Hernehim 
          
pagina proza 
Hernehim
                   Boeiend om te bezoeken. 
                   Vrij en onafhankelijk. 
                   © HC 2001-2011
Redactie:                 John Zwart
Voor vorm en beeld Niesje de Jonge en Anke Labrie 

 

Laatst bijgewerkt:  31.12.2011 
   
Op deze pagina verschijnen de verslagen van literaire evenementen en 
bijzondere presentaties, zowel als recensies door de Hernehim redactie. 
Ook proza met het karakter van verhalen vinden hier een plek - dit geldt dus 
niet voor prozatekst die meer als column of cursief gekarakteriseerd kan worden, 
daarvoor is de Blog en proza pagina bestemd. 

Ook deze pagina staat open voor vrije inzending van proza door inzenders 
Dit kunnen dus korte verhalen of impressies zijn die hier passend zijn. 

Voor vragen betreffende openbaarheid van de site manier van inzenden etc.
 op FAQ zijn de antwoorden te vinden  
inzendingen voor deze pagina (geen bijlagen) 

HOME 
Nieuws  
Blog en proza 
Themapoëzie 
Vrije poëzie   
Vertaalproject 
Proza  
Activiteiten 
Over schrijvers 
Contact     
 Archief pagina's voorafgaand jaar: 
Nieuwsarchief 
Blogarchief 2010 dec-juli 
Blogarchief 2010 juni-jan
 Verslagen en recensies: 
archief 2010 
archief 2009 
archief 2008 
 Overig proza archief: 
proza 2008  
 
Een Open Podium voor podium indrukken  -  Hernehim Cultuur stelt wat zaken bij 

 

 

dit moet me van het hart...

 



In de akn-studio van Radio 1 in Hilversum  -     Foto: NCRV radio

 

 

 

 

Op deze pagina zullen voortaan minder verslagen en 
recensies verschijnen. Lezers die een podium bijwoonden
en daarover prettig leesbaar kunnen schrijven, zijn welkom 
met hun teksten via het bekende Hernehim-emailadres 

 

 

Beste lezers, 

Jarenlang was dit een pagina waarop soms langere verhalen verschenen, proza 
dat niet past binnen de categorie "column", maar vooral ook veel verslagen van
evenementen, festivals, poëziemiddagen en -avonden, en recensies. 
Voor die verslagen en recensies werd er heel wat afgereisd, door heel Nederland
tot soms een flink stuk in Vlaanderen toe. 
Meestal waren die teksten voor rekening van mij als eindredacteur, maar tot en 
met 2009 kon ook wel eens worden gesteund op een van de mederedacteuren. 
De laatste twee jaren echter is dit uitsluitend één-manswerk geweest.
De afgelopen zomer zal menigeen gedacht hebben: verslaat Hernehim Cultuur
niets meer, gaan ze soms nergens meer naar toe? 
Natuurlijk waren er wel de Slauerhoff Wandelingen, maar die waren voor mij dicht
bij huis in Friesland. De Haarlemse Dichtlijn heb ik wél bezocht en vrij uitgebreid
verslagen, maar daar werd dan ook opgetreden door honderd dichters waarvan ik
er zelf een was. 
Het Zonnewende Festival "Sunsation" in Lelystad heb ik dit jaar niet meer bezocht, 
het karakter ervan is in ruim 25 jaar teveel veranderd, te veel (metal)muziek die
gericht wordt op een groot jong publiek - waarbij ik me afvraag hoe men dit rijmt 
met de poëzie, die aanleiding van het ontstaan was, terwijl er genoeg muziek-
aanbod is voor die doelgroep. Daarbij komt dat ik het voorgaand jaargang tot drie 
keer toe drijfnat geregend was, waardoor ik een flinke verkoudheid opliep. 
Laat anderen nu maar kleumen onder een plastic poncho, vind ik na 25+ keer. 
Poetry International 2011 in Rotterdam bezocht ik wel - met een busreis - 
het was de moeite waard, vooral de Australische dichter Les Murray en de 
Amerikaan Robert Hess in het middagprogramma en 's avonds de première van
een lange documentairefilm over Wislawa Szymborska. Door een organisatiefout
reed de bus uit Rotterdam weg zonder mij... Ik repte mij naar het CS waar de 
laatste trein niet reed... door blikseminslag bij Gouda. Met Randstadrail heb ik 
Den Haag CS nog juist kunnen bereiken, maar ook van daaruit kon de thuisreis 
niet meer volbracht. Na een halve nacht rondhangen op tochtige perrons kon een
grote groep gestrande reizigers pas in het ochtendgrauwen met een stoptrein over
Haarlem naar Amsterdam. Een paar dagen waren nodig om weer bij te komen. 
Géén verslag dus. "Dichters in de Prinsentuin" dan, daarvan wou ik nog wel één 
dag meepakken, de vrijdag. Het zat wéér niet mee, niet zo nat als Sunsation 
maar wel een stevige stortbui. 's Avonds op het duidelijk slechter bezochte terras
van de Souffleur druilde wat motregen met af en toe een windvlaag, verkleumd 
ben ik voortijdig afgehaakt. 

Ik hoef niet uit te leggen dat de kosten van het reizen naar allerlei evenementen
flink gestegen zijn sinds het begin van Hernehim Cultuur, nu tien jaar geleden.
Daarbij komen er beduidend minder reacties op de verslaggeving dan vroeger,
waardoor ik destijds goed gemotiveerd werd. 


 John Zwart - december 2011

 
   
Afwikkeling van achterstalligheid 
In november woonde Hernehim nog een Open Podium van Monique Groeneveld en 
Jos van Hest bij op het Cultuurplein, 2e etage van de Centrale Openbare Bibliotheek
Amsterdam. Een verrassend programma. We schreven er nog wat over. 
En op 3 december was uw verslaggever zelf deelnemer tijdens het Fluxus Festival
op drie verschillende locaties in Zaandam. Aan de vooravond van St.Nicolaas kon dit
nog spektakel opleveren, want zowel slammers als ingetogen dichters kruisten daar
verbaal de degens. Ook daarover laat Hernehim nog van zich horen. 

Vanaf het weekeinde van de 17e december volgt zoals elk jaar een rustige tijd. 
De OBA en Eijlders hebben beide dan nog een slotpodium, maar die laat Hernehim 
aan zich voorbijgaan. De eindejaarsrust zullen we dankbaar gebruiken om de bundel
"Genoeg voor een hele dag" van Martin van de Vijfeijke nog eens aandachtig te lezen
en daarvan na oud-en-nieuw een indruk geven. 

            
Daarna ? Ja, dat hangt ook van u af, lezer! 

 
   
Een dubieuze poëziewedstrijd - Fluxus Festival Poëzieprijs 2011    -   geplaatst 31 december 2011   

Aan het begin van dit verslag moet ik eerst iemand eens goed in het zonnetje zetten:
Rob Vos (acteur en dichter – Zaandam). 
Al een poos geleden – nog 'n jonge man in de beste jaren van zijn leven – werd hij 
getroffen door een herseninfarct met veel gevolgschade, die onherstelbaar bleek.
Menigeen in zo'n situatie zou zich terugtrekken in 'n stil hoekje – een enkeling brengt 
het op om zich een plekje te veroveren waarin hij volop mee kan doen met de actieve 
kanten van het leven.
Hij heeft zich ontplooid als organisator en presentator van podia. Handicaps zijn geen
verdiensten, maar wat je presteert ondanks is gróte verdienste. 
Ik ontmoette hem voor het eerst in 2001, tien jaar geleden alweer. Hij bracht diverse 
groepen uit de hele Zaanstreek en de rest van Noordholland bijeen in 't Caférestaurant
"Paleis op de Dam" en het was een groot succes, zowel door de veelkleurigheid van 
wat er op het podium geboden werd, als de belangstelling van het Zaandamse publiek.
De laatste jaren heeft hij binnen Stichting "Fluxus" de Poëziefestivals georganiseerd.
Twee voorgaande jaren in de aangename en stijlvolle setting van "Serah Artisan" aan 
de Zaandammer sluiskade. Het jureren voor deze niet-zo-prestigieuze prijs werd er
niettemin serieus genomen, de beslissende stem kwam van Gerard Beentjes 
(Literaire Werkplaats, Eemnes), een schrijfdocent met een uitstekende reputatie. 

 
'Serah Artisan', aan de Zaandammer sluis, een stijlvolle locatie... 

...integere handen van Gerard Beentjes 

Blijkbaar stonden dit jaargang de sterren niet gunstig voor Rob. De avond was onzeker
en toen eindelijk toch een datum genoemd was werd die weer uitgesteld wegens 
problemen met locaties. Het werd tenslotte opgelost: De avond van de derde december 
zouden we langs 2 kleinere café's trekken en vervolgens landen in het zaaltje "De Kade"
aan de Oostzijde. 
Op de avond zelf bleek het met de jurering óók niet lekker te lopen. 
Kees-Jan Sierhuis – een beste jongen, kan niet anders, Wormerveerder zoals ik in lang
vervlogen jaren – maar wel met een lichte voorkeur voor het slamgebeuren en bevriend met
de deelnemer John Epke. Voor de zuiverheid zou je dan beter maar niet jureren. 
Dan was daar Pom Wolff (Amsterdam), een omstreden dichter waarvan ik niets anders
verwachtte dan het toejuichen van de eigen slam en minimalstijl en verguizen van alles 
wat daar er in de verte niet op lijkt, zoals duidelijk blijkt op zijn pompornsite. 
Maar de leiding van de driehoofdige jury zou net als het voorgaande jaar weer in de 
integere handen rusten van Gerard Beentjes
Het liep anders... 
Laat ik voorop stellen dat ik meedoe aan dit podium zuiver uit nostalgisch perspectief – 
ik bracht mijn kinderjaren nu eenmaal door op die strook veengrond begrensd door het 
IJ, de Zaan en het spoor Amsterdam-Alkmaar. Aan podiumwedstrijden doe ik verder nooit,
vanwege de joelende "jij bent mijn vriendje en jou vind ik een zak" sfeer die daar meestal
hangt - en het winnen van de Fluxus Poëzieprijs gunde ik in principe aan elke deelnemer
zonder er één ogenblik om te rouwen dat die aan mij ontgaat. 
Maar wel zie ik steeds graag dat het een beetje integer toegaat. 

Vlak voor de dag kreeg ik nog een mailtje van "Fluxus" dat het eerste optreden niet om
20:00u maar al om 19:30u zou beginnen – dat was nodig vanwege de pauzes en de tijd 
om van locatie naar locatie te lopen. 
Ik moest al op de eerste locatie optreden, dat betekende dus om vijf uur al van huis 
vertrekken. Om zeven uur liep ik van de parking aan de houthaven over de Hoogedijk 
richting Czarinastraat. Stapte even een cafetaria binnen - een mens moet immers toch 
ook nog wat warms eten nietwaar? 
"Moet u naar "Fellini??" zei de man vanachter de vitrine met bedenkelijk gezicht, 
in wedervraag op: 'of Fellini in de Czarinastraat nog ver lopen was?' 
"Weet u dat wel zeker? Het is een paar honderd meter verderop. Het is een klein kroegje
en volgens mij is het gesloten." 
"Nou dat denk ik niet, er is een poëzie festival en ik heb een e mail met uitnodiging om 
er op te treden", antwoordde ik met overtuiging. 
"Dan zal jij het wel het beste weten", zei de man. Ik duwde de rest van mijn kaassoufflé
haastig naar binnen en vertrok – hij keek mij hoofdschuddend na. 
Dat voorspelde niet veel goeds. Ik dacht niet dat zijn scepsis ingegeven werd door het 
feit dat ginds de frieten met kaassoufflees van een betere kwaliteit waren... 
In de Czarinastraat stond een klein groepje mensen bij elkaar in de wind te kleumen, 
ik herkende Jolies Heij en ze stonden voor de deur van "Fellini", die dus inderdaad.. 
gesloten was. Jolies had een lift uit Amsterdam gekregen van jurylid Pom Wolff en die 
was al in de duistere gribus waarbinnen wij blijkbaar nog niet welkom waren. 
Mijn blaas begon te protesteren tegen het rondhangen in de kille wind maar gelukkig 
ging toen toch de deur open, bijna half acht. 
Vlug naar binnen, ik speurde rond in de ruimte die grotendeels ingenomen werd door 
een toog en een biljart, maar zag geen toilet-bordjes. De man achter de bierpomp 
maakte een vaag gebaar richting een zwart gordijn. 
Ik duwde het wat opzij en deinsde terug. Aan de wand een urinoir en daarnaast een 
open toiletruimte met de smerigste wc-pot die ik in jaren zag. De besmeurde deur lag 
uit zijn hengsels op de vloer. 
Maar ja, ik móest, nog drie kwartier knieën tegen elkaar was uitgesloten. Dus plaatste
ik me voor het urinoir en hoopte maar dat het gordijn niet plotseling zou worden weg
getrokken. "Niet te lang rukken" stond met dikke viltstift boven de pisbak. 
Pom Wolff zal zich hier wel thuis voelen, dacht ik. 

(Wordt vervolgd.) 

Jolies Heij 

 

   
 
   
Het laatste Open Podium in de OBA van 2011 voor wat Hernehim Cultuur betreft - geplaatst 29 december 2011   


Graag gunnen we de lezers nog een nagekomen verslag van het OBA Open Podium in
Amsterdam op 26 november. 
Deze november-aflevering werd weer heel goed bezocht – de gastvrouw was Monique 
Groeneveld. Jos van Hest opende om 15:00u en liep uit tot royaal voorbij 17:00u - maar 
dat is niet uitzonderlijk bij Jos. Met iedere deelnemer die het podium betreedt waarbij hij
zich prettig voelt vergeet hij de tijd. 
Het was trouwens gezellig druk in de héle OBA want de theaterzaal boven op de 7e was
dat weekend ook het domein van IDFA, het festival van internationale documentairefilms.
De Centrale Openbare Bibliotheek ontwikkelt zich in versnellend tempo tot een 
brandpunt op het Oosterdokseiland, waar bijna dagelijks van alles te doen is, 
van live radio-uitzendingen, jazzconcerten, bijzondere filmvoorstellingen,
 tot exposities en zelfs modeshows toe. 

 

De OBA op ODE


Als Jos van Hest zich prettig voelt vergeet hij de tijd... 

De dichters en andere open podium kunstenaars: 
Tonny Hollanders is IJslands georiënteerd, Gelukkig komt er niemand met een IJsland-
grap op de proppen. Ze las een 'elfje', die horen we niet zo vaak – en ze ging door met
gedichten op liefde en erotiek. Goed om warm van te worden op zo'n koud eiland. 
Cor Bakker heeft vierdimensionale gedachten, hij las uit zijn bundeltje waarin hij graag
verwijst naar Pablo Picasso, het zijn namelijk verwoorde dromen. Zoals de Spaanse 
schilder zijn doeken vaak op zijn dromen baseerde, droombeelden. Ze kenmerken zich 
door bizarre onmogelijkheden, diverse passeren er de revue zoals in "Koffiemolen op
Terschelling" 
Heleen Heiligers mijmert in haar gedichten over een verlaten huis, dat inmiddels niet 
meer bestaat. Maar op het podium in zijn verlaten fase weer tot leven gebracht door de
dichteres. Een wat trieste, melancholische sfeer rust er op de poëzie over haar voormalig
(ouder)huis, gelegen aan de Amstel. Het werd gesloopt voor de bouw van de Stopera aan
het Waterlooplein. De nostalgie wordt mooi getroffen met het beeld van de achtergelaten
oude motorfiets, eigendom van de vroegere buurman-medebewoner. Opgewekter werd 
zij in haar gedicht over 'stadsnatuur', die niet afgeleid wordt door alles wat er aan 
menselijke onrust gebeurt, tijdens een stadswandeling door de Kalverstraat naar de 
Bijenkorf. 
Erg genoten heb ik van het spel van twee studenten van het naastgelegen Amsterdams
Conservatorium. Stefanie Seidel en Anna Steinkogler vormden samen een duo harp 
en saxofoon, zij speelden zeer virtuoos de 20e eeuwse Russische muziek van de compo-
niste Ida Korovska. Zij kregen al aandacht als openingsnummer en kwamen nog twee 
keer terug met een stuk tussen de dichters in. 
Als we hen in de toekomst niet op grote muziekpodia gaan horen eet ik mijn hoed op ;-) 
En plots kwam er een groepje van vier vrouwen tegelijk het podium op. Zij werden wat naar 
voren gehaald in het tijdplan, want één van hen is vrijwilligster bij de Voedselbank en haar 
dienst moet stipt om vijf uur beginnen. Een applaus waard zo'n sociale inzet. 
Ze zijn een Antilliaanse groep van stichting "Simia Literario" – literair zaad – die elk jaar 
een gezamenlijke bundel uitbrengt. Deze vier leden schrijven in de taal van de Beneden-
windse eilanden, Aruba, Bonaire en Curaçao - maar ook in het Nederlands en het Engels
van de Bovenwinden.
Benedenwinds overheerst het Papiamentu of Papiamento. Op Aruba claimt men 'de oorspronkelijke schrijfwijze', op Curaçao hanteert men 'de logische schrijfwijze'. Twee 
eilanden zo dicht bij elkaar maar toch iets van eigenheid in de taal, vooral hoorbaar in het
verschillend gebruik van de klinkers "u" – fonetisch oe – en "o". Olga Orman verklaarde 
hoe de slaventaal doorspekt raakte met leenwoorden uit Afrika, uit het Spaans en het 
Nederlands en later ook het Indiaans van de oorspronkelijke Zuid-Amerikaanse bewoners 
in de West. In de loop der tijd ontwikkelde zich een zelfbewuste zelfstandige taal die de
mensen verbindt met hun identiteit. Joan Leslie schrijft tegenwoordig meest in het 
Nederlands. Op de Bovenwindse eilanden wordt vooral Engels gesproken. 
Eugenie Herlaar valt op in de groep, zij ziet er het minst Antilliaans uit. Zij is het kind van 
een Nederlandse moeder en een Curaçaose vader en bijna blank. Maar wel geboren in 
Willemstad op Curaçao. Zij hoort dus ook echt thuis in de Simia Literariogroep, want daar
gaat het immers om de verschillende kleuren van de Antillen en het zelfbewust zoeken 
naar de eigen identiteit van elk individu en zijn of haar eigen taal. Zoals er soms wordt 
gezegd van zwarte mensen dat ze een "bounty" zijn: zwart van buiten, wit van binnen, 
zo zeggen deze dames dat ze een "bruine bast en witte vingers" hebben. 

  'kas di kunuku' 
slavenhuisje op Curaçao

Ik heb ze lief, 
De plekken waar het tocht 
wanneer je er de bocht 
omgaat 
Geef mij maar de achterkant 
van huizen en gebieden 
waar elke groene spriet 
omringd door scheve stenen 
de droge grond uitschiet 
Het onbedoeld gemaakt 
gebied. 

© Margerite Luitwieler 

Hun jaarbundel van 2011 draagt de titel "Die ik ben" en dat slaat dus zowel op haar 
die schrijft als op de taal die de schrijfster gebruikt. Verfrissende gezichtspunten, je zou 
wensen dat spoedig alle Antillianen net zo gaan denken.
We hoorden in "Jouw naam" hoe de dichteres staat aan het strand - waar de schepen 
aankwamen – en de voetsporen in het zand  beschrijft van de naamloze slaven. Met die 
voetsporen en haar gedicht geeft ze die mensen elk weer hun eigen naam. 
We hoorden ook Arubaans Papiamentu, soms staccato, soms slepend en vloeiend. 
Zelfs als je het niet kunt verstaan een genoegen om naar te luisteren. "Blakka Uma", 
een gedicht uit een prentenboek voor kinderen over haarkammen, een heel herkenbaar
probleem voor kroeskopjes. En natuurlijk ontbreekt de spin Anansi niet, die uit Afrika
meegebrachte slimmerik, die zich op de Antillen heeft ontwikkeld tot een protestfiguur.
De dichters van De Kantlijn waren er niet en ook Leonice Leite da Silva was verhinderd
en dat kwam niet ongelegen, want het liep met de klok alweer aardig uit de hand. 
Maar het was wel boeiend, al die aandacht voor ons voormalig overzees gebied. 
Ik hoorde nog Conrad van de Weetering, rond de tachtig inmiddels en 'still goïng 
strong': wie zegt nog dat een heel leven als balletdanser ongezond is! 
Op zijn bekende wijze draagt hij voor op dicteersnelheid. Het dwingt wel aandacht af, 
ook onze levenslange 'bestuurder' Ivo Opstelten heeft die techniek ontdekt! 

Margerite Luitwieler danste het podium op met haar bundel Op Hoge Hakken de Trap op.
In Amsterdam is zij inmiddels wereldberoemd met haar "ik heb ze lief, de plekken waar 
het tocht..."
  Zo dicht dit Amsterdamse poldermeisje (haar wieg stond in de NOpolder) 
over het toevallig groeiend groen tussen de stenen in de weinig betreden hoekjes van de 
stad. Een gedicht dat ik nooit te vaak kan horen. De blinde gevel in de Czaar Peterstraat 
gaf de buurt een metamorfose. Iemand benoemde die straat ooit tot de lelijkste straat van
Amsterdam, daar kunnen we het nu dus hartgrondig over oneens zijn. 
Poldermeisje Margerite kent de wind van de vlakte nog en had als titel voor haar bundel 
"Gebogen naar binnen" bedacht, maar Vic van de Reijt vond dat hij haar beter als stads-
meisje op hoge hakken de trap op kon laten rennen. 
Altijd bewust van de kijkcijfers die Vic. 
Dichteres Margerite herkent de natuur in haar blikveld op een paar meter afstand. 
Gerdin Linthorst liet horen wat zij in oktober ook al ten beste gaf langs de waterkant van
De Oeverlanden. Observeren, zelfreflecties en beschrijvingen kenmerken de inhoud van 
haar gedichten. Ze bestaan altijd uit een hele reeks strofen, die zij in grote zorgvuldigheid
heeft uitgeschreven. Dat hoort bij Gerdin, mooie poëzie, die regelmatig ook op Hernehim
Cultuur gepubliceerd werd. Iemand beweerde dat deze dichteres te uitvoerig is, teveel 
bijvoeglijke naamwoorden gebruikt. Ik hoop dat Gerdin Linthorst zich daar niets van zal 
aantrekken. Als het voelt dat dit je stijl is dan is dat zo. 
Er zijn mensen die maar schrappen en schrappen, uiteindelijk in hun ijver zo ver gaan 
dat ze iedere versregel in tweeën knippen en dan het voorste of achterste stuk weggooien.
Ook dat mag, maar het is niet de maat der dingen. Het zou een mooie boel worden als 
iedereen elkaar maar nadoet. Of in een maniertje elkaar tracht te overtreffen. Nog even en
iemand legt zijn lezer een blanco vel papier voor de neus: alsjeblieft hier is het 
"het ultieme gedicht".

Het was weer de moeite waard, dit voorlaatste podium, over drie weken al het laatste van 
het jaar, vanwege kerstmis een week vervroegd, naar 17 december teruggeschoven.
Dat laat ik maar even gaan, in het nieuwe jaar op 26 januari is het alweer de Nationale
Gedichtendag met meteen daarop volgend op 28 januari de theaterpresentatie van de 
OBA Jaarbundel 2011. Even bijkomen, diep ademhalen tot het circus weer begint! 

© John Zwart – december 2011 voor Hernehim Cultuur

 

 

Een bemoedigend vers 

Waar watersnood de geur van 
zomer, zalig zotzijn, gras en bloeiend 
landschap vermorst tot grauwe 
ledigheid onder een laag wolkendek 
terwijl een enkele zonnestraal het 
drassig pad onder de kaplaars 
ontmaskert als onbegaanbaar 
daar spant de geest samen met de tijd 
telt de beschikbare uren en 
zegeningen: het boek, de muziek, de vriendschap, 
het gesprek, de droom. 

Waar regeringen in langgerekte 
vergaderingen bijeen gedoogd door 
nieuwe barbaren zich plooien in 
zetten en tegenzetten terwijl Europa 
kreunt onder een schuldenlast op 
schouders van onschuldigen 
daar stelt men zich teweer doet van 
zich horen – vroeger of later. 

Zo zullen wij buigen maar niet breken 
verzinnen wij listen terwijl we 
doorstaan formuleren ideeën en 
doorbreken het zwijgen tot de 
laatste roofridder is verdreven en 
het bolwerk van zijn macht gesloopt. 
Op de ruïnes declameren wij gedichten 
en heffen het glas wetend dat elke 
ruïne de wederopbouw in zich draagt. 

© Gerdin Linthorst

 
   
Na 3 jaar weer terug aan de Schelde - Hernehim Cultuur bij de Muzeval - geplaatst 15 november 2011  

Voorbij de hoge toren ligt de Grote Markt met het Stadhuis 


Het duurde deze keer niet zo lang, mijn terugkeer naar Antwerpen.
In 2008, toen Hugo Claus was gestorven, was ik er na meer dan twintig jaar van
afwezigheid. In de oude havenstad aan de Schelde bestaat er een poëziepodium 
al twaalf jaar: "De Muzeval", begonnen in 1999. 
Bart Van Peer was een van de oprichters en zet zich nog steeds in voor dit 
maandelijks podium, daar moet dus wel een sterke motivatie achter steken.
Een reden om er eindelijk eens naartoe te reizen, want tot mijn schande moet ik
erkennen dat ik als Hernehim-redacteur wel Brusselse en Gentse podia bezocht,
maar "De Muzeval" nog nooit. De Belgische Spoorwegen werkten nog een beetje
tegen – want zij werkten niet: juist voor donderdag 10 november maakten de 
spoorbeambten bekend hun treinen een rustdag te gunnen. 
Maar besluit is besloten, zó gemakkelijk laten we ons niet weerhouden: 
op weg met de "voiture" dus. Al is de E17 dubbel zo druk en duren de werken bij 
Brasschaat nog altijd maar voort... 
Bushalte of Parkeergarage Groenplaats blijkt meest nabij de bestemming, vlakbij 
de Kathedraal, hartje oude binnenstad. Een gezellige drukte op straat, gelukkig
minder dan op het Leidseplein in Amsterdam, waar het me vaak net teveel is. 
Voorbij de hoge toren ligt de Grote Markt met het Stadhuis, waar vele straten 
samenkomen. Eén ervan voert naar de Schelde, halverwege een zijstraatje links:
de Grote Pieter Potstraat. Een oud schilderachtig, lichtelijk morsig, straatje. 
"Un petit peu de Montmartre en Anvers", zo wil ik het typeren. Omdat er niets 
"groot" aan is, vermoed ik dat de Kleine Pieter Potstraat een steegje zal blijken! 

   

Daar in die Grote Pieter Potstraat tref je "De Muzeval" aan in "Den Hopsack", op elke 
tweede donderdagavond van de maand. Ik vergeet te vragen wat "nen hopsack" nu 
eigenlijk is, dus die naam blijft voortaan intrigeren... 
Bart Van Peer en Frans Vlinderman blijken twee baardige Vlamingen, daar voel ik me al 
snel bij thuis, al zijn ze van veel jonger jaargang dan ik. Maandelijks nodigen zij telkens 
een hoofdgast uit, die een heel uur lang flink mag uitpakken tot de pauze. 
Vandaag de 156e editie is er een dichter uit Nederland: Von Solo, op de komende 8e 
december zal het Luk Paard zijn – wonderlijkste aliassen treft men op de dichterspodia.
In de pauze maken beide presentatoren een lijstje van mensen die zich komen melden 
met eigen werk. Na de pauze volgt dan nog een uurtje 'n spontaan open podium. 

Het pand "Den Hopsack" heeft waarschijnlijk een andere functie gehad – misschien was
het een woonhuis met een grote suite, of een winkel vóór met een woonkamer achter? 
Voorin loop je langs de bar, het podium beslaat de helft van de achterruimte. Je kunt er 
een klein orkestje neerzetten of een theaterstukje spelen, wel rijkelijk groot voor een 
eenzame dichter, die zijn kunsten vertoont met achter zich openslaande tuindeuren. 
Ligt er een tuin achter of een binnenplaats? Het is in het duister niet te zien... 
Het geluid en het licht zijn prima en dat verdient een pluim, 
hoe vaak laat dat niet te wensen over! 

Un petit peu de Montmartre en Anvers...

 

Ondanks de avond die door het weer nodigt tot uitgaan zijn er nauw een twintigtal 
aanwezigen, presentator, dichter en bezoekers tesamen, Minder dan gewoon, mogelijk
door de spoorstaking – Bart Van Peer vertelt dat er meestal 30-35 bezoekers zijn. 
"Von Solo" houdt zijn lange monoloog, waarbinnen hij zijn gedichten aaneenrijgt met 
citaten van de Franse schrijver Louis-Ferdinand Céline, die in de jaren dertig van de 
vorige eeuw nogal opzien baarde door zijn vrijmoedige erotiek. Von Solo geeft zijn hele 
optreden als titel: Mijn reis naar het einde van de nacht. Hij heeft zich duidelijk laten
inspireren door Céline's "Voyage au bout de la nuit" (1932). Overigens was Céline niet
opener dan Jan J Slauerhoff in diezelfde tijd met zijn "Fleurs de marécage" (1930 – 
welke overigens destijds slechts in een beperkte oplage werd gedrukt, bestemd voor 
vrienden en vriendinnen).
Céline: "C'est plus difficile de perdre le désir pour la joie d'amour que perdre l'envie 
de vivre" 
(Het is moeilijker zich los te maken van de liefdeslusten dan zijn lust tot 
leven te verliezen). 
Slauerhoff: "Quand tout dort, quand ton Dieu nous a quittés, ma vie dans ton sexe 
s'est concentrée, que je caresse... Frissons! Élans! Secousses!" 
(Als alles slaapt, 
als jouw God ons heeft alleen gelaten, is heel mijn leven op jouw geslacht gericht, 
wat zal ik liefkozen... Rillingen! Vuur! Schokken!). 
Door Céline als kapstok te gebruiken verschaft Von Solo zich de ruimte om expliciete
seks niet te schuwen. Ik ben in de 21e eeuw wel wat gewend van de slammers en 
andere moderne dichters, toch voel ik mij als Nederlander wat ongemakkelijk temidden
van dit Vlaamse publiek voor wie een andere Nederlander op het podium enthousiast
reciteert in eenvoudig rijm over "spuitende lullen, soppen, vrouwen die likken en pijpen,
over klaarkomen en nog kleverige dijen nadien"... 
Er zijn maar twee vrouwen onder de toehoorders, één jonge die zich er ogenschijnlijk 
niet door laat beroeren en één blonde dame van middelbare leeftijd die getuige haar 
geschater enorm veel schik heeft. Misschien ga ik niet met mijn tijd mee? 
Als onze Brabantse Corry Konings (60), van vroeger zo gekend voor haar populaire 
liefdesliedjes ("ik krijg een heel apart gevoel van binnen"), nu plots als grijze dame 
met geverfd haar luidkeels "Hoeren, neuken, nooit meer werken" staat te zingen, zou 
toch niets mij nog uit mijn evenwicht kunnen brengen? Wellicht komt mijn ongemak 
van de gedachte: "als langzaam alle taboe's op raken wat blijft ons dan nog om in het
openbaar de aandacht te trekken".


In de pauze raak ik serieus in gesprek met de dame die zich niet hoorbaar amuseerde 
tijdens de pornofragmenten die ons even tevoor werden geschilderd. Wij spreken over 
de kunst van het gebruik van metaforen en dat is geen toeval. Zij heeft zich aangemeld 
voor het open podium, maar krijgt een telefoon en moet opeens dringend weg. 
Helaas nog voor ze me haar naam heeft genoemd. 
Nog twee personen verlaten het pand en zo blijft wel een zeer pover gezelschap van een
dozijn mannen en 1 vrouw over, terwijl toch de poëzie bij voorkeur vrouweninteresse 
geniet. Gelukkig maken op dat moment Eveline en Els hun entree, ze hebben de hoofdact
gemist maar komen nog voor aanvang van het open podium. 
Zo herstellen zich de sekseverhoudingen weer een beetje. 
Het begint met Christel, de vrouw die zich zo heeft vermaakt met de nachtfantasieën 
van Von Solo. Ze betreurt het dat er zo weinig vrouwen zijn, want van die kant verwacht 
zij de meeste bijval? Maar zij begint met een loflied op de man, die zo presteren moet: 
buiten op zijn werk en thuis in bed (Oh nee...) Plaatsvervangend vind ik het voor haar 
man een beetje gênant, want vanaf het podium wijst zij naar haar echtgenoot en licht 
ons toe dat zij zeer tevreden is met hem, die reeds vijfentwintig jaar met haar 't bed deelt
Gelukkig gaat zij niet verder op hetzelfde thema want er dreigt deze avond een lichte 
overdosis. Christel maakt het mij weer goed door te besluiten met een speels gedicht 
over het plezier van de "zotheid". 
Het niveau van de overige open podium bijdragen is zeer variërend, daarin verschilt deze
Antwerpse gedichtenavond niet van Amsterdamse podia zoals Eijlders of OBA. 
Ook mede-organisator Frans Vlinderman (alwéér een alias) draagt gelaagde poëzie van
eigen hand voor. 

 


Ikzelf krijg ook wat podiumtijd en mijd zorgvuldig het scabreuze, houd mij bij de stad
aan het water. Of het de Schelde is, de Maas of het IJ, altijd hebben die steden 
een "overkant", die wat minder in trek is: "Noord" in Amsterdam, "Zuid" in Rotterdam,
de "Linkeroever" in Antwerpen. 
Ze hebben allemaal hun havens gemeen, dus kom ik terecht op mijn maritiem werk
Altijd vraag ik iemand uit het publiek zijn of haar mening over wat "het mooiste" was 
in de voordracht zojuist gehoord. Eveline kiest voor het slotgedicht over het heimwee 
van de zeeman. 

Wat nog meer 

Ik mis jouw mij nabij zijn, samen tegenaan 
Ik mis jouw stem, die ik meer nog voel dan hoor 
ik mis je warme adem langs mijn oor 
Ik mis je speelse vrolijkheid, zo blij spontaan 

Ik mis hoe je me gretig kust, zo zalig zoet 
Ik mis het vlinderstrelen door je zachte hand 
Ik mis het hoe je beeft als passie brandt 
Dat, en nog meer mis ik - maar ik moet 

Verslag Muzeval 10 november 2011 
 © John Zwart – Hernehim Cultuur 

   
 
   
"Geef me de stad en ik ben gelukkig?" - Geen verslag, van de Middag van Stadse Dichters op Plein 1813 's Gravenhage - geplaatst 31 oktober 2011 
In 2003 gaf de Uitgeverij P te Leuven een indrukwekkende bundel uit, waarin een hele
optocht van Vlaamse en Nederlandse dichters hun associaties met "de stad" in het
algemeen, zowel als één bepaalde stad, bezingen. 
Zover ik weet is deze bloemlezing waarin alle aspecten in hoofdstukken worden 
behandeld met in totaal meer dan 200 gedichten, onovertroffen. 
Het boek "Suburbia" is allang uitverkocht, maar mocht u ergens nog een tweede-
hands exemplaar ontdekken: aarzel niet maar koop het, of je krijgt spijt. 
Hoe kijken die dichters naar de stad? 
Er is sprake van onvoorwaardelijke liefde op het randje van sentimenteel, maar ook
van hartgrondige haat. 
Hugo Claus voelt de dreiging en het opgedrongen schuldgevoel hangen in zijn stad 
en Luuk Gruwez zou het liefst zijn stad Kortrijk vernietigd zien in een bombardement,
maar krijgt in de slotstrofe alweer spijt: "o, voor ik het vergeet, spaar mijn tante en 
de haren./  Spaar toch vooral mijn malle nicht/ die dertig is en aan een telraam zit.."

Maar Tomas Lieske beschrijft met mildheid en een sprankje weemoed twee oude
beschonken zwervers op een bankje bij Paddington Station in Londen.
"Wie beschermt die twee? Hun zachte stemmen./ Hoe drukken zij de angst
tot onder de klotsende drank?.../
Simon Vinkenoog beleeft Amsterdam vanuit zijn bed door het openstaande raam.
"Hoe weet ik dat ik leef? Omdat ik lees en schrijf/ een klok beluister, die het
kwartier slaat/ en de passen van een passerend paar?"  

"Eijlders op Pad" beleefde gisteren 30 oktober al een tweede aflevering na de 
dichterlijke bijeenkomst in het groen van de Oeverlanden bij het Amsterdamse Bos, 
van een paar weken geleden. Deze dag ging de Eijldersgroep wat verder van huis
voor de poëtische middag van "Stadse Dichters" in de Villa De Kunstpassage in 
Den Haag
aan het Plein 1813. 
Hernehim-dichter John Zwart zou ook meedoen, maar moest helaas kort voor 
het feest afhaken. Gelukkig heeft hij "Suburbia" nog om van te genieten tot troost.
Het valt te hopen dat de bezoekers aan de Villa Kunstpassage even inspirerend 
werk te horen kregen.als destijds klonk in juni 2003 bij de presentatie van dat boek
"Suburbia" in aanwezigheid van Simon Vinkenoog, Luuk Gruwez, Ina Stabergh,
Esther Knibbe en Michel Martinus.


Rik Comello (Den Haag) hier met vriendin,
heeft net als John Zwart een maritieme achtergrond 

Vriend en collega-dichter Rik Comello en John hadden beide wel een speciaal 
nieuw gedicht geschreven, waarin ze elk op hun eigen manier hun liefde voor de stad:
"Geef mij de stad en ik ben gelukkig"
tot uitdrukking brengen.  

 

De stad, met aan de boorden van haar havens de toewijding 
van de beschermheilige der zeelieden 


Mijn stad, mijn stad... 
*
In en uit haar ben ik verwekt en geboren
*
Wie weet ga ik ooit nog eens in haar sterven ook
*
Desondanks geeft ze geen flikker om mij
met al haar zeven parken, haar mooiste wijken
of haar schitterend witte strand in de zomer 
*
Ze kent me niet, ze hoort me niet
ze ziet me niet eens
*
Ik besta niet * Voor haar* Geeft niet
*
Zij bestaat wèl * Zij * Voor mij
*
Met haar Lange Voorhout, haar Noordeinde
haar statige wijken, lanen en pleinen
of haar hoeren- en achterbuurten
*
Mijn stad, mijn stad...
*
Grenzend aan een bij tijd en wijle
soms liefdevol ontvangende
danwel een wederom woest voortrazende zee
in een meedogenloze winterstorm
*
Voor haar kent mijn liefde geen grenzen
*
Ze is van mij
*
Ze is mijn stad aan zee, zij
*
Gelukkig weet ik nog hoe ze heet 

 

            © Rik Comello 


De stad

De stad, zij steunt, zij zucht, zij schreeuwt
zij wordt gefolterd en zij wordt gestreeld
Terwijl zij haar gestrekte armen
reikt naar de ochtendzon
besmeuren vuile zwervers
de plooien van haar nachtjapon
Terwijl zij aan de zomen lieflijk geurt
wordt aan haar borst haar kleed gescheurd

Als steeds die horden haar belagen
hoe kan zij daarbij nog behagen
Wordt telkens door rabauwen
opnieuw haar schoot geschonden
door haar ware minnaars wordt
weer haar bloedend hart verbonden

Na jaren keer ik weer – ze toont mij haar aangezicht
en zegt: "kom dichterbij" – dat is waarvoor ik zwicht

 

© John Zwart

 

Als toegift deze van scheepsarts-dichter Jan Slauerhoff: 

 

Alleen de havens zijn ons trouw
Al 't andere aan de vaste wal
Behoort niet bij ons, vriend noch vrouw
Stond ooit eens voor de zeeman pal

 
   
Het mysterie van het brein - Boekpresentatie in Haarlem - verslag en bespreking - geplaatst 24 september 2011 

Gisteren was het Wereld Alzheimer Dag en dat werd door Uitgeverij De Brouwerij uit 
Maassluis en het duo Gerrit Molenaar en Bert Verhoeff als het uitgelezen moment 
beschouwd om hun boek "Kus me nog eens wakker" aan de pers te presenteren. 
De dag, woensdag 21 september, maar ook de locatie was zorgvuldig gekozen: 
Museum Het Dolhuys te Haarlem. Het Nationaal Museum, waar wordt getoond hoe er 
door de eeuwen heen werd omgegaan met mensen die 'anders' zijn. 
Een fotograaf en een schrijver gingen twee jaar lang op in de wereld van mensen die 
lijden aan dementie. Voor de schrijver, Gerrit Molenaar, was het een project dat hem 
ook moest helpen in de zoektocht om zichzelf te hervinden. Want hij was door zijn 
journalistieke werk zo rationeel geworden, als gevolg ook bijzonder cynisch, waardoor 
zijn gevoelsleven erg verarmd was. Het proces van het maken van het boek, waarbij hij
contact moest maken op een intieme wijze met zijn hoofdrolspelers, zou hem tegelijk
kunnen helpen weer dichter bij zijn gevoel te komen. 
Zijn hond Mozes gaf hem het voorbeeld door de intuïtieve manier waarop het dier 
reageert op mensen. Mozes maakt direct contact of wijst resoluut af, de hond besluit
onmiddellijk zonder zichtbare aarzeling. Zo'n intuïtieve benadering helpt ook bij de 
openheid naar de ouderen die hij voor een rol in het boek uitkiest, met wie iets tot stand
moet komen. "Laat je verstand achter bij de deur van het tehuis", geeft hij ons als 
welgemeend advies mee. 

Het komt zelden voor dat een boekpresentatie zich zó ontvouwt: als uitgebreide video
en audio voorstelling, waarvoor van de aanwezigen een uur lang hun uiterste concentratie
wordt gevraagd. De deuren gingen op slot (niet storen) en na een korte monoloog gingen
ook de lichten uit om 't geluidslandschap beter te kunnen ondergaan.
Ook muziek werd als ondersteunend element gebruikt.
Als het licht dan weer aan gaat voelt het als het verlaten van een bioscoopzaal na het
zien van een meeslepende film. Het bekijken van het boek doe je hierna ánders, onder
invloed van deze indrukken: 
de bewegende beelden van de hoofdpersonen spelen nog mee, hun stemmen 
klinken nog in ons hoofd. 

 

Een ontroerende foto van één van de hoofdrolspeelsters in het boek,
samen met haar man, brengt de kijker-lezer in de juiste gemoedstoestand
om dit verslag vanuit de leefwereld van deze dementerende ouderen op
een manier te ondergaan, zoals dat door fotograaf en schrijver bedoeld is. 

 


Het boek is vooral een "kijkboek", het is grotendeels gevuld met bijzondere en zeer  
indringende foto's in kleur van Bert Verhoeff. Summiere teksten, opgetekende citaten
en korte gedichten vormen de bijdrage van Gerrit Molenaar aan het werk. Aan het eind
van het boek geeft Molenaar in veertien bladzijden de wordingsgeschiedenis ervan 
tegen zijn persoonlijke achtergrond. 
De lezer kan dus kiezen: eerst die tekst lezen, of eerst de foto's van Bert Verhoeff gaan
bekijken. Waarschijnlijk zullen de meeste mensen het boek eerst als een "kijkboek" 
ter hand nemen. Onderweg worden ze dan verrast door kleine "ingestoken" tekstbladen,
met een citaat of een klein gedichtje.
Zoals deze regels die de 85 jarige Anneke Boer schreef: 

"...Bert is mijn mannetje
help, mijn Bert is een schat!
Ik blijf van je houden Bert, tot ik dood ben
dit onderste schrijf ik
het is 9 uur + 10 minuten
ik dank u
ik kan weer dood ..."

 

Of deze op citaten van Ben Wikkers: 

gat in mijn hoofd

de maan schiet een gat in mijn hoofd
dooft het felle licht dat brandde
bouwt luikjes tot klapdeuren
zonder te vragen, zonder te weten

ik recht mijn rug en scheer me kaal
gooi mijn gedachten in het niets
ik bedek mijn lijf met dekens
tot de zon mij wakker kriebelt

het wondje dicht ik met mijn vinger
een laatste, puntloze zin
waarop geen antwoord mogelijk is
omdat de vraag nooit is gesteld 
   


In het boek nemen fotograaf en schrijver de lezer mee in de intimiteit van negen demente
mensen, doelbewust om dicht bij hen te komen, binnen de belevingssfeer waarin zij zich
bevinden. Negen mensen die in tehuizen, of thuis worden verzorgd. 
Een boek dat iedereen die met deze verouderingskwaal van het brein in zijn naaste 
omgeving te maken krijgt een beetje kan helpen bij inleving en begrip.

© John Zwart – Hernehim Cultuur, 22 september 2011.

"Kus me nog eens wakker"
Een prachtige liefdevolle foto van Anneke Boer en haar man (mijn Bert)
siert het omslag van het boek
Uitgeverij De Brouwerij, Maassluis – september 2011
E
en uitgave in de serie "Brainbooks".
Fotografie: Bert Verhoeff
Teksten van: Gerrit Molenaar
Vormgeving: Teun van der Heijden.

ISBN 9789078905530 
€ 29,50 euro – Vanaf heden in de boekhandel.

Internet Uitgeverij De Brouwerij 

 

Eddy Beugels wordt "de klopper" genoemd,
want hij blijft overal op bonzen, dreigend? Neen, van blijdschap! 
Eddy is blij als de zon schijnt, hij is blij met een regenbui, 
Eddy is altijd blij: 

Eddy is blij 

Eddy is blij
heel erg blij

van blijdschap klopt Eddy
de hele dag
op ramen en deuren
zodat iedereen weet hoe blij hij is
zodat iedereen het hoort
zodat iedereen het voelt 

 

   
 
   
Nog meer poëzie in Leeuwarden, afgelopen weekeinde  -  bericht 16 augustus 2011 

 

Leeuwarden, zondag 14 augustus 2011 - 

Er was het afgelopen weekeinde nog meer poëzie in Leeuwarden. 
Of poëzie, moeten we "slammen" poëzie noemen? 
Hernehim Cultuur gebruikt liever als term "contemporaine dichtstijl" 
voor die vorm die zo ver afstaat van het ingetogen dichten dat even 
goed, zo niet beter, tot zijn recht komt zonder het effect van de voordracht. 

Melvin van Eldik doet de laatste jaren erg zijn best om Friesland hiervoor
warm te laten lopen. Hij organiseert avonden in Attel-J en buitengebeuren
op zomerse zondagmiddagen op het muziekpodium van de Koperen Tuin. 

 


Melvin van Eldik in de Prinsentuin van Leeuwarden  - Foto H C

We schrijven niet zo vaak over slamconcoursen, daar zijn andere sites voor.
Maar als het niet in Amsterdam of Utrecht plaatsvond of die ene man deed niet mee
dan lees je er weinig over. Dus vult uw HC redactie deze leemte vandaag op:
Zondagmiddag 14 augustus vond in de muziektent van de Prinsentuin te Leeuwarden
(ook bekend als de Koperen Tuin naar de roman van Simon Vestdijk)
een open slamcompetitie van Melvin van Eldik plaats.
Na de voorronde streden Josse Kok en de Vlaming Jee Kast om de eindzege.
Jee Kast
werd uitgeroepen tot winnaar.

 

 

 

 

Jee Kast expressief in woord en gebaren
(Foto Anneke Wasscher)

   
 
   
De Laatste Slauerhoff Wandeling  -  bericht 15 augustus 2011 



Van nieuw en van oud 

Hoe het precies was, doet er niet toe. Het was anders dan de eerste keer op 13 juni,
ook anders dan de volgende op 22 juli, het was elke keer weer anders, maar de sfeer 
telkens spreekt wel uit het verslag dat over de eerste keer geschreven werd: 
De zomer had ons inmiddels geleerd om een 'plan B' achter de hand te hebben, als 
'slechtweer oplossing'. Niet de keus beperken tot: laten doorgaan of afblazen. 
Maar het alternatief was niet nodig want het was vrijdag 12 augustus werkelijk een 
stralende zomerdag met ideaal wandel en terrasjesweer

Daar hebben we naar hartelust van geprofiteerd, voor zowel het eerste als het laatste! 
En een stukje van 't  'slechtweerplan' hebben we óók nog genoten: een overdekt weids 
panoramisch uitzicht over de stad Leeuwarden, dat wilden we ons niet ontzeggen
doordat het NIET regende. En Jorwert leverde ook weer een bijzonder verhaal op dat 
een plekje op de Blogpagina heeft verdiend. 
Verder kun je alleen maar spijt hebben als je er niet was.

Redactie Hernehim Cultuur 

De Glazen Koepel te Leeuwarden - © Foto Friesland Bank 
Stad met veel tastbare historie maar ook moderniteit met allure

"Alles heb ik teruggevonden,
 Bekoorlijk verwaarloosd als 't vroeger was: 
 Het groene pad begroeid met spichtig gras,
 De zonnebloemen die toen lager stonden..."

 

Jan Slauerhoff  

Romaanse kerk Jorwert (ca.1150)
© Foto St. Alde Fryske Tsjerken

de bejaarde kosteres, die schuin tegenover het pad over het kerkhof woont, 
heeft altijd het oog op elk komen en gaan...
   
 
   
De Landelijke Liefde-wandeling  - Een reportage over een cultuur-poëzie-natuur ervaring in midden Friesland geplaatst op 15 juni 2011 

Op tweede pinksterdag, de dertiende juni, liepen we de eerste wandeling gewijd aan 
"l'amour rustique" (J.S.). Natuurlijk was het niet echt de eerste keer. In de loop der jaren
reed ik menigmaal over 't voor deze wandeling gekozen traject, de eerste keren per auto, 
later graag als fietser op mijn tochten naar Boazum en Jorwert. 
En in de aanloop naar deze Slauerhoff Wandeling liep ik tweemaal van Jongema State
in Raerd naar de Pastorie in Jorwert, heen en terug. 

Jongema State is al een aantal jaren mijn adoptiegebied als natuurgids, het heeft voor mij
een extra betekenis, wetende dat de dichter die mij altijd het meest heeft geïnspireerd daar
óók was en er poëzie op schreef. En Jorwert, met de toen nog onveranderde Pastorie waar
ik kennismaakte met dominee Klooster in het jaar 1998, was een andere plek waar ik de
nabijheid van dichter Slauerhoff nog 'voelen' kon. 
It Fryske Gea, de friese natuurbeschermingsvereniging bevordert bij het brede publiek de
interesse voor de natuur, waarbij eveneens de culturele aspecten van een landschap de
aandacht hebben. Net als de natuurbeschermers in de andere provincies, heeft men ook 
zorg voor de culturele betekenis van landgoederen die in haar beheer zijn en dat is bij-
voorbeeld ook het geval bij de middeleeuwse "slachtedyk"- een historische waterwering 
van de Middelzee - als cultuurgoed tevens natuurobject onder de hoede van de vereniging.

SLAUERHOFF WANDELING 

De wandeling verloopt langs historische dijkjes en bolle bruggen
over oeroude waterlopen door de streek van de voormalige Middelzee

Vaak ervaar ik dat mensen met 'een groen hart' ook openstaan voor toegankelijke 
gedichten. En andersom merk ik dat poëzieliefhebbers ook vaak graag in de natuur
vertoeven. Zo kwam bij mij 't idee op om bij het tienjarig bestaan van Hernehim Cultuur
de twee interessegebieden met elkaar te verbinden. 
En wat de literatuur betreft, wat is toegankelijker dan liefdespoëzie?
En hoe kan een poëzieliefhebber het landschap intenser beleven dan in het zicht van
wat een dichter heeft geïnspireerd? 


Landelijke Liefde 

Wij stonden gebogen over de vliet; 
Daaronder leken onze gezichten 
Ziende uit een toekomst, toen een lichte 
Rimpeling ons glimlachen liet: 

Ons spiegelend zooals wij niet 
Meer konden zijn. Nooit meer? Ik vroeg haar: 
"Laat alles worden zooals vroeger." 
Zij gaf geen antwoord. Haar voetje stiet 

Een steen in 't water en terstond 
Verdwenen we. Zoo was het altijd: 
Verschijnen, verdwijnen, weerzien, afscheid, 
Zoeken in elkaars oogen en mond. 

Een zoen, niet bij machte kortstondige weelde 
Te geven, dien alleen het voorgevoel 
Van het wellicht voor ´t laatst te doen 
Een zekere ernstige wellust verleende. 

Jan Slauerhoff 
Uit: "Alle Gedichten" - Uitgave van zijn verzamelde poëzie 
door Nijgh & Van Ditmar. Origineel gedicht uit de bundel "Serenade"

 

Het werd een mooie en geslaagde dag - dat zeg ik volmondig na ervaring van diverse 
onverwachte zaken en matige weersomstandigheden. Het plan was om deze tochten
in kleine groepjes te maken, 6 tot 8 deelnemers om het gezamenlijk beleven te 
bevorderen. De ervaring met de stadsrand-wandeling Watergraafsmeer van Albert
Hoogendijk heeft me bevestigd in dat voornemen. 
Door de weerberichten, al vóór pinksteren – 1e dag zomers, 2e dag nat – haakten 
mensen af en kromp een groepje van negen potentiële wandelaars in tot vijf, ondanks
de belofte dat bij zware regenval in plaats van een wandeling een auto-etapperit zou 
worden gedaan. 
In de nacht kletterde regen op het slaapkamervenster maar de ochtend was droog 
met voorbijdrijvend grijs. 
Vanaf elf uur was de samenkomst bij Wouters in Leeuwarden tegenover het station,
want de deelnemers kwamen 'van heinde en verre'. Tot het middaguur zou ik daar 
zijn om hen te verwelkomen met koffie en thee. Maar Wouters had een A4tje op de 
ruit geplakt: >Tweede Pinksterdag Gesloten< 
Blijkbaar was niemand op het idee gekomen om dit ook op de website te vermelden..
De stationsrestauratie in Leeuwarden is veroverd door onze grootgrutter als nieuwe 
"to go" winkel en bood dus ook al geen soelaas. Rondhangen voor de gesloten deur
van Wouters ging me snel vervelen dus dan maar uitgeweken naar de lounge van 't 
chique Oranjehotel – een uurtje heen en weer springen om oog te houden op de 
dichte deur met het A4-tje. 
De eerste geleerde les: alle deelnemers vragen: mobiele telefoons meebrengen en 
de nummers aan elkaar bekendmaken, om in "noodgevallen" te communiceren.

Iedereen kreeg het geïllustreerde boekje 
"Landelijke Liefde"
gelegenheidsuitgave Hernehim Cultuur 2001-2011,  
plus een routebeschrijving voor een fietstocht van 30 km vanaf Goutum 
(Leeuwarden) waarvan onze Slauerhoff Wandeling van 12 km deel uitmaakt. 
Een korte inleiding gaf ik op de stadswandeling en de afkomst van de dichter
Jan Slauerhoff en daarna gingen we om half een op pad. 

- Door het hart van Leeuwarden. 
We liepen naar de Nieuweweg langs de monumentale neoklassieke Openbare Bibliotheek
naar de Weaze en volgden de gracht naar Voorstreek 24-28 waar we alleen nog aan de
bovenverdiepingen konden zien waar Slauerhoff -op nr 26- zijn schooltijd heeft doorgebracht. 
We pauzeerden met gepaste aandacht bij het gedicht "het einde" in het plaveisel op de 
brug tegenover de Wortelhaven en namen nog een kijkje bij de Bonifatiuskerk waar in 2000
Cristina Branco haar portugese fado's van vertaalde Slauerhoffpoëzie heeft opgenomen. 
Luister hier naar "De Eenzamen" (Os Solitáros) door haar gezongen. 

We maakten er een rondwandeling van, door te vervolgen over de Monnikemuurstraat langs
de Grote of Jacobijnerkerk, en door de Grote Kerkstraat langs de Princessehof, waar deze
maand een expositie van Chinees porselein met geluk en liefdessymbolen is geopend. 
Eigenlijk zou je gemakkelijk een programma van een hele dag kunnen maken als de stads-
wandeling met een museumbezoek wordt gecombineerd.
Ons groepje zag onderweg nog allerlei interessants, zoals ook antiquarische boekwinkeltjes
die zeer in trek waren. Genoeg afleiding onderweg en het viel niet mee het tempo erin te 
houden, maar ik moet toegeven dat ik zelf ook het bekijken van oude hofjes, de Grote Kerk
etc. erg interessant vond – al ruim een uur achter op ons tijdschema.., maar de stemming
was uitstekend. 

- Gerieflijker dan Slauerhoff, die een uur moest fietsen of twee-en-half uur lopen. 
Pas kwart over twee per auto op weg naar Jorwert -  na 10 minuten over de A32 kwamen 
we in zijn wereld waar de tijd schijnbaar stilstond. Dijkjes die ecologisch worden beheerd,
weiden met koeien, schaapjes, friese paarden en pony's, een bolle brug over de Zwette die
daar achteloos onderdoor slingert bedekt met bloeiend 'pompebled', een landschap als de
plaatjes van C.Jetses in Ot en Sien. 
In Jorwert konden we ook gemakkelijk de klok een eeuw terugzetten naar het jaartal dat 
Jan Slauerhoff voor het eerst door Annie Hille Ris Lambers naar haar dorpje werd meege-
nomen. Wat er nog is aan onveranderde gebouwen bekeken we met de aandacht die ze
verdienen: de kerk, middeleeuws tufsteen; de herberg, nauwelijks 200 jaar jonger; en de
pastorie, 19e eeuws maar beladen met historie - als de woning van het domineesgezin 
Hille Ris Lambers vanaf 1907. Natuurlijk waren de dames erg nieuwsgierig naar het
"liefdeshoekje" achterin de tuin van de pastorie. Doordat de haven is gedempt en op die 
plek een erf met grote schuur is gekomen moet je daarvoor "verboden terrein" opgaan: 
een stukje het erf op. 
Toen ik er rond de Paasdagen was had ik dat natuurlijk stiekem al even gedaan. Met de
kleine groep waagde ik het erop. En dat zal je zien: de waakhond sloeg onmiddellijk aan!
Het bewonersechtpaar kwam naar buiten dus ik moest vlug mijn excuus maken, stelde 
mij voor en verklaarde de reden van ons gluurdersgedrag. 
De vrouw van het paar bleek veel kennis te hebben van de historie van het dorp en schetste
ons zelfs exact de situatie van vóór Slauerhoff en de roemruchte dominee, toen de pastorie
met de tuin ongeveer een schiereiland vormde, het Havenspaed water was met niet meer 
dan een smal paadje erlangs en de Lijnbaan ook een sloot, met een bruggetje erover dat
verbinding gaf van de pastorie-zijtuin naar het kerkhof. Ik kreeg zo weer heel wat nieuwe
informatie over de bewoning en er werd zelfs een fotoalbum tevoorschijn gehaald. 

Pastorie Jorwert - Beeld 1998, Slauerhoffjaar 

Na het vertrek van dominee Klooster in 2008 heeft de pastorie een jaar leeg gestaan 
tot de verbouwing voor de huidige bewoners kon aanvangen. De buren maakten een hele
serie foto's van het originele interieur, o.a. van het dienstbodenkamertje op de vliering 
(zorgvuldig intact gelaten in de 19e eeuwse toestand door dominee Klooster), waar op de
wand een dubbelpagina van de originele bundel "Serenade" aan de wand hing. 
Het betrof het geëngageerde gedicht "De dienstmaagd" dat ook in onze gelegenheids-
bundel is opgenomen. 


[uit "De Terugkeer"

Zij leeft in 't afgelegen, mistig land 
Dat ik verliet de wereld om te varen; 
Zij woont er nog, ik weet het zeker, want 
Een sterke vrede was de hare.
[...] 

Zelfs op het kleine kerkhof zat zij graag, 
Er stond een bank onder het schrale loover, 
Achter een schrompelende wilgenhaag 
Bijna vergeten door den zomer.
[...] 

Daar wilde ik vóór haar staan, als uit haar droomen 
Overgegaan in een warm, waar verhaal. 
Maar zij zou mij van verre al aan zien komen: 
Het lage land ligt tot den einder kaal. 

 

Het was een welkome ontmoeting en kennismaking, al begon het helaas te regenen. 
De herberg bood ons geen schuilplek, die heeft meer een 'museale' functie en ontvangt
graag  'recepties en partijen'. Als café is het gebouw maar beperkt geopend. 
Daar was ik vanzelfsprekend tevoren van op de hoogte en ik had daarop gerekend: 
er waren koffie, thee, soep en broodjes met ons meegereisd. 
De kerk is wel alle dagen open en daar konden we droog blijven: "bewaar uwen voet, als 
gij ten huize gods ingaat"
. Dat is toch heel wat anders dan: "klompen uit en veeg je 
schoenen op de mat!". Het oude godshuis heeft een prachtige akoestiek en het was een
geweldige ervaring om daar de Slauerhoff l.m.d.l.A.R. gedichten te laten klinken: 
gedichten opgedragen aan "la muse de l'amour rustique". Zo gaf hij destijds sommige 
gedichten een boodschap mee, nu weet iedereen wel dat zijn muze Heleen is geweest. 
Zo'n oude kerk dwingt je gedragen te lezen, leestekens te respecteren, witregel-pauzes
te nemen. De meeste dichters lezen te snel, ik ook.

"... Het stille van den hof en het grijsblonde 
Van zon laatglanzend door beslagen glas. 
Achter in de tuin begon de ondiepe plas, 
Waar we elkaar 's avonds onder takken vonden ..."

Toen moesten we de lange wandeling nog maken en het was al bijna half vier i.p.v. 
twee uur... Er was dus geen tijd meer te vermorsen... 
Niet in Tsjeintgum dus, voor de beeldentuin van Hein Mader (86), die hebben we helaas
overgeslagen – de volgende keer moeten we maar wat strakker met de tijd omgaan. 
In Mantgum was het gelukkig ook alweer droog geworden, 
It Bosk voerde ons weer naar de "slachte" de vroegere westoever van de Middelzee. 
Rechts, midden in het vlakke weideland zagen we een afgegraven terp, niets meer dan
een ommuurd hoog kerkhof met een toren middenop, oprijzend als hoogwater vluchtplek.
De toren wordt gedateerd op de 11e eeuw, ook van tufsteen. Er is onbelemmerd uitzicht
naar de terpen van Easterwierrum en Mantgum. Het dorp dat er vroeger omheen lag is
2 eeuwen geleden verplaatst naar een gunstiger plek. Er bleven slechts toren en doden.
Een ideale plek om het gedicht van Atze van Wieren voor te dragen: 
"welke goden zijn hier/ aangeroepen om vrucht/ te doen dragen en vervloekt/ 
 als de godganse boel/ weer eens onder water liep
[...]" 
In Easterwierrum liepen we over de Dille symbolisch van Westergo naar Oostergo: van 
de ene oever van de Middelzee naar de andere. Halverwege weer zo'n bolle brug over 
de Zwette, die nu nog voor de afwatering van dit lage stuk Friesland moet zorgen. 
Onze tocht eindigde op Jongema State bij Raerd. Jan Slauerhoff en zijn Heleen zijn er
ook meermalen geweest en er was dus nauwelijks een mooier eindpunt te bedenken. 
Het geeft me altijd een fijn gevoel om de zware deur in de toegangspoort uit 1603 open
te maken om mijn "gasten" binnen te laten. 
Onder de poort hebben we nog wat poëzie gelezen, tenslotte kon ik als "kasteelheer" 
de toegang weer afsluiten - er stond een grote auto klaar om ons weer terug te brengen
naar Leeuwarden. 

Het verslag van onze eerste Landelijke Liefde-wandeling in 2011*).
voor Hernehim Cultuur door
© John Zwart – 15 juni 2011

 

Traject Stadswandeling Leeuwarden 
Stationsweg - Zuiderplein - Openbare Bibliotheek - Nieuweweg -
Groentenmarkt - Over de Kelders - Voorstreek (nrs 24 t/m 28) - 
Brug t.o. Wortelhaven - Bonifatiuskerk - Dubbele Pijp - 
Monnikemuurstraat - Grote of Jacobijnerkerk - Jacobijner Kerkhof
- Grote Kerkstraat - Princessehof (Keramiekmuseum) - 
Oldehoofster Kerkhof - Torenstraat - Nieuwestad - Oude Doelesteeg
- Wilhelminaplein - Pr Hendrikstraat - Sophialaan - Stationsplein

Traject Slauerhoff Wandeling 
Jorwert (Master Fopmawei) - Ljocht & Fjeldsterdyk (bushalte*) RA -
T kruising De Him LA - Tsjeintgum (beeldentuin Hein Mader) > -
Mantgum > spoorovergang > - T kruising LA - It Bosk RA - 
T kruising Tsjerkebuorren RA - na 1 km RA Alde Toer  600m -
bij de terp omkeren terug naar de Tsjerkebuorren daar RA - 
Easterwierrum - LA De Dille - T kruising N354 LA - 
(voorzichtig oversteken) en LA de parallelweg volgen > Raerd -
na 1 km RA Slotsdyk - ingang Jongema State op 150m RA - 
Slotsdyk volgen naar het dorpskern Raerd  500m - dorrpshuis
Trije Sprong (om de hoek bushalte*) 

*) Interessant? Kijk op Activiteiten voor onze herhalingen  *) de bussen rijden alleen op werkdagen, eens per uur: Jorwert lijn 93, Raerd lijn 94. 
   
 
   
Het Spaarne stroomt, het Spaarne stroomt voorbij  - Een impressie van de Haarlemse Dichtlijn  geplaatst op 6 juni 2011  

Het Spaarne stroomt...het Spaarne stroomt voorbij...voorbij de stad... 
Hemelvaartsdag, 2 juni in Haarlem – door JohnN 

Er wordt wat afgewandeld tegenwoordig. Dat was natuurlijk altijd zo maar ik, uw nijvere
verslaggever, ben er nu regelmatig bij betrokken en dat is goed. Te vaak kreeg ik het gevoel
dat ik te veel uren besteedde zittend aan het computerscherm. 
Toen ik van stadsdichteres Sylvia Hubers hoorde dat de Haarlemse Dichtlijn jaargang 2011,
door deelnemers die gedichten op de stad schrijven, óók als een stadswandeling kan 
worden beleefd, was ik meteen enthousiast. Al sinds 2006 schrijf ik voor 'Woorden in de
Waagschaal' en de 'Dichtlijn' regelmatig 'haarlemse gedichten'. 
Het was die dag druk in de stad, het Spaarne lag vol plezierboten, de terrassen al vóór het
middaguur goed bezet met genieters van drankjes in de zon. Gelukkig lang niet iedereen 
naar Zandvoort. Het lijkt wel per traditie - of ze het nu op Pinksterzondag of op Hemelvaart
organiseren – áltijd hoogzomer bij de Haarlemse Dichtlijn. 

De opening weer in de Vishal, dat lage lange gebouw dat neerknielt bij de Bavokerk aan de 
Grote Markt. Verse vis wordt daar allang niet meer verhandeld, verzen klonken er. 
De dagelijkse functie is expositieruimte, dat vraagt licht, dus kreeg de hal een glazen dak. 
Daar ben ik nooit blij mee op zo'n dag: met een menigte van een paar honderd - dichters 
met aanhang en aanlopend publiek – wordt het een tropische broeikas. 
Boudewijn de Groot (meneer de president...welterusten...slaap maar lekker...in uw mooie
witte huis)
zijn vroegere halflange zwarte krullen intussen mooi grijs geworden (het water
gaat, wat blijft is de rivier - hij stroomt voorbij, en blijft toch altijd hier).
Lennert Nijgh leek er
in mijn gevoel in de geest ook bij, want wat was Boudewijn geweest zonder die dichter? 
Zijn outfit was passend bij het binnenklimaat. 
Hij kreeg de bloemlezing aangeboden: 'De Haarlemse Dichtlijn 2011'. De Bundel van dit jaar,
die oogt als Literair Werk in plaats van een gelegenheidsboekje. Die Bundel mag nu dus 
best 10 euro kosten, nog een vriendenprijsje goed beschouwd. 

De St.Bavo aan de Grote Markt  


De molen maalt 

In het tweede leven
van de Adriaan
kraak ik een nootje 

er wordt getrouwd
ik hoor het jawoord
onheilspellend aanrollen
als golven op een schip 

en ja hoor
de wieken draaien
de bezoekers kunnen gaan
het paar mag zich
vermenigvuldigen
en de molen
die staat te draaien
woesh! woesh! denderend
langs de ramen voor de
historie en voor de sier 

knarsetandend 

want een molen wil iets malen
desnoods vergruizen, persen
of zagen 

producten baren, olie
brood en bier! 

©  Sylvia Hubers 


>  Sylvia in actie op de zingende zaag  

 

Alle "dienstregelaars" van de 6 podia grepen vervolgens hun kans om de toehoorders te 
overtuigen dat ze zich juist naar hún locatie moesten begeven. Het Huisartsencabaret 
(menig geween is helaas iatrogeen), dat dichters als Wilma vd Akker, Gusta Bastian en
Gerrit Vennema ontving, stal in mijn ogen de show (is er een dichter in de zaal?) met hun
cabareteske act, waarin allerlei bizarre ziekten met even buitenissige therapieën werden
bestreden. De meest effectieve uiteraard de humor. Ze streken neer in het Archeologisch
Museum (daar liggen de resten van falende artsen in het verre verleden). Willemien Spook
(wat zal die gepest zijn op school met die naam, er is vast een sterke vrouw uit gegroeid) 
wilde liefst veel mensen naar de binnenbocht, het Korte Spaarne, naar Atelier September 
lokken. Ze droeg een lang gedicht voor waarin de hele wordingsgeschiedenis van Haarlem
was verwerkt. In gedachten schrapte ik onmiddellijk mijn eigen "haarlo heim" van mijn lijstje.
Fredie Kuiper, gewapend met accordeon en zangstem, kreeg met haar enthousiasme de
stemming er goed in. Zij ging het podium in Taverne de Waag leiden, waar Mirjam Al, 
Myrte Leffring en Joop Scholten zich bij de optredende poëten gingen scharen. 

Toch was ik blij dat ik eerst in het gevolg van Sylvia mocht vertoeven, op haar tocht door 
het stadscentrum in de aangenaam koelere buitenlucht. Sylvia Hubers – wie kan er nog 
gelukkiger zijn dan zij, met haar initialen: S(paarne) H(aarlem) – heeft een hele schare
bewonderaars. Is het niet voor haar gedichten dan is het wel voor haar muzikale prestaties
op de zingende zaag! Echt waar, dat moet je horen. We hadden dan ook onmiddellijk een
hele groep om ons heen. 
De mooiste, zeg ik zonder aarzeling, was Mayamba: warm en kleurig als het continent dat
haar voortbracht, Afrika. Ze is beginnend dichteres, deed nog niet mee aan de Dichtlijn, 
maar dat gaat vast nog wel komen, dat weet ik zeker, bij een jonge vrouw die bruist van 
muzikaal, dans en schildertalent. Waarom kon ik daar voor die Vishal een poosje alleen 
maar naar háár kijken? Omdat ze herinneringen opriep aan de prachtige "cotto missies" 
op de markt in Paramaribo, met haar prachtige kleding: de rok bestaande uit lange banen,
kleurig en minutieus geborduurd met abstracte en bloemfiguren, het lijfje al even mooi 
bewerkt en haar vriendelijke gezicht bekroond met een schitterende hoofdtooi. Haar wieg 
stond in Angola, haar atelier staat in Haarlem. Hoe weet ik dat van haar en haar talenten?
Wel, ik maakte haar een verdiend compliment over haar kostuum en zij gaf mij haar kaartje.
In ons groepje ontwaarde ik de kunstenaar Hans Clavin, ook al een meervoudig talent waar 
ik bij mijn laatste optreden in de Waag al mee kennismaakte. We gingen op pad en ik zag 
opeens een dichter die ik niet in het programma had zien staan. Hij leek wel op Jan Kal... 
En het wás Jan Kal (...Je moet je ergens aan de regels houden,/ in een sonnet en op het
voetbalveld./ Dat is dus logisch, denk je bij je eigen./ Je wordt wel ouder, maar je blijft de 
oude,/ Jij, Johan, bent nog lang niet uitgeteld...)
grote leren hoed op het hoofd, een vogel-
poepje op de rug van zijn jasje. Blijkbaar spontaan bij ons aangesloten. 


Op de Ster op de Grote Markt werd gedienstig een 'zeepkist' aangedragen die in werkelijk-
heid een groentenkist was, niet echt geschikt voor klasse 80 kg en meer. Maar het ging bij
iedereen goed, we hadden 'm toch wel nodig, zonder versterking boven het achtergrond-
rumoer. Voor Sylvia met haar bescheiden stem was het wat moeilijk, zij opperde het idee 
voortaan een kistje + megafoon mee te nemen. 
Na de stadsdichteres lieten Jan Kal, Hans Clavin en Nuel Gieles met sonore stemmen
indrukwekkende Haarlemgedichten horen. Ik, JohnN, bracht met citaten van Gertrude Stein
en William Shakespeare een ode aan het Haarlemse Bloemenmeisje. 
We wandelden verder naar het Johannes Enschedéhofje waar de deur op slot zat. Er mochten
inderdaad wat dichters naar binnen om voor te dragen, dat was afgesproken, maar men had
blijkbaar niet gerekend op een menigte van meer dan dertig personen. Het werd allemaal
goedmoedig geregeld en we konden toch op die plek luisteren naar de poëzie over andere, 
oude hofjes door Erika Destercke uit Gent en Harmen Malderik en André Rooijmans
Over de Bakenessergracht naar het Spaarne, de Melkbrug had een verrassing in petto. Daar 
stond een meerstemmig zanggroepje met instrumentale begeleiding om voor ons op te treden.
Een heel leuk intermezzo, humoristische teksten en zelfs een méézinger. 
Suggestie: volgende keer een iets rustiger plek kiezen waar we als luisteraars niet door de
fietsers en bromfietsers worden doorboord. Aan de overkant kwamen we via de Antoniestraat
bij het historische pand waar 200 jaar geleden de eerste legendarische Haarlemmerolie 
(goed voor elke kwaal) werd gebrouwen. Op de gevel staat een gedicht van Willemien Spook
dat ook werd voorgedragen. Verder hoorden we daar Else Dudink en Jos Zuijderwijk.
Op de terugweg naar dezelfde brug waar we de zang hadden beluisterd, begon juist de bel 
te rinkelen en sloten zich de slagbomen. Honderd en één plezierjachten moesten er door, dat
ging wel even duren. Sylvia maakte van de nood een deugd en stelde voor dat we een Open
Podium zouden houden voor de slagboom. Het kistje werd neergezet en Erika Destercke liet
haar "Haar in de boter" horen. Ook Jos Zuijderwijk greep de gelegenheid aan voor een langere
toegift. En nòg voeren de scheepjes voorbij, dus ik liet mijn nieuwe Donkere Spaarnegedicht
tewater als eerbetoon aan Hans Andreus, de dichter van het licht. 
Zijn eerste bundel werd hier aan het Spaarne uitgegeven in 1946 bij Uitgeverij Holland. 

  de Adriaan  


Zegt de ene rietveld-
stoel tegen de andere
rietveldstoel: ik tel
bij jou 'n latje meer

zegt de andere rietveld-
stoel tegen eerstgenoemde
rietveldstoel: ook in
'n latrelatie kun je

zwanger raken. 

© Hans Clavin 

 

Zomer II

Ruik eens aan mijn schouder
en aan mijn sleutelbeen
voel eens aan mijn strakgespannen kuit
de zomer komt eraan
Mijn knieën wisten het
eerder dan ik

© Myrte Leffring 

 

Omgevingsrumoer kan een enigszins storende factor zijn, maar toch kan een wandeling 
door een toegevoegd poëtisch element vaak een heel speels en boeiend karakter krijgen. 
Wie dat nog niet herkent moet het maar eens uitproberen – al was het maar door gewoon
een keer ergens mee te lopen. Dit verslag is natuurlijk verre van volledig, het is dan ook 
een deelnemers impressie. De berichtgeving van een deelnemer kan niet anders dan ietwat
gekleurd en vooral fragmentarisch zijn. Ik vertrouw dat ieder die niet genoemd wordt dit zal
begrijpen. Het eigen optreden houdt je bezig en veel van wat een verslaggever registreert 
ontgaat je. 

