Hernehim - Themapoëzie
met het oog op cultuur 

Laatst bijgewerkt:  10.09.2013 

 
Hernehim
  
                                                                                         Apus apus
                                    
hoogseizoenvogel - toppunt van luchtacrobatiek 

Poëziethema voor de zomer:  hoogseizoen op de toppen    

 


Dit is een pagina waarop ik regelmatig op een nieuw thema
één of meerdere gedichten publiceer
Lezers die zelf actief zijn met poëzie zijn vrij om werk in te sturen
Als het gedicht bij mij in de smaak valt wordt het hier geplaatst
Boze e-mails wegens niet-plaatsing zijn verspilde energie
Maar inzenden uiteraard altijd welkom op 't bekende redactieadres 

Boeiend om te bezoeken 
Vrij en onafhankelijk 
Al bijna12 jaar internetactief
© HB 2001-2013. 

 Hernehim is de website van John Zwart  Contact     

HOME   Blog     Nieuws   Poëzie 

 

Project "We're all dying, aren't we" 

CROWDFUNDING  

''Met een koffer vol gekochte maar vooral geléénde kleding gaan ze onderweg.
Het humeur van Norma Jeane verbetert zienderogen naarmate ze zich verder 
van de Los Angeles Area verwijderen. 
(...) 
"André is verliefd op haar, dat gaat vaak zo bij schilders en fotografen, hun 
portretwerk wordt het best als ze zich veroorloven om zich in hun model te 
verliezen. Een week lang zullen ze samen zijn. Maar in het motel in Yosemite 
Park staat Norma Jeane erop dat ze aparte kamers boeken. 
(…) 
"s Morgens aan het ontbijt twijfelt ze of ze iets gaat zeggen over het briefje op
de dorpel, of moet ze erover zwijgen? Zij verkiest er niet zelf over te beginnen.
Ze maken een prachtige shoot in de rulle sneeuw van Mount Hood. Maar de
indrukwekkende rit naar Portland in Oregon markeert het breekpunt in hun 
rondtour.
(...) 
"Gladys is vreselijk vermagerd en ziet er verwilderd uit. Ze blijft onbeweeglijk in 
haar stoel zitten als Norma Jeane haar begroet met een kus. Opgewekt probeert
ze haar moeder te vertellen dat ze nu een fotomodel is en dat de geweldige 
professionele fotograaf André de Dienes met háár nu een rondrit maakt door drie
staten. ''Kijk, wat prachtige foto's hij deze herfst al van mij heeft gemaakt!'' 
Ze toont haar dezelfde serie die ze drie weken eerder aan Jim liet zien. Was het
effect bij Jim laatdunkende desinteresse, Gladys blijft totaal apathisch en geen 
woord komt over haar lippen. Niets duidt erop dat haar dochter tot haar doordringt. 

Een paar zinsneden uit hoofdstuk 3 van het tweede deel van de roman
''We're all dying, aren't we'' . Over Norma Jeane Mortenson, een verstoten kind 
dat model werd, en de latere filmster Marilyn Monroe. 
Een uniek origineel Nederlandstalig verhaal, vlot en empathisch geschreven 
langs feitenmateriaal uit intensieve research. 

De auteur is dichter en columnist John Zwart, die er aan begon in februari 2012,
het vijftigste sterfjaar van Marilyn Monroe (1926-1962) en het april 2013 voltooide.
De authenticiteit wordt onderstreept door origineel fotomateriaal. In een zeer 
kleine oplage zijn de kosten te hoog voor de uitgevers om de nek voor te durven
uitsteken. Men moet immers een wederverkoop marge incalculeren. 
Hier kan ''crowdfunding'' zorgen dat het werk in eigen beheer wordt uitgegeven.


                    

Hoe het werkt: 
Als iemand interesse heeft in het project kan men "crowdsponsor" worden 
voor een bedrag van slechts 5 euro. Dat moet meteen betaald worden, het is 
voor de auteur de garantie dat de interesse serieus is. 
Het is de bedoeling het boek nog voor het einde van dit jaar in een vooroplage
van tenminste 100 exemplaren zonder winstoogmerk, voor de prijs van 19 euro
per exemplaar aan te bieden. Op die prijs krijgen ''crowdsponsors'' korting. 
De vóóruitbetaalde 5 euro maken deel uit van hun netto aankoopbedrag -  
bij presentatie verkrijgt men een genummerd en gesigneerd exemplaar van 
het boek tegen nabetaling van slechts 9 euro. 
Erkentelijkheid: iedereen die de inleg van 5 euro doet krijgt als dank een
boekenlegger met daarop een gedicht van Marilyn Monroe: ''O Time''.
Hoe te betalen: Stuur een e-mail naar Hernehim Cultuur >  
en u ontvangt een antwoordbericht met de bankgegevens. 
Natuurlijk kunt u ook contant aan de auteur betalen op een van de literaire
podia waaraan hij deelneemt.

Zodra voldoende sponsors zijn verzameld worden op eigen risico ruim 100 
exemplaren in eigen opdracht gedrukt en gebonden. 
Na de vooroplage is het streven dat een professionele uitgever het stokje zal
overnemen met een oplage van 5000 ex. Het komt dan in de boekhandel tegen
een verwachte prijs van ca. 24 euro. 

 

 

Hoogseizoen, 

op de toppen   

Zomer vol leven  - van Fabrice Hund 

Zomerthema 

Vandaag beginnen we aan de laatste helft van het niet meer nieuwe jaar.
Twee seizoenen hebben we alweer gehad. Het is nu zomer zeggen ze, 
die weermannen, ach ze zijn zomaar op slag een soort stand-up comedians
geworden. 
Ik geloof dat die Piet Paulusma ermee begonnen is en bij de omroep doen ze
elkaar altijd in alles na. Dus moeten ze het menselijke er in brengen, terwijl 
het weer zo vaak onmenselijk is. 
We zien mensen varen over een kolkende grauwbruine rivier – tussen de 
huizen door – het is een straat. We zien mensen koekjes bakken buiten in 
de zon, en de bakplaat is het autodak. 

De nieuwsredacteuren laten ons altijd zien: het kan altijd erger.
En de weermannen zijn net als minister-president Rutte, ze blijven steeds maar
beloven dat het morgen beter wordt, als we er zelf maar in willen geloven. 

Hoe dan ook, we beginnen juli met een nieuw thema: 

''hoogseizoen, op de toppen''
                                                                                              1 juli 2013


Om te janken zo mooi 

Nog juist in juni is een nieuw boekje uitgekomen. ''Om te janken zo mooi''. 
Het is een citaat uit een liedtekst van Maarten van Roozendaal. 
Maarten van Roozendaal gaat dood, wij ook, maar hij weet het nu al zeker: 
heel binnenkort. Zijn voorstellingen zijn afgelast, want hij is terminaal. 
Maarten is een Nederlandse liedjeszanger die ik bewonder. Er zijn er niet 
zoveel die mij iets bijzonders ''doen'': Cornelis Vreeswijk, Bram Vermeulen, 
Jeroen Willems, Alex Roeka, Maarten van Roozendaal. 
Geen gepolijste stemmen, maar karakterstemmen die passen bij hun vaak 
schurende teksten. 
Het treft mij pijnlijk dat zoveel mannen in de kracht van hun leven, vijftigers 
soms nog maar, zomaar doodgaan. In hun ''hoogseizoen, op de toppen''. 

Van mijn rijtje van vijf favorieten, gingen er al drie. En nu waarschijnlijk spoedig
de vierde, Maarten van Roozendaal. Dan blijft me alleen nog Alex Roeka. 
Ze gaan allemaal door ziekte, hun lijf geeft het op. 
Het lijkt me moeilijk om daar vrede mee te hebben als je dacht nog zoveel te
kunnen doen. Maar boosheid en weerstreven helpt niet, die kunnen zelfs de 
maanden die nog resten vergallen. 
Daarom schreef ik mijn ''brief aan een stervende'' eigenlijk bedoeld voor een 
andere stervende, maar nu ook voor Maarten van Roozendaal die er vrede mee
moet hebben om te sterven in zijn hoogseizoen. 

© John Zwart – 1 juli 2013 Hernehim Cultuur. 

 

Iedereen die mij al een poos leest weet dat ik een thema graag vanuit vele
verschillende hoeken belicht zie. Daarom heb ik voor de illustratie voor dit 
seizoen wederom gekozen voor een levende kunstenaar. 
Jarenlang heb ik veel kunst van dode beroemdheden onder uw aandacht 
gebracht. Hoe mooi ook, in het afstand nemen tot de dood, zo dichtbij in 
mijn inleiding, grijp ik nu graag naar een werk van Fabrice Hund. 
Want de maker zowel als zijn schilderijen sprankelen van levenslust 
vlammend uitgedrukt in vormen en kleurenrijkdom. 
Een recent werk van deze door mij bewonderde schilder drukt in mijn
optiek treffend de hunkering naar de zomer uit. 

 

Mijn  favoriete gedicht dat het "zomergevoel" voor me oproept is wel het 
bekende "Liggen in de zon" van Hans Andreus. 
Alweer een kunstenaar die te jong stierf, 51 jaar oud. 
Een zeer eigen stijl, in de woorden klinkt muziek door de woorden speelt
het licht. Uit een bundel die ook al zo'n originele titel draagt: 
"Muziek voor Kijkdieren". 
Andreus hunkert niet langer, hij heeft alles al gevonden: een volledige 
overgave aan de ervanring, het hoofd van gedachten leeg, genietend. 

 

 

Brief aan een stervende 

Kwel je lichaam niet langer 
Zweep het niet voort als een afgeranseld paard – laat los 

Waar klamp je aan vast? 
Niemand kan immers iets vasthouden, nooit 
Jij evenmin – 

Het ervaren van de dag is morgen geschiedenis, 
duidelijk gesteld: ieder levensmoment glijdt ons levenslang 
voortdurend uit de vingers naar het 'voorbij' – 
Het enige dat een mens die geleefd heeft blijft 
zijn herinneringen – 
Goed en slecht 

Gebruik het einde voor de goede herinneringen 
en ban de slechte uit – 
iedereen heeft al zoveel tijd verspild aan gramschap 
over wat verkeerd ging en anders moest gaan 
Desondanks kan niets ongedaan – 
dus laat nu los 
Koester slechts de goede herinneringen – 
en deel ze – in de momenten die nog steeds blijven voorbijgaan 

Tot de tijd eindelijk stilstaat 
het lichaam rusten mag 
en de geest gewichtloos zweeft 

J

Liggen in de zon

Ik hoor het licht het zonlicht pizzicato
de warmte spreekt weer tegen mijn gezicht
ik lig weer dat gaat zo maar niet dat gaat zo
ik lig weer monomaan weer monodwaas van licht.

Ik lig languit lig in mijn huid te zingen
lig zacht te zingen antwoord op het licht
lig dwaas zo dwaas niet buiten mensen dingen
te zingen van het licht dat om en op mij ligt

Ik lig hier duidelijk zeer zuidelijk lig zonder
te weten hoe of wat ik lig alleen maar stil
ik weet alleen het licht van wonder boven wonder
en ik weet alleen maar alles wat ik weten wil.

 

Hans Andreus

"Muziek voor Kijkdieren" – Windroos UitgMij Holland 1951
Alleen mogelijk antiquarisch nog verkrijgbaar. 

 


In januari van dit jaar kreeg Maarten van Roozendaal te horen dat zijn longkanker
onbehandelbaar was. Hij zou niet lang meer te leven hebben. 
Hij zette zich aan zijn laatste taak, het belangrijkste wat hij nog realiseren wilde.
Koos een achttiental liedteksten uit zijn werk die hij zelf de beste vond. 
Vervolgens nodigde hij 18 bevriende kunstenaars uit om zich door één van zijn
teksten te laten inspireren. Het resultaat, nog net op tijd klaar, is een eerbetoon. 
Désanne van Brederode, Sanneke van Hassel, Daan Heerma van Voss, Ingmar 
Heytze, Sjoerd Kuyper, Rick de Leeuw, Joke van Leeuwen, Neeltje Maria Min,
Ester Naomi Perquin, Jan Rothuizen, A L Snijders, Peter van Straaten, 
Manon Uphoff, Thomas Verbogt, Bernard Wesseling, Menno Wigman, Maartje
Wortel en Joost Zwagerman maakten samen
Om te janken zo mooi.

Uitgeverij Nieuw Amsterdam. ISBN 9789046815908 - nu in de boekhandel 14,95.
Warm aanbevolen. 

          Gebruik het einde voor de goede herinneringen 
                                  en ban de slechte uit – 
   

Hier moet nu nog even eentje helemaal bovenaan! 
Geen gedicht, méér dan dat: een songtekst. Een Hoogseizoen lied. 
Het enige Nederlandstalige lied dat Rita Reys (1924-2013) ooit opnam.

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Zon in Scheveningen 

Zon en zand 
Icecream Soda Tonic 
in een ligstoel zon ik 
op het strand 
Achter glazen muren 
zitten we te gluren 
naar elkaar 

De zee is trillend cellofaan 
de lucht een strakke blauwe vaan 
't strand een mierenhoop 
Een meeuw verscheurt haar eigen keel 
een dansorkest speelt Love For Sale 
er is zoveel te koop 

Boven 't duin 
draaien vogels kringen 
zon van Scheveningen 
maak me bruin 

Componist: Onbekend, Lyrics: Onbekend  
Gezongen door Rita Reys begeleid door een combo, welk ?
Opname: 1959, waar.. Den Haag ?

 

Gastgedichten 



Afsluitend voor het zomerthema, een klein gedichtje van Inge Deconinck. 
Een boom beleeft zijn hoogseizoen, als hij hoog is, 
deel vormt van een bos, kinderen uitdaagt 
en vogels er hun huis van maken. 

Verder plukte ik een tweeluik van de '52 gedichten per jaar' website 
van Monica Boschman. 
Het lijkt alsof zij wil zeggen geniet vooral van het hoogseizoen 
van het moment. zoals op een mooie zomerdag. 
Het geluk is er wel, maar je moet het wel herkennen. 
Het heeft ook een begin en een einde...

 

 

Als ik een boom was 

stond ik vast met mijn voeten in de aarde 
mijn haren droomden in de wind 
mijn armen dansten in de blauwe lucht 

ik zou een speelse boom zijn 
een boom waarin kinderen konden klauteren 
en vogels nesten bouwden 

© Inge Deconinck - Vlaanderen 

 


alles 

zo onder de zon
is alles op zijn mooist 

niets toe te voegen 
of weg te nemen 

ook ik val even samen 
met mijn schaduw 

© Monica Boschman - NL 

 

misschien 

misschien is geluk 
als het leven 

met een begin en een eind 
en daartussenin het nu 

© Monica Boschman - NL 

 


Tegelijk gaat deze Hernehim Cultuur site nu even in de ruststand. 
Er staat genoeg te lezen, dat blijft allemaal toegankelijk. 
En natuurlijk komen we binnenkort terug met een nieuw poëziethema. 
Welk? Daar mag u als lezer suggesties voor doen. 

Wat wordt het volgend thema?
< Mijn themavoorstel. 

 

 


open en bloot 

aardbeien die nog voller blozen 
nu bloemen schaamteloos 
kleur en geur bekennen 

de velden zijn op hun mooist gekleed 
geopend door en voor de zon 
komt zelfs de muur tot leven 

 

© Monica Boschman - NL 

 

 
  Twee totaal verschillende manieren om tegen het ''hoogseizoen'' 
aan te kijken. Verrassende beelden van wat soms onder "schoonheid"
wordt verstaan. 


Praalzucht 

Wanneer de zomerzon met vlijt
haar gouden stralen zengend brandt,
gaat op het blotebillenstrand
de schaarse kleding van het lijf. 

Je ziet dan onvoorstelbaar veel
aan glim-metaal en glittertooi,
gestoken door een lichaamsplooi
maar meer nog in een edel deel. 

Vagijntjes met een ring versierd,
de navels door een edelsteen
en eikels -schrijnt dat niet gemeen?-
waaruit een glanzend knopje kiert. 

Omdat ik daar geen sieraad heb
val ik een beetje uit de toon,
dus daarom open ik mijn bek
en toon vol trots een gouden kroon. 

© Koos Haydn - NL

 

Hoogseizoen 

een stralende zomerdag
met de zon in het zenith
het zachte windje
streelt lome uren
die zich eindeloos rekken 

zo voelt echte vakantie
zintuigen bezatten zich
aan duizend kleuren groen
gezoem van nijvere bijen
zwaluwen hoog in de lucht 

warmte fluistert 's avonds nog
onder weelderig lover 

 

© Marion Spronk - NL


Zomerhitte, 

De verveling schuurt over 
de opstallen van het land, 
over de ruggen van het 
kwijnende vee. De hitte 
hangt lusteloos in de oksels 
van het geboomte, vleit 
zich dromerig tegen afgematte 
rietkragen, zwalkt doelloos 
en zwaar boven koortsige 
plassen en verstilde sloten. 
Het land zit al dagen op slot. 

En ik? Ik luier loom en leeg 
in mijn hangmat voor het 
huis en verzucht onder 
deze bedompte deken, dat 
het smachten naar een 
warme zomer nu wel 
uitgelepeld in mij is 
bezweken. Ik hoor alleen 
het kraken van de koorden 
en dein traag heen en weer, 
terwijl het ritme van het 
dagelijks bestaan voor 
mijn ogen
  – dorstig 
naar activiteit – crepeert. 
Het land zit al dagen op slot. 

© Hein van den Assem - NL 

 

Hebt u het gemist? Het knikhoofd van Mark Rutte.. ik niet - 
Laat die anderen ook nog maar een poosje 
wegblijven van de camera's.


Zomerreces 

’t Is aangenaam en vredig in Den Haag
Geen onvertogen woord valt er te horen
Noch kamerleden die de rust verstoren
’t Bestuurlijk apparaat draait extra traag 

Het Binnenhof oogt leeg en wat verloren
’t Is kabbelend en rustig in Den Haag
Met ieder op reces, van hoog tot laag
Heerst stilte in de overheidskantoren 

Verstomd is al het politiek gezaag
Nu fractieleden thuis hun tijd baloren
’t Is zo opvallend minzaam in Den Haag
Geen kabinet om ‘t volk te ringeloren 

Zodoende rijst de cruciale vraag
~Zou het wat zijn de Kamer aan te sporen
Om het reces een tijdje door te schoren?~
‘t Loopt prima zonder inbreng uit Den Haag 

© Koos Haydn - NL 

 

Misschien niet duidelijk aansluitend op het thema hoogseizoen
vind ik dit gedicht wel waard om te plaatsen als teken van deze tijd,
Iets wat ons niet bevalt valt al gauw ten prooi aan het vuur, 
tot op vandaag zien we de inhoud van bibliotheken op straat belanden
om te eindigen in het "vreugdevuur" waarin "profane" literatuur verzengt,
maar het vrije woord kan nooit gesmoord. 
Ook niet in tijden van krap geld. Dan worden nieuwe wegen gevonden,
eigen beheer, crowdsponsoring, huiskamervoorstellingen.
Het vrije woord kan nooit, nooit tot zwijgen gebracht. 

 


Met het oog op cultuur 

ze hebben boeken verbrand 
juichend keek men toe 

het laaiend vuur van de geest 
smeult eeuwig ondergronds 
laat zich niet doven 

haar vlam laait altijd op 
voor hen die hongeren en dorsten 
naar wat de ziel voedt 

© Marion Spronk - NL 

 

 

 

Dans met mij 

dans met mij 
rond bomen in de bongerd 

hou me stevig vast 
ik wil niet vallen 
zoals een appel van zijn tak 

dans met mij 
tussen vogels op het plein 

proef me hier en nu 
onder een zomerregen 
van roomwitte lindebloesems 

dans met mij 
tot de laatste zwaluw vlucht 

© Hanny van Alphen 

 

 

Tot in je kruin 

Dat ik je 
op de voet 
mag volgen 

Zomer 
ruik ik 
zomer in je kruin: 

Korenbloemen 
in het veld 
geplukt.

Roos in 
het duin 
waarvan helmgras 

mij niet weerhoudt 
en koud heb je 
je hielen gelicht 

en ik ontdek 
geplette koningskaars 
in het menselijk tekort 

Dat ik je 
op de voet 
volgen mag. 

© Harry C.A. Daudt - NL


Hoogseizoen 

Ik orden heldere kleuren en dansende lijnen 
en oervormen met mijn penseel en 
componeer daarmee bezielde en levende beelden, 
waarmee ik hoop de toeschouwer te kunnen laten delen
in mijn gevoel van blijheid en liefde voor het leven 

waar ik ook ben 

 

© Fabrice - NL 

 

 

 

 

 


Op het Festival 

De grote dichter zwijgt - 
de decibelterreur 
van honderdplus valt aan 
ik wrik me door de meute die 
voor de bar bleef staan 

Dan beroert een hand 
mijn arm en reikt 
iets aan - maar lipleestaal 
verlangt meer oefening 
voor woordelijk verstaan 

Dus ik begin nog: Wat... 
maar pech - ze is al weg 
Genade van de band - hun coma 
van uitzinnig zinsverdriet -
nu kan weer iets opengaan voor 
wat ze mij achterliet: 

"Vandaag mag je mijn eenzaamheid zien 
 tastbaar als glas, vloeibaar als water 
 je mag spelen met mijn handen 
 en me vertellen dat je agenda zo vol is 
 Zo vol van jezelf en van anderen..." 

O poëzie, waarom zo snel gevlogen? 
We konden wel over de geluidsbarrière 
springen en samen aan de overkant wat 
met handen spelen – Van mijn agenda had dat best gemogen 

© John Zwart - NL 

© Copyright - De gedichten op deze poëziepagina zijn en blijven eigendom 

van de auteur. Kopiëren en vermenigvuldigen zonder toestemming vooraf is verboden 

hernehim.nl 

HOME 


Deze website wordt geheel onafhankelijk gepubliceerd en geredigeerd door John Zwart 


Hernehim - Themapoëzie
met het oog op cultuur 

Laatst bijgewerkt:  29.06.2013 

 
Hernehim
 
                                                                            Anas platyrhynchos

                                     2 minuten lentezang luisteren en eendjes kijken

Poëziethema voor de lente:  alles vloeit, levenswater    

 


Dit is een pagina waarop ik regelmatig op een nieuw thema
één of meerdere gedichten publiceer
Lezers die zelf actief zijn met poëzie zijn vrij om werk in te sturen
Als het gedicht bij mij in de smaak valt wordt het hier geplaatst
Boze e-mails wegens niet-plaatsing zijn verspilde energie
Maar inzenden uiteraard altijd welkom op 't bekende redactieadres 

Boeiend om te bezoeken. 
Vrij en onafhankelijk. 
Al 11 jaar internetactief
© HB 2001-2013. 

 Hernehim is de website van John Zwart  Contact     

HOME   Blog     Nieuws   Poëzie 

Alles vloeit 

Levenswater  

 

ss "Titus"  1930 - 1958 KNSM 
Olieverf Fred Boom
 
Gedicht John Zwart - Bundel "Zeearmen" 

 


Behouden 

Kammen en kaken 
daartussen waag ik mij 
en zij draagt mij 
als was ik vederlicht 

de afgrond uitgedaagd 
'Kijk niet naar benee' zegt ze 
toont mij weerom de hemel 
die kaatst in haar gezicht 

Van angst te vallen, twijfel 
tussen behoud en moed 
heeft ze mij bevrijd 
zodat zij mij de verre overkant 

bezeilen doet en in behouden 
aankomst laat vertrouwen 
en niet benauwen door de lege 
horizon verstoken van elk streepje land 

Nooit heeft ze 't mij verteld 
waaraan ik het verdien 
dat zoveel rampspoed mij 
juist kantje boord voorbij 

mocht gaan - een enk'le keer 
droom ik illusie, was ook zij 
door blinde liefde aangedaan, 
heeft ze mij dáárom niet vermoord? 

   
   


Levenswater
 
(El viaje de Balboa para Colón) 

In een diepe kloof kruipen we door het kanaal 
we passen er maar nauw doorheen, 
de Gaillard Cut snijdt twee America's vaneen 
in Noord en Zuid -- langs beide boorden veel kabaal 

door zwaar gordijn van regen, watervallend tuimelend
tekeer van rotswand met gedenkplaat: 25000 doden vielen hier
niet door groot ongeluk maar door een klein muskiet die
tropenkoortsen meebracht uit de jungle en het meer 

Een eeuw nadien klinkt felle dialoog of maat van kloof en 
sluizen nu nog wel voldoet, maar in goede verhoudingen 
gebouwd bleef 't hoge Gatunmeer nog altijd diep genoeg en zoet 

In Nicaragua ligt een plan op tafel: groot, breed, zonder sluizentrap
offert het haar levenswater, Gran Lago eeuwig vuil, bezoedeld, oud –

John Zwart – juni 2013 

 

Gran Lago - Lake Nicaragua © Foto Erwin Voogt 
Evironmental threat: June 2013 – Agreement Nicaragua & Hongkong 
Chinese contractors granted 50 years concession for a new interocean canal

Levenswater

In Panama is maximaal geprofiteerd van de mogelijkheden die natuurlijke
omstandigheden bieden. Het land had van nature twee regenrivieren, de
Rio Chagres en Rio Gatun, die beide steil en onbevaarbaar zijn maar in de
regentijd wel een grote hoeveelheid zoetwater aanvoeren. 
Deze rivieren zijn in de eerste plaats belangrijk voor de drinkwater voor-
ziening, maar ze leveren ook voldoende water om de beide kunstmatige 
meren, Gatun en Miraflores in de droge maanden op niveau te houden. 
Dan blijft er óók nog genoeg over om een waterkrachtcentrale te voeden.
Daarmee wordt alle techniek van het Panamakanaal van elektrische energie
voorzien. Er is ook een installatie die, als in de natte tijd de meren teveel 
stijgen, water naar zee kan spuien door bypass pijpleidingen die de zee-
sluizen voorbij gaan. 
De verhoogde ligging van kanaal en de stuwmeren voorkomt verzilting. 

Eigenlijk is het huidige Panamakanaal een perfect ''groen'' project 
avant la lettre. Dat het aantal schepen zo sterk zou groeien kon men in 
1914 niet voorzien, maar zelfs het grotere waterverlies daarvan heeft men
kunnen compenseren door hergebruik van sluiswater via het opvangen 
in grote spaarbekkens naast de sluiscompartimenten. 

Of men bij de verdubbeling van de capaciteit van het kanaal nog steeds 
geen watergebrek zal lijden zal de praktijk moeten uitwijzen. Uit het 
onderste van de trapsgewijze compartimenten gaat de helft van de inhoud
aan zoetwater verloren om het zeeniveau te bereiken. 
De lange ervaring die de APC (Panamakanaal Authority) heeft, geeft in 
elk geval het vertrouwen dat er voldoende oog zal blijven voor het belang
van mens en natuur. 


