|
Hernehim pagina proza |
Hernehim![]() |
|
Boeiend om te bezoeken. Vrij en onafhankelijk. © HC 2001-2009 |
|
|
|
01.01.2010 |
| Atikelen, Beschouwingen, Commentaar - met betrekking tot de literatuur - Korte verhalen, Sprookjes - | |
| Crisisbestendig - Column van Verbal Jam - geplaatst 25 december 2009 | |
| Ook zoiets
raars: de neiging om de financiële waarde van weblogs te willen bepalen. En dan altijd uitkomen op een nattevingerbedrag, ondanks de ingenieuze berekeningsmethode. Waarschijnlijk is de gehanteerde formule zoiets als het aantal bezoekers maal de Technorati Authority plus de Google Page Rank en dat gedeeld door de AEX-index minus de gevoelstemperatuur.. Ik heb daar geen verstand van. Met dit soort kunstjes houdt men zich bezig
bij ondermeer Business
|
Je zou de
waarde van een weblog ook heel anders kunnen beschouwen. Vanuit de auteur. Iemand die in de loop der tijd 2000 columns op zijn /haar weblog heeft geschreven, had daar misschien bij een krant of tijd- schrift (afhankelijk van populariteit en oplage) tussen de € 300 en € 500 per stukje voor kunnen vangen. Dat is bij elkaar minimaal zes ton. Bruto. Uiteraard is dit bedrag net zo fictief als al die andere 'waardebepalingen', misschien versterkt deze wetenschap toch het ego van de weblogger. De werkelijke waarde van een weblog is
natuurlijk niet in geld uit te |
| Vergankelijk - Een Fragment van F.Starik - 3 december 2009 | |
| Hij moet de
smeulende bank uit de woonkamer naar de badkamer hebben gesleept. Goed plan. Zet je bank onder de douche. Steek met de vuurhaard de rest van je huis in de brand. Sluit de deur van de badkamer. Je wil geen overlast bezorgen. Een paar maanden geleden is al eens iets soortgelijks gebeurd, toen moest de kleinste buurman van eenhoog naar beneden komen om een uit de hand gelopen asbak te helpen doven, een emmer volstond. Dat is toen goed afgelopen. Er is nergens melding van gemaakt. Ik heb nog met de woningbouwvereniging
gebeld, 'n paar dagen na de brand. Nou het zal niet meer gebeuren. |
Schrikken
hoor. Dus je huis is afgebrand en nu ben je bezorgd over de man die daarbij gewond raakte. Rare vraag. Daar heeft de dokter niets van gezegd, dat je zomaar vriendelijk mag zeggen wat er zoal aan mankeert. Wij mogen niks zeggen buurman. Dit is geheim. Dat begrijpen de mensen wel, hoor, heus. Want voor hetzelfde geld heeft buurman een mes en gaat hij vanavond wraak nemen op de stichter van de brand. Komt hij naar het ziekenhuis en voelt zich bedrogen. Komt zijn geld terughalen, de onschuldige, het slachtoffer, dat zijn huis moest verlaten vanwege een eenvoudige brand. Dat kost allemaal maar geld. Gisteren hebben ze de stekker er
waarschijnlijk uit getrokken. Er zat geen © F.Starik |
| Niet mijn ding - Beschouwing over de taal - door John Zwart - 20 oktober 2009 | |
| Tja, ik roep
het al járen: de Nederlandse taal is in gevaar, onze eigen taal verloedert omdat we er niet zorgvuldig mee omgaan. Als een monumentaal historisch gebouw door verwaarlozing vervalt en met graffiti overdekt raakt springen we massaal op de barricaden voor ons cultureel erfgoed. Maar de Nederlandse taal is toch evengoed ons culturele erfgoed? Waarom moeten we dan het verval met lede ogen aanzien en waren het lange tijd alleen maar enkele marginale groeperingen die alarm sloegen wegens de om zich heen grijpende kromtaal en hutspot van willekeurige leenwoorden? Op regeringsniveau maken we ons druk over
het gebrek aan taalvaardig- Praktische talenkennis verwerf je met goed
