|
Hernehim pagina proza |
Hernehim![]() |
|
Boeiend om te bezoeken. Vrij en onafhankelijk. © HC 2001-2009 |
Redactie:
John Zwart Bijgestaan door: Monica Boschman en Anke Labrie |
|
|
Laatst bijgewerkt: 02.03.2010 |
| Stemmen en twijfel - Cursief in het kader van de Gemeenteraadverkiezingen van Anneke Wasscher - geplaatst 2 maart 2010 |
| De
filosoof Descartes kon het een aantal eeuwen geleden mooi zeggen: “De eerste zekerheid is die van de twijfel.” Echter mede op grond hiervan kwam hij tot de stellige overtuiging: “je pense donc je suis” (ik denk dus ik besta). Hoe dan ook, ons denkproces blijft inherent aan het fenomeen twijfel. Zelf word ik daar dagelijks mee geconfronteerd. Regelmatig sta ik in dubio, dan maak ik afwegingen in de zin van "enerzijds - anderzijds". Op het kruispunt van wegen weet ik vaak niet welke richting ik nemen zal. Omdat er zoveel mogelijkheden zijn. Dilemma’s dus, omdat rotsvaste overtuigingen vaak ontbreken in mijn brein. Misschien behoor ik tot een minderheidsgroep die het
nooit zeker weet. |
Uit hun houding blijkt geen enkele
twijfel. Ze staan stevig op hun “stellingen”. Een politicus wordt vast getraind in stellig presenteren. Bij voorkeur met een vleugje zelfingenomenheid. Misschien zou een cursus luisteren soms ook zo gek nog niet zijn. Maar dat vergt natuurlijk te veel tijd. Haast hijgt de mens voortdurend in de nek. Straks gaan we kiezen, tenminste een deel van de bevolking. Voor een gemeen- telijk bestuur. Weinig mensen schijnt het te interesseren, gezien het feit dat een lage opkomst verwacht wordt. Sommigen horen wellicht alleen degene die het hardst schreeuwt. De echo van de discussie in het parlement klinkt na in de huis- kamer, de kantine en de kroeg. Soms als mij daar de mond wordt gegund, ben ik net niet slagvaardig genoeg of zijn de juiste troeven weer niet voorhanden. Maar meestal slaat gewoon de twijfel weer toe. Als ik uiteindelijk ’s nachts in bed de slaap niet kan vatten na al het krijgsrumoer, hoor ik soms in de verte een melodie van idealen. Ze zingen eenstemmig. Gelukkig maar, dat maakt het kiezen op 3 maart a.s. toch wel weer makkelijker. © Anneke Wasscher |
| Saint Amour - Voor Nederland van start op de liefdesdag in Groningen - Een impressie van Anneke Wasscher - geplaatst 15 februari 2010 |
| Het was
een fijne avond in de Stadsschouwburg van Groningen op de veertiende februari. Het is inmiddels een traditie dat vanaf Valentijnsdag de schrijverskaravaan van “Saint Amour” langs Vlaamse en Nederlandse theaters trekt om er een ode aan de liefde te brengen. Men krijgt waar voor zijn geld! Klinkende namen in het aangekondigde programma: Remco Campert, Antjie Krog, Doeschka Meijsing, Ramsey Nasr, Cees Nooteboom, Manon Uphoff, Jan Siebelink en last but not least Bert Ostyn voor passende muziek. Het programma werd gepresenteerd door Piet
Piryns. De pijlen van cupido
|
Cees Nooteboom vertelde het verhaal van een
Nederlandse fotograaf die verliefd werd op zijn Japanse model. Met woorden schiep hij sublieme beelden, die eveneens een mysterieuze sfeer opriepen. Manon Uphoff wordt de “she-woman" genoemd, daar doet een leesbrilletje niets aan af. Haar liefdesverhaal speelde zich grotendeels af tijdens de oorlog in Bosnië. “Een verfrissing in ons oer- Hollands moralistisch land”, schreef een recensent al eerder. Hij heeft gelijk. Ontegenzeglijk een hoogtepunt van performance in de rij van gerenom- meerde dichters en schrijvers, was Antjie Krog die ons letterlijk mee sleepte in haar liefdesgedicht. Doodstille zaal, iedereen op het puntje van de stoel. Voor degenen die van afwisseling houden: tussen de voordrachten waren er filmfragmenten te zien over liefde, erotiek en wat daaraan verwant is.. De beelden van Maarten Biesheuvel en zijn toegewijde, inmiddels gebochelde vrouw raakten me. Ze lieten zien hoe warm en zacht leven toch kan zijn, ook als men geplaagd wordt door langdurige depressies. In alle simpelheid. De gitaarmuziek en teksten van Bert Ostyn pasten wonderwel. Er werd gelezen en gespeeld voor enthousiast publiek dat met ruim vierhonderd de zaal vulde. Van de auteurs waren boeken te koop die desgewenst werden gesigneerd. Een hartverwarmende voorstelling in de koude winter. Anneke Wasscher - Groningen, 15 februari 2010.
|
|
|
Speellijst
Amsterdam. |
| Van het Oosterdok in Amsterdam - Een verslag van John Zwart - geplaatst 14 februari 2010 |
| Twee
dagen na de Gedichtendag het jaarlijks hoogtepunt in de OBA op de éérste laatste zaterdag van de maand in het nieuwe jaar - 30 januari 2010. Die dag ontvingen organisatoren Riet Lamers en Jos van Hest een selectie van Open Podium deelnemers uit het jaar 2009. Dat waren er een heleboel en daarom was er maar tijd voor ieder om één gedicht vanaf het podium te lezen. Voordat deze marathon begon deed stadsdichter van Amsterdam Mustafa Stitou een voordracht voor de verzamelde dichters en het overige publiek. Een van zijn succesvolle titels drijft de spot met alle cosmetische ingrepen die de mensen, en dan in het bijzonder de vrouwen, op hun lichaam laten uitvoeren. Het voelde een beetje vrouwonvriendelijk aan voor mij, hoe alles 'gelift' ging worden en zij van 'zadeltassen' verlost zouden raken. Maar het was de cosmetische chirurg die aan het woord was en eigenlijk maakte die zich belachelijk met het opsommen van zijn lijst van correcties die hij in de aanbieding heeft. Hij sloot af met het gedicht dat hij op de nieuwe bibliotheek had geschreven en dat is aangebracht op de binnenwand aan de oostzijde van het gebouw. Het gedicht "De tempel" ziet men onmiddellijk bij binnenkomst naast de liften aan de rechterhand. Van de dichters die daarop volgden
was ik vooral zeer onder de indruk door |
Mustafa Stitou © Copyright Hernehim Cultuur |
|
De muur Ik heb de Duitsers diep
gehaat, Genoeg daarover, alleen nog die taal, die mooie
taal, En dan nog de motoriek en het geluid Stomtoevallig was ik 44 jaar
later in november 1989 Beneden op straat zagen wij een stille optocht Pas veel later realiseerde
ik me, © Conrad van de Weetering |
Een
kaleidoskoop van stijlen, stemmingen, onderwerpen trok aan ons voorbij, Jos van Hest maakte er een verrassende mix van door telkens heel verschillende mensen naar voren te roepen. Zó beluister je een gedegen sonnet en dan is er weer een simpel schetsje van een moment op straat, zoals deze van Til Schaap: hondje in de mand op de
fiets Gerard Beentjes bracht met zijn gedicht
"De zachte krachten" De zachte krachten Waarheid is in elke taal een
andere waarheid, niet en dood niet het einde.
Mensen voor ons ademzacht van heimwee.
Gieren vliegen rond © Gerard Beentjes Erika De Stercke was helemaal uit Gent komen
sporen om Letterdeeg Splinters van brokkelige
letters |
|
De presentator © Copyright Hernehim Cultuur
© John
Zwart - febr. 2010
|
Leonice Leite da Silva komt ook graag naar
het OBA De presentator Zijn stem luidt Hij is geïnteresseerd in
woorden hij luistert met aandacht Ik zie in zijn ogen Hij droomt... en fantaseert Hij maakt een grapje Applaus. |
| Gedichtendag 2010 - Een impressieverslag van John Zwart - geplaatst 8 februari 2010 |
| Waar was
uw redacteur-webmaster op donderdag 28 januari j.l.? Het programma wordt van jaar tot jaar voller. Elke keuze sluit veel andere uit, moeilijk... Vanwege het wekenlange slechte weer had ik geen enkel vast plan gemaakt. Maar de vroege ochtend van 'gedichtendag' zag het er eventjes goed uit. Dus toch maar op weg, maar niet te ver. Goed, ik was dus in Groningen, in het oude hart,
vlakbij de Vischmarkt |
|
|
Die Liebenden Sieh jene
Kraniche in großem Bogen! Zie hoe de
wolken dit landschap verlaten ver weg Saskia de Boer |
RUG
Huisdichters in duo-voordracht Links: Sacha Landkroon, rechts: Robert Prijs © Eigen foto Hernehim
De Rijksuniversiteit kent sinds tien jaar het
fenomeen 'huisdichters'. Een enkele `professor` las ook een eigen gedicht in
de taal van zijn leer- |
|
Dr. Henk Harbers tijdens zijn bezielde voordracht |
![]() Hans Renner leest in het Tsjechisch 'Báseñ o Hovnu' & 'Housle' van Jaroslav Vrchlický en Jirí Suchý. © Copyright Hernehim 2010 Ook werd voorgedragen door: |
| Snel naar de Centrale
Openbare Bibliotheek op een steenworp afstand waar de uitslag van de poëziewedstrijd op het thema "over de grens" in de Wolters Noordhoffzaal bekendgemaakt ging worden. De jury onder voorzitterschap van de dichter Rense Sinkgraven (stads- dichter 2008, nu opgevolgd door de jonge Anneke Claus), van wie wij onlangs nog "Haïti mijn geliefde" publiceerden. Liesbeth Annokkee voerde het woord namens de jury, en ook dichteres en 'vriend van Hernehim Cultuur' Nina Werkman had daarin zitting. Zeer tevreden was men over het aantal inzenders, ruim 200 waarvan éénderde jeugd tot 18 jaar. De derde prijs van de volwassenen ging naar een origineel gedicht over het verkennende van de prille liefde, waar de schrijfster Clé van Katwijk zich wel wat gemakkelijk van de titel had afgemaakt: "over de grens". De tweede prijs was voor een gedicht dat op humoristische wijze de vakantiestress beschreef van een gezin per auto op weg naar hun bestemming: "alles past" van Antonio Termeer, De eerste prijs gunde men aan Erik Hofstra voor zijn gedicht zonder titel met de beginregel "Overzichtelijk was mijn dorp..." Er is een bundel 'Over de grens"
met de 10 beste inzenders in beide © John Zwart - Hernehim 2010
|
Liesbeth Annokkee leest de juryrapporten en prijst alle inzenders.
