| Vergankelijk - Kort verhaaltje van John Zwart - geplaatst 25 december | |
|
Vast al eens gezien op tv, die spot over
die man die maar geen afscheid kan nemen van zijn oude opel kadett? Hoe hij bengelend aan een vooras van zijn autootje door de kraan van de sloperij mee de lucht in wordt getakeld... Ik kreeg dat beeld even voor ogen toen ik deze maand zwichtte voor het bod van de dealer, die mij binnen enkele dagen de sleutels van een jonge chique Peugeot met van alles erop en eraan beloofde. Dat zou de scheiding worden van mij en mijn oude Astra. Jarenlang reed ik diezelfde auto, jaargang 1997, een dieseltje. Zo´n auto wordt na zo lange tijd ook een beetje je huisje op wielen, je trouwe vriendje. Ieder jaar stond de tellerstand weer 30.000 km hoger. Na 12 1/2 jaar zijn dat wel heel veel kilometers. Maar altijd: starten, rijden - probleemloos op weg en veilig weer thuis. Zo krijg je een band met een voertuig dat altijd klaarstaat en nooit protesteert. Je zou jezelf een vriendin of vriend wensen met evenveel toewijding en trouw. Er hebben zich veel herinneringen aan de oude ´Frau Astra´ gehecht. Want niet alleen het hoofdwegennet werd bereden, we bezochten ook afgelegen natuurterreinen, we ploegden voort over modderige karrensporen en op zanderige bouwterreinen wroetten we ons los op eigen kracht. Bij heel wat plotselinge stortregens of hagelbuien was zij de enige schuilplaats. Zaten we ´s winters vast in de file dan zorgde haar dieseltje dat het binnen behaaglijk bleef, en als ik eens vergat op tijd te tanken haalde ze met gemak tientallen kilometers méér uit de reserve dan het boekje mogelijk acht. Sinds 2008 laat ze af en toe merken dat haar
jeugdjaren echt voorbij zijn.
|
Wat staat daar toch veel te blinken en
alles met kortingen... Maar moet het dan zo nodig... het is toch gewoon een vervoermiddel dat je van A naar B brengt en dat doet mijn Astra toch ook... Toch trokken comfort en "eindejaarskorting" me over de streep. Dan breken de laatste dagen aan dat we nog samen
zijn. December pakt De Mademoiselle varrast me, al op de vierde dag, met
een lekke band. © John Zwart - 26 december 2009
|
| Wintervoer - Kort verhaal van Marco Arbouw (correspondent Amsterdam Centraal) - geplaatst 2 december | |
|
Er zijn weer nachten met vorst in aantocht. De
herinnering aan de maand december van het vorig jaar komt weer terug. En het komt weer hoor, heus klimaatverandering of niet::
Al een paar nachten vriest het licht tot
matig. De bomen zijn verpakt in een Ik trek een niet al te intelligent gezicht
en buig me ver over het bureau. In |
'Je hebt gelijk maatje,' brom ik. 'Het is weer
tijd om bij te voeren.' Gelukkig zit er in ons winkelcentrum een heuse dierenspeciaalzaak, dus nog diezelfde middag koop ik een flink 'voederpakket'. Met een tas vol vet- bollen en pindanetjes loop ik naar huis. Toevallig is er juist markt, dus raap ik onderweg nog een overrijpe mango en twee beurse appelen op, die ik voor de merels op de grond kan leggen. Thuis hang ik de hele boel in de voortuin, zodat ik de vogels vanuit mijn keuken en studeerkamer kan bekijken. Want je begrijpt: dat bijvoeren van die vogels is allemaal mooi en altruïstisch, maar zelf wil ik er ook een beetje lol van hebben. Dat lukt aardig. Amper heb ik de voordeur achter me gesloten of de eerste verkenners arriveren. Al snel hangt er een koolmeesje ondersteboven aan een van de vetbollen. Een vink scharrelt tussen de zonnepitten die ik op de grond heb gestrooid. Er strijken spreeuwen, pimpelmezen en heggenmus- sen neer. Niet veel later hangt er zelfs 'n grote bonte specht aan de pinda's. Ik ga het water voor de pasta opzetten. Terwijl het buiten begint te schemeren beslaat mijn keukenraam. Zachtjes spinnend trek ik me terug in een waas van warmte en tevredenheid. © Marco Arbouw |
| Kwetsbaar - Kort verhaal van Arnoud de Jong - geplaatst 16 november | |
|
Mijn moeder is ziek. Als een klein
meisje, zacht en kwetsbaar, ligt ze slapend in haar bed. Haar knuffelbeer ligt naast haar kussen, hij kijkt een beetje hulpeloos. Ze heeft griep, maar de koorts is al wat gezakt. Koorts is niet goed voor haar, want daarvan brokkelen de hersenen weer verder af. Als ze even wakker wordt staren haar ogen mij groot aan, verrast om mijn verschijning. Ze herkent mij wel, maar haar woorden zijn gemummeld en onverstaanbaar. Ik streel haar wang. De huid van je moeder is bijna even vertrouwd als die van jezelf, realiseer ik mij. Ze is zwak. Ze krijgt antibiotica voor een blaasontsteking die er ook nog bijgekomen is. De verpleeghuisarts waarschuwt mij dat ze beter kan worden, maar dat het ook zomaar afgelopen kan zijn. Mijn hart krimpt samen. Af en toe maakt ze enge geluiden in haar slaap. Ze
heeft een slangetje in
|
Een dag later is ze iets opgeknapt. Ze
is tamelijk helder. Hoewel praten haar moeite kost, kan ze een paar woorden zeggen die ik begrijp. Moeite die ze zich achteraf bezien soms had kunnen besparen, omdat ze verward is. Zo zegt ze: "Het spijt me dat ik je niets kan aanbieden." Haar beschadigde brein zit nog steeds in de gewoontes van vroeger, het heden en verleden loopt door elkaar, dingen die echt zijn gebeurd raken vermengd met dingen die ze eens op televisie heeft gezien, Gelukkig oogt ze ontspannen. We maken pret als ik haar tong wat probeer schoon te vegen, want die is slijmerig geworden. Maar vandaag is het vrijdag. Vandaag zegt de dokter
dat ze slechter is |
| Wind ziet een gemiste kans wegwaaien - Column van Oorwurm - geplaatst 6 november | |
|
De Stichting Wakker Dier heeft de
"vleeswijzer" uitgebracht, om de consument, die zijn supermarkt bezoekt behulpzaam te zijn bij de overweging voor wat betreft aankoop van vleesproducten en vleesvervangers. Op de "vleeswijzer", die ook beschikbaar is als een compact kaartje - formaat creditcard, dus gemakkelijk passend in de portemonnee - zijn van diverse vleesproducten de aspecten als diervriendelijkheid en milieubelasting in een onderscheidende rangorde geplaatst. Overigens ziet Stichting Wakker Dier de onhaalbaarheid wel in om te gaan propageren liefst maar geheel vegetarisch te eten. Er wordt daarom dan ook op realistische wijze gepleit voor één vleesloze dag per week. Dat kan best qua gezondheidsaspect, want we eten momenteel al bijna twee keer méér vlees dan goed voor ons is. Als heel Nederland één dag per week vleesloos zou eten kan in één klap de Kopenhagen-norm voor CO2 reductie worden gehaald, zo wordt als krachtig argument aangevoerd. Niet zo gek natuurlijk, want we maken ons momenteel toch heel ernstig zorgen over CO2 opslag onder de grond, de uitstoot van de nieuwe kolenelektriciteitscentrales en 't nog steeds maar toenemende aantal auto's. Daartegen te compenseren lijkt zo moeizaam en zo impopulair, maar simpelweg één dagje per week geen vlees op je bord? Is dat dan ook nog een ondraaglijk offer? |
De populaire TV-kok Pierre Wind werd naar zijn
commentaar gevraagd. Hij is een groot vleesliefhebber en valt zeker boven het Nederlands gemiddelde van ruim 80 kg per jaar per hoofd van de bevolking... (dat is dus van zuigeling tot bejaarde). Het was bijna te verwachten dat Pierre het idee resoluut van de hand wijst. Ook al zou het ons helpen zonder veel aan onze eetgewoonten te veranderen door slechts één dag per week een vleesvervanger op het menu te zetten om het wenselijke consumptieniveau van gemiddeld 75 gram per dag dichterbij te brengen - hij heeft geen goed woord over voor die vleeswijzer. Hij vindt dat we gewoon elke dag vlees moeten blijven eten. Als het dan wenselijk is om er minder van te eten moeten gewoon de porties kleiner. Maar in de allereerste plaats was het een grote fout van Wakker Dier niet naar Zijn Advies te vragen alvorens deze Vleeswijzer te bedenken. Had men om zijn advies gevraagd was dat kaartje er nooit gekomen, hij doet er wat meewarig over en spreekt van 'gemiste kansen'. Hij immers zou hebben gepleit voor een echt eigentijdse aanpak: zoals een applicatie op de iPhone. Ja, ja natuurlijk meneer Wind, zo bereik je de grote massa van consumenten, iederéén heeft immers allang een 3GSiPhone32Gb van slechts 900 euro in zijn bezit! Ze zijn te beklagen, die mensen van Wakker Dier met hun armzalige kaartje. © Oorwurm - november 2009 |
| Een pleidooi voor de reizigers - Beschouwing in het kader van het thema van de maand 'gebonden' - geplaatst 13 oktober | |
|
Mensen zijn altijd plaatsgebonden
geweest, Tot de laatste twee eeuwen waren het alleen de zeevaarders en de elites die verre reizen konden maken. Minder dan een eeuw geleden bleven de meeste familieverbanden in stand binnen loop- of ten hoogste fietsafstanden. Pas na de ontwikkeling van het massaal auto- en vliegverkeer verstrooien zich familieverbanden over een veel grotere actieradius tot zelfs internationaal. Maar grondgebondenheid verdwijnt niet zomaar, de meeste mensen die emigreren blijven leven in twee werelden: die van hun verleden en die van hun nieuwe land. Een groot aantal keert op gevorderde leeftijd zelfs terug naar hun geboorteland. Voor hen werd de emigratie een tijdelijke fase in hun leven. Trekvogels leveren ons het bewijs dat zelfs de
levende wezens op aarde Zelfs als de omstandigheden veranderen, zolang
voedselschaarste hen maar |
Zelfs de enorme processen als
verandering van het klimaat in de afgelopen duizenden jaren zijn niet in staat gebleken de vasthoudendheid aan ooit gekozen vestigingsgrond te breken. Zolang een zomerseizoen gunstige voortplantingscondities biedt speelt het gezinsleven zich dáár af en pendelvliegen trekvogels naar een winterwarm gebied, of zelfs naar de zomerhelft van de aardbol om de ongunstige tijd te overleven. De Nederlandse delta is het belangrijkste gebied binnen de strategie van de West-Europese trekvogels - het is voor vele soorten een goed broed- gebied, voor andere is het weer een overwinteringbiotoop, terwijl wéér andere het gebruiken als transitgebied voor noodzakelijke revitaillering op hun intercontinentale vluchten. De zachte grens tussen water en land, het diffuse overgangsgebied tussen de zeeën en de continenten, vormt al sinds het ontstaan ervan de levens- bron voor miljoenen vogels. Het enorme belang ervan in het netwerk van de onderlinge afhankelijkheid van levensvormen wordt nog altijd ernstig onder- schat bij de ingrepen die de mens vaak zo kundig, maar tegelijk ónkundig op de tekentafel voorbereidt. 'Vogels vliegen wel weer een stukje verderop', is de gedachte die nog in te veel economie bezeten hoofden overheerst. Maar zo werkt het niet en we weten dat. Op die wetenschap kunnen we op twee manieren reageren: we ontzien ze of we negeren ze. © John Zwart - oktober 2009
|
| Rottige woorden - Kort verhaal van Gozertje - geplaatst 18 september | |
|
We hebben dit schooljaar alwéér meester
Kramer! Een hele tijd geleden had ik al eens over hem verteld geloof ik. Dat hij de oudste lul is onder de meesters en dus ook niet kan voetballen. Van meester Kramer moeten we altijd boeken lezen uit de schoolbibliotheek. En daarna een verslag maken waar het over gaat en wat je ervan vond. De eerste keer heb ik dat gewoon van de kaft overgeschreven. Daar staat namelijk soms wat iemand van de krant ervan vindt. Dat is heel handig. Wacht, ik zoek het nog effe op... "Op fascinerende wijze heeft de schrijfster de wereld van de daad en de wereld van de gedachte tegenover elkaar gesteld in dit toekomstverhaal." Klinkt goed toch? Alleen snapte ik daar eigenlijk dus zelf geen reet van. Ik moest het van Kramer helemaal gaan uitleggen. Wat 'fascinerend' was en zo. Weet ik veel... Is niet echt goed afgelopen die keer.
