Hernehim 
pagina poëzie 

Laatst bijgewerkt:
02.02.2012

Hernehim alcedo atthis - ijsvogel
Maandthema voor poëzie: winternacht  


Dit is een pagina waarop ik per maand op een thema
één of meerdere gedichten publiceer
Lezers die zelf actief zijn met poëzie zijn vrij om werk in te sturen
Als het gedicht bij mij in de smaak valt wordt het hier geplaatst
Boze e mails wegens niet-plaatsing zijn verspilde energie
Maar inzenden mag naar het bekende redactieadres 

Boeiend om te bezoeken. 
Vrij en onafhankelijk. 
© HB 2012. 

Hernehim is de website van John Zwart  Contact     

HOME   Blog     Nieuws   Poëzie 

   

Edvard Munch impressionist - Werk Winternacht - 1923
In 2011 te zien in de Kunsthal Rotterdam - Privé bezit (bruikleen)
 

 


het licht 

het licht bestaat 
bij gratie 
van het donker 
zoals het leven bestaat 
bij gratie van de dood 

even het kleine leven 
ervoor en erna 
de grote dood 
de ongekende 

leven met zicht 
donker en licht 
van nature 

waartoe zouden we 
zelf nog meer 
duisternis scheppen 

© John Zwart2002 

 

 

© Copyright - De gedichten op deze poëziepagina zijn en blijven eigendom van de © auteur. Kopiëren en vermenigvuldigen zonder toestemming vooraf is verboden 

hernehim.nl 

HOME 


Deze website wordt geheel onafhankelijk gepubliceerd en geredigeerd door John Zwart

 

  
Hernehim 
pagina poëzie 

Laatst bijgewerkt:
30.01.2012

Hernehim passer domesticus
Maandthema voor poëzie: stroom, stromen  


Dit is een pagina waarop ik per maand op een thema
één of meerdere gedichten publiceer
Lezers die zelf actief zijn met poëzie zijn vrij om werk in te sturen
Als het gedicht bij mij in de smaak valt wordt het hier geplaatst
Boze e mails wegens niet-plaatsing zijn verspilde energie
Maar inzenden mag naar het bekende redactieadres 

Boeiend om te bezoeken. 
Vrij en onafhankelijk. 
© HB 2012. 

Hernehim is de website van John Zwart  Contact     

HOME   Blog     Nieuws   Poëzie 

   

 

René Magritte surrealist - Werk Collective Imagination 
Olieverf op doek te zien in Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen Düsseldorf-BRD

 

Noch mens noch vis 

Zilt vruchtwater 
stroomt als warm omhulsel 
omgeeft het oerbestaan 
zoals het embryo ervaart 
gedompeld in dat diep 
verleden dat ons verenigt over 
heel de schepping heen; 

en als vanzelf verandert 
elk onderbeen in een 
gespleten staart, voegt zich 
de huid aan stroomlijn 
die het lichaam met haar 
oorsprongsbiotoop vervloeid 
laat zijn, en wéér die meermin 
- telkens opnieuw – ontstaat 

© John Zwart2002 

 

 

De Belgische schilder René Magritte (1898-1967) verloor als 13 jarig kind zijn moeder.
Hij vond 's morgens vroeg haar dode naakte lichaam in het riet van de Sambre-oever.
Zij had een witte doek om haar hoofd gewikkeld. 

René Magritte verbeeldde zich dat zij was verdronken omdat zij zo graag vis
wilde zijn. Later als schilder kwamen regelmatig vissen voor in zijn werk, 
en figuren waarvan het gelaat onder doeken schuilgaat. 

zoals vogels altijd weer 
in een dichte zwerm 
uitwijken naar het zuiden 

zoals kuddes altijd weer 
tijdens de grote trek 
het dorre land verlaten 

zoals mensen altijd weer 
in vermoeide massa's 
vluchten voor elkaar 

zo probeer ik altijd weer 
in mijn dooie eentje 
te ontkomen aan mezelf 

 

© Anke Labrie - OBA Amsterdam Gedichtendag 2012 


panta rei
 

pieren, lichten op hoge ijzeren 
staketsels in de open omarming 
waaruit wij ontkwamen 
vervagen al achter de kim 

mijn boeggolf in onverbroken tuimeling 
schuift bruisend langs mijn flanken 
in nimmereindig tijdverdrijf 
verkleint nu in ver verleden 

onontkoombaar hoe de kleuren 
van de tederste omhelzing 
reeds verbleken 

 

© John Zwart    

 

 


Stroming 

op 't strand
raap ik een veer op
van een zeemeeuw 

doop 'm in zout water
en schrijf
een luisterboek
over het wisselend tij 

© Inge Deconinck 

 

 


Vrouwvis 

ach zotteke 
wat doet gij hier 
zieltogend 
op het strand? 

gij waart 
een blonde zeemeermin 
uw schubben glansden 
zilver 

mag ik u kussen 
opdat gij leven zal? 

 

© Marion Spronk 

 

 


Een watermerrie 

ik ontdeed mij stukje bij beetje 
hevelde been na been 
en dan; 
geen plaatsje overslaand 
de ogen gesloten 
gewoonweg zalig 
zo'n jaarlijks terugkerende weldaad 

daar toch ontglipte mij de zeep: 
op de tast, de voet vooruit 
gleed ik pardoes op mijn stuit 
trok mij, nogal geschrokken 
omhoog aan stevig houvast 
welk ineens, om een reden, 
onverklaarbaar brak 

al stui 
stui 
stui 
stuiterend dreef ik van de trap 
ploeterde, vocht, maar zonk onder 
wijl het kolkende water 
snel tot aan de vensters steeg 
het huis spontaan uit z'n voegen deed barsten 

mee vloeide ik in een waterval 
ik viel en viel oneindig diep 

een smak, een kledder 
nat naast mijn waterbed 

© Rudolf Schinkel 

 

 


In zeearmen 

In zeearmen
wil ik verdrinken
me om en om wentelen
in het herkende water 

in de warme vloedgolf
het gekende land ontkennen
de horizon afwenden 

alleen nog maar
de zoute lippen
van de zee
de eenzame mond
van mijn schipper 

© Femmie Elshout - 2002 

 

 


Golfbeweging 

de zee werpt zich 
op het strand 
geeft golven prijs 

houdt steeds wat achter 
voor 
zichzelf 

© Inge Deconinck - 2012 

 

 


Tot het verdwijnt 

Een vogel door de storm
bewogen wanneer het
elke reden mist – 

Een gedicht dwarrelend van
straffe woorden – in een
herfstig perspectief – 

Voortgejaagd, te vliegen
en te dalen, licht en
vooruitstrevend – 

Opgaand in het groter
geheel van vluchtige
wolken – 

Uit zicht. 

© Elbert Gonggrijp - 2012 

 

 

© Copyright - De gedichten op deze poëziepagina zijn en blijven eigendom van de © auteur. Kopiëren en vermenigvuldigen zonder toestemming vooraf is verboden 

hernehim.nl 

HOME 


Deze website wordt geheel onafhankelijk gepubliceerd en geredigeerd door John Zwart

           Hernehim 
          
pagina thema poëzie 
Hernehim
                   Boeiend om te bezoeken. 
                   Vrij en onafhankelijk. 
                   © HC 2001-2011 
Redactie:                             John Zwart 

Presentatie, illustratie:        Niesje de Jonge en Anke Labrie 

                   Thema van de maand:    vooruit ! waarheen?   

Pagina laatst bijgewerkt: 30.12.2011 

Hernehim opent aan het begin van elke maand een nieuw thema. 
Een openingsgedicht van een gerenommeerde dichter zet de toon. 
Alle dichters die zich door het thema aangesproken voelen kunnen 
toepasselijk bestaand of nieuw geschreven werk inzenden
Het thema staat de hele maand open. Een afgesloten thema blijft 
staan onder het actuele zodat alle inzendingen tenminste gedurende 
een volle maand op deze pagina te lezen zijn. 

HOME 
Nieuws  
Blog en proza 
Themapoëzie 
Vrije poëzie   
Vertaalproject 
Proza  
Activiteiten 
Over schrijvers 
Contact     

 Archief pagina's 1 voorafgaand jaar: 
Nieuwsarchief 
Blogarchief 2010 dec-juli 
Blogarchief 2010 juni-jan 
Themapoëzie archief 2010 

 Verslagen en recensies: 
archief 2010 
archief 2009 
archief 2008 
 Overig proza archief:
proza 2008  
   

december 2011 
Thema van de maand: vooruit! waarheen?  

Illustratie:   Vrouw te paard - 1922 
Olieverf op doek  -  René Magritte (1898-1967) 
Expositie:   Musée Magritte Museum, Brussel - Bruxelles, B   

 

   


Gust Gils 

is een al half vergeten Vlaamse schrijver en dichter die het prikkelend thema 
"Vooruit! Waarheen?" op Hernehim Cultuur mag dragen. 
Hij werd geboren te Antwerpen in 1924 en overleed negen jaar geleden in dezelfde 
stad op 78 jarige leeftijd.
In zijn levensonderhoud moest hij voorzien als bediende, maar het kunstenaarschap
beheerste zijn leven van jongs af. Hij hield zich bezig met allerlei beeldende kunst, 
van tekenen tot graveren, in de jaren vijftig werd het vooral de houtsculptuur. 
Daarnaast schreef hij paraproza, een soort science-fictionachtige absurde verhalen 
en poëzie. In de jaren 60 en 70, toen de wereld in de ban was van de bemande
ruimtevluchten en maanlandingen, raakte Gils gegrepen door science-fictionlectuur
die zijn eigen werk blijvend zou beïnvloeden. Een generatie ervoor was landgenoot 
René Magritte als schilder al naar het surrealisme gegroeid 
(Ceci n'est pas une pomme) - in een vergelijkbare ontwikkeling gaat Gils richting 
absurdisme (Gefotokopieerd). 
Maar waar het werk van Magritte volle ernst is, kenmerken Gils' schrifturen zich 
door humor en zelfspot. 
In 1954 was hij al mede-oprichter van het experimentele literaire tijdschrift "Gard Sivik"
genoemd naar het gelijknamige roemruchte Jazzcafé in Antwerpen. 
In 1966 krijgt Gils de Lucy B en C.W. Van der Hugtprijs voor zijn bundel "Een plaats 
onder de zon" en in 1996, aan het eind van zijn productieve jaren, valt hem nog de 
Oeuvreprijs van de Vlaamse Gemeenschap ten deel. 
In Nederland is Gust Gils aan de aandacht van het grote publiek ontsnapt, maar 
in 2004 wijdde VPRO Boeken postuum een uitzending aan deze opmerkelijke maar 
toch vrij onbekend gebleven dichter. 

© John Zwart29 november 2011 

   Gust Gils   

   


Gefotokopieerd 

eerst
heb ik fotokopie genomen
van mijn ogen 

daarna
hetzelfde gedaan met de rest
van de wereld
en nu
kan ik met gerust gemoed
de ene kopie de andere
laten observeren 

zodat er
niet langer behoefte bestaat
aan de originelen 

 

Gust Gils 

 

william burroughs rides again 

kwam daar de biochemies telegeleide
innerlijke brigade aangerukt
om mij op heterdaad
van bewustzijnmisdrijf te betrappen maar
bijtijds nog 

kon ik ontsnappen per schietstoel
vanuit mijn eigen hersenpan
ook ik ben niet van gisteren
gij sibernetiese heren van het
seksvrije geweld 

 

Gust Gils
Uit: "Afschuwlijke roze yogurtman"
Manteau – Antwerpen-Amsterdam 1972 

 


Een horizontale lijn die stijgt naar een verticaal 

Het begrip "vooruitgang" was in de christelijke wereld 'in den beginne' niet bestaand. 
Immers eerst was er een paradijselijke toestand geweest... maar daaruit werd de mens
verdreven. Hij kwam in een staat van barbarij terecht en moest voortaan zwaar en 
langdurig boeten om die oorsprongsstaat weer enigszins te benaderen. 
Geestelijke zaken hadden veel meer betekenis in het leven dan materiële. 
De gedachte aan het bestaan van een proces van "vooruitgang" komt eerst in de 
Renaissance (periode 1400-1600) waarin basis wetenschappen worden bestudeerd en
oorspronkelijke inzichten tot opbloei komen (periode 1500-1700). Uit die wetenschap 
evolueert de techniek, tijdens de Verlichting (periode 1650-1800), waarin vervolgens
breed het bewustzijn groeit dat men leeft in een tijd van vooruitgang, gesymboliseerd 
door de stoommachine. 
In de kunsten wordt de Verlichting echter als verarming ervaren omdat fantasie, gevoel 
en geest lijken te worden verdrongen door het rationele, berekenbare van de techniek,
waardoor men niet meer in de diepte gaat. In reactie daarop komt de Romantiek
uit verzet, in hang naar de tegenovergestelde richting: de natuur. 
In de recente eeuwen (periode 1800-2000) ziet men steeds duidelijker hoe de techniek
almaar méér mogelijk maakt, wat tot hoge waardering van het menselijk intellect leidt:
"mind over matter". De technische verworvenheden volgen elkaar steeds sneller op, 
de aanhangers van de Romantiek vervallen in nostalgie naar het verlorene: 
de Zwarte Romantiek is een kenmerk van veel kunstenaars uit begin 19e eeuw. 
Maar er zijn er ook die dan juist de moderne wereld voluit omarmen en dáárbij weer hun
fantasie vrij spel geven, de boeken van de Franse schrijver Jules Verne (1828-1905) zijn
daar fraaie voorbeelden van. 

In de 20e eeuw stelt men onomstotelijk vast dat kennis zich in versnellend tempo 
ontwikkelt en de theorie krijgt aanhang dat wetenschap en intellectuele vermogens 
niet lineair maar exponentieel groeien. Men meent er eenzelfde proces als celdeling 
in te herkennen. In dat geval moet de lijn van die versnellende ontwikkeling op weg zijn
naar een verticaal, een eindfase als een explosie. 
Hiermee zijn we al volop in de sciencefiction beland. 
Waar Jules Verne's technische fantasieën nog tot beredeneerde mogelijkheden waren
te herleiden, de Amerikaanse auteur Vernor Vinge (1944) -opgeleid in de informatica- 
slaat met zijn literatuur geheel de weg van sciencefiction in. Daarmee is niet gezegd 
dat óók hij niet overtuigd zou zijn dat zijn verhalen op afzienbare termijn werkelijkheid
kunnen worden. Binnen technologische singulariteit wordt het mogelijk dat straks 
intelligentie wordt gemaakt die groter is dan die van de mens die deze nieuwe entiteit
creëert. De gedachte wint plaats dat "het zwijgend stille universum" verre van leeg is, 
maar "vol van intelligentie zover ontwikkeld dat het zich van onze beperkte wereld 
heeft afgewend". 
Beperkt nog, maar op dit moment wordt serieus transhumaan onderzoek verricht om 
het menselijk brein rechtstreeks te koppelen aan een computerbrein dat de capaciteit
van het mensbrein in een klap gigantisch zou kunnen vergroten. 
Vinge voorspelt ons al een datum: in 2030 is het zover. 

© John Newswatcher  - Bronnen: Wikipedia Media en VPRO Wetenschapsubrieken.


de pijnfuif 

vrienden ik heb de pijn
maar op de kachel gezet
om ze warm te houden 

als iemand pijn wil 
ze is lekker vers 
neem gerust 

en neem wat meer 
er is pijn genoeg 
voor iedereen 


Gust Gils 
Uit "Uniek Onkruid" 
Manteau – Antwerpen-Amsterdam 1972 

Citaat:

"Het vlees is zwak
en de wil is ook niet veel zaaks"

Gust Gils (1924-2002)

 

   

inzendingen  

Laatste upload binnen de themamaand december 

   
   
 

2011 - 2012 

ieder einde tegelijk 'n nieuw begin
omdat tijd geen rust kent ontglipt
ieder moment, slechts in een veelvoud
van herhaling vinden we behoud

© JohnN 


ingezonden themagedicht     
   


Oud en Nieuw 

hoor, de wanden 
van het ei kraken 
het barst uit zijn voegen 

de oude vogel 
ligt verfomfaaid 
in zijn stervensuur 

het vuur van 
een nieuw jaar zindert 
vernietigt de sintels 
van wat voorbijgaat 

 

© Marion Spronk  

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?     
Marion Spronk  

ingezonden themagedicht     
   


Een magische poort 

ik zoek me een nieuwe weg 
om alles wat op mijn pad komt 
te verwerken 
het is te overvloedig 

ik zoek me een nieuwe weg 
een tweede manier 
om de finale te halen 

wie weet die magische poort 
waarachter 
die weg voor mij ligt? 

 

© Inge Deconinck 

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?     
Inge Deconinck  

ingezonden themagedicht     
   


Afsluitdijk
            (#2) 

Het licht wil mij iets kenbaar maken – 
mij aan te raken met de zachte
glinstering van golven – 

Gefluister nog niet aan de 
horizon onttrokken – wolken die 
continu op dreiging staan – van 
kwaad tot erger – In een morgen 

Die op verwachting lijkt – Afsluitdijk – 
zover wij reiken. Alles moet nog totdat 
wij zover zijn haar te verlaten – 

Kilometers verder – een voortdurend 
praten – tegen elke beweging in. 
Niet te haasten. 

 

© Elbert Gonggrijp 

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?     
Elbert Gonggrijp   

ingezonden themagedicht     
   


toverbede 

het meisje ondergaat
haar lijden aan de wereld
en innerlijke chaos 
in noodgedwongen solitude
zo ziet zij dit bestaan 

keuzes maken is haar makke
naast behagen, aandacht vragen 

tenslotte bidt ze,
tot haar sprookjesgod 

tover,
tover mij weg
tover mij een weg 

naar licht en lucht,
eeuwigdurend dons
het liefst nog ben ik Tinkerbell
want sneeuwwit zal ik niet meer zijn 

 

© Cor J van der Stokker 

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?     
Cor J van der Stokker 

ingezonden themagedicht     
   


Wanen 

het regende toen ik je tegenkwam 
de wind joeg door je lange natte haren. 
jij liep hooghartig naar de lucht te staren 
maar zag dat ik notitie van je nam 

jou zo te zien maakte mijn benen lam 
het liefst wou ik me aan je zijde scharen 
om je voor alle wanen te bewaren 
je afgewende blik wierp snel een dam 

ook deze keer liep jij me weer voorbij 
want je gekwelde geest wil blijven zwerven 
hij liet de sterren in je ogen sterven 
en drijft je voort als 't rusteloze tij. 

jij loopt als koning in een oud livrei 
en geeft bevel de hemel zwart te verven. 

