themapoezie archief 2010  dec > jan 

december 2010

           Hernehim 
          
pagina thema poëzie 
Hernehim
                   Boeiend om te bezoeken. 
                   Vrij en onafhankelijk. 
                   © HC 2001-2010 
Redactie:                  John Zwart 
Redactie assistentie  Anneke Wasscher 
Bijgestaan door:        Monica Boschman en Anke Labrie 

                   Thema van de maand:    vieren  

Laatst bijgewerkt: 31.12.2010 

Hernehim opent aan het begin van elke maand een nieuw thema. 
Een openingsgedicht van een gerenommeerde dichter zet de toon. 
Alle dichters die zich door het thema aangesproken voelen kunnen 
toepasselijk bestaand of nieuw geschreven werk inzenden
Het thema staat de hele maand open. Een afgesloten thema blijft 
staan onder het actuele zodat alle inzendingen tenminste gedurende 
een volle maand op deze pagina te lezen zijn. 

HOME 
Nieuws  
Blog en proza 
Themapoëzie 
Vrije poëzie   
Vertaalproject 
Proza  
Activiteiten 
Over schrijvers 
Contact     

Nieuwsarchief 
Blogarchief 2010 dec-juli 
Blogarchief 2010 juni-jan 
Themapoëzie archief 2010

 Verslagen en recensies 
archief 2010 
archief 2009 
archief 2008 
   

december 2010 januari 2011 
Thema van de maand: vieren  

Illustratie:  malle babbe - 1635
Olieverf op doek 75x64 van Frans Hals  
Expositie:  Staatliche Museen, Gemäldegalerie Berlin BRD 

     Malle babbe van Frans Hals is een heel andere vrouw dan die van Rob de Nijs:

zij balanceert op de grens van ongeremdheid en gekte, en de wijze uil ziet toe... 
   


 

 

Karel Jonckheere (1906-1993) 


Winterthema 

Vanaf 1 december gaan we ons richten op “vieren”. Een voor de hand 
liggend thema voor de laatste maand van het jaar – immers in geen ándere
maand worden er 3 grote traditionele feesten gevierd: St.Nicolaas, Kerstmis
en Oudjaar. Natuurlijk hebben veel dichters daar mooi werk op geschreven 
en dat zien we weer graag binnenkomen, maar vooral hopen we de fantasie
te stimuleren om de minder voor de hand liggende wegen te volgen die 
“vieren” ons wijst. Want “vieren” betekent óók de teugels een beetje lossen:
het paard of  'n mens meer vrijheid laten. Ook kunnen we wat minder streng
op onszelf zijn en alles niet zo zwaar nemen. Ons werk voortaan wat rustiger
aan gaan doen. 
Met zijn “vieren” vormen we samen ook een bijzondere eenheid: een kwartet,
een muziekensemble, de vier heemskinderen, de vier windstreken, 
de seizoenen en de klassieke elementen water, vuur, aarde en lucht.

Zoals al vele jaren gebruikelijk houden we het thema in januari aan, dus alle
tijd om misschien zelfs geheel nieuwe poëzie te schrijven!  

© John Zwart - 1 december 2010 - Hernehim Cultuur  

 

   


Voor de introductie van ons winterthema "vieren" richtten we de blik op het zuiden,
waar de keus viel op de Vlaamse dichter Karel Jonckheere, (Oostende 1906). 
In zijn geboorteplaats studeerde hij aan het Koninklijk Atheneum. 
Hij vertrok vervolgens naar Gent voor een leraren opleiding. In die stad werd hij 
sterk geïnspireerd door een dichter van de voorgaande generatie: Karel van de
Woestijne (Gent 1878). 
Karel Jonckheere was een echte onderwijsman, hij behaalde zijn bevoegdheid als
leraar middelbaar onderwijs in de Germaanse talen en van 1929 tot 1946 gaf hij 
les aan diverse scholen in Vlaanderen. 
Tegelijk ontwikkelde hij zich als een reiziger, hongerig naar kennis van andere 
culturen en exotische oorden. De lange vakanties bij het onderwijs zullen hem 
daartoe meer dan gemiddeld in staat hebben gesteld. Hij reisde naar India, 
Zuid-Afrika, Congo, Cuba, Mexico en de Verenigde Staten. Anders dan later de
nóg reislustiger Cees Nooteboom, bij wie het reizen uitmondde in reisverhalen en
in vreemde oorden gesitueerde romans, stimuleerde het reizen Karel Jonckheere
vooral in zijn dichterschap. Maar in zijn poëzie bleef ook de invloed van zijn
geboortegrond: Oostende, aan de zee - oerband van het leven. Hij wou echt aan 
den lijve het leven op zee ervaren en maakte toen een reis op kabeljauwvangst 
mee op een trawler naar de wateren rond IJsland. Ook is zijn werk doortrokken 
van autobiografische elementen. 
De bundel "Spiegel der Zee" (1946), zijn meest bekende werk, werd in 1947 
bekroond met de Staatsprijs voor Poëzie. In het vervolg op zijn loopbaan als leraar
was hij in verschillende functies in dienst van het Ministerie van Opvoeding en 
Cultuur. In 1956 viel hem opnieuw de Staatsprijs voor Poëzie toe, voor de bundel 
"Van Zee tot Schelp". Onze oudere lezers zullen zich Karel Jonckheere nog 
kunnen herinneren van de Nederlandse televisie als gevat causeur, toen hij samen
met Hella Haasse, Godfried Bomans en Victor van Vriesland het programma 
"Hou je aan je woord" maakte, een satirisch forum in begin jaren zestig. 
Jonckheere stierf in 1993 te Rijmenam op 87 jarige leeftijd. 
De keus is gevallen op een gedicht van Jonckheere dat de controverse aangaat 
met het thema. Hernehim Cultuur wil altijd stimuleren niet gelijk te kiezen
voor hetgeen voor de hand ligt. Het vieren van feestdagen, van verjaardagen lijkt 
blijheid, maar is dat niet altijd. Een kind kijkt uit naar z'n verjaardag, kan haast niet
wachten... Voor een oudere mag wéér een jaar ouder soms gestolen worden. 
De winterse feestdagen lijken het symbool van licht en vrolijkheid, maar wie 
eenzaam is zit de dagen uit tot alles weer normaal is. 
Die aspecten zitten in Anti-nieuwjaar van Karel Jonckheere.

© John Zwart – 1 december 2010. Hernehim Cultuur 

 


Anti-nieuwjaar 

 

Altijd en ergens oudejaarsavond 
op een ster in een boek of een brief 
ik vier mijn tijd niet in namen 
ik hef geen punch op een dief. 

Eeuwen zo oud als mijn jaren 
mijn jaren zo jong als de wind 
die met datumloze gebaren 
mij uit de kalenders ontbindt. 

Deze avond blijf ik afwezig 
betrek een aanwezigheid 
op einders die mij genezen 
van mijn vergankelijkheid. 

 

Karel Jonckheere
uit: "In de wandeling lichaam geheten",
Manteau Brussel 1969 

 

 

 

   
        inzendingen   
ingezonden themagedicht     


vieren en andere linkse hobby's  

de gedichtendag gaat mij voorbij 
eerst moet er voor het brood gestreden 
de geest van deze maatschappij 
verfoeit ten diepst onledigheden 

de fiscus doet mij telkens kond: 
pas op! de maand is rap verleden 
ik wacht uw penninkskes terstond 
uw schone vers stemt niet tevreden 

voor luchtige onthaastigheden 
biedt nijverdag geen tijd voor mij 
verlokkend aanbod moet gemeden 
gedichtendag gaat mij voorbij 

 

© JohnN 

 

Themagedicht op:   vieren 
JohnN  

ingezonden themagedicht     


Ademloos 

Weet je nog
hoe jij
de teugels
vieren liet
Jouw handen
losjes
het commando gaven 

Dat hoeven
nauwelijks
de aarde raakten
De paarden
draafden
op het ritme van je stem 

Weet je nog
dat om ons heen
de vrieskou zweefde
als een waas
van wit
gewolkte adem 

Boven fier
geheven hoofden
èèn woord genoeg kon zijn
Het beeld
vertraagde
tot een
stapvoets gaan? 

 

© Käthy de Jong 

 

Themagedicht op:   vieren 
Käthy de Jong    

ingezonden themagedicht     


Lente vieren 

Aan het raam gezeten 
zal ik de komst van lente vieren 
het zachte groen 
en zachter geel 
van bol plots bloem 

Aan het raam gezeten 
voel ik nu 
de veile tocht 
door reet en kieren 
ontkenning van de wollen sok 

Aan het raam gezeten 
zoek ik troost 
bij weer- en sneeuwberichten 
van winterse genoegens 
de zondebok 

Aan het raam gezeten 
tel ik bloemen 
door vorst & gevolg 
als een handtekening 
in mijn raam gegrift. 

 

© Harry C.A. Daudt 

 

Themagedicht op:   vieren 
Harry Daudt  

ingezonden themagedicht     


geef mij 
eenvoudig blauw winterblauw 
het schoonst voor lage zon die 
schijnt uit handbereik en kijk 
je overwint de vaart van 
zonnewind 
om waar dan ook naartoe 
in ogenknip voorbij de maan 
je blik als zeus gericht op 
het bestaan en vier het hoe gedachten 
toch sneller dan 't licht 

 

© JohnN 
    januari 2011 

 

Themagedicht op:   vieren 
JohnN  

ingezonden themagedicht     


hoe dan ook 

dat ik je alleen maar 
hoef te denken 
en het mooi in mij spat 

hoe klein het kan zijn 
koffie in de zon 
op een ochtendterras 

leven in eenvoud 
liefde kon worden 
en hoe dan ook 

een woord zoals wij 
weer uiteenvalt 
in een ik en een jij 

 

© pw 

 

Themagedicht op:   vieren 
Pom Wolff  

ingezonden themagedicht     


Trouw is de stam van trouwen 

Elke dag opnieuw vieren wij 
trouw de stam van trouwen 
plechtig aan elkaar beloofd 
vastgelegd met sierlijk schrift 
in een officiele acte en bezegeld 
met een kus. 

Nu vierenvijftig jaren verder 
vieren wij nog elke dag de dag 
van toen de dag van nu de dag 
van het werkwoord trouwen 
met; "Mijn liefste ik hou van jou, 
ik blijf je tot mijn dood toe trouw !" 

Want de essentie van het werkwoord 
Trouwen is de stam: Trouw! 

 

© Cor Visser 

 

Themagedicht op:   vieren 
Cor Visser  

ingezonden themagedicht     


Haast U 

de oliebollen 
kunnen nog besteld 

de Eiswein 
is in prijs verlaagd 

zo ook de straatkrant 

hij hunkert 
naar uw warmte 
voor slechts 1 euro 80 

goedkoper 
kan haast niet 

haast u 
er moet gevierd. 

 

© JELOU 

 

Themagedicht op:   vieren 
Jelou  

ingezonden themagedicht     


Het einde 

De scheurkalender op z’n dunst. 
We ezelen de files in, de winkels 
uit met mondvoorraad voor tien. 
De oude kuddegeest drijft ons weer bij elkaar. 

Om samen van alles te nemen, te eten, 
kwinkslagen te kaatsen en oud zeer te soppen, 
onze hoofden dik gevoerd met roes 
terwijl de koelkast zoemt van welbehagen. 

Aan alles komt een begin. 
Klokslag scheurt het jaar zich los, 
het jongste uur ontfermt zich over ons, 
zoent zich wijd in. We drommen vrieskou in 
voor namaaklicht en gierende bewijzen van bestaan. 

Veel later staan we zeldzaam traag
en zeldzaam langzaam op. We gaan
het jaar weer overdoen – 

 

© Inge Boulonois 

 

Themagedicht op:   vieren 
Inge Boulonois  

ingezonden themagedicht     


Vieren 

het oude jaar is bijna op 
draagt alle sporen van gebruik 
het nieuwe komt zo uit de kast 
zoals het schoonschrijfschrift 
waar je zo goed op hebt gepast 
– zo smetteloos en onbevlekt – 
voorzichtig schrijf je in het net 
"2011" op het etiket 

 

© JohnN   

 

Themagedicht op:   vieren 
JohnN  

ingezonden themagedicht     


Arabella 

en dan moeten we nog over kerstmis schrijven 
hier geen boom die 't een bal kan schelen 
geen lichtslang, ledsnoer lampjespiramide 
noch interactieve vrolijk roodgemutste 
hohohokabouter 

tenminste één kalkoen die niet had hoeven sterven 
ik noem haar Arabella 
zij die volgepropt zit met gebeden 
vruchteloos maar vol gevederd 
en wachtend tot we vergeten 
dat laatste kalenderblad te scheuren 

 

© René Brandhoff 

 

Themagedicht op:   vieren 
René Brandhoff 

* 28 december - dag van de onnozele kinderkens 

 

 

ingezonden themagedicht     


Kandelaar 

mijn nachtkaars 
gaat niet uit 
helder brandt zij 
in duistere uren 

haar kleine vlam 
behoed ik 
op dwaalwegen 
in mijn leven 

jaar na jaar 
hernieuwt zich het 
innerlijk vuur 
van Kerstmis 

 

© Marion Spronk 

 

Themagedicht op:   vieren 
Marion Spronk 

ingezonden themagedicht     


Gemis 

'Gaat het jou wel goed, 
wat is er dat je mist' 
vroeg mijn versmadend lief, 
en ik doorzocht voor haar 
mijn hoofd, mijn hart en leden. 
Vond er steeds andere zaken 
als lezend in een lang vergeten brief. 

Nee, niet de wilde hartstocht 
die is wellicht voorgoed verdwenen 
want lijfelijke liefde dooft 
als zij niet langer wordt gevoed. 
Nee, diep opwellend uit het hart 
spreiden heel andere beelden 
en staan symbool voor alles ooit beloofd. 

Het warme welkom wil ik noemen 
het weerzien vieren met 'n verfrissend glas 
gezeten in een hoekje van de bank, 
die oogopslag bij een boeketje bloemen 
dat weer -als altijd- écht niet nodig was. 

 

© JohnN  

 

Themagedicht op:   vieren 
JohnN 

ingezonden themagedicht     


Last post op de oude hoorn 

De last post op de oude hoorn 
gebarsten tonen gemorste wijn 
beste wensen voor het nieuwe jaar 
vergezellen uit een oude wonde 
schreeuwend schreien om de 
laatste nooit meer te herhalen in 
koper
 verspilde verstilde seconde 
valse beloftes in een gedicht rond 
oude woorden opnieuw geschikt 
geboren in een dronken nacht 
verdwijnen als in het morgenlicht 
de kater woord na woord verkracht. 

 

© Cor Visser 

 

Themagedicht op:   vieren 
Cor Visser   

ingezonden themagedicht     


Jaarwisseling 

Hoofs en gebukt rijpt de tijd 
onder de torenslagen. 
Het nieuwe jaar sleept het versleten 
Nog met zich mee, 
de trappen op van het vergelijk. 
Wat overhelt is het verspilde woord, 
dat zonder tegengeluid werd geuit, 
tijdens ondermaatse dagen, 
die naamloos onderuitgezakt, 
op kalenders en telramen, 
zijn weggedoken. 

Ik geef het jaar handen, 
vol oude wensen, 
en een stem zonder geluid, 
om op uit te rusten, 
als schreeuwen 
aanstaande is. 
Geen nieuwe beloftes straks. 
In het voorbijgaan zwaai ik, 
nog wat namen uit. 
Nee niet meer omkijken! 
Wat was is voorbij, 
de toekomst klinkt nog vrij en leeg. 
Hoe vol ben jij van 
het vorige jaar geweest? 

 

© Michel Martinus 

 

Themagedicht op:   vieren 
Michel Martinus  

ingezonden themagedicht     


Witte kerst 

Een slotverklaring is lang geen verdrag, 
geschiedenis kent waarde van papier, 
het mooie woord maakt geen gedicht 
van verzen voze lading - 

zoals het venster aangekleed door 
keurmeesters in hun eigen convenant 
van zelfbemeten ruimte in het spel 
geen waarheid in het midden laat. 

Sneeuw dekt het wantrouw van 
een wereld waar engelen tot vervelens 
steeds weer vergeefse zangen zingen. 

De witte wade dempt de scherpte van 
het hardst geluid en dekt het voze ijs 
dat wacht en 't eist zijn tol 

 

© JohnN  
(Ongepubliceerd) 

 

Themagedicht op:   vieren 
JohnN 

Of Europa op de drempel 
van zeker, zeuren of zeuro 

ingezonden themagedicht     


Decemberblues 

dit is de maand december, dit is waar 
wij denken in verlichting 

buiten rollen de eerste bundels al 
door sparretakken van ontworteld 

fatsoen en groeien huiskamers 
uit tot versierde tempels 

de dagen raken op en sterven 
doen we allemaal een keer 

tijdens de aanloop naar het einde 
van het jaar omdat we vallen 

over snoeren van de kerst, ingewikkelde 
bomen opzetten, we weten het allemaal 

zo goed dat leven nu is en vroeger 
een woord als heengaan zonder betekenis 

maar de kaarsen zijn in houders 
gevat van mijn nog donkere gedachten 

ik zal ze ontsteken wanneer de stroom 
stagneert opdat ik verlicht wederkeer 

 

© Louise 

 

Themagedicht op:   vieren 
Louise
 

Een herplaatsing van een vorig jaargang 
die heel toepasselijk is 
zeker gezien al het gemopper alom   

ingezonden themagedicht     


(zonder titel) 

Ze lijkt alleen 
weggezogen in nieuws 
wat niemand dragen wil. 
Alleen in het besluit 
niet te willen vechten 
of weten welke kansen 
ze laat liggen. 

En als buiten witte 
vlokken versmelten 
met opgedroogde tranen, 
tovert de winter een 
lach rond haar mond. 
"Kijk wat mooi. 
warme chocomel? 

Om het leven te vieren?" 

 

© Yvonne Koenderman 

 

Themagedicht op:   vieren  
Yvonne Koenderman 

ingezonden themagedicht     


Het morgenlied voor de bruid 

Bruidje lief, ontsluit je ruiten, 
doe wat maanden staat geschreven 
en in d'akkers is te lezen, 
bruiloftsgasten staan al buiten! 

Oleanders en laurieren 
zullen deze morgen sieren, 
nu wij hier de bruiloft vieren. 

Zilver straalt aan beide voeten. 
Oh, de vreugd, want in haar haren 
vlocht ik bloesems, dobbelparen. 
Met jasmijn zal zij u groeten. 

Laat de zon de dag bestieren, 
vlucht in vrijheid alle dieren, 
nu wij hier je bruiloft vieren. 

Waar de bloei niet meer kan wachten, 
bruid, verschijn! Nu nog een meisje, 
zing je straks een ander wijsje. 
Laat je lief niet langer smachten. 

Hoor de klokken feller luiden. 
Wees een bruid met d'andre bruiden 
voor de kar trekt naar het zuiden. 

Toon je kleed, jij die wilt trouwen. 
Geen gedraal kan ons nog sussen; 
laat je lieve lippen kussen. 
Ken met ons de plicht der vrouwen. 

Daar komt ze! 
Daar is ze! O, hoe schoon, hoe mooi! 

Oleanders en laurieren 
zullen deze morgen sieren, 
nu wij hier de bruiloft vieren. 

 

© Ad van Schijndel 

 

Themagedicht op:   vieren 
Ad van Schijndel 

ingezonden themagedicht     


Liefde voor een nacht 

Nachtelijk duister; 
verlaten straten. 
Neonreclames 
van zwoele 
nachtclubs 
weerschijnen 
op natte keien 
van de grote stad. 
In jazzy sferen, 
tussen sigaretten-
rook en de hese 
klanken van een 
bariton saxofoon, 
en de zware tonen 
van een contrabas 
op een verder 
onverlicht podium 
en een even onverlichte 
dansvloer jaagt hij 
natte dromen na. 
Zijn hand lichtjes 
om haar leest, 
en zij…. 
haar tong beweegt 
tussen zijn lippen 
soepel op weg 
naar de rand 
van overspel of 
wordt het 
weer een zoveelste 
one - 
night - 
stand.- 

 

© Hein van den Assem 

 

Themagedicht op:   vieren 
Hein van den Assem 

ingezonden themagedicht     


De toon gezet 

ik streel zacht de stilgevallen vleugel 
verleid de toetsen tot een melodie 
met klanken van een voorjaarsrapsodie 
in jubel om het vieren van de teugel 

verzin ik vingervlug een lichte tune 
voor ‘t gedicht en proef de tinteling 
in klingelklokjes, de zindering 
van zomerrokjes in ’t weidse groen 

aan het venster landen kleine guiten 
die op de rand van ongehoord 
in close harmony van lente fluiten 

mijn handen volgen hun slotakkoord 
in stipjes langs het blauwe buiten 
trilt de echo van het laatste woord 

 

© Hanny 

 

Themagedicht op:   vieren 
Hanny 

ingezonden themagedicht     


Christmas Carols 

Tot waar Anton Pieck voorbij kwam, 
verstijft de kou bomen en huizen rond 
de Harderwijker Vischmarkt. 

Stilte haast aarzelend genieten, bang om in 
dit gewijde beeld in te grijpen en schoonheid 
te verstoren. Als het doek opgaat voor 
de Christmas Carols, schuiven sprookjesfiguren, 
uit Dickens, als in een wintervoorstelling, 
door de straten langs de huizen aan 
dit plein van de stad.  

Zij zingen u een zalig Kerstfeest en 
een gelukkig Nieuwjaar toe. 

 

© Michel Martinus 10.12.2010 

 

Themagedicht op:   vieren 
Michel Martinus  

ingezonden themagedicht     


tellen van de plooien 

en dat ik tóch weer nieuw begon al 
weet ik dat ik ook weer zeggen zal 
ach anders niet dan een rondje zon 
zonder begin of eindstation want 

elk nieuw is oud hooguit 'n onhoorbaar |
klik van teller die zonder zin de plooien 
telt die tijd in het oneindig vouwt alsof 
begin of eind in chaos geldt - neen 

niets strekt je tot behoud je wentelt wat 
verstrooit dan weer voor nieuw uit oud 

 

© JohnN 

 

Themagedicht op:   vieren 
JohnN 

ingezonden themagedicht     


voor Kerst 

vandaag is het een onbestemde dag, er is 
nog niet gekozen voor de vorst of dooi 

de straat vindt mist en natte sneeuw, een 
vogel merkt de oprit met zijn poten 

laarsjes doen de vogel na, de klemtoon van 
een voetafdruk vormt onbekende tekens 

het kind, met goudglans in het pasgewassen 
haar, verwacht een wonder op de stoep 

een kofferbak van auto kent de kunst van 
toveren, de kerstboom krijg applaus 

het maakt niet uit wat deze dag gaat doen 
want ongetwijfeld viert men hier straks feest 

 

©  Anneke Wasscher 

 

Themagedicht op:   vieren 
Anneke Wasscher  

ingezonden themagedicht     


Kerstavond naar zee 

tien meter zwarte stalen wand 
ladder tegenaan staat schraag 
en regen gutst gestaag omlaag 
een koffer trekt aan elke hand 

in de maag wentelt een steen 
verspreidt inwendig kou 
'we wachten al, waar bleef je nou!' 
klinkt dwars door liergedender heen 

er zakt een touw, een haak eraan 
'n koffer zwiert aan dek 
de tweede snel erachteraan 

de ladder vuil en glad als spek – 
voorzichtig nu, zeil er niet af 
uitvaren is genoeg voor straf 

 

© JohnN – dec 1972 
(Ongepubliceerd) 

 

Themagedicht op:   vieren 
JohnN 

ingezonden themagedicht     


Bijna Kerstmis 

Het stadshart is haast dichtgeslibd 
Wensen drommen op het trottoir 
langs etalages stikvol koopbaar. 

In geslepen banen sluizen trams 
verlangens door, bij vlagen gierend, 
bellend. Auto’s horten dampend 
door het steedse heen, zebra’s 
over tussen citybags met koopwaar. 

December stuwt ons weer de winkels in, 
het infarct van kassa’s langs. 
Muzak bespeelt intussen onze oren. 
Alles liegt dat vrede wordt geboren 
in overdaad – 

 

© Inge Boulonois 

 

Themagedicht op:   vieren 
Inge Boulonois 

ingezonden themagedicht     


Feestje 

Zij zeurt over yoga 
en bijt op haar nagels 
Hij denkt: laat maar lullen 
en hapt in zijn bier 

Zij denkt: aardige knul 
wel wat eenvoudig 
Hij denkt: leuke meid 
doen we het bij haar of hier? 

