit een veetransport met kalveren of lammeren? Ik hoor het als roepen om hun moeder, sentimenteel? Denk eens aan die olifant in Kenya en dat schaap op die Friese bosweide. ©
John
Zwart Voetnoot: 25% van de populatie van de Afrikaanse olifant is in de afgelopen jaren gedood ondanks hun beschermde status. Door het toedoen van ivoorstropers die hun lugubere buit voor $ 750,- per kilogram verkopen aan gewetenloze Chinese handelaars. |
| Doortrekker - geplaatst 15 december 2006 |
| Het
is begin november nu ik dit stukje schrijf. Ik was zeer onder de indruk
van deze natuur ervaring en ik heb bewust gewacht om deze impressie aan
mijn tekstverwerker toe te vertrouwen. Het was maandagmiddag 16 oktober. Geruime tijd was ik, ondanks de milde temperaturen, gewend geraakt aan de stemmen van de herfst, als grote vluchten brandganzen laag over de nok van mijn huis scheerden. Maar opeens hoorde ik iets anders. Een schreeuw die me deed denken aan de buizerd wanneer die met zijn uitgevlogen broed de thermiek zweefvluchten oefent. Dit was een veel indrukwekkender schreeuw, een oerkreet van een grote roofvogel. Ik
tuurde omhoog en speurde de hemel af. Op een kleine honderd meter hoogte
zag ik een ©
John
Zwart |
![]() |
| Flowerpower - geplaatst 7 juli 2006 |
| Gisteravond
heb ik een halfuurtje naar bloemen zitten kijken. Niet naar bloemen in het algemeen, maar naar een paar bloemen aan één individuele plant. Vreemd, wie doet nou zoiets? Ik dus, en ik kan het je aanbevelen. Bij
het planten van een aantal rozen - enkele jaren geleden al - moet er wat
zaad van de grote teunisbloem in mijn voortuin zijn terechtgekomen. Het is
gekiemd en kwam overvloedig op, tussen de rozen. Met wrede hand heb ik het
meeste gewied, een paar aan de buitenrand mochten blijven staan. In de
volgende jaren vluchtten ze naar vergeten hoekjes. Tussen de stenen langs
de kant van het pad, naar allerlei plekjes waar de eerstejaars rozetten
niet onmiddellijk opvallen. De
bloem van de teunisbloem is als een ééndagsvlinder. Ik moet eigenlijk
zeggen een éénnachtsvlinder want de teunisbloem is een nachtbloeier. En
elke avond ontluiken er nieuwe bloemen die in de loop van de volgende dag
weer verwelken. Het is kwart voor elf en bijna geheel donker, maar de teunisbloem lijkt zijn eigen heldere gele licht uit te stralen. Geritsel tussen de rozen: een egel drentelt rustig voor mijn voeten langs naar de overkant van het pad. Blijkbaar is mijn roerloze gestalte één met de natuur.
©
John
Zwart
|
|
|
|
|
De Natuurpagina's worden
onafhankelijk geredigeerd en mede mogelijk gemaakt door Hernehim Beheer bv