 

© Corry van Doorn 

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?     
Corry van Doorn 

ingezonden themagedicht     
   


Vooruit 

vakken van leven en belang 
zorgvuldig gedicht met ritsen 

de vulling bepaalt de smaak 
laten we proeven en eten 

en daarna onze rugzak weer vullen 
met zacht en lach en ach 

 

© Monica Boschman  

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?     
Monica Boschman 

ingezonden themagedicht     
   


Hotel California 

Straks weer 
voor de achttienduizendste keer 
Hotel California op alle radio's 
en weer 
ben ik voor even terug 
in de doorrookte kamer 
waar de nachten dagen werden 
Hotel California en weer 
deze kick voor Frenk 
kijk eens, 
de naalden liggen klaar 
op de koelkast in de keuken 
onder de poster met het zeepmeisje 
naast het gasstel met het hete water 
ja, wij koken de naalden altijd uit 
er is een shot voor iedereen en weer 
Hotel California 

nu een requiem 
voor de verraden jeugd, in memoriam, 
voor de jongens die het niet haalden, 
de vrienden die zich versnoven, 
de klinieken bevolkten, de pensions, 
ze kwamen er nooit meer uit 

California, je weet wel, van de soep 
en de bouillonblokjes, 
en die hit uit de toptweeduizend 
doorgedraaid, dolgedraaid 
doodgedraaid, 
tijd om een tijd te vergeten 
You can never leave.... 

 

© Petra van Rijn 

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?     
Petra van Rijn  

Uit haar winnende voordracht op het Fluxus Festival
 

ingezonden themagedicht     
   


onvertaald 

uren kan ik kijken 
van boven de boeg 
naar opstuwend water 
hoe het breekt en breekt 
en breekt achter de dolfijnen, 
dansende ervóór 
>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>
ik kan niet begrijpen 
waarom zij zólang dansen blijven, 
maar geen woorden vinden 
anderen uit te leggen 
waarom ik zolang 
kijken bleef 

 

© JohnN 

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?     
JohnN  

ingezonden themagedicht     
   


Oostvaardersplassen 

Wat wil de pen. Als ik je beschrijf, op hoeveel
letters kom ik uit – het kale vlak gevuld met
vogels – rustig, in rumoer – bang of 

Onverschillig. Te blijven of te gaan – als het
moet. Als de dood bestaat dan heel snel,
sluipend of op grote wieken. 

Het zal je beurt maar zijn – nergens houvast,
nergens liefde. Er op of er onder. Zoiets
onvermijdelijk. 

Zwart voor ogen zien – je woorden te doven.
De anderen – zij zwijgen – zij hebben nog
tijd voor te vluchten, te grazen, te duiken, 

Te vissen. Bedachtzaam, tot op het einde.
Kijken op of lopen door. Tegen de wind in
de kop in de veren. 

Wie de clou kent, wacht op de vlerken, de
schelmen. Wie hen tegenhoudt is een sterke
– breekt er de wetten – to live or let die. 

 

© Elbert Gonggrijp 

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?     
Elbert Gonggrijp   

ingezonden themagedicht     
   


Het ware Kerstverhaal? 

het was in de tijd van barre winters
dat Jozef de ezel van stal haalde
en zijn geliefde Maria vroeg
de geest te vergeten van wie zij
kuis een kindje droeg 

Jozef had het niet begrepen
en dacht aan het zevende gebod
was zij hem ontrouw geweest
geslapen met de pottenbakker
dan had hij een oogje toegeknepen
maar een rendez-vous met een geest? 

hij bleef wantrouwig maar trouw
en tilde haar op de ezel
nog lang na hun vertrek
klonken spot en hoongelach
de twijfel maakte hem gek 

het was in die tijd van barre koude
dat de lange reis was volbracht
het geesteskind, een zoon, werd geboren
midden in de winternacht
Jozef legde hem in een kribbe
en huilde zacht 

 

© Hanny 

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?     
Hanny 

ingezonden themagedicht     
   


wie ben ik? 

Ik ben een vraag die geen antwoord wil 
daar niet om vraagt of naar taalt 
ik ben een vraag die blijft 
tot in lengte van dagen 
aan wanden knaagt 

ik ben het antwoord 
maar ken het niet 

 

© Monica Boschman 

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?     
Monica Boschman 

ingezonden themagedicht     
   


Lichtmatroos 

Ik droomde dat ik in mijn poppenhuis woonde
en in de leunstoel van mijn vader
over de Zee van de Blauwe Keukentegels voer,
mijn handen waren te klein voor het grote roer,
het fornuis was mijn veilige baken. 

Het achterdeurtje klapperde van angst
voor de klauwen van de woeste wind.
Met stroop of rozijnen? vroeg de moeder
aan haar kind en joeg terloops met harde
hand de wind terug in zijn hok. 

Mijn vader zou gauw thuis komen,
zo wit als de takken van de bomen.
Eigen schuld dikke bult, siste het laatste
kluitje boter in de pan,
had hij maar niet op pad moeten gaan
met dunne zomerkleren aan. 

Ik klom aan wal en sloop naar
het slaapkamertje van mijn ouders.
Over de stoel hingen de knoken van de dood.
De maan die tussen de gordijntjes loerde,
lachte zich een rolberoerte 

om de borstrok en de lange onderbroek
zonder mijn vader erin, wat logisch was
want hij lag stil aan de slootkant
waar het riet een slaapliedje zong,
maar niet voor hem. 

Ik had geen trek meer in pannenkoeken
maar lustte er wel tien
toen ik zijn klompen op het tuinpad hoorde
moest ik verschrikkelijk huilen
om de pannenkoeken waar mijn moeder
zout op had gestrooid. 

 

© Femmie Elshout 

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?     
Femmie Elshout 

ingezonden themagedicht     
   


Het Paleis 

Van een glanzend, geel paleis 
licht weerkaatste op het ijs. 

Onbereikbaar leek het, ver 
als het wenken van een ster. 

Goudgeel licht vormde een pad 
dat ik maar te volgen had. 

IJzig koud was het daarbuiten. 
Planten bloeiden achter ruiten 

planten uit de warme Tropen 
en een glazen deur ging open. 

Als een boeddha zat hij daar 
glimmend, vredig, groot en zwaar 

als een beeld dat, warm en levend 
me aandachtig en toegevend 

aankeek en me wel herkende 
zich goedgunstig naar me wendde 

maar niet groette, noch iets vroeg 
als was het zichzelf genoeg. 

Ik werd warmer en verkilde. 
Vond ik wat ik vinden wilde 

toen ik liep langs ’t gele pad 
dat zo lang was en zo glad? 

 

© Katja Bruning 

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?     
Katja Bruning

ingezonden themagedicht     
   


Voorbij het Noodlot 

Het noodlot zal zich niet verder nestelen in mijn lijf 
Ik duld dat niet
Langzaam maar zeker vecht ik weliswaar
met kleine stapjes om het noodlot uit mijn lijf
te bannen naar afgelegen oorden 

Ergens achter tralies waar het niemand anders treffen kan 

Niet alleen kleine stapjes zet ik
maar ik dirk me op zoals ik nooit eerder deed
Zo herkent het noodlot mij wellicht niet meer
en verdwijnt eenvoudig weg 

vanzelf 

 

© Inge Deconinck 

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?     
Inge Deconinck  

ingezonden themagedicht     
   


Op de huid 

ze zijn als zand
op het oog zacht
vooral in de zomerzon
maar eenmaal in je kleren
gaan ze schuren 

ik ben het oliemannetje
met zijn kannetje
de lijmman die meent
dat hij alle stukken wel
weer lijmen kan 

je kunt altijd het één of
het andere maar niet èn –
en daarom grijp je
meestal mis iets met
een wet van murphy 

geloof ik
dat het is 

 

© JohnN 

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?     
JohnN  

ingezonden themagedicht     
   


vrucht 

ze doet blikken 
kantelen 
uit haar ledematen spruiten 
bloesemende verwachtingen 

ze is iemands kind 
met zijn ogen en zijn mond 

dat je weet, wat je weggeeft 
zal zij niet opvragen 

niet de geloften 
noch de gaten in de tijd 
een enkele judaskus 
of hoe speeksel smaken kan 
met het bouquet van verraad 

zij heupwiegt door het vruchtwater 
zij is de blanke pit 
in de schoot 
ze breekt potjes 
waar anderen zich aan snijden 
zich van geen kwaad bewust 

zo gaat dat, mijn kind

jij bent ogen en oren 
jij bent ongeboren 
je bent de naam van de vader 

als je afgedreven wordt 
door het riool gespoeld 
als een kakkerlak 
weet dan dat ik je vader 
tot barens toe liefhad 

 

© Jolies Hey

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?    
Jolies Hey    

ingezonden themagedicht     
   


Het wordt stilaan tijd 

Het is stilaan tijd voor een ander signaal 

want hoe klein en kil ook je wereld is
toe, laat in je geest geen plaats voor haat
daar gewis ginder stil een onschuld slaapt
gewikkeld in de hartslag van de ouders 

het is stilaan tijd voor een ander signaal 

dan jouw ongeloof in anders denkende
je kent ze niet en toch geef je ze een sneer
beschimpt en schoffeert hen keer op keer
alsof zij zo anders zijn zo meer mens wellicht? 

het is stilaan tijd voor een ander signaal 

 

© Rudolf Schinkel 

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?    
Rudolf Schinkel  

 
ingezonden themagedicht     
   


bestaan er andere mensen dan gelukzoekers 
wijs ze mij aan 
ik zal ze het land uit jagen 

 

© Hans Wap 

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?     
Hans Wap  

ingezonden themagedicht     
   


Winterlicht 

Liefste, tijd bevriest en licht wordt winter
– druppels kou al aan het gras, bomen
stram van lijf en leden. 

Zijn zij onze goede vrienden? Treft ons niet
een zelfde lot – star te zijn tot op het bot
– vergeten namen op de ramen ? 

Ik ontsteek alvast de kaarsen – om te
weten wie wij waren – voor het korten
van de dagen 

– dus breek het brood, drink de wijn en
herinner ons wat voor ons ligt – dat de winter
op zal klaren – en het duister weg zal gaan 

– zoals het schikt – in Gods genade. 

 

© Elbert Gonggrijp 

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?     
Elbert Gonggrijp   

ingezonden themagedicht     
   


Renaissance  

bewust breek ik de avond 
bang dat het zwijgen van de merels 
de tijd vertraagt 
in onbewogen ogen 
en kou doet kruipen in huiverhaar 

van de schoonste scherven 
lijm ik mijzelf merels en meer 
dicht de nacht 
wanneer de maan de torenhaan raakt 
en stap naakt uit dit stilleven 

 

© Hanny 

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?     
Hanny  

ingezonden themagedicht     
   


Autoweg 

We blijven onderweg
naar wat verder op til is.
De haast rolt door en door
op voorgebaande stroken
met naasten nabij opzij 

voorbij. We nemen afstand
strak turend sturend naar later.
Witte strepen houden ons
in toom, ze vrijwaren
rustige en grazige weiden – 

voor als we zijn uitgeraasd. 

 

© Inge Boulonois 

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?     
Inge Boulonois   

Het gedicht is onder een video 
te bekijken op Youtube 

ingezonden themagedicht     
   


Durend zwijgen 

Het is een maanloze nacht 
recht vooruit het zicht naar 
schitterend zwart 
voor de boeg wiegt 
het stralend zuiderkruis 

Gedachten vliegen uit 
op vleugels van lichtjaren 
en teksten komen als vanzelf 
maar zelden uitgesproken 

Woorden moeten sober
blijven met witregels 
onder dit durend zwijgen 

 

© JohnN  

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?     
JohnN  

ingezonden themagedicht     
   
                   Uw themagedicht ?

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?     
Inzender  

   
© Copyright Hernehim Cultuur 2001-2011   

Hernehim      

 een cultuurpagina 

HOME 

   
november 2011   
   
           Hernehim 
          
pagina thema poëzie 
Hernehim
                   Boeiend om te bezoeken. 
                   Vrij en onafhankelijk. 
                   © HC 2001-2011 
Redactie:                             John Zwart 

Presentatie, illustratie:        Niesje de Jonge en Anke Labrie 

                   Thema van de maand:    oogst  

Pagina laatst bijgewerkt: 30.11.2011 

Hernehim opent aan het begin van elke maand een nieuw thema. 
Een openingsgedicht van een gerenommeerde dichter zet de toon. 
Alle dichters die zich door het thema aangesproken voelen kunnen 
toepasselijk bestaand of nieuw geschreven werk inzenden
Het thema staat de hele maand open. Een afgesloten thema blijft 
staan onder het actuele zodat alle inzendingen tenminste gedurende 
een volle maand op deze pagina te lezen zijn. 

HOME 
Nieuws  
Blog en proza 
Themapoëzie 
Vrije poëzie   
Vertaalproject 
Proza  
Activiteiten 
Over schrijvers 
Contact     

 Archief pagina's 1 voorafgaand jaar: 
Nieuwsarchief 
Blogarchief 2010 dec-juli 
Blogarchief 2010 juni-jan 
Themapoëzie archief 2010 

 Verslagen en recensies: 
archief 2010 
archief 2009 
archief 2008 
 Overig proza archief:
proza 2008  
   

 november 2011 
Thema van de maand: oogst  

Illustratie:   De oogsters - 1565 
Olieverf op doek  -  Pieter Bruegel de Oude (1525-1569) 
Expositie:   Metropolitan Museum of Art, New York, NY.   

   


Ed Leeflang 
werd geboren in Amsterdam west in 1929 en studeerde Nederlands in diezelfde 
stad. We hebben deze dichter gekozen voor het jubileumthema "oogst" omdat 
hij een 'zaaier' was – en wie wil oogsten moet eerst zaaien. 
Ed Leeflang was een echte onderwijsman. Zowel als leraar Nederlands op het 
Lyceum in Schouwen-Duiveland als later in Amsterdam op de Pedagogische 
Academie besteedde hij veel aandacht aan de poëzie in zijn lessen. Ongetwijfeld
zullen de leerlingen die daar gevoelig voor waren zich meer zijn gaan verdiepen in
gedichten. Misschien zijn ze die zelf wel gaan schrijven, in ieder geval hebben ze
het plezier van poëzie lezen geleerd.
Ik stel me bij hem net zo'n stimulerende leraar voor als ik zelf ook had.
Leeflang was een man die niet stond te springen om zelf snel een bekende 
publicerende dichter te worden. Omdat hij met zijn werk dicht bij de realiteit bleef
dus niet in de stijl schreef die in zijn tijd 'en vogue' was, was hij zelf wellicht ook 
wat terughoudend. Maar zijn anekdotische gedichten waren heel geliefd bij zijn
leerlingen, die in dit verband als representant voor 'het brede publiek' kunnen 
worden gezien.
Hij publiceerde soms in het blad "Tirade" en stuurde gedichten in voor prijzen, die
hem wel nominaties opleverden, maar geen bekroning. Pas na zijn vijftigste 
verjaardag debuteerde hij met zijn bundel "de hazen en andere gedichten" bij de
Arbeiderspers, de oogst van lange jaren dichten. Het was een rijke oogst, want 
het boekje verdiende gelijk de Jan Campertprijs in 1980. 
Er zouden nog 9 bundels volgen, de laatste postuum. 

Ed Leeflang hield van het vlakke land van Zeeland, de polders en van het strand 
met de duinen. Al zijn gedichten hebben dan ook een band met de natuur, óf met
zijn wereld van het onderwijs. De critici in de laatste twee decennia van de vorige
eeuw waren gewend aan de toen gangbare hermetische stijl - zij waren niet altijd
mild voor hem. Zijn derde bundel "Op Pennewips plek" (1982) met gedichten uit
zijn schoolervaringen kreeg lovende woorden van Ad Nuis, maar Rob Schouten 
zag er vele zwakheden in. Tomas Lieske had later een oog voor alle geraffineerde
vondsten en kwam tot de conclusie dat het echt lang niet zo pretentieloos en
anekdotisch was als op het eerste oog. 
Zelf zag ik dat ook in "De Drieteenstrandloper", waarin het druk voortbenende 
vogeltje aan de vloedlijn tot een dichter wordt die zijn regels schrijft, die vervolgens
door de zee weer worden uitgewist, want immers, de tijd wist alles op den duur.
De toenemende welvaart zag hij nadenkend aan. De oogst van het bestaan... 
hoe is de moderne mens gerijpt, wat heeft hij/zij bereikt? 
Materialisme en hebzucht zijn nu de achtergronden waardoor ons leven wordt 
beheerst. Wat bracht die ons dan een economie die almaar moet groeien?
Zulke gedachten moet Ed Leeflang gehad hebben bij het schrijven van zijn 
gedicht "Reclames in het landschap". 
Ed Leeflang, een laatbloeier, die gelukkig nog 28 jaar verder schreef na zijn 
debuut en op 17 maart 2008 in zijn geboortestad Amsterdam stierf.

© John Zwart – 1 november 2011 

 

  Ed Leeflang  
© foto VPRO

 

 

"Oogst" beste lezers, wat is oogst? Is het in de herfst binnenhalen wat de zomer ons
geschonken heeft? Of is het wat we overhouden als we het kaf van het koren hebben
gescheiden? Rijke oogst of misoogst als het tegenvalt. 
Wat heeft 10 jaar Hernehim Cultuur u als lezers en ons als redactie opgeleverd? 
Bij het passeren van deze "mijlpaal" - dat mogen we wel zeggen, want hoe lang is het
dat we internet hebben nog maar - is er natuurlijk een moment van beschouwen, van
terugkijken, van wegen en vanzelfsprekend ook vooruit kijken. 
Hoe kijkt u naar het thema "Oogst"? Leverde Hernehim Cultuur u iets om te oogsten?
Wat is uw terugblik op uw eigen werk in de afgelopen tien jaren u eigenlijk waard? 
Kneed het thema soepel en laat het resultaat verrassend zijn: uw kijk op "Oogst"!

 

   
   


Reclames in het landschap 

Zo kom je ertoe je af te vragen
wat kost de kraai boven het bietenveld
wat is de trage fietser waard
die nadert op de polderweg
tussen de laagstam appelbomen. 

Zo kom je ertoe te denken over
de prijs van zijn bril, zijn schoenen,
het ruiten hemd, korting en koersen
waarvan hij wie weet wakker ligt. 

Zo kom je ertoe te raden naar
de premies die hij moet betalen
tegen blik- en waterschade. 

Zo zou je je het hoofd nog breken
over het tarief van zijn zes dragers. 

 

Ed Leeflang – Uit "De hazen en andere gedichten"

 

De drieteenstrandloper 

De zee kan het niet helpen,
in weeën komt haar drift;
voor haar opwelling wijkt hij,
haar bedenking beent hij na. 

Van zijn bestaan verschijnt
het vluchtig spijkerschrift,
in scheve aanloopregels,
bijna kwatrijnen. 

