Hernehim 
          
pagina proza 
Hernehim
                   Boeiend om te bezoeken. 
                   Vrij en onafhankelijk. 
                   © HC 2001-2011
Redactie:                 John Zwart
Voor vorm en beeld Niesje de Jonge en Anke Labrie 

 

Laatst bijgewerkt:  31.12.2011 
   
Op deze pagina verschijnen de verslagen van literaire evenementen en 
bijzondere presentaties, zowel als recensies door de Hernehim redactie. 
Ook proza met het karakter van verhalen vinden hier een plek - dit geldt dus 
niet voor prozatekst die meer als column of cursief gekarakteriseerd kan worden, 
daarvoor is de Blog en proza pagina bestemd. 

Ook deze pagina staat open voor vrije inzending van proza door inzenders 
Dit kunnen dus korte verhalen of impressies zijn die hier passend zijn. 

Voor vragen betreffende openbaarheid van de site manier van inzenden etc.
 op FAQ zijn de antwoorden te vinden  
inzendingen voor deze pagina (geen bijlagen) 

HOME 
Nieuws  
Blog en proza 
Themapoëzie 
Vrije poëzie   
Vertaalproject 
Proza  
Activiteiten 
Over schrijvers 
Contact     
 Archief pagina's voorafgaand jaar: 
Nieuwsarchief 
Blogarchief 2010 dec-juli 
Blogarchief 2010 juni-jan
 Verslagen en recensies: 
archief 2010 
archief 2009 
archief 2008 
 Overig proza archief: 
proza 2008  
 
Een Open Podium voor podium indrukken  -  Hernehim Cultuur stelt wat zaken bij 

 

 

dit moet me van het hart...

 



In de akn-studio van Radio 1 in Hilversum  -     Foto: NCRV radio

 

 

 

 

Op deze pagina zullen voortaan minder verslagen en 
recensies verschijnen. Lezers die een podium bijwoonden
en daarover prettig leesbaar kunnen schrijven, zijn welkom 
met hun teksten via het bekende Hernehim-emailadres 

 

 

Beste lezers, 

Jarenlang was dit een pagina waarop soms langere verhalen verschenen, proza 
dat niet past binnen de categorie "column", maar vooral ook veel verslagen van
evenementen, festivals, poëziemiddagen en -avonden, en recensies. 
Voor die verslagen en recensies werd er heel wat afgereisd, door heel Nederland
tot soms een flink stuk in Vlaanderen toe. 
Meestal waren die teksten voor rekening van mij als eindredacteur, maar tot en 
met 2009 kon ook wel eens worden gesteund op een van de mederedacteuren. 
De laatste twee jaren echter is dit uitsluitend één-manswerk geweest.
De afgelopen zomer zal menigeen gedacht hebben: verslaat Hernehim Cultuur
niets meer, gaan ze soms nergens meer naar toe? 
Natuurlijk waren er wel de Slauerhoff Wandelingen, maar die waren voor mij dicht
bij huis in Friesland. De Haarlemse Dichtlijn heb ik wél bezocht en vrij uitgebreid
verslagen, maar daar werd dan ook opgetreden door honderd dichters waarvan ik
er zelf een was. 
Het Zonnewende Festival "Sunsation" in Lelystad heb ik dit jaar niet meer bezocht, 
het karakter ervan is in ruim 25 jaar teveel veranderd, te veel (metal)muziek die
gericht wordt op een groot jong publiek - waarbij ik me afvraag hoe men dit rijmt 
met de poëzie, die aanleiding van het ontstaan was, terwijl er genoeg muziek-
aanbod is voor die doelgroep. Daarbij komt dat ik het voorgaand jaargang tot drie 
keer toe drijfnat geregend was, waardoor ik een flinke verkoudheid opliep. 
Laat anderen nu maar kleumen onder een plastic poncho, vind ik na 25+ keer. 
Poetry International 2011 in Rotterdam bezocht ik wel - met een busreis - 
het was de moeite waard, vooral de Australische dichter Les Murray en de 
Amerikaan Robert Hess in het middagprogramma en 's avonds de première van
een lange documentairefilm over Wislawa Szymborska. Door een organisatiefout
reed de bus uit Rotterdam weg zonder mij... Ik repte mij naar het CS waar de 
laatste trein niet reed... door blikseminslag bij Gouda. Met Randstadrail heb ik 
Den Haag CS nog juist kunnen bereiken, maar ook van daaruit kon de thuisreis 
niet meer volbracht. Na een halve nacht rondhangen op tochtige perrons kon een
grote groep gestrande reizigers pas in het ochtendgrauwen met een stoptrein over
Haarlem naar Amsterdam. Een paar dagen waren nodig om weer bij te komen. 
Géén verslag dus. "Dichters in de Prinsentuin" dan, daarvan wou ik nog wel één 
dag meepakken, de vrijdag. Het zat wéér niet mee, niet zo nat als Sunsation 
maar wel een stevige stortbui. 's Avonds op het duidelijk slechter bezochte terras
van de Souffleur druilde wat motregen met af en toe een windvlaag, verkleumd 
ben ik voortijdig afgehaakt. 

Ik hoef niet uit te leggen dat de kosten van het reizen naar allerlei evenementen
flink gestegen zijn sinds het begin van Hernehim Cultuur, nu tien jaar geleden.
Daarbij komen er beduidend minder reacties op de verslaggeving dan vroeger,
waardoor ik destijds goed gemotiveerd werd. 


 John Zwart - december 2011

 
   
Afwikkeling van achterstalligheid 
In november woonde Hernehim nog een Open Podium van Monique Groeneveld en 
Jos van Hest bij op het Cultuurplein, 2e etage van de Centrale Openbare Bibliotheek
Amsterdam. Een verrassend programma. We schreven er nog wat over. 
En op 3 december was uw verslaggever zelf deelnemer tijdens het Fluxus Festival
op drie verschillende locaties in Zaandam. Aan de vooravond van St.Nicolaas kon dit
nog spektakel opleveren, want zowel slammers als ingetogen dichters kruisten daar
verbaal de degens. Ook daarover laat Hernehim nog van zich horen. 

Vanaf het weekeinde van de 17e december volgt zoals elk jaar een rustige tijd. 
De OBA en Eijlders hebben beide dan nog een slotpodium, maar die laat Hernehim 
aan zich voorbijgaan. De eindejaarsrust zullen we dankbaar gebruiken om de bundel
"Genoeg voor een hele dag" van Martin van de Vijfeijke nog eens aandachtig te lezen
en daarvan na oud-en-nieuw een indruk geven. 

            
Daarna ? Ja, dat hangt ook van u af, lezer! 

 
   
Een dubieuze poëziewedstrijd - Fluxus Festival Poëzieprijs 2011    -   geplaatst 31 december 2011   

Aan het begin van dit verslag moet ik eerst iemand eens goed in het zonnetje zetten:
Rob Vos (acteur en dichter – Zaandam). 
Al een poos geleden – nog 'n jonge man in de beste jaren van zijn leven – werd hij 
getroffen door een herseninfarct met veel gevolgschade, die onherstelbaar bleek.
Menigeen in zo'n situatie zou zich terugtrekken in 'n stil hoekje – een enkeling brengt 
het op om zich een plekje te veroveren waarin hij volop mee kan doen met de actieve 
kanten van het leven.
Hij heeft zich ontplooid als organisator en presentator van podia. Handicaps zijn geen
verdiensten, maar wat je presteert ondanks is gróte verdienste. 
Ik ontmoette hem voor het eerst in 2001, tien jaar geleden alweer. Hij bracht diverse 
groepen uit de hele Zaanstreek en de rest van Noordholland bijeen in 't Caférestaurant
"Paleis op de Dam" en het was een groot succes, zowel door de veelkleurigheid van 
wat er op het podium geboden werd, als de belangstelling van het Zaandamse publiek.
De laatste jaren heeft hij binnen Stichting "Fluxus" de Poëziefestivals georganiseerd.
Twee voorgaande jaren in de aangename en stijlvolle setting van "Serah Artisan" aan 
de Zaandammer sluiskade. Het jureren voor deze niet-zo-prestigieuze prijs werd er
niettemin serieus genomen, de beslissende stem kwam van Gerard Beentjes 
(Literaire Werkplaats, Eemnes), een schrijfdocent met een uitstekende reputatie. 

 
'Serah Artisan', aan de Zaandammer sluis, een stijlvolle locatie... 

...integere handen van Gerard Beentjes 

Blijkbaar stonden dit jaargang de sterren niet gunstig voor Rob. De avond was onzeker
en toen eindelijk toch een datum genoemd was werd die weer uitgesteld wegens 
problemen met locaties. Het werd tenslotte opgelost: De avond van de derde december 
zouden we langs 2 kleinere café's trekken en vervolgens landen in het zaaltje "De Kade"
aan de Oostzijde. 
Op de avond zelf bleek het met de jurering óók niet lekker te lopen. 
Kees-Jan Sierhuis – een beste jongen, kan niet anders, Wormerveerder zoals ik in lang
vervlogen jaren – maar wel met een lichte voorkeur voor het slamgebeuren en bevriend met
de deelnemer John Epke. Voor de zuiverheid zou je dan beter maar niet jureren. 
Dan was daar Pom Wolff (Amsterdam), een omstreden dichter waarvan ik niets anders
verwachtte dan het toejuichen van de eigen slam en minimalstijl en verguizen van alles 
wat daar er in de verte niet op lijkt, zoals duidelijk blijkt op zijn pompornsite. 
Maar de leiding van de driehoofdige jury zou net als het voorgaande jaar weer in de 
integere handen rusten van Gerard Beentjes
Het liep anders... 
Laat ik voorop stellen dat ik meedoe aan dit podium zuiver uit nostalgisch perspectief – 
ik bracht mijn kinderjaren nu eenmaal door op die strook veengrond begrensd door het 
IJ, de Zaan en het spoor Amsterdam-Alkmaar. Aan podiumwedstrijden doe ik verder nooit,
vanwege de joelende "jij bent mijn vriendje en jou vind ik een zak" sfeer die daar meestal
hangt - en het winnen van de Fluxus Poëzieprijs gunde ik in principe aan elke deelnemer
zonder er één ogenblik om te rouwen dat die aan mij ontgaat. 
Maar wel zie ik steeds graag dat het een beetje integer toegaat. 

Vlak voor de dag kreeg ik nog een mailtje van "Fluxus" dat het eerste optreden niet om
20:00u maar al om 19:30u zou beginnen – dat was nodig vanwege de pauzes en de tijd 
om van locatie naar locatie te lopen. 
Ik moest al op de eerste locatie optreden, dat betekende dus om vijf uur al van huis 
vertrekken. Om zeven uur liep ik van de parking aan de houthaven over de Hoogedijk 
richting Czarinastraat. Stapte even een cafetaria binnen - een mens moet immers toch 
ook nog wat warms eten nietwaar? 
"Moet u naar "Fellini??" zei de man vanachter de vitrine met bedenkelijk gezicht, 
in wedervraag op: 'of Fellini in de Czarinastraat nog ver lopen was?' 
"Weet u dat wel zeker? Het is een paar honderd meter verderop. Het is een klein kroegje
en volgens mij is het gesloten." 
"Nou dat denk ik niet, er is een poëzie festival en ik heb een e mail met uitnodiging om 
er op te treden", antwoordde ik met overtuiging. 
"Dan zal jij het wel het beste weten", zei de man. Ik duwde de rest van mijn kaassoufflé
haastig naar binnen en vertrok – hij keek mij hoofdschuddend na. 
Dat voorspelde niet veel goeds. Ik dacht niet dat zijn scepsis ingegeven werd door het 
feit dat ginds de frieten met kaassoufflees van een betere kwaliteit waren... 
In de Czarinastraat stond een klein groepje mensen bij elkaar in de wind te kleumen, 
ik herkende Jolies Heij en ze stonden voor de deur van "Fellini", die dus inderdaad.. 
gesloten was. Jolies had een lift uit Amsterdam gekregen van jurylid Pom Wolff en die 
was al in de duistere gribus waarbinnen wij blijkbaar nog niet welkom waren. 
Mijn blaas begon te protesteren tegen het rondhangen in de kille wind maar gelukkig 
ging toen toch de deur open, bijna half acht. 
Vlug naar binnen, ik speurde rond in de ruimte die grotendeels ingenomen werd door 
een toog en een biljart, maar zag geen toilet-bordjes. De man achter de bierpomp 
maakte een vaag gebaar richting een zwart gordijn. 
Ik duwde het wat opzij en deinsde terug. Aan de wand een urinoir en daarnaast een 
open toiletruimte met de smerigste wc-pot die ik in jaren zag. De besmeurde deur lag 
uit zijn hengsels op de vloer. 
Maar ja, ik móest, nog drie kwartier knieën tegen elkaar was uitgesloten. Dus plaatste
ik me voor het urinoir en hoopte maar dat het gordijn niet plotseling zou worden weg
getrokken. "Niet te lang rukken" stond met dikke viltstift boven de pisbak. 
Pom Wolff zal zich hier wel thuis voelen, dacht ik. 

(Wordt vervolgd.) 

Jolies Heij 

 

   
 
   
Het laatste Open Podium in de OBA van 2011 voor wat Hernehim Cultuur betreft - geplaatst 29 december 2011   


Graag gunnen we de lezers nog een nagekomen verslag van het OBA Open Podium in
Amsterdam op 26 november. 
Deze november-aflevering werd weer heel goed bezocht – de gastvrouw was Monique 
Groeneveld. Jos van Hest opende om 15:00u en liep uit tot royaal voorbij 17:00u - maar 
dat is niet uitzonderlijk bij Jos. Met iedere deelnemer die het podium betreedt waarbij hij
zich prettig voelt vergeet hij de tijd. 
Het was trouwens gezellig druk in de héle OBA want de theaterzaal boven op de 7e was
dat weekend ook het domein van IDFA, het festival van internationale documentairefilms.
De Centrale Openbare Bibliotheek ontwikkelt zich in versnellend tempo tot een 
brandpunt op het Oosterdokseiland, waar bijna dagelijks van alles te doen is, 
van live radio-uitzendingen, jazzconcerten, bijzondere filmvoorstellingen,
 tot exposities en zelfs modeshows toe. 

 

De OBA op ODE


Als Jos van Hest zich prettig voelt vergeet hij de tijd... 

De dichters en andere open podium kunstenaars: 
Tonny Hollanders is IJslands georiënteerd, Gelukkig komt er niemand met een IJsland-
grap op de proppen. Ze las een 'elfje', die horen we niet zo vaak – en ze ging door met
gedichten op liefde en erotiek. Goed om warm van te worden op zo'n koud eiland. 
Cor Bakker heeft vierdimensionale gedachten, hij las uit zijn bundeltje waarin hij graag
verwijst naar Pablo Picasso, het zijn namelijk verwoorde dromen. Zoals de Spaanse 
schilder zijn doeken vaak op zijn dromen baseerde, droombeelden. Ze kenmerken zich 
door bizarre onmogelijkheden, diverse passeren er de revue zoals in "Koffiemolen op
Terschelling" 
Heleen Heiligers mijmert in haar gedichten over een verlaten huis, dat inmiddels niet 
meer bestaat. Maar op het podium in zijn verlaten fase weer tot leven gebracht door de
dichteres. Een wat trieste, melancholische sfeer rust er op de poëzie over haar voormalig
(ouder)huis, gelegen aan de Amstel. Het werd gesloopt voor de bouw van de Stopera aan
het Waterlooplein. De nostalgie wordt mooi getroffen met het beeld van de achtergelaten
oude motorfiets, eigendom van de vroegere buurman-medebewoner. Opgewekter werd 
zij in haar gedicht over 'stadsnatuur', die niet afgeleid wordt door alles wat er aan 
menselijke onrust gebeurt, tijdens een stadswandeling door de Kalverstraat naar de 
Bijenkorf. 
Erg genoten heb ik van het spel van twee studenten van het naastgelegen Amsterdams
Conservatorium. Stefanie Seidel en Anna Steinkogler vormden samen een duo harp 
en saxofoon, zij speelden zeer virtuoos de 20e eeuwse Russische muziek van de compo-
niste Ida Korovska. Zij kregen al aandacht als openingsnummer en kwamen nog twee 
keer terug met een stuk tussen de dichters in. 
Als we hen in de toekomst niet op grote muziekpodia gaan horen eet ik mijn hoed op ;-) 
En plots kwam er een groepje van vier vrouwen tegelijk het podium op. Zij werden wat naar 
voren gehaald in het tijdplan, want één van hen is vrijwilligster bij de Voedselbank en haar 
dienst moet stipt om vijf uur beginnen. Een applaus waard zo'n sociale inzet. 
Ze zijn een Antilliaanse groep van stichting "Simia Literario" – literair zaad – die elk jaar 
een gezamenlijke bundel uitbrengt. Deze vier leden schrijven in de taal van de Beneden-
windse eilanden, Aruba, Bonaire en Curaçao - maar ook in het Nederlands en het Engels
van de Bovenwinden.
Benedenwinds overheerst het Papiamentu of Papiamento. Op Aruba claimt men 'de oorspronkelijke schrijfwijze', op Curaçao hanteert men 'de logische schrijfwijze'. Twee 
eilanden zo dicht bij elkaar maar toch iets van eigenheid in de taal, vooral hoorbaar in het
verschillend gebruik van de klinkers "u" – fonetisch oe – en "o". Olga Orman verklaarde 
hoe de slaventaal doorspekt raakte met leenwoorden uit Afrika, uit het Spaans en het 
Nederlands en later ook het Indiaans van de oorspronkelijke Zuid-Amerikaanse bewoners 
in de West. In de loop der tijd ontwikkelde zich een zelfbewuste zelfstandige taal die de
mensen verbindt met hun identiteit. Joan Leslie schrijft tegenwoordig meest in het 
Nederlands. Op de Bovenwindse eilanden wordt vooral Engels gesproken. 
Eugenie Herlaar valt op in de groep, zij ziet er het minst Antilliaans uit. Zij is het kind van 
een Nederlandse moeder en een Curaçaose vader en bijna blank. Maar wel geboren in 
Willemstad op Curaçao. Zij hoort dus ook echt thuis in de Simia Literariogroep, want daar
gaat het immers om de verschillende kleuren van de Antillen en het zelfbewust zoeken 
naar de eigen identiteit van elk individu en zijn of haar eigen taal. Zoals er soms wordt 
gezegd van zwarte mensen dat ze een "bounty" zijn: zwart van buiten, wit van binnen, 
zo zeggen deze dames dat ze een "bruine bast en witte vingers" hebben. 

  'kas di kunuku' 
slavenhuisje op Curaçao

Ik heb ze lief, 
De plekken waar het tocht 
wanneer je er de bocht 
omgaat 
Geef mij maar de achterkant 
van huizen en gebieden 
waar elke groene spriet 
omringd door scheve stenen 
de droge grond uitschiet 
Het onbedoeld gemaakt 
gebied. 

© Margerite Luitwieler 

Hun jaarbundel van 2011 draagt de titel "Die ik ben" en dat slaat dus zowel op haar 
die schrijft als op de taal die de schrijfster gebruikt. Verfrissende gezichtspunten, je zou 
wensen dat spoedig alle Antillianen net zo gaan denken.
We hoorden in "Jouw naam" hoe de dichteres staat aan het strand - waar de schepen 
aankwamen – en de voetsporen in het zand  beschrijft van de naamloze slaven. Met die 
voetsporen en haar gedicht geeft ze die mensen elk weer hun eigen naam. 
We hoorden ook Arubaans Papiamentu, soms staccato, soms slepend en vloeiend. 
Zelfs als je het niet kunt verstaan een genoegen om naar te luisteren. "Blakka Uma", 
een gedicht uit een prentenboek voor kinderen over haarkammen, een heel herkenbaar
probleem voor kroeskopjes. En natuurlijk ontbreekt de spin Anansi niet, die uit Afrika
meegebrachte slimmerik, die zich op de Antillen heeft ontwikkeld tot een protestfiguur.
De dichters van De Kantlijn waren er niet en ook Leonice Leite da Silva was verhinderd
en dat kwam niet ongelegen, want het liep met de klok alweer aardig uit de hand. 
Maar het was wel boeiend, al die aandacht voor ons voormalig overzees gebied. 
Ik hoorde nog Conrad van de Weetering, rond de tachtig inmiddels en 'still goïng 
strong': wie zegt nog dat een heel leven als balletdanser ongezond is! 
Op zijn bekende wijze draagt hij voor op dicteersnelheid. Het dwingt wel aandacht af, 
ook onze levenslange 'bestuurder' Ivo Opstelten heeft die techniek ontdekt! 

Margerite Luitwieler danste het podium op met haar bundel Op Hoge Hakken de Trap op.
In Amsterdam is zij inmiddels wereldberoemd met haar "ik heb ze lief, de plekken waar 
het tocht..."
  Zo dicht dit Amsterdamse poldermeisje (haar wieg stond in de NOpolder) 
over het toevallig groeiend groen tussen de stenen in de weinig betreden hoekjes van de 
stad. Een gedicht dat ik nooit te vaak kan horen. De blinde gevel in de Czaar Peterstraat 
gaf de buurt een metamorfose. Iemand benoemde die straat ooit tot de lelijkste straat van
Amsterdam, daar kunnen we het nu dus hartgrondig over oneens zijn. 
Poldermeisje Margerite kent de wind van de vlakte nog en had als titel voor haar bundel 
"Gebogen naar binnen" bedacht, maar Vic van de Reijt vond dat hij haar beter als stads-
meisje op hoge hakken de trap op kon laten rennen. 
Altijd bewust van de kijkcijfers die Vic. 
Dichteres Margerite herkent de natuur in haar blikveld op een paar meter afstand. 
Gerdin Linthorst liet horen wat zij in oktober ook al ten beste gaf langs de waterkant van
De Oeverlanden. Observeren, zelfreflecties en beschrijvingen kenmerken de inhoud van 
haar gedichten. Ze bestaan altijd uit een hele reeks strofen, die zij in grote zorgvuldigheid
heeft uitgeschreven. Dat hoort bij Gerdin, mooie poëzie, die regelmatig ook op Hernehim
Cultuur gepubliceerd werd. Iemand beweerde dat deze dichteres te uitvoerig is, teveel 
bijvoeglijke naamwoorden gebruikt. Ik hoop dat Gerdin Linthorst zich daar niets van zal 
aantrekken. Als het voelt dat dit je stijl is dan is dat zo. 
Er zijn mensen die maar schrappen en schrappen, uiteindelijk in hun ijver zo ver gaan 
dat ze iedere versregel in tweeën knippen en dan het voorste of achterste stuk weggooien.
Ook dat mag, maar het is niet de maat der dingen. Het zou een mooie boel worden als 
iedereen elkaar maar nadoet. Of in een maniertje elkaar tracht te overtreffen. Nog even en
iemand legt zijn lezer een blanco vel papier voor de neus: alsjeblieft hier is het 
"het ultieme gedicht".

Het was weer de moeite waard, dit voorlaatste podium, over drie weken al het laatste van 
het jaar, vanwege kerstmis een week vervroegd, naar 17 december teruggeschoven.
Dat laat ik maar even gaan, in het nieuwe jaar op 26 januari is het alweer de Nationale
Gedichtendag met meteen daarop volgend op 28 januari de theaterpresentatie van de 
OBA Jaarbundel 2011. Even bijkomen, diep ademhalen tot het circus weer begint! 

© John Zwart – december 2011 voor Hernehim Cultuur

 

 

Een bemoedigend vers 

Waar watersnood de geur van 
zomer, zalig zotzijn, gras en bloeiend 
landschap vermorst tot grauwe 
ledigheid onder een laag wolkendek 
terwijl een enkele zonnestraal het 
drassig pad onder de kaplaars 
ontmaskert als onbegaanbaar 
daar spant de geest samen met de tijd 
telt de beschikbare uren en 
zegeningen: het boek, de muziek, de vriendschap, 
het gesprek, de droom. 

Waar regeringen in langgerekte 
vergaderingen bijeen gedoogd door 
nieuwe barbaren zich plooien in 
zetten en tegenzetten terwijl Europa 
kreunt onder een schuldenlast op 
schouders van onschuldigen 
daar stelt men zich teweer doet van 
zich horen – vroeger of later. 

Zo zullen wij buigen maar niet breken 
verzinnen wij listen terwijl we 
doorstaan formuleren ideeën en 
doorbreken het zwijgen tot de 
laatste roofridder is verdreven en 
het bolwerk van zijn macht gesloopt. 
Op de ruïnes declameren wij gedichten 
en heffen het glas wetend dat elke 
ruïne de wederopbouw in zich draagt. 

© Gerdin Linthorst

 
   
Na 3 jaar weer terug aan de Schelde - Hernehim Cultuur bij de Muzeval - geplaatst 15 november 2011  

Voorbij de hoge toren ligt de Grote Markt met het Stadhuis 


Het duurde deze keer niet zo lang, mijn terugkeer naar Antwerpen.
In 2008, toen Hugo Claus was gestorven, was ik er na meer dan twintig jaar van
afwezigheid. In de oude havenstad aan de Schelde bestaat er een poëziepodium 
al twaalf jaar: "De Muzeval", begonnen in 1999. 
Bart Van Peer was een van de oprichters en zet zich nog steeds in voor dit 
maandelijks podium, daar moet dus wel een sterke motivatie achter steken.
Een reden om er eindelijk eens naartoe te reizen, want tot mijn schande moet ik
erkennen dat ik als Hernehim-redacteur wel Brusselse en Gentse podia bezocht,
maar "De Muzeval" nog nooit. De Belgische Spoorwegen werkten nog een beetje
tegen – want zij werkten niet: juist voor donderdag 10 november maakten de 
spoorbeambten bekend hun treinen een rustdag te gunnen. 
Maar besluit is besloten, zó gemakkelijk laten we ons niet weerhouden: 
op weg met de "voiture" dus. Al is de E17 dubbel zo druk en duren de werken bij 
Brasschaat nog altijd maar voort... 
Bushalte of Parkeergarage Groenplaats blijkt meest nabij de bestemming, vlakbij 
de Kathedraal, hartje oude binnenstad. Een gezellige drukte op straat, gelukkig
minder dan op het Leidseplein in Amsterdam, waar het me vaak net teveel is. 
Voorbij de hoge toren ligt de Grote Markt met het Stadhuis, waar vele straten 
samenkomen. Eén ervan voert naar de Schelde, halverwege een zijstraatje links:
de Grote Pieter Potstraat. Een oud schilderachtig, lichtelijk morsig, straatje. 
"Un petit peu de Montmartre en Anvers", zo wil ik het typeren. Omdat er niets 
"groot" aan is, vermoed ik dat de Kleine Pieter Potstraat een steegje zal blijken! 

   

Daar in die Grote Pieter Potstraat tref je "De Muzeval" aan in "Den Hopsack", op elke 
tweede donderdagavond van de maand. Ik vergeet te vragen wat "nen hopsack" nu 
eigenlijk is, dus die naam blijft voortaan intrigeren... 
Bart Van Peer en Frans Vlinderman blijken twee baardige Vlamingen, daar voel ik me al 
snel bij thuis, al zijn ze van veel jonger jaargang dan ik. Maandelijks nodigen zij telkens 
een hoofdgast uit, die een heel uur lang flink mag uitpakken tot de pauze. 
Vandaag de 156e editie is er een dichter uit Nederland: Von Solo, op de komende 8e 
december zal het Luk Paard zijn – wonderlijkste aliassen treft men op de dichterspodia.
In de pauze maken beide presentatoren een lijstje van mensen die zich komen melden 
met eigen werk. Na de pauze volgt dan nog een uurtje 'n spontaan open podium. 

Het pand "Den Hopsack" heeft waarschijnlijk een andere functie gehad – misschien was
het een woonhuis met een grote suite, of een winkel vóór met een woonkamer achter? 
Voorin loop je langs de bar, het podium beslaat de helft van de achterruimte. Je kunt er 
een klein orkestje neerzetten of een theaterstukje spelen, wel rijkelijk groot voor een 
eenzame dichter, die zijn kunsten vertoont met achter zich openslaande tuindeuren. 
Ligt er een tuin achter of een binnenplaats? Het is in het duister niet te zien... 
Het geluid en het licht zijn prima en dat verdient een pluim, 
hoe vaak laat dat niet te wensen over! 

Un petit peu de Montmartre en Anvers...

 

Ondanks de avond die door het weer nodigt tot uitgaan zijn er nauw een twintigtal 
aanwezigen, presentator, dichter en bezoekers tesamen, Minder dan gewoon, mogelijk
door de spoorstaking – Bart Van Peer vertelt dat er meestal 30-35 bezoekers zijn. 
"Von Solo" houdt zijn lange monoloog, waarbinnen hij zijn gedichten aaneenrijgt met 
citaten van de Franse schrijver Louis-Ferdinand Céline, die in de jaren dertig van de 
vorige eeuw nogal opzien baarde door zijn vrijmoedige erotiek. Von Solo geeft zijn hele 
optreden als titel: Mijn reis naar het einde van de nacht. Hij heeft zich duidelijk laten
inspireren door Céline's "Voyage au bout de la nuit" (1932). Overigens was Céline niet
opener dan Jan J Slauerhoff in diezelfde tijd met zijn "Fleurs de marécage" (1930 – 
welke overigens destijds slechts in een beperkte oplage werd gedrukt, bestemd voor 
vrienden en vriendinnen).
Céline: "C'est plus difficile de perdre le désir pour la joie d'amour que perdre l'envie 
de vivre" 
(Het is moeilijker zich los te maken van de liefdeslusten dan zijn lust tot 
leven te verliezen). 
Slauerhoff: "Quand tout dort, quand ton Dieu nous a quittés, ma vie dans ton sexe 
s'est concentrée, que je caresse... Frissons! Élans! Secousses!" 
(Als alles slaapt, 
als jouw God ons heeft alleen gelaten, is heel mijn leven op jouw geslacht gericht, 
wat zal ik liefkozen... Rillingen! Vuur! Schokken!). 
Door Céline als kapstok te gebruiken verschaft Von Solo zich de ruimte om expliciete
seks niet te schuwen. Ik ben in de 21e eeuw wel wat gewend van de slammers en 
andere moderne dichters, toch voel ik mij als Nederlander wat ongemakkelijk temidden
van dit Vlaamse publiek voor wie een andere Nederlander op het podium enthousiast
reciteert in eenvoudig rijm over "spuitende lullen, soppen, vrouwen die likken en pijpen,
over klaarkomen en nog kleverige dijen nadien"... 
Er zijn maar twee vrouwen onder de toehoorders, één jonge die zich er ogenschijnlijk 
niet door laat beroeren en één blonde dame van middelbare leeftijd die getuige haar 
geschater enorm veel schik heeft. Misschien ga ik niet met mijn tijd mee? 
Als onze Brabantse Corry Konings (60), van vroeger zo gekend voor haar populaire 
liefdesliedjes ("ik krijg een heel apart gevoel van binnen"), nu plots als grijze dame 
met geverfd haar luidkeels "Hoeren, neuken, nooit meer werken" staat te zingen, zou 
toch niets mij nog uit mijn evenwicht kunnen brengen? Wellicht komt mijn ongemak 
van de gedachte: "als langzaam alle taboe's op raken wat blijft ons dan nog om in het
openbaar de aandacht te trekken".


In de pauze raak ik serieus in gesprek met de dame die zich niet hoorbaar amuseerde 
tijdens de pornofragmenten die ons even tevoor werden geschilderd. Wij spreken over 
de kunst van het gebruik van metaforen en dat is geen toeval. Zij heeft zich aangemeld 
voor het open podium, maar krijgt een telefoon en moet opeens dringend weg. 
Helaas nog voor ze me haar naam heeft genoemd. 
Nog twee personen verlaten het pand en zo blijft wel een zeer pover gezelschap van een
dozijn mannen en 1 vrouw over, terwijl toch de poëzie bij voorkeur vrouweninteresse 
geniet. Gelukkig maken op dat moment Eveline en Els hun entree, ze hebben de hoofdact
gemist maar komen nog voor aanvang van het open podium. 
Zo herstellen zich de sekseverhoudingen weer een beetje. 
Het begint met Christel, de vrouw die zich zo heeft vermaakt met de nachtfantasieën 
van Von Solo. Ze betreurt het dat er zo weinig vrouwen zijn, want van die kant verwacht 
zij de meeste bijval? Maar zij begint met een loflied op de man, die zo presteren moet: 
buiten op zijn werk en thuis in bed (Oh nee...) Plaatsvervangend vind ik het voor haar 
man een beetje gênant, want vanaf het podium wijst zij naar haar echtgenoot en licht 
ons toe dat zij zeer tevreden is met hem, die reeds vijfentwintig jaar met haar 't bed deelt
Gelukkig gaat zij niet verder op hetzelfde thema want er dreigt deze avond een lichte 
overdosis. Christel maakt het mij weer goed door te besluiten met een speels gedicht 
over het plezier van de "zotheid". 
Het niveau van de overige open podium bijdragen is zeer variërend, daarin verschilt deze
Antwerpse gedichtenavond niet van Amsterdamse podia zoals Eijlders of OBA. 
Ook mede-organisator Frans Vlinderman (alwéér een alias) draagt gelaagde poëzie van
eigen hand voor. 

 


Ikzelf krijg ook wat podiumtijd en mijd zorgvuldig het scabreuze, houd mij bij de stad
aan het water. Of het de Schelde is, de Maas of het IJ, altijd hebben die steden 
een "overkant", die wat minder in trek is: "Noord" in Amsterdam, "Zuid" in Rotterdam,
de "Linkeroever" in Antwerpen. 
Ze hebben allemaal hun havens gemeen, dus kom ik terecht op mijn maritiem werk
Altijd vraag ik iemand uit het publiek zijn of haar mening over wat "het mooiste" was 
in de voordracht zojuist gehoord. Eveline kiest voor het slotgedicht over het heimwee 
van de zeeman. 

Wat nog meer 

Ik mis jouw mij nabij zijn, samen tegenaan 
Ik mis jouw stem, die ik meer nog voel dan hoor 
ik mis je warme adem langs mijn oor 
Ik mis je speelse vrolijkheid, zo blij spontaan 

Ik mis hoe je me gretig kust, zo zalig zoet 
Ik mis het vlinderstrelen door je zachte hand 
Ik mis het hoe je beeft als passie brandt 
Dat, en nog meer mis ik - maar ik moet 

Verslag Muzeval 10 november 2011 
 © John Zwart – Hernehim Cultuur 

   
 
   
"Geef me de stad en ik ben gelukkig?" - Geen verslag, van de Middag van Stadse Dichters op Plein 1813 's Gravenhage - geplaatst 31 oktober 2011 
In 2003 gaf de Uitgeverij P te Leuven een indrukwekkende bundel uit, waarin een hele
optocht van Vlaamse en Nederlandse dichters hun associaties met "de stad" in het
algemeen, zowel als één bepaalde stad, bezingen. 
Zover ik weet is deze bloemlezing waarin alle aspecten in hoofdstukken worden 
behandeld met in totaal meer dan 200 gedichten, onovertroffen. 
Het boek "Suburbia" is allang uitverkocht, maar mocht u ergens nog een tweede-
hands exemplaar ontdekken: aarzel niet maar koop het, of je krijgt spijt. 
Hoe kijken die dichters naar de stad? 
Er is sprake van onvoorwaardelijke liefde op het randje van sentimenteel, maar ook
van hartgrondige haat. 
Hugo Claus voelt de dreiging en het opgedrongen schuldgevoel hangen in zijn stad 
en Luuk Gruwez zou het liefst zijn stad Kortrijk vernietigd zien in een bombardement,
maar krijgt in de slotstrofe alweer spijt: "o, voor ik het vergeet, spaar mijn tante en 
de haren./  Spaar toch vooral mijn malle nicht/ die dertig is en aan een telraam zit.."

Maar Tomas Lieske beschrijft met mildheid en een sprankje weemoed twee oude
beschonken zwervers op een bankje bij Paddington Station in Londen.
"Wie beschermt die twee? Hun zachte stemmen./ Hoe drukken zij de angst
tot onder de klotsende drank?.../
Simon Vinkenoog beleeft Amsterdam vanuit zijn bed door het openstaande raam.
"Hoe weet ik dat ik leef? Omdat ik lees en schrijf/ een klok beluister, die het
kwartier slaat/ en de passen van een passerend paar?"  

"Eijlders op Pad" beleefde gisteren 30 oktober al een tweede aflevering na de 
dichterlijke bijeenkomst in het groen van de Oeverlanden bij het Amsterdamse Bos, 
van een paar weken geleden. Deze dag ging de Eijldersgroep wat verder van huis
voor de poëtische middag van "Stadse Dichters" in de Villa De Kunstpassage in 
Den Haag
aan het Plein 1813. 
Hernehim-dichter John Zwart zou ook meedoen, maar moest helaas kort voor 
het feest afhaken. Gelukkig heeft hij "Suburbia" nog om van te genieten tot troost.
Het valt te hopen dat de bezoekers aan de Villa Kunstpassage even inspirerend 
werk te horen kregen.als destijds klonk in juni 2003 bij de presentatie van dat boek
"Suburbia" in aanwezigheid van Simon Vinkenoog, Luuk Gruwez, Ina Stabergh,
Esther Knibbe en Michel Martinus.


Rik Comello (Den Haag) hier met vriendin,
heeft net als John Zwart een maritieme achtergrond 

Vriend en collega-dichter Rik Comello en John hadden beide wel een speciaal 
nieuw gedicht geschreven, waarin ze elk op hun eigen manier hun liefde voor de stad:
"Geef mij de stad en ik ben gelukkig"
tot uitdrukking brengen.  

 

De stad, met aan de boorden van haar havens de toewijding 
van de beschermheilige der zeelieden 


Mijn stad, mijn stad... 
*
In en uit haar ben ik verwekt en geboren
*
Wie weet ga ik ooit nog eens in haar sterven ook
*
Desondanks geeft ze geen flikker om mij
met al haar zeven parken, haar mooiste wijken
of haar schitterend witte strand in de zomer 
*
Ze kent me niet, ze hoort me niet
ze ziet me niet eens
*
Ik besta niet * Voor haar* Geeft niet
*
Zij bestaat wèl * Zij * Voor mij
*
Met haar Lange Voorhout, haar Noordeinde
haar statige wijken, lanen en pleinen
of haar hoeren- en achterbuurten
*
Mijn stad, mijn stad...
*
Grenzend aan een bij tijd en wijle
soms liefdevol ontvangende
danwel een wederom woest voortrazende zee
in een meedogenloze winterstorm
*
Voor haar kent mijn liefde geen grenzen
*
Ze is van mij
*
Ze is mijn stad aan zee, zij
*
Gelukkig weet ik nog hoe ze heet 

 

            © Rik Comello 


De stad

De stad, zij steunt, zij zucht, zij schreeuwt
zij wordt gefolterd en zij wordt gestreeld
Terwijl zij haar gestrekte armen
reikt naar de ochtendzon
besmeuren vuile zwervers
de plooien van haar nachtjapon
Terwijl zij aan de zomen lieflijk geurt
wordt aan haar borst haar kleed gescheurd

Als steeds die horden haar belagen
hoe kan zij daarbij nog behagen
Wordt telkens door rabauwen
opnieuw haar schoot geschonden
door haar ware minnaars wordt
weer haar bloedend hart verbonden

Na jaren keer ik weer – ze toont mij haar aangezicht
en zegt: "kom dichterbij" – dat is waarvoor ik zwicht

 

© John Zwart

 

Als toegift deze van scheepsarts-dichter Jan Slauerhoff: 

 

Alleen de havens zijn ons trouw
Al 't andere aan de vaste wal
Behoort niet bij ons, vriend noch vrouw
Stond ooit eens voor de zeeman pal

 
   
Het mysterie van het brein - Boekpresentatie in Haarlem - verslag en bespreking - geplaatst 24 september 2011 

Gisteren was het Wereld Alzheimer Dag en dat werd door Uitgeverij De Brouwerij uit 
Maassluis en het duo Gerrit Molenaar en Bert Verhoeff als het uitgelezen moment 
beschouwd om hun boek "Kus me nog eens wakker" aan de pers te presenteren. 
De dag, woensdag 21 september, maar ook de locatie was zorgvuldig gekozen: 
Museum Het Dolhuys te Haarlem. Het Nationaal Museum, waar wordt getoond hoe er 
door de eeuwen heen werd omgegaan met mensen die 'anders' zijn. 
Een fotograaf en een schrijver gingen twee jaar lang op in de wereld van mensen die 
lijden aan dementie. Voor de schrijver, Gerrit Molenaar, was het een project dat hem 
ook moest helpen in de zoektocht om zichzelf te hervinden. Want hij was door zijn 
journalistieke werk zo rationeel geworden, als gevolg ook bijzonder cynisch, waardoor 
zijn gevoelsleven erg verarmd was. Het proces van het maken van het boek, waarbij hij
contact moest maken op een intieme wijze met zijn hoofdrolspelers, zou hem tegelijk
kunnen helpen weer dichter bij zijn gevoel te komen. 
Zijn hond Mozes gaf hem het voorbeeld door de intuïtieve manier waarop het dier 
reageert op mensen. Mozes maakt direct contact of wijst resoluut af, de hond besluit
onmiddellijk zonder zichtbare aarzeling. Zo'n intuïtieve benadering helpt ook bij de 
openheid naar de ouderen die hij voor een rol in het boek uitkiest, met wie iets tot stand
moet komen. "Laat je verstand achter bij de deur van het tehuis", geeft hij ons als 
welgemeend advies mee. 

