Hernehim 
          
pagina thema poëzie 
Hernehim
                   Boeiend om te bezoeken. 
                   Vrij en onafhankelijk. 
                   © HC 2001-2010 
Redactie:               John Zwart
Bijgestaan door:    Monica Boschman en Anke Labrie 

                   Thema van de maand: de man - wat drijft hem 

Laatst bijgewerkt: 29.07.2010 

Hernehim opent aan het begin van elke maand een nieuw thema. 
Een openingsgedicht van een gerenommeerde dichter zet de toon. 
Alle dichters die zich door het thema aangesproken voelen kunnen 
toepasselijk bestaand of nieuw geschreven werk inzenden
Het thema staat de hele maand open. Een afgesloten thema blijft 
staan onder het actuele zodat alle inzendingen tenminste gedurende 
een volle maand op deze pagina te lezen zijn. 

HOME 
Nieuws  
Blog en proza 
Themapoëzie 
Vrije poëzie   
Vertaalproject 
Proza  
Activiteiten 
Over schrijvers 
Archief 
Contact     
   

juli  2010
Thema van de maand: de man - wat drijft hem 

Illustratie: Zelfportret met uil - 1911 
Olieverf op doek op paneel van Jan Mankes  
Expositie: Museum voor Moderne Kunst, Arnhem 

   
   
    introductiegedicht  

   

Bertus Aafjes (Amsterdam 1914-Venlo 1993) 

De dichter van het introductiegedicht Lambertus Jacobus Johannes (Bertus)
Aafjes werd geboren in Amsterdam
op 12 mei 1914, maar aantal en aard van
zijn voornamen verraden zijn zuidelijke afkomst
uit een Rooms-katholiek gezin.
Hij leek die zoon te zijn die voorbestemd werd om priester te worden, zoals dat
zo vaak
gebeurde in de grote r-k gezinnen aan het begin van de vorige eeuw. 
Maar in het geval
van Bertus Aafjes bleek dit een misvatting, hij brak zijn
priesteropleiding af, zag dat niet
als zijn levensbestemming. Eind jaren dertig, 
als jonge twintiger trok hem de verte en
gelijktijdig ontwikkelde hij zijn dicht-
talent, maar de oorlogsdreiging verhinderde voorlopig
het reizen. 
Het waren vooral traditionele sonnetten welke hij schreef in die periode, die
een
plek kregen in zijn debuutbundel "Het gevecht met de muze" (1940). 
   (...) 
   ik speel aandachtig met haar kleine voet 
   en vang haar mooie enkels in mijn handen: 
   ik denk, waar zullen zij nog ooit belanden, 
   bemint zij mij voor immer en voorgoed? 
   (...) 
Tijdens de oorlogsjaren schreef hij protestteksten onder het pseudoniem 
Jan Oranje. Hij
preludeerde op de bevrijding met vaderlandslievende gedichten,
die ons vandaag misschien
wat 'ronkend' in de oren klinken. Zodra de oorlog 
voorbij was ontwaakte zijn reislust weer
onmiddellijk: hij maakte en beschreef 
zijn "Voetreis naar Rome" (1946). Tijdens die tocht
kreeg hij de bevestiging dat
hij terecht besloten had dat het priesterschap - en zeker het
celibaat - niet voor
hem waren weggelegd. 
Hij was net tien, vijftien jaar eerder geboren dan de "vijftigers" en vond daarbij 
niet de aansluiting omdat hij niet voluit voor het experimentele wilde gaan. Zijn
nog aan vaste vormen
gebonden poëzie had echter een grote schare liefhebbers,
in 1953 viel hem al de vijfjaarlijkse Tollensprijs toe, voor zijn oeuvre tot dan.
Anders dan de vijftigers brak ook hij met tradities door de geldende moraal te
tarten, op
realistische wijze erotische poëzie te schrijven waarmee hij, minder
opvallend dan tezelfder tijd Jan Wolkers met zijn proza, minstens even baan-
brekend was. Deze gedichten
werden gebundeld in "Deus sive natura" (1979).
Een merkwaardige erkenning viel hem op late leeftijd ten deel, de Cestodaprijs
voor
"moeiteloze taalbeheersing" - die hem in 1989 een bedrag van f 53,64
opleverde. Men
dacht eerst de prijs toe te schrijven aan het Genootschap 
Onze Taal, maar het bleek een
grap van collega-schrijvers bij de HP, onder wie
K.Schippers en Eelke de Jong. 
Nico Scheepmaker was de eerste winnaar, Bertus Aafjes de laatste. Hij liet ons
een omvangrijk oeuvre na, waaronder twee romans: 
"Morgen bloeien de
abrikozen" en "Tussen hoop en herinnering bloeit geluk",
verder talrijke verhalen- en
poëziebundels, reisverhalen, aforismen, rijmpjes en
liedjes. Hij stierf in Swolgen (Venlo)
op 22 april 1993, bijna 79 jaar oud. 

 

 

De liefde Gods 

Vreze des Heren heb ik nooit gekend; 
nu nooit gekend? Want alles welbeschouwd 
als zich de penis als een tulp ontvouwt, 
trekken de priesters lang aan 't langste end. 

Maar ach, de liefde Gods gaat dit te boven; 
dezelfde penis wordt door haar gekust 
en in de jongeling ontwaakt de lust 
zichzelf met ziel en lichaam te verloven. 

Lieve vriendin, vroeger was alles zonde. 
Maar toen heeft God zijn aangezicht geschonden 
in Auschwitz en hij raakte uit de tijd. 

En ik? Ik heb de eeuwigheid gevonden 
wanneer ik opgegaan in jou, verslonden, 
niet langer wist van dag en uur en feit. 

 

Bertus Aafjes 
Uit de bundel "Deus sive Natura".
Erotische poëzie uit de jaren zeventig. 

 

 

   


Eros & Psyche  


In de Griekse mythologie waren emotie, leven en liefde 
van mensen, goden en halfgoden met elkaar verweven.

De man - wat drijft hem

Het thema van de maand juni op Hernehim Cultuur  

"Laten we maar meteen met de deur in huis vallen", dachten wij toen er een
introductietekst moest komen voor het thema "de man - wat drijft hem" in
aansluiting op "de vrouw -
wat wil zij". 
Want de deur staat natuurlijk wijd open voor de kreet "mannen willen maar
een ding", zo
vaak uit vrouwenmond gehoord - Yvonne Kroonenberg schreef
in 1986 zelfs een boek met
die titel. 
Maar we moeten zeker niet in de kuil vallen die in de hoofden zit van mensen
die zo graag het "hoge" en het "lage" in de liefde willen scheiden als zaken 
die niets met
elkaar van doen hebben. Bij de titel van het gedicht* van Bertus
Aafjes gaan de gedachten naar 1 Korinthe 13, het Hooglied uit het Nieuwe 
Testament van de Bijbel. 
"Het wezen" van de liefde in deze lofzang daarop in dit heilige Boek gaat 
uitsluitend over "
de Liefde Gods", zo beweren tot op de dag van vandaag de
alwetende uitleggers van 1 Korinthe 13. 
Hiertegen kwam de gelovige Rooms-katholiek Bertus Aafjes in opstand, 
want hij ervoer de liefde van man en vrouw en hun fysieke aantrekking tot 
elkaar juist in
volle harmonie met het Hooglied. 
Aafjes wees 't priesterschap af vanwege het celibaat maar bleef een devoot
Rooms-katholiek. Het gedicht, dat geschreven is in de periode 1969-1977,
krijgt in deze tijd weer
een nieuw soort actualiteit. 
Maar natuurlijk verwachten we dat niet alleen déze passie van de man zal
inspireren tot
poëzie want "de man" is veel méér dan zijn biologische drift, 
al dan niet gedragen door
liefde - een oneindige reeks ándere passies drijven
hem, zoals dagelijks is te zien op de
voetbalvelden, maar ook als we hem
gadeslaan poetsend op een oldtimer, of met zijn hele ziel en zaligheid één
met zijn gitaar. En, net als vele vrouwen, soms ernstig peinzend gebogen 
over het wor
dingsproces van een gedicht. 

John Zwart - 1 juni 2010 

*) 'De liefde Gods' 
Uit: "Deus sive natura" - Erotische poëzie. 

   

inzendingen

ingezonden themagedicht  

Cartouche  
Themagedicht op: de man - wat drijft hem 


Het enige echte naakte 

Het mannelijke is het ware 
dat zich onverholen toont 
niet dat afgeronde zachte 
maar het scherpe uitgelijnde 
dat raadselachtig strakke 
lichtelijk geprononceerde 
dat zich aftekent in de 
ribben van een wasbord 

golven 

schouderpartijen glooiend 
naar een hals een hoofd 
beklemtoond door een kaak – 
en kinlijn zo uitgesproken 
dat lippen kunnen zwijgen 
zozeer spreekt de mond voor zich 
glad het voorhoofd en ogen 
die een hele wereld beloven 

nog veel meer 

een fraai billenpaar waaraan 
niemand zich vertillen kan 
boven een zuilengang waarop 
geen hercules zich roemen kan 
om nog maar niet te spreken 
van de motor van dit schoons 
het hart van de zaak dat alles 
drijft en haar draaiend maakt 

zijn onversneden trots en 
wezen dat al te graag 
de hemel wijst 

de hel 

 

© Cartouche 

 

ingezonden themagedicht  

Monica Boschman  
Themagedicht op: de man - wat drijft hem 


(m/v) 

in jouw zonnebril 
zie ik mijn ogen  

zo zien we 

jij ontspiegeld 
ik gespiegeld 

toch een keer 
bijna hetzelfde 

 

© Monica Boschman 

 

ingezonden themagedicht  

JohnN 
Themagedicht op: de
man - wat drijft hem 


Afdaling van de Olympos 

Schoonheidservaring 
ging verloren in het 
verdwijnpunt van reflecties 
van steriele gangen pas 
geslierd door de dweilrobot 

Dan danst opeens een 
vuur langs schappen die de 
vlam niet weten te vatten 
ze bestaan immers maar 
uit dode materie 

die onaangedaan blijft onder 
Venus' blozende armen die in 
hun chaos orde scheppen zo 
verlokkend - Verlokkend 
gaat Venus voorbij 

maar verliest onderweg haar 
onsterfelijkheid als zij de steriele 
werkelijkheid tussen ons terug-
plaatst: kan ik iets voor u doen? 
Misschien 

maar dat wil je niet weten 

 

© JohnN 

Uit de bundel "Schoonheid", gelegenheidsuitgave juni 2007
OBA (Amsterdam) naar aanleiding van 6 jaar Hernehim Cultuur 

 

ingezonden themagedicht  

Harry Daudt 
Themagedicht op: de
man - wat drijft hem 


Drommen rond hun dromen 

Ze drommen samen 
rond een bal 
het is hun werk,voetenwerk 
en hun hele lijf 
weet er alles van 

Ze drommen samen 
rond een bal 
het is hun veld, ereveld 
waarop hun schoenen 
in de ban: schoen met zoveel noppen  

Ze dromen samen 
van een bal 
die feilloos in het net 
zal vallen 
- als ‘t even kan -  

Ze dromen samen 
aan de mat van gras 
met banger hart 
juichen ze en zingen 
als een man  

Hun beider droom 
maar al te vaak in duigen. 