leren luisteren. Maar dat © John Zwart voor Hernehim Cultuur, 20 oktober 2009. |
Funshoppen
in het Nederlands
‘We gaan funshoppen met de kids in de
summer sale!’ ‘Maar er bestaat geen Nederlands woord
voor!’ zegt men dan. Funshoppen in het Nederlands Funshoppen in het Nederlands Een uitgave van Prometheus en initiatief
van de Stichting Nederlands. |
| Dagverse dichters - Beschouwing over de houdbaarheid van de poëzie - door John Zwart - 3 oktober 2009 | |
| Dichters en
gedichten, ze verschillen van elkaar zoals de mensen die we ontmoeten. En dan zijn dichters ook nog nèt mensen en daarmee kinderen van hun tijd. Dat houd ik altijd voor ogen als er weer eens een nieuw talent bijna dood- geknuffeld wordt of wanneer een nieuw verschenen bundel onmiddellijk als meesterwerk wordt bestempeld. De meeste poëzie is niet bestand tegen de tand des tijds. Het is narcisme wanneer je schrijft en je dan verbeeldt dat je bezig bent voor de 'eeuwigheid'. Zelfs van de 'betere dichters' zijn er maar enkele die hun eigen generatie overleven en dan nog met slechts een páár van hun creaties. Zoals de mode ervoor zorgt dat we ons in de
kleding van tien jaar geleden John Zwart - 4 oktober 2009 |
Uit de
Vokskrant, door Kees Fens - gepubliceerd op 24 december 1998:
(Naar aanleiding van de uitgave van de anthologie) ... Met tweehonderd superieure gedichten
uit deze eeuw kunnen we in elk dit is voorlopig het laatste.
Kees Fens - 24 december1998 |
| Parlando, een Vlaams zusje van Hernehim - Bericht over verwante activiteiten op het internet - - 24 augustus 2009 | |
| Hernehim
Cultuur was nauwelijks een jaartje bezig - bestond dankzij John Zwart en Robin Kuipers als initiatiefnemers - toen we in Delft waren. Destijds organiseerde daar Henriette Faas van Stichting Jambe haar poëziemiddagen in Hotel De Plataan. De optredende dichters konden aan het eind van zo'n middag door het publiek via een stemming met briefjes uitgeroepen worden tot 'dichter van de maand'. Of er een echte prijs aan verbonden was weet ik niet meer, maar het was in elk geval wel een hele eer, zo'n Jambe Maandprijs. Op de bewuste middag verscheen er een heel jonge theaterpersoonlijk- heid uit Vlaanderen die met haar voordracht zo opviel dat zij met grote meerderheid tot winnaar werd gekozen. Niemand van de aanwezigen kende haar: "Hoe heet ze nou?" zong het rond. "Tine Moniek", werd er gezegd. "Tine Moniek hoe? Heeft zij geen achternaam?" Onvergetelijk werd haar naam vanaf die dag. Ze werd genoemd op Hernehim Cultuur als verrassende gast uit Antwerpen in een verslagje, of ze dat heeft gelezen weet ik al evenmin. Zo'n twee en half jaar later begon Tine
Moniek met haar Parlando. Een Het is herkenbaar, uit pure liefde voor de
literatuur en de poëzie en de podia |
Als je het ook
allemaal alleen blijft doen vreet het je op. Tine Moniek, met de veerkracht van de jeugd deed het allemaal alleen. En deze maand is ze ermee gestopt. We lazen een gesprek dat ze erover had met Stefaan Goossens op de Contrabas site. Het is alsof we over onszelf lezen bij de volgende citaten: "Het wordt op den duur een 'blog' aan het been... besef dat ik in die 5 jaar weinig voor mezelf heb gedaan, weinig geschreven".... "Agenda, verslagjes, nieuwtjes alles moest erop....er kwam steeds meer bij" "...ook kwamen pittige reacties, mensen die verontwaardigd waren 'blijkbaar niet tot de vriendjes te behoren' of juist furieus waren tussen die namen terecht te komen, er was er zelfs één die geld vroeg om doorgelinkt te worden" ... "...de meeste gastdichters stuurden toch iets in wat ze al hadden liggen..." Wij kunnen ons goed voorstellen hoe Tine Moniek al gauw een duizendpoot was, die desondanks niet eens meer één stel pootjes voor zichzelf over had. Ze had zich nu eenmaal voorgenomen om het echt allemaal alleen te doen. Ze heeft het 5 jaar lang kranig volgehouden en dat is heel wat langer dan menig ander. Hernehim Cultuur is van het begin af nooit