Het komt zelden voor dat een boekpresentatie zich zó ontvouwt: als uitgebreide video
en audio voorstelling, waarvoor van de aanwezigen een uur lang hun uiterste concentratie
wordt gevraagd. De deuren gingen op slot (niet storen) en na een korte monoloog gingen
ook de lichten uit om 't geluidslandschap beter te kunnen ondergaan.
Ook muziek werd als ondersteunend element gebruikt.
Als het licht dan weer aan gaat voelt het als het verlaten van een bioscoopzaal na het
zien van een meeslepende film. Het bekijken van het boek doe je hierna ánders, onder
invloed van deze indrukken: 
de bewegende beelden van de hoofdpersonen spelen nog mee, hun stemmen 
klinken nog in ons hoofd. 

 

Een ontroerende foto van één van de hoofdrolspeelsters in het boek,
samen met haar man, brengt de kijker-lezer in de juiste gemoedstoestand
om dit verslag vanuit de leefwereld van deze dementerende ouderen op
een manier te ondergaan, zoals dat door fotograaf en schrijver bedoeld is. 

 


Het boek is vooral een "kijkboek", het is grotendeels gevuld met bijzondere en zeer  
indringende foto's in kleur van Bert Verhoeff. Summiere teksten, opgetekende citaten
en korte gedichten vormen de bijdrage van Gerrit Molenaar aan het werk. Aan het eind
van het boek geeft Molenaar in veertien bladzijden de wordingsgeschiedenis ervan 
tegen zijn persoonlijke achtergrond. 
De lezer kan dus kiezen: eerst die tekst lezen, of eerst de foto's van Bert Verhoeff gaan
bekijken. Waarschijnlijk zullen de meeste mensen het boek eerst als een "kijkboek" 
ter hand nemen. Onderweg worden ze dan verrast door kleine "ingestoken" tekstbladen,
met een citaat of een klein gedichtje.
Zoals deze regels die de 85 jarige Anneke Boer schreef: 

"...Bert is mijn mannetje
help, mijn Bert is een schat!
Ik blijf van je houden Bert, tot ik dood ben
dit onderste schrijf ik
het is 9 uur + 10 minuten
ik dank u
ik kan weer dood ..."

 

Of deze op citaten van Ben Wikkers: 

gat in mijn hoofd

de maan schiet een gat in mijn hoofd
dooft het felle licht dat brandde
bouwt luikjes tot klapdeuren
zonder te vragen, zonder te weten

ik recht mijn rug en scheer me kaal
gooi mijn gedachten in het niets
ik bedek mijn lijf met dekens
tot de zon mij wakker kriebelt

het wondje dicht ik met mijn vinger
een laatste, puntloze zin
waarop geen antwoord mogelijk is
omdat de vraag nooit is gesteld 
   


In het boek nemen fotograaf en schrijver de lezer mee in de intimiteit van negen demente
mensen, doelbewust om dicht bij hen te komen, binnen de belevingssfeer waarin zij zich
bevinden. Negen mensen die in tehuizen, of thuis worden verzorgd. 
Een boek dat iedereen die met deze verouderingskwaal van het brein in zijn naaste 
omgeving te maken krijgt een beetje kan helpen bij inleving en begrip.

© John Zwart – Hernehim Cultuur, 22 september 2011.

"Kus me nog eens wakker"
Een prachtige liefdevolle foto van Anneke Boer en haar man (mijn Bert)
siert het omslag van het boek
Uitgeverij De Brouwerij, Maassluis – september 2011
E
en uitgave in de serie "Brainbooks".
Fotografie: Bert Verhoeff
Teksten van: Gerrit Molenaar
Vormgeving: Teun van der Heijden.

ISBN 9789078905530 
€ 29,50 euro – Vanaf heden in de boekhandel.

Internet Uitgeverij De Brouwerij 

 

Eddy Beugels wordt "de klopper" genoemd,
want hij blijft overal op bonzen, dreigend? Neen, van blijdschap! 
Eddy is blij als de zon schijnt, hij is blij met een regenbui, 
Eddy is altijd blij: 

Eddy is blij 

Eddy is blij
heel erg blij

van blijdschap klopt Eddy
de hele dag
op ramen en deuren
zodat iedereen weet hoe blij hij is
zodat iedereen het hoort
zodat iedereen het voelt 

 

   
 
   
Nog meer poëzie in Leeuwarden, afgelopen weekeinde  -  bericht 16 augustus 2011 

 

Leeuwarden, zondag 14 augustus 2011 - 

Er was het afgelopen weekeinde nog meer poëzie in Leeuwarden. 
Of poëzie, moeten we "slammen" poëzie noemen? 
Hernehim Cultuur gebruikt liever als term "contemporaine dichtstijl" 
voor die vorm die zo ver afstaat van het ingetogen dichten dat even 
goed, zo niet beter, tot zijn recht komt zonder het effect van de voordracht. 

Melvin van Eldik doet de laatste jaren erg zijn best om Friesland hiervoor
warm te laten lopen. Hij organiseert avonden in Attel-J en buitengebeuren
op zomerse zondagmiddagen op het muziekpodium van de Koperen Tuin. 

 


Melvin van Eldik in de Prinsentuin van Leeuwarden  - Foto H C

We schrijven niet zo vaak over slamconcoursen, daar zijn andere sites voor.
Maar als het niet in Amsterdam of Utrecht plaatsvond of die ene man deed niet mee
dan lees je er weinig over. Dus vult uw HC redactie deze leemte vandaag op:
Zondagmiddag 14 augustus vond in de muziektent van de Prinsentuin te Leeuwarden
(ook bekend als de Koperen Tuin naar de roman van Simon Vestdijk)
een open slamcompetitie van Melvin van Eldik plaats.
Na de voorronde streden Josse Kok en de Vlaming Jee Kast om de eindzege.
Jee Kast
werd uitgeroepen tot winnaar.

 

 

 

 

Jee Kast expressief in woord en gebaren
(Foto Anneke Wasscher)

   
 
   
De Laatste Slauerhoff Wandeling  -  bericht 15 augustus 2011 



Van nieuw en van oud 

Hoe het precies was, doet er niet toe. Het was anders dan de eerste keer op 13 juni,
ook anders dan de volgende op 22 juli, het was elke keer weer anders, maar de sfeer 
telkens spreekt wel uit het verslag dat over de eerste keer geschreven werd: 
De zomer had ons inmiddels geleerd om een 'plan B' achter de hand te hebben, als 
'slechtweer oplossing'. Niet de keus beperken tot: laten doorgaan of afblazen. 
Maar het alternatief was niet nodig want het was vrijdag 12 augustus werkelijk een 
stralende zomerdag met ideaal wandel en terrasjesweer

Daar hebben we naar hartelust van geprofiteerd, voor zowel het eerste als het laatste! 
En een stukje van 't  'slechtweerplan' hebben we óók nog genoten: een overdekt weids 
panoramisch uitzicht over de stad Leeuwarden, dat wilden we ons niet ontzeggen
doordat het NIET regende. En Jorwert leverde ook weer een bijzonder verhaal op dat 
een plekje op de Blogpagina heeft verdiend. 
Verder kun je alleen maar spijt hebben als je er niet was.

Redactie Hernehim Cultuur 

De Glazen Koepel te Leeuwarden - © Foto Friesland Bank 
Stad met veel tastbare historie maar ook moderniteit met allure

"Alles heb ik teruggevonden,
 Bekoorlijk verwaarloosd als 't vroeger was: 
 Het groene pad begroeid met spichtig gras,
 De zonnebloemen die toen lager stonden..."

 

Jan Slauerhoff  

Romaanse kerk Jorwert (ca.1150)
© Foto St. Alde Fryske Tsjerken

de bejaarde kosteres, die schuin tegenover het pad over het kerkhof woont, 
heeft altijd het oog op elk komen en gaan...
   
 
   
De Landelijke Liefde-wandeling  - Een reportage over een cultuur-poëzie-natuur ervaring in midden Friesland geplaatst op 15 juni 2011 

Op tweede pinksterdag, de dertiende juni, liepen we de eerste wandeling gewijd aan 
"l'amour rustique" (J.S.). Natuurlijk was het niet echt de eerste keer. In de loop der jaren
reed ik menigmaal over 't voor deze wandeling gekozen traject, de eerste keren per auto, 
later graag als fietser op mijn tochten naar Boazum en Jorwert. 
En in de aanloop naar deze Slauerhoff Wandeling liep ik tweemaal van Jongema State
in Raerd naar de Pastorie in Jorwert, heen en terug. 

Jongema State is al een aantal jaren mijn adoptiegebied als natuurgids, het heeft voor mij
een extra betekenis, wetende dat de dichter die mij altijd het meest heeft geïnspireerd daar
óók was en er poëzie op schreef. En Jorwert, met de toen nog onveranderde Pastorie waar
ik kennismaakte met dominee Klooster in het jaar 1998, was een andere plek waar ik de
nabijheid van dichter Slauerhoff nog 'voelen' kon. 
It Fryske Gea, de friese natuurbeschermingsvereniging bevordert bij het brede publiek de
interesse voor de natuur, waarbij eveneens de culturele aspecten van een landschap de
aandacht hebben. Net als de natuurbeschermers in de andere provincies, heeft men ook 
zorg voor de culturele betekenis van landgoederen die in haar beheer zijn en dat is bij-
voorbeeld ook het geval bij de middeleeuwse "slachtedyk"- een historische waterwering 
van de Middelzee - als cultuurgoed tevens natuurobject onder de hoede van de vereniging.

SLAUERHOFF WANDELING 

De wandeling verloopt langs historische dijkjes en bolle bruggen
over oeroude waterlopen door de streek van de voormalige Middelzee

Vaak ervaar ik dat mensen met 'een groen hart' ook openstaan voor toegankelijke 
gedichten. En andersom merk ik dat poëzieliefhebbers ook vaak graag in de natuur
vertoeven. Zo kwam bij mij 't idee op om bij het tienjarig bestaan van Hernehim Cultuur
de twee interessegebieden met elkaar te verbinden. 
En wat de literatuur betreft, wat is toegankelijker dan liefdespoëzie?
En hoe kan een poëzieliefhebber het landschap intenser beleven dan in het zicht van
wat een dichter heeft geïnspireerd? 


Landelijke Liefde 

Wij stonden gebogen over de vliet; 
Daaronder leken onze gezichten 
Ziende uit een toekomst, toen een lichte 
Rimpeling ons glimlachen liet: 

Ons spiegelend zooals wij niet 
Meer konden zijn. Nooit meer? Ik vroeg haar: 
"Laat alles worden zooals vroeger." 
Zij gaf geen antwoord. Haar voetje stiet 

Een steen in 't water en terstond 
Verdwenen we. Zoo was het altijd: 
Verschijnen, verdwijnen, weerzien, afscheid, 
Zoeken in elkaars oogen en mond. 

Een zoen, niet bij machte kortstondige weelde 
Te geven, dien alleen het voorgevoel 
Van het wellicht voor ´t laatst te doen 
Een zekere ernstige wellust verleende. 

Jan Slauerhoff 
Uit: "Alle Gedichten" - Uitgave van zijn verzamelde poëzie 
door Nijgh & Van Ditmar. Origineel gedicht uit de bundel "Serenade"

 

Het werd een mooie en geslaagde dag - dat zeg ik volmondig na ervaring van diverse 
onverwachte zaken en matige weersomstandigheden. Het plan was om deze tochten
in kleine groepjes te maken, 6 tot 8 deelnemers om het gezamenlijk beleven te 
bevorderen. De ervaring met de stadsrand-wandeling Watergraafsmeer van Albert
Hoogendijk heeft me bevestigd in dat voornemen. 
Door de weerberichten, al vóór pinksteren – 1e dag zomers, 2e dag nat – haakten 
mensen af en kromp een groepje van negen potentiële wandelaars in tot vijf, ondanks
de belofte dat bij zware regenval in plaats van een wandeling een auto-etapperit zou 
worden gedaan. 
In de nacht kletterde regen op het slaapkamervenster maar de ochtend was droog 
met voorbijdrijvend grijs. 
Vanaf elf uur was de samenkomst bij Wouters in Leeuwarden tegenover het station,
want de deelnemers kwamen 'van heinde en verre'. Tot het middaguur zou ik daar 
zijn om hen te verwelkomen met koffie en thee. Maar Wouters had een A4tje op de 
ruit geplakt: >Tweede Pinksterdag Gesloten< 
Blijkbaar was niemand op het idee gekomen om dit ook op de website te vermelden..
De stationsrestauratie in Leeuwarden is veroverd door onze grootgrutter als nieuwe 
"to go" winkel en bood dus ook al geen soelaas. Rondhangen voor de gesloten deur
van Wouters ging me snel vervelen dus dan maar uitgeweken naar de lounge van 't 
chique Oranjehotel – een uurtje heen en weer springen om oog te houden op de 
dichte deur met het A4-tje. 
De eerste geleerde les: alle deelnemers vragen: mobiele telefoons meebrengen en 
de nummers aan elkaar bekendmaken, om in "noodgevallen" te communiceren.

Iedereen kreeg het geïllustreerde boekje 
"Landelijke Liefde"
gelegenheidsuitgave Hernehim Cultuur 2001-2011,  
plus een routebeschrijving voor een fietstocht van 30 km vanaf Goutum 
(Leeuwarden) waarvan onze Slauerhoff Wandeling van 12 km deel uitmaakt. 
Een korte inleiding gaf ik op de stadswandeling en de afkomst van de dichter
Jan Slauerhoff en daarna gingen we om half een op pad. 

- Door het hart van Leeuwarden. 
We liepen naar de Nieuweweg langs de monumentale neoklassieke Openbare Bibliotheek
naar de Weaze en volgden de gracht naar Voorstreek 24-28 waar we alleen nog aan de
bovenverdiepingen konden zien waar Slauerhoff -op nr 26- zijn schooltijd heeft doorgebracht. 
We pauzeerden met gepaste aandacht bij het gedicht "het einde" in het plaveisel op de 
brug tegenover de Wortelhaven en namen nog een kijkje bij de Bonifatiuskerk waar in 2000
Cristina Branco haar portugese fado's van vertaalde Slauerhoffpoëzie heeft opgenomen. 
Luister hier naar "De Eenzamen" (Os Solitáros) door haar gezongen. 

We maakten er een rondwandeling van, door te vervolgen over de Monnikemuurstraat langs
de Grote of Jacobijnerkerk, en door de Grote Kerkstraat langs de Princessehof, waar deze
maand een expositie van Chinees porselein met geluk en liefdessymbolen is geopend. 
Eigenlijk zou je gemakkelijk een programma van een hele dag kunnen maken als de stads-
wandeling met een museumbezoek wordt gecombineerd.
Ons groepje zag onderweg nog allerlei interessants, zoals ook antiquarische boekwinkeltjes
die zeer in trek waren. Genoeg afleiding onderweg en het viel niet mee het tempo erin te 
houden, maar ik moet toegeven dat ik zelf ook het bekijken van oude hofjes, de Grote Kerk
etc. erg interessant vond – al ruim een uur achter op ons tijdschema.., maar de stemming
was uitstekend. 

- Gerieflijker dan Slauerhoff, die een uur moest fietsen of twee-en-half uur lopen. 
Pas kwart over twee per auto op weg naar Jorwert -  na 10 minuten over de A32 kwamen 
we in zijn wereld waar de tijd schijnbaar stilstond. Dijkjes die ecologisch worden beheerd,
weiden met koeien, schaapjes, friese paarden en pony's, een bolle brug over de Zwette die
daar achteloos onderdoor slingert bedekt met bloeiend 'pompebled', een landschap als de
plaatjes van C.Jetses in Ot en Sien. 
In Jorwert konden we ook gemakkelijk de klok een eeuw terugzetten naar het jaartal dat 
Jan Slauerhoff voor het eerst door Annie Hille Ris Lambers naar haar dorpje werd meege-
nomen. Wat er nog is aan onveranderde gebouwen bekeken we met de aandacht die ze
verdienen: de kerk, middeleeuws tufsteen; de herberg, nauwelijks 200 jaar jonger; en de
pastorie, 19e eeuws maar beladen met historie - als de woning van het domineesgezin 
Hille Ris Lambers vanaf 1907. Natuurlijk waren de dames erg nieuwsgierig naar het
"liefdeshoekje" achterin de tuin van de pastorie. Doordat de haven is gedempt en op die 
plek een erf met grote schuur is gekomen moet je daarvoor "verboden terrein" opgaan: 
een stukje het erf op. 
Toen ik er rond de Paasdagen was had ik dat natuurlijk stiekem al even gedaan. Met de
kleine groep waagde ik het erop. En dat zal je zien: de waakhond sloeg onmiddellijk aan!
Het bewonersechtpaar kwam naar buiten dus ik moest vlug mijn excuus maken, stelde 
mij voor en verklaarde de reden van ons gluurdersgedrag. 
De vrouw van het paar bleek veel kennis te hebben van de historie van het dorp en schetste
ons zelfs exact de situatie van vóór Slauerhoff en de roemruchte dominee, toen de pastorie
met de tuin ongeveer een schiereiland vormde, het Havenspaed water was met niet meer 
dan een smal paadje erlangs en de Lijnbaan ook een sloot, met een bruggetje erover dat
verbinding gaf van de pastorie-zijtuin naar het kerkhof. Ik kreeg zo weer heel wat nieuwe
informatie over de bewoning en er werd zelfs een fotoalbum tevoorschijn gehaald. 

Pastorie Jorwert - Beeld 1998, Slauerhoffjaar 

Na het vertrek van dominee Klooster in 2008 heeft de pastorie een jaar leeg gestaan 
tot de verbouwing voor de huidige bewoners kon aanvangen. De buren maakten een hele
serie foto's van het originele interieur, o.a. van het dienstbodenkamertje op de vliering 
(zorgvuldig intact gelaten in de 19e eeuwse toestand door dominee Klooster), waar op de
wand een dubbelpagina van de originele bundel "Serenade" aan de wand hing. 
Het betrof het geëngageerde gedicht "De dienstmaagd" dat ook in onze gelegenheids-
bundel is opgenomen. 


[uit "De Terugkeer"

Zij leeft in 't afgelegen, mistig land 
Dat ik verliet de wereld om te varen; 
Zij woont er nog, ik weet het zeker, want 
Een sterke vrede was de hare.
[...] 

Zelfs op het kleine kerkhof zat zij graag, 
Er stond een bank onder het schrale loover, 
Achter een schrompelende wilgenhaag 
Bijna vergeten door den zomer.
[...] 

Daar wilde ik vóór haar staan, als uit haar droomen 
Overgegaan in een warm, waar verhaal. 
Maar zij zou mij van verre al aan zien komen: 
Het lage land ligt tot den einder kaal. 

 

Het was een welkome ontmoeting en kennismaking, al begon het helaas te regenen. 
De herberg bood ons geen schuilplek, die heeft meer een 'museale' functie en ontvangt
graag  'recepties en partijen'. Als café is het gebouw maar beperkt geopend. 
Daar was ik vanzelfsprekend tevoren van op de hoogte en ik had daarop gerekend: 
er waren koffie, thee, soep en broodjes met ons meegereisd. 
De kerk is wel alle dagen open en daar konden we droog blijven: "bewaar uwen voet, als 
gij ten huize gods ingaat"
. Dat is toch heel wat anders dan: "klompen uit en veeg je 
schoenen op de mat!". Het oude godshuis heeft een prachtige akoestiek en het was een
geweldige ervaring om daar de Slauerhoff l.m.d.l.A.R. gedichten te laten klinken: 
gedichten opgedragen aan "la muse de l'amour rustique". Zo gaf hij destijds sommige 
gedichten een boodschap mee, nu weet iedereen wel dat zijn muze Heleen is geweest. 
Zo'n oude kerk dwingt je gedragen te lezen, leestekens te respecteren, witregel-pauzes
te nemen. De meeste dichters lezen te snel, ik ook.

"... Het stille van den hof en het grijsblonde 
Van zon laatglanzend door beslagen glas. 
Achter in de tuin begon de ondiepe plas, 
Waar we elkaar 's avonds onder takken vonden ..."

Toen moesten we de lange wandeling nog maken en het was al bijna half vier i.p.v. 
twee uur... Er was dus geen tijd meer te vermorsen... 
Niet in Tsjeintgum dus, voor de beeldentuin van Hein Mader (86), die hebben we helaas
overgeslagen – de volgende keer moeten we maar wat strakker met de tijd omgaan. 
In Mantgum was het gelukkig ook alweer droog geworden, 
It Bosk voerde ons weer naar de "slachte" de vroegere westoever van de Middelzee. 
Rechts, midden in het vlakke weideland zagen we een afgegraven terp, niets meer dan
een ommuurd hoog kerkhof met een toren middenop, oprijzend als hoogwater vluchtplek.
De toren wordt gedateerd op de 11e eeuw, ook van tufsteen. Er is onbelemmerd uitzicht
naar de terpen van Easterwierrum en Mantgum. Het dorp dat er vroeger omheen lag is
2 eeuwen geleden verplaatst naar een gunstiger plek. Er bleven slechts toren en doden.
Een ideale plek om het gedicht van Atze van Wieren voor te dragen: 
"welke goden zijn hier/ aangeroepen om vrucht/ te doen dragen en vervloekt/ 
 als de godganse boel/ weer eens onder water liep
[...]" 
In Easterwierrum liepen we over de Dille symbolisch van Westergo naar Oostergo: van 
de ene oever van de Middelzee naar de andere. Halverwege weer zo'n bolle brug over 
de Zwette, die nu nog voor de afwatering van dit lage stuk Friesland moet zorgen. 
Onze tocht eindigde op Jongema State bij Raerd. Jan Slauerhoff en zijn Heleen zijn er
ook meermalen geweest en er was dus nauwelijks een mooier eindpunt te bedenken. 
Het geeft me altijd een fijn gevoel om de zware deur in de toegangspoort uit 1603 open
te maken om mijn "gasten" binnen te laten. 
Onder de poort hebben we nog wat poëzie gelezen, tenslotte kon ik als "kasteelheer" 
de toegang weer afsluiten - er stond een grote auto klaar om ons weer terug te brengen
naar Leeuwarden. 

Het verslag van onze eerste Landelijke Liefde-wandeling in 2011*).
voor Hernehim Cultuur door
© John Zwart – 15 juni 2011

 

Traject Stadswandeling Leeuwarden 
Stationsweg - Zuiderplein - Openbare Bibliotheek - Nieuweweg -
Groentenmarkt - Over de Kelders - Voorstreek (nrs 24 t/m 28) - 
Brug t.o. Wortelhaven - Bonifatiuskerk - Dubbele Pijp - 
Monnikemuurstraat - Grote of Jacobijnerkerk - Jacobijner Kerkhof
- Grote Kerkstraat - Princessehof (Keramiekmuseum) - 
Oldehoofster Kerkhof - Torenstraat - Nieuwestad - Oude Doelesteeg
- Wilhelminaplein - Pr Hendrikstraat - Sophialaan - Stationsplein

Traject Slauerhoff Wandeling 
Jorwert (Master Fopmawei) - Ljocht & Fjeldsterdyk (bushalte*) RA -
T kruising De Him LA - Tsjeintgum (beeldentuin Hein Mader) > -
Mantgum > spoorovergang > - T kruising LA - It Bosk RA - 
T kruising Tsjerkebuorren RA - na 1 km RA Alde Toer  600m -
bij de terp omkeren terug naar de Tsjerkebuorren daar RA - 
Easterwierrum - LA De Dille - T kruising N354 LA - 
(voorzichtig oversteken) en LA de parallelweg volgen > Raerd -
na 1 km RA Slotsdyk - ingang Jongema State op 150m RA - 
Slotsdyk volgen naar het dorpskern Raerd  500m - dorrpshuis
Trije Sprong (om de hoek bushalte*) 

*) Interessant? Kijk op Activiteiten voor onze herhalingen  *) de bussen rijden alleen op werkdagen, eens per uur: Jorwert lijn 93, Raerd lijn 94. 
   
 
   
Het Spaarne stroomt, het Spaarne stroomt voorbij  - Een impressie van de Haarlemse Dichtlijn  geplaatst op 6 juni 2011  

Het Spaarne stroomt...het Spaarne stroomt voorbij...voorbij de stad... 
Hemelvaartsdag, 2 juni in Haarlem – door JohnN 

Er wordt wat afgewandeld tegenwoordig. Dat was natuurlijk altijd zo maar ik, uw nijvere
verslaggever, ben er nu regelmatig bij betrokken en dat is goed. Te vaak kreeg ik het gevoel
dat ik te veel uren besteedde zittend aan het computerscherm. 
Toen ik van stadsdichteres Sylvia Hubers hoorde dat de Haarlemse Dichtlijn jaargang 2011,
door deelnemers die gedichten op de stad schrijven, óók als een stadswandeling kan 
worden beleefd, was ik meteen enthousiast. Al sinds 2006 schrijf ik voor 'Woorden in de
Waagschaal' en de 'Dichtlijn' regelmatig 'haarlemse gedichten'. 
Het was die dag druk in de stad, het Spaarne lag vol plezierboten, de terrassen al vóór het
middaguur goed bezet met genieters van drankjes in de zon. Gelukkig lang niet iedereen 
naar Zandvoort. Het lijkt wel per traditie - of ze het nu op Pinksterzondag of op Hemelvaart
organiseren – áltijd hoogzomer bij de Haarlemse Dichtlijn. 

De opening weer in de Vishal, dat lage lange gebouw dat neerknielt bij de Bavokerk aan de 
Grote Markt. Verse vis wordt daar allang niet meer verhandeld, verzen klonken er. 
De dagelijkse functie is expositieruimte, dat vraagt licht, dus kreeg de hal een glazen dak. 
Daar ben ik nooit blij mee op zo'n dag: met een menigte van een paar honderd - dichters 
met aanhang en aanlopend publiek – wordt het een tropische broeikas. 
Boudewijn de Groot (meneer de president...welterusten...slaap maar lekker...in uw mooie
witte huis)
zijn vroegere halflange zwarte krullen intussen mooi grijs geworden (het water
gaat, wat blijft is de rivier - hij stroomt voorbij, en blijft toch altijd hier).
Lennert Nijgh leek er
in mijn gevoel in de geest ook bij, want wat was Boudewijn geweest zonder die dichter? 
Zijn outfit was passend bij het binnenklimaat. 
Hij kreeg de bloemlezing aangeboden: 'De Haarlemse Dichtlijn 2011'. De Bundel van dit jaar,
die oogt als Literair Werk in plaats van een gelegenheidsboekje. Die Bundel mag nu dus 
best 10 euro kosten, nog een vriendenprijsje goed beschouwd. 

De St.Bavo aan de Grote Markt  


De molen maalt 

In het tweede leven
van de Adriaan
kraak ik een nootje 

er wordt getrouwd
ik hoor het jawoord
onheilspellend aanrollen
als golven op een schip 

en ja hoor
de wieken draaien
de bezoekers kunnen gaan
het paar mag zich
vermenigvuldigen
en de molen
die staat te draaien
woesh! woesh! denderend
langs de ramen voor de
historie en voor de sier 

knarsetandend 

want een molen wil iets malen
desnoods vergruizen, persen
of zagen 

producten baren, olie
brood en bier! 

©  Sylvia Hubers 


>  Sylvia in actie op de zingende zaag  

 

Alle "dienstregelaars" van de 6 podia grepen vervolgens hun kans om de toehoorders te 
overtuigen dat ze zich juist naar hún locatie moesten begeven. Het Huisartsencabaret 
(menig geween is helaas iatrogeen), dat dichters als Wilma vd Akker, Gusta Bastian en
Gerrit Vennema ontving, stal in mijn ogen de show (is er een dichter in de zaal?) met hun
cabareteske act, waarin allerlei bizarre ziekten met even buitenissige therapieën werden
bestreden. De meest effectieve uiteraard de humor. Ze streken neer in het Archeologisch
Museum (daar liggen de resten van falende artsen in het verre verleden). Willemien Spook
(wat zal die gepest zijn op school met die naam, er is vast een sterke vrouw uit gegroeid) 
wilde liefst veel mensen naar de binnenbocht, het Korte Spaarne, naar Atelier September 
lokken. Ze droeg een lang gedicht voor waarin de hele wordingsgeschiedenis van Haarlem
was verwerkt. In gedachten schrapte ik onmiddellijk mijn eigen "haarlo heim" van mijn lijstje.
Fredie Kuiper, gewapend met accordeon en zangstem, kreeg met haar enthousiasme de
stemming er goed in. Zij ging het podium in Taverne de Waag leiden, waar Mirjam Al, 
Myrte Leffring en Joop Scholten zich bij de optredende poëten gingen scharen. 

Toch was ik blij dat ik eerst in het gevolg van Sylvia mocht vertoeven, op haar tocht door 
het stadscentrum in de aangenaam koelere buitenlucht. Sylvia Hubers – wie kan er nog 
gelukkiger zijn dan zij, met haar initialen: S(paarne) H(aarlem) – heeft een hele schare
bewonderaars. Is het niet voor haar gedichten dan is het wel voor haar muzikale prestaties
op de zingende zaag! Echt waar, dat moet je horen. We hadden dan ook onmiddellijk een
hele groep om ons heen. 
De mooiste, zeg ik zonder aarzeling, was Mayamba: warm en kleurig als het continent dat
haar voortbracht, Afrika. Ze is beginnend dichteres, deed nog niet mee aan de Dichtlijn, 
maar dat gaat vast nog wel komen, dat weet ik zeker, bij een jonge vrouw die bruist van 
muzikaal, dans en schildertalent. Waarom kon ik daar voor die Vishal een poosje alleen 
maar naar háár kijken? Omdat ze herinneringen opriep aan de prachtige "cotto missies" 
op de markt in Paramaribo, met haar prachtige kleding: de rok bestaande uit lange banen,
kleurig en minutieus geborduurd met abstracte en bloemfiguren, het lijfje al even mooi 
bewerkt en haar vriendelijke gezicht bekroond met een schitterende hoofdtooi. Haar wieg 
stond in Angola, haar atelier staat in Haarlem. Hoe weet ik dat van haar en haar talenten?
Wel, ik maakte haar een verdiend compliment over haar kostuum en zij gaf mij haar kaartje.
In ons groepje ontwaarde ik de kunstenaar Hans Clavin, ook al een meervoudig talent waar 
ik bij mijn laatste optreden in de Waag al mee kennismaakte. We gingen op pad en ik zag 
opeens een dichter die ik niet in het programma had zien staan. Hij leek wel op Jan Kal... 
En het wás Jan Kal (...Je moet je ergens aan de regels houden,/ in een sonnet en op het
voetbalveld./ Dat is dus logisch, denk je bij je eigen./ Je wordt wel ouder, maar je blijft de 
oude,/ Jij, Johan, bent nog lang niet uitgeteld...)
grote leren hoed op het hoofd, een vogel-
poepje op de rug van zijn jasje. Blijkbaar spontaan bij ons aangesloten. 


Op de Ster op de Grote Markt werd gedienstig een 'zeepkist' aangedragen die in werkelijk-
heid een groentenkist was, niet echt geschikt voor klasse 80 kg en meer. Maar het ging bij
iedereen goed, we hadden 'm toch wel nodig, zonder versterking boven het achtergrond-
rumoer. Voor Sylvia met haar bescheiden stem was het wat moeilijk, zij opperde het idee 
voortaan een kistje + megafoon mee te nemen. 
Na de stadsdichteres lieten Jan Kal, Hans Clavin en Nuel Gieles met sonore stemmen
indrukwekkende Haarlemgedichten horen. Ik, JohnN, bracht met citaten van Gertrude Stein
en William Shakespeare een ode aan het Haarlemse Bloemenmeisje. 
We wandelden verder naar het Johannes Enschedéhofje waar de deur op slot zat. Er mochten
inderdaad wat dichters naar binnen om voor te dragen, dat was afgesproken, maar men had
blijkbaar niet gerekend op een menigte van meer dan dertig personen. Het werd allemaal
goedmoedig geregeld en we konden toch op die plek luisteren naar de poëzie over andere, 
oude hofjes door Erika Destercke uit Gent en Harmen Malderik en André Rooijmans
Over de Bakenessergracht naar het Spaarne, de Melkbrug had een verrassing in petto. Daar 
stond een meerstemmig zanggroepje met instrumentale begeleiding om voor ons op te treden.
Een heel leuk intermezzo, humoristische teksten en zelfs een méézinger. 
Suggestie: volgende keer een iets rustiger plek kiezen waar we als luisteraars niet door de
fietsers en bromfietsers worden doorboord. Aan de overkant kwamen we via de Antoniestraat
bij het historische pand waar 200 jaar geleden de eerste legendarische Haarlemmerolie 
(goed voor elke kwaal) werd gebrouwen. Op de gevel staat een gedicht van Willemien Spook
dat ook werd voorgedragen. Verder hoorden we daar Else Dudink en Jos Zuijderwijk.
Op de terugweg naar dezelfde brug waar we de zang hadden beluisterd, begon juist de bel 
te rinkelen en sloten zich de slagbomen. Honderd en één plezierjachten moesten er door, dat
ging wel even duren. Sylvia maakte van de nood een deugd en stelde voor dat we een Open
Podium zouden houden voor de slagboom. Het kistje werd neergezet en Erika Destercke liet
haar "Haar in de boter" horen. Ook Jos Zuijderwijk greep de gelegenheid aan voor een langere
toegift. En nòg voeren de scheepjes voorbij, dus ik liet mijn nieuwe Donkere Spaarnegedicht
tewater als eerbetoon aan Hans Andreus, de dichter van het licht. 
Zijn eerste bundel werd hier aan het Spaarne uitgegeven in 1946 bij Uitgeverij Holland. 

  de Adriaan  


Zegt de ene rietveld-
stoel tegen de andere
rietveldstoel: ik tel
bij jou 'n latje meer

zegt de andere rietveld-
stoel tegen eerstgenoemde
rietveldstoel: ook in
'n latrelatie kun je

zwanger raken. 

© Hans Clavin 

 

Zomer II

Ruik eens aan mijn schouder
en aan mijn sleutelbeen
voel eens aan mijn strakgespannen kuit
de zomer komt eraan
Mijn knieën wisten het
eerder dan ik

© Myrte Leffring 

 

Omgevingsrumoer kan een enigszins storende factor zijn, maar toch kan een wandeling 
door een toegevoegd poëtisch element vaak een heel speels en boeiend karakter krijgen. 
Wie dat nog niet herkent moet het maar eens uitproberen – al was het maar door gewoon
een keer ergens mee te lopen. Dit verslag is natuurlijk verre van volledig, het is dan ook 
een deelnemers impressie. De berichtgeving van een deelnemer kan niet anders dan ietwat
gekleurd en vooral fragmentarisch zijn. Ik vertrouw dat ieder die niet genoemd wordt dit zal
begrijpen. Het eigen optreden houdt je bezig en veel van wat een verslaggever registreert 
ontgaat je. 

Van 14:15u tot 15:30u was ik vrij. Vijf kwartier om vrij in te vullen, maar het aanbod bleek 
veel groter dan in dat tijdsbestek past. Ik koos een route langs het Ampzing Genootschap
waar opgetreden werd op het terras van Café Koops – en vervolgens naar de Waag waar ik
in de derde en laatste ronde op 't programma stond. Juist op tijd kwam ik in de Damstraat 
om een prachtige reproductie van Johnny & Jones te horen (meneer dingis weet niet wat 
swing is/ hij weet niet wat een saxofoon voor een ding is)
, die twee artiesten uit de jaren 30 
die in een Duits vernietigingskamp zijn omgebracht. Klanken voor een lach met een traan. 
Daarna hoorde ik Lars Groeneveld en de Hongaarse Nederlander Csaba Cserep
Vervolgens was het een genoegen hoe Jando met zijn bezielde voordracht liet meevoelen 
hoe een nieuwe liefde, op welke leeftijd ook, kan inspireren. Eén blik op de mensen op het
terras was genoeg om meteen te weten wie hem zo inspireerde. 
Snel dóór naar de Waag, ik passeerde Merik van der Torren op tegengestelde koers. 
Weer werd ik verwelkomd met muziek: Fredie Kuiper speelde een pauze vol met haar 
accordeon. Ik hoorde Harmen Malderik en Myrte Leffring die haar muzikale partner 
weer had meegebracht voor begeleiding op de piano. Toen kwam Joop Scholten met zijn 
"het sublieme", eerder gehoord in Eijlders, maar dat wilde ik toch niet missen. Dat gaat 
ook op voor Martin van de Vijfeijke, met zo vaak 'n verrassende slotzin waarbij je gezicht
niet in de plooi kan blijven. Hetzelfde gebeurde me in de pauze, toen iemand zich voor de 
tweede maal bij mij aandiende, die maar niet geloven wilde dat ik NIET Hans Dorrestijn 
was, of tenminste dan zijn broer... 

Het laatste blok van 15:35u - 16:30u waarin ik zelf weer aan de andere kant van de microfoon
zou staan. Leonice Leite da Silva, de Braziliaanse Nederlandse toonde zich erg nerveus,
ze liet zich door mij op haar gemak stellen. Ze stuurt me soms haar nieuwe gedichten om 
te redigeren en voor opbouwende kritiek en noemt mij sindsdien "grote dichtvriend". 
Die Zuid-Amerikaanse dankbaarheid, die ook Paul Roelofsen gold, is hartverwarmend. 
Ze droeg een loflied op aan haar overleden Nederlandse schoonmoeder. Vooral bij het 
vrouwelijke publiek zag ik ontroering. 
Frans Terken liet ons horen dat er nog steeds heel degelijk gedicht wordt in Leiden, met 
werk dat het verdient opnieuw gelezen te worden om alles eruit te halen wat erin zit. 
Wolff en Zwart gingen afsluiten. Max Lerou had zich heel even losgemaakt uit de intense
omarmingen die hem buiten op het terras ten deel vielen en stelde zich strategisch op om
Pom Wolff mobiel te registreren. Diens "One night song" die in De Bundel staat is een van
zijn betere en helemaal in de stijl van de "guigeltondichter" die ik waardeer. Er is ook een 
andere, ruigere slamversie van, die de titel "One night stand" zou kunnen dragen – zo had
Fredie het ook begrepen – en hij koos voor die uitvoering in zijn voordracht. Met succes, 
zo tegen het einde kan men zich wat lossere teugels permitteren, het leverde hem een
verzoeknummer op. Maar verder, Pom, maakte je je er toch wat gemakkelijk vanaf, met 
alwéér die "pik van een halve meter in Almere Binnen" en die ouwe koe met weke uiers die
je door de themopane wilde drukken. Misschien ging je ervan uit dat je publiek zich steeds
weer vernieuwt, maar ik hoorde het nu al zo vaak dat ik die ouwe koe niet meer door mijn 
strot krijg, zelfs niet gemarineerd en gegrilld. 
JohnN staat redelijk gunstig in het alfabet maar met Zwart zit je slecht... 
nog achter Zuijderwijk en Zuurveen. Maar ik zag het die middag positief: het is soms heerlijk
eens het laatste woord te hebben. Vijftig jaar Haarlemse Bloemenmeisjes zijn er inmiddels
al geweest, dus élke vrouw van ieder jaargang in de Waag kon het zich veroorloven om te 
beweren dat zij Het Bloemenmeisje was. 
Ik had wat prints van het gedicht meegebracht. Ze gingen grif van de hand. 

 

© John Zwart / JohnN 
   5
juni 2011 – voor Hernehim Cultuur. 

 

Met dank aan Dries Havermans, Nuel Gieles, Marten Janse en al die andere vrijwilligers -
van de drager van de zeepkist tot en met de lieve dames die de hapjes en de drankjes 
in de Vishal verzorgden. 
Tot volgend jaar. 

Hier is een LINK naar de video die de Stichting Haarlemse Dichtlijn maakte van de dag

Voor de ouderen onder ons: 
deze LINK naar Boudewijn de Groot in zijn meest glorieuze jaren 


One night song 

als ik jou
op deze eerste ochtend
vragen zou een liedje te zingen 

zou jij dan
een liedje willen zingen
waarin het licht trilt voor mij 

en als ik dan
ook een liedje zou zingen
over hoe het licht trilt in mij 

zouden wij dan
morgen weer liedjes zingen
of ben je dan niet meer bij mij 

© Pom Wolff 


Bladspiegel 

Het Donker Spaarne ziet zijn tegendeel 
de overzijde badend in het licht 
alleen van daaruit zien ze schaduwzij 
wat men ervaart bepaalt alleen het zicht. 

Wie langs 't Donker woont ziet 't leven vrolijk: 
de overoever kaatst de kleuren van de zon 
hij kijkt ten venster uit en leeft het licht als 
toen de dichter die de klanken horen kon. 