Zij heeft naar gedroomd 
en kramp in haar been 
Hij sliep als een roos 
dronk thee en verdween. 

 

© Ton Huizer 

 

Themagedicht op:   vieren  
Ton Huizer 

ingezonden themagedicht     


De laatste rit 

Wat valt er nog te vieren 
als aan het einde van de rit 
de zwart omfloerste trom 
zich in een doffe roffel roert. 

Wat valt er nog te vieren 
nu alles al is geschreven 
de liefde vaak bedreven 
de fles geleegd is tot de bodem. 

Wat valt er nog te vieren als voor 
de laatste rit onthecht van alle aards 
bezit je je laatste weesgegroetje bidt. 

Er valt dan niets te vieren, want voor 
arm of rijk, heel slim of dom 
roert aan het eind gelijk de trom. 

Dan kun je huilen, woedend tieren 
want je beseft
 dat aan het einde van de rit 
niets meer, niets meer valt te vieren ! 

De Moraal ?: 
Feest bij het leven als een beest, 
aan het eind van de rit kan het niet meer... 
dan ben je er............................!! 

"Goed zo, u heeft het begrepen !" 

 

© Cor Visser

 

Themagedicht op:   vieren  
Cor Visser 

ingezonden themagedicht     


Advent 

Stilweg gaan de dagen, 
de dagen van december. 
Bomen uitgekleed 
tot op hun blote bast, 
tuinen winterklaar, 
de hemel leeg en bleek: 
het wachten lijkt begonnen. 

Wij kunnen niet wachten, 
slepen onze huizen vol 
vrede op aarde, 
vieren het vertier, 
bedrinken ons aan de verval- 
dagen van het jaar, 
lijken het wachten zat. 

 

© Atze van Wieren 

 

Themagedicht op:   vieren  
Atze van Wieren 

ingezonden themagedicht     


Lichtviering 

december, donkerste maand 
brengt glanzend levenslicht 
in dagen van duisternis 

buiten huiveren bomen 
winterse kou bevriest 
al, wat naakt en kwetsbaar is 

na vier keer advent 
gaan dagen weer lengen 
Kerstmis, zonnewendefeest 

 

© Marion Spronk  

 

Themagedicht op:   vieren 
Marion Spronk  

  © Copyright Hernehim Cultuur 2001-2011   

Hernehim      

een cultuurpagina 

HOME 

   
   
   
    
   
november 2010  
   
           Hernehim 
          
pagina thema poëzie 
Hernehim
                   Boeiend om te bezoeken. 
                   Vrij en onafhankelijk. 
                   © HC 2001-2010 
Redactie:                  John Zwart 
Redactie assistentie  Anneke Wasscher 
Bijgestaan door:        Monica Boschman en Anke Labrie 

                   Thema van de maand: hervonden herinnering 

Laatst bijgewerkt: 30.11.2010 

Hernehim opent aan het begin van elke maand een nieuw thema. 
Een openingsgedicht van een gerenommeerde dichter zet de toon. 
Alle dichters die zich door het thema aangesproken voelen kunnen 
toepasselijk bestaand of nieuw geschreven werk inzenden
Het thema staat de hele maand open. Een afgesloten thema blijft 
staan onder het actuele zodat alle inzendingen tenminste gedurende ;
een volle maand op deze pagina te lezen zijn. 

HOME 
Nieuws  
Blog en proza 
Themapoëzie 
Vrije poëzie   
Vertaalproject 
Proza  
Activiteiten 
Over schrijvers 
Archief 
Contact     
   

november 2010
Thema van de maand: hervonden herinnering 

Illustratie:  de volharding der herinnering - 1931
Olieverf op linnen van Salvador Dali   
Expositie:  Museum of Modern Art, NewYork NY, USA 

   
   
      het introductiegedicht   


 

 

 

 

Martinus Nijhoff (1894-1953) 

Wie we zijn, dat zetelt in ons hoofd. Waar de prikkels van onze zintuigen tot 
bewustzijn komen. De wetenschap die dagelijks hersenen doorvorst heeft het 
allemaal verkend: wáár precies de oogzenuw ons de beelden brengt, waar zetelt
het gehoor, waar vindt het spraakvermogen plek.
Maar hoe het werkt? 
Ons brein een raadsel, misschien in de kern een eeuwig raadsel. Laten we het
dan maar positief benaderen en ons verwonderen, onder diepe indruk van een 
mysterie dat vergelijkbaar is met dat van het heelal. 
De kleinere mysteries ervaren we soms, onverwacht. Het blijkt zómaar dat we 
dingen hebben onthouden die we niet meer dachten te weten. Voorwerpen kunnen
herinneringen oproepen, glasheldere beelden waarvan we niet meer wisten dát we
het wisten. Toch liggen ze blijkbaar ergens opgeslagen. Geluiden en geuren zijn
misschien nog veel sterkere stimulantia om onze wonderlijke "harde schijven" aan
het werk te zetten. Dan zijn we van het ene moment op het andere plots in een 
andere tijd en op een andere plaats. 

Laatst kreeg ik een vierkant stukje linoleum in handen. Iemand had er een letter op
geschreven. Opeens zat ik weer in een oude harde schoolbank, achter een schrijf-
blad met een inktpot voorzien van een klapdekseltje. Vóór me een leesplankje, de 
aloude aap-noot-mies. Mijn rechterhand in een bakje lettertjes - van linoleum. 
Dat had dus die wonderlijke 'zoekmachine' bewerkstelligd.
Het geluid van een stoomtrein kan ook zoiets teweeg brengen. Mijn ouderlijk huis
stond aan het spoor en pas in 1948 reden er weer elektrische treinen. De stoomfluit
hoor ik uit mijn jongens-slaapkamertje. 
De geur van oververhitte stoom vermengd met smeerolie doet het weer anders. 
Die bracht me opeens terug in de machinekamer van een stoomschip varend in de 
Firth of Forth op een koude winterdag. Ooit was ik daar aan boord, maar dat schip 
is al minstens 45 jaar geleden gesloopt. 

Niet het bewust zoeken naar herinneringen maar de beleving van het verleden die
ons plots overvalt – daarvan verwachten we van u weer mooie gedichten gedurende
de maand november, een maand bij uitstek voor "hervonden beleving". 

© John Zwart - 28 oktober 2010 - Hernehim Cultuur 

De dichter Nijhoff is één van de dichters uit de eerste helft van de vorige eeuw
wiens werk tot in deze tijd nog een grote algemene bekendheid geniet. Er is 
niet alleen poëzie van zijn hand, er resten ons ook nog essays, theaterstukken 
en veel vertaalwerk. 
Zijn leven begon en eindigde in de stad Den Haag, waar hij bij wijze van spreken
tussen de boeken werd geboren. Zijn grootvader had in die stad in 1853 de 
uitgeverij Nijhoff opgericht en was ook betrokken bij de eerste verschijning van 
het Haags Dagblad Het Vaderland – vader Nijhoff was boekhandelaar. 
Het is dus beslist niet verwonderlijk dat Martinus Nijhoff dichter en schrijver werd.
Toch ging hij rechten studeren in Amsterdam, maar hij heeft nooit het juridisch
vak uitgeoefend. 
In zijn studententijd was hij al redacteur van het studentenblad Propria Cvres en
hij debuteerde met de gedichtenbundel "De wandelaar" in 1916. Aansluitend op 
zijn rechtenstudie volgde hij letterkunde in Utrecht en was toen al op weg om 
een leven lang dichter/schrijver te worden.
Een bijzondere vriendschap onderhield hij met de magisch realistische schilder
Pyke Koch, bij wiens schilderijen hij enkele gedichten heeft geschreven.
Nijhoff was als dichter een liefhebber van de klassieke vormen, met een voorkeur
voor het sonnet, maar hij zette zich af tegen het ronkende taalgebruik van de 
tachtigers. Binnen de sonnetvorm streefde hij juist de waardering van de moderne
spreektaal na. Met als onderwerpen angst, eenzaamheid en het verlangen naar 
het ongerepte, ontstonden romantische sonnetten die tot in onze tijd nog steeds
de lezer kunnen aanspreken. 
Ook het door Hernehim Cultuur gekozen gedicht "De moeder de vrouw" als een
introductie van het maandthema getuigt daarvan. Het gedicht, dat is ontstaan bij
een familiebezoek in Zaltbommel bij de toen nieuwe – in 2006 weer vervangen –
brug, behoort tot de canon van de Nederlandse poëzie, Elke poëzielezer kan 
wel spontaan een strofe voordragen. 
Zijn tweede dichtbundel "Vormen" kreeg in 1925 de prijs van de stad Amsterdam,
en bij zijn overlijden in 1953 is de Martinus Nijhoffprijs als vertalerprijs ingesteld.
Ook in zijn sterfjaar werd aan hem postuum nog de Constantijn Huygensprijs 
toegekend.

© John Zwart – 1 november 2010. Hernehim Cultuur

 

 

 

 


De moeder de vrouw 

Ik ging naar Bommel om de brug te zien. 
Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden 
die elkaar vroeger schenen te vermijden, 
worden weer buren. Een minuut of tien 

dat ik daar lag, in ’t gras, mijn thee gedronken, 
mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd - 
laat mij daar midden uit de oneindigheid 
een stem vernemen dat mijn oren klonken. 

Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer 
kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren. 
Zij was alleen aan dek, zij stond bij ’t roer, 

en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren. 
O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer. 
Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren. 

Uit: Verzamelde Gedichten. Prometheus 2007 
(Nieuwe paperback uitgave) 

 

Hier volgt nog een voorbeeld van de visualisering van hervonden herinnering
in het werk van Nijhoff: 

"...
Ik maakte tussen de lissen 
met de hand een wak in het kroos 

Er steeg op van beneden 
uit de zwarte spiegelgrond. 
ik zag een tuin onbetreden 
en een kind dat daar stond 

Het stond aan zijn schrijftafel 
te schrijven op een lei. 
Het woord onder de griffel, 
herkende ik, was van mij 
..." 

 

   
        inzendingen   
ingezonden themagedicht     


Bovenkarspel – toen 

Ons eerste huis, veel bloemen in de tuin, 
daar plantten wij vertrouwensvol een boom. 
Een baken in de straat, een levensdroom: 
de lijsterbes, snelgroeiend, vogelkruin. 

Beschaduwd door ‘t beschermende struweel 
zong zachtheid nieuwe liefdevolle taal. 
De ritselblaadjes deden hun verhaal. 
Verwachte kind’ren bouwden een kasteel. 

Nu resten beelden, wazig door een traan 
die ongenood, boosaardig en voldaan 
een gat brandt in mijn pantser: telkenmaal. 

Ik ben weer op die verre plek en staar 
op zoek naar iets dat overbleef, maar 
ook de boom is weg. De kaalslag is totaal. 

 

© Iris Koetsier. 

 

Iris Koetsier  
Themagedicht op:
hervonden herinnering  

ingezonden themagedicht     


Het schrijven 

Een man 
hij zit aan het raam 
zit bij het vallen van de avond aan het open raam 
en schrijft 

de dag lang was de kamer leeg 
de tafel ongebruikt 
de stoel iets weggeschoven 

hij opende het raam hij wilde 
inademen 
hoe het daarbuiten is 
het ruikt naar vroeger denkt hij 
het ruikt naar avonden met haar aan zee 
zonlicht dat sterft 
wanneer het koud wordt staat hij op 

hij sluit het raam 
en zit 
en leest wat hij heeft neergeschreven. 

 

© Joop Scholten 2010 

 

Joop Scholten 
Themagedicht op:
hervonden herinnering    

ingezonden themagedicht     


inktvlek 

de inkt veegt verse letters weg, ze 
werpt een smet op mijn verhaal 

een vlek schetst zwarte tekening 
herinnering herkent het beeld: 

de blanke beuken schoolbank 
ze houdt de glans van boenwas vast 

in vak ligt vlijt van kroontjespen en 
netheid wordt door inktlap nog bewaard

gedrag verliest de grip en inkt gaat 
eigen gang, volgt nerven in het hout 

schaamte zoekt een schuilplek achter 
bange ogen, ik weet de straf berekenbaar 

want schuld krijgt altijd wel een plaatsje 
achteraan, waar oude bank de boete wijst 

 

© Anneke Wasscher  

 

Anneke Wasscher  
Themagedicht op:
hervonden herinnering    

ingezonden themagedicht     


De twijfelaar 

Te klein voor twee, 
te groot voor één; 
het blauwe ijzeren bed, 
met drie matrassen, 
beslapen met mijn 
tweede liefde, 
net zo onopgemaakt 
als het beddengoed. 

De liefde noch de lakens 
werden gladgestreken. 
Rimpelingen van 
onenigheid, 
golven van haat 
en liefdesnijd, 
die uiteindelijk 
verdwenen, net als 
het bed, dat bij het 
grof vuil werd gezet. 
Alleen deze foto op 
een onverwacht moment, 
is het enige dat rest, 
van wat we samen 
hebben gekend. 

 

© Hein van den Assem 

 

Hein van den Assem  
Themagedicht op:
hervonden herinnering    

ingezonden themagedicht     


Schorteldoek 

het is er nog 
dat kiekje 
gevonden in oma’s boezeroen 

die markante kop 
met diepe voren 
de oogst van ploegen op het land 

het is er weer 
de geur van manchester 
en pijptabak 

opa niet 

 

© Hanny 

 

Hanny  
Themagedicht op:
hervonden herinnering    

ingezonden themagedicht     


Voordeur 

Ik zag de voordeur 
in glans afgelakt 
het raampje 
erin uitgespaard 
misschien 30X20 

Ik zag de kleur 
van moeders haar 
mahonierood 
omlijstte het 
haar blozend gelaat 

Ik zag haar mond 
bewegen,woorden 
tot zinnen vormen: 
het beantwoorden 
van mijn jeugdig vragen 

 

Ik zou er minuten 
naar kunnen kijken 
de herinnering gestold 
van die voordeur 
in glans afgelakt. 

 

© harry c.a.daudt 

 

Harry Daudt 
Themagedicht op:
hervonden herinnering    

ingezonden themagedicht     


Bickerseiland 

De maan scheen over de bogen.
De treinen reden over de dijk en
het gebouw van machinefabriek Jonker,
stak hoog en donker boven mij uit. 

Voor mij op de cafétafel stond een kopstoot
en ik proostte op mijn oma.
De stem van mijn opa dacht ik te horen,
Ik rook nog steeds de geur van teer en olie. 

Een auto reed de Bickerstraat in.
Ik voelde de handen van mijn vader en moeder,
terwijl ik als kind tussen hen in liep
en naar hen opkeek. 

Mijn angst voor het donker lachten zij toen weg.
Ik dronk van de jenever,
Niets kwam er ooit nog terug.
Ik dacht aan het lied "Amsterdam huilt"
en had niets te lachen.

 

© Ronald M Offerman 

 

Ronald M Offerman 
Themagedicht op: hervonden herinnering    

ingezonden themagedicht     


Af en toe 

Zo af en toe 
viel er iemand uit mijn handen 
Te zwaar, of niet goed opgelet 

Het werden steentjes 
op het pad 
Scherpe steentjes, voelbaar 
door de dikste schoen 

Soms trap ik op zo’n steentje 
en weet dan weer. 
Dat had je beter moeten doen. 

 

© Ton Huizer

 

Ton Huizer 
Themagedicht op:
hervonden herinnering    

ingezonden themagedicht     


Hervonden tijd 

Ik weet nog die ene Koninginnedag 
in zonnig Den Haag, waar duizenden 
gestaag de vale kleden en 
kramen afschuimden. Dat defilé 
langs afgedankte waren; 
van stoffige zolders gesleept 
of uit muffe kelders gezeuld. 
Kinderen die schamele muziek 
over de dove horde uitsprenkelden. 

Ik liep met geoefende blik 
de rauwe bende af, op zoek 
naar rafels van mijn jeugd. 
Ik zocht roestige sleutels van 
afgesloten laatjes, die niet 
meer open wilden. Kon ik 
hier mijn honger stillen? 

Plots schoot hij mijn blikveld 
binnen; draaide mijn uurwerk 
pijlsnel terug. De keukenklok 
van toen, ik schrok. 
Zijn wijzers bevroren; zijn tijd 
was blijven staan. En ik? 
Ik was al maar verder gegaan. 
Hij hield mij gevangen, 
daar op het grauwe kleed. 

Ik kan hem nu weer feilloos 
plaatsen, aan de houten 
keukenwand. De sleutel, op 
de smalle schoorsteenrand. 
Hij gidste me door mijn 
jonge leven, van huis naar 
school en naar de familiedis, 
om me telkens weer 
de tijd te geven, die ik nu 
zo vaak… zo node 
……………. mis. 

 

© Hein van den Assem 

 

Hein van den Assem 
Themagedicht op:
hervonden herinnering    

ingezonden themagedicht     


Die ik lief heb 

Wat ik dacht allang te zijn vergeten 
kwam onder het koken ineens 
weer in mijn weten, 
ja, niet dat mijn ouders altijd 
zongen, dat vergeet ik nooit. 

Maar wát ze zongen dat kwam vandaag 
als een bliksemstraal zo vlug 
in mijn herinnering terug, 
terwijl mijn ouders elkaar kusten 
knuffelden, dansten en lachten, klonk het: 

"O, was ik maar dood, want die ik lief heb 
die krijg ik toch nooit en die ik niet mag 
ja, die zie ik toch iedere dag en waar ik van hou 
ja, die gaat met een ander op sjouw en die 
ik niet mag, ja, die zie ik toch iedere dag !! 

Kus...kus...hatsjee!" 

 

© Cor Visser 

 

Cor Visser  
Themagedicht op:
hervonden herinnering    

ingezonden themagedicht     


Fractie 

bakstenen op elkaar gestapeld 
ik dicht er mortel tussen: het is een muur 
schrijf ik "deur, raam, dak", het wordt een huis 
ik laat de zon erop schijnen 
aan de overkant poot ik een paal 
niet zomaar één 
er hangt een bordje aan: Bus 

niets laat vermoeden wat er 
in dit tafereel besloten ligt 

maar als ik zeg dat de afstand 
tussen halte en huis 
een lichtjaar bedraagt 
een fractie van de eeuwigheid 
die haar van mij zal scheiden 
en dat besef 

 

© Vera De Brauwer  

 

Vera De Brauwer 
Themagedicht op:
hervonden herinnering 

Kleine toelichting 

Mijn moeder stierf op 49-jarige leeftijd aan borstkanker. 
"Fractie" vindt zijn oorsprong in een heel specifiek moment 
toen zij nog leefde.
 Ik was bij haar op bezoek. 
Toen ik naar huis ging, vergezelde ze mij naar buiten en 
leunde met haar rug tegen de bakstenen muur. 
Ik stak de straat over en wachtte aan de bushalte. Ik zag haar staan,
in de zon, en besloot die scène te bewaren voor de toekomst. 
Ik koos welbewust dat moment uit om het me later te herinneren. 
Mijn moeder was nog dichtbij, ik hoefde maar de straat over te steken
om weer bij haar te zijn en toch leek ze zo onnoemelijk ver van mij
verwijderd. 
Een "voorproefje" van de onmetelijke afstand die ons zou scheiden.

 

ingezonden themagedicht     


Intramuraal 

Zonder code zwaait de klapdeur 
naar binnen open, de gang in. 
Weer zit hij diep inhalerend 
in het enige vertrek met asbakken. 
In zijn hoofd balt sneeuw aan. 

Nog prevelt hij mijn naam als ik binnenkom 
en lijkt op wie hij was. Vroeger, 
daar praten we over. 
Langs de stroeve paden in zijn hoofd 
sprokkelt hij herinneringen. 

Warmte borrelt sneller op. We lachen 
of we samen op reis zijn. Waarheen 
doet niet ter zake: wie hier is 
hoort bij elkaar – zo eenvoudig 
als alles kan zijn. 

Dan moet ik weer weg. 
‘Morgen ga ik naar huis’, zegt hij 
al jaren.
  En draait de volgende zware - 

 

© Inge Boulonois  

 

Inge Boulonois 
Themagedicht op:
hervonden herinnering    

ingezonden themagedicht     


Droom 

Ik ben weer jongen 
en tot boer bestemd. 
Lig wakker in 
een winternacht zó stil, 
dat alles om mij heen 
gestorven lijkt. 

Dan dringt tot mij door 
het dof gebonk van paarden 
die hun hoeven slaan 
tegen het beschot. 
Ook is het net alsof 
ik vader roepen hoor. 

Nu rechtop in mijn bed 
wil ik schrijven wat het was 
waarom ik huil, 
maar het ontglipt mij. 
Ik krijg juist dát niet op papier, 
en was toch zo dichtbij. 

 

© Atze van Wieren  

 

Atze van Wieren 
Themagedicht op:
hervonden herinnering    

ingezonden themagedicht     


Tussen heg en steg 

staat het witte huis 
waarin ik vroeger woonde 
met gesloten ogen zie ik nog 
de granieten keukenvloer 
geëmailleerde pannen op het vuur 

het bleekveld en de moestuin 
een houten schuur op 't oude erf 
die mijn vader zelf ooit bouwde 
tussen overpad en achterbuur 

er wonen andere mensen nu 
achter de strak gevoegde muren 
die elegante tuin en dubbel glas 
ja, ik stond te gluren, even maar 
en zag wat ongezien verdwenen was 

want tussen heg en steg staat 
nog steeds hetzelfde huis 
maar die warm gevoerde jas 
waarin ik woonde, is voor altijd weg 

 

© Hanny 

 

Hanny 
Themagedicht op:
hervonden herinnering    

ingezonden themagedicht     


In de Kruidenwinkel 

Het blikkerend mes tussen z'n tanden 
waterdruppels met het gebaar van een 
jonge hond wegzwiepend van z'n haar 
dook hij als een kruising tussen een 
waterdemon en een enterende piraat 
op naast de roeiboot en smeet met een 
breed bruin armgebaar de bos opgedoken 
druipende kalmoeswortels in het gangboord. 

En... met een "Er zit nog veel meer!" 
dook hij weer, nauwelijks een rimpel 
achterlatend in het zwarte vlakke water. 

Wat waren mijn broertje en ik blij 
toen die slanke gebruinde man 
voor het laatst opdook en zei: 
"We hebben genoeg mannen, 
aan de riemen, we gaan naar huis!" 

 

 © Cor Visser 

 

       Cor Visser  
     
Themagedicht op: hervonden herinnering    
ingezonden themagedicht     


Ochtend 

Een jonge vrouw in de bus 
kijkt op van haar glossy 
glimlacht en ziet 

de man achter het caféraam 
voorbij slechts een glim 
het is niet om hem 

hij kijkt naar buiten en ziet de bus 
haar niet 

een meisje bij de halte 
niet ver van hier 
zoekt iets 
in haar neus 
in de rechterhelft 
en bestudeert tegelijkertijd haar mobiel 

over de letters glijdt haar hand 
de linker zo snel 
de woorden dansen al 
en na de neus 
herstelt ze kruislings 
de slechte relatie 
tussen linkeroor en dop 

uit het oor klonk techno 

de bus is zover 
kijkt en draait het asfalt op 
schakelt voorbij de beats 
en het geluid sterft snel 

de tijd schiet verder en 
de mens danst onhoorbaar weg 
het is weer doodstil in Metslawier 

 

© Bert Struyvé 

 

       Bert Struyvé  
     
Themagedicht op: hervonden herinnering    
ingezonden themagedicht     


Vaasthollen 

Zummerdoags mit pabbe 
-veur op staang van fiets 
leutje zuske achterop – 
n plestieken emmer 
aan t stuur 
noar toen bie t spoor 
eerbaaien plukken 

Hou handen groaven 
in waarmte zuiken 
noar t begun 
kleuren vaasthollen 

Train veurbie gaait 
achter roamen 
minsken 
verdwienen 
in n landschop zunder grinsen 

Herinnerns 
valen 
op boom van emmer 
maank t geluud 
van kienderstemmen 

 

© Käthy de Jong 

 

       Käthy de Jong  
     
Themagedicht op: hervonden herinnering
       (Gronings) 

Vasthouden 

Een zomerdag met vader 
– voor op de stang van zijn fiets 
het kleine zusje achterop – 
een plastic emmer 
aan het stuur 
naar de tuin bij het spoor 
aardbeien plukken 

Hoe handen graven 
in warmte, zoeken 
naar het begin 
kleuren vasthouden 

De trein voorbij gaat 
achter ramen 
mensen 
verdwijnen 
in een landschap zonder grenzen 

Herinneringen 
vallen 
op de bodem van een emmer 
tussen het geluid 
van kinderstemmen 

 

© Käthy de Jong 

 

       Käthy de Jong  
     
Themagedicht op: hervonden herinnering    
       (Vertaling) 
ingezonden themagedicht     


het vreemde bed 

het huis is zwijgzaam en
de straten worden stil 
ze slapen bijna als ik 
stem van heimwee in 
het vreemde bed herken 

een traptree kraakt nog 
verre voetstap volgt 
de maat van torenklok 
laat horen hoe de nacht 
haar ronde doet 

mijn angst verbergt zich 
muisstil onder last 
van donkerbruine deken 
stopt alle tranen in het 
lijf van lappenpop 

geruststellend geluid 
van buiten komt pas 's morgens 
weer terug, dan hoor ik 
vroege vogels met een 
lied het eerste leven maken 

 

© Anneke Wasscher  

  

       Anneke Wasscher  
     
Themagedicht op: hervonden herinnering    
ingezonden themagedicht     

De vlucht 

een dag in februari op het open veld 
somber als toen, er hing geen wonder 
in de lucht - de buizerd scheert laag 
over, komt gewillig op de hand 
het torenvalkje grilliger landt 
liever op het dak 

haar omgaan is bedachtzaam, met 
respect, zo kenden we haar niet 
ze houdt hem soeverein in toom 
een roodgeveerde indiaan met felle 
blik en ongenaakbaar, zij lijkt 
zeker van zichzelf 

wij staan er wat onwennig bij 
en weer is er die dag: de eerste 
kreet, haar hikjes en geluidjes 
het grijpen, veilig hechten als
een diertje - en voor je t weet
zijn twintig jaar voorbij 

 

© Lieve De Vos 

 

         Lieve de Vos  
        
Themagedicht op: hervonden herinnering    
ingezonden themagedicht     


Oog   (naar psalm 139) 

Weet je nog, vader, hoe vroeger 
het gras werd gemaaid, hoe nauw 
dat stak met paard en machine 
en ratelende messen, 

en weet je nog hoe toen de rollen 
moesten worden omgedraaid: 
geen zoon ontloopt zijn eerste keer. 