Van 14:15u tot 15:30u was ik vrij. Vijf kwartier om vrij in te vullen, maar het aanbod bleek 
veel groter dan in dat tijdsbestek past. Ik koos een route langs het Ampzing Genootschap
waar opgetreden werd op het terras van Café Koops – en vervolgens naar de Waag waar ik
in de derde en laatste ronde op 't programma stond. Juist op tijd kwam ik in de Damstraat 
om een prachtige reproductie van Johnny & Jones te horen (meneer dingis weet niet wat 
swing is/ hij weet niet wat een saxofoon voor een ding is)
, die twee artiesten uit de jaren 30 
die in een Duits vernietigingskamp zijn omgebracht. Klanken voor een lach met een traan. 
Daarna hoorde ik Lars Groeneveld en de Hongaarse Nederlander Csaba Cserep
Vervolgens was het een genoegen hoe Jando met zijn bezielde voordracht liet meevoelen 
hoe een nieuwe liefde, op welke leeftijd ook, kan inspireren. Eén blik op de mensen op het
terras was genoeg om meteen te weten wie hem zo inspireerde. 
Snel dóór naar de Waag, ik passeerde Merik van der Torren op tegengestelde koers. 
Weer werd ik verwelkomd met muziek: Fredie Kuiper speelde een pauze vol met haar 
accordeon. Ik hoorde Harmen Malderik en Myrte Leffring die haar muzikale partner 
weer had meegebracht voor begeleiding op de piano. Toen kwam Joop Scholten met zijn 
"het sublieme", eerder gehoord in Eijlders, maar dat wilde ik toch niet missen. Dat gaat 
ook op voor Martin van de Vijfeijke, met zo vaak 'n verrassende slotzin waarbij je gezicht
niet in de plooi kan blijven. Hetzelfde gebeurde me in de pauze, toen iemand zich voor de 
tweede maal bij mij aandiende, die maar niet geloven wilde dat ik NIET Hans Dorrestijn 
was, of tenminste dan zijn broer... 

Het laatste blok van 15:35u - 16:30u waarin ik zelf weer aan de andere kant van de microfoon
zou staan. Leonice Leite da Silva, de Braziliaanse Nederlandse toonde zich erg nerveus,
ze liet zich door mij op haar gemak stellen. Ze stuurt me soms haar nieuwe gedichten om 
te redigeren en voor opbouwende kritiek en noemt mij sindsdien "grote dichtvriend". 
Die Zuid-Amerikaanse dankbaarheid, die ook Paul Roelofsen gold, is hartverwarmend. 
Ze droeg een loflied op aan haar overleden Nederlandse schoonmoeder. Vooral bij het 
vrouwelijke publiek zag ik ontroering. 
Frans Terken liet ons horen dat er nog steeds heel degelijk gedicht wordt in Leiden, met 
werk dat het verdient opnieuw gelezen te worden om alles eruit te halen wat erin zit. 
Wolff en Zwart gingen afsluiten. Max Lerou had zich heel even losgemaakt uit de intense
omarmingen die hem buiten op het terras ten deel vielen en stelde zich strategisch op om
Pom Wolff mobiel te registreren. Diens "One night song" die in De Bundel staat is een van
zijn betere en helemaal in de stijl van de "guigeltondichter" die ik waardeer. Er is ook een 
andere, ruigere slamversie van, die de titel "One night stand" zou kunnen dragen – zo had
Fredie het ook begrepen – en hij koos voor die uitvoering in zijn voordracht. Met succes, 
zo tegen het einde kan men zich wat lossere teugels permitteren, het leverde hem een
verzoeknummer op. Maar verder, Pom, maakte je je er toch wat gemakkelijk vanaf, met 
alwéér die "pik van een halve meter in Almere Binnen" en die ouwe koe met weke uiers die
je door de themopane wilde drukken. Misschien ging je ervan uit dat je publiek zich steeds
weer vernieuwt, maar ik hoorde het nu al zo vaak dat ik die ouwe koe niet meer door mijn 
strot krijg, zelfs niet gemarineerd en gegrilld. 
JohnN staat redelijk gunstig in het alfabet maar met Zwart zit je slecht... 
nog achter Zuijderwijk en Zuurveen. Maar ik zag het die middag positief: het is soms heerlijk
eens het laatste woord te hebben. Vijftig jaar Haarlemse Bloemenmeisjes zijn er inmiddels
al geweest, dus élke vrouw van ieder jaargang in de Waag kon het zich veroorloven om te 
beweren dat zij Het Bloemenmeisje was. 
Ik had wat prints van het gedicht meegebracht. Ze gingen grif van de hand. 

 

© John Zwart / JohnN 
   5
juni 2011 – voor Hernehim Cultuur. 

 

Met dank aan Dries Havermans, Nuel Gieles, Marten Janse en al die andere vrijwilligers -
van de drager van de zeepkist tot en met de lieve dames die de hapjes en de drankjes 
in de Vishal verzorgden. 
Tot volgend jaar. 

Hier is een LINK naar de video die de Stichting Haarlemse Dichtlijn maakte van de dag

Voor de ouderen onder ons: 
deze LINK naar Boudewijn de Groot in zijn meest glorieuze jaren 


One night song 

als ik jou
op deze eerste ochtend
vragen zou een liedje te zingen 

zou jij dan
een liedje willen zingen
waarin het licht trilt voor mij 

en als ik dan
ook een liedje zou zingen
over hoe het licht trilt in mij 

zouden wij dan
morgen weer liedjes zingen
of ben je dan niet meer bij mij 

© Pom Wolff 


Bladspiegel 

Het Donker Spaarne ziet zijn tegendeel 
de overzijde badend in het licht 
alleen van daaruit zien ze schaduwzij 
wat men ervaart bepaalt alleen het zicht. 

Wie langs 't Donker woont ziet 't leven vrolijk: 
de overoever kaatst de kleuren van de zon 
hij kijkt ten venster uit en leeft het licht als 
toen de dichter die de klanken horen kon. 

Een meisje danst lichtvoetig pizzicato haar 
blonde hoofd getooid met bloemenkroon 
hij slaat een blad op, wil de bloemen lezen 
in de spiegel van die trage stroom 

© JohnN –  juni 2011 

 

   
 
   
Poëziewandeling Oost-Watergraafsmeer  - deelnemersverslag van JohnN  geplaatst op 3 juni 2011  


De Amsterdamse dichter Albert Hoogendijk heeft zijn stadsdeel Oost-Watergraafsmeer 
zo lief dat hij er een 'dromenfabriek' aan heeft opgedragen. 
Hardlopend zowel als wandelend doorkruiste hij jarenlang de Watergraafsmeer en de
oostelijke rafelranden van de stad – dat deel inmiddels beter benoemd als "Zeeburg" – 
waaruit een paar favoriete routes ontstonden. En aan allerlei punten onderweg heeft hij 
een gedicht gewijd. 
In 2007 printte hij er een aantal van uit en plakte ze aan, met milieuvriendelijke lijm
 ja ja, op zijn "monumenten". Ze waren luttele dagen later allemaal verdwenen.
Bewonderaars of vandalen - we houden het maar op het eerste.
Inmiddels zijn er 12 gedichten die werden verzameld in een kleine bundel: 
"DICHTER IN DE BUURT". 

Als maker en gids organiseert hij soms wandelingen met natuur- en poëzieliefhebbers.
Op zondag 22 mei heb ik zo'n wandeling meegelopen. Hoogendijk spreekt af met een 
groepje in Café 1900, Hogeweg 48, op de kruising met de Linnaeusparkstraat aldaar 
stond een historische fontein. Maar die is lang verdwenen. Een paar jaar geleden heeft
het stadsdeel de buurt verblijd met herstel van oude glorie: een nieuwe fontein, 
in eigentijds ontwerp. 

 

Gemeenlandshuis, Diemerzeedijk 27, Amsterdam (1727) 
Sinds 2008 in eigendom van de Hendrick de Keyservereniging

Eén van de plekken waar we even stil stonden. 

Oude Diemerzeedijk 

 

De weg 
er naar toe 
is onveranderd 
hier klotst,
alleen dan 
zonder getijden, 
al eeuwen,
onvermoeibaar
het water 
tegen de 
Oude Diemerzeedijk 
het verlangen 
viert hoogtij 
om achter 
deze statige gevel 
slechts 
één weekend 
de heer des huizes 
te zijn 
schrijven zal ik 
uit duizend en één nacht 
over hoe 
het vroeger 
was. 

 

 

© Albert Hoogendijk 

We waren met acht deelnemers, een mooi aantal voor een gids/dichter om te kunnen
overzien. Na nachtelijke regen troffen we toch een bijna droge middag (één flinke bui 
die we schuilend in een horeca gelegenheid konden uitzitten). Zo nu en dan stopte
Hoogendijk en verzamelde een kring om zich heen; dan waren we bij één van zijn
"monumenten" aangeland en las hij ons een gedicht. 
Het is eenvoudige toegankelijke poëzie, en die dankt haar bestaan aan heel verschil-
lende dingen. Soms is het een bijzonder gebouw of zomaar een bankje langs een 
gracht. Dan een kompleet landschapselement zoals het Flevopark, maar ook wel eens
iets simpels als een paraplu die een passant bij slecht weer verloor, waarvan voor ons
de contouren onder de wateroppervlakte nog vaag zijn te herkennen. 

We liepen een route die ik hier eenvoudig weergeef: 
Met Hoogendijk over de Hogedijk – hoe toepasselijk – onder het spoorviaduct door naar
de Indische Buurt. We hielden halt bij een bankje waar de dichter in verloop van tijd alle
geloven heeft zien zitten. 
We volgden de Valentijnskade tot het Flevopark, dat een geheim bevat: een verborgen, 
bijna geheel overwoekerde oude Joodse begraafplaats. Aan de overkant van het water 
zien we het 'sciencepark Watergraafsmeer' met wat verderop een opvallend transfor-
matorgebouw, door Hoogendijk 'de rode kathedraal' genoemd. 
Natuurlijk maakten we een rondje door het park en konden nog genieten van de laatste
bloei van de rhododendrons. Een sterke geur verspreidde zich om ons heen, die bleek
van natuurlijke oorsprong te zijn: er staat heel veel daslook in het park. Het plantje is 
ook als keukenkruid te gebruiken. 
Na het park stuitten we op het laatste authentieke stukje ringvaart, met houten huisjes
en een 'overzet', een trekpontje, nutteloos nu, omdat maar even verderop een fietsbrug
ligt. Over het Amsterdam-Rijnkanaal maakten we kennis met de Nesciobrug, een bijna
futuristisch bouwwerk van moderne bruggenbouw, hangend aan twee enorme palen op
elk van de oevers. We volgen een flink stuk van de oude Diemerzeedijk, uit de tijd dat 
hier de Zuiderzee nog kon spoken met hoog water. We ervoeren het als een bijzonder
rustig stukje stads-rafelrand met dijkhuisjes aan de voet. Zo kwamen we opnieuw aan 
bij het Flevopark, nu aan de andere zijde. De achter- of de voorkant? 
Daarover kan getwist worden. 
In ieder geval liepen we onder een indrukwekkende stenen poort door, door de dichter 
als 'de hemelpoort' aangeduid. Hij werd helemaal niet voor het park gemaakt, maar 
ontdekt in een gemeente-opslagplaats, overkompleet... Het jaartal klopt dan ook 
helemaal niet – het park werd aangelegd in dezelfde tijd als het Amsterdamse Bos bij
Amstelveen – de crisisjaren 30 van de vorige eeuw – toch past de poort wonderwel in 
de omgeving, waar veel essen, linden, wilgen en andere boomsoorten tot grote wasdom
kwamen. Vlak over een houten grachtbrug geurde heerlijk 'n grote rijk bloeiende acacia.

Nog een stukje door de Indische Buurt, langs de woning van de dichter en toen hoorden
we al gauw de fontein weer klateren. 
Het is duidelijk: een wandeling door een interessant gebied, of het nu in de stad is, of 
zoals hier langs de rand en gedeeltelijk in een buitengebied, een toegevoegd poëtisch 
element kan die een heel speels en boeiend karakter geven. Wie dat nog niet herkent 
moet het maar eens uitproberen – al was het maar door gewoon een keer mee te lopen
als er zoiets georganiseerd wordt. Contact met Albert Hoogendijk kan worden opgenomen
via dromenfabriek@gmail.com voor komende wandeliingen of de aanschaf van zijn bundel.

© John Zwart - Voor Hernehim Cultuur, 1 juni 2011 

   
 
   
Poëtisch varen op de kleine wind  - deelnemersverslag van JohnN  geplaatst op 31 mei 2011 

Vrijdagavond 20 mei kwamen Zaanse liefhebbers van het woord rond half acht bijeen in
De Groote Weiver te Wormerveer, om zich daarna in te schepen op een rondvaartboot 
die al lag te wachten op de Nauernase Vaart. Gedichten en verhalen op een bijzondere 
plek, dat trekt mij altijd aan – en op een boot, klein of groot, geeft dit beslist een extra 
dimensie. Bij grotere festijnen, zoals het Open Haven Festival van Amsterdam is het al 
eerder gedaan, maar als eigenstandig evenement, zoals nu door Kees-Jan Sierhuis
georganiseerd onder zijn vlag "De Kleine Wind" is het toch een experiment, dat ieders 
steun en enthousiasme verdient.
Als oud Wormerveerder (mijn ouders woonden er – en ik tot mijn zestiende in dat ouderlijk
huis) werd ik door Kees-Jan uitgenodigd om de vaartocht van 2 uur - van acht tot tien – 
mee te maken. 
Bijna heel Zaanstad – zoals de ketting van dorpen langs de voormalige rivier tegenwoordig
heet – zou aan ons oog voorbij trekken, want die Nauernase Vaart is de grens tussen
Krommenie en Wormerveer en we zouden tenslotte aanleggen bij de Damsluis in het hart
van Zaandam. Daar konden we (figuurlijk gesproken) op een rijdende trein stappen, want 
Rob Vos had op deze zelfde avond zijn Podium Rotonde in De Kade aan de Oostzijde.
Syntheses van geïmproviseerde muziek op saxofoon en poëzie van John Epke waren daar
te genieten. Een stevige "performance" van John in het Engels, waarmee hij me een beetje
aan de beatniks, zoals Charles Bukowski, deed denken. 
Verder optreden van het duo Zaagsel en Schors – bestaande uit dichter Jacob Passander 
en klarinettist Ditmer Weertman, die ik verleden jaar september in Wormerveer ook al 
eens bezig zag. 
Een en ander afgewisseld met een band met wel zéér stevige muziek. 
Ik voorzag dat het wel eens laat zou kunnen worden die avond... 
En de boot voer echt niet meer terug, daarvoor moesten we maar op openbaar vervoer
terugvallen, zo had Kees-Jan van tevoren al gewaarschuwd. Later zou ik ervaren dat er een
heel stel fietsen mee gingen op het achterdek van de boot, heel slim natuurlijk. 

       

      Kees-Jan Sierhuis - initiatiefnemer van "de kleine wind" heeft er iets mee,
      met bijzondere podia, hij organiseerde al eens een poëzie picknick, 
      nu dus een poëzie rondvaart. 

Wormerveer 

 

Cor Bruyn schreef nog van
het veer en mijn over-opa
de politieman, ordewaker tegen
wil en dank – in zijn boek een
voortijds bromsnor met een zwak
voor drank.

Ik begreep niet waarom mijn dorp
zo weinig eigens had – geleend
de naam van Wormer waar molens
meest verdwenen en niet eens 
meer het veer, sinds jaar en dag al
bij de melkfabriek de ijzeren klapbrug
lag, óók al zonder naam, die mocht
alleen maar Zaanbrug heten.

De Wormer meisjes kwamen graag
over de brug als het bij ons op
de zaanbocht kermis was, maar
voor thuisbrengen geen kans –
de Wormer jongens stonden klaar:
'moet je zwemmen leren!' De meisjes
als beschuit zo zoet, de jongens
fel op ons gebeten. 

 

© JohnN 

Tevoren had ik me bedacht dat het niet leuk is op een nachtelijk uur op de Dam in Zaandam
te staan en je je auto ergens van een dijkje in Wormerveer of Krommenie moet ophalen. 
Dat zag ik niet zitten. Dus op de heenweg parkeerde ik maar bij het station van Zaandam 
en nam de trein naar Krommenie. Helaas, NS zorgt graag voor verrassingen: dit keer in
de 
vorm van
een leidingbreuk. Er viel een trein uit en de volgende was 20 minuten vertraagd – 
en wat was het nog een eind lopen van het station naar de aanlegplaats... 
De schipper en Kees-Jan stonden al op de uitkijk toen ik er aan kwam over de brug: 
"hij komt toch wel?" zag ik ze twijfelen. 
Bijna acht uur, maar nog net op tijd – de diesel werd gestart en spoedig gleed heel wat 
Zaanse historie en daarmee mijn kindertijd aan me voorbij. Alles nog wel herkenbaar maar
natuurlijk ook veel moderniteit en zichtbare welvaart. 
In plaats van met oude schuiten en pieremachochels pronkt menig zaanerf nu met kapitale
jachten. Een paar oude fabrieksgebouwen staan nog in hun oude enigszins vervallen staat:
"Geloof" en "Verwachting" - andere hebben een metamorfose ondergaan en daarin kun je 
nu luxe wonen in een appartement met uitzicht over het water en ver over het land aan de
overkant. 
Op de Noord staan nog een paar van de groenhouten huisjes, zoals eentje waarin vroeger 
oma en opa woonden, maar de meeste hebben plaatsgemaakt voor flats. Het oude kerkje 
staat er nog, maar de enorme molenschuur van "De Jonge Prins", die in mijn kindertijd 
een theaterzaal huisvestte en waar de stem van mijn moeder menigmaal heeft geklonken 
in één van haar hoofdrollen voor de Zaansche Operette Vereniging, is weg – op de plaats 
verrees een nóg groter appartementengebouw. 
De forse toren met zadeldak van de RK-kerk troont daar nog altijd hoog bovenuit. 
We voeren onder de oude Zaanbrug door, óók al vervangen door een breder en zwaarder 
nieuw exemplaar. De groei van het autoverkeer sinds mijn jeugd liet zich aflezen aan de 
grote hoeveelheid bruggen die we passeerden op een tocht van 2 uur, er zijn er minstens 
een drietal bij gekomen. 

Al varende werd er af en toe een blokje voorgedragen.
Kees-Jan Sierhuis las zelf ook eigen poëzie o.a. het gedicht "Het mirakel van Bakkum" 
op het geliefde duin- en strandoord voor Amsterdammers en de Zaankanters. 
Nog twee andere Zaanse dichters, Hans de Roo en Bob van Leeuwen lazen – vaak
humoristisch – werk. Tijdens de passage van Wormerveer deed ik een voordracht van 
toepasselijke poëzie: "Wormerveer" en "Nostalgia": respectievelijk een nieuw gedicht en
een ouder uit mijn bundel "Zeearmen" van 2002. 
Gerrit van den Nieuwendijk uit Zaandijk las een paar van zijn korte verhalen. 
Als generatiegenoot kon hij me soms behulpzaam zijn bij de herkenning van de oevers 
van Zaandijk en Koog aan de Zaan. Hij heeft de veranderingen langzaam zien voltrekken 
van wat voor mij opeens een overdosis was. 

 

De Zaanbocht alweer een stuk achter ons gleden we langs de Dubbele Buurt en de vroegere
steiger van de Alkmaar Pakketboot. Daarachter doemde een enorm fabrieksgebouw op.
"ZEEPZIEDERIJ" staat nog steeds op de bovenste etage geschilderd, waar bovenop het
reusachtige beeld van een adelaar met gespreide vleugels troont. Het behield de historische
schijn: van buiten nog de vroegere zeepfabriek van Jan Dekker, maar inwendig verbouwd tot
etages van nieuw luxeverblijf. Van blauwe overall naar witte boorden en mantelpakjes. 
Het deed me wel iets, dat gebouw met die adelaar, dat ik vanuit de bovenverdieping van 
mijn ouderlijk huis kon zien, en dat een grote rol speelt in een oorlogsverhaal dat ik schreef:
"Zunlichtzeep". Kort geleden nog te lezen op de Hernehim Cultuur blog in de herdenkings-
periode van de meidagen. Ernaast staat nog steeds een spijsoliefabriek in vol bedrijf, die 
ik kende als Crock & Laan. Dat is nou echt de Zaanstreek, wonen in de slagschaduw van
de industrie, zo is het altijd geweest, al in de tijd van de molens. 
Wat verder ligt het gemaal "Het Leven", ongetwijfeld vroeger een molen geweest maar dat 
was vóór mijn tijd - toen ik daar voorbij liep op weg naar het zwembad zoemden daar al de
elektrische pompen. Gerrit van den Nieuwendijk heeft ook nog in die "Zaanlandse Bad- en
Zweminrichting" gezwommen, daar kwam je het water uit met een groene snor. 
Iets voorbij die plek, aan de grens met Zaandijk, kende ik nog de molen "De Koperslager",
toen nog in vol bedrijf als de wind gunstig was, daar werden lijnolie-koeken geslagen als 
veevoer. Wie jonger dan een halve eeuw is heeft daar alleen nog maar de schuren van 
gezien, de molen is afgebrand. Maar verder aan de overkant stonden toen alleen maar wat 
verlaten opslagschuren, en daar verrees tijdens mijn zeevarende jaren de Zaanse Schans. 
Een openlucht museum van molens en huisjes die van allerlei plekken gedemonteerd daar
naartoe werden verhuisd. 
Ik krijg altijd een dubbel gevoel bij die Zaanse Schans, enerzijds vind ik het mooi dat er
veel meer geprobeerd wordt mooie oude cultuurhistorie te restaureren en te sparen, 
anderzijds vind ik die "uitstalling" toch een soort geschiedvervalsing. 
We voeren onder een nieuwe brug door in Koog aan de Zaan. Bovenop de leuning stond
een vrijwel blote man in de avondkilte, slechts bij de enkels nog vastgehouden door een 
vrouw die hem kennelijk hartstochtelijk wilde weerhouden van een heldensprong. 
Het was een "act" van John Epke die wel wat aandacht trok van het Koger publiek, dat zich
later toch een beetje teleurgesteld toonde toen hij tenslotte liever maar NIET sprong...  


Het mirakel van Bakkum 

Ze sprak plat Amsterdams
een soort zingen onder suikerspin
En altijd was het zomer 

Haar meest vermakelijke grap
aan de viskraam en op strand
al jaren "Here, spijs deze zegen"  

Amsterdam bracht vrouwen van de wereld
Altijd als ik het in de stad probeerde
Bleef ik toch het boertje van buuten 

Maar na een glas rosé aan het strand
was daar het mirakel van Bakkum
en liep ik in zeven sletten tegelijk 

Wat tijd doet met een oude foto
zomerbrons in zepia verschoten
Seizoen uit een vergeten plakboek 

 

© Kees-Jan Sierhuis

 


Nostalgia 

Herinnering Vertrouwen 
Geloof Hoop Liefde 
en Vriendschap 
grijze namen boven lang 
verstorven kielzog, verbleekt 
op een verdwenen rivier 

verweerde bakstenen 
fluisteren ze nog 
als je stil luistert 
waar bollende zeilen 
en zwaaiende kruisen 
eens natuurkracht vereerden 

slechts dichtersstemmen 
hoor je helder zingen, bezield 
over hun namen en de herinnering 

© JohnN 

industrieel erfgoed 

watertoren op de voormalige zeepziederij Jan Dekker De Adelaar,
gekroond door een beeld van de vogel (gebouwd in 1908). 
Het lang verlaten en verwaarloosde pand kreeg in 2000 een nieuwe
bestemming, vanaf dat jaar zijn er restauratie- en verbouwing-
werkzaamheden begonnen. De foto dateert uit de restauratiefase
die inmiddels is voltooid. 

Varend van 'de Koog' naar Zaandam valt het me weer op welk een metamorfose al die fabrieksgebouwen van Honig, Verkade en Albert Heyn hebben ondergaan. En ik zocht 
met mijn ogen tevergeefs naar de plek waar ik van vroeger het Ruyterveer wist, een
pontje zoals er nu over het IJ naar het Centraal Station varen. 
In Zaandam speciaal ingezet om "de meisjes" van Albert Heyn en Verkade over te zetten
voor hun zware werkdag als inpaksters in de voedingsmiddelen industrie. 
Mijn oude school waar ze langs stapten, het Zaanlands Lyceum, is weg. 
De plek vanwaar eens het pontje voer onherkenbaar. 

 

meisje van verkade 

ingehouden zou ik je moeten proeven 
gepast benaderd als exquis genot 
maar je bedwelmt mij 

allang aan je verslaafd geraakt 
laat ik je smelten 
ongeremd laat ik me gaan 

wellustig zwelg ik zonder schaamte 
– jouw zoetheid nog mijn enig doel – 
het is passie beweerd gezond te zijn 

dus heerlijk mag ik jou genieten – puur – 
net zoals in het avonduur 
een eerlijk glaasje rode wijn 

 

© JohnN 

 

Tekst: © JohnN / John Zwart – voor Hernehim Cultuur 30 mei 2011. 

   
 
   
Presentatieverslag en recensie "Bedevaart" - de tweede poëziebundel van Atze van Wieren -  door John Zwart  geplaatst op 10 mei 2011 


De dichter Atze van Wieren heeft duidelijk bij Uitgeverij "IJzer" te Utrecht zijn plek gevonden.
Alweer vier jaar geleden ging men daar een gedurfd project aan: een nieuwe vertaling in 
modern Nederlands van de Elegieën van Duino van Rainer Maria Rilke – Van Wieren had 
daar geruime tijd aan gewerkt. De gedegen manier waarop hij dit beroemdste werk van de
grote Rilke behandelde wekte vertrouwen, want in 2008 volgde bij dezelfde uitgever zijn
bundel "Grondstof" met gedichten van eigen hand. 

In februari ontving ik een uitnodiging voor de presentatie van weer een nieuwe bundel met 
eigen werk. "Bedevaart" bevat geheel andere gedichten dan de debuutbundel "Grondstof".
Een passende plek van presentatie was uitgekozen: de oude Ned. Hervormde Kerk van
Buitenpost (Frl.), de woonplaats van de dichter-schrijver. 

Op zaterdag 26 februari trof ik temidden van 20e eeuwse nieuwbouw een eerbiedwaardig
historisch godshuis, waarin van oudsher plaats is voor een grote geloofsgemeenschap. 
Sfeervolle orgelklanken bij binnenkomst, na het welkomstwoord gevolgd door een drietal 
liederen met pianobegeleiding gezongen door Gerrit Breteler, dezelfde veelzijdige kunste-
naar die ook de presentatie van "Grondstof" muzikaal omlijstte. 
Gewend aan zo'n 50 tot 100 belangstellenden bij een bundelpresentatie, verbaasde ik me
eerst over de keus voor die grote kerk, maar hier kwamen veel meer mensen op af. 
Hoe kwam die kerk zo vol? De verklaring ligt in het bestaan van een tweetal Stichtingen 
die de vele oude kerken in de dorpen van het noorden van 't land ter harte gaan. Al deze
monumenten zijn zo historisch en karakteristiek voor de plek waar ze in een ver verleden 
werden gebouwd, dat ze beslist behouden moeten blijven. De kleine kerkgenootschappen 
kunnen het onderhoud financieel allang niet meer aan, ondanks steun van Monumenten-
zorg. Daarom zijn in de provincies Friesland en Groningen elk een Stichting tot behoud 
opgericht. Zo betrekt men de hele bevolking bij dit erfgoed en men zoekt er gepaste nieuwe
gebruiksmogelijkheden voor. 
Er waren veel mensen aanwezig die bij één van de stichtingen betrokken zijn, een hele 
nieuwe groep poëzieliefhebbers wellicht.

Hantumhuizen - 

"[...]geslachten/ brachten door de jaren heen 
hun tienden, tegen beter weten in,//
want regen kwam, of niet,[...]
De kerk staat leeg,/ de sleutel elders af te halen"


Verschijning 

Vannacht verscheen een man
die mij met kleine mond verweet
te dun te schrijven.  

Dit jaargetij is dun:
het licht
de bomen 

de roep van vogels
en dun het blaffen
van een verre hond. 

Dun zijn de jaren die mij resten
en wat ik nog te schrijven droom
wordt in de nacht gewogen
en naar ik vrees steeds vaker
hoofdschuddend aan mij voorgelegd. 

 

In het interview met redacteur Desmensen van Uitgeverij IJzer kwam de wording van 
"Bedevaart" uitgebreid aan de orde. Van Wieren heeft zich niet vanuit drijfveren van geloof
op de kerken geworpen, toch – losgekomen van het 'geloof der vaderen' – beseft hij wel 
degelijk de grote invloed ervan op onze cultuur tot op vandaag de dag. Hij had een gedicht
geschreven op een oud kerkje in het Groninger Hoogeland en kreeg de smaak te pakken.
Vatte toen het plan op een reeks kerken in Groningen zowel als Friesland te bezoeken en
over elke provincie een serie gedichten te schrijven. Nog vóór hij tot het realiseren kwam 
kreeg hij het verzoek om een reeks gedichten van identieke vorm (4 kwatrijnen, 16 verzen)
te schrijven voor een bibliofiele uitgave van Oud Groninger Kerken. 
Uiteraard aanvaardde hij die eervolle opdracht en pas daarna is hij met zijn plan voor 
"Bedevaart" verder gegaan. Er volgde een 'Pelgrimage' naar de Alde Fryske Tsjerken in de
provincie waar hij werd geboren. 

De gedichten in de bundel "Bedevaart" zijn soberder, nog "dunner" in de woorden van
Desmensen, dan de poëzie van "Grondstof". Daarbij kan ik me aansluiten, in deze bundel 
is de dichter nog meer gaan 'schrappen'. Desmensen vermoedde de vorderende leeftijd als
oorzaak van het 'dunner schrijven' te kunnen aanwijzen. Ik denk dat óók de onderwerpen van
deze poëzie ertoe leiden, immers schrijven over zeer oude kerken en zich in de geest met 
die vroege kerkgangers te vereenzelvigen maakt vanzelf ingetogen en bescheiden. 

Het gedicht hiernaast:  "Verschijning" wordt gelezen, veelzeggend.

 

WP99 is de dichters contactgroep waarbinnen Atze van Wieren zijn werk regelmatig toetst. 
Het hoofdschudden zal daarop betrekking hebben, wellicht. 
WP99 is een zeer kritisch gezelschap, men spaart elkaar niet. 
Desmensen vindt "Bedevaart" beter dan "Grondstof". Na mijn eerste kennismaking met de 
nieuwe bundel weet ik het nog niet – "Grondstof" is óók goed, "Bedevaart" is ánders. 
Misschien iets meer spiritueel. 

Van Wieren maakte daadwerkelijk een pelgrimage langs alle kerken die door hem worden
bezongen. Meest in de winter. Soms zijn de kerken open, voor een expositie bijvoorbeeld, 
of gewoon ter bezichtiging. Maar vaker waren ze gewoon dicht. 
Dan moest de dichter op zoek naar de sleutel. 
De Groninger kerken zijn groter en rijker gedecoreerd, de Friese kerken zijn meest klein en
wat soberder. Verbazing soms over de argwaan: "Wat gaat u dan doen?" 
En de aarzeling om toe te geven aan het verzoek een poosje allééngelaten te worden. 
Wat weet een koster van inspiratie? Het is toch een vorm van meditatie die moet voeren tot
een treffend gedicht. De naam Spinoza valt. Het geloof in een andere vorm wellicht, niet het
geloof uit de boeken, maar het besef van de onbevattelijke kosmos. 
In dat open landschap van Noord-Nederland, dat zo confronteert met de eigen nietigheid, is
het niet zo moeilijk los te komen van het alledaagse. Al die kerken staan daar op met de 
hand opgeworpen heuvels, waarvan in Friesland en Groningen alleen de naam verschilt: 
wat men in Friesland 'terp' noemt, heet in Groningen 'wierde'. Eilandjes van bidden tot 
behoud, verstrooid in een landschap van verre horizon, maar waar de zee altijd dichtbij.
De afgelopen zes weken heb ik aandachtig in de bundel gelezen.
Begonnen ben ik met het derde en laatste hoofdstuk 'Pelgrimage Groningen' over de tocht
langs de Groninger kerken. 

Jorwert - Al die kerken staan daar op met de hand opgeworpen heuvels, 
wat men in Friesland 'terp' noemt, heet in Groningen 'wierde'. 
Eilandjes van bidden tot behoud in een landschap van verre horizon

  Misschien wel omdat ik temidden van de Alde Fryske Tsjerken woon, terwijl het Groninger 
Hoogeland voor mij beladen is met nostalgie. Een merkwaardige coïncidentie dat de Friese 
dichter Atze van Wieren zijn eerste gedichten van deze bundel ook in Groningen schreef. 
Het landschap is verschillend. De stad Groningen, kortweg "Stad" genoemd door Groningers, 
in onderscheid van de provincie, is als dominant centrum van de regio sterk gegroeid in de
moderne tijd, terwijl de kleine dorpen van het Hoogeland weinig veranderden. Met uitzondering
van enkele heel dichtbij gelegen dorpen zoals Winsum en Hoogkerk bleef veel nog bij het oude.
Misschien is het daarom dat het in de kleine Groninger dorpen zoveel indruk maakt als je de
nieuwbouwwijken achter je laat en plotseling oog in oog staat met een oeroud verleden.
Dan juist lijkt de stad niet ver weg. Hoeveel verleden zal de stad onstuitbaar opeten? 
Je proeft dat gevoel uit het gedicht 'Kerk te Dorkwerd':
"...de stad is met zijn staarogen/ tot op een steenworp genaderd//"
"...in de terpzool rest/ van mensen voor wie/ de wierde de wereld was//"
"...Ach Heer, keer de stad."  
In Aduard, ook dicht bij "Stad", die uitspreidende stad: Herinnering aan de abdij met ooit een
ziekenzaal waar de lekenbroeders (ziek van zware veenarbeid en het opwerpen van dijken) 
moesten genezen. Daar zal bij hen de twijfel hebben toegeslagen: 
"..staarden door lage ramen naar buiten/ Zo, uit hun doen, kwamen de vragen...// 

Als kleine jongen maakte ik een fietstocht vanaf de Zaan, waar ik toen woonde, en stond in 
Jisp opeens voor het hek van het kerkhof, waarop versierd met een doodshoofd stond: 
"Memento mori". Terzijde van de kerk van Leens las Van Wieren: "Sub specie eternitatis" 
en schreef: "Vlees wordt stof en het woord verwaait/ herscheppen zich tot eeuwig nieuw begin"
een hoopgevender benadering van onze eindigheid. 
Teruggekeerd in "Stad" bezocht de dichter de Der Aa-kerk. 
"de stilte van het Hoogeland/ zal alleen hoog in de toren/ nog te horen zijn..." 
Kinderklassen hebben geen oog voor de vermaningen op de pilaren.
Ik lees in de bundel als een Arabier, van achter naar voren en volg daarbij de dichter in zijn 
maakproces. In het eerste hoofdstuk duik ik nu onder in de 'Pelgrimage Friesland'.
In die provincie doet de stad Leeuwarden minder inbreuk op het landschap, maar dat lijkt
tijdelijk. De nieuwe uitbreiding naar het zuiden zal Goutum inlijven, zoals dat lang geleden 
met Helpman ten zuiden van Groningen is gegaan. Ook noordwaarts wil Leeuwarden groeien.
Toch is Friesland leger zoals ik merkte toen ik, jonger van jaren, de Elfstedentocht reed, 
na eerst de Groningse tegenhanger, de Noorder Rondrit te hebben volbracht. 
Hier in Friesland kwam het water vaker – en áls het kwam over een veel groter gebied. 
Een hard en bedreigd leven op en rond die terpen in een rondom godverlaten land. 
In 'Kerk te Bornwird' vraagt de dichter zich af of ze het hier ooit zonder god konden rooien – 
en hij denkt van niet. "Welke goden zijn hier/ aangeroepen om vrucht/ te doen dragen en
vervloekt/ als de godganse boel/ weer eens onder water liep..."
Een hiernamaals als een
onmisbare belofte: "...dan sille wij hierneij/ ien better wenning krije".
Bij 'Kerk te Raard' moet ik eerst denken aan de houten vóórmiddeleeuwse kerk die daar op
de terp moet hebben gestaan aan de Middelzee, nog niet bedwongen en de voorgangers van
de Jongema's die daar hun eerste steen nog te leggen hadden... De stenen kerk van nu in 
Raerd is vroeg 19e eeuws. Maar hier blijkt een misverstand: de dichter bezocht Raard, een
ander dorp aan een andere oude zeearm, de Lauwerszee. De kerk daar 13e eeuws, van 
grote kloostermoppen. Hij denkt aan de steile tijden waarin "koppen op vroom stonden"
"Zullen zij hun jassen/ spreiden en hosanna roepen?/ Zullen ze het hek openen...//" 
en hij treurt om de vliegers die, hier neergehaald, begraven liggen - wachtend? 


Geen vat 

Vannacht een kant en klaar gedicht
gedroomd, waarin de dood
mij naar het leven stond. 

Het was in alles af
en wat ik op moest schrijven
lag sprekend voor de hand. 

Toen is het weer gegaan
nog voor ik pen, papier en bril – 

Ik krijg geen vat op wat
mij in de nacht omsluipt
en in de ochtend
starend achterlaat. 

 


Anders 

Had het anders kunnen zijn,
zeg je.
Ik zeg niks. 

Ik ben de stille jongen
in zijn vale overall
die op een ochtend vroeg 

achter op de rammelende
hotsebotsende boerenkar
zich vastgreep
aan ieder houvast
voor handen
– o wat joeg vader
weer grimmig de paarden – 

zijn klomp verloor
maar niets durfde zeggen. 

  © Atze van Wieren  uit "Bedevaart"

 

*) "Hoe God verdween uit Jorwert" - Geert Mak.  
©
John Zwart voor verslag en recensie 30 april 2011
    Alleenrecht publicatie Hernehim Cultuur. 

Atze van Wieren, Buitenpost. "Bedevaart" – Uitgeverij IJzer, Utrecht – 2011
60 Gedichten ISBN 978 90 8684 068 7. Paperback, prijs 12,50 euro. 

Ik ken de 'Kerk te Paesens' waarvan je buiten op het wijde wad alleen de spits maar ziet.
Geen vissers meer hier achter de plangetrokken deltadijk, om wie daarachter leeft te 
behoeden voor de onberekenbare zee: "Toen werd de hemel zwart en wind/ 
een moordenaar. Een visser/ die geen zee te hoog gaat haalde/ zijn vangst binnen: 
drieentachtig man [...]"

De 'Kerk te Jorwert' moest Van Wieren wel bezoeken in de winter. 's Zomers wordt het 
al te druk van mensen die met eigen ogen willen zien hoe God van hier verdween *). 
"Het is middaguur en guur/ waait aan een winterwind./ Het dorp zwijgt in alle talen,/ 
er is al zoveel gezegd."
Ik kan niet anders dan denken aan die twee dominees als ik lees:
"De kanselbijbel ligt plichtmatig/ open: Jeremia negenentwintig./[...]" Mijn gedachten 
gaan naar de stappen van Jan Slauerhoff over het kerkpad naar de deur waarop: 
"bewaar uwen voet..." Ook 'n niet-gelovige dichter, verwelkomd door Ds. Hille Ris Lambers. 
Ikzelf door Ds. Klooster bijna een eeuw nadien. Je voelt hier geen thuiskomst meer, 
schrijft Van Wieren "je komt hier op bezoek". Misschien treft hij hiermee het teken van
de tijd, zoals de oude vrouw op het kerkhof die tegen mij verzuchtte 
"It wurd der net better op" 

Het middengedeelte van de bundel is het omvangrijkste hoofdstuk dat de titel van het 
geheel draagt: "Bedevaart". Deze gedichten zijn nog verder losgekomen van de materie.
Geen kerken, die in de beide andere hoofdstukken nog hun tastbare stenen houvast aan
de gedachten geven, zoals ooit geloven de mensen tot het bouwen bracht. 
De dichter en de filosoof, die toch vaak hand in hand gaan, vallen nog meer samen. Grote
gedachten in sobere woorden aangeraakt, in een decor van een leeg strand, een lichtbaan
van de maan over het water, een grote radiotelescoop in het stille landschap - luisterend 
oor naar een ver verleden. "Wie schiep het woord als God het wás,/ in welk heelal had 
het zijn woning?/ …"
(Oerknal) – "...Van wat ooit was, van toen/ er nog geen aarde was,/
geen grond onder de voeten.// ..."
(Wachters bij Westerbork) "...Het heelal is koud en 
veel te groot./ Wij bouwen een huis in de lucht,/ ons roepen slaat dood in lichtjaren ver// ...
" (Onzekerheidsprincipe). Mooi sober neergeschreven vragen waarop geen antwoorden zijn.
Het dierbaarst zijn mij dan toch de gedichten waarin de schrijver ervan het dichtst bij 
zichzelf blijft. De gedichten die gaan over zijn twijfels, zijn bijna schrijvers-block, zijn blik 
op zichzelf als de jongen die hij was. 
'Verschijning' heb ik hierboven al aangehaald als de keus van Desmensen. 
Ontroerend het gedicht over de verloren klomp, door dichter in de herfst van z'n leven nog
steeds niet vergeten: 'Anders'. Prachtig en herkenbaar vind ik ook wat hij schrijft over de
vertwijfeling over een gedroomd gedicht dat na ontwaken zich niet meer grijpen laat:

   
 
   
Poëzie a-la-carte aan de Kloveniersburgwal in Amsterdam -  een aanbeveling - door John Zwart  geplaatst op 8 mei 2011 
van Hernehim - de redactie wil graag weer eens aandacht vragen voor de Poëzie
Winkel
van Perdu Amsterdam
Want het is toch iedereen uit ervaring bekend dat het aanbod van poëziebundels bij 
de gemiddelde boekhandel vrij beperkt is, misschien met uitzondering van Selexyz
Scheltema in Amsterdam en v/h Van Gennep in Rotterdam. 
Aan de Kloveniersburgwal 86 in Amsterdam - vlakbij de Munt is een speciale poëzie-
winkel waar niet alleen uit een groot assortiment gekocht kan worden, zonder wachten
op de aflevering van een bestelling die uw boekhandelaar natuurlijk graag voor u doet...
En een belangrijk aspect: u wordt bediend door mensen die alles van poëzie weten, 
het kan zomaar zelf een dichter of dichteres zijn die u helpt. 
Tenny Frank bijvoorbeeld, leest zelf graag alle nieuwe titels als eerste - en wat haar
bijzonder aanspreekt legt ze graag opengeslagen op de presentatietafel. 
Dit voorjaar was zij bijvoorbeeld erg enthousiast over "Het Boek der rusteloosheid"
van Fernando Pessoa. Dagboekimpressies van de jaren 1930-1932 die zich laten 
lezen als prozagedichten in de prachtige vertaling van Harry Lemmens. 
Tenny Frank: "
Noodzakelijk, aantrekkelijk, onvermijdelijk is Pessoa voor het begrip 
van het wezen van Literatuur en Poëzie. Sla "Het Boek der rusteloosheid" op een
willekeurige bladzij open, je geest verdrinkt erin en wil nooit meer bovenkomen. 
Je lichaam zwemt verder …"
     Poëziewinkel Perdu
Citaten - 1930: 
"Als ik aandachtig kijk naar het leven dat de mensen leiden, tref ik daarin niets anders
aan wat het zou doen verschillen van het leven van de dieren. Zowel dieren als mensen
worden onbewust door de dingen en de wereld geslingerd; zowel dieren als mensen
vermaken zich met tussenpozen; zowel dieren als mensen doorlopen dagelijks 
dezelfde organische kringloop; zowel dieren als mensen denken niet verder dan ze 
denken, en leven niet verder dan ze leven. De kat slaapt en koestert zich in de zon. 
De mens slaapt en koestert zich in het leven met alle verwikkelingen ervan. 
Kat noch mens bevrijdt zich van de noodlottige wet te zijn zoals hij is. 
Geen van de twee probeert de zware last van het zijn op te heffen..."

1932: 
"Tijdens de incidentele momenten van afstandelijkheid waarin wij van onszelf bewust
worden als individuen, als anderen in de ogen van de anderen, heb ik me altijd afgevraagd
wat voor indruk ik fysiek en zelfs moreel zou maken op degene die mij dagelijks of 
toevallig zien en aanspreken. Wij zijn allemaal gewend om onszelf in de eerste plaats 
als een geestelijke en de anderen als een direct lichamelijke realiteit te beschouwen; 
heel vaag slechts beschouwen wij onszelf als een fysiek wezen dat een bepaalde indruk
maakt op anderen; en even vaag beschouwen wij de anderen als geestelijke realiteiten, 
maar alleen in de liefde en in conflicten beseffen we werkelijk dat de anderen net als 
wijzelf vooral een ziel hebben...."

   
 
   
Kinderspel en grimmiger vormen -  een verhaal over spelen door de tijden heen - door John Zwart  geplaatst op 4 mei 2011 


"Kooibooispel" speelden we – de oorlog kenden we niet van nabij, dat was meer iets 
uit een donkere verte waarover ouders zacht spraken – cowboys tegen indianen was
onze inspiratie. Daar had je weinig voor nodig: wat kippenveren gestoken op een 
haarband en je was Winnetou - en al waren je pistolen een stuk hout, met post-
elastieken daarop vastgemaakt een eindje elektriciteitsbuis als loop, je waande je 
Old Shatterhand.   
Of je geraakt werd of niet, maakte je zelf wel uit. Kon je moeilijk nog ontkennen dat je
getroffen was, viel je gewoon om. Om even later weer op te staan en herrezen verder 
mee te spelen. 
Het laatste oorlogsjaar veranderde het spel, vrije tournooiveldjes waren niet meer vrij en
's nachts dreunden de vliegmachines waartegen het afweergeschut woedend blafte.
We moesten vaker binnenblijven en maakten tekeningen van vliegtuigen met sterren op
hun staart en hakenkruisen. Veel vlammen uit de motoren en regenbuien van neerval-
lende bommen. Een heldenstatus kreeg wie een herkenbaar stukje van afgeschoten
oorlogstuig bemachtigde. We maakten bootjes van biscuitblikken met planken aan 
elkaar en voeren door de gracht. 

Het naoorlogse spel kreeg realismevormen: Oudere broers, buurjongens en neven
gingen bij de BB, leerden vliegtuigspotten en liepen wacht op hoge gebouwen, op 
uitkijk tegen het nieuwe "rode gevaar". Ze droegen trotse insignes. 
Wij droomden ons niet langer indianenopperhoofd of stoere cowboy die zijn lasso
zwaaide. We wilden het liefst maar Amerikaanse GI's zijn, kauwden kauwgom en
heel stiekem rookten we Lucky Strike. We maakten jazzmuziek op een theekist, 
wasbord en een toeter als een neptrompet. Op school was er levendige ruilhandel 
van khakigoed uit de dump - een shirt en kepie in een maat die paste dat was één
groot feest.
De oudere broers, buurjongens en neven speelden allang niet meer, sommigen 
gingen naar Korea om "de roden" aan hun eigen front een lesje te leren, de oude 
die-heart communisten emigreerden naar Nieuw Zeeland, het verst van alles weg. 
Het was een paar jaar vrede.
Maar vrede leek nooit écht geweest. 

wat kippenveren gestoken op een haarband en je was Winnetou

We werden volwassen en voelden dat echte vrede iets anders was dan afwezigheid
van oorlog. Soekarno deelde voortdurend plaagstootjes uit met slinkse landingen op
Nieuw Guinea. De Russen speelden hoog spel, onder de ogen van Uncle Sam, 
bouwden zij raketbases op Cuba, om te mikken op Miami en New Orleans.
Ik moest mijn dienstplicht vervullen bij de marine in het hartje van de koude oorlog. 
En dat begon weer met soldaatje spelen. Eerste militaire vorming op de hei bij 
Hilversum, de geweren waren oud maar écht. Draven, kruipen, stormen. 
En roeien om het hardst met sloepen op de Loosdrechtse Plas.
Het marine oorlogsspel volgde daarna op een terrein bij de Diemerzeedijk aan het 
buiten-IJ. Daar stond "de moot", een doorgezaagd middenstuk van een oude torpedo-
jager, in een heel grote container geplaatst. Daar moest je in, het mangat werd
hermetisch afgesloten met knevels. Er kon immers met atoomwapens of gifgas 
gevochten worden, onzichtbare straling of dodelijke ziekten dreigden.
Het was nog maar spel, maar wel grimmig. 
Schemerdonker was het binnen met noodverlichtingslampjes die op accu's brandden.
De compartimenten lagen vol materiaal voor "damage control". In de scheepswand 
was veel schade, boven en onder de waterlijn. Knallen over de luidsprekers en
binnenspuitend water, eerst door één, spoedig door steeds méér gaten na een kreet:
"treffer onder de waterlijn bakboord vóór". We vochten om het water te stoppen met
lappen, houtproppen, kussens, dekens en planken. Terwijl je bezig was en het water
steeg vergat je het spel en voelde iets van de doodsangst die al die mensen op zee
hebben gevoeld als ze in de meedogenloze oorlog met hun schip de diepte ingleden.

Het varen op benauwde oorlogsschepen - alleen op de commandobrug is er royaal
bewegingsruimte - werd mij goeddeels bespaard. Al na de eerste zes maanden van
oefenspel werd ik tot het eind van mijn dienstplicht geplaatst op Noordwijk Radio,
dichtbij het strand van Langevelderslag bij Noordwijkerhout. Van daar hielden de 
Commandant Zeemacht (CZM) in Den Helder en het Ministerie van Defensie (MinDef)
in Den Haag de vinger aan de pols in 'de Oost' en 'de West'.   
Ik besefte goed dat zo'n radiostation een belangrijk doelwit is in oorlogstijd.
De adjudant (mijn chef daar) hield ons steeds alert dat we "overvallen" konden worden
vanuit zee -  was het dan niet écht dan toch wel als realistische oefening door een 
troepje woeste commando's in camouflagepakken met zwartgemaakte gezichten,
dat ons gebouw met wapens op scherp bestormde. 
"Wat zou je dan doen?" vroeg hij me. 
"Dan zou ik zeggen: goede morgen mannen, jullie treffen het, de koffie staat klaar".
Voor oorlogsheld ben ik niet in de wieg gelegd.

© John Zwart

   
 
   
De nagel van de tijd -  een bewogen bundel - besproken door John Zwart  geplaatst 11 april 2011 

Dichtbundel van Gerard Beentjes (Eemnes). 
Gerard Beentjes toont zich als dichter als een man met duidelijke opvattingen. 
Dat begreep ik meteen toen ik hem een aantal jaren geleden in Nieuwegein hoorde
voordragen. Het was een liefdesgedicht, maar tegelijk een gedicht waaruit zijn
engagement met de maatschappij spreekt. De liefde, die ergens tijdens een tramrit
in Amsterdam ontluikt, en brandt in het hart van een oer-Nederlandse jongen en 'n
Marokkaans meisje. Een vredige samenleving ziet Beentjes in het verschiet na de
geboorte uit liefde van steeds meer gemengde kindertjes. 
Ook in deze bundel "de nagel van de tijd" stuit ik al snel op een gedicht rond de
oost-west frictie in het Nederland van deze jonge eeuw: "Ik zeg wat ik denk": 
"Ik zeg wat ik denk, ik doe wat ik zeg,/ zeg jij, hun heilig boek moet verbrand,/ 
want ik beroep mij op de traditie./ Hoewel. Ruk jij de Bijbel uit zijn verband?...//" 

Het soort dichters, dat duidelijk leeft binnen de context van deze tijd en daarover 
hun duidelijke mening laat horen, is tegenwoordig wat dunner gezaaid. Er zijn critici
die deze poëzie, die zij "moraliserend" noemen, ver van zich afwerpen. Ik verschil
daarover met hen van mening - ik kan engagement juist waarderen, óók als ik me 
niet bij de mening van de dichter kan aansluiten.
Alleen al door het feit dat hij de veilige neutrale grond verlaat en het front opzoekt, 
maakt zo'n dichter innemend. 
In de vroege na-oorlogse jaren waren er meer van dat slag. Simon Vinkenoog bleef
zijn rebellie tegen de 'gevestigde orde' een leven lang trouw. Begrijpelijk dus dat
Beentjes veel affiniteit met Vinkenoog heeft. Een in memoriam in dichtvorm is 
gewijd aan hem. Edith Ringnalda, de weduwe van Vinkenoog, was eregast bij de
presentatie.
Ik vrees dat Wilders' vrienden Gerard Beentjes' bundel niet zullen kopen, maar denk
ook dat het aantal poëzielezers in hun kringen beneden het landelijk gemiddelde zal
liggen. En het uitscheuren van bladen uit boeken of bundels stuit ons als schrijvers
en dichters zo al tegen de borst. 
Het werk van Beentjes ademt zijn belangstelling en waardering voor de meest
uiteenlopende culturen, dat verklaart ook zijn betrokkenheid bij de benefietbundel
"Blauwe Boeddha" voor de Tibetaanse dichters in ballingschap.
In deze bundel vind ik opnieuw het gedicht "De zachte krachten" met een
Boeddhistische boodschap: "...Geboorte is het begin// niet en dood niet het einde.
Mensen voor ons/ leven verder in ons bloed, zoals wij in stof en/ as. Waarheid loopt
de weg van herhaling..."
De stille geweldloze strijd van de monniken tegen opdringen
van de dominante Chinese cultuur kan duidelijk op zijn grote sympathie rekenen.

          

Gerard Beentjes draagt voor uit eigen werk 

© Copyright foto Gerard Beentjes 

 


39 gedichten in zeven groepen bijeen
De Witte Uitgeverij – 2010. 
  ISBN 9789461070166

Beentjes wil niet alleen maar de buitenkant kennen van andere culturen, hij wil tot 
het binnenste doordringen. Het kan haast niet anders of hij nam Arabische les. 
Het gelijknamige gedicht zou door een Arabische dichter geschreven kunnen zijn:

"...zeg nu habibi
proef met zachte tong
perzikzoete klanken […]
lippen van uiteen
herhaal habibi 
hoor mijn liefste [...]" 

Beentjes beseft wel dat de tijd en daarmee de wereld verandert, maar hij wil de 
scherpe kantjes van de botsende fasen verzachten. Ook bij een plotseling drama
binnen het leven van een individu speelt dat bij hem. Zijn werk bij Bartiméus 
(Blinden Instituut) confronteert hem met het lot van een jongen die nog onopge-
merkt aan een oogziekte leed en als gevolg plotseling blind wordt. 
In "als het licht uitgaat" brengt hij de woede na het ontwaken onder woorden als 
de jongen dan telkens weer tegen de nacht aanloopt. "...je handen smijten/ 
speelgoed meer kapot dan stuk..." 

Sober en daardoor juist zo aangrijpend is "Tommy"over de zelfmoord van een kind:
"een jongen vliegt met open armen/ een jezus zonder kruis/ het raam/ uit " 
Fysieke vergankelijkheid behandelt hij positief in "afsprong": "straks valt in as en
zand uiteen/ het lichaam dat ik was..."
dat besluit met: "...fluit het lied van ankers
los/ rechte rug naar de einder/ waar je een ander zelf"
Op weg naar een volgend 
leven, of de opwekking er vooral alles van te maken zolang het nog niet zo ver is?
Een heel bijzonder gedicht is "naamloos naakt" waarin hij zijn eigen geboorte uit
zijn moeder beschrijft. "...ik zwem uit haar vlees/ mijn nek een touw een kabel..."

de nagel van de tijd  

De bundel bestaat uit 39 gedichten over 7 hoofdstukken verdeeld: 

1. Het stamhoofd vertelt
2. Rood voorhoofd
3. Sterven
4. Moeder
5. Vader
6. Zwanger
7. Flarf

Het eerste deel – 8 gedichten – bevat onder andere de hier besproken gedichten
"Arabische les", "Ik zeg wat ik denk" en "Als het licht uitgaat". 
Deel twee – 4 gedichten – bestaat uit Boeddhistisch gerelateerde gedichten als 
"De zachte krachten" en "het dak van de wereld". 
Deel drie – 8 gedichten – met onder andere "afsprong" en "Tommy". 
Delen vier en vijf, gewijd aan moeder en vader kregen elk 3 gedichten, waaronder
het titelgedicht. 


de nagel van de tijd 

je bladerhanden in de krant 
vertellen een ander verhaal
dan ogen die over letters
van inktzwarte taal bewegen 

je ogen kijken achter mij
je mond spreekt van voorbij
de dansende jeugd van roomse
meisjesjaren in de hoofdstad 

de kreukellijnen van je handen 
vertellen meer dan ouderdom
het verhaal achter je rug
de dunne toekomst van morgen 

je oren horen een melodie 
een kleine nachtmuziek 


 

Deel zes – zwanger – volgt in 7 gedichten de zwangerschap vanaf 7 weken 
tot en met "geboorte". 
Het laatste deel: Flarf (1, 2, 3, 4, 11, 14): 
De 6 gedichten waarmee de bundel afsluit, zijn een noviteit. Ze ontstaan met 
behulp van internet zoekmachines, waarbij de resultaten aan de creativiteit 
van de dichter worden onderworpen. 
"Flarf 2//zoekresultaten kruipen als kevers in het donker voort/ slingert een tram
verlicht door rood/ nergens staat boven/ vanuit de dichtgekitte ramen boven de
waterspiegel..." 

Ik maakte voor het eerst kennis met het fenomeen tijdens "Dichters in de 
Prinsentuin 2010" en heb er nog geen oordeel over. 
Laten we het voorlopig houden op: onbekend maakt onbemind. 

De bundel 'de nagel van de tijd' is evenals 'de dame en de vrouw' van Paul 
Roelofsen alwéér een uitgave van de Witte Uitgeverij, verschenen binnen de serie
"verse voeten", Zomer 2010.  ISBN 9789461070166 -  Prijs 10 euro. 

© John Zwart – voor Hernehim Cultuur – 9 april 2011.

   
 
   
James Joyce - Een mijmering van Ronald Offerman  geplaatst 27 maart 2011 
   
Hoe zou dat toch komen dat ik die klassiekers zo traag verteer? 
Komt dat onwillekeurig door mijn eerbied voor die beroemde auteurs, wat mij belet
in mijn gewone vlotte leestempo door zo'n boek te snellen? 
Er zijn van die boeken waar ik lang over doe. Aan de Toverberg van Thomas Mann
ben ik geloof ik al tien jaar bezig. Elke keer pak ik het en lees een stukje. 
Dan leg ik het weer weg en vergeet het blijkbaar, tot plotseling de gedachte opkomt:
"o ja, die heb ik ook nog". 
En dat is echt niet omdat ik het geen mooi boek vind hoor, integendeel: 
de Toverberg is prachtig. Oblomov was ook zoiets, ik heb er een jaar over gedaan 
voor ik het uit had. Oorlog en Vrede, net zo'n tien jaren plan als die Toverberg. 
En Odyssee en de Ilias pak ik keer op keer, intussen zijn dat ook al weer heel wat
etappes geworden. Toch lees ik gewone romans in een keer uit. 

Steeds vraag ik me af of het voor anderen net zó is of dat ik een buitenbeentje ben.
Deze week heb ik Ulysses van James Joyce uit gelezen. 
Na vijf jaar maar liefst, terwijl het over één dag in Dublin gaat - beleefd en verteld 
door drie personen die zich een vreemdeling in die stad voelen. Het laatste deel 
is een monoloog van een vrouw, Molly Blooms. Vooral dat deel vind ik prachtig, 
maar misschien komt dat omdat ik het net gelezen heb. 
Het is in een soort sneltreinvaart geschreven zonder komma's, punten, hoofdletters
of wat voor leestekens dan ook. 
Ik ga dat niet allemaal uitleggen, lees het zelf maar. 
En nu ga ik de Toverberg afstoffen want die moet ook maar eens uitgelezen. 
Ik ben al op de helft! 
                                                                              © Ronald M.Offerman 

   
 
   
De dame en de vrouw - Geen gewone bundel - besproken door John Zwart  geplaatst 24 maart 2011 

Het is alweer geruime tijd geleden, dat Paul Roelofsen in samenspraak met Jos van
Hest het verschijnen van zijn dichtbundel "De dame en de vrouw" aan de literaire 
wereld prijsgaf. 
Een goed bezochte bijeenkomst in zaal Perdu te Amsterdam, opgeleukt met zeer
spannend solo-saxofoonspel door Arthur Heurrekemeijer en de gevatte reacties van 
Roelofsen op de onvoorspelbare vragen en kwinkslagen van presentator van Hest.
Ik kende Paul Roelofsen al wat langer van zijn veelal opmerkelijke optreden in de
Openbare Bibliotheek van Amsterdam, in het Theekoepeltje van Nicolaas Beets in
Alkmaar en in Hotel 1900 in Bergen NH. 

Deze dichter verdiende het mijns inziens om op Hernehim Cultuur wat aandacht te
krijgen voor zijn debuut. Helaas vond ik niet onmiddellijk gelegenheid om alles te 
lezen om er daarna zinvol over te schrijven. Om mezelf aan mijn toezegging te 
herinneren kreeg de bundel een plekje in mijn "Hernehim-koffertje" dat mij bij alle
poëziepodia vergezelt. Op een dag was de bundel opeens... weg. 
De dame en de vrouw allebei gevlogen en niet meer te achterhalen hoe en waarheen..
Gelukkig is de oplage groot genoeg en kon ik een nieuw exemplaar bemachtigen. 
En wat in het Hernehim-vat zit verzuurt nooit, iets vertraagd wil ik graag het volgende
met mijn lezers delen:

             47 gedichten in drie groepen bijeen
           De Witte Uitgeverij – 2010. ISBN 9 789461070111

 

Paul Roelofsen (2e van links) in de OBA Amsterdam 
Vooraan de dichter J.C.Aachenende
© Copyright Hernehim Cultuur 

Paul Roelofsen (Harlingen 1940) heeft een journalistieke achtergrond, schreef ook 
korte verhalen en betrad pas op latere leeftijd het dichterspad. Een nieuwe fase van 
zijn schrijverschap, waarin hij het avontuur nog steeds weet te vinden, zelfs als dat 
van de dingen dichtbij moet komen, zoals de ervaringen tijdens zijn late avond-
wandelingen in het eigen dorp. 
Als dichter kun je hem zijn eigenheid niet ontkennen. Zijn gedichten zijn meestal 
kort en compact, ze behandelen de kleine dingen des levens in eenvoudige taal, 
waarbij je toch het gevoel krijgt dat op de achtergrond iets opdoemt dat veel meer
omvattend is. Het is slechts schijnbaar dat hij aan de oppervlakte blijft en in de 
laatste strofe heeft hij meestal een verrassing in petto die opeens een heel andere
kijk op het voorafgaande geeft. Zo spoort hij zijn lezers aan de gedachten te laten
zwerven naar nieuwe inzichten of vergezichten. 
Absurdisme is ook een liefhebberij van Paul Roelofsen waarmee de humor zeer 
gediend wordt, een element dat dichtbundels zo vaak moeten ontberen. 
Met Roelofsen valt te lachen, misschien niet schateren, maar stil in ironie. 
Gedichten in de ik-vorm ronden vaak af met een fikse dosis zelfspot, een eigenschap
die we bij anderen ook wat vaker zouden willen aantreffen, maar te zelden vinden.

De gedichten van de bundel zijn in drie groepen ingedeeld: 

1. Voor wie niet denkt 
2. Om mooi te zijn voor wie het ziet 
3. Er was eens 

Zoals bij Roelofsen te verwachten is zet hij ons daar weer eventjes op het verkeerde
been: De gedichten in het eerste deel kunnen wel over gedachteloosheid gaan maar
zetten juist tot denken aan. Meteen al bij het eerste "Zeno": wie maakt zich druk 
over grasmaaien, alles mag op zijn beloop gelaten. 
"dat het gras groeit/ moet het zelf weten […]" maar "dat de krant te laat/ 
op de deurmat valt/ maakt me razend". 
Voor die mensen die altijd "druk druk druk" zijn is het lezen van "Omwille jezelf"aan
te bevelen: "Als de druk toeneemt/ moet je doen/ of je gek bent/ en bloemen plukken
[...]" 
In het tweede deel komt de ontroering eraan te pas. Een gedicht als "Kinderangst" 
doet me denken aan sommige liedjes van Bram Vermeulen. Ook "Vader en zoon" 
roept een associatie op, in dit geval met Willem Wilmink's gedicht waarin hij allerlei
gestorven mensen op straat meent te zien, ook daarin is de ultieme confrontatie het
eigen spiegelbeeld. Roelofsen schetst zo'n situatie weer net even anders: 
"[...] hij dood, ik onderweg/ bezwegen wij elkaar/ […] tot hij verbrak en zei:/ 
zo zo m'n jongen/ je komt wel erg dichtbij." 
Het absurde komt aan bod als hij in "Rivier" de rivier óver de brug laat gaan en zich-
zelf er onderdoor. 
De titel van het derde deel doet sprookjes vermoeden. Niet onterecht, maar het zijn
vervreemde sprookjes. Roodkapje en de boze wolf geeft hij een heel andere draai in
"Geen sprookje": "[...]Toen de jager de wolf zag/ die in de zon lag/ bij te komen van
het verdrinken/ sloop hij nader// knipte de hechtingen/ in diens buik door/ sjorde de
stenen eruit/ en stiefmoeder erin [...]" 
Even vreemd zijn de bezoeken aan de hemel die Roelofsen beschrijft. 
Levend (of juist dood?) dreig je daar te verbranden – zijn hemel en hel in de gedachten
van de dichter één en hetzelfde verblijf? Een bizarre redding en een even bizar slot 
"[...] een spin zal je aan een draad boven het vuur uittillen/ en je bij je moeder weer
laten zakken// zij zal vragen waar je al die tijd bent geweest/ zeg in de hemel en 
blijf voortaan bij haar" 

"De dame en de vrouw" is een boekje vol verbazing en Breughel taferelen, je vraagt
je soms af, wat de dichter ertoe bracht om te schrijven wat hij schreef. 
Op de bladzijde "Aantekeningen" worden we wat wijzer. 
Bij de twee gedichten "Kermis" en "Schemeravond" is er geen enkele twijfel, die 
moeten zijn ontstaan na een van zijn vele nachtelijke wandelingen in zijn dorp 
Koedijk aan het Noordhollands Kanaal bij Alkmaar. 
Zoals met de dichter afgesproken publiceer ik hier integraal zijn gedicht "Troje",
het laatste uit het tweede deel van de bundel. 

Troje  

Het veulen koldert 
hoeven van de grond, de aarde brandt 
geschrokken raaf die uit de blaren stormt 

wolvin met rode bek rond witte bok 
gereten buik, de vacht gered 
strompelend in de boomgaard 

en daar de mannen van het rechte pad 
de één pist met een paardenstraal 
bij een ander druipt de kraan 

voor jou, Helena lief, in het warme gras, 
beschaamd achter een hek 
tussen gekrulde katten. 

 

Uit: "De dame en de vrouw", Paul Roelofsen – 
in de reeks "verse voeten" verschenen bij De Witte Uitgeverij – 2010.
ISBN 9 789461070111 

 

        © John Zwart - 23 maart 2011 - voor Hernehim Cultuur 

   
 
   
Trapsgewijs - Het vieren van zeventig jaar artistieke traditie.  geplaatst 3 februari 2011 

Nog even terug naar het oude jaar. 
Ja, er valt soms een achterstand, zo hier en daar. 
Dat heeft natuurlijk te maken met onderbezetting, die lijkt zich tot een chronisch 
probleem te ontwikkelen, daar is niet altijd tegenop te werken - maar laat ik daarover
nu zwijgen want er staat al een poos een oproep op de nieuwspagina
Het zou zo maar kunnen dat... want dit moet natuurlijk wel een springlevende internet-
stek blijven! 

Het roemruchte Dichterscafé Eijlders, bij het Leidseplein (komende uit de Leidsestr.
rechts de hoek om 'n heel klein stukje de Korte Leidsedwarsstraat in), had aan het
eind van 2010 iets te vieren. Op kerstavond 24 december van het jaar 1940 werd het 
door eigenaar John Eijlders en zijn vrouw Cor geopend, dus dat was tijdens de feest-
dagen precies 70 jaar geleden. 
Bijna een mensenleven terug richtte het echtpaar Eijlders het pand in: een authentiek
sfeervol echt Amsterdams bruin café - aparte zitjes aan de lange wand met elk een 
bank en stoelen aan een ronde tafel. Achterin een half trapje naar keuken en toiletten,
aan weerszijden van dat bijzondere trapje links en rechts een verhoogd zitje vanwaar
je een adelaarsblik over de bar hebt. Daar durf je eigenlijk pas neer te strijken als je 
min of meer stamgast bent. 
De eerste levensjaren van het café waren dus oorlogsjaren, waaruit nog vele verhalen
stammen. Zoals over de banken die tot kisten werden met de zitting als deksel en 
een dubbele bodem eronder. Daarin werden wapens voor het verzet verstopt. Van de
bezetter moesten kunstenaars zich verplicht bij de "Kulturkammer" aansluiten, de
weigerende beeldend kunstenaars mochten toen exposeren aan de wanden van het 
café. In mei 1943 werd het café "Voor Joden verboden" verklaard, maar het bordje 
tegen de ruit viel telkens weer naar beneden, zodat het op een dag niet meer terug
gehangen werd. 
Tijdens de oorlog werd het al een geliefde plek van samenkomst voor gelijkgestemde
mensen en kunstenaars in het algemeen. 

 

 

© Copyright Foto's resp dbnl en literatuurplein   

Stamgast van het eerste uur  

   Gerard den Brabander (1900-1968)

Ed Hoornik (1910-1970)     

Dichters van "De Amsterdamse School"

 

 

Naamloos vers voor de naamloozen 

Het was een gewone jongen, 
Misschien was de mond wat te breed 
En de houding iets te gewrongen, 
Een man die het nog niet weet. 

Een eenvoudige zoon van zijn vader, 
Van zijn moeder en van zijn land, 
Die niet wist nog: wat is er nader, 
Lier of beitel, aan deze hand? 

Die uit veelheid veel heeft gezwegen, 
Het woord was te zwaar en te groot; 
Die zich koos uit vele wegen 
Een weg uit...... en die liep dood. 

In angstuur en heen-en-weer-loop 
Werd onzekerheid tot beslist, 
En een kind tusschen muur en geweerloop 
Een man die te sterven wist. 

Geen beitel, geen lier was hem nader 
Dan het hart onder eigen hand. 
Nooit stierf er één vastberader 
Met den blik, die de blik was van vader, 
Van moeder en van zijn land 

Gerard den Brabander - Uit: "Geuzenverzen" 1945 

Dichter-schrijver Gerard den Brabander (1900-1968) was één van de stamgasten van
het eerste uur. Werd wel geboren in Den Haag, maar kwam als kind al – via Edam –
naar Amsterdam waar hij als volwassen man een baan had bij de PTT. 
Na de bevrijding kon hij al spoedig van zijn pen leven en bracht soms hele dagen in
Café Eijlders door met een "moddermannetje" voor zich (een glaasje jenever met
suiker&kaneel) dat regelmatig opnieuw moest ingeschonken. 

De dichter 

De dichter is alleen maar dorst en buik 
een tot den boorde berstensvolle kruik 
Hij gist en borrelt tot hij eindelijk barst 
en in de droesem zinkt en tandenknarst 

Dit kleine gedichtje tekent den Brabander ten voeten uit. Geen ronkende lofzangen,
maar cynische spot en zelfspot. Heel anders dan de stijl van Ed du Perron en 
Menno ter Braak die met hun blad "Forum" toen nog de toon aangaven. 
Hij zal in die jaren regelmatig al gezelschap hebben gekregen van Ed Hoornik en 
Jac van Hattum aan de toog van Eijlders – samen met hen vormden zij gedrieën 
"de Amsterdamse School"
Maar er werden toch ook heel stijlvolle gedichten geschreven in die tijd, die wij nu 
- de oorlogssituatie allang ontgroeid of nooit gekend – als wat gezwollen ervaren. 
Maar toen vervulden ze de mensen met trots en ze werden graag gelezen en 
aangehoord. De verzen van de "Geuzenliederen" zullen in de periode 1940-1950 
nog vaak hebben geklonken in het dichterscafé.
Geleidelijk werden dichtersbijeenkomsten, muziekavonden en exposities heel
regelmatige gebeurtenissen in Eijlders. Dichters als Bertus Aafjes, Jan Elburg
Koos Schuur en Bert Voeten traden er ook op. 
Een periode van wat minder activiteit werd in 1975 gevolgd door een opleving, 
meer gestructureerd kunst- en artiestenbeleid ontstond toen Jan Levering de 
scepter in Eijlders zwaaide. Er kwam een wekelijks Jazzconcert, de schrijvers en
dichters bleven graag komen en de exposities werden hervat.

 

In 1997 werd Mieke van Beeren de eigenaar van het oude café, het paar Patrick en
Anouck Dierks de uitbaters. Qua sfeer en inrichting is alles vrijwel onveranderd 
gebleven door alle jaren heen. 
Inmiddels zijn Patrck en Anouck ook de eigenaars. Het zindert van artisticiteit, 
maandelijks wisselt er een expositie van schilderijen, waarvoor zelfs een wachtlijst
moest worden ingesteld. Regelmatig zijn er muziekuitvoeringen en op initiatief van
Mieke van Beeren, Floor Voerman, Dirk Oudshoorn en Kees Godefrooij kwam er 
een vast maandelijks poëziepodium, elke derde zondag van de maand. Dat wordt 
in goede banen geleid door Paul Lokkerbol en Ron Offerman. 
Dan speelt dat aparte trappetje, waarover ik in het begin schreef, een grote rol. 
Aan de voet daarvan, of op de onderste treden, afhankelijk van je lichaamslengte,
is het "roemruchte" Eijlders "podium". Als je daar staat en het café valt even stil 
voel je dat dit een bijzondere plek is... 
Dat iedereen dit onderkent blijkt wel want de dichters komen er graag. Niet alleen 
uit de stad maar van heinde en verre, tot uit Vlaanderen toe. 
Ze mogen elk maar drie gedichtjes voordragen, krijgen geen enkele vergoeding, 
zelfs geen bonnetjes voor een gratis consumptie. Toch staan er telkens 20 of meer
namen op het briefje van Paul Lokkerbol. 
Dat zegt genoeg. 


Wisselexpositie "handen" in Café Eijlders  - 
© Foto Copyright Hernehim 


En na het licht 

En na het licht
was daar het duister
met jouw verdwijnen
en de pijn
toch hoor ik soms
nog je gefluister
dan proeft het water
weer als wijn 

ik heb het ergens
neergeschreven
vertrouwde voetstap
op het grind
het valt me zwaar
alleen te leven
ben als een herfstblad
in de wind

Kees Godefrooij

Paul en Ron stellen elk jaar een kleine bloemlezing samen uit hetgeen men in
de voorafgaande 12 maanden zoal liet horen.
Op de zondag 19 december j.l. was dat een uitgave waarmee het 70 jarig jubileum 
werd gevierd: "Trapsgewijze woordenstroom".
Een veelkleurig boekje, even veelkleurig als dat langste podium dat ik ooit in dit
Eijlders meemaakte. Vanaf vier uur liep het uit tot half acht, met gelukkig wel een 
aantal praat en drinkpauzes.
59 Gedichten kon ik gelukkig de dagen erna in alle rust opnieuw nalezen - 
37 dichters droegen er elk een drietal voor. 
Een marathon van méér dan 100 gedichten overspoelde het publiek. De reguliere 
podia zijn natuurlijk wat bescheidener in omvang. 
Zonder er een speciale waardering aan te hechten heb ik er een 4-tal uitgezocht 
om hier nog eens te publiceren,.Om mezelf een plezier te doen en om mijn lezers 
een indruk te geven wat ze hebben gemist als ze nog nooit eens naar een 
"Eijlders podium" kwamen!
Ik heb zo'n vermoeden dat die Eijlders Bloemlezingen, die altijd maar in een heel 
kleine oplage worden gemaakt nog wel eens een 'verzamelobject' kunnen worden.

© John Zwart - 3 februari 2011 - voor Hernehim Cultuur 


70 

oud geworden 
maar wat is dit? 
Dit plezier 
deze jolijt 
ik kwam op een begrafenis 
oude man, oude man, 
de sprekers deden hun best 
de muziek was roerend 
opeens stond het me tegen 
ik verdween naar achteren 
liep rond het gebouwtje 
en kwam op het kerkhof 
daar was de vers gegraven kuil 
ik ging erin liggen 
en wat een consternatie 
wat een verontwaardiging 
toen de stoet met de kist 
mij ontdekte 
ik leef nog! riep ik 
ik leef nog! 
weggejaagd werd ik 
maar wat is dit? 
dit plezier 
deze jolijt 

Karel Kramer

 

 


Tijd van leven 

Op woeste grond gevestigd 
geworden tot oord van het woord. 
Zo jong gebleven als Gerard 
den Brabander nooit was – in zijn hoek 
verwijlend in wolken van rook, 
toen nog. 
Als uit een mond spreken dichters 
van toen en nu, woorden wieken weg 
op de thermiek van hun adem; 
semper idem aan de voet 
van de trap richting bittergarnituur. 