Een meisje danst lichtvoetig pizzicato haar 
blonde hoofd getooid met bloemenkroon 
hij slaat een blad op, wil de bloemen lezen 
in de spiegel van die trage stroom 

© JohnN –  juni 2011 

 

   
 
   
Poëziewandeling Oost-Watergraafsmeer  - deelnemersverslag van JohnN  geplaatst op 3 juni 2011  


De Amsterdamse dichter Albert Hoogendijk heeft zijn stadsdeel Oost-Watergraafsmeer 
zo lief dat hij er een 'dromenfabriek' aan heeft opgedragen. 
Hardlopend zowel als wandelend doorkruiste hij jarenlang de Watergraafsmeer en de
oostelijke rafelranden van de stad – dat deel inmiddels beter benoemd als "Zeeburg" – 
waaruit een paar favoriete routes ontstonden. En aan allerlei punten onderweg heeft hij 
een gedicht gewijd. 
In 2007 printte hij er een aantal van uit en plakte ze aan, met milieuvriendelijke lijm
 ja ja, op zijn "monumenten". Ze waren luttele dagen later allemaal verdwenen.
Bewonderaars of vandalen - we houden het maar op het eerste.
Inmiddels zijn er 12 gedichten die werden verzameld in een kleine bundel: 
"DICHTER IN DE BUURT". 

Als maker en gids organiseert hij soms wandelingen met natuur- en poëzieliefhebbers.
Op zondag 22 mei heb ik zo'n wandeling meegelopen. Hoogendijk spreekt af met een 
groepje in Café 1900, Hogeweg 48, op de kruising met de Linnaeusparkstraat aldaar 
stond een historische fontein. Maar die is lang verdwenen. Een paar jaar geleden heeft
het stadsdeel de buurt verblijd met herstel van oude glorie: een nieuwe fontein, 
in eigentijds ontwerp. 

 

Gemeenlandshuis, Diemerzeedijk 27, Amsterdam (1727) 
Sinds 2008 in eigendom van de Hendrick de Keyservereniging

Eén van de plekken waar we even stil stonden. 

Oude Diemerzeedijk 

 

De weg 
er naar toe 
is onveranderd 
hier klotst,
alleen dan 
zonder getijden, 
al eeuwen,
onvermoeibaar
het water 
tegen de 
Oude Diemerzeedijk 
het verlangen 
viert hoogtij 
om achter 
deze statige gevel 
slechts 
één weekend 
de heer des huizes 
te zijn 
schrijven zal ik 
uit duizend en één nacht 
over hoe 
het vroeger 
was. 

 

 

© Albert Hoogendijk 

We waren met acht deelnemers, een mooi aantal voor een gids/dichter om te kunnen
overzien. Na nachtelijke regen troffen we toch een bijna droge middag (één flinke bui 
die we schuilend in een horeca gelegenheid konden uitzitten). Zo nu en dan stopte
Hoogendijk en verzamelde een kring om zich heen; dan waren we bij één van zijn
"monumenten" aangeland en las hij ons een gedicht. 
Het is eenvoudige toegankelijke poëzie, en die dankt haar bestaan aan heel verschil-
lende dingen. Soms is het een bijzonder gebouw of zomaar een bankje langs een 
gracht. Dan een kompleet landschapselement zoals het Flevopark, maar ook wel eens
iets simpels als een paraplu die een passant bij slecht weer verloor, waarvan voor ons
de contouren onder de wateroppervlakte nog vaag zijn te herkennen. 

We liepen een route die ik hier eenvoudig weergeef: 
Met Hoogendijk over de Hogedijk – hoe toepasselijk – onder het spoorviaduct door naar
de Indische Buurt. We hielden halt bij een bankje waar de dichter in verloop van tijd alle
geloven heeft zien zitten. 
We volgden de Valentijnskade tot het Flevopark, dat een geheim bevat: een verborgen, 
bijna geheel overwoekerde oude Joodse begraafplaats. Aan de overkant van het water 
zien we het 'sciencepark Watergraafsmeer' met wat verderop een opvallend transfor-
matorgebouw, door Hoogendijk 'de rode kathedraal' genoemd. 
Natuurlijk maakten we een rondje door het park en konden nog genieten van de laatste
bloei van de rhododendrons. Een sterke geur verspreidde zich om ons heen, die bleek
van natuurlijke oorsprong te zijn: er staat heel veel daslook in het park. Het plantje is 
ook als keukenkruid te gebruiken. 
Na het park stuitten we op het laatste authentieke stukje ringvaart, met houten huisjes
en een 'overzet', een trekpontje, nutteloos nu, omdat maar even verderop een fietsbrug
ligt. Over het Amsterdam-Rijnkanaal maakten we kennis met de Nesciobrug, een bijna
futuristisch bouwwerk van moderne bruggenbouw, hangend aan twee enorme palen op
elk van de oevers. We volgen een flink stuk van de oude Diemerzeedijk, uit de tijd dat 
hier de Zuiderzee nog kon spoken met hoog water. We ervoeren het als een bijzonder
rustig stukje stads-rafelrand met dijkhuisjes aan de voet. Zo kwamen we opnieuw aan 
bij het Flevopark, nu aan de andere zijde. De achter- of de voorkant? 
Daarover kan getwist worden. 
In ieder geval liepen we onder een indrukwekkende stenen poort door, door de dichter 
als 'de hemelpoort' aangeduid. Hij werd helemaal niet voor het park gemaakt, maar 
ontdekt in een gemeente-opslagplaats, overkompleet... Het jaartal klopt dan ook 
helemaal niet – het park werd aangelegd in dezelfde tijd als het Amsterdamse Bos bij
Amstelveen – de crisisjaren 30 van de vorige eeuw – toch past de poort wonderwel in 
de omgeving, waar veel essen, linden, wilgen en andere boomsoorten tot grote wasdom
kwamen. Vlak over een houten grachtbrug geurde heerlijk 'n grote rijk bloeiende acacia.

Nog een stukje door de Indische Buurt, langs de woning van de dichter en toen hoorden
we al gauw de fontein weer klateren. 
Het is duidelijk: een wandeling door een interessant gebied, of het nu in de stad is, of 
zoals hier langs de rand en gedeeltelijk in een buitengebied, een toegevoegd poëtisch 
element kan die een heel speels en boeiend karakter geven. Wie dat nog niet herkent 
moet het maar eens uitproberen – al was het maar door gewoon een keer mee te lopen
als er zoiets georganiseerd wordt. Contact met Albert Hoogendijk kan worden opgenomen
via dromenfabriek@gmail.com voor komende wandeliingen of de aanschaf van zijn bundel.

© John Zwart - Voor Hernehim Cultuur, 1 juni 2011 

   
 
   
Poëtisch varen op de kleine wind  - deelnemersverslag van JohnN  geplaatst op 31 mei 2011 

Vrijdagavond 20 mei kwamen Zaanse liefhebbers van het woord rond half acht bijeen in
De Groote Weiver te Wormerveer, om zich daarna in te schepen op een rondvaartboot 
die al lag te wachten op de Nauernase Vaart. Gedichten en verhalen op een bijzondere 
plek, dat trekt mij altijd aan – en op een boot, klein of groot, geeft dit beslist een extra 
dimensie. Bij grotere festijnen, zoals het Open Haven Festival van Amsterdam is het al 
eerder gedaan, maar als eigenstandig evenement, zoals nu door Kees-Jan Sierhuis
georganiseerd onder zijn vlag "De Kleine Wind" is het toch een experiment, dat ieders 
steun en enthousiasme verdient.
Als oud Wormerveerder (mijn ouders woonden er – en ik tot mijn zestiende in dat ouderlijk
huis) werd ik door Kees-Jan uitgenodigd om de vaartocht van 2 uur - van acht tot tien – 
mee te maken. 
Bijna heel Zaanstad – zoals de ketting van dorpen langs de voormalige rivier tegenwoordig
heet – zou aan ons oog voorbij trekken, want die Nauernase Vaart is de grens tussen
Krommenie en Wormerveer en we zouden tenslotte aanleggen bij de Damsluis in het hart
van Zaandam. Daar konden we (figuurlijk gesproken) op een rijdende trein stappen, want 
Rob Vos had op deze zelfde avond zijn Podium Rotonde in De Kade aan de Oostzijde.
Syntheses van geïmproviseerde muziek op saxofoon en poëzie van John Epke waren daar
te genieten. Een stevige "performance" van John in het Engels, waarmee hij me een beetje
aan de beatniks, zoals Charles Bukowski, deed denken. 
Verder optreden van het duo Zaagsel en Schors – bestaande uit dichter Jacob Passander 
en klarinettist Ditmer Weertman, die ik verleden jaar september in Wormerveer ook al 
eens bezig zag. 
Een en ander afgewisseld met een band met wel zéér stevige muziek. 
Ik voorzag dat het wel eens laat zou kunnen worden die avond... 
En de boot voer echt niet meer terug, daarvoor moesten we maar op openbaar vervoer
terugvallen, zo had Kees-Jan van tevoren al gewaarschuwd. Later zou ik ervaren dat er een
heel stel fietsen mee gingen op het achterdek van de boot, heel slim natuurlijk. 

       

      Kees-Jan Sierhuis - initiatiefnemer van "de kleine wind" heeft er iets mee,
      met bijzondere podia, hij organiseerde al eens een poëzie picknick, 
      nu dus een poëzie rondvaart. 

Wormerveer 

 

Cor Bruyn schreef nog van
het veer en mijn over-opa
de politieman, ordewaker tegen
wil en dank – in zijn boek een
voortijds bromsnor met een zwak
voor drank.

Ik begreep niet waarom mijn dorp
zo weinig eigens had – geleend
de naam van Wormer waar molens
meest verdwenen en niet eens 
meer het veer, sinds jaar en dag al
bij de melkfabriek de ijzeren klapbrug
lag, óók al zonder naam, die mocht
alleen maar Zaanbrug heten.

De Wormer meisjes kwamen graag
over de brug als het bij ons op
de zaanbocht kermis was, maar
voor thuisbrengen geen kans –
de Wormer jongens stonden klaar:
'moet je zwemmen leren!' De meisjes
als beschuit zo zoet, de jongens
fel op ons gebeten. 

 

© JohnN 

Tevoren had ik me bedacht dat het niet leuk is op een nachtelijk uur op de Dam in Zaandam
te staan en je je auto ergens van een dijkje in Wormerveer of Krommenie moet ophalen. 
Dat zag ik niet zitten. Dus op de heenweg parkeerde ik maar bij het station van Zaandam 
en nam de trein naar Krommenie. Helaas, NS zorgt graag voor verrassingen: dit keer in
de 
vorm van
een leidingbreuk. Er viel een trein uit en de volgende was 20 minuten vertraagd – 
en wat was het nog een eind lopen van het station naar de aanlegplaats... 
De schipper en Kees-Jan stonden al op de uitkijk toen ik er aan kwam over de brug: 
"hij komt toch wel?" zag ik ze twijfelen. 
Bijna acht uur, maar nog net op tijd – de diesel werd gestart en spoedig gleed heel wat 
Zaanse historie en daarmee mijn kindertijd aan me voorbij. Alles nog wel herkenbaar maar
natuurlijk ook veel moderniteit en zichtbare welvaart. 
In plaats van met oude schuiten en pieremachochels pronkt menig zaanerf nu met kapitale
jachten. Een paar oude fabrieksgebouwen staan nog in hun oude enigszins vervallen staat:
"Geloof" en "Verwachting" - andere hebben een metamorfose ondergaan en daarin kun je 
nu luxe wonen in een appartement met uitzicht over het water en ver over het land aan de
overkant. 
Op de Noord staan nog een paar van de groenhouten huisjes, zoals eentje waarin vroeger 
oma en opa woonden, maar de meeste hebben plaatsgemaakt voor flats. Het oude kerkje 
staat er nog, maar de enorme molenschuur van "De Jonge Prins", die in mijn kindertijd 
een theaterzaal huisvestte en waar de stem van mijn moeder menigmaal heeft geklonken 
in één van haar hoofdrollen voor de Zaansche Operette Vereniging, is weg – op de plaats 
verrees een nóg groter appartementengebouw. 
De forse toren met zadeldak van de RK-kerk troont daar nog altijd hoog bovenuit. 
We voeren onder de oude Zaanbrug door, óók al vervangen door een breder en zwaarder 
nieuw exemplaar. De groei van het autoverkeer sinds mijn jeugd liet zich aflezen aan de 
grote hoeveelheid bruggen die we passeerden op een tocht van 2 uur, er zijn er minstens 
een drietal bij gekomen. 

Al varende werd er af en toe een blokje voorgedragen.
Kees-Jan Sierhuis las zelf ook eigen poëzie o.a. het gedicht "Het mirakel van Bakkum" 
op het geliefde duin- en strandoord voor Amsterdammers en de Zaankanters. 
Nog twee andere Zaanse dichters, Hans de Roo en Bob van Leeuwen lazen – vaak
humoristisch – werk. Tijdens de passage van Wormerveer deed ik een voordracht van 
toepasselijke poëzie: "Wormerveer" en "Nostalgia": respectievelijk een nieuw gedicht en
een ouder uit mijn bundel "Zeearmen" van 2002. 
Gerrit van den Nieuwendijk uit Zaandijk las een paar van zijn korte verhalen. 
Als generatiegenoot kon hij me soms behulpzaam zijn bij de herkenning van de oevers 
van Zaandijk en Koog aan de Zaan. Hij heeft de veranderingen langzaam zien voltrekken 
van wat voor mij opeens een overdosis was. 

 

De Zaanbocht alweer een stuk achter ons gleden we langs de Dubbele Buurt en de vroegere
steiger van de Alkmaar Pakketboot. Daarachter doemde een enorm fabrieksgebouw op.
"ZEEPZIEDERIJ" staat nog steeds op de bovenste etage geschilderd, waar bovenop het
reusachtige beeld van een adelaar met gespreide vleugels troont. Het behield de historische
schijn: van buiten nog de vroegere zeepfabriek van Jan Dekker, maar inwendig verbouwd tot
etages van nieuw luxeverblijf. Van blauwe overall naar witte boorden en mantelpakjes. 
Het deed me wel iets, dat gebouw met die adelaar, dat ik vanuit de bovenverdieping van 
mijn ouderlijk huis kon zien, en dat een grote rol speelt in een oorlogsverhaal dat ik schreef:
"Zunlichtzeep". Kort geleden nog te lezen op de Hernehim Cultuur blog in de herdenkings-
periode van de meidagen. Ernaast staat nog steeds een spijsoliefabriek in vol bedrijf, die 
ik kende als Crock & Laan. Dat is nou echt de Zaanstreek, wonen in de slagschaduw van
de industrie, zo is het altijd geweest, al in de tijd van de molens. 
Wat verder ligt het gemaal "Het Leven", ongetwijfeld vroeger een molen geweest maar dat 
was vóór mijn tijd - toen ik daar voorbij liep op weg naar het zwembad zoemden daar al de
elektrische pompen. Gerrit van den Nieuwendijk heeft ook nog in die "Zaanlandse Bad- en
Zweminrichting" gezwommen, daar kwam je het water uit met een groene snor. 
Iets voorbij die plek, aan de grens met Zaandijk, kende ik nog de molen "De Koperslager",
toen nog in vol bedrijf als de wind gunstig was, daar werden lijnolie-koeken geslagen als 
veevoer. Wie jonger dan een halve eeuw is heeft daar alleen nog maar de schuren van 
gezien, de molen is afgebrand. Maar verder aan de overkant stonden toen alleen maar wat 
verlaten opslagschuren, en daar verrees tijdens mijn zeevarende jaren de Zaanse Schans. 
Een openlucht museum van molens en huisjes die van allerlei plekken gedemonteerd daar
naartoe werden verhuisd. 
Ik krijg altijd een dubbel gevoel bij die Zaanse Schans, enerzijds vind ik het mooi dat er
veel meer geprobeerd wordt mooie oude cultuurhistorie te restaureren en te sparen, 
anderzijds vind ik die "uitstalling" toch een soort geschiedvervalsing. 
We voeren onder een nieuwe brug door in Koog aan de Zaan. Bovenop de leuning stond
een vrijwel blote man in de avondkilte, slechts bij de enkels nog vastgehouden door een 
vrouw die hem kennelijk hartstochtelijk wilde weerhouden van een heldensprong. 
Het was een "act" van John Epke die wel wat aandacht trok van het Koger publiek, dat zich
later toch een beetje teleurgesteld toonde toen hij tenslotte liever maar NIET sprong...  


Het mirakel van Bakkum 

Ze sprak plat Amsterdams
een soort zingen onder suikerspin
En altijd was het zomer 

Haar meest vermakelijke grap
aan de viskraam en op strand
al jaren "Here, spijs deze zegen"  

Amsterdam bracht vrouwen van de wereld
Altijd als ik het in de stad probeerde
Bleef ik toch het boertje van buuten 

Maar na een glas rosé aan het strand
was daar het mirakel van Bakkum
en liep ik in zeven sletten tegelijk 

Wat tijd doet met een oude foto
zomerbrons in zepia verschoten
Seizoen uit een vergeten plakboek 

 

© Kees-Jan Sierhuis

 


Nostalgia 

Herinnering Vertrouwen 
Geloof Hoop Liefde 
en Vriendschap 
grijze namen boven lang 
verstorven kielzog, verbleekt 
op een verdwenen rivier 

verweerde bakstenen 
fluisteren ze nog 
als je stil luistert 
waar bollende zeilen 
en zwaaiende kruisen 
eens natuurkracht vereerden 

slechts dichtersstemmen 
hoor je helder zingen, bezield 
over hun namen en de herinnering 

© JohnN 

industrieel erfgoed 

watertoren op de voormalige zeepziederij Jan Dekker De Adelaar,
gekroond door een beeld van de vogel (gebouwd in 1908). 
Het lang verlaten en verwaarloosde pand kreeg in 2000 een nieuwe
bestemming, vanaf dat jaar zijn er restauratie- en verbouwing-
werkzaamheden begonnen. De foto dateert uit de restauratiefase
die inmiddels is voltooid. 

Varend van 'de Koog' naar Zaandam valt het me weer op welk een metamorfose al die fabrieksgebouwen van Honig, Verkade en Albert Heyn hebben ondergaan. En ik zocht 
met mijn ogen tevergeefs naar de plek waar ik van vroeger het Ruyterveer wist, een
pontje zoals er nu over het IJ naar het Centraal Station varen. 
In Zaandam speciaal ingezet om "de meisjes" van Albert Heyn en Verkade over te zetten
voor hun zware werkdag als inpaksters in de voedingsmiddelen industrie. 
Mijn oude school waar ze langs stapten, het Zaanlands Lyceum, is weg. 
De plek vanwaar eens het pontje voer onherkenbaar. 

 

meisje van verkade 

ingehouden zou ik je moeten proeven 
gepast benaderd als exquis genot 
maar je bedwelmt mij 

allang aan je verslaafd geraakt 
laat ik je smelten 
ongeremd laat ik me gaan 

wellustig zwelg ik zonder schaamte 
– jouw zoetheid nog mijn enig doel – 
het is passie beweerd gezond te zijn 

dus heerlijk mag ik jou genieten – puur – 
net zoals in het avonduur 
een eerlijk glaasje rode wijn 

 

© JohnN 

 

Tekst: © JohnN / John Zwart – voor Hernehim Cultuur 30 mei 2011. 

   
 
   
Presentatieverslag en recensie "Bedevaart" - de tweede poëziebundel van Atze van Wieren -  door John Zwart  geplaatst op 10 mei 2011 


De dichter Atze van Wieren heeft duidelijk bij Uitgeverij "IJzer" te Utrecht zijn plek gevonden.
Alweer vier jaar geleden ging men daar een gedurfd project aan: een nieuwe vertaling in 
modern Nederlands van de Elegieën van Duino van Rainer Maria Rilke – Van Wieren had 
daar geruime tijd aan gewerkt. De gedegen manier waarop hij dit beroemdste werk van de
grote Rilke behandelde wekte vertrouwen, want in 2008 volgde bij dezelfde uitgever zijn
bundel "Grondstof" met gedichten van eigen hand. 

In februari ontving ik een uitnodiging voor de presentatie van weer een nieuwe bundel met 
eigen werk. "Bedevaart" bevat geheel andere gedichten dan de debuutbundel "Grondstof".
Een passende plek van presentatie was uitgekozen: de oude Ned. Hervormde Kerk van
Buitenpost (Frl.), de woonplaats van de dichter-schrijver. 

Op zaterdag 26 februari trof ik temidden van 20e eeuwse nieuwbouw een eerbiedwaardig
historisch godshuis, waarin van oudsher plaats is voor een grote geloofsgemeenschap. 
Sfeervolle orgelklanken bij binnenkomst, na het welkomstwoord gevolgd door een drietal 
liederen met pianobegeleiding gezongen door Gerrit Breteler, dezelfde veelzijdige kunste-
naar die ook de presentatie van "Grondstof" muzikaal omlijstte. 
Gewend aan zo'n 50 tot 100 belangstellenden bij een bundelpresentatie, verbaasde ik me
eerst over de keus voor die grote kerk, maar hier kwamen veel meer mensen op af. 
Hoe kwam die kerk zo vol? De verklaring ligt in het bestaan van een tweetal Stichtingen 
die de vele oude kerken in de dorpen van het noorden van 't land ter harte gaan. Al deze
monumenten zijn zo historisch en karakteristiek voor de plek waar ze in een ver verleden 
werden gebouwd, dat ze beslist behouden moeten blijven. De kleine kerkgenootschappen 
kunnen het onderhoud financieel allang niet meer aan, ondanks steun van Monumenten-
zorg. Daarom zijn in de provincies Friesland en Groningen elk een Stichting tot behoud 
opgericht. Zo betrekt men de hele bevolking bij dit erfgoed en men zoekt er gepaste nieuwe
gebruiksmogelijkheden voor. 
Er waren veel mensen aanwezig die bij één van de stichtingen betrokken zijn, een hele 
nieuwe groep poëzieliefhebbers wellicht.

Hantumhuizen - 

"[...]geslachten/ brachten door de jaren heen 
hun tienden, tegen beter weten in,//
want regen kwam, of niet,[...]
De kerk staat leeg,/ de sleutel elders af te halen"


Verschijning 

Vannacht verscheen een man
die mij met kleine mond verweet
te dun te schrijven.  

Dit jaargetij is dun:
het licht
de bomen 

de roep van vogels
en dun het blaffen
van een verre hond. 

Dun zijn de jaren die mij resten
en wat ik nog te schrijven droom
wordt in de nacht gewogen
en naar ik vrees steeds vaker
hoofdschuddend aan mij voorgelegd. 

 

In het interview met redacteur Desmensen van Uitgeverij IJzer kwam de wording van 
"Bedevaart" uitgebreid aan de orde. Van Wieren heeft zich niet vanuit drijfveren van geloof
op de kerken geworpen, toch – losgekomen van het 'geloof der vaderen' – beseft hij wel 
degelijk de grote invloed ervan op onze cultuur tot op vandaag de dag. Hij had een gedicht
geschreven op een oud kerkje in het Groninger Hoogeland en kreeg de smaak te pakken.
Vatte toen het plan op een reeks kerken in Groningen zowel als Friesland te bezoeken en
over elke provincie een serie gedichten te schrijven. Nog vóór hij tot het realiseren kwam 
kreeg hij het verzoek om een reeks gedichten van identieke vorm (4 kwatrijnen, 16 verzen)
te schrijven voor een bibliofiele uitgave van Oud Groninger Kerken. 
Uiteraard aanvaardde hij die eervolle opdracht en pas daarna is hij met zijn plan voor 
"Bedevaart" verder gegaan. Er volgde een 'Pelgrimage' naar de Alde Fryske Tsjerken in de
provincie waar hij werd geboren. 

De gedichten in de bundel "Bedevaart" zijn soberder, nog "dunner" in de woorden van
Desmensen, dan de poëzie van "Grondstof". Daarbij kan ik me aansluiten, in deze bundel 
is de dichter nog meer gaan 'schrappen'. Desmensen vermoedde de vorderende leeftijd als
oorzaak van het 'dunner schrijven' te kunnen aanwijzen. Ik denk dat óók de onderwerpen van
deze poëzie ertoe leiden, immers schrijven over zeer oude kerken en zich in de geest met 
die vroege kerkgangers te vereenzelvigen maakt vanzelf ingetogen en bescheiden. 

Het gedicht hiernaast:  "Verschijning" wordt gelezen, veelzeggend.

 

WP99 is de dichters contactgroep waarbinnen Atze van Wieren zijn werk regelmatig toetst. 
Het hoofdschudden zal daarop betrekking hebben, wellicht. 
WP99 is een zeer kritisch gezelschap, men spaart elkaar niet. 
Desmensen vindt "Bedevaart" beter dan "Grondstof". Na mijn eerste kennismaking met de 
nieuwe bundel weet ik het nog niet – "Grondstof" is óók goed, "Bedevaart" is ánders. 
Misschien iets meer spiritueel. 

Van Wieren maakte daadwerkelijk een pelgrimage langs alle kerken die door hem worden
bezongen. Meest in de winter. Soms zijn de kerken open, voor een expositie bijvoorbeeld, 
of gewoon ter bezichtiging. Maar vaker waren ze gewoon dicht. 
Dan moest de dichter op zoek naar de sleutel. 
De Groninger kerken zijn groter en rijker gedecoreerd, de Friese kerken zijn meest klein en
wat soberder. Verbazing soms over de argwaan: "Wat gaat u dan doen?" 
En de aarzeling om toe te geven aan het verzoek een poosje allééngelaten te worden. 
Wat weet een koster van inspiratie? Het is toch een vorm van meditatie die moet voeren tot
een treffend gedicht. De naam Spinoza valt. Het geloof in een andere vorm wellicht, niet het
geloof uit de boeken, maar het besef van de onbevattelijke kosmos. 
In dat open landschap van Noord-Nederland, dat zo confronteert met de eigen nietigheid, is
het niet zo moeilijk los te komen van het alledaagse. Al die kerken staan daar op met de 
hand opgeworpen heuvels, waarvan in Friesland en Groningen alleen de naam verschilt: 
wat men in Friesland 'terp' noemt, heet in Groningen 'wierde'. Eilandjes van bidden tot 
behoud, verstrooid in een landschap van verre horizon, maar waar de zee altijd dichtbij.
De afgelopen zes weken heb ik aandachtig in de bundel gelezen.
Begonnen ben ik met het derde en laatste hoofdstuk 'Pelgrimage Groningen' over de tocht
langs de Groninger kerken. 

Jorwert - Al die kerken staan daar op met de hand opgeworpen heuvels, 
wat men in Friesland 'terp' noemt, heet in Groningen 'wierde'. 
Eilandjes van bidden tot behoud in een landschap van verre horizon

  Misschien wel omdat ik temidden van de Alde Fryske Tsjerken woon, terwijl het Groninger 
Hoogeland voor mij beladen is met nostalgie. Een merkwaardige coïncidentie dat de Friese 
dichter Atze van Wieren zijn eerste gedichten van deze bundel ook in Groningen schreef. 
Het landschap is verschillend. De stad Groningen, kortweg "Stad" genoemd door Groningers, 
in onderscheid van de provincie, is als dominant centrum van de regio sterk gegroeid in de
moderne tijd, terwijl de kleine dorpen van het Hoogeland weinig veranderden. Met uitzondering
van enkele heel dichtbij gelegen dorpen zoals Winsum en Hoogkerk bleef veel nog bij het oude.
Misschien is het daarom dat het in de kleine Groninger dorpen zoveel indruk maakt als je de
nieuwbouwwijken achter je laat en plotseling oog in oog staat met een oeroud verleden.
Dan juist lijkt de stad niet ver weg. Hoeveel verleden zal de stad onstuitbaar opeten? 
Je proeft dat gevoel uit het gedicht 'Kerk te Dorkwerd':
"...de stad is met zijn staarogen/ tot op een steenworp genaderd//"
"...in de terpzool rest/ van mensen voor wie/ de wierde de wereld was//"
"...Ach Heer, keer de stad."  
In Aduard, ook dicht bij "Stad", die uitspreidende stad: Herinnering aan de abdij met ooit een
ziekenzaal waar de lekenbroeders (ziek van zware veenarbeid en het opwerpen van dijken) 
moesten genezen. Daar zal bij hen de twijfel hebben toegeslagen: 
"..staarden door lage ramen naar buiten/ Zo, uit hun doen, kwamen de vragen...// 

Als kleine jongen maakte ik een fietstocht vanaf de Zaan, waar ik toen woonde, en stond in 
Jisp opeens voor het hek van het kerkhof, waarop versierd met een doodshoofd stond: 
"Memento mori". Terzijde van de kerk van Leens las Van Wieren: "Sub specie eternitatis" 
en schreef: "Vlees wordt stof en het woord verwaait/ herscheppen zich tot eeuwig nieuw begin"
een hoopgevender benadering van onze eindigheid. 
Teruggekeerd in "Stad" bezocht de dichter de Der Aa-kerk. 
"de stilte van het Hoogeland/ zal alleen hoog in de toren/ nog te horen zijn..." 
Kinderklassen hebben geen oog voor de vermaningen op de pilaren.
Ik lees in de bundel als een Arabier, van achter naar voren en volg daarbij de dichter in zijn 
maakproces. In het eerste hoofdstuk duik ik nu onder in de 'Pelgrimage Friesland'.
In die provincie doet de stad Leeuwarden minder inbreuk op het landschap, maar dat lijkt
tijdelijk. De nieuwe uitbreiding naar het zuiden zal Goutum inlijven, zoals dat lang geleden 
met Helpman ten zuiden van Groningen is gegaan. Ook noordwaarts wil Leeuwarden groeien.
Toch is Friesland leger zoals ik merkte toen ik, jonger van jaren, de Elfstedentocht reed, 
na eerst de Groningse tegenhanger, de Noorder Rondrit te hebben volbracht. 
Hier in Friesland kwam het water vaker – en áls het kwam over een veel groter gebied. 
Een hard en bedreigd leven op en rond die terpen in een rondom godverlaten land. 
In 'Kerk te Bornwird' vraagt de dichter zich af of ze het hier ooit zonder god konden rooien – 
en hij denkt van niet. "Welke goden zijn hier/ aangeroepen om vrucht/ te doen dragen en
vervloekt/ als de godganse boel/ weer eens onder water liep..."
Een hiernamaals als een
onmisbare belofte: "...dan sille wij hierneij/ ien better wenning krije".
Bij 'Kerk te Raard' moet ik eerst denken aan de houten vóórmiddeleeuwse kerk die daar op
de terp moet hebben gestaan aan de Middelzee, nog niet bedwongen en de voorgangers van
de Jongema's die daar hun eerste steen nog te leggen hadden... De stenen kerk van nu in 
Raerd is vroeg 19e eeuws. Maar hier blijkt een misverstand: de dichter bezocht Raard, een
ander dorp aan een andere oude zeearm, de Lauwerszee. De kerk daar 13e eeuws, van 
grote kloostermoppen. Hij denkt aan de steile tijden waarin "koppen op vroom stonden"
"Zullen zij hun jassen/ spreiden en hosanna roepen?/ Zullen ze het hek openen...//" 
en hij treurt om de vliegers die, hier neergehaald, begraven liggen - wachtend? 


Geen vat 

Vannacht een kant en klaar gedicht
gedroomd, waarin de dood
mij naar het leven stond. 

Het was in alles af
en wat ik op moest schrijven
lag sprekend voor de hand. 

Toen is het weer gegaan
nog voor ik pen, papier en bril – 

Ik krijg geen vat op wat
mij in de nacht omsluipt
en in de ochtend
starend achterlaat. 

 


Anders 

Had het anders kunnen zijn,
zeg je.
Ik zeg niks. 

Ik ben de stille jongen
in zijn vale overall
die op een ochtend vroeg 

achter op de rammelende
hotsebotsende boerenkar
zich vastgreep
aan ieder houvast
voor handen
– o wat joeg vader
weer grimmig de paarden – 

zijn klomp verloor
maar niets durfde zeggen. 

  © Atze van Wieren  uit "Bedevaart"

 

*) "Hoe God verdween uit Jorwert" - Geert Mak.  
©
John Zwart voor verslag en recensie 30 april 2011
    Alleenrecht publicatie Hernehim Cultuur. 

Atze van Wieren, Buitenpost. "Bedevaart" – Uitgeverij IJzer, Utrecht – 2011
60 Gedichten ISBN 978 90 8684 068 7. Paperback, prijs 12,50 euro. 

Ik ken de 'Kerk te Paesens' waarvan je buiten op het wijde wad alleen de spits maar ziet.
Geen vissers meer hier achter de plangetrokken deltadijk, om wie daarachter leeft te 
behoeden voor de onberekenbare zee: "Toen werd de hemel zwart en wind/ 
een moordenaar. Een visser/ die geen zee te hoog gaat haalde/ zijn vangst binnen: 
drieentachtig man [...]"

De 'Kerk te Jorwert' moest Van Wieren wel bezoeken in de winter. 's Zomers wordt het 
al te druk van mensen die met eigen ogen willen zien hoe God van hier verdween *). 
"Het is middaguur en guur/ waait aan een winterwind./ Het dorp zwijgt in alle talen,/ 
er is al zoveel gezegd."
Ik kan niet anders dan denken aan die twee dominees als ik lees:
"De kanselbijbel ligt plichtmatig/ open: Jeremia negenentwintig./[...]" Mijn gedachten 
gaan naar de stappen van Jan Slauerhoff over het kerkpad naar de deur waarop: 
"bewaar uwen voet..." Ook 'n niet-gelovige dichter, verwelkomd door Ds. Hille Ris Lambers. 
Ikzelf door Ds. Klooster bijna een eeuw nadien. Je voelt hier geen thuiskomst meer, 
schrijft Van Wieren "je komt hier op bezoek". Misschien treft hij hiermee het teken van
de tijd, zoals de oude vrouw op het kerkhof die tegen mij verzuchtte 
"It wurd der net better op" 

Het middengedeelte van de bundel is het omvangrijkste hoofdstuk dat de titel van het 
geheel draagt: "Bedevaart". Deze gedichten zijn nog verder losgekomen van de materie.
Geen kerken, die in de beide andere hoofdstukken nog hun tastbare stenen houvast aan
de gedachten geven, zoals ooit geloven de mensen tot het bouwen bracht. 
De dichter en de filosoof, die toch vaak hand in hand gaan, vallen nog meer samen. Grote
gedachten in sobere woorden aangeraakt, in een decor van een leeg strand, een lichtbaan
van de maan over het water, een grote radiotelescoop in het stille landschap - luisterend 
oor naar een ver verleden. "Wie schiep het woord als God het wás,/ in welk heelal had 
het zijn woning?/ …"
(Oerknal) – "...Van wat ooit was, van toen/ er nog geen aarde was,/
geen grond onder de voeten.// ..."
(Wachters bij Westerbork) "...Het heelal is koud en 
veel te groot./ Wij bouwen een huis in de lucht,/ ons roepen slaat dood in lichtjaren ver// ...
" (Onzekerheidsprincipe). Mooi sober neergeschreven vragen waarop geen antwoorden zijn.
Het dierbaarst zijn mij dan toch de gedichten waarin de schrijver ervan het dichtst bij 
zichzelf blijft. De gedichten die gaan over zijn twijfels, zijn bijna schrijvers-block, zijn blik 
op zichzelf als de jongen die hij was. 
'Verschijning' heb ik hierboven al aangehaald als de keus van Desmensen. 
Ontroerend het gedicht over de verloren klomp, door dichter in de herfst van z'n leven nog
steeds niet vergeten: 'Anders'. Prachtig en herkenbaar vind ik ook wat hij schrijft over de
vertwijfeling over een gedroomd gedicht dat na ontwaken zich niet meer grijpen laat:

   
 
   
Poëzie a-la-carte aan de Kloveniersburgwal in Amsterdam -  een aanbeveling - door John Zwart  geplaatst op 8 mei 2011 
van Hernehim - de redactie wil graag weer eens aandacht vragen voor de Poëzie
Winkel
van Perdu Amsterdam
Want het is toch iedereen uit ervaring bekend dat het aanbod van poëziebundels bij 
de gemiddelde boekhandel vrij beperkt is, misschien met uitzondering van Selexyz
Scheltema in Amsterdam en v/h Van Gennep in Rotterdam. 
Aan de Kloveniersburgwal 86 in Amsterdam - vlakbij de Munt is een speciale poëzie-
winkel waar niet alleen uit een groot assortiment gekocht kan worden, zonder wachten
op de aflevering van een bestelling die uw boekhandelaar natuurlijk graag voor u doet...
En een belangrijk aspect: u wordt bediend door mensen die alles van poëzie weten, 
het kan zomaar zelf een dichter of dichteres zijn die u helpt. 
Tenny Frank bijvoorbeeld, leest zelf graag alle nieuwe titels als eerste - en wat haar
bijzonder aanspreekt legt ze graag opengeslagen op de presentatietafel. 
Dit voorjaar was zij bijvoorbeeld erg enthousiast over "Het Boek der rusteloosheid"
van Fernando Pessoa. Dagboekimpressies van de jaren 1930-1932 die zich laten 
lezen als prozagedichten in de prachtige vertaling van Harry Lemmens. 
Tenny Frank: "
Noodzakelijk, aantrekkelijk, onvermijdelijk is Pessoa voor het begrip 
van het wezen van Literatuur en Poëzie. Sla "Het Boek der rusteloosheid" op een
willekeurige bladzij open, je geest verdrinkt erin en wil nooit meer bovenkomen. 
Je lichaam zwemt verder …"
     Poëziewinkel Perdu
Citaten - 1930: 
"Als ik aandachtig kijk naar het leven dat de mensen leiden, tref ik daarin niets anders
aan wat het zou doen verschillen van het leven van de dieren. Zowel dieren als mensen
worden onbewust door de dingen en de wereld geslingerd; zowel dieren als mensen
vermaken zich met tussenpozen; zowel dieren als mensen doorlopen dagelijks 
dezelfde organische kringloop; zowel dieren als mensen denken niet verder dan ze 
denken, en leven niet verder dan ze leven. De kat slaapt en koestert zich in de zon. 
De mens slaapt en koestert zich in het leven met alle verwikkelingen ervan. 
Kat noch mens bevrijdt zich van de noodlottige wet te zijn zoals hij is. 
Geen van de twee probeert de zware last van het zijn op te heffen..."

1932: 
"Tijdens de incidentele momenten van afstandelijkheid waarin wij van onszelf bewust
worden als individuen, als anderen in de ogen van de anderen, heb ik me altijd afgevraagd
wat voor indruk ik fysiek en zelfs moreel zou maken op degene die mij dagelijks of 
toevallig zien en aanspreken. Wij zijn allemaal gewend om onszelf in de eerste plaats 
als een geestelijke en de anderen als een direct lichamelijke realiteit te beschouwen; 
heel vaag slechts beschouwen wij onszelf als een fysiek wezen dat een bepaalde indruk
maakt op anderen; en even vaag beschouwen wij de anderen als geestelijke realiteiten, 
maar alleen in de liefde en in conflicten beseffen we werkelijk dat de anderen net als 
wijzelf vooral een ziel hebben...."

   
 
   
Kinderspel en grimmiger vormen -  een verhaal over spelen door de tijden heen - door John Zwart  geplaatst op 4 mei 2011 


"Kooibooispel" speelden we – de oorlog kenden we niet van nabij, dat was meer iets 
uit een donkere verte waarover ouders zacht spraken – cowboys tegen indianen was
onze inspiratie. Daar had je weinig voor nodig: wat kippenveren gestoken op een 
haarband en je was Winnetou - en al waren je pistolen een stuk hout, met post-
elastieken daarop vastgemaakt een eindje elektriciteitsbuis als loop, je waande je 
Old Shatterhand.   
Of je geraakt werd of niet, maakte je zelf wel uit. Kon je moeilijk nog ontkennen dat je
getroffen was, viel je gewoon om. Om even later weer op te staan en herrezen verder 
mee te spelen. 
Het laatste oorlogsjaar veranderde het spel, vrije tournooiveldjes waren niet meer vrij en
's nachts dreunden de vliegmachines waartegen het afweergeschut woedend blafte.
We moesten vaker binnenblijven en maakten tekeningen van vliegtuigen met sterren op
hun staart en hakenkruisen. Veel vlammen uit de motoren en regenbuien van neerval-
lende bommen. Een heldenstatus kreeg wie een herkenbaar stukje van afgeschoten
oorlogstuig bemachtigde. We maakten bootjes van biscuitblikken met planken aan 
elkaar en voeren door de gracht. 