helemaal een éénmans/vrouws © Hernehim Cultuur - Redactioneel - 24 augustus 2009 |
| Wijn - Een impressie uit La douce France van Sierksma - 4 augustus 2009 | |
| Met
mijn volgeladen winkelwagentje worstel ik me door de diverse koopgoten van de enormste surface van het stadje waar ik mijn inkopen doe. Voor mezelf valt het meestal wel mee, maar ik heb vlak voor het afscheid van mijn gehucht buren uitgenodigd voor een uitgebreid aperitief. Eenmaal aangekomen bij de rijen medewinkelaars die
net als ik willen In die rij staat een mooie vrouw met donker
krulhaar, gehuld in een zwarte |
Maar
vragen kan niet, en zelfs dan zou ik het niet doen. Tussen mijn rij torsers en de hare met winkelende lichtgewichten staan immers nog twee rijen. Omdat er nog maar twee wachtenden voor me staan en voor haar wel tien lopen we toch vrijwel tegelijk het winkelmonster uit. Dat ze ruim tien minuten heeft moeten wachten om die ene fles te betalen wijst op de kostbaarheid ervan. Wijn voor haar zelf? Voor haar en iemand anders? Je gaat gissen. Kreeg ze een plotse, onbedwingbare dorst? Het blijft iets raars. Dan stel ik vast dat de vrouw haar hoofd een beetje heeft verloren, als dronk ze eerder die dag ook al een fles. Terwijl ik voedsel en dranken in mijn kleine auto laad passeert ze me wel drie keer en verwaait dan weer in alle windrichtingen over het parkeerterrein. Ze is haar auto kwijt, compleet vergeten waar ze die neerzette. Zag ze iemand die haar van de kaart bracht? Al
tijdens het wachten om te |
| © Sierksma, 3.8/09 | |
| Hedendaagse man loopt gevaar - van Arnoud de Jong - 20 juli 2009 | |
| In dit stukje
richt ik mij even op de hedendaagse man. En dan met name op de hedendaagse man van laten we zeggen rond de veertig. Want veertig is een tamelijk riskante leeftijd voor een man. Dan kijkt hij wat extra nadrukkelijk in de spiegel, merkt hij dat er haren uit zijn neus en oren beginnen te groeien en neemt hij met toenemende onrust een uitzakkend buikje waar. Om die reden zijn er opbeurende teksten verzonnen als 'Het leven begint bij veertig' en 'Mannen worden knapper naar- mate ze ouder worden'. In elke giftshop zijn er wel bekers met een dergelijke opdruk te koop. Het is ook de leeftijd van de midlife-crisis, waarop de man als een gek gaat rondneuken om zichzelf te bewijzen dat hij nog meetelt. Hele legers verbitterde ex-echtgenotes kunnen hiervan getuigen. Zij hebben met lede ogen moeten toezien hoe zij werden ingeruild voor een 'jonger ding' ("die hoer ja") en dat de rotzak nog 'een tweede nestje' met haar begon. Clichés schieten te kort om de mentale zwakheden van de man rond de veertig te beschrijven. Ook de cosmetica-industrie begint nu in te spelen op de onzekerheden van de moderne hedendaagse man. Hij moet -godbetert- ineens op z'n huid gaan letten, iets wat hij niet meer heeft gedaan sinds hij z'n laatste jeugdpuistje uitkneep. Hooguit heeft hij z'n rug en armen laten voltattoëren, maar dat is een doelgroep die de schoonheidsindustrie allang heeft opgegeven.