Weet je nog hoe toen jouw ogen 
mij de leidsels uit handen zagen, 

ik scheef ging. 

 

© Atze van Wieren

 

Atze van Wieren 
Themagedicht op:
hervonden herinnering    

ingezonden themagedicht     


Achter het stille raam 

achter dat hoge stille raam, 
uitziend over de tuin 
die niet meer is 
- parkeerblik - 
ziet mijn oog slechts donkerte 

mijn blik keert om, 
droomt neer in boomkruinen 
waar door lindelente 
gestorven jonge vrouwen 
voorbij fietsen 

en achter mij haar stem: 
"ik ben nu heel oud, jij bent 
het enig kleinkind 
dat mij nog bezoekt 
ik ken je als je praat 

ik kan je mijn lange leven 
gaan vertellen, avonturen 
weinig en toch zo veel gebeurd 
dat nu als een zucht voorbij 
schijnt, door het harde werken" 

weer neem ik afscheid 
zij raakt mijn hand met bei' 
haar handen, ja je bent het echt, 
de andere morgen roept ze: 
"zuster, ga ik nou dood?" 

ik kijk omhoog 
- van tussen het blik - 
naar het hoge donkere raam, 
nu weet ik zeker, ik zie 
haar schim, zij lacht naar mij. 

 

© JohnN 

 

JohnN 
Themagedicht op:
hervonden herinnering    

© Copyright Hernehim Cultuur 2001-2011   

Hernehim      

een cultuurpagina 

HOME 

   
   
   
   
   
oktober 2010  
   
           Hernehim 
          
pagina thema poëzie 
Hernehim
                   Boeiend om te bezoeken. 
                   Vrij en onafhankelijk. 
                   © HC 2001-2010 
Redactie:                  John Zwart 
Redactie assistentie  Anneke Wasscher 
Bijgestaan door:        Monica Boschman en Anke Labrie 

                   Thema van de maand: stilte, verstilling 

Laatst bijgewerkt: 31.10.2010 

Hernehim opent aan het begin van elke maand een nieuw thema. 
Een openingsgedicht van een gerenommeerde dichter zet de toon. 
Alle dichters die zich door het thema aangesproken voelen kunnen 
toepasselijk bestaand of nieuw geschreven werk inzenden
Het thema staat de hele maand open. Een afgesloten thema blijft 
staan onder het actuele zodat alle inzendingen tenminste gedurende 
een volle maand op deze pagina te lezen zijn. 

HOME 
Nieuws  
Blog en proza 
Themapoëzie 
Vrije poëzie   
Vertaalproject 
Proza  
Activiteiten 
Over schrijvers 
Archief 
Contact     
   

oktober 2010
Thema van de maand: stilte, verstilling 

Illustratie:  Impressie opkomende zon - 1873
Olieverf op doek van Claude Monet  
Expositie:  Musée Marmottan Monet, Paris  

   
   
      het introductiegedicht   


 

Marie Vasalis (1909-1998) 

Iedereen wordt regelmatig met stilte geconfronteerd, gewenst of ongewenst.
We ervaren haar vele gezichten. 
Hoe, dat hangt af van onze "gevoelstemperatuur". 
Zij kan ons verwarmen maar ook verkillen, ze is groots of pijnlijk en we kunnen
haar koesteren of ontvluchten. 
Stilte komt ons het dichtstbij in de dood. We zwijgen in respect en gedenken.
In bijeenkomsten scheppen stiltemomenten tijd voor bezinning, ruimte om te
denken aan de naasten die we missen. Intens gevoel van leegte komt over 
ons als de stilte vlak naast ons staat op het kerkhof. 
Bewust zoeken de mensen haar in stiltecentra, kerken of kloosters. 
Dan komt het overdenken waarmee ze bezig zijn in de hectiek van alledag.
Dat kan helpen om op het kruispunt van wegen een zinvolle richting te kiezen.
Anderen vinden de stilte in de ziel van de natuur: in de bergen, de bossen of 
aan zee. Maar het kan ook gewoon als visser aan de kant van de sloot. 
In relaties tussen twee mensen kan de stilte allesbepalend zijn – in de warmte
van liefde is zij licht en spreekt in de lichaamstaal, maar zij drukt als een zware
steen wanneer men elkaar niets meer te zeggen heeft. 

Hernehim nodigt u deze maand weer uit: doorbreek uw literaire stilte en deel
uw ervaringen in uw proza of poëzie. Alleen eigen werk uiteraard. We zijn 
weer heel nieuwsgierig hoeveel gezichten van stilte/zwijgzaamheid u ons leert
kennen. 
Ter inspiratie publiceren we een paar korte gedichten van Marie Vasalis.  

© Anneke Wasscher 

Marie Vasalis was en is nog steeds een geliefde dichteres.
Haar gedichten zijn voor veel lezers toegankelijk. Mensen herkennen hun
eigen gevoel soms al in een paar treffende zinnen van haar hand. 
"Onsterfelijk" mogen we deze voorbeelden wel noemen:
"...niet het snijden doet zo’n pijn,/ maar het afgesneden zijn."
"...Had ik je maar als kind gekend,/ die nu mijn kind en moeder bent."
en
"...het rode, zuivere van de late zon/ te zien, te volgen – en de eigen weg
te gaan./ Het werd, het was, het is gedaan." 
"M.Vasalis" gebruikte Margaretha Drooglever Fortuyn-Leenmans als haar
pseudoniem om te publiceren. Het is haar gelatiniseerde meisjesnaam. 
Zij werd geboren in Den Haag (1909) en studeerde antropologie en genees-
kunde in Leiden. Vestigde zich als arts in Amsterdam (1934) en werkte 
later als kinderpsychiater in Assen en in Groningen. Aan het eind van haar
werkzaam leven was ze als psychoanalytica verbonden aan de RUG.
Van 1964 tot haar dood in 1998 woonde zij in het Drentse Roden.
Van M. Vasalis verschenen bij leven drie bundels: 'Parken en woestijnen' 
(1940), 'De vogel Phoenix' (1947) en 'Vergezichten en gezichten' (1954). 
Daarna heeft zij niet meer gepubliceerd, maar ze schreef nog wel. Dankzij
haar drie kinderen verscheen er postuum toch nog een vierde bundel: 
'De oude kustlijn' (2002). 
Bij die gelegenheid publiceerde Hernehim Cultuur een beschouwing onder
de titel "Binnengelaten". Naast deze bundels schreef zij ook nog een novelle
en enkele essays. 
In haar gedichten vinden we als thema de menselijke problematiek. 
De dagelijkse werkelijkheid wordt soms pijnlijk precies neergezet. Een 
voorbeeld is het zeer bekende gedicht "De idioot in het bad." Ongetwijfeld 
is het beeld dat zij schetst gebaseerd op haar eigen ervaring als psycho-
analytica. Dat poëzie voor haar verweven was met haar dagelijks leven 
bewijst het receptbriefje dat in het Letterkundig Museum te Den Haag wordt
bewaard. Daarop schreef zij ooit het gedicht: "Appelboompjes." 
In haar privéleven bleef verdriet en verlies haar niet bespaard. 
'De vogel Phoenix' is opgedragen aan haar jong gestorven zoon. In haar 
bundel 'Vergezichten en gezichten' kunnen we de worsteling lezen met het
menselijk tekortschieten en de gebrokenheid der dingen. 

De verbondenheid met ons maandthema vinden we bij Vasalis in haar
bespiegelingen over de natuur, met vingerwijzing naar het menselijk bestaan.
Thema’s als stilte en eenzaamheid behandelt zij bijvoorbeeld via struiken, 
wind en bladeren. Personificaties, die karakteristiek zijn voor Vasalis. 
De natuur dient als ingang naar het onderliggende. Binnenkomend in haar 
gedicht kijken we in een spiegel, we zien onszelf en de ander.
Lezen van haar werk leidt tot verstilling en overpeinzing. 

© Anneke Wasscher - 24 september 2010 

 

Braamstruik  

Vlinders en bijen wijlen bij de roze bloemen. 
De groene en paarse bramen zijn alleengelaten. 
Zijn zij zichzelf genoeg? Missen zij niet het diepe zoemen 
waarmee de bijen met de bloesems praten? 
En ’t sprakeloze wankle evenwicht 
waarmee de vlinders op haar blind gezicht 
zich even nederlaten?  

 

Kennen 

Ik hoor de wind, omdat hij door de blaad’ren sleept, 
ik zie de blaadren waar het licht op breekt. 
Maar welke blaadren hangen er in stilte en ’t donker 
en welke oren sluimren waar geen stem tot spreekt. 
Ik voel de oude wanhoop van het instrument, 
dat tot het uiterste gedreven 
niets dan zijn eigen grens herkent

 

Beide gedichten uit: "Vergezichten en gezichten" 


Erkenning.

Al tijdens haar leven werd haar werk zeer gewaardeerd, echter was zij 
niet iemand die in de schijnwerpers wil staan. Slechts éénmaal werkte
zij mee aan een interview. Vasalis is een veelgelauwerd poëet. 
Zij ontving in 1957 de Poëzieprijs van Amsterdam en in 1963 de 
Culturele Prijs van Groningen. Ver na haar laatste publicatie werd 
haar gehele oeuvre nog bekroond met de Constantijn Huygensprijs (1974).
In 1983 ontving zij de P.C. Hooftprijs. 

 

   
inzendingen   
ingezonden themagedicht     


‘VREDENHOF' 
Schiermonnikoog 

Ga aan de Wassermann voorbij, 
dat grauw gevaarte op het duin 
en vindt de bijna vijftig doden 
die geen naam hebben. 

Op grijze steen gebeiteld: 
Known unto God. Jawel, 
maar vergeefs heeft lang geleden 
een moeder hem gezocht. 

Heeft nooit geweten 
van deze verre kust 
waar men hem 
aan land heeft gelegd. 

Ga aan de Wassermann voorbij, 
vind de schelpbedekte graven, 
luister hoe de wind verhaal doet 
en hoor de branding ruisen. 

 

© Atze van Wieren 

 

Atze van Wieren 
Themagedicht op:
stilte, verstilling    

ingezonden themagedicht     


Stil ruisende regen  

Soms is het beter om te zwijgen 
als woorden zonder waarde 
zonder echo zonder akoestiek 
niet weerkaatsen, niet beklijven. 

Als klanken zonder inhoud 
worden versnipperd, verstrooid 
in flarden gehangen aan de 
takken van de treurwilg in een 
kluwen melancholisch babylonisch 
onontwarbaar geheimschrift. 

Waar de wind de geveerde bladertwijgen 
meevoert door het diep donkere water 
met alleen de stilte van de ruisende regen. 

 

© Cor Visser 

 

Cor Visser  
Themagedicht op
:
stilte verstilling  

ingezonden themagedicht     


onzegbaar 

hier sta ik 
met mijn mond vol woorden 

wat ik zeggen kan 
voelt als van een ander 
wat ik zeggen wil 
zwijgt onder mijn huid 

maar mijn lichaam spreekt 
luister ... 

 

© Monica Boschman

 

Monica Boschman 
Themagedicht op
:
stilte verstilling  

ingezonden themagedicht     


de stilte 

gisteren toen ik haar nog niet 
wilde ontvangen in mijn 
geblindeerde woning, wist ik 
wel dat ik bang was 

hoe kon ik weten dat ze mijn 
vriendin zou worden en de 
gesloten tombe van m'n 
dromen openen kon 

nu wil ik dat zij blijft 
mijn lichaamscellen 
hebben haar plaats 
en ruimte toegewezen 
eindelijk gaf ik thuis 

ooit richt ik voor haar een 
standbeeld op, omdat ze
roerloos luisteren kan 
naar elke roemloze zin 
die ik in gedachte heb 

 

© Anneke Wasscher   

 

Anneke Wasscher 
Themagedicht op:
stilte, verstilling    

ingezonden themagedicht     


Luchtkasteel 

Hij blies lucht 
pure lucht 
in zijn kasteel 

In de kantelen 
de poorten, de burcht 
waarin hij zich verschansen zou 

Als de vijand 
zich luidruchtig melden zou 
aan de stadspoorten 

Geschut & rammei 
in stelling 
zou hebben gebracht 

Geef acht’ 
zou hij bevelen 
aan het geronseld voetvolk 

Dat zich tot 
de tanden toe 
had bewapend: 

Hooivorken, schoppen 
en ander gereedschap 
van boerenkomaf 

Want niemand 
ontloopt de straf 
voor het oorlogje-spelen 

Ieder lijdt in stilte. 

 

© Harry Daudt 

 

Harry Daudt 
Themagedicht op:
stilte, verstilling    

ingezonden themagedicht     


De stilte van de stad 

Naar de stilte van de stad is ze gevlucht.
Ze woont daar rustig in een smalle straat
waar vrijwel geen verkeer door gaat
met op driehoog een overmaat aan lucht. 

Zomers op het balkon slechts het geruis
van verre snelwegen. Voor haar is dat de zee
een andere keer een bos. In een bruin café
flink aangeschoten, komt ze soms weer thuis. 

Het zware ronken van machines en tractoren
haar man die lacht en andere mannenstemmen,
het kind, ravottend met de hond, vrolijk gegil. 

Geluid draagt buiten ver. Te moeten horen
de kreet, de klap en het geknars van remmen.
Waarom is iedereen ineens zo godvergeten stil? 

 

© Anke Labrie 

 

Anke Labrie 
Themagedicht op:
stilte, verstilling   

 

ingezonden themagedicht     


voor wie bleef 

en die leed 
die lijdt niet meer 

wie mee leed 
lijdt nu alleen 

blijft nog 
het helpen dragen 

 

© JohnN 

 

JohnN 
Themagedicht op:
stilte, verstilling    

ingezonden themagedicht     


Weerspiegeling 

Even had ik tijd voor jou 
en heb je stiltewoorden opgezocht. 
Ik voelde mij al snel bekocht: 
je huid zat dieper dan ik wou, 

dan ik wou gaan de eerste keer. 
Ik heb een lichter licht ontstoken, 
je taal uitgelegd in stroken 
langs een diep glanzend meer. 

In de spiegel van het water 
trok je beeld zich langzaam recht; 
wat je lippen hebben voorgezegd 
bewaart mijn hart voor later, 

als ik weer de stilte zoek. 
Want in het zachte waterwiegel, 
in de lichtste spiegel-spiegel 
is je huid een open boek. 

 

© Ad van Schijndel 

 

Ad van Schijndel 
Themagedicht op:
stilte, verstilling   

ingezonden themagedicht     


Dieweg 10 oktober 

nog eenmaal komen zij buiten en dit is de dag 
geen afspraak is eraan voorafgegaan 
willekeurig zoals zij verdwenen in een 
vorige eeuw zonder taal noch teken 
de orgels hebben sindsdien gezwegen 
bazuin noch trompet heeft hen gewekt 

wat deed ze hiertoe besluiten deze dag in de herfst 
was het de lage zon die over de heuvel gleed 
het stervend geluid van auto's ver weg 
de klik van het slot in de ijzeren poort 
met het bord fotograferen verboden 
geen honden en neem geen aandenken mee 
violet en felroze bloemen op kruis of krans 
van gebroken porselein zou nostalgisch zijn 
op de schoorsteenmantel mooier dan as 

geluidloos bestijgen zij de verbrokkelde 
treden en glimlachen tegen het licht 
de dames strijken hun kleren glad 
de heren betasten de krul van hun snor en 
kinderen pas kort uit de wieg wrijven hun ogen uit 
bleke gezichten met heldere blik kijken streng 
of olijk sluw of dom het spreken verleerd 
lijken ouwelijk maar nog niet oud 

zo wandelen zij bezadigd in de schaduw 
tussen de graven en niemand die stoort 
de burgemeester en welgedane notabelen 
een opperrabijn met dochters één ongetrouwd 
zij allen zijn verre familie terug in de tijd 
zij gaan in vrede maar kennen elkaar 
niet meer want het is zo lang geleden 

 

© Lieve De Vos 

 

Lieve De Vos 
Themagedicht op:
stilte, verstilling   

 

ingezonden themagedicht     


Gefluister 

Mijn handen heb ik op haar lijf gelegd 
een houten leuning die mij kan omarmen. 
Al is zij oud, verweerd het is vertrouwd 
haar plek te weten op dit stille strand. 

Vanaf haar rustplaats zie ik zon en zee, 
de vleugelslag van meeuwen door het 
blauwe zweven en de verte als een streep. 
Alsof de wereld ophoudt achter de horizon. 

En hoor de wind die zachtjes woorden wiegt, 
gefluister van geheimen die gekerfd zijn 
in de nerven van geblakerd hout 
jouw naam geschreven zonder franje. 

 

© Käthy de Jong 

 

Käthy de Jong 
Themagedicht op:
stilte, verstilling   

ingezonden themagedicht     


Meditatie 

waar is de plug 
in mijn denken 
of zouden er 
andere manieren zijn 
om te verstillen 

mijn adem resoneert 
in zalig niets 
onwetend van dat 
wat de wereld beroert 
ik ben vol-ledig 

 

© Marion Spronk 

 

Marion Spronk  
Themagedicht op:
stilte, verstilling   

ingezonden themagedicht     


In verstilling samen 

Mooier dan mijn woorden 
spiegelt je houding zich in het water. 
Jouw knielen is vol deemoedige trots. 
Ik ben vier keer langs je blad gegaan 
vol stille verbazing over wat 
zo onverwacht door mijn nerven sneed. 

En telkens als ik afscheid nam, 
gaf je mij in de draaiing van de middag 
nieuw zicht op waar wij samen kunnen gaan
en was er even rust in mijn bestaan. 

Ik ben teruggekeerd, 
want wilde weten waar anders jij dan ik 
je stilte hebt gevonden. 
En even heb je heel je lijf
verzet in een nieuwe pose 
en mij de diepte van je hart getoond. 

Jouw straling heeft geen woorden nodig.

 

© Ad van Schijndel 

 

Ad van Schijndel 
Themagedicht op:
stilte, verstilling   

Bij het titelgedicht uit zijn bundel 

ingezonden themagedicht     


Stilte AUB? 

elk hart voelt hier licht 
en fluistert 

stil 
hier woont vergezicht 
heel alleen 
u bent hier 
te gast 

voor even 
niet roepen 
niet schreeuwen 

gewoon stil 
eerbiedige stilte 

en laat de deur open 
wanneer u weer gaat 

 

© Rudolf Schinkel 

 

Rudolf Schinkel 
Themagedicht op:
stilte, verstilling   

ingezonden themagedicht     


"hij liet een leegte na" 

de stilte was ze wel gewend 
hij was een man van weinig woorden 
maar elke morgen ziet ze weer de 
stukgelezen boeken roerloos staan 
ze smeken om wat aandacht 
soms streelt ze dan maar zacht hun rug 

's middags kijkt ze door het raam naar buiten 
de tuin draagt nu nog steeds zijn naam 
toch zal ze morgen door het onkruid 
misschien niet meer alle letters zien 

's avonds kruipt ze in het grote bed 
en huivert als ze nergens meer 
een spoor van warmte vindt 

's nachts rest haar dan geen keuze 
ze vult de leegte met gemis 

 

© Anneke Wasscher  

 

Anneke Wasscher 
Themagedicht op:
stilte, verstilling    

ingezonden themagedicht     


Sereen 

Water staart 

een lok 
uit mijn gezicht 

Riet 
wuift een traan 
gebogen 

strijkt 
geheimen 
in windoren 

Stilte 
kraagt mij 

in vervoering 

 

© JELOU 

 

Jelou 
Themagedicht op:
stilte, verstilling    

ingezonden themagedicht     


Stilte 

Vooraf gaat tegenspraak: gekraak 
van het plafond, geblaf, volhardend 
getik van een vlieg tegen het raam, 
pc-blieps. Dan de klank van niets. 

Een witte vaas, geopende handen, 
krant gevouwen op tafel, stoelen 
in een waaier. Geen speld valt. 

Alsof je oor, je oog de ruimte zelf 
betrapt. Gedachten leggen zich 
als zachte kussens neer. Het licht 

trilt als een leesteken in een verhaal 
dat alleen uit tegendelen bestaat: 
het blijvende en weer voorbije van hier 
en nu. En hoor: de koelkast slaat aan – 

 

© Inge Boulonois 

 

Inge Boulonois 
Themagedicht op:
stilte, verstilling   

ingezonden themagedicht     


Stil 

Wat ben je stil... 
Kun je niet eens kuchen? 
Of zuchten, 
diep graag. 
Desnoods met je wimpers knipperen, 
heel luidruchtig! 
Met je oren flapperen? 
Mij goed, 
als het maar geluid maakt, 
zodat ik weet dat je er bent. 

 

© Vera De Brauwer 

 

Vera De Brauwer 
Themagedicht op:
stilte, verstilling   

ingezonden themagedicht     


Krampachtig 

Beleef en geef 
Vergeet verzet 

Een stille wenk 
is al wat nodig is 

Een vuist 
bevat slechts duisternis. 

 

© Ton Huizer

 

Ton Huizer 
Themagedicht op:
stilte, verstilling    

ingezonden themagedicht     


de stilte 

is het kwetsbaarste niets 
en wordt daarom wellicht het meest geschonden 
door me af te sluiten vind ik haar niet terug 
maar voor haar teer geluid keer ik mij binnenste 
buiten en al wat stoort slaat diepe wonden 

 

© JohnN 
    Stiltetuin "Stroetenhof" - augustus 2010
 

 

JohnN 
Themagedicht op:
stilte, verstilling    

ingezonden themagedicht     


de stille stad 

de stad is stil, het ritme van mijn voetstap 
op de stoep loopt met me mee 
is metgezel 

de angst kijkt schichtig achterom, misschien 
is er vlakbij wel iemand die zijn woede 
in het donker koelen wil, zoekt schim 
of schaduw wel een prooi 

de nacht lacht schamper over alle onrust die 
ze heeft teweeggebracht, ik buig beschaamd 
mijn hoofd 

dapper tel ik alle tegels en houd me aan het 
vierkant van mijn denken vast 

de stille stad hoort een cadans, gehaaste pas
die snel het einde vindt 

 

© Anneke Wasscher  

 

Anneke Wasscher 
Themagedicht op:
stilte, verstilling    

© Copyright Hernehim Cultuur 2001-2011   

Hernehim      

een cultuurpagina 

HOME 

   
   
   
   
   
september 2010  
   
           Hernehim 
          
pagina thema poëzie 
Hernehim
                   Boeiend om te bezoeken. 
                   Vrij en onafhankelijk. 
                   © HC 2001-2010 
Redactie:                  John Zwart 
Redactie assistentie  Anneke Wasscher 
Bijgestaan door:        Monica Boschman en Anke Labrie 

                   Thema van de maand: varen ervaren 

Laatst bijgewerkt: 30.09.2010 

Hernehim opent aan het begin van elke maand een nieuw thema. 
Een openingsgedicht van een gerenommeerde dichter zet de toon. 
Alle dichters die zich door het thema aangesproken voelen kunnen 
toepasselijk bestaand of nieuw geschreven werk inzenden
Het thema staat de hele maand open. Een afgesloten thema blijft 
staan onder het actuele zodat alle inzendingen tenminste gedurende 
een volle maand op deze pagina te lezen zijn. 