Het naoorlogse spel kreeg realismevormen: Oudere broers, buurjongens en neven
gingen bij de BB, leerden vliegtuigspotten en liepen wacht op hoge gebouwen, op 
uitkijk tegen het nieuwe "rode gevaar". Ze droegen trotse insignes. 
Wij droomden ons niet langer indianenopperhoofd of stoere cowboy die zijn lasso
zwaaide. We wilden het liefst maar Amerikaanse GI's zijn, kauwden kauwgom en
heel stiekem rookten we Lucky Strike. We maakten jazzmuziek op een theekist, 
wasbord en een toeter als een neptrompet. Op school was er levendige ruilhandel 
van khakigoed uit de dump - een shirt en kepie in een maat die paste dat was één
groot feest.
De oudere broers, buurjongens en neven speelden allang niet meer, sommigen 
gingen naar Korea om "de roden" aan hun eigen front een lesje te leren, de oude 
die-heart communisten emigreerden naar Nieuw Zeeland, het verst van alles weg. 
Het was een paar jaar vrede.
Maar vrede leek nooit écht geweest. 

wat kippenveren gestoken op een haarband en je was Winnetou

We werden volwassen en voelden dat echte vrede iets anders was dan afwezigheid
van oorlog. Soekarno deelde voortdurend plaagstootjes uit met slinkse landingen op
Nieuw Guinea. De Russen speelden hoog spel, onder de ogen van Uncle Sam, 
bouwden zij raketbases op Cuba, om te mikken op Miami en New Orleans.
Ik moest mijn dienstplicht vervullen bij de marine in het hartje van de koude oorlog. 
En dat begon weer met soldaatje spelen. Eerste militaire vorming op de hei bij 
Hilversum, de geweren waren oud maar écht. Draven, kruipen, stormen. 
En roeien om het hardst met sloepen op de Loosdrechtse Plas.
Het marine oorlogsspel volgde daarna op een terrein bij de Diemerzeedijk aan het 
buiten-IJ. Daar stond "de moot", een doorgezaagd middenstuk van een oude torpedo-
jager, in een heel grote container geplaatst. Daar moest je in, het mangat werd
hermetisch afgesloten met knevels. Er kon immers met atoomwapens of gifgas 
gevochten worden, onzichtbare straling of dodelijke ziekten dreigden.
Het was nog maar spel, maar wel grimmig. 
Schemerdonker was het binnen met noodverlichtingslampjes die op accu's brandden.
De compartimenten lagen vol materiaal voor "damage control". In de scheepswand 
was veel schade, boven en onder de waterlijn. Knallen over de luidsprekers en
binnenspuitend water, eerst door één, spoedig door steeds méér gaten na een kreet:
"treffer onder de waterlijn bakboord vóór". We vochten om het water te stoppen met
lappen, houtproppen, kussens, dekens en planken. Terwijl je bezig was en het water
steeg vergat je het spel en voelde iets van de doodsangst die al die mensen op zee
hebben gevoeld als ze in de meedogenloze oorlog met hun schip de diepte ingleden.

Het varen op benauwde oorlogsschepen - alleen op de commandobrug is er royaal
bewegingsruimte - werd mij goeddeels bespaard. Al na de eerste zes maanden van
oefenspel werd ik tot het eind van mijn dienstplicht geplaatst op Noordwijk Radio,
dichtbij het strand van Langevelderslag bij Noordwijkerhout. Van daar hielden de 
Commandant Zeemacht (CZM) in Den Helder en het Ministerie van Defensie (MinDef)
in Den Haag de vinger aan de pols in 'de Oost' en 'de West'.   
Ik besefte goed dat zo'n radiostation een belangrijk doelwit is in oorlogstijd.
De adjudant (mijn chef daar) hield ons steeds alert dat we "overvallen" konden worden
vanuit zee -  was het dan niet écht dan toch wel als realistische oefening door een 
troepje woeste commando's in camouflagepakken met zwartgemaakte gezichten,
dat ons gebouw met wapens op scherp bestormde. 
"Wat zou je dan doen?" vroeg hij me. 
"Dan zou ik zeggen: goede morgen mannen, jullie treffen het, de koffie staat klaar".
Voor oorlogsheld ben ik niet in de wieg gelegd.

© John Zwart

   
 
   
De nagel van de tijd -  een bewogen bundel - besproken door John Zwart  geplaatst 11 april 2011 

Dichtbundel van Gerard Beentjes (Eemnes). 
Gerard Beentjes toont zich als dichter als een man met duidelijke opvattingen. 
Dat begreep ik meteen toen ik hem een aantal jaren geleden in Nieuwegein hoorde
voordragen. Het was een liefdesgedicht, maar tegelijk een gedicht waaruit zijn
engagement met de maatschappij spreekt. De liefde, die ergens tijdens een tramrit
in Amsterdam ontluikt, en brandt in het hart van een oer-Nederlandse jongen en 'n
Marokkaans meisje. Een vredige samenleving ziet Beentjes in het verschiet na de
geboorte uit liefde van steeds meer gemengde kindertjes. 
Ook in deze bundel "de nagel van de tijd" stuit ik al snel op een gedicht rond de
oost-west frictie in het Nederland van deze jonge eeuw: "Ik zeg wat ik denk": 
"Ik zeg wat ik denk, ik doe wat ik zeg,/ zeg jij, hun heilig boek moet verbrand,/ 
want ik beroep mij op de traditie./ Hoewel. Ruk jij de Bijbel uit zijn verband?...//" 

Het soort dichters, dat duidelijk leeft binnen de context van deze tijd en daarover 
hun duidelijke mening laat horen, is tegenwoordig wat dunner gezaaid. Er zijn critici
die deze poëzie, die zij "moraliserend" noemen, ver van zich afwerpen. Ik verschil
daarover met hen van mening - ik kan engagement juist waarderen, óók als ik me 
niet bij de mening van de dichter kan aansluiten.
Alleen al door het feit dat hij de veilige neutrale grond verlaat en het front opzoekt, 
maakt zo'n dichter innemend. 
In de vroege na-oorlogse jaren waren er meer van dat slag. Simon Vinkenoog bleef
zijn rebellie tegen de 'gevestigde orde' een leven lang trouw. Begrijpelijk dus dat
Beentjes veel affiniteit met Vinkenoog heeft. Een in memoriam in dichtvorm is 
gewijd aan hem. Edith Ringnalda, de weduwe van Vinkenoog, was eregast bij de
presentatie.
Ik vrees dat Wilders' vrienden Gerard Beentjes' bundel niet zullen kopen, maar denk
ook dat het aantal poëzielezers in hun kringen beneden het landelijk gemiddelde zal
liggen. En het uitscheuren van bladen uit boeken of bundels stuit ons als schrijvers
en dichters zo al tegen de borst. 
Het werk van Beentjes ademt zijn belangstelling en waardering voor de meest
uiteenlopende culturen, dat verklaart ook zijn betrokkenheid bij de benefietbundel
"Blauwe Boeddha" voor de Tibetaanse dichters in ballingschap.
In deze bundel vind ik opnieuw het gedicht "De zachte krachten" met een
Boeddhistische boodschap: "...Geboorte is het begin// niet en dood niet het einde.
Mensen voor ons/ leven verder in ons bloed, zoals wij in stof en/ as. Waarheid loopt
de weg van herhaling..."
De stille geweldloze strijd van de monniken tegen opdringen
van de dominante Chinese cultuur kan duidelijk op zijn grote sympathie rekenen.

          

Gerard Beentjes draagt voor uit eigen werk 

© Copyright foto Gerard Beentjes 

 


39 gedichten in zeven groepen bijeen
De Witte Uitgeverij – 2010. 
  ISBN 9789461070166

Beentjes wil niet alleen maar de buitenkant kennen van andere culturen, hij wil tot 
het binnenste doordringen. Het kan haast niet anders of hij nam Arabische les. 
Het gelijknamige gedicht zou door een Arabische dichter geschreven kunnen zijn:

"...zeg nu habibi
proef met zachte tong
perzikzoete klanken […]
lippen van uiteen
herhaal habibi 
hoor mijn liefste [...]" 

Beentjes beseft wel dat de tijd en daarmee de wereld verandert, maar hij wil de 
scherpe kantjes van de botsende fasen verzachten. Ook bij een plotseling drama
binnen het leven van een individu speelt dat bij hem. Zijn werk bij Bartiméus 
(Blinden Instituut) confronteert hem met het lot van een jongen die nog onopge-
merkt aan een oogziekte leed en als gevolg plotseling blind wordt. 
In "als het licht uitgaat" brengt hij de woede na het ontwaken onder woorden als 
de jongen dan telkens weer tegen de nacht aanloopt. "...je handen smijten/ 
speelgoed meer kapot dan stuk..." 

Sober en daardoor juist zo aangrijpend is "Tommy"over de zelfmoord van een kind:
"een jongen vliegt met open armen/ een jezus zonder kruis/ het raam/ uit " 
Fysieke vergankelijkheid behandelt hij positief in "afsprong": "straks valt in as en
zand uiteen/ het lichaam dat ik was..."
dat besluit met: "...fluit het lied van ankers
los/ rechte rug naar de einder/ waar je een ander zelf"
Op weg naar een volgend 
leven, of de opwekking er vooral alles van te maken zolang het nog niet zo ver is?
Een heel bijzonder gedicht is "naamloos naakt" waarin hij zijn eigen geboorte uit
zijn moeder beschrijft. "...ik zwem uit haar vlees/ mijn nek een touw een kabel..."

de nagel van de tijd  

De bundel bestaat uit 39 gedichten over 7 hoofdstukken verdeeld: 

1. Het stamhoofd vertelt
2. Rood voorhoofd
3. Sterven
4. Moeder
5. Vader
6. Zwanger
7. Flarf

Het eerste deel – 8 gedichten – bevat onder andere de hier besproken gedichten
"Arabische les", "Ik zeg wat ik denk" en "Als het licht uitgaat". 
Deel twee – 4 gedichten – bestaat uit Boeddhistisch gerelateerde gedichten als 
"De zachte krachten" en "het dak van de wereld". 
Deel drie – 8 gedichten – met onder andere "afsprong" en "Tommy". 
Delen vier en vijf, gewijd aan moeder en vader kregen elk 3 gedichten, waaronder
het titelgedicht. 


de nagel van de tijd 

je bladerhanden in de krant 
vertellen een ander verhaal
dan ogen die over letters
van inktzwarte taal bewegen 

je ogen kijken achter mij
je mond spreekt van voorbij
de dansende jeugd van roomse
meisjesjaren in de hoofdstad 

de kreukellijnen van je handen 
vertellen meer dan ouderdom
het verhaal achter je rug
de dunne toekomst van morgen 

je oren horen een melodie 
een kleine nachtmuziek 


 

Deel zes – zwanger – volgt in 7 gedichten de zwangerschap vanaf 7 weken 
tot en met "geboorte". 
Het laatste deel: Flarf (1, 2, 3, 4, 11, 14): 
De 6 gedichten waarmee de bundel afsluit, zijn een noviteit. Ze ontstaan met 
behulp van internet zoekmachines, waarbij de resultaten aan de creativiteit 
van de dichter worden onderworpen. 
"Flarf 2//zoekresultaten kruipen als kevers in het donker voort/ slingert een tram
verlicht door rood/ nergens staat boven/ vanuit de dichtgekitte ramen boven de
waterspiegel..." 

Ik maakte voor het eerst kennis met het fenomeen tijdens "Dichters in de 
Prinsentuin 2010" en heb er nog geen oordeel over. 
Laten we het voorlopig houden op: onbekend maakt onbemind. 

De bundel 'de nagel van de tijd' is evenals 'de dame en de vrouw' van Paul 
Roelofsen alwéér een uitgave van de Witte Uitgeverij, verschenen binnen de serie
"verse voeten", Zomer 2010.  ISBN 9789461070166 -  Prijs 10 euro. 

© John Zwart – voor Hernehim Cultuur – 9 april 2011.

   
 
   
James Joyce - Een mijmering van Ronald Offerman  geplaatst 27 maart 2011 
   
Hoe zou dat toch komen dat ik die klassiekers zo traag verteer? 
Komt dat onwillekeurig door mijn eerbied voor die beroemde auteurs, wat mij belet
in mijn gewone vlotte leestempo door zo'n boek te snellen? 
Er zijn van die boeken waar ik lang over doe. Aan de Toverberg van Thomas Mann
ben ik geloof ik al tien jaar bezig. Elke keer pak ik het en lees een stukje. 
Dan leg ik het weer weg en vergeet het blijkbaar, tot plotseling de gedachte opkomt:
"o ja, die heb ik ook nog". 
En dat is echt niet omdat ik het geen mooi boek vind hoor, integendeel: 
de Toverberg is prachtig. Oblomov was ook zoiets, ik heb er een jaar over gedaan 
voor ik het uit had. Oorlog en Vrede, net zo'n tien jaren plan als die Toverberg. 
En Odyssee en de Ilias pak ik keer op keer, intussen zijn dat ook al weer heel wat
etappes geworden. Toch lees ik gewone romans in een keer uit. 

Steeds vraag ik me af of het voor anderen net zó is of dat ik een buitenbeentje ben.
Deze week heb ik Ulysses van James Joyce uit gelezen. 
Na vijf jaar maar liefst, terwijl het over één dag in Dublin gaat - beleefd en verteld 
door drie personen die zich een vreemdeling in die stad voelen. Het laatste deel 
is een monoloog van een vrouw, Molly Blooms. Vooral dat deel vind ik prachtig, 
maar misschien komt dat omdat ik het net gelezen heb. 
Het is in een soort sneltreinvaart geschreven zonder komma's, punten, hoofdletters
of wat voor leestekens dan ook. 
Ik ga dat niet allemaal uitleggen, lees het zelf maar. 
En nu ga ik de Toverberg afstoffen want die moet ook maar eens uitgelezen. 
Ik ben al op de helft! 
                                                                              © Ronald M.Offerman 

   
 
   
De dame en de vrouw - Geen gewone bundel - besproken door John Zwart  geplaatst 24 maart 2011 

Het is alweer geruime tijd geleden, dat Paul Roelofsen in samenspraak met Jos van
Hest het verschijnen van zijn dichtbundel "De dame en de vrouw" aan de literaire 
wereld prijsgaf. 
Een goed bezochte bijeenkomst in zaal Perdu te Amsterdam, opgeleukt met zeer
spannend solo-saxofoonspel door Arthur Heurrekemeijer en de gevatte reacties van 
Roelofsen op de onvoorspelbare vragen en kwinkslagen van presentator van Hest.
Ik kende Paul Roelofsen al wat langer van zijn veelal opmerkelijke optreden in de
Openbare Bibliotheek van Amsterdam, in het Theekoepeltje van Nicolaas Beets in
Alkmaar en in Hotel 1900 in Bergen NH. 

Deze dichter verdiende het mijns inziens om op Hernehim Cultuur wat aandacht te
krijgen voor zijn debuut. Helaas vond ik niet onmiddellijk gelegenheid om alles te 
lezen om er daarna zinvol over te schrijven. Om mezelf aan mijn toezegging te 
herinneren kreeg de bundel een plekje in mijn "Hernehim-koffertje" dat mij bij alle
poëziepodia vergezelt. Op een dag was de bundel opeens... weg. 
De dame en de vrouw allebei gevlogen en niet meer te achterhalen hoe en waarheen..
Gelukkig is de oplage groot genoeg en kon ik een nieuw exemplaar bemachtigen. 
En wat in het Hernehim-vat zit verzuurt nooit, iets vertraagd wil ik graag het volgende
met mijn lezers delen:

             47 gedichten in drie groepen bijeen
           De Witte Uitgeverij – 2010. ISBN 9 789461070111

 

Paul Roelofsen (2e van links) in de OBA Amsterdam 
Vooraan de dichter J.C.Aachenende
© Copyright Hernehim Cultuur 

Paul Roelofsen (Harlingen 1940) heeft een journalistieke achtergrond, schreef ook 
korte verhalen en betrad pas op latere leeftijd het dichterspad. Een nieuwe fase van 
zijn schrijverschap, waarin hij het avontuur nog steeds weet te vinden, zelfs als dat 
van de dingen dichtbij moet komen, zoals de ervaringen tijdens zijn late avond-
wandelingen in het eigen dorp. 
Als dichter kun je hem zijn eigenheid niet ontkennen. Zijn gedichten zijn meestal 
kort en compact, ze behandelen de kleine dingen des levens in eenvoudige taal, 
waarbij je toch het gevoel krijgt dat op de achtergrond iets opdoemt dat veel meer
omvattend is. Het is slechts schijnbaar dat hij aan de oppervlakte blijft en in de 
laatste strofe heeft hij meestal een verrassing in petto die opeens een heel andere
kijk op het voorafgaande geeft. Zo spoort hij zijn lezers aan de gedachten te laten
zwerven naar nieuwe inzichten of vergezichten. 
Absurdisme is ook een liefhebberij van Paul Roelofsen waarmee de humor zeer 
gediend wordt, een element dat dichtbundels zo vaak moeten ontberen. 
Met Roelofsen valt te lachen, misschien niet schateren, maar stil in ironie. 
Gedichten in de ik-vorm ronden vaak af met een fikse dosis zelfspot, een eigenschap
die we bij anderen ook wat vaker zouden willen aantreffen, maar te zelden vinden.

De gedichten van de bundel zijn in drie groepen ingedeeld: 

1. Voor wie niet denkt 
2. Om mooi te zijn voor wie het ziet 
3. Er was eens 

Zoals bij Roelofsen te verwachten is zet hij ons daar weer eventjes op het verkeerde
been: De gedichten in het eerste deel kunnen wel over gedachteloosheid gaan maar
zetten juist tot denken aan. Meteen al bij het eerste "Zeno": wie maakt zich druk 
over grasmaaien, alles mag op zijn beloop gelaten. 
"dat het gras groeit/ moet het zelf weten […]" maar "dat de krant te laat/ 
op de deurmat valt/ maakt me razend". 
Voor die mensen die altijd "druk druk druk" zijn is het lezen van "Omwille jezelf"aan
te bevelen: "Als de druk toeneemt/ moet je doen/ of je gek bent/ en bloemen plukken
[...]" 
In het tweede deel komt de ontroering eraan te pas. Een gedicht als "Kinderangst" 
doet me denken aan sommige liedjes van Bram Vermeulen. Ook "Vader en zoon" 
roept een associatie op, in dit geval met Willem Wilmink's gedicht waarin hij allerlei
gestorven mensen op straat meent te zien, ook daarin is de ultieme confrontatie het
eigen spiegelbeeld. Roelofsen schetst zo'n situatie weer net even anders: 
"[...] hij dood, ik onderweg/ bezwegen wij elkaar/ […] tot hij verbrak en zei:/ 
zo zo m'n jongen/ je komt wel erg dichtbij." 
Het absurde komt aan bod als hij in "Rivier" de rivier óver de brug laat gaan en zich-
zelf er onderdoor. 
De titel van het derde deel doet sprookjes vermoeden. Niet onterecht, maar het zijn
vervreemde sprookjes. Roodkapje en de boze wolf geeft hij een heel andere draai in
"Geen sprookje": "[...]Toen de jager de wolf zag/ die in de zon lag/ bij te komen van
het verdrinken/ sloop hij nader// knipte de hechtingen/ in diens buik door/ sjorde de
stenen eruit/ en stiefmoeder erin [...]" 
Even vreemd zijn de bezoeken aan de hemel die Roelofsen beschrijft. 
Levend (of juist dood?) dreig je daar te verbranden – zijn hemel en hel in de gedachten
van de dichter één en hetzelfde verblijf? Een bizarre redding en een even bizar slot 
"[...] een spin zal je aan een draad boven het vuur uittillen/ en je bij je moeder weer
laten zakken// zij zal vragen waar je al die tijd bent geweest/ zeg in de hemel en 
blijf voortaan bij haar" 

"De dame en de vrouw" is een boekje vol verbazing en Breughel taferelen, je vraagt
je soms af, wat de dichter ertoe bracht om te schrijven wat hij schreef. 
Op de bladzijde "Aantekeningen" worden we wat wijzer. 
Bij de twee gedichten "Kermis" en "Schemeravond" is er geen enkele twijfel, die 
moeten zijn ontstaan na een van zijn vele nachtelijke wandelingen in zijn dorp 
Koedijk aan het Noordhollands Kanaal bij Alkmaar. 
Zoals met de dichter afgesproken publiceer ik hier integraal zijn gedicht "Troje",
het laatste uit het tweede deel van de bundel. 

Troje  

Het veulen koldert 
hoeven van de grond, de aarde brandt 
geschrokken raaf die uit de blaren stormt 

wolvin met rode bek rond witte bok 
gereten buik, de vacht gered 
strompelend in de boomgaard 

en daar de mannen van het rechte pad 
de één pist met een paardenstraal 
bij een ander druipt de kraan 

voor jou, Helena lief, in het warme gras, 
beschaamd achter een hek 
tussen gekrulde katten. 

 

Uit: "De dame en de vrouw", Paul Roelofsen – 
in de reeks "verse voeten" verschenen bij De Witte Uitgeverij – 2010.
ISBN 9 789461070111 

 

        © John Zwart - 23 maart 2011 - voor Hernehim Cultuur 

   
 
   
Trapsgewijs - Het vieren van zeventig jaar artistieke traditie.  geplaatst 3 februari 2011 

Nog even terug naar het oude jaar. 
Ja, er valt soms een achterstand, zo hier en daar. 
Dat heeft natuurlijk te maken met onderbezetting, die lijkt zich tot een chronisch 
probleem te ontwikkelen, daar is niet altijd tegenop te werken - maar laat ik daarover
nu zwijgen want er staat al een poos een oproep op de nieuwspagina
Het zou zo maar kunnen dat... want dit moet natuurlijk wel een springlevende internet-
stek blijven! 

Het roemruchte Dichterscafé Eijlders, bij het Leidseplein (komende uit de Leidsestr.
rechts de hoek om 'n heel klein stukje de Korte Leidsedwarsstraat in), had aan het
eind van 2010 iets te vieren. Op kerstavond 24 december van het jaar 1940 werd het 
door eigenaar John Eijlders en zijn vrouw Cor geopend, dus dat was tijdens de feest-
dagen precies 70 jaar geleden. 
Bijna een mensenleven terug richtte het echtpaar Eijlders het pand in: een authentiek
sfeervol echt Amsterdams bruin café - aparte zitjes aan de lange wand met elk een 
bank en stoelen aan een ronde tafel. Achterin een half trapje naar keuken en toiletten,
aan weerszijden van dat bijzondere trapje links en rechts een verhoogd zitje vanwaar
je een adelaarsblik over de bar hebt. Daar durf je eigenlijk pas neer te strijken als je 
min of meer stamgast bent. 
De eerste levensjaren van het café waren dus oorlogsjaren, waaruit nog vele verhalen
stammen. Zoals over de banken die tot kisten werden met de zitting als deksel en 
een dubbele bodem eronder. Daarin werden wapens voor het verzet verstopt. Van de
bezetter moesten kunstenaars zich verplicht bij de "Kulturkammer" aansluiten, de
weigerende beeldend kunstenaars mochten toen exposeren aan de wanden van het 
café. In mei 1943 werd het café "Voor Joden verboden" verklaard, maar het bordje 
tegen de ruit viel telkens weer naar beneden, zodat het op een dag niet meer terug
gehangen werd. 
Tijdens de oorlog werd het al een geliefde plek van samenkomst voor gelijkgestemde
mensen en kunstenaars in het algemeen. 

 

 

© Copyright Foto's resp dbnl en literatuurplein   

Stamgast van het eerste uur  

   Gerard den Brabander (1900-1968)

Ed Hoornik (1910-1970)     

Dichters van "De Amsterdamse School"

 

 

Naamloos vers voor de naamloozen 

Het was een gewone jongen, 
Misschien was de mond wat te breed 
En de houding iets te gewrongen, 
Een man die het nog niet weet. 

Een eenvoudige zoon van zijn vader, 
Van zijn moeder en van zijn land, 
Die niet wist nog: wat is er nader, 
Lier of beitel, aan deze hand? 

Die uit veelheid veel heeft gezwegen, 
Het woord was te zwaar en te groot; 
Die zich koos uit vele wegen 
Een weg uit...... en die liep dood. 

In angstuur en heen-en-weer-loop 
Werd onzekerheid tot beslist, 
En een kind tusschen muur en geweerloop 
Een man die te sterven wist. 

Geen beitel, geen lier was hem nader 
Dan het hart onder eigen hand. 
Nooit stierf er één vastberader 
Met den blik, die de blik was van vader, 
Van moeder en van zijn land 

Gerard den Brabander - Uit: "Geuzenverzen" 1945 

Dichter-schrijver Gerard den Brabander (1900-1968) was één van de stamgasten van
het eerste uur. Werd wel geboren in Den Haag, maar kwam als kind al – via Edam –
naar Amsterdam waar hij als volwassen man een baan had bij de PTT. 
Na de bevrijding kon hij al spoedig van zijn pen leven en bracht soms hele dagen in
Café Eijlders door met een "moddermannetje" voor zich (een glaasje jenever met
suiker&kaneel) dat regelmatig opnieuw moest ingeschonken. 

De dichter 

De dichter is alleen maar dorst en buik 
een tot den boorde berstensvolle kruik 
Hij gist en borrelt tot hij eindelijk barst 
en in de droesem zinkt en tandenknarst 

Dit kleine gedichtje tekent den Brabander ten voeten uit. Geen ronkende lofzangen,
maar cynische spot en zelfspot. Heel anders dan de stijl van Ed du Perron en 
Menno ter Braak die met hun blad "Forum" toen nog de toon aangaven. 
Hij zal in die jaren regelmatig al gezelschap hebben gekregen van Ed Hoornik en 
Jac van Hattum aan de toog van Eijlders – samen met hen vormden zij gedrieën 
"de Amsterdamse School"
Maar er werden toch ook heel stijlvolle gedichten geschreven in die tijd, die wij nu 
- de oorlogssituatie allang ontgroeid of nooit gekend – als wat gezwollen ervaren. 
Maar toen vervulden ze de mensen met trots en ze werden graag gelezen en 
aangehoord. De verzen van de "Geuzenliederen" zullen in de periode 1940-1950 
nog vaak hebben geklonken in het dichterscafé.
Geleidelijk werden dichtersbijeenkomsten, muziekavonden en exposities heel
regelmatige gebeurtenissen in Eijlders. Dichters als Bertus Aafjes, Jan Elburg
Koos Schuur en Bert Voeten traden er ook op. 
Een periode van wat minder activiteit werd in 1975 gevolgd door een opleving, 
meer gestructureerd kunst- en artiestenbeleid ontstond toen Jan Levering de 
scepter in Eijlders zwaaide. Er kwam een wekelijks Jazzconcert, de schrijvers en
dichters bleven graag komen en de exposities werden hervat.

 

In 1997 werd Mieke van Beeren de eigenaar van het oude café, het paar Patrick en
Anouck Dierks de uitbaters. Qua sfeer en inrichting is alles vrijwel onveranderd 
gebleven door alle jaren heen. 
Inmiddels zijn Patrck en Anouck ook de eigenaars. Het zindert van artisticiteit, 
maandelijks wisselt er een expositie van schilderijen, waarvoor zelfs een wachtlijst
moest worden ingesteld. Regelmatig zijn er muziekuitvoeringen en op initiatief van
Mieke van Beeren, Floor Voerman, Dirk Oudshoorn en Kees Godefrooij kwam er 
een vast maandelijks poëziepodium, elke derde zondag van de maand. Dat wordt 
in goede banen geleid door Paul Lokkerbol en Ron Offerman. 
Dan speelt dat aparte trappetje, waarover ik in het begin schreef, een grote rol. 
Aan de voet daarvan, of op de onderste treden, afhankelijk van je lichaamslengte,
is het "roemruchte" Eijlders "podium". Als je daar staat en het café valt even stil 
voel je dat dit een bijzondere plek is... 
Dat iedereen dit onderkent blijkt wel want de dichters komen er graag. Niet alleen 
uit de stad maar van heinde en verre, tot uit Vlaanderen toe. 
Ze mogen elk maar drie gedichtjes voordragen, krijgen geen enkele vergoeding, 
zelfs geen bonnetjes voor een gratis consumptie. Toch staan er telkens 20 of meer
namen op het briefje van Paul Lokkerbol. 
Dat zegt genoeg. 


Wisselexpositie "handen" in Café Eijlders  - 
© Foto Copyright Hernehim 


En na het licht 

En na het licht
was daar het duister
met jouw verdwijnen
en de pijn
toch hoor ik soms
nog je gefluister
dan proeft het water
weer als wijn 

ik heb het ergens
neergeschreven
vertrouwde voetstap
op het grind
het valt me zwaar
alleen te leven
ben als een herfstblad
in de wind

Kees Godefrooij

Paul en Ron stellen elk jaar een kleine bloemlezing samen uit hetgeen men in
de voorafgaande 12 maanden zoal liet horen.
Op de zondag 19 december j.l. was dat een uitgave waarmee het 70 jarig jubileum 
werd gevierd: "Trapsgewijze woordenstroom".
Een veelkleurig boekje, even veelkleurig als dat langste podium dat ik ooit in dit
Eijlders meemaakte. Vanaf vier uur liep het uit tot half acht, met gelukkig wel een 
aantal praat en drinkpauzes.
59 Gedichten kon ik gelukkig de dagen erna in alle rust opnieuw nalezen - 
37 dichters droegen er elk een drietal voor. 
Een marathon van méér dan 100 gedichten overspoelde het publiek. De reguliere 
podia zijn natuurlijk wat bescheidener in omvang. 
Zonder er een speciale waardering aan te hechten heb ik er een 4-tal uitgezocht 
om hier nog eens te publiceren,.Om mezelf een plezier te doen en om mijn lezers 
een indruk te geven wat ze hebben gemist als ze nog nooit eens naar een 
"Eijlders podium" kwamen!
Ik heb zo'n vermoeden dat die Eijlders Bloemlezingen, die altijd maar in een heel 
kleine oplage worden gemaakt nog wel eens een 'verzamelobject' kunnen worden.

© John Zwart - 3 februari 2011 - voor Hernehim Cultuur 


70 

oud geworden 
maar wat is dit? 
Dit plezier 
deze jolijt 
ik kwam op een begrafenis 
oude man, oude man, 
de sprekers deden hun best 
de muziek was roerend 
opeens stond het me tegen 
ik verdween naar achteren 
liep rond het gebouwtje 
en kwam op het kerkhof 
daar was de vers gegraven kuil 
ik ging erin liggen 
en wat een consternatie 
wat een verontwaardiging 
toen de stoet met de kist 
mij ontdekte 
ik leef nog! riep ik 
ik leef nog! 
weggejaagd werd ik 
maar wat is dit? 
dit plezier 
deze jolijt 

Karel Kramer

 

 


Tijd van leven 

Op woeste grond gevestigd 
geworden tot oord van het woord. 
Zo jong gebleven als Gerard 
den Brabander nooit was – in zijn hoek 
verwijlend in wolken van rook, 
toen nog. 
Als uit een mond spreken dichters 
van toen en nu, woorden wieken weg 
op de thermiek van hun adem; 
semper idem aan de voet 
van de trap richting bittergarnituur. 

Geef haar tijd van leven, 
deze donkerbruine cocon 
waarin menigeen zich ontpopt 
tot dwarse vlinder en een 
zich eeuwig verjongende 
schare ledigbrassers 
hardnekkig een hemel bestormt 
vol eretekens van glas in lood 
en vergeelde knipsels. 

De wijn smaakt altijd naar de stok 
en Eijlders is de naam van de vruchtbare grond. 
Wie maalt om zeventig jaren leef-tijd 
die zoveel tijd van leven heeft 
als kleinkind, kind en moeder ineen. 
Grondstoffelijke muze, voorgoed. 

Gerdin Linthorst  


Tijd zat 

Er is nog tijd zat
We hebben nog tijd genoeg
We wachten af en leven verder
We drinken wat, we trouwen eens
en scheiden weer, kinderen komen
en leiden hun eigen leven
We lachen soms en huilen vaak. 
We drinken wat en het inzicht, 
dat je denkt te hebben, 
dat wisselt met het aantal glazen 

Tijd speelt geen rol
Gisteren, vandaag, morgen,
tien jaar geleden of over tien jaar,
vroeger, straks, toen of toekomst.
We drinken wat, we leven en sterven.
Sommige dingen blijven een lange tijd,
sommige dingen blijven erg kort en
sommige dingen blijven zoals ze zijn.
Leeftijd, dat is slechts een getal.
Het gevoel dat is voor eeuwig. 

Ronald M Offerman 

 


Zomaar vier, ik had er gemakkelijk nog tien bij kunnen vinden, 
die mij even bijzonder hebben aangesproken. 
Het beste voor de lezer is om gewoon eens te komen luisteren.  

Op de vierkante meter van het Eijlders podium in actie © Foto Hernehim 

   
 
   
Bij de VSB Poëzieprijs 2011 - Beschouwing van John Zwart  geplaatst 30 januari 2011 


Armando (81), de winnaar van de vsb poëzieprijs 2011 is een dubbeltalent van naam,
zowel als beeldend kunstenaar als in de literatuur. De mediterraan klinkende naam
"Armando" staat voor de man die bij zijn geboorte in 1929 te Amsterdam ter wereld 
kwam als Herman Dirk van Dodeweerd. 
Net als bij Jan Wolkers geldt de aandacht van het grote publiek vooral één kant van 
zijn creativiteit - bij Armando valt die het meest op de schilderkunst, maar acteren 
heeft hij ook gedaan: oudere lezers zullen zich hem kunnen herinneren als één van 
de leden van een driemanschap – samen met Cherry Duyns en Johnny van Doorn - 
dat bij VPRO schitterde in de afleveringen van "Herenleed". Maar literair verwierf hij 
veel aanzien als vaardig NRC columnist en hij was bij deze krant ook 'n aantal jaren
kunstcriticus. Columns schreef hij zowel vanuit Berlijn als in Nederland. Tot boeken
gebundelde columns, "Machthebbers" en "De straat en het struikgewas", leverden
hem in de jaren tachtig al een tweetal literaire prijzen op: de Multatuliprijs en de
Bordewijkprijs. Door het internationale karakter van al zijn literaire werk, dat hij ook 
schreef vanuit Berlijn en Toscane viel hem ook nog een Gouden Ganzenveer ten deel.
Toch overweegt de faam als schilder, immers welke kunstenaar heeft nog tijdens zijn
leven een eigen museum? In 1998 werd de oude Elleboogkerk in Amersfoort na een
verbouwing ingericht als Armandomuseum, helaas nog geen tien jaar later door een 
felle brand verwoest, zonder dat er nog iets van zijn oeuvre uit het vuur kon worden 
gered. Slechts enkele belangrijke stukken overleefden doordat ze op de dag van de 
brand waren uitgeleend aan een expositie op een andere locatie. 
Gedreven schilderde hij dóór, al had hij bij de opening van het Armandomuseum als
zeventigjarige verklaard in zijn laatste creatieve fase te verkeren. 

© Foto Armandomuseum 

"boot" - Sculptuur van Armando


Toch was hij al zijn hele leven enorm productief dus eigenlijk veranderde er niet veel,
misschien was het enige dat hij nu niet hoefde te tonen dat hij lichamelijk zijn 
gevorderde jaren zou erkennen. "Nu ben ik oud - jong, ik weet nog goed hoe dat voelde"
sprak hij, "ik weet niet hoe het komt dat je oud wordt, ik heb een sterk vermoeden dat
het vanzelf gaat".
In weerwil van die observatie ontstonden alweer heel wat nieuwe
schilderijen in zijn huidige atelier in de Amsterdamse binnenstad en met dezelfde 
innerlijke drang schreef hij vele nieuwe gedichten.
"Ik heb haast, zoals je begrijpt". In 2009, bij gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag,
verschenen zijn verzamelde gedichten en de afzonderlijke bundel "Gedichten 2009" bij
Uitgeverij Augustus. Deze poëzie – van een man die zegt 'oud en der dagen zat' te zijn,
maar dat duidelijk niet is - is verbazend krachtig, aldus de jury. 


Eigenlijk is dat een blijvend kenmerk van zijn werk, zijn fascinatie voor de oerkracht 
van de natuur en de enorme gruwelijkheid van mensen. Een journalist noteert de 
volgende uitspraak van een ander interview: "De mens is minderwaardig – met 
uitzonderingen – ik heb één minuut geloofd, na de tweede wereldoorlog, dat we het
nu wel geleerd hadden, maar natuurlijk niet..."

De oorlogsdreiging lijkt in al zijn werk aanwezig, maar in deze fase is er nu ook de
kwetsbaarheid, het individuele leed dat een kosmische proportie krijgt. 
Armando blijft een eenvoudig man in de omgang, als Karel Appel met zijn uitspraak
die een gevleugeld woord werd: "Ach, ik rotzooi maar wat aan". Armando zegt het
zelfde met zijn woorden: 
"Iedereen heeft een stelregel, ik niet. Ik doe maar of ik er een heb, 
dan hebben ze niks in de gaten". 

 

©  John Zwart 29 januari 2011.
Voor Hernehim Cultuur 

Een klankbeeld over Armando uit 2009 naar aanleiding van zijn 80e verjaardag 
door NOVA tv

 

 

Dag en nacht 

De blozende dag vertoont zich in een 
kleurrijke mantel, 
op ooghoogte hangen de lichamen te drogen, 
ze worden ongeduldig, ze worden 
onbesuisd. 
De nacht maakt de houten gaten zwart 
het bos beraamt, 
de hoestende voertuigen banen zich een weg, 
er brandt al licht boven de struiken. 

Armando 
Uit "Gedichten 2009" – Augustus 2009 

 

 

   
 
   
Het uur van de waarheid - Commentaar van John Zwart  geplaatst 27 januari 2011 


Turing Nationale Gedichtenwedstrijd – 

Het Oog op Morgen 26 januari 23:00u – 0:00u 27 januari 2011

"Wat is de poëzie? Elke kritiek is weer een poging tot antwoord op die vraag.
En dat pogen wordt hardnekkiger naarmate de verzen van een dichter zich steeds
meer in het geheel van de poëzie gaan voegen. Het pogen is hardnekkig, ondanks
de vergeefsheid ervan." 
Zo citeerde ik zondag 16 januari onze eminente recensent 
wijlen Kees Fens, aan het begin van mijn voordracht in de Glazen Zaal van de 
Openbare Bibliotheek van Rotterdam. 
"Als woorden ontwaken, worden ze gevaarlijk… Sommigen zoeken houvast in poëzie,
willen een verklaring voor een vers of woord. Maar in poëzie klopt niets. 
Daar is alles mogelijk."

Zo deed onze Dichter des Vaderlands Ramsey Nasr een poging het wezen van de 
poëzie te vangen. Voorafgaand aan de bekendmaking van de prijswinnaars van de 
Turing Nationale Gedichtenwedstrijd 2011 hield hij een inleiding. Dat gebeurde tijdens
alweer een bijzondere Radiouitzending van "Met het Oog op Morgen" vanuit de Stads-
schouwburg van Amsterdam, die werd gepresenteerd door John Jansen van Galen.
Ramsey Nasr gebruikte in zijn toespraak citaten uit het forum van de website van dit
radioprogramma en plaatste de verbeten manier, waarop dichters onderling op het 
internet elkaar de maat nemen, op ludieke wijze in het schelle licht. De zure toon van
beroepsreageerder "Bert" zal voor menigeen een herkenning zijn geweest! 

De volledige inleiding van Nasr is HIER nog te beluisteren. 

 

 

De eregalerij van de top-10 geflankeerd door 
links Ramsey Nasr en Gerrit Komrij 

© Foto Bart Honing 


Onder de sterren 

Onder de sterren geslapen. Lang in de tijd 
liggen kijken, in de ijlende, krijsende ruimte. 
De vreemde vreugde die dat ondenkbare schept. 

Ik zag een foto die iemand vanuit een kuil had genomen. 
Uitzicht vanuit een graf, stond eronder. Je zag 
een stuk van de hemel en de dunne kruinen van bomen. 

Ik denk aan mijn vader, heel ver van huis, niet meer 
bij machte terug te keren. 
En aan mijn ex die ik plots bij mijn tandarts aantrof 
boven mijn wijdopen mond, mooier en harder dan ooit, 
met een slang in haar hand om het gruis en het vocht 
weg te zuigen. Daar lag ik. 

Ik zou zo graag licht willen reizen, met in mijn rugzak 
niet meer dan wat kleren, een veldfles, een pen 
en papier 

 

Henk van Loenen 

Eerste prijs Turing Nationale Gedichtenwedstrijd 2010 
Winnaar Henk van Loenen is vooral bekend onder zijn dichtersnaam
Julien Holtrigter. Zijn debuutbundel verscheen reeds 10 jaar geleden.
Er wordt hem nu de mogelijkheid geboden door Uitgever Augustus
een nieuwe bundel te publiceren. 