En door haar plompverloren dweilen
worden zij weggewist. 

leder spoor van zijn gedribbel
moet verdwijnen, of hij zich in
de drang om voort te leven
zonder nadruk had vergist. 

 

Ed Leeflang – Uit "De hazen en andere gedichten"

   

inzendingen  

 
ingezonden themagedicht     
   


Boekenkring

onze brieven horen niet
in de prullenbak 
we bundelen daarom
onze hoofdstukken met zorg 
en naaien ze nadien aaneen 

met borduurgaren
van mijn opa die kleermaker was 
zo hebben we al één boek 

maar we werken verder 
tot alle bladen geclassificeerd, 
genaaid en gelijmd zijn 
tot we talrijke briefromans hebben 

we rangschikken ze in een kring 
een nieuwe boekenkring geboren 

 

© Inge Deconinck 

 

Themagedicht op:   oogst    
Inge Deconinck 

ingezonden themagedicht     
   


Bij het vertrek van Jo van Loon 

Jo wacht op de roeiers, de 
trossen moeten los 
Zwak en vermagerd ligt hij aan 
de kade, onverzettelijk zichzelf 

Je kunt hier bellen tot je een ons 
weegt, klaagt hij, er komt 
geen hond 
Ze zitten liever aan elkaar 

Een man van het geloof 
schoof ook nog even aan 
De redder reisde mee, er was 
nog niets verloren 

Het werd geen goed gesprek, hier 
viel geen ziel te redden 
Hij kon maar beter gaan 

Straks is hij weg, terug naar zee 
dicht bij zijn vrouw 
Op een schip van de Lijn, met alles 
wat een mens zich wensen kan 

De droomreis van
een zakenman 

 

© Ton Huizer - Rotterdam 

Themagedicht op:   oogst    
Ton Huizer   

ingezonden themagedicht     
   


Populieren 

In grove lijnen vind ik de geliefden
terug – grijze populieren die
gelaten in hun ruimte staan 

– imposant – te dromen bomen
aan een overkant – een verlangen
dat van binnen aan jeugd en 

stilstand denken doet – een tijd
nog nooit begonnen. Een thuis uit
de dag geklommen – daar te zijn, 

onaangekondigd, maar uiterst
aangenaam. Om in te wonen,
om te beseffen, je af te vragen – hoe 

kaal een taal is waarin alles haast
oneindig wordt – in wezen. Winter
zover het oog reikt – lief te hebben 

– in vrede. 

 

© Elbert Gonggrijp 

 

Themagedicht op:   oogst    
Elbert Gonggrijp  

ingezonden themagedicht     
   


Marrakech 

In deze koningsstad spant kleur de kroon
men legt het liefst de rode loper uit 

de zon draagt hier haar gouden djellaba
medina mengt haar verf met gulle gloed 

waar stucwerk kanten poorten haakt
vind ik de doorgang in een oude muur 

patronen maken hun portret in mozaiek
hun schat wordt door een wacht bewaakt 

rumoer gonst in het doolhof van de soek
een stem uit minaret maant tot gebed 

het verse groen van muntthee geeft me rust
ik vind de stilte in mezelf 

een droom maakt me tot koningskind en
hangt het zilver om mijn nek 

ik voel de hand van Fatima 

 

© Anneke Wasscher 

 

Themagedicht op:   oogst    
Anneke Wasscher  

ingezonden themagedicht     
   


Zonder datum 

Ze heeft een wipneus 
en ook vlechten, sproeten. 
Z'is klein en uiterst snel en kwik. 
Ze heeft een rechte nog naïeve blik, 

en wie haar later krijgt 
mag spreken van geluk. 

 

© J.C. Aachenende 

 

Themagedicht op:   oogst    
J C Aachenende  

 
ingezonden themagedicht     
   


Herfst in de Eeuwige laan

(Herfstimpressie Eeuwige laan, Bergen) 

Wie zal ze dragen – hangend in het korten
van de dagen – vlammend van het oordeel
tot het loslaat. 

Wie zal haar behagen – als je terugkeert
op je pad en ziet dat alles anders
was dan dat je vermoedde. 

De wind trotseert de eiken, bijna
eeuwig in deze laan, waar de tijd
gekromd in stammen staat – de kroon
voltooid, het blad nog daar. 

Een Gouden Eeuw - feest zo ver ik hier
kan kijken 

 

© Elbert Gonggrijp 

 

Themagedicht op:   oogst    
Elbert Gonggrijp  

ingezonden themagedicht     
   


Oude Man 

Ontsteld schudt nekhuid los 
ontsnapt aan zijden shawl 
en teruggestopt  met staakvingers 
in panisch gebaar van die zich 
haast ontmaskerd weet. 
De oude man weet nog van wanten 
spreidt charme gul ten toon 
in rafeljasje losse zomen een 
broek met knieen en kreukelkont. 
Gewichtloos drijft hij op zijn jeugd 
de Harley Davidson voorbij 
ooit hyena proeft hij nog met ogen 
het onbereikbaar schoon en treurt 
afscheid neemt de geest van dromen 
waarachter ooit een leven was 
vol stormen van verlangen die zijn 
gaan liggen ongevraagd kom 
dan reik ik je mijn hand en met
mijn warmte zal ik jouw kou verdrijven 
omdat mijn beurt zal komen en 
ook ik dan warmte af moet smeken. 

 

© GerdinL 

 

Themagedicht op:   oogst    
Gerdin Linthorst  

ingezonden themagedicht     
   


"de beste vluchtplaats is de fantasie" - Arthur Japin 

Droom en daad 

Er wordt gezegd 
bewaar de droom 
de werkelijkheid valt meestal tegen 
Zo blijft je eigen fantasie 
je tegengif voor het leven 

Houd het maar vast 
waar je het altijd vindt 
het is jouw geheime deur 
streef de vervulling toch niet na 
die stelt te vaak teleur 

Goed, wie het waagt 
beproeft zijn droom 
met groot gevaar van pijn 
Of denk jij te weten dat werkelijkheid 
mooier dan droom kan zijn? 

 

© JohnN 

 

Themagedicht op:   oogst    
JohnN  

ingezonden themagedicht     
   


Ode aan de kastanjeboom 

Oktober. Dagen zijn mistgrijs gekleed
en wilde kastanjes vallen maar raak. Hun boom
een kerel, zijn dos vol groene stekelbollen. 

Als dobbelstenen rollen ze weg, hun hoop
gericht op boomhoog. Onweerstaanbare pralines,
rap door kleine handen opgeraapt, binnen als schat
verloren gelegd: dood in minder dan een winter. 

Buiten kreupelt herfsttijd weken door. Wind raast,
zon bindt in, loof gloeit na totdat het oud en bruin
wordt afgelegd en de boom naar zijn wortels keert.
Bloot en naakt moet hij de kou weerstaan. 

Alsof het niets is, schept de kastanjeboom
na wintertijd als eerste nieuw blad. Lentekanjer – 

 

© Inge Boulonois 

 

Themagedicht op:   oogst    
Inge Boulonois  

ingezonden themagedicht     
   


Ooit  
( zal het anders zijn ) 

Vandaag 

of eigenlijk 
's ochtends vroeg 

in alle rust 
met zicht op zee 
even in de eeuwigheid 
vertoefd 

Des avonds wederom 
thuis weer hevig geconfronteerd 
met de dood 

Tot nu toe nog steeds 
met die 
van een ander 

 

© Rik Comello 

 

Themagedicht op:   oogst    
Rik Comello  

ingezonden themagedicht     
   


Oogst 

achter de ploeg loopt een man 
golvend worden akkers geruld 
een sterke os doet zijn werk 
trekt door oerkracht de voren 

mensen en dieren wachten
op de rijpe maïs van het veld
generaties lang zwoegen
in de keerkring van tijd 

 

© Marion Spronk   

 

Themagedicht op:   oogst    
Marion Spronk  

ingezonden themagedicht     
   


wat over is 

ik heb een appelboom geplant
omdat de grond gastvrij was
de aarde klaar om te ontvangen 

tijd heeft hem aan de tuin gehecht
een plek gegeven naast de struiken 
die hij nu naamloos kent 

een boom went snel aan elk seizoen
aanvaardt verlies van bloesem in de lente
verdraagt een herfst die hem ontkroont 

toch
als de kou zijn botten telt
zie ik ook pijn en rouw
ontdaan strekt hij zijn magere armen uit
naar iets dat onbereikbaar is 

en op de grond ligt het restant 
van wat hij heeft gegeven 
ik ben te laat 
liet oogst voor wat het was 

 

© Anneke Wasscher 

 

Themagedicht op:   oogst    
Anneke Wasscher 

ingezonden themagedicht     
   


Oogsten 

geplukte kersen 
ontpit ik 
droog ze 
in 
de zomerzon 

kersenpitkussen voor kille winteravonden 

 

© Inge Deconinck 

 

Themagedicht op:   oogst    
Inge Deconinck 

ingezonden themagedicht     
   


Meesterlijk 

dit bronzen buitenbeentje
vond ik op de markt
op haar rug lag zij daar
tussen roze lampenkappen
en allerhande koperwaar 

op haar billen een teken
van de meester
wanneer ik haar goed bekijk
zijn de borsten perfect
ongelijk 

 

© Hanny 

 

Themagedicht op:   oogst    
Hanny  

ingezonden themagedicht     
   


Tot die tyd ryp is 

Ek sal vir myself ’n paadjie uitkap 
deur hierdie woud ; teen steiltes uit, 
deur ruwe bos ; ook vlugroetes, 
’n agterdeurtjie vir gevaar bewaar. 

Ek sal vir my ’n voetpaadjie uitkap 
teen jou hartseer strand ; al langs 
die branders, van jou hart se wand. 

 

© (Gedig van Floris Brown)

Themagedicht op:   oogst    
Floris Brown  

 

 

 

 

 

(Nederlandse vertaling 
door John Zwart)

 

 


Tot de tijd rijp is 

Ik zal mij een paadje uitkappen 
door dit woud; van hellingen 
door oerbos; ook vluchtrouten, 
een achterdeurtje bewaren voor gevaren. 

Ik zal mij een voetpaadje uitkappen 
naar jouw hartzeer strand; langs de 
branding van jouw hartewand. 

 

 

ingezonden themagedicht     
   


Als liefde zaait 

Ze stemt de dag waarachtig mooi
haar oogopslag getooid
met zachte bloesemtinten 

zo anders dan voorheen
wanneer de herfst zijn tred gezet
met uitgelezen kleuren
haar enkel meer ontheemd 

als zou het losgelaten loof
slechts donkerte verkonden
tussen het geel en rood 

zo anders dan verwacht
de vroege schemer onbeschimpt
de dagen nog te komen
begroetend met een lach 

als zaait de liefde lente
en weet zij zich op tijd geoogst
vol stille ogentroost. 

 

© JELOU 

 

Themagedicht op:   oogst    
Jelou  

ingezonden themagedicht     
   


Optrekje aan zee 

Omdat mijn lichaam zich in naïviteit verloor
een minnaar me ontvluchtte op de tractor
sloeg ik oogsten over
wilde niets meer op oude grond geplant. 

Het rafelige touw dat daar achterbleef
hing aan een vlieger vast.
Ik knoopte het rond mijn pols. 

Liet me naar het vergevende water brengen
onder een koepel vergeldende zon
via de bries met groene baren. 

Aan een strand vol grijze bloemen hield ik halt.
Daar hang ik nu
van augustus tot augustus vast. 

 

© Lisette Waterschoot 

 

Themagedicht op:   oogst    
Lisette Waterschoot  

ingezonden themagedicht     
   


Met onbekende bestemming 

Een woedende storm
een verzengend vuur
een zachte huid
op een dode muur 

het vermoeide riet
gewiegd door de wind
een krans madeliefjes
op het hoofd van een kind 

een rimpel licht
op een zwarte rivier
het angstige hart
van een weerloos dier 

een oude rots
die de golven laat
het oor van de slachter
dat het lam verstaat 

de ontwakende aarde
in schuchtere kleuren
haar diepe voren
en al haar geuren 

een vlucht wolken
in een regenplas
alles zal ik zijn
nooit meer wie ik was 

 

© Femmie Elshout 

 

Themagedicht op:   oogst    
Femmie Elshout  

ingezonden themagedicht     
   


Fruitstilleven, zeventiende eeuw 
(van Johannes Bosschaert) 

Volmaakt van smaak.
Vruchten koesteren dankzij verf
nog steeds hun droom van boom. 

Tussen een paar bloemen
toeft een vlinder, echt als buiten
waar de pronkschilder begon. Hij plukte 

een handvol bloemen, ving één vlinder,
ritselde een vracht vruchten. Schikte alles
binnenshuis in opgekalefaterd daglicht
tegen een aardedonker fond. 

Toen kwam pas het echte werk: de kunst
om zo lang met penseel te strijken
tot de houdbaarheid niet meer verstrijkt – 

 

© Inge Boulonois 
Uit:
Het geluk van een tafel
(2011)

 

Johannes Bosschaert - Fruitstilleven, zeventiende eeuw 

Themagedicht op:   oogst    
Inge Boulonois  

ingezonden themagedicht     
   


Swifterbantmensen 
(Archeologie) 

Klokbekers liggen in de grond, 
asvlek merkt het haardvuur; 
tij vloeide zorgzaam sediment, 
conserveerde oercultuur. 

Onberoerd bleef het daar rusten 
tot het opeens te kijken lag. 
Nieuw land duikt op, dijkomringd 
als gold het hier de jongste dag. 

Maar dit is ouder dan het oude 
- waar dagelijks werd rondgewroet - 
hier toont zich even prehistorie 

tot daar die dragline graven moet. 

 

© John Zwart  (Uit: 25 jaar Flevoland) 

 

Themagedicht op:   oogst    
JohnN  

ingezonden themagedicht     
 

 

                   Uw themagedicht ?

inzender 

 

 

© Copyright Hernehim Cultuur 2001-2011   

Hernehim      

 een cultuurpagina 

HOME 

   
oktober 2011   
   
   

 oktober 2011 
Thema van de maand: mededogen  

Illustratie:   Paulus geneest de kreupele te Lystra - 1663 
Olieverf op doek  -  Karel Dujardin (1626-1678) 
Expositie:   Rijksmuseum Amsterdam   

   


Ida Gerhardt 

Bij de naam van dichteres Ida Gerhardt gaan onze gedachten onwillekeurig naar het
Nederlandse rivierenlandschap, vooral dat van de IJssel. 
Binnen ons thema "mededogen" kunnen we bij Ida Gerhardt veel werk vinden om 
hieraan te verbinden, zeker als we 't thema breder nemen dan de primaire betekenis 
en het beschouwen als een diepe betrokkenheid. Een vrije benadering zoals we dat 
bij elk nieuw thema altijd graag zien. 
In de 20e eeuw, háár eeuw (ze leefde van 1905-1997), heeft zij gezien hoe het 
traditionele landschap tot haar verdriet steeds verder werd bedreigd: 
"Het schoon van Holland: welhaast doodgesnoeid, de vogel zwijgt, 
de rank is uitgebloeid. Een harde zon schijnt op de koolaspaden, 
waarlangs gekneusde dovenetel groeit." 

Een ander teken van mededogen is haar bundel "Het monogram", verschenen in 1955,
die wel wordt beschouwd als een monument voor haar overleden moeder, met wie zij
bijna voortdurend in onmin heeft verkeerd.
Haar vader was schooldirecteur en kreeg na Gorinchem, waar Ida Gardina Margaretha
Gerhardt werd geboren, een aanstelling in Rotterdam. 
De moeder vond het verschrikkelijk om daar in een volkswijk terecht te komen, maar
vertoonde ook los van die spanning tekens van haar geestelijke wankelmoedigheid. 
Het ging niet goed tussen haar en de leergierige jongste dochter, die het Erasmus
Gymnasium volgde en daar Griekse lessen kreeg van leraar-dichter J.H.Leopold in 
de jaren 1922-24. Hoewel Ida nog geen enkel gedicht schreef herkenden leraar en 
leerling de poëet in elkaar. Er ontstond een buitengewone betrokkenheid die gewone
omgang tussen leraar en pupil ver oversteeg. 
Onder zijn invloed koos zij na haar eindexamen een universitaire studie klassieke talen
aan de Leidse Universiteit. Zo vloog ze uit, weg van het ouderlijk huis in het voetspoor
van haar oudere zuster Truus. Hoe zij heeft geleefd als eerstejaars studente, daar zijn
de bronnen weinig expliciet over. Een uitspraak van haarzelf luidt: "dat eerste jaar in
Leiden was het mooiste jaar van mijn leven".
Een feit is dat Ida zich op last van haar
ouders haar tweede jaar liet uitschrijven in Leiden – dat haar toelage tot het minimum 
werd gekort en dat ze maar verder moest op eigen kracht in Utrecht. 

  Ida Gerhardt   © foto Uitgeverij Kontrast 

In datzelfde jaar 1925 overleed J.H.Leopold, haar literaire mentor uit Rotterdam.
In Utrecht was er een weerzien met Marie van der Zeyde, een medeleerling van het
Gymnasium in Rotterdam, die later haar beste vriendin en na verloop van tijd haar 
levensgezel zou worden. 
Het ging toen niet goed met Ida, die schamel gekleed ging en zich slecht voedde 
uit armoe; het was Marie van der Zeyde die mededogen aan haar betoonde en hielp.
In 1932 is ze toch nog afgestudeerd in Utrecht, toen werd de slechte band met het
ouderlijk huis – inmiddels Wassenaar – hersteld, één jaar voor het overlijden van 
haar moeder in 1934.
Ida volgde haar vader in het onderwijs, in de crisisjaren eerst tijdelijke baantjes, 
soms zelfs onbetaald, na Groningen eindelijk een vaste aanstelling in Kampen. 
Wat voor onderwijzeres is zij geweest? Een van een verdrietig kind op schoot 
trekken of een die klaarstond met de vierkante stok, zoals mijn juffrouw Prins? 
Ik hoop toch het eerste.

 © John Zwart – 1 oktober 2011

   
   


De Slachtlammeren 
(voor de kinderen in Noorwegen) 

De hondsdagen met rosse hitte,
van onweer drachtig, en geladen
met onbestemde haat en angsten,
voorzeggen dat het onderweg is.
- En in de nacht tevoren is er
dat vragend blaten van de lammeren
en het schorre antwoord van de ooien,
een voorgevoel van naderend onheil.
- En, steeds weer overrompelend, is het
er ’s morgens, het vervaarlijk schreeuwen,
het driftig klappen van de hekken,
het nors cordon dat stokkenzwaaiend
de lammeren opeist, de onnozelen.
En onder duizendvoudig blaten
van de beangste moederschapen
en het hinniken van schichtige paarden
wordt gemelijk het bevel voltrokken;
tot aan de ontdekte allerlaatste,
de kleine smekende verstekeling,
gehaast in het wagenkrat geworpen. 

