Hernehim Cultuurpagina's
Pagina Recensies en Verslagen 2006 - 2007 

Herzien op: 17 september 2008 

Naar Pagina Literair voor meest recente verslagen en recensies 

 

Nieuws - Recensies archief
Introductie < themapoëzie > Gasten
Open podium < nieuwe gedichten en blog 
Redactie en Gasten < verhalen, columns
Open podium < verhalen, columns
Literaire rubriek, actuele verslagen - Auteurs  
    Eerder gepubliceerde recensies en verslagen  vanaf herfst 2006 t/m 2007   
Inhoud: 

Woorden in de waagschaal - Cultureel podium in Haarlem - verslag Hernehim Cultuur 20 december 2007 
Oud zeer - Een beshouwing over Alice Herz-Sommer en Johan Heesters, 104 jarigen
- John Newswatcher dec. 2007
August Willemsen, Nederlander onder Brazilianen -
In memoriam door John Zwart - 1 december 2007 
Open podium november. Centrale Openbare Bibliotheek Amsterdam
- verslag Loes Essen - 24 november 2007
Woordkunst bij Eijlders -
verslag van John Newswatcher 18 november 2007
Strellusprijs voor een ontroerend gedicht NLP2007 -
Karel Wasch gelauwerd - 16 november 2007
De Nieuwegeinse Poëzieprijs 2007
- Verslag John Zwart 14 november 
OBA Podium Amsterdam van 28 oktober
- verslag van John Zwart - 30 oktober 2007
Jan Wolkers' tocht over de Styx
- Verslag van John Newswatcher - oktober 2007 
Gedichtenmiddag bij Eijlders
- Verslag van Loes Essen - oktober 2007 
Nu Jan Wolkers ons achterliet
- Necrologie door John Zwart - oktober 2007 
OBA - Performerspodium in de Centrale Bibliotheek Amsterdam - Verslag John Zwart - oktober 2007
Ongehoord - Open Podium in Rotterdam - Verslag van de Bibliotheek a/d Blaak Loes Essen oktober 2007
Poëziepodium OpSpraak Nieuwegein - herfstpodium - Verslag John Newswatcher 30 september 2007 
Presentatie van de bundel "Ik wie anders?"
in Amsterdam - Verslag John Newswatcher 20 september 2007 
Een belofte ingelost - Nynade - kunst en letteren - Recensie door John Zwart - september 2007 
Amsterdamse UITmarkt dagen 24 - 26 augustus - Verslag John Newswatcher - augustus 2007 
De eerste Bergense Gedichtendag
- 21 augustus - Verslag John Newswatcher - augustus 2007  
Het eerste Drentse Open-Dicht Festival - van 19 augustus - Verslag John Newswatcher - augustus 2007 
Impressie van de nieuwe OBA en het Open Podium - Amsterdam - John Newswatcher augustus 2007 
Prinsentuin 2007 - een decade botanische poëzie - door Frans Terken - juli 2007 
Einde van de Wereld, een prettig podium in de buik van 'Quo Vadis'
- John Newswatcher - juli 2007
Opening van de nieuwe OB Amsterdam op ODE
- Een verslag van 07.07.07 - John Newswatcher - juli 2007
Sunsation Festival 2007
- Een fotoimpressie van het Zonnewende feest - John Newswatcher - juni 2007
Vurige Tongen 2007 - Pinksterfestival op Ruigoord - Verslag van John Newswatcher mei 2007 
De elegiën van Duino - Boekbespreking door John Zwart - april 2007 
Het Woord in Ruigoord - Verslag van een light-verse paasfestival van John Newswatcher 8 april 2007 
Boekenweek en Boekenbal 2007 - Opening van de boekenweek 2007 - maart 2007 
Niet elke boekhandel verdient een verslag - 25 j Athena's Boekhandel Groningen - John Newswatcher febr.2007 
Het OpSpraak Podium Nieuwegein - Een verslag van het februari podium - door Pom Wolff febr 2007
Karma Sutra - Recensie van de nieuwe gedichtenbundel van Hans Plomp - Karel Wasch - febr 2007 
Dichtersontbijt met Eva Gerlach - Ontbijt op Gedichtendag 2007 in Athena's Boekhandel - jan 2007 
Bang voor de bal - Presentatie van de nieuwe Nederlandse bundel van Tsead Bruinja - jan 2007 
Kastanjegedichten  - Recensie van een bloemlezing over de witte paardenkastanje van John Zwart - nov 2006
Fragmenten - Presentatie van de tweede bundel van Jan Kleefstra in de 'Teatertûn' Rijsterbos - sept 2006
Het Bram Roza Festival 2006 - Verslag jaarlijks 'Dichter bij de Molen - John Newswatcher sept. 2006

Rol neerwaarts voor deze artikelen

Naar in eerdere jaren gepubliceerde verslagen en recensies (jaren 2002-2004-2005-2006) Pagina Archief 

 

 

Woorden in de waagschaal - Verslag over een Podium in een historisch gebouw 
Een van de podia die nog op het lijstje van Hernehim Cultuur stonden was het Haarlems Podium in het historische Waaggebouw, dat op de hoek van het Spaarne, Damstraat 29 staat. Tegenwoordig is daar de 'Taverne De Waag' gevestigd. Elke derde donderdag van de maand - behalve de vakantiemaanden juli en augustus - wordt daar het Podium "Woorden in de Waagschaal" georganiseerd. 
Kort voor Kerst, op donderdag 20 december togen we naar de oude bloemenstad. De tip dat op luttele stappen van de ingang van de Taverne een parkeergarage was, verlokte om optimistisch de borden Centrum te volgen. Helaas, Haarlem volgt het voorbeeld van zo vele steden om grote bouwputten in het hart te graven, de verkeersborden af te dekken met onduidelijke omleidingsaanwijzingen. 'Welkom in Bloemenstad' wordt zo voor de vreemdeling een holle frase. Na vele omzwervingen werd de parkeergarage eindelijk gevonden en we konden de Waag - flink te laat - toch betreden. 
"Woorden in de Waagschaal" is een vrijwilligersinitiatief, 
gedragen door een klein groepje enthousiastelingen, waarin
Driek Havermans als presentator een prominente plaats
inneemt. 
Nuel Gieles
heeft ook een belangrijk aandeel, een stille 
maar ongetwijfeld belangrijke kracht op de achtergrond is 
Sonja Kagie

Het podium is populair, de kleine ruimte is bomvol. 
Het programma is om 20 uur begonnen en wie later komt 
zal geheid
  moeten staan. 

   

                  Nuel Gieles                     Sonja Kagie 

Taverne De Waag
Pandorra, die kennen we van het slampodium in Cicero in deze stad, Roop en Jarl hadden ook al opgetreden. En wie zien we verder? de heer Aachenende en Paul Roelofsen, die we beide zo goed kennen van de Openbare Bibliotheek van Amsterdam, Paul óók van Alkmaar en het nieuwe "Poet-Tree" evenement in het dichtersdorp Bergen. Paul had Leonice Leite da Silva weer meegebracht, de Braziliaanse waarmee hij zo'n indruk maakte door hun tweetalige 'performance' met gedichten van Carlos Drummond d'Andrade. Veel bekende gezichten dus. Ach ja, Alkmaar, Amsterdam en Haarlem: één regio. Haarlem en Amsterdam waren de eerste Hollandse steden die hecht met elkaar verbonden werden door de Haarlemmer Trekvaart en de Eerste Hollandsche IJzeren Spoorwegmaatschappij. 
 
         

We are so comtemporary 

driestemmige zang en niet zonder humor 

 

In het midden van het programma wordt een muzikaal intermezzo aangekondigd. 
Drie charmante dames posteren zich op het kleine podium met niets anders dan drie microfoons. De groep We are so Contemporary zingt driestemmig a-capella. Wonderschone accoorden, Engelstalig maar ook Nederlandstalige op muziek gezette poëzie en pop. Mijnheer Zandman, breng mij een droom, klinkt dan ook weer heel verrassend. De groep bestaat uit Joosje van Dooren, Eva de Mooij en Margriet Prins. Het vierde lid Rike Precht is onlangs verhuisd naar Duitsland, maar zingt nog regelmatig mee. Een aanrader, voor wie zoekt naar een passende muzikale omlijsting van een avond gesproken woord. 
Contact thecontemporaries@live.nl 

Haarlem kent als iedere zichzelf respecterende stad een promotie organisatie: Haarlem Promotion. Het clubje geniet geenszins de waardering van alle Haarlemmers. Zo werd onlangs de Vlaamse Friet Reus (!) bekroond met de Haarlem Promotieprijs. Aanleiding genoeg om een tegenorganisatie in het leven te roepen: Haarlem Commotie. Het tweehoofdige bestuur was een persiflage van het "Haarlems Dagblad" opgevallen, het Raarlems Dagklad, een weblog, dagelijks bijgehouden door columnist Marius Jaspers. Het Dagklad wordt ter plekke spontaan bekroond met een gigantische wisselbeker. Die komt hem toe als schrijver van de column "Haarlemse Schimmen". Via een spiegeling van het nieuwe Almere (waar je goed kan parkeren) tegenover  Haarlem met haar eeuwenoude historie komt hij op de "schimmen": figuren die in Haarlem hebben rondgelopen, in het verre verleden en de recente historie. Hoofdfiguur van zijn verhaal blijkt Lennaert Nijgh
Peter Voskuil, een Haarlems journalist heeft diens levensverhaal geschreven. ("Testament" - Levensverhaal van Lennaert Nijgh 1945-2002. 'zo te sterven op het water met je vleugels van papier' - Red.) Veel geniale liedteksten maar ook drank en seks, maar wát is waarheid en wat is fictie? Vier liefdes, drie (ex)echtgenotes...hoe zat hij emotioneel en relationeel in elkaar? Er wordt getracht een tip van de sluier op te lichten. Interviews met de weduwen. Wordt een ex-echtgenote ook weduwe? De vrouw die hem verliet en vervolgens een relatie met zijn vriend aangaat spreekt tot de verbeelding, maar spreekt niet. Dat is altijd teleurstellend voor biografen, die zo graag ook onder het dekbed willen kijken. "Is er privacy na de dood?" vraagt de columnist zich af. 

 

 
"Schimmen" - Marius Jaspers 

    "Jando" 
Bij namen als Roop, Jarl en Jando, vraag je je altijd af wat de werkelijke namen zijn die daarachter schuilgaan en wat is de reden van zo'n merkwaardig pseudoniem. Jando is er heel duidelijk over: ik heet "Jan de Dood, ja zo heet ik echt en als ik ergens gedichten lees, verwacht niemand een vrolijk vers", Vandaar Jando. Hij draagt mooie gedichten voor, natuurobservaties vooral. En Jando is een goed observator. Dan schuift Leonice Leite haar vriendin Christa Martens naar voren. Die wil zich eigenlijk helemaal geen dichter noemen. Zij maakt interessante woordcombinaties van Braziliaanse woorden naar Nederlandse uitdrukkingen. Het is nog geen poëzie maar het kan het worden. 
De drie laatste mensen die achter de microfoon plaatsnemen zijn David, Louis Lazaroms en Frank Oonk
David is een pittige dichter, zijn poëzie leunt tegen slam aan. Louis Lazaroms brengt weer afwisseling. Zijn gedichten laten zich kenmerken als Haarlemse 'snapshots'. De stad Haarlem centraal. Het programma loopt uit, de eindtijd van half elf allang voorbij. Dat werkt ten nadele van Frank Oonk de drager van de rode lantaarn. Ik moet bekennen, wat hij laat horen beklijft niet, maar dat zal wel aan uw verslaggever liggen, de tol van de vermoeidheid. 
Maar is het dan niet mooi, als je niet alleen door je naam, 
maar ook door je stemgeluid een andere dichter inspireert 
tot een gedicht ? 

Dat gebeurde Jando bij Paul Lefèbre
het resultaat: "Ontmoeting" 

Zou hij P.N. van Eyck hebben gelezen? 

Ontmoeting 

Op de Rustenburgerlaan 
tijdens het rondbrengen 
van ontelbare poststukken 
stond ik plotseling oog in oog 
met Jan de Dood. 
‘Hebt geen vrees’ 
sprak hij op de bekende 
zangerige toon 
‘Wie in mij gelooft 
zal leven 
ook al is hij gestorven’ 
er bekroop mij een 
unheimisch gevoel 
dat me de gehele dag 
niet meer losliet. 

© P.M. Delèfre 

 

Christa Martens 

Foto's: Eigen foto's  © Hernehim Cultuur

Buiten gekomen: versperringstape over de weg, een strenge politieman belet de doorgang. Brandalarm bij de parkeergarage. 
Het wordt echt een latertje... 

Volgende editie: Donderdag 17 januari.  
Contact: skagie@upcmail.nl 

 

© Hernehim Cultuur.- 5 januari 2008.  

 
Oud zeer - Een beschouwing over het leven van twee 104 jarigen - door John Newswatcher

December 2007 - Een paar weken geleden vierde Alice Herz-Sommer haar 104e verjaardag. 
Over het dramatische leven van de begaafde concertpianiste Alice Herz-Sommer heeft de schrijfster Melissa Müller 2 jaar geleden een prachtig boek geschreven als een eerbetoon aan haar sterke persoonlijkheid: "Ein Garten Eden inmitten der Hölle". (ISBN 3426273896). Alice Herz, geboren in Praag, was tijdens de tweede wereldoorlog slachtoffer van de jodenvervolging door de Duitse bezetter. Zij werd samen met haar kind geïnterneerd in het kamp Theresienstadt, vlak tegen de grens, 60 kilometer ten noorden van Praag. Dankzij haar fenomenale vaardigheid om de moeilijkste pianostukken uit het hoofd te kunnen spelen wist zij zichzelf en zoontje Raphael buiten de transporten naar Auschwitz te houden. Juist in deze dagen ligt er een Nederlandse vertaling in de boekhandel met de titel: "Etudes van troost". Lézen dat boek, zou ik zeggen, opdat wij het weten en het niet vergeten. Niet vergeten hoe één kwade geest soms een heel volk kan meeslepen in de hel. 

1903 
Op 5 december in het jaar 1903 werd in Amersfoort Johannes Marius Nicolaas Heesters geboren. Negen dagen eerder, op 26 november, was het de geboortedag van de Joodse Alice Herz in de stad Praag. 
Johan Heesters kwam in 1912 met zijn ouders mee naar Amsterdam, de jongen ontwikkelde een zangtalent met een voorliefde voor de Weense operettemuziek. 
Alice Herz groeide op in een zeer cultureel gezin met een grote belangstelling voor de literatuur - Franz Kafka was huisvriend van haar ouders - maar vooral ook voor de muziek. De kleine Alice kreeg al in 1908, op haar vijfde jaar, pianoles en het bleek al spoedig dat zij een begaafd pianiste ging worden. 
  Alice Herz-Sommer in 1931   Johan Heesters in 1934 
In de jaren dertig reisde Alice Herz, als jong soliste, voor grote concerten langs alle beroemde concertzalen van Europa. Ze was 28, toen zij in 1931 trouwde met de violist Leopold Sommer. Maar kort daarna trok een schaduw over haar bestaan met de machtsovername door de Nazis in Duitsland, die in 1933 nabij München een voormalige kruitfabriek tot 'Häftlingenlager Dachau' ombouwden, een interneringskamp voor de tegenstanders van het regime. 
In 1939 werd de vlag van het Dritte Reich ook in Praag gehesen en er vestigde zich een Nazibewind in 'Böhmen und Mähren' (Bohemen en Moravië). Een deel van de familie Herz-Sommer vluchtte met de allerlaatste trein het land uit en zou later naar Israël ontkomen. 
De chronisch zieke moeder van 72, Leopold Sommer, Alice Herz-Sommer en hun zoontje Raphael bleven achter. 
In 1941 werden 'Berufsverbot' en "Kulturkammer" ook in Praag van kracht. Joodse kunstenaars mochten nergens meer optreden, reizen was helemaal uitgesloten en zalen, zelfs parken mochten niet worden betreden. Alice en Leopold gaven huisconcerten voor klein publiek en verder voorzag Alice in het levensonderhoud van de familie met het geven van pianoles aan huis. Maar ook dat werd steeds moeilijker toen een straatverbod na acht uur 's avonds werd ingesteld voor Joden. Ook werd het aan niet-Joden verboden om muzieklessen van Joden te ontvangen. 
Kort gezegd: het leven werd, in steeds nieuwe opeenvolgende stappen, onmogelijk gemaakt. Toen dit in zijn volle omvang tot Alice doordrong begon zij volkomen gedreven te studeren op de 24 Etuden van Frédéric Chopin, maand na maand tot zij die alle feilloos uit het hoofd kon spelen. Haar man Leopold leerde de kleine Raphael vioolspelen.
Jaren '30  -  Van 'Bleke Bet' naar 'Die lustige Witwe' 
De jonge Johan Heesters wilde zingen en toneelspelen. Dat laatste deed hij in het Paleis voor Volksvlijt en Carré. Hij kreeg een zingende acteursrol in 'Bleke Bet' en speelde in de film 'Cirque Hollandais'. In 1930 trouwde hij met de Vlaamse actrice Louise Ghijs en hij ontgroeide Amsterdam al snel toen hij in 1934 een engagement kreeg bij de Wiener Volksoper waar hij in 'Der Bettelstudent' optrad. 
Van Wenen trok hij al in 1936 naar Berlijn, waar er nieuwe kansen lagen doordat vele niet-arische artiesten door het 'Berufsverbot' waren buitengesloten. In Berlijn speelde hij voor het eerst als Graaf Danilo in "Die lustige Witwe". Nog éénmaal, in 1938, reisde Johan Heesters terug naar Amsterdam om zich vervolgens voorgoed in Berlijn te vestigen. Op zijn reis moeten de stations onderweg en de treinen hem een aanblik hebben opgeleverd van veel soldaten en vluchtende Joden. 
In het Duitsland dat het ene na het andere buurland onder de voet liep, ook zijn eigen vaderland, werkte Johan verder aan zijn operettecarriëre, toegejuicht door het publiek, waaronder niet zelden Adolf Hitler en hooggeplaatste politici en militairen. Johan Heesters kreeg toen al de koosnaam 'Jopie'. 
1941 - 1942

Häftlingenlager Dachau (1933) Durchgangslager (1941) 

Foto: Poortgebouw Denkmal Dachau 2003

 

In januari 1941 bezochten de Nederlandse NSBers Mussert, Geelkerken en Rost van Tonningen het acht jaar vóórdien opgerichte KZ Dachau en kregen er een rondleiding door Himmler. Een maand later brak in Amsterdam de Februaristaking uit in protest tegen de vervolging van de Joden. In diezelfde dagen kwam Johan Heesters in het gezelschap van hooggeplaatste SSers naar het KZ Dachau en beluisterde een concert door een orkest dat was samengesteld uit Poolse gevangenen. 
Er circuleren verklaringen dat hij daar zelf ook liederen uit 'Die Czardasfürstin' en uit zijn paraderol Graaf Danilo heeft gezongen. Een overlevende vertelde het toneeldoek voor Heesters te hebben opgetrokken. Heesters bleef altijd ontkennen ooit voor de SSers in concentratiekampen te hebben opgetreden. Hij had in de oorlog alleen maar voor de soldaten gezongen... Had maar voor die arme ellendige gevangenen gezongen, zou je zeggen, want: "das Spirituelle ist für den Menschen wichtiger als des Essen" zo luidde een uitspraak van Alice Herz-Sommer. 

Het 'Häftlingenlager Dachau' werd begin jaren veertig uitgebreid en omgevormd tot 'Durchgangslager', nadat Hitler de Wannseeconferentie had gehouden, waar tot de 'Endlösung der Judenfrage' werd besloten in 1942. 
Dachau is het allereerste concentratiekamp (KZ) dat door de nationaal-socialisten werd gebouwd, het was oorspronkelijk bedoeld als 'heropvoedinggesticht' voor politieke tegenstanders en gearresteerde verzetsmensen uit de bezette landen. Bij overbevolking werden er mensen afgevoerd naar de kampen in Polen. Dachau zelf is nooit een echt vernietigingskamp geweest, maar door de steeds toenemende stroom gevangenen waren de omstandigheden ellendig. Ook al vonden er geen massale vergassingen plaats hadden de crematieovens er continudienst om de lijken te verwerken van de mensen die door honger en ziekte bezweken. Enkele februaristakers uit Amsterdam en pater Titus Brandsma vonden er hun einde. In 1944 brak een massale vlektyfus epidemie uit. 

Deportaties 
In 1942 begonnen ook de deportaties vanuit Praag. Terwijl Alice Herz-Sommer studeerde op de Chopin études kon ze al geen kant meer uit. In de étage boven woonden Nazi-sympathisanten die haar prezen voor haar 'wunderschöne Klavierspiel'. Tezelfdertijd werden de 3500 inwoners van het vestingstadje Terezin 'ausgesiedelt', zeg maar: weggejaagd. De kleine vesting zelf, waarin eerst 'n evengroot aantal Wehrmachtsoldaten was gehuisvest, werd ontruimd en tot Gestapocentrum met martelkelders verbouwd; de exercitieplaats werd executieplaats voor uitvoering van doodstraffen - het door muren en wallen omgeven middeleeuwse stadje zelf, werd door dwangarbeiders aangepast tot het 'Durchgangslager Theresienstadt'. Zo kon het 'abschieben' van de Boheemse Joden ook krachtig worden opgepakt.

Toegangspoort naar de Kleine Festung (Gestapokwartier)
in Beispielsiedlung Theresienstadt 

 

In 1943 viel het deportatiebevel voor de familie Herz-Sommer. Toen zij de volgende dag van Praag naar Theresienstadt afgevoerd zouden worden, kwamen die avond de omwonenden al hun huisraad, dat ze moesten achterlaten, meenemen. "Ich hab' nie verstehen können, dass Leute, die sich Freunde nennen, so etwas machen", zou Alice later verklaren. De tijd dat de familie Herz-Sommer in Theresienstadt aankwam zat het er al propvol met 28.000 Joden en andere gevangenen. Maar tegenover de bevolking in Praag en de verdere buitenwereld werd de term 'Durchgangslager' voor het voormalige Terezin niet gebruikt. Theresienstadt was een Siedlung: de Boheemse Joden gingen naar een 'Ghetto', een woonplaats waar de Joden geconcentreerd zouden gaan wonen. Een schijnvertoning om het Zwitserse Rode Kruis om de tuin te leiden werd in alle perfectie opgevoerd. Vóór de inspecties, die driemaal per jaar plaatsvonden, werden grote aantallen mensen afgevoerd, schoonmaakacties volgden, ruimte werd gegeven aan het culturele leven - onder de gedeporteerden waren er veel kunstenaars, schrijvers, componisten en musici - de entourage van het vestingstadje maakte het misleidende beeld compleet. 
Voor de RodeKruis officials werden concerten en toneelvoorstellingen gegeven. Er werd zelfs door de Nazis een propagandafilm opgenomen over dit 'Beispielghetto' met acteurs en figuranten die uit andere 'Durchgangslager' waren aangevoerd. Na voltooiing van de film werden de spelers met een transport mee afgevoerd naar het vernietigingskamp Auschwitz om te worden gedood. De bevolking van Theresienstadt wisselde voortdurend en men had weinig illusie over het lot van de grote groepen die telkens werden geselecteerd. 
Etudes van troost 

De overlevingskansen waren nog het gunstigst voor de mensen die erin slaagden in Theresienstadt te blijven. Alice, als begaafd pianiste, die ondanks het ontbreken van bladmuziek, prachtige concerten kon geven en de spil kon zijn van een orkest, wist tot het einde van de oorlog haar leven te rekken. Wellicht doordat zij feitelijk een onmisbare schakel was in het misleidingspel van de kampleiding dat de buitenwereld op het verkeerde been moest zetten. Ze gaf in twee jaar tijd in het kamp meer dan honderd pianoconcerten en wist haar zoontje Raphael als medespelertje in de kinderopera 'Brundibär' buiten de transporten te houden. Het lot was haar moeder, die al spoedig stierf, niet zo goed gezind, evenals haar man Leopold, die ondanks zijn vioolspel in september 1944 geselecteerd werd voor een groot transport van 1000 mannen. Die zouden naar een ander 'Ghetto' gaan. Maar Leopold had de sluwheid van de Nazis dóór, hij vermoedde wat hem wachtte en drukte zijn vrouw op het hart om nooit, nóóit vrijwillig met een transport mee te gaan. 
Leopold belandde in Dachau, waar juist de vlektyfus epidemie was uitgebroken, waaraan hij met duizenden anderen bezweek. Na het grote transport van de 1000 mannen werd in Theresienstadt bekendgemaakt dat de achtergebleven vrouwen en kinderen zich moesten melden voor een nieuw transport: ze konden hun mannen en vaders volgen en worden herenigd in het "Familienlager" (Auschwitz-Birkenau). Alle vrouwen en kinderen die vertrokken gingen rechtstreeks naar het vernietigingskamp en werden onmiddellijk na aankomst vergast en gecremeerd. 
Op 8 mei 1945 bereikte het rode leger Theresienstadt, Alice en Raphael waren onder de overlevenden die werden bevrijd, dankzij de klemmende waarschuwing van Leopold Sommer.

1945 en verder 

In Berlijn werd door de geallieerden geoordeeld over Johan Heesters. Hij was slechts een entertainer geweest en niet schuldig bevonden aan politiek of anderszins strafbaar gedrag en kon ongehinderd zijn carrière voortzetten in het na-oorlogse Duitsland. Dat hij zich door de SS had laten uitnodigen om in concentratiekampen op te treden bleef hij ontkennen. Hij zou destijds zelfs onder dwang naar Dachau zijn gegaan, zo was zijn commentaar op zijn aanwezigheid aldaar, tegenover Nederlandse journalisten. Het Duitse publiek vroeg hem er niet naar, dat was zélf nog in de totale ontkenningsfase: "Wir haben es nicht gewusst". 
Heesters vierde grote triomfen onder zijn Duitse publiek en speelde in de volgende jaren meer dan honderd maal zijn paraderol Graaf Danilo. Vervolgens begon in de jaren zestig een nieuwe glorieuze tijd met TV-films. 

In het Praag waar Alice Herz-Sommer terugkeerde was ze nog niet vrij. De Sovjets hadden hun overwinning verzilverd met het opleggen van communistische macht over Tsjechië. Het Stalinisme liet zijn harde hand voelen. Als voormalig KZ-gevangene genoot ze geen bevoorrechte positie, integendeel. Toen in 1948 de staat Israel werd gesticht vertrok ze daarheen met haar zoon Raphael en vriendin Edith Kraus. 

In 1963 dacht Johan Heesters dat hij, met zijn beroemde status in Duitsland, toch ook welkom zou zijn in Nederland. De mensen hadden op de TV kunnen zien wat een ster hij geworden was voor het Duitse publiek. Een mooie voorstelling in Carré zou zijn naam even prachtig laten glanzen in Amsterdam! Uitgerekend de rol van Baron von Trapp had hij zichzelf toegedacht in 'The sound of music'! Hiermee verspeelde hij iedere kans op vergevingsgezindheid. Het publiek bleef weg en stond langs de Amstel "Heesters SS!" te roepen. Het werd een smadelijke aftocht. 

2007 

Een paar weken geleden vierden Alice Herz-Sommer en Johan Heesters beiden hun 104e verjaardag. 
Alice heeft sinds haar 92e verstijfde wijsvingers. Zij treedt niet meer op voor publiek, speelt alleen nog dagelijks een uurtje voor zichzelf met een zelfbedacht achtvingersysteem. Johan is vrijwel blind maar is nog zeer actief op de Bühne en het TV-scherm, met steun van zijn jonge tweede vrouw. 
En nu heeft Johan nog één onvervulde droom. Nog één keer optreden in Nederland en wel in zijn geboortestad Amersfoort. De directeur van schouwburg De Flint wil graag zijn laatste droom werkelijkheid maken en heeft hem geboekt voor 16 februari. 

© John Zwart - Hernehim Cultuur - december 2007. 

 
      

     Johan Heesters, als eeuweling nog steeds optredend

Naschrift: 
Nu wilt u natuurlijk weten wat ik van het Amersfoortse plan van Johan
Heesters vind. Welnu, ik stel voor dat we de directeur van De Flint het boek van Melissa Müller geven als Kerstgeschenk en hem zeggen dat hij het in deze adventstijd goed moet lezen, tot het einde toe. Wellicht ziet hij dan in dat zijn welwillendheid naar een hoogbejaarde een zodanig dramatische achtergrond heeft dat hij van die voorstelling af ziet. 
"Het is niet wáár, ik heb in de oorlog nur für Soldaten gesungen. Das sind Ménschen"  (Johan Heesters in 2007) De soldaten die de Nationalsozialisten de macht verschaften om te doen met mensen als Alice Herz wat ze mensen hebben aangedaan. 
De oude heer Heesters heeft ononderbroken genoten van een prachtig en lang leven van succes. Hij heeft dankzij zijn vrienden de oorlog in zodanig goede conditie overleefd, dit in tegenstelling tot vele duizenden andere inwoners van de stad Berlijn, dat hij nu de uitzonderlijke leeftijd van 104 jaar heeft bereikt. Laat hij daarmee tevreden zijn. Moet hij nu nog belust zijn op een ultieme kroon op zijn werk: gloriëren in een Nederlands theater? Wat heeft Amersfoort aan hem te danken om hem dit te bieden?
Als ultieme glorie zich alsnog te revancheren voor de afgang in Carré in 1963? Uitgerekend in Amersfoort. Alwéér fout, de zoveelste fout. Amersfoort, het Nederlandse Dachau, dat zovelen als doorgangskamp op hun weg naar hun 'Endlösung' leerden kennen. Deze man mag dan misschien wel geen bloed aan zijn eigen handen hebben gehad, hij is een uitgekookte opportunist en heeft duidelijk een plaat voor zijn kop. Het beste wat we kunnen doen is hem negeren, op een waardige wijze. Als er dan toch een domme theaterdirecteur is die hem engageert is het beste wat er kan gebeuren: een lege zaal. 
Hard? Ja, glashard, net als hij. 
 
Elisabeth Eybers' hoop op uitwissing - Een terugblik op haar leven en werk
Pas vandaag maakte de familie het bekend, de schrijfster en dichteres Elisabeth Eybers (1915) is zaterdag, 1 december in haar woonplaats Amsterdam overleden, 92 jaar oud. De uitvaart zal donderdag 6 december te Amsterdam plaatsvinden.
           

             Elisabeth Eybers

Doordat zij een hoge leeftijd bereikte wordt zij algemeen in Nederland als Nederlands dichter beschouwd terwijl zij in Zuid-Afrika nog steeds als Afrikaans auteur waardering geniet. Dat is natuurlijk niet in de laatste plaats het gevolg van het feit dat ze altijd in de taal van haar vader is blijven schrijven, behoudens een klein Afrikaans-Engels oeuvre. 
"Afrikaans is nie alleen die taal van my bewuswording nie, maar ek voel oortuig dat dit poëties bruikbaarder is as Nederlands, veral vanweë sy groter soepelheid en bondigheid".
In het Afrikaans kom je zó al met een paar lettergrepen minder toe en dat is de eerste winst voor een poëet. 

Ondanks het taalonderscheid hebben de Nederlandse literatuurminnaars haar in de armen gesloten. En het is een soort traditie geworden onder Nederlanders om in allerlei categorieën een rijtje van "de grote drie" te benoemen - of 't nu cabaretiers, schilders of dichters betreft. Zo werd Elisabeth Eybers ingedeeld als één van de drie grootste vrouwelijke dichters van ons land, samen met Marie Vasalis en Ida Gerhardt

Jeugd en huwelijk 
De oorspronkelijk Afrikaanse Elisabeth Eybers was even lang Nederlandse als een inwoner van Zuid-Afrika. Zij werd geboren 'in die Afrikaanse hoogsomer' op de 16de februari 1915 in Klerksdorp. Haar moeder Elisabeth Susanna Le Roux was voor haar tijd een zeer geëmancipeerde vrouw, die promoveerde aan de Universiteit van Kaapstad. Moeder werkte als lerares en de kleine Elisabeth groeide op met 'English nursery rhymes' en werd later vertrouwd gemaakt met de Engelse literatuur. 
Zij woonden in de 19e eeuwse pastorie van Schweizer-Reneke aan de Hartsrivier. Haar vader, Nederduits Gereformeerd predikant preekte in de Transvaal in het Afrikaans en gebruikte die taal ook thuis. 
Elisabeth noemde zichzelf 'bilingual'. Op haar veertiende jaar moest ze op school als strafwerk rijmpjes bedenken en ontdekte zo dat ze dichten kon. Het Afrikaans was de taal die haar in die vaardigheid het meest nabij stond in het tot uitdrukking brengen van haar gevoelsleven. 
Het wringen tussen het Engels en Afrikaans in haar geboorteland heeft haar nooit beroerd: 
"Having been raised on nursery rhymes, / the longer I live the more I enjoy / attempting to echo the same sort of chimes / that hauntingly call back my mother's voice.." 
Ze studeeerde aan de Universiteit van de Witwatersrand in Johannesburg en ze trouwde met een welgesteld industrieel, Albert Wessels. Het echtpaar kreeg vier kinderen. 
In een interview in 1990 vertelt ze: Met een religieuze opvoeding had ik zo'n geweldige zin voor volmaaktheid. Perfectionisme. Duurzaamheid, alles wat waardevol is moet akelig eeuwig zijn. Maar ik ben niet zo bevoegd voor het dagelijkse praktische leven en mijn man, een zakenman, had geen belangstelling voor poëzie. En tóch had ik behoefte aan een man die nooit tobt, maar gewoon het leven áánkan 

In 1961, op haar 46ste, strandde het huwelijk en met 't gevoel een geheel nieuw leven te willen beginnen vertrok zij uit haar geboorteland om zich 'voorlopig' in Nederland te vestigen. Haar jongste dochter Jeanne nam ze met zich mee. 
Haar spontane keus voor Nederland hebben we te danken aan Geert van Oorschot die drie jaar eerder haar 'Versamelde Verse' uitgaf. Die eerste Nederlandse uitgave begon met het gedicht 'Maria' een van de eerste verzen die ze al op jeugdige leeftijd schreef en wat haar bijzonder dierbaar gebleven is. Tot in Vlaanderen publiceerden Katholieke bladen het gedicht in de overtuiging dat ze wel Katholiek moest zijn. 

Elisabeth Francoise Eybers met dochter Elisabeth
en echtgenoot Albert Wessels in 1957

 

Fotoarchief familie Eybers

Een nieuw leven 
Ze veronderstelde zich wel het meest welkom in Nederland waar ze twee jaar eerder tijdens een bezoek door de literaire beaumonde zo warm was ontvangen. Dat viel behoorlijk tegen. Poëzieliefhebbers zijn overal dun gezaaid. En voor de rest van de Nederlanders was alles wat uit Zuid-Afrika kwam en blank was en ook nog uit gegoede kringen stamde 'fout' in die jaren zestig. 

"Suid-Afrika, toe ek jou moes verlaat 
nie om jou domheid maar om eie seer 
- met tongval wat my land van herkoms meld - 
wis ek nog nie dat ek ook as gas sou geld 
by hierdie fuif waar hulle jóu trakteer 
op amptelike monomane haat." 

Het is waar dat zij geen politieke banneling was, als zij zich werkelijk voor de situatie van de zwarten had willen inzetten had zij beter in Zuid-Afrika kunnen blijven. Toch sprak haar religieuze gevoel voor rechtvaardigheid en mededogen wel, toen bekend werd hoe gevangenen werden gemarteld en hoe er doden vielen in de gevangenissen. 

"Regspraak                  (by die dood van Steve Biko) 

Mite van uitverkorenheid 
verhef ons bo die later leer 
van naasteskap maar demonstreer 
met raakgeplante vuis die feit 
dat skending van 'n medemens 
intiem aan selfontering grens " 

Voorlopig werd voorgoed, de literaire erkenning die haar ook in Nederland ten deel viel droeg daar zeker aan bij. Haar volgende 46 levensjaren in Nederland werden een tweede leven, ze had "het beste van twee werelden", zou ze in haar ouderdom verklaren. 

Poëtische ontwikkeling  
Opvallend vaak blijkt een dichter te zijn opgegroeid in het gezin van een 'man van het woord'. Elisabeth Eijbers heeft als "pastoriedogter" de kracht van het gesproken woord ervaren uit de preken van haar vader in de Nederduits Gereformeerde Kerken in de Transvaal. Haar eerste poëzie was geïnspireerd op Bijbelse figuren zoals Maria, Maria Magdalena, Hagar, Thomas. 

"Thomas 

Een van die twaalf, die twyfelaar Didimus, 
Van niks as nog ’n ontgogeling bewus, 
Het hom oor vijf verwondinge gebuig 
En met ’n sku voorvinger self oortuig. 
Hy mompel: help my, iemand, om my oë 
Wat hom sien hang het, lewensgroot, te glo." 

Ze zegt zelf dat haar gedichten vaak een vorm van belijdenispoëzie waren, wat ook nog steeds doorwerkte in het later werk dat getypeerd wordt door onderwerpen die dichtbij haar eigen beleving liggen, menselijke ervaringen, zoals moederschap. Toch gaat het niet over haar persoonlijke beleving, zo legt ze het haar lezers hier rechtstreeks uit: 

"Liewe leser 

Ja, ek weet hoe ek-sentries vertoon 
my tuisgemaakte heelal, 
die wêreldjie wat ek bewoon, 
my drang om dit steeds uit te stal 
op so'n eenpersoonskaal - maar miskien 
kan jy iets van jouself daarin sien?" 