 

© Harry Daudt 

 

ingezonden themagedicht  

Anke Labrie 
Themagedicht op: de
man - wat drijft hem 


Mannen en Voetbal 

Natuurlijk weet ik wel wat buitenspel is, 
twee minuten uitleg waren echt genoeg. 
Inzicht in een corner kost nog minder tijd, 
een vrije trap is werkelijk kinderspel 
en een strafschop is een fluitje van een cent. 

Natuurlijk kijk ik met hem mee voor de tv. 
‘Was het weer een schwalbe deze keer?’ 
Hier op onze bank maken wij dit samen uit, 
de scheidsrechter kan ons nog meer vertellen. 
Wij zitten er met onze neus toch bovenop. 

Natuurlijk word ik ook een voetbalkenner: 
‘Dat is een echte macho, neemt te veel risico. 
Deze mist de penalty, kijk maar naar zijn ogen, 
hij is bang’. En ik stijg in achting bij mijn man, 
als de keeper deze bal inderdaad kan stoppen. 

Natuurlijk volg ik Derksen en z’n team op zeven, 
van der Gijp zijn onderarmen mooi in beeld. 
Plaagstoten en veel zelfspot, ‘t is een verademing. 
Voetbal is maar een spel, mits je de regels kent 
leuk om te volgen met een glaasje witte wijn. 

 

© Anke Labrie 

 

ingezonden themagedicht  

Pom Wolff 
Themagedicht op: de
man - wat drijft hem 


van ergens vandaan en ergens naar toe 

misschien dat ik daarom zo graag naast je zit 
en nergens aan wil komen 
om onderweg te zijn 

dat de verwondering meereist 
om haar later op ons te leggen 
als sneeuw op sneeuw 

om met weinig weer mooi te zijn 
maken we de grond bijzonder 
ons eiland wit, het water en het zand van ons 

is het vaste land voor onze voeten 
om ons te laten gaan 

 

© pw 

 

ingezonden themagedicht  

Arnoud de Jong 
Themagedicht op: de
man - wat drijft hem 


Een zachte held  

Mijn vader was een held 
Geen stoere bink van brandweer of politie 
Geen ruige zeebonk op de wereldzeeën 
En ook niet de sterkste man van de straat. 

Ik heb dat wel eens betreurd, 
moet ik zeggen als ik eerlijk ben... 
Tot ik later leerde dat er verschillende soorten vaders 
en dus ook verschillende soorten helden zijn. 

Mijn vader was een zachte held 
Hij was een tekenaar van fantasie 
Een schilder van onze jeugdportretten. 
Welk kind kan dat zeggen, dat hij een schilderij heeft van zichzelf? 
Hij was een schrijver van de mooiste letters, 
zo statig in hun sierlijkheid. 

Hij zaaide boontjes in rechte regels in de aarde van zijn tuintje 
En ik mocht helpen, wij zaten op ons hurken naast elkaar 
de kleine kleuter naast de grote man op houten klompen. 
Ik zat op zijn arm en hij liet mij de wereld zien. 
Ik voel zijn vaste hand nog in mijn nek bij het fietsen leren. 

Mijn vader was een zachte held, 
een held die zoveel wist en er altijd voor ons was. 
Een geweldige en lieve vader, 
de held die nu een standbeeld heeft 
in de herinnering en in ons hart. 

 

© Arnoud de Jong 

 

ingezonden themagedicht  

Anneke Wasscher   
Themagedicht op: de
man - wat drijft hem 


de bruggenbouwer 

de oude man staat midden op de brug 
zijn sleetse lange jas verraadt gezag 
uit het verleden, boven kromme rug 
bewaart de hoed de warmte van de dag 

hij kijkt naar meervoud van de brug, de pijlers 
wijzen naar het water, de kantlijn vraagt 
om een verbinding middels steen of ijzer 
zijn blik keert zich naar binnen, beeld vervaagt 

hij waant zich even sterke bruggenbouwer 
staat midden in de wereld en de tijd 
verdringt de grijze rol van toeschouwer 

verbeelding laat hem bruggenbouwer zijn 
dan wordt hij moe, in knopen van zijn jas 
vindt hij verbinding tegen kou en pijn 

 

© anneke wasscher 

 

ingezonden themagedicht  


Matt Harvey  
Themagedicht op: de
man - wat drijft hem 

Wimbledon heeft een heuse huisdichter die dagelijks 
rond het heilige gras van het roemruchte centrecourt
bivakkeert. 
Met een heel scherp oog voor de ego's op het veld.
Het gedicht is nauwelijks te vertalen, maar is zelfs voor
mensen met weinig talenkennis te genieten, want het
is een soort geluidsreportage.

Harvey schreef al over de ballenjongens van Wimbledon,
over het bezoek van Koningin Elizabeth en over de beroemde
'strawberries' (aardbeien), en is op zoek naar haiku over 
het eindeloze treffen van John Isner tegen Nicolas Mahut. 
Het gedicht hiernaast gaat over de sfeer van zomaar een match
tussen twee grootheden, waarschijnlijk Nadat vs Haase. 
Let op alle verschillende stuiter/slag/en-return geluiden in het
gedicht en de verontwaardiging en 't gemopper van de spelers.
Een feest van woordvondsten met repetitiegeluid! 
Aanbeveling: hardop lezen! 

 

 

Kijk HIER naar de match van Rafael Nadal tegen Haase voor inspiratie 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


thwok ! 
(a game in the life) 

bounce bounce bounce bounce 
thwackety wackety zingety ping 
hittety backety pingety zang 
wack, thwok, thwack, pok 
thwikety, thwekity, thwokity, thwakity 
cover the court with alarming alacrity 
smackety dink, smackety dink 
boshety bashity crotchety crashety 
up loops a lob with a teasing temerity 
leaps in the air in defiance of gravity 
puts it away with a savage severity 
coupled with suavity 
nice 
"15-love"  
(reaches for towel with a certain serenity) 

bounce, bounce, bounce, bounce 
thwack, thwok, plak, plok 
come to the nettety 
bit of a liberty 
quickly regrettety 
up goes a lobbity 
hoppety skippety 
awkwardly backwardly 
slippety trippety 
tumble & sprawl 
audible gasps… 
"15-all" 
(opponent asks how is he?
courtesy, nice to see
getting up gingerly
brushity thighsity
all, if you’re asking me
bit big-girls-blousity) 

bounce bounce bounce 
whack, thwok, plik, plok 
into the corner, then down the linety 
chasety downity, whackety backety 
all on the runnity, crossety courtety 
dropety vollety – quality, quality… 
… oh I say what impossible gettery 
no, umpirical rulery – nottety uppity – 
oooh – doesn’t look happety 
back to the baseline 
muttery muttery muttery muttery 
"30-15" 

bounce, bounce, bounce, 
|thwacketty OUT 
bounce, bounce, bounce, 
thwacketty BLEEP 
"second serve"  
bounce, bounce, bounce, 
thwacketty – slappity 
thwackety thumpity 
dinkety-clinkety, gruntity-thumpity 
clinkety 
thump! 
"30-all"  
fistety pumpety, fistety pumpety COME ON! 
"quiet please"  

bounce, bounce, bounce, 
thwacketty thwoketty 
bashetty boshetty 
clashety closhety 
OUT! 
"what?" 
lookaty linety, lookaty line-judge 
line judge nodity 
wearily query 
umpire upholdery, indicate inchery 
insult to injury 
give line-judge scrutiny 
face full of mutiny, 
"40-30" 
back to the baseline 
through gritted teethery 
muttery mutiny mutiny muttery 

bounce bounce bounce
thwak, thwok, thwak, plok
thwakety plik, thwoketty plak
to-ity fro-ity fro-ity to-ity
slowity quickety quickety slowity
turnety headety, headety turnity
leftety rightety leftety rightety
seems like we’ve been here a bloomin eternity
rightety leftety rightety leftety
topety spinnety, backhandy slicety
lookety watchety, scratchety bottity
fabulous forehand, backhandy slicety
furious forehand, savagely slicety
fearsome ferocity, vicious velocity
bilious backhand – blasted so blistery…
…half a mile out but that line judge is history
OOOWWWWWWWWT! 

" GAME
new balls please"  

 

© Matt Harvey
Wimbledon poet 

 

ingezonden themagedicht  

Cor Visser 
Themagedicht op: de
man - wat drijft hem 


De Rommelaar 

De rommelaar dat is een man 
die van alles wel een beetje kan 
hij rommelt hier, hij rommelt daar 
en krijgt nog vrij veel voorelkaar. 

Soms is hij redelijk museaal 
in stoeien met de moedertaal 
hoogstzelden ziet hij dan het licht 
en produceert een slecht gedicht. 

Heel vaak is het dan grof banaal 
hutspotstamperig triviaal 
het geeft natuurlijk toch wel baat 
want het houdt hem van de straat. 

De rommelaar dat is een jongen 
die de lucht schreeuwt uit zijn longen 
wanneer hij zijn tekst in noten giet 
zichzelf verwent met eigen lied. 

In de keuken vindt hij zijn maatje* 
tapt daar vaak uit een ander vaatje 
kookt bij voorkeur de rapen gaar 
Ja ! Dat is 'em nou: De Rommelaar ! 

 

© Cor Visser 
*Old Blend Irish Whiskey 

Uit: Dichter bij dichters, Boekenbent 2007. 

 

ingezonden themagedicht  

Monica Boschman  
Themagedicht op: de
man - wat drijft hem 


enkele reis 

het mandje van de luchtballon 
kitesurfen, bungeejumpen 
freestyle weet-ik-wat 

ik ben de man die alles kan 
diep in mijn hart zo bang 
voor de enkele reis 
van het leven 

 

© Monica Boschman 

 

ingezonden themagedicht  

Harry Daudt 
Themagedicht op: de
man - wat drijft hem 


Mannetjesputter 

‘Hij is mans genoeg’ 
zegt hij 
met zijn pilsje, koud in de kroeg 
tussen zijn mannenbroeders 

Zijn mannenstem 
verpakt in driedelig kostuum 
zijn grijze stropdas losjes 
na het gezwoeg om het dagelijks brood 

Hij kleurt dieprood 
tot in zijn mannennek 
als hij zijn eega 
ontwaart in het gat 

van de deur 
die het manvolk 
scheidt van 
het vrouwvolk  

 

© Harry Daudt

 

ingezonden themagedicht  

Hanny 
Themagedicht op: de
man - wat drijft hem 


Vijfde op de schaal van richters 

Drager van de kruik, scherm niet met mijn geweten. 
Raap de scherven van de sokkels uwer heren. 