Geef haar tijd van leven, 
deze donkerbruine cocon 
waarin menigeen zich ontpopt 
tot dwarse vlinder en een 
zich eeuwig verjongende 
schare ledigbrassers 
hardnekkig een hemel bestormt 
vol eretekens van glas in lood 
en vergeelde knipsels. 

De wijn smaakt altijd naar de stok 
en Eijlders is de naam van de vruchtbare grond. 
Wie maalt om zeventig jaren leef-tijd 
die zoveel tijd van leven heeft 
als kleinkind, kind en moeder ineen. 
Grondstoffelijke muze, voorgoed. 

Gerdin Linthorst  


Tijd zat 

Er is nog tijd zat
We hebben nog tijd genoeg
We wachten af en leven verder
We drinken wat, we trouwen eens
en scheiden weer, kinderen komen
en leiden hun eigen leven
We lachen soms en huilen vaak. 
We drinken wat en het inzicht, 
dat je denkt te hebben, 
dat wisselt met het aantal glazen 

Tijd speelt geen rol
Gisteren, vandaag, morgen,
tien jaar geleden of over tien jaar,
vroeger, straks, toen of toekomst.
We drinken wat, we leven en sterven.
Sommige dingen blijven een lange tijd,
sommige dingen blijven erg kort en
sommige dingen blijven zoals ze zijn.
Leeftijd, dat is slechts een getal.
Het gevoel dat is voor eeuwig. 

Ronald M Offerman 

 


Zomaar vier, ik had er gemakkelijk nog tien bij kunnen vinden, 
die mij even bijzonder hebben aangesproken. 
Het beste voor de lezer is om gewoon eens te komen luisteren.  

Op de vierkante meter van het Eijlders podium in actie © Foto Hernehim 

   
 
   
Bij de VSB Poëzieprijs 2011 - Beschouwing van John Zwart  geplaatst 30 januari 2011 


Armando (81), de winnaar van de vsb poëzieprijs 2011 is een dubbeltalent van naam,
zowel als beeldend kunstenaar als in de literatuur. De mediterraan klinkende naam
"Armando" staat voor de man die bij zijn geboorte in 1929 te Amsterdam ter wereld 
kwam als Herman Dirk van Dodeweerd. 
Net als bij Jan Wolkers geldt de aandacht van het grote publiek vooral één kant van 
zijn creativiteit - bij Armando valt die het meest op de schilderkunst, maar acteren 
heeft hij ook gedaan: oudere lezers zullen zich hem kunnen herinneren als één van 
de leden van een driemanschap – samen met Cherry Duyns en Johnny van Doorn - 
dat bij VPRO schitterde in de afleveringen van "Herenleed". Maar literair verwierf hij 
veel aanzien als vaardig NRC columnist en hij was bij deze krant ook 'n aantal jaren
kunstcriticus. Columns schreef hij zowel vanuit Berlijn als in Nederland. Tot boeken
gebundelde columns, "Machthebbers" en "De straat en het struikgewas", leverden
hem in de jaren tachtig al een tweetal literaire prijzen op: de Multatuliprijs en de
Bordewijkprijs. Door het internationale karakter van al zijn literaire werk, dat hij ook 
schreef vanuit Berlijn en Toscane viel hem ook nog een Gouden Ganzenveer ten deel.
Toch overweegt de faam als schilder, immers welke kunstenaar heeft nog tijdens zijn
leven een eigen museum? In 1998 werd de oude Elleboogkerk in Amersfoort na een
verbouwing ingericht als Armandomuseum, helaas nog geen tien jaar later door een 
felle brand verwoest, zonder dat er nog iets van zijn oeuvre uit het vuur kon worden 
gered. Slechts enkele belangrijke stukken overleefden doordat ze op de dag van de 
brand waren uitgeleend aan een expositie op een andere locatie. 
Gedreven schilderde hij dóór, al had hij bij de opening van het Armandomuseum als
zeventigjarige verklaard in zijn laatste creatieve fase te verkeren. 

© Foto Armandomuseum 

"boot" - Sculptuur van Armando


Toch was hij al zijn hele leven enorm productief dus eigenlijk veranderde er niet veel,
misschien was het enige dat hij nu niet hoefde te tonen dat hij lichamelijk zijn 
gevorderde jaren zou erkennen. "Nu ben ik oud - jong, ik weet nog goed hoe dat voelde"
sprak hij, "ik weet niet hoe het komt dat je oud wordt, ik heb een sterk vermoeden dat
het vanzelf gaat".
In weerwil van die observatie ontstonden alweer heel wat nieuwe
schilderijen in zijn huidige atelier in de Amsterdamse binnenstad en met dezelfde 
innerlijke drang schreef hij vele nieuwe gedichten.
"Ik heb haast, zoals je begrijpt". In 2009, bij gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag,
verschenen zijn verzamelde gedichten en de afzonderlijke bundel "Gedichten 2009" bij
Uitgeverij Augustus. Deze poëzie – van een man die zegt 'oud en der dagen zat' te zijn,
maar dat duidelijk niet is - is verbazend krachtig, aldus de jury. 


Eigenlijk is dat een blijvend kenmerk van zijn werk, zijn fascinatie voor de oerkracht 
van de natuur en de enorme gruwelijkheid van mensen. Een journalist noteert de 
volgende uitspraak van een ander interview: "De mens is minderwaardig – met 
uitzonderingen – ik heb één minuut geloofd, na de tweede wereldoorlog, dat we het
nu wel geleerd hadden, maar natuurlijk niet..."

De oorlogsdreiging lijkt in al zijn werk aanwezig, maar in deze fase is er nu ook de
kwetsbaarheid, het individuele leed dat een kosmische proportie krijgt. 
Armando blijft een eenvoudig man in de omgang, als Karel Appel met zijn uitspraak
die een gevleugeld woord werd: "Ach, ik rotzooi maar wat aan". Armando zegt het
zelfde met zijn woorden: 
"Iedereen heeft een stelregel, ik niet. Ik doe maar of ik er een heb, 
dan hebben ze niks in de gaten". 

 

©  John Zwart 29 januari 2011.
Voor Hernehim Cultuur 

Een klankbeeld over Armando uit 2009 naar aanleiding van zijn 80e verjaardag 
door NOVA tv

 

 

Dag en nacht 

De blozende dag vertoont zich in een 
kleurrijke mantel, 
op ooghoogte hangen de lichamen te drogen, 
ze worden ongeduldig, ze worden 
onbesuisd. 
De nacht maakt de houten gaten zwart 
het bos beraamt, 
de hoestende voertuigen banen zich een weg, 
er brandt al licht boven de struiken. 

Armando 
Uit "Gedichten 2009" – Augustus 2009 

 

 

   
 
   
Het uur van de waarheid - Commentaar van John Zwart  geplaatst 27 januari 2011 


Turing Nationale Gedichtenwedstrijd – 

Het Oog op Morgen 26 januari 23:00u – 0:00u 27 januari 2011

"Wat is de poëzie? Elke kritiek is weer een poging tot antwoord op die vraag.
En dat pogen wordt hardnekkiger naarmate de verzen van een dichter zich steeds
meer in het geheel van de poëzie gaan voegen. Het pogen is hardnekkig, ondanks
de vergeefsheid ervan." 
Zo citeerde ik zondag 16 januari onze eminente recensent 
wijlen Kees Fens, aan het begin van mijn voordracht in de Glazen Zaal van de 
Openbare Bibliotheek van Rotterdam. 
"Als woorden ontwaken, worden ze gevaarlijk… Sommigen zoeken houvast in poëzie,
willen een verklaring voor een vers of woord. Maar in poëzie klopt niets. 
Daar is alles mogelijk."

Zo deed onze Dichter des Vaderlands Ramsey Nasr een poging het wezen van de 
poëzie te vangen. Voorafgaand aan de bekendmaking van de prijswinnaars van de 
Turing Nationale Gedichtenwedstrijd 2011 hield hij een inleiding. Dat gebeurde tijdens
alweer een bijzondere Radiouitzending van "Met het Oog op Morgen" vanuit de Stads-
schouwburg van Amsterdam, die werd gepresenteerd door John Jansen van Galen.
Ramsey Nasr gebruikte in zijn toespraak citaten uit het forum van de website van dit
radioprogramma en plaatste de verbeten manier, waarop dichters onderling op het 
internet elkaar de maat nemen, op ludieke wijze in het schelle licht. De zure toon van
beroepsreageerder "Bert" zal voor menigeen een herkenning zijn geweest! 

De volledige inleiding van Nasr is HIER nog te beluisteren. 

 

 

De eregalerij van de top-10 geflankeerd door 
links Ramsey Nasr en Gerrit Komrij 

© Foto Bart Honing 


Onder de sterren 

Onder de sterren geslapen. Lang in de tijd 
liggen kijken, in de ijlende, krijsende ruimte. 
De vreemde vreugde die dat ondenkbare schept. 

Ik zag een foto die iemand vanuit een kuil had genomen. 
Uitzicht vanuit een graf, stond eronder. Je zag 
een stuk van de hemel en de dunne kruinen van bomen. 

Ik denk aan mijn vader, heel ver van huis, niet meer 
bij machte terug te keren. 
En aan mijn ex die ik plots bij mijn tandarts aantrof 
boven mijn wijdopen mond, mooier en harder dan ooit, 
met een slang in haar hand om het gruis en het vocht 
weg te zuigen. Daar lag ik. 

Ik zou zo graag licht willen reizen, met in mijn rugzak 
niet meer dan wat kleren, een veldfles, een pen 
en papier 

 

Henk van Loenen 

Eerste prijs Turing Nationale Gedichtenwedstrijd 2010 
Winnaar Henk van Loenen is vooral bekend onder zijn dichtersnaam
Julien Holtrigter. Zijn debuutbundel verscheen reeds 10 jaar geleden.
Er wordt hem nu de mogelijkheid geboden door Uitgever Augustus
een nieuwe bundel te publiceren. 

 

Onder leiding van autoriteit Gerrit Komrij maakte Nasr deel uit van de zeskoppige jury
die de winnaars van de de Turing Nationale Poëziewedstrijd moesten kiezen uit bijna
10.000 inzendingen (op iets meer dan 100 na). Toch was de hoeveelheid die de jury 
te verwerken kreeg duidelijk minder dan vorig jaar toen een vloedgolf van niet minder
dan 15.000 gedichten hen overspoelde. 
Een omslag van kwantiteit naar kwaliteit? Uit de woorden van voorzitter Komrij valt dit
misschien wel op te maken, want hij noemde de gemiddelde kwaliteit 'hoog'. 
Wie hebben de klus om uit 10.000 een top-100 te selecteren geklaard? 
Naast de Dichter des Vaderlands waren dat Alexander Ribbink, Esther Jansma, 
Huub van der Lubbe en Claudia de Breij. De top-10 die in de slotfase uit de top-100 
in de prijzen vielen waren allemaal uitgenodigd in de Stadsschouwburg. 
Het deed mij als HC-redacteur ontzettend veel plezier te ervaren dat er twee dichters
uitverkoren waren die meermaals ook al op HC publiceerden. "Hernehim Cultuur, 
de site voor bejaarden en anderszins gehandicapten" zo schreef nog niet zo lang 
geleden een jaloerse blogger. Die moet maar eens gauw zijn mond gaan spoelen, 
dunkt mij. 
De hoofdprijs van 10.000 euro ging naar Henk van Loenen (Vianen) voor zijn gedicht
"Onder de sterren", de tweede prijs was voor Peter Knipmeijer (Zeist) voor "Enige 
feiten over vallen", en voor de derde belangrijke geldprijs viel de eer op Maarten van
Dooremalen (Heerenveen), voor zijn gedicht "Jochem gaat op reis". Ook een prijs dus
naar de provincie waar gewoonlijk alleen maar "in het onverstaanbaars wordt gedicht"
aldus diezelfde jaloerse blogger die ik zojuist citeerde.
De 4e t/m 10e prijs waren ex aequo maar werden in mijn ogen aangevoerd door 
Anke Labrie (Amsterdam) met haar gedicht "Monumentje". Vooral omdat dit gedicht
door Nasr integraal in zijn inleiding was opgenomen. Anke verfraait al een groot aantal
jaren een pagina van de Hernehim site met haar prachtige schilderwerk in haar 
typerende stijl en zij werd door ons in 2009 ook al eens naar voren gehaald voor haar
opmerkelijke vertaling van het gedicht "Do not go gentle into that good night" van 
Dylan Thomas. Nog steeds te lezen op pagina vertalingen. Peter Knipmeijer was in 
2008 een van onze winnaars van een "Gedicht van de Maandprijs" voor het beste
themagedicht. 
Hiernaast staat het gedicht te lezen dat goed was voor de Turing hoofdprijs. 

© John Zwart voor Hernehim Cultuur. 

Het gedicht "Monumentje" van Anke Labrie staat op pagina vrije poëzie. 

 
 
   
Revisie op subsidie - Beschouwing van John Zwart  geplaatst 23 december 2010 

Er werd geschreeuwd en ik was bijna in de verleiding ook te gaan meedoen. 
Gelukkig heb ik het eerst even aangezien, voor 't rijpingsproces tot een meer bezonken
oordeel. Mijn spontane weerzin tegen drastisch snijden in de subsidies voor kunst en 
cultuur heeft het gelukkig niet gewonnen van mijn weerzin tegen hard geschreeuw in het
algemeen. Want dat stopt elke argumentatie zonder ruimte voor nuancering te laten.
Natuurlijk, als orkesten van naam uit elkaar dreigen te vallen moet er wel front gemaakt
worden tegen de barbarij die tot zulke plannen in 't regeerakkoord hebben geleid. 
Er is ook een groot afbraakeffect bij sommige fondsen, die mede van overheidssubsidie
afhankelijk zijn – denk maar aan de stipendia, of, ander voorbeeld: de instrumenten-
fondsen voor musici. Dat zijn faciliteiten voor investeringen in de kunst en cultuur van 
de toekomst. 
Maar er mag wel eens kritisch gekeken worden of er wel overheidsgeld in concoursen 
en prijzen moet worden gestoken. Kunst en cultuur is geen sport, waar je met fotofinish
vaststelt wie er een honderdste seconde eerder over de streep kwam, dus onbetwist de
winnaar is. Er is een jury en/of een stem van publiek nodig voor een oordeel en daarmee
komt de willekeur binnen. 
Elke jury is subjectief, publiek óók – soms zelfs onmiskenbaar partijdig. 
Prijzen mogen dan wel prestige opleveren voor de winnaar, maar ze zijn bijna altijd een
bron van onverkwikkelijk gekrakeel. Nog geen 2 weken geleden was er 'n beschamend
voorbeeld van. Toen werd in Utrecht een "NK" gehouden. Een NK?...die term doet 
vermoeden dat het niet om cultuur, maar om sport gaat!   Maar dit betreft de edele
dichtkunst - de uit de VS overgewaaide vorm ervan: "poetry slam".

schreeuwen en boksen

Taal en Lichaamstaal bij de NK wedstrijden
© Foto Poëziecircus

geen blote bloezen of microrokjes, wel geschreeuw, gestamp, geloei...

De rivalen slaan het publiek en elkaar om de oren met hun teksten, geen effect wordt
geschuwd. Er wordt dus ook nogal eens geschreeuwd en op de man of vrouw gespeeld.
Het podium heeft het karakter van een boksring, wie niet néérgaat maar tot in de derde
ronde overeind blijft is de kampioen. Het kan ook zomaar zijn dat het ultrakorte rokje 
van een dichteres, of haar doorkijkbloes, tenslotte cruciaal is voor de uitslag. 
Massaal geschreeuw en gestamp op de vloer brengt geen regeringen ten val maar je fans
kunnen je er wel mee aan een slam overwinning helpen. De geldprijzen zijn bescheiden,
maar het is geen beletsel dat vervolgens onvermijdelijk de pleuris uitbreekt die tot de
volgende jaargang voortduurt. Zulke clubs kunnen dus met gerust hart ont-subsidieerd
worden zonder dat de kunsten eronder lijden. 
Deze regering vindt: de kunst die "zijn eigen broek niet kan ophouden" moet de andere 
kant op kijken. De aloude mecenas van stal voor de gaten in de financiering. 
Ze zijn wel consequent, dat moet gezegd. De sociale voorzieningen kortgeknipt zodat 
de rijken liefdadigheid kunnen plegen, de kunstsubsidie afgeknepen zodat diezelfde 
rijken mecenas kunnen spelen. De meeste rijken zitten bij de VVD of het CDA, kunnen
we op hen wel vertrouwen, je hoort ze nu alleen maar over economie en economie... 

>>>> 5 minuten chaos en een adhoc besluit - <<<<
een wanhopige presentatrice Neske Beks, speciaal ingevlogen uit Antwerpen
zoekt naar haar niet-bestaande overwicht tegenover een tumulteuze zaal Tivoli

Maar misschien kunnen we wel wat geld weghalen bij de rijke fondsen? Ik bedoel die
fondsen die de prestigieuze prijzen uitreiken aan kunstenaars, die door hun positie op 
de lijst van naamsbekendheid toch al over een modaal inkomen of veel hoger beschikken?
We zouden de prijzen kunnen uitreiken in de vorm van lauwerkransen zoals dat gebruik
was bij de kampioenen van de oude Grieken, dan blijft het prestige overeind. Want ook 
die gerenommeerde geldprijzen gaan met schelden en schimpen gepaard... 
Je zag het vorige week bij de P.C.Hooftprijs die aan Henk Hofland ten deel viel. Voor de
Volkskrantredacteur Chris Rutenfrans waren de druiven kennelijk erg zuur. Hij vecht zijn
persoonlijke vete in het Opiniekatern van zijn krant door te melden dat de P.C.Hooftprijs 
"is toegekend aan een nog levende dode schrijver, die al 20 jaar niet meer wordt gelezen".
Ook zou de winnaar dement of op z'n minst seniel zijn maar niemand van zijn collega's 
bij de Volkskrant heeft de moed om hem te zeggen dat het allang tijd is geweest om te
stoppen. Bij de Slegte worden zijn boeken nu uit de kelders opgediept. 
Ja, ja de schrijvende mens zit vol rancune, we zien het bijna dagelijks. 
Dus weg met alle geldprijzen, geef ze allemaal een lauwerkrans en bij inlevering van 
vijf kransen of méér een borstbeeld in het Letterkundig Museum. 

© John Zwart – 21 december 2010.


poeziëk circus 

Geef mij dichters die zich niet 
aan het oog van het vaderland 
onttrekken als zij in kringelen rook 
opgaan voor een volgekochte zaal 

zonder angst voor een valse tegenstem 
de acrobaat die klapvolk naar de mond 
praat of kaal slaat in de touwen als zijn 
of haar beschermengel de mat opstapt 

dat dichters met een keel van zichzelf 
aan de kant zijn gezet want het publiek 
moet ook wat met minderbedeelden 
‘t spraakvocht van woord- en goudzoekers 
hoe men spijkers op een laag water strooit 
en de weelde van ware dichters vernagelt 

© Frans Terken 09122010

 
   
 
   
Dichter Guillaume van der Graft overleden - we staan even stil bij een christelijk dichter - Bericht van John Zwart  geplaatst 26 november 2010
Zondag 21 november 2010 overleed in zijn woonplaats Utrecht een dichter die we 
kennen als Guillaume van der Graft. Als predikant ging hij als Willem Barnard 
(Rotterdam -1920) door het leven. 
Je zal maar doodgaan in de slagschaduw van Harry Mulisch, ben je dáárvoor negentig
geworden... Ze merken nauwelijks op dat je er niet meer bent. 
Hernehim Cultuur vindt dus dat we Guillaume van der Graft nog even in het zonnetje 
moeten zetten. Want naar zijn eigen zeggen genoot hij in literaire kringen maar een
bescheiden aanzien. 
Als tijdgenoot van de vijftigers maakte hij er toch geen deel van uit. Hij had ook geen
vrienden bij de Cobra-groep. Ze gingen hem in het afscheid van het leven allemaal vóór:
Hans Andreus, Lucebert, Bert Schierbeek. Van die oude kern is nu alleen nog Gerrit
Kouwenaar (1923) in leven. Zijn christelijke identiteit maakte dat hij teveel verschilde
van Lucebert, Vinkenoog of Kouwenaar. 
Guillaume van der Graft werkte in het verleden nog samen met Martinus Nijhoff en hij
had begin jaren vijftig contact met T.S.Eliot. Eigenlijk was van der Graft zo'n typische
dichter-predikant zoals we die in de 19e, begin 20e eeuw kenden. 
Hij bedreef iets wat hij zelf typeerde als "poëthotheologie" en debuteerde met een
verzameling gedichten onder de titel "exilio" in 1946. In totaal heeft hij een 20-tal 
bundels geschreven. 
Zijn creativiteit stond nog het meest in dienst van zijn werk als zieleherder: hij maakte
veel nieuwe psalmberijmingen en hij schreef 76 liedteksten voor het Liedboek van de
protestantse kerk. Vanaf 1998, toen hij deelnam aan de Utrechtse "Nacht van de 
Poëzie" maakte hij, reeds op leeftijd, een come-back na enkele inspirerende ontmoetin-
gen met jonge dichters als Ingmar Heytze en Ruben van Gogh. 
                         

                          Ds. Willem Barnard - Guillaume vd Graft 

Een voorbeeld van Guillaume van der Grafts poëtotheologie: 

Blijft de geheimtaal 

De engel der menselijkheid 
zal hij eenmaal op de kim staan 
zonder een uniform zonder een harnas aan 

en de armen uitgespreid 
moederlijk met een warmte van zon 
vaderlijk met geur van aarde 

tussen de sterren en het water 
blinkend aan de horizon? 

Guillaume van der Graft 
Uit: Verzamelde Gedichten. Uitgeverij De Prom, Baarn 1985 

 

 


Liefdesgedicht, ouder werk: 

Vervulling 

Zij is vervuld van mij; 
haar lichaam is gelukkig 
en haar geluk belichaamd. 

Ik leger mij opzij. 
Het mijne is te nukkig 
en een geluk dat zich schaamt 

mijn bloed en vlees te worden 
verdicht zich wel in woorden 
en die houden mij vrij: 

wanneer ik niet genoeg van 
haar houden kan, zij houdt 
alles van mij geborgen. 

Morgen is het weer vroeg, dan 
ontbijten wij getrouwd. 
Ontoegankelijk morgen. 

Uit: "Mythologisch" – 1950 

   
 
   
Dichterscafé Eijlders Amsterdam gonst van de poëzie en snelt op een jubileum af - Een verslag van John Zwart  geplaatst 22 november 2010

Er waren dit weekend weer veel podiumdichters op pad.
Gisteren Eijlders en 't Blijvertje in Amsterdam, in Zeist werd een prijs uitgereikt en 
verder weg bracht SKAC dichters en cabaretiers samen in Chaam - of (s)chaam als
je Pom wilt geloven. 
Voor mij Eijlders dus. Vroeg donkert het al in deze late zondagmiddaguurtjes. 
De wintersfeer komt al een beetje tot leven nu de kale takken van de bomen op het
Leidseplein al zijn ingepakt met ontelbare kleine lichtjes. De oostenwind is kil... de
mensen gaan graag naar binnen. 
Een behoorlijk grote opkomst. Het thema was wat moeilijk: 
"Denk je dat je de enige bent die over een bepaald onderwerp nadenkt en dat je
omgeving van die dingen geen notie heeft? Op persoonlijk vlak of breder verband, 
op maatschappelijk terrein? Misschien weet je van gedichten over zaken waar nog
niemand over schreef, behalve die ene dichter?" 

Ja, ja, daar schud je niet zo 1-2-3 de verzen voor uit je mouw. Maar zoals vaak
houden vele dichters zich daar ook niet aan, des temeer eer voor wie serieus werk
op zo'n zeldzaam thema meebracht. 
Mooie voordrachten van J.C. Aachenende - die afgelopen week nog schitterde in de
'Salon der Verzen' op Frankendael - van Joop Scholten, van Aurora Guds en een
onbekende Britse dichteres. 
En een debuut van 't bekoorlijke meisje Rosa Veltman, maar één gedichtje mocht
ze, maar die komt wel weer terug.
Wie vandaag terug was na lange afwezigheid: Jako Fennek, die een ontmoeting
beschreef die hij had met onze majesteit, incognito op een openbaar bankje zomaar
ergens in de stad. Het poëtisch element van het rendez-vous: haar hoed met bloemen
waaromheen de bijen zoemden.

Een debuut is altijd een roos waard 

Grappige bijdragen van Martin van de Vijfeijke, dus de lach deze middag ook weer
verzekerd bij zijn 3 variaties op de stofzuiger van Simon Vestdijk, met als toegift: 
de meteoriet van Harry Mulisch die nu eeuwig door de hemel zwiert. 
Slotzinnen van Martin in het laatste gedicht op Vestdijk de veronderstelde uitspraak
van Vestdijks vrouw: "simon....SIMON....SIMON ! / ben je nu eindelijk eens klaar 
met die roman !! / ik moet stofzuigen !!! 
Dichter/barman Ron Offerman overtrof zichzelf met het mooie ingetogen gedicht
"Bickerseiland", een nostalgische indruk van het vroegere oude havenkwartier rond
het Westerdok. Mij uit het hart gegrepen, hoe vaak ben ik daar niet langsgefietst,
over de Westerdoksdijk toen er nog kinderhoofdjes lagen tussen de kriskras sporen,
ontelbare malen van het Centrum naar de Hemweg en terug. 

"Midlife crisis 

Waarom werd ik nooit ouder 
dan pakweg achttien 
terwijl de tijd weigert stil te staan 
Het gat 
waarover ik heen en weer spring 
wordt steeds breder. 

Wanneer val ik erin?" 

"...De treinen reden over de dijk en/ het gebouw van machinefabriek Jonker/ stak 
hoog en donker boven mij uit..."
De mooiste regel "Niets kwam er ooit nog terug"
naar het slot toe, dat de essentie samenvat. 
Zelf heb ik mijn werk nagespeurd op ongebruikelijke thema's. Op één punt kwam 
ik enkele gedichten tegen vanuit de blik op het verval van het eigen lichaam. De 
enige dichter waarvan ik weet dat die zich daar een hele bundel lang mee bezig
hield is de Zuid-Afrikaanse Antjie Krog. In Eijlders lees ik dus als themawerk een
'vervalgedicht'. Een voorbeeld ervan hiernaast  (die overigens niet in Eijlders heeft
geklonken).


Een beetje zelfspot mag toch niet ontbreken bij zo'n zwaarmoedig onderwerp. 
Ik lees ook nog een gedicht uit de tijd dat Geert Wilders nog op de middelbare 
school zat en nog niet droomde van een PVV, toen gesluierde meisjes nog niet 
bevrijd hoefden te worden:
"Oriëntaal". Tenslotte een gedicht over "Discriminatie". 
Gewaagd en confronterend, maar het valt gelukkig allemaal goed. 

Presentator Paul Lokkerbol besluit de middag/avond met een mededeling en een
oproep: 
Cafe Eijlders gaat volgende maand een jubileum vieren, het bereikt dit jaar de
respectabele leeftijd van 70 jaar. Men wil dat op een bijzondere manier markeren
met de uitgave van een éénmalige bundel van 70 gedichten: Eijlders 70 jaar. Van
elke dichter die in Eilders voordroeg – en dat zijn er toch minstens zeventig,
waarschijnlijk meer – één gedicht. 
Let op Eijlders dichters: je bijdrage moet vóór 1 december binnen zijn. En de heren
Lokkerbol en Offerman zouden het niet bestaan om nog eisen te durven stellen ook:
"Wij stellen dus de vraag:
Speelt leeftijd nog een rol ? Word je ouder of blijf je jong ? Welke zaken spelen 
daarbij mee ?"
Correspondentie eijlders@msn.com  

(C) John Zwart – 22 november 2010 

Café Eijlders, bij het Leidseplein 
Korte Leidsedwarsstraat, Amsterdam 

Van september t/m mei, Elke derde zondag van de maand:
Dichtersmiddag vanaf 16:00uur . 

 
   
Het Nederlands Letterkundig Museum - Een bezoekje van Anneke Wasscher aan Den Haag, en ook des Graven Haeghe  geplaatst 14 november 2010

Het Letterkundig Museum en de Koninklijke Bibliotheek: 
Het geheugen van Nederland. 
Dinsdag t/m vrijdag 10-17u zaterdag en zondag 12-17u. 

Mijn kennismaking met 't geheel vernieuwde letterkundig museum in Den Haag ! 
Het is verre van muf of bedompt, een associatie die je zou kunnen krijgen bij een 
dergelijk museum. Het ademt licht! 
In de lente van dit jaar is het, na een grote renovatie - waarvoor architect Herbert
van der Bruggen uit Amsterdam tekende - heropend in een prachtig doelmatig 
gebouw. Door eregast Harry Mulisch, een heel goede reden om nu toch eens een 
kijkje te gaan nemen. 
Het blijkt uitstekend bereikbaar, de ligging aan het Prins Willem-Alexanderhof 
is vlakbij het NS Centraal Station van Den Haag. 

Het kleine gezelschap waarin ik verkeer bestaat uit drie generaties en waaiert 
meteen uit: iedereen wil op zoek naar zijn/haar favoriete schrijver. 
Ik laat me eerst verrassen door de prachtige Nationale Schrijversgalerij
geschilderde en gebeeldhouwde portretten van 500 schrijvers en dichters, van 
Louis Couperus tot Toon Tellegen. 
De boeiende personages op linnen kijken me veelkleurig aan. 

Vandaag probeer ik de mens achter de schrijver te zien. 
Het wordt een feest van herkenning: Jan Wolkers, Jan Cremer (natuurlijk op zijn
motor), Rutger Kopland, Tsead Bruinja, Neeltje Maria Min, Willem Frederik 
Hermans, Jan Siebelink, Hella Haasse, Driek van Wissen, Adriaan Roland Holst. 
Zomaar een greep uit velen. ..
Een elfjarig jochie pakt mijn arm in het voorbijgaan: "Heb je Anne Frank gezien?" 
Ik wijs naar het lachende meisjesgezicht tussen gebeeldhouwde oude koppen. 
"Dan is ze toch wel heel belangrijk." zegt het kind. 
"Dat wisten we toch," zeg ik met een knipoog. 

Het vernieuwde Letterkundig Museum - Den Haag 
  ©
Foto Netty Mamahit - Architectenweb - f2B Architecten bna

Klik hier voor een eerste bezoek vóór de officiële heropening:
Carry Slee en Wim Brands maken voor  KunstUur van de Avro
een rondgang langs de portretten van Jan Arends en Bomans,
langs het handschrift van Nescio en de stofzuiger van Vestdijk 


Het Pantheon is een openbaring. Daar kunnen we een selectie van honderd 
dode schrijvers vanaf de middeleeuwen tot in deze eeuw bekijken. 
In chronologische volgorde schuiven we langs hun beeldschermen. 
We krijgen portretten te zien, filmpjes, maar horen ook gedichten en verhalen.
Het eerst kies ik Vasalis. Waarom? 
Haar poëzie spreekt me aan. Zij gaf slechts drie gedichtenbundels uit, daarna ver-
scheen er nog één postuum. Ik zie en hoor hoe ze gelauwerd wordt door een nog 
jonge Ed Nijpels. Natuurlijk was ik al op de hoogte dat ze haar gezin en beroep 
(psychiater) altijd voorop stelde. Nu zie ik in een filmpje hoe ze zich beweegt en 
ik hoor haar een gedicht lezen. De verteller verklaart dat het in haar poëzie vaak om
een natuurindruk gaat, gevolgd door een bespiegeling. 
Ik kijk naar een fragment van het toneelstuk van Joost van den Vondel: de "Gijsbregt
van Amstel", theater dat al in 1638 voor het eerst werd opgevoerd - maar neem ook 
kennis van het feit dat hij werd onterfd door zijn moeder: omdat hij veranderde van 
geloof van doopsgezind naar katholiek. Interessante wetenswaardigheden. 
Net zoals het feit dat aan de dichter Lucebert (debuut in 1949) in de jaren vijftig een
prijs werd onthouden omdat hij bij de officiële gebeurtenis als een "keizer" verkleed
verscheen... 
Er is filmmateriaal te zien van het privéleven van de dichter Herman Gorter uit de tijd
dat hij op bezoek was bij de familie Clinge Doorenbos in 1926. Oude tijden herleven
voor mijn ogen. 
Ik loop van de dichter Guido Gezelle, dichter/priester uit de negentiende eeuw (van
wie ik ooit het "Schrijverke" uit mijn hoofd leerde) naar Anna Bijns (eerste gedichten-
bundel uit 1528). Deze dichteres mocht vanwege haar vrouw zijn geen lid worden van
de Rederijkerskamer. Maar door haar bijzondere prestaties kon ze niet genegeerd 
worden. 
Ik sta stil bij het gedicht "Egidius waer bistu bleven" (anoniem), getoond op een 
maagdelijk witte muur. Even droom ik weg naar mijn middelbare schooltijd, toen 
mijn leraar Nederlands die woorden zo gevoelig voordroeg. 

Letterkundig Museum - De portretten van de Nationale Schrijversgalerij 
© Foto Lodewijk Duyvestein (LM) 

Het museum exposeert ca. 350 geschilderde portretten en 
ca 150 gebeeldhouwde koppen en bustes in een permanente tentoonstelling


Letterkundig Museum - Pantheon
Een permanente video presentatie van 100 dode schrijvers en hun handschriften  
© Foto Lodewijk Duyvestein (LM)

Het Letterkundig Museum heeft een boek uitgegeven met kleurenafbeeldingen van 
alle ca. 350 geschilderde portretten, het is in de museumwinkel te koop.
Ook geeft het Museum een glossy tijdschrift uit "Letter", ook in de museumwinkel. 
"Letter" is eigenlijk een afspiegeling van het Pantheon, maar dan op papier. 
Beide uitgaven zijn ook online te bestellen via de website
Op dezelfde locatie wordt in december 2010 het Kinderboekenmuseum geopend. 
Aanpalend aan het Letterkundig Museum bevindt zich de Koninklijke Bibliotheek. 

Letterkundig Museum en Koninklijke Bibliotheek: het Nationaal Geheugen. 

 


Opnieuw kom ik Vasalis tegen. Nu bij de verzameling handschriften. Haar gedicht
"Appelboompjes" schreef ze op een receptbriefje. Dichterbij haar dagelijkse leven 
kan niet. Ouder is een brief uit 1881 van Vincent van Gogh aan zijn broer Theo. 
Geïllustreerd met prachtige tekeningen over het boerenleven. 
De weemoed grijpt me even wanneer ik denk aan het digitale tijdperk waarin ik zelf 
leef. Wanneer heb ik voor het laatst een echte brief ontvangen? 
In een brief uit 1884 van A.L.G. Bosboom Toussaint aan Busken Huet beklaagt zij 
zich dat ze niet aan schrijven toekomt door de onrust die de grote schoonmaak met 
zich meebrengt! 

Het verstrijken van de uren dwingt me verder te gaan naar de parafernalia 
(voorwerpen die ooit aan dichters en schrijvers hebben toebehoord). 
Ik kijk in het fotoalbum (1928) van Renate Rubinstein en bewonder de broche die 
minnaar Simon Carmiggelt haar ooit cadeau gaf. 
Zonder dit museum had ik nooit geweten welke kamerjas Jan Slauerhoff zo graag 
droeg en op welke typemachine Simon Vestdijk zijn meesterstukken voltooide. 

"Schrijven houdt de dood op afstand." is een uitspraak van Charlotte Mutsaers, 
die in een andere vorm ook weer werd gebruikt door Marita Mathijsen bij de 
uitvaart van Harry Mulisch. Ik schrijf dit origineel snel even op een papiertje, om 
te onthouden. 
Mijn gezelschap vindt het inmiddels wel genoeg. Ik koop in de Museumwinkel 
nog even het tijdschrift "Letter", ook alweer met feitjes zoals in het Pantheon, 
ik lees dat Jan Siebelink ("Knielen op een bed violen") altijd wanneer hij Den Haag
bezoekt even neerstrijkt in "Hotel Des Indes." Ik pak de elfjarige bij de hand. 
De woorden van Anne Frank leerden mij ooit dat vrijheid de moeite van het 'vieren'
waard is! 
"We gaan nu in een heeeel mooi hotel een gebakje eten!" 
En ik beloof mezelf dat ik nog een keer terugga naar het Letterkundig Museum, 
alleen. Op mijn gemak, een hele lange middag. 

© Anneke Wasscher 

 

 

 
   
1927-2010 Harry Mulisch R.I.P. - Harry Mulisch bijgezet in de literaire historie - geplaatst 10 november 2010
Een flamboyante figuur naar Nederlandse begrippen, en Nederlanders zijn over
het algemeen niet zo gek op typen die zich een verheven stijl aanmeten. Toch is
er een verzachtende omstandigheid, die hen geldt die niet uitsluitend met zichzelf
ingenomen zijn, maar ook zelfspot vertonen. Dit gaat duidelijk op voor Harry Mulisch
de Nederlands-Oostenrijkse schrijver die zich weliswaar met de ganse aardse 
schepping én het heelal bezig hield, maar ook een echte Amsterdammer was. 
Grachtengordel, soit, maar wel aan de stad verknocht. 
Jaren geleden, na de voltooiing van 'De ontdekking van de hemel', zou hij al 
beweerd hebben dat de Nobelprijs voor de Literatuur hem nu eigenlijk wel eens
behoort toe te vallen, een uitspraak die door pers en vijanden - ja die had hij 
natuurlijk - zo vaak is herhaald, dat de schijn ontstond dat hij voortdurend sprak
over zichzelf als de potentiële Nobelprijswinnaar.  Maar een andere uitspraak 
over zijn betekenis in de wereld en de letteren luidt: "Ach, ik heb een aantal 
boeken geschreven, en dat is alles",
en ook: "iedereen moet dat doen waarin hij 
goed is". 

Ook zijn kunnen als schrijver relativeerde hij met de uitspraak: "Dat is een talent 
dat je hebt gekregen, om dingen op te kunnen schrijven. Veel mensen hebben 
dezelfde aandrang maar kunnen dat niet onder woorden brengen, omdat ze dat
talent missen. Zo zou ik bijvoorbeeld willen schilderen maar ik kan dat niet".

Om zijn ijver, waarmee hij gewerkt heeft aan zijn oeuvre, zo'n 65 uitgaven - romans,
verhalenbundels en geschriften - hoeft hij ook niet aanbeden te worden, want, zo 
zei hij: "Mijn hele leven heb ik alleen maar gedaan waar ik zin in had".
    

     Harry Kurt Victor Mulisch (Haarlem 29 juli 1927), 
     gestorven temidden van zijn familie en vrienden op 30 oktober 2010



Harry Mulisch kijkt ons aan vanaf de gevel van de Stadsschouwburg op
zijn uitvaartdag. ©
Foto NOS Journaal 

Ruim een jaar geleden, in september 2009 verscheen abusievelijk op 
NOS teletekst het bericht dat de schrijver zou zijn overleden. Reden voor
VARA DWDD Matthijs van Nieuwkerk hem te vragen voor de uitzending 
van 7 september vorig jaar - die hier  HIER nog uit het archief te zien is. 
Als u voetbalhater bent kunt u de eerste 5 minuten overslaan voor 10 min.
van een sprankelende Mulisch. Nog altijd even gevat wist de 82 jarige de
amicale van Nieuwkerk van repliek te dienen. 
De opvatting van Harry Mulisch over de verschrikking van eeuwig leven 
deel ik in volle overtuiging.  

Zijn exhibitie van "bijna goddelijkheid" zou zijn hoogtepunt hebben gevonden in 
de uitspraak: "Dat ik sterfelijk ben moet eerst maar eens bewezen worden"
Dat tot nu toe iedereen eens sterft zou niet betekenen dat dit onmogelijk ook
eens iemand niet zou kunnen gebeuren - dat hij, Harry Mulisch, als eerste mens 
niet sterfelijk zou blijken te zijn. Maar als je het beschouwt in verband met de 
kwaadaardige maagkanker die hem trof - waarbij zijn maag in zijn geheel moest
worden uitgenomen en hij die aanslag op zijn voortleven overwon - zou je kunnen
zeggen dat hij in die fase van zijn leven werkelijk even onsterfelijk is geweest. 
Marita Mathijsen, emeritus hoogleraar Nederlandse Letteren sprak vandaag, op
6 november tijdens de uitvaart in de Stadsschouwburg ook over die onsterfelijk-
heid-uitspraak: "De dood is democratisch en treft toch iedereen zonder aanzien
van de persoon. De dood heeft nu bewezen dat Harry Mulisch sterfelijk is. Maar
het geschrevene is de overwinning op de dood. Hij leeft dus nog steeds in zijn   
werk, dat we altijd kunnen blijven lezen".
Ammerlaan, uitgever van de Bezige Bij; Mulisch' Duitse uitgever; Van der Laan,
burgemeester van Amsterdam; Kitty Courbois; Marcel van Dam, van de vrienden-
club en de beide dochters Frieda en Anna spraken mooie teksten, hoe kan het 
ook anders. Ik weet bijna zeker dat Harry met een glimlach om de lippen in zijn
vurenhouten kist lag. 
"Ik ben de tweede wereldoorlog", ook zo'n uitspraak die gemakkelijk als groot-
spraak kan worden aangezien. Maar je zal maar het product zijn van de liefde
van een Oostenrijkse nazi-collaborateur en een Duits-Belgisch-Nederlandse 
Joodse moeder. 
De splijting tussen 'goed' en 'fout', tussen dader en slachtoffer, liep dwars door
zijn eigen persoonlijkheid. De nadering van de gruwel uit het oosten scheidde
zijn ouders. De oorlog en de gevolgen ervan zijn duidelijk een rode draad in zijn
werk dat hij zelf als een samenhangend geheel ziet. 
Er zijn vele interviews opgenomen en op deze uitvaartdag krijgen we diverse
fragmenten te zien. We horen een uitspraak die beklijft. Als kind was hij met de 
Duitse huishoudster in Berlijn in de Tiergarten, daar raakte hij verdwaald in het 
Labyrint. Volgens zijn zeggen ontstond zo het eerste besef van zijn levensdoel, 
de benauwenis beheersen door de dingen te doorvorsen en verklaren. 
Het kan worden gezien als de kiem van zijn schrijverschap. 

Afstandelijk en toch empatisch, een contradictie. 
"Niet uitnodigend tot knuffelen", zo omschrijft vriendenclublid Marcel van Dam het, 
maar dat is het toch niet helemaal. Zo'n 'heer' in keurig kostuum, sjiek pochetje, 
pijprokend, vlieg je niet gauw om de hals maar met dieren had Harry Mulisch wél 
een lijfelijke band. Misschien omdat hij ze als geweten-loos en daarom als de enige
schuldeloze wezens zag: hij knuffelde met de kat, hij zoende met zijn hond en was
een bewonderaar van paarden. 
Dochter Frieda maakt op mij de meest authentieke indruk, haar verdriet is zichtbaar
en zij weet het nauwelijks te beheersen, maar toch wil ze haar tekst lezen al gaat 
het eerst moeilijk. Ontroerend steunt haar de eigen dochter. Frieda zag nooit de 
beroemde schrijver, zij zag haar vader. Nu treurt ze om haar verlies van hem en 
bemerkt plots dat daarbij "iedereen toekijkt".
Toch heeft ze het wel stoer gevonden dat het bericht van zijn overlijden in een speciaal
nieuwsbulletin werd uitgezonden, en dat de Volkskrant wel acht pagina's aan hem 
besteedde. Dat gaf een nieuw besef, het leek alsof het haar had verrast. 
Zij karakteriseert precies hoe zij haar eigen verdriet "gewoon om haar vader" beleeft.
Ze maakt ons deelgenoot van herinneringen aan een vader die zielsveel van zijn doch-
ters hield. Bij schoolwerk kon ze altijd met haar vragen bij hem terecht: hij kwam dan
met een heel exposé, hij wist álles. En hoe hij naar zijn dochters kijken kon, vol trots:
"Zelf gemaakt". Hoe ze samen in Jeruzalem waren en een briefje hadden gestoken in
de klaagmuur: "God zet hem op!" Ze verhaalt van een bijna baldadige vrolijkheid. 
Ze legt haar tekst op de kist en breekt...
Later, op Zorgvlied is zij ook degene die haar snikken niet inhoudt. 

De laatste gang over Zorgvlied 
© Foto Klaas Koppe - Literatuurblog 

Harry Mulisch debuteerde in 1952 met de roman "Archibald strohalm",
waarmee hij naar de Reina Prinsen Geerlingsprijs dong. Het manuscript
leverde hij op de late avond van de sluitingsdag in. 
En hij won, op 25 jarige leeftijd als jong talent. de Bezige Bij gaf hem uit, 
al zijn volgende werken zouden door dezelfde uitgever worden uitgebracht.

De bekendste overige romans zijn:
Het stenen bruidsbed
De aanslag* 
De zaak 40/61 (non fictie)
Twee vrouwen* 
De ontdekking van de hemel* 

Drie daarvan werden verfilmd* 
Na de Reina Prinsen Geerlingsprijs volgden nog talloze andere literaire prijzen. 

Een kosmopoliet, oneindig vele vertalingen van zijn werk, maar toch een 
Amsterdammer zoals Van der Laan terecht opmerkt. Tweeëndertig jaar op 
hetzelfde adres aan de Leidsekade op kuierafstand van het Leidseplein, de plek 
waar 'alles' gebeurt, in de stad waar Mulisch zich duidelijk het best thuisvoelde.
Een kosmopolitische stad met toch ook nog altijd de sfeer van een joods verleden.
Want in zijn afscheid van deze wereld toont Mulisch zich echt de Jood die hij in
wezen ook is: geboren uit een vol-joodse moeder. Zijn kist wordt nergens gereden,
aan de Leidsekade en op het Leidseplein zowel als op Zorgvlied wordt hij steeds
op de schouders gedragen. Telkens de gehele weg met een Klesjmer orkestje
voorop, dat Jiddische treurmuziek speelt. 
De hand in wonderen, die Mulisch lijkt te hebben in zijn boeken, kan ook in zijn
laatste gang nog worden vermoed, want boven de Amstel prijkt een prachtige 
regenboog tijdens de korte vaartocht van de Leidsekade naar de Amsteldijk.
Weinig woorden daar, de regen stroomt, de kist zakt...
Allen mogen een schepje zand op het deksel gooien, iemand gooit nog een bos
witte rozen in het open graf, dochter Anna neemt het schepje niet aan, met beide
blote handen graaft ze in het zand... Harry Mulisch R.I.P. 

"Ik ben een groot schrijver, daar helpt geen moedertjelief aan".

© John Newswatcher - 6 november 2010. 

 

 
   
Een protest van dichter Baban en een reactie van Hernehim Cultuur - een spijtbetuiging van Baban Kirkuki ontvangen 30 oktober - geplaatst 31 oktober 2010

Beste collega dichters, 

Als een dichter had ik de droom om stadsdichter te worden van Utrecht. Dit is
nu niet meer mogelijk. Ik was teleurgesteld en boos en doordoor heb ik impulsief
een persbericht verstuurd. Het spijt me als ik jullie hiermee pijn heb gedaan.
Dit is zeker niet mijn bedoeling. Ik wil juist deel uitmaken van deze poëziestad.
Samen met jullie dichters de stad verrijken. 
Ik las in het AD artikel van Ingmar Heytze dat een professioneel dichter met twee
bundels op zijn naam zich kan aansluiten bij het Utrechts Dichtersgilde. 
Deze kans spreekt mij ook zeker aan! 

Toen ik vluchtte uit Irak wist ik niet dat Nederlands mijn nieuwe taal zou worden.
Ik heb de taal eigen gemaakt en ben blij dat ik nu in mijn nieuwe taal mijn
gedichten met mensen kan delen. Ook met jullie. Ik wil geen conflict, maar een
dialoog. 
Ik hoop dat mijn boodschap een brug slaat naar jullie en wij met zijn allen een
positieve energie laten stromen in het lichaam van Utrecht. 

Het allerbeste,
Baban 

 


Baban en Ingmar - samen in de Kargadoor - © Foto Hernehim Cultuur

 
   
Ode aan de vertraging - een overdenking in het kader van het thema van oktober "stilte - verstilling" - door Annette Reinhoud - geplaatst 26 oktober 2010

Ik meen dat ik deze prachtige titel een keer uitgebeeld heb gezien in een ballet van 
Hans van Manen, waarin het illustere duo Alexandra Radius & Han Ebbelaar in 'slow
motion' schitterend recht deden aan een fenomeen dat inmiddels lijkt uitgestorven.
Ballet is bij uitstek een geschikte manier om de menselijke beweging van een diepe
schoonheid te voorzien waarbij de vertraging extra bewondering afdwingt voor de
lichaamsbeheersing van de dansers. 
In deze perfectie huist tegelijkertijd ook het drama, omdat schoonheid om de schoonheid
niets wezenlijks meer toevoegt. Zoals het licht bestaat bij de gratie van het donker is 
harmonie een schommelend evenwicht. Niets is statisch. Er is altijd een vorm van 
beweging nodig om zowel tot rust als tot bloei te geraken.
Om lekker te kunnen slapen moet je eerst moe zijn. Eten doe je omdat je honger hebt.
Drinken om de dorst te lessen. 
Genoeg is dan ook genoeg en alles wat teveel is verwordt tot ballast. 

De niet aflatende stroom aan groots opgezette theaterproducties van musicals, ijs- en
andere shows met grote dansgezelschappen, popartiesten met hun videoclips, waarin
alles perfect getimed is, die in alle kleuren van de regenboog met ik weet niet hoeveel
lichteffecten tot uitvoering worden gebracht, zien er allemaal even gelikt uit. De respons
van het opgezweepte publiek is navenant: uitzinnig, luidruchtig en ongeremd.
Grootser dan groots, harder dan hard, het moet van alles beloven dat het nooit meer 
waar kan maken, want wat er over blijft is gebakken lucht: de illusie van perfectie 
genadeloos ontrafeld. 
Het schreeuwt letterlijk aan alle kanten om het tegendeel. 

Rust, ruimte en stilte…zij behoren tot de ondergeschoven kindjes van de huidige tijd, 
die niet hoeven te rekenen op enige consideratie van degenen die juist daaraan hun
bestaansrecht en levensvreugde ontlenen. 
De schreeuw om werkelijke aandacht vindt zijn gehoor niet in de buitenwereld. 
En alles wat daarin is weg geslingerd moet evenredig weer naar binnen gehaald worden.
Het bevat immers het zaad en de voeding voor onze hartenkreten en zielenroerselen, 
waarmee opnieuw de kans geboden wordt de harmonie te herstellen. 
Zo wordt zoeken vinden en leidt onrust tot tevredenheid. 

Ballet "Twilight" Alexandra Radius en Han Ebbelaar 
© Foto Copyright Nederlands Theater Instituut 

Een oefenopname van dit ballet met pianobegeleiding
is gemaakt op het Shell Terrein Amsterdam Noord en
 is te zien op deze link.

 

 
Als alle televisie en filmbeelden die zo pijnlijk snel op ons afgevuurd worden en alle 
zinloos harde geluiden die dat nog eens moeten versterken in de vertraagde versie 
kunnen worden uitgezonden, snapt het publiek misschien iets van de beoogde 
bedoeling van de makers. 
Dat kan dan zowel betekenen dat er niets meer overblijft van de inhoud, omdat die er 
in wezen al helemaal niet was, als ook dat de kwaliteit van het gebodene ineens 
ontroerend mooi en aangenaam diep het hart binnenkomt. 
Pareltjes van de laatste soort zijn er gelukkig nog wel en zijn dan ook gestoeld op 
het uitgangspunt: minder is meer. 

Oude uitzendingen worden nu meestal als traag en saai bestempeld, maar die 
kwalificatie geschiedt slechts op basis van de huidige heftigheid en snelheid. 
Over een aantal jaren wordt deze tijd hopelijk als agressief en oppervlakkig genoemd. 
Deze ode aan de vertraging pleit voor de harmonieuze middenweg. 

©  Annette Reinboud 

 

 
 
Over het nut van 'geloof in het leven' - bij de grote reddingsoperatie in Chili van 13-14 oktober - Impressie  van John Zwart - geplaatst 21 oktober 2010


Deel 1 – Levend begraven en gered.

Het ziet ernaar uit dat ik mijn dag-nacht ritme helemaal in de war heb geschopt. Want ik
stond wel vier uur later op dan gewoonlijk en was toch niet uitgeslapen. Gisteravond
namelijk eerst nog even gekeken naar P&W voor het verhaal van Ingrid Betancourt. 
Toen zag ik in de aftiteling dat tegen twee uur de eerste Chileense mijnwerker uit de
benarde diepte de buitenlucht weer zou bereiken met de noodlift. 
NOS live liet gedurende de hele nacht een directe beeldverbinding op internet stromen.
Meestal val ik toch pas rond half twee in slaap, daarom dacht ik: "dat wil ik toch wel
meemaken als die eerste kerel uit dat kooitje stapt - als een beertje uit zijn hol van
onvrijwillige winterslaap, diep in de korst van moeder aarde, zes-zeven Utrechtse dom-
torens op elkaar gestapeld onder het maaiveld." 

Wel even wat anders dan geregisseerde emo-tv. Hier zijn kale puur menselijke emoties
aan de orde. Al is er weinig actie tóch blijf je kijken: 
Het ronddrentelen van al die kerels met witte helmen in rode veiligheidsvesten rond die
stalen kegel die daar als een vis aan de lijn boven dat diep-diep-diepe gat in de grond 
hangt – en dan weer een camerapositie in de grote tent met allemaal vrouwen en een 
paar, heel weinig, grote kinderen. Het valt meteen op hoe jong de meeste van die 
vrouwen zijn, prachtige jonge Chileense meiden, voortdurend met een brede lach op hun
gezicht. Naar elkaar toe maken ze telkens grappen, ze schateren soms, terwijl ze daar
toch al veel langer dan 24 uur op die kale kille nachtelijke berg bivakkeren. Ze kunnen
nauwelijks een paar minuutjes hebben geslapen. Ze geven elkaar lekkere hapjes door.
Geen spoor van uitputting, ze leven duidelijk op de adrenaline in hun bloed. 

estamos bien 
en el refugio
los 33 

De tekst van het verlossende briefje dat na 17 dagen 
met de proefboor naar boven kwam:
"het gaat ons goed, we zijn alle 33 in de vluchtruimte".

 

het duurt al drie weken 
en het geluid houdt maar niet op 
maar een tunnel is te lang 
en de andere stopt halverwege 

gedicht van de mijnwerker Victor Zamorano.

             

Geen geregisseerde emo-tv, hier zijn kale puur menselijke emoties aan
de orde. De stemming onder de vrouwen samen in de tent is fantastisch.

© Foto copyright deMorgen.be  

 

Intussen komt het bericht dat de voorbereiding (er wordt eerst een arts naar beneden
gelaten) langer duurt. Lichamelijk onderzoek bepaalt de volgorde van vertrek. Door 
deze vertraging zal de eerste mijnwerker rond de klok van tien uur – drie uur 's nachts
Nederlandse tijd – boven aankomen... 
Je kijkt naar de opwindkabel, telkens weer stokt het geleidingswiel even, er wordt 
gevierd en dan weer opgehaald, en dan wéér stop. Om het gelukkige slot van deze
bijna-tragedie mee te maken moet nog heel wat langer gewacht worden... Het wordt
uiteindelijk niet drie uur, ook niet vier uur, maar nóg veel later... 
Maar al die wachtenden nemen het zoals het valt en de gezichten blijven vrolijk. En ik
blijf kijken. Naar een lifttoren, een opwindmachine, naar een rond gat in de grond met 
het formaat van een rioolput deksel, naar een stilstaand en dan weer even draaiend
geleidingswiel, naar rondlopende gehelmde mannen met "Chile" op hun rug, naar een
gehelmde jonge vrouw met lange blonde haren, die rondloopt met een andere jonge 
vrouw met prachtige lange zwarte krullen. Dat moet de vrouw zijn van de eerste die 
naar boven gehaald wordt. 
Er is geen commentaar, wel achtergrondgeluid. Kijkend begrijp je dat de blondine in
het witte jack een begeleidster is, die deel uitmaakt van het reddingsteam. Zij biedt 
steun aan het thuisfront. 
De lier draait en draait maar door, dan vertraagt het opwikkelen van de lange, lange
staaldraad op de trommel. Langzaam komt de capsule de laatste meters boven de
aarde omhoog. Iedereen dringt samen rond het boorgat, een dozijn gehelmde mannen
in hun rode jacks, vooráán staan een paar man met "RESCUE" op donkere jassen. 
De twee vrouwen staan wat terzijde terwijl het deurtje wordt geopend, de passagier 
wordt zijn helm met mijnwerkerslamp afgenomen. Hij krijgt een zonnebril opgezet 
tegen de felle bouwlampen, en dan de helm weer terug op zijn hoofd. 
Pure vreugde breekt los als de opmerkelijk fitte man al zijn redders omhelst en 
bedankt. Er wordt geklapt, gezongen, gescandeerd! 


Eindelijk vallen man en vrouw elkaar in de armen en versmelten een minuut lang...
Eigenlijk moest daar geen camera bij zijn, zo voelt het. Maar doordat er wèl camera's
bij zijn kunnen wij dat toch meebeleven, dat is het eeuwige dilemma. We beleven de
oervorm van levensvreugde vanuit de bijna-confrontatie met de dood, als tegenwicht 
voor alle ellende die de tv ons dagelijks voorschotelt. 
Als je bedenkt hoe ruim twee maanden geleden al die vrouwen, die families, een 
bijna-zeker doodsbericht moesten ervaren, hoe ze desondanks meer dan twee weken
op de been bleven met alleen een sprankje hoop: 
"misschien lééft hij tóch nog, daar diep onder de grond. Laten ze hem tijdig vinden..."
Dan krijgen ze het ongelooflijke bericht "we zijn alle 33 in leven en maken het goed",
dat bovenkomt, aan de boorkop vastgebonden. 
En vervolgens steeds maar wachten, week na week. 
Geen wonder dat die vrouwen, net als hun mannen in de mijn, niet hebben geslapen
deze laatste dagen, hun lichamelijke klap komt nog, zodra de adrenaline stopt. 
Gelukkig zijn ze bijna allemaal jong, sterk.
Ze redden het wel, de Chilenen zijn een taai volk, alle Zuid-Amerikanen trouwens. 

©  John Zwart – 13 oktober 2010 

 

Eindelijk vallen man en vrouw elkaar in de armen en versmelten 
We zijn voyeurs bij een oer-levensvreugde na confrontatie met de dood 

© Foto copyright deMorgen.be  

De laatste nacht nog op 700 meter diepte, mijnwerker-dichter Victor Zamorano

© Foto copyright deMorgen.be  

Deel 2 – Vertrouwen dat de angst verdringt. 

Die positieve stemming onder die vrouwen allemaal samen in die tent op een kale 
bergrug in de Andes is werkelijk fantastisch. En als 'live' beeldscherm-kijker geniet ik
er een beetje van mee... je verbeeldt je dat je kunt voelen wat zij voelen. Zo goed als
de veerkracht van die vrouwen, zal de gedachte áán hun vrouwen die kerels daar 
beneden moed en uithoudingsvermogen hebben gegeven. 

Na mijn ochtendrust kijk ik weer verder. In de herhaling zie ik nu ook beelden van 
beneden in de mijn: want een paar dagen geleden is er een camera omlaag gelaten
en vaste lampen die ze aan het "plafond" van hun ondergrondse gevangenis konden
bevestigen. Zo kan men boven alles zien wat zich in de diepte afspeelt. Ik zie in de
herhaling hoe de "capsule Fenix-2" beneden arriveert en de eerste man, na een 
afscheid instapt. Hoe hij onder applaus van zijn collega's door het gat in het "dak" 
uit het oog verdwijnt. 
'Live' zie ik de aankomst van 'nummer 16', Daniel Herrera, een vrijgezel van 27 jaar
die wordt opgewacht door zijn moeder. Een roerend weerzien tussen een moeder 
en haar zoon. 
Het spontane gejuich, geklap en geroep is al tot zich herhalend ritueel geworden. 
Het applaus begint al zodra de voortschuivende wijzer het 100m punt passeert, dan 
is er al stemcontact mogelijk met de man in het gat. Als het deurtje wordt geopend
klinkt een yell: CHILE! Chi-chi-chi le-le-le!!  - Het zal nog 17 keer klinken.

Intussen zijn de eerste mannen alweer veilig thuis. Er is een interview met een mijn-
werker naast zijn vrouw gezeten op de bank, links en rechts van elk zit een kindje, 
met z'n viertjes knusjes samen. De man spreekt heel verstandige woorden: "ga ons
niet als artiesten of journalisten benaderen". Ik denk dat hij eigenlijk bedoelt: 
maak geen popartiesten van ons die je overal achtervolgt. 
"Ik ben een mijnwerker en zó moeten jullie ook naar mij kijken".  
Toch overweegt hij zijn beroep te eindigen. Hij is veertig jaar. Zijn vrouw en hij zijn
oprecht gelovige katholieken, zoals zoveel Zuid-Amerikanen. Hij vertelt dat hij nooit
getwijfeld heeft aan het slagen van de reddingsoperatie, nadat "God gaf dat we 
werden gevonden". 
Zijn vrouw zegt zelf ook veel vertrouwen in een goede afloop te hebben geput uit 
haar geloof. Dat vertrouwen in steun van een hogere macht heeft hen ongetwijfeld 
door de tijd geholpen die, vooral in die eerste weken, een hel moet zijn geweest. 

Wij maken vooral in Europa een tijdperk door van secularisatie. Daar is de laatste jaren
zelfs een afkeer van de katholieke kerk als instituut bij gekomen. Los van de bekende
misstanden is het zeker goed als we van dogmatische kerkelijke machten loskomen 
met hun dwingende ge- en verboden. 
In Europa zijn de meeste 'christenen' in dat stadium. Veel mensen in de Amerika's,
in Afrika en Azië hebben echter steun aan hun persoonlijke geloof in een band met 
"de hogere macht". Het stelt hen in staat te leven in een bestaan waar wij de grootste
moeite zouden hebben nog enige levensvreugde te vinden. Dat geloof is hen van harte
gegund – en neem maar aan dat bijvoorbeeld de katholieke Zuidamerikanen echt in
meerderheid heus wel condooms of andere voorbehoedmiddelen gebruiken, dat ze 
begrip hebben voor euthanasie en niet lijden aan homofobie. Ze houden van een god
van liefde en hebben een doof oor voor sommige woorden van de paus van Rome. 
Zo zal het ook met de Islam kunnen gaan. En dan is er absoluut geen aanleiding met
elkaar in de strijd te gaan over de hiërarchie van het ene geloof boven het andere. 
Als een moslim in grote problemen "Allah-akbar" uitroept is dat hetzelfde als de uitroep
van een christen in nood: "oh God help me". 
Soms kun je het gewoon niet aan dat het heelal zo leeg is. 

©  John Zwart – 14 oktober 2010 

 

Fenix 2
de lift naar het licht en het leven 

© Foto Copyright Prensa Nacional de Chile 

 

Naschrift:
Om dit verhaal in het juiste perspectief te plaatsen wil ik graag vermelden
dat twee maanden eerder in een kopermijn in het buurland Colombia een 
soortgelijk ongeval gebeurde waarbij de 32 mijnwerkers zijn omgekomen.   

 
 
Seizoensopening Woorden in de Waagschaal, Haarlem -  28 september - bericht van John Zwart - geplaatst 16 oktober 2010

Woorden in de Waagschaal, voor het zesde jaar in Taverne De Waag, het historische
waaggebouw aan het Spaarne, hartje Haarlem, voortaan op de vierde dinsdag vd maand.
De seizoensopening was 28 september. Zoals altijd geleid en met zeer belezen
aankondigingen van Dries Havermans. En in het hart van de avond een bijzondere
gast waarmee Nuel Gielens een vraaggesprek houdt.
Men komt samen vanaf 20:00u, Dries stelt het programma vast en men gaat om 21:00u
van start. Altrijd goede geïnteresseerde bezoekersopkomst, 30 á 40 personen, meer
plaatsen zijn er ook niet.  

 

De straten zwijgen er verstomd 
en katten krijsen ruggekromd 
in het kraaiennest Koedijk 

Aan dit verbanningsoord 
heidens als pest en ratten 
kleeft zwaar de doem van 't soort....    (strofen van Paul Roelofsen)

 

   

Myrte Leffring

Twee dichters kwamen een recente bundel presenteren: Merik van der Torren uit 
Amsterdam met zijn uitgave "Sarabande" - Paul Roelofsen uit Alkmaar liet ons een
serie gedichten horen uit zijn bundel "De dame en de vrouw"
Een interessant debuutoptreden was er van Angela Lanser, van wie onlangs al een 
gedicht op Hernehim werd gepubliceerd.

              Je zit bij een zee vol water
               je harkt je gedachten
               tot een keurig grindpad
               geiten lopen door de voortuin
               ze strijken neer en stijgen op....         (strofe van Myrte Leffring)

De dichteres Myrte Leffring ontmoette ik deze zomer al in Rotterdam, waar in 
De Verborgen Tuinen een poëziemiddag werd georganiseerd door "Ongehoord
Rotterdam" tijdens Poetry International Festival 2010. 
Zij is de hoofdgast die extra aandacht krijgt van Nuel Gieles. 
Ze is dit jaar gestart met een programma: ‘Dichter aan de vleugel’ , samen met de
pianist Marijn van de Ven. Een heel bijzonder optreden van twee heel contrasterende
mensen. Myrthe draagt introverte vaak heel gevoelige poëzie voor die soms heel
subtiel en zachtjes met slechts enkele aanslagen op de piano wordt omspeeld.
Marijn heeft een stevige bariton, hij zingt krachtige gedichten terwijl hij zichzelf erbij
begeleidt. Door telkens elkaar af te wisselen ontstaat een boeiend optreden.
De schrijver van dit bericht, John Zwart, doet ook nog iets tegen het slot van de avond.
De keus valt op aanrakingen en muzikaliteit: "Langzaam voedsel" (slowfood),
"Beeldend kunstenaar" en gedeeltelijk gezongen "Balladen om Frederik Aakere och
lilla fröken Cecilia Lindt" van Cornelis Vreeswijk. 

©  John Zwart – 10 oktober 2010  

 
 
Eijlders met haast ongekend aantal voordragers -  Een impressieverslag van het eerste dichterscafé van het seizoen 2010/11 van John Zwart - geplaatst 14 oktober 2010

Zondag 19 september was Hernehim weer in Dichterscafé Eijlders in Amsterdam.
Presentator Paul Lokkerbol en mede-organisator Ronald Offerman kregen een grote
stoet dichter-voordragers binnen. Het zou wel kunnen dat het een recordaantal is 
geweest. Het liep dus weer uit. 

In de oproep hadden ze gezegd: "Kleur in gedichten, of kleurrijke gedichten willen
we graag horen op de openingsmiddag van het nieuwe seizoen – de politiek, de 
wielrenners, het oranjegevoel, een kleurrijke vakantie- overal komt kleur aan te pas".

Wim Schroot, trouw bezoeker sinds jaren, werd herdacht. Hij overleed in augustus.
Zijn weduwe, die vaak in de pauzes piano speelde, was bij deze seizoensopening
aanwezig. 

Het was een drukke middag, ik heb het niet allemaal meer scherp in het hoofd. 
Misschien is het al leuk om een indruk te geven van de kleuren die de voordragers
lieten rondspatten, aan de hand van wat summiere aantekeningen die ik maakte:
"...wij zeggen wat je moet doen/ Salome wil het hoofd van Johannes de Doper op een
schaal/ betover de man/ hij zal voor je zwichten/ dans heel de nacht voor de koning..."

 

Café Eijlders, bij het Leidseplein 
Korte Leidsedwarsstraat, Amsterdam 

Van september t/m mei, Elke derde zondag van de maand:
Dichtersmiddag vanaf 16:00uur . 


Wim Schroot, overleden, toch "aanwezig" 

Fotoarchief © Hernehim Cultuur  (april 2010)

Ronald Offerman bracht wat "ouwe dingen" een kleurrijke ode aan de stad 
Amsterdam in de nacht: "de stad voor mij alleen", helemaal in de stijl van 
Ramses Shaffy ("het is stil in Amsterdam/ de mensen zijn gaan slapen..."). 
Bram de Waard kleurde wat minder schilderachtig over "blauwgroene poep"
en over "de man die ik ook had kunnen zijn" die faalde: "tien jaar later/ heb 
ik het gemaakt".

Jos Zuijderwijk beschreef met donderende stem - die dag in colbert gekleed –
de "kleuren op het voetbalveld" op treurige wijze. Hij liet vervolgens de kleuren
van bliksem en donder knetteren in een vervreemdend gedicht over een vakantie-
reis met zijn toenmaals driejarige zoon, die spaghettislierten at temidden van 
het hemelse tumult. 
Paul Lokkerbol was voor éénmaal ook gestoken in korte broek voor zijn I.M.
op de legendarische Wim Schroot met van Annie M G Schmidt gestolen 
gedichten, zoals Wim dat steeds placht te doen.

Ergens viel een one-liner "liefde op de arbeidsplaats duurt tot kwart voor vijf". Van wie?
Dat ben ik even kwijt. Floor Voerman, de kunstzinnige maker van de beroemde 
Eijders Posters – wanneer komt daarvan een verzamelboek voor de liefhebbers? 
In kleur uiteraard? "...voorwaarts iedere stap/ maar waar naartoe?" "...en dat geduldig wachten/ tot het is afgelopen/ is dat alles/ wat er is?"... 
"verliefd/ nu uiterste waakzaamheid/ het zal wel weer overgaan
". 
Aurora Guds "...beeld achter glas/ de stad/ het vuil en de dood" …
"wat zweeft en dwarrelt/ de gedachten daarbij..."

Natuurlijk waren er ook verwijzingen naar het kabinet waaraan intussen al werd 
getimmerd "bruin" En bijna ieder die hem enigszins gekend heeft stond wel een paar
seconden stil bij Wim Schroot ("hij is dood") als een eerbetoon aan de liefhebber van
het simpele rijm. Sander Brouwer bulderde vanaf zijn troon naast het trappetje 
"Wim Schroot was gróót/ hij gaat NOOIT dood". Zijn aforismen waren weer zorgvuldig uitgekozen "...met oneindigheid als achtergrond/ dans je naar de dood". 
Een dichter met een contrasterende naam Grijs schilderde de kerken in Porto 
"met alle kleuren van de regenboog"
De Vlaamse Erika Destercke uit Gent voerde ook het hele palet van de regenboog
bijeen met een gedicht op de "duivels pil" een paddenstoel. Ik meen er de heksen-
boleet in te herkennen. Uit haar slotgedicht bleven mij de volgende verzen bij: 
"...het is zoals het vuil in de afwasbak/...een haar in de boter" Een onbekende gast 
droeg in het Engels voor, zijn gezicht bedekt door een Palestijnendoek. 
Het onderwerp leek "holding on to the freedom of mind", welnu daarvan gaven de 
dichters toch volop blijk. De voordracht ging van Sjanghai tot naar Kopenhagen, 
de boodschap werd niet helemaal duidelijk en valt ook niet helemaal goed. Heeft 
niet iedereen zijn vrijheid van geest, zolang hij niet is gehersenspoeld?

Hein vd Assem bracht daarna een ode, we veerden weer op. Zelfs aan het 
verschijnsel borderline wist hij vrolijk kleur te geven: "...het leven is theater".  

Sander Brouwer - J.C.Aachenende kijkt toe
Foto © Hernehim Cultuur 

'Gejatte gedichten' van Wim Schroot 
klonken opnieuw door Ronald Offerman 

"Er was eens een kalf in Coevorden 
 Dat nimmer een koe is geworden 
 Het verdronk in een put 
 Toen zei men: 'Ach gut, 
 Die had ook gedempt moeten worden!" 

"Er was eens een vrouw uit Abcoude, 
 Die graag op wat kattenvoer kauwde. 
 Maar o wat een lol, 
 Na 6 blikken vol, 
 Ze praatte niet meer, maar miauwde!" 

 

(Trijntje Fop)

Peter WJ Brouwer – geen familie - hield het voor de verandering bij de 
ongelukkige liefde "...mijn as nog in haar wimpers/...dat ze weer met een ander
stond te praten/ ...von Kopf bis Fuss 1 meter 70..."

Ja, wie waren er nog meer te horen? Pom Wolff natuurlijk met zijn "guigelton"
net iets te vaak gehoord misschien, en het "kletssteen" als sabelsteek naar een 
niet met naam genoemd geblondeerd hoofd. En Jolies Heij, het Zeeuwse meisje 
uit Utrecht dat volgens Pom worstelt "maar boven komen ho maar", maar wel 
hoge ogen scoort in het slam-circuit, 
J.C. Aachenende, Joop Scholten, Kees Godefrooij, Ton Huizer en ikzelf 
JohnN natuurlijk. 

En de namen die ik vergat 
omdat ik ze niet heb opgeschreven,
zij zullen mij, naar ik hopen mag, 
vergeven. 

Het is alwéér Eijldersfeest in Amsterdam – en óók Marathon – a.s. zondag 
17 oktober, vanaf 16:00u beginnen de dichters weer, nu  over "wie ze zijn, 
of wilden zijn, of hadden willen zijn" vast en zeker beslist het aanhoren waard. 

© Verslag John Zwart – 10 oktober 2010 

 

 
 
Over Zaandam en Krommenie, en daar tussenin -  Een bericht over De Groote Weiver en meer van John Zwart - geplaatst 9 oktober 2010
Het is alweer bijna tien jaar geleden dat ik Rob Vos ontmoette: docent drama, acteur,
schrijver, dichter én Zaandammer. Door hem kwam ik weer eens terug in de streek 
van mijn jeugd: voor een mooi festival dat hij organiseerde in "Het paleis op de Dam".
Op de Záándamse Dam welteverstaan. 
En via hem kwam ik ook terecht bij Stichting Fluxus, in Serah Artisan op de 
Zaandamse sluis. 
Na vele jaren en omzwervingen, werd ik me bewust hoe het leven ook was voortge-
gaan, hier in de streek van mijn jeugd. Volop nieuwe activiteiten op creatief gebied 
zijn er gaande daar aan de Zaan. Tijdens zo'n Fluxus Poëziefeest kwam ik in contact
met Kees-Jan Sierhuis die vertelde dat er een Dichterskring Zaanstad  in het leven 
is geroepen met tweemaandelijkse bijeenkomsten in de Krommenieër Groote Weiver.
Hé, het Weiver? 
Herinneringen uit een ver verleden werkten zich opeens naar boven. 
Ik had een visioen van mijn vader, op zijn fiets op weg naar Padlaan, later op zijn 
Avros brommertje, naar z'n werk. Een gebouw waar een enorme hoofdletter K gevat
in een cirkel op het dak stond. Vlakbij was het Weiver. Een stukje Krommenie waar
de generatie van mijn vader met het walsen van linoleum, het weven van doek, het 
maken van blikconstructies en 't zuiveren van stookgas zijn brood verdiende. 

Aan de Zaandijkerweg, grens tussen Zaandijk en Wormerveer woont allang    
geen boer meer en zijn hooischelf is niet meer wat het ooit was
. Foto © John Zwart     

De oorspronkelijke Groote Weiver
Toen nog in de oude gasfabriek.               
Foto © Vrijwilligerscentrum De Groote Weiver
Het Weiver was een naam uit het verleden voor mij, maar mijn gebrek aan kennis is 
nu ingevuld. In de jaren tachtig kwam de oude gasfabriek leeg te staan - het gebouw 
met die grote K was al veel éérder gesloopt en heeft plaats moeten maken voor een
woonwijk. Het gasfabriekgebouw bleef overeind in afwachting van een bodemsanering.
In 1984 werd de gasfabriek gekraakt door een stel creatieve idealisten die vonden dat
het gebouw een belangrijke functie in de buurt moest vervullen. Het werd gedoopt
"De Groote Weiver" en er kwam een kringloopwinkel, een ruimte voor podiumartiesten,
een filmhuis en een eetcafé, waar tegen proletarische prijzen vegetarische maaltijden
werden geserveerd. Allemaal functies en activiteiten door vrijwilligers opgezet. 
Mooie dingen zijn ontstaan zoals een politiek café, benefietavonden voor goede doelen,
en heel wat Zaanse bands hebben daar voor het eerst op een podium gestaan. 
In de beginjaren van De Kift, The Ex, Huub van der Lubbe en Jan Rot, waren ze echt
allemaal dáár. Dat alles met zwaar vervuilde grond onder de vloer...
Met tegenzin werd er ontruimd in 2006. 