|
|
Overzichtelijk was mijn
dorp En de buurman zei:
"Hallo." zij is heel gelukkig Erik Hofstra |
Alles
past
Als ik schuin omhoog kijk langs mijn
zusje kan ik de wolken zien vanaf de voorbank vraagt mijn moeder:
wie wil er een snoepje? en mijn moeder vraagt: wie wil er nog
iets drinken? ssst zachtjes de baby slaapt ssst
zachtjes de baby slaapt badmintonrackets pakken koffie
onduidelijke plastic zakken een bal
Antonio Termeer |
| Strafrit
naar huis, voorzichtig voortschuivende file, pas om 23:00u thuis, nog net op tijd voor "met het OOG op morgen" op radio 1. Ook daarin aandacht voor de poëzie met Ramsey Nasr - en Casa Luna stond ook nog in het teken van de alweer verstreken Gedichtendag 2010. Conversatie over gedichten van presentator Harm Edens met actrice Marlies Heuer die theater maakt op basis van poëzie. Later worden er gedichten gelezen, ook door luisteraars. Ik hoorde eerst Karel Wasch en later ook nog Koos Hagen met hun eigen werk over de telefoon op de zender komen. Ik dacht: "wat let me!" Ik meldde mij aan. Na de muziek ging men eerst nog een gedicht van een gerenommeerde dichter laten horen... nou dat was een renommee: Wislawa Szymborska. Nobelprijswinnares 1996. Het gedicht dat de presentator liet horen kwam uit de bundel: "Uitzicht met zandkorrel"
De terrorist -- kijkt
Er valt even een beklemmende stilte na dit
gedicht, |
De terrorist -- kijkt De bom in het café zal om dertien uur twintig
ontploffen. De terrorist is de straat al overgestoken. Een vrouw in een geel jack - gaat naar binnen. Dertien uur zeventien en vier seconden. Dertien uur zeventien en veertig seconden. Dertien uur achttien. Dertien uur negentien. Het is dertien uur twintig. |
|
Zelfopoffering
misschien ben ik niet voor dit offeren geschapen waarom dan zoveel jaren lang te leven zijn het wellicht de valse regels voor 't leven voor de onwrikbare regent © JohnN 2010. Ik wil nog wel wat toelichting kwijt, waarom ik dit
gedicht zo toepasselijk © John Zwart - Hernehim 2010 |
De thans bijna 87 jarige Poolse
dichteres Wislawa Szymborska |
| "Dicht in de Buurt" terug van "ver verdwaald" - NIEUW Slotartikel van John Zwart - geplaatst 4 februari 2010 |
| Het project "dicht
in de buurt" op de internetkrant van Trouw, dat zijn 20.000ste papieren editie viert, heeft waarschijnlijk veel van de deelnemers zowel als de organisator overrompeld. Er is in de reactievensters al heel wat gepasseerd de afgelopen weken. Terechte zowel als onterechte agitatie. Nu heerst er betrekkelijke rust maar toch zijn we in lichtelijk gespannen afwachting van "de bundel" plus nog een stapeltje regionale bundels, als het eindresultaat van de poëzie die door de dichters "op de kaart" werd gezet. Terugblikkend |
Wat was dan toch de oorzaak van dit overweldigende aantal? Een snelle blik maakte al veel duidelijk: sommige namen kwam je wel érg vaak tegen. Tja, en omdat veel dichters het als een diskwalificatie zouden ervaren als hun inzending buiten de selectie valt hadden de veelplegers een opjagend effect. Ook de dichters die iets te verliezen hebben gingen er aan méédoen. Ook ik had iets te verliezen: één gedicht was prijswinnaar, het andere kreeg 'n nominatie en beide tijdschriftpublikatie. Ik moet dus bekennen: óók ik behoor tot de groep die nog wat meer gedichten plaatste. Met de gedachte: komt mijn Flevolandse werk niet aan bod, dan kan misschien één van mijn betere gedichten op Friesland kanshebber zijn, zette ik Waddenzee, Geen weer en Wijd op de kaart. Inmiddels bleek het duizendtal alweer ver gepasseerd. De jurering leek enorm van belang te worden. Er waren matige gedichten bij die plots een vrij snelle opmars maakten in de publieksvoorkeur. Het lobbyen begon, vele emails kreeg ik om ergens liefst 4 of 5 sterretjes aan te klikken. Het is niet leuk als je op goede gronden overtuigd bent van de kwaliteit van je inzending om die opeens weggedrukt te zien door respons op wervings- acties. Ik zag dat er dichters onder de invloed van dit effect onterecht ver onder de nr.100-grens zakten. Contre coeur zullen er heel wat mailtjes naar kennissen zijn gegaan door mensen die dat misschien liever niet deden. En ja, opnieuw moet ik ook toegeven 'links' naar gedichten op Hernehim Nieuws te hebben geplaatst
|
| Het werd allengs duidelijk dat óók de
commentaren onder de gedichten danig van invloed op de scorelijst werden. Chatboxgedrag, ach daar wil ik verder maar het zwijgen toe doen. Het werd wel spannend door dit alles, zoals aan het slot van de voetbal- competitie. Maar eigenlijk houd ik niet zoveel van voetbal... wel van mooie poëzie. Intussen keek de organisator tegen een gigantisch aantal inzendingen aan waarvan er gemiddeld 95 op de 100 teleurgesteld gingen worden. Wilde men daaraan ontkomen? In elk geval kwam toen het bericht dat alle gedichten op hun regio een plekje in aparte boeken gingen krijgen. Zo hebben we alleen maar winnaars? We maken de balans op:
Het inzicht dat nu is verkregen levert een serie aanbevelingen op: De verzameling van de top-100 kan best een mooi boek worden, het feit dat er 30 Hernehim-dichters in staan zegt mij al veel. In elk geval verdient het dat het zorgvuldig tot stand komt. Verminkte lay-out is onaanvaardbaar en wordt dan ook hersteld. Dubbele titels en extra signaturen zijn ook zeer ongewenst en herziening van die onvolkomenheid is sterk aanbevolen. Door letterkeuze in een zeer groot formaat voor de titels zijn deze te vaak afgekort... Met een kleiner formaat voor alle titels zou dit alleen bij hoge uitzondering nodig zijn.
|
Krijgen we dan een prettig leesbaar boek? Dat is arbitrair als er onder
de Dan de regioboeken. Is mijn vermoeden wáár dat ze er in
tweede instantie
© John Zwart - voor Hernehim 4 februari 2010. Tags Trouw online voorpagina Dagblad Trouw.De gedichten op de kaart Gedichten op de kaart
|
| Dicht op de Kaart - Artikel van John Zwart - geplaatst 1 februari 2010 |
| Het
jubilerende dagblad Trouw, ontstaan vanuit de illegaliteit in de tweede wereldoorlog, heeft de afgelopen weken bijna tweeduizend gedichten "op de kaart laten zetten". Een kaart van de lage landen, Nederland en Vlaanderen. Vele honderden (internet)dichters hebben gehoor gegeven aan de uitnodiging om een gedicht in te zenden met als onderwerp de plek waar ze wonen, en de stad of het dorp of het landschap dat hen na aan het hart ligt, ook al wonen ze elders. Qua aantal, maar in niet geringe mate toch óók wat betreft de kwaliteit, is het idee van Trouw - met als trekkertje de belofte dat van de 100 beste gedichten een bundel zou worden samengesteld - een groot succes geworden. Veel bekende namen heb ik op de kaart kunnen vinden. En de site Hernehim Cultuur deelt in de blijdschap van de auteurs van de 100 best gewaardeerde gedichten die in druk gaan verschijnen. Want niet minder dan 30 auteurs in het boek publiceerden ooit ook op Hernehim. Gefeliciteerd ! In
alfabetische volgorde noemen we hun namen en hun
|
Het idee
van de Trouwredactie was dat de (internet)lezers de kwaliteit van de gedichten op de kaart zouden beoordelen, en om niet in de val van de willekeur terecht te komen was er een formule in de computer geprogrammeerd waardoor manipulatie belemmerd werd. Ook het meer- maals stemmen op dezelfde favoriet werd onmogelijk gemaakt door IP registratie. Natuurlijk was het niet perfect, daar gaan we nu even niet op in. Dat de waardering vaak juist gegrond lijkt is te merken aan een "top honderd" plek voor bijvoorbeeld Lilian Caessens, Jan Doornbos, Gijs ter Haar, Margerite Luitwieler, om er maar een paar te noemen. In mijn ogen postten zij stuk voor stuk poëzie die er bovenuit springt, elk in z'n eigen stijl. Er is veel kritiek over redacteur-webmaster Vincent
Dekker uitgestort. Waarom schreef ik dit? Hierom: Met alleen maar zure
opmerkingen kan © John Zwart - 30 januari 2010 - voor Hernehim |
| Atikelen, Beschouwingen, Commentaar - met betrekking tot de literatuur - Korte verhalen, Sprookjes - | |
| Crisisbestendig - Column van Verbal Jam - geplaatst 25 december 2009 | |
| Ook zoiets
raars: de neiging om de financiële waarde van weblogs te willen bepalen. En dan altijd uitkomen op een nattevingerbedrag, ondanks de ingenieuze berekeningsmethode. Waarschijnlijk is de gehanteerde formule zoiets als het aantal bezoekers maal de Technorati Authority plus de Google Page Rank en dat gedeeld door de AEX-index minus de gevoelstemperatuur.. Ik heb daar geen verstand van. Met dit soort kunstjes houdt men zich bezig
bij ondermeer Business
|
Je zou de
waarde van een weblog ook heel anders kunnen beschouwen. Vanuit de auteur. Iemand die in de loop der tijd 2000 columns op zijn /haar weblog heeft geschreven, had daar misschien bij een krant of tijd- schrift (afhankelijk van populariteit en oplage) tussen de € 300 en € 500 per stukje voor kunnen vangen. Dat is bij elkaar minimaal zes ton. Bruto. Uiteraard is dit bedrag net zo fictief als al die andere 'waardebepalingen', misschien versterkt deze wetenschap toch het ego van de weblogger. De werkelijke waarde van een weblog is
natuurlijk niet in geld uit te |
| Vergankelijk - Een Fragment van F.Starik - 3 december 2009 | |
| Hij moet de
smeulende bank uit de woonkamer naar de badkamer hebben gesleept. Goed plan. Zet je bank onder de douche. Steek met de vuurhaard de rest van je huis in de brand. Sluit de deur van de badkamer. Je wil geen overlast bezorgen. Een paar maanden geleden is al eens iets soortgelijks gebeurd, toen moest de kleinste buurman van eenhoog naar beneden komen om een uit de hand gelopen asbak te helpen doven, een emmer volstond. Dat is toen goed afgelopen. Er is nergens melding van gemaakt. Ik heb nog met de woningbouwvereniging
gebeld, 'n paar dagen na de brand. Nou het zal niet meer gebeuren. |
Schrikken
hoor. Dus je huis is afgebrand en nu ben je bezorgd over de man die daarbij gewond raakte. Rare vraag. Daar heeft de dokter niets van gezegd, dat je zomaar vriendelijk mag zeggen wat er zoal aan mankeert. Wij mogen niks zeggen buurman. Dit is geheim. Dat begrijpen de mensen wel, hoor, heus. Want voor hetzelfde geld heeft buurman een mes en gaat hij vanavond wraak nemen op de stichter van de brand. Komt hij naar het ziekenhuis en voelt zich bedrogen. Komt zijn geld terughalen, de onschuldige, het slachtoffer, dat zijn huis moest verlaten vanwege een eenvoudige brand. Dat kost allemaal maar geld. Gisteren hebben ze de stekker er
waarschijnlijk uit getrokken. Er zat geen © F.Starik |
| Niet mijn ding - Beschouwing over de taal - door John Zwart - 20 oktober 2009 | |
| Tja, ik roep
het al járen: de Nederlandse taal is in gevaar, onze eigen taal verloedert omdat we er niet zorgvuldig mee omgaan. Als een monumentaal historisch gebouw door verwaarlozing vervalt en met graffiti overdekt raakt springen we massaal op de barricaden voor ons cultureel erfgoed. Maar de Nederlandse taal is toch evengoed ons culturele erfgoed? Waarom moeten we dan het verval met lede ogen aanzien en waren het lange tijd alleen maar enkele marginale groeperingen die alarm sloegen wegens de om zich heen grijpende kromtaal en hutspot van willekeurige leenwoorden? Op regeringsniveau maken we ons druk over
het gebrek aan taalvaardig- Praktische talenkennis verwerf je met goed
leren luisteren. Maar dat © John Zwart voor Hernehim Cultuur, 20 oktober 2009. |
Funshoppen
in het Nederlands
‘We gaan funshoppen met de kids in de
summer sale!’ ‘Maar er bestaat geen Nederlands woord
voor!’ zegt men dan. Funshoppen in het Nederlands Funshoppen in het Nederlands Een uitgave van Prometheus en initiatief
van de Stichting Nederlands. |
| Dagverse dichters - Beschouwing over de houdbaarheid van de poëzie - door John Zwart - 3 oktober 2009 | |
| Dichters en
gedichten, ze verschillen van elkaar zoals de mensen die we ontmoeten. En dan zijn dichters ook nog nèt mensen en daarmee kinderen van hun tijd. Dat houd ik altijd voor ogen als er weer eens een nieuw talent bijna dood- geknuffeld wordt of wanneer een nieuw verschenen bundel onmiddellijk als meesterwerk wordt bestempeld. De meeste poëzie is niet bestand tegen de tand des tijds. Het is narcisme wanneer je schrijft en je dan verbeeldt dat je bezig bent voor de 'eeuwigheid'. Zelfs van de 'betere dichters' zijn er maar enkele die hun eigen generatie overleven en dan nog met slechts een páár van hun creaties. Zoals de mode ervoor zorgt dat we ons in de
kleding van tien jaar geleden John Zwart - 4 oktober 2009 |
Uit de
Vokskrant, door Kees Fens - gepubliceerd op 24 december 1998:
(Naar aanleiding van de uitgave van de anthologie) ... Met tweehonderd superieure gedichten
uit deze eeuw kunnen we in elk dit is voorlopig het laatste.