Ontbeer de paleizen waar vrouwen hoereren en breng 
mij naar de man die water, vuur, aarde en wind 
in zijn lemen handen heeft gegrift. 

Laat hem kruiken maken, de beloning zal een overwinning zijn. 
Wanneer de lans gebroken wordt in hemeltergend licht 
zal mijn leger de ramshoorn blazen. 

Drager van de kruik, stel mijn bevindingen op schrift. 

 

© Hanny 

 

ingezonden themagedicht  

Erika de Stercke  
Themagedicht op: de man - wat drijft hem 


De Giro 

Onthaarde benen ploegen door weer en wind 
berg op, over hindernissen naar het dal 
een kleurrijke helm beschermt het lichte karkas 

gedreven door instincten 
versterkt met een ijzeren wil 
vlamt hij over het asfalt 
de blik op overwinnen 

een ophitsend publiek 
mild met onkuise woorden 
stuurt de renner hangend boven zijn zadel 
door de bocht, gevaarlijk scherp 
het applaus is luid 
het zweet zuurverdiend 
en de banden onbeschermd dun 

het schavot is nog ver weg 

 

© Erika de Stercke 

 

ingezonden themagedicht  

JohnN 
Themagedicht op: de
man - wat drijft hem 


Amourette 

Het is zover: 
de wind is ondergedoken, 
een vlak van twinkelingen 
verraadt waar 

een zonnevloed 
stort sensuele prikkelingen uit 
over uitgestrekte blotenavelmeisjes 
ze giebelen signalen 

de jongens ernaast 
ze
spelen onverschilligheid. 

 

© JohnN 

 

ingezonden themagedicht  

Monica Boschman 
Themagedicht op: de man - wat drijft hem 


(m) 

op het oog ben je 
de beste maatjes 
met je ego 

maar voor je vrouw een kiloknaller 
in het winkelwagentje doen? 
kom op man 

onder de denkfabriek 
van alles onder controle 
woekeren jouw wensen 

laat ze vrij 
open de jacht met gevoel 
en toon je trofeeën 

zeker weten 
het smaakt naar meer 
kom op man 

 

© Monica Boschman  

 

ingezonden themagedicht  

Hanny 
Themagedicht op: de
man - wat drijft hem 


Rozengeur en bloemenwater 

met lange vingers steel jij 
op een blauwe maan dagdromen 
van geest verlaten gronden 
en dood gewaande bomen 

je vliegt door openstaande deuren 
laat voeten zakken in de grond 
vlecht meterslange draden 
sluit zonder knopen een verbond 

je wilt de groene lakens delen 
huid en haar met handen boeien 
over spelen tot de haan kraait 
en met het eerste licht vergroeien 

 

© Hanny 

 

ingezonden themagedicht  

Monica Boschman 
Themagedicht op: de man - wat drijft hem 


instructie 

stook van je dikke dossiers 
een vreugdevuur van vrijheid 

vang met je knellende stropdas 
een meisje op de vlucht 

zoek een lange glijbaan 
roetsj om het roetsjen 
(dus niet voor status, geld, macht) 

soms hebben mannen 
even een duwtje nodig 

 

© Monica Boschman 

 

 

ingezonden themagedicht  

Margerite Luitwieler 
Themagedicht op: de
man - wat drijft hem 

Inzending op: de vrouw, wat wil zij - dat ook als een vraag aan haar
mocht worden opgevat, maar op dit thema mag dus óók een ? volgen.
Dan past deze nostalgie naar de ruige cowboy wonderwel...  Mannen: 
doe toch je auto weg en koop een paard! 


Mannen op paarden 

met vuile hoeden 
gespierde kuiten 
stoppelbaarden. 

Dát vind ik pas stoer. 

Kronkelende bovenlichamen 
tegen bergen óp. 

Maar er zijn hier geen bergen. 

En wanneer het donker is in de gang 
en licht mijn huid verkeerd 
raakt 
zak ik door de bodem van de stad. 

Hij slokt alles op, 
steelt alle woeste beweging voorgoed 
je ziet nog wel een enkele cowboy 
maar die is dan te voet. 

 

© Margerite Luitwieler 

 

ingezonden themagedicht  

Anneke Wasscher  
Themagedicht op: de
man - wat drijft hem 


Zeeman 

zijn lichaam is gewend aan tegenwind, in 
weerstand van het water vindt hij kracht 

de hang naar vrijheid ademt zilte lucht 
zijn longen blazen trots in bolle zeilen 

hij leeft met het getij van macht, laveert 
en daagt gevaar uit met elan van lef 

soms roept de wal hem wel terug want 
roekeloos wordt door een storm bestraft 

de zeeman hoort alleen de klankrijm van 
zijn eigen hart, negeert een verre stem 

die zegt: mijn lief ik heb te lang gewacht 
de nacht zal altijd naamloos zijn. 

 

© Anneke Wasscher 

 

ingezonden themagedicht  

Jakomijn Kersten 
Themagedicht op: de
man - wat drijft hem 


de laatste keer dat ik het warm heb 
ben ik ver van hier de zon woont 
in mijn hoofd speelt de hoofdrol in 
mijn leven dit rimpelloos heen en weer 
wiegend bestaan de zanger die erbij 
hoort verwarmt of hij zingt of praat 
mijn vergeten hart langzaam zak ik 
achterover handen neuriën zacht 
door mijn haar even voel ik de zwoele 
warmte van zijn lijf zijn leden het 
langzaam om me heenglijden zijn 
voorzichtig bezit nemen voor ik traag 
mijn bijna waken verruil voor de eindige 
gelukzaligheid de vredige slaap 
zorgvuldig geregisseerd met de meest 
liefdevolle ogen alleen gericht 
op mijn gezicht 

 

jakomijn kersten 

 

ingezonden themagedicht  

Peter Jansen 
Themagedicht op: de
man - wat drijft hem 


De afdronk 

deze wijn laat zich uitstekend vermengen 
met nauwelijks verstaanbare bekentenissen 

bij het gekletter van schaars verlicht bestek 
laten wij ons gemakkelijk gaan 

als eenmaal de ziel is blootgelegd 
volgt het lichaam gewillig de impulsen 
die het bedje van gemarineerde verlangens 
ontstijgen 

met de ochtendzon zullen wij alles weer 
van ons afspoelen en zetten wij onze 
maskers weer op 

 

© Peter Jansen 

 

ingezonden themagedicht  

Harry Daudt 
Themagedicht op: de
man - wat drijft hem 


Dingen naar haar hand 

Te dingen 
naar haar hand 
haar uitgestrekte vingers 
waaraan het rood van nagels 
waarmee ze ook klauwen kan 

Te dingen 
naar haar land 
waarin ze groen en kleurrijk kweekt 
handig onkruid wiedt 
mij haar kruidendrank biedt 

Die godendrank 
zoet of bitter 
smaakt of bitterzoet 
op lippen en tong 
langs m’n gehemelte 

Waardoor ik 
zonder gezichtsverlies 
in stilzwijgen 
op mijn schreden 
terug kan keren. 

 

© Harry Daudt 

 

ingezonden themagedicht  

JohnN 
Themagedicht op: de
man - wat drijft hem 


graag wil ik kritisch zijn, een vleug cynisme mag je 
ook van mij verwachten, maar wie mij echt kent weet: 
in wezen ben ik mild, 'n zachtmoedig mens 
"in 't diepst van mijn gedachten" 

maar dit pinksterweekend aan de waterkant verging 
me zien en horen want met nietsontziende drift werkt men 
aan het aanzien van z'n pand - daar moest men dringend 
cirkel zagen en ook dril gaan boren 

gelukkig is 't geen tijd van wonderen, ik was in woede over 
het water naar de overkant gestapt - in taal waar geert van 
blozen zou verhaal gaan halen - hij zit nu aan de borrel 
vermoedt niet eens waaraan hij is ontsnapt 

 

© JohnN 

 

ingezonden themagedicht  

Margerite Luitwieler 
Themagedicht op: de
man - wat drijft hem 


Hij kijkt nooit om. 
Dat vind ik zo mooi aan hem. 

Behalve wanneer ik nog 
voor het raam sta 
om naar hem te zwaaien. 

 

© Margerite Luitwieler 

 

ingezonden themagedicht  

Anneke Wasscher 
Themagedicht op: de
man - wat drijft hem 


de vader 

wanneer hij soms eens thuis is 
in het licht van zondag, sluipt 
broze warmte weer geluidloos 
weg uit het bestaan 

het kind weet dat de kille stilte 
regel is, want donker van zijn blik 
dwingt tot ontzag voor wie hij is 
en zij juist niet 

een kinderwereld van verschil 
wil witte draden spinnen door 
de dagen, het zilver zingen 
met het lief van lied 

soms komt ze dichterbij en 
raakt hem aan met kleur van 
tekening, dan kijkt hij op 
maar ziet haar niet 

 

© Anneke Wasscher 

 

ingezonden themagedicht  


Cor Visser 
Themagedicht op: de
man - wat drijft hem 

 


Avondmaal 

Met de zilte hostie op mijn lippen 
dacht ik aan háár lichaam 

 

© Cor Visser 

 

    
© Copyright Hernehim Cultuur 2001-2009   

Hernehim      

een cultuurpagina 

HOME 

   
   
    
   
   
           Hernehim 
          
pagina thema poëzie 
Hernehim
                   Boeiend om te bezoeken. 
                   Vrij en onafhankelijk. 
                   © HC 2001-2009
Redactie:               John Zwart
Bijgestaan door:    Monica Boschman en Anke Labrie 

                   Thema van de maand: de vrouw - wat wil zij 

Laatst bijgewerkt: 30.05.2010 

Hernehim opent aan het begin van elke maand een nieuw thema. 
Een openingsgedicht van een gerenommeerde dichter, of uit de eigen
redactiegelederen, zet de toon. 
Alle dichters die zich door het thema aangesproken voelen kunnen 
toepasselijk bestaand of nieuw geschreven werk inzenden
Het thema staat de hele maand open. Een afgesloten thema blijft 
staan onder het actuele zodat alle inzendingen tenminste gedurende 
een volle maand op deze pagina te lezen zijn. 