Met de enkele uitzondering, zoals 'Regspraak' had haar werk niets van activisme, zij heeft zich altijd ver van politiek engagement gehouden. In het jaar waarin het apartheidsregime zijn scherpste kanten begon te vertonen tekende de naderende schipbreuk van haar huwelijk zich al af, de emotie daarover zal haar geheel hebben vervuld, 'die wêreldjie wat ek bewoon'

 
Tijdens haar universitaire studie doceerde daar Theo J Haarhoff en hij moedigde haar aan in haar dichterschap. D.J.Opperman, stimulator van o.a. Ingrid Jonker, zou haar werk later "die vrouwlike aanvulling van dertig" noemen. Want eerst in 1920 was het Afrikaans officieel als taal erkend. In 1936 verscheen Eybers' debuut "Belydenis in die skemering", gevolgd in 1939 door "Die stil avontuur", over het moederschap. De allereerste dichtbundel van een dichteres in het Afrikaans ooit uitgegeven was dat debuut van Eybers, wat haar later zelf weer tot relativerende uitspraken bracht toen ze in 1943 de belangrijke Herzogprijs won. In 1945 volgde de bundel "Die vrou en ander verse". 

Er kan worden gezegd dat zij allang een dichteres van naam was toen ze zich in Nederland vestigde. Bijbelse achtergrond kon nog steeds worden geproefd uit de gedichten van de bundel "Balans" die Van Oorschot uitgaf in 1962. Bijvoorbeeld het gedicht "Vriesweer", waarin een eend vanuit het wak onder een brug op het ijs probeert te klimmen. Hij plonst echter telkens weer terug, deze "Petrus-eend". 
Haar drang om steeds te moeten dichten spreekt uit de bundel "Rymdwang". Eybers raakt ook telkens ontroerd door kinderen, door de taal der kinderen. Omdat zij spreken met een authenticiteit en oprechtheid die op latere leeftijd verloren gaat. Ze geniet ervan in de manier van praten van haar eigen kinderen en later haar kleinkinderen. 

"verpligte kerkgang het my toegerus 
met blywende afdwalende gedagtes 
gevolg dat alles waarvan ek bewus 
word die eie wette volg en dat verwagtinges 
en gissings wat ek moes verdring as kind 
later 'n paslike onderkome vind" 

In 1975 komt Ena Jansen (thans hoogleraar Afrikaanse letterkunde en biograaf van Elisabeth Eybers) uit Zuid-Afrika naar Nederland en leert Eybers kennen. Later zal zij haar proefschrift aan haar wijden. Aan Ena openbaart Elisabeth Eybers al haar beweegredenen en emoties uit de jaren zestig na haar vestiging in Nederland. In de voorafgaande periode ging ze drie maal terug naar Afrika. Na de ontmoeting met Ena Jansen in Amsterdam gaat ze nog één keer, in het jaar 1979, en blijft daarna hier tot aan haar dood. Nooit ging ze terug naar Schweitzer-Reneke waar ze niets meer zou vinden wat herinnert aan de tijd die ze had beleefd in haar kinderjaren. Het werk van Ena Jansen bevat vele van haar interviews en uitgebreide collages van interviews door diverse anderen zoals Adriaan Morriën en Adriaan van Dis. De titel luidt: "Afstand en Verbintenis". 

In haar 'Nederlandse leven' verwerft Elisabeth Eybers de Herman Gorterprijs (1974), de Constantijn Huygensprijs (1978) en als hoogste onderscheiding voor haar gehele werk de P.C.Hooftprijs in 1991. 
Haar latere bundels zijn meest tweetalig, Afrikaans-Engels: "Tydverdryf/Pastime",
"Verbruikersverse/Consumer's Verse" en Querido geeft "Valreep/Stirrup Cup" uit in 2005. 
Met ironie en zelfspot verzoent zij zich met haar naderend einde:
"Vlak voor ek ophou met asemhaal / toe maan ek myself: nie so teatraal" 
In datzelfde jaar sterft haar zoon Bert en langzaam loopt haar gezondheid, die tot dan toe uitstekend was, terug. 
"Vir Bert 
Nou dat jy swyg is daar niks meer 
vir my om ooit nog te begeer 
buiten die tydstip waarop ek 
deselfde stilte mag betrek". 

Elisabeth Eybers heeft het oude Geloof der Vaderen in de loop van haar leven verloren: Wij kunnen niet weten of en wat er nog hierna bestaat. Ik herinner me ook niets van voor mijn geboorte. Ik hoop op uitwissing. 
In oktober maakte ze een val en brak een heup. Het klassieke verhaal, wie met het einde al vrede heeft zal er niet meer van genezen, ik zag het zelf van nabij. 
Een afscheidsregel - die mij sterk doet denken aan "Korreltjie Sand" dat Ingrid Jonker op veel te jonge leeftijd schreef - van de oude Elisabeth Eyber s: 
"Aftog. / Nou soek meer dan verdriet / asiel in die niet". 

 

 

Laatste keer in Zuid Afrika. Bezoek aan Kaapstad met vriendin 
Olga Kirsch - in 1979

                                                                                      Fotoarchief familie Eybers 

Bronnen: 
dbnl.org - jansen/afstand en verbintenis - reformatorisch dagblad

Verslag John Zwart - 3 december 2007 
© Hernehim Cultuur  december 2007 
 
August Willemsen, Hollander onder Brazilianen - In memoriam. Door John Zwart 1 december 2007 
Het Portugese taalgebied, beperkt tot Portugal en Brazilië, is veel kleiner dan het Spaanse. 
De Nederlandse vertalers die ons toegang verschaffen tot de Portugese literatuur zijn dan ook niet zo ruim gezaaid. Ik heb de
Gedichten van Fernando Pessoa tot 1922 en Alle Prozagedichten en natuurlijk las ik het geroemde "Ode van de Zee". 
En dan is er opeens een dag dat je beseft dat je dit alles kunt genieten dankzij bekwame literaire vertalers. De belangrijkste vertaler van Pessoa (1888-1935) voor Nederland is August Willemsen (1936). Maar niet alleen Portugese dichters en schrijvers vertaalde hij, ook Braziliaanse. Een vreemde coïncidentie dat tijdens het IDFA festival van afgelopen week er juist een VPRO documentaire uit 1999 werd herhaald: "O Amor Natural", waarin oude inwoners van Rio de Janeiro erotische gedichten lezen uit de gelijknamige poëziebundel van Carlos Drummond d'Andrade - terwijl vier dagen eerder de bezoekers van het Open Podium van de Centrale Bibliotheek van Amsterdam konden genieten van tweetalige voordracht van diezelfde poëzie. Leonice Leite da Silva en Paul Roelofsen lazen de originele en dezelfde gedichten in Nederlandse vertaling.
           

             (1936-2007)

Zowel Fernando Pessoa als Carlos Drummond d'Andrade voor Nederlanders toegankelijk gemaakt door de dichter, essayist, romanschrijver en vertaler August Willemsen. Hij is een etmaal na de VPRO uitzending, afgelopen donderdagnacht 29 november, op 71 jarige leeftijd overleden. 
Van Pessoa was bekend dat hij zich regelmatig overgaf aan overmatig alcoholgebruik. 'Meneer Pessoa u drinkt als een spons!' werd hem ooit verweten. 'Neen, als een hele sponzenwinkel, en het magazijn erbij' was het snedig antwoord. Van Willemsen werd ook beweerd dat hij stevig kon innemen, waar hij in zijn eigen autobiografische werk
"De val" niet voor uit de weg ging. Maar hij wisselde af met zeer actieve werkzame perioden, aldus zijn uitgeverij de Arbeiderspers, "en dan was hij zeer productief". 
Een breed publiek kent hem van twee romans over het Braziliaanse interlandvoetbal,
"De goddelijke kanarie" en zijn vertaling van "Pele, mijn leven". 
Als vertaler werd Willemsen in 1983 geëerd met de Martinus Nijjhoffprijs, In 1985 verscheen zijn debuut "Braziliaanse Brieven", in 1998 "Vrienden, vreemden, vrouwen" ongetwijfeld geïnspireerd op zowel Carlos d'Andrade als eigen Braziliaanse ervaring. Onlangs verscheen van hem een nieuwe vertaling van "Sans famille" van Hector Malot.
In 1999, hetzelfde jaar waarin de film van "O Amor Natural" werd gemaakt, voerde Anton de Goede voor de VPRO een 3 uur lang marathon interview met Willemsen. Het gesprek werd gekenmerkt door relativering en zelfspot. Wellicht besluit de omroep ook dit programma nog eens te herhalen. Een memorabele quote van August Willemsen: "zoek nooit het geluk, want je zoekt je een ongeluk". 
John Zwart - 1 december 2007 
© Hernehim Cultuur - december 2007 
 
Open Podium november, Centrale Openbare Bibliotheek Amsterdam - Verslag 
Oosterdokskade 143,  4e etage  Mediaplein - zaterdag 24 november 15.00u. 
Als bijna elke plek bezet is, de techniek door gastvrouw Riet Lamers gecontroleerd, stelt Machtelt van Thiel zich voor. Zij neemt waar voor presentator Jos van Hest, die op vakantie is. Ze opent met het voorlezen van een paar sms'jes die hij uit Laos verzond. Een persoonlijk en poëtisch begin, vermakelijk ook door zijn beschrijvingen, als hoe het is te moeten slapen in de directe nabijheid van talloze olifanten. Een mooie oplossing om het gemis van de karakteristieke presentator op te vangen, door diens eigen woorden vloeiend te laten overgaan in een middag die toch iets anders aanvoelt. Een middag waarin zowel verhalen als poëzie ten gehore worden gebracht en waarin als hoogtepunt een dubbelvoordracht Portugees-Nederlands zal klinken.  De Afwezige 
Fieteke Leenes opent de rij met een kort verhaal. Zij begon ooit als lid van 'De Klus', mede door Simon Vinkenoog opgezet en ze is nog steeds lid van andere schrijfgroepen. In de loop van de middag zal blijken, dat opvallend veel deelnemers van vandaag hun literaire vaardigheden in groepsverband ontwikkelen. Zij neemt ons eerst mee in de avondlijke beslotenheid van een treincoupé. Meestal leest ze een boek of het landschap laat zich door haar lezen. Deze keer echter volgt ze met heimelijk genoegen een boeiende, kleurrijke voorstelling. Een schone jongeling tovert zichzelf in haar nabijheid uitgebreid om tot wufte vrouw, met behulp van allerlei soorten make-up, laag voor laag. Het leesbaar landschap of boek heeft zij deze keer niet nodig. Er volgen 'tips voor het spannender maken van het seksleven na de menopauze'. Men spitst de oren, dat voel je. Hoewel hierin het woord 'neuken' een keer valt, in combinatie met 'keuken', verwacht men hier ten onrechte een smeuïg, pikant doorregen verhaal. Doorregen misschien het draadjesvlees op het petroleumstel en pikant de lingerie, die de huisvrouw onder haar duster draagt, terwijl ze manlief naar de keuken meetroont…maar daarmee houdt de beschrijving op. De rest laat de schrijfster aan onze fantasie over. 'U bent zelf creatief genoeg' oogst hilarische waardering. 
Ook Martin van de Vijfeijke is lid van schrijfgroepen. In vormvaste gedichten met een geestige pointe doet hij verslag van zijn visie op deze tijd, vooral in combinatie met natuurbeleving. Kinderen begeven zich steeds minder in de vrije natuur. In deze context ontstaat de vraag;
'moeten de stopcontacten naar buiten of de bomen naar binnen?' Machtelt merkt op, dat sommige kinderen een groepje struiken langs de spoorlijn tegenwoordig al 'bos' noemen. Zo verandert de taal mee met de beleving. 
Cor Bakker (ook al lid van een schrijfgroep) brengt onder meer eigen vertalingen van de Beatles' Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band en een lied uit Schubert's Winterreise. Het verzoek, om het een volgende keer als lied te brengen, willigt hij in. 

Carlos Drummond d'Andrade

 

Amor é o que se aprande no limite.

depois de se arquivar toda a ciênca herdada. ouvida.

Amor começa tarde. 

Carlos Drummond d'Andrade (1902-1987) 

 

Dan volgt de bijzondere dubbelvoorstelling van Leonice Leite da Silva en Paul Roelofsen. Zij dragen om de beurt erotische gedichten van de Braziliaan Carlos Drummond d'Andrade voor. Leonice, met haar expressiviteit en warme stem, laat ons genieten van de oorspronkelijke taal. Paul leest de Nederlandse vertaling van August Willemsen. Om het Portugees te ervaren als prachtige muzikale taal en getroffen te worden door de sensualiteit ervan, hoef je die taal niet machtig te zijn. Zeker deze woorden van een groot dichter zijn een pure weldaad voor het oor. Prachtig, hoe een gedicht over steen, steen en nog eens steen zo gevoelig kan zijn. Carlos d'Andrade, zo vertelt ons Leonice, trok zich niets aan van de gangbare normen. Toch werden zijn erotische verzen pas postuum door zijn vrouw uitgebracht. 
Nu en dan wordt een bundel omhoog gehouden van de stapel die gastvrouw Riet Lamers snel even uit de bibliotheek heeft gehaald. Hierbij ook de bundel
'O Amor Natural' met 50 erotische gedichten die vanmiddag centraal staat. (vert. 'De liefde, natuurlijk') In het Nederlands horen we, wat hier zoal bezongen wordt: bijv. 'het kontje' ('kan niet schelen, wat van voren zit, het kontje is zichzelf genoeg'). 
          
           Leonice Leite da Silva 
Sou o Velho Cansado

Sou o Velho Cansado
que adora o seu cansaço e não o quer
submisso ao vão comércio da palavra.
Poupem-me, por favor ou por desprezo,
se não querem poupar-me por amor. 

Carlos Drummond d'Andrade  

 

  A bunda, que engracada - Het kontje, ach hoe aardig
(O Amor natural - Oh, de natuurlijke liefde)

Het kontje, ach hoe aardig, 
Lacht altijd, nooit tragisch. 
Kan niet schelen wat 
van voren zit. Het kontje is zichzelf genoeg. 

Is er nog meer? Misschien de borsten. 
Nou - moppert het kontje - die jongens 
hebben nog heel wat voor de boeg. 
Het kontje is tweelingmanen 
in een onbelemmerd wiegen. Loopt vanzelf 
in zijn lieftallige cadans, zijn wonder 
twee in een te zijn, volledig. 

Het kontje vermaakt zich 
in zijn eentje. En bemint. 
In bed beweegt het. Bergen 
rijzen, dalen. Golven slaan 
op grenzeloze kust. 

Daar gaat het kontje, lachend. Blij 
met de streling er te zijn, te schommelen. 
Harmonieuze sferen hoog boven de chaos. 
Het kontje is het kontje, 
een rondje. 

Carlos Drummond d'Andrade - Rio de Janeiro 

Na dit hoogtepunt komen nog: 
De heer A.C. Aachenende, een oude bekende jong van geest, volgens eigen zeggen
"levensgevaarlijk achter het stuur, doch opgewekt van natuur". Zijn eigenzinnige versie van het Hooglied II, vs. 11 t/m 13 ('sta op luie sloerie, kom uit je nest') ziet hij zelf eerder als een ontvoering dan een vertaling. In 'De Vorstin' leert hij ons, dat zilver gepoetst werd met jenever. Machtelt vraagt of dat werkelijk gebeurde. 'Ja, dat meen ik mij te herinneren. Het kan ook zijn, dat ik het zelf bedacht heb'. Gelach. 
Everdina Eilander leest korte versjes voor met een geestige of filosofische lading. Een belangrijk thema voor haar is 'tijd': 'De tijd verdikt zich, eeuwenlang. Tijd is een hopeloze uitvinding van de mens.' Ze was ooit als uitwisselingsstudente uitverkoren naar China te gaan. Nog steeds ondervindt ze wel gemak en plezier van haar kennis van het Chinees, zoals onlangs in de supermarkt, waar ze een Chinees echtpaar op zoek naar de yoghurt in 'n vloeiende spraakwaterval (die ze ter plekke demonstreert) van dienst kon zijn. 
A.C.Aachenende 
Peter Abbink begeeft zich door poëzieland aan de hand van meerdere pseudoniemen, waaruit genoeg zelfspot blijkt (Don Fiasco, Donderrocks) 'in het kader van mislukken op een glorieuze manier'. Zijn werk bevat puntige uitspraken, zoals 'de Muze is een horzel, die me steekt in mijn zak' 
Ook Josje Zegwaart is lid van dichtergenootschappen. Ooit ontving zij van Hans Warren een ereprijs. Het beeld van een demente oude dame, die trots haar 'lakschoenen' toont, maar in feite oude sloffen draagt, blijft bij. 
Liliane Cataldi draagt op bescheiden wijze met breekbare stem uiterst gevoelige, intieme gedichten voor. Beklemming en verdringing keren onverbiddelijk terug. Ineens eindigt ze een ijl gedicht met forse stemverheffing:
'en nu ophouden!'. Het publiek schrikt merkbaar, lacht onzeker. Een ander gedicht ('ik zou willen schreeuwen, willen gillen, dat ik blij ben dat je dood bent') eindigt indringend teer met bijna onhoorbare stem: 'in plaats van schreeuwen en janken, kan ik alleen maar fluisteren ik mis je, ik mis je, ik mis je zo erg'. 

Csaba Cserép       

 

Wiebe Brouwer draagt als een waar acteur een fris verhaal voor over het feit, dat bij het Sinterklaas-zijn meer komt kijken dan het opzetten van een mijter. 
Csaba Cserép, een gedistingeerde heer, van oorsprong Hongaar, (altijd als ik van Amsterdam weg was, wilde ik weer terug) brengt zijn gedichten met verve. Ze zijn klassiek van ritme en rijm, zoals 'Herfsttafereel', een woest rondo met de dood, vol passie dat op navenante wijze wordt voorgedragen. In 'Tussen droom en werkelijkheid' beschrijft de dichter zichzelf, in vele hoedanigheden die liggen tussen de kleinste vorm (druppel, korrel) en de grootste, overweldigend (stormvloed, maalstroom, zandstorm), waarvan hij de macht zou aanwenden in het brengen van pais en vree. 
 

Het lijkt me niet gemakkelijk om Jos van Hest te vervangen. Machtelt van Thiel heeft dat vanmiddag toch maar mooi gedaan op open, ontspannen wijze. Ze besluit de middag zoals ze die begonnen is, met een sms'je van Jos uit Laos: al zijn spieren zijn gekneed na een kruidensauna. En dat alles voor maar 40.000 kip, minder dan 3 euro. Onze grootste spier is vanmiddag weer geraakt; en vele hersencellen werden gemasseerd. Helemaal gratis.  

Verslag: Loes Essen - Amsterdam. 
© Hernehim Cultuur - november 2007 

 

 
Woordkunst bij Eijlders - zondag 18 november 2007  - Verslag door John Newswatcher
"Waar brengt de wind jou" 

was het thema voor de Dichtersmiddag in Eijlders van 18 november, waarbij altijd een passend en smaakvol posterontwerp wordt gemaakt. 
Op de entreedeur werden we door een kuise engel buigend begroet. 

Mooie poëzie wachtte ons van o.a. Peter WJ Brouwer, Joop Scholten en Michiel van Rooij. 

Ja Hernehim Cultuur was vorige zondag weer in Amsterdam. We waren voor de tweede maal bij Eijlders. Loes Essen heeft een maand geleden al een impressie geschreven over dit artistiek cafépodium. 
Het was óók de dag van de intocht van St.Nicolaas in de hoofdstad. Op weg over het Damrak zagen wij zijn dienstknechten spectaculaire capriolen uitvoeren langs de façade van de Bijenkorf. Het was een mooie dag voor wat lichaamsbeweging in de schrale doch vriendelijke zon. En waarbij het toch ook weer prettig was om tussendoor even aan te leggen in een warm café rond het roerig Leidseplein. 

 

 
Ook in Eijlders was het om vier uur 's middags al behoorlijk druk. Onder de dichters, die acte de présence gaven, als zo vaak een aantal getrouwen 'van het eerste uur': Dirk Oudshoorn, Floor Voerman, Sander Brouwer en natuurlijk Ron Offerman. In ons vorige verslag kregen die al aandacht, we concentreren ons deze keer op de mensen die niet tot 'de harde kern' behoren. 
"Waar brengt de wind jou" een nieuw herfstig thema deze maand, wat zich ook weer vrij laat interpreteren. Immers ook bij windstilte kan het in iemands leven stormen. In sommige voordrachten moesten we raden naar de binding met het thema, maar daar tillen ze bij Eijlders niet zo zwaar aan. 
 
             Joop Scholten hadden we al eens bezig gehoord in de Centrale Openbare Bibliotheek, hij viel nu op met een gedicht waarbij onze gedachten de vlucht namen langs zijn poëtische regels over een boom die was en niet meer was. Of de wind daar een rol in speelde werd niet duidelijk, maar onwillekeurig dachten we ook even aan de windvrees van het Stadsdeel Centrum in zijn twijfel over de standvastigheid van de kastanjeboom bij het Anne Frankhuis. 
JohnN stapte even uit zijn rol als redacteur van Hernehim Cultuur en haakte als dichter rechtstreeks op Joop Scholten
in met zijn gedicht 'Brandhout'. De boom wordt daarin metafoor van de verlaten en gesloopte woningen in de Jodenbuurt en hun voormalige bewoners. 


Joop Scholten 

 
Brandhout 

Hun huizen zag ik later 
met mijn kinderogen ontdaan 
van de laatste splinters hout 

Hun vege lijf allang door 
slaafsheid en verraad 
in ovenvuur verstookt 


Angstig schuilen tussen 
blinde wanden leven 
slechts op hoop 

troostte hen het beeld 
van één stukje groen 
Signaal van het seizoen 

door het zolderraam - 
Een levensboom straks 
weggesleept als toen 

© JohnN 
    http://www.hernehim.nl/johnn.htm 

 

Tegen het vergeten 

Het eindigt in je hoofd. Er is iets dat overblijft, 

iets als mineralen in water: het water lost ze op, 
verdunt ze, en dat gaat oneindig door. 
Tenslotte is er niets. Het water geeft een plaats 
aan juist dat niets dat niet meer aan te wijzen valt. 

De boom herinnert zich het water dat verdween. 
Ook als hij dor wordt en in dood hout eindigt 
staat hij er nog, een tastbare gedachtenis, 
zo lang het duurt. Dan valt hij uit elkaar, voorgoed. 

Als je er langs loopt moet je heel goed kijken om te zien 
dat daar geen boom staat aan geen water. 
Er zijn geen sporen meer. Er is alleen een weten, 
nog minder, een diffuus besef van wat zou kunnen zijn. 

Als ik het kon onthouden: zou het blijven? 

 

© Joop Scholten 
    http://www.joopscholten.nl 

 

 
Michiel van Rooij trad al vaker op bij Eijlders, en is de gastvrouw Mieke van Beeren en Floor Voerman opgevallen. Sinds 1999 stelt Café Eijlders regelmatig een bundeltje samen met werk van een notabele podiumdichter die wat extra aandacht verdient óf iemand die herkend werd als wat modieus heet: 'een aanstormend talent'. 
Michiel (1983) is zo'n jonge dichter die nu voor het eerst in een collectoroplage van 75 exemplaren achttien van zijn
gedichten gebundeld ziet. De titel werd ontleend aan het openingsgedicht:
'Vergeten randjes tandpasta'. 
Het boekje is nr. 13 in de reeks en we wensen Michiel van harte
dat het in dit geval een geluksgetal mag zijn. We kozen er één uit dat zich afspeelt in een concurrerend etablissement, in Café de Zwart. 

Michiel van Rooij

 
                     De Zwart  

Kijk ons daar nu eens zitten, twee jonge onbekende 
letterhelden in café de Zwart. 

Tafeltje hier, tafeltje daar, maar gelijke signatuur, sigaret 
en peinzende blik, krabbelend in hun boekjes. 

Daartussen een tafeltje met twee meisjes. Daarom 
schrijven wij! 

Jong nog, de haren lang en golvend, sieraden en 
hippe kleding, bezien aan een bandje om hun pols 
bezig aan de introweek. 

Onzekere provincieogen dik opgemaakt, roken ze 
uitgeput van studenten hun sigaretten, achter thee 
met honing. 

Een vent vraagt hun met donkere bas een vuurtje en 
ranke vingers knippen vonken tevoorschijn. 

En wij, mijn kloon, de ander en ik aan onze eenzame 
tafels, wij schrijven naarstig door. 

Schrijven is een eenzaam vak eenmaal teruggekeerd 
op aarde. 

© Michiel van Rooij 

 

 
Jan Willem van Hamel en Tenny Frank, die na de feestelijke lancering van de tandpastabundel optraden hebben ook al zo'n bijzonder Eijldersbundeltje op hun naam staan. Van Hamel droeg kolderieke prozagedichten voor, zijn bundeltje is de voorganger van dat van Van Rooij en is getiteld 'Het Aartmens'. Misschien is het nog niet helemaal uitverkocht. Frank was weer goed voor gelaagde gedichten. Haar Eijldersuitgave 'Ik nam ze mee jouw woorden' dateert al van ouder datum. 
Verder hoorden we nog Peter Koster, Es van Essen, Jan Dominique van Amsterdam ("wie maakt de tijd wakker, dat hij niet te laat komt"), allemaal ook eerder van de partij. 
 
En toen kwam er een jonge dichter die mij mijn oren deed spitsen: Peter Brouwer, afkomstig uit Arnhem. Hij boeide mij zeer met zijn natuurbeelden en liefdesgedichten. 
Soms heb je dat, je hoort iemand één keer en je herkent hem of haar gelijk als een poëet. 
We hopen gauw meer van hem te horen of te lezen. 

 


Peter Brouwer

 

 

Dichterstafel 

 

Om langzaam te vergeten  

Haar benen weer kuis bijeen bedenken 
vergeten haar mond, die smaakte naar jouw mond 
de mouw waarin haar polsslag kroop 
haar adem en de stilte om haar adem 

vergeten het hoog opgetrokken been 
ernstige ogen om een serieuze daad 
haar snelle lach 
als zij nu maar vergeet 
jouw hemd om haar schouders 
jouw hand waarin haar schoot 
rustte en 

vergeten haar hese stem 
en het onontkoombare vloeken 
om lichaamsdelen vol zoet geweld 
waarin de tijd wel wilde blijven 
vergeten dat het bloed toch weer 
zich zonder verveling verzamelde 
tot in de openingen van een ander 
die geen ander meer was 

vergeten wat je bedacht en 
wegdacht, de stad en het land 
delen van wandelingen 
en het licht op een plein dat slonk in je oog 
dat zich sloot voor haar 
nadat je samen een laatste keer 
en voldoende volledig 
om langzaam te vergeten 

© Peter WJ Brouwer 

 

Niet genoeg aandacht besteed aan Floor Voerman en Ron Offerman? Welnu, zij deelden boekenleggers uit (kleine éénmalige druk!) waarop aan weerzijden een gedicht. Twee namen erop, maar dat was misleiding, beide waren van Floor Voerman! 
Het gaat er informeel toe bij Eijlders. Wie binnenkomt en zich opgeeft mag bij Eijlders achter de microfoon, ook wie daar elke maand weer zijn vaste rustpunt zoekt. Dat deze keer niet alle dichters evenveel tijd kregen zullen we ze maar vergeven. 

Als je gaat  

Als je gaat 
Want ik weet dat je zult gaan 
Wek me dan niet 
Laat me rustig slapen 
Laat me dromen 
Over een ontwaken aan je zij 
Over een ochtend met jou 
in ons zonovergoten bed 
Sla niet met de deuren 
En wis je sporen uit 
Zodat ik later niet iets vind 
Waaraan je gehecht bent 
Iets waarvoor je terugkomen moet. 

Als je gaat 
Ga dan en kijk niet om 
Want zelfs als ik wakker ben 
Zal ik net doen alsof ik slaap 
En pas als je weg bent 
Zal ik huilen. 

© Floor Voerman 

 

© Verslag - Hernehim Cultuur 23.11.2007                                                                                © Foto's - Eigen foto's Hernehim Cultuur 
 
Strellus Prijs voor een ontroerend gedicht - Karel Wasch gelauwerd - 16 november  
                               

Amsterdam - Op vrijdagmiddag 16 november was Karel Wasch het feestelijke middelpunt in het Bilderberg Park Hotel. Hij werd daar door Uitgeverij De Vleermuis uit Roermond geëerd met de Strellus Poëzie Prijs voor zijn gedicht "Voordat hij zich overgaf" dat samen met de andere genomineerden opgenomen is in de bundel "Saturnus". 

De genodigden zagen hoe Wasch een kunstwerk van Pim Bronkhorst ontving als tastbaar bewijs van waardering plus een boekenpakket ter waarde van €225,-. Het was de 17e keer dat deze prijs werd uitgereikt.

 

Voordat hij zich overgaf 

Uit witte kamers van de kliniek 
was hij gevlucht, de dood 
nog in de ogen, 
een platgespoten messias in lichtbevuilde 
regenjas, hij keek mij niet meer aan 
geen redding in het omwoeld bestaan en 
God wat hebben we gehuild die dag 
zonder uitzicht, aan zee 
nevels achter onze ogen, vogels 
in de vloedlijn, verkleefd in olie 
niet meer bestand, zijn hand 
uitgestoken naar het water 
dreigende woorden, baarwond 
verzwolgen door de golfslag 
voordat hij zich overgaf 
want na verraad, verschenen verplegers 
waarmee we vochten op het strand 
totdat de dwangbuis 
van gezond verstand 
hem afsneed van ons samenzijn 
en hij weer weggleed uit mijn beeld 
ik me liet vallen in ’t zand 
om daar te sterven of overspoeld 
te worden door de zee 
die geeft, neemt en wijkt 
alles overhoop haalt en verdwijnt, schelpen 
achterlaat, die zich sluiten 
wanneer je even niet meer kijkt. 

Karel Wasch 

 

 
NLP2007 - De Nieuwegeinse Poëzieprijs 2007 - Verslag John Newswatcher 14 november 2007  
Op dinsdagavond 13 november 2007 liep het aardig vol in de Centrale Openbare Bibliotheek van Nieuwegein
Misschien was het ook vanwege het voorprogramma, maar het was toch ongetwijfeld in de eerste plaats voor de beste verhalenschrijvers en dichters van dit jaar dat er veel liefhebbers kwamen toegestroomd. Het ging om niet minder dan 17 genomineerden, én de jeugdige Maxim Roozen (1992) die een eervolle vermelding kreeg voor zijn gedicht "Kindermoord", die alle waren uitgenodigd. 
Waarom zoveel? De NLP2007 kent sinds het jaar 2000, als de voortzetting van de vroegere OpSpraak Poëzieprijs, zowel een uitverkiezing van proza als van poëzie, zo werd ons in de inleiding uitgelegd. Iedereen was natuurlijk brandnieuwsgierig wie de uitverkorenen waren, maar zoals gebruikelijk had de organisatie er alles aan gedaan om de spanning op deze avond nog flink op te voeren. Kort na acht uur, na welkom en inleiding van Ed de Boer, resp. Jet van Swieten, werd de cabaretier Vincent Bijlo aangekondigd. 


In het voorprogramma kondigt Jet v Swieten Vincent Bijlo aan

Het is fascinerend om de blinde Bijlo op het podium te zien voordragen. Schrijlings op een kruk gezeten, met zijn brailleboek losjes op de rechterknie, laat hij de vingertoppen van zijn rechterhand achteloos over het papier glijden. Gelijktijdig spreekt hij zonder haperen de tekst uit alsof hij vanaf een autocue leest. Er waren ook doven onder het gehoor, daarvoor was een tweetal dames meegekomen die op toerbeurt een simultaan vertaling ten beste gaven in de doventaal. 
Bijlo las een aantal delen uit zijn boek "Het Instituut" dat een persiflage is op zijn jonge jaren die hij in een Goois Blindeninstituut doorbracht. Hij maakt in zijn conferences graag gebruik van het handicap van blind zijn, wat niemand hem kan nadoen. Immers, wie als podiumartist met een normaal gezichtsvermogen waagt het om blinden, laat staan blinde kinderen, belachelijk te maken? Achtereenvolgens laat hij pesterijen op het instituut, een kampeerweekend in Drente en de les seksuele voorlichting de revue passeren. 
Na afloop mochten wij toehoorders hem vragen stellen. Het meest interessante antwoord vond ik toen Bijlo uitlegde hoe hij op zijn computer werkt. Uiteraard typt hij blind op een normaal toetsenbord, maar de tekens die op zijn beeldscherm verschijnen worden elektronisch omgezet in een extern signaal naar een speciaal kastje. Daarin worden bimetaaltjes aangestuurd die volautomatisch de met het letterbeeld corresponderende brailletekens vormen. De bimetalen activeren scherpe stiftjes die het overeenkomstige brailleschrift in het papier ponsen. 
Op die manier heeft hij zijn eigen brailleboeken gemaakt. 


Vingertoppen strelen het brailleboek 

 

 

 

Live vertaling van de les seksuele voorlichting

Na de pauze werd het tijd voor de deelnemers. Nog steeds in onwetendheid, werden ze één voor één voor de microfoon geroepen door presentatrice Jet van Swieten. Zij had een lijstje opgesteld waarin om beurten een prozaïst en een dichter aan bod kwam. Zo bleef het levendig en afwisselend. 
Helaas waren 2 dichters en 1 prozaïst niet aanwezig of met bericht verhinderd, maar een reeks van 15 fragmenten en gedichten passeerde in een vlot tempo aan ons oor en oog. Ja, en toen... De handen nog eventjes klam en de hartslag nog even hoog gehouden door een algemeen verslag namens de jury. Die liet wat kritiek horen op sommige inzenders. Ze hadden bijvoorbeeld geen CV bijgesloten, of verzuimd hun geboortedatum te vermelden, terwijl zulke informatie toch een belangrijk criterium kan zijn voor de jurybeoordeling. "En weest u toch vooral zelfkritisch" bezwoer men ons, mochten wij soms plannen hebben werk in te gaan zenden voor de NLP2008. 
Eindelijk werd Vincent Bijlo weer uit zijn rustige hoek tevoorschijn gehaald en las poëziejury woordvoerster Karin Doornik - de winnares van het voorgaande jaar - het juryrapport over het winnende gedicht voor. De Vlaming Staf de Wilde bleek de uitverkorene van 2007 te zijn met zijn gedicht dat de exotische titel "Nargileh" (waterpijp) draagt. Hij was zelf niet aanwezig (op reis in een ander buitenland) maar hij had zich charmant laten vertegenwoordigen door Marleen Waegeman, die zijn gedicht op uitstekende wijze had voorgedragen en ook de prijs in ontvangst nam. 


Marleen Waegeman neemt de prijs aan voor Staf de Wilde


De poëzieprijs 2007 en L.A.Elsenaar met de prozaprijs 2007 

Die prijs was een oorkonde en een schilderij van de Utrechtse kunstenares Nicola Annette Rozemeijer dat in feestverpakking door Vincent Bijlo werd overhandigd. Hij vroeg Marleen het schilderij uit te pakken, want hij wilde graag weten welke voorstelling erop stond. "Dat wil ik wel doen", reageerde zij, "maar dan wil ik eerst zoenen!" Vincent maakte dankbaar gebruik van de kans die hem geboden werd om als blinde het charmante uiterlijk van Marleen te leren kennen. "Maar vertel me nu, wat staat er op het schilderij" wilde de cabaretier weten. Het betrof een kleurige synthese van non-figuratief en een realistisch natuurbeeld met een rendier. 
Namens de prozajury las Dick van Zijderveld het rapport over het werk van de prozawinnaar
L.A.Elsenaar - die de erkenning van 2007 kreeg voor zijn verhaal "De laatste vraag". Beide winnaars dit jaar dus van het mannelijk geslecht, terwijl in 2006 twee dames beide prijzen in de wacht sleepten. Volgend jaar weer de vrouwen, wellicht? Het schilderij voor Elsenaar was van dezelfde maker, centraal erop een oernederlands beeld: een zwartbonte koe met een kleurige achtergrond. 
Het embargo, dat tot dat moment op het novembernummer van het blad OpSpraak rustte, kon eindelijk worden opgeheven. Wie het winnende verhaal en het gedicht over de waterpijp wil lezen moet het blad maar kopen of naar de website van OpSpraak surfen, 
Van het opkomend talent laten we op deze site onderstaand nog het gedicht "Kindermoord" volgen. 


Elsenaar leest 


Voor De Wilde leest Waegeman 

Kindermoord  

god en de duivel hebben woorden 
onder aan de keukentrap 
ik drapeer mijn door 
trieste verhalen opgerekte oor 
over de laatste leuning 

Zij strooien letters 
hun gezichten niet te zien 
Maskers met grimmige klanken 
dragen zij uit liefde 
voor henzelf 

Maar let op je woorden, want elke zin 
is vanaf nu ambigu 
ren over mijn woordpaden 
maar pas op 
komma’s kunnen mijnen zijn 

Een paar kindertranen, een stille 
stroom over de houten luistertrap 
het broodmes in de gebroken rug 
lakens met dilemma’s besmeurd 
ik houd 

van allebei  

Maxim Roozen 

 


De avond trok ongeveer 75 bezoekers 

Verslag voor Hernehim Cultuur 
onder copyright, auteur John Zwart 

© Foto's: Alle materiaal eigen foto's Hernehim Cultuur 

 

 
OBA Podium van 27 oktober - Verslag  


'Slam' op het Mediaplein: André Heijnekamp 

Het zal zo langzamerhand wel bekend zijn dat Hernehim Cultuur vrijwel maandelijks aandacht besteedt aan het Open Podium voor Poëzie, Proza en Muziek dat op de laatste zaterdagmiddag wordt gehouden in de OBA, het nieuwe centrale bibliotheekgebouw op het Oosterdokseiland direct aan de oostkant van het Centraal Station van Amsterdam. 
Op 27 oktober j.l. moest er gewedijverd worden om de aandacht met "de gelukkige klas" van Theo Thijssen. Gelijktijdig, om drie uur 's middags, begon op de hoogste etage, in het Theater van het Woord, een voorstelling waarin Philip Freriks uit het overbekende boek zou lezen en een vraaggesprek ging houden met Jan Carmiggelt over diens ontroerde fascinatie voor de schrijver - en op de vierde etage, op het Mediaplein, ging het Podium weer open voor dichters en voor 'performers' van uiteenlopende pluimage. 