Kees Fens - 24 december1998 |
| Parlando, een Vlaams zusje van Hernehim - Bericht over verwante activiteiten op het internet - - 24 augustus 2009 | |
| Hernehim
Cultuur was nauwelijks een jaartje bezig - bestond dankzij John Zwart en Robin Kuipers als initiatiefnemers - toen we in Delft waren. Destijds organiseerde daar Henriette Faas van Stichting Jambe haar poëziemiddagen in Hotel De Plataan. De optredende dichters konden aan het eind van zo'n middag door het publiek via een stemming met briefjes uitgeroepen worden tot 'dichter van de maand'. Of er een echte prijs aan verbonden was weet ik niet meer, maar het was in elk geval wel een hele eer, zo'n Jambe Maandprijs. Op de bewuste middag verscheen er een heel jonge theaterpersoonlijk- heid uit Vlaanderen die met haar voordracht zo opviel dat zij met grote meerderheid tot winnaar werd gekozen. Niemand van de aanwezigen kende haar: "Hoe heet ze nou?" zong het rond. "Tine Moniek", werd er gezegd. "Tine Moniek hoe? Heeft zij geen achternaam?" Onvergetelijk werd haar naam vanaf die dag. Ze werd genoemd op Hernehim Cultuur als verrassende gast uit Antwerpen in een verslagje, of ze dat heeft gelezen weet ik al evenmin. Zo'n twee en half jaar later begon Tine
Moniek met haar Parlando. Een Het is herkenbaar, uit pure liefde voor de
literatuur en de poëzie en de podia |
Als je het ook
allemaal alleen blijft doen vreet het je op. Tine Moniek, met de veerkracht van de jeugd deed het allemaal alleen. En deze maand is ze ermee gestopt. We lazen een gesprek dat ze erover had met Stefaan Goossens op de Contrabas site. Het is alsof we over onszelf lezen bij de volgende citaten: "Het wordt op den duur een 'blog' aan het been... besef dat ik in die 5 jaar weinig voor mezelf heb gedaan, weinig geschreven".... "Agenda, verslagjes, nieuwtjes alles moest erop....er kwam steeds meer bij" "...ook kwamen pittige reacties, mensen die verontwaardigd waren 'blijkbaar niet tot de vriendjes te behoren' of juist furieus waren tussen die namen terecht te komen, er was er zelfs één die geld vroeg om doorgelinkt te worden" ... "...de meeste gastdichters stuurden toch iets in wat ze al hadden liggen..." Wij kunnen ons goed voorstellen hoe Tine Moniek al gauw een duizendpoot was, die desondanks niet eens meer één stel pootjes voor zichzelf over had. Ze had zich nu eenmaal voorgenomen om het echt allemaal alleen te doen. Ze heeft het 5 jaar lang kranig volgehouden en dat is heel wat langer dan menig ander. Hernehim Cultuur is van het begin af nooit
helemaal een éénmans/vrouws © Hernehim Cultuur - Redactioneel - 24 augustus 2009 |
| Wijn - Een impressie uit La douce France van Sierksma - 4 augustus 2009 | |
| Met
mijn volgeladen winkelwagentje worstel ik me door de diverse koopgoten van de enormste surface van het stadje waar ik mijn inkopen doe. Voor mezelf valt het meestal wel mee, maar ik heb vlak voor het afscheid van mijn gehucht buren uitgenodigd voor een uitgebreid aperitief. Eenmaal aangekomen bij de rijen medewinkelaars die
net als ik willen In die rij staat een mooie vrouw met donker
krulhaar, gehuld in een zwarte |
Maar
vragen kan niet, en zelfs dan zou ik het niet doen. Tussen mijn rij torsers en de hare met winkelende lichtgewichten staan immers nog twee rijen. Omdat er nog maar twee wachtenden voor me staan en voor haar wel tien lopen we toch vrijwel tegelijk het winkelmonster uit. Dat ze ruim tien minuten heeft moeten wachten om die ene fles te betalen wijst op de kostbaarheid ervan. Wijn voor haar zelf? Voor haar en iemand anders? Je gaat gissen. Kreeg ze een plotse, onbedwingbare dorst? Het blijft iets raars. Dan stel ik vast dat de vrouw haar hoofd een beetje heeft verloren, als dronk ze eerder die dag ook al een fles. Terwijl ik voedsel en dranken in mijn kleine auto laad passeert ze me wel drie keer en verwaait dan weer in alle windrichtingen over het parkeerterrein. Ze is haar auto kwijt, compleet vergeten waar ze die neerzette. Zag ze iemand die haar van de kaart bracht? Al
tijdens het wachten om te |
| © Sierksma, 3.8/09 | |
| Hedendaagse man loopt gevaar - van Arnoud de Jong - 20 juli 2009 | |
| In dit stukje
richt ik mij even op de hedendaagse man. En dan met name op de hedendaagse man van laten we zeggen rond de veertig. Want veertig is een tamelijk riskante leeftijd voor een man. Dan kijkt hij wat extra nadrukkelijk in de spiegel, merkt hij dat er haren uit zijn neus en oren beginnen te groeien en neemt hij met toenemende onrust een uitzakkend buikje waar. Om die reden zijn er opbeurende teksten verzonnen als 'Het leven begint bij veertig' en 'Mannen worden knapper naar- mate ze ouder worden'. In elke giftshop zijn er wel bekers met een dergelijke opdruk te koop. Het is ook de leeftijd van de midlife-crisis, waarop de man als een gek gaat rondneuken om zichzelf te bewijzen dat hij nog meetelt. Hele legers verbitterde ex-echtgenotes kunnen hiervan getuigen. Zij hebben met lede ogen moeten toezien hoe zij werden ingeruild voor een 'jonger ding' ("die hoer ja") en dat de rotzak nog 'een tweede nestje' met haar begon. Clichés schieten te kort om de mentale zwakheden van de man rond de veertig te beschrijven. Ook de cosmetica-industrie begint nu in te spelen op de onzekerheden van de moderne hedendaagse man. Hij moet -godbetert- ineens op z'n huid gaan letten, iets wat hij niet meer heeft gedaan sinds hij z'n laatste jeugdpuistje uitkneep. Hooguit heeft hij z'n rug en armen laten voltattoëren, maar dat is een doelgroep die de schoonheidsindustrie allang heeft opgegeven.
|
Nee, aan de
plaatjes te zien is de reclame gericht op de goedverdienende yup die eindelijk veertig is geworden. En die dus eigenlijk geen yup meer is. Voorheen beperkte de commercie zich tot het gladscheren en de oksel- frisheid. Die campagnes blonken ook al uit met 'n toenemende dosis verwijfd- heid. Maar nu begint het écht link te worden. Nivea komt namelijk met DNAge. Want ook de man moet volgens Nivea op zijn verouderende huid gaan letten. Op de kraaienpootjes, de wallen onder de ogen, op de verslappende huid, op de groeven van neus tot mondhoeken, op de rimpels in het voorhoofd. Dit wordt oppassen, mannen van Nederland! Nivea wil van jullie 'n stelletje sissies maken, verwijfde zeventiende-eeuwse praaljonkers! Alle stoere kenmerken die de ouder wordende man juist zo aantrekkelijk maken, die juist het onderscheid betekenen tussen man en babyface, die wil Nivea gaan gladstrijken! Trap daar niet in! Zorg dat je man blijft! Dat je er op je vijfenveertigste nog uitziet zoals Nivea wil, moet tot elke prijs vermeden worden! De echte man heeft tegen die tijd een doorleefde en doorgroefde kop, waarop de tand des tijds z'n sporen van seks, drugs en dronkenschap heeft achtergelaten! Zo hoort dat! Zo gaat de evolutie! Laten ze bij Nivea die rotzooi maar op hun buik smeren. Helpt trouwens ook dáár niet. Anders had ik het nog wel geprobeerd misschien... |
| Een ernstig woord - van Gastauteur Aart van Zoest - 16 juni 2009 | |
| Ik steek
het niet onder stoelen of banken: ik vraag van een gedicht dat het mij een toegang biedt tot zijn betekenis. Dat komt doordat ik leef met de vooronderstelling, of moet ik zeggen met het verlangen, dat poëzie een daad is van communicatie, een handreiking naar wie lezen wil of luisteren. Niet perse opzettelijk, niet nadrukkelijk, maar toch. Als ik de merel hoor zingen, of de kleuren zie van de anemoon, neem ik aan dat dat er is opdat ik het hoor en zie. Zo denk ik ook over poëzie. Ik geef toe dat deze vooronderstelling, die wellicht vooroordeel heten moet, te maken heeft met mijn afkeer voor onbegrijpelijk taalgebruik. Er bestaat onbegrijpelijkheid die door een bepaalde categorie dichters tot handelsmerk is gemaakt. Dat is de onbegrijpelijkheid die als rattengif werkt op de ontvankelijkheid van de welwillende minnaars van poëzie, waarvan er godzij- dank zo veel zijn in de wereld. Het is waar dat een gedicht, in zijn algemeenheid, een beautiful riddle kan zijn. Zelfs moet zijn, naar mijn smaak. Zonder een fundamentele, onbeant- woorde vraagstelling kan poëzie het niet stellen. |
Waarom moest
dit zó gezegd zijn en geen millimeter anders? Hoe komt het dat deze woorden een leven lang in mij blijven nazingen? Lyrisch, didactisch, episch, existentieel. Hartverscheurend. Opbeurend. Een vermaning. Een jawoord. Het ach of het wee van een zielsverwant. Een brandend teken. Een teken van leven. Dat alles kan een gedicht voor zijn lezers zijn. Zonder dat te zeggen valt waarom. Wat dit betreft geldt ook hier dat de proof of the pudding in the eating is. Onder de veertien dichters in het voorjaarsnummer van Nynade zijn er die hun renommee al verworven hebben. Anderen zijn aanstormers. Kenmerk van het geheel: spannende diversiteit. Sommige teksten kijken ons aan met wijd open ogen. Andere geven hun geheim pas na inspanning prijs. Maar aan opzettelijke ondoorgrondelijkheid maakt geen hunner zich schuldig. Al die poëzie noodt tot nadenken en navoelen, tot instemmen ook. En ontdekken. © Aart van Zoest - april 2009 Hoofdredacteur "Nynade". |
| Misverstand - Column van Karel Wasch - 5 juni 2009 | |
| “Herne..