En zij zijn weg gelijk zij kwamen,
de mannen met de dorenstokken. 

Om huis en stallen hangt beklemmend
een stank van zweet en mest en modder;
wij mijden zwijgend, als bij afspraak,
het drassig land vol wagensporen. 

Volgen, als steeds, de twee etmalen
des aanklagens, het koor der ooien.
Om hen die niet meer zijn weent Rachel.
En op de derde morgen, steevast,
of er geen kindermoord geschied was,
is heel de kudde aan het grazen.
Doch als wij trachten door de modder
ons stap voor stap een weg te banen,
is bij het hek de wacht betrokken.
Twee machtige rammen. Vast voornemens
hun horens door ons heen te stoten. 

Ida Gerhardt 
Uit:  "
De adelaarsvarens" (1988)



Mededogen. 
Veel mensen denken, als ze het werk van Ida Gerhardt lezen, aan een godsvruchtige
vrouw, recht in de leer – zij is, wellicht door haar jaren in Kampen en haar nieuwe
psalmvertalingen, geliefd onder gelovige mensen. Maar natuurlijk was Ida geen engel 
en zeker geen heilige, evenmin als welk ander mens ook. 
Misschien is haar geslotenheid over haar persoonlijke leven heel verstandig en wel-
overwogen geweest. Intimi kregen bij hoge uitzondering haar telefoonnummer. Over 
haar band met J.H.Leopold wordt gezwegen en over haar relatie met Marie van der 
Zeyde laat men zich wat versluierd uit. De meeste biografen schrijven zoiets als: 
"er wordt aangenomen dat er tussen Ida Gerhardt en Marie van der Zeyde een 
lesbische relatie heeft bestaan".
Maar wat doet het ertoe? Ida Gerhardt was wel gelovig maar zij was ook een vrouw van
vlees en bloed, met de woelingen in haar gevoelsleven die erbij horen. 
Zo ging het bijvoorbeeld mis tussen Ida en haar zuster Truus, die eerder dan zijzelf 
gedichten begon te schrijven. Toen Truus publiceerde en Ida nog geen enkel werk aan
het publiek had getoond, maar wel aan Marie, schreef Marie van der Zeyde over het
werk van Truus een recensie. Allerminst objectief natuurlijk en ze had er verstandig aan
gedaan zich afzijdig te houden. Maar van der Zeyde boorde Truus zonder mededogen
de grond in: "het had niets met poëzie te maken". Elke dichter krijgt in z'n leven wel 
eens dit soort publieke uitspraken te slikken. Ze doen zeer, maar we moeten ze laten
afglijden: ze zijn vrijwel altijd ingegeven door jaloezie. Truus noch Ida onderkenden dit 
en een hardnekkige ruzie tussen de zusters was het gevolg.
Ida Gerhardt heeft Adriaan Roland Holst nog gekend . Die prees haar vroege werk in 
hun persoonlijke contacten maar deed dat nooit in het openbaar. Ze bleef hem dat 
kwalijk nemen. Sprak het vermoeden uit - nadat ze eenmaal zelf naam maakte en 
prijzen won - dat hij in haar een bedreiging zag voor de glans van zijn eigen roem. 
Ze koesterde het verwijt dat hij haar zijn steun onthield in haar beginjaren toen ze die 
zo nodig had: ze kampte met veel onzekerheid en twijfels over haar kunnen. 
In een brief (aan wie, wordt niet meegedeeld) beschrijft ze dat ze was "als een 
schaatsenrijder die dreigt te verdrinken in een ijskoud wak, en Roland Holst kwam 
warm gekleed in zijn rijtuig voorbij"
. Hij had een "ijsstok" bij zich, maar stak die niet 
toe en reed onbekommerd verder... Ze vermeed sindsdien elk contact... 
Ook Kees Fens en Gerrit Komrij stonden bij haar niet in een goed blaadje. 
Boosheid over kritische publicaties... 
Ach er is niets nieuws onder de zon. 
Misschien moeten we wel mededogen hebben met al die onzekere dichters, die vanuit
hun eigen onzekerheid geen mededogen voor elkaar kunnen opbrengen.
Vriendin Marie overleed zeven jaar eerder dan Ida en er kwam niets goeds meer uit haar
pen. "De Adelaarsvarens" werd haar allerlaatste werk. Ze werd psychotisch, er kwamen
angstaanvallen - waarschijnlijk opgeroepen doordat ze nagenoeg blind werd – ze voelde
overal bedreiging om zich heen. 
In het letterkundig museum ligt nog 'n stuk papier uit die laatste levensjaren, waarop
zwervend over het blad hier en daar wat letters staan: een wanhopige mislukte poging
om nog iets te schrijven... 
Wij kunnen ons mededogen richten op Ida Gerhardt en al die andere dichters die soms
niet meer presteren als ze een sterke schouder naast zich moeten missen.

© John Zwart – 1 oktober 2011 

   Ida Gerhardt liet veel sporen na 

 

Vijf jaar na haar dood werd in 2002 het 
"Ida Gerhardt Genootschap" opgericht. 

Het Genootschap heeft bij Uitgeverij Kontrast een boek uitgegeven:
"Een tocht door ingedijkt laagland" 
daarin worden veel plekken in Nederland getoond waar de dichteres
haar sporen heeft nagelaten. 

© Copyright foto muurgedicht: Ida  Gerhardt Genootschap - 
Illustratie uit het boek - "Een tocht door ingedijkt laagland" .

inzendingen  

 
ingezonden themagedicht     
   


Een bemoedigend vers 

Waar watersnood de geur van 
zomer, zalig zotzijn, gras en bloeiend 
landschap vermorst tot grauwe 
ledigheid onder een laag wolkendek 
terwijl een enkele zonnestraal het 
drassig pad onder de kaplaars 
ontmaskert als onbegaanbaar 
daar spant de geest samen met de tijd 
telt de beschikbare uren en 
zegeningen: het boek, de muziek, de vriendschap, 
het gesprek, de droom. 

Waar regeringen in langgerekte 
vergaderingen bijeen gedoogd door 
nieuwe barbaren zich plooien in 
zetten en tegenzetten terwijl Europa 
kreunt onder een schuldenlast op 
schouders van onschuldigen 
daar stelt men zich teweer doet van 
zich horen – vroeger of later. 

Zo zullen wij buigen maar niet breken 
verzinnen wij listen terwijl we 
doorstaan formuleren ideeën en 
doorbreken het zwijgen tot de 
laatste roofridder is verdreven en 
het bolwerk van zijn macht gesloopt. 
Op de ruïnes declameren wij gedichten 
en heffen het glas wetend dat elke 
ruïne de wederopbouw in zich draagt. 

 

© Gerdin Linthorst 

 

Themagedicht op:   mededogen    
Gerdin Linthorst  

ingezonden themagedicht     
   


De stad

De stad, zij steunt, zij zucht, zij schreeuwt
zij wordt gefolterd en zij wordt gestreeld
Terwijl zij haar gestrekte armen
reikt naar de ochtendzon
besmeuren vuile zwervers
de plooien van haar nachtjapon
Terwijl zij aan de zomen lieflijk geurt
wordt aan haar borst haar kleed gescheurd

Als steeds die horden haar belagen
hoe kan zij daarbij nog behagen
Wordt telkens door rabauwen
opnieuw haar schoot geschonden
door haar ware minnaars wordt
weer haar bloedend hart verbonden

Na jaren keer ik weer – ze toont mij haar aangezicht
en zegt: "kom dichterbij" – dat is waarvoor ik zwicht

 

© John Zwart 
Ook te lezen in Geen Verslag over "Stadse Dichters" Pagina Proza

 

Themagedicht op:   mededogen    
JohnN  

ingezonden themagedicht     
   


achter luiken 

de herinnering aan mens zijn
geen beknopte machine 

ook mijn ogen vertellen
van die geschiedenis 

of toch een machine
maar net iets menselijker 

dan gisteren 

 

© Monica Boschman 

 

Themagedicht op:   mededogen    
Monica Boschman  

 
ingezonden themagedicht     
   


Brak bloed 

de kom in mijn handen
trilt en zabbert
als de verschoppeling
op de mat 

verwoed dep ik
streel ik
vervloek ik 

de schoft 

water
druppelt langs
de blessen van het beest 

versnijdt zijn bloed
en mijn hart ‘t meest 

 

© Hanny 

 

Themagedicht op:   mededogen    
Hanny  

ingezonden themagedicht     
   


Twinkelingen 

mijn ziel 
boordevol 
leegte 

spiegelt zich 
in 
eigen tranendal 

met hemelsbrede open armen 
omhels je me 
til je me bergop 

mijn ogen twinkelen... 

 

© Inge Deconinck 

 

Themagedicht op:   mededogen    
Inge Deconinck 

ingezonden themagedicht     
   


Wat blijft 

          bij ‘Nij Bethanië’ 
          schilderij van Jopie Huisman 

zou het vandaag
kleren van een oude vrouw
onderbroek en sokken 

steek voor steek
met eigen hand gebreide broek
nee het zou 

een paar nylons
een stringetje stofje van niks
een kast vol 

ja zo zou
zo zou aangekleed en wel
maar toch alleen 

een oude moeder
verdwijnen in het duister donker
van koude nacht 

 

© Gerard Beentjes 

 

Jopie Huisman - Jopie Huisman Museum
Themagedicht op:
  mededogen    
Gedicht van Gerard Beentjes  

ingezonden themagedicht     
   


Mensen bouwen machtige bruggen
wijd en zijd – her en der 

Maar die brug van mens tot mens,
is hun vaak een brug te ver. 

 

© Marijke Vos 

(ook op NOS redactieblog 23 oktober) 

 

Themagedicht op:   mededogen    
Marijke Vos  

ingezonden themagedicht     
   


Vriend en gek 

Hij was er nog
die eenzame drenkeling
in de golfstroom van het
winkelend publiek 

een herboren in zichzelf
verloren mens
in gesprek met het heelal
over wat nodig was
om erger te voorkomen 

herkenning 
een warme, klamme hand
we dronken koffie, keken
zwijgend uit
over niemandsland 

komt het goed? vroeg ik
denk het niet, sprak hij
we raapten onze moed bij
elkaar, gingen weer
op weg

 

© Ton Huizer

 

Themagedicht op:   mededogen    
Ton Huizer  

ingezonden themagedicht     
   


Bergopwaarts 

Het kreupelhout 
in drooggevallen greppels 
was hij nu voorbij 
hoger klom hij 
tussen schaduwen 
van kromme eiken 

Het pad 
was niet bepaald 
gebaand 
hoekige keien staken 
door de zolen 
van zijn schoeisel 

Zon had vandaag 
geen enkel mededogen 
klom op z’n klamme 
schouders 
waarop z’n rugzak zich 
met gespen leek vast te klampen 

Hij keek 
achterom 
kwam op adem 
het landschap 
met het gehucht 
aan zijn voeten. 

 

© Harry C.A. Daudt 

 

Themagedicht op:   mededogen    
Harry Daudt   

ingezonden themagedicht     
   


De pleinen 

Ik sprak die taal vroeger ook 
De taal die ze op dat plein spreken, 
De taal van al die pleinen 
De pleinen overal ter wereld 
Waar we spraken in de 
taal van het verzet, de stenen, de opstand 
de revolutie, de vrijheid 
Die sprak ik ook, die taal 
Dat sprak ik, vroeger 
de taal van het plein 

Nu spreek ik de taal van de angst 
De taal van het misgaan 
De taal van de gewonden, de gemartelden en 
de doden, de gehangenen bungelend in de wind 
De lijken van de oude demonstranten 
vervangen door de lijken van de nieuwe onderdrukten 
Dan schiet die taal tekort 
En kan ik alleen maar sprakeloos kijken... 
naar de gruwelijke beelden op de televisie 

Dan ben ik taalloos 

 

© Ronald M.Offerman 

 

Themagedicht op:   mededogen    
Ronald Offerman  

ingezonden themagedicht     
   


de mensen gaan hier stuk voor stuk 

waarom verliet je het huis
waar ik tot sterven toe het leven wilde
hier is geen straat
dit land verbrandt nog met de hand
alleen de bergen rusten uit
steen gehouwen trotse hersenen van aarde 

een oude vrouw draagt leven weg
begraaft zich zelf in takkenbossen
voor avondrust
nooit komt iets terug 

zij lijkt een zacht gesmolten
terra cottameisje
ingehaald door de zon
ik kan zo mooi op je hoofd je schrijven
je had ook moeten rennen kind
je ruikt nog zo naar rozen nog 

 

© Pom Wolff 
Uit de Eijldersbundel 

 

Themagedicht op:   mededogen    
Pom Wolff   

ingezonden themagedicht     
   

http://ingeboulonois.nl/ 

Themagedicht op:   mededogen    
Inge Boulonois 

ingezonden themagedicht     
   


Zijn schrikbeeld 

(voor allen die de zestig voelen naderen) 

Jeugdige wandelaar. 
Menig jong vrouwspersoon 
Waagt er een oogje aan, 
Kijkt nog eens om. 

Maar volgend jaar is die 
Ongelukzalige 
Kreupel, verschrompeld, 
Onzindelijk, krom. 

 

© Katja Bruning 

 

Themagedicht op:   mededogen    
Katja Bruning   

ingezonden themagedicht     
   


Geen weer 

Wachtend op winter 
die niet komt 
kokhalst het land 
om het water 
te verzwelgen 

Rauwe rukwind 
scheurt de 
twijgen om ruw 
in 't rond 
te smijten 

Gedwee geduldig 
pony's, afgewend 
op stramme benen 
keert hun kont 
het weer 

 

© JohnN 
   
febr. 2002 

 

Themagedicht op:   mededogen    
JohnN  

ingezonden themagedicht     
   


Hoe vrij is vrij 

de troosteloze strakheid van 
uitgebannen kleuren, de gaten 
in het metershoge apenootjesgaas 

je ogen vlak daarachter om 
mijn blik te kunnen vangen 
wanneer ik vingertoppen wring 
op zoek naar jouw bestaan 

de draaideur piept commando 
voor legitieme passen naar vrijheid 
van gewapend glas en ijzeren 
gordijnen 

met voorbedachte rade wordt 
geborgen in een kluisje, een poort 
geeft veilig antwoord op een 
ongestelde vraag 

het oeverloze wachten op 
jou en je geleide, mijn armen 
om je heen beperkt binnen het reglement. 

 

© JELOU 

 

Themagedicht op:   mededogen    
Jelou  

ingezonden themagedicht     
   


Dierendag 

opeens ontmoet ik
de dood
in eigen tuin 

uit het vlieggat
van een vogelhuis
tuurt een lijkje 

poes vrat moeder op
voorzichtig begraaf ik
haar jong 

 

© Marion Spronk  

 

Themagedicht op:   mededogen    
Marion Spronk   

ingezonden themagedicht     
   


lastdieren 

til jij mijn verhaal eens op
je vroeg het achteloos
ik spande mijn spieren
maar mijn beweging zweeg 

samen pelden we pinda’s en prikten hopbellen door
verrotte eieren en lichtzinnige verwachtingen
kieperden we over de randen van hoofdstukken 

je oefende een nieuw loopje
wennend aan verlichte last
en vervolgde toen de weg
en je verhaal 

 

© Monica Boschman 

 

Themagedicht op:   mededogen    
Monica Boschman  

ingezonden themagedicht     
   


martelaren 

dat allah toch groot mag zijn 

driehonderd doden
tot laatst in staat te horen
angstroepen en gegil in pijn 

de omslag brengt uitzinnig
feest het vieren van de overlevers
ieder trekt naar het zelfde plein 

driehonderd zijn er al geweest 

driehonderd moeders horen diep
geknield in het vrijdaggebed 
hoe groot allah wel moet zijn 

ze moeten eraan geloven 

waarom anders was haar een kind
geboren wat hij het leven zo jong
verbiedt als alle anderen juichen? 

driehonderd doden hoorden 
angstroepen en gegil in pijn 
het later juichen niet 

o,geef hen toch dat allah groot mag zijn

© John
maart 2011

 

Themagedicht op:   mededogen    
JohnN  

Opmerking.: zeven maanden na het Tahrirplein in Cairo
                   was het dat waard? 

ingezonden themagedicht     
   
                   Uw themagedicht ?

inzender 

   
© Copyright Hernehim Cultuur 2001-2011   

Hernehim      

 een cultuurpagina 

HOME 

   
september 2011   
   
   

 september 2011 
Thema van de maand: ontspannen  

Illustratie:   Repose - ca. 1901 
Olieverf op linnen  -  John White Alexander (1856-1915) 
Expositie:   Metropolitan Museum of Art, New York, NY USA  

   
   


Hans Andreus  
is de dichter die we hebben gekozen bij het maandthema voor september: "ontspannen".
Afgaande op zijn gedicht "Liggen in de zon" (1968) zou je haast zeggen dat hij, op het
moment dat hij dit schrijft, de ultieme ontspanning al gevonden heeft. 
Toch zit het anders, als je leest over zijn leven, waarin het schrijven van poëzie eigenlijk
een tweede leven is, bespeur je een diepe behoefte. Ik ontdek een gelijkenis met de 
schrijver Arthur Japin. Die verklaarde te hebben ontdekt dat de beste vluchtplaats voor 
het leven de fantasie is. Altijd bereikbaar en in staat iedere narigheid buiten te sluiten. 
In je fantasie kun je een nieuwe werkelijkheid creëren waarin alles mogelijk is. Japin 
vond hierin zijn overlevingsstrategie, hij had het als kind niet bepaald gemakkelijk gehad.
Johan Wilhelm van der Zant, de echte naam achter het schrijverspseudoniem "Hans 
Andreus"
, werd geboren in 1926 in Amsterdam. Hij was een ongewenst kind dat 
eigenlijk geaborteerd had moeten worden en groeide op met zijn moeder en maar heel 
kort met een vader, die niet zijn natuurlijke vader was. 
Over die jeugdjaren valt veel meer te schrijven, maar de twee voorgaande regels maken
al voldoende duidelijk dat hij het minstens zo beroerd getroffen had als die andere 
schrijver die een zelfmoordenaar als vader werd toebedeeld. 
Ik zag onmiddellijk de parallel met Japin: beide zochten zij ontsnapping in het theater.
Toch bleek bij ieder van hen hun grotere kracht te liggen in het schrijverschap, niet in 
het acteurschap. De Amsterdamse toneelschool leverde wel het pseudoniem op: 
een medeleerling heette Yda Andrea, toen creëerde hij zijn nieuwe persoonlijkheid: 
de Hans Andreus, die in niets dezelfde zou zijn als Johan van der Zant. 
Hij raakte bevriend met Bertus Swaanswijk (Lucebert) en Simon Vinkenoog. In plaats 
van aan het toneel te gaan vertrok hij naar Parijs, waar hij vijf jaar lang zou blijven.
Hoewel hij zichzelf vooral als dichter zag was hij ook een veelschrijver. Behalve met 
poëzie kon hij vooral in kinderboeken zijn enorme fantasie en ontsnappingsdrang alle 
ruimte geven. "Volwassenen zijn beperkt, ingekaderd", zegt hij in een interview, 
"voor kinderen is alles nog mogelijk". Doordat hij ook enorm vaardig bleek in proza, 
werd Andreus – zich "dichter" noemend – een broodschrijver. 
Terug uit Parijs vestigde hij zich In Scherpenzeel. 
"Waarom in zo'n stil dorp, Scherpenzeel?" -  "Vanwege de rust". 
Een noodzaak voor hem, omdat rust onontbeerlijk is om te kunnen schrijven. En omdat
hij véél moest schrijven had hij die rustige omgeving nodig. Hij debuteerde op 25-jarige 
leeftijd in het jaar 1951 bij Uitgeverij Holland met zijn bundel "Muziek voor kijkdieren"
Toen begon al een stroom van verhalen, liedjes, teksten voor radio en tv en kinderboeken,
vooral veel kinderboeken.
"Van dichten kun je niet leven, met al het andere erbij wel". 
De verfrissende gedichten in de debuutbundel trokken aandacht en zijn naam werd al 
spoedig gevestigd. 

