Hernehim 
          
proza - archief 2008 
Hernehim 
                   Boeiend om te bezoeken. 
                   Vrij en onafhankelijk. 
                   © HC 2001-2011

Redactie:                 John Zwart

Op deze pagina verschijnen 
korte verhalen, reisimpressies, beschouwingen etc.
door de Hernehim Cultuur redactie
of ons aangeboden door gastauteurs
HOME 
Nieuws  
Blog en proza 
Themapoëzie 
Vrije poëzie   
Vertaalproject 
Proza  
Activiteiten 
Over schrijvers 
Contact     
 Archief pagina's voorafgaand jaar: 
Nieuwsarchief 
Blogarchief 2010 dec-juli 
Blogarchief 2010 juni-jan
 Literair archief - Verslagen en recensies: 
literair archief 2010 
literair archief 2009 
literair archief 2008 
  Overig proza archief: 
proza 2008 
 
   
 
Een psychiater/dichter in gesprek met een psychiater/dichter  - Impressie van Loes Essen -  29 jan 2009 
        

                                         Rutger Kopland 


Amstelveen 29 januari 2009
- In de foyer van de bibliotheek zijn alle
stoelen bezet. Ter gelegenheid van de Nationale Gedichtendag zal 
psychiater/schrijver/publicist Bram Bakker zijn collega Rudi van den 
Hoofdakker
interviewen, ons beter bekend als dichter Rutger Kopland
Het wordt een avond, die ik zeker niet had willen missen. 

'Ik wil amuseren in de brede zin des woords' 

Een buitengewoon innemende, intelligente man, die de vragen rustig en
uitvoerig beantwoordt. Met een introverte glimlach kijkt hij bij zichzelf 
naar binnen op zoek naar een zo zuiver mogelijke formulering. 
Of hij knijpt zijn ogen iets toe terwijl hij in de lucht schuin boven hem, 
zijn herinnering lijkt te lezen. Altijd is er die tegelijkertijd prikkelende als
relativerende toon van geamuseerde ironie, van een buitengewone 
bescheidenheid, alsof hij wil zeggen
'ach, zoveel heeft het allemaal niet
om het lijf'. 
En dat bij iemand, die zowel op zijn vakgebied, de biologische 
psychiatrie, als in zijn hoedanigheid van dichter een ware autoriteit mag
worden genoemd.
Kopland vertelt dat hij nooit de ambitie had om dichter te worden. Hij 
was een hardwerkende arts, met 'een meer dan full time baan', die zich
specialiseerde in de psychiatrie en had 'wel eens iets geschreven voor
gelegenheden van vrolijke aard'.


Echter, toen hij in Groningen zijn vriend Aad Nuys, destijds redacteur
van Tirade, enkele gedichten ter beoordeling gaf, was diens reactie: 
'onmiddellijk naar Tirade sturen!'.
Een paar weken later al gaf uitgeverij
Querido blijk van interesse, maar Kopland zei 'ik ga eerst naar Van 
Oorschot'
. En daar bleef hij. 
Deze gigant, één der meest gewaardeerde dichters van ons land, 
spreekt over het schrijven van gedichten als over 'een uit zijn krachten
gegroeide hobby, iets voor de nacht, voor vakanties, in de auto, 
kortom: wanneer ik even vrij had'
. Dus iets, dat ten opzichte van zijn 
beroep, altijd op de tweede plaats bleef staan. Het maken van een 
gedicht is voor hem echter ook 'altijd hard werken' geweest. 

Aan de hand van zorgvuldig gekozen vragen van Bram Bakker, worden
we de geest van de dichter binnengeleid. We leren, dat hij gemiddeld
drie weken aan één gedicht werkt. Dat hij verreweg het meeste 
materiaal weggooit, maar dat hij
altijd het gedicht waaraan hij bezig is,
afrondt.
Op de vraag, of er een bepaalde ontwikkeling is aan te wijzen
in de thema's van het werk, zegt de dichter dat zijn beweegredenen 
altijd dezelfde zijn geweest: Iets zodanig kunnen maken, dat het 
ontroert of dat men erom kan lachen. 
'Ik wil amuseren in de brede zin des woords'. 

Dubbelleven

'Het lijkt wel alsof er een soort aan-uit-knop Van den Hoofdakker – 
Kopland bestaat',
zegt Bakker. Kopland beaamt dat. Over de relatie 
naar de psychiatrie zegt Kopland onder meer, dat zijn drijfveer altijd is
geweest de menselijke eigenschappen beter te doorgronden. 


"Hoe zit een ziel in elkaar? Wat beweegt iemand? Dat interesseert mij
meer dan de functies van het hart, klinisch gezien".
En (lachend): 
"natuurlijk ben ik vooral geïnteresseerd in mijzelf " 
"Het schrijven van een gedicht is ook en vooral tegelijkertijd het lezen
van je gedicht. Altijd speelt de vraag: Wat heeft deze persoon mij te
zeggen? Het is als het ware een soort uittreden uit jezelf." 
Bijzonder is het, nu juist van een psychiater als zijn mening te horen,
dat je niet moet veronderstellen dat het schrijven van een gedicht kan 
leiden tot beter begrip van jezelf. Als een cliënt met een stapeltje 
gedichten aankomt, om zich aan de hand daarvan te laten doorgronden,
zegt vd Hoofdakker, alias Kopland:
"doet u die gedichten alstublieft 
onmiddellijk weer in uw tas en vertelt u mij hoe u over de dingen denkt"

'Vaak zijn juist de aarzelingen in formulering van belang, spreken de 
stiltes soms boekdelen. Een gedicht is een uitgewerkte tekst, hier 
staat het. Zo!' 

In de pauze staat een lange rij mensen te wachten op signering van
hun meegebrachte bundels. Het tweede gedeelte van de avond leest
de dichter voor uit eigen werk. Als hij daar zo zit, ontspannen, diep in
de fauteuil, zoekend naar passages, lijkt hij de wereld om zich heen 
vergeten en even te zijn meegezogen in zijn eigen werk 
Wordt hij weer lezer van zijn eigen gedichten. 
Zoals wij dat zo graag zijn. 

 

© Loes Essen 

 
 

Beek 

Je staat ergens, aan de oever van een beek, 
om je heen een paradijselijk dal, 
wallen met kleine eiken, uitbundig bloeiend gras, 
en aan je voeten gaat het water, 
oud, heel stil water - zo langzaam, 

het is alsof het aarzelt, niet wil 
dat het voorbij gaat. 

Uit: 'Over het verlangen naar een sigaret' 
Van Oorschot - 2001 

 

Tuin 

Ik zit voor het raam en zie 
hoe de tuin niet is veranderd 
voor haar ben ik niet 
weggeweest. 

Eerste gedicht na zijn ziekte - 2006

 

Gesprek met Kopland

zijn gedicht is van een dichter
stof dan denken ons vermoeden laat
de naden diep verzonken toegangs-
paden tot zijn wonderlijke ziel

hij heeft het over eenzaam over
leegten die nog overgaan
in landschap aan de einder, verten
die in ons bestaan

ik kijk en zie zijn dichtgezicht
vol lijnen naar een oud verleden
het diepe in zijn donkere blik
wanneer hij antwoord geeft

(de man die vraagt naar hoe
het ongeluk en of nadien het
schrijven hem verlaten had
of angst misschien voor dat)

en in de zoektocht naar het woord
lijkt hij te blijven
wachten tot het hem gevonden
heeft, verlangend zijn gedachten

©
Louise
   
 
   
Mogen de wapens rusten  - Een nieuwe Dichter des Vaderlands. Bericht en commentaar van John Newswatcher - geplaatst 29 jan 2009 
   

Er was een risico, toen de commissie Jeltje van Nieuwenhoven, middenin
het Israël-Ghaza conflict de acteur-schrijver Ramsey Nasr in de shortlist 
voor Dichter des Vaderlands 2009 opnam. In oktober 2004 publiceerde hij
een opiniestuk over het Israëlisch-Arabische conflict dat felle discussies 
uitlokte. Ramsey Nasr is een zeer geëngageerd auteur. De commissie 
kon er dus rekening mee houden dat de deur werd geopend voor de 
politiek om een rol te gaan spelen in de beslissing wie bij de promotie 
van de Nederlandstalige poëzie in de komende vier jaren het voortouw 
zal nemen. En dat is jammer, want zou een nationaal figuur als een 
'Dichter des Vaderlands' dan niet liefst onomstreden moeten zijn? 
Maar de commissie Jeltje van Nieuwenhoven heeft toch al niet 
geëxelleerd in de aanloop naar deze verkiezingsuitslag. 

Op het internet kunnen snel bepaalde belangengroepen gemobiliseerd
worden of zelfs nog adhoc gevormd en als via een actieve link met één 
klik een stembiljet wordt bereikt, dan is tendentieuze beïnvloeding van de 
uitslag levensgroot aanwezig. Viel de on-Nederlandse naam van Nasr 
direct al op in het rijtje van de shortlist, de diverse media deden hier nog
een schepje bovenop door veelvuldig te refereren naar de 
Palestijns-Nederlandse dichter Ramsey Nasr. Afgezien van het feit dat
een erkende staat Palestina nog steeds niet bestaat is dit toch al grote
onzin en in dit geval zelfs zeer ongewenst. Immers Ramsey Nasr is 
gewoon een Nederlander, niet eens een geïmmigreerde vluchteling, maar
gewoon geboren en getogen in Rotterdam in het jaar 1974.
Ja, pas 34 jaar, een jonkie dat wel; maar goed na twee DdV's met grijs
haar mag er nu wel eens een jongere 'aan de bak'. 
Als iemand mij vraagt om een rijtje van tien erkende en bekende 
Nederlandse dichters op te noemen had Ramsey Nasr daar vrijwel zeker
niet bij geweest. Hij noemt zichzelf op zijn homepage dichter-schrijver-
acteur in die volgorde, maar had iemand mij gevraagd, dan had ik de 
kwalificaties in omgekeerde volgorde genoemd. Want acteur, ja! Een 
naam bij het Zuidelijk Toneel, filmacteur en bekend van tv-series. 
Gelauwerd met de Mary Dresselhuysprijs en nog een nominatie voor de
Louis d'Or. 
Hij schreef drie dichtbundels vanaf zijn debuut in 2000 en ik bezit ze 
géén van drie. Debuut "27 gedichten & geen lied" (2000), liefdespoëzie,
kreeg verdeeld positieve en matige kritiek, maar "Onhandig bloesemend"
volgde in 2004 en werd breed omhelsd. In de Volkskrant schreef Piet 
Gerbrandy: 'De kern van de bundel, een zestien gedichten tellende 
reeks onder de riskante titel 'dichter liefde', is echter ronduit schitterend.
Hier weet Nasr het onhandig bloesemen tot virtuositeit te verheffen, door
schijnbaar teugelloze lyriek krachtig naar zijn hand te zetten ... Deze 
poëzie fonkelt en bruist, zwelgt in tierlantijnen die vervolgens weer 
genadeloos worden afgeserveerd en durft woorden als 'ziel' en 'hart' in
te zetten zonder dat het belachelijk wordt'. 

