|
© Copyright:
Alle rechten voorbehouden. Illustratie: De levensboom (1909).
Mittlere Teil. Olieverf op doek. Gustav Klimt. Expositie: Österreichisch
Museum, Wien.
Gedichten eigendom auteurs. Vermenigvuldiging op welke wijze dan
ook, zonder voorafgaande toestemming van redactie cq auteurs bij wet
verboden.
|
|
Themapoëzie van gastdichters
|
|
Voor deze laatste gastenpagina nodigde ik 14 dichters uit en een record
aantal van 13 boden werk op dit thema aan! |
| |
| |
|
|
Jos van
Liempdt
|
Themagedicht |
|
'Vergankelijk' |
herfst
dwarrelend blad vlak voor me langs
hoe kleurrijk kan een dood zijn
fris groen - geelbruin bloedrood verleefd -
laat los wat het gekoesterd heeft
winters zwijgen aangeblazen
door storm die blad ruimt
zacht zomers ruisen smoort
zo vallen allen voort
© Jos van Liempdt
|
|
Lilian
Caessens
|
Themagedicht |
|
'Vergankelijk' |
Op kousenvoeten
Hier in dit huis zijn meubels oud, al lang
versleten
het door mijn moeder zó geliefde ebbenhout.
En ook al streel ik zacht en onder voorbehoud
de tafel die ik liefst niet kan maar zal vergeten
niets wil hetzelfde heten. Niet in het
opmeten
van één herinnering. Niets in dit nevelwoud
van luchtkastelen, paarden, koning Sanderbout
klinkt als de tijd die op het bot is uitgesleten.
Op kousenvoeten dwaal ik door het leeg
vertrek
dat uit zichzelf, mij van zichzelf niet zal vertellen.
Wat wit van wanden valt, het gele bladerdek
het zijn van blauwe ogen enkel
snotterbellen.
Ik raak haar aan, na jaren op een moedervlek
geschilderd op een muur als kleine aquarellen.
© Lilian Caessens
|
|
Peter
Knipmeijer
|
Themagedicht |
|
'Vergankelijk' |
Slechte timing
na een dag en nacht van zwijgen
bevonden we ons op zaterdagochtend
in de kamer
jij aan tafel met de krant en je eeuwige gelijk
ik met bonzend hart zoekend naar iets te zeggen
'ik ga koffie zetten', probeerde ik
waarop jij je snauwend afvroeg
of ik soms dacht
dat dat iets oploste
'wel als het oploskoffie is'
mompelde ik iets te hard
dat had ik beter niet kunnen doen
© Peter.Knipmeijer
|
|
Corry van
Doorn
|
Themagedicht |
|
'Vergankelijk' |
Sporen
morgen zal alles van een ander zijn
met vaders dood sluiten zich hier de deuren
het lege huis staat stil de rouw te treuren
al liet ik wel de troost van een gordijn
er gaan al vreemden rond op het terrein
hoewel ik mijn verdriet nog niet kan beuren
wordt al verwacht dat ik mij los zal scheuren
van mijn geboortegrond en dat doet pijn
nu ga ik voor het laatst de akkers rond
de lege kassen en verlaten erven
dan voel ik mij van binnen even sterven
en proef de smaak van tranen in mijn mond
want ik zie in door vorst versteende grond
een eenzame vertrouwde voetstap zwerven
© Corry van
Doorn
|
|
Job
Degenaar
|
Themagedicht |
|
'Vergankelijk' |
Provençaals dorp tegen de heuvel
Verschoten terras in de morgen
de zomer gist, katten slapen
onder platanen
een man verrast zijn Virginia
reus met poppenservies nipt hij
aan kostbare espresso
zijn verleidelijke vrouw
schrijft scheve groeten
op de omzij van een lavendelveld
Handkussen van de tijd
vervliegen man, vrouw en inkt
Maar de lavendel bloeit
© Job Degenaar
Uit: 'Handkussen van de
tijd' - Liverse,
Dordrecht 2009
|
|
Edith
de Gilde
|
Themagedicht |
|
'Vergankelijk' |
Aardevaart
die arm die uit je mouw steekt
katoen en huid dezelfde kleur
-je bent al wat gebronsd-
werk jij maar door, gestaag
zoals je doet, zoals je moet
bestorm je hemel, zet je af
laat mij maar zitten hier
maar kijken naar het stof
dat stof zal worden, weten
dat er nooit meer zal zijn:
die arm die uit je mouw steekt
dat dit voldoende is
© Edith de Gilde
|
|
Daan de
Ligt |
Themagedicht |
|
'Vergankelijk' |
oude nozem
ach, oude Haagse nozem op je Puch
een helm verhult je wilde grijze haren
je vrienden kwamen langzaam tot bedaren
het is alsof de tijd jou oversloeg
nog dikwijls stop je bij die oude kroeg
en denkt terug aan glorierijke jaren
er klonk muziek van vrijgevochten snaren
je was er altijd zat, maar nooit genoeg
je staat daar maar, verzonken in getuur
de verveloze deur laat niet meer hopen
verval is met de dagen meegekropen
er hangt, vergeefs, een bord: te koop, te huur
dan scheur je weg, de gashendel gaat open
verstijfde handen aan een rijzig stuur
© Daan de Ligt
|
|
Erik
Wauters
|
Themagedicht |
|
'Vergankelijk' |
Oude moeders op ziekbed
Zie hoe liggend in bed de vlijt van
hun handen - ze strijken hun lakens
met vingers van hout, beluisteren
het verhaal van de kinderen die komen
en vragen hoe gaat het aan hun bezoek -
Ze gaven hun vlees want zo gastvrij hun
lichaam, de tent van hun huid zelfs
voor hun kindskinderen een huis,
hun schoot een portiershuis
sinds lang uitgewoond -
Oude moeders: de geur van verre rozen,
in hun ogen de zon achter heesters
gedaald, in hun glimlach het water
zich op de oevers verkijkend,
in de stilte rondom
de verhuis van de tijd.