Ik heb die oude gasfabriek in zijn gedaanteverwisseling naar een sociaal en cultureel centrum niet gekend, maar ik kan me voorstellen dat het vertrek is gegaan met pijn 
in het hart. Die actievelingen legden zich niet bij het einde neer: vlakbij, aan de andere
kant van de gemeentegrens met Wormerveer kwam het oude PWN gebouw leeg. 
En alles herrees onder de oude naam "De Groote Weiver". Een nieuwe plek voor nieuwe
mensen om ook geïnspireerd te raken door de sfeer van zelfredzaamheid en creativiteit.
Kees-Jan Sierhuis stuurde mij een email voor een dichtersavond op 10 september in café "van Ouds Oost Indië" in Zaandijk. Bij navraag bleek het om een poëzienácht in 
de kleine uurtjes van vrijdag naar zaterdag te gaan... wegens gebrek aan een overnachtingsplek moest ik het aan me laten voorbijgaan. 


Ik las erover bij Pom Wolff die er wél was om zijn guigeltonlijden over het publiek uit
te storten. De verdwijntruc van de contrastvloeistof. Hoe hij Marjolein ontmoette die 
hem haar gedicht vol ware moederliefde schonk. Zij moet net zo'n meisje zijn als lang
geleden Rozemarijn uit Koog aan de Zaan was, die ik ooit kende. Ik dacht dat zulke
meisjes allang uitgestorven waren. En Peter M was er óók - elke dichter die het wil 
maken moet beschikken over een "middlename initial", en die voorletter kun je gaan
gebruiken in plaats van je achternaam als je later groot bent. Peter is al bijna groot.
En "Blaffers en Begonia's" waren er met een meisje dat niet blafte maar zong, stevig,
dát wel. Een heel ander type dan Marjolein of Rozemarijn zo begrijp ik uit Pom's 
relaas. En alles werd vaardig en soepel geleid door Kees-Jan Sierhuis


  Kees-Jan Sierhuis 

Ja, JohnN daar heb je veel aan gemist, zo voelde ik me wel ingepeperd. 
Maar op 17 september zou ik al een herkansing krijgen, dan organiseert Kees-Jan
de seizoensopening van de Dichterskring Zaanstad  in "De Groote Weiver"  
in Wormerveer met een speciale thema-avond op De Oudheid. 
Het is een bijzondere avond geworden voor mij, ook al vanwege het weerzien van het
drastisch veranderde Krommenie en Wormerveer... 
maar daarover schrijf ik buiten dit kader. (zie blog - red.)

 

Hiernaast Kees-Jan in actie in augustus j.l.
tijdens een poëzie picknick in de Castricumse duinen. 

Kennismaking met De Groote Weiver Wormerveer - op 17 september 

Het podium is goed toegerust met meerdere microfoons en een professionele licht-
installatie, maar het is helemaal in de sfeer van de Oudheid gebracht: op een doek
achter de lessenaar bewegen toepasselijke filmprojecties. Ik kom helemaal in de 
sfeer van Peter Greenaway. De expressieve beelden roepen herinneringen op aan het
filmhuis, jaren tachtig: The cook, the thief, his wife & her lover. 
Ik betrap me er zomaar op dat ik soms de schaduw van de dichter op het projectie-
doek lichtelijk vind storen. Maar John Epke weet me wel bij de les te houden. 
Homeros en Ovidios komen voorbij. Op zeer meeslepende wijze draagt hij vertaalde
oud-Griekse poëzie voor. Dat die teksten nog zo pakkend zijn is bijzonder, het is 
immers het Grieks van mensen die tweeduizend en meer jaren geleden leefden, eerst
vertaald in het Engels en vervolgens weer naar het hedendaagse Nederlands.
Hij voert me naar het eiland Lesbos. Daar leefde 6 eeuwen voor Christus de dichteres 
Sappho
. Ze had een meisjeskostschool waar de pupillen werden onderwezen in het
maken van muziek, in de dans, de poëzie en de liefde. 
Zij werden opgeleid tot moisopoloi, dienaressen van de muze. 
Fragmenten van gedichten zijn op papyrus behouden gebleven. Plato, Anakreon, 
Lucianos en Ovidios hebben haar bezongen. 


Weer siddert in mij 
de Liefde 
die het lichaam tart 
dat bitterzoet 
en onweerstaanbaar 
reptiel 
…. 

In de lenteschemering 
schijnt de vollemaan: 
meisjes stellen zich op 
alsof ze rond een altaar staan 

Zoals de zoete appel 
bloost aan het einde van een tak 
hoog in de hoogste twijgen 
vergeten door plukkers 
neen, niet vergeten 
maar buiten bereik 

 

....
Hij dicht de gaten, 
Hij sluit de poorten, 
Hij verzacht het ruwe, 
Hij dimt de stralen, 
Hij lost verwarring op, 
Hij verschrompelt scherptes, 
Hij ontrafelt knopen. 
Tempert de schittering. 
Hij maakt zich gelijk aan het stof. 
Door niet te doen. 

Hij die weet zegt het niet. 
Hij die het zegt, weet het niet. 

 

Niet minder meeslepend is Jacob Spaander – een echte Zaanse naam – maar ik 
denk dat hij liever bekend is onder zijn artiestennaam Jacob Passander
Hij draagt voor met de begeleiding van de klarinettist Ditmer Weertman
Samen presenteren zij zich ook wel als het duo "Zaagsel en schors" goed voor een 
lach als je Spaander heet! 
De dichter met de blonde paardenstaart leest Lao Tse en Plato omspeeld door de
klarinetklanken. 

Ik zie het, zei hij
De bevrijding van boeien en een genezing van het onverstand
Eén van hen, losgemaakt en gedwongen om te kijken.
Het licht van het vuur zal hem pijn doen, zijn ogen branden.
En iemand zal hem zeggen dat wat hij altijd heeft gezien slechts schaduw is geweest.
Schaduwen op de muur. Schaduwen van de werkelijkheid.
En nu is hij een stap dichter bij de werkelijkheid.
En men toont hem de grot en het vuur, en het pad en het muurtje tussen het pad
En de mensen, gebonden, in boeien geslagen zonder erom te vragen.
En van de geluiden van de dragers zou hij horen.
En de voorwerpen die gedragen werden over het pad en de schaduwen die zij wierpen.
Ik zie het nu, zal hij zeggen.

 

Ger Belmer voert me in de tijdmachine van de Oudheid naar de vorige eeuw.
Eén van zijn gedichten krijg ik mee voor op Hernehim, een echt sonnet: 

Akkerliefde 

Hij stond tussen koren, 
zij in een veld met maïs. 
Nimmer zag hij zoiets fraais. 
Tot over zijn oren 

was hij verliefd op haar. 
Zij, in haar jurk van zakken 
kreeg het ook van hem te pakken. 
Een teder liefdespaar. 

Het bleef bij eenzaam lokken, 
op hun onderstel van stokken, 
tussen welig tierend graan. 

Latrelatie in de bloei 
gesmoord door granen in de groei, 
is de liefde stukgegaan. 

 

Het slameffect ontbreekt deze avond ook niet. Martin Beversluis miste ik in het
eerste programmadeel – ik kwam iets later binnen door een zware onweersbui 
op de afsluitdijk en natuurlijk het nostalgische dwalen door Wormerveer en dat 
stukje Krommenie dat aan mijn oude woonplaats zit vastgegroeid. Daartegen had
ik geen weerstand kunnen bieden. Maar in het tweede deel krijg ik nog een kans
hem te beluisteren. Hij doet een paar van zijn bekende successen zoals het 
gedicht dat hij op Simon Vinkenoog schreef. *) wijziging red. 
Ondanks de voortschrijdende tijd mag ik óók nog wat doen. En een beetje ben ik
daarop voorbereid. Er is een gedicht dat ik las op ongeveer veertienjarige leeftijd 
en dat trof mij toen als een blikseminslag. 
Het eerste besef hoeveel lading een gedicht kan hebben, terwijl het toch maar uit 
enkele strofen bestaat. Het past wonderwel in het thema "De oudheid" want het 
speelt in Mesopotamië en de beschaving daar is nog ouder dan de Griekse. 
Het is een gedicht van P.N.van Eijck: "de tuinman en de dood" 
En als eigen werk ga ik nog verder terug, namelijk naar de prehistorie, gekoppeld
aan de actualiteit. Juist in september werd in Flevoland het oudste menselijke 
overschot ooit in Nederlandse bodem opgegraven, na koolstofproeven geschat op
ca. drieduizend jaar.
Ik lees het publiek "Onderhuurders in het voorbijgaan" en "Swifterbantmensen".
*) wijziging redactie. In de plaats van het gedicht "Simon" denkt de redactie
   de lezers er een plezier mee te doen door het gedicht 
    "Bij de dood van Solomon Burke"  te plaatsen. 
   Door Martin Beversluis op de vroege zondagmorgen geschreven. 

Ik ben de grote stem die
de rillingen door jouw lijf
jaagt je gaat huilen om
een uithaal je danst
op mijn commando ik ben
de grote stem als ik zing
over de liefde dicht ik de
beerput van jouw leven
misschien maar voor
heel even ik ben de grote
stem het verdriet van mijn
gebroken hart wordt jouw
favoriete lied mijn toon
de start van jouw eerste rit
in een nieuw soort achtbaan
ik ben de grote stem ik laat
jou landen op mijn mooiste
laatste noten mijn zang laat 
ik achter en ik ga naar god. 

 

Martin Beversluis 10.10.10

Is het niet te paard van Teheran naar Ispahan 
dan is het met het vliegtuig van Los Angeles naar Amsterdam
Solomon Burke flies to The Angels

Link naar Y-tube "Cry to me" original recording
Link naar Y-tube De Dijk en Solomon Burke "Enough is enough"
Link naar Y-tube De Dijk en Solomon Burke "Don't give up on me"

 

Een Perzisch edelman: 

"Vanmorgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik, 
Mijn woning in: "Heer, Heer, één ogenblik! 

Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot, 
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood. 

Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant, 
Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand. 

Meester Uw paard, en laat mij spoorslags gaan, 
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!" 

Vanmiddag – lang reeds was hij heengespoed – 
Heb ik in 't cederpark de Dood ontmoet. 

"Waarom", zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt, 
"Hebt gij vanmorgen vroeg mijn knecht gedreigd?" 

Glimlachend antwoordt hij: "Geen dreiging was 't 
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,  

Toen ik 's morgens hier nog stil aan 't werk zag staan, 
Die ik 's avonds halen moest in Ispahaan"." 

P.N. van Eijck 

 

"de tuinman en de dood"

 

Tenslotte word ik nog verrast met het fenomeen: "jammen"!
Naast de klarinettist Ditmer Weertman en Jacob Passander, welke laatste nu op een
handdrum zijn gevoel voor ritme laat horen, komen er ook nog een blokfluitist en een
basgitarist op het podium. 
Dichters met slam ervaring voegen zich in de muziek met hun voordracht...
de ontspannen sfeer en het voorbeeld van Martin Beversluis halen mij over de streep.
Ik doe mijn financiële crisisgedicht "wonderbaarlijk slijk" dat heel ritmisch is en in 
crescendo uit elkaar spat. 
Ik ervaar een heel leuke avond in Wormerveer, die mij heeft goedgedaan. 
Ik kom er zeker nog eens terug. 

 JohnN – 8 oktober 2010.

 

 
 
 
Nederlands en het Afrikaans -  Een bericht van Floris Brown en een beschouwing van John Zwart - 19 september 2010
Afgelopen woensdag kwam weer eens een bericht uit Zuid-Afrika van onze trouwe
mededichter, Floris Brown
Eigenlijk was het een uitnodiging voor 't afgelopen weekend, maar ik veronderstelde
niet dat onze Nederlandse en Vlaamse lezers onmiddellijk op eerste impuls in het
vliegtuig zouden springen. Geen bericht voor de agenda dus, maar het was een 
goede gedachte van Floris om ons eens deelgenoot te maken van wat zich afspeelt
op het gebied van de taal in zijn land.
Ik vind dat Zuid-Afrika en het Afrikaans – dat toch behoort tot het Nederlands
taalgebied – meer aandacht verdient dan het van ons krijgt. Toegegeven, we hebben
veel waardering voor Elizabeth Eijbers, die een groot deel van haar leven in Nederland
woonde, en ook schrijvers als Antjie Krog en Breyten Breytenbach worden met 
enige regelmaat in ons land uitgenodigd, o.a. op Poetry International in Rotterdam.
Maar het Afrikaans is een taal in de verdrukking en verdient hartstochtelijke propa-
gandisten en hééft die ook in Zuid-Afrika. De dreiging naar de marge te worden 
gedrukt door overheersing van het Engelssprekend bevolkingsdeel is veel groter dan
de invloeden die wij hier ondergaan. Het Afrikaans is een rijke en levendige taal die
voortdurend evolueert, je ziet dat heel duidelijk in de poëzie..
Breyten Breytenbach 
Proteaprys vir Poësie 2010
Bij de voorstelling van de debutanten

Misschien betekent het besef van dreiging van marginalisering juist een stimulans
die wij ontberen: als je ziet hoe lankmoedig wij zijn terwijl we van dag tot dag zien
hoe de spreektaal klakkeloos wordt doorspekt met Engelse uitdrukkingen en
zegswijzen, hoe noviteiten zonder meer worden overgenomen zonder ons maar 
één seconde af te vragen of we niet in staat zijn een origineel Nederlands woord 
te bedenken. 
Wat dat betreft kunnen we veel leren van de dichters in het Afrikaans, óók hoe zij
creatief zijn met originele samenstellingen. Wat zegt u van deze voorbeelden:
"stofgetrap" voor het lopen, draven over een droog pad – "fluitgehyg" voor de moei-
zame ademhaling van een longlijder – "skadukinders" voor kinderen die geheel
onopgemerkt in gebrek leven – "roosknopdou" voor een heldere zuivere dauw-
druppel – "supergom" voor als aan de grond genageld staan. (hetzelfde woord als
de Afrikaner gebruikt voor secondelijm) 

De universiteit van Stellenbosch kent gelukkig nog steeds een uitgebreide faculteit
Afrikaans en Neerlandistiek. Gedurende het weekeinde 17-18 september 2010 was
deze universiteit gastgever voor het "Woordfees" in het kader van de zesde jaarlijks
Versindaba
In het Sasol kunsmuseum Ou Hoofgebou en de kelder van Hotel Lanzerac speelde
zich een programma van presentaties en voordrachten af en tevens was er een
Dichtersgala. De Proteaprys vir Poësie werd uitgereikt aan de dichter Breyten
Breytenbach
. Hij aanvaardde de prijs met enig bezwaar: eigenlijk is hij een fervent
tegenstander van "wedyvering" in de poëzie, wat toch de drijfveer is van 't instellen
van een prijs. 
In een lezing van Joan Hambidge werd eer betoond aan de grote namen als Dana 
Mouton, Ingrid Jonker
en Johann de Lange. Er werd een studiemiddag gegeven 
hoe met poëzie te werken "vir laer skool leerders". En er was een optreden van 
Koos Oosthuysen en Antjie Krog bij de voorstelling van negen nieuwe debutanten.
Tijdens het Dichtersgala aan het slot hebben nog diverse andere actieve dichters
opgetreden, waaronder onze Hernehim-vriend Floris Brown
Er is een jaarbundel "Versindaba 2010"
Prikkel uw creativiteit lees Afrikaans en dicht in rijker Nederlands! 

© John Zwart – 19 september 2010

Floris Brown 
 
 
DOD  -  Verslag van een zondag op het Slenerzand, Schoonoord - 5 september 2010 - Terugblik van John Zwart 

Het Drentse Open-Dichtfestival voor de vierde keer alweer, dit jaar een stukje
opgeschoven in de tijd: van augustus naar september.
Een gelukkige omstandigheid, want dat bracht het verschil van regen naar zon. 
Met een wat compactere opstelling in gedachten werd het halfrond, dat eerdere
jaargangen stond opgesteld om de grote heuvel met de oog-steen, verlaten. 
Boeken- en kunstkramen, kookkraam en podia nu bij elkaar gesitueerd langs de
eerste helling, die luwte bood tegen windvlagen, die in het begin van de festivaldag
nog wat kil aanvoelden. 

Vanaf elf tot na het middaguur kwamen de deelnemers in een gestage stroom 
het terrein op. Heel wat mensen met auto's en al, het thema dat de festivalorgani-
satie dit jaar meegaf was "poëzie en de kookkunst" en dat zouden we weten óók:
hele keukenuitrustingen werden er aangevoerd.
Wie van ver kwam was wel aan een brunch toe, daar was op gerekend door de
organisatie. Met zo'n thema laat je je dichters niet op een droogje zitten met een
lege maag of een meegebracht klef broodje uit de rugzak. Vóóraan op het terrein 
stond een soort kinderdraaimolen, maar dan zonder de carrouselpaarden. In plaats
daarvan een café-opstelling en een werkende catering – wat van de installaties van
de deelnemers niet altijd gezegd kon worden, maar daarover later.



Een beeld van de heuvel met de steen tijdens DOD 2009
© Foto Copyright Hernehim Cultuur 

< Via deze link kunt u een diashow bekijken van het festival
     op de website van het Drentse Open-Dicht Festival 2010 

 

 

Verse koffie, warme soep, belegde broodjes, ik streek graag neer aan een nog 
vrije tafel waar de zon mij plezierig op de rug scheen en kreeg spoedig gezelschap
van een jonge dichteres Laura Wijnands met haar vriendin. Niet lang daarna zette 
zich Ko de Laat – als de Festivaldichter 2009 - als vanzelfsprekend aan het hoofd
van onze tafel. Waarover spraken wij? 
Over de trends des tijds - mensen op podia en hun eigenaardigheden: 
Mannen die haartransplantatie laten doen (Ko en ik zijn allebei begenadigd met
voortschrijdende kaalhoofdigheid, maar we lijden daar niet onder) en vrouwen die in
de val van de "make-over"mode zijn getuimeld. Leuke onderwerpen om eens aan te
snijden, dwars door de generaties heen. Ik zag hoe ook de andere tafeltjes zich
vulden: Mischa van Huijstee, een nieuwe proza ontdekking voor Hernehim, ik 
ontmoette hem op één van de Drentse Maan-avonden, Mart Brok van de Taalwerk-
plaats, andere Hernehim-bekenden als Jelou, Hannelly, Delia en Ria natuurlijk,
maar ik miste de bebaarde, maar verder gladde schedel van Martin Beversluis
"Die heeft moeten afbellen", zei Rensje Plantinga van organisator Stichting 
Drenthe Poëzie. Jammer hoor, ik had hem hier graag weer horen "slammen", 
hij was zo mooi op dreef in Leeuwarden. Maar hij stond in de Kargadoor in Utrecht. 

Het wordt tijd dat we uitstappen uit de draaimolen, het feest gaat beginnen.
Voor het vierde DOD heeft men als presentator het RTV-Drente"gezicht" Serge
Vinkevleugel
ingezet. Een goede greep, zijn vlotte aankondigingen verraden 
ervaring en vakmanschap. Later zal die routine vooral goed van pas komen in het
vraaggesprek met Nico Dijkshoorn. Vinkevleugel verricht ook de feitelijke opening
met het voorstellen van juryleden Geert Roeles, cultuurwethouder van gemeente
Coevorden en Jannie Kuiper, van de openbare bibliotheek in Emmen.
Deze twee zullen gaan bepalen wie de Festivaldichter 2010 gaat worden.

Het begin is weinig spectaculair en er is ook nog niet zoveel publiek. In andere 
jaren was dat wel anders toen er meer "lawaai" werd gemaakt, bijvoorbeeld die 
keer dat de start gepaard ging met trommelslagers! 
Misschien was de act van Mart Brok als de door pech achtervolgde kok, bij wie
steeds maar enorme stoom- en roetwolken uit zijn pannen blijven opstijgen, een
mooie start geweest. 

Niettemin doet Ko de Laat, die natuurlijk zijn Festivaldichterschap 2009 mocht 
laten gelden, zijn best ons meteen in een vrolijke stemming te brengen. Hij komt
uit Tilburg en het is dus geen wonder dat hij regelmatig geïnspireerd wordt door
de beroemde kermis aldaar. "Waar komen al die mensen toch vandaan? (…) 
't is of ze slechts een dag of tien bestaan/ om op de kermis rond te mogen 
dolen..."
Harig trollenvolk en kermismeiden bevolken zijn werk: "de kermismeiden
gaan elk jaar schaars gekleed (…) ze hebben vast aanbidders bij de vleet..." 

Ko heeft een treurige soort humor die aan Hans Dorrestein doet denken. Stevig 
eindrijm, sonnetten en snelsonnetten – "sonnettettes" zou Driek van Wissen 
zeggen – worden vaardig door hem gehanteerd. De verbinding naar het thema is
makkelijk gelegd, hij hoeft zijn 20 bundels (elk jaar een bundel) er maar op na te
slaan. En gegeten wordt er volop op de kermis, maar of je wel van kook-Kunst 
kan spreken is zeer de vraag. 

 

Kermiseten 

’n Beker maïs, ’n fruitcocktail 
Gebrande pinda’s en Krakauer 
’n Ribbelreep gebakken meel 
En in je maag vanzelf ’t Sauer 

Wie niet aan oliebollen hecht 
Of op ’n zuurstok uitgelikt is 
Komt spoedig op terrein terecht 
Dat door nieuw voedsel ingepikt is 

We doen ons elk jaar weer tegoed 
Aan voer in vele variaties 
In eindeloze overvloed 
En dodelijke combinaties 

Van suikerspin tot zwijngebraad 
Verorberen wij ieder maaksel 
En ’s avonds kleuren wij de straat 
Met fleurig en veelkleurig braaksel 

 

Ko de Laat 
Ontspannen winnaar van het voorgaande jaar met 20 jaar ervaring

© Foto Copyright Hernehim Cultuur 

Mart Brok volgt, hiervóór staat al een impressie van wat hij doet. Hij leest zijn 
gedichten als een "bluesy" liedtekst met telkens terugkerend refrein en begeleidt
zijn kookthema-gedichten met veel spectaculaire rookeffecten. Het wordt een 
soort jazz terwijl hij met gitaarbegeleiding door Harm Bos van 'wentelteefjes' en
'bakvissen' zingt. Mart, die zijn theaterachtergrond verraadt met zijn optreden, 
komt oorspronkelijk uit het zuiden (geb. te Breda) maar vestigde zich sinds enkele
jaren in ZO-Drente. Voorgoed mag je wel zeggen als je weet dat hij de voormalige
waterzuivering-installatie in Nieuw-Amsterdam heeft omgetoverd in een woning +
"taalwerkplaats" 

Verleden jaar al hoorde ik in de jeugdcategorie de toen 14-jarige Laura van Loon
 – zij viel op met 'volwassen' gedichten, die je je deden afvragen of een 14-jarige 
wel over de levenservaring beschikt om over die onderwerpen te schrijven, waar-
over zij dat deed. Net zoals ik dacht toen ik twee jaar geleden het 14-jarige prille
meisje Kim, begeleid door de band van haar saxofonist-vader, heftige jazz klas-
siekers hoorde zingen – teksten geschreven voor vrouwen die getooid zijn met 
de rimpels van het leed. "Kim is back!" riep hilarisch de titel vanaf haar eerste cd.
Het is nog steeds wennen dat veertienjarige meisjes tegenwoordig solo de wereld
willen rondzeilen in plaats van hun middelbare school afmaken. Deze Laura is 
inmiddels 15 en nu gaat ze zich meten met de volwassen deelnemers. 
"Je bent een recept/ Een samenraapsel van talen en culturen/ Doorverteld in 
andere talen, dialecten, landen …"
Het ontbreekt haar niet aan zelfvertrouwen, 
zoals ze de microfoon hanteert is het duidelijk dat ze goed naar optreden van 
bekende popartiesten heeft gekeken. Mijn hoop dat er onder de schil van zelfbe-
wustheid nog een tienermeisje schuilt wordt me bevestigd door de multi-kunste-
nares Delia Bremer die haar een beetje coacht. Laura, die een hele schare fans 
heeft meegebracht, komt ook live op RTV Drente in het poëzieprogramma van 
Delia. 

Iede Koffeman is terug van weggeweest. Hij heeft een schrijversblok overwonnen.
Nu is hij sinds kort weer helemaal terug en bewijst dat door zijn deelname op 
dit podium. Het belangrijkste wat hij inmiddels heeft geleerd: 
"ik kan alles kwijt in een gedicht".
Jelou krijgt een vleiende introductie wegens haar succes bij Meander, waar niet
alleen gedichten van haar werden gepubliceerd maar ook een interview werd 
afgenomen. Haar themagedicht "souper" werd ook al op Hernehim gepubliceerd,
ook haar andere gedichten 'wortelen' in de kookkunst waarbij zij het eetgenoegen
met de liefde mengt. "nodig mij aan je gedekte tafel" en ze laat een mooi woord-
spel horen met inzet van "tafelzuur" en "de lekkere trek"
Zij zoekt een "kruiswoord", geen "doorloper"
Bert Struyvé maakte vroeger vooral korte toegankelijke gedichten. Na een lange
wereldreis heeft zich een filosofische levensvisie bij hem postgevat. Natuur- en 
andere observaties voeren nu tot dieper gaande poëzie waarin we – met hem –
heel anders naar een 'gewoon' dier kijken. Zoals de koe: "daar waar de koe/ 
als ware stoïcijn onder filosofen/ de rede laat overwinnen". 

De Dames Samen – Annie Martens en Marijke van Es – vormen een onverbreke-
lijke eenheid, want de één maakt schilderijen en de ander schrijft daar gedichten
bij. Als ze optreden leest de dichteres voor met op de achtergrond saxofoonspel
van de schilderes. De gedichten zijn dus geïnspireerd op tekeningen en artistiek
schilderwerk. Beeldende kunst zowel als poëzie ontstaan vanuit heel eenvoudige
bronnen, zoals een bak met oude, uitgesproten aardappels. Ja, hoe kom je dan
toch nog met kookkunst uit de voeten? "ik frons bij de gedachte van mijn 
macht/ om zoveel rottigheid te laten bestaan ..." 

 


Hart en tong 

de liefde van de man gaat door de maag 
waarheid van oude zegswijzen 
maar al wat gezegd is nog niet wijs 
en de maag een zak met zuur 
waarin tederheid verteert 

liever dan het hart op de tong opdat 
het spreken kan over waarheid in 
de ziel waar liefde leeft van de wind 
volle maag vergeet bij volle maan 
en rozengeur – het lief met lust verbindt 

 

Telkens als er een blokje van drie – vier dichters heeft opgetreden is er een onder-
breking van 10 minuten tot een kwartier waarin Rob Schapendonk het publiek 
hapjes serveert vanuit zijn kookkraam, Kunsterik – het pseudo van Rik Holwerda –
vult de pauzes op met kleine gedichtjes: "hé kookkunstenaar,
wat sta je daar te snijden, in je knollen en citroenen..." 

John Zwart slaat meestal 's avonds aan het dichten, als de tv uitblijft en het rustig
is, wanneer dan de inspiratie komt ontstaan de beste gedichten. Het eten wordt 
desnoods uitgesteld tot het te laat is om nog te gaan koken. 
In tegenstelling tot Ko de Laat, die hij in dichtjaren met een flink aantal kan 
verslaan, vindt hij niets in bestaand werk dat verband houdt met de kookkunst.
In de laatste drie weken schreef hij een paar nieuwe gedichten, speciaal voor dit
podium: "Langzaam voedsel" en "Hart en tong". Ongemerkt wordt daarmee het 
bruggetje overgestoken naar de liefdespoëzie via de aanraking van de geliefde, 
met handen die eerst werden gewarmd aan een soepkom "dan mag ik haar raken/
aan alles wat wenkt"
. Afsluitend als verrassing een anderstalige bijdrage in de 
vorm van een ballade van Cornelis Vreeswijk in het Zweeds "Balladen om Herr
Fredrik Aakere och lilla söte fröken Cecilia Lind"
, waarvan John een vertaling 
maakte met de slotregel "Oh kus me opnieuw! zei Cecilia Lind"
Deze voordracht geeft een mooie aansluiting voor Ria Westerhuis, één van de
twee "Minnezinne-meisjes", die in duo een bundel uitgaven met erotische poëzie
in het Drents. Zij is weer één van die dichters die druk aan het kokkerellen gaan
op het podium. Haar vaste begeleider Rob Zandgrond – hoe Drents kan een naam
zijn! – voegt gitaarklanken toe. Enige 'dubbelzinnige' gerechten tovert ze uit haar
pannetjes waar de "schuumkoppen" op stoan en ze werpt bananen naar het pu-
bliek. Ria is vrijgevig, en ze biedt zomaar "Hét recept" aan voor Gordon van de
salade die ze heeft gemaakt om te serveren aan zijn ex-minnaar.

Het recept dat Gordon zijn ex-minnaar toestuurt

jouw gulden Roede
gelardeerd met judas penning
op een bedje van rauwe ezels oren
en hanepoten
gepeperd met koninginne-en
kattenkruid
afgedekt met verse vrouwen mantel
en tenslotte besprenkeld met
uitgeperste meisjesogen
omgeven door felle prik neuzen
en gulle ooievaarsbek
wijd opengesperd

klaar om aan te vallen!

als dat geen smullen wordt...

 

 

 

 

 

 

 

 

Henk Boogaard wijdt een ode aan een muziekinstrument, zijn gitaar wordt
toch een persoonlijkheid, "die hij niet van onderen mag vastpakken" en slaat
er vervolgens een paar akkoorden op, (ze beginnen steeds meer aan elkaar
te wennen)
. Hij gaat verder met een serie liedjes op allerlei etenswaren, 
als 'venkeltjes' en 'bieslook'. Vaag moet ik denken aan Herman Finkers. 
"ik hou van jou/ maar ook van rode kool/ dat is twee vliegen in een klap"... 
Heel vermakelijke lulligheid, laat ik het zo samenvatten. 


© Foto Copyright NRC - Boekenkatern 

 

"Nico Dijkshoorn schrijft scherp" zeggen sommigen,
"Nico Dijkshoorn schrijft snoeihard" zeggen anderen.
Er zijn soms conflicten, Patty Brard vond dat zijn kop eraf moest
  < Via deze link komt u op het filmpje dat er werd gemaakt 
over het conflict "Dijkshoorn versus Brard" - "Een column is satire" 

Dan verschijnt de hoofdgast Nico Dijkshoorn. Hij krijgt een lang interview met
Serge. Diverse bekende Nederlanders krijgen ervan langs. Vooral tv-figuren uit
de sport spaart hij niet. Joop Zoetemelk en Mart Smeets neemt hij op de hak.
Zijn geheim: hij neemt iemand op de korrel en kijkt dan of diegene zich geïrriteerd
toont. Zo ja, dan gaat hij "nog een jaar op dezelfde toer door". Een lekkere 
pestkop die Nico, maar dat wisten we al van zijn wekelijkse tv optreden bij 
DWDD. Is hij een dichter? Nu we gewend zijn geraakt aan literaire stand-up 
grappenmakers, rappers, slammers, liedtekstschrijvers en radio en tv columnisten
raken de scheidslijnen sterk vervaagd. Zijn uitgever Nieuw-Amsterdam vindt hem
in elk geval wel een dichter, die "sneller schrijft dan zijn eigen schaduw" en 
daarom werden onlangs de eerste 1000 schrijfsels gebundeld in een kloek boek
met als titel "Daar schrik je toch van - de eerste 1000 gedichten" 
Hij neemt het ter hand: "Ze zijn vaak kort." 
"Vakantie// alle mensen/ in de bus/ hoopten/ dat dit/ niet/ hun appartement was"
"Bij de voorbereiding van de bundel: Misschien nog een foto voor de achterflap – 
Laten we dat maar niet doen" 
"Ik zei toch: goed opletten, ze zijn soms zomaar voorbij". 

Hij is een liefhebber van korte kant-en-klaar tekst waar je niets meer aan moet 
doen. "Je hoort een uitspraak en schrijft het op en het staat er. Dan heb je een 
gedicht."

Een zekere faam heeft Nico Dijkshoorn al een paar jaar geleden verworven met 
zijn interview-roman "De tranen van Kuif den Dolder". De hoofdpersoon in het 
boek is een verzonnen legendarische voetballer van de vv Uffelte, Kuif is"de beste 
voetballer ooit"
geweest. Nico reisde er stad en land voor af – zo was de 
suggestie  – om overal vraaggesprekken te hebben met mensen "die Kuif den
Dolder nog persoonlijk gekend hebben"
. Eigenlijk ging het meer om de mensen
die werden geïnterviewd neer te zetten, de voetballer was gewoon een verzonnen
samenstel van allerlei legendarische mannen op het harde gras van weleer, zoals
Abe Lenstra etc. De verhalen werden aan elkaar geknoopt tot een epos dat steeds
meer aan overtuiging en geloofwaardigheid won. 
Tenslotte was het effect dat veel mensen echt gingen geloven in Kuif den Dolder 
en zijn oude clubmakkers van vv Uffelte. Hij heeft er nog steeds zichtbaar plezier in,
hoe hij de mensen op het verkeerde been kan zetten. Zijn glimlachje lijkt opeens 
op dat van Pom Wolff als die probeert in de huid van Gerard Reve te kruipen. 
Echt romanschrijver is Nico Dijkshoorn dus zeker niet, verhalen komen er uit zijn
pen. "Duitsland is al jaren mijn favoriete vakantieland. Naar Nederlanders toe 
hebben die Duitsers iets lekker nederigs ... Als je dat goed uitbuit heb je een
topvakantie. In een hotel laat ik me graag inschrijven als Maup Cohen. Krijg je
gegarandeerd een mooie kamer met balkon en veel frisse lucht ... Je moet het 
subtiel doen..." 

Dit soort gekruide teksten maken hem omstreden: óf je waardeert hem, óf je vindt
dat hij te ver gaat. De verzameling van zijn columns "Dijkshoorn" is sinds kort als
"luisterboek" te koop, zijn stem is een belangrijk toegevoegd element.
Soms weet ik niet of hij een grap maakt of dat hij een bewering echt meent. Zo 
noemde hij onlangs Pierre Kartner (van de smurfen en van sja-la-la – beter bekend
als Vader Abraham) een "geniaal tekstschrijver en een groot dichter". Ik vraag het
aan hem. "Heb ik dat gezegd?" "Nou ja, het geeft niet, maar ik meen het wel".
Nou weet ik het nog niet...   
Hannelly Krutwagen heeft het niet makkelijk na dit welbespraakte optreden. Zij 
heeft het zichzelf óók nog niet eenvoudig gemaakt. Ze dacht dat ze alles zonder 
papier moest doen, zoals op slam-competities. Dus doet ze alles uit het hoofd, 
want ze heeft er zelfs niet aan gedacht het op papier mee te brengen, zodat ze
ook geen geheugensteun achter de hand heeft. Knap gedaan, maar één enkele
hapering, soms in mooie sonnetvorm, melancholische tafelmijmeringen over 
verloren liefde, gevoelige gedachten over een naaste die lijdt aan dementie. 
Machiel Sol zet zijn potjes op een camping kookstel en kruidt zijn gerechten 
met klanken uit zijn gitaar. Hij is een erotische fijnproever – "....ik ga je niet 
opeten/ Daarvoor ben ik teveel een proever, een/ Bijter en een snoeper … "
– 
zoals hij zich toont in de voordracht van het gedicht "Vrouw", dat ook in de 
Festivalbundel 2010 staat afgedrukt met een foto om van te watertanden.
Mischa van Huijstee, de man die de over-zelfverzekerde Rita Verdonk zo mooi 
in een prozagedicht neerzette. Hij heeft een hele act uitgewerkt en neemt tijdens
zijn voordracht zelf plaats in een kookpot, als de missionaris bij de kannibalen.
Het gedicht heeft een wijde horizon die gaat van de 'oersoep' tot aan een pakje
kant-en-klaar in één minuut. De vlammen onder zijn zitvlak zijn symbolisch, 
gelukkig maar, er zou een vreemde soep uit hem zijn getrokken met het aroma
van zijn stoere tuinmanschoenen. 
Tenslotte Delia Bremer, als altijd blootsvoets. Danst en schildert en dicht – en 
wat al niet méér. Schrijft zowel Drents als Nederlands en komt met mooie tekst
met gelaagde inhoud. Ze is vergezeld door haar vaste begeleider op gitaar. 
Voor de vierde keer neemt ze deel aan dit festival en eindigde al eens op de derde
plaats. Intussen is ze merkbaar gegroeid in de kwaliteit van haar werk.
Twee jaar geleden behaalde Delia hier de derde prijs.... Wat wordt het nu....? 

Nico Dijkshoorn en Ko de Laat verzorgen samen het grote afsluitende blok,
waarin de jury telt en wikt en weegt... 

 

"ik ga zitten 
knikkende knieën 
neem het tussen mijn vingers 
het zand, het gras 
aan deze waterkant 
en terwijl de brug open gaat 
vraag je om mijn vingers 

til je mij op in een dans 
onder de sterren 
die naast ons 
in het kanaal oplichten 

je bent warm 
adem in mijn hals 
je lijf leeft 

liefde zingt in je gezicht 
nu hier 
nu ik aan de oever in je armen lig 

gaat de brug weer dicht"  


Delia Bremer 

  Delia Bremer 

© Foto Copyright Hernehim Cultuur 


Dan komt het moment van de prijsuitreiking - de Publieksprijs valt toe aan 
Hannelly Krutwagen. Waarschijnlijk waren er veel mensen onder de indruk 
van haar voordracht geheel uit het hoofd. 
De jury vindt Ria Westerhuis (3), Laura van Loon (2) en Delia Bremer (1) 
de drie beste dichters van het DODfestival 2010
Allemaal vrouwen in de prijzen dus (maar eigenlijk zijn er slechts twee prijzen,
Hannelly en Ria moeten het doen met de "eeuwige roem"). 

De Festivaldichter 2010 is Delia Bremer uit Nieuweroord - opkomend talent 
Laura van Loon uit Emmen. 
Het thema voor 2011: "poppen en de poëzie". 
Festivaldatum: zondag 4 september 2011. 

Hée: "En die andere Laura dan, Laura Wijnands?" zult u als oplettende lezer 
vragen... Ik heb de andere jeugdige dichteres in haar mooie chique zwarte jurk
niet op het podium gezien. Was haar optreden dan zo kort dat het onopgemerkt
passeerde tijdens een plaspauze van mij? 
Geen idee, nog voordat de jury haar beslissende slotwoord spreekt is zij, samen
met vriendin, reeds vertrokken. 
In ieder geval: In 2011 nieuwe ronde, nieuwe kansen! 

© John Zwart – voor Hernehim Cultuur 10 september 2010 

 
 
Veel bomen omgewaaid, één heel bijzondere op 17 augustus 2010 - Beschouwing van John Zwart 
De zomerstormen van augustus hebben daken en caravans en ook bomen belaagd.
Veel bomen, vol in het blad, waaiden om, overal in het land, in Twente zelfs rond 
de vijfhonderd. Een bijzonder slachtoffer viel in Amsterdam, Keizersgracht 188. 
Acht jaar werd gestreden om die boom tussen het stadsbestuur en de omwonenden.
Vellen en opruimen, of laten staan tot het natuurlijke einde komt. Door criticasters 
werd nogal gesmaald over die overdreven sentimenten. 
Nu is de 173 jarige kastanje gevallen. Jammer, maar het zou eens gebeuren. 

Kwalijk vind ik dat opnieuw weer mensen hun stem verheffen om hun 'gelijk te halen'
Daniël Samkalden gaat in de Volkskrant van vandaag wel heel ongenuanceerd 
tekeer in zijn terugblik op "ziekelijke sentimenten voor relikwieën" en krijgt daarop
zowaar nog bijval. Misschien te verklaren vanuit de onderkoelde houding van de
directie van het Anne Frankhuis tijdens de voorgeschiedenis? 
Hoe kan men alle aspecten nog helder zien als de beheerder van het oude 
"achterhuis" de hele zaak koud liet? Er waren mensen die meenden postuum uit
naam van Anne Frank te kunnen spreken en beweerden dat - mocht het haar 
worden gevraagd - zij onmiddellijk voor 'het uit zijn lijden helpen' van de boom zou
hebben gepleit. 

Laat ik mij nu dan óók eens in de geest van Anne Frank verplaatsen. Ik denk niet -
neen ik wéét zéker - dat Anne heel blij zou zijn geweest met de uitgave en het 
succes van haar dagboek. Maar ik betwijfel erg of zij het wel zo fijn zou hebben
gevonden te zien hoe het achterhuis tot museum en tenslotte tot een soort instituut
werd gemaakt. En zeker zal ze het niet fijn hebben gevonden te zien hoe er mensen
haar boom ("onze kastanjeboom" schrijft ze in haar dagboek) onverschillig zou laten,
zelfs de directie van het instituut dat haar leven en sterven exploiteert. 
Zo, dat moet ook maar eens gezegd. 

John Zwart 31 augustus 2010 

 

23 februari 1944 
Ik ga haast elke ochtend naar de zolder om de bedompte kamerlucht uit m’n
longen te laten waaien; vanuit m’n lievelingsplekje, de grond, keek ik naar de 
blauwe hemel, de kale kastanjeboom aan wiens takken kleine druppeltjes 
schitterden, naar de meeuwen en andere vogels, die in hun scheervlucht wel 
van zilver leken en dat alles ontroerde en pakte ons alle twee zo, dat we niet
meer konden spreken. [...] «Zolang dit nog bestaat» dacht ik,«en het mag 
beleven, deze zonneschijn, die hemel, waar geen wolk aan is, zolang kán ik
niet treurig zijn. 
18 april 1944 
April is inderdaad schitterend, niet te warm en niet te koud met zo nu en dan
een regenbuitje. Onze kastanje is al tamelijk groen en hier en daar zie je 
zelfs al kleine kaarsjes. 
13 mei 1944 
Onze kastanjeboom staat van onder tot boven in volle bloei, hij is zwaar 
beladen met bladeren en veel mooier dan verleden jaar. 
15 juni 1944 
Zou het komen, omdat ik zo lang m’n neus niet in de buitenlucht kon steken
dat ik zo dol op alles wat natuur is, ben geworden? Ik weet nog heel goed, dat
een stralend blauwe hemel, piepende vogels, maneschijn en bloeiende 
bloemen m’n aandacht vroeger nog lang konden vasthouden. 

              Aesculus hippocastanum 1686124  


Paspoort Bomenstichting van de "Anne Frankboom"  

Boomnummer: 1686124 
Aesculus Hippocastanum
- Witte Paardenkastanje 
Omvang van de stam 4,75 meter 
Hoogte 22 meter Plantjaar 1837 
Reden voor registratie: 
- Visuele verschijning 
- Cultuurhistorisch belang

Einde natuurlijke levensduur: augustus 2010 (173 jaar)

 

 
 
Prinsentuinen veroverd door slampoëten  -  8 augustus 2010 Verslag - door John Zwart met tekstaanvullingen en foto's van Anneke Wasscher   
Niet alleen Groningen kent een Prinsentuin in het oude centrum, ook Leeuwarden 
heeft er één, die is misschien zelfs al ouder, want de tuin maakt deel uit van het
verdedigingsbolwerk van de historische stad met de Oldehove. De Leeuwarder 
Prinsentuin is ook al heel lang 'cultureel
groen' - want er staat een muziekkoepel 
tegenover de 'uitspanning' "De Koperen Tuin" met de naamgeving waarvan eer
wordt betoond aan de Leeuwarder auteur Simon Vestdijk. 's Zomers worden in die
koepel concerten gegeven. 
Nu is er een nieuw initiatief waarmee de Leeuwarder Prinsentuin zich ook poëtisch 
manifesteert tegenover het festival van die naam in Groningen. Melvin van Eldik 
heeft vandaag in 2010 in
Leeuwarden iets neergezet zoals Tsead Bruinja in 1997 
dat deed in Groningen: 
Dichters in de Prinsentuin van Leeuwarden dus vandaag. Wellicht het begin van 
een nieuwe slamtraditie. Wéér een zomers openluchtfestijn met het voordeel ervan 
(de mensen komen
graag de deur uit) maar óók met het risico van slecht weer. 
Het geluk is met Melvin en zijn
slamfeest. Ik tuurde 's morgens naar de lucht en 
op de buienradar en kreeg toen twijfel: "als het
regent ga ik er niet eens heen..." 
Maar rond twaalf uur breekt de lucht, het wordt een mooie droge
middag.

 

  De organisator timmerde flink aan de weg:
  zelfs posters verschenen in het stadsbeeld, zoals hier op het Raadhuisplein. 
  (
© Foto Anneke Wasscher)  

Gijs ter Haar in de Prinsentuin Leeuwarden 
© Eigen foto: Hernehim Cultuur

Op naar Leeuwarden dus, net als Erika Destercke, Martin Beversluis, Daan Doesborgh,
Wibo Kosters, Joost Oomen, Mark Spijkers en Gijs ter Haar. De zon schijnt, de singel
ligt propvol van
bootjes met luchtig geklede mensen, over de golvende paden van het 
bolwerk maken vele
Leeuwarders en toeristen een zondagswandeling. 
Rond de muziektent klinken klanken uit blik en er zijn nog maar hooguit 30 mensen
verzameld, staand
of zittend in de nabije grasranden. Het is toch wel hier... toch niet 
in caférestaurant De Koperen
Tuin aan de overkant van de vijver...? 
Maar het is wel degelijk in de koepel, waar het instrumentarium van "Winterjong", de
muziekgroep van Boris de Jong, staat opgesteld. Als het om kwart over twee begint
en de aankondiging
schalt uit de boxen, worden heel wat voorbijgangers aangetrokken
zodat het gehoor flink aanzwelt,
gelukkig maar, dit slamfeest verdient de zegen van 
de zon en een veel groter publiek door het
"zwaan-kleef-aan effect". 
Het zijn behoorlijke zwaargewichten die hier met elkaar de strijd der talenten aangaan.
Zelfs
ondanks het uitvallen van Ellen Deckwitz, die in december 2009 in Utrecht de 
NK finale won, zal
ieder al z'n zeilen moeten bijzetten om hier te kunnen zegevieren.

Hoewel ikzelf deze jonge Amerikaanse stijl van voordragen niet beheers kan ik wel 
erg genieten
van het vakmanschap en de gedrevenheid waarmee "oude rotten" als 
Gijs ter Haar en Martin Beversluis in dit genre presteren. De gedichten "Alle drop 
raakt op"
van Gijs en "Hindsight is for assholes" van Martin ken ik natuurlijk al en 
dat draagt flink bij tot mijn waardering. Want het gaat
snel hoor dat slammen, héél 
snel - je moet goed bij de les blijven als je de tekst voor het eerst hoort. 
De twee jongeren met behoorlijke slamervaring, Wibo Kosters en Daan Doesborgh
laten zich al evenmin onbetuigd. Wibo lijkt even aan de romantiek te raken, maar 
met een grimlach "Geef me de kans om/ tenminste vijf seconden/ niet tegen een/ 
dichte deur te praten./ Ik zal mijn voet tussen de kier dringen en de/ pijn van het 
dichtdoen/ voor lief nemen".
En Daan laat ook hier weer horen dat het niet zómaar
is dat hij, jong als hij is, nu al als stadsdichter van Venlo is gekozen. Voor mijn
oordeel (dat ik niet zal uitspreken) besef ik dat ook bij deze twee weer meespeelt
dat ik sommige gedichten al ken. Direct bij de opening door Daan als eerste dichter
kan ik een glimlach niet onderdrukken als hij begint met: "we waren de mannen 
met de kelen van schuurpapier..." 

 


Mark Spijkers vertegenwoordigt de "buitencategorie" want eigenlijk is hij geen 
slamdichter. Deze
stadsdichter van de gemeente met een veel te lange naam 
waarvan Dokkum de hoofdplaats is,
leest zijn eerste ronde wel degelijk zonder 
papier, zoals mannen als Gijs, Martin, Wibo en Daan dat
vrijwel altijd doen - voor 
een niet-slammer is dat bewonderenswaardig. "Vreemdgaan is erg/ vreemdgaan 
is erg mooi/...
roept de lange, langharige Mark, om dan tot de
conclusie te komen
"tussen vriendschap en seks bevindt zich een bed"
Voor wat betreft Erika Destercke ben ik helemaal in het hoekje van het vóóroor-
deel beland want j.l. maandag heb ik alles van haar al kunnen horen op de Maan-
avond in Emmen. 
Joost Oomen ("JA tegen valkuilen in het huwelijksbed") is voor mij de volslagen 
onbekende, met
net twintig jaar jonger nog dan Daan. Hij zet ook een knappe 
voordracht neer met grote inhouds- en gevoelswisseling. Naar mijn indruk leunt hij
bij de "felle" gedichten iets te zwaar op het volume.
Je kunt verbaal "slammen" 
(=gooien, smijten) maar je kunt ook door de mensen héénschreeuwen,
waardoor 
je ze juist niet meer bereikt. Ach, ik ben maar een leek, dus dit is een terloopse 
opmerking
v.w.b. mijn gevoel hierbij. 
Men moet die maar nemen voor wat die waard is. 

Wibo Kosters 
© Eigen foto: Hernehim Cultuur

De twee deelnemers uit Friesland - links Mark Spijkers, rechts Joost Oomen
© Eigen foto'a: Hernehim Cultuur

Veel indruk maakt Gijs op mij in zijn tweede blok met zijn gedicht dat hij opdraagt
aan "de moeders" (van Leeuwarden) - daarbij krijg ik echt kippenvel omdat het wel 
lijkt geschreven op de actualiteit
van de dag. Het drama van Nijbeets is er voor mijn
gevoel zóver ingekropen dat zijn gedicht "actualiteit" ter afsluiting hiermee bijna 
overbodig wordt. 
Martin brengt op het thema ontroering een tekst over zijn overleden vader en zijn 
beslissing om zelf
kinderloos te blijven "er zullen geen nakomelingen zijn/ als ik
doodga ga jij ook". 

Ontroering is er ook bij het luisteren naar Joost als hij een liefdesgedichtje kiest 
"...een opgedraaid muziekdoosje/ een melodie om op te sterven..." 
Gijs schildert met rake realistische zinnen de ontluistering van de ouder wordende 
vrouw die tevergeefs haar onweerstaanbaarheid van weleer
blijft demonstreren in 
"Stervende meisjes" ....de kont die net geen kont meer is... " 
Slamdichters lijken toch vaak een somber wereldbeeld te hebben waarvan ze schijn
en verval scherp
in beeld brengen, maar dat doen ze met een cynisme waaronder 
de goede luisteraar mededogen
kan vermoeden. 

De pauzeblokken worden door "Winterjong" volgespeeld en gezongen met al even
sterke teksten
en een presentatie door zanger Boris de Jong van hetzelfde niveau
als door de dichters.
Ondersteuning krijgt de zanger-tekstmaker-voordrager van
piano/synthesizer, een traditionele bas
die soms aangestreken wordt, percussie 
en een cello. Het cellogeluid draagt minstens zoveel bij
aan de knappe arrange-
menten als de piano. 
Wat ik schrijf over wereldbeeld, cynisme en verborgen mededogen geldt ook voor
Boris. Hij geeft in zijn tekst "Koe klap" op het oog een surrealistisch beeld van 
koeien die zich schuldloos grazend
onnozel van een klif storten, eronder proef 
ik een aanklacht tegen de bio-industrie. Ook speelt hij
mooi met onze grenzen 
van sentiment in een muzikale monoloog over "de sluipwesp" ...ik heb geen 
angel/ ik heb alleen een legboor..." 


"Winterjong" vormt een perfecte muzikale achtergrond voor een slammers-
podium. De groep brengt de cd "Slapen is voor dromers" uit, met feestelijke
doop in Bellevue, Amsterdam. (in december a.s.)  We horen hiervan hier al
"ochtendgebed" en "sigaret"

De uitslag
Het gaat niet met het spreekwoordelijke mes op tafel, of tussen de tanden. 
De middag maakt geen
deel uit van een competitiereeks, dus lijkt het een beetje op
de strijd om des keizers baard. De jury heeft veel waardering voor het poëtische 
gehalte van Erika Destercke en noemt vooral het
intiemere werk dat juist aan de 
goede kant van "plat" blijft. En met Daan Doesborgh als de andere finalist wordt de 
opvatting van Daan dat je nooit als eerste moet optreden (dan zijn ze je alweer 
vergeten tegen de tijd dat de jury zijn oordeel spreekt) gelogenstraft. 
Het publiek mag ook nog meedoen met briefjes en met hard en lang klappen... 
Daan Doesborgh is de trotse winnaar, stemming en applaus in evenwicht met Erika
Destercke
maar voor Daan klonk het net ietsepietsje harder... Erika dus de verraste
blije nummer twee. Publiekslieveling is de jongste Joost Oomen uit dit heitelân. 
Hij schijnt ook goed te kunnen "fierlejeppen" maar misschien vergis
ik me hierin en
betreft dat een naamgenoot... 
Iedereen heeft vrede met de uitslag, dat pakt ook wel eens anders uit. 
Melvin broedt al op een volgende editie... 

John Zwart, voor Hernehim Cultuur - met aanvullingen van Anneke Wasscher.
8 aug. 2010 

Hiernaast> Aan het slot ontvangt iedereen nog een "Paspoart foar Fryslân". 
Op de voorgrond Boris de Jong. De langste en de kleinste man schudden elkaar
juist de hand: Mark Spijkers en Melvin van Eldik. Verder van links naar rechts:
winnaar Daan Doesborgh, nummer twee Erika Destercke, Wibo Kosters, blauwe
reus Gijs ter Haar en Martin Beversluis. 

© Foto Anneke Wasscher 

 
 
Maanavond in poëtische setting - Een verslag van een tuinpodium van Drenthe Poëzie op 2 aug - door John Zwart  
Stichting Drenthe Poëzie heeft als opmaat naar het grote jaarlijkse festival, dat 
op het
Sleenerzand van Natuurmonumenten wordt gehouden, een serie 
"Maanavonden" op het
programma staan. 
"Maanavond" klinkt toch heel anders dan maandagavond, al zijn alleen maar drie 
letters weggelaten. 
Maandag 2 augustus werd de tweede.in de reeks, waarvoor telkens geprobeerd 
wordt een locatie te kiezen die aanspreekt en de titel recht doet. In juli was men 
al bijeengekomen
in Schoonoord bij de "Papenloze Kerk" het gerestaureerde 
koepelhunebed in deze regio, waar voelbaar het historische zwijgen van talloze 
eeuwen hangt. Afgelopen maandag werd
ik naar Noordbarge geloodst, voorheen 
een randgemeente, nu behorend tot het veel grotere Emmen
het historische zwijgen... 

"De Stroetenhof" - Foto: Stiltetuin De Stroetenhof

In een jonge groene wijk, bereik ik langs een onopvallend graspad tussen struik-
gewas door
een verscholen grote tuin: Stiltetuin 'De Stroetenhof". De tuin is 
een aaneenschakeling
van stukjes bos, open plekken, grasveld, natuurlijk 
begroeide bloemrijke perken en een vijver. 
Hier niet de stilte van het besef van ongetelde eeuwen maar de stilte van een 
natuurtableau,
intiem en rustgevend. De behoefte aan zo'n plek werd in 1999 
gevoeld door een groepje initiatiefneemsters die hiertoe een stichting oprichtten.
Rust, inkeer en ingetogen creativiteit kan hier worden beleefd, daarin past ook
voordracht - vrijwilligers zorgen voor de inspirerende omgeving. 

Zo'n veertig liefhebbers komen vanaf halfacht in groepjes binnen. De zon laat zich
langzaam
zakken in van het westen uit bolderende wolkenbanken - de maan zal er
vanavond niet zijn -
maar regen blijft uit. Er is geen microfoon en dat stemt me 
eigenlijk wel tevreden. Een klein
publiek tot vijftig mensen kan ik gemakkelijk met 
'puur natuur' vasthouden. Het komt de
concentratie ten goede, zo'n stuk metaal 
tussen mij en publiek wordt toch een beetje als
scheiding beleefd. 
Een klein aantal dichters voor een royaal programma, lekker ontspannen werken in
een
éérste en later nog een tweede blokje. Rik Holwerda (Dalerveen) kondigt aan,
hij staat ook
bekend onder de naam "Kunsterik", actief in verschillende disciplines,
en zal tevens eigen
werk laten horen. Verder staan nog Joke Rhebergen (Emmen),
Erika Destercke (Gent,
Vlaanderen) en ikzelf op het program. Drie mensen uit het
publiek hebben zich aangemeld
voor een Open Podiumplekje: Jeanet Penninga,
Maria en meest opvallend van hen Mischa van Huijstee, daarover straks meer.

Het is niet uit gemakzucht dat ik hier uit de aankondigingen van Rik citeer, het is
nu eenmaal wat gênant om een rijtje dichters aan te prijzen als je zelf in dat rijtje
staat... 

"Voor Joke Rhebergen (Emmen) is een optreden in de Stiltetuin een thuiswedstrijd.
Haar dichttalent heeft lang gesluimerd en kwam eerst naar buiten op latere leeftijd.
Na diverse publicaties in poëzietijdschriften bracht zij in mei dit jaar een bundel uit: 
"Lawinehekken" 
Al lijkt de titel te verwijzen naar een ver Alpenlandschap blijft Joke met bijna al haar
werk dicht bij zichzelf en haar dagelijkse bestaan. 
Schrijven geeft de Belgische dichteres Erika Destercke veel voldoening. Maar 
soms kan schrijven ook heel frustrerend zijn als een woord haar maar niet loslaat.
Haar rugzak zit vol met kleine strookjes papier waarop zij haar gedachten schrijft.
Soms zijn het verhalen van anderen, vrienden, medereizigers in de trein of gebeur-
tenissen in de stad die de inspiratie vormen voor een nieuw gedicht. Erika volgde
'Literaire Creatie' aan de academie te Deinze en trad al meerdere keren op zowel 
in België als in Nederland. De Vlaamse dichteres was in 2009 ook te gast op het
derde Open-Dicht Festival in Drente. 
John Zwart heeft zijn "roots" in de Zaanstreek liggen. Vijftien jaar zeevaren, een 
jeugd tussen schepen, voorliefde voor Jan J Slauerhoff en een filosofische levens-
visie vormen de basis voor zijn gedichten. Sinds 2000 werden er een aantal in 
diverse bloemlezingen opgenomen, en kwam een drietal bundeltjes uit in eigen 
beheer. De laatste, "Zeearmen", is daarvan de meest succesvolle." 


In de Stroetenhof - Noordbarge - naturel optreden in een bosamfitheater 
© Eigen foto: Hernehim Cultuur 

Joke Rhebergen oogst glimlachen 

Joke is als laatbloeier heel blij met haar bundel die dit jaar tot stand kwam dankzij 
de inzet
van haar levenspartner. Zij houdt van woordspelingen en opsommingen waar
ze dankbaar veel verrassingen in kan verstoppen. Ze oogst herhaaldelijk een glimlach.
Haar boekje zit vol met 'geeltjes', die zal ze ons liefst allemaal willen lezen. 
Ze is hier als enige
uit Emmen, dan mag je terecht rekenen op "een streepje vóór". 
Tegen het einde van de
avond mag zij nog een toegift doen. Jammer is dat ze zich-
zelf daarbij verliest, elke spanningsboog kent immers zijn einde bij het vriendelijkst
publiek. "Less is more" is d
e bekende wijsheid voor podiumkunstenaars die ik Joke
wil meegeven. 
Erika heeft haar repertoire, evenals ik, kennelijk ook wat aangepast aan de locatie.
Ze laat
ons mooi 'natuurwerk' horen. Maar ook krijgt zij weer de lachers op haar hand
als ze denkend aan "Het grote voorlichtingsboek" ook keuzes uit haar scabreuze 
repertoire niet schuwt.
"Als het wat later wordt op de avond, word je ondeugender Erika!" zo vat Rik het
voor ons samen. 
JohnN (John Zwart) had als 'natuurman'  van tevoren vanzelfsprekend allang rond-
gekeken in deze Stiltetuin via de website, die er mooi fotowerk van vertoont. 
De stilte als onderwerp drong zich onstuitbaar op met nieuwe inspiratie. Hij opent
met een cyclus van drie korte gedichtjes, nieuw geschreven speciaal voor deze plek. 
Dat wordt door de tuinbeheerders en vrijwilligers bijzonder gewaardeerd.  


 

als er woorden vallen 

als er woorden vallen 

eigenlijk zou ik hier moeten zwijgen 
maar waartoe zijn we dan gekomen 
besef van bescheidenheid moet blijven 
want stilte is er al en kan alleen ontnomen 

door een dichter met zijn woord die haar 
als vlinder van papier verscheurt en als 
het verkeerd valt ruw vermoordt 

de stilte 

is het kwetsbaarste niets 
en wordt daarom wellicht het meest geschonden 
door me af te sluiten vind ik haar niet terug 
maar voor haar teer geluid keer ik mij binnenste 
buiten en al wat stoort slaat diepe wonden 

(zonder titel) 

we leven in een luide wereld 
wat ooit muziek was klinkt nu oorverdovend 
en reclame wordt ons toegeschreeuwd 
verdoofd zoeken we vergeefs naar verloren rust 
altijd met de telefoon op zak 

© JohnN  

Keukenplezier 

Er is het eiwit schuimend 
de suiker klevend 
er is gist 
er zijn krieken 
samen verdrinken ze in het deeg 
zacht glijdend tot in de afgrond 

de bloem op de vensterbank is knap in de hoogte geschoten 
de kelk met zwartgevlekte meeldraden staat wagenwijd open 

met tijd goochelt de oven 
een priem wacht op het boren 
de cakegeur zwelt aan 
mes en vork zijn in de aanval 
de oven na het hoogtepunt 
geeft geheimen prijs 

de stengel door de warmte verzwakt 
knakt onder een voldragen parel  

 

© Erika Destercke 

In deze stille tuin in Emmen is daar opeens een stille tuinman die opstaat en 
vertelt dat hij niet alleen tuiniert maar óók wel eens een gedicht schrijft. 
Hij laat parlando horen. Het gaat over een zeilmeisje maar dat vergeef ik hem graag.
Mischa van Huijstee verrast en
heeft zich nu al een plekje bij Hernehim Cultuur  
veroverd op de blogpagina

Naar de reacties te horen is iedereen zeer tevreden met wat er geboden is.
Het is gratis maar naar het voorbeeld van Poetry International in Rotterdam wordt 
het aan de bezoekers overgelaten hun waardering te tonen. Ik weet niet wat er 
terechtkwam in de
hoed, men zal toch minstens een bijdrage voor de consumptie 
in de pauze hebben gedoneerd, maar hopelijk wat meer.  
Wat de beleving betreft kijk ik zeker terug op een geslaagde avond. Er komen er 
nog drie: de eerstvolgde in Smilde, op 16 augustus

 

© John Zwart voor Hernehim Cultuur - 4 augustus 2010. 

Hiernaast: Voor aanvang en tijdens de pauze 
                Op het terras onder het regenzeil, dat gelukkig overbodig blijkt 
               
© Eigen foto: Hernehim Cultuur  

 

 
 
OBA Open Podium juli editie  -  Verslag, Amsterdam 31 juli 2010  - door John Zwart  
De laatste zaterdagmiddag van de maand in de Centrale Bibliotheek van Amsterdam,
dan is er altijd dat podium, het enige dat geen zomerstop kent. Hernehim Cultuur 
maakte het weer eens mee op 31 juli. 
Het is de 79e keer meldt Jos van Hest trots. Het podium floreert nog steeds, altijd een
maand vooruit al volgeboekt. Riet Lamers heeft het er druk mee. Zij heeft assistentie
gekregen: voortaan wordt de organisatietaak verdeeld tussen Monique Groeneveld en 
Riet, deze vraagt iedereen mee te werken door het mail-verkeer uitsluitend over het 
adres *openpodium@oba.nl* te verzenden. (*asterix weglaten) 

Er komen een aantal bekenden aan de ovale tafel van Jos: Martin van de Vijfeijke,
Gerda Posthumus - die ook 'Louise' heet, Leonice Leite da Silva en Kees Godefrooij.
Vesna Blaziç is er ook, die verdient wat meer aandacht want het is al een tijd geleden
dat ik haar bezig zag (Haarlemse DIchtlijn 2009). Ze zet een theaterscène neer met 
een drietal aansluitende teksten die ze uitspreekt terwijl zij op het podium vloeiende 
poses aanneemt. 
"... ik schrijf liefst 's nachts/ als de wereld slaapt/ op de diepste bodem/ van de zee..."
Zand, zee, golven en schelpen vervullen haar 'act' die een ode aan "blauwhuis" is. 
Blauwhuis, de naam die zij de zee geeft: "het huis van de gastvrijheid"
Ze heeft een celliste meegebracht voor begeleiding, de Griekse Chloe Ghomez en het
publiek, in de ban van klanken en beweging, aarzelt lang om de laatste stilte te breken 
met applaus. 

Centrale Openbare Bibliotheek Amsterdam, Oosterdokseiland
Het bordes naar - 2e étage Cultuurplein - 7e érage Theater van 't Woord 

© Eigen foto: Hernehim Cultuur

De Blaffende Honden op het Leidseplein 
Voor de dichter Ronald Offerman (links) schijnt altijd de zon
Michael Abspoel de zanger in het midden, rechts de gitarist


Moedige debutanten zijn er ook: twee leden van de Schrijfclub De Kantlijn en 
Jeanine van Dijck met poëzie uit de kaaswinkel, maar de meeste moed toont de 
jonge Marcus Meesters, die een groot aantal aquarelillustraties heeft opgehangen
op de rij panelen achter de grote tafel. Die illustraties maakte hij bij de verhaaltjes die
hij bedacht op het Vondelpark. Plaatjes en teksten vormen samen een prentenboek 
dat hij in eigen beheer heeft uitgebracht via 'drie musketiers'. Een kloek besluit nadat 
een aantal uitgevers hem had afgewezen. Duizend (!) exemplaren waren nodig om de
magische verkoopprijs van € 14,95 voor een geïllustreerd boek in vierkleurendruk 
haalbaar te maken. Ook hij heeft iemand meegebracht die hem ondersteunt, Hetty, 
die één van de tien verhalen uit het boek - over bosmuizen en een vleermuis - aan 
ons voorleest. 33 Dozen staan er opgestapeld in de woonkamer van Marcus, die ze
vol vertrouwen aanbiedt bij de speelgoedbranche. 
Het optreden van Ronald Offerman beschouw ik ook als een moedig debuut, want
net als Vesna laat hij zichzelf zien op een manier zoals ik hem nog niet ken: als lid 
van een driemanschap "De Blaffende Honden", ze treden op met een combinatie 
van Amsterdamse poëzie, idem zang, met professionele gitaarbegeleiding. 
Michael Abspoel zingt met zijn heldere stem over "Tante Jans", die dood is. 
Op voortreffelijke manier komt de Amsterdamse Tante Jans tot leven, begeleid door de
Friese Peter Hoekstra op gitaar. Bezoekers van Dichterscafé Eijlders aan het Leidse-
plein hebben al eerder met dit drietal kennisgemaakt, voor mij een verrassende nieuwe
beleving van "smartlappen" in een originele benadering. Was "Tante Leen" ooit een 
begrip in de Jordaan toen die nog 'die ouwe Jordaan' was, voor de faam van "Tante 
Jans" verdwijnen alle beroemde bouwwerken en pleinen van Amsterdam van de aard-
bodem, in de schaduw van haar overlijden. 
"Iedereen heeft toch wel zijn eigen tante Jans, of tenminste eens gehad". 
Nog een verrassing is Edwin Mulder (onthoud die naam), voor het eerst aan tafel met 
Jos van Hest. Zijn leven bestaat uit "een creatieproces en een krantenwijk", zo vat hij 
het zelf samen en geeft daarmee al aan hoe de producten van dat creatieproces er 
ongeveer uitzien: korte teksten met onverwachte wendingen vol licht cynische humor.
Gedichtjes die meer kleine liedjes zijn en soms lijken op citaten uit een cabaretvoor-
stelling. Makkelijk in het gehoor, dus blijven ze bij, maar daardoor niet alleen: 
"... de mensen, ze komen, de mensen, ze gaan 
 ze hebben een lege blik 
 en 1 van die mensen ben ik ..." 
"... beste god, ik heb alles gedaan wat u zei 
 kom nu maar met uw geluk ..." 

Uit een ontmoedigende toespraak voor twee mensen die een relatie willen aangaan:
"... tot jullie 80 zijn gaar sudderen en elkaar 
 in de naam van de liefde 
 stukje bij beetje uit elkaar trekken..." 

Het is beslist wáár wat de OBA in de aankondiging van het maandelijkse podium 
zegt:
"Voor iedereen die wil voorlezen uit eigen werk en voor iedereen die daarnaar 
wil komen luisteren, altijd weer verrassende optredens". 

© John Zwart voor Hernehim Cultuur - aug 2010 
   

    

  Edwin Mulder vertelde dat hij ook actief is als DJ 
  Wat speuren op de nieuwe sociale media leverde deze foto op.

 
 
De 13e editie van het Poëziefestival "Dichters in de Prinsentuin" Groningen Stad - 28-30 juli 2010 - Impressieverslag van Anneke Wasscher en John Zwart 

Het is vandaag 28 juli en ik ben op weg naar Groningen voor de openingsavond
van dat jaarlijkse festival dat zo langzamerhand al een wijdverbreide reputatie 
begint te verwerven. 
Voorgaande jaren vond die aftrap meestal plaats in Jazzcafé De Spieghel, maar
nu heeft
de organisatie de blik op "de Puddingfabriek" laten vallen. Een jaren
dertig ex-industrieel
complex waar ik eerder al eens de presentatie door uitgeverij
Passage van de bundel
"Bronwater" van Diana Ozon meemaakte - het gebouw 
kreeg een nieuwe functie als
congres- en zalencentrum. 

Als thema voor 2010 heeft de Prinsentuin "Poëzie als dagelijks brood" gekozen
en het ziet er inderdaad naar uit of de mensen vanuit elke uithoek er opaf komen
als hongerig volk
naar de uitdeling van poëtische spijzen. Ik arriveer eigenlijk veel
te vroeg, toch heerst er
al een geanimeerde sfeer op het pleintje en rond de 
entree. Käthy de Jong is er ook al vroeg bij, evenals Grietje Elzinga die altijd zo
keurig de "Hernehim Gedicht van de Maand" prijzen verzorgt. 
"Zaal open" is de term die ik in het programma lees, maar die is blijkbaar niet van
toepassing want buiten zie ik een opstelling met podium, microfoons en regie 
voor het geluid, een banner van "Wintertuin" - ook bij de "Prinsentuin" betrokken
kennelijk - en een beamer met projectiescherm. 

© Hernehim Cultuur      

De Puddingfabriek heeft een soort atrium met groene accenten rondom een 
centrale grote plataan en boven ons hoofd hangen omgekeerde kelken die nog 
het meest lijken op reusachtige witte puddingvormen, waarin later op de avond 
gekleurde lampen zacht zullen gaan
gloeien. Maar voorlopig schijnt nog volop 
de zon. 
"Gaat het hier buiten gebeuren?" vraag ik de mannen, druk bezig op het podium,
naar het
voor de hand liggende antwoord. En ze hebben gelijk, waarom zou je 
ook binnen gaan als
het buiten een mooie zomeravond is, het is immers vanaf 
de start een tuinfestival geweest. 
Voor de aanvang lopen er heel wat dichters rond "in het wild". 
Ik zie Nanne Nauta, die 't
eerst zal optreden, Tsead Bruinja, de "aanstichter" 
van dit alles dertien jaar geleden, die
me onlangs weer verraste met een prachtig
"instantgedicht" als "dichter van de dag" op
radio 1, Anneke Claus, de jonge 
stadsdichter van Groningen. En natuurlijk zie ik ook heel
wat deelnemers die
morgenmiddag of vrijdag in de Prinsentuin aan de Turfsingel optreden: 
Frouke Arns, met bescheiden trots op haar Meanderprijs dit jaar, Koos Hagen, 
Jolies Hey, Fieke Gosselaar, Jelou, Joost Baars, Delia Bremer, allemaal heel 
bekende gezichten, ook voor mijn lezers denk ik. 

 

Käthy de Jong (r) en Grietje Elzinga (l) zijn er ook al vroeg

Het gaat beginnen. Ik mis de gedreven, steevast in spierwit pak gestoken, Klaas 
Knillis Hofstra
. Een onbekende bebrilde presentator neemt deze avond voor zijn
rekening. Later verneem ik dat het Peter van der Beek is, enthousiast is hij wel:
méér dan tachtig
dichters zullen er optreden over de komende dagen en de 
Kleine Uil
heeft de bundel
waar ze allemaal met één gedicht in staan al klaarliggen,
met de openingskorting eraf slechts
€  7,50. ISBN 978.90.77487.89.1 
Ik had me al afgevraagd wat "flarf" toch wel kon zijn, het associeert mij met een
slecht
dessert, zoiets als "haagse bluf", zoet schuim waarvan een grote hap een
verdwijntruc
speelt in de mond. Maar in de poëzie is "flarf" iets heel anders: een
poëtisch spel op de
computer. 
1. Bedenk een zoekterm op Google, 
2. Open het resultaat en kies een regel tekst, 
3. Open een volgend resultaat en kies opnieuw een regel tekst, enz... 
Zo bouw je een gedicht. Wie van absurdisme houdt slaagt gegarandeerd. 
Nanne Nauta geeft een live-demonstratie waarin de logica doeltreffend wordt 
verslagen: "Heeft iemand nog vragen?" 
Na de snelle bloei van "slam" is een nieuwe dichtvorm geboren "flarf". 
Onthoud die term! 
Dan is "poetracks" aan de beurt. Daarmee volgt de synthese van poëzie en 
muziek.
De beamer wordt gestart en opvolgend vloeien de portretten van W.F.
Hermans, Harry
Mulisch, Hugo Claus, Remco Campert enz. over het scherm, 
terwijl "Chopwood" Odilio Girod zich met stem en synthesizer in de gedichten
verliest. Het gaat niet aan te zeggen: "het voegt een dimensie toe". De gedichten
vormen een bron voor nieuwe
muzikale inspiratie. Odilio is het instrument om 
daaraan vorm te geven, met geluid en
lichaamstaal. 

Een deel van het publiek in het atrium van de Puddingfabriek

© Hernehim Cultuur - Zinderende "Poetracks" van Tom Pintens 

Natuurlijk is er ook gewoon voordracht. De jonge Pim te Bokkel, die al mag 
bogen op de Cees Buddinghprijs voor zijn debuutbundel, heeft al een nieuwe 
bundel in de maak.
Ik herinner mij een intrigerend gedicht over een waterdruppel.
Pim is zijn stijl trouw
gebleven ook zijn recente poëzie blijft dichtbij met een 
onverwachte wending. Als je hem
hoort zou je willen vragen: "lees het nog een 
keer", maar hij verkiest ons nadenkend
achter te laten. 
De andere dichter die zijn eigen teksten leest is Nyk de Vries, maar bij hem 
is er
alweer een toegevoegd aspect: hij geeft als een Bob Dylan accenten met
een mondharmonica ten beste en onderstreept het ritme van zijn gedichten met
klakkend handgeklap. Ik hoorde Nyk de Vries onlangs nog op Poetry International
waar hij optrad met zijn
"Motorman" voor een volle schouwburgzaal. Er zitten
verschillende werkelijkheden in
zijn gedichten en hij laat ons ernaar zoeken. 

Het hoogtepunt van de avond voor mij is de Vlaming Tom Pintens, die de 
gezongen
poëzie uitwerkt met grandioos gitaarspel, onnavolgbaar in zijn variaties
en het publiek
duidelijk enthousiast doet verlangen naar méér! 
Maar de tijd spoedt voort. 
Iedereen is gebleven voor "Roosbief" Roos Rebergen met
haar "aarzelende"
zing-zeg-stijl, heel dynamisch telkens uitschietend met felle uithalen. Ze treedt 
niet op met haar band, is hier gewoon als Roos zichzelf begeleidend op piano.
Ik hoorde haar eerder op het Festival Sunsation en in het Bimhuis in Amsterdam,
altijd met eigen werk, Nederlandstalig. Ze is volstrekt uniek en valt zeer in de 
smaak van een jong
publiek, dat hier in Groningen ook in groot aantal op "Poëzie
als dagelijks brood" is afgekomen. Ze willen eigenlijk een toegift, maar die krijgen
ze niet. Het is al na elf uur. 

Het slot valt van een oprecht mooie avond. 
De organisatie is tevreden, nog nooit eerder zoveel publiek voor een openings-
avond,
prachtig weer voor een buitengebeuren bij het centrum van de stad - 
dat er af en toe
een passerende trein over de wissels snerpte hebben we voor
lief genomen. 