|
Gisteren kwam ik in een boek over geschiedenis
óók weer zo'n kutwoord tegen. Ik dus vragen aan Kramer wat dat was, een maîtresse... Ik wist niet eens hoe ik dat woord moest uitspreken. Mettresse, zei Kramer. Maar wat wás dat? Zoek maar op in het woordenboek, zegt ie tegen me. Ja, doei! Daar had ik dus mooi geen zin in. Want hij gaf me dat hele dikke woordenboek, niet het schoolwoordenboekje. Dus ik denk: laat ik maar wat gokken. Ik weer naar Kramer toe. Die zegt met zo'n smerige grijns op z'n smoel: "Vertel! Wát is een maîtresse?" "Een soort matras, meester!" "Bijna goed," zei ie geloof ik nog. Maar dat kon ik niet goed verstaan, want hij ging ineens de andere kant uitkijken. Maar ik had heus wel in de gaten dat ie me gewoon zat uit te lachen, die kale kunstkop met haar uit z'n oren! Afijn, misgegokt dus... © Gozertje |
| Naakt en zonder schroom - Kort verhaal van Emily Yoffe (vertaald, verkort en bewerkt) - geplaatst 8 september | |
|
Ik poseer naakt voor studenten beeldende
kunst. Ik zocht namelijk een bijverdienste. Bovendien wilde ik mezelf graag eens testen door iets te gaan doen waarvoor je een drempel over moet, iets waar veel mensen nieuwsgierig naar zijn, maar het toch niet durven. Van de bemiddelaarster kreeg ik een paar praktische raadgevingen: "Het is noodzakelijk dat je een badjas meebrengt. Die kun je aanschieten tijdens de pauzes. Je wilt jezelf toch niet uitstallen..." zei ze, waarbij ze een suggestief gebaar maakte met twee opgehouden handen onder haar borsten. De twee essentiële punten voor een naaktmodel werden me bijgebracht: 1. Je moet een badjas hebben. 2. Je moet die gemakkelijk kunnen uitdoen. Bij de allereerste sessie realiseerde ik me het verschil tussen bloot en naakt. Bloot ben je, als je uit de douche stapt, tot je je badjas aanschiet. Naakt ben je, als je je badjas uitdoet voor een klas leerlingen. Ik herinner me het moment dat ik dacht: "Ik kan nu nog zeggen: 'ik weet niet wat me heeft bezield', mijn kleding bij elkaar grissen en hard wegrennen". Maar het went gauw, ook al omdat de leerlingen zich niet anders gedragen dan wanneer ze bezig zijn met een fruitstilleven. Een rondje langs hun tekeningen leerde me dat ze me allemaal verschillend zagen. Soms was ik slank en uitgerekt, dan weer had ik een enorme buik en plooien als van een Japanse sumoworstelaar. Eens kwam er plotseling een forse man van middelbare leeftijd met baseball cap binnen. Hij sleepte een enorm schildersdoek mee, van wel anderhalve meter in het vierkant, zocht zich een plekje achteraf en ik hoorde hem achter me een compliment maken over de pose die ik aannam. Terwijl de studenten stil met potlood en krijt bezig waren, deed hij felle aanvallen op het linnen met verf en een hele batterij penselen. Er klonken geluiden alsof hij ijverig bezig was een oud meubelstuk op te schuren. |
Aan het eind van de sessie ging ik het
enorme doek bekijken. Eén geweldig vlammend, fluorescerend, stralend detail slechts: het portret van mijn achter- werk! Tegenwoordig poseer ik soms samen met
een ander model. Voor de oudere- © Emily Yoffe (uit het Engels vertaald, verkort en bewerkt) |
| Uit eten - Kort verhaal van Gozertje - geplaatst 25 augustus | |
|
Ik was bij mijn neefje Fouet. Hij is bijna net
zo oud als ik. Hij heet zo omdat mijn oom een Marokkaan is. Ik mocht ook blijven eten 's avonds. Dat is altijd een bende daaro jongen, want van mijn tante mag alles en van mijn oom dus bijna niks. Mijn oom is heel aardig, maar hij pikt weinig. Hij is gewoon streng eigenlijk. Nou, we zaten dus 's avonds te eten en wij zaten dus gewoon een beetje te geinen aan tafel, weet je wel. Mijn oom had kip gemaakt en dat was lekker. M'n tante vroeg of ik wat wilde drinken. Ja doe maar. Ik kreeg een beker drinken en toen zei Fouet: "Hé, dat is mijn beker, die heb ik van oma gehad!" Dat klopt. Ik heb er thuis zelf ook zo één, want mijn oma wil nooit iemand voortrekken. Een tijd geleden had ze voor ons allemaal toen eens van die bekers gekocht bij het Rijksmuseum. Met één of ander schilderij erop. Het was een melkmeisje, zei oma. Van Vermeer. Het zal wel. Wat een onzin eigenlijk om daar een heel schilderij van te maken. Doen ze van mij toch ook niet als ik effe een glas cola pak? Maar goed, mijn tante zei dus tegen mijn neefje dat ik voor deze keer best even die beker van dat melkmeisje mocht gebruiken.
|
"Nou, dan geef je hem toch lekker die
melkmeid!" zei mijn neefje. "Die melkslet!" verbeterde ik. "Nou, zeg eens even!" riep mijn tante. Maar wij gingen natuurlijk gewoon door. "Die melksloerie!" kwam mijn neefje weer. Lachen man! "Die zuivelslons!" verzon ik. "Die melkhoe..." begon Fouet te zeggen, maar toen was het ineens 'klatsj' voor z'n kop. Dat was mijn oom, die zei: "Dooreten nou!" en daarna ging hij gewoon verder met een vette kippenpoot afkluiven. Mijn neefje is dat wel gewend. Die begint heus niet meteen te janken. Maar hij moet zich dan wel effetjes gedeisd houden, anders krijgt hij er direct nòg een. Daar is mijn oom niet moeilijk in. Daarom zei ik om mijn neefie uit te dagen: "Ja jongen, dàt is nou inburgeren, hè?" Eigenlijk weet ik helemaal niet eens goed wat dat is, maar dat zeggen ze nou eenmaal altijd tegen die gasten. Ja en toen kreeg ik dus óók ineens een klatsj voor m'n kop van m'n oom. Gewoon met die vette klauwen van 'm. Volgende keer ga ik mooi verder uit de buurt zitten! M'n neefie zat strak naar me te kijken en die vuilak zei: "Er zit kip in je haar!" Eigenlijk allemaal door die melktrut. © Gozertje |
| Hoeveel milieuvervuiling veroorzaakt een zeearend? - Cursiefje van John Zwart - geplaatst 26 juli | |
|
We discussiëren wat af over onze
verhouding tot de natuur. Zoals over de vraag of de klimaatverandering nu echt komt doordat we de zonne-energie van miljoenen jaren, opgeslagen in koollagen en gasbellen in de aardkorst, in minder dan twee eeuwen aan het opstoken zijn. Planten en dieren moeten maar zien hoe ze daarmee uit de voeten komen. Wij mensen komen alleen nog uit de voeten als joggers of vierdaagselopers, en we flaneren in de stad. Verder roeren we nauwelijks nog een voet terwijl ongekende motorkrachten ons over heel de aardbol dragen. En dan brengen we ook nog exoten mee, decoratieve woekerplanten uit Japan, of reuzen- berenklauwen uit de Kaukasus. De wilde flora en fauna die hier al lang van nature thuis was krijgt het daarmee weer extra moeilijk. Soms komt een dwaalgast op avontuur hier op eigen
kracht naar toe. Een |
Dat heeft beslist heel wat autokilometers
bespaard. Maar natuurlijk bleven veel mensen komen die liever vanaf groter afstand, maar dan wel in de werkelijkheid, naar het nest wilden turen. Het paar werd het zat, terwijl alle vogelaars 'gebiologeerd' maar naar dat nest bleven staren bouwden ze stiekem een nieuw, in een stil ontoegankelijk deel van het gebied. Zelfs de boswachters hadden niets in de gaten. Waarom zou een zeearendenpaar geen recht mogen hebben op privacy? Dezelfde lente gingen we met ´n groepje
natuurliefhebbers langs de wadden
Het eerste wat we daar vanaf te zien kregen... vijf roze flamingo's! |
| Een balangrijke sector van onze economie - Alweer een (ochtendhumeur van) - Oorwurm - geplaatst 6 juli | |
|
Er was een
boer die varkens fokte. Hij had een modern bedrijf dus had hij enorme schuren, waarin heel efficiënt duizenden varkens samenhokten. En omdat het zo'n modern bedrijf was, had hij nauwelijks personeel, zó efficiënt was alles ingericht, dat automatisch werd verricht wat er maar automatisch kan. Zo werkte de boer dus, alléén. Ook die avond toen hij zijn trekker na gedane arbeid een schuur binnen reed. En opeens gebeurde er iets waarmee de computers en automaten géén raad wisten. De trekker vloog in brand. En de boer wist al evenmin raad, want hij was alleen... Als éénling kon hij onmogelijk het brandend werktuig de schuur uittrekken. Wat hij kon was 112 bellen, om de brandweer. En terwijl hij op de brandweer wachtte kon hij met geen mogelijkheid de varkens uit zijn inmiddels brandende schuur redden, want hij was alléén en was hij dat niet geweest: wáár moest hij met al die varkens heen? |
Toen de brandweer arriveerde was hen niets anders
gebleven dan de (Het ochtendhumeur van) © Oorwurm - juli 2009
|
| Even een telefoontje - Column van Verbal Jam - geplaatst 6 juni | |
|
De moderne techniek maakt het ons steeds
makkelijker. Neem bijvoorbeeld telefoneren. Ik moest vandaag een medewerker van een bankfiliaal bellen. Vroeger moest je omslachtig met een draaischijf een doorkiesnummer draaien. Tegenwoordig doe je dat heel makkelijk, goedkoop en geavanceerd via het internetbellen. Afijn, u kent dat wel, u maakt het zelf dagelijks mee. Ik kies het 0900-nummer van de bank. De
telefoon zegt: Ik krijg uiteindelijk een vriendelijke
meneer bij de telefonische receptie. Hij |
Maar hij wil eerst weten waar het zo'n beetje
over gaat. Dan kan hij de filiaalmedewerker alvast mentaal voorbereiden, vermoed ik. En als ik nu van plan was die bankmedewerker de huid vol te schelden? Gaat de receptionist dat dan óók alvast voor mij doen? Ik krijg vervolgens de bankmedewerker keurig aan de lijn. Hij gaat het probleem uitzoeken en mij terugbellen. Hoop ik. Deze evaluatie van de moderne
communicatietechniek heeft mij het Ik ga lunchen met mijn vrouw. Zij vraagt
mij de kaas door te geven. |
| Alweer de varkens - Onder het pseudo Oorwurm een column over een hype 1 dag later al overspoeld door de volgende - geplaatst 12 mei | |
|
Van griep ga je niet dood. Je gaat dood aan longontsteking of een embolie. En dat krijg je als je luchtwegen verzwakt zijn; dat kan door een aangeboren kwetsbaarheid maar vaker door leefomstandigheden. Vuile lucht bijvoorbeeld, dat komt weer door ménsen. Als er teveel van zijn en ze zitten allemaal op een kluitje. Al dat rijden, roken, ruften geeft een enorme luchtverontreiniging. Mexico-Stad en Peking zijn daar duidelijke voorbeelden van Nieuwe ziektes steken graag de kop op in zulke kweekhaarden. Waar de lucht nog schoon is loop je weinig risico om aan een griep te overlijden. Zolang je maar niet teveel op een kluitje gaat zitten en het milieu verpesten. Varkens zitten niet graag op een kluitje, waar dat wel gebeurt is het tegen hun zin. Omdat mensen ze bijeen persen, vanwege economie en efficiency. Je hebt gewoon pech als je varken bent. Zelfs als je in het bos leeft loop je risico, daar kun je de kroonprins en zijn maten tegenkomen, met hun jachtgeweren. |
De kroonprins houdt veel van wilde
varkens, maar alleen als ze dood zijn. Ik zei al, je hebt pech als je varken bent. Er zijn ook mensen die je niet halal of niet kosher vinden, om één of andere godsdienstige reden. Die mogen je, in tegenstelling tot de kroonprins, niet opeten. Maar of je dat helpt? In Egypte en Lybië is de lucht nog tamelijk schoon en er kreeg nog niemand griep. Maar door alle paniek in het wereldnieuws zijn ze er hartstikke bang voor. En dan werd deze griep ook nog eens 'varkensgriep' genoemd. Dan moeten opeens alle varkens dood. Waarom? Dáárom! Vijfhonderdduizend varkens op één dag afgemaakt in een land waar ze haram zijn, waarom houden die mensen toch varkens als ze daar niet gegeten mogen? Nu moeten ze allemaal ineens op de barbecue. Hé hoor ik daar iemand hoesten? Ja, dat zal me een luchtvervuiling geven! © Oorwurm - 29 april 2009 |