wat?” vraagt mijn dochter wanneer ik vertel dat ik naar een middag van Hernehim zal gaan. “Hernehim” zeg ik met enige trots. “Oh dat is die begrafenisonderneming “grapt mijn zoon “van Is er cake na de dood?, toch?” Ik word nu een beetje geïrriteerd. ”Nee, het is een culturele club en we gaan zaken uitwisselen.” Nadat ik dit heb gezegd is het even stil. Helemaal waar is het niet maar kennelijk toch afdoende. “ Oh ze gaan met Turken over Wilders praten” merkt mijn dochter op, ze heeft een aan de lessen maatschappijleer gerelateerde belevingswereld en dan moet je oppassen. “Ik wist niet dat je zo multiculti was” voegt ze er verbaasd maar met enige bewondering aan toe. “Nee, ik ga gedichten voordragen“ zeg ik ”niks te Wilders. . !" “Wie komen er dan allemaal, zijn dat bekende mensen, komt Hans Teeuwen, die deed laatst wat voor Theo van Gogh, een gedicht of zo?” Mijn zoon is op de hoogte merk ik. “Nou o.a. Pom Wolff”
|
“Wolf?” Ik
zie mijn vrouw nadenken, die naam roept een vage herinnering bij haar op. “Dat was toch een lid van de CPN?” weet ze. “Dus toch politiek!” "Nee, hij heeft een site op Internet en is beroemd dichter". Hoewel…? Voor veel internetpoëzie is de rand van het beeldscherm de enige grens. “Gaan jullie mee?" "Ik ga naar een ballonwedstrijd in Schipsluiden” zegt mijn dochter, zoonlief zwijgt, hij kijkt me aan of hij water ziet branden. Ik geef het op, realiseer me dat dichters alleen aan elkaar voorlezen, maar dat is niet erg en vroeger had dat misschien in de verte met politiek te maken. Cabaretiers zijn dichters en dichters dragen voor aan elkaar, is dat erg? Het is in ieder geval niet zo erg als de Gouden Kooi, waarin mensen worden opgeleid tot sadist of toekomstig neuroot. Misschien komen ze dan wel terecht bij Rutger Hendrik van den Hoofdakker oftewel de psychiater Rutger Kopland, maar die is eigenlijk dichter. Eisenhower, vonden de soldaten, was een goede president en in de Senaat vonden ze hem een prima generaal. Er is dus nog hoop voor Kopland. |
| Breinrot - Kort verhaal van Arnoud de Jong - 10 mei 2009 | |
| Van buiten af
bezien was het een kleine, vrolijke stoet die mijn vader naar het verpleeghuis bracht. Ik duwde zijn rolstoel. Het was mooi weer, we probeerden het luchtig te houden. Daarom hadden we mijn moeder nog maar niet meegenomen. Mijn zuster en mijn vrouw maakten grapjes met hem. Als hij ze niet begreep, deed hij alsof. Hij maakte ook grapjes met ons. Die wij dan weer niet altijd begrepen, maar ook wij deden dapper alsof. Hij zwaaide als een vorst op rijtoer naar voorbijgangers, maar ze zwaaiden lang niet altijd terug. Ze waren bezig met hun eigen dingen. Misschien als we hadden geroepen: 'Hij gaat vandaag naar het verpleeghuis', hadden ze wel even de moeite genomen om terug te zwaaien. Zo aardig zijn de meeste mensen wel. Maar we riepen niets... want dan hadden wij moeten huilen. Inwendig was het een droeve stoet. Het doet
toch erg veel pijn om een Die middag was hij moeilijk te hanteren
geweest. Onvermijdelijk moest hij Op zulke momenten is het belangrijk te
blijven focussen op het beeld dat |
Hij eet al het
broodbeleg op. Of zoals laatst een heel paasbrood. Daarna vergeet hij dat hij heeft gegeten. "Hebben we niets op brood?" vraagt hij de volgende morgen verontwaardigd. Hij ziet vreemde mensen in huis, waarschuwt mijn moeder dat ze niemand moet vertrouwen. Er waren studenten die een grap met hem wilden uithalen. Maar gelukkig had hij dat in de gaten, het was maar goed dat hij zo goed oplette, ze waren al in de slaapkamer. Hij ging kijken, slofte achter zijn rollator aan. Op de terugweg struikelde hij, kwam in de gang ten val en brak zijn pols. Dat was in meer dan één opzicht een breekpunt. Het betekende dat hij zichzelf niet meer kon aankleden, niet meer met zijn rollator mocht lopen en zijn eigen kont niet meer kon afvegen. Het werd nu echt te moeilijk om hem nog langer thuis te verzorgen. Vanaf het eerste moment aanvaardde hij het
verpleeghuis wonderwel. Hij Het is een gezelschap in verschillende
stadia van ontluistering, maar ze |
| Verloedering van het boekenvak - Column van John Zwart - 23 april 2009 | |
| Hoe word
je een bekend auteur?
Dat is de vraag die al velen zich hebben gesteld
nadat ze zich een Had tot nu toe nooit iemand van je doen en laten
willen weten dan is |
Kleine
criminelen hangen de keel uit, zware jongens, dáár smullen we van..Kaap een vliegtuig en roep dat je het uit liefde voor de stewardess doet en dreig, als ze niet onmiddellijk met je trouwen wil, dat de kist met iedereen erin de lucht invliegt, maar dan wel ánders, Vermoord je vrouw en schrijf zorgvuldig alle feiten op, hoe en waarom je het hebt gedaan en het verwerken van het lijk. Word serieverkrachter. Word de vriendin van een serieverkrachter, die zijn straf moet uitzitten. Beter nog: trouw met een ter dood veroor- deelde seriemoordenaar. Ga op avontuur in een gevaarlijk land en laat je gijzelen door guerrilla's of terroristen. Ga een paar jaar werken in de straatprostitutie. Sluit je aan bij de Satanskerk, stel je beschikbaar voor het altaar, als offerblok met zachte gleuf. Mannen die hun pik achterna lopen en daarover willen schrijven, die beginnen al vervelend te worden, aan één Brusselmans in Vlaanderen en één Kluun voor Nederland hebben we genoeg. Maar de mogelijk- heden voor vrouwen die alle promiscue geilheid willen uitproberen zijn nog lang niet uitgeput. En anders: ga je naar Afrika, om kindsoldaatjes te helpen en laat je zwanger maken door één van hen. De uitgevers zien de oplagecijfers al voor ogen, nog vóórdat je één letter op papier hebt. Zelfs als je er helemaal niets van bakt komt jouw bestseller er tóch wel, dan krijg je gewoon een ghostwriter aangeboden. Die dochter van Fritzl, details willen we kennen! Meisje, als je nou een beetje exhibitionistisch wordt, dan staan de uitgevers te dringen voor jouw deur, echt waar! © John Zwart - 20 april 2009 |
| Sire, opvoeding voor de kleine man - Gastcolumn van Arnoud de Jong - 26 maart 2009 | |
| We gedragen
ons veel te asociaal vindt SIRE. We bellen hardop in het openbaar vervoer en/of nemen twee zitplaatsen in beslag, we peuteren publiekelijk in ons neus, we spugen, boeren, ruften er lustig op los, we telefoneren gewoon door bij de kassa, we laten onze honden in de zandbak poepen, we dringen voor, we legen de autoasbak op straat en tot overmaat van ergernis hebben we dat allemaal zelf niet in de gaten. Mooi verzonnen van SIRE, daar wordt ons
land vast weer wat prettiger |
Onderwijl
lieten ze banken omvallen, bedrijven over de rand van de afgrond kieperen. Duizenden werknemers werden zonder scrupules de WW in geschopt. Ze smeerden argeloze huizenkopers dure woeker- polissen aan. Zij stortten ons, maar niet zichzelf, in de diepste depressie sinds de jaren dertig. Er waren ook bestuurders die faalden in hun opdracht allerlei mega- projecten in goede banen te leiden, waardoor huizen verzakten en de kosten en bouwtijden verdubbelden. Ze hadden ook toezicht moeten houden op de door hun goedgekeurde IJslandse banken, opdat ons spaargeld niet zou wegsmelten. Ze hebben het nagelaten, de staat moest ervoor opdraaien en zelf kwamen ze ermee weg. Inmiddels zitten ze in het volgende lucratieve baantje. Dáár zie je nu nooit eens een
SIRE-campagne over. SIRE-campagnes |
| Schietschijf - Gastcolumn van ZIgg Zagg - 15 maart 2009 | |
| De samenleving
verhardt. Daar zeg ik niets nieuws mee. Het is een gegeven feit dat veel mensen zich op straat niet meer veilig voelen. Zeker sinds die veiligheid ook nog eens hoog op de politieke agenda staat. In plaats van groepen mensen die buiten de boot dreigen te vallen, meer zekerheid te geven over hun lot, komt de politiek terug met steeds hardere maatregelen om alles in het gareel te houden. De burger is zelf verantwoordelijk voor zijn bestaan, ook al staan hun banen op de tocht, ook al hebben de banken de kassen leeggeroofd door zich met een hebzuchtig bonussysteem te verrijken. De burger betaalt en verzuipt. Maar, je mag het niet zien als een noodlot; het is een kans die je moet benutten. Is het dan gek dat agressie onder ons is gekomen? Ondertussen worden buschauffeurs in
elkaar geslagen door puberende
|
Jongeren, net
klaar met hun hbo, kunnen zo weer aanschuiven in een nieuwe opleiding, want alleen leren leidt nog tot een baan, zo wordt gesproken. Hoewel: het stempel 'eeuwige student' is ook geen toegangs- bewijs tot een beter leven. Het zijn die tegenstrijdige prikkels die een mens tot wanhoop drijven. De meest kwetsbaren zijn de kinderen met leer- en gedragsproblemen. Zij hebben baat bij een beschermende omgeving, waar ze de rust krijgen uit te groeien tot mensen die hun kwaliteiten leren kennen; een omgeving waarin waardering is voor de kleine mijlpaaltjes die zij met veel moeite kunnen afleggen. Begrip en waardering hebben nog nooit iemand kwaad gedaan. Uitgerekend in de kwetsbare Utrechtse wijk Overvecht trof ik zo’n school voor praktijkonderwijs die dit soort kinderen onder de vleugels neemt. Maar, in de vaart der volkeren moet ook deze instelling een flinke positie innemen. Daarom koos de school voor een naam die kracht uitstraalt. De kracht van het kind ligt in zijn talent. Dat talent moet eruit komen. Een positieve gedachte. Het eerste deel van de naam is dan ook gewoon de afkorting voor het soort onderwijs in de vestigingsplaats. Het tweede deel van de naam staat voor Werken, Evalueren en Reflecteren (POUWER). Ook dat klinkt allemaal erg opbouwend en wekt positieve energie op. Het komt aan op de vormgeving om deze gedachte eenvoudig uit te dragen. En daar laat nu juist deze school zich meeslepen door de heersende agressiespiraal. Nog nooit heb ik een onderwijsinstelling gezien die een schietschijf in zijn logo draagt. Deze dus wel. Agressie en geweld zijn nu definitief geïnstitutionaliseerd, Het lijkt mij dat kwetsbare kinderen uit de meest kwetsbare wijken, waar geweld op alle niveaus gemeengoed aan het worden is, met deze schietschijf een vrijbrief in handen hebben: een plek in deze samenleving komt je alleen toe met geweld. Trek desnoods het pistool van je vader en maak van de school een schiet- schijf. © ZiggZagg |
| Kom op voor jezelf, maar blijf wel realistisch - Column van John Zwart - 17 februari 2009 | |
| Ze
lijken me soms benijdenswaard, die vrolijke jongens en meiden die niet beter weten dan dat 'alles moet kunnen'. De jeugd voor wie een mobieltje en een mp3 speler en een eigen pc en tv op de kamer, en wat al niet nog méér tot de standaard uitrusting behoort. Zonder welke het bestaan verschrikkelijk en ondraaglijk moet zijn. Zijn ze te benijden? De generatie erbóven, de ouders -kinderen van de
'babyboomers'- die De kinderen van de babyboomers, die zijn het die nu
het meest aan het Het zijn extreme omstandigheden en die vragen om
extreme maat- "Hou toch eens op mensen", zou ik
als toehoorder willen roepen.
