|
Hernehim pagina proza |
Hernehim![]() |
|
Boeiend om te bezoeken. Vrij en onafhankelijk. © HC 2001-2011 |
Redactie:
John Zwart Voor vorm en beeld Niesje de Jonge en Anke Labrie |
|
|
Laatst bijgewerkt: 31.12.2011 |
| Op deze pagina verschijnen de verslagen
van literaire evenementen en bijzondere presentaties, zowel als recensies door de Hernehim redactie. Ook proza met het karakter van verhalen vinden hier een plek - dit geldt dus niet voor prozatekst die meer als column of cursief gekarakteriseerd kan worden, daarvoor is de Blog en proza pagina bestemd. Ook deze pagina staat open voor vrije
inzending van proza door inzenders Voor vragen betreffende openbaarheid van de
site manier van inzenden etc. |
Archief
pagina's voorafgaand jaar: Verslagen en recensies: Overig proza archief: |
|
| Een Open Podium voor podium indrukken - Hernehim Cultuur stelt wat zaken bij |
|
dit moet me van het hart...
Op deze pagina zullen
voortaan
minder verslagen en
|
Beste lezers, Jarenlang was dit een pagina waarop soms
langere verhalen verschenen, proza
|
| Afwikkeling van achterstalligheid |
|
In november woonde Hernehim nog een Open
Podium van Monique Groeneveld en Jos van Hest bij op het Cultuurplein, 2e etage van de Centrale Openbare Bibliotheek Amsterdam. Een verrassend programma. We schreven er nog wat over. En op 3 december was uw verslaggever zelf deelnemer tijdens het Fluxus Festival op drie verschillende locaties in Zaandam. Aan de vooravond van St.Nicolaas kon dit nog spektakel opleveren, want zowel slammers als ingetogen dichters kruisten daar verbaal de degens. Ook daarover laat Hernehim nog van zich horen.
Vanaf het weekeinde van de 17e december volgt zoals elk jaar een rustige
tijd. |
|
| Een dubieuze poëziewedstrijd - Fluxus Festival Poëzieprijs 2011 - geplaatst 31 december 2011 |
|
Aan het begin van dit verslag
moet ik eerst iemand eens goed in het zonnetje zetten: |
|
...integere handen van Gerard
Beentjes
|
Blijkbaar stonden dit jaargang de
sterren niet gunstig voor Rob. De avond was onzeker |
|
Vlak voor de dag kreeg ik nog een
mailtje van "Fluxus" dat het eerste optreden niet om (Wordt vervolgd.) |
Jolies Heij
|
| Het laatste Open Podium in de OBA van 2011 voor wat Hernehim Cultuur betreft - geplaatst 29 december 2011 |
|
|
De OBA op ODE
|
|
|
De dichters en andere open podium
kunstenaars: Tonny Hollanders is IJslands georiënteerd, Gelukkig komt er niemand met een IJsland- grap op de proppen. Ze las een 'elfje', die horen we niet zo vaak – en ze ging door met gedichten op liefde en erotiek. Goed om warm van te worden op zo'n koud eiland. Cor Bakker heeft vierdimensionale gedachten, hij las uit zijn bundeltje waarin hij graag verwijst naar Pablo Picasso, het zijn namelijk verwoorde dromen. Zoals de Spaanse schilder zijn doeken vaak op zijn dromen baseerde, droombeelden. Ze kenmerken zich door bizarre onmogelijkheden, diverse passeren er de revue zoals in "Koffiemolen op Terschelling" Heleen Heiligers mijmert in haar gedichten over een verlaten huis, dat inmiddels niet meer bestaat. Maar op het podium in zijn verlaten fase weer tot leven gebracht door de dichteres. Een wat trieste, melancholische sfeer rust er op de poëzie over haar voormalig (ouder)huis, gelegen aan de Amstel. Het werd gesloopt voor de bouw van de Stopera aan het Waterlooplein. De nostalgie wordt mooi getroffen met het beeld van de achtergelaten oude motorfiets, eigendom van de vroegere buurman-medebewoner. Opgewekter werd zij in haar gedicht over 'stadsnatuur', die niet afgeleid wordt door alles wat er aan menselijke onrust gebeurt, tijdens een stadswandeling door de Kalverstraat naar de Bijenkorf. Erg genoten heb ik van het spel van twee studenten van het naastgelegen Amsterdams Conservatorium. Stefanie Seidel en Anna Steinkogler vormden samen een duo harp en saxofoon, zij speelden zeer virtuoos de 20e eeuwse Russische muziek van de compo- niste Ida Korovska. Zij kregen al aandacht als openingsnummer en kwamen nog twee keer terug met een stuk tussen de dichters in. Als we hen in de toekomst niet op grote muziekpodia gaan horen eet ik mijn hoed op ;-) |
|
En plots kwam er een groepje van
vier vrouwen tegelijk het podium op. Zij werden wat naar voren gehaald in het tijdplan, want één van hen is vrijwilligster bij de Voedselbank en haar dienst moet stipt om vijf uur beginnen. Een applaus waard zo'n sociale inzet. Ze zijn een Antilliaanse groep van stichting "Simia Literario" – literair zaad – die elk jaar een gezamenlijke bundel uitbrengt. Deze vier leden schrijven in de taal van de Beneden- windse eilanden, Aruba, Bonaire en Curaçao - maar ook in het Nederlands en het Engels van de Bovenwinden. Benedenwinds overheerst het Papiamentu of Papiamento. Op Aruba claimt men 'de oorspronkelijke schrijfwijze', op Curaçao hanteert men 'de logische schrijfwijze'. Twee eilanden zo dicht bij elkaar maar toch iets van eigenheid in de taal, vooral hoorbaar in het verschillend gebruik van de klinkers "u" – fonetisch oe – en "o". Olga Orman verklaarde hoe de slaventaal doorspekt raakte met leenwoorden uit Afrika, uit het Spaans en het Nederlands en later ook het Indiaans van de oorspronkelijke Zuid-Amerikaanse bewoners in de West. In de loop der tijd ontwikkelde zich een zelfbewuste zelfstandige taal die de mensen verbindt met hun identiteit. Joan Leslie schrijft tegenwoordig meest in het Nederlands. Op de Bovenwindse eilanden wordt vooral Engels gesproken. Eugenie Herlaar valt op in de groep, zij ziet er het minst Antilliaans uit. Zij is het kind van een Nederlandse moeder en een Curaçaose vader en bijna blank. Maar wel geboren in Willemstad op Curaçao. Zij hoort dus ook echt thuis in de Simia Literariogroep, want daar gaat het immers om de verschillende kleuren van de Antillen en het zelfbewust zoeken naar de eigen identiteit van elk individu en zijn of haar eigen taal. Zoals er soms wordt gezegd van zwarte mensen dat ze een "bounty" zijn: zwart van buiten, wit van binnen, zo zeggen deze dames dat ze een "bruine bast en witte vingers" hebben. |
|
|
Ik
heb ze lief, © Margerite Luitwieler |
Hun jaarbundel
van 2011 draagt de titel "Die ik
ben" en dat slaat dus zowel op haar die schrijft als op de taal die de schrijfster gebruikt. Verfrissende gezichtspunten, je zou wensen dat spoedig alle Antillianen net zo gaan denken. We hoorden in "Jouw naam" hoe de dichteres staat aan het strand - waar de schepen aankwamen – en de voetsporen in het zand beschrijft van de naamloze slaven. Met die voetsporen en haar gedicht geeft ze die mensen elk weer hun eigen naam. We hoorden ook Arubaans Papiamentu, soms staccato, soms slepend en vloeiend. Zelfs als je het niet kunt verstaan een genoegen om naar te luisteren. "Blakka Uma", een gedicht uit een prentenboek voor kinderen over haarkammen, een heel herkenbaar probleem voor kroeskopjes. En natuurlijk ontbreekt de spin Anansi niet, die uit Afrika meegebrachte slimmerik, die zich op de Antillen heeft ontwikkeld tot een protestfiguur. De dichters van De Kantlijn waren er niet en ook Leonice Leite da Silva was verhinderd en dat kwam niet ongelegen, want het liep met de klok alweer aardig uit de hand. Maar het was wel boeiend, al die aandacht voor ons voormalig overzees gebied. Ik hoorde nog Conrad van de Weetering, rond de tachtig inmiddels en 'still goïng strong': wie zegt nog dat een heel leven als balletdanser ongezond is! Op zijn bekende wijze draagt hij voor op dicteersnelheid. Het dwingt wel aandacht af, ook onze levenslange 'bestuurder' Ivo Opstelten heeft die techniek ontdekt! |
|
Margerite
Luitwieler danste het podium op met haar bundel Op Hoge Hakken
de Trap op. Het was weer de moeite
waard, dit voorlaatste podium, over drie weken al het laatste van © John Zwart – december 2011 voor Hernehim Cultuur |
Een bemoedigend vers Waar
watersnood de geur van Waar
regeringen in langgerekte Zo zullen
wij buigen maar niet breken © Gerdin Linthorst |
| Na 3 jaar weer terug aan de Schelde - Hernehim Cultuur bij de Muzeval - geplaatst 15 november 2011 |
|
Voorbij de hoge toren ligt de Grote Markt met het Stadhuis |
|
|
Daar in die Grote Pieter Potstraat
tref je "De Muzeval" aan in "Den Hopsack",
op elke tweede donderdagavond van de maand. Ik vergeet te vragen wat "nen hopsack" nu eigenlijk is, dus die naam blijft voortaan intrigeren... Bart Van Peer en Frans Vlinderman blijken twee baardige Vlamingen, daar voel ik me al snel bij thuis, al zijn ze van veel jonger jaargang dan ik. Maandelijks nodigen zij telkens een hoofdgast uit, die een heel uur lang flink mag uitpakken tot de pauze. Vandaag de 156e editie is er een dichter uit Nederland: Von Solo, op de komende 8e december zal het Luk Paard zijn – wonderlijkste aliassen treft men op de dichterspodia. In de pauze maken beide presentatoren een lijstje van mensen die zich komen melden met eigen werk. Na de pauze volgt dan nog een uurtje 'n spontaan open podium. Het pand "Den Hopsack"
heeft waarschijnlijk een andere functie gehad – misschien was |
Un petit peu de Montmartre en Anvers... |
|
Ondanks
de avond die door het weer nodigt tot uitgaan zijn er nauw een
twintigtal |
|
In de pauze raak ik serieus in gesprek met de dame die zich niet hoorbaar amuseerde tijdens de pornofragmenten die ons even tevoor werden geschilderd. Wij spreken over de kunst van het gebruik van metaforen en dat is geen toeval. Zij heeft zich aangemeld voor het open podium, maar krijgt een telefoon en moet opeens dringend weg. Helaas nog voor ze me haar naam heeft genoemd. Nog twee personen verlaten het pand en zo blijft wel een zeer pover gezelschap van een dozijn mannen en 1 vrouw over, terwijl toch de poëzie bij voorkeur vrouweninteresse geniet. Gelukkig maken op dat moment Eveline en Els hun entree, ze hebben de hoofdact gemist maar komen nog voor aanvang van het open podium. Zo herstellen zich de sekseverhoudingen weer een beetje. Het begint met Christel, de vrouw die zich zo heeft vermaakt met de nachtfantasieën van Von Solo. Ze betreurt het dat er zo weinig vrouwen zijn, want van die kant verwacht zij de meeste bijval? Maar zij begint met een loflied op de man, die zo presteren moet: buiten op zijn werk en thuis in bed (Oh nee...) Plaatsvervangend vind ik het voor haar man een beetje gênant, want vanaf het podium wijst zij naar haar echtgenoot en licht ons toe dat zij zeer tevreden is met hem, die reeds vijfentwintig jaar met haar 't bed deelt Gelukkig gaat zij niet verder op hetzelfde thema want er dreigt deze avond een lichte overdosis. Christel maakt het mij weer goed door te besluiten met een speels gedicht over het plezier van de "zotheid". Het niveau van de overige open podium bijdragen is zeer variërend, daarin verschilt deze Antwerpse gedichtenavond niet van Amsterdamse podia zoals Eijlders of OBA. Ook mede-organisator Frans Vlinderman (alwéér een alias) draagt gelaagde poëzie van eigen hand voor.
|
Wat nog meer Ik
mis jouw mij nabij zijn, samen tegenaan Ik
mis hoe je me gretig kust, zo zalig zoet Verslag
Muzeval 10 november 2011 |
| "Geef me de stad en ik ben gelukkig?" - Geen verslag, van de Middag van Stadse Dichters op Plein 1813 's Gravenhage - geplaatst 31 oktober 2011 |
|
In 2003 gaf de Uitgeverij P te Leuven een
indrukwekkende bundel uit, waarin een hele optocht van Vlaamse en Nederlandse dichters hun associaties met "de stad" in het algemeen, zowel als één bepaalde stad, bezingen. Zover ik weet is deze bloemlezing waarin alle aspecten in hoofdstukken worden behandeld met in totaal meer dan 200 gedichten, onovertroffen. Het boek "Suburbia" is allang uitverkocht, maar mocht u ergens nog een tweede- hands exemplaar ontdekken: aarzel niet maar koop het, of je krijgt spijt. Hoe kijken die dichters naar de stad? Er is sprake van onvoorwaardelijke liefde op het randje van sentimenteel, maar ook van hartgrondige haat. Hugo Claus voelt de dreiging en het opgedrongen schuldgevoel hangen in zijn stad en Luuk Gruwez zou het liefst zijn stad Kortrijk vernietigd zien in een bombardement, maar krijgt in de slotstrofe alweer spijt: "o, voor ik het vergeet, spaar mijn tante en de haren./ Spaar toch vooral mijn malle nicht/ die dertig is en aan een telraam zit.." Maar Tomas Lieske beschrijft met mildheid en een sprankje weemoed twee oude beschonken zwervers op een bankje bij Paddington Station in Londen. "Wie beschermt die twee? Hun zachte stemmen./ Hoe drukken zij de angst tot onder de klotsende drank?.../ Simon Vinkenoog beleeft Amsterdam vanuit zijn bed door het openstaande raam. "Hoe weet ik dat ik leef? Omdat ik lees en schrijf/ een klok beluister, die het kwartier slaat/ en de passen van een passerend paar?" "Eijlders
op Pad" beleefde gisteren 30
oktober al een tweede aflevering na de |
Rik Comello (Den Haag) hier met
vriendin, |
|
Vriend en collega-dichter Rik
Comello en John hadden beide wel een speciaal nieuw gedicht geschreven, waarin ze elk op hun eigen manier hun liefde voor de stad: "Geef mij de stad en ik ben gelukkig" tot uitdrukking brengen.
De stad, met aan de boorden van haar havens
de toewijding |
© Rik Comello |
|
|
Als toegift deze van scheepsarts-dichter Jan Slauerhoff:
Alleen
de havens zijn ons trouw |
| Het mysterie van het brein - Boekpresentatie in Haarlem - verslag en bespreking - geplaatst 24 september 2011 |
|
Gisteren was het Wereld Alzheimer
Dag en dat werd door Uitgeverij De Brouwerij uit Het komt zelden voor dat een
boekpresentatie zich zó ontvouwt: als uitgebreide video |
Een ontroerende foto van één van de
hoofdrolspeelsters in het boek,
|
|
"...Bert
is mijn mannetje
|
Of deze op citaten van Ben Wikkers: gat
in mijn hoofd |
|
© John Zwart – Hernehim Cultuur, 22 september 2011. "Kus
me nog eens wakker" Fotografie: Bert Verhoeff Teksten van: Gerrit Molenaar Vormgeving: Teun van der Heijden. ISBN
9789078905530 Internet Uitgeverij De Brouwerij
|
Eddy Beugels wordt "de
klopper" genoemd, Eddy is blij Eddy
is blij
|
| Nog meer poëzie in Leeuwarden, afgelopen weekeinde - bericht 16 augustus 2011 |
|
|
Leeuwarden, zondag 14 augustus 2011 - Er was het afgelopen weekeinde nog meer poëzie
in Leeuwarden.
Melvin van Eldik in de Prinsentuin van Leeuwarden - Foto H C |
|
We
schrijven niet zo vaak over slamconcoursen, daar zijn andere sites voor.
Jee
Kast expressief in woord en gebaren |
|
| De Laatste Slauerhoff Wandeling - bericht 15 augustus 2011 |
|
|
Van nieuw en van oud
Hoe het precies was, doet er niet toe. Het was
anders dan de eerste keer op 13 juni, Redactie Hernehim Cultuur De Glazen Koepel te Leeuwarden - © Foto
Friesland Bank |
|
"Alles heb ik
teruggevonden,
Jan Slauerhoff |
Romaanse kerk Jorwert
(ca.1150)© Foto St. Alde Fryske Tsjerken de bejaarde kosteres, die schuin tegenover het pad over het kerkhof woont, heeft altijd het oog op elk komen en gaan... |
| De Landelijke Liefde-wandeling - Een reportage over een cultuur-poëzie-natuur ervaring in midden Friesland - geplaatst op 15 juni 2011 |
|
Op tweede pinksterdag, de
dertiende juni, liepen we de eerste wandeling gewijd aan Jongema State is al een
aantal jaren mijn adoptiegebied als natuurgids, het heeft voor mij |
SLAUERHOFF WANDELING De wandeling verloopt
langs historische dijkjes en bolle bruggen
Vaak ervaar ik dat mensen met
'een groen hart' ook openstaan voor toegankelijke |
|
Landelijke Liefde Wij
stonden gebogen over de vliet; Ons
spiegelend zooals wij niet Een
steen in 't water en terstond Een
zoen, niet bij machte kortstondige weelde Jan
Slauerhoff
|
Het werd een mooie en geslaagde
dag - dat zeg ik volmondig na ervaring van diverse
|
|
Zelfs
op het kleine kerkhof zat zij graag, Daar
wilde ik vóór haar staan, als uit haar droomen
|
Het was een welkome ontmoeting en
kennismaking, al begon het helaas te regenen. |
|
Toen moesten we de lange
wandeling nog maken en het was al bijna half vier i.p.v. Het verslag van onze eerste
Landelijke Liefde-wandeling in 2011*).
|
Traject
Stadswandeling Leeuwarden Traject Slauerhoff
Wandeling |
| *) Interessant? Kijk op Activiteiten voor onze herhalingen | *) de bussen rijden alleen op werkdagen, eens per uur: Jorwert lijn 93, Raerd lijn 94. |
| Het Spaarne stroomt, het Spaarne stroomt voorbij - Een impressie van de Haarlemse Dichtlijn - geplaatst op 6 juni 2011 |
|
Het Spaarne stroomt...het Spaarne
stroomt voorbij...voorbij de stad... Er wordt wat afgewandeld
tegenwoordig. Dat was natuurlijk altijd zo maar ik, uw nijvere De opening weer in de Vishal, dat
lage lange gebouw dat neerknielt bij de Bavokerk aan de |
De St.Bavo aan de Grote Markt |
|
De molen maalt In het
tweede leven er wordt
getrouwd en ja
hoor knarsetandend want een
molen wil iets malen producten
baren, olie © Sylvia Hubers
|
Alle "dienstregelaars"
van de 6 podia grepen vervolgens hun kans om de toehoorders te Toch was ik blij dat ik eerst in
het gevolg van Sylvia mocht vertoeven, op haar tocht door |
|
|
de Adriaan
|
|
Zegt de
ene rietveld- zegt de
andere rietveld- zwanger raken. © Hans Clavin
Zomer II Ruik
eens aan mijn schouder © Myrte Leffring
|
Omgevingsrumoer kan een enigszins
storende factor zijn, maar toch kan een wandeling Van 14:15u tot 15:30u was ik
vrij. Vijf kwartier om vrij in te vullen, maar het aanbod bleek |
|
Het laatste blok van 15:35u -
16:30u waarin ik zelf weer aan de andere kant van de microfoon
©
John Zwart / JohnN
Met dank aan Dries Havermans,
Nuel Gieles, Marten Janse en al die andere vrijwilligers - Hier is een LINK naar de video die de Stichting Haarlemse Dichtlijn maakte van de dag Voor de ouderen onder ons: |
One night song als ik
jou zou jij
dan en als
ik dan zouden
wij dan © Pom Wolff
Het
Donker Spaarne ziet zijn tegendeel Wie
langs 't Donker woont ziet 't leven vrolijk: Een
meisje danst lichtvoetig pizzicato haar © JohnN – juni 2011
|
| Poëziewandeling Oost-Watergraafsmeer - deelnemersverslag van JohnN - geplaatst op 3 juni 2011 |
|
De Amsterdamse dichter Albert
Hoogendijk heeft zijn stadsdeel Oost-Watergraafsmeer Als maker en gids organiseert hij
soms wandelingen met natuur- en poëzieliefhebbers. |
Gemeenlandshuis,
Diemerzeedijk 27, Amsterdam (1727) Eén van de plekken waar we even stil stonden. |
|
Oude Diemerzeedijk
De weg
©
Albert Hoogendijk |
We waren met acht deelnemers, een
mooi aantal voor een gids/dichter om te kunnen We liepen een route die ik hier
eenvoudig weergeef: Nog een stukje door de Indische
Buurt, langs de woning van de dichter en toen hoorden © John Zwart - Voor Hernehim Cultuur, 1 juni 2011 |
| Poëtisch varen op de kleine wind - deelnemersverslag van JohnN - geplaatst op 31 mei 2011 |
|
Vrijdagavond 20 mei kwamen Zaanse
liefhebbers van het woord rond half acht bijeen in |
Kees-Jan
Sierhuis - initiatiefnemer van "de kleine wind" heeft er iets
mee, |
|
Wormerveer
Cor
Bruyn schreef nog van
© JohnN |
Tevoren had ik me bedacht dat het
niet leuk is op een nachtelijk uur op de Dam in Zaandam vorm van een leidingbreuk. Er viel een trein uit en de volgende was 20 minuten vertraagd – en wat was het nog een eind lopen van het station naar de aanlegplaats... De schipper en Kees-Jan stonden al op de uitkijk toen ik er aan kwam over de brug: "hij komt toch wel?" zag ik ze twijfelen. Bijna acht uur, maar nog net op tijd – de diesel werd gestart en spoedig gleed heel wat Zaanse historie en daarmee mijn kindertijd aan me voorbij. Alles nog wel herkenbaar maar natuurlijk ook veel moderniteit en zichtbare welvaart. In plaats van met oude schuiten en pieremachochels pronkt menig zaanerf nu met kapitale jachten. Een paar oude fabrieksgebouwen staan nog in hun oude enigszins vervallen staat: "Geloof" en "Verwachting" - andere hebben een metamorfose ondergaan en daarin kun je nu luxe wonen in een appartement met uitzicht over het water en ver over het land aan de overkant. Op de Noord staan nog een paar van de groenhouten huisjes, zoals eentje waarin vroeger oma en opa woonden, maar de meeste hebben plaatsgemaakt voor flats. Het oude kerkje staat er nog, maar de enorme molenschuur van "De Jonge Prins", die in mijn kindertijd een theaterzaal huisvestte en waar de stem van mijn moeder menigmaal heeft geklonken in één van haar hoofdrollen voor de Zaansche Operette Vereniging, is weg – op de plaats verrees een nóg groter appartementengebouw. De forse toren met zadeldak van de RK-kerk troont daar nog altijd hoog bovenuit. We voeren onder de oude Zaanbrug door, óók al vervangen door een breder en zwaarder nieuw exemplaar. De groei van het autoverkeer sinds mijn jeugd liet zich aflezen aan de grote hoeveelheid bruggen die we passeerden op een tocht van 2 uur, er zijn er minstens een drietal bij gekomen. Al varende werd er af
en toe een blokje voorgedragen.
|
|
De Zaanbocht alweer een stuk
achter ons gleden we langs de Dubbele Buurt en de vroegere |
Het mirakel van Bakkum Ze
sprak plat Amsterdams Haar
meest vermakelijke grap Amsterdam
bracht vrouwen van de wereld Maar
na een glas rosé aan het strand Wat
tijd doet met een oude foto
© Kees-Jan Sierhuis
|
|
Nostalgia Herinnering VertrouwenGeloof Hoop Liefde en Vriendschap grijze namen boven lang verstorven kielzog, verbleekt op een verdwenen rivier verweerde
bakstenen slechts
dichtersstemmen ©
JohnN
watertoren op de voormalige
zeepziederij Jan Dekker De
Adelaar, |
Varend van 'de Koog' naar Zaandam
valt het me weer op welk een metamorfose al die fabrieksgebouwen van
Honig, Verkade en Albert Heyn hebben ondergaan. En ik zocht
meisje van verkade ingehouden
zou ik je moeten proeven allang
aan je verslaafd geraakt wellustig
zwelg ik zonder schaamte dus
heerlijk mag ik jou genieten – puur –
© JohnN
Tekst: © JohnN / John Zwart – voor Hernehim Cultuur 30 mei 2011. |
| Presentatieverslag en recensie "Bedevaart" - de tweede poëziebundel van Atze van Wieren - door John Zwart - geplaatst op 10 mei 2011 |
|
In februari ontving ik een
uitnodiging voor de presentatie van weer een nieuwe bundel met Op zaterdag 26 februari trof ik
temidden van 20e eeuwse nieuwbouw een eerbiedwaardig |
Hantumhuizen - "[...]geslachten/ brachten door de jaren heen |
|
die mij met kleine mond verweet te dun te schrijven. Dit
jaargetij is dun: de
roep van vogels Dun
zijn de jaren die mij resten
|
In het interview met redacteur
Desmensen van Uitgeverij IJzer kwam de wording van De gedichten in de bundel
"Bedevaart" zijn soberder, nog "dunner" in de woorden
van Het gedicht hiernaast: "Verschijning" wordt gelezen, veelzeggend.
|
|
WP99 is de dichters contactgroep
waarbinnen Atze van Wieren zijn werk regelmatig toetst. Van Wieren maakte daadwerkelijk
een pelgrimage langs alle kerken die door hem worden |
Jorwert -
Al die kerken staan daar op met de hand opgeworpen heuvels, |
|
Misschien wel omdat ik temidden van
de Alde Fryske Tsjerken woon, terwijl het Groninger Hoogeland voor mij beladen is met nostalgie. Een merkwaardige coïncidentie dat de Friese dichter Atze van Wieren zijn eerste gedichten van deze bundel ook in Groningen schreef. Het landschap is verschillend. De stad Groningen, kortweg "Stad" genoemd door Groningers, in onderscheid van de provincie, is als dominant centrum van de regio sterk gegroeid in de moderne tijd, terwijl de kleine dorpen van het Hoogeland weinig veranderden. Met uitzondering van enkele heel dichtbij gelegen dorpen zoals Winsum en Hoogkerk bleef veel nog bij het oude. Misschien is het daarom dat het in de kleine Groninger dorpen zoveel indruk maakt als je de nieuwbouwwijken achter je laat en plotseling oog in oog staat met een oeroud verleden. Dan juist lijkt de stad niet ver weg. Hoeveel verleden zal de stad onstuitbaar opeten? Je proeft dat gevoel uit het gedicht 'Kerk te Dorkwerd': "...de stad is met zijn staarogen/ tot op een steenworp genaderd//" "...in de terpzool rest/ van mensen voor wie/ de wierde de wereld was//" "...Ach Heer, keer de stad." In Aduard, ook dicht bij "Stad", die uitspreidende stad: Herinnering aan de abdij met ooit een ziekenzaal waar de lekenbroeders (ziek van zware veenarbeid en het opwerpen van dijken) moesten genezen. Daar zal bij hen de twijfel hebben toegeslagen: "..staarden door lage ramen naar buiten/ Zo, uit hun doen, kwamen de vragen...// Als kleine jongen maakte ik een fietstocht vanaf de Zaan, waar ik toen woonde, en stond in Jisp opeens voor het hek van het kerkhof, waarop versierd met een doodshoofd stond: "Memento mori". Terzijde van de kerk van Leens las Van Wieren: "Sub specie eternitatis" en schreef: "Vlees wordt stof en het woord verwaait/ herscheppen zich tot eeuwig nieuw begin" een hoopgevender benadering van onze eindigheid. Teruggekeerd in "Stad" bezocht de dichter de Der Aa-kerk. "de stilte van het Hoogeland/ zal alleen hoog in de toren/ nog te horen zijn..." Kinderklassen hebben geen oog voor de vermaningen op de pilaren. |
|
Ik lees in de bundel als een
Arabier, van achter naar voren en volg daarbij de dichter in zijn maakproces. In het eerste hoofdstuk duik ik nu onder in de 'Pelgrimage Friesland'. In die provincie doet de stad Leeuwarden minder inbreuk op het landschap, maar dat lijkt tijdelijk. De nieuwe uitbreiding naar het zuiden zal Goutum inlijven, zoals dat lang geleden met Helpman ten zuiden van Groningen is gegaan. Ook noordwaarts wil Leeuwarden groeien. Toch is Friesland leger zoals ik merkte toen ik, jonger van jaren, de Elfstedentocht reed, na eerst de Groningse tegenhanger, de Noorder Rondrit te hebben volbracht. Hier in Friesland kwam het water vaker – en áls het kwam over een veel groter gebied. Een hard en bedreigd leven op en rond die terpen in een rondom godverlaten land. In 'Kerk te Bornwird' vraagt de dichter zich af of ze het hier ooit zonder god konden rooien – en hij denkt van niet. "Welke goden zijn hier/ aangeroepen om vrucht/ te doen dragen en vervloekt/ als de godganse boel/ weer eens onder water liep..." Een hiernamaals als een onmisbare belofte: "...dan sille wij hierneij/ ien better wenning krije". Bij 'Kerk te Raard' moet ik eerst denken aan de houten vóórmiddeleeuwse kerk die daar op de terp moet hebben gestaan aan de Middelzee, nog niet bedwongen en de voorgangers van de Jongema's die daar hun eerste steen nog te leggen hadden... De stenen kerk van nu in Raerd is vroeg 19e eeuws. Maar hier blijkt een misverstand: de dichter bezocht Raard, een ander dorp aan een andere oude zeearm, de Lauwerszee. De kerk daar 13e eeuws, van grote kloostermoppen. Hij denkt aan de steile tijden waarin "koppen op vroom stonden". "Zullen zij hun jassen/ spreiden en hosanna roepen?/ Zullen ze het hek openen...//" en hij treurt om de vliegers die, hier neergehaald, begraven liggen - wachtend? |
Vannacht
een kant en klaar gedicht Het
was in alles af Toen
is het weer gegaan Ik
krijg geen vat op wat
|
|
zeg je. Ik zeg niks. Ik
ben de stille jongen achter
op de rammelende zijn
klomp verloor © Atze van Wieren uit "Bedevaart"
*)
"Hoe God verdween uit Jorwert" - Geert Mak. Atze
van Wieren, Buitenpost. "Bedevaart" – Uitgeverij IJzer,
Utrecht – 2011 |
Ik ken de 'Kerk te Paesens'
waarvan je buiten op het wijde wad alleen de spits maar ziet. Het middengedeelte van de bundel
is het omvangrijkste hoofdstuk dat de titel van het |
| Poëzie a-la-carte aan de Kloveniersburgwal in Amsterdam - een aanbeveling - door John Zwart - geplaatst op 8 mei 2011 |
|
van Hernehim
- de redactie wil graag weer eens aandacht
vragen voor de Poëzie Winkel van Perdu Amsterdam. Want het is toch iedereen uit ervaring bekend dat het aanbod van poëziebundels bij de gemiddelde boekhandel vrij beperkt is, misschien met uitzondering van Selexyz Scheltema in Amsterdam en v/h Van Gennep in Rotterdam. Aan de Kloveniersburgwal 86 in Amsterdam - vlakbij de Munt is een speciale poëzie- winkel waar niet alleen uit een groot assortiment gekocht kan worden, zonder wachten op de aflevering van een bestelling die uw boekhandelaar natuurlijk graag voor u doet... En een belangrijk aspect: u wordt bediend door mensen die alles van poëzie weten, het kan zomaar zelf een dichter of dichteres zijn die u helpt. Tenny Frank bijvoorbeeld, leest zelf graag alle nieuwe titels als eerste - en wat haar bijzonder aanspreekt legt ze graag opengeslagen op de presentatietafel. Dit voorjaar was zij bijvoorbeeld erg enthousiast over "Het Boek der rusteloosheid" van Fernando Pessoa. Dagboekimpressies van de jaren 1930-1932 die zich laten lezen als prozagedichten in de prachtige vertaling van Harry Lemmens. Tenny Frank: "Noodzakelijk, aantrekkelijk, onvermijdelijk is Pessoa voor het begrip van het wezen van Literatuur en Poëzie. Sla "Het Boek der rusteloosheid" op een willekeurige bladzij open, je geest verdrinkt erin en wil nooit meer bovenkomen. Je lichaam zwemt verder …" |
Poëziewinkel Perdu
|
|
Citaten - 1930: "Als ik aandachtig kijk naar het leven dat de mensen leiden, tref ik daarin niets anders aan wat het zou doen verschillen van het leven van de dieren. Zowel dieren als mensen worden onbewust door de dingen en de wereld geslingerd; zowel dieren als mensen vermaken zich met tussenpozen; zowel dieren als mensen doorlopen dagelijks dezelfde organische kringloop; zowel dieren als mensen denken niet verder dan ze denken, en leven niet verder dan ze leven. De kat slaapt en koestert zich in de zon. De mens slaapt en koestert zich in het leven met alle verwikkelingen ervan. Kat noch mens bevrijdt zich van de noodlottige wet te zijn zoals hij is. Geen van de twee probeert de zware last van het zijn op te heffen..." |
1932: |
| Kinderspel en grimmiger vormen - een verhaal over spelen door de tijden heen - door John Zwart - geplaatst op 4 mei 2011 |
|
|
Het naoorlogse spel kreeg realismevormen:
Oudere broers, buurjongens en neven gingen bij de BB, leerden vliegtuigspotten en liepen wacht op hoge gebouwen, op uitkijk tegen het nieuwe "rode gevaar". Ze droegen trotse insignes. Wij droomden ons niet langer indianenopperhoofd of stoere cowboy die zijn lasso zwaaide. We wilden het liefst maar Amerikaanse GI's zijn, kauwden kauwgom en heel stiekem rookten we Lucky Strike. We maakten jazzmuziek op een theekist, wasbord en een toeter als een neptrompet. Op school was er levendige ruilhandel van khakigoed uit de dump - een shirt en kepie in een maat die paste dat was één groot feest. De oudere broers, buurjongens en neven speelden allang niet meer, sommigen gingen naar Korea om "de roden" aan hun eigen front een lesje te leren, de oude die-heart communisten emigreerden naar Nieuw Zeeland, het verst van alles weg. Het was een paar jaar vrede. Maar vrede leek nooit écht geweest. |
|
. wat kippenveren gestoken op een haarband en je was Winnetou |
We werden volwassen en voelden
dat echte vrede iets anders was dan afwezigheid Het varen op benauwde
oorlogsschepen - alleen op de commandobrug is er royaal © John Zwart |
| De nagel van de tijd - een bewogen bundel - besproken door John Zwart - geplaatst 11 april 2011 |
|
Dichtbundel
van Gerard Beentjes (Eemnes). |
Gerard Beentjes draagt voor uit eigen werk © Copyright foto Gerard Beentjes
|
|
|
Beentjes wil niet alleen maar de
buitenkant kennen van andere culturen, hij wil tot "...zeg nu habibi Beentjes beseft wel dat de tijd
en daarmee de wereld verandert, maar hij wil de |
|
de nagel van de tijd De bundel bestaat uit 39 gedichten over 7 hoofdstukken verdeeld: 1. Het
stamhoofd vertelt Het eerste deel – 8 gedichten
– bevat onder andere de hier besproken gedichten |
vertellen een ander verhaal dan ogen die over letters van inktzwarte taal bewegen je
ogen kijken achter mij de
kreukellijnen van je handen je
oren horen een melodie
|
|
Deel zes – zwanger – volgt in
7 gedichten de zwangerschap vanaf 7 weken De bundel 'de nagel van de tijd'
is evenals 'de dame en de vrouw' van Paul © John Zwart – voor Hernehim Cultuur – 9 april 2011. |
| James Joyce - Een mijmering van Ronald Offerman - geplaatst 27 maart 2011 |
|
Hoe zou dat toch komen dat ik die
klassiekers zo traag verteer? Komt dat onwillekeurig door mijn eerbied voor die beroemde auteurs, wat mij belet in mijn gewone vlotte leestempo door zo'n boek te snellen? Er zijn van die boeken waar ik lang over doe. Aan de Toverberg van Thomas Mann ben ik geloof ik al tien jaar bezig. Elke keer pak ik het en lees een stukje. Dan leg ik het weer weg en vergeet het blijkbaar, tot plotseling de gedachte opkomt: "o ja, die heb ik ook nog". En dat is echt niet omdat ik het geen mooi boek vind hoor, integendeel: de Toverberg is prachtig. Oblomov was ook zoiets, ik heb er een jaar over gedaan voor ik het uit had. Oorlog en Vrede, net zo'n tien jaren plan als die Toverberg. En Odyssee en de Ilias pak ik keer op keer, intussen zijn dat ook al weer heel wat etappes geworden. Toch lees ik gewone romans in een keer uit. |
Steeds vraag ik me af of het voor
anderen net zó is of dat ik een buitenbeentje ben. |
| De dame en de vrouw - Geen gewone bundel - besproken door John Zwart - geplaatst 24 maart 2011 |
|
Het is alweer geruime tijd
geleden, dat Paul Roelofsen in samenspraak met Jos van Deze dichter verdiende het mijns
inziens om op Hernehim Cultuur wat aandacht te |
47 gedichten in drie groepen bijeenDe Witte Uitgeverij – 2010. ISBN 9 789461070111 |
|
Paul Roelofsen (2e van
links) in de OBA Amsterdam |
Paul Roelofsen (Harlingen 1940)
heeft een journalistieke achtergrond, schreef ook De gedichten van de bundel zijn in drie groepen ingedeeld: 1. Voor wie niet denkt |
|
Zoals bij Roelofsen te verwachten
is zet hij ons daar weer eventjes op het verkeerde "De dame en de vrouw"
is een boekje vol verbazing en Breughel taferelen, je vraagt |
Troje Het
veulen koldert wolvin
met rode bek rond witte bok en
daar de mannen van het rechte pad voor
jou, Helena lief, in het warme gras,
Uit:
"De dame en de vrouw", Paul Roelofsen –
© John Zwart - 23 maart 2011 - voor Hernehim Cultuur |
| Trapsgewijs - Het vieren van zeventig jaar artistieke traditie. - geplaatst 3 februari 2011 |
|
Nog even terug naar het oude jaar. Het roemruchte Dichterscafé Eijlders,
bij het Leidseplein (komende uit de Leidsestr.