Hoe anders is het met het Nicaraguaanse plan: 

 

Hoe anders is het met het Nicaraguaanse plan. In dit Midden-Amerikaanse land 
ligt een enorm meer van vulkanische oorsprong: Gran Lago. In de volksmond, 
maar dit grootste zoetwaterreservoir van de regio staat bekend onder vele namen.
Meest gangbaar is ''Lake Nicaragua'', het is nr. 6 in de lijst van grote meren van 
het continent. Het ligt omgeven door laag bergland met zijn wateroppervlakte op
33 meter boven zeeniveau. In het midden peilt men in de caldera een grootste 
diepte van 26 meter.
Het meer wordt gevoed door de Rio Tipitapa vanuit het noordwestelijk gelegen 
Managua gebied. De overvloed aan water vloeit af uit de zuidoosthoek door de 
Rio San Juan de Nicaragua naar de Caribische Zee. Die Rio San Juan vormt
benedenstrooms de grens met buurland Costa Rica. 
Ecologisch is dit hele systeem heel waardevol en kwetsbaar. Veel bijzondere 
vissoorten en zelfs nog onbekende fauna komt voor in Gran Lago en met uitzon-
dering van de bewoonde gebieden zijn grote delen van de omliggende bossen
erkend als beschermd natuurgebied. Hoewel het hele watersysteem zoet is, 
met uitzondering van het estuarium van de Rio San Juan aan de Caribische kust
blijkt er ook uitwisseling met het zeeleven voor te komen. Soorten die zowel zout
als zoet verdragen en zelfs haaiensoorten werden in het Gran Lago gevangen. 
Er werd geconstateerd dat de haaien in staat waren net als zalmen de stroom-
versnellingen in de San Juan rivier te overwinnen om zo het diepe vulkaanmeer te
bereiken. 
Nicaragua is niet zo zuinig op haar natuurwaarden als wenselijk zou zijn. In 1981
constateerde het officiële milieuinstituut van het land al dat de helft van de water-
monsters vervuild was. Er werd helaas toegestaan dat zich industrie vestigde op
sommige plekken aan de oevers, Pennwalt Chemical Corporation dumpte lange 
tijd 32 ton chemisch afval per dag in het meer, totdat een andere voorziening is 
getroffen. 
De landengte van Rivas aan de westelijke oever van Gran Lago, heeft maar een 
breedte van 20 km tot aan de Stille Oceaan. Heel geschikt voor kanaalaanleg.
Bij de opening van het Panamakanaal hebben de V.S. een eeuwige concessie 
van Nicaragua bedongen. Dit was natuurlijk een concessie om concurrentie te 
weren, in feite moest niemand nog een transoceanische verbinding willen maken.
Maar veranderde internationale verhoudingen brachten de V.S. ertoe in 1970 de 
concessie op te geven. 
Sindsdien kijkt Nicaragua vooral met commerciële ogen naar de mogelijkheden.
Eerst werden besprekingen gevoerd met de Koreanen, maar juni 2013 is er een
concessierecht voor 50 jaar afgesloten met Hongkong China.
 

Het Nicaragua Canal plan voorziet in een nieuwe transoceanische 
verbinding voor 'post panamax' zeeschepen door het kanaliseren 
van de Rio San Juan naar Gran Lago en het doorgraven van de 
lage isthmus van Rivas. 

Het Nicaragua Canal plan draagt het risico van een ecologische 
ramp voor mens, dier en flora. Alle mensen die waarde van natuur
en milieu boven het korte termijn gewin stellen, moeten maar 
hopen dat het Panamakanaal een uniek wereldwonder zal blijven,
ook nog in 2015, liefst tot ver voorbij 2025. 

© John Zwart – juni 2013. Voor Hernehim Cultuur, het thema ''Levenswater''.


 

 

Gastgedichten 

 

Ter afsluiting van de Lente dan nog een tweetal gedichten: 
Eén niet lieflijk lentelied en het andere misschien wat raadselachtig 
maar wie alles wil en kan verklaren heeft te weinig fantasie, dus 
laat uw gedachten maar gaan. Vul in wat ongesproken blijft. 
En wat de natuur betreft: die lijkt ons vaak wreed, maar blijkt toch 
desondanks uitstekend te overleven zonder bemoeial "mens". 
Juist sinds onze komst kreeg de natuur het moeilijk. 
En dan is het zomaar juli geworden, de zomervakanties beneden
de grote rivieren zijn begonnen, dus dan zal het wel zomer zijn.. 
Misten we iets? 
Maar goed, bedenk maar: in Phoenix Arizona is het nu 48 gr.C 
in de schaduw. Iemand demonstreert ons dat je echt koekjes 
bakken kunt op je autodak.. Wie durft hier nu nog klagen? 

 

Je zoektocht 

Je oor 
te luisteren leggen 
aan mijn stroom 
van woorden 

Aan de stilte 
erna 
de -schijnbaar- gewijde stilte 
die er mag zijn 

Geen gaatjes vullen 
als bij praatjes 
die in het dorp 
 de ronde doen en hoekig zijn 

waaraan je schaafwonden 
en schrammen over houdt 
en vroeg oud 
met lispelende lippen 

en ogen gevuld 
met achterdocht 
ik wist dat 
je mijn stiltes zocht. 

© Harry C A Daudt - NL

 

Tuintafereel 

Ze vliegen nu al dagen af en aan 
met strootjes, blaadjes, pluizen uit een touw 
voor de voltooiing van hun nest in bouw 
verscholen in de kruin van een plataan. 

De ekster die al in zijn vuistje lacht, 
verkneukelt zich in ’t ijverig gesjouw 
en denkt ~ga zo maar door, dan heb ik gauw 
wat voedsel voor mijn komend nageslacht~ 

 

© Koos Haydn - NL 


daad 

ze pakte het verdriet 
van zijn voetstuk en pootte het 

met scherven, aarde en moed 
in een overgebleven bloempot 

daar bracht water bloei 
met een randje 

© Monica Boschman - NL

 

 

Lente Stromen

Net als de sappen in de planten en de bomen 
gaan ook mens, dier en geld 
in de lente weer stromen 

© Fabrice Hund - NL  

 

 

Van over het IJ  

 

van over het IJ gekomen voelt soms de stad
door baaien rok omhulde zachtheid luid zingend
op klanken van het pierement – haar deur

wijd open voor een bakkie troost maar op straat
lopen al haar kinderen te klieren terwijl intussen
elke tapgast zijn drank op mijn gezondheid proost

van over het IJ zal ik altijd blijven dat is makkelijk zat
Rotterdam liet me hard poetsen – en zij?
Zij, Mokum, lult me altijd plat.

 

© John Zwart - NL 

 

 

Over het IJ 

De oude dichter strijkt zijn baard 
glad, wind veegt zijn haren over zijn 
schedel. De zon ligt zwaar op het 
IJ. Ik ben zojuist weer eens 

gestorven, hij reanimeert mij 
met een verhaal. Over dronken 
dode dichters met de pont over 
de dansende baren van de 

Zuiderzee. Ik zag ze zich lallend 
onder de kerkgangers begeven. 
We grinnikten dat ze er scheurbuik 
van kregen. Zwaar als een onweersbui 

lag het godsdienende op het 
gemoed van de jonggestorven dichter. 
Ik herinner me de reizen die ik 
als zelfverklaard matrozenkind maakte. 

Mijn oude dichter zwijgt. Zijn besproete 
hand wordt gedragen door mijn 
doorleefde rug. In de verste verte 
doet hij me aan mijn vader denken. 

 

© Jolies Heij - NL 

 


Zwanewater 

Een droge eerste paasdag. Natte duinen.
Verrezen paasgeel: wonderveel narcissen,
brem. Kastanjeknoppen staan op springen. 

Zon legt een warme hand op onze schouders.
Geruis getjilp gekwinkeleer geritsel.
Natuur, een plaats voor enkel hier en nu,
voor uren zonder woeden van de wereld. 

Dun gezaaide wandelaars met rugzakken
en vogelkijkers. Orchideeën nog in spe.
Eén fiets maar met wetlandwachter,
groen gemutst. Een dikke, zoemende 

hommel zoekt de weg naar mei. Hier zijn
allang geen zwanen meer. Nu ook geen
lepelaar gezien. Nee zelfs geen ei of paashaas.

 

© Inge Boulonois - NL

 

Gemalen water 

    
hoe kon zij voorzien 
dat wolken elders onomkeerbaar braken. 

hoe zag zij haar toekomst 
toen van weten nog geen sprake was. 

geen zekerheid die verder reikte 
dan een eerstvolgende droom. 

geen duinen en dijken. geen oevers. 
geen spot die door de oude waarden kroop. 

zo waardeloos is waardevol misschien 
zo, of misschien zo niet en is er slechts. 

een rivier die tot zee werd over gras
dat nooit had gedacht het land te verlaten. 

 

© Lilian Caessens - NL 

 

 


Vrij 

zij lachte niet zoals
de lente lachen kan - haar woord
als ongedesemd brood wedijverde met wit
haar hand in zegenend gebaar
bloedend op vergeten gras
was niet van liefde maar van steen 

zij was de tijd waarop elk water breekt
een rozenblad bewaard in glas
bloot en dood-
alleen 

 

© Philippe - Vlaanderen  

 

 

Met de stroom mee 

Ik stak hotelkamers in brand, betrapte
de verkoopster op inkijk, prees artikelen
aan, verzegelde de dozen, dronk peinzend
koffie op het terras, las gretig Sartre en
Kafka. Schreef mijn opstel en beet
op mijn tong. 

Lonkte naar jonge deernen in het park,
maar voorzichtig om het gras niet te
betreden. En in de menigte slenterde
ik met de stroom mee, langs de
promenade, winkelgraag en
diefstalgevoelig. Waar ik uit
kwam – van A. naar B. – toevallig. 

© Elbert Gonggrijp - NL 

 


Oude zomer 

ik duik
een oude zomer in
het water
deint tot aan m'n mond
en smaakt naar meer 

op een terras
drink ik bruisend water
om af te koelen
van 't zout op m'n lippen 

 

© Inge Deconinck - Vlaanderen 

 


Tegen 

Tegen de stroom
in
zei de dichter
naar waarheid 

In mij
woedt een strijd
tussen de menselijke maat
en het ideaal 

in mijn taal
moet je dat
kunnen lezen
zonder gekleurde bril 

 

© Harry C A Daudt - NL

 


Biesbosch 

Hoor de wind bulderen
boven klei en waterland.
Blauwzwarte wolken dreigen,
mannen hakken wilgentenen. 

Gehard door het zware werk,
verblijf in vierkante keten.
Hun vrouwen wonen in Werkendam,
zwoegen voor leefkost en koters. 

Wéer zal hier het water stromen
als bij de Elisabethsvloed.
Nóg ruisen hier de verhalen
door ontelbare biezen en kreken. 

 

© Marion Spronk - NL 

 

(Blijf! Drijf!) 

Is het al tijd? 
Ja het is altijd 
10 over de eeuwigheid 

Drijf! 

Blijf in alles en niets 

Daar waar alle voorlopigheden 
Voorgoed zijn opgeheven 
Voor ons 
Voor altijd 
Zoiets 

 

© Rik Comello (1948-2013) 


de klok vooruit 

het is alweer zomertijd 
hoe gaan de maanden snel 
maar lang duurt een seizoen 

geduld geleerd 

er was wat kou maar ook
de hoge luchten helder
blauw was blauw en kleine
wolkjes zilverwit 

de zon het lage zoeklicht
dat langs de einder scheert 

© John Zwart - NL 

 

tegemoet  

vanuit nectar
bloeide iets liefs open
iets liefs 

dat vleugels kreeg 
en wou fladderen 

na een lang seizoen 
van tegemoet zien 

 

© Inge Deconinck - Vlaanderen  

 


Zomertijd

De klok is weer een uur vooruit.
de zomertijd begint
en de bomen hebben het nu al heet
ze lopen naakt rond
geen blad die hun schaamtakken bedekt

Als het zomertijd is, waarom
dunne meisjes op straat in hun
dunne jasjes rillen en bang zijn
om dik te lijken in een warme jas?
waarom droogt een koude druppel
snel op in de ooghoeken van de
daklozenkrantverkoper? Waarom
kunnen de extra geschonken dekens
de bedden in de Sint Josephkerk niet
meer opwarmen? Je zou bijna zeggen
dat de hitte naar mijn hoofd stijgt.

© Nafiss Nia - Isphahan Iran-Amsterdam 31.03.2013 

 

Waar blijft het licht...

In tijden van wachten op zonlicht
droom ik van een kust
met glimmende steentjes en schelpen,
met kabbelend water en golven met druppels als diamanten,
die schitteren in alle kleuren van de regenboog.
Ik wacht niet op zon,
die in de zee zakt,
maar op de zon,
die uit de zee zal opkomen.

© Fabrice Hund - Amsterdam 01.04.13 

© Copyright - De gedichten op deze poëziepagina zijn en blijven eigendom 

van de auteur. Kopiëren en vermenigvuldigen zonder toestemming vooraf is verboden 

hernehim.nl 

HOME 


Deze website wordt geheel onafhankelijk gepubliceerd en geredigeerd door John Zwart 


Hernehim - Themapoëzie
met het oog op cultuur 

Laatst bijgewerkt:  29.03.2013 

 
Hernehim  
                                                                                        anas penelope
Poëziethema voor de winter:  bescherming, overleven   


Dit is een pagina waarop ik regelmatig op een nieuw thema
één of meerdere gedichten publiceer
Lezers die zelf actief zijn met poëzie zijn vrij om werk in te sturen
Als het gedicht bij mij in de smaak valt wordt het hier geplaatst
Boze e-mails wegens niet-plaatsing zijn verspilde energie
Maar inzenden uiteraard altijd welkom op 't bekende redactieadres 

Boeiend om te bezoeken. 
Vrij en onafhankelijk. 
Al 11 jaar internetactief
© HB 2001-2013. 

Bescherming 

Overleven 

De Storm (1916) - Bart van der Leck 
Deze kunstschilder en vormgever leefde van 1876-1958. 
Van der Leck vormde met Piet Mondriaan en Theo van Doesburg
de groep "De Stijl" in de periode voor en tijdens de 1e Wereldoorlog.
Het schilderij behoort tot de collectie van het Kröller-Müller Museum, Otterlo. 


Anas penelope is de 'fluiteend' die wij slechts zien als de winter heel 
nabij komt.  De smient broedt en brengt 's zomers de jongen groot in 
verre noordelijke streken, noord Scandinavië, Finland, Siberië - 
tot de nakomelingen groot en sterk genoeg zijn om mee op reis te gaan
naar onze habitat, voor beschutting en om te overleven. 

Het zijn vegetariërs, ze leven van waterplanten, wieren, mossen en gras.
Waar zij vandaan komen sneeuwt het in november al en in de wateren 
is maandenlang hun voedsel onbereikbaar, verdwenen onder een dik
deksel van ijs. 
Eind oktober komen ze naar hier, op zoek naar beschutting tegen de
ijzige winden en ze vinden plekken met rustig open water. Hun verblijf 
tot overleving duurt niet lang: tot de eerste geuren van komende lente 
onmiskenbaar zijn op de zuidelijke wind. Op een dag zijn ze alle weg.
Ze kwamen hier al ver vóór Noormannen of Batavieren.
Eendachtigen, die niet kwaken maar heel stil zijn, alleen de mannetjes
fluiten bij gevaar. Naarmate zij hun beschermde winterverblijf steeds 
meer met mensen moesten delen leerden ze dat deze wezens naar hen
keken als vogelvrije 'eendenbout'. 
Zo werden ze steeds schuwer en krijgen maar weinig mensen ze nog 
zó goed te zien dat ervaren wordt hoe schitterend mooi ze zijn. 
Je vindt ze op luwe plekken bij en op zoet water. Ver jaag ze niet! 

© John Zwart - november 2012  

 

Beschutting. 
Een dijk biedt bescherming tegen de dreiging van het water bij een storm,
maar tegelijk is die dijk een dreigend gevaar, een klip voor een schip dat bij
storm onhoudbaar voortgedreven wordt naar de lage wal. 
Beschutting is vaak meer gevoel dan realiteit. Een gevoel van vertrouwen.
Vertrouwen dat we tegen onheil beschermd zijn. Dat de dijkwachters goed 
hun werk doen. Of "voor alle zekerheid": een schietgebedje, een talisman,
of gewoon maar nergens bij stilstaan telkens als we in de auto stappen. 

Het kind dat blind vertrouwt op bescherming door z'n ouders. Ook als die 
onmachtig zijn wanneer de rivier het huis binnenstormt, of als plots soldaten
komen die de deur intrappen, of er een raket op het dak ontploft. 
We vertrouwen op de diagnose van de dokter en dat we pensioen krijgen 
voor de premie die werd betaald. We vertrouwen wanneer we instemmen 
met loonsverlaging, dat we niet als dank worden ontslagen. Dat ons spaar-
geld veilig is, en de rente ook, waarover de belasting al werd afgedragen.

De beschutting voor de dieren in de winter is een dikke vacht en een extra
vetlaag, dat is hun enig vertrouwen om de lente te kunnen halen. Mensen 
hebben dezelfde overlevingsstrategie: zuinig op hun laagje vet want ze willen
overleven en je weet immers maar nooit hoelang die winter duren zal. 
Het zal wel heel slecht zijn voor de economie, maar zo werkt het in de 
natuur en de menselijke natuur is niet anders. Laat dat versneld veel geld
uitgeven maar over aan de dikste speklaag, die overleven immers toch wel.


Hoeveel beschutting hebben wij? Wat is de waarde van vertrouwen?

Zoveel waarop wij moeten vertrouwen om ons dagelijks bestaan 
          te kunnen leven zonder door de aarde te zakken! 
Vertrouwen op de sneeuwmassa's die zich aan de berghelling 
          boven het dorp vastklampen. 
Vertrouwen op de zwijgbeloften en de glimlach van verstandhouding, 
          erop vertrouwen dat ongelukstelegrammen niet ons gelden en dat
          de plotselinge bijlslag van binnenuit uitblijft. 
Vertrouwen op de wielassen die ons over de snelweg dragen 
          te midden van de driehonderd keer vergrote stalen bijenzwerm. 
Maar niets van dat alles is eigenlijk ons vertrouwen waard. 

De vijf strijkstokken zeggen dat wij op iets anders kunnen vertrouwen. 
Op wat? Op iets anders, en zij volgen ons een eindweegs daarheen. 
Zoals wanneer het licht op de trap uitgaat en de hand - 
          vol vertrouwen - de blinde armleuning volgt in het donker.

Uit "Schubertiana" van Tomas Tranströmer 
in een vertaling uit het Zweeds van J.Bernlef. 
Uitgave De herinneringen zien mij - De Bezige Bij, Amsterdam 

 


meisjes' dijkvertrouwen 

door woeste januaristorm nog kort geleden klonk in 
mijn hoofd de stem van moeder door de vlagen met 
haar verhaal aan mij 

gespannen samen aan de radio in drieënvijftig 

over toen zij nog klein meisje was die hand van angst 
om haar hart - hoe stoelen dekens en matrassen en 
een strobaal en de geit naar zolder gingen en weinig 
uren later heel noordhollands waterland één golvend 
verschiet verdronken daken een zoutwater zee tot 
aan de zaan 

'maar jij, jij hoeft niet bang te zijn', zei ze mij vol vertrouwen
'want nu is er de afsluitdijk'. 
en vandaag zie ik in mijn hoofd een beeld van blote meisjesbenen die 
rokken hoog geheven door het sluitgat over de grove kluiten gaan 
vijfenzeventig jaar meisjes' dijkvertrouwen, maar zal die stoere dijk 
het blijvend houden? 

© JohnN (alias van John Zwart) april 2007


 "Noordhollands Dagblad" Bijlage Over de dijk.
 "Cultuurhistorisch Blad voor Flevoland" juni nummer 2007
  Gepubliceerd t.g.v 75 jaar Afsluitdijk.

 


Winter 

Hij maait zijn snede strak over de aarde 
de adem van de wintervorst 
Mededogen is hem onbekende waarde 
al het andere houdt z'n adem in 

Bovengronds kan nog slechts bestaan 
wat sterk is en wat aangepast 
De kwetsbaarheid is allang vergaan 
zocht dekking of groef zich diepte in 

De strenge heerser gaat nu selecteren 
de weerbaren die zal hij sparen 
maar ziek en zwak zal niet vegeteren 
gaat als voedsel hongerige magen in 

IJzige taak onmisbaar in de cirkelgang 
hij doet het want het moet gebeuren 
als voorbereiding voor het groot belang 
de intocht van de volmaakte lentekoningin 

 

©  JohnN – Uit: "Seizoenen", 2001 

 

   

Gastgedichten 


Derwaarts
 

wat is voorbij
als het nog op mijn tong ligt
of in mijn hoofd en buik
aan knoppen draait 

wat is voorbij
als ik mij vastklamp
en met verweerd drijfhout
voor anker ga 

zolang ik dagen
toedek met dons
en denk aan wie er waren
hoort voorbij erbij 

 

© Monica Boschman - NL

 


Ik verlang 

niet veel, slechts één 
gewonde vogel, één 
dwaalgast die overwintert 
in mijn huis met zachte veren 
en ronde snavel. 

 

© Niesje de Jonge - NL  

 

 

 


clair - obscur 

in donkere dagen 
brand ik kaarsen 
voor een bundel licht in onze gedachten 

eindelijk sprookjeslicht 
lumineuze gedachten in duisternis 

 

© Inge Deconinck - Vlaanderen 

 

 


Winterommetje door Grave 

Beschutting 
zoek ik 
tegen oude gevels 

Ze koesteren 
me 
met hun oude ogen 

Wind striemt 
kent -met geen mens- 
enig mededogen 

Zoekt zich 
-slinks-een weg 
door steeg en pad 

Bladert verwoed 
door oud papier 
tersluiks weggeworpen 

Ik stak de sleutel 
in het slot 
op de deurmat: 

jouw lieve Kerstwens. 

© Harry C A Daudt - NL

 


Wenn der Schwache dem Starken die Schwäche vergibt, 
wenn der Starke die Kräfte des Schwachen liebt, 
wenn der Habewas mit dem Habenichts teilt. 
wenn der Laute mal bei Stummen verweilt, 
und begreift, was der Stumme ihn sagen will, 
wenn der Leise laut wird und der Laute still, 
wenn das Bedeutungsvolle bedeutungslos, 
das scheinbar Unwichtige wichtig und gross, 
wenn mitten im Dunkel ein winziges Licht 
Geborgenehit, helles Leben verspricht, 
und du zögerst nicht, sondern du gehst, 
so wie du bist, drauf zu, 
dann, ja dann fängt Weihnachten an. 


© Rolf Krenzer,   Dillenburg - D 

 

 

 


hoe anders 

‘ik kom hier weer wonen’ 
jij zei het en ik dacht slechts: 
je bent niet weggeweest 

ik kom hier weer wonen
met mijn hart, is dat
wat je bedoelde maar
niet zeggen kon? 

jouw hart dat op de deur klopt
de klink naar beneden drukt
en zegt: ik ben thuis
mijn koffer staat in de gang 

jouw hart dat kamers vult
het tapijt oplicht
ons bankstel woorden geeft
de kussens schreefloos maakt 

je omarmde mijn stilte en zei
zachter: ‘ik kom hier weer wonen’
ik voelde het kloppen 

© Monica Boschman - NL

 


Aroma's van het leven 

Ik wandel 
in de geuren van de herfst 
bladeren overspoeld 
door regen dwarrelen neer 
op uitgeputte schouders 

niettemin uit onverwachte hoek 
dwarrelen vlinders op mijn huid
opnieuw proef ik 
alle aroma's van het leven 

 

© Inge Deconinck - Vlaanderen 

 

 


Het meisje dat Nolens las 

Ze hield van bier en bluesmuziek 
gezicht op polderdijk
en molens 
het oeuvre van de dichter Nolens 
en werkte in de koekfabriek. 

Ze diende niemand van repliek 
al dreven ze de spot met haar 
dan nog,
geen woord in ‘t openbaar 
bevreesd
  voor dat vilein publiek 

zocht zij beschutting in de kerk 
want daar, bij haar geliefd triptiek 
van moeder, kind - het scheppingswerk – 

was zij gelijk ’t perfecte naakt 
en pas misvormd in haar kroniek 
normaal geboren, gek gemaakt. 

 

© Hanny van Alphen – NL

 



Over leven... 

Wij zijn 
de overlevers 
de overlevers 
zijn wij 

Musea vol vitrines 
met voorwerpen 
waaraan onze geschiedenis 
rijk kleeft 

Wij weten van water 
weten van ijs 
slaan bruggen 
's winters wakken 

Wij zullen zelden 
door een nacht ijs 
zakken 
onze kreten gaan 

-doodgewoon-door merg en been: 
'wij zijn de overlevers, 
maar de dood beleven 
doen we allemaal op rij. 

© Harry C.A. Daudt - NL

 


flarden en reepjes 

kou kondigt zich aan 
door kieren van deuren 
het tocht in flarden en reepjes 

nu de kou is gekomen 
blijkt de wintermuts 
het verkeerde kledingstuk 

om het hart te warmen 

 

© Monica Boschman - NL

 


Met de deur op een kier 


Ik loop een beetje rond de deur te hangen 
De dagen moe en weken meer dan zat 
De laatste maanden kropen zwaar en mat 
Naar ’t einde, begeleid door zwanenzangen 

Het onheil dat zich in mijn leven vrat 
Doet innerlijke vreugd geducht verwrangen 
Ik koester ook geheel niet het verlangen 
Te waken tot dit jaar het heeft gehad 

Hoewel, als ik de wintertuin in kijk 
De bomen wit berijpt met ijskristallen 
Dan voel ik me toch allemachtig rijk 
En denk, kom op, nu niet de boel verknallen 

Al sloeg de afgelopen tijd zijn klauwen 
Van ’t komend jaar wil ik op voorhand houwen 

 

© Koos Haydn - NL 

© Copyright - De gedichten op deze poëziepagina zijn en blijven eigendom 

van de auteur. Kopiëren en vermenigvuldigen zonder toestemming vooraf is verboden 

hernehim.nl 

HOME 


Deze website wordt geheel onafhankelijk gepubliceerd en geredigeerd door John Zwart 


Hernehim - Themapoëzie
met het oog op cultuur 

Laatst bijgewerkt:  21.10.2012 

 
Hernehim 
                                                                                      delichon urbica
Poëzie
thema voor herfst: weggaan en terugkomst 


Dit is een pagina waarop ik regelmatig op een nieuw thema
één of meerdere gedichten publiceer
Lezers die zelf actief zijn met poëzie zijn vrij om werk in te sturen
Als het gedicht bij mij in de smaak valt wordt het hier geplaatst
Boze e-mails wegens niet-plaatsing zijn verspilde energie
Maar inzenden mag uiteraard zeker naar het bekende redactieadres 

Boeiend om te bezoeken. 
Vrij en onafhankelijk. 
© HB 2012. 

Hernehim is de website van John Zwart  Contact     

HOME   Blog     Nieuws   Poëzie 

   


"Frau am Fenster"
Olieverf op linnen (ca. 1822) 
Caspar David Friedrich (1774-1840) 
Expositie: Berliner Nationalgalerie, B.R.Deutschland 


De vrouw aan het venster kijkt naar buiten. 
Misschien kijkt ze wel ergens naar uit, of vormt het beeld wat zij buiten ziet
alleen een stramien voor haar gedachten, die heel ergens anders verwijlen.
Er is iemand vertrokken, dat wordt gesymboliseerd door het schip dat
aangemeerd ligt, een schip waarvan we alleen maar de mast kunnen zien. 
Misschien verwacht ze de terugkomst van een dierbare, verlangt ze ernaar
en wil de kunstenaar ons dat laten zien door haar blik uit het venster en
het aangemeerde schip. 
Maar misschien wacht ze helemaal niet op een schip, maar doet dit schip 
haar denken aan iets of iemand die zij verloor. 
Toch, veel van ons leven brengen we door met wachten. 
Wachten tot iets eindelijk overgaat, of ongeduldig wachten tot iets gebeurt 
waarnaar we al lang hebben uitgezien. 