| Bril is dood - Ronald Offerman schreef een column geïnspireerd op de columnist - geplaatst 29 april 2009 | |
|
Bril is dood. Dat is jammer. Ik vond hem niet
altijd even leuk of zelfs maar even goed, maar zelfs zijn mindere columns vond ik altijd nog leesbaar. Van mij hoeft een columnist ook niet elke dag een prachtige column te schrijven, af en toe iets minder of zelfs ronduit slecht stoort mij niet. Dat maakt een columnist in mijn ogen alleen maar meer mens met zijn gewone ups en downs. Carmiggelt heeft al lang geleden geschreven: 'Ook een columnist heeft wel eens zijn of haar dag niet. Morgen beter.' Zo is het. Omdat ik heel lang in Amsterdam Oud-West heb gewoond en daar nog vaak kom, kwam ik Martin Bril geregeld tegen. Niet dat we elkaar persoonlijk kenden maar door zijn columns kende ik hem toch vrij goed. Helemaal omdat hij geregeld schreef over dingen die ik zelf in de buurt tegenkwam. De beschrijving van een terras op de Overtoom, het Vondelpark of straten, pleinen, winkels en mensen in Oud-West. Soms raakten onze levens elkaar op zulke punten. De column over de erge stijging van de Koekjesbrug bijvoorbeeld, iedereen die al dan niet dronken, komend vanaf het Leidseplein, op de fiets die brug heeft bestegen, die weet hoe heerlijk het is om met de wind in je haar de Bosboom Toussaintstraat in te rijden. Martin Bril kon dat mooi beschrijven. Een paar maanden geleden had hij een column getiteld, De dood van een Danser, over een bejaarde man die in het bejaardentehuis Bernardus zat en die al jaren geen bezoek had gekregen. |
De man zat meestal te slapen voor zijn
televisie en toen Martin Bril eens zag dat zijn kamer werd leeggehaald bleek dat hij was overleden. Hij was een redelijk beroemde balletdanser geweest. Heel lang geleden, want de danser werd drieënnegentig jaar. Ik kende die danser en heel af en toe ging ik wel eens bij hem op bezoek, net als bij verschillende andere mensen uit mijn kennissenkring. Ik moet toegeven dat de laatste tijd het bezoek minder werd omdat Johan, zoals de danser heette, steeds minder mensen herkende, maar ook omdat hij nogal narrig uit de hoek kon komen en aardig verward was. Vroeger, als ik langs Bernardus kwam en ik zag Johan voor het raam zitten, klopte ik even bij hem aan het raam en vroeg of alles goed ging en maakte dan een kort praatje. Maar de laatste jaren was het zo dat, als ik vanaf de straat op het raam klopte, Johan wakker schrok, zeer moeizaam uit zijn stoel opstond en met heel kleine stapjes naar de deur liep, omdat hij dacht dat daar geklopt werd. Die korte wandeling naar de deur duurde zo gruwelijk lang en kostte hem zo veel moeite dat ik medelijden met hem kreeg en dus met het kloppen gestopt ben. Maar goed, Martin Bril was dus in de veronderstelling dat niemand hem meer kende, maar dat was niet zo. Dat wilde ik hem steeds schrijven of laten weten, maar iedereen weet hoe dat gaat. Je denkt: ik schrijf hem morgen wel, of: het komt wel... en dan plotseling is iemand dood. En als iemand dood is valt er niet veel meer te schrijven aan die persoon. Martin Bril is dood, Amsterdam zal hem missen. © Ronald Offerman. |
| Niet creatief maar recreatief - Feiten over Mathilde Willink - fragment van een artikel van René Zwaap - geplaatst 23 april 2009 | |
|
Inleiding door John Zwart - Verleden jaar bracht ik een bezoek aan het Westfries Museum in Spanbroek, magisch realistisch werk is daar vaak te bewonderen, met het spotlicht op de Carel Willink collectie. Daar stond ze, op een levensgroot schilderij weliswaar, maar even schokkend alsof ze in levenden lijve aanwezig was. Niet in het minst vanwege de pop gekleed in een Fong Leng creatie zoals ze die zelf menigmaal droeg, die ernaast stond. Nog steeds voel je die griezelige uitstraling van Mathilde, de sensatie van een onderhuidse gekte die zich ieder moment zou kunnen manifesteren. |
Met ongeloof bedacht ik dat Mathilde
Willink, derde in de rij van vier vrouwen waarmee de eigenzinnige schilder het leven deelde, inmiddels 70 jaar zou zijn geworden, als ze nog in leven was. Mathilde heeft onbetwist haar plekje in de rij van bekende vrouwen die nooit ouder werden, maar door jong te sterven voor zichzelf de eeuwige jeugd verworven hebben. Als een Mata Hari, een Marilyn Monroe, Prinses Diana zal ook zij onze geest bevolken. Een maintenee, een profiteur, een dom blondje dacht ik vaak, maar na het lezen in haar leven veranderde die gedachte, werd ze mij bijna sympathiek |
| levend kunstwerk | mijn grote geheim |
|
Een Zeeuwse muze. In kunst te leven,
kunst te zijn, dat was de grote ambitie van Maria Theodora Mathilde de Doelder, beter bekend als Mathilde Willink, alias Het Fenomeen, alias Het Levend Kunstwerk. Met instemming citeerde zij de Romeinse wijsgeer Tacitus: 'Wie geen talent heeft, doet het beste in de schaduw van een groot man te leven.' Zichzelf dichtte ze geen bovenmatig talent toe. De Dichter Adriaan Roland Holst omschreef haar als 'niet creatief, maar recreatief', en die kwalificatie droeg zij als een geuzennaam mee tijdens de honderden interviews die haar gedurende haar onweerstaanbare opkomst als oppermuze van de Nederlandse kunsten werden afgenomen. "Toen ik op school zat, vereerde ik
Willink al', vertelde ze over |
Mathilde oogde als het Zeeuws meisje van de
boterreclame: Geen cent te veel hoor!'.:Blond, lang, sterk en blozend gezond. Ook was ze nog gezegend met een bovengemiddelde intelligentie. Ze doorliep het gymnasium A bij de jezuïtische paters van Sint Janssteen. 'De priesters hadden een ongekende macht', zo vertelde ze. 'Ik heb me vroeger te vaak neergelegd bij de grillen van de paters maar ik heb wel van hen geleerd hoe je de kunst van verleiden kunt perfectioneren, wellicht als een soort overlevingsmechanisme.' Society-journalist Joop van Loon, auteur van 2 boeken over haar, het laatst verschenen met de titel.:`Mathilde Willink`, is overtuigd dat zich in het jezuïtische klooster traumatische gebeurtenissen hebben voorgedaan die Mathilde heel haar leven achtervolgden. Van Loon, gezeten achter een glas armagnac in hotel Américain: `'Mathilde heeft mij dat ook in zoveel woorden verteld. Ze noemde het "mijn grote geheim". Het zal zich ongetwijfeld hebben afgespeeld in de seksuele sfeer`... Vanaf die tijd in het klooster voelde Mathilde zich anders dan de anderen. Van Loon denkt ook dat haar latere talent voor totale transformatie in het buitenissige een soort therapie was tegen dat trauma. De eerste man die voor Mathildes charmes valt, is haar leraar Geschiedenis, een zekere Camiel Lekkerkerker, een kunstzinnig aangelegde weduwnaar, die haar verder wegwijs maakt in schilder- kunst en literatuur. De leraar is zodanig geobsedeerd door zijn leerling dat hij vader De Doelder om haar hand vraagt. De zeeman timmert de minnaar resoluut de trap af. Tot grote opluchting van haar familie verhuist Mathilde op negentienjarige leeftijd naar Amsterdam, dat zij ziet als een tussenstop voor haar definitieve vertrek naar het Parijs van Sartre, De Beauvoir en Juliette Gréco. |
| laat haar maar langskomen | |
|
In Amsterdam vindt Mathilde een baan als
administratief medewerk- ster bij boekhandel Allert de Lange op het Damrak, ze studeert in letterkunde en klassieke talen, en start onderwijl haar queeste naar een heer van stand. Ze trekt in bij de veel oudere psychotherapeut Julius Bierens de Haan, die echter al spoedig genoeg krijgt van zijn veeleisende minnares, en haar min of meer 'overdoet' aan de schilder Carel Willink. Willink in zijn mémoires: 'In het Stedelijk Museum had Mathilde met Bierens de Haan enkele van mijn schilderijen gezien. Toen deze haar vertelde dat hij de schilder kende, stond haar verlangen vast: aan Willink te worden voorgesteld.' Bierens de Haan arrangeerde de ontmoeting. Willink: 'Ik vond 't best en zei: "Laat haar maar langskomen". Die avond ging ze meteen op mijn schoot zitten en noemde me lieveling. Ze liet duidelijk merken dat ik haar voorkeur genoot, waardoor ik me als man op leeftijd wel gevleid voelde.' Carel Willink had twee huwelijken achter de rug toen hij de nog vers uit Zeeland overgekomen Tilly de Doelder ontmoette. In 1926 was hij met onderwijzeres Mies van der Meulen getrouwd, om twee jaar later weer te scheiden, omdat Mies verliefd werd op de schrijver Reinder Blijstra. In 1933 trad Willink in het huwelijk met de erudiete Wilma Henriëtte Johanna Jeuken, die in 1960, dat was een jaar voor Willinks ontmoeting met Tilly de Doelder, overleed aan de gevolgen van een hersenbloeding. De dood van Wilma had Willink sterker aangegrepen dan hij wilde toegeven. Ze was al die jaren zijn vaste model geweest. Het doek Portret van Wilma (uit 1952) was een van de hoogtepunten van Willinks werk. Toch was hun huwelijk niet bovenmatig liefderijk te noemen. 'Ik schilderde, werkte hard aan mijn oeuvre, ik at, ik sliep', aldus Willink in een van zijn koel getoonzette statements. 'Ik beleefde niet zo veel en Wilma niet met mij. Dertig jaren huwelijk lijkt weggedeind in een verleden dat mij, de observator, niettemin een ongekende picturale voldoening heeft gegeven.' |
Bij de kennismaking met Mathilde was Willink
zestig jaar oud..., Mathilde was eenentwintig. Het was 1960, en Willink kampte met de voorboden van dreigende vergetelheid. Vanuit zijn woning-atelier aan de Amsterdamse Ruysdaelkade bestookte de oude meester de wereld weliswaar nog met zijn apocalyptische, ruïneuze stadsland- schappen, zijn vaak beklemmende portretten van mens en dier, maar hij had de wind niet mee. Voor de oorlog was Willink bij uitstek de 'literaire schilder', hij stond op goede voet met de schrijvers van de Forum-generatie, in het bijzonder Du Perron, Ter Braak en Marsman, met wie hij bevriend was. Het wegvallen van deze drie zielsverwanten in mei 1940 (Ter Braak door gif, Du Perron door een hartaanval, en Marsman door de torpedo van een U-boot) was voor Willink de sociaalartistieke genadeklap. Tijdens de oorlog werkte hij in opperst isolement gestaag door. Met schilderijen als Simon, de pilaarheilige en Kasteel in Spanje ving hij de ondergangssfeer van een door Albert Speer ontworpen nieuw- antieke heilstaat van het Derde Rijk, zo wordt wel eens gezegd. Na de oorlog stond Willink opeens moederziel alleen. Hij was de erkende meester van magisch realisme à la Hollandaise, vermaard vanwege zijn precisie en technische virtuositeit, berucht als ruiter van de Apocalyps. Maar al snel werd duidelijk dat de schilder- kunst een geheel andere richting was ingeslagen dan hij. Diametraal tegengesteld aan de koele, analytische, vooral tijdrovende stijl van Willink maakten Nieuwe Wilden van de Nederlandse schilder- kunst school met abstract-expressionistische werken, sneller op het doek gesmeten dan Willink een tepelhaar kon schilderen, en nog beter verkocht en luider geprezen in de pers ook. Willink zag de opkomst van Appel, Corneille en andere exponenten van Cobra met tandenknarsen aan. Preluderend op de literaire vadermoord van W.F. Hermans op Du Perron en Ter Braak sloegen de Vijftigers in de schilderkunst hard toe, en Willink en Pyke Koch behoorden tot de eersten die eraan moesten geloven. |