© Erik Wauters
|
|
Joop
Leibbrand |
Themagedicht |
|
'Vergankelijk' |
Zomaar een dag
Opgestaan.
De ander laten liggen.
Deuren van slot gedaan,
gordijnen dichtgelaten.
De dag op weg geholpen
met radio en verwarming aan.
Thee gezet. Ontbeten. De krant
gelezen, twee puzzels opgelost.
Samen koffie gedronken.
Een anonieme oproep neergelegd.
In de badkamer de tijd genomen.
Aangekleed. Nog eens de krant gepakt.
Niets wat van belang was gebeurde
voor het eerst of voor het laatst
op de dag waarop alles eindigde,
waarop nog niets was begonnen.
© Joop Leibbrand
|
|
Gijs ter
Haar
|
Themagedicht |
|
'Vergankelijk' |
Alle drop raakt op
Ooit woonden hier bomen zo oud als de dood
ik was nog een kind kraste mijn naam
in de bast van een berk
en elke zondag na kerk en gebed
vond ik mezelf op die plek weer terug
dan zeeg ik in het zand uit het zicht
van de plicht en de ogen van God
op de wereld gericht het kwartje
in mijn hand dat voor hem was bestemd
maar dat ik nooit gaf en ik legde mijn hoofd
aan het hout om te horen of de wereld bewoog
maar het ging altijd goed
want God was vergevingsgezind
toch zweeg ik een uur met het vuur
van de schaamte op mijn kaken gebrand
in mijn hand nog begerig het plakkerig kwartje
God had het niet nodig
want God was toch alles wat was
de bomen het bos de bast en het zand
dit kind op de rand dat de rede zocht
zelfs het kwartje in mijn hand en
de drop die ik er ‘s maandags van kocht
het kind is vergaan in de man die
doorwrocht
van een ijzig geduld op zijn avonden wacht
maar laatst was ik er nog zag hoe het bos
zich met steen had gevuld er geen bomen meer staan
slechts een schim van het kind met de stem die ik toch ken
|liep me lachend voorbij keek me aan
als was ik een vreemde voor hem
© Gijs ter Haar
|
|
Peter
Jansen
|
Themagedicht |
|
'Vergankelijk' |
Hier en ginder
Hier stel ik mij voor dat mijn as
wordt uitgestrooid,
gewoon, uit een papieren zakje,
muzikaal omlijst door een koor
van wel duizend vogels in een
lucht van uitgereden gier.
Zie je daar dat broedend paar,
onder de bomen langs het water?
Nu nog een ietsje meer naar hier,
ja, daar, over al die boterbloemen
omzoomd door wuivend fluitenkruid.
Ach, neem dat boegeroep dan maar voor lief
–
en vergeet niet je laarzen aan te trekken.
© Peter Jansen
|
|
Joop
Scholten
|
Themagedicht |
|
'Vergankelijk' |
Bij een leeg flesje
Een leeg koffiemelkflesje je gooit
het weg zonder er iets bij te denken
een foto van lang geleden iemand
die je ooit hebt gekend een versleten
trui die al drie jaar in de kast ligt
en hoe het dan nog verder gaat
als je een oude man bent geworden
er zijn zaken waarover je niet praat
waarvan de mensen zullen zeggen
hij neemt het mee in zijn graf
alsof het licht dat in de kamer hangt
daar blijft hangen wanneer je straks
de gordijnen sluit de deur op slot doet
alsof er iemand is en het opmerkt.
© Joop Scholten
|
|
Gerard
Beentjes
|
Themagedicht |
|
'Vergankelijk' |
De zachte krachten
Waarheid is in elke taal een andere
waarheid,
een beeld, een boek. En toch hetzelfde waarom.
Op witte hoogvlakten draaien paarse monniken
molens van het levenslot. Geboorte is het begin
niet en dood niet het einde. Mensen voor
ons
leven verder in ons bloed zoals wij in stof en
as. Waarheid loopt de weg van herhaling. In
de wind wuiven gebedsvlaggen heen en weer,
ademzacht van heimwee. Gieren vliegen rond
in cirkels boven de berg. Hoger dan omhoog
wijst de top een vinger voorbij het alledaagse.
Over sneeuwpaden lopen monniken naar huis.
© Gerard Beentjes
|
Nog
even een kijkje nemen op het thema van vorige maand? Dat kan, klik hier
|