John Zwart - voor Hernehim Cultuur 29 juli 2010 

Een impressie van de donderdagmiddag uit de Prinsentuin 

Vervolg van Anneke Wasscher 

De Prinsentuin Groningen - Hoe nat en kil het was, op dag 2... 
© Foto: Anneke Wasscher
 

Misschien had ik de buienradar moeten raadplegen. Dan was ik er ook beter op
gekleed geweest deze middag. Er was ons droog weer voorspeld. Aangezien ik 
nogal wantrouwig van aard ben en vaak merkte dat de weersvoorspellingen
lang 
niet altijd waarheidsgetrouw zijn, was ik toch toegerust met een paraplu. Een mini
weliswaar - en we moeten er ook nog eens met zijn tweeën onder, mijn poëzie-
vriendin en ik!
We hebben het twee uur volgehouden. Toen waren we doorweekt en
stijf van de kou. 
Waarom werd er niet uitgeweken naar de vervangende “binnenshuis” locatie?
Geen idee. Groningers zijn echt stoere mensen, ik verraad mijn afkomst met 
mijn gebrek
aan doorzettingsvermogen, want ik ben van oorsprong namelijk een
"westerling".
"Dichters in de Prinsentuin".hóórt gewoon buiten. 
“Om drie uur is het droog” riep Klaas Knillis Hofstra

Wat we hoorden, was alleszins de moeite waard. Op het theeveld opende 
Judith Herzberg
de rij. “Sterk.” Geen ander woord past bij haar. Daarna 
verhaalde Elmar Kuiper over zijn
werk in de psychiatrie. Hij bewees hiermee 
zijn terechte nominatie voor de “Cees Buddinghprijs” van dit jaar. 
Graag had ik het optreden in de loofgangen willen meemaken, in kleine groepjes
in intieme sfeer met de dichter van je eigen keus, maar dat ging niet door wegens
de forse regenbui om half drie. 
In plaats daarvan kregen al deze poëten een plek op het theeveld onder de luifel.
Ze moesten hun repertoire behoorlijk inkrimpen: niet meer dan twee gedichten 
elk.
En liefst in rap tempo. Toch vergaten we even kou en regen. 
Onvoorbereid zomaar versterkt op het theeveld kwamen ze aan bod. 
Frouke Arns, winnares
van de Meanderprijs 2009 en Jolies Heij met een portret
over haar familie. Heel knap in woorden verbeeld, maar de inhoud was niet om blij
van te worden. “En dat terwijl het al zo regent,” merkte Hofstra op. 
Jelou was indringend zoals altijd, Joost Baars met nadruk in zijn “dolende taal”
Intrigerend. Kort toch krachtig. 

Nog korter kon Are Meijer het zeggen in één van zijn gedichten, waarin hij duidelijk
maakte dat vooral zijn fysieke “lengte” aantrekkelijk is voor het andere geslacht. 
Sinds ik hem hoorde tijdens een optreden in de OBA in Amsterdam, ben ik een 
fan van hem. Daar las hij een
schitterend gedicht over een autorit over de A 7. 
Die rit gaat eigenlijk over de dood van zijn
vader. Na dit optreden in de Prinsentuin
vind ik hem ook veelzijdig. 
De voordracht van Ingmar Heytze was wel zeer ongewoon. Hij trad op via het 
mobieltje van de presentator. Vanuit een zonnig Utrecht! 
Luid applaus van het publiek. “Jullie zijn met veel”, merkte hij op. 
Er was een korte pauze, tijd voor een "koek en zopie" om een winterse term te
gebruiken,
want het regende maar dóór. Jos Versteegen zag ik door een grauw-
sluier. Hij zou na de pauze optreden en dat wilde ik absoluut niet missen. 
Vorig jaar stond ik nog samen met
hem in de Kargadoor te Utrecht. Ik trotseerde
dus opnieuw de nattigheid. Terecht want zijn gedichten zijn, zoals ik naast
mij 
iemand hoorde zeggen "ontroerend en toegankelijk". Wat is alledaagser dan de
zeven
overhemden nagelaten door je overleden vader? Vooral wanneer “ze liggen
in een plastic tas te wachten op de keukentafel"
. Zijn laatstverschenen bundel:
“Zijn overhemden op jouw huid” lag te koop bij de marktkramen, net als de 
verzameling “Dagelijks brood”.
Zodat ik behaaglijk warm en droog verder lezen 
kan, lekker thuis op de bank. 

29 juli 2010 - Anneke Wasscher voor Hernehim Cultuur 

 

  De immer optimistische Klaas Knillis Hofstra: 
  "Om drie uur is het droog!" 

 Jammer van donderdag, dat drukt het aantal bezoekers
Voordracht F.Starik op de droge dag 3 

"... van de bloeiende nacht ontwaken in groen/
van de bloei de haren verward/ van de nacht gewoel..."     Hélène Gelens 

"...Ik moet nodig op vakantie naar een kamp/ 
om aan te sterken, of misschien iets doen/ 
aan opbouwwerk in landen waar het erger is.../..."            Ingmar Heytze 

"Ik heb een zwaan gered/ een van papier,/ 
die bij de vuilnis was gezet."                                         Judith Herzberg 

"Dichters in de Prinsentuin 2010" 
vanmiddag en vanavond nog: 30 juli in Groningen Prinsentuin en De Souffleur. 

© Tekst verslagen Anneke Wasscher en John Zwart - voor Hernehim Cultuur 
© Foto Anneke Wasscher

 
 
De zon had niets meer te zoeken aan de Swifterringweg - Flevoland -  19 juni 2010 - Verslag door John Zwart -   geplaatst 23 juni 2010
Het Flevolandse Sunsation Zomerfestival - de zomerse zonnewende ja, je zou 
het niet zeggen
met deze hedendaagse temperaturen - maar het was alweer zover. 
Over een paar dagen
komt de zon alweer een minuutje láter op en gaat ze weer 
een minuutje éérder onder. 
Dat zonnewende evenement is een traditie daar in die polder en als je er al zó lang
heen gaat lijkt het wel of je wel móet.... zonder er nog bij stil te staan. Ik heb maar 
twee keer
gemist en daar het nu het 29e jaar is, offerde ik dus voor de 27e keer 
weer mijn nachtrust
om ergens in 't vlakke polderlandschap de zon zeer waarschijn-
lijk niet boven de kim te
zien uitstijgen... net als 23 andere keren. 
Ach, vroeger woonde ik er vlakbij, dan gá je gewoon - ondertussen al tweemaal 
verhuisd,
eerst naar Almere, betekende toch royaal een uur langer onderweg, uit 
en thuis. Maar na
de recente verhuizing is dat "land-art object"  Robert Morris 
Observatorium
zo ver weg,
dat er bijna 160 km moet worden afgelegd van vertrek 
tot terugkeer voor de huisdeur. Dus
in het holst van de nacht, om 3 uur uit je nest,
terwijl een avondmens er zelden vroeger dan
middernacht in ligt... Een zwoele 
zomernacht kan dat draaglijk zijn, maar bij rotweer... is
dat niet gekkenwerk? 
Een blogger op een andere site beweerde dat ik alles wat ik bezoek beschrijf als
'prachtig':
een podium kan nog zo beroerd zijn en de helft van het publiek houdt het
voor gezien, toch: JohnN beleefde er steevast een prachtige middag of avond, 
zo blogt deze blogger... 
Welnu, let dan op: hier volgt een opmerkelijk verslag. Beïnvloed door herinnering en
teleurstelling, er bovenop een vleugje ergernis. 

Een historische foto: in het jaar 2006 aanschouwden we 
één van de zeldzame zonsopgangen in het NO-vizier 

© Foto 20.06.2006 Copyright Hernehim Cultuur 

  "Heer Bol" altijd hoopvol voor de zon Wie op 19 juni rond 04:30 de A6 snelweg verliet en de Houtribweg N307 opdraaide 
werd onmiddellijk verblind, alsof een tegenligger zijn ongedimde vérstralers je in de
ogen priemde. 

Maar het was de tijdelijke mast met stadionlichten op het provisorische parkeerterrein
bij
het Observatorium! Het terrein bij de aansluiting van de N307 op de Swifterringweg
toont ons de onstuitbaarheid van de krassende nagels van de tijd. Bij de realisatie in
1977 lag het
aan oost-, noord- en noordwestkant vrij in open landschap. Aan de zuid-
kant eigenlijk óók,
maar daar werd langs 'n laan van een dubbele rij prachtige kastan-
jebomen en een klein
parkeerveld een bosperceel aangelegd als scherm. Nog maar
enkele jaren geleden was
het een heerlijke natuursensatie om daar met een groep
gelijkgestemde mensen samen
te komen. Bij het eerste licht van het ochtendgloren 
werd je overspoeld door de zang van
honderden vroege vogels. 
Recent is zowel de laan als de hele bosstrook kaalgeslagen. Langs die kale strook 
loopt een spoorwegtracé. Waar ooit de laan begon begint nu de afrit van een spoor
onderdoorgang.
Geen vogel meer te zien of te horen, in plaats daarvan geraas van
stroomaggregaten. 
Waren er nog vogels geweest, ze zouden onmiddellijk op de vlucht zijn geslagen 
voor de
ware terreur van technomuziek die losbarst als inleiding op het festival. 
Eerst verblind en
vervolgens óók nog verdoofd....  Daarna weer concentreren op 
poëtischer zaken, men is op
zoek naar "nieuwe vormen".
Eerdere jaren al stoorde me het streven naar "prestige" dat het festival volledig 
veranderde vergeleken bij de herinnering aan de jaren kort na het ontstaan. Altijd 
een ongedwongen
sfeer waarbij spontane contacten opbloeiden tussen optredende
dichters en publiek. Toen
het evenement groeide kwam er een Organisatiebureau
(Fabergé) aan te pas en een
'floormanager'. De laatste jaren lopen er overal man-
netjes rond met uniforme sweaters van
'evenementmakers' (XL de Ateliers).
Hernehim Cultuur besteedt op het internet ruimschoots aandacht aan het festival 
vanaf de
aflevering 2002. Hoewel ik Hernehim meerdere malen heb aangemeld voor
hun persberichten worden deze tot vandaag nooit ontvangen - gelukkig zijn er nog
andere kanalen -
maar het voelt als signaal van de arrogantie die geleidelijk lijkt in 
te sluipen. 
Het jaargang 2008 werd ik op barse wijze weggestuurd door zo'n XL jongeman, 
omdat ik
de partytent niet in mocht, waar de deelnemers 'n ontbijt werd geserveerd. 
Thom Ummels en
Joop Hardenbol, twee drijvende figuren uit de eerste jaren, ken
ik al langer dan 25 jaar.
Natuurlijk begroeten we elkaar en met Joop maak ik altijd
een praatje. Joop is intussen
slecht ter been geworden, hij zit nu op een klapstoel
opzij van het podium. Dit jaar word ik
bij mijn sociaal contact aangesproken door 
een autoriteit(?) die mij erop wijst dat "deze
plek voorbehouden is aan optredende
artiesten" (Er stonden nog 'n tiental klapstoeltjes,
waar dat moment niemand op zat,
terwijl ik stònd! Ja dan moet je de mensen zeker wegjagen). 
Zojuist voorzien van een fluit-oor dankzij de 110+ decibellen van Tribal Spirits 
(klik op de naam voor hun openingsnummer 'Possessed" voor een indruk) 
- "ik kan niet meer denken, ik kan het denk ik niet" - voeg daarbij dat het koud,
nat en winderig was; dan begin je je toch iets af te vragen: "wat doe ik hier eigenlijk?" 

 

Tribal Spirits (Originally Fake) uw adres voor zware metalen 


            Ruben van Gogh           

 

 

Meer recente foto's worden later toegevoegd 

Maar laat ik me verder beperken -positief- tot wat er verder geboden wordt dit keer.
Heer Bol (Joop Hardenbol) verwijst naar het thema van dit jaar "Noorderlicht" en 
legt het
verband uit, omdat dit verschijnsel ontstaat door verhoogde zonneactiviteit.
En omdat het
vooral geassocieerd wordt met noordelijke landen hebben ze gasten
uit het noorden
uitgenodigd: Scandinavië en Estland. Zonder veel hoop wijst hij ons
op de aanstaande
zonsopgang - hij ziet, met mij, de snel aanschuivende wolkenbank
vanuit het noordwest. 
De winnaressen van een Kunstbende gedichtenwedstrijd Maaike Broekhuijsen en 

Brechje Olgers mogen ieder vanaf een soort duikplank bovenop de binnencirkel hun

winnend gedicht laten horen, waarna drie danseresjes in witte gazen jurkjes daar 
boven de aanwakkerende wind trotseren - gelukkig nog zonder nat te worden. 
De presentatie wordt overgenomen van Heer Bol door Ruben van Gogh. De eerste
dichter is Tonnus Oosterhoff. "klemde het deurtje/ dat mensen en dieren 
gescheiden houdt?"
Hij voert ons in een sprookjeswereld waar gekozen moet tussen
drie eikenhouten deurtjes, en waarin een jonge held de jongste prinses kiest om te
kussen. Hij
toont zijn betrokkenheid met de aanleiding van het festival met poëtische
verzen als "de zon, die de aarde met haar stralen koestert" en hekelt de neiging om
elkaar te
overtreffen met het noemen van absurde Guinness records: "het meest 
recente hoogste gebouw van de wereld", "de man met de langste vingernagels", 
"de reus van Rotterdam".
Hij draagt voor over mensen die ongeduldig claxonneren 
wegens een
automobilist die op de rotonde een hartaanval kreeg: "de auto met 
overledene wordt de berm in geduwd"
en besluit met de constatering: "de mens is
een oververtegenwoordigd dier..." 

Dan komt de blinde Friese dichter Tjebbe Hettinga. Alleen door de beide eerste
dichters ben ik alweer een beetje verzoend met de ontberingen van de dag. 
Tjebbe
draagt in zijn fenomenale stijl zijn eigen odyssee voor waarin de zee, het
Caribische
strand, de natuur en vrouwen elk hun rol spelen in tropische sferen. 
De regen dreigt,
maar Tjebbe blijft manmoedig achter de kleine katheder staan, 
vooruitgeschoven vanonder het overdekte podium waar muziekinstrumenten en 
techniek beschermd staan tegen natuurgeweld. Terwijl de dichter ons verhaalt over
zonovergoten straten van Curaçao en van Bon Futuro in de Koraal Specht barst 
de eerste bui boven ons los.
Er zullen er nog twee volgen...  
De Zweedse slamdichter Henry Bowers heeft méér haar om de regen te trotseren, 
hij springt vanonder de luifel tevoorschijn om zich er weer onder terug te trekken 
wanneer hij met zijn DJ samenwerkt. Hij bewijst de DJ de eer die hij vindt dat hem
toekomt: "DJ  Lo Kut !" roept hij, wijzend. Niemand durft te lachen. 
Zijn haar is in een wrong op
zijn hoofd vastgespeld. Heeft zich waarschijnlijk nog 
nooit geschoren: "I like my beard. Old people think I am a terrorist, kids think 
I am Santa Claus"

Bij deze slamdichter dient zich nog sterker het taalprobleem aan, slammers zijn 
heel rad van tong en als het dan in het Engels is zou een briefje met tekst of een
vertaling welkom
zijn. Tegen de achterwand van het overdekte podium hangt een 
flink plasmascherm, maar
om daarop een lichtkrant te lezen heb je in het publiek
toch minstens een goede toneelkijker nodig.
Tjebbe Hettinga sleept je met de 
muziek van zijn voordracht in het Fries altijd mee, ook
al versta je niet alles even 
goed - bij deze Henry Bowers, waar het vooral om spitsvondige
taalvondsten gaat,
is dat moeilijker. Na het eerste nummer gaat hij gelukkig een tandje
lager en wordt
ook gevoeliger in "Stories for sale"

"it is safe to say this kid has seen some hard times (...) he's got stories to tell 
that'll teach us a thing or two / he'll tell 'em if you pay him - (...) his thoughts for
pennies but nobody's buying (...) never have I ever seen a kid with a sadder smile".

Dan weer een muzikaal onderdeel. Uit Tallinn, Estland een trio, zang ondersteund
door
harmonium en percussie. Bijzondere klanken uit een onbekende noordelijke
wereld.
Kirtana Rasa bezingt in het Russisch de stilte van de toendra. Voor een
ander nummer
doet ze haar best om ons de kou en de regen -die inmiddels even
is gestopt- te laten
vergeten: het gaat over een warme dag tussen de korenvelden
op het Franse platteland.
Even gemakkelijk door haar in het Frans gezongen. 
De jonge Deense dichter Philip Tafdrup opent weer een blokje van het gesproken
woord.
Hij debuteerde pas onlangs met een bundel van foto´s en bijpassende 
gedichten.
De bundel ontstond in Australië waar hij gefascineerd werd door het 
leven in het zuiden
en voor zijn foto´s vooral in de grafmonumenten van Sydney.
Omdat maar weinigen de Deense taal zullen beheersen citeer ik uit de Engelse
vertaling: 

"(...) the afternoon drags itself along, slowly 
like half empty busses 
with defective air-conditioning 
on Ocean Street 
a few residents are seen in doorways 
in the shade from sun bleached awnings 
lazy and slightly horny 
bottles of soda or ice cream cones 
in their hands 
eyes gazing out towards white painted houses: 

Maybe one ought to conquer something?" 

Tijdens het optreden van Tafdrup is het droog geworden, maar de volgende dichter...
heet
Bart FM Droog en dat doet het ergste vrezen. 
Droog is onder andere geïnspireerd door
Paul van Ostayen "die stierf aan een 
overdosis tuberculose".
Hmm. Misschien deze ´grap´
omdat Droog begonnen is 
met de traditie van de ´Eenzame Uitvaarten´?
Vele grotere steden zijn gevolgd: 
dichters te laten schrijven bij de begrafenis van mensen
waarvoor geen enkele
nabestaande zich meldt. Hij is hiermee begonnen in Groningen. 
Een gedicht over de ramp met de Russische kernonderzeeboot "Kursk"

Kursk 

Uit machinekamer negen 
visten bergers het cadeau 
dat Wajnka nog voor Irma maakte 

´kijk meisje 
papa is een vogeltje 
hij zweeft nu in de zee 

en dat poppetje 
komt papa adem brengen 
daar beneden in de zee 

waar bankjes staan 
om uit te rusten 
van de diepe reis 

lief meisje 
blijf papa adem brengen 
want dat poppetje dat ben jij´ 

© Bart F M Droog Uit: ´Radioactief´ / Uitg. Passage 2004. 

 

Meer recente foto's worden later toegevoegd 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bart FM Droog 
is een expressieve podiumdichter 

© Foto Hernehim Cultuur 

Meer recente foto's worden later toegevoegd 

En ja het regent weer en niet meer zachtjes, het regent hard, keihard.
Tsead Bruinja, nog weer een Friese dichter, zal volgen... Sorry Tsead, ik hoorde je
al
zo vaak... en ik heb al drie bundels van je. 
Ik vlucht naar de grote tent waar zich intussen
meer volk bevindt dan binnen de cirkel
van het Observatorium zelf, onder de wenende blote hemel. 
In de ongeordendheid door het slechte weer mengen zich daar opnieuw deelnemers
met ´t
publiek, zoals het ooit altijd is geweest. Ik raak in gesprek met Kirtana Rasa,
de jonge
vrouw uit Estland. Tijdens haar optreden was mij haar talenkennis al over-
duidelijk. We zouden Zweeds, Duits of Engels kunnen spreken, we kiezen voor het
laatste. We wisselen onze ideeën uit over de ´multiculturele samenleving´, die 
Estland en Nederland
met elkaar gemeen hebben. Maar wel met dit verschil dat in
Nederland er mensen van heel uiteenlopende afkomst zijn toegestroomd, terwijl in 
Estland de verdeling in hoofdzaak
bestaat uit énerzijds de autochtone Esten en 
anderzijds de Russen. Ook in Estland kent
men spanningen omdat die Russen er
vroeger geprivilegieerd waren - na het herstel van het
soevereine Estland werden de 
Esten de bovenlaag en Russen raakten ondergewaardeerd. 
Ook de taal onderging deze herschikking. Toch zijn de scherpste kanten er na 20
jaar
wel af. Kirtana treedt op zowel in haar eigen taal als met Russisch repertoire.
We denken allebei dat in onze landen na nog één of twee generaties de wrijving zal
zijn
overleefd. "De Esten en de Russen, de Nederlanders en de Marokkanen, ze 
moeten
onderling gaan trouwen en samen kinderen maken!" besluiten we vrolijk 
terwijl buiten de
regen weer even is gestopt. 
Arjen Duinker en Kees ´t Hart staan op het podium een bijna eindeloze tweespraak
op te voeren... Een soort rondeel maar dan als een perpetuum mobile: 
"... ja de zon schijnt mooi... 
mooi mooi mooi mooi mooi... 
... een vrouw versierd met morellen... 
ja sinaasappels zijn krankzinnig... 
... de zon schijnt voorbij de maan... 
ja de zon schijnt mooi... 
... ogen als morellen... 
mooi mooi mooi mooi mooi... 
... " 

De derde regenbui ontlaadt zich boven ons. 
Nynke Laverman komt nog zingen en Gerrit Komrij is het dichterlijke sluitstuk... 
ik geloof het wel, ik ben al zo nat geworden, ik verlang hevig naar mijn auto met
de
verwarming keihard aan. Tot volgend jaar? 
Ach ja, misschien...  

© Verslag voor Hernehim Cultuur - John Zwart 21 juni 2010 

 

 
   
Zomerpodium, een wordende traditie van Ongehoord Rotterdam -  Een deelnemersverslag door John Zwart - geplaatst 18 juni 2010
12 juni 2010, een dag poëzie in Rotterdam - Deel 1 "De Jacobustuin" 
Een prachtig natuurplekje midden in het Centrum niet ver van de Coolsingel. 
In een carré van twee zijstraten van de Oude Binnenweg en de Mauritsstraat 
hebben de eigenaar-bewoners de besloten binnentuinen van hun woningen 
opgegeven en
in een gezamenlijk project gebracht. 
In het Rotterdamse hart van steen en doelmatigheid,
waar torens van beton, 
glas en aluminium zich als in competitie naar de wolken uitstrekken
vinden 
we nog enkele "Verborgen Tuinen", als een groene oase. Het groen achter 
de façaden van de Jacobusstraat is zo'n plekje van verstilling. Afgesloten met 
traliehek en een poort in de brandgang is het op vaste dagen en uren toch
voor
iedere bezoeker toegankelijk. Er is een waakzame beheerder, het moet 
natuurlijk
wel netjes blijven. 
Op zaterdagmiddag 12 juni heeft Ongehoord Rotterdam in dit decor voor haar
Zomerpodium wat bankjes, stoelen, een microfoon en lessenaar neergezet. 
Dat is genoeg voor de poëzie. Inleidende muziek is er van een half dozijn merels,
misschien zijn het er zelfs nog wel meer. 
Ton Huizer en Hein van den Assem hebben een soort Poetry International op 
kleine
schaal neergezet: geen dominantie door Rotterdamse dichters, de meeste
deelnemers
komen uit het wijde Nederlandse taalgebied. Erika de Stercke uit
Vlaanderen (Gent) en Hiltsje Jongsma uit Friesland (Ooststellingwerf) zijn al 
twee uitersten, zij treden op
in het eerste blok. Beide worden regelmatig gezien 
op de podia in de Randstad, Erika staat zelfs vaker achter Nederlandse micro-
foons dan Belgische. Tot mijn spijt kom ik te laat om Jeroen de Vos (Den Haag)
te horen, het zou de eerste keer zijn geweest voor
mij. Van Hiltsje krijg ik toe-
stemming om een van de gedichten uit haar voordracht, het
prachtige "Frije fal"
 - "Vrije val"
tweetalig in dit verslag te publiceren. 
          

         Hiltsje Jongsma 
         © Foto Copyright Sinneskyn H.J. 


Frije fal 

Barstende fol ferbylding 
stroffelje ik 
oer in tip fan 'e wale 
tûmelje foaroer 

yn 'n dobberleaze djipte 

mei oanlearde frije slach 
meitsje ik my út de fuotten 
kjeld hâldt my geande 
oant ik stykje yn slyk 

sleep mysels 
nei wêr't ljocht leit 
en wurd dy gewaar 

de baarnende sinne 
skuort bagger 

ik brek út myn modderjurk 

en lis my neist dy del 
do pelst de lêste skibkes 
fan myn wite hûd 
en fangst in fisk.  

© Hiltsje Jongsma


Vrije val 

Barstensvol verbeelding 
struikel ik 
over een tip van de sluier 
tuimel voorover 

in een dobberloze diepte 

met aangeleerde vrije slag 
maak ik me uit de voeten 
koude houdt me gaande 
tot ik strand in slijk 

sleep mijzelf naar 
waar licht wacht 
en word jou gewaar 

de brandende zon 
scheurt bagger 

ik breek uit mijn modderjurk 

en leg me naast je neer 
jij pelt de laatste scherven 
van mijn witte huid 
en vangt een vis. 

vertaling Hiltsje Jongsma 

De dichteres Noor Roelofs heeft iets met haar Limburgse dialect, maar tegelijk
mist ze het, want zij is dat van vroeger kwijtgeraakt. 
En het Limburgs bestaat eigenlijk niet,
de taal groeit in ieder dorp op zijn eigen
wijze. Ze verwoordt het zoals ze het ervaart
prachtig in haar gedicht 
"Limburgs dialect", dat opgenomen is in een project met
de muzikale onder-
steuning door haar man Mike Roelofs op synthesizer en percussie. 
Hoe dat klinkt is te horen op een Youtube filmpje, één in een reeks van 19 video's
met
haar poëzie. 

Wie het hiernaast gepubliceerde gedicht in de audiosetting wil beluisteren kan
via deze Youtube Link naar deze opname gaan.  

 


Limburgs dialect 

haar woorden kronkelen tussen van Dales zinnen door 
zij houdt zich niet aan regelgeving 
zij groeit in ieder dorp net iets anders 
je schrijft haar niet zoals ze klinkt 
zij klinkt als uitgesproken door voortijdse zielen 
die de laatste letters inslikken om niet verstaan te worden 
en zelfs harde medeklinkers zijn zacht en zangerig 
een taal die lijkt op Duits maar ze is niet half zo precies 
haar zinnen buigen en draaien om de zin heen 
zoals het leven buigt en draait om wat je wilt en wat je kunt 
zij klinkt nooit zoals gisteren 
haar betekenis verandert door tijd en toeval 
zoals een schimmel wortelt met duizend onzichtbare draden 
in het hout dat hij verteert 
zo groeit ze hier in de dorpen en gehuchten 
ik heb nooit dialect geleerd 
eerst was ik te verbaasd om het te leren en nu is het te laat 
toen ik vergeefs mijn gee polijstte 
ben ik de vingerafdruk van mijn eigen tong kwijtgeraakt 
als ik hier ben hoort iedereen: ik ben niet van hier 
en als ik daar ben hoort iedereen: ik ben niet van daar 
ik weet niet van waar wel 
en zelfs harde medeklinkers zijn zacht en zangerig 

 

Meer recente foto's worden later toegevoegd  

Er staat een muziekinstrument in het gras, dat niet over het hoofd kan worden
gezien: de Rotterdamse Sabine Meijers (harp) speelt voor ons een prachtige 
serie stukken,
voorafgaand geeft ze telkens een lyrische inleiding. 
We zitten al zo mooi in deze grote
groene tuin, toch neemt zij ons mee naar 
Frankrijk. We beleven een zomerdag in de
Provence met bewegend lover en 
vogelzang, een beekje dat kabbelt en uitstroomt in
een rivier, koeien die rusten
in het gras of wat grazen en soms even loeien. 
Sabine speelt en de merels zingen rustig door, of zingen ze mee? Hun geluid
mengt
zich vloeiend met het harpspel. En vanachter de huizen klinkt uit de 
straat gedempt
het geluid van een vuvuzela, die als ware het een geregisseerde
mix, zich voegt in de
muziek met de weergave van het geloei van de koe. 
Vervolgens krijgen we, ondanks
de stralende middag, nog een nocturne. 
Sabine schildert ons de Seine in een zomer
nacht, onder een bedekte hemel - 
het is broeierig, de krekels zijn onrustig en zwijgen
soms even. 
Dan wordt het water uitgelicht door één enkele ster. 
Graag laat ik me meevoeren op de klanken van snaren, sierlijk getokkeld door
sterke
vingertoppen. 
Het is pauze, onder een parasol heeft een vrijwilligster van Ongehoord Rotterdam 
een tafel neergezet met stokbrood, franse kaas en verschillende salades. 
De deelnemers mogen zich eraan laven, misschien een enkele bezoeker ook, er
staat
niemand die er bonnetjes of geld voor vraagt. In de blokhut schenkt een 
vrijwilligster
koffie, thee, bier of wijn voor vriendenprijsjes. 
Van Ton Huizer kijg ik royaal vier
consumptiebonnen, wat me in staat stelt twee
wijntjes weg te geven, aan wie? 
Ja, daarnaar mag de lezer blijven raden. 

Pauze voorbij, tijd voor een Rotterdamse dichteres met een prachtige naam:
Myrte Leffring. Ze debuteerde pas recent, in Vlaanderen in "Het Liegend Konijn"
maar helpt
alweer andere wordende schrijvers en dichters op weg als literair 
docent en maakt deel
uit van de redactie van "Awater". Haar taalvaardigheid 
is stevig, dankzij een studie
vertaler aan de Universiteit van Amsterdam. 
Boeiende verzen waaruit ik als toehoorder
verschillende lagen putten kan. 
Na Rotterdam komt onvermijdelijk Amsterdam: Michiel van Rooij, deze dichter
kan al bogen op de nodige bekendheid, een vertrouwd gezicht in het Dichters-
café
Eijlders. Hij schrijft heel toegankelijk, soms hilarisch, vermoedelijk auto-
biografisch en
zeker niet vrij van zelfspot. 

 


Onbekende held 

Zonder kostuum maar goed geharnast 
zonder paard en zonder degen 
zonder wapen zonder zwaard 
versplinterd door het leven 

Gemaskerde voor wie hem zag 

Hij achtte zich van weinig waarde 
iemand die de kracht niet had 
zijn kracht te onderkennen 
aan wie het leven zwaarder hing 
dan hij aan het leven zelf 

Zielenredder zonder het te weten 
zocht een waarheid die leugenachtig bleek 
Stelde vragen waarop men 
het antwoord schuldig bleef 

Hij kende liefdes die hij 
niet kon dragen 
hij haatte niet omdat hij 
niet wist hoe lief te hebben 
de held die ik kende, 
onbekende held 

© Myrte Leffring 

 

            Myrte Leffring 
© Foto Hein van den Assem - Rotterdam                                   


Het slot van het gesproken woord mag ik, John Zwart, voor mijn rekening nemen. 
Ik stel een heel andere reeks samen dan eerst was voorgenomen. Dat gebeurt me
wel
vaker onder invloed van de omstandigheden. In dit geval de ambiance van deze
tuin
met een klein maar heel aandachtig publiek. Onder invloed van de vogels, ach
noem het
maar "inspiratie", begin ik met "Turdus merula" een bewerkt gedicht uit
de bundel
"Seizoenen". Er komt een vliegtuig over van Zestienhoven ...
Rotterdam-Hague Airport
moet ik nu waarschijnlijk zeggen - en ik bevestig dat het
vliegen veiliger is dan ooit,
veel veiliger dan autorijden, maar helaas moet je na 
vliegen ook weer naar beneden,
het gedicht "Fragiel" onlangs nog op Hernehim 
Cultuur geplaatst. 
In een havenstad als
Rotterdam, waar ik vele jaren geleden als jeugdig zeeman 
uitvoer met ss "Zeeland"
van de Steenkolen Handelsvereniging van Van der Vorm
(ik zie de oudere bezoekers
knikken) - mogen er natuurlijk geen zeegedichten
ontbreken: "Aan het land ontkomen"
ooit geselecteerd door Simon Vinkenoog 
voor de bloemlezing "Een andere wereld". 
Het plan was af te sluiten met een Gronings gedicht van dichteres Nina Werkman,
maar het was immers een Zomerpodium dus de verleiding was groot te verwijzen
naar
de midzomerfeesten in Scandinavië. 
Met een knipoog naar Poetry International werd
het dus een lied in het Zweeds
van Cornelis Vreeswijk over de verboden liefde van
Frederik Aakere en het meisje
Cecilia Lind, met vertaling van "naa kyss meg igjen" ...
de verzuchting van Cecilia
aan het slot, uiteraard. YouTube link  naar de originele gezongen versie door
Cornelis Vreeswijk in 1986. 

De middag werd afgesloten met nog meer mooi harpspel van Sabine Meijers
Als ik er iets over mag zeggen dan zou het dit zijn: "Mensen van Ongehoord 
Rotterdam maak hier een mooie jaarlijkse traditie van". 

 


als straks de aarde is vergaan 

valt er niets meer te klagen 
laat dan de allerlaatste klacht 
niet de chinezen gelden die 
de kraan verder open draaiden 
net toen wij juist begonnen 
naar een dweil te zoeken 

we waren toch zo geil 
op emerging opportunities 
ons bloedgeld performend 
belegd in doubledigit growth 

kleurde hun rivieren rood 
samen met de drain van executies 
bodies export van cultuur 

en wij maar bomen planten 
voor ons geweten 
een spaarlamp op het nachtkastje 

voor het slapengaan 

 © JohnN 

             John Zwart (JohnN) 
           © Foto Hein van den Assem - Rotterdam
   
 
   
Poetry International - de openingsavond in de Rotterdamse Schouwburg -  Een verslag door John Zwart - geplaatst 18 juni 2010 
12 juni 2010, een dag poëzie in Rotterdam - Deel 2 
"Dertien manieren om naar een merel te kijken"  

Ik blader een beetje in het programmablad van het 41e Poetry International 
Festival
dat om 19:30 zal worden geopend in de Schouwburg, 5 min. lopen van
de Jacobstuin. Het valt niet moeilijk het besluit te nemen om wat langer in 
Rotterdam te blijven. 
Tot mijn verrassing is het thema voor dit jaargang ontleend aan een gedicht van
de Amerikaanse dichter Wallace Stevens 
`Thirteen ways of looking at a blackbird´ 
en
het is dus alweer de merel die deze dag bepaalt hoe de variatie in de poëzie
beleefd kan worden. "Wist je dat?" vraagt Erika deStercke.. 
"Nee echt niet, het waren de vogels zelf
die mij het openingsgedicht deden kiezen".
Samen met Erika, Hiltsje Jongsma & haar man en de mensen van
Ongehoord
Rotterdam hebben we een gezellige en leerzame nazit in "Floor" op het
Schouw-
burgplein. Er worden heel wat organisatorische ervaringen uitgewisseld. 

Rond half acht gaan we de naastliggende Rotterdamse Schouwburg binnen. 
In de foyer is een groot decor opgebouwd van latten en wit kaasdoek, in de 
gescheiden
vakken die daarmee gevormd zijn staan een dozijn acteurs van de 
Arnhemse Hogeschool voor de Kunsten opgesteld. Allen in prachtig wit tenue 
gestoken, de dames lijken wel in bruidskledij. Op verzoek van het publiek dragen
zij één op één gedichten
voor in het Engels en het Nederlands uit de Spoon River
Anthology van de dichter
Edgar Lee Masters. Zeer indringende poëzie van dood
en leven uit het denkbeeldige
stadje Spoon River, die nog extra wint aan 
indringendheid door de wijze waarop de
gedichten uitgewisseld worden, face-
to-face tussen acteur en toehoorder. 
Het Festival wordt geopend met een korte toespraak van directeur Bas Kwakman,
ondersteund door de dichter Michael Palmer (NYC - 1943): 
"het is de rol van de geliefden om het boek in brand te steken - bij het licht 
ervan lezen ze elkaar de poezie". 
Met het gedicht van Wallace Stevens "Thirtien ways of looking at a blackbird" 
wordt een ´heen en terug vertaling´ uitgevoerd met de Nederlandse vertaling van
Hugo Claus en weer naar het Engels van J.M.Coetzee. 

Nadat eerst het origineel gelezen wordt
door Michael Palmer (NYC -1943).  © Foto Wikipedia - free encyclopedia. 

 

Voordracht uit de Spoon River Anthology - Edgar Lee Masters.
Poëzie van dood en leven indringend gebracht in face-to-face
© Foto Poëzietheater                                                          

 

De Heuvel 

Waar zijn Elmer, Herman, Bert, Tom en Charley,
De slappeling, de sterke beer, de zot, de zuiper, de vechter? 
Allen, allen, slapen op de heuvel. 

EEN Ging van de koorts, 
EEN EEN Mijn verkoolde in, 
EEN BIJ EEN Dood bleef Ruzie, 
EEN stierf in de cel, 
Viel van EEN EEN Brug, Aan Het Werk VOOR vrouw en kind - 
Allen, allen slapen, slapen, slapen op de heuvel. 

Door Elvis Peeters vertaald openingsgedicht van de Spoon River 
Anthology geschreven door Edgar Lee Masters. In directe uitwisseling
met iemand van het publiek geciteerd door de Arnhemse acteurs. 

 Wislawa Szymborska     

   

 Ewa Lipska (Krakow 1945) © Foto Danute Wegiel    

Er wordt een fragment vertoond van een film gemaakt onder de regie van Maria
Barnas:
"er zijn films die ik onthoud als een verhaal, er zijn boeken waaraan
terugdenk als een film" - "er zijn kunstwerken die ik me herinner als een gelaagd
gedicht, en gedichten waaraan ik denk als aan een korte film". 

Een beschouwing om langer over
na te denken en te vergelijken met ons eigen 
proces bij het behoud van herinneringen. 
In wereldpremière wordt een muziekstuk gespeeld door een sextet, een 
ensemble van
strijkers, klarinet, piano en gitaar. Het stuk gecomponeerd door
Yannis Kyriakides op
de "nachtmerrie" van de Franse schrijver George Perec,
en krijgt de titel "The Arrest" 
De tekst wordt simultaan met de muziek geprojecteerd, in het Engels. 
Het effect is dat de tekst in je hoofd tot film wordt, de beelden bouwen zich op
uit de impressies van de
muziek. 
Verrassend voor mij vertoont men ook een korte film over de Poolse dichteres
Wislawa Szymborska. De Nobelprijswinnares uit 1997 is inmiddels bejaard en 
komt haar woning in Krakau niet meer uit. De opnamen werden in haar huis-
kamer gemaakt:
heel sprankelende en vaak hilarische korte gedichten. Juist de
vorige woensdag had ik
een ontmoeting met de Poolse dichterschrijfster 
Grazyna Przybyl die in Nederland
woont. We hadden toen een uitvoerige 
uitwisseling over Wislawa Szymborska en haar
bekroonde bundel 
"Uitzicht met zandkorrel". De Poolse poëzie staat deze avond dus
opnieuw 
uitgebreid in het zonnetje, want ook de jonge Ewa Lipska (Krakow - 1945) draagt
eigen werk voor in een drieluik dierengedichten, samen met Hasso Krull (Estland)
en Erik Spinoy (België). 
Erik Spinoy (St.Niklaas - 1960) 
In een wervelend programma, lezen alle deelnemende dichters elk één gedicht 
in hun eigen taal, terwijl Nederlandse en Engelse vertalingen geprojecteerd 
worden op een
groot scherm. Er tussendoor nog meer muzikale en theatrale
intermezzi. Prachtig ook
een gezongen slotakte van de oosterse pendant van 
de westerse Romeo en Julia: "Layla en Madjnun". "zoals lichtende vuurvliegen
naar de nacht verlangen". 

De zanger Bassem Al-Khouri bespeelt een oosters snaarinstrument, de quanun
en
wordt instrumentaal ook ondersteund door Eduard van Regteren Altena op
violoncel. Gelijktijdig mogen we de breakdancer Haider-al-Timimi aanschouwen
die artistiek de grens van straatkunst naar ballet overschrijdt. 

Dit muzikaal en theateroptreden vormt een voorproef op de voorstelling van de 
komende woensdag 16 juni. Dan vertellen dichters uit vier windstreken hoe het
verhaal van de onbereikbare geliefde deel uitmaakt van de poëzietraditie waarin
zij schrijven en van de maatschappij waarin zij leven. 
Hun eigen gedichten raken aan de thematiek van het verhaal: Het verlangen 
naar het onbereikbare en (gedwongen) verlaten van een geliefd oord staan 
centraal bij Kamran Mir Hazar (Afghanistan), Hiromi Ito
(Japan), 
Al-Saddiq Al-Raddi (Soedan) en Katia Kapovich (Rusland/USA). 
Hafid Bouazza vertaalde het epos en leest het verhaal. 

Layla en Madjnun - Illustratie Poetry International Rotterdam


Valérie Rouzeau, vive en poésie

 

Motorman

Hij reed almaar rond op zijn motorfiets  en nooit wist ik
wat er in zijn hoofd omging.  Op een dag volgde ik hem
naar zijn hut in  het bos.   Ik liep naar het hokje toe en
duwde de deur met kracht open.   Voor mij lag languit
achterover op de houten vloer de motorman. Hij keek
op, kwam langzaam overeind en staarde me aan met een
vreemd rood gezicht. Ik wilde iets zeggen, maar voor ik
daarin slaagde, verdween de motorman zonder ooit terug
te keren. Ik nam mijn intrek in het huisje en woonde er
uiteindelijk ruim twintig jaar. Het is waar wat ze zeggen:
elk nieuw huis moet beter zijn dan het vorige.

Prozagedicht van Nyk de Vries 

 
Voor wat betreft de manier waarop de poëzie in niet-westerse talen tot ons komt
ben
ik er nog niet helemaal uit. Als iemand voordraagt wil ik graag intens luisteren
en zo
mogelijk de dichter daarbij zien - de vertalingen zijn wel nuttig maar trekken
sterk de aandacht, ook als je in staat bent om te verstaan wat ten gehore wordt 
gebracht. 
Maar je kunt niet intens luisteren, naar de lichaamstaal van de dichter kijken en 
óók
nog op een scherm meelezen. Ik probeer zo mogelijk de teksten te negeren 
en te
concentreren op de man of vrouw in de podiumspot. Bij al die talen waarvan
ik niets
versta kies ik er vaak voor helemaal niet te kijken, mijn ogen te sluiten en
de muziek
van de taal op me te laten inwerken, het Soedanees, het Koreaans, 
het Pools, het
Afghaans, het Marokkaans. 
Grappig zijn vooral de Japanse Hiromi Ito (Tokyo - 1955): "Sorry I am the only 
poet who does not speak English"
opent ze en gaat van start met een onstuitbare
watervlugge spraakwaterval - en ook de Française Valérie Rouzeau (la Nièvre -
1967), die in een natuurgedicht krekelgeluidjes nadoet, maakt vrolijk: 
"krri krri - krri krri." 

Twee Nederlandse dichters zijn er ook nog bij op deze avond: Tomas Lieske  
met "het valt mij met de dag moeilijker" (extra applaus) en Nyk de Vries met 

"Motorman" (begeleid door zijn gitarist Fokke van der Veen). 

Terugkerend in de foyer worden we verrast door een groepje gastvrouwen die 
ons een glaasje champagne (?) (het bubbelde in elk geval) serveren en er wordt
ons
een "exitbewijs" - tegenhanger van "entreebewijs" - aangereikt, om ons er
aan te
herinneren dat er bij de uitgang een financieel bewijs van waardering 
wordt verwacht. 
Ik vind dat het niet moet rinkelen daar onder de gleuf in die plexiglas zuil, maar 
het moet ritselen voor al die mooie woorden en klanken in Rotterdam. 
De volgende zondagmorgen zal Tomas Lieske optreden op dezelfde locatie als
waar wij onze gedichten hebben laten horen deze dag, in de Jacobustuin, een
van de Verborgen Tuinen van Rotterdam  t/o Jacobusstraat no. 30. 
41e Poetry International Festival Rotterdam, nog t/m 18 juni: aanrader. 

© Verslag John Zwart - 14 juni 2010  

   
 
   
In Leeuwarden heet het op donderdag 10 juni: "Liwwadder poëzie" -  Een impressieverslag door Anneke Wasscher - geplaatst 18 juni 2010 

“De Bres” is een bruisend centrum voor cultuur in hartje Leeuwarden. 
Friezen blijken aardige mensen want ze wijzen me vriendelijk en feilloos de weg.
Verwachtingsvol kom
ik binnen want in de aankondiging op internet heb ik al 
klinkende namen gezien. 
Organisator en presentator Melvin van Eldik blijkt een hartelijk gastheer. Hij belooft
ons dat we tijdens de pauze drankjes mogen nuttigen of mogen roken in de stads-
tuin. Het is een zomers warme avond maar ondanks het mooie weer is de zaal 
goed gevuld. 
Het afwisselend programma: 
Dichter/zanger Pieter Oegema (in het dagelijks leven ook leraar), blikt in zijn 
poëzie
terug op de schooltijd van het -nu wereldberoemd geworden- fotomodel 
Doutzen Kroes.
Ik vermoed dat hij haar graag nog wel eens in de klas zou willen 
hebben. In de "Friesland"aflevering van de serie "Dicht in de buurt" van Dagblad 
Trouw (uitg.januari 2010) vinden we
nog vele andere gedichten van hem. 
Ya Ya vertelt in haar toegankelijke taal met prachtige beelden over de schijnbaar
gewone
dingen van het leven. In haar gesprek met oma “hoort ze vooral dat wat 
niet werd verteld”.
Hiermee citeer ik een van de zinnen waar verhalen achter 
schuilgaan. 
Dan komt veelzijdig kunstenaar, dichter en slammer Jan Ketelaar. Direkte taal, 
dichtbij
en overtuigend. Het komt bij me binnen. 
De politiek kijkt nog even achterom in een aantal gedichten van de succesvolle
slam-dichter Pom Wolff: We herinneren ons ex SP voorvrouw Agnes Kant, in 
haar "bewogenheid"
In een gedicht over Clairy Polak verdwijnt Balkenende voor-
goed. Sommige van zijn gedichten zijn humoristisch, tegelijkertijd ook ontroerend.
Vooral door strakke eenvoud. 
   Ya Ya © Foto Hernehim Cultuur 

Elmar Kuiper 

© Foto Hernehim Cultuur 

Muzikale inbreng van zanger/gitarist Sake Hijkema en gitarist Martin Beekman
("Beukema"). Zij koppelen hun poëtische woorden aan het gitaarspel. 
De gezongen “Zondag” blijft in mijn hoofd hangen. Omdat ze, zoals de meeste
succesvolle jongeren, druk, druk, druk zijn moeten ze na hun optreden meteen 
weer weg. 
Veel indruk maakt de dichter Mart Brok, begeleid door zijn gitarist Harm Bos
Vooral
hun laatste nummer, een aangrijpend gedicht over macht en oorlog. Met 
de taal als een
mitrailleur schokt en raakt Mart Brok ons, er is geen ontkomen aan.
In de pauze spreekt hij met me over de Taalwerkplaats in Nieuw-Amsterdam en 
over
de Maanavonden in de natuur voorafgaande aan het Drentse Open Dichtfestival
in
augustus. Bij de volgende aflevering wil ik de poëzie in Drenthe beleven. 
Melvin van Eldik verrast ons met een korte literaire kwis. Alle prijzen gaan van de
hand
want op elke vraag weet het leesgrage publiek de antwoorden wel. 
De jongste deelneemster is Dosje, derde jaars studente aan de Minerva Kunst-
academie.
Veelbelovend, want ze weet te boeien. Eén van haar thema’s: “as”. 
Omdat, zo legt ze
ons uit, er eerst moet worden afgebrand, waarna ze aan iets 
anders kan beginnen. 
De Friese taal wordt ingebracht door Elmar Kuiper met zijn gedichten als Spijt 
en
Verdriet. 
Aan het eind schaf ik me de bundel “toen je stilte stuurde” aan, van Pom Woff. 
Op het schutblad schrijft: hij "niets is me liever dan eenvoudig mooi"
Toepasselijk voor
deze “Liwwadder poëzie” in de Bres. 

Verslag voor Hernehim Cultuur ©  Anneke Wasscher - 11 juni 2010 

 

 
   
Afgesneden in een lach -  In memoriam Driek van Wissen door John Zwart - geplaatst 21 mei 2010 
Als je plotseling door je autoradio zo'n bericht hoort, een neutrale omroeperstem
je meldt dat een bekende van je is overleden, is dat schokkend. Je gedachten 
waren eerst bij heel
andere zaken, omdat je helemaal niets weet over een levens-
bedreigende ziekte, en er geen zorgen aan de orde zijn over een broos iemand 
van hoge ouderdom. 
Driek van Wissen (66) was natuurlijk nog veel te jong en vol van levenslust. Hij
mocht dan
in zijn gedichten wel schertsen met het vorderen van de leeftijd maar
hij was geen moment werkelijk bezig met een naderende horizon. Driek dichtte
meestal met ironie, met zelfspot -
en dus ook over dit onderwerp: 
"... 
Geen liefje weet ik meer te strikken, 
Nee, sterker nog: ik zie ze schrikken 
als ik in hun nabijheid kom 

De nadering der ouderdom 
leest men het eerst in meisjesogen..." 

Vanmorgen stierf Driek van Wissen (juli 1943 - Groningen) volkomen onverwacht
aan de
gevolgen van een hersenbloeding in een ziekenhuis te Istanbul, waar hij
kort tevoren was
aangekomen voor een vakantie, samen met zijn vrouw. 

        © Foto Hernehim Cultuur 2009
Wanneer zag en sprak ik Driek van Wissen voor het eerst? 
Ik bedenk dat dit was in Studio Desmet aan de Plantage Middenweg Amsterdam
bij opnamen voor het programma "Opium". Toen
was hij nog maar kort de nieuwe
Dichter des Vaderlands (2005-2009) als de opvolger van
Gerrit Komrij en diens 
interim Simon Vinkenoog. Hij presenteerde toen een soort "prentenboek": 
grappige gedichtjes van hem met illustraties van tekenaar feroux waarin dieren de
hoofdrol spelen: "Dierendokter Dik"
Typerend voor Van Wissen's toegankelijke en welwillende persoonlijkheid is het 
feit dat we
na de opname een heel geanimeerd gesprek hadden over poëzie en 
humor in het algemeen. Ik schreef toen over zijn boekje 
"De dieren zijn net mensen", aldus Driek, "ze hebben net zoveel afwijkingen als 
wij en dus kennen ze ook een psychiater, dat is dus de hoofdfiguur "Dierendokter
Dik".
De raad die deze dierenzieleknijper geeft verraadt veel van de gedachten 
van de dichter
over deze beroepsgroep. We maken bijvoorbeeld kennis met een
papagaai die lijdt aan het
syndroom van Gilles de la Tourret.  
Verleden jaar zomer, augustus 2009, was hij inmiddels als de Dichter des Vader-
lands weer opgevolgd door Ramsey Nasser, we troffen elkaar opnieuw in Drente,
Schoonoord, tijdens het
jaarlijkse Drentse Dichtfestival. Hij was daar in 2009 de
eregast, een jaar tevoren was dat
Simon Vinkenoog geweest. Een citaat van wat
ik destijds schreef over zijn optreden aldaar krijgt nu
een grimmige bijklank: 
"Driek van Wissen is één van die podiumdichters, die door hun flexibiliteit en
improvisatietalent waarmee ze hun verbindende teksten op de situatie aanpassen,
zich als echte 'podiumdieren' tonen, die uitstekend contact met het publiek kun-
nen houden. Hij leidt zichzelf in: "Een week of vier geleden werd ik gevraagd of ik
dit jaar de hoofdgast van dit festival wilde zijn. Vorig jaar hadden ze Simon Vinken-
oog er voor gehad... die is intussen overleden..." 

"Ach, je hoeft niet overal een voorspellende betekenis aan te hechten en ik heb 
na een korte bedenktijd ingestemd",
voegt hij toe na die eerste zin, zichzelf ver-
volgend met tussengevoegd een meesterlijke witregel. 
We wisselden met elkaar bundeltjes uit. "Het jaar 8", met 63 "sonnettetes" vat
hij daarin de gebeurtenissen in het jaar
2008 samen, ik kreeg het van hem. Hij 
kreeg van mij het bundeltje "Tijdelijk verblijf". Mijn
gesigneerde exemplaar van 
"Het jaar 8" is me nu dubbel zo dierbaar geworden. Ik ga nu eens
uitzoeken of
intussen "Het jaar 9" verscheen over 2009, al zal hij nooit meer kunnen signeren. 
Een voorbeeld op 10 september 2008, toen de superdeeltjesversneller bij Geneve
werd  opgestart: 

Superversneld einde 

Wij leven hier dankzij de eerste knal, 
Maar naar men vreest zorgt onze wetenschap 
In Zwitserland nu voor de laatste klap 
En dan is het gedaan met het heelal. 

Het kan dus zijn dat u dit niet meer leest, 
Maar dan zijn wij er allemaal geweest. 

Deze gecondenseerde sonnetvorm, alleen maar bestaande uit een kwatrijn, gevolgd
door
een tweeregelige 'chute' is bijna een handelsmerk van Driek van Wissen.
Gehecht aan
vormvast, vooral sonnetten - deelt hij die liefde met Jean Pierre Rawie,
zijn beste "dicht- en drinkvriend" sinds veertig jaar. 
Rijm en ritme zijn voor hem geen "zonden", waarop zo ongeveer de intellectuele
doodstraf
staat. Het is typerend voor het dichterswereldje dat nieuwlichters hun
opvattingen als de
maat der dingen aan anderen trachten op te leggen, slechts zij
mogen hun werk met recht
tot "poëzie" benoemen. De onverdraagzaamheid van
makers van volledig ontoegankelijke
hermetiek of beoefenaren van maniertjes met
afgehakte verzen is mensen als Van Wissen
volkomen vreemd. Hij maakte zich 
nooit druk over 'andersdenkenden': 

"... De kunstkritiek is mij vaak om het even 
omdat ik bitter weinig waarde hecht 
aan wat een doorsnee recensent hier zegt 
over een boek wat pas is uitgegeven ..." 

Driek van Wissen (r) in gesprek met John Zwart in Schoonoord
Drents Open-Dichtfestival aug. 2009
© Eigen foto Hernehim Cultuur 

Driek van Wissen was van 1968-2005 leraar Nederlands te Hoogezand en werd in
datzelfde jaar door een vriendenactie gekozen tot de tweede Dichter des Vader-
lands. (eigenlijk de derde, Simon V. meegerekend)  
In 1987 verwierf hij de Kees Stipprijs voor zijn prestaties in 'light verse'. 

Niet voor de poes 

"Dankzij de grotemensenwetenschap 
Is door een kleine ingreep in mijn genen 
De angst voor u als kat geheel verdwenen" 
Zo sprak de muis, "vindt u dat niet knap?"  

"Hap", zei de kat, "ik heb nog steeds een gen  
Waardoor ik dol op domme muizen ben."   

We verloren in Driek van Wissen een meester in het maken van vooral opgewekte
en vrolijke gedichten, maar bovenal een lieve man, zo u wilt een beminnelijk mens.

 

De opvatting dat Van Wissen uitsluitend over grappen en grollen dicht geeft blijk 
van een veel te beperkte blik. Zijn kritiek op politieke zaken, verpakt in een sonnet
vaak te lezen op 'nederlands.nl' en als wekelijkse bijdrage in het 'Dagblad van het
Noorden' is vaak niet mals. 

 

Bijvoorbeeld zijn mening over het nieuwe heldendom van onze 'opbouwmissies' in
Uruzgan: 

 

Vrolijk strijdliedje 

Kom op, we gaan naar Uruzgan om daar 
De mensen met geweld te hulp te schieten. 
Dus laaggeachte Talibanbandieten, 
Ginds in het hooggebergte, berg je maar! 

Kom op, we gaan, de jongens staan al klaar 
En onze hoogst krijgshaftige elite 
Zal als het moet zelfs eigen bloed vergieten 
In brandend zand - een leven vol gevaar! 

Kom op, we gaan meteen naar Uruzgan! 
De hele wereld vraagt er immers om 
En dan kun je niet weigeren, dus kom! 

We gaan erheen met veertienhonderd man 
En tonen wat ons kleine landje kan. 
Kom op, op naar ons nieuwe heldendom! 

 

Driek van Wissen 

© Artikel  voor Hernehim Cultuur door John Zwart  - 21 mei 2010 

 

 
   
Poëzie is overal, en bovenal in Groningen -  Een literaire wandeling door Anneke Wasscher - geplaatst 21 mei 2010 
De woorden van Abdelkader Benali in een uitzending over schrijvers in Groningen
(5 mei j.l.) hebben voor mij een wat bittere nasmaak, laten me niet los: Iedereen die
een groot schrijver wil worden zou Groningen moeten verlaten.
Gelukkig was er in 
dat programma ook weerwoord, bijvoorbeeld van dichter Rense Sinkgraven, hij was
het die me een email zond dat
er op 15 mei een literaire wandeling door de stad
Groningen zou worden gemaakt. 
Mijn nieuwsgierigheid wint
het van mijn andere plannen, dus sta ik om twee uur klaar
in de bibliotheek van deze studentenstad. Direct al wordt mijn oog getroffen door een
gedicht van Rutger Kopland op een vloertegel in leescafé Belcampo: 

je bent in Groningen, maar hier 
ben je dat niet, dit is een onbekende 
plek, dit is een gedicht in 
deze stad 

waarin je al die jaren kwam 
en ging, door altijd zon, altijd regen, 
altijd wind totdat je hier 
stond en dit las 

je kwam en gaat weer weg ook nu 
zo zal het altijd blijven tussen ons, ik 
ben een onbekende plek 

herfstschrift 1992 

 

Abdelkader Benali, niet altijd even fijngevoelig over Flevoland,
en ook al niet over Groningen...


Onze gids is Douwe van der Bijl, die echt alles weet van literair Groningen. Ook 
Rense Sinkgraven gaat mee. De samenstelling van de groep is heel divers voor 
wat betreft leeftijd. Groningers zijn in
tegenstelling tot het hardnekkige vooroordeel 
vrij open mensen. Al snel weet ik waar hun belangstelling
vandaan komt. Onder hen
een vertaler, een documentalist, een begeleider van
boekenclubs, een dichteres. 
Het is meikermis in de stad dus het is gezellig druk, overal suikerspinnen en jong 
volk. De geur van sterven zoals geschetst in de tv-aflevering van Benali, is afwezig.
Douwe leidt ons samen met Rense in
een kleine twee uur langs geboorte- en woon-
huizen van beroemde
schrijvers en schrijfsters. Ook langs verschillende beroemde
cafés, waar ze zich
thuis voelden. Chez Antoine (nu de Toeter), de Woldhoorn, 
Café Marleen. Heerlijke bruine
cafés. Als ik geen inspiratie had, zou ik het daar 
zeker opdoen. 
Douwe vertelt van grote en minder grote schrijvers die het lang, sommigen heel 
lang, in
Groningen uithielden. In een rap tempo lopen we door de binnenstad en 
weet
de gids onze aandacht voordurend vast te houden met boeiende verhalen
doorspekt met
anekdotes. Rense Sinkgraven trotseert de geluiden van de kermis
en houdt ons in zijn
greep met de voordracht van poëzie van diverse dichters. 
Op de stoep, in een steeg,
op een brug. Zomaar, op een zaterdagmiddag in de 
stad Groningen.
Hoe verrassend kan het leven zijn. 
Mijn pen houdt het aantal namen en de bijbehorende titels van boeken niet bij.
Genoemd worden N.E.M. Pareau, Hendrik de Vries, Halbo C. Kool,
J.C. Noordstar
(de literaire bloeiperiode tussen beide wereldoorlogen). W.F. Hermans,
C.O. Jellema,
Riekus Waskowsky, Belcampo, Jean Pierre Rawie en Driek van Wissen
kwamen
daarna. Begin jaren negentig de dichters uit Epibreren Bart FM Droog, Tjitse
Hofman
en Jan Klug. 
En er is allang weer nieuw jong en veelbelovend talent opgestaan, 
zoals Tsead Bruinja en de piepjonge Hester Borgers. 
Willem Frederik Hermans had in Groningen zijn domicilie op de eerste verdieping 
aan de Spilsluizen boven een drankenhandel. Ik fantaseer hoe hij ’s nachts in zijn
erkertje op een neer liep om uiteindelijk zijn boek “Nooit meer slapen” te scheppen.
Anekdotes over deze auteur zijn er meer dan voldoende. Een ruzie over al dan niet
een fiets in de gang van het pand, zijn minachting voor studenten met HBS-A, zijn
moeite met het gezag. Hij was dus nog
lastiger dan ik dacht. Ina Boudier Bakker
woonde in een prachtig huis aan de Lage der
A. Douwe citeert uit een recensie van
haar door zo velen gelezen boek “De klop op de deur”: laat de deur maar dicht
We zien het huis van Jan Glas, de succesvolle Groninger
dichter, die iedere eerste
woensdag van de maand voordraagt in Café Marleen. 
We kunnen een gedicht lezen van Jean Pierre Rawie op 'n pilaar in de Waagstraat.
We gaan dwars over de Vismarkt richting de Folkingestraat, Pelsterstraat. Ik hoor 
de
namen van Joodse schrijvers zoals van Josef Cohen die “Mensen met sterren”
schreef. 
In de kleine Pelsterstraat fietst Driek van Wissen ons tegemoet. Alsof het zo is
afgesproken! Zoals altijd toont Driek zich welwillend en declameert (als wij zijn fiets
even willen vasthouden) midden op straat zijn gedicht over
het bruggetje dat het 
station Groningen en het Groninger museum verbindt. Ik kom op
plekken waar ik 
nog nooit was, zoals de Donkersgang. 
Douwe vlecht door het
literaire verhaal nog snel de namen van kunstschilders uit
Groningen (behorend tot het bekende
kunstenaarscollectief De Ploeg), zoals 
Werkman. 


Een spontane voordracht van Driek van Wissen in de Kleine Pelsterstraat 

We lopen langs het beeld van Aletta Jacobs, de eerste vrouw die in Groningen een
universitaire studie afrondde. Maar ook staan we stil bij een fascinerend beeld van 
Hendrik de Vries. Mooie stenen billen verklaren dat hij van meisjes hield. Op deze
plek leest Rense het prachtige gedicht “Weerzien oude school” van Hendrik de
Vries. 
Teruggekomen in de bibliotheek kopen de meeste mensen van de groep het boek
“Arcadia der Poëten” van Herman Sandman, dat het literaire leven in Groningen 
tussen 1945 en 2005 beschrijft. Ook ik, dan kan ik tenminste rustig nalezen wat nu
al voor een deel onleesbaar in mijn aantekeningen gekrabbeld staat.
Abdelkader Benali is veel te kort in Groningen geweest, zoveel is zeker. 

© Anneke Wasscher - 16 mei 2010 

© Foto hiernaast van Anneke Wasscher - gemaakt op zaterdag 15 mei 2010
   Misschien wel het laatste publieke optreden van Driek van Wissen die zes
   dagen later stierf in Istanbul. 
   Midden: Driek van Wissen, rechts: Rense Sinkgraven, de oud-stadsdichter
   van Groningen, vorig jaar opgevolgd door Anneke Claus. 
   
 
   
Voorteken -  Een observatie van ZiggZagg - geplaatst 15 mei 2010 
Een magere zon had ze naar buiten gestuurd. 
‘Hup, jas aan en wegwezen jullie’, kregen ze te horen. 
Gerold in wintermantel, zij een sjaal om, hij een pet op zijn kale hoofd, schuifelden
ze naar het eerste vrije bankje dat zij op de kade langs de rivier konden vinden. Het
beste bankje, in de luwte van een gebouw, was natuurlijk allang bezet. Ze namen 
genoegen met een bank op de tocht, die voor ze overbleef. 
De lange winter had ze binnen gehouden maar nu de lente dan eindelijk de kop 
boven het koude seizoen begon te steken, wilden zij dat ene straaltje zon mee-
pikken. ‘Om alvast in de stemming te komen’, had hij gezegd. 
Ze verheugden zich op een zomer langs het water. Het kon zo mooi zijn; er waren
vele ontmoetingen met mensen die, net als zij, de meeste tijd van het jaar niet 
verder kwamen dan de koffiekamer of het terras van het verzorgingshuis. Langs 
het water kregen zij weer iets van de wereld binnen, zagen zij de kinderen spelen
en konden zij zich weer even echt vrij voelen. 
Ze zaten dicht tegen elkaar aan en zwegen. Hun ogen tuurden langs het water,
zoekend naar een sprankje hoop. Een schip kwam langs, een aalscholver rustte
op een paal, wat ganzen schoven verderop voorbij. 


Een frisse, stevige bries besloot ze recht op hun rug aan te pakken. Ze keken 
even om, zetten hun kraag hoger op en doken diep ineen. In stilte genoten ze 
verder, ondanks deze onaangename kou in de nek. Er is tenslotte maar een keer
in het jaar een eerste voorzichtige lentedag en die moet je geproefd hebben: een
euforisch moment dat een mensenleven lang verlangens opwekt. In stilte dronken
zij gretig van het genoegen. 
Ineens zei hij vanuit het niets: ‘Zie je die meeuwen daar hangen?’ 
Ze keek langs zijn wijzende arm; zag een meeuw met gespreide vleugels, han-
gend op de wind. 
‘Slecht teken... slecht teken.’ 
Ze zag wat hij bedoelde. Stilte volgde. 
Zij ineens: ‘Ja, de mensen (wijzend naar de luwe bank) gaan daar het eerste zit-
ten. Zij zitten beschut.’ 
Stilte. Weer spiedden twee paar ogen het water af. Hij bepaalde zich tot de meeuw
om te onderzoeken of het mogelijk was dat de wind onder het dier weg kon vallen 
en de vogel de vleugels weer zou gebruiken zoals ze eigenlijk bedoeld waren; om 
te vliegen. De meeuw bleef hangen boven de plek waar de wind hem een lift gaf. 
Hij zag het deemoedig gebeuren: ‘Slecht teken. Maar het komt nog wel.’ 

© 2010 ZiggZagg 

 
   
Presentaties van nieuwe bundels in Amsterdam. Twee op één dag, en ook nog voetbal -  Verslagje van John Zwart - geplaatst 11 mei 2010 
Amsterdam, 6 mei - Twee bundelpresentaties op één dag en dan óók nog voetbal,
als dat maar goed gaat... dat ging toch even door mijn hoofd, nog onderweg naar
Amsterdam. 
Een week feesten heeft de stad al achter zich - even onderbroken door een stilte-
scheurende schreeuw - papier en plastic, kots en korsten heeft het nagelaten. 
"Het was heel wat schoner in Karachi", zeg ik tegen mijn reisgenoot - hij is op weg
naar ajaxvieren, voortijdig de overwinning al op zak. "Dan heb je de Zeedijk nog niet
gezien, daar ligt 't wel verpakt in zakken, maar driehoog opgestapeld"
, grijnst hij. 
Hij duikt onder in de metro, ik pak lijn 5 naar het Leidseplein, waar nu al een ME-
wagen, gesierd met oorlogsdeuken staat. Ah-to-go verlaagde de prijs voor een blikje
redbull naar anderhalve euro. Onrust wordt er weer verwacht, later op de avond. 

De schouwburg in, een andere wereld: het lawaai blijft buiten. Binnen rust en aan-
dacht: Nieuw Amsterdam Uitgevers ontvangt de supporters van dichter Jos 
Versteegen in de klassieke ambiance van de Stanislavskizaal. De presentatie van
zijn tweede bundel bij deze uitgever. Ik beleef totaal verschillende sferen, slechts
enkele tientallen meters van elkaar. 
Ik zie een opgewekte Jos Versteegen, het is zijn vijfde boek alweer. In het publiek
spot ik de eenzame uitvaartdichter Frank Starik, de classicus Simon Mulder, de
slamdichter Krijn Peter Hesselink, de niet te missen Liesbeth Lagemaat die kan
bogen op de Cees Buddinghprijs van 2005, zij roept mij later ten onrechte toe dat
 ik voor mijn beurt ga bij de aangeschafte bundel die Versteegen nog even  moet 
signeren. Even denk ik ook Tenny Frank te zien, maar dat blijkt een persoons-
verwisseling. 

  Poëziewinkel en Lit.theater Perdu 
 Tsead Bruinja, Fries en Nederlands dichter  


Louis Th Lehmann en Simon Vinkenoog 

 

Na de doop van "Zijn overhemden op jouw huid" wordt het haasten, snel wat eten
naar binnen schrokken en dan een kwieke wandeling óp naar de Kloveniersburgwal, 
waar in Perdu de dichter Tsead Bruinja zijn nieuwe bundel "Overwoekerd" ten 
doop houdt. 
In tegenspraak met de naam van het poëziecentrum zit je nooit "verloren" bij
presentaties in Perdu:  die trekken altijd veel publiek. Ook nu is het weer vol met
zittend en zelfs staand publiek. Ik zie de eerbiedwaardige Louis Lehmann, die in
augustus zijn 90e verjaardag hoopt te vieren. De herinnering aan een lenteavond 
in Ruigoord komt weer terug, nu alweer drie jaar geleden, toen hij werd geëerd met
de "Ruigoord Trofee". Bij die gelegenheid zaten we buiten het kerkje op het terras,
met Lehmann heerlijk Thai te eten, samen met Simon VInkenoog en diens vrouw
Edith. Gauw maak ik een praatje met Lehmann, in het besef dat het zomaar de
laatste keer zou kunnen zijn. 
Er zijn heel wat dichters die Bruinja zijn respect brengen door voor te dragen, 
van zichzelf en uit de nieuwe bundel, maar ze grijpen ook terug op eerder werk,
zoals "Gêrs dat alfest laket" (Het gras dat al lacht), "Bang voor de bal" en de 
spraakmakende 'tabloidbundel' van Bornmeer."Angel". De titels zeggen veel over
Bruinja, die kwetsbaarheid en tederheid kan afwisselen met zinnen die je treffen
met de kracht van een vuist, zoals Willem Thies zijn poëzie eens heel treffend
karakteriseerde. Doet het lachende gras denken aan romantiek en liefde, in de 
angst voor de bal is ambivalentie te bespeuren, met de titel "Angel" speelt de 
dichter met de dubbele betekenis waarin het steekorgaan van een insect  in het
Engels "engel" betekent. Hoe ik de titel "Overwoekerd" moet duiden moet ik nog
ontdekken. Bij het eerste bladeren stuit ik onmiddellijk op de vergankelijkheid in 
de meest absolute zin: het proces van vertering in opeenvolgende fasen van een
gevonden lijk, waarin hij tewerk gaat als een onderzoeker van een forensisch 
instituut. Is Bruinja nog steviger geworden? Hij leidt in met een opsomming waar
hij zich niet door laat overwoekeren, in elk geval niet door jaloezie of haat. 
Een geruststellende mededeling. 
Meindert Talma luistert de voordrachten op, zingend achter de piano, eigen tekst
in het Nederlands, zowel als Duits met een accent zo licht hij toe met zelfspot.
Er is een samenwerking in de maak van de muzikant met de dichter Bruinja voor
gezamenlijk theateroptreden. Bijzonder is ook de voordracht van Engelse poëzie
door de Australische dichter David Prater. Verder betreden de jonge Pim te Bokkel,
Mart Boog, Annelie David
en Hans Wap het podium. 
Vooral het optreden van deze laatstgenoemde - "halve Duitser met een roze
strippenkaart"
- maakt op mij bijzondere indruk. Hij schetst ons een beeld van zijn
jonge Duitse moeder, lopend door verwoest Rotterdam in het jaar 1943 met hem,
haar zoontje Hans, in de kinderwagen.
Wie mijn "Herdenkingscyclus" gelezen heeft, die de afgelopen weken op de blog-
pagina
is gepubliceerd zal zich kunnen voorstellen dan zijn voordracht mij zeer
heeft getroffen. Ik ben hem heel erkentelijk dat een van zijn gedichten uit zijn 
bundel "de laatste lemming" voor publicatie op Hernehim wordt vrijgegeven. 
Het is een dag vol poëzie en evenveel stof tot nadenken geweest. 

© John Zwart - Hernehim Cultuur 

 

Foto van Lehmann en Vinkenoog bij laatste optreden april 2009 © Edith Ringnalda

Voor de kat 

de wereld staat in brand en ik speel viool 

met wat men in mijn hoed smijt 
financier ik de fabriek 
die violen maakt 

de wereld staat in brand en ik speel viool 

ik geef je geen roosje mijn roosje 
ik geef je een viooltje mijn viool 
want de wereld staat in brand 

de wereld staat in brand en ik speel viool 

ik plant geen bloem 
in de loop van je geweer 
ik geef je een viool 

de wereld staat in brand en ik speel viool 

ik bak de viool 
ik frituur de viool 
ik flambeer de viool 

de wereld staat in brand en ik speel viool 

 

© Tsead Bruinja 
Uit: "Overwoekerd" - Cossee Amserdam mei 2010 
ISBN 978 90 5936 287 1 

 

Niet gemarteld niet verkracht 

een gelukzoeker is een buitenlander die om economische redenen 
een verblijfsvergunning aanvraagt en wordt afgewezen 

niet gevlucht na met de dood te zijn bedreigd 
niet gemarteld niet verkracht 

wij nederlanders zijn wij niet elke dag op zoek naar het geluk 
met welk recht zijn wij toegelaten 
waren wij soms opgesloten en geslagen 
werden onze nagels uitgetrokken 

mijn moeder kwam op haar 23e naar nederland 
zij verdiende in het interbellum een koffer vol geld per week 
genoeg voor anderhalf brood en twee sigaretten 

het duitsland van de inflatie en de herstelbetalingen liet zij achter zich 
ging op zoek naar het geluk en vond het 
met mijn zus en ik als gevolg 

de moeder van mijn vrouw is engelse 
als onze moeders door grenspalen 
gestopt konden worden 
zouden zij onze vaders niet hebben gekend 

wij willen ons bestaan verheffen 
kijken naar de sterren en de maan 
over grenzen heen op zoek naar het geluk 

bestaan er andere mensen dan gelukzoekers 
wijs ze mij aan 

ik zal ze het land uit jagen  

© Hans Wap 
Uit de bundel "de laatste lemming" 

 

 
   
Een nieuwe bundel van Jos Versteegen, "Zijn overhemden op jouw huid" -  Recensie door John Zwart - geplaatst 11 mei 2010 
De bundel "Zijn overhemden op jouw huid" komt over als een logisch vervolg op
het voorafgaande
"Slapen bij een warme man". 
Jos Versteegen dicht door op het eenvoudige gegeven
van zijn jonge jaren, als 
kind op een Limburgse keuterboerderij, waar tien-twaalf koeien
de norm waren. 
Ik heb nog niet alle gedichten gelezen, maar met wat mij al vertrouwd is uit 
Slapen bij een warme man en wat ik tot nu toe las in de nieuwe bundel, is het
in
mijn ogen een document dat op twee manieren doel treft: Het is geschied- 
schrijving van
een levenswijze die inmiddels niet meer bestaat en een eerbetoon
aan zijn vader voor
wie die levenswijze tot zijn einde vanzelfsprekend was. 

Krijn Peter Hesselink (links) en Simon Mulder (midden) begroeten de dichter >

Na een welkomstwoord van Floor Wisselink van de uitgeverij geeft de dichter 
zijn redacteur
Jasper Henderson het woord. Die kan het kort houden, want zijn
taak was licht: in het werk van
Jos Versteegen valt weinig te redigeren. Het kan
meestal niet beter dan zoals het er al
staat. 
Het eerste exemplaar gaat naar Frank Starik, die zich al mocht inlezen. In dit
computertijdperk kreeg hij vooraf integraal de bundel: in 'pdf-format' zoals dat 
heet. Starik leest een
lang gedicht waarin allerlei dieren, beginnend met vliegen
die, met korreltjes suiker gelokt,
door een klap met een opgerolde krant het 
leven laten, de nekslag voor een muis op de
zolder, katten en honden, zo worden
ze achter elkaar opgevoerd. Waarmee hij bewijst de
bundel niet alleen van tevo-
ren te hebben ontvangen maar ook - en goed - gelezen te
hebben.
 Het is een compilatie. "Het is een heerlijk boek" zegt Starik als dank, en ik 
sluit me er graag bij aan. 
Een bijzondere muzikale opluistering door Adriaan Krabbendam - kaal hoofd, 
leren hoed -
die acapella Deutsche Lieder zingt "zonder zijn kapel te hebben 
meegebracht". 