| relatie grotendeels platonisch | Mathilde is een ding, mooi in huis te hebben |
|
De nieuwe generatie schilders eiste kleur,
dynamiek, beweging. Willink bood alleen stilstand, grijstinten, koele vissenogen. Nog voor zijn echte doorbraak - door de oorlog onmogelijk gemaakt - dreigde Willink achterhaald te worden verklaard. In 1950 publiceert Willink het traktaat De schilderkunst in een kritiek stadium. Het is een openlijke oorlogsverklaring aan de tijdgeest. 'Er is nog geen schilderij van Appel dat mij heeft ontroerd', zegt hij. En: 'De hedendaagse schilderkunst is voer voor psychiaters, niet meer voor kunstminnaars.' Hij spreekt over het 'amorf niemandsland van de abstracte kunst'. Op zich heeft Willink over opdrachten niet te klagen. Notabelen en captains of industry zijn dol op zijn technisch vermogen en waarlijk vakmanschap. Willink is een veelgevraagd portretschilder. Minister Stikker laat zich door hem vereeuwigen. Ook koningin Wilhelmina toont belangstelling, maar onderhandelingen in 't Loo ketsen af op de prijs. De opdracht om prinses Juliana te schilderen slaat Willink beleefd af nadat een vertegenwoordiger van de hofhouding hem tijdens de instructies verbiedt om het monarchale model in de ogen te kijken. In Amsterdam is Willink zonder meer een beroemdheid. Adriaan Roland Holst, Simon Carmiggelt, Gerard van het Reve en zijn echt- genote Hanny Michaelis, Wim Sonneveld, Ton Lutz en directeur Henk Dijkstra van de Groene Amsterdammer behoren tot de vaste bezoekers van zijn huis aan de Ruysdaelkade, pal tegenover het Rijksmuseum. Hij frequenteert De Kring, bezoekt wekelijks de Stadsschouwburg, waar hij in een vaste jury voor toneelspel zit, dineert in highsociety- etablissementen als Indonesisch restaurant De Oriënt in de Van Baerlestraat en Fong Li in de P.C. Hooftstraat. Spoedig wijkt de pronte, met haar één meter negentig boven de maestro uittorende Mathilde, niet meer van zijn zijde. Mathilde-biograaf Joop van Loon achrijft: 'De relatie tussen Mathilde en Willink was grotendeels platonisch. Willink was een handschoen- fetisjist. Hij hield ervan om vrouwen te strelen, verder gingen zijn verlangens niet.' Over zaken tussen man en vrouw maakte Willink zich weinig illusies. 'Ik heb gelezen dat van de honderd huwelijken er vijftien goed zijn en van tien daarvan is de man impotent en van vijf abnormaal', zei hij in een interview. 'Ik ben geen vrouwenliefhebber. Maar ik kan niet zonder vrouw.' Vanaf het prille begin is Willink duidelijk over zijn verhouding tot de vrouw die zijn derde echtgenote zou worden. Hij noemt haar 'mijn inspirerende, mooie, verwende en kostbare muze'. 'Mathilde is heel suggestief', aldus Willink. |
'Ik heb maar drie minuten nodig om haar aan
het huilen te krijgen. Ze is een superpoes, een mooi ding om in huis te hebben. Wilma was een kameraad, Mathilde een ding. Dit is een incestueuze verhouding. Koel. Berekend. Vader en dochter.' Willink verbiedt Mathilde nog langer te werken. Hij verzorgt haar als een dierbare pop, die zich niet hoeft te vermoeien met huishoudelijk werk of financiële aangelegenheden. De schilder plundert de duurste boetieks aan de P.C. Hooftstraat om Mathilde de juiste hoofdstede- lijke touch te geven. Het is nog niet de tijd voor extravaganza. Voorlopig is chique en duur genoeg. Willink schenkt haar een uit parels bestaand hesje, waarin hij haar schildert: Portret van Mathilde de Doelder (1963). Hij stelt hoogstpersoonlijk de 'krijgskleuren' vast die ze als make-up moet gebruiken. 'Ik heb haar verleid met kleren van Max Heymans, later werd 't Holthaus. De prijzen van m'n schilder- werk heb ik aangepast', aldus Willink. Mathilde trekt bij haar dierbare oude vriend in. Er staat 'n biedermeier hemelbed in haar slaapkamer, en vijf massieve spiegels.Toch is ze rusteloos. Ze is te ongedurig om de schilder permanent bij te staan in zijn tergend langzaam vorderende werk. Via connecties bij de KLM directie regelt Willink een baan als stewardess. Mathilde gaat op wandeltocht door de binnenlanden van Zambia, zij bewondert de omgeving van Anchorage in Alaska als 'de ideale plek om zelfmoord te plegen'. Biograaf Joop van Loon: 'Door Mathilde kreeg Willink weer vleugels. Het was alsof dor hout weer begon te groeien.' Loek Brons, gewezen textielkoning en handelaar in Willinkschilderijen: 'De oude man leefde weer helemaal op. Zijn relatie met Mathilde bracht hem in de publiciteit, zijn naamsbekendheid groeide. Dat was maar goed ook, want vanwege Mathilde diende hij heel wat meer te verdienen dan voorheen. Door Mathilde ging hij weer reizen, werden zijn schilderijen wilder, energieker, net als hijzelf. Mathilde nam Willink mee naar de beeldentuin van Bomarzo in Italië, een bezoek dat van enorme invloed is geweest op het latere werk van Willink.' De zestiende-eeuwse beeldentuin van Bomarzo, met zijn uit rots geslagen beelden van half vergane hellehonden sfinxen en draken bij wijze van architectonisch rouwritueel voor 'n overleden echtgenote aangelegd door de legendarische aristocraat Vicino Orsini, vulde Willinks verbeelding met nieuwe symboliek, precies zoals dat ook met Salvador Dali was gebeurd. Voor Willink was het een artistiek eureka-moment, waarbij alle visioenen die hij in zijn hoofd had zitten opeens vaste vorm kregen. Voor Willink waren de sinistere beelden 'de zwijgende wachters van het atoomtijdperk'. |
| jij bent geen vrouw, je bent een nicht | speelkameraadjes, dat is onschuldig vermaak |
|
Het huwelijk van Mathilde en Carel krijgt in
1969 zijn beslag, een jaar na de dood van Mathildes vader. Mathilde wordt mevrouw Willink en draagt die naam als een ereteken. 'Ik ben een tijdelijk monument, om het zo te zeggen. Willink heeft mij geschilderd en zo betrokken in zijn onsterfelijkheid. Het is een paradijs om naast Willink te leven. Dat jaar komt aan haar baan bij de KLM na vijf jaar een einde door ruzie met collega's. Mathilde wordt nu fulltime mevrouw Willink. Ze wordt de koningin van de Amsterdamse beau monde. Ze kleedt zich steeds extravaganter en ook: duurder. De portemonnee van Carel Willink wordt zwaar op de proef gesteld als Mathilde haar oog laat vallen op de creaties van de Chinees-Nederlandse ontwerpster Fong Leng. Haar creaties - enorme japonnen van zijde, bestikt met exta- tische Aziatische tijgermotieven en wat dies meer zij - doen al gauw tussen de tienduizend en dertigduizend gulden. Fong Lengs boetiek aan de P.C. Hooftstraat draait al gauw vrijwel exclusief op 't echtpaar Willink. Mathilde wordt het levende kunstwerk. Ze is de koningin van de nacht, met in haar gevolg een steeds verder uitdijende hofhouding. Joop van Loon: 'Mathilde was een sensatie. Door haar kreeg Amsterdam iets wat op jetset leek, glamour. Ze was de grote ster van de Fong Leng-modeshows, waar ze als volleerd mannequin de show stal tijdens enorme evenementen in het Tropen- museum of de Beurs van Berlage. Mensen betaalden kapitalen op de zwarte markt om daar toch maar bij te kunnen zijn.' Mathilde: 'Een extravagante verschijning noemen ze me. Dat is juist. Alles is extra aan mij. Wellicht is die aanzet in het verleden gegeven. Ik verbaas me allang niet meer dat er zoveel homo's om me heen zwerven. Ze zien in mij een exponent van henzelf - iemand die, de angst voorbij, overdreven veel op een vrouw probeert lijken, met veel verleidelijkheid. Mijn homofiele vrienden zeggen dan altijd: "Jij bent geen vrouw, jij bent een nicht!"' Van maestro Willink klinkt dan nog geen klacht. |
In april 1975 zegt hij in Elsevier: 'Mathilde
zou genoeg van me kunnen krijgen. Maar ik zie dat niet gebeuren. Ze is erg afhankelijk van mij. Ze houdt niet van jonge mannen, ze heeft haar vriendjes, het zijn haar speelkameraadjes, maar dat is onschuldig vermaak.' Dankzij Mathilde is Willink top of the bill. Het paar wordt met grote regelmaat besproken in kranten en weekbladen. Maar er beginnen ook irritaties te ontstaan. De gevreesde criticus M.M.M. Vos: 'Meester Willink is kruidenier genoeg om kosten en baten tegen elkaar af te wegen. Na ieder optreden van het tweetal denk ik onwille- keurig aan Busken Huets woorden: "De aard van de vrouw brengt mee dat zij overvraagt, de aard van de man dat hij zoekt lief te hebben beneden de markt".' Dat jaar pakken zich donkere wolken samen boven het jonge huwelijk Willink begint een affaire met topmannequin Andrée Rupp. Mathilde krijgt er lucht van en bekogelt de open sportauto van Rupp met eieren, met het gewenste resultaat. Het gevaar is echter niet geweken. Willink begint ook amicale gevoelens te ontwikkelen voor schilderes ('Ze heeft een leuk talentje', aldus Willink) Sylvia Quiël. Die zomer komt Willink met zijn schilderij Afscheid van Mathilde. Het is meer dan twee meter hoog en toont Mathilde in vol ornaat. Het werk wordt ten doop gehouden in galerie Siau. 'Alleen bij de eerste vertoning van de Mona Lisa in het Louvre waren evenveel mensen aanwezig', aldus Harry Mulisch. In augustus barst de bom. Verteerd door jaloezie stort Mathilde zich met een broodmes op twee schilderijen van Willink, het Portret van Wilma uit 1952 en Portret van Mathilde uit 1963, beide topstukken waar jaren arbeid in zit. Willink is gebroken. De schilderijen zijn in tientallen reepjes gescheurd. Portret van Wilma wordt toch nog gerestaureerd. Mathildes portret wordt ook hersteld, maar Willink weigert het te signeren. Hij beschouwt het werk niet meer van hemzelf. |
| brandende rivaliteit tussen Mathilde en Sylvia | een heksenproces van Henk van der Meyden |
|
Willink zoekt zijn toevlucht bij Sylvia Quiël. Wat volgt is een publicitaire oorlog tussen de echtelieden. Quiël en Willink beschuldigen Mathilde ervan de schilder met een bijl te hebben aangevallen, alsmede van een poging tot wurging van de maestro. 'De nacht dat Mathilde Carel Willink met een bijl sloeg', is de kop boven een verhaal van Henk van der Meyden in De Telegraaf. Mathilde treedt op in een film van Paul Huf. Ze laat zich filmen terwijl ze in een spierwit Fong Leng-pak per valscherm landt op Bomarzo. Sylvia Quiël noemt haar 'een publiciteitsgeile piranha'. Vooralsnog lijkt Mathilde niet al te aangeslagen. Ze verzint telkens weer stunts om de media te bereiken. Ze gaat zwemmen met de dolfijnen van het dolfinarium van Zandvoort en heeft - ver voor prinses Irene - spiritueel contact met ze. Regelmatig is zij op de plankieren van de modehuizen te bewonderen. Mannen vechten om haar hand. Ze bewoont een door Willink betaalde verdieping in een pand aan de Weteringschans, pal naast poptempel Paradiso en met uitzicht op het huis van Willink en zijn nieuwe partner Sylvia. Op 17 maart 1977 breekt er 's nachts brand uit in huize Willink. Het nieuwe paar beschuldigt onmiddellijk Mathilde, die die nacht langskomt. Mathilde: 'Ze hebben me valselijk beschuldigd die brand te hebben veroorzaakt. Maar ieder mens kan toch wel nagaan dat ik met de kleding van Fong Leng onmogelijk al die trappen op en af kan rennen naar de derde etage waar de brand is begonnen.' |