"Er is een tijd van komen en er is een tijd van gaan", is een oude wijsheid
die ik van grootouders meekreeg als kind. Er klinkt berusting in die woorden,
een berusting die een kind niet opbrengen kan, en zo moet het ook zijn. 
Een kind kijkt altijd vooruit vol verwachting, naar de schoolbel als het weer vrij
naar buiten mag, naar de vakantie die bijna eindeloos lijkt, naar de verjaardag. 
Het gaan hervindt zich onmiddellijk weer in terugkomen van hetzelfde of iets 
nieuws vóór zich. Volwassenen leren in onze gematigde klimaatzone een 
kringloop te zien in de eindeloze opeenvolging van de seizoenen
die altijd gaan en komen. 
Maar zelf zijn we eindig, het is al een hele overwinning daar vrede mee 
te vinden. Lang geleden bedachten nadenkende mensen er een "hemel" voor. 
Maar wie dat aanvaardt moet ook verder, want die hemel confronteert ons ook
met de oneindigheid. En de oneindigheid lijkt soms afschrikwekkender dan
de dood. Voor wie de ouderwetse "hemel" met Gods troon en engelenzang
niet vertroosten kan, die moet verder aan de slag met de oneindigheid. 
Dat is al even moeilijk als het aanvaarden van een geloof, eindig als we zijn
kunnen we de oneindigheid niet bevatten. Het waarneembare heelal in zijn
onmetelijkheid doet al duizelen, je moet er nóg verder mee, met aanvaarden
dat er een onmetelijke schil is van leegte van elke vorm van materie. 
Geloof dat dan maar, net als van die elektronen, die je ook niet kunt zien, 
maar waarvan je het bestaan ook niet meer betwijfelt. 

Het lukt niet altijd, dat dieper denken, ook daar zijn we niet toe in staat.
Alleen bij vlagen. De sterrenstelsels schieten met onvoorstelbare snelheid 
weg van een schijnbaar middelpunt. En die beweging versnelt nog steeds, 
maar wie zegt dat dit almaar doorgaat? 
Misschien vertraagt alles weer over 5 miljard jaar of  langer, keert dan om tot 
alles weer naar elkaar toe raast in een krimpimpuls vanuit de randen van het 
niets. Dan begint alles weer van voren af aan. Gaan en terugkomen. 
Het is een gedachte en niemand kan bewijzen of het wáár of onzin is.
Maar het kan ook iets zijn dat rust geeft, tijd is immers een begrip wat alleen
maar wordt ervaren zolang we leven, dus het maakt niets uit hoe snel of traag
een cyclus buiten ons verloopt. Het lijkt me een mooie gedachte te geloven
dat alles ooit weer bijeen zal zijn, klaar voor de volgende oerknal. 

© John Zwart  


Tijd 

Tijd - het is vreemd, het is vreemd mooi ook 
nooit te zullen weten wat het is 

en toch, hoeveel van wat er in ons leeft is ouder 
dan wij, hoeveel daarvan zal ons overleven 

zoals een pasgeboren kind kijkt alsof het kijkt 
naar iets in zichzelf, iets ziet daar 
wat het meekreeg 

zoals Rembrandt kijkt op de laatste portretten 
van zichzelf alsof hij ziet waar hij heengaat 
een verte voorbij onze ogen 

het is vreemd maar ook vreemd mooi te bedenken 
dat ooit niemand meer zal weten 
dat we hebben geleefd 

te bedenken hoe nu we leven, hoe hier 
maar ook hoe niets ons leven zou zijn zonder 
de echo's van de onbekende diepten in ons hoofd 

niet de tijd gaat voorbij, maar jij, en ik 
buiten onze gedachten is geen tijd 

we stonden deze zomer op de rand van een dal 
om ons heen alleen wind 

Rutger Kopland (1934-2012) 

 

Voor de verre prinses   

Wij komen nooit meer saam: 
De wereld drong zich tusschenbeide. 
Soms staan wij beiden 's nachts aan 't raam, 
Maar andre sterren zien we in andre tijden. 

Uw land is zoo ver van mijn land verwijderd: 
van licht tot verste duisternis - dat ik 
Op vleuglen van verlangen rust´loos reizend, 
U zou begroeten met mijn stervenssnik. 

Maar als het waar is dat door groote droomen 
Het zwaarst verlangen over wordt gebracht 
Tot op de verste ster: dan zal ik komen, 
Dan zal ik komen, iedren nacht. 

 

Jan Slauerhoff (1898-1936) 

 

 

Afsluitdijk 

Het licht wil mij iets kenbaar maken –
mij aan te raken met de zachte 
glinstering van golven – 

Gefluister nog niet aan de 
horizon onttrokken – wolken die 
continu op dreiging staan – van 
kwaad tot erger – In een morgen 

Die op verwachting lijkt – Afsluitdijk – 
zover wij reiken. Alles moet nog totdat 
wij zover zijn haar te verlaten –  

Kilometers verder – een voortdurend 
praten – tegen elke beweging in. 
Niet te haasten. 

 

© Elbert Gonggrijp

 


Onderhuurders in het voorbij gaan 

We zijn anders niet dan 
onderhuurders in het voorbij gaan 
en zijn beland op land dat we bodem heten om niet 
te vergeten hoe wind en waterklanken daarbij behoren: 

het kabbelen klotsen kolken waaruit het is herboren en 
waar tijdelijk ingetoomd het tij zijn tijd wacht met 
onmenselijk geduld zoals het land als het met recht 
weer bodem is wacht tot het eens weer rijzen zal 

wij zijn te klein en 
duren niet genoeg en kunnen niet 
bevatten hoe eens dit land het huilen van de wolven 
hoorde hoe hier de mammoet liep en toen de zee haar 
rechten nam het onder haar wateren rusten mocht 

hoe het slechts tijdelijk is dat ingetoomd de zee ons 
dit land nu toont dat weer voorbij gaat als vrije loop 
zijn loop neemt - we kunnen het niet bevatten 
want wij zijn klein van stuk en kort van duur slechts 
onderhuurders in het voorbij gaan 

© John Zwart 

 

 

groene zegen 

(nieuwe oude natuur: Oude Maasarm Keent) 

een oude arm die zaden 
verleidt tot ontkiemen 
en vogels met vervlogen 
namen de hand reikt 

drassig land dat rijkdom 
uit de tijd trekt en bomen 
op oevers laat grazen 

nieuwe natuur hangt 
onze haast aan de wilgen 
geeft hier en nu 
weer wortels 

 

© Monica Boschman - NL
sept 2012

 

 

 


Voortgedreven 


Koersend op de hemel 

zwervend over zeeën
belandde hij op jouw strand,
jij baadde in zijn bewondering 

al wachtte treurnis nabij
was het toch hartsverlangen
dat won: lokt jou de branding? 

gedachten beheerst door
de nacht, wetend van vertrek
voor weer 'n andere bestemming 

beloofde hij je een ster
om je achter te laten 

 

© John Zwart 

 


wegdromen 

 

sommige dromen zijn het mooist 
als ze dromen blijven 

dan kan ik verder verlangen 
in mijn luchtballon 
in wolken van fantasie 

 

© Inge DeConinck - Vlaanderen 

 

 



Een reis over het oude continent 

1. 

Europa kraakt in naden en voegen 
draagt de sporen 
van verminkt verleden 

Europa bouwt en bouwt 
probeert zichzelf te overschreeuwen 
op plekken waar de stilte krijst 

Hoor de echo's van de laarzen 
zie hoe de tanks de stad binnenrijden, 
met helmen boven vuile gezichten 
van jongens die ergens anders willen zijn 

Babies waren ze, prachtige babies, 
met hemelheldere ogen, 
een onweerstaanbare lach 

2. 

Je zoekt de sporen van de waanzin 
die raasde over dit continent. 
Je hoort de taal van de stille getuigen, 
hoog opgetast in een houten barak. 

Aan wat hier werd uitgevochten 
heb jij geen deel gehad, 
maar wie erheen werd gestuurd 
had er ook niet veel mee te maken. 

Babies waren ze, prachtige babies, 
met hemelheldere ogen, 
een onweerstaanbare lach 

3. 

Jou kon ik laten gaan, ik wist zeker 
dat je terug zou komen. 
Zij liggen daar, ze spreken nog. 
Jij zwijgt nu je weer thuis bent. 

© Petra van Rijn - NL

 


Cirkelgang 

 

bestaat het te keren wat weder komt 
de seizoenen, de legio braakliggende uren 
die niet te bezaaien zijn. 

dode grond bevat geen kiemen
en zal opnieuw verwaaien, het stof zal steken 
in ogen van drooggelegde haaien 

blauw van de nachten drijven dagen 
als makke schapen voorbij, de avonden vallen
aan, hun bek vol van een stuiterende maan 

wekken ze de schijn te keren wat weder komt

 

© Hanny - NL 

 

 

 

 

 

 

 

 

met jouw ogen 
verlicht ik in de nacht de tijd 
dwalend langs hemelen en ravijnen 
pluk ik sterren als pinksterbloemen 
schrijf ik jouw naam op elke regenboog 
en dromend als een verzonken stad 
bevaar ik de zee van alle verhalen 
eeuwig op weg naar de haven 
van jouw gezicht 

 

© Philippe Standaert - Vlaanderen 

 

 


Moeder's glimlach 

onder de douche denk ik 
aan moeder's lichaam 
toen ik haar zo overviel - 
voel schaamte dat ik niet vertederd was 

ik weet wat die glimlach 
me toen zei: wacht maar
wacht maar ...

water overspoelt mijn 
weemoed terwijl ik naar 
beneden kijk waar rode 
nageltjes hun best nog doen 

toch jammer 
dat mijn moeder die niet had 

 

© Aukje Tillema - NL

 


My Gedigte Tuin deur 

O hoe bly ek jou lyf op hoogtes soek
My hele wese roep uit na jou vrug
Ysberg blits vulkaan tot in elke hoek
Gooi ek nié tou op om jou te bevrug
Ek ry jou heelnagdeur tot daglig breek
Dié tuin van my bemes ek jaar na jaar
In SY paradys tot bloeisels uitsteek
Gesiggies tapisserie bo die blaar
Tonne humusverrykte kwatryne 
Ego oor berge dale hemelruim
Tanka's 'Pop-'n-Wheel'oor witsandduine
Uit Japan klots haikoes soos branderskuim
In die limeriek sonnet vrye vers
Noem maar op ... sokkie ek met opsitkers

© Floris Brown - S.Africa 

 

 


uitverkoren                 

(verkiezingen alweer)


ik zie jongens in een gymzaal 
de broeken veel te groot 

net als hun vragende ogen: 
kies mij, verkies mij, neem mij 

in jouw team 
bij trefbal 

 

© Monica Boschman - NL

 

 

© Copyright - De gedichten op deze poëziepagina zijn en blijven eigendom 

van de auteur. Kopiëren en vermenigvuldigen zonder toestemming vooraf is verboden 

hernehim.nl 

HOME 


Deze website wordt geheel onafhankelijk gepubliceerd en geredigeerd door John Zwart 


Hernehim - Themapoëzie
met het oog op cultuur 

Laatst bijgewerkt:  17.08.2012 

 
Hernehim 
alauda arvensis
                                                               
Zomerthema voor poëzie: theater en illusie 


Dit is een pagina waarop ik regelmatig op een nieuw thema
één of meerdere gedichten publiceer
Lezers die zelf actief zijn met poëzie zijn vrij om werk in te sturen
Als het gedicht bij mij in de smaak valt wordt het hier geplaatst
Boze e mails wegens niet-plaatsing zijn verspilde energie
Maar inzenden mag uiteraard zeker naar het bekende redactieadres 

Boeiend om te bezoeken. 
Vrij en onafhankelijk. 
© HB 2012. 

Hernehim is de website van John Zwart  Contact     

HOME   Blog     Nieuws   Poëzie 

   

Theater en illusie  

In het theater worden rollen gespeeld. Een actrice of acteur kruipt in de huid van 
een ander personage. Hoe beter je als toeschouwer die gespeelde persoonlijkheid
ziet, hoe beter de acteur zijn vak verstaat. Lukt het op z'n best, dan vergeet je 
de acteur totaal en zie en hoor je alleen nog maar de uitgebeelde figuur. 
In een bepaalde benadering van theater is eigenlijk van "kruipen in de huid van" 
helemaal geen sprake meer, daar is de voorwaarde dat de speler de andere persoon-
lijkheid "wordt". Zich zodanig inleeft dat de emotie voor de scène naturel ontstaat.
Je zou eigenlijk kunnen zeggen dat 't dan "kruipen in de ziel van" is, 
in plaats van spel. 
Het is een vorm van acteren die door de acteur-regisseur Constantin Stanislavski 
(1863-1938) werd geïntroduceerd. De "methode", die eind negentiende eeuw door
de legendarische Sarah Bernhardt (1844-1923) al werd gebruikt om emoties vanuit
het eigen gevoel te kunnen uitdrukken, zodat ze als écht, niet "theatraal", op 
het publiek overkomen. 
Zij ging daarin zo ver dat zij, om zich in te leven in een dramatisch stuk, in een 
doodskist ging slapen. 
Regie volgens de "school" van deze Stanislavski, die in West Europa zowel als 
de Verenigde Staten aanhangers kreeg, stelt hoge eisen aan de acteurs door 
de theatermakers. 
Theater maken is ook het leven van alledag. Het is 't omgekeerde van het podium 
of scherm. Men is niet zichzelf met zijn eigen natuurlijke emoties, 
het is de persoonlijkheid zoals men liefst gezien wil worden. 
In feite speelt iedereen in zijn dagelijkse leven een bepaalde rol. Eronder zit de 
echte persoonlijkheid die niet wordt getoond. Dat is een diepere laag die 
afgeschermd blijft tegen de buitenwereld, in extreme gevallen voor de héle wereld,
als voor de kwetsbaarheid van het meest eigene al te zeer wordt gevreesd. 
Bij onze demissionaire minister president Mark Rutte zie je duidelijk dat hij voor 
publiek en de camera een rol speelt, geen goeie acteur dus. De echte Mark – de
net niet geslaagde junior – probeert hij te beschermen achter een gedecideerde 
ferme rol, net niet overtuigend helaas, geen topacteur.
Theater maken kan soms een geraffineerd machtsspel zijn. Vrouwen zijn daarin 
zeer bedreven. Er zijn er vele die, bijvoorbeeld in een ruzie, zoveel emotie binnen 
zichzelf mobiliseren dat ze over de top gaan. Bewust escalerend om een doel 
te bereiken: de eigen zin doordrijven zonder lastig compromis. 
Zo spelen ze een sterke rol, terwijl de man die zo'n gedrag vertoont er niet mee 
weg komt. Onmannelijk gedrag wordt hem noch door de vrouwen, noch zijn 
eigen sekse vergeven. 

John Zwart – 1 juni 2012 

 

Dit portret van Sarah Bernhardt maakte Alfons M Mucha 
op verzoek van de bewonderaars van de grote actrice.  

Illustratie: Beeltenis van de actrice Sarah Bernhardt, 
               in haar rol als Gismonda. 
               Werk van Alfons M Mucha (1860-1939) in opdracht gemaakt en 
               vermenigvuldigd als affiche. Eigenlijk dus gewoon reclamedrukwerk
               voor de voorstellingen in het Theatre de la Renaissance te Parijs.
               Dit soort "reclamekunst" werd veel gemaakt in Art Nouveau stijl
               eind negentiende eeuw. 

Sarah Bernhardt (1844-1923) is een actrice die tot een legende werd. Dat is het 
geheim achter het feit dat zij, meer dan een eeuw na haar grote theater triomfen, 
nog steeds wordt besproken als een bijzonder fenomeen: "The Devine Sarah".
Het verhaal over de afkomst van deze actrice is heel onalledaags. Haar moeder 
werd in 1821 als Julie Bernardt geboren in Amsterdam, maar trok als jonge vrouw 
onder de naam "Youle" naar Parijs. Daar leidde ze een bestaan als "courtisane" 
in hoge Parijse kringen.
In 1844 is de 23 jarige "Youle" bevallen van een dochtertje, Sara, dat bij 
ontstentenis van een wettige vader, werd ingeschreven onder de naam van haar 
moeder: Sara Bernhardt. 
"Youle" werd niet gesteund door bevestigd vaderschap van haar kind, maar zij 
werd ongetwijfeld wel 'royaal' financieel ondersteund. Ze stuurde de kleine Sara 
naar de Augustijner kloosterschool van Versailles en toen het kind zestien werd
naar het Parijse Conservatorium voor muziek en declamatie. Sara, mocht twee 
jaar later al debuteren op het podium van de Comédie Francaise, ze werd echter
na 'n kortstondige verbinding aan de Comédie alweer ontslagen, wegens een 
heftige ruzie en handgemeen met een mede-actrice.
Vervolgens trad de achttienjarige (inmiddels "Sarah", met 'h') in de voetsporen 
van moeder "Youle" – zij verliet het conservatorium en Parijs en vestigde zich in
Brussel, waar zij de "maitresse" werd van Henri, Prince de Ligne. 
Van hem baarde zij twee jaar later, in 1864, een kind. Het jongetje, Maurice, 
was echter ook weer wettelijk vaderloos – de familie de Ligne stond niet toe dat 
Prince Henri een huwelijk zou aangaan dat zo ver beneden hun stand was. 
De beledigde Sarah keerde de De Lignes de rug toe en reisde weer terug naar 
Parijs, waar zij haar bestaan zeker wist door de contacten van moeder "Youle" 
in de hoge kringen . Haar serieuze theaterstart begon toen aan het Theatre de 
L'Odéon. 
Opmerkelijk waren haar travestie-rollen, als een vrouwelijke Florentijnse minstreel
en een vrouwelijke Hamlet, spraakmakend haar vertolking van Medea. Ze genoot
een adoratie als dramatische actrice in heel Europa, zowel als de Verenigde 
Staten en Zuid Amerika; en ze inspireerde verschillende bekende kunstenaars 
tot aan háár toegewijde werken. De Tsjech Alphons Maria Mucha beeldde haar
uit in de rol van Gismonda en verbond haar imago daarmee aan de Art Nouveau.
Haar betrokkenheid bij de allereerste (stomme) films in Amerika leverde haar 
een ster op, postuum aangebracht in het beton op het voorterrein van Grauman's
Chinese Theatre in Hollywood, de roemruchte "Walk of Fame". 
---

Als ik sterf
dan liefst
zoals
Sarah Bernhardt.

Theatraal
groots,
ontroerend.

En dan
weer opstaan
voor de bloemen.

 

Hans Vlek

 

It's all 
make belief 

Isn't it? 

 

Marilyn Monroe 

 


gerafeld                     (bij de dood van Rutger Kopland)

de man die het niet droog hield 
bij jonge sla 
is nu verdord en opgekruld tot graf 

sinds die diep gewortelde boom 
op zijn weg stond 
is hij niet meer de oude 

werd van psychiater tot patiënt 
lag in een vitrine te kijk 
als een aangereden dier 

zo ontwierp hij een weiland 
met koeien uit 
zwartwitte puzzelstukjes 
de dokter noemde het waan 

soms wilde hij wegrennen 
zolang zijn benen hem konden dragen 
met zijn kop door het dubbelglas 
naar het einde van de wereld en terug 

de dokter noemde het waan 
anderen spreken van fantasie 

zo'n verknoopte ziel 
laat je niet gaan 
die ontrafel je niet met gedichten 
niet door een sussend woord 
maar met een chemische reactie 

je nagelt hem op de plaats 
heer als hij bleef 
klaagde hij nooit 
over het dichtedeurregime 

© Jolies Hey 

 


na jouw theater               (aan Norma Jeane) 

zo vele kijken maar hebben niet gezien
dat ook het goedbedoelen, voor het angstig kind
dat lang na ontwaken zich nog in de greep van
de bange droom bevindt, die niet wijken doet 

niets is genoeg zo weet alleen wie zelf
de klauwen van depressie kent 

ze kijken maar ze hebben niet gezien
als je toch weer lacht dan menen ze: het is voorbij
maar het was je laatste energie – er is de klauw
die even afwacht tot je eigenlijk rusten moet 

ik hoop zo graag dat je gewiegd wordt 
als je nu nog ergens bent 

 

© John Zwart 

 

Poppentheater  

 

doodstil hangen ze 
met touwtjes aan de balken 
in Krumlov droom ik 
marionetten tot leven 
ze komen in beweging 
hun houterigheid verdwijnt 

liefde, haat, geweld 
zie ik als echt gespeeld 
ik knipper met mijn ogen 
stof valt op hun hoofden 

 

© Marion Spronk 

 


Voor de duur van het spel 

Mijn klok telt af 
bij alle wedervaren 
Mijn klok telt af 
vanaf het pril begin 

Mijn klok telt af
bij alle blije klanken
Mijn klok telt af
met slagwerk tinkeling 

Mijn klok telt af
voel de gewichten dalen 

Wie staat mij bij 
om ze weer op te halen 

Wie staat mij bij 
om niet van slag te raken 
Ook jouw toneel 
mag het niet blijvend maken 

Ook jouw klok telt af
telt in hetzelfde tempo mee 
Jouw klok telt af
te snel van lieverlee 

© John Zwart 

 

 


Straattheater 

de straat slentert
door
de stad
op het ritme
van passanten 

kind holt
vrouw huppelt
man fietst
jonge bende boemelt
koppel vertrekt verliefd
duif landt voor een kruimel
poes sluipt 

's nachts
valt de straat stil
slaapt
op haar kasseien
droomt
haar verhalen over
de passanten 

© Inge Deconinck - Vlaanderen 

 

 

Illusie 

Blind voor alle gemiste kansen
de onzorgvuldigheid
waarmee hoogmoed dacht 
het makkelijk te maken 

bleef de meute dansen
in een ritueel 

Voor verbaasde blikken
vierden zij geloofsillusie :
hun Mirakel van Charkov 

 

© John Zwart 

(voor wie het nu al niet meer herkent: 
 de NL supporters bij EK voetbal 2012)

 


Carmelita of overspel 

Droge woorden krimpen na in de coulissen.
De eenakter is gespeeld. Zacht roffelen handen
op de stoelleuning. De leeuwenkop blijft stoïcijns,
de mijne ook. 

In de hoek rommelt een actrice met rekwisieten.
Haar lispelende mond zegt niets, zij is geen zuster van de karmelieten
hoewel haar ogen bedelen.
Armoedige grond moet bemest. 

Ik sla mijn slag op de gekeerde wang,
ontrol de vloer onder de voeten en verlaat het toneel.
De winteravond is verspeeld. 

 

© Hanny van Alphen - NL

 


Huppeldrang

Hier gaat mijn pad langs fleurige coulissen,
de spelers zijn daar kwebbelend verborgen,
tóch: één steeg op – hoe kon mijn blik hem
missen – juicht mij nu toe vanaf zijn vreugdetop.

Mijn levenslust door gram en kou geknaagd
in dit theater opgetild uit aardse zorgen, langs
glanzend geel, teer wit in groenkanten kraag
erachter – velden dieprood waas – het dartel veulen in galop

© John Zwart

alauda arvensis  

 

 


Poppenspel 

oude poppenkastpoppen
aan de waslijn
spelen samen een sprookje
uit mijn jeugdbibliotheek 

ik berg de legende op
tover ze bij valavond wakker
en
vertel ze aan mijn kleinkinderen 

die nadien slapen
op het ritme
van
grenzeloze fantasie 

© Inge Deconinck - Vlaanderen

 

 


Pierrot Lunaire 

Bedelaar, 
Rijmelaar, 
Wat doe je daar? 
Ik sprokkel woorden her en der 
En stook een vuurtje met een ster 
Ik kleur de stralen van de Maan 
En trek haar kleed van zilver aan 
Ik neem een droom, wat tederheid,
En kneed met vrome kinderhand 
Een wonderland van mij alleen.  
Daar speel ik op één snaar 
Een lied voor haar 
En ween.  

© Philippe - Vlaanderen 


 

© Copyright - De gedichten op deze poëziepagina zijn en blijven eigendom 

van de auteur. Kopiëren en vermenigvuldigen zonder toestemming vooraf is verboden 

hernehim.nl 

HOME 


Deze website wordt geheel onafhankelijk gepubliceerd en geredigeerd door John Zwart 


Hernehim Themapoëzie
met het oog op cultuur 

Laatst bijgewerkt:  30.05.2012 

 
Hernehim
turdus merula 

Maandthema voor poëzie: eeuwige oorlog 


Dit is een pagina waarop ik per maand op een thema
één of meerdere gedichten publiceer
Lezers die zelf actief zijn met poëzie zijn vrij om werk in te sturen
Als het gedicht bij mij in de smaak valt wordt het hier geplaatst
Boze e mails wegens niet-plaatsing zijn verspilde energie
Maar inzenden mag zeker naar het bekende redactieadres 

Boeiend om te bezoeken. 
Vrij en onafhankelijk. 
© HB 2012. 

Hernehim is de website van John Zwart  Contact     

HOME   Blog     Nieuws   Poëzie 

   

Een poosje geleden werd opeens – als terloops – een oorlogsepisode tot 
een element in mijn blog "Standbeelden spreken niet"   (11.04.2012). 
Achteraf beschouwd kan dat wel eens géén toeval zijn geweest. 
Want onbewust komt de tweede wereldoorlog telkens opnieuw voelbaar 
dichterbij, zodra de maand mei weer nadert. 
Ik vraag me af, of dit ook voor jongere mensen nog geldt – of dat het gevoel 
hen onbekend is. Dat april-mei voor al die mensen, decennia later geboren, 
gewone lentemaanden zijn. 
Toch verschijnen er elk jaar weer nieuwe verhalen, wat erop zou duiden dat 
die periode van dreiging, bezetting, geweld en uiteindelijk bevrijding steeds 
nieuwe generaties schrijvers en dus ook de jongere lezers beweegt. 
Het zijn niet gewoon die 5 jaren, het gaat om een ingrijpende episode die niet 
binnen een tijdsspanne te vangen is, wegens de enorme invloed die zich 
uitstrekt tot in de verhoudingen en conflicten van vandaag. 
De invloed van de eerste wereldoorlog - 'the great war' – was door de enorme 
verliezen onder de soldaten nog lang zeer zwaar: 'flanders fields' onderwerp 
van veel verhalen, romans, poëzie. Maar ze werd overspoeld door de tweede, 
die zich al in de jaren dertig aankondigde en nog steeds doorleeft. 
'De Oorlog' is dus eigenlijk een "eeuwige oorlog", zo besef ik steeds meer. 
Vooral als je het begrip wereldwijd ziet: vanaf 1945 is er nog nooit een jaar 
gepasseerd dat niet ergens op de wereld een oorlog werd gevochten. 
Het thema voor de maand mei: "eeuwige oorlog". Ook uw poëzie is welkom.

John Zwart – 25.04.2012 
Kunstwerk: "Cannons in the mud" - Alfred Bastien 1917 
Oilpaint on canvas - Exhibition "Canvas of War" Canadian War Museum Ottawa


Vrede 

Komt een duif van honderd pond, 
een olijfboom in zijn klauwen, 
bij mijn oren met mijn mond 
vol van koren zoete vrouwen, 
vol van kirrende verhalen 
hoe de oorlog is verdwenen 
en herhaalt ze honderd malen: 
alle malen zal ik wenen. 

Sinds ik mij zo onverwacht 
in een taxi heb gestort 
dat ik in de nacht een gat 
naliet dat steeds groter wordt, 
sinds mijn zacht betraande schat, 
droogte blozend van ellende 
staan bleef, zo bleef stilstaan dat 
keisteen ketste in haar lenden, 
ben ik te dicht en droog van vel 
om uit te zweten in gebeden, 
kreukels knijpend evenwel, 
en 'vrede' knarsend, 'vrede, vrede', 

Liefde is een stinkend wonder 
van onthoofde wulpsigheden 
als ik voort moet leven zonder 
vrede, godverdomme, vrede ; 
want het scheurende geluid 
waar ik van mijn lief mee scheidde 
schrikt mij nu het bed nog uit 
waar wij soms in dromen beiden 
dat de oorlog van weleer 
wederkeert op vilten voeten, 
dat we, eigenlijk al niet meer 
kunnend alles, toch weer moeten 
liggen, rennen en daarnaast 
gillen in elkanders oren, 
zo wanhopig dat wij haast 
dromen ons te kunnen horen. 