HOME 
Nieuws  
Blog en proza 
Themapoëzie 
Vrije poëzie   
Vertaalproject 
Proza  
Activiteiten 
Over schrijvers 
Archief 
Contact     
   


 

mei  2010
Thema van de maand: de vrouw - wat wil zij 

Illustratie: meditation - 1917
Olieverf op doek van Gabriele Münter  
Expositie: Städtische Galerie im Lenbachhaus, München  

   
   
    introductiegedicht  

   

Martin Bril (Utrecht 1959-Amsterdam 2009)

kreeg in het laatste decennium van zijn te korte leven een grote bekend-
heid
als columnist. Hij deed een filosofiestudie aan de Universiteit van 
Groningen waar
hij als student een schrijversduo vormde met Dirk van 
Weelden, daarna volgde een
opleiding aan de Filmacademie in Amsterdam.
Zijn filmische kijk op de wereld toont
zich duidelijk in zijn stijl van schrijven:
Martin Bril is een echte observator, die een scène
beschrijft, met zijn land-
schapsimpressies doet hij aan Nescio denken. 
Men zal niet zo snel
een dichter in hem zien, toch schreef hij ook een 
groot aantal gedichten, prozagedichten
waarmee hij een diffuse scheidslijn
tussen column en poëzie gemakkelijk overschrijden
kon. 
In de jaren negentig leidde hij in Amsterdam een nogal wild leven, hij bracht
het als
romanschrijver nooit verder dan twee uitgaven ´Voor de wind´ (1990)
en ´Altijd zomer,
altijd zondag´ (1994) - had er waarschijnlijk ook het geduld
niet voor - maar ontwikkelde
zich intussen tot een vaardig schrijver die van
iets kleins iets groots kon maken. 
Hij schreef als gewaardeerd freelancer zulk klein werk voor Het Parool, 
Vrij Nederland,
NRC Handelsblad zowel als de Vlaamse de Morgen. 
Na de eeuwwisseling onder vast contract bij Het Parool. De kleine pareltjes
werden in series verzameld en gebundeld. Een hele reeks werd in Frankrijk
gesitueerd: ´Tout va bien´. Daaruit las hij graag voor
publiek. "Daar woon 
ik vaak langdurig", zei hij dan, om te vervolgen: "Nu zult u wel
denken, 
een rijke columnist met een tweede huis in Frankrijk. Maar dat is niet zo,
mijn vróuw heeft een huisje in Frankrijk." 
Met zijn groeiende populariteit ging het zijn
gezondheid bergafwaarts. 
Zijn laatste jaar bracht hem een vaste plek op de voorpagina van de Volks-
krant en de erkenning van zijn schrijverschap door de Bob den Uylprijs 
voor de bundel `de kleine keizer´. De feestelijke uitreiking haalde hij op 
enkele dagen na net niet. 

 

 

 

Gevonden foto 

 

Was will das Weib? 

Heeft ze deze houding aangenomen voor haar minnaar 
Die achter haar, maar buiten beeld, klaar staat om haar 
Zo aanstonds te penetreren, of is ze doende voor 
Het slapengaan de wekkerradio in te stellen - en waartoe dan 
De rode handdoek, of lag die daar nog van het afdrogen 
's Ochtends na het douchen? Wat draagt ze overigens, 

De vrouw? Een negligeetje dat opkruipt, een T-shirt of een 
Zwart hemdje dat gewoon heel kort is? Getuigt haar houding 
Van nadrukkelijke bereidwilligheid, of juist niet, en is hier 
Sprake van een achteloos, toevallig, ja, bijna huishoudelijk 
Moment? In dat laatste geval is de foto misschien mooier 
Dan in het eerste geval, misschien, misschien, misschien, 

Ik weet het niet zeker. 

Wel zeker weet ik dat ik dezelfde foto ook had gemaakt, als 
Het mijn vrouw was geweest die even zo over het bed had 
Gehangen - gesteld natuurlijk dat ik mijn fototoestel bij de 
Hand had gehad. 

 

Martin Bril 

   

Gevonden foto 


Podcast Pauw en Witteman met Mieke Stellinga.

De vrouw
in een Freudiaans licht "Was will das Weib" 

Het thema van de maand mei op Hernehim Cultuur 

Vrouwen zouden de macht in de wereld kunnen hebben - ze zouden veel
 meer macht
móeten hebben zo klinkt het vaak van de statistiekfanaten 
onder de vrouwen, terwijl zij
schande roepen over alle belemmeringen die
mannen hen in de weg leggen, zodat het
nog verre is om van een balans
tussen de seksen in de leidinggevende en machtige
functies te kunnen 
spreken. 
De carrièremakers onder de vrouwen ervaren een "glazen plafond":
Seksistische
behandeling, slinkse tegenwerking en onzichtbare blokkade.
Maar om mannen nog
meer in verwarring te brengen klinkt er een aanzwel-
lend ander geluid: "Feministen zijn
vrouwonvriendelijke seksisten met een
bemoeizuchtige inslag", zo hoorden we
Mieke Stellinga, een vrouw, in een
aflevering van Pauw & Witteman zeggen. 
"Er moet maar eens afgerekend worden met de valse voorstelling van 
zaken die
feministen al sinds de jaren zeventig van de wensen en verlan-
gens van vrouwen
geven". Deze Mieke deed research en schreef het boek
'De mythe van het glazen
plafond'. 
Nu hebben met mij al vele mannen een tijd lang geluisterd naar hetgeen 
vrouwen allemaal
aan wensen te kennen gaven - en we deden ons uiterste
best het hen naar de zin te
maken, we leerden baby's verluieren, de was
sorteren, ons eigen hemd en háár blouse
te strijken om soms plots te 
ervaren dat dit nou precies verkeerd was: véél te soft. 
Na de metroman vielen ze opeens op een macho die dan weer "in" was.. 
Ze verlieten
ons voor een wat hardhandiger behandeling van lijf en geest
en lieten ons verbijsterd
achter. Allemaal redenen te meer om mannen 
in toenemende onzekerheid te brengen
en hen bijna een eeuw na Sig-
mund Freud opnieuw vertwijfeld te doen verzuchten: 
"Was will das Weib?" 
Begrijpt zij zichzelf wel? Misschien kunnen vrouwen ons iets van de sluier,
die over
deze hersenbreker hangt, oplichten? Onder de dichters zijn ze 
toch immers in de
meerderheid, ze hebben het glazen plafond verbrijzeld
 - of er niets van gemerkt? 
Of is er een mannelijke dichter die Freud overtreft en het allemaal allang
dóórheeft? 
We zijn benieuwd. 

John Zwart 

 

   

inzendingen

ingezonden themagedicht  


voorbij 

een schaduw schampt 
het kussen in de nacht 
herkent ze zijn gezicht 
dat om genade smeekt 
een plek bepleit? 

ze hoort het liefdeslied 
van lang geleden, de 
woorden zijn zichzelf niet 
meer, verschrompelen tot 
restje schrale taal 

hij heeft geen plaats meer 
want het arm verlangen is 
gevlucht voor samenzijn 
het beeld vervloeit en 
langzaam bloedt het dood 

 

© Anneke Wasscher 

 

Anneke Wasscher 
Themagedicht op: de vrouw - wat wil zij 
ingezonden themagedicht  


ondergronds 

door gedempte grachten 
vaart de dichteres 

grond wijkt voor haar vormen 
de geul spuwt woorden 

het vaarseizoen 
is geopend 

 

© Monica Boschman 

 

Monica Boschman 
Themagedicht op: de vrouw - wat wil zij 
ingezonden themagedicht  


Gemis 

lieverd 
wil je 
als je klaar bent met je huiswerk 
even naar me luisteren 

herman 
je weet wel 
die jou zo’n leuke meid vindt 
blijft vanavond slapen en 
hij slaapt in mama’s grote bed 

lieverd 
wat is er 
daar hoef je toch niet om te huilen 
vind je het dan ook niet fijn 
dat we nu weer met z’n drietjes zijn 

 

© Peter Jansen 

 

Peter Jansen 
Themagedicht op: de vrouw - wat wil zij 
ingezonden themagedicht  


Leef Tijd 

het vrouwtje in de rode jas 
heeft nog veel levenslust 
ze is al vijfenzeventig 
toont zich als net zestig 

na haar weduwtreurnis 
lacht zij weer naar het leven 
op de golfbaan ontmoet zij hem 
een poener met een petje 

hij is een prille vutter 
kent niet haar aantal lentes 
tevreden delen zij getwee 
zijn brood, zijn bad, zijn bed 

 

© Marion Spronk 

 

Marion Spronk 
Themagedicht op: de vrouw - wat wil zij 
ingezonden themagedicht  


ik wil de wil voelen 
de wil die alles aankan 

die zonder te krijgen 
wil 

dat wil ik ook 
van jou 

 

© Margerite Luitwieler 

 

Margerite Luitwieler 
Themagedicht op: de vrouw - wat wil zij 
ingezonden themagedicht  


Ze.. 

ze danst de tango van verlangen in 
steeg en kroeg, ze zoekt een hand die 
strelen kan en rafels van de zelfkant 
helen kan, al is het maar voor 
even 

haar lichaam wordt verkocht en 
huist in kerkers van gebruik, hoe 
lang de vrijheid al gevangen is, dat 
weet ze niet, de angst heeft het 
vergeten 

de nacht ziet schimmenspel, een 
fado vindt het levenslied, soms 
komt de weemoed ‘s morgens veel 
te vroeg, dan heeft geen mens haar 
stem gehoord 

 

© Anneke Wasscher 

 

Anneke Wasscher 
Themagedicht op: de vrouw - wat wil zij 
ingezonden themagedicht  


op mijn nachtkastje 

wachten 
woorden 

op jouw 
beide oren 

 

© Inge Deconinck 

 

 

Inge Deconinck 
Themagedicht op: de vrouw - wat wil zij 
ingezonden themagedicht  


Op zijn knieën 
graaft een vader 
voor zijn kinderen 
een bankje uit het strand. 

Ze blijven doodstil zitten. 

Liggend op mijn buik 
kijk ik naar hoe hij 
er bij lacht, er van geniet. 

En verderop 
zie ik een vrouw 
aan wie ik zie 
dat zij hetzelfde in hém 
ziet. 

Alles is los zand. 

 

© Margerite Luitwieler 

 

 

Margerite Luitwieler 
Themagedicht op: de vrouw - wat wil zij 
ingezonden themagedicht  


Drievuldigheid 

Maagd 

ze rijgt de madeliefjes 
tot onschuldskrans 
op haar jonge hoofd 

Moeder 

met bloed en pijn baart zij 
het kind dat zij ontvangt 
in haar open schoot 

Wijze 

ze kent het leven 
geeft spreuken door 
aan haar nageslacht 

 

© Marion Spronk 

 

Marion Spronk 
Themagedicht op: de vrouw - wat wil zij 
ingezonden themagedicht  


Wat wil ze nou 

Ach waren ze allemaal maar zoals 
Ciska D met dat overslaan geen 
Misverstaan maar ze zijn er zo zoet 
Gevooisd en lieflijk op het oog hun 
Hand en wang voelt teder aan 
Je houdt het schild niet hoog 

Je smelt naar mild met drang naar 
Koester liefst meteen maar als je 
Dacht aan overwinnen helpt zij je uit 
De droom je onderschat dat andere 
Geslacht wat niet het zwakke is zij viert 
En trekt het zo weer aan:  

ze ment jou aan haar toom 

 

© JohnN 

 

JohnN 
Themagedicht op: de vrouw - wat wil zij 
ingezonden themagedicht  


overnachten 

de maan mijmert 
tussen de bomen 
en kijkt haar ogen uit 
naar morgen 

ik mijmer 
tussen de lakens 
verlang mijn ogen nat naar gisteren 

 

© Inge Deconinck 

 

Inge Deconinck 
Themagedicht op: de vrouw - wat wil zij 
ingezonden themagedicht  


Eva 

Zo ligt zij daar, de handen in de schoot, 
over het zinloos moederschap te mokken: 
haar ene, de zachtmoedige is dood, 
en Kaïn, die het teken draagt, vertrokken. 