Het succes van deze bundel bereidde hem de weg om in 2005 in 
Antwerpen Tom Lanoye als Stadsdichter op te volgen. In 2006 
verscheen zijn laatste dichtbundel "Onze-Lieve Vrouwe-Zeppelin". 
Het is op zich al jammer dat de DdV competitie tijdens de aanloop tot
zoveel on-poëtische taferelen aanleiding gaf tussen de genomineerden,
vooral het conflict dat Ramsey Nasr en Tsead Bruinja met elkaar 
aangingen was niet erg hoogstaand. Maar de klikkenteller heeft nu 
beslist, we hebben een nieuwe Dichter des Vaderlands in Ramsey
Nasr. Voorlopig nog niet onomstreden, gezien de reacties die onder
de eerste internet-artikelen verschijnen: "De linkse kerk heeft weer
gezegevierd" - "Overwinning van de propaganda voor de dubbele 
paspoorten" - "Hoe kan iemand Palestijn zijn? Palestina bestaat 
niet eens"
. Ja Jeltje, dat was te verwachten, maar het zal wel weer
luwen, veel eerder dan het vuren tussen Israël en Ghaza, helaas... 
We gaan er fris tegenaan met een nieuwe DdV die géén klassieke 
sonnetten schrijft. Nasr doet regelmatig veel met de symbiose van 
poëzie met klassieke muziek, we mogen hopen dat zijn DdV-schap
hem hier ook nieuwe ruimte voor zal bieden. Zijn muzikaliteit werkt
dóór in zijn zangerige poëzie die zich verder kenmerkt door een
ontspannen parlando. 
Dit zijn eigenschappen die hem bij de invulling van het DdV-schap
zeker ten goede zullen komen. Of hij veel van zich zal doen spreken
en voortdurend in de publiciteit zichtbaar en hoorbaar zal zijn? De 
verplichting die op de DdV rust is slechts om tenminste jaarlijks 
vier gedichten op belangrijke gebeurtenissen te schrijven. 
Zijn verdere betrokkenheid heeft hij geheel zelf in de hand: "Of ik 
op een wedstrijd voor wie de grootste pannenkoek kan bakken zal
verschijnen, of aanwezig zal zijn bij de kroning van de koning, 
bepaal ik gelukkig geheel zelf"
, sprak hij zojuist in Het Oog, 
om vijf minuten voor middernacht. 

© John Newswatcher - 29 januari 2009 -  01:30u 

 
 
 
Hij bakt ze te bruin  - John Newswatcher spreekt zich uit over de Dichter des Vaderlandsstrijd - geplaatst 3 januari 2008 
   

 

Hij heeft altijd mijn sympathie gehad beste lezers. Ik waardeer hem
om het doorzettingsvermogen waarmee hij in Groningen 'Dichters in
de Prinsentuin' op poten zette en runde, met een inzet zoals ook ons
eigen Hernehim Cultuur altijd weer enthousiaste mensen aantrok, 
waardoor het kon voortbestaan. 
Zijn liefde voor de eigen taal - hij studeerde immers Fries - vond 
waardering in het Noorden en Bornmeer (Leeuwarden) gaf graag zijn
eersteling uit, "De wizers yn it read" (2000). Vanaf toen ontmoette ik
Tsead Bruinja verschillende keren en waardeerde niet alleen zijn twee-
talige maar voorál zijn oorspronkelijk Nederlandse nieuwe werk. 
Tsead Bruinja is ambitieus, dat was wel duidelijk, maar daar is niets
mis mee vind ik, zolang hij maar genoeg zichzelf blijft, zoals hij toonde
door geheel belangeloos een dichtersmiddag van Hernehim in Weesp
te komen opluisteren. Intussen had de lokkende kracht van Amsterdam
hem al uit 't noorden weggetrokken. Daar werd hard gewerkt aan de
Fries-Groningse 'connection', zo bleek mij. 

Ik zag hem vaak optreden, soms nog hier in het noorden, maar vaker in
"het westen", zoals wij hier de randstad, met een wijde kring van 50 km
er omheen, plegen aan te duiden. Ik vond hem interessant genoeg om
de presentaties van zijn vorige bundels "Batterij" en "Bang voor de bal"
bij te wonen. Op de avond in Perdu in 2007 voor de laatstgenoemde, 
maakte ik óók voor het eerst kennis met Leine, een opkomend bloempje
in het wijde veld van singer-songwriters. 

Ja, eigenlijk mocht ik die Tsead Bruinja wel, zoveel is wel duidelijk. Als 
hij weer eens werd gekozen als 'dichter bij de dag' van de Evangelische
Omroep - niet bepaald mijn favoriet - luisterde ik graag in de ochtend 
naar Radio 1. Maar als Tsead mij gevraagd had: "vind je ook niet dat ik
DE dichter ben, die bij uitstek de komende vier jaar Dichter des 
Vaderlands
moet zijn?" Dan had ik gezegd: "Beste Tsead, ik weet dat
je ambitieus bent, maar is dat niet net iets teveel eigenwaan?" 
Maar natuurlijk heeft Tsead mij die vraag niet gesteld. Hij stuurde me in
november wel een email dat hij (alweer!) een nieuwe bundel presenteren
zou in Perdu. "Angel" heet die en dat is geen Engel(s): de inhoud is 
"woede, schuld en agressie", daaraan moest ik meteen denken toen ik
op de radio zijn 'dichter bij de dag' bijdrage hoorde van 5 december. 
Het was een bijzondere bundel, vertelde Tsead, want gedrukt op tabloid
formaat. Zoals de gratis krantjes dus, die overal op stations etc. worden
verspreid. Misschien niet origineel, maar dan toch wel op zijn minst 
verfrissend. Ik raasde dus weer eens over de A6, naar Amsterdam, naar
Perdu, op donderdagmiddag 18 december. Tsead had Anneke Claus,
Thomas Möhlman, Erik Jan Harmens, Wim Brands en de boomlange
Elmar Kuiper om zich heen verzameld, zodat het geen 'koekkoek 
éénzang' zou worden. 

Tsead Bruinja 

doet een gooi naar de titel "Dichter des Vaderlands" 
Eigen foto - Hernehim Cultuur 

"Angel" - Bornmeer 2008 
ISBN / EAN 978-90-5615-204-8 

 

  Leine 

winnares "Grote prijs van Nederland 2007" in De Melkweg 

"Truth be told" - Singing Saw Records 2008
Album 5 413356 386820

   

Meestal schrijf ik over zo'n avond een verslagje maar deze keer, met
kerstmis voor de deur, aarzelde ik. Niet omdat ik ietwat onvoorbereid
op Bart Droog werd getrakteerd, als eerste gast - niet omdat de poëzie
die te horen was in het algemeen tegenviel, zéker niet. 
En ook niet, omdat het programma verstoord werd en langdurig moest
onderbroken, doordat er iemand in 't publiek ernstig onwel werd en per
ambulance moest worden afgevoerd. Wat mij tegenviel was de hoeveel-
heid tijd die Tsead als inleiding besteedde aan zijn wapenfeiten, zie 
"The official homepage of the dutch poet Tsead Bruinja", en voorál 
hoe gerechtvaardigd zijn streven is de volgende DdV te worden. Ook
toen de avond, ver in tijd uitgelopen, werd afgesloten, opnieuw stertijd,
onder lichtprojecties van wervende affiches. 
Had ik, fris van de lever, geschreven, had ik vooral de lof gezongen van
de vriendelijke Leine, die sinds 2007 zo heel verdiend steeds meer 
bekendheid geniet, waaraan radioprogramma's als "Met het oog op 
morgen", "Kunststof" en "Opium" hebben bijgedragen. 

Email bombardement 

Intussen kwam vandaag de twaalfde (!) folder van Tsead mijn mailbox
binnenzeilen die ik naar de prullenbak verhuisde. Heel Tsead's vrienden-
schaar helpt mee om de redactionele zowel als mijn privé mailbox te
bestoken. In de folder vraagt Tsead om mijn eigen vrienden dezelfde 
ergernis aan te doen. Tsead Bruinja bakt ze te bruin. 


Moet het toch weer een rellerige toestand worden die DdV verkiezing. 
Geloof het of niet lezer, ik dacht 'verkiezing' te schrijven maar bij het 
nalezen hebben mijn vingers 'verzieking' getypt... 
Wat je doet heet spemmen Tsead en je tracht er ook nog een piramide-
spel mee op te zetten. Daar ben ik echt boos over. En boosheid roept
boze gedachten op. Heeft Tsead soms met Bornmeer een één-tweetje
opgezet? Is die tabloid "Angel" niet gewoon een strategische uitgave
om juist nú aandacht voor Tsead Bruinja te genereren in verband met
zijn honger naar het DdV-schap? Zo'n tabloidje is makkelijk en snel in
elkaar geflanst, krantenpapier nog steeds veel te goedkoop. 