|
Stamgast van het eerste uur
Ed Hoornik
(1910-1970) Dichters van "De Amsterdamse School"
|
|
Naamloos vers voor de naamloozen Het
was een gewone jongen, Een
eenvoudige zoon van zijn vader, Die
uit veelheid veel heeft gezwegen, In
angstuur en heen-en-weer-loop Geen
beitel, geen lier was hem nader |
Dichter-schrijver
Gerard den Brabander (1900-1968) was één van de stamgasten van De dichter De dichter is alleen maar dorst en buikeen tot den boorde berstensvolle kruik Hij gist en borrelt tot hij eindelijk barst en in de droesem zinkt en tandenknarst Dit
kleine gedichtje tekent den Brabander ten voeten uit. Geen ronkende
lofzangen,
|
|
En na het licht En na het
licht ik heb het
ergens Kees
Godefrooij |
Paul en Ron stellen elk jaar
een kleine bloemlezing samen uit hetgeen men in de voorafgaande 12 maanden zoal liet horen. Op de zondag 19 december j.l. was dat een uitgave waarmee het 70 jarig jubileum werd gevierd: "Trapsgewijze woordenstroom". Een veelkleurig boekje, even veelkleurig als dat langste podium dat ik ooit in dit Eijlders meemaakte. Vanaf vier uur liep het uit tot half acht, met gelukkig wel een aantal praat en drinkpauzes. 59 Gedichten kon ik gelukkig de dagen erna in alle rust opnieuw nalezen - 37 dichters droegen er elk een drietal voor. Een marathon van méér dan 100 gedichten overspoelde het publiek. De reguliere podia zijn natuurlijk wat bescheidener in omvang. Zonder er een speciale waardering aan te hechten heb ik er een 4-tal uitgezocht om hier nog eens te publiceren,.Om mezelf een plezier te doen en om mijn lezers een indruk te geven wat ze hebben gemist als ze nog nooit eens naar een "Eijlders podium" kwamen! Ik heb zo'n vermoeden dat die Eijlders Bloemlezingen, die altijd maar in een heel kleine oplage worden gemaakt nog wel eens een 'verzamelobject' kunnen worden. © John Zwart - 3 februari 2011 - voor Hernehim Cultuur |
|
70 oud
geworden toen de stoet met de kist mij ontdekte ik leef nog! riep ik ik leef nog! weggejaagd werd ik maar wat is dit? dit plezier deze jolijt Karel Kramer
|
Tijd van leven Op woeste grond
gevestigd Geef haar tijd
van leven, De wijn smaakt
altijd naar de stok Gerdin Linthorst |
|
Tijd zat Er is nog tijd
zat Tijd speelt
geen rol Ronald M Offerman
|
Op de vierkante meter van het Eijlders podium in actie © Foto Hernehim |
| Bij de VSB Poëzieprijs 2011 - Beschouwing van John Zwart - geplaatst 30 januari 2011 |
|
|
|
|
|
|
|
Eigenlijk is dat een blijvend kenmerk van
zijn werk, zijn fascinatie voor de oerkracht
© John Zwart 29 januari 2011.Voor Hernehim Cultuur Een
klankbeeld over Armando uit 2009 naar aanleiding van zijn 80e
verjaardag
|
Dag en nacht De
blozende dag vertoont zich in een Armando
|
| Het uur van de waarheid - Commentaar van John Zwart - geplaatst 27 januari 2011 |
|
"Wat is de poëzie? Elke
kritiek is weer een poging tot antwoord op die vraag. De volledige inleiding van Nasr is HIER nog te beluisteren.
|
De eregalerij
van de top-10 geflankeerd door |
|
Onder de sterren Onder
de sterren geslapen. Lang in de tijd Ik
zag een foto die iemand vanuit een kuil had genomen. Ik
denk aan mijn vader, heel ver van huis, niet meer Ik
zou zo graag licht willen reizen, met in mijn rugzak
Henk van Loenen Eerste
prijs Turing Nationale Gedichtenwedstrijd 2010
|
Onder leiding van
autoriteit Gerrit Komrij maakte Nasr deel uit van de zeskoppige jury © John Zwart voor Hernehim Cultuur. |
|
Het gedicht "Monumentje" van Anke Labrie staat op pagina vrije poëzie. |
| Revisie op subsidie - Beschouwing van John Zwart - geplaatst 23 december 2010 |
|
Er werd geschreeuwd en ik was bijna in de verleiding ook te
gaan meedoen. |
schreeuwen en boksen |
|
>>>> |
|
Maar misschien kunnen we wel wat geld weghalen
bij de rijke fondsen? Ik bedoel die © John Zwart – 21 december 2010. |
Geef
mij dichters die zich niet zonder
angst voor een valse tegenstem dat
dichters met een keel van zichzelf |
| Dichter Guillaume van der Graft overleden - we staan even stil bij een christelijk dichter - Bericht van John Zwart - geplaatst 26 november 2010 |
|
Zondag 21 november 2010 overleed in zijn
woonplaats Utrecht een dichter die we kennen als Guillaume van der Graft. Als predikant ging hij als Willem Barnard (Rotterdam -1920) door het leven. Je zal maar doodgaan in de slagschaduw van Harry Mulisch, ben je dáárvoor negentig geworden... Ze merken nauwelijks op dat je er niet meer bent. Hernehim Cultuur vindt dus dat we Guillaume van der Graft nog even in het zonnetje moeten zetten. Want naar zijn eigen zeggen genoot hij in literaire kringen maar een bescheiden aanzien. Als tijdgenoot van de vijftigers maakte hij er toch geen deel van uit. Hij had ook geen vrienden bij de Cobra-groep. Ze gingen hem in het afscheid van het leven allemaal vóór: Hans Andreus, Lucebert, Bert Schierbeek. Van die oude kern is nu alleen nog Gerrit Kouwenaar (1923) in leven. Zijn christelijke identiteit maakte dat hij teveel verschilde van Lucebert, Vinkenoog of Kouwenaar. Guillaume van der Graft werkte in het verleden nog samen met Martinus Nijhoff en hij had begin jaren vijftig contact met T.S.Eliot. Eigenlijk was van der Graft zo'n typische dichter-predikant zoals we die in de 19e, begin 20e eeuw kenden. Hij bedreef iets wat hij zelf typeerde als "poëthotheologie" en debuteerde met een verzameling gedichten onder de titel "exilio" in 1946. In totaal heeft hij een 20-tal bundels geschreven. Zijn creativiteit stond nog het meest in dienst van zijn werk als zieleherder: hij maakte veel nieuwe psalmberijmingen en hij schreef 76 liedteksten voor het Liedboek van de protestantse kerk. Vanaf 1998, toen hij deelnam aan de Utrechtse "Nacht van de Poëzie" maakte hij, reeds op leeftijd, een come-back na enkele inspirerende ontmoetin- gen met jonge dichters als Ingmar Heytze en Ruben van Gogh. |
Ds. Willem Barnard - Guillaume vd Graft |
|
Een
voorbeeld van Guillaume van der Grafts poëtotheologie: Blijft de geheimtaal De engel der
menselijkheid moederlijk met een warmte van zon vaderlijk met geur van aarde tussen
de sterren en het water Guillaume
van der Graft
|
Vervulling Zij is
vervuld van mij; Ik
leger mij opzij. mijn
bloed en vlees te worden wanneer
ik niet genoeg van Morgen
is het weer vroeg, dan Uit: "Mythologisch" – 1950 |
| Dichterscafé Eijlders Amsterdam gonst van de poëzie en snelt op een jubileum af - Een verslag van John Zwart - geplaatst 22 november 2010 |
|
Er waren dit weekend weer veel
podiumdichters op pad. |
Een debuut
is altijd een roos waard
Grappige bijdragen van Martin
van de Vijfeijke, dus de lach deze middag ook weer |
|
"Midlife crisis Waarom
werd ik nooit ouder Het gat waarover ik heen en weer spring wordt steeds breder. Wanneer val ik erin?" |
"...De treinen reden over
de dijk en/ het gebouw van machinefabriek Jonker/ stak hoog en donker boven mij uit..." De mooiste regel "Niets kwam er ooit nog terug" naar het slot toe, dat de essentie samenvat. Zelf heb ik mijn werk nagespeurd op ongebruikelijke thema's. Op één punt kwam ik enkele gedichten tegen vanuit de blik op het verval van het eigen lichaam. De enige dichter waarvan ik weet dat die zich daar een hele bundel lang mee bezig hield is de Zuid-Afrikaanse Antjie Krog. In Eijlders lees ik dus als themawerk een 'vervalgedicht'. Een voorbeeld ervan hiernaast (die overigens niet in Eijlders heeft geklonken). |
|
Presentator Paul
Lokkerbol besluit de middag/avond met een mededeling en een (C) John Zwart – 22 november 2010 |
Café
Eijlders, bij het Leidseplein Van september
t/m mei, Elke derde zondag van de maand: |
| Het Nederlands Letterkundig Museum - Een bezoekje van Anneke Wasscher aan Den Haag, en ook des Graven Haeghe - geplaatst 14 november 2010 |
|
|
Letterkundig Museum - De
portretten van de Nationale Schrijversgalerij Het museum exposeert ca.
350 geschilderde portretten en |
|
Letterkundig Museum - Pantheon Het Letterkundig Museum heeft een boek
uitgegeven met kleurenafbeeldingen van Letterkundig Museum en Koninklijke Bibliotheek: het Nationaal Geheugen.
|
Het verstrijken van de uren
dwingt me verder te gaan naar de parafernalia "Schrijven houdt de dood op
afstand." is een uitspraak van Charlotte Mutsaers,
|
| 1927-2010 Harry Mulisch R.I.P. - Harry Mulisch bijgezet in de literaire historie - geplaatst 10 november 2010 |
|
Een flamboyante figuur naar Nederlandse begrippen, en Nederlanders zijn
over het algemeen niet zo gek op typen die zich een verheven stijl aanmeten. Toch is er een verzachtende omstandigheid, die hen geldt die niet uitsluitend met zichzelf ingenomen zijn, maar ook zelfspot vertonen. Dit gaat duidelijk op voor Harry Mulisch de Nederlands-Oostenrijkse schrijver die zich weliswaar met de ganse aardse schepping én het heelal bezig hield, maar ook een echte Amsterdammer was. Grachtengordel, soit, maar wel aan de stad verknocht. Jaren geleden, na de voltooiing van 'De ontdekking van de hemel', zou hij al beweerd hebben dat de Nobelprijs voor de Literatuur hem nu eigenlijk wel eens behoort toe te vallen, een uitspraak die door pers en vijanden - ja die had hij natuurlijk - zo vaak is herhaald, dat de schijn ontstond dat hij voortdurend sprak over zichzelf als de potentiële Nobelprijswinnaar. Maar een andere uitspraak over zijn betekenis in de wereld en de letteren luidt: "Ach, ik heb een aantal boeken geschreven, en dat is alles", en ook: "iedereen moet dat doen waarin hij goed is". Ook zijn kunnen als schrijver relativeerde hij met de uitspraak: "Dat is een talent dat je hebt gekregen, om dingen op te kunnen schrijven. Veel mensen hebben dezelfde aandrang maar kunnen dat niet onder woorden brengen, omdat ze dat talent missen. Zo zou ik bijvoorbeeld willen schilderen maar ik kan dat niet". Om zijn ijver, waarmee hij gewerkt heeft aan zijn oeuvre, zo'n 65 uitgaven - romans, verhalenbundels en geschriften - hoeft hij ook niet aanbeden te worden, want, zo zei hij: "Mijn hele leven heb ik alleen maar gedaan waar ik zin in had". |
![]() Harry Kurt
Victor Mulisch (Haarlem 29 juli 1927), |
|
Ruim een jaar geleden,
in september 2009 verscheen abusievelijk op |
Zijn exhibitie van "bijna goddelijkheid" zou zijn hoogtepunt
hebben gevonden in de uitspraak: "Dat ik sterfelijk ben moet eerst maar eens bewezen worden". Dat tot nu toe iedereen eens sterft zou niet betekenen dat dit onmogelijk ook eens iemand niet zou kunnen gebeuren - dat hij, Harry Mulisch, als eerste mens niet sterfelijk zou blijken te zijn. Maar als je het beschouwt in verband met de kwaadaardige maagkanker die hem trof - waarbij zijn maag in zijn geheel moest worden uitgenomen en hij die aanslag op zijn voortleven overwon - zou je kunnen zeggen dat hij in die fase van zijn leven werkelijk even onsterfelijk is geweest. Marita Mathijsen, emeritus hoogleraar Nederlandse Letteren sprak vandaag, op 6 november tijdens de uitvaart in de Stadsschouwburg ook over die onsterfelijk- heid-uitspraak: "De dood is democratisch en treft toch iedereen zonder aanzien van de persoon. De dood heeft nu bewezen dat Harry Mulisch sterfelijk is. Maar het geschrevene is de overwinning op de dood. Hij leeft dus nog steeds in zijn werk, dat we altijd kunnen blijven lezen". Ammerlaan, uitgever van de Bezige Bij; Mulisch' Duitse uitgever; Van der Laan, burgemeester van Amsterdam; Kitty Courbois; Marcel van Dam, van de vrienden- club en de beide dochters Frieda en Anna spraken mooie teksten, hoe kan het ook anders. Ik weet bijna zeker dat Harry met een glimlach om de lippen in zijn vurenhouten kist lag. "Ik ben de tweede wereldoorlog", ook zo'n uitspraak die gemakkelijk als groot- spraak kan worden aangezien. Maar je zal maar het product zijn van de liefde van een Oostenrijkse nazi-collaborateur en een Duits-Belgisch-Nederlandse Joodse moeder. De splijting tussen 'goed' en 'fout', tussen dader en slachtoffer, liep dwars door zijn eigen persoonlijkheid. De nadering van de gruwel uit het oosten scheidde zijn ouders. De oorlog en de gevolgen ervan zijn duidelijk een rode draad in zijn werk dat hij zelf als een samenhangend geheel ziet. |
|
Er zijn vele interviews opgenomen en op deze uitvaartdag krijgen we
diverse fragmenten te zien. We horen een uitspraak die beklijft. Als kind was hij met de Duitse huishoudster in Berlijn in de Tiergarten, daar raakte hij verdwaald in het Labyrint. Volgens zijn zeggen ontstond zo het eerste besef van zijn levensdoel, de benauwenis beheersen door de dingen te doorvorsen en verklaren. Het kan worden gezien als de kiem van zijn schrijverschap. Afstandelijk en toch empatisch, een contradictie. |
De laatste gang over
Zorgvlied |
|
Harry Mulisch debuteerde in
1952 met de roman "Archibald strohalm", waarmee hij naar de Reina Prinsen Geerlingsprijs dong. Het manuscript leverde hij op de late avond van de sluitingsdag in. En hij won, op 25 jarige leeftijd als jong talent. de Bezige Bij gaf hem uit, al zijn volgende werken zouden door dezelfde uitgever worden uitgebracht. De bekendste overige
romans zijn: Drie daarvan werden
verfilmd* |
Een kosmopoliet, oneindig vele vertalingen van
zijn werk, maar toch een Amsterdammer zoals Van der Laan terecht opmerkt. Tweeëndertig jaar op hetzelfde adres aan de Leidsekade op kuierafstand van het Leidseplein, de plek waar 'alles' gebeurt, in de stad waar Mulisch zich duidelijk het best thuisvoelde. Een kosmopolitische stad met toch ook nog altijd de sfeer van een joods verleden. Want in zijn afscheid van deze wereld toont Mulisch zich echt de Jood die hij in wezen ook is: geboren uit een vol-joodse moeder. Zijn kist wordt nergens gereden, aan de Leidsekade en op het Leidseplein zowel als op Zorgvlied wordt hij steeds op de schouders gedragen. Telkens de gehele weg met een Klesjmer orkestje voorop, dat Jiddische treurmuziek speelt. De hand in wonderen, die Mulisch lijkt te hebben in zijn boeken, kan ook in zijn laatste gang nog worden vermoed, want boven de Amstel prijkt een prachtige regenboog tijdens de korte vaartocht van de Leidsekade naar de Amsteldijk. Weinig woorden daar, de regen stroomt, de kist zakt... Allen mogen een schepje zand op het deksel gooien, iemand gooit nog een bos witte rozen in het open graf, dochter Anna neemt het schepje niet aan, met beide blote handen graaft ze in het zand... Harry Mulisch R.I.P. "Ik ben een groot schrijver, daar helpt geen moedertjelief aan". © John Newswatcher - 6 november 2010.
|
| Een protest van dichter Baban en een reactie van Hernehim Cultuur - een spijtbetuiging van Baban Kirkuki ontvangen 30 oktober - geplaatst 31 oktober 2010 |
|
Beste collega dichters,
Als een dichter had ik de droom om
stadsdichter te worden van Utrecht. Dit is
Toen ik vluchtte uit Irak wist ik niet dat
Nederlands mijn nieuwe taal zou worden.
Het allerbeste,
|
|
| Ode aan de vertraging - een overdenking in het kader van het thema van oktober "stilte - verstilling" - door Annette Reinhoud - geplaatst 26 oktober 2010 |
Ik meen dat ik deze prachtige titel een keer uitgebeeld heb gezien in een ballet van Hans van Manen, waarin het illustere duo Alexandra Radius & Han Ebbelaar in 'slow motion' schitterend recht deden aan een fenomeen dat inmiddels lijkt uitgestorven. Ballet is bij uitstek een geschikte manier om de menselijke beweging van een diepe schoonheid te voorzien waarbij de vertraging extra bewondering afdwingt voor de lichaamsbeheersing van de dansers. In deze perfectie huist tegelijkertijd ook het drama, omdat schoonheid om de schoonheid niets wezenlijks meer toevoegt. Zoals het licht bestaat bij de gratie van het donker is harmonie een schommelend evenwicht. Niets is statisch. Er is altijd een vorm van beweging nodig om zowel tot rust als tot bloei te geraken. Om lekker te kunnen slapen moet je eerst moe zijn. Eten doe je omdat je honger hebt. Drinken om de dorst te lessen. Genoeg is dan ook genoeg en alles wat teveel is verwordt tot ballast. De niet aflatende stroom aan
groots opgezette theaterproducties van musicals, ijs- en Rust, ruimte en stilte…zij
behoren tot de ondergeschoven kindjes van de huidige tijd, |
Ballet "Twilight"
Alexandra Radius en Han Ebbelaar
Een oefenopname van dit ballet met
pianobegeleiding
|
Als alle televisie en filmbeelden die zo pijnlijk snel op ons afgevuurd worden en alle zinloos harde geluiden die dat nog eens moeten versterken in de vertraagde versie kunnen worden uitgezonden, snapt het publiek misschien iets van de beoogde bedoeling van de makers. Dat kan dan zowel betekenen dat er niets meer overblijft van de inhoud, omdat die er in wezen al helemaal niet was, als ook dat de kwaliteit van het gebodene ineens ontroerend mooi en aangenaam diep het hart binnenkomt. Pareltjes van de laatste soort zijn er gelukkig nog wel en zijn dan ook gestoeld op het uitgangspunt: minder is meer. Oude uitzendingen worden
nu meestal als traag en saai bestempeld, maar die © Annette Reinboud
|
| Over het nut van 'geloof in het leven' - bij de grote reddingsoperatie in Chili van 13-14 oktober - Impressie van John Zwart - geplaatst 21 oktober 2010 |
|
Het ziet ernaar uit dat ik mijn
dag-nacht ritme helemaal in de war heb geschopt. Want ik Wel even wat anders dan
geregisseerde emo-tv. Hier zijn kale puur menselijke emoties |
estamos
bien De tekst van het
verlossende briefje dat na 17 dagen
het duurt al
drie weken gedicht van de mijnwerker Victor Zamorano. |
|
Geen
geregisseerde emo-tv, hier zijn kale puur menselijke emoties aan © Foto copyright deMorgen.be
|
Intussen komt het bericht dat de
voorbereiding (er wordt eerst een arts naar beneden |
|
Eindelijk vallen man en vrouw
elkaar in de armen en versmelten een minuut lang... © John Zwart – 13 oktober 2010
|
Eindelijk vallen
man en vrouw elkaar in de armen en versmelten © Foto copyright deMorgen.be |
|
De laatste nacht nog op 700 meter diepte, mijnwerker-dichter Victor Zamorano © Foto copyright deMorgen.be |
Deel 2 – Vertrouwen dat de angst verdringt. Die positieve stemming onder die
vrouwen allemaal samen in die tent op een kale Na mijn ochtendrust kijk ik weer
verder. In de herhaling zie ik nu ook beelden van |
|
Intussen zijn de eerste mannen
alweer veilig thuis. Er is een interview met een mijn- Wij maken vooral in Europa een
tijdperk door van secularisatie. Daar is de laatste jaren © John Zwart – 14 oktober 2010
|
Fenix 2 © Foto Copyright Prensa Nacional de Chile
Naschrift: |
| Seizoensopening Woorden in de Waagschaal, Haarlem - 28 september - bericht van John Zwart - geplaatst 16 oktober 2010 |
Woorden in de Waagschaal, voor het zesde jaar in Taverne De Waag, het historische waaggebouw aan het Spaarne, hartje Haarlem, voortaan op de vierde dinsdag vd maand. De seizoensopening was 28 september. Zoals altijd geleid en met zeer belezen aankondigingen van Dries Havermans. En in het hart van de avond een bijzondere gast waarmee Nuel Gielens een vraaggesprek houdt. Men komt samen vanaf 20:00u, Dries stelt het programma vast en men gaat om 21:00u van start. Altrijd goede geïnteresseerde bezoekersopkomst, 30 á 40 personen, meer plaatsen zijn er ook niet.
|
De straten
zwijgen er verstomd Aan dit
verbanningsoord
|
|
Myrte Leffring |
Twee dichters kwamen
een recente bundel presenteren: Merik van der Torren uit
Je zit bij een zee vol water © John Zwart – 10 oktober 2010 |
| Eijlders met haast ongekend aantal voordragers - Een impressieverslag van het eerste dichterscafé van het seizoen 2010/11 van John Zwart - geplaatst 14 oktober 2010 |
|
Zondag 19 september was Hernehim
weer in Dichterscafé Eijlders in Amsterdam. In de oproep hadden ze gezegd: "Kleur
in gedichten, of kleurrijke gedichten willen Het was een drukke middag, ik heb
het niet allemaal meer scherp in het hoofd. |
Café
Eijlders, bij het Leidseplein Van september
t/m mei, Elke derde zondag van de maand: |
|
Fotoarchief © Hernehim Cultuur (april 2010) |
Ronald Offerman bracht wat "ouwe
dingen" een kleurrijke ode aan de stad Amsterdam in de nacht: "de stad voor mij alleen", helemaal in de stijl van Ramses Shaffy ("het is stil in Amsterdam/ de mensen zijn gaan slapen..."). Bram de Waard kleurde wat minder schilderachtig over "blauwgroene poep" en over "de man die ik ook had kunnen zijn" die faalde: "tien jaar later/ heb ik het gemaakt". Jos Zuijderwijk beschreef met donderende stem - die dag in colbert gekleed – de "kleuren op het voetbalveld" op treurige wijze. Hij liet vervolgens de kleuren van bliksem en donder knetteren in een vervreemdend gedicht over een vakantie- reis met zijn toenmaals driejarige zoon, die spaghettislierten at temidden van het hemelse tumult. Paul Lokkerbol was voor éénmaal ook gestoken in korte broek voor zijn I.M. op de legendarische Wim Schroot met van Annie M G Schmidt gestolen gedichten, zoals Wim dat steeds placht te doen. |
|
Ergens viel een one-liner "liefde
op de arbeidsplaats duurt tot kwart voor vijf". Van wie? |
Sander Brouwer -
J.C.Aachenende kijkt toe |
|
'Gejatte
gedichten' van Wim Schroot "Er
was eens een kalf in Coevorden "Er
was eens een vrouw uit Abcoude,
(Trijntje Fop) |
Peter WJ Brouwer
– geen familie - hield het voor de verandering bij de En
de namen die ik vergat Het is alwéér
Eijldersfeest in Amsterdam – en óók Marathon – a.s.
zondag © Verslag John Zwart – 10 oktober 2010
|
| Over Zaandam en Krommenie, en daar tussenin - Een bericht over De Groote Weiver en meer van John Zwart - geplaatst 9 oktober 2010 |
| Het
is alweer bijna tien jaar geleden dat ik Rob Vos ontmoette: docent drama,
acteur, schrijver, dichter én Zaandammer. Door hem kwam ik weer eens terug in de streek van mijn jeugd: voor een mooi festival dat hij organiseerde in "Het paleis op de Dam". Op de Záándamse Dam welteverstaan. En via hem kwam ik ook terecht bij Stichting Fluxus, in Serah Artisan op de Zaandamse sluis. Na vele jaren en omzwervingen, werd ik me bewust hoe het leven ook was voortge- gaan, hier in de streek van mijn jeugd. Volop nieuwe activiteiten op creatief gebied zijn er gaande daar aan de Zaan. Tijdens zo'n Fluxus Poëziefeest kwam ik in contact met Kees-Jan Sierhuis die vertelde dat er een Dichterskring Zaanstad in het leven is geroepen met tweemaandelijkse bijeenkomsten in de Krommenieër Groote Weiver. Hé, het Weiver? Herinneringen uit een ver verleden werkten zich opeens naar boven. Ik had een visioen van mijn vader, op zijn fiets op weg naar Padlaan, later op zijn Avros brommertje, naar z'n werk. Een gebouw waar een enorme hoofdletter K gevat in een cirkel op het dak stond. Vlakbij was het Weiver. Een stukje Krommenie waar de generatie van mijn vader met het walsen van linoleum, het weven van doek, het maken van blikconstructies en 't zuiveren van stookgas zijn brood verdiende. Aan de
Zaandijkerweg, grens tussen Zaandijk en Wormerveer woont
allang |
|
De
oorspronkelijke Groote WeiverToen nog in de oude gasfabriek. Foto © Vrijwilligerscentrum De Groote Weiver |
Het Weiver was een naam uit het
verleden voor mij, maar mijn gebrek aan kennis is nu ingevuld. In de jaren tachtig kwam de oude gasfabriek leeg te staan - het gebouw met die grote K was al veel éérder gesloopt en heeft plaats moeten maken voor een woonwijk. Het gasfabriekgebouw bleef overeind in afwachting van een bodemsanering. In 1984 werd de gasfabriek gekraakt door een stel creatieve idealisten die vonden dat het gebouw een belangrijke functie in de buurt moest vervullen. Het werd gedoopt "De Groote Weiver" en er kwam een kringloopwinkel, een ruimte voor podiumartiesten, een filmhuis en een eetcafé, waar tegen proletarische prijzen vegetarische maaltijden werden geserveerd. Allemaal functies en activiteiten door vrijwilligers opgezet. Mooie dingen zijn ontstaan zoals een politiek café, benefietavonden voor goede doelen, en heel wat Zaanse bands hebben daar voor het eerst op een podium gestaan. In de beginjaren van De Kift, The Ex, Huub van der Lubbe en Jan Rot, waren ze echt allemaal dáár. Dat alles met zwaar vervuilde grond onder de vloer... Met tegenzin werd er ontruimd in 2006. |
Ik
heb die oude gasfabriek in zijn gedaanteverwisseling naar een sociaal en
cultureel centrum niet gekend, maar ik kan me voorstellen dat het vertrek
is gegaan met pijn |
Ik las erover bij Pom Wolff
die er wél was om zijn guigeltonlijden over het publiek uit |
|
|
Ja, JohnN daar heb je veel aan
gemist, zo voelde ik me wel ingepeperd. Maar op 17 september zou ik al een herkansing krijgen, dan organiseert Kees-Jan de seizoensopening van de Dichterskring Zaanstad in "De Groote Weiver" in Wormerveer met een speciale thema-avond op De Oudheid. Het is een bijzondere avond geworden voor mij, ook al vanwege het weerzien van het drastisch veranderde Krommenie en Wormerveer... maar daarover schrijf ik buiten dit kader. (zie blog - red.)
Hiernaast Kees-Jan in actie in
augustus j.l. |
| Kennismaking
met De Groote Weiver Wormerveer - op 17 september
Het
podium is goed toegerust met meerdere microfoons en een professionele
licht- |
Weer
siddert in mij In de
lenteschemering Zoals
de zoete appel
|
|
.... Hij
die weet zegt het niet.
|
Niet minder meeslepend is Jacob
Spaander – een echte Zaanse naam – maar ik denk dat hij liever bekend is onder zijn artiestennaam Jacob Passander. Hij draagt voor met de begeleiding van de klarinettist Ditmer Weertman. Samen presenteren zij zich ook wel als het duo "Zaagsel en schors" goed voor een lach als je Spaander heet! De dichter met de blonde paardenstaart leest Lao Tse en Plato omspeeld door de klarinetklanken. Ik zie het, zei hij
|
| Ger
Belmer voert me in de tijdmachine van de Oudheid naar de vorige eeuw. Eén van zijn gedichten krijg ik mee voor op Hernehim, een echt sonnet: Akkerliefde Hij
stond tussen koren, was
hij verliefd op haar. Het
bleef bij eenzaam lokken,
|
Het slameffect ontbreekt deze avond
ook niet. Martin Beversluis miste ik in het eerste programmadeel – ik kwam iets later binnen door een zware onweersbui op de afsluitdijk en natuurlijk het nostalgische dwalen door Wormerveer en dat stukje Krommenie dat aan mijn oude woonplaats zit vastgegroeid. Daartegen had ik geen weerstand kunnen bieden. Maar in het tweede deel krijg ik nog een kans hem te beluisteren. Hij doet een paar van zijn bekende successen zoals het gedicht dat hij op Simon Vinkenoog schreef. *) wijziging red. Ondanks de voortschrijdende tijd mag ik óók nog wat doen. En een beetje ben ik daarop voorbereid. Er is een gedicht dat ik las op ongeveer veertienjarige leeftijd en dat trof mij toen als een blikseminslag. Het eerste besef hoeveel lading een gedicht kan hebben, terwijl het toch maar uit enkele strofen bestaat. Het past wonderwel in het thema "De oudheid" want het speelt in Mesopotamië en de beschaving daar is nog ouder dan de Griekse. Het is een gedicht van P.N.van Eijck: "de tuinman en de dood" En als eigen werk ga ik nog verder terug, namelijk naar de prehistorie, gekoppeld aan de actualiteit. Juist in september werd in Flevoland het oudste menselijke overschot ooit in Nederlandse bodem opgegraven, na koolstofproeven geschat op ca. drieduizend jaar. Ik lees het publiek "Onderhuurders in het voorbijgaan" en "Swifterbantmensen". |
|
*) wijziging redactie. In de plaats van het
gedicht "Simon" denkt de redactie de lezers er een plezier mee te doen door het gedicht "Bij de dood van Solomon Burke" te plaatsen. Door Martin Beversluis op de vroege zondagmorgen geschreven. Ik
ben de grote stem die
Martin Beversluis 10.10.10 Is
het niet te paard van Teheran naar Ispahan
|
Een Perzisch edelman: "Vanmorgen
ijlt mijn tuinman, wit van schrik, Ginds,
in de rooshof, snoeide ik loot na loot, Ik
schrok, en haastte mij langs de andere kant, Meester
Uw paard, en laat mij spoorslags gaan, Vanmiddag
– lang reeds was hij heengespoed – "Waarom",
zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt, Glimlachend
antwoordt hij: "Geen dreiging was 't Toen
ik 's morgens hier nog stil aan 't werk zag staan, P.N. van Eijck
"de tuinman en de dood"
|
| Tenslotte
word ik nog verrast met het fenomeen: "jammen"! Naast de klarinettist Ditmer Weertman en Jacob Passander, welke laatste nu op een handdrum zijn gevoel voor ritme laat horen, komen er ook nog een blokfluitist en een basgitarist op het podium. Dichters met slam ervaring voegen zich in de muziek met hun voordracht... de ontspannen sfeer en het voorbeeld van Martin Beversluis halen mij over de streep. Ik doe mijn financiële crisisgedicht "wonderbaarlijk slijk" dat heel ritmisch is en in crescendo uit elkaar spat. Ik ervaar een heel leuke avond in Wormerveer, die mij heeft goedgedaan. Ik kom er zeker nog eens terug. JohnN – 8 oktober 2010.
|
| Nederlands en het Afrikaans - Een bericht van Floris Brown en een beschouwing van John Zwart - 19 september 2010 |
| Afgelopen
woensdag kwam weer eens een bericht uit Zuid-Afrika van onze trouwe mededichter, Floris Brown. Eigenlijk was het een uitnodiging voor 't afgelopen weekend, maar ik veronderstelde niet dat onze Nederlandse en Vlaamse lezers onmiddellijk op eerste impuls in het vliegtuig zouden springen. Geen bericht voor de agenda dus, maar het was een goede gedachte van Floris om ons eens deelgenoot te maken van wat zich afspeelt op het gebied van de taal in zijn land. Ik vind dat Zuid-Afrika en het Afrikaans – dat toch behoort tot het Nederlands taalgebied – meer aandacht verdient dan het van ons krijgt. Toegegeven, we hebben veel waardering voor Elizabeth Eijbers, die een groot deel van haar leven in Nederland woonde, en ook schrijvers als Antjie Krog en Breyten Breytenbach worden met enige regelmaat in ons land uitgenodigd, o.a. op Poetry International in Rotterdam. Maar het Afrikaans is een taal in de verdrukking en verdient hartstochtelijke propa- gandisten en hééft die ook in Zuid-Afrika. De dreiging naar de marge te worden gedrukt door overheersing van het Engelssprekend bevolkingsdeel is veel groter dan de invloeden die wij hier ondergaan. Het Afrikaans is een rijke en levendige taal die voortdurend evolueert, je ziet dat heel duidelijk in de poëzie.. |
Breyten Breytenbach Proteaprys vir Poësie 2010 |
Bij
de voorstelling van de debutanten
|
Misschien betekent het besef van
dreiging van marginalisering juist een stimulans |
|
De universiteit van Stellenbosch
kent gelukkig nog steeds een uitgebreide faculteit © John Zwart – 19 september 2010 |
Floris
Brown
|
| DOD - Verslag van een zondag op het Slenerzand, Schoonoord - 5 september 2010 - Terugblik van John Zwart |
|
Het Drentse Open-Dichtfestival
voor de vierde keer alweer, dit jaar een stukje Vanaf elf tot na het middaguur
kwamen de deelnemers in een gestage stroom |
|
|
Het begin is weinig spectaculair
en er is ook nog niet zoveel publiek. In andere Niettemin doet Ko de Laat,
die natuurlijk zijn Festivaldichterschap 2009 mocht |
Kermiseten ’n Beker maïs, ’n fruitcocktailGebrande pinda’s en Krakauer ’n Ribbelreep gebakken meel En in je maag vanzelf ’t Sauer Wie
niet aan oliebollen hecht We
doen ons elk jaar weer tegoed Van
suikerspin tot zwijngebraad
|
|
© Foto Copyright Hernehim Cultuur |
Mart Brok volgt, hiervóór
staat al een impressie van wat hij doet. Hij leest zijn gedichten als een "bluesy" liedtekst met telkens terugkerend refrein en begeleidt zijn kookthema-gedichten met veel spectaculaire rookeffecten. Het wordt een soort jazz terwijl hij met gitaarbegeleiding door Harm Bos van 'wentelteefjes' en 'bakvissen' zingt. Mart, die zijn theaterachtergrond verraadt met zijn optreden, komt oorspronkelijk uit het zuiden (geb. te Breda) maar vestigde zich sinds enkele jaren in ZO-Drente. Voorgoed mag je wel zeggen als je weet dat hij de voormalige waterzuivering-installatie in Nieuw-Amsterdam heeft omgetoverd in een woning + "taalwerkplaats" Verleden jaar al hoorde ik in de
jeugdcategorie de toen 14-jarige Laura van Loon |
|
Iede Koffeman
is terug van weggeweest. Hij heeft een schrijversblok overwonnen. |
|
Hart en tong de liefde van de man gaat door de maagwaarheid van oude zegswijzen maar al wat gezegd is nog niet wijs en de maag een zak met zuur waarin tederheid verteert liever
dan het hart op de tong opdat
|
Telkens als er een blokje van drie
– vier dichters heeft opgetreden is er een onder- breking van 10 minuten tot een kwartier waarin Rob Schapendonk het publiek hapjes serveert vanuit zijn kookkraam, Kunsterik – het pseudo van Rik Holwerda – vult de pauzes op met kleine gedichtjes: "hé kookkunstenaar, wat sta je daar te snijden, in je knollen en citroenen..." John Zwart slaat meestal 's avonds aan het dichten, als de tv uitblijft en het rustig is, wanneer dan de inspiratie komt ontstaan de beste gedichten. Het eten wordt desnoods uitgesteld tot het te laat is om nog te gaan koken. In tegenstelling tot Ko de Laat, die hij in dichtjaren met een flink aantal kan verslaan, vindt hij niets in bestaand werk dat verband houdt met de kookkunst. In de laatste drie weken schreef hij een paar nieuwe gedichten, speciaal voor dit podium: "Langzaam voedsel" en "Hart en tong". Ongemerkt wordt daarmee het bruggetje overgestoken naar de liefdespoëzie via de aanraking van de geliefde, met handen die eerst werden gewarmd aan een soepkom "dan mag ik haar raken/ aan alles wat wenkt". Afsluitend als verrassing een anderstalige bijdrage in de vorm van een ballade van Cornelis Vreeswijk in het Zweeds "Balladen om Herr Fredrik Aakere och lilla söte fröken Cecilia Lind", waarvan John een vertaling maakte met de slotregel "Oh kus me opnieuw! zei Cecilia Lind". |
| Deze
voordracht geeft een mooie aansluiting voor Ria Westerhuis, één
van de twee "Minnezinne-meisjes", die in duo een bundel uitgaven met erotische poëzie in het Drents. Zij is weer één van die dichters die druk aan het kokkerellen gaan op het podium. Haar vaste begeleider Rob Zandgrond – hoe Drents kan een naam zijn! – voegt gitaarklanken toe. Enige 'dubbelzinnige' gerechten tovert ze uit haar pannetjes waar de "schuumkoppen" op stoan en ze werpt bananen naar het pu- bliek. Ria is vrijgevig, en ze biedt zomaar "Hét recept" aan voor Gordon van de salade die ze heeft gemaakt om te serveren aan zijn ex-minnaar. Het
recept dat Gordon zijn ex-minnaar toestuurt |
Henk Boogaard wijdt een
ode aan een muziekinstrument, zijn gitaar wordt |
| Hannelly
Krutwagen heeft het niet makkelijk na dit welbespraakte optreden.