Mag ik niet vloeken als het vuur 
van een stad, sinds lang herbouwd, 
voortrolt uit een kamermuur, 
rondlaait en mij wakker houdt ? 
Doch het versgebraden kind, 
vuurwerk wordend, is het niet 
wat ik vreselijk, vreselijk vind: 
het is de eeuw dat niets geschiedt, 
nadat eensklaps, midden door een huis, 
een toren is komen te staan van vuil, 
lang vergeten keldermodder, 
snel onbruikbaar wordend huisraad, 
bloedrode vlammen en vlammend 
rood bloed, de lucht eromheen behangen 
met levende delen van dode doch 
aardige mensen, de eeuwlange stilte voor- 
dat het verbaasde kind in deze zuil 
gewurgd wordt en reeds de armpjes 
opheft. 

Kom vanavond met verhalen 
hoe de oorlog is verdwenen, 
en herhaal ze honderd malen: 
alle malen zal ik wenen. 

© Leo Vroman 

 

Vorige maand bracht een KNSM schip uit mijn jonge jaren mij naar de mythe
van de Griekse halfgod Daphnis. En "Daphnis en Chloë" sloot prachtig aan op
het thema "Liefde en haar ongemakken".
Nu is het alweer mei en tijd van herdenken en besef van de waarde van vrijheid.

Het m.s. "Daphnis" was er één uit een serie van drie zusterschepen. 
Vrijwel gelijktijdig gebouwd op twee werven in het jaar 1954 – daarmee eigenlijk
een symbool van het echt ópveren van Nederland na de tweede wereldoorlog: 
alle reders bouwden nieuwe schepen om hun oude lijndiensten te herstellen en 
de oude vooroorlogse vloot – voorzover niet tot zinken gebracht – te vervangen.

 

Een ander KNSM schip waarop ik eind jaren vijftig voer was het s.s. "Titus". 
Oók gebouwd in een serie van drie, in het jaar 1930. De gelijktijdige bouw van 
die schepen was óók een symbool, dat van vertrouwen in het eind van de crisis.
Alle drie genoemd naar Romeinse keizers, nogal pompeus voor kleine stoom-
boten van slechts 1750 brt., 
De andere twee waren s.s. "Tiberius" en s.s. "Trajanus". 
Ik beeldde mij echter in dat "mijn schip": s.s."Titus" de naam droeg van de zoon
van onze grote schilder Rembrandt, want in 1906 was op de NDSM werf aan de
andere kant van het IJ het passagiersschip s.s."Rembrandt" gebouwd. 
Vader en zoon dus. 
Maar er was nog een andere reden om trots op dat stoombootje te zijn, want 
het speelde een moedige rol tijdens de tweede wereldoorlog. 
Dat verhaal vormt de verbinding naar het thema: "eeuwige oorlog". 

 

s.s."Titus" PHZS - 1750 brt. 
triple expansie stoommachine, oliegestookte ketels. 
Werf Rostock. 1930 - uit dienst en gesloopt 1959.
Reder KNSM Amsterdam
Hier vredig afgebeeld in de haven van Rhodos. 

Kunstwerk: Olieverf op canvas. door Fred Boom 

 


Goudschip van de Nederlandse Staat 

In de meidagen van 1940 toen de Duitse "Wehrmacht" Nederland op meer
plaatsen binnenviel, lag s.s."Titus" van de KNSM afgemeerd in Amsterdam. 
Die oorlogsdreiging hing al een tijd in de lucht, maar Nederland probeerde 
neutraal te blijven. 
Toch hield men rekening met de veroveringsdrang van de agressieve 
oosterburen en destijds hield De Nederlandse Bank nog altijd een flinke 
hoeveelheid goud in haar kluizen, als tegenwaarde voor het bankpapier. 
Het ging om de indrukwekkende hoeveelheid van 555 ton. Dat goud mocht 
natuurlijk in geen geval in handen van de Duitsers vallen. 
De Nationale Bank van Noorwegen had op 20 maart 1940 al haar goud van 
Oslo naar de Verenigde Staten laten overbrengen. Nederland begon met 
eenzelfde actie en bracht intussen al 371 ton in veiligheid overzee. 
Begin mei 1940 was er nog 184 ton goud over in de Nederlandse kluizen van 
de bank. Terwijl s.s."Titus" in Amsterdam lag was een deel van 't resterend
goud al opgeslagen in Rotterdam aan de Boompjes, vanwaar het verder naar
Groot Brittannië moest. Daartoe zou de Britse destroyer HMS Black Swan 
naar Hoek van Holland opstomen. 

Toen brak 10 mei aan, met een snelle opmars van de Duitsers onze grenzen 
over richting de hollandse vesting, achter een tweetal verdedigingslinies, die
echter al spoedig niet houdbaar bleken. Al op de 10e en 11e mei werden er
luchtlandingstroepen op Rozenburg en in de buurt van Hoek van Holland 
gesignaleerd. Alle schepen moesten zo snel mogelijk open zee kiezen - 
"uit handen van de vijand blijven", was het parool.  
In Amsterdam gooide ook s.s."Titus" de trossen los en stoomde over het 
Noordzeekanaal naar IJmuiden. 
Op dat moment bevond zich 114 ton goud in Rotterdam, de stad die drie 
dagen later zou worden gebombardeerd en waar de Luftwaffe magnetische
mijnen had afgeworpen in de Nieuwe Waterweg. 
70 Ton goud lag nog in Amsterdam. 
De kapitein van de "Titus" kreeg opdracht in IJmuiden te wachten met zee te
kiezen, een behoorlijk risico voor schip en opvarenden. In allerijl werd geregeld
dat "het Amsterdamse goud" met vrachtwagens naar IJmuiden werd vervoerd 
en in de ruimen van de "Titus" geladen. Ook werd contact opgenomen met 
personen die groot risico liepen bij eventuele overgave en bezetting - zij stonden
op een evacuatielijst voor passage naar Engeland. 
Nog dezelfde nacht verliet de "Titus" IJmuiden met 70 ton goud en 32 evacués
aan boord. Ondanks de dreiging van onderzeeboten en jachtvliegtuigen liep het
schip de volgende dag behouden een Britse haven binnen, terwijl het goud 
uit Rotterdam door een mijnexplosie op de bodem van de Maas belandde...

John Zwart, 1 mei 2012 

Diverse bronnen, o.a.: "Zuidfront Holland mei 1940".


Amsterdam huilt 

Hij nam me mee, 
achterop de fiets 
met voorop nog 
een houten band 

De pont hoestte 
zwarte roet, 
toch bereikten we 
de overkant 

Amsterdam, 
ongezien herkend 
de huizen zag ik 
kleumend leunen: 

'Het is een stad, 
waar alle muren 
elkander steunen' 

We reden naar 
de markt, opeens 
keken gevels ons 
met holle ogen aan 

Ze schenen schedels, 
grimmig grijnzend 
'Die huizen, pappa, wie 
heeft dat gedaan?' 

'De mensen moesten stoken, 
zij hadden het zo koud' 
'Een leeg huis vol gaten 
wordt nooit warm, wat dom' 

'Hier woonde toch al 
niemand meer, eerst 
waren er de Joden 
Die komen nooit weerom' 

© John Zwart - 1983 


Vrouwen uit het verzet

(Gedicht bij het beeld van bronzen platen van Elly Baltus
Aletta Jacobstuin, Heerhugowaard)


Van wijken weet ze niet. Ze blijft
waken over eigen grond, over het gras
dat aarde weer te boven kwam.

Ze kan niet zonder harnas,
zonder laarzen om haar slanke enkels.
Zo staat ze sterk, de rug gerecht.

Elke vijand moet en zal ketsen
tegen het metaal dat haar gezicht
verbergt, schouders vermant,
krulhaar inkapselt en tepels pantsert.

De moederlijk gebogen arm koestert
hart en ziel. Het vaderland. Getrouwe
kranten houdt ze achter haar rug
geborgen. Zij vergeet de eenentwintig
weggestreepte vrouwennamen niet.

Waken blijft ze over eigen grond,
over vrij en onbezorgd gelach van meisjes
met feestelijk wapperende haren – 

© Inge Boulonois – 4 mei 2012 


Two Dreams 

I remember the bombers, 
The Flakschutz, the spicy 
Smell of hot phosphorus, 
Mixing with the stench 
Of charred human flesh. 
The Leader's sharp voice, 
The boy tied on the table 
Howling in horrible pain. 
Can the pistol be heard 
By those who are shot 
In the neck or the temple? 
I heard all that. I am War. 

A passing plane draws 
A white line in the skies.
We had bread with cheese 
And butter, and dad a beer. 
The evening has no ending. 
A nearby blackbird answers 
The cheerful radio comment 
To a great match of soccer. 
The young neighbours' baby 
Cries sharply and happily. 
Mom is humming a lullaby, 
I heard all that. I am Peace. 

 

© Philippe 

 

 

Onverdraaglijk 

Grote ogen, 
zij kunnen het duister niet verdrijven 
Koud glas 
tegen het voorhoofd, trillende knietjes, 
verkleumde angst 

Een priemend licht 
snijdt als mes in de pupillen 
Zwarte silhouetten 
scherp uitgestoken, weerloos 
in dat massieve licht 

Niet kijken, néé niet kijken, 
maar kijken dat moet toch 
Mijn god! Ze lopen met geweren 
laat ze niet schieten, 
nee niet schieten, dat màg niet 

Gestrekte armen 
gaan omhoog, figuurtjes lang en smal 
Het lijken, nu al, 
martelaren, aan de polsen opgehangen, 
het ijskoud moordwerktuig op hen gericht 

Het licht gaat uit, 
wat gaat er nu gebeuren 
Stemmen klinken nog, 
maar het duister geeft niets prijs 
Peilloos diepe spanning als een oneindige reis 

Het duurt zolang, 
hoe is dat vol te houden 
wanhopig afweer tegen angst, 
voor 't geluid dat schrikwekkend galmen zal 
eindeloos nagalmen in de oren: Knal ! 


© John Zwart – 
    oktober 1987 

 

 

Stil 

voor alle mensen die niet konden opstaan
niet konden doorgaan, zelfs
geen pleister op de wonde kregen 

herdenken is het dragen van gevallenen
naar de pleisterplaats van de ziel
daar zwijgen zij als stil en stiller koor

onmondig het lied van onschuld
van weten wat geen mens wil
wie luistert naar deze open wond 

blijft ver van het mijnenveld van zwart-wit
bekent kleur voor vrede, steeds weer
steeds meer vrijheid, geef het door 

 

© Monica Boschman

 

voor wie achterbleef 

en die leed 
die lijdt niet meer 
wie mee leed 
lijdt nu alleen 

blijft nog 
het helpen dragen 

 

© John Zwart – 2007 

 

Het zingt van boven 

hoe vaak nog het geneuzel van toezingen 
dan machtigen tellen snel hun zegelringen 

hoe vaak heeft men niet staan te gebaren
aan de hand van Jezus God en de Allah-en 

in misplaatste beleefdheid naar de anderen
als enig doel hun omgeving te veranderen 

want buiten doet het al eeuwen chargeren
door laarzen kanonnen en stapels geweren 

die galmen op pleinen in stegen van steden
en ouders en kinderen van de aarde vegen 

en nu gewoon van grotere hoogte neerslaan
omdat geloof en cultuur hen niet aanstaan 

hoe lang nog bemensen wij de fabrieken
van lobbyisten die onze hemel verzieken 

© Rudolf Schinkel 

 


Oorlog 

Ze breken niet uit 
als rijpe zweren 
eerder al   
iemand die begint 

en dan is er 
geen houden aan 
tenzij 


Ach – 
achteraf weet niemand 
hoe het begon 

een geweerschot 
in Serajewo of ergens 
iemand die een Jood 
uitschold 


Soms slaat een kudde 
op hol als er één 
blind is of kwaadaardig 

Toe maar – 
was je handen maar 
in onschuld: 
kan ik er wat aan doen? 

© John Zwart 

 


Muur 

m'n ogen
stromen over
van verdriet 

elke traan is een steen
ik stapel ze
geef ze een schop 

een gebroken muur
voor
m’n ogen 

© Inge Deconinck 

 

 


Halfstok 

ze kropen bij elkaar
in bange oorlogsjaren
gaven elkaar wat warmte
een beetje veiligheid 

een kind werd hen geboren
in derde gruwel Lente
ik voelde hun angst en honger
tot de bevrijding kwam 

in elke cel ken ik
de rouwvlag van 4 mei 

 

5-5-1943 
© Marion Spronk 

 

 

Historia Sanatio 

ik moest 
leren 

om te plassen 
op de pot 

netjes eten 

de ene buurvrouw groeten 
de andere negeren 

nauwelijks ouder 
begrijpen 
dat het geloof 
goed was 

oorlogen noodzakelijk zijn 

mij tot het gelijk 
van het geld 
bekeren 

de ongelijkheid 
van allerlei groepen 
aanvaarden 

kleingehouden 
de grootsheid 
van onze geschiedenis 
lezen 

 

 


terwijl 
de les van de tijd 
zich verschool 
in waarheden 
van de meerderheid 

overkwam mij 
de praal van de pracht 
bleek schoonheid 
een keerzijde 

pas toen 
openden de annalen zich 
voor de kennis 
van het leven 

zag ik 
de geschiedenis 
tot oorlog leidt 

verrees het heden 
waarin wij denken 
aan touwtjes te trekken 
terwijl de koers 
nauwelijks kenbaar is 

als je het verleden 
onderzoekt 
om toekomst te hebben 
houdt herinnering stand 

dalen de dagen 
tot een betrouwbaar landschap 

 

© Dick van Hoeve 

 


© Copyright - De gedichten op deze poëziepagina zijn en blijven eigendom 

van de auteur. Kopiëren en vermenigvuldigen zonder toestemming vooraf is verboden 

hernehim.nl 

HOME 


Deze website wordt geheel onafhankelijk gepubliceerd en geredigeerd door John Zwart 


Hernehim - Themapoëzie 
met het oog op cultuur 

Laatst bijgewerkt:  29.04.2012 

 
Hernehim
phylloscopus
                                                              collybita 

Maandthema voor poëzie: liefde en haar ongemakken


Dit is een pagina waarop ik per maand op een thema
één of meerdere gedichten publiceer
Lezers die zelf actief zijn met poëzie zijn vrij om werk in te sturen
Als het gedicht bij mij in de smaak valt wordt het hier geplaatst
Boze e mails wegens niet-plaatsing zijn verspilde energie
Maar inzenden mag zeker naar het bekende redactieadres 

Boeiend om te bezoeken. 
Vrij en onafhankelijk. 
© HB 2012. 

Hernehim is de website van John Zwart  Contact     

HOME   Blog     Nieuws   Poëzie 

   

"Daphnis et Chloé" 



Chloé de Verleidster 

Daphnis is een figuur in de Griekse mythologie.
Hij was de zoon van de god Hermes, boodschapper der goden en beschermer
van de reizigers en herders. Daphnis was een halfgod, zijn moeder 'n bosnimf.
De jongeman werd vanwege zijn schone gestalte en aantrekkelijke gelaat zeer
bemind door de nimfen, die hem allen bewonderden. 
Hij had toegang tot de berg Olympos, waar de twaalf Griekse goden wonen en
waarvan Zeus de onbetwiste oppergod is, maar hij mocht daar niet permanent
verblijven. Als halfgod leefde hij ook regelmatig tussen de mensen, waarbij hij 
zich dan vertoonde als een eenvoudige herdersjongen. 
Zijn rustige bestaan raakte opeens in opschudding toen hij Chloé ontmoette, 
een jonge vrouw uit de mensenwereld. 
Elke dag die Daphnis in bos en veld doorbracht placht hij een bad te nemen in
een beek. Toen Chloé dat ontdekte begon zij hem bij het baden te bespieden 
en ze raakte geheel vervuld van zijn onaardse schoonheid. Zij besloot zich aan
hem te vertonen en contact te maken. En als we afgaan op de strofen van de 
oude Griekse dichters en de verbeeldingen van Chloé die kunstenaars van haar
maakten, mocht Chloé er zelf ook wel wezen. Zo is het niet verwonderlijk dat 
Daphnis op zijn beurt in de ban raakte van de mooie Chloé. 
Toch is het duidelijk dat Chloé de verleidster was door Daphnis telkens te gaan
zoeken, zich aan hem te tonen en vervolgens ook nog te vragen om zijn pan-
fluit te mogen bespelen. Het vervolg laat zich niet moeilijk raden...
Toen de nimfen vernamen dat Daphnis de liefde had bedreven met 'n mensen-
vrouw ontstaken zij in grote woede en ze besloten hem zwaar te straffen. 
Hij werd letterlijk versteend.
Maar de Goden op de Olympos kregen mededogen, 
er waren immers meerdere Goden die met nimfen, maar ook met gewone
mensenvrouwen hadden verkeerd – waaruit halfgoden waren geboren zoals 
Daphnis er ook een was. Het gedrag van Daphnis werd hem door de Goden 
vergeven en zijn verstening werd opgeheven door aan hem de godenstatus te
verlenen. 
Maar de liefde tussen Daphnis en Chloé eindigde hiermee als een droevig 
Romeo en Julia verhaal. Eigenlijk pleegden ze beiden verraad jegens elkaar,
Chloé door hem te verleiden terwijl zij wist dat hij ervoor gestraft zou worden,
Daphnis doordat hij zich liet opnemen in de godenwereld. Dat hield voor hem
de consequentie in dat hij eerst Chloé moest verloochenen. Een mythe van 
een onmogelijke liefde, van twee werelden die niet verenigbaar zijn. 

"Daphnis & Chloé"
Schilderij in olieverf op doek (1877) van Raphaël Collin (1850-1916).
Expositie: Musée des Beaux Arts, Alençon.
France.

Vijfjarenplan 

 

Ik hou van jou. Hou jij van wat niet kan.
Hou jij van je capaciteiten, ik van je gebreken.
Jij van je trots, en ik van hoe die zacht kan breken – 
in mijn armen. Jij van je moed. Ik van je zwakte nu en dan. 

Hou jij van de toekomst. Ik van wat voorbij is gegaan.
Hou jij van de honderd levens die je wilde leven.
Ik hou van dat ene dat is overgebleven
en van hoe je daarom zo ver weg kunt zijn dicht tegen mij aan. 


Ik hou van wat is. Jij van wat zou. 
Hou jij van mij. Ik hou van jou. 

 

 

Herman De Coninck 
"De Gedichten". Arbeiderspers 1998

 

 

Daphnis en Chloé hebben de dichters en de beeldhouwers in de oudheid 
geïnspireerd. En in de afgelopen twee eeuwen ook nog vele schilders, 
musici en balletdansers. 
De oogst is misschien niet zo overweldigend als al het werk dat aan 
"Romeo en Julia" is gewijd, maar tóch: 
Vele schilders, van Marc Chagall (1887-1985) tot en met nu nog levende 
beeldend kunstenaars, hebben het paar vereeuwigd. 
Heel naturalistische beelden zag de 19e eeuwer Gaston Renault in zijn
geest voor zich en hij creëerde een bijna fotografisch kunstwerk in 1855.
De Franse componist Maurice Ravel (1875-1937) schiep in 1912 een 
choreografische symfonie, die daarna vele dansers bracht tot de creatie
van een Daphnis & Chloé ballet. Een paar decennia terug was dat nog 
de Australische choreograaf Graene Murphy die schreef voor de 
Sydney Dance Company (1980). 
Ook in Nederland liet choreograaf Rudi v. Dantzig (1933-2012) zich door
Daphnis, Chloé en Ravel inspireren. 

John Zwart – maart 2012.


"Daphnis & Chloé" par Gustav Renault (1855) Geveild bij Sotheby's 2006
Nieuwe eigenaar onbekend. 

Bij het Hernehim thema voor april 2012 "Liefde en haar ongemakken".

Hoe ben ik er nu op gekomen om juist de mythe van Daphnis en Chloé 
te kiezen voor dit thema? 

"Daphnis" was de naam van een vrachtschip met een zeer bescheiden
passagiers-accomodatie van de KNSM Amsterdam, waarop ik in het 
jaar 1958 een reis naar het Caribisch gebied maakte - bijna alle eilanden
van Trinidad tot en met Puerto Rico werden aangedaan. 
Pas na die reis ontdekte ik de oorsprong van de naam van het schip. 
Het boeide mij, dat mythologische verhaal van een onmogelijke en dus
ongelukkige liefde. 
Een vrouw die haar zinnen had gezet op een man die bovenmenselijk 
was en een halfgod die genoeg mens was om daaraan toe te geven en
tenslotte alleen bleef met zijn verlangen. 

Midden jaren vijftig van de vorige eeuw werd er een serie schepen gebouwd
in Amsterdam die alle drie de naam kregen van Griekse en Egyptische 
mythologische figuren: Isis, Osiris, Daphnis. Alle waren ze rond 3000 brt,
(= ca. 3800 dwt) en ze namen naast vracht slechts 12 passagiers mee. 
In de ogen van vandaag kleintjes dus, ze werden destijds ingezet in de 
vaart op de Middellandse Zee havens, maar dus ook wel eens in de verre 
transatlantische dienst. 

© John Zwart – maart 2012 

Vrij 

zij lachte niet zoals
de lente lachen kan - haar woord
als ongedesemd brood wedijverde met wit
haar hand in zegenend gebaar
bloedend op vergeten gras
was niet van liefde maar van steen 

zij was de tijd waarop elk water breekt
een rozenblad bewaard in glas
bloot en dood-
alleen 

 

© Philippe 

 


Licht ontvlambaar 

beter was het dan hij ooit
in zoete sfeer waarin ook zij verbleef
sprak ze niet tegen
–dit is van samen, ja, maar ook van twee–
het leek nu waarlijk toch of nooit
iets op zou kunnen wegen 

zoals dat enkel scheef gevallen
woord dat raakt als onverdraaglijk
scherp snijdend in het tere weef-
sel van behaaglijkheid 

reflexen zijn te snel
–geleerde spreukenwijsheid is vergeten-
wat gij niet wilt dat u... enzovoort
teruggesmeten wordt het valse woord 
zo wordt zo vaak in liefde wreed
gestreden en verlossend even wreed verzoend 

het dal, de berg, zo heb ik steeds begrepen -
maar hij sloot zich af, ik zag hem zich
verschansen, terwijl zij -in wanhoop?- hem al wreder
daagt zwijgt hij, ontwijkt haar lansen, hij stort
zich er niet in, maar slaat ook niet 

op de vlucht –doodslaan evenmin- hij leest
in Elsschot, slaat het boek dicht met een zucht 

© John Zwart 
"Liefde en haar ongemakken"

 

 

Briefwisseling 

 

woorden worden aaneen
geregen, fluisterend fladderen
ze heen en weer 
en vallen er stiltes 

dan raap ik ze gretig op
en ik filosofeer, dan herlees
en proef ik opnieuw
onze relatie van voorheen 

dan zet ik mij aan de slag
ontplooi het eerste frisse blad
van onze voorjaarsrenovatie 

 

© Inge Deconinck
(in een bewerking)

 

 

van de bergflank 

we zullen elkaar vergeten
zei ze – gelooft ze het?
op de duur zei ze 
maar hoe kan ik
terwijl ze mij toelacht
onder mijn handen van
blad na blad ik de
brieven koester die
ik – nee
voor geen goud 

mijn hoofd voller 
aan herinneringen
dan gedachten 

steeds weerloos tegen
het biddende torenvalkje
de reikhalzende zwanen
paarden's plotse draven
de wulp zijn weemoed
wolkenschaduw die
strijkt over een vergezicht
van groen achter lange haren
die naar rietpluimen wuiven 

hoe kan ik
voortaan
blind en doof 

© John Zwart 

 

 

Mijn bolsjewiek uit Beverwijk 

Bij nader inzien
ben je toch de ware existentiële
liefde niet
stond op die ansichtkaart
poststempel Parijs
die je me pas na weken stuurde 

Maar ook al heette zij Simone
dat hoorde ik later van vrienden
een Sartre ben je nooit geworden
zag ik toen ik je onlangs googelde 

 

© Anke Labrie 

 

 

Aangeslagen 

Geboren in een verschrikkeljaar
astroteken, vliegende vis
heb je in het zog van de tijdspijl
jezelf nog niet overtroffen
snel weten waar alles met zich verbindt
weigeren dingen naar hun aard te meten 

nu je, zoals men zegt gedichten spreekt
strooi je duizend letters in het rond die
lachen, wenen, waken, slapen
het zijn jouw woorden, aangeslagen zinnen
jij onverbloemd helemaal 

lieflijk is het
hoe je alles dat onvruchtbaar leek
ontsluit
dat doe je dan met zinnen die openbarsten
als klaprozen full color in een waaiwind
hoor, een sax speelt heel lage tonen
tot een melodie, jouw melopee .  

Epiloog: Schmetterlinge imitieren ihre Flucht 

© Jan Anton Gilles 

 

 

De wind 

Langzaam en plechtig
bewegen deze avond
de kruinen van de bomen. 

Meestal is het alleen
in de vroege morgen zo:
alsof ik kijk maar een oude prent. 

Alsof hun donkere, zwaarbebladerde takken
bewegen in lang voorbije eeuwen. 

Vanmiddag nog speelde de wind
met het blonde riet en met zijn haren
toen hij lachend voor me stond. 

Ik wist niet toen ik daarnaar keek
dat al vanavond alle bomen
langzaam zouden wuiven. 

 

© Katja Bruning 

 

 

© Copyright - De gedichten op deze poëziepagina zijn en blijven eigendom van de © auteur. Kopiëren en vermenigvuldigen zonder toestemming vooraf is verboden 

hernehim.nl 

HOME 


Deze website wordt geheel onafhankelijk gepubliceerd en geredigeerd door John Zwart

 


Hernehim - Themapoëzie  
met het oog op cultuur  

Laatst bijgewerkt:  31.03.2012 

  
Hernehim
parus major 
Maandthema voor poëzie: vriendschap en andere ongemakken 
 


Dit is een pagina waarop ik per maand op een thema
één of meerdere gedichten publiceer
Lezers die zelf actief zijn met poëzie zijn vrij om werk in te sturen
Als het gedicht bij mij in de smaak valt wordt het hier geplaatst
Boze e mails wegens niet-plaatsing zijn verspilde energie
Maar inzenden mag zeker naar het bekende redactieadres 

Boeiend om te bezoeken. 
Vrij en onafhankelijk. 
© HB 2012. 

Hernehim is de website van John Zwart  Contact     

HOME   Blog     Nieuws   Poëzie 

   

De Franse filosoof Michel Montaigne

Vriendschap is er in vele soorten en met zeer onderscheiden diepgang.  
In de Renaissance kwam de filosoof Michel Montaigne (Bordeaux 1533-1592)
tot verschillende psychologische beschouwingen van de mensheid, en ook tot
zelfonderzoek (hij schreef de eerste 16e eeuwse essays). 
Montaigne over de vriendschap: 
"Vriendschappen in relaties gaan soms om meer dan dat men elkaar wel eens
van pas kan komen, maar om de ander als persoon. Maar die zijn zeldzaam: 
het is al veel als het lot dit eens per 300 jaar één keer laat gebeuren. Ze zijn 
dermate met elkaar verweven en verbonden dat ze niets van zichzelf voor de 
ander verbergen. De volmaakte wederkerigheid tussen twee mensen. 
Liefde tussen man en vrouw ontwikkelt uiterst zeldzaam tot die intiemste vorm
van vriendschap omdat zij vaak alleen maar lichamelijke begeerte is. Die raakt
verzadigd en kan dan zelfs omslaan in vijandschap."

Het lijkt dat Montaigne vooral man-man en – heel héél misschien vrouw-vrouw
vriendschappen - buiten de familieverbanden het meest kansrijk vindt om zich 
te ontwikkelen tot de "volmaakte wederkerigheid". Hierbij acht hij in zijn tijd de
mannenvriendschap meer in staat tot diepgang dan die van de andere sekse.

 

"Dama Griega en el Baño"
Griekse Vrouwen bij het Baden - Olieverf op canvas (1767) 
Joseph Maria Vien - Geëxposeerd in Museo de Arte, Ponce, Puerto Rico.