Ondanks alle extra aandacht die 'Nederland leest' wist te genereren voor Thijssen bevolkten toch meer dan 40 belangstellenden het compacte Mediaplein. Het programma was lichtelijk overbezet met in totaal 18 deelnemers. We zagen in de helft daarvan ons overbekende gezichten, hetgeen presentator Jos van Hest deed besluiten om met die mensen geen uitvoerig vraaggesprek te gaan houden. Het optreden van deze mensen moest beperkt blijven tot een korte voordracht, om zo voldoende tijd over te houden voor ruime aandacht aan een aantal nieuwelingen, waarvan een flink aantal van buiten Amsterdam was gekomen. 

Zo kon worden voorkomen dat de middag weer ver voorbij vijf uur ging uitlopen. Ook wij gaan in de  verslaggeving onze aandacht het meest richten op de mensen die we nog niet kenden, of op onze pagina's nog niet eerder werden besproken. 

Uit Eindhoven was Jan van der Pol gekomen, hij maakt deel uit van het vaste team van het literair tijdschrift "De tweede ronde". Wat we van hem te horen kregen was werk uit de bundel 'zo klinkt weggesmeten geld'. Enkele berijmde gedichten over de dood ("niet allemaal somber hoor"), soms verraste hij met aardige woordvondsten. Ook met de letter x wist hij vaardig om te springen en een enkel kort gedicht benoemde hij als "polkoe" wat uiteraard verbaasde gezichten opriep. "Ja, tegenhanger van de 'haiku', een kort gedichtje in de stijl van Van der Pol: de 'polkoe' dus". 
Cootje Verburg vierde onlangs haar 70ste verjaardag. Al heel wat jaren gaf zij les in creatief schrijven aan groepen. Zuiver als ontspanning schreef ze al die jaren gedichten voor zichzelf. Maar het was toch wel een serieuze bezigheid: als de inspiratie kwam móest ze zich er aan zetten en zich concentreren. Daarvoor werden er zaken opzij gezet, want ze had "haar uur". In eigen kring werd dat 'n gevleugeld woord: nu even niet storen want Cootje heeft "haar uur". Toch, ambitieus was ze totaal niet. Een stapeltje van 100 gedichten rustte ergens in een laatje. Als verjaarscadeau wierp haar man zich op als redacteur, selecteerde de 34 beste gedichten en gaf die op eigen kosten uit. Ze zijn nu dus voor ieder te lezen, in haar bundel "Dit is mijn uur". 


Jan van der Pol 


Cootje Verburg 

Een prachtige volle Surinaamse dame met het figuur als de 'kotto missies' van Paramaribo, Hilli Arduin (Anansi vertelster) was ook gekomen. Niet om 'anansi tories' te vertellen, maar met bijzondere poëzie. Zij vertelde ons op de Antillen te zijn opgegroeid, dus de Surinaamse taal is niet haar moedertaal. Toch heeft zij zich het 'sranan tongo' grondig aangeleerd en ze voelt zich intussen in staat om er rechtstreeks poëzie in te schrijven. De taal is eenvoudig met veel klanknabootsingen en klinkt heel zangerig. Gelukkig las zij ook de Nederlandse vertalingen. Dat het over de liefde ging was uit de intonaties wel op te maken maar de echte nuances moesten we uit haar vertalingen vernemen. 
We kregen ook een slamdichter te horen - en (even belangrijk) te zien. André Heijnekamp uit Amersfoort droeg expressief voor met zijn gehele lichaam. Grote dramatische gebaren, een microfoon had hij eigenlijk nauwelijks nodig. Hij gooide zijn gedichten er los van het papier uit. "Ja, ik ben natuurlijk wel een slamdichter, maar heb een haat-liefde verhouding met slam". Onmiskenbaar behoorde hij tot het slamgenre, dat lag hem ook het beste, maar hij vertelde een bloedhekel te hebben aan het wedstrijdelement dat gangbaar is onder slammers. Een gedicht over de vinexwijk, een koe en blubber kwam er zeer meeslepend uit. In het dagelijks leven rijdt André alleen op een 'bus', geen lijnbus voor personenvervoer maar 'n soort servicewagen met een opgebouwde kraan waarmee hij lampen verwisselt van de straatverlichting. Niemand kijkt hem op zijn vingers dus als hij inspiratie krijgt zet hij zijn wagen eventjes aan de kant en pakt dan zijn blocnootje. Kijk, dat zijn van die achtergrond 'weetjes' die Jos van Hest vaardig uit zijn gasten weet los te peuteren. 


Hilli Arduin 


André Heijnekamp 

Na enkele bekende gezichten kwam er wéér een oba-debutant aan bod. Nóg een exotische dame: Rose Jainandunsing. Een heel andere persoonlijkheid dan Hilli Arduin die eerder niet zonder trots vertelde dat haar gedichten rechtstreeks in het Surinaams tot stand komen, Rose Jainandunsing verduidelijkte dat ze al heel lang poëzie schrijft in het Engels, maar zich nu nog niet voldoende vaardig voelt om Nederlandstalig te schrijven. De gedichten, die ze ons liet horen had ze eerst in het Engels geschreven en daarna in het Nederlands vertaald. Ondanks die extra taalsprong ademde haar voordracht een duidelijke oosterse sfeer. En ja, ook bij deze dichteres draaide het allemaal om de liefde. 


Rose Jainandunsing

Een aantal van de meer bekende deelnemers willen we toch niet onvermeld laten omdat ze ons iets bijzonders hadden te melden. 
Kees Godefrooij toonde ons zijn onlangs verschenen drie bundels, waarvan "Zwarte Romantiek" de belangrijkste is. "Drie bundels tegelijk!" riep Jos van Hest enigszins verbaasd uit, 'Print on demand', dus hij hoeft niet bang te zijn met onverkocht werk te blijven zitten, zo stelde de dichter ons gerust. Godefrooij vertaalde ook Heinrich Heine uit het Duits. Uit Zwarte Romantiek las hij het gedicht 'Laura'. 
Wilma vd Akker deelde opgetogen mee dat haar zichtzending van 35 gedichten aan Henk van Zuiden (De Windroos) was geaccepteerd. Zij hoort nu bij de eerste kandidaten om in 2008 te worden uitgegeven. 
Tenny Frank vertelde de bundel "Tong en trede" van Erik Lindner naar het Frans te hebben vertaald. In Brussel en Parijs had dit werk veel succes en zij verwacht dat Erik Lindner nu spoedig Franstalig zal worden uitgegeven. Ze las vervolgens een eigen gedicht (iets van het leven) dat eerder opgenomen werd in Bladspiegel en OpSpraak. 
Mirjam Al las een gedicht dat zij opdroeg aan de zopas gestorven Jan Wolkers: 'ik zoek je gezicht'. Ook Jos Zuijderwijk had zijn in memoriamgedicht 'Jan bedankt' meegebracht. 

© Copyright - Foto's: eigen foto's Hernehim Cultuur      

 
Hiermee komen we vanzelf terecht op de Nieuwe Oosterbegraafplaats. Jos van Hest heeft daar in september met een aantal mensen van het Podium een wandeling gemaakt om er inspiratie op te doen voor een sfeergedicht ter gelegenheid van Allerheiligen en Allerzielen. Diverse werkstukken werden op 27 oktober al voorgedragen, o.a. "Allerzielen" door Jack Terrible
Jos van Hest kondigde aan dat op 31 oktober om 18:00u een bijzondere bijeenkomst zal plaatsvinden op de Nieuwe Oosterbegraafplaats in verband met deze herinneringsdagen onder de titel "herinnering verlicht". Er zullen honderden lichtjes in het gedenkpark worden geplaatst. Er wordt gemusiceerd en er wordt poëzie voorgedragen en de resultaten van de workshop van Jos van Hest worden op het strooiveld opgehangen. 

Tot slot nog een mededeling: 
Iedereen die in 2007 aan één of meer van de Open Podia heeft deelgenomen wordt verzocht vóór het einde van de maand november maximaal 3 door haar of hem eerder voorgedragen gedichten in te zenden. Het email adres hiervoor is r.lamers@oba.nl  
Zoals in de afgelopen drie jaren 2004, 2005 en 2006 op de Prinsengracht het geval was, gaat ook dit jaar de OBA een bloemlezing uitgeven. De organisatie zal een keuze maken uit het ingezonden werk. Dus als je dit jaar op het OBA Open Podium hebt opgetreden en een kans wilt maken om in de OBA bloemlezing 2007 te worden opgenomen, stuur dan zo spoedig mogelijk je gedicht of gedichten in (max. 3). 

© Hernehim Cultuur - 1 november 2007 

 

 
Jan Wolkers' tocht over de Styx  - Verslag van John Zwart 
Amsterdam 25 oktober 2007    -       Wat een contrast: de eenzame uitvaarten op de Nieuwe Oosterbegraafplaats van Amsterdam, waar alléén ambtshalve betrokkenen verschijnen en een 'dichter van dienst' zijn best doet om een overleden mens toch een gezicht te geven; en deze uitvaart van Jan Wolkers, gistermiddag op diezelfde dodenakker. 
Krijgt triestheid een extra dimensie in het besef dat niemand het van belang heeft gevonden een eenzaam gestorven mensenkind op haar of zijn laatste reis te begeleiden, de drukte van familie, vrienden, bekenden en bewonderaars van Jan Wolkers straalde een zekere blijheid uit. 

Karina Wolkers met de kist van haar man 
©
Foto Nu.nl 

Ik denk dat daarmee ook het bijzondere van de mens Jan Wolkers meteen wordt gekenmerkt. Hij was een levensgenieter in al zijn vezels en al kon het drama ook diepe indruk op hem maken, hij zou er zich nooit langdurig door laten terneerdrukken. 
Naast de genodigden waren er nog vele honderden gekomen. De familie Wolkers had het goed begrepen, Jan is niet alleen van hen maar ook van alle mensen die zijn schilderwerk, zijn beelden, zijn verhalen, romans en gedichten bewonderen. 
En al die mensen hebben het gevoel dat ze hem ook een beetje persoonlijk kennen, dat schept saamhorigheid en bant de droefheid uit. 
De kring die door de familie was aangeschreven, vormde samen met de toegestroomde media al een zo groot gezelschap dat de aula geheel bezet werd. Voor al die andere, verder verwijderde bekenden en bewonderaars was er een grote partytent opgezet, waarin op zes forse beeldschermen het gebeuren kon worden gevolgd. 

Jan Wolkers lag in een gesloten kist. Op het oog een bijna ruwhouten kist, met touwen draaggrepen, alsof hij zo dadelijk ingescheept zou worden voor een zeereis. En in zekere zin is dat waar, in deze kist stak hij het Marsdiep over op zijn reis van Texel naar Amsterdam. Het is een kist die bij Wolkers past, het is een eerlijke kist. 

De aula op de Nieuwe Oosterbegraafplaats 
was te klein voor alle belangstellenden 
© Eigen foto Hernehim cultuur 

Om half vier opende Onno Blom de plechtigheid met een welkom. We zagen de NOS camera inzoomen op Karina, Tom, Bob en diens vriendin Leonie Hulsma. 
Karina oogde zeker niet verslagen, geheel de sterke vrouw die zij is en zag er opvallend goed uit in haar eenvoudige donkere jurk. Nog steeds een aantrekkelijke vrouw. 
Onno Blom is door de Bezige Bij pas heel recent aangewezen als de schrijver van de toekomstige biografie over Jan Wolkers. Hij heeft diens laatste dagen in de familiekring meegemaakt. Blom memoreerde dat Jan Wolkers zich in zijn werk zijn leven lang met vergankelijkheid en dood bezig hield, verweven met liefde en passie. Hij aanvaardde zijn eigen einde, was er met de bundel 'Wintervitrines' (2003 - de Bezige Bij) al intens mee in de weer. En het leek of hij in zijn laatste dagen zijn einde voorvoelde. 
Toen hoorden we de stem van Wolkers met zijn drieluik "de herinnering", "de Styx", "de winterslaap". *) De bijna laconieke toonzetting die Wolkers aan deze ernstige poëzie heeft gegeven vormde in wezen een basis van troost voor iedereen die hij achterliet, alsof hij ons toeriep: 'mensen doe nou niet te dramatisch, het was gewoon genoeg, dat is alles'. 
Het verhaal van de boterham met jam op de laatste avond sluit hier naadloos op aan.

*) Te lezen in de necrologie, hieronder. 

Robbert Ammerlaan, directeur van uitgeverij de Bezige Bij en Pieter Broertjes hoofdredacteur van de Volkskrant waren de eerste sprekers. Beiden noemden hun tweevuldige relatie met Jan Wolkers, auteur en vriend. Wit is het leidmotief in de beschouwingen. Wit als kleur van de aanvaarde dood, wit als kleur van de winter, van zuiverheid, de reinheid. Van begin en van het einde. 
Op school schreef en tekende Jan tegelijk. Schrijven met een blad tekenpapier ernaast. Zijn geest dwaalde van de lessen naar het tekenpapier. Dat eerste witte vel is het begin van zijn carrière geweest. Een groot wit doek opgespannen in zijn atelier op Texel, het einde. 
De bezoeken aan Jan en Karina worden gememoreerd De gastvrijheid, verwennerij de geweldige maaltijden. En als ze dan in een hotel overnachtten moesten ze 's morgens vroeg alweer terugkomen om samen te ontbijten. 
 
In de 50m lange partytent kijkt men op 6 schermen  -  Maarten van Rossem markeert stemmingsomslag  -  Buiten ligt de grootste bloemenzee 
© Eigen foto's Hernehim Cultuur. 
De speciale augurken die op tafel kwamen, (wat overbleef in een zakje mee naar huis), Jan's eigen culinaire prestaties zoals zelfgemaakte mayonaise "en als je er niet naar vroeg, zei-ie het zelf wel: 'zelf gemaakt hoor!' " Nu en dan trok een glimlach over het gezicht van Karina. 
Als muzikale verbinding zong Tom Wolkers bij zijn eigen gitaarspel zijn nieuwste compositie... "litte feet in the snow" versta ik, met een achtergrondvocaal van Leonie Hulsma. Later hoorde ik dat de titel "Cat in the snow" zou zijn. De eerste opname ervan klonk regelmatig in Jan Wolkers' atelier gedurende de laatste tijd. Die opname en Bach, véél fuga van Bach. 
Tijdens de muziek sluit Karina de ogen en droomt weg in haar eigen gedachten. 
De uitgever en de hoofdredacteur haalden veel herinneringen en anekdotes op. Soms met stemimitaties van het specifieke Wolkersgeluid, "moet je eens kijken, móói hé?" Glimlach van Karina. 

Maar toch was het een droeve vrolijkheid. 
Ik denk dat Jan Wolkers zelf allang de ernst aan diggelen zou hebben gegooid met een rake brutale grap. Dat was in de timing uitstekend aangevoeld, want toen kwam Maarten van Rossem voor de microfoon. Zijn toespraak evolueerde van opgewektheid naar bijna conferencestijl. Flink werd er gespot met Wolkers' strijd tegen het calvinisme, zijn vete met de rechtzinnige streng gereformeerde ouderlingen en hun opvattingen over hoe je moest leven om daarmee het eeuwige leven in de hemel te verdienen. "Eeuwig leven, wie wil er nu eeuwig leven. Dat is toch verschrikkelijk" Dood is dood en daar is niets ergs aan. 
"stel nou Jan, dat er toch een hiernamaals en een hemel is, wat dan? Dan zie ik al die ouderlingen en zeg ik: 'kijk daar ben ik, nou ben ik er toch' ". Iedereen lacht luidop, onverholen. 
Natuurlijk ontbraken de kleine ontroerende episoden niet. Hoe Jan in zijn open kist opgebaard lag in zijn atelier, met dat immense witte doek achter hem ("Dat wordt mijn winterschilderij") Zijn bak met uitgedrukte sigarenpeuken naast hem op tafel. Karina, die voorzichtig zijn zachtblauwe vrijetijdshemd oplicht: "Kijk daar heeft hij om gevraagd, voor onderweg". Op zijn borst ligt een sigaar en een mapje lucifers. 

Ja, en wie kwamen er nog: Minister Ronald Plasterk, die net de eeuwige gram van Jeroen Brouwers op z'n hals heeft gehaald. En Remco Campert, die op licht verwijtende toon tegen Jan Wolkers zei: "En net toen ik besloten had niet meer aan de dood te denken kom jij er tussendoor"
De vijftigers sterven uit, maar wie zo sterven mag als Jan Wolkers, kan gelukkig zijn. 

 
Als ik de grote tent verlaat blijf ik nog even dralen bij de twee condoleanceregisters. Ik wil er wat in schrijven, maar het moet wel iets zinvols zijn. Ik denk wat na, schrijf in gedachten een regel, verander er wat aan en schrijf het dan op. Dan weer een regel.... 
De verslaggever van Radio Noord-Holland komt op mij af. "Mijnheer mag ik u een paar vragen stellen voor de microfoon?" 
"Al kan ik het zelf niet horen voor Noord-Holland wil ik nog wel even tijd maken" 
"Ik zag u vrij lang bij het boek staan en aandachtig schrijven, wat is uw band met Wolkers en mag ik u vragen wat u schreef?" 
"Ik waardeer Wolkers vooral als dichter en schrijver en wou daarom iets schrijven wat werkelijk iets zeggen wil, een paar dichtregels" 
"Hoe ziet u hem als mens?" 
"Jan Wolkers was een volkomen onbeschroomd man, hij hield niets achter en deed geen concessies. Daar is moed voor nodig en er zijn maar weinig mensen die zoveel moed hebben, zeker niet als je ook nog kwetsbaar bent". 

Straks zal Jan Wolkers hier in Amsterdam worden gecremeerd. Over een maand zal zijn as worden uitgestrooid op Texel. In "de achtertuin", bij de tulpenboom. "Karina, we zijn rijk! We hebben vliegenzwammen en kluifjeszwammen in de tuin!" Die spontane kinderlijke blijheid.   
In het gras voor de aula ziet het eruit als een herdenkingsplaats op de vierde mei. In de aula en op de kist waren alleen bescheiden bloemstukjes gelegd, wit - hier in het gras liggen indrukwekkende grafstukken, in alle kleuren. Namens Hernehim Cultuur leg ik één enkele witte roos. 
Ik zie Jan Wolkers tevreden knikken. 

© John Zwart - voor Hernehim Cultuur. 

 
 
 

Dag Jan, je was er allang mee vertrouwd 
dat je tot stof zou verteren 
de troost voor allen die van je houden 
ik moet nog wat verder leren 

JohnN

 

 
 
  Jan bedankt 

'Wacht...ik zie een adelaar overvliegen! 
Schitterend! Ja het is op Franse televisie, 
maar toch, 
dit is echt een gebeurtenis!'* 

Door je te lezen ontdekten velen 
met mij een wereld bij ons binnen 
niet om te schamen en veroordelen 
wel te verwonderen beleven in zinnen 

Met gevoelens oprecht diep en grandioos 
die tevens en vooral ook innig en bevrijdend 
voor en van eenieder van alle tijden zijn 

Je beeldde eerlijkheid en spontaneïteit 
voor ons samenzijn met alles om ons heen 
overtuigend om geen dag te kunnen missen 

Dat we ons leven vanaf moeders schoot 
hoe ook getekend door gebroken spiegels 
die wij zoals jij nooit mogen ontkennen 
door liefde kunnen zoenen met de dood 

Jan treurig en in rouw 
dankbaar dat je er was 
blijft raken en ontroeren 
in wat je gaf 

 

Jos Zuijderwijk 

 
Voorbij Oegstgeest  

op Rottumerplaat schreeuwde  
jij in blakende oerkracht 
je vreugde over het leven 
dat jij zo intens liefhad  

je brak uit overtuiging 
vooroordelen, liet mensen schudden 
door beeld, woord en kwast 
schiep je immense energie 

op je eigen Waddeneiland 
verviel je broze lijf, 
loste op in oranje stippen 
voorbij de ruisende einder  

 

Marion Spronk  

 

 

 
Gedichtenmiddag bij Eijlders, vlakbij het Leidseplein, zondag 21 oktober 2007 - verslag door Loes Essen

  Korte Leidsedwarsstr.47

"Door alle trends en modern gedoe 
is er één plek zoals het altijd was; 
een kroeg zoals het hoort 
in de Korteleidsedwars" 

Zo luidt de eerste strofe van "Korteleidsedwars 47", een gedicht van dichter/ober Ronald Offerman, medeorganisator van de gedichtenmiddagen bij Café Eijlders. 

 
Muziek bij Eijlders
Een plek zoals het altijd was; waar men zich, eenmaal binnen, omringd weet door de warme sfeer van een interieur sinds 1940 gekoesterd: veel donker hout, kaarsen, authentieke belichting en glas-in-lood. Met personeel, dat je nog (met een gulle lach!) aan je tafeltje bedient. De sympathieke eigenwijze geschiedenis achter dit rasamsterdamse café is te vinden op de website

In dit karaktervolle café werd de traditie, ooit geïnspireerd door Remco Campert en Rudy Kousbroek, die er in 1950 hun tijdschrift Braak oprichtten, sinds 1998 voortgezet. Zondag 21 oktober kon men genieten van de tweede in een nieuwe reeks van poëziemiddagen, die elke derde zondag van de maand, vanaf 16.00 uur worden gehouden. (Behalve in de maanden juni, juli en augustus). 
Dichters van het eerste uur en initiatiefnemers waren ook deze middag weer aanwezig, zoals gastheer Floor Voerman en dichters Kees Godefrooij, Dirk Oudshoorn en Sander Brouwer. Allen droegen voor uit eigen werk. 

 

Paul Lokkerbol opende de middag, die gewijd was aan het herfstthema 'wat is vergankelijk', zeer toepasselijk met "Jaargetijden" van Jan Wolkers. Het ontroerende slot, 'we wisten niet dat doodgaan kon gebeuren', kreeg zeker nu, nog maar een paar dagen na Wolkers' nog
plotselinge dood, een navrante lading, die voelbaar was aan de reactie van het publiek. 

Hier is het Open Podium werkelijk open, de drempel is laag, iedereen is welkom, zowel op het podium als in het publiek. Dat levert altijd een gezellige kleurrijke wirwar op van mensen van zeer uiteenlopende aard. Een afspiegeling van de Mokumse samenleving, met de nadruk op 'gezellig'. 
De meeste bezoekers komen voor de poëzie en er wordt relatief gezien goed geluisterd tijdens de voordrachten. Natuurlijk ontstaat er wel eens rumoer, maar daar kan de dichter zelf ook iets aan doen. Getuige bijvoorbeeld Anna Koster, een markante vrouw, die haar voordracht begon met de mededeling, dat je volgens haar alleen kunt dichten over wat je werkelijk hebt beleefd. De persoonlijke lading van haar gedichten gaf daarvan ook blijk. Zij bracht een gevoelig gedicht, "Dierentuin", op lichte wijze ten gehore. Maar tussen de laatste regels, waarin ze een aantal dieren persoonlijk aanspreekt met 'dag lieve', onderbrak zij zichzelf bassend: 'willen jullie daar achterin jullie koppen even houden, aardappels!' Om onverstoorbaar haar gedicht weer lieflijk te vervolgen en de dieren hartstochtelijk toe te roepen 'ik wil jullie kussen!'  

De middag werd weer druk bezocht en er was een rijke bezetting van maar liefst 16 dichters, die elk de ruimte kregen. Het is mij onmogelijk elk evenveel aandacht te geven. In vogelvlucht: 
Jan Vissers met gedichten over existentie en overpeinzingen, gebracht met lichte toets en humor. Ron Offerman, die niet zonder zelfspot op droge toon zijn gedichten voordroeg over 'blijven of gaan' en 'of je komt of niet', quasi nonchalant, daardoor juist de gevoelige snaar beroerend: 'Als je koffer in de gang bleef staan, dan wist ik dat je snel weer ging'. Droog tragikomisch, melancholiek als een eigentijdse Carmiggelt. Richard Wark droeg gedichten van zijn moeder voor, verzen over vergankelijkheid die hij uit het Hongaars heeft vertaald. Gedichten, die de herfst schilderen, met zulke regels: 'als het groene bloed opraakt'. Zijn voordracht maakte indruk, getuige de stilte, even vóór het applaus, na zijn laatste woorden 'en dan in stilte valt'. Later zou hij nog in het Hongaars voordragen, een taal die de meesten onder ons niet verstaan. Interessant, dat uit het spel van klank en ritme onmiskenbaar op te maken is dat dit poëzie betreft. 
Kees Godefrooij las drie gedichten voor uit eigen werk. Letterlijk, uit: "Het spleen van Amsterdam", één van zijn drie onlangs verschenen bundels. Aan de manier waarop hij zijn 'Jacqueline', Blozen' en 'Sex and the city' voordroeg, rustig en gedragen, was zijn ervaring af te lezen. 'Wat is vergankelijk?', vroeg hij zich hardop met ons af; 'misschien wel de liefde voor één nacht, die éénmalige fonkeling van genot'. 
Merik van der Torren droeg op onderhoudende wijze geestige gedichten voor;
'ik was mijn paraplu in het paradijs vergeten, mijn mooie rooie paraplu' declameerde hij met pathos. Na het slot, waarin hij huilend onder een treurwilg uitriep 'ik mis haar zo!', maakte Julius Vischjager (de voor Amsterdammers niet onbekende hoofdredacteur en enige medewerker van "The Daily Invisible", de enige handgeschreven krant ter wereld) zich spontaan los uit het publiek en overhandigde de dichter met gratie zijn rode paraplu. Grote hilariteit. 
De volgende dichters kwamen nog aan het woord:
Robin van Driel: snelle, staccato voordracht uit het hoofd, gedichten vol rijm en ritme. Sander Brouwer: voordracht met een stem als Ko van Dijk, afgewisseld met een piepstemmetje, als de inhoud van het gedicht daarom vroeg. Vol zelfspot en ironie
'gisteren heb ik ontdekt dat ik een mensch ben/ ik ben ook vergankelijk/ maar dat neem ik op de koop toe'. 
De als 'nestor' aangekondigde Floor Voerman: 'je danst een verhaal uit/ mijn verbeelding binnen', 'laat me dromen/ pas als je weg bent/ zal ik huilen'. Dirk Oudshoorn met exuberante taal, rijk aan alliteratie en beeldspraak. Gebracht met denderende stem, ook niet zonder zelfspot. Wim Schroot droeg weer op vermakelijke wijze 'gejatte gedichten' voor, pontificaal in korte broek, onder luid applaus. Niet alleen van zijn echtgenote Marguerita, de pianiste die als altijd in de pauzes heerlijke muziek uit vroeger tijden speelde. 
Er waren nog Jan Dominique van Amsterdam, Barry Tunderman, Es van Essen, een dichteres die een Ode aan Vergankelijkheid bracht en liever een mooi flesje wijn ontvangt dan een 'blommetje': "Bloemen horen in het veld, niet stervend in een vaas".
Michiel van Rooij, een jonge dichter: 'keihard voel ik de afwezigheid/ van mezelf in mij/ even houdt het zweet op mijn bovenlip mij bezig/ als ik dan weer kijk/ zie ik je niet meer'. Werk met een filosofische onderlaag en, ook bij hem weer, hier en daar die zelfspot. Van deze dichter zal op de volgende gedichtenmiddag, zondag 18 november, zijn debuutuitgave feestelijk worden gepresenteerd. De titel: "Vergeten randjes tandpasta".
Jos Zuijderwijk maakte de cirkel rond met een gedicht, waarin hij de nagedachtenis aan Wolkers eerde en op de hem karakteristieke expressieve wijze (luid!) ten gehore bracht. Zo wordt liefde voor poëzie gevierd in café Eijlders, waar zelfs vergankelijkheid oergezellig kan zijn. 

© Loes Essen 
   voor Hernehim Cultuur 22.10.07. 

 
Nu Jan Wolkers ons achterliet. Necrologie door John Zwart 
Na een erg late vrijdagavond ging mijn wekkerradio af om acht uur vanmorgen en ik was gelijk klaarwakker, hoewel ik nog helemaal niet uitgeslapen was. Jan Wolkers overleden, thuis op het eiland Texel, in het bijzijn van zijn vrouw Karina, hun zonen ("de jongens") en zijn onlangs benoemde biograaf Onno Blom. 
Het is verdrietig als een man als Jan Wolkers opeens niet meer tot de levenden hoort. Je houdt er altijd rekening mee als iemand de 80 al gepasseerd is, maar omdat hij nog altijd zo aanwezig was, zou je je kunnen voorstellen dat de dood hem nog een hele poos zou vergeten. 
Toch heeft hij in zijn geschriften ons met de dood vertrouwd gemaakt: de vergankelijkheid in de natuur die hij als essentie van het leven aanvaardde en ook op zichzelf van toepassing voelde. Nee, niet dat hij er voortdurend aan dacht, maar hij had zich er allang mee verzoend - en het zou wel komen zoals het kwam. 
                                       
Zelfs als hij voor kinderen schreef probeerde hij die met het idee vertrouwd te maken dat dit nu eenmaal bij het leven hoort en hij bande de afschrikwekkendheid uit in "een mooie dood": Als je een dood dier vindt, ziet het er meestal heel vredig uit. Je krijgt het idee dat ze er niets op tegen hebben om tot stof te vergaan. 
Jan Wolkers (Oegstgeest, 26 oktober 1925) was in zijn eerste artistieke leven - de jaren 50 - vooral beeldend kunstenaar, in het volgende decennium ontwikkelde hij zich verder als schrijver met vele verhalen en romans. Zeven verhalenbundels, die begonnen met "Serpentina's Petticoat" in 1961. En veertien romans te beginnen met "Kort Amerikaans" in 1962. Terwijl de debuten hun herdrukken beleefden kwam een stroom nieuwe werken tot stand, die zijn naam als schrijver in de jaren 70 onbetwist vestigden. 
Maar pas in de jaren 80 kwamen de literaire prijzen, "dat had wel wat eerder kunnen zijn", vond Jan Wolkers en hij weigerde resoluut om ze in ontvangst te nemen. In de loop van de jaren 90 begon de beeldende kunst, schilderijen en vooral glaskunstwerk, weer de boventoon in te nemen in het werk van Wolkers. 

Op het boekenbal van 2006 vond ik hem al brozer geworden, hij leek niet meer de oergezonde man, struinend door de duinen en langs het strand. Maar zijn geestkracht leek nog niets te hebben ingeboet. En een sterke geest geeft een lichaam altijd ongekende herstelkracht. 
Maar nu was het dan toch opeens voorbij. En misschien zoals hij het gewild heeft, gewoon even wegkruipen en dan de ogen sluiten, zoals een dier dat doet als het voelt dat zijn tijd gekomen is. 
Mijn herinnering aan hem zal ongetwijfeld veel overeenkomst hebben met hoe anderen hem in hun gedachten bewaren. Een warme man, zonder kapsones of reserves, vriendelijk en toegankelijk. Bereid om te praten met iedereen die oprecht belangstelling toont, vooral als bleek dat je een "natuurmens" was. Mijn eerste echte gesprek in de laagdrempelige Balie. Later een nieuwe ontmoeting in een hedendaags 'stonehenge' in het wijde vlakke polderlandschap van Oost-Flevoland. In een publiek van ongeveer 300 mensen die daar de zomer-zonnewende vierden met een Braziliaanse percussiegroep van wonderschone meiden, aangevoerd door een vurige leider. Die groep verbaasde zich erover dat de mensen wel enthousiasme toonden met handgeklap maar dat iedereen bleef zitten. Jan Wolkers en ik waren de eersten die opsprongen en begonnen te dansen en nog geen halve minuut later stond het voltallig publiek te springen en te swingen. Hij ziet veel mensen, toen ik hem jaren later weer eens trof wist hij niet meer wie ik was, maar die dans in de polders op Braziliaans tromgeroffel, dat wist hij nog als de dag van gisteren. 
Wat een rijk en tumultueus leven. Met zijn wat lijzige stem, uit duizenden herkenbaar blijft hij in ons hart, als een onbeschroomde man en toch kwetsbaar, zoals het spreekt uit zijn glazen kunstwerken. 

© John Zwart,  20 oktober 2007 - voor Hernehim Cultuur. 

 
De herinnering

Het is zo lang geleden
Dat het vergeten had moeten zijn,
Het is zo vers
Als een voetstap in het gras,
Als rook die wegtrekt uit een open raam,
Dauw die druppelt langs gewas
Door aarde en stof,
Een gedachte
Die er niet meer was.

De Styx

Men moet de muizen
Bij het lijk vandaan houden,
De kat op het spek binden.
Ich bin auch ein Toradje!
Bonthandelaar Kelly
Bevaart de Missouri,
Zijn halfbloed zoon
Droomt van Eurydice.
De weerspiegeling,
Een dubbelbeeld
Van leven dat verglijdt.

De winterslaap

Als de sneeuw niet meer
Smelten wil,
Een boterham met dubbel jam
De mond niet opent,
-een oog kijkt eerder scheel
naar een gebroken ruit
Dan hangt men lakens voor het raam,
De kille bloedsomloop
Zakt naar de modder,
Er is geen wakker worden aan.

Jan Wolkers 

'Tot hier en niet verder'  Glasmonument van Jan Wolkers
Texelse zeedijk. 

 
 
Voordracht in de woonstee van Nicolaas Beets.
Op zondagmiddag 14 oktober hield de Alkmaarse Dichterskring de tweede maandelijkse bijeenkomst van het seizoen 2007/08. De locatie die de Alkmaarders hiervoor ter beschikking staat is een benijdenswaardige: voorheen het Nicolaas Beetshuis aan de Geestersingel, dat tegenwoordig vooral bekend staat als Cantina Architectura zoals door de huidige bewoners-eigenaars omgedoopt. 
Een drietal dichteressen, leden van de kring, droegen die zondag voor uit hun eigen bundels, Agaath Bekker (die ook de presentatie deed), Ingrid Koertse en Karin Dokter
Ingrid Koertse verzamelde haar werk van de laatste 7 á 8 jaar in haar bundel "mijn gedachten zijn van mij". Impressieve gedichten, rechttoe-rechtaan met overduidelijke metaforen over herkenbare onderwerpen. Karin Dokter dicht, schildert en zingt. Zij werkt in een hospice waar haar gedichten ontstaan als troost voor haar terminale patiënten en hun nabestaanden. Persoonlijke gedichtjes in eenvoudige taal, gelukkig niet altijd op rijm, verlucht met eigen toepasselijke tekeningen ter illustratie. De titel: 'jouw woorden - ik mis ze zo'
Agaat Bekker kwam 'terug van weggeweest', hetgeen doelt op haar psychiatrische verleden dat zij nu achter zich liet. Zij ontwikkelde haar dichterschap als een vorm van therapie. In samenwerking met de Alkmaarse Kunstgroep Pallas ontstond haar boekje waarin ze de opvatting huldigt dat je vooral om jezelf moet kunnen lachen als je door zo'n fase gaat. De zelfspot zet zich voort in het gedeelte 'is er nog leven na gekte?' gevolgd door 'mag ik deze dans van u?' Vooral proza-gedichten. 
De voordrachten werden opgeluisterd door 'Sonja', blonde zangeres met 'ingeblikte' begeleiding. Met live instrumentbegeleiding treedt zij met covers op onder de naam 'Endless'  
De Alkmaarse Kring kan zich gelukkig prijzen dat er in de theekoepel aan de Geestersingel nog net genoeg plaats is voor de leden en hun aanhang. 
Informatie: Paul Roelofsen 072-5641074 of Dick van Hoeve 072-5818311. 

© Hernehim Cultuur - oktober 2007 

 

 
 
OBA Podium Amsterdam op 29 september.

Amsterdam 1 oktober 2007. 
Het OBA Open Podium voor poëzie, proza en muziek, dat maandelijks plaatsvindt in de nieuwe Centrale Bibliotheek op het Oosterdokseiland, wordt regelmatig bezocht door tenminste één van de mensen van HC, een enkele keer zelfs door drie tegelijk. Het is dan ook, naast het OpSpraak Podium van Nieuwegein, één van onze favoriete laagdrempelige evenementen. Het "mediaplein", het plekje op de 4e etage van het nieuwe gebouw, dat in de plaats kwam voor het gehoorzaaltje aan de Prinsengracht, betekent een opwaardering van dit initiatief. 

Het 'mediaplein' OBA   Interviews

Maar het gaat natuurlijk niet alleen om de plek. Het zijn vooral de gastvrouw en gastheer, Riet Lamers en Jos van Hest die sfeerbepalend zijn. En die sfeer maakt het onderscheid. Iedereen die mag komen voorlezen, declameren, zingen of muziek maken, krijgt aandacht - niet alleen tijdens het optreden, maar heel belangrijk: óók ervóór en erná. Jos van Hest is een interviewer die bij al die uiteenlopende ego's die aan hem voorbij trekken de juiste toon weet te vinden, en met een paar gerichte vragen interessante uitlatingen aan zijn gasten ontlokt. Vooral dat is het element wat dit podium onderscheidt van doorsnee cafépodia. Het lijkt, op wat bescheidener schaal, op de manier waarop Tonko Dop in de Amsterdamse Desmet Studio al tien jaar lang zijn gasten van het wekelijkse Avro cultuurprogramma Opium ontvangt. De interviewer is de initiator, niet de hoofdrolspeler. 
Op het OBA Podium van de afgelopen maand, op zaterdag 29 september, was HC er met zijn tweeën: de redacteuren Loes Essen en John Zwart. Sinds de opening van de nieuwbouw nabij het Centraal Station constateren we een groeiende belangstelling bij deelnemers en publiek. De beschikbare ruimte rond het "mediaplein" op vloer 4 - met 40 bezoekers wel ongeveer aan de grens van capaciteit - lijkt in de nabije toekomst al te klein en te benauwd voor het populaire evenement. 