Jammer, na dit stukje zal Tsead misschien ook wel boos worden. 
Maar dit stukje was niet te vermijden, Hernehim Cultuur zou nooit een
redactionele voorkeur geven aan één bepaalde dichter. Bovendien, in
het licht van het grote aantal prima dichters dat ons land telt, vindt HC
het maar armzalig dat heel ons volk beperkt wordt tot 't rijtje van 5 van
de shortlist. 
Als HC al iets uitspreekt is het: Ga je toch stemmen, stem dan vooral
VRIJ. 

© John Newswatcher 
    voor Redactie Hernehim Cultuur - december 2008 

 

   
   
   
Milieubewust schrijverschap  - Gastcolumn van ZiggZagg - geplaatst 9 december 2008 
   

Met de kredietcrisis in het oor schuift de aandacht voor het milieu steeds verder naar
de achtergrond. Daar wordt het probleem er niet minder om.
Tegelijkertijd lijkt het consumentisme niet meer in te dammen. Sinterklaas kan nog 
altijd niet met pensioen. Sterker nog, hij moet er 'n paar Klaasjes bij nemen om alle
pakketjes toch nog op tijd bij iedereen door de schoorsteen te duwen. 
CO2-uitstoot of niet, vergrote ecologische voetstap of niet, 'n gevallen bank meer of 
minder, het lijkt niet uit te maken. Wouter Bos voorspelt voor 2009 zelfs een sterker
stijgende koopkracht dan hij had verwacht. 


Ondertussen zucht het milieu. Wegen mogen straks versneld aangelegd, zodat nog 
meer verkeer kan aansluiten in nog meer files, het verpakkingstaxje dat is ingevoerd 
om al die onzinnige verpakkingen gestroomlijnd afgevoerd te krijgen, wordt nog altijd 
niet aangewend waarvoor het was bedoeld, en het elektriciteitsnet gaat, als je niet 
uitkijkt, straks weer op kolen en stoom. 
Intussen blijft het zoeken naar mogelijkheden om iets te doen voor het milieu. 

 

Consuminderen kan. Iets vaker lopen of fietsen, de trein pakken over de 
lange afstand, een beetje minder vlees eten, afval scheiden, spaarlampen
aanschaffen, kranen goed dichtdraaien, verwarming twee graadjes lager, 
bomen planten en niet steeds maar mee willen lopen met de nieuwste 
trends. 
En vooral niet luisteren naar het bedrijfsleven dat steeds weer iets nieuws
bedenkt en de wereld vervolgens vertelt dat die daar zo’n verschrikkelijke 
behoefte aan heeft. 
Mochten de eenvoudige schrijvers onder ons (en anderen) zich afvragen
op welke manier zij nog verder kunnen bijdragen aan de bescherming van
het milieu, dan is er goed nieuws. Er is nu een extra mogelijkheid om te 
besparen: het ecofont. Wie dit lettertype gebruikt, spaart het milieu. 
Het Utrechtse communicatiebureau Spranq  was nieuwsgierig naar de 
mogelijkheden om op inkt te bezuinigen. Knagend aan het alfabet kwam 
het uit op een letter waarvan alleen 't hoogstnoodzakelijke is blijven staan.
Uitproberen is de moeite waard, want er valt op de inkt een besparing van 
20 procent te realiseren. De letter is gratis te downloaden

© ZiggZagg -  december 2008 

   
   
   
De Moeder aller Vragen  - Overdenking van Ibrahim Selman - geplaatst 24 november 2008 
   

Als exotische vluchteling hoef je op een feestje niet lang
op aanspraak te wachten, is de ervaring van Ibrahim Selman. 

Maar die ene eeuwig terugkerende vraag maakt de gang
naar menig verjaardag tot een ware marteling

Ik vier mijn verjaardag niet maar ga wel eens naar een feestje. 
Toen ik studeerde en in de jaren daarna was ik vaker op feestjes
te vinden dan tegenwoordig. Hoe kleiner het gezelschap, hoe fijner,
vond ik toen. 
Halverwege de jaren tachtig belandde ik op de vijftigste verjaardag
van een bevriende theaterdirecteur. Ik was een dertiger met een 
mooie baan: docent aan de universiteit van Amsterdam. 
De opkomst was groot. Meer dan tachtig feestvierende mensen, ze
barstten uit het huis. Zelf kende ik misschien een paar zielen. En 
niemand uit het gezelschap kon aan mijn voorhoofd zien dat ik 
docent was. Een allochtoon kan van alles zijn: vluchteling, asiel-
zoeker, crimineel, gastarbeider of een gewone vakantieganger. 
Voor mij is het een schok om tussen tientallen mensen te staan die
ik niet ken, die allemaal verschillend zijn maar die zich wel op hun
eigen territorium bevinden. 

Sommige mensen worden er onzeker van, anderen vinden het een 
feest om zich onder onbekenden te begeven. Normaliter ben ik 
nieuwsgierig naar de verhalen van mensen én ik vertel ook graag over
mezelf. Vertelde graag. Vooral over mijn volk, de onderdrukte Koerden.
Maar op zo'n feest ben je ineens een gevangene in een woestijn van
vreemde ogen. Je voelt de zandstorm maar je ziet hem niet. 
Als vluchteling, als exotische dertiger hoef je niet lang te wachten op
kennismaking, althans dat was toen het geval. Een aantrekkelijke 
jonge vrouw sprak me aan. Ik was al een paar jaar in Nederland en 
had al die jaren veel verteld over mijn vlucht, de ellende van de Koerden
en ik verlangde ernaar om het die avond over iets anders te hebben.
Gewoon, over theater, over mijn voorstellingen, mijn docentschap, over
(pessimistische) filosofie, over de binnen- en buitenlandse politiek, 
over schoonheid en de platheid van het Nederlandse landschap. 
Misschien over koken, of over voetballen. 

Er zijn talloze onderwerpen waarmee je een kennismaking kunt starten.
Maar ik was die avond passief en de jonge vrouw stelde zonder het te
beseffen niet de juiste vragen. Natuurlijk kon ze niet vermoeden hoezeer
ik vreemde ogen op mij gericht voelde. Ze kon niet weten dat de oren,
de voeten, de rook en adem van die mensen me niet op mijn gemak
stelden. Ze kon niet weten dat ik de behoefte had uit mijn echte 
woestijn te vluchten; mijn verleden. Ze kon niet weten dat de spoken van
al mijn vrienden, familieleden en de slachtoffers van de chemische
aanval op mijn volk om mij heen stonden. 
Saddam Hoessein had een paar weken eerder de Koerdische stad 
Hlabdja met gifgasbommen bestookt en duizenden mensen gedood. 
Ze kon niet weten dat ik het gif dat daar gestrooid was hier inademde.
Ik oogde vriendelijk en vitaal, maar ze zag het masker niet. Ze kon
ook niet weten dat ze bij de eerste vraag raak schoot. 
Die was heel normaal en luidde: "Waar kom je vandaan?" 

In die vraag zat meer gif dan in al die chemische bommen. Hij was als
een speer die een vliegende vogel in zijn vleugel raakt. Ik werd duizelig.
Met deze vraag begonnen we aan een onomkeerbaar proces. Geen 
van beiden wilden we in die neergaande spiraal stappen, maar we 
werden door een onzichtbare kracht steeds verder naar beneden 
gezogen. Mijn antwoord op haar eerste vraag luidde: "Ik kom uit 
Koerdistan", en dat bracht haar uit haar evenwicht. Ze wist niet wat of
waar Koerdistan was. Omdat ik rekening had gehouden met die 
reactie, omdat de meerderheid van Europeanen de Koerden nog niet
kenden voegde ik er aan toe: "ik kom officieel uit Irak". Daarmee wilde
ik haar een uitweg bieden, maar zorgde alleen maar voor verwarring. 
Haar ogen draaiden even een rondje in hun kassen. Ik wist dat ze geen
aardrijkskundeleraar was. "Irak? Officieel?", zei ze, op bijna kinderlijke
toon. Mijn verantwoordelijkheidsgevoel, gecombineerd met de beleefd-
heid die ik als gast diende op te brengen, werd wakker en liet me haar
vertellen waar Irak ligt, en dat Irak met het buurland Iran in oorlog was.

   
Ze luisterde beleefd, maar hoorde me niet  "Ja", zei ze zachtjes
   

Dat die twee landen in oorlog waren wist ze wel maar ze wist niet uit
welke van die twee landen ik nou kwam, terwijl ik dat juist had verteld.
Ook dat nam ik haar niet kwalijk, omdat ik dat al eerder had meege-
maakt, zelfs met mensen die ik al maanden kende en aan wie ik mijn
verhaal ook had verteld. 
Het wás natuurlijk ook moeilijk. De namen van de twee landen 
verschillen maar met één letter op het einde. Het waren buurlanden,
beide waren in oorlog, beide hadden een dictator. De ene was toen,
in de ogen van de westerlingen, een goede en bevriende dictator. 
De andere, de bejaarde bebaarde met tulband, was in de ogen van de
wereld de slechterik. Daarnaast hadden beide dictatoren moeilijke 
namen: Saddam Hoessein en Ayatollah Khomeini. Genoodzaakt legde
ik de situatie in het Midden-Oosten uit aan iemand die eigenlijk 
helemaal niet geïnteresseerd was. Ze was, zo schatte ik het in, naar
de verjaardag gekomen voor een leuke avond. Misschien zag ze een
one night stand in mij, een exotische vlucht, een sappige vrucht. 
Maar ik was een artisjok die nog niet rijp was, ruw en stekelig. We
voelden beiden hoe een diepe kloof van antipathie tussen ons in schoof,
een kracht die ons uit elkaar dreef. Ik antwoordde, beleefd, op haar 
vragen maar had zichtbaar geen plezier meer in het vertellen. Ze 
luisterde, ook beleefd, maar hoorde me niet. Onze woorden waren hol,
onze ogen zonder glans, in onze zielen druppelde melancholie. We 
wilden een uitweg. We waren na een uur uitgeput alsof we net drie 
keer noodgedwongen de marathon hadden gelopen. Zij, weer zij, 
nam het initiatief om een einde te maken aan deze, voor anderen 
onzichtbare marteling. Ze vroeg of ik nog wijn wilde en liep weg.

