Hernehim Cultuurpagina's
Pagina Schrijvers - Ros, Martin

Geplaatst: oktober 2003 
Update: 29 januari 2004 
HOME 
Nieuws  
Blog en proza 
Themapoëzie 
Vrije poëzie   
Vertaalproject 
Proza  
Activiteiten 
Over schrijvers 
Archief 
Contact     
    Ik ben geil van boeken - geplaatst 10 oktober
Martin Ros bij Apollo Harderwijk. 

Het eerste wat mij opviel, toen ik het bovenzaaltje in het bedrijfsgebouw van Flevodruk te Harderwijk betrad, was de expositie van Bob ten Hoope. Een vingerwijzing naar de hoofdpersoon van deze zondag 28 september 2003? Want de Stichting Apollo had deze middag recensent/schrijver/uitgever Martin Ros uitgenodigd. Hij is bij het grote publiek vooral bekend door zijn radio en tv optreden, zoals in 'ik heb al een boek' en 'van boeken bezeten'  bij de Tros Nieuwsshow, waarin hij de pikanterie noch de erotiek ooit schuwt.
Voor wie Bob ten Hoope niet kent moet ik misschien even toelichten dat het een 83 jarige zeer begaafde schilder betreft, die vooral portretten en figuren vastlegt. Zijn expositie bij Flevodruk bestaat uit een prachtige serie naakten van een zo spontane uitstraling, dat hun huid met een fascinerend realisme van het doek afspat door het kleurrijke palet van de schilder.
 

One man show 

Martin Ros kreeg in het eerste deel van het programma een one man show. Met zijn omvangrijke gestalte gezeteld in het spotlight kreeg hij zonder tegenspraak of onderbreking alle kans zijn eigen regie te volgen, gezeten voor een decor met de titel "ik ben GEIL van boeken".
Hij deed zijn best om de lijn te volgen van jeugd, via groeiende fascinatie voor literatuur, naar zijn enthousiasme voor de eigen prestaties op de racefiets en zijn bewondering voor de groten van de wielersport in het verleden en zo naar zijn boeken over die onderwerpen. Maar hij zou Martin Ros niet zijn geweest als hij niet voortdurend zijwegen was ingeslagen; en natuurlijk schaamteloos zijn werk had aangeprezen: "Dit boek MOET u kopen!", heftig zwaaiend met het bewuste exemplaar.

Hij vertelde over zijn kinderjaren in een arbeiderswijk van Hilversum, 'Klein-Rome', een grote roomse enclave in een protestantse plaats, de buurt waarvan de klanken van de St.Vitus nog steeds in zijn oren naklinken. Maar waar hij zich de laatste decennia niet meer vertoont: de herinnering moet intact blijven. Hij mocht niet lezen van zijn vader, maar had toen – in de oorlogsjaren – al leeshonger. Boeken waarin hij onbespied las verstopte hij in het schuurtje, onderin de gereedschapskist. Later las hij 'kwartjesboeken' in de rooms-katholieke bibliotheek en leeszaal van Hilversum. Onder zijn vriendjes werd hij een buitenbeentje en zijn vader steunde hem tenslotte toch in zijn keuze voor het Gymnasium. Alfa werd het, vanwege de klassieke talen. Al spoedig komt het wielrennen aan de orde, natuurlijk legt hij het verband met 'het hele erge'. Dat wielrennen werd hartstochtelijk aanbevolen en gesteund door de plaatselijke geestelijkheid. Immers bij de opgroeiende jongens kwam de geilheid zo ongeveer uit alle gaten en er waren nog geen vieze plaatjes te koop of tv met porno in de late avonduren, en voorál diende je je handen boven de dekens te houden! Het beste was al die energie er uit te fietsen, dat wèrkt: het is sublimatie voor zondige aanvechting, met als beloning: 'de gelukkige eenzaamheid'. Zijn boek over die jaren, inclusief de periode in 1944 in de Peel, waar hij - alwéér door zorgzaamheid van de geestelijke hoeders - het laatste oorlogsjaar werd ondergebracht, is verschenen onder de titel: "Herinneringen aan mijn rijke roomse jeugd". 

De grote wielersport. 

