| Verblijfsvergunning - geplaatst 15 april 2011 |
Hij zit er weer. © John Zwart - 13.04.2011 |
| Zolang de aardas scheef staat - geplaatst 18 maart 2010 |
| Het wil maar niet echt
op gang
komen met de lente dit jaar, zo lijkt het althans, maar het valt ons des
te meer op doordat we in de afgelopen jaren gewend raakten aan onmiskenbare
lentetekens in januari. Algemeen toegerekend aan verandering van ons
klimaat,
waarover alweer zo'n twee decennia lang met woorden wordt gestreden. Dat we door een heel smal spleetje kijken naar het weidse panorama van het mondiale eeuwige klimaatspectrum willen wij, kortstondige mensen, maar al te gemakkelijk vergeten. Is er even een wat strengere winter en treuzelt die nog wat alvorens plaats te maken voor het nieuwe groei en bloeiseizoen, dan staan we al gauw te roepen: "zie je wel, niks opwarming, eerder een ijstijd op komst!" Het klimaat is mega-zwaarder dan een mammoettanker, we kunnen er in ons dagelijks leven niets aan bijsturen, hooguit iets beïnvloeden door consequent doelbewust gedrag eeuwenlang vol te houden. Eén ding is zeker, zolang de aardas scheef staat zullen - buiten de tropische zone tussen de keerkringen - de seizoenen altijd blijven wisselen in een vertrouwd ritme. En al lijkt het anno 2010 een beetje lang te duren voordat we de gemiddelde middagtemperatuur van 13 graden krijgen waarop we recht menen te hebben - het gáát komen! Ondanks het treurigmakende optimisme van de weerman die al tijden juichend lichte vorst bij nacht en wel vijf warme graden bij dag aankondigt. De vogels hebben geen weerman nodig. Ze hielden zich nog even in, maar het óók in de gaten, van dag tot dag. Hun hormonen hebben allang gereageerd op het lengen van het daglicht en zodra de lucht maar een ietsje zachter wordt en de zon komt wat vaker door, gaat hun activiteit twee tandjes omhoog. De kievit, ondanks de 'beschermers' die haar eieren rapen, duikelen en roepen hun lentekreten boven de nog kale weilanden. In de parken en plantsoenen pompen de mezen hun eigen lenteliedjes van verlangen, en in de avondrust laten de merels hun zang tegen elkaar opklinken. De roeken hebben hun kolonies weer bevolkt en repareren de oude nesten of bouwen een nieuw onder schorre kreten, elk vogeltje zingt nu eenmaal zoals het gebekt is. Troepen scholeksters scheren over in snelle vlucht, langs de oevers van de delta en de meren onder opgewonden oorverdovend te-piet te-piet tepiet! Het is zover, het komt, altijd wéér. zolang de aardas scheef staat. © John Zwart 18 maart 2010 |
| Een heel persoonlijke ervaring - geplaatst 19 februari 2010 |
| Requiem - Misschien heeft u een tuin.