Op dat moment, exáct op het moment dat zij van mij wegdraaide om
twee glazen wijn te gaan halen, diende zich een andere vrouw aan. 
"Hoi", zei ze. 
In die ene seconde probeerde ik net de zware berg van mijn verleden
op de grond te leggen, een uitweg te vinden en te vluchten. Maar het 
lukte niet. De nieuwe vrouw die 'hoi' tegen me zei gaf me een hand en
stelde zich voor. Ik zei ook mijn naam. Mijn verleden, dat nog geen 
seconde op de grond lag, sprong weer op mijn schouders en drong tot
in mijn maag naar binnen. Ik keek in de groenblauwe ogen van de 
vrouw die mijn rechterhand nog in haar zachte hand hield. Ik smeekte 
met mijn ogen dat ze de volgende vraag, de martelvraag niet zou 
stellen. Maar ze hield die smekende blik voor iets anders en stelde 
hem toch, de moeder van alle vragen. 
"Waar kom je vandaan?" 
Mijn ogen meden de hare. Ik zag haar voorgangster even verderop twee
wijnglazen inschenken. Ik pakte de arm van de vrouw die voor me stond
en beet haar toe: "Ziet u die dame daar, met die zwarte jurk en die twee
wijnglazen?" -
"Ja", zei ze zachtjes. Het klonk alsof ze gedwongen werd
haar eigen doodvonnis te bevestigen. 
"Die vrouw weet alles van mij. Gaat u het haar maar vragen". 
En ik draaide me om, baande een weg door de ogen, de oren, door de
spoken van mijn verleden en bereikte met moeite de buitendeur. De
ijskoude wind voelde als een frisse bries. De spoken vormden een 
kring, dansten, zongen in het Koerdisch en staken hun tongen naar me
uit. Op dat moment, in een flits van woede, wilde ik ze zien branden. 
Ik schaamde me voor mijn gedachten, liep door de straten van 
Amsterdam en besloot nooit meer naar verjaardagen te gaan. 
   
"Waar kom je vandaan?"  "Ik ga dáár zitten, dan hoor ik het beter..." 
   

Maar niets is veranderlijker dan de mens. Mijn belofte heeft ruim tien
jaar stand gehouden. Toen ging ik weer naar kleine verjaardagen van
mensen die me kenden, die niet hoefden te vragen waar ik vandaan 
kom. In juni van dit jaar trad ik op met gedichten voor een bescheiden
publiek. De andere dichter was Simon Vinkenoog. Zijn vrouw nodigde
me na afloop uit voor zijn tachtigste verjaardag in juli, in de centrale 
openbare bibliotheek in Amsterdam. Ik had zes weken de tijd om te 
bedenken wat ik met de schizofrenie zou doen als ik besloot toch te 
gaan. En ik ging. 
Bij de lift van de bibliotheek wist ik al dat ik de steppewolf was. Een die
de dood altijd bij zich draagt. En bij de kantine aangekomen was de
woestijn weer daar. Natuurlijk zoek je bekende gezichten en die waren
er ook. Gelukkig. De moeder aller vragen werd niet gesteld. 
Vóór de festiviteiten in het theater was ik niet passief, ik maakte kennis
en vergaarde informatie. Ik was wel op mijn hoede om niet de vragen te
stellen die van een mens een wolf maken. 

In de theaterzaal zat ik naast een jonge vrouw van in de dertig met 
donker krullend haar. Toen ik haar naam hoorde gebeurde het. Mij
ontglipte spontaan het zinnetje: "Waar kom je vandaan?"
In haar ogen zag ik mijn reactie op al die keren dat de vraag mij de
afgelopen kwarteeuw was gesteld. Dan weet je dat elke poging tot
herstel zal mislukken. Het is beter om dan meteen te stoppen met
praten. 

Gelukkig begonnen de festiviteiten op het podium al snel.
Halverwege de avond fluisterde de dame naast me, met de beleefd-
heid van het kind van een halve gastarbeider: "Ik ga dáár zitten want
dan hoor ik het beter". Ik wist de échte reden. Ik stonk naar een vieze
vraag die normaliter erg beschaafd klinkt. 
Maar ja, ik had me niet gerealiseerd dat ik zo geruisloos geïntegreerd
was. Ik kon de activiteiten nauwelijks meer volgen, werd gehinderd
door mijn spoken. Tientallen steppewolven zaten naast me en in me.
Al meer dan een kwarteeuw probeer ik er achter te komen waarom ik
het vervelend vind als mensen mij naar mijn afkomst vragen, terwijl ik
er boeken mee vul en er ellenlange artikelen over schrijf. Is het een
diep verlangen om als gelijke behandeld te worden en niet alleen in
die allochtone kooi te moeten zitten, hoe ruim en luxueus ze die ook
maken? 
Ben ik een claustrofoob? Is elke ontheemde mens die de grenzen van
zijn (innerlijke) land achter zich heeft gelaten geen claustrofoob? Ben
ik een borderliner? Of heb ik, net als elke vreemdeling, iets te verber-
gen, heb ik ergens over gelogen zoals Ayaan Hirsi Ali dat deed?
Bij de vraag 'waar kom je vandaan' schrikt er in ieder geval iets wakker
in mij, iets van de onherstelbare schade die het vertrek uit mijn land
heeft veroorzaakt, en waarmee alle wezens uit mijn verleden tot wolven
worden die aan mijn ziel knagen. 

© Ibrahim Selman 

  Dit artikel werd op 15 november j.l. gepubliceerd in Letter en Geest 
van het dagblad Trouw. 
Ibrahim Selman is schrijver, acteur en filmmaker. 
Zijn roman 'Aline' verschijnt binnenkort bij uitgeverij Meulenhoff.
   
 
Dichter des Vaderlands  - Wie van de tien spel, geleid door Jeltje - door John Zwart, geplaatst 31 oktober 2008 
   

Het lijkt nog niet zo lang geleden. De opvolging van de eerste Dichter
des Vaderlands, Gerrit Komrij deed destijds heel wat onpoëtisch stof 
opwaaien. Wát 'n verontwaardiging toen Driek van Wissen als een 
soort Barack Obama massaal stemmen verwierf door royaal met badges
en balpennen strooiend door het land te trekken. 'Driek for president' 
of zoiets. 
Schande spraken de gevestigde grootheden, zoals I.L.Fluiter, ervan,
die daadwerkelijk naar de begeerde functie konden fluiten toen zij ruim
gepasseerd werden door Driek de sonnettenbakker, gesteund door zijn
grote supportersschare.
Dat was in 2005, en ja we naderen 2009, het is alweer bijna vier jaar 
geleden. Driek moet zijn aanzienlijke status binnenkort inleveren. Per
28 januari 2009 gaat een nieuwe Dichter des Vaderlands zijn troon 
bestijgen. 

De organisatie durft een open verkiezing blijkbaar niet aan. Er is een
commissie onder leiding van ex-tweedekamer voorzitter Jeltje van
Nieuwenhoven ingesteld, die in al haar wijsheid heeft bepaald welke 
tien van de honderden Nederlandse dichters een kans mogen maken
als troonopvolger. Wie zijn die tien? 

In alfabetische volgorde: Tsead Bruinja, Maria van Daalen, Ruben van
Gogh, Ingmar Heytze, Joke van Leeuwen, Erik Menkveld, Ramsey 
Nasr, Hagar Peeters, Ilja L Pfeiffer en Marjoleine de Vos. Wij als publiek,
mogen niet stemmen, maar mogen wel invloed op de commissie trachten
uit te oefenen bij het promoveren uit de 'longlist' naar de 'shortlist'. 

Er staat een contactformulier op de speciale internetsite. Vanaf vandaag
mogen we aangeven wie van hen naar onze mening kans moet maken.
Dan maar hopen dat Arjen Fortuin, Hester Knibbe, Thomas Vaessens
en Bas Kwakman, onder de bezielende leiding van Jeltje met de dikke 
"L" zich daar iets van zullen aantrekken. 
Op 1 januari eindigt die termijn, de dag daarop maakt de commissie
de 'shortlist' bekend. Dan mogen we ècht stemmen, tot 27 januari... 
Op woensdag 28 januari zendt TV Nederland 2 het programma 
"Avond van de Poëzie" uit. Daarin wordt de uitverkiezing met luide 
fanfares door Jeltje bekendgemaakt. 

© John Zwart voor Hernehim Cultuur - 31 oktober 2008 

 

   
 
 
Engkaans  - Is het ongenoegen van Floris Brown, geplaatst 9 oktober 2008 
   

Het ongenoegen van John Zwart* over het ernstige verval van de 
Nederlandse taal, door klakkeloos importeren van Amerikaanse
woorden en uitdrukkingen en allerlei 'jargon', vindt navolging in het
moderne Zuid Afrika. Floris Brown strijdt voor het Afrikaans dat
nog veel ernstiger bedreigd wordt door "verengelsing". 

*) lees ook de column "Taal" hieronder. 