 


Count on me 

Count on me through thick and thin
A friendship that will never end 
When you are weak 
I will be strong 
Helping you to carry on 
Call on me, I will be there 
Don't be afraid 
Please believe me when I say 
Count on... 

You can count on me 
Oh yes you can 

Whitney Houston (1963-2012) 

 


wederkerigheid 

wind, golven, stroom en
kolken – de scherpe rots, de
bank van zand en het
schrikwekkend diep,
wat weet een landrot van
de dreiging die ons samenbindt

bij pompen of verzuipen krijgt
afgunst nooit een kans - laat
de praters zichzelf maar aan
hun haren heffen in benauwde 
bruinberookte kroeg, vol van
hun strijd in wijsheidwaan

het glas gebroken, de jas
gescheurd - het schip zeilt
blinkend binnen 

© John Zwart – februari 2012 

 

Zeg niet wat onzegbaar blijft,
Raak me aan met tere handen.
Laat die onuitspreek'lijkheid
Niet in ijdel woord verzanden.
Laat het wonder niet verbleken
In de schijn der werk'lijkheid.
Laat geen stil gezwegen teken
In geschal van klanken breken.
Laat de liefde enkel spreken
In de taal der tweezaamheid. 

 

© Philippe

 


als de gestorven sterren 

soms zingt ze in je hoofd 
met de stem van Barbara Streisand 
dan klinken jaren voorbij als nú 

'memories light the corners of my mind' 
dan is daar iemand, die er niet meer is 
met wie je blijdschap deelde 

'it is the laughter we remember' 
zelfs het sterven verliest zijn macht 
aan het beeld doet niets meer af 

'whenever we remember' 
nimmereindig vliegt dat beeld 
zoals we waren door eeuwigheid 

'the way we were' 
zijn eindeloze reis tot eind der tijden 
verdwijnt alles – maar slechts uit zicht 

'the way we were'  -- 

het is daar nog, net als 
de gestorven sterren die we 
aan de hemel zien elke nacht 
weer als de dag van gisteren 

© John Zwart 

 


(wiskundige verklaring omtrent vriendschap)
Veronderstel
dat ik jouw "ons en mijn"
ergens achter me zou kunnen laten
*
dan zou ik onmiddellijk terugkeren 
naar mijn "ons en jouw"
om elkaar elders 
*
wederom opnieuw
*
te ontmoeten 

 

© Rik Comello 


 


(j'arrive)
Ofwel: ik kom er aan!

Schreef mijn compaan 

Waar blijf je dan? 

WIe ik? 

ik zit hier nog even 
met mijn nog onverloren verdriet 
in deze door God vergeten 
dodelijk anonieme rotstad te wezen 

Desondanks: houdt moed 
vrees niet 

Vergeet de horreur

Herinner je de lol 
de gekte, het verlangen 
en de gelukzaligheid 
van ons samenzijn 
zonder pijn 

Weet dat ik kom 
zonder verdriet
over mijn tegen die tijd 
hopelijk verloren verlies 

ik zeg je en ik schrijf je
mijn compaan;

ik kom er aan! 

 

© Rik Comello

 

 


Herkenning 

het is meer dan verstrengeling 
van onze belangen 
hoe je kijkt, hoe je lacht, 
je geur , gevoel voor humor 
maar bovenal de klik 

al jaren lang 
ben jij zonder woorden 
vertrouwd en mij nabij 

je rare trekjes 
zijn mij dierbaar 
jij ontziet mij waar nodig 
kan ook vlijmscherp benoemen 
waar het wringt 

kortom, een vriendin 
voor het leven 

 

© Marion Spronk 

 

 


Kraaien 

Kraaien roepen in de morgen
van de nok van pannendaken 

waar de spreeuwen onder wonen.
Vroeger noemden ze me 'broeder' 

toen ik nog op zolder speelde
- 'Wat eenzelvig', zei mijn moeder – 

en wij krassend samen spraken
in de vroege kou geborgen 

maar dat is zo lang geleden...
Ja hun broeder was ik, Jorge 

en niet anders mijn verleden.
Van één vader zijn wij zonen. 

Duister werden mij hun paden
hun gebruiken en hun zeden 

vreemd werd mij het plechtig kraken
waarmee zij hun trouw beleden. 

'k Koos mij andere kameraden
die geen ernst aan mij besteedden. 

Toen eenieder mij benijdde
om mijn aanzien en mijn welstand 

joeg ik kraaien van mijn dakrand
bang dat men mij ging vermijden. 

Kraaien roepen in de morgen
van de nok van pannendaken. 

Vleugellam gemaakt door zorgen
over halfvergeten zaken 

die een kraai krebintig maken
hip ik over ’t witte laken. 

Door met crèpe behangen ramen
kras ik haperend hun namen. 

© Katja Bruning 

 

 

 

 

 

 

 


To love or to hate 

(Boekenweek thema 2012 " Vriendschap en andere ongemakken ") 

Als het verdriet op de lippen ligt – dan maar niet
– hoe lief ik ook de liefde zie – ons tweeen ooit
gegeven. Wij drijven uiteen – bitter en in een 

Leven dat geen van ons voor ogen had – in wrok
omgekeken – smart die het hart bijkans doet
bezwijken – niet meer eensgezind te blijken – 

Wij kijken langszij. Hoe jij mij en ik jou – ogen stuurs
turend naar een verte die maar weinig perspectieven
biedt – een verleden dat aan onze daden haakt – 

In wrok – ieder woord herhalend – tot de dag van
vandaag. Maar als het verdriet op de lippen ligt – wees
gastvrij, zet de deur op een kier, zwaai hem half open. 

Misschien zal ik dan binnenlopen – vergeten bovendien
waar het om spande – en lachen om wat achteraf zo
futiel is gebleken. Als... 

© Elbert Gonggrijp, 
Heerhugowaard, 3 maart 2012 

 

 


onuitgesproken 

kom naast me zitten
op de bank 

met of zonder woorden
met een gezongen lied
of ingehouden 

kom zoals je wil maar 
vertoef naast me met je hart 

© inge deconinck 

 

 


De Jezus die ik ken

We zitten ongedwongen met elkaar te praten
terwijl we vissen aan de oever van het meer.
De ~Winde Gods~ blaast onze dobbers heen en weer,
dat ondergaan we beiden rustig en gelaten.

We spreken samen over zaken, heel private
-van dat ik ook niet altijd één der trouwste ben-
Waarop hij zegt: ~’t Is Magdaleen die ik beken,
tenslotte zijn we mannen, geen castraten.~

En als we uitgehengeld zijn, een paar uur later,
gaan we op huis aan met een maaltje Petrusvis
dat straks gebakken en gekruid heel lekker is,
vooral met wijn er bij, helaas er is slechts water.

Maar hij zegt: ~Geen paniek, we raken best bezopen~
en uit de kraan, o wonder, komt Chablis gelopen. 

© Koos 

 

 

© Copyright - De gedichten op deze poëziepagina zijn en blijven eigendom van de © auteur. Kopiëren en vermenigvuldigen zonder toestemming vooraf is verboden 

hernehim.nl 

HOME 


Deze website wordt geheel onafhankelijk gepubliceerd en geredigeerd door John Zwart

 

  
Hernehim - Themapoëzie  
met het oog op cultuur 

Laatst bijgewerkt:
27.02.2012

Hernehim alcedo atthis - ijsvogel
Maandthema voor poëzie: winternacht  


Dit is een pagina waarop ik per maand op een thema
één of meerdere gedichten publiceer
Lezers die zelf actief zijn met poëzie zijn vrij om werk in te sturen
Als het gedicht bij mij in de smaak valt wordt het hier geplaatst
Boze e mails wegens niet-plaatsing zijn verspilde energie
Maar inzenden mag zeker naar het bekende redactieadres 

Boeiend om te bezoeken. 
Vrij en onafhankelijk. 
© HB 2012. 

Hernehim is de website van John Zwart  Contact     

HOME   Blog     Nieuws   Poëzie 

   


Edvard Munch impressionist - Werk Winternacht - 1923
In 2011 te zien in de Kunsthal Rotterdam - Privé bezit (bruikleen)
 

 


klaarheid 

als de volle maan
in de middernacht hoger
nog dan de zon ooit
in de zomer schaduwen etst
op het sneeuwtapijt – de
zwarte hemel in contrast meer
nog het zwarte niets vertoont 

dan staan we in dat
niets op een uitzichtpunt van
vier dimensies en zien
beelden van toekomst
en verleden samenvallen
in dit moment van stil
aanschouwen 

© John Zwart 

5 febr. 2012 

 


winterreis  

een tekening in wit op grijs papier 
de wereld slaapt, de dag laat op zich wachten 
onwillig aan te breken nu de nachten 
zo koud en kleurloos, onbarmhartig schier 

het leven kluisteren en mens en dier 
doen huiveren, beschutting zoeken, trachten 
het lijf te warmen, blind voor winterpracht en 
schoonheid van zwarte eenzaamheden, wier 

stilte haaks op ‘t onontkoombare lawaai 
van alledaagse samenleving staat 

als grauwte van de nacht bij ‘t eerste haangekraai 
in tere wintertinten overgaat 
natuur tot leven komt, helder en fraai 
en mij gelukkig verder reizen laat 

© netraam 


het licht 

het licht bestaat 
bij gratie 
van het donker 
zoals het leven bestaat 
bij gratie van de dood 

even het kleine leven 
ervoor en erna 
de grote dood 
de ongekende 

leven met zicht 
donker en licht 
van nature 

waartoe zouden we 
zelf nog meer 
duisternis scheppen 

 © John Zwart – 2002 

 

 

zing ik van haar 
of van de winternacht? 
schrei niet om wat niet blijft 
waar weemoed wijzer lacht 
een kleine vogel roept in 't riet 
grijp niet naar het avondrood 
geen lied verslaat de tijd 
geen kus de dood 

 

©  Philippe

 

 


Karel 

Het daglicht tempert zich al vroeg tot donker.
Geen hond op straat, slechts een verdwaalde kat
die jankend van de kou te rillen staat,
zijn ruipig vel doorweekt, stijf van de honger. 

De buien druilen natte sneeuw en regen.
Je bent wel gek dat je de nacht in gaat
als warmte ‘t leven zo behaaglijk maakt;
de vlammen in de haard, het glas geheven. 

Dan denk ik ~waar is Karel toch gebleven,
hij is al langer dan een dag op sjouw.~ 

Ik trek mijn jas aan en trotseer de kou
en zoek het dorp af tot de buitendreven. 

Ik zeg ~klojo~ hij doet ~mauw~ als ik hem vind. 
We gaan op huis aan, ik gelukkig als een kind. 

 

© Koos Haydn 

 


Fabelachtige droom 

buiten valt sneeuw
zigzag naar beneden 

intussen slaap ik 
en heb een fabelachtige droom 

mijn droom heeft vleugels
en vliegt naar je toe 

 

© Inge Deconinck 

 

 

 

Uitschreeuwende mist 

Licht van ijskristal gebroken
avond heldert de stratosfeer
op adem benemende hoogte 

Schenkt aan nacht vrij spel
met smoor, vervaarlijk dicht
en met kleffe ochtenddeken 

of bij vorst op neushoogte
een met rijp en motsneeuw
parelend belicht winters wit 

 

© Rudolf Schinkel 

 

 

Winter 

ik ben de sneeuwvlok en de kou 
ontwricht verkeer op wielen 
mijn adem verstart wat beweegt 

ik ben de ijzige adem 
die ledematen bevriest 
water een glad vel geeft 

ik houd het land in mijn greep 
bij min twintig en meer 
huiver, vlucht in je hol 

© Marion Spronk 

 

 

 

Ster van Bethlehem 

Weer het verhaal gehoord. Geboorte, stal 
en ster, dat destijds zeldzaam felle baken. 

De sterrenwacht bezocht. Beluisterd
hoe de koepel met geknars de hemel
openschuift. Eeuwen ver geloerd
naar duizelende melkwegen
verlucht met luisterrijk lichtecht. 

De Kleine Beer gezien. Zijn kleinste ster
is oneindig malen groter dan wat in de kom
van handen, in het slimste hoofd past. 

Naar de ster van kerst gezocht.
Niet gevonden. Was het een komeet,
een nova? Of had een Meesterhand
toen twee planeten naar een plaats
van samenstand verwezen
boven de drie wijzen in het oosten? 

Ons oog heeft wel weer loepzuiver in beeld
hoe oneindig nietig wij en hoe
begrensd ons werelds heden. 

Hoe de eindeloosheid ons omspoelt
met een verwonderlijk gevoel van vrede – 

© Inge Boulonois 

 

 

 

 

 

© Copyright - De gedichten op deze poëziepagina zijn en blijven eigendom van de © auteur. Kopiëren en vermenigvuldigen zonder toestemming vooraf is verboden 

hernehim.nl 

HOME 


Deze website wordt geheel onafhankelijk gepubliceerd en geredigeerd door John Zwart

 

  
Hernehim - Themapoëzie
met het oog op cultuur 

Laatst bijgewerkt:
30.01.2012


Hernehim
passer domesticus
Maandthema voor poëzie: stroom, stromen  


Dit is een pagina waarop ik per maand op een thema
één of meerdere gedichten publiceer
Lezers die zelf actief zijn met poëzie zijn vrij om werk in te sturen
Als het gedicht bij mij in de smaak valt wordt het hier geplaatst
Boze e mails wegens niet-plaatsing zijn verspilde energie
Maar inzenden mag naar het bekende redactieadres 

Boeiend om te bezoeken. 
Vrij en onafhankelijk. 
© HB 2012. 

Hernehim is de website van John Zwart  Contact     

HOME   Blog     Nieuws   Poëzie 

   

 

René Magritte surrealist - Werk Collective Imagination 
Olieverf op doek te zien in Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen Düsseldorf-BRD

 

Noch mens noch vis 

Zilt vruchtwater 
stroomt als warm omhulsel 
omgeeft het oerbestaan 
zoals het embryo ervaart 
gedompeld in dat diep 
verleden dat ons verenigt over 
heel de schepping heen; 

en als vanzelf verandert 
elk onderbeen in een 
gespleten staart, voegt zich 
de huid aan stroomlijn 
die het lichaam met haar 
oorsprongsbiotoop vervloeid 
laat zijn, en wéér die meermin 
- telkens opnieuw – ontstaat 

© John Zwart2002 

 

 

De Belgische schilder René Magritte (1898-1967) verloor als 13 jarig kind zijn moeder.
Hij vond 's morgens vroeg haar dode naakte lichaam in het riet van de Sambre-oever.
Zij had een witte doek om haar hoofd gewikkeld. 

René Magritte verbeeldde zich dat zij was verdronken omdat zij zo graag vis
wilde zijn. Later als schilder kwamen regelmatig vissen voor in zijn werk, 
en figuren waarvan het gelaat onder doeken schuilgaat. 

zoals vogels altijd weer 
in een dichte zwerm 
uitwijken naar het zuiden 

zoals kuddes altijd weer 
tijdens de grote trek 
het dorre land verlaten 

zoals mensen altijd weer 
in vermoeide massa's 
vluchten voor elkaar 

zo probeer ik altijd weer 
in mijn dooie eentje 
te ontkomen aan mezelf 

 

© Anke Labrie - OBA Amsterdam Gedichtendag 2012 


panta rei
 

pieren, lichten op hoge ijzeren 
staketsels in de open omarming 
waaruit wij ontkwamen 
vervagen al achter de kim 

mijn boeggolf in onverbroken tuimeling 
schuift bruisend langs mijn flanken 
in nimmereindig tijdverdrijf 
verkleint nu in ver verleden 

onontkoombaar hoe de kleuren 
van de tederste omhelzing 
reeds verbleken 

 

© John Zwart    

 

 


Stroming 

op 't strand
raap ik een veer op
van een zeemeeuw 

doop 'm in zout water
en schrijf
een luisterboek
over het wisselend tij 

© Inge Deconinck 

 

 


Vrouwvis 

ach zotteke 
wat doet gij hier 
zieltogend 
op het strand? 

gij waart 
een blonde zeemeermin 
uw schubben glansden 
zilver 

mag ik u kussen 
opdat gij leven zal? 

 

© Marion Spronk 

 

 


Een watermerrie 

ik ontdeed mij stukje bij beetje 
hevelde been na been 
en dan; 
geen plaatsje overslaand 
de ogen gesloten 
gewoonweg zalig 
zo'n jaarlijks terugkerende weldaad 

daar toch ontglipte mij de zeep: 
op de tast, de voet vooruit 
gleed ik pardoes op mijn stuit 
trok mij, nogal geschrokken 
omhoog aan stevig houvast 
welk ineens, om een reden, 
onverklaarbaar brak 

al stui 
stui 
stui 
stuiterend dreef ik van de trap 
ploeterde, vocht, maar zonk onder 
wijl het kolkende water 
snel tot aan de vensters steeg 
het huis spontaan uit z'n voegen deed barsten 

mee vloeide ik in een waterval 
ik viel en viel oneindig diep 

een smak, een kledder 
nat naast mijn waterbed 

© Rudolf Schinkel 

 

 


In zeearmen 

In zeearmen
wil ik verdrinken
me om en om wentelen
in het herkende water 

in de warme vloedgolf
het gekende land ontkennen
de horizon afwenden 

alleen nog maar
de zoute lippen
van de zee
de eenzame mond
van mijn schipper 

© Femmie Elshout - 2002 

 

 


Golfbeweging 

de zee werpt zich 
op het strand 
geeft golven prijs 

houdt steeds wat achter 
voor 
zichzelf 

© Inge Deconinck - 2012 

 

 


Tot het verdwijnt 

Een vogel door de storm
bewogen wanneer het
elke reden mist – 

Een gedicht dwarrelend van
straffe woorden – in een
herfstig perspectief – 

Voortgejaagd, te vliegen
en te dalen, licht en
vooruitstrevend – 

Opgaand in het groter
geheel van vluchtige
wolken – 

Uit zicht. 

© Elbert Gonggrijp - 2012 

 

 

© Copyright - De gedichten op deze poëziepagina zijn en blijven eigendom van de © auteur. Kopiëren en vermenigvuldigen zonder toestemming vooraf is verboden 

hernehim.nl 

HOME 


Deze website wordt geheel onafhankelijk gepubliceerd en geredigeerd door John Zwart

 

           Hernehim 
          
pagina thema poëzie 
Hernehim
                   Boeiend om te bezoeken. 
                   Vrij en onafhankelijk. 
                   © HC 2001-2011 
Redactie:                             John Zwart 

Presentatie, illustratie:        Niesje de Jonge en Anke Labrie 

                   Thema van de maand:    vooruit ! waarheen?   

Pagina laatst bijgewerkt: 30.12.2011 

Hernehim opent aan het begin van elke maand een nieuw thema. 
Een openingsgedicht van een gerenommeerde dichter zet de toon. 
Alle dichters die zich door het thema aangesproken voelen kunnen 
toepasselijk bestaand of nieuw geschreven werk inzenden
Het thema staat de hele maand open. Een afgesloten thema blijft 
staan onder het actuele zodat alle inzendingen tenminste gedurende 
een volle maand op deze pagina te lezen zijn. 

HOME 
Nieuws  
Blog en proza 
Themapoëzie 
Vrije poëzie   
Vertaalproject 
Proza  
Activiteiten 
Over schrijvers 
Contact     

 Archief pagina's 1 voorafgaand jaar: 
Nieuwsarchief 
Blogarchief 2010 dec-juli 
Blogarchief 2010 juni-jan 
Themapoëzie archief 2010 

 Verslagen en recensies: 
archief 2010 
archief 2009 
archief 2008 
 Overig proza archief:
proza 2008  
   

december 2011 
Thema van de maand: vooruit! waarheen?  

Illustratie:   Vrouw te paard - 1922 
Olieverf op doek  -  René Magritte (1898-1967) 
Expositie:   Musée Magritte Museum, Brussel - Bruxelles, B   

 

   


Gust Gils 

is een al half vergeten Vlaamse schrijver en dichter die het prikkelend thema 
"Vooruit! Waarheen?" op Hernehim Cultuur mag dragen. 
Hij werd geboren te Antwerpen in 1924 en overleed negen jaar geleden in dezelfde 
stad op 78 jarige leeftijd.
In zijn levensonderhoud moest hij voorzien als bediende, maar het kunstenaarschap
beheerste zijn leven van jongs af. Hij hield zich bezig met allerlei beeldende kunst, 
van tekenen tot graveren, in de jaren vijftig werd het vooral de houtsculptuur. 
Daarnaast schreef hij paraproza, een soort science-fictionachtige absurde verhalen 
en poëzie. In de jaren 60 en 70, toen de wereld in de ban was van de bemande
ruimtevluchten en maanlandingen, raakte Gils gegrepen door science-fictionlectuur
die zijn eigen werk blijvend zou beïnvloeden. Een generatie ervoor was landgenoot 
René Magritte als schilder al naar het surrealisme gegroeid 
(Ceci n'est pas une pomme) - in een vergelijkbare ontwikkeling gaat Gils richting 
absurdisme (Gefotokopieerd). 
Maar waar het werk van Magritte volle ernst is, kenmerken Gils' schrifturen zich 
door humor en zelfspot. 
In 1954 was hij al mede-oprichter van het experimentele literaire tijdschrift "Gard Sivik"
genoemd naar het gelijknamige roemruchte Jazzcafé in Antwerpen. 
In 1966 krijgt Gils de Lucy B en C.W. Van der Hugtprijs voor zijn bundel "Een plaats 
onder de zon" en in 1996, aan het eind van zijn productieve jaren, valt hem nog de 
Oeuvreprijs van de Vlaamse Gemeenschap ten deel. 
In Nederland is Gust Gils aan de aandacht van het grote publiek ontsnapt, maar 
in 2004 wijdde VPRO Boeken postuum een uitzending aan deze opmerkelijke maar 
toch vrij onbekend gebleven dichter. 

© John Zwart29 november 2011 

   Gust Gils   

   


Gefotokopieerd 

eerst
heb ik fotokopie genomen
van mijn ogen 

daarna
hetzelfde gedaan met de rest
van de wereld
en nu
kan ik met gerust gemoed
de ene kopie de andere
laten observeren 

zodat er
niet langer behoefte bestaat
aan de originelen 

 

Gust Gils 

 

william burroughs rides again 

kwam daar de biochemies telegeleide
innerlijke brigade aangerukt
om mij op heterdaad
van bewustzijnmisdrijf te betrappen maar
bijtijds nog 

kon ik ontsnappen per schietstoel
vanuit mijn eigen hersenpan
ook ik ben niet van gisteren
gij sibernetiese heren van het
seksvrije geweld 

 

Gust Gils
Uit: "Afschuwlijke roze yogurtman"
Manteau – Antwerpen-Amsterdam 1972 

 


Een horizontale lijn die stijgt naar een verticaal 

Het begrip "vooruitgang" was in de christelijke wereld 'in den beginne' niet bestaand. 
Immers eerst was er een paradijselijke toestand geweest... maar daaruit werd de mens
verdreven. Hij kwam in een staat van barbarij terecht en moest voortaan zwaar en 
langdurig boeten om die oorsprongsstaat weer enigszins te benaderen. 
Geestelijke zaken hadden veel meer betekenis in het leven dan materiële. 
De gedachte aan het bestaan van een proces van "vooruitgang" komt eerst in de 
Renaissance (periode 1400-1600) waarin basis wetenschappen worden bestudeerd en
oorspronkelijke inzichten tot opbloei komen (periode 1500-1700). Uit die wetenschap 
evolueert de techniek, tijdens de Verlichting (periode 1650-1800), waarin vervolgens
breed het bewustzijn groeit dat men leeft in een tijd van vooruitgang, gesymboliseerd 
door de stoommachine. 
In de kunsten wordt de Verlichting echter als verarming ervaren omdat fantasie, gevoel 
en geest lijken te worden verdrongen door het rationele, berekenbare van de techniek,
waardoor men niet meer in de diepte gaat. In reactie daarop komt de Romantiek
uit verzet, in hang naar de tegenovergestelde richting: de natuur. 
In de recente eeuwen (periode 1800-2000) ziet men steeds duidelijker hoe de techniek
almaar méér mogelijk maakt, wat tot hoge waardering van het menselijk intellect leidt:
"mind over matter". De technische verworvenheden volgen elkaar steeds sneller op, 
de aanhangers van de Romantiek vervallen in nostalgie naar het verlorene: 
de Zwarte Romantiek is een kenmerk van veel kunstenaars uit begin 19e eeuw. 
Maar er zijn er ook die dan juist de moderne wereld voluit omarmen en dáárbij weer hun
fantasie vrij spel geven, de boeken van de Franse schrijver Jules Verne (1828-1905) zijn
daar fraaie voorbeelden van. 

In de 20e eeuw stelt men onomstotelijk vast dat kennis zich in versnellend tempo 
ontwikkelt en de theorie krijgt aanhang dat wetenschap en intellectuele vermogens 
niet lineair maar exponentieel groeien. Men meent er eenzelfde proces als celdeling 
in te herkennen. In dat geval moet de lijn van die versnellende ontwikkeling op weg zijn
naar een verticaal, een eindfase als een explosie. 
Hiermee zijn we al volop in de sciencefiction beland. 
Waar Jules Verne's technische fantasieën nog tot beredeneerde mogelijkheden waren
te herleiden, de Amerikaanse auteur Vernor Vinge (1944) -opgeleid in de informatica- 
slaat met zijn literatuur geheel de weg van sciencefiction in. Daarmee is niet gezegd 
dat óók hij niet overtuigd zou zijn dat zijn verhalen op afzienbare termijn werkelijkheid
kunnen worden. Binnen technologische singulariteit wordt het mogelijk dat straks 
intelligentie wordt gemaakt die groter is dan die van de mens die deze nieuwe entiteit
creëert. De gedachte wint plaats dat "het zwijgend stille universum" verre van leeg is, 
maar "vol van intelligentie zover ontwikkeld dat het zich van onze beperkte wereld 
heeft afgewend". 
Beperkt nog, maar op dit moment wordt serieus transhumaan onderzoek verricht om 
het menselijk brein rechtstreeks te koppelen aan een computerbrein dat de capaciteit
van het mensbrein in een klap gigantisch zou kunnen vergroten. 
Vinge voorspelt ons al een datum: in 2030 is het zover. 

© John Newswatcher  - Bronnen: Wikipedia Media en VPRO Wetenschapsubrieken.


de pijnfuif 

vrienden ik heb de pijn
maar op de kachel gezet
om ze warm te houden 

als iemand pijn wil 
ze is lekker vers 
neem gerust 

en neem wat meer 
er is pijn genoeg 
voor iedereen 


Gust Gils 
Uit "Uniek Onkruid" 
Manteau – Antwerpen-Amsterdam 1972 

Citaat:

"Het vlees is zwak
en de wil is ook niet veel zaaks"

Gust Gils (1924-2002)

 

   

inzendingen  

Laatste upload binnen de themamaand december 

   
   
 

2011 - 2012 

ieder einde tegelijk 'n nieuw begin
omdat tijd geen rust kent ontglipt
ieder moment, slechts in een veelvoud
van herhaling vinden we behoud

© JohnN 


ingezonden themagedicht     
   


Oud en Nieuw 

hoor, de wanden 
van het ei kraken 
het barst uit zijn voegen 

de oude vogel 
ligt verfomfaaid 
in zijn stervensuur 

het vuur van 
een nieuw jaar zindert 
vernietigt de sintels 
van wat voorbijgaat 

 

© Marion Spronk  

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?     
Marion Spronk  

ingezonden themagedicht     
   


Een magische poort 

ik zoek me een nieuwe weg 
om alles wat op mijn pad komt 
te verwerken 
het is te overvloedig 

ik zoek me een nieuwe weg 
een tweede manier 
om de finale te halen 

wie weet die magische poort 
waarachter 
die weg voor mij ligt? 