Frank Starik (links) voor het 1e exemplaar,  Adriaan Krabbendam (rechts) zang >


   

   
"Voorgoed volmaakt" 
"Jonge meesters" 
"Nachtkermis" 
"Slapen bij een warme man" 
"Zijn overhemden op jouw huid" 

Jos Versteegen bevestigt ons dat de oude boerderij "Patershof", voorheen beho-
rend bij
een klooster, ook nu weer zijn inspiratiebron vormt voor deze gedichten-
reeks. Zijn familiegeschiedenis gaat meer dan een eeuw terug in dit oude 
gemengd bedrijfje. Grootouders
woonden er en maakten plaats voor zijn ouders -
de slaapkamer van oma, met vaste
vloerbedekking, werd een rustige kamer voor
opgroeiende kleinkinderen, waar ze hun
huiswerk maakten. In de geest zijn opa
en oma nog in het huis, waar opa zijn rechterduim drukt op vliegen die brommen
in het raamkozijn en de aanwezigheid van oma
spreekt door de oude vloerbedek-
king, waarin putjes van de beddenpoten staan. 
Zij maakten plaats voor zijn ouders, die op hun beurt moesten verhuizen uit de
vrijheid
van het land naar een 'aanleunwoning'. De dichter vroeg zich af hoe het 
zou gaan, vooral
om zijn vader was hij bezorgd: altijd het land op in de openlucht
en nu besloten in het
dorp, zou hij dat verdragen? Maar het viel mee: het was nu
alle dagen zondag, schone
kleren aan, niet meer werken met gekloofde handen.
Maar toch: zou hij geen melancholische gedachten hebben, al sprak hij ze niet
uit? Jos Versteegen geeft zichzelf het
antwoord in de voorlaatste cyclus 
'Eten in de stad' van deze bundel: 
"Het bakje chocoladevla:/ rechtop in bed kan hij nog eten./ het ruisen 's middags
op het asfalt:/ of de vitrage open mag/ hij wil de regen nog eens zien...". 

'Patershof' zoals hij het heeft gekend is er niet meer, de dichter had benauwde 
dromen
waarin het oude huis ingebouwd werd door een gigantisch vakantiepara-
dijs... maar die
angstdroom is niet uitgekomen: er woont nu een sympathieke 
man met respect voor
zijn oude woonstee. 
Na het overlijden van zijn vader had moeder een plastic tasje voor hem klaar-
gelegd op
de keukentafel: overhemden, fris gewassen en gestreken. "Hij heeft
jouw maat, en er mankeert nog niets aan". 

Het omslag van de bundel vertoont een detail van een over
hemd, ingezoemd op 
een knoopje. Met het overhemd dat Jos na zijn vader gedragen heeft, toont hij 
zich verknoopt met hem. 
Eigenlijk heb ik het even gemakkelijk als Jasper Henderson bij het redigeren, met
zijn inleiding heeft de dichter de tekst voor mijn verslag al voor een groot deel 
voorgezegd. 
Het is geen sentimentele poëzie, het is vooral eenvoudige beschrijvende taal, 
maar
juist daardoor zijn de treffende beelden zo ontroerend, vooral waar het 
dramatische
gebeurtenissen betreft in de kinderogen, van waaruit hij schrijft. 
Dit spreekt meteen al
uit het openingsgedicht "Roerloos de mussen", waarin 
de lente en de dood zo dichtbij elkaar staan. De dood die in de bundel nooit 
ver weg is, maar waar ook plaats wordt gelaten voor speelse intervallen zoals
"Hij danst voor ons" waarin een jong bokje
buiten op de vensterbank springt en
schijnbaar 'n dansje maakt op muziek van de radio
bij de mensen achter glas 
"in het aquarium"
Uit de verdere inhoud citeer ik zomaar wat strofen. 
Over spelen op de zolder: "Je kunt hier wonen in tapijt/ dat over keukenstoelen
hangt:/ een tent op zolder, zelfgebouwd// Je vader klossend op de trap:/ het luik
gaat open en je hoort/ hem zwijgend werken in het stro..." 

Over een hen die zelf een nest maakte in de doornhaag en weer in het hok moet:
"De boze warmte in je handen./ je loopt met haar het grasland door./ het hok in,
waar de hennen broeden/ aan de wand. Daarna het nest,/ met lauwe eieren en
al..." 

Over een grijze kat, die geen naam heeft: "...Wanneer de honden eten krijgen,/
zit zij te kijken op de trap,/ altijd de vierde tree van boven...// Ze heeft een 
mening over ons/ zoals we door haar blikveld gaan..." 

Over de jack russel die zich vastgroef in een konijnenhol: "...De hond die zich
gevangen had,/ zijn korte haar dat tegenstreefde/ toen hij naar buiten wilde 
kruipen./ terug. Het vuil dat aan hem plakte,/ het zand dat aan zijn ogen hing,/
zijn witte romp die koud aanvoelde..." 

En tenslotte over zijn moeder: "Veel adem in de kamer is/ van haar, er klinkt
alleen geen woord/ in mee. Het eenpersoonsbed,/ de roze bloemen op haar 
deken,/ stijgend, dalend. Haar ouders/ die bijna plechtig toezien/ uit hun ovalen
aan de muur..." 

"Zijn overhemden op jouw huid". 28 gedichten door Jos Versteegen. 
Nieuw Amsterdam Uitgeverij - mei 2010 € 14,95. ISBN 978.90.468.08177 

Verslag en recensie door John Zwart - 9 mei 2010, voor Hernehim Cultuur 

 

Naar het station 

De oliekachel heeft een klep, 
daar hangt een theedoek aan te drogen. 
Zij zitten met hun ogen dicht 
op keukenstoelen bij het vuur. 
Je ruikt nog vlees en bonensoep 
terwijl je bij het aanrecht hurkt 
en foto's maakt. Hij is op sokken, 
zij draagt een rode sjaal, van hem, 
omdat ze neusverkouden is. 
Het kan zo tochten in dit huis. 

Zij wonen hier nog net. Hun drie 
gekookte aardappels voor morgen, 
ze liggen op een plastic bord, 
met folie overspannen. Bakvet: 
het witte laagje in de pan. 
Er is een deur met groene planken 
die nooit meer in het slot valt, want 
de veer is uitgerekt. Je ziet 
een hondenneus, een kattenpoot: 
ze werken zich naar binnen voor 
het zeen, het vel, het kale bot. 

De radio staat uit, de wind 
trekt aan de vlammen in de haard, 
de dieren eten, uit de kraan 
valt af en toe een kalme druppel 
in restjes afwasschuim. Een vlieg 
met ingeklapte pootjes op 
de handdoek in de vensterbank 
Je klikt, je houdt je adem in. 
Dan vraagt zij of je koffie wil 
en hij, of hij je weg moet brengen. 

 

 
   
Geschoren kuiten, strakke kontjes en afzien in de OBA -  Verslag Giro-podium van 24 april door John Zwart - geplaatst 27 april 2010 
Zaterdagmiddag 24 april stond het open podium van de Amsterdamse Centrale
Bibliotheek al helemaal in de sfeer van de Giro d'Ítalia wielertour, die over twee
weken met de proloog van start gaat in de hoofdstad. De enorme vide van het
grote gebouw was volgehangen met
wielershirts en de bibliotheek had een 
competitie uitgeschreven voor gedichten op de wielersport. 
Directeur Hans van Velzen installeerde zich op de voorste rij om een keus te 
maken
uit de voordrachten, vier zou hij er kiezen voor de Gala del Giro 
voorstelling in het
Theater van 't Woord a.s. dinsdagavond 27 april. 
Presentator Jos van Hest opent met het lezen van een lang en beeldend epos
van de hand van Luc Gruwez, een Vlaamse dichter die het brekende klimmen
en het angstwekkende dalen op de pedalen kent uit eigen ervaring. 
"Gruwée gruwée allée allée..." klinkt het langs
het parcours, maar Luc is meer
dichter dan wielrenner, meestal belandt hij in de staart van
het peloton. 
De toon is gezet. 
De selectie van deelnemers aan de wedstrijd is deze editie in de meerderheid,
toch is het
óók een regulier open podium, zij het met een beperkt aantal deel-
nemers. Die verzorgen
het beleg tussen de sandwich van pedaleursgedichten. 
Van die pedaleurs waren er twaalf tussenuit gesprongen in de voorselectie. Het
klinkt alles
heel gevarieerd: verhalend over de ervaring van gesloopte lantaarn-
dragers tot juichende
euforie van rondemissgenieters - ook de licht erotische 
beleving van vrouwelijke toeschouwers, neergevlijd in de berm, of comfortabel 
op tuinstoelen onder 'n parasol, ontbreekt evenmin. 

De keus van Hans van Velzen valt op werk van Erika De Stercke (Gent) en 
Wim Hartog
(Bodegraven), beide niet zelf aanwezig, maar hun werk gloedvol
gelezen door Jos van Hest. De andere twee uitverkorenen zijn Ineke Holzhaus
en Matilde Schaap. Ook Cor Bakker, Gerard Beentjes, Tonny Hollanders, 
Gonny Luijendijk, Paul Roelofsen,
Conrad vd Weetering, Josje Zegwaard en
Tom Zwaan laten ons wielerwerk horen. 

Hans Koekoek          -        Babsie en Kila 

Na de pauze is het tijd voor de deelnemers buiten competitie.
Hans Koekoek, ex NOS cameraman, die vele wielerwedstrijden beroepsmatig
meemaakte van heel dichtbij, wordt daarover met graagte geïnterviewd door 
Jos van Hest. Hans is geen
dichter maar een prozaìst. Hij schreef een serie 
romans, die hij voor een "proletarische
eenheidsprijs" van tien euro per stuk 
aanbiedt. Hij heeft ze uitgestald op de podiumrand
en leest ons een lang 
fragment voor over de liefde tussen twee zwakbegaafden in een tehuis. 
Ze trouwen en krijgen een kindje doordat de vrouw, heel slim, elke avond de pil
weer
uitspuugde. . Een baby die, tot groot verdriet van de ouders "volkomen 
normaal" blijkt te zijn. 
Dan Kila en Babsie, een performerduo met typische podiumpoëzie. Toch 
maakten ze een
bundel waaruit ze nu reciteren: "Stereo". Een echt eigen-handig
project. Zelf gedrukt,
zelf gebundeld en zelf ingebonden binnen een omslag-
ontwerp bestaande uit het briefje
waarmee een van de twee moeders het duo
succes wenst. Vijfenzeventig exemplaren maakten ze dit
voorjaar en ze zijn nu
allemaal op. Babsie (Babette) is de dominant van de twee, Kila meer de volger. 
Soms lezen ze de
regels om en om, soms vloeien hun stemmen inéén en 
worden dan onverstaanbaar, maar
ook dat lijkt een functie te hebben. Ze treden
ook op in slam-toernooien maar het lijkt me
dat ze toch een andere discipline
beoefenen, maar een echte slam-kenner ben ik niet. 
Soms een abrupt 'afgeknipt' einde, ook erotiek en humor ontbreken niet. 
Ze schrijven hun
teksten zelf, maar niet samen. Hun ervaring is dat de één de
tekst van de ander meestal
beter vindt dan wat ze zelf presteerde. Of ze een
coach hebben komt er niet uit, misschien
een idee? 
Dan komt Anneke Wasscher (Leek Gr.) aan de beurt, ze heeft lang moeten 
wachten om haar OBA-debuut te maken. Het voordeel is dat ze ruimschoots
tijd kreeg om te kunnen
acclimatiseren. 
Ik beluister haar bijdragen met extra aandacht, want ik beschouw haar als
een
natuurtalent. Na een veeleisende baan gedurende vele jaren is zij pas in de 
herfst van
2008 met het schrijven begonnen. En in die korte tijd grossiert zij
al in nominaties. 
Omdat
ik haar in het afgelopen jaar met een paar korte verhalen en diverse 
gedichten heb gecoacht
is het een plezier om te zien en te horen hoeveel 
en hoe snel zij is gegroeid.
Ook presentator Jos van Hest toont zijn waardering
het kan hem niets schelen dat het
programma weer eens flink uitloopt, hij 
neemt er de tijd voor. Haar cursief "Optreden"
plaatste ik graag als gastblog 
op Hernehim, een lichtvoetige tekst in zelfspot, waarmee
ze - als altijd - 
bescheiden blijft. Het meest indruk maakt ze met haar laatste gedicht 
"de reis". 
Het besluit is voor Sonja Meershoek - de zingende huisvrouw uit Heemstede,
bij
afwezigheid vertegenwoordigd door Martine Bollema. Sonja, waarvan we 
ons herinneren
hoe zij in 2008 alle lachers op haar hand had met haar gedicht
"Buk nog eens een keer"
en daarna vaker optrad in de OBA. 
Zij kreeg onlangs een zwaar herseninfarct en kan
zelfs in een rolstoel de deur
niet meer uit. Martine leest in haar plaats nog een paar
gedichten voor uit de
bundel "Au bonheur des dames" die Sonja uitgaf bij Uitgeverij Vulkaan. 

© Hernehim Cultuur 26 april 2010 - John Zwart 

Anneke Wasscher en Jos vn Hest kunnen het prima met elkaar vinden


De Giro 

Onthaarde benen ploegen door weer en wind 
berg op, over hindernissen naar het dal 
een kleurrijke helm beschermt het lichte karkas 

gedreven door instincten 
versterkt met een ijzeren wil 
vlamt hij over het asfalt 
de blik op overwinnen 

een ophitsend publiek 
mild met onkuise woorden 
stuurt de renner hangend boven zijn zadel 
door de bocht, gevaarlijk scherp 
het applaus is luid 
het zweet zuurverdiend 
en de banden onbeschermd dun 

het schavot is nog ver weg 

© Erika De Stercke 

 

Buk nog eens een keer 

Mijn tasje werd me afgerukt 
op het Spui om middernacht 
Ik stond over mijn fiets gebukt 
en was op niets verdacht 

"Hé worden we niet meer verkracht?" 
probeer ik nog te schimpen 
Waarop hij, rennend, smaak'lijk lacht 
Een blonde God op gympen 

 

© Sonja Meershoek 

 


de reis 

mijn ogen blijven op de weg 
verstopt in veiligheid 
van reis 

je woorden vallen weerloos 
op het asfalt neer, bezeren in 
cadans 

een trage weg verbindt de tijd 
en luistert stil de echo van 
een oude pijn 

de bomenrij versnelt haar pas 
wanneer verhaal van vroeger 
wortels raakt 

mijn antwoord blijft verborgen 
versperde stem verbiedt 
de zin 

in luwte van de leegte wacht 
ik af, span meters lint tot 
horizon 

ik weet niet of je huilt, de 
witte strepen op de straat 
houden mij vast 

 

© Anneke Wasscher 

 

 
   
Vliegverbod -  Artikel van Newswatcher geplaatst 22 april 2010 
   
Vier jaar geleden wist iedereen het - de burgemeester van Onderbanken (L),
de inwoners van Schinveld (Gem. Onderbanken), de actievoerders van het
Groene Front, en alle mensen die sympathiseerden in het conflict - dat ze
in hun recht stonden toen er "front gemaakt" werd tegen het kappen van 
een bos in de grensstreek nabij dit dorp. 
De enige die een bemiddeling had kunnen opstarten was Sybilla Dekker
(VROM(ilieu)) maar van een VVD minister binnen een CDA - VVD kabinet
mag je zoveel groene hartstocht niet verwachten. Dat kabinet onder J.P.
Balkenende, dat haast per traditie veel Nato-ambitie in zich herbergt, 
veegde resoluut alles terzijde. Het bos werd tegen aanzienlijke kosten 
door een enorme gewapende macht ontruimd en de bomen gingen plat.
Waarom? Ten gunste van een gemakkelijker start- en landingsbaan voor
zeer verouderde AWACS vliegtuigen op de Basis Geilenkirchen (D). 
Oude toestellen, zo verouderd, dat ze op milieugronden nergens anders
nog toegelaten zouden worden wegens het enorme lawaai en de ontoe-
laatbare uitstoot. Geilenkirchen is een soort AWACS-asiel. 
Bomen helpen om fijnstof, CO2, NOx en nog veel meer uit de lucht te 
halen. De opstijgende en landende toestellen kunnen nu een meter of tien
lager de landing inzetten en een meter of tien vlakker optrekken bij starten.
Lekker voor de mensen die er wonen, nóg meer vuil, nóg meer lawaai en
het groen weg. Maar de Nato kon weer een aantal jaren doorvliegen met
deze oldtimers. 

Eyjafjallajökull 

De Raad van State, aan het eind van de bezwaarprocedure, gaf de
tegenstanders van het kappen van het bos achteraf gelijk. Het bos had
niet mogen gekapt. Helaas is het erg moeilijk om bomen die omgekapt
zijn vijf jaar later weer overeind te zetten. 
Sybilla Dekker, inmiddels voor de tweede keer weduwe geworden, heeft 
zich allang wijselijk uit de politiek teruggetrokken. J.P.Balkenende als 
Primus inter Pares van toen én van vandaag, hoorde je er niet over, noch 
Eimert van Middelkoop (MinDef), diens staatssecretarissen en al helemaal
niet Gerda Verburg (MinLN(atuur)V) van de Gerda-glossy. JPB kon zich
gemakkelijk onttrekken, hij heeft immers altijd "belangrijker dingen te doen"
maar is het al opmerkelijk hoe moeizaam het is om CDA-CU politici tot 
erkenning van zelf begane fouten te brengen, bijna onmogelijk wordt het 
wanneer 't feit onder verantwoordelijkheid van een ex-collega van andere 
politieke kleur plaatsvond. 
Zoals men tijd wint door het instellen van een onderzoeks- of tenminste 
een studiecommissie, in dit geval kon het onrechtvaardig handelen zich
voltrekken onder de trage bezwaarprocedure bij de Raad van State. 

 

Toen dit simpele spierballen-milieuconflict plaatsgreep was er nog geen 
sprake van een krediet- of economische crisis. Inmiddels heeft het vierde 
Balkenendekabinet zich gewapend met crisiswetgeving. In het licht van 
het handelen in 2006 blijven er nu nog weinig illusies overeind. 
Milieuwetgeving komt steeds meer onder druk als er dit jaar weer een 
CDA-CU meerderheid in het kabinet komt. 
Met grote tegenzin mocht Tineke Huizinga (VROM) van de OV-chipkaart 
het uitspreken conform het eindoordeel: "zo had het niet mogen gebeuren".
Burgemeester Mirjam Clermonts van de gemeente Onderbanken zag 
allang in dat bemiddeling tussen 'Den Haag' en de gemeente geen resultaat
zou opleveren. Zij hoopt nu dat het excuus van Tineke Huizinga binnenkort
op papier bij de gemeentelijke poststukken zit: "dan kunnen we het inlijsten
en ophangen in de raadzaal".
Hoeveel schanddaden van de aard van 'Onderbanken' kunnen we met de 
nieuwe crisiswetten tegemoet zien? Het schild van de Raad van State is
in elk geval ontoereikend. 

© John Newswatcher - april 2010.

 
   
Eijlders Amsterdam -  Waar wachten wij op?, 18 april 2010  - Verslag geplaatst 19 april 2010 

"Waar wachten wij op?"
het aprilthema in Eijlders bij het Leidseplein. 

Een maand geleden de eerste echt lenteachtige zondag op het Leidseplein, 
maar toen tóch
een stampvol Dichterscafé met een recordopkomst dichters
en publiek... Gisteren, een echte
zonaanbiddersdag van bijna 20 graden met
files richting Zandvoort en alleen nog staanplaats
over op de pleinterrassen...
daar konden wij niet tegenop. 

Heel rustig, bijna een "dichters-voor-dichters" middag voor Amsterdamse 
poëten en een
handvol aangelande liefhebbers uit de regio Leiden tot aan
Rotterdam. Alleen van verderweg
zowaar nog een reprise van Erika De Stercke,
uit het Vlaamse Gent per Lage SnelheidsLijn
aangereisd en uiteraard uw nijver
chroniqueur uit Friesland. Trouwe tournooiridder Jako van
de hoge bergen was
verhinderd door vulkaanas boven zijn hoofd. 

Het kan zijn dat men nog beter zijn best doet voor een publiek van louter 
collega's. De show
werd gestolen, zoals dat in het afgesleten cliché heet, 
door Martin M Aart de Jong uit Leiden, Pom Wolff en Jan Willem van 
Hamel
. Zonder anderen tekort te doen, was ik zelf het meest
onder de indruk
van het optreden van de Leidenaar zoals hij sterk opende met een overrom-
pelende slammersact, zonder papier dus. Een hartenkreet over waar we niet
op zitten te wachten "poëzie is om ruimte te maken/ niet om te vernauwen, 
het is genoeg geweest!"
Vervolgens ging hij voort in rustiger tempo met zijn
andere voordrachten. Bijvoorbeeld over wormen, die kwamen merkwaardig 
genoeg nog vaker tevoorschijn gekropen deze middag. 
Er moet een onzichtbare communicatie zijn tussen de dichters met hun 
voornemen Eijlders
te bezoeken, immers vorige maand viel het licht 
opvallend vaak op schaamhaar. Niets is de
dichter vreemd. 

 

     Martin M Aart de Jong

 

Willie Worm 

Je kruipt, je knaagt, je neukt de dagen ondergronds, 
het licht mag jou niet fel behagen. Wanneer je lijf 
gespleten wordt, dan kronkel je nog even rond 
alsof je lijf een kont en mond van een tot twee, 

tot groter nut kan maken van het algemeen. 
De waarheid is een andere. Maar wat er lijkt 
en wat er schijnt wanneer je zo gespleten 
boven komt, het daglicht moeizaam kunt 

verdragen, het is een weet voor iedereen 
die het wil zien, wie liever blind wil blijven 
staren naar de laatste trekjes wormelijkheid 

van alles wat van waarde lijkt, een algeheel 
verteren van het kwaad; het goed dat duister 
overwint, het is zo ongegrond, zo blind. 

© Martin M. Aart de Jong 

Pom Wolff deed dezelfde serie als hij woensdagavond deed in het "Eind van
de Wereld"
, aan de kade van het Javaeiland, maar nu voor een ander publiek, 
dus hier even meeslepend in de opbouw
van de reeks: 
Almere weer, en Agnes natuurlijk en mijn favoriete Verjaagden uit de wanhoop.
Ingepast in het thema was zijn bijdrage uit de 'Top 100' van Trouw:  
"ik breng het licht terug tot een streep op het museumplein" 

Jan Willem van Hamel weet je altijd vast te houden, in zijn expressiviteit, 
met zijn brede
gebaren, zijn introductie ongemerkt overlopend in zijn act, als
terloops deel ervan, een
schijnbaar spontane interactie met zijn toehoorders,
nog meer acteur dan dichter. 

De anderen, zoals gezegd niet tekort gedaan. 
Na Anna en Seipie, die openden in een wederzijdse liefdesverklaring - zij 
hoeven niet te
wachten, ze hebben elkaars toewijding - Martin van de Vijf-
eike
die werd geïnspireerd door
het wachten voor de brug die opengaat: 
"Bij belsignaal brugdek vrijmaken", ziet hij Mozes
voorbij komen, drijvend in 
een rieten mandje. Kees Godefrooij immer in de weer met zijn
'zwarte 
romantiek' over zijn belevingen of juist niet-belevingen met "Joke". 
Ton Huizer had "de wekker op leven gezet" en hij vergeleek schoonmoeders 
met "slapende vulkanen". Hij komt volgende maand terug in Eijlders om zijn 
nieuwe bundel te presenteren.
Een Rotterdammer die zijn presentatie krijgt
in Amsterdam, een les voor voetbalsupporters. 

ik breng het licht terug tot een streep op het museumplein 

ik ben schuldig omdat ik kranten lees 
de wereld terugbreng tot papier 
vandaag de foto's accepteer 
beelden beelden roepen laat 
het meisje van weleer 
met modder tot haar mond 
die armen gespreid ontzettend naakt 
een vragend montessorimeisje 
met napalm op haar huid 

zo meteen zeg ik 
zo meteen is zo meteen 
een excuus voor nu 
een strategie voor straks 
ik breng het licht terug 
tot een streep op het museumplein 

voor het gezicht geschroeide handen 
omdat ik blindzijn prefereer 
geen stem meer boven water horen kan 
ga je mee? 
een lange boswandeling maken 
heb je de wereld gezien, ook de bossen 

© pom wolff - Uit "Dicht in de buurt Top 100" Trouw, de Verdieping.*)

 

In een volgend blok Frans Terken uit Leiderdorp "Goede morgen... het is 
liefde die naam mag hebben/ ik noem je Ina als het mag". 
En zijn 'vadergedachten' die nu gericht worden op zijn zwangere dochter 
"het kind waarvan de buik groeit... wachten op het kleinkind". 
Tenny Frank haalt Hans Andreus naar zich toe in 'dichter bij me'. 
Ron Offerman citeert met zijn sonore bariton wat hij aan quotes vond op 
"wachten" op het internet. Goed voor een vrolijke noot. Om dan teder late,
of vroege?, "liefde aan de gracht" te beschrijven. Op een bankje, "waar soms
zij eerder wacht.. dan weer hij". 

Hiltje Jongsma voerde ons terug naar haar kindertijd op de Friese boerderij.
In de stal, waar de melkmachine zijn intrede deed, auditief "de sifons die
vacuüm zuigen" het vertrouwd geluid "tik...tak - tik... tak" van de pomp. 
Eerst Nederlands dan in het Fries, omgekeerd dan de meeste doen. 
Een volgend blokje - De nestordichter van de Amsterdamse podia, dhr.
Aachenende opent
uit zijn bundel 'Vreten op aarde' met zijn eerbetoon aan
Lucebert "de dichter met de rokershoest". Op bijna geen enkel podium is 
Lucebert ver weg, ook bij Martin M Aart de Jong
zweefde hij al binnen. En 
tot ieders verrassing trakteerde Aachenende ons op "Tamara... je broekje 
minimaal/ je tieten opgeplakt met schitter..."
Dat is het privilege van de 
oudere
dichter, "dichten over "tieten" dat mag je vanaf een bepaalde leeftijd",
aldus de presentator. 
Hiltje Hettinga stelde wast dat "god zag dat het goed was" maar besloot 
wat rauw met "de rukker die geen andere taal verstaat" Ach, Hiltje is ook al
wat ouder, dan mogen de grenzen voor een vrouwelijke dichter ook wel wat
opgerekt.
Bram de Waard, eerst met nadrukkelijk volrijm a-a, b-b "moet wachten 
op de wind met het geduld van een kind"
gaat vervolgens met zijn lief onder
de douche "uitgelopen mascara"
en verrast met mooie zinnen als "liefde is 
een zijden draadje waarin je beide gelooft".
Gerdin Linthorst observeert het
voorjaar in de tuin. Zij allitereert fraai in 'dommelende
gedichten' vanuit een
ligstoel, mijmert over 'wat zij nog wel en niet vermag', zo wordt het wachten
tot "verwachtingsvol sluipt een nieuwe lente aan".
Her vierde blok. Joop Scholten maakt zichzelf bekend "ik ben de man die 
staat te wachten/ niet de man die gisteren op de televisie was..."
Vervolgens
ziet hij zichzelf als een man
voor het raam die de wereld ziet gebeuren aan 
de andere kant van het glas. Vraagt zich af
of hij zich zorgen moet maken... 
hij ziet in gedachten de geraniums al verschijnen. Erika de Stercke had de 
worst thuis gelaten in Vlaanderen. Zij voert een reeks dieren op:
een vliegje, 
dat hangt aan het plafond "het mooiste vliegje van de hele wereld", een hond,
een kip en - ja hoor - de regenworm. En dat terwijl ook Pom Wolff alweer de
wormen aan liet kruipen. Floor Voerman met een mooi essentieel gedicht, 
waarin de dichter,  de stem,
de regels er niet toe doen, dat leidt allemaal 
maar af "het zijn de woorden alleen die tellen"  En daarna hilariteit wekt met 
zijn persiflage op films, waarin iedere dialoog precies op het
juiste moment 
eindigt, de ster haar mond houdt en als vanzelf een paar elkaar per kus in
de
armen valt. Nooit eens is het er één die haar mond maar niet wil houden, 
maar doorgaat
en doorgaat, totdat de man allerlei excuses verzint om maar 
weg te komen, met zijn goed fatsoen. 
Het was weer zeer de moeite waard, nog één keer dit seizoen. 
Dan volgt de zomerstop. 

© Hernehim - John Zwart, 19 april 2010 

*)"Dicht in de buurt Top 100"  Trouw, Amsterdam - uitgave februari 2010 
Met: Wilma van den Akker, Hanny van Alphen, Delia Bremer, Mart Brok,
Lilian Caessens, Cartouche, Harry C A Daudt, Jan Doornbos, Loes Essen,
Edith de Gilde, Kees Godefrooij, Gijs ter Haar, Eric van Hoof, Wibo Kosters,
Anke Labrie, Joop Leibbrand, Margerite Luitwieler, anna maria, Nafiss Nia,
Nell Nijssen, Gerda Posthumus, Paul Roelofsen, Frans Terken, anne toulet,
Cor Visser, Jacques Vos, Gérard Vromen, Ria Westerhuis, pom wolff, 
Henk van Zuiden, Cilja Zuyderwyk, John Zwart. 
Allen ooit gepubliceerd op Hernehim Cultuur samen goed voor ong. de helft
van de inhoud van de bundel. Te bestellen bij Trouw Printboek. 

 

Café Eijlders, bij het Leidseplein 
Korte Leidsedwarsstraat, Amsterdam 

Van september t/m mei, Elke derde zondag van de maand:
Dichtersmiddag vanaf 16:00uur . 

 

 

 
   
Eind van de Wereld - Poëzie en muziek in de buik - Amsterdam - 14 april 2010  - Verslag geplaatst 19 aprilt 2010 

Gisteravond naar het het eind van de wereld geweest. Zo ver? 
Het valt mee hoor, het 'Eind van de Wereld' is een sociaal restaurant in de
buik van het schip
'Quo Vadis', dat ligplaats heeft in het Amsterdamse IJ 
aan het einde van het Java-eiland. 
Daar kun je nog voor een bedragje van 7 euro een eerlijk vegetarisch 
menuutje bestellen en -
als je toch niet buiten vlees kunt - voor weinig méér
een maaltijd met biologisch verantwoord
voer voor carnivoren. 
Waar vind je dat nog? 
Met mijn verleden voel ik me er al sneller thuis dan in een café of theatertje.
Als ik door de patrijspoorten kijk - ja echte ronde koperen knevelramen - zie
ik kabbelend water. De één na
beste plek, na aan schip op zee, is een schip
in de haven. 

Catelijne Beijst, leren broek met rode bretels, heeft er een dichtersavond
georganiseerd, als
dessert na het eten. Een deel van de bezoekers vertrekt
met gevulde maag voor een avond
elders, een overzichtelijke groep blijft. 
Catelijne had uitgenodigd, onder andere: Daan Doesborgh, Simon Mulder
Pom Wolff. Al reden genoeg om te blijven. Daan al eerder bezig
gehoord in
de Kargadoor, de andere twee inmiddels bekende gezichten op alle podia 
in het
land. Dan zou ik nog voor het eerst YaYa te zien krijgen, iemand 
wier teksten ik al een poos
bewonder op het internet, maar van wie voor mij
tot deze avond alleen nog een gefantaseerd
beeld bestond. 
Dat zou verrassend worden voor me, ik kom er nog op terug. Een muzikaal
element: een liedjesschrijfster-zangeres van formaat: Meike Veenhoven
Allerminst het
stereotype meisje met een gitaar. Had ik vroeger bij het piano-
spelen altijd al moeite om de
linkerhand iets heel anders te laten doen dan
de rechter, óók daar nog zelf bij te kunnen
zingen verdient mijn oprechte
bewondering. Een prima pianiste, mooie teksten dicht bij
zichzelf, mijmerend
over de liefde of vertederend over de kinderen met haar heldere vaste
stem. 
Niet het platgetreden pad van duizend en een liefdesliedjes, één na ander 
gekloond
uit dezelfde oerverzen. Ik blijf luisteren: "ik zou met jou... maar 
misschien toch niet zo'n goed idee"
en "als ik opsta, mijn kleren aandoe, 
kijk jij mee... heel de dag kijk jij mee"
. En
op de haast van de alledaagse tijd,
is ze "de hamster in een rad" met opeens een muzikale
en tekstuele omslag
met Lucebert "alles van waarde is weerloos...de nachtegaal zingt... 
een eiland van verpozing...'s nachts in bed naast jou"
.
 Luister maar!
  


'Quo Vadis' met het restaurant 'Eind van de Wereld' in de buik.
Woensdagavond van
af 18:00uur verantwoord en voordelig eten 
en soms daarna een podium met poëzie, muziek en zang onder 
de organisatie en leiding van Catelijne Beijst. 

voor verjaagden uit de wanhoop 

wat kunnen ze méér nog 
dieper dan met ogen dicht 
afscheid nemen niet meer welkom zijn 
ik weet niet wat erger is 

de stad? gekloonde groep van barbie 
dezelfde doelloze uitdrukking 
leeft huis - tuin en keukenblok 

óf de haven? levenloos 
na heel veel water is ook het water saai 
het leek op héél lang lopen 

schilder oude schilder earl grey licht 
teer alsof het nieuwjaar is 
een bankje op het zuiden 
in ruwe streken rood waar ‘t water bloedt 

 

© pom wolff 

YaYa opent met vier prozateksten. Het blijkt dat ik haar al vijf jaar, of misschien
al langer, ken - zij hield zich bescheiden schuil in de schaduw van een dichter.
Toonde haar literaire kunnen heel spaarzaam op het internet onder dit (YaYa) 
pseudoniem. Verdient het om
meer zichtbaar op het podium te staan. 
Haar sterkste tekst vertolkt het moedergevoel naar
haar dochter, hoe 't verandert
en ook weer blijft: van het hulpeloze kind, het opstandige
kind waarvan het 
moeilijker wordt te blijven houden, tot het zelfstandige kind dat "af" is. 
Dan zou er nog een verrassingsgast komen: Fabiola, één van de levende kunst-
werken die
in Amsterdam rondwandelen, maar nog niet aanwezig. 
Zou hij/zij komen? We zullen zien. 

De dichters sluiten aan op YaYa, eerst Florian Kullberg. "Poëzie is niet zijn
eerste lust"
zegt Catelijne in haar aankondiging. Absurdistische teksten - 
prozagedichten op de "familie van de dierenliefde" van kanarie tot hond, hij 
geeft ze teksten in de mond. Helaas
kunnen de dieren niet tegenspreken, 
de humor vaak wat ondergesneeuwd geraakt, breekt
de spanningsboog - er 
wordt achterin steeds meer gepraat. Catelijne wijst terecht. Maar
ook de dichter
heeft een taak... nee dit beklijft niet. 
Dan komt Pom Wolff, altijd naadloos de actualiteit aanvoelend, weet hij - soms
met het veranderen van een enkele versregel - een nieuwe lading aan te brengen.
Of het de misser
van een politicus is of een vertwijfelde paus van pedofiele 
paters. We horen hem over Almere, nooit erg populair bij Amsterdammers, 
maar de PVV klinkt erin door. Het gaat
zoals zo vaak niet over de plek, maar
over de mensen die ook van een goeie plek een
zootje weten te maken. En 
dan: "Verjaagden uit de wanhoop" dat net zo goed op een asielzoekerscentrum
als op een Amsterdams dichterscafé kan slaan. Nee, geen vrolijke
blik op de
wereld, van die Pom. Maar wie goed luistert hoort onder verontwaardiging ook
mededogen. 

Daan Doesborgh (1988) jeugdig stadsdichter van Venlo. Begint ondanks zijn
leeftijd als slamdichter al een doorleefd imago op te bouwen. Niet te veel whisky
Daan... Maar
hier leren we hem ook kennen als een echte poëet, niet alleen om
te horen, maar ook
om te lezen. Hij debuteerde superjong met "De reeds 
beweende liedjes"
, zoiets mag
wel pre-nostalgie worden genoemd. Deze maand
kwam van hem een tweede bundel
uit bij 'De Contrabas': "De Venus Suikerspin".
Hij leest voor ons een vers vierluik, een
soort ode aan zijn moeder, helaas nog 
niet in deze bundel. Het moet een lieve en zeer
geduldige vrouw zijn, deze moe-
der van Daan. Voor hem en zijn broer bouwt ze enorme
kastelen van legoblokjes
die dan door hen beiden als in een reuzenbombardement in
elkaar moeten don-
deren. Over vaders kom ik wel wat in de bundel tegen: "krantenmarges opgevuld/
met zelfgeschapen ruimtes... Afgekeurde moederfoto's/ opgehangen boeken-
planken/ ongeschreven opsommingen..."
Zijn slammersbeeld toont hij ons met
zijn gedicht op Tom Waits "Samen waren wij de mannen/ met kelen van schuur-
papier..."
Met een Engelstalige authentiek rasperige en daarmee vrijwel onver-
staanbare imitatie als slot. "I been reading sommeyourwork lately..." 
Origineel woordspel in zijn gedicht 'Engeldood mensdag' "Mijn hoofd is een 
plooienpot/ een mondjesmaat gewatteerde schedel/ een stormram van zorg/ een
gemsbok van koppige donder// dus laat maar/ ik ben een man van rabarber..." 

Daan houdt je wel wakker en scherp. 
Simon Mulder, de man in het stemmig klassiek zwart, witte blouse met ruches,
pochetje, niet te missen. "Een verschijning als juist komen binnenstappen uit 
1880"
,
aldus Catelijne. De man van "Feest der poëzie" laat natuurlijk vooral 
sonnetten horen,
met de volgende versregel "een woordenstroom met luisterrijk
geweld"
geeft hij zelf
duidelijk het karakter van zijn werk aan. 
Hij doet zijn "Amsterdam-sonnet" waarin hij "dwaalde langs haar straten, 
grachtdoorkliefd"
en laat het voor het evenwicht volgen
door een lied over die 
tegenpoolstad, Rotterdam, waar volgens hem "onder de Blaak onder de voeten
die over het plaveisel gaan een grote schat begraven ligt"
. Hij doelt hierbij 
kennelijk op de
gevelresten met sierwerk en ornamenten die na oorlog en 
bombardement door shovels
in de voren voor het straatherstel geschoven zijn.
En toen kwam toch nog Fabiola, die zo graag een wensenlijstje voor de nieuwe
burgemeester van Amsterdam had willen voordragen, maar dat in het Concert-
gebouw
niet mocht. Het afscheid van Job Cohen mocht slechts door 500 
geselecteerde gasten
worden bezocht, een beter demonstratie van de afstand
tussen de burgers van de stad
en het Stadsbestuur kan nauwelijks gevonden.
Zo las Fabiola voor ons hoe de stad
vriendelijker en leefbaarder kon worden, 
met bomen op het Damrak en het Rokin, japanse kers: bloeiende lentebomen;
en voorstellen zoals "Laat de agenten fietslampjes verkopen aan mensen die
zonder licht rijden in plaats van zulke dure bonnen uit te schrijven". 

Een mooie, beetje warrig verlopende avond. Uitgelopen, voor Amsterdammers
niet
zo'n probleem, voor wie van buiten was gekomen, veel te laat Catelijne.. 
Misschien toch
maar half negen openen in plaats van kwart over negen? 
Men blijft leren. 

© Hernehim Cultuur - John Zwart 15 april 2010 

 

   Ya Ya 

 

Daan Doesborgh 

© Foto's - Eigen foto's Hernehim Cultuur 

 
   
Hengelo (O) Hoort ! hoorde het nog één keer, 28 maart 2010  - Fotoverslag geplaatst 30 maart 2010 
          Greetje voor openen en afsluiten...
         


      
          Erwin Troost voor speelse troost en Lammert Voos met poëzie van de rand  Het woord wint veel aan klank met Bernhard Christiansen en Isabelle en Stefka 
                De Minnezinne meisjes uut Drenthe, Delia Bremer (l) en Ria Westerhuis (r) 
erotische poëzie met humor.

 

U moet het even zonder een echt verslag doen lezers, 
de verslaggever-redacteur-webmaster neemt even verdiende rust. 
Hij ziet u heel graag terug.

John Zwart 
© Foto's: Eigen foto's copyright Hernehim Cultuur 

 
 
Dichterspodium in Eijlders, 21 maart 2010  - Verslag van John Zwart - geplaatst 27 maart 2010 - aangevuld 31.03.2010
De organisatie van Dichterscafé Eijlders bij het Leidseplein in Amsterdam had 
zich waarschijnlijk een beetje door de inperking van de persoonlijke privacy van 
deze moderne tijd laten inspireren
toen ze het thema bedachten: "krijg ik de 
ruimte?", maar dat mocht natuurlijk
weer heel vrij - "ruim" dus - worden 
geïnterpreteerd. 
Het was een prachtige zondag die zijn naam eindelijk eer aandeed, de lente 
was
boven Amsterdam uitgebarsten een metamorfose veroorzakend: werkelijk
alle terrassen op het Leidseplein zaten helemaal
vol met zongenietende mensen.
Geen wonder dat het binnen bij Eijlders eerst nog
een beetje stil was, maar van-
af de klok van vier uur stroomde het toch weer aardig vol met
dichters en publiek. 
 
  
wel dertig dichters traden aan op deze dag.  
 

Opvallend veel dichters, niet te geloven, ik telde er een stuk of 30, hoe krijgt men
het weer voor elkaar om zoveel
mensen nog redelijk tot hun recht te laten komen
als het zo dringen wordt rond de microfoon. Paul Lokkerbol blijft er rustig onder.
Met lichte jaloezie bedacht ik: een kunststuk om zo'n kudde ego's op één of 
ander wonderbaarlijke manier toch steeds weer te ordenen zonder dat ze elkaar
vertrappen. Een tweedekamer voorzitter ging in deze man verloren, mensen ! Dat
mag nu ook wel eens gezegd. 
Het was niet iedereen gelukt een passend themagedicht te vinden of nieuw te
schrijven,
toch waren er wel die hun eigen ruimte-ervaring bezongen of retorisch
hun gehoor om ruimte vroegen. 

 

 

Franz Kafka (1883-1924 Praag) 

Aan hem danken we de uitdrukking "kafkaiaanse toestanden", als er
wordt gedebatteerd over de digitale registratie- en controlemaatschappij
die door 't verontruste deel van de bevolking gezien wordt als moderne
werkelijkheid van een nachtmerrie van oncontroleerbare en onbeheers-
bare bureaucratie, waarin de vrije burger ten onder gaat. 

(zo'n wereld kwam tot leven in het boek "Der Prozes") 

 

 
     Wim Schroot - altijd zomer 

            
   Erika De Stercke                   Jasmijn - maakt haar keuze uit 26 gedichten
   stevige vrouwenslam               van een dierenbloemlezing 

  
   Jack Terrible bij een eerder optreden in de Bibliotheek met een lofzang
   op het sterrenleven en de tragiek van Mathilde Willink 

Bij zo'n grote opkomst vanzelfsprekend veel bekende gezichten, maar - zeker
voor mij - ook wel enige nieuwe. Zo vaak kom ik immers niet in Eijlders, twee
keer per seizoen, gemiddeld. Dan probeer ik liefst vooral aandacht te geven aan
wie voor mij tot dan nog betrekkelijk onbekend is, Ook mensen die voor ''t eerst
Eijlders betreden. Maar vooral natuurlijk diegenen die bijzonder opvallen en
daarmee een sterke geheugenimprint achterlaten. 
Eén nieuweling was in mijn gezelschap, maar die zag van optreden af, wilde 
liever alles eerst eens aanhoren vanaf de zijlijn. Ik hoop natuurlijk dat ze weer 
terugkomt zodat ook haar naam aan dit podium kan worden verbonden.  

Hier komen dan wat namen die de revue passeerden. Een opvallende meteen al
Wim Schroot, die de spits afbeet, zoals dat heet (of is 't nu "het spits", ik raak 
altijd weer in verwarring, iedereen zegt het anders, dat komt natuurlijk weer door
Martin Simek die zo vaak op radio en tv horen is). Wim
werd aangekondigd 
als "de enige dichter die altijd optreedt in korte broek en sandalen".
Nu ken ik 
er nog één, die loopt in Drenthe rond, maar ik durf er geen weddenschap over aan
of die 's winters stiekem
toch een warme lange broek aantrekt. Over Wim gaat 
de mythe
dat hij het hele jaar door de wind langs zijn kuiten laat waaien. Kort 
lichtvoetig werk van het limerickachtige soort. Direct daarop kwam een Vlaamse
aan bod, al wat bekend van andere podia, eerst in de stad waar ze woont: Gent 
Maar sinds 2009 reist ze ijverig langs de Nederlandse evenementen. Nu dus óók 
voor het eerst in Eijlders, dankzij de voordelige treintickets van het Kruidvat, zo
vertrouwde ze ons toe. Geen katje om zonder handschoenen aan te vatten, 
deze
Erika De Stercke (wat zegt ons een naam...) als je haar ruwe stijl hoort
waarop zij op mannenjacht gaat. Een nieuwe slamdichteres in de aanval zo
zou ik haar willen samenvatten..
Als grootst contrast hoorde ik wat later het schuchtere gedichtje over een olifant
van het jonge debutantje Jasmijn Dieriks (6), wellicht de jongste dichteres ooit,
die
voor het Eijlderspubliek optrad.  

Lennert Ras maakte een maand geleden zijn Eijlders-debuut begreep ik, en
amuseerde zich uitstekend met het thema dat toen actueel was en over 
"voortplanten" ging. Voor mij was hij nog helemaal nieuw, het thema van nu 
sprak hem duidelijk minder aan. 
En opmerkelijke opkomst was weer Jack Terrible, die zijn gedicht las dat uit 
de inspiratie op zijn bewonderde Geert Wilders ontsproot. Hij vergezelde zijn 
optreden met de vertoning van een schilderij, eveneens door hem vervaardigd, 
het portret van de PVV leider.
Voor zover ik heb kunnen waarnemen was er maar
één persoon in het publiek die er boos over werd. Ik begreep de welwillendheid 
van de overige Eijlders-dichters en het publiek
wel, want we kennen Jack allemaal
heel goed - als de hele PVV aanhang van dezelfde soort is dan hebben we niets
te vrezen, Jack zal nog geen vlieg kwaad doen en
hij beleeft veel plezier aan het
schilderen van naïeve portretten van allerlei bekende
figuren, waarvan sommige 
zijn idolen werden. Ik herinner me bijvoorbeeld ook nog
zijn schilderij van Mathilde
Willink. En ik kreeg zelf, als mijn dichtersalterego JohnN, de gelegenheid om 
mijn "... ik wil vrijheid/ niet die van ome geert..."  te
mogen lezen en daarmee 
was de balans weer redelijk in evenwicht. 

Ja en nog meer opmerkelijks... Ik hoorde en zag Dominique van Amsterdam
moeilijk verstaanbaar, maar een verschijning als een levend kunstwerk ala 
Mathilde Willink, dus ondanks zijn wat moeizame tekst een lust voor het oog! 
En deze dag stond daar ook Anne Hardeman, uittredend vanuit de groep van  toehoorders en volgers, nu zelf aan het woord met eigen werk. Als mensen die 
zich lang schuw tonen voor publiek hun schroom overwinnen verdient dat op zich
al een heel groot compliment. 
Gerdin Linthorst die, volkomen onterecht, zich ook bescheiden toont over haar
eigen dichtprestaties maakte me blij met haar gedicht over de lente, als haar
benadering van het thema waarin een roep om ruimte klinkt. Ik vroeg Gerdin mij
het in de email op te sturen, zodat het dit verslag op deze pagina mag illustreren,
maar het werd helaas nog niet op de redactie ontvangen. Ik hoop nu maar dat ze
niet van mijn vraag geschrokken is. 
In het voorlaatste blok kwam toen Loes Essen, allang niet meer geplaagd door 
onterechte bescheidenheid, zij kan immers al bogen op een échte Eijlders- 
bundel en dat bereikten de meeste van ons nog niet, of misschien wel nooit. 
Natuurlijk was ik heel geïnteresseerd in haar poëtische prestatie op het thema, 
immers nog niet zolang geleden werkte zij mee aan deze site. Ze verraste me 
"met wie heb ik nu weer het bed gedeeld? (...) Het was een hekeldicht, over een
internetsite,
weer een ándere site, als u het nog volgen kunt, maar daarin had ze
onopvallend heel listig
mijn naam bij herhaling verstopt. Nu heb ik geen enkele
invloed op de site van haar inspiratie, dus het zal wel op louter toeval berusten.
Een knap geschreven hekeldicht is nooit weg, ik
vind het altijd mooi als mensen
hun boosheid over een maatschappelijk verschijnsel of op
een persoon creatief 
in een gedicht sublimeren. "Had ze nou maar..."  dacht ik even maar ho stop, 
dat hoort niet in een serieus verslag als dit. 
En meteen daarna kwam jako fennek, maar dat is natuurlijk echt zuiver toeval. 
"Er drijft een hoofd in de gracht ..." begon hij. Heel e
ven sloeg mij toch de schrik
om het hart, maar gelukkig, mijn nuchtere verstand bracht mij weer met beide
benen op de Amsterdamse vloer van Eijlders, mijn naam zat niet in het gedicht
verstopt. Wie een hoofd mist, moet dat maar eens bij jako gaan navragen, zodra 
hij weer terug is in onze stad. 

Hiermee heb ik wel de meeste opmerkelijke zaken gememoreerd, of het moest
dan nog
de expressieve voordracht zijn van Jan Willem van Hamel, die altijd 
leest uit een handgeschreven boekje. Hij had weer nieuw werk dat in mijn 
perceptie heel dicht bij het
genre "standup comedy" ligt, hetgeen door hem 
werd bevestigd. 
Ik wil geen mensen te kort doen, maar het waren er deze keer zó veel, en al die
vaste
gasten zoals Kees Godefrooij, Merik van der Torren, Michiel van Rooij, 
Ron Hamming, Ronald Offerman, Aurora Guds, Es van Essen, Tenny Frank,
Floor Voerman, Sander Brouwer en ga zo maar door...
daar hebben we hier
al vaker over geschreven dus die zullen wel niet beledigd zijn als ik het hier deze
keer maar liever bij laat. Stuur maar eens een gedicht op naar Hernehim!
Zo zou
ik hen willen toeroepen, dan kom je weer eens in de aandacht, ook gratis en voor
niks, en minstens
een hele maand lang. 
Koos Hagen moet ik nog even noemen omdat hij ons nu de officiële installatie 

als stadsdichter van Amstelveen kon bevestigen. Gefeliciteerd! Hij oogstte ook al
eens een prijs op ons Kargadoor Podium. 
 En ik maakte uitgebreid kennis met de Rotterdamse dichter Ton Huizer die 
samen met andere poëten van de maasstad het podium "Ongehoord!" in de 
bibliotheek aldaar organiseert. Met hem besprak ik het probleem van
het werven
en vasthouden van capabele vrijwilligers. Een problematiek die we delen. 
Zo leren we niet alleen over de muze als we de podia bezoeken, maar ook op
andere
terreinen leren we steeds weer van elkaar. 
Een geslaagde en vredige lente-aflevering van Eijlders zo mag de conclusie zijn, behoudens een kortstondig incident van stemverheffing, dat snel vergeten mag
worden.

© John Zwart - voor Hernehim Cultuur. 

 

   Dominique van Amsterdam - moet je zien 

            
   Gerdin Linthorst - maart maakt ruimte                 Jan Willem van Hamel 
   voor de komst van de lente                                 brede gebaren 

             
   Koos Hagen                            Ton Huizer met poëzie uit Rotterdam 
  dichtersstem van Amstelveen 
   die soms klinkt als niet lullen maar poetsen  

Poëzie is … 

Geen nouvelle cuisine 
voor de belezen fijnproever 

Geen afgemeten portie ongemak 
met een regel flauwe saus 

Geen zinloos gewapper van handen 
van adolescente hemelbestormers 

Poëzie is winterkost 
Voedzaam 
warm en dampend 

Met verkleumde vingers geoogst 
uit bevroren dauw 
van de seizoenen 

© Ton Huizer

Maart 

Hoe groen de vlier 
terwijl de wind nog door de kieren fluit 
en ijzigheid het hart omsluit. 

Zie de late sneeuwpop van een te oud kind 
naast rails van de vertraagde trein 
Ach, het geplaagde brein 
dat in een bries zijn voorjaar vindt. 

Het hol gejammer van de kater 
in al zijn lust reikend naar later 
noopt tot bedachtzaamheid. 

De lucht zo laag, het zicht beperkt, 
de dageraad nog matig afgewerkt, 
maar onmiskenbaar groen de vlier. 

© Gerdin Linthorst  

                         Lente in de hoofdstad  

                      Het eerste groen aan de vlier 
                      maar de iepen aan de gracht alweer in bloei 
                      voor ieder die kijkt en ziet 

 
 
 
Yeti het verschrikkelijke sneeuwkonijn  - Kort verhaal van Vera de Brauwer - geplaatst 16 maart 2010 
Opgewonden steekt ze de deur open: “Er zit een konijntje in onze tuin, dáár onder
die struik. Zó een kleintje, gans alleen!” Ik beloof dat ik zal gaan kijken, van zodra
ik klaar ben met de afwas. “Mag ik het ondertussen een wortel brengen en wat 
droog brood?” 
Wanneer ik buiten kom en me onder de besneeuwde struik buig, zie ik dat de 
wortel bijna net zo groot is als het pluizig bolletje dat ertegen ligt. Van knabbelen
kan geen sprake zijn. 
“Zou het ziek zijn? Is het een wild konijntje, mama?” Omdat het zo'n plat snoetje
heeft en zulke minuscule oortjes, gok ik dat het een ontsnapt tam konijntje is. 
Wat te doen? Ik vrees dat als we het in de vrieskou laten liggen, het morgen dood
is. Dus besluit ik om het mee naar binnen te nemen. 

Vijf minuten later ligt ons konijnenjong in het hooi, in een plastic box. Ik bel een
bevriende dierenarts op en vraag wat en hoe. Hij raadt aan een spuit te gebruiken
voor het voeren (zonder naald, zo slim zijn we wel) en melk te geven waar we
koffieroom aan hebben toegevoegd omdat ze goed vet moet zijn. Silke gaat naar
de apotheek en komt thuis met een spuit van 25 ml! Net niet groot genoeg om 
ons konijntje een bad in te laten nemen... 

Silke voert het zo goed als ze kan, terwijl ik het piepkleine dier vasthou. Er wordt
al gefantaseerd over later, wanneer het groot zal zijn. 
Misschien is het een vrouwtje voor Yoda? Of een kleine broer? En of ze een naam
mogen kiezen? Ik gekscheer: “Laten we het Yeti noemen, het verschrikkelijke
sneeuwkonijn.” 
Yeti wordt het! We laten hem achter op een zachte handdoek, dicht bij de 
chauffage. Al snel loopt Yeti naar een hoekje van de keuken en gaat liever 
bewegingloos op de koude grond liggen. We denken dat het geen kwaad kan 
hem vrij te laten, tot we hem plots eerst half, met spartelende achterpootjes, 
en nadien volledig zien verdwijnen onder een kast! 
Ongelooflijk, hij heeft zich door een smalle spleet gewurmd. Mijn man moet 
een plank uitbreken om Yeti te bevrijden. We zetten hem dan maar terug in 
de box (het konijn, niet de man). 

Wanneer we 's avonds aan het eten zijn, schiet plots de verstraler aan in de tuin.
De bewegingssensor heeft iets geregistreerd: twee lange oren rennen in de 
sneeuw. Verschrikt kijken we elkaar aan. Dat zal toch niet... Ach, er lopen hier
wel vaker konijnen. Toch zijn we er niet gerust in. De volgende dag gaan we 
zoeken op internet. We vinden foto's van een jong konijntje en een jong haasje.
Nadat we ze aandachtig hebben bekeken en alle uitleg hebben gelezen is er 
geen twijfel mogelijk: we hebben een haasje in huis gehaald. Hazenjongen 
liggen blijkbaar niet in een hol, maar op de vlakke grond, alleen of met twee.
De hazenmoeder komt de jongen slechts één à twee keer per dag zogen. Yeti 
heeft – zoals veel haasjes – een klein wit vlekje bovenop zijn kopje. We besluiten
dat we hem bij valavond terug zullen leggen op de plaats waar we hem vonden,
in de hoop dat zijn moeder terugkomt. De dag duurt lang voor de kinderen. 
Wanneer Silke met Yoda in haar armen de keuken binnenkomt, lijkt hij wel een
reus! Wat een kanjer, in vergelijking met “ons” babyhaasje. 

Eindelijk is het halfzes. We gaan naar buiten, maken een bedje van stro en 
leggen Yeti erop, die aanstalten maakt om het op een lopen te zetten. Het lukt
mij hem vast te houden tot hij gekalmeerd is. Wanneer ik mijn handen wegtrek,
blijft hij roerloos liggen. We “haasten” ons weg en dan wordt het bang afwachten.
Tijdens het avondeten kijkt Silke steeds naar buiten. Wanneer ze haar lege bord
naar het aanrecht draagt, gilt ze het uit: “Oh, dáár lopen ze, alletwee! De mama
en Yeti!!” In een oogwenk staat de hele familie voor het raam. Inderdaad, we zien
twee silhouetten in de sneeuw: een grote langoor en een kleintje erachteraan. 
De moeder stopt steeds even tot het kleintje haar heeft ingehaald. Onze zoon 
spurt naar boven, waar zijn telescoop staat. Luttele tellen nadien roept hij: “Ik heb
ze in het vizier!” We snellen de trap op en bedelen om het schouwspel te mogen
gadeslaan. Met tranen in de ogen zien we om beurt hoe groot - en ondersteboven
- de liefde tussen moeder en kind is, hoe er "ongehaast" in onze tuin gespeeld 
wordt, tot de dieren uiteindelijk het hazenpad kiezen. 
Bevrijd van het schuldgevoel een baby en zijn moeder te hebben gescheiden en
dankbaar dat we de hereniging met eigen ogen mochten meemaken, 
gaan we slapen.
                                                             © Vera De Brauwer - Etikhove

 
 
Stemmen en twijfel  - Cursief in het kader van de Gemeenteraadverkiezingen van Anneke Wasscher - geplaatst 2 maart 2010 
De filosoof Descartes kon het een aantal eeuwen geleden mooi zeggen: 
“De eerste zekerheid is die van de twijfel.” 
Echter mede op grond hiervan kwam hij tot de stellige overtuiging: 
“je pense donc je suis” (ik denk dus ik besta). 
Hoe dan ook, ons denkproces blijft inherent aan het fenomeen twijfel. Zelf word ik
daar dagelijks mee geconfronteerd. Regelmatig sta ik in dubio, dan maak ik 
afwegingen in de zin van "enerzijds - anderzijds"
Op het kruispunt van wegen weet ik vaak niet welke richting ik nemen zal. Omdat 
er zoveel mogelijkheden zijn. Dilemma’s dus, omdat rotsvaste overtuigingen vaak 
ontbreken in mijn brein. 

Misschien behoor ik tot een minderheidsgroep die het nooit zeker weet. 
De afgelopen weken heb ik met stijgende verbazing, maar heimelijk ook wel met 
bewondering, gekeken hoe onze politici hun duidelijke standpunten over en weer 
gooien. Vaak bevat hun scherpe kritiek richting tegenstanders ook een overgewicht
aan beledigingen. Ze durven, stuk voor stuk. 

Uit hun houding blijkt geen enkele twijfel. Ze staan stevig op hun “stellingen”. Een 
politicus wordt vast getraind in stellig presenteren. Bij voorkeur met een vleugje 
zelfingenomenheid. Misschien zou een cursus luisteren soms ook zo gek nog niet
zijn. Maar dat vergt natuurlijk te veel tijd. Haast hijgt de mens voortdurend in de nek. 
Straks gaan we kiezen, tenminste een deel van de bevolking. Voor een gemeen-
telijk bestuur. Weinig mensen schijnt het te interesseren, gezien het feit dat een 
lage opkomst verwacht wordt. Sommigen horen wellicht alleen degene die het 
hardst schreeuwt. De echo van de discussie in het parlement klinkt na in de huis-
kamer, de kantine en de kroeg. Soms als mij daar de mond wordt gegund, ben ik
net niet slagvaardig genoeg of zijn de juiste troeven weer niet voorhanden. Maar 
meestal slaat gewoon de twijfel weer toe. 
Als ik uiteindelijk ’s nachts in bed de slaap niet kan vatten na al het krijgsrumoer, 
hoor ik soms in de verte een melodie van idealen. Ze zingen eenstemmig. 
Gelukkig maar, dat maakt het kiezen op 3 maart a.s. toch wel weer makkelijker. 

© Anneke Wasscher 

 
 
Saint Amour - Voor Nederland van start op de liefdesdag in Groningen - Een impressie van Anneke Wasscher - geplaatst 15 februari 2010 
Het was een fijne avond in de Stadsschouwburg van Groningen op de
veertiende 
februari. Het is inmiddels een traditie dat vanaf Valentijnsdag
de schrijverskaravaan van “Saint Amour” langs
Vlaamse en Nederlandse
theaters trekt om er een ode aan de liefde te brengen. Men krijgt
waar
voor zijn geld! Klinkende namen in het aangekondigde programma:
Remco Campert, Antjie Krog, Doeschka Meijsing, Ramsey Nasr, 
Cees Nooteboom, Manon Uphoff, Jan Siebelink en last but not least 
Bert Ostyn voor passende muziek.

Het programma werd gepresenteerd door Piet Piryns. De pijlen van cupido
werden afgeschoten op het publiek, gezeten in het comfortabele pluche.
Ontroerend, overweldigend, geil, humoristisch, maar altijd raak. 
Als je al niet verliefd was op taal zou je het worden op zo'n avond. 
Ramsey Nasr bracht zijn prachtige gedicht over Calvijn "Psalm voor een
afkomst" ten gehore. Vorig jaar heeft hij dit voorgedragen in de kerk te
Dordrecht. Terecht is hij onze Dichter des Vaderlands, schitterende poëzie
Jan Siebelink las twee hoofdstukken voor uit zijn boek "Knielen op een bed
violen", waarin de ontroerende relatie tussen de twee hoofdpersonen wordt
beschreven. Remco Campert zorgde met name voor een subtiele komische
noot met een tekst uit "Seks met dieren".

 

 

Cees Nooteboom vertelde het verhaal van een Nederlandse fotograaf die
verliefd werd op zijn Japanse model. Met woorden schiep hij sublieme
beelden, die eveneens een mysterieuze sfeer opriepen. Manon Uphoff 
wordt de “she-woman" genoemd, daar doet een leesbrilletje niets aan af.
Haar liefdesverhaal speelde zich grotendeels af tijdens de oorlog in 
Bosnië. “Een verfrissing in ons oer- Hollands moralistisch land”, schreef
een recensent al eerder. Hij heeft gelijk. 
Ontegenzeglijk een hoogtepunt van performance in de rij van gerenom-
meerde dichters en schrijvers, was Antjie Krog die ons letterlijk mee
sleepte in haar liefdesgedicht. Doodstille zaal, iedereen op het puntje van
de stoel. 
Voor degenen die van afwisseling houden: tussen de voordrachten waren 
er filmfragmenten te zien over liefde, erotiek en wat daaraan verwant is.. 
De beelden van Maarten Biesheuvel
en zijn toegewijde, inmiddels 
gebochelde vrouw raakten me. Ze lieten zien hoe warm en
zacht leven 
toch kan zijn, ook als men geplaagd wordt door langdurige depressies. 
In alle
simpelheid. 
De gitaarmuziek en teksten van Bert Ostyn pasten wonderwel. Er werd
gelezen en gespeeld voor enthousiast publiek dat met ruim vierhonderd
de zaal vulde. Van de auteurs waren boeken te koop die desgewenst 
werden gesigneerd.
Een hartverwarmende voorstelling in de koude winter.

Anneke Wasscher - Groningen, 15 februari 2010.

 

Speellijst 

Amsterdam
Stadsschouwburg dinsdag 16 februari - kassa 020 - 624 23 11
Arnhem 
Schouwburg woensdag 17 februari 
Eindhoven 
Parktheater dinsdag 23 februari
Enschede 
Podium Twenthe donderdag 25 februari 
Heerlen 
Theater Heerlen vrijdag 26 februari

 
 
Van het Oosterdok in Amsterdam  - Een verslag van John Zwart - geplaatst 14 februari 2010 
Twee dagen na de Gedichtendag het jaarlijks hoogtepunt in de OBA op de
éérste laatste zaterdag van de maand in het nieuwe jaar - 30 januari 2010.
Die dag ontvingen organisatoren
Riet Lamers en Jos van Hest een selectie 
van Open Podium deelnemers uit het jaar 2009. 
Dat waren er een heleboel en daarom was er maar tijd voor ieder om één 
gedicht vanaf het
podium te lezen. 
Voordat deze marathon begon deed stadsdichter van Amsterdam Mustafa
Stitou
een voordracht voor de verzamelde dichters en het overige publiek. 
Een van zijn succesvolle titels drijft de spot met alle cosmetische ingrepen
die de mensen,
en dan in het bijzonder de vrouwen, op hun lichaam laten 
uitvoeren. Het voelde een beetje vrouwonvriendelijk aan voor mij, hoe alles
'gelift' ging worden en zij van 'zadeltassen' verlost
zouden raken. Maar het 
was de cosmetische chirurg die aan het woord was en eigenlijk
maakte die
zich belachelijk met het opsommen van zijn lijst van correcties die hij in de
aanbieding heeft. 
Hij sloot af met het gedicht dat hij op de nieuwe bibliotheek had geschreven 
en dat is aangebracht op de binnenwand aan de oostzijde van het gebouw. 
Het gedicht "De tempel" ziet men onmiddellijk bij binnenkomst naast de 
liften aan de rechterhand. 

Van de dichters die daarop volgden was ik vooral zeer onder de indruk door
de inhoud van het gedicht van Conrad van de Weetering. Conrad maakte
alweer jaren geleden carrière als balletdanser, en hij is Joods. Hij overleefde
de oorlog in Amsterdam maar verloor
nagenoeg al zijn familieverwanten. 
Zijn gedicht spreekt voor zichzelf: 

Mustafa Stitou   © Copyright Hernehim Cultuur

De muur 

Ik heb de Duitsers diep gehaat, 
Iets wat maar langzaam overgaat, 
Mijn familie krijg ik nooit meer terug 
en sommige herinneringen slijten ook niet vlug. 

Genoeg daarover, alleen nog die taal, die mooie taal, 
"Schnell. schnell, du Schweinhund", 
iets wat zo diep insnijdt, 
dat je het nooit meer kunt vergeten. 

En dan nog de motoriek en het geluid 
- in radio en filmjournaal - 
van die man met snor en lok, 
die wij heimelijk in het Russisch 
´Slarottiemof´noemden 
en in het Chinees ´Hangkrenghang´. 
Hij gedroeg zich bespottelijk 
Maar maakte ons wel bang, 
vijf jaar lang. 

Stomtoevallig was ik 44 jaar later in november 1989 
in Karl Marx Stadt, dat nu weer Chemnitz heet, 
We werden ´s ochtends vroeg gewekt, 
door luid getoeter van een lange rij trabantjes, 
die knetterend naar het westen reed. 

Beneden op straat zagen wij een stille optocht 
met spandoeken `Wir sind frei`, 
`Wir kònnen sagen was wir wollen`. 
en waren voor die mensen ongelooflijk blij. 
Dat beeld van die ogen vol sprakeloos geluk 
kan nooit meer stuk. 
Ook al omdat het een echo was, 
een herinnering aan onze vijfde mei. 

Pas veel later realiseerde ik me, 
dat op dat moment 
niet alleen de Berlijnse muur was gevallen, 
maar ook die muur van Duitse haat, heel diep in mij. 

© Conrad van de Weetering 

Een kaleidoskoop van stijlen, stemmingen, onderwerpen trok aan
ons voorbij, Jos van Hest maakte er een verrassende mix van door
telkens heel verschillende
mensen naar voren te roepen. 
Zó beluister je een gedegen sonnet en dan is
er weer een simpel
schetsje van een moment op straat, zoals deze van Til Schaap:

hondje in de mand op de fiets
rijdt langs
mijn hondje aan de lange 
lange lijn 
wil naar het hondje op de fiets 
trekt mij mee, 
net nog geen gegrom 
hij weet het, dit wordt niets 
met dat hondje op de fiets 
die is allang voorbij. 

Gerard Beentjes bracht met zijn gedicht "De zachte krachten" 
de bundel "Blauwe Boeddha" weer even onder onze aandacht. 
Een bundel ten bate van de Tibetaanse dichters. 

De zachte krachten 

Waarheid is in elke taal een andere waarheid, 
een beeld, een boek. En toch hetzelfde waarom. 
Op witte hoogvlakten draaien paarse monniken 
molens van het levenslot. Geboorte is het begin 

niet en dood niet het einde. Mensen voor ons 
leven verder in ons bloed zoals wij in stof en 
as. Waarheid loopt de weg van herhaling. In 
de wind wuiven gebedsvlaggen heen en weer, 

ademzacht van heimwee. Gieren vliegen rond 
in cirkels boven de berg. Hoger dan omhoog 
wijst de top een vinger voorbij het alledaagse. 
Over sneeuwpaden lopen monniken naar huis 

© Gerard Beentjes 

Erika De Stercke was helemaal uit Gent komen sporen om
één gedichtje van 7 regels
te lezen. Haar sobere "Letterdeeg"
verdient daarom onze welverdiende aandacht: 

Letterdeeg 

Splinters van brokkelige letters 
dwarrelen neer 
in een donzige deeg van woorden 
ritselend fris naar een zondige zin 
gretig gelezen door pezige handen 
met aan de vingers 
zwarte nagelranden 

De presentator 
altijd de juiste toon

© Copyright Hernehim Cultuur


Dit bonte optreden van 50 dichters, oud en jong, ervaren en pril brachten
Jos van Hest
en Riet Lamers samen in het bundeltje 
"Van het Oosterdok 2009". Uitgave Openbare Bibliotheek Amsterdam. 
Een verzameling van pareltjes en mooie kiezelsteentjes zoals het door
Jos van Hest zelf wordt omschreven. 

Bij de Centrale Bibliotheek gratis mee te nemen 
(zolang de voorraad strekt). 

©  John Zwart - febr. 2010 
    
voor Hernehim Cultuur  

 

 

Leonice Leite da Silva komt ook graag naar het OBA 
Open Podium, al een aantal jaren lang. Deze van oorsprong
Braziliaanse deelnemer was juist nu een poosje terug naar
haar geboorteland. Maar zij had een lofdicht geschreven op
het lijf van Jos van Hest en
dat moest natuurlijk gehoord! 
Gerard Beentjes las het in haar ¨plaats. 

De presentator 

Zijn stem luidt 
door de hele hal 
zo zachtjes... vol gevoel 
en het klinkt vriendelijk in mijn oren. 

Hij is geïnteresseerd in woorden 
in poèzie...en gedachten... 
in klinkers...medeklinkers 
in korte zinnen of verhaal. 

hij luistert met aandacht 
en met een verwonderde blik 
kijkt naar je, en lacht... 
wacht op iets moois dat hem opvalt. 

Ik zie in zijn ogen 
hoeveel plezier hij heeft 
hij vlucht in zijn gedachten 
ik voel wat hij voelt. 

Hij droomt... en fantaseert 
over je verhaal 
hij stelt vragen 
hij applaudisseert. 

Hij maakt een grapje 
hij is een mens 
hij is een dromer 
hij is ook een dichter 
een dichter met hart en ziel. 

Applaus. 

   
 
 
Gedichtendag 2010  - Een impressieverslag van John Zwart - geplaatst 8 februari 2010 
   
Waar was uw redacteur-webmaster op donderdag 28 januari j.l.? 
Het programma wordt van jaar tot jaar voller. Elke keuze sluit veel andere
uit, moeilijk...  Vanwege het wekenlange slechte weer had ik geen enkel 
vast plan gemaakt. Maar de
vroege ochtend van 'gedichtendag' zag het 
er eventjes goed uit. Dus toch maar op weg,
maar niet te ver. 

Goed, ik was dus in Groningen, in het oude hart, vlakbij de Vischmarkt 
binnen gehoorbereik van de carillons van d'Olle Grieze en de Academie
toren. De stad Groningen is in
de loop der jaren een poëziebrandpunt van
het noorden geworden, met het zomerse 'Dichters in de Prinsentuin' 
kent de stad óók nog een winterse Poëziemarathon rond
Gedichtendag. 
Deze winter voor de elfde keer alweer. 
De avond tevoren was die al van start gegaan in Café Marleen, op de dag
zelf was ik
gast van de Rijksuniversiteit, die de oude negentiende-eeuwse
Harmonie-zaal aan de Oude
Kijk-in-'t-Jatstraat geïntegreerd heeft in haar
nieuwbouw het 'Harmoniecomplex'.  

Die Liebenden 

Sieh jene Kraniche in großem Bogen! 
Die Wolken, welche ihnen beigegeben 
Zogen mit ihnen schon, als sie entflogen 
Aus einem Leben in ein andres Leben. 
In gleicher Höhe und mit gleicher Eile 
Scheinen sie alle beide nur daneben. 
Dass so der Kranich mit der Wolke teile 
Den schönen Himmel, den sie kurz befliegen 
Dass also keines länger hier verweile 
Und keines andres sehe als das Wiegen 
Des andern in dem Wind, den beide spüren 
Die jetzt im Fluge beieinander liegen. 
So mag der Wind sie in das Nichts entführen 
Wenn sie nur nicht vergehen und sich bleiben 
Solange kann sie beide nichts berühren 
Solange kann man sie von jedem Ort vertreiben 
Wo Regen drohen oder Schüsse schallen. 
So unter Sonn und Monds wenig verschiedenen Scheiben 
Fliegen sie hin, einander ganz verfallen. 
Wohin ihr? - Nirgend hin. - Von wem davon? - Von allen. 
Ihr fragt, wie lange sind sie schon beisammen? 
Seit kurzem. - Und wann werden sie sich trennen? - Bald. 
So scheint die Liebe Liebenden ein Halt. 

                                              
Bertolt Brecht 
Bestemming 

Zie hoe de wolken 
hun schaduwen zwaar over 
de aarde schuiven 

dit landschap verlaten 
zo nu en dan het zonlicht 
de akkers laten raken 

ver weg 
vluchten vogels 
achter de horizon 

                                               Saskia de Boer 

RUG Huisdichters in duo-voordracht  
Links: Sacha Landkroon, rechts: Robert Prijs  ©  Eigen foto Hernehim

 

De Rijksuniversiteit kent sinds tien jaar het fenomeen 'huisdichters'
Deze verzorgden het universiteitsaandeel in de 'marathon'. 
In de 'ouT Theaterzaal' stond een respectabele RUG-katheder opgesteld 
waarachter zich een soort mini Poetry International afspeelde: een reeks
RUG docenten kwam om beurt naar voren om favoriete gedichten in hun 
taal te lezen, gevolgd door Nederlandse vertalingen. Indrukwekkend, het 
liep van Tsjechisch tot Estisch, van Groenlands tot Spaans. Zo'n beetje 
alles wat aan de RUG wordt gedoceerd klonk, ook Duits natuurlijk
en tot 
mijn genoegen viel daar de keus op een klassiek werk van Bertolt Brecht.
Werkend aan vertalingen van Rilke's liefdesgedichten ontdekte ik een 
verwantschap in de
stijl die Brecht in het gedicht "Die Liebenden" toont,
dezelfde minutieus uitgewerkte
natuurmetaforen en scherp nauwkeurige
waarnemingen zoals Rilke bijvoorbeeld in "Der Panther" laat zien. 
Hier spelen twee overvliegende kraanvogels de rol van de geliefden.
"Halt"
 heeft in de Duitse taal meer betekenissen, als zelfstandig naamwoord: 
"houvast". 

Een enkele `professor` las ook een eigen gedicht in de taal van zijn leer-
stoel, zoals de
docent Spaans, die een gedicht had geschreven over 
Pablo Picasso. Zeer humoristisch,
over de enorme rij van voornamen die
Picasso had. Maar waarvan alleen de kortste, de
kleinste, heeft overleefd:
Pablo.
Tussendoor, dat was heel sympathiek, werd enkele keren vijf 
minuten ruimte gespaard voor een bijdrage vanuit het publiek. En ja, ook 
'de meneer met zijn fototoestel die
telkens aantekeningen maakt' mocht 
even voordragen in dit illustere gezelschap. Ik
schatte het goed in dat men
op dezelfde dag van de financiële verhoren "wonderbaarlijk slijk" wel zou 
kunnen waarderen. En verder ingehaakt op het Trouw Dichtindebuurt 
project met "Onderhuurders in het voorbijgaan". Het leuke was dat de 
volgende RUG spreker daarop weer inhaakte (dat was niet afgesproken 
dus een gelukkig toeval) door het best beoordeelde Groningse gedicht te
lezen uit de 100 beste van Trouw. Geschreven op het dorp Woudbloem 
(Gem. Slochteren) door Saskia de Boer. 