|
Nee, aan de
plaatjes te zien is de reclame gericht op de goedverdienende yup die eindelijk veertig is geworden. En die dus eigenlijk geen yup meer is. Voorheen beperkte de commercie zich tot het gladscheren en de oksel- frisheid. Die campagnes blonken ook al uit met 'n toenemende dosis verwijfd- heid. Maar nu begint het écht link te worden. Nivea komt namelijk met DNAge. Want ook de man moet volgens Nivea op zijn verouderende huid gaan letten. Op de kraaienpootjes, de wallen onder de ogen, op de verslappende huid, op de groeven van neus tot mondhoeken, op de rimpels in het voorhoofd. Dit wordt oppassen, mannen van Nederland! Nivea wil van jullie 'n stelletje sissies maken, verwijfde zeventiende-eeuwse praaljonkers! Alle stoere kenmerken die de ouder wordende man juist zo aantrekkelijk maken, die juist het onderscheid betekenen tussen man en babyface, die wil Nivea gaan gladstrijken! Trap daar niet in! Zorg dat je man blijft! Dat je er op je vijfenveertigste nog uitziet zoals Nivea wil, moet tot elke prijs vermeden worden! De echte man heeft tegen die tijd een doorleefde en doorgroefde kop, waarop de tand des tijds z'n sporen van seks, drugs en dronkenschap heeft achtergelaten! Zo hoort dat! Zo gaat de evolutie! Laten ze bij Nivea die rotzooi maar op hun buik smeren. Helpt trouwens ook dáár niet. Anders had ik het nog wel geprobeerd misschien... |
| Een ernstig woord - van Gastauteur Aart van Zoest - 16 juni 2009 | |
| Ik steek
het niet onder stoelen of banken: ik vraag van een gedicht dat het mij een toegang biedt tot zijn betekenis. Dat komt doordat ik leef met de vooronderstelling, of moet ik zeggen met het verlangen, dat poëzie een daad is van communicatie, een handreiking naar wie lezen wil of luisteren. Niet perse opzettelijk, niet nadrukkelijk, maar toch. Als ik de merel hoor zingen, of de kleuren zie van de anemoon, neem ik aan dat dat er is opdat ik het hoor en zie. Zo denk ik ook over poëzie. Ik geef toe dat deze vooronderstelling, die wellicht vooroordeel heten moet, te maken heeft met mijn afkeer voor onbegrijpelijk taalgebruik. Er bestaat onbegrijpelijkheid die door een bepaalde categorie dichters tot handelsmerk is gemaakt. Dat is de onbegrijpelijkheid die als rattengif werkt op de ontvankelijkheid van de welwillende minnaars van poëzie, waarvan er godzij- dank zo veel zijn in de wereld. Het is waar dat een gedicht, in zijn algemeenheid, een beautiful riddle kan zijn. Zelfs moet zijn, naar mijn smaak. Zonder een fundamentele, onbeant- woorde vraagstelling kan poëzie het niet stellen. |
Waarom moest
dit zó gezegd zijn en geen millimeter anders? Hoe komt het dat deze woorden een leven lang in mij blijven nazingen? Lyrisch, didactisch, episch, existentieel. Hartverscheurend. Opbeurend. Een vermaning. Een jawoord. Het ach of het wee van een zielsverwant. Een brandend teken. Een teken van leven. Dat alles kan een gedicht voor zijn lezers zijn. Zonder dat te zeggen valt waarom. Wat dit betreft geldt ook hier dat de proof of the pudding in the eating is. Onder de veertien dichters in het voorjaarsnummer van Nynade zijn er die hun renommee al verworven hebben. Anderen zijn aanstormers. Kenmerk van het geheel: spannende diversiteit. Sommige teksten kijken ons aan met wijd open ogen. Andere geven hun geheim pas na inspanning prijs. Maar aan opzettelijke ondoorgrondelijkheid maakt geen hunner zich schuldig. Al die poëzie noodt tot nadenken en navoelen, tot instemmen ook. En ontdekken. © Aart van Zoest - april 2009 Hoofdredacteur "Nynade". |
| Misverstand - Column van Karel Wasch - 5 juni 2009 | |
| “Herne..