"Dames en Here, dit is vir my vanaand 'n groot eer en voorreg om op
my sestigste verjaarsdag, 10 September 2008, aan u voor te hou die
12de nie-amptelike taal van die Republiek van Suid-Afrika naamlik:
ENGKAANS. 
Ek wil dan graag alle media uitgewers en bydraers tot ons nuwe taal 
gelukwens met hul volgehoue ondersteuning en publisering van hierdie
taal... 
Ja, Dames en Here, met 'n gebrek aan woordeskat, is dit beslis nié 
AFRIKAANS nie, maar 'n eiesoortige kromtaal manier van Afrikaans 
skryf en praat. Dit is dan ook opvallend hoe die Duusvolk en Duusmanne
en vroue hierdie nuwe taal omhels, vreugdevure aansteek, juig en dit 
uitbasuin as dié perfekte taal waartoe Afrikaans hom hedendaags leen,
die taal van die nuwe geslag, die "inwees -alles -wat -verkeerd -is- 
regskiet" generasie. 
Ek sien hoe baie Afrikaanse Taalpuriste hierdie skryfsels teen hul 
mure uitgooi en hoe geïrriteerd hul gedagtes draai want sien, baie van
ons opreg Afrikaanse koerante en tydskrifte neig om ingesluk te word
deur "Engkaans" en al meer Engelse boekresensies verskyn in dít wat
Afrikaans moet wees en lees."  

 

"Ja, ek hoor hoe die reeds gestorwe helde vir Afrikaans sal vra: "Is ons
nog in Suid-Afrika? Is dít die Afrikaans waarvoor ons gesterf het? 
Praat en skryf niemand dan meer Afrikaans nie??" 
Dames en Here, ek het in die verlede, baie geld spandeer as 
ingeskrewe lid op hoë gehalte goeie goeie Afrikaanse tydskrifte. O hoe
het ek my nie angstig gehaas na die poskantoor om my boeke af te
haal nie. Ek het goeie digters nagejaag, nagelees en by hul hoë 
standaard van poësie skryf heeltyd geleer. Skielik verdwyn die poësie.
Skielik verdwyn die goeie artikels en alles maak plek vir hoë gehalte
advertensies. Die ekonome sluk Afrikaans in en verander hierdie hoë
gehalte tydskrifte in "hoë gehalte glans advertensie blaaie".  
"Engkaans" sluip in en neem oor.
Dames en Here, ek sluit af met my eie nuutskepping slagspreuk: 
(Praat van die duiwel en trap op sy stert?) Nee - 
"Praat van die Engel en streel sy vlerk." 
Gee Afrikaans sy Engele vlerk en laat Afrikaans Afrikaans! 
Slegs Afrikaans hoog vlieg! Die hemele in!
Juig Afrikaans in ons Republiek Suid-Afrika!" 

© Floris A. Brown  
    florisbrown@mweb.co.za 

 
   
Taal - Het ongenoegen van John Zwart, geplaatst 21 september 2008 
   

Wat is er toch aan de hand met de taal? Dat vraag ik mij al een aantal
jaren af en mijn ongerustheid neemt alleen maar toe. 
Intussen worden er nog steeds allerlei relativerende opmerkingen 
gemaakt door lieden, die menen dat het allemaal zo'n vaart niet zal
lopen. Bovendien, vallen anderen bij, is taal niet statisch. Door de tijden
heen is de taal voortdurend veranderd, oude woorden raakten in onbruik,
nieuwe woorden ontstaan. 

Dat is allemaal goed en wel, natuurlijk vind ik óók dat de plechtstatige
taal van eind negentiende en begin twintigste eeuw niet meer in deze
tijd past. Dat het zeventiende eeuwse Nederlands van Joost van den
Vondel of Jacob Cats zó ver van ons af ligt dat we moeite moeten doen
om het nog te kunnen begrijpen. 
Niet bruikbaar geworden in communicatie van vandaag de dag. 
Maar wat er nu aan de hand is lijkt me toch iets anders. Het lijkt op de
ongemakkelijke waarheid, 't ziet er uit alsof zich óók al een klimaat-
probleem ontwikkelt rond onze taal. 
Onder invloed van een reeks van ongunstige processen raakt de 
Nederlandse taal in versneld tempo sterk vervuild. Zoals door het in 
hoog tempo verbruiken van fossiele brandstoffen en dumpen van afval-
stoffen moeder aarde wordt vergiftigd, zo wordt onze taal vergiftigd 
door interessantdoenerij en gemakzucht. Massaal worden Engelse 
leenwoorden gebruikt voor begrippen waarvoor uitstekende Nederlandse
woorden bestaan en vaak ook nog een keur aan synoniemen. 

 

Het bedrijfsleven wil graag een alert en actief elan uitstralen en 
men denkt dat zoiets alleen kan met het gebruik van herhaalde 
mantra's, afgekeken van het snelle Amerikaanse zakenleven. 
Hun onstuitbare dynamiek denken ze uit te stralen door zich óver
de hoofden van hun Nederlandse klanten heen tot 'de wereld' te 
richten met Engelstalige bezweringen. 
Je zou van de intelligentsia verwachten dat ze zich als de milieu-
beschermers van de taal opstellen, maar niets is minder waar. 
Dat politici nogal wat brabbeltaal uitslaan verbaast me eigenlijk 
niet - maar als ik een museumdirecteur, enigszins in zijn wiek 
geschoten toen hij op een streekaccent werd betrapt (sic), hoor
zeggen: "We moeten omturnen naar een nieuwe mindset", dan 
staan mij de tenen krom in de schoenen. Gevierde acteurs en 
schrijvers (!) hoor ik om de haverklap het afschuwelijke "impact" 
gebruiken en het turven van de stoplap "zeg maar" heb ik na 'n
score van 14 keer per minuut maar opgegeven. 

Misschien dat België op termijn toch wel uiteen gaat vallen. 
Mocht dat er toe leiden dat de invloed van de Vlamingen op onze
gezamenlijke Nederlandse taal zal versterken, zou dat een 
positieve wending kunnen betekenen. De Vlamingen laten zich niet
zo snel gek maken en zij hebben vele honderden uitstekende 
Nederlandse woorden bewaard die in Nederland nog zelden worden
gehoord. Het is niet voor niets dat zij altijd het hoogst eindigen bij
het Groot Dictée der Nederlandse Taal. 

© John Zwart - 20 september 2008 

 
 
McCarthy in Holland - Column van John Newswatcher, geplaatst 5 september 2008 
 

Mijn vader was in zijn jonge jaren een communist. Dat is niet zo
verwonderlijk, hij maakte de diepste economische crisis ooit mee,
massaontslagen, de duw- werkverschaffing en zag met schrik de
dreiging groeien van de nazi-terreur vlak over de oostgrens. 
Een enorme verandering voltrok zich in de eeuw van mijn vader. Na
de tweede wereldoorlog openbaarde zich een nieuwe tegenstelling.
De koude oorlog bracht nieuwe terreur, onmiskenbaar, van de 
sovjets in Hongarije en Tsjecho-Slowakije. 
Onder die invloed verflauwde zijn eens zo felle overtuiging. 

Zo kan iemands politieke inzicht opschuiven door nieuwe ervaringen.
Maar in de jaren vijftig hield mijn vader zijn vroegere communistische
sympathieën liefst in 't verborgene. Waarom dat was, begon ik later
te begrijpen, toen ik ouder werd. 
Ik zag hoe in het land van onze bevrijders die we zo bejubeld hadden,
het land van de vrijheid en onbegrensde mogelijkheden, een ware
heksenjacht werd gehouden. Iedereen die ooit communistische
sympathieën had, of zich er maar in het verleden positief over uitliet,
werd gediscrimineerd. In de ogen van McCarthy en de zijnen waren
dit onbetrouwbare Amerikanen die nooit loyale staatsburgers konden
zijn. Acteurs mochten niet meer optreden en werden van elke nieuwe
rol uitgesloten, kunstenaars werden 'besmet' verklaard, werknemers
ontslagen. Naijver bij promotiekansen leidde tot 'verraad', carrières 
werden gebroken. Een merkwaardige overeenkomst met het begin van
de Jodenvervolging onder de nazi's. Die breidden hun heksenjachten
ook spoedig uit tot de landen die onder de voet werden gelopen. 

Niet verwonderlijk dat mijn vader vreesde dat de communisten-
jacht ook wel zou komen overwaaien vanaf de andere kant van de
oceaan. 

In de achter ons liggende decennia hebben zich opnieuw grote 
veranderingen voltrokken. Ook binnen de Nederlandse politiek, waar
regeringen eerst nog ongestraft de volksvertegenwoordiging konden
beliegen of helemaal buiten spel zetten, is dat nu gelukkig heel wat
minder gemakkelijk geworden. Actievoerders van toen gingen op
legale wijze politiek bedrijven, vormden lobby's of namen zitting in
de tweede kamer. 
Maar de voorzichtigheid van mijn vader: "een moord is na twintig jaar
verjaard, maar voor een verkeerde sympathie blijven ze je levenslang
natrappen, als je ze de kans geeft", die is nog even realistisch. 
Helaas kon Wijnand Duivendak niet bij hem te rade gaan, het is 
alweer bijna twintig jaar geleden dat hij is gestorven. Hij had hem 
raad kunnen geven: "schrap die passage joh, verjaard of niet verjaard,
je zult nagetrapt worden". 

Hij had gelijk, hun kwaadaardigheid kent geen grenzen, iedereen
wordt besnuffeld, en erg genoeg is het door lieden waarvan sommige
terecht zelf in kwade reuk staan. 
McCarthy's ghost waart door Holland. 
En iedereen lijkt in zijn schulp te kruipen. 