 

© Inge Deconinck 

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?     
Inge Deconinck  

ingezonden themagedicht     
   


Afsluitdijk
            (#2) 

Het licht wil mij iets kenbaar maken – 
mij aan te raken met de zachte
glinstering van golven – 

Gefluister nog niet aan de 
horizon onttrokken – wolken die 
continu op dreiging staan – van 
kwaad tot erger – In een morgen 

Die op verwachting lijkt – Afsluitdijk – 
zover wij reiken. Alles moet nog totdat 
wij zover zijn haar te verlaten – 

Kilometers verder – een voortdurend 
praten – tegen elke beweging in. 
Niet te haasten. 

 

© Elbert Gonggrijp 

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?     
Elbert Gonggrijp   

ingezonden themagedicht     
   


toverbede 

het meisje ondergaat
haar lijden aan de wereld
en innerlijke chaos 
in noodgedwongen solitude
zo ziet zij dit bestaan 

keuzes maken is haar makke
naast behagen, aandacht vragen 

tenslotte bidt ze,
tot haar sprookjesgod 

tover,
tover mij weg
tover mij een weg 

naar licht en lucht,
eeuwigdurend dons
het liefst nog ben ik Tinkerbell
want sneeuwwit zal ik niet meer zijn 

 

© Cor J van der Stokker 

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?     
Cor J van der Stokker 

ingezonden themagedicht     
   


Wanen 

het regende toen ik je tegenkwam 
de wind joeg door je lange natte haren. 
jij liep hooghartig naar de lucht te staren 
maar zag dat ik notitie van je nam 

jou zo te zien maakte mijn benen lam 
het liefst wou ik me aan je zijde scharen 
om je voor alle wanen te bewaren 
je afgewende blik wierp snel een dam 

ook deze keer liep jij me weer voorbij 
want je gekwelde geest wil blijven zwerven 
hij liet de sterren in je ogen sterven 
en drijft je voort als 't rusteloze tij. 

jij loopt als koning in een oud livrei 
en geeft bevel de hemel zwart te verven. 

 

© Corry van Doorn 

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?     
Corry van Doorn 

ingezonden themagedicht     
   


Vooruit 

vakken van leven en belang 
zorgvuldig gedicht met ritsen 

de vulling bepaalt de smaak 
laten we proeven en eten 

en daarna onze rugzak weer vullen 
met zacht en lach en ach 

 

© Monica Boschman  

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?     
Monica Boschman 

ingezonden themagedicht     
   


Hotel California 

Straks weer 
voor de achttienduizendste keer 
Hotel California op alle radio's 
en weer 
ben ik voor even terug 
in de doorrookte kamer 
waar de nachten dagen werden 
Hotel California en weer 
deze kick voor Frenk 
kijk eens, 
de naalden liggen klaar 
op de koelkast in de keuken 
onder de poster met het zeepmeisje 
naast het gasstel met het hete water 
ja, wij koken de naalden altijd uit 
er is een shot voor iedereen en weer 
Hotel California 

nu een requiem 
voor de verraden jeugd, in memoriam, 
voor de jongens die het niet haalden, 
de vrienden die zich versnoven, 
de klinieken bevolkten, de pensions, 
ze kwamen er nooit meer uit 

California, je weet wel, van de soep 
en de bouillonblokjes, 
en die hit uit de toptweeduizend 
doorgedraaid, dolgedraaid 
doodgedraaid, 
tijd om een tijd te vergeten 
You can never leave.... 

 

© Petra van Rijn 

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?     
Petra van Rijn  

Uit haar winnende voordracht op het Fluxus Festival
 

ingezonden themagedicht     
   


onvertaald 

uren kan ik kijken 
van boven de boeg 
naar opstuwend water 
hoe het breekt en breekt 
en breekt achter de dolfijnen, 
dansende ervóór 
>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>
ik kan niet begrijpen 
waarom zij zólang dansen blijven, 
maar geen woorden vinden 
anderen uit te leggen 
waarom ik zolang 
kijken bleef 

 

© JohnN 

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?     
JohnN  

ingezonden themagedicht     
   


Oostvaardersplassen 

Wat wil de pen. Als ik je beschrijf, op hoeveel
letters kom ik uit – het kale vlak gevuld met
vogels – rustig, in rumoer – bang of 

Onverschillig. Te blijven of te gaan – als het
moet. Als de dood bestaat dan heel snel,
sluipend of op grote wieken. 

Het zal je beurt maar zijn – nergens houvast,
nergens liefde. Er op of er onder. Zoiets
onvermijdelijk. 

Zwart voor ogen zien – je woorden te doven.
De anderen – zij zwijgen – zij hebben nog
tijd voor te vluchten, te grazen, te duiken, 

Te vissen. Bedachtzaam, tot op het einde.
Kijken op of lopen door. Tegen de wind in
de kop in de veren. 

Wie de clou kent, wacht op de vlerken, de
schelmen. Wie hen tegenhoudt is een sterke
– breekt er de wetten – to live or let die. 

 

© Elbert Gonggrijp 

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?     
Elbert Gonggrijp   

ingezonden themagedicht     
   


Het ware Kerstverhaal? 

het was in de tijd van barre winters
dat Jozef de ezel van stal haalde
en zijn geliefde Maria vroeg
de geest te vergeten van wie zij
kuis een kindje droeg 

Jozef had het niet begrepen
en dacht aan het zevende gebod
was zij hem ontrouw geweest
geslapen met de pottenbakker
dan had hij een oogje toegeknepen
maar een rendez-vous met een geest? 

hij bleef wantrouwig maar trouw
en tilde haar op de ezel
nog lang na hun vertrek
klonken spot en hoongelach
de twijfel maakte hem gek 

het was in die tijd van barre koude
dat de lange reis was volbracht
het geesteskind, een zoon, werd geboren
midden in de winternacht
Jozef legde hem in een kribbe
en huilde zacht 

 

© Hanny 

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?     
Hanny 

ingezonden themagedicht     
   


wie ben ik? 

Ik ben een vraag die geen antwoord wil 
daar niet om vraagt of naar taalt 
ik ben een vraag die blijft 
tot in lengte van dagen 
aan wanden knaagt 

ik ben het antwoord 
maar ken het niet 

 

© Monica Boschman 

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?     
Monica Boschman 

ingezonden themagedicht     
   


Lichtmatroos 

Ik droomde dat ik in mijn poppenhuis woonde
en in de leunstoel van mijn vader
over de Zee van de Blauwe Keukentegels voer,
mijn handen waren te klein voor het grote roer,
het fornuis was mijn veilige baken. 

Het achterdeurtje klapperde van angst
voor de klauwen van de woeste wind.
Met stroop of rozijnen? vroeg de moeder
aan haar kind en joeg terloops met harde
hand de wind terug in zijn hok. 

Mijn vader zou gauw thuis komen,
zo wit als de takken van de bomen.
Eigen schuld dikke bult, siste het laatste
kluitje boter in de pan,
had hij maar niet op pad moeten gaan
met dunne zomerkleren aan. 

Ik klom aan wal en sloop naar
het slaapkamertje van mijn ouders.
Over de stoel hingen de knoken van de dood.
De maan die tussen de gordijntjes loerde,
lachte zich een rolberoerte 

om de borstrok en de lange onderbroek
zonder mijn vader erin, wat logisch was
want hij lag stil aan de slootkant
waar het riet een slaapliedje zong,
maar niet voor hem. 

Ik had geen trek meer in pannenkoeken
maar lustte er wel tien
toen ik zijn klompen op het tuinpad hoorde
moest ik verschrikkelijk huilen
om de pannenkoeken waar mijn moeder
zout op had gestrooid. 

 

© Femmie Elshout 

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?     
Femmie Elshout 

ingezonden themagedicht     
   


Het Paleis 

Van een glanzend, geel paleis 
licht weerkaatste op het ijs. 

Onbereikbaar leek het, ver 
als het wenken van een ster. 

Goudgeel licht vormde een pad 
dat ik maar te volgen had. 

IJzig koud was het daarbuiten. 
Planten bloeiden achter ruiten 

planten uit de warme Tropen 
en een glazen deur ging open. 

Als een boeddha zat hij daar 
glimmend, vredig, groot en zwaar 

als een beeld dat, warm en levend 
me aandachtig en toegevend 

aankeek en me wel herkende 
zich goedgunstig naar me wendde 

maar niet groette, noch iets vroeg 
als was het zichzelf genoeg. 

Ik werd warmer en verkilde. 
Vond ik wat ik vinden wilde 

toen ik liep langs ’t gele pad 
dat zo lang was en zo glad? 

 

© Katja Bruning 

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?     
Katja Bruning

ingezonden themagedicht     
   


Voorbij het Noodlot 

Het noodlot zal zich niet verder nestelen in mijn lijf 
Ik duld dat niet
Langzaam maar zeker vecht ik weliswaar
met kleine stapjes om het noodlot uit mijn lijf
te bannen naar afgelegen oorden 

Ergens achter tralies waar het niemand anders treffen kan 

Niet alleen kleine stapjes zet ik
maar ik dirk me op zoals ik nooit eerder deed
Zo herkent het noodlot mij wellicht niet meer
en verdwijnt eenvoudig weg 

vanzelf 

 

© Inge Deconinck 

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?     
Inge Deconinck  

ingezonden themagedicht     
   


Op de huid 

ze zijn als zand
op het oog zacht
vooral in de zomerzon
maar eenmaal in je kleren
gaan ze schuren 

ik ben het oliemannetje
met zijn kannetje
de lijmman die meent
dat hij alle stukken wel
weer lijmen kan 

je kunt altijd het één of
het andere maar niet èn –
en daarom grijp je
meestal mis iets met
een wet van murphy 

geloof ik
dat het is 

 

© JohnN 

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?     
JohnN  

ingezonden themagedicht     
   


vrucht 

ze doet blikken 
kantelen 
uit haar ledematen spruiten 
bloesemende verwachtingen 

ze is iemands kind 
met zijn ogen en zijn mond 

dat je weet, wat je weggeeft 
zal zij niet opvragen 

niet de geloften 
noch de gaten in de tijd 
een enkele judaskus 
of hoe speeksel smaken kan 
met het bouquet van verraad 

zij heupwiegt door het vruchtwater 
zij is de blanke pit 
in de schoot 
ze breekt potjes 
waar anderen zich aan snijden 
zich van geen kwaad bewust 

zo gaat dat, mijn kind

jij bent ogen en oren 
jij bent ongeboren 
je bent de naam van de vader 

als je afgedreven wordt 
door het riool gespoeld 
als een kakkerlak 
weet dan dat ik je vader 
tot barens toe liefhad 

 

© Jolies Hey

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?    
Jolies Hey    

ingezonden themagedicht     
   


Het wordt stilaan tijd 

Het is stilaan tijd voor een ander signaal 

want hoe klein en kil ook je wereld is
toe, laat in je geest geen plaats voor haat
daar gewis ginder stil een onschuld slaapt
gewikkeld in de hartslag van de ouders 

het is stilaan tijd voor een ander signaal 

dan jouw ongeloof in anders denkende
je kent ze niet en toch geef je ze een sneer
beschimpt en schoffeert hen keer op keer
alsof zij zo anders zijn zo meer mens wellicht? 

het is stilaan tijd voor een ander signaal 

 

© Rudolf Schinkel 

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?    
Rudolf Schinkel  

 
ingezonden themagedicht     
   


bestaan er andere mensen dan gelukzoekers 
wijs ze mij aan 
ik zal ze het land uit jagen 

 

© Hans Wap 

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?     
Hans Wap  

ingezonden themagedicht     
   


Winterlicht 

Liefste, tijd bevriest en licht wordt winter
– druppels kou al aan het gras, bomen
stram van lijf en leden. 

Zijn zij onze goede vrienden? Treft ons niet
een zelfde lot – star te zijn tot op het bot
– vergeten namen op de ramen ? 

Ik ontsteek alvast de kaarsen – om te
weten wie wij waren – voor het korten
van de dagen 

– dus breek het brood, drink de wijn en
herinner ons wat voor ons ligt – dat de winter
op zal klaren – en het duister weg zal gaan 

– zoals het schikt – in Gods genade. 

 

© Elbert Gonggrijp 

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?     
Elbert Gonggrijp   

ingezonden themagedicht     
   


Renaissance  

bewust breek ik de avond 
bang dat het zwijgen van de merels 
de tijd vertraagt 
in onbewogen ogen 
en kou doet kruipen in huiverhaar 

van de schoonste scherven 
lijm ik mijzelf merels en meer 
dicht de nacht 
wanneer de maan de torenhaan raakt 
en stap naakt uit dit stilleven 

 

© Hanny 

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?     
Hanny  

ingezonden themagedicht     
   


Autoweg 

We blijven onderweg
naar wat verder op til is.
De haast rolt door en door
op voorgebaande stroken
met naasten nabij opzij 

voorbij. We nemen afstand
strak turend sturend naar later.
Witte strepen houden ons
in toom, ze vrijwaren
rustige en grazige weiden – 

voor als we zijn uitgeraasd. 

 

© Inge Boulonois 

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?     
Inge Boulonois   

Het gedicht is onder een video 
te bekijken op Youtube 

ingezonden themagedicht     
   


Durend zwijgen 

Het is een maanloze nacht 
recht vooruit het zicht naar 
schitterend zwart 
voor de boeg wiegt 
het stralend zuiderkruis 

Gedachten vliegen uit 
op vleugels van lichtjaren 
en teksten komen als vanzelf 
maar zelden uitgesproken 

Woorden moeten sober
blijven met witregels 
onder dit durend zwijgen 

 

© JohnN  

 

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?     
JohnN  

ingezonden themagedicht     
   
                   Uw themagedicht ?

Themagedicht op:   Vooruit! Waarheen?     
Inzender  

   
© Copyright Hernehim Cultuur 2001-2011   

Hernehim      

 een cultuurpagina 

HOME 

   
november 2011   
   
           Hernehim 
          
pagina thema poëzie 
Hernehim
                   Boeiend om te bezoeken. 
                   Vrij en onafhankelijk. 
                   © HC 2001-2011 
Redactie:                             John Zwart 

Presentatie, illustratie:        Niesje de Jonge en Anke Labrie 

                   Thema van de maand:    oogst  

Pagina laatst bijgewerkt: 30.11.2011 

Hernehim opent aan het begin van elke maand een nieuw thema. 
Een openingsgedicht van een gerenommeerde dichter zet de toon. 
Alle dichters die zich door het thema aangesproken voelen kunnen 
toepasselijk bestaand of nieuw geschreven werk inzenden
Het thema staat de hele maand open. Een afgesloten thema blijft 
staan onder het actuele zodat alle inzendingen tenminste gedurende 
een volle maand op deze pagina te lezen zijn. 

HOME 
Nieuws  
Blog en proza 
Themapoëzie 
Vrije poëzie   
Vertaalproject 
Proza  
Activiteiten 
Over schrijvers 
Contact     

 Archief pagina's 1 voorafgaand jaar: 
Nieuwsarchief 
Blogarchief 2010 dec-juli 
Blogarchief 2010 juni-jan 
Themapoëzie archief 2010 

 Verslagen en recensies: 
archief 2010 
archief 2009 
archief 2008 
 Overig proza archief:
proza 2008  
   

 november 2011 
Thema van de maand: oogst  

Illustratie:   De oogsters - 1565 
Olieverf op doek  -  Pieter Bruegel de Oude (1525-1569) 
Expositie:   Metropolitan Museum of Art, New York, NY.   

   


Ed Leeflang 
werd geboren in Amsterdam west in 1929 en studeerde Nederlands in diezelfde 
stad. We hebben deze dichter gekozen voor het jubileumthema "oogst" omdat 
hij een 'zaaier' was – en wie wil oogsten moet eerst zaaien. 
Ed Leeflang was een echte onderwijsman. Zowel als leraar Nederlands op het 
Lyceum in Schouwen-Duiveland als later in Amsterdam op de Pedagogische 
Academie besteedde hij veel aandacht aan de poëzie in zijn lessen. Ongetwijfeld
zullen de leerlingen die daar gevoelig voor waren zich meer zijn gaan verdiepen in
gedichten. Misschien zijn ze die zelf wel gaan schrijven, in ieder geval hebben ze
het plezier van poëzie lezen geleerd.
Ik stel me bij hem net zo'n stimulerende leraar voor als ik zelf ook had.
Leeflang was een man die niet stond te springen om zelf snel een bekende 
publicerende dichter te worden. Omdat hij met zijn werk dicht bij de realiteit bleef
dus niet in de stijl schreef die in zijn tijd 'en vogue' was, was hij zelf wellicht ook 
wat terughoudend. Maar zijn anekdotische gedichten waren heel geliefd bij zijn
leerlingen, die in dit verband als representant voor 'het brede publiek' kunnen 
worden gezien.
Hij publiceerde soms in het blad "Tirade" en stuurde gedichten in voor prijzen, die
hem wel nominaties opleverden, maar geen bekroning. Pas na zijn vijftigste 
verjaardag debuteerde hij met zijn bundel "de hazen en andere gedichten" bij de
Arbeiderspers, de oogst van lange jaren dichten. Het was een rijke oogst, want 
het boekje verdiende gelijk de Jan Campertprijs in 1980. 
Er zouden nog 9 bundels volgen, de laatste postuum. 

Ed Leeflang hield van het vlakke land van Zeeland, de polders en van het strand 
met de duinen. Al zijn gedichten hebben dan ook een band met de natuur, óf met
zijn wereld van het onderwijs. De critici in de laatste twee decennia van de vorige
eeuw waren gewend aan de toen gangbare hermetische stijl - zij waren niet altijd
mild voor hem. Zijn derde bundel "Op Pennewips plek" (1982) met gedichten uit
zijn schoolervaringen kreeg lovende woorden van Ad Nuis, maar Rob Schouten 
zag er vele zwakheden in. Tomas Lieske had later een oog voor alle geraffineerde
vondsten en kwam tot de conclusie dat het echt lang niet zo pretentieloos en
anekdotisch was als op het eerste oog. 
Zelf zag ik dat ook in "De Drieteenstrandloper", waarin het druk voortbenende 
vogeltje aan de vloedlijn tot een dichter wordt die zijn regels schrijft, die vervolgens
door de zee weer worden uitgewist, want immers, de tijd wist alles op den duur.
De toenemende welvaart zag hij nadenkend aan. De oogst van het bestaan... 
hoe is de moderne mens gerijpt, wat heeft hij/zij bereikt? 
Materialisme en hebzucht zijn nu de achtergronden waardoor ons leven wordt 
beheerst. Wat bracht die ons dan een economie die almaar moet groeien?
Zulke gedachten moet Ed Leeflang gehad hebben bij het schrijven van zijn 
gedicht "Reclames in het landschap". 
Ed Leeflang, een laatbloeier, die gelukkig nog 28 jaar verder schreef na zijn 
debuut en op 17 maart 2008 in zijn geboortestad Amsterdam stierf.

© John Zwart – 1 november 2011 

 

  Ed Leeflang  
© foto VPRO

 

 

"Oogst" beste lezers, wat is oogst? Is het in de herfst binnenhalen wat de zomer ons
geschonken heeft? Of is het wat we overhouden als we het kaf van het koren hebben
gescheiden? Rijke oogst of misoogst als het tegenvalt. 
Wat heeft 10 jaar Hernehim Cultuur u als lezers en ons als redactie opgeleverd? 
Bij het passeren van deze "mijlpaal" - dat mogen we wel zeggen, want hoe lang is het
dat we internet hebben nog maar - is er natuurlijk een moment van beschouwen, van
terugkijken, van wegen en vanzelfsprekend ook vooruit kijken. 
Hoe kijkt u naar het thema "Oogst"? Leverde Hernehim Cultuur u iets om te oogsten?
Wat is uw terugblik op uw eigen werk in de afgelopen tien jaren u eigenlijk waard? 
Kneed het thema soepel en laat het resultaat verrassend zijn: uw kijk op "Oogst"!

 

   
   


Reclames in het landschap 

Zo kom je ertoe je af te vragen
wat kost de kraai boven het bietenveld
wat is de trage fietser waard
die nadert op de polderweg
tussen de laagstam appelbomen. 

Zo kom je ertoe te denken over
de prijs van zijn bril, zijn schoenen,
het ruiten hemd, korting en koersen
waarvan hij wie weet wakker ligt. 

Zo kom je ertoe te raden naar
de premies die hij moet betalen
tegen blik- en waterschade. 

Zo zou je je het hoofd nog breken
over het tarief van zijn zes dragers. 

 

Ed Leeflang – Uit "De hazen en andere gedichten"

 

De drieteenstrandloper 

De zee kan het niet helpen,
in weeën komt haar drift;
voor haar opwelling wijkt hij,
haar bedenking beent hij na. 

Van zijn bestaan verschijnt
het vluchtig spijkerschrift,
in scheve aanloopregels,
bijna kwatrijnen. 

En door haar plompverloren dweilen
worden zij weggewist. 

leder spoor van zijn gedribbel
moet verdwijnen, of hij zich in
de drang om voort te leven
zonder nadruk had vergist. 

 

Ed Leeflang – Uit "De hazen en andere gedichten"

   

inzendingen  

 
ingezonden themagedicht     
   


Boekenkring

onze brieven horen niet
in de prullenbak 
we bundelen daarom
onze hoofdstukken met zorg 
en naaien ze nadien aaneen 

met borduurgaren
van mijn opa die kleermaker was 
zo hebben we al één boek 

maar we werken verder 
tot alle bladen geclassificeerd, 
genaaid en gelijmd zijn 
tot we talrijke briefromans hebben 

we rangschikken ze in een kring 
een nieuwe boekenkring geboren 

 

© Inge Deconinck 

 

Themagedicht op:   oogst    
Inge Deconinck 

ingezonden themagedicht     
   


Bij het vertrek van Jo van Loon 

Jo wacht op de roeiers, de 
trossen moeten los 
Zwak en vermagerd ligt hij aan 
de kade, onverzettelijk zichzelf 

Je kunt hier bellen tot je een ons 
weegt, klaagt hij, er komt 
geen hond 
Ze zitten liever aan elkaar 

Een man van het geloof 
schoof ook nog even aan 
De redder reisde mee, er was 
nog niets verloren 

Het werd geen goed gesprek, hier 
viel geen ziel te redden 
Hij kon maar beter gaan 

Straks is hij weg, terug naar zee 
dicht bij zijn vrouw 
Op een schip van de Lijn, met alles 
wat een mens zich wensen kan 

De droomreis van
een zakenman 

 

© Ton Huizer - Rotterdam 

Themagedicht op:   oogst    
Ton Huizer   

ingezonden themagedicht     
   


Populieren 

In grove lijnen vind ik de geliefden
terug – grijze populieren die
gelaten in hun ruimte staan 

– imposant – te dromen bomen
aan een overkant – een verlangen
dat van binnen aan jeugd en 

stilstand denken doet – een tijd
nog nooit begonnen. Een thuis uit
de dag geklommen – daar te zijn, 

onaangekondigd, maar uiterst
aangenaam. Om in te wonen,
om te beseffen, je af te vragen – hoe 

kaal een taal is waarin alles haast
oneindig wordt – in wezen. Winter
zover het oog reikt – lief te hebben 

– in vrede. 

 

© Elbert Gonggrijp 

 

Themagedicht op:   oogst    
Elbert Gonggrijp  

ingezonden themagedicht     
   


Marrakech 

In deze koningsstad spant kleur de kroon
men legt het liefst de rode loper uit 

de zon draagt hier haar gouden djellaba
medina mengt haar verf met gulle gloed 

waar stucwerk kanten poorten haakt
vind ik de doorgang in een oude muur 

patronen maken hun portret in mozaiek
hun schat wordt door een wacht bewaakt 

rumoer gonst in het doolhof van de soek
een stem uit minaret maant tot gebed 

het verse groen van muntthee geeft me rust
ik vind de stilte in mezelf 

een droom maakt me tot koningskind en
hangt het zilver om mijn nek 

ik voel de hand van Fatima 

 

© Anneke Wasscher 

 

Themagedicht op:   oogst    
Anneke Wasscher  

ingezonden themagedicht     
   


Zonder datum 

Ze heeft een wipneus 
en ook vlechten, sproeten. 
Z'is klein en uiterst snel en kwik. 
Ze heeft een rechte nog naïeve blik, 

en wie haar later krijgt 
mag spreken van geluk. 

 

© J.C. Aachenende 

 

Themagedicht op:   oogst    
J C Aachenende  

 
ingezonden themagedicht     
   


Herfst in de Eeuwige laan

(Herfstimpressie Eeuwige laan, Bergen) 

Wie zal ze dragen – hangend in het korten
van de dagen – vlammend van het oordeel
tot het loslaat. 

Wie zal haar behagen – als je terugkeert
op je pad en ziet dat alles anders
was dan dat je vermoedde. 

De wind trotseert de eiken, bijna
eeuwig in deze laan, waar de tijd
gekromd in stammen staat – de kroon
voltooid, het blad nog daar. 

Een Gouden Eeuw - feest zo ver ik hier
kan kijken 

 

© Elbert Gonggrijp 

 

Themagedicht op:   oogst    
Elbert Gonggrijp  

ingezonden themagedicht     
   


Oude Man 

Ontsteld schudt nekhuid los 
ontsnapt aan zijden shawl 
en teruggestopt  met staakvingers 
in panisch gebaar van die zich 
haast ontmaskerd weet. 
De oude man weet nog van wanten 
spreidt charme gul ten toon 
in rafeljasje losse zomen een 
broek met knieen en kreukelkont. 
Gewichtloos drijft hij op zijn jeugd 
de Harley Davidson voorbij 
ooit hyena proeft hij nog met ogen 
het onbereikbaar schoon en treurt 
afscheid neemt de geest van dromen 
waarachter ooit een leven was 
vol stormen van verlangen die zijn 
gaan liggen ongevraagd kom 
dan reik ik je mijn hand en met
mijn warmte zal ik jouw kou verdrijven 
omdat mijn beurt zal komen en 
ook ik dan warmte af moet smeken. 

 

© GerdinL 

 

Themagedicht op:   oogst    
Gerdin Linthorst  

ingezonden themagedicht     
   


"de beste vluchtplaats is de fantasie" - Arthur Japin 

Droom en daad 

Er wordt gezegd 
bewaar de droom 
de werkelijkheid valt meestal tegen 
Zo blijft je eigen fantasie 
je tegengif voor het leven 

Houd het maar vast 
waar je het altijd vindt 
het is jouw geheime deur 
streef de vervulling toch niet na 
die stelt te vaak teleur 

Goed, wie het waagt 
beproeft zijn droom 
met groot gevaar van pijn 
Of denk jij te weten dat werkelijkheid 
mooier dan droom kan zijn? 

 

© JohnN 

 

Themagedicht op:   oogst    
JohnN  

ingezonden themagedicht     
   


Ode aan de kastanjeboom 

Oktober. Dagen zijn mistgrijs gekleed
en wilde kastanjes vallen maar raak. Hun boom
een kerel, zijn dos vol groene stekelbollen. 

Als dobbelstenen rollen ze weg, hun hoop
gericht op boomhoog. Onweerstaanbare pralines,
rap door kleine handen opgeraapt, binnen als schat
verloren gelegd: dood in minder dan een winter. 

Buiten kreupelt herfsttijd weken door. Wind raast,
zon bindt in, loof gloeit na totdat het oud en bruin
wordt afgelegd en de boom naar zijn wortels keert.
Bloot en naakt moet hij de kou weerstaan. 