Bij wijze van vergelding trekt Mathilde op
kosten van Willink naar New York. Het doel: minnares te worden van Salvador Dali. Helaas: de Spaanse maestro wordt 'op boosaardige wijze bewaakt' door zijn geliefde Gala. Een illusie armer komt Mathilde terug naar Amsterdam. VPRO-radio geeft haar een prijs: 'de grootste kunstluis van Nederland'. Op 19 mei 1977 zit heel Nederland voor de buis als Henk van der Meyden tijdens zijn TROS-tv-show Mathilde ondervraagt in een suite van hotel De l'Europe. Onderwerp van gesprek zijn de financiële perikelen rond de scheiding met Willink. 'Als dat zo doorgaat, zal er drastisch moeten worden opgetreden', zegt Mathilde. 'Hoe bedoel je dat?', vraagt Van der Meyden. 'Nou - zelfmoord', oppert Mathilde op haar allerzangerigst. Een aangeboden bos witte rozen weigert ze resoluut. 'Die gooi ik in de gracht.' Nederland huivert. Mathilde is in één klap de beroemdste vrouw van het land. Vrij Nederland-criticus A. Koolhaas vergelijkt de uitzending met een 'heksenproces'. Leo Derksen in De Telegraaf: 'Mathilde Willink is niet meer dan een jurk en wat verf.' 'Zelden zag ik waanzin zo volledig geportretteerd', aldus Ischa Meijer in NRC Handelsblad. Mathilde zelf toont zich nochtans tevreden: 'Voor het eerst heb ik een hele hoop fanmail gekregen. Allemaal van mensen die zeggen dat ik zo moedig kaarsrecht overeind ben gebleven onder de doordouwerige tersluikse vraagjes van Henk, die aldoor maar een aangepaste, keurige burgertrut van me wilde maken.' |
| scheiding en een gewelddadig einde | weer die Henk van der Meyden |
|
Op 2 juni 1977 wordt de scheiding
uitgesproken. Mathilde krijgt fl. 62.500,- mee, de helft van de schadeloosstelling. In september opent Mathilde haar eigen galerie. Via de rechter wordt haar verboden er de naam Willink aan te geven. Galerie Mathilde aan de Keizersgracht opent met een expositie van het werk van de Hon- gaarse schilder Victor Vasarely. Mathilde toont zich vergevingsgezind 'Ik wil hier graag stellen, dat ook na onze scheiding en na alle gebeur- tenissen, waarbij ik me wel eens klassiek impulsief vrouwelijk heb gedragen, ik een vurig bewonderaarster van zijn werk gebleven ben', spreekt ze tot de pers over Willink. Begin oktober is Mathilde te gast bij de radio in Hilversum. Ze heeft plannen genoeg: 'Een van mijn dromen is dat ik als eerste vrouw naar Mars word gelanceerd. Maar dan wel in 'n ruimtepak van Fong Leng.' Ze mag haar favoriete muziek aankondigen: Tristan und Isolde van Wagner. Twee weken later, op 25 oktober, vinden twee gealarmeerde agenten Mathilde Willink dood op haar hemelbed. |
Ze is met een pistoolschot door het linkeroor
om het leven gekomen. In het vertrek treft de politie een hevig snikkende Gerard ('Dicky') Vittali aan, een vanuit Laren opererende cokedealer voor de Gooise jetset, die zich via Mathildes vriendschap toegang tot een betere klantenkring had verschaft. Mathilde ligt naakt op bed, bedekt door een bontjas. In haar rechter- hand een damespistool van het Spaanse merk Astra Unceta, met parelmoeren handgreep. De politie doorzoekt de woning nog volop als plotseling Henk van der Meyden opduikt. Zonder dat de politie het ziet, haalt Vitalli 8 zakjes met wit poeder onder het bed vandaan en schuift ze in de zak van de verslaggever, zoals Van der Meyden drie jaar later opbiecht in zijn boek Dat kan toch niet waar zijn? Van der Meyden: 'Hier stond een intens verdrietige man. Hoe kon ik hem zoiets weigeren?' Van der Meyden ontkent overigens dat het om cocaïne ging. De zakjes zouden poeder bevatten waarmee cocaïne wordt versneden. 'Ze voelden heel zwaar aan', aldus Van der Meyden. |
| rechtshandige Mathilde schiet zichzelf door linkerslaap | Sylvia en Carel opgelucht |
|
De politie kwam tot de conclusie dat Mathilde
Willink zelfmoord had gepleegd. Bijna niemand in Mathildes vriendenkring geloofde dat. Ook binnen de politie waren er dissidenten. CID-rechercheur Jaap de Groot tegenover misdaadverslaggever Peter R. de Vries: 'Ik vermoed dat de betrokkenheid van Henk van der Meyden ermee te maken had. Men was bang dat er een beerput zou opengaan over coke en de jet- set. Misschien zouden er meer bekende namen vallen.' Ook ex-commissaris Torenaar, dat jaar zelf het middelpunt van een drugsaffaire met de Chinese triades, geloofde bij leven en welzijn niets van de zelfmoordthese. Daarvoor waren er te veel tegenstrijdigheden. Zo bleek bij nader onderzoek nog een tweede kogel van hetzelfde pistool in de vloer van de woning te zitten. Het bewuste pistool bleek gebruikt bij eerdere aanslagen, en ging als besmet wapen rond in de Amsterdamse gangsterscène. Bovendien was Mathilde rechtshandig, terwijl de kogel in haar linkerslaap zat. Een fysieke onmogelijkheid. Patholoog-anatoom J. Zeldenrust ontdekte twee gebroken ribben en krassporen en schrammen in de hals, tekenen van een worsteling. Roy Jongeling, een Amsterdamse kunstenaar die Mathilde als zijn minnares meemaakte in haar laatste maanden: 'Niemand van Mathildes vrienden gelooft in zelfmoord.' Schrijver Ton Vorstenbosch sprak van huurmoord. Modekoning Frank Govers: 'Eigenlijk hebben wij haar allemaal vermoord.' Voor echtpaar Carel en Sylvia Willink kwam de dood van Mathilde als een geschenk uit de hemel. Sylvia Quiël: 'Het nummer 25 is mijn geluksgetal.' |
Tijdens de onwaardig chaotisch verlopende
begrafenis van Mathilde op begraafplaats Westgaarde in Osdorp deden meneer en mevrouw Willink zich te goed aan een Indonesische maaltijd. Dat jaar presenteerde Willink zijn schilderij Rustende dryade, met Sylvia als bosnimf. De finale wraak van Sylvia Willink-Quiël op haar aartsrivale kwam in 1983, toen zij en haar echtgenoot het boek ´Willinks waarheid´ deden verschijnen. Het waren memoires van Willink, aangevuld met een dagboek van Sylvia. Het boek was een grote haatexercitie aan het adres van Mathilde. 'Hoewel mijn omgeving me had gewaarschuwd, en zelfs haar moeder zich in ongewoon afkeurende zin over haar had uitgelaten, kon niemand aan het begin van de jaren zestig weten hoe ik tenslotte verarmd en ongelukkig achter ´n opgetuigd fregatschip zou aanlopen, mijn meest geliefde schilderijen van de hand gedaan om de duurste garderobe van Nederland te kunnen bekostigen, mijn naam bij alle mogelijke en onmogelijke affaires in de roddelpers, uiteindelijk nog genoemd ook bij een zogenaamde zelfmoord, die mij door dezelfde schandaaljournalisten (als de grootste aanstichter tot een wanhoops- daad) in de schoenen werd geschoven. Ik ijs als ik terugdenk aan die periode in mijn leven en de latere gevolgen', zo sprak Willink over zijn dode Mathilde. Carel Willink stierf kort na de verschijning van het boek. Verkort artikel van |
| Over eten - Kort verhaal 'met een moraal' van John Zwart - geplaatst op 8 april 2009 | |
|
Wie al wat langer mijn columns leest kan
weten dat ik eens als jongen vakantiewerk deed in de koekjesfabriek van Hille. Het betaalde slecht maar eigenlijk was het toch wel leuk daar. We bakten allerlei lekkers, kokosmakronen, spritskoekjes en froufrou - Hille bestaat allang niet meer, maar die koekjes zijn nog altijd te koop. Froufroutjes werden op een kleine ronddraaiende gasoven gebakken, dat was éénmanswerk. In augustus begon de grote oven taaitaai te draaien, de aanloop naar het sinterklaasfeest. Tegenwoordig staan er in de fabrieken volautomatische computergestuurde ovens, toen moest dat bakbeest van dertig meter lang nog met de hand nauwkeurig ingeregeld worden door ovenisten. Het luisterde heel nauw om goed doorbakken popjes van de juiste taaiheid te krijgen die niet te bleek maar ook weer niet te donker waren. Wanneer de juiste relatie tussen bandsnelheid en temperatuurverloop was bereikt waren er al heel wat afgekeurde taaitaaitjes in de bakken van de inpakkerij beland. Als je aan het froufrou oventje mocht werken en je bakte mooie gave wafels, dan kon het gebeuren dat je het product zelf helemaal mocht afwerken. Dan schepte je uit reuze bakken crème en smeerde egale lagen over wafelplaat na wafelplaat. Stapelen en dan samen door de lintzaagmachine, die er keurige rechthoekige koekjes van maakte. De zoete bakgeuren in de fabriek zorgden in het
begin voor een |
Van halféén tot één hadden we een halfuur pauze, moeder gaf me 's morgens 'n trommeltje boterhammen mee. In de eerste week had ik daar totaal geen trek meer in, het brood werd onderweg naar huis gevoerd aan de dieren in de wei, want ik had het lef niet met ´n nog gevuld trommeltje thuis te komen. Maar in de tweede week al had ik schoon genoeg van al 't zoet gebak en in de pauze at ik alweer smakelijk mijn volkorenboterham met kaas. De bazen wisten dat en daarom werd er nooit iets
gezegd van onze Hoe anders is het met geld. "Money is the root of all evil", zo
werd JohnN - 7 april 2009 |
| DHKPC - de aanpak van graaigrage topmanagers - Verhaal van Marc Tiefenthal - geplaatst op 24 maart 2009 | |
|
Het gebouw was een eender gebouw: het had
alles weg van een voor- malig pakhuis, uit de tijd dat bedrijven nog voorraden aanlegden. Later deden ze dat niet meer, ze leverden in werkelijke tijd, ongeacht de verkeersellende die dat meebracht en de tijd die ze daarmee zelf verloren. Nu doen ze het nog steeds niet, nu niemand nog iets uit hun voorraden wil kopen. Het was met andere woorden een uitgelezen locatie om bedrijfsleiders bijeen te brengen. Ineens kon de parking weer worden gebruikt. Ze had er jaren leeg bij gestaan en was al groen van het mos en het gras. Vanavond stonden er dus weer volop wagens. De meeste waren nauwelijks twee jaar oud en hadden gemiddeld een vermogen van meer dan 160 pk. Een aandachtig toeschouwer zou in het neonlicht ook hebben gemerkt dat de meeste huurwagens waren, eigendom dus van een leasingmaatschappij. Binnen was het gebouw voor de gelegenheid
en in geen tijd aangekleed De feiten dus. Om acht uur, zijnde twintig
uur, gingen de deuren potdicht. |
Er verscheen een tijdlang niets meer op het podium, toen de voorzitter was afgetreden via de treden en gaan zitten in de zaal, uiteraard op de voorste rij. Het licht werd geregeld. Was daarnet nog blauw de boventoon in de verlichting, nu werd het paars en geleidelijk werd het licht roder. Er zwol een beetje muziek aan, geen strijkje, maar een marsje. De persoon die nu verscheen was voor velen
een totaal onbekende, Na afloop van haar rede stonden de