© John Newswatcher - 4 september 2008 

   
 
 
Waarschuwing - Inflatie dreigt - Column van ZiggZagg over de corrosie van de superlatieven, geplaatst 21 augustus 2008 

Het is geen makkelijke tijd. Economisch gaat het de wereld niet voor
de wind. Kredietcrisis, energiecrisis, klimaatverandering, toenemend
geweld waar dan ook, en met de overbevolking wil het ook maar niet
neerwaarts. Steeds vaker zijn de ellebogen nodig voor een beetje 
profilering. 
De reclame staat inmiddels bol van de superlatieven. Na super, ultra,
en mega mag het woord superlatief wel megalatief gaan heten. Het
buitengewone begint gewoon te worden. 
Tussen het schreeuwlelijken door vallen de sobere berichten in de
reclameblokken niet meer op. Zelfs nieuwsitems willen liever een shock
effect bewerkstelligen dan onafhankelijke objectieve berichtgeving voor
te staan. Waarom willen die lui van het journaal ons toch steeds weer
rampspoed aanpraten met futiliteiten terwijl de echte rampspoed zit
verpakt in onopvallendheid. Tussen de overdaad aan Olympische 
Spelen verdwijnt zelfs een complete oorlog in Georgië achter de score-
borden, of de wereld er nu mee op zijn kop komt te staan of niet. 
Het wordt steeds moeilijker de natuurlijke drang tot onderscheiden in
de praktijk te brengen. Witte was werd van witter dan wit ineens ultrawit,
een simpel drankje aanprijzen kan niet meer zonder extreme vormen
van joligheid; de vormgeving van een nieuw model auto kan niet zonder
de verbouwing van een complete stad; en ga zo maar door. 

Nu ook het taalgebruik er onder gaat lijden, is een indringende winst-
waarschuwing wel op zijn plaats. Voor de taal is dat redelijk uniek (zo’n
woord dat zich laat vertalen als ‘enig in zijn soort’, iets waarvan geen
tweede exemplaar bestaat). In de Volkskrant dienden zich deze week 
de eerste tekenen van inflatie aan. Het superlatievengebruik begint nu
werkelijk zorgwekkende vormen aan te nemen. De waarde van groteske
woorden duikelt. De eerste symptomen zijn gesignaleerd in een artikel
over de vele huwelijken op 08-08-08 (een geluksgetallencombinatie). 
In groten getale verdrongen de stellen zich rond het altaar.
De trouwambtenaar in Delft zei dat ondanks de vele stellen die deze 
datum hadden aangegrepen, voor haar ieder bruidspaar ‘uniek’ is. Voor
de verslaggever was dit aanleiding onder de begeleidende foto, waarop
een huwende Louis van Gaal met bruid, te schrijven: ‘Het uniekste 
bruidspaar’. Daarmee was hij niet door zijn superlatieven heen. Aan het
eind van zijn stuk schreef hij over dit huwelijk  ‘...er kon op 08-08-08 
maar één Nederlander het alleruniekst zijn.’ 
Hoe uniek; hoe megalatief? Kent u de waarde van uw superlatieven nog?
U bent gewaarschuwd. 

© ZiggZagg 

 
 
 
Terrasjesweer - Column over de kwaliteit van het moderne leven door John Newswatcher, geplaatst 2 augustus 2008 

"Heeft iedere Nederlandse man een hogedrukspuit?" vroeg me onlangs
een Turkse Nederlander. Zo worden we weer eens met onze neus op
de feiten gedrukt. Als het toch de allochtonen al opvalt, dan moet het
wel erg zijn. 
Wat? Hoe het gesteld is met onze welvaart, ondanks onze klaagzang
over de economie, die weer eventjes ophield met steeds maar verder 
uit zijn voegen te barsten, dat we godbetert zelfs belásting moeten 
betalen over onze zónvakantievluchten. Tsss. 

Als er dan wat te klaagzingen valt, dan moeten we 't onze opvolgende
regeringen maar eens gaan aanwrijven. Het lijkt wel alsof elke minister
een flink aandelenpakketje in een mix van Gamma, Formido, Karwei 
etc. in zijn droge schaapjesportefeuille heeft zitten. We betalen accijns
en allerlei belastingen die onze hoeders van ons welzijn bedachten op
de dingen die ze slecht voor ons vinden. Zo willen ze ons remmen door
zaken heel duur te maken. Verklarende dat er dan minder energie, 
minder verpakkingsmateriaal etc. zal worden verbruikt. Tot mijn verbijs-
tering ontdekte ik onlangs dat er intussen zelfs 'drinkwaterbelasting' 
wordt geheven. Waterdrinken is blijkbaar ook slecht voor ons, weinig
water drinken tenminste, want als je heel erg véél kubieke meters
consumeert wordt het weer belastingvrij. 

Wie bedenkt zoiets, dezelfde onnozelen wellicht die aan de ergst 
oenemende vervuiling van ons leefmilieu geheel voorbijgaan. Niemand
denkt aan lawaai. Lawaai ja, dat is de grootste groeier van menselijke
ergernis en bedreiging van de gezondheid, die om zich heen grijpt.
Al die bouwmarkten stampvol met spotgoedkoop made-in-china-spul 
dat allemaal bij productie en transport gigantisch vervuilt en bij het 
gebruik onverdraaglijk lawaai produceert. 

Na een lange periode van kille dagen met harde wind, werd 't eindelijk
weer eens aangenaam zomers voor buitenactiviteit. Dan denk je aan 
rust, aan je tuinstoel, aan een drankje bij de hand, onder het genot van
een mooi boek of een zacht muziekje op de achtergrond. Nou vergeet
het maar. Op hetzelfde moment als je de parasol opzet ontwaken ze:
de hogedrukspuiten, de motormaaiers, de cirkelzagen, de slijptollen,
de schuurmachines, de terrasbestratingtrilplaten, en verschrikkelijk, de
allerverschrikkelijkste van alle, de kantentrimmers. 
Tot gekwordens toe. 
Moet je toch nog op reis, goed voor Schiphol en Wouter Bos. 

© John Newswatcher -1 augustus 2008 

 
 
 
Traditie en mode - Column over lichaamsversiering van John Newswatcher, geplaatst 8 juli 2008 

In het algemeen ben ik niet zo gecharmeerd van tattoo's. Traditioneel waren tattoo's
populaire lichaamsversieringen in de tijd van 'mannen van ijzer op schepen ven hout'.
Als zeeman was ik natuurlijk vaak met een flink aantal getatoeëerden omringd.
Nieuwe aanwas kwam van de jongens, pas van school, die bij thuiskomst van hun 
eerste reis beslist die stoere ervaring moesten tonen met een plaatje op hun nog 
tere jongensvel. 
Onder de volwassen mannen waren er bij met hele schilderijen, ooit toegewijd aan
geliefden, waarmee het inmiddels allang "uit" was. Veel tattoo's kwamen tot stand 
in licht beschonken toestand. Zelf heb ik me er van weg gehouden, de meeste
'modellen' vond ik ook niet eens mooi, mijn smaak ging toen al wat verder dan een
anker, een zeemeermin of een gestileerd zeilschip met bollende zeilen. 
Ouder wordend was ik blij helemaal géén tattoo's te hebben laten zetten, immers 
bij de meeste oudere mensen worden die dingen steeds valer, lelijker en geleidelijk
vervormd. Het enige waarover ik in twijfel heb gestaan was mijn linkeroorlel te laten
doorboren voor een gouden oorring. Dat is eeuwenlang een traditie bij zeelieden
geweest en werd beschouwd als de garantie voor een waardig afscheid van het 
leven. Mocht je bij een scheepsramp omkomen en ergens op vreemde kust
verdronken aanspoelen, dan was de oorring een identificatie en de opbrengst ervan
dekte de kosten van begrafenis. Op dat moment ontbrak mij echter het geld voor 
de massief gouden oorring, die zou worden gegraveerd met mijn naam, geboorte-
plaats en datum. Mijn oorlel heb ik toen ook maar niet laten doorboren. 

Toen het mode werd bij de vrouwen om zich te laten tatoeëren had ik er meteen
mijn bedenkingen tegen. 
Het begon met kleine vlindertjes, hartjes of bloemetjes op hun schouder, dat kon
er nog mee door, maar ik voorzag al hoe het zou verder gaan.... 
En natuurlijk werd mijn voorspelling wáár. Al heel gauw waren borsten, buik en 
billen aan de beurt en de tattoo's werden almaar groter en groter. Ik zag een 
fotomodel met een tattoo van een paradijsvogel die zich uitstrekte van boven de
navel tot onderin haar lies, zij maakte van haar tattoo haar handelsmerk. 

Velen zullen er later spijt van krijgen, ze blijven nu eenmaal niet levenslang
strakke, frisse, soepele jonge meiden, maar de tattoo blijft wel een leven lang.
De waardering voor de vrouwentattoo onder de jonge mensen van nu begint 
ook al te tanen, vooral voor de trend van de overdadige versiering van de 
onderrug. 
Ik ving onlangs een stukje van een gesprek op tussen twee twintigers: 
"Ze had zo'n gigantisch reetgewei op haar kont!" 
Oei, dacht ik, en ze dacht misschien wel daar erg mooi mee te zijn - en wie
weet hoeveel ze daar nog voor heeft betaald. 

© JohnN 
juli 2008 

 

lekker stoer

 
 
 
Wie schrijft die blijft - Cursiefje gewijd aan "OpSpraak" op papier, geplaatst 19 juni 2008 

Schrijven-en-blijven-geen-probleem in het OpSpraak zomernummer.
Het blijft tobben voor schrijvers die op een kluitje vooraan willen staan 
bij het uitdelen van lauwerkransen als voorbode voor roem na het graf.
Bij de twintigste Albert Verweylezing, in 2004 uitgesproken door 
Geerten Meijsing, komt literaire roem aan de orde. 
Hij omschrijft succes als een instantpudding, die gemakkelijk is aan
te zien voor roem. Hij denkt dat alleen het onafscheidelijke trio talent,
sociale intelligentie en blinde ambitie de schrijver een kans kunnen 
geven op een plekje in de eregalerij. 

In 't nieuwe OpSpraak magazine, dat eind deze maand van de drukpers
rolt, komt dit probleem aan de orde. Naar aanleiding van de expositie 
"Lectori Salutem" – Boek en Oudheid in het Allard Pierson Museum in
Amsterdam gaan Jos van Liempdt en Jet van Swieten op zoek naar de
‘scriptorem salutem’, naar het schrijven-en-blijven-geen-probleem
verhaal. Zij geven 25 tips waarmee overlevingskansen aanzienlijk zijn te
vergroten. Pepijn Uljé maakte er een prachtige cartoon bij.