|
Misschien
ben ik wel benijdenswaard, ik heb de hongerwinter beleefd. We waren blij als mijn vader terugkeerde van een voedselstrooptocht langs de boerderijen en twee flessen melk en vijf kilo aardappelen op het aanrecht deponeerde - daarmee konden we weer een paar dagen verder. Mijn moeder wist twee keer anderhalve liter havermoutpap te koken door de melk aan te lengen met water. Het gas was allang afgesloten. Moeder kookte in de woonkamer op een klein plat nood- kacheltje, gefabriceerd door de Blikfabrieken te Krommenie. Daarin kon je alles wat brandbaar was verstoken. Zo bleef er in dat ene vertrek een beetje warmte in huis. We hebben het overleefd, het werd eind jaren veertig en toen werd voor mijn tiende verjaardag mijn eerste fiets gebracht door Ome Klaas. Het ding was bijeengeschroefd uit allerlei verzamelde onderdelen. Maar ik was er toch wel blij mee, want voordien moest ik alles lopen, geld voor de NACO bus was er niet. Dat lopen was niet zo erg, zei mijn vader, hij had zelf zijn hele jeugd alles lopende moeten doen, hij had als kind nóóit een fiets gehad. Toen ik veertien was werkte ik de zomervakantie drie weken in de koekjesfabriek van Hille. Daar hield ik 25 gulden aan over. Een kapitaal, mijn zakgeld was een rijksdaalder (voor de jongere lezers: twee gulden en vijftig cent) per week. Van mijn zelfverdiende kapitaal kocht ik mijn eerste horloge. Ik zie het ding nog voor ogen in het duister van de slaapkamer, met zijn groene fluorescerende wijzers. Wat is er NU helemaal aan de hand? We
verdienen met zijn allen in © John Zwart - 17 februari 2009 |
| Een psychiater/dichter in gesprek met een psychiater/dichter - Impressie van Loes Essen - 29 jan 2009 | |
Rutger Kopland |
Amstelveen 29 januari 2009 - In de foyer van de bibliotheek zijn alle stoelen bezet. Ter gelegenheid van de Nationale Gedichtendag zal psychiater/schrijver/publicist Bram Bakker zijn collega Rudi van den Hoofdakker interviewen, ons beter bekend als dichter Rutger Kopland. Het wordt een avond, die ik zeker niet had willen missen. 'Ik wil amuseren in de brede zin des woords' Een buitengewoon innemende, intelligente
man, die de vragen rustig en |
Echter, toen hij in Groningen zijn vriend Aad Nuys, destijds redacteur van Tirade, enkele gedichten ter beoordeling gaf, was diens reactie: 'onmiddellijk naar Tirade sturen!'. Een paar weken later al gaf uitgeverij Querido blijk van interesse, maar Kopland zei 'ik ga eerst naar Van Oorschot'. En daar bleef hij. Deze gigant, één der meest gewaardeerde dichters van ons land, spreekt over het schrijven van gedichten als over 'een uit zijn krachten gegroeide hobby, iets voor de nacht, voor vakanties, in de auto, kortom: wanneer ik even vrij had'. Dus iets, dat ten opzichte van zijn beroep, altijd op de tweede plaats bleef staan. Het maken van een gedicht is voor hem echter ook 'altijd hard werken' geweest. Aan de hand van zorgvuldig gekozen vragen
van Bram Bakker, worden Dubbelleven 'Het lijkt wel alsof er een soort
aan-uit-knop Van den Hoofdakker – |
"Hoe zit een ziel in elkaar? Wat beweegt iemand? Dat interesseert mij meer dan de functies van het hart, klinisch gezien". En (lachend): "natuurlijk ben ik vooral geïnteresseerd in mijzelf " "Het schrijven van een gedicht is ook en vooral tegelijkertijd het lezen van je gedicht. Altijd speelt de vraag: Wat heeft deze persoon mij te zeggen? Het is als het ware een soort uittreden uit jezelf." Bijzonder is het, nu juist van een psychiater als zijn mening te horen, dat je niet moet veronderstellen dat het schrijven van een gedicht kan leiden tot beter begrip van jezelf. Als een cliënt met een stapeltje gedichten aankomt, om zich aan de hand daarvan te laten doorgronden, zegt vd Hoofdakker, alias Kopland: "doet u die gedichten alstublieft onmiddellijk weer in uw tas en vertelt u mij hoe u over de dingen denkt" 'Vaak zijn juist de aarzelingen in formulering van belang, spreken de stiltes soms boekdelen. Een gedicht is een uitgewerkte tekst, hier staat het. Zo!' In de pauze staat een lange rij mensen te
wachten op signering van
|
| Beek
Je staat ergens, aan de oever van een beek, het is alsof het aarzelt, niet wil Uit: 'Over het verlangen naar een
sigaret'
Tuin Ik zit voor het raam en zie Eerste gedicht na zijn ziekte - 2006
|
Gesprek
met Kopland zijn gedicht is van een dichter stof dan denken ons vermoeden laat de naden diep verzonken toegangs- paden tot zijn wonderlijke ziel hij heeft het over eenzaam over leegten die nog overgaan in landschap aan de einder, verten die in ons bestaan ik kijk en zie zijn dichtgezicht vol lijnen naar een oud verleden het diepe in zijn donkere blik wanneer hij antwoord geeft (de man die vraagt naar hoe het ongeluk en of nadien het schrijven hem verlaten had of angst misschien voor dat) en in de zoektocht naar het woord lijkt hij te blijven wachten tot het hem gevonden heeft, verlangend zijn gedachten © Louise |
| Mogen de wapens rusten - Een nieuwe Dichter des Vaderlands. Bericht en commentaar van John Newswatcher - geplaatst 29 jan 2009 | |
| Er was een
risico, toen de commissie Jeltje van Nieuwenhoven, middenin het Israël-Ghaza conflict de acteur-schrijver Ramsey Nasr in de shortlist voor Dichter des Vaderlands 2009 opnam. In oktober 2004 publiceerde hij een opiniestuk over het Israëlisch-Arabische conflict dat felle discussies uitlokte. Ramsey Nasr is een zeer geëngageerd auteur. De commissie kon er dus rekening mee houden dat de deur werd geopend voor de politiek om een rol te gaan spelen in de beslissing wie bij de promotie van de Nederlandstalige poëzie in de komende vier jaren het voortouw zal nemen. En dat is jammer, want zou een nationaal figuur als een 'Dichter des Vaderlands' dan niet liefst onomstreden moeten zijn? Maar de commissie Jeltje van Nieuwenhoven heeft toch al niet geëxelleerd in de aanloop naar deze verkiezingsuitslag. |
![]() |
| Op het
internet kunnen snel bepaalde belangengroepen gemobiliseerd worden of zelfs nog adhoc gevormd en als via een actieve link met één klik een stembiljet wordt bereikt, dan is tendentieuze beïnvloeding van de uitslag levensgroot aanwezig. Viel de on-Nederlandse naam van Nasr direct al op in het rijtje van de shortlist, de diverse media deden hier nog een schepje bovenop door veelvuldig te refereren naar de Palestijns-Nederlandse dichter Ramsey Nasr. Afgezien van het feit dat een erkende staat Palestina nog steeds niet bestaat is dit toch al grote onzin en in dit geval zelfs zeer ongewenst. Immers Ramsey Nasr is gewoon een Nederlander, niet eens een geïmmigreerde vluchteling, maar gewoon geboren en getogen in Rotterdam in het jaar 1974. Ja, pas 34 jaar, een jonkie dat wel; maar goed na twee DdV's met grijs haar mag er nu wel eens een jongere 'aan de bak'. Als iemand mij vraagt om een rijtje van tien erkende en bekende Nederlandse dichters op te noemen had Ramsey Nasr daar vrijwel zeker niet bij geweest. Hij noemt zichzelf op zijn homepage dichter-schrijver- acteur in die volgorde, maar had iemand mij gevraagd, dan had ik de kwalificaties in omgekeerde volgorde genoemd. Want acteur, ja! Een naam bij het Zuidelijk Toneel, filmacteur en bekend van tv-series. Gelauwerd met de Mary Dresselhuysprijs en nog een nominatie voor de Louis d'Or. Hij schreef drie dichtbundels vanaf zijn debuut in 2000 en ik bezit ze géén van drie. Debuut "27 gedichten & geen lied" (2000), liefdespoëzie, kreeg verdeeld positieve en matige kritiek, maar "Onhandig bloesemend" volgde in 2004 en werd breed omhelsd. In de Volkskrant schreef Piet Gerbrandy: 'De kern van de bundel, een zestien gedichten tellende reeks onder de riskante titel 'dichter liefde', is echter ronduit schitterend. Hier weet Nasr het onhandig bloesemen tot virtuositeit te verheffen, door schijnbaar teugelloze lyriek krachtig naar zijn hand te zetten ... Deze poëzie fonkelt en bruist, zwelgt in tierlantijnen die vervolgens weer genadeloos worden afgeserveerd en durft woorden als 'ziel' en 'hart' in te zetten zonder dat het belachelijk wordt'. |
Het succes van
deze bundel bereidde hem de weg om in 2005 in Antwerpen Tom Lanoye als Stadsdichter op te volgen. In 2006 verscheen zijn laatste dichtbundel "Onze-Lieve Vrouwe-Zeppelin". Het is op zich al jammer dat de DdV competitie tijdens de aanloop tot zoveel on-poëtische taferelen aanleiding gaf tussen de genomineerden, vooral het conflict dat Ramsey Nasr en Tsead Bruinja met elkaar aangingen was niet erg hoogstaand. Maar de klikkenteller heeft nu beslist, we hebben een nieuwe Dichter des Vaderlands in Ramsey Nasr. Voorlopig nog niet onomstreden, gezien de reacties die onder de eerste internet-artikelen verschijnen: "De linkse kerk heeft weer gezegevierd" - "Overwinning van de propaganda voor de dubbele paspoorten" - "Hoe kan iemand Palestijn zijn? Palestina bestaat niet eens". Ja Jeltje, dat was te verwachten, maar het zal wel weer luwen, veel eerder dan het vuren tussen Israël en Ghaza, helaas... We gaan er fris tegenaan met een nieuwe DdV die géén klassieke sonnetten schrijft. Nasr doet regelmatig veel met de symbiose van poëzie met klassieke muziek, we mogen hopen dat zijn DdV-schap hem hier ook nieuwe ruimte voor zal bieden. Zijn muzikaliteit werkt dóór in zijn zangerige poëzie die zich verder kenmerkt door een ontspannen parlando. Dit zijn eigenschappen die hem bij de invulling van het DdV-schap zeker ten goede zullen komen. Of hij veel van zich zal doen spreken en voortdurend in de publiciteit zichtbaar en hoorbaar zal zijn? De verplichting die op de DdV rust is slechts om tenminste jaarlijks vier gedichten op belangrijke gebeurtenissen te schrijven. Zijn verdere betrokkenheid heeft hij geheel zelf in de hand: "Of ik op een wedstrijd voor wie de grootste pannenkoek kan bakken zal verschijnen, of aanwezig zal zijn bij de kroning van de koning, bepaal ik gelukkig geheel zelf", sprak hij zojuist in Het Oog, om vijf minuten voor middernacht. © John Newswatcher - 29 januari 2009 - 01:30u |
| Hij bakt ze te bruin - John Newswatcher spreekt zich uit over de Dichter des Vaderlandsstrijd - geplaatst 3 januari 2008 | |
|
Hij heeft altijd mijn sympathie gehad beste lezers.