                                                                       

Loes Essen legt uit hoe elk podium haar voordrachtrepertoire bepaalt                             Jos Zuijderwijk gloedvol in actie   

Natuurlijk kent OBA, net als de cafépodia van Amsterdam, de vaste klantjes die bijna elke maand komen opdraven, zoals "Jack Terrible" - steevast weer met een nieuw schilderij - of Jos Zuijderwijk, met een gloedvol nieuw gedicht dat altijd op de actualiteit is gebaseerd. Is het niet zijn visie op het dagelijks gebeuren, dan wel een kleurrijke ervaring uit zijn eigen leven. Maar er zijn regelmatig ook nieuwe talenten, vaak van ver buiten de stad, bijvoorbeeld Alkmaar of Rotterdam en een enkele keer zelfs uit Friesland, zoals Jan Kleefstra, met heel bijzondere poëzie, die al even uniek muzikaal werd ondersteund. Wel een bewijs dat de uitstraling van dit podium niet bij de stadsgrenzen ophoudt. 

                                                            

Vooraan J.C.Aachenende, daarnaast Paul Roelofsen                                                        Cor Hartgers aan de vleugel 

Deze keer was er een opmerkelijke muzikale deelnemer, de Hr. Cor Hartgers (wél uit de hoofdstad), een uitstekende pianist. Voor hem had OBA de vleugel van de hoogste étage een paar verdiepingen omlaag gebracht. Dhr. Hartgers zorgde voor een drietal prachtige muzikale intermezzi, waaronder "het lied van de engel" van de Argentijnse componist Piazzolla. 
We vernamen dat Jos van Hest ook nog een tocht naar de Oosterbegraafplaats had georganiseerd voor amateurdichters uit Amsterdam, om inspiratie op te doen door de sfeer van die bijzondere omgeving met het oude geboomte. We hoorden een paar gedichten die daarvan het resultaat waren. Wij, als HC redacteuren waardeerden het enorm dat, ondanks het al behoorlijk overladen programma er ook nog microfoontijd werd ingeruimd voor ons beiden. Dat het allemaal tot voorbij vijf uur uitliep was dus onze schuld... Mea culpa, maar de meeste mensen die om drie uur aanwezig waren zaten er om half zes nog! 

© John Zwart voor Hernehim Cultuur oktober 2007 
   
Illustraties: Eigen foto's - Copyright HC. 

 

 
 
"Ongehoord" Open Podium in Rotterdam op 30 september - Verslag uit de Bibliotheek aan de Blaak, door Loes Essen 
 
Zondagmiddag 30 september 
Een grijze, druilerige Blaak werd verlevendigd door bedrijvigheid van mensen, op de boekenmarkt op zoek naar iets moois. De boekenstalletjes leidden naar de Openbare Bibliotheek van Rotterdam, met in de hal gegons van bezoekers van de uitgeversmarkt, overstemd door voordrachten op een podium. 
Om 14.00 uur ging het Open Podium van start in de Glazen Zaal, waar men verwelkomd werd door Joris Lenstra, die als eerste dichter Pom Wolff het woord gaf. Deze opende met een 'oefen'gedicht, 'om aan mijn eigen stem te wennen', wat hij liet merken door deze naar het einde toe steeds meer te laten aanzwellen, grote gebaren acterend, tot genoegen van het publiek. Al gauw veranderde deze toon en kwam het 'echte werk', gedichten over liefde, over dood en oorlog. Wolff wist het publiek te bezielen; de aandacht voor zijn gedichten en zijn bijzondere, zo eigen manier van voordragen, was intens, zoals tijdens
'De mensen gaan hier stuk voor stuk' en getuige de plechtige stilte, even, vóór het applaus na de laatste regels van 'Vader': 
'ik adem nog/ en jij in mij niet minder/ dat is het dat ik schrijven kan/ dat is het dat ik dood'. Ademloze stilte ook tijdens zijn gedicht over Rotterdam. 

Een krachtig en bijzonder begin van deze middag. Waarin nog zouden volgen: 
Barney Agerbeek met kruidige gedichten over het vroegere Indië, en gedichten over het Rotterdam van toen en nu, kalm en helder voorgedragen. 
Karel Wasch met behalve een onderhoudend stuk proza, het gedicht 'In Vuur', dat hij voor Pom Wolff had geschreven en prachtige gedichten met een filosofische laag. 
Jana Beranová met 'Beton', dat zij in opdracht voor een fabriek had geschreven, en waarin ze dit harde materiaal zeer origineel benaderde. Verder las zij op aangename en onderhoudende wijze uit drie bundels gedichten voor, die haar veelzijdigheid en sprankelende stijl aan het licht brachten. 
Rezart Palluqi, Albanees van geboorte, is pas twee jaar in Nederland, maar zijn gedichten schrijft hij al in het Nederlands. Gedichten, waarin op licht wrange toon vooral tot uiting wordt gebracht dat 'vrijheid' een uitermate relatief begrip blijft. Grappig was in deze context wel, dat tijdens zijn voordracht één van zijn kinderen ongehinderd uitgelaten over het podium huppelde, daarmee deels de show stal en dat zijn andere kind, in de zaal op schoot bij mama, alle vrijheid kreeg zich zo nu en dan luide te laten horen. 

de mensen gaan hier stuk voor stuk  

waarom verliet je het huis 
waar ik tot sterven toe het leven wilde 
hier is geen straat 
dit land verbrandt nog met de hand 
alleen de bergen rusten uit 
steen gehouwen trotse hersenen van aarde 
een oude vrouw draagt leven weg 
begraaft zich zelf in takkenbossen 
voor avondrust 
nooit komt iets terug 

zij lijkt een zacht gesmolten 
terra cottameisje 
ingehaald door de zon 
ik kan zo mooi op je hoofd je schrijven 
je had ook moeten rennen kind 
je ruikt nog zo naar rozen nog 

Pom Wolff 
Uit: "toen je stilte stuurde" 

De warme cello, die beloofd was, bleek een contrabas te zijn, waarop Renée Stevense haar jazzy zang begeleidde. Ze oogstte luid applaus met eigen werk, maar ook het welbekende 'Fever' werd door het tot dan toe zo ingetogen publiek bijna swingend genoten. 
Na een korte pauze vertelde Wil Walvis een spannend scheepsverhaal, waarin ze met hier en daar een karakteristieke scheepsterm liet merken die taal te verstaan. Ze maakte liever geen gebruik van de microfoon, die haar maar zou hinderen in haar expressieve gebaren. 
Grote belangstelling was er voor het open gedeelte van het Podium, waardoor de dichters zich dienden te beperken tot één, hooguit twee gedichten. Een grote verscheidenheid aan onderwerpen kwam langs; veel natuur, maar ook de watersnood van 1953, een Amerikaans trainingskamp, een verdrinkingstragedie, de moderne tijd in de ogen van een gepensioneerde trambestuurder, geestig maar pittig ten gehore gebracht in onvervalst Rotterdams. Subtiele gedichten werden voorgedragen in zowel het Nederlands als het Fries. 
Een boeiende middag, waar we konden genieten van een keur aan tongvallen, een grote verscheidenheid aan dichters en door de lage drempel een zeer drukbezocht open podium. Dat hierbij het aantal gedichten er minder toe doet dan de lengte, bewees wel de laatste gegadigde, die deze prachtige middag mocht afsluiten met één gedicht en met een stapeltje A-viertjes in de hand zijn voordracht begon…volgens mij staat hij daar nog steeds. 

© Loes Essen, 3 oktober 2007 
   voor Hernehim Cultuur 

 

 

 

Poëzie Podium OpSpraak in Nieuwegein op 25 september. 
Terugblik van Jet van Swieten 

Het Open Podium dat werd gehouden in de Nieuwegeinse bibliotheek, was weer een bijzondere gelegenheid om dichters te ontmoeten, ontboezemingen aan te horen en te luisteren naar talenten. Bijzonder was een optreden van Tenny Frank, die eigenlijk weinig meer optreedt. Voor Nieuwegein maakte ze een uitzondering omdat de 'warme sfeer' haar goed bevalt. Veel van de deelnemende dichters hebben dit podium uitgekozen om nieuw werk te brengen en uit te proberen. Juist de sfeer die er heerst maakt dat dichters, ook ervaren dichters, zich kwetsbaar durven op te stellen. Zoals Gerard Beentjes, of JohnN, die Nieuwegein de primeur gaf met zijn vertalingen van enkele liefdesgedichten van Rilke, uit een reeks waaraan hij nog werkt. 
Andere deelnemende dichters waren Volcmar Suijs, Juvu de Ruiter, Charles Langeveld en Martijn Boele. In het begin bracht Henny Hilbrink een gevoelig gedicht dat zij schreef voor haar veel te vroeg overleden vriendin. 
Martijn Hadders, helft van het duo Right Now, verzorgde de muziek op deze avond en kunstfluiter Henry Glissenaar had speciaal voor deze gelegenheid geoefend op het fluiten op een boek. (Maar de tuinkabouter, de tandenborstel en de badeend gingen hem even goed.af). Rtv9 maakte audio opnamen voor het programma Kunstvormen, vanaf 1 oktober te beluisteren op de kabel via kanaal 101.9 fm of via de website. (streaming audio)  

 
Ons verslag 

De programmamix voor deze avond is weer gemaakt door presentatrice Jet van Swieten, die daar altijd een goede hand voor heeft, met zicht op variatie. Zo krijgen we na een ernstige start gelijk weer een vrolijke noot met dichter-performer-trommelaar Volcmar Suijs, die heel ritmische dingen weet te doen op een rood kistje en probeert even meeslepend zijn eigen tekst te zingen op "Ne me quitte pas" alsof hij in de huid van Jacques Brel kruipt. We vergeven hem dat hij niet altijd op toon blijft, tevoren waren we gewaarschuwd: 'ik kan niet evengoed zingen als Brel'. 
En dan komt opeens Tenny Frank naar voren met haar poëzie, heel ingetogen, die onze uiterste concentratie vraagt. Na de pauze zal Jet haar niog interviewen naar aanleiding van de 'dikke Komrij' die traditie getrouw altijd rondgaat op de OpSpraak avonden. Daaruit zal Tenny een gedicht lezen van haar overleden man Jak van der Meulen. 
Juvu de Ruiter neemt de microfoon van haar over. Juvu is sinds het begin van dit jaar een trouwe deelnemer aan dit podium. Zijn gedichten vertonen vaak 'n vervlochtenheid met de natuur en zijn populariteit is groeiende.
En dan staat er opeens een kunstfluiter in ons midden. Veel wapenfeiten vertelt Henry Glissenaar ons over zichzelf. 'Laat nu maar horen', welt er in ons op, maar dat houden we in. Tja, het is natuurlijk wel een kunststuk om een melodie op je vingers te fluiten maar eigenlijk wachten we op zijn uitdaging: fluiten op een boek. Helaas, hij laat ons afwachtend achter... 

       

Tenny Frank leest uit een eigen bundel    Gerard Beentjes geeft ons zijn visie op de maatschappij    Jet v Swieten in gesprek met Martijn Boele

Jet kondigt Gerard Beentjes aan. Verrassende gedichten vaak op het dagelijkse leven en de actualiteit geschreven. 'Er is meer' houdt een lesje in voor mensen als Geert Wilders en Rita Verdonk. Gerard staat nerveus achter de microfoon vertrouwt hij ons als publiek toe. Het is hem niet aan te zien. Hij is niet de enige, ook JohnN voelt een vreemde spanning, maar die is voorlopig nog niet aan de beurt, pas aan het eind mag hij laten horen wat hij met Rilke heeft uitgespookt. 
Charles Langeveld is vast en zeker een bewonderaar van Rutger Kopland, want hij laat zich aankondigen als Karel Kortland. Hij lijkt volkomen op zijn gemak. Zijn werk heeft verrassende kenmerken, soms speels en vrolijk als Driek van Wissen en dan opeens neemt hij je mee in een ernstige wending. Hij is een veteraan-dichter, misschien wel de oudste deelnemer op deze avond en wordt afgelost door de onmiskenbaar jongste, Martijn Boele. En dat roept hij dan ook even als 27-jarige, maar dat is op zich nog geen verdienste, is het weerwoord van de oudere garde. Laat maar horen dus! 
     

Charles Langeveld alias Karel Kortland          Jet van Swieten leest haar eigen 'De Lek'         Henry Glissenaar eet AH-drukwerk

Vlotte gedichten, gelezen zonder enige plankenkoorts, zoals dat bij de jeugd past. 
Dan is het toch tijd voor Rilke geworden. Na een inleiding over de elegieën en zijn liefdesgedichten, laat JohnN horen dat ook Rilke zich honderd jaar geleden op vertalingen had geworpen. Dan volgen nog twee Nederlandstalige versies van de serie van 10 Liebesgedichte waaraan JohnN nog werkt. 
Na de pauze vindt Jet dat het eindelijk tijd wordt dat Henry Glissenaar ons bewijst dat het hem is gelukt om een deuntje aan een boek te ontlokken. Henry pakt de Allerhande van AH - is dat in zijn ogen een boek? - en het lijkt eerst of hij het blad gaat opeten. Maar inderdaad hij krijgt er geluid uit. Nu nog maar oefenen op de dikke Komrij Henry ! 
Het is een genoegen om weer veel bekende gezichten te zien: Jack Koehorst, Ed de Boer, Jos Zuijderwijk en Tenny Frank die nog nauwelijks Perdu lijkt te verlaten deze dagen. Van JohnN is de spanning van het Rilke-debuut afgevallen en hij verrast Tenny met een tweetal Franse gedichten, uit het hoofd voorgedragen. 'Versta je het wel?' vraagt haar iemand uit het publiek. 'Mais-oui, het is mijn moedertaal!' roept ze. 
Tevreden pakt Natasja Hoegee van rtv9, die alles heeft opgenomen, haar spullen in. 

© Hernehim Cultuur. september 2007          Foto's:  Copyright Hernehim cultuur, eigen opnamen.  

De Lek 

soms wil ik de Lek weer zien 
hoe de oever tussen bruggen klem ligt 
waar het verkeer raast van noord naar zuid 
en schepen oost- en westwaarts gaan 

soms wil ik de Lek weer horen 
hoe de pont het water knorrend kruist 
waar de stroom eerst kalm dan heftig 
lonkend dromen wakker schudt 

waar de vooruitgang een stap terug is 
gespannen bogen moeten buigen 
daar vervalt geluid in murmerzang 
als ik mijn ogen sluit hoor ik de zee. 

Jet van Swieten 

 

Er is meer 

Ik zeg wat ik denk, ik zeg wat ik vind, 
zeg jij, en verbrandt het heilig boek 
want ik beroep mij op het Testament. 

Maar lees jij nog in het Oud en Nieuw 
de parabel van de linkerwang en 
van zevenmaal zeven is vergeving? 

Nee, je schreeuwt, moord en onverstand, 
een nieuwe endlösung: alle moslims weg 
uit Europa en te beginnen uit Nederland. 

Voorwaar, voorwaar, eerder zullen 
kinderen van fortuin hand in hand 
lopen met Fatima en Mohammed. 

Ja, ik heb een droom dat op één dag, 
ik stap in de tram en zie: het gebeurt. 
haar mobieltje gaat en Naïma zegt: 

Pim, kom je buitenspelen? Ga je mee 
naar het strand en slapen in het zand, 
liefste, en luisteren naar de branding. 

De krant valt op de grond en ik lees 
de regels van geluk: vandaag geboren, 
ons kind van liefde. Mehmet en Ria. 

 

Gerard Beentjes 

 
 
Presentatie van de bundel "IK, wie anders?" in Amsterdam op 20 september.
'ik heb ja gezegd. misschien is ja het mooiste woord'    (Pom Wolff) 

'Roads' is een organisatie voor dagbesteding in de psychiatrie. Ze verzorgt allerlei vormen van creativiteit voor mensen met een psychiatrische achtergrond.
Dat zijn er zeer velen, mensen die op enig moment in enigerlei vorm te maken kregen met de psychiatrie. "Eén op vier in onze westerse samenleving", aldus Sabine te Woerd, die de presentatie van de dichtbundel "IK, wie anders?" opende. 
Het was een openbare bijeenkomst van de makers en een groot aantal belangstellenden, die daarvoor op donderdagmiddag 20 september naar de Centrale Openbare Bibliotheek van Amsterdam kwamen. 

     
Dichter F.Starik                Na inleiding en interview lazen de makers in estafettevorm elk hun eigen bijdrage voor de microfoon
De bundel is een bloemlezing van werk, uitsluitend geschreven door mensen 'met een psychiatrische achtergrond', zoals de correcte omschrijving heden ten dage luidt. Een omschrijving die doet denken aan verhullend taalgebruik. Geestelijk anders-begaafden, voor debielen, zoals je iemand die blind is 'een anders-ziende' zou kunnen noemen...Zo filosofeerde F.Starik, de dichter die de makers begeleidde naar hun poëtische creativiteit. 
Sabine te Woerd had hem gevraagd een poëzie workshop te willen geven in Amsterdam, en Starik had eerst zo zijn bedenkingen: "Wat doe ik als die mensen bagger schrijven" had hij gezegd. Sabine had zijn gedachten al snel in andere richting geleid. Roads heeft begaafde mensen tot schilderen gebracht, werk dat een expositie waard blijkt, anderen werden door choreografe Krisztina Châtel opgeleid naar de uitvoering van een grote publieke dansvoorstelling in de Westerkerk. En ja, aan iedere dichter is ook wel een steekje los, bedacht Starik, waarbij hem een hele serie namen voor de geest kwam. 
Gedurende de zomermaanden kwam F. Starik elke maandag samen met een groepje mensen uit de psychiatrie met belangstelling voor dichtkunst. Het resultaat van die workshop werd deze bundel "IK wie anders?", daarin vinden we een dozijn gedichten van de deelnemers en een inleiding plus nawoord van Starik. 
Door het "IK" centraal te stellen laat Starik zijn 'leerlingen' vooral de zelfconfrontatie zoeken. Voor sommige deelnemers kwam dit schrijven te dichtbij, ze raakten ervan in de war en haakten af. Een andere cursist meende zichzelf te moeten beschermen door het bij zijn haiku's te houden, 'lekker licht'. De man van middelbare leeftijd haalde het einde van de serie bijeenkomsten niet, hij stierf op 6 augustus. Het was een dramatisch moment toen zijn laatste haiku gelezen werd tijdens de presentatie: 
 

"IK, ik hou het kort 

Ik, ik hou het kort 
zeventien lettergrepen 
en vier seizoenen". 

Charles Smeitink 

 
Gisela Vranckx ontpopte zich als een productieve dichteres, naast de drie gedichten van haar hand die in deze bundel staan verschijnt binnenkort haar eigen bundel bij Uitgeverij Tobi Vroegh. 
Igor Boekinski toont zich in de presentatie als een prominent dichter. Opvallend uiterlijk: fors postuur, groen gebreid mutsje achterop het licht kalende hoofd, kroezig rood sikje, stoere tatoeages. Hij mocht openen en kwam in de estafette nogmaals aan bod, zodat we zijn gedichten tweemaal te horen kregen: 
   

"43/43 

Hoed in de ogen 
peuk in je mond 
vuisten gebald 
blik naar de grond. 

Geen hond op straat 
kierend licht straalt 
macht is gestaald, overal 
loert het verraad. 

Je gabbers gaan pleite 
gepakt of gevonden 
de helpende hand 
verpakt en verzonden. 

Moed der wanhoop 
stapt naar voren 
ontkracht, verkruist, alleen 
het lijf verloren." 

 

Igor Boekinsky. 

 
Een psychische aandoening is niet zichtbaar, misschien rust er daarom nog een taboe op. Een lelijke rimpel kun je met botox behandelen. 
Mensen met ergens een onzichtbare rimpel. 'Die gaan we niet behandelen, die gaan we bezingen', zo luidde de benadering van Starik tijdens de eerste bijeenkomst in de reeks waaruit Joanna Schermer als een bijzonder talent tevoorschijn kwam. 
   

"Als ik een doos met wasco was 

Ik leg mijzelf voortdurend op volgorde, 
klaar om me te kunnen tonen als een vette 
maar volmaakte regenboog. 

Al zitten op de binnenkant van het deksel 
vieze bruine strepen en zijn er hinderlijke 
krassen in een onbestemde kleur 

ik heb het witte krijtje lief 
al is het wat gesleten, het omhulsel 
gescheurd en los geraakt 

al is het zwarte krijtje 
afgestompt (niet zo zwart meer) 
en bijna uitgesmeerd 

ik zie doorheen het hele kleurenalfabet gespeld 
van de witte wieg tot aan het zwarte graf: niets 
kan in omgekeerde richting leven. 

Soms is er die kleine groezelige hand 
die mij openrukt en leegschudt 
boven een maagdelijk tekenvel. 

Een kinderstem: 'ik wil roze neem jij grijs' 
en tegelijk met de geboorte van de eerste wolk 
begint onder mij de zon te schijnen." 

 

Joanna Schermer 

 
De middag werd voor radio uitzending opgenomen door Amsterdam FM. 
"IK wie anders" werd uitgegeven in opdracht van Roads door Uitgeverij Tobi Vroegh. 
ISBN 978 90 78761 04 - 4. september 2007 

 

John Newswatcher, Amsterdam 21 september 2007 
© Hernehim Cultuur 

Eigen foto's Hernehim Cultuur. 

 
 
Een belofte ingelost - Nynade, Kunst en Letteren - Recensie door John Zwart 
Alweer enige maanden geleden werd mij het eerste nummer van een nieuw literair blad toegezonden met het vriendelijk verzoek er mijn mening over te willen geven in de HC pagina's. Het gaat om een initiatief van Barney Agerbeek, Ton Kelder, Karel Wasch en Aart van Zoest die onder de paraplu van Nymphaeum Pers te Leerdam het blad "Nynade" het levenslicht lieten zien. 
Het nieuwe periodiek beoogt een synthese te zijn van de verschillende literaire disciplines als poëzie en de diverse vormen van proza èn de beeldende kunst. Deze beschrijving belooft interessante lectuur voor lezers met een brede culturele belangstelling. Toen ik de aankondiging in de bus kreeg vroeg ik mij af of dit een vergelijkbaar magazine ging worden als het recent op de markt gelanceerde "Hollands Diep" en twijfelde over de slagingskans van weer een nieuw blad, door een kleine uitgever. De naam sprak mij niet onmiddellijk aan, het associeerde mij met het op de markt brengen van een nieuw merk frisdrank. 

Het kan dus gezegd worden dat ik dit eerste nummer weliswaar nieuwsgierig, maar toch met enigszins gemengde gevoelens tegemoet zag. Maar geheel ten onrechte, want op het eerste gezicht was mijn indruk al positief. In de inleiding werd mij onthuld dat de naam die van een Godin van de Nimfen is. Daar ik zelf de Nimfen van Klimt bewonder en daar zelfs over heb gedicht, moet mij de titel 'Nynade' nu dus wel aanspreken. En eraan gewend dat bladen meestal in het enigszins flodderige A4 formaat worden uitgebracht, kreeg ik hier een 'boekje' in handen dat het gevoel geeft van een verzorgde poëziebundel, van een 'bewaar-ding'. Binnen het omslag niet het glossy, maar slappe papier van een doorsnee magazine, maar degelijk 120 grams papier waarop vooral de illustraties veel beter tot hun recht komen.

 

 

Omslag van Nynade met 'La traversee' van Gao Xingjian, 
inkt op papier 

Genoeg over de vorm, nu de inhoud: 
De verbinding naar de beeldende kunst wordt meteen stevig gelegd met twee artikelen: over het Chinese dubbeltalent Gao Xingjian, van wie de reproductie van een inktschildering 'La Traversee' het omslag siert en over de van oorsprong Belgische schilder Adrien Jean le Mayeur de Merprès, die zijn artistieke leven op het eiland Bali doorbracht. 
Het artikel van Aart van Zoest 'De ziel van Gao Xingjian' is buitengewoon boeiend, niet in de laatste plaats vanwege de uitgebreide citaten, waarin het bestaan van de gewone Chinees in het huidige China goed invoelbaar wordt. We begrijpen een beetje hoe zo'n enorm land met die nóg enormer bevolking onder controle wordt gehouden en hoe de machtsstructuren werken. En ook dat er in dit zwaar gecontroleerde land talloze vrije geesten leven die op één of andere wijze aan die druk trachten te ontkomen. De gescande afbeeldingen in zwart-wit van de inktschilderingen van Gao Xingjian komen niet volledig tot hun recht. Ik denk dat je dit werk toch in het origineel zou moeten aanschouwen om de kracht ervan te kunnen ervaren. 
Dat geldt niet voor de kleurenreproducties van de schilderijen van Adrien Jean le Mayeur de Merprès, het tropische Balinese licht spat er vanaf. Het artikel 'Licht en duister' van Camille Mortagne zingt de lof van deze bij Nederlanders toch minder bekende kunstenaar, die gedurende de eerste helft van de vorige eeuw, volkomen los van de veranderende trends in Europa, zijn tropische kunst creëerde in een bamboerieten strandhuis. Zowel het leven van Le Mayeur als diens kunst voert de gedachten onwillekeurig naar Gauguin die in zijn later leven voor de afzondering op een eiland in de Stille Zuidzee koos. Maar er zijn verschillen: de van oorsprong Belgische schilder leefde een volmaakt gelukkig leven geheel aangepast aan het eiland aan de zijde van zijn Balinese echtgenote; Gauguin vertrok uit Frankrijk min of meer uit onvrede en zonderde zichzelf af in een soort kluizenaarsschap. Het werk van Gauguin uit zijn tropische tijd wordt geleidelijk meer gekenmerkt door een observerende blik, ingevulde contouren en rustige kleuren. Le Mayeur schilldert op Bali vijfentwintig jaar lang zuiver impressionistisch met rijk gebruik van heel lichte en vlammende kleuren. Ook dit artikel wint aan lezenswaardigheid door uitgebreide citaten, niet van de schilder maar van de Nederlandse schrijver Johan Fabricius, wiens boek "Bali, eiland der demonen" tijdens een wat minder langdurig verblijf ontstond. 
Dertien pagina's zijn aan de poëzie gewijd. De redacteuren laten zich hierin ook niet onbetuigd, mooi werk van Barney Agerbeek en Karel Wasch, een grappig gedicht van Enno te Kaa dat speelt met de taal, nadenkertjes als De tautologische troost van Karst Meyer. Kortom gevarieerd zodat elke uiteenlopende smaak wel ergens aan zijn trekken komt. 
Een kort verhaal van Luchu Sri Adnyani, 'De oude vrouw op de markt', dat de totaal verschillende werelden van een verwende jonge vrouw en een oude vrouw in uiterst kommervolle toestand treffend schetst en waarin iets van wederzijds begrip lijkt te gloren.
Jos Kool droeg ook bij aan dit eerste nummer. Hij schildert in twee bijdragen twee verschillende "maniakken": de van verzamelwoede bezeten Geerth van der Zee, die naast zijn vergaardrang ook weer makkelijk afstand lijkt te kunnen doen en zelfs een ongewone gespletenheid als mecenas vertoont - en de Nieuw-Zeelander John S Laird, een Associated Press correspondent die zijn kerfstok onvermoeibaar inkrast met zijn verzamelwoede van sekservaringen met steeds maar weer nieuw in te wijden onervaren Thaise meisjes. Niet moeilijk te raden welke maniak mijn sympathie verwierf. 
Alle proza fenomenen moesten blijkbaar in dit nummer aan de orde komen, dus de column mocht niet ontbreken. Voor 'Raar haar' tekende Aart van Zoest, helaas niet het sterkste tekstje in dit genre. Maar ach, wie weet wat er voor de komende nummers nog voor ons in het verschiet ligt. 
Al met al een dierbaar boekje om te 'hebben'. Inmiddels is het tweede nummer verschenen, en nu heb ik me zonder enige aarzeling als abonnee aangemeld. 

© John Zwart 
voor Hernehim Cultuur - september 2007 

"Nynade" Voor Kunst & Literatuur, Uitgave Nymfaeum Pers, Leerdam. 
Red.Secretariaat, Graafschap 13, 4141 JS Leerdam.  email:  barney_agerbeek@hotmail.com  

 

 
 
Amsterdamse UITmarkt dagen 24 - 26 augustus
UIT-markt Poëzie Podium - Openbare Bibliotheek Amsterdam 

Amsterdam, 26 augustus 2007 -  
De jaarlijkse Amsterdamse UITmarkt werd dit jaar gehouden in het Oostelijk Havengebied. Hiermee wil de organisatie de aandacht van het uitgaanspubliek vestigen op deze nieuw ontwikkelde stadswijk waar zich steeds meer interessante culturele centra vestigen, zoals het nieuwe Muziekgebouw aan het IJ, het BIM-huis, het Stedelijk Museum en de nieuwe Centrale Openbare Bibliotheek

Bij gelegenheid hiervan organiseerde OBA op het Oosterdokseiland een Literaire Salon waar de radiojournaliste Petra Possel publieke interviews hield met diverse auteurs, zoals Dirk van Weelden, P.F.Thomése en Marjan Berk - tevens was er een extra Poëzie en verhalen Podium door Riet Lamers en Jos van Hest.

Foto: Terras Muziekgebouw aan het IJ en het Oosterdokseiland


IJterras van Pakhuis Wilhelmina, Piet Heinkade


Intense aandacht voor poëzie in de nieuwe Bibliotheek 

Vijftien dichters en performers waren uitgenodigd, onder wie Wilma van den Akker, Branka Korac (in haar jonge jaren uit Bosnië), Nafiss Nia (met Iraanse achtergrond) en verhalenverteller Jur Oskamp
Voor twee uren een fikse galerij van persoonlijkheden, die echter allen goed over het voetlicht kwamen door de vaardige presentatie van Jos van Hest, die besloot om liever maar af te zien van het houden van een pauze. 
De volgorde van opkomst was zoals altijd met zorg gekozen, waarbij veel afwisseling werd bereikt. Degenen die - bijvoorbeeld aan de Prinsengracht - al eerder optraden kregen eerst gelegenheid om 3 gedichten voor te dragen en werden daarna nog even geïnterviewd. Met nieuwe verschijningen voerde Jos van Hest eerst een inleidend gesprekje, vervolgens kwam na het optreden dan nog wat gedachtewisseling over de achtergronden. 
Joyce Hes kwam het eerst op, een levendige voordracht met sterke articulatie. Een gedicht betrof haar 52 IK-ken, voor elke letter van het alfabet twee. Jos van Hest werd geïntrigeerd en was vooral benieuwd naar haar IK bij de 'moeilijke' letters van het alfabet. 
Peter Abbink's gedichten waren meer gedáchten, zoals hij het zelf benoemde. Flitsen, korte dingen, soms maar één enkele regel.. Het was en bleef de vraag wanneer er sprake was van een gedicht of dat een aantal regels juist een samenhorende tekst werd. 
Jeanne Wesselius is een multitalent en werd teruggevraagd wegens een door haar gemaakte uitnodiging van haar kunstenaarsvereniging,.die exposeert. Zij schildert en tekent en schrijft ook proza en poëzie, maar zij beoefent al die disciplines afzonderlijk. Er is bij haar geen samenhang, vindt zij zelf. Zij las haar gedicht "Mandril" over een aap in de dierentuin, dat in eerste instantie associëerde met de gorilla van Blijdorp die zo in het nieuws is geweest. Maar in het gesprek met Van Hest kwam de dramatische achtergrond van 'haar' mandril naar voren: bij deze mannetjes mandril werd een hiv besmetting geconstateerd. Vervolgens moest het dier en zijn hele gezin worden afgemaakt, Met deze wetenschap werd ons gevraagd opnieuw naar haar gedicht te luisteren. Zo werd een bewijs geleverd hoe verschillend een gedicht kan worden ondergaan. 


Joyce Hes in interactie met publiek en presentator 

Wilma van den Akker geniet in Amsterdam al heel wat bekendheid. Nog op 19 augustus stond zij op de 'spreeksteen' in het Oosterpark. In haar voordracht had zij een gedicht over de Amsterdamse Czaar Peterstraat. 
De 'hernehimdichters' waren goed vertegenwoordigd met Jan Kleefstra, Frans Terken en JohnN. Ook Simon Mulder, die we nog kort geleden op de Bergense Gedichtendag zagen, was van de partij. 

Jan Kleefstra had zijn voordracht versterkt met de begeleiding op gitaar door zijn broer Romke en boeide met "Winter" en "De Zee"; Frans Terken deed volop verslag van zijn belevingen op 'Dichters in de Prinsentuin' en las zijn gedicht "Torso" dat hij voor 'Prinsentuin 2007' (de bundel) schreef; en JohnN gaf wat voorbeelden ten beste van hetgeen er in het thema 'Naar het Zuiden' op de Hernehim site te lezen valt. 
Simon Mulder liet ook hier zijn "Sonnet" horen, getoonzet in sonore tachtigersklanken. Jos van Hest was oprecht verrast een jonge dichter zo klassiek bezig te horen. 

Foto: Jan Kleefstra (l), heel ingetogen impressief en Simon Mulder (r), klassiek

Branka Korac schreef in haar geboorteland in het Servisch en aanvankelijk ook in het Engels. Recent is ze begonnen in het Nederlands te dichten. Zoals veel dichters met een slavische moedertaal heeft ze moeite met de lidwoorden: niet eraan gewend laten ze die ook in het Nederlands soms weg. In gedichten kan dat ook tot voordeel werken, klinken haar verzen er poëtischer door. In tegenstelling tot het babbelen van Shimek - die steevast het verkeerde lidwoord kiest en de klemtóón altijd weer op de andere lettergreep - en daarmee wat onbeholpen en irritant overkomt. Branka leest haar liefste gedicht en haar slechtste gedicht dat zij in het Nederlands schreef. Het was haar bedoeling om aan te geven dat een gedicht iets teweeg moet brengen en er onderliggende lagen moeten zijn, waar de lezer mee aan de slag kan gaan. Een vlak vers met een éénduidige boodschap is in haar definitie 'slecht'. Het lijkt ons dat zij zich op dit podium wilde revancheren voor haar optreden op DichtTalent, waar zij een gedicht van een ánder naar voren had gehaald als voorbeeld van een 'slecht' gedicht met argumentatie waaróm. Dit werd haar niet in dank afgenomen, zij werd onderwerp van een polemiek. Ze deed er verstandig aan nu een ouder eigen gedicht als haar voorbeeld te nemen. Duidelijk is dat zij zichzelf noch anderen spaart in haar kritiek. De lat moet hoog liggen als je dicht over de grote tegenstellingen dag, nacht, liefde en dood. 

Jack Terrible vierde zijn verjaardag, het weerhield hem niet er weer bij te zijn op dit podium. Weer een nieuw schilderij bracht hij mee, ontstaan na een ontmoeting in de trein. Daar reisde hij samen met een man die op zijn wekelijkse tocht was voor zijn vaste bezoek aan een vrouw in de Amsterdamse rosse buurt. Het tafereel in de treincoupé werd door schilder Jack vereeuwigd in opdracht. In mooie samenhang las Jack zijn gedicht "Ode aan Amsterdam", dat hij onlangs publiceerde op het internet podium van Hernehim. 

Presentator Jos van Hest in discussie met Jack Terrible over de prijsvorming van een schilderij dat in opdracht is vervaardigd. 

Nafiss Nia maakte veel indruk zowel met haar verschijning als haar dichtkunst. Zij vindt zichzelf een Nederlandse dichter, is ook al heel lang in Nederland, maar wordt altijd gevraagd naar haar Perzische wortels. "Neen, dat irriteert niet" antwoordde ze Jos van Hest desgewenst. Ze is dat al gewoon, vanaf de tijd toen ze pas kort in Nederland was aangekomen werd ze steeds geconfronteerd met de Nederlandse dichter P.N. van Eyck, de schrijver van het beroemde gedicht "De tuinman en de dood". Ze kwam namelijk uit Isfahan, waar ze werd geboren. 
Enige tijd geleden had ze een succesvol optreden in De Rode Hoed van dichters uit vele windstreken. Naar aanleiding hiervan had OBA haar al eerder uitgenodigd, nu pas vond ze tijd in haar drukke bestaan. Zij kan nu dromen in de Nederlandse taal en daarmee ook poëzie schrijven. Als Nederlands dichter heeft Bornmeer haar al gepubliceerd. 
Ze las enkele heel beeldende gedichten. Een tweetal uitgevers zijn er nu die strijden om de eer om haar tweede bundel te mogen uitgeven in 2008. 

Jos Zuijderwijk was er ook bij. Hij was met de actualiteit bezig geweest, actief op een andere gedichtensite ( http://www.gedichten.nl ), waar hij over de grote branden schreef die in de olijfbossen van Griekenland woeden. Het stond wel op die site maar niet op zijn eigen harde schijf. Dus moest hij het nog even snel vanaf het internet uitprinten, vandaar zijn (alweer) late komst. Hij daagde Jos van Hest uit tot een steekspel met woorden (een intelligente man, ja, die andere Jos ook) maar de presentator trapte er niet in, daarvoor leent hij zijn podium niet, er moesten nog meer deelnemers aan het woord komen. 

Dat was bijvoorbeeld Hiltje Hettema, een vertederend verhaal over pepermuntjes (zonder microfoon, "ik heb een prima stem") en een gezongen lied op de tekst van een van de favorieten van Jan Boerstoel: "Oude vriend" (te lezen op Hernehim in het verslag van Het Woord in Ruigoord, light verse. Dit verslag is opgeslagen in het Archief.) 
Vervolgens een verhaal van Jur Oskamp, over een Orpheusachtige figuur, die niet durft om te kijken naar hetgeen hij achter hem hoort. Een verhaal met een sterk poëtische inslag, hierin kwam zijn stijl van “haast maken en remmen” zoals hij het zelf noemde, heel mooi tot uiting. 

Hiltje Hettema zingt vol overgave het gedicht van Jan Boerstoel over oude geliefde boeken, die hij als oude vrienden jarenlang pijnlijk heeft gemist. 