bedrijfsleiders op, gaven hun sleutels
© Marc Tiefenthal (Tieftalen - la langue profonde). |
| Glasblazen - Verhaal van Gozertje - geplaatst op 15 maart 2009 | |
|
Op vrijdagmiddag hebben we altijd
wereldoriëntatie. Want dan heeft die ouwe meester Kramer van ons namelijk ook niet zo'n zin meer en dan kan-ie heel gemakzuchtig een videofilm opzetten. Bijvoorbeeld over hoe bijen in hun kast zitten bij zo'n vent met een netje over z'n kop. Of van kikkerdril tot kikker. Of over een poes die jongen krijgt. Twee kinderen moeten dan in de pauze alvast de boel gaan klaar zetten. Die boel is een ouwe teevee op een karretje met een ouwe video eronder. Pas geleden hadden we een film over
glasblazen. Daarin zag je van Elke week zijn er twee andere kinderen aan
de beurt om het zakie |
En eerlijk gezegd vond ik het een beetje link,
maar aan de andere kant wil ik ook niet dat Jerry overal gaat rondvertellen dat ik een lafbek ben. Jerry vertelde dat z'n vader allemaal ouwe pornovideo's had en dat hij er eentje van zou meenemen. En dan wou Jerry stiekem dat seksding in de video doen in plaats van die film over hoe padden- stoelen groeien. Want die moesten we eigenlijk doen: 'hoe paddenstoelen groeien'. Nou, het ging eigenlijk allemaal prima. Wij
de zooi klaargezet, © Gozertje. |
| Heelal - Beschouwing van Sierksma - geplaatst op 1 maart 2009 | |
|
You can check-out any time you like, but you can never leave. The Eagles, Hotel California |
|
|
Kortgeleden kreeg ik van een bekende een tekst
waarin over- peinzingen staan over de kerk waarin hij groot werd – de Katholieke Kerk, de allesomvattende. Of ik er commentaar op wilde geven. Deze Kerk beschouwt zichzelf, zoveel eeuwen al, als het spirituele heelal, een universum waarbuiten geen heil te verwerven valt. 'Extra ecclesiam nulla salus', op zijn Latijns. De Amsterdammer zou het kapsones noemen, de Kerk zelf noemt het wijsheid - een wijsheid die ze trouwens 'ex cathedra' verkondigt. In de genoemde 'overpeinzingen' staan een reeks notities over 'het heelal', nu als materiële grootheid. "Het heelal is geen kosmisch universum" staat er. "Hoe zit dat?", vroeg ik. "Voor mij is 'heelal' een algemeen begrip waar jij 'kosmisch universum' schrijft. Dit lijkt me een kwestie van taal. De kosmos werd vroeger beschouwd als een gesloten orde - het toevoegsel 'universum' is dus dubbelop. Je zou je het 'heelal' echter wel kunnen voorstellen als een oneindig, beginloos iets. Maar", schreef ik de overpeinzer, "zelf schrap ik, behalve in de poëzie, liever al die drie termen: heelal, kosmos, universum." Wel noteerde ik kortgeleden: "Het enige heelal dat ik ken is dat van de vierenzestig velden. Het schaakspel is een perfect omsloten geheel, van buiten af ondoordringbaar, slechts te bewonen indien het geheel volgens haar volmaakte regels wordt gespeeld – om dan te eindigen en om weer opnieuw te beginnen. Wellicht de betekenis van Nietzsche's Eeuwige Wederkeer?" Het toeval wil dat ik gedurende drie maanden, elke donderdag- middag, een partij schaak speelde tegen de broer van de schrijver van de 'overpeinzingen'. Let wel: één langdurige partij slechts. Aan het eind van elke donderdagmiddag noteerde ik steeds weer de resterende stand in mijn zwart-rode notitieboekje. Veel meer dan een zet of drie per twee uur deden we niet. Een schaakklok was overbodig.
|
Na een maand of twee slakkenschaak vroeg de
schrijver van 'de overpeinzingen' me hoe dat nu eigenlijk ging, dat schaken tegen zijn broer. Gegeven de toestand in zijn bovenkamer kon die broer dat helemaal niet meer! Daarin was immers het grote dementeren begonnen. Pas toen ik op die vraag antwoord wilde geven en terugblikte op de gang van zaken, besefte ik het volgende. Zijn broer had me bij het begin van de partij in februari gevraagd of hij van mij af en toe eens een suggestie voor een zet kon vragen - tenslotte had hij zo lang geleden voor het laatst echt gespeeld. Prima! Elke week zette ik de stukken netjes volgens de genoteerde stand op het bord. Dan tuurde mijn tegenstander er twintig minuten naar en vroeg: "Wat denk je dat ik beste zou kunnen doen?" Waarop ik een aantal mogelijkheden opperde. Dan volgde weer een minuut of tien staren - en dan de vraag welke van de twee, drie genoemde mogelijkheden ikzelf zou verkiezen. Die zet deed hij dan. Toen zijn broer me eind april vroeg hoe dat schaken dan wel verliep, wist ik opeens dat ik niet tegen mijn oude van dagen geschaakt had, maar met mezelf. De paradox van een schaakpartij waarin ik niet kon verliezen, niet kon winnen en geen remise kon spelen… Twee dagen geleden las ik de volgende regels in het prachtboek van Baricco: 'Zijde'. "Hij trof Balbadiou bij Verdun, aan het biljart. Hij speelde altijd alleen, tegen zichzelf. Vreemde partijen. De gezonde tegen de eenarmige, noemde hij ze. Hij speelde één stoot op de normale manier en die daarna met slechts één hand. De dag dat de een-armige wint – zei hij – vertrek ik uit deze stad. Al jarenlang verloor de eenarmige." Zo zou ik misschien wel, na deze winst/verliespartij van zwart tegen wit c.q. wit tegen zwart, het heelal moeten verlaten – het heelal der vierenzestig velden, of misschien wel het heelal tout court. Wie weet hoever het dementeren in mijn eigen bovenkamer al aan de gang is. Opeens kan het licht uitgaan. © Sierksma, 03.12.2008 |
| De zure jury - Kort verhaal van Ronald Offerman - geplaatst op 18 februari 2009 | |
|
Mag je als dichter niet teveel lachen?
Ben je alleen maar een echte dichter als je lekker zwaar over de dood of over weer een verloren liefde kan schrijven? Zijn dingen waar je om kan lachen per definitie niet intellectueel? Of zit ik gewoon te zeuren dat de meeste dichters van die vreselijke chagrijnen zijn die zichzelf veel te serieus nemen. Ik moet onmiddellijk toegeven dat ik zelf ook niet altijd één van de vrolijkste ben. Vaak denk ik dat ik beter tot mijn recht kom op een begrafenis dan op een verjaardagsfeest. En dan zijn er zelfs nog wel een paar mensen die mij het leukst zouden vinden op mijn eigen begrafenis. Maar ik ben van plan die mensen nog een flink tijdje teleur te stellen. Maar soms, als ik om me heen kijk op
poëzie evenementen, dan
|
Eigenlijk hou ik niet van wedstrijden en al
helemaal niet van dichtwedstrijden, want wie bepaalt nou wie het beste is.. Maar de publieksprijs is een mooie prijs omdat die van de mensen zelf komt. Het café was erg goed gevuld met bezoekers en die waren allemaal behoorlijk enthousiast over mij. Natuurlijk werd er weer hartelijk om me gelachen. Maar een nogal zure jury vond het later nodig om mij in een soort toespraakje af te kraken en te zeggen dat ik wel erg makkelijk voor de lach ging. Terwijl ik nota bene mijn gedicht "Een vuile kutzooi", dat er over gaat dat ik het leven niet altijd even makkelijk vind, het gedicht "De Mussen", dat er over gaat dat ik mijn zoon geregeld erg mis, en het gedicht "Buiten was er niets", dat over een concentratie- kamp gaat, had voorgedragen. Alledrie nou niet bepaald onder- werpen waarvan je jezelf op de knieën gaat meppen. Maar goed, de jury had in deze blijkbaar een heel ander soort gevoel voor humor dan ik en zij vonden de komische gedichten maar niets. Ze mogen het natuurlijk helemaal niets vinden, dat zal me eerlijk gezegd worst wezen, maar om het komische gedichten te noemen gaat me dan weer veel te ver. Ik ben dan ook met behoorlijk veel lawaai en onder luid protest het café uitgegaan. Waar ik zelf wel weer om moest lachen. Maar het publiek, het publiek mag álles en als die lachen vind ik het uitstekend, helemaal als ze me een prijs geven! © Ron Offerman |
| Anne Provoost gefascineerd? - Column van John Zwart - geplaatst op 13 februari 2009 | |
|
Verzameldrang is een bekend
verschijnsel. Veel mensen, misschien is 't wel een grote meerderheid, lijden er minstens gedurende een periode van hun leven aan. Maar ze voelen dat zelden als lijden, eerder als plezier. Het kan ook groteske vormen aannemen, dan wordt 't verzamelen fanatisme en langduriger, soms blijft 't de lijder een leven lang beheersen. Of het dan een ziektebeeld is, tja... daarover kan men van mening verschillen. Een welgestelde verzamelaar brengt misschien wel een waardevolle kunstcollectie tot stand. De waarde van de olifantjesverzameling van wijlen Prins Bernhard wordt vooral ontleend aan de persoon van de verzamelaar. De 390 porseleinen kikkers van een anonieme oude dame zijn na haar overlijden voorbestemd voor de koninginnedag- markt: "één euro per stuk, zes voor vijf euro!" Perioden van fanatieke verzamelwoede zijn zo algemeen en bekend dat de commercie er graag gebruik van maakt. De jongetjes die zich verdringen rond de klanten van de ah-winkels: "mag ik uw voetbal- plaatjes mevrouw?" Die fanatieke vorm van verzamelen is toch vooral een voorbijgaand verschijnsel van jeugd... En, als het blijft, van volwassen mannen die nog jongetjes zijn gebleven. De Vlaamse schrijver Louis Paul Boon was als
verzamelaar zo'n
|
Na zijn dood heeft Louis Paul Boon's
zoon Jo Boon deze verzameling in een wanddekkende boekenkast opgeborgen. Anne Provoost (1964), succesvol schrijfster van vooral jeugd- boeken en gelauwerd met de Cultuurprijs van de Vlaamse Gemeenschap, beschouwt Boon's blootverzameling als een belangrijk literair erfstuk en vindt dat die gepaste waardering en bewaring verdient. Al begin 2008 bereidde zij in het Antwerps FotoMuseum een tentoonstelling voor van een grote selectie uit Boon's fotocollectie. De schrijver is alweer dertig jaar geleden overleden - de meeste foto's, die hij een plek in zijn verzameling gaf, komen ons 21ste eeuwers niet meer zo schokkend voor, vaak ervaren we ze als amusant. Toch, de provinciale politiek, wellicht aangespoord door wat invloedrijke kerkbestuurders, stak een spaak in het wiel. Publiek toegankelijk tentoonstellen werd verboden. 'De Morgen' sprak er schande van. Van het verbod, ja, en publiceerde als protest enkele foto's, de rel mocht niet baten. Maar Anne Provoost toont zich "ene felle". Zij liet het er niet bij zitten en was vastbesloten de collectie in haar stad Antwerpen te exposeren. In tegenstelling tot de mildheid waarmee we de meeste foto's met onze ogen van nu bekijken, zijn er een klein aantal bij, waar we juist nú heel stréng over oordelen: expliciete foto's van kinderen. Het publiek tonen daarvan is onder de huidige Belgische wetgeving verboden, zelfs het bezit kan nu strafbaar zijn door ze aan te merken als 'kinderporno'. Provoost heeft deze foto's van de collectie gescheiden en in verzegelde enveloppen veiliggesteld, want deze verzameling moet beslist compleet blijven, zo is haar mening. En Antwerpen mag zich nu tien dagen lang vergapen in alleeën en tunnels met vlakschermen in LaRiva Evenementenhal en zo kennisnemen van een belangrijk Vlaams literair erfgoed. Ja, ik zal het niet tegenspreken, immers: op de originele A5-jes staat echt Boon's authentieke handschrift! © John Zwart - 12 februari
2009.