JvS 

 
 
 
De Nachtburgemeester - Gastcolumn van Arnoud de Jong, geplaatst 27 mei 2008 

Amsterdam - Bij terugkomst van vakantie vond ik een wervend mailtje van ene Mister
Rosso. Hij wilde nachtburgemeester worden. Op 19 mei kon ik in Paradiso op hem
stemmen. Om mijn motivatie nog wat op te krikken had hij er een foto van zichzelf bij
gedaan. Daarop stond een duister jongmens met een grote koptelefoon en een 
zonnebril op z'n hoofd. Dit werkte bij mij contraproductief. Mister Rosso zal best een
aardige en geschikte vent zijn, maar qua uiterlijk is dit nu juist het type dat ik 's nachts
liever niet tegenkom. Sta je net lekker te wildplassen in de Dubbeleworststeeg, komt
ineens de nachtburgemeester even gezellig aanschuiven. 
Dat wordt razendsnel afknijpen en gillend wegrennen. 
Maar goed, Mister Rosso heeft geen last van me gehad, want ik was er niet 19 mei. 
En hij werd trouwens géén nachtburgemeester. Die positie is veroverd door de dames
Kristel Mutsters en Josine Neyman, gebundeld onder de naam 'Club zonder filter'.
Wordt dus een duobaantje. 
Ik heb het allemaal kunnen lezen in een uitgebreid verslag van de avond op 
"DJ-Broadcast". 
--

Waarom heeft Amsterdam eigenlijk een nachtburgemeester nodig? Ja, om een 
brug te slaan tussen nachtleven en politiek, wordt er dan gezegd. Die brug kun
je wel vergeten: een nachtburgemeester slaapt overdag, de politiek 's nachts. 
Volgens sommigen zelfs overdag óók. Dit verschil in bioritme praat wat lastig. 
We schijnen al een aantal jaren een nachtburgemeester te hebben gehad. 
Nooit wat van gemerkt, maar dat ligt aan mij. Doet er niet toe, mijn punt is dat
we nu maar eens eerlijk moeten toegeven dat het hele idee van die nacht-
burgemeester gejat is van Rotterdam. En nog slecht gejat ook. 
Want in Rotterdam hebben ze van oudsher Jules Deelder. Die hoefden ze niet
te kiezen, die is het gewoon. Jules Deelder is de personificatie van het nacht-
leven, hij belichaamt de poëzie van de nacht, de seks, de drugs, de jazz. 
Hij is een charismatische nachtburgemeester, een man die niet hoeft uit te 
leggen waar hij 's nachts een zonnebril voor nodig heeft. 
En waar komen wij mee? Met Kristel en Josine. Of andersom. 
I rest my case... 
                                                                 © Arnoud de Jong
 
 
 
De bruid gekaapt - Kort pinksterverhaal van Jos Zuijderwijk, geplaatst 10 mei 2008 

We wandelden langs de Vinkeveense plassen. Waar? Ik zou bij God niet weten 
waar. Het was een heel mooie tweede Pinksterdag. We waren met zijn twee, 
Acacia en ik. Genoten van de dalende zon. Gedicht werd ooit:
"De uitvinding van de romantiek 
De zon gaat onder 
ik voel me bijzonder" *) 
Dat stond in een studentenblaadje, herinnerde ik mij. Van allemaal studenten die
op de uitvreter wilden lijken, schrijven als Nescio en ook een overbetaalde baan 
waarin je kon flierefluiten. We liepen op zo'n meter of twintig van het water met 
een prachtig ver gezicht. 
Met van die zeiltjes op het water. Zwoel de avondzon. We gingen over een ophaal-
bruggetje dat twee plassen met elkander bond. 
Wij voelden ons dichter, ik speciaal. Acacia was meer schilderes, daarom pasten
wij ook zo bij elkaar - die dag. Mooie avond was het, hoe vroeg nog ook. 
Een avond die vroeg om wat? Ik wist het toen nog niet. 
De vogels floten dat het een lust was.
"Af en toe een huis / of een kombuis / 
Het leven wil wat / de plas geeft dat"
. Zo dichtte ik voor Acacia en zij was vol
begenadigdheid. Zich zo met den dichter, die nog nooit gedicht had, te vertreden. 

Ineens veranderde het panorama. Er kwam een uitspanning in het zicht. 
Met vele keuvelende lieden, deftig aangekleed, de glazen in de hand. Ik sprak: 
"De dichter is / Waar fuif is". 
Wij gingen op het lome pad dat leidde naar de glazen die grote geesten vullen met
vloeiend de substantie. Wij zeiden nog: 
"Als dat maar niet openbaar is / Want er zit geen monnee / in onze portemonnee".
En het was niet openbaar. Het was een bruiloft. De bruid was een prinses, de 
bruidegom een aankomende prins. Wij vulden onze ballonglazen met champagne
en daarna met Médoc, meedogenloos qua passie. Moeiteloos pasten wij ons aan.
Ieder vroeg: "wie bent jullie?". Ze kenden ons niet. 
Waarop ik antwoordde: "Ik ben de dichter". 
En Acadia zei:
"Ik ben zijn penseel". 
De prinses echter, die nam daar geen genoegen mee. 
Zij verschoof haar sluier en zei: "dicht dan eens voor mij". 
Ik zei: "u brengt mij in verlegenheid wonderschone dame". En toen dichtte ik: 
"Wij deden het in passie 
Gekeken onderwijl naar Lassie 
Die nog niet gerezen was". 

"Oh wat ben je mooi", zei de prinses die ook nog bruid was. Ze was verrukt en 
hief met mij het glas terwijl Acacia zich beeldend met de bruidegom onderhield.
De schone bruid vroeg, glimmend met haar liefste lach: 
"weet je er nog meer zo, uit je hoofd?" 
"Niet zo van mezelf", zei ik, "het echte werk schuif ik voor me uit". 
"Kom mee", zei ze in verrukking en ze nam me mee naar een geheime kamer
vol met bloemen en een bruidsboeket. 
Ze zei smachtend: "kom op, ik wil je horen". 
Ik zei: "Goed dan, een waarschuwend dicht. Heel oud."  
Ik declameerde: 
"Een vaersje in een voorreede te pas gebracht 
't Onnozel volkje houdt poëeten 
Voor dwaazen, hoofden dol van waan. 
Maar wilt gy de oorzaak daar van weeten? 
't Ziet gekken voor poëeten aan".**) 
Hare ogen waren betraand van al het schone hier ten gehore. Hare wangen
glunderden van kunstzinnigheid en artisticiteit in haar genot. Nu stond zij 
volstrekt in lichterlaaie en zij stortte zich bovenop mij. En ik, ik stortte mee,
met het glas nog in de hand. Daar komen scherven van, herinner ik mij nog
de gedachte.

Zestien minuten later, toen wij enigszins aan het bedaren waren van 
ongekend die heftigheid ging de deur open. Daar stond de vader van de
bruidegom: "Wat mot dat?" Alsof-ie zelf geen kijkers had, deze onnozele.
De waard, hij kwam erbij, hij kent zijn gasten. En toen vier stevige kerels 
met handen als kolenschoppen. Door hen werd ik naar het water gedragen.
Op handen gedragen dichtte ik:
"Ondeugd / Geeft geneugt" terwijl Acacia
naar mij wuifde. 
Het werd helemaal nat en koud om mij heen, dat weet ik nog. 

© Jos Zuijderwijk. 

Bronnen: 
*) Rudi ter Haar in Propria Cures - zie G. Komrij Bloemlezing 19/20 blz 946 
**) Pieter Langendijk (1683-1756) - zie G. Komrij 17/18, Bert Bakker 1996. 

 
 
Van boekenpolonaise en boekenlied - Gastcolumn van ZiggZagg, geplaatst 30 april 2008 

‘Er zijn in Nederland meer dichters dan er lezers van dichtbundels zijn,’ spiegelde
enige tijd geleden een kenner mij voor. En inderdaad, de dichters overspoelen onze
contreien. Alle werken zij even serieus aan hun opgang in dichtersland. Er wordt 
wat afgezwoegd en afgeploeterd. 
Onstuitbaar overspoelt die lyrische golf stad en land. De kostbare parels en koralen
gaan vergezeld van de nodige guppen en krabben. De sedimenten tezamen vormen
een grote, onoverzichtelijke brij. 
Boekhandels klagen al jaren steen en been dat het meeste wat hun geboden wordt
kwalitatief weinig meer om het lijf heeft dan een eendagsvlieg die haar vleugels al 
voor de geboorte is kwijtgespeeld aan een orgeldraaier met liefdesverdriet. 
Om te janken. Toch is de boekhandel verheugd. Het heeft de koper behaagd de 
winkels te blijven bezoeken en boeken te kopen; vele malen meer dan een mens kan
lezen. En dat gebeurt: meer boeken verkocht, minder gelezen.

Er is geen tijd meer om te lezen. Dit jaar zelfs minder dan ooit. Amsterdam Wereldboekenstad belooft ons een jaar dat in het teken van boeken staat. De stad
zindert van activiteit, zo sterk, dat zelfs de meest verstokte lezer niet meer toekomt
aan wat je met een boek eigenlijk behoort te doen: stil zitten, rust zoeken en lezen.
Wie deze keuze nog wel wil maken, zal raar staan te kijken als er nog ergens een 
plekje te vinden is waar alleen de rust nog zindert. Negen van de tien keer loopt er
toevallig net een boekenpolonaise onder het raam voorbij of schalt het nationale
boekenlied van de hoogste toren.
Groot voordeel bij deze bruis en borrel is, dat al die dichters 't ploeteren en zwoegen
dit jaar wel eens even zouden kunnen afzweren om zich in borrel en bruis te kunnen
begeven en zich laten overspoelen door die bikkels van de commercie. De ware 
dichter laat zich niet afleiden. Dat brengt meer glans aan de zeldzame sedimenten.