 

  Hans Andreus 

De dichter Hans Andreus "heeft iets met licht". Licht, dat staat voor
het zintuiglijke, maar ook voor de spirituele betekenis en voor het verlangen. 
Scheidslijnen tussen de zintuigen kent hij niet, alles vloeit in elkaar over. 
Zo leert hij het licht niet alleen in kleur en warmte te ervaren, maar ook in muziek
en dans. Eens gaf hij zijn innerlijke tegenstrijdigheden prijs: 
"ik ben romantisch en praktisch, zakelijk en impulsief". 
Niet altijd even makkelijk in de omgang, maar misschien juist zó toegerust met de 
essentia voor een goed schrijverschap. Zijn oeuvre is indrukwekkend, ondanks dat 
hij ziek werd rond zijn 50e levensjaar en er kwaadaardige tumoren werden gevonden. 
In 1977 overlijdt hij te Putten (Gld.) pas 51 jaar oud. 
Tijdens zijn leven ontving hij veel blijken van erkenning: voor de kinderboeken van de 
"Meester Pompelmoes serie" kreeg hij van de CPNB prijzen die voorlopers waren van
de Gouden en Zilveren Griffel; de verzamelbundel  "Gedichten 1948-1974" 
werd in 1977 postuum bekroond met de Henriëtte Roland Holstprijs.

© John Zwart, 22 augustus 2011 

   
   


Liggen in de zon 

Ik hoor het licht het zonlicht pizzicato
de warmte spreekt weer tegen mijn gezicht
ik lig weer dat gaat zo maar niet dat gaat zo
ik lig weer monomaan weer monodwaas van licht. 

Ik lig languit lig in mijn huid te zingen
lig zacht te zingen antwoord op het licht
lig dwaas zo dwaas niet buiten mensen dingen
te zingen van het licht dat om en op mij ligt 

Ik lig hier duidelijk zeer zuidelijk lig zonder
te weten hoe of wat ik lig alleen maar stil
ik weet alleen het licht van wonder boven wonder
en ik weet alleen maar alles wat ik weten wil. 

 

Hans Andreus 

Uit: "Muziek voor Kijkdieren" – Windroos UitgMij Holland 1951 

 

Ontspannen is misschien wel het moeilijkste voor de moderne mens. 
En het lijkt wel steeds moeilijker te worden in de loop der tijden. Want het 
bombardement van impulsen dat van buitenaf onze zintuigen prikkelt is
steeds maar heviger geworden. 
Om ons te beschermen tegen die marteling leert onze geest zich te verweren
met een aantal filters, teneinde maar een fractie van alles tot ons bewustzijn 
te laten doordringen - want anders zouden we er onder bezwijken. 
Het negatieve effect daarvan is dat we onverschillig worden ten opzichte van 
veel wat er om ons heen kan worden ervaren. Toch menen we dat er iets 
bijzonders moet zijn om de voorwaarde te scheppen ergens plezier aan te 
kunnen beleven. In plaats van ons eens te ontspannen in onze vrije tijd, moeten
we vrijwillig heel sterke prikkels ondergaan, soms zoeken we zelfs extreme
spanningssituaties op waarbij de adrenaline rijkelijk vloeit. 
We zien het aan de ontwikkeling van pretparkinstallaties die almaar meer 
spektakel bieden, aan de vroegere rustige personeelsuitjes die zich nu richting 
wildwater raften, parachutespringen en bungy-jumpen bewegen. 
Misschien is het goed om eens afstand te nemen en bij onszelf te rade te gaan
of we die ontwikkeling wel zo graag willen of dat die ons misschien wel slinks
wordt opgedrongen? 
Duidelijk is dat we door altijd maar met de stroom mee te gaan we steeds 
minder of misschien wel helemaal niet meer aan ontspannen toekomen. Daarin 
zien sommige ondernemers dan weer een niche in de markt: we kunnen een 
weekendje of zelfs een hele week in een meditatiecentrum boeken, of kiezen
voor inschrijven op een complete cursus mindfulness. Steeds nieuwe namen 
voor wat in de kern niet anders is dan: bewuster leven. 
Misschien heel gemakkelijk te bereiken. Gewoon door stil van een landschap te
genieten, in plaats van er met een mountainbike of motor doorheen te razen. 
Of gewoon eens oefenen met nietsdoen en je beperken tot het ondergaan van 
alle zintuigsensaties tijdens liggen in de zon. 

 

   
        inzendingen   
ingezonden themagedicht     
   


Het vergeten 

Wijn is klaar uitgeschonken 
glazen fonkelen 
in laat herfstlicht 

De tuin is 
heil voor het oog 
het geurt naar peppels 

Wij leunen 
achterover in kussens 
van muziek 

Geen klok telt 
zon is enig uurwerk 
en hoe onbetrouwbaar 

‘Speel nog eens 
op je gitaar’, troubadour 
en dicht, dicht, dicht 

want woorden liggen 
zo te grabbel 
in het vergeetboek. 

 

© Harry C.A. Daudt  

 

Themagedicht op:   ontspannen   
Harry Daudt   

ingezonden themagedicht     
   


Rooibosthee en een signorita 

hier zit ik dan te staren
met tegenover mij de tijd
die zich
als ware hij één met mij
in mijn blikveld vlijt 

wij roeren in de rooibosthee
ons voorgezet om half twee
waarna we de gordijnen sluiten
om lichtjes aangedaan
en tabak hebbend van lijnen
in rook op te gaan 

 

© Hanny 

 

Themagedicht op:   ontspannen   
Hanny  

ingezonden themagedicht     
   


wat blijft 

pieren, lichten op hoge ijzeren 
staketsels in de open omarming 
waaruit wij ontkwamen 
vervagen al achter de kim 

mijn boeggolf in onverbroken tuimeling 
schuift bruisend langs mijn flanken 
in nimmereindig tijdverdrijf 
verkleint het nu in ver verleden 

alles verteert, niets beklijft, 
de tederste omhelzing bij ieder 
afscheid ten spijt 

alleen de tijd vergaat maar blijft 
bestaan – zoals de zee die telkens 
anderen ziet en weer omarmt 

zij draagt ons eeuwig door de tijd

 

© John
Uit: "Tijdelijk verblijf" - een proeve 

 

Themagedicht op:   ontspannen    
JohnN  

 
ingezonden themagedicht     
   


Zintuigen 

Het enig land dat mij draagt 
en een glazig oog 
dat wijde velden schouwt 
het pad te vinden 
voor mijn indifferent dwalen 

met een hand het oog onttrekken 
aan wat op me toekomt 

klagend gras onder mijn voeten 

wind als om mij heen 
op zoek naar golven 

geuren om tijd te definiëren 

en de eindeloze balans 
met twee benen het gewricht 
van de verte te ontdoen 
van al haar bijgeloof 

 

© Jan Kleefstra 
Uit: "stem van de stilte" 

 

Themagedicht op:   ontspannen    
Jan Kleefstra  

 
ingezonden themagedicht     
   


Ik zeg wat ik denk 

Ik zeg wat ik denk, ik doe wat ik zeg,
zeg jij hun heilig boek moet verbrand,
want ik beroep mij op de traditie.
Hoewel. Ruk jij de Bijbel uit zijn verband? 

Nee, schreeuw jij, moord en onverstand,
de nieuwe endlösung: de Islam moet weg
te beginnen uit Rotterdam, uit Nederland.
Niks geen parabel, niks geen linkerwang. 

Weet, eerder wandelen over het zand
de witte en zwarte kinderen door elkaar
met elkaar als gelijken en geliefden. 

Vandaag in de tram klinkt al de ringtoon.
Hoor! Fatima zegt: Hansje, gaan wij straks
samen naar het strand, samen hand in hand. 

 

Gerard Beentjes 
Uit: "de nagel van de tijd" - De Witte Uitgeverij 2010 

 

Themagedicht op:   ontspannen    
Gerard Beentjes  

ingezonden themagedicht     
   


Pinksteren

Schuitje ga gezellig varen
langs een lint van landerijen.
Vaar naar waar het witte geitje
gras graast bij het bonte weitje.

Zon wil door wat wilgen wemelen
vonkel vlekjes op het water.
Papa plaag met leuke lachjes.
Bootje vaar maar, maar vaar zachtjes.

Windje wapper met de vaantjes
aan de rietstok. Pap, 't is Pinkster! 
Verder, bootje, vaar tevreden 
voer ons naar het Heerschap Heden. 

Vinkje fluit je vlugge versje 
talm en treuzel in de twijgjes. 
Schuitje schommel, dein en dommel. 
Bijtje beuzel, hommel hommel. 

Tafeltjes draag je gebloemde 
frisgewassen feestgewaadjes. 
Rode ranja met een rietje. 
Papa! Een kanariepietje! 

Bootje wacht met weg te wandelen. 
Water wieg het boze bootje. 
Eerst het vogeltje wat geven. 
Vaar weer verder door de dreven. 

Visje blaas je glazen bellen. 
Koetje kijk met dromenogen. 
Schuitje vaar voorbij seringen 
naar het Land van Lotharingen. 

 

© Katja Bruning 

 

Themagedicht op:   ontspannen    
Katja Bruning  

ingezonden themagedicht     
   


Ontspanning 

ik ritsel tijd
uit vastgebreide steken
haal draden uit hun voegen
tot vorm en beeld weer onbepaald 

deinend drijf ik dag tot nacht
in laat maar lekker komen
de stilte een verlangen naar 

schenk mij wat wijn
met namen ongeweten
mijn huis een ware sponde
de mens een uitgebannen soort 

kraaien laat ik aan de haan
ik wentel mij in dromen
een hunkering naar ongekend 

ik rooster brood
en spelen met geneugten
strijk graagte langs mijn wangen
opdat zij zacht en weer vol sjeu 

 

© JELOU 

 

Themagedicht op:   ontspannen    
Jelou  

ingezonden themagedicht     
   


Mijn stoel 

laat me stilzwijgend
kuieren in de tuin in mijn stoel
met zijn behaaglijk gevoel 

vertel jouw woorden in de toekomst
ik wacht wel 

 

© Inge Deconinck 

 

Themagedicht op:   ontspannen    
Inge Deconinck  

ingezonden themagedicht     
   


bedwelmende klanken 

als mijn verlangen meer wil
dan me wentelen
zwijmelen in de zon 

krekels de hitte vieren
zwijgen in al mijn talen
kan ik slechts één worden 

opgaan in hun zelfgemak 

gelijk de zwoele mistral
die zwelt en weet wanneer
zich terug te nemen 

zijn schepping als klanken
van klassieke schoonheid die
andere gevoelens in mij wekken 

 

© svara / 2010 

 

Themagedicht op:   ontspannen    
Svara    

ingezonden themagedicht     
   


Uitje 

wij hadden saam een uitje 
MacDonalds was ons doel 
we wilden een Big Mac en Cola 
dat geeft een jong gevoel 

met tien roestige rollators 
schuifelden wij naar binnen 
wij vonden een mooi plekje 
ons feestje kon beginnen 

ze zeiden dat wij schreeuwden 
nou ja we zijn hardhorend 
wij werden toen verwijderd: 
"Uw luidruchtigheid is storend" 

 

© Marion Spronk  

 

Themagedicht op:   ontspannen    
Marion Spronk  

 
ingezonden themagedicht     
   


dag zonder 

de dag begroeten zonder moeten 
hooguit mijn tanden poetsen 
en misschien een hele late douche 

wat hangen op de bank 

een koffie graag zo aangereikt 
een vers geperste jus d’orange 
en een croissant 

een niet te dikke krant 

wat zappen 
met een glaasje wijn 

- de zon schijnt vrolijk zonder mij – 

en ’s avonds brengt de pizzalijn 
alles gratis thuis 

 

© anke labrie  

 

        Themagedicht op:   ontspannen 
        Anke Labrie  

 
ingezonden themagedicht     
   


Als eenzelvige dromer 

steeds korter slapen de mensen in elkaar
om dan zichzelf dagelijks weer te verlaten
als lieden van een christelijke civilisatie
goed genoeg nog om op het werk te staan 

ten onder gaan wij aan de papieren ontwaarding
waar we dagelijks breeduit aan worden herinnerd 

versplinterd als aimabel en ruimdenkend mens
blijk ik reeds vervlogen en niet meer te bestaan
bestaat deze maatschappij alleen in anderen
terechtgekomen in een schijn van heiligheid 

hier in dit bos kunnen we weer een beetje
als eenzelvige dromer tot ons zelf komen
de stilte bevlogen op het netvlies printen
zonder de altijd oeverloze stemmingsmakerij
van een manipulerende en machtige media 

 

© Rudolf Schinkel 

 

Themagedicht op:   ontspannen    
Rudolf Schinkel  

 
ingezonden themagedicht     
   


zomer in Zoutkamp 

op maandagmiddag zomert het in Zoutkamp
de haven koestert boten in haar schoot 

een meeuw vindt hoogmoed op een paal
vergaapt zich aan gestrekte rug van brug 

witte wolken liggen in het water, willen
spelen met de weerschijn van de zon 

een grutto strijkt zijn zeilen, vindt stilte
achter struiken in het groen van wei 

op klein terras stroomt goud geluid van
bier in de volmaakte kragen 

ik leun tegen het leugenhuis, bedenk
een smoes om hier te blijven 

 

© Anneke Wasscher  

 

Themagedicht op:   ontspannen    
Anneke Wasscher  

 

ingezonden themagedicht     
   


Idiomatisch 

Doe het niet. Trap nimmer in de strik
van woordentwist. Vermijd het slagveld
van de taal. Lach grootspraak weg. 

Spits je oren voor de keel van vogels.
Toom de slang van eigen tong in.
Sta verstomd en wees volmaakt 

ontbabeld. Hoor de kat ontspannen
spinnen en ga liggen in de hangmat
van jezelf. Kijk om je heen, zie 

het idioom van alle windstreken:
het telkens anders vallende licht – 

 

© Inge Boulonois 

 

Themagedicht op:   ontspannen    
Inge Boulonois  

Uit mijn kersverse bundel "Het geluk van een tafel". 
mijn site
Inge Boulonois voor € 7,50 (excl. porto) te bestellen. 

 

ingezonden themagedicht     
   


Bladspiegel 

Het Donker Spaarne ziet zijn tegendeel
de overzijde badend in het licht
alleen van daaruit zien ze schaduwzij
wat men ervaart bepaalt alleen het zicht. 

Wie langs 't Donker woont ziet 't leven vrolijk:
de overoever kaatst de kleuren van de zon
hij kijkt ten venster uit en leeft het licht als
toen de dichter die de klanken horen kon. 

Een meisje danst lichtvoetig pizzicato haar
blonde hoofd getooid met bloemenkroon
hij slaat een blad op, wil de bloemen lezen
in de spiegel van die trage stroom. 

 

© John Zwart – april 2011 
(voor de Haarlemse Dichtlijn 2 juni 2011) 

 

Themagedicht op:   ontspannen    
JohnN  

in respect voor Hans Andreus en de oude Windroosreeks

 

 

ingezonden themagedicht     
   
                   Uw themagedicht ?

Inzender 

   
© Copyright Hernehim Cultuur 2001-2011   

Hernehim      

 een cultuurpagina 

HOME 

   
augustus 2011   
   
   

 augustus 2011 
Thema van de maand: trouw  

Illustratie:  Portret van Giovanni Arnolfini en zijn vrouw - 1434 
Olieverf op paneel 82 x 59 -  Jan van Eyck 
Expositie:   National Gallery, London  

   
   

Willem Elsschot 
leek ons om meer dan één reden een passende dichter ter introductie van ons thema 
voor augustus. Vooral natuurlijk vanwege zijn beroemdste gedicht "Het Huwelijk". 
Elsschot werd geboren in Antwerpen, waar zijn ouders een bakkerij hadden, in het jaar
1882 als Alphonsus Josephus De Ridder. Zijn schrijverspseudoniem is min of meer bij 
toeval ontstaan, het manuscript voor zijn romandebuut "Villa des Roses" bood hij aan in
het jaar 1907 bij uitgever van Dishoeck. De uitgever zag wel brood in het vermakelijke 
verhaal, maar had al een "De Ridder" in haar fonds. Dus deed men hem het vriendelijke
verzoek: "bedenk een schrijversnaam". Inmiddels is deze "Willem Elsschot" (1882-1960)
– ondanks zijn bescheiden oeuvre – een van de bekendste in ons Nederlands taalgebied.
Zó bekend dat na zijn dood zelfs het Willem Elsschot Genootschap – kortweg WEG – 
werd opgericht. 
Zijn leven begon en eindigde in Antwerpen met daar tussenin een Parijse, Rotterdamse 
en een Brusselse periode. Dat "Villa des Roses" ontstond in de tijd dat hij in Rotterdam
woonde, onder de positieve invloed van 'mejuffrouw Anna van der Tak'. 
Zij was een ongetrouwde medewerkster op het kantoor van de Scheepswerf Gusto, waar 
Alfons De Ridder begin vorige eeuw zijn brood verdiende. De toen midden-veertigjarige 
vrouw was 't gretige gehoor bij de smakelijke verhalen van de Antwerpenaar, die hij haar
over zijn Parijse jaren opdiste. Die moest hij opschrijven, zo meende zij, en werd daar-
mee de persoon die de schrijverscarrière opstartte van een zeer geliefde Nederlandse 
auteur. Hij eerde haar stimulans door het boek aan haar op te dragen. 
Willem Elsschot was wat je zou kunnen noemen 'een moeilijke jongen'. Hoewel hij de
gelegenheid kreeg om het Atheneum te bezoeken werd hij wegens recalcitrant gedrag 
van school getrapt. Dat zal de eerzame bakker, die zijn vader was, verdriet hebben gedaan.
Ontrouw aan de verwachtingen dus. Er volgde een leven van loopjongen en manusje van 
alles tot kleine kantoorbaantjes waarin zijn onrust hem naar Parijs bracht. Daar werkte 
hij voor een louche Zuid-Amerikaanse zakenman en woonde in een pension, tezamen 
met medebewoners die de karakters zouden worden in zijn "Villa des Roses". 
Na Rotterdam vertrok Elsschot naar Brussel. Een jongeman met een gebrekkige school-
opleiding, maar intelligent en avontuurlijk. Hij richtte zijn eigen reclamebureau op waar
hij altijd druk doende was met teksten schrijven. Het dichten en romanschrijven raakte 
weer wat op de achtergrond, wat niet verwonderlijk is voor een kleine ondernemer die een
duizendpoot moet zijn. Via contacten met Menno ter Braak en Ed du Perron, voor de 
oorlog zeer actief met "Forum", kwam zijn schrijverschap weer opnieuw tot leven. 
Het bekendste en zeer succesvolle werk werd de roman "Kaas" over de jammerlijke loop-
baan van een reiziger-groothandelaar in Edammer kaas, waarin ongetwijfeld veel 'autobio'
verborgen zit. 