Zonder gezicht is de haat tegen haar god 
wiens plan als vonnis aan haar werd voltrokken 
en zonder mond vervloekt zij fel het lot 
dat baren degradeert tot domweg fokken 
van leven dat straks toch ontbindt en rot. 

Daar ligt ze dan, ooit was ze uitgerekend, 
nu is ze uitgeteld aan één en twee. 
Als voor de derde straks haar vliezen breken, 
houdt ze nog steeds, tegen de zwaarste wee, 
haar handen in de schoot gebald tot vuisten, 
denkend aan toen de wolf sliep naast de ree 
en god nog als God in de bomen ruiste. 

 

© Theo van de Wetering


 

Theo van de Wetering  
Themagedicht op: de vrouw - wat wil zij 
ingezonden themagedicht  


Lily Tomlin 

What does a woman want  

Before I lay me down to sleep, 
I pray for a man, who's not a creep, 
One who's handsome, smart and strong. 
One who loves to listen long, 

One who thinks before he speaks, 
One who'll call, not wait for weeks 
I pray he's gainfully employed, 
When I spend his cash, won't be annoyed 

Pulls out my chair and opens my door, 
Massages my back and begs to do more. 
Oh! Send me a man who'll make love to my mind, 
Knows what to answer to "how big is my behind?" 

I pray that this man will love me to no end, 
And always will be my very best friend. 

 


(Vertaling) - JohnN 

Wat een vrouw zich wenst  

Voor ik ga slapen in 't nachtelijk duister 
Bid ik om een man van 't eerlijke werk 
Die óók nog knap is, verstandig en sterk 
Eén die mij altijd aandachtig beluistert. 

Eén die steeds nadenkt voordat hij spreekt 
Haast mij te bellen zodat ik niet hoef te wachten 
Met 'n fantastische job, heb ik zo in gedachten 
Dan spendeer ik zijn geld terwijl hij niet verbleekt 

De deur houdt hij open en kust mij de grond 
Mijn rug 'n massage, staat weer níeuws te beginnen 
O! Stuur mij die man die mijn ziel kan beminnen 
Het antwoord goed kent op "Hoe dik is mijn kont?" 

Ik bid voor zo'n man die mijn liefde verdient 
Die me zijn dienst biedt als mijn beste vriend. 

 

ingezonden themagedicht  


( v ) 

ze ziet en zwijgt, hij denkt 
dat ze altijd praat 
ze ziet en voelt, hij denkt 
dat ze overdrijft 

ze zwijgt, verzwijgt 
het zwijgen 

stilte beroert oergesnor 
man is man en vrouw is vrouw 
een mantra die samen brengt 
tegen beter denken in 

 

© Monica Boschman 

 

Monica Boschman 
Themagedicht op: de vrouw - wat wil zij 
ingezonden themagedicht  


Het morbide meisje 

Het morbide meisje mengt medeklinkers 
ze klotst klinkerklonters in kleurige gekapte blokjes 
middels haar langzaam draaiende taaldraadmixer 
Ze beschildert doeken totdat ze strak gespannen 
de straat overhangen met gotisch geschreven graffiti 
Kaligrafische kakofonie van lettertekens de hemel tekenend 
samen betekenis verwervend via de lezer 
die gps-gestuurd de straten indraait op zoek naar 
de eindmeet die steeds een akelig metaalvreemde stemweg ver-der ligt
Zij grijnst mee met mijn gekweekte medelij 
uitgespreid over de bereide slijmlaag in het petrischaaltje 
ze roert een noeste K van haar sokkel en beweegt 
een op om aan te worden zodat heuvels onoverkomelijke bergen wezen 
Het weze gezegd, het morbide meisje kent haar stiel, 
ze meet de kreet die uitgestoten voer voor vocaal vulgaire vocabulaire vormt.
En dan nog komt ze grappend uit de hoek om 
aan de andere kant van de lijn letters te lezen die 
van de typemachine gestommeld zijn in een bak klinkklare nonsens 
Ze rijgt ze aan elkaar als ware de waarheid een satéstokje dat 
wijze woorden doorprikt tot een cocktailgesprek 
gekakel op een onbeduidend feestje dat iedereen al lang vergeten is 
alvorens het goed en wel begonnen was omdat de gastheer 
de parasieten bestreed met het serveren van steeds lauwer wordende
zinsneden gekliefd uit een pièce montée van hapklaar gestapelde wijsheden
duizend in een dozijn 
waarna de gastvrouw bezweek onder het te zware zwijgen van lang vervlogen
jaren 
Het morbide meisje moet en zal de monddood gemaakte minnaars redden 
ze staart daarom naar de andere kant en joelt jolig naar het jonglerende jongetje. 

 

© Philip Meersman 

 

Philip Meersman 
Themagedicht op: de vrouw - wat wil zij 
ingezonden themagedicht  


Pearl 

zij woont in zichzelf, wiegt haar lijf 
in koude uren, drijvend op golven van 
verstand tussen gestoorde binnenmuren 

soms grijpt ze radeloos haar penselen 
gedwongen door schimmen die kwellen 
kwast zij helse pijnen in scherpe lijnen 
mondloos, zo hebben ze niets te vertellen 

haar signatuur strijkt ze kolossaal 
met enorme halen over de muur en voor 
één moment waant Pearl zich fenomenaal 

 

© Hanny 

 

Hanny 
Themagedicht op: de vrouw - wat wil zij 
ingezonden themagedicht  


de vrouw 

ze breekt al eeuwenlang het brood 
en geeft het door, haar lichaam wil 
een bloedband 

steeds zoekt ze naar betekenis 
weeft alle letters van het leven 
tot een zin 

soms vindt ze licht, verbindt de 
kinderdromen met een liedje van 
verlangen naar 

de warmte van een ander mens 
een man of vrouw die lijfelijke kou 
verdrijven kan 

dan ziet ze ’s avonds op de wand 
hoe schaduw woordenloos 
verhaal vertelt 

en staat ze oog in oog met 
ademloze blik, zo mooi kan 
donker zijn 

 

© Anneke Wasscher 

 

Anneke Wasscher 
Themagedicht op: de vrouw - wat wil zij 
ingezonden themagedicht  


Reclining figure  (1938 Henry Moore)  

Hoe ik hier maar lig. Zo goed 
als geen mond tekent mijn minieme hoofd. 
Een intieme holte heb ik niet: 

mijn schoot is een groot gat 
tussen dubbeldikke stootwillen van armen 
voor wie me met een schreeuw verlaat. 

Veel ronder ben ik dan een mens 
van ribben, dan ruggengraat. 
Geen pees, geen duimbreed spitsheid 

heeft de beeldhouwer voor mij uit steen 
bevrijd. Gebeiteld ben ik minder veeg 
dan vlees en heb genoeg bekijks alleen 
wil ik er ook wel eens een dagje niet zijn - 

 

© Inge Boulonois 

 

Inge Boulonois
Themagedicht op: de vrouw - wat wil zij 
    
© Copyright Hernehim Cultuur 2001-2009   

Hernehim      

een cultuurpagina 

HOME 

   
   
   
   
   
           Hernehim 
          
pagina thema poëzie 
Hernehim
                   Boeiend om te bezoeken. 
                   Vrij en onafhankelijk. 
                   © HC 2001-2009
Redactie:               John Zwart
Bijgestaan door:    Monica Boschman en Anke Labrie 

                   Thema van de maand: Jong zijn (afgesloten) 

Laatst bijgewerkt: 28.04.2010 

Hernehim opent aan het begin van elke maand een nieuw thema. 
Een openingsgedicht van een gerenommeerde dichter, of uit de eigen
redactiegelederen, zet de toon. 
Alle dichters die zich door het thema aangesproken voelen kunnen 
toepasselijk bestaand of nieuw geschreven werk inzenden
Het thema staat de hele maand open. Een afgesloten thema blijft 
staan onder het actuele zodat alle inzendingen tenminste gedurende 
een volle maand op deze pagina te lezen zijn. 

HOME 
Nieuws  
Blog en proza 
Themapoëzie 
Vrije poëzie   
Vertaalproject 
Proza  
Activiteiten 
Over schrijvers 
Archief 
Contact     
   

maart - april 2010
Thema van de maand: Jong zijn 

Illustratie: lente - 1910
Olieverf op linnen van Ferdinand Hodler  
Expositie: Het werk bevindt zich in privébezit.  

   
   
introductiegedicht  


De dooden en de kinderen 

Kom vaak bij ons. Jij die begint te leven 
Verstaat ons 't best en bent het dichtste bij. 
Een kerkhof vind je, evenals een wei, 
Een plaats goed om te draven en te spelen. 

Je praat met dingen die geen antwoord geven, 
Die enkel lachen, stil, lang, als de zon 
Er schaduwen als glimlachen doen zweven. 
Ook grauwe steenen in een dartle bron 

Zijn oude watermannen van heel vroeger. 
Zij moeten stilstaan en zij lachen goedig 
Als je, schoenen en kousen in de hand, 
Over hun hoofden springt naar de overkant 

Om toovenaars te zoeken in het woud. 
Je gaat stil zitten op een dooden boom, 
Wilt blijven kijken, maar slaap maakt je loom. 
Dan komen wij en worden even oud. 

J.J.Slauerhoff 

 

 

 

Het gedicht hiernaast komt uit de oorspronkelijke bundel
"Serenade", waarin het gedeelte -Voor de kinderen-. 
De dichter Jan Jacob Slauerhoff (1898-1936) is geboren in 
Leeuwarden en voer een deel van zijn leven als scheepsarts
aan boord van passagiersschepen op Oost Azië en Centraal
en Zuid Amerika. In zijn jongste jaren kwam hij graag op
het eiland Vlieland, waar zijn moeder van afkomstig was.
Hoewel hij een afkeer had van Friesland en Nederland, om de
burgerlijkheid die hij verfoeide, kwam hij tijdens zijn studie in
Amsterdam nog graag naar de pastorie in Jorwerd, waar hij
vriendschap had gesloten met de dominee en een korte 
liefdesrelatie had met diens dochter Heleen. 
Heleen zou altijd zijn trouwe correspondentievriendin blijven.
Op haar werden diverse gedichten geïnspireerd in de cyclus
"Landelijke liefde". 
Het werk van Slauerhoff is heel veelzijdig, door zijn varende
leven dat onderbroken werd door enkele langdurige verblijfs-
perioden in China, Indië, Spanje en Marokko. 
Slauerhoff schreef ook enkele romans en een serie korte 
verhalen, waarvan het bekendste "Schuim en asch" is. 