©ZiggZagg

 
 
 
Weerzien met Antwerpen - deel 1 - korte reisimpressie, geplaatst 10 april 2008 

Zo alleen rondlopend in het oude Antwerpen wordt het ook een teruggaan naar mijn 
jonge jaren. Mijn allereerste zeereis, de kortste ooit, van Amsterdam naar IJmuiden 
en bij Vlissingen alweer naar binnen, had de Scheldestad als bestemming. Later zou
ik er nog vele malen terugkomen. Nog vóór ik de stad bereik, rijdend over de baan 
(veel breder dan vroeger), kijk ik uit naar het oude wielerstadion. Het staat er nog, 
maar het heeft een nieuwe, groene kap gekregen. Ik sla af naar het stadshart en zoek
de rivier. Zodra ik daar loop, voel ik weer hetzelfde plaveisel onder mijn voetzolen dat
mijn jongensvoeten leerden kennen. Het zijn zeer beslist dezelfde kasseien die hier 
nog altijd liggen. Een effectief plaveisel om de auto's tot kalme snelheid te manen, 
je kúnt hier gewoon niet hard rijden. Behalve dan die ene taxichauffeur, jaren geleden,
die het voor elkaar kreeg mijn lief tot kokhalzen te brengen. 

Nieuwe indrukken mengen zich met oude herinneringen. Die taxi, met slippende
achterwielen door de bocht scheurend, naar het hotel, dat amper 500 meter verderop
bleek te staan. We konden geen tweepersoonskamer krijgen, de receptionist wilde 
niet geloven dat we getrouwd waren. Hoe jong moet ik er toen nog hebben uitgezien!
Voorbij het Bassin zie ik de lange rij oude hallen met hun gietijzeren kappen, 
vervallen, maar ze zijn er nog, helaas alleen nog in gebruik als overdekte Parking. 
De kaai, waar ik ooit met KNSM zeeschepen - en ook met de "Oranjefontein",
passagiersschip van de Holland-Afrikalijn, later ook nog de Noorse "Havsul" - 
aankwam en vertrok. Die kaai ligt er nog, maar dient alleen tot afvaart van de Flandria
toeristenscheepjes. De spoorrails en de rails voor de laadkranen liggen er óók nog,
maar in onbruik, roestig, op vele plaatsen overdekt met gras en onkruiden. 

   

Het Steen lokt met wapperende banieren. Aan de voet van de trap een standbeeld
van de reus Gulliver met naar hem opkijkende liliputmensjes. Het ziet er nog nieuw uit.
Binnen blijkt juist een tentoonstelling te zijn. Relieken van de Red Star Line. De grote
oceaanstomers waarmee tot aan het jaar 1934 veel landverhuizers van hier naar de
Verenigde Staten vertrokken, vervuld van verlangen naar een betere toekomst. 
Een stukje Antwerpse en Belgische zeevaartgeschiedenis waarvan ik niet eerder weet
had. Indrukwekkende foto's van samengepakte mensen op het dek van een schip:
tussendekpassagiers, reizen als haring in de ton. De mensen moeten desperaat zijn
geweest... Ik ga weer naar buiten, zoek de ruimte. Op de plek waar vroeger een
spoorweg-emplacement was, liggen er nu een oude sleepboot en een marine-
mijnenveger als vissen op het droge. 
Nog verder noordwaarts heeft de Schelde loodsdienst een aanlegplaats.

Op de wal liggen enorme rode, gele en groene boeien, die de vaargeul in de stroom-
draad van de Schelde moeten markeren. De natuur schiep een abstract schilderij 
van zeepokken en ander aangroeisel onder hun waterlijn. Het zijn de oude, die in 
reserve liggen. De nieuwe boeien zijn van kunststof, minder onderhoud... we leven
in een tijdperk van efficiency. 
Nóg verderop noordwaarts nóg een stuk kaai waar nog een paar oude kranen 
werkeloos bejaard staan te worden. Lang geleden al heeft de laatste schilder hier 
zijn verfkwasten opgeborgen. "Cie Internationale Electrique - Liege Belgique" is nog
goed leesbaar. Aan de andere zijde: "Hefvermogen 2000 kilos", museumstukken op
een in onbruik geraakte rivierkade. Het echte werk vindt nu veel verder stroomaf 
plaats in de uitgestrekte containerdokken. 

   

 

        "En altijd lig ik 's middags met mijn fiets
        In ons gras aan je Schelde mijn schepen te tellen.
        Hun loeiende schaduwen aaien de flat van mijn zoon 
        Daarginder in het groen van de Gerlachekaai 
        Maar nooit ben ik van hier, 
        .... 
        Ik heb geen stratenplan op zak van onze verhouding". 

       Uit: "Bres" - Leonard Nolens, VSB Poëzieprijs 11 april 2008 

  

 

   © Foto's en tekst John Zwart - Copyright Hernehim Cultuur 
    

 

Weerzien met Antwerpen - deel 2 - korte reisimpressie, geplaatst 13 april 2008 

Genoeg nostalgie en weemoed gesnoven. 
Dan maar naar de Grote Markt gewandeld. Daar is sinds mijn eerste herinnering niets
veranderd en dat moet ook maar zo blijven. 
De gildenhuizen en het Keizer Karels' Hof, waar ik in vervlogen dagen op het terras 
ooit een diepzinnig gesprek voerde met een meisje, over geschiedenis en ons mensen
en hoe te leven met angst voor de dood. Er zijn altijd scènes uit de film van je leven, 
die als een haarscherp fragment weer opduiken. Van vele maanden, soms wel een 
jaar schijnen alle details gewist, maar enkele gebeurtenissen staan in het brein gegrift,
die vergeet een mens blijkbaar nooit. 


Nog altijd de groepen bezoekers op het plein, druk fotograferend - de huizen en 
het zestiende-eeuwse Stadhuis, alles zoals toen. Maar de mensen zelf zijn wel
veranderd. Grote groepen kleine Chinezen met platte gezichten, aan het hoofd 
een Chinese begeleider die - de rug naar zijn gasten gekeerd - op luide toon zijn
uitleg geeft. Tot mijn verbazing met een microfoon voor de mond, legt hij soms
zijn woorden vast? 
En dan de Kathedraal, onverstoorbaar dominant in het stadshart, met blinkende 
gouden wijzerplaat en wijzers van het uurwerk, ondanks de bedekte hemel. 
Maar de beelden, ornamenten en muren in lichtgrijze steen, dat alles is roetzwart
aangeslagen. 
Dat de stadslucht vervuild is tonen Antwerpens historische gebouwen onverbloemd
aan, daar hoeft men geen ingewikkelde meetrapporten over op te stellen... 
   

Tijd voor het belangrijkste doel van mijn reis naar Vlaanderen: het statige gebouw
uit 1564, Grote Markt 1. Ik ga er binnen en word vriendelijk begroet door de dames
van de ontvangst in het Stadhuis van Antwerpen. Aangenaam verrast tonen zij zich
dat ik 'helemaal uit Nederland' mijn respect kom betonen aan Hugo Claus, de 
Vlaamse literaire reus. Een mooie portretfoto van Claus prijkt in de hal. 
Het eerste gedenkboek ligt er al geheel volgeschreven met eerbewijzen van alle 
bezoekers, die twee weken lang uit de stad en de verre omtrek met dezelfde intentie
naar dit Stadhuis kwamen als ik. Een tweede boek biedt nog ruimte. 
"Voor een vijftiger" heb ik voor deze gelegenheid geschreven. 
Met de meegebrachte vulpen schrijf ik het gedicht op en sluit af met een respectvolle
groet. Terwijl ik er nog mee bezig ben meldt zich nog een bezoeker. 
De dame wil ook, nog juist in het laatste uur van openstelling, iets in 't boek schrijven.
Zij vraagt mijn toestemming, leest even mee over mijn schouder. 
"Ik weet niet of ik er wel even mooi als u over zal kunnen schrijven" zegt ze.

Natuurlijk wil ik weten wat haar betrokkenheid bij de schrijver of wellicht de
mens Hugo Claus is. Wat blijkt, ik heb te maken met actrice en regisseuse B.
Zij vertelt mij over de intense samenwerking met Hugo Claus bij de laatste 
keren dat hij nog zelf als regisseur betrokken was bij zijn eigen stukken. 
Eigenlijk was Hugo een grote leermeester in de regie voor haar geweest. 
De dames van de ontvangst hebben met gespitste oren meegeluisterd naar 
ons gesprek. "Ik dacht al, wat heeft die mevrouw een bekende stem", klinkt het,
"kan het zijn, dat ik u ken van tv?"
Dat is het moment dat voor mij het gesprek ten einde komt. Maar mevrouw B.
heeft mij wel haar kaartje nog toegestoken en ik haar het mijne. De boeken zijn
na het sluitingsuur van het Stadhuis ingenomen en ze worden de volgende dag
overhandigd aan Veerle, de weduwe van Hugo Claus. 

 

Diezelfde zaterdagavond was ik terug in Amsterdam. Antwerpen was mij 
nagereisd in de persoon van de dichter Bart Moeyaert. Een geweldig dichter,
die ik bewonder om zijn mooie taalgebruik. 
Daarbij ook nog een zeer vriendelijk man. 
Vlaanderen brengt weer nieuwe poëten voort. 
"Gedichten voor gelukkige mensen" heet zijn nieuwe bundel, pas verschenen
bij Querido.  De titel dekt de lading. 

© John Zwart, 7 april 2008 

 

 

 

Stadhuis Antwerpen, Grote Markt 1

© Foto's en tekst John Zwart - Copyright Hernehim Cultuur 

   
 
   

Hernehim 

al sinds november 2001 een pleisterplaats voor Cultuurliefhebbers 

© Copyright Hernehim Cultuur 2001-2011  

 

Hernehim is onafhankelijk en vrij - Eindredactie John Zwart