       Willem Elsschot 

Zijn privéleven blijkt even opmerkelijk als zijn maatschappelijke loopbaan. Hij had als 
tiener al een relatie met de hulp in de huishouding bij zijn ouders, Fine Scheurwegen,
waarmee hij later trouwde en tot zijn dood in 1960 samen bleef. 
Zij kregen samen zes kinderen onder wie dochter Ida De Ridder die dit decennium 
toont ook schrijverstalent te hebben met de publicatie van twee boeken over haar beide
ouders. In 2007 verscheen bij Polak & Van Gennep "
Fine", een eerbetoon aan de moeder
van de schrijfster, de echtgenote van het fenomeen 'Willem Elsschot'. 
"Over mijn moeder, over wie voordien slechts dit met de wereld werd gedeeld: zij verwierf
enige vermaardheid door binnen hetzelfde etmaal te sterven als mijn vader". 
Zestig jaar was Alfons samen met Fien, maar hij had een aantal jaren een verhouding 
met de dichteres Liane Bruylant. En, wat niemand ooit vermoedde, hij hield er nog een 
geheim dubbelleven op na: een zeer langdurige relatie met nog een ándere vrouw, die 
pas lang na zijn dood aan het licht kwam. 

© John Zwart, 1 augustus 2011

 
   
   

Het Huwelijk 

 

Toen hij bespeurde hoe de nevel van de tijd
in d'ogen van zijn vrouw de vonken uit kwam doven,
haar wangen had verweerd, haar voorhoofd had doorkloven
toen wendde hij zich af en vrat zich op van spijt. 

Hij vloekte en ging te keer en trok zich bij de baard
en mat haar met de blik, maar kon niet meer begeren,
hij zag de grootse zonde in duivelsplicht verkeren
en hoe zij tot hem opkeek als een stervend paard. 

Maar sterven deed zij niet, al zoog zijn helse mond
het merg uit haar gebeente, dat haar toch bleef dragen.
Zij dorst niet spreken meer, niet vragen of niet klagen,
en rilde waar zij stond, maar leefde en bleef gezond. 

Hij dacht: ik sla haar dood en steek het huis in brand.
Ik moet de schimmel van mijn stramme voeten wassen
en rennen door het vuur en door het water plassen
tot bij een ander lief in enig ander land. 

Maar doodslaan deed hij niet, want tussen droom en daad
staan wetten in de weg en praktische bezwaren,
en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren,
en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat. 

Zo gingen jaren heen. De kindren werden groot
en zagen dat de man die zij hun vader heetten,
bewegingloos en zwijgend bij het vuur gezeten,
een godvergeten en vervaarlijke aanblik bood. 

 

Willem Elsschot 

 

Hoe is het met de trouw gesteld... 
Beschouwen we bijvoorbeeld het direct voor de hand liggende, de trouw in de echt. 
In vroeger tijden was de echt in de beter gesitueerde kringen vooral een bekokstoofd
gebeuren. Ouders van opgroeiende dochters en zonen overlegden met elkaar hoe er 
een passende combinatie tot stand kon worden gebracht dat tot wederzijds voordeel
van de families kon leiden. 
Onbaatzuchtige liefde was daar geen voorwaarde van belang. Dat de echtelijke trouw 
daar niet de beste voedingsbodem vond ligt voor de hand. Maar het geïnstitutioneerde 
huwelijk bleef in stand, meestal een leven lang. Tot ver in de vorige eeuw waren de 
trieste voorbeelden overal waarneembaar, zie onze oranjes Juliana en Bernhard. 
Bij minder welgestelden ontbraken de middelen om op een eenmaal genomen besluit 
terug te keren en de kerk zorgde voor een bijna onneembare belemmering met ruim 
voorhanden voorraden hel en verdoemenis. Sinds het einde van de 20e eeuw is de 
greep van de kerk verzwakt en zijn door contracten gebonden mensenkinderen veel 
mondiger geworden, vrouwen zijn geëmancipeerd, sommige stappen zelfs uit een
onbevredigend huwelijk met afwijzing van enige alimentatie: zij zorgen voor zichzelf. 
Trouw en ontrouw zijn opeens veel belangrijker geworden en de eisen die partners aan
elkaar stellen zorgen voor een voortdurend kritische beschouwing van hun onderlinge
verhouding. Paren vormen zich en gaan uiteen, niet vaker dan vroeger waarschijnlijk – 
want de innerlijke mens is nog steeds dezelfde – maar niet meer in het geniep, want 
de staat onder contract kan zonder 'schande' worden verbroken. En kinderen komen 
buiten elk contract om, net als in de holbewoners-tijden en bij de maîtresses van de
vreemdgaanders in de eeuwen daarna. Er wordt geen rit door de dorpsstraat op een 
mestkar meer aangeboden door de gemeenschap, die hooguit de schouders ophaalt 
en alleen boven een glaasje eens lekker roddelt. En 'recht op zich voort te planten' is 
zelfs als trofee verworven door paren waar moeder natuur dit biologisch onmogelijk 
heeft gemaakt. De schande is omgekeerd, het is onbeschaamd om aan mensen te
vragen hoe ze aan hun kinderen zijn gekomen. 
Dat heeft grote gevolgen, Aleid Truijens schreef in 2007 al een aardige beschouwing 
als recensie op het boek "Liefde á la carte – trends in moderne relaties" van Malou 
van Hintum en Jan Latten ("whats in a name..."JZ) verschenen bij uitgeverij Archipel.
Citaat: "Hoeveel opa's en oma's hebben kinderen van een lesbisch ouderpaar, dat hun
kinderen kreeg van een bevriend homostel? Toch al acht grootouders, met de vier 
ouders erbij veel lootjes om te grabbelen bij de toedeling van sinterklaassurprises. 
Maar het kan nog ingewikkelder: beide stellen gaan uit elkaar en vinden een nieuwe 
partner – de nieuwe stiefouders – die ook kinderen hebben: de nieuwe stiefbroertjes en
 -zusjes. Die hebben in het gezin van hun andere ouder wellicht ook weer 'stiefjes', of 
het nieuwste koppel heeft er een liefdesbaby bij gemaakt. Het aantal oma's en opa's
kwadrateert... Trouw 'tot de dood ons scheidt' is een uitstervend verschijnsel. 
Langzaamaan worden we een land vol ex'en en overbodige mannen. Van Hintum en 
Latten voorspellen het matriarchaat". 
Zijn we er gelukkiger op geworden? Dat is nog een open vraag. We kunnen zoveel 
keuzes maken op meerdere momenten in ons leven dat dit leidt tot keuzestress. 
En dat weer onherroepelijk ook tot foute keuzes. 
Misschien was dat oude bekokstoofde instituut nog niet eens zo gek. 

© John Zwart – 1 augustus 2011 

   
        inzendingen   
ingezonden themagedicht     
   


trouwdicht 

ze sluiten haar weer in de armen 
de bruidsjurk zoekt ze uit met ma 
en, mits het doorgaat deze keer 
wordt heel de dag betaald door pa 

ze speldt zichzelf iets op de mouw 
weet ze, als ze de sluier wegslaat 
nog eenmaal in de spiegel kijkt 
voor ze het ouderlijk huis verlaat 

de lach geleend van een actrice 
een knellend muntje in haar schoen 
hoewel blauwtjes genoeg gelopen 
één korenbloem tussen het groen 

gehuld in oude kant en nieuwe zijde 
wordt haar de trouwbelofte opgelegd 
de ringen schitteren en de familie straalt 
het alfabet is klaar en zij heeft a gezegd 

de slotzang echoot in het kerkportaal 
onder een boog van bloesemtakken 
raakt de rijst haar smalle schoot 
even wankelt ze, op de te hoge hakken 

 

© anke labrie 

 

Themagedicht op:   trouw   
Anke Labrie 

ingezonden themagedicht     
   


Trouw 

er komen zeker dagen
dat het mée laten stromen
niet mijn koers zal zijn
ik verloochen dan mij zelf 

bij de eerste tekenen
van ontrouw aan mijzelf
zal de lucht betrekken
krimpt de zon in mij 

zal ik moedig kunnen zijn
niet schuilen in een bunker?
de storm van verandering
vraagt om standvastig zijn 

 

© Marion Spronk   

 

Themagedicht op:   trouw   
Marion Spronk 

ingezonden themagedicht     
   


Kansspel 

we konden wat verworven was gemakkelijk
verwerpen, er waren momenten genoeg
waarop we beseften dat 

kijken naar elkaar, als aan onszelf
sleuren was, maar
iets in de ander was toch anders 

dan verwacht, we hebben alles
overwogen, kenden avonden waarop we
van elkaar verlost, meenden te vergaan 

in vergeten, opgeven en dan doorzien
terugkwamen omdat we begrepen
dat trouw, vallen was naar elkaar 

 

© lisette waterschoot 

 

Themagedicht op:   trouw   
Lisette Waterschoot  

ingezonden themagedicht     
   


Levensvlam 

er zijn zoveel woorden
die mijn gedachten kleden
met roesjes en strikjes
me verkleden zo hen past 

vertrouwd ga ik mee
in woelige wateren in wollige
wolken waan en wroet ik
tot de rand van mijn schedeldak 

waar venijn verdwijnt
door het oog van eerlijk vurig licht
ontmoet ik mezelf mijn enige
altijd trouwe medepassagier 

 

© svara 

 

Themagedicht op:   trouw   
Svara  

ingezonden themagedicht     
   


liefdesverjaardag  

je schenkt me een jurk 
vergeet-me-nietjes 

we verdwijnen
in het pashokje 

en zoals je ziet 
we blijven passen 

 


© Inge Deconinck 

 

Themagedicht op:   trouw   
Inge Deconinck  

ingezonden themagedicht     
   


Levenslang 

Het geeft niet dat je weg bent
ver weg of bij een ander lief
en of je terugkomt, ooit wel
of helemaal nooit niet 

Onze uren zijn verstrengeld:
gedeelde tijd die niet meer
uit te wissen is, over te doen
of kwijt te raken
vooral niet af te nemen 

Het geeft niet dat je weg bent
ver weg of in een ander bed
of dood, want
onze wegen blijven verbonden
om wat ooit was
waarover wij alleen maar weten 

 

© Jos H.J.Rietveld 

(RAZ Teksten) 

 

Themagedicht op:   trouw   
Jos Rietveld 

ingezonden themagedicht     
   


Spiegel 

je bent trouwer dan mijn hond
die wegloopt naar zijn bot 

als ik lach, lach jij
als ik hoop, hoop jij
als ik huil, huil jij
als ik loop, loop jij
als ik zwijg, zwijg jij 

vandaag beklad ik je met rode letters:
ik kan het best alleen 

 

© Monica Boschman 

 

Themagedicht op:   trouw   
Monica Boschman

ingezonden themagedicht     
   


Achter het stille raam 

achter dat hoge stille raam, 
uitziend over de tuin 
die niet meer is 
-parkeerblik- 
ziet mijn oog slechts donkerte 

mijn blik keert om,
droomt neer in boomkruinen
waar door lindelente
gestorven jonge vrouwen
voorbij fietsen 

en achter mij haar stem
ik ben nu heel oud, jij bent
het enig kleinkind
dat mij nog bezoekt
ik ken je als je praat 

ik kan je mijn lange leven
gaan vertellen, avonturen
weinig en toch zoveel gebeurd
dat nu als een zucht voorbij
schijnt door het harde werken 

weer neem ik afscheid
zij raakt mijn hand met bei'
haar handen, ja je bent het echt,
de andere morgen roept ze: 
zuster, ga ik nou dood? 

ik kijk omhoog
-van tussen het blik- 
naar het hoge donkere raam,
nu weet ik zeker: ik zie
haar schim, zij lacht naar mij 

 

© JohnN 

 

Themagedicht op:   trouw   
JohnN

ingezonden themagedicht     
   


Zichzelf 

zijn hele leven is hij
trouw gebleven
aan zichzelf 

het is zijn vijfde vrouw
die eindelijk begrijpt
dat dit zo zal blijven 

die ziet dat hij geen huisdier is
geen koppig kind van vier
niet haar vader of haar broer
zelfs geen trouwe echtgenoot
en goddank geen maatje 

en die daarom van hem houdt 

 

© anke labrie 

 

Themagedicht op:   trouw   
Anke Labrie 

ingezonden themagedicht     
   


Lakens
(Opgedragen aan Francisca) 

Ze heft de lakens in het zonlicht
haar wilde ziel huist er nog in
in tegenlicht wordt ze herboren
een raadselachtige godin 

De lijn orakelt in haar handen
ze speurt de verre hemel af
naar tekens die haar lot bestemmen
een vluchtend hert, de bek vol kaf 

Ze schildert kleuren op het bleekveld
legt bonte doeken op het gras
ze balanceert tussen hun randen
en speelt het kind dat ze ooit was 

De lakens waar ze zich in hulde
de tere lijnen van haar hals
haar handen wit van madeliefjes
de hartstocht in haar levenswals 

Ze vouwt de lakens in een rechthoek
haar wilde ziel ertussen in
laat ze het hijgend hert verdorsten
gehoorzaam aan haar schikgodin 

 

© Femmie Elshout 

 

Themagedicht op:   trouw   
Femmie Elshout  

ingezonden themagedicht     
   


Ik heb jou mijn naam beloofd 

donker daagt jouw schaduw
op het bankje bij de dijk 

je wiegt met de meeuwen
en fluit de golven voor je uit 

de geur van pijptabak
trekt wolkjes in mijn hoofd 

ik lees de omrande woorden
laverend boven zee 

blijf ik je ontmoeten
ik heb jou mijn naam beloofd 

 

© Hanny 

 

Themagedicht op:   trouw   
Hanny  

 
ingezonden themagedicht     
   


Te goeder trouw 

je huid verzucht
mijn diepste adem ooit 

als zou gisteren
vandaag hernieuwd
de vlammen overtroeven 

het moment
voorgoed vereeuwigd
in zachte bedding 

tijd te goeder trouw
zichzelf verbindt 

van glans verzekerd
door de eigen ziel
zolang zij transparant 

 

© Jelou 

 

Themagedicht op:   trouw   
Jelou  

ingezonden themagedicht     
   


Keukenprinses 

Dat is het ergste, als je soms dacht dat je leuk 
was, dat je mij met terugwerkende kracht laat 

stampvoeten op de vloer in de keuken bij je 
moeder waar de afwas voor mij stond en jij 

me hielp de dingen op hun plaats te zetten 
en op de hare. Met de toegift van je lach mij, 

aangedaan om nooit meer te vergeten, mini- 
maal onbereikbaar maakt tot het product 

van je berekening tot slot wel uit moet komen 
op nul, en samen met dienbladen, afdruiprek 

en teil de vaatkwast vol van olijk schuim aan 
jeugd en liefde ongerept de kast ingaat. Ach. 

Had ik eenmaal alles opgeruimd geweten 
wat ik nog altijd dacht: hoe leuk je was. 

 

© Nina Werkman 

 

Themagedicht op:   trouw   
Nina Werkman  

dit gedicht staat in de bundel "Antidata"
verschenen bij Uitgeverij Holland - 2009

ingezonden themagedicht     
   


geschenk 

zachtheid , zei je
ik had mijn ogen dicht 

later was je weg
op zoek 

ik had mezelf in
slaap gewiegd 

met oren dicht geloofd
in het verkeerde woord 

trouw, dacht ik
en zekerheid 

zachtheid, zei je
en je ging 

 

© lisette waterschoot 

 

Themagedicht op:   trouw   
Lisette Waterschoot  

ingezonden themagedicht     
   


waar ben je 

mijn vriend 
wat waren we uitbundig vrij 
in onze tijden aan de kust 

toen we keken naar 
mooie, minder mooie vrouwen 
zand in onze oorschelp droegen 

wij die de zee en zon zo vaak bezochten 
waar late zeewind weinig woorden ving 
en wij begrepen dat het goed was zo, 
waar ben je toch gebleven

 

© Cor vd Stokker 

 

Themagedicht op:   trouw   
Cor vd Stokker  

ingezonden themagedicht     
   


trouw 

hij kijkt naar haar en zoekt
genegenheid in een gebaar
de aandacht van een oogopslag 

maar hij vindt niets behalve dan
haar roerloos zitten op de bank
een hand die zo gelaten ligt
de blik die langs hem gaat 

hij legt zichzelf het zwijgen op
alleen zijn hart neemt nog de grote
woorden trouw en liefde in de mond 

 

© Anneke Wasscher 

 

Themagedicht op:   trouw   
Anneke Wasscher  

ingezonden themagedicht     
   


Zoals het meestal wordt 

Of misschien ook niet:
hij baart geen opzien meer in huis,
noch ik. Een zin kromp in. 

Het harde bed blijft vierkant staan
net als de nieuwe oude tafel.
Bezetten we de overkant van ik
of ik en blazen nog wat zeepbellen. 

Ik luister naar het raam of kijk
me buiten weg, volg aandacht
die steeds kruimels van het blad schuift.
Een opgewekte vogel pikt
soms in mijn ribbenkast. 