De bundels van Slauerhoff zijn slechts antiquarisch te koop.
Verzamelde poëzie "Alle Gedichten" uitg. Nijgh&Van Ditmar. 

Meer over Slauerhoff in de rubriek "Schrijvers" 

 

   

inzendingen

ingezonden themagedicht  

thema "jong zijn" 


Een jongen van dertien 

Dertien was ik 
en het lot mij beschoren 
om tijdens de eerste nacht 
van onze vakantie, die zomer 
in Zandvoort aan Zee, 
het bed te moeten delen met 
Nienke, drie jaar ouder, 
wat moest ik er mee? 

Tranen met tuiten, 
door mij toen vergoten, 
om gedaan te krijgen 
dat teniet werd gedaan 
datgene, waarvoor ik drie 
jaar later in de rij 
zou moeten staan. 

 

© Peter Jansen 

 

ingezonden themagedicht  

thema "jong zijn" 

 


Eerste verraad 

Langs bakken weelderig groen 
beklommen we hoge treden naar 
het bordes. Stevig bewaarde ze 
houvast aan mijn grote klauw 
Haar mondje bij de les, want 
ze moest tonen dat ze alles wist: 
'en dan krijg ik een groene cape en 
de zusters een groene muts en de 
dokter een petje met misschien een 
vergrootglas dat aan een riempje zit.' 

Ik hoor mijn echo door een engeltje 
van ongeschokt vertrouwen, zoals dat 
een beulsgeweten niet verdragen kan. 
'en het doet maar even pijn en dan 
ga ik slapen en weer vlug naar huis', 
meedogenloos is haar nog nietweten. 

Ik knik gewetenloos en vlucht, tot ze 
weer uit de roes ontwaakt en toon van 
vaderliefde het bewijs met knuffelbeest 
en waterijs. Haar donkere ogen glanzen 
nat, kijken mij plots wijzer aan en 
ik weet dat we beiden leerden, als 
mijn dochter spreekt met geknepen keel: 
'pappa het deed wèl pijn, heel veel'. 

 

© JohnN 

 

ingezonden themagedicht  

thema "jong zijn" 


Kinderspel 

Het kinderspel 
heb ik niet verleerd 
Niet de speelgoedauto’s 
die van de helling rijden 
mijn en zijn benen vanaf de knie 

Niet de speelgoedfluit 
die we spelenderwijs 
in elkaar moeten zetten 

Niet de houten keuken 
met pannen, waaronder 
koud het heilig vuur 

Het kinderspel… 
ik heb het niet verleerd 
Zit bij mijn kleinzoon 
achter het stuur. 

 

© Harry Daudt 

 

ingezonden themagedicht  

thema "jong zijn" 

 

nog zachter nog 

Ben je in mij gebleven waar je blijkbaar moet 
zijn al zeg ik je gedag, geef mij dan weer je 

knie, ik speel met de harmonica, met al mijn 
vingers, al mijn woorden – En zachter nog 

zal ik je aaien deze keer, nog zachter nog, 
het harde van je jukbeen naar omlaag, dat 

stukje. En daar je rug, vlakbij je riem, daar, 
bij de moedervlek onder je trui. Maak jij mij 

dan weer fluitjes uit wilgenhout, wees weer 
mijn grote broer, mijn vader, Sinterklaas, 

de enige, maak al mijn poppen, fietsen, 
dromen, maak alles goed. 

 

© Nina Werkman 

 

ingezonden themagedicht  

thema "jong zijn" 

 

Broos 

De liefde maakt niet blind 
maar kwetsbaar, klein en broos. 
De liefde perkt ons in 
en maakt ons sprakeloos. 

Wij lijden aan gebutstheid 
en ander ongerief. 
Nooit willen wij de kluts kwijt, 
alleen maar: heb mij lief! 

De liefde doet ons vallen, 
maakt nederig of boos. 
De liefde maakt ons allen 
allemachtig machteloos. 

 

© Rikkert Zuiderveld 

 

ingezonden themagedicht  

thema "jong zijn" 


Als ik een doos met wasco was 

Ik leg mijzelf voortdurend op volgorde, 
klaar om me te kunnen tonen als een vette 
maar volmaakte regenboog. 

Al zitten op de binnenkant van het deksel 
vieze bruine strepen en zijn er hinderlijke 
krassen in een onbestemde kleur 

ik heb het witte krijtje lief 
al is het wat gesleten, het omhulsel 
gescheurd en los geraakt 

al is het zwarte krijtje 
afgestompt (niet zo zwart meer) 
en bijna uitgesmeerd 

ik zie doorheen het hele kleurenalfabet gespeld 
van de witte wieg tot aan het zwarte graf: niets 
kan in omgekeerde richting leven. 

Soms is er die kleine groezelige hand 
die mij openrukt en leegschudt 
boven een maagdelijk tekenvel. 

Een kinderstem: 'ik wil roze neem jij grijs' 
en tegelijk met de geboorte van de eerste wolk 
begint onder mij de zon te schijnen. 

 

© Joanna Schermer 

 

ingezonden themagedicht  

thema "jong zijn" 

 

 

Ik wil opnieuw een klein kind zijn 
naief en zacht met verwonderde ogen. 
Ik wil ronduit en zonder nadenken beminnen, 
zoals men een blauwklokje of het schemer bemint. 
Ik wil mij verheugen in al wat klein is 
alleen stil en schoon. 

Ik wil een gele bloem plukken op de oever 
van een beek met een bed van zand 
mijn moeder kussen 
aan 't venster zitten wachten 
tot God de sterren ontsteekt. 
Ik wil een kinkhoorn aan mijn oor drukken 
en mij afvragen of dat het leven is 
wat zo wonder daarbinnen ruist 

 

© Olavi Paavolainen  

 

 

ingezonden themagedicht  

thema "jong zijn" 

 

 

Lespakket 

Als de megalomane ambitie 
van kleine zielen 
het weer dreigt te winnen 
van de speelse wijsheid 
van vrije geesten, 

wordt het tijd 
de schoolbel te luiden, 
het speelveld te ruimen  
en opnieuw 
ons huiswerk te maken  

Over vrijheid van expressie, 
overtuiging en beweging 
Dat zijn we aan onszelf 
en onze kinderen verplicht  

Want zonder de positieve energie 
van vrije mensen, 
dooft uiteindelijk 
ieder licht.  

 

© Ton Huizer 

 

ingezonden themagedicht  

thema "jong zijn" 


La primavera

jaloerse minnaar
je verjoeg de herfst met zijn warme kleuren
uit schrik dat hij me zou bekoren
je huilde in kale bomen
omdat ik sliep in je paleis van ijs
onder je witte deken
je zuchtte op plassen en beken
die onder jouw kille adem bevroren

nu je me wakker kust, hoor ik je vragen
of ik dit jaar de kristallen kroon zal dragen
die op de troon naast de jouwe rust
neen, en toch ben ik jouw koningin
want wat geen sterveling vermoedt:
wij zijn voorgoed geliefden
al is ons samenzijn steeds kort
omwille van ons groot verschil

buiten ligt het leven stil
zolang ik hier bij jou vertoef
lief, ontdooi je koude armen
al dat dode maakt mij droef
ik wil de aarde weer verwarmen
hoor je de vogels die me roepen?
open de poorten, dit is mijn dag!
ik strooi bloemen langs mijn pad
volg mij in je laatste oogopslag

 

© Vera De Brauwer 

 

 

ingezonden themagedicht  

thema "jong zijn" 


even

vers fruit kleurt
en geurt het nu

oprecht onwetend
van het rottingsproces
dat al is ingezet

de fruitteler en groenbak
weten beter, maar zwijgen

proeven van jong geluk

 

© Monica Boschman 

 

 

ingezonden themagedicht  

thema "jong zijn" 


Sprookje 

ik loop het ruiterpad, volg ridderspoor 
droom duizend keer en een keer meer 
hoop dat een sprookje levend wordt 

bomen zetten kronen op mijn hoofd 
verbeelding vlecht de geesten, het 
blad zingt epos in eenstemmig koor 

de minstreel pakt mijn hand, vindt 
pad naar nachtelijke vijver, waar 
vlam van hartstocht op me wacht 

verstrengeld in de takken van weleer 
hoor ik de nimfen zuchten, ze voeden 
weemoed in een nest verlangen 

hoefgetrappel neemt bezit van bos 
verraadt aanwezigheid dichtbij 
het is een paard in licht galop 

dan zie ik voor me op de open plek 
dat ruiter ridder wordt, hij voert 
het levensteken in zijn schild 

in schaduw van de maan tilt 
hij me in het zadel van verhaal dat 
door de zinnen is ontwaakt 

 

© Anneke Wasscher 

 

ingezonden themagedicht  

thema "jong zijn" 


Jan Huygen in de ton 

Haar handen strijken rimpels 
glad, gezoet in ulevellen 
verjaagt ze stok en staf voor 
een verbannen 
hink-stap-sprong 

Het notenhouten tafelblad 
weerspiegelt rood 
haar konen, de rand gevat 
in juveniel 
gegoten klatergoud 

Zijn blikken vullen grijs met 
groen is gras en klaverweiden, 
zijn uitgestoken arm een 
pas gewonnen 
toegangskaart 

Haar hart lacht verse sproeten 
bloot, de handen op 
zijn schouders, danst hij haar leest 
terug naar daar 
met hoepeltjes erom. 

 

© JELOU 

 

ingezonden themagedicht  

thema "jong zijn" 


Een handje liefde 

weet je nog 
hielen draaien in het zand 
de aarde vlakken met je hand 
een kuiltje vol geluksmomenten 
geschat op waarde zonder centen 

weet je nog 
alle namen van oliemooi tot piraat 
regenboogjes rollend over straat 
voelend bijna wie verliezen zou 
want meestal was de pot voor jou 

ik weet het nog 
rabarbertjesogen twinkelend licht 
je zanderige hand naar mij gericht 
daarin glom de schoonste koningsbonk 
die je mij voor het eerste kusje schonk 

 

© Hanny 

 

ingezonden themagedicht  

thema "jong zijn" 


FLOTTOW 

Pas zes en slecht in verzien 
kocht papa voor mij de eerste bril. 
Dat moest omdat ik met de beste wil 
van achter uit de klas het bord niet zag. 
Hoge huizen groeiden in mijn wereld 
minstens tot de hemel en hadden 
geen daken. 
Dat kwam, zei de oogarts, doordat je 
bijziend bent, dan kun je niet ver zien ! 
(Het was ook al een oude man !). 

De eerste bril kochten we bij Hofstede op 
de Nieuwestad. In de richting van de 
Peperstraat lopend zag ik manshoge 
letters op het dak van een winkel staan. 
"Kijk papa, er staat FLOTTOW op het dak !" 
"Dat weet ik jong, dat staat er al jaren !" 

Daar aan mijn vaders hand ging de wereld 
voor mij open en de stoepen waren zó hoog. 
En toen al zag ik het zwerk drijven boven 
de spits van de Roomse toren.  