Zij heeft het zichzelf óók nog niet eenvoudig gemaakt. Ze dacht dat ze alles zonder papier moest doen, zoals op slam-competities. Dus doet ze alles uit het hoofd, want ze heeft er zelfs niet aan gedacht het op papier mee te brengen, zodat ze ook geen geheugensteun achter de hand heeft. Knap gedaan, maar één enkele hapering, soms in mooie sonnetvorm, melancholische tafelmijmeringen over verloren liefde, gevoelige gedachten over een naaste die lijdt aan dementie. Machiel Sol zet zijn potjes op een camping kookstel en kruidt zijn gerechten met klanken uit zijn gitaar. Hij is een erotische fijnproever – "....ik ga je niet opeten/ Daarvoor ben ik teveel een proever, een/ Bijter en een snoeper … " – zoals hij zich toont in de voordracht van het gedicht "Vrouw", dat ook in de Festivalbundel 2010 staat afgedrukt met een foto om van te watertanden. Mischa van Huijstee, de man die de over-zelfverzekerde Rita Verdonk zo mooi in een prozagedicht neerzette. Hij heeft een hele act uitgewerkt en neemt tijdens zijn voordracht zelf plaats in een kookpot, als de missionaris bij de kannibalen. Het gedicht heeft een wijde horizon die gaat van de 'oersoep' tot aan een pakje kant-en-klaar in één minuut. De vlammen onder zijn zitvlak zijn symbolisch, gelukkig maar, er zou een vreemde soep uit hem zijn getrokken met het aroma van zijn stoere tuinmanschoenen. Tenslotte Delia Bremer, als altijd blootsvoets. Danst en schildert en dicht – en wat al niet méér. Schrijft zowel Drents als Nederlands en komt met mooie tekst met gelaagde inhoud. Ze is vergezeld door haar vaste begeleider op gitaar. Voor de vierde keer neemt ze deel aan dit festival en eindigde al eens op de derde plaats. Intussen is ze merkbaar gegroeid in de kwaliteit van haar werk. Twee jaar geleden behaalde Delia hier de derde prijs.... Wat wordt het nu....?
Nico Dijkshoorn en Ko de Laat
verzorgen samen het grote afsluitende blok, |
"ik ga zitten til
je mij op in een dans je
bent warm liefde
zingt in je gezicht gaat de brug weer dicht"
|
|
© Foto Copyright Hernehim Cultuur |
De Festivaldichter 2010 is
Delia
Bremer uit Nieuweroord - opkomend talent Hée: "En die andere Laura
dan, Laura Wijnands?" zult u als oplettende lezer © John Zwart – voor Hernehim Cultuur 10 september 2010 |
| Veel bomen omgewaaid, één heel bijzondere op 17 augustus 2010 - Beschouwing van John Zwart |
| De
zomerstormen van augustus hebben daken en caravans en ook bomen belaagd. Veel bomen, vol in het blad, waaiden om, overal in het land, in Twente zelfs rond de vijfhonderd. Een bijzonder slachtoffer viel in Amsterdam, Keizersgracht 188. Acht jaar werd gestreden om die boom tussen het stadsbestuur en de omwonenden. Vellen en opruimen, of laten staan tot het natuurlijke einde komt. Door criticasters werd nogal gesmaald over die overdreven sentimenten. Nu is de 173 jarige kastanje gevallen. Jammer, maar het zou eens gebeuren. Kwalijk vind ik dat opnieuw weer mensen hun
stem verheffen om hun 'gelijk te halen' Laat ik mij nu dan óók eens in de geest
van Anne Frank verplaatsen. Ik denk niet - John Zwart 31 augustus 2010 |
23 februari 1944 April is inderdaad schitterend, niet te warm en niet te koud met zo nu en dan een regenbuitje. Onze kastanje is al tamelijk groen en hier en daar zie je zelfs al kleine kaarsjes. 13 mei 1944 Onze kastanjeboom staat van onder tot boven in volle bloei, hij is zwaar beladen met bladeren en veel mooier dan verleden jaar. 15 juni 1944 Zou het komen, omdat ik zo lang m’n neus niet in de buitenlucht kon steken dat ik zo dol op alles wat natuur is, ben geworden? Ik weet nog heel goed, dat een stralend blauwe hemel, piepende vogels, maneschijn en bloeiende bloemen m’n aandacht vroeger nog lang konden vasthouden.
|
Aesculus hippocastanum 1686124
|
Boomnummer:
1686124 Einde natuurlijke levensduur: augustus 2010 (173 jaar)
|
| Prinsentuinen veroverd door slampoëten - 8 augustus 2010 Verslag - door John Zwart met tekstaanvullingen en foto's van Anneke Wasscher |
| Niet alleen
Groningen kent een Prinsentuin in het oude centrum, ook Leeuwarden heeft er één, die is misschien zelfs al ouder, want de tuin maakt deel uit van het verdedigingsbolwerk van de historische stad met de Oldehove. De Leeuwarder Prinsentuin is ook al heel lang 'cultureel groen' - want er staat een muziekkoepel tegenover de 'uitspanning' "De Koperen Tuin" met de naamgeving waarvan eer wordt betoond aan de Leeuwarder auteur Simon Vestdijk. 's Zomers worden in die koepel concerten gegeven. Nu is er een nieuw initiatief waarmee de Leeuwarder Prinsentuin zich ook poëtisch manifesteert tegenover het festival van die naam in Groningen. Melvin van Eldik heeft vandaag in 2010 in Leeuwarden iets neergezet zoals Tsead Bruinja in 1997 dat deed in Groningen: Dichters in de Prinsentuin van Leeuwarden dus vandaag. Wellicht het begin van een nieuwe slamtraditie. Wéér een zomers openluchtfestijn met het voordeel ervan (de mensen komen graag de deur uit) maar óók met het risico van slecht weer. Het geluk is met Melvin en zijn slamfeest. Ik tuurde 's morgens naar de lucht en op de buienradar en kreeg toen twijfel: "als het regent ga ik er niet eens heen..." Maar rond twaalf uur breekt de lucht, het wordt een mooie droge middag.
|
De
organisator timmerde flink aan de weg:zelfs posters verschenen in het stadsbeeld, zoals hier op het Raadhuisplein. (© Foto Anneke Wasscher) |
|
Gijs ter Haar in de
Prinsentuin Leeuwarden |
Op naar Leeuwarden dus, net als Erika
Destercke, Martin Beversluis, Daan Doesborgh, Wibo Kosters, Joost Oomen, Mark Spijkers en Gijs ter Haar. De zon schijnt, de singel ligt propvol van bootjes met luchtig geklede mensen, over de golvende paden van het bolwerk maken vele Leeuwarders en toeristen een zondagswandeling. Rond de muziektent klinken klanken uit blik en er zijn nog maar hooguit 30 mensen verzameld, staand of zittend in de nabije grasranden. Het is toch wel hier... toch niet in caférestaurant De Koperen Tuin aan de overkant van de vijver...? Maar het is wel degelijk in de koepel, waar het instrumentarium van "Winterjong", de muziekgroep van Boris de Jong, staat opgesteld. Als het om kwart over twee begint en de aankondiging schalt uit de boxen, worden heel wat voorbijgangers aangetrokken zodat het gehoor flink aanzwelt, gelukkig maar, dit slamfeest verdient de zegen van de zon en een veel groter publiek door het "zwaan-kleef-aan effect". Het zijn behoorlijke zwaargewichten die hier met elkaar de strijd der talenten aangaan. Zelfs ondanks het uitvallen van Ellen Deckwitz, die in december 2009 in Utrecht de NK finale won, zal ieder al z'n zeilen moeten bijzetten om hier te kunnen zegevieren. Hoewel ikzelf deze jonge Amerikaanse stijl
van voordragen niet beheers kan ik wel
|
Mark Spijkers vertegenwoordigt de "buitencategorie" want eigenlijk is hij geen slamdichter. Deze stadsdichter van de gemeente met een veel te lange naam waarvan Dokkum de hoofdplaats is, leest zijn eerste ronde wel degelijk zonder papier, zoals mannen als Gijs, Martin, Wibo en Daan dat vrijwel altijd doen - voor een niet-slammer is dat bewonderenswaardig. "Vreemdgaan is erg/ vreemdgaan is erg mooi/... roept de lange, langharige Mark, om dan tot de conclusie te komen "tussen vriendschap en seks bevindt zich een bed". Voor wat betreft Erika Destercke ben ik helemaal in het hoekje van het vóóroor- deel beland want j.l. maandag heb ik alles van haar al kunnen horen op de Maan- avond in Emmen. Joost Oomen ("JA tegen valkuilen in het huwelijksbed") is voor mij de volslagen onbekende, met net twintig jaar jonger nog dan Daan. Hij zet ook een knappe voordracht neer met grote inhouds- en gevoelswisseling. Naar mijn indruk leunt hij bij de "felle" gedichten iets te zwaar op het volume. Je kunt verbaal "slammen" (=gooien, smijten) maar je kunt ook door de mensen héénschreeuwen, waardoor je ze juist niet meer bereikt. Ach, ik ben maar een leek, dus dit is een terloopse opmerking v.w.b. mijn gevoel hierbij. Men moet die maar nemen voor wat die waard is. |
Wibo
Kosters |
![]()
De twee deelnemers uit Friesland - links
Mark Spijkers, rechts Joost Oomen |
Veel indruk maakt Gijs op mij in zijn tweede
blok met zijn gedicht dat hij opdraagt aan "de moeders" (van Leeuwarden) - daarbij krijg ik echt kippenvel omdat het wel lijkt geschreven op de actualiteit van de dag. Het drama van Nijbeets is er voor mijn gevoel zóver ingekropen dat zijn gedicht "actualiteit" ter afsluiting hiermee bijna overbodig wordt. Martin brengt op het thema ontroering een tekst over zijn overleden vader en zijn beslissing om zelf kinderloos te blijven "er zullen geen nakomelingen zijn/ als ik doodga ga jij ook". Ontroering is er ook bij het luisteren naar Joost als hij een liefdesgedichtje kiest "...een opgedraaid muziekdoosje/ een melodie om op te sterven..." Gijs schildert met rake realistische zinnen de ontluistering van de ouder wordende vrouw die tevergeefs haar onweerstaanbaarheid van weleer blijft demonstreren in "Stervende meisjes" ....de kont die net geen kont meer is... " Slamdichters lijken toch vaak een somber wereldbeeld te hebben waarvan ze schijn en verval scherp in beeld brengen, maar dat doen ze met een cynisme waaronder de goede luisteraar mededogen kan vermoeden. De pauzeblokken worden door
"Winterjong" volgespeeld en gezongen met al even |
"Winterjong" vormt een perfecte muzikale achtergrond voor een slammers- podium. De groep brengt de cd "Slapen is voor dromers" uit, met feestelijke doop in Bellevue, Amsterdam. (in december a.s.) We horen hiervan hier al "ochtendgebed" en "sigaret". De uitslag. John Zwart, voor Hernehim Cultuur -
met aanvullingen van Anneke Wasscher. Hiernaast> Aan het slot ontvangt
iedereen nog een "Paspoart foar Fryslân". |
© Foto Anneke Wasscher |
| Maanavond in poëtische setting - Een verslag van een tuinpodium van Drenthe Poëzie op 2 aug - door John Zwart |
| Stichting
Drenthe Poëzie heeft als opmaat naar het grote jaarlijkse
festival, dat op het Sleenerzand van Natuurmonumenten wordt gehouden, een serie "Maanavonden" op het programma staan. "Maanavond" klinkt toch heel anders dan maandagavond, al zijn alleen maar drie letters weggelaten. Maandag 2 augustus werd de tweede.in de reeks, waarvoor telkens geprobeerd wordt een locatie te kiezen die aanspreekt en de titel recht doet. In juli was men al bijeengekomen in Schoonoord bij de "Papenloze Kerk" het gerestaureerde koepelhunebed in deze regio, waar voelbaar het historische zwijgen van talloze eeuwen hangt. Afgelopen maandag werd ik naar Noordbarge geloodst, voorheen een randgemeente, nu behorend tot het veel grotere Emmen. |
het
historische zwijgen...
|
|
"De Stroetenhof" - Foto: Stiltetuin De Stroetenhof |
In een jonge groene wijk, bereik ik
langs een onopvallend graspad tussen struik- gewas door een verscholen grote tuin: Stiltetuin 'De Stroetenhof". De tuin is een aaneenschakeling van stukjes bos, open plekken, grasveld, natuurlijk begroeide bloemrijke perken en een vijver. Hier niet de stilte van het besef van ongetelde eeuwen maar de stilte van een natuurtableau, intiem en rustgevend. De behoefte aan zo'n plek werd in 1999 gevoeld door een groepje initiatiefneemsters die hiertoe een stichting oprichtten. Rust, inkeer en ingetogen creativiteit kan hier worden beleefd, daarin past ook voordracht - vrijwilligers zorgen voor de inspirerende omgeving. Zo'n veertig liefhebbers komen vanaf halfacht in
groepjes binnen. De zon laat zich |
| Het is
niet uit gemakzucht dat ik hier uit de aankondigingen van Rik citeer, het
is nu eenmaal wat gênant om een rijtje dichters aan te prijzen als je zelf in dat rijtje staat... "Voor Joke Rhebergen (Emmen) is een optreden in de Stiltetuin een thuiswedstrijd. Haar dichttalent heeft lang gesluimerd en kwam eerst naar buiten op latere leeftijd. Na diverse publicaties in poëzietijdschriften bracht zij in mei dit jaar een bundel uit: "Lawinehekken" Al lijkt de titel te verwijzen naar een ver Alpenlandschap blijft Joke met bijna al haar werk dicht bij zichzelf en haar dagelijkse bestaan. Schrijven geeft de Belgische dichteres Erika Destercke veel voldoening. Maar soms kan schrijven ook heel frustrerend zijn als een woord haar maar niet loslaat. Haar rugzak zit vol met kleine strookjes papier waarop zij haar gedachten schrijft. Soms zijn het verhalen van anderen, vrienden, medereizigers in de trein of gebeur- tenissen in de stad die de inspiratie vormen voor een nieuw gedicht. Erika volgde 'Literaire Creatie' aan de academie te Deinze en trad al meerdere keren op zowel in België als in Nederland. De Vlaamse dichteres was in 2009 ook te gast op het derde Open-Dicht Festival in Drente. John Zwart heeft zijn "roots" in de Zaanstreek liggen. Vijftien jaar zeevaren, een jeugd tussen schepen, voorliefde voor Jan J Slauerhoff en een filosofische levens- visie vormen de basis voor zijn gedichten. Sinds 2000 werden er een aantal in diverse bloemlezingen opgenomen, en kwam een drietal bundeltjes uit in eigen beheer. De laatste, "Zeearmen", is daarvan de meest succesvolle." |
In de Stroetenhof -
Noordbarge - naturel optreden in een bosamfitheater |
|
|
Joke is als laatbloeier heel blij met haar
bundel die dit jaar tot stand kwam dankzij de inzet van haar levenspartner. Zij houdt van woordspelingen en opsommingen waar ze dankbaar veel verrassingen in kan verstoppen. Ze oogst herhaaldelijk een glimlach. Haar boekje zit vol met 'geeltjes', die zal ze ons liefst allemaal willen lezen. Ze is hier als enige uit Emmen, dan mag je terecht rekenen op "een streepje vóór". Tegen het einde van de avond mag zij nog een toegift doen. Jammer is dat ze zich- zelf daarbij verliest, elke spanningsboog kent immers zijn einde bij het vriendelijkst publiek. "Less is more" is de bekende wijsheid voor podiumkunstenaars die ik Joke wil meegeven. Erika heeft haar repertoire, evenals ik, kennelijk ook wat aangepast aan de locatie. Ze laat ons mooi 'natuurwerk' horen. Maar ook krijgt zij weer de lachers op haar hand als ze denkend aan "Het grote voorlichtingsboek" ook keuzes uit haar scabreuze repertoire niet schuwt. "Als het wat later wordt op de avond, word je ondeugender Erika!" zo vat Rik het voor ons samen. JohnN (John Zwart) had als 'natuurman' van tevoren vanzelfsprekend allang rond- gekeken in deze Stiltetuin via de website, die er mooi fotowerk van vertoont. De stilte als onderwerp drong zich onstuitbaar op met nieuwe inspiratie. Hij opent met een cyclus van drie korte gedichtjes, nieuw geschreven speciaal voor deze plek. Dat wordt door de tuinbeheerders en vrijwilligers bijzonder gewaardeerd. |
|
als er woorden vallen als er woorden vallen eigenlijk zou ik hier moeten
zwijgen door een dichter met zijn
woord die haar de stilte is het kwetsbaarste niets (zonder titel) we leven in een luide wereld © JohnN |
Keukenplezier Er
is het eiwit schuimend de
bloem op de vensterbank is knap in de hoogte geschoten met
tijd goochelt de oven de
stengel door de warmte verzwakt
© Erika Destercke |
|
|
In deze stille tuin in Emmen is daar opeens een
stille tuinman die opstaat en vertelt dat hij niet alleen tuiniert maar óók wel eens een gedicht schrijft. Hij laat parlando horen. Het gaat over een zeilmeisje maar dat vergeef ik hem graag. Mischa van Huijstee verrast en heeft zich nu al een plekje bij Hernehim Cultuur veroverd op de blogpagina. Naar de reacties te horen is iedereen zeer tevreden
met wat er geboden is.
© John Zwart voor Hernehim Cultuur - 4 augustus 2010. Hiernaast: Voor aanvang en tijdens de
pauze
|
| OBA Open Podium juli editie - Verslag, Amsterdam 31 juli 2010 - door John Zwart |
| De
laatste zaterdagmiddag van de maand in de Centrale
Bibliotheek van Amsterdam, dan is er altijd dat podium, het enige dat geen zomerstop kent. Hernehim Cultuur maakte het weer eens mee op 31 juli. Het is de 79e keer meldt Jos van Hest trots. Het podium floreert nog steeds, altijd een maand vooruit al volgeboekt. Riet Lamers heeft het er druk mee. Zij heeft assistentie gekregen: voortaan wordt de organisatietaak verdeeld tussen Monique Groeneveld en Riet, deze vraagt iedereen mee te werken door het mail-verkeer uitsluitend over het adres *openpodium@oba.nl* te verzenden. (*asterix weglaten) Er komen een aantal bekenden aan de ovale tafel van
Jos: Martin van de Vijfeijke, |
Centrale Openbare
Bibliotheek Amsterdam, Oosterdokseiland © Eigen foto: Hernehim Cultuur |
|
De Blaffende Honden op
het Leidseplein |
Moedige debutanten zijn er ook: twee leden van de Schrijfclub De Kantlijn en Jeanine van Dijck met poëzie uit de kaaswinkel, maar de meeste moed toont de jonge Marcus Meesters, die een groot aantal aquarelillustraties heeft opgehangen op de rij panelen achter de grote tafel. Die illustraties maakte hij bij de verhaaltjes die hij bedacht op het Vondelpark. Plaatjes en teksten vormen samen een prentenboek dat hij in eigen beheer heeft uitgebracht via 'drie musketiers'. Een kloek besluit nadat een aantal uitgevers hem had afgewezen. Duizend (!) exemplaren waren nodig om de magische verkoopprijs van € 14,95 voor een geïllustreerd boek in vierkleurendruk haalbaar te maken. Ook hij heeft iemand meegebracht die hem ondersteunt, Hetty, die één van de tien verhalen uit het boek - over bosmuizen en een vleermuis - aan ons voorleest. 33 Dozen staan er opgestapeld in de woonkamer van Marcus, die ze vol vertrouwen aanbiedt bij de speelgoedbranche. Het optreden van Ronald Offerman beschouw ik ook als een moedig debuut, want net als Vesna laat hij zichzelf zien op een manier zoals ik hem nog niet ken: als lid van een driemanschap "De Blaffende Honden", ze treden op met een combinatie van Amsterdamse poëzie, idem zang, met professionele gitaarbegeleiding. Michael Abspoel zingt met zijn heldere stem over "Tante Jans", die dood is. Op voortreffelijke manier komt de Amsterdamse Tante Jans tot leven, begeleid door de Friese Peter Hoekstra op gitaar. Bezoekers van Dichterscafé Eijlders aan het Leidse- plein hebben al eerder met dit drietal kennisgemaakt, voor mij een verrassende nieuwe beleving van "smartlappen" in een originele benadering. Was "Tante Leen" ooit een begrip in de Jordaan toen die nog 'die ouwe Jordaan' was, voor de faam van "Tante Jans" verdwijnen alle beroemde bouwwerken en pleinen van Amsterdam van de aard- bodem, in de schaduw van haar overlijden. "Iedereen heeft toch wel zijn eigen tante Jans, of tenminste eens gehad". |
| Nog een
verrassing is Edwin Mulder (onthoud die naam), voor het eerst aan
tafel met Jos van Hest. Zijn leven bestaat uit "een creatieproces en een krantenwijk", zo vat hij het zelf samen en geeft daarmee al aan hoe de producten van dat creatieproces er ongeveer uitzien: korte teksten met onverwachte wendingen vol licht cynische humor. Gedichtjes die meer kleine liedjes zijn en soms lijken op citaten uit een cabaretvoor- stelling. Makkelijk in het gehoor, dus blijven ze bij, maar daardoor niet alleen: "... de mensen, ze komen, de mensen, ze gaan ze hebben een lege blik en 1 van die mensen ben ik ..." "... beste god, ik heb alles gedaan wat u zei kom nu maar met uw geluk ..." Uit een ontmoedigende toespraak voor twee mensen die een relatie willen aangaan: "... tot jullie 80 zijn gaar sudderen en elkaar in de naam van de liefde stukje bij beetje uit elkaar trekken..." Het is beslist wáár wat de OBA in de aankondiging
van het maandelijkse podium wil komen luisteren, altijd weer verrassende optredens".
©
John Zwart voor Hernehim Cultuur - aug
2010 |
Edwin Mulder vertelde dat hij ook
actief is als DJ |
| De 13e editie van het Poëziefestival "Dichters in de Prinsentuin" Groningen Stad - 28-30 juli 2010 - Impressieverslag van Anneke Wasscher en John Zwart |
Het is vandaag 28 juli en ik ben op weg naar Groningen voor de openingsavond van dat jaarlijkse festival dat zo langzamerhand al een wijdverbreide reputatie begint te verwerven. Voorgaande jaren vond die aftrap meestal plaats in Jazzcafé De Spieghel, maar nu heeft de organisatie de blik op "de Puddingfabriek" laten vallen. Een jaren dertig ex-industrieel complex waar ik eerder al eens de presentatie door uitgeverij Passage van de bundel "Bronwater" van Diana Ozon meemaakte - het gebouw kreeg een nieuwe functie als congres- en zalencentrum. Als thema voor 2010 heeft de Prinsentuin "Poëzie
als dagelijks brood" gekozen |
|
|
© Hernehim
Cultuur |
De Puddingfabriek heeft een soort atrium
met groene accenten rondom een centrale grote plataan en boven ons hoofd hangen omgekeerde kelken die nog het meest lijken op reusachtige witte puddingvormen, waarin later op de avond gekleurde lampen zacht zullen gaan gloeien. Maar voorlopig schijnt nog volop de zon. "Gaat het hier buiten gebeuren?" vraag ik de mannen, druk bezig op het podium, naar het voor de hand liggende antwoord. En ze hebben gelijk, waarom zou je ook binnen gaan als het buiten een mooie zomeravond is, het is immers vanaf de start een tuinfestival geweest. Voor de aanvang lopen er heel wat dichters rond "in het wild". Ik zie Nanne Nauta, die 't eerst zal optreden, Tsead Bruinja, de "aanstichter" van dit alles dertien jaar geleden, die me onlangs weer verraste met een prachtig "instantgedicht" als "dichter van de dag" op radio 1, Anneke Claus, de jonge stadsdichter van Groningen. En natuurlijk zie ik ook heel wat deelnemers die morgenmiddag of vrijdag in de Prinsentuin aan de Turfsingel optreden: Frouke Arns, met bescheiden trots op haar Meanderprijs dit jaar, Koos Hagen, Jolies Hey, Fieke Gosselaar, Jelou, Joost Baars, Delia Bremer, allemaal heel bekende gezichten, ook voor mijn lezers denk ik.
Käthy de Jong (r) en Grietje Elzinga (l) zijn er ook al vroeg |
| Het gaat
beginnen. Ik mis de gedreven, steevast in spierwit pak gestoken, Klaas Knillis Hofstra. Een onbekende bebrilde presentator neemt deze avond voor zijn rekening. Later verneem ik dat het Peter van der Beek is, enthousiast is hij wel: méér dan tachtig dichters zullen er optreden over de komende dagen en de Kleine Uil heeft de bundel waar ze allemaal met één gedicht in staan al klaarliggen, met de openingskorting eraf slechts € 7,50. ISBN 978.90.77487.89.1 Ik had me al afgevraagd wat "flarf" toch wel kon zijn, het associeert mij met een slecht dessert, zoiets als "haagse bluf", zoet schuim waarvan een grote hap een verdwijntruc speelt in de mond. Maar in de poëzie is "flarf" iets heel anders: een poëtisch spel op de computer. 1. Bedenk een zoekterm op Google, 2. Open het resultaat en kies een regel tekst, 3. Open een volgend resultaat en kies opnieuw een regel tekst, enz... Zo bouw je een gedicht. Wie van absurdisme houdt slaagt gegarandeerd. Nanne Nauta geeft een live-demonstratie waarin de logica doeltreffend wordt verslagen: "Heeft iemand nog vragen?" Na de snelle bloei van "slam" is een nieuwe dichtvorm geboren "flarf". Onthoud die term! Dan is "poetracks" aan de beurt. Daarmee volgt de synthese van poëzie en muziek. De beamer wordt gestart en opvolgend vloeien de portretten van W.F. Hermans, Harry Mulisch, Hugo Claus, Remco Campert enz. over het scherm, terwijl "Chopwood" Odilio Girod zich met stem en synthesizer in de gedichten verliest. Het gaat niet aan te zeggen: "het voegt een dimensie toe". De gedichten vormen een bron voor nieuwe muzikale inspiratie. Odilio is het instrument om daaraan vorm te geven, met geluid en lichaamstaal. |
Een deel van het publiek in het atrium van de Puddingfabriek |
|
© Hernehim Cultuur - Zinderende "Poetracks" van Tom Pintens |
Natuurlijk is er ook gewoon voordracht.