Alsof het niets is, schept de kastanjeboom
na wintertijd als eerste nieuw blad. Lentekanjer – 

 

© Inge Boulonois 

 

Themagedicht op:   oogst    
Inge Boulonois  

ingezonden themagedicht     
   


Ooit  
( zal het anders zijn ) 

Vandaag 

of eigenlijk 
's ochtends vroeg 

in alle rust 
met zicht op zee 
even in de eeuwigheid 
vertoefd 

Des avonds wederom 
thuis weer hevig geconfronteerd 
met de dood 

Tot nu toe nog steeds 
met die 
van een ander 

 

© Rik Comello 

 

Themagedicht op:   oogst    
Rik Comello  

ingezonden themagedicht     
   


Oogst 

achter de ploeg loopt een man 
golvend worden akkers geruld 
een sterke os doet zijn werk 
trekt door oerkracht de voren 

mensen en dieren wachten
op de rijpe maïs van het veld
generaties lang zwoegen
in de keerkring van tijd 

 

© Marion Spronk   

 

Themagedicht op:   oogst    
Marion Spronk  

ingezonden themagedicht     
   


wat over is 

ik heb een appelboom geplant
omdat de grond gastvrij was
de aarde klaar om te ontvangen 

tijd heeft hem aan de tuin gehecht
een plek gegeven naast de struiken 
die hij nu naamloos kent 

een boom went snel aan elk seizoen
aanvaardt verlies van bloesem in de lente
verdraagt een herfst die hem ontkroont 

toch
als de kou zijn botten telt
zie ik ook pijn en rouw
ontdaan strekt hij zijn magere armen uit
naar iets dat onbereikbaar is 

en op de grond ligt het restant 
van wat hij heeft gegeven 
ik ben te laat 
liet oogst voor wat het was 

 

© Anneke Wasscher 

 

Themagedicht op:   oogst    
Anneke Wasscher 

ingezonden themagedicht     
   


Oogsten 

geplukte kersen 
ontpit ik 
droog ze 
in 
de zomerzon 

kersenpitkussen voor kille winteravonden 

 

© Inge Deconinck 

 

Themagedicht op:   oogst    
Inge Deconinck 

ingezonden themagedicht     
   


Meesterlijk 

dit bronzen buitenbeentje
vond ik op de markt
op haar rug lag zij daar
tussen roze lampenkappen
en allerhande koperwaar 

op haar billen een teken
van de meester
wanneer ik haar goed bekijk
zijn de borsten perfect
ongelijk 

 

© Hanny 

 

Themagedicht op:   oogst    
Hanny  

ingezonden themagedicht     
   


Tot die tyd ryp is 

Ek sal vir myself ’n paadjie uitkap 
deur hierdie woud ; teen steiltes uit, 
deur ruwe bos ; ook vlugroetes, 
’n agterdeurtjie vir gevaar bewaar. 

Ek sal vir my ’n voetpaadjie uitkap 
teen jou hartseer strand ; al langs 
die branders, van jou hart se wand. 

 

© (Gedig van Floris Brown)

Themagedicht op:   oogst    
Floris Brown  

 

 

 

 

 

(Nederlandse vertaling 
door John Zwart)

 

 


Tot de tijd rijp is 

Ik zal mij een paadje uitkappen 
door dit woud; van hellingen 
door oerbos; ook vluchtrouten, 
een achterdeurtje bewaren voor gevaren. 

Ik zal mij een voetpaadje uitkappen 
naar jouw hartzeer strand; langs de 
branding van jouw hartewand. 

 

 

ingezonden themagedicht     
   


Als liefde zaait 

Ze stemt de dag waarachtig mooi
haar oogopslag getooid
met zachte bloesemtinten 

zo anders dan voorheen
wanneer de herfst zijn tred gezet
met uitgelezen kleuren
haar enkel meer ontheemd 

als zou het losgelaten loof
slechts donkerte verkonden
tussen het geel en rood 

zo anders dan verwacht
de vroege schemer onbeschimpt
de dagen nog te komen
begroetend met een lach 

als zaait de liefde lente
en weet zij zich op tijd geoogst
vol stille ogentroost. 

 

© JELOU 

 

Themagedicht op:   oogst    
Jelou  

ingezonden themagedicht     
   


Optrekje aan zee 

Omdat mijn lichaam zich in naïviteit verloor
een minnaar me ontvluchtte op de tractor
sloeg ik oogsten over
wilde niets meer op oude grond geplant. 

Het rafelige touw dat daar achterbleef
hing aan een vlieger vast.
Ik knoopte het rond mijn pols. 

Liet me naar het vergevende water brengen
onder een koepel vergeldende zon
via de bries met groene baren. 

Aan een strand vol grijze bloemen hield ik halt.
Daar hang ik nu
van augustus tot augustus vast. 

 

© Lisette Waterschoot 

 

Themagedicht op:   oogst    
Lisette Waterschoot  

ingezonden themagedicht     
   


Met onbekende bestemming 

Een woedende storm
een verzengend vuur
een zachte huid
op een dode muur 

het vermoeide riet
gewiegd door de wind
een krans madeliefjes
op het hoofd van een kind 

een rimpel licht
op een zwarte rivier
het angstige hart
van een weerloos dier 

een oude rots
die de golven laat
het oor van de slachter
dat het lam verstaat 

de ontwakende aarde
in schuchtere kleuren
haar diepe voren
en al haar geuren 

een vlucht wolken
in een regenplas
alles zal ik zijn
nooit meer wie ik was 

 

© Femmie Elshout 

 

Themagedicht op:   oogst    
Femmie Elshout  

ingezonden themagedicht     
   


Fruitstilleven, zeventiende eeuw 
(van Johannes Bosschaert) 

Volmaakt van smaak.
Vruchten koesteren dankzij verf
nog steeds hun droom van boom. 

Tussen een paar bloemen
toeft een vlinder, echt als buiten
waar de pronkschilder begon. Hij plukte 

een handvol bloemen, ving één vlinder,
ritselde een vracht vruchten. Schikte alles
binnenshuis in opgekalefaterd daglicht
tegen een aardedonker fond. 

Toen kwam pas het echte werk: de kunst
om zo lang met penseel te strijken
tot de houdbaarheid niet meer verstrijkt – 

 

© Inge Boulonois 
Uit:
Het geluk van een tafel
(2011)

 

Johannes Bosschaert - Fruitstilleven, zeventiende eeuw 

Themagedicht op:   oogst    
Inge Boulonois  

ingezonden themagedicht     
   


Swifterbantmensen 
(Archeologie) 

Klokbekers liggen in de grond, 
asvlek merkt het haardvuur; 
tij vloeide zorgzaam sediment, 
conserveerde oercultuur. 

Onberoerd bleef het daar rusten 
tot het opeens te kijken lag. 
Nieuw land duikt op, dijkomringd 
als gold het hier de jongste dag. 

Maar dit is ouder dan het oude 
- waar dagelijks werd rondgewroet - 
hier toont zich even prehistorie 

tot daar die dragline graven moet. 

 

© John Zwart  (Uit: 25 jaar Flevoland) 

 

Themagedicht op:   oogst    
JohnN  

ingezonden themagedicht     
 

 

                   Uw themagedicht ?

inzender 

 

 

© Copyright Hernehim Cultuur 2001-2011   

Hernehim      

 een cultuurpagina 

HOME 

   
oktober 2011   
   
   

 oktober 2011 
Thema van de maand: mededogen  

Illustratie:   Paulus geneest de kreupele te Lystra - 1663 
Olieverf op doek  -  Karel Dujardin (1626-1678) 
Expositie:   Rijksmuseum Amsterdam   

   


Ida Gerhardt 

Bij de naam van dichteres Ida Gerhardt gaan onze gedachten onwillekeurig naar het
Nederlandse rivierenlandschap, vooral dat van de IJssel. 
Binnen ons thema "mededogen" kunnen we bij Ida Gerhardt veel werk vinden om 
hieraan te verbinden, zeker als we 't thema breder nemen dan de primaire betekenis 
en het beschouwen als een diepe betrokkenheid. Een vrije benadering zoals we dat 
bij elk nieuw thema altijd graag zien. 
In de 20e eeuw, háár eeuw (ze leefde van 1905-1997), heeft zij gezien hoe het 
traditionele landschap tot haar verdriet steeds verder werd bedreigd: 
"Het schoon van Holland: welhaast doodgesnoeid, de vogel zwijgt, 
de rank is uitgebloeid. Een harde zon schijnt op de koolaspaden, 
waarlangs gekneusde dovenetel groeit." 

Een ander teken van mededogen is haar bundel "Het monogram", verschenen in 1955,
die wel wordt beschouwd als een monument voor haar overleden moeder, met wie zij
bijna voortdurend in onmin heeft verkeerd.
Haar vader was schooldirecteur en kreeg na Gorinchem, waar Ida Gardina Margaretha
Gerhardt werd geboren, een aanstelling in Rotterdam. 
De moeder vond het verschrikkelijk om daar in een volkswijk terecht te komen, maar
vertoonde ook los van die spanning tekens van haar geestelijke wankelmoedigheid. 
Het ging niet goed tussen haar en de leergierige jongste dochter, die het Erasmus
Gymnasium volgde en daar Griekse lessen kreeg van leraar-dichter J.H.Leopold in 
de jaren 1922-24. Hoewel Ida nog geen enkel gedicht schreef herkenden leraar en 
leerling de poëet in elkaar. Er ontstond een buitengewone betrokkenheid die gewone
omgang tussen leraar en pupil ver oversteeg. 
Onder zijn invloed koos zij na haar eindexamen een universitaire studie klassieke talen
aan de Leidse Universiteit. Zo vloog ze uit, weg van het ouderlijk huis in het voetspoor
van haar oudere zuster Truus. Hoe zij heeft geleefd als eerstejaars studente, daar zijn
de bronnen weinig expliciet over. Een uitspraak van haarzelf luidt: "dat eerste jaar in
Leiden was het mooiste jaar van mijn leven".
Een feit is dat Ida zich op last van haar
ouders haar tweede jaar liet uitschrijven in Leiden – dat haar toelage tot het minimum 
werd gekort en dat ze maar verder moest op eigen kracht in Utrecht. 

  Ida Gerhardt   © foto Uitgeverij Kontrast 

In datzelfde jaar 1925 overleed J.H.Leopold, haar literaire mentor uit Rotterdam.
In Utrecht was er een weerzien met Marie van der Zeyde, een medeleerling van het
Gymnasium in Rotterdam, die later haar beste vriendin en na verloop van tijd haar 
levensgezel zou worden. 
Het ging toen niet goed met Ida, die schamel gekleed ging en zich slecht voedde 
uit armoe; het was Marie van der Zeyde die mededogen aan haar betoonde en hielp.
In 1932 is ze toch nog afgestudeerd in Utrecht, toen werd de slechte band met het
ouderlijk huis – inmiddels Wassenaar – hersteld, één jaar voor het overlijden van 
haar moeder in 1934.
Ida volgde haar vader in het onderwijs, in de crisisjaren eerst tijdelijke baantjes, 
soms zelfs onbetaald, na Groningen eindelijk een vaste aanstelling in Kampen. 
Wat voor onderwijzeres is zij geweest? Een van een verdrietig kind op schoot 
trekken of een die klaarstond met de vierkante stok, zoals mijn juffrouw Prins? 
Ik hoop toch het eerste.

 © John Zwart – 1 oktober 2011

   
   


De Slachtlammeren 
(voor de kinderen in Noorwegen) 

De hondsdagen met rosse hitte,
van onweer drachtig, en geladen
met onbestemde haat en angsten,
voorzeggen dat het onderweg is.
- En in de nacht tevoren is er
dat vragend blaten van de lammeren
en het schorre antwoord van de ooien,
een voorgevoel van naderend onheil.
- En, steeds weer overrompelend, is het
er ’s morgens, het vervaarlijk schreeuwen,
het driftig klappen van de hekken,
het nors cordon dat stokkenzwaaiend
de lammeren opeist, de onnozelen.
En onder duizendvoudig blaten
van de beangste moederschapen
en het hinniken van schichtige paarden
wordt gemelijk het bevel voltrokken;
tot aan de ontdekte allerlaatste,
de kleine smekende verstekeling,
gehaast in het wagenkrat geworpen. 

En zij zijn weg gelijk zij kwamen,
de mannen met de dorenstokken. 

Om huis en stallen hangt beklemmend
een stank van zweet en mest en modder;
wij mijden zwijgend, als bij afspraak,
het drassig land vol wagensporen. 

Volgen, als steeds, de twee etmalen
des aanklagens, het koor der ooien.
Om hen die niet meer zijn weent Rachel.
En op de derde morgen, steevast,
of er geen kindermoord geschied was,
is heel de kudde aan het grazen.
Doch als wij trachten door de modder
ons stap voor stap een weg te banen,
is bij het hek de wacht betrokken.
Twee machtige rammen. Vast voornemens
hun horens door ons heen te stoten. 

Ida Gerhardt 
Uit:  "
De adelaarsvarens" (1988)



Mededogen. 
Veel mensen denken, als ze het werk van Ida Gerhardt lezen, aan een godsvruchtige
vrouw, recht in de leer – zij is, wellicht door haar jaren in Kampen en haar nieuwe
psalmvertalingen, geliefd onder gelovige mensen. Maar natuurlijk was Ida geen engel 
en zeker geen heilige, evenmin als welk ander mens ook. 
Misschien is haar geslotenheid over haar persoonlijke leven heel verstandig en wel-
overwogen geweest. Intimi kregen bij hoge uitzondering haar telefoonnummer. Over 
haar band met J.H.Leopold wordt gezwegen en over haar relatie met Marie van der 
Zeyde laat men zich wat versluierd uit. De meeste biografen schrijven zoiets als: 
"er wordt aangenomen dat er tussen Ida Gerhardt en Marie van der Zeyde een 
lesbische relatie heeft bestaan".
Maar wat doet het ertoe? Ida Gerhardt was wel gelovig maar zij was ook een vrouw van
vlees en bloed, met de woelingen in haar gevoelsleven die erbij horen. 
Zo ging het bijvoorbeeld mis tussen Ida en haar zuster Truus, die eerder dan zijzelf 
gedichten begon te schrijven. Toen Truus publiceerde en Ida nog geen enkel werk aan
het publiek had getoond, maar wel aan Marie, schreef Marie van der Zeyde over het
werk van Truus een recensie. Allerminst objectief natuurlijk en ze had er verstandig aan
gedaan zich afzijdig te houden. Maar van der Zeyde boorde Truus zonder mededogen
de grond in: "het had niets met poëzie te maken". Elke dichter krijgt in z'n leven wel 
eens dit soort publieke uitspraken te slikken. Ze doen zeer, maar we moeten ze laten
afglijden: ze zijn vrijwel altijd ingegeven door jaloezie. Truus noch Ida onderkenden dit 
en een hardnekkige ruzie tussen de zusters was het gevolg.
Ida Gerhardt heeft Adriaan Roland Holst nog gekend . Die prees haar vroege werk in 
hun persoonlijke contacten maar deed dat nooit in het openbaar. Ze bleef hem dat 
kwalijk nemen. Sprak het vermoeden uit - nadat ze eenmaal zelf naam maakte en 
prijzen won - dat hij in haar een bedreiging zag voor de glans van zijn eigen roem. 
Ze koesterde het verwijt dat hij haar zijn steun onthield in haar beginjaren toen ze die 
zo nodig had: ze kampte met veel onzekerheid en twijfels over haar kunnen. 
In een brief (aan wie, wordt niet meegedeeld) beschrijft ze dat ze was "als een 
schaatsenrijder die dreigt te verdrinken in een ijskoud wak, en Roland Holst kwam 
warm gekleed in zijn rijtuig voorbij"
. Hij had een "ijsstok" bij zich, maar stak die niet 
toe en reed onbekommerd verder... Ze vermeed sindsdien elk contact... 
Ook Kees Fens en Gerrit Komrij stonden bij haar niet in een goed blaadje. 
Boosheid over kritische publicaties... 
Ach er is niets nieuws onder de zon. 
Misschien moeten we wel mededogen hebben met al die onzekere dichters, die vanuit
hun eigen onzekerheid geen mededogen voor elkaar kunnen opbrengen.
Vriendin Marie overleed zeven jaar eerder dan Ida en er kwam niets goeds meer uit haar
pen. "De Adelaarsvarens" werd haar allerlaatste werk. Ze werd psychotisch, er kwamen
angstaanvallen - waarschijnlijk opgeroepen doordat ze nagenoeg blind werd – ze voelde
overal bedreiging om zich heen. 
In het letterkundig museum ligt nog 'n stuk papier uit die laatste levensjaren, waarop
zwervend over het blad hier en daar wat letters staan: een wanhopige mislukte poging
om nog iets te schrijven... 
Wij kunnen ons mededogen richten op Ida Gerhardt en al die andere dichters die soms
niet meer presteren als ze een sterke schouder naast zich moeten missen.

© John Zwart – 1 oktober 2011 

   Ida Gerhardt liet veel sporen na 

 

Vijf jaar na haar dood werd in 2002 het 
"Ida Gerhardt Genootschap" opgericht. 

Het Genootschap heeft bij Uitgeverij Kontrast een boek uitgegeven:
"Een tocht door ingedijkt laagland" 
daarin worden veel plekken in Nederland getoond waar de dichteres
haar sporen heeft nagelaten. 

© Copyright foto muurgedicht: Ida  Gerhardt Genootschap - 
Illustratie uit het boek - "Een tocht door ingedijkt laagland" .

inzendingen  

 
ingezonden themagedicht     
   


Een bemoedigend vers 

Waar watersnood de geur van 
zomer, zalig zotzijn, gras en bloeiend 
landschap vermorst tot grauwe 
ledigheid onder een laag wolkendek 
terwijl een enkele zonnestraal het 
drassig pad onder de kaplaars 
ontmaskert als onbegaanbaar 
daar spant de geest samen met de tijd 
telt de beschikbare uren en 
zegeningen: het boek, de muziek, de vriendschap, 
het gesprek, de droom. 

Waar regeringen in langgerekte 
vergaderingen bijeen gedoogd door 
nieuwe barbaren zich plooien in 
zetten en tegenzetten terwijl Europa 
kreunt onder een schuldenlast op 
schouders van onschuldigen 
daar stelt men zich teweer doet van 
zich horen – vroeger of later. 

Zo zullen wij buigen maar niet breken 
verzinnen wij listen terwijl we 
doorstaan formuleren ideeën en 
doorbreken het zwijgen tot de 
laatste roofridder is verdreven en 
het bolwerk van zijn macht gesloopt. 
Op de ruïnes declameren wij gedichten 
en heffen het glas wetend dat elke 
ruïne de wederopbouw in zich draagt. 

 

© Gerdin Linthorst 

 

Themagedicht op:   mededogen    
Gerdin Linthorst  

ingezonden themagedicht     
   


De stad

De stad, zij steunt, zij zucht, zij schreeuwt
zij wordt gefolterd en zij wordt gestreeld
Terwijl zij haar gestrekte armen
reikt naar de ochtendzon
besmeuren vuile zwervers
de plooien van haar nachtjapon
Terwijl zij aan de zomen lieflijk geurt
wordt aan haar borst haar kleed gescheurd

Als steeds die horden haar belagen
hoe kan zij daarbij nog behagen
Wordt telkens door rabauwen
opnieuw haar schoot geschonden
door haar ware minnaars wordt
weer haar bloedend hart verbonden

Na jaren keer ik weer – ze toont mij haar aangezicht
en zegt: "kom dichterbij" – dat is waarvoor ik zwicht

 

© John Zwart 
Ook te lezen in Geen Verslag over "Stadse Dichters" Pagina Proza

 

Themagedicht op:   mededogen    
JohnN  

ingezonden themagedicht     
   


achter luiken 

de herinnering aan mens zijn
geen beknopte machine 

ook mijn ogen vertellen
van die geschiedenis 

of toch een machine
maar net iets menselijker 

dan gisteren 

 

© Monica Boschman 

 

Themagedicht op:   mededogen    
Monica Boschman  

 
ingezonden themagedicht     
   


Brak bloed 

de kom in mijn handen
trilt en zabbert
als de verschoppeling
op de mat 

verwoed dep ik
streel ik
vervloek ik 

de schoft 

water
druppelt langs
de blessen van het beest 

versnijdt zijn bloed
en mijn hart ‘t meest 

 

© Hanny 

 

Themagedicht op:   mededogen    
Hanny  

ingezonden themagedicht     
   


Twinkelingen 

mijn ziel 
boordevol 
leegte 

spiegelt zich 
in 
eigen tranendal 

met hemelsbrede open armen 
omhels je me 
til je me bergop 

mijn ogen twinkelen... 

 

© Inge Deconinck 

 

Themagedicht op:   mededogen    
Inge Deconinck 

ingezonden themagedicht     
   


Wat blijft 

          bij ‘Nij Bethanië’ 
          schilderij van Jopie Huisman 

zou het vandaag
kleren van een oude vrouw
onderbroek en sokken 

steek voor steek
met eigen hand gebreide broek
nee het zou 

een paar nylons
een stringetje stofje van niks
een kast vol 

ja zo zou
zo zou aangekleed en wel
maar toch alleen 

een oude moeder
verdwijnen in het duister donker
van koude nacht 

 

© Gerard Beentjes 

 

Jopie Huisman - Jopie Huisman Museum
Themagedicht op:
  mededogen    
Gedicht van Gerard Beentjes  

ingezonden themagedicht     
   


Mensen bouwen machtige bruggen
wijd en zijd – her en der 

Maar die brug van mens tot mens,
is hun vaak een brug te ver. 

 

© Marijke Vos 

(ook op NOS redactieblog 23 oktober) 

 

Themagedicht op:   mededogen    
Marijke Vos  

ingezonden themagedicht     
   


Vriend en gek 

Hij was er nog
die eenzame drenkeling
in de golfstroom van het
winkelend publiek 

een herboren in zichzelf
verloren mens
in gesprek met het heelal
over wat nodig was
om erger te voorkomen 

herkenning 
een warme, klamme hand
we dronken koffie, keken
zwijgend uit
over niemandsland 

komt het goed? vroeg ik
denk het niet, sprak hij
we raapten onze moed bij
elkaar, gingen weer
op weg

 

© Ton Huizer

 

Themagedicht op:   mededogen    
Ton Huizer  

ingezonden themagedicht     
   


Bergopwaarts 

Het kreupelhout 
in drooggevallen greppels 
was hij nu voorbij 
hoger klom hij 
tussen schaduwen 
van kromme eiken 

Het pad 
was niet bepaald 
gebaand 
hoekige keien staken 
door de zolen 
van zijn schoeisel 

Zon had vandaag 
geen enkel mededogen 
klom op z’n klamme 
schouders 
waarop z’n rugzak zich 
met gespen leek vast te klampen 

Hij keek 
achterom 
kwam op adem 
het landschap 
met het gehucht 
aan zijn voeten. 

 

© Harry C.A. Daudt 

 

Themagedicht op:   mededogen    
Harry Daudt   

ingezonden themagedicht     
   


De pleinen 

Ik sprak die taal vroeger ook 
De taal die ze op dat plein spreken, 
De taal van al die pleinen 
De pleinen overal ter wereld 
Waar we spraken in de 
taal van het verzet, de stenen, de opstand 
de revolutie, de vrijheid 
Die sprak ik ook, die taal 
Dat sprak ik, vroeger 
de taal van het plein 

Nu spreek ik de taal van de angst 
De taal van het misgaan 
De taal van de gewonden, de gemartelden en 
de doden, de gehangenen bungelend in de wind 
De lijken van de oude demonstranten 
vervangen door de lijken van de nieuwe onderdrukten 
Dan schiet die taal tekort 
En kan ik alleen maar sprakeloos kijken... 
naar de gruwelijke beelden op de televisie 

Dan ben ik taalloos 

 

© Ronald M.Offerman 

 

Themagedicht op:   mededogen    
Ronald Offerman  

ingezonden themagedicht     
   


de mensen gaan hier stuk voor stuk 

waarom verliet je het huis
waar ik tot sterven toe het leven wilde
hier is geen straat
dit land verbrandt nog met de hand
alleen de bergen rusten uit
steen gehouwen trotse hersenen van aarde 

een oude vrouw draagt leven weg
begraaft zich zelf in takkenbossen
voor avondrust
nooit komt iets terug 

zij lijkt een zacht gesmolten
terra cottameisje
ingehaald door de zon
ik kan zo mooi op je hoofd je schrijven
je had ook moeten rennen kind
je ruikt nog zo naar rozen nog 

 

© Pom Wolff 
Uit de Eijldersbundel 

 

Themagedicht op:   mededogen    
Pom Wolff   

ingezonden themagedicht     
   

http://ingeboulonois.nl/ 

Themagedicht op:   mededogen    
Inge Boulonois 

ingezonden themagedicht     
   


Zijn schrikbeeld 

(voor allen die de zestig voelen naderen) 

Jeugdige wandelaar. 
Menig jong vrouwspersoon 
Waagt er een oogje aan, 
Kijkt nog eens om. 

Maar volgend jaar is die 
Ongelukzalige 
Kreupel, verschrompeld, 
Onzindelijk, krom. 

 

© Katja Bruning 

 

Themagedicht op:   mededogen    
Katja Bruning   

ingezonden themagedicht     
   


Geen weer 

Wachtend op winter 
die niet komt 
kokhalst het land 
om het water 
te verzwelgen 

Rauwe rukwind 
scheurt de 
twijgen om ruw 
in 't rond 
te smijten 

Gedwee geduldig 
pony's, afgewend 
op stramme benen 
keert hun kont 
het weer 

 

© JohnN 
   
febr. 2002 

 

Themagedicht op:   mededogen    
JohnN  

ingezonden themagedicht     
   


Hoe vrij is vrij 

de troosteloze strakheid van 
uitgebannen kleuren, de gaten 
in het metershoge apenootjesgaas 

je ogen vlak daarachter om 
mijn blik te kunnen vangen 
wanneer ik vingertoppen wring 
op zoek naar jouw bestaan 

de draaideur piept commando 
voor legitieme passen naar vrijheid 
van gewapend glas en ijzeren 
gordijnen 

met voorbedachte rade wordt 
geborgen in een kluisje, een poort 
geeft veilig antwoord op een 
ongestelde vraag 

het oeverloze wachten op 
jou en je geleide, mijn armen 
om je heen beperkt binnen het reglement. 