HOME 
Nieuws  
Blog en proza 
Themapoëzie 
Vrije poëzie   
Vertaalproject 
Proza  
Activiteiten 
Over schrijvers 
Archief 
Contact     
   

september 2010
Thema van de maand: varen ervaren 

Illustratie: Zeilen - 1874 
Olieverf op doek van Ëdouard Manet 
Expositie: Metropolitan Museum of Arts
                 New York City - USA  

   
   
      het introductiegedicht   


 

 

 

  Hendrik Marsman (1899-1940) 

We zijn een zeevarend volk, zo hebben we lange tijd aan onszelf herhaald.
Tot het een mantra werd, waarin we bleven geloven tegen beter weten in. 
Ver nadat het van ons miljoenen nog maar een handjevol was, die hun 
brood op het zoute water verdienen. 
Eens in de vijf jaar lopen we uit om vaarhistorie te bekijken in de haven van
Amsterdam, onwaarachtige romantiek van vroeger, vals opgeroepen met
glanzende schepen, smetteloze uniformen, een kroonprins met gemani-
cuurde handen gestoken uit zijn kraakwitte gesteven manchetten. 
Toch kijk ik graag naar de schepen om hun gratie. Maar ik weet hoe vals
de romantiek is, weet van de stinkende verblijven voor de bemanning waar-
in ze opgepakt lagen als de spreekwoordelijke haringen in de ton, hoe de
mannen in de kroegen met gratis drank werden geronseld en nauwelijks 
de helft van hen de reis 'uit en thuis' overleefde. Ik heb weliswaar niet 
shanty-zingend hoeven zweten aan een handgedreven ankerspil, maar ik
heb wel aan het roer gestaan op een kleine kustvaarder, rollend en 
stampend als een kermisattractie, terwijl we land's-end rondden bij wind-
kracht acht. Niks romantiek... Maar de taal is ons aller erfdeel. 
Vele uitdrukkingen herinneren ons eraan, dat het varen ooit onlosmakelijk
aan het leven zelf verbonden was. Landrotten zijn we inmiddels en we 
staan nauwelijks stil bij de oorspronkelijke betekenis van wat we zeggen: 
'wat hebben we nog voor de boeg...' – 'we koersen aan op...' – 'eerst 
kijken uit welke hoek de wind waait...' – 'we moeten ons roer recht 
houden'
en 'de beste stuurlui staan aan wal'. 
Het leven, met als einde de dood, kan ook als een vaartocht worden 
gezien, de overtocht van de rivier de Styx berust op eenzelfde symboliek.

HC - 31 augustus 2010

Het hiernaast gepubliceerde gedicht is van Hendrik Marsman (1899).
Een dichter door de redactie gekozen voor de introductie van het thema 
van september. Niet omdat hij zoveel werk over varen schreef, maar om te 
demonstreren hoe verschillend het varen te benaderen is, zonder meteen 
te denken aan de traditionele 'windjammers' die onlangs tijdens Sail 
Amsterdam 2010 van IJmuiden het IJ opvoeren. 
Hendrik Marsman is een dichter die mij aanspreekt als een tijdgenoot van
Jan Slauerhoff. Evenals Slauerhoff is ook Marsman (te) jong gestorven,
pas 40 jaar oud (1940). Behalve dat ze slechts één jaar in leeftijd verschillen
zijn er meer parallellen. Marsman, ook geboren in een provinciestadje (Zeist)
had ook een rebelse geest, was vooral opstandig tegen gezapigheid en 
burgerlijkheid die hoogtij vierde tussen de beide wereldoorlogen: 'wie in 
Holland op de grond stampt, zakt weg in de modder..' Slauerhoff dichtte in 
dezelfde tijd: 'in Nederland wil ik niet sterven, en in de natte grond bederven'.
Beide dichters zijn kosmopolieten.
Na een rechtenstudie en een vijftal jaren advocatuur besloot Marsman in
1933 om voor de literatuur te leven. Enige tijd voelde hij zich aangesproken
door de omwenteling in Duitsland maar toen hij zag wat er na de machtsgreep
van de nazi's gebeurde kwam hij tijdig tot inkeer. Hij ontvluchtte Zeist en 
Nederland, niet door te gaan varen zoals Slauerhoff, maar om zich in Frankrijk
te vestigen. Een voorbeeld dat later gevolgd zou worden door de 'vijftigers'.
Hendrik Marsman behoort tot de vooroorlogse expressionisten, wat duidelijk
spreekt uit zijn bekende gedicht uit 1929 'Paradise Regained': 'De zon en 
de zee springen bliksemend open:/ waaiers van vuur en zij;/ langs blauwe
bergen van de morgen/ scheert de wind als een antilope/ voorbij//...'
waarin hij als een expressionistisch schilder met brede streken tekeer gaat.
Hij was een bewonderaar van Paul van Ostayen en Herman van den Bergh, 
evenals Slauerhoff onderhield hij een tijd een band met Ed du Perron. 
Toen nazi-Duitsland in mei 1940 naar Nederland en richting België en Noord-
Frankrijk oprukte, besloot Hendrik Marsman samen met zijn vrouw vanuit 
Normandië naar Engeland te vluchten. 
Zij scheepten zich in op de 'Berenice' voor de oversteek, tijdens de zeereis
vond een ontploffing in de machinekamer plaats en het schip ging ten onder. 
Marsman kwam om, zijn vrouw Rien overleefde de ramp. 
Het gedicht uit 1927 was opeens realisme geworden. 
John Zwart – augustus 2010 
 

De overtocht

De eenzame zwarte boot 
vaart in het holst van den nacht 
door een duisternis, woest en groot 
den dood, den dood tegemoet. 

ik lig diep in het kreunende ruim, 
koud en beangst en alleen 
en ik ween om het heldere land, 
dat achter den einder verdween 
en ik ween om het duistere land, 
dat flauw aan den einder verscheen. 

die door liefde getroffen is 
en door het bloed overmand 
die ervoer nog het donkerste niet, 
diens leven verging niet voorgoed; 
want de uiterste nederlaag 
lijdt het hart in den strijd met den dood. 

o ! de tocht naar het eeuwige land 
door een duisternis somber en groot 
in de nooit aflatende angst 
dat de dood het einde niet is. 

Hendrik Marsman 

   
inzendingen   
ingezonden themagedicht     


Losgeslagen 

ik hang zeeziek 
aan de reling van mijn leven 

een voorjaarsbriesje heeft 
me verleid hier te komen 

om een koude storm
op me los te laten  

 

©  Monica Boschman 

 

Monica Boschman 
Themagedicht op:
Varen ervaren  

ingezonden themagedicht     


aan de kust 

de blauwe luiken gaan langzaam 
open, stuk voor stuk losgemaakt 
zodat de zon mij treffen kan 

een eucalyptus wiegt in de wind 
die van zee langs strijkt 
en af buigt naar de inham 

in de verte zie ik nog net 
rood en wit voorbij golven 
als een kleine speelgoedboot 
in de noordenwind 

 

© Alie Jankind 

 

Alie Jankind 
Themagedicht op:
Varen ervaren  

ingezonden themagedicht     


Afvaart 

Soms denk je dat inschepen 
al genoeg is. 
Licht bepakt voor de reis 
laat je achter 
het aard-en nagelvaste. 

Je liefkoost de reling, 
deining beweegt je, 
uit diepte komt licht boven. 
Lachend werp je de meeuwen 
kushandjes toe. 

Grijs echter ligt het eiland op zee, 
zijn beringde vinger 
omneveld geheven. 
Bars maant de hoorn tot vertrek: 
je daalt benedendeks. 

 

© Atze van Wieren 

 

Atze van Wieren 
Themagedicht op:
Varen ervaren  

ingezonden themagedicht     


Goed gesprek 

Daar ben je dan weer 
Neem de tijd, kom op verhaal 
Vertel me over muiterij, 
Maleisische hoeren in Walvisbaai 

De wenkbrauwen ineens gefronst 
Diepe groeven, het is ook zwaar, 
Hard werk, je vraagt je af, 
Wat is het waard 

Of ik dat weet 

Je doet, je moet, ineens een wapen 
Groot
 vertrouwen in de kapitein 
Beschermen tegen piraten 
Er is geen keus, alleen water 

In elke havenstad zoek je er één 
Seks, maar ook graag blijven slapen 
Maar met mij is het goed praten 
Want je verlangt ook naar een nestje 

Of ik dat weet 

 

©  Corina Kappen 

 

Corina Kappen 
Themagedicht op:
Varen ervaren  

ingezonden themagedicht     


over stuurboord? 

wat te veel overhelt 
kantelt en zinkt 
nu bakzeil halen of 
straks op de klippen lopen? 

 

©  Monica Boschman 
     (formatie 2010) 

 

Monica Boschman 
Themagedicht op:
Varen ervaren   

ingezonden themagedicht     


Nostalgia 

'Herinnering'  'Vertrouwen'
'Geloof'  'Hoop'  'Liefde' 

en 'Vriendschap' 

grijze namen boven lang 
verstorven kielzog, verbleekt 
op een verdwenen rivier 

verweerde bakstenen 
fluisteren ze nog 
als je stil luistert 
waar bollende zeilen 
en zwaaiende kruisen 
eens natuurkracht vereerden 

slechts dichtersstemmen 
hoor je helder zingen, bezield 
over hun namen en de herinnering. 

 

© JohnN 
    Uit: "Zeearmen" Hernehim 2002 

 

JohnN 
Themagedicht op:
Varen ervaren   

ingezonden themagedicht     


Geen pottenkijkers   (op 'zeilen' van Ëduard Manet) 

Zij zeilen er vanaf 
zeilen van het doek 
alsof kleefkracht 
deze zondag is verloren 

Zij zeilen er vanaf 
wind zucht nauwelijks 
hoed blijft hoofddeksel 
japon in de plooi 

Zij zeilen aan ons 
voorbij 
hebben aan ons 
geen enkele boodschap 

Zij dromen zich: 
open water 
oever noch wal 
geen pottenkijkers. 

 

© Harry C.A.Daudt 

 

Harry Daudt 
Themagedicht op:
Varen ervaren   

ingezonden themagedicht     


Schepen op het droge  (Tehuis voor Zeelieden) 

Nacht in Prins Hendrik 
in Egmond aan Zee 
Een verzorgster loopt haar wacht 

Langs verkleurde kaarten 
van oude waterwegen 
Naar verre, vertrouwde havens 
voor mannen van de zee 
die in dit huis passage kregen 

Een scheepsmodel ligt afgemeerd 
in een kooi van glas 
Als een gestrande vis 
in een lege kom, verlangend 
naar het verre water 

Maar hier wordt alleen nog 
in dromen gevaren 
Op witte kussens, onder grijze haren 
reizen schepen door de nacht 

Een rolstoel naast een bed 
blijft achter op de kade 
Als nutteloze vracht. 

 

©  Ton Huizer

 

Ton Huizer 
Themagedicht op:
Varen ervaren   

ingezonden themagedicht     


Boot 

ijverige handen strelen zijn kale lijf 
zijn huid geschuurd, 
weer als nieuw 
een zwoele bries 
droogt zijn pas gekleurde torso 
in de verte lonkt het water 
fluistert: 
kom bij mij! 
mijn lijf zal onder jou wijken 
terwijl je van mij proeft, 
zal ik je op mijn flanken 
laten drijven 
hij huivert, verlangend 
haar stem klinkt na 
over het groene veld 

"ja, O ja !" roept hij  hees 
het water zwijgt, 
maar glimt 
en spiegelt 
als nooit tevoren.. 

 

©  ria westerhuis 
     van mijn cd 'Dichter bij Elkaar'

 

Ria Westerhuis 
Themagedicht op:
Varen ervaren   

ingezonden themagedicht     


Weer thuis 

de namen van verre eilanden 
ik laat ze te water 
en zwem in de foto's 
die bewijzen waar ik was 

nu ben ik thuis 
op het droge 
mijn fiets staat 
in de regen, op slot 

verder weg 
kan ik niet zijn 

 

©  Monica Boschman

 

Monica Boschman 
Themagedicht op:
Varen ervaren   

ingezonden themagedicht     


Plimsollmerk 

Er is niets 
wat me drijft 

Wel heel veel 
Meer dan genoeg 
om op te drijven 

De rustige zeegang 
van een gelukzalig 
niets 

Straks een beetje ziek 
en dan nog veel meer 
niets 

Ik vraag me wel eens af: 
'Waar heb ik het aan verdiend' 

 

© Ton Huizer 

 

Ton Huizer 
Themagedicht op:
Varen ervaren   

ingezonden themagedicht     


een roeier in de morgen 

de roeiriem duwt het bruine water naar de kant 
dat klotst een zwak protest 

groen van kroos moet weerloos wijken, maar sporen 
wijzen op een weg terug 

gele lissen buigen zich voorover, ze willen zien wie 
morgenrust verstoort 

grijze reiger vliegt met klapwiek naar een and're plek 
hij vindt de vis wel elders 

berustend wachten witte waterlelies af, want varen 
gaat voorbij 

de libel in doorzichtig blauw zit stil, geboeid door de 
beweging

zilver van de morgenzon raakt aarzelend het water 
aan, een warm gebaar 

een roeier in de morgen ziet geen kleur, hij heeft 
het veel te druk 

 

© Anneke Wasscher  

 

Anneke Wasscher 
Themagedicht op:
Varen ervaren  

ingezonden themagedicht     


Vaarwel 

Jouw voeten 
volgen vage sporen 
je idealen achterna 
over het vaste land 
tot aan het einde 
waar duinen wijken 
voor de lokroep van de zee 

Je peilt de diepte 
gaat aan boord 
van ver verlangen 
je blik glijdt buitengaats 
langszij zie ik nog eenmaal 
jouw contouren 
weerspiegeld in het water 

Ik wuif vaarwel 
je reis is al begonnen. 

 

© Käthy de Jong 

 

Käthy de Jong 
Themagedicht op:
Varen ervaren   

ingezonden themagedicht     


Magerman 

hij dacht niet aan oeverloos water 
toen hij de zee zag 
verder dan dat dreef de chaos, het wrakhout 
druipend van taan en olie 

af en aan spraken vissen met open mond 
over volle netten 
zilte kaken, koraal en dronken land 

een windvlaag strijkt door zijn haar 
Caramba! Isabella 
even is daar het weten van dat, 
wat hij ooit heeft liefgehad 

 

© Hanny 

Hanny 
Themagedicht op:
Varen ervaren   

ingezonden themagedicht     


Averij 

De nacht is uitgevaren 
mijn dromen onbemand 
al reik 
ik je langszij 
nog immer mijne hand 

het donker woelt baren 
nog enkel in gemis 
geen dag 
meer overstag 
dan slechts in heugenis 

ik zend je mijn gedachten 
door golven, leeg je plek 
het stuur 
verbeurd aan guur 
onstuimig weer aan dek 

de dag laat op zich wachten 
al geeft het licht soms hoop 
je beeld 
ietwat vergeeld 
onder mijn kussensloop. 

 

© JELOU 

 

Jelou  
Themagedicht op:
Varen ervaren  

ingezonden themagedicht     


Struinen aan de kant 

Natuurlijk 
er is een wal 
er is een oever 
zwarter het basalt 

Bij de hekgolf 
van het kerend zeilschip 
gevuld met stemmen 
stemmen van doldrieste jeugd 

Groener de stengels 
van het riet 
dat wuift en wuift 
op het zwoel ritme van wind 

Je hoort de karekiet 
de eenden weggejaagd 
door mijn slepende voetstap 
en dat van het kind 

Dat verwonderd 
op – en rondkijkt 
want struinend 
gaat het zijn eigen weg 

Een dobberend bootje 
van papier gevouwen. 

 

© Harry C.A.Daudt

 

 

Harry Daudt  
Themagedicht op:
Varen ervaren  

ingezonden themagedicht     


zeeziek 

hier zit ik dan, met kotszak op mijn schoot 
want ik heb me toch weer over laten halen 
deze keer gezeten in de nieuwste vleugelboot 
die ze me, in mijn geval, van harte aanbevalen 

nog enkele golven en ik wil alleen maar dood 
want ondanks pilletjes herken ik de signalen 
ik moet wel gek geweest zijn toen ik dit besloot 
waarom in vredesnaam geloof ik die verhalen? 

ik kijk  graag naar de zee, liggend op het strand 
ook voor een frisse duik is zeewater geschikt 
maar op een boot wil ik alleen maar naar de kant 

dus van nu af aan gebruik ik eindelijk mijn verstand 
welke prachtboot ook, ik ben voldoende afgeschrikt 
ik zwaai mijn vrienden uit en blijf gewoon aan land 

 

© Anke Labrie 

 

Anke Labrie 
Themagedicht op:
Varen ervaren  

 

ingezonden themagedicht     


Aan het land ontkomen 

na het uitvaren 
krimpt de opgeblazen wereld 
tot wezenlijke proporties 
havenhoofden 
onbeduidend, het vuile land 
een vage potloodstreep 
op de einder - 
meer is het nooit geweest 

onbegrensde zee 
bevrijdt verdrongen hang 
naar eeuwigheidsbesef, 
de filosoof 
ontwaakt, het luide land 
verliest zijn greep 
weldadig heelt de stilte 
de getergde geest 

weer ging de dichter scheep 
op een schuimgedragen schip 
dat hem zijn regels leest 

 

© JohnN 
    Uit: "Zeearmen" Hernehim 2002 

 

JohnN  
Themagedicht op:
Varen ervaren  

ingezonden themagedicht     


de andere koers

de weergaloze stilte is vlakbij 
er varen boten heen 

ik hijs de vrijheid in de zeilen en 
reis met kleur van vlaggenmast 

wanneer ik weg ben hoor ik nog 
alleen de stem van zee die zegt 

beweeg maar mee met metrum 
van getij en luister naar het 
weerwoord van de tegenwind 

niets meer, niets minder is 
het leven 

als golfslag me terugbrengt 
naar het strand, heb ik het 
wrakhout afgelegd en 
vind een plek 

 

© Anneke Wasscher 

 

Anneke Wasscher 
Themagedicht op:
Varen ervaren  

ingezonden themagedicht     


Zeilboot te Andijk 

nog gehecht aan de dijk 
dommelt de boot op het dragend nat 

weer een dag staat: neerstrijkend 
licht verzilvert de masten 

morgenwind rimpelt het water, 
laat losbollige vallen rinkelen  

een fuut met jongen op de rug 
beroeit de oeverloze tijd 

dan gooit de boot haar trossen los, 
de dijk lekt traag naar de einder weg 

wind beademt zeilen, verscheept wolken, 
waait verte nabij, woelt een mens om 

ogen worden hemel en water 
met zeilschilfers wit, spiegels 

gestold in de weidsheid van het meer; 
zoals de boot ook thuiskomt, nu pas - 

 

© Inge Boulonois 

 

Inge Boulonois 
Themagedicht op:
Varen ervaren  

© Copyright Hernehim Cultuur 2001-2011   

Hernehim      

een cultuurpagina 

HOME 

   
   
   
   
   
augustus 2010  
   
           Hernehim 
          
pagina thema poëzie 
Hernehim
                   Boeiend om te bezoeken. 
                   Vrij en onafhankelijk. 
                   © HC 2001-2010 
Redactie:                  John Zwart 
Redactie assistentie  Anneke Wasscher 
Bijgestaan door:        Monica Boschman en Anke Labrie 

                   Thema van de maand: vakantie 

Laatst bijgewerkt: 26.08..2010 

Hernehim opent aan het begin van elke maand een nieuw thema. 
Een openingsgedicht van een gerenommeerde dichter zet de toon. 
Alle dichters die zich door het thema aangesproken voelen kunnen 
toepasselijk bestaand of nieuw geschreven werk inzenden
Het thema staat de hele maand open. Een afgesloten thema blijft 
staan onder het actuele zodat alle inzendingen tenminste gedurende 
een volle maand op deze pagina te lezen zijn. 

HOME 
Nieuws  
Blog en proza 
Themapoëzie 
Vrije poëzie   
Vertaalproject 
Proza  
Activiteiten 
Over schrijvers 
Archief 
Contact     
   
   

augustus 2010
Thema van de maand: vakantie 

Illustratie: Ezeltje rijden - 1898 
Olieverf op doek van Isaac Israëls 
Expositie: Rijksmuseum, Amsterdam  

 

   
   
   

J.C. Bloem 

De nachtegalen 

Ik heb van 't leven vrijwel niets verwacht, 
't geluk is nu eenmaal niet te achterhalen. 
Wat geeft het? - In de koude voorjaarsnacht 
Zingen de onsterfelijke nachtegalen  

Insomnia 

Denkend aan de dood kan ik niet slapen, 
En niet slapend denk ik aan de dood, 
(...) 

 

J.C.Bloem - natuurliefhebber en sombermans. 

Jacobus C.Bloem (1887-1966) las in zijn middelbare schooltijd het werk van 
Jacques Perk en raakte als zestienjarige hierdoor geïnspireerd. Zijn vader - die
het burgemeestersambt bekleedde - kon zijn gezin een welgesteld bestaan 
bieden, niet in de laatste plaats door een aanzienlijke nalatenschap. De jonge
jaren van J.C.Bloem leken hem daarmee eenzelfde perspectief te bieden als 
later Adriaan Ronald Holst ten deel zou vallen: een economisch zorgeloos 
bestaan, dat toeliet geheel in vrijheid te stoeien met de letteren en tegelijkertijd
ook te kunnen genieten van de andere geneugten des levens. 
Maar het kapitaal ging teloor, rentenieren verkeerde weer in werken en de jonge
Jacobus moest contre coeur een rechtenstudie oppakken. 
Hij was een ongemotiveerde trage student maar bracht het door intelligentie, 
ondanks habitueel Leids cafébezoek, uiteindelijk toch tot afstuderen en zelfs nog
tot het schrijven van enkele gedichten, die in 1910 door Albert Verwey goed 
genoeg werden bevonden voor publicatie in diens tijdschrift "De Beweging" 

Vervolgens moest de nieuwbakken "meester" werken voor de kost als griffier bij
de rechtbank waarin hij niet bepaald uitmuntte door ambtsijver, maar zijn ontwik-
keling als dichter ging dóór: op 34-jarige leeftijd debuteerde hij met "Het verlangen".
Het verlangen in zijn leven werd gekleurd door verongelijkte gevoelens voor wat 
betreft het verlies van een beschermd bestaan in welstand, zonder al te veel 
inspanning - en wat betreft zijn emotionele leven door een fascinatie voor prille 
jonge meisjes... 
Hij werd nachtredacteur bij de NRC en kreeg er een gelegenheidsfunctie bij als
gecommitteerde bij de hbs eindexamens. Daar viel zijn oog op kandidate Clara 
Eggink (1906). De jeugdige, sprankelende Clara zwom in het netje van Jacobus 
en de relatie van het zeer ongelijke stel werd al spoedig bezegeld in een huwelijk
en met de geboorte van hun zoontje Wim. 
Maar Bloem moest met ruzie weg bij de NRC alweer wegens zijn gebrek aan 
werklust - gelukkig kon hij opnieuw als griffier aan de slag, bij het kantongerecht
in Lemmer. Ze vestigden zich in St. Nicolaasga. 

 

In dit kloosterdorp voelde Bloem zich "verbannen", de vaderrol was de bijna 20 
jaar oudere, sombere, luie en drankzuchtige dichter-ambtenaar al evenmin op 
het lijf geschreven. 's Morgens bleef hij lang in bed zodra daartoe maar eventjes
de gelegenheid bestond. 
Toch had hun bestaan daar in Friesland ook wel kleur: uit Amsterdam kwamen
er vaak collega's - na een avond doorzakken in de soos - met de nachtboot naar 
Lemmer, vanwaar ze met de tram in het krieken van de morgen in 'St. Nyk' 
arriveerden. Populaire gasten waren: Eddy du Perron, Hendrik Marsman en 
Adriaan Roland Holst. Later kwamen ook Jan Campert en uit Friesland Theun 
de Vries (Veenwouden) en Jan Slauerhoff, die in die tijd huisarts waarneming 
deed in het dorp Beetsterzwaag. 
Met de bevolking van St.Nicolaasga, waar de geregelde kerkgang de gewichtig-
ste gewoonte was, had het echtpaar Bloem weinig binding. Daar keken de 
mensen argwanend naar het komen en gaan op alle mogelijke uren, van die
"Westerlingen" die zich te buiten gingen aan drank en waar Clara de voorbij-
gangers bij hun blik in de erker shockeerde door 's morgens ongegeneerd, 
schaars of nauwelijks gekleed, te stofzuigen. 
"En dat terwijl er herenbezoek was !"  