De jonge Pim te Bokkel, die al mag bogen op de Cees Buddinghprijs voor zijn debuutbundel, heeft al een nieuwe bundel in de maak. Ik herinner mij een intrigerend gedicht over een waterdruppel. Pim is zijn stijl trouw gebleven ook zijn recente poëzie blijft dichtbij met een onverwachte wending. Als je hem hoort zou je willen vragen: "lees het nog een keer", maar hij verkiest ons nadenkend achter te laten. De andere dichter die zijn eigen teksten leest is Nyk de Vries, maar bij hem is er alweer een toegevoegd aspect: hij geeft als een Bob Dylan accenten met een mondharmonica ten beste en onderstreept het ritme van zijn gedichten met klakkend handgeklap. Ik hoorde Nyk de Vries onlangs nog op Poetry International waar hij optrad met zijn "Motorman" voor een volle schouwburgzaal. Er zitten verschillende werkelijkheden in zijn gedichten en hij laat ons ernaar zoeken. Het hoogtepunt van de avond voor mij is de Vlaming Tom
Pintens, die de |
|
Het slot valt van een oprecht mooie
avond. De organisatie is tevreden, nog nooit eerder zoveel publiek voor een openings- avond, prachtig weer voor een buitengebeuren bij het centrum van de stad - dat er af en toe een passerende trein over de wissels snerpte hebben we voor lief genomen. John Zwart - voor Hernehim Cultuur 29 juli 2010 |
Een impressie van de donderdagmiddag uit de
Prinsentuin
Vervolg van Anneke Wasscher |
|
De Prinsentuin Groningen
- Hoe nat en kil het was, op dag 2... |
Misschien had ik de buienradar moeten
raadplegen. Dan was ik er ook beter op gekleed geweest deze middag. Er was ons droog weer voorspeld. Aangezien ik nogal wantrouwig van aard ben en vaak merkte dat de weersvoorspellingen lang niet altijd waarheidsgetrouw zijn, was ik toch toegerust met een paraplu. Een mini weliswaar - en we moeten er ook nog eens met zijn tweeën onder, mijn poëzie- vriendin en ik! We hebben het twee uur volgehouden. Toen waren we doorweekt en stijf van de kou. Waarom werd er niet uitgeweken naar de vervangende “binnenshuis” locatie? Geen idee. Groningers zijn echt stoere mensen, ik verraad mijn afkomst met mijn gebrek aan doorzettingsvermogen, want ik ben van oorsprong namelijk een "westerling". "Dichters in de Prinsentuin".hóórt gewoon buiten. “Om drie uur is het droog” riep Klaas Knillis Hofstra. Wat we hoorden, was alleszins de moeite waard. Op
het theeveld opende |
| Nog
korter kon Are Meijer het zeggen in één van zijn gedichten,
waarin hij duidelijk maakte dat vooral zijn fysieke “lengte” aantrekkelijk is voor het andere geslacht. Sinds ik hem hoorde tijdens een optreden in de OBA in Amsterdam, ben ik een fan van hem. Daar las hij een schitterend gedicht over een autorit over de A 7. Die rit gaat eigenlijk over de dood van zijn vader. Na dit optreden in de Prinsentuin vind ik hem ook veelzijdig. De voordracht van Ingmar Heytze was wel zeer ongewoon. Hij trad op via het mobieltje van de presentator. Vanuit een zonnig Utrecht! Luid applaus van het publiek. “Jullie zijn met veel”, merkte hij op. Er was een korte pauze, tijd voor een "koek en zopie" om een winterse term te gebruiken, want het regende maar dóór. Jos Versteegen zag ik door een grauw- sluier. Hij zou na de pauze optreden en dat wilde ik absoluut niet missen. Vorig jaar stond ik nog samen met hem in de Kargadoor te Utrecht. Ik trotseerde dus opnieuw de nattigheid. Terecht want zijn gedichten zijn, zoals ik naast mij iemand hoorde zeggen "ontroerend en toegankelijk". Wat is alledaagser dan de zeven overhemden nagelaten door je overleden vader? Vooral wanneer “ze liggen in een plastic tas te wachten op de keukentafel". Zijn laatstverschenen bundel: “Zijn overhemden op jouw huid” lag te koop bij de marktkramen, net als de verzameling “Dagelijks brood”. Zodat ik behaaglijk warm en droog verder lezen kan, lekker thuis op de bank. 29 juli 2010 - Anneke Wasscher voor Hernehim Cultuur |
De immer optimistische Klaas
Knillis Hofstra: |
|
Jammer van
donderdag, dat drukt het aantal bezoekers |
"... van de bloeiende nacht ontwaken
in groen/ van de bloei de haren verward/ van de nacht gewoel..." Hélène Gelens "...Ik moet nodig op vakantie
naar een kamp/ "Ik heb een zwaan gered/ een
van papier,/ "Dichters in de
Prinsentuin 2010" © Tekst verslagen Anneke Wasscher en John
Zwart - voor Hernehim
Cultuur |
| De zon had niets meer te zoeken aan de Swifterringweg - Flevoland - 19 juni 2010 - Verslag door John Zwart - geplaatst 23 juni 2010 |
| Het
Flevolandse Sunsation Zomerfestival - de zomerse zonnewende ja, je
zou het niet zeggen met deze hedendaagse temperaturen - maar het was alweer zover. Over een paar dagen komt de zon alweer een minuutje láter op en gaat ze weer een minuutje éérder onder. Dat zonnewende evenement is een traditie daar in die polder en als je er al zó lang heen gaat lijkt het wel of je wel móet.... zonder er nog bij stil te staan. Ik heb maar twee keer gemist en daar het nu het 29e jaar is, offerde ik dus voor de 27e keer weer mijn nachtrust om ergens in 't vlakke polderlandschap de zon zeer waarschijn- lijk niet boven de kim te zien uitstijgen... net als 23 andere keren. Ach, vroeger woonde ik er vlakbij, dan gá je gewoon - ondertussen al tweemaal verhuisd, eerst naar Almere, betekende toch royaal een uur langer onderweg, uit en thuis. Maar na de recente verhuizing is dat "land-art object" Robert Morris Observatorium zo ver weg, dat er bijna 160 km moet worden afgelegd van vertrek tot terugkeer voor de huisdeur. Dus in het holst van de nacht, om 3 uur uit je nest, terwijl een avondmens er zelden vroeger dan middernacht in ligt... Een zwoele zomernacht kan dat draaglijk zijn, maar bij rotweer... is dat niet gekkenwerk? Een blogger op een andere site beweerde dat ik alles wat ik bezoek beschrijf als 'prachtig': een podium kan nog zo beroerd zijn en de helft van het publiek houdt het voor gezien, toch: JohnN beleefde er steevast een prachtige middag of avond, zo blogt deze blogger... Welnu, let dan op: hier volgt een opmerkelijk verslag. Beïnvloed door herinnering en teleurstelling, er bovenop een vleugje ergernis. |
Een historische foto: in
het jaar 2006 aanschouwden we © Foto 20.06.2006 Copyright Hernehim Cultuur |
"Heer Bol" altijd hoopvol voor de zon
|
Wie op 19 juni rond 04:30 de A6 snelweg
verliet en de Houtribweg N307 opdraaide werd onmiddellijk verblind, alsof een tegenligger zijn ongedimde vérstralers je in de ogen priemde. Maar het was de tijdelijke mast met stadionlichten op het provisorische parkeerterrein bij het Observatorium! Het terrein bij de aansluiting van de N307 op de Swifterringweg toont ons de onstuitbaarheid van de krassende nagels van de tijd. Bij de realisatie in 1977 lag het aan oost-, noord- en noordwestkant vrij in open landschap. Aan de zuid- kant eigenlijk óók, maar daar werd langs 'n laan van een dubbele rij prachtige kastan- jebomen en een klein parkeerveld een bosperceel aangelegd als scherm. Nog maar enkele jaren geleden was het een heerlijke natuursensatie om daar met een groep gelijkgestemde mensen samen te komen. Bij het eerste licht van het ochtendgloren werd je overspoeld door de zang van honderden vroege vogels. Recent is zowel de laan als de hele bosstrook kaalgeslagen. Langs die kale strook loopt een spoorwegtracé. Waar ooit de laan begon begint nu de afrit van een spoor onderdoorgang. Geen vogel meer te zien of te horen, in plaats daarvan geraas van stroomaggregaten. Waren er nog vogels geweest, ze zouden onmiddellijk op de vlucht zijn geslagen voor de ware terreur van technomuziek die losbarst als inleiding op het festival. Eerst verblind en vervolgens óók nog verdoofd.... Daarna weer concentreren op poëtischer zaken, men is op zoek naar "nieuwe vormen". |
| Eerdere
jaren al stoorde me het streven naar "prestige" dat het festival
volledig veranderde vergeleken bij de herinnering aan de jaren kort na het ontstaan. Altijd een ongedwongen sfeer waarbij spontane contacten opbloeiden tussen optredende dichters en publiek. Toen het evenement groeide kwam er een Organisatiebureau (Fabergé) aan te pas en een 'floormanager'. De laatste jaren lopen er overal man- netjes rond met uniforme sweaters van 'evenementmakers' (XL de Ateliers). Hernehim Cultuur besteedt op het internet ruimschoots aandacht aan het festival vanaf de aflevering 2002. Hoewel ik Hernehim meerdere malen heb aangemeld voor hun persberichten worden deze tot vandaag nooit ontvangen - gelukkig zijn er nog andere kanalen - maar het voelt als signaal van de arrogantie die geleidelijk lijkt in te sluipen. Het jaargang 2008 werd ik op barse wijze weggestuurd door zo'n XL jongeman, omdat ik de partytent niet in mocht, waar de deelnemers 'n ontbijt werd geserveerd. Thom Ummels en Joop Hardenbol, twee drijvende figuren uit de eerste jaren, ken ik al langer dan 25 jaar. Natuurlijk begroeten we elkaar en met Joop maak ik altijd een praatje. Joop is intussen slecht ter been geworden, hij zit nu op een klapstoel opzij van het podium. Dit jaar word ik bij mijn sociaal contact aangesproken door een autoriteit(?) die mij erop wijst dat "deze plek voorbehouden is aan optredende artiesten" (Er stonden nog 'n tiental klapstoeltjes, waar dat moment niemand op zat, terwijl ik stònd! Ja dan moet je de mensen zeker wegjagen). Zojuist voorzien van een fluit-oor dankzij de 110+ decibellen van Tribal Spirits (klik op de naam voor hun openingsnummer 'Possessed" voor een indruk) - "ik kan niet meer denken, ik kan het denk ik niet" - voeg daarbij dat het koud, nat en winderig was; dan begin je je toch iets af te vragen: "wat doe ik hier eigenlijk?" |
Tribal Spirits (Originally Fake) uw adres voor zware metalen |
|
Ruben van Gogh
Meer recente foto's worden later toegevoegd |
Maar laat ik me verder beperken -positief- tot
wat er verder geboden wordt dit keer. Heer Bol (Joop Hardenbol) verwijst naar het thema van dit jaar "Noorderlicht" en legt het verband uit, omdat dit verschijnsel ontstaat door verhoogde zonneactiviteit. En omdat het vooral geassocieerd wordt met noordelijke landen hebben ze gasten uit het noorden uitgenodigd: Scandinavië en Estland. Zonder veel hoop wijst hij ons op de aanstaande zonsopgang - hij ziet, met mij, de snel aanschuivende wolkenbank vanuit het noordwest. De winnaressen van een Kunstbende gedichtenwedstrijd Maaike Broekhuijsen en Brechje Olgers mogen ieder vanaf een soort duikplank bovenop de binnencirkel hun winnend gedicht laten horen, waarna drie danseresjes in witte gazen jurkjes daar boven de aanwakkerende wind trotseren - gelukkig nog zonder nat te worden. De presentatie wordt overgenomen van Heer Bol door Ruben van Gogh. De eerste dichter is Tonnus Oosterhoff. "klemde het deurtje/ dat mensen en dieren gescheiden houdt?" Hij voert ons in een sprookjeswereld waar gekozen moet tussen drie eikenhouten deurtjes, en waarin een jonge held de jongste prinses kiest om te kussen. Hij toont zijn betrokkenheid met de aanleiding van het festival met poëtische verzen als "de zon, die de aarde met haar stralen koestert" en hekelt de neiging om elkaar te overtreffen met het noemen van absurde Guinness records: "het meest recente hoogste gebouw van de wereld", "de man met de langste vingernagels", "de reus van Rotterdam". Hij draagt voor over mensen die ongeduldig claxonneren wegens een automobilist die op de rotonde een hartaanval kreeg: "de auto met overledene wordt de berm in geduwd" en besluit met de constatering: "de mens is een oververtegenwoordigd dier..." Dan komt de blinde Friese dichter Tjebbe Hettinga. Alleen door de beide eerste dichters ben ik alweer een beetje verzoend met de ontberingen van de dag. Tjebbe draagt in zijn fenomenale stijl zijn eigen odyssee voor waarin de zee, het Caribische strand, de natuur en vrouwen elk hun rol spelen in tropische sferen. De regen dreigt, maar Tjebbe blijft manmoedig achter de kleine katheder staan, vooruitgeschoven vanonder het overdekte podium waar muziekinstrumenten en techniek beschermd staan tegen natuurgeweld. Terwijl de dichter ons verhaalt over zonovergoten straten van Curaçao en van Bon Futuro in de Koraal Specht barst de eerste bui boven ons los. Er zullen er nog twee volgen... |
| De Zweedse
slamdichter Henry Bowers heeft méér
haar om de regen te trotseren, hij springt vanonder de luifel tevoorschijn om zich er weer onder terug te trekken wanneer hij met zijn DJ samenwerkt. Hij bewijst de DJ de eer die hij vindt dat hem toekomt: "DJ Lo Kut !" roept hij, wijzend. Niemand durft te lachen. Zijn haar is in een wrong op zijn hoofd vastgespeld. Heeft zich waarschijnlijk nog nooit geschoren: "I like my beard. Old people think I am a terrorist, kids think I am Santa Claus". Bij deze slamdichter dient zich nog sterker het taalprobleem aan, slammers zijn heel rad van tong en als het dan in het Engels is zou een briefje met tekst of een vertaling welkom zijn. Tegen de achterwand van het overdekte podium hangt een flink plasmascherm, maar om daarop een lichtkrant te lezen heb je in het publiek toch minstens een goede toneelkijker nodig. Tjebbe Hettinga sleept je met de muziek van zijn voordracht in het Fries altijd mee, ook al versta je niet alles even goed - bij deze Henry Bowers, waar het vooral om spitsvondige taalvondsten gaat, is dat moeilijker. Na het eerste nummer gaat hij gelukkig een tandje lager en wordt ook gevoeliger in "Stories for sale": "it is safe to say this kid has seen some hard times (...) he's got stories to tell that'll teach us a thing or two / he'll tell 'em if you pay him - (...) his thoughts for pennies but nobody's buying (...) never have I ever seen a kid with a sadder smile". Dan weer een muzikaal onderdeel. Uit Tallinn, Estland een trio, zang ondersteund door harmonium en percussie. Bijzondere klanken uit een onbekende noordelijke wereld. Kirtana Rasa bezingt in het Russisch de stilte van de toendra. Voor een ander nummer doet ze haar best om ons de kou en de regen -die inmiddels even is gestopt- te laten vergeten: het gaat over een warme dag tussen de korenvelden op het Franse platteland. Even gemakkelijk door haar in het Frans gezongen. De jonge Deense dichter Philip Tafdrup opent weer een blokje van het gesproken woord. Hij debuteerde pas onlangs met een bundel van foto´s en bijpassende gedichten. De bundel ontstond in Australië waar hij gefascineerd werd door het leven in het zuiden en voor zijn foto´s vooral in de grafmonumenten van Sydney. Omdat maar weinigen de Deense taal zullen beheersen citeer ik uit de Engelse vertaling: "(...) the afternoon drags itself along, slowly like half empty busses with defective air-conditioning on Ocean Street a few residents are seen in doorways in the shade from sun bleached awnings lazy and slightly horny bottles of soda or ice cream cones in their hands eyes gazing out towards white painted houses: Maybe one ought to conquer something?" Tijdens het optreden van Tafdrup is het droog
geworden, maar de volgende dichter... Droog is onder andere geïnspireerd door Paul van Ostayen "die stierf aan een overdosis tuberculose". Hmm. Misschien deze ´grap´ omdat Droog begonnen is met de traditie van de ´Eenzame Uitvaarten´? Vele grotere steden zijn gevolgd: dichters te laten schrijven bij de begrafenis van mensen waarvoor geen enkele nabestaande zich meldt. Hij is hiermee begonnen in Groningen. Een gedicht over de ramp met de Russische kernonderzeeboot "Kursk": Kursk Uit machinekamer negen ´kijk meisje en dat poppetje waar bankjes staan lief meisje © Bart F M Droog Uit: ´Radioactief´ / Uitg. Passage 2004.
|
Meer recente foto's worden later toegevoegd
Bart FM Droog © Foto Hernehim Cultuur |
|
Meer recente foto's worden later toegevoegd |
En ja het regent weer en niet meer
zachtjes, het regent hard, keihard. Tsead Bruinja, nog weer een Friese dichter, zal volgen... Sorry Tsead, ik hoorde je al zo vaak... en ik heb al drie bundels van je. Ik vlucht naar de grote tent waar zich intussen meer volk bevindt dan binnen de cirkel van het Observatorium zelf, onder de wenende blote hemel. In de ongeordendheid door het slechte weer mengen zich daar opnieuw deelnemers met ´t publiek, zoals het ooit altijd is geweest. Ik raak in gesprek met Kirtana Rasa, de jonge vrouw uit Estland. Tijdens haar optreden was mij haar talenkennis al over- duidelijk. We zouden Zweeds, Duits of Engels kunnen spreken, we kiezen voor het laatste. We wisselen onze ideeën uit over de ´multiculturele samenleving´, die Estland en Nederland met elkaar gemeen hebben. Maar wel met dit verschil dat in Nederland er mensen van heel uiteenlopende afkomst zijn toegestroomd, terwijl in Estland de verdeling in hoofdzaak bestaat uit énerzijds de autochtone Esten en anderzijds de Russen. Ook in Estland kent men spanningen omdat die Russen er vroeger geprivilegieerd waren - na het herstel van het soevereine Estland werden de Esten de bovenlaag en Russen raakten ondergewaardeerd. Ook de taal onderging deze herschikking. Toch zijn de scherpste kanten er na 20 jaar wel af. Kirtana treedt op zowel in haar eigen taal als met Russisch repertoire. We denken allebei dat in onze landen na nog één of twee generaties de wrijving zal zijn overleefd. "De Esten en de Russen, de Nederlanders en de Marokkanen, ze moeten onderling gaan trouwen en samen kinderen maken!" besluiten we vrolijk terwijl buiten de regen weer even is gestopt. Arjen Duinker en Kees ´t Hart staan op het podium een bijna eindeloze tweespraak op te voeren... Een soort rondeel maar dan als een perpetuum mobile: "... ja de zon schijnt mooi... mooi mooi mooi mooi mooi... ... een vrouw versierd met morellen... ja sinaasappels zijn krankzinnig... ... de zon schijnt voorbij de maan... ja de zon schijnt mooi... ... ogen als morellen... mooi mooi mooi mooi mooi... ... " De derde regenbui ontlaadt zich boven
ons. © Verslag voor Hernehim Cultuur - John Zwart 21 juni 2010
|
| Zomerpodium, een wordende traditie van Ongehoord Rotterdam - Een deelnemersverslag door John Zwart - geplaatst 18 juni 2010 |
| 12 juni
2010, een dag poëzie in Rotterdam - Deel 1 "De Jacobustuin" Een prachtig natuurplekje midden in het Centrum niet ver van de Coolsingel. In een carré van twee zijstraten van de Oude Binnenweg en de Mauritsstraat hebben de eigenaar-bewoners de besloten binnentuinen van hun woningen opgegeven en in een gezamenlijk project gebracht. In het Rotterdamse hart van steen en doelmatigheid, waar torens van beton, glas en aluminium zich als in competitie naar de wolken uitstrekken vinden we nog enkele "Verborgen Tuinen", als een groene oase. Het groen achter de façaden van de Jacobusstraat is zo'n plekje van verstilling. Afgesloten met traliehek en een poort in de brandgang is het op vaste dagen en uren toch voor iedere bezoeker toegankelijk. Er is een waakzame beheerder, het moet natuurlijk wel netjes blijven. Op zaterdagmiddag 12 juni heeft Ongehoord Rotterdam in dit decor voor haar Zomerpodium wat bankjes, stoelen, een microfoon en lessenaar neergezet. Dat is genoeg voor de poëzie. Inleidende muziek is er van een half dozijn merels, misschien zijn het er zelfs nog wel meer. Ton Huizer en Hein van den Assem hebben een soort Poetry International op kleine schaal neergezet: geen dominantie door Rotterdamse dichters, de meeste deelnemers komen uit het wijde Nederlandse taalgebied. Erika de Stercke uit Vlaanderen (Gent) en Hiltsje Jongsma uit Friesland (Ooststellingwerf) zijn al twee uitersten, zij treden op in het eerste blok. Beide worden regelmatig gezien op de podia in de Randstad, Erika staat zelfs vaker achter Nederlandse micro- foons dan Belgische. Tot mijn spijt kom ik te laat om Jeroen de Vos (Den Haag) te horen, het zou de eerste keer zijn geweest voor mij. Van Hiltsje krijg ik toe- stemming om een van de gedichten uit haar voordracht, het prachtige "Frije fal" - "Vrije val" tweetalig in dit verslag te publiceren. |
Hiltsje Jongsma |
|
Frije fal Barstende fol
ferbylding yn 'n dobberleaze djipte mei oanlearde
frije slach sleep mysels de baarnende
sinne ik brek út myn modderjurk en lis my
neist dy del © Hiltsje
Jongsma |
Vrije val Barstensvol
verbeelding in een dobberloze diepte met
aangeleerde vrije slag sleep mijzelf
naar de brandende
zon ik breek uit mijn modderjurk en leg me
naast je neer vertaling Hiltsje
Jongsma |
| De dichteres Noor
Roelofs heeft iets met haar Limburgse dialect, maar tegelijk mist ze het, want zij is dat van vroeger kwijtgeraakt. En het Limburgs bestaat eigenlijk niet, de taal groeit in ieder dorp op zijn eigen wijze. Ze verwoordt het zoals ze het ervaart prachtig in haar gedicht "Limburgs dialect", dat opgenomen is in een project met de muzikale onder- steuning door haar man Mike Roelofs op synthesizer en percussie. Hoe dat klinkt is te horen op een Youtube filmpje, één in een reeks van 19 video's met haar poëzie. Wie het hiernaast gepubliceerde gedicht in
de audiosetting wil beluisteren kan
|
haar woorden
kronkelen tussen van Dales zinnen door
|
|
Meer recente foto's worden later toegevoegd |
Er staat een muziekinstrument in het gras, dat
niet over het hoofd kan worden gezien: de Rotterdamse Sabine Meijers (harp) speelt voor ons een prachtige serie stukken, voorafgaand geeft ze telkens een lyrische inleiding. We zitten al zo mooi in deze grote groene tuin, toch neemt zij ons mee naar Frankrijk. We beleven een zomerdag in de Provence met bewegend lover en vogelzang, een beekje dat kabbelt en uitstroomt in een rivier, koeien die rusten in het gras of wat grazen en soms even loeien. Sabine speelt en de merels zingen rustig door, of zingen ze mee? Hun geluid mengt zich vloeiend met het harpspel. En vanachter de huizen klinkt uit de straat gedempt het geluid van een vuvuzela, die als ware het een geregisseerde mix, zich voegt in de muziek met de weergave van het geloei van de koe. Vervolgens krijgen we, ondanks de stralende middag, nog een nocturne. Sabine schildert ons de Seine in een zomernacht, onder een bedekte hemel - het is broeierig, de krekels zijn onrustig en zwijgen soms even. Dan wordt het water uitgelicht door één enkele ster. Graag laat ik me meevoeren op de klanken van snaren, sierlijk getokkeld door sterke vingertoppen. |
| Het is pauze,
onder een parasol heeft een vrijwilligster van Ongehoord Rotterdam een tafel neergezet met stokbrood, franse kaas en verschillende salades. De deelnemers mogen zich eraan laven, misschien een enkele bezoeker ook, er staat niemand die er bonnetjes of geld voor vraagt. In de blokhut schenkt een vrijwilligster koffie, thee, bier of wijn voor vriendenprijsjes. Van Ton Huizer kijg ik royaal vier consumptiebonnen, wat me in staat stelt twee wijntjes weg te geven, aan wie? Ja, daarnaar mag de lezer blijven raden. Pauze voorbij, tijd voor een Rotterdamse
dichteres met een prachtige naam:
|
Zonder kostuum
maar goed geharnast Gemaskerde voor wie hem zag Hij achtte zich
van weinig waarde Zielenredder
zonder het te weten Hij kende liefdes
die hij © Myrte Leffring
|
|
|
Het slot van het gesproken woord mag ik, John Zwart, voor mijn rekening nemen. Ik stel een heel andere reeks samen dan eerst was voorgenomen. Dat gebeurt me wel vaker onder invloed van de omstandigheden. In dit geval de ambiance van deze tuin met een klein maar heel aandachtig publiek. Onder invloed van de vogels, ach noem het maar "inspiratie", begin ik met "Turdus merula" een bewerkt gedicht uit de bundel "Seizoenen". Er komt een vliegtuig over van Zestienhoven ... Rotterdam-Hague Airport moet ik nu waarschijnlijk zeggen - en ik bevestig dat het vliegen veiliger is dan ooit, veel veiliger dan autorijden, maar helaas moet je na vliegen ook weer naar beneden, het gedicht "Fragiel" onlangs nog op Hernehim Cultuur geplaatst. In een havenstad als Rotterdam, waar ik vele jaren geleden als jeugdig zeeman uitvoer met ss "Zeeland" van de Steenkolen Handelsvereniging van Van der Vorm (ik zie de oudere bezoekers knikken) - mogen er natuurlijk geen zeegedichten ontbreken: "Aan het land ontkomen" ooit geselecteerd door Simon Vinkenoog voor de bloemlezing "Een andere wereld". Het plan was af te sluiten met een Gronings gedicht van dichteres Nina Werkman, maar het was immers een Zomerpodium dus de verleiding was groot te verwijzen naar de midzomerfeesten in Scandinavië. Met een knipoog naar Poetry International werd het dus een lied in het Zweeds van Cornelis Vreeswijk over de verboden liefde van Frederik Aakere en het meisje Cecilia Lind, met vertaling van "naa kyss meg igjen" ...de verzuchting van Cecilia aan het slot, uiteraard. YouTube link naar de originele gezongen versie door Cornelis Vreeswijk in 1986. De middag werd afgesloten met nog meer
mooi harpspel van Sabine Meijers.
|
|
als straks de aarde is vergaan valt er niets
meer te klagen we waren toch zo
geil kleurde hun
rivieren rood en wij maar bomen
planten voor het slapengaan © JohnN
|
© Foto Hein van den Assem - Rotterdam |
| Poetry International - de openingsavond in de Rotterdamse Schouwburg - Een verslag door John Zwart - geplaatst 18 juni 2010 |
| 12 juni
2010, een dag poëzie in Rotterdam - Deel 2 "Dertien manieren om naar een merel te kijken" Ik blader een beetje in het programmablad
van het 41e Poetry International Rond half acht gaan we de naastliggende
Rotterdamse Schouwburg binnen.
|
Voordracht uit de Spoon
River Anthology - Edgar Lee Masters.
De Heuvel Waar
zijn Elmer, Herman, Bert, Tom en Charley, EEN
Ging van de koorts, Door
Elvis Peeters vertaald openingsgedicht van de Spoon River |
|
Wislawa Szymborska
Ewa Lipska (Krakow 1945) © Foto Danute Wegiel |
Er wordt een fragment vertoond van een film
gemaakt onder de regie van Maria Barnas: "er zijn films die ik onthoud als een verhaal, er zijn boeken waaraan terugdenk als een film" - "er zijn kunstwerken die ik me herinner als een gelaagd gedicht, en gedichten waaraan ik denk als aan een korte film". Een beschouwing om langer over na te denken en te vergelijken met ons eigen proces bij het behoud van herinneringen. In wereldpremière wordt een muziekstuk gespeeld door een sextet, een ensemble van strijkers, klarinet, piano en gitaar. Het stuk gecomponeerd door Yannis Kyriakides op de "nachtmerrie" van de Franse schrijver George Perec, en krijgt de titel "The Arrest" De tekst wordt simultaan met de muziek geprojecteerd, in het Engels. Het effect is dat de tekst in je hoofd tot film wordt, de beelden bouwen zich op uit de impressies van de muziek. Verrassend voor mij vertoont men ook een korte film over de Poolse dichteres Wislawa Szymborska. De Nobelprijswinnares uit 1997 is inmiddels bejaard en komt haar woning in Krakau niet meer uit. De opnamen werden in haar huis- kamer gemaakt: heel sprankelende en vaak hilarische korte gedichten. Juist de vorige woensdag had ik een ontmoeting met de Poolse dichterschrijfster Grazyna Przybyl die in Nederland woont. We hadden toen een uitvoerige uitwisseling over Wislawa Szymborska en haar bekroonde bundel "Uitzicht met zandkorrel". De Poolse poëzie staat deze avond dus opnieuw uitgebreid in het zonnetje, want ook de jonge Ewa Lipska (Krakow - 1945) draagt eigen werk voor in een drieluik dierengedichten, samen met Hasso Krull (Estland) en Erik Spinoy (België). Erik Spinoy (St.Niklaas - 1960)
|
| In een
wervelend programma, lezen alle deelnemende dichters elk één
gedicht in hun eigen taal, terwijl Nederlandse en Engelse vertalingen geprojecteerd worden op een groot scherm. Er tussendoor nog meer muzikale en theatrale intermezzi. Prachtig ook een gezongen slotakte van de oosterse pendant van de westerse Romeo en Julia: "Layla en Madjnun". "zoals lichtende vuurvliegen naar de nacht verlangen". De zanger Bassem Al-Khouri bespeelt een oosters snaarinstrument, de quanun en wordt instrumentaal ook ondersteund door Eduard van Regteren Altena op violoncel. Gelijktijdig mogen we de breakdancer Haider-al-Timimi aanschouwen die artistiek de grens van straatkunst naar ballet overschrijdt. Dit muzikaal en theateroptreden vormt een
voorproef op de voorstelling van de |
Layla en Madjnun - Illustratie Poetry International Rotterdam |
|
Motorman Hij
reed almaar rond op zijn motorfiets en nooit wist ik Prozagedicht van Nyk de Vries |
Voor wat betreft de manier waarop de poëzie
in niet-westerse talen tot ons komt ben ik er nog niet helemaal uit. Als iemand voordraagt wil ik graag intens luisteren en zo mogelijk de dichter daarbij zien - de vertalingen zijn wel nuttig maar trekken sterk de aandacht, ook als je in staat bent om te verstaan wat ten gehore wordt gebracht. Maar je kunt niet intens luisteren, naar de lichaamstaal van de dichter kijken en óók nog op een scherm meelezen. Ik probeer zo mogelijk de teksten te negeren en te concentreren op de man of vrouw in de podiumspot. Bij al die talen waarvan ik niets versta kies ik er vaak voor helemaal niet te kijken, mijn ogen te sluiten en de muziek van de taal op me te laten inwerken, het Soedanees, het Koreaans, het Pools, het Afghaans, het Marokkaans. Grappig zijn vooral de Japanse Hiromi Ito (Tokyo - 1955): "Sorry I am the only poet who does not speak English" opent ze en gaat van start met een onstuitbare watervlugge spraakwaterval - en ook de Française Valérie Rouzeau (la Nièvre - 1967), die in een natuurgedicht krekelgeluidjes nadoet, maakt vrolijk: "krri krri - krri krri." Twee Nederlandse dichters zijn er ook nog bij op deze avond: Tomas Lieske met "het valt mij met de dag moeilijker" (extra applaus) en Nyk de Vries met "Motorman" (begeleid door zijn gitarist Fokke van der Veen). Terugkerend in de foyer worden we verrast
door een groepje gastvrouwen die © Verslag John Zwart - 14 juni 2010 |
| In Leeuwarden heet het op donderdag 10 juni: "Liwwadder poëzie" - Een impressieverslag door Anneke Wasscher - geplaatst 18 juni 2010 |
“De Bres” is een bruisend centrum voor cultuur in hartje Leeuwarden. Friezen blijken aardige mensen want ze wijzen me vriendelijk en feilloos de weg. Verwachtingsvol kom ik binnen want in de aankondiging op internet heb ik al klinkende namen gezien. Organisator en presentator Melvin van Eldik blijkt een hartelijk gastheer. Hij belooft ons dat we tijdens de pauze drankjes mogen nuttigen of mogen roken in de stads- tuin. Het is een zomers warme avond maar ondanks het mooie weer is de zaal goed gevuld. Het afwisselend programma: Dichter/zanger Pieter Oegema (in het dagelijks leven ook leraar), blikt in zijn poëzie terug op de schooltijd van het -nu wereldberoemd geworden- fotomodel Doutzen Kroes. Ik vermoed dat hij haar graag nog wel eens in de klas zou willen hebben. In de "Friesland"aflevering van de serie "Dicht in de buurt" van Dagblad Trouw (uitg.januari 2010) vinden we nog vele andere gedichten van hem. Ya Ya vertelt in haar toegankelijke taal met prachtige beelden over de schijnbaar gewone dingen van het leven. In haar gesprek met oma “hoort ze vooral dat wat niet werd verteld”. Hiermee citeer ik een van de zinnen waar verhalen achter schuilgaan. Dan komt veelzijdig kunstenaar, dichter en slammer Jan Ketelaar. Direkte taal, dichtbij en overtuigend. Het komt bij me binnen. De politiek kijkt nog even achterom in een aantal gedichten van de succesvolle slam-dichter Pom Wolff: We herinneren ons ex SP voorvrouw Agnes Kant, in haar "bewogenheid" In een gedicht over Clairy Polak verdwijnt Balkenende voor- goed. Sommige van zijn gedichten zijn humoristisch, tegelijkertijd ook ontroerend. Vooral door strakke eenvoud. |
Ya
Ya © Foto Hernehim Cultuur
|
|
Elmar Kuiper © Foto Hernehim Cultuur |
Muzikale inbreng van zanger/gitarist Sake
Hijkema en gitarist Martin Beekman ("Beukema"). Zij koppelen hun poëtische woorden aan het gitaarspel. De gezongen “Zondag” blijft in mijn hoofd hangen. Omdat ze, zoals de meeste succesvolle jongeren, druk, druk, druk zijn moeten ze na hun optreden meteen weer weg. Veel indruk maakt de dichter Mart Brok, begeleid door zijn gitarist Harm Bos. Vooral hun laatste nummer, een aangrijpend gedicht over macht en oorlog. Met de taal als een mitrailleur schokt en raakt Mart Brok ons, er is geen ontkomen aan. In de pauze spreekt hij met me over de Taalwerkplaats in Nieuw-Amsterdam en over de Maanavonden in de natuur voorafgaande aan het Drentse Open Dichtfestival in augustus. Bij de volgende aflevering wil ik de poëzie in Drenthe beleven. Melvin van Eldik verrast ons met een korte literaire kwis. Alle prijzen gaan van de hand want op elke vraag weet het leesgrage publiek de antwoorden wel. De jongste deelneemster is Dosje, derde jaars studente aan de Minerva Kunst- academie. Veelbelovend, want ze weet te boeien. Eén van haar thema’s: “as”. Omdat, zo legt ze ons uit, er eerst moet worden afgebrand, waarna ze aan iets anders kan beginnen. De Friese taal wordt ingebracht door Elmar Kuiper met zijn gedichten als Spijt en Verdriet. Aan het eind schaf ik me de bundel “toen je stilte stuurde” aan, van Pom Woff. Op het schutblad schrijft: hij "niets is me liever dan eenvoudig mooi". Toepasselijk voor deze “Liwwadder poëzie” in de Bres. Verslag voor Hernehim Cultuur © Anneke Wasscher - 11 juni 2010
|
| Afgesneden in een lach - In memoriam Driek van Wissen door John Zwart - geplaatst 21 mei 2010 |
| Als je
plotseling door je autoradio zo'n bericht hoort, een neutrale omroeperstem je meldt dat een bekende van je is overleden, is dat schokkend. Je gedachten waren eerst bij heel andere zaken, omdat je helemaal niets weet over een levens- bedreigende ziekte, en er geen zorgen aan de orde zijn over een broos iemand van hoge ouderdom. Driek van Wissen (66) was natuurlijk nog veel te jong en vol van levenslust. Hij mocht dan in zijn gedichten wel schertsen met het vorderen van de leeftijd maar hij was geen moment werkelijk bezig met een naderende horizon. Driek dichtte meestal met ironie, met zelfspot - en dus ook over dit onderwerp: "... Geen liefje weet ik meer te strikken, Nee, sterker nog: ik zie ze schrikken als ik in hun nabijheid kom De nadering der ouderdom Vanmorgen stierf Driek van Wissen
(juli 1943 - Groningen) volkomen onverwacht |
©
Foto Hernehim Cultuur 2009
|
| Wanneer
zag en sprak ik Driek van Wissen voor het eerst? Ik bedenk dat dit was in Studio Desmet aan de Plantage Middenweg Amsterdam bij opnamen voor het programma "Opium". Toen was hij nog maar kort de nieuwe Dichter des Vaderlands (2005-2009) als de opvolger van Gerrit Komrij en diens interim Simon Vinkenoog. Hij presenteerde toen een soort "prentenboek": grappige gedichtjes van hem met illustraties van tekenaar feroux waarin dieren de hoofdrol spelen: "Dierendokter Dik". Typerend voor Van Wissen's toegankelijke en welwillende persoonlijkheid is het feit dat we na de opname een heel geanimeerd gesprek hadden over poëzie en humor in het algemeen. Ik schreef toen over zijn boekje "De dieren zijn net mensen", aldus Driek, "ze hebben net zoveel afwijkingen als wij en dus kennen ze ook een psychiater, dat is dus de hoofdfiguur "Dierendokter Dik". De raad die deze dierenzieleknijper geeft verraadt veel van de gedachten van de dichter over deze beroepsgroep. We maken bijvoorbeeld kennis met een papagaai die lijdt aan het syndroom van Gilles de la Tourret. Verleden jaar zomer, augustus 2009, was hij inmiddels als de Dichter des Vader- lands weer opgevolgd door Ramsey Nasser, we troffen elkaar opnieuw in Drente, Schoonoord, tijdens het jaarlijkse Drentse Dichtfestival. Hij was daar in 2009 de eregast, een jaar tevoren was dat Simon Vinkenoog geweest. Een citaat van wat ik destijds schreef over zijn optreden aldaar krijgt nu een grimmige bijklank: "Driek van Wissen is één van die podiumdichters, die door hun flexibiliteit en improvisatietalent waarmee ze hun verbindende teksten op de situatie aanpassen, zich als echte 'podiumdieren' tonen, die uitstekend contact met het publiek kun- nen houden. Hij leidt zichzelf in: "Een week of vier geleden werd ik gevraagd of ik dit jaar de hoofdgast van dit festival wilde zijn. Vorig jaar hadden ze Simon Vinken- oog er voor gehad... die is intussen overleden..." "Ach, je hoeft niet overal een voorspellende betekenis aan te hechten en ik heb na een korte bedenktijd ingestemd", voegt hij toe na die eerste zin, zichzelf ver- volgend met tussengevoegd een meesterlijke witregel. We wisselden met elkaar bundeltjes uit. "Het jaar 8", met 63 "sonnettetes" vat hij daarin de gebeurtenissen in het jaar 2008 samen, ik kreeg het van hem. Hij kreeg van mij het bundeltje "Tijdelijk verblijf". Mijn gesigneerde exemplaar van "Het jaar 8" is me nu dubbel zo dierbaar geworden. Ik ga nu eens uitzoeken of intussen "Het jaar 9" verscheen over 2009, al zal hij nooit meer kunnen signeren. |
Een voorbeeld op 10 september 2008, toen
de superdeeltjesversneller bij Geneve werd opgestart: Superversneld einde Wij leven hier dankzij de eerste knal, Het kan dus zijn dat u dit niet meer
leest, Deze gecondenseerde sonnetvorm, alleen maar
bestaande uit een kwatrijn, gevolgd "... De kunstkritiek is mij vaak om
het even |
|
Driek van Wissen (r) in
gesprek met John Zwart in Schoonoord Driek van Wissen was van 1968-2005
leraar Nederlands te Hoogezand en werd in Niet voor de poes "Dankzij de grotemensenwetenschap "Hap", zei de kat, "ik
heb nog steeds een gen We verloren in Driek van Wissen een
meester in het maken van vooral opgewekte
|
De opvatting dat Van Wissen uitsluitend
over grappen en grollen dicht geeft blijk van een veel te beperkte blik. Zijn kritiek op politieke zaken, verpakt in een sonnet vaak te lezen op 'nederlands.nl' en als wekelijkse bijdrage in het 'Dagblad van het Noorden' is vaak niet mals.