 

Onder leiding van autoriteit Gerrit Komrij maakte Nasr deel uit van de zeskoppige jury
die de winnaars van de de Turing Nationale Poëziewedstrijd moesten kiezen uit bijna
10.000 inzendingen (op iets meer dan 100 na). Toch was de hoeveelheid die de jury 
te verwerken kreeg duidelijk minder dan vorig jaar toen een vloedgolf van niet minder
dan 15.000 gedichten hen overspoelde. 
Een omslag van kwantiteit naar kwaliteit? Uit de woorden van voorzitter Komrij valt dit
misschien wel op te maken, want hij noemde de gemiddelde kwaliteit 'hoog'. 
Wie hebben de klus om uit 10.000 een top-100 te selecteren geklaard? 
Naast de Dichter des Vaderlands waren dat Alexander Ribbink, Esther Jansma, 
Huub van der Lubbe en Claudia de Breij. De top-10 die in de slotfase uit de top-100 
in de prijzen vielen waren allemaal uitgenodigd in de Stadsschouwburg. 
Het deed mij als HC-redacteur ontzettend veel plezier te ervaren dat er twee dichters
uitverkoren waren die meermaals ook al op HC publiceerden. "Hernehim Cultuur, 
de site voor bejaarden en anderszins gehandicapten" zo schreef nog niet zo lang 
geleden een jaloerse blogger. Die moet maar eens gauw zijn mond gaan spoelen, 
dunkt mij. 
De hoofdprijs van 10.000 euro ging naar Henk van Loenen (Vianen) voor zijn gedicht
"Onder de sterren", de tweede prijs was voor Peter Knipmeijer (Zeist) voor "Enige 
feiten over vallen", en voor de derde belangrijke geldprijs viel de eer op Maarten van
Dooremalen (Heerenveen), voor zijn gedicht "Jochem gaat op reis". Ook een prijs dus
naar de provincie waar gewoonlijk alleen maar "in het onverstaanbaars wordt gedicht"
aldus diezelfde jaloerse blogger die ik zojuist citeerde.
De 4e t/m 10e prijs waren ex aequo maar werden in mijn ogen aangevoerd door 
Anke Labrie (Amsterdam) met haar gedicht "Monumentje". Vooral omdat dit gedicht
door Nasr integraal in zijn inleiding was opgenomen. Anke verfraait al een groot aantal
jaren een pagina van de Hernehim site met haar prachtige schilderwerk in haar 
typerende stijl en zij werd door ons in 2009 ook al eens naar voren gehaald voor haar
opmerkelijke vertaling van het gedicht "Do not go gentle into that good night" van 
Dylan Thomas. Nog steeds te lezen op pagina vertalingen. Peter Knipmeijer was in 
2008 een van onze winnaars van een "Gedicht van de Maandprijs" voor het beste
themagedicht. 
Hiernaast staat het gedicht te lezen dat goed was voor de Turing hoofdprijs. 

© John Zwart voor Hernehim Cultuur. 

Het gedicht "Monumentje" van Anke Labrie staat op pagina vrije poëzie. 

 
 
   
Revisie op subsidie - Beschouwing van John Zwart  geplaatst 23 december 2010 

Er werd geschreeuwd en ik was bijna in de verleiding ook te gaan meedoen. 
Gelukkig heb ik het eerst even aangezien, voor 't rijpingsproces tot een meer bezonken
oordeel. Mijn spontane weerzin tegen drastisch snijden in de subsidies voor kunst en 
cultuur heeft het gelukkig niet gewonnen van mijn weerzin tegen hard geschreeuw in het
algemeen. Want dat stopt elke argumentatie zonder ruimte voor nuancering te laten.
Natuurlijk, als orkesten van naam uit elkaar dreigen te vallen moet er wel front gemaakt
worden tegen de barbarij die tot zulke plannen in 't regeerakkoord hebben geleid. 
Er is ook een groot afbraakeffect bij sommige fondsen, die mede van overheidssubsidie
afhankelijk zijn – denk maar aan de stipendia, of, ander voorbeeld: de instrumenten-
fondsen voor musici. Dat zijn faciliteiten voor investeringen in de kunst en cultuur van 
de toekomst. 
Maar er mag wel eens kritisch gekeken worden of er wel overheidsgeld in concoursen 
en prijzen moet worden gestoken. Kunst en cultuur is geen sport, waar je met fotofinish
vaststelt wie er een honderdste seconde eerder over de streep kwam, dus onbetwist de
winnaar is. Er is een jury en/of een stem van publiek nodig voor een oordeel en daarmee
komt de willekeur binnen. 
Elke jury is subjectief, publiek óók – soms zelfs onmiskenbaar partijdig. 
Prijzen mogen dan wel prestige opleveren voor de winnaar, maar ze zijn bijna altijd een
bron van onverkwikkelijk gekrakeel. Nog geen 2 weken geleden was er 'n beschamend
voorbeeld van. Toen werd in Utrecht een "NK" gehouden. Een NK?...die term doet 
vermoeden dat het niet om cultuur, maar om sport gaat!   Maar dit betreft de edele
dichtkunst - de uit de VS overgewaaide vorm ervan: "poetry slam".

schreeuwen en boksen

Taal en Lichaamstaal bij de NK wedstrijden
© Foto Poëziecircus

geen blote bloezen of microrokjes, wel geschreeuw, gestamp, geloei...

De rivalen slaan het publiek en elkaar om de oren met hun teksten, geen effect wordt
geschuwd. Er wordt dus ook nogal eens geschreeuwd en op de man of vrouw gespeeld.
Het podium heeft het karakter van een boksring, wie niet néérgaat maar tot in de derde
ronde overeind blijft is de kampioen. Het kan ook zomaar zijn dat het ultrakorte rokje 
van een dichteres, of haar doorkijkbloes, tenslotte cruciaal is voor de uitslag. 
Massaal geschreeuw en gestamp op de vloer brengt geen regeringen ten val maar je fans
kunnen je er wel mee aan een slam overwinning helpen. De geldprijzen zijn bescheiden,
maar het is geen beletsel dat vervolgens onvermijdelijk de pleuris uitbreekt die tot de
volgende jaargang voortduurt. Zulke clubs kunnen dus met gerust hart ont-subsidieerd
worden zonder dat de kunsten eronder lijden. 
Deze regering vindt: de kunst die "zijn eigen broek niet kan ophouden" moet de andere 
kant op kijken. De aloude mecenas van stal voor de gaten in de financiering. 
Ze zijn wel consequent, dat moet gezegd. De sociale voorzieningen kortgeknipt zodat 
de rijken liefdadigheid kunnen plegen, de kunstsubsidie afgeknepen zodat diezelfde 
rijken mecenas kunnen spelen. De meeste rijken zitten bij de VVD of het CDA, kunnen
we op hen wel vertrouwen, je hoort ze nu alleen maar over economie en economie... 

>>>> 5 minuten chaos en een adhoc besluit - <<<<
een wanhopige presentatrice Neske Beks, speciaal ingevlogen uit Antwerpen
zoekt naar haar niet-bestaande overwicht tegenover een tumulteuze zaal Tivoli

Maar misschien kunnen we wel wat geld weghalen bij de rijke fondsen? Ik bedoel die
fondsen die de prestigieuze prijzen uitreiken aan kunstenaars, die door hun positie op 
de lijst van naamsbekendheid toch al over een modaal inkomen of veel hoger beschikken?
We zouden de prijzen kunnen uitreiken in de vorm van lauwerkransen zoals dat gebruik
was bij de kampioenen van de oude Grieken, dan blijft het prestige overeind. Want ook 
die gerenommeerde geldprijzen gaan met schelden en schimpen gepaard... 
Je zag het vorige week bij de P.C.Hooftprijs die aan Henk Hofland ten deel viel. Voor de
Volkskrantredacteur Chris Rutenfrans waren de druiven kennelijk erg zuur. Hij vecht zijn
persoonlijke vete in het Opiniekatern van zijn krant door te melden dat de P.C.Hooftprijs 
"is toegekend aan een nog levende dode schrijver, die al 20 jaar niet meer wordt gelezen".
Ook zou de winnaar dement of op z'n minst seniel zijn maar niemand van zijn collega's 
bij de Volkskrant heeft de moed om hem te zeggen dat het allang tijd is geweest om te
stoppen. Bij de Slegte worden zijn boeken nu uit de kelders opgediept. 
Ja, ja de schrijvende mens zit vol rancune, we zien het bijna dagelijks. 
Dus weg met alle geldprijzen, geef ze allemaal een lauwerkrans en bij inlevering van 
vijf kransen of méér een borstbeeld in het Letterkundig Museum. 

© John Zwart – 21 december 2010.


poeziëk circus 

Geef mij dichters die zich niet 
aan het oog van het vaderland 
onttrekken als zij in kringelen rook 
opgaan voor een volgekochte zaal 

zonder angst voor een valse tegenstem 
de acrobaat die klapvolk naar de mond 
praat of kaal slaat in de touwen als zijn 
of haar beschermengel de mat opstapt 

dat dichters met een keel van zichzelf 
aan de kant zijn gezet want het publiek 
moet ook wat met minderbedeelden 
‘t spraakvocht van woord- en goudzoekers 
hoe men spijkers op een laag water strooit 
en de weelde van ware dichters vernagelt 

© Frans Terken 09122010

 
   
 
   
Dichter Guillaume van der Graft overleden - we staan even stil bij een christelijk dichter - Bericht van John Zwart  geplaatst 26 november 2010
Zondag 21 november 2010 overleed in zijn woonplaats Utrecht een dichter die we 
kennen als Guillaume van der Graft. Als predikant ging hij als Willem Barnard 
(Rotterdam -1920) door het leven. 
Je zal maar doodgaan in de slagschaduw van Harry Mulisch, ben je dáárvoor negentig
geworden... Ze merken nauwelijks op dat je er niet meer bent. 
Hernehim Cultuur vindt dus dat we Guillaume van der Graft nog even in het zonnetje 
moeten zetten. Want naar zijn eigen zeggen genoot hij in literaire kringen maar een
bescheiden aanzien. 
Als tijdgenoot van de vijftigers maakte hij er toch geen deel van uit. Hij had ook geen
vrienden bij de Cobra-groep. Ze gingen hem in het afscheid van het leven allemaal vóór:
Hans Andreus, Lucebert, Bert Schierbeek. Van die oude kern is nu alleen nog Gerrit
Kouwenaar (1923) in leven. Zijn christelijke identiteit maakte dat hij teveel verschilde
van Lucebert, Vinkenoog of Kouwenaar. 
Guillaume van der Graft werkte in het verleden nog samen met Martinus Nijhoff en hij
had begin jaren vijftig contact met T.S.Eliot. Eigenlijk was van der Graft zo'n typische
dichter-predikant zoals we die in de 19e, begin 20e eeuw kenden. 
Hij bedreef iets wat hij zelf typeerde als "poëthotheologie" en debuteerde met een
verzameling gedichten onder de titel "exilio" in 1946. In totaal heeft hij een 20-tal 
bundels geschreven. 
Zijn creativiteit stond nog het meest in dienst van zijn werk als zieleherder: hij maakte
veel nieuwe psalmberijmingen en hij schreef 76 liedteksten voor het Liedboek van de
protestantse kerk. Vanaf 1998, toen hij deelnam aan de Utrechtse "Nacht van de 
Poëzie" maakte hij, reeds op leeftijd, een come-back na enkele inspirerende ontmoetin-
gen met jonge dichters als Ingmar Heytze en Ruben van Gogh. 
                         

                          Ds. Willem Barnard - Guillaume vd Graft 

Een voorbeeld van Guillaume van der Grafts poëtotheologie: 

Blijft de geheimtaal 

De engel der menselijkheid 
zal hij eenmaal op de kim staan 
zonder een uniform zonder een harnas aan 

en de armen uitgespreid 
moederlijk met een warmte van zon 
vaderlijk met geur van aarde 

tussen de sterren en het water 
blinkend aan de horizon? 

Guillaume van der Graft 
Uit: Verzamelde Gedichten. Uitgeverij De Prom, Baarn 1985 

 

 


Liefdesgedicht, ouder werk: 

Vervulling 

Zij is vervuld van mij; 
haar lichaam is gelukkig 
en haar geluk belichaamd. 

Ik leger mij opzij. 
Het mijne is te nukkig 
en een geluk dat zich schaamt 

mijn bloed en vlees te worden 
verdicht zich wel in woorden 
en die houden mij vrij: 

wanneer ik niet genoeg van 
haar houden kan, zij houdt 
alles van mij geborgen. 

Morgen is het weer vroeg, dan 
ontbijten wij getrouwd. 
Ontoegankelijk morgen. 

Uit: "Mythologisch" – 1950 

   
 
   
Dichterscafé Eijlders Amsterdam gonst van de poëzie en snelt op een jubileum af - Een verslag van John Zwart  geplaatst 22 november 2010

Er waren dit weekend weer veel podiumdichters op pad.
Gisteren Eijlders en 't Blijvertje in Amsterdam, in Zeist werd een prijs uitgereikt en 
verder weg bracht SKAC dichters en cabaretiers samen in Chaam - of (s)chaam als
je Pom wilt geloven. 
Voor mij Eijlders dus. Vroeg donkert het al in deze late zondagmiddaguurtjes. 
De wintersfeer komt al een beetje tot leven nu de kale takken van de bomen op het
Leidseplein al zijn ingepakt met ontelbare kleine lichtjes. De oostenwind is kil... de
mensen gaan graag naar binnen. 
Een behoorlijk grote opkomst. Het thema was wat moeilijk: 
"Denk je dat je de enige bent die over een bepaald onderwerp nadenkt en dat je
omgeving van die dingen geen notie heeft? Op persoonlijk vlak of breder verband, 
op maatschappelijk terrein? Misschien weet je van gedichten over zaken waar nog
niemand over schreef, behalve die ene dichter?" 

Ja, ja, daar schud je niet zo 1-2-3 de verzen voor uit je mouw. Maar zoals vaak
houden vele dichters zich daar ook niet aan, des temeer eer voor wie serieus werk
op zo'n zeldzaam thema meebracht. 
Mooie voordrachten van J.C. Aachenende - die afgelopen week nog schitterde in de
'Salon der Verzen' op Frankendael - van Joop Scholten, van Aurora Guds en een
onbekende Britse dichteres. 
En een debuut van 't bekoorlijke meisje Rosa Veltman, maar één gedichtje mocht
ze, maar die komt wel weer terug.
Wie vandaag terug was na lange afwezigheid: Jako Fennek, die een ontmoeting
beschreef die hij had met onze majesteit, incognito op een openbaar bankje zomaar
ergens in de stad. Het poëtisch element van het rendez-vous: haar hoed met bloemen
waaromheen de bijen zoemden.

Een debuut is altijd een roos waard 

Grappige bijdragen van Martin van de Vijfeijke, dus de lach deze middag ook weer
verzekerd bij zijn 3 variaties op de stofzuiger van Simon Vestdijk, met als toegift: 
de meteoriet van Harry Mulisch die nu eeuwig door de hemel zwiert. 
Slotzinnen van Martin in het laatste gedicht op Vestdijk de veronderstelde uitspraak
van Vestdijks vrouw: "simon....SIMON....SIMON ! / ben je nu eindelijk eens klaar 
met die roman !! / ik moet stofzuigen !!! 
Dichter/barman Ron Offerman overtrof zichzelf met het mooie ingetogen gedicht
"Bickerseiland", een nostalgische indruk van het vroegere oude havenkwartier rond
het Westerdok. Mij uit het hart gegrepen, hoe vaak ben ik daar niet langsgefietst,
over de Westerdoksdijk toen er nog kinderhoofdjes lagen tussen de kriskras sporen,
ontelbare malen van het Centrum naar de Hemweg en terug. 

"Midlife crisis 

Waarom werd ik nooit ouder 
dan pakweg achttien 
terwijl de tijd weigert stil te staan 
Het gat 
waarover ik heen en weer spring 
wordt steeds breder. 

Wanneer val ik erin?" 

"...De treinen reden over de dijk en/ het gebouw van machinefabriek Jonker/ stak 
hoog en donker boven mij uit..."
De mooiste regel "Niets kwam er ooit nog terug"
naar het slot toe, dat de essentie samenvat. 
Zelf heb ik mijn werk nagespeurd op ongebruikelijke thema's. Op één punt kwam 
ik enkele gedichten tegen vanuit de blik op het verval van het eigen lichaam. De 
enige dichter waarvan ik weet dat die zich daar een hele bundel lang mee bezig
hield is de Zuid-Afrikaanse Antjie Krog. In Eijlders lees ik dus als themawerk een
'vervalgedicht'. Een voorbeeld ervan hiernaast  (die overigens niet in Eijlders heeft
geklonken).


Een beetje zelfspot mag toch niet ontbreken bij zo'n zwaarmoedig onderwerp. 
Ik lees ook nog een gedicht uit de tijd dat Geert Wilders nog op de middelbare 
school zat en nog niet droomde van een PVV, toen gesluierde meisjes nog niet 
bevrijd hoefden te worden:
"Oriëntaal". Tenslotte een gedicht over "Discriminatie". 
Gewaagd en confronterend, maar het valt gelukkig allemaal goed. 

Presentator Paul Lokkerbol besluit de middag/avond met een mededeling en een
oproep: 
Cafe Eijlders gaat volgende maand een jubileum vieren, het bereikt dit jaar de
respectabele leeftijd van 70 jaar. Men wil dat op een bijzondere manier markeren
met de uitgave van een éénmalige bundel van 70 gedichten: Eijlders 70 jaar. Van
elke dichter die in Eilders voordroeg – en dat zijn er toch minstens zeventig,
waarschijnlijk meer – één gedicht. 
Let op Eijlders dichters: je bijdrage moet vóór 1 december binnen zijn. En de heren
Lokkerbol en Offerman zouden het niet bestaan om nog eisen te durven stellen ook:
"Wij stellen dus de vraag:
Speelt leeftijd nog een rol ? Word je ouder of blijf je jong ? Welke zaken spelen 
daarbij mee ?"
Correspondentie eijlders@msn.com  

(C) John Zwart – 22 november 2010 

Café Eijlders, bij het Leidseplein 
Korte Leidsedwarsstraat, Amsterdam 

Van september t/m mei, Elke derde zondag van de maand:
Dichtersmiddag vanaf 16:00uur . 

 
   
Het Nederlands Letterkundig Museum - Een bezoekje van Anneke Wasscher aan Den Haag, en ook des Graven Haeghe  geplaatst 14 november 2010

Het Letterkundig Museum en de Koninklijke Bibliotheek: 
Het geheugen van Nederland. 
Dinsdag t/m vrijdag 10-17u zaterdag en zondag 12-17u. 

Mijn kennismaking met 't geheel vernieuwde letterkundig museum in Den Haag ! 
Het is verre van muf of bedompt, een associatie die je zou kunnen krijgen bij een 
dergelijk museum. Het ademt licht! 
In de lente van dit jaar is het, na een grote renovatie - waarvoor architect Herbert
van der Bruggen uit Amsterdam tekende - heropend in een prachtig doelmatig 
gebouw. Door eregast Harry Mulisch, een heel goede reden om nu toch eens een 
kijkje te gaan nemen. 
Het blijkt uitstekend bereikbaar, de ligging aan het Prins Willem-Alexanderhof 
is vlakbij het NS Centraal Station van Den Haag. 

Het kleine gezelschap waarin ik verkeer bestaat uit drie generaties en waaiert 
meteen uit: iedereen wil op zoek naar zijn/haar favoriete schrijver. 
Ik laat me eerst verrassen door de prachtige Nationale Schrijversgalerij
geschilderde en gebeeldhouwde portretten van 500 schrijvers en dichters, van 
Louis Couperus tot Toon Tellegen. 
De boeiende personages op linnen kijken me veelkleurig aan. 

Vandaag probeer ik de mens achter de schrijver te zien. 
Het wordt een feest van herkenning: Jan Wolkers, Jan Cremer (natuurlijk op zijn
motor), Rutger Kopland, Tsead Bruinja, Neeltje Maria Min, Willem Frederik 
Hermans, Jan Siebelink, Hella Haasse, Driek van Wissen, Adriaan Roland Holst. 
Zomaar een greep uit velen. ..
Een elfjarig jochie pakt mijn arm in het voorbijgaan: "Heb je Anne Frank gezien?" 
Ik wijs naar het lachende meisjesgezicht tussen gebeeldhouwde oude koppen. 
"Dan is ze toch wel heel belangrijk." zegt het kind. 
"Dat wisten we toch," zeg ik met een knipoog. 

Het vernieuwde Letterkundig Museum - Den Haag 
  ©
Foto Netty Mamahit - Architectenweb - f2B Architecten bna

Klik hier voor een eerste bezoek vóór de officiële heropening:
Carry Slee en Wim Brands maken voor  KunstUur van de Avro
een rondgang langs de portretten van Jan Arends en Bomans,
langs het handschrift van Nescio en de stofzuiger van Vestdijk 


Het Pantheon is een openbaring. Daar kunnen we een selectie van honderd 
dode schrijvers vanaf de middeleeuwen tot in deze eeuw bekijken. 
In chronologische volgorde schuiven we langs hun beeldschermen. 
We krijgen portretten te zien, filmpjes, maar horen ook gedichten en verhalen.
Het eerst kies ik Vasalis. Waarom? 
Haar poëzie spreekt me aan. Zij gaf slechts drie gedichtenbundels uit, daarna ver-
scheen er nog één postuum. Ik zie en hoor hoe ze gelauwerd wordt door een nog 
jonge Ed Nijpels. Natuurlijk was ik al op de hoogte dat ze haar gezin en beroep 
(psychiater) altijd voorop stelde. Nu zie ik in een filmpje hoe ze zich beweegt en 
ik hoor haar een gedicht lezen. De verteller verklaart dat het in haar poëzie vaak om
een natuurindruk gaat, gevolgd door een bespiegeling. 
Ik kijk naar een fragment van het toneelstuk van Joost van den Vondel: de "Gijsbregt
van Amstel", theater dat al in 1638 voor het eerst werd opgevoerd - maar neem ook 
kennis van het feit dat hij werd onterfd door zijn moeder: omdat hij veranderde van 
geloof van doopsgezind naar katholiek. Interessante wetenswaardigheden. 
Net zoals het feit dat aan de dichter Lucebert (debuut in 1949) in de jaren vijftig een
prijs werd onthouden omdat hij bij de officiële gebeurtenis als een "keizer" verkleed
verscheen... 
Er is filmmateriaal te zien van het privéleven van de dichter Herman Gorter uit de tijd
dat hij op bezoek was bij de familie Clinge Doorenbos in 1926. Oude tijden herleven
voor mijn ogen. 
Ik loop van de dichter Guido Gezelle, dichter/priester uit de negentiende eeuw (van
wie ik ooit het "Schrijverke" uit mijn hoofd leerde) naar Anna Bijns (eerste gedichten-
bundel uit 1528). Deze dichteres mocht vanwege haar vrouw zijn geen lid worden van
de Rederijkerskamer. Maar door haar bijzondere prestaties kon ze niet genegeerd 
worden. 
Ik sta stil bij het gedicht "Egidius waer bistu bleven" (anoniem), getoond op een 
maagdelijk witte muur. Even droom ik weg naar mijn middelbare schooltijd, toen 
mijn leraar Nederlands die woorden zo gevoelig voordroeg. 

Letterkundig Museum - De portretten van de Nationale Schrijversgalerij 
© Foto Lodewijk Duyvestein (LM) 

Het museum exposeert ca. 350 geschilderde portretten en 
ca 150 gebeeldhouwde koppen en bustes in een permanente tentoonstelling


Letterkundig Museum - Pantheon
Een permanente video presentatie van 100 dode schrijvers en hun handschriften  
© Foto Lodewijk Duyvestein (LM)

Het Letterkundig Museum heeft een boek uitgegeven met kleurenafbeeldingen van 
alle ca. 350 geschilderde portretten, het is in de museumwinkel te koop.
Ook geeft het Museum een glossy tijdschrift uit "Letter", ook in de museumwinkel. 
"Letter" is eigenlijk een afspiegeling van het Pantheon, maar dan op papier. 
Beide uitgaven zijn ook online te bestellen via de website
Op dezelfde locatie wordt in december 2010 het Kinderboekenmuseum geopend. 
Aanpalend aan het Letterkundig Museum bevindt zich de Koninklijke Bibliotheek. 

Letterkundig Museum en Koninklijke Bibliotheek: het Nationaal Geheugen. 

 


Opnieuw kom ik Vasalis tegen. Nu bij de verzameling handschriften. Haar gedicht
"Appelboompjes" schreef ze op een receptbriefje. Dichterbij haar dagelijkse leven 
kan niet. Ouder is een brief uit 1881 van Vincent van Gogh aan zijn broer Theo. 
Geïllustreerd met prachtige tekeningen over het boerenleven. 
De weemoed grijpt me even wanneer ik denk aan het digitale tijdperk waarin ik zelf 
leef. Wanneer heb ik voor het laatst een echte brief ontvangen? 
In een brief uit 1884 van A.L.G. Bosboom Toussaint aan Busken Huet beklaagt zij 
zich dat ze niet aan schrijven toekomt door de onrust die de grote schoonmaak met 
zich meebrengt! 

Het verstrijken van de uren dwingt me verder te gaan naar de parafernalia 
(voorwerpen die ooit aan dichters en schrijvers hebben toebehoord). 
Ik kijk in het fotoalbum (1928) van Renate Rubinstein en bewonder de broche die 
minnaar Simon Carmiggelt haar ooit cadeau gaf. 
Zonder dit museum had ik nooit geweten welke kamerjas Jan Slauerhoff zo graag 
droeg en op welke typemachine Simon Vestdijk zijn meesterstukken voltooide. 

"Schrijven houdt de dood op afstand." is een uitspraak van Charlotte Mutsaers, 
die in een andere vorm ook weer werd gebruikt door Marita Mathijsen bij de 
uitvaart van Harry Mulisch. Ik schrijf dit origineel snel even op een papiertje, om 
te onthouden. 
Mijn gezelschap vindt het inmiddels wel genoeg. Ik koop in de Museumwinkel 
nog even het tijdschrift "Letter", ook alweer met feitjes zoals in het Pantheon, 
ik lees dat Jan Siebelink ("Knielen op een bed violen") altijd wanneer hij Den Haag
bezoekt even neerstrijkt in "Hotel Des Indes." Ik pak de elfjarige bij de hand. 
De woorden van Anne Frank leerden mij ooit dat vrijheid de moeite van het 'vieren'
waard is! 
"We gaan nu in een heeeel mooi hotel een gebakje eten!" 
En ik beloof mezelf dat ik nog een keer terugga naar het Letterkundig Museum, 
alleen. Op mijn gemak, een hele lange middag. 

© Anneke Wasscher 

 

 

 
   
1927-2010 Harry Mulisch R.I.P. - Harry Mulisch bijgezet in de literaire historie - geplaatst 10 november 2010
Een flamboyante figuur naar Nederlandse begrippen, en Nederlanders zijn over
het algemeen niet zo gek op typen die zich een verheven stijl aanmeten. Toch is
er een verzachtende omstandigheid, die hen geldt die niet uitsluitend met zichzelf
ingenomen zijn, maar ook zelfspot vertonen. Dit gaat duidelijk op voor Harry Mulisch
de Nederlands-Oostenrijkse schrijver die zich weliswaar met de ganse aardse 
schepping én het heelal bezig hield, maar ook een echte Amsterdammer was. 
Grachtengordel, soit, maar wel aan de stad verknocht. 
Jaren geleden, na de voltooiing van 'De ontdekking van de hemel', zou hij al 
beweerd hebben dat de Nobelprijs voor de Literatuur hem nu eigenlijk wel eens
behoort toe te vallen, een uitspraak die door pers en vijanden - ja die had hij 
natuurlijk - zo vaak is herhaald, dat de schijn ontstond dat hij voortdurend sprak
over zichzelf als de potentiële Nobelprijswinnaar.  Maar een andere uitspraak 
over zijn betekenis in de wereld en de letteren luidt: "Ach, ik heb een aantal 
boeken geschreven, en dat is alles",
en ook: "iedereen moet dat doen waarin hij 
goed is". 

Ook zijn kunnen als schrijver relativeerde hij met de uitspraak: "Dat is een talent 
dat je hebt gekregen, om dingen op te kunnen schrijven. Veel mensen hebben 
dezelfde aandrang maar kunnen dat niet onder woorden brengen, omdat ze dat
talent missen. Zo zou ik bijvoorbeeld willen schilderen maar ik kan dat niet".

Om zijn ijver, waarmee hij gewerkt heeft aan zijn oeuvre, zo'n 65 uitgaven - romans,
verhalenbundels en geschriften - hoeft hij ook niet aanbeden te worden, want, zo 
zei hij: "Mijn hele leven heb ik alleen maar gedaan waar ik zin in had".
    

     Harry Kurt Victor Mulisch (Haarlem 29 juli 1927), 
     gestorven temidden van zijn familie en vrienden op 30 oktober 2010



Harry Mulisch kijkt ons aan vanaf de gevel van de Stadsschouwburg op
zijn uitvaartdag. ©
Foto NOS Journaal 

Ruim een jaar geleden, in september 2009 verscheen abusievelijk op 
NOS teletekst het bericht dat de schrijver zou zijn overleden. Reden voor
VARA DWDD Matthijs van Nieuwkerk hem te vragen voor de uitzending 
van 7 september vorig jaar - die hier  HIER nog uit het archief te zien is. 
Als u voetbalhater bent kunt u de eerste 5 minuten overslaan voor 10 min.
van een sprankelende Mulisch. Nog altijd even gevat wist de 82 jarige de
amicale van Nieuwkerk van repliek te dienen. 
De opvatting van Harry Mulisch over de verschrikking van eeuwig leven 
deel ik in volle overtuiging.  

Zijn exhibitie van "bijna goddelijkheid" zou zijn hoogtepunt hebben gevonden in 
de uitspraak: "Dat ik sterfelijk ben moet eerst maar eens bewezen worden"
Dat tot nu toe iedereen eens sterft zou niet betekenen dat dit onmogelijk ook
eens iemand niet zou kunnen gebeuren - dat hij, Harry Mulisch, als eerste mens 
niet sterfelijk zou blijken te zijn. Maar als je het beschouwt in verband met de 
kwaadaardige maagkanker die hem trof - waarbij zijn maag in zijn geheel moest
worden uitgenomen en hij die aanslag op zijn voortleven overwon - zou je kunnen
zeggen dat hij in die fase van zijn leven werkelijk even onsterfelijk is geweest. 
Marita Mathijsen, emeritus hoogleraar Nederlandse Letteren sprak vandaag, op
6 november tijdens de uitvaart in de Stadsschouwburg ook over die onsterfelijk-
heid-uitspraak: "De dood is democratisch en treft toch iedereen zonder aanzien
van de persoon. De dood heeft nu bewezen dat Harry Mulisch sterfelijk is. Maar
het geschrevene is de overwinning op de dood. Hij leeft dus nog steeds in zijn   
werk, dat we altijd kunnen blijven lezen".
Ammerlaan, uitgever van de Bezige Bij; Mulisch' Duitse uitgever; Van der Laan,
burgemeester van Amsterdam; Kitty Courbois; Marcel van Dam, van de vrienden-
club en de beide dochters Frieda en Anna spraken mooie teksten, hoe kan het 
ook anders. Ik weet bijna zeker dat Harry met een glimlach om de lippen in zijn
vurenhouten kist lag. 
"Ik ben de tweede wereldoorlog", ook zo'n uitspraak die gemakkelijk als groot-
spraak kan worden aangezien. Maar je zal maar het product zijn van de liefde
van een Oostenrijkse nazi-collaborateur en een Duits-Belgisch-Nederlandse 
Joodse moeder. 
De splijting tussen 'goed' en 'fout', tussen dader en slachtoffer, liep dwars door
zijn eigen persoonlijkheid. De nadering van de gruwel uit het oosten scheidde
zijn ouders. De oorlog en de gevolgen ervan zijn duidelijk een rode draad in zijn
werk dat hij zelf als een samenhangend geheel ziet. 
Er zijn vele interviews opgenomen en op deze uitvaartdag krijgen we diverse
fragmenten te zien. We horen een uitspraak die beklijft. Als kind was hij met de 
Duitse huishoudster in Berlijn in de Tiergarten, daar raakte hij verdwaald in het 
Labyrint. Volgens zijn zeggen ontstond zo het eerste besef van zijn levensdoel, 
de benauwenis beheersen door de dingen te doorvorsen en verklaren. 
Het kan worden gezien als de kiem van zijn schrijverschap. 

Afstandelijk en toch empatisch, een contradictie. 
"Niet uitnodigend tot knuffelen", zo omschrijft vriendenclublid Marcel van Dam het, 
maar dat is het toch niet helemaal. Zo'n 'heer' in keurig kostuum, sjiek pochetje, 
pijprokend, vlieg je niet gauw om de hals maar met dieren had Harry Mulisch wél 
een lijfelijke band. Misschien omdat hij ze als geweten-loos en daarom als de enige
schuldeloze wezens zag: hij knuffelde met de kat, hij zoende met zijn hond en was
een bewonderaar van paarden. 
Dochter Frieda maakt op mij de meest authentieke indruk, haar verdriet is zichtbaar
en zij weet het nauwelijks te beheersen, maar toch wil ze haar tekst lezen al gaat 
het eerst moeilijk. Ontroerend steunt haar de eigen dochter. Frieda zag nooit de 
beroemde schrijver, zij zag haar vader. Nu treurt ze om haar verlies van hem en 
bemerkt plots dat daarbij "iedereen toekijkt".
Toch heeft ze het wel stoer gevonden dat het bericht van zijn overlijden in een speciaal
nieuwsbulletin werd uitgezonden, en dat de Volkskrant wel acht pagina's aan hem 
besteedde. Dat gaf een nieuw besef, het leek alsof het haar had verrast. 
Zij karakteriseert precies hoe zij haar eigen verdriet "gewoon om haar vader" beleeft.
Ze maakt ons deelgenoot van herinneringen aan een vader die zielsveel van zijn doch-
ters hield. Bij schoolwerk kon ze altijd met haar vragen bij hem terecht: hij kwam dan
met een heel exposé, hij wist álles. En hoe hij naar zijn dochters kijken kon, vol trots:
"Zelf gemaakt". Hoe ze samen in Jeruzalem waren en een briefje hadden gestoken in
de klaagmuur: "God zet hem op!" Ze verhaalt van een bijna baldadige vrolijkheid. 
Ze legt haar tekst op de kist en breekt...
Later, op Zorgvlied is zij ook degene die haar snikken niet inhoudt. 

De laatste gang over Zorgvlied 
© Foto Klaas Koppe - Literatuurblog 

Harry Mulisch debuteerde in 1952 met de roman "Archibald strohalm",
waarmee hij naar de Reina Prinsen Geerlingsprijs dong. Het manuscript
leverde hij op de late avond van de sluitingsdag in. 
En hij won, op 25 jarige leeftijd als jong talent. de Bezige Bij gaf hem uit, 
al zijn volgende werken zouden door dezelfde uitgever worden uitgebracht.

De bekendste overige romans zijn:
Het stenen bruidsbed
De aanslag* 
De zaak 40/61 (non fictie)
Twee vrouwen* 
De ontdekking van de hemel* 

Drie daarvan werden verfilmd* 
Na de Reina Prinsen Geerlingsprijs volgden nog talloze andere literaire prijzen. 

Een kosmopoliet, oneindig vele vertalingen van zijn werk, maar toch een 
Amsterdammer zoals Van der Laan terecht opmerkt. Tweeëndertig jaar op 
hetzelfde adres aan de Leidsekade op kuierafstand van het Leidseplein, de plek 
waar 'alles' gebeurt, in de stad waar Mulisch zich duidelijk het best thuisvoelde.
Een kosmopolitische stad met toch ook nog altijd de sfeer van een joods verleden.
Want in zijn afscheid van deze wereld toont Mulisch zich echt de Jood die hij in
wezen ook is: geboren uit een vol-joodse moeder. Zijn kist wordt nergens gereden,
aan de Leidsekade en op het Leidseplein zowel als op Zorgvlied wordt hij steeds
op de schouders gedragen. Telkens de gehele weg met een Klesjmer orkestje
voorop, dat Jiddische treurmuziek speelt. 
De hand in wonderen, die Mulisch lijkt te hebben in zijn boeken, kan ook in zijn
laatste gang nog worden vermoed, want boven de Amstel prijkt een prachtige 
regenboog tijdens de korte vaartocht van de Leidsekade naar de Amsteldijk.
Weinig woorden daar, de regen stroomt, de kist zakt...
Allen mogen een schepje zand op het deksel gooien, iemand gooit nog een bos
witte rozen in het open graf, dochter Anna neemt het schepje niet aan, met beide
blote handen graaft ze in het zand... Harry Mulisch R.I.P. 

"Ik ben een groot schrijver, daar helpt geen moedertjelief aan".

© John Newswatcher - 6 november 2010. 

 

 
   
Een protest van dichter Baban en een reactie van Hernehim Cultuur - een spijtbetuiging van Baban Kirkuki ontvangen 30 oktober - geplaatst 31 oktober 2010

Beste collega dichters, 

Als een dichter had ik de droom om stadsdichter te worden van Utrecht. Dit is
nu niet meer mogelijk. Ik was teleurgesteld en boos en doordoor heb ik impulsief
een persbericht verstuurd. Het spijt me als ik jullie hiermee pijn heb gedaan.
Dit is zeker niet mijn bedoeling. Ik wil juist deel uitmaken van deze poëziestad.
Samen met jullie dichters de stad verrijken. 
Ik las in het AD artikel van Ingmar Heytze dat een professioneel dichter met twee
bundels op zijn naam zich kan aansluiten bij het Utrechts Dichtersgilde. 
Deze kans spreekt mij ook zeker aan! 

Toen ik vluchtte uit Irak wist ik niet dat Nederlands mijn nieuwe taal zou worden.
Ik heb de taal eigen gemaakt en ben blij dat ik nu in mijn nieuwe taal mijn
gedichten met mensen kan delen. Ook met jullie. Ik wil geen conflict, maar een
dialoog. 
Ik hoop dat mijn boodschap een brug slaat naar jullie en wij met zijn allen een
positieve energie laten stromen in het lichaam van Utrecht. 

Het allerbeste,
Baban 

 


Baban en Ingmar - samen in de Kargadoor - © Foto Hernehim Cultuur

 
   
Ode aan de vertraging - een overdenking in het kader van het thema van oktober "stilte - verstilling" - door Annette Reinhoud - geplaatst 26 oktober 2010

Ik meen dat ik deze prachtige titel een keer uitgebeeld heb gezien in een ballet van 
Hans van Manen, waarin het illustere duo Alexandra Radius & Han Ebbelaar in 'slow
motion' schitterend recht deden aan een fenomeen dat inmiddels lijkt uitgestorven.
Ballet is bij uitstek een geschikte manier om de menselijke beweging van een diepe
schoonheid te voorzien waarbij de vertraging extra bewondering afdwingt voor de
lichaamsbeheersing van de dansers. 
In deze perfectie huist tegelijkertijd ook het drama, omdat schoonheid om de schoonheid
niets wezenlijks meer toevoegt. Zoals het licht bestaat bij de gratie van het donker is 
harmonie een schommelend evenwicht. Niets is statisch. Er is altijd een vorm van 
beweging nodig om zowel tot rust als tot bloei te geraken.
Om lekker te kunnen slapen moet je eerst moe zijn. Eten doe je omdat je honger hebt.
Drinken om de dorst te lessen. 
Genoeg is dan ook genoeg en alles wat teveel is verwordt tot ballast. 

De niet aflatende stroom aan groots opgezette theaterproducties van musicals, ijs- en
andere shows met grote dansgezelschappen, popartiesten met hun videoclips, waarin
alles perfect getimed is, die in alle kleuren van de regenboog met ik weet niet hoeveel
lichteffecten tot uitvoering worden gebracht, zien er allemaal even gelikt uit. De respons
van het opgezweepte publiek is navenant: uitzinnig, luidruchtig en ongeremd.
Grootser dan groots, harder dan hard, het moet van alles beloven dat het nooit meer 
waar kan maken, want wat er over blijft is gebakken lucht: de illusie van perfectie 
genadeloos ontrafeld. 
Het schreeuwt letterlijk aan alle kanten om het tegendeel. 

Rust, ruimte en stilte…zij behoren tot de ondergeschoven kindjes van de huidige tijd, 
die niet hoeven te rekenen op enige consideratie van degenen die juist daaraan hun
bestaansrecht en levensvreugde ontlenen. 
De schreeuw om werkelijke aandacht vindt zijn gehoor niet in de buitenwereld. 
En alles wat daarin is weg geslingerd moet evenredig weer naar binnen gehaald worden.
Het bevat immers het zaad en de voeding voor onze hartenkreten en zielenroerselen, 
waarmee opnieuw de kans geboden wordt de harmonie te herstellen. 
Zo wordt zoeken vinden en leidt onrust tot tevredenheid. 

Ballet "Twilight" Alexandra Radius en Han Ebbelaar 
© Foto Copyright Nederlands Theater Instituut 

Een oefenopname van dit ballet met pianobegeleiding
is gemaakt op het Shell Terrein Amsterdam Noord en
 is te zien op deze link.

 

 
Als alle televisie en filmbeelden die zo pijnlijk snel op ons afgevuurd worden en alle 
zinloos harde geluiden die dat nog eens moeten versterken in de vertraagde versie 
kunnen worden uitgezonden, snapt het publiek misschien iets van de beoogde 
bedoeling van de makers. 
Dat kan dan zowel betekenen dat er niets meer overblijft van de inhoud, omdat die er 
in wezen al helemaal niet was, als ook dat de kwaliteit van het gebodene ineens 
ontroerend mooi en aangenaam diep het hart binnenkomt. 
Pareltjes van de laatste soort zijn er gelukkig nog wel en zijn dan ook gestoeld op 
het uitgangspunt: minder is meer. 