Ik waardeer hem Ik zag hem vaak optreden, soms nog hier in het
noorden, maar vaker in Ja, eigenlijk mocht ik die Tsead Bruinja wel, zoveel
is wel duidelijk. Als |
Tsead Bruinja
doet een gooi naar de titel "Dichter
des Vaderlands" "Angel" - Bornmeer
2008
winnares "Grote prijs van Nederland 2007" in De Melkweg "Truth
be told" - Singing Saw Records 2008 |
| Meestal
schrijf ik over zo'n avond een verslagje maar deze keer, met kerstmis voor de deur, aarzelde ik. Niet omdat ik ietwat onvoorbereid op Bart Droog werd getrakteerd, als eerste gast - niet omdat de poëzie die te horen was in het algemeen tegenviel, zéker niet. En ook niet, omdat het programma verstoord werd en langdurig moest onderbroken, doordat er iemand in 't publiek ernstig onwel werd en per ambulance moest worden afgevoerd. Wat mij tegenviel was de hoeveel- heid tijd die Tsead als inleiding besteedde aan zijn wapenfeiten, zie "The official homepage of the dutch poet Tsead Bruinja", en voorál hoe gerechtvaardigd zijn streven is de volgende DdV te worden. Ook toen de avond, ver in tijd uitgelopen, werd afgesloten, opnieuw stertijd, onder lichtprojecties van wervende affiches. Had ik, fris van de lever, geschreven, had ik vooral de lof gezongen van de vriendelijke Leine, die sinds 2007 zo heel verdiend steeds meer bekendheid geniet, waaraan radioprogramma's als "Met het oog op morgen", "Kunststof" en "Opium" hebben bijgedragen. Email bombardement Intussen kwam vandaag de twaalfde (!) folder van
Tsead mijn mailbox |
Moet het toch weer een rellerige toestand worden die DdV verkiezing. Geloof het of niet lezer, ik dacht 'verkiezing' te schrijven maar bij het nalezen hebben mijn vingers 'verzieking' getypt... Wat je doet heet spemmen Tsead en je tracht er ook nog een piramide- spel mee op te zetten. Daar ben ik echt boos over. En boosheid roept boze gedachten op. Heeft Tsead soms met Bornmeer een één-tweetje opgezet? Is die tabloid "Angel" niet gewoon een strategische uitgave om juist nú aandacht voor Tsead Bruinja te genereren in verband met zijn honger naar het DdV-schap? Zo'n tabloidje is makkelijk en snel in elkaar geflanst, krantenpapier nog steeds veel te goedkoop. Jammer, na dit stukje zal Tsead misschien ook wel
boos worden. © John Newswatcher
|
| Milieubewust schrijverschap - Gastcolumn van ZiggZagg - geplaatst 9 december 2008 | |
| Met de
kredietcrisis in het oor schuift de aandacht voor het milieu steeds verder naar de achtergrond. Daar wordt het probleem er niet minder om. Tegelijkertijd lijkt het consumentisme niet meer in te dammen. Sinterklaas kan nog altijd niet met pensioen. | Sterker nog, hij moet er 'n paar Klaasjes bij nemen om alle pakketjes toch nog op tijd bij iedereen door de schoorsteen te duwen. CO2-uitstoot of niet, vergrote ecologische voetstap of niet, 'n gevallen bank meer of minder, het lijkt niet uit te maken. Wouter Bos voorspelt voor 2009 zelfs een sterker stijgende koopkracht dan hij had verwacht. Ondertussen zucht het milieu. Wegen mogen
straks versneld aange-
|
Consuminderen
kan. Iets vaker lopen of fietsen, de trein pakken over de lange afstand, een beetje minder vlees eten, afval scheiden, spaar- lampen aanschaffen, kranen goed dichtdraaien, verwarming twee graadjes lager, bomen planten en niet steeds maar mee willen lopen met de nieuwste trends. En vooral niet luisteren naar het bedrijfsleven dat steeds weer iets nieuws bedenkt en de wereld vervolgens vertelt dat die daar zo’n verschrikkelijke behoefte aan heeft. Mochten de eenvoudige schrijvers onder ons
(en anderen) zich afvragen © ZiggZagg - december 2008 |
| De Moeder aller Vragen - Overdenking van Ibrahim Selman - geplaatst 24 november 2008 | |
|
Als exotische
vluchteling hoef je op een feestje niet lang |
Maar die
ene eeuwig terugkerende vraag maakt de gang naar menig verjaardag tot een ware marteling |
| Ik vier mijn
verjaardag niet maar ga wel eens naar
een feestje. Toen ik studeerde en in de jaren daarna was ik vaker op feestjes te vinden dan tegenwoordig. Hoe kleiner het gezelschap, hoe fijner, vond ik toen. Halverwege de jaren tachtig belandde ik op de vijftigste verjaardag van een bevriende theaterdirecteur. Ik was een dertiger met een mooie baan: docent aan de universiteit van Amsterdam. De opkomst was groot. Meer dan tachtig feestvierende mensen, ze barstten uit het huis. Zelf kende ik misschien een paar zielen. En niemand uit het gezelschap kon aan mijn voorhoofd zien dat ik docent was. Een allochtoon kan van alles zijn: vluchteling, asiel- zoeker, crimineel, gastarbeider of een gewone vakantieganger. Voor mij is het een schok om tussen tientallen mensen te staan die ik niet ken, die allemaal verschillend zijn maar die zich wel op hun eigen territorium bevinden. Sommige mensen worden er onzeker van,
anderen vinden het een |
Er zijn talloze onderwerpen
waarmee je een kennismaking kunt starten. In die vraag zat meer gif dan
in al die chemische bommen. Hij was als |
| Ze luisterde beleefd, maar hoorde me niet | "Ja", zei ze zachtjes |
|
Dat die twee landen in oorlog
waren wist ze wel maar ze wist niet uit |
Op dat moment,
exáct op het moment dat zij van mij wegdraaide om twee glazen wijn te gaan halen, diende zich een andere vrouw aan. "Hoi", zei ze. In die ene seconde probeerde ik net de zware berg van mijn verleden op de grond te leggen, een uitweg te vinden en te vluchten. Maar het lukte niet. De nieuwe vrouw die 'hoi' tegen me zei gaf me een hand en stelde zich voor. Ik zei ook mijn naam. Mijn verleden, dat nog geen seconde op de grond lag, sprong weer op mijn schouders en drong tot in mijn maag naar binnen. Ik keek in de groenblauwe ogen van de vrouw die mijn rechterhand nog in haar zachte hand hield. Ik smeekte met mijn ogen dat ze de volgende vraag, de martelvraag niet zou stellen. Maar ze hield die smekende blik voor iets anders en stelde hem toch, de moeder van alle vragen. "Waar kom je vandaan?" Mijn ogen meden de hare. Ik zag haar voorgangster even verderop twee wijnglazen inschenken. Ik pakte de arm van de vrouw die voor me stond en beet haar toe: "Ziet u die dame daar, met die zwarte jurk en die twee wijnglazen?" - "Ja", zei ze zachtjes. Het klonk alsof ze gedwongen werd haar eigen doodvonnis te bevestigen. "Die vrouw weet alles van mij. Gaat u het haar maar vragen". En ik draaide me om, baande een weg door de ogen, de oren, door de spoken van mijn verleden en bereikte met moeite de buitendeur. De ijskoude wind voelde als een frisse bries. De spoken vormden een kring, dansten, zongen in het Koerdisch en staken hun tongen naar me uit. Op dat moment, in een flits van woede, wilde ik ze zien branden. Ik schaamde me voor mijn gedachten, liep door de straten van Amsterdam en besloot nooit meer naar verjaardagen te gaan. |
| "Waar kom je vandaan?" | "Ik ga dáár zitten, dan hoor ik het beter..." |
|
Maar niets is veranderlijker
dan de mens. Mijn belofte heeft ruim tien In de theaterzaal zat ik naast
een jonge vrouw van in de dertig met |
Gelukkig begonnen de
festiviteiten op het podium al snel. © Ibrahim Selman |
| Dit artikel
werd op 15 november j.l. gepubliceerd in Letter en Geest van het dagblad Trouw. Ibrahim Selman is schrijver, acteur en filmmaker. Zijn roman 'Aline' verschijnt binnenkort bij uitgeverij Meulenhoff. |
|
| Dichter des Vaderlands - Wie van de tien spel, geleid door Jeltje - door John Zwart, geplaatst 31 oktober 2008 | |
| Het
lijkt nog niet zo lang geleden. De opvolging van de eerste Dichter des Vaderlands, Gerrit Komrij deed destijds heel wat onpoëtisch stof opwaaien. Wát 'n verontwaardiging toen Driek van Wissen als een soort Barack Obama massaal stemmen verwierf door royaal met badges en balpennen strooiend door het land te trekken. 'Driek for president' of zoiets. Schande spraken de gevestigde grootheden, zoals I.L.Fluiter, ervan, die daadwerkelijk naar de begeerde functie konden fluiten toen zij ruim gepasseerd werden door Driek de sonnettenbakker, gesteund door zijn grote supportersschare. Dat was in 2005, en ja we naderen 2009, het is alweer bijna vier jaar geleden. Driek moet zijn aanzienlijke status binnenkort inleveren. Per 28 januari 2009 gaat een nieuwe Dichter des Vaderlands zijn troon bestijgen. De organisatie durft een open verkiezing blijkbaar
niet aan. Er is een |
In
alfabetische volgorde: Tsead Bruinja, Maria van Daalen, Ruben van Gogh, Ingmar Heytze, Joke van Leeuwen, Erik Menkveld, Ramsey Nasr, Hagar Peeters, Ilja L Pfeiffer en Marjoleine de Vos. Wij als publiek, mogen niet stemmen, maar mogen wel invloed op de commissie trachten uit te oefenen bij het promoveren uit de 'longlist' naar de 'shortlist'. Er staat een contactformulier op de speciale
internetsite. Vanaf vandaag © John Zwart voor Hernehim Cultuur - 31 oktober 2008
|
| Engkaans - Is het ongenoegen van Floris Brown, geplaatst 9 oktober 2008 | |
| Het
ongenoegen van John Zwart* over het ernstige verval van de Nederlandse taal, door klakkeloos importeren van Amerikaanse woorden en uitdrukkingen en allerlei 'jargon', vindt navolging in het moderne Zuid Afrika. Floris Brown strijdt voor het Afrikaans dat nog veel ernstiger bedreigd wordt door "verengelsing". |
*) lees ook de column "Taal" hieronder. |
| "Dames en
Here, dit is vir my vanaand 'n groot eer en voorreg om op my sestigste verjaarsdag, 10 September 2008, aan u voor te hou die 12de nie-amptelike taal van die Republiek van Suid-Afrika naamlik: ENGKAANS. Ek wil dan graag alle media uitgewers en bydraers tot ons nuwe taal gelukwens met hul volgehoue ondersteuning en publisering van hierdie taal... Ja, Dames en Here, met 'n gebrek aan woordeskat, is dit beslis nié AFRIKAANS nie, maar 'n eiesoortige kromtaal manier van Afrikaans skryf en praat. Dit is dan ook opvallend hoe die Duusvolk en Duusmanne en vroue hierdie nuwe taal omhels, vreugdevure aansteek, juig en dit uitbasuin as dié perfekte taal waartoe Afrikaans hom hedendaags leen, die taal van die nuwe geslag, die "inwees -alles -wat -verkeerd -is- regskiet" generasie. Ek sien hoe baie Afrikaanse Taalpuriste hierdie skryfsels teen hul mure uitgooi en hoe geïrriteerd hul gedagtes draai want sien, baie van ons opreg Afrikaanse koerante en tydskrifte neig om ingesluk te word deur "Engkaans" en al meer Engelse boekresensies verskyn in dít wat Afrikaans moet wees en lees."
|
"Ja, ek
hoor hoe die reeds gestorwe helde vir Afrikaans sal vra: "Is ons nog in Suid-Afrika? Is dít die Afrikaans waarvoor ons gesterf het? Praat en skryf niemand dan meer Afrikaans nie??" Dames en Here, ek het in die verlede, baie geld spandeer as ingeskrewe lid op hoë gehalte goeie goeie Afrikaanse tydskrifte. O hoe het ek my nie angstig gehaas na die poskantoor om my boeke af te haal nie. Ek het goeie digters nagejaag, nagelees en by hul hoë standaard van poësie skryf heeltyd geleer. Skielik verdwyn die poësie. Skielik verdwyn die goeie artikels en alles maak plek vir hoë gehalte advertensies. Die ekonome sluk Afrikaans in en verander hierdie hoë gehalte tydskrifte in "hoë gehalte glans advertensie blaaie". "Engkaans" sluip in en neem oor. Dames en Here, ek sluit af met my eie nuutskepping slagspreuk: (Praat van die duiwel en trap op sy stert?) Nee - "Praat van die Engel en streel sy vlerk." Gee Afrikaans sy Engele vlerk en laat Afrikaans Afrikaans! Slegs Afrikaans hoog vlieg! Die hemele in! Juig Afrikaans in ons Republiek Suid-Afrika!" © Floris A. Brown |
| Taal - Het ongenoegen van John Zwart, geplaatst 21 september 2008 | |
| Wat
is er toch aan de hand met de taal? Dat vraag ik mij al een aantal jaren af en mijn ongerustheid neemt alleen maar toe. Intussen worden er nog steeds allerlei relativerende opmerkingen gemaakt door lieden, die menen dat het allemaal zo'n vaart niet zal lopen. Bovendien, vallen anderen bij, is taal niet statisch. Door de tijden heen is de taal voortdurend veranderd, oude woorden raakten in onbruik, nieuwe woorden ontstaan. Dat is allemaal goed en wel, natuurlijk vind ik óók dat de
plechtstatige
|
Het