Bijvoorbeeld zijn mening over het nieuwe heldendom
van onze 'opbouwmissies' in Vrolijk strijdliedje Kom op, we gaan naar Uruzgan om daar Kom op, we gaan, de jongens staan al
klaar Kom op, we gaan meteen naar Uruzgan! We gaan erheen met veertienhonderd man
Driek van Wissen © Artikel voor Hernehim Cultuur door John Zwart - 21 mei 2010
|
| Poëzie is overal, en bovenal in Groningen - Een literaire wandeling door Anneke Wasscher - geplaatst 21 mei 2010 |
| De woorden van
Abdelkader Benali in een uitzending over schrijvers in Groningen (5 mei j.l.) hebben voor mij een wat bittere nasmaak, laten me niet los: Iedereen die een groot schrijver wil worden zou Groningen moeten verlaten. Gelukkig was er in dat programma ook weerwoord, bijvoorbeeld van dichter Rense Sinkgraven, hij was het die me een email zond dat er op 15 mei een literaire wandeling door de stad Groningen zou worden gemaakt. Mijn nieuwsgierigheid wint het van mijn andere plannen, dus sta ik om twee uur klaar in de bibliotheek van deze studentenstad. Direct al wordt mijn oog getroffen door een gedicht van Rutger Kopland op een vloertegel in leescafé Belcampo: je bent in Groningen, maar hier waarin je al die jaren kwam je kwam en gaat weer weg ook nu herfstschrift 1992 |
Abdelkader Benali, niet altijd even
fijngevoelig over Flevoland, |
Onze gids is Douwe van der Bijl, die echt alles weet van literair Groningen. Ook Rense Sinkgraven gaat mee. De samenstelling van de groep is heel divers voor wat betreft leeftijd. Groningers zijn in tegenstelling tot het hardnekkige vooroordeel vrij open mensen. Al snel weet ik waar hun belangstelling vandaan komt. Onder hen een vertaler, een documentalist, een begeleider van boekenclubs, een dichteres. Het is meikermis in de stad dus het is gezellig druk, overal suikerspinnen en jong volk. De geur van sterven zoals geschetst in de tv-aflevering van Benali, is afwezig. Douwe leidt ons samen met Rense in een kleine twee uur langs geboorte- en woon- huizen van beroemde schrijvers en schrijfsters. Ook langs verschillende beroemde cafés, waar ze zich thuis voelden. Chez Antoine (nu de Toeter), de Woldhoorn, Café Marleen. Heerlijke bruine cafés. Als ik geen inspiratie had, zou ik het daar zeker opdoen. Douwe vertelt van grote en minder grote schrijvers die het lang, sommigen heel lang, in Groningen uithielden. In een rap tempo lopen we door de binnenstad en weet de gids onze aandacht voordurend vast te houden met boeiende verhalen doorspekt met anekdotes. Rense Sinkgraven trotseert de geluiden van de kermis en houdt ons in zijn greep met de voordracht van poëzie van diverse dichters. Op de stoep, in een steeg, op een brug. Zomaar, op een zaterdagmiddag in de stad Groningen. Hoe verrassend kan het leven zijn. Mijn pen houdt het aantal namen en de bijbehorende titels van boeken niet bij. Genoemd worden N.E.M. Pareau, Hendrik de Vries, Halbo C. Kool, J.C. Noordstar (de literaire bloeiperiode tussen beide wereldoorlogen). W.F. Hermans, C.O. Jellema, Riekus Waskowsky, Belcampo, Jean Pierre Rawie en Driek van Wissen kwamen daarna. Begin jaren negentig de dichters uit Epibreren Bart FM Droog, Tjitse Hofman en Jan Klug. |
En er is allang weer nieuw jong en
veelbelovend talent opgestaan, zoals Tsead Bruinja en de piepjonge Hester Borgers. Willem Frederik Hermans had in Groningen zijn domicilie op de eerste verdieping aan de Spilsluizen boven een drankenhandel. Ik fantaseer hoe hij ’s nachts in zijn erkertje op een neer liep om uiteindelijk zijn boek “Nooit meer slapen” te scheppen. Anekdotes over deze auteur zijn er meer dan voldoende. Een ruzie over al dan niet een fiets in de gang van het pand, zijn minachting voor studenten met HBS-A, zijn moeite met het gezag. Hij was dus nog lastiger dan ik dacht. Ina Boudier Bakker woonde in een prachtig huis aan de Lage der A. Douwe citeert uit een recensie van haar door zo velen gelezen boek “De klop op de deur”: laat de deur maar dicht. We zien het huis van Jan Glas, de succesvolle Groninger dichter, die iedere eerste woensdag van de maand voordraagt in Café Marleen. We kunnen een gedicht lezen van Jean Pierre Rawie op 'n pilaar in de Waagstraat. We gaan dwars over de Vismarkt richting de Folkingestraat, Pelsterstraat. Ik hoor de namen van Joodse schrijvers zoals van Josef Cohen die “Mensen met sterren” schreef. In de kleine Pelsterstraat fietst Driek van Wissen ons tegemoet. Alsof het zo is afgesproken! Zoals altijd toont Driek zich welwillend en declameert (als wij zijn fiets even willen vasthouden) midden op straat zijn gedicht over het bruggetje dat het station Groningen en het Groninger museum verbindt. Ik kom op plekken waar ik nog nooit was, zoals de Donkersgang. Douwe vlecht door het literaire verhaal nog snel de namen van kunstschilders uit Groningen (behorend tot het bekende kunstenaarscollectief De Ploeg), zoals Werkman. |
|
Een spontane voordracht van Driek van Wissen in de Kleine Pelsterstraat |
We lopen langs het beeld van Aletta Jacobs, de
eerste vrouw die in Groningen een universitaire studie afrondde. Maar ook staan we stil bij een fascinerend beeld van Hendrik de Vries. Mooie stenen billen verklaren dat hij van meisjes hield. Op deze plek leest Rense het prachtige gedicht “Weerzien oude school” van Hendrik de Vries. Teruggekomen in de bibliotheek kopen de meeste mensen van de groep het boek “Arcadia der Poëten” van Herman Sandman, dat het literaire leven in Groningen tussen 1945 en 2005 beschrijft. Ook ik, dan kan ik tenminste rustig nalezen wat nu al voor een deel onleesbaar in mijn aantekeningen gekrabbeld staat. Abdelkader Benali is veel te kort in Groningen geweest, zoveel is zeker. © Anneke Wasscher - 16 mei 2010 © Foto hiernaast van Anneke Wasscher - gemaakt op zaterdag 15 mei 2010Misschien wel het laatste publieke optreden van Driek van Wissen die zes dagen later stierf in Istanbul. Midden: Driek van Wissen, rechts: Rense Sinkgraven, de oud-stadsdichter van Groningen, vorig jaar opgevolgd door Anneke Claus. |
| Voorteken - Een observatie van ZiggZagg - geplaatst 15 mei 2010 |
| Een magere zon
had ze naar buiten gestuurd. ‘Hup, jas aan en wegwezen jullie’, kregen ze te horen. Gerold in wintermantel, zij een sjaal om, hij een pet op zijn kale hoofd, schuifelden ze naar het eerste vrije bankje dat zij op de kade langs de rivier konden vinden. Het beste bankje, in de luwte van een gebouw, was natuurlijk allang bezet. Ze namen genoegen met een bank op de tocht, die voor ze overbleef. De lange winter had ze binnen gehouden maar nu de lente dan eindelijk de kop boven het koude seizoen begon te steken, wilden zij dat ene straaltje zon mee- pikken. ‘Om alvast in de stemming te komen’, had hij gezegd. Ze verheugden zich op een zomer langs het water. Het kon zo mooi zijn; er waren vele ontmoetingen met mensen die, net als zij, de meeste tijd van het jaar niet verder kwamen dan de koffiekamer of het terras van het verzorgingshuis. Langs het water kregen zij weer iets van de wereld binnen, zagen zij de kinderen spelen en konden zij zich weer even echt vrij voelen. Ze zaten dicht tegen elkaar aan en zwegen. Hun ogen tuurden langs het water, zoekend naar een sprankje hoop. Een schip kwam langs, een aalscholver rustte op een paal, wat ganzen schoven verderop voorbij.
|
Een frisse, stevige bries besloot ze recht op
hun rug aan te pakken. Ze keken even om, zetten hun kraag hoger op en doken diep ineen. In stilte genoten ze verder, ondanks deze onaangename kou in de nek. Er is tenslotte maar een keer in het jaar een eerste voorzichtige lentedag en die moet je geproefd hebben: een euforisch moment dat een mensenleven lang verlangens opwekt. In stilte dronken zij gretig van het genoegen. Ineens zei hij vanuit het niets: ‘Zie je die meeuwen daar hangen?’ Ze keek langs zijn wijzende arm; zag een meeuw met gespreide vleugels, han- gend op de wind. ‘Slecht teken... slecht teken.’ Ze zag wat hij bedoelde. Stilte volgde. Zij ineens: ‘Ja, de mensen (wijzend naar de luwe bank) gaan daar het eerste zit- ten. Zij zitten beschut.’ Stilte. Weer spiedden twee paar ogen het water af. Hij bepaalde zich tot de meeuw om te onderzoeken of het mogelijk was dat de wind onder het dier weg kon vallen en de vogel de vleugels weer zou gebruiken zoals ze eigenlijk bedoeld waren; om te vliegen. De meeuw bleef hangen boven de plek waar de wind hem een lift gaf. Hij zag het deemoedig gebeuren: ‘Slecht teken. Maar het komt nog wel.’ © 2010 ZiggZagg |
| Presentaties van nieuwe bundels in Amsterdam. Twee op één dag, en ook nog voetbal - Verslagje van John Zwart - geplaatst 11 mei 2010 |
| Amsterdam,
6 mei - Twee bundelpresentaties op
één dag en dan óók nog voetbal, als dat maar goed gaat... dat ging toch even door mijn hoofd, nog onderweg naar Amsterdam. Een week feesten heeft de stad al achter zich - even onderbroken door een stilte- scheurende schreeuw - papier en plastic, kots en korsten heeft het nagelaten. "Het was heel wat schoner in Karachi", zeg ik tegen mijn reisgenoot - hij is op weg naar ajaxvieren, voortijdig de overwinning al op zak. "Dan heb je de Zeedijk nog niet gezien, daar ligt 't wel verpakt in zakken, maar driehoog opgestapeld", grijnst hij. Hij duikt onder in de metro, ik pak lijn 5 naar het Leidseplein, waar nu al een ME- wagen, gesierd met oorlogsdeuken staat. Ah-to-go verlaagde de prijs voor een blikje redbull naar anderhalve euro. Onrust wordt er weer verwacht, later op de avond. De schouwburg in, een andere wereld: het lawaai
blijft buiten. Binnen rust en aan- |
|
Poëziewinkel en Lit.theater Perdu Tsead Bruinja, Fries en Nederlands dichter
|
Na de doop van "Zijn overhemden op
jouw huid" wordt het haasten, snel wat eten © John Zwart - Hernehim Cultuur
Foto van Lehmann en Vinkenoog bij laatste optreden april 2009 © Edith Ringnalda |
|
Voor de kat de wereld staat in brand en ik speel viool met wat men in mijn
hoed smijt de wereld staat in brand en ik speel viool ik geef je geen
roosje mijn roosje de wereld staat in brand en ik speel viool ik plant geen
bloem de wereld staat in brand en ik speel viool ik bak de
viool de wereld staat in brand en ik speel viool
© Tsead
Bruinja |
Niet gemarteld niet verkracht een gelukzoeker
is een buitenlander die om economische redenen niet gevlucht na
met de dood te zijn bedreigd wij nederlanders
zijn wij niet elke dag op zoek naar het geluk mijn moeder kwam
op haar 23e naar nederland het duitsland
van de inflatie en de herstelbetalingen liet zij achter zich de moeder van
mijn vrouw is engelse wij willen ons
bestaan verheffen bestaan er
andere mensen dan gelukzoekers ik zal ze het land uit jagen © Hans Wap
|
| Een nieuwe bundel van Jos Versteegen, "Zijn overhemden op jouw huid" - Recensie door John Zwart - geplaatst 11 mei 2010 |
| De bundel
"Zijn overhemden op jouw huid" komt over als een logisch
vervolg op het voorafgaande "Slapen bij een warme man". Jos Versteegen dicht door op het eenvoudige gegeven van zijn jonge jaren, als kind op een Limburgse keuterboerderij, waar tien-twaalf koeien de norm waren. Ik heb nog niet alle gedichten gelezen, maar met wat mij al vertrouwd is uit Slapen bij een warme man en wat ik tot nu toe las in de nieuwe bundel, is het in mijn ogen een document dat op twee manieren doel treft: Het is geschied- schrijving van een levenswijze die inmiddels niet meer bestaat en een eerbetoon aan zijn vader voor wie die levenswijze tot zijn einde vanzelfsprekend was. Krijn Peter Hesselink (links) en Simon Mulder (midden) begroeten de dichter > Na een welkomstwoord van Floor
Wisselink van de uitgeverij geeft de dichter Frank Starik (links) voor het 1e exemplaar, Adriaan Krabbendam (rechts) zang > |
|
|
|
|
Jos Versteegen bevestigt ons dat de oude
boerderij "Patershof", voorheen beho- rend bij een klooster, ook nu weer zijn inspiratiebron vormt voor deze gedichten- reeks. Zijn familiegeschiedenis gaat meer dan een eeuw terug in dit oude gemengd bedrijfje. Grootouders woonden er en maakten plaats voor zijn ouders - de slaapkamer van oma, met vaste vloerbedekking, werd een rustige kamer voor opgroeiende kleinkinderen, waar ze hun huiswerk maakten. In de geest zijn opa en oma nog in het huis, waar opa zijn rechterduim drukt op vliegen die brommen in het raamkozijn en de aanwezigheid van oma spreekt door de oude vloerbedek- king, waarin putjes van de beddenpoten staan. Zij maakten plaats voor zijn ouders, die op hun beurt moesten verhuizen uit de vrijheid van het land naar een 'aanleunwoning'. De dichter vroeg zich af hoe het zou gaan, vooral om zijn vader was hij bezorgd: altijd het land op in de openlucht en nu besloten in het dorp, zou hij dat verdragen? Maar het viel mee: het was nu alle dagen zondag, schone kleren aan, niet meer werken met gekloofde handen. Maar toch: zou hij geen melancholische gedachten hebben, al sprak hij ze niet uit? Jos Versteegen geeft zichzelf het antwoord in de voorlaatste cyclus 'Eten in de stad' van deze bundel: "Het bakje chocoladevla:/ rechtop in bed kan hij nog eten./ het ruisen 's middags op het asfalt:/ of de vitrage open mag/ hij wil de regen nog eens zien...". 'Patershof' zoals hij het heeft gekend is er niet meer, de dichter had benauwde dromen waarin het oude huis ingebouwd werd door een gigantisch vakantiepara- dijs... maar die angstdroom is niet uitgekomen: er woont nu een sympathieke man met respect voor zijn oude woonstee. Na het overlijden van zijn vader had moeder een plastic tasje voor hem klaar- gelegd op de keukentafel: overhemden, fris gewassen en gestreken. "Hij heeft jouw maat, en er mankeert nog niets aan". Het omslag van de bundel vertoont een detail van een overhemd, ingezoemd op een knoopje. Met het overhemd dat Jos na zijn vader gedragen heeft, toont hij zich verknoopt met hem. |
| Eigenlijk
heb ik het even gemakkelijk als Jasper Henderson bij het redigeren, met zijn inleiding heeft de dichter de tekst voor mijn verslag al voor een groot deel voorgezegd. Het is geen sentimentele poëzie, het is vooral eenvoudige beschrijvende taal, maar juist daardoor zijn de treffende beelden zo ontroerend, vooral waar het dramatische gebeurtenissen betreft in de kinderogen, van waaruit hij schrijft. Dit spreekt meteen al uit het openingsgedicht "Roerloos de mussen", waarin de lente en de dood zo dichtbij elkaar staan. De dood die in de bundel nooit ver weg is, maar waar ook plaats wordt gelaten voor speelse intervallen zoals "Hij danst voor ons" waarin een jong bokje buiten op de vensterbank springt en schijnbaar 'n dansje maakt op muziek van de radio bij de mensen achter glas "in het aquarium". Uit de verdere inhoud citeer ik zomaar wat strofen. Over spelen op de zolder: "Je kunt hier wonen in tapijt/ dat over keukenstoelen hangt:/ een tent op zolder, zelfgebouwd// Je vader klossend op de trap:/ het luik gaat open en je hoort/ hem zwijgend werken in het stro..." Over een hen die zelf een nest maakte in de doornhaag en weer in het hok moet: "De boze warmte in je handen./ je loopt met haar het grasland door./ het hok in, waar de hennen broeden/ aan de wand. Daarna het nest,/ met lauwe eieren en al..." Over een grijze kat, die geen naam heeft: "...Wanneer de honden eten krijgen,/ zit zij te kijken op de trap,/ altijd de vierde tree van boven...// Ze heeft een mening over ons/ zoals we door haar blikveld gaan..." Over de jack russel die zich vastgroef in een konijnenhol: "...De hond die zich gevangen had,/ zijn korte haar dat tegenstreefde/ toen hij naar buiten wilde kruipen./ terug. Het vuil dat aan hem plakte,/ het zand dat aan zijn ogen hing,/ zijn witte romp die koud aanvoelde..." En tenslotte over zijn moeder: "Veel adem in de kamer is/ van haar, er klinkt alleen geen woord/ in mee. Het eenpersoonsbed,/ de roze bloemen op haar deken,/ stijgend, dalend. Haar ouders/ die bijna plechtig toezien/ uit hun ovalen aan de muur..." "Zijn overhemden op jouw huid". 28
gedichten door Jos Versteegen. Verslag en recensie door John Zwart - 9 mei 2010, voor Hernehim Cultuur |
Naar het station De oliekachel heeft een klep,daar hangt een theedoek aan te drogen. Zij zitten met hun ogen dicht op keukenstoelen bij het vuur. Je ruikt nog vlees en bonensoep terwijl je bij het aanrecht hurkt en foto's maakt. Hij is op sokken, zij draagt een rode sjaal, van hem, omdat ze neusverkouden is. Het kan zo tochten in dit huis. Zij wonen
hier nog net. Hun drie De radio
staat uit, de wind
|
| Geschoren kuiten, strakke kontjes en afzien in de OBA - Verslag Giro-podium van 24 april door John Zwart - geplaatst 27 april 2010 |
| Zaterdagmiddag
24 april stond het open podium van de Amsterdamse Centrale Bibliotheek al helemaal in de sfeer van de Giro d'Ítalia wielertour, die over twee weken met de proloog van start gaat in de hoofdstad. De enorme vide van het grote gebouw was volgehangen met wielershirts en de bibliotheek had een competitie uitgeschreven voor gedichten op de wielersport. Directeur Hans van Velzen installeerde zich op de voorste rij om een keus te maken uit de voordrachten, vier zou hij er kiezen voor de Gala del Giro voorstelling in het Theater van 't Woord a.s. dinsdagavond 27 april. Presentator Jos van Hest opent met het lezen van een lang en beeldend epos van de hand van Luc Gruwez, een Vlaamse dichter die het brekende klimmen en het angstwekkende dalen op de pedalen kent uit eigen ervaring. "Gruwée gruwée allée allée..." klinkt het langs het parcours, maar Luc is meer dichter dan wielrenner, meestal belandt hij in de staart van het peloton. De toon is gezet. De selectie van deelnemers aan de wedstrijd is deze editie in de meerderheid, toch is het óók een regulier open podium, zij het met een beperkt aantal deel- nemers. Die verzorgen het beleg tussen de sandwich van pedaleursgedichten. Van die pedaleurs waren er twaalf tussenuit gesprongen in de voorselectie. Het klinkt alles heel gevarieerd: verhalend over de ervaring van gesloopte lantaarn- dragers tot juichende euforie van rondemissgenieters - ook de licht erotische beleving van vrouwelijke toeschouwers, neergevlijd in de berm, of comfortabel op tuinstoelen onder 'n parasol, ontbreekt evenmin. De keus van Hans van Velzen valt op werk van Erika
De Stercke (Gent) en |
|
|
Hans Koekoek - Babsie en Kila |
Na de pauze is het tijd voor de
deelnemers buiten competitie. Hans Koekoek, ex NOS cameraman, die vele wielerwedstrijden beroepsmatig meemaakte van heel dichtbij, wordt daarover met graagte geïnterviewd door Jos van Hest. Hans is geen dichter maar een prozaìst. Hij schreef een serie romans, die hij voor een "proletarische eenheidsprijs" van tien euro per stuk aanbiedt. Hij heeft ze uitgestald op de podiumrand en leest ons een lang fragment voor over de liefde tussen twee zwakbegaafden in een tehuis. Ze trouwen en krijgen een kindje doordat de vrouw, heel slim, elke avond de pil weer uitspuugde. . Een baby die, tot groot verdriet van de ouders "volkomen normaal" blijkt te zijn. Dan Kila en Babsie, een performerduo met typische podiumpoëzie. Toch maakten ze een bundel waaruit ze nu reciteren: "Stereo". Een echt eigen-handig project. Zelf gedrukt, zelf gebundeld en zelf ingebonden binnen een omslag- ontwerp bestaande uit het briefje waarmee een van de twee moeders het duo succes wenst. Vijfenzeventig exemplaren maakten ze dit voorjaar en ze zijn nu allemaal op. Babsie (Babette) is de dominant van de twee, Kila meer de volger. Soms lezen ze de regels om en om, soms vloeien hun stemmen inéén en worden dan onverstaanbaar, maar ook dat lijkt een functie te hebben. Ze treden ook op in slam-toernooien maar het lijkt me dat ze toch een andere discipline beoefenen, maar een echte slam-kenner ben ik niet. Soms een abrupt 'afgeknipt' einde, ook erotiek en humor ontbreken niet. Ze schrijven hun teksten zelf, maar niet samen. Hun ervaring is dat de één de tekst van de ander meestal beter vindt dan wat ze zelf presteerde. Of ze een coach hebben komt er niet uit, misschien een idee? |
| Dan komt
Anneke Wasscher (Leek Gr.) aan de beurt, ze heeft lang moeten wachten om haar OBA-debuut te maken. Het voordeel is dat ze ruimschoots tijd kreeg om te kunnen acclimatiseren. Ik beluister haar bijdragen met extra aandacht, want ik beschouw haar als een natuurtalent. Na een veeleisende baan gedurende vele jaren is zij pas in de herfst van 2008 met het schrijven begonnen. En in die korte tijd grossiert zij al in nominaties. Omdat ik haar in het afgelopen jaar met een paar korte verhalen en diverse gedichten heb gecoacht is het een plezier om te zien en te horen hoeveel en hoe snel zij is gegroeid. Ook presentator Jos van Hest toont zijn waardering het kan hem niets schelen dat het programma weer eens flink uitloopt, hij neemt er de tijd voor. Haar cursief "Optreden" plaatste ik graag als gastblog op Hernehim, een lichtvoetige tekst in zelfspot, waarmee ze - als altijd - bescheiden blijft. Het meest indruk maakt ze met haar laatste gedicht "de reis". Het besluit is voor Sonja Meershoek - de zingende huisvrouw uit Heemstede, bij afwezigheid vertegenwoordigd door Martine Bollema. Sonja, waarvan we ons herinneren hoe zij in 2008 alle lachers op haar hand had met haar gedicht "Buk nog eens een keer" en daarna vaker optrad in de OBA. Zij kreeg onlangs een zwaar herseninfarct en kan zelfs in een rolstoel de deur niet meer uit. Martine leest in haar plaats nog een paar gedichten voor uit de bundel "Au bonheur des dames" die Sonja uitgaf bij Uitgeverij Vulkaan. |
|
| © Hernehim Cultuur 26 april 2010 - John Zwart |
Anneke Wasscher en Jos vn Hest kunnen het prima met elkaar vinden |
|
Onthaarde
benen ploegen door weer en wind gedreven door
instincten een ophitsend
publiek het schavot is nog ver weg © Erika De Stercke
Buk nog eens een keer Mijn tasje werd me
afgerukt "Hé worden we
niet meer verkracht?"
© Sonja Meershoek
|
mijn ogen
blijven op de weg je woorden
vallen weerloos een trage weg
verbindt de tijd de bomenrij
versnelt haar pas mijn antwoord
blijft verborgen in luwte van
de leegte wacht ik weet niet
of je huilt, de
© Anneke Wasscher
|
| Vliegverbod - Artikel van Newswatcher geplaatst 22 april 2010 |
| Vier jaar
geleden wist iedereen het - de burgemeester van Onderbanken (L), de inwoners van Schinveld (Gem. Onderbanken), de actievoerders van het Groene Front, en alle mensen die sympathiseerden in het conflict - dat ze in hun recht stonden toen er "front gemaakt" werd tegen het kappen van een bos in de grensstreek nabij dit dorp. De enige die een bemiddeling had kunnen opstarten was Sybilla Dekker (VROM(ilieu)) maar van een VVD minister binnen een CDA - VVD kabinet mag je zoveel groene hartstocht niet verwachten. Dat kabinet onder J.P. Balkenende, dat haast per traditie veel Nato-ambitie in zich herbergt, veegde resoluut alles terzijde. Het bos werd tegen aanzienlijke kosten door een enorme gewapende macht ontruimd en de bomen gingen plat. Waarom? Ten gunste van een gemakkelijker start- en landingsbaan voor zeer verouderde AWACS vliegtuigen op de Basis Geilenkirchen (D). Oude toestellen, zo verouderd, dat ze op milieugronden nergens anders nog toegelaten zouden worden wegens het enorme lawaai en de ontoe- laatbare uitstoot. Geilenkirchen is een soort AWACS-asiel. Bomen helpen om fijnstof, CO2, NOx en nog veel meer uit de lucht te halen. De opstijgende en landende toestellen kunnen nu een meter of tien lager de landing inzetten en een meter of tien vlakker optrekken bij starten. Lekker voor de mensen die er wonen, nóg meer vuil, nóg meer lawaai en het groen weg. Maar de Nato kon weer een aantal jaren doorvliegen met deze oldtimers. |
Eyjafjallajökull |
|
De Raad van State, aan het eind van de
bezwaarprocedure, gaf de
|
Toen dit simpele
spierballen-milieuconflict plaatsgreep was er nog geen sprake van een krediet- of economische crisis. Inmiddels heeft het vierde Balkenendekabinet zich gewapend met crisiswetgeving. In het licht van het handelen in 2006 blijven er nu nog weinig illusies overeind. Milieuwetgeving komt steeds meer onder druk als er dit jaar weer een CDA-CU meerderheid in het kabinet komt. Met grote tegenzin mocht Tineke Huizinga (VROM) van de OV-chipkaart het uitspreken conform het eindoordeel: "zo had het niet mogen gebeuren". Burgemeester Mirjam Clermonts van de gemeente Onderbanken zag allang in dat bemiddeling tussen 'Den Haag' en de gemeente geen resultaat zou opleveren. Zij hoopt nu dat het excuus van Tineke Huizinga binnenkort op papier bij de gemeentelijke poststukken zit: "dan kunnen we het inlijsten en ophangen in de raadzaal". Hoeveel schanddaden van de aard van 'Onderbanken' kunnen we met de nieuwe crisiswetten tegemoet zien? Het schild van de Raad van State is in elk geval ontoereikend. © John Newswatcher - april 2010. |
| Eijlders Amsterdam - Waar wachten wij op?, 18 april 2010 - Verslag geplaatst 19 april 2010 |
"Waar wachten wij op?" het aprilthema in Eijlders bij het Leidseplein. Een maand geleden de eerste echt lenteachtige zondag op het Leidseplein, maar toen tóch een stampvol Dichterscafé met een recordopkomst dichters en publiek... Gisteren, een echte zonaanbiddersdag van bijna 20 graden met files richting Zandvoort en alleen nog staanplaats over op de pleinterrassen... daar konden wij niet tegenop. Heel rustig, bijna een "dichters-voor-dichters"
middag voor Amsterdamse Het kan zijn dat men nog beter zijn best doet voor
een publiek van louter |
Martin M Aart de Jong
|
|
Willie Worm Je kruipt, je knaagt, je
neukt de dagen ondergronds, tot groter nut kan maken van
het algemeen. verdragen, het is een weet
voor iedereen van alles wat van waarde
lijkt, een algeheel © Martin M. Aart de Jong |
Pom Wolff deed dezelfde serie als hij
woensdagavond deed in het "Eind van de Wereld", aan de kade van het Javaeiland, maar nu voor een ander publiek, dus hier even meeslepend in de opbouw van de reeks: Almere weer, en Agnes natuurlijk en mijn favoriete Verjaagden uit de wanhoop. Ingepast in het thema was zijn bijdrage uit de 'Top 100' van Trouw: "ik breng het licht terug tot een streep op het museumplein" Jan Willem van Hamel weet je altijd
vast te houden, in zijn expressiviteit, De anderen, zoals gezegd niet tekort
gedaan. |
|
ik breng het licht terug tot een streep op het museumplein ik ben schuldig omdat ik
kranten lees zo meteen zeg ik voor het gezicht geschroeide
handen © pom wolff - Uit "Dicht in de buurt Top 100" Trouw, de Verdieping.*)
|
In een volgend blok Frans Terken
uit Leiderdorp "Goede morgen... het is liefde die naam mag hebben/ ik noem je Ina als het mag". En zijn 'vadergedachten' die nu gericht worden op zijn zwangere dochter "het kind waarvan de buik groeit... wachten op het kleinkind". Tenny Frank haalt Hans Andreus naar zich toe in 'dichter bij me'. Ron Offerman citeert met zijn sonore bariton wat hij aan quotes vond op "wachten" op het internet. Goed voor een vrolijke noot. Om dan teder late, of vroege?, "liefde aan de gracht" te beschrijven. Op een bankje, "waar soms zij eerder wacht.. dan weer hij". Hiltje Jongsma voerde ons terug naar haar kindertijd op de Friese boerderij. In de stal, waar de melkmachine zijn intrede deed, auditief "de sifons die vacuüm zuigen" het vertrouwd geluid "tik...tak - tik... tak" van de pomp. Eerst Nederlands dan in het Fries, omgekeerd dan de meeste doen. Een volgend blokje - De nestordichter van de Amsterdamse podia, dhr. Aachenende opent uit zijn bundel 'Vreten op aarde' met zijn eerbetoon aan Lucebert "de dichter met de rokershoest". Op bijna geen enkel podium is Lucebert ver weg, ook bij Martin M Aart de Jong zweefde hij al binnen. En tot ieders verrassing trakteerde Aachenende ons op "Tamara... je broekje minimaal/ je tieten opgeplakt met schitter..." Dat is het privilege van de oudere dichter, "dichten over "tieten" dat mag je vanaf een bepaalde leeftijd", aldus de presentator. Hiltje Hettinga stelde wast dat "god zag dat het goed was" maar besloot wat rauw met "de rukker die geen andere taal verstaat" Ach, Hiltje is ook al wat ouder, dan mogen de grenzen voor een vrouwelijke dichter ook wel wat opgerekt. Bram de Waard, eerst met nadrukkelijk volrijm a-a, b-b "moet wachten op de wind met het geduld van een kind" gaat vervolgens met zijn lief onder de douche "uitgelopen mascara" en verrast met mooie zinnen als "liefde is een zijden draadje waarin je beide gelooft". Gerdin Linthorst observeert het voorjaar in de tuin. Zij allitereert fraai in 'dommelende gedichten' vanuit een ligstoel, mijmert over 'wat zij nog wel en niet vermag', zo wordt het wachten tot "verwachtingsvol sluipt een nieuwe lente aan". |
| Her
vierde blok. Joop Scholten maakt zichzelf bekend "ik ben de
man die staat te wachten/ niet de man die gisteren op de televisie was..." Vervolgens ziet hij zichzelf als een man voor het raam die de wereld ziet gebeuren aan de andere kant van het glas. Vraagt zich af of hij zich zorgen moet maken... hij ziet in gedachten de geraniums al verschijnen. Erika de Stercke had de worst thuis gelaten in Vlaanderen. Zij voert een reeks dieren op: een vliegje, dat hangt aan het plafond "het mooiste vliegje van de hele wereld", een hond, een kip en - ja hoor - de regenworm. En dat terwijl ook Pom Wolff alweer de wormen aan liet kruipen. Floor Voerman met een mooi essentieel gedicht, waarin de dichter, de stem, de regels er niet toe doen, dat leidt allemaal maar af "het zijn de woorden alleen die tellen" En daarna hilariteit wekt met zijn persiflage op films, waarin iedere dialoog precies op het juiste moment eindigt, de ster haar mond houdt en als vanzelf een paar elkaar per kus in de armen valt. Nooit eens is het er één die haar mond maar niet wil houden, maar doorgaat en doorgaat, totdat de man allerlei excuses verzint om maar weg te komen, met zijn goed fatsoen. Het was weer zeer de moeite waard, nog één keer dit seizoen. Dan volgt de zomerstop. © Hernehim - John Zwart, 19 april 2010 *)"Dicht in de buurt Top 100" Trouw,
Amsterdam - uitgave
februari 2010 |
Café
Eijlders, bij het Leidseplein Van september
t/m mei, Elke derde zondag van de maand:
|
| Eind van de Wereld - Poëzie en muziek in de buik - Amsterdam - 14 april 2010 - Verslag geplaatst 19 aprilt 2010 |
Gisteravond naar het het eind van de wereld geweest. Zo ver? Het valt mee hoor, het 'Eind van de Wereld' is een sociaal restaurant in de buik van het schip 'Quo Vadis', dat ligplaats heeft in het Amsterdamse IJ aan het einde van het Java-eiland. Daar kun je nog voor een bedragje van 7 euro een eerlijk vegetarisch menuutje bestellen en - als je toch niet buiten vlees kunt - voor weinig méér een maaltijd met biologisch verantwoord voer voor carnivoren. Waar vind je dat nog? Met mijn verleden voel ik me er al sneller thuis dan in een café of theatertje. Als ik door de patrijspoorten kijk - ja echte ronde koperen knevelramen - zie ik kabbelend water. De één na beste plek, na aan schip op zee, is een schip in de haven. Catelijne Beijst,
leren broek met rode bretels, heeft er een dichtersavond |
|
|
voor verjaagden uit de wanhoop wat kunnen ze
méér nog de stad? gekloonde
groep van barbie óf de haven?
levenloos schilder oude
schilder earl grey licht
© pom wolff |
YaYa opent met vier prozateksten.
Het blijkt dat ik haar al vijf jaar, of misschien al langer, ken - zij hield zich bescheiden schuil in de schaduw van een dichter. Toonde haar literaire kunnen heel spaarzaam op het internet onder dit (YaYa) pseudoniem. Verdient het om meer zichtbaar op het podium te staan. Haar sterkste tekst vertolkt het moedergevoel naar haar dochter, hoe 't verandert en ook weer blijft: van het hulpeloze kind, het opstandige kind waarvan het moeilijker wordt te blijven houden, tot het zelfstandige kind dat "af" is. Dan zou er nog een verrassingsgast komen: Fabiola, één van de levende kunst- werken die in Amsterdam rondwandelen, maar nog niet aanwezig. Zou hij/zij komen? We zullen zien. De dichters sluiten aan op YaYa, eerst Florian
Kullberg. "Poëzie is niet zijn |
| Daan
Doesborgh (1988) jeugdig stadsdichter van Venlo. Begint ondanks zijn leeftijd als slamdichter al een doorleefd imago op te bouwen. Niet te veel whisky Daan... Maar hier leren we hem ook kennen als een echte poëet, niet alleen om te horen, maar ook om te lezen. Hij debuteerde superjong met "De reeds beweende liedjes", zoiets mag wel pre-nostalgie worden genoemd. Deze maand kwam van hem een tweede bundel uit bij 'De Contrabas': "De Venus Suikerspin". Hij leest voor ons een vers vierluik, een soort ode aan zijn moeder, helaas nog niet in deze bundel. Het moet een lieve en zeer geduldige vrouw zijn, deze moe- der van Daan. Voor hem en zijn broer bouwt ze enorme kastelen van legoblokjes die dan door hen beiden als in een reuzenbombardement in elkaar moeten don- deren. Over vaders kom ik wel wat in de bundel tegen: "krantenmarges opgevuld/ met zelfgeschapen ruimtes... Afgekeurde moederfoto's/ opgehangen boeken- planken/ ongeschreven opsommingen..." Zijn slammersbeeld toont hij ons met zijn gedicht op Tom Waits "Samen waren wij de mannen/ met kelen van schuur- papier..." Met een Engelstalige authentiek rasperige en daarmee vrijwel onver- staanbare imitatie als slot. "I been reading sommeyourwork lately..." Origineel woordspel in zijn gedicht 'Engeldood mensdag' "Mijn hoofd is een plooienpot/ een mondjesmaat gewatteerde schedel/ een stormram van zorg/ een gemsbok van koppige donder// dus laat maar/ ik ben een man van rabarber..." Daan houdt je wel wakker en scherp. Simon Mulder, de man in het stemmig klassiek zwart, witte blouse met ruches, pochetje, niet te missen. "Een verschijning als juist komen binnenstappen uit 1880", aldus Catelijne. De man van "Feest der poëzie" laat natuurlijk vooral sonnetten horen, met de volgende versregel "een woordenstroom met luisterrijk geweld" geeft hij zelf duidelijk het karakter van zijn werk aan. Hij doet zijn "Amsterdam-sonnet" waarin hij "dwaalde langs haar straten, grachtdoorkliefd" en laat het voor het evenwicht volgen door een lied over die tegenpoolstad, Rotterdam, waar volgens hem "onder de Blaak onder de voeten die over het plaveisel gaan een grote schat begraven ligt". Hij doelt hierbij kennelijk op de gevelresten met sierwerk en ornamenten die na oorlog en bombardement door shovels in de voren voor het straatherstel geschoven zijn. En toen kwam toch nog Fabiola, die zo graag een wensenlijstje voor de nieuwe burgemeester van Amsterdam had willen voordragen, maar dat in het Concert- gebouw niet mocht. Het afscheid van Job Cohen mocht slechts door 500 geselecteerde gasten worden bezocht, een beter demonstratie van de afstand tussen de burgers van de stad en het Stadsbestuur kan nauwelijks gevonden. Zo las Fabiola voor ons hoe de stad vriendelijker en leefbaarder kon worden, met bomen op het Damrak en het Rokin, japanse kers: bloeiende lentebomen; en voorstellen zoals "Laat de agenten fietslampjes verkopen aan mensen die zonder licht rijden in plaats van zulke dure bonnen uit te schrijven". Een mooie, beetje warrig verlopende avond. Uitgelopen, voor Amsterdammers niet zo'n probleem, voor wie van buiten was gekomen, veel te laat Catelijne.. Misschien toch maar half negen openen in plaats van kwart over negen? Men blijft leren. © Hernehim Cultuur - John Zwart 15 april 2010
|
Daan Doesborgh © Foto's - Eigen foto's Hernehim Cultuur |
| Hengelo (O) Hoort ! hoorde het nog één keer, 28 maart 2010 - Fotoverslag geplaatst 30 maart 2010 |
Greetje
voor openen en afsluiten...![]() ![]() |
![]() ![]() ![]() ![]() |
| Erwin Troost voor speelse troost en Lammert Voos met poëzie van de rand | Het woord wint veel aan klank met Bernhard Christiansen en Isabelle en Stefka |
![]() |
De Minnezinne meisjes uut Drenthe, Delia
Bremer (l) en Ria Westerhuis (r) erotische poëzie met humor.