Oude uitzendingen worden nu meestal als traag en saai bestempeld, maar die 
kwalificatie geschiedt slechts op basis van de huidige heftigheid en snelheid. 
Over een aantal jaren wordt deze tijd hopelijk als agressief en oppervlakkig genoemd. 
Deze ode aan de vertraging pleit voor de harmonieuze middenweg. 

©  Annette Reinboud 

 

 
 
Over het nut van 'geloof in het leven' - bij de grote reddingsoperatie in Chili van 13-14 oktober - Impressie  van John Zwart - geplaatst 21 oktober 2010


Deel 1 – Levend begraven en gered.

Het ziet ernaar uit dat ik mijn dag-nacht ritme helemaal in de war heb geschopt. Want ik
stond wel vier uur later op dan gewoonlijk en was toch niet uitgeslapen. Gisteravond
namelijk eerst nog even gekeken naar P&W voor het verhaal van Ingrid Betancourt. 
Toen zag ik in de aftiteling dat tegen twee uur de eerste Chileense mijnwerker uit de
benarde diepte de buitenlucht weer zou bereiken met de noodlift. 
NOS live liet gedurende de hele nacht een directe beeldverbinding op internet stromen.
Meestal val ik toch pas rond half twee in slaap, daarom dacht ik: "dat wil ik toch wel
meemaken als die eerste kerel uit dat kooitje stapt - als een beertje uit zijn hol van
onvrijwillige winterslaap, diep in de korst van moeder aarde, zes-zeven Utrechtse dom-
torens op elkaar gestapeld onder het maaiveld." 

Wel even wat anders dan geregisseerde emo-tv. Hier zijn kale puur menselijke emoties
aan de orde. Al is er weinig actie tóch blijf je kijken: 
Het ronddrentelen van al die kerels met witte helmen in rode veiligheidsvesten rond die
stalen kegel die daar als een vis aan de lijn boven dat diep-diep-diepe gat in de grond 
hangt – en dan weer een camerapositie in de grote tent met allemaal vrouwen en een 
paar, heel weinig, grote kinderen. Het valt meteen op hoe jong de meeste van die 
vrouwen zijn, prachtige jonge Chileense meiden, voortdurend met een brede lach op hun
gezicht. Naar elkaar toe maken ze telkens grappen, ze schateren soms, terwijl ze daar
toch al veel langer dan 24 uur op die kale kille nachtelijke berg bivakkeren. Ze kunnen
nauwelijks een paar minuutjes hebben geslapen. Ze geven elkaar lekkere hapjes door.
Geen spoor van uitputting, ze leven duidelijk op de adrenaline in hun bloed. 

estamos bien 
en el refugio
los 33 

De tekst van het verlossende briefje dat na 17 dagen 
met de proefboor naar boven kwam:
"het gaat ons goed, we zijn alle 33 in de vluchtruimte".

 

het duurt al drie weken 
en het geluid houdt maar niet op 
maar een tunnel is te lang 
en de andere stopt halverwege 

gedicht van de mijnwerker Victor Zamorano.

             

Geen geregisseerde emo-tv, hier zijn kale puur menselijke emoties aan
de orde. De stemming onder de vrouwen samen in de tent is fantastisch.

© Foto copyright deMorgen.be  

 

Intussen komt het bericht dat de voorbereiding (er wordt eerst een arts naar beneden
gelaten) langer duurt. Lichamelijk onderzoek bepaalt de volgorde van vertrek. Door 
deze vertraging zal de eerste mijnwerker rond de klok van tien uur – drie uur 's nachts
Nederlandse tijd – boven aankomen... 
Je kijkt naar de opwindkabel, telkens weer stokt het geleidingswiel even, er wordt 
gevierd en dan weer opgehaald, en dan wéér stop. Om het gelukkige slot van deze
bijna-tragedie mee te maken moet nog heel wat langer gewacht worden... Het wordt
uiteindelijk niet drie uur, ook niet vier uur, maar nóg veel later... 
Maar al die wachtenden nemen het zoals het valt en de gezichten blijven vrolijk. En ik
blijf kijken. Naar een lifttoren, een opwindmachine, naar een rond gat in de grond met 
het formaat van een rioolput deksel, naar een stilstaand en dan weer even draaiend
geleidingswiel, naar rondlopende gehelmde mannen met "Chile" op hun rug, naar een
gehelmde jonge vrouw met lange blonde haren, die rondloopt met een andere jonge 
vrouw met prachtige lange zwarte krullen. Dat moet de vrouw zijn van de eerste die 
naar boven gehaald wordt. 
Er is geen commentaar, wel achtergrondgeluid. Kijkend begrijp je dat de blondine in
het witte jack een begeleidster is, die deel uitmaakt van het reddingsteam. Zij biedt 
steun aan het thuisfront. 
De lier draait en draait maar door, dan vertraagt het opwikkelen van de lange, lange
staaldraad op de trommel. Langzaam komt de capsule de laatste meters boven de
aarde omhoog. Iedereen dringt samen rond het boorgat, een dozijn gehelmde mannen
in hun rode jacks, vooráán staan een paar man met "RESCUE" op donkere jassen. 
De twee vrouwen staan wat terzijde terwijl het deurtje wordt geopend, de passagier 
wordt zijn helm met mijnwerkerslamp afgenomen. Hij krijgt een zonnebril opgezet 
tegen de felle bouwlampen, en dan de helm weer terug op zijn hoofd. 
Pure vreugde breekt los als de opmerkelijk fitte man al zijn redders omhelst en 
bedankt. Er wordt geklapt, gezongen, gescandeerd! 


Eindelijk vallen man en vrouw elkaar in de armen en versmelten een minuut lang...
Eigenlijk moest daar geen camera bij zijn, zo voelt het. Maar doordat er wèl camera's
bij zijn kunnen wij dat toch meebeleven, dat is het eeuwige dilemma. We beleven de
oervorm van levensvreugde vanuit de bijna-confrontatie met de dood, als tegenwicht 
voor alle ellende die de tv ons dagelijks voorschotelt. 
Als je bedenkt hoe ruim twee maanden geleden al die vrouwen, die families, een 
bijna-zeker doodsbericht moesten ervaren, hoe ze desondanks meer dan twee weken
op de been bleven met alleen een sprankje hoop: 
"misschien lééft hij tóch nog, daar diep onder de grond. Laten ze hem tijdig vinden..."
Dan krijgen ze het ongelooflijke bericht "we zijn alle 33 in leven en maken het goed",
dat bovenkomt, aan de boorkop vastgebonden. 
En vervolgens steeds maar wachten, week na week. 
Geen wonder dat die vrouwen, net als hun mannen in de mijn, niet hebben geslapen
deze laatste dagen, hun lichamelijke klap komt nog, zodra de adrenaline stopt. 
Gelukkig zijn ze bijna allemaal jong, sterk.
Ze redden het wel, de Chilenen zijn een taai volk, alle Zuid-Amerikanen trouwens. 

©  John Zwart – 13 oktober 2010 

 

Eindelijk vallen man en vrouw elkaar in de armen en versmelten 
We zijn voyeurs bij een oer-levensvreugde na confrontatie met de dood 

© Foto copyright deMorgen.be  

De laatste nacht nog op 700 meter diepte, mijnwerker-dichter Victor Zamorano

© Foto copyright deMorgen.be  

Deel 2 – Vertrouwen dat de angst verdringt. 

Die positieve stemming onder die vrouwen allemaal samen in die tent op een kale 
bergrug in de Andes is werkelijk fantastisch. En als 'live' beeldscherm-kijker geniet ik
er een beetje van mee... je verbeeldt je dat je kunt voelen wat zij voelen. Zo goed als
de veerkracht van die vrouwen, zal de gedachte áán hun vrouwen die kerels daar 
beneden moed en uithoudingsvermogen hebben gegeven. 

Na mijn ochtendrust kijk ik weer verder. In de herhaling zie ik nu ook beelden van 
beneden in de mijn: want een paar dagen geleden is er een camera omlaag gelaten
en vaste lampen die ze aan het "plafond" van hun ondergrondse gevangenis konden
bevestigen. Zo kan men boven alles zien wat zich in de diepte afspeelt. Ik zie in de
herhaling hoe de "capsule Fenix-2" beneden arriveert en de eerste man, na een 
afscheid instapt. Hoe hij onder applaus van zijn collega's door het gat in het "dak" 
uit het oog verdwijnt. 
'Live' zie ik de aankomst van 'nummer 16', Daniel Herrera, een vrijgezel van 27 jaar
die wordt opgewacht door zijn moeder. Een roerend weerzien tussen een moeder 
en haar zoon. 
Het spontane gejuich, geklap en geroep is al tot zich herhalend ritueel geworden. 
Het applaus begint al zodra de voortschuivende wijzer het 100m punt passeert, dan 
is er al stemcontact mogelijk met de man in het gat. Als het deurtje wordt geopend
klinkt een yell: CHILE! Chi-chi-chi le-le-le!!  - Het zal nog 17 keer klinken.

Intussen zijn de eerste mannen alweer veilig thuis. Er is een interview met een mijn-
werker naast zijn vrouw gezeten op de bank, links en rechts van elk zit een kindje, 
met z'n viertjes knusjes samen. De man spreekt heel verstandige woorden: "ga ons
niet als artiesten of journalisten benaderen". Ik denk dat hij eigenlijk bedoelt: 
maak geen popartiesten van ons die je overal achtervolgt. 
"Ik ben een mijnwerker en zó moeten jullie ook naar mij kijken".  
Toch overweegt hij zijn beroep te eindigen. Hij is veertig jaar. Zijn vrouw en hij zijn
oprecht gelovige katholieken, zoals zoveel Zuid-Amerikanen. Hij vertelt dat hij nooit
getwijfeld heeft aan het slagen van de reddingsoperatie, nadat "God gaf dat we 
werden gevonden". 
Zijn vrouw zegt zelf ook veel vertrouwen in een goede afloop te hebben geput uit 
haar geloof. Dat vertrouwen in steun van een hogere macht heeft hen ongetwijfeld 
door de tijd geholpen die, vooral in die eerste weken, een hel moet zijn geweest. 

Wij maken vooral in Europa een tijdperk door van secularisatie. Daar is de laatste jaren
zelfs een afkeer van de katholieke kerk als instituut bij gekomen. Los van de bekende
misstanden is het zeker goed als we van dogmatische kerkelijke machten loskomen 
met hun dwingende ge- en verboden. 
In Europa zijn de meeste 'christenen' in dat stadium. Veel mensen in de Amerika's,
in Afrika en Azië hebben echter steun aan hun persoonlijke geloof in een band met 
"de hogere macht". Het stelt hen in staat te leven in een bestaan waar wij de grootste
moeite zouden hebben nog enige levensvreugde te vinden. Dat geloof is hen van harte
gegund – en neem maar aan dat bijvoorbeeld de katholieke Zuidamerikanen echt in
meerderheid heus wel condooms of andere voorbehoedmiddelen gebruiken, dat ze 
begrip hebben voor euthanasie en niet lijden aan homofobie. Ze houden van een god
van liefde en hebben een doof oor voor sommige woorden van de paus van Rome. 
Zo zal het ook met de Islam kunnen gaan. En dan is er absoluut geen aanleiding met
elkaar in de strijd te gaan over de hiërarchie van het ene geloof boven het andere. 
Als een moslim in grote problemen "Allah-akbar" uitroept is dat hetzelfde als de uitroep
van een christen in nood: "oh God help me". 
Soms kun je het gewoon niet aan dat het heelal zo leeg is. 

©  John Zwart – 14 oktober 2010 

 

Fenix 2
de lift naar het licht en het leven 

© Foto Copyright Prensa Nacional de Chile 

 

Naschrift:
Om dit verhaal in het juiste perspectief te plaatsen wil ik graag vermelden
dat twee maanden eerder in een kopermijn in het buurland Colombia een 
soortgelijk ongeval gebeurde waarbij de 32 mijnwerkers zijn omgekomen.   

 
 
Seizoensopening Woorden in de Waagschaal, Haarlem -  28 september - bericht van John Zwart - geplaatst 16 oktober 2010

Woorden in de Waagschaal, voor het zesde jaar in Taverne De Waag, het historische
waaggebouw aan het Spaarne, hartje Haarlem, voortaan op de vierde dinsdag vd maand.
De seizoensopening was 28 september. Zoals altijd geleid en met zeer belezen
aankondigingen van Dries Havermans. En in het hart van de avond een bijzondere
gast waarmee Nuel Gielens een vraaggesprek houdt.
Men komt samen vanaf 20:00u, Dries stelt het programma vast en men gaat om 21:00u
van start. Altrijd goede geïnteresseerde bezoekersopkomst, 30 á 40 personen, meer
plaatsen zijn er ook niet.  

 

De straten zwijgen er verstomd 
en katten krijsen ruggekromd 
in het kraaiennest Koedijk 

Aan dit verbanningsoord 
heidens als pest en ratten 
kleeft zwaar de doem van 't soort....    (strofen van Paul Roelofsen)

 

   

Myrte Leffring

Twee dichters kwamen een recente bundel presenteren: Merik van der Torren uit 
Amsterdam met zijn uitgave "Sarabande" - Paul Roelofsen uit Alkmaar liet ons een
serie gedichten horen uit zijn bundel "De dame en de vrouw"
Een interessant debuutoptreden was er van Angela Lanser, van wie onlangs al een 
gedicht op Hernehim werd gepubliceerd.

              Je zit bij een zee vol water
               je harkt je gedachten
               tot een keurig grindpad
               geiten lopen door de voortuin
               ze strijken neer en stijgen op....         (strofe van Myrte Leffring)

De dichteres Myrte Leffring ontmoette ik deze zomer al in Rotterdam, waar in 
De Verborgen Tuinen een poëziemiddag werd georganiseerd door "Ongehoord
Rotterdam" tijdens Poetry International Festival 2010. 
Zij is de hoofdgast die extra aandacht krijgt van Nuel Gieles. 
Ze is dit jaar gestart met een programma: ‘Dichter aan de vleugel’ , samen met de
pianist Marijn van de Ven. Een heel bijzonder optreden van twee heel contrasterende
mensen. Myrthe draagt introverte vaak heel gevoelige poëzie voor die soms heel
subtiel en zachtjes met slechts enkele aanslagen op de piano wordt omspeeld.
Marijn heeft een stevige bariton, hij zingt krachtige gedichten terwijl hij zichzelf erbij
begeleidt. Door telkens elkaar af te wisselen ontstaat een boeiend optreden.
De schrijver van dit bericht, John Zwart, doet ook nog iets tegen het slot van de avond.
De keus valt op aanrakingen en muzikaliteit: "Langzaam voedsel" (slowfood),
"Beeldend kunstenaar" en gedeeltelijk gezongen "Balladen om Frederik Aakere och
lilla fröken Cecilia Lindt" van Cornelis Vreeswijk. 

©  John Zwart – 10 oktober 2010  

 
 
Eijlders met haast ongekend aantal voordragers -  Een impressieverslag van het eerste dichterscafé van het seizoen 2010/11 van John Zwart - geplaatst 14 oktober 2010

Zondag 19 september was Hernehim weer in Dichterscafé Eijlders in Amsterdam.
Presentator Paul Lokkerbol en mede-organisator Ronald Offerman kregen een grote
stoet dichter-voordragers binnen. Het zou wel kunnen dat het een recordaantal is 
geweest. Het liep dus weer uit. 

In de oproep hadden ze gezegd: "Kleur in gedichten, of kleurrijke gedichten willen
we graag horen op de openingsmiddag van het nieuwe seizoen – de politiek, de 
wielrenners, het oranjegevoel, een kleurrijke vakantie- overal komt kleur aan te pas".

Wim Schroot, trouw bezoeker sinds jaren, werd herdacht. Hij overleed in augustus.
Zijn weduwe, die vaak in de pauzes piano speelde, was bij deze seizoensopening
aanwezig. 

Het was een drukke middag, ik heb het niet allemaal meer scherp in het hoofd. 
Misschien is het al leuk om een indruk te geven van de kleuren die de voordragers
lieten rondspatten, aan de hand van wat summiere aantekeningen die ik maakte:
"...wij zeggen wat je moet doen/ Salome wil het hoofd van Johannes de Doper op een
schaal/ betover de man/ hij zal voor je zwichten/ dans heel de nacht voor de koning..."

 

Café Eijlders, bij het Leidseplein 
Korte Leidsedwarsstraat, Amsterdam 

Van september t/m mei, Elke derde zondag van de maand:
Dichtersmiddag vanaf 16:00uur . 


Wim Schroot, overleden, toch "aanwezig" 

Fotoarchief © Hernehim Cultuur  (april 2010)

Ronald Offerman bracht wat "ouwe dingen" een kleurrijke ode aan de stad 
Amsterdam in de nacht: "de stad voor mij alleen", helemaal in de stijl van 
Ramses Shaffy ("het is stil in Amsterdam/ de mensen zijn gaan slapen..."). 
Bram de Waard kleurde wat minder schilderachtig over "blauwgroene poep"
en over "de man die ik ook had kunnen zijn" die faalde: "tien jaar later/ heb 
ik het gemaakt".

Jos Zuijderwijk beschreef met donderende stem - die dag in colbert gekleed –
de "kleuren op het voetbalveld" op treurige wijze. Hij liet vervolgens de kleuren
van bliksem en donder knetteren in een vervreemdend gedicht over een vakantie-
reis met zijn toenmaals driejarige zoon, die spaghettislierten at temidden van 
het hemelse tumult. 
Paul Lokkerbol was voor éénmaal ook gestoken in korte broek voor zijn I.M.
op de legendarische Wim Schroot met van Annie M G Schmidt gestolen 
gedichten, zoals Wim dat steeds placht te doen.

Ergens viel een one-liner "liefde op de arbeidsplaats duurt tot kwart voor vijf". Van wie?
Dat ben ik even kwijt. Floor Voerman, de kunstzinnige maker van de beroemde 
Eijders Posters – wanneer komt daarvan een verzamelboek voor de liefhebbers? 
In kleur uiteraard? "...voorwaarts iedere stap/ maar waar naartoe?" "...en dat geduldig wachten/ tot het is afgelopen/ is dat alles/ wat er is?"... 
"verliefd/ nu uiterste waakzaamheid/ het zal wel weer overgaan
". 
Aurora Guds "...beeld achter glas/ de stad/ het vuil en de dood" …
"wat zweeft en dwarrelt/ de gedachten daarbij..."

Natuurlijk waren er ook verwijzingen naar het kabinet waaraan intussen al werd 
getimmerd "bruin" En bijna ieder die hem enigszins gekend heeft stond wel een paar
seconden stil bij Wim Schroot ("hij is dood") als een eerbetoon aan de liefhebber van
het simpele rijm. Sander Brouwer bulderde vanaf zijn troon naast het trappetje 
"Wim Schroot was gróót/ hij gaat NOOIT dood". Zijn aforismen waren weer zorgvuldig uitgekozen "...met oneindigheid als achtergrond/ dans je naar de dood". 
Een dichter met een contrasterende naam Grijs schilderde de kerken in Porto 
"met alle kleuren van de regenboog"
De Vlaamse Erika Destercke uit Gent voerde ook het hele palet van de regenboog
bijeen met een gedicht op de "duivels pil" een paddenstoel. Ik meen er de heksen-
boleet in te herkennen. Uit haar slotgedicht bleven mij de volgende verzen bij: 
"...het is zoals het vuil in de afwasbak/...een haar in de boter" Een onbekende gast 
droeg in het Engels voor, zijn gezicht bedekt door een Palestijnendoek. 
Het onderwerp leek "holding on to the freedom of mind", welnu daarvan gaven de 
dichters toch volop blijk. De voordracht ging van Sjanghai tot naar Kopenhagen, 
de boodschap werd niet helemaal duidelijk en valt ook niet helemaal goed. Heeft 
niet iedereen zijn vrijheid van geest, zolang hij niet is gehersenspoeld?

Hein vd Assem bracht daarna een ode, we veerden weer op. Zelfs aan het 
verschijnsel borderline wist hij vrolijk kleur te geven: "...het leven is theater".  

Sander Brouwer - J.C.Aachenende kijkt toe
Foto © Hernehim Cultuur 

'Gejatte gedichten' van Wim Schroot 
klonken opnieuw door Ronald Offerman 

"Er was eens een kalf in Coevorden 
 Dat nimmer een koe is geworden 
 Het verdronk in een put 
 Toen zei men: 'Ach gut, 
 Die had ook gedempt moeten worden!" 

"Er was eens een vrouw uit Abcoude, 
 Die graag op wat kattenvoer kauwde. 
 Maar o wat een lol, 
 Na 6 blikken vol, 
 Ze praatte niet meer, maar miauwde!" 

 

(Trijntje Fop)

Peter WJ Brouwer – geen familie - hield het voor de verandering bij de 
ongelukkige liefde "...mijn as nog in haar wimpers/...dat ze weer met een ander
stond te praten/ ...von Kopf bis Fuss 1 meter 70..."

Ja, wie waren er nog meer te horen? Pom Wolff natuurlijk met zijn "guigelton"
net iets te vaak gehoord misschien, en het "kletssteen" als sabelsteek naar een 
niet met naam genoemd geblondeerd hoofd. En Jolies Heij, het Zeeuwse meisje 
uit Utrecht dat volgens Pom worstelt "maar boven komen ho maar", maar wel 
hoge ogen scoort in het slam-circuit, 
J.C. Aachenende, Joop Scholten, Kees Godefrooij, Ton Huizer en ikzelf 
JohnN natuurlijk. 

En de namen die ik vergat 
omdat ik ze niet heb opgeschreven,
zij zullen mij, naar ik hopen mag, 
vergeven. 

Het is alwéér Eijldersfeest in Amsterdam – en óók Marathon – a.s. zondag 
17 oktober, vanaf 16:00u beginnen de dichters weer, nu  over "wie ze zijn, 
of wilden zijn, of hadden willen zijn" vast en zeker beslist het aanhoren waard. 

© Verslag John Zwart – 10 oktober 2010 

 

 
 
Over Zaandam en Krommenie, en daar tussenin -  Een bericht over De Groote Weiver en meer van John Zwart - geplaatst 9 oktober 2010
Het is alweer bijna tien jaar geleden dat ik Rob Vos ontmoette: docent drama, acteur,
schrijver, dichter én Zaandammer. Door hem kwam ik weer eens terug in de streek 
van mijn jeugd: voor een mooi festival dat hij organiseerde in "Het paleis op de Dam".
Op de Záándamse Dam welteverstaan. 
En via hem kwam ik ook terecht bij Stichting Fluxus, in Serah Artisan op de 
Zaandamse sluis. 
Na vele jaren en omzwervingen, werd ik me bewust hoe het leven ook was voortge-
gaan, hier in de streek van mijn jeugd. Volop nieuwe activiteiten op creatief gebied 
zijn er gaande daar aan de Zaan. Tijdens zo'n Fluxus Poëziefeest kwam ik in contact
met Kees-Jan Sierhuis die vertelde dat er een Dichterskring Zaanstad  in het leven 
is geroepen met tweemaandelijkse bijeenkomsten in de Krommenieër Groote Weiver.
Hé, het Weiver? 
Herinneringen uit een ver verleden werkten zich opeens naar boven. 
Ik had een visioen van mijn vader, op zijn fiets op weg naar Padlaan, later op zijn 
Avros brommertje, naar z'n werk. Een gebouw waar een enorme hoofdletter K gevat
in een cirkel op het dak stond. Vlakbij was het Weiver. Een stukje Krommenie waar
de generatie van mijn vader met het walsen van linoleum, het weven van doek, het 
maken van blikconstructies en 't zuiveren van stookgas zijn brood verdiende. 

Aan de Zaandijkerweg, grens tussen Zaandijk en Wormerveer woont allang    
geen boer meer en zijn hooischelf is niet meer wat het ooit was
. Foto © John Zwart     

De oorspronkelijke Groote Weiver
Toen nog in de oude gasfabriek.               
Foto © Vrijwilligerscentrum De Groote Weiver
Het Weiver was een naam uit het verleden voor mij, maar mijn gebrek aan kennis is 
nu ingevuld. In de jaren tachtig kwam de oude gasfabriek leeg te staan - het gebouw 
met die grote K was al veel éérder gesloopt en heeft plaats moeten maken voor een
woonwijk. Het gasfabriekgebouw bleef overeind in afwachting van een bodemsanering.
In 1984 werd de gasfabriek gekraakt door een stel creatieve idealisten die vonden dat
het gebouw een belangrijke functie in de buurt moest vervullen. Het werd gedoopt
"De Groote Weiver" en er kwam een kringloopwinkel, een ruimte voor podiumartiesten,
een filmhuis en een eetcafé, waar tegen proletarische prijzen vegetarische maaltijden
werden geserveerd. Allemaal functies en activiteiten door vrijwilligers opgezet. 
Mooie dingen zijn ontstaan zoals een politiek café, benefietavonden voor goede doelen,
en heel wat Zaanse bands hebben daar voor het eerst op een podium gestaan. 
In de beginjaren van De Kift, The Ex, Huub van der Lubbe en Jan Rot, waren ze echt
allemaal dáár. Dat alles met zwaar vervuilde grond onder de vloer...
Met tegenzin werd er ontruimd in 2006. 

Ik heb die oude gasfabriek in zijn gedaanteverwisseling naar een sociaal en cultureel centrum niet gekend, maar ik kan me voorstellen dat het vertrek is gegaan met pijn 
in het hart. Die actievelingen legden zich niet bij het einde neer: vlakbij, aan de andere
kant van de gemeentegrens met Wormerveer kwam het oude PWN gebouw leeg. 
En alles herrees onder de oude naam "De Groote Weiver". Een nieuwe plek voor nieuwe
mensen om ook geïnspireerd te raken door de sfeer van zelfredzaamheid en creativiteit.
Kees-Jan Sierhuis stuurde mij een email voor een dichtersavond op 10 september in café "van Ouds Oost Indië" in Zaandijk. Bij navraag bleek het om een poëzienácht in 
de kleine uurtjes van vrijdag naar zaterdag te gaan... wegens gebrek aan een overnachtingsplek moest ik het aan me laten voorbijgaan. 


Ik las erover bij Pom Wolff die er wél was om zijn guigeltonlijden over het publiek uit
te storten. De verdwijntruc van de contrastvloeistof. Hoe hij Marjolein ontmoette die 
hem haar gedicht vol ware moederliefde schonk. Zij moet net zo'n meisje zijn als lang
geleden Rozemarijn uit Koog aan de Zaan was, die ik ooit kende. Ik dacht dat zulke
meisjes allang uitgestorven waren. En Peter M was er óók - elke dichter die het wil 
maken moet beschikken over een "middlename initial", en die voorletter kun je gaan
gebruiken in plaats van je achternaam als je later groot bent. Peter is al bijna groot.
En "Blaffers en Begonia's" waren er met een meisje dat niet blafte maar zong, stevig,
dát wel. Een heel ander type dan Marjolein of Rozemarijn zo begrijp ik uit Pom's 
relaas. En alles werd vaardig en soepel geleid door Kees-Jan Sierhuis


  Kees-Jan Sierhuis 

Ja, JohnN daar heb je veel aan gemist, zo voelde ik me wel ingepeperd. 
Maar op 17 september zou ik al een herkansing krijgen, dan organiseert Kees-Jan
de seizoensopening van de Dichterskring Zaanstad  in "De Groote Weiver"  
in Wormerveer met een speciale thema-avond op De Oudheid. 
Het is een bijzondere avond geworden voor mij, ook al vanwege het weerzien van het
drastisch veranderde Krommenie en Wormerveer... 
maar daarover schrijf ik buiten dit kader. (zie blog - red.)

 

Hiernaast Kees-Jan in actie in augustus j.l.
tijdens een poëzie picknick in de Castricumse duinen. 

Kennismaking met De Groote Weiver Wormerveer - op 17 september 

Het podium is goed toegerust met meerdere microfoons en een professionele licht-
installatie, maar het is helemaal in de sfeer van de Oudheid gebracht: op een doek
achter de lessenaar bewegen toepasselijke filmprojecties. Ik kom helemaal in de 
sfeer van Peter Greenaway. De expressieve beelden roepen herinneringen op aan het
filmhuis, jaren tachtig: The cook, the thief, his wife & her lover. 
Ik betrap me er zomaar op dat ik soms de schaduw van de dichter op het projectie-
doek lichtelijk vind storen. Maar John Epke weet me wel bij de les te houden. 
Homeros en Ovidios komen voorbij. Op zeer meeslepende wijze draagt hij vertaalde
oud-Griekse poëzie voor. Dat die teksten nog zo pakkend zijn is bijzonder, het is 
immers het Grieks van mensen die tweeduizend en meer jaren geleden leefden, eerst
vertaald in het Engels en vervolgens weer naar het hedendaagse Nederlands.
Hij voert me naar het eiland Lesbos. Daar leefde 6 eeuwen voor Christus de dichteres 
Sappho
. Ze had een meisjeskostschool waar de pupillen werden onderwezen in het
maken van muziek, in de dans, de poëzie en de liefde. 
Zij werden opgeleid tot moisopoloi, dienaressen van de muze. 
Fragmenten van gedichten zijn op papyrus behouden gebleven. Plato, Anakreon, 
Lucianos en Ovidios hebben haar bezongen. 


Weer siddert in mij 
de Liefde 
die het lichaam tart 
dat bitterzoet 
en onweerstaanbaar 
reptiel 
…. 

In de lenteschemering 
schijnt de vollemaan: 
meisjes stellen zich op 
alsof ze rond een altaar staan 

Zoals de zoete appel 
bloost aan het einde van een tak 
hoog in de hoogste twijgen 
vergeten door plukkers 
neen, niet vergeten 
maar buiten bereik 

 

....
Hij dicht de gaten, 
Hij sluit de poorten, 
Hij verzacht het ruwe, 
Hij dimt de stralen, 
Hij lost verwarring op, 
Hij verschrompelt scherptes, 
Hij ontrafelt knopen. 
Tempert de schittering. 
Hij maakt zich gelijk aan het stof. 
Door niet te doen. 

Hij die weet zegt het niet. 
Hij die het zegt, weet het niet. 

 

Niet minder meeslepend is Jacob Spaander – een echte Zaanse naam – maar ik 
denk dat hij liever bekend is onder zijn artiestennaam Jacob Passander
Hij draagt voor met de begeleiding van de klarinettist Ditmer Weertman
Samen presenteren zij zich ook wel als het duo "Zaagsel en schors" goed voor een 
lach als je Spaander heet! 
De dichter met de blonde paardenstaart leest Lao Tse en Plato omspeeld door de
klarinetklanken. 

Ik zie het, zei hij
De bevrijding van boeien en een genezing van het onverstand
Eén van hen, losgemaakt en gedwongen om te kijken.
Het licht van het vuur zal hem pijn doen, zijn ogen branden.
En iemand zal hem zeggen dat wat hij altijd heeft gezien slechts schaduw is geweest.
Schaduwen op de muur. Schaduwen van de werkelijkheid.
En nu is hij een stap dichter bij de werkelijkheid.
En men toont hem de grot en het vuur, en het pad en het muurtje tussen het pad
En de mensen, gebonden, in boeien geslagen zonder erom te vragen.
En van de geluiden van de dragers zou hij horen.
En de voorwerpen die gedragen werden over het pad en de schaduwen die zij wierpen.
Ik zie het nu, zal hij zeggen.

 

Ger Belmer voert me in de tijdmachine van de Oudheid naar de vorige eeuw.
Eén van zijn gedichten krijg ik mee voor op Hernehim, een echt sonnet: 

Akkerliefde 

Hij stond tussen koren, 
zij in een veld met maïs. 
Nimmer zag hij zoiets fraais. 
Tot over zijn oren 

was hij verliefd op haar. 
Zij, in haar jurk van zakken 
kreeg het ook van hem te pakken. 
Een teder liefdespaar. 

Het bleef bij eenzaam lokken, 
op hun onderstel van stokken, 
tussen welig tierend graan. 

Latrelatie in de bloei 
gesmoord door granen in de groei, 
is de liefde stukgegaan. 

 

Het slameffect ontbreekt deze avond ook niet. Martin Beversluis miste ik in het
eerste programmadeel – ik kwam iets later binnen door een zware onweersbui 
op de afsluitdijk en natuurlijk het nostalgische dwalen door Wormerveer en dat 
stukje Krommenie dat aan mijn oude woonplaats zit vastgegroeid. Daartegen had
ik geen weerstand kunnen bieden. Maar in het tweede deel krijg ik nog een kans
hem te beluisteren. Hij doet een paar van zijn bekende successen zoals het 
gedicht dat hij op Simon Vinkenoog schreef. *) wijziging red. 
Ondanks de voortschrijdende tijd mag ik óók nog wat doen. En een beetje ben ik
daarop voorbereid. Er is een gedicht dat ik las op ongeveer veertienjarige leeftijd 
en dat trof mij toen als een blikseminslag. 
Het eerste besef hoeveel lading een gedicht kan hebben, terwijl het toch maar uit 
enkele strofen bestaat. Het past wonderwel in het thema "De oudheid" want het 
speelt in Mesopotamië en de beschaving daar is nog ouder dan de Griekse. 
Het is een gedicht van P.N.van Eijck: "de tuinman en de dood" 
En als eigen werk ga ik nog verder terug, namelijk naar de prehistorie, gekoppeld
aan de actualiteit. Juist in september werd in Flevoland het oudste menselijke 
overschot ooit in Nederlandse bodem opgegraven, na koolstofproeven geschat op
ca. drieduizend jaar.
Ik lees het publiek "Onderhuurders in het voorbijgaan" en "Swifterbantmensen".
*) wijziging redactie. In de plaats van het gedicht "Simon" denkt de redactie
   de lezers er een plezier mee te doen door het gedicht 
    "Bij de dood van Solomon Burke"  te plaatsen. 
   Door Martin Beversluis op de vroege zondagmorgen geschreven. 

Ik ben de grote stem die
de rillingen door jouw lijf
jaagt je gaat huilen om
een uithaal je danst
op mijn commando ik ben
de grote stem als ik zing
over de liefde dicht ik de
beerput van jouw leven
misschien maar voor
heel even ik ben de grote
stem het verdriet van mijn
gebroken hart wordt jouw
favoriete lied mijn toon
de start van jouw eerste rit
in een nieuw soort achtbaan
ik ben de grote stem ik laat
jou landen op mijn mooiste
laatste noten mijn zang laat 
ik achter en ik ga naar god. 

 

Martin Beversluis 10.10.10

Is het niet te paard van Teheran naar Ispahan 
dan is het met het vliegtuig van Los Angeles naar Amsterdam
Solomon Burke flies to The Angels

Link naar Y-tube "Cry to me" original recording
Link naar Y-tube De Dijk en Solomon Burke "Enough is enough"
Link naar Y-tube De Dijk en Solomon Burke "Don't give up on me"

 

Een Perzisch edelman: 

"Vanmorgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik, 
Mijn woning in: "Heer, Heer, één ogenblik! 

Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot, 
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood. 

Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant, 
Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand. 

Meester Uw paard, en laat mij spoorslags gaan, 
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!" 

Vanmiddag – lang reeds was hij heengespoed – 
Heb ik in 't cederpark de Dood ontmoet. 

"Waarom", zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt, 
"Hebt gij vanmorgen vroeg mijn knecht gedreigd?" 

Glimlachend antwoordt hij: "Geen dreiging was 't 
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,  

Toen ik 's morgens hier nog stil aan 't werk zag staan, 
Die ik 's avonds halen moest in Ispahaan"." 

P.N. van Eijck 

 

"de tuinman en de dood"

 

Tenslotte word ik nog verrast met het fenomeen: "jammen"!
Naast de klarinettist Ditmer Weertman en Jacob Passander, welke laatste nu op een
handdrum zijn gevoel voor ritme laat horen, komen er ook nog een blokfluitist en een
basgitarist op het podium. 
Dichters met slam ervaring voegen zich in de muziek met hun voordracht...
de ontspannen sfeer en het voorbeeld van Martin Beversluis halen mij over de streep.
Ik doe mijn financiële crisisgedicht "wonderbaarlijk slijk" dat heel ritmisch is en in 
crescendo uit elkaar spat. 
Ik ervaar een heel leuke avond in Wormerveer, die mij heeft goedgedaan. 
Ik kom er zeker nog eens terug. 

 JohnN – 8 oktober 2010.

 

 
 
 
Nederlands en het Afrikaans -  Een bericht van Floris Brown en een beschouwing van John Zwart - 19 september 2010
Afgelopen woensdag kwam weer eens een bericht uit Zuid-Afrika van onze trouwe
mededichter, Floris Brown
Eigenlijk was het een uitnodiging voor 't afgelopen weekend, maar ik veronderstelde
niet dat onze Nederlandse en Vlaamse lezers onmiddellijk op eerste impuls in het
vliegtuig zouden springen. Geen bericht voor de agenda dus, maar het was een 
goede gedachte van Floris om ons eens deelgenoot te maken van wat zich afspeelt
op het gebied van de taal in zijn land.
Ik vind dat Zuid-Afrika en het Afrikaans – dat toch behoort tot het Nederlands
taalgebied – meer aandacht verdient dan het van ons krijgt. Toegegeven, we hebben
veel waardering voor Elizabeth Eijbers, die een groot deel van haar leven in Nederland
woonde, en ook schrijvers als Antjie Krog en Breyten Breytenbach worden met 
enige regelmaat in ons land uitgenodigd, o.a. op Poetry International in Rotterdam.
Maar het Afrikaans is een taal in de verdrukking en verdient hartstochtelijke propa-
gandisten en hééft die ook in Zuid-Afrika. De dreiging naar de marge te worden 
gedrukt door overheersing van het Engelssprekend bevolkingsdeel is veel groter dan
de invloeden die wij hier ondergaan. Het Afrikaans is een rijke en levendige taal die
voortdurend evolueert, je ziet dat heel duidelijk in de poëzie..
Breyten Breytenbach 
Proteaprys vir Poësie 2010
Bij de voorstelling van de debutanten

Misschien betekent het besef van dreiging van marginalisering juist een stimulans
die wij ontberen: als je ziet hoe lankmoedig wij zijn terwijl we van dag tot dag zien
hoe de spreektaal klakkeloos wordt doorspekt met Engelse uitdrukkingen en
zegswijzen, hoe noviteiten zonder meer worden overgenomen zonder ons maar 
één seconde af te vragen of we niet in staat zijn een origineel Nederlands woord 
te bedenken. 
Wat dat betreft kunnen we veel leren van de dichters in het Afrikaans, óók hoe zij
creatief zijn met originele samenstellingen. Wat zegt u van deze voorbeelden:
"stofgetrap" voor het lopen, draven over een droog pad – "fluitgehyg" voor de moei-
zame ademhaling van een longlijder – "skadukinders" voor kinderen die geheel
onopgemerkt in gebrek leven – "roosknopdou" voor een heldere zuivere dauw-
druppel – "supergom" voor als aan de grond genageld staan. (hetzelfde woord als
de Afrikaner gebruikt voor secondelijm) 

De universiteit van Stellenbosch kent gelukkig nog steeds een uitgebreide faculteit
Afrikaans en Neerlandistiek. Gedurende het weekeinde 17-18 september 2010 was
deze universiteit gastgever voor het "Woordfees" in het kader van de zesde jaarlijks
Versindaba
In het Sasol kunsmuseum Ou Hoofgebou en de kelder van Hotel Lanzerac speelde
zich een programma van presentaties en voordrachten af en tevens was er een
Dichtersgala. De Proteaprys vir Poësie werd uitgereikt aan de dichter Breyten
Breytenbach
. Hij aanvaardde de prijs met enig bezwaar: eigenlijk is hij een fervent
tegenstander van "wedyvering" in de poëzie, wat toch de drijfveer is van 't instellen
van een prijs. 
In een lezing van Joan Hambidge werd eer betoond aan de grote namen als Dana 
Mouton, Ingrid Jonker
en Johann de Lange. Er werd een studiemiddag gegeven 
hoe met poëzie te werken "vir laer skool leerders". En er was een optreden van 
Koos Oosthuysen en Antjie Krog bij de voorstelling van negen nieuwe debutanten.
Tijdens het Dichtersgala aan het slot hebben nog diverse andere actieve dichters
opgetreden, waaronder onze Hernehim-vriend Floris Brown
Er is een jaarbundel "Versindaba 2010"
Prikkel uw creativiteit lees Afrikaans en dicht in rijker Nederlands! 

© John Zwart – 19 september 2010

Floris Brown 
 
 
DOD  -  Verslag van een zondag op het Slenerzand, Schoonoord - 5 september 2010 - Terugblik van John Zwart 

Het Drentse Open-Dichtfestival voor de vierde keer alweer, dit jaar een stukje
opgeschoven in de tijd: van augustus naar september.
Een gelukkige omstandigheid, want dat bracht het verschil van regen naar zon. 
Met een wat compactere opstelling in gedachten werd het halfrond, dat eerdere
jaargangen stond opgesteld om de grote heuvel met de oog-steen, verlaten. 
Boeken- en kunstkramen, kookkraam en podia nu bij elkaar gesitueerd langs de
eerste helling, die luwte bood tegen windvlagen, die in het begin van de festivaldag
nog wat kil aanvoelden. 