We blijven zitten waar men zat.
Omdat. De suiker roert zich
gillend door de koffie – 

 

© Inge Boulonois 

 

Themagedicht op:   trouw   
Inge Boulonois  

ingezonden themagedicht     
   


Het Huwelijk (De Wederhelft) – Tom Lanoye 

 

Toen zij bespeurde hoe de kanker van de tijd
de ogen van haar man deed zwellen — twee tumoren;
zijn lach had weggeteerd, zijn hoofd had kaalgeschoren;
besloot ze, afgedankt, te leven voor haar nijd. 

Ze vloekte binnensmonds, maar grijnsde hem lief toe
toen hij, in walg, haar ochtendlijk toilet begluurde;
zelfs toen, toch weer, zijn lust hem naar haar lichaam stuurde
en hij kokhalzend neerkeek op ‘die oude koe’. 

Nooit viel ze uit haar rol, al spoog zijn helse mond
verwijten als een zuur. Ze kweet zich van haar plichten,
maar lachte zwijgend zó, dat hij haar nors betichtte:
Zij wenste hem reeds nu een bed onder de grond! 

Ze dacht: ik sla hem dood, begraaf hem in de tuin.
Naast hem de hoer die elke dinsdag, twintig jaren,
de oorzaak was van het verlies van al zijn haren.
Daarna die reis, van Palma naar de Balearen,
die hij steeds heeft belet, uit schrik voor ’t zilte schuim. 

Maar doodslaan deed ze niet, want tussen droom en daad
staan wetten in de weg, en praktische bezwaren.
En ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren,
en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat. 

Zo gingen jaren heen. De kindren werden groot
En zagen dat de vrouw die zij hun moeder heetten,
Als altijd stil en grijnzend bij de haard gezeten,
Een extra sjaal om haar verkwijnde schouder sloot. 

© Tom Lanoye 

 

Themagedicht op:   trouw   
door redactie geplaatst 

Willem Elsschot schreef zijn gedicht "Het huwelijk" in 1910,
dat was in het Elsschotjaar 2010 precies honderd jaar geleden, 
Het Vlaamse 'enfant terrible' onder de huidige generatie dichters
Tom Lanoye schreef 100 jaar na dato zijn parafrase vanuit het 
gezichtspunt van de vrouw:  "De wederhelft". 

 

 

 

 

ingezonden themagedicht     
   


Maria Consuela 

Maria Consuela Arroyo was born and was raised
On the south side of town
With eyes holding midnight,
And face like an angel come down.
In softness and beauty,
She grew like a rose without thorn.
At fifteen, she married,
At sixteen, her first child was born. 

And time is a lover,
A planter in ripeness,
Who harvests your dreams.
Time is a river,
That sweeps us along in its stream.
It brings us together,
And tears us so surely apart,
And there's no wrinkled crone,
In her dry skin and bones,
Who is not a young girl in her heart. 

Maria Consuela Arroyo,
She bore seven more on the south side of town.
And her love for her family
Like soft rain, came whispering down.
Like flowers in the garden,
They flourished in beauty and grace,
With their eyes like dark mirrors
Reflecting the love in her face. 

And time is the traitor.
Time is the villain who stalks on our stage,
The bringer of heartache,
The bringer of wrinkles and age.
It brings us together
And tears us so cruelly apart,
And there's no wrinkled crone
In her dry skin and bones
Who is not a young girl in her heart. 

Maria Consuela Arroyo,
Her man died in battle, across the dark seas. 
And her children were scattered
Like feathers that ride down the breeze.
She kneels in the darkness,
Nine candles she lights every day
And Padre Alphonso remembers their names when he prays. 

But, time's the black angel,
The dark curandero who brings the long sleep.
Time is a shepherd
Who's keeping a watch on the sheep.
He brings back together
The souls that he once tore apart
And he comforts old crones
In their dry skin and bones
For he still loves the girl in their hearts.
Time is a lover,
A planter in ripeness
Who harvests your dreams. 

 

© Tim Henderson (lyrics) 

 

Themagedicht op:   trouw 
door redactie geplaatst 

Het lijkt alsof Tom Lanoye zich op een of andere manier
geërgerd heeft aan het ontluisterende gedicht van Elsschot
en alsnog, een eeuw nadat het gedicht ontstond, revancheert
met De Wederhelft. 
Mij (de redacteur) heeft het altijd enigszins geprikkeld dat de
gevolgen van "de tand des tijds" niet aan de tijd, maar aan
de vrouw zelf worden aangerekend, terwijl ook zij het slechts
moet ondergaan. 
Ontroerend is voor mij al jarenlang de benadering van 
Tim Henderson geweest in de songtekst van Maria Consuela. 
De tijd is de bedrieger, de stalker die haar schoonheid langzaam 
vernietigt. Zijn roze afsluiting met het uitzicht op een hiernamaals 
kan mij helaas niet troosten. 
Alleen wie jong sterft ontloopt ontluistering. 

Klik HIER om de Glaser Brothers te beluisteren 

 

 

 

 

 

 

 

ingezonden themagedicht     
   
                   Uw themagedicht ?                        Inzender
   
© Copyright Hernehim Cultuur 2001-2011   

Hernehim      

 een cultuurpagina 

HOME 

   
juli 2011   
   
   

 juli 2011 
Thema van de maand: wandelingen en zoektochten  

Illustratie:  Avondwandeling in Arles - 1888 
Olieverf op doek 73 x 92 van Vincent van Gogh 
Expositie:  Staatsmuseum Hermitage, St.Petersburg, Russia 

   
   


C.O.Jellema (Groningen - 1936), hield altijd vast aan zijn initialen. 
Alleen voor de echte intimi werd hij "Cor", de dichter uit het noorden die Cornelius 
Onno was gedoopt. 
Wandelen - zoektochten, dat zou zeker een thema zijn geweest dat hem had
aangesproken: Jellema was een natuurman, dwalen en observeren deed hij, langs 
en op de Wadden maar ook in de directe omgeving in zijn laatste 15 levensjaren. 
Als een zoektocht zou je zijn hele geestelijke ontwikkeling kunnen zien, hij was 
lang op zoek naar de plek die hij zijn homoseksuele aard moest geven, onderhield 
in dit verband een zeer uitgebreide correspondentie met Maarten 't Hart. Maar 
vooral was hij op zoek naar de betekenis van het bestaan en 'het onuitsprekelijke'
erachter - waartoe hij tóch telkens pogingen doet om het indirect te benoemen: 
"en wij zijn hier om het te noemen tot wij niet meer zijn"

Dit werd heel treffend zijn grafschrift. 
Jellema's vader was dominee, het gezin verhuisde van Groningen naar Drenthe 
waar de kleine Cor toen al leerde om te houden van de bossen en heidevelden 
daar. Hij leek voorbestemd zijn vader's voetspoor te volgen naar de kansel en 
ging theologie studeren in Utrecht. Maar hij besloot toch anders, ging verder in 
Duitse taal- en letterkunde en werd via het leraarschap op middelbare scholen 
tenslotte hoogleraar aan de letteren-faculteit van Groningen. Zo keerde hij terug 
in zijn geboortestad. Meer natuurmens dan stadsmens verliet hij Groningen 
later weer, om zich helemaal thuis te voelen in "Oosterhouw". Bij Leens in 
Hunsingo, in een deel van de provincie vlakbij het Natuurgebied Lauwersmeer. 
Hij greep zijn kans om vervroegd afscheid te mogen nemen van het hoogleraar-
schap en kon zich toen volledig gaan wijden aan zijn schrijven en het beleven van
de natuur. 
Misschien had hij wel een bijzondere verbindingslijn met het 'onuitsprekelijke 
Niets', want hij is niet ouder geworden dan 66. Gelukkig maar dat hij zijn 
innerlijke oproep tot "carpe diem" heeft gevolgd. 

            C.O. Jellema, in 2002 (foto H.C.) 

 

 

      Wie meer wil lezen van en over deze dichter-essayist-vertaler >

   
   


Meer dan aan de lente denk ik aan die ene 
heel koude winternacht, alleen, wij beiden, 
en jij, voorop om mij naar huis te leiden, 
hebt met een fakkel toen mijn pad beschenen. 

Schoonheid aanschouwend weet men zich gescheiden: 
'k zag jou de fakkel in het rond bewegen, 
jouw silhouet omsproeid door vonkenregen 
die spoorloos in het donker zich verspreidde. 

Ik dacht bevrijd door sterren in 't heelal 
jouw lichte gang, en dat zijn zevental 
te jouwen dienste nederzond de Wagen. 

Je zei geen woord, ik durfde niets te vragen: 
men loopt liefst zwijgend samen door de nacht. 
En wie zal zeggen waar jij toen aan dacht? 

 

C.O.Jellema - Uit "Drie sonnetten"
Verzameld Werk – Querido Amsterdam 2005

 

Met het gedicht hiernaast geeft C.O. Jellema uitdrukking aan de verschillende 
aspecten die een verband kunnen hebben met een wandeling. 
Een wandeling wordt soms alleen, soms in gezelschap gemaakt. Ook als men 
samen met anderen onderweg is kan men het alleenzijn ervaren. Zelfs als men 
een sterke band met elkaar heeft is de mens in wezen eenzaam. De wandeling,
vooral getweeën gemaakt, kan dit verzachten, maar de gebrokenheid van het 
bestaan wordt niet opgeheven "want wie zal zeggen waar jij toen aan dacht?"  
schrijft Jellema terwijl hij toch de waakdroom koestert dat zijn metgezel een
godsverbondenheid bezat tijdens de nachtelijke tocht - waarin zelfs de Grote Beer
aan het firmament speciaal voor hem werd ontstoken. 
Ook het schilderij van Vincent van Gogh geeft hieraan uitdrukking. 
De twee vrouwen maken samen een zomerse avondwandeling in 't park van Arles.
Ze zijn samen maar misschien toch ook elk op zichzelf. Ze kijken niet blij en 
elkaar niet aan. Misschien zwijgen ze, denken na over wat de één de ander heeft
verteld. Misschien heeft de één geprobeerd met de ander een verdriet te delen, 
wat nooit helemaal zal lukken. 
De kleuren van de bloemen onderstrepen het contrast. 
Maar een wandeling waarbij allerlei plezierige ervaringen worden gedeeld kan wel
een stimulans voor ieders creativiteit zijn. En een wandeling alléén kan juist een
bevrijdend gevoel geven. Verbondenheid met de natuur laten voelen, loskomen van
de dingen van de dag, waaraan in het alledaags bestaan niet valt te ontkomen. 
Loskomen van het gevoel overspoeld te worden, en ruimte vinden voor het besef 
hoe voorbijgaand alles is.  
De wandeling alléén helpt als de zoektocht in onszelf naar hoofdzaken lijkt te 
stagneren. 

© John Zwart 30 mei 2011 – Hernehim Cultuur

   
        inzendingen   
ingezonden themagedicht     
   


Preikestolen 

ik slingerde mezelf richting
"de onwaarschijnlijkheid Hem" 

binnen mijn blikveld verkasten
Lemmingen met potige pootjes
rap naar de veilige overkant 

halverwege;
het regende drie lange uren
steeds tien brandslangen
en het bleek geen oefening
niet te zien was ook maar één spuitgast 

voor mij die middag geen biecht
want doorweekt ik was
ik geraakte er niet 

 

© Rudolf Schinkel 

 

Lysefjord med Preikestolen i sommersolen -  © Foto Norske Turistservice 

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Rudolf Schinkel 

 

ingezonden themagedicht     
   


Nirwana 

verder trekt de karavaan 
een luisterlast lichter 
de krontjong is gebleven 
bij de brakke dichter 

die speelt met woord en draad 
zich niet aan zinnen bindt 
maar onomwonden horen laat 
hoe klanken reizen op de wind 

en verder trekt de karavaan 
het eeuwig zoemend gezang 
van insecten verbijtend 
tot de pleisterplaats Malang 

om de tempel te bereiken 
zijn nog acht paden te gaan 
tot het bevrijde leven 
van een uitgedoofd bestaan 

 

© Hanny 

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Hanny 

ingezonden themagedicht     
   


Herkansing 

Hij staat al te wachten; 
de nette pet op 
de klompen nog fris geel. 
Laarzen bungelen in de ene, 
overall in de andere hand. 
Een man met werk behangen. 

Hij zint op een begin. Ik geef gas. 
"Ik zie je te weinig, 
werken, altijd werken. Geen tijd jongen. 
Voor je moeder niet en…" 
Ik schakel. Plankgas, de snelweg op. 
"Begrijp je dat?" 
Ik knik, en 

altijd weer zie ik die 
betekenisvattende handen. 
De dirigent die zijn klank en kleur pakt. 

Een omweg. 
De velden zijn rood verbrand. 
"Het is droog jongen, voor de tijd van het jaar" 
Ik versnel. 
Dan verandert zijn vrouw – mijn moeder – 
mooi wordt ze, mooier dan ooit. 

"Druk hier. 
Iedereen heeft haast" 
Ik kies de rechterbaan 
en neem gas terug, ongemerkt. 
Vertel over mijzelf, wat ik wil 
wie hij voor me is 
slaan we over, we rijden een nieuwe route. 

 

© Hans Puttenstein 

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Hans Puttenstein  

ingezonden themagedicht     
   


Middag in Pinara 

Langs een steil bochtig pad
kruipen we gestaag omhoog.
Knarsend geluid van rubberbanden
over kiezels, zand en gruis.
De auto in de laagste versnelling
de airco op de hoogste stand.
Een koor van krekels slaat alarm
zodra de portieren een gat slaan
in de gewijde rust.
De dansende hitte wiegt de vallei
in diepe slaap. De zuchtende wind
aarzelt, maar dekt haar teder toe.
De rotsbodem houdt moedig
de Lycische historie staande,
terwijl de zon ze elke dag
blakert; verbleekt. Knoestige
bomen brengen koelte, maar
de wortels vermalen het verleden…
meedogenloos…..gestaag tot stof 

 

© Hein van den Assem 

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Hein van den Assem  

ingezonden themagedicht     
   


autineus 

alle neuzen dezelfde kant op 
wie ziet dan het gevaar of het geluk 
wie ruikt het vuur of het gebak 
wie kijkt elkaar nog aan? 

ik weet het, het was vast 
niet letterlijk bedoeld, maar 
laat me lekker rondneuzen 
soms stampend en botsend 
zodat ik in ieder geval 
mezelf nog eens tegenkom 

 

© Monica Boschman 

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Monica Boschman  

ingezonden themagedicht     
   


Rode beuk 

Op dat bankje voor je vrienden 
nog net sterk genoeg 
om me te dragen 

wat laatste twijfels 
van een oude man 

door het vlammendal 
tot ik een asla vul 
en dan terug naar zee 

of toch maar in de aarde 
stijgen met de getijden 
in oude bomen 

dan naar de sterren 
door kale, dunne takken 
in een heldere winternacht 

 

© Ton Huizer 

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Ton Huizer  

ingezonden themagedicht     
   

 
Ode aan Groningen 

Van Turfsingel naar de 
Noorderhaven waarna heel 
abrupt het ommeland ons 
welkom heette, 
liepen we langs het water 

tot zich een mooi plekje 
aan de oever bood, 
jij in je blije zomerjurk
en ik in verlegenheid, 
gewoon wat praten over 

niets, een vogel in de vlucht 
en zag je die vis? En peinzend 
zwijgen; toekomst veel te ver, 
een snoepje. een slokje fris. 
Daarna terug, daar waren weer 

de stadscontouren. Mijn hand 
in licht beroeren van dunne 
stof, één enkel streel langs vlecht, 
die was zo lang... wat wisten wij 
van het geluk dat bij ons was; 

we waren jong, heel jong nog 
en bovenal heel bang. 

 

© JohnN 
Uit: "Aanraking" - 2000 

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
JohnN 

ingezonden themagedicht     
   


Safari 

Met krakende assen wiebelt
het Nissan busje over het
pad naar de boom.
Ver weg vegen dolende wind-
hozen doelloos stof over
de horizon. 

Onder de uitwaaierende
takken - tussen lage
doornstruiken en verdord
gras - centreren zich gretige
cameraogen.
Zij beeldhouwen
een massieve kop, die scherp
wordt gesteld. 

Een lome mannetjesleeuw,
die zich aan de busjes noch
het klikken iets gelegen
laat liggen. Onverstoorbaar
poseert hij zoals alleen een
echte vorst dat betaamt. 

 

© Hein van den Assem  

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Hein van den Assem  

ingezonden themagedicht     
   


Wandeling 

Laat anderen de bergen en de dalen
het eindeloze strand, de wijde zee.
In diepe bossen zou ik maar verdwalen;
voor mij geen uitgestrekte heide. Nee, 

geef mij de smalle straten van mijn stad,
de oude huizen met de hoge ramen.
Het is er prettig dromen over wat
zich afspeelt aan banale en voorname 

belevenissen achter al die muren,
waar wordt gezoend, geruzied en gerouwd.
Hier zit misschien een leven te verzuren,
daar wordt misschien aan vers geluk gebouwd. 

En tussen al die levens loopt het mijne
en wordt er even van zichzelf bevrijd.
De stad maakt korte metten met mijn kleine
vermeende zorgen, sust mijn eenzaamheid. 

Onder het asfalt rust de zwarte aarde,
boven de daken is de hemel blauw.
Die ene verre vogel kent zijn waarde,
die ene boom blijft de seizoenen trouw. 

Kijk, daar kan ik de laatste zon nog halen:
als 'k oversteek, kan mijn gezicht in bad.
In diepe bossen zou ik maar verdwalen;
geef mij de smalle straten van mijn stad.

 

© Edith de Gilde 

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Edith de Gilde       

ingezonden themagedicht     
   


Vindplaats 

Ik zocht 
zijn gezicht af 
vaders gezicht 
met de rimpels 
rond mond,ogen 
groeven in het voorhoofd 

Ik vroeg 
me af wat ‘m 
in zijn jeugd was beloofd: 
een loopbaan zonder hobbels? 
een gezinsleven 
geen piek of dal? 

Ik sloot 
hem nooit 
in mijn armen 
-hij had z’n ogen 
niet geloofd- 
herinnering…mijn pleisterplaats. 