U moet het even zonder een echt verslag
doen lezers, John
Zwart |
| Dichterspodium in Eijlders, 21 maart 2010 - Verslag van John Zwart - geplaatst 27 maart 2010 - aangevuld 31.03.2010 |
| De
organisatie van Dichterscafé Eijlders bij het Leidseplein in Amsterdam
had zich waarschijnlijk een beetje door de inperking van de persoonlijke privacy van deze moderne tijd laten inspireren toen ze het thema bedachten: "krijg ik de ruimte?", maar dat mocht natuurlijk weer heel vrij - "ruim" dus - worden geïnterpreteerd. Het was een prachtige zondag die zijn naam eindelijk eer aandeed, de lente was boven Amsterdam uitgebarsten een metamorfose veroorzakend: werkelijk alle terrassen op het Leidseplein zaten helemaal vol met zongenietende mensen. Geen wonder dat het binnen bij Eijlders eerst nog een beetje stil was, maar van- af de klok van vier uur stroomde het toch weer aardig vol met dichters en publiek. wel dertig dichters traden aan
op deze dag. Opvallend veel dichters, niet te geloven, ik telde er een stuk of 30, hoe krijgt men het weer voor elkaar om zoveel mensen nog redelijk tot hun recht te laten komen als het zo dringen wordt rond de microfoon. Paul Lokkerbol blijft er rustig onder. Met lichte jaloezie bedacht ik: een kunststuk om zo'n kudde ego's op één of ander wonderbaarlijke manier toch steeds weer te ordenen zonder dat ze elkaar vertrappen. Een tweedekamer voorzitter ging in deze man verloren, mensen ! Dat mag nu ook wel eens gezegd. Het was niet iedereen gelukt een passend themagedicht te vinden of nieuw te schrijven, toch waren er wel die hun eigen ruimte-ervaring bezongen of retorisch hun gehoor om ruimte vroegen. |
Franz Kafka (1883-1924 Praag) Aan hem
danken we de uitdrukking "kafkaiaanse toestanden", als er (zo'n wereld kwam tot leven in het boek "Der Prozes")
|
Wim Schroot - altijd zomer
|
Bij zo'n grote opkomst vanzelfsprekend
veel bekende gezichten,
maar -
zeker voor mij - ook wel enige nieuwe. Zo vaak kom ik immers niet in Eijlders, twee keer per seizoen, gemiddeld. Dan probeer ik liefst vooral aandacht te geven aan wie voor mij tot dan nog betrekkelijk onbekend is, Ook mensen die voor ''t eerst Eijlders betreden. Maar vooral natuurlijk diegenen die bijzonder opvallen en daarmee een sterke geheugenimprint achterlaten. Eén nieuweling was in mijn gezelschap, maar die zag van optreden af, wilde liever alles eerst eens aanhoren vanaf de zijlijn. Ik hoop natuurlijk dat ze weer terugkomt zodat ook haar naam aan dit podium kan worden verbonden. Hier komen dan wat namen die
de revue passeerden. Een opvallende meteen al Lennert Ras maakte een maand geleden zijn Eijlders-debuut begreep
ik, en |
| Ja en
nog meer opmerkelijks... Ik hoorde en zag Dominique van Amsterdam, moeilijk verstaanbaar, maar een verschijning als een levend kunstwerk ala Mathilde Willink, dus ondanks zijn wat moeizame tekst een lust voor het oog! En deze dag stond daar ook Anne Hardeman, uittredend vanuit de groep van toehoorders en volgers, nu zelf aan het woord met eigen werk. Als mensen die zich lang schuw tonen voor publiek hun schroom overwinnen verdient dat op zich al een heel groot compliment. Gerdin Linthorst die, volkomen onterecht, zich ook bescheiden toont over haar eigen dichtprestaties maakte me blij met haar gedicht over de lente, als haar benadering van het thema waarin een roep om ruimte klinkt. Ik vroeg Gerdin mij het in de email op te sturen, zodat het dit verslag op deze pagina mag illustreren, maar het werd helaas nog niet op de redactie ontvangen. Ik hoop nu maar dat ze niet van mijn vraag geschrokken is. In het voorlaatste blok kwam toen Loes Essen, allang niet meer geplaagd door onterechte bescheidenheid, zij kan immers al bogen op een échte Eijlders- bundel en dat bereikten de meeste van ons nog niet, of misschien wel nooit. Natuurlijk was ik heel geïnteresseerd in haar poëtische prestatie op het thema, immers nog niet zolang geleden werkte zij mee aan deze site. Ze verraste me "met wie heb ik nu weer het bed gedeeld? (...) Het was een hekeldicht, over een internetsite, weer een ándere site, als u het nog volgen kunt, maar daarin had ze onopvallend heel listig mijn naam bij herhaling verstopt. Nu heb ik geen enkele invloed op de site van haar inspiratie, dus het zal wel op louter toeval berusten. Een knap geschreven hekeldicht is nooit weg, ik vind het altijd mooi als mensen hun boosheid over een maatschappelijk verschijnsel of op een persoon creatief in een gedicht sublimeren. "Had ze nou maar..." dacht ik even maar ho stop, dat hoort niet in een serieus verslag als dit. En meteen daarna kwam jako fennek, maar dat is natuurlijk echt zuiver toeval. "Er drijft een hoofd in de gracht ..." begon hij. Heel even sloeg mij toch de schrik om het hart, maar gelukkig, mijn nuchtere verstand bracht mij weer met beide benen op de Amsterdamse vloer van Eijlders, mijn naam zat niet in het gedicht verstopt. Wie een hoofd mist, moet dat maar eens bij jako gaan navragen, zodra hij weer terug is in onze stad. Hiermee heb ik wel de meeste opmerkelijke zaken gememoreerd, of het
moest © John Zwart - voor Hernehim Cultuur.
|
Poëzie is … Geen nouvelle cuisine Geen afgemeten portie
ongemak Geen zinloos
gewapper van handen Poëzie is winterkost Met verkleumde vingers
geoogst © Ton Huizer |
|
Maart Hoe groen de vlierterwijl de wind nog door de kieren fluit en ijzigheid het hart omsluit. Zie de late sneeuwpop van
een te oud kind Het hol gejammer van de
kater De lucht zo laag, het
zicht beperkt, © Gerdin Linthorst |
Het eerste groen aan de vlier |
| Yeti het verschrikkelijke sneeuwkonijn - Kort verhaal van Vera de Brauwer - geplaatst 16 maart 2010 |
| Opgewonden
steekt ze de deur open: “Er zit een konijntje in onze tuin, dáár onder die struik. Zó een kleintje, gans alleen!” Ik beloof dat ik zal gaan kijken, van zodra ik klaar ben met de afwas. “Mag ik het ondertussen een wortel brengen en wat droog brood?” Wanneer ik buiten kom en me onder de besneeuwde struik buig, zie ik dat de wortel bijna net zo groot is als het pluizig bolletje dat ertegen ligt. Van knabbelen kan geen sprake zijn. “Zou het ziek zijn? Is het een wild konijntje, mama?” Omdat het zo'n plat snoetje heeft en zulke minuscule oortjes, gok ik dat het een ontsnapt tam konijntje is. Wat te doen? Ik vrees dat als we het in de vrieskou laten liggen, het morgen dood is. Dus besluit ik om het mee naar binnen te nemen. Vijf minuten later ligt ons konijnenjong in
het hooi, in een plastic box. Ik bel een Silke voert het zo goed als ze kan, terwijl
ik het piepkleine dier vasthou. Er wordt |
Wanneer we 's avonds aan het eten zijn, schiet
plots de verstraler aan in de tuin. De bewegingssensor heeft iets geregistreerd: twee lange oren rennen in de sneeuw. Verschrikt kijken we elkaar aan. Dat zal toch niet... Ach, er lopen hier wel vaker konijnen. Toch zijn we er niet gerust in. De volgende dag gaan we zoeken op internet. We vinden foto's van een jong konijntje en een jong haasje. Nadat we ze aandachtig hebben bekeken en alle uitleg hebben gelezen is er geen twijfel mogelijk: we hebben een haasje in huis gehaald. Hazenjongen liggen blijkbaar niet in een hol, maar op de vlakke grond, alleen of met twee. De hazenmoeder komt de jongen slechts één à twee keer per dag zogen. Yeti heeft – zoals veel haasjes – een klein wit vlekje bovenop zijn kopje. We besluiten dat we hem bij valavond terug zullen leggen op de plaats waar we hem vonden, in de hoop dat zijn moeder terugkomt. De dag duurt lang voor de kinderen. Wanneer Silke met Yoda in haar armen de keuken binnenkomt, lijkt hij wel een reus! Wat een kanjer, in vergelijking met “ons” babyhaasje. Eindelijk is het halfzes. We gaan naar
buiten, maken een bedje van stro en |
| Stemmen en twijfel - Cursief in het kader van de Gemeenteraadverkiezingen van Anneke Wasscher - geplaatst 2 maart 2010 |
| De
filosoof Descartes kon het een aantal eeuwen geleden mooi zeggen: “De eerste zekerheid is die van de twijfel.” Echter mede op grond hiervan kwam hij tot de stellige overtuiging: “je pense donc je suis” (ik denk dus ik besta). Hoe dan ook, ons denkproces blijft inherent aan het fenomeen twijfel. Zelf word ik daar dagelijks mee geconfronteerd. Regelmatig sta ik in dubio, dan maak ik afwegingen in de zin van "enerzijds - anderzijds". Op het kruispunt van wegen weet ik vaak niet welke richting ik nemen zal. Omdat er zoveel mogelijkheden zijn. Dilemma’s dus, omdat rotsvaste overtuigingen vaak ontbreken in mijn brein. Misschien behoor ik tot een minderheidsgroep die het
nooit zeker weet. |
Uit hun houding blijkt geen enkele
twijfel. Ze staan stevig op hun “stellingen”. Een politicus wordt vast getraind in stellig presenteren. Bij voorkeur met een vleugje zelfingenomenheid. Misschien zou een cursus luisteren soms ook zo gek nog niet zijn. Maar dat vergt natuurlijk te veel tijd. Haast hijgt de mens voortdurend in de nek. Straks gaan we kiezen, tenminste een deel van de bevolking. Voor een gemeen- telijk bestuur. Weinig mensen schijnt het te interesseren, gezien het feit dat een lage opkomst verwacht wordt. Sommigen horen wellicht alleen degene die het hardst schreeuwt. De echo van de discussie in het parlement klinkt na in de huis- kamer, de kantine en de kroeg. Soms als mij daar de mond wordt gegund, ben ik net niet slagvaardig genoeg of zijn de juiste troeven weer niet voorhanden. Maar meestal slaat gewoon de twijfel weer toe. Als ik uiteindelijk ’s nachts in bed de slaap niet kan vatten na al het krijgsrumoer, hoor ik soms in de verte een melodie van idealen. Ze zingen eenstemmig. Gelukkig maar, dat maakt het kiezen op 3 maart a.s. toch wel weer makkelijker. © Anneke Wasscher |
| Saint Amour - Voor Nederland van start op de liefdesdag in Groningen - Een impressie van Anneke Wasscher - geplaatst 15 februari 2010 |
| Het was
een fijne avond in de Stadsschouwburg van Groningen op de veertiende februari. Het is inmiddels een traditie dat vanaf Valentijnsdag de schrijverskaravaan van “Saint Amour” langs Vlaamse en Nederlandse theaters trekt om er een ode aan de liefde te brengen. Men krijgt waar voor zijn geld! Klinkende namen in het aangekondigde programma: Remco Campert, Antjie Krog, Doeschka Meijsing, Ramsey Nasr, Cees Nooteboom, Manon Uphoff, Jan Siebelink en last but not least Bert Ostyn voor passende muziek. Het programma werd gepresenteerd door Piet
Piryns. De pijlen van cupido
|
Cees Nooteboom vertelde het verhaal van een
Nederlandse fotograaf die verliefd werd op zijn Japanse model. Met woorden schiep hij sublieme beelden, die eveneens een mysterieuze sfeer opriepen. Manon Uphoff wordt de “she-woman" genoemd, daar doet een leesbrilletje niets aan af. Haar liefdesverhaal speelde zich grotendeels af tijdens de oorlog in Bosnië. “Een verfrissing in ons oer- Hollands moralistisch land”, schreef een recensent al eerder. Hij heeft gelijk. Ontegenzeglijk een hoogtepunt van performance in de rij van gerenom- meerde dichters en schrijvers, was Antjie Krog die ons letterlijk mee sleepte in haar liefdesgedicht. Doodstille zaal, iedereen op het puntje van de stoel. Voor degenen die van afwisseling houden: tussen de voordrachten waren er filmfragmenten te zien over liefde, erotiek en wat daaraan verwant is.. De beelden van Maarten Biesheuvel en zijn toegewijde, inmiddels gebochelde vrouw raakten me. Ze lieten zien hoe warm en zacht leven toch kan zijn, ook als men geplaagd wordt door langdurige depressies. In alle simpelheid. De gitaarmuziek en teksten van Bert Ostyn pasten wonderwel. Er werd gelezen en gespeeld voor enthousiast publiek dat met ruim vierhonderd de zaal vulde. Van de auteurs waren boeken te koop die desgewenst werden gesigneerd. Een hartverwarmende voorstelling in de koude winter. Anneke Wasscher - Groningen, 15 februari 2010.
|
|
|
Speellijst
Amsterdam. |
| Van het Oosterdok in Amsterdam - Een verslag van John Zwart - geplaatst 14 februari 2010 |
| Twee
dagen na de Gedichtendag het jaarlijks hoogtepunt in de OBA op de éérste laatste zaterdag van de maand in het nieuwe jaar - 30 januari 2010. Die dag ontvingen organisatoren Riet Lamers en Jos van Hest een selectie van Open Podium deelnemers uit het jaar 2009. Dat waren er een heleboel en daarom was er maar tijd voor ieder om één gedicht vanaf het podium te lezen. Voordat deze marathon begon deed stadsdichter van Amsterdam Mustafa Stitou een voordracht voor de verzamelde dichters en het overige publiek. Een van zijn succesvolle titels drijft de spot met alle cosmetische ingrepen die de mensen, en dan in het bijzonder de vrouwen, op hun lichaam laten uitvoeren. Het voelde een beetje vrouwonvriendelijk aan voor mij, hoe alles 'gelift' ging worden en zij van 'zadeltassen' verlost zouden raken. Maar het was de cosmetische chirurg die aan het woord was en eigenlijk maakte die zich belachelijk met het opsommen van zijn lijst van correcties die hij in de aanbieding heeft. Hij sloot af met het gedicht dat hij op de nieuwe bibliotheek had geschreven en dat is aangebracht op de binnenwand aan de oostzijde van het gebouw. Het gedicht "De tempel" ziet men onmiddellijk bij binnenkomst naast de liften aan de rechterhand. Van de dichters die daarop volgden
was ik vooral zeer onder de indruk door |
Mustafa Stitou © Copyright Hernehim Cultuur |
|
De muur Ik heb de Duitsers diep
gehaat, Genoeg daarover, alleen nog die taal, die mooie
taal, En dan nog de motoriek en het geluid Stomtoevallig was ik 44 jaar
later in november 1989 Beneden op straat zagen wij een stille optocht Pas veel later realiseerde
ik me, © Conrad van de Weetering |
Een
kaleidoskoop van stijlen, stemmingen, onderwerpen trok aan ons voorbij, Jos van Hest maakte er een verrassende mix van door telkens heel verschillende mensen naar voren te roepen. Zó beluister je een gedegen sonnet en dan is er weer een simpel schetsje van een moment op straat, zoals deze van Til Schaap: hondje in de mand op de
fiets Gerard Beentjes bracht met zijn gedicht
"De zachte krachten" De zachte krachten Waarheid is in elke taal een
andere waarheid, niet en dood niet het einde.
Mensen voor ons ademzacht van heimwee.
Gieren vliegen rond © Gerard Beentjes Erika De Stercke was helemaal uit Gent komen
sporen om Letterdeeg Splinters van brokkelige
letters |
|
De presentator © Copyright Hernehim Cultuur
© John
Zwart - febr. 2010
|
Leonice Leite da Silva komt ook graag naar
het OBA De presentator Zijn stem luidt Hij is geïnteresseerd in
woorden hij luistert met aandacht Ik zie in zijn ogen Hij droomt... en fantaseert Hij maakt een grapje Applaus. |
| Gedichtendag 2010 - Een impressieverslag van John Zwart - geplaatst 8 februari 2010 |
| Waar was
uw redacteur-webmaster op donderdag 28 januari j.l.? Het programma wordt van jaar tot jaar voller. Elke keuze sluit veel andere uit, moeilijk... Vanwege het wekenlange slechte weer had ik geen enkel vast plan gemaakt. Maar de vroege ochtend van 'gedichtendag' zag het er eventjes goed uit. Dus toch maar op weg, maar niet te ver. Goed, ik was dus in Groningen, in het oude hart,
vlakbij de Vischmarkt |
|
|
Die Liebenden Sieh jene
Kraniche in großem Bogen! Zie hoe de
wolken dit landschap verlaten ver weg Saskia de Boer |
RUG
Huisdichters in duo-voordracht Links: Sacha Landkroon, rechts: Robert Prijs © Eigen foto Hernehim
De Rijksuniversiteit kent sinds tien jaar het
fenomeen 'huisdichters'. Een enkele `professor` las ook een eigen gedicht in
de taal van zijn leer- |
|
Dr. Henk Harbers tijdens zijn bezielde voordracht |
![]() Hans Renner leest in het Tsjechisch 'Báseñ o Hovnu' & 'Housle' van Jaroslav Vrchlický en Jirí Suchý. © Copyright Hernehim 2010 Ook werd voorgedragen door: |
| Snel naar de Centrale
Openbare Bibliotheek op een steenworp afstand waar de uitslag van de poëziewedstrijd op het thema "over de grens" in de Wolters Noordhoffzaal bekendgemaakt ging worden. De jury onder voorzitterschap van de dichter Rense Sinkgraven (stads- dichter 2008, nu opgevolgd door de jonge Anneke Claus), van wie wij onlangs nog "Haïti mijn geliefde" publiceerden. Liesbeth Annokkee voerde het woord namens de jury, en ook dichteres en 'vriend van Hernehim Cultuur' Nina Werkman had daarin zitting. Zeer tevreden was men over het aantal inzenders, ruim 200 waarvan éénderde jeugd tot 18 jaar. De derde prijs van de volwassenen ging naar een origineel gedicht over het verkennende van de prille liefde, waar de schrijfster Clé van Katwijk zich wel wat gemakkelijk van de titel had afgemaakt: "over de grens". De tweede prijs was voor een gedicht dat op humoristische wijze de vakantiestress beschreef van een gezin per auto op weg naar hun bestemming: "alles past" van Antonio Termeer, De eerste prijs gunde men aan Erik Hofstra voor zijn gedicht zonder titel met de beginregel "Overzichtelijk was mijn dorp..." Er is een bundel 'Over de grens"
met de 10 beste inzenders in beide © John Zwart - Hernehim 2010
|
Namens
de jury maakte Liesbeth Annokkee de prijswinnaars bekend |
|
erzichtelijk was mijn
dorp En de buurman zei:
"Hallo." zij is heel gelukkig Erik Hofstra |
Alles
past
Als ik schuin omhoog kijk langs mijn
zusje kan ik de wolken zien vanaf de voorbank vraagt mijn moeder:
wie wil er een snoepje? en mijn moeder vraagt: wie wil er nog
iets drinken? ssst zachtjes de baby slaapt ssst
zachtjes de baby slaapt badmintonrackets pakken koffie
onduidelijke plastic zakken een bal
Antonio Termeer |
| Strafrit
naar huis, voorzichtig voortschuivende file, pas om 23:00u thuis, nog net op tijd voor "met het OOG op morgen" op radio 1. Ook daarin aandacht voor de poëzie met Ramsey Nasr - en Casa Luna stond ook nog in het teken van de alweer verstreken Gedichtendag 2010. Conversatie over gedichten van presentator Harm Edens met actrice Marlies Heuer die theater maakt op basis van poëzie. Later worden er gedichten gelezen, ook door luisteraars. Ik hoorde eerst Karel Wasch en later ook nog Koos Hagen met hun eigen werk over de telefoon op de zender komen. Ik dacht: "wat let me!" Ik meldde mij aan. Na de muziek ging men eerst nog een gedicht van een gerenommeerde dichter laten horen... nou dat was een renommee: Wislawa Szymborska. Nobelprijswinnares 1996. Het gedicht dat de presentator liet horen kwam uit de bundel: "Uitzicht met zandkorrel"
De terrorist -- kijkt
Er valt even een beklemmende stilte na dit
gedicht, |
De terrorist -- kijkt De bom in het café zal om dertien uur twintig
ontploffen. De terrorist is de straat al overgestoken. Een vrouw in een geel jack - gaat naar binnen. Dertien uur zeventien en vier seconden. Dertien uur zeventien en veertig seconden. Dertien uur achttien. Dertien uur negentien. Het is dertien uur twintig. |
|
Zelfopoffering
misschien ben ik niet voor dit offeren geschapen waarom dan zoveel jaren lang te leven zijn het wellicht de valse regels voor 't leven voor de onwrikbare regent © JohnN 2010. Ik wil nog wel wat toelichting kwijt, waarom ik dit
gedicht zo toepasselijk © John Zwart - Hernehim 2010 |
De thans bijna 87 jarige Poolse
dichteres Wislawa Szymborska |
| "Dicht in de Buurt" terug van "ver verdwaald" - NIEUW Slotartikel van John Zwart - geplaatst 4 februari 2010 |
| Het project "dicht
in de buurt" op de internetkrant van Trouw, dat zijn 20.000ste papieren editie viert, heeft waarschijnlijk veel van de deelnemers zowel als de organisator overrompeld. Er is in de reactievensters al heel wat gepasseerd de afgelopen weken. Terechte zowel als onterechte agitatie. Nu heerst er betrekkelijke rust maar toch zijn we in lichtelijk gespannen afwachting van "de bundel" plus nog een stapeltje regionale bundels, als het eindresultaat van de poëzie die door de dichters "op de kaart" werd gezet. Terugblikkend |
Wat was dan toch de oorzaak van dit overweldigende aantal? Een snelle blik maakte al veel duidelijk: sommige namen kwam je wel érg vaak tegen. Tja, en omdat veel dichters het als een diskwalificatie zouden ervaren als hun inzending buiten de selectie valt hadden de veelplegers een opjagend effect. Ook de dichters die iets te verliezen hebben gingen er aan méédoen. Ook ik had iets te verliezen: één gedicht was prijswinnaar, het andere kreeg 'n nominatie en beide tijdschriftpublikatie. Ik moet dus bekennen: óók ik behoor tot de groep die nog wat meer gedichten plaatste. Met de gedachte: komt mijn Flevolandse werk niet aan bod, dan kan misschien één van mijn betere gedichten op Friesland kanshebber zijn, zette ik Waddenzee, Geen weer en Wijd op de kaart. Inmiddels bleek het duizendtal alweer ver gepasseerd. De jurering leek enorm van belang te worden. Er waren matige gedichten bij die plots een vrij snelle opmars maakten in de publieksvoorkeur. Het lobbyen begon, vele emails kreeg ik om ergens liefst 4 of 5 sterretjes aan te klikken. Het is niet leuk als je op goede gronden overtuigd bent van de kwaliteit van je inzending om die opeens weggedrukt te zien door respons op wervings- acties. Ik zag dat er dichters onder de invloed van dit effect onterecht ver onder de nr.100-grens zakten. Contre coeur zullen er heel wat mailtjes naar kennissen zijn gegaan door mensen die dat misschien liever niet deden. En ja, opnieuw moet ik ook toegeven 'links' naar gedichten op Hernehim Nieuws te hebben geplaatst
|
| Het werd allengs duidelijk dat óók de
commentaren onder de gedichten danig van invloed op de scorelijst werden. Chatboxgedrag, ach daar wil ik verder maar het zwijgen toe doen. Het werd wel spannend door dit alles, zoals aan het slot van de voetbal- competitie. Maar eigenlijk houd ik niet zoveel van voetbal... wel van mooie poëzie. Intussen keek de organisator tegen een gigantisch aantal inzendingen aan waarvan er gemiddeld 95 op de 100 teleurgesteld gingen worden. Wilde men daaraan ontkomen? In elk geval kwam toen het bericht dat alle gedichten op hun regio een plekje in aparte boeken gingen krijgen. Zo hebben we alleen maar winnaars? We maken de balans op:
Het inzicht dat nu is verkregen levert een serie aanbevelingen op: De verzameling van de top-100 kan best een mooi boek worden, het feit dat er 30 Hernehim-dichters in staan zegt mij al veel. In elk geval verdient het dat het zorgvuldig tot stand komt. Verminkte lay-out is onaanvaardbaar en wordt dan ook hersteld. Dubbele titels en extra signaturen zijn ook zeer ongewenst en herziening van die onvolkomenheid is sterk aanbevolen. Door letterkeuze in een zeer groot formaat voor de titels zijn deze te vaak afgekort... Met een kleiner formaat voor alle titels zou dit alleen bij hoge uitzondering nodig zijn.
|
Krijgen we dan een prettig leesbaar boek? Dat is arbitrair als er onder
de Dan de regioboeken. Is mijn vermoeden wáár dat ze er in
tweede instantie
© John Zwart - voor Hernehim 4 februari 2010. Tags Trouw online voorpagina Dagblad Trouw.De gedichten op de kaart Gedichten op de kaart
|
| Dicht op de Kaart - Artikel van John Zwart - geplaatst 1 februari 2010 |
| Het
jubilerende dagblad Trouw, ontstaan vanuit de illegaliteit in de tweede wereldoorlog, heeft de afgelopen weken bijna tweeduizend gedichten "op de kaart laten zetten". Een kaart van de lage landen, Nederland en Vlaanderen. Vele honderden (internet)dichters hebben gehoor gegeven aan de uitnodiging om een gedicht in te zenden met als onderwerp de plek waar ze wonen, en de stad of het dorp of het landschap dat hen na aan het hart ligt, ook al wonen ze elders. Qua aantal, maar in niet geringe mate toch óók wat betreft de kwaliteit, is het idee van Trouw - met als trekkertje de belofte dat van de 100 beste gedichten een bundel zou worden samengesteld - een groot succes geworden. Veel bekende namen heb ik op de kaart kunnen vinden. En de site Hernehim Cultuur deelt in de blijdschap van de auteurs van de 100 best gewaardeerde gedichten die in druk gaan verschijnen. Want niet minder dan 30 auteurs in het boek publiceerden ooit ook op Hernehim. Gefeliciteerd ! In
alfabetische volgorde noemen we hun namen en hun
|
Het idee
van de Trouwredactie was dat de (internet)lezers de kwaliteit van de gedichten op de kaart zouden beoordelen, en om niet in de val van de willekeur terecht te komen was er een formule in de computer geprogrammeerd waardoor manipulatie belemmerd werd. Ook het meer- maals stemmen op dezelfde favoriet werd onmogelijk gemaakt door IP registratie. Natuurlijk was het niet perfect, daar gaan we nu even niet op in. Dat de waardering vaak juist gegrond lijkt is te merken aan een "top honderd" plek voor bijvoorbeeld Lilian Caessens, Jan Doornbos, Gijs ter Haar, Margerite Luitwieler, om er maar een paar te noemen. In mijn ogen postten zij stuk voor stuk poëzie die er bovenuit springt, elk in z'n eigen stijl. Er is veel kritiek over redacteur-webmaster Vincent
Dekker uitgestort. Waarom schreef ik dit? Hierom: Met alleen maar zure
opmerkingen kan © John Zwart - 30 januari 2010 - voor Hernehim |
| Atikelen, Beschouwingen, Commentaar - met betrekking tot de literatuur - Korte verhalen, Sprookjes - | |
| Crisisbestendig - Column van Verbal Jam - geplaatst 25 december 2009 | |
| Ook zoiets
raars: de neiging om de financiële waarde van weblogs te willen bepalen. En dan altijd uitkomen op een nattevingerbedrag, ondanks de ingenieuze berekeningsmethode. Waarschijnlijk is de gehanteerde formule zoiets als het aantal bezoekers maal de Technorati Authority plus de Google Page Rank en dat gedeeld door de AEX-index minus de gevoelstemperatuur.. Ik heb daar geen verstand van. Met dit soort kunstjes houdt men zich bezig
bij ondermeer Business
|
Je zou de
waarde van een weblog ook heel anders kunnen beschouwen. Vanuit de auteur. Iemand die in de loop der tijd 2000 columns op zijn /haar weblog heeft geschreven, had daar misschien bij een krant of tijd- schrift (afhankelijk van populariteit en oplage) tussen de € 300 en € 500 per stukje voor kunnen vangen. Dat is bij elkaar minimaal zes ton. Bruto. Uiteraard is dit bedrag net zo fictief als al die andere 'waardebepalingen', misschien versterkt deze wetenschap toch het ego van de weblogger. De werkelijke waarde van een weblog is
natuurlijk niet in geld uit te |
| Vergankelijk - Een Fragment van F.Starik - 3 december 2009 | |
| Hij moet de
smeulende bank uit de woonkamer naar de badkamer hebben gesleept. Goed plan. Zet je bank onder de douche. Steek met de vuurhaard de rest van je huis in de brand. Sluit de deur van de badkamer. Je wil geen overlast bezorgen. Een paar maanden geleden is al eens iets soortgelijks gebeurd, toen moest de kleinste buurman van eenhoog naar beneden komen om een uit de hand gelopen asbak te helpen doven, een emmer volstond. Dat is toen goed afgelopen. Er is nergens melding van gemaakt. Ik heb nog met de woningbouwvereniging
gebeld, 'n paar dagen na de brand. Nou het zal niet meer gebeuren. |
Schrikken
hoor. Dus je huis is afgebrand en nu ben je bezorgd over de man die daarbij gewond raakte. Rare vraag. Daar heeft de dokter niets van gezegd, dat je zomaar vriendelijk mag zeggen wat er zoal aan mankeert. Wij mogen niks zeggen buurman. Dit is geheim. Dat begrijpen de mensen wel, hoor, heus. Want voor hetzelfde geld heeft buurman een mes en gaat hij vanavond wraak nemen op de stichter van de brand. Komt hij naar het ziekenhuis en voelt zich bedrogen. Komt zijn geld terughalen, de onschuldige, het slachtoffer, dat zijn huis moest verlaten vanwege een eenvoudige brand. Dat kost allemaal maar geld. Gisteren hebben ze de stekker er
waarschijnlijk uit getrokken. Er zat geen © F.Starik |
| Niet mijn ding - Beschouwing over de taal - door John Zwart - 20 oktober 2009 | |
| Tja, ik roep
het al járen: de Nederlandse taal is in gevaar, onze eigen taal verloedert omdat we er niet zorgvuldig mee omgaan. Als een monumentaal historisch gebouw door verwaarlozing vervalt en met graffiti overdekt raakt springen we massaal op de barricaden voor ons cultureel erfgoed. Maar de Nederlandse taal is toch evengoed ons culturele erfgoed? Waarom moeten we dan het verval met lede ogen aanzien en waren het lange tijd alleen maar enkele marginale groeperingen die alarm sloegen wegens de om zich heen grijpende kromtaal en hutspot van willekeurige leenwoorden? Op regeringsniveau maken we ons druk over
het gebrek aan taalvaardig- Praktische talenkennis verwerf je met goed
leren luisteren. Maar dat © John Zwart voor Hernehim Cultuur, 20 oktober 2009. |
Funshoppen
in het Nederlands
‘We gaan funshoppen met de kids in de
summer sale!’ ‘Maar er bestaat geen Nederlands woord
voor!’ zegt men dan. Funshoppen in het Nederlands Funshoppen in het Nederlands Een uitgave van Prometheus en initiatief
van de Stichting Nederlands. |
| Dagverse dichters - Beschouwing over de houdbaarheid van de poëzie - door John Zwart - 3 oktober 2009 | |
| Dichters en
gedichten, ze verschillen van elkaar zoals de mensen die we ontmoeten. En dan zijn dichters ook nog nèt mensen en daarmee kinderen van hun tijd. Dat houd ik altijd voor ogen als er weer eens een nieuw talent bijna dood- geknuffeld wordt of wanneer een nieuw verschenen bundel onmiddellijk als meesterwerk wordt bestempeld. De meeste poëzie is niet bestand tegen de tand des tijds. Het is narcisme wanneer je schrijft en je dan verbeeldt dat je bezig bent voor de 'eeuwigheid'. Zelfs van de 'betere dichters' zijn er maar enkele die hun eigen generatie overleven en dan nog met slechts een páár van hun creaties. Zoals de mode ervoor zorgt dat we ons in de
kleding van tien jaar geleden John Zwart - 4 oktober 2009 |
Uit de
Vokskrant, door Kees Fens - gepubliceerd op 24 december 1998:
(Naar aanleiding van de uitgave van de anthologie) ... Met tweehonderd superieure gedichten
uit deze eeuw kunnen we in elk dit is voorlopig het laatste.