En misschien komen er regelmatig vogels. Daar kijkt u wellicht wel eens naar en soms hoort u in het voorjaar vogelzang. Maar ik denk dat u tot een minderheid behoort als u de vogels in uw tuin ook ként. Niet van soort, maar als individu. Tot die minderheid behoor ik. Een merel, een koolmees en een roodborst beschouwen mijn tuin als hun domein. De roodborst is er alleen van de herfst tot aan de lente, dan verdwijnt hij een poos naar een noordelijker land. Maar ik weet bijna zéker dat het dezelfde is die elk jaar terugkomt. En als de roodborst vertrokken is arriveert de tjiftjaf, die weer tot de herfst blijft. Het koolmeesmannetje is er het hele jaar net als de merelman. Rondom is het vrij kaal, de mensen schijnen tegenwoordig veel van grote terrassen en grasvelden te houden, daar hebben vogels weinig te zoeken, vandaar dat ze heel honkvast mijn boom- en struikentuin bevolken. De merelman had vorige lente succes met zijn melodieuze zang, er sloot zich een vrouwtje bij hem aan. Er werd genesteld en gebroed, van hun nakomelingen brachten ze er ééntje groot. Deze winter zag ik ze dagelijks met zijn drieën rond de voedertafel scharrelen, mannetje, vrouwtje en een juveniel. Na dinsdag zette de dooi krachtig in en ik ben woensdag gestopt met zaad strooien, de netjes met vetbolletjes bleven hangen. Woensdag kwamen de koolmees en wat rondzwervende vinken nog snoepen van resten zaad op de voedertafel en wat er vanaf gevallen was. Donderdag is het opeens opvallend stil in de tuin. Geen gefladder, geen vogelgeluid. Ongewoon... 's Middags neem ik eens een kijkje en zie opeens een zwarte schim in een rare houding roerloos in de kleine appelboom achter de voedertafel. Het lijkt een vogel met halfgeopende vleugels als in een momentopname van opvliegen in vlucht... Het is mijn mooie merelman met zijn goudgele snavel, met verkrampte klauwtjes en geknakt nekje. De halfgespreide slagpennen vertonen flinke beschadiging als door de kaken van een forse rover. Maar hoe komt hij in die toestand twee meter hoog in de boom in zo'n vreemde houding en waardoor is hij niet allang omlaag gevallen? Rond zijn kopje, flink toegetakeld, waarschijnlijk door kraaien, zit een stuk van een groen nylon net met wijde mazen zoals je in tuincentra ziet als steunsel voor het leiden van wijnranken. Het is niet van de vetbollen, die bungelen nog ongeschonden in de prunus. De netjes daarvan zijn heel fijnmazig, daar krijgt een merel zijn kopje niet doorheen. De uiteinden van het flard gaas zitten op twee plaatsen rond een takje gewikkeld... In de berk zit de weduwe stil naar me te kijken, terwijl ik de draden los peuter. Zij kan niet praten. Dit is mensenwerk... Maar waarom, waarvoor? © John Zwart - 18 februari 2010 |
| Stinzenplanten - geplaatst maart 2009 |
|
Sinds ik mijn
excursieleiderschap van het IVN heb omgezet in een gidsfunctie bij de
provinciale natuurbescherming organisatie - It Fryske Gea - heb ik mijn
belangstelling heel sterk gericht op de voormalige stins Jongema State bij
het dorp Raerd (Rauwerd). Van de stins zelf, in midden Friesland aan de
voormalige Middelzee, is alleen nog maar een poortje uit de zeventiende
eeuw over, maar de verwilderde tuin ontwikkelde zich tot een bijzonder
stinzenplanten reservaat. In de jaren 2007 en 2008 hield ik er al een
excursie, eerst voor IVN-ers en in 2008 voor Fryske Gea-leden. John Zwart - winter 2008-2009 Jongema State is dagelijks van zonsopgang tot zonsondergang gratis toegankelijk. |
| Winter al voorbij, lente steeds dichterbij - geplaatst 24 januari 2008 |
| Vrijdagochtend
hoorde ik opeens voor het eerst een koolmeesmannetje. Heel voorzichtig was
hij een lenteroepje aan het uitproberen in mijn voortuin. Onzeker nog, maar
het leek er echt al een beetje op. Ik keek uit mijn slaapkamerraam en zag