De wisselende, maar meestal depressieve stemmingen van Bloem worden goed
gekenmerkt door het korte gedicht "de Nachtegalen", dat zijn inspiratie zeer
waarschijnlijk ontleent aan de bossen rond 'St.Nyk', gevolgd door de begin-
regels van het diep-sombere "Insomnia" hierboven. 
Bibliografen schrijven dan ook over J.C.Bloem in deze trant: 
"Bloems werk is doortrokken van het verpletterend besef dat we op de wereld 
zijn om te sterven... " 

Het huwelijk houdt zoals te verwachten was niet stand, ze scheiden na zes jaar
in 1932, waarna Clara een kortstondig huwelijk aangaat met Jan Campert. 
Maar met tussenpozen wonen Bloem en zijn ex-vrouw daarna toch weer samen. 
In zijn laatste jaren in een lat-relatie - in het zicht van elkaar, de één in een huis 
en de ander op een woonboot - in de Wieden van noordwest Overijsel. 
Kwetsbaar door excessief drankgebruik krijgt hij een serie hersenbloedingen. 
De vierde, in 1966, wordt hem fataal. 

 © John Zwart - 1 augustus 2010  

 

 

   
           het introductiegedicht   
         

Jacobus Cornelis Bloem (Oudshoorn 1887-Kalenberg 1966) 

De Dapperstraat 

Natuur is voor tevredenen of legen 
En dan: wat is natuur nog in dit land? 
Een stukje bos, ter grootte van een krant, 
Een heuvel met wat villaatjes ertegen 

Geef mij de grauwe, stedelijke wegen 
De’in kaden vastgeklonken waterkant, 
De wolken, nooit zo schoon dan als ze, omrand 
Door zolderramen, langs de lucht bewegen 

Alles is veel voor wie niet veel verwacht 
Het leven houdt zijn wonderen verborgen 
Tot het ze, opeens, toont in hun hogen staat 

Dit heb ik bij mijzelven overdacht, 
Verregend, op een miezerigen morgen 
Domweg gelukkig in de Dapperstraat 

 

Uit "500 gedichten die iedereen gelezen moet hebben"
Gebloemleesd door Ilja Leonard Pfeijffer en Gert Jan de Vries 

 

Vakantie - 
Vroeger heette augustus vooral "oogstmaand", tegenwoordig is het steeds
meer een vakantiemaand bij uitstek. In elk geval kan men in deze periode
vaak ruimschoots de vrije dagen oogsten die in de loop van het jaar werden
opgebouwd. 
Voor veel mensen is het begrip vakantie gekoppeld aan reizen.
Dan is de voorbereiding al een heel project. 
Turen op het internet of in brochures naar foto´s van alle mogelijke bestemmingen.
Prijzen vergelijken. Hoe gaan we erheen, met de auto of gaan we vliegen?
Zijn we graag actief of willen we juist luieren? Zoeken we rust of willen we vermaakt
worden? Cultuur of pretpark? Speuren we naar mooie plekjes voor de tent of willen
we ons laten verwennen? Dichtbij of in ver buitenland?

Misschien willen we diep in ons hart eigenlijk gewoon helemaal niet weg.
We moeten ook compromissen sluiten met een partner en eventueel ook nog met
de kinderen. Dat is al een kunst op zichzelf. 
Veel hangt af van de gemoedstoestand waarin we op pad gaan. 
Een rugzak vol verliefdheid of een koffer gevuld met ergernissen maakt zo´n
verschil !

Hoe dan ook zijn er gespannen verwachtingen.
Die heeft ook de Hernehim Redactie voor wat betreft inzendingen op dit thema.
Misschien raken er lezers geïnspireerd door de vakantie waarvan ze juist
terugkeerden. 
Of ze laten ons invoelen waarom ze juist honkvast zijn, er zijn ongetwijfeld
evenveel uiteenlopende ervaringen als er mensen zijn. 
De ambivalentie in het bekende gedicht van J.C.Bloem hiernaast, waar hij
zich laatdunkend over de natuur in ons land uitlaat, maar toch lyrisch wordt 
door een ervaring op veel kleiner schaal - de aanblik van een Hollandse lucht
door een Amsterdams dakraam - toont aan hoe we ook dichtbij huis door het
vakantiegevoel bevangen kunnen worden. 

 

© Anneke Wasscher  

   
inzendingen  
ingezonden themagedicht     

JohnN 
Themagedicht op:
Vakantie  


Morgenstond 
(vakantie voorbij) 

de merel wekte de zon en mij, 
zijn improvisaties parelden 
omhoog omlaag weer hoog, 
zonder conservatoriumles  

ik speur naar zijn lied 
fluwelig in de toppen, 
ontmoet zijn goudgerand oog 
voel klank die nog in stilte trilt  

schaterlachend vliegt hij heen, 
spot mij met mijn gebrek, 
hangend aan taken van de dag 
terwijl hij hangt aan takken hoog 

en alweer zorgeloos zingt 

 

© JohnN 
    Uit: "Seizoenen" Hernehim 2002 

 

ingezonden themagedicht     

Harry Daudt 
Themagedicht op:
Vakantie  


Berglandschap 

Je ziet de verten 
voelt de hoogten 
onder je schoenen 
het knerpen van stenen 

Oog in oog 
met zon en kleuren 
schijnbaar niet 
van deze wereld 

Opstaan mag 
na het vallen en de echo 
de knie meermaals kapot 
maar alleen de knie 

Niet het moreel 
verre van dat 

 

© Harry C.A. Daudt  

 

ingezonden themagedicht     

Willem van Lit 
Themagedicht op:
Vakantie  


Waddenlandschap 

De horizon op 't wad 
is wreed geruimd 
beneden vakken loden 
lucht, die zelfs op klare 
dagen moeiig pinkt in 
overvloedig melkwit 
nevellicht: een landschap 
sluw van diepte.  

Wolken worden breed 
geveegd en vlak 
bevroren op een wind 
die medeklinkers snoeit 
van stemmen en 
die koude tranend 
in de ogen jaagt: een 
landschap blind van kleur.  

De zee is glazig hars 
en paars geblakerd, 
uitgewaaid en 
door en door spatvrij; 
is zij schaduwloos omlijnd. 
Het land krimpt naar 
het water op 't einder; 
landschap buiten mate. 

Het zand is naadloos hard 
gewalst en 't geelgrauwt 
in de open wakken, 
waaiert ver en verder weg, 
de wadden langs, 
Oneindig vergezicht, dat op de 
blikken kwijnt: nuchter 
landschap zonder hoogte.  

 

© Willem van Lit 

 

ingezonden themagedicht     

Vera De Brauwer 
Themagedicht op:
Vakantie  


Overmacht 

terwijl haar lichaam zich mee laat voeren 
met de stroom en loom ter ruste ligt 
spartelen gedachten stroomopwaarts tegen 
al schijnt de zon, er moet zoveel 
wachten op regen is geen optie 

teveel te doen brengt ook verveling 
zonnestreling doet zo'n deugd 
als men zich eraan over geeft 

dus laat ze wachten wat al wacht 
strekt gewillig de slanke benen 
en schikt zich naar Ra's overmacht 

 

© Vera De Brauwer 

 

ingezonden themagedicht     

Inge Boulonois 
Themagedicht op:
Vakantie  


Toorop: Domburg - 1900 


Hondsdag  

Het duinpad zeult naar zee. 
Als een loden deken valt de lucht. 
Zon geeft de volle mep 
en wind is weg gekrompen. 

Het strand is vleesgeworden. 
Buiken bakken zwetend 
tot rode en gebronsde moten. 

Aan de lopende band 
gaan huid en haar het water in 
om als een bonte branding 
loom en eindeloos te deinen –  

 

© Inge Boulonois 

 

ingezonden themagedicht     

Harry Daudt  
Themagedicht op:
Vakantie  


Bestemming onbekend 

De grote uittocht 
volg ik via mijn teevee 
de wegen 
zwart van zeer bezwete mensen 

Hun tent op het autodak 
een caravan met vogelnaam 
een kindertal op de achterbank 
ze houden rechts en rijden zeer attent 

Ik zou hen 
pure stilte willen wensen 
het geruis van peppels 
op een lange rij 

De stilte van oord en gehucht 
zoveel dichterbij 
waaraan geen mens 
gedachten heeft gewijd 

Daarover niet gewikt heeft 
noch gewogen 
geen blad, geen reisgids 
schreef er over: 

‘Bestemming Onbekend’. 

 

© Harry C.A. Daudt 

 

ingezonden themagedicht     

Hanny 
Themagedicht op:
Vakantie  

 


Rum of jenever 

zonder rand of kant 
zo rimpelloos 
en glad 
draaien mijn handen 
rond 
palmenstranden 

voel warm zand 
en zoek zijn ogen 
onder 
de schaduwrand 
van een 
strooien hoed 

ik draai hem rond 
en rond 
drink die blauwe zee 
als een cuba libre 
van zijn mond 

de bal rolt 

 

© Hanny 

 

ingezonden themagedicht     


Marion Spronk  
Themagedicht op:
Vakantie  

 


Volzomer 

de lijsterbessen zijn al weer oranje 
het lover is voldragen groen 
paarden zwaaien loom hun staarten 

in de bermen groeit de boterbloem 
klaver, leeuwenbek en grasklokje 
vogels zingen minder luid 

de Drentse A kronkelt naast het fietspad 
het lammetje is schaap geworden 
Schotse Hooglanders begrazen de hei 

 

© Marion Spronk 

 

ingezonden themagedicht     


Inge Deconinck 
Themagedicht op:
Vakantie  

 


dansroes 

ik hang aan de waslijn 
swing 
me droog 
in 
de wind 
met 
zicht op zee 

 

© Inge Deconinck

 

ingezonden themagedicht     

Anneke Wasscher 
Themagedicht op:
Vakantie  


Olympia 

eens luister van een tempel 
nu vind ik stukken puin bij 
zuilenrij 

ooit bogen op bewondering 
wat overbleef zijn resten van 
gestapeld steen 

een mythe werd bewaard door 
de vergrijsde tijd, godinnen 
overleven 

de gids vertelt, vult leemtes 
op waar eeuwenoud 
is aangedaan 

ik hoor de woorden, wieg ze 
in de stilte van een warme 
namiddag 

nog één keer kijk ik om en 
hecht verbeelding digitaal 
in licht van wat het is 

 

© anneke wasscher 
   24 juli 2010 

 

ingezonden themagedicht     

JohnN 
Themagedicht op:
Vakantie  


Eerste vakantie 

Op de fiets naar Amsterdam 
wat wisten we van armoe 
er was wittebrood geweest 
en ingeblikte scheepsbeschuiten 

Niet naar CS eràchter 
daar lag de veerboot een vlag-en-wimpel 
feest - Kasteel Staverden daarop 
mochten fietsen gratis mee 

De gangplank in 
en het kasteel koos zee 

Pampus voorbij verdween de horizon 
tot na lang turen je eindelijk 
ontwaren kon hoe molenwieken  
uit de golven rezen 

Daar moest de haven wezen van 
Harderwijk, de overtocht volbracht: 
het nieuwe avontuur begon 

 

© JohnN 

 

© Copyright Hernehim Cultuur 2001-2011   

Hernehim      

een cultuurpagina 

HOME 

   
   
   
   
   
juni - juli 2010  
   
           Hernehim 
          
pagina thema poëzie 
Hernehim
                   Boeiend om te bezoeken. 
                   Vrij en onafhankelijk. 
                   © HC 2001-2010 
Redactie:                  John Zwart 
Redactie assistentie  Anneke Wasscher 
Bijgestaan door:        Monica Boschman en Anke Labrie 

                   Thema van de maand: de man - wat drijft hem 

Laatst bijgewerkt: 29.07.2010 

Hernehim opent aan het begin van elke maand een nieuw thema. 
Een openingsgedicht van een gerenommeerde dichter, of uit de eigen
redactiegelederen, zet de toon. 
Alle dichters die zich door het thema aangesproken voelen kunnen 
toepasselijk bestaand of nieuw geschreven werk inzenden
Het thema staat de hele maand open. Een afgesloten thema blijft 
staan onder het actuele zodat alle inzendingen tenminste gedurende 
een volle maand op deze pagina te lezen zijn. 

HOME 
Nieuws  
Blog en proza 
Themapoëzie 
Vrije poëzie   
Vertaalproject 
Proza  
Activiteiten 
Over schrijvers 
Archief 
Contact     
   

juni - juli  2010 
Thema van de maand: de man - wat drijft hem 

Illustratie: Zelfportret met uil - 1911 
Olieverf op doek op paneel van Jan Mankes  
Expositie: Museum voor Moderne Kunst, Arnhem 

   
   
    het introductiegedicht  

   

Bertus Aafjes (Amsterdam 1914-Venlo 1993) 

De dichter van het introductiegedicht Lambertus Jacobus Johannes (Bertus)
Aafjes werd geboren in Amsterdam op 12 mei 1914, maar aantal en aard van
zijn voornamen verraden zijn zuidelijke afkomst uit een Rooms-katholiek gezin.
Hij leek die zoon te zijn die voorbestemd werd om priester te worden, zoals dat
zo vaak gebeurde in de grote r-k gezinnen aan het begin van de vorige eeuw. 
Maar in het geval van Bertus Aafjes bleek dit een misvatting, hij brak zijn
priesteropleiding af, zag dat niet als zijn levensbestemming. Eind jaren dertig, 
als jonge twintiger trok hem de verte en gelijktijdig ontwikkelde hij zijn dicht-
talent, maar de oorlogsdreiging verhinderde voorlopig het reizen. 
Het waren vooral traditionele sonnetten welke hij schreef in die periode, die een
plek kregen in zijn debuutbundel "Het gevecht met de muze" (1940). 
   (...) 
   ik speel aandachtig met haar kleine voet 
   en vang haar mooie enkels in mijn handen: 
   ik denk, waar zullen zij nog ooit belanden, 
   bemint zij mij voor immer en voorgoed? 
   (...) 
Tijdens de oorlogsjaren schreef hij protestteksten onder het pseudoniem 
Jan Oranje. Hij preludeerde op de bevrijding met vaderlandslievende gedichten,
die ons vandaag misschien wat 'ronkend' in de oren klinken. Zodra de oorlog 
voorbij was ontwaakte zijn reislust weer onmiddellijk: hij maakte en beschreef 
zijn "Voetreis naar Rome" (1946). Tijdens die tocht kreeg hij de bevestiging dat
hij terecht besloten had dat het priesterschap - en zeker het celibaat - niet voor
hem waren weggelegd. 
Hij was net tien, vijftien jaar eerder geboren dan de "vijftigers" en vond daarbij 
niet de aansluiting omdat hij niet voluit voor het experimentele wilde gaan. Zijn
nog aan vaste vormen gebonden poëzie had echter een grote schare liefhebbers,
in 1953 viel hem al de vijfjaarlijkse Tollensprijs toe, voor zijn oeuvre tot dan.
Anders dan de vijftigers brak ook hij met tradities door de geldende moraal te
tarten, op realistische wijze erotische poëzie te schrijven waarmee hij, minder
opvallend dan tezelfder tijd Jan Wolkers met zijn proza, minstens even baan-
brekend was. Deze gedichten werden gebundeld in "Deus sive natura" (1979).
Een merkwaardige erkenning viel hem op late leeftijd ten deel, de Cestodaprijs
voor "moeiteloze taalbeheersing" - die hem in 1989 een bedrag van f 53,64
opleverde. Men dacht eerst de prijs toe te schrijven aan het Genootschap 
Onze Taal, maar het bleek een grap van collega-schrijvers bij de HP, onder wie
K.Schippers en Eelke de Jong. 
Nico Scheepmaker was de eerste winnaar, Bertus Aafjes de laatste. Hij liet ons
een omvangrijk oeuvre na, waaronder twee romans: 
"Morgen bloeien de abrikozen" en "Tussen hoop en herinnering bloeit geluk",
verder talrijke verhalen- en poëziebundels, reisverhalen, aforismen, rijmpjes en
liedjes. Hij stierf in Swolgen (Venlo) op 22 april 1993, bijna 79 jaar oud. 

 

 

De liefde Gods 

Vreze des Heren heb ik nooit gekend; 
nu nooit gekend? Want alles welbeschouwd 
als zich de penis als een tulp ontvouwt, 
trekken de priesters lang aan 't langste end. 

Maar ach, de liefde Gods gaat dit te boven; 
dezelfde penis wordt door haar gekust 
en in de jongeling ontwaakt de lust 
zichzelf met ziel en lichaam te verloven. 

Lieve vriendin, vroeger was alles zonde. 
Maar toen heeft God zijn aangezicht geschonden 
in Auschwitz en hij raakte uit de tijd. 

En ik? Ik heb de eeuwigheid gevonden 
wanneer ik opgegaan in jou, verslonden, 
niet langer wist van dag en uur en feit. 

 

Bertus Aafjes 
Uit de bundel "Deus sive Natura".
Erotische poëzie uit de jaren zeventig. 

 

 

   


Eros & Psyche  


In de Griekse mythologie waren emotie, leven en liefde 
van mensen, goden en halfgoden met elkaar verweven.

De man - wat drijft hem

Het thema van de maand juni op Hernehim Cultuur  

"Laten we maar meteen met de deur in huis vallen", dachten wij toen er een
introductietekst moest komen voor het thema "de man - wat drijft hem" in
aansluiting op "de vrouw - wat wil zij". 
Want de deur staat natuurlijk wijd open voor de kreet "mannen willen maar
een ding", zo vaak uit vrouwenmond gehoord - Yvonne Kroonenberg schreef
in 1986 zelfs een boek met die titel. 
Maar we moeten zeker niet in de kuil vallen die in de hoofden zit van mensen
die zo graag het "hoge" en het "lage" in de liefde willen scheiden als zaken 
die niets met elkaar van doen hebben. Bij de titel van het gedicht* van Bertus
Aafjes gaan de gedachten naar 1 Korinthe 13, het Hooglied uit het Nieuwe 
Testament van de Bijbel. 
"Het wezen" van de liefde in deze lofzang daarop in dit heilige Boek gaat 
uitsluitend over "de Liefde Gods", zo beweren tot op de dag van vandaag de
alwetende uitleggers van 1 Korinthe 13. 
Hiertegen kwam de gelovige Rooms-katholiek Bertus Aafjes in opstand, 
want hij ervoer de liefde van man en vrouw en hun fysieke aantrekking tot 
elkaar juist in volle harmonie met het Hooglied. 
Aafjes wees 't priesterschap af vanwege het celibaat maar bleef een devoot
Rooms-katholiek. Het gedicht, dat geschreven is in de periode 1969-1977,
krijgt in deze tijd weer een nieuw soort actualiteit. 
Maar natuurlijk verwachten we dat niet alleen déze passie van de man zal
inspireren tot poëzie want "de man" is veel méér dan zijn biologische drift, 
al dan niet gedragen door liefde - een oneindige reeks ándere passies drijven
hem, zoals dagelijks is te zien op de voetbalvelden, maar ook als we hem
gadeslaan poetsend op een oldtimer, of met zijn hele ziel en zaligheid één
met zijn gitaar. En, net als vele vrouwen, soms ernstig peinzend gebogen 
over het wor
dingsproces van een gedicht. 

John Zwart - 1 juni 2010 

*) 'De liefde Gods' 
Uit: "Deus sive natura" - Erotische poëzie. 

   
inzendingen  
ingezonden themagedicht  

Cartouche  
Themagedicht op: de man - wat drijft hem 


Het enige echte naakte 

Het mannelijke is het ware 
dat zich onverholen toont 
niet dat afgeronde zachte 
maar het scherpe uitgelijnde 
dat raadselachtig strakke 
lichtelijk geprononceerde 
dat zich aftekent in de 
ribben van een wasbord 

golven 

schouderpartijen glooiend 
naar een hals een hoofd 
beklemtoond door een kaak – 
en kinlijn zo uitgesproken 
dat lippen kunnen zwijgen 
zozeer spreekt de mond voor zich 
glad het voorhoofd en ogen 
die een hele wereld beloven 

nog veel meer 

een fraai billenpaar waaraan 
niemand zich vertillen kan 
boven een zuilengang waarop 
geen hercules zich roemen kan 
om nog maar niet te spreken 
van de motor van dit schoons 
het hart van de zaak dat alles 
drijft en haar draaiend maakt 

zijn onversneden trots en 
wezen dat al te graag 
de hemel wijst 

de hel 

 

© Cartouche 

 

ingezonden themagedicht  

Monica Boschman  
Themagedicht op: de man - wat drijft hem 


(m/v) 

in jouw zonnebril 
zie ik mijn ogen  

zo zien we 

jij ontspiegeld 
ik gespiegeld 

toch een keer 
bijna hetzelfde 

 

© Monica Boschman 

 

ingezonden themagedicht  

JohnN 
Themagedicht op: de
man - wat drijft hem 


Afdaling van de Olympos 

Schoonheidservaring 
ging verloren in het 
verdwijnpunt van reflecties 
van steriele gangen pas 
geslierd door de dweilrobot 

Dan danst opeens een 
vuur langs schappen die de 
vlam niet weten te vatten 
ze bestaan immers maar 
uit dode materie 

die onaangedaan blijft onder 
Venus' blozende armen die in 
hun chaos orde scheppen zo 
verlokkend - Verlokkend 
gaat Venus voorbij 

maar verliest onderweg haar 
onsterfelijkheid als zij de steriele 
werkelijkheid tussen ons terug-
plaatst: kan ik iets voor u doen? 
Misschien 

maar dat wil je niet weten 

 

© JohnN 

Uit de bundel "Schoonheid", gelegenheidsuitgave juni 2007
OBA (Amsterdam) naar aanleiding van 6 jaar Hernehim Cultuur 

 

ingezonden themagedicht  

Harry Daudt 
Themagedicht op: de
man - wat drijft hem 


Drommen rond hun dromen 

Ze drommen samen 
rond een bal 
het is hun werk,voetenwerk 
en hun hele lijf 
weet er alles van 

Ze drommen samen 
rond een bal 
het is hun veld, ereveld 
waarop hun schoenen 
in de ban: schoen met zoveel noppen  

Ze dromen samen 
van een bal 
die feilloos in het net 
zal vallen 
- als ‘t even kan -  

Ze dromen samen 
aan de mat van gras 
met banger hart 
juichen ze en zingen 
als een man  

Hun beider droom 
maar al te vaak in duigen. 

 

© Harry Daudt 

 

ingezonden themagedicht  

Anke Labrie 
Themagedicht op: de
man - wat drijft hem 


Mannen en Voetbal 

Natuurlijk weet ik wel wat buitenspel is, 
twee minuten uitleg waren echt genoeg. 
Inzicht in een corner kost nog minder tijd, 
een vrije trap is werkelijk kinderspel 
en een strafschop is een fluitje van een cent. 

Natuurlijk kijk ik met hem mee voor de tv. 
‘Was het weer een schwalbe deze keer?’ 
Hier op onze bank maken wij dit samen uit, 
de scheidsrechter kan ons nog meer vertellen. 
Wij zitten er met onze neus toch bovenop. 

Natuurlijk word ik ook een voetbalkenner: 
‘Dat is een echte macho, neemt te veel risico. 
Deze mist de penalty, kijk maar naar zijn ogen, 
hij is bang’. En ik stijg in achting bij mijn man, 
als de keeper deze bal inderdaad kan stoppen. 

Natuurlijk volg ik Derksen en z’n team op zeven, 
van der Gijp zijn onderarmen mooi in beeld. 
Plaagstoten en veel zelfspot, ‘t is een verademing. 
Voetbal is maar een spel, mits je de regels kent 
leuk om te volgen met een glaasje witte wijn. 