Het slot was voor Marcel de Klein, met rechttoe rechtaan poëzie. Na zijn "Gebed op Zondag", waarmee hij besloot, kon Jos van Hest met een welgemeend “Wees gegroet, al of niet met korte rokjes” ieder het rumoer van de stad en/of de Uitmarkt weer in sturen. 
Een literaire “overval”, zonder pauze, die door een aardige groep belangstellenden werd aangehoord en met plezier uitgezeten. 

© Hernehim Cultuur, geplaatst 5 september 2007 
    Auteurs: Frans Terken en John Newswatcher 

Alle foto's: Copyright Hernehim Cultuur. Bestanden voor niet-commercieel gebruik aan te vragen bij de   Redactie 

In het publiek onze redactieleden Frans Terken en Loes Essen, daarachter Wilma van den Akker  Aandachtig publiek met Jack Terrible op de voorgrond, als derde van rechts zit  Jeanne Wesselius. 
 
 
Poet Tree - Dichtersboom in Bergen NH
Een eerbiedwaardige kastanjeboom, vlak voor de deur van het VVV kantoor, Plein 1 in het Kennemerdorp Bergen bij Alkmaar, was letterlijk het aanknopingspunt voor een eerste Bergense Gedichtendag op dinsdag 21 augustus. Een initiatief van dorpsdichter Arij van der Vliet, aangezet door de VVV en mee opgepakt door vakantieganger-dichters Juvu de Ruiter en Jet van Swieten
De eerste Bergense Gedichtendag - 21 augustus 2007 verslag van John Newswatcher 
Post en Boom 

Een week lang stond er een ouderwets roodgekleurde brievenbus voor de ingang van het VVV kantoor te Bergen (NH). Daarop de uitnodigende tekst om er een gedicht in te deponeren voor de 'Poet Tree' die het aanknopingspunt ging vormen van de eerste Gedichtendag van Bergen. Die 'Poet Tree' is een stoere witte paardenkastanje die vlak voor dat kantoortje staat, op het Plein. 
Arij van der Vliet zamelde de poëziepost in, scheidde een weinig kaf van tussen het koren en deed de oogst in kleurige enveloppen. Al die gedichten kwamen op dinsdag 21 augustus in de met al even kleurige linten versierde boom te hangen. Met de uitnodiging aan passanten om een gedicht te 'plukken' dat de lezer bijzonder trof. Zo zou een verzoekprogramma ontstaan voor de avond in Hotel 1900 waarmee een deel van de podiumvoordracht aldaar kon worden samengesteld. 

               De Gedichtenbus     -     De Gedichtenboom  
Feestelijke start door de dorpsdichter 

Tevoren had Arij natuurlijk al zijn eigen keuze gemaakt uit het spontaan ingezonden werk waarbij hij gelukkig ook zijn eigen emailbox betrok. Zo kon het gebeuren dat bij de feestelijke opening om 11.00u 's morgens een door JohnN speciaal geschreven gedicht over het dorp Bergen "grijs en groen" werd gelezen. JohnN was toen zelf nog niet aanwezig maar Arij verving hem 'met verve' aldus de Haagse dichter Rik Comello die zich onder het aanwezige dichtersvolkje bevond. De verschillende uitgenodigde dichters begaven zich vervolgens onder het vakantiegangers en winkelend publiek waaraan ze op verzoek poëzie lieten horen. 

 
grijs en groen 

de zee ongewis - zilt strelend 
dan weer beukend het strand - maar 
hier is binnen, haar luimen op afstand 
en al zijn de bergen niet echt toch wel 
hemelhoog in 't oog van een kind en 
als in de kom van een hand ligt dit dorp 
geschermd van de wind 

te voet, met de koets of later op stoom 
kwamen zoekers naar kleuren en licht 
mengden met verf en elkaar in hun huis met 
op het zuiden een haag of ze zetten een 
boom op met dichters tot de dag van vandaag 
gaan voorbij als getij maar in het grijs en 
het groen hoor je eeuwig geruis 

© JohnN 
Bergen Noord-Holland, 21 augustus 2007 

 

Arij van der Vliet begeeft zich onder het publiek met 'n sandwichbord
waarop verschillende teksten: 
"Ik moet zo aan mezelf wennen - soms" 
"Ik ben de liefde - geef mij een kans"


Een aantal deelnemers aan de workshop 

Workshop - schuiven en schrappen 

Om 14:00u startte in de Openbare Bibliotheek een workshop poëzie door Jet van Swieten en Juvu de Ruiter waar de dichters Merik van der Torren uit Amsterdam en JohnN uit Friesland als gangmakers instapten. Een groepje deelnemers uit Bergen en de regio maakten gretig gebruik van deze gratis workshop. 
Er werd eerst gestart met in stilte opschrijven van allerlei associatieve gedachten die door de zintuigen worden opgewekt. Vervolgens luidde de opdracht om van de gemaakte notities een samenhangende tekst van een 20-tal regels te maken waar een bepaald verband werd nagestreefd. De eindopdracht was om daar poëzie van te maken, door te schuiven en schrappen zodat een ritme en - zo mogelijk - ook eind- of binnenrijm ontstond. Of tenminste poëtische klankvorm door de woordkeus. 
De deelnemers wilden graag elkaars eindproduct horen en zowel Jet en Juvu als de dichters-in-spé zelf stonden er verbaasd van waartoe ze na zo'n minicursus in staat bleken te zijn. 

Na afloop voelden twee van hen zich voldoende zelfverzekerd om hun verse vers onder de boom ten gehore te brengen. Arij van der Vliet, Merik van der Torren,.Juvu de Ruiter, Jet van Swieten en JohnN betuigden bijval met hun eigen werk afgewisseld met muziek, door de intussen gearriveerde minnestrelen uit Nijmegen. 
Bijzondere inzendingen 

Niet ieder gedicht kwam via de rode bus, zoals eerder genoemd werd ook de e-mail benut, maar er hing ook een echt 'bord' in de boom en op de bus was een lap stof bevestigd met een gedicht getiteld 'ontmoeting'. 

op het bord                                     op een stukje stof 

zijn je lusten                                   Ontmoeting 
en lasten soms                               .... want als ik koffie 
even uit balans, zie                         drink met jou 
dit gedicht dan als                           dan delen wij 
een kans om jezelf                          de melk ;
te fêteren en het                              en onze diepste 
met poëzie te                                  geheimen 
proberen...                                      roeren onze 
                                                      harten 

Frank                                             Annemarie Kuster 

 

 

Geslaagde avond met veel publiek in Hotel 1900  

Steeds meer dichters stroomden samen, waarvan meerdere - ondanks het langzaam verslechterende weer - een gezellige maaltijd gebruikten op het overdekte terras van Gorter's Culinair Eetcafé vlakbij het Plein. Vanaf 20:00u stroomden lounge en bar van Hotel 1900 vol, tot zelfs het overdekte terras buiten, waar luidsprekers stonden opgesteld, zich vulden tegen de tijd dat het podium van start ging. 


De Haagse dichter Rik Comello 


Simon Mulder uit Amsterdam 

De aftrap gebeurde natuurlijk door Arij van der Vliet, de initiator van deze Gedichtendag. Naast plaatselijke coryfeeën uit Bergen, waaronder Annemarie Kuster  en dichters van Cantina Architectura uit Alkmaar betraden Simon Mulder, Juvu de Ruiter, Jet van Swieten, Rik Comello en JohnN het kleine podium dat veel gelijkenis vertoonde met een ovale tafel waarvan de poten halverwege waren afgezaagd. 
Simon Mulder met zijn gedragen voordracht van klassieke vormen, zoals sonnetten in licht archaïsche woordkeus die deed denken aan de tachtigers, oogstte veel bewondering. Simon heeft zowel zijn voordracht als zijn uiterlijk tot een eenheid gesmeed. Ook de 'zeedichters' Rik en JohnN kregen bijval. 
In de loop van de avond was het stevig gaan waaien en regenen, maar binnen in het hotel in 'het dorp dat ligt als in de kom van een hand' was het goed toeven. 
Een selectie van de Poet Tree poëzie wordt gebundeld. Adriaan Roland Holst zou tevreden zijn. De eerste Bergense Gedichtendag krijgt zeker een vervolg. 

John Newswatcher  © Hernehim Cultuur 27 augustus 2007 

 

     Overal was poëzie te lezen in Bergen op 21 augustus: 

     Op de ruiten van het restaurant en het hotel. 
     Op de wanden van de lobby 
     Opgeprikt op de stammen van de bomen in het dorp 

     Helmplanter 

     Wij zagen een méns 
     door de helmplanter heen 
     hij stond gebukt 
     én rechtop 
     wij herkenden hem meteen. 

     Wij stonden verbaasd 
     - als vreemden voor elkaar - 
     elkaar te herkennen 
     in zo'n sterk gebaar. 

     © Arij van der Vliet 

 

© Copyright: Alle illustraties eigen foto's 
   John Zwart - Hernehim Cultuur 


Tot op de stoep van het terras poëzieliefhebbers  

Voor het slot alle dichters in 'polonaise' 
nog één keer elk één gedicht 

 
Het eerste Drentse Open-Dicht Festival op zondag 19 augustus - door John Newswatcher  
Eerlijk wil hij zijn, uw verslaggever: 
Eigenlijk was ik van plan om zondag naar Amsterdam te gaan om me daar tijdens het slot van het Grachtenfestival in te schepen voor een tocht over het IJ naar Café 't Sluysje in Oud-Nieuwendam (dat klinkt eigener dan 'noord'), onder enthousiaste jazzy klanken aan boord. 
Of om neer te strijken op een rieten stoel in de Tolhuistuin bij het Buiksloterveer om te genieten van het dansgewoel tijdens een vurig Latin Concert. 
Het weer, dat dit jaar al minstens 200 dagen een even onberekenbaar karakter vertoont als de valse waakhond van een autosloperij, was de bron van dat voornemen. In Amsterdam kun je altijd nog een concertzaal of een museum binnenvluchten (ik wil niet meteen aan de 500 kroegen denken). Wat moet je in de woeste natuur van het land van Ellert en Brammert als uit het plotseling samenballende zwarte zwerk gods oordeel zich ongenadig over je uitstort? Schuilen in een hunebed?
Maar toen ik die ochtend na het douchen mijn ogen eindelijk goed open had zag ik het natuurverschijnsel 'zonlicht' zo overtuigend uitgestrooid over daken en groen dat ik besloot om een picknickmand klaar te maken. 
Niet de afsluitdijk over naar de hoofdstad, nee naar Zuidoost Drente, waar dichter Mart Brok (Schoonoord) een nieuw dichtersfestival het levenslicht zou doen zien. In dat vrolijke zonlicht op een open plek temidden van de bossen van het Sleenerzand. Tegen de tijd dat ik normaal gesproken aan de brunch zou gaan reed ik mijn dorp uit richting zuidoost. 
Een mooie rit ging dat worden door de Friese Stellingwerven en dwars door Drente. 

Naar SBB Boswachterij Sleenerzand 

Het wás mooi. Helaas waren de wegen maar smal, met veel kruisingen en verkeerslichten en heel vrijezondagvierend Nederland leek wel besloten om erover te gaan rondtuffen. De verzuchting: 'vanaf Joure ben je sneller in Amsterdam dan pakweg Hoogeveen of Emmen' bleek weer eens bewaarheid. Het dichtersfeest was dus al zo'n klein uurtje aan de gang toen ik het veld met de 'olymposberg' betrad.  

Foto: John Zwart © Hernehim Cultuur. 

De opgeworpen heuvel, met de sculptuur "Blick in den Stein" (Joachim Karbe ), die bij deze gelegenheid spontaan gedoopt werd tot "Olympos"  

Een aantal optredende dichters heb ik gemist, dat is jammer. Jan Kleefstra bijvoorbeeld met klankondersteuning door zijn broer. En de lieftallige jeugdige Laura Demelza Bosma, waar Pom Wolff en Henk van Zuiden zo lyrisch over zijn en die ik tot nu toe nooit live hoorde of zag. Van haar moet ik het doen met de foto van haar presentatie bij de Windroos, van het internet geplukt onder copyright van Uitgeverij Holland. 
Bij mijn aankomst kondigde Mart Brok juist een korte pauze aan. Dat gaf me de gelegenheid wat oude bekenden te begroeten, maar Jascha van Roij herkende ik pas toen hij me de hand schudde, zijn Boudewijn de Groot-look helemaal veranderd in een Elvis-look. Toen het programma voortging deed. Pietersz van Calumburgh de inleiding bij elke dichter - vaak in de verpakking van een gedicht, van een gerenommeerde poëet of van hemzelf. 
Elke deelnemende dichter was verplicht in zijn/haar voordracht een 'drente gedicht' te hebben opgenomen, het wedstrijdelement. Dit gedicht, samen met voordracht en podiumkwaliteiten van de deelnemer, werd beoordeeld door de driehoofdige jury Ina Luis (Zweelo), Brander Bos (Amsterdam) en Gauke Zijlstra (Emmen). Ze zaten voortdurend ijverig notities te maken. Twee gitaristen 'singer-songwriters' Jascha van Roij en Martijn Hadders - beide allang geen onbekenden meer in dichtersland - deden om beurten of gezamenlijk het feest muzikale eer aan. 

 
     De vlijmrode acacia's brullen
     opdat je mijn slijm zal
     drinken kwal, wat is je missie
     dat ik niets meer dragen
     zal en enkel vallen, vallen
     val, Maria en ik wij
     wassen onze haren en knippen
     knippen in onze met slijk
     bedekte namen, lichamen
     we verloren baby's in het
     vermeerde water, in antraciet
     in salmonellawater
     nagelvogel, onze
     navelvolgeling
     Later zal ik nimmer
     verkiezen de inhaaldraad
     van een navel te volgen
     opdat ik zal worden uit
     geklauwd door de
     nagelvogel
     inhaleer, inhaleer
     dan slaat de adem
     in je neer
     Je kijkt naar het icoon
     daar is het lam helderwit
     wij zijn grijs, verlopen
     grijs, je wordt geboren
     vrouw
     en alles is gewicht.



laura demelza bosma 

© Copyright Uitgeverij Holland 



Boven: Pom Wolff in actie 
Daaronder: Drents publiek trotseert een bui 

Besprenkeld 

Tijdens de voordracht van Pom Wolff verdween de zon - sorry Pom het kan niet worden ontkend - lag het wellicht aan de onderliggende kleur van je poëzie "...die doden doder maakt - die regen bedoel ik" en "...dat is het dat ik schrijven kan - dat is het dat ik dood" We werden gaandeweg besprenkeld, alsof de aarde waarop wij stonden tot heilige grond diende gewijd. 
Bij de volgende dichter greep Bart Brok in. Een extra pauze, hij wou het zijn publiek niet aandoen zich al luisterend te laten doorweken. Er volgde een run op al dan niet ergens nog paraat gehouden paraplu's of naar de beschutting van de cateringtent. Die dat bij een echte stortbui ook niet bieden zou, zo leek het mij. 
Maar daar kwam het niet van, Jascha mocht zijn Blackbird Singing nog even uitzingen en toen werd het programma voortgezet terwijl Pietersz galant de hoofden en papieren van de dichters in bescherming nam. 

Steven Grauwmans, helemaal uit Brussel, dacht dat Drente een stadje in Noord Nederland was en dan een gedicht daarover te moeten schrijven! Per openbaar vervoer op reis, kwam de ontdekking dat hij naar Emmen moest. Werd op de laatste busrit door de chauffeur nog getrakteerd op een wandeling van 2 km, verkeerde halte uitgestapt, 5 uren onderweg... 
Zijn Vlaams humeur had er niet onder geleden, de zon scheen (toen nog). Ook dat Brussel inmiddels 85% franstalig is geworden deert hem niet, hij las ons zelfs een frans gedicht. 
Saskia van den Heuvel werd in het (nog afwezige) zonnetje gezet omdat ze winnares werd van de vredesdichters wedstrijd, door IKV-Pax Christi georganiseerd. Ondanks haar nog maar korte dichterscarrière schrijft ze werk met veel zeggingskracht. 

De zegen van boven 

Je zou er op slag gelovig van worden want tijdens de voordracht van Saskia werd het droog. 
En met kennersblik was het meteen duidelijk dat het laatste deel van het programma in zonneschijn zou kunnen afgewerkt. 

Foto's: John Zwart © Hernehim Cultuur


Links: Pietersz 'beschermt' Steven Grauwmans. Rechts: Vredesdichteres Saskia van den Heuvel 
     en ook dat 

     weet je nog dat we in drente liepen
     langs de randen van ons onvermogen
     het alleenrecht op onzekerheid
     dat we deelden 

     er hoorden dagen bij
     de lippen van de nacht toen we
     te weinig nog en dronken van de scherven
     de ruimte niet begrepen
     alsof je een hand legt
     om een hals op een verkeerde plaats 

     er was vuur in de tuin in de regen
     een vrouwenbeen hing in een boom
     te overleven, jij leed aan orde
     ik aan aarde, er was applaus
     de wereld zwijnde en varkens paarden schatje
     zo leek het toch nog ergens op 

     de liefde stal iets van de oorlog
     als een dichter van de woorden
     dood van leven - in een ver veroverd land
     we moesten lachen en ook dat verging 

 

     Pom Wolff - Drenthegedicht 19/08/2007 

Gemoedstoestanden 

Gulden snede ingehaald 
door reportage en politiek 
andere gemoedstoestanden 
welhaast uitgebannen 
de kleuren van dit palet 
vervagen in beperking 

lof der voorgekookte 
eenvormigheid die 
veelal globalistisch 
wordt bezongen en zo 
het geheugen vormt 
tot herinneren 
samenvalt 
met zien 

zo komt het dus 
dat de pot de 
neger verwijt 
dat hij zwart ziet. 

 

Martin Beversluis 
www.beversluis.com  novemberland | 4 augustus 2007

Wie kwamen er nog: Erik van Hoof, bracht het onlangs tot de NRC Next met een 'sms-gedicht en is bekend van het slampodium in Leiden. Hij kondigde aan dat er komende maand een bundel gaat verschijnen. Delia Bremer, die haar indrukken van de relationele wereld op eigen wijze onder woorden bracht, een ander soort liefdesgedichten dus, zeker geen candlelight. Martin Beversluis een dichter die de maatschappijkritiek niet schuwt. 
Het palet aan poëzie was zonder twijfel veelkleurig op dit festival. Want...?  Tja, toen kwam ACG Vianen als slammer der slammers uitpakken. Expressiever dan wie we voordien ook hoorden, maar dat was 'om te zeggen zoals ze zeggen' nog maar het begin. Zijn slot-act was voor hem in zoverre niet moeilijk dat hij er totaal geen tekst voor nodig had, een WOORD volstond. Nooit hoorden we een woord zo uitgesponnen, onstuitbaar stuiterend, crescendo! Zonder microfoon zou hij Emmen wel gehaald hebben. Ritmisch, dwingend armzwaaiend sprong hij het podium rond, werd roder en roder maar haalde na twee keer een tussenclimax zijn finaal oraal orgasme. En overleefde...

Delia Bremer

Foto's: John Zwart © Copyright Hernehim Cultuur 

En wie mocht als lantaarndrager het podium op? Misschien wel slim, dat hij zich met de allerlaatste plek in het programma tevreden had gesteld. Gijs ter Haar, de 'andere' slammer kon de switch maken van het effect van de act naar het effect van dwingend gebrachte inhoud. Enige aarzeling had hij nog ten aanzien van de keuze van zijn repertoire. Wat kan een Drents publiek hebben? Kijk, dan heb je het voordeel als laatste man. Als het natste poesje van je vrouw je al is voorgegaan dan mag de botox spuit in al je lippen ook wel. Ja, slammers zijn erg direct, maar onder die ruige bovenste laag zit bij Gijs heel veel inhoud. 



Boven: Gijs ter Haar, achtergrond (met hoed) ACG Vianen
Onder: de jury in beraad 

Ik weet niet wat het ergste is 

dat licht dat overal en zo het schijnt 
een nooit aflatend licht moet zijn 
tot heel de aardkloot gloeit en brandt 
voordat de knop wordt omgezet 
als as de laatste lading dekt 

dat licht dat lege steden vult 
met niets dan overdadigheid 
dat schreeuwend van de daken valt 
in kilometerslange loze kreten 
dat zich langs elke snelweg rijgt 
die langzaam naar het duister leidt 
maar waar ik godzijdank 
nog altijd 3 uur 's ochtends lees 
dat ik met Prodent poetsen moet 

of in het donkerst van de nacht 
in Drenthe hunebedden zoeken  

 

Gijs ter Haar - Drenthegedicht 19/08/2007 

 

Foto's John Zwart © Copyright Hernehim Cultuur 

And the winner is ...  
Prijzen moesten er uitgereikt, dus de jury in beraad. En Jascha van Roij zong en speelde en zong en speelde... 
Hij vond op de duur zelf dat hij toch wat lang achtereen het podium bezet hield, toen kwamen de verlossende woorden: 

Delia Bremer kreeg de derde prijs, voor haar relatiegerichte poëzie, sterk verwoord. Pom Wolff werd nummer twee voor zijn gedreven overtuigde voordracht. Gijs ter Haar de hoogste eer voor zijn sterke voordracht, knap gebruik van stiltes en alles zonder papier. 
De jury schonk verder nog een eervolle vermelding aan Laura Demelza Bosma, en was zonder meer
erg onder de indruk van de prestaties van de jongste dichteressen. 

Een prettige sfeer, een open houding van iedereen tegenover iedereen, gelukwensen voor Mart Brok, Pietersz en de jury voor dit debuut, volgend jaar de tweede editie, Hernehim zal erbij zijn.

John Newswatcher 
© Hernehim Cultuur - 20 augustus 2007 

Belanghebbenden voor het complete bestand van foto's kunnen contact opnemen met de redactie 

 
Impressie van de nieuwe OBA en het Open Podium - door John Newswatcher  
 

Een impressie van de Centrale Openbare Bibliotheek Amsterdam 
naar aanleiding van een bezoek ter gelegenheid van het open podium van 28 juli 2007 

Het is geen doorsnee kubusstructuur zoals zoveel nieuwbouw van vandaag de dag, als je er zo voor staat heeft het toch wel iets bijzonders. De architect heeft een kunstzinnige hand gehad. Het is niet zo dat je, kijkend van een afstand, meteen denkt: "ja daar staat de nieuwe bibliotheek, dat zie je zo", maar als je het wéét, herken je het. 
Dat gebouw van zes verdiepingen in een natuurlijke houtkleur dat wordt omvat door een opvallende, open, lichtgetinte constructie, die het geheel de indruk van een vrij roterende boekenmolen geeft. Maar stabiel staand op een bordes van vele treden als breed voetstuk.

 

En dan ga je naar binnen en ervaart een enorme openheid, alles communiceert. Geeft dat niet teveel onrust? Dat valt wel mee, geroezemoes zoals bijvoorbeeld ook het achtergrondgeluid van een snelweg op afstand de impressie van gedempte branding kan geven. In het midden een centraal roltrappensysteem, dat weer associeert met een groot warenhuis elders in de stad. Alles nieuw, de roltrap geurt naar warmgedraaid en vers gesmeerd, dat zal wel overgaan mettertijd. 
Licht, ruimte en zicht overal. Vergelijking met de Prinsengracht komt niet eens in je op. Dit is de eigentijdse locatie voor zeker weer een halve eeuw. 

Wat bleef zijn op elke étage - telkens een bekende Amsterdamse kunstenaar gewijd - de rijen boekenrekken. Maar óók plekken die het warenhuis compleet doen vergeten, rustige oases die associëren met de sfeer van een lounge. En galerij na galerij rijen van computer werkplekken, de opmars van multimedia is in deze splinternieuwe bibliotheek heel manifest. 

Carrouselvormige rekwerken bieden plaats aan ontelbare CD's en DVD's. Daarmee neem je even plaats in een opstelling van 'eieren'. Voel je je prettiger in een wat meer besloten ruimte heb je daarvoor ook de keuze om in een 'hokje' in prettige schemer de wereld om je heen geheel te vergeten. Daarbuiten is het bij dag en bij avond licht, daglicht door de vele grote vensters, kunstlicht dat geïntegreerd is in de architectuur met lichtende zuilen, het meubilair, de lichtende onderzijden van de roltrappen en uit de railingen van de balustrades. 
En overal zicht naar buiten, dat is wel het grootste contrast met de oude locatie aan de Prinsengracht. Wijd vrij uitzicht op de stad, of door de vensternissen met sculpturen of schilderijen. 

Er zijn ontmoetingsplekken en ruimten voor grotere bijeenkomsten, open informeel en apart in zaaltjes. 
Op de 2e etage vond het eerste maandelijkse open podium van OBA op ODE plaats. Een voortzetting van een traditie aan de Prinsengracht, op elke laatste zaterdag van de maand, die hier opnieuw werd opgevat op 28 juli. Riet Lamers organiseert en stelt het programma vast, Jos van Hest - neerlandicus - is de geanimeerde presentator die de soms onervaren deelnemers op hun gemak stelt en de meer met microfoons en publiek vertrouwde dichters en schrijvers een interview afneemt voor ze hun literaire prestaties laten horen. 

Veelkleurig was de reeks voordrachten die Riet Lamers op haar lijstje had staan. Een verhalenschrijver die een breed betoog liet horen over een Belgische 'sigarenpaus' op een zoektocht door de Amsterdamse binnenstad naar die éne horlogeketting die een erfstuk compleet zou maken - en poëzie, veel poëzie. 
Van kijkjes in de psychologie van de zelfanalyse tot komisch volkse gedichten, waarmee de typisch Amsterdamse sfeer werd getroffen, zeker toen er een dichter opkwam die trots zijn werkstuk - een portret van Mathilde Willink - toonde. Ook ontbrak niet een oude bekende, A.C.Aachenende, die dicht over wielrennen en klaprozen en haastig vóórtijdig vertrok om het verslag van de vóórlaatste etappe van de Tour de France op tv niet te missen. 
Een ander optreden bleef me bij, wellicht omdat Jos van Hest zo goed zijn best doet de achtergrond van het ontstaan van ''n gedicht te achterhalen. De dichteres in kwestie, van afkomst een Friezin (!) kwam jaren geleden als pril studentje naar Amsterdam en maakte daar kennis met een kunstschilder. Haar gedicht was aan die schilder gewijd. Een aantrekkelijke dame en zij was toen ongetwijfeld een mooie blonde meid dus de schilder zag wel wat in haar als model. Als onnozel provinciaaltje stemde ze erin toe en verscheen op een middag in zijn atelier. Dat hij haar bloot wilde schilderen was helemaal niet in haar opgekomen en dat ze er best geld voor kon vragen al evenmin. Meerdere malen zat ze urenlang met blote buik en borsten voor hem totdat hij aan de details van het onderste gedeelte van zijn naaktstudie toekwam. Toen haakte ze af. Later zag ze zichzelf op een expositie terug... "dat ben ik niet" zei ze tegen de kunstenaar, wijzend op het gedeelte onder de navel. De schilder had 'het onderstuk' er zelf maar bij gefantaseerd. Dit alles kwamen we te weten dankzij Jos die uit was op 'het hele verhaal'.


A.C. Aachenende 

Mijn eigen bijdrage wil ik ongenoemd laten, jezelf recenseren, dat doe je niet. Maar ik heb wel veel waardering voor alle aandacht die door de presentator werd geschonken aan de Hernehim Cultuursite en dat OBA toestemming gaf om kaartjes te verspreiden onder het publiek. 
Tot slot wil ik nóg een optreden noemen dat niet naliet indruk te maken. Het betrof een Surinaamse act, waarbij de dochter van één van de slachtoffers van de voetballers-vliegramp een gedicht voordroeg, begeleid door een djembe-speler in prachtige traditionele kledij. De subtiele manier waarop de djembe werd bespeeld maakte het indrukwekkend, vooral bij het tweede gedicht dat ging over de afschaffing van de slavernij. 
Het open podium dat 2 uur duurde werd bijgewoond door gemiddeld 40-50 personen, een dozijn deelnemers inbegrepen. Het mogen er best meer worden, OBA heeft er ruimte voor, en als dit verslag hieraan kan bijdragen des te beter ! 

Natuurlijk wilde ik ook het bovenste deel van het gebouw bezichtigen. Helemaal in de nok is de grote horeca voorziening, die verpacht is aan La Place. Een selfservice restaurant met een buitenterras dat een fenomenaal uitzicht geeft over de binnenstad. Ruimte genoeg, binnen aan grote tafels, aan zitjes op het terras en ook een wat meer besloten bargedeelte met rustige hoeken. Uitstekende mogelijkheden voor informele ontmoetingen van dichters en schrijvers, lijkt mij. 

Op het terras (wat winderig en kil die dag en dus niet zo aantrekkelijk) sprak ik een dame gehuld in een warme shawl die me vertelde dat ze van haar bezoek aan de bibliotheek 'een dagje uit' had gemaakt. En ze zou dat beslist vaker gaan doen, wéér even op de tram naar CS en onderbroken voor een hapje en een drankje de hele dag onderduiken in het onuitputtelijke uitleenreservoir dat OBA heet. 
In één klap de grootste in Europa. Nostalgie over het voorbij van de Prinsengracht? Misschien eerst nog een beetje, maar Amsterdam moet en kan met deze nieuwbouw weer tientallen jaren vooruit. 

John Newswatcher 5 augustus 2007 
© Hernehim Cultuur. 

© Foto's: Eigen foto's Hernehim Cultuur 
Belanghebbenden voor het complete bestand van 40 foto's kunnen contact opnemen met de redactie 

 
Prinsentuin 2007 - een decade botanische poëzie - door Frans Terken 
"Het festival Dichters in de Prinsentuin vierde dit jaar zijn tienjarige jubileum op woensdag 25, donderdag 26, en vrijdag 27 juli 2007 te Groningen. Er kwamen in totaal zo'n tachtig dichters optreden; van gelauwerde grootheden tot nieuw of onbekend talent.”.. 
Zo opent de Prinsentuinwebsite na afloop van het Festival. En niet alleen zo’n tachtig dichters, ook vele poëzieliefhebbers hebben de moeite genomen om op deze dagen Groningen en in het bijzonder de Prinsentuin te bezoeken; onder hen ontmoette ik bekenden van Hernehim Cultuur, o.a. Pietersz van Calumburgh en Loes Essen. De moeite van de reis was het meer dan waard. 


Gluurders? Dit zijn Dichters in de Prinsentuin! Door de loofgangen wandelen de poëzieliefhebbers die nu en dan even blijven staan voor het luikje waarachter hun favoriete dichter voordraagt. 

Op woensdagavond opende het festival met poëzie en muziek, een opwarmertje, waarbij de improvisatie ven dichters en muzikanten centraal stond, met o.m. Erik-Jan Harmens en Hélène Gelèns
Donderdag barstte het festival goed los. ’s Morgens nog poëzie vanaf de A-toren. met o.m. Al Galidi en Coen Peppelenbos. Het weer was deze tiende editie goed gezind, in de Prinsentuin bleef het droog. Presentator Klaas Knilles Hofstra werd meteen in het zonnetje gezet, voor zijn tiende presentatie kreeg hij een speciaal T-shirt, om het oude te vervangen. 
De aftrap was voor Erik-Jan Harmens
De nieuwe stadsdichter van Groningen, Rense Sinkgraven, maakte de oren goed los voor mooie poëzie; zijn gedicht 'Duivelsschoenen' maakte indruk op het publiek. Het is een gedicht dat in het najaar met 20 andere schoengedichten in druk verschijnt, ze zijn geschreven bij ontwerpen van de Groninger schoenmaker Wopke. En het zijn prachtige schoenen, zeker dit gedicht waardig, zag ik later. 
Ook Saskia de Jong, die voorlas uit haar bundel 'Resistent', maakte een bijzondere indruk. 
In het eerste blokje op het theeveld ook nog Thomas Blondeau, het was meteen duidelijk dat we ons konden opmaken voor poëzie van hoog niveau, veelkleurig en afwisselend. We gingen er goed voor zitten, en stapten vervolgens vrolijk de loofgangen in waar de dichters van het theeveld gezelschap kregen van een tiental andere dichters en dichteressen. Overal poëzie, waar je ook ging. 
Saskia de Jong draaide het om en ging zelf in een loofgang staan tussen de luisteraars. 
Weer terug naar het theeveld voor de volgende ronde, met o.m. Al Galidi en Hélène Gelèns. Daarna weer de loofgangen, met een nieuwe lading dichters, daartussen ook verschillende deelnemers van de Hernehim Cultuur site: Miranda Mei (Ruurdtsje de Haan op z'n Fries), Willem Adelaar, Anke Leenders en uw verslaggever Frans Terken

Opnieuw het theeveld, met dichters die ook 's avonds in Athena's Boekhandel aan de Oude Kijk-in-t-Jatstraat met elkaar in gesprek zouden gaan. Edward van de Vendel, Ester Naomi Perquin, Peter van Lier en Pim te Bokkel. De dagsluiting in de Prinsentuin was voor Robert Anker

Na een goede maaltijd onder dichters bezochten we Athena's Boekhandel voor de interviews. Een volle zaal luisterde naar de dichters die op elkaar reageerden onder leiding van Tsead Bruinja. Over de overeenkomsten in hun poëzie (de filosofische opvattingen en achtergrond bij Pim te Bokkel  en Peter van Lier) of wat een debuut met iemand doet (vraag van Edward van de Vendel aan Ester Perquin). De overeenkomst bleek vooral te zitten in de gang naar een grote stad (Rotterdam) en het gegeven dat daar meteen doden vielen, vlak na hun aankomst. Wat een dichter soms onbedoeld kan aanrichten werd daarmee voor mij maar weer eens onderstreept. Goede gesprekken, opgeluisterd met poëzie van de deelnemers. Nog een enkele vraag uit het publiek en het was alweer voorbij. 
Een boeiende avond, die nog een vervolg kreeg in een speciale nachtwandeling, met Dichters 'in the dark'. 

 


Hélène Gelèns op het theeveld 


Pim te Bokkel in Athena's Boekhandel 

Een tocht langs een zestal soms onherbergzame plekken, waar dichters in het donker het woord tot je richtten. O.m. Jane Leusink in een donkere A-kerk, Al Galidi heel intiem tussen de kaarsen in de achterbak van een bestelbus, Ellen Deckwitz als een duistere wraakgodin op een achteraf liggende binnenplaats, Rense Sinkgraven in de diepte van een parkeergarage als Duivelsdichter. 
Na afloop was je wel aan een flink glas toe, dus op naar de Wolthoorn, borrelen van en met dichters onder elkaar. 
Laat de nacht in, voor een korte slaap. 

*************** 

Vrijdag wachtte in de Prinsentuin een nieuwe 'bende' dichters op publiek. 
Op het theeveld werden de luisteraars goed wakker gemaakt door ACG Vianen, die als performer boven zichzelf uitsteeg. Wij waren er meteen klaar voor. 
Met o.m. Xavier Roelens, Astrid Lampe en F. van Dixhoorn weer een uiterst gevarieerd blok poëzie. 


Jannah Loontjens

Dan op naar de loofgangen, beweging voor hoofd en been voortdurend verzekerd. ACG Vianen zocht een aparte plek onder de grote kastanje. overstemde ook daar menig dichter in de loofgangen, het verhoogde de feestvreugde, want daar liet men dat niet over zijn of haar kant gaan. Mooie, stille poëzie van Jannah Loontjens, naast slamtijgers als Gijs ter Haar en Emma Burns

En het was weer tijd voor het theeveld, Tsead Bruinja, als oprichter van het festival naast de Dichter des Vaderlands Driek van Wissen, K.Michel en Hans Groenewegen. Over variatie niets te klagen! 

Het volgende blok in de loofgangen bracht o.m. Menno Wigman en Mark Boog, naast Haagse bekenden als Alex Franken en Max Lerou
Volle bak, zowel wat dichters als toehoorders betreft, in deze laatste ronde aldaar. 
Indruk maakte ook Philip Meersman, die vanuit Brussel zo uit een flinke file kwam rollen. Het was niet merkbaar aan zijn voordracht, 5 uur onderweg om een klein uur poëzie voor te dragen. Ik had hem niet willen missen. 

Op het theeveld volgde het laatste blok, met Menno Wigman, Kees 't Hart, Mark Boog, Annemiek Gerrist (die de afwezige Maria Barnas deed vergeten), Coen Peppelenbos en tenslotte Arjen Duinker, die zich als geen ander op zijn voordracht voorbereidde, dat was ook goed te horen. 
Een perfecte afsluiting van opnieuw een droogweer middag. 

Na een gezellige maaltijd, wederom met dichters 'onder ons' (die elkaar vooral van het internet of de poetry slams kenden), allemaal naar het al volle terras van de Souffleur, voor de festival afsluiting.

Een bijzondere festival afsluiting met Peer Wittenbols, Tomas Lieske, Anne Vegter en een afgewogen samenspraak van Astrid Lampe en F van Dixhoorn voor de pauze. 
Die werd opgeluisterd door dichter-zanger Kees Wennekendonk

Na de pauze werd de sfeer verhoogd door Tonnus Oosterhoff en Mustafa Stitou
Als afsluiter voerde Didi de Paris het woord, steeds luider en met elk gedicht meer in beweging, bijgelicht door Kaspar Peeters, die hem met een zaklamp als een schaduw volgde. Op zich een prestatie! 
Het spektakel vond hierin een prachtig einde. 

De nazit in de Souffleur (waar ik de Duivelsschoenen van schoenmaker Wopke mocht bewonderen) en later in de Wolthoorn maakte het feest compleet, een bijzondere poëtische ervaring alles bij elkaar. 
De organisatoren, vooral Roos Custers en Arjen Nolles, mogen terugzien op een zeer geslaagde uitvoering van het tiende Prinsentuin Festival. 

En nog kon het niet op. Want op de zaterdag kwamen de dichters elkaar weer tegen, in het Groninger Museum of, op weg naar huis, in de trein. Waar je maar ging, de poëzie ging met je mee. 

Frans Terken 
(met veel dank aan Roos Custers en Arjen Nolles) 
© Copyright Hernehim Cultuur. 