hem in de pruimenboom zitten. Hij heeft zich dus al afgezonderd van de troep. Want in november en december kwamen ze alleen maar af en toe eventjes fourageren in de tuin. En dan wel allemaal tegelijk in een troepje van zes of acht. Mannetjes en vrouwtjes door elkaar. Zaterdag en zondag stormde het weer zo hard met telkens gure regenbuien, er was nauwelijks een vogel te zien. Buiten het bulderen van de wind was er geen geluid. Ik dacht al dat ik me had vergist. Koolmees lentezang op 18 januari: dat kan toch niet! Maar vanmorgen, wat dacht je? Hij zat er wéér! En zingen! Al veel krachtiger dan vrijdag. De ganzen zijn ook alweer erg onrustig geworden, vliegen de hele dag tot laat in de avond in grote troepen over. Het zal me niets verbazen als de grauwe ganzen half februari al op de terugtocht zullen gaan. Ook de kleine zwanen heb ik al zien overvliegen, terug naar Siberië, waar ze hun nesten in de sneeuw gaan bouwen en de eerste weken op hun wintervet teren. Wonderlijk he? Wat is het toch dat al die vogels in beweging zet. Er zijn nog zoveel raadsels. © John Zwart - 21 januari 2008
|
| Excursie winterkenmerken in het Ketliker Skar |
| Aankondiging: Excursie winterkenmerken in het Ketliker Skar |
Olterterp, 28 november 2007
De winter nadert en deelt al
plaagstootjes uit, een interessante tijd om eens te
kijken hoe de natuur daar op reageert. Op zondag 9 december kunnen
er belangstellenden met gids
John Zwart van It Fryske Gea op verkenning gaan door
het Natuurgebied Ketliker Skar bij Katlijk, ten zuidoosten van Heerenveen. Overwinteringstrategieën It Fryske Gea - Het Fries Landschap. |
| Herfstmisère - Column - geplaatst 16 september 2007 |
| Nadat de
vogels stil zijn gevallen, valt er op een zonnige herfstdag in het groen
nu en dan weer te genieten van bescheiden vogelzang. De blijvertjes die
niet op trektocht zijn gegaan en de
overblijvertjes die uit noordelijker streken aankomen. Ze markeren hun territoor
met hun geluiden en dat klinkt best gezellig, Totdat er 'onderhoud' moet worden gepleegd. De plantsoenwerkers bestaan niet meer. Er trekken tegenwoordig colonnes 'hoveniers' door de wijken. Vroeger, heel vroeger, was het gezellig met de hoveniers. Toen ging het gewoon van: knip-knip-knip, prr-prr-prr en swish-swosh-swush met respectievelijk de heggenschaar, de grasmaaier en het bezempje. Allemaal knusse geluiden die naadloos pasten in het natuurlijk decor. Tegenwoordig moet dat allemaal gemotoriseerd, zoals u weet. Met snerpende heggenscharen, knetterende grasmaaiers en gierende bladblazers. Ze maken zoveel herrie, dat er voor andere dingen geen geluid meer overblijft. De hoveniers zijn verstandig en dragen grote oordoppen tegen gehoorbeschadiging. Deze worden echter niet aan de buurt uitgedeeld. De buurt moet lijden. Op zulke momenten weet ik het zeker:
hoveniers zijn een bevoorrechte klasse, zij staan boven
de wet. Net als Schiphol. Iedereen die op een bromfiets rijdt die niet
bromt maar knettert mag hem inleveren
bij de eerstvolgende verkeerscontrole. Wie zijn tv of radio een
streepje te hard heeft staan krijgt de wijkagent aan de deur. Maar
hoveniers mogen hun geluidsgolven
onbekommerd tot tsunami-achtige proporties opzwepen. Tolerant als ik ben kan ik voor de
gemotoriseerde grasmaaier en heggenschaar nog enig begrip
opbrengen. Het valt immers niet mee om dit werk dag in dag uit met de hand
te doen. Maar de bladblazer moet
vernietigd worden, verdelgd, uitgeroeid, afgebroken tot op
moleculair niveau. Hij is bijkans de meest groteske uitvinding aller
tijden. Het ding produceert een
hoeveelheid trommelvlies teisterende herrie die omgekeerd evenredig is aan
de miezerige hoeveelheid uitgeblazen lucht. Daar loop je echt ernstig mee
voor lul. Gelukkig, na enkele uren zijn de hoveniers eindelijk vertrokken, welgemoed op weg om een andere wijk te gaan terroriseren. Maar wat zie ik bij de Aldi: bladblazers in de aanbieding, een chinees stuk onding voor een belachelijk lage prijs. Vast iets voor de buurman. Bewerkte column van © Arnoud de Jong |
| Het dier en wij - geplaatst 24 februari 2007 |
| Vanmorgen
op de open weide, midden in het bos, zag ik het schaap staan. Iets
terzijde van de kudde. Vóór haar lag iets smetteloos wits in het gras.