Vanaf elf tot na het middaguur kwamen de deelnemers in een gestage stroom 
het terrein op. Heel wat mensen met auto's en al, het thema dat de festivalorgani-
satie dit jaar meegaf was "poëzie en de kookkunst" en dat zouden we weten óók:
hele keukenuitrustingen werden er aangevoerd.
Wie van ver kwam was wel aan een brunch toe, daar was op gerekend door de
organisatie. Met zo'n thema laat je je dichters niet op een droogje zitten met een
lege maag of een meegebracht klef broodje uit de rugzak. Vóóraan op het terrein 
stond een soort kinderdraaimolen, maar dan zonder de carrouselpaarden. In plaats
daarvan een café-opstelling en een werkende catering – wat van de installaties van
de deelnemers niet altijd gezegd kon worden, maar daarover later.



Een beeld van de heuvel met de steen tijdens DOD 2009
© Foto Copyright Hernehim Cultuur 

< Via deze link kunt u een diashow bekijken van het festival
     op de website van het Drentse Open-Dicht Festival 2010 

 

 

Verse koffie, warme soep, belegde broodjes, ik streek graag neer aan een nog 
vrije tafel waar de zon mij plezierig op de rug scheen en kreeg spoedig gezelschap
van een jonge dichteres Laura Wijnands met haar vriendin. Niet lang daarna zette 
zich Ko de Laat – als de Festivaldichter 2009 - als vanzelfsprekend aan het hoofd
van onze tafel. Waarover spraken wij? 
Over de trends des tijds - mensen op podia en hun eigenaardigheden: 
Mannen die haartransplantatie laten doen (Ko en ik zijn allebei begenadigd met
voortschrijdende kaalhoofdigheid, maar we lijden daar niet onder) en vrouwen die in
de val van de "make-over"mode zijn getuimeld. Leuke onderwerpen om eens aan te
snijden, dwars door de generaties heen. Ik zag hoe ook de andere tafeltjes zich
vulden: Mischa van Huijstee, een nieuwe proza ontdekking voor Hernehim, ik 
ontmoette hem op één van de Drentse Maan-avonden, Mart Brok van de Taalwerk-
plaats, andere Hernehim-bekenden als Jelou, Hannelly, Delia en Ria natuurlijk,
maar ik miste de bebaarde, maar verder gladde schedel van Martin Beversluis
"Die heeft moeten afbellen", zei Rensje Plantinga van organisator Stichting 
Drenthe Poëzie. Jammer hoor, ik had hem hier graag weer horen "slammen", 
hij was zo mooi op dreef in Leeuwarden. Maar hij stond in de Kargadoor in Utrecht. 

Het wordt tijd dat we uitstappen uit de draaimolen, het feest gaat beginnen.
Voor het vierde DOD heeft men als presentator het RTV-Drente"gezicht" Serge
Vinkevleugel
ingezet. Een goede greep, zijn vlotte aankondigingen verraden 
ervaring en vakmanschap. Later zal die routine vooral goed van pas komen in het
vraaggesprek met Nico Dijkshoorn. Vinkevleugel verricht ook de feitelijke opening
met het voorstellen van juryleden Geert Roeles, cultuurwethouder van gemeente
Coevorden en Jannie Kuiper, van de openbare bibliotheek in Emmen.
Deze twee zullen gaan bepalen wie de Festivaldichter 2010 gaat worden.

Het begin is weinig spectaculair en er is ook nog niet zoveel publiek. In andere 
jaren was dat wel anders toen er meer "lawaai" werd gemaakt, bijvoorbeeld die 
keer dat de start gepaard ging met trommelslagers! 
Misschien was de act van Mart Brok als de door pech achtervolgde kok, bij wie
steeds maar enorme stoom- en roetwolken uit zijn pannen blijven opstijgen, een
mooie start geweest. 

Niettemin doet Ko de Laat, die natuurlijk zijn Festivaldichterschap 2009 mocht 
laten gelden, zijn best ons meteen in een vrolijke stemming te brengen. Hij komt
uit Tilburg en het is dus geen wonder dat hij regelmatig geïnspireerd wordt door
de beroemde kermis aldaar. "Waar komen al die mensen toch vandaan? (…) 
't is of ze slechts een dag of tien bestaan/ om op de kermis rond te mogen 
dolen..."
Harig trollenvolk en kermismeiden bevolken zijn werk: "de kermismeiden
gaan elk jaar schaars gekleed (…) ze hebben vast aanbidders bij de vleet..." 

Ko heeft een treurige soort humor die aan Hans Dorrestein doet denken. Stevig 
eindrijm, sonnetten en snelsonnetten – "sonnettettes" zou Driek van Wissen 
zeggen – worden vaardig door hem gehanteerd. De verbinding naar het thema is
makkelijk gelegd, hij hoeft zijn 20 bundels (elk jaar een bundel) er maar op na te
slaan. En gegeten wordt er volop op de kermis, maar of je wel van kook-Kunst 
kan spreken is zeer de vraag. 

 

Kermiseten 

’n Beker maïs, ’n fruitcocktail 
Gebrande pinda’s en Krakauer 
’n Ribbelreep gebakken meel 
En in je maag vanzelf ’t Sauer 

Wie niet aan oliebollen hecht 
Of op ’n zuurstok uitgelikt is 
Komt spoedig op terrein terecht 
Dat door nieuw voedsel ingepikt is 

We doen ons elk jaar weer tegoed 
Aan voer in vele variaties 
In eindeloze overvloed 
En dodelijke combinaties 

Van suikerspin tot zwijngebraad 
Verorberen wij ieder maaksel 
En ’s avonds kleuren wij de straat 
Met fleurig en veelkleurig braaksel 

 

Ko de Laat 
Ontspannen winnaar van het voorgaande jaar met 20 jaar ervaring

© Foto Copyright Hernehim Cultuur 

Mart Brok volgt, hiervóór staat al een impressie van wat hij doet. Hij leest zijn 
gedichten als een "bluesy" liedtekst met telkens terugkerend refrein en begeleidt
zijn kookthema-gedichten met veel spectaculaire rookeffecten. Het wordt een 
soort jazz terwijl hij met gitaarbegeleiding door Harm Bos van 'wentelteefjes' en
'bakvissen' zingt. Mart, die zijn theaterachtergrond verraadt met zijn optreden, 
komt oorspronkelijk uit het zuiden (geb. te Breda) maar vestigde zich sinds enkele
jaren in ZO-Drente. Voorgoed mag je wel zeggen als je weet dat hij de voormalige
waterzuivering-installatie in Nieuw-Amsterdam heeft omgetoverd in een woning +
"taalwerkplaats" 

Verleden jaar al hoorde ik in de jeugdcategorie de toen 14-jarige Laura van Loon
 – zij viel op met 'volwassen' gedichten, die je je deden afvragen of een 14-jarige 
wel over de levenservaring beschikt om over die onderwerpen te schrijven, waar-
over zij dat deed. Net zoals ik dacht toen ik twee jaar geleden het 14-jarige prille
meisje Kim, begeleid door de band van haar saxofonist-vader, heftige jazz klas-
siekers hoorde zingen – teksten geschreven voor vrouwen die getooid zijn met 
de rimpels van het leed. "Kim is back!" riep hilarisch de titel vanaf haar eerste cd.
Het is nog steeds wennen dat veertienjarige meisjes tegenwoordig solo de wereld
willen rondzeilen in plaats van hun middelbare school afmaken. Deze Laura is 
inmiddels 15 en nu gaat ze zich meten met de volwassen deelnemers. 
"Je bent een recept/ Een samenraapsel van talen en culturen/ Doorverteld in 
andere talen, dialecten, landen …"
Het ontbreekt haar niet aan zelfvertrouwen, 
zoals ze de microfoon hanteert is het duidelijk dat ze goed naar optreden van 
bekende popartiesten heeft gekeken. Mijn hoop dat er onder de schil van zelfbe-
wustheid nog een tienermeisje schuilt wordt me bevestigd door de multi-kunste-
nares Delia Bremer die haar een beetje coacht. Laura, die een hele schare fans 
heeft meegebracht, komt ook live op RTV Drente in het poëzieprogramma van 
Delia. 

Iede Koffeman is terug van weggeweest. Hij heeft een schrijversblok overwonnen.
Nu is hij sinds kort weer helemaal terug en bewijst dat door zijn deelname op 
dit podium. Het belangrijkste wat hij inmiddels heeft geleerd: 
"ik kan alles kwijt in een gedicht".
Jelou krijgt een vleiende introductie wegens haar succes bij Meander, waar niet
alleen gedichten van haar werden gepubliceerd maar ook een interview werd 
afgenomen. Haar themagedicht "souper" werd ook al op Hernehim gepubliceerd,
ook haar andere gedichten 'wortelen' in de kookkunst waarbij zij het eetgenoegen
met de liefde mengt. "nodig mij aan je gedekte tafel" en ze laat een mooi woord-
spel horen met inzet van "tafelzuur" en "de lekkere trek"
Zij zoekt een "kruiswoord", geen "doorloper"
Bert Struyvé maakte vroeger vooral korte toegankelijke gedichten. Na een lange
wereldreis heeft zich een filosofische levensvisie bij hem postgevat. Natuur- en 
andere observaties voeren nu tot dieper gaande poëzie waarin we – met hem –
heel anders naar een 'gewoon' dier kijken. Zoals de koe: "daar waar de koe/ 
als ware stoïcijn onder filosofen/ de rede laat overwinnen". 

De Dames Samen – Annie Martens en Marijke van Es – vormen een onverbreke-
lijke eenheid, want de één maakt schilderijen en de ander schrijft daar gedichten
bij. Als ze optreden leest de dichteres voor met op de achtergrond saxofoonspel
van de schilderes. De gedichten zijn dus geïnspireerd op tekeningen en artistiek
schilderwerk. Beeldende kunst zowel als poëzie ontstaan vanuit heel eenvoudige
bronnen, zoals een bak met oude, uitgesproten aardappels. Ja, hoe kom je dan
toch nog met kookkunst uit de voeten? "ik frons bij de gedachte van mijn 
macht/ om zoveel rottigheid te laten bestaan ..." 

 


Hart en tong 

de liefde van de man gaat door de maag 
waarheid van oude zegswijzen 
maar al wat gezegd is nog niet wijs 
en de maag een zak met zuur 
waarin tederheid verteert 

liever dan het hart op de tong opdat 
het spreken kan over waarheid in 
de ziel waar liefde leeft van de wind 
volle maag vergeet bij volle maan 
en rozengeur – het lief met lust verbindt 

 

Telkens als er een blokje van drie – vier dichters heeft opgetreden is er een onder-
breking van 10 minuten tot een kwartier waarin Rob Schapendonk het publiek 
hapjes serveert vanuit zijn kookkraam, Kunsterik – het pseudo van Rik Holwerda –
vult de pauzes op met kleine gedichtjes: "hé kookkunstenaar,
wat sta je daar te snijden, in je knollen en citroenen..." 

John Zwart slaat meestal 's avonds aan het dichten, als de tv uitblijft en het rustig
is, wanneer dan de inspiratie komt ontstaan de beste gedichten. Het eten wordt 
desnoods uitgesteld tot het te laat is om nog te gaan koken. 
In tegenstelling tot Ko de Laat, die hij in dichtjaren met een flink aantal kan 
verslaan, vindt hij niets in bestaand werk dat verband houdt met de kookkunst.
In de laatste drie weken schreef hij een paar nieuwe gedichten, speciaal voor dit
podium: "Langzaam voedsel" en "Hart en tong". Ongemerkt wordt daarmee het 
bruggetje overgestoken naar de liefdespoëzie via de aanraking van de geliefde, 
met handen die eerst werden gewarmd aan een soepkom "dan mag ik haar raken/
aan alles wat wenkt"
. Afsluitend als verrassing een anderstalige bijdrage in de 
vorm van een ballade van Cornelis Vreeswijk in het Zweeds "Balladen om Herr
Fredrik Aakere och lilla söte fröken Cecilia Lind"
, waarvan John een vertaling 
maakte met de slotregel "Oh kus me opnieuw! zei Cecilia Lind"
Deze voordracht geeft een mooie aansluiting voor Ria Westerhuis, één van de
twee "Minnezinne-meisjes", die in duo een bundel uitgaven met erotische poëzie
in het Drents. Zij is weer één van die dichters die druk aan het kokkerellen gaan
op het podium. Haar vaste begeleider Rob Zandgrond – hoe Drents kan een naam
zijn! – voegt gitaarklanken toe. Enige 'dubbelzinnige' gerechten tovert ze uit haar
pannetjes waar de "schuumkoppen" op stoan en ze werpt bananen naar het pu-
bliek. Ria is vrijgevig, en ze biedt zomaar "Hét recept" aan voor Gordon van de
salade die ze heeft gemaakt om te serveren aan zijn ex-minnaar.

Het recept dat Gordon zijn ex-minnaar toestuurt

jouw gulden Roede
gelardeerd met judas penning
op een bedje van rauwe ezels oren
en hanepoten
gepeperd met koninginne-en
kattenkruid
afgedekt met verse vrouwen mantel
en tenslotte besprenkeld met
uitgeperste meisjesogen
omgeven door felle prik neuzen
en gulle ooievaarsbek
wijd opengesperd

klaar om aan te vallen!

als dat geen smullen wordt...

 

 

 

 

 

 

 

 

Henk Boogaard wijdt een ode aan een muziekinstrument, zijn gitaar wordt
toch een persoonlijkheid, "die hij niet van onderen mag vastpakken" en slaat
er vervolgens een paar akkoorden op, (ze beginnen steeds meer aan elkaar
te wennen)
. Hij gaat verder met een serie liedjes op allerlei etenswaren, 
als 'venkeltjes' en 'bieslook'. Vaag moet ik denken aan Herman Finkers. 
"ik hou van jou/ maar ook van rode kool/ dat is twee vliegen in een klap"... 
Heel vermakelijke lulligheid, laat ik het zo samenvatten. 


© Foto Copyright NRC - Boekenkatern 

 

"Nico Dijkshoorn schrijft scherp" zeggen sommigen,
"Nico Dijkshoorn schrijft snoeihard" zeggen anderen.
Er zijn soms conflicten, Patty Brard vond dat zijn kop eraf moest
  < Via deze link komt u op het filmpje dat er werd gemaakt 
over het conflict "Dijkshoorn versus Brard" - "Een column is satire" 

Dan verschijnt de hoofdgast Nico Dijkshoorn. Hij krijgt een lang interview met
Serge. Diverse bekende Nederlanders krijgen ervan langs. Vooral tv-figuren uit
de sport spaart hij niet. Joop Zoetemelk en Mart Smeets neemt hij op de hak.
Zijn geheim: hij neemt iemand op de korrel en kijkt dan of diegene zich geïrriteerd
toont. Zo ja, dan gaat hij "nog een jaar op dezelfde toer door". Een lekkere 
pestkop die Nico, maar dat wisten we al van zijn wekelijkse tv optreden bij 
DWDD. Is hij een dichter? Nu we gewend zijn geraakt aan literaire stand-up 
grappenmakers, rappers, slammers, liedtekstschrijvers en radio en tv columnisten
raken de scheidslijnen sterk vervaagd. Zijn uitgever Nieuw-Amsterdam vindt hem
in elk geval wel een dichter, die "sneller schrijft dan zijn eigen schaduw" en 
daarom werden onlangs de eerste 1000 schrijfsels gebundeld in een kloek boek
met als titel "Daar schrik je toch van - de eerste 1000 gedichten" 
Hij neemt het ter hand: "Ze zijn vaak kort." 
"Vakantie// alle mensen/ in de bus/ hoopten/ dat dit/ niet/ hun appartement was"
"Bij de voorbereiding van de bundel: Misschien nog een foto voor de achterflap – 
Laten we dat maar niet doen" 
"Ik zei toch: goed opletten, ze zijn soms zomaar voorbij". 

Hij is een liefhebber van korte kant-en-klaar tekst waar je niets meer aan moet 
doen. "Je hoort een uitspraak en schrijft het op en het staat er. Dan heb je een 
gedicht."

Een zekere faam heeft Nico Dijkshoorn al een paar jaar geleden verworven met 
zijn interview-roman "De tranen van Kuif den Dolder". De hoofdpersoon in het 
boek is een verzonnen legendarische voetballer van de vv Uffelte, Kuif is"de beste 
voetballer ooit"
geweest. Nico reisde er stad en land voor af – zo was de 
suggestie  – om overal vraaggesprekken te hebben met mensen "die Kuif den
Dolder nog persoonlijk gekend hebben"
. Eigenlijk ging het meer om de mensen
die werden geïnterviewd neer te zetten, de voetballer was gewoon een verzonnen
samenstel van allerlei legendarische mannen op het harde gras van weleer, zoals
Abe Lenstra etc. De verhalen werden aan elkaar geknoopt tot een epos dat steeds
meer aan overtuiging en geloofwaardigheid won. 
Tenslotte was het effect dat veel mensen echt gingen geloven in Kuif den Dolder 
en zijn oude clubmakkers van vv Uffelte. Hij heeft er nog steeds zichtbaar plezier in,
hoe hij de mensen op het verkeerde been kan zetten. Zijn glimlachje lijkt opeens 
op dat van Pom Wolff als die probeert in de huid van Gerard Reve te kruipen. 
Echt romanschrijver is Nico Dijkshoorn dus zeker niet, verhalen komen er uit zijn
pen. "Duitsland is al jaren mijn favoriete vakantieland. Naar Nederlanders toe 
hebben die Duitsers iets lekker nederigs ... Als je dat goed uitbuit heb je een
topvakantie. In een hotel laat ik me graag inschrijven als Maup Cohen. Krijg je
gegarandeerd een mooie kamer met balkon en veel frisse lucht ... Je moet het 
subtiel doen..." 

Dit soort gekruide teksten maken hem omstreden: óf je waardeert hem, óf je vindt
dat hij te ver gaat. De verzameling van zijn columns "Dijkshoorn" is sinds kort als
"luisterboek" te koop, zijn stem is een belangrijk toegevoegd element.
Soms weet ik niet of hij een grap maakt of dat hij een bewering echt meent. Zo 
noemde hij onlangs Pierre Kartner (van de smurfen en van sja-la-la – beter bekend
als Vader Abraham) een "geniaal tekstschrijver en een groot dichter". Ik vraag het
aan hem. "Heb ik dat gezegd?" "Nou ja, het geeft niet, maar ik meen het wel".
Nou weet ik het nog niet...   
Hannelly Krutwagen heeft het niet makkelijk na dit welbespraakte optreden. Zij 
heeft het zichzelf óók nog niet eenvoudig gemaakt. Ze dacht dat ze alles zonder 
papier moest doen, zoals op slam-competities. Dus doet ze alles uit het hoofd, 
want ze heeft er zelfs niet aan gedacht het op papier mee te brengen, zodat ze
ook geen geheugensteun achter de hand heeft. Knap gedaan, maar één enkele
hapering, soms in mooie sonnetvorm, melancholische tafelmijmeringen over 
verloren liefde, gevoelige gedachten over een naaste die lijdt aan dementie. 
Machiel Sol zet zijn potjes op een camping kookstel en kruidt zijn gerechten 
met klanken uit zijn gitaar. Hij is een erotische fijnproever – "....ik ga je niet 
opeten/ Daarvoor ben ik teveel een proever, een/ Bijter en een snoeper … "
– 
zoals hij zich toont in de voordracht van het gedicht "Vrouw", dat ook in de 
Festivalbundel 2010 staat afgedrukt met een foto om van te watertanden.
Mischa van Huijstee, de man die de over-zelfverzekerde Rita Verdonk zo mooi 
in een prozagedicht neerzette. Hij heeft een hele act uitgewerkt en neemt tijdens
zijn voordracht zelf plaats in een kookpot, als de missionaris bij de kannibalen.
Het gedicht heeft een wijde horizon die gaat van de 'oersoep' tot aan een pakje
kant-en-klaar in één minuut. De vlammen onder zijn zitvlak zijn symbolisch, 
gelukkig maar, er zou een vreemde soep uit hem zijn getrokken met het aroma
van zijn stoere tuinmanschoenen. 
Tenslotte Delia Bremer, als altijd blootsvoets. Danst en schildert en dicht – en 
wat al niet méér. Schrijft zowel Drents als Nederlands en komt met mooie tekst
met gelaagde inhoud. Ze is vergezeld door haar vaste begeleider op gitaar. 
Voor de vierde keer neemt ze deel aan dit festival en eindigde al eens op de derde
plaats. Intussen is ze merkbaar gegroeid in de kwaliteit van haar werk.
Twee jaar geleden behaalde Delia hier de derde prijs.... Wat wordt het nu....? 

Nico Dijkshoorn en Ko de Laat verzorgen samen het grote afsluitende blok,
waarin de jury telt en wikt en weegt... 

 

"ik ga zitten 
knikkende knieën 
neem het tussen mijn vingers 
het zand, het gras 
aan deze waterkant 
en terwijl de brug open gaat 
vraag je om mijn vingers 

til je mij op in een dans 
onder de sterren 
die naast ons 
in het kanaal oplichten 

je bent warm 
adem in mijn hals 
je lijf leeft 

liefde zingt in je gezicht 
nu hier 
nu ik aan de oever in je armen lig 

gaat de brug weer dicht"  


Delia Bremer 

  Delia Bremer 

© Foto Copyright Hernehim Cultuur 


Dan komt het moment van de prijsuitreiking - de Publieksprijs valt toe aan 
Hannelly Krutwagen. Waarschijnlijk waren er veel mensen onder de indruk 
van haar voordracht geheel uit het hoofd. 
De jury vindt Ria Westerhuis (3), Laura van Loon (2) en Delia Bremer (1) 
de drie beste dichters van het DODfestival 2010
Allemaal vrouwen in de prijzen dus (maar eigenlijk zijn er slechts twee prijzen,
Hannelly en Ria moeten het doen met de "eeuwige roem"). 

De Festivaldichter 2010 is Delia Bremer uit Nieuweroord - opkomend talent 
Laura van Loon uit Emmen. 
Het thema voor 2011: "poppen en de poëzie". 
Festivaldatum: zondag 4 september 2011. 

Hée: "En die andere Laura dan, Laura Wijnands?" zult u als oplettende lezer 
vragen... Ik heb de andere jeugdige dichteres in haar mooie chique zwarte jurk
niet op het podium gezien. Was haar optreden dan zo kort dat het onopgemerkt
passeerde tijdens een plaspauze van mij? 
Geen idee, nog voordat de jury haar beslissende slotwoord spreekt is zij, samen
met vriendin, reeds vertrokken. 
In ieder geval: In 2011 nieuwe ronde, nieuwe kansen! 

© John Zwart – voor Hernehim Cultuur 10 september 2010 

 
 
Veel bomen omgewaaid, één heel bijzondere op 17 augustus 2010 - Beschouwing van John Zwart 
De zomerstormen van augustus hebben daken en caravans en ook bomen belaagd.
Veel bomen, vol in het blad, waaiden om, overal in het land, in Twente zelfs rond 
de vijfhonderd. Een bijzonder slachtoffer viel in Amsterdam, Keizersgracht 188. 
Acht jaar werd gestreden om die boom tussen het stadsbestuur en de omwonenden.
Vellen en opruimen, of laten staan tot het natuurlijke einde komt. Door criticasters 
werd nogal gesmaald over die overdreven sentimenten. 
Nu is de 173 jarige kastanje gevallen. Jammer, maar het zou eens gebeuren. 

Kwalijk vind ik dat opnieuw weer mensen hun stem verheffen om hun 'gelijk te halen'
Daniël Samkalden gaat in de Volkskrant van vandaag wel heel ongenuanceerd 
tekeer in zijn terugblik op "ziekelijke sentimenten voor relikwieën" en krijgt daarop
zowaar nog bijval. Misschien te verklaren vanuit de onderkoelde houding van de
directie van het Anne Frankhuis tijdens de voorgeschiedenis? 
Hoe kan men alle aspecten nog helder zien als de beheerder van het oude 
"achterhuis" de hele zaak koud liet? Er waren mensen die meenden postuum uit
naam van Anne Frank te kunnen spreken en beweerden dat - mocht het haar 
worden gevraagd - zij onmiddellijk voor 'het uit zijn lijden helpen' van de boom zou
hebben gepleit. 

Laat ik mij nu dan óók eens in de geest van Anne Frank verplaatsen. Ik denk niet -
neen ik wéét zéker - dat Anne heel blij zou zijn geweest met de uitgave en het 
succes van haar dagboek. Maar ik betwijfel erg of zij het wel zo fijn zou hebben
gevonden te zien hoe het achterhuis tot museum en tenslotte tot een soort instituut
werd gemaakt. En zeker zal ze het niet fijn hebben gevonden te zien hoe er mensen
haar boom ("onze kastanjeboom" schrijft ze in haar dagboek) onverschillig zou laten,
zelfs de directie van het instituut dat haar leven en sterven exploiteert. 
Zo, dat moet ook maar eens gezegd. 

John Zwart 31 augustus 2010 

 

23 februari 1944 
Ik ga haast elke ochtend naar de zolder om de bedompte kamerlucht uit m’n
longen te laten waaien; vanuit m’n lievelingsplekje, de grond, keek ik naar de 
blauwe hemel, de kale kastanjeboom aan wiens takken kleine druppeltjes 
schitterden, naar de meeuwen en andere vogels, die in hun scheervlucht wel 
van zilver leken en dat alles ontroerde en pakte ons alle twee zo, dat we niet
meer konden spreken. [...] «Zolang dit nog bestaat» dacht ik,«en het mag 
beleven, deze zonneschijn, die hemel, waar geen wolk aan is, zolang kán ik
niet treurig zijn. 
18 april 1944 
April is inderdaad schitterend, niet te warm en niet te koud met zo nu en dan
een regenbuitje. Onze kastanje is al tamelijk groen en hier en daar zie je 
zelfs al kleine kaarsjes. 
13 mei 1944 
Onze kastanjeboom staat van onder tot boven in volle bloei, hij is zwaar 
beladen met bladeren en veel mooier dan verleden jaar. 
15 juni 1944 
Zou het komen, omdat ik zo lang m’n neus niet in de buitenlucht kon steken
dat ik zo dol op alles wat natuur is, ben geworden? Ik weet nog heel goed, dat
een stralend blauwe hemel, piepende vogels, maneschijn en bloeiende 
bloemen m’n aandacht vroeger nog lang konden vasthouden. 

              Aesculus hippocastanum 1686124  


Paspoort Bomenstichting van de "Anne Frankboom"  

Boomnummer: 1686124 
Aesculus Hippocastanum
- Witte Paardenkastanje 
Omvang van de stam 4,75 meter 
Hoogte 22 meter Plantjaar 1837 
Reden voor registratie: 
- Visuele verschijning 
- Cultuurhistorisch belang

Einde natuurlijke levensduur: augustus 2010 (173 jaar)

 

 
 
Prinsentuinen veroverd door slampoëten  -  8 augustus 2010 Verslag - door John Zwart met tekstaanvullingen en foto's van Anneke Wasscher   
Niet alleen Groningen kent een Prinsentuin in het oude centrum, ook Leeuwarden 
heeft er één, die is misschien zelfs al ouder, want de tuin maakt deel uit van het
verdedigingsbolwerk van de historische stad met de Oldehove. De Leeuwarder 
Prinsentuin is ook al heel lang 'cultureel
groen' - want er staat een muziekkoepel 
tegenover de 'uitspanning' "De Koperen Tuin" met de naamgeving waarvan eer
wordt betoond aan de Leeuwarder auteur Simon Vestdijk. 's Zomers worden in die
koepel concerten gegeven. 
Nu is er een nieuw initiatief waarmee de Leeuwarder Prinsentuin zich ook poëtisch 
manifesteert tegenover het festival van die naam in Groningen. Melvin van Eldik 
heeft vandaag in 2010 in
Leeuwarden iets neergezet zoals Tsead Bruinja in 1997 
dat deed in Groningen: 
Dichters in de Prinsentuin van Leeuwarden dus vandaag. Wellicht het begin van 
een nieuwe slamtraditie. Wéér een zomers openluchtfestijn met het voordeel ervan 
(de mensen komen
graag de deur uit) maar óók met het risico van slecht weer. 
Het geluk is met Melvin en zijn
slamfeest. Ik tuurde 's morgens naar de lucht en 
op de buienradar en kreeg toen twijfel: "als het
regent ga ik er niet eens heen..." 
Maar rond twaalf uur breekt de lucht, het wordt een mooie droge
middag.

 

  De organisator timmerde flink aan de weg:
  zelfs posters verschenen in het stadsbeeld, zoals hier op het Raadhuisplein. 
  (
© Foto Anneke Wasscher)  

Gijs ter Haar in de Prinsentuin Leeuwarden 
© Eigen foto: Hernehim Cultuur

Op naar Leeuwarden dus, net als Erika Destercke, Martin Beversluis, Daan Doesborgh,
Wibo Kosters, Joost Oomen, Mark Spijkers en Gijs ter Haar. De zon schijnt, de singel
ligt propvol van
bootjes met luchtig geklede mensen, over de golvende paden van het 
bolwerk maken vele
Leeuwarders en toeristen een zondagswandeling. 
Rond de muziektent klinken klanken uit blik en er zijn nog maar hooguit 30 mensen
verzameld, staand
of zittend in de nabije grasranden. Het is toch wel hier... toch niet 
in caférestaurant De Koperen
Tuin aan de overkant van de vijver...? 
Maar het is wel degelijk in de koepel, waar het instrumentarium van "Winterjong", de
muziekgroep van Boris de Jong, staat opgesteld. Als het om kwart over twee begint
en de aankondiging
schalt uit de boxen, worden heel wat voorbijgangers aangetrokken
zodat het gehoor flink aanzwelt,
gelukkig maar, dit slamfeest verdient de zegen van 
de zon en een veel groter publiek door het
"zwaan-kleef-aan effect". 
Het zijn behoorlijke zwaargewichten die hier met elkaar de strijd der talenten aangaan.
Zelfs
ondanks het uitvallen van Ellen Deckwitz, die in december 2009 in Utrecht de 
NK finale won, zal
ieder al z'n zeilen moeten bijzetten om hier te kunnen zegevieren.

Hoewel ikzelf deze jonge Amerikaanse stijl van voordragen niet beheers kan ik wel 
erg genieten
van het vakmanschap en de gedrevenheid waarmee "oude rotten" als 
Gijs ter Haar en Martin Beversluis in dit genre presteren. De gedichten "Alle drop 
raakt op"
van Gijs en "Hindsight is for assholes" van Martin ken ik natuurlijk al en 
dat draagt flink bij tot mijn waardering. Want het gaat
snel hoor dat slammen, héél 
snel - je moet goed bij de les blijven als je de tekst voor het eerst hoort. 
De twee jongeren met behoorlijke slamervaring, Wibo Kosters en Daan Doesborgh
laten zich al evenmin onbetuigd. Wibo lijkt even aan de romantiek te raken, maar 
met een grimlach "Geef me de kans om/ tenminste vijf seconden/ niet tegen een/ 
dichte deur te praten./ Ik zal mijn voet tussen de kier dringen en de/ pijn van het 
dichtdoen/ voor lief nemen".
En Daan laat ook hier weer horen dat het niet zómaar
is dat hij, jong als hij is, nu al als stadsdichter van Venlo is gekozen. Voor mijn
oordeel (dat ik niet zal uitspreken) besef ik dat ook bij deze twee weer meespeelt
dat ik sommige gedichten al ken. Direct bij de opening door Daan als eerste dichter
kan ik een glimlach niet onderdrukken als hij begint met: "we waren de mannen 
met de kelen van schuurpapier..." 

 


Mark Spijkers vertegenwoordigt de "buitencategorie" want eigenlijk is hij geen 
slamdichter. Deze
stadsdichter van de gemeente met een veel te lange naam 
waarvan Dokkum de hoofdplaats is,
leest zijn eerste ronde wel degelijk zonder 
papier, zoals mannen als Gijs, Martin, Wibo en Daan dat
vrijwel altijd doen - voor 
een niet-slammer is dat bewonderenswaardig. "Vreemdgaan is erg/ vreemdgaan 
is erg mooi/...
roept de lange, langharige Mark, om dan tot de
conclusie te komen
"tussen vriendschap en seks bevindt zich een bed"
Voor wat betreft Erika Destercke ben ik helemaal in het hoekje van het vóóroor-
deel beland want j.l. maandag heb ik alles van haar al kunnen horen op de Maan-
avond in Emmen. 
Joost Oomen ("JA tegen valkuilen in het huwelijksbed") is voor mij de volslagen 
onbekende, met
net twintig jaar jonger nog dan Daan. Hij zet ook een knappe 
voordracht neer met grote inhouds- en gevoelswisseling. Naar mijn indruk leunt hij
bij de "felle" gedichten iets te zwaar op het volume.
Je kunt verbaal "slammen" 
(=gooien, smijten) maar je kunt ook door de mensen héénschreeuwen,
waardoor 
je ze juist niet meer bereikt. Ach, ik ben maar een leek, dus dit is een terloopse 
opmerking
v.w.b. mijn gevoel hierbij. 
Men moet die maar nemen voor wat die waard is. 

Wibo Kosters 
© Eigen foto: Hernehim Cultuur

De twee deelnemers uit Friesland - links Mark Spijkers, rechts Joost Oomen
© Eigen foto'a: Hernehim Cultuur

Veel indruk maakt Gijs op mij in zijn tweede blok met zijn gedicht dat hij opdraagt
aan "de moeders" (van Leeuwarden) - daarbij krijg ik echt kippenvel omdat het wel 
lijkt geschreven op de actualiteit
van de dag. Het drama van Nijbeets is er voor mijn
gevoel zóver ingekropen dat zijn gedicht "actualiteit" ter afsluiting hiermee bijna 
overbodig wordt. 
Martin brengt op het thema ontroering een tekst over zijn overleden vader en zijn 
beslissing om zelf
kinderloos te blijven "er zullen geen nakomelingen zijn/ als ik
doodga ga jij ook". 

Ontroering is er ook bij het luisteren naar Joost als hij een liefdesgedichtje kiest 
"...een opgedraaid muziekdoosje/ een melodie om op te sterven..." 
Gijs schildert met rake realistische zinnen de ontluistering van de ouder wordende 
vrouw die tevergeefs haar onweerstaanbaarheid van weleer
blijft demonstreren in 
"Stervende meisjes" ....de kont die net geen kont meer is... " 
Slamdichters lijken toch vaak een somber wereldbeeld te hebben waarvan ze schijn
en verval scherp
in beeld brengen, maar dat doen ze met een cynisme waaronder 
de goede luisteraar mededogen
kan vermoeden. 

De pauzeblokken worden door "Winterjong" volgespeeld en gezongen met al even
sterke teksten
en een presentatie door zanger Boris de Jong van hetzelfde niveau
als door de dichters.
Ondersteuning krijgt de zanger-tekstmaker-voordrager van
piano/synthesizer, een traditionele bas
die soms aangestreken wordt, percussie 
en een cello. Het cellogeluid draagt minstens zoveel bij
aan de knappe arrange-
menten als de piano. 
Wat ik schrijf over wereldbeeld, cynisme en verborgen mededogen geldt ook voor
Boris. Hij geeft in zijn tekst "Koe klap" op het oog een surrealistisch beeld van 
koeien die zich schuldloos grazend
onnozel van een klif storten, eronder proef 
ik een aanklacht tegen de bio-industrie. Ook speelt hij
mooi met onze grenzen 
van sentiment in een muzikale monoloog over "de sluipwesp" ...ik heb geen 
angel/ ik heb alleen een legboor..." 


"Winterjong" vormt een perfecte muzikale achtergrond voor een slammers-
podium. De groep brengt de cd "Slapen is voor dromers" uit, met feestelijke
doop in Bellevue, Amsterdam. (in december a.s.)  We horen hiervan hier al
"ochtendgebed" en "sigaret"

De uitslag
Het gaat niet met het spreekwoordelijke mes op tafel, of tussen de tanden. 
De middag maakt geen
deel uit van een competitiereeks, dus lijkt het een beetje op
de strijd om des keizers baard. De jury heeft veel waardering voor het poëtische 
gehalte van Erika Destercke en noemt vooral het
intiemere werk dat juist aan de 
goede kant van "plat" blijft. En met Daan Doesborgh als de andere finalist wordt de 
opvatting van Daan dat je nooit als eerste moet optreden (dan zijn ze je alweer 
vergeten tegen de tijd dat de jury zijn oordeel spreekt) gelogenstraft. 
Het publiek mag ook nog meedoen met briefjes en met hard en lang klappen... 
Daan Doesborgh is de trotse winnaar, stemming en applaus in evenwicht met Erika
Destercke
maar voor Daan klonk het net ietsepietsje harder... Erika dus de verraste
blije nummer twee. Publiekslieveling is de jongste Joost Oomen uit dit heitelân. 
Hij schijnt ook goed te kunnen "fierlejeppen" maar misschien vergis
ik me hierin en
betreft dat een naamgenoot... 
Iedereen heeft vrede met de uitslag, dat pakt ook wel eens anders uit. 
Melvin broedt al op een volgende editie... 

John Zwart, voor Hernehim Cultuur - met aanvullingen van Anneke Wasscher.
8 aug. 2010 

Hiernaast> Aan het slot ontvangt iedereen nog een "Paspoart foar Fryslân". 
Op de voorgrond Boris de Jong. De langste en de kleinste man schudden elkaar
juist de hand: Mark Spijkers en Melvin van Eldik. Verder van links naar rechts:
winnaar Daan Doesborgh, nummer twee Erika Destercke, Wibo Kosters, blauwe
reus Gijs ter Haar en Martin Beversluis. 

© Foto Anneke Wasscher 

 
 
Maanavond in poëtische setting - Een verslag van een tuinpodium van Drenthe Poëzie op 2 aug - door John Zwart  
Stichting Drenthe Poëzie heeft als opmaat naar het grote jaarlijkse festival, dat 
op het
Sleenerzand van Natuurmonumenten wordt gehouden, een serie 
"Maanavonden" op het
programma staan. 
"Maanavond" klinkt toch heel anders dan maandagavond, al zijn alleen maar drie 
letters weggelaten. 
Maandag 2 augustus werd de tweede.in de reeks, waarvoor telkens geprobeerd 
wordt een locatie te kiezen die aanspreekt en de titel recht doet. In juli was men 
al bijeengekomen
in Schoonoord bij de "Papenloze Kerk" het gerestaureerde 
koepelhunebed in deze regio, waar voelbaar het historische zwijgen van talloze 
eeuwen hangt. Afgelopen maandag werd
ik naar Noordbarge geloodst, voorheen 
een randgemeente, nu behorend tot het veel grotere Emmen
het historische zwijgen... 

"De Stroetenhof" - Foto: Stiltetuin De Stroetenhof

In een jonge groene wijk, bereik ik langs een onopvallend graspad tussen struik-
gewas door
een verscholen grote tuin: Stiltetuin 'De Stroetenhof". De tuin is 
een aaneenschakeling
van stukjes bos, open plekken, grasveld, natuurlijk 
begroeide bloemrijke perken en een vijver. 
Hier niet de stilte van het besef van ongetelde eeuwen maar de stilte van een 
natuurtableau,
intiem en rustgevend. De behoefte aan zo'n plek werd in 1999 
gevoeld door een groepje initiatiefneemsters die hiertoe een stichting oprichtten.
Rust, inkeer en ingetogen creativiteit kan hier worden beleefd, daarin past ook
voordracht - vrijwilligers zorgen voor de inspirerende omgeving. 

Zo'n veertig liefhebbers komen vanaf halfacht in groepjes binnen. De zon laat zich
langzaam
zakken in van het westen uit bolderende wolkenbanken - de maan zal er
vanavond niet zijn -
maar regen blijft uit. Er is geen microfoon en dat stemt me 
eigenlijk wel tevreden. Een klein
publiek tot vijftig mensen kan ik gemakkelijk met 
'puur natuur' vasthouden. Het komt de
concentratie ten goede, zo'n stuk metaal 
tussen mij en publiek wordt toch een beetje als
scheiding beleefd. 
Een klein aantal dichters voor een royaal programma, lekker ontspannen werken in
een
éérste en later nog een tweede blokje. Rik Holwerda (Dalerveen) kondigt aan,
hij staat ook
bekend onder de naam "Kunsterik", actief in verschillende disciplines,
en zal tevens eigen
werk laten horen. Verder staan nog Joke Rhebergen (Emmen),
Erika Destercke (Gent,
Vlaanderen) en ikzelf op het program. Drie mensen uit het
publiek hebben zich aangemeld
voor een Open Podiumplekje: Jeanet Penninga,
Maria en meest opvallend van hen Mischa van Huijstee, daarover straks meer.

Het is niet uit gemakzucht dat ik hier uit de aankondigingen van Rik citeer, het is
nu eenmaal wat gênant om een rijtje dichters aan te prijzen als je zelf in dat rijtje
staat... 