wat?” vraagt mijn dochter wanneer ik vertel dat ik naar een middag van Hernehim zal gaan. “Hernehim” zeg ik met enige trots. “Oh dat is die begrafenisonderneming “grapt mijn zoon “van Is er cake na de dood?, toch?” Ik word nu een beetje geïrriteerd. ”Nee, het is een culturele club en we gaan zaken uitwisselen.” Nadat ik dit heb gezegd is het even stil. Helemaal waar is het niet maar kennelijk toch afdoende. “ Oh ze gaan met Turken over Wilders praten” merkt mijn dochter op, ze heeft een aan de lessen maatschappijleer gerelateerde belevingswereld en dan moet je oppassen. “Ik wist niet dat je zo multiculti was” voegt ze er verbaasd maar met enige bewondering aan toe. “Nee, ik ga gedichten voordragen“ zeg ik ”niks te Wilders. . !" “Wie komen er dan allemaal, zijn dat bekende mensen, komt Hans Teeuwen, die deed laatst wat voor Theo van Gogh, een gedicht of zo?” Mijn zoon is op de hoogte merk ik. “Nou o.a. Pom Wolff”
|
“Wolf?” Ik
zie mijn vrouw nadenken, die naam roept een vage herinnering bij haar op. “Dat was toch een lid van de CPN?” weet ze. “Dus toch politiek!” "Nee, hij heeft een site op Internet en is beroemd dichter". Hoewel…? Voor veel internetpoëzie is de rand van het beeldscherm de enige grens. “Gaan jullie mee?" "Ik ga naar een ballonwedstrijd in Schipsluiden” zegt mijn dochter, zoonlief zwijgt, hij kijkt me aan of hij water ziet branden. Ik geef het op, realiseer me dat dichters alleen aan elkaar voorlezen, maar dat is niet erg en vroeger had dat misschien in de verte met politiek te maken. Cabaretiers zijn dichters en dichters dragen voor aan elkaar, is dat erg? Het is in ieder geval niet zo erg als de Gouden Kooi, waarin mensen worden opgeleid tot sadist of toekomstig neuroot. Misschien komen ze dan wel terecht bij Rutger Hendrik van den Hoofdakker oftewel de psychiater Rutger Kopland, maar die is eigenlijk dichter. Eisenhower, vonden de soldaten, was een goede president en in de Senaat vonden ze hem een prima generaal. Er is dus nog hoop voor Kopland. |
| Breinrot - Kort verhaal van Arnoud de Jong - 10 mei 2009 | |
| Van buiten af
bezien was het een kleine, vrolijke stoet die mijn vader naar het verpleeghuis bracht. Ik duwde zijn rolstoel. Het was mooi weer, we probeerden het luchtig te houden. Daarom hadden we mijn moeder nog maar niet meegenomen. Mijn zuster en mijn vrouw maakten grapjes met hem. Als hij ze niet begreep, deed hij alsof. Hij maakte ook grapjes met ons. Die wij dan weer niet altijd begrepen, maar ook wij deden dapper alsof. Hij zwaaide als een vorst op rijtoer naar voorbijgangers, maar ze zwaaiden lang niet altijd terug. Ze waren bezig met hun eigen dingen. Misschien als we hadden geroepen: 'Hij gaat vandaag naar het verpleeghuis', hadden ze wel even de moeite genomen om terug te zwaaien. Zo aardig zijn de meeste mensen wel. Maar we riepen niets... want dan hadden wij moeten huilen. Inwendig was het een droeve stoet. Het doet
toch erg veel pijn om een Die middag was hij moeilijk te hanteren
geweest. Onvermijdelijk moest hij Op zulke momenten is het belangrijk te
blijven focussen op het beeld dat |
Hij eet al het
broodbeleg op. Of zoals laatst een heel paasbrood. Daarna vergeet hij dat hij heeft gegeten. "Hebben we niets op brood?" vraagt hij de volgende morgen verontwaardigd. Hij ziet vreemde mensen in huis, waarschuwt mijn moeder dat ze niemand moet vertrouwen. Er waren studenten die een grap met hem wilden uithalen. Maar gelukkig had hij dat in de gaten, het was maar goed dat hij zo goed oplette, ze waren al in de slaapkamer. Hij ging kijken, slofte achter zijn rollator aan. Op de terugweg struikelde hij, kwam in de gang ten val en brak zijn pols. Dat was in meer dan één opzicht een breekpunt. Het betekende dat hij zichzelf niet meer kon aankleden, niet meer met zijn rollator mocht lopen en zijn eigen kont niet meer kon afvegen. Het werd nu echt te moeilijk om hem nog langer thuis te verzorgen. Vanaf het eerste moment aanvaardde hij het
verpleeghuis wonderwel. Hij Het is een gezelschap in verschillende
stadia van ontluistering, maar ze |
| Verloedering van het boekenvak - Column van John Zwart - 23 april 2009 | |
| Hoe word
je een bekend auteur?