bedrijfsleven wil graag een alert en actief elan uitstralen en men denkt dat zoiets alleen kan met het gebruik van herhaalde mantra's, afgekeken van het snelle Amerikaanse zakenleven. Hun onstuitbare dynamiek denken ze uit te stralen door zich óver de hoofden van hun Nederlandse klanten heen tot 'de wereld' te richten met Engelstalige bezweringen. Je zou van de intelligentsia verwachten dat ze zich als de milieu- beschermers van de taal opstellen, maar niets is minder waar. Dat politici nogal wat brabbeltaal uitslaan verbaast me eigenlijk niet - maar als ik een museumdirecteur, enigszins in zijn wiek geschoten toen hij op een streekaccent werd betrapt (sic), hoor zeggen: "We moeten omturnen naar een nieuwe mindset", dan staan mij de tenen krom in de schoenen. Gevierde acteurs en schrijvers (!) hoor ik om de haverklap het afschuwelijke "impact" gebruiken en het turven van de stoplap "zeg maar" heb ik na 'n score van 14 keer per minuut maar opgegeven. Misschien dat België op termijn toch wel uiteen gaat vallen. © John Zwart - 20 september 2008 |
| McCarthy in Holland - Column van John Newswatcher, geplaatst 5 september 2008 | |
| Mijn vader was
in zijn jonge jaren een communist. Dat is niet zo verwonderlijk, hij maakte de diepste economische crisis ooit mee, massaontslagen, de duw- werkverschaffing en zag met schrik de dreiging groeien van de nazi-terreur vlak over de oostgrens. Een enorme verandering voltrok zich in de eeuw van mijn vader. Na de tweede wereldoorlog openbaarde zich een nieuwe tegenstelling. De koude oorlog bracht nieuwe terreur, onmiskenbaar, van de sovjets in Hongarije en Tsjecho-Slowakije. Onder die invloed verflauwde zijn eens zo felle overtuiging. Zo kan iemands politieke inzicht opschuiven
door nieuwe ervaringen. |
Niet
verwonderlijk dat mijn vader vreesde dat de communisten- jacht ook wel zou komen overwaaien vanaf de andere kant van de oceaan. In de achter ons liggende decennia hebben
zich opnieuw grote Hij had gelijk, hun kwaadaardigheid kent
geen grenzen, iedereen © John Newswatcher - 4 september 2008 |
| Waarschuwing - Inflatie dreigt - Column van ZiggZagg over de corrosie van de superlatieven, geplaatst 21 augustus 2008 | |
| Het is geen
makkelijke tijd. Economisch gaat het de wereld niet voor de wind. Kredietcrisis, energiecrisis, klimaatverandering, toenemend geweld waar dan ook, en met de overbevolking wil het ook maar niet neerwaarts. Steeds vaker zijn de ellebogen nodig voor een beetje profilering. De reclame staat inmiddels bol van de superlatieven. Na super, ultra, en mega mag het woord superlatief wel megalatief gaan heten. Het buitengewone begint gewoon te worden. Tussen het schreeuwlelijken door vallen de sobere berichten in de reclameblokken niet meer op. Zelfs nieuwsitems willen liever een shock effect bewerkstelligen dan onafhankelijke objectieve berichtgeving voor te staan. Waarom willen die lui van het journaal ons toch steeds weer rampspoed aanpraten met futiliteiten terwijl de echte rampspoed zit verpakt in onopvallendheid. Tussen de overdaad aan Olympische Spelen verdwijnt zelfs een complete oorlog in Georgië achter de score- borden, of de wereld er nu mee op zijn kop komt te staan of niet. Het wordt steeds moeilijker de natuurlijke drang tot onderscheiden in de praktijk te brengen. Witte was werd van witter dan wit ineens ultrawit, een simpel drankje aanprijzen kan niet meer zonder extreme vormen van joligheid; de vormgeving van een nieuw model auto kan niet zonder de verbouwing van een complete stad; en ga zo maar door. |
Nu ook het
taalgebruik er onder gaat lijden, is een indringende winst- waarschuwing wel op zijn plaats. Voor de taal is dat redelijk uniek (zo’n woord dat zich laat vertalen als ‘enig in zijn soort’, iets waarvan geen tweede exemplaar bestaat). In de Volkskrant dienden zich deze week de eerste tekenen van inflatie aan. Het superlatievengebruik begint nu werkelijk zorgwekkende vormen aan te nemen. De waarde van groteske woorden duikelt. De eerste symptomen zijn gesignaleerd in een artikel over de vele huwelijken op 08-08-08 (een geluksgetallencombinatie). In groten getale verdrongen de stellen zich rond het altaar. De trouwambtenaar in Delft zei dat ondanks de vele stellen die deze datum hadden aangegrepen, voor haar ieder bruidspaar ‘uniek’ is. Voor de verslaggever was dit aanleiding onder de begeleidende foto, waarop een huwende Louis van Gaal met bruid, te schrijven: ‘Het uniekste bruidspaar’. Daarmee was hij niet door zijn superlatieven heen. Aan het eind van zijn stuk schreef hij over dit huwelijk ‘...er kon op 08-08-08 maar één Nederlander het alleruniekst zijn.’ Hoe uniek; hoe megalatief? Kent u de waarde van uw superlatieven nog? U bent gewaarschuwd. © ZiggZagg |
| Terrasjesweer - Column over de kwaliteit van het moderne leven door John Newswatcher, geplaatst 2 augustus 2008 | |
| "Heeft
iedere Nederlandse man een hogedrukspuit?" vroeg me onlangs een Turkse Nederlander. Zo worden we weer eens met onze neus op de feiten gedrukt. Als het toch de allochtonen al opvalt, dan moet het wel erg zijn. Wat? Hoe het gesteld is met onze welvaart, ondanks onze klaagzang over de economie, die weer eventjes ophield met steeds maar verder uit zijn voegen te barsten, dat we godbetert zelfs belásting moeten betalen over onze zónvakantievluchten. Tsss. Als er dan wat te klaagzingen valt, dan moeten we 't
onze opvolgende |
Wie
bedenkt zoiets, dezelfde onnozelen wellicht die aan de ergst oenemende vervuiling van ons leefmilieu geheel voorbijgaan. Niemand denkt aan lawaai. Lawaai ja, dat is de grootste groeier van menselijke ergernis en bedreiging van de gezondheid, die om zich heen grijpt. Al die bouwmarkten stampvol met spotgoedkoop made-in-china-spul dat allemaal bij productie en transport gigantisch vervuilt en bij het gebruik onverdraaglijk lawaai produceert. Na een lange periode van kille dagen met harde wind,
werd 't eindelijk © John Newswatcher -1
augustus 2008 |
| Traditie en mode - Column over lichaamsversiering van John Newswatcher, geplaatst 8 juli 2008 | |
| In het
algemeen ben ik niet zo gecharmeerd van tattoo's. Traditioneel waren
tattoo's populaire lichaamsversieringen in de tijd van 'mannen van ijzer
op schepen ven hout'. Als zeeman was ik natuurlijk vaak met een flink
aantal getatoeëerden omringd. Nieuwe aanwas kwam van de jongens, pas van
school, die bij thuiskomst van hun eerste reis beslist die stoere ervaring
moesten tonen met een plaatje op hun nog tere jongensvel. Onder de volwassen mannen waren er bij met hele schilderijen, ooit toegewijd aan geliefden, waarmee het inmiddels allang "uit" was. Veel tattoo's kwamen tot stand in licht beschonken toestand. Zelf heb ik me er van weg gehouden, de meeste 'modellen' vond ik ook niet eens mooi, mijn smaak ging toen al wat verder dan een anker, een zeemeermin of een gestileerd zeilschip met bollende zeilen. Ouder wordend was ik blij helemaal géén tattoo's te hebben laten zetten, immers bij de meeste oudere mensen worden die dingen steeds valer, lelijker en geleidelijk vervormd. Het enige waarover ik in twijfel heb gestaan was mijn linkeroorlel te laten doorboren voor een gouden oorring. Dat is eeuwenlang een traditie bij zeelieden geweest en werd beschouwd als de garantie voor een waardig afscheid van het leven. Mocht je bij een scheepsramp omkomen en ergens verdronken aanspoelen, dan was de oorring een identificatie en de opbrengst ervan dekte de kosten van begrafenis. Op dat moment ontbrak mij echter het geld voor de massief gouden oorring, die zou worden gegraveerd met mijn naam, geboorteplaats en datum. Mijn oorlel heb ik toen ook maar niet laten doorboren. |
Toen het
mode werd bij de vrouwen om zich te laten tatoeëren had ik er meteen mijn bedenkingen tegen. Het begon met kleine vlindertjes, hartjes of bloemetjes op hun schouder, dat kon er nog mee door, maar ik voorzag al hoe het zou verder gaan.... En natuurlijk werd mijn voorspelling wáár. Al heel gauw waren borsten, buik en billen aan de beurt en de tattoo's werden almaar groter en groter. Ik zag een fotomodel met een tattoo van een paradijsvogel die zich uitstrekte van boven de navel tot onderin haar lies, zij maakte van haar tattoo haar handelsmerk. Velen zullen er later spijt van krijgen, ze blijven
nu eenmaal niet levenslang © JohnN |
lekker stoer ![]() |
|
| Wie schrijft die blijft - Cursiefje gewijd aan OpSpraak op papier, geplaatst 19 juni 2008 | |
| Schrijven-en-blijven-geen-probleem
in het OpSpraak zomernummer. Het blijft tobben voor schrijvers die op een kluitje vooraan willen staan bij het uitdelen van lauwerkransen als voorbode voor roem na het graf. Bij de twintigste Albert Verweylezing, in 2004 uitgesproken door Geerten Meijsing, komt literaire roem aan de orde. Hij omschrijft succes als een instantpudding, die gemakkelijk is aan te zien voor roem. Hij denkt dat alleen het onafscheidelijke trio talent, sociale intelligentie en blinde ambitie de schrijver een kans kunnen geven op een plekje in de eregalerij. |
In 't
nieuwe OpSpraak magazine, dat eind deze maand van de drukpers rolt, komt dit probleem aan de orde. Naar aanleiding van de expositie "Lectori Salutem" – Boek en Oudheid in het Allard Pierson Museum in Amsterdam gaan Jos van Liempdt en Jet van Swieten op zoek naar de ‘scriptorem salutem’, naar het schrijven-en-blijven-geen-probleem verhaal. Zij geven 25 tips waarmee overlevingskansen aanzienlijk zijn te vergroten. Pepijn Uljé maakte er een prachtige cartoon bij. JvS |
| De Nachtburgemeester - Gastcolumn van Arnoud de Jong, geplaatst 27 mei 2008 | |
| Amsterdam
- Bij terugkomst van vakantie vond ik een wervend mailtje van ene Mister
Rosso. Hij wilde nachtburgemeester worden. Op 19 mei kon ik in Paradiso op
hem stemmen. Om mijn motivatie nog wat op te krikken had hij er een foto
van zichzelf bij gedaan. Daarop stond een duister jongmens met een grote
koptelefoon en een zonnebril op z'n hoofd. Dit werkte bij mij
contraproductief. Mister Rosso zal best een aardige en geschikte vent
zijn, maar qua uiterlijk is dit nu juist het type dat ik 's nachts liever
niet tegenkom. Sta je net lekker te wildplassen in de Dubbeleworststeeg,
komt ineens de nachtburgemeester even gezellig aanschuiven. Dat wordt
razendsnel afknijpen en gillend wegrennen. Maar goed, Mister Rosso heeft
geen last van me gehad, want ik was er niet op 19 mei. En hij werd
trouwens géén nachtburgemeester. Die positie is veroverd door de dames
Kristel Mutsters en Josine Neyman, gebundeld onder de naam 'Club zonder
filter'. Wordt dus een duobaantje. Ik heb het allemaal kunnen lezen in een uitgebreid verslag van de avond op DJ-Broadcast. |
Waarom heeft
Amsterdam eigenlijk een nachtburgemeester nodig? Ja, om een brug te slaan tussen nachtleven en politiek, wordt er dan gezegd. Die brug kun je wel vergeten: een nachtburgemeester slaapt overdag, de politiek 's nachts. Volgens sommigen zelfs overdag óók. Dit verschil in bioritme praat wat lastig. We schijnen al een aantal jaren een nachtburgemeester te hebben gehad. Nooit wat van gemerkt, maar dat ligt aan mij. Doet er niet toe, mijn punt is dat we nu maar eens eerlijk moeten toegeven dat het hele idee van die nachtburgemeester gejat is van Rotterdam. En nog slecht gejat ook. Want in Rotterdam hebben ze van oudsher Jules Deelder. Die hoefden ze niet te kiezen, die is het gewoon. Jules Deelder is de personificatie van het nachtleven, hij belichaamt de poëzie van de nacht, de seks, de drugs, de jazz. Hij is een charismatische nachtburgemeester, een man die niet hoeft uit te leggen waar hij 's nachts een zonnebril voor nodig heeft. En waar komen wij mee? Met Kristel en Josine. Of andersom. I rest my case... © Arnoud de Jong |
| De bruid gekaapt - Kort pinksterverhaal van Jos Zuijderwijk, geplaatst 10 mei 2008 | |
| We wandelden
langs de Vinkeveense plassen. Waar? Ik zou bij God niet weten waar. Het
was een heel mooie tweede Pinksterdag. We waren met zijn twee, Acacia en ik.