 

© Anke Labrie 

 

ingezonden themagedicht  

Pom Wolff 
Themagedicht op: de
man - wat drijft hem 


van ergens vandaan en ergens naar toe 

misschien dat ik daarom zo graag naast je zit 
en nergens aan wil komen 
om onderweg te zijn 

dat de verwondering meereist 
om haar later op ons te leggen 
als sneeuw op sneeuw 

om met weinig weer mooi te zijn 
maken we de grond bijzonder 
ons eiland wit, het water en het zand van ons 

is het vaste land voor onze voeten 
om ons te laten gaan 

 

© pw 

 

ingezonden themagedicht  

Arnoud de Jong 
Themagedicht op: de
man - wat drijft hem 


Een zachte held  

Mijn vader was een held 
Geen stoere bink van brandweer of politie 
Geen ruige zeebonk op de wereldzeeën 
En ook niet de sterkste man van de straat. 

Ik heb dat wel eens betreurd, 
moet ik zeggen als ik eerlijk ben... 
Tot ik later leerde dat er verschillende soorten vaders 
en dus ook verschillende soorten helden zijn. 

Mijn vader was een zachte held 
Hij was een tekenaar van fantasie 
Een schilder van onze jeugdportretten. 
Welk kind kan dat zeggen, dat hij een schilderij heeft van zichzelf? 
Hij was een schrijver van de mooiste letters, 
zo statig in hun sierlijkheid. 

Hij zaaide boontjes in rechte regels in de aarde van zijn tuintje 
En ik mocht helpen, wij zaten op ons hurken naast elkaar 
de kleine kleuter naast de grote man op houten klompen. 
Ik zat op zijn arm en hij liet mij de wereld zien. 
Ik voel zijn vaste hand nog in mijn nek bij het fietsen leren. 

Mijn vader was een zachte held, 
een held die zoveel wist en er altijd voor ons was. 
Een geweldige en lieve vader, 
de held die nu een standbeeld heeft 
in de herinnering en in ons hart. 

 

© Arnoud de Jong 

 

ingezonden themagedicht  

Anneke Wasscher   
Themagedicht op: de
man - wat drijft hem 


de bruggenbouwer 

de oude man staat midden op de brug 
zijn sleetse lange jas verraadt gezag 
uit het verleden, boven kromme rug 
bewaart de hoed de warmte van de dag 

hij kijkt naar meervoud van de brug, de pijlers 
wijzen naar het water, de kantlijn vraagt 
om een verbinding middels steen of ijzer 
zijn blik keert zich naar binnen, beeld vervaagt 

hij waant zich even sterke bruggenbouwer 
staat midden in de wereld en de tijd 
verdringt de grijze rol van toeschouwer 

verbeelding laat hem bruggenbouwer zijn 
dan wordt hij moe, in knopen van zijn jas 
vindt hij verbinding tegen kou en pijn 

 

© anneke wasscher 

 

ingezonden themagedicht  


Matt Harvey  
Themagedicht op: de
man - wat drijft hem 

Wimbledon heeft een heuse huisdichter die dagelijks 
rond het heilige gras van het roemruchte centrecourt
bivakkeert. 
Met een heel scherp oog voor de ego's op het veld.
Het gedicht is nauwelijks te vertalen, maar is zelfs voor
mensen met weinig talenkennis te genieten, want het
is een soort geluidsreportage.

Harvey schreef al over de ballenjongens van Wimbledon,
over het bezoek van Koningin Elizabeth en over de beroemde
'strawberries' (aardbeien), en is op zoek naar haiku over 
het eindeloze treffen van John Isner tegen Nicolas Mahut. 
Het gedicht hiernaast gaat over de sfeer van zomaar een match
tussen twee grootheden, waarschijnlijk Nadat vs Haase. 
Let op alle verschillende stuiter/slag/en-return geluiden in het
gedicht en de verontwaardiging en 't gemopper van de spelers.
Een feest van woordvondsten met repetitiegeluid! 
Aanbeveling: hardop lezen! 

 

 

Kijk HIER naar de match van Rafael Nadal tegen Haase voor inspiratie 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


thwok ! 
(a game in the life) 

bounce bounce bounce bounce 
thwackety wackety zingety ping 
hittety backety pingety zang 
wack, thwok, thwack, pok 
thwikety, thwekity, thwokity, thwakity 
cover the court with alarming alacrity 
smackety dink, smackety dink 
boshety bashity crotchety crashety 
up loops a lob with a teasing temerity 
leaps in the air in defiance of gravity 
puts it away with a savage severity 
coupled with suavity 
nice 
"15-love"  
(reaches for towel with a certain serenity) 

bounce, bounce, bounce, bounce 
thwack, thwok, plak, plok 
come to the nettety 
bit of a liberty 
quickly regrettety 
up goes a lobbity 
hoppety skippety 
awkwardly backwardly 
slippety trippety 
tumble & sprawl 
audible gasps… 
"15-all" 
(opponent asks how is he?
courtesy, nice to see
getting up gingerly
brushity thighsity
all, if you’re asking me
bit big-girls-blousity) 

bounce bounce bounce 
whack, thwok, plik, plok 
into the corner, then down the linety 
chasety downity, whackety backety 
all on the runnity, crossety courtety 
dropety vollety – quality, quality… 
… oh I say what impossible gettery 
no, umpirical rulery – nottety uppity – 
oooh – doesn’t look happety 
back to the baseline 
muttery muttery muttery muttery 
"30-15" 

bounce, bounce, bounce, 
|thwacketty OUT 
bounce, bounce, bounce, 
thwacketty BLEEP 
"second serve"  
bounce, bounce, bounce, 
thwacketty – slappity 
thwackety thumpity 
dinkety-clinkety, gruntity-thumpity 
clinkety 
thump! 
"30-all"  
fistety pumpety, fistety pumpety COME ON! 
"quiet please"  

bounce, bounce, bounce, 
thwacketty thwoketty 
bashetty boshetty 
clashety closhety 
OUT! 
"what?" 
lookaty linety, lookaty line-judge 
line judge nodity 
wearily query 
umpire upholdery, indicate inchery 
insult to injury 
give line-judge scrutiny 
face full of mutiny, 
"40-30" 
back to the baseline 
through gritted teethery 
muttery mutiny mutiny muttery 

bounce bounce bounce
thwak, thwok, thwak, plok
thwakety plik, thwoketty plak
to-ity fro-ity fro-ity to-ity
slowity quickety quickety slowity
turnety headety, headety turnity
leftety rightety leftety rightety
seems like we’ve been here a bloomin eternity
rightety leftety rightety leftety
topety spinnety, backhandy slicety
lookety watchety, scratchety bottity
fabulous forehand, backhandy slicety
furious forehand, savagely slicety
fearsome ferocity, vicious velocity
bilious backhand – blasted so blistery…
…half a mile out but that line judge is history
OOOWWWWWWWWT! 

" GAME
new balls please"  

 

© Matt Harvey
Wimbledon poet 

 

ingezonden themagedicht  

Cor Visser 
Themagedicht op: de
man - wat drijft hem 


De Rommelaar 

De rommelaar dat is een man 
die van alles wel een beetje kan 
hij rommelt hier, hij rommelt daar 
en krijgt nog vrij veel voorelkaar. 

Soms is hij redelijk museaal 
in stoeien met de moedertaal 
hoogstzelden ziet hij dan het licht 
en produceert een slecht gedicht. 

Heel vaak is het dan grof banaal 
hutspotstamperig triviaal 
het geeft natuurlijk toch wel baat 
want het houdt hem van de straat. 

De rommelaar dat is een jongen 
die de lucht schreeuwt uit zijn longen 
wanneer hij zijn tekst in noten giet 
zichzelf verwent met eigen lied. 

In de keuken vindt hij zijn maatje* 
tapt daar vaak uit een ander vaatje 
kookt bij voorkeur de rapen gaar 
Ja ! Dat is 'em nou: De Rommelaar ! 

 

© Cor Visser 
*Old Blend Irish Whiskey 

Uit: Dichter bij dichters, Boekenbent 2007. 

 

ingezonden themagedicht  

Monica Boschman  
Themagedicht op: de man - wat drijft hem 


enkele reis 

het mandje van de luchtballon 
kitesurfen, bungeejumpen 
freestyle weet-ik-wat 

ik ben de man die alles kan 
diep in mijn hart zo bang 
voor de enkele reis 
van het leven 

 

© Monica Boschman 

 

ingezonden themagedicht  

Harry Daudt 
Themagedicht op: de
man - wat drijft hem 


Mannetjesputter 

‘Hij is mans genoeg’ 
zegt hij 
met zijn pilsje, koud in de kroeg 
tussen zijn mannenbroeders 

Zijn mannenstem 
verpakt in driedelig kostuum 
zijn grijze stropdas losjes 
na het gezwoeg om het dagelijks brood 

Hij kleurt dieprood 
tot in zijn mannennek 
als hij zijn eega 
ontwaart in het gat 

van de deur 
die het manvolk 
scheidt van 
het vrouwvolk  

 

© Harry Daudt

 

ingezonden themagedicht  

Hanny 
Themagedicht op: de
man - wat drijft hem 


Vijfde op de schaal van richters 

Drager van de kruik, scherm niet met mijn geweten. 
Raap de scherven van de sokkels uwer heren. 

Ontbeer de paleizen waar vrouwen hoereren en breng 
mij naar de man die water, vuur, aarde en wind 
in zijn lemen handen heeft gegrift. 

Laat hem kruiken maken, de beloning zal een overwinning zijn. 
Wanneer de lans gebroken wordt in hemeltergend licht 
zal mijn leger de ramshoorn blazen. 

Drager van de kruik, stel mijn bevindingen op schrift. 

 

© Hanny 

 

ingezonden themagedicht  

Erika de Stercke  
Themagedicht op: de man - wat drijft hem 


De Giro 

Onthaarde benen ploegen door weer en wind 
berg op, over hindernissen naar het dal 
een kleurrijke helm beschermt het lichte karkas 

gedreven door instincten 
versterkt met een ijzeren wil 
vlamt hij over het asfalt 
de blik op overwinnen 

een ophitsend publiek 
mild met onkuise woorden 
stuurt de renner hangend boven zijn zadel 
door de bocht, gevaarlijk scherp 
het applaus is luid 
het zweet zuurverdiend 
en de banden onbeschermd dun 

het schavot is nog ver weg 

 

© Erika Destercke 

 

ingezonden themagedicht  

JohnN 
Themagedicht op: de
man - wat drijft hem 


Amourette 

Het is zover: 
de wind is ondergedoken, 
een vlak van twinkelingen 
verraadt waar 

een zonnevloed 
stort sensuele prikkelingen uit 
over uitgestrekte blotenavelmeisjes 
ze giebelen signalen 

de jongens ernaast 
ze spelen onverschilligheid. 

 

© JohnN 

 

ingezonden themagedicht  

Monica Boschman 
Themagedicht op: de man - wat drijft hem 


(m) 

op het oog ben je 
de beste maatjes 
met je ego 

maar voor je vrouw een kiloknaller 
in het winkelwagentje doen? 
kom op man 

onder de denkfabriek 
van alles onder controle 
woekeren jouw wensen 

laat ze vrij 
open de jacht met gevoel 
en toon je trofeeën 

zeker weten 
het smaakt naar meer 
kom op man 

 

© Monica Boschman  

 

ingezonden themagedicht  

Hanny 
Themagedicht op: de
man - wat drijft hem 


Rozengeur en bloemenwater 

met lange vingers steel jij 
op een blauwe maan dagdromen 
van geest verlaten gronden 
en dood gewaande bomen 

je vliegt door openstaande deuren 
laat voeten zakken in de grond 
vlecht meterslange draden 
sluit zonder knopen een verbond 

je wilt de groene lakens delen 
huid en haar met handen boeien 
over spelen tot de haan kraait 
en met het eerste licht vergroeien 

 

© Hanny 

 

ingezonden themagedicht  

Monica Boschman 
Themagedicht op: de man - wat drijft hem 


instructie 

stook van je dikke dossiers 
een vreugdevuur van vrijheid 

vang met je knellende stropdas 
een meisje op de vlucht 

zoek een lange glijbaan 
roetsj om het roetsjen 
(dus niet voor status, geld, macht) 

soms hebben mannen 
even een duwtje nodig 

 

© Monica Boschman 

 

 

ingezonden themagedicht  

Margerite Luitwieler 
Themagedicht op: de
man - wat drijft hem 

Inzending op: de vrouw, wat wil zij - dat ook als een vraag aan haar
mocht worden opgevat, maar op dit thema mag dus óók een ? volgen.
Dan past deze nostalgie naar de ruige cowboy wonderwel...  Mannen: 
doe toch je auto weg en koop een paard! 


Mannen op paarden 

met vuile hoeden 
gespierde kuiten 
stoppelbaarden. 

Dát vind ik pas stoer. 

Kronkelende bovenlichamen 
tegen bergen óp. 

Maar er zijn hier geen bergen. 

En wanneer het donker is in de gang 
en licht mijn huid verkeerd 
raakt 
zak ik door de bodem van de stad. 

Hij slokt alles op, 
steelt alle woeste beweging voorgoed 
je ziet nog wel een enkele cowboy 
maar die is dan te voet. 

 

© Margerite Luitwieler 

 

ingezonden themagedicht  

Anneke Wasscher  
Themagedicht op: de man - wat drijft hem 


Zeeman 

zijn lichaam is gewend aan tegenwind, in 
weerstand van het water vindt hij kracht 

de hang naar vrijheid ademt zilte lucht 
zijn longen blazen trots in bolle zeilen 

hij leeft met het getij van macht, laveert 
en daagt gevaar uit met elan van lef 

soms roept de wal hem wel terug want 
roekeloos wordt door een storm bestraft 

de zeeman hoort alleen de klankrijm van 
zijn eigen hart, negeert een verre stem 

die zegt: mijn lief ik heb te lang gewacht 
de nacht zal altijd naamloos zijn. 

 

© Anneke Wasscher 

 

ingezonden themagedicht  

Jakomijn Kersten 
Themagedicht op: de
man - wat drijft hem 


de laatste keer dat ik het warm heb 
ben ik ver van hier de zon woont 
in mijn hoofd speelt de hoofdrol in 
mijn leven dit rimpelloos heen en weer 
wiegend bestaan de zanger die erbij 
hoort verwarmt of hij zingt of praat 
mijn vergeten hart langzaam zak ik 
achterover handen neuriën zacht 
door mijn haar even voel ik de zwoele 
warmte van zijn lijf zijn leden het 
langzaam om me heenglijden zijn 
voorzichtig bezit nemen voor ik traag 
mijn bijna waken verruil voor de eindige 
gelukzaligheid de vredige slaap 
zorgvuldig geregisseerd met de meest 
liefdevolle ogen alleen gericht 
op mijn gezicht 

 

jakomijn kersten 

 

ingezonden themagedicht  

Peter Jansen 
Themagedicht op: de
man - wat drijft hem 


De afdronk 

deze wijn laat zich uitstekend vermengen 
met nauwelijks verstaanbare bekentenissen 

bij het gekletter van schaars verlicht bestek 
laten wij ons gemakkelijk gaan 

als eenmaal de ziel is blootgelegd 
volgt het lichaam gewillig de impulsen 
die het bedje van gemarineerde verlangens 
ontstijgen 

met de ochtendzon zullen wij alles weer 
van ons afspoelen en zetten wij onze 
maskers weer op 

 

© Peter Jansen 

 

ingezonden themagedicht  

Harry Daudt 
Themagedicht op: de
man - wat drijft hem 


Dingen naar haar hand 

Te dingen 
naar haar hand 
haar uitgestrekte vingers 
waaraan het rood van nagels 
waarmee ze ook klauwen kan 

Te dingen 
naar haar land 
waarin ze groen en kleurrijk kweekt 
handig onkruid wiedt 
mij haar kruidendrank biedt 

Die godendrank 
zoet of bitter 
smaakt of bitterzoet 
op lippen en tong 
langs m’n gehemelte 

Waardoor ik 
zonder gezichtsverlies 
in stilzwijgen 
op mijn schreden 
terug kan keren. 

 

© Harry Daudt 

 

ingezonden themagedicht  

JohnN 
Themagedicht op: de
man - wat drijft hem 


graag wil ik kritisch zijn, een vleug cynisme mag je 
ook van mij verwachten, maar wie mij echt kent weet: 
in wezen ben ik mild, 'n zachtmoedig mens 
"in 't diepst van mijn gedachten" 

maar dit pinksterweekend aan de waterkant verging 
me zien en horen want met nietsontziende drift werkt men 
aan het aanzien van z'n pand - daar moest men dringend 
cirkel zagen en ook dril gaan boren 

gelukkig is 't geen tijd van wonderen, ik was in woede over 
het water naar de overkant gestapt - in taal waar geert van 
blozen zou verhaal gaan halen - hij zit nu aan de borrel 
vermoedt niet eens waaraan hij is ontsnapt 

 

© JohnN 

 

ingezonden themagedicht  

Margerite Luitwieler 
Themagedicht op: de
man - wat drijft hem 


Hij kijkt nooit om. 
Dat vind ik zo mooi aan hem. 

Behalve wanneer ik nog 
voor het raam sta 
om naar hem te zwaaien. 

 

© Margerite Luitwieler 

 

ingezonden themagedicht  

Anneke Wasscher 
Themagedicht op: de
man - wat drijft hem 


de vader 

wanneer hij soms eens thuis is 
in het licht van zondag, sluipt 
broze warmte weer geluidloos 
weg uit het bestaan 

het kind weet dat de kille stilte 
regel is, want donker van zijn blik 
dwingt tot ontzag voor wie hij is 
en zij juist niet 

een kinderwereld van verschil 
wil witte draden spinnen door 
de dagen, het zilver zingen 
met het lief van lied 

soms komt ze dichterbij en 
raakt hem aan met kleur van 
tekening, dan kijkt hij op 
maar ziet haar niet 

 

© Anneke Wasscher 

 

ingezonden themagedicht  


Cor Visser 
Themagedicht op: de
man - wat drijft hem 

 


Avondmaal 

Met de zilte hostie op mijn lippen 
dacht ik aan háár lichaam 

 

© Cor Visser 

 

© Copyright Hernehim Cultuur 2001-2011    

Hernehim      

een cultuurpagina 

HOME 

   
   
   
    
   
mei 2010   
   
           Hernehim 
          
pagina thema poëzie 
Hernehim
                   Boeiend om te bezoeken. 
                   Vrij en onafhankelijk. 
                   © HC 2001-2011
Redactie:               John Zwart
Bijgestaan door:    Monica Boschman en Anke Labrie 

                   Thema van de maand: de vrouw - wat wil zij 

Laatst bijgewerkt: 30.05.2010 

Hernehim opent aan het begin van elke maand een nieuw thema. 
Een openingsgedicht van een gerenommeerde dichter, of uit de eigen
redactiegelederen, zet de toon. 
Alle dichters die zich door het thema aangesproken voelen kunnen 
toepasselijk bestaand of nieuw geschreven werk inzenden
Het thema staat de hele maand open. Een afgesloten thema blijft 
staan onder het actuele zodat alle inzendingen tenminste gedurende 
een volle maand op deze pagina te lezen zijn. 

HOME 
Nieuws  
Blog en proza 
Themapoëzie 
Vrije poëzie   
Vertaalproject 
Proza  
Activiteiten 
Over schrijvers 
Archief 
Contact     
   


 

mei  2010
Thema van de maand: de vrouw - wat wil zij 

Illustratie: meditation - 1917
Olieverf op doek van Gabriele Münter  
Expositie: Städtische Galerie im Lenbachhaus, München  

   
   
    introductiegedicht  

   

Martin Bril (Utrecht 1959-Amsterdam 2009)

kreeg in het laatste decennium van zijn te korte leven een grote bekend-
heid als columnist. Hij deed een filosofiestudie aan de Universiteit van 
Groningen waar hij als student een schrijversduo vormde met Dirk van 
Weelden, daarna volgde een opleiding aan de Filmacademie in Amsterdam.
Zijn filmische kijk op de wereld toont zich duidelijk in zijn stijl van schrijven:
Martin Bril is een echte observator, die een scène beschrijft, met zijn land-
schapsimpressies doet hij aan Nescio denken. 
Men zal niet zo snel een dichter in hem zien, toch schreef hij ook een 
groot aantal gedichten, prozagedichten waarmee hij een diffuse scheidslijn
tussen column en poëzie gemakkelijk overschrijden kon. 
In de jaren negentig leidde hij in Amsterdam een nogal wild leven, hij bracht
het als romanschrijver nooit verder dan twee uitgaven ´Voor de wind´ (1990)
en ´Altijd zomer, altijd zondag´ (1994) - had er waarschijnlijk ook het geduld
niet voor - maar ontwikkelde zich intussen tot een vaardig schrijver die van
iets kleins iets groots kon maken. 
Hij schreef als gewaardeerd freelancer zulk klein werk voor Het Parool, 
Vrij Nederland, NRC Handelsblad zowel als de Vlaamse de Morgen. 
Na de eeuwwisseling onder vast contract bij Het Parool. De kleine pareltjes
werden in series verzameld en gebundeld. Een hele reeks werd in Frankrijk
gesitueerd: ´Tout va bien´. Daaruit las hij graag voor publiek. "Daar woon 
ik vaak langdurig", zei hij dan, om te vervolgen: "Nu zult u wel denken, 
een rijke columnist met een tweede huis in Frankrijk. Maar dat is niet zo,
mijn vróuw heeft een huisje in Frankrijk." 
Met zijn groeiende populariteit ging het zijn gezondheid bergafwaarts. 
Zijn laatste jaar bracht hem een vaste plek op de voorpagina van de Volks-
krant en de erkenning van zijn schrijverschap door de Bob den Uylprijs 
voor de bundel `de kleine keizer´. De feestelijke uitreiking haalde hij op 
enkele dagen na net niet. 

 

 

 

Gevonden foto 

 

Was will das Weib? 

Heeft ze deze houding aangenomen voor haar minnaar 
Die achter haar, maar buiten beeld, klaar staat om haar 
Zo aanstonds te penetreren, of is ze doende voor 
Het slapengaan de wekkerradio in te stellen - en waartoe dan 
De rode handdoek, of lag die daar nog van het afdrogen 
's Ochtends na het douchen? Wat draagt ze overigens, 

De vrouw? Een negligeetje dat opkruipt, een T-shirt of een 
Zwart hemdje dat gewoon heel kort is? Getuigt haar houding 
Van nadrukkelijke bereidwilligheid, of juist niet, en is hier 
Sprake van een achteloos, toevallig, ja, bijna huishoudelijk 
Moment? In dat laatste geval is de foto misschien mooier 
Dan in het eerste geval, misschien, misschien, misschien, 

Ik weet het niet zeker. 

Wel zeker weet ik dat ik dezelfde foto ook had gemaakt, als 
Het mijn vrouw was geweest die even zo over het bed had 
Gehangen - gesteld natuurlijk dat ik mijn fototoestel bij de 
Hand had gehad. 

 

Martin Bril 

   

Gevonden foto 


Podcast Pauw en Witteman met Mieke Stellinga.

De vrouw
in een Freudiaans licht "Was will das Weib" 

Het thema van de maand mei op Hernehim Cultuur 

Vrouwen zouden de macht in de wereld kunnen hebben - ze zouden veel
 meer macht móeten hebben zo klinkt het vaak van de statistiekfanaten 
onder de vrouwen, terwijl zij schande roepen over alle belemmeringen die
mannen hen in de weg leggen, zodat het nog verre is om van een balans
tussen de seksen in de leidinggevende en machtige functies te kunnen 
spreken. 
De carrièremakers onder de vrouwen ervaren een "glazen plafond":
Seksistische behandeling, slinkse tegenwerking en onzichtbare blokkade.
Maar om mannen nog meer in verwarring te brengen klinkt er een aanzwel-
lend ander geluid: "Feministen zijn vrouwonvriendelijke seksisten met een
bemoeizuchtige inslag", zo hoorden we Mieke Stellinga, een vrouw, in een
aflevering van Pauw & Witteman zeggen. 
"Er moet maar eens afgerekend worden met de valse voorstelling van 
zaken die feministen al sinds de jaren zeventig van de wensen en verlan-
gens van vrouwen
geven". Deze Mieke deed research en schreef het boek
'De mythe van het glazen plafond'. 
Nu hebben met mij al vele mannen een tijd lang geluisterd naar hetgeen 
vrouwen allemaal aan wensen te kennen gaven - en we deden ons uiterste
best het hen naar de zin te maken, we leerden baby's verluieren, de was
sorteren, ons eigen hemd en háár blouse te strijken om soms plots te 
ervaren dat dit nou precies verkeerd was: véél te soft. 
Na de metroman vielen ze opeens op een macho die dan weer "in" was.. 
Ze verlieten ons voor een wat hardhandiger behandeling van lijf en geest
en lieten ons verbijsterd achter. Allemaal redenen te meer om mannen 
in toenemende onzekerheid te brengen en hen bijna een eeuw na Sig-
mund Freud opnieuw vertwijfeld te doen verzuchten: 
"Was will das Weib?" 
Begrijpt zij zichzelf wel? Misschien kunnen vrouwen ons iets van de sluier,
die over deze hersenbreker hangt, oplichten? Onder de dichters zijn ze 
toch immers in de meerderheid, ze hebben het glazen plafond verbrijzeld
 - of er niets van gemerkt? 
Of is er een mannelijke dichter die Freud overtreft en het allemaal allang
dóórheeft? 
We zijn benieuwd. 