Kees Fens - 24 december1998 |
| Parlando, een Vlaams zusje van Hernehim - Bericht over verwante activiteiten op het internet - - 24 augustus 2009 | |
| Hernehim
Cultuur was nauwelijks een jaartje bezig - bestond dankzij John Zwart en Robin Kuipers als initiatiefnemers - toen we in Delft waren. Destijds organiseerde daar Henriette Faas van Stichting Jambe haar poëziemiddagen in Hotel De Plataan. De optredende dichters konden aan het eind van zo'n middag door het publiek via een stemming met briefjes uitgeroepen worden tot 'dichter van de maand'. Of er een echte prijs aan verbonden was weet ik niet meer, maar het was in elk geval wel een hele eer, zo'n Jambe Maandprijs. Op de bewuste middag verscheen er een heel jonge theaterpersoonlijk- heid uit Vlaanderen die met haar voordracht zo opviel dat zij met grote meerderheid tot winnaar werd gekozen. Niemand van de aanwezigen kende haar: "Hoe heet ze nou?" zong het rond. "Tine Moniek", werd er gezegd. "Tine Moniek hoe? Heeft zij geen achternaam?" Onvergetelijk werd haar naam vanaf die dag. Ze werd genoemd op Hernehim Cultuur als verrassende gast uit Antwerpen in een verslagje, of ze dat heeft gelezen weet ik al evenmin. Zo'n twee en half jaar later begon Tine
Moniek met haar Parlando. Een Het is herkenbaar, uit pure liefde voor de
literatuur en de poëzie en de podia |
Als je het ook
allemaal alleen blijft doen vreet het je op. Tine Moniek, met de veerkracht van de jeugd deed het allemaal alleen. En deze maand is ze ermee gestopt. We lazen een gesprek dat ze erover had met Stefaan Goossens op de Contrabas site. Het is alsof we over onszelf lezen bij de volgende citaten: "Het wordt op den duur een 'blog' aan het been... besef dat ik in die 5 jaar weinig voor mezelf heb gedaan, weinig geschreven".... "Agenda, verslagjes, nieuwtjes alles moest erop....er kwam steeds meer bij" "...ook kwamen pittige reacties, mensen die verontwaardigd waren 'blijkbaar niet tot de vriendjes te behoren' of juist furieus waren tussen die namen terecht te komen, er was er zelfs één die geld vroeg om doorgelinkt te worden" ... "...de meeste gastdichters stuurden toch iets in wat ze al hadden liggen..." Wij kunnen ons goed voorstellen hoe Tine Moniek al gauw een duizendpoot was, die desondanks niet eens meer één stel pootjes voor zichzelf over had. Ze had zich nu eenmaal voorgenomen om het echt allemaal alleen te doen. Ze heeft het 5 jaar lang kranig volgehouden en dat is heel wat langer dan menig ander. Hernehim Cultuur is van het begin af nooit
helemaal een éénmans/vrouws © Hernehim Cultuur - Redactioneel - 24 augustus 2009 |
| Wijn - Een impressie uit La douce France van Sierksma - 4 augustus 2009 | |
| Met
mijn volgeladen winkelwagentje worstel ik me door de diverse koopgoten van de enormste surface van het stadje waar ik mijn inkopen doe. Voor mezelf valt het meestal wel mee, maar ik heb vlak voor het afscheid van mijn gehucht buren uitgenodigd voor een uitgebreid aperitief. Eenmaal aangekomen bij de rijen medewinkelaars die
net als ik willen In die rij staat een mooie vrouw met donker
krulhaar, gehuld in een zwarte |
Maar
vragen kan niet, en zelfs dan zou ik het niet doen. Tussen mijn rij torsers en de hare met winkelende lichtgewichten staan immers nog twee rijen. Omdat er nog maar twee wachtenden voor me staan en voor haar wel tien lopen we toch vrijwel tegelijk het winkelmonster uit. Dat ze ruim tien minuten heeft moeten wachten om die ene fles te betalen wijst op de kostbaarheid ervan. Wijn voor haar zelf? Voor haar en iemand anders? Je gaat gissen. Kreeg ze een plotse, onbedwingbare dorst? Het blijft iets raars. Dan stel ik vast dat de vrouw haar hoofd een beetje heeft verloren, als dronk ze eerder die dag ook al een fles. Terwijl ik voedsel en dranken in mijn kleine auto laad passeert ze me wel drie keer en verwaait dan weer in alle windrichtingen over het parkeerterrein. Ze is haar auto kwijt, compleet vergeten waar ze die neerzette. Zag ze iemand die haar van de kaart bracht? Al
tijdens het wachten om te |
| © Sierksma, 3.8/09 | |
| Hedendaagse man loopt gevaar - van Arnoud de Jong - 20 juli 2009 | |
| In dit stukje
richt ik mij even op de hedendaagse man. En dan met name op de hedendaagse man van laten we zeggen rond de veertig. Want veertig is een tamelijk riskante leeftijd voor een man. Dan kijkt hij wat extra nadrukkelijk in de spiegel, merkt hij dat er haren uit zijn neus en oren beginnen te groeien en neemt hij met toenemende onrust een uitzakkend buikje waar. Om die reden zijn er opbeurende teksten verzonnen als 'Het leven begint bij veertig' en 'Mannen worden knapper naar- mate ze ouder worden'. In elke giftshop zijn er wel bekers met een dergelijke opdruk te koop. Het is ook de leeftijd van de midlife-crisis, waarop de man als een gek gaat rondneuken om zichzelf te bewijzen dat hij nog meetelt. Hele legers verbitterde ex-echtgenotes kunnen hiervan getuigen. Zij hebben met lede ogen moeten toezien hoe zij werden ingeruild voor een 'jonger ding' ("die hoer ja") en dat de rotzak nog 'een tweede nestje' met haar begon. Clichés schieten te kort om de mentale zwakheden van de man rond de veertig te beschrijven. Ook de cosmetica-industrie begint nu in te spelen op de onzekerheden van de moderne hedendaagse man. Hij moet -godbetert- ineens op z'n huid gaan letten, iets wat hij niet meer heeft gedaan sinds hij z'n laatste jeugdpuistje uitkneep. Hooguit heeft hij z'n rug en armen laten voltattoëren, maar dat is een doelgroep die de schoonheidsindustrie allang heeft opgegeven.
|
Nee, aan de
plaatjes te zien is de reclame gericht op de goedverdienende yup die eindelijk veertig is geworden. En die dus eigenlijk geen yup meer is. Voorheen beperkte de commercie zich tot het gladscheren en de oksel- frisheid. Die campagnes blonken ook al uit met 'n toenemende dosis verwijfd- heid. Maar nu begint het écht link te worden. Nivea komt namelijk met DNAge. Want ook de man moet volgens Nivea op zijn verouderende huid gaan letten. Op de kraaienpootjes, de wallen onder de ogen, op de verslappende huid, op de groeven van neus tot mondhoeken, op de rimpels in het voorhoofd. Dit wordt oppassen, mannen van Nederland! Nivea wil van jullie 'n stelletje sissies maken, verwijfde zeventiende-eeuwse praaljonkers! Alle stoere kenmerken die de ouder wordende man juist zo aantrekkelijk maken, die juist het onderscheid betekenen tussen man en babyface, die wil Nivea gaan gladstrijken! Trap daar niet in! Zorg dat je man blijft! Dat je er op je vijfenveertigste nog uitziet zoals Nivea wil, moet tot elke prijs vermeden worden! De echte man heeft tegen die tijd een doorleefde en doorgroefde kop, waarop de tand des tijds z'n sporen van seks, drugs en dronkenschap heeft achtergelaten! Zo hoort dat! Zo gaat de evolutie! Laten ze bij Nivea die rotzooi maar op hun buik smeren. Helpt trouwens ook dáár niet. Anders had ik het nog wel geprobeerd misschien... |
| Een ernstig woord - van Gastauteur Aart van Zoest - 16 juni 2009 | |
| Ik steek
het niet onder stoelen of banken: ik vraag van een gedicht dat het mij een toegang biedt tot zijn betekenis. Dat komt doordat ik leef met de vooronderstelling, of moet ik zeggen met het verlangen, dat poëzie een daad is van communicatie, een handreiking naar wie lezen wil of luisteren. Niet perse opzettelijk, niet nadrukkelijk, maar toch. Als ik de merel hoor zingen, of de kleuren zie van de anemoon, neem ik aan dat dat er is opdat ik het hoor en zie. Zo denk ik ook over poëzie. Ik geef toe dat deze vooronderstelling, die wellicht vooroordeel heten moet, te maken heeft met mijn afkeer voor onbegrijpelijk taalgebruik. Er bestaat onbegrijpelijkheid die door een bepaalde categorie dichters tot handelsmerk is gemaakt. Dat is de onbegrijpelijkheid die als rattengif werkt op de ontvankelijkheid van de welwillende minnaars van poëzie, waarvan er godzij- dank zo veel zijn in de wereld. Het is waar dat een gedicht, in zijn algemeenheid, een beautiful riddle kan zijn. Zelfs moet zijn, naar mijn smaak. Zonder een fundamentele, onbeant- woorde vraagstelling kan poëzie het niet stellen. |
Waarom moest
dit zó gezegd zijn en geen millimeter anders? Hoe komt het dat deze woorden een leven lang in mij blijven nazingen? Lyrisch, didactisch, episch, existentieel. Hartverscheurend. Opbeurend. Een vermaning. Een jawoord. Het ach of het wee van een zielsverwant. Een brandend teken. Een teken van leven. Dat alles kan een gedicht voor zijn lezers zijn. Zonder dat te zeggen valt waarom. Wat dit betreft geldt ook hier dat de proof of the pudding in the eating is. Onder de veertien dichters in het voorjaarsnummer van Nynade zijn er die hun renommee al verworven hebben. Anderen zijn aanstormers. Kenmerk van het geheel: spannende diversiteit. Sommige teksten kijken ons aan met wijd open ogen. Andere geven hun geheim pas na inspanning prijs. Maar aan opzettelijke ondoorgrondelijkheid maakt geen hunner zich schuldig. Al die poëzie noodt tot nadenken en navoelen, tot instemmen ook. En ontdekken. © Aart van Zoest - april 2009 Hoofdredacteur "Nynade". |
| Misverstand - Column van Karel Wasch - 5 juni 2009 | |
| “Herne..
wat?” vraagt mijn dochter wanneer ik vertel dat ik naar een middag van Hernehim zal gaan. “Hernehim” zeg ik met enige trots. “Oh dat is die begrafenisonderneming “grapt mijn zoon “van Is er cake na de dood?, toch?” Ik word nu een beetje geïrriteerd. ”Nee, het is een culturele club en we gaan zaken uitwisselen.” Nadat ik dit heb gezegd is het even stil. Helemaal waar is het niet maar kennelijk toch afdoende. “ Oh ze gaan met Turken over Wilders praten” merkt mijn dochter op, ze heeft een aan de lessen maatschappijleer gerelateerde belevingswereld en dan moet je oppassen. “Ik wist niet dat je zo multiculti was” voegt ze er verbaasd maar met enige bewondering aan toe. “Nee, ik ga gedichten voordragen“ zeg ik ”niks te Wilders. . !" “Wie komen er dan allemaal, zijn dat bekende mensen, komt Hans Teeuwen, die deed laatst wat voor Theo van Gogh, een gedicht of zo?” Mijn zoon is op de hoogte merk ik. “Nou o.a. Pom Wolff”
|
“Wolf?” Ik
zie mijn vrouw nadenken, die naam roept een vage herinnering bij haar op. “Dat was toch een lid van de CPN?” weet ze. “Dus toch politiek!” "Nee, hij heeft een site op Internet en is beroemd dichter". Hoewel…? Voor veel internetpoëzie is de rand van het beeldscherm de enige grens. “Gaan jullie mee?" "Ik ga naar een ballonwedstrijd in Schipsluiden” zegt mijn dochter, zoonlief zwijgt, hij kijkt me aan of hij water ziet branden. Ik geef het op, realiseer me dat dichters alleen aan elkaar voorlezen, maar dat is niet erg en vroeger had dat misschien in de verte met politiek te maken. Cabaretiers zijn dichters en dichters dragen voor aan elkaar, is dat erg? Het is in ieder geval niet zo erg als de Gouden Kooi, waarin mensen worden opgeleid tot sadist of toekomstig neuroot. Misschien komen ze dan wel terecht bij Rutger Hendrik van den Hoofdakker oftewel de psychiater Rutger Kopland, maar die is eigenlijk dichter. Eisenhower, vonden de soldaten, was een goede president en in de Senaat vonden ze hem een prima generaal. Er is dus nog hoop voor Kopland. |
| Breinrot - Kort verhaal van Arnoud de Jong - 10 mei 2009 | |
| Van buiten af
bezien was het een kleine, vrolijke stoet die mijn vader naar het verpleeghuis bracht. Ik duwde zijn rolstoel. Het was mooi weer, we probeerden het luchtig te houden. Daarom hadden we mijn moeder nog maar niet meegenomen. Mijn zuster en mijn vrouw maakten grapjes met hem. Als hij ze niet begreep, deed hij alsof. Hij maakte ook grapjes met ons. Die wij dan weer niet altijd begrepen, maar ook wij deden dapper alsof. Hij zwaaide als een vorst op rijtoer naar voorbijgangers, maar ze zwaaiden lang niet altijd terug. Ze waren bezig met hun eigen dingen. Misschien als we hadden geroepen: 'Hij gaat vandaag naar het verpleeghuis', hadden ze wel even de moeite genomen om terug te zwaaien. Zo aardig zijn de meeste mensen wel. Maar we riepen niets... want dan hadden wij moeten huilen. Inwendig was het een droeve stoet. Het doet
toch erg veel pijn om een Die middag was hij moeilijk te hanteren
geweest. Onvermijdelijk moest hij Op zulke momenten is het belangrijk te
blijven focussen op het beeld dat |
Hij eet al het
broodbeleg op. Of zoals laatst een heel paasbrood. Daarna vergeet hij dat hij heeft gegeten. "Hebben we niets op brood?" vraagt hij de volgende morgen verontwaardigd. Hij ziet vreemde mensen in huis, waarschuwt mijn moeder dat ze niemand moet vertrouwen. Er waren studenten die een grap met hem wilden uithalen. Maar gelukkig had hij dat in de gaten, het was maar goed dat hij zo goed oplette, ze waren al in de slaapkamer. Hij ging kijken, slofte achter zijn rollator aan. Op de terugweg struikelde hij, kwam in de gang ten val en brak zijn pols. Dat was in meer dan één opzicht een breekpunt. Het betekende dat hij zichzelf niet meer kon aankleden, niet meer met zijn rollator mocht lopen en zijn eigen kont niet meer kon afvegen. Het werd nu echt te moeilijk om hem nog langer thuis te verzorgen. Vanaf het eerste moment aanvaardde hij het
verpleeghuis wonderwel. Hij Het is een gezelschap in verschillende
stadia van ontluistering, maar ze |
| Verloedering van het boekenvak - Column van John Zwart - 23 april 2009 | |
| Hoe word
je een bekend auteur?
Dat is de vraag die al velen zich hebben gesteld
nadat ze zich een Had tot nu toe nooit iemand van je doen en laten
willen weten dan is |
Kleine
criminelen hangen de keel uit, zware jongens, dáár smullen we van..Kaap een vliegtuig en roep dat je het uit liefde voor de stewardess doet en dreig, als ze niet onmiddellijk met je trouwen wil, dat de kist met iedereen erin de lucht invliegt, maar dan wel ánders, Vermoord je vrouw en schrijf zorgvuldig alle feiten op, hoe en waarom je het hebt gedaan en het verwerken van het lijk. Word serieverkrachter. Word de vriendin van een serieverkrachter, die zijn straf moet uitzitten. Beter nog: trouw met een ter dood veroor- deelde seriemoordenaar. Ga op avontuur in een gevaarlijk land en laat je gijzelen door guerrilla's of terroristen. Ga een paar jaar werken in de straatprostitutie. Sluit je aan bij de Satanskerk, stel je beschikbaar voor het altaar, als offerblok met zachte gleuf. Mannen die hun pik achterna lopen en daarover willen schrijven, die beginnen al vervelend te worden, aan één Brusselmans in Vlaanderen en één Kluun voor Nederland hebben we genoeg. Maar de mogelijk- heden voor vrouwen die alle promiscue geilheid willen uitproberen zijn nog lang niet uitgeput. En anders: ga je naar Afrika, om kindsoldaatjes te helpen en laat je zwanger maken door één van hen. De uitgevers zien de oplagecijfers al voor ogen, nog vóórdat je één letter op papier hebt. Zelfs als je er helemaal niets van bakt komt jouw bestseller er tóch wel, dan krijg je gewoon een ghostwriter aangeboden. Die dochter van Fritzl, details willen we kennen! Meisje, als je nou een beetje exhibitionistisch wordt, dan staan de uitgevers te dringen voor jouw deur, echt waar! © John Zwart - 20 april 2009 |
| Sire, opvoeding voor de kleine man - Gastcolumn van Arnoud de Jong - 26 maart 2009 | |
| We gedragen
ons veel te asociaal vindt SIRE. We bellen hardop in het openbaar vervoer en/of nemen twee zitplaatsen in beslag, we peuteren publiekelijk in ons neus, we spugen, boeren, ruften er lustig op los, we telefoneren gewoon door bij de kassa, we laten onze honden in de zandbak poepen, we dringen voor, we legen de autoasbak op straat en tot overmaat van ergernis hebben we dat allemaal zelf niet in de gaten. Mooi verzonnen van SIRE, daar wordt ons
land vast weer wat prettiger |
Onderwijl
lieten ze banken omvallen, bedrijven over de rand van de afgrond kieperen. Duizenden werknemers werden zonder scrupules de WW in geschopt. Ze smeerden argeloze huizenkopers dure woeker- polissen aan. Zij stortten ons, maar niet zichzelf, in de diepste depressie sinds de jaren dertig. Er waren ook bestuurders die faalden in hun opdracht allerlei mega- projecten in goede banen te leiden, waardoor huizen verzakten en de kosten en bouwtijden verdubbelden. Ze hadden ook toezicht moeten houden op de door hun goedgekeurde IJslandse banken, opdat ons spaargeld niet zou wegsmelten. Ze hebben het nagelaten, de staat moest ervoor opdraaien en zelf kwamen ze ermee weg. Inmiddels zitten ze in het volgende lucratieve baantje. Dáár zie je nu nooit eens een
SIRE-campagne over. SIRE-campagnes |
| Schietschijf - Gastcolumn van ZIgg Zagg - 15 maart 2009 | |
| De samenleving
verhardt. Daar zeg ik niets nieuws mee. Het is een gegeven feit dat veel mensen zich op straat niet meer veilig voelen. Zeker sinds die veiligheid ook nog eens hoog op de politieke agenda staat. In plaats van groepen mensen die buiten de boot dreigen te vallen, meer zekerheid te geven over hun lot, komt de politiek terug met steeds hardere maatregelen om alles in het gareel te houden. De burger is zelf verantwoordelijk voor zijn bestaan, ook al staan hun banen op de tocht, ook al hebben de banken de kassen leeggeroofd door zich met een hebzuchtig bonussysteem te verrijken. De burger betaalt en verzuipt. Maar, je mag het niet zien als een noodlot; het is een kans die je moet benutten. Is het dan gek dat agressie onder ons is gekomen? Ondertussen worden buschauffeurs in
elkaar geslagen door puberende
|
Jongeren, net
klaar met hun hbo, kunnen zo weer aanschuiven in een nieuwe opleiding, want alleen leren leidt nog tot een baan, zo wordt gesproken. Hoewel: het stempel 'eeuwige student' is ook geen toegangs- bewijs tot een beter leven. Het zijn die tegenstrijdige prikkels die een mens tot wanhoop drijven. De meest kwetsbaren zijn de kinderen met leer- en gedragsproblemen. Zij hebben baat bij een beschermende omgeving, waar ze de rust krijgen uit te groeien tot mensen die hun kwaliteiten leren kennen; een omgeving waarin waardering is voor de kleine mijlpaaltjes die zij met veel moeite kunnen afleggen. Begrip en waardering hebben nog nooit iemand kwaad gedaan. Uitgerekend in de kwetsbare Utrechtse wijk Overvecht trof ik zo’n school voor praktijkonderwijs die dit soort kinderen onder de vleugels neemt. Maar, in de vaart der volkeren moet ook deze instelling een flinke positie innemen. Daarom koos de school voor een naam die kracht uitstraalt. De kracht van het kind ligt in zijn talent. Dat talent moet eruit komen. Een positieve gedachte. Het eerste deel van de naam is dan ook gewoon de afkorting voor het soort onderwijs in de vestigingsplaats. Het tweede deel van de naam staat voor Werken, Evalueren en Reflecteren (POUWER). Ook dat klinkt allemaal erg opbouwend en wekt positieve energie op. Het komt aan op de vormgeving om deze gedachte eenvoudig uit te dragen. En daar laat nu juist deze school zich meeslepen door de heersende agressiespiraal. Nog nooit heb ik een onderwijsinstelling gezien die een schietschijf in zijn logo draagt. Deze dus wel. Agressie en geweld zijn nu definitief geïnstitutionaliseerd, Het lijkt mij dat kwetsbare kinderen uit de meest kwetsbare wijken, waar geweld op alle niveaus gemeengoed aan het worden is, met deze schietschijf een vrijbrief in handen hebben: een plek in deze samenleving komt je alleen toe met geweld. Trek desnoods het pistool van je vader en maak van de school een schiet- schijf. © ZiggZagg |
| Kom op voor jezelf, maar blijf wel realistisch - Column van John Zwart - 17 februari 2009 | |
| Ze
lijken me soms benijdenswaard, die vrolijke jongens en meiden die niet beter weten dan dat 'alles moet kunnen'. De jeugd voor wie een mobieltje en een mp3 speler en een eigen pc en tv op de kamer, en wat al niet nog méér tot de standaard uitrusting behoort. Zonder welke het bestaan verschrikkelijk en ondraaglijk moet zijn. Zijn ze te benijden? De generatie erbóven, de ouders -kinderen van de
'babyboomers'- die De kinderen van de babyboomers, die zijn het die nu
het meest aan het Het zijn extreme omstandigheden en die vragen om
extreme maat- "Hou toch eens op mensen", zou ik
als toehoorder willen roepen.
|
Misschien
ben ik wel benijdenswaard, ik heb de hongerwinter beleefd. We waren blij als mijn vader terugkeerde van een voedselstrooptocht langs de boerderijen en twee flessen melk en vijf kilo aardappelen op het aanrecht deponeerde - daarmee konden we weer een paar dagen verder. Mijn moeder wist twee keer anderhalve liter havermoutpap te koken door de melk aan te lengen met water. Het gas was allang afgesloten. Moeder kookte in de woonkamer op een klein plat nood- kacheltje, gefabriceerd door de Blikfabrieken te Krommenie. Daarin kon je alles wat brandbaar was verstoken. Zo bleef er in dat ene vertrek een beetje warmte in huis. We hebben het overleefd, het werd eind jaren veertig en toen werd voor mijn tiende verjaardag mijn eerste fiets gebracht door Ome Klaas. Het ding was bijeengeschroefd uit allerlei verzamelde onderdelen. Maar ik was er toch wel blij mee, want voordien moest ik alles lopen, geld voor de NACO bus was er niet. Dat lopen was niet zo erg, zei mijn vader, hij had zelf zijn hele jeugd alles lopende moeten doen, hij had als kind nóóit een fiets gehad. Toen ik veertien was werkte ik de zomervakantie drie weken in de koekjesfabriek van Hille. Daar hield ik 25 gulden aan over. Een kapitaal, mijn zakgeld was een rijksdaalder (voor de jongere lezers: twee gulden en vijftig cent) per week. Van mijn zelfverdiende kapitaal kocht ik mijn eerste horloge. Ik zie het ding nog voor ogen in het duister van de slaapkamer, met zijn groene fluorescerende wijzers. Wat is er NU helemaal aan de hand? We
verdienen met zijn allen in © John Zwart - 17 februari 2009 |
| Een psychiater/dichter in gesprek met een psychiater/dichter - Impressie van Loes Essen - 29 jan 2009 | |
Rutger Kopland |
Amstelveen 29 januari 2009 - In de foyer van de bibliotheek zijn alle stoelen bezet. Ter gelegenheid van de Nationale Gedichtendag zal psychiater/schrijver/publicist Bram Bakker zijn collega Rudi van den Hoofdakker interviewen, ons beter bekend als dichter Rutger Kopland. Het wordt een avond, die ik zeker niet had willen missen. 'Ik wil amuseren in de brede zin des woords' Een buitengewoon innemende, intelligente
man, die de vragen rustig en |
Echter, toen hij in Groningen zijn vriend Aad Nuys, destijds redacteur van Tirade, enkele gedichten ter beoordeling gaf, was diens reactie: 'onmiddellijk naar Tirade sturen!'. Een paar weken later al gaf uitgeverij Querido blijk van interesse, maar Kopland zei 'ik ga eerst naar Van Oorschot'. En daar bleef hij. Deze gigant, één der meest gewaardeerde dichters van ons land, spreekt over het schrijven van gedichten als over 'een uit zijn krachten gegroeide hobby, iets voor de nacht, voor vakanties, in de auto, kortom: wanneer ik even vrij had'. Dus iets, dat ten opzichte van zijn beroep, altijd op de tweede plaats bleef staan. Het maken van een gedicht is voor hem echter ook 'altijd hard werken' geweest. Aan de hand van zorgvuldig gekozen vragen
van Bram Bakker, worden Dubbelleven 'Het lijkt wel alsof er een soort
aan-uit-knop Van den Hoofdakker – |
"Hoe zit een ziel in elkaar? Wat beweegt iemand? Dat interesseert mij meer dan de functies van het hart, klinisch gezien". En (lachend): "natuurlijk ben ik vooral geïnteresseerd in mijzelf " "Het schrijven van een gedicht is ook en vooral tegelijkertijd het lezen van je gedicht. Altijd speelt de vraag: Wat heeft deze persoon mij te zeggen? Het is als het ware een soort uittreden uit jezelf." Bijzonder is het, nu juist van een psychiater als zijn mening te horen, dat je niet moet veronderstellen dat het schrijven van een gedicht kan leiden tot beter begrip van jezelf. Als een cliënt met een stapeltje gedichten aankomt, om zich aan de hand daarvan te laten doorgronden, zegt vd Hoofdakker, alias Kopland: "doet u die gedichten alstublieft onmiddellijk weer in uw tas en vertelt u mij hoe u over de dingen denkt" 'Vaak zijn juist de aarzelingen in formulering van belang, spreken de stiltes soms boekdelen. Een gedicht is een uitgewerkte tekst, hier staat het. Zo!' In de pauze staat een lange rij mensen te
wachten op signering van
|
| Beek
Je staat ergens, aan de oever van een beek, het is alsof het aarzelt, niet wil Uit: 'Over het verlangen naar een
sigaret'
Tuin Ik zit voor het raam en zie Eerste gedicht na zijn ziekte - 2006
|
Gesprek
met Kopland zijn gedicht is van een dichter stof dan denken ons vermoeden laat de naden diep verzonken toegangs- paden tot zijn wonderlijke ziel hij heeft het over eenzaam over leegten die nog overgaan in landschap aan de einder, verten die in ons bestaan ik kijk en zie zijn dichtgezicht vol lijnen naar een oud verleden het diepe in zijn donkere blik wanneer hij antwoord geeft (de man die vraagt naar hoe het ongeluk en of nadien het schrijven hem verlaten had of angst misschien voor dat) en in de zoektocht naar het woord lijkt hij te blijven wachten tot het hem gevonden heeft, verlangend zijn gedachten © Louise |
| Mogen de wapens rusten - Een nieuwe Dichter des Vaderlands. Bericht en commentaar van John Newswatcher - geplaatst 29 jan 2009 | |
| Er was een
risico, toen de commissie Jeltje van Nieuwenhoven, middenin het Israël-Ghaza conflict de acteur-schrijver Ramsey Nasr in de shortlist voor Dichter des Vaderlands 2009 opnam. In oktober 2004 publiceerde hij een opiniestuk over het Israëlisch-Arabische conflict dat felle discussies uitlokte. Ramsey Nasr is een zeer geëngageerd auteur. De commissie kon er dus rekening mee houden dat de deur werd geopend voor de politiek om een rol te gaan spelen in de beslissing wie bij de promotie van de Nederlandstalige poëzie in de komende vier jaren het voortouw zal nemen. En dat is jammer, want zou een nationaal figuur als een 'Dichter des Vaderlands' dan niet liefst onomstreden moeten zijn? Maar de commissie Jeltje van Nieuwenhoven heeft toch al niet geëxelleerd in de aanloop naar deze verkiezingsuitslag. |
![]() |
| Op het
internet kunnen snel bepaalde belangengroepen gemobiliseerd worden of zelfs nog adhoc gevormd en als via een actieve link met één klik een stembiljet wordt bereikt, dan is tendentieuze beïnvloeding van de uitslag levensgroot aanwezig. Viel de on-Nederlandse naam van Nasr direct al op in het rijtje van de shortlist, de diverse media deden hier nog een schepje bovenop door veelvuldig te refereren naar de Palestijns-Nederlandse dichter Ramsey Nasr. Afgezien van het feit dat een erkende staat Palestina nog steeds niet bestaat is dit toch al grote onzin en in dit geval zelfs zeer ongewenst. Immers Ramsey Nasr is gewoon een Nederlander, niet eens een geïmmigreerde vluchteling, maar gewoon geboren en getogen in Rotterdam in het jaar 1974. Ja, pas 34 jaar, een jonkie dat wel; maar goed na twee DdV's met grijs haar mag er nu wel eens een jongere 'aan de bak'. Als iemand mij vraagt om een rijtje van tien erkende en bekende Nederlandse dichters op te noemen had Ramsey Nasr daar vrijwel zeker niet bij geweest. Hij noemt zichzelf op zijn homepage dichter-schrijver- acteur in die volgorde, maar had iemand mij gevraagd, dan had ik de kwalificaties in omgekeerde volgorde genoemd. Want acteur, ja! Een naam bij het Zuidelijk Toneel, filmacteur en bekend van tv-series. Gelauwerd met de Mary Dresselhuysprijs en nog een nominatie voor de Louis d'Or. Hij schreef drie dichtbundels vanaf zijn debuut in 2000 en ik bezit ze géén van drie. Debuut "27 gedichten & geen lied" (2000), liefdespoëzie, kreeg verdeeld positieve en matige kritiek, maar "Onhandig bloesemend" volgde in 2004 en werd breed omhelsd. In de Volkskrant schreef Piet Gerbrandy: 'De kern van de bundel, een zestien gedichten tellende reeks onder de riskante titel 'dichter liefde', is echter ronduit schitterend. Hier weet Nasr het onhandig bloesemen tot virtuositeit te verheffen, door schijnbaar teugelloze lyriek krachtig naar zijn hand te zetten ... Deze poëzie fonkelt en bruist, zwelgt in tierlantijnen die vervolgens weer genadeloos worden afgeserveerd en durft woorden als 'ziel' en 'hart' in te zetten zonder dat het belachelijk wordt'. |
Het succes van
deze bundel bereidde hem de weg om in 2005 in Antwerpen Tom Lanoye als Stadsdichter op te volgen. In 2006 verscheen zijn laatste dichtbundel "Onze-Lieve Vrouwe-Zeppelin". Het is op zich al jammer dat de DdV competitie tijdens de aanloop tot zoveel on-poëtische taferelen aanleiding gaf tussen de genomineerden, vooral het conflict dat Ramsey Nasr en Tsead Bruinja met elkaar aangingen was niet erg hoogstaand. Maar de klikkenteller heeft nu beslist, we hebben een nieuwe Dichter des Vaderlands in Ramsey Nasr. Voorlopig nog niet onomstreden, gezien de reacties die onder de eerste internet-artikelen verschijnen: "De linkse kerk heeft weer gezegevierd" - "Overwinning van de propaganda voor de dubbele paspoorten" - "Hoe kan iemand Palestijn zijn? Palestina bestaat niet eens". Ja Jeltje, dat was te verwachten, maar het zal wel weer luwen, veel eerder dan het vuren tussen Israël en Ghaza, helaas... We gaan er fris tegenaan met een nieuwe DdV die géén klassieke sonnetten schrijft. Nasr doet regelmatig veel met de symbiose van poëzie met klassieke muziek, we mogen hopen dat zijn DdV-schap hem hier ook nieuwe ruimte voor zal bieden. Zijn muzikaliteit werkt dóór in zijn zangerige poëzie die zich verder kenmerkt door een ontspannen parlando. Dit zijn eigenschappen die hem bij de invulling van het DdV-schap zeker ten goede zullen komen. Of hij veel van zich zal doen spreken en voortdurend in de publiciteit zichtbaar en hoorbaar zal zijn? De verplichting die op de DdV rust is slechts om tenminste jaarlijks vier gedichten op belangrijke gebeurtenissen te schrijven. Zijn verdere betrokkenheid heeft hij geheel zelf in de hand: "Of ik op een wedstrijd voor wie de grootste pannenkoek kan bakken zal verschijnen, of aanwezig zal zijn bij de kroning van de koning, bepaal ik gelukkig geheel zelf", sprak hij zojuist in Het Oog, om vijf minuten voor middernacht. © John Newswatcher - 29 januari 2009 - 01:30u |
| Hij bakt ze te bruin - John Newswatcher spreekt zich uit over de Dichter des Vaderlandsstrijd - geplaatst 3 januari 2008 | |
|
Hij heeft altijd mijn sympathie gehad beste lezers.