Nog uitgebreider vertelt hij over de glorieuze wielrenners van de jaren vijftig en zestig, met wie hij zich verwant voelt doordat hij zelf heeft leren 'afzien': "weet u wat het betekent, mevrouw, meneer, vijfenveertig kilometer per uur op de fiets – dat heeft u nog nóóit gehaald, vijfendertig niet eens wil ik wedden – en dan niet een póósje... neeeee, zeven uren achter elkaar!"  
Zijn bewondering voor de grote renners gaat ver, neemt de vorm aan van bijna aanbidding, hij dicht ze onvermoede capaciteiten toe, zover zelfs als het voorkómen van de uitbraak van burgeroorlogen. En natuurlijk zweeft rond de grote Italianen de romantiek: 'la dame en blanche', inmiddels een mythe, komt uitvoerig ter sprake. 
Een indrukwekkende reeks boeken schreef hij over zijn idolen en Martin meent dat geen van allen in onze boekenkast mogen ontbreken: "Heldenlevens" (1987), "Gerrit Schulte, zesdaagsekoning en wielerlegende" (1987), "Fausto Coppi, een heldenleven" (1994), "Heersers van de Tour" (1996), "De wonderlijke tour" (2000), "Triomf: de heldenlevens van Fausto Coppi en Gino Bartali" (2001).
Met een voorzichtige hint van inleider Roeland Wels lukte het tenslotte toch om Martin Ros zover te krijgen dat we even een pauzedrankje mochten halen. Zijn onstuitbare monoloog liet het programma al een half uur uitlopen, maar niemand nam hem dat kwalijk. 

Uitgesproken meningen 

Na de pauze rustte op de jonge André Degen de taak om de ontembare orale expressie van Martin Ros enigszins te sturen. Dat zou hem niet meevallen, met een gesprekspartner als Martin Ros moet een interviewer van heel goeden huize komen om de leiding te behouden. 
André stelt vast dat Ros hem zelf al veel gras voor de voeten heeft weggemaaid. Hij had veel voorbereid over alle aan de wielersport gewijde boeken, maar vond dat dit deel van de middag maar aan Ros als uitgever en als schrijver van historische romans moest worden besteed. 
De jaren zestig, zijn tijd bij de Arbeiderspers, markeren overgang van journalistiek naar literatuur. Hij werd daar hoofdredacteur en zette een aantal reeksen op, waarvan de meest bekende "Privédomein", de serie die hem nog duidelijk met trots vervult. Maar nu was hij niet mals in zijn kritiek naar de huidige verantwoordelijken:  Het is een aanfluiting wat er nu allemaal onder dat fonds wordt uitgegeven, een regelrechte degradatie van het niveau en beledigend voor de auteurs die er voorheen in publiceerden, dáár kwam zijn mening in het kort op neer. Hij draafde gelijk dóór naar zijn denigrerende visie op het hedendaagse onderwijs en het totale gebrek aan belangstelling voor lezen bij de jeugd. "Ze lezen toch niks meer, ze zitten alleen voor de beeldbuis en te spelen met de computermuis". Het ergste gevolg van de slechte kwaliteit van het onderwijs vond Ros het ontbreken van enig besef van de achtergronden van de wereld waarin wij nu leven, de geschiedenis. Hij schamperde … vraag een willekeurige middelbare scholier om Napoleon, Marx en Mussolini in chronologische volgorde te plaatsen en ze brengen er niks van terecht… was zijn overtuiging..
Degen greep zijn kans met de tussenwerping dat Ros een zeer bijzondere kijk op de geschiedenis vertoont, soms de officiële geschiedschrijving onderuit lijkt te willen halen. 
"Ik ben geen geschiedschrijver", bracht Ros in, die van mening was dat de werkelijkheid van de dingen altijd anders was dan in de officiële geschiedschrijving werd vastgelegd, "ik ben geïnteresseerd in het àndere, de mensen, het wáre verhaal achter de gebeurtenissen". 

Ros toonde zich weer als een merkwaardig vat vol tegenstrijdigheden. Van katholiek tot PvdA-socialist geworden, voelt hij zich nu weer aangetrokken tot spiritualiteit: door zijn passie voor lectuur hervond hij de 'wederopstanding van het woord'. Hij wijdde enthousiaste woorden aan de Bijbel: "een prachtig boek'". Maar tegelijk beweerde hij nog altijd een socialist te zijn: vanuit zijn jeugd heeft hij de arbeidersklasse 'hartstochtelijk lief'. Maar moeiteloos manifesteerde Martin Ros zich ook weer als een rasechte reactionaire liberaal: een kritiekloos aanhanger van de politiek van George Bush. "…we moeten het niet van links hebben, kijk wat er van die communisten is overgebleven… laten wij nooit vergeten wie ons van het nazi-regime hebben bevrijd, dat waren die kauwgom kauwende Amerikanen…" - Wat Bush doet met "die kleine oorlogjes hier en daar om de zaken in de hand te houden" leek hij prima te vinden. Ook Israël als enige democratie in die regio kon op de onversneden instemming van Martin Ros rekenen. Een sneer naar "moslimmannen die lustig tien vrouwen mogen beklimmen" was typerend voor de unverfroren uitspraken van de kleurrijke gast van Apollo. 