 

© Harry C.A. Daudt 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Harry Daudt 

ingezonden themagedicht     
   


wandeling langs Reitdiep
(bij Garnwerd) 

mijn voetstap vindt een pad dat dwars door
weiland gaat, langs boerenhoeve waarop
tijd nog steeds met krul geschreven staat 

in Garnwerd kijkt de toren met het
zadeldak minachtend neer op boten
van plezier, hij moet vertier gedogen 

het water klotst wat bruin geluid in gras
motoren hebben lak aan elk protest
de schreeuw van meeuw wordt genegeerd 

de dijk blijft trots en recht zijn rug
hij weigert mij met prikkeldraad
duldt nu alleen maar schapen 

 

© Anneke Wasscher 

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Anneke Wasscher 

 
ingezonden themagedicht     
   
                   Uw themagedicht ?                        Inzender
   
© Copyright Hernehim Cultuur 2001-2011   

Hernehim      

 een cultuurpagina 

HOME 

   
juni 2011  
   
   
        inzendingen   
ingezonden themagedicht     
   


Zwerver 

Hij zit soms, want dat zie ik
uit mijn raam, op oude rails
tot roest vergaan te wachten
op een trein, het fluitsignaal dat
wie weet al hoe lang
vervluchtigd is in damp en stoom 

Dan, tergend traag raapt hij
een plastic zak op, zijn bestaan
gevangen in een droom
waaruit een denderende dood
hem uitweg biedt 

 

© Karel Wasch 

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Karel Wasch 

Uit de bundel 'alsof er iets van mij overbleef' - IDfiXe 2001 

ingezonden themagedicht     
   


Alle paden betreden 
Geen zijweg gemeden
Ergens nergens ooit echt
binnen de perken gebleven 

Al met al inmiddels
een weinig wijzer
Niet beroemd nog
Wel rijker 

In abstractie
troost gevonden 

De dag is mild
de melancholia's
staan in bloei 

 

© Rik Comello 

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Rik Comello  

"Kort lied op het vege lijf geschreven" 

ingezonden themagedicht     
   


Voorheen 

voorheen keek ik niet achterom
steeds vaker nu
wandel ik langs oude wegen
het verleden binnen
waar de nestgeuren binding geven
aan alle losse delen
van het boek dat toekomst heet
ik blijf het lezen
opdat ik niet vergeet 

 

© Hanny 

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Hanny  

ingezonden themagedicht     
   


Tra 

Krom gevangen 
blijft mijn rug 

verlangen
naar het groteske bos
waar mos mijn voeten kust 

last berust
in schaduwzijden hars 

gespreid met armen wars van schors
waar dorst de zoete heimwee zucht
op zoek naar lucht en kind van toen. 

 

© Jelou 

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Jelou 

ingezonden themagedicht     
   


Voortgedreven 

Koersend op de hemel 

zwervend over zeeën 
belandde ik op jouw strand, 
jij baadde in mijn bewondering 

Al wachtte treurnis nabij 
was het toch hartsverlangen 
dat won: lokt je de branding? 

Gedachten beheerst door 
vannacht, wetend van vertrek 
voor een andere bestemming 

Ik beloofde je een ster 
om je achter te laten 

 

© JohnN 
Uit: "Zeearmen" – 2002/2005 

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
JohnN 

ingezonden themagedicht     
   


Keerkring 

levenslang wandel ik
door vier seizoenen
heen en weer
keer op keer
tussen langste en kortste dag 

zo duikel ik steeds
tussen warmte en kou
pluk een roos
uit mijn zomertuin
huiver in de winter 

 

© Marion Spronk  

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Marion Spronk 

ingezonden themagedicht     
   


wandeling 

(Nacht van de vluchteling) 

Ik wandel 
wandel voor de vluchteling 
ik wandel in de nacht 
tussen zaterdag en zondag een brug 

Klokslag 12 uur 
zetten we 
voet-voor-voet 
been-voor-been 

We gaan meteen 
en zonder aarzeling 
naar een veilige stad Den Haag 
Feestend Rotterdam kijkt ons in de rug 

We wandelen niet als voorheen: 
zomaar een ommetje 
een gang, wat losjes 
het luie kuieren op ‘n zondag 

Ik wandel 
in de nacht 
het duister me nabij 
onder ‘n hemel maanlicht? een sterrenlucht? 

Een vluchteling 
wandelt niet,aarzeling in elke stap 
het duister schamel dekmantel 
de nacht...een onbetrouwbare maat? 

Ik wandel 
en inderdaad: 
verschillen onze levens 
hij wandelt niet...hij vlucht. 

 

© Harry Daudt 

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Harry Daudt 

ingezonden themagedicht     
   


elk zijpad 

onbekend het landschap 
waarin ik mij soms terugvind 
aarde lijkt nog donkerder 
dan de grond van mijn bestaan 

het eindeloze zoeken 
vanuit een grenzeloos vertrouwen 
brengt mij op de vreemdste plaatsen 

gebieden van ons wezen 
eerder nooit betreden 
rijk van de illusies 

elk zijpad zal ik ingaan 
om overtuigd te zijn 
jou niet te kunnen missen 

 

© Cor J van der Stokker

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Cor vd Stokker 

ingezonden themagedicht     
   


Wandelen 

Als kind heeft hij de halve stad belopen
op de te grote schoenen van zijn broer
dan moest hij van zijn moeder wortels kopen
bij de allergoedkoopste groenteboer 

Als man is hij altijd vroeg opgestaan
want de fabriek ging al om zes uur open
en als zijn fiets dan weer kapot zou gaan
dan kwam hij toch op tijd door te gaan lopen 

Nu zit hij zomers lekker in de zon
naar de wandelaars op straat te kijken
Hij slaat ze gade vanaf het balkon 

en ziet verbaasd dat ze gelukkig lijken
waar hij zich nooit zo in verplaatsen kon
Misschien is wandelen iets voor de rijken 

 

© Anke Labrie 

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Anke Labrie 

ingezonden themagedicht     
   


Slauerhoff 
(op de dichter wiens hele leven een zoektocht was) 

Stroef als z'n prijs voor kracht,
z'n groot talent en macht
over de woorden. Scherp,
veelzeggend, tegendraads.
Ideeën boordevol.
Gedachten: grote vaart.
Van uitzicht ver en wijds,
toch kort; nors en compact
maar vol van slordigheid:
zijn naam is – in het Duits
verwant aan sloddervos
want slüderaff beduidt
in lux'levende leegloper,
slampamper'op grote voet,
een aardige omschrijving
van wat een scheepsarts doet:
zitten in luie stoel
als officier op 't dek
al was 't bij hem gedwongen
door ziekten op z'n longen. 

Zijn lot was: sterven jong.
Zijn leven: zwerven wijd
over de zeven zeeën.
Toch kwam hij aan z'n eind
in een tehuis in 't Gooi
en in een proper bed. 

 

© J.C.Aachenende – Amsterdam 
Uit de bundel "Vreten op aarde" 

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
J.C.Aachenende     

ingezonden themagedicht     
   


halt 

ga niet verder
maak hier een pas
op de plaats
of twee 

een pas op de plaats
waar sta je
een pas op de plaats
wat let je 

ga niet verder
maak hier een pas
op de pleisterplaats
van je ziel 

een pas op de plaats
als diepste sprong 

 

© Monica Boschman

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Monica Boschman     

ingezonden themagedicht     
   


Heer met hoed 

flamboyant en extravagant
wandelt, nee schrijdt hij voorbij
neemt even zijn hoed af
voor grijze vogels op de galerij 

van het appartementencomplex
tot dat donkere straatje
waar hij ooit strategisch was neergezet
als een tinnen soldaatje 

men fluistert, beschimpt en kluistert
hem op fictieve gronden
hij ronselt en raust, hoereert en smoust 

voorbij het kruispunt naar lager wal
zwerft over de stoep zijn schaduw
hij neemt hem mee tot hij sterven zal 

 

© Hanny 

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Hanny      

ingezonden themagedicht     
   


Duingezicht 

De ets bepaalt het uitzicht aan de wand. 
Hij heeft alleen wat vegen en wat vlakken 
maar met getij en winden draagt hij brakke 
verbeelding aan en vult mijn kinderhand. 

Bij tijd en wijle laat ik ’t vasteland 
door z’n te nauw bemeten bodem zakken. 
Bij tijd en wijle zeker ik mijn hakken 
in dit van fantasie vergeven zand. 

Aan het bureau-eind wenkt een goede fee 
en lonkt en lokt en leidt mij naar de nipte 
ontsnapping uit het daaglijks wel en wee. 

Ik stap de klompjes in van Piggelmee 
en wandel weg in hoogten en in diepten. 
Voorbij de duinenrij weet ik de zee. 

 

© Nina Werkman 

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Nina Werkman     

ingezonden themagedicht     
   


Wandeling over de Champs-Elysées 

Nog liever dan over de Champs-Elysées
wandel ik met mijn dochter
over de holle wegen van de Elyzeese Velden,
gelukzalig door het Filosofendal 

'dochter uit Elysium, wij betreden,
dronken van vurige hartstocht,
hemels wezen, jouw heiligdom' 

rap wordt het lange trappad
van de Duivelsberg beklommen
('En even weer een vreemde ontroering:
die ruimte en dat licht. Alles was vreemd.
Een opgetogen meisje, volwassen.
Ze kan nog leven, ik leef ook nog.') 

wordt het genieten groter
te weten dat de dichter N.
het uitzicht zozeer bewonderde
alsof hij zelf daar op de heuveltop
het panorama opriep? 

en nog iets,
kende N. op zijn beurt
de goddelijke verrukking van de dichter P. 
na de beklimming van de Mont-Ventoux? 

de kunst van het genieten
wordt slechts geciseleerd
pas nu ik begrijp
dat zeventien Amerikaanse para's
(zoals Donald Weaver in de nacht
van 18 op 19 september 1944)
in de operatie Market Garden
hun leven lieten
op deze duivelse heuvel. 

 

© wenlez 

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Wenlez    

ingezonden themagedicht     
   


Strandloper 

Paradijs van talloosheid en van de dood: 
kwallenlijken, schelpen, krabbenpoten. 
Een plenzende zon die onze blik verwijdt, 
gevallen sterren droogt, de daagse oogst 
aan vel tot hemd van Venus verft. Hier 

ploegen wij door mulle lagen tijd, 
het strand verkavelend tot volgeboekt, 
obese kuilen scheppend en babelse belforts – 
bakens voor de jutterhanden van het water, 

later. Blote nimfjes bakken taart en geven 
rondjes water weg. Nee, er is niets nieuws 
onder de zon: de dag knarst van het zand, 
topless blank de duinen, de horizon 
krek waterpas en al ons doen en laten 
wordt weer mooi in zand geschreven - 

 

© Inge Boulonois  

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Inge Boulonois    

ingezonden themagedicht     
   


Wijd 

Wijd wijder weids vol met lucht 
waar golven aan de einder 
doorgaan tot vermoede verre landen. 
Mijn tred vast op donker 
stevig zand, voor mij uit gaan 
ontelbare trippelpasjes. 
Overal liet wind reliëfkunst achter 
zelfportretten in zand 
Ik adem diep de ziltheid waarin 
de snelle visser zweeft en zwenkt 
herkenning toeroept 

Alleen ga ik hier 
met mijzelf en alles wat bestaat 

 

© JohnN
Uit: "Zeearmen" 2002-2005 
      "Dicht in de buurt - Friesland" - Uitg.Dagblad Trouw 2010 

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
JohnN   

   
© Copyright Hernehim Cultuur 2001-2011   

Hernehim      

 een cultuurpagina 

HOME 

   
   
   
    
   
mei 2011  
   
   

 mei 2011 
Thema van de maand: spel, spelen 

Illustratie:  Baignade des Nymphes - 1938 
Olieverf op doek van Paul Delvaux 
Expositie:  Museum Sint-Idesbald Veurne - B   

 

Het bad van de nymfen is een spel, een spel met het water,

met elkaar, met zichzelf - in surrealistische sfeer 
   


Ditmaal laten we weer een dichteres het thema introduceren: Mies Bouhuys,
schrijfster die soms in één adem wordt genoemd met Annie M.G.Schmidt. 
Maria Albertha Bouhuys, geboren in Weesp in 1927 als dochter van een 
onderwijzer, was tegelijkertijd actief op twee fronten. 
Ze was een politiek activiste, die zich vooral met grote strijdbaarheid inzette 
voor de vrouwen in Zuid-Amerika. Maar tegelijk was zij ook iemand die heel 
gemakkelijk kon vluchten in de verhalen die zomaar konden ontspruiten aan 
haar rijke fantasie. 
Vanuit die vaardigheid werd ze een belangrijk kinderboeken schrijfster, vaak
met tekst op rijm en niet zelden geïllustreerd door de begaafde tekenares
Fiep Westendorp. 
Ze werd enthousiast voor werken bij de omroep en werd tv-regisseur, 
voornamelijk in kinderseries.

       Mies Bouhuys 

Maar onder die vrolijkheid van het werken voor en met kinderen was ze fel in 
de strijd tegen armoede, oorlog en racisme. Haar vader moest in de oorlog 
joodse kinderen van school sturen, maar weigerde dit. Hij werd ontslagen. 
Zijn principiële houding maakte grote indruk op haar, onrecht kon zij niet verdragen.
"Om wat ik van de wereld weet/ zeg ik: waarom? waarom?/ 
Een handvol rijst een handvol hoop/ daar gaat het om". 

Toen kroonprins Willem Alexander in 2002 koos voor de dochter van een Argentijns
politicus uit de junta, kon zij niet anders dan het feit aanvaarden maar solidair als 
ze was met "los Madres del Plaza de Mayo" ('dwaze moeders' van Buenos Aires)
gooide zij zich vol in de strijd om te beletten dat vader Zorreguieta het prinselijk 
huwelijk zou besmetten met zijn aanwezigheid. Max van der Stoel pendelde menig
keer om Z er fijntjes op te wijzen dat niet heel Nederland stond te applaudisseren 
mocht hij zijn voornemen toch doorzetten. Een staaltje van goede diplomatie. 
Als dichter heeft Mies Bouhuys geen groot oeuvre, maar in haar jonge jaren al
bewees zij haar kunnen. 
In 1947 gaat ze als 19 jarige met haar gedichten op bezoek bij Ed Hoornik. 
Deze dichter keerde in 1945 terug in Amsterdam, had zijn deportatie naar Dachau
overleefd. Een jaar na haar bezoek, in 1948 wordt haar debuut – en het is de enige
bundel gebleven – "Ariadne op Naxos" uitgegeven. Het werk wordt bekroond met 
de Reina Prinsen Geerligsprijs. 
De tweede wereldoorlog heeft duidelijk sterk haar levensloop bepaald. 
Zij blijft bevriend met Hoornik en trouwt later met hem. Twee belangrijke boeken 
schrijft zij op het thema onrecht en onderdrukking in de jaren tachtig: 
"Anne Frank is niet van gisteren" en "Het is maar tien uur sporen naar Berlijn"
 (in 1982 en 1985). In 2008 is Mies Bouhuys op 81 jarige leeftijd gestorven.

 

 
   
   


Ot en Sien 

Je weet het niet, Ot, je weet het niet, Sien,
ik ben een vriendje van je.
Ik woon aan de andere kant van de heg,
maar door een kiertje kan je
nog altijd zien wat jullie daar doen,
al is het veel verder weg dan ik zeg
tussen vandaag en de tuin van toen. 

Je komt op je klompjes het paadje af.
De wereld is een wonder,
een huis met een dak van wolken en zon
en jullie twee daaronder.
Ik wilde wel dat ik bij je zat
in de tent van wasgoed, de zandbak, de ton,
waar ik net als jullie de tijd vergat. 

Ik wilde wel, Ot, ik wilde wel, Sien,
zo'n huisje en zo'n straatje,
zo'n winkel van Zoete met snuif en kandij
en koekjes uit een laatje.
Met zes cent kersen de koning te rijk.
Een keer door het donker met moeder erbij,
een beetje bang, maar blij tegelijk. 

Er was nog zoveel te beleven toen:
weglopen en verdwalen.
De boom waait om, de vloer gaat stuk,
een half pond suiker halen.
Je vindt een kastanje, een kikker, een tak,
een scherfje blauw glas en dat brengt geluk,
al had je dat toch wel op zak. 

Ik kijk naar je, Ot, ik kijk naar je, Sien.
Door zoveel bomen kan je
het bos van vroeger haast niet meer zien,
maar ik ruilde graag een kastanje
voor één zo'n scherfje blauw glas
om net te doen of het nog zo was
als toen... 

Mies Bouhuys 

De speelsheid van de dichters, die willen we nu eens gaan aanspreken in deze
lentemaand, die het zachte weer van april op zomerse wijze lijkt voort te zetten.

Het gedicht van Mies Bouhuys maakt bewust dat ook in een wereld van geweld 
en onrechtvaardigheid er gespeeld wordt, mag worden. 
Misschien móet dat juist in zo'n wereld! 
Het kan helpen om een harde werkelijkheid te verdragen. Het hielp Mies Bouhuys
om met haar oorlogservaringen en die van haar man Ed Hoornik te kunnen leven.
Ook rituelen kunnen daarbij helpen, spel dat functioneel is in verwerking van verdriet.
Met de figuren in haar gedicht en de titel "Ot en Sien" springt de dichteres over de
zwarte oorlogsjaren heen naar een vrolijk verleden en haalt dat voor ons naar het nu.

Door ons te verliezen in een spel kunnen we de werkelijkheid ontvluchten, ons met
onze fantasie vereenzelvigen – maar het kan ook een heel andere kant op, en dat
zien we toch ook zo graag bij een themakeuze. 
Want mensen spelen niet alleen maar samen, met elkaar, soms met iemand – 
en dat is echt niet hetzelfde. 
Er kan een machtsspel worden gespeeld met afhankelijke mensen, 
mensen kunnen een speelbal zijn. 
Het spel kan de aandacht afleiden:"geef het volk brood en spelen" en intussen 
kunnen in de politiek kwaadaardige spelletjes worden gespeeld. 
Maar het spel van een acteur of actrice kan ons in de ban brengen, in vervoering
meeslepen. 
Misschien is wel het mooiste spel het spel van verbeelding van een jong kind,
onbevangen, als je dat echt durft mee te spelen kun je iets van puurst geluk 
proeven, maar dan moet je wel eerst van je volwassen voetstuk afstappen. 

 

John Zwart - 30 april 2011  

 

 

 

 

 

 

 

   

           Jip en Janneke gevolgd door Pim en Pom
                                                      herkenbare illustraties van Fiep Westendorp

   
        inzendingen   
ingezonden themagedicht     
   


in duigen 

in een kring van onnozele kinderen 
zingen wij Jan Huigen in de ton 

we leren vallen en opstaan 
lopen verder in het rond 

dat is het leven 
tot alles in duigen valt 

 

© Monica Boschman 
Uit: "Even los van begin en eind" 7 gedichten 

 

Themagedicht op:   spel, spelen  
Monica Boschman  

ingezonden themagedicht     
   


Knikkeren 

Glanzende stuiters liggen tegen de schutting op een rij 
In het midden die hele grote, groengeel met rood en blauw 
Raak