Ik waardeer hem Ik zag hem vaak optreden, soms nog hier in het
noorden, maar vaker in Ja, eigenlijk mocht ik die Tsead Bruinja wel, zoveel
is wel duidelijk. Als |
Tsead Bruinja
doet een gooi naar de titel "Dichter
des Vaderlands" "Angel" - Bornmeer
2008
winnares "Grote prijs van Nederland 2007" in De Melkweg "Truth
be told" - Singing Saw Records 2008 |
| Meestal
schrijf ik over zo'n avond een verslagje maar deze keer, met kerstmis voor de deur, aarzelde ik. Niet omdat ik ietwat onvoorbereid op Bart Droog werd getrakteerd, als eerste gast - niet omdat de poëzie die te horen was in het algemeen tegenviel, zéker niet. En ook niet, omdat het programma verstoord werd en langdurig moest onderbroken, doordat er iemand in 't publiek ernstig onwel werd en per ambulance moest worden afgevoerd. Wat mij tegenviel was de hoeveel- heid tijd die Tsead als inleiding besteedde aan zijn wapenfeiten, zie "The official homepage of the dutch poet Tsead Bruinja", en voorál hoe gerechtvaardigd zijn streven is de volgende DdV te worden. Ook toen de avond, ver in tijd uitgelopen, werd afgesloten, opnieuw stertijd, onder lichtprojecties van wervende affiches. Had ik, fris van de lever, geschreven, had ik vooral de lof gezongen van de vriendelijke Leine, die sinds 2007 zo heel verdiend steeds meer bekendheid geniet, waaraan radioprogramma's als "Met het oog op morgen", "Kunststof" en "Opium" hebben bijgedragen. Email bombardement Intussen kwam vandaag de twaalfde (!) folder van
Tsead mijn mailbox |
Moet het toch weer een rellerige toestand worden die DdV verkiezing. Geloof het of niet lezer, ik dacht 'verkiezing' te schrijven maar bij het nalezen hebben mijn vingers 'verzieking' getypt... Wat je doet heet spemmen Tsead en je tracht er ook nog een piramide- spel mee op te zetten. Daar ben ik echt boos over. En boosheid roept boze gedachten op. Heeft Tsead soms met Bornmeer een één-tweetje opgezet? Is die tabloid "Angel" niet gewoon een strategische uitgave om juist nú aandacht voor Tsead Bruinja te genereren in verband met zijn honger naar het DdV-schap? Zo'n tabloidje is makkelijk en snel in elkaar geflanst, krantenpapier nog steeds veel te goedkoop. Jammer, na dit stukje zal Tsead misschien ook wel
boos worden. © John Newswatcher
|
| Milieubewust schrijverschap - Gastcolumn van ZiggZagg - geplaatst 9 december 2008 | |
| Met de
kredietcrisis in het oor schuift de aandacht voor het milieu steeds verder naar de achtergrond. Daar wordt het probleem er niet minder om. Tegelijkertijd lijkt het consumentisme niet meer in te dammen. Sinterklaas kan nog altijd niet met pensioen. | Sterker nog, hij moet er 'n paar Klaasjes bij nemen om alle pakketjes toch nog op tijd bij iedereen door de schoorsteen te duwen. CO2-uitstoot of niet, vergrote ecologische voetstap of niet, 'n gevallen bank meer of minder, het lijkt niet uit te maken. Wouter Bos voorspelt voor 2009 zelfs een sterker stijgende koopkracht dan hij had verwacht. Ondertussen zucht het milieu. Wegen mogen
straks versneld aange-
|
Consuminderen
kan. Iets vaker lopen of fietsen, de trein pakken over de lange afstand, een beetje minder vlees eten, afval scheiden, spaar- lampen aanschaffen, kranen goed dichtdraaien, verwarming twee graadjes lager, bomen planten en niet steeds maar mee willen lopen met de nieuwste trends. En vooral niet luisteren naar het bedrijfsleven dat steeds weer iets nieuws bedenkt en de wereld vervolgens vertelt dat die daar zo’n verschrikkelijke behoefte aan heeft. Mochten de eenvoudige schrijvers onder ons
(en anderen) zich afvragen © ZiggZagg - december 2008 |
| De Moeder aller Vragen - Overdenking van Ibrahim Selman - geplaatst 24 november 2008 | |
|
Als exotische
vluchteling hoef je op een feestje niet lang |
Maar die
ene eeuwig terugkerende vraag maakt de gang naar menig verjaardag tot een ware marteling |
| Ik vier mijn
verjaardag niet maar ga wel eens naar
een feestje. Toen ik studeerde en in de jaren daarna was ik vaker op feestjes te vinden dan tegenwoordig. Hoe kleiner het gezelschap, hoe fijner, vond ik toen. Halverwege de jaren tachtig belandde ik op de vijftigste verjaardag van een bevriende theaterdirecteur. Ik was een dertiger met een mooie baan: docent aan de universiteit van Amsterdam. De opkomst was groot. Meer dan tachtig feestvierende mensen, ze barstten uit het huis. Zelf kende ik misschien een paar zielen. En niemand uit het gezelschap kon aan mijn voorhoofd zien dat ik docent was. Een allochtoon kan van alles zijn: vluchteling, asiel- zoeker, crimineel, gastarbeider of een gewone vakantieganger. Voor mij is het een schok om tussen tientallen mensen te staan die ik niet ken, die allemaal verschillend zijn maar die zich wel op hun eigen territorium bevinden. Sommige mensen worden er onzeker van,
anderen vinden het een |
Er zijn talloze onderwerpen
waarmee je een kennismaking kunt starten. In die vraag zat meer gif dan
in al die chemische bommen. Hij was als |
| Ze luisterde beleefd, maar hoorde me niet | "Ja", zei ze zachtjes |
|
Dat die twee landen in oorlog
waren wist ze wel maar ze wist niet uit |
Op dat moment,
exáct op het moment dat zij van mij wegdraaide om twee glazen wijn te gaan halen, diende zich een andere vrouw aan. "Hoi", zei ze. In die ene seconde probeerde ik net de zware berg van mijn verleden op de grond te leggen, een uitweg te vinden en te vluchten. Maar het lukte niet. De nieuwe vrouw die 'hoi' tegen me zei gaf me een hand en stelde zich voor. Ik zei ook mijn naam. Mijn verleden, dat nog geen seconde op de grond lag, sprong weer op mijn schouders en drong tot in mijn maag naar binnen. Ik keek in de groenblauwe ogen van de vrouw die mijn rechterhand nog in haar zachte hand hield. Ik smeekte met mijn ogen dat ze de volgende vraag, de martelvraag niet zou stellen. Maar ze hield die smekende blik voor iets anders en stelde hem toch, de moeder van alle vragen. "Waar kom je vandaan?" Mijn ogen meden de hare. Ik zag haar voorgangster even verderop twee wijnglazen inschenken. Ik pakte de arm van de vrouw die voor me stond en beet haar toe: "Ziet u die dame daar, met die zwarte jurk en die twee wijnglazen?" - "Ja", zei ze zachtjes. Het klonk alsof ze gedwongen werd haar eigen doodvonnis te bevestigen. "Die vrouw weet alles van mij. Gaat u het haar maar vragen". En ik draaide me om, baande een weg door de ogen, de oren, door de spoken van mijn verleden en bereikte met moeite de buitendeur. De ijskoude wind voelde als een frisse bries. De spoken vormden een kring, dansten, zongen in het Koerdisch en staken hun tongen naar me uit. Op dat moment, in een flits van woede, wilde ik ze zien branden. Ik schaamde me voor mijn gedachten, liep door de straten van Amsterdam en besloot nooit meer naar verjaardagen te gaan. |
| "Waar kom je vandaan?" | "Ik ga dáár zitten, dan hoor ik het beter..." |
|
Maar niets is veranderlijker
dan de mens. Mijn belofte heeft ruim tien In de theaterzaal zat ik naast
een jonge vrouw van in de dertig met |
Gelukkig begonnen de
festiviteiten op het podium al snel. © Ibrahim Selman |
| Dit artikel
werd op 15 november j.l. gepubliceerd in Letter en Geest van het dagblad Trouw. Ibrahim Selman is schrijver, acteur en filmmaker. Zijn roman 'Aline' verschijnt binnenkort bij uitgeverij Meulenhoff. |
|
| Dichter des Vaderlands - Wie van de tien spel, geleid door Jeltje - door John Zwart, geplaatst 31 oktober 2008 | |
| Het
lijkt nog niet zo lang geleden. De opvolging van de eerste Dichter des Vaderlands, Gerrit Komrij deed destijds heel wat onpoëtisch stof opwaaien. Wát 'n verontwaardiging toen Driek van Wissen als een soort Barack Obama massaal stemmen verwierf door royaal met badges en balpennen strooiend door het land te trekken. 'Driek for president' of zoiets. Schande spraken de gevestigde grootheden, zoals I.L.Fluiter, ervan, die daadwerkelijk naar de begeerde functie konden fluiten toen zij ruim gepasseerd werden door Driek de sonnettenbakker, gesteund door zijn grote supportersschare. Dat was in 2005, en ja we naderen 2009, het is alweer bijna vier jaar geleden. Driek moet zijn aanzienlijke status binnenkort inleveren. Per 28 januari 2009 gaat een nieuwe Dichter des Vaderlands zijn troon bestijgen. De organisatie durft een open verkiezing blijkbaar
niet aan. Er is een |
In
alfabetische volgorde: Tsead Bruinja, Maria van Daalen, Ruben van Gogh, Ingmar Heytze, Joke van Leeuwen, Erik Menkveld, Ramsey Nasr, Hagar Peeters, Ilja L Pfeiffer en Marjoleine de Vos. Wij als publiek, mogen niet stemmen, maar mogen wel invloed op de commissie trachten uit te oefenen bij het promoveren uit de 'longlist' naar de 'shortlist'. Er staat een contactformulier op de speciale
internetsite. Vanaf vandaag © John Zwart voor Hernehim Cultuur - 31 oktober 2008
|
| Engkaans - Is het ongenoegen van Floris Brown, geplaatst 9 oktober 2008 | |
| Het
ongenoegen van John Zwart* over het ernstige verval van de Nederlandse taal, door klakkeloos importeren van Amerikaanse woorden en uitdrukkingen en allerlei 'jargon', vindt navolging in het moderne Zuid Afrika. Floris Brown strijdt voor het Afrikaans dat nog veel ernstiger bedreigd wordt door "verengelsing". |
*) lees ook de column "Taal" hieronder. |
| "Dames en
Here, dit is vir my vanaand 'n groot eer en voorreg om op my sestigste verjaarsdag, 10 September 2008, aan u voor te hou die 12de nie-amptelike taal van die Republiek van Suid-Afrika naamlik: ENGKAANS. Ek wil dan graag alle media uitgewers en bydraers tot ons nuwe taal gelukwens met hul volgehoue ondersteuning en publisering van hierdie taal... Ja, Dames en Here, met 'n gebrek aan woordeskat, is dit beslis nié AFRIKAANS nie, maar 'n eiesoortige kromtaal manier van Afrikaans skryf en praat. Dit is dan ook opvallend hoe die Duusvolk en Duusmanne en vroue hierdie nuwe taal omhels, vreugdevure aansteek, juig en dit uitbasuin as dié perfekte taal waartoe Afrikaans hom hedendaags leen, die taal van die nuwe geslag, die "inwees -alles -wat -verkeerd -is- regskiet" generasie. Ek sien hoe baie Afrikaanse Taalpuriste hierdie skryfsels teen hul mure uitgooi en hoe geïrriteerd hul gedagtes draai want sien, baie van ons opreg Afrikaanse koerante en tydskrifte neig om ingesluk te word deur "Engkaans" en al meer Engelse boekresensies verskyn in dít wat Afrikaans moet wees en lees."
|
"Ja, ek
hoor hoe die reeds gestorwe helde vir Afrikaans sal vra: "Is ons nog in Suid-Afrika? Is dít die Afrikaans waarvoor ons gesterf het? Praat en skryf niemand dan meer Afrikaans nie??" Dames en Here, ek het in die verlede, baie geld spandeer as ingeskrewe lid op hoë gehalte goeie goeie Afrikaanse tydskrifte. O hoe het ek my nie angstig gehaas na die poskantoor om my boeke af te haal nie. Ek het goeie digters nagejaag, nagelees en by hul hoë standaard van poësie skryf heeltyd geleer. Skielik verdwyn die poësie. Skielik verdwyn die goeie artikels en alles maak plek vir hoë gehalte advertensies. Die ekonome sluk Afrikaans in en verander hierdie hoë gehalte tydskrifte in "hoë gehalte glans advertensie blaaie". "Engkaans" sluip in en neem oor. Dames en Here, ek sluit af met my eie nuutskepping slagspreuk: (Praat van die duiwel en trap op sy stert?) Nee - "Praat van die Engel en streel sy vlerk." Gee Afrikaans sy Engele vlerk en laat Afrikaans Afrikaans! Slegs Afrikaans hoog vlieg! Die hemele in! Juig Afrikaans in ons Republiek Suid-Afrika!" © Floris A. Brown |
| Taal - Het ongenoegen van John Zwart, geplaatst 21 september 2008 | |
| Wat
is er toch aan de hand met de taal? Dat vraag ik mij al een aantal jaren af en mijn ongerustheid neemt alleen maar toe. Intussen worden er nog steeds allerlei relativerende opmerkingen gemaakt door lieden, die menen dat het allemaal zo'n vaart niet zal lopen. Bovendien, vallen anderen bij, is taal niet statisch. Door de tijden heen is de taal voortdurend veranderd, oude woorden raakten in onbruik, nieuwe woorden ontstaan. Dat is allemaal goed en wel, natuurlijk vind ik óók dat de
plechtstatige
|
Het
bedrijfsleven wil graag een alert en actief elan uitstralen en men denkt dat zoiets alleen kan met het gebruik van herhaalde mantra's, afgekeken van het snelle Amerikaanse zakenleven. Hun onstuitbare dynamiek denken ze uit te stralen door zich óver de hoofden van hun Nederlandse klanten heen tot 'de wereld' te richten met Engelstalige bezweringen. Je zou van de intelligentsia verwachten dat ze zich als de milieu- beschermers van de taal opstellen, maar niets is minder waar. Dat politici nogal wat brabbeltaal uitslaan verbaast me eigenlijk niet - maar als ik een museumdirecteur, enigszins in zijn wiek geschoten toen hij op een streekaccent werd betrapt (sic), hoor zeggen: "We moeten omturnen naar een nieuwe mindset", dan staan mij de tenen krom in de schoenen. Gevierde acteurs en schrijvers (!) hoor ik om de haverklap het afschuwelijke "impact" gebruiken en het turven van de stoplap "zeg maar" heb ik na 'n score van 14 keer per minuut maar opgegeven. Misschien dat België op termijn toch wel uiteen gaat vallen. © John Zwart - 20 september 2008 |
| McCarthy in Holland - Column van John Newswatcher, geplaatst 5 september 2008 | |
| Mijn vader was
in zijn jonge jaren een communist. Dat is niet zo verwonderlijk, hij maakte de diepste economische crisis ooit mee, massaontslagen, de duw- werkverschaffing en zag met schrik de dreiging groeien van de nazi-terreur vlak over de oostgrens. Een enorme verandering voltrok zich in de eeuw van mijn vader. Na de tweede wereldoorlog openbaarde zich een nieuwe tegenstelling. De koude oorlog bracht nieuwe terreur, onmiskenbaar, van de sovjets in Hongarije en Tsjecho-Slowakije. Onder die invloed verflauwde zijn eens zo felle overtuiging. Zo kan iemands politieke inzicht opschuiven
door nieuwe ervaringen. |
Niet
verwonderlijk dat mijn vader vreesde dat de communisten- jacht ook wel zou komen overwaaien vanaf de andere kant van de oceaan. In de achter ons liggende decennia hebben
zich opnieuw grote Hij had gelijk, hun kwaadaardigheid kent
geen grenzen, iedereen © John Newswatcher - 4 september 2008 |
| Waarschuwing - Inflatie dreigt - Column van ZiggZagg over de corrosie van de superlatieven, geplaatst 21 augustus 2008 | |
| Het is geen
makkelijke tijd. Economisch gaat het de wereld niet voor de wind. Kredietcrisis, energiecrisis, klimaatverandering, toenemend geweld waar dan ook, en met de overbevolking wil het ook maar niet neerwaarts. Steeds vaker zijn de ellebogen nodig voor een beetje profilering. De reclame staat inmiddels bol van de superlatieven. Na super, ultra, en mega mag het woord superlatief wel megalatief gaan heten. Het buitengewone begint gewoon te worden. Tussen het schreeuwlelijken door vallen de sobere berichten in de reclameblokken niet meer op. Zelfs nieuwsitems willen liever een shock effect bewerkstelligen dan onafhankelijke objectieve berichtgeving voor te staan. Waarom willen die lui van het journaal ons toch steeds weer rampspoed aanpraten met futiliteiten terwijl de echte rampspoed zit verpakt in onopvallendheid. Tussen de overdaad aan Olympische Spelen verdwijnt zelfs een complete oorlog in Georgië achter de score- borden, of de wereld er nu mee op zijn kop komt te staan of niet. Het wordt steeds moeilijker de natuurlijke drang tot onderscheiden in de praktijk te brengen. Witte was werd van witter dan wit ineens ultrawit, een simpel drankje aanprijzen kan niet meer zonder extreme vormen van joligheid; de vormgeving van een nieuw model auto kan niet zonder de verbouwing van een complete stad; en ga zo maar door. |
Nu ook het
taalgebruik er onder gaat lijden, is een indringende winst- waarschuwing wel op zijn plaats. Voor de taal is dat redelijk uniek (zo’n woord dat zich laat vertalen als ‘enig in zijn soort’, iets waarvan geen tweede exemplaar bestaat). In de Volkskrant dienden zich deze week de eerste tekenen van inflatie aan. Het superlatievengebruik begint nu werkelijk zorgwekkende vormen aan te nemen. De waarde van groteske woorden duikelt. De eerste symptomen zijn gesignaleerd in een artikel over de vele huwelijken op 08-08-08 (een geluksgetallencombinatie). In groten getale verdrongen de stellen zich rond het altaar. De trouwambtenaar in Delft zei dat ondanks de vele stellen die deze datum hadden aangegrepen, voor haar ieder bruidspaar ‘uniek’ is. Voor de verslaggever was dit aanleiding onder de begeleidende foto, waarop een huwende Louis van Gaal met bruid, te schrijven: ‘Het uniekste bruidspaar’. Daarmee was hij niet door zijn superlatieven heen. Aan het eind van zijn stuk schreef hij over dit huwelijk ‘...er kon op 08-08-08 maar één Nederlander het alleruniekst zijn.’ Hoe uniek; hoe megalatief? Kent u de waarde van uw superlatieven nog? U bent gewaarschuwd. © ZiggZagg |
| Terrasjesweer - Column over de kwaliteit van het moderne leven door John Newswatcher, geplaatst 2 augustus 2008 | |
| "Heeft
iedere Nederlandse man een hogedrukspuit?" vroeg me onlangs een Turkse Nederlander. Zo worden we weer eens met onze neus op de feiten gedrukt. Als het toch de allochtonen al opvalt, dan moet het wel erg zijn. Wat? Hoe het gesteld is met onze welvaart, ondanks onze klaagzang over de economie, die weer eventjes ophield met steeds maar verder uit zijn voegen te barsten, dat we godbetert zelfs belásting moeten betalen over onze zónvakantievluchten. Tsss. Als er dan wat te klaagzingen valt, dan moeten we 't
onze opvolgende |
Wie
bedenkt zoiets, dezelfde onnozelen wellicht die aan de ergst oenemende vervuiling van ons leefmilieu geheel voorbijgaan. Niemand denkt aan lawaai. Lawaai ja, dat is de grootste groeier van menselijke ergernis en bedreiging van de gezondheid, die om zich heen grijpt. Al die bouwmarkten stampvol met spotgoedkoop made-in-china-spul dat allemaal bij productie en transport gigantisch vervuilt en bij het gebruik onverdraaglijk lawaai produceert. Na een lange periode van kille dagen met harde wind,
werd 't eindelijk © John Newswatcher -1
augustus 2008 |
| Traditie en mode - Column over lichaamsversiering van John Newswatcher, geplaatst 8 juli 2008 | |
| In het
algemeen ben ik niet zo gecharmeerd van tattoo's. Traditioneel waren
tattoo's populaire lichaamsversieringen in de tijd van 'mannen van ijzer
op schepen ven hout'. Als zeeman was ik natuurlijk vaak met een flink
aantal getatoeëerden omringd. Nieuwe aanwas kwam van de jongens, pas van
school, die bij thuiskomst van hun eerste reis beslist die stoere ervaring
moesten tonen met een plaatje op hun nog tere jongensvel. Onder de volwassen mannen waren er bij met hele schilderijen, ooit toegewijd aan geliefden, waarmee het inmiddels allang "uit" was. Veel tattoo's kwamen tot stand in licht beschonken toestand. Zelf heb ik me er van weg gehouden, de meeste 'modellen' vond ik ook niet eens mooi, mijn smaak ging toen al wat verder dan een anker, een zeemeermin of een gestileerd zeilschip met bollende zeilen. Ouder wordend was ik blij helemaal géén tattoo's te hebben laten zetten, immers bij de meeste oudere mensen worden die dingen steeds valer, lelijker en geleidelijk vervormd. Het enige waarover ik in twijfel heb gestaan was mijn linkeroorlel te laten doorboren voor een gouden oorring. Dat is eeuwenlang een traditie bij zeelieden geweest en werd beschouwd als de garantie voor een waardig afscheid van het leven. Mocht je bij een scheepsramp omkomen en ergens verdronken aanspoelen, dan was de oorring een identificatie en de opbrengst ervan dekte de kosten van begrafenis. Op dat moment ontbrak mij echter het geld voor de massief gouden oorring, die zou worden gegraveerd met mijn naam, geboorteplaats en datum. Mijn oorlel heb ik toen ook maar niet laten doorboren. |
Toen het
mode werd bij de vrouwen om zich te laten tatoeëren had ik er meteen mijn bedenkingen tegen. Het begon met kleine vlindertjes, hartjes of bloemetjes op hun schouder, dat kon er nog mee door, maar ik voorzag al hoe het zou verder gaan.... En natuurlijk werd mijn voorspelling wáár. Al heel gauw waren borsten, buik en billen aan de beurt en de tattoo's werden almaar groter en groter. Ik zag een fotomodel met een tattoo van een paradijsvogel die zich uitstrekte van boven de navel tot onderin haar lies, zij maakte van haar tattoo haar handelsmerk. Velen zullen er later spijt van krijgen, ze blijven
nu eenmaal niet levenslang © JohnN |
lekker stoer ![]() |
|
| Wie schrijft die blijft - Cursiefje gewijd aan OpSpraak op papier, geplaatst 19 juni 2008 | |
| Schrijven-en-blijven-geen-probleem
in het OpSpraak zomernummer. Het blijft tobben voor schrijvers die op een kluitje vooraan willen staan bij het uitdelen van lauwerkransen als voorbode voor roem na het graf. Bij de twintigste Albert Verweylezing, in 2004 uitgesproken door Geerten Meijsing, komt literaire roem aan de orde. Hij omschrijft succes als een instantpudding, die gemakkelijk is aan te zien voor roem. Hij denkt dat alleen het onafscheidelijke trio talent, sociale intelligentie en blinde ambitie de schrijver een kans kunnen geven op een plekje in de eregalerij. |
In 't
nieuwe OpSpraak magazine, dat eind deze maand van de drukpers rolt, komt dit probleem aan de orde. Naar aanleiding van de expositie "Lectori Salutem" – Boek en Oudheid in het Allard Pierson Museum in Amsterdam gaan Jos van Liempdt en Jet van Swieten op zoek naar de ‘scriptorem salutem’, naar het schrijven-en-blijven-geen-probleem verhaal. Zij geven 25 tips waarmee overlevingskansen aanzienlijk zijn te vergroten. Pepijn Uljé maakte er een prachtige cartoon bij. JvS |
| De Nachtburgemeester - Gastcolumn van Arnoud de Jong, geplaatst 27 mei 2008 | |
| Amsterdam
- Bij terugkomst van vakantie vond ik een wervend mailtje van ene Mister
Rosso. Hij wilde nachtburgemeester worden. Op 19 mei kon ik in Paradiso op
hem stemmen. Om mijn motivatie nog wat op te krikken had hij er een foto
van zichzelf bij gedaan. Daarop stond een duister jongmens met een grote
koptelefoon en een zonnebril op z'n hoofd. Dit werkte bij mij
contraproductief. Mister Rosso zal best een aardige en geschikte vent
zijn, maar qua uiterlijk is dit nu juist het type dat ik 's nachts liever
niet tegenkom. Sta je net lekker te wildplassen in de Dubbeleworststeeg,
komt ineens de nachtburgemeester even gezellig aanschuiven. Dat wordt
razendsnel afknijpen en gillend wegrennen. Maar goed, Mister Rosso heeft
geen last van me gehad, want ik was er niet op 19 mei. En hij werd
trouwens géén nachtburgemeester. Die positie is veroverd door de dames
Kristel Mutsters en Josine Neyman, gebundeld onder de naam 'Club zonder
filter'. Wordt dus een duobaantje. Ik heb het allemaal kunnen lezen in een uitgebreid verslag van de avond op DJ-Broadcast. |
Waarom heeft
Amsterdam eigenlijk een nachtburgemeester nodig? Ja, om een brug te slaan tussen nachtleven en politiek, wordt er dan gezegd. Die brug kun je wel vergeten: een nachtburgemeester slaapt overdag, de politiek 's nachts. Volgens sommigen zelfs overdag óók. Dit verschil in bioritme praat wat lastig. We schijnen al een aantal jaren een nachtburgemeester te hebben gehad. Nooit wat van gemerkt, maar dat ligt aan mij. Doet er niet toe, mijn punt is dat we nu maar eens eerlijk moeten toegeven dat het hele idee van die nachtburgemeester gejat is van Rotterdam. En nog slecht gejat ook. Want in Rotterdam hebben ze van oudsher Jules Deelder. Die hoefden ze niet te kiezen, die is het gewoon. Jules Deelder is de personificatie van het nachtleven, hij belichaamt de poëzie van de nacht, de seks, de drugs, de jazz. Hij is een charismatische nachtburgemeester, een man die niet hoeft uit te leggen waar hij 's nachts een zonnebril voor nodig heeft. En waar komen wij mee? Met Kristel en Josine. Of andersom. I rest my case... © Arnoud de Jong |
| De bruid gekaapt - Kort pinksterverhaal van Jos Zuijderwijk, geplaatst 10 mei 2008 | |
| We wandelden
langs de Vinkeveense plassen. Waar? Ik zou bij God niet weten waar. Het
was een heel mooie tweede Pinksterdag. We waren met zijn twee, Acacia en ik.
Genoten van de dalende zon. Gedicht werd ooit: "De uitvinding van de romantiek De zon gaat onder ik voel me bijzonder" *) Dat stond in een studentenblaadje, herinnerde ik mij. Van allemaal studenten die op de uitvreter wilden lijken, schrijven als Nescio en ook een overbetaalde baan waarin je kon flierefluiten. We liepen op zo'n meter of twintig van het water met een prachtig ver gezicht. Met van die zeiltjes op het water. Zwoel de avondzon. We gingen over een ophaalbruggetje dat twee plassen met elkander bond. Wij voelden ons dichter, ik speciaal. Acacia was meer schilderes, daarom pasten wij ook zo bij elkaar - die dag. Mooie avond was het, hoe vroeg nog ook. Een avond die vroeg om wat? Ik wist het toen nog niet. De vogels floten dat het een lust was. "Af en toe een huis / of een kombuis / Het leven wil wat / de plas geeft dat". Zo dichtte ik voor Acacia en zij was vol begenadigdheid. Zich zo met den dichter, die nog nooit gedicht had, te vertreden. Ineens veranderde het panorama. Er kwam een
uitspanning in het zicht. Met vele keuvelende lieden, deftig aangekleed,
de glazen in de hand. Ik sprak:
|
"Oh wat
ben je mooi", zei de prinses die ook nog bruid was. Ze was verrukt en hief met mij het glas terwijl Acacia zich beeldend met de bruidegom onderhield. De schone bruid vroeg, glimmend met haar liefste lach: "weet je er nog meer zo, uit je hoofd?" "Niet zo van mezelf", zei ik, "het echte werk schuif ik voor me uit". "Kom mee", zei ze in verrukking en ze nam me mee naar een geheime kamer vol met bloemen en een bruidsboeket. Ze zei smachtend: "kom op, ik wil je horen". Ik zei: "Goed dan, een waarschuwend dicht. Heel oud." Ik declameerde: "Een vaersje in een voorreede te pas gebracht 't Onnozel volkje houdt poëeten Voor dwaazen, hoofden dol van waan. Maar wilt gy de oorzaak daar van weeten? 't Ziet gekken voor poëeten aan".**) Hare ogen waren betraand van al het schone hier ten gehore. Hare wangen glunderden van kunstzinnigheid en artisticiteit in haar genot. Nu stond zij volstrekt in lichterlaaie en zij stortte zich bovenop mij. En ik, ik stortte mee, met het glas nog in de hand. Daar komen scherven van, herinner ik mij nog de gedachte. Zestien minuten later, toen wij enigszins
aan het bedaren waren van
© Jos Zuijderwijk. Bronnen: |
| Van boekenpolonaise en boekenlied - Gastcolumn van ZiggZagg, geplaatst 30 april 2008 | |
| ‘Er zijn in
Nederland meer dichters dan er lezers van dichtbundels zijn,’ spiegelde
enige tijd geleden een kenner mij voor. En inderdaad, de dichters
overspoelen onze contreien. Alle werken zij even serieus aan hun opgang in
dichtersland. Er wordt wat afgezwoegd en afgeploeterd. Onstuitbaar
overspoelt die lyrische golf stad en land. De kostbare parels en koralen
gaan vergezeld van de nodige guppen en krabben. De sedimenten tezamen
vormen een grote, onoverzichtelijke brij. Boekhandels klagen al jaren steen en been dat het meeste wat hun geboden wordt kwalitatief weinig meer om het lijf heeft dan een eendagsvlieg die haar vleugels al voor de geboorte is kwijtgespeeld aan een orgeldraaier met liefdesverdriet. Om te janken. Toch is de boekhandel verheugd. Het heeft de koper behaagd de winkels te blijven bezoeken en boeken te kopen; vele malen meer dan een mens kan lezen. En dat gebeurt: meer boeken verkocht, minder gelezen. |
Er is geen
tijd meer om te lezen. Dit jaar zelfs minder dan ooit. Amsterdam
Wereldboekenstad belooft ons een jaar dat in het teken van boeken staat.
De stad zindert van activiteit, zo sterk, dat zelfs de meest verstokte
lezer niet meer toekomt aan wat je met een boek eigenlijk behoort te doen:
stil zitten, rust zoeken en lezen. Wie deze keuze nog wel wil maken, zal
raar staan te kijken als er nog ergens een plekje te vinden is waar alleen
de rust nog zindert. Negen van de tien keer loopt er toevallig net een
boekenpolonaise onder het raam voorbij of schalt het nationale boekenlied
van de hoogste toren. Groot voordeel bij deze bruis en borrel is, dat al die dichters het ploeteren en zwoegen dit jaar wel eens even zouden kunnen afzweren om zich in borrel en bruis te kunnen begeven en zich laten overspoelen door die bikkels van de commercie. De ware dichter laat zich niet afleiden. Dat brengt meer glans aan de zeldzame sedimenten. ©ZiggZagg |
| Weerzien met Antwerpen - deel 1 - korte reisimpressie, geplaatst 10 april 2008 | |
| Zo alleen rondlopend in het oude Antwerpen wordt het ook een teruggaan naar mijn jonge jaren. Mijn allereerste zeereis, de kortste ooit, van Amsterdam naar IJmuiden en bij Vlissingen alweer naar binnen, had de Scheldestad als bestemming. Later zou ik er nog vele malen terugkomen. Nog vóór ik de stad bereik, rijdend over de baan (veel breder dan vroeger), kijk ik uit naar het oude wielerstadion. Het staat er nog, maar het heeft een nieuwe, groene kap gekregen. Ik sla af naar het stadshart en zoek de rivier. Zodra ik daar loop, voel ik weer hetzelfde plaveisel onder mijn voetzolen dat mijn jongensvoeten leerden kennen. Het zijn zeer beslist dezelfde kasseien die hier nog altijd liggen. Een effectief plaveisel om de auto's tot kalme snelheid te manen, je kúnt hier gewoon niet hard rijden. Behalve dan die ene taxichauffeur, jaren geleden, die het voor elkaar kreeg mijn lief tot kokhalzen te brengen. | Nieuwe indrukken mengen zich met oude herinneringen. Die taxi, met slippende achterwielen door de bocht scheurend, naar het hotel, dat amper 500 meter verderop bleek te staan. We konden geen tweepersoonskamer krijgen, de receptionist wilde niet geloven dat we getrouwd waren. Hoe jong moet ik er toen nog hebben uitgezien! Voorbij het Bassin zie ik de lange rij oude hallen met hun gietijzeren kappen, vervallen, maar ze zijn er nog, helaas alleen nog in gebruik als overdekte Parking. De kaai, waar ik ooit met KNSM zeeschepen - en ook met de "Oranjefontein", passagiersschip van de Holland-Afrikalijn, later nog de Noorse "Havsul" - aankwam en vertrok. Die kaai ligt er nog, maar dient alleen tot afvaart van de Flandria toeristenscheepjes. De spoorrails en de rails voor de laadkranen liggen er óók nog, maar in onbruik, roestig, op vele plaatsen overdekt met gras en onkruiden. |
![]() |
![]() |
| Het Steen lokt met wapperende banieren. Aan de voet van de trap een standbeeld van de reus Gulliver met naar hem opkijkende liliputmensjes. Het ziet er nog nieuw uit. Binnen blijkt juist een tentoonstelling te zijn. Relieken van de Red Star Line. De grote oceaanstomers waarmee tot aan het jaar 1934 veel landverhuizers van hier naar de Verenigde Staten vertrokken, vervuld van verlangen naar een betere toekomst. Een stukje Antwerpse en Belgische zeevaartgeschiedenis waarvan ik niet eerder weet had. Indrukwekkende foto's van samengepakte mensen op het dek van een schip: tussendekpassagiers, reizen als haring in de ton. De mensen moeten desperaat zijn geweest... Ik ga weer naar buiten, zoek de ruimte. Op de plek waar vroeger een spoorweg-emplacement was, liggen er nu een oude sleepboot en een marine-mijnenveger als vissen op het droge. Nog verder noordwaarts heeft de loodsdienst een aanlegplaats. | Op de wal
liggen enorme rode, gele en groene boeien, die de vaargeul in de
stroomdraad van de Schelde moeten markeren. De natuur schiep een abstract
schilderij van zeepokken en ander aangroeisel onder hun waterlijn. Het
zijn de oude, die in reserve liggen. De nieuwe boeien zijn van kunststof,
minder onderhoud... we leven in een tijdperk van efficiency. Nog verderop
noordwaarts nóg een stuk kaai waar nog een paar oude kranen werkeloos
bejaard staan te worden. Lang geleden al heeft de laatste schilder hier
zijn verfkwasten opgeborgen. "Cie Internationale Electrique - Liege
Belgique" is nog goed leesbaar. Aan de andere zijde:
"Hefvermogen 2000 kilos", museumstukken op een in onbruik
geraakte rivierkade. Het echte werk vindt nu veel verder stroomaf plaats in
de uitgestrekte containerdokken.
|
![]() |
|
|
"En altijd lig ik 's middags met
mijn fiets In ons gras aan je Schelde mijn schepen te tellen. Hun loeiende schaduwen aaien de flat van mijn zoon Daarginder in het groen van de Gerlachekaai Maar nooit ben ik van hier, .... Ik heb geen stratenplan op zak van onze verhouding".
Uit: "Bres" - Leonard Nolens, VSB Poëzieprijs 11 april 2008 ©
Foto's en tekst John Zwart - Copyright Hernehim
Cultuur
|
| Weerzien met Antwerpen - deel 2 - korte reisimpressie, geplaatst 13 april 2008 | |
| Genoeg
nostalgie en weemoed gesnoven. Dan maar naar de Grote Markt gewandeld. Daar is sinds mijn eerste herinnering niets veranderd en dat moet ook maar zo blijven. De gildenhuizen en het Keizer Karels' Hof, waar ik in vervlogen dagen op het terras ooit een diepzinnig gesprek voerde met een meisje, over geschiedenis en ons mensen en hoe te leven met angst voor de dood. Er zijn altijd scènes uit de film van je leven, die als een haarscherp fragment weer opduiken. Van vele maanden, soms wel een jaar schijnen alle details gewist, maar enkele gebeurtenissen staan in het brein gegrift, die vergeet een mens blijkbaar nooit. |
Nog altijd de
groepen bezoekers op het plein, druk fotograferend - de huizen en het
zestiende-eeuwse Stadhuis, alles zoals toen. Maar de mensen zelf zijn wel
veranderd. Grote groepen kleine Chinezen met platte gezichten, aan het
hoofd een Chinese begeleider die - de rug naar zijn gasten gekeerd - op
luide toon zijn uitleg geeft. Tot mijn verbazing met een microfoon voor de
mond, legt hij zijn woorden vast? En dan de Kathedraal, onverstoorbaar dominant in het stadshart, met blinkende gouden wijzerplaat en wijzers van het uurwerk, ondanks de bedekte hemel. Maar de beelden, ornamenten en muren in lichtgrijze steen, dat alles is roetzwart aangeslagen. Dat de stadslucht vervuild is tonen Antwerpens historische gebouwen onverbloemd aan, daar hoeft men geen ingewikkelde meetrapporten over op te stellen... |
![]() |
![]() |
| Tijd voor het belangrijkste doel van mijn reis naar Vlaanderen: het statige gebouw uit 1564, Grote Markt 1. Ik ga er binnen en word vriendelijk begroet door de dames van de ontvangst in het Stadhuis van Antwerpen. Aangenaam verrast tonen zij zich dat ik 'helemaal uit Nederland' mijn respect kom betonen aan Hugo Claus, de Vlaamse literaire reus. Een mooie portretfoto van Claus prijkt in de hal. Het eerste gedenkboek ligt er al geheel volgeschreven met eerbewijzen van alle bezoekers, die twee weken lang uit de stad en de verre omtrek met dezelfde intentie naar dit Stadhuis kwamen als ik. Een tweede boek biedt nog ruimte. "Voor een vijftiger" heb ik voor deze gelegenheid geschreven. Met de meegebrachte vulpen schrijf ik het gedicht op en sluit af met een respectvolle groet. Terwijl ik er nog mee bezig ben meldt zich nog een bezoeker. De dame wil ook, nog juist in het laatste uur van openstelling, iets in het boek schrijven. Zij vraagt mijn toestemming, leest even mee over mijn schouder. "Ik weet niet of ik er wel even mooi als u over zal kunnen schrijven" zegt ze. | Natuurlijk wil
ik weten wat haar betrokkenheid bij de schrijver of wellicht de mens Hugo
Claus is. Wat blijkt, ik heb te maken met actrice en regisseuse B. Zij
vertelt mij over de intense samenwerking met Hugo Claus bij de laatste
keren dat hij nog zelf als regisseur betrokken was bij zijn eigen stukken.
Eigenlijk was Hugo een grote leermeester in de regie voor haar geweest. De dames van de ontvangst hebben met gespitste oren meegeluisterd naar ons gesprek. "Ik dacht al, wat heeft die mevrouw een bekende stem", klinkt het, "kan het zijn, dat ik u ken van tv?" Dat is het moment dat voor mij het gesprek ten einde komt. Maar mevrouw B. heeft mij wel haar kaartje nog toegestopt en ik haar het mijne. De boeken zijn na het sluitingsuur van het Stadhuis ingenomen en ze worden de volgende dag overhandigd aan Veerle, de weduwe van Hugo Claus.
|
![]() |
Diezelfde
zaterdagavond was ik terug in Amsterdam. Antwerpen was mij nagereisd in de
persoon van de dichter Bart Moeyaert. Een geweldig dichter, die ik
bewonder om zijn mooie taalgebruik.
Daarbij ook nog een zeer vriendelijk man. Vlaanderen brengt weer
nieuwe poëten voort. "Gedichten voor gelukkige mensen" heet zijn nieuwe bundel, zopas verschenen bij Querido. De titel dekt de lading. John Zwart, 7 april 2008
Stadhuis Antwerpen, Grote Markt 1 © Foto's en tekst John Zwart - Copyright Hernehim Cultuur |
| © Copyright Hernehim Cultuur 2001-2011 | |
De culturele pagina's worden onafhankelijk gepubliceerd en geredigeerd door
John Zwart