Het was haar pasgeboren kind, roerloos. Zij boog geregeld de kop, trachtte het door likken tot leven te wekken, tevergeefs. Traag begon de koude regen neer te tikken op het lam, nog warm van het verblijf in de moederschoot. Maar noch de petsende druppels, noch de warme tong van het moederschaap vermocht enige beweging te brengen in het kleintje. Ik moest denken aan een reportage uit Kenya, onlangs. Een olifantenkoe beviel van een doodgeboren baby. De moeder bleef de olifantenbaby eindeloos voorzichtig duwen in een poging haar kind op de benen te krijgen. Onvermoeibaar stimuleerde zij het zachtjes, het leek wel teder, met haar slurf. Drie dagen en drie nachten lang. Toen draaide zij zich om en volgde de kudde. We praten van instinct, van inprentgedrag. Wat weten wij van het gevoelsleven van dieren? Ongetwijfeld ánders dan dat van ons, maar daarmee niet minder van belang voor hun welzijn. Wel eens geluisterd naar de geluiden uit een veetransport met kalveren of lammeren? Ik hoor het als roepen om hun moeder, sentimenteel? Denk eens aan die olifant in Kenya en dat schaap op die Friese bosweide. ©
John
Zwart Voetnoot: 25% van de populatie van de Afrikaanse olifant is in de afgelopen jaren gedood ondanks hun beschermde status. Door het toedoen van ivoorstropers die hun lugubere buit voor $ 750,- per kilogram verkopen aan gewetenloze Chinese handelaars. |
| Doortrekker - geplaatst 15 december 2006 |
| Het
is begin november nu ik dit stukje schrijf. Ik was zeer onder de indruk
van deze natuur ervaring en ik heb bewust gewacht om deze impressie aan
mijn tekstverwerker toe te vertrouwen. Het was maandagmiddag 16 oktober. Geruime tijd was ik, ondanks de milde temperaturen, gewend geraakt aan de stemmen van de herfst, als grote vluchten brandganzen laag over de nok van mijn huis scheerden. Maar opeens hoorde ik iets anders. Een schreeuw die me deed denken aan de buizerd wanneer die met zijn uitgevlogen broed de thermiek zweefvluchten oefent. Dit was een veel indrukwekkender schreeuw, een oerkreet van een grote roofvogel. Ik
tuurde omhoog en speurde de hemel af. Op een kleine honderd meter hoogte
zag ik een ©
John
Zwart |
![]() |
| Flowerpower - geplaatst 7 juli 2006 |
| Gisteravond
heb ik een halfuurtje naar bloemen zitten kijken. Niet naar bloemen in het algemeen, maar naar een paar bloemen aan één individuele plant. Vreemd, wie doet nou zoiets? Ik dus, en ik kan het je aanbevelen. Bij
het planten van een aantal rozen - enkele jaren geleden al - moet er wat
zaad van de grote teunisbloem in mijn voortuin zijn terechtgekomen. Het is
gekiemd en kwam overvloedig op, tussen de rozen. Met wrede hand heb ik het
meeste gewied, een paar aan de buitenrand mochten blijven staan. In de
volgende jaren vluchtten ze naar vergeten hoekjes. Tussen de stenen langs
de kant van het pad, naar allerlei plekjes waar de eerstejaars rozetten
niet onmiddellijk opvallen. De
bloem van de teunisbloem is als een ééndagsvlinder. Ik moet eigenlijk
zeggen een éénnachtsvlinder want de teunisbloem is een nachtbloeier. En
elke avond ontluiken er nieuwe bloemen die in de loop van de volgende dag
weer verwelken. Het is kwart voor elf en bijna geheel donker, maar de teunisbloem lijkt zijn eigen heldere gele licht uit te stralen. Geritsel tussen de rozen: een egel drentelt rustig voor mijn voeten langs naar de overkant van het pad. Blijkbaar is mijn roerloze gestalte één met de natuur.
©
John
Zwart
|
|
|
|
|
De Natuurpagina's worden
onafhankelijk geredigeerd en mede mogelijk gemaakt door Hernehim Beheer bv