Met dank aan Dolf Verlinden voor de foto's. 

80 Gedichten van 80 dichters - De Bloemlezing 
"Prinsentuin 2007" Uitgeverij 'Kleine uil' - Groningen 
Fondsnr. 209.29.33.102 -  € 12,50. www.kleineuil.nl  



Tomas Lieske leest voor De Souffleur uit
zijn VSB prijswinnende bundel: 
"Hoe je geliefde te herkennen"

Toegift:  Een dichterlijke impressie door Loes Essen 
 

Groningen 2007

De Prinsentuin draagt vrucht
in vele lagen;
als zoete appeladem glijdt hier en daar
een blik langs dichte hagen, sapgroen,
waar klankkleuren zich mengen
als waterverf.

Er worden verzen voorgedragen,
gedichten vlagen beurtelings
van dijenklets tot slag in je gezicht
of zacht en warm als de nabijheid van een hand
rond nog verboden plekken.

Een gekke kindergrijns
breekt aangedaan-zijn om
tot een bevrijde lach

stof glijdt van schouders af
wordt luchtig over gras gespreid
uitnodigend maar nat
vliegend tapijt.

De Prinsentuin draagt vrucht vandaag
in vele lagen.

© Loes Essen  loesessen@gmail.com  

 

 
Einde van de Wereld, een prettig podium  in de buik van 'Quo Vadis' 

Open Podium op 'Quo Vadis' in Einde van de Wereld. 

In het kader van de voorrondes van het Open Haven Festival in Amsterdam dat in de maand september zal plaatsvinden worden deze zomer podia georganiseerd op een voormalig binnenschip dat permanent ligplaats heeft aan de Javakade op het voormalig KNSM eiland. 
Op donderdag de 26ste juli trok Hernehim Cultuur tijd uit om zo'n podium eens mee te maken. Het is een 'wedstrijd' waarbij per avond telkens 1 dichter, band of act door het publiek wordt uitverkozen als de best gewaardeerde. Die wordt dan beloond met een deelnemersplek op het latere grote Open Haven Festival. Het is natuurlijk een vrij willekeurige bepaling, niemand weet vanuit welke achtergrond sommige aanwezigen hun stem uitbrengen, bovendien vergelijk je tussen een zanger of dichter toch min of meer appels met peren. Niettemin is het een aantrekkelijk initiatief dat opgezet werd door de dichter-performer Volcmar Suijs, waar alle deelnemers gastvrij worden ontvangen. Niet alleen krijgen ze een tegemoetkoming in eventueel gemaakte reiskosten, maar bovendien worden ze als welkom onthaald op een warme dagschotel van de restaurantkeuken, iets wat door de mensen die van ver buiten de stad komen natuurlijk erg wordt gewaardeerd. Tot 5 euro mogen ze drankjes bestellen aan de bar, wat bij de 'vriendenprijsjes' die 'Einde van de Wereld' kent drie gratis verteringen betekent. 
Tussen het publiek zagen we onder andere de dichteressen Anke Labrie en Emma Burns. Niels Schoenmaker deed de presentatie. 
Veel muziek overigens op deze 26e juli, zangeres Margo Klerx, met begeleider Menno Timmerman op akoestische gitaar mocht openen. Haar Engelse teksten schrijft ze zelf, evenals de melodielijnen. Een singer-songwriter dus, zoals dat tegenwoordig in slecht Nederlands heet. Haar expressie is sterk, zij slaagde erin het kleine publiek geboeid te houden vrijwel tot het eind van de 20 minuten die haar werden gegund . 
De programmering was contrastrijk. Hierna was de microfoon voor dichteres Mia van der Lugt, een zeer expressieve voordracht van een vrouw van middelbare leeftijd, die wel even wat zelfspot gebruikte maar vooral ook in een agressieve stijl staccato uit de hoek kwam. Ze noemt zichzelf een kruising tussen een konijn en een paard qua temperament, daar moesten we eigenlijk wel even over nadenken maar die tijd kregen we niet. Er waren vier foto's nodig om er één te krijgen die geen bewegingsonscherpte vertoonde. 

Weer muziek, de groep 'Winterjong', onthoud die naam, dat zal niet moeilijk zijn. Ook hier eigen nummers met zelfgeschreven teksten, Nederlandstalig dit keer. Hun samenstelling bestaat soms uit een zes mansformatie, hier traden ze op met een drie mansbezetting. Zanger Boris werd begeleid door een pianist en een prachtige warme cello. Ze maakten indruk door de wisseling van zeer gevoelige teksten en schilderden dan weer harde realistische beelden. De balans tussen zangstem en begeleiding was heel goed. Erik Jansen moest hier als eenzame dichter alleen op eigen kracht op aansluiten. Hij wist het publiek toch vast te houden door veel interactiviteit in zijn act te brengen. Hij had een aantal gedichten zonder titel. Het publiek moest titels bedenken, let wel vóór zij het betreffende gedicht hadden gehoord! We kwamen er niet achter of hij improviseerde maar hij slaagde er vrij overtuigend in telkens een van de  geroepen titels aan een gedicht te koppelen. Pauze en tijd voor een tussenpeiling onder het publiek. Zoals al te verwachten was bleek het een 'close call' tussen Margo Klerx en Winterjong, met een lichte voorkeur voor de laatste. Internet www.winterjong.nl 

Na de pauze eerst twee dichters, Edwin van der Hoeven www.leave.nl  en John Zwart www.hernehim.nl/johnn.htm  In een heel verschillende stijl wisten beiden toch ook hun publiek gedurende 10 minuten vast te houden, maar daarna was iedereen duidelijk weer hard toe aan muzikaal werk. En dat kregen ze met het slotnummer: Eric van Soelen uit Tilburg die zichzelf op de piano begeleidde. Is dit de wederopstanding van Jules de Korte? dacht ik even toen hij begon. Hoe goed en populair Jules in zijn dagen ook geweest mag zijn, vandaag zou hij het met zijn repertoire van toen niet meer redden, veronderstel ik. Maar Eric van Soelen werkte zijn 'meisje uit de kaaskraam' uit tot een vrolijke karikatuur die overging in een introverte ballade. Heel knap, zoals hij ook in andere nummers de stemmingswisselingen bleek te beheersen. 

Tja, en toen mocht het publiek de knoop doorhakken of men bij Boris of Margo zou blijven of dat het van mening was veranderd. De dichters kwamen er niet aan te pas, het ging uiteindelijk tussen Margo Klerx, Winterjong en de slotact van Eric van Soelen. De Tilburgse liedjeszanger streefde de anderen met een paar stemmen voorbij en opgetogen toog hij huiswaarts in de wetenschap dat hij in september mag terugkomen als gast op het grote Open Haven Festival. Een geslaagde en boeiende avond die een groter publiek verdiende dan erbij aanwezig was! De laatste voorronde is 30 augustus a.s.

John Newswatcher 30 juli 2007

© Copyright: alle rechten Hernehim Cultuur - foto's uit eigen fotobestand.  

Geïnteresseerde betrokkenen kunnen zich voor meer fotomateriaal tot de Redactie wenden. 

 
Enorme eindspurt voor opening OBA op ODE  door John Newswatcher
Zo'n dag of tien vóór de geplande officiele feestelijke opening op 07.07.07 nam ik een kijkje bij het nieuwe Centrale Openbare Bibliotheekgebouw van Amsterdam, dat verrees op luttele loopafstand van het Centraal Station. Bouwvakkers waren nog aan het lassen op het terrein dat nog alle aspecten van een bouwput vertoonde. Hoe krijgen ze dat nog op tijd voor elkaar -zo vroeg ik me af - alles spik en span, het voorterrein opgeruimd en representatief ingericht, zodat de glimmende limousine van Prinses Laurentien op gepaste wijze kan worden verwelkomd? 
Maar het is ze gelukt en dat is op zich al een felicitatie waard. 

© Copyright - eigen foto's Hernehim Cultuur  

De vlaggen aan de gloednieuwe vlaggenstokken wapperden strak in de onstuimige wind, maar gelukkig was het droog die feestelijke ochtend. Opvallend waren de onopvallende veiligheidsfunctionarissen rond en op het bordes - de aankomst van de prinses veroorzaakte toch wel enige zichtbare nervositeit. Maar toen Laurentien, burgemeester Cohen en minister Plasterk eenmaal ingehaald waren leek iedereen zich wat te ontspannen. 
Ruimte en licht, glanzende vloeren (wanneer zal daar de eerste kauwgum worden ingetrapt?) kenmerken het kloeke gebouw dat boven de kelders en begane grond vijf hoge verdiepingen telt, en het ruilsysteem is geheel gerobotiseerd. Centrale roltrappen om zich gerieflijk van etage naar etage te begeven. Er zal wel een poos nostalgisch heimwee blijven naar het oude grachtencomplex aan de Prinsengracht waarin natuurlijk een schat aan herinneringen hangt, maar Amsterdam kan met dit nieuwe pand weer jaren vooruit.
Het is alleszins een kijkje waard, zelfs al zou je helemaal niets willen lezen, dan nog biedt een tocht naar de hoogste etage een beleving: een fantastisch uitzicht over de oude binnenstad naar het zuiden en over het water richting het open IJ noordwaarts. Met de LaPlace horeca voorziening heeft het dakterras van NEMO er een geduchte concurrent bij gekregen. 

Prinses Laurentien verrichtte de ceremoniële opening
© Copyright - foto Koninklijk Huis 

De grote theaterzaal was de plaats van handeling waar gelijk de audiovisuele faciliteiten konden worden uitgetest. Een groot beamerscherm en vaste lijnen met de studio's van AT5 zijn enkele van de zaken waarop deze zaal kan bogen.
Op de voorste rij ontwaarden we gelukkig ook een eregast uit de auteurskring van de Nederlandse literatuur: Hella Haasse. Directeur Henk van Velzen hield de Prinses gezelschap gedurende de toespraak van de gastvrouw Candy Duinker. Maar natuurlijk nog meer speeches, dat hoort er nu eenmaal bij: van Velzen zelf en toen nog de burgemeester. En vervolgens gebeurde het. Cohen riep van Velzen het podium weer op en speldde hem onder klaterend applaus een koninklijk lintje op. 
Zo gaat dat, ja, kon er dan ook niet een symbolisch  iniminilintje af voor al die bouwvakkers die dag en nacht het zweet op hun rug gerend hebben om de deadline te halen? Rare gedachten krijg ik altijd als ik tussen de hotemetoten verkeer.

Maar goed, toen werd het toch nog echt leuk: Stadsdichter Adriaan Jaeggi betrad het podium om poëzie te laten opklinken uit de ODE aan ODE bundel.
ODE is de afkortingsnaam die al een poos wordt gebruikt voor de hoogbouw concentratie die nu op het Oosterdokseiland verrijst. Ook het nieuwe Amsterdams CS Stedelijk Museum behoort ertoe. Het wordt dus OBA op ODE waar we aan moeten wennen. Natuurlijk werden er vele ode's geschreven op uitnodiging van de bibliotheek, die ze verzamelde in een gelegenheidsbundel. Adriaan Jaeggi overhandigde Prinses Laurentien het eerste exemplaar. 

 
Toen was het de beurt aan Tarik Fadili om voor te dragen, ook voor hem leverde het iets op, hij ontving voor zijn bijdrage de "aanmoedigingsprijs" in de vorm van een enorme plakkaat waar hij als een sandwichman bijna geheel achter verdween. Iedereen mocht lezen om welk geldbedrag het ging: € 777,- en dit ongebruikelijke bedrag was uiteraard niet willekeurig. 
Op een teken draaft een groepje kinderen op, gekleed in rode OBA hesjes en ja, nu is het eindelijk tijd voor de prinses. Nadat symbolisch op het scherm een aftelklok van 10 naar 0 teruggelopen is komt eindelijk de prinses aan bod. Zij neemt plaats in een gigantische rode leunstoel en een al even gigantisch voorleesboek ter hand. De kinderen zijn eerst duidelijk onwennig en bedeesd, een wonderlijk effect van de aanwezigheid van een "echte prinses" op jochies die gewoonlijk niet op hun mondje gevallen zijn. Laurentien leest uit "Tippie de Verhalenvangster" een sprookjesboek van Sieb Posthuma en zij doet het met verve. Ze krijgt de kinderen in de ban van het verhaal en je ziet ze hun verlegenheid verliezen en ze kruipen dichterbij, hangend over de armleuningen. 
Een goed teken. OBA op ODE wordt weer gewoon 'de bieb', dat mag ik hopen. Ga erhéén. 7 dagen van de week open!

© Hernehim Cultuur John Newswatcher  9 juli 2007 

 

 
Een beknopt fotoverslag vanuit het Robert Morris Observatorium  door John Newswatcher

Impressie Sunsation Festival 2007 - Flevoland

Heer Bol brengt weer licht in de duistere vroege ochtend in zijn zonnepak 

Hoe krijg je als fotograaf om 4:50 in de druilerige ochtend een ernstige harpiste aan het lachen: "heb je al geoefend onder de douche?" 

5:00 Het festival wordt geopend door het duo Ernestine Stoop en Astrid Haring beide op harp. 

Lisa Lipkin vertelt een toepasselijke metafoor op de zondvloed, zoals zij die spiegelt naar haar beleving in New York's kunstenaarswijk

Nog wat slaperig publiek kwam op in aantal minder dan vorig jaar, maar:dit zijn de 'die-hards' 

Max Lerou haalt zijn triomf na zijn glorie bij de Almere Poëzieprijs 

Jan Boerstoel brengt ons weer even terug in de jaren zestig

H C ten Berge, bewezen kwaliteit 

een behoorlijk contrast: De Woorddansers, jonge honden uit Rotterdam

Wie nog niet helemaal wakker was werd het wel bij Bart Chabot

Ze deed erg haar best maar zelfs Diana O ZON vermocht het niet de zon te verlokken deze ochtend

Zelfs de vurige klanken van Willem Breukers Kollektief scheurden de wolken niet vaneen, integendeel

Maar maakten deze bezoeksters klaar wakker en blij

Foto's John Zwart ©  Copyright Hernehim Cultuur 2007 

Geïnteresseerde betrokkenen kunnen zich voor meer fotomateriaal tot de Redactie wenden

 
 
'Vurige Tongen 2007' - een eerste impressie van Newswatcher
Het duizelde mij nog een beetje, toen ik maandagavond tegen elf uur in de auto stapte om de lange thuisreis naar Friesland te aanvaarden. Het was het afsluitend muzikaal spektakel dat nog nadenderde en zong en dánste in mijn hoofd, de opzwepende ritmes en klanken van de geweldige Russische meidengroep Iva Nova was voor mij een magnifiek afscheid van het Festival Vurige Tongen op Ruigoord van dit jaar. 
Twee dagen heb ik er rondgezworven van plek naar plek als mezelf bedienend langs een lopend buffet. Het heeft iets van 't zonnewendefeest Sunsation Lelystad maar toch anders. Met een nog ongedwongener sfeer van bezoekers, gasten en de vaste dorpsbewoners, die losjes met elkaar mengen en regelmatig genieten van het contact met de buitenlucht. Minstens even veelzijdig wat het artistieke aanbod betreft, maar gespreid over het lange weekend. Terwijl in het Robert Morris Observatorium alles intensief in vier uren samen gepakt wordt, maak je op Vurige Tongen je rondjes van de ene sub-locatie naar de andere en leeft op je eigen ritme door, tussen eerst een hartslag opzwepende voorstelling en dan weer een rustgevend bezinningsmoment. 

Ik arriveerde zaterdag, iets te laat voor het openingsritueel, maar ik maakte nog wel een mooi plaatje van het kunstwerk, voor mezelf en voor mijn lezers. En hier begint de verwondering al, want is dit nu een beeld dat met de lippen van Boeddha oproept tot meditatie, of zijn het de sensuele lippen van een begeerlijke vrouw? Het tart de fantasie en dat is toch wat kunst moet doen. 
In de kerk begon na wat geluidstesten het podium voor de dichters, die bijgedragen hebben aan de inhoud van de verzamelbundel "Het woord over Ruigoord". Ruigoord is een fenomeen dat uitdaagt om er een mening of een visie over te hebben - en onder de poëten die in de afgelopen jaren Ruigoord voor een optreden bezochten, dan wel gewoon als bezoeker, waren er velen die geïnspireerd werden. Ervaringen, associaties, impressies, van alles spreekt uit hetgeen zij onder woorden brachten. Irene Langenfeld en Yvonne van Doorn maakten het idee voor een bundeling concreet. Toen zij in breder kring opriepen om zulke gedichten op het thema "Het woord over Ruigoord" in te zenden kregen zij heel veel brieven en email. Vijftig wilden zij er hebben en door de enthousiaste reacties werd dat aantal zo ver overschreden dat het plan voor "Het woord nr 2" ofwel "Het Woord 2008" al is geboren. 

Wie schreven al die gedichten? De bijdragen zijn even veelkleurig als de Culturele Vrijhaven Ruigoord en zijn bewoners zelf. Een zeer oude oorspronkelijke inwoner, uit de ontruimingsjaren vóór de kraak, verzucht dat er "nooit meer in het kerkje zal worden gedoopt" - jonge hedendaagse slampoëten verhalen beeldend over erotische avonturen in Ruigoords groen. En nostalgische mijmeringen "Als ze buiten dorst had / dronk Tante Jans water uit de sloot". Hans Plomp memoreerde het in zijn inleiding over Ruigoord, betoverd eiland omringd door verkeer en industrie, een einde aan eeuwenlang "schoonheid". Mocht u de indruk krijgen dat het hier allemaal gratuite gelegenheidspoëzie betreft dan wil ik die graag wegnemen. Er zijn zeer bekende namen bij, die de bundel voldoende status geven. Van de 50 publicaties waren er 20 makers die de moeite namen om deze "doop" met hun aanwezigheid op te luisteren - ja er werd dus toch weer gedoopt in deze kerk! En zij kwamen niet omdat ze toch om de hoek wonen, neen, er waren mensen bij uit Noord-Nederland en uit het verre Zuiden tot in België, Duitsland toe. 

Met voor elk een introductie door Hans Plomp (die er uiteraard ook zelf in staat) betraden al die mensen het podium voor dat éne gedicht, dat in hun ogen het beeld van Ruigoord geeft. Hans eerde Ira Cohen, de winnaar van de Ruigoord Trofee 2006 die in New York woont, en las zijn gedicht "The wind came". 
Wie bleven mij verder bij? Heel wat, ik noem er een paar: Yvonne van Doorn, die van Irene Langenfeld het eerste exemplaar kreeg overhandigd, Aixia de Villanova, Kaatje Wharton, Hedwig Baartman, Diana Ozon, Anneke Claus, Gerben Hellinga, Jochem van Noorden, Max Lerou, Philip Meersman, Tjitse Hofman, Herman Claes, John Schoorl. Tussen al dat gesproken woord werden we een poosje ontspannen door de gitaarklanken en zang van Suzan Seegers. 

Het was een mooie avond en Max zei: "blijf toch hier joh, ik sta hier ook met mijn tentje op het kampeerveld, samen met mijn zoon". Toen ik onder disco klanken van dj Polyesta de kerk verliet regende het pijpenstelen, toch maar liever 2 uur achter het stuur naar mijn vertrouwde bed... morgen weer een dag! 

© Hernehim Cultuur - 27 mei 2007. 
De bundel "Het woord over Ruigoord" is te koop voor de vrijhavenprijs van slechts € 7,-  euro. Haast je, voor je het weet is-ie uitverkocht. 

V.l.n.r. Yvonne van Doorn, Irene Langenfeld  © Eigen foto's HC

 
 
'De elegieën van Duino' - boekbespreking door John Zwart
De status van de Oostenrijks/Duitse dichter Rainer Maria Rilke, die leefde eind negentiende - begin twintigste eeuw, is misschien alleen vergelijkbaar met die van Shakespeare in het Engelse taalgebied. Wie waagt het over zijn werk een kritisch geluid te laten horen? Wie - sprekend of schrijvend over hem - gaat verder in zijn kanttekeningen dan het verwoorden van zijn eigen bewondering en het erkennen van 'grootheid'? 
En de vertalers die het werk van zulke grootheden na hun dood aanpakken, voelen die iets van schroom alvorens ze hun taak beginnen? Zulke gedachten gingen mij door het hoofd op het moment dat ik de eigentijdse vertaling van de Duineser Elegien van Atze van Wieren ter hand nam. 
Het is namelijk nogal wat om jezelf de taak op te leggen de honderd jaar oude Duitse oorsprongsteksten te vertalen met de pretentie ze voor een 21ste eeuwse Nederlandstalige invoelbaar weer te geven. In het streven de intentie van Rilke ongefilterd en onvervormd door te laten klinken. Ik zou er niet aan durven beginnen, moet ik eerlijk bekennen. Atze van Wieren deed het wel, al moet daarbij ook gezegd dat hij er twintig jaar lang over geaarzeld heeft. Het moet dus een weloverwogen beslissing zijn geweest in volle wetenschap waaraan hij begon in 2004. En het moet ook gezegd dat hij zich tevoren en gedurende het proces van deskundige adviezen heeft verzekerd. 

Er zijn dichters, op zoek naar de oorsprong en de zin van het bestaan. Intens waarnemen en daarmee doordrongen worden van het 'dasein' en dat van minuut tot minuut en dag na dag. Dichters als filosofen. 
De Duineser Elegien zijn zeer autobiografische teksten. Lezend in de korte inleiding door Atze van Wieren en vervolgens verder in zijn vertalingen ontdek ik parallellen in het leven en dit werk van Rilke met andere dichters, bijvoorbeeld Slauerhoff. Beide werden geboren met nogal slechte vooruitzichten wat hun gezondheid betreft, daarmee tijdens hun leven voortdurend beïnvloed door hun korte levensverwachting. Een bezorgde moeder met een traditonele vrome levenshouding die verzet oproept. Maar ze zijn als aantrekkelijke intelligente jongemannen met een ziekelijk gestel een gewild object voor een vrouw met een zorgzaam karakter om te bemoederen. Soms laten ze zich dat dan weer even welgevallen, om zich er vervolgens weer volledig aan te ontworstelen . Jan J Slauerhoff in zijn verhouding met de verpleegster-domineesdochter Heleen, Rainer M Rilke met de oudere, geëmancipeerde en gehuwde Russin Lou Andreas-Salomé. 
In weerwil van hun fascinerende uitstraling zijn zulke dichters geen mensen met sociaal gedrag, hun filosofische kant eist telkens weer afzondering, kluizenaarschap. 

Het slot Duino nabij Triëst aan de Adriatische Zee, waar Rilke de gastvrijheid genoot van de vorstin Marie von Thurn. 
Bron illustratie:  Wikipedia. 

Dogma's worden bruusk terzij geschoven. Tegelijk de angst voor de consequentie van het doordringen in eeuwigheidgedachten en pogen tot het bevatten van een onbegrensd heelal. Bij Rilke is dat bevolkt door engelen van oppermacht, bij Slauerhoff vloeide alles samen in een vreeswekkend Al. Zowel in de hoogte als in het peilloze van de diepzee. 
Eigenlijk lijkt het mij toe dat alle grote dichters zich met hetzelfde onderwerp bezighouden. Laat C.O.Jellema zijn gedachten over het afgescheiden zijn van de oorsprong klinken door zijn hovenier te plaatsen in een filosofisch moment over de verre grenzen van het heelal, zo weet Slauerhoff het weer treffend te zeggen dat weinigen het in nevelen gehulde bergpad omhoog durven gaan dat voert naar de onherbergzame top. Net als bij hen gaat het bij Rilke om die gedachten over het 'dasein' zo te formuleren dat de woorden iets van de magie uitstralen, taal die je bij de schouders grijpt. Of misschien moet ik wel zeggen 'bij de strot grijpt'. Zo communiceert hij toch wel degelijk en wel heel intens, maar zonder zijn lezer te ontmoeten. Dat is ook een essentie want elke werkelijk fysieke ontmoeting ontkracht. Alleen geesten kunnen zo in elkaar opgaan, twee mensen niet. 
Zo zijn mensen als Rilke ongeschikt om met iemand samen te leven. Bewust of onbewust kenmerkt zich hun leven door depressiviteit en perioden van koortsachtige creatiedrift, waarin een stroom van nieuw werk ontstaat. In het geval van Rilke naar de apotheose: "Nun ists. Amen"
Ben je het onherbergzame pad gegaan, heb je eigenlijk niets meer als zingeving aan je leven toe te voegen. Net als Slauerhoff sterft Rilke jong. "Helfen Sie mir zu meinem Tod, ich will
nicht den Tod der Ärzte, ich kenne ihn ja so gut". 

Atze van Wieren werd gegrepen door de worstelingen en inleving van Rilke en leek eigenlijk niet te kunnen begrijpen waarom dan toch niet iedereen ditzelfde ondergaat... Is dit wellicht omdat hij zelf dichter is, terwijl helaas niet de gehele mensheid ontvankelijk is voor filosofie en evenmin voor poëzie? Hij las de vertaling van de Duineser Elegien uit 1978 en kreeg sterk de aandrang om het zelf opnieuw te doen, om de 21ste eeuwse Nederlandse lezer voluit te bereiken met dezelfde pure intensiteit die Rilke destijds had. Of hij hierin geslaagd is? 

Eigenlijk beschik ik niet over vergelijkingsmateriaal, want mijn kennis van het begin 20ste eeuwse Duits is niet goed genoeg om te kunnen beoordelen hoe dicht zijn vertalingen de geest van Rilke benaderen. Wel kan ik zeggen dat de gedachten van Rilke wel degelijk hevig bij me binnendringen onder het lezen in deze uitgave. Vergun me dat ik tegelijk een uitspraak van bescheidenheid als van hoogmoed doe als ik zeg dat u in aanmerking moet nemen dat ik soms zelf ook een dichter ben en een filosoof word je wel na vele honderden nachten op zee onder een inktzwarte hemel, bezaaid met myriaden sterren. 

John Zwart © Copyright: Hernehim Cultuur - april 2007. 
Noot van de redactie: Veel van het het werk van Rilke in Duits en in 't Frans is vrij te lezen
op www.rilke.de/gedichte
"De elegieën van Duino" Rainer Maria Rilke - Uit het Duits vertaald door Atze van Wieren. Uitgeverij IJzer, Utrecht 2006. ISBN 90-74328-98-9. 

Fragment (achtste elegie) 
MET alle ogen ziet het geschapene
het opene. Alleen ónze ogen zijn
als omgekeerd, geheel en al gezet
als vallen om zichzelf, rondom hun vrije uitgang.
Wat buiten is, weten wij uit het dier-
gezicht alleen; want reeds het jonge kind
draaien wij om en dwingen het achterwaarts
vaste vorm te zien, niet het opene, dat
in het diergezicht zo diep is. Vrij van dood.
Hem zien wij alleen; het vrije dier
heeft steeds zijn ondergang achter zich
en voor zich God, en als het gaat, gaat het
in eeuwigheid, zoals de bronnen gaan.
   Wij hebben nooit, niet één enkele dag,
de heldere ruimte voor ons, waarin de bloemen
oneindig opengaan. Altijd is er wereld
en nooit het Nergens zonder Niet: het zuivere,
onbewaakte, dat men ademt en
oneindig weet en niet begeert. Als kind
gaat iemand in stilte daarin op
en wordt door elkaar geschud. Of iemand sterft en is het.
Want met de dood nabij ziet men de dood niet meer
en staart naar buiten, misschien met een blik, groot als van een dier.
Geliefden, zou de ander er niet zijn, die
het zicht beneemt, zijn er dichtbij en staan verbaasd...
Als bij vergissing is voor hen opengedaan
achter de ander... Maar niemand komt
aan hem voorbij, en weer ervaart men wereld.
 

 

Liefdesgedicht van RM Rilke 

Die Liebenden

Sieh, wie sie zu einander erwachsen:
in ihren Adern wird alles Geist.
Ihre Gestalten beben wie Achsen,
um die es heiß und hinreißend kreist
Dürstende, und sie bekommen zu trinken,
Wache, und sieh: sie bekommen zu sehn.
Laß sie ineinander sinken,
um einander zu überstehn.

Bron: www.rilke.de/forum.htm 

'Die Liebenden' werd geschreven in 1908 voorafgaand aan de eerste pogingen tot het scheppen van de Duineser Elegien in 1912, die pas in 1922 werden voltooid. Dit afzonderlijke gedicht werd geschreven tijdens een verblijf in Parijs, van waaruit Rilke veel reizen naar Italië ondernam. Vervolgens begon hij te schrijven aan de Duineser Elegien in 1912, waarin hij bleef steken door een creatieve blokkade. Pas in 1921 vond hij de rust en concentratie om de 10 elegieën uiteindelijk te voltooien in het voorjaar van 1922. 

 
 
Het woord in Ruigoord, poëzie in 'light verse' - verslag door John Zwart
Ruigoord - westelijk havengebied Amsterdam - Eerste Paasdag, zondag 8 april 2007. 

Het mooie weer van de laatste dagen verlokte uw redacteur om weer eens de reis naar Ruigoord te maken sinds zijn hernieuwde kennismaking in 2006 op Vurige Tongen. (recensies en verslagen in het recensiearchief te lezen) 
Een mooie autotocht door het Friese landschap, ontwakend uit de grauwe winterslaap, met lammetjes in de wei nog onwetend van koteletjes. Onder mooie wolkenluchten in het blauw over de 75 jarige Afsluitdijk, langs de vrolijke kleuren van bollenvelden met rechtzinnige kerkjes op de achtergrond in de kop van Noordholland, langs Cultureel Erfgoed de Beemster, het eerste grote Noordhollandse meer dat in de zeventiende eeuw met windkracht tot land werd gepolderd. Langs Purmerend, dat zich verscholen heeft achter gigantische geluidsschermen, over de A7 - waarna opeens de Randstad zich dominant aanmeldt bij Knooppunt Zaandam. 
Dan is het abrupt gedaan met de betrekkelijke rust en wordt het uitzicht voornamelijk bepaald door architectonische kubusstructuren achter decors van reclameborden. Ondanks onheilsprofetieën over ons slechte beheer van Moeder Aarde schijnt onze bouwwoede tot razernij verworden en is de actieradius van onze reislust tot grenzeloze dimensies opgezweept - elke 30 seconden scheert de schaduw van een landend vliegtuig over het terrein rond het bouwvallige kerkje van Ruigoord, waar de tegenstelling economie versus ecologie een nieuw gezichtspunt lijkt te hebben gekregen: economie versus cultuur. 

De Culturele Vrijhaven Ruigoord, in de persoon van 'founding father' Hans Plomp (Karma Sutra recensie www.hernehim.nl/literair.htm ) organiseerde deze middag Het Woord in Ruigoord, in contrast met de zwaarwegende titel gewijd aan 'lichtvoetige poëzie'. Pasen is hiermee in zekere zin ook voor Ruigoord de opmaat naar Pinksteren, als Vurige Tongen 2007 wordt gevierd - een meerdaags festival van exposities, theater, muziek en poëzie. 
In zijn opening merkt Plomp op dat Ruigoord steeds meer ingeklemd wordt tussen de giganten die nieuwe terreinen rondom in exploitatie brengen: "Shell rukt op met uitbreiding van opslagtanks". En de kolenbergen voor de energiecentrales naderen van de andere kant en worden ook steeds hoger. "We hebben enkele duizenden bomen geplant, om het schaamgroen te versterken", aldus Plomp. 

Toch lijkt Ruigoord te leven naar een verloren toekomst. Misschien daarom de keuze voor het 'light verse'? Pretentieloze grappige gedichten die eerder een carpe diem gevoel vertolken dan diepgaand filosoferen over het mensdom. 
Plomp vindt dat de lichtvoetige poëzie extra aandacht verdient, juist omdat in deze calvinistische landen traditioneel de lichtvoetigheid door veel minder dichters beoefend wordt dan de loodvoetigheid. Zij die de lichtvoetigheid niet schuwen staan vandaag dus in het zonnetje! Hij citeert De Genestet en De Schoolmeester. 

Vurige Tongen - jaarlijks pinksterfestival 

De eerste gastdichter die het podium beklimt is niemand minder dan Jan Boerstoel (1944). De schrijver uit het eertijds Schrijverscollectief (samen met Willem Wilmink en Hans Dorrestein) behoeft nauwelijks introductie, vrijwel iedereen kent immers zijn naam, verbonden aan de teksten van menig nederlands cabaretier en vele televisieseries. 
Maar hij is vooral ook dichter, die debuteerde in 1979 met de bundel 'Ik denk niet dat het ooit nog overgaat'. Momenteel is hij alweer een aantal jaren actief voor het literaire tijdschrift 'de tweede ronde'. Hij leest ons enkele grappige gedichten uit een recente uitgave. 
Het is alsof dat gevoel: Ruigoord is er vandaag nog, maar hoe lang nog? wat mij bekroop, ook bij Jan Boerstoel heeft postgevat. Hij gaat uitgebreid terug in de tijd, roept de nostalgie op met 'de jaren zestig'. Leest over Elvis (forever) en over Bob Dylan en de fascinatie van zijn generatie voor deze zangers en de betrekkelijkheid van hun roem. Zoals dat ook is met ooit aanbeden schrijvers? En toch... 

Jan Boerstoel © Hernehim Cultuur - eigen foto 

Oude vriend 

Ze vallen meestal tegen als je ze herleest, 
de boeken, die je ooit (figuurlijk) hebt verslonden, 
want wat je daar ook vroeger mooi aan hebt gevonden, 
dat blijkt dan op zijn hoogst inmiddels mooi gewéést. 

En tóch…Je pakt wel eens een bandje uit een kast, 
blaast er het stof af en al bij de eerste zinnen 
wandel je langvergeten paradijzen binnen, 
weer als vanouds ontroerd en weer opnieuw verrast. 

Een vriend van wiens bestaan je amper nog iets wist, 
maar die je al die jaren pijnlijk hebt gemist. 

(Uit: 'Altijd het niemandsdier', Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam, 2001) 

Boerstoel beloofde me het (lange) gedicht over de jaren zestig per e-mail te zenden voor HC. Zodra dit gebeurt zal de redactie het aan dit verslag toevoegen *)Toegevoegd 15 april: scroll naar beneden

 
De volgende dichter was een verrassing. Niet helemaal voor mij: ik hoorde hem onlangs op de radio - was het 'Kunststof' of 'Casa Luna'? De man die een strijd voert om niet als de helft van een duo te worden gezien. Dat heb je als je zoveel jaren als onverbrekelijk paar Elly en Rikkert hebt opgetreden... inderdaad Rikkert Zuiderveld. Rikkert die altijd al liedjes schreef is inmiddels dichter geworden, en hij heeft zich gespecialiseerd in het 'light verse genre', helemaal passend in deze middag dus. Meest korte grappige gedichtjes waarmee hij me nog het sterkst aan Kees Stip doet denken. En hij voert zelfs een interactie met de zaal 'Roept u maar!' en lijkt voor wat betreft zijn dierengedichten over improvisatietalent te beschikken. 

Egel 

Doordat een egel in Hansweert 
zijn bowlingavond combineert 
met het gebruik van liters rum 
is het beslist geen unicum, 
maar eerder regel dat de egel 
thuiskomt met een grote kegel. 

Flamingo 

’Als ik in het bejaardenhuis’ 
zegt een flamingo uit Maassluis, 
‘met spelletjes wordt doodgegooid, 
dan is er één ding waar ik nooit 
in mee zal spelen, als flamingo. 
U mag drie keer raden: B....!’  

Rikkert Zuiderveld © Hernehim Cultuur - eigen foto 

 

De oude Louis Th Lehmann (die man lijkt onverslijtbaar) is een altijd graaggeziene gast op Ruigoord. Hij draagt een fantastikaal gedicht voor wat ik karakteriseer als een woordenbral waarvan de inhoud door de klankexperimenten voor mij volledig onder water verdwijnt. Hetgeen ongetwijfeld ook de bedoeling is. Hoe kunnen anders 'striddels' en 'begrottels' beklijven... 
Tijd voor een muzikale entre-acte. Kate Adams is nog nauwelijks een half jaar in Nederland en heeft daarom alleen nog - zelfgeschreven - engelstalig repertoire. Zeer verrassend begeleidt ze zichzelf op een cello. Een wat vervreemdende ervaring, een lichte meisjesachtige stem in combinatie met dit diep sonoor klinkende instrument. Later zal zij echter ook de gitaar ter hand nemen. 

 

Geit 

Haar blijheid komt haar goed van pas, 
de geit die in haar kleuterklas 
de jonge geitjes tracht te leren 
positief te reageren. 
‘Geen gemekker,’ roept ze blij, 
‘hupsakee! Vooruit met mij!’  

 

 

 

 

 


Kate Adams © Hernehim Cultuur - eigen foto  

Na de pauze is de eerste en enig vrouwelijke dichter-deelnemer aan dit Amsterdamse podium de jonge Emma Burns uit Middelburg. Haar bij te dragen repertoire betreft voornamelijk de erotiek. Ze kenmerkt haar gedichten als vrolijk en dan mag seks toch óók wel lichtvoetig genoemd worden. 
Ik hoor de laatste tijd nogal wat jonge vrouwen op de podia in proza zowel als in gedichten expliciet over vrouwelijke sekservaringen lezen. Willen de dames een inhaalslag maken? Het genre geniet ongetwijfeld populariteit gezien de stapels op de struikeltafels in de boekhandel en de leeshonger naar scabreuze columnistes. En ja: Emma Burns staat in de finale van Festina Lente volgende maand! Ik vind het eigenlijk niet lichtvoetig, de nasmaak weegt zwaar omdat de benadering zo de tijdgeest weergeeft. Een tijdgeest van consumeren waarbij het samen delen ondergesneeuwd raakt. Dan blijf je met een leeg gevoel achter. Zoals Emma Burns met haar verzuchting aan het einde van een lang gedicht: waarom ze toch niet gewoon
net als een man (!) van lust kan genieten zonder al dat gewetensgewroet achteraf. Haar kijk op de psyche van 'de man' lijkt daarmee een karikatuur, maar zoiets willen we in gedichten die in meerderheid als ironie overkomen wel vergeven.  
 