Dr. Henk Harbers tijdens zijn bezielde voordracht 


Hans Renner leest in het Tsjechisch 'Báseñ o Hovnu' & 'Housle' 
van Jaroslav Vrchlický en Jirí Suchý. © Copyright Hernehim 2010

Ook werd voorgedragen door: 
Tekke Terpstra 
Rolien Scheffer 
Sjoerd-Jeroen Moenandar 
Dr. Henk Harbers 
Prof.Dr.H.Hermans 
Prof.Dr.G.Jensma 
Petra Else Jekel 
Rector Magnificus Zwarts 
Prof.Dr.H.Rensers 
Prof.Dr.C.Hasselblatt 
Prof.Dr.Doeko Bosscher 
Guus Termeer 

Snel naar de Centrale Openbare Bibliotheek op een steenworp afstand 
waar de uitslag van de poëziewedstrijd op het thema "over de grens" in
de Wolters Noordhoffzaal bekendgemaakt ging worden. 
De jury onder voorzitterschap van de dichter Rense Sinkgraven (stads-
dichter 2008, nu opgevolgd door de jonge Anneke Claus), van wie wij 
onlangs nog "Haïti mijn geliefde" publiceerden. Liesbeth Annokkee voerde
het woord namens de jury, en ook dichteres en 'vriend van Hernehim 
Cultuur'  Nina Werkman had daarin zitting. 
Zeer tevreden was men over het aantal inzenders, ruim 200 waarvan 
éénderde jeugd tot 18 jaar. De derde prijs van de volwassenen ging naar
een origineel gedicht over het verkennende van de prille liefde, waar de 
schrijfster Clé van Katwijk zich wel wat gemakkelijk van de titel
had 
afgemaakt: "over de grens". De tweede prijs was voor een gedicht dat op
humoristische wijze de vakantiestress beschreef van een gezin per auto 
op weg naar hun bestemming: "alles past" van Antonio Termeer
De eerste prijs gunde men aan Erik Hofstra voor zijn gedicht zonder titel
met de beginregel "Overzichtelijk was mijn dorp..." 

Er is een bundel 'Over de grens" met de 10 beste inzenders in beide 
categorieën Jeugd tot 18 jaar en Volwassenen. Ook voor universiteits-
huisdichter Sacha Landkroon was er een top-10 plek.
Het boekje bij de bieb en andere adressen in de stad voor een vrienden-
prijsje € 2,50. Aanbevolen. 
Men had mij nog aangespoord om na het eten naar "De Wolthoorn" 
te komen, een horeca-etablissement waar Frank Boeyen zou komen 
zingen en Jean-Pierre Rawie sonnetten zou komen voordragen. 
Maar intussen was het alweer hevig beginnen te sneeuwen en ik was 
nog 80 km van huis, bovendien had ik Frank Boeyen nog maar kort 
geleden in Antwerpen zien en
horen optreden in ´t stampvol café Hoppe. 
Dus ik zocht voorzichtig mijn weg de stad uit naar de A7.

© John Zwart - Hernehim 2010

 

Namens de jury maakte Liesbeth Annokkee de prijswinnaars bekend
en las van elk bekroond gedicht het juryrapport. 
Maar natuurlijk waren er ook waarderende woorden voor alle deelnemers
die in groot aantal waren gekomen.

erzichtelijk was mijn dorp 
voor mijn huis een slechtbezochte kerk 
en dan kilometers lang 
nat, groen en door de wind gebogen gras, 
achter kabbelende beekjes 
zoals het hoort, 
met koetjes en schapen. 

En de buurman zei: "Hallo." 
Toen kwam zij 
Zij was:  
andere woorden, 
slecht voor mijn portemonnee, 
heimwee, slapeloze nachten 
Buurman had me nog gewaarschuwd 
ga niet voor haar kontje of gulle lach 
het leven is goedkoop 
maar alle dagen rijst is ook niet alles, 
het gras is dor en geel, iedereen gaat naar de kerk 
en is onverstaanbaar 

zij is heel gelukkig

                                                     Erik Hofstra 

Alles past 

Als ik schuin omhoog kijk langs mijn zusje kan ik de wolken zien
en grote blauwe borden die voorbij flitsen

vanaf de voorbank vraagt mijn moeder: wie wil er een snoepje? 
en mijn vader bromt: als we vannacht doorrijden 
zijn we morgenvroeg al bij Auxerre 
mijn zusje telt lantarenpalen 

en mijn moeder vraagt: wie wil er nog iets drinken? 
en schenkt uit lichtblauwe thermoskannen 
mijn vader bromt als ze maar niet steeds moeten plassen 
en op de achterbank steeds weer het zelfde liedje 
poep op de stoep hahaha

ssst zachtjes de baby slaapt ssst zachtjes de baby slaapt 
doe nou zachtjes de baby slaapt 
en als er maar geen file staat dan zijn we morgenvroeg al bij Auxerre

badmintonrackets pakken koffie onduidelijke plastic zakken een bal 
een step een pedaalemmer mijn vaders hengel mijn moeders tijdschriften
mijn zusje de baby en ik op de achterbank 
mijn vader draait aan het radioknopje en bromt: aanhanger gekanteld
op de A6   mijn zusje telt lantarenpalen 
en als het niet teveel tegenzit zijn we morgenvroeg al bij Auxerre

                                                                 Antonio Termeer
                                                

 
Strafrit naar huis, voorzichtig voortschuivende file, pas om 23:00u thuis,
nog net op tijd voor "met het OOG op morgen" op radio 1. 
Ook daarin aandacht voor de poëzie met Ramsey Nasr - en Casa Luna
stond ook nog in het teken
van de alweer verstreken Gedichtendag 2010. 
Conversatie over gedichten van presentator Harm Edens met actrice 
Marlies Heuer die theater maakt op basis van poëzie. Later worden er 
gedichten gelezen, ook door luisteraars. 
Ik hoorde eerst Karel Wasch en later ook nog Koos Hagen met hun 
eigen werk over de telefoon op de zender komen. Ik dacht: "wat let me!" 
Ik meldde mij aan. 
Na de muziek ging men eerst nog een gedicht van een gerenommeerde 
dichter laten horen...
nou dat was een renommee: Wislawa Szymborska.
Nobelprijswinnares 1996. Het gedicht
dat de presentator liet horen kwam
uit de bundel: "Uitzicht met zandkorrel" 

 

 

 

 

De terrorist -- kijkt 

 

 

 

 

 

Er valt even een beklemmende stilte na dit gedicht, 
op de radio lijken drie seconden een zee van stilte, 
dan word ik aangekondigd. - 
In plaats van de "Onderhuurders..."
heb ik opeens precies het juiste
gedicht in mijn handen, nog nergens eerder gelezen, ook de middag
in Groningen niet. Radio 1 informeert of ik aan de lijn ben, dat ben ik
en ik haak in: 

 

De terrorist -- kijkt 

De bom in het café zal om dertien uur twintig ontploffen. 
Nu is het pas dertien uur zestien. 
Er kunnen nog een paar mensen naar binnen, 
een paar naar buiten. 

De terrorist is de straat al overgestoken. 
De afstand behoedt hem voor elk kwaad 
en hij ziet alles als in de bioscoop: 

Een vrouw in een geel jack - gaat naar binnen. 
Een man met een donkere bril - komt naar buiten. 
Twee jongens in spijkerbroek - staan nog te praten. 

Dertien uur zeventien en vier seconden. 
De kleine heeft geluk en stapt op zijn scooter, 
maar de grote - gaat naar binnen. 

Dertien uur zeventien en veertig seconden. 
Er komt een meisje aan met een groen lint in haar haar. 
Maar nu belemmert een bus het uitzicht opeens. 

Dertien uur achttien. 
Het meisje is verdwenen. 
Of ze zo dom is geweest om naar binnen te gaan of niet, 
zullen we zien als het uitdragen begint. 

Dertien uur negentien. 
Om een of andere reden gaat nu niemand naar binnen. 
Er komt wel een kale, dikke man naar buiten. 
Maar het lijkt alsof hij iets in zijn zakken zoekt en 
tien seconden voor dertien uur twintig 
gaat hij terug, alleen voor twee rottige handschoentjes. 

Het is dertien uur twintig. 
De tijd - wat gaat hij toch langzaam. 
Nu is het vast zover. 
Nog niet. 
Nu dan. 
De bom -- ontploft. 

Zelfopoffering 

misschien ben ik niet voor dit offeren geschapen 
zoals verklaard tot hoogste goed 
door lieden die vertellen hoe het moet 
zichzelf zo graag benoemen als rechtschapen 

waarom dan zoveel jaren lang te leven 
en niet als resultaat van eerste tegenspoed 
ter wille van een ander's heil en goed 
in zelfvervulling reeds te sneven 

zijn het wellicht de valse regels voor 't leven 
van stond af aan door heersers ingeprent 
hoe het slechts zalig is zich op te geven 

voor de onwrikbare regent 
die zelf zich handhaaft op zijn troon 
en anderen de geest laat geven? 

© JohnN 2010. 

Ik wil nog wel wat toelichting kwijt, waarom ik dit gedicht zo toepasselijk
vind als aansluiting op Wislawa Szymborska en de actualiteit. Maar...
"Nee, doe maar niet. Geen politiek" zegt de presentator, "maar wel een 
geweldige slotregel" 

© John Zwart - Hernehim 2010

De thans bijna 87 jarige Poolse dichteres Wislawa Szymborska
ontving in 1996 de Nobelprijs voor de Literatuur. Zij woont stilletjes
in een flatje in Krakau en is wars van publiek optreden en interviews.
In de vermoeienis der publiciteit borg zij haar gevoel een tijdje op 
'in de vrieskist'. Na "Uitzicht met zandkorrel" bracht zij inmiddels
nog twee bundels uit: "Dubbele punt" en "Hier".       © Foto nrc. . 

   
 
   
 
"Dicht in de Buurt"  terug van "ver verdwaald"  - NIEUW Slotartikel van John Zwart - geplaatst 4 februari 2010 
Het project "dicht in de buurt" op de internetkrant van Trouw, dat zijn 
20.000ste papieren
editie viert, heeft waarschijnlijk veel van de deelnemers
zowel als de organisator overrompeld. 
Er is in de reactievensters al heel wat gepasseerd de afgelopen weken.
Terechte zowel
als onterechte agitatie. Nu heerst er betrekkelijke rust 
maar toch zijn we in lichtelijk gespannen afwachting van
"de bundel" plus 
nog een stapeltje regionale bundels, als het eindresultaat van de poëzie
die door de dichters "op de kaart" werd gezet.  

Terugblikkend 
Terugblikkend is er één en ander op te merken: 
Waarschijnlijk had Trouw gedacht aan enkele honderden gedichten waar-
uit dan tot slot een boek met een verzameling van één honderdtal gepubli-
ceerd ging worden. Op zich al
een hele klus om die vele honderden 
gedichten te recenseren, dus "weet je wat: we laten
dat gewoon door de
lezers doen!". 
Maar het werden er meer dan tweeduizend. Ik schrok
er zelf van toen
ik mijn eerste twee gedichten in de Provincie Flevoland plaatste. Op dat 
moment waren er al meer dan 700 gepasseerd. Met de Gedichtendag nog
ruim 2 weken in
het verschiet! 
Waarschijnlijk had niemand daarop gerekend, immers gerenommeerde 
dichters zouden
zeker niet meedoen vanwege hun gebondenheid aan de 
fondsen en de beperkingen van
het copyright.. De poëzie zou dus uit het 
middenveld en van de hobbyisten komen. 

Wat was dan toch de oorzaak 
van dit overweldigende aantal? Een snelle blik maakte al veel duidelijk: 
sommige namen kwam je wel érg vaak tegen. Tja, en omdat veel dichters
het als een diskwalificatie zouden ervaren als hun inzending buiten de 
selectie valt hadden de veelplegers een opjagend effect. 
Ook de dichters die iets te verliezen hebben gingen er aan méédoen. Ook
ik had iets te verliezen: één gedicht was prijswinnaar, het andere kreeg 'n 
nominatie en beide tijdschriftpublikatie. Ik moet dus bekennen: óók ik 
behoor tot de groep die nog wat meer gedichten plaatste. Met de gedachte:
komt mijn Flevolandse werk niet aan bod, dan kan misschien één van mijn
betere gedichten op Friesland kanshebber zijn, zette ik Waddenzee
Geen weer en Wijd op de kaart.
Inmiddels bleek het duizendtal alweer ver gepasseerd. De jurering leek
enorm van belang te worden. Er waren matige gedichten bij die plots een
vrij snelle opmars maakten in de publieksvoorkeur. Het lobbyen begon, 
vele emails kreeg ik om ergens liefst 4 of 5 sterretjes aan te klikken. 
Het is niet leuk als je op goede gronden overtuigd bent van de kwaliteit van
je inzending om die opeens weggedrukt te zien door respons op wervings-
acties. Ik zag dat er dichters onder de invloed van dit effect onterecht ver 
onder de nr.100-grens zakten. 
Contre coeur zullen er heel wat mailtjes naar kennissen zijn gegaan door
mensen die dat misschien liever niet deden. En ja, opnieuw moet ik ook 
toegeven 'links' naar gedichten op Hernehim Nieuws  te hebben geplaatst 

 

   
Het werd allengs duidelijk dat óók de commentaren onder de gedichten 
danig van invloed
op de scorelijst werden. Chatboxgedrag, ach daar wil
ik verder maar het zwijgen toe doen. 
Het werd wel spannend door dit alles, zoals aan het slot van de voetbal- 
competitie. Maar eigenlijk houd ik niet zoveel van voetbal... 
wel van mooie poëzie. 
Intussen keek de organisator tegen een gigantisch aantal inzendingen aan 
waarvan er gemiddeld 95 op de 100 teleurgesteld gingen worden. Wilde 
men daaraan ontkomen? In elk geval kwam toen het bericht dat alle 
gedichten op hun regio een plekje in aparte boeken gingen krijgen. 
Zo hebben we alleen maar winnaars? 

We maken de balans op: 
Wat kunnen we er nog over zeggen, dan het cliché ´verdeelde gevoelens´?
Vooropgesteld is het idee om poëzie aan een stad of regio te verbinden 
zeer te waarderen - het is overigens eerder gedaan, maar dan meestal 
door dichters in opdracht of door bloemlezers. 
Het idee van een open competitie is origineel maar kent "voetangels en 
klemmen". Trouw miste duidelijk de ervaring om te vermijden dat een aantal
van die klemmen pijnlijk zijn dichtgeklapt. 
Maar het moet gezegd: Het meeste tandgeknars is door het gedrag van de
inzenders zelf veroorzaakt. 

Het inzicht dat nu is verkregen levert een serie aanbevelingen op: 
1 Beperk altijd het aantal gedichten per inzender. Drie is al heel wat. 
2 Zoals het meermaals stemmen voorkomen wordt via IP-registratie 
   behoort ook het vaker plaatsen van reacties op hetzelfde gedicht 
   onmogelijk te zijn. 
3 Open de stemmingsperiode pas na een vooraf bekend te maken 
   begindatum, die gelijk ook de sluitingsdatum van inzending is en 
4 houd het stemmen beperkt tot een klein aantal dagen, zodat de PR
   niet de overhand krijgt. 

Over de boeken: 
De verzameling van de top-100 kan best een mooi boek worden, het feit
dat er 30 Hernehim-dichters in staan zegt mij al veel. In elk geval verdient
het dat het zorgvuldig tot stand komt. 
Verminkte lay-out is onaanvaardbaar en wordt dan ook hersteld. 
Dubbele titels en extra signaturen zijn ook zeer ongewenst en herziening
van die onvolkomenheid is sterk aanbevolen. 
Door letterkeuze in een zeer groot formaat voor de titels zijn deze te vaak
afgekort... Met een kleiner formaat voor alle titels zou dit alleen bij hoge 
uitzondering nodig zijn. 

 

Krijgen we dan een prettig leesbaar boek? Dat is arbitrair als er onder de
dictatuur van de bereikte positie op de scorelijst wordt gewerkt. 
Ik sta zelf precies in het midden dus er speelt geen persoonlijk belang. 
Maar als ik het voor het zeggen had zou ik het zeker anders doen: dan 
waren de nrs.1 t/m 100 voor mij allemaal gelijkwaardig en bracht ik een 
volgorde aan die geografisch wat logica inhoudt in plaats van hot naar her.
Dat het boek met een Vlaming opent in het dorpje Brakel, daarover zal
van mij niemand een kwaad woord horen, maar dat ik vervolgens eerst 
naar Frankrijk moet alvorens in Bunschoten te geraken, nee daar ben ik 
zeker niet blij mee!  

Dan de regioboeken. Is mijn vermoeden wáár dat ze er in tweede instantie
bij de haren zijn bijgesleept? Om een dreigende revolutie te bezweren? 
13 of 14 boeken was natuurlijk te veel, dus werden provincies samengevoegd.
Maar hoe komt men dan op het idee om Flevoland en Limburg met elkaar 
te combineren? Lag het niet eerder voor de hand om twee provincies die 
dezelfde zachte gee spreken met elkaar in één band te brengen, dus 
Brabant samen met Limburg? En Overijssel met Flevoland, die tot voor
enkele decennia nog samen één provincie hebben gevormd? Vreemd die
onlogische combinaties. 
Tenslotte het blote feit van een massa van 2000 gedichten in een stapel 
van een tiental boeken. Ik durf te veronderstellen dat de meerderheid van de
schrijvers van de top-100 inhoud niet eens zo blij is met hun publicatie in de
regiobundels. Teveel rijp en groen op één grote hoop, hoor ik al.  
In de wetenschap dat het niet meer terug te draaien is, vind ik het besluit van
extra bundels begrijpelijk maar ondoordacht. Natuurlijk onsportief om je uit
de regiobundels terug te trekken maar ik twijfel of ik die beide extra bundels
waar werk van mij in komt nog wel zal bestellen; zeker niet zolang men 
Flevoland aan Limburg grenzen laat - het loopt toch al aardig in de papieren
met een gemiddelde prijs die slechts weinig onder de 20 euro ligt. 
Vooralsnog wacht ik de bestanden van de nieuwe drukproeven af, wie weet
word ik wel aangenaam verrast! 


© John Zwart - voor Hernehim 4 februari 2010.

Tags Trouw online voorpagina Dagblad Trouw.
         De gedichten op de kaart  Gedichten op de kaart  

 

 

 
   
Dicht op de Kaart  - Artikel van John Zwart - geplaatst 1 februari 2010 
   
Het jubilerende dagblad Trouw, ontstaan vanuit de illegaliteit in de
tweede wereldoorlog, heeft de afgelopen weken bijna tweeduizend 
gedichten "op de kaart laten zetten". Een
kaart van de lage landen, 
Nederland en Vlaanderen. Vele honderden (internet)dichters hebben 
gehoor gegeven aan de uitnodiging om een gedicht in te zenden met
als onderwerp de plek waar ze wonen, en de stad of het dorp of het 
landschap dat hen na aan het
hart ligt, ook al wonen ze elders. 
Qua aantal, maar in niet geringe mate toch óók wat betreft de kwaliteit,
is het idee van
Trouw - met als trekkertje de belofte dat van de 100 beste
gedichten een bundel zou
worden samengesteld - een groot succes 
geworden. 
Veel bekende namen heb ik op de
kaart kunnen vinden. 
En de site Hernehim Cultuur deelt in de blijdschap van de auteurs
van de
100 best gewaardeerde gedichten die in druk gaan verschijnen. Want niet 
minder dan
30 auteurs in het boek publiceerden ooit ook op Hernehim.

Gefeliciteerd ! In alfabetische volgorde noemen we hun namen en hun 
hoogst gewaardeerde titels: 
Annamaria (pastorale) - Wilma van den Akker (Broedplek van der Pek)
 - Hanny van Alphen (Laandervaart) - Delia Bremer (rondom tafelen) - 
Mart Brok (Mijn Drenthe) - Lilian Caessens
(Zadkine's Verwoeste Stad
in inkt) - Cartouche (Alla Carbonara) - Jan Doornbos (Hart van
Leerdam - 
Harry Daudt (Voor Anker) - Loes Essen (Oudezijds bij nacht) - Edith de
Gilde
(Paleis Lange Voorhout) - Kees Godefrooij (P.C.Hooftstraat) - 
Gijs ter Haar (Alle drop raakt op) - Eric van Hoof (Het plein der leegte) -
Wibo Kosters (Roofdiersignalering) - Anke Labrie
(Watersnood 1953) - 
Joop Leibbrand (Het mooiste van Den Helder) - Margerite Luitwieler 
(ik heb ze lief...) - Nafiss Nia (Onderweg naar Wie) - Nell Nijssen 
(Saeftinge) - Gerda Posthumus (Dorp aan zee) - Paul Roelofsen 
(Kermis) - Frans Terken (Kromme Waal) - Anne Toulet (dansje met 
God) - Jacques Vos (In voetsporen) - Gérard Vromen (Haarscherp)

Ria Westerhuis (de Reest) - Pom Wolff (ik breng het licht terug tot een
streep op het
Museumplein) - Cilja Zuyderwyk (de dijk) - John Zwart
(Onderhuurders in het voorbijgaan). 

 

Het idee van de Trouwredactie was dat de (internet)lezers de kwaliteit 
van de gedichten op de kaart zouden beoordelen, en om niet in de val 
van de willekeur terecht te komen was er een formule in de computer
geprogrammeerd waardoor manipulatie belemmerd werd. Ook het meer-
maals stemmen op dezelfde favoriet werd onmogelijk gemaakt door IP 
registratie. 
Natuurlijk was het niet perfect, daar gaan we nu even niet op in. Dat de
waardering vaak juist gegrond lijkt is te merken aan een "top honderd" 
plek voor bijvoorbeeld Lilian Caessens, Jan Doornbos, Gijs ter Haar, 
Margerite Luitwieler, om er maar een paar te noemen. In mijn ogen 
postten zij stuk voor stuk poëzie die er bovenuit springt, elk in z'n eigen
stijl. 

Er is veel kritiek over redacteur-webmaster Vincent Dekker uitgestort. 
Zoveel dat ik mij geroepen voelde de golven wat te dempen, door een 
lans voor hem te breken met mijn reactie op de Trouw site: 
"Zooooooooveel dichters en zoooooooveel gedichten, en dichters zijn 
net mensen, dus dat er heibel zou komen stond voor mij, kenner van 
het milieu, al tevoren vast. Omdat het nooit iedereen naar de zin is te 
maken als het om meer dan tien? vijf? drie? personen gaat, zal lof naast
onvrede klinken in onze lage landjes. 
Maar laten we met martinb spreken "het is de ako literatuurprijs niet". 
De bundel: laten we eerst even afwachten hoe die eruit ziet en niet de
regie willen overnemen. En als een "grootheid" zich terugtrekt: er zijn 
nog genoeg "ondergewaardeerden" in groep 101 t/m 200 om de bundel
compleet te houden als een verzameling van honderd poëziewerken 
op de kaart.
(posting op 29.01.10) 

Waarom schreef ik dit? Hierom: Met alleen maar zure opmerkingen kan
immers het logische gevolg zijn dat een redactie zegt: 
"dat was ééns maar nóóit weer". 

© John Zwart - 30 januari 2010 - voor Hernehim

 
 

 

Atikelen, Beschouwingen, Commentaar - met betrekking tot de literatuur -  Korte verhalen, Sprookjes -  
 
Crisisbestendig - Column van Verbal Jam - geplaatst 25 december 2009 
   
Ook zoiets raars: de neiging om de financiële waarde van weblogs te willen
bepalen.  En dan altijd uitkomen op een nattevingerbedrag, ondanks de 
ingenieuze berekeningsmethode. Waarschijnlijk is de gehanteerde formule
zoiets als het aantal bezoekers maal de Technorati Authority plus de Google
Page Rank en dat gedeeld door de AEX-index minus de gevoelstemperatuur..
Ik heb daar geen verstand van. 

Met dit soort kunstjes houdt men zich bezig bij ondermeer Business 
Opportunities en
bij Hyped. De waarde die wij moeten hechten aan deze 
waardebepalingen blijkt al uit de verschillende uitkomsten. 
Het voor adverteerders blijkbaar meest begerenswaardige weblog GeenStijl
is bij Hyped € 13.699.911 waard, maar volgens Business Opportunities 
maar € 204.681 euro ($ 269.285). 
En dan is de kredietcrisis nog niet eens ingecalculeerd. 

 

Je zou de waarde van een weblog ook heel anders kunnen beschouwen. 
Vanuit de auteur. Iemand die in de loop der tijd 2000 columns op zijn 
/haar weblog heeft geschreven, had daar misschien bij een krant of tijd-
schrift (afhankelijk van populariteit en oplage) tussen de € 300 en € 500 
per stukje voor kunnen vangen. Dat is bij elkaar minimaal zes ton. Bruto.
Uiteraard is dit bedrag net zo fictief als al die andere 'waardebepalingen', 
misschien versterkt deze wetenschap toch het ego van de weblogger. 

De werkelijke waarde van een weblog is natuurlijk niet in geld uit te 
drukken. Een weblog heeft in elk geval emotionele waarde. Daar kan 
Twitter niet aan tippen. Weblogs bezitten dikwijls ook een historische, 
educatieve, esthetische of zelfs literaire waarde. 
En die waarde neemt met de dag toe, als een groeibriljant. Getver wat klef...
In elk geval, de waarde van een weblog is crisisbestendig. 
Beleg dus in mijn weblog 

                                                                               © Arnoud de Jong 

   
 
 
Vergankelijk - Een Fragment van F.Starik - 3 december 2009 
   
Hij moet de smeulende bank uit de woonkamer naar de badkamer hebben
gesleept. Goed plan. Zet je bank onder de douche. Steek met de vuurhaard
de rest van je huis in de brand. Sluit de deur van de badkamer. 
Je wil geen overlast bezorgen. 
Een paar maanden geleden is al eens iets soortgelijks gebeurd, toen moest
de kleinste buurman van eenhoog naar beneden komen om een uit de hand
gelopen asbak te helpen doven, een emmer volstond. 
Dat is toen goed afgelopen. Er is nergens melding van gemaakt. 

Ik heb nog met de woningbouwvereniging gebeld, 'n paar dagen na de brand.
Ik heb gevraagd of het misschien mogelijk was dat deze man niet in zijn 
eigen huis mocht terugkeren, zo er genezing mogelijk bleek, niet hier, niet
hier... Ik heb betoogd dat ‘wij, bewoners’ niet in die angst willen leven, dat
het weer gebeurt. 

Nou het zal niet meer gebeuren. 
De eerste dagen na de brand leek het alsof er geen familie, geen vrienden
te traceren waren. Ik belde met het ziekenhuis, we overwogen of men mij
tot iets officieels zou benoemen, opdat er informatie kon worden vrijgegeven.
Ook al ken je niemand, over je gegevens wordt gewaakt als over een
staatsgeheim, want we moeten de privacy respecteren, ook als er niemand
voor je is om wat dan ook aan te respecteren. 
Wie maar een beetje voor beroemd doorgaat wordt meteen helemaal uit-
gekleed. Als je zomaar iemand bent, en er belt eindelijk iemand voor je, 
dan mogen wij ineens niets zeggen. Dus je werkt in een ziekenhuis en een
buurman belt om naar het welzijn van een buurman te informeren. 

Schrikken hoor. 
Dus je huis is afgebrand en nu ben je bezorgd over de man die daarbij 
gewond raakte. Rare vraag. Daar heeft de dokter niets van gezegd, dat je 
zomaar vriendelijk mag zeggen wat er zoal aan mankeert. 
Wij mogen niks zeggen buurman. Dit is geheim. 
Dat begrijpen de mensen wel, hoor, heus. Want voor hetzelfde geld heeft
buurman een mes en gaat hij vanavond wraak nemen op de stichter van de
brand. Komt hij naar het ziekenhuis en voelt zich bedrogen. Komt zijn geld
terughalen, de onschuldige, het slachtoffer, dat zijn huis moest verlaten 
vanwege een eenvoudige brand. Dat kost allemaal maar geld. 

Gisteren hebben ze de stekker er waarschijnlijk uit getrokken. Er zat geen
verbetering meer in, buurman had nu al 13 dagen niet meer zelf geademd. 
Zelf ademen. Je staat er niet bij stil. Maar je doet het, de hele tijd. 
Ik heb vanavond de meeste van mijn buren ingelicht. Ik heb een briefje in de
gang gehangen, met het weblog-adres erop dat voor de grote dikke is inge-
ruimd. Je kunt een strookje van het briefje scheuren, om het zelf thuis op te
zoeken. 
Misschien kunnen we samen iets van een bloemetje doen. Of we gaan 
allemaal de uitvaart bezoeken. 
We gaan ervoor zorgen dat dit geen eenzame uitvaart wordt. 
Dat is het natuurlijk wel. 

© F.Starik 
Een fragment uit "Brand in de Van Beuningenstraat" - 2007 

   
 
   
Niet mijn ding - Beschouwing over de taal - door John Zwart - 20 oktober 2009 
   
Tja, ik roep het al járen: de Nederlandse taal is in gevaar, onze eigen taal 
verloedert
omdat we er niet zorgvuldig mee omgaan. 
Als een monumentaal historisch gebouw
door verwaarlozing vervalt en met
graffiti overdekt raakt springen we massaal op
de barricaden voor ons 
cultureel erfgoed.
Maar de Nederlandse taal is toch evengoed ons culturele
erfgoed? Waarom moeten
we dan het verval met lede ogen aanzien en 
waren het lange tijd alleen maar enkele
marginale groeperingen die alarm
sloegen wegens de om zich heen grijpende kromtaal
en hutspot van 
willekeurige leenwoorden? 

Op regeringsniveau maken we ons druk over het gebrek aan taalvaardig-
heid van de
nieuwkomers uit landen met andere culturen. Inburgeringplicht
en het volgen van
taalonderricht is herhaaldelijk onderwerp van discussie.
Welnu, ik kan de lezer verzekeren dat de beste leerschool de praktijk is.
Al had ik op
school nog degelijk onderwijs gehad in wat toen heette 
´de drie moderne talen´
(Frans, Duits en Engels) - pas toen ik regelmatig 
langdurig in het buitenland vertoefde
leerde ik die talen werkelijk goed 
verstaan en vervolgens ook spreken. 

Praktische talenkennis verwerf je met goed leren luisteren. Maar dat 
vereist ook een
goed voorbeeld. Als een buitenlander in Nederland zegt:
´toen ik hier kwam was dat
best wel een impekt, zo anders, echt niet 
mijn ding zeg maar´ dan kan het tot mijn
verbazing gebeuren dat hij of zij
geprezen wordt ´wat spreek je al goed Nederlands´. 
Die buitenlander heeft goed leren luisteren en kopiëren. Hoorde een 
abominabele
soort koeterwaals om zich heen en veronderstelde dat het
Nederlands was. 
Zo ver is het dus al gekomen. De gemiddelde Nederlander op straat 
spreekt een taalmix van koeterwaals. Maar nu gloort er hoop. 
De Stichting Nederlands heeft nu een
correctief woordenboek uitgegeven:
"Funshoppen in het Nederlands"
Véél te laat, vrees ik. Niettemin ga ik het boek aanschaffen. 
Maar tot de doelgroep behoor ik niet... 

© John Zwart voor Hernehim Cultuur, 20 oktober 2009.

Funshoppen in het Nederlands 

‘We gaan funshoppen met de kids in de summer sale!’ 
Daar is geen woord Frans bij. Wel veel Engels. 
Het haast achteloze gebruik van Engelse leenwoorden neemt
hand over
hand toe. Soms is een Engels woord makkelijker 
of korter, soms ook is
het vaag, of pedante praat. 
Die bijna altijd geheel onnodig is. 
Je kunt hetzelfde ook, en vaak duidelijker, met Nederlandse
woorden zeggen. 

‘Maar er bestaat geen Nederlands woord voor!’ zegt men dan. 
Dat probleem is nu opgelost. 

Funshoppen in het Nederlands 
biedt ruim 11.000 vervangers voor 4500 Engelse woorden en 
uitdrukkingen
die veel en onnodig in het Nederlands worden 
gebruikt. 
De vervangers
passen bij uiteenlopende contexten en 
verschillende smaken.
Formeel of speels, bekend of verrassend,
er is altijd een geschikte vervanger
te vinden. 
Doe onnodig Engels in de (zomer)opruiming, 
ga pretwinkelen in het Nederlands!  

Funshoppen in het Nederlands
door B.J.Koops en P.Slop, met een voorwoord van Ewoud Sanders. 

Een uitgave van Prometheus en initiatief van de Stichting Nederlands.
ISBN 9789035135062 
Prijs € 9,95 in (o contradictie!) paperback... 

   
 
   
Dagverse dichters - Beschouwing over de houdbaarheid van de poëzie - door John Zwart - 3 oktober 2009 
   
Dichters en gedichten, ze verschillen van elkaar zoals de mensen die we 
ontmoeten.
En dan zijn dichters ook nog nèt mensen en daarmee kinderen
van hun tijd. 
Dat houd ik altijd voor ogen als er weer eens een nieuw talent bijna dood-
geknuffeld
wordt of wanneer een nieuw verschenen bundel onmiddellijk als
meesterwerk wordt
bestempeld. De meeste poëzie is niet bestand tegen 
de tand des tijds. Het is narcisme wanneer je
schrijft en je dan verbeeldt 
dat je bezig bent voor de 'eeuwigheid'. Zelfs van de 'betere
dichters' zijn er
maar enkele die hun eigen generatie overleven en dan nog met slechts een
 páár van hun creaties. 

Zoals de mode ervoor zorgt dat we ons in de kleding van tien jaar geleden
belachelijk
voelen zo gaan er ook actualiteitsgolven door de kunsten. Of 
het muziek is of schilderkunst, er is veel wat nooit meer gespeeld wordt 
en de kelders van de musea staan vol
met werk dat hooguit nog een enkele
keer tevoorschijn wordt gehaald voor een thema-
of een overzichtsexpositie.
Alles is aan mode onderhevig, tot lichaamsversiering toe. Ja, denk daar 
maar eens over
na voordat je jezelf tot een vergiet laat piercen of vol 
tatoeëren. 

De poëzie vormt geen uitzondering. Slampoëzie en sms-gedichten zijn een
modeverschijnsel, waarmee je vandaag goed voor de dag kunt komen, maar
zoals cabaretiers
van een poos geleden oubollig klinken, zo zal men over
een poos meewarig doen over
de meeste van de slammers van vandaag.
Adriaan Roland Holst, met zijn ronkende romantische verzen, luid geprezen
vanaf zijn
debuut in 1911, werd nog geen twee decennia later al 'De Prins
der Dichters' genoemd,
maar al zijn 'onvergankelijke poëzie' wordt vandaag
nog nauwelijks of helemaal niet
meer gelezen. Piet Gerbrandy vindt nog 
slechts een 'handvol goede gedichten' in het hele
oeuvre, Rob Schouten 
besluit na bestudering van het werk dat 90% slechte, pathetische
regels 
zijn, die alleen nog maar hilariteit opwekken. Het betreft 'pretentieuze mooi-
schrijverij'. 
Zo kan het gaan met een Prins. En als een sms-prijswinnaar gefêteerd 
wordt bedenk ik
dat de gsm-telefoon nog maar een kort leven beschoren is
en daarmee ook dit poëziefenomeen.
Dus mensen, blijf vooral schrijven, 
en doe dat zo goed je kan, maar besef dat het toch
een product betreft met
een heel beperkte houdbaarheidsdatum. 

Tien jaar geleden kwam Kees Fens, de meest belezen criticus in het hele
Nederlandse
taalgebied, al tot een vergelijkbare conclusie. 

John Zwart - 4 oktober 2009 

Uit de Vokskrant, door Kees Fens - gepubliceerd op 24 december 1998:

(Naar aanleiding van de uitgave van de anthologie) 

... Met tweehonderd superieure gedichten uit deze eeuw kunnen we in elk
geval de volgende honderd jaar verder. Hoe zullen ze er in 2050 uitzien? 
Het proces van hun metamorfose, en dat is ook het proces van verlies van
historiciteit, is al lang aan de gang. 
De gedichten gaan steeds meer tot de poëzie horen; ze raken, bij al hun
individuele kenmerken, los van hun makers; ze worden autonoom. 
De handboeken, de literatuurgeschiedenissen, de bloemlezingen ook 
zullen blijven trachten de dichters en hun werk hun historische plaats te
geven, maar die gedichten zelf functioneren al lang anders: als klassiek.
Ik durf die vijftig jaar vanaf nu aan te nemen op grond van ervaring. Ik heb
de poëzie van de laatste halve eeuw nagenoeg geheel gelezen bij of kort
na verschijnen, toen de tijd van ontstaan er nog vers omheen lag. En dat
laatste bepaalde voor een groot deel de wijze van lezen [...] 
Wat de achterliggende periode betreft: Een eeuw van erop volgende poëzie
heeft zijn uitwerking ook niet gemist, en dat is ook een eeuw poëzie-lezen.
Dat lezen heeft het effect dat tijdsgrenzen onzichtbaar zijn geworden; de 
dichters blijven wel individueel herkenbaar, maar hun gedichten gaan 
steeds meer lijken op wat ik nu maar noem: realisaties van dé poëzie. 
Wat minder goed is, maakt dat veranderingsproces niet door; het blijft 
historisch, persoons- en tijdgebonden. Dat is natuurlijk het meeste. 
Het zal niet meegaan over de eeuwgrens. Ik zou het graag zo formuleren:
alle poëzie is bézig poëzie te worden. 
Slechts een klein gedeelte, het gróótste, slaagt erin. Ik denk dat er maar
één Nederlandse dichter is bij wie dat onmiddellijk heeft plaatsgehad: 
Nijhoff [...] 
Wat is poëzie? Elke kritiek is weer een poging tot antwoord op die vraag. 
En dat pogen wordt hardnekkiger naarmate de verzen van een dichter zich
steeds meer in het geheel van de poëzie gaan voegen. 
Het pogen is hardnekkig, ondanks de vergeefsheid ervan. We kunnen 
hooguit zeggen (met S.Dresden): 

dit is voorlopig het laatste. 

 

Kees Fens - 24 december1998  

   
 
   
Parlando, een Vlaams zusje van Hernehim - Bericht over verwante activiteiten op het internet - - 24 augustus 2009 
   
Hernehim Cultuur was nauwelijks een jaartje bezig - bestond dankzij John 
Zwart en Robin Kuipers als initiatiefnemers - toen we in Delft waren. 
Destijds organiseerde daar Henriette Faas van Stichting Jambe haar 
poëziemiddagen in Hotel De Plataan. 
De optredende dichters konden aan het eind van zo'n middag door het 
publiek via een stemming met briefjes uitgeroepen worden tot 'dichter 
van de maand'. Of er een echte prijs aan verbonden was weet ik niet meer,
maar het was in elk geval wel een hele eer, zo'n Jambe Maandprijs. 
Op de bewuste middag verscheen er een heel jonge theaterpersoonlijk-
heid uit Vlaanderen die met haar voordracht zo opviel dat zij met grote 
meerderheid tot winnaar werd gekozen. Niemand van de aanwezigen kende
haar: "Hoe heet ze nou?" zong het rond. "Tine Moniek", werd er gezegd. 
"Tine Moniek hoe? Heeft zij geen achternaam?" 
Onvergetelijk werd haar naam vanaf die dag. Ze werd genoemd op Hernehim
Cultuur als verrassende gast uit Antwerpen in een verslagje, of ze dat heeft
gelezen weet ik al evenmin. 

Zo'n twee en half jaar later begon Tine Moniek met haar Parlando. Een 
agenda met haar inventarisatie wat er zoal op poëziegebied in Vlaanderen 
te doen is. Ze plaatste gedichten die inzenders haar toezonden, ze verza-
melde gedichten van gastdichters die zij daartoe uitnodigde. Een beetje 
zoals Hernehim doet maar ook weer een beetje anders. 
Het breidde uit, ze schreef wedstrijden uit waarmee je een boek kon winnen.
Later ging ze zelfs op pad met de "parlandoscoop", een camcorder portret-
tenrubriek waarvoor zij bekende dichters thuis bezocht voor een interview en
om een kijkje te geven op hun leven in gewone doen en laten. 
Nu zijn we weer vijf jaren verder. Hernehim Cultuur is bijna 8 jaar oud, 
Parlando is 5 en stopt. 

Het is herkenbaar, uit pure liefde voor de literatuur en de poëzie en de podia
begin je eraan, je wilt iets betekenen voor anderen met gelijke passie. Het 
houdt je vrijwillig gaande zonder acht te slaan op de energie en de tijd die 
erin steekt. 

Als je het ook allemaal alleen blijft doen vreet het je op. Tine Moniek, met 
de veerkracht van de jeugd deed het allemaal alleen. En deze maand is ze
ermee gestopt. We lazen een gesprek dat ze erover had met Stefaan 
Goossens op de Contrabas site. Het is alsof we over onszelf lezen bij de
volgende citaten: 
"Het wordt op den duur een 'blog' aan het been... besef dat ik in die 5 jaar 
weinig voor mezelf heb gedaan, weinig geschreven".... 
"Agenda, verslagjes, nieuwtjes alles moest erop....er kwam steeds meer bij"
"...ook kwamen pittige reacties, mensen die verontwaardigd waren 'blijkbaar
niet tot de vriendjes te behoren' of juist furieus waren tussen die namen 
terecht te komen, er was er zelfs één die geld vroeg om doorgelinkt te worden"
...  "...de meeste gastdichters stuurden toch iets in wat ze al hadden liggen..."
Wij kunnen ons goed voorstellen hoe Tine Moniek al gauw een duizendpoot
was, die desondanks niet eens meer één stel pootjes voor zichzelf over had.
Ze had zich nu eenmaal voorgenomen om het echt allemaal alleen te doen.
Ze heeft het 5 jaar lang kranig volgehouden en dat is heel wat langer dan 
menig ander. 

Hernehim Cultuur is van het begin af nooit helemaal een éénmans/vrouws 
activiteit geweest, er kwamen mensen bij, er gingen mensen weer weg - na
acht jaar is er een klein team en we gaan door. Toch als individu voelen we
ons stuk voor stuk soms ook een beetje als een Tine Moniek. Je draait 
maar door, puur op waardering en die is er lang niet altijd. 
Maar één voordeel: we waarderen elkáár! 
Nu valt het doek voor Parlando. Hoe kan Vlaanderen verder? 
Tine Moniek geeft een paar tips: het Poëziecentrum in Gent verzorgt een
vrij volledige agenda, voor verslagen en recensies zou je terecht kunnen bij
Poëzierapport en Passa Porta in Brussel. Voor Nederland noemt ze 
Meander en Hernehim (dank Tine!), de zuidelijke en de noordelijke Neder-
landen ze kunnen voort. 
Wie het volledig interview op de Contrabas wil lezen komt erop via deze link
| Permanente link |  

© Hernehim Cultuur - Redactioneel - 24 augustus 2009 


 
 
   
Wijn - Een impressie uit La douce France van Sierksma - 4 augustus 2009 
   
Met mijn volgeladen winkelwagentje worstel ik me door de diverse koopgoten
van de enormste surface van het stadje waar ik mijn inkopen doe. 
Voor mezelf valt het meestal wel mee, maar
ik heb vlak voor het afscheid van
mijn gehucht buren uitgenodigd voor een uitgebreid aperitief. 

Eenmaal aangekomen bij de rijen medewinkelaars die net als ik willen 
afrekenen en die
moeten wachten voor een van de geldsluizen, kijk ik - zoals
steeds weer - jaloers naar de korte
rij met wachtenden bij het gangetje voor
kopers met moins de dix articles. 
Dat kan ik van mijn vracht gewoon niet maken. 

In die rij staat een mooie vrouw met donker krulhaar, gehuld in een zwarte
lange jurk. Ze heeft
veel minder dan tien artikelen – eentje maar, een fles 
wijn die ze als een baby in haar armen
koestert. 
Zoals ik in het openbaar vervoer altijd woest nieuwsgierig ben naar het boek
dat de overbuurman aan het lezen is en me soms in malle bochten wring om
achter de titel te komen
(soms moet ik vragen), zo borrelt er nu een intens
verlangen op om het soort wijn te weten
dat ze tegen de borst houdt. Ik zou
er best van willen proeven. 

Maar vragen kan niet, en zelfs dan zou ik het niet doen. Tussen mijn rij 
torsers en de hare met winkelende lichtgewichten staan immers nog twee
rijen. Omdat er nog maar twee wachtenden voor me staan en voor haar wel
tien lopen we toch vrijwel tegelijk het winkelmonster uit. Dat ze ruim tien 
minuten heeft moeten wachten om die ene fles te betalen wijst op de 
kostbaarheid ervan. 
Wijn voor haar zelf? Voor haar en iemand anders? Je gaat gissen. Kreeg 
ze een plotse, onbedwingbare dorst? Het blijft iets raars. Dan stel ik vast 
dat de vrouw haar hoofd een beetje heeft verloren, als dronk ze eerder die
dag ook al een fles. Terwijl ik voedsel en dranken in mijn kleine auto laad 
passeert ze me wel drie keer en verwaait dan weer in alle windrichtingen 
over het parkeerterrein. Ze is haar auto kwijt, compleet vergeten waar ze 
die neerzette. 

Zag ze iemand die haar van de kaart bracht? Al tijdens het wachten om te
betalen? Of misschien pas op de parking? 
Vrijwel gelijktijdig rijd ik weg en vindt zij haar wagen terug, nota bene die 
naast de mijne. 
Dan verwaaien twee mensen, als bekende schepen in een bekende nacht.
Mijn lunch wacht in La Roche. Met een in elk geval sobere wijn. 

  © Sierksma, 3.8/09 
 
   
Hedendaagse man loopt gevaar - van Arnoud de Jong - 20 juli 2009 
   
In dit stukje richt ik mij even op de hedendaagse man. En dan met name op
de hedendaagse man van laten we zeggen rond de veertig. Want
veertig is 
een tamelijk riskante leeftijd voor een man. 
Dan kijkt hij wat extra nadrukkelijk
in de spiegel, merkt hij dat er haren uit 
zijn neus en oren beginnen te groeien en neemt hij
met toenemende onrust
een uitzakkend buikje waar. Om die reden zijn er opbeurende teksten 
verzonnen als 'Het leven begint bij veertig' en
'Mannen worden knapper naar-
mate ze ouder worden'. In elke giftshop zijn er wel bekers
met een 
dergelijke opdruk te koop. 
Het is ook de leeftijd van de midlife-crisis, waarop de man als een gek gaat
rondneuken
om zichzelf te bewijzen dat hij nog meetelt. 
Hele legers verbitterde ex-echtgenotes kunnen
hiervan getuigen. Zij hebben
met lede ogen moeten toezien hoe zij werden ingeruild voor een 'jonger ding'
("die hoer ja") en dat de rotzak nog 'een tweede nestje' met haar begon.
Clichés schieten te kort om de mentale zwakheden van de man rond de 
veertig te
beschrijven. 
Ook de cosmetica-industrie begint nu in te spelen op de onzekerheden van 
de moderne
hedendaagse man. Hij moet -godbetert- ineens op z'n huid gaan
letten, iets wat hij niet meer
heeft gedaan sinds hij z'n laatste jeugdpuistje 
uitkneep.
Hooguit heeft hij z'n rug en armen laten voltattoëren, maar dat is
een doelgroep die de schoonheidsindustrie allang heeft opgegeven. 

 

Nee, aan de plaatjes te zien is de reclame gericht op de goedverdienende
yup die eindelijk veertig is geworden. En die dus eigenlijk geen yup meer is.
Voorheen beperkte de commercie zich tot het gladscheren en de oksel-
frisheid. Die campagnes blonken ook al uit met 'n toenemende dosis verwijfd-
heid. Maar nu begint het écht link te worden. 
Nivea komt namelijk met DNAge. Want ook de man moet volgens Nivea op
zijn verouderende huid gaan letten. Op de kraaienpootjes, de wallen onder 
de ogen, op de verslappende huid, op de groeven van neus tot mondhoeken,
op de rimpels in het voorhoofd. Dit wordt oppassen, mannen van Nederland! 
Nivea wil van jullie 'n stelletje sissies maken, verwijfde zeventiende-eeuwse 
praaljonkers! Alle stoere kenmerken die de ouder wordende man juist zo
aantrekkelijk maken, die juist het onderscheid betekenen tussen man en
babyface, die wil Nivea gaan gladstrijken! Trap daar niet in! Zorg dat je man
blijft! Dat je er op je vijfenveertigste nog uitziet zoals Nivea wil, moet tot elke
prijs vermeden worden! De echte man heeft tegen die tijd een doorleefde en
doorgroefde kop, waarop de tand des tijds z'n sporen van seks, drugs en 
dronkenschap heeft achtergelaten! Zo hoort dat! 
Zo gaat de evolutie! Laten ze bij Nivea die rotzooi maar op hun buik smeren.
Helpt trouwens ook dáár niet. Anders had ik het nog wel geprobeerd 
misschien... 

© Verbal Jam 

 
   
Een ernstig woord - van Gastauteur Aart van Zoest - 16 juni 2009 
   
Ik steek het niet onder stoelen of banken: ik vraag van een gedicht dat het
mij een toegang biedt tot zijn betekenis. Dat komt doordat ik leef met de
vooronderstelling, of moet ik zeggen met het verlangen, dat poëzie een daad
is van communicatie, een handreiking naar wie lezen wil of luisteren. 
Niet perse opzettelijk, niet nadrukkelijk, maar toch. Als ik de merel hoor 
zingen, of de kleuren zie van de anemoon, neem ik aan dat dat er is opdat
ik het hoor en zie. Zo denk ik ook over poëzie. 
Ik geef toe dat deze vooronderstelling, die wellicht vooroordeel heten moet,
te maken heeft met mijn afkeer voor onbegrijpelijk taalgebruik. Er bestaat 
onbegrijpelijkheid die door een bepaalde categorie dichters tot handelsmerk
is gemaakt. Dat is de onbegrijpelijkheid die als rattengif werkt op de 
ontvankelijkheid van de welwillende minnaars van poëzie, waarvan er godzij-
dank zo veel zijn in de wereld. 
Het is waar dat een gedicht, in zijn algemeenheid, een beautiful riddle kan
zijn. Zelfs moet zijn, naar mijn smaak. Zonder een fundamentele, onbeant-
woorde vraagstelling kan poëzie het niet stellen.
Waarom moest dit zó gezegd zijn en geen millimeter anders? Hoe komt
het dat deze woorden een leven lang in mij blijven nazingen? Lyrisch, 
didactisch, episch, existentieel. Hartverscheurend. Opbeurend. Een 
vermaning. Een jawoord. Het ach of het wee van een zielsverwant. Een 
brandend teken. Een teken van leven. Dat alles kan een gedicht voor zijn
lezers zijn. Zonder dat te zeggen valt waarom. 
Wat dit betreft geldt ook hier dat de proof of the pudding in the eating is. 
Onder de veertien dichters in het voorjaarsnummer van Nynade zijn er die 
hun renommee al verworven hebben. Anderen zijn aanstormers. Kenmerk 
van het geheel: spannende diversiteit. Sommige teksten kijken ons aan met
wijd open ogen. Andere geven hun geheim pas na inspanning prijs. Maar
aan opzettelijke ondoorgrondelijkheid maakt geen hunner zich schuldig. 
Al die poëzie noodt tot nadenken en navoelen, tot instemmen ook. 
En ontdekken. 

© Aart van Zoest - april 2009    Hoofdredacteur "Nynade"

   
 
   
Misverstand  - Column van Karel Wasch - 5 juni 2009 
   
“Herne.. wat?” vraagt mijn dochter wanneer ik vertel dat ik naar een middag
van Hernehim zal gaan. “Hernehim” zeg ik met enige trots. 
“Oh dat is die begrafenisonderneming “grapt mijn zoon “van Is er cake na
de dood?, toch?” 
Ik word nu een beetje geïrriteerd. ”Nee, het is een culturele club en we gaan
zaken uitwisselen.” 
Nadat ik dit heb gezegd is het even stil. Helemaal waar is het niet maar 
kennelijk toch afdoende. 
“ Oh ze gaan met Turken over Wilders praten” merkt mijn dochter op, ze 
heeft een aan de lessen maatschappijleer gerelateerde belevingswereld en
dan moet je oppassen. “Ik wist niet dat je zo multiculti was” voegt ze er 
verbaasd maar met enige bewondering aan toe. 
“Nee, ik ga gedichten voordragen“ zeg ik ”niks te Wilders. . !" 
“Wie komen er dan allemaal, zijn dat bekende mensen, komt Hans Teeuwen,
die deed laatst wat voor Theo van Gogh, een gedicht of zo?” 
Mijn zoon is op de hoogte merk ik. 
“Nou o.a. Pom Wolff” 

 

“Wolf?” Ik zie mijn vrouw nadenken, die naam roept een vage herinnering bij
haar op. “Dat was toch een lid van de CPN?” weet ze. “Dus toch politiek!”
"Nee, hij heeft een site op Internet en is beroemd dichter". Hoewel…? Voor
veel internetpoëzie is de rand van het beeldscherm de enige grens. “Gaan 
jullie mee?" 
"Ik ga naar een ballonwedstrijd in Schipsluiden” zegt mijn dochter, zoonlief
zwijgt, hij kijkt me aan of hij water ziet branden. 
Ik geef het op, realiseer me dat dichters alleen aan elkaar voorlezen, maar 
dat is niet erg en vroeger had dat misschien in de verte met politiek te 
maken. 
Cabaretiers zijn dichters en dichters dragen voor aan elkaar, is dat erg? 
Het is in ieder geval niet zo erg als de Gouden Kooi, waarin mensen worden
opgeleid tot sadist of toekomstig neuroot. Misschien komen ze dan wel 
terecht bij Rutger Hendrik van den Hoofdakker oftewel de psychiater Rutger
Kopland, maar die is eigenlijk dichter. Eisenhower, vonden de soldaten, was
een goede president en in de Senaat vonden ze hem een prima generaal. 
Er is dus nog hoop voor Kopland. 

© Karel Wasch 

   
 
 
Breinrot  - Kort verhaal van Arnoud de Jong - 10 mei 2009 
   
Van buiten af bezien was het een kleine, vrolijke stoet die mijn vader naar
het verpleeghuis bracht. Ik duwde zijn rolstoel. Het was mooi weer, we 
probeerden het luchtig te houden. Daarom hadden we mijn moeder nog maar
niet meegenomen. 
Mijn zuster en mijn vrouw maakten grapjes met hem. Als hij ze niet begreep,
deed hij alsof. Hij maakte ook grapjes met ons. Die wij dan weer niet altijd 
begrepen, maar ook wij deden dapper alsof. 
Hij zwaaide als een vorst op rijtoer naar voorbijgangers, maar ze zwaaiden 
lang niet altijd terug. Ze waren bezig met hun eigen dingen. Misschien als
we hadden geroepen: 'Hij gaat vandaag naar het verpleeghuis', hadden ze 
wel even de moeite genomen om terug te zwaaien. 
Zo aardig zijn de meeste mensen wel. Maar we riepen niets... 
want dan hadden wij moeten huilen. 

Inwendig was het een droeve stoet. Het doet toch erg veel pijn om een 
demente vader van 98 jaar naar het verpleeghuis te moeten brengen. Vooral
omdat hij een klein jochie in een oud verschrompeld lichaam is geworden, 
dat argeloos de scheiding van vrouw en thuis tegemoet rijdt. 
Het zat er al een tijdje aan te komen. Maar een week geleden raakten de 
zaken in een stroomversnelling toen hij zijn pols brak.
Ik ging met hem naar het ziekenhuis, waar we een hele middag zaten voor 
twee fotootjes en een gipsverband. Kosten noch moeite zijn gespaard in dit
land om een kwalitatief hoogstaande gezondheidszorg op poten te zetten.
Dusdanig hoogstaand, dat de afdeling 'Spoedeisende Hulp' dan ook daad-
werkelijk in staat is om een incontinente en demente oude baas van 98 
binnen de recordtijd van drie uur met spoed te helpen. 

Die middag was hij moeilijk te hanteren geweest. Onvermijdelijk moest hij
een keer naar de wc. "Ik moet plassen." Ik reed hem in zijn rolstoel naar 
het invalidentoilet. 
"Wat doe ik hier? Wat is dat?" - "Dat is een wc. Je moest toch plassen?" 
"Ik moet helemaal niet plassen!" 
Ik probeerde niet te zuchten en we verlieten het toilet. Er verstreken tien 
minuten. 
"Ik moet plassen!" - "Daarnet bracht ik je naar de wc en toen hoefde je niet"
"Nou, dan pis ik wel in mijn broek." - "Ik moet even kijken of die dokter er al
aankomt. Want dat zul je dan net zien, dat hij uitgerekend komt als wij naar
de wc zijn... Nou ja, laten we maar gaan dan." 
"Ik heb al in mijn broek gepist." 
Dat is om mij te sarren. Gelukkig draagt hij een incontinentieluier. 

Op zulke momenten is het belangrijk te blijven focussen op het beeld dat
je bewaart van de vader zoals hij vroeger was. Anders verdraag je de zieke
vader van nu niet meer. De vader met 'breinrot', zoals ik zijn dementie noem.
Ik stel mij voor dat delen van zijn hersens zijn verdwenen, gewoon zijn weg-
gerot. Wat er drie minuten geleden gebeurde weet hij niet meer. 
Wel dingen van vroeger. Hoewel hij al één derde van zijn leven met pensioen
is, kunnen we roddelen over zijn collega's van destijds. 
Zijn wereld is ineengeschrompeld. Hij probeert er greep op te houden. In 
huis wijst hij de dingen aan en verklaart dat ze van hem zijn, dat hij ze heeft
gekocht. Ook als ze niet van hem zijn. Hij spookt 's nachts door de kamers
en plundert in de keuken de koelkast. 

Hij eet al het broodbeleg op. Of zoals laatst een heel paasbrood. Daarna 
vergeet hij dat hij heeft gegeten. "Hebben we niets op brood?" vraagt hij de
volgende morgen verontwaardigd. 
Hij ziet vreemde mensen in huis, waarschuwt mijn moeder dat ze niemand
moet vertrouwen. Er waren studenten die een grap met hem wilden uithalen.
Maar gelukkig had hij dat in de gaten, het was maar goed dat hij zo goed 
oplette, ze waren al in de slaapkamer. Hij ging kijken, slofte achter zijn 
rollator aan. Op de terugweg struikelde hij, kwam in de gang ten val en brak
zijn pols. 
Dat was in meer dan één opzicht een breekpunt. Het betekende dat hij 
zichzelf niet meer kon aankleden, niet meer met zijn rollator mocht lopen en
zijn eigen kont niet meer kon afvegen. Het werd nu echt te moeilijk om hem
nog langer thuis te verzorgen. 

Vanaf het eerste moment aanvaardde hij het verpleeghuis wonderwel. Hij 
kreeg meteen al soep en at die met smaak op. Na het eerste etmaal 
vertelden de verzorgsters dat het net leek alsof hij er al maanden zat, zo 
voelde hij zich thuis. 
Al die jaren was ik bang geweest voor het moment dat ik mijn vader naar
een verpleeghuis zou moeten brengen. Ik had drama's verwacht, want bij de
vorige verhuizing had hij aanvankelijk erg moeilijk gedaan. 
"Ik ben een oude man, die doe je zoiets toch niet aan!" 
Maar nu zie ik hem toch wat opleven, hij loopt rond, kletst vrolijk met je, 
gaat zowaar naar een muziekuitvoering op Koninginnedag, gaat met ons in
de tuin zitten en eet een taartje. 
De andere mensen op zijn afdeling zijn nog meer in zichzelf gekeerd dan hij.
Een man loopt alsmaar door de gangen, komt van tijd tot tijd als een zombie
zwijgend bij ons staan en vertrekt dan weer. 
Een vrouw herhaalt hele conversaties uit een ver verleden. Verderop wipt 
iemand onafgebroken met haar been. Weer een ander ligt de hele dag op de
loer om uit de gesloten afdeling te kunnen ontsnappen. 

Het is een gezelschap in verschillende stadia van ontluistering, maar ze
schijnen desondanks weinig last van elkaar te hebben. Daar hoort mijn vader
nu ook bij. 
Af en toe voel ik vinnige golfjes van verdriet en medelijden in mijn borst 
aanspoelen. Het huilen staat mij dan nader dan het lachen. Het gebeurt op
de momenten dat mijn vader serieus tegen mij converseert over allerlei 
kleine en simpele dingen, als een jochie dat de wereld nog moet ontdekken.
Dezelfde wereld die hij juist geleidelijk is kwijtgeraakt. 
Ik besef dat mijn vader nu het gezin van vroeger heeft verlaten, dat hij verder
van mij weg staat, zowel geestelijk als fysiek. 
"Ik komt hier nooit meer uit," zei hij gisteren nog tegen mijn moeder. 
Maar hij leek erin te berusten, er niet werkelijk onder te lijden. Voor zover hij
het niet gewoon vergat. Het was de enige opmerking die hij maakte over zijn
nieuwe situatie. 
Uitgerekend mijn vader is de enige van ons die zich niet terneergeslagen voelt.
Zijn humeur lijkt erop vooruit gegaan. Ik moet dan maar proberen daar blij om
te zijn. 

© Arnoud de Jong 

   
 
   
Verloedering van het boekenvak  - Column van John Zwart - 23 april 2009 
   
Hoe word je een bekend auteur? 

Dat is de vraag die al velen zich hebben gesteld nadat ze zich een 
poos bezig hielden met 't
stoeien met tekst. Als we kijken naar het
verleden waren het vaak predikanten en mensen uit
het onderwijs - 
dus beroepsmatig al ervaren met het schrijven - die zich wierpen op
verhalen,
essays en romans. De voorwaarde niet afhankelijk te zijn 
van de inkomsten uit de schrijverij én
desondanks daar veel vrije tijd 
voor beschikbaar hebben, daar werd in beide beroepsgroepen
ruim-
schoots aan voldaan. Wat natuurlijk ook hielp was geboren worden
in een rijk nest, in dat
geval was ordinair werken geheel onnodig. 
Dan waren er natuurlijk ook nog de academisch
gevormde neerlandici,
zij promoveerden en waren al eerbiedwaardig door "Dr." voor hun naam.
Maar die tijd ligt ver achter ons. 
Vandaag de dag hoef je nog geen letter op papier te hebben gezet 
om je schrijverscarrière te
starten. De eerste stap is: in het nieuws zijn
of zijn geweest. Als je door je functie toch al regelmatig
camera's op je
gericht krijgt en microfoons voor de mond geduwd, dan is het al heel
gemakkelijk.
Iedereen kent je al, de uitgevers óók. 
Zit je in de politiek en je krijgt lust wat sappigs op papier
te zetten, 
bijvoorbeeld in de vorm van wat vuile was, ze gooien er ongezien al een
flinke oplage
tegenaan. 

Had tot nu toe nooit iemand van je doen en laten willen weten dan is
het zaak wat stuntwerk
te verrichten. Word crimineel, niet wat half
zachte inbraakjes of tasjesroof, nee het ruige werk,
compleet met 
liquidaties enzo:

Kleine criminelen hangen de keel uit, zware jongens, dáár smullen
we van..Kaap een vliegtuig en roep dat je het uit liefde voor de 
stewardess doet en dreig, als ze niet onmiddellijk met je trouwen wil, 
dat de kist met iedereen erin de lucht invliegt, maar dan wel ánders, 
Vermoord je vrouw en schrijf zorgvuldig alle feiten op, hoe en waarom
je het hebt gedaan en het verwerken van het lijk. 
Word serieverkrachter. Word de vriendin van een serieverkrachter, 
die zijn straf moet uitzitten. Beter nog: trouw met een ter dood veroor-
deelde seriemoordenaar. Ga op avontuur in een gevaarlijk land en laat
je gijzelen door guerrilla's of terroristen. Ga een paar jaar werken in de
straatprostitutie. Sluit je aan bij de Satanskerk, stel je beschikbaar 
voor het altaar, als offerblok met zachte gleuf. 
Mannen die hun pik achterna lopen en daarover willen schrijven, die 
beginnen al vervelend te worden, aan één Brusselmans in Vlaanderen
en één Kluun voor Nederland hebben we genoeg. Maar de mogelijk-
heden voor vrouwen die alle promiscue geilheid willen uitproberen zijn
nog lang niet uitgeput. En anders: ga je naar Afrika, om kindsoldaatjes
te helpen en laat je zwanger maken door één van hen. 
De uitgevers zien de oplagecijfers al voor ogen, nog vóórdat je één 
letter op papier hebt. Zelfs als je er helemaal niets van bakt komt jouw
bestseller er tóch wel, dan krijg je gewoon een ghostwriter aangeboden.

Die dochter van Fritzl, details willen we kennen! Meisje, als je nou een
beetje exhibitionistisch wordt, dan staan de uitgevers te dringen voor 
jouw deur, echt waar! 

© John Zwart - 20 april 2009

   
 
   
Sire, opvoeding voor de kleine man  - Gastcolumn van Arnoud de Jong - 26 maart 2009 
   
We gedragen ons veel te asociaal vindt SIRE. We bellen hardop in het
openbaar vervoer en/of nemen twee zitplaatsen in beslag, we peuteren
publiekelijk in ons neus, we spugen,
boeren, ruften er lustig op los, we 
telefoneren gewoon door bij de kassa, we laten onze
honden in de 
zandbak poepen, we dringen voor, we legen de autoasbak op straat en
tot
overmaat van ergernis hebben we dat allemaal zelf niet in de gaten. 

Mooi verzonnen van SIRE, daar wordt ons land vast weer wat prettiger
van. Alleen is dit
natuurlijk allemaal maar klein bier. 
Er zijn veel ergere vormen van asociaal gedrag. Daarvan zagen wij het 
afgelopen jaar heel
wat schandelijke voorbeelden passeren. 
Bestuurders en managers van (semi-)publieke
organisaties, zoals 
woningcorporaties en zorginstellingen, die zichzelf schaamteloos 
verrijkten op kosten van de belastingbetaler en ondertussen woning-
en zorgbehoevenden lieten
barsten. Prominente Nederlanders als 
Elco Brinkman en Hans Hillen die tegen vorstelijke
vergoedingen 
werden geacht daar toezicht op te houden, maar dat niet deden. 
Zij hadden
het te druk met hun andere dertig commissariaten en 
erebaantjes.
We hadden ook nog de topmanagers uit het bedrijfsleven
en de bancaire sector die hun eigen bankrekeningen riant volstouwden
met bonussen en optieregelingen.

Onderwijl lieten ze banken omvallen, bedrijven over de rand van de 
afgrond kieperen. Duizenden werknemers werden zonder scrupules 
de WW in geschopt. Ze smeerden argeloze huizenkopers dure woeker-
polissen aan. Zij stortten ons, maar niet zichzelf, in de diepste 
depressie sinds de jaren dertig. 
Er waren ook bestuurders die faalden in hun opdracht allerlei mega-
projecten in goede banen te leiden, waardoor huizen verzakten en de
kosten en bouwtijden verdubbelden. Ze hadden ook toezicht moeten 
houden op de door hun goedgekeurde IJslandse banken, opdat ons 
spaargeld niet zou wegsmelten. 
Ze hebben het nagelaten, de staat moest ervoor opdraaien en zelf 
kwamen ze ermee weg. Inmiddels zitten ze in het volgende lucratieve 
baantje. 

Dáár zie je nu nooit eens een SIRE-campagne over. SIRE-campagnes
zijn altijd gericht op 'het gewone volk', en nooit op de toplaag van 
Nederland. Die kan daardoor gezellig en comfortabel de elite blijven. 
Wie doet ze wat? Wie spreekt ze aan op hun asociale gedrag? 
SIRE in elk geval niet. 

© Arnoud de Jong 

   
 
   
Schietschijf  - Gastcolumn van ZIgg Zagg - 15 maart 2009 
   
De samenleving verhardt. Daar zeg ik niets nieuws mee. Het is een
gegeven feit dat veel mensen zich op straat niet meer veilig voelen. 
Zeker sinds die veiligheid ook nog eens
hoog op de politieke agenda
staat.
In plaats van groepen mensen die buiten de boot dreigen te vallen, 
meer zekerheid te
geven over hun lot, komt de politiek terug met 
steeds hardere maatregelen om alles in
het gareel te houden. De burger
is zelf verantwoordelijk voor zijn bestaan, ook al staan
hun banen op de
tocht, ook al hebben de banken de kassen leeggeroofd door zich met 
een hebzuchtig bonussysteem te verrijken. De burger betaalt en verzuipt.
Maar, je mag
het niet zien als een noodlot; het is een kans die je moet
benutten. Is het dan gek dat agressie onder ons is gekomen? 

Ondertussen worden buschauffeurs in elkaar geslagen door puberende 
rotjochies, die naar voorbeeld van de rijken, ook
kansen ruiken om zich
makkelijk van veel geld te voorzien voor de nodige blingbling. 
Repressie is het maatschappelijk antwoord waarmee opnieuw agressie
wordt opgewekt. 
De PvdA roept om meer polemiek. Dat kan geen kwaad, vindt de partij
en gooit er een
integratienota tegenaan die zelfs PvdA-coryfee Jacques
Wallage te ver gaat. 
Wat zou het antwoord moeten zijn op al die opgewekte agressie. 
In Amerika schiet een
man zo in het wilde weg wat mensen dood terwijl
diezelfde dag, een paar uur later een
zeventienjarige jongen in het 
Duitse Winnenden met het pistool van zijn vader een slachtpartij aan-
richt. Is het onvermogen? Uitzichtloosheid? 
Welke perspectieven zijn nog te bieden in een samenleving waarin alleen
de besten een
plek krijgen en de minderen die ook nog over goede 
kwaliteiten beschikken, worden
afgescheept. 
Ondertussen moeten ouderen langer werken terwijl hun werkgevers op
hun beurt allerlei toeren uithalen om die ouderen zo snel mogelijk te 
lozen. 

 

Jongeren, net klaar met hun hbo, kunnen zo weer aanschuiven in een
nieuwe opleiding, want alleen leren leidt nog tot een baan, zo wordt 
gesproken. Hoewel: het stempel 'eeuwige student' is ook geen toegangs-
bewijs tot een beter leven. Het zijn die tegenstrijdige prikkels die een 
mens tot wanhoop drijven. 
De meest kwetsbaren zijn de kinderen met leer- en gedragsproblemen.
Zij hebben baat bij een beschermende omgeving, waar ze de rust krijgen
uit te groeien tot mensen die hun kwaliteiten leren kennen; een omgeving
waarin waardering is voor de kleine mijlpaaltjes die zij met veel moeite
kunnen afleggen. Begrip en waardering hebben nog nooit iemand kwaad 
gedaan. 
Uitgerekend in de kwetsbare Utrechtse wijk Overvecht trof ik zo’n school
voor praktijkonderwijs die dit soort kinderen onder de vleugels neemt. 
Maar, in de vaart der volkeren moet ook deze instelling een flinke positie
innemen. Daarom koos de school voor een naam die kracht uitstraalt. 
De kracht van het kind ligt in zijn talent. Dat talent moet eruit komen. 
Een positieve gedachte.
Het eerste deel van de naam is dan ook gewoon de afkorting voor het 
soort onderwijs in de vestigingsplaats. Het tweede deel van de naam 
staat voor Werken, Evalueren en Reflecteren (POUWER). Ook dat klinkt
allemaal erg opbouwend en wekt positieve energie op. Het komt aan op
de vormgeving om deze gedachte eenvoudig uit te dragen. En daar laat
nu juist deze school zich meeslepen door de heersende agressiespiraal.
Nog nooit heb ik een onderwijsinstelling gezien die een schietschijf in 
zijn logo draagt. Deze dus wel. 
Agressie en geweld zijn nu definitief geïnstitutionaliseerd, Het lijkt mij 
dat kwetsbare kinderen uit de meest kwetsbare wijken, waar geweld op
alle niveaus gemeengoed aan het worden is, met deze schietschijf een
vrijbrief in handen hebben: 
een plek in deze samenleving komt je alleen toe met geweld. Trek 
desnoods het pistool van je vader en maak van de school een schiet-
schijf. 

© ZiggZagg 

 
 
   
Kom op voor jezelf, maar blijf wel realistisch  - Column van John Zwart - 17 februari 2009 
   
Ze lijken me soms benijdenswaard, die vrolijke jongens en meiden die
niet beter weten dan dat 'alles moet kunnen'. De jeugd voor wie een 
mobieltje en een mp3 speler en een
eigen pc en tv op de kamer, en 
wat al niet nog méér tot de standaard uitrusting behoort.
Zonder welke
het bestaan verschrikkelijk en ondraaglijk moet zijn. 
Zijn ze te benijden? 

De generatie erbóven, de ouders -kinderen van de 'babyboomers'- die 
hebben ook al een
vrij zorgenloze jeugd ervaren. Grootgebracht door 
ouders, die uitgingen van hun gevoel: "mijn kinderen zullen wél hebben
wat ik allemaal moest missen". 

De kinderen van de babyboomers, die zijn het die nu het meest aan het
woord komen in
de escalerende rampendiscussies over recessie, 
krimpende economie,
dreigende
onweerswolken van golven bedrijfs- 
sluitingen, massaontslagen... Alles wat op komst zou
zijn, en waar 
misschien zelfs de jaren dertig bij zullen verbleken. Zij domineren de 
media,
radio, tv en kranten, ze lijken wel tegen elkaar op te bieden in
hoe erg het allemaal is en: "nee, dit is nog maar het begin, het wordt 
nog veel erger"
en hoe lang het allemaal zal duren: "twee jaar, vijf jaar,
misschien wel tien jaren". 

Het zijn extreme omstandigheden en die vragen om extreme maat-
regelen, orakelt onze premier met zijn kanselstemmetje. En vervolgens
vliegt men elkaar in de haren over wat
voor extreme maatregelen er nu
wél en welke er niet moeten genomen. Opponenten die
precies het 
omgekeerde van elkaar eisen. 
Verhoging van de pensioenleeftijd, een loonstop want de inflatie is 
bijna nul, bezuinigen op
de zorg en de gezondheid, bezuinigen op het
leger, afschaffen van de ontwikkelingshulp, afschaffen van de renteaftrek
op hypotheken. Over alle onderwerpen wordt gekrakeeld of het
gaat om
ons leven of de dood, getrokken binnen het grimmige kader van crisis-
beraad. 
De banken hebben de buit al binnen en voorlopig gebeurt er even niets... 
De pers zit Balkenende op de huid en wil natuurlijk weten hoe en wat. 
Maar op elke vraag komt zijn antwoord: "Daar zijn we nog helemaal niet
aan toe! Dat zijn we nog volop aan het bespreken".

"Hou toch eens op mensen", zou ik als toehoorder willen roepen. 
Wind je toch niet zo vreselijk op!
De wereld vergaat niet! 

 

Misschien ben ik wel benijdenswaard, ik heb de hongerwinter beleefd.
We waren blij als mijn vader terugkeerde van een voedselstrooptocht 
langs de boerderijen en twee flessen melk en vijf kilo aardappelen op 
het aanrecht deponeerde - daarmee konden we weer een paar dagen 
verder. Mijn moeder wist twee keer anderhalve liter havermoutpap te 
koken door de melk aan te lengen met water. Het gas was allang 
afgesloten. Moeder kookte in de woonkamer op een klein plat nood- 
kacheltje, gefabriceerd door de Blikfabrieken te Krommenie. Daarin 
kon je alles wat brandbaar was verstoken. Zo bleef er in dat ene vertrek
een beetje warmte in huis. 
We hebben het overleefd, het werd eind jaren veertig en toen werd voor
mijn tiende verjaardag mijn eerste fiets gebracht door Ome Klaas. Het
ding was bijeengeschroefd uit allerlei verzamelde onderdelen. Maar ik 
was er toch wel blij mee, want voordien moest ik alles lopen, geld voor
de NACO bus was er niet. Dat lopen was niet zo erg, zei mijn vader, 
hij had zelf zijn hele jeugd alles lopende moeten doen, hij had als kind 
nóóit een fiets gehad. Toen ik veertien was werkte ik de zomervakantie
drie weken in de koekjesfabriek van Hille. Daar hield ik 25 gulden aan 
over. Een kapitaal, mijn zakgeld was een rijksdaalder (voor de jongere
lezers: twee gulden en vijftig cent) per week. Van mijn zelfverdiende 
kapitaal kocht ik mijn eerste horloge. Ik zie het ding nog voor ogen in
het duister van de slaapkamer, met zijn groene fluorescerende wijzers.

Wat is er NU helemaal aan de hand? We verdienen met zijn allen in 
Nederland dit jaar drie en een half procent minder dan in 2008. En 
misschien in 2010 nóg wel een jaartje zo, en als het erg tegenzit kan
het ook wel vier procent zijn. Tegelijk produceren we voor een derde 
méér voedsel dan we daadwerkelijk consumeren - dat teveel is wat 
we weggooien nadat het niet meer vers is. Ik weet nog heel goed hoe
we die zes jaar leefden van 1944-1950 en ik heb later ook gezien hoe
er NU honderden miljoenen mensen leven zoals WIJ leefden in 1944-
1950. Ik denk dat ik daarom zelf te benijden ben, ik ken échte crisis-
omstandigheden nog uit mijn eigen ervaring, net zoals er veel andere
mensen zijn die dat nu ervaren - maar enkele vlieguren verderop. 
Ik zie nog dat we het relatief hartstikke goed hebben en daarom kijk
ik verbijsterd naar de krampachtigheid van al die kinderen van baby-
boomers in de vakbonden en de politiek. 
Tel je zegeningen mensen en geef hier en daar een beetje toe van 
wat je best kan missen, wie weet valt er nog goed te leven met de 
compromissen. 