John Zwart 

 

   
inzendingen  
ingezonden themagedicht  


voorbij 

een schaduw schampt 
het kussen in de nacht 
herkent ze zijn gezicht 
dat om genade smeekt 
een plek bepleit? 

ze hoort het liefdeslied 
van lang geleden, de 
woorden zijn zichzelf niet 
meer, verschrompelen tot 
restje schrale taal 

hij heeft geen plaats meer 
want het arm verlangen is 
gevlucht voor samenzijn 
het beeld vervloeit en 
langzaam bloedt het dood 

 

© Anneke Wasscher 

 

Anneke Wasscher 
Themagedicht op: de vrouw - wat wil zij 
ingezonden themagedicht  


ondergronds 

door gedempte grachten 
vaart de dichteres 

grond wijkt voor haar vormen 
de geul spuwt woorden 

het vaarseizoen 
is geopend 

 

© Monica Boschman 

 

Monica Boschman 
Themagedicht op: de vrouw - wat wil zij 
ingezonden themagedicht  


Gemis 

lieverd 
wil je 
als je klaar bent met je huiswerk 
even naar me luisteren 

herman 
je weet wel 
die jou zo’n leuke meid vindt 
blijft vanavond slapen en 
hij slaapt in mama’s grote bed 

lieverd 
wat is er 
daar hoef je toch niet om te huilen 
vind je het dan ook niet fijn 
dat we nu weer met z’n drietjes zijn 

 

© Peter Jansen 

 

Peter Jansen 
Themagedicht op: de vrouw - wat wil zij 
ingezonden themagedicht  


Leef Tijd 

het vrouwtje in de rode jas 
heeft nog veel levenslust 
ze is al vijfenzeventig 
toont zich als net zestig 

na haar weduwtreurnis 
lacht zij weer naar het leven 
op de golfbaan ontmoet zij hem 
een poener met een petje 

hij is een prille vutter 
kent niet haar aantal lentes 
tevreden delen zij getwee 
zijn brood, zijn bad, zijn bed 

 

© Marion Spronk 

 

Marion Spronk 
Themagedicht op: de vrouw - wat wil zij 
ingezonden themagedicht  


ik wil de wil voelen 
de wil die alles aankan 

die zonder te krijgen 
wil 

dat wil ik ook 
van jou 

 

© Margerite Luitwieler 

 

Margerite Luitwieler 
Themagedicht op: de vrouw - wat wil zij 
ingezonden themagedicht  


Ze.. 

ze danst de tango van verlangen in 
steeg en kroeg, ze zoekt een hand die 
strelen kan en rafels van de zelfkant 
helen kan, al is het maar voor 
even 

haar lichaam wordt verkocht en 
huist in kerkers van gebruik, hoe 
lang de vrijheid al gevangen is, dat 
weet ze niet, de angst heeft het 
vergeten 

de nacht ziet schimmenspel, een 
fado vindt het levenslied, soms 
komt de weemoed ‘s morgens veel 
te vroeg, dan heeft geen mens haar 
stem gehoord 

 

© Anneke Wasscher 

 

Anneke Wasscher 
Themagedicht op: de vrouw - wat wil zij 
ingezonden themagedicht  


op mijn nachtkastje 

wachten 
woorden 

op jouw 
beide oren 

 

© Inge Deconinck 

 

 

Inge Deconinck 
Themagedicht op: de vrouw - wat wil zij 
ingezonden themagedicht  


Op zijn knieën 
graaft een vader 
voor zijn kinderen 
een bankje uit het strand. 

Ze blijven doodstil zitten. 

Liggend op mijn buik 
kijk ik naar hoe hij 
er bij lacht, er van geniet. 

En verderop 
zie ik een vrouw 
aan wie ik zie 
dat zij hetzelfde in hém 
ziet. 

Alles is los zand. 

 

© Margerite Luitwieler 

 

 

Margerite Luitwieler 
Themagedicht op: de vrouw - wat wil zij 
ingezonden themagedicht  


Drievuldigheid 

Maagd 

ze rijgt de madeliefjes 
tot onschuldskrans 
op haar jonge hoofd 

Moeder 

met bloed en pijn baart zij 
het kind dat zij ontvangt 
in haar open schoot 

Wijze 

ze kent het leven 
geeft spreuken door 
aan haar nageslacht 

 

© Marion Spronk 

 

Marion Spronk 
Themagedicht op: de vrouw - wat wil zij 
ingezonden themagedicht  


Wat wil ze nou 

Ach waren ze allemaal maar zoals 
Ciska D met dat overslaan geen 
Misverstaan maar ze zijn er zo zoet 
Gevooisd en lieflijk op het oog hun 
Hand en wang voelt teder aan 
Je houdt het schild niet hoog 

Je smelt naar mild met drang naar 
Koester liefst meteen maar als je 
Dacht aan overwinnen helpt zij je uit 
De droom je onderschat dat andere 
Geslacht wat niet het zwakke is zij viert 
En trekt het zo weer aan:  

ze ment jou aan haar toom 

 

© JohnN 

 

JohnN 
Themagedicht op: de vrouw - wat wil zij 
ingezonden themagedicht  


overnachten 

de maan mijmert 
tussen de bomen 
en kijkt haar ogen uit 
naar morgen 

ik mijmer 
tussen de lakens 
verlang mijn ogen nat naar gisteren 

 

© Inge Deconinck 

 

Inge Deconinck 
Themagedicht op: de vrouw - wat wil zij 
ingezonden themagedicht  


Eva 

Zo ligt zij daar, de handen in de schoot, 
over het zinloos moederschap te mokken: 
haar ene, de zachtmoedige is dood, 
en Kaïn, die het teken draagt, vertrokken. 

Zonder gezicht is de haat tegen haar god 
wiens plan als vonnis aan haar werd voltrokken 
en zonder mond vervloekt zij fel het lot 
dat baren degradeert tot domweg fokken 
van leven dat straks toch ontbindt en rot. 

Daar ligt ze dan, ooit was ze uitgerekend, 
nu is ze uitgeteld aan één en twee. 
Als voor de derde straks haar vliezen breken, 
houdt ze nog steeds, tegen de zwaarste wee, 
haar handen in de schoot gebald tot vuisten, 
denkend aan toen de wolf sliep naast de ree 
en god nog als God in de bomen ruiste. 

 

© Theo van de Wetering


 

Theo van de Wetering  
Themagedicht op: de vrouw - wat wil zij 
ingezonden themagedicht  


Lily Tomlin 

What does a woman want  

Before I lay me down to sleep, 
I pray for a man, who's not a creep, 
One who's handsome, smart and strong. 
One who loves to listen long, 

One who thinks before he speaks, 
One who'll call, not wait for weeks 
I pray he's gainfully employed, 
When I spend his cash, won't be annoyed 

Pulls out my chair and opens my door, 
Massages my back and begs to do more. 
Oh! Send me a man who'll make love to my mind, 
Knows what to answer to "how big is my behind?" 

I pray that this man will love me to no end, 
And always will be my very best friend. 

 


(Vertaling) - JohnN 

Wat een vrouw zich wenst  

Voor ik ga slapen in 't nachtelijk duister 
Bid ik om een man van 't eerlijke werk 
Die óók nog knap is, verstandig en sterk 
Eén die mij altijd aandachtig beluistert. 

Eén die steeds nadenkt voordat hij spreekt 
Haast mij te bellen zodat ik niet hoef te wachten 
Met 'n fantastische job, heb ik zo in gedachten 
Dan spendeer ik zijn geld terwijl hij niet verbleekt 

De deur houdt hij open en kust mij de grond 
Mijn rug 'n massage, staat weer níeuws te beginnen 
O! Stuur mij die man die mijn ziel kan beminnen 
Het antwoord goed kent op "Hoe dik is mijn kont?" 

Ik bid voor zo'n man die mijn liefde verdient 
Die me zijn dienst biedt als mijn beste vriend. 

 

ingezonden themagedicht  


( v ) 

ze ziet en zwijgt, hij denkt 
dat ze altijd praat 
ze ziet en voelt, hij denkt 
dat ze overdrijft 

ze zwijgt, verzwijgt 
het zwijgen 

stilte beroert oergesnor 
man is man en vrouw is vrouw 
een mantra die samen brengt 
tegen beter denken in 

 

© Monica Boschman 

 

Monica Boschman 
Themagedicht op: de vrouw - wat wil zij 
ingezonden themagedicht  


Het morbide meisje 

Het morbide meisje mengt medeklinkers 
ze klotst klinkerklonters in kleurige gekapte blokjes 
middels haar langzaam draaiende taaldraadmixer 
Ze beschildert doeken totdat ze strak gespannen 
de straat overhangen met gotisch geschreven graffiti 
Kaligrafische kakofonie van lettertekens de hemel tekenend 
samen betekenis verwervend via de lezer 
die gps-gestuurd de straten indraait op zoek naar 
de eindmeet die steeds een akelig metaalvreemde stemweg ver-der ligt
Zij grijnst mee met mijn gekweekte medelij 
uitgespreid over de bereide slijmlaag in het petrischaaltje 
ze roert een noeste K van haar sokkel en beweegt 
een op om aan te worden zodat heuvels onoverkomelijke bergen wezen 
Het weze gezegd, het morbide meisje kent haar stiel, 
ze meet de kreet die uitgestoten voer voor vocaal vulgaire vocabulaire vormt.
En dan nog komt ze grappend uit de hoek om 
aan de andere kant van de lijn letters te lezen die 
van de typemachine gestommeld zijn in een bak klinkklare nonsens 
Ze rijgt ze aan elkaar als ware de waarheid een satéstokje dat 
wijze woorden doorprikt tot een cocktailgesprek 
gekakel op een onbeduidend feestje dat iedereen al lang vergeten is 
alvorens het goed en wel begonnen was omdat de gastheer 
de parasieten bestreed met het serveren van steeds lauwer wordende
zinsneden gekliefd uit een pièce montée van hapklaar gestapelde wijsheden
duizend in een dozijn 
waarna de gastvrouw bezweek onder het te zware zwijgen van lang vervlogen
jaren 
Het morbide meisje moet en zal de monddood gemaakte minnaars redden 
ze staart daarom naar de andere kant en joelt jolig naar het jonglerende jongetje. 

 

© Philip Meersman 

 

Philip Meersman 
Themagedicht op: de vrouw - wat wil zij 
ingezonden themagedicht  


Pearl 

zij woont in zichzelf, wiegt haar lijf 
in koude uren, drijvend op golven van 
verstand tussen gestoorde binnenmuren 

soms grijpt ze radeloos haar penselen 
gedwongen door schimmen die kwellen 
kwast zij helse pijnen in scherpe lijnen 
mondloos, zo hebben ze niets te vertellen 

haar signatuur strijkt ze kolossaal 
met enorme halen over de muur en voor 
één moment waant Pearl zich fenomenaal 

 

© Hanny 

 

Hanny 
Themagedicht op: de vrouw - wat wil zij 
ingezonden themagedicht  


de vrouw 

ze breekt al eeuwenlang het brood 
en geeft het door, haar lichaam wil 
een bloedband 

steeds zoekt ze naar betekenis 
weeft alle letters van het leven 
tot een zin 

soms vindt ze licht, verbindt de 
kinderdromen met een liedje van 
verlangen naar 

de warmte van een ander mens 
een man of vrouw die lijfelijke kou 
verdrijven kan 

dan ziet ze ’s avonds op de wand 
hoe schaduw woordenloos 
verhaal vertelt 

en staat ze oog in oog met 
ademloze blik, zo mooi kan 
donker zijn 

 

© Anneke Wasscher 

 

Anneke Wasscher 
Themagedicht op: de vrouw - wat wil zij 
ingezonden themagedicht  


Reclining figure  (1938 Henry Moore)  

Hoe ik hier maar lig. Zo goed 
als geen mond tekent mijn minieme hoofd. 
Een intieme holte heb ik niet: 

mijn schoot is een groot gat 
tussen dubbeldikke stootwillen van armen 
voor wie me met een schreeuw verlaat. 

Veel ronder ben ik dan een mens 
van ribben, dan ruggengraat. 
Geen pees, geen duimbreed spitsheid 

heeft de beeldhouwer voor mij uit steen 
bevrijd. Gebeiteld ben ik minder veeg 
dan vlees en heb genoeg bekijks alleen 
wil ik er ook wel eens een dagje niet zijn - 

 

© Inge Boulonois 

 

Inge Boulonois
Themagedicht op: de vrouw - wat wil zij 
© Copyright Hernehim Cultuur 2001-2011    

Hernehim      

een cultuurpagina 

HOME 

   
   
   
   
   
april 2010  
   
           Hernehim 
          
pagina thema poëzie 
Hernehim
                   Boeiend om te bezoeken. 
                   Vrij en onafhankelijk. 
                   © HC 2001-2009
Redactie:               John Zwart
Bijgestaan door:    Monica Boschman en Anke Labrie 

                   Thema van de maand: Jong zijn (afgesloten) 

Laatst bijgewerkt: 28.04.2010 

Hernehim opent aan het begin van elke maand een nieuw thema. 
Een openingsgedicht van een gerenommeerde dichter, of uit de eigen
redactiegelederen, zet de toon. 
Alle dichters die zich door het thema aangesproken voelen kunnen 
toepasselijk bestaand of nieuw geschreven werk inzenden
Het thema staat de hele maand open. Een afgesloten thema blijft 
staan onder het actuele zodat alle inzendingen tenminste gedurende 
een volle maand op deze pagina te lezen zijn. 

HOME 
Nieuws  
Blog en proza 
Themapoëzie 
Vrije poëzie   
Vertaalproject 
Proza  
Activiteiten 
Over schrijvers 
Archief 
Contact     
   

maart - april 2010
Thema van de maand: Jong zijn 

Illustratie: lente - 1910
Olieverf op linnen van Ferdinand Hodler  
Expositie: Het werk bevindt zich in privébezit.  

   
   
introductiegedicht  


De dooden en de kinderen 

Kom vaak bij ons. Jij die begint te leven 
Verstaat ons 't best en bent het dichtste bij. 
Een kerkhof vind je, evenals een wei, 
Een plaats goed om te draven en te spelen. 

Je praat met dingen die geen antwoord geven, 
Die enkel lachen, stil, lang, als de zon 
Er schaduwen als glimlachen doen zweven. 
Ook grauwe steenen in een dartle bron 

Zijn oude watermannen van heel vroeger. 
Zij moeten stilstaan en zij lachen goedig 
Als je, schoenen en kousen in de hand, 
Over hun hoofden springt naar de overkant 

Om toovenaars te zoeken in het woud. 
Je gaat stil zitten op een dooden boom, 
Wilt blijven kijken, maar slaap maakt je loom. 
Dan komen wij en worden even oud. 

J.J.Slauerhoff 

 

 

 

Het gedicht hiernaast komt uit de oorspronkelijke bundel
"Serenade", waarin het gedeelte -Voor de kinderen-. 
De dichter Jan Jacob Slauerhoff (1898-1936) is geboren in 
Leeuwarden en voer een deel van zijn leven als scheepsarts
aan boord van passagiersschepen op Oost Azië en Centraal
en Zuid Amerika. In zijn jongste jaren kwam hij graag op
het eiland Vlieland, waar zijn moeder van afkomstig was.
Hoewel hij een afkeer had van Friesland en Nederland, om de
burgerlijkheid die hij verfoeide, kwam hij tijdens zijn studie in
Amsterdam nog graag naar de pastorie in Jorwerd, waar hij
vriendschap had gesloten met de dominee en een korte 
liefdesrelatie had met diens dochter Heleen. 
Heleen zou altijd zijn trouwe correspondentievriendin blijven.
Op haar werden diverse gedichten geïnspireerd in de cyclus
"Landelijke liefde". 
Het werk van Slauerhoff is heel veelzijdig, door zijn varende
leven dat onderbroken werd door enkele langdurige verblijfs-
perioden in China, Indië, Spanje en Marokko. 
Slauerhoff schreef ook enkele romans en een serie korte 
verhalen, waarvan het bekendste "Schuim en asch" is. 

De bundels van Slauerhoff zijn slechts antiquarisch te koop.
Verzamelde poëzie "Alle Gedichten" uitg. Nijgh&Van Ditmar. 

Meer over Slauerhoff in de rubriek "Schrijvers" 

 

   
inzendingen  
ingezonden themagedicht  

thema "jong zijn" 


Een jongen van dertien 

Dertien was ik 
en het lot mij beschoren 
om tijdens de eerste nacht 
van onze vakantie, die zomer 
in Zandvoort aan Zee, 
het bed te moeten delen met 
Nienke, drie jaar ouder, 
wat moest ik er mee? 

Tranen met tuiten, 
door mij toen vergoten, 
om gedaan te krijgen 
dat teniet werd gedaan 
datgene, waarvoor ik drie 
jaar later in de rij 
zou moeten staan. 

 

© Peter Jansen 

 

ingezonden themagedicht  

thema "jong zijn" 

 


Eerste verraad 

Langs bakken weelderig groen 
beklommen we hoge treden naar 
het bordes. Stevig bewaarde ze 
houvast aan mijn grote klauw 
Haar mondje bij de les, want 
ze moest tonen dat ze alles wist: 
'en dan krijg ik een groene cape en 
de zusters een groene muts en de 
dokter een petje met misschien een 
vergrootglas dat aan een riempje zit.' 

Ik hoor mijn echo door een engeltje 
van ongeschokt vertrouwen, zoals dat 
een beulsgeweten niet verdragen kan. 
'en het doet maar even pijn en dan 
ga ik slapen en weer vlug naar huis', 
meedogenloos is haar nog nietweten. 

Ik knik gewetenloos en vlucht, tot ze 
weer uit de roes ontwaakt en toon van 
vaderliefde het bewijs met knuffelbeest 
en waterijs. Haar donkere ogen glanzen 
nat, kijken mij plots wijzer aan en 
ik weet dat we beiden leerden, als 
mijn dochter spreekt met geknepen keel: 
'pappa het deed wèl pijn, heel veel'. 

 

© JohnN 

 

ingezonden themagedicht  

thema "jong zijn" 


Kinderspel 

Het kinderspel 
heb ik niet verleerd 
Niet de speelgoedauto’s 
die van de helling rijden 
mijn en zijn benen vanaf de knie 

Niet de speelgoedfluit 
die we spelenderwijs 
in elkaar moeten zetten 

Niet de houten keuken 
met pannen, waaronder 
koud het heilig vuur 

Het kinderspel… 
ik heb het niet verleerd 
Zit bij mijn kleinzoon 
achter het stuur. 

 

© Harry Daudt 

 

ingezonden themagedicht  

thema "jong zijn" 

 

nog zachter nog 

Ben je in mij gebleven waar je blijkbaar moet 
zijn al zeg ik je gedag, geef mij dan weer je 

knie, ik speel met de harmonica, met al mijn 
vingers, al mijn woorden – En zachter nog 

zal ik je aaien deze keer, nog zachter nog, 
het harde van je jukbeen naar omlaag, dat 

stukje. En daar je rug, vlakbij je riem, daar, 
bij de moedervlek onder je trui. Maak jij mij 

dan weer fluitjes uit wilgenhout, wees weer 
mijn grote broer, mijn vader, Sinterklaas, 

de enige, maak al mijn poppen, fietsen, 
dromen, maak alles goed. 

 

© Nina Werkman 

 

ingezonden themagedicht  

thema "jong zijn" 

 

Broos 

De liefde maakt niet blind 
maar kwetsbaar, klein en broos. 
De liefde perkt ons in 
en maakt ons sprakeloos. 

Wij lijden aan gebutstheid 
en ander ongerief. 
Nooit willen wij de kluts kwijt, 
alleen maar: heb mij lief! 

De liefde doet ons vallen, 
maakt nederig of boos. 
De liefde maakt ons allen 
allemachtig machteloos. 

 

© Rikkert Zuiderveld 

 

ingezonden themagedicht  

thema "jong zijn" 


Als ik een doos met wasco was 

Ik leg mijzelf voortdurend op volgorde, 
klaar om me te kunnen tonen als een vette 
maar volmaakte regenboog. 

Al zitten op de binnenkant van het deksel 
vieze bruine strepen en zijn er hinderlijke 
krassen in een onbestemde kleur 

ik heb het witte krijtje lief 
al is het wat gesleten, het omhulsel 
gescheurd en los geraakt 

al is het zwarte krijtje 
afgestompt (niet zo zwart meer) 
en bijna uitgesmeerd 

ik zie doorheen het hele kleurenalfabet gespeld 
van de witte wieg tot aan het zwarte graf: niets 
kan in omgekeerde richting leven. 

Soms is er die kleine groezelige hand 
die mij openrukt en leegschudt 
boven een maagdelijk tekenvel. 

Een kinderstem: 'ik wil roze neem jij grijs' 
en tegelijk met de geboorte van de eerste wolk 
begint onder mij de zon te schijnen. 

 

© Joanna Schermer 

 

ingezonden themagedicht  

thema "jong zijn" 

 

 

Ik wil opnieuw een klein kind zijn 
naief en zacht met verwonderde ogen. 
Ik wil ronduit en zonder nadenken beminnen, 
zoals men een blauwklokje of het schemer bemint. 
Ik wil mij verheugen in al wat klein is 
alleen stil en schoon. 

Ik wil een gele bloem plukken op de oever 
van een beek met een bed van zand 
mijn moeder kussen 
aan 't venster zitten wachten 
tot God de sterren ontsteekt. 
Ik wil een kinkhoorn aan mijn oor drukken 
en mij afvragen of dat het leven is 
wat zo wonder daarbinnen ruist 

 

© Olavi Paavolainen  

 

 

ingezonden themagedicht  

thema "jong zijn" 

 

 

Lespakket 

Als de megalomane ambitie 
van kleine zielen 
het weer dreigt te winnen 
van de speelse wijsheid 
van vrije geesten, 

wordt het tijd 
de schoolbel te luiden, 
het speelveld te ruimen  
en opnieuw 
ons huiswerk te maken  

Over vrijheid van expressie, 
overtuiging en beweging 
Dat zijn we aan onszelf 
en onze kinderen verplicht  

Want zonder de positieve energie 
van vrije mensen, 
dooft uiteindelijk 
ieder licht.  

 

© Ton Huizer 

 

ingezonden themagedicht  

thema "jong zijn" 


La primavera

jaloerse minnaar
je verjoeg de herfst met zijn warme kleuren
uit schrik dat hij me zou bekoren
je huilde in kale bomen
omdat ik sliep in je paleis van ijs
onder je witte deken
je zuchtte op plassen en beken
die onder jouw kille adem bevroren

nu je me wakker kust, hoor ik je vragen
of ik dit jaar de kristallen kroon zal dragen
die op de troon naast de jouwe rust
neen, en toch ben ik jouw koningin
want wat geen sterveling vermoedt:
wij zijn voorgoed geliefden
al is ons samenzijn steeds kort
omwille van ons groot verschil

buiten ligt het leven stil
zolang ik hier bij jou vertoef
lief, ontdooi je koude armen
al dat dode maakt mij droef
ik wil de aarde weer verwarmen
hoor je de vogels die me roepen?
open de poorten, dit is mijn dag!
ik strooi bloemen langs mijn pad
volg mij in je laatste oogopslag

 

© Vera De Brauwer 

 

 

ingezonden themagedicht  

thema "jong zijn" 


even

vers fruit kleurt
en geurt het nu

oprecht onwetend
van het rottingsproces
dat al is ingezet

de fruitteler en groenbak
weten beter, maar zwijgen

proeven van jong geluk

 

© Monica Boschman 

 

 

ingezonden themagedicht  

thema "jong zijn" 


Sprookje 

ik loop het ruiterpad, volg ridderspoor 
droom duizend keer en een keer meer 
hoop dat een sprookje levend wordt 

bomen zetten kronen op mijn hoofd 
verbeelding vlecht de geesten, het 
blad zingt epos in eenstemmig koor 

de minstreel pakt mijn hand, vindt 
pad naar nachtelijke vijver, waar 
vlam van hartstocht op me wacht 

verstrengeld in de takken van weleer 
hoor ik de nimfen zuchten, ze voeden 
weemoed in een nest verlangen 

hoefgetrappel neemt bezit van bos 
verraadt aanwezigheid dichtbij 
het is een paard in licht galop 

dan zie ik voor me op de open plek 
dat ruiter ridder wordt, hij voert 
het levensteken in zijn schild 

in schaduw van de maan tilt 
hij me in het zadel van verhaal dat 
door de zinnen is ontwaakt 

 

© Anneke Wasscher 

 

ingezonden themagedicht  

thema "jong zijn" 


Jan Huygen in de ton 

Haar handen strijken rimpels 
glad, gezoet in ulevellen 
verjaagt ze stok en staf voor 
een verbannen 
hink-stap-sprong 

Het notenhouten tafelblad 
weerspiegelt rood 
haar konen, de rand gevat 
in juveniel 
gegoten klatergoud 

Zijn blikken vullen grijs met 
groen is gras en klaverweiden, 
zijn uitgestoken arm een 
pas gewonnen 
toegangskaart 

Haar hart lacht verse sproeten 
bloot, de handen op 
zijn schouders, danst hij haar leest 
terug naar daar 
met hoepeltjes erom. 