Dan komt Jan Kal (1946). Hij wordt aangekondigd met een citaat ‘Klinkklare feiten maak ik openbaar’ schrijft Jan Kal in zijn Steeds hetzelfde liedje, één van de sonnetten gewijd aan het Fonds van de Letteren, een instelling die op aanvraag aan auteurs een werkbeurs kan verlenen. Een klinkklaar feit is dat Jan Kal jaarlijks steevast om zo'n voor zijn levensonderhoud hoogstnoodzakelijke toelage vraagt en hem steevast niet krijgt. Meer dan tien bundels zijn er van Kal gepubliceerd. Desondanks laten de beoordelaars van het Fonds der Letteren Jan Kal de debutantenprocedure volgen (stuur het werk in viervoud op), weigeren dan hem één cent toe te kennen en raden hem aan, teneinde in de toekomst een kans te maken, om er voor te zorgen dat ‘de literaire kwaliteit van zijn werk zich positief ontwikkelt’. Dat komt hard aan bij een dichter die van zichzelf zegt : ‘Ik schrijf sonnetten. Meer kan ik niet doen.’ 
Wat hij in die sonnetten wel doen kan is dit: de bedragen vermelden die de hem ongunstig gezinde en met name genoemde literatuurbobo's zelf uit het Fonds weten binnen te halen. Toch weet Jan Kal op eigen kracht van zijn pen te leven. Een echte sonnettenschrijver, vaak op de actualiteit maar ook meer diepgaand. Van 'Fietsen op de Mont-Ventoux' bij de Arbeiderspers in 1974 ( //toch haal ik, ook al is de hitte schroeiend / de top van deze kaalgeslagen berg / ijdelheid en het najagen van wind ) tot zijn indrukwekkende "1000 sonnetten' uitgegeven bij Nijgh en Van Ditmar in 1997. 

Jan Kal © Hernehim Cultuur - eigen foto 

 
Ook Jan Kal haakt aan op Elvis Presley en Bob Dylan, en hij leest kleine pretentieloze gedichten - niet over dieren maar over fruit: over kersen en een halve grapefruit 'die in je hand ligt als een meisjesborst'. Hij praat over ollekebollekes en over Johan Cruyfftaal: 

Hun zeggen Johan Cruijff wordt vijftig jaar, 
dus in principe is dat een gegeven, 
want net als bij het voetbal heb het leven 
dat dus de dingen volgen na mekaar. 

Je ken in wezen honderd worden, maar 
normaal gesproken word je nooit meer zeven. 
Op die soort basis is dus veel geschreven, 
want als je hier bent, ben je dus niet daar. 

Je moet je ergens aan de regels houden, 
in een sonnet en op het voetbalveld. 
Dat is dus logisch, denk je bij je eigen. 

Je wordt wel ouder, maar je blijft de oude. 
Jij, Johan, bent nog lang niet uitgeteld, 
maar ik moet nu na nummer veertien zwijgen. 

(Uit: 'Hard gras' n.a.v. Johan Cruyff's 50e verjaardag) 

Jan Kal is een bewonderaar van Nico Scheepmaker en hoewel hij het niet noemt denk ik speciaal aan diens gedicht 'Terwijl je slaapt'. Voordat hij zijn optreden afsluit leest Jan Kal tot mijn groot persoonlijk plezier 'het slapende meisje' één van mijn favorieten 

Wat is het heerlijk 's ochtends bij 't ontwaken 
te horen hoe je meisje ademhaalt 
als ze nog slaapt. De deken stijgt en daalt, 
en ik kijk eventjes onder het laken. 

De lichaamswarmte die me tegen straalt 
wil mij haar lekker lijfje aan doen raken, 
maar laat ik haar nog maar niet wakker maken 
omdat haar slaaptekort moet ingehaald. 

Er af te blijven geeft maar moeilijkheden, 
dus laat ik opstaan uit ons warme bed 
en zachtjes op de trap doen naar beneden. 

Ik heb maar vast een kopje thee gezet 
en kaas voor op haar crackertjes gesneden: 
ontbijt op bed, en dan naar jazzballet. 

(Uit: 'Liefde is het enige', bloemlezing mooiste liefdesgedichten na 1945 verzameld door Kees Winkler. Uitg. Novella, Bussum - 1985) 

Als Hans Plomp dezelfde kwaliteitsnormen aanlegt voor de poëzie op Vurige Tongen moeten we met Pinksteren allemaal naar Ruigoord. 

John Newswatcher 
© Hernehium Cultuur - 9 april 2007 

 

 

 

    De jaren zestig  

    De jaren zestig en de dingen die je deed 
    en die je laten ging omdat ze niet meer hoorden, 
    de zwarte kousen net zoals de witte boorden, 
    want de liefde en de vrijheid ging in spijkerpak gekleed, 
    in de tijd dat Gerard Reve nog een ezeltje bereed 
    en dat Johnson Vietnamezen liet vermoorden 
    en er waren zoveel mooie nieuwe woorden: 
    mescaline, meditatie, 
    happening en demonstratie, 
    rode bloemen van de natie 
    waren wij... 
    De jaren zestig, 
    de idealen kwamen vrij. 

    De jaren zestig en de dromen die je had 
    en door de dromen werden steeds meer mensen wakker, 
    een goeie vriend werd nu een kameraad, een makker, 
    die precies als jij uit overtuiging op de tramrails zat 
    en met wie je achteraf je zelfgebakken hasjcake at, 
    want de nieuwe mens was ook een warme bakker 
    en Den Uyl was hoogstens nog een volksverlakker. 
    Want het ging niet om de centen, 
    Koosje Koster deelde krenten 
    en je haatte de regenten 
    als de pest... 
    De jaren zestig, 
    van poëzie en van protest. 

    De jaren zestig en de toekomst die je zag 
    en die je hoorde in de stem van nieuwe leiders, 
    met Roel van Duyn en Rudi Dutschke als bevrijders 
    van consumptie en conventie en confessioneel gezag. 
    Toen je leerde te begrijpen waar het allemaal aan lag 
    in de roes van allerlei pupilverwijders 
    met de makkelijke kijk van motorrijders. 
    En Bob Dylan die verwoordde, 
    wat met je gevoelens spoorde, 
    bij je lange haren hoorde 
    en je huid... 
    De jaren zestig, 
    een nieuwe lente van geluid. 

    De jaren zestig en wat kwam ervan terecht? 
    Misschien niet veel als je het kritisch gaat beschouwen, 
    want mensen kunnen niet zo lang van elkaar houên 
    en een aantal wil niet beter of gewoon alleen maar slecht. 
   Steeds meer medestrijders staakten met de jaren het gevecht, 
    gingen aan de dope of carrières bouwen 
    en de meesten gingen toch tenslotte trouwen. 
    En zo eindigde het wonder 
    en soms lijd je daar nog onder, 
    maar het was en blijft bijzonder 
    wonderschoon... 
    De jaren zestig, 
    maar hoe vertel ik het mijn zoon? 

 

    © Jan Boerstoel 

 

 

 

 

 

 

12 april 2007 

Wij ontvingen van © Jan Boerstoel
het gedicht 'de jaren zestig' ter publicatie. 

De tekst werd oorspronkelijk geschreven 
in april 1985 op muziek van Martin van Dijk 
voor een programma van Adèle Bloemendaal. 

Red. HC 

 

 
 
Boekenweek 2007, impressie van het Boekenbal - en bespreking van het essay door John Zwart
Boekenbal 2007 
De schrijver van 'de brug' arriveert in de schouwburg (Foto Metro)

14 maart - Gisteravond op afstand een beetje meegekeken naar het Boekenbal via de mediaogen. Zoals verwacht ook dit jaar weer een parade van ego's, minstens evenveel vertegenwoordigers van uitgeverijen als schrijvers en 'bekende nederlanders' die al of niet met behulp van hand en spandiensten een boek hebben gebaard. En veel NS mensen volgens Herman Koch, die kwamen wat graag, nog met het vet van de koppelingen onder de nagels. Want NS Reizigers is hoofdsponsor van de Boekenweek en dat zullen we weten. Maar goed, hij was er dus zelf óók! 
Wie een toegangsbewijs kreeg toegestuurd voor het Stadsschouwburgspektakel hoort er bij en er zijn maar weinigen die ondanks hun kaartje niet gaan. Want wie op geen enkel lijstje van uitnodiging staat, die bestáát immers niet in letterland! En zo zie je dus naast Geert Mak bijvoorbeeld ook mensen als tv acteur en spreekstalmeester van het nps-programma "Kunststof" Joost Prinsen de camera's passeren.
Exposure, exposure dáár gaat het allemaal om, en showen met je nieuwe vriend of vriendin, als het een mooie is tenminste, en netwerken natuurlijk. Het zijn net mensen scharrelend, prietpratend en wentelend rondom het bestudeerd nonchalante middelpunt, de schrijver van het Beste Boek Ooit, de Paus van de Nederlandse Literatuur. 
Het netwerken gaat langzaam minderen naarmate de uren verstrijken en de wachttijd aan de bar om de fiches om te wisselen tegen gevulde glazen allengs korter wordt. De tijd nadert voor hen die het officiële deel van het programma aan zich voorbij lieten gaan en het bal vervolgens liever benutten voor een stevige borrelavond. 
Ik ben me bewust dat deze impressie via de beeldbuis met wat aanvullingen door echte ooggetuigen wellicht wat cynisch klinkt. Maar het past misschien wel enigszins binnen 't slogan 'ironie, spot, satire' toegevoegd aan het thema "Lof der Zotheid". 

"Met het oog op morgen", schakelde tegen het middernachtelijk uur ook nog even een paar keer naar de Amsterdamse Stadsschouwburg en toen kwam er, niet geborneerd, integendeel, een oprecht vrolijke eregast voor de microfoon: Kees Fens, auteur van het Boekenweekessay: "Op weg naar het schavot". Hij was nietsvermoedend naar het bal getogen en werd daar overvallen door de kersverse minister Ronald Plasterk, die hem de versierselen van Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw uitreikte. 
Cornelis W.A. Fens (18.10.1929 - Amsterdam) die bij een breed publiek bekend is als essayist, recensent en bloemlezer was gedurende zijn werkzame leven hoogleraar moderne nederlandse taal- en letterkunde. Hij begon al in 1955 kritieken te schrijven in het literaire blad 'De Linie". Het proza waarmee hij in 1964 debuteerde was "De eigenzinnigheid van de literatuur". Hij stelde vele bloemlezingen samen en publiceerde in bladen ook onder het pseudoniem A.L.Boom. 
Kees Fens is nog altijd heel productief, naast het genoemde boekenweekessay verscheen onlangs weer een verzameling essays onder de titel 'In het voorbijgaan". Willem Jan Otten roemde hem als recensent door hem 'de grootste en diepste lezer die wij bezitten' te noemen. Zijn visie op de functie en waarde van humor verwoord in "Op weg naar het schavot" is verfrissend. Lezenswaard naast alle onzin die er het afgelopen jaar weer in druk verscheen en waar hooguit mee gespot kan worden, maar ja óók spotten is 'lof der zotheid'
.

Geloven in Holland - Uit 'op weg naar het schavot' van Kees Fens
Op het laatst leken hoge ernst en soms lage spot niet meer van elkaar te onderscheiden. Het was hem ernst. Het heelal van Gerard Reve was humoristisch geworden. En hijzelf een louter humoristische figuur. Alles was te groot voor woorden, hijzelf ook en God helemaal. Hij kwam in conflict met de twee grote absoluutheden: de dood en God. Om zichzelf te redden en niet aan angst en ontzag ten onder te gaan, beschreef hij de eeuwige in de meest hulpeloze taal die er is: de humor. Zeker Reves poëzie bewijst dat wie echt in God gelooft en over Hem wil spreken, door de achterdeur van de eeuwigheid moet om Hem en zichzelf verstaanbaar te maken. De absoluutheid wordt zo tijdelijk opgeheven. Het was Kierkegaard die de humor op de tweede plaats onder de theologie plaatste, een voor de negentiende eeuw vooruitstrevend idee. Maar is de omgekeerde volgorde niet nog beter? In elk geval is de humor ook een wijze van denken, een middel tot weten, de achterkant van de filosofie. Toen de grote dichter en denker Dèr Mouw de regels schreef: " 'K ben Brahman. Maar we zitten zonder meid", maakte hij de verhevenheid van zijn Indische denken zichtbaar door het heel humoristisch te contrasteren met het alledaagse, dat in de erop volgende regels haast nog gewoner wordt gemaakt: "Ik doe in huis het een'ge, dat ik kan: / 'K gooi mijn vuilwater weg en vul de kan; / Maar 'k heb geen droogdoek; en ik mors altijd." 
Na "Reisgebed" van Reve komt de theologie, die dodelijke ernst, echt op de tweede plaats: 

O God. 
Ik sta op het punt op reis te gaan. 
Ik weet niet of het misschien mijn laatste reis is. 
Ik wil U liefhebben. 
Ik hoop, dat ik onderweg niemand enig ongeluk 
of kwaad zal berokkenen. 
Ik wil proberen niet, of veel minder, te drinken. 
Ik sta voor U. 
Ik weet, dat ik, of ik veilig zal aankomen, 
dan wel onderweg verwonding, ziekte of dood 
zal vinden, 
altijd U toebehoor. 
Want in leven en sterven zijt Gij in mij, en ben 
ik in U. 
Ik ga nu weg. 
Vaarwel, o God. 

Het gebed zal zeker verhoord zijn, want met zulke halve eerbied en zulk geestig-plechtig woordgebruik was God nog nooit aangeroepen. En anders is het wel verhoord omdat men in het hiernamaals nooit een geestiger godsbewijs heeft gehoord dan het gedicht "Apologie":

Toen ik rooms-katholiek werd, 
werd mijn haar, dat grijs begon te worden, 
opeens weer donkerblond. 
Mijn bloeddruk daalde, 
terwijl mijn jaarinkomen van die dag af fors 
bleef stijgen. 
Er blijven wel bezwaren, 
maar bij zoveel genade moet ik wel erkennen: 
de Kerk van Rome is de Ware Kerk. 

Het absolute leidt zelden tot de hulpeloosheid van de humor. De Bijbel bewijst het. Er is een geleerde Vlaamse jezuïet geweest die een heel boek schreef over de humor in de Bijbel. Toen ik op de helft was, wist ik: onze wegen zijn al lang geleden uiteengegaan. De enige Bijbelse figuur met gevoel voor humor is Sara: zij lacht om het onmogelijke, als ze hoort dat ze op haar hoge leeftijd een zoon zal krijgen. Zij lacht om Gods stelligheid! De grote, tot in de hemel reikende ernst hebben de kerken van de Bijbel overgenomen., De gelovige beeft en buigt onder de koepel van de Macht. De zondag, Zijn dag, werd de zwaarste van de week. De afwezigheid van de humor heeft voor het goddelijke vermenselijking onmogelijk gemaakt, alles op afstand gehouden, niets dichterbij gebracht. 

'Dat Koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?' 

 

Kees Fens in "Op weg naar het schavot". 
Niet gratis als boekenweekgeschenk, maar voor het luttele bedrag van € 2,50. 
Bezoek je je boekhandelaar, koop het er dan bij, je kreeg nooit zoveel waar voor zo weinig geld. 
Desnoods om boven de € 11,50 te komen, dan krijg je ook Geert Mak er nog bij.

© John Zwart - Hernehim Cultuur 
"Op weg naar het schavot" van Kees Fens, uitgave van Atheneum--Polak & Van Gennep 2007 
ISBN 978 90 596 50480.  10 Essays, 61 blz. 

Boekenweekzondag 18 maart 
Een kleine zevenhonderdduizend mensen schijnen afgelopen zondag zonder kaartje op de trein te zijn gestapt. Zij konden een exemplaar van 'de brug' (Geert Mak) tonen bij controle en daarmee een bekeuring wegens zwartrijden voorkomen. Het was de zesde keer dat sponsor NS een dagje vrij reizen aanbood aan de klanten van de boekhandelaren. Vooral de intercity's van Groningen/Leeuwarden naar het westen en het zuiden konden door de conducteurs in sneltrein-tempo worden gecontroleerd, ondanks dat ze behoorlijk volgepakt zaten. "Er moet vandaag flink geld bij" riep één van de mannen. Of NS ook in 2008 met deze verwendag doorgaat? Het lijkt ons een verstandige wervingsactie, want je kunt beter lezers vervoeren dan voetbal supporters. 
Gratis trein op zondag 

De trein heb ik 
- zonder dollen - 
de gratis trein genomen 

Met m'n boek zwaaide ik 
naar elke N.S.beambte 

Tussen de bielzen 
verzamelden zich m'n dromen 

Water wijn geworden 
op elke bladzij in het boek 

Vanuit m'n ooghoek 
zag ik of een landschap 

op hol of een reiziger 
in z'n lectuur verdiept 

Elk woord en elke zin 
geschreven met pen 

Stompje potlood of getypt 
zegt iets over onze vliegende vaart 

en de halteplaatsen erlangs 
die soms lijken mee te hollen. 

© Harry Daudt
  Koploper 
Niet elke boekhandel verdient een verslag - febr 1982 - febr.2007 een jubileum in Groningen
Het vorig weekend ging Hernehim Cultuur op reis naar de stad Groningen, daar jubileerde een boekhandel. Tja, is dat een reden om een retourreis van pakweg tweehonderd kilometer te ondernemen? In dit geval ja, want onder boekhandels tref je evenveel variaties aan als onder eetgelegenheden, maar echte sterrenrestaurants vind je maar enkele. 
Athena’s Boekhandel aan de Oude Kijk-in-‘t-Jatstraat 42 in Groningen is zo’n sterrenrestaurant onder de boekhandels, al zou je dat aan de bescheiden façade niet aflezen.

Juist klingelde het klokkenspel van de academietoren het volle uur vier toen ik zaterdag 24 februari het pand naderde. Er stond een queue over de volle breedte van de stoep doorheen de wijdopen winkeldeur, terwijl het binnen al aardig vol was. Naarmate de stroom de hele winkel en de achterliggende ruimten geheel vulde veranderde het interieur in een boekhandel annex bloemisterij. 
Eigenaresse Mw. G.Talsma nodigde de literaire en overige kunstwereld uit om samen met haar te vieren dat zij precies 25 jaar geleden, op 24 februari 1982 voor het eerst de deur van haar zaak voor het publiek opende. Zij was zichtbaar en hoorbaar blij dat er zoveel mensen waren die op de invitatie waren gekomen en ging in openhartige stijl even terug naar die gedenkwaardige dag in 1982. Toen had ze het gevoel dat ze aan een groot avontuur was begonnen en in de eerste 3 cruciale jaren de juistheid van haar plannen moest bewijzen. De voorafgaande nacht had ze niet kunnen slapen: ‘had ze alles voor de opening goed voorbereid… stond alles wel klaar… en alle boeken keurig recht…’ Ze had er het nodige aan gedaan de start een feestelijk tintje te geven. Er was een speciaal boekje gemaakt (nee het is niet meer verkrijgbaar) waaruit ze een fragment heeft voorgelezen. En ze leest nu, 25 jaar later opnieuw over haar gevoel bij literatuur: Een boek wordt geschreven, uitgegeven en ligt dan in druk in de winkel. Maar het boek op zich is eigenlijk nog niets, er zijn er twee nodig, het boek heeft een lezer nodig. Dan komt het tot leven, er ontstaat een nieuw boek in het hoofd van de lezer. En daarna heeft het boek nog niet afgedaan, want het kan telkens opnieuw gelezen worden en zichzelf vermenigvuldigen.

Een poëzieavond 
bij zomerse omstandigheden in de binnentuin van Athena's
Boekhandel. (© Coen Peppelenbos - foto 2006)

 
Rutger Kopland 

Ze had en heeft nog steeds liefde voor haar vak. Destijds had ze de dichter Rutger Kopland bereid gevonden om de opening luister bij te zetten. En wat een vreugde 25 jaar later - weer hersteld na een ernstige ziekteperiode - is Kopland er wéér. 

Kopland memoreert dat hij 25 jaar geleden een gelegenheidsgedicht had geschreven: ‘In Groningen’, dat overal in de stad verspreid was en lang niet door iedereen in dankbaarheid werd ontvangen. Dat was omdat er mensen waren die eruit begrepen dat Groningen niet die stad was ‘waar niets meer boven’ kon. Tja, niet elke lezer staat open voor de poëzie: 
“In Groningen // je bent in Groningen / maar hier ben je dat niet / dit is een onbekende plek in deze stad //…”
In het gedicht drukt hij uit dat een goede boekhandel niet zomaar ‘n winkel is waar ze boeken verkopen, maar een cultureel centrum, dat niet meer past binnen de ruimte van de stad. De plakkaten waarop het gedicht was afgedrukt vonden via studenten en andere liefhebbers hun weg ‘wereldwijd’, aldus Kopland.  
Hij duidt hiermee waarschijnlijk ook op de interactie die er in de loop der tijd is ontstaan tussen auteurs, kunstenaars en lezers via deze boekhandel. Niet alleen door het lezen van het gekochte werk maar ook door de talloze lezingen, interviews en signeersessies die er bij Athena’s Boekhandel zijn gehouden. 
Naar aanleiding van het jubileum is er op de wanden een foto-expositie gehangen met 25 portretten van dichters en schrijvers die in de loop van Athena’s bestaan eens of meermalen gast in de boekhandel waren. In miniatuur zijn de foto’s ook afgebeeld op de boekenlegger die de bezoeker in deze dagen mag meenemen. 
‘Vijfentwintig maar het hadden er gemakkelijk ook honderd kunnen zijn’, zegt Mw. Talsma. 
Rutger Kopland heeft een jaar na zijn coma niet kunnen schrijven. Recent dicht hij weer, hij las ons de eerste poëzie die daarbij tot stand kwam. Enkele begin- en slotregels: 
“Tuin // ik zit voor het raam / en zie hoe de tuin / niet is veranderd // voor haar ben ik / niet weggeweest //…// zij is er / zoals ik er is” 
“Dit is het heden / ik zit voor het raam / en zie het heden // waarnaar ik ben teruggekeerd //… // wat er gebeurde / is deze tuin” 
“Ik zit voor het raam / en zie daar de tuin // … // zo moet het geweest zijn / en zo zal het blijven / hier en nu”.
 
Behalve Rutger Kopland waren er nog vier dichters en een vijfde om deze te interviewen: Coen Peppelenbos. Maar het was druk en feestelijk en daarmee liep de tijd het programma vooruit. Dus besloot Peppelenbos de interviews achterwege te laten. Hij liet het bij introducties en verder dichters Anneke Claus, Pim te Bokkel, Vrouwkje Tuinman en Tsead Bruinja aan het woord. 
De jonge Anneke Claus debuteerde in 2005 met haar bundel ‘Bonsai!’ en verwierf vervolgens in 2006 het Belcampo stipendium van de Provincie Groningen. Als resultaat daarvan kwam rond de laatste jaarwisseling haar nieuwe publicatie ‘Kogels zijn woorden, woorden zijn kogels’ tot stand. Een stemmenspel bestaande uit proza zowel als poëzie. Zij citeerde van Borchert een dierbaar motto: “roggebrood is goed, het hoeft geen koek te zijn”. Een paar regels uit de door haar gelezen poëzie:
“trouwens / we bestaan voor 70% uit water…” 
“schone lakens / vroeg me altijd al af / hoe ze dat deed / dat onbevlekte …” 

De al even jeugdige Pim te Bokkel (1983) die nog studeert aan de VU debuteerde juist met ‘Wie trekt de regen aan?’. Hij vertoonde een opperbeste stemming na de juichende recensie in ‘Krakatau’. Zijn werk een liedboek van de ik-figuur. “die zich beweegt buiten zijn bekende wereld in een verruimende uitweg”. Op mij kwam hij over als een romantisch dichter die om zich heen kijkt in ruimte èn naar detail met de sluitertijd voor de momentopname.
“buiten de muur / van de schapenslaap /… // als niemand het afkeurt / gebeurt het” 
“meestal net als je even / de andere kant opkijkt / gebeurt er iets” 
Ook al ligt zijn bundel nu in de boekhandel, te Bokkel schreef in de uren voor zijn optreden - wachtend in een Gronings café - een nieuw regengedicht: “ooit, als mijn wimpers de zon / naar zijn hoogtepunt // … // ooit, viel er een druppel / uit de cumulus / die in het afvoerputje / van mijn oog verdween // niet was hij rond / in het beste geval dacht hij zich rond” 
 
Vrouwkje Tuinman is een podiumdier. Niet alleen zelf optredend maar ze organiseert eveneens regelmatig evenementen. In de jaren 2000 – 2002 meestal in samenwerking met de Utrechtse dichter Ingmar Heytze. Ook beklimt zij de papieren podia van de pers als columniste. Ze debuteerde in 2004 met de bundel ‘Vitrine’. Schrijft sindsdien naast gedichten vooral verhalen en in 2005 verscheen haar debuutroman ‘Grote acht’. Maar het meest recent nu weer een poëziebundel ‘Receptie’.
Ik laat wat regels volgen die een goede indruk van haar voordracht geven.
“Overige bestemmingen // Mijn antwoordapparaat / geeft ieder jaar september / een felicitatie en de tussenstand / van wie er dood / en wie er nog mee bezig is /…” 

“Aan // Er zit een haai in mij / een kreeft / en een grasparkiet // ik sta altijd aan / ben altijd afgemeld // … “ 
Speelt met eigen tics en ‘fobieën’ “…er zijn mensen die zonder draaien over glazen vloeren gaan…” 

“… nooit plaatst iemand mijn hoofd / onder mijn vleugel / en keert mij om” .
Tenslotte Tsead Bruinja: de meest optredende dichter overal in Nederland tot in Indonesië waar hij zijn toehoorders Fries liet horen – èn bloemlezer – èn presentator van talloze podia, aldus Peppelenbos. Zijn meest recente bundel ‘Bang voor de bal’ *)  Hij liet ons uit die bundel horen: “Specialist op het gebied van kozijnen” , “Achtergrondinformatie” **) en “Bang voor de dood”.
Het gedicht met die dreigende titel vermocht niet de stemming te drukken. Het werd dringen bij de tafel met de glazen, dringen aan de toonbank - kopen, signeren en elkaar feliciteren. 
Zou W.H.Auden het toch mis hebben met zijn relativerende “For poetry makes nothing happen”? We moesten weg want de tijd vloog en we stonden nauwelijks buiten of er brak een geweldige stortbui los. Er zit vast een sterke magie in die bundel van Pim te Bokkel... 

© John Zwart – Hernehim Cultuur 
1 maart 2007 

*) lees verslag van de presentatie in Perdu te Amsterdam op 9 januari jl, op Hernehim Cultuur Recensies archief 
**)
(beide in geheel in genoemd verslag opgenomen 

 
OpSpraak Podium Nieuwegein - zeer geslaagde poëzieavond - verslag
Chretien Breukers, van de Contrabas, sommeerde boos dat Pom Wolff zijn foto van de website diende te verwijderen en er dreigde zelfs een onvoorwaardelijke diskwalificatie van de bundel "toen je stilte stuurde" uit de wedstrijd tot verkiezing van de Publieksprijswinnaar 2006. 
Gelukkig werd dit teruggedraaid. De tweede bundel van Pom eindigde op plaats 4 (!) en ook Gijs ter Haar plaatste zich bij de best gewaardeerde 10. Toch rommelt het nog zo hier en daar, het klinkt een beetje door in het volgende verslag. (Red.HC)
 
In Nieuwegein, onder de rook van Utrecht, dicht bij de afslag van de snelweg, centraal in Nederland heeft poëzie een eigen plek. Niet voor de eerste keer houdt Stichting BeeldSpraak in samenwerking met de Bibliotheek Nieuwegein op dinsdag 13 februari een Podium Poëzie. Gepresenteerd door Jet van Swieten. De volgende namen staan op het programma: Christa Dekker, JohnN, Max Lerou, David Muiderman, Erwin Mulder, Gerrit Venema en Pom Wolff - muziek van Duo Right Now (Martijn Hadders en Karin van Alphen), kleinkunst, liedjes, cabaret van Pieter Tijssen.
Ja, je zou het bijna vergeten maar WIJ zijn gewoon voor de poëzie hier. Genieten vanavond bij Jet, oude vrienden terugzien - JohnN, Max, ik verheug me erop - de ochtend was al goed, Max gaat zijn hemagedicht doen. Voor mij schreef hij. Ik ga mijn nieuwe gedicht ook in Nieuwegein proberen. Het gaat mooi worden in de Bibliotheek.
Presentatie Jet v Swieten 

het volledig verslag van Pom Wolff

Ha Chretien, ik ga óók uitgever worden, ik heb verstand van poëzie jongen, dan mag het. Wij waren naar de poëzie gisteravond Chretien. Door OpSpraak georganiseerd podium van Jet van Swieten - en Chretien het was genieten.
40 man publiek - twaalf bundeltjes verkocht van 'toen je stilte stuurde'- de mensen vonden het mooi en wilden die bundel hebben hoor, prachtig vonden ze het.
En lieve lezer, ik ben vereerd met de uitnodiging geboden vanuit de Openbare Bibliotheek en OpSpraak om in het gloednieuwe OPSPRAAK MAGAZINE - het blad dat in maart zal verschijnen - de eerste column van "de opvolger" te schrijven. Ik kreeg een mooie gouden pen van Jet en het is de bedoeling dat ik die pen doorgeef - steeds weer een andere columnist. Steeds mooier ging ik voordragen Chretien. Van trots en door het publiek daar, van hun waardering. Leuk he zoiets?

Het was erg leuk Chretien - JohnN was helemaal uit Friesland gekomen, met koffieplekken op zijn broek - file tegen - werd ie gebumperd bij Vinkeveen en dáár ging z'n koffie. Zijn poëzie als vanouds contemplatief. De rust van Friesland in de woorden getrokken. Mooi man!
En Max Lerou was in topvorm Chretien. Die moeten jullie eens naar Groningen halen. Ik kreeg een gedicht van hem over Luk Paard. Hij deed een indrukwekkende hemamix van Marsman en Pom.
Het was genieten Chretien. Je zou ook eens Nieuwegein moeten aandoen. Ik kreeg uit de handen van Jet van Swieten de nieuwe bundel Seizoenen van Zinnen die ze samen schreef met Frans de Birk. Lekker lezen. Dat is poëzie Chretien.

Het was een mooie avond lieve lezer. Vol liefhebbers. Met songwriters, Pieter Tijssen - hem al eerder gezien - nederlandse liedjes en ook waren er nog de liedjes van Duo Right Now.
Maar het mooiste van de avond was mijn ontdekking van de hemel Chretien. Uit het niets stond ie zomaar op. Nooit heb ik hem ergens anders gezien en - om je gerust te stellen Chretien - het is geen slammer. Hij had 10 - 15 gedichten bij zich. Ik mocht erin bladeren. Hij droeg er drie voor. Prachtig.
Op internet bestaat ie nog niet. Vroeg hem het onderstaande gedicht hier te mogen afdrukken. DE ONTDEKKING VAN DE HEMEL in NIEUWEGEIN heet JUVU DE RUITER uit Doorn. Lees je mee?

Zoete, wantsige lucht
Brandnetels en munt 
Herinnert mij aan
Vrij zijn
Alles in beweging
Een status-quo
Van seconden
Hier vlak bij de stad
Waar het getijde van verandering
Nooit stil staat 
En niemand zich teveel 
Waant 

Op de berg
Overleefde de standenmaatschappij
In het geniep
Gelijkheid is hier
Een vriendendienst 

© juvuderuiter in nieuwegein 

 


© cobra - max lerou 

heimwee naar louise engering*
(ex-wethouder cultuur en financiën, den haag)

suikerspin
in het web
van mijn dromen
zie ik een raam
in de doubletstraat
waar jij als een slet staat
en weet dat ik
eens binnen
zal komen


© pom wolff 

mayra  

wat is het toch dat deze stem 
ongeacht welk woord van elk woord 
weer warmte maakt 
echt mooi 
hoeft niet beschreven 
is in zich mooi geweten en gekend 

mayra jij 
de woorden die vanaf de eerste dag 
zo in mij horen 
jij voor de spiegel bij je lokken 
van de goudste regen 
in het roodste rood van klimt 

uiteindelijk gaat alles over 
van wie je houdt 
mijn dochter 
uiteindelijk gaat alles over 


© JohnN - john zwart 

de nimfen

als Klimts najaden met milde spot bekoren
zo lokt ook zij
als heel haar zachte wezen tot begeren daagt
terwijl zijn streling om haar overgave vraagt
zo geeft ook hij
als zij omvat is hij in haar verloren 

 

 
Karma Sutra - gedichtenbundel van Hans Plomp - recensie.  
Karma Sutra 
gedichten, categorie: literatuur [en alles daaromheen]

Zelden zal een literaire carrière zo grillig zijn verlopen als de loopbaan van schrijver, dichter, performer Hans Plomp (1944). In de jaren zestig oogstte hij lof voor zijn hippieachtige romans. In 1968 debuteerde hij met De ondertrouw, het relaas van een homo, die gaat trouwen met een meisje en alle gevolgen van dien. De grote doorbraak kwam in 1970, toen Plomp Het Amsterdamse dodenboekje publiceerde. Spannende avonturen in de Amsterdamse drugs- en lovescene met veel vaardigheid en humor neergepend.

Hans Plomp
Hij werd bejubeld door o.a. Gerrit Komrij en vergeleken met Nescio. Zijn bedje leek gespreid. Ook zijn boek over een psychose Satan ontmaskerd werd nog welwillend ontvangen, maar de kentering kwam bij In de buik van moeder Natuur uit 1976. Het was immers duidelijk dat er geen golven te hoog waren voor Hans Plomp. Hij woonde allang in Ruigoord, het kunstenaarsdorp bij Amsterdam, maakte reizen naar India, gebruikte mescaline en peyote en geloofde in de hogere dingen des levens. Vooral recensent Carel Peeters doopte zijn pen in vitriool bij het recenseren van het boek van Plomp. Het luidde een periode in van uitsluiting uit het literaire circuit.
 
Men vond Hans Plomp eenvoudigweg te eng, zijn geloof in geesten en de hemel kon men niet begrijpen en zijn buitenzintuiglijke waarnemingen nam men al helemaal niet serieus. Als finaal argument werd de arme Plomp er ook nog eens van beschuldigd niet meer te kunnen schrijven. De kritieken werden vaak zelfs erg persoonlijk en venijnig. Men speelde duidelijk de man en niet de bal. Intussen schreef Hans Plomp nog wel degelijk prachtige boeken zoals het wonderschone Gedroomde reizen met vrouwen uit 1982, maar de boeken werden bijna niet meer besproken. Ook de pogingen om de sfeer van Het Amsterdamse dodenboekje weer te laten herleven door uitgever Knipscheer haalden bakzeil.
De verhalen rond Larrie, de held van weleer, lezen als een trein, maar bleven redelijk onopgemerkt. Zijn boek In India met reisverhalen was een plotseling succes in 1991, werd in een aantal talen vertaald en beleefde de ene herdruk na de andere. Ook zijn boek over drugs Uit je bol, dat hij samen met Gerben Hellinga schreef, werd hartelijk ontvangen. Maar het literaire werk liet op zich wachten. Was Plomp verslagen door zijn critici?

In de tussentijd trad de reiziger Plomp overal en nergens op met zijn poëzie, waarvan een aantal excerpten in de Dikke Komrij werden opgenomen. Hij trad op in het vaak illustere gezelschap van grote dichters als Allen Ginsberg en maakte een beroemd geworden tournee door de Verenigde Staten van Amerika. Zijn bestorming van het onmogelijke kreeg nog het best gestalte in zijn krachtige manier van voordragen. 
Maar nu ligt er dan eindelijk een heuse dichtbundel voor ons, met de titel Karma Sutra. We zien Hans Plomp op de voorkant van de bundel, in een wit kostuum de deur op een kier houden. Hij lijkt zich weer -na zoveel jaar- te willen aansluiten bij de literaire Voorhoede, maar blikt nog wat onwennig naar de ruimte, die hij wil gaan betreden. Voorin de bundel staat geschreven:
Zoekt u vooruitgang?
Nee, dank u, de ingang. 
Het lijkt een logisch motto voor een mens met een queeste, die beheerst wordt door een ontdekkingsreis naar de essentie van Liefde, de mythe van Isis en Osiris en het Gilgamesj-epos. Wie echter zou verwachten dat hier gezwollen gedichten zijn uitgerold komt -gelukkig- bedrogen uit. In het gedicht voor de Vlaamse dichter Gust Gils is veel van wat Plomp in deze bundel wil zeggen samengebald: 

Psychonaut
(voor Gust Gils)

Voor de geboorte en na de dood
ging je en zag
wat een mens niet zien mag
van priesters en geleerden
die de poorten van het paradijs bewaken
en kruisigen of gek verklaren

degenen die de door angstmuren en wetten braken:
de eters van door valse god verboden bomen,
de dromers van lucide dromen. 

Je keek door t sleutelgat en zag
een andere dimensie,
ontdekte achter muur en hek
een paradijs dat klaar ligt
voor de wijze gek
die tegen het bevel
van bijbel en geleerde
op eigen wijze zich naar binnen keert
en ziet dat daar de sleutel ligt
en uit een heilig soort nieuwsgierigheid
de poorten opent naar de eeuwigheid. 