"Voor Joke Rhebergen (Emmen) is een optreden in de Stiltetuin een thuiswedstrijd.
Haar dichttalent heeft lang gesluimerd en kwam eerst naar buiten op latere leeftijd.
Na diverse publicaties in poëzietijdschriften bracht zij in mei dit jaar een bundel uit: 
"Lawinehekken" 
Al lijkt de titel te verwijzen naar een ver Alpenlandschap blijft Joke met bijna al haar
werk dicht bij zichzelf en haar dagelijkse bestaan. 
Schrijven geeft de Belgische dichteres Erika Destercke veel voldoening. Maar 
soms kan schrijven ook heel frustrerend zijn als een woord haar maar niet loslaat.
Haar rugzak zit vol met kleine strookjes papier waarop zij haar gedachten schrijft.
Soms zijn het verhalen van anderen, vrienden, medereizigers in de trein of gebeur-
tenissen in de stad die de inspiratie vormen voor een nieuw gedicht. Erika volgde
'Literaire Creatie' aan de academie te Deinze en trad al meerdere keren op zowel 
in België als in Nederland. De Vlaamse dichteres was in 2009 ook te gast op het
derde Open-Dicht Festival in Drente. 
John Zwart heeft zijn "roots" in de Zaanstreek liggen. Vijftien jaar zeevaren, een 
jeugd tussen schepen, voorliefde voor Jan J Slauerhoff en een filosofische levens-
visie vormen de basis voor zijn gedichten. Sinds 2000 werden er een aantal in 
diverse bloemlezingen opgenomen, en kwam een drietal bundeltjes uit in eigen 
beheer. De laatste, "Zeearmen", is daarvan de meest succesvolle." 


In de Stroetenhof - Noordbarge - naturel optreden in een bosamfitheater 
© Eigen foto: Hernehim Cultuur 

Joke Rhebergen oogst glimlachen 

Joke is als laatbloeier heel blij met haar bundel die dit jaar tot stand kwam dankzij 
de inzet
van haar levenspartner. Zij houdt van woordspelingen en opsommingen waar
ze dankbaar veel verrassingen in kan verstoppen. Ze oogst herhaaldelijk een glimlach.
Haar boekje zit vol met 'geeltjes', die zal ze ons liefst allemaal willen lezen. 
Ze is hier als enige
uit Emmen, dan mag je terecht rekenen op "een streepje vóór". 
Tegen het einde van de
avond mag zij nog een toegift doen. Jammer is dat ze zich-
zelf daarbij verliest, elke spanningsboog kent immers zijn einde bij het vriendelijkst
publiek. "Less is more" is d
e bekende wijsheid voor podiumkunstenaars die ik Joke
wil meegeven. 
Erika heeft haar repertoire, evenals ik, kennelijk ook wat aangepast aan de locatie.
Ze laat
ons mooi 'natuurwerk' horen. Maar ook krijgt zij weer de lachers op haar hand
als ze denkend aan "Het grote voorlichtingsboek" ook keuzes uit haar scabreuze 
repertoire niet schuwt.
"Als het wat later wordt op de avond, word je ondeugender Erika!" zo vat Rik het
voor ons samen. 
JohnN (John Zwart) had als 'natuurman'  van tevoren vanzelfsprekend allang rond-
gekeken in deze Stiltetuin via de website, die er mooi fotowerk van vertoont. 
De stilte als onderwerp drong zich onstuitbaar op met nieuwe inspiratie. Hij opent
met een cyclus van drie korte gedichtjes, nieuw geschreven speciaal voor deze plek. 
Dat wordt door de tuinbeheerders en vrijwilligers bijzonder gewaardeerd.  


 

als er woorden vallen 

als er woorden vallen 

eigenlijk zou ik hier moeten zwijgen 
maar waartoe zijn we dan gekomen 
besef van bescheidenheid moet blijven 
want stilte is er al en kan alleen ontnomen 

door een dichter met zijn woord die haar 
als vlinder van papier verscheurt en als 
het verkeerd valt ruw vermoordt 

de stilte 

is het kwetsbaarste niets 
en wordt daarom wellicht het meest geschonden 
door me af te sluiten vind ik haar niet terug 
maar voor haar teer geluid keer ik mij binnenste 
buiten en al wat stoort slaat diepe wonden 

(zonder titel) 

we leven in een luide wereld 
wat ooit muziek was klinkt nu oorverdovend 
en reclame wordt ons toegeschreeuwd 
verdoofd zoeken we vergeefs naar verloren rust 
altijd met de telefoon op zak 

© JohnN  

Keukenplezier 

Er is het eiwit schuimend 
de suiker klevend 
er is gist 
er zijn krieken 
samen verdrinken ze in het deeg 
zacht glijdend tot in de afgrond 

de bloem op de vensterbank is knap in de hoogte geschoten 
de kelk met zwartgevlekte meeldraden staat wagenwijd open 

met tijd goochelt de oven 
een priem wacht op het boren 
de cakegeur zwelt aan 
mes en vork zijn in de aanval 
de oven na het hoogtepunt 
geeft geheimen prijs 

de stengel door de warmte verzwakt 
knakt onder een voldragen parel  

 

© Erika Destercke 

In deze stille tuin in Emmen is daar opeens een stille tuinman die opstaat en 
vertelt dat hij niet alleen tuiniert maar óók wel eens een gedicht schrijft. 
Hij laat parlando horen. Het gaat over een zeilmeisje maar dat vergeef ik hem graag.
Mischa van Huijstee verrast en
heeft zich nu al een plekje bij Hernehim Cultuur  
veroverd op de blogpagina

Naar de reacties te horen is iedereen zeer tevreden met wat er geboden is.
Het is gratis maar naar het voorbeeld van Poetry International in Rotterdam wordt 
het aan de bezoekers overgelaten hun waardering te tonen. Ik weet niet wat er 
terechtkwam in de
hoed, men zal toch minstens een bijdrage voor de consumptie 
in de pauze hebben gedoneerd, maar hopelijk wat meer.  
Wat de beleving betreft kijk ik zeker terug op een geslaagde avond. Er komen er 
nog drie: de eerstvolgde in Smilde, op 16 augustus

 

© John Zwart voor Hernehim Cultuur - 4 augustus 2010. 

Hiernaast: Voor aanvang en tijdens de pauze 
                Op het terras onder het regenzeil, dat gelukkig overbodig blijkt 
               
© Eigen foto: Hernehim Cultuur  

 

 
 
OBA Open Podium juli editie  -  Verslag, Amsterdam 31 juli 2010  - door John Zwart  
De laatste zaterdagmiddag van de maand in de Centrale Bibliotheek van Amsterdam,
dan is er altijd dat podium, het enige dat geen zomerstop kent. Hernehim Cultuur 
maakte het weer eens mee op 31 juli. 
Het is de 79e keer meldt Jos van Hest trots. Het podium floreert nog steeds, altijd een
maand vooruit al volgeboekt. Riet Lamers heeft het er druk mee. Zij heeft assistentie
gekregen: voortaan wordt de organisatietaak verdeeld tussen Monique Groeneveld en 
Riet, deze vraagt iedereen mee te werken door het mail-verkeer uitsluitend over het 
adres *openpodium@oba.nl* te verzenden. (*asterix weglaten) 

Er komen een aantal bekenden aan de ovale tafel van Jos: Martin van de Vijfeijke,
Gerda Posthumus - die ook 'Louise' heet, Leonice Leite da Silva en Kees Godefrooij.
Vesna Blaziç is er ook, die verdient wat meer aandacht want het is al een tijd geleden
dat ik haar bezig zag (Haarlemse DIchtlijn 2009). Ze zet een theaterscène neer met 
een drietal aansluitende teksten die ze uitspreekt terwijl zij op het podium vloeiende 
poses aanneemt. 
"... ik schrijf liefst 's nachts/ als de wereld slaapt/ op de diepste bodem/ van de zee..."
Zand, zee, golven en schelpen vervullen haar 'act' die een ode aan "blauwhuis" is. 
Blauwhuis, de naam die zij de zee geeft: "het huis van de gastvrijheid"
Ze heeft een celliste meegebracht voor begeleiding, de Griekse Chloe Ghomez en het
publiek, in de ban van klanken en beweging, aarzelt lang om de laatste stilte te breken 
met applaus. 

Centrale Openbare Bibliotheek Amsterdam, Oosterdokseiland
Het bordes naar - 2e étage Cultuurplein - 7e érage Theater van 't Woord 

© Eigen foto: Hernehim Cultuur

De Blaffende Honden op het Leidseplein 
Voor de dichter Ronald Offerman (links) schijnt altijd de zon
Michael Abspoel de zanger in het midden, rechts de gitarist


Moedige debutanten zijn er ook: twee leden van de Schrijfclub De Kantlijn en 
Jeanine van Dijck met poëzie uit de kaaswinkel, maar de meeste moed toont de 
jonge Marcus Meesters, die een groot aantal aquarelillustraties heeft opgehangen
op de rij panelen achter de grote tafel. Die illustraties maakte hij bij de verhaaltjes die
hij bedacht op het Vondelpark. Plaatjes en teksten vormen samen een prentenboek 
dat hij in eigen beheer heeft uitgebracht via 'drie musketiers'. Een kloek besluit nadat 
een aantal uitgevers hem had afgewezen. Duizend (!) exemplaren waren nodig om de
magische verkoopprijs van € 14,95 voor een geïllustreerd boek in vierkleurendruk 
haalbaar te maken. Ook hij heeft iemand meegebracht die hem ondersteunt, Hetty, 
die één van de tien verhalen uit het boek - over bosmuizen en een vleermuis - aan 
ons voorleest. 33 Dozen staan er opgestapeld in de woonkamer van Marcus, die ze
vol vertrouwen aanbiedt bij de speelgoedbranche. 
Het optreden van Ronald Offerman beschouw ik ook als een moedig debuut, want
net als Vesna laat hij zichzelf zien op een manier zoals ik hem nog niet ken: als lid 
van een driemanschap "De Blaffende Honden", ze treden op met een combinatie 
van Amsterdamse poëzie, idem zang, met professionele gitaarbegeleiding. 
Michael Abspoel zingt met zijn heldere stem over "Tante Jans", die dood is. 
Op voortreffelijke manier komt de Amsterdamse Tante Jans tot leven, begeleid door de
Friese Peter Hoekstra op gitaar. Bezoekers van Dichterscafé Eijlders aan het Leidse-
plein hebben al eerder met dit drietal kennisgemaakt, voor mij een verrassende nieuwe
beleving van "smartlappen" in een originele benadering. Was "Tante Leen" ooit een 
begrip in de Jordaan toen die nog 'die ouwe Jordaan' was, voor de faam van "Tante 
Jans" verdwijnen alle beroemde bouwwerken en pleinen van Amsterdam van de aard-
bodem, in de schaduw van haar overlijden. 
"Iedereen heeft toch wel zijn eigen tante Jans, of tenminste eens gehad". 
Nog een verrassing is Edwin Mulder (onthoud die naam), voor het eerst aan tafel met 
Jos van Hest. Zijn leven bestaat uit "een creatieproces en een krantenwijk", zo vat hij 
het zelf samen en geeft daarmee al aan hoe de producten van dat creatieproces er 
ongeveer uitzien: korte teksten met onverwachte wendingen vol licht cynische humor.
Gedichtjes die meer kleine liedjes zijn en soms lijken op citaten uit een cabaretvoor-
stelling. Makkelijk in het gehoor, dus blijven ze bij, maar daardoor niet alleen: 
"... de mensen, ze komen, de mensen, ze gaan 
 ze hebben een lege blik 
 en 1 van die mensen ben ik ..." 
"... beste god, ik heb alles gedaan wat u zei 
 kom nu maar met uw geluk ..." 

Uit een ontmoedigende toespraak voor twee mensen die een relatie willen aangaan:
"... tot jullie 80 zijn gaar sudderen en elkaar 
 in de naam van de liefde 
 stukje bij beetje uit elkaar trekken..." 

Het is beslist wáár wat de OBA in de aankondiging van het maandelijkse podium 
zegt:
"Voor iedereen die wil voorlezen uit eigen werk en voor iedereen die daarnaar 
wil komen luisteren, altijd weer verrassende optredens". 

© John Zwart voor Hernehim Cultuur - aug 2010 
   

    

  Edwin Mulder vertelde dat hij ook actief is als DJ 
  Wat speuren op de nieuwe sociale media leverde deze foto op.

 
 
De 13e editie van het Poëziefestival "Dichters in de Prinsentuin" Groningen Stad - 28-30 juli 2010 - Impressieverslag van Anneke Wasscher en John Zwart 

Het is vandaag 28 juli en ik ben op weg naar Groningen voor de openingsavond
van dat jaarlijkse festival dat zo langzamerhand al een wijdverbreide reputatie 
begint te verwerven. 
Voorgaande jaren vond die aftrap meestal plaats in Jazzcafé De Spieghel, maar
nu heeft
de organisatie de blik op "de Puddingfabriek" laten vallen. Een jaren
dertig ex-industrieel
complex waar ik eerder al eens de presentatie door uitgeverij
Passage van de bundel
"Bronwater" van Diana Ozon meemaakte - het gebouw 
kreeg een nieuwe functie als
congres- en zalencentrum. 

Als thema voor 2010 heeft de Prinsentuin "Poëzie als dagelijks brood" gekozen
en het ziet er inderdaad naar uit of de mensen vanuit elke uithoek er opaf komen
als hongerig volk
naar de uitdeling van poëtische spijzen. Ik arriveer eigenlijk veel
te vroeg, toch heerst er
al een geanimeerde sfeer op het pleintje en rond de 
entree. Käthy de Jong is er ook al vroeg bij, evenals Grietje Elzinga die altijd zo
keurig de "Hernehim Gedicht van de Maand" prijzen verzorgt. 
"Zaal open" is de term die ik in het programma lees, maar die is blijkbaar niet van
toepassing want buiten zie ik een opstelling met podium, microfoons en regie 
voor het geluid, een banner van "Wintertuin" - ook bij de "Prinsentuin" betrokken
kennelijk - en een beamer met projectiescherm. 

© Hernehim Cultuur      

De Puddingfabriek heeft een soort atrium met groene accenten rondom een 
centrale grote plataan en boven ons hoofd hangen omgekeerde kelken die nog 
het meest lijken op reusachtige witte puddingvormen, waarin later op de avond 
gekleurde lampen zacht zullen gaan
gloeien. Maar voorlopig schijnt nog volop 
de zon. 
"Gaat het hier buiten gebeuren?" vraag ik de mannen, druk bezig op het podium,
naar het
voor de hand liggende antwoord. En ze hebben gelijk, waarom zou je 
ook binnen gaan als
het buiten een mooie zomeravond is, het is immers vanaf 
de start een tuinfestival geweest. 
Voor de aanvang lopen er heel wat dichters rond "in het wild". 
Ik zie Nanne Nauta, die 't
eerst zal optreden, Tsead Bruinja, de "aanstichter" 
van dit alles dertien jaar geleden, die
me onlangs weer verraste met een prachtig
"instantgedicht" als "dichter van de dag" op
radio 1, Anneke Claus, de jonge 
stadsdichter van Groningen. En natuurlijk zie ik ook heel
wat deelnemers die
morgenmiddag of vrijdag in de Prinsentuin aan de Turfsingel optreden: 
Frouke Arns, met bescheiden trots op haar Meanderprijs dit jaar, Koos Hagen, 
Jolies Hey, Fieke Gosselaar, Jelou, Joost Baars, Delia Bremer, allemaal heel 
bekende gezichten, ook voor mijn lezers denk ik. 

 

Käthy de Jong (r) en Grietje Elzinga (l) zijn er ook al vroeg

Het gaat beginnen. Ik mis de gedreven, steevast in spierwit pak gestoken, Klaas 
Knillis Hofstra
. Een onbekende bebrilde presentator neemt deze avond voor zijn
rekening. Later verneem ik dat het Peter van der Beek is, enthousiast is hij wel:
méér dan tachtig
dichters zullen er optreden over de komende dagen en de 
Kleine Uil
heeft de bundel
waar ze allemaal met één gedicht in staan al klaarliggen,
met de openingskorting eraf slechts
€  7,50. ISBN 978.90.77487.89.1 
Ik had me al afgevraagd wat "flarf" toch wel kon zijn, het associeert mij met een
slecht
dessert, zoiets als "haagse bluf", zoet schuim waarvan een grote hap een
verdwijntruc
speelt in de mond. Maar in de poëzie is "flarf" iets heel anders: een
poëtisch spel op de
computer. 
1. Bedenk een zoekterm op Google, 
2. Open het resultaat en kies een regel tekst, 
3. Open een volgend resultaat en kies opnieuw een regel tekst, enz... 
Zo bouw je een gedicht. Wie van absurdisme houdt slaagt gegarandeerd. 
Nanne Nauta geeft een live-demonstratie waarin de logica doeltreffend wordt 
verslagen: "Heeft iemand nog vragen?" 
Na de snelle bloei van "slam" is een nieuwe dichtvorm geboren "flarf". 
Onthoud die term! 
Dan is "poetracks" aan de beurt. Daarmee volgt de synthese van poëzie en 
muziek.
De beamer wordt gestart en opvolgend vloeien de portretten van W.F.
Hermans, Harry
Mulisch, Hugo Claus, Remco Campert enz. over het scherm, 
terwijl "Chopwood" Odilio Girod zich met stem en synthesizer in de gedichten
verliest. Het gaat niet aan te zeggen: "het voegt een dimensie toe". De gedichten
vormen een bron voor nieuwe
muzikale inspiratie. Odilio is het instrument om 
daaraan vorm te geven, met geluid en
lichaamstaal. 

Een deel van het publiek in het atrium van de Puddingfabriek

© Hernehim Cultuur - Zinderende "Poetracks" van Tom Pintens 

Natuurlijk is er ook gewoon voordracht. De jonge Pim te Bokkel, die al mag 
bogen op de Cees Buddinghprijs voor zijn debuutbundel, heeft al een nieuwe 
bundel in de maak.
Ik herinner mij een intrigerend gedicht over een waterdruppel.
Pim is zijn stijl trouw
gebleven ook zijn recente poëzie blijft dichtbij met een 
onverwachte wending. Als je hem
hoort zou je willen vragen: "lees het nog een 
keer", maar hij verkiest ons nadenkend
achter te laten. 
De andere dichter die zijn eigen teksten leest is Nyk de Vries, maar bij hem 
is er
alweer een toegevoegd aspect: hij geeft als een Bob Dylan accenten met
een mondharmonica ten beste en onderstreept het ritme van zijn gedichten met
klakkend handgeklap. Ik hoorde Nyk de Vries onlangs nog op Poetry International
waar hij optrad met zijn
"Motorman" voor een volle schouwburgzaal. Er zitten
verschillende werkelijkheden in
zijn gedichten en hij laat ons ernaar zoeken. 

Het hoogtepunt van de avond voor mij is de Vlaming Tom Pintens, die de 
gezongen
poëzie uitwerkt met grandioos gitaarspel, onnavolgbaar in zijn variaties
en het publiek
duidelijk enthousiast doet verlangen naar méér! 
Maar de tijd spoedt voort. 
Iedereen is gebleven voor "Roosbief" Roos Rebergen met
haar "aarzelende"
zing-zeg-stijl, heel dynamisch telkens uitschietend met felle uithalen. Ze treedt 
niet op met haar band, is hier gewoon als Roos zichzelf begeleidend op piano.
Ik hoorde haar eerder op het Festival Sunsation en in het Bimhuis in Amsterdam,
altijd met eigen werk, Nederlandstalig. Ze is volstrekt uniek en valt zeer in de 
smaak van een jong
publiek, dat hier in Groningen ook in groot aantal op "Poëzie
als dagelijks brood" is afgekomen. Ze willen eigenlijk een toegift, maar die krijgen
ze niet. Het is al na elf uur. 

Het slot valt van een oprecht mooie avond. 
De organisatie is tevreden, nog nooit eerder zoveel publiek voor een openings-
avond,
prachtig weer voor een buitengebeuren bij het centrum van de stad - 
dat er af en toe
een passerende trein over de wissels snerpte hebben we voor
lief genomen. 

John Zwart - voor Hernehim Cultuur 29 juli 2010 

Een impressie van de donderdagmiddag uit de Prinsentuin 

Vervolg van Anneke Wasscher 

De Prinsentuin Groningen - Hoe nat en kil het was, op dag 2... 
© Foto: Anneke Wasscher
 

Misschien had ik de buienradar moeten raadplegen. Dan was ik er ook beter op
gekleed geweest deze middag. Er was ons droog weer voorspeld. Aangezien ik 
nogal wantrouwig van aard ben en vaak merkte dat de weersvoorspellingen
lang 
niet altijd waarheidsgetrouw zijn, was ik toch toegerust met een paraplu. Een mini
weliswaar - en we moeten er ook nog eens met zijn tweeën onder, mijn poëzie-
vriendin en ik!
We hebben het twee uur volgehouden. Toen waren we doorweekt en
stijf van de kou. 
Waarom werd er niet uitgeweken naar de vervangende “binnenshuis” locatie?
Geen idee. Groningers zijn echt stoere mensen, ik verraad mijn afkomst met 
mijn gebrek
aan doorzettingsvermogen, want ik ben van oorsprong namelijk een
"westerling".
"Dichters in de Prinsentuin".hóórt gewoon buiten. 
“Om drie uur is het droog” riep Klaas Knillis Hofstra

Wat we hoorden, was alleszins de moeite waard. Op het theeveld opende 
Judith Herzberg
de rij. “Sterk.” Geen ander woord past bij haar. Daarna 
verhaalde Elmar Kuiper over zijn
werk in de psychiatrie. Hij bewees hiermee 
zijn terechte nominatie voor de “Cees Buddinghprijs” van dit jaar. 
Graag had ik het optreden in de loofgangen willen meemaken, in kleine groepjes
in intieme sfeer met de dichter van je eigen keus, maar dat ging niet door wegens
de forse regenbui om half drie. 
In plaats daarvan kregen al deze poëten een plek op het theeveld onder de luifel.
Ze moesten hun repertoire behoorlijk inkrimpen: niet meer dan twee gedichten 
elk.
En liefst in rap tempo. Toch vergaten we even kou en regen. 
Onvoorbereid zomaar versterkt op het theeveld kwamen ze aan bod. 
Frouke Arns, winnares
van de Meanderprijs 2009 en Jolies Heij met een portret
over haar familie. Heel knap in woorden verbeeld, maar de inhoud was niet om blij
van te worden. “En dat terwijl het al zo regent,” merkte Hofstra op. 
Jelou was indringend zoals altijd, Joost Baars met nadruk in zijn “dolende taal”
Intrigerend. Kort toch krachtig. 

Nog korter kon Are Meijer het zeggen in één van zijn gedichten, waarin hij duidelijk
maakte dat vooral zijn fysieke “lengte” aantrekkelijk is voor het andere geslacht. 
Sinds ik hem hoorde tijdens een optreden in de OBA in Amsterdam, ben ik een 
fan van hem. Daar las hij een
schitterend gedicht over een autorit over de A 7. 
Die rit gaat eigenlijk over de dood van zijn
vader. Na dit optreden in de Prinsentuin
vind ik hem ook veelzijdig. 
De voordracht van Ingmar Heytze was wel zeer ongewoon. Hij trad op via het 
mobieltje van de presentator. Vanuit een zonnig Utrecht! 
Luid applaus van het publiek. “Jullie zijn met veel”, merkte hij op. 
Er was een korte pauze, tijd voor een "koek en zopie" om een winterse term te
gebruiken,
want het regende maar dóór. Jos Versteegen zag ik door een grauw-
sluier. Hij zou na de pauze optreden en dat wilde ik absoluut niet missen. 
Vorig jaar stond ik nog samen met
hem in de Kargadoor te Utrecht. Ik trotseerde
dus opnieuw de nattigheid. Terecht want zijn gedichten zijn, zoals ik naast
mij 
iemand hoorde zeggen "ontroerend en toegankelijk". Wat is alledaagser dan de
zeven
overhemden nagelaten door je overleden vader? Vooral wanneer “ze liggen
in een plastic tas te wachten op de keukentafel"
. Zijn laatstverschenen bundel:
“Zijn overhemden op jouw huid” lag te koop bij de marktkramen, net als de 
verzameling “Dagelijks brood”.
Zodat ik behaaglijk warm en droog verder lezen 
kan, lekker thuis op de bank. 

29 juli 2010 - Anneke Wasscher voor Hernehim Cultuur 

 

  De immer optimistische Klaas Knillis Hofstra: 
  "Om drie uur is het droog!" 

 Jammer van donderdag, dat drukt het aantal bezoekers
Voordracht F.Starik op de droge dag 3 

"... van de bloeiende nacht ontwaken in groen/
van de bloei de haren verward/ van de nacht gewoel..."     Hélène Gelens 

"...Ik moet nodig op vakantie naar een kamp/ 
om aan te sterken, of misschien iets doen/ 
aan opbouwwerk in landen waar het erger is.../..."            Ingmar Heytze 

"Ik heb een zwaan gered/ een van papier,/ 
die bij de vuilnis was gezet."                                         Judith Herzberg 

"Dichters in de Prinsentuin 2010" 
vanmiddag en vanavond nog: 30 juli in Groningen Prinsentuin en De Souffleur. 

© Tekst verslagen Anneke Wasscher en John Zwart - voor Hernehim Cultuur 
© Foto Anneke Wasscher

 
 
De zon had niets meer te zoeken aan de Swifterringweg - Flevoland -  19 juni 2010 - Verslag door John Zwart -   geplaatst 23 juni 2010
Het Flevolandse Sunsation Zomerfestival - de zomerse zonnewende ja, je zou 
het niet zeggen
met deze hedendaagse temperaturen - maar het was alweer zover. 
Over een paar dagen
komt de zon alweer een minuutje láter op en gaat ze weer 
een minuutje éérder onder. 
Dat zonnewende evenement is een traditie daar in die polder en als je er al zó lang
heen gaat lijkt het wel of je wel móet.... zonder er nog bij stil te staan. Ik heb maar 
twee keer
gemist en daar het nu het 29e jaar is, offerde ik dus voor de 27e keer 
weer mijn nachtrust
om ergens in 't vlakke polderlandschap de zon zeer waarschijn-
lijk niet boven de kim te
zien uitstijgen... net als 23 andere keren. 
Ach, vroeger woonde ik er vlakbij, dan gá je gewoon - ondertussen al tweemaal 
verhuisd,
eerst naar Almere, betekende toch royaal een uur langer onderweg, uit 
en thuis. Maar na
de recente verhuizing is dat "land-art object"  Robert Morris 
Observatorium
zo ver weg,
dat er bijna 160 km moet worden afgelegd van vertrek 
tot terugkeer voor de huisdeur. Dus
in het holst van de nacht, om 3 uur uit je nest,
terwijl een avondmens er zelden vroeger dan
middernacht in ligt... Een zwoele 
zomernacht kan dat draaglijk zijn, maar bij rotweer... is
dat niet gekkenwerk? 
Een blogger op een andere site beweerde dat ik alles wat ik bezoek beschrijf als
'prachtig':
een podium kan nog zo beroerd zijn en de helft van het publiek houdt het
voor gezien, toch: JohnN beleefde er steevast een prachtige middag of avond, 
zo blogt deze blogger... 
Welnu, let dan op: hier volgt een opmerkelijk verslag. Beïnvloed door herinnering en
teleurstelling, er bovenop een vleugje ergernis. 

Een historische foto: in het jaar 2006 aanschouwden we 
één van de zeldzame zonsopgangen in het NO-vizier 

© Foto 20.06.2006 Copyright Hernehim Cultuur 

  "Heer Bol" altijd hoopvol voor de zon Wie op 19 juni rond 04:30 de A6 snelweg verliet en de Houtribweg N307 opdraaide 
werd onmiddellijk verblind, alsof een tegenligger zijn ongedimde vérstralers je in de
ogen priemde. 

Maar het was de tijdelijke mast met stadionlichten op het provisorische parkeerterrein
bij
het Observatorium! Het terrein bij de aansluiting van de N307 op de Swifterringweg
toont ons de onstuitbaarheid van de krassende nagels van de tijd. Bij de realisatie in
1977 lag het
aan oost-, noord- en noordwestkant vrij in open landschap. Aan de zuid-
kant eigenlijk óók,
maar daar werd langs 'n laan van een dubbele rij prachtige kastan-
jebomen en een klein
parkeerveld een bosperceel aangelegd als scherm. Nog maar
enkele jaren geleden was
het een heerlijke natuursensatie om daar met een groep
gelijkgestemde mensen samen
te komen. Bij het eerste licht van het ochtendgloren 
werd je overspoeld door de zang van
honderden vroege vogels. 
Recent is zowel de laan als de hele bosstrook kaalgeslagen. Langs die kale strook 
loopt een spoorwegtracé. Waar ooit de laan begon begint nu de afrit van een spoor
onderdoorgang.
Geen vogel meer te zien of te horen, in plaats daarvan geraas van
stroomaggregaten. 
Waren er nog vogels geweest, ze zouden onmiddellijk op de vlucht zijn geslagen 
voor de
ware terreur van technomuziek die losbarst als inleiding op het festival. 
Eerst verblind en
vervolgens óók nog verdoofd....  Daarna weer concentreren op 
poëtischer zaken, men is op
zoek naar "nieuwe vormen".
Eerdere jaren al stoorde me het streven naar "prestige" dat het festival volledig 
veranderde vergeleken bij de herinnering aan de jaren kort na het ontstaan. Altijd 
een ongedwongen
sfeer waarbij spontane contacten opbloeiden tussen optredende
dichters en publiek. Toen
het evenement groeide kwam er een Organisatiebureau
(Fabergé) aan te pas en een
'floormanager'. De laatste jaren lopen er overal man-
netjes rond met uniforme sweaters van
'evenementmakers' (XL de Ateliers).
Hernehim Cultuur besteedt op het internet ruimschoots aandacht aan het festival 
vanaf de
aflevering 2002. Hoewel ik Hernehim meerdere malen heb aangemeld voor
hun persberichten worden deze tot vandaag nooit ontvangen - gelukkig zijn er nog
andere kanalen -
maar het voelt als signaal van de arrogantie die geleidelijk lijkt in 
te sluipen. 
Het jaargang 2008 werd ik op barse wijze weggestuurd door zo'n XL jongeman, 
omdat ik
de partytent niet in mocht, waar de deelnemers 'n ontbijt werd geserveerd. 
Thom Ummels en
Joop Hardenbol, twee drijvende figuren uit de eerste jaren, ken
ik al langer dan 25 jaar.
Natuurlijk begroeten we elkaar en met Joop maak ik altijd
een praatje. Joop is intussen
slecht ter been geworden, hij zit nu op een klapstoel
opzij van het podium. Dit jaar word ik
bij mijn sociaal contact aangesproken door 
een autoriteit(?) die mij erop wijst dat "deze
plek voorbehouden is aan optredende
artiesten" (Er stonden nog 'n tiental klapstoeltjes,
waar dat moment niemand op zat,
terwijl ik stònd! Ja dan moet je de mensen zeker wegjagen). 
Zojuist voorzien van een fluit-oor dankzij de 110+ decibellen van Tribal Spirits 
(klik op de naam voor hun openingsnummer 'Possessed" voor een indruk) 
- "ik kan niet meer denken, ik kan het denk ik niet" - voeg daarbij dat het koud,
nat en winderig was; dan begin je je toch iets af te vragen: "wat doe ik hier eigenlijk?" 

 

Tribal Spirits (Originally Fake) uw adres voor zware metalen 


            Ruben van Gogh           

 

 

Meer recente foto's worden later toegevoegd 

Maar laat ik me verder beperken -positief- tot wat er verder geboden wordt dit keer.
Heer Bol (Joop Hardenbol) verwijst naar het thema van dit jaar "Noorderlicht" en 
legt het
verband uit, omdat dit verschijnsel ontstaat door verhoogde zonneactiviteit.
En omdat het
vooral geassocieerd wordt met noordelijke landen hebben ze gasten
uit het noorden
uitgenodigd: Scandinavië en Estland. Zonder veel hoop wijst hij ons
op de aanstaande
zonsopgang - hij ziet, met mij, de snel aanschuivende wolkenbank
vanuit het noordwest. 
De winnaressen van een Kunstbende gedichtenwedstrijd Maaike Broekhuijsen en 

Brechje Olgers mogen ieder vanaf een soort duikplank bovenop de binnencirkel hun

winnend gedicht laten horen, waarna drie danseresjes in witte gazen jurkjes daar 
boven de aanwakkerende wind trotseren - gelukkig nog zonder nat te worden. 
De presentatie wordt overgenomen van Heer Bol door Ruben van Gogh. De eerste
dichter is Tonnus Oosterhoff. "klemde het deurtje/ dat mensen en dieren 
gescheiden houdt?"
Hij voert ons in een sprookjeswereld waar gekozen moet tussen
drie eikenhouten deurtjes, en waarin een jonge held de jongste prinses kiest om te
kussen. Hij
toont zijn betrokkenheid met de aanleiding van het festival met poëtische
verzen als "de zon, die de aarde met haar stralen koestert" en hekelt de neiging om
elkaar te
overtreffen met het noemen van absurde Guinness records: "het meest 
recente hoogste gebouw van de wereld", "de man met de langste vingernagels", 
"de reus van Rotterdam".
Hij draagt voor over mensen die ongeduldig claxonneren 
wegens een
automobilist die op de rotonde een hartaanval kreeg: "de auto met 
overledene wordt de berm in geduwd"
en besluit met de constatering: "de mens is
een oververtegenwoordigd dier..." 

Dan komt de blinde Friese dichter Tjebbe Hettinga. Alleen door de beide eerste
dichters ben ik alweer een beetje verzoend met de ontberingen van de dag. 
Tjebbe
draagt in zijn fenomenale stijl zijn eigen odyssee voor waarin de zee, het
Caribische
strand, de natuur en vrouwen elk hun rol spelen in tropische sferen. 
De regen dreigt,
maar Tjebbe blijft manmoedig achter de kleine katheder staan, 
vooruitgeschoven vanonder het overdekte podium waar muziekinstrumenten en 
techniek beschermd staan tegen natuurgeweld. Terwijl de dichter ons verhaalt over
zonovergoten straten van Curaçao en van Bon Futuro in de Koraal Specht barst 
de eerste bui boven ons los.
Er zullen er nog twee volgen...  
De Zweedse slamdichter Henry Bowers heeft méér haar om de regen te trotseren, 
hij springt vanonder de luifel tevoorschijn om zich er weer onder terug te trekken 
wanneer hij met zijn DJ samenwerkt. Hij bewijst de DJ de eer die hij vindt dat hem
toekomt: "DJ  Lo Kut !" roept hij, wijzend. Niemand durft te lachen. 
Zijn haar is in een wrong op
zijn hoofd vastgespeld. Heeft zich waarschijnlijk nog 
nooit geschoren: "I like my beard. Old people think I am a terrorist, kids think 
I am Santa Claus"

Bij deze slamdichter dient zich nog sterker het taalprobleem aan, slammers zijn 
heel rad van tong en als het dan in het Engels is zou een briefje met tekst of een
vertaling welkom
zijn. Tegen de achterwand van het overdekte podium hangt een 
flink plasmascherm, maar
om daarop een lichtkrant te lezen heb je in het publiek
toch minstens een goede toneelkijker nodig.
Tjebbe Hettinga sleept je met de 
muziek van zijn voordracht in het Fries altijd mee, ook
al versta je niet alles even 
goed - bij deze Henry Bowers, waar het vooral om spitsvondige
taalvondsten gaat,
is dat moeilijker. Na het eerste nummer gaat hij gelukkig een tandje
lager en wordt
ook gevoeliger in "Stories for sale"

"it is safe to say this kid has seen some hard times (...) he's got stories to tell 
that'll teach us a thing or two / he'll tell 'em if you pay him - (...) his thoughts for
pennies but nobody's buying (...) never have I ever seen a kid with a sadder smile".

Dan weer een muzikaal onderdeel. Uit Tallinn, Estland een trio, zang ondersteund
door
harmonium en percussie. Bijzondere klanken uit een onbekende noordelijke
wereld.
Kirtana Rasa bezingt in het Russisch de stilte van de toendra. Voor een
ander nummer
doet ze haar best om ons de kou en de regen -die inmiddels even
is gestopt- te laten
vergeten: het gaat over een warme dag tussen de korenvelden
op het Franse platteland.
Even gemakkelijk door haar in het Frans gezongen. 
De jonge Deense dichter Philip Tafdrup opent weer een blokje van het gesproken
woord.
Hij debuteerde pas onlangs met een bundel van foto´s en bijpassende 
gedichten.
De bundel ontstond in Australië waar hij gefascineerd werd door het 
leven in het zuiden
en voor zijn foto´s vooral in de grafmonumenten van Sydney.
Omdat maar weinigen de Deense taal zullen beheersen citeer ik uit de Engelse
vertaling: 

"(...) the afternoon drags itself along, slowly 
like half empty busses 
with defective air-conditioning 
on Ocean Street 
a few residents are seen in doorways 
in the shade from sun bleached awnings 
lazy and slightly horny 
bottles of soda or ice cream cones 
in their hands 
eyes gazing out towards white painted houses: 

Maybe one ought to conquer something?" 

Tijdens het optreden van Tafdrup is het droog geworden, maar de volgende dichter...
heet
Bart FM Droog en dat doet het ergste vrezen. 
Droog is onder andere geïnspireerd door
Paul van Ostayen "die stierf aan een 
overdosis tuberculose".
Hmm. Misschien deze ´grap´
omdat Droog begonnen is 
met de traditie van de ´Eenzame Uitvaarten´?
Vele grotere steden zijn gevolgd: 
dichters te laten schrijven bij de begrafenis van mensen
waarvoor geen enkele
nabestaande zich meldt. Hij is hiermee begonnen in Groningen. 
Een gedicht over de ramp met de Russische kernonderzeeboot "Kursk"

Kursk 

Uit machinekamer negen 
visten bergers het cadeau 
dat Wajnka nog voor Irma maakte 

´kijk meisje 
papa is een vogeltje 
hij zweeft nu in de zee 

en dat poppetje 
komt papa adem brengen 
daar beneden in de zee 

waar bankjes staan 
om uit te rusten 
van de diepe reis 

lief meisje 
blijf papa adem brengen 
want dat poppetje dat ben jij´ 

© Bart F M Droog Uit: ´Radioactief´ / Uitg. Passage 2004. 

 

Meer recente foto's worden later toegevoegd 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bart FM Droog 
is een expressieve podiumdichter 

© Foto Hernehim Cultuur 

Meer recente foto's worden later toegevoegd 

En ja het regent weer en niet meer zachtjes, het regent hard, keihard.
Tsead Bruinja, nog weer een Friese dichter, zal volgen... Sorry Tsead, ik hoorde je
al
zo vaak... en ik heb al drie bundels van je. 
Ik vlucht naar de grote tent waar zich intussen
meer volk bevindt dan binnen de cirkel
van het Observatorium zelf, onder de wenende blote hemel. 
In de ongeordendheid door het slechte weer mengen zich daar opnieuw deelnemers
met ´t
publiek, zoals het ooit altijd is geweest. Ik raak in gesprek met Kirtana Rasa,
de jonge
vrouw uit Estland. Tijdens haar optreden was mij haar talenkennis al over-
duidelijk. We zouden Zweeds, Duits of Engels kunnen spreken, we kiezen voor het
laatste. We wisselen onze ideeën uit over de ´multiculturele samenleving´, die 
Estland en Nederland
met elkaar gemeen hebben. Maar wel met dit verschil dat in
Nederland er mensen van heel uiteenlopende afkomst zijn toegestroomd, terwijl in 
Estland de verdeling in hoofdzaak
bestaat uit énerzijds de autochtone Esten en 
anderzijds de Russen. Ook in Estland kent
men spanningen omdat die Russen er
vroeger geprivilegieerd waren - na het herstel van het
soevereine Estland werden de 
Esten de bovenlaag en Russen raakten ondergewaardeerd. 
Ook de taal onderging deze herschikking. Toch zijn de scherpste kanten er na 20
jaar
wel af. Kirtana treedt op zowel in haar eigen taal als met Russisch repertoire.
We denken allebei dat in onze landen na nog één of twee generaties de wrijving zal
zijn
overleefd. "De Esten en de Russen, de Nederlanders en de Marokkanen, ze 
moeten
onderling gaan trouwen en samen kinderen maken!" besluiten we vrolijk 
terwijl buiten de
regen weer even is gestopt. 
Arjen Duinker en Kees ´t Hart staan op het podium een bijna eindeloze tweespraak
op te voeren... Een soort rondeel maar dan als een perpetuum mobile: 
"... ja de zon schijnt mooi... 
mooi mooi mooi mooi mooi... 
... een vrouw versierd met morellen... 
ja sinaasappels zijn krankzinnig... 
... de zon schijnt voorbij de maan... 
ja de zon schijnt mooi... 
... ogen als morellen... 
mooi mooi mooi mooi mooi... 
... " 

De derde regenbui ontlaadt zich boven ons. 
Nynke Laverman komt nog zingen en Gerrit Komrij is het dichterlijke sluitstuk... 
ik geloof het wel, ik ben al zo nat geworden, ik verlang hevig naar mijn auto met
de