 

© JELOU 

 

ingezonden themagedicht  

thema "jong zijn" 


Een handje liefde 

weet je nog 
hielen draaien in het zand 
de aarde vlakken met je hand 
een kuiltje vol geluksmomenten 
geschat op waarde zonder centen 

weet je nog 
alle namen van oliemooi tot piraat 
regenboogjes rollend over straat 
voelend bijna wie verliezen zou 
want meestal was de pot voor jou 

ik weet het nog 
rabarbertjesogen twinkelend licht 
je zanderige hand naar mij gericht 
daarin glom de schoonste koningsbonk 
die je mij voor het eerste kusje schonk 

 

© Hanny 

 

ingezonden themagedicht  

thema "jong zijn" 


FLOTTOW 

Pas zes en slecht in verzien 
kocht papa voor mij de eerste bril. 
Dat moest omdat ik met de beste wil 
van achter uit de klas het bord niet zag. 
Hoge huizen groeiden in mijn wereld 
minstens tot de hemel en hadden 
geen daken. 
Dat kwam, zei de oogarts, doordat je 
bijziend bent, dan kun je niet ver zien ! 
(Het was ook al een oude man !). 

De eerste bril kochten we bij Hofstede op 
de Nieuwestad. In de richting van de 
Peperstraat lopend zag ik manshoge 
letters op het dak van een winkel staan. 
"Kijk papa, er staat FLOTTOW op het dak !" 
"Dat weet ik jong, dat staat er al jaren !" 

Daar aan mijn vaders hand ging de wereld 
voor mij open en de stoepen waren zó hoog. 
En toen al zag ik het zwerk drijven boven 
de spits van de Roomse toren.  

Vlakbij huis schold een buurjongen: 
"Brillejoad !!"

 

© Cor Visser (Leeuwarden). 

 

ingezonden themagedicht  

thema "jong zijn" 


bezoek 

Dat wij elkaar die eerste handjes geven, 
we moeten wel klein zijn: kniekousen, jasjes 
met veel ceintuur en knopen voor het aftellen. 

We rekenen nog niet, taal zeggen we, we leren 
schrijven of het is zondag want ik ben bezoek: 
ik ben van waar het anders is. Daarom zingen 
ook van mij woorden de versjes in, dat het 

past. Wij weten meer: het schip, de vuurtoren, 
we weten water nieuws dat ergens overstroomt; 
daar is mijn pop, daar ga je mij om aaien, kijk 
waar het donkert in de beelden, dat zijn wij. 

We moeten zwaaien, het geeft niet, het gaat over 
later of niet maar ik ben al weer weg en jij nog 
veel te bang voor kusjes. 

 

© Nina Werkman 

 

ingezonden themagedicht  

thema "jong zijn" 


Tien 

voeten op andermans land 
krijtwitte hinkelbaan 
steentje in de hand 
zwiepend touw 
draaien, spinnen, springen 

barsten van de kou 
glijden, vallen, sneeuwbal 
handen blauw 
stalen buizen sprietlopen 
passen, meten, evenwicht 
zondag zoethout kopen 

appels jatten, belletje trekken 
schuilen, lachen, gezien 
de weg was onze straat 
oh, was ik nog maar even tien 

 

© Hanny 

 

ingezonden themagedicht  

thema "jong zijn" 


twee kindervoeten 

twee kindervoeten rennen naar de zee 
de branding komt steeds dichterbij, het 
zand glijdt weg, de bodem zakt, maar 
angst voor een verdwijnend land bestaat 
nog niet, vertrouwen gaat heel ver 

twee kindervoeten rennen naar de zee 

nooit is de hoogtij van de vloed het 
spelen moe, herhaling wordt geboren uit 
de levenslust van golven, verbazing houdt 
zich vast in trance van ademloos 

twee kindervoeten rennen naar de zee 

geen tijd voor zanderige boterhammen 
geen tijd voor vliegers in de wind 

wie speelde er ooit zo lang met mij, zo 
weergaloos lang, wie kwam terug? 
misschien heb ik het wonder nog nooit 
echt gezien of is het tij gekeerd 

ik zoek de kindervoeten weer 
ik wil het feest van zee 

 

© Anneke Wasscher 

 

ingezonden themagedicht  

thema "jong zijn" 


Jonge vader 

het vaderschap stond 
mijlenver van zijn leven 
tot hij 't zag - hoe het vulde 
de kom van zijn handen, 
die knuistjes die nu al zijn 
vingers omspanden 

nieuw geluk was geboren 
kreeg na het flesje de hik 
"lief", fluistert hij, "mijn hart 
weet veel beter dan ik" 

 

© Aukje Tillema 

 

ingezonden themagedicht  

thema "jong zijn" 


Ode aan Groningen 

Van Turfsingel naar de 
Noorderhaven waarna heel 
abrupt het ommeland ons 
welkom heette, 
liepen we langs het water 

tot zich een mooi plekje 
aan de oever bood, 
jij in je blije zomerjurk 
en ik in verlegenheid, 
gewoon wat praten over 

niets, een vogel in de vlucht 
en zag je die vis? En peinzend 
zwijgen; toekomst veel te ver, 
een snoepje. een slokje fris. 
Daarna terug, daar waren weer  

de stadscontouren. Mijn hand 
in licht beroeren van dunne 
stof, één enkel streel langs vlecht, 
die was zo lang... wat wisten wij 
van het geluk dat bij ons was; 

we waren jong, heel jong nog 
en bovenal heel bang. 

 

© JohnN 

 

© Copyright Hernehim Cultuur 2001-2011    

Hernehim      

een cultuurpagina 

HOME 

   
   
   
   
   
februari 2010  
   
           Hernehim 
          
pagina thema poëzie 
Hernehim
                   Boeiend om te bezoeken. 
                   Vrij en onafhankelijk. 
                   © HC 2001-2009
Redactie:               John Zwart
Bijgestaan door:    Monica Boschman en Anke Labrie 

                   Thema van de maand: Het huis 

Laatst bijgewerkt: 28.02.2010 

Hernehim opent aan het begin van elke maand een nieuw thema. 
Een openingsgedicht van een gerenommeerde dichter, of uit de eigen
redactiegelederen, zet de toon. 
Alle dichters die zich door het thema aangesproken voelen kunnen 
toepasselijk bestaand of nieuw geschreven werk inzenden
Het thema staat de hele maand open. Een afgesloten thema blijft 
staan onder het actuele zodat alle inzendingen tenminste gedurende 
een volle maand op deze pagina te lezen zijn. 

HOME 
Nieuws  
Blog en proza 
Themapoëzie 
Vrije poëzie   
Vertaalproject 
Proza  
Activiteiten 
Over schrijvers 
Archief 
Contact     
   

Februari 2010 
Thema van de maand: Het huis 

Illustratie: tuinpad met kippen - 1916
Olieverf op linnen van Gustav Klimt   
Expositie: Verloren gegaan werk *)

*) Afbranden van Schloss Wilmersdorff 1945.  

   
   
introductiegedicht  


Laat het zo blijven 

Zo leefden we daar in Venetië weken 
als man en vrouw. Schrijf me nooit. 

Ze had in haar handen wel geschiedenis, 
genoeg, maar geen ander dacht ik. 

Hopeloze liefdes daarvan denken ze 
vaak dat ze interessant zijn. Niet voor 

mij, ze horen er gewoon bij, als regen, 
warme regen. Om te groeien en te rotten. 

Zo lagen we lang te kijken hoe het water 
uit het barokke plafond brak. (arthouse) 

Zouden we elkaar ooit ontmoeten? We, we
zijn toch, zei ik waarom moet het zo, zo 

Een grijs riviertje, modderig, van oog 
naar oor, dat ik dat dacht, dat is wat 

ik mij nog heel scherp herinner. 

Liefste, ik zie je liever niet weer. 
Laat het tussen ons zo blijven, as ever, 

kisses, C.
Of iets dergelijks.

 

Rutger Kopland 

 

 

Het gedicht hiernaast is van Rutger Kopland, een van 
de dichters van de oudere generatie die nog altijd graag
gelezen wordt, ook door veel jonge mensen. De bekende 
dichtersnaam is een pseudoniem voor R.P.H van den 
Hoofdakker (1934) emeritus hoogleraar psychiatrie aan
de Rijksuniversiteit Groningen, de andere kant van zijn
bestaan. Een tweesporig leven, nu in stil getij in het dorp
Glimmen in het grensgebied van Groningen en Drenthe.

Een rustig en bescheiden man, die zich liever niet liet
binnentrekken in het spektakel die een uitverkiezing tot
Dichter des Vaderlands met zich mee zou brengen en 
ook onderscheiding met koninklijk eremetaal hield hij af.
Vele bundels met vaak filosofische poëzie van zijn hand 
werden met prijzen bekroond. De belangrijkste twee zijn
de Herman Gorterprijs van 1975 voor de mooie bundel
"een lege plek om te blijven" en de P.C.Hooftprijs van 1988
als oeuvreprijs. 

Legendarisch is nu al het gedicht "jonge sla" geworden,
waarover hij zelf zegt: "als ik ergens kom voordragen hoop ik
dat ze daar maar niet om vragen".
Het gedicht hiernaast komt uit de bundel "wie wat vindt 
heeft slecht gezocht"
(Van Oorschot 1972). 

 

   
inzendingen   
ingezonden themagedicht  

thema "het huis" 


Achter het stille raam 

achter dat hoge stille raam, 
uitziend over de tuin 
die niet meer is 
-parkeerblik- 
ziet mijn oog slechts donkerte 

mijn blik keert om, 
droomt neer in boomkruinen 
waar door lindelente 
gestorven jonge vrouwen 
voorbij fietsen 

en achter mij haar stem 
ik ben nu heel oud, jij bent 
het enig kleinkind 
dat mij nog bezoekt 
ik ken je als je praat 

ik kan je mijn lange leven 
gaan vertellen, avonturen 
weinig en toch zoveel gebeurd 
dat nu als een zucht voorbij 
schijnt door het harde werken 

weer neem ik afscheid 
zij raakt mijn hand met bei' 
haar handen, ja je bent het echt, 
de andere morgen roept ze: 
zuster, ga ik nou dood? 

ik kijk omhoog 
-van tussen het blik- 
naar het hoge donkere raam, 
nu weet ik zeker: ik zie 
haar schim, zij lacht naar mij. 

 

© JohnN 

 

ingezonden themagedicht  

thema "het huis" 


Onder ons gezwegen 

sinds kort heb ik dit krot gebombardeerd 
tot toevluchtsoord van mijn lichtste dichtersjaren 
harten, hangsloten, alles kan tenslotte breken 
de dode kat die in de greppel gonst van vliegen 
neem ik voor lief als een vergankelijk teken 

de schemeruren waarin het sijpelt door het dak 
zijn zeldzaam om de lemen woorden snel te rechten 
zo ook de nachten dat de raki en de zinnen vloeien 
ik zoet de vijgen, de olijven in liefdesstrofen pers 
met minnaars op mijn lippen, de goeden en de slechten 

ik dank de goden en barbaren in het algemeen 
je weet nooit hoe vloeken aan de houten wanden hechten 
hoe sporen naar de greppel naast een dode kat verwijzen 
want zie de mannenschoenen leggen nog getuigenis af 
van hoe ik voor dag, hier en nou, letterlijk moest vechten 

 

© Geertruud Otten 

 

ingezonden themagedicht  

thema "het huis" 


Voorbij 

Het huis waarin wij samen waren 
biedt anderen liefdesonderdak, 
maar tussen ons staan nu de jaren 
waarin geluk aan scherven brak 

Het huis waarin wij samen waren, 
de kamer en het zachte bed, 
voorbij. Voorbij zijn ook de jaren, 
in diepe lijnen vastgezet 

Lijnen in gezicht en handen 
waarmee wij hebben liefgehad 
Voorbij, verbroken alle banden 
Vreemden zijn wij in dezelfde stad 

 

© Cor Wulffelé 
Uit zijn bundel "Dode zanger" - nov.2002 ISBN 90-807514-1-3

Dit gedicht plaatste ik in respect voor dhr. C.Wulffelé 
die ik kende in de jaren 2002-2004.
Hij was toen reeds op jaren en had een slechte gezondheid.
In het laatstgenoemde jaar wilde hij niet meer achter de pc
en zou ook geen poëzie meer schrijven. 
Ik weet niet of hij nog leeft. (Red.Hernehim) 

 

ingezonden themagedicht  

thema "het huis" 


Ouderlijk huis 

Zij boog zich omdat ze moeder was 
naar mij toe: “Tem me maar.” 

Vader leunde mee met haar verwende kant. 
Een vader doet zo. Weet langer. 
Hij zit stevig in elkaar. 

Kent de tuigen om een vrouw uiteen te halen. 
Het schroeven, het beitsen, het gommen. 

Ik reikte ze hem aan. 

Nu doen graafmachines wat hen is opgedragen: 
me overvallen met haar grond. 

Hier groef ze ons in. 
Geest, die door mijn afgesloten gangen 
nog dezelfde onrust blaast. 

Grondig wilde zij die behandeld. 
Ach, hoe we hier liggen. 

Ik draai de hoek om. 
Te haastig voorbij. 

 

© Lisette Waterschoot 

 

ingezonden themagedicht  

thema "het huis" 


Ons huis, ons thuis 

Hier, met oude foto's aan de wand 
met beelden uit vervlogen tijd 
de stoelen netjes aan de kant 
op 't rode kleed met franjerand 

Hier, waar de klok de tijdloosheid 
van alles om mij heen bestrijdt 

Hier, gekapseld tegen storm en wind 
meer dan beschutting die ik vind 
hier binnen heb jij iets gebouwd 
waaraan mijn hart is toevertrouwd 

 

© Cor Visser 

 

ingezonden themagedicht  

thema "het huis" 


Huisje nummer zeven 

de geur van vers gemaaid gras 
verbloemt het dorre leven 
in dit hof, dat nimmer groen was 
zoek ik huisje nummer zeven 

een bord geeft wat weg is aan 
Lindeplein, slechts een gegeven 
ik zie geen linde staan 
maar wel huisje nummer zeven 

daar versteent meneer van Lem 
hij was wat achter gebleven 
de gemeente metselde hem 
in huisje nummer zeven 

 

© Hanny 

 

ingezonden themagedicht  

thema "het huis" 


Hunsingo  
(voor C.O.Jellema

Onherbergzaam is dit land 
in de winter 
als zijn grenzeloze ruimte 
al wat zich erin bevindt 
oplost in zijn mist, 
kil wijst het de vreemdeling 
naar onbestemde plaatsen 
langs onkenbare wegen 

Het is 't onbewoonde land 
na de oogst 
als het gewas de kleffe klei 
weer zeebodem laat,  
schaarse boerderijen  
in verweer tegen de leegte 
in zichzelf gekeerd de 
schouders optrekken 

Meanderend de wegen als 
't verloop van diep 
gelegen maren waarlangs 
straks bij vorst en tegen wind 
schaatsers voortgaan, doelgericht 
zoals de laatste bietenwagen 
hier overhellend grommend 
door de bochten wringt 

Wie zo volhardt verschijnt 
aan 't eind 
vanuit 't grijs een wierde 
warm bewoond, 
verlichte vensters ogen van 
hem uitkijkend door de tijd 
over het pad. Komt iemand? 
Je werd allang verwacht 

 

© JohnN 

 

ingezonden themagedicht  

thema "het huis" 


Trouwdag 

Verdomd na 38 jaar sta ik nog steeds 
te klepperen en weer geef je niet thuis. 

Mijn brieven worden niet gelezen, 
ik zie ze liggen op de kokosmat, 
sommige aangevreten net als ik 
de tand des tijds heeft 
het papier geen goed gedaan. 

De voeten traag door roest en meer gewicht 
ga ik kilo’s zwaarder terug. Mijn missie is 
nog niet ten einde. Als ik verstijfd 
in hanepoten aan je schrijf 

bezorg jij dan de post meneer 
per auto of per zwarte koets, 
nog eenmaal samen, gordijntjes 
dicht en zo intiem als toen. 

 

© Gusta Bastian 

 

ingezonden themagedicht  

thema "het huis" 


Ik zoek het huis 

de lichtinval herinnert zich het oude huis 
verlangen vindt de kleur die ik het liefst 
wil zien 

de kamer past nog als een veelgedragen 
jas, de geur van oud vertrouwen klampt 
zich vast 

gedachten tasten langs de muur met 
handen van een kind, verwachten steun 
te vinden 

de voetstap op de houten vloer kan van 
een moeder zijn, haar moet ik toch 
herkennen 

misschien vertekent schemering mijn 
beeld, is wat ik zie een onvervulde 
wens 

 

© Anneke Wasscher 

 

ingezonden themagedicht  

thema "It hús" 


Ut hús 

It hús otteret my fuort 
de hurd wapperet my nei 
de gong glânziget fan langstme 
my nei de doar te dikerjen 

as hie ik der gjin jierren 
soarch kloane 
yn in griengiele gloed 
wurd ik no opdreaun 

dat ik gean 
stap 
foar 
stjit 
de stoepe ôf 

as ik omsjoch prúst 
it hús my út 
ruten blikkerje yn it tsjuster 
stiennen foegje harren byinoar 
in HEGE RECH slút it ôf. 

 

© Miranda Mei 

 

thema "het huis" 

 

Uit huis 

Het huis ettert me weg 
de haard wappert me na 
de gang glanst van verlangen 
mij naar de deur te staren 

alsof ik er geen jaren 
zorg heb gekloond 
in een groengele gloed 
word ik nu opgestuwd 

dus ik ga 
stap 
voor 
stoot 
de stoep af 

als ik omkijk proest 
het huis me uit 
ramen blinken donker 
stenen voegen zich aaneen 
een HOGE RUG sluit het af. 

 

© Miranda Mei 

 

ingezonden themagedicht  

thema "het huis" 


Huize Oudehorst  

rond de tafel van gebreken 
rollen stoelen af en aan 
wie lust heeft of wil spreken 
kan zich hier te buiten gaan 

aan thee met een biskwietje 
smachtend naar het blonde bier 
of cuba libre met een rietje 
tapt men uit and’re vaatjes hier 

kom kwezelen en klaverjassen 
doe handarbeid of gymnastiek 
op donderdag is ‘t bingo krassen 

en rond de tafel van kreupelhout 
brult broeder Wout weer fanatiek 
wel eten hoor! anders worden we niet oud 

 

© Hanny 

 

ingezonden themagedicht  

thema "het huis" 


Dozen  

We hebben het leeggehaald 
het stond er 
vol kartonnen dozen 
van een bekend zeepmerk 

Ze zou het gezien hebben 
en gewaardeerd 
ze zeepte ons in 
en ons wasgoed 

Ze was er 
handig in 
in het inzepen 
het wassen en strijken 

 Van zaterdag tot 
en met maandag rook het 
in huis naar zeep 
ze maakte graag schoon 

Wij doen het nu 
veegschoon 
de makelaar kan 
elk moment met een klant komen 

De dozen moeten 
opgestapeld, opgeruimd 
onze geschiedenis 
in dozen die naar zeep ruiken 

Dozen die we dichtvouwen 
en met plakband sluiten 
een afsluiting die nog ademt 
haar adem van palmolive. 

 

© Harry Daudt 

 

ingezonden themagedicht  

thema "het huis" 


Woning 

Ze blijft maar staan. Net als wij gehecht 
aan vaste stek, de dingen op hun eigen 
plek. Tussen geuren van geheimen, 
stof dat dommelt onder boeken geparkeerd 
in kasten, onder vloerkleden, het waterbed. 
Muizenissen schuilen achter het behang.  

De baarmoeder van heimwee. 
Vesting voor geschreeuw, gezwijg, 
voor kamerbrede tripjes van verlangen. 
En altijd met een tafel om te leren delen 
in dat licht zo ingetogen als herinnering. 

Zelfs onbewoond nog wachtend op 
gemorrel van de sleutel in het slot, 
op digitale klokken stil van tijd verschietend. 
Leeg of niet, pal achter ramen tikken ze: 
seizoenen die in file door het uitzicht gaan – 

 

© Inge Boulonois 
    Uit de bibliofiele bundel "3 x 3 x 3" 

 

ingezonden themagedicht  

thema "het huis" 


Te laat 

Achter de brede voordeur 
met de leeuwenkoppen 
is het stil 
het dikke tapijt smoort 
de voetstappen 
en niemand heeft de klok 
aan zijn staart getrokken 

het is de stilte van de 
ingehouden tranen 
als de deur zacht kreunend 
sluit 
ontmoeten ze elkaars ogen 
zien de hunkering voorbij 
en laten los, te snel 
de trillende lucht van 
verwachting zakt neer op 
de kop van de pauw in het kleed 

al wachten ze op 
het ene gebaar 
ze lopen elkaar 
voorbij - 
het hart in de keel 

 

© Aukje Tillema 

 

ingezonden themagedicht  

thema "het huis" 


het huis huilt 

verlaten stoelen kennen de 
bewijzen van de daden, in 
schuilplaats zoekt een 
boetekleed de schuld 

het huis huilt hol en 
huivert bruine vlekken 
op de vloeren, behang 
verraadt in bloed de wraak 

beelden van een oorlog 
wennen nooit aan open 
wonden, de toga van de 
pleiter zal tot stof vergaan 

procesgang gaat gehuld 
in groots gebaar van woorden 
getuigenis wordt schaamte- 
loos monddood verklaard 

toch wordt de arme aanklacht 
niet vergeten, want lege stoelen 
zullen altijd koude doden weten 
hebben wel hun angst verstaan 

 

© Anneke Wasscher 

 

ingezonden themagedicht door: Jelou   

thema "het huis" 

 

Je had nog zo gezegd 

Het dak besloeg een ruimte 
groter dan jouw onrust 
vluchten kon 

Ik ga ervoor, lag nog vers 
onder de pannen, de koekoek 
was getuige 

De muur was blij geweest, 
het frisse geel een jas om 
warm te dragen 

Je geur had sfeer gebracht in 
weggedoken hoeken, sporen 
wanhoop uitgewist 

Het rook naar levenslust, al 
hing de spiegel daar met 
droeve ogen 

Ik ga ervoor, had jij gezegd, 
maar onder het dakspant 
verklaarde jij jezelf 

volkomen onbewoonbaar. 

 

© JELOU 

 

ingezonden themagedicht door: JohnN  

thema "het huis" 


Ald' plaets  

Oneffen vensterglas verzacht 
strakke akkerlijnen, 
spiegelt honderdvijftig jaar 
verkavelinghistorie, 
maar door steeds meer gaten 
wekt winterwind de vlekken 
in 't vergaan velours tot leven 

Het boeket rozen door lang 
gestorven handen zorgzaam 
in de vaas geschikt 
vervalt tot stof  
Elke vroege lente bloeien 
de sneeuwklokjes nog, scheurt 
de gevel weer wat breder 
Herfststormen dollen 
met dakpannen, 
zolang de broedervete duurt. 

Sinds de dood door de 
draden van traditie knipte, 
neemt hij het erfdeel mee, 
steen voor steen.  

 

© JohnN 

 
© Copyright Hernehim Cultuur 2001-2011    

Hernehim      

een cultuurpagina 

HOME 

 


De culturele pagina's worden onafhankelijk gepubliceerd en geredigeerd door John Zwart