|
![]() Louis Paul Boon, 'vieze Lowieke', zijn ´fenomenale feminatheek´ en Anne Provoost, 'ene felle' |
|
| Lokken en vangen - Satire van Arnoud de Jong - geplaatst op 26 januari 2009 | |
|
Lokken is het helemaal geworden in 2008. Over
deze nieuwe sport heb ik al menig bericht zien langskomen. Zo zet de politie lokvrachtwagens en
lokfietsen in om dieven in de Het wachten is nu op het voorstel om
lokkinderen te rekruteren bij |
Maar het is waarschijnlijk gewoon een kwestie
van een wettekst creatief interpreteren of van achteren naar voren te lezen. Laat dat maar aan de juristen over, die komen daar samen wel uit. Er ligt nog een heel arsenaal creatieve lokmiddelen in het verschiet. Lokbanken in Liechtenstein onder directie van de Belastingdienst. Orthodoxe lok-imams om radicaliserende jongeren op te sporen. Lokvilla's met rieten daken om pyromanen te betrappen. Lokfarms met nertsen om dierenactivisten in de val te laten lopen. Schriele loklijfwachten om ons van radicaal-populistische politici af te helpen. Lokweblogs om jongeren in kaart te brengen die stelselmatig bedreigingen uiten. Lokministeries om Groenlinksers te grazen te nemen. Ach u kijkt maar, want dit is een lokstukje
om u te verleiden om |
| Mijn broertje - Verhaal van Ibrahim Selman - geplaatst op 3 januari 2009 | |
|
Inleiding van de HC Redactie
Deze dagen zouden rust, inkeer, vrede,
moeten ademen.
|
In die van een weduwe in Srebrenica, van
een opgejaagd gezin in Congo, van een choleraslachtoffer in Zimbabwe, een soenniet of een sjiiet in Irak, een gevluchte Koerd, vol onzekerheid over zijn achtergebleven gehavende familie. Als onder Koerden iemand vermist wordt, overheerst het begrijpelijke sprankje hoop dat diegene nog in leven is. Maar, tegen beter weten in zoals wij zeggen, blijft de hoop want pas als men in een droom 'n teken heeft gezien dat de vermiste dood is, wordt dat aanvaard. Een verhaal van Ibrahim Selman (verkort),
dat in december |
|
Waar blijft mijn broertje? Ik heb niet van hem gedroomd, een droom die op zijn dood zou kunnen wijzen. Mijn moeder, die zeventien jaar na zijn verdwijning stierf, droomde in al die jaren geen enkele keer van iets dat zijn dood kon suggereren. Niemand van de bloedverwanten droomde slecht van hem. Mijn vrouw wel. Ze droomde in 1982 van mijn moeder. Ze zag dat mijn moeder in een zwarte jurk gehuld was en een dikke zwarte bril droeg. Ze vertelde me haar droom een paar dagen vóór we wisten dat mijn broertje vermist werd. Over Ismail zelf had ze niet gedroomd maar de droom zou verwijzen naar de rouw die de familie zou treffen. Ik probeer me te ontspannen om in slaap te kunnen vallen. Dat wil |
Ik steek de straat over
en hoor de verontwaardigde kreten van het publiek.Ik hoor zelfs dat ik doodgeschoten zal worden als ik niet stop. En ik stop niet. Ik loop naar de gestalte, een dwerg met het gelaat van mijn moeder. Haar gezicht fleurt op als ze me ziet. „Ismail, ik wist dat je nog leefde, maar niemand gelooft me.” „Moeder, ik ben Ismail niet.” Mijn moeder gaapt me aan en de glans verdwijnt uit haar ogen. „Ben je niet blij mij te zien?” „Waarom heb je je broertje niet gevonden? Je bent toch machtig, je woont in Europa.” „Ma, ik woon in Europa maar ik ben zeker niet machtig.” „Wat heb je gedaan om je broertje te vinden?” Ik wil zeggen dat ik alles gedaan heb, dat ik via de ambassade, het Rode Kruis en zelfs via het tv-programma ’Vermist’ geprobeerd heb hem op te sporen, maar dat al mijn pogingen in al die jaren zijn mislukt. Mijn moeder leest blijkbaar mijn gedachten. „Jouw vader ging het hele land door, bezocht dorp na dorp met een pasfoto van zijn vermiste zoon.” „Nee ma, dat kan ik niet, dat doe ik niet. Dat is verspilde energie.” Mijn moeder verdwijnt. Ik besef dat ik in de krantenfoto gevangen zit. Ik wil bevrijd worden maar ik zit klem. Ik hap naar adem, mijn vrouw schudt me wakker. „Je stikte bijna. Heb je slecht gedroomd?” |
|
De avond daarvoor zag ik een
documentaire over de Tweede Wereldoorlog. Geert Mak vertelde hoe de leiders van Amerika, de Sovjet-Unie en Groot-Brittannië de volkeren in Polen en Tsjecho- Slowakije in de steek lieten. Hoe ze maandenlang toekeken terwijl opstandelingen om hulp smeekten en door Duitse troepen werden afgeslacht. Onbegrijpelijk. Althans het moet onbegrijpelijk zijn. Want al die grote leiders zijn bijna heilig verklaard terwijl ze toch duizenden doden op hun geweten hebben. Politiek bedrijven gaat soms over lijken. Volkeren in de steek laten is van alle tijden. Het eigenbelang is vaak groter dan het belang van mensenlevens in een land ver weg. In het politieke spel van de grote machthebbers rond 1980, dat aan honderdduizenden Irakezen en Iraniërs het leven kostte, werd Saddam Hoessein uiteindelijk de grote schlemiel. Hij zag zichzelf als leider van de Arabische natie, maar eindigde aan de galg. Hij bracht niet alleen de Iraakse volkeren naar de afgrond, maar bijna de hele wereld, en dat in de loop van een kwarteeuw. Een kwarteeuw vol bedrog en moord. Hoogtepunt van het bedriegen en moorden kwam in de lente van 1991. George Bush senior riep, nadat hij Koeweit van Saddam had bevrijd, de Irakezen op om in opstand te komen tegen hun dictator. Toen het volk in opstand kwam en Saddam dreigde te bezwijken, schoot Bush het niet te hulp. De media maakten de beelden van de slachtingen wereldkundig maar Bush was daarin niet geïnteresseerd. Hij genoot van zijn vakantie. De zoon van de oude Bush probeerde de fout van zijn vader te herstellen door Irak van zijn dictator te bevrijden en in het land te investeren zoals Amerika na WO2 in Duitsland deed. Maar het is de vraag of de Iraakse leiders in staat zijn om een moderne staat te stichten zoals dat in West-Duitsland was gebeurd. Allereerst hebben de nieuwe leiders, met behulp van de Verenigde Staten, geen stabiel land kunnen stichten. Amerika houdt vast aan de eenheid van het land, een eenheid die sinds zijn ontstaan alleen met geweld wordt gehandhaafd. Dit is de eerste en grootste fout. De tweede fatale fout was het ontmantelen van het bestaande leger en politiekorps, terwijl die over een groot wapenarsenaal beschikten. De derde fout was dat Amerika er blind vanuit ging dat Irakezen democratisch konden denken en handelen. Maar een volk dat nooit democratie heeft gekend, krijgt dat niet van de ene op de andere dag onder de knie. |
Sinds
2003 regeren de Amerikanen (indirect) in Irak. Onlangs is een akkoord met de Irakezen bereikt om het land eind 2011 te verlaten. Amerika heeft in 1945 een groot deel van Europa bevrijd, maar heeft nog steeds militaire bases in Duitsland. Het Amerikaanse beleid is duidelijk. De Verenigde Staten willen overal een sterke regering hebben die hun politieke en economische belangen verdedigt. Dat hun beleid in het Duitsland van na de Tweede Wereldoorlog goed uitpakte was vooral aan de Duitsers zelf te danken. Zij rekenden eigenhandig af met de cultuur van hun Führer, met de smet op hun verleden. De hiërarchische partijcultuur waardoor Saddam Irak met ijzeren hand kon regeren, is niet zomaar af te schaffen. Daarnaast zijn de etnische, religieuze, geografische en economische verschillen in Irak zo groot dat het onmogelijk is het land zonder geweld bij elkaar te houden. Maar waarom die krampachtigheid over de eenheid van Irak? De Koerden willen in feite al heel lang een eigen staat, maar ze durven het niet te zeggen. Sjiieten durfden dat ook niet, maar nu zeggen ze dat wel. Alleen de soennitische aanhangers van Saddam willen één Irak omdat ze, als minderheid, altijd de macht over heel Irak hebben gehad en hopen die weer te veroveren. Ook de buurlanden bemoeien zich flink met Irak. Iran, Turkije, Syrië en Saoedi-Arabië willen een zwakke regering in Bagdad om hun belangen door te drukken. Geen van die landen (behalve Iran misschien) is gebaat bij het uit elkaar vallen van Irak. Maar de kloof tussen sjiieten en soennieten is niet meer te overbruggen. De verhouding tussen Koerden en sjiieten, die tot nu toe door één deur konden, verslechtert met de dag. Het land is hard op weg om uit elkaar te vallen, en misschien is dat ook de beste oplossing. Dan kunnen volkeren zich op de wederopbouw van hun eigen land richten. Of Irak nu heel blijft of uiteenvalt: de Amerikanen zullen zorgen dat ze een vinger in de pap houden. Het ziet ernaar uit dat alleen de Koerden Amerikanen op hun grondgebied willen toelaten. Dat hebben zowel Obama als Clinton tijdens hun strijd om de Democratische nominatie gezegd. Toch kunnen Turkije, Iran, Syrië en andere landen roet in het eten gooien. In alle gevallen
zal ik er niet achterkomen waar mijn broertje is, hoe © Ibrahim Selman - Trouw 2008 . |
| België barst - maar niet vandaag? - Beschouwing over de onzekere politieke toekomst - van Frans Vlinderman | |
|
Er zijn geen zekerheden meer in dit land.