Genoten van de dalende zon. Gedicht werd ooit: "De uitvinding van de romantiek De zon gaat onder ik voel me bijzonder" *) Dat stond in een studentenblaadje, herinnerde ik mij. Van allemaal studenten die op de uitvreter wilden lijken, schrijven als Nescio en ook een overbetaalde baan waarin je kon flierefluiten. We liepen op zo'n meter of twintig van het water met een prachtig ver gezicht. Met van die zeiltjes op het water. Zwoel de avondzon. We gingen over een ophaalbruggetje dat twee plassen met elkander bond. Wij voelden ons dichter, ik speciaal. Acacia was meer schilderes, daarom pasten wij ook zo bij elkaar - die dag. Mooie avond was het, hoe vroeg nog ook. Een avond die vroeg om wat? Ik wist het toen nog niet. De vogels floten dat het een lust was. "Af en toe een huis / of een kombuis / Het leven wil wat / de plas geeft dat". Zo dichtte ik voor Acacia en zij was vol begenadigdheid. Zich zo met den dichter, die nog nooit gedicht had, te vertreden. Ineens veranderde het panorama. Er kwam een
uitspanning in het zicht. Met vele keuvelende lieden, deftig aangekleed,
de glazen in de hand. Ik sprak:
|
"Oh wat
ben je mooi", zei de prinses die ook nog bruid was. Ze was verrukt en hief met mij het glas terwijl Acacia zich beeldend met de bruidegom onderhield. De schone bruid vroeg, glimmend met haar liefste lach: "weet je er nog meer zo, uit je hoofd?" "Niet zo van mezelf", zei ik, "het echte werk schuif ik voor me uit". "Kom mee", zei ze in verrukking en ze nam me mee naar een geheime kamer vol met bloemen en een bruidsboeket. Ze zei smachtend: "kom op, ik wil je horen". Ik zei: "Goed dan, een waarschuwend dicht. Heel oud." Ik declameerde: "Een vaersje in een voorreede te pas gebracht 't Onnozel volkje houdt poëeten Voor dwaazen, hoofden dol van waan. Maar wilt gy de oorzaak daar van weeten? 't Ziet gekken voor poëeten aan".**) Hare ogen waren betraand van al het schone hier ten gehore. Hare wangen glunderden van kunstzinnigheid en artisticiteit in haar genot. Nu stond zij volstrekt in lichterlaaie en zij stortte zich bovenop mij. En ik, ik stortte mee, met het glas nog in de hand. Daar komen scherven van, herinner ik mij nog de gedachte. Zestien minuten later, toen wij enigszins
aan het bedaren waren van
© Jos Zuijderwijk. Bronnen: |
| Van boekenpolonaise en boekenlied - Gastcolumn van ZiggZagg, geplaatst 30 april 2008 | |
| ‘Er zijn in
Nederland meer dichters dan er lezers van dichtbundels zijn,’ spiegelde
enige tijd geleden een kenner mij voor. En inderdaad, de dichters
overspoelen onze contreien. Alle werken zij even serieus aan hun opgang in
dichtersland. Er wordt wat afgezwoegd en afgeploeterd. Onstuitbaar
overspoelt die lyrische golf stad en land. De kostbare parels en koralen
gaan vergezeld van de nodige guppen en krabben. De sedimenten tezamen
vormen een grote, onoverzichtelijke brij. Boekhandels klagen al jaren steen en been dat het meeste wat hun geboden wordt kwalitatief weinig meer om het lijf heeft dan een eendagsvlieg die haar vleugels al voor de geboorte is kwijtgespeeld aan een orgeldraaier met liefdesverdriet. Om te janken. Toch is de boekhandel verheugd. Het heeft de koper behaagd de winkels te blijven bezoeken en boeken te kopen; vele malen meer dan een mens kan lezen. En dat gebeurt: meer boeken verkocht, minder gelezen. |
Er is geen
tijd meer om te lezen. Dit jaar zelfs minder dan ooit. Amsterdam
Wereldboekenstad belooft ons een jaar dat in het teken van boeken staat.
De stad zindert van activiteit, zo sterk, dat zelfs de meest verstokte
lezer niet meer toekomt aan wat je met een boek eigenlijk behoort te doen:
stil zitten, rust zoeken en lezen. Wie deze keuze nog wel wil maken, zal
raar staan te kijken als er nog ergens een plekje te vinden is waar alleen
de rust nog zindert. Negen van de tien keer loopt er toevallig net een
boekenpolonaise onder het raam voorbij of schalt het nationale boekenlied
van de hoogste toren. Groot voordeel bij deze bruis en borrel is, dat al die dichters het ploeteren en zwoegen dit jaar wel eens even zouden kunnen afzweren om zich in borrel en bruis te kunnen begeven en zich laten overspoelen door die bikkels van de commercie. De ware dichter laat zich niet afleiden. Dat brengt meer glans aan de zeldzame sedimenten. ©ZiggZagg |
| Weerzien met Antwerpen - deel 1 - korte reisimpressie, geplaatst 10 april 2008 | |
| Zo alleen rondlopend in het oude Antwerpen wordt het ook een teruggaan naar mijn jonge jaren. Mijn allereerste zeereis, de kortste ooit, van Amsterdam naar IJmuiden en bij Vlissingen alweer naar binnen, had de Scheldestad als bestemming. Later zou ik er nog vele malen terugkomen. Nog vóór ik de stad bereik, rijdend over de baan (veel breder dan vroeger), kijk ik uit naar het oude wielerstadion. Het staat er nog, maar het heeft een nieuwe, groene kap gekregen. Ik sla af naar het stadshart en zoek de rivier. Zodra ik daar loop, voel ik weer hetzelfde plaveisel onder mijn voetzolen dat mijn jongensvoeten leerden kennen. Het zijn zeer beslist dezelfde kasseien die hier nog altijd liggen. Een effectief plaveisel om de auto's tot kalme snelheid te manen, je kúnt hier gewoon niet hard rijden. Behalve dan die ene taxichauffeur, jaren geleden, die het voor elkaar kreeg mijn lief tot kokhalzen te brengen. | Nieuwe indrukken mengen zich met oude herinneringen. Die taxi, met slippende achterwielen door de bocht scheurend, naar het hotel, dat amper 500 meter verderop bleek te staan. We konden geen tweepersoonskamer krijgen, de receptionist wilde niet geloven dat we getrouwd waren. Hoe jong moet ik er toen nog hebben uitgezien! Voorbij het Bassin zie ik de lange rij oude hallen met hun gietijzeren kappen, vervallen, maar ze zijn er nog, helaas alleen nog in gebruik als overdekte Parking. De kaai, waar ik ooit met KNSM zeeschepen - en ook met de "Oranjefontein", passagiersschip van de Holland-Afrikalijn, later nog de Noorse "Havsul" - aankwam en vertrok. Die kaai ligt er nog, maar dient alleen tot afvaart van de Flandria toeristenscheepjes. De spoorrails en de rails voor de laadkranen liggen er óók nog, maar in onbruik, roestig, op vele plaatsen overdekt met gras en onkruiden. |
![]() |
![]() |
| Het Steen lokt met wapperende banieren. Aan de voet van de trap een standbeeld van de reus Gulliver met naar hem opkijkende liliputmensjes. Het ziet er nog nieuw uit. Binnen blijkt juist een tentoonstelling te zijn. Relieken van de Red Star Line. De grote oceaanstomers waarmee tot aan het jaar 1934 veel landverhuizers van hier naar de Verenigde Staten vertrokken, vervuld van verlangen naar een betere toekomst. Een stukje Antwerpse en Belgische zeevaartgeschiedenis waarvan ik niet eerder weet had. Indrukwekkende foto's van samengepakte mensen op het dek van een schip: tussendekpassagiers, reizen als haring in de ton. De mensen moeten desperaat zijn geweest... Ik ga weer naar buiten, zoek de ruimte. Op de plek waar vroeger een spoorweg-emplacement was, liggen er nu een oude sleepboot en een marine-mijnenveger als vissen op het droge. Nog verder noordwaarts heeft de loodsdienst een aanlegplaats. | Op de wal
liggen enorme rode, gele en groene boeien, die de vaargeul in de
stroomdraad van de Schelde moeten markeren. De natuur schiep een abstract
schilderij van zeepokken en ander aangroeisel onder hun waterlijn. Het
zijn de oude, die in reserve liggen. De nieuwe boeien zijn van kunststof,
minder onderhoud... we leven in een tijdperk van efficiency. Nog verderop
noordwaarts nóg een stuk kaai waar nog een paar oude kranen werkeloos
bejaard staan te worden. Lang geleden al heeft de laatste schilder hier
zijn verfkwasten opgeborgen. "Cie Internationale Electrique - Liege
Belgique" is nog goed leesbaar. Aan de andere zijde:
"Hefvermogen 2000 kilos", museumstukken op een in onbruik
geraakte rivierkade. Het echte werk vindt nu veel verder stroomaf plaats in
de uitgestrekte containerdokken.
|
![]() |
|
|
"En altijd lig ik 's middags met
mijn fiets In ons gras aan je Schelde mijn schepen te tellen. Hun loeiende schaduwen aaien de flat van mijn zoon Daarginder in het groen van de Gerlachekaai Maar nooit ben ik van hier, .... Ik heb geen stratenplan op zak van onze verhouding".
Uit: "Bres" - Leonard Nolens, VSB Poëzieprijs 11 april 2008 ©
Foto's en tekst John Zwart - Copyright Hernehim
Cultuur
|
| Weerzien met Antwerpen - deel 2 - korte reisimpressie, geplaatst 13 april 2008 | |
| Genoeg
nostalgie en weemoed gesnoven. Dan maar naar de Grote Markt gewandeld. Daar is sinds mijn eerste herinnering niets veranderd en dat moet ook maar zo blijven. De gildenhuizen en het Keizer Karels' Hof, waar ik in vervlogen dagen op het terras ooit een diepzinnig gesprek voerde met een meisje, over geschiedenis en ons mensen en hoe te leven met angst voor de dood. Er zijn altijd scènes uit de film van je leven, die als een haarscherp fragment weer opduiken. Van vele maanden, soms wel een jaar schijnen alle details gewist, maar enkele gebeurtenissen staan in het brein gegrift, die vergeet een mens blijkbaar nooit. |
Nog altijd de
groepen bezoekers op het plein, druk fotograferend - de huizen en het
zestiende-eeuwse Stadhuis, alles zoals toen. Maar de mensen zelf zijn wel
veranderd. Grote groepen kleine Chinezen met platte gezichten, aan het
hoofd een Chinese begeleider die - de rug naar zijn gasten gekeerd - op
luide toon zijn uitleg geeft. Tot mijn verbazing met een microfoon voor de
mond, legt hij zijn woorden vast? En dan de Kathedraal, onverstoorbaar dominant in het stadshart, met blinkende gouden wijzerplaat en wijzers van het uurwerk, ondanks de bedekte hemel. Maar de beelden, ornamenten en muren in lichtgrijze steen, dat alles is roetzwart aangeslagen. Dat de stadslucht vervuild is tonen Antwerpens historische gebouwen onverbloemd aan, daar hoeft men geen ingewikkelde meetrapporten over op te stellen... |
![]() |
![]() |
| Tijd voor het belangrijkste doel van mijn reis naar Vlaanderen: het statige gebouw uit 1564, Grote Markt 1. Ik ga er binnen en word vriendelijk begroet door de dames van de ontvangst in het Stadhuis van Antwerpen. Aangenaam verrast tonen zij zich dat ik 'helemaal uit Nederland' mijn respect kom betonen aan Hugo Claus, de Vlaamse literaire reus. Een mooie portretfoto van Claus prijkt in de hal. Het eerste gedenkboek ligt er al geheel volgeschreven met eerbewijzen van alle bezoekers, die twee weken lang uit de stad en de verre omtrek met dezelfde intentie naar dit Stadhuis kwamen als ik. Een tweede boek biedt nog ruimte. "Voor een vijftiger" heb ik voor deze gelegenheid geschreven. Met de meegebrachte vulpen schrijf ik het gedicht op en sluit af met een respectvolle groet. Terwijl ik er nog mee bezig ben meldt zich nog een bezoeker. De dame wil ook, nog juist in het laatste uur van openstelling, iets in het boek schrijven. Zij vraagt mijn toestemming, leest even mee over mijn schouder. "Ik weet niet of ik er wel even mooi als u over zal kunnen schrijven" zegt ze. | Natuurlijk wil
ik weten wat haar betrokkenheid bij de schrijver of wellicht de mens Hugo
Claus is. Wat blijkt, ik heb te maken met actrice en regisseuse B. Zij
vertelt mij over de intense samenwerking met Hugo Claus bij de laatste
keren dat hij nog zelf als regisseur betrokken was bij zijn eigen stukken.
Eigenlijk was Hugo een grote leermeester in de regie voor haar geweest. De dames van de ontvangst hebben met gespitste oren meegeluisterd naar ons gesprek. "Ik dacht al, wat heeft die mevrouw een bekende stem", klinkt het, "kan het zijn, dat ik u ken van tv?" Dat is het moment dat voor mij het gesprek ten einde komt. Maar mevrouw B. heeft mij wel haar kaartje nog toegestopt en ik haar het mijne. De boeken zijn na het sluitingsuur van het Stadhuis ingenomen en ze worden de volgende dag overhandigd aan Veerle, de weduwe van Hugo Claus.
|
![]() |
Diezelfde
zaterdagavond was ik terug in Amsterdam. Antwerpen was mij nagereisd in de
persoon van de dichter Bart Moeyaert. Een geweldig dichter, die ik
bewonder om zijn mooie taalgebruik.
Daarbij ook nog een zeer vriendelijk man. Vlaanderen brengt weer
nieuwe poëten voort. "Gedichten voor gelukkige mensen" heet zijn nieuwe bundel, zopas verschenen bij Querido. De titel dekt de lading. John Zwart, 7 april 2008
Stadhuis Antwerpen, Grote Markt 1 © Foto's en tekst John Zwart - Copyright Hernehim Cultuur |
| © Copyright Hernehim Cultuur 2001-2009 | |
De culturele pagina's worden onafhankelijk gepubliceerd en geredigeerd door
John Zwart