De zoeker in dit gedicht is een substituut voor de eeuwige zoeker, de nieuwsgierige mens, maar ditmaal een mens die benieuwd is naar de waarheid achter de waarheid. Of deze bestaat is niet de vraag, maar of we willen gaan zoeken is een opdracht. (..)Waar het je brengt /weet niemand/niemand kwam ooit aan. 
In andere gedichten in de bundel wordt de liefde bezongen zoals in het gedicht Vriendschap
Ooit zullen we ont-slapen/niet meer ontwaken hier/maar daar waar alleen vrienden zijn/nooit meer hoeven slapen.
Wat blijft na de dood is de liefde en de vriendschap en Hans Plomp meent het echt. Er staan ook erotische gedichten in de bundel want:
Neem mij over, stort je in me/knijp me, kietel me, streel me/slorp me op en spuug me uit/lik mijn ruige apensnuit. 
Maar het best is Hans Plomp in zijn gevoelige observaties: 
(..)Moeder ik huil niet
van verdriet
door mijn ogen
huilt het kind in mij,
omdat jij echt bestaat
in de verbijsterende wereld 

Het kind in mij  
dat alles ziet
huilt van geluk
niet van verdriet. 

Mooie verzen staan er in deze bundel over Orpheus en over Isis. En de liefdesoorlog wordt volgens Hans Plomp in bed uitgevochten:
Love out of hate
Gold out of lead

The third world war
Is fought in bed. 
De fantasie is weer aan de macht want:
(..) als er geen paashaas is
en geen beschermengel
blijven wij achter
als zinloze wezens
in de gestolde nachtmerrie
van de werkelijkheid. 

Dat Hans Plomp lang buiten beeld is gebleven is jammer, dat hij zijn tijd heeft gebruikt om prachtige gedichten te schrijven wordt nu duidelijk door deze fraaie bundel. Er is een grote dichter bij gekomen, waar men in literair Nederland terdege rekening mee moet houden en dat hij spiritualiteit als de gewoonste zaak van de wereld heeft omarmd maakt hem in onze moerasdelta uniek. Of om met Novalis te spreken: Niet over een tafel spreken alsof het een engel is, maar over een engel spreken alsof het een tafel betreft. Hans Plomp kan dat. Men leze!

© Karel Wasch 

Karma Sutra gedichten van Hans Plomp. Uitg. Nymfaeum, ISBN 90 810270 3 4.
( € 12,50, te bestellen:0345-631882) 

 
Dichtersontbijt met Eva Gerlach - ontbijt op Gedichtendag bij Athena's Boekhandel  
Groningen, 25 januari 2007  - In de vroege morgen van de Gedichtendag, om 8 uur – een tijdstip waarop de bezoekers, die tijdens de ‘Gedignag’ in Vera flink doorhaalden, waarschijnlijk nog in bed lagen – vonden een flink aantal andere liefhebbers hun weg naar Athena’s Boekhandel in de Oude Kijk-in-t-Jatstraat. De bezoekers voor het Dichtersontbijt, alweer hard op weg een jaarlijkse traditie te worden. Mevr. Talsma had Eva Gerlach bereid gevonden om als hoofdgast aanwezig te zijn en dichter Coen Peppelenbos zou met haar een vraaggesprek voeren.

Nog onlangs had Eva Gerlach speciaal voor deze boekhandel het gedicht “Gedicht” geschreven, dat op een fraaie kaart afgedrukt werd en als Nieuwjaarsgeschenk uitgereikt aan de klanten van Athena’s. Eva Gerlach: “Een gedicht moet werken aan de relatie tussen lezer en schrijver. Het gedicht gebeurt nu”. Zij bleek graag bereid het voor de ontbijtgasten nog eens voor te dragen. 
Peppelenbos wenste Gerlach geluk met de verschijning van haar recente bundel ‘Situaties’, onlangs uitgebracht door de Arbeiderspers; alwéér een toevoeging aan haar omvangrijke oeuvre. 

Het gesprek ontspint zich, Peppelenbos zinspeelt erop dat ze misschien toch ‘n beetje een zorg is voor haar uitgever. Ze staat erom bekend dat ze ‘eindeloos’ blijft schaven aan een eenmaal geschreven gedicht. Gerlach beaamt dit in zoverre dat ze na de ontvangst van de eerste proef nog heel wat verandert. Maar ze is erg positief over uitgever en vormgever want als vervolgens de uiteindelijke proef onder haar ogen komt is ze erg tevreden. 
Peppelenbos ziet in “Situaties” een bundel opgebouwd in zeven reeksen met elk hun eigen titel, een zelfstandig lang gedicht ‘Grote Fuga’ en een slotgedicht ‘Nu’. Eén reeks vindt hij bijzonder gruwelijk. Hij duidt op het gedeelte waaraan de titel van de bundel ontleend is: ‘Situaties’. Door deze reeks doolt een man met het hoofd van zijn vrouw. 
Maar Gerlach is het niet met hem eens, het is helemaal niet gruwelijk, niet zoveel erger dan de rest. De gedichten gaan niet over gebeurtenissen die plaatsvonden toen het hoofd van het lichaam van de vrouw gescheiden werd. Zij wil alleen stellen dat hij met dat hoofd alléén heel gelukkig is. Voordien zeurde zij tegen hem. (Hilariteit bij het publiek) De aanleiding tot deze reeks was een krantenbericht. Zij raakte geboeid in het proces van zich te verdiepen in de gedachtewereld van I: de man die met het hoofd van zijn vrouw langs de marktkramen loopt. En dat aspect speelt door de hele bundel, niet alleen in deze reeks gedichten. Elke reeks werkt naar hetzelfde eindpunt: “wat is het nu”. 
Peppelenbos vraagt of zij daarmee een poëtisch statement wil maken. Gerlach schudt ontkennend het hoofd. Vriendelijk doch beslist klinkt haar zachte stem: “Ik wil helemaal geen statements maken. Het gebeurt. Dat is alles wat ik ermee wil zeggen”. 

Peppelenbos constateert dat er in haar vroeger werk steeds sprake is geweest van vormvastheid. Later wordt haar werk veel vrijer. Is er sprake van een ‘omslag’ en wanneer vond die plaats? 
Gerlach komt met een eenvoudige verklaring. Zij vindt dat we niet overal diepe oorzaken achter moeten zoeken: “ik beschouw mezelf als een leerlinge”. Vroeger werkte zij op de bibliotheek op standaard papier met voorgedrukte lijntjes. Bovenaan een rode lijn waarop je een titel kunt schrijven, daaronder twee witregels en een veld met blauwe lijntjes voor de tekst: “daar hield ik me braaf aan, alsof het zo moest”.  Gehoorzaam dus. Eenmaal zonder dat papier werd zij bevrijd. “Zo simpel is het”. Een glimlach. Natuurlijke bescheidenheid of een pose? Ik houd het maar op het eerste. 

Dan gaat Peppelenbos uitgebreid in op het gedeelte Grote Fuga dat slechts uit één lang gedicht bestaat. Het begint als gedicht, maar wordt een dialoog in blokken, waarboven de regels van het gedicht terugkeren en het eindigt weer als gedicht. 
Gerlach licht toe dat het om een opdracht bij een werk van Beethoven ging. De opbouw van het gedicht is als die van het gekozen muziekstuk. Het is uitgevoerd in de Rode Hoed in Amsterdam, waarbij de Fuga tussen de regels door werd gespeeld: “als een strijkje op de achtergrond”. 
Die dialoog is eigenlijk een twistgesprek met een stem met duidelijk Indisch accent. De Arbeiderspers had het idee om bij de bundel hiervan een CD uit te geven, maar dat voorstel heeft ze afgewezen. 
De lezer moet het zèlf ervaren. 
Op verzoek van Peppelenbos geeft Gerlach toch een gedeeltelijke voordracht van zo’n dialoog met twee verschillende stemmen: haar normale en een geagiteerde hoge scherpe Indische. 

 

Vervolgens gaat de interviewer over op het onderwerp jeugdpoëzie, die Gerlach op zeker moment ook ging schrijven. Zij draagt het gedicht “Ik schaamde me dood” voor.
Peppelenbos: “Waarom ga je op zeker moment jeugdpoëzie schrijven?” 
Gerlach: “Als volwassene krijgt men soms kinderen. Heb jij kinderen?” Zij stelt haar interviewer regelmatig voor verrassingen door de eenvoud en directheid van haar antwoorden en wedervragen. Peppelenbos ontkent, nee hij heeft ze niet... 
Gerlach ziet als belangrijkste drijfveer en inspiratie voor het schrijven van jeugdpoëzie het directe contact met kinderen. Ze vervolgt met een toelichting. Het kwam vaak voor dat regels die zij sprak in de gesprekken met haar dochter door het meisje werden onthouden. Die werden dan herhaald op momenten als zij ze zelf allang weer vergeten was. Toen begon ze maar met ze op te schrijven. En zó ontstaat dus jeugdpoëzie. 
De interviewer probeert iets concreets: “de reiger komt vaak in je gedichten voor, brengt speciaal deze vogel een dreigende sfeer teweeg?” Hij duidt op de schreeuw in de laatste regels. Lachend moet Gerlach dit weer ontkennen. Er zijn geen diepere verbanden: “de buurt waar ik woon heet ‘Reigersbos’, zo simpel is het”.
Blijkbaar kijkt Peppelenbos wat ontmoedigd en bedenkt wellicht dat Gerlach een beetje tegendraads is. Dat laatste is niet het geval, ze vond het gesprek heel plezierig: “zullen we er maar in berusten?” 

John Zwart - januari 2007 
© Hernehim Cultuur 

 

Het Nieuwjaarsgedicht 

Gedicht 

Langzaam ben je jezelf geworden, niet langer 
degeen die mij in het holst van de nacht kwam redden 
uit elk geheim, we noemen geen details, 
veranderd worden in drukwerk, onbeperkt groeien 

en het is alsof er nu je jezelf bent geworden 
minder gevaar steekt in bepaalde plekken 
in huis, de lege schoenen onder de banken, 
het gat achter de trap, het raam dat niet sluit, 

hoe de wind daardoorheen iemand zoekt 
om op te heffen: al dat soort valkuilen heeft zijn 
tijd gehad, er is dit hier dat ons 
in elkaar bewaart, soms opengaat 

om tegenvorm, rib, vleugel door te laten. 

 

Eva Gerlach 
Nieuwjaarsgeschenk in opdracht van Athena’s Boekhandel 

Enkele strofen uit 'Situaties' 
 

... / afwezig in zijn oor, ze spuugt van die dingen / 
die je na een tijdje niet meer weet / 
omdat waarvan je vol bent makkelijk wegloopt / ... 

... / hij wil degene terug die woensdags belde / 
met geen andere boodschap dan ik kom langs (en dan klopte), / 
hoe weinig zij ook had van het Geluk // 

... / En die je liefhebt, verlaat je // 
zonder een woord voor een ander / 
die vrolijker fluit,’ // 

 

Eva Gerlach 
Situaties - gedichten, 103 pag.
Uitgeverij De Arbeiderspers. Amsterdam, Antwerpen 2006 
ISBN 978 90 295 6418 2 

 

 
'Bang voor de bal'  - nieuwe Nederlandse bundel van Tsead Bruinja  
Presentatie in feestelijke sfeer. Verslag geplaatst 27 januari

Amsterdam, 9 januari 2007. Vanavond werd in Perdu aan de Kloveniersburgwal in Amsterdam de derde bundel met nederlandstalige poëzie van de Fries-Amsterdamse dichter Tsead Bruinja ten doop gehouden. "Bang voor de bal" bevat gedichten die - bondig gezegd - vooral over levensangst gaan. De presentatie was bijzonder levendig, niet in de laatste plaats door de hilarische duo-conferences van Frank Tazelaar en Hugo Spruijt die de onthulling brachten dat dit de beste bundel van het jaar 2007 is ... tot nu toe!

Bang voor de bal  

In de zaal van Perdu aan de Kloveniersburgwal in Amsterdam vond deze dinsdagavond de presentatie plaats van een nieuwe bundel van de Fries-Nederlandse dichter Tsead Bruinja: Bang voor de bal. Het betreft in deze bundel uitsluitend Nederlandstalige poëzie die veelal gaat over levensangst. Het is de eerste bundel die uitgever Cossee van deze auteur uitgeeft en Bruinja toonde zich in zijn openingsspeech blij met die verbintenis. 
In het programma van de drukbezochte avond werd veel ruimte geboden aan een rij van dichters uit Amsterdam tot ver daarbuiten en Bruinja zelf speelde maar een bescheiden rol. 
De show werd tot groot plezier van het publiek gedomineerd door de beide presentatoren Frank Tazelaar en Hugo Spruijt, die telkens op parodiërende wijze een reeks optredende dichters aankondigden. Zij baseerden zich daarbij op de Kameleonreeks van de Friese schrijver van jeugdboeken Hotze de Roos en onthulden dat “de ware naam van de jongen die zich hier met de onuitspreekbare naam ‘Tsead’ laat noemen, eigenlijk ‘Sietze’ is.” Bovendien zou hij de helft van een tweeling (Hielke en Sietze) zijn. De dichters lieten ze telkens figureren als alter-ego’s uit de jeugdromans, waaraan hun kenmerken en eigenschappen op humoristische wijze werden gekoppeld. Gesitueerd in het dorp Lenten, in een bootje op het meer, of bivakkerend op de strandcamping. 

Voor de optredende gasten zowel als voor de man voor wie dit ‘feestje’ was georganiseerd was alles duidelijk een verrassing, er was tevoren alleen gemeld dat de aankondigingen enigszins ‘hilarisch’ zouden zijn. Annemieke Gerrist, een der dichters, was hierdoor in de aanloop naar de avond ernstig verontrust geraakt. 
Verder brachten Hans Wap, F. van Dixhoorn, Elmar Kuiper, Peer Wittenbols, Harold K, Martin Reints, Megan M Garr elk 2 gedichten, en tenslotte F.Starik (samen met Jaap van Keulen en Frank Windemuller) een met soundscape begeleid optreden op een tekst over “de gang achter de hal waar het altijd duister is, zelfs overdag”. 
Tussen de voordrachten kregen we aangename muzikale intermezzi, zoals een optreden van Leine, gevoelige singer-songwriter die zichzelf begeleidt op de akoestische gitaar en van de Groninger Jan Veldman (volgens Frank en Hugo afkomstig uit het dorp Doodstil) die zowel het Limburgs als het Gronings machtig bleek. 

De drie gedichten uit “Bang voor de bal” die Tsead Bruinja voordroeg gaven een goede indruk van sfeer en stijl van hele inhoud van de bundel. De twee die mij persoonlijk het meest aanspraken voeg ik graag aan dit verslag toe. 
Na een prima avond met in de tas de bundel en een exemplaar van de zeefdruk “barking” - één van zestig - van Ramon Verberne (exclusief voor de eerste 60 kopers van de bundel) toog ik huiswaarts.  

Bang voor de bal - 79 pg. Cossee, Amsterdam 2007. ISBN 978 90 5936 132 4  € 16,50.  

John Newswatcher 
Januari 2007
© Hernehim Cultuur

achtergrondinformatie  (voor martin reints)

vanaf vier hoog klinkt het verkeer op de ring
als een zwerm bijen die een plagerige jongen
op de hielen zit

de jongen en de zwerm passeren obstakels
zoals een schuurtje een struik een dikke boom
waarbij het geluid naar gelang de breedte
steeds even wegvalt en dan weer verschijnt

ik zit over mijn papieren met achtergrondinformatie
gebogen op het nieuwe dakterras
en kijk naar de sterren die vaker vliegtuigen zijn
dan sterren

hoe de boom op de binnenplaats
zijn geleende contouren een voor een teruggeeft
aan de nacht die een kleermaker is

de zwerm lijkt de jongen uit het oog verloren
en houdt en masse stil voor een stoplicht

ik hoor achter me hoe de buurvrouw
de deur naar haar terras opent
een laatste sigaret opsteekt

en opgelucht uitademt

half elf

het stel op de eerste verdieping
maakt ruzie over de afwas

en ik bereid in kaarslicht en straatrumoer
een interview voor

mijn vrouw slaapt

 

specialist op het gebied van kozijnen 

het regent en de specialist op het gebied van kozijnen zegt 
dat het aan het werk van zijn mannen niet kan liggen 

ik zit aan tafel met mijn onderbuurman die na vijf jaar 
heeft besloten over de watervlekken heen te verven 

vroeger schreef ik gedichten over mijn vader en moeder 
over opa's en oma's met een rustiek en pijnlijk verleden 

nu luister ik naar mijn buurman 

in uw huis zullen mensen wonen 
die te lui zijn om op te staan 

mensen die u niet kent 
die werken en weer naar huis gaan 

ze worden ouder 
ze worden ronder 

ze proberen de kilo's eraf te lopen 

ze zwaaien een kind uit 
en hangen voor het slapen gaan 
hun kleren over de stoel 

hun leven is een koelkast 
waaruit je na een nacht zwaar drinken 
een goed belegde boterham 
vandaan tovert 

ik weet het 

er liggen betekenissen op de loer 
die dit gedicht kunnen bederven 

ergens zingt iemand 

kom niet samen 
kom niet samen 

drijf een wig 

maar mijn vrouw houdt mijn week oude nichtje op haar schoot 
en ik raak er niet op uitgekeken hoe goed het haar staat 

we bespreken hoe het moet met de werkkamer 
hoe en waar we zelf dan moeten gaan slapen 

een zucht en het kind verdwijnt uit onze gedachten 
we slaan een hoek om en zoeken een goed restaurant 

stiekem terwijl we al lang over iets anders praten 
kijk ik naar het kindje dat niet in haar armen ligt 

het ademt en het beweegt 
het is er bijna 

 

© Tsead Bruinja 

 
'Kastanjegedichten'  - een boek met een doel - John Newswatcher 
De ongeveer 160 jaar oude witte paardenkastanje achter het Anne Frankhuis in Amsterdam wordt gekandelaberd. Dat is vakjargon voor het afzagen van de grote vertakkingen in de kroon. De ontbladerde boom krijgt daarmee een even aangrijpend uiterlijk als een beeld van Zadkine. Definitief viel het besluit dat deze Aesulus hippocastanum nog voor het begin van het nieuwe jaar zal worden gekapt en gerooid. 
Daarmee treft deze boom met grote symboolwaarde een zelfde lot als vele van de andere soortgenoten in Nederland. Nadat ze verzwakt zijn door de mineermot vallen ze ten prooi aan ernstige rot van het kernhout. Hoe komt het toch dat bomen, die honderden jaren onze straten, parken en schoolpleinen sierden, opeens massaal geen verweer blijken te hebben tegen larven van een minuscuul diertje? Het zou best een van de vele verschijnselen kunnen zijn die ons de gevolgen van de opwarming van ons klimaat tonen. 
We zijn na jaren een heel eind gevorderd in het kweken van Hollandse iepen die bestand zijn tegen de fatale en zeer besmettelijke iepziekte. Minstens even bepalend voor het aanzien van Nederland als de iepenbeplanting langs wegen en grachten is de witte paardenkastanje. 

Als deze boom nu in grote nood is hoopt iedereen met een groene ziel dat er een middel tot bescherming van de witte kaarsenbomen wordt gevonden. De Wageningen Universiteit en de Bomenstichting zouden kunnen helpen, maar wat kunnen we zelf doen? Niet veel vrezen we, maar toch? De dichter Nanne Nauta nam het initiatief om een groot aantal dichters te mobiliseren samen een dichtbundel te maken met poëzie die een ode aan deze boom brengt, en de klein maar dappere uitgeverij Passage in Groningen was bereid dit tot stand te brengen waarbij van de verkoop van het boek de opbrengst voor een belangrijk deel aan de Bomenstichting zal toevallen.  

Het is werkelijk een bijzonder boek geworden. Op het omslag prijkt een parafrase van het straatje van Vermeer waar achter het trapgeveltje een indrukwekkende kastanjeboom oprijst. Een kunstwerkje van Tonis van der Weel uit 1956 toen er nog geen vuiltje aan de lucht leek. 
Het bevat niet alleen gedichten maar ook een inleiding met nuttige uitleg over de fenologie, die laat zien hoe de vervroeging van lente en warme herfst de boom heeft beïnvloed. 
Met een scherp begrensd thema (niet over bomen en bos, maar over één specifieke boomsoort) geeft het toch afwisselend en veelzijdig leesgenoegen. Meer dan honderd dichters hebben er aan bijgedragen. Klassieke sonnetten Leendert Witvliet (‘Een vraag’) tot vorm experimenten Elma van Haren (‘Geschiedenis’) vinden we erin. Oude knarren als Simon Vinkenoog (‘Kastanje’) tot jonge slammers als Quirien van Haelen (‘Ochtendgloren’) deden mee. Sommigen struinden door hun bestaande oeuvre op zoek naar iets passends maar een aanzienlijk aantal zette zich aan de creatie van nieuw werk. 
Er zijn dichters die zich dicht bij de aanleiding van de bundel hielden, boom en ziekte de inhoud lieten bepalen – Remco Ekkers (‘Wonden’) – bij anderen was er maar een heel dun draadje naar de kantanjeboom – Karel ten Haaf (‘Kort overzicht van mijn uitsterven’). 
Er zijn ook gedichten bij waarin je Martinus Nijhoff hoort doorklinken en soms hoor je Louis Couperus, kortom er valt veel te genieten. Ik zou zeggen: kopen dus, en echt niet alleen maar voor het goede doel.  

© Hernehim Cultuur. John Zwart – 15 november 2006

“Kastanjegedichten” -  Uitgeverij Passage, Groningen – 2006. 
ISBN 90 5452 157 0 / NUR 309 www.uitgeverijpassage.nl  

 

Een paar gedichten uit de bundel Kastanjegedichten, door ons uitgekozen: 

Weerzien 

'Wie niet weg is', schalde het
waar ik vluchtte in je geur van eeuwig
bij je wortels diep gehecht, jij 
weerbarstige, waakzame, warme,
die met witte toortsen reikte naar het licht
en op adem van je bladeren taal werd. 

Het plein verlaten, school verdwenen
vond ik je terug, verborgen in mij. 
Treurend uit bloedende bast om de leegte
van de jaren. Om de liefdes die eens waren
lei ik mijn hand op jouw doorgroefde huid
en even heelde ons de regen.

© Catharina Boer 

Free Jazz 

In de grote slaapkamer mogen 
Mathilde en ik onze kindertijd 
bij herfststormen in het ouderbed 
letten op de geluiden buiten 

Kastanjes vallen op de auto's 
bonken bij vlagen op het blik 
als de drummer uit de buurt 
'Luister... net Han Bennink'

© Diana Ozon 

Wens

In elke jaszak minstens twee
van overal vandaan.

O nee
niet meer die geile glans
dat pralend pronken 
het kleefsap uit de bolster.

Het lijkt een oud gerimpeld brein
waarover vaak mijn vingers gaan
waarin de wens ooit boom te zijn
gestorven schijnt.

Zo droom ik mij een voortbestaan
dat iemand in een jaszak tast 
dat om hetgeen ik dacht en schreef
een hand zich legt.

© Atze van Wieren 

 

 
Presentatie 'Fragmenten' – Rijs, Friesland - verslag John Newswatcher 

Een aparte presentatie waar een publiek 
van rond 45 personen op af  kwam.

Jan Kleefstra, hoewel geboortig en nog altijd wonende in Fryslân, is geen Friese dichter – in die zin dat hij al zijn werk in de Friese taal opstelt. Integendeel, zijn poëzie tot nu toe is hoofdzakelijk Nederlandstalig.
Toch vond de presentatie van zijn tweede bundel “Fragmenten” plaats in een Friese sfeer. De feestelijke ‘doop’ was op zaterdag 2 september in Rijs, een toeristisch dorp in Gaasterland waar in de rand van het Rijsterbos - bovenop de morene van de grote ijstijdgletscher - een openlucht theater is gelegen: “de Teatertun”. En naast verschillende muzikale gasten was ook nog de dichter Elmar Kuiper uitgenodigd om Fryske ferzen, Friestalige poëzie te laten horen. 
Een openlucht presentatie? Nee, gelukkig was er met minder goed weer rekening gehouden en was het bijbehorend theehuis achter de hand als onderdak. 
Dichters Cilja Zuyderwijk en Jan Doornbos waren uit Leerdam gekomen, niet om zelf voor te dragen maar om te luisteren: de dochter en zoon van Cilja vormden voor deze gelegenheid tezamen het duo “Nout en Josja”. Nout Schepman bespeelt de gitaar, Josja Ceacilia geeft de gedichten van Jan Doornbos en die van moeder Cilja een extra dimensie door ze te bewerken en te zingen als blues. Zo opende het programma heel bijzonder toen Josja haar donkere zonnebril opzette en we haar ‘eerste nacht, eerste morgen’ uit de bundel “Vandaag is van glas” hoorden zingen.

Vervolgens kreeg de boomlange Elmar Kuiper de microfoon voor zijn leafdesferzen, want dat ze vrijwel allen over de liefde gingen, dat was voor mij met mijn beperkte kennis van het Frysk toch heel onmiskenbaar. 

Jan Kleefstra hield zich nog steeds op de achtergrond, eerst liet hij ‘Nout en Josja’ weer de vrije hand. Ze vertolkten ‘donkere kamer’, opnieuw een gedicht van Jan Doornbos. 
Toen pas vestigde Kleefstra de aandacht op zijn nieuwe uitgave. Wie hem al eens eerder hoorde voordragen – bij Opspraak en bij Dichters in de Prinsentuin bijvoorbeeld – kent zijn manier van lezen, door muzikale klanken ondersteund. Met subtiel achtergrondgeluid uit een cd-speler versterkt hij de sfeer die zijn “Fragmenten” willen oproepen. Bij deze presentatie werden er gitaaraccoorden aan toegevoegd. 
Het werk van Kleefstra zoekt als het ware binding met schepping en natuur. In een gedicht schildert hij met sobere regels landschappen, maar meer nog daaronder liggende gevoelens die de landschappen teweeg brengen.
Hij droeg vier reeksen voor, waarmee in het Nederlands werd begonnen, overgegaan op het Fries en tenslotte weer geëindigd met Nederlandse regels. De muziek volgde daarbij een lijn naar een diminuendo in het Friestalige gedeelte om tijdens het Nederlandse slotgedeelte in crescendo op te klimmen. 

Na een pauze namen ‘Nout en Josja’ de microfoon weer over voor een blues. En blues behoeven niet altijd treurig of melancholisch te klinken, er zijn óók vrolijke blues! Bewijs hiervoor werd geleverd met het gezongen gedicht ‘de schippersvrouw bloesz’  van Cilja Zuijderwijk. 
Als besluit van het veelkleurige programma kregen we nog een vierpersoons formatie die óók alweer eigenzinnige muziek liet horen: Sola uit Joure. Mij deed de naam meteen aan lepels en vorken denken maar dat zal niet hun bedoeling zijn geweest. De samenstelling is ongebruikelijk: cello, basgitaar, gitaar en slagwerk. De donkere tonen van de cello en de prominente plaats van de basdrum scheppen ‘n diepe, enigszins bezwerende sfeer. Nu en dan werd erbij gezongen, Engelse  min of meer spontaan improviserende tekstflarden. De jonge leden hadden nog niet eerder voor publiek opgetreden en kwamen heel naturel over. Geen groep voor een uitgelaten feestavondje, maar wel als bijzonder muzikaal intermezzo: ‘I can leave if I want to’, ‘That’s where it ends’. 

John Newswatcher 
© Hernehim Cultuur, 18 september 2006 

 
Kobbelân 

Het is licht mei 
een dromerige wereld 

en de wind 

soms is ze voelbaar stil 
schrijft ze met stijve vingers 
in het verwonderde water 

soms zijn er zoveel vleugels 
dat ze niet ontkomt het jagend licht 
dat met tere handen uit de oevers stroomt 

soms volgt ze uitgelichte lijnen 
golft ze als adem 
als een onhoudbare klank 

soms ook valt ze om het 
uitgeteerde licht van de dag 
en neemt ze alle leven 
als het nectar van haar dromen 

luister 

de wind is hier! 

 

© Jan Kleefstra 
Uit: “Fragmenten”. Boon Uitgeverij, Groningen – 2006 

 
Het Bram Roza Festival – Nieuw Beijerland – 8e jaargang, 2006 
Het is verbazend hoe een initiatief – Dichter bij de Molen - van een kunstenaar uit de Hoekse Waard vele jaren na zijn dood zo springlevend is en in uitstraling en belangstelling groeit. 
Het literaire gedeelte van het Bram Roza Festival bestond ook dit jaar weer uit twee poëzie avonden: een open podium op woensdag 30 augustus en een voorstelling met ‘grote dichters’ op vrijdag 1 september. 
Het festival is een mooie mix van beeldende kunst in vele uitingsvormen, muziek, theater en poëzie. Na die voor organisatoren van evenementen in de buitenlucht abominabele maand augustus, had Stichting Dichter bij de Molen het geluk dat we op vrijdag ons heil niet in de Graanschuur behoefden te zoeken; het was mooi nazomerweer. Met een wandeling langs het “gorslint” – een band van schilderijen geïnspireerd op de rivier – kwamen we terecht bij het podium, aangelokt door de jazzklanken van het trio Beijersbergen & Friends: Angel Eyes, The man I love, I’m beginning to see the light, terwijl de ondergaande zon afscheid nam. 
De sfeer associeerde me sterk met het Sunsation Festival van Stichting Zonnewende, dat overigens plaatsvindt aan de ándere kant van de nacht. 

Een deel van het publiek op het Gors
tegen het fraaie decor van zonsondergang
over het Spui. 

Foto Stichting Dichter bij de Molen 

Tegen het einde van ‘t muzikale intro waren alle stoelen in het gras bezet. Presentator Jan Robbemond accentueerde de veelvormigheid van het festival door de poëzieliefhebbers te informeren dat de kunstuitingen langs het water (300 m!) na het slot van het festival nog geruime tijd te zien zullen zijn in de Graanschuur. Ook vestigde hij de aandacht op de expositie ‘de gestolde rivier’ van Theo Verhoeff in Galerie DeBuut. 
In volgorde van optreden introduceerde hij de dichters Anne Borsboom en Tonnus Oosterhoff vóór de pauze, Eva Gerlach, Tjitske Jansen en Bernlef erna. Minder dichters dan voorgaande jaren, maar daardoor meer tijd voor elk van hen. Er tussenin aandoenlijke komische acts van Fratelli Fiasco, het éénmans Circus Fiasco. 

De Haagse Anne Borsboom nam in 2004 voor het eerst deel aan dit festival op het open podium. Zij las nu opnieuw enkele gedichten uit de bundel “En omdat het hard vroor” en vervolgens een reeks uit haar intussen verschenen bundel “Gedichten” en gunde ons in het laatste deel van haar optreden nog wat recent ontstaan werk. 
Borsboom is geen aanstormende vernieuwer, zij behoudt het goede uit tradities, blijft dicht bij zichzelf. ‘Grootmoeder’, Brussels kant’. Veel gedichten kenmerken zich door subtiliteit. Zo kan zij door associaties op een indirecte wijze herkenbare gevoelens oproepen; tabaksrestjes in een broekzak, de geur van pepermunt, dergelijke zaken zijn daarbij zo haar middelen. Dat zij Slauerhoff leest merkte ik bij het gedicht ‘Regen’ (bijval van publiek!) “…vond ik ooit onderdak onder mijn eigen woorden…”. 

De programmering werd vast en zeker met oog voor verscheidenheid vastgesteld. 
Tonnus Oosterhoff is een heel andere dichter, eigenzinnig, experimenterend. Zijn poëzie springt alle kanten op, als je zijn website bezoekt wordt dat op meer manieren duidelijk. “Berg/ik verzet mijn ene been/ik verzet mijn tweede been/ik verzet mijn ene been/naar hen boven zwaai ik/’nog even, nog even, zo zwaai ik...” Hij debuteerde in 1990 met “Boerentijger” en hij las ons nu uit zijn vijfde bundel “Hersenmutor”. Die titel alleen al, een vondst. Zo’n letterverwisseling kan een glimlach ontlokken, zoals “linnenbaten” dat doet. Maar dat lijkt me niet voor wie ooit geconfronteerd werd met hersenkanker. Vele gedichten hebben geen titel en lijken door de korte adempauze ertussen in elkaar over te vloeien. Hij leest ‘de dikke vogel op mijn kinderbroekriem’ en ook mijn associaties gaan alle kanten op. Om me heen wordt er veel hoorbaar gegrinnikt van regel tot regel. Ik zou willen meelezen tijdens de voordracht om de gedachtegang te ordenen. Maar misschien wil Oosterhoff dit laatste juist niet, immers Pfeiffer en Gerbrandy zeggen ook dat poëzie moet ontregelen. Een voorbeeld van die ontregeling is het gedicht waarin een goed mens en een koe met bse in omgekeerde uitwisselbaarheid worden opgevoerd, hersenmutatie. Eén van Oosterhoff’s gedichten betreft een parafrase op Martinus Nijhoffs ‘De wolken’. Natuurlijk was hij zo wijs dat tevoren tegen ons op te merken. 

 
Een half uurtje werd gelegenheid geboden de boekentafel te bestormen, toen betrad Eva Gerlach ‘t podium. Jan Robbemond bracht in herinnering dat er in de jaren 70 poëzie, geschreven door Eva Gerlach, onder verschillende pseudoniemen verscheen. Velen meenden dat zich hierachter Gerrit Komrij verscholen hield. Komrij ontkende en deed de onthulling dat het de dichteres Margaret Dijkstra betrof… Sinds 1979 (“Verder geen leed”) kent intussen elke poëzieliefhebber Eva Gerlach. Paul Demedts noemt haar gedichten soms “verontrustend”. Na de jaren 80 waarin haar poëzie zich nog als regelmatig kenmerkte ging ze over tot steeds vrijer vormen. Alle interpunctie en strakheid heeft ze afgeworpen. En over de meest uiteenlopende onderwerpen ontstaan bij haar gedichten, dat bewees ze ons hier wéér. 
Zij las ons een lange cyclus van 15 gedichten waarin een niet met name genoemde man ronddoolt met het hoofd van zijn vrouw. Het lugubere gegeven werd Gerlach aangereikt vanuit het dagelijkse nieuws. Zij vernam in een betrekkelijk korte spanne tijds berichten waarin een man figureerde die het afgesneden hoofd van zijn vrouw met zich meevoerde, het dragend aan de haren als betrof het een boodschappentas -  een ander reed door de stad in zijn auto, het hoofd naast zich op de voorbank. Wat speelt zich af in de psyche van iemand die dergelijke daden begaat? Met die vraag heeft Gerlach zich kennelijk intensief beziggehouden. 

Wéér een stemmingsomslag: Tjitske Jansen. 
Tjitske Jansen heeft drama gestudeerd. Zij stoort zich soms aan de slechte voordracht van dichters die werkelijk goede poëzie schrijven. Laat het lezen dan liever aan een ander over, meent ze. Bij poëzie gaat het niet alleen om goed kunnen schrijven. Minstens even belangrijk is de wijze van voordragen van een gedicht. De stem, klank en ritme bepalen wat de toehoorder ervaart en Jansen beschikt hiervoor over de nodige vaardigheid, dat blijkt weer. 
Zij heeft voortdurend een notitieboekje op zak om invallen meteen op te kunnen schrijven. Dat móet, kan niet tot later wachten, want het is zómaar weg. Dit kan ik uit ervaring beamen. Voor haar onderwerpen kiest ze niet het voor de hand liggende. Ze las ons een gedicht over de nachtbloeiende grote teunisbloem … “…plop…plop…plop…”. 
Een poos geleden bezocht ze pretpark Hellendoorn en merkte dat alle sprookjesfiguren waren verdwenen. De kinderen kennen ze niet meer. Dus schreef Jansen gedichten over de boze stiefmoeder, over de sneeuwkoningin, over Vrouw Holle. En ze besloot met een lang gedicht over “Lepels” waarin ze uitputtend alle richtingen uitging. 
En ons meenam, dat moet gezegd. 

Bernlef met John Zwart 
in een filosofisch gesprek 

Foto Stichting Dichter bij de Molen 

Met Bernlef (auteursnaam van H.J.Marsman) belanden we weer in minder experimentele en beslist toegankelijke poëzie. Bernlef is een bekende naam onder een groot en breed publiek - vooral door de zeer indringende roman “Hersenschimmen” die verfilmd werd - niet iedereen weet dat er een enorm aantal poëzie- en verhalenbundels op zijn naam staan. Zijn debuut was een poëziedebuut: “Kokkels” (1960). Met zijn poëzie weet hij minstens zo te ontroeren als in verhalen en romans. Hij weet de vluchtigheid van de dingen te duiden. Hij las ‘Beatrice’ dat beschrijft hij hoe detail na detail langzaam een fresco verdwijnt. Ook laat hij ons ‘Moeder – dochter’, ‘Leeftijden’ en ‘Verjaardag’ horen, allemaal benaderingen van tijdelijkheid. Persoonlijk trof mij bijzonder ‘Winterwegen’, het titelgedicht van de gelijknamige bundel uit 1983. Het beschrijft de tijdelijke structuren van skisporen in de sneeuw en verbindingen dwars over ijsvlakten in Zweden, die met de dooi weer verdwijnen. ‘…het huis als een spin temidden van een web…’ . Uit de recente uitgave “Kiezel en Traan” (2004) las hij ‘De ongelovige’ en hij besloot met een cyclus van drie gedichten ‘Pianolessen’, met als ondertitel ‘vrij van Bach’. Bernlef gunde ons de hieraan verbonden anekdote: Hij volgde inderdaad pianolessen maar was te vrijzinnig in zijn interpretaties (‘volg de partituur!’) en bracht soms wat Bernlef aan in Bach (‘maar dit klinkt toch ook mooi’). Een terug naar zijn jeugd in “Het museum van de kindertijd”. 

Het Bram Roza Festival was weer de moeite waard, dat wil wat zeggen voor een verslaggever die na afloop nog voor driekwart het land moest doorrijden teneinde zich om twee uur in zijn vertrouwde bed te kunnen uitstrekken. 

John Newswatcher 
© Hernehim Cultuur, 6 september 2006 

Alles over het Bram Roza Festival op de speciale website

 
Naar Pagina Literair voor meest recente verslagen en recensies        © Copyright Hernehim Cultuur 2001 - 2008 

Hernehim Cultuurpagina's  


De culturele pagina's worden onafhankelijk geredigeerd en mogelijk gemaakt door Hernehim Beheer bv