© John Zwart - 17 februari 2009 

   
 
   
Een psychiater/dichter in gesprek met een psychiater/dichter  - Impressie van Loes Essen -  29 jan 2009 
        

                                         Rutger Kopland 


Amstelveen 29 januari 2009
- In de foyer van de bibliotheek zijn alle
stoelen bezet. Ter gelegenheid van de Nationale Gedichtendag zal 
psychiater/schrijver/publicist Bram Bakker zijn collega Rudi van den 
Hoofdakker
interviewen, ons beter bekend als dichter Rutger Kopland
Het wordt een avond, die ik zeker niet had willen missen. 

'Ik wil amuseren in de brede zin des woords' 

Een buitengewoon innemende, intelligente man, die de vragen rustig en
uitvoerig beantwoordt. Met een introverte glimlach kijkt hij bij zichzelf 
naar binnen op zoek naar een zo zuiver mogelijke formulering. 
Of hij knijpt zijn ogen iets toe terwijl hij in de lucht schuin boven hem, 
zijn herinnering lijkt te lezen. Altijd is er die tegelijkertijd prikkelende als
relativerende toon van geamuseerde ironie, van een buitengewone 
bescheidenheid, alsof hij wil zeggen
'ach, zoveel heeft het allemaal niet
om het lijf'. 
En dat bij iemand, die zowel op zijn vakgebied, de biologische 
psychiatrie, als in zijn hoedanigheid van dichter een ware autoriteit mag
worden genoemd.
Kopland vertelt dat hij nooit de ambitie had om dichter te worden. Hij 
was een hardwerkende arts, met 'een meer dan full time baan', die zich
specialiseerde in de psychiatrie en had 'wel eens iets geschreven voor
gelegenheden van vrolijke aard'.


Echter, toen hij in Groningen zijn vriend Aad Nuys, destijds redacteur
van Tirade, enkele gedichten ter beoordeling gaf, was diens reactie: 
'onmiddellijk naar Tirade sturen!'.
Een paar weken later al gaf uitgeverij
Querido blijk van interesse, maar Kopland zei 'ik ga eerst naar Van 
Oorschot'
. En daar bleef hij. 
Deze gigant, één der meest gewaardeerde dichters van ons land, 
spreekt over het schrijven van gedichten als over 'een uit zijn krachten
gegroeide hobby, iets voor de nacht, voor vakanties, in de auto, 
kortom: wanneer ik even vrij had'
. Dus iets, dat ten opzichte van zijn 
beroep, altijd op de tweede plaats bleef staan. Het maken van een 
gedicht is voor hem echter ook 'altijd hard werken' geweest. 

Aan de hand van zorgvuldig gekozen vragen van Bram Bakker, worden
we de geest van de dichter binnengeleid. We leren, dat hij gemiddeld
drie weken aan één gedicht werkt. Dat hij verreweg het meeste 
materiaal weggooit, maar dat hij
altijd het gedicht waaraan hij bezig is,
afrondt.
Op de vraag, of er een bepaalde ontwikkeling is aan te wijzen
in de thema's van het werk, zegt de dichter dat zijn beweegredenen 
altijd dezelfde zijn geweest: Iets zodanig kunnen maken, dat het 
ontroert of dat men erom kan lachen. 
'Ik wil amuseren in de brede zin des woords'. 

Dubbelleven

'Het lijkt wel alsof er een soort aan-uit-knop Van den Hoofdakker – 
Kopland bestaat',
zegt Bakker. Kopland beaamt dat. Over de relatie 
naar de psychiatrie zegt Kopland onder meer, dat zijn drijfveer altijd is
geweest de menselijke eigenschappen beter te doorgronden. 


"Hoe zit een ziel in elkaar? Wat beweegt iemand? Dat interesseert mij
meer dan de functies van het hart, klinisch gezien".
En (lachend): 
"natuurlijk ben ik vooral geïnteresseerd in mijzelf " 
"Het schrijven van een gedicht is ook en vooral tegelijkertijd het lezen
van je gedicht. Altijd speelt de vraag: Wat heeft deze persoon mij te
zeggen? Het is als het ware een soort uittreden uit jezelf." 
Bijzonder is het, nu juist van een psychiater als zijn mening te horen,
dat je niet moet veronderstellen dat het schrijven van een gedicht kan 
leiden tot beter begrip van jezelf. Als een cliënt met een stapeltje 
gedichten aankomt, om zich aan de hand daarvan te laten doorgronden,
zegt vd Hoofdakker, alias Kopland:
"doet u die gedichten alstublieft 
onmiddellijk weer in uw tas en vertelt u mij hoe u over de dingen denkt"

'Vaak zijn juist de aarzelingen in formulering van belang, spreken de 
stiltes soms boekdelen. Een gedicht is een uitgewerkte tekst, hier 
staat het. Zo!' 

In de pauze staat een lange rij mensen te wachten op signering van
hun meegebrachte bundels. Het tweede gedeelte van de avond leest
de dichter voor uit eigen werk. Als hij daar zo zit, ontspannen, diep in
de fauteuil, zoekend naar passages, lijkt hij de wereld om zich heen 
vergeten en even te zijn meegezogen in zijn eigen werk 
Wordt hij weer lezer van zijn eigen gedichten. 
Zoals wij dat zo graag zijn. 

 

© Loes Essen 

 
Beek 

Je staat ergens, aan de oever van een beek, 
om je heen een paradijselijk dal, 
wallen met kleine eiken, uitbundig bloeiend gras, 
en aan je voeten gaat het water, 
oud, heel stil water - zo langzaam, 

het is alsof het aarzelt, niet wil 
dat het voorbij gaat. 

Uit: 'Over het verlangen naar een sigaret' 
Van Oorschot - 2001 

 

Tuin 

Ik zit voor het raam en zie 
hoe de tuin niet is veranderd 
voor haar ben ik niet 
weggeweest. 

Eerste gedicht na zijn ziekte - 2006

 

Gesprek met Kopland

zijn gedicht is van een dichter
stof dan denken ons vermoeden laat
de naden diep verzonken toegangs-
paden tot zijn wonderlijke ziel

hij heeft het over eenzaam over
leegten die nog overgaan
in landschap aan de einder, verten
die in ons bestaan

ik kijk en zie zijn dichtgezicht
vol lijnen naar een oud verleden
het diepe in zijn donkere blik
wanneer hij antwoord geeft

(de man die vraagt naar hoe
het ongeluk en of nadien het
schrijven hem verlaten had
of angst misschien voor dat)

en in de zoektocht naar het woord
lijkt hij te blijven
wachten tot het hem gevonden
heeft, verlangend zijn gedachten

©
Louise
 
 
   
Mogen de wapens rusten  - Een nieuwe Dichter des Vaderlands. Bericht en commentaar van John Newswatcher - geplaatst 29 jan 2009 
   
Er was een risico, toen de commissie Jeltje van Nieuwenhoven, middenin
het Israël-Ghaza conflict de acteur-schrijver Ramsey Nasr in de shortlist 
voor Dichter des Vaderlands 2009 opnam. In oktober 2004 publiceerde hij
een opiniestuk over het Israëlisch-Arabische conflict dat felle discussies 
uitlokte. Ramsey Nasr is een zeer geëngageerd auteur. De commissie 
kon er dus rekening mee houden dat de deur werd geopend voor de 
politiek om een rol te gaan spelen in de beslissing wie bij de promotie 
van de Nederlandstalige poëzie in de komende vier jaren het voortouw 
zal nemen. En dat is jammer, want zou een nationaal figuur als een 
'Dichter des Vaderlands' dan niet liefst onomstreden moeten zijn? 
Maar de commissie Jeltje van Nieuwenhoven heeft toch al niet 
geëxelleerd in de aanloop naar deze verkiezingsuitslag. 
Op het internet kunnen snel bepaalde belangengroepen gemobiliseerd
worden of zelfs nog adhoc gevormd en als via een actieve link met één 
klik een stembiljet wordt bereikt, dan is tendentieuze beïnvloeding van de 
uitslag levensgroot aanwezig. Viel de on-Nederlandse naam van Nasr 
direct al op in het rijtje van de shortlist, de diverse media deden hier nog
een schepje bovenop door veelvuldig te refereren naar de 
Palestijns-Nederlandse dichter Ramsey Nasr. Afgezien van het feit dat
een erkende staat Palestina nog steeds niet bestaat is dit toch al grote
onzin en in dit geval zelfs zeer ongewenst. Immers Ramsey Nasr is 
gewoon een Nederlander, niet eens een geïmmigreerde vluchteling, maar
gewoon geboren en getogen in Rotterdam in het jaar 1974.
Ja, pas 34 jaar, een jonkie dat wel; maar goed na twee DdV's met grijs
haar mag er nu wel eens een jongere 'aan de bak'. 
Als iemand mij vraagt om een rijtje van tien erkende en bekende 
Nederlandse dichters op te noemen had Ramsey Nasr daar vrijwel zeker
niet bij geweest. Hij noemt zichzelf op zijn homepage dichter-schrijver-
acteur in die volgorde, maar had iemand mij gevraagd, dan had ik de 
kwalificaties in omgekeerde volgorde genoemd. Want acteur, ja! Een 
naam bij het Zuidelijk Toneel, filmacteur en bekend van tv-series. 
Gelauwerd met de Mary Dresselhuysprijs en nog een nominatie voor de
Louis d'Or. 
Hij schreef drie dichtbundels vanaf zijn debuut in 2000 en ik bezit ze 
géén van drie. Debuut "27 gedichten & geen lied" (2000), liefdespoëzie,
kreeg verdeeld positieve en matige kritiek, maar "Onhandig bloesemend"
volgde in 2004 en werd breed omhelsd. In de Volkskrant schreef Piet 
Gerbrandy: 'De kern van de bundel, een zestien gedichten tellende 
reeks onder de riskante titel 'dichter liefde', is echter ronduit schitterend.
Hier weet Nasr het onhandig bloesemen tot virtuositeit te verheffen, door
schijnbaar teugelloze lyriek krachtig naar zijn hand te zetten ... Deze 
poëzie fonkelt en bruist, zwelgt in tierlantijnen die vervolgens weer 
genadeloos worden afgeserveerd en durft woorden als 'ziel' en 'hart' in
te zetten zonder dat het belachelijk wordt'. 
Het succes van deze bundel bereidde hem de weg om in 2005 in 
Antwerpen Tom Lanoye als Stadsdichter op te volgen. In 2006 
verscheen zijn laatste dichtbundel "Onze-Lieve Vrouwe-Zeppelin". 
Het is op zich al jammer dat de DdV competitie tijdens de aanloop tot
zoveel on-poëtische taferelen aanleiding gaf tussen de genomineerden,
vooral het conflict dat Ramsey Nasr en Tsead Bruinja met elkaar 
aangingen was niet erg hoogstaand. Maar de klikkenteller heeft nu 
beslist, we hebben een nieuwe Dichter des Vaderlands in Ramsey
Nasr. Voorlopig nog niet onomstreden, gezien de reacties die onder
de eerste internet-artikelen verschijnen: "De linkse kerk heeft weer
gezegevierd" - "Overwinning van de propaganda voor de dubbele 
paspoorten" - "Hoe kan iemand Palestijn zijn? Palestina bestaat 
niet eens"
. Ja Jeltje, dat was te verwachten, maar het zal wel weer
luwen, veel eerder dan het vuren tussen Israël en Ghaza, helaas... 
We gaan er fris tegenaan met een nieuwe DdV die géén klassieke 
sonnetten schrijft. Nasr doet regelmatig veel met de symbiose van 
poëzie met klassieke muziek, we mogen hopen dat zijn DdV-schap
hem hier ook nieuwe ruimte voor zal bieden. Zijn muzikaliteit werkt
dóór in zijn zangerige poëzie die zich verder kenmerkt door een
ontspannen parlando. 
Dit zijn eigenschappen die hem bij de invulling van het DdV-schap
zeker ten goede zullen komen. Of hij veel van zich zal doen spreken
en voortdurend in de publiciteit zichtbaar en hoorbaar zal zijn? De 
verplichting die op de DdV rust is slechts om tenminste jaarlijks 
vier gedichten op belangrijke gebeurtenissen te schrijven. 
Zijn verdere betrokkenheid heeft hij geheel zelf in de hand: "Of ik 
op een wedstrijd voor wie de grootste pannenkoek kan bakken zal
verschijnen, of aanwezig zal zijn bij de kroning van de koning, 
bepaal ik gelukkig geheel zelf"
, sprak hij zojuist in Het Oog, 
om vijf minuten voor middernacht. 

© John Newswatcher - 29 januari 2009 -  01:30u 

 
 
 
Hij bakt ze te bruin  - John Newswatcher spreekt zich uit over de Dichter des Vaderlandsstrijd - geplaatst 3 januari 2008 
 

Hij heeft altijd mijn sympathie gehad beste lezers. Ik waardeer hem
om het doorzettingsvermogen waarmee hij in Groningen 'Dichters in
de Prinsentuin' op poten zette en runde, met een inzet zoals ook ons
eigen Hernehim Cultuur altijd weer enthousiaste mensen aantrok, 
waardoor het kon voortbestaan. 
Zijn liefde voor de eigen taal - hij studeerde immers Fries - vond 
waardering in het Noorden
en Bornmeer (Leeuwarden) gaf graag zijn
eersteling uit, "De wizers yn it read" (2000). Vanaf toen ontmoette ik
Tsead Bruinja verschillende keren en waardeerde niet alleen zijn twee-
talige maar voorál zijn oorspronkelijk Nederlandse nieuwe werk. 
Tsead Bruinja is ambitieus, dat
was wel duidelijk, maar daar is niets
mis mee vind ik, zolang hij maar genoeg zichzelf blijft,
zoals hij toonde
door geheel belangeloos een dichtersmiddag van Hernehim in Weesp
te
komen opluisteren. Intussen had de lokkende kracht van Amsterdam
hem al uit 't noorden weggetrokken. Daar werd hard gewerkt aan de
Fries-Groningse 'connection', zo bleek mij. 

Ik zag hem vaak optreden, soms nog hier in het noorden, maar vaker in
"het westen", zoals
wij hier de randstad, met een wijde kring van 50 km
er omheen, plegen aan te duiden. Ik vond hem interessant genoeg om
de presentaties van zijn vorige bundels "Batterij" en "Bang voor de bal"
bij te wonen. Op de avond in Perdu in 2007 voor de laatstgenoemde, 
maakte ik óók voor het eerst kennis met Leine, een opkomend bloempje
in het wijde veld van singer-
songwriters. 

Ja, eigenlijk mocht ik die Tsead Bruinja wel, zoveel is wel duidelijk. Als 
hij weer eens werd
gekozen als 'dichter bij de dag' van de Evangelische
Omroep - niet bepaald mijn favoriet -
luisterde ik graag in de ochtend 
naar Radio 1. Maar als Tsead mij gevraagd had: "vind je ook
niet dat ik
DE dichter ben, die bij uitstek de komende vier jaar Dichter des 
Vaderlands
moet
zijn?" Dan had ik gezegd: "Beste Tsead, ik weet dat
je ambitieus bent, maar is dat niet net
iets teveel eigenwaan?" 
Maar natuurlijk heeft Tsead mij die vraag niet gesteld. Hij stuurde me in
november wel een
email dat hij (alweer!) een nieuwe bundel presenteren
zou in Perdu. "Angel" heet die en dat
is geen Engel(s): de inhoud is 
"woede, schuld en agressie", daaraan moest ik meteen
denken toen ik
op de radio zijn 'dichter bij de dag' bijdrage hoorde van 5 december. 
Het was een bijzondere bundel, vertelde Tsead, want gedrukt op tabloid
formaat. Zoals de
gratis krantjes dus, die overal op stations etc. worden
verspreid. Misschien niet origineel,
maar dan toch wel op zijn minst 
verfrissend. Ik raasde dus weer eens over de A6, naar
Amsterdam, naar
Perdu, op donderdagmiddag 18 december. Tsead had Anneke Claus,
Thomas Möhlman, Erik Jan Harmens, Wim Brands en de boomlange
Elmar Kuiper om zich heen verzameld, zodat het geen 'koekkoek 
éénzang' zou worden. 

Tsead Bruinja 

doet een gooi naar de titel "Dichter des Vaderlands" 
Eigen foto - Hernehim Cultuur 

"Angel" - Bornmeer 2008 
ISBN / EAN 978-90-5615-204-8 

 

  Leine 

winnares "Grote prijs van Nederland 2007" in De Melkweg 

"Truth be told" - Singing Saw Records 2008
Album 5 413356 386820

Meestal schrijf ik over zo'n avond een verslagje maar deze keer, met
kerstmis voor de deur, aarzelde ik. Niet omdat ik ietwat onvoorbereid
op Bart Droog werd getrakteerd, als eerste
gast - niet omdat de poëzie
die te horen was in het algemeen tegenviel, zéker niet. 
En ook niet, omdat het programma verstoord werd en langdurig moest
onderbroken, doordat er
iemand in 't publiek ernstig onwel werd en per
ambulance moest worden afgevoerd. Wat mij tegenviel was de hoeveel-
heid tijd die Tsead als inleiding besteedde aan zijn wapenfeiten, zie 
"The official homepage of the dutch poet Tsead Bruinja", en voorál 
hoe gerechtvaardigd
zijn streven is de volgende DdV te worden. Ook
toen de avond, ver in tijd uitgelopen, werd
afgesloten, opnieuw stertijd,
onder lichtprojecties van wervende affiches. 
Had ik, fris van de lever, geschreven, had ik vooral de lof gezongen van
de vriendelijke Leine, die sinds 2007 zo heel verdiend steeds meer 
bekendheid geniet, waaraan radioprogramma's als "Met het oog op 
morgen", "Kunststof" en "Opium" hebben bijgedragen. 

Email bombardement 

Intussen kwam vandaag de twaalfde (!) folder van Tsead mijn mailbox
binnenzeilen die ik naar de prullenbak verhuisde. Heel Tsead's vrienden-
schaar helpt mee om de redactionele zowel als mijn privé mailbox te
bestoken. In de folder vraagt Tsead om mijn eigen vrienden dezelfde 
ergernis aan te doen. Tsead Bruinja bakt ze te bruin. 


Moet het toch weer een rellerige toestand worden die DdV verkiezing. 
Geloof het of niet lezer, ik dacht 'verkiezing' te schrijven maar bij het 
nalezen hebben mijn vingers 'verzieking' getypt... 
Wat je doet heet spemmen Tsead en je tracht er ook nog een piramide-
spel mee op te zetten. Daar ben ik echt boos over. En boosheid roept
boze gedachten op. Heeft Tsead soms met Bornmeer een één-tweetje
opgezet? Is die tabloid "Angel" niet gewoon een strategische uitgave
om juist nú aandacht voor Tsead Bruinja te genereren in verband met
zijn honger naar het DdV-schap? Zo'n tabloidje is makkelijk en snel in
elkaar geflanst, krantenpapier nog steeds veel te goedkoop. 

Jammer, na dit stukje zal Tsead misschien ook wel boos worden. 
Maar dit stukje was niet te vermijden, Hernehim Cultuur zou nooit een
redactionele voorkeur geven aan één bepaalde dichter. Bovendien, in
het licht van het grote aantal prima dichters dat ons land telt, vindt HC
het maar armzalig dat heel ons volk beperkt wordt tot 't rijtje van 5 van
de shortlist. 
Als HC al iets uitspreekt is het: Ga je toch stemmen, stem dan vooral
VRIJ. 

© John Newswatcher 
    voor Redactie Hernehim Cultuur - 2 januari 2009 

 

   
   
   
Milieubewust schrijverschap  - Gastcolumn van ZiggZagg - geplaatst 9 december 2008 
   
Met de kredietcrisis in het oor schuift de aandacht voor het milieu 
steeds verder naar de achtergrond. Daar wordt het probleem er niet
minder om. Tegelijkertijd lijkt het consumentisme niet meer in te 
dammen. Sinterklaas kan nog altijd niet met pensioen. |
Sterker nog, hij moet er 'n paar Klaasjes bij nemen om alle pakketjes
toch nog op tijd bij iedereen door de schoorsteen te duwen. 
CO2-uitstoot of niet, vergrote ecologische voetstap of niet, 'n gevallen
bank meer of minder, het lijkt niet uit te maken. Wouter Bos voorspelt
voor 2009 zelfs een sterker stijgende koopkracht dan hij had verwacht.

Ondertussen zucht het milieu. Wegen mogen straks versneld aange-
legd, zodat nog meer verkeer kan aansluiten in nog meer files, het
verpakkingstaxje dat is ingevoerd om al die onzinnige verpakkingen 
gestroomlijnd afgevoerd te krijgen, wordt nog altijd niet aangewend 
waarvoor het was bedoeld, en het elektriciteitsnet gaat, als je niet 
uitkijkt, straks weer op kolen en stoom. 
Intussen blijft het zoeken naar mogelijkheden om iets te doen voor
het milieu. 

 

Consuminderen kan. Iets vaker lopen of fietsen, de trein pakken over
de lange afstand, een beetje minder vlees eten, afval scheiden, spaar-
lampen aanschaffen, kranen goed dichtdraaien, verwarming twee 
graadjes lager, bomen planten en niet steeds maar mee willen lopen
met de nieuwste trends. 
En vooral niet luisteren naar het bedrijfsleven dat steeds weer iets 
nieuws bedenkt en de wereld vervolgens vertelt dat die daar zo’n
verschrikkelijke behoefte aan heeft. 

Mochten de eenvoudige schrijvers onder ons (en anderen) zich afvragen
op welke manier zij nog verder kunnen bijdragen aan de bescherming 
van het milieu, dan is er goed nieuws. Er is nu een extra mogelijkheid
om te besparen: het ecofont. Wie dit lettertype gebruikt, spaart het 
milieu. Het Utrechtse communicatiebureau Spranq  was nieuwsgierig
naar de mogelijkheden om op inkt te bezuinigen. Knagend aan het 
alfabet kwam het uit op een letter waarvan alleen 't hoogstnoodzakelijke
is blijven staan. Uitproberen is de moeite waard, want er valt op de inkt
een besparing van 20 procent te realiseren. 
De letter is gratis te downloaden

© ZiggZagg -  december 2008 

   
   
   
De Moeder aller Vragen  - Overdenking van Ibrahim Selman - geplaatst 24 november 2008 
   

Als exotische vluchteling hoef je op een feestje niet lang
op aanspraak te wachten, is de ervaring van Ibrahim Selman. 

Maar die ene eeuwig terugkerende vraag maakt de gang
naar menig verjaardag tot een ware marteling
Ik vier mijn verjaardag niet maar ga wel eens naar een feestje. 
Toen ik studeerde
en in de jaren daarna was ik vaker op feestjes
te vinden dan tegenwoordig.
Hoe kleiner het gezelschap, hoe fijner,
vond ik toen. 
Halverwege de jaren tachtig belandde ik op de vijftigste verjaardag
van een bevriende
theaterdirecteur. Ik was een dertiger met een 
mooie baan: docent aan de
universiteit van Amsterdam. 
De opkomst
was groot. Meer dan tachtig feestvierende mensen, ze
barstten uit het huis.
Zelf kende ik misschien een paar zielen. En 
niemand uit het gezelschap kon
aan mijn voorhoofd zien dat ik 
docent
was. Een allochtoon kan van alles zijn: vluchteling, asiel-
zoeker, crimineel, gastarbeider
of een gewone vakantieganger. 
Voor mij is het een schok om tussen tientallen mensen te staan die
ik niet ken, die
allemaal verschillend zijn maar die zich wel op hun
eigen territorium bevinden. 

Sommige mensen worden er onzeker van, anderen vinden het een 
feest om
zich onder onbekenden te begeven. Normaliter ben ik 
nieuwsgierig naar de
verhalen van mensen én ik vertel ook graag over
mezelf. Vertelde graag. Vooral
over mijn volk, de onderdrukte Koerden.
Maar op zo'n feest ben je ineens een gevangene
in een woestijn van
vreemde
ogen. Je voelt de zandstorm maar je ziet hem niet. 
Als vluchteling, als exotische dertiger hoef je niet lang te wachten op
kennismaking,
althans dat was toen het geval. Een aantrekkelijke 
jonge vrouw sprak me
aan. Ik was al een paar jaar in Nederland en 
had al die jaren veel verteld over mijn
vlucht, de ellende van de Koerden
en ik
verlangde ernaar om het die avond over iets anders te hebben.
Gewoon, over theater,
over mijn voorstellingen, mijn docentschap, over
(pessimistische) filosofie,
over de binnen- en buitenlandse politiek, 
over schoonheid en de platheid van het Nederlandse landschap. 
Misschien
over koken, of over voetballen. 

Er zijn talloze onderwerpen waarmee je een kennismaking kunt starten.
Maar ik was die avond passief en de jonge vrouw stelde zonder het te
beseffen niet de juiste vragen. Natuurlijk kon ze niet vermoeden hoezeer
ik vreemde ogen op mij gericht voelde. Ze kon niet weten dat de oren,
de voeten, de rook en adem van die mensen me niet op mijn gemak
stelden. Ze kon niet weten dat ik de behoefte had uit mijn echte 
woestijn te vluchten; mijn verleden. Ze kon niet weten dat de spoken van
al mijn vrienden, familieleden en de slachtoffers van de chemische
aanval op mijn volk om mij heen stonden. 
Saddam Hoessein had een paar weken eerder de Koerdische stad 
Hlabdja met gifgasbommen bestookt en duizenden mensen gedood. 
Ze kon niet weten dat ik het gif dat daar gestrooid was hier inademde.
Ik oogde vriendelijk en vitaal, maar ze zag het masker niet. Ze kon
ook niet weten dat ze bij de eerste vraag raak schoot. 
Die was heel normaal en luidde: "Waar kom je vandaan?" 

In die vraag zat meer gif dan in al die chemische bommen. Hij was als
een speer die een vliegende vogel in zijn vleugel raakt. Ik werd duizelig.
Met deze vraag begonnen we aan een onomkeerbaar proces. Geen 
van beiden wilden we in die neergaande spiraal stappen, maar we 
werden door een onzichtbare kracht steeds verder naar beneden 
gezogen. Mijn antwoord op haar eerste vraag luidde: "Ik kom uit 
Koerdistan", en dat bracht haar uit haar evenwicht. Ze wist niet wat of
waar Koerdistan was. Omdat ik rekening had gehouden met die 
reactie, omdat de meerderheid van Europeanen de Koerden nog niet
kenden voegde ik er aan toe: "ik kom officieel uit Irak". Daarmee wilde
ik haar een uitweg bieden, maar zorgde alleen maar voor verwarring. 
Haar ogen draaiden even een rondje in hun kassen. Ik wist dat ze geen
aardrijkskundeleraar was. "Irak? Officieel?", zei ze, op bijna kinderlijke
toon. Mijn verantwoordelijkheidsgevoel, gecombineerd met de beleefd-
heid die ik als gast diende op te brengen, werd wakker en liet me haar
vertellen waar Irak ligt, en dat Irak met het buurland Iran in oorlog was.

   
Ze luisterde beleefd, maar hoorde me niet  "Ja", zei ze zachtjes
   

Dat die twee landen in oorlog waren wist ze wel maar ze wist niet uit
welke van die twee landen ik nou kwam, terwijl ik dat juist had verteld.
Ook dat nam ik haar niet kwalijk, omdat ik dat al eerder had meege-
maakt, zelfs met mensen die ik al maanden kende en aan wie ik mijn
verhaal ook had verteld. 
Het wás natuurlijk ook moeilijk. De namen van de twee landen 
verschillen maar met één letter op het einde. Het waren buurlanden,
beide waren in oorlog, beide hadden een dictator. De ene was toen,
in de ogen van de westerlingen, een goede en bevriende dictator. 
De andere, de bejaarde bebaarde met tulband, was in de ogen van de
wereld de slechterik. Daarnaast hadden beide dictatoren moeilijke 
namen: Saddam Hoessein en Ayatollah Khomeini. Genoodzaakt legde
ik de situatie in het Midden-Oosten uit aan iemand die eigenlijk 
helemaal niet geïnteresseerd was. Ze was, zo schatte ik het in, naar
de verjaardag gekomen voor een leuke avond. Misschien zag ze een
one night stand in mij, een exotische vlucht, een sappige vrucht. 
Maar ik was een artisjok die nog niet rijp was, ruw en stekelig. We
voelden beiden hoe een diepe kloof van antipathie tussen ons in schoof,
een kracht die ons uit elkaar dreef. Ik antwoordde, beleefd, op haar 
vragen maar had zichtbaar geen plezier meer in het vertellen. Ze 
luisterde, ook beleefd, maar hoorde me niet. Onze woorden waren hol,
onze ogen zonder glans, in onze zielen druppelde melancholie. We 
wilden een uitweg. We waren na een uur uitgeput alsof we net drie 
keer noodgedwongen de marathon hadden gelopen. Zij, weer zij, 
nam het initiatief om een einde te maken aan deze, voor anderen 
onzichtbare marteling. Ze vroeg of ik nog wijn wilde en liep weg.

Op dat moment, exáct op het moment dat zij van mij wegdraaide om
twee glazen wijn te gaan halen, diende zich een andere vrouw aan. 
"Hoi", zei ze. 
In die ene seconde probeerde ik net de zware berg van mijn verleden
op de grond te leggen, een uitweg te vinden en te vluchten. Maar het 
lukte niet. De nieuwe vrouw die 'hoi' tegen me zei gaf me een hand en
stelde zich voor. Ik zei ook mijn naam. Mijn verleden, dat nog geen 
seconde op de grond lag, sprong weer op mijn schouders en drong tot
in mijn maag naar binnen. Ik keek in de groenblauwe ogen van de 
vrouw die mijn rechterhand nog in haar zachte hand hield. Ik smeekte 
met mijn ogen dat ze de volgende vraag, de martelvraag niet zou 
stellen. Maar ze hield die smekende blik voor iets anders en stelde 
hem toch, de moeder van alle vragen. 
"Waar kom je vandaan?" 
Mijn ogen meden de hare. Ik zag haar voorgangster even verderop twee
wijnglazen inschenken. Ik pakte de arm van de vrouw die voor me stond
en beet haar toe: "Ziet u die dame daar, met die zwarte jurk en die twee
wijnglazen?" -
"Ja", zei ze zachtjes. Het klonk alsof ze gedwongen werd
haar eigen doodvonnis te bevestigen. 
"Die vrouw weet alles van mij. Gaat u het haar maar vragen". 
En ik draaide me om, baande een weg door de ogen, de oren, door de
spoken van mijn verleden en bereikte met moeite de buitendeur. De
ijskoude wind voelde als een frisse bries. De spoken vormden een 
kring, dansten, zongen in het Koerdisch en staken hun tongen naar me
uit. Op dat moment, in een flits van woede, wilde ik ze zien branden. 
Ik schaamde me voor mijn gedachten, liep door de straten van 
Amsterdam en besloot nooit meer naar verjaardagen te gaan. 
   
"Waar kom je vandaan?"  "Ik ga dáár zitten, dan hoor ik het beter..." 
   

Maar niets is veranderlijker dan de mens. Mijn belofte heeft ruim tien
jaar stand gehouden. Toen ging ik weer naar kleine verjaardagen van
mensen die me kenden, die niet hoefden te vragen waar ik vandaan 
kom. In juni van dit jaar trad ik op met gedichten voor een bescheiden
publiek. De andere dichter was Simon Vinkenoog. Zijn vrouw nodigde
me na afloop uit voor zijn tachtigste verjaardag in juli, in de centrale 
openbare bibliotheek in Amsterdam. Ik had zes weken de tijd om te 
bedenken wat ik met de schizofrenie zou doen als ik besloot toch te 
gaan. En ik ging. 
Bij de lift van de bibliotheek wist ik al dat ik de steppewolf was. Een die
de dood altijd bij zich draagt. En bij de kantine aangekomen was de
woestijn weer daar. Natuurlijk zoek je bekende gezichten en die waren
er ook. Gelukkig. De moeder aller vragen werd niet gesteld. 
Vóór de festiviteiten in het theater was ik niet passief, ik maakte kennis
en vergaarde informatie. Ik was wel op mijn hoede om niet de vragen te
stellen die van een mens een wolf maken. 

In de theaterzaal zat ik naast een jonge vrouw van in de dertig met 
donker krullend haar. Toen ik haar naam hoorde gebeurde het. Mij
ontglipte spontaan het zinnetje: "Waar kom je vandaan?"
In haar ogen zag ik mijn reactie op al die keren dat de vraag mij de
afgelopen kwarteeuw was gesteld. Dan weet je dat elke poging tot
herstel zal mislukken. Het is beter om dan meteen te stoppen met
praten. 

Gelukkig begonnen de festiviteiten op het podium al snel.
Halverwege de avond fluisterde de dame naast me, met de beleefd-
heid van het kind van een halve gastarbeider: "Ik ga dáár zitten want
dan hoor ik het beter". Ik wist de échte reden. Ik stonk naar een vieze
vraag die normaliter erg beschaafd klinkt. 
Maar ja, ik had me niet gerealiseerd dat ik zo geruisloos geïntegreerd
was. Ik kon de activiteiten nauwelijks meer volgen, werd gehinderd
door mijn spoken. Tientallen steppewolven zaten naast me en in me.
Al meer dan een kwarteeuw probeer ik er achter te komen waarom ik
het vervelend vind als mensen mij naar mijn afkomst vragen, terwijl ik
er boeken mee vul en er ellenlange artikelen over schrijf. Is het een
diep verlangen om als gelijke behandeld te worden en niet alleen in
die allochtone kooi te moeten zitten, hoe ruim en luxueus ze die ook
maken? 
Ben ik een claustrofoob? Is elke ontheemde mens die de grenzen van
zijn (innerlijke) land achter zich heeft gelaten geen claustrofoob? Ben
ik een borderliner? Of heb ik, net als elke vreemdeling, iets te verber-
gen, heb ik ergens over gelogen zoals Ayaan Hirsi Ali dat deed?
Bij de vraag 'waar kom je vandaan' schrikt er in ieder geval iets wakker
in mij, iets van de onherstelbare schade die het vertrek uit mijn land
heeft veroorzaakt, en waarmee alle wezens uit mijn verleden tot wolven
worden die aan mijn ziel knagen. 

© Ibrahim Selman 

  Dit artikel werd op 15 november j.l. gepubliceerd in Letter en Geest 
van het dagblad Trouw. 
Ibrahim Selman is schrijver, acteur en filmmaker. 
Zijn roman 'Aline' verschijnt binnenkort bij uitgeverij Meulenhoff.
   
   
 
Dichter des Vaderlands  - Wie van de tien spel, geleid door Jeltje - door John Zwart, geplaatst 31 oktober 2008 
   
Het lijkt nog niet zo lang geleden. De opvolging van de eerste Dichter
des Vaderlands, Gerrit Komrij deed destijds heel wat onpoëtisch stof 
opwaaien. Wát 'n verontwaardiging
toen Driek van Wissen als een 
soort Barack Obama massaal stemmen verwierf door
royaal met badges
en balpennen strooiend door het land te trekken. 'Driek for president' 
of zoiets. 
Schande spraken de gevestigde grootheden, zoals I.L.Fluiter, ervan,
die daadwerkelijk
naar de begeerde functie konden fluiten toen zij ruim
gepasseerd werden door Driek
de sonnettenbakker, gesteund door zijn
grote supportersschare.
Dat was in 2005, en ja we naderen 2009, het is alweer bijna vier jaar 
geleden. Driek moet
zijn aanzienlijke status binnenkort inleveren. Per
28 januari 2009 gaat een
nieuwe Dichter des Vaderlands zijn troon 
bestijgen. 

De organisatie durft een open verkiezing blijkbaar niet aan. Er is een
commissie onder
leiding van ex-tweedekamer voorzitter Jeltje van
Nieuwenhoven ingesteld, die in al haar
wijsheid heeft bepaald welke 
tien van de honderden Nederlandse dichters een kans
mogen maken
als troonopvolger. Wie zijn die tien? 

In alfabetische volgorde: Tsead Bruinja, Maria van Daalen, Ruben van
Gogh, Ingmar Heytze, Joke van Leeuwen, Erik Menkveld, Ramsey 
Nasr, Hagar Peeters, Ilja L Pfeiffer en Marjoleine de Vos. Wij als publiek,
mogen niet stemmen, maar mogen wel invloed op de commissie trachten
uit te oefenen bij het promoveren uit de 'longlist' naar de 'shortlist'. 

Er staat een contactformulier op de speciale internetsite. Vanaf vandaag
mogen we aangeven wie van hen naar onze mening kans moet maken.
Dan maar hopen dat Arjen Fortuin, Hester Knibbe, Thomas Vaessens
en Bas Kwakman, onder de bezielende leiding van Jeltje met de dikke 
"L" zich daar iets van zullen aantrekken. 
Op 1 januari eindigt die termijn, de dag daarop maakt de commissie
de 'shortlist' bekend. Dan mogen we ècht stemmen, tot 27 januari... 
Op woensdag 28 januari zendt TV Nederland 2 het programma 
"Avond van de Poëzie" uit. Daarin wordt de uitverkiezing met luide 
fanfares door Jeltje bekendgemaakt. 

© John Zwart voor Hernehim Cultuur - 31 oktober 2008 

 

   
 
 
Engkaans  - Is het ongenoegen van Floris Brown, geplaatst 9 oktober 2008 
   
Het ongenoegen van John Zwart* over het ernstige verval van de 
Nederlandse taal, door klakkeloos importeren van Amerikaanse
woorden en uitdrukkingen en allerlei 'jargon', vindt navolging in het
moderne Zuid Afrika. Floris Brown strijdt voor het Afrikaans dat
nog veel ernstiger bedreigd wordt door "verengelsing". 
*) lees ook de column "Taal" hieronder. 
   
"Dames en Here, dit is vir my vanaand 'n groot eer en voorreg om op
my sestigste verjaarsdag, 10 September 2008, aan u voor te hou die
12de nie-amptelike taal van die Republiek van Suid-Afrika naamlik:
ENGKAANS. 
Ek wil dan graag alle media uitgewers en bydraers tot ons nuwe taal 
gelukwens met hul volgehoue ondersteuning en publisering van hierdie
taal... 
Ja, Dames en Here, met 'n gebrek aan woordeskat, is dit beslis nié 
AFRIKAANS nie, maar 'n eiesoortige kromtaal manier van Afrikaans 
skryf en praat. Dit is dan ook opvallend hoe die Duusvolk en Duusmanne
en vroue hierdie nuwe taal omhels, vreugdevure aansteek, juig en dit 
uitbasuin as dié perfekte taal waartoe Afrikaans hom hedendaags leen,
die taal van die nuwe geslag, die "inwees -alles -wat -verkeerd -is- 
regskiet" generasie. 
Ek sien hoe baie Afrikaanse Taalpuriste hierdie skryfsels teen hul 
mure uitgooi en hoe geïrriteerd hul gedagtes draai want sien, baie van
ons opreg Afrikaanse koerante en tydskrifte neig om ingesluk te word
deur "Engkaans" en al meer Engelse boekresensies verskyn in dít wat
Afrikaans moet wees en lees."  

 

"Ja, ek hoor hoe die reeds gestorwe helde vir Afrikaans sal vra: "Is ons
nog in Suid-Afrika? Is dít die Afrikaans waarvoor ons gesterf het? 
Praat en skryf niemand dan meer Afrikaans nie??" 
Dames en Here, ek het in die verlede, baie geld spandeer as 
ingeskrewe lid op hoë gehalte goeie goeie Afrikaanse tydskrifte. O hoe
het ek my nie angstig gehaas na die poskantoor om my boeke af te
haal nie. Ek het goeie digters nagejaag, nagelees en by hul hoë 
standaard van poësie skryf heeltyd geleer. Skielik verdwyn die poësie.
Skielik verdwyn die goeie artikels en alles maak plek vir hoë gehalte
advertensies. Die ekonome sluk Afrikaans in en verander hierdie hoë
gehalte tydskrifte in "hoë gehalte glans advertensie blaaie".  
"Engkaans" sluip in en neem oor.
Dames en Here, ek sluit af met my eie nuutskepping slagspreuk: 
(Praat van die duiwel en trap op sy stert?) Nee - 
"Praat van die Engel en streel sy vlerk." 
Gee Afrikaans sy Engele vlerk en laat Afrikaans Afrikaans! 
Slegs Afrikaans hoog vlieg! Die hemele in!
Juig Afrikaans in ons Republiek Suid-Afrika!" 

© Floris A. Brown  
    florisbrown@mweb.co.za 

Taal - Het ongenoegen van John Zwart, geplaatst 21 september 2008 
   
Wat is er toch aan de hand met de taal? Dat vraag ik mij al een aantal
jaren af en mijn ongerustheid neemt alleen maar toe. 
Intussen worden er nog steeds allerlei relativerende opmerkingen 
gemaakt door lieden, die menen dat het allemaal zo'n vaart niet zal
lopen. Bovendien, vallen anderen bij, is taal niet statisch. Door de tijden
heen is de taal voortdurend veranderd, oude woorden raakten in onbruik,
nieuwe woorden ontstaan. 

Dat is allemaal goed en wel, natuurlijk vind ik óók dat de plechtstatige
taal van eind negentiende en begin twintigste eeuw niet meer in deze
tijd past. Dat het zeventiende eeuwse Nederlands van Joost van den
Vondel of Jacob Cats zó ver van ons af ligt dat we moeite moeten doen
om het nog te kunnen begrijpen. 
Niet bruikbaar geworden in communicatie van vandaag de dag. 
Maar wat er nu aan de hand is lijkt me toch iets anders. Het lijkt op de
ongemakkelijke waarheid, 't ziet er uit alsof zich óók al een klimaat-
probleem ontwikkelt rond onze taal. 
Onder invloed van een reeks van ongunstige processen raakt de 
Nederlandse taal in versneld tempo sterk vervuild. Zoals door het in 
hoog tempo verbruiken van fossiele brandstoffen en dumpen van afval-
stoffen moeder aarde wordt vergiftigd, zo wordt onze taal vergiftigd 
door interessantdoenerij en gemakzucht. Massaal worden Engelse 
leenwoorden gebruikt voor begrippen waarvoor uitstekende Nederlandse
woorden bestaan en vaak ook nog een keur aan synoniemen. 

 

Het bedrijfsleven wil graag een alert en actief elan uitstralen en 
men denkt dat zoiets alleen kan met het gebruik van herhaalde 
mantra's, afgekeken van het snelle Amerikaanse zakenleven. 
Hun onstuitbare dynamiek denken ze uit te stralen door zich óver
de hoofden van hun Nederlandse klanten heen tot 'de wereld' te 
richten met Engelstalige bezweringen. 
Je zou van de intelligentsia verwachten dat ze zich als de milieu-
beschermers van de taal opstellen, maar niets is minder waar. 
Dat politici nogal wat brabbeltaal uitslaan verbaast me eigenlijk 
niet - maar als ik een museumdirecteur, enigszins in zijn wiek 
geschoten toen hij op een streekaccent werd betrapt (sic), hoor
zeggen: "We moeten omturnen naar een nieuwe mindset", dan 
staan mij de tenen krom in de schoenen. Gevierde acteurs en 
schrijvers (!) hoor ik om de haverklap het afschuwelijke "impact" 
gebruiken en het turven van de stoplap "zeg maar" heb ik na 'n
score van 14 keer per minuut maar opgegeven. 

Misschien dat België op termijn toch wel uiteen gaat vallen. 
Mocht dat er toe leiden dat de invloed van de Vlamingen op onze
gezamenlijke Nederlandse taal zal versterken, zou dat een 
positieve wending kunnen betekenen. De Vlamingen laten zich niet
zo snel gek maken en zij hebben vele honderden uitstekende 
Nederlandse woorden bewaard die in Nederland nog zelden worden
gehoord. Het is niet voor niets dat zij altijd het hoogst eindigen bij
het Groot Dictée der Nederlandse Taal. 

© John Zwart - 20 september 2008 

 
 
McCarthy in Holland - Column van John Newswatcher, geplaatst 5 september 2008 
Mijn vader was in zijn jonge jaren een communist. Dat is niet zo
verwonderlijk, hij maakte de diepste economische crisis ooit mee,
massaontslagen, de duw- werkverschaffing en zag met schrik de
dreiging groeien van de nazi-terreur vlak over de oostgrens. 
Een enorme verandering voltrok zich in de eeuw van mijn vader. Na
de tweede wereldoorlog openbaarde zich een nieuwe tegenstelling.
De koude oorlog bracht nieuwe terreur, onmiskenbaar, van de 
sovjets in Hongarije en Tsjecho-Slowakije. 
Onder die invloed verflauwde zijn eens zo felle overtuiging. 

Zo kan iemands politieke inzicht opschuiven door nieuwe ervaringen.
Maar in de jaren vijftig hield mijn vader zijn vroegere communistische
sympathieën liefst in 't verborgene. Waarom dat was, begon ik later
te begrijpen, toen ik ouder werd. 
Ik zag hoe in het land van onze bevrijders die we zo bejubeld hadden,
het land van de vrijheid en onbegrensde mogelijkheden, een ware
heksenjacht werd gehouden. Iedereen die ooit communistische
sympathieën had, of zich er maar in het verleden positief over uitliet,
werd gediscrimineerd. In de ogen van McCarthy en de zijnen waren
dit onbetrouwbare Amerikanen die nooit loyale staatsburgers konden
zijn. Acteurs mochten niet meer optreden en werden van elke nieuwe
rol uitgesloten, kunstenaars werden 'besmet' verklaard, werknemers
ontslagen. Naijver bij promotiekansen leidde tot 'verraad', carrières 
werden gebroken. Een merkwaardige overeenkomst met het begin van
de Jodenvervolging onder de nazi's. Die breidden hun heksenjachten
ook spoedig uit tot de landen die onder de voet werden gelopen. 

Niet verwonderlijk dat mijn vader vreesde dat de communisten-
jacht ook wel zou komen overwaaien vanaf de andere kant van de
oceaan. 

In de achter ons liggende decennia hebben zich opnieuw grote 
veranderingen voltrokken. Ook binnen de Nederlandse politiek, waar
regeringen eerst nog ongestraft de volksvertegenwoordiging konden
beliegen of helemaal buiten spel zetten, is dat nu gelukkig heel wat
minder gemakkelijk geworden. Actievoerders van toen gingen op
legale wijze politiek bedrijven, vormden lobby's of namen zitting in
de tweede kamer. 
Maar de voorzichtigheid van mijn vader: "een moord is na twintig jaar
verjaard, maar voor een verkeerde sympathie blijven ze je levenslang
natrappen, als je ze de kans geeft", die is nog even realistisch. 
Helaas kon Wijnand Duivendak niet bij hem te rade gaan, het is 
alweer bijna twintig jaar geleden dat hij is gestorven. Hij had hem 
raad kunnen geven: "schrap die passage joh, verjaard of niet verjaard,
je zult nagetrapt worden". 

Hij had gelijk, hun kwaadaardigheid kent geen grenzen, iedereen
wordt besnuffeld, en erg genoeg is het door lieden waarvan sommige
terecht zelf in kwade reuk staan. 
McCarthy's ghost waart door Holland. 
En iedereen lijkt in zijn schulp te kruipen. 

© John Newswatcher - 4 september 2008 

   
 
 
Waarschuwing - Inflatie dreigt - Column van ZiggZagg over de corrosie van de superlatieven, geplaatst 21 augustus 2008 
Het is geen makkelijke tijd. Economisch gaat het de wereld niet voor
de wind. Kredietcrisis, energiecrisis, klimaatverandering, toenemend
geweld waar dan ook, en met
de overbevolking wil het ook maar niet
neerwaarts. Steeds vaker zijn de ellebogen nodig
voor een beetje 
profilering. 
De reclame staat inmiddels bol van de superlatieven. Na super, ultra,
en mega mag het woord superlatief wel megalatief gaan heten. Het
buitengewone begint gewoon te worden. 
Tussen het schreeuwlelijken door vallen de sobere berichten in de
reclameblokken niet meer op. Zelfs nieuwsitems willen liever een shock
effect bewerkstelligen dan onafhankelijke objectieve berichtgeving voor
te staan. Waarom willen die lui van het journaal ons toch steeds weer
rampspoed aanpraten met futiliteiten terwijl de echte rampspoed zit
verpakt in onopvallendheid. Tussen de overdaad aan Olympische 
Spelen verdwijnt zelfs een complete oorlog in Georgië achter de score-
borden, of de wereld er nu mee op zijn kop komt te staan of niet. 
Het wordt steeds moeilijker de natuurlijke drang tot onderscheiden in
de praktijk te brengen. Witte was werd van witter dan wit ineens ultrawit,
een simpel drankje aanprijzen kan niet meer zonder extreme vormen
van joligheid; de vormgeving van een nieuw model auto kan niet zonder
de verbouwing van een complete stad; en ga zo maar door. 
Nu ook het taalgebruik er onder gaat lijden, is een indringende winst-
waarschuwing wel op zijn plaats. Voor de taal is dat redelijk uniek (zo’n
woord dat zich laat vertalen als ‘enig in zijn soort’, iets waarvan geen
tweede exemplaar bestaat). In de Volkskrant dienden zich deze week 
de eerste tekenen van inflatie aan. Het superlatievengebruik begint nu
werkelijk zorgwekkende vormen aan te nemen. De waarde van groteske
woorden duikelt. De eerste symptomen zijn gesignaleerd in een artikel
over de vele huwelijken op 08-08-08 (een geluksgetallencombinatie). 
In groten getale verdrongen de stellen zich rond het altaar.
De trouwambtenaar in Delft zei dat ondanks de vele stellen die deze 
datum hadden aangegrepen, voor haar ieder bruidspaar ‘uniek’ is. Voor
de verslaggever was dit aanleiding onder de begeleidende foto, waarop
een huwende Louis van Gaal met bruid, te schrijven: ‘Het uniekste 
bruidspaar’. Daarmee was hij niet door zijn superlatieven heen. Aan het
eind van zijn stuk schreef hij over dit huwelijk  ‘...er kon op 08-08-08 
maar één Nederlander het alleruniekst zijn.’ 
Hoe uniek; hoe megalatief? Kent u de waarde van uw superlatieven nog?
U bent gewaarschuwd. 

© ZiggZagg 

 
 
Terrasjesweer - Column over de kwaliteit van het moderne leven door John Newswatcher, geplaatst 2 augustus 2008 
"Heeft iedere Nederlandse man een hogedrukspuit?" vroeg me onlangs
een Turkse Nederlander. Zo worden we weer eens met onze neus op
de feiten gedrukt. Als het toch de allochtonen al opvalt, dan moet het
wel erg zijn. 
Wat? Hoe het gesteld is met onze welvaart, ondanks onze klaagzang
over de economie, die weer eventjes ophield met steeds maar verder 
uit zijn voegen te barsten, dat we godbetert zelfs belásting moeten 
betalen over onze zónvakantievluchten. Tsss. 

Als er dan wat te klaagzingen valt, dan moeten we 't onze opvolgende
regeringen maar eens gaan aanwrijven. Het lijkt wel alsof elke minister
een flink aandelenpakketje in een mix van Gamma, Formido, Karwei 
etc. in zijn droge schaapjesportefeuille heeft zitten. We betalen accijns
en allerlei belastingen die onze hoeders van ons welzijn bedachten op
de dingen die ze slecht voor ons vinden. Zo willen ze ons remmen door
zaken heel duur te maken. Verklarende dat er dan minder energie, 
minder verpakkingsmateriaal etc. zal worden verbruikt. Tot mijn verbijs-
tering ontdekte ik onlangs dat er intussen zelfs 'drinkwaterbelasting' 
wordt geheven. Waterdrinken is blijkbaar ook slecht voor ons, weinig
water drinken tenminste, want als je heel erg véél kubieke meters
consumeert wordt het weer belastingvrij. 

Wie bedenkt zoiets, dezelfde onnozelen wellicht die aan de ergst 
oenemende vervuiling van ons leefmilieu geheel voorbijgaan. Niemand
denkt aan lawaai. Lawaai ja, dat is de grootste groeier van menselijke
ergernis en bedreiging van de gezondheid, die om zich heen grijpt.
Al die bouwmarkten stampvol met spotgoedkoop made-in-china-spul 
dat allemaal bij productie en transport gigantisch vervuilt en bij het 
gebruik onverdraaglijk lawaai produceert. 

Na een lange periode van kille dagen met harde wind, werd 't eindelijk
weer eens aangenaam zomers voor buitenactiviteit. Dan denk je aan 
rust, aan je tuinstoel, aan een drankje bij de hand, onder het genot van
een mooi boek of een zacht muziekje op de achtergrond. Nou vergeet
het maar. Op hetzelfde moment als je de parasol opzet ontwaken ze:
de hogedrukspuiten, de motormaaiers, de cirkelzagen, de slijptollen,
de schuurmachines, de terrasbestratingtrilplaten, en verschrikkelijk, de
allerverschrikkelijkste van alle, de kantentrimmers. 
Tot gekwordens toe. 
Moet je toch nog op reis, goed voor Schiphol en Wouter Bos. 

© John Newswatcher -1 augustus 2008 

   
 
 
Traditie en mode - Column over lichaamsversiering van John Newswatcher, geplaatst 8 juli 2008 
In het algemeen ben ik niet zo gecharmeerd van tattoo's. Traditioneel waren tattoo's populaire lichaamsversieringen in de tijd van 'mannen van ijzer op schepen ven hout'. Als zeeman was ik natuurlijk vaak met een flink aantal getatoeëerden omringd. Nieuwe aanwas kwam van de jongens, pas van school, die bij thuiskomst van hun eerste reis beslist die stoere ervaring moesten tonen met een plaatje op hun nog tere jongensvel. 
Onder de volwassen mannen waren er bij met hele schilderijen, ooit toegewijd
aan geliefden, waarmee het inmiddels allang "uit" was. Veel tattoo's kwamen
tot stand in licht beschonken toestand. Zelf heb ik me er van weg gehouden, 
de meeste 'modellen' vond ik ook niet eens mooi, mijn smaak ging toen al wat
verder dan een anker, een zeemeermin of een gestileerd zeilschip met bollende
zeilen. 
Ouder wordend was ik blij helemaal géén tattoo's te hebben laten zetten, 
immers bij de meeste oudere mensen worden die dingen steeds valer, lelijker 
en geleidelijk vervormd. Het enige waarover ik in twijfel heb gestaan was mijn 
linkeroorlel te laten doorboren voor een gouden oorring. Dat is eeuwenlang een
traditie bij zeelieden geweest en werd beschouwd als de garantie voor een
waardig afscheid van het leven. Mocht je bij een scheepsramp omkomen en
ergens verdronken aanspoelen, dan was de oorring een identificatie en de
opbrengst ervan dekte de kosten van begrafenis. Op dat moment ontbrak mij
echter het geld voor de massief gouden oorring, die zou worden gegraveerd met
mijn naam, geboorteplaats en datum. Mijn oorlel heb ik toen ook maar niet 
laten doorboren. 
Toen het mode werd bij de vrouwen om zich te laten tatoeëren had ik er 
meteen mijn bedenkingen tegen. 
Het begon met kleine vlindertjes, hartjes of bloemetjes op hun schouder, dat
kon er nog mee door, maar ik voorzag al hoe het zou verder gaan.... 
En natuurlijk werd mijn voorspelling wáár. Al heel gauw waren borsten, buik 
en billen aan de beurt en de tattoo's werden almaar groter en groter. Ik zag 
een fotomodel met een tattoo van een paradijsvogel die zich uitstrekte van 
boven de navel tot onderin haar lies, zij maakte van haar tattoo haar 
handelsmerk. 

Velen zullen er later spijt van krijgen, ze blijven nu eenmaal niet levenslang
strakke, frisse, soepele jonge meiden, maar de tattoo blijft wel een leven lang.
De waardering voor de vrouwentattoo onder de jonge mensen van nu begint 
ook al te tanen, vooral voor de trend van de overdadige versiering van de 
onderrug. 
Ik ving onlangs een stukje van een gesprek op tussen twee twintigers: 
"Ze had zo'n gigantisch reetgewei op haar kont!" 
Oei, dacht ik, en ze dacht misschien wel daar erg mooi mee te zijn - en wie
weet hoeveel ze daar nog voor heeft betaald. 

© JohnN 
juli 2008 

                                   lekker stoer
 
 
Wie schrijft die blijft - Cursiefje gewijd aan OpSpraak op papier, geplaatst 19 juni 2008 
Schrijven-en-blijven-geen-probleem in het OpSpraak zomernummer.
Het blijft tobben voor schrijvers die op een kluitje vooraan willen staan 
bij het uitdelen van lauwerkransen als voorbode voor roem na het graf.
Bij de twintigste Albert Verweylezing, in 2004 uitgesproken door 
Geerten Meijsing, komt literaire roem aan de orde. 
Hij omschrijft succes als een instantpudding, die gemakkelijk is aan
te zien voor roem. Hij denkt dat alleen het onafscheidelijke trio talent,
sociale intelligentie en blinde ambitie de schrijver een kans kunnen 
geven op een plekje in de eregalerij. 
In 't nieuwe OpSpraak magazine, dat eind deze maand van de drukpers
rolt, komt dit probleem aan de orde. Naar aanleiding van de expositie 
"Lectori Salutem" – Boek en Oudheid in het Allard Pierson Museum in
Amsterdam gaan Jos van Liempdt en Jet van Swieten op zoek naar de
‘scriptorem salutem’, naar het schrijven-en-blijven-geen-probleem
verhaal. Zij geven 25 tips waarmee overlevingskansen aanzienlijk zijn te
vergroten. Pepijn Uljé maakte er een prachtige cartoon bij.

JvS 

 
 
De Nachtburgemeester - Gastcolumn van Arnoud de Jong, geplaatst 27 mei 2008 
Amsterdam - Bij terugkomst van vakantie vond ik een wervend mailtje van ene Mister Rosso. Hij wilde nachtburgemeester worden. Op 19 mei kon ik in Paradiso op hem stemmen. Om mijn motivatie nog wat op te krikken had hij er een foto van zichzelf bij gedaan. Daarop stond een duister jongmens met een grote koptelefoon en een zonnebril op z'n hoofd. Dit werkte bij mij contraproductief. Mister Rosso zal best een aardige en geschikte vent zijn, maar qua uiterlijk is dit nu juist het type dat ik 's nachts liever niet tegenkom. Sta je net lekker te wildplassen in de Dubbeleworststeeg, komt ineens de nachtburgemeester even gezellig aanschuiven. Dat wordt razendsnel afknijpen en gillend wegrennen. Maar goed, Mister Rosso heeft geen last van me gehad, want ik was er niet op 19 mei. En hij werd trouwens géén nachtburgemeester. Die positie is veroverd door de dames Kristel Mutsters en Josine Neyman, gebundeld onder de naam 'Club zonder filter'. Wordt dus een duobaantje. 
Ik heb het allemaal kunnen lezen in een uitgebreid verslag van de avond op DJ-Broadcast. 
Waarom heeft Amsterdam eigenlijk een nachtburgemeester nodig? Ja, om 
een brug te slaan tussen nachtleven en politiek, wordt er dan gezegd. Die 
brug kun je wel vergeten: een nachtburgemeester slaapt overdag, de politiek
's nachts. Volgens sommigen zelfs overdag óók. Dit verschil in bioritme praat
wat lastig. We schijnen al een aantal jaren een nachtburgemeester te hebben
gehad. Nooit wat van gemerkt, maar dat ligt aan mij. Doet er niet toe, mijn 
punt is dat we nu maar eens eerlijk moeten toegeven dat het hele idee van 
die nachtburgemeester gejat is van Rotterdam. En nog slecht gejat ook. 
Want in Rotterdam hebben ze van oudsher Jules Deelder. Die hoefden ze 
niet te kiezen, die is het gewoon. Jules Deelder is de personificatie van het
nachtleven, hij belichaamt de poëzie van de nacht, de seks, de drugs, de 
jazz. Hij is een charismatische nachtburgemeester, een man die niet hoeft
uit te leggen waar hij 's nachts een zonnebril voor nodig heeft. 
En waar komen wij mee? Met Kristel en Josine. Of andersom. 
I rest my case... 
                                                                 © Arnoud de Jong
 
 
 
De bruid gekaapt - Kort pinksterverhaal van Jos Zuijderwijk, geplaatst 10 mei 2008 
We wandelden langs de Vinkeveense plassen. Waar? Ik zou bij God niet weten waar. Het was een heel mooie tweede Pinksterdag. We waren met zijn twee, Acacia en ik. Genoten van de dalende zon. Gedicht werd ooit:
"De uitvinding van de romantiek 
De zon gaat onder 
ik voel me bijzonder" *) 
Dat stond in een studentenblaadje, herinnerde ik mij. Van allemaal studenten die op de uitvreter wilden lijken, schrijven als Nescio en ook een overbetaalde baan waarin je kon flierefluiten. We liepen op zo'n meter of twintig van het water met een prachtig ver gezicht. 
Met van die zeiltjes op het water. Zwoel de avondzon. We gingen over een ophaalbruggetje dat twee plassen met elkander bond. Wij voelden ons dichter, ik speciaal. Acacia was meer schilderes, daarom pasten wij ook zo bij elkaar - die dag. Mooie avond was het, hoe vroeg nog ook. Een avond die vroeg om wat? Ik wist het toen nog niet. 
De vogels floten dat het een lust was. "Af en toe een huis / of een kombuis / Het leven wil wat / de plas geeft dat". Zo dichtte ik voor Acacia en zij was vol begenadigdheid. Zich zo met den dichter, die nog nooit gedicht had, te vertreden.

Ineens veranderde het panorama. Er kwam een uitspanning in het zicht. Met vele keuvelende lieden, deftig aangekleed, de glazen in de hand. Ik sprak: 
"De dichter is / Waar fuif is". 
Wij gingen op het lome pad dat leidde naar de glazen die grote geesten vullen met vloeiend de substantie. Wij zeiden nog: 
"Als dat maar niet openbaar is / Want er zit geen monee / in onze portemonnee".
En het was niet openbaar. Het was een bruiloft. De bruid was een prinses, de bruidegom een aankomende prins. Wij vulden onze ballonglazen met champagne en daarna met Médoc, meedogenloos qua passie. Moeiteloos pasten wij ons aan. Ieder vroeg: "wie bent jullie?". Ze kenden ons niet. 
Waarop ik antwoordde: "Ik ben de dichter". 
En Acadia zei:
"Ik ben zijn penseel". 
De prinses echter, die nam daar geen genoegen mee. Zij verschoof haar sluier en zei: "dicht dan eens voor mij". 
Ik zei: "u brengt mij in verlegenheid wonderschone dame". En toen dichtte ik: 
"Wij deden het in passie 
Gekeken onderwijl naar Lassie 
Die nog niet gerezen was". 

 

"Oh wat ben je mooi", zei de prinses die ook nog bruid was. Ze was verrukt
 en hief met mij het glas terwijl Acacia zich beeldend met de bruidegom onderhield. De schone bruid vroeg, glimmend met haar liefste lach: "weet je
er nog meer zo, uit je hoofd?" 
"Niet zo van mezelf", zei ik, "het echte werk schuif ik voor me uit". 
"Kom mee", zei ze in verrukking en ze nam me mee naar een geheime kamer
vol met bloemen en een bruidsboeket. 
Ze zei smachtend: "kom op, ik wil je horen". 
Ik zei: "Goed dan, een waarschuwend dicht. Heel oud."  
Ik declameerde: 
"Een vaersje in een voorreede te pas gebracht 
't Onnozel volkje houdt poëeten 
Voor dwaazen, hoofden dol van waan. 
Maar wilt gy de oorzaak daar van weeten? 
't Ziet gekken voor poëeten aan".**) 
Hare ogen waren betraand van al het schone hier ten gehore. Hare wangen
glunderden van kunstzinnigheid en artisticiteit in haar genot. Nu stond zij 
volstrekt in lichterlaaie en zij stortte zich bovenop mij. En ik, ik stortte mee,
met het glas nog in de hand. Daar komen scherven van, herinner ik mij nog
de gedachte.

Zestien minuten later, toen wij enigszins aan het bedaren waren van 
ongekend die heftigheid ging de deur open. Daar stond de vader van de
bruidegom: "Wat mot dat?" Alsof-ie zelf geen kijkers had, deze onnozele.
De waard, hij kwam erbij, hij kent zijn gasten. En toen vier stevige kerels 
met handen als kolenschoppen. Door hen werd ik naar het water gedragen.
Op handen gedragen dichtte ik:
"Ondeugd / Geeft geneugt" terwijl Acacia
naar mij wuifde. 
Het werd helemaal nat en koud om mij heen, dat weet ik nog. 

 

© Jos Zuijderwijk. 

Bronnen: 
*) Rudi ter Haar in Propria Cures - zie G. Komrij Bloemlezing 19/20 blz 946 
**) Pieter Langendijk (1683-1756) - zie G. Komrij 17/18, Bert Bakker 1996. 

 
 
Van boekenpolonaise en boekenlied - Gastcolumn van ZiggZagg, geplaatst 30 april 2008 
‘Er zijn in Nederland meer dichters dan er lezers van dichtbundels zijn,’ spiegelde enige tijd geleden een kenner mij voor. En inderdaad, de dichters overspoelen onze contreien. Alle werken zij even serieus aan hun opgang in dichtersland. Er wordt wat afgezwoegd en afgeploeterd. Onstuitbaar overspoelt die lyrische golf stad en land. De kostbare parels en koralen gaan vergezeld van de nodige guppen en krabben. De sedimenten tezamen vormen een grote, onoverzichtelijke brij.
Boekhandels klagen al jaren steen en been dat het meeste wat hun geboden wordt kwalitatief weinig meer om het lijf heeft dan een eendagsvlieg die haar vleugels al voor de geboorte is kwijtgespeeld aan een orgeldraaier met liefdesverdriet. Om te janken. Toch is de boekhandel verheugd. Het heeft de koper behaagd de winkels te blijven bezoeken en boeken te kopen; vele malen meer dan een mens kan lezen. En dat gebeurt: meer boeken verkocht, minder gelezen.
Er is geen tijd meer om te lezen. Dit jaar zelfs minder dan ooit. Amsterdam Wereldboekenstad belooft ons een jaar dat in het teken van boeken staat. De stad zindert van activiteit, zo sterk, dat zelfs de meest verstokte lezer niet meer toekomt aan wat je met een boek eigenlijk behoort te doen: stil zitten, rust zoeken en lezen. Wie deze keuze nog wel wil maken, zal raar staan te kijken als er nog ergens een plekje te vinden is waar alleen de rust nog zindert. Negen van de tien keer loopt er toevallig net een boekenpolonaise onder het raam voorbij of schalt het nationale boekenlied van de hoogste toren.
Groot voordeel bij deze bruis en borrel is, dat al die dichters het ploeteren en zwoegen dit jaar wel eens even zouden kunnen afzweren om zich in borrel en bruis te kunnen begeven en zich laten overspoelen door die bikkels van de commercie. De ware dichter laat zich niet afleiden. Dat brengt meer glans aan de zeldzame sedimenten. 
                                                                        ©ZiggZagg
 
 
 
Weerzien met Antwerpen - deel 1 - korte reisimpressie, geplaatst 10 april 2008 
Zo alleen rondlopend in het oude Antwerpen wordt het ook een teruggaan naar mijn jonge jaren. Mijn allereerste zeereis, de kortste ooit, van Amsterdam naar IJmuiden en bij Vlissingen alweer naar binnen, had de Scheldestad als bestemming. Later zou ik er nog vele malen terugkomen. Nog vóór ik de stad bereik, rijdend over de baan (veel breder dan vroeger), kijk ik uit naar het oude wielerstadion. Het staat er nog, maar het heeft een nieuwe, groene kap gekregen. Ik sla af naar het stadshart en zoek de rivier. Zodra ik daar loop, voel ik weer hetzelfde plaveisel onder mijn voetzolen dat mijn jongensvoeten leerden kennen. Het zijn zeer beslist dezelfde kasseien die hier nog altijd liggen. Een effectief plaveisel om de auto's tot kalme snelheid te manen, je kúnt hier gewoon niet hard rijden. Behalve dan die ene taxichauffeur, jaren geleden, die het voor elkaar kreeg mijn lief tot kokhalzen te brengen.  Nieuwe indrukken mengen zich met oude herinneringen. Die taxi, met slippende achterwielen door de bocht scheurend, naar het hotel, dat amper 500 meter verderop bleek te staan. We konden geen tweepersoonskamer krijgen, de receptionist wilde niet geloven dat we getrouwd waren. Hoe jong moet ik er toen nog hebben uitgezien! Voorbij het Bassin zie ik de lange rij oude hallen met hun gietijzeren kappen, vervallen, maar ze zijn er nog, helaas alleen nog in gebruik als overdekte Parking. De kaai, waar ik ooit met KNSM zeeschepen - en ook met de "Oranjefontein", passagiersschip van de Holland-Afrikalijn, later nog de Noorse "Havsul" - aankwam en vertrok. Die kaai ligt er nog, maar dient alleen tot afvaart van de Flandria toeristenscheepjes. De spoorrails en de rails voor de laadkranen liggen er óók nog, maar in onbruik, roestig, op vele plaatsen overdekt met gras en onkruiden. 
   
Het Steen lokt met wapperende banieren. Aan de voet van de trap een standbeeld van de reus Gulliver met naar hem opkijkende liliputmensjes. Het ziet er nog nieuw uit. Binnen blijkt juist een tentoonstelling te zijn. Relieken van de Red Star Line. De grote oceaanstomers waarmee tot aan het jaar 1934 veel landverhuizers van hier naar de Verenigde Staten vertrokken, vervuld van verlangen naar een betere toekomst. Een stukje Antwerpse en Belgische zeevaartgeschiedenis waarvan ik niet eerder weet had. Indrukwekkende foto's van samengepakte mensen op het dek van een schip: tussendekpassagiers, reizen als haring in de ton. De mensen moeten desperaat zijn geweest... Ik ga weer naar buiten, zoek de ruimte. Op de plek waar vroeger een spoorweg-emplacement was, liggen er nu een oude sleepboot en een marine-mijnenveger als vissen op het droge. Nog verder noordwaarts heeft de loodsdienst een aanlegplaats. Op de wal liggen enorme rode, gele en groene boeien, die de vaargeul in de stroomdraad van de Schelde moeten markeren. De natuur schiep een abstract schilderij van zeepokken en ander aangroeisel onder hun waterlijn. Het zijn de oude, die in reserve liggen. De nieuwe boeien zijn van kunststof, minder onderhoud... we leven in een tijdperk van efficiency. Nog verderop noordwaarts nóg een stuk kaai waar nog een paar oude kranen werkeloos bejaard staan te worden. Lang geleden al heeft de laatste schilder hier zijn verfkwasten opgeborgen. "Cie Internationale Electrique - Liege Belgique" is nog goed leesbaar. Aan de andere zijde: "Hefvermogen 2000 kilos", museumstukken op een in onbruik geraakte rivierkade. Het echte werk vindt nu veel verder stroomaf plaats in de uitgestrekte containerdokken. 

 

   

 

        "En altijd lig ik 's middags met mijn fiets
        In ons gras aan je Schelde mijn schepen te tellen.
        Hun loeiende schaduwen aaien de flat van mijn zoon 
        Daarginder in het groen van de Gerlachekaai 
        Maar nooit ben ik van hier, 
        .... 
        Ik heb geen stratenplan op zak van onze verhouding". 

 

     Uit: "Bres" - Leonard Nolens, VSB Poëzieprijs 11 april 2008 

     © Foto's en tekst John Zwart - Copyright Hernehim Cultuur 
    

 

Weerzien met Antwerpen - deel 2 - korte reisimpressie, geplaatst 13 april 2008 
Genoeg nostalgie en weemoed gesnoven. 
Dan maar naar de Grote Markt gewandeld. Daar is sinds mijn eerste herinnering niets veranderd en dat moet ook maar zo blijven. 
De gildenhuizen en het Keizer Karels' Hof, waar ik in vervlogen dagen op het terras ooit een diepzinnig gesprek voerde met een meisje, over geschiedenis en ons mensen en hoe te leven met angst voor de dood. Er zijn altijd scènes uit de film van je leven, die als een haarscherp fragment weer opduiken. Van vele maanden, soms wel een jaar schijnen alle details gewist, maar enkele gebeurtenissen staan in het brein gegrift, die vergeet een mens blijkbaar nooit. 
Nog altijd de groepen bezoekers op het plein, druk fotograferend - de huizen en het zestiende-eeuwse Stadhuis, alles zoals toen. Maar de mensen zelf zijn wel veranderd. Grote groepen kleine Chinezen met platte gezichten, aan het hoofd een Chinese begeleider die - de rug naar zijn gasten gekeerd - op luide toon zijn uitleg geeft. Tot mijn verbazing met een microfoon voor de mond, legt hij zijn woorden vast? 
En dan de Kathedraal, onverstoorbaar dominant in het stadshart, met blinkende gouden wijzerplaat en wijzers van het uurwerk, ondanks de bedekte hemel. Maar de beelden, ornamenten en muren in lichtgrijze steen, dat alles is roetzwart aangeslagen. Dat de stadslucht vervuild is tonen Antwerpens historische gebouwen onverbloemd aan, daar hoeft men geen ingewikkelde meetrapporten over op te stellen... 
   
Tijd voor het belangrijkste doel van mijn reis naar Vlaanderen: het statige gebouw uit 1564, Grote Markt 1. Ik ga er binnen en word vriendelijk begroet door de dames van de ontvangst in het Stadhuis van Antwerpen. Aangenaam verrast tonen zij zich dat ik 'helemaal uit Nederland' mijn respect kom betonen aan Hugo Claus, de Vlaamse literaire reus. Een mooie portretfoto van Claus prijkt in de hal. Het eerste gedenkboek ligt er al geheel volgeschreven met eerbewijzen van alle bezoekers, die twee weken lang uit de stad en de verre omtrek met dezelfde intentie naar dit Stadhuis kwamen als ik. Een tweede boek biedt nog ruimte. "Voor een vijftiger" heb ik voor deze gelegenheid geschreven. Met de meegebrachte vulpen schrijf ik het gedicht op en sluit af met een respectvolle groet. Terwijl ik er nog mee bezig ben meldt zich nog een bezoeker. De dame wil ook, nog juist in het laatste uur van openstelling, iets in het boek schrijven. Zij vraagt mijn toestemming, leest even mee over mijn schouder. "Ik weet niet of ik er wel even mooi als u over zal kunnen schrijven" zegt ze. Natuurlijk wil ik weten wat haar betrokkenheid bij de schrijver of wellicht de mens Hugo Claus is. Wat blijkt, ik heb te maken met actrice en regisseuse B. Zij vertelt mij over de intense samenwerking met Hugo Claus bij de laatste keren dat hij nog zelf als regisseur betrokken was bij zijn eigen stukken. Eigenlijk was Hugo een grote leermeester in de regie voor haar geweest. 
De dames van de ontvangst hebben met gespitste oren meegeluisterd naar ons gesprek. "Ik dacht al, wat heeft die mevrouw een bekende stem", klinkt het, "kan het zijn, dat ik u ken van tv?"
Dat is het moment dat voor mij het gesprek ten einde komt. Maar mevrouw B. heeft mij wel haar kaartje nog toegestopt en ik haar het mijne. De boeken zijn na het sluitingsuur van het Stadhuis ingenomen en ze worden de volgende dag overhandigd aan Veerle, de weduwe van Hugo Claus. 

 

Diezelfde zaterdagavond was ik terug in Amsterdam. Antwerpen was mij nagereisd in de persoon van de dichter Bart Moeyaert. Een geweldig dichter, die ik bewonder om zijn mooie taalgebruik. Daarbij ook nog een zeer vriendelijk man. Vlaanderen brengt weer nieuwe poëten voort. 
"Gedichten voor gelukkige mensen" heet zijn nieuwe bundel, zopas verschenen bij Querido. 
De titel dekt de lading. 

John Zwart, 7 april 2008 

 

Stadhuis Antwerpen, Grote Markt 1

© Foto's en tekst John Zwart - Copyright Hernehim Cultuur 

 
 
 © Copyright Hernehim Cultuur  2001-2011

Hernehim Cultuurpagina's  


De culturele pagina's worden onafhankelijk gepubliceerd en geredigeerd  door John Zwart