Vlakbij huis schold een buurjongen: 
"Brillejoad !!"

 

© Cor Visser (Leeuwarden). 

 

ingezonden themagedicht  

thema "jong zijn" 


bezoek 

Dat wij elkaar die eerste handjes geven, 
we moeten wel klein zijn: kniekousen, jasjes 
met veel ceintuur en knopen voor het aftellen. 

We rekenen nog niet, taal zeggen we, we leren 
schrijven of het is zondag want ik ben bezoek: 
ik ben van waar het anders is. Daarom zingen 
ook van mij woorden de versjes in, dat het 

past. Wij weten meer: het schip, de vuurtoren, 
we weten water nieuws dat ergens overstroomt; 
daar is mijn pop, daar ga je mij om aaien, kijk 
waar het donkert in de beelden, dat zijn wij. 

We moeten zwaaien, het geeft niet, het gaat over 
later of niet maar ik ben al weer weg en jij nog 
veel te bang voor kusjes. 

 

© Nina Werkman 

 

ingezonden themagedicht  

thema "jong zijn" 


Tien 

voeten op andermans land 
krijtwitte hinkelbaan 
steentje in de hand 
zwiepend touw 
draaien, spinnen, springen 

barsten van de kou 
glijden, vallen, sneeuwbal 
handen blauw 
stalen buizen sprietlopen 
passen, meten, evenwicht 
zondag zoethout kopen 

appels jatten, belletje trekken 
schuilen, lachen, gezien 
de weg was onze straat 
oh, was ik nog maar even tien 

 

© Hanny 

 

ingezonden themagedicht  

thema "jong zijn" 


twee kindervoeten 

twee kindervoeten rennen naar de zee 
de branding komt steeds dichterbij, het 
zand glijdt weg, de bodem zakt, maar 
angst voor een verdwijnend land bestaat 
nog niet, vertrouwen gaat heel ver 

twee kindervoeten rennen naar de zee 

nooit is de hoogtij van de vloed het 
spelen moe, herhaling wordt geboren uit 
de levenslust van golven, verbazing houdt 
zich vast in trance van ademloos 

twee kindervoeten rennen naar de zee 

geen tijd voor zanderige boterhammen 
geen tijd voor vliegers in de wind 

wie speelde er ooit zo lang met mij, zo 
weergaloos lang, wie kwam terug? 
misschien heb ik het wonder nog nooit 
echt gezien of is het tij gekeerd 

ik zoek de kindervoeten weer 
ik wil het feest van zee 

 

© Anneke Wasscher 

 

ingezonden themagedicht  

thema "jong zijn" 


Jonge vader 

het vaderschap stond 
mijlenver van zijn leven 
tot hij 't zag - hoe het vulde 
de kom van zijn handen, 
die knuistjes die nu al zijn 
vingers omspanden 

nieuw geluk was geboren 
kreeg na het flesje de hik 
"lief", fluistert hij, "mijn hart 
weet veel beter dan ik" 

 

© Aukje Tillema 

 

ingezonden themagedicht  

thema "jong zijn" 


Ode aan Groningen 

Van Turfsingel naar de 
Noorderhaven waarna heel 
abrupt het ommeland ons 
welkom heette, 
liepen we langs het water 

tot zich een mooi plekje 
aan de oever bood, 
jij in je blije zomerjurk 
en ik in verlegenheid, 
gewoon wat praten over 

niets, een vogel in de vlucht 
en zag je die vis? En peinzend 
zwijgen; toekomst veel te ver, 
een snoepje. een slokje fris. 
Daarna terug, daar waren weer  

de stadscontouren. Mijn hand 
in licht beroeren van dunne 
stof, één enkel streel langs vlecht, 
die was zo lang... wat wisten wij 
van het geluk dat bij ons was; 

we waren jong, heel jong nog 
en bovenal heel bang. 

 

© JohnN 

 

    
© Copyright Hernehim Cultuur 2001-2009   

Hernehim      

een cultuurpagina 

HOME 

   
   
   
   
   
           Hernehim 
          
pagina thema poëzie 
Hernehim
                   Boeiend om te bezoeken. 
                   Vrij en onafhankelijk. 
                   © HC 2001-2009
Redactie:               John Zwart
Bijgestaan door:    Monica Boschman en Anke Labrie 

                   Thema van de maand: Het huis 

Laatst bijgewerkt: 28.02.2010 

Hernehim opent aan het begin van elke maand een nieuw thema. 
Een openingsgedicht van een gerenommeerde dichter, of uit de eigen
redactiegelederen, zet de toon. 
Alle dichters die zich door het thema aangesproken voelen kunnen 
toepasselijk bestaand of nieuw geschreven werk inzenden
Het thema staat de hele maand open. Een afgesloten thema blijft 
staan onder het actuele zodat alle inzendingen tenminste gedurende 
een volle maand op deze pagina te lezen zijn. 

HOME 
Nieuws  
Blog en proza 
Themapoëzie 
Vrije poëzie   
Vertaalproject 
Proza  
Activiteiten 
Over schrijvers 
Archief 
Contact     
   

Februari 2010 
Thema van de maand: Het huis 

Illustratie: tuinpad met kippen - 1916
Olieverf op linnen van Gustav Klimt   
Expositie: Verloren gegaan werk *)

*) Afbranden van Schloss Wilmersdorff 1945.  

   
   
introductiegedicht  


Laat het zo blijven 

Zo leefden we daar in Venetië weken 
als man en vrouw. Schrijf me nooit. 

Ze had in haar handen wel geschiedenis, 
genoeg, maar geen ander dacht ik. 

Hopeloze liefdes daarvan denken ze 
vaak dat ze interessant zijn. Niet voor 

mij, ze horen er gewoon bij, als regen, 
warme regen. Om te groeien en te rotten. 

Zo lagen we lang te kijken hoe het water 
uit het barokke plafond brak. (arthouse) 

Zouden we elkaar ooit ontmoeten? We, we
zijn toch, zei ik waarom moet het zo, zo 

Een grijs riviertje, modderig, van oog 
naar oor, dat ik dat dacht, dat is wat 

ik mij nog heel scherp herinner. 

Liefste, ik zie je liever niet weer. 
Laat het tussen ons zo blijven, as ever, 

kisses, C.
Of iets dergelijks.

 

Rutger Kopland 

 

 

Het gedicht hiernaast is van Rutger Kopland, een van 
de dichters van de oudere generatie die nog altijd graag
gelezen wordt, ook door veel jonge mensen. De bekende 
dichtersnaam is een pseudoniem voor R.P.H van den 
Hoofdakker (1934) emeritus hoogleraar psychiatrie aan
de Rijksuniversiteit Groningen, de andere kant van zijn
bestaan. Een tweesporig leven, nu in stil getij in het dorp
Glimmen in het grensgebied van Groningen en Drenthe.

Een rustig en bescheiden man, die zich liever niet liet
binnentrekken in het spektakel die een uitverkiezing tot
Dichter des Vaderlands met zich mee zou brengen en 
ook onderscheiding met koninklijk eremetaal hield hij af.
Vele bundels met vaak filosofische poëzie van zijn hand 
werden met prijzen bekroond. De belangrijkste twee zijn
de Herman Gorterprijs van 1975 voor de mooie bundel
"een lege plek om te blijven" en de P.C.Hooftprijs van 1988
als oeuvreprijs. 

Legendarisch is nu al het gedicht "jonge sla" geworden,
waarover hij zelf zegt: "als ik ergens kom voordragen hoop ik
dat ze daar maar niet om vragen".
Het gedicht hiernaast komt uit de bundel "wie wat vindt 
heeft slecht gezocht"
(Van Oorschot 1972). 

 

   

inzendingen

ingezonden themagedicht  

thema "het huis" 


Achter het stille raam 

achter dat hoge stille raam, 
uitziend over de tuin 
die niet meer is 
-parkeerblik- 
ziet mijn oog slechts donkerte 

mijn blik keert om, 
droomt neer in boomkruinen 
waar door lindelente 
gestorven jonge vrouwen 
voorbij fietsen 

en achter mij haar stem 
ik ben nu heel oud, jij bent 
het enig kleinkind 
dat mij nog bezoekt 
ik ken je als je praat 

ik kan je mijn lange leven 
gaan vertellen, avonturen 
weinig en toch zoveel gebeurd 
dat nu als een zucht voorbij 
schijnt door het harde werken 

weer neem ik afscheid 
zij raakt mijn hand met bei' 
haar handen, ja je bent het echt, 
de andere morgen roept ze: 
zuster, ga ik nou dood? 

ik kijk omhoog 
-van tussen het blik- 
naar het hoge donkere raam, 
nu weet ik zeker: ik zie 
haar schim, zij lacht naar mij. 

 

© JohnN 

 

ingezonden themagedicht  

thema "het huis" 


Onder ons gezwegen 

sinds kort heb ik dit krot gebombardeerd 
tot toevluchtsoord van mijn lichtste dichtersjaren 
harten, hangsloten, alles kan tenslotte breken 
de dode kat die in de greppel gonst van vliegen 
neem ik voor lief als een vergankelijk teken 

de schemeruren waarin het sijpelt door het dak 
zijn zeldzaam om de lemen woorden snel te rechten 
zo ook de nachten dat de raki en de zinnen vloeien 
ik zoet de vijgen, de olijven in liefdesstrofen pers 
met minnaars op mijn lippen, de goeden en de slechten 

ik dank de goden en barbaren in het algemeen 
je weet nooit hoe vloeken aan de houten wanden hechten 
hoe sporen naar de greppel naast een dode kat verwijzen 
want zie de mannenschoenen leggen nog getuigenis af 
van hoe ik voor dag, hier en nou, letterlijk moest vechten 

 

© Geertruud Otten 

 

ingezonden themagedicht  

thema "het huis" 


Voorbij 

Het huis waarin wij samen waren 
biedt anderen liefdesonderdak, 
maar tussen ons staan nu de jaren 
waarin geluk aan scherven brak 

Het huis waarin wij samen waren, 
de kamer en het zachte bed, 
voorbij. Voorbij zijn ook de jaren, 
in diepe lijnen vastgezet 

Lijnen in gezicht en handen 
waarmee wij hebben liefgehad 
Voorbij, verbroken alle banden 
Vreemden zijn wij in dezelfde stad 

 

© Cor Wulffelé 
Uit zijn bundel "Dode zanger" - nov.2002 ISBN 90-807514-1-3

Dit gedicht plaatste ik in respect voor dhr. C.Wulffelé 
die ik kende in de jaren 2002-2004.
Hij was toen reeds op jaren en had een slechte gezondheid.
In het laatstgenoemde jaar wilde hij niet meer achter de pc
en zou ook geen poëzie meer schrijven. 
Ik weet niet of hij nog leeft. (Red.Hernehim) 

 

ingezonden themagedicht  

thema "het huis" 


Ouderlijk huis 

Zij boog zich omdat ze moeder was 
naar mij toe: “Tem me maar.” 