Dat is de vraag die al velen zich hebben gesteld
nadat ze zich een Had tot nu toe nooit iemand van je doen en laten
willen weten dan is |
Kleine
criminelen hangen de keel uit, zware jongens, dáár smullen we van..Kaap een vliegtuig en roep dat je het uit liefde voor de stewardess doet en dreig, als ze niet onmiddellijk met je trouwen wil, dat de kist met iedereen erin de lucht invliegt, maar dan wel ánders, Vermoord je vrouw en schrijf zorgvuldig alle feiten op, hoe en waarom je het hebt gedaan en het verwerken van het lijk. Word serieverkrachter. Word de vriendin van een serieverkrachter, die zijn straf moet uitzitten. Beter nog: trouw met een ter dood veroor- deelde seriemoordenaar. Ga op avontuur in een gevaarlijk land en laat je gijzelen door guerrilla's of terroristen. Ga een paar jaar werken in de straatprostitutie. Sluit je aan bij de Satanskerk, stel je beschikbaar voor het altaar, als offerblok met zachte gleuf. Mannen die hun pik achterna lopen en daarover willen schrijven, die beginnen al vervelend te worden, aan één Brusselmans in Vlaanderen en één Kluun voor Nederland hebben we genoeg. Maar de mogelijk- heden voor vrouwen die alle promiscue geilheid willen uitproberen zijn nog lang niet uitgeput. En anders: ga je naar Afrika, om kindsoldaatjes te helpen en laat je zwanger maken door één van hen. De uitgevers zien de oplagecijfers al voor ogen, nog vóórdat je één letter op papier hebt. Zelfs als je er helemaal niets van bakt komt jouw bestseller er tóch wel, dan krijg je gewoon een ghostwriter aangeboden. Die dochter van Fritzl, details willen we kennen! Meisje, als je nou een beetje exhibitionistisch wordt, dan staan de uitgevers te dringen voor jouw deur, echt waar! © John Zwart - 20 april 2009 |
| Sire, opvoeding voor de kleine man - Gastcolumn van Arnoud de Jong - 26 maart 2009 | |
| We gedragen
ons veel te asociaal vindt SIRE. We bellen hardop in het openbaar vervoer en/of nemen twee zitplaatsen in beslag, we peuteren publiekelijk in ons neus, we spugen, boeren, ruften er lustig op los, we telefoneren gewoon door bij de kassa, we laten onze honden in de zandbak poepen, we dringen voor, we legen de autoasbak op straat en tot overmaat van ergernis hebben we dat allemaal zelf niet in de gaten. Mooi verzonnen van SIRE, daar wordt ons
land vast weer wat prettiger |
Onderwijl
lieten ze banken omvallen, bedrijven over de rand van de afgrond kieperen. Duizenden werknemers werden zonder scrupules de WW in geschopt. Ze smeerden argeloze huizenkopers dure woeker- polissen aan. Zij stortten ons, maar niet zichzelf, in de diepste depressie sinds de jaren dertig. Er waren ook bestuurders die faalden in hun opdracht allerlei mega- projecten in goede banen te leiden, waardoor huizen verzakten en de kosten en bouwtijden verdubbelden. Ze hadden ook toezicht moeten houden op de door hun goedgekeurde IJslandse banken, opdat ons spaargeld niet zou wegsmelten. Ze hebben het nagelaten, de staat moest ervoor opdraaien en zelf kwamen ze ermee weg. Inmiddels zitten ze in het volgende lucratieve baantje. Dáár zie je nu nooit eens een
SIRE-campagne over. SIRE-campagnes |
| Schietschijf - Gastcolumn van ZIgg Zagg - 15 maart 2009 | |
| De samenleving
verhardt. Daar zeg ik niets nieuws mee. Het is een gegeven feit dat veel mensen zich op straat niet meer veilig voelen. Zeker sinds die veiligheid ook nog eens hoog op de politieke agenda staat. In plaats van groepen mensen die buiten de boot dreigen te vallen, meer zekerheid te geven over hun lot, komt de politiek terug met steeds hardere maatregelen om alles in het gareel te houden. De burger is zelf verantwoordelijk voor zijn bestaan, ook al staan hun banen op de tocht, ook al hebben de banken de kassen leeggeroofd door zich met een hebzuchtig bonussysteem te verrijken. De burger betaalt en verzuipt. Maar, je mag het niet zien als een noodlot; het is een kans die je moet benutten. Is het dan gek dat agressie onder ons is gekomen? Ondertussen worden buschauffeurs in
elkaar geslagen door puberende
|
Jongeren, net
