| Spotgeest
Veertig jaar geleden werd hij
Rooms-katholiek.
Altijd bij hem die vreemde mengeling van ironie, absurditeit en mystiek.
Zijn stemgeluid wekt het vermoeden van een dubbele bodem. Zijn eigen soort
van humor laat ons lachen met steeds op de achtergrond de twijfel: wat is
ernst, wat scherts?
Is ons nog iets ontgaan? Wellicht steekt
nóg meer in hem: de practical joker!
De roomse heiligenverering sprak hem aan, ten opzichte van Maria lijkt
zijn vroomheid echt. Maar mogelijk trof hem tegelijk de absurditeit der
koestering van relikwieën: een haarlok, stukje bot, een tand of kies of
lap vergane stof...
Met nauw verholen pret moet hij zijn plan hebben uitgevoerd dat hem op
aarde aan de heiligen gelijk zou maken, zónder heiligverklaring. Sneed
een lok bij de oren weg, bewaarde wat afgeknipte teennagels en stuurde
zijn souvenirs als grap naar bekenden. Wetende dat mensen gek genoeg zijn
om de gekste dingen te willen bewaren als het maar een persoon van enige
faam betreft.
Dat al vóór zijn dood het cederhout bewerkt werd voor menig schrijn, om
als bergplaats voor zijn afgestane lichaamseigen overschotten te gaan
dienen, had hij niet kunnen vermoeden.
Maar is het niet zo dat de geest van de grote schrijver reeds verscheiden
is... het stoffelijk omhulsel wordt morgen 80 jaar. De geest van de
schrijver mept Petrus vrolijk op zijn schouder, satirisch lachen zij ons
samen uit --
John
Newswatcher. 13 december 2003
Aan de vooravond van de verjaardag van
Gerard Reve (14.12.1923)
©
Hernehim Cultuur |
| |
Afrekening
Ik
stap 'La Grâce' binnen
en zie hem zitten:
verzakt en verzopen.
Als ik hem aanspreek
neemt Matroos Vos
zorgzaam het boek dat hij las
uit zijn handen, behoedzaam
zoals een zuster
bij een geesteszieke.
Ik vraag of hij een paar minuten
heeft voor mij,
maar hij houdt geen audiëntie meer:
'Er valt toch niets meer te bespreken.'
Matroos Vos schudt instemmend zijn hoofd: Wiens brood men eet,
diens woord men spreekt.
Ik vraag of hij zich de brieven herinnert
die hij mij kortgeleden nog
gestuurd heeft.
Maar hij schudt zijn hoofd
in definitief gebaar.
Liggen herinneringen slechts
als droesem troebel
op de bodem
van zijn aangetaste kop?
-Even later laat Matroos Vos hem uit.
De te lange armen hangen aapachtig
wezenloos langs de ingevallen tors.
Hij leeft hier in de schaduw
van de Provençaalse zon,
in de schaduw
van zijn legende.
Wanneer stampt hij
de overbekende ingrediënten
weer samen tot een boek
waar niemand meer op zit te wachten?
©
André Degen - 2001
|
|