Vader leunde mee met haar verwende kant. 
Een vader doet zo. Weet langer. 
Hij zit stevig in elkaar. 

Kent de tuigen om een vrouw uiteen te halen. 
Het schroeven, het beitsen, het gommen. 

Ik reikte ze hem aan. 

Nu doen graafmachines wat hen is opgedragen: 
me overvallen met haar grond. 

Hier groef ze ons in. 
Geest, die door mijn afgesloten gangen 
nog dezelfde onrust blaast. 

Grondig wilde zij die behandeld. 
Ach, hoe we hier liggen. 

Ik draai de hoek om. 
Te haastig voorbij. 

 

© Lisette Waterschoot 

 

ingezonden themagedicht  

thema "het huis" 


Ons huis, ons thuis 

Hier, met oude foto's aan de wand 
met beelden uit vervlogen tijd 
de stoelen netjes aan de kant 
op 't rode kleed met franjerand 

Hier, waar de klok de tijdloosheid 
van alles om mij heen bestrijdt 

Hier, gekapseld tegen storm en wind 
meer dan beschutting die ik vind 
hier binnen heb jij iets gebouwd 
waaraan mijn hart is toevertrouwd 

 

© Cor Visser 

 

ingezonden themagedicht  

thema "het huis" 


Huisje nummer zeven 

de geur van vers gemaaid gras 
verbloemt het dorre leven 
in dit hof, dat nimmer groen was 
zoek ik huisje nummer zeven 

een bord geeft wat weg is aan 
Lindeplein, slechts een gegeven 
ik zie geen linde staan 
maar wel huisje nummer zeven 

daar versteent meneer van Lem 
hij was wat achter gebleven 
de gemeente metselde hem 
in huisje nummer zeven 

 

© Hanny 

 

ingezonden themagedicht  

thema "het huis" 


Hunsingo  
(voor C.O.Jellema

Onherbergzaam is dit land 
in de winter 
als zijn grenzeloze ruimte 
al wat zich erin bevindt 
oplost in zijn mist, 
kil wijst het de vreemdeling 
naar onbestemde plaatsen 
langs onkenbare wegen 

Het is 't onbewoonde land 
na de oogst 
als het gewas de kleffe klei 
weer zeebodem laat,  
schaarse boerderijen  
in verweer tegen de leegte 
in zichzelf gekeerd de 
schouders optrekken 

Meanderend de wegen als 
't verloop van diep 
gelegen maren waarlangs 
straks bij vorst en tegen wind 
schaatsers voortgaan, doelgericht 
zoals de laatste bietenwagen 
hier overhellend grommend 
door de bochten wringt 

Wie zo volhardt verschijnt 
aan 't eind 
vanuit 't grijs een wierde 
warm bewoond, 
verlichte vensters ogen van 
hem uitkijkend door de tijd 
over het pad. Komt iemand? 
Je werd allang verwacht 

 

© JohnN 

 

ingezonden themagedicht  

thema "het huis" 


Trouwdag 

Verdomd na 38 jaar sta ik nog steeds 
te klepperen en weer geef je niet thuis. 

Mijn brieven worden niet gelezen, 
ik zie ze liggen op de kokosmat, 
sommige aangevreten net als ik 
de tand des tijds heeft 
het papier geen goed gedaan. 

De voeten traag door roest en meer gewicht 
ga ik kilo’s zwaarder terug. Mijn missie is 
nog niet ten einde. Als ik verstijfd 
in hanepoten aan je schrijf 

bezorg jij dan de post meneer 
per auto of per zwarte koets, 
nog eenmaal samen, gordijntjes 
dicht en zo intiem als toen. 

 

© Gusta Bastian 

 

ingezonden themagedicht  

thema "het huis" 


Ik zoek het huis 

de lichtinval herinnert zich het oude huis 
verlangen vindt de kleur die ik het liefst 
wil zien 

de kamer past nog als een veelgedragen 
jas, de geur van oud vertrouwen klampt 
zich vast 

gedachten tasten langs de muur met 
handen van een kind, verwachten steun 
te vinden 

de voetstap op de houten vloer kan van 
een moeder zijn, haar moet ik toch 
herkennen 

misschien vertekent schemering mijn 
beeld, is wat ik zie een onvervulde 
wens 

 

© Anneke Wasscher 

 

ingezonden themagedicht  

thema "It hús" 


Ut hús 

It hús otteret my fuort 
de hurd wapperet my nei 
de gong glânziget fan langstme 
my nei de doar te dikerjen 

as hie ik der gjin jierren 
soarch kloane 
yn in griengiele gloed 
wurd ik no opdreaun 

dat ik gean 
stap 
foar 
stjit 
de stoepe ôf 

as ik omsjoch prúst 
it hús my út 
ruten blikkerje yn it tsjuster 
stiennen foegje harren byinoar 
in HEGE RECH slút it ôf. 

 

© Miranda Mei 

 

thema "het huis" 

 

Uit huis 

Het huis ettert me weg 
de haard wappert me na 
de gang glanst van verlangen 
mij naar de deur te staren 

alsof ik er geen jaren 
zorg heb gekloond 
in een groengele gloed 
word ik nu opgestuwd 

dus ik ga 
stap 
voor 
stoot 
de stoep af 

als ik omkijk proest 
het huis me uit 
ramen blinken donker 
stenen voegen zich aaneen 
een HOGE RUG sluit het af. 

 

© Miranda Mei 

 

ingezonden themagedicht  

thema "het huis" 


Huize Oudehorst  

rond de tafel van gebreken 
rollen stoelen af en aan 
wie lust heeft of wil spreken 
kan zich hier te buiten gaan 

aan thee met een biskwietje 
smachtend naar het blonde bier 
of cuba libre met een rietje 
tapt men uit and’re vaatjes hier 

kom kwezelen en klaverjassen 
doe handarbeid of gymnastiek 
op donderdag is ‘t bingo krassen 

en rond de tafel van kreupelhout 
brult broeder Wout weer fanatiek 
wel eten hoor! anders worden we niet oud 

 

© Hanny 

 

ingezonden themagedicht  

thema "het huis" 


Dozen  

We hebben het leeggehaald 
het stond er 
vol kartonnen dozen 
van een bekend zeepmerk 

Ze zou het gezien hebben 
en gewaardeerd 
ze zeepte ons in 
en ons wasgoed 

Ze was er 
handig in 
in het inzepen 
het wassen en strijken 

 Van zaterdag tot 
en met maandag rook het 
in huis naar zeep 
ze maakte graag schoon 

Wij doen het nu 
veegschoon 
de makelaar kan 
elk moment met een klant komen 

De dozen moeten 
opgestapeld, opgeruimd 
onze geschiedenis 
in dozen die naar zeep ruiken 

Dozen die we dichtvouwen 
en met plakband sluiten 
een afsluiting die nog ademt 
haar adem van palmolive. 

 

© Harry Daudt 

 

ingezonden themagedicht  

thema "het huis" 


Woning 

Ze blijft maar staan. Net als wij gehecht 
aan vaste stek, de dingen op hun eigen 
plek. Tussen geuren van geheimen, 
stof dat dommelt onder boeken geparkeerd 
in kasten, onder vloerkleden, het waterbed. 
Muizenissen schuilen achter het behang.  

De baarmoeder van heimwee. 
Vesting voor geschreeuw, gezwijg, 
voor kamerbrede tripjes van verlangen. 
En altijd met een tafel om te leren delen 
in dat licht zo ingetogen als herinnering. 

Zelfs onbewoond nog wachtend op 
gemorrel van de sleutel in het slot, 
op digitale klokken stil van tijd verschietend. 
Leeg of niet, pal achter ramen tikken ze: 
seizoenen die in file door het uitzicht gaan – 

 

© Inge Boulonois 
   
Uit de bibliofiele bundel "3 x 3 x 3" 

 

ingezonden themagedicht  

thema "het huis" 


Te laat 

Achter de brede voordeur 
met de leeuwenkoppen 
is het stil 
het dikke tapijt smoort 
de voetstappen 
en niemand heeft de klok 
aan zijn staart getrokken 

het is de stilte van de 
ingehouden tranen 
als de deur zacht kreunend 
sluit 
ontmoeten ze elkaars ogen 
zien de hunkering voorbij 
en laten los, te snel 
de trillende lucht van 
verwachting zakt neer op 
de kop van de pauw in het kleed 

al wachten ze op 
het ene gebaar 
ze lopen elkaar 
voorbij - 
het hart in de keel 

 

© Aukje Tillema 

 

ingezonden themagedicht  

thema "het huis" 


het huis huilt 

verlaten stoelen kennen de 
bewijzen van de daden, in 
schuilplaats zoekt een 
boetekleed de schuld 

het huis huilt hol en 
huivert bruine vlekken 
op de vloeren, behang 
verraadt in bloed de wraak 

beelden van een oorlog 
wennen nooit aan open 
wonden, de toga van de 
pleiter zal tot stof vergaan 

procesgang gaat gehuld 
in groots gebaar van woorden 
getuigenis wordt schaamte- 
loos monddood verklaard 

toch wordt de arme aanklacht 
niet vergeten, want lege stoelen 
zullen altijd koude doden weten 
hebben wel hun angst verstaan 

 

© Anneke Wasscher 

 

ingezonden themagedicht door: Jelou   

thema "het huis" 

 

Je had nog zo gezegd 

Het dak besloeg een ruimte 
groter dan jouw onrust 
vluchten kon 

Ik ga ervoor, lag nog vers 
onder de pannen, de koekoek 
was getuige 

De muur was blij geweest, 
het frisse geel een jas om 
warm te dragen 

Je geur had sfeer gebracht in 
weggedoken hoeken, sporen 
wanhoop uitgewist 

Het rook naar levenslust, al 
hing de spiegel daar met 
droeve ogen 

Ik ga ervoor, had jij gezegd, 
maar onder het dakspant 
verklaarde jij jezelf 

volkomen onbewoonbaar. 

 

© JELOU 

 

ingezonden themagedicht door: JohnN  

thema "het huis" 


Ald' plaets  

Oneffen vensterglas verzacht 
strakke akkerlijnen, 
spiegelt honderdvijftig jaar 
verkavelinghistorie, 
maar door steeds meer gaten 
wekt winterwind de vlekken 
in 't vergaan velours tot leven 

Het boeket rozen door lang 
gestorven handen zorgzaam 
in de vaas geschikt 
vervalt tot stof  
Elke vroege lente bloeien 
de sneeuwklokjes nog, scheurt 
de gevel weer wat breder 
Herfststormen dollen 
met dakpannen, 
zolang de broedervete duurt. 

Sinds de dood door de 
draden van traditie knipte, 
neemt hij het erfdeel mee, 
steen voor steen.  

 

© JohnN 

 
    
© Copyright Hernehim Cultuur 2001-2009   

Hernehim      

een cultuurpagina 

HOME 

 


De culturele pagina's worden onafhankelijk gepubliceerd en geredigeerd door John Zwart