klaar met hun hbo, kunnen zo weer aanschuiven in een nieuwe opleiding, want alleen leren leidt nog tot een baan, zo wordt gesproken. Hoewel: het stempel 'eeuwige student' is ook geen toegangs- bewijs tot een beter leven. Het zijn die tegenstrijdige prikkels die een mens tot wanhoop drijven. De meest kwetsbaren zijn de kinderen met leer- en gedragsproblemen. Zij hebben baat bij een beschermende omgeving, waar ze de rust krijgen uit te groeien tot mensen die hun kwaliteiten leren kennen; een omgeving waarin waardering is voor de kleine mijlpaaltjes die zij met veel moeite kunnen afleggen. Begrip en waardering hebben nog nooit iemand kwaad gedaan. Uitgerekend in de kwetsbare Utrechtse wijk Overvecht trof ik zo’n school voor praktijkonderwijs die dit soort kinderen onder de vleugels neemt. Maar, in de vaart der volkeren moet ook deze instelling een flinke positie innemen. Daarom koos de school voor een naam die kracht uitstraalt. De kracht van het kind ligt in zijn talent. Dat talent moet eruit komen. Een positieve gedachte. Het eerste deel van de naam is dan ook gewoon de afkorting voor het soort onderwijs in de vestigingsplaats. Het tweede deel van de naam staat voor Werken, Evalueren en Reflecteren (POUWER). Ook dat klinkt allemaal erg opbouwend en wekt positieve energie op. Het komt aan op de vormgeving om deze gedachte eenvoudig uit te dragen. En daar laat nu juist deze school zich meeslepen door de heersende agressiespiraal. Nog nooit heb ik een onderwijsinstelling gezien die een schietschijf in zijn logo draagt. Deze dus wel. Agressie en geweld zijn nu definitief geïnstitutionaliseerd, Het lijkt mij dat kwetsbare kinderen uit de meest kwetsbare wijken, waar geweld op alle niveaus gemeengoed aan het worden is, met deze schietschijf een vrijbrief in handen hebben: een plek in deze samenleving komt je alleen toe met geweld. Trek desnoods het pistool van je vader en maak van de school een schiet- schijf. © ZiggZagg |
| Kom op voor jezelf, maar blijf wel realistisch - Column van John Zwart - 17 februari 2009 | |
| Ze
lijken me soms benijdenswaard, die vrolijke jongens en meiden die niet beter weten dan dat 'alles moet kunnen'. De jeugd voor wie een mobieltje en een mp3 speler en een eigen pc en tv op de kamer, en wat al niet nog méér tot de standaard uitrusting behoort. Zonder welke het bestaan verschrikkelijk en ondraaglijk moet zijn. Zijn ze te benijden? De generatie erbóven, de ouders -kinderen van de
'babyboomers'- die De kinderen van de babyboomers, die zijn het die nu
het meest aan het Het zijn extreme omstandigheden en die vragen om
extreme maat- "Hou toch eens op mensen", zou ik
als toehoorder willen roepen.
|
Misschien
ben ik wel benijdenswaard, ik heb de hongerwinter beleefd. We waren blij als mijn vader terugkeerde van een voedselstrooptocht langs de boerderijen en twee flessen melk en vijf kilo aardappelen op het aanrecht deponeerde - daarmee konden we weer een paar dagen verder. Mijn moeder wist twee keer anderhalve liter havermoutpap te koken door de melk aan te lengen met water. Het gas was allang afgesloten. Moeder kookte in de woonkamer op een klein plat nood- kacheltje, gefabriceerd door de Blikfabrieken te Krommenie. Daarin kon je alles wat brandbaar was verstoken. Zo bleef er in dat ene vertrek een beetje warmte in huis. We hebben het overleefd, het werd eind jaren veertig en toen werd voor mijn tiende verjaardag mijn eerste fiets gebracht door Ome Klaas. Het ding was bijeengeschroefd uit allerlei verzamelde onderdelen. Maar ik was er toch wel blij mee, want voordien moest ik alles lopen, geld voor de NACO bus was er niet. Dat lopen was niet zo erg, zei mijn vader, hij had zelf zijn hele jeugd alles lopende moeten doen, hij had als kind nóóit een fiets gehad. Toen ik veertien was werkte ik de zomervakantie drie weken in de koekjesfabriek van Hille. Daar hield ik 25 gulden aan over. Een kapitaal, mijn zakgeld was een rijksdaalder (voor de jongere lezers: twee gulden en vijftig cent) per week. Van mijn zelfverdiende kapitaal kocht ik mijn eerste horloge. Ik zie het ding nog voor ogen in het duister van de slaapkamer, met zijn groene fluorescerende wijzers. Wat is er NU helemaal aan de hand? We
verdienen met zijn allen in © John Zwart - 17 februari 2009 |
De culturele pagina's worden onafhankelijk geredigeerd en mede mogelijk gemaakt door
Hernehim Beheer bv