Biedt een premier - nog maar eens - zijn ontslag aan en met dat van hem dat van de voltallige regering, krijg je een koning die erover twijfelt om het te aanvaarden. Het is niet in het belang van het land, krijg je dan te horen. Het is niet de schuld van onze premier dat niets van wat hij klaarmaakt, nog maar een zweem van gaarheid bereikt, enkel een afslaande walm van aangebakkenheid. Neen, het is allemaal de schuld van de andere. Eén groot Calimero-effect dus. Want zij zijn groot en ik ben klein en dat is niet eerlijk. Boehoehoe. Erg om te aanhoren in deze tijden van hohoho, maar het is dus niet anders. Kijk, voor voldragen 'eerlijkheid' moet je niet in de politiek zijn. als ik me niet vergis, dat wordt iedere beginnende politicus grondig ingepeperd. Een politicus die zijn ongezouten mening voor waarheid neemt en daarnaar handelt, is dan misschien wel een rechtlijnig mens, maar als politicus stelt hij dan maar weinig voor, zeker in een land als België. Dat bestaat bij de gratie van het compromis, hoe zielig dat soms ook tot uiting komt. Een ander feit dat in België nog steeds
staat als een huis van |
In plaats dus van te jammeren, lijkt het me
aangewezen dat onze (ex-?)premier de eer blijvend aan zichzelf houdt voor één van de weinige staaltjes van goed bestuur die we tot nog toe van hem mochten zien én dat onze(?) Koning hem daarin volgt. En laat dan nu ook maar eens de echte politicus opstaan, die het klaar krijgt iedereen rond dezelfde tafel te krijgen en vooral te hóuden met een discours dat is opgesteld in een taal die iedere participant er rond verstaanbaar vindt. Wat mij betreft, mag de soap stoppen en het regeren eindelijk beginnen. Met het bewandelen van politiek en staatsgewijs correcte paden en zo voort. Zelfs om het belang van een land te dienen, mag je niet afwijken van haar grondwettelijk vastgelegde richtlijnen en procedures. Ik zou zelfs zeggen: zéker om het belang van een land te dienen. Wie als premier dat niet inziet, verdient het predicaat 'toppoliticus', laat staan 'politicus' niet. En wie als koning daar geen begrip voor heeft, tsja, die blijft zitten in zijn zetel, zeker? Of was het weer op zijn troon? En als al het voorgaande maar kort door de
bocht is van uw schrijver, © Frans Vlinderman 20 december
|
| Schouwvrouwen - Kort Verhaal van Anne Borsboom - geplaatst 24 november | |
|
De klok slaat negen slagen als we
tegelijkertijd arriveren bij de ingang van het Haagsche Bos. Terwijl de deur van zijn auto bijna wegwaait, en de regen zwaar op het dak klettert, vraagt Frits - de man die ons zal inwijden in het Schouwmeesterschap - met een meewarige blik op mijn suède schoenen, of ik daarop de polder in wil. 'Schouwen doe je op laarzen en wel op laarzen met een metalen profiel', spreekt hij vermanend. Hij trekt de laadklep van zijn auto open, kruipt naar binnen en haalt een paar tevoorschijn. Ik verzuip in zijn maat 43, maar hij vindt alles beter dan tot je oksels weg- zakken in het moeras, want dat is het na alle regen van de laatste dagen wel geworden. Aletta, mijn kersverse collega, heeft geduldig gewacht. Zij heeft zich goed voorbereid, Regenjas, regenbroek, laarzen, mobiele telefoon, schrijfgerei en een zaklamp. Haar kapsel heeft een coupe van niet zeuren en wat maakt het uit dat het nat wordt. Haar make-up liet ze thuis. In haar rugtas heeft ze versnaperingen die nieuwe energie beloven. We beginnen de schouw in de omgeving van
Huis ten Bosch en |
Ik weet zeker dat ik ook een pen heb
meegenomen, maar kan hem nergens vinden. Mijn kiezen zet ik stevig op elkaar, nauwelijks in staat om te lopen door de pijnlijke hiel waar een enorme blaar op moet staan. Ik meen een licht ironische blik te zien in de ogen van Frits. Maar lekker puh, dankzij mijn nuffige parapluutje ben ik nog droog en zien zij eruit als twee verzopen katten. Na tweeënhalf uur komt het laatste slootje in zicht. Met één sprong staat Frits aan de andere kant van het hek, Aletta volgt. Ik denk precies hetzelfde te doen maar blijf halverwege hangen met een winkelhaak in mijn jas, een paraplu met verbogen baleinen en één laars aan de verkeerde kant van het hek. Frits & Co stappen stoïcijns door. Ik klim terug en trek de vastgezogen laars los, veeg de modderspetters uit mijn gezicht, wrijf ze dieper in de lichtgele corduroy broek, bijt nog eens extra op mijn kiezen en verman me. Maar waarom zou ik me vermannen terwijl daar in de verte een vrouw behoorlijk haar 'mannetje' staat? Ik strijk met een kleihand door mijn haar, voel de vermiste pen, steek dat wat over is van de paraplu venijnig tussen de rietstengels en beklim wederom het hek. Een week later doen we een naschouw, zonder
Frits. De oude
|
| Halloween of de edelachtbare - Verhaal van Gozertje - geplaatst 1 november | |
|
Mijn vriendje Tim vroeg of hij in deze
vakantie nou eens een keertje bij mij mocht komen logeren. Hij verveelt zich natuurlijk. Hij en z'n ouders zijn vorig jaar naar Groningen verhuisd. Naar zo'n grote boerderij met heel veel plat land eromheen. Geeneens koeien op die boerderij. Ze hebben 'm verbouwd om in te wonen. Geen reet an dus. Die ouders van hem zijn hartstikke rijk. Zijn moeder is rechter en z'n vader is professor in iets moeilijks. Tim zegt voor de gein altijd 'edelachtbare' tegen z'n moeder als ze aan tafel zitten. Dat moet je namelijk altijd tegen een rechter zeggen: edelachtbare. "Mag ik effe de hagelslag, edelachtbare?" In de zomervakantie heb ik bij Tim
gelogeerd. Hij heeft een hele grote |
En maar achter mekaar door! Dat waren vast en
zeker de geesten van de varkens die hier vroeger woonden! Die kwamen spoken omdat Tim z'n ouders de boerderij hadden verbouwd! Tim sliep gewoon door. Ik wist nu waar ie ongeveer moest liggen en ik smeet m'n kussen trefzeker zijn kant op. Meteen raak. Ik riep tegen Tim: "Hoor je dat? Wat is dát nou weer voor dier?" "O, dat is m'n moeder," zei Tim gapend, "Dat ken je toch wel? Dan zijn ze aan 't seksen!" "Je bedoelt neuken?" "Ja, neuken..." "Moet dat zo'n teringherrie maken?" "Waarom denk je dat we op het platteland zijn gaan wonen?" Ik snapte het, in de stad zouden de buren meteen de politie bellen. Zeker als ze een edelachtbare zo tekeer hoorden gaan... "Maar dat doen jouw ouders toch ook?" vroeg Tim. Ik zei effe niks. Mijn ouders hoorde ik nóóit! Maar dat ging ik Tim niet aan z'n neus hangen. "Of neuken ze soms niet!?" Mijn moeder vroeg deze week onder het eten:
"Wil je niet dat Tim © Gozertje |
| Poëzie op het Proza Podium - Gedicht van Wil Melker - geplaatst 18 oktober | |
|
Soms kan 1 november al verre toekomst
zijn. Op de actualiteit geschreven, is dit gedicht hier geplaatst omdat de actualiteit zo vergankelijk is. Redactie |
de gulden middenweg
heb de centen de kas was moest verkassen gelukkig lust © wil melker |
| Fusion - Beschouwing over taalgebruik in de poëzie - door John Zwart | |
|
Een jaar of tien geleden kwam, na de 'stand-up
comedian', het 'slammen' uit Amerika overwaaien. Dit had grote invloed op het taalgebruik. Slamdichten was per definitie niet bedoeld om te lezen maar om te ondergaan. Dan is er nog - ook al zo'n Amerikaans fenomeen - de straattaal, fel doorgedrongen in amusement en de literatuur, zodat zelfs een "motherfucker" 'salonfähig' kon worden. Ik wil niet betwisten dat voor levensechte situaties het gebruik van straattaal zeker functioneel kan zijn, maar er moet wel voor gewaakt dat allerlei uitdrukkingen uit groepsjargon niet tot algemeen taalgebruik worden verheven. |
Een slamgedicht van Max Lerou kan
in zijn soort geniaal en krachtig zijn, maar het staat met zijn situering in de Antilliaanse randgroep wel apart. Voor de vergelijking halen we er vervolgens een ander gedicht bij, van Pom Wolff. De rauwheid van hetzelfde onderwerp waarover het gedicht van Lerou gaat, zit bij Wolff verborgen in de onderlaag van zijn meer poëtische benadering. Ik zou beide vormen van dichten naast elkaar, maar ook los van elkaar willen zien. Lerou's hele gedicht is 'streetwise', Wolff staat een vervuiling van zijn Nederlands toe door te zondigen met 'killersogen' - omdat het zo mooi samenvalt met het 'trillen' van het meisje - waar hij zijn gedicht zuiverder had gehouden door voor het binnenrijm een andere oplossing te zoeken. |
|
en de bananenboot kwam van comacabana
onder ons gezegd en gezwogen natuurlijk hebben ze die motjo niet
gevonden geen moment was ik para ik ben zo fucking weerie ©obra (Max Lerou) |
bij het haaienwater er staat een vogelpoot
De rauwheid van hetzelfde onderwerp zit in de gelaagde benadering |
| Snelwegpanorama - Column van ZiggZagg | |
|
"Snelwegpanorama", ongetwijfeld
wordt dit woord opgenomen in de lijst met nieuwe woorden van 2008. Het is niet meer te ontwijken. Sinds het kabinet het een paar weken geleden heeft geïntroduceerd hebben de kranten het snel opgepikt en rept iedereen er over. Wie het hoorde, stapte meteen in de auto om het met eigen ogen te aanschouwen; die paar beschermde mooiplaatsen, die zich in luttele seconden aan de automobilist ontvouwen en vervolgens verdwijnen. Kiekeboe... en weer foetsji. Het nationaal snelwegpanorama. Heerlijk dat
de overheid zo veel Het snelwegpanorama dus. Je kunt er bij
wegdromen. Ik stel mij |
Ik stel mij een landschap voor met
geschiedenis die zich door mij wil laten ontrafelen; een geschiedenis waaraan ik iets meer van mijn tijd gun dan in het voorbijrazen zou kunnen. Het echte ontstressen begint dan pas. In de verkoopbrochure die de snelwegpanorama’s wil aanprijzen is de stressfactor een argument bij uitstek. Je zou er week van worden. Op een paar plekjes met links en rechts over het asfalt langsgrommend verkeer mag de neurotische automobilist een paar tellen ademhalen en vervolgens de stressbak weer in rijden, geklemd tussen grauwe geluidsmuren, lelijke blokkendozen en benauwende uitzichten. Met het aanwijzen van een afgepaste hoeveelheid beschermd ‘natuurschoon’ als vergezicht langs de doorgaande wegen, heeft het kabinet bepaald, dat de rest van de snelwegen in het land voortaan vogelvrij is. Daar kunnen de project- ontwikkelaars dus aan de gang, zou je kunnen denken. Wat wordt er beschermd, de mooie uitzichten of de mooie bouwlocaties? Snelwegpanorama. Een luttel moment
panorama, geen tijd om te © ZiggZagg |
| Viespeuken - Column van Arnoud de Jong | |
|
Opvallend nieuws onlangs uit Amsterdam
Zuid-Oost (voorheen bekend als 'De Bijlmer' - Red.). Men gaat verborgen camera's inzetten om viespeuken te betrappen. Daaronder verstaat men in dit geval geen pedofielen of potloodventers, maar asocialen die hun vuilnis dumpen op plaatsen waar dit niet is toegestaan. Vuilnisviespeuken dus. In Amsterdam Zuid-Oost wonen blijkbaar veel milieucriminelen die hun doorgezakte bankstellen, dichtgeschimmelde koelkasten en afgedankte buitenvrouwen maar gewoon van acht hoog van de galerij flikkeren. Stadsdeelwethouder Emile Jaensch is al die smeerpijperij nu helemaal zat, Amsterdam Z-O mag niet het Napels van het Noorden worden. En dus wordt ook hier de techniek uit de kast gerukt die ons de afgelopen jaren al zoveel goede diensten heeft bewezen: juist, de verborgen camera. Binnen afzienbare tijd kunnen wij dus
heftige taferelen verwachten in
|
Het kan natuurlijk ook anders en eenvoudiger:
niets doen. Laat het vuil zich maar ophopen tot drie hoog Kikkenstein. Dwing vervolgens de boosdoeners te verhuizen naar de onderste verdiepingen. Dan zitten ze nog tot in lengte van jaren tegen hun eigen afgebladderde dressoir aan te kijken en iets naar buiten gooien lukt niet meer. Dat zal ze leren! Nog enige andere praktische voorstellen
mijnerzijds: verhoog de boete |
| Onaantastbaar - Beschouwing van John Zwart | |
|
Uitdaging. Een van de
modewoorden van deze tijd. Je hoort het vaker en vaker klinken in gesprekken met mensen die zich willen manifesteren. Een voetbalcoach verkast naar een nieuwe club, en is geweldig gemotiveerd door de nieuwe "uitdaging". Een omroep-ster mag een eigen praatprogramma presenteren en vindt deze "uitdaging" fantàstisch. Een kamerlid, opeens tot minister gebombardeerd, gaat met groot enthousiasme de "uitdaging" aan. Defensie, op zoek naar kandidaten voor meer 'special forces' , doet een oproep aan jonge mensen die een "uitdaging" in hun leven zoeken. Natuurlijk, er is niets op tegen dat
iemand, die ergens goed in is, Het is waar, de
uitdaging om zich te meten werd altijd al gevoeld.
|
Onpersoonlijk, gevoelloos, maakt het die
oceaan niets uit of de uitdager aan zijn gedrag ten onder gaat, of het er nog juist levend van afbrengt. Zo staat daar in het Karakorummassief
de K2,
de gevaarlijkste Maakt de mens wel op de juiste manier
gebruik van zijn hersens? © John Zwart 4 augustus 2008
|
|
Berg je maar
Ze kunnen echt van alles
van mij vergen, Nee, ons bestaan is leuker
al met al Driek van Wissen - Dichter op het nieuws |
|
|
Er zijn al enige tijd gedichten te lezen op de Natuurpagina
beide site-onderdelen raken sterker met elkaar vervlochten. Ook schrijft er op die pagina een nieuwe columnist "gifkikker", een reden om regelmatig heen en weer te blijven "surfen" tussen Cultuur en Natuur. |
|
De culturele pagina's worden
onafhankelijk geredigeerd en mede mogelijk gemaakt door Hernehim Beheer bv