Over zijn bezit aan boeken was hij opvallend bescheiden. "Ik heb zo'n 30.000 boeken, maar dat is nog niks, Boudewijn Büch's bibliotheek bestaat uit 300.000 exemplaren!" Boeken zijn de mogelijkheid om het beperkte bestaan op te rekken, de leegte van ons bestaan kunnen we opvullen met cultuur, in boeken kunnen we bijna onbeperkt net zoveel andere levens leven als we willen. Beleven wat in ons korte bestaan onmogelijk is. Dat is het credo van Martin Ros waarin velen – evenals ik – zich zullen kunnen vinden. 
Zijn leeftijd gaat hem misschien wat genuanceerder maken, zijn nieuwste boek "Liefde en ouderdom"  wijst in die richting. 

John Newswatcher  - 4 oktober 2003   

    Satire - geplaatst 19 oktober
De Recensent   

Reikhalzend kijkt hij ernaar uit. Naar de zaterdagmorgen. Dan reist hij met een tas vol boeken af naar Hilversum. Zijn wekelijkse uitspatting. 
Op tijd staat hij al op, om vroeg in de studio aanwezig te zijn. Daar stijgt zijn spanning. 
De open microfoons op roep-afstand oefenen een onweerstaanbare verleiding uit. Hij zit vol meningen, hij heeft over alles altijd wel een mening. Zijn visies zijn niet beperkt tot de literatuur. 
Van tijd tot tijd rispt hij van een afstand iets op, dan maant de presentatrice hem tot kalmte: 'Jij mag straks!' Hij popelt, kan nauwelijks wachten tot straks. Hij sluipt als een pas bevrijde delinquent langs de verlokkende étalages van een bordeel. 

Ja, dan is het moment dáár: hij màg. Struikelend over zijn woorden lanceert hij zichzelf, verliest zich in bijzinnen en tussenzinnen, in alle hoeken verlokken de prikkelingen, hoe kun je dan de lijn nog vasthouden in je opperste opwinding. En hij wil ook helemaal geen lijn vasthouden, hij wil zijn driften volgen, zich in zijn eigenzinnige orale erotiek verliezen. 

De blikken van de blonde presentatrice wisselen tussen meewarig en bezorgd. 
Wat nou, hij zal dat blondje wel eens even meesleuren! Nu is het zaak doelbewust op het hele erge af te koersen. Niet richting moord en doodslag, maar dáárheen wat nog véél erger is. 
In hijgende zinnen pratend, zonder adempauze telkens tot het moment dat de lucht op is, bladert hij driftig in zijn aantekeningen en boeken, op zoek naar de plekken waar hij de meest geile passages heeft aangestreept: 'Als ik het in werkelijkheid dan misschien niet zo heftig kan, met mijn woorden zal het me zeker lukken'. 
Dreigend kijkt hij haar diep in de ogen en kondigt meedogenloos het hele erge aan. 
Onstuitbaar  leeft hij nu zijn opwinding uit waarbij zijn keel peristaltische bewegingen uitvoert en stelt zich erbij voor dat haar vagina dezelfde maakt. Telkens eindigen zijn zinnen  in dichtgeknepen rochelend geborrel, waarbij zijn ogen uitpuilen in opperste extase. 
Het blondje kijkt iedere week opnieuw verbaasd naar zijn ritueel en houdt tersluiks de klok in de gaten. Ze waarschuwt hem als hem nog één minuut rest om klaar te komen. 
Zulke gevoelloze opmerkingen zetten hem aan tot uiterste razernij, wat denkt ze wel! Hier zo koel onder te blijven, terwijl bij hem overal het zweet al parelt. Hij negeert de tijd. Hier! De postume bundel met gedichten van Herman Brood: 'ik bef ieder wijf' Is dat niet prachtig Mieke? Nee, niet rusten zal hij, tot hij haar de felle blos op de wangen tovert.. 

Onopvallend geeft zij een teken naar haar collega. De mannen met het dwangbuis en het spanlaken kunnen nu komen. Elke keer weer laat hij zich diep teleurgesteld afvoeren, maar in zijn kop blijft het malen: 'Eéns neem ik die kouwe blonde te pakken, ik zweer het je'. 

Frère Chaleur 

 

© Copyright Hernehim Cultuur 2001-2009 

Hernehim      

een cultuurpagina 

HOME 

 


De culturele pagina's worden onafhankelijk gepubliceerd  en geredigeerd door John Zwart