 

© JELOU 

 

Themagedicht op:   mededogen    
Jelou  

ingezonden themagedicht     
   


Dierendag 

opeens ontmoet ik
de dood
in eigen tuin 

uit het vlieggat
van een vogelhuis
tuurt een lijkje 

poes vrat moeder op
voorzichtig begraaf ik
haar jong 

 

© Marion Spronk  

 

Themagedicht op:   mededogen    
Marion Spronk   

ingezonden themagedicht     
   


lastdieren 

til jij mijn verhaal eens op
je vroeg het achteloos
ik spande mijn spieren
maar mijn beweging zweeg 

samen pelden we pinda’s en prikten hopbellen door
verrotte eieren en lichtzinnige verwachtingen
kieperden we over de randen van hoofdstukken 

je oefende een nieuw loopje
wennend aan verlichte last
en vervolgde toen de weg
en je verhaal 

 

© Monica Boschman 

 

Themagedicht op:   mededogen    
Monica Boschman  

ingezonden themagedicht     
   


martelaren 

dat allah toch groot mag zijn 

driehonderd doden
tot laatst in staat te horen
angstroepen en gegil in pijn 

de omslag brengt uitzinnig
feest het vieren van de overlevers
ieder trekt naar het zelfde plein 

driehonderd zijn er al geweest 

driehonderd moeders horen diep
geknield in het vrijdaggebed 
hoe groot allah wel moet zijn 

ze moeten eraan geloven 

waarom anders was haar een kind
geboren wat hij het leven zo jong
verbiedt als alle anderen juichen? 

driehonderd doden hoorden 
angstroepen en gegil in pijn 
het later juichen niet 

o,geef hen toch dat allah groot mag zijn

© John
maart 2011

 

Themagedicht op:   mededogen    
JohnN  

Opmerking.: zeven maanden na het Tahrirplein in Cairo
                   was het dat waard? 

ingezonden themagedicht     
   
                   Uw themagedicht ?

inzender 

   
© Copyright Hernehim Cultuur 2001-2011   

Hernehim      

 een cultuurpagina 

HOME 

   
september 2011   
   
   

 september 2011 
Thema van de maand: ontspannen  

Illustratie:   Repose - ca. 1901 
Olieverf op linnen  -  John White Alexander (1856-1915) 
Expositie:   Metropolitan Museum of Art, New York, NY USA  

   
   


Hans Andreus  
is de dichter die we hebben gekozen bij het maandthema voor september: "ontspannen".
Afgaande op zijn gedicht "Liggen in de zon" (1968) zou je haast zeggen dat hij, op het
moment dat hij dit schrijft, de ultieme ontspanning al gevonden heeft. 
Toch zit het anders, als je leest over zijn leven, waarin het schrijven van poëzie eigenlijk
een tweede leven is, bespeur je een diepe behoefte. Ik ontdek een gelijkenis met de 
schrijver Arthur Japin. Die verklaarde te hebben ontdekt dat de beste vluchtplaats voor 
het leven de fantasie is. Altijd bereikbaar en in staat iedere narigheid buiten te sluiten. 
In je fantasie kun je een nieuwe werkelijkheid creëren waarin alles mogelijk is. Japin 
vond hierin zijn overlevingsstrategie, hij had het als kind niet bepaald gemakkelijk gehad.
Johan Wilhelm van der Zant, de echte naam achter het schrijverspseudoniem "Hans 
Andreus"
, werd geboren in 1926 in Amsterdam. Hij was een ongewenst kind dat 
eigenlijk geaborteerd had moeten worden en groeide op met zijn moeder en maar heel 
kort met een vader, die niet zijn natuurlijke vader was. 
Over die jeugdjaren valt veel meer te schrijven, maar de twee voorgaande regels maken
al voldoende duidelijk dat hij het minstens zo beroerd getroffen had als die andere 
schrijver die een zelfmoordenaar als vader werd toebedeeld. 
Ik zag onmiddellijk de parallel met Japin: beide zochten zij ontsnapping in het theater.
Toch bleek bij ieder van hen hun grotere kracht te liggen in het schrijverschap, niet in 
het acteurschap. De Amsterdamse toneelschool leverde wel het pseudoniem op: 
een medeleerling heette Yda Andrea, toen creëerde hij zijn nieuwe persoonlijkheid: 
de Hans Andreus, die in niets dezelfde zou zijn als Johan van der Zant. 
Hij raakte bevriend met Bertus Swaanswijk (Lucebert) en Simon Vinkenoog. In plaats 
van aan het toneel te gaan vertrok hij naar Parijs, waar hij vijf jaar lang zou blijven.
Hoewel hij zichzelf vooral als dichter zag was hij ook een veelschrijver. Behalve met 
poëzie kon hij vooral in kinderboeken zijn enorme fantasie en ontsnappingsdrang alle 
ruimte geven. "Volwassenen zijn beperkt, ingekaderd", zegt hij in een interview, 
"voor kinderen is alles nog mogelijk". Doordat hij ook enorm vaardig bleek in proza, 
werd Andreus – zich "dichter" noemend – een broodschrijver. 
Terug uit Parijs vestigde hij zich In Scherpenzeel. 
"Waarom in zo'n stil dorp, Scherpenzeel?" -  "Vanwege de rust". 
Een noodzaak voor hem, omdat rust onontbeerlijk is om te kunnen schrijven. En omdat
hij véél moest schrijven had hij die rustige omgeving nodig. Hij debuteerde op 25-jarige 
leeftijd in het jaar 1951 bij Uitgeverij Holland met zijn bundel "Muziek voor kijkdieren"
Toen begon al een stroom van verhalen, liedjes, teksten voor radio en tv en kinderboeken,
vooral veel kinderboeken.
"Van dichten kun je niet leven, met al het andere erbij wel". 
De verfrissende gedichten in de debuutbundel trokken aandacht en zijn naam werd al 
spoedig gevestigd. 

 

  Hans Andreus 

De dichter Hans Andreus "heeft iets met licht". Licht, dat staat voor
het zintuiglijke, maar ook voor de spirituele betekenis en voor het verlangen. 
Scheidslijnen tussen de zintuigen kent hij niet, alles vloeit in elkaar over. 
Zo leert hij het licht niet alleen in kleur en warmte te ervaren, maar ook in muziek
en dans. Eens gaf hij zijn innerlijke tegenstrijdigheden prijs: 
"ik ben romantisch en praktisch, zakelijk en impulsief". 
Niet altijd even makkelijk in de omgang, maar misschien juist zó toegerust met de 
essentia voor een goed schrijverschap. Zijn oeuvre is indrukwekkend, ondanks dat 
hij ziek werd rond zijn 50e levensjaar en er kwaadaardige tumoren werden gevonden. 
In 1977 overlijdt hij te Putten (Gld.) pas 51 jaar oud. 
Tijdens zijn leven ontving hij veel blijken van erkenning: voor de kinderboeken van de 
"Meester Pompelmoes serie" kreeg hij van de CPNB prijzen die voorlopers waren van
de Gouden en Zilveren Griffel; de verzamelbundel  "Gedichten 1948-1974" 
werd in 1977 postuum bekroond met de Henriëtte Roland Holstprijs.

© John Zwart, 22 augustus 2011 

   
   


Liggen in de zon 

Ik hoor het licht het zonlicht pizzicato
de warmte spreekt weer tegen mijn gezicht
ik lig weer dat gaat zo maar niet dat gaat zo
ik lig weer monomaan weer monodwaas van licht. 

Ik lig languit lig in mijn huid te zingen
lig zacht te zingen antwoord op het licht
lig dwaas zo dwaas niet buiten mensen dingen
te zingen van het licht dat om en op mij ligt 

Ik lig hier duidelijk zeer zuidelijk lig zonder
te weten hoe of wat ik lig alleen maar stil
ik weet alleen het licht van wonder boven wonder
en ik weet alleen maar alles wat ik weten wil. 

 

Hans Andreus 

Uit: "Muziek voor Kijkdieren" – Windroos UitgMij Holland 1951 

 

Ontspannen is misschien wel het moeilijkste voor de moderne mens. 
En het lijkt wel steeds moeilijker te worden in de loop der tijden. Want het 
bombardement van impulsen dat van buitenaf onze zintuigen prikkelt is
steeds maar heviger geworden. 
Om ons te beschermen tegen die marteling leert onze geest zich te verweren
met een aantal filters, teneinde maar een fractie van alles tot ons bewustzijn 
te laten doordringen - want anders zouden we er onder bezwijken. 
Het negatieve effect daarvan is dat we onverschillig worden ten opzichte van 
veel wat er om ons heen kan worden ervaren. Toch menen we dat er iets 
bijzonders moet zijn om de voorwaarde te scheppen ergens plezier aan te 
kunnen beleven. In plaats van ons eens te ontspannen in onze vrije tijd, moeten
we vrijwillig heel sterke prikkels ondergaan, soms zoeken we zelfs extreme
spanningssituaties op waarbij de adrenaline rijkelijk vloeit. 
We zien het aan de ontwikkeling van pretparkinstallaties die almaar meer 
spektakel bieden, aan de vroegere rustige personeelsuitjes die zich nu richting 
wildwater raften, parachutespringen en bungy-jumpen bewegen. 
Misschien is het goed om eens afstand te nemen en bij onszelf te rade te gaan
of we die ontwikkeling wel zo graag willen of dat die ons misschien wel slinks
wordt opgedrongen? 
Duidelijk is dat we door altijd maar met de stroom mee te gaan we steeds 
minder of misschien wel helemaal niet meer aan ontspannen toekomen. Daarin 
zien sommige ondernemers dan weer een niche in de markt: we kunnen een 
weekendje of zelfs een hele week in een meditatiecentrum boeken, of kiezen
voor inschrijven op een complete cursus mindfulness. Steeds nieuwe namen 
voor wat in de kern niet anders is dan: bewuster leven. 
Misschien heel gemakkelijk te bereiken. Gewoon door stil van een landschap te
genieten, in plaats van er met een mountainbike of motor doorheen te razen. 
Of gewoon eens oefenen met nietsdoen en je beperken tot het ondergaan van 
alle zintuigsensaties tijdens liggen in de zon. 

 

   
        inzendingen   
ingezonden themagedicht     
   


Het vergeten 

Wijn is klaar uitgeschonken 
glazen fonkelen 
in laat herfstlicht 

De tuin is 
heil voor het oog 
het geurt naar peppels 

Wij leunen 
achterover in kussens 
van muziek 

Geen klok telt 
zon is enig uurwerk 
en hoe onbetrouwbaar 

‘Speel nog eens 
op je gitaar’, troubadour 
en dicht, dicht, dicht 

want woorden liggen 
zo te grabbel 
in het vergeetboek. 

 

© Harry C.A. Daudt  

 

Themagedicht op:   ontspannen   
Harry Daudt   

ingezonden themagedicht     
   


Rooibosthee en een signorita 

hier zit ik dan te staren
met tegenover mij de tijd
die zich
als ware hij één met mij
in mijn blikveld vlijt 

wij roeren in de rooibosthee
ons voorgezet om half twee
waarna we de gordijnen sluiten
om lichtjes aangedaan
en tabak hebbend van lijnen
in rook op te gaan 

 

© Hanny 

 

Themagedicht op:   ontspannen   
Hanny  

ingezonden themagedicht     
   


wat blijft 

pieren, lichten op hoge ijzeren 
staketsels in de open omarming 
waaruit wij ontkwamen 
vervagen al achter de kim 

mijn boeggolf in onverbroken tuimeling 
schuift bruisend langs mijn flanken 
in nimmereindig tijdverdrijf 
verkleint het nu in ver verleden 

alles verteert, niets beklijft, 
de tederste omhelzing bij ieder 
afscheid ten spijt 

alleen de tijd vergaat maar blijft 
bestaan – zoals de zee die telkens 
anderen ziet en weer omarmt 

zij draagt ons eeuwig door de tijd

 

© John
Uit: "Tijdelijk verblijf" - een proeve 

 

Themagedicht op:   ontspannen    
JohnN  

 
ingezonden themagedicht     
   


Zintuigen 

Het enig land dat mij draagt 
en een glazig oog 
dat wijde velden schouwt 
het pad te vinden 
voor mijn indifferent dwalen 

met een hand het oog onttrekken 
aan wat op me toekomt 

klagend gras onder mijn voeten 

wind als om mij heen 
op zoek naar golven 

geuren om tijd te definiëren 

en de eindeloze balans 
met twee benen het gewricht 
van de verte te ontdoen 
van al haar bijgeloof 

 

© Jan Kleefstra 
Uit: "stem van de stilte" 

 

Themagedicht op:   ontspannen    
Jan Kleefstra  

 
ingezonden themagedicht     
   


Ik zeg wat ik denk 

Ik zeg wat ik denk, ik doe wat ik zeg,
zeg jij hun heilig boek moet verbrand,
want ik beroep mij op de traditie.
Hoewel. Ruk jij de Bijbel uit zijn verband? 

Nee, schreeuw jij, moord en onverstand,
de nieuwe endlösung: de Islam moet weg
te beginnen uit Rotterdam, uit Nederland.
Niks geen parabel, niks geen linkerwang. 

Weet, eerder wandelen over het zand
de witte en zwarte kinderen door elkaar
met elkaar als gelijken en geliefden. 

Vandaag in de tram klinkt al de ringtoon.
Hoor! Fatima zegt: Hansje, gaan wij straks
samen naar het strand, samen hand in hand. 

 

Gerard Beentjes 
Uit: "de nagel van de tijd" - De Witte Uitgeverij 2010 

 

Themagedicht op:   ontspannen    
Gerard Beentjes  

ingezonden themagedicht     
   


Pinksteren

Schuitje ga gezellig varen
langs een lint van landerijen.
Vaar naar waar het witte geitje
gras graast bij het bonte weitje.

Zon wil door wat wilgen wemelen
vonkel vlekjes op het water.
Papa plaag met leuke lachjes.
Bootje vaar maar, maar vaar zachtjes.

Windje wapper met de vaantjes
aan de rietstok. Pap, 't is Pinkster! 
Verder, bootje, vaar tevreden 
voer ons naar het Heerschap Heden. 

Vinkje fluit je vlugge versje 
talm en treuzel in de twijgjes. 
Schuitje schommel, dein en dommel. 
Bijtje beuzel, hommel hommel. 

Tafeltjes draag je gebloemde 
frisgewassen feestgewaadjes. 
Rode ranja met een rietje. 
Papa! Een kanariepietje! 

Bootje wacht met weg te wandelen. 
Water wieg het boze bootje. 
Eerst het vogeltje wat geven. 
Vaar weer verder door de dreven. 

Visje blaas je glazen bellen. 
Koetje kijk met dromenogen. 
Schuitje vaar voorbij seringen 
naar het Land van Lotharingen. 

 

© Katja Bruning 

 

Themagedicht op:   ontspannen    
Katja Bruning  

ingezonden themagedicht     
   


Ontspanning 

ik ritsel tijd
uit vastgebreide steken
haal draden uit hun voegen
tot vorm en beeld weer onbepaald 

deinend drijf ik dag tot nacht
in laat maar lekker komen
de stilte een verlangen naar 

schenk mij wat wijn
met namen ongeweten
mijn huis een ware sponde
de mens een uitgebannen soort 

kraaien laat ik aan de haan
ik wentel mij in dromen
een hunkering naar ongekend 

ik rooster brood
en spelen met geneugten
strijk graagte langs mijn wangen
opdat zij zacht en weer vol sjeu 

 

© JELOU 

 

Themagedicht op:   ontspannen    
Jelou  

ingezonden themagedicht     
   


Mijn stoel 

laat me stilzwijgend
kuieren in de tuin in mijn stoel
met zijn behaaglijk gevoel 

vertel jouw woorden in de toekomst
ik wacht wel 

 

© Inge Deconinck 

 

Themagedicht op:   ontspannen    
Inge Deconinck  

ingezonden themagedicht     
   


bedwelmende klanken 

als mijn verlangen meer wil
dan me wentelen
zwijmelen in de zon 

krekels de hitte vieren
zwijgen in al mijn talen
kan ik slechts één worden 

opgaan in hun zelfgemak 

gelijk de zwoele mistral
die zwelt en weet wanneer
zich terug te nemen 

zijn schepping als klanken
van klassieke schoonheid die
andere gevoelens in mij wekken 

 

© svara / 2010 

 

Themagedicht op:   ontspannen    
Svara    

ingezonden themagedicht     
   


Uitje 

wij hadden saam een uitje 
MacDonalds was ons doel 
we wilden een Big Mac en Cola 
dat geeft een jong gevoel 

met tien roestige rollators 
schuifelden wij naar binnen 
wij vonden een mooi plekje 
ons feestje kon beginnen 

ze zeiden dat wij schreeuwden 
nou ja we zijn hardhorend 
wij werden toen verwijderd: 
"Uw luidruchtigheid is storend" 

 

© Marion Spronk  

 

Themagedicht op:   ontspannen    
Marion Spronk  

 
ingezonden themagedicht     
   


dag zonder 

de dag begroeten zonder moeten 
hooguit mijn tanden poetsen 
en misschien een hele late douche 

wat hangen op de bank 

een koffie graag zo aangereikt 
een vers geperste jus d’orange 
en een croissant 

een niet te dikke krant 

wat zappen 
met een glaasje wijn 

- de zon schijnt vrolijk zonder mij – 

en ’s avonds brengt de pizzalijn 
alles gratis thuis 

 

© anke labrie  

 

        Themagedicht op:   ontspannen 
        Anke Labrie  

 
ingezonden themagedicht     
   


Als eenzelvige dromer 

steeds korter slapen de mensen in elkaar
om dan zichzelf dagelijks weer te verlaten
als lieden van een christelijke civilisatie
goed genoeg nog om op het werk te staan 

ten onder gaan wij aan de papieren ontwaarding
waar we dagelijks breeduit aan worden herinnerd 

versplinterd als aimabel en ruimdenkend mens
blijk ik reeds vervlogen en niet meer te bestaan
bestaat deze maatschappij alleen in anderen
terechtgekomen in een schijn van heiligheid 

hier in dit bos kunnen we weer een beetje
als eenzelvige dromer tot ons zelf komen
de stilte bevlogen op het netvlies printen
zonder de altijd oeverloze stemmingsmakerij
van een manipulerende en machtige media 

 

© Rudolf Schinkel 

 

Themagedicht op:   ontspannen    
Rudolf Schinkel  

 
ingezonden themagedicht     
   


zomer in Zoutkamp 

op maandagmiddag zomert het in Zoutkamp
de haven koestert boten in haar schoot 

een meeuw vindt hoogmoed op een paal
vergaapt zich aan gestrekte rug van brug 

witte wolken liggen in het water, willen
spelen met de weerschijn van de zon 

een grutto strijkt zijn zeilen, vindt stilte
achter struiken in het groen van wei 

op klein terras stroomt goud geluid van
bier in de volmaakte kragen 

ik leun tegen het leugenhuis, bedenk
een smoes om hier te blijven 

 

© Anneke Wasscher  

 

Themagedicht op:   ontspannen    
Anneke Wasscher  

 

ingezonden themagedicht     
   


Idiomatisch 

Doe het niet. Trap nimmer in de strik
van woordentwist. Vermijd het slagveld
van de taal. Lach grootspraak weg. 

Spits je oren voor de keel van vogels.
Toom de slang van eigen tong in.
Sta verstomd en wees volmaakt 

ontbabeld. Hoor de kat ontspannen
spinnen en ga liggen in de hangmat
van jezelf. Kijk om je heen, zie 

het idioom van alle windstreken:
het telkens anders vallende licht – 

 

© Inge Boulonois 

 

Themagedicht op:   ontspannen    
Inge Boulonois  

Uit mijn kersverse bundel "Het geluk van een tafel". 
mijn site
Inge Boulonois voor € 7,50 (excl. porto) te bestellen. 

 

ingezonden themagedicht     
   


Bladspiegel 

Het Donker Spaarne ziet zijn tegendeel
de overzijde badend in het licht
alleen van daaruit zien ze schaduwzij
wat men ervaart bepaalt alleen het zicht. 

Wie langs 't Donker woont ziet 't leven vrolijk:
de overoever kaatst de kleuren van de zon
hij kijkt ten venster uit en leeft het licht als
toen de dichter die de klanken horen kon. 

Een meisje danst lichtvoetig pizzicato haar
blonde hoofd getooid met bloemenkroon
hij slaat een blad op, wil de bloemen lezen
in de spiegel van die trage stroom. 

 

© John Zwart – april 2011 
(voor de Haarlemse Dichtlijn 2 juni 2011) 

 

Themagedicht op:   ontspannen    
JohnN  

in respect voor Hans Andreus en de oude Windroosreeks

 

 

ingezonden themagedicht     
   
                   Uw themagedicht ?

Inzender 

   
© Copyright Hernehim Cultuur 2001-2011   

Hernehim      

 een cultuurpagina 

HOME 

   
augustus 2011   
   
   

 augustus 2011 
Thema van de maand: trouw  

Illustratie:  Portret van Giovanni Arnolfini en zijn vrouw - 1434 
Olieverf op paneel 82 x 59 -  Jan van Eyck 
Expositie:   National Gallery, London  

   
   

Willem Elsschot 
leek ons om meer dan één reden een passende dichter ter introductie van ons thema 
voor augustus. Vooral natuurlijk vanwege zijn beroemdste gedicht "Het Huwelijk". 
Elsschot werd geboren in Antwerpen, waar zijn ouders een bakkerij hadden, in het jaar
1882 als Alphonsus Josephus De Ridder. Zijn schrijverspseudoniem is min of meer bij 
toeval ontstaan, het manuscript voor zijn romandebuut "Villa des Roses" bood hij aan in
het jaar 1907 bij uitgever van Dishoeck. De uitgever zag wel brood in het vermakelijke 
verhaal, maar had al een "De Ridder" in haar fonds. Dus deed men hem het vriendelijke
verzoek: "bedenk een schrijversnaam". Inmiddels is deze "Willem Elsschot" (1882-1960)
– ondanks zijn bescheiden oeuvre – een van de bekendste in ons Nederlands taalgebied.
Zó bekend dat na zijn dood zelfs het Willem Elsschot Genootschap – kortweg WEG – 
werd opgericht. 
Zijn leven begon en eindigde in Antwerpen met daar tussenin een Parijse, Rotterdamse 
en een Brusselse periode. Dat "Villa des Roses" ontstond in de tijd dat hij in Rotterdam
woonde, onder de positieve invloed van 'mejuffrouw Anna van der Tak'. 
Zij was een ongetrouwde medewerkster op het kantoor van de Scheepswerf Gusto, waar 
Alfons De Ridder begin vorige eeuw zijn brood verdiende. De toen midden-veertigjarige 
vrouw was 't gretige gehoor bij de smakelijke verhalen van de Antwerpenaar, die hij haar
over zijn Parijse jaren opdiste. Die moest hij opschrijven, zo meende zij, en werd daar-
mee de persoon die de schrijverscarrière opstartte van een zeer geliefde Nederlandse 
auteur. Hij eerde haar stimulans door het boek aan haar op te dragen. 
Willem Elsschot was wat je zou kunnen noemen 'een moeilijke jongen'. Hoewel hij de
gelegenheid kreeg om het Atheneum te bezoeken werd hij wegens recalcitrant gedrag 
van school getrapt. Dat zal de eerzame bakker, die zijn vader was, verdriet hebben gedaan.
Ontrouw aan de verwachtingen dus. Er volgde een leven van loopjongen en manusje van 
alles tot kleine kantoorbaantjes waarin zijn onrust hem naar Parijs bracht. Daar werkte 
hij voor een louche Zuid-Amerikaanse zakenman en woonde in een pension, tezamen 
met medebewoners die de karakters zouden worden in zijn "Villa des Roses". 
Na Rotterdam vertrok Elsschot naar Brussel. Een jongeman met een gebrekkige school-
opleiding, maar intelligent en avontuurlijk. Hij richtte zijn eigen reclamebureau op waar
hij altijd druk doende was met teksten schrijven. Het dichten en romanschrijven raakte 
weer wat op de achtergrond, wat niet verwonderlijk is voor een kleine ondernemer die een
duizendpoot moet zijn. Via contacten met Menno ter Braak en Ed du Perron, voor de 
oorlog zeer actief met "Forum", kwam zijn schrijverschap weer opnieuw tot leven. 
Het bekendste en zeer succesvolle werk werd de roman "Kaas" over de jammerlijke loop-
baan van een reiziger-groothandelaar in Edammer kaas, waarin ongetwijfeld veel 'autobio'
verborgen zit. 


       Willem Elsschot 

Zijn privéleven blijkt even opmerkelijk als zijn maatschappelijke loopbaan. Hij had als 
tiener al een relatie met de hulp in de huishouding bij zijn ouders, Fine Scheurwegen,
waarmee hij later trouwde en tot zijn dood in 1960 samen bleef. 
Zij kregen samen zes kinderen onder wie dochter Ida De Ridder die dit decennium 
toont ook schrijverstalent te hebben met de publicatie van twee boeken over haar beide
ouders. In 2007 verscheen bij Polak & Van Gennep "
Fine", een eerbetoon aan de moeder
van de schrijfster, de echtgenote van het fenomeen 'Willem Elsschot'. 
"Over mijn moeder, over wie voordien slechts dit met de wereld werd gedeeld: zij verwierf
enige vermaardheid door binnen hetzelfde etmaal te sterven als mijn vader". 
Zestig jaar was Alfons samen met Fien, maar hij had een aantal jaren een verhouding 
met de dichteres Liane Bruylant. En, wat niemand ooit vermoedde, hij hield er nog een 
geheim dubbelleven op na: een zeer langdurige relatie met nog een ándere vrouw, die 
pas lang na zijn dood aan het licht kwam. 

© John Zwart, 1 augustus 2011

 
   
   

Het Huwelijk 

 

Toen hij bespeurde hoe de nevel van de tijd
in d'ogen van zijn vrouw de vonken uit kwam doven,
haar wangen had verweerd, haar voorhoofd had doorkloven
toen wendde hij zich af en vrat zich op van spijt. 

Hij vloekte en ging te keer en trok zich bij de baard
en mat haar met de blik, maar kon niet meer begeren,
hij zag de grootse zonde in duivelsplicht verkeren
en hoe zij tot hem opkeek als een stervend paard. 

Maar sterven deed zij niet, al zoog zijn helse mond
het merg uit haar gebeente, dat haar toch bleef dragen.
Zij dorst niet spreken meer, niet vragen of niet klagen,
en rilde waar zij stond, maar leefde en bleef gezond. 

Hij dacht: ik sla haar dood en steek het huis in brand.
Ik moet de schimmel van mijn stramme voeten wassen
en rennen door het vuur en door het water plassen
tot bij een ander lief in enig ander land. 

Maar doodslaan deed hij niet, want tussen droom en daad
staan wetten in de weg en praktische bezwaren,
en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren,
en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat. 

Zo gingen jaren heen. De kindren werden groot
en zagen dat de man die zij hun vader heetten,
bewegingloos en zwijgend bij het vuur gezeten,
een godvergeten en vervaarlijke aanblik bood. 

 

Willem Elsschot 

 

Hoe is het met de trouw gesteld... 
Beschouwen we bijvoorbeeld het direct voor de hand liggende, de trouw in de echt. 
In vroeger tijden was de echt in de beter gesitueerde kringen vooral een bekokstoofd
gebeuren. Ouders van opgroeiende dochters en zonen overlegden met elkaar hoe er 
een passende combinatie tot stand kon worden gebracht dat tot wederzijds voordeel
van de families kon leiden. 
Onbaatzuchtige liefde was daar geen voorwaarde van belang. Dat de echtelijke trouw 
daar niet de beste voedingsbodem vond ligt voor de hand. Maar het geïnstitutioneerde 
huwelijk bleef in stand, meestal een leven lang. Tot ver in de vorige eeuw waren de 
trieste voorbeelden overal waarneembaar, zie onze oranjes Juliana en Bernhard. 
Bij minder welgestelden ontbraken de middelen om op een eenmaal genomen besluit 
terug te keren en de kerk zorgde voor een bijna onneembare belemmering met ruim 
voorhanden voorraden hel en verdoemenis. Sinds het einde van de 20e eeuw is de 
greep van de kerk verzwakt en zijn door contracten gebonden mensenkinderen veel 
mondiger geworden, vrouwen zijn geëmancipeerd, sommige stappen zelfs uit een
onbevredigend huwelijk met afwijzing van enige alimentatie: zij zorgen voor zichzelf. 
Trouw en ontrouw zijn opeens veel belangrijker geworden en de eisen die partners aan
elkaar stellen zorgen voor een voortdurend kritische beschouwing van hun onderlinge
verhouding. Paren vormen zich en gaan uiteen, niet vaker dan vroeger waarschijnlijk – 
want de innerlijke mens is nog steeds dezelfde – maar niet meer in het geniep, want 
de staat onder contract kan zonder 'schande' worden verbroken. En kinderen komen 
buiten elk contract om, net als in de holbewoners-tijden en bij de maîtresses van de
vreemdgaanders in de eeuwen daarna. Er wordt geen rit door de dorpsstraat op een 
mestkar meer aangeboden door de gemeenschap, die hooguit de schouders ophaalt 
en alleen boven een glaasje eens lekker roddelt. En 'recht op zich voort te planten' is 
zelfs als trofee verworven door paren waar moeder natuur dit biologisch onmogelijk 
heeft gemaakt. De schande is omgekeerd, het is onbeschaamd om aan mensen te
vragen hoe ze aan hun kinderen zijn gekomen. 
Dat heeft grote gevolgen, Aleid Truijens schreef in 2007 al een aardige beschouwing 
als recensie op het boek "Liefde á la carte – trends in moderne relaties" van Malou 
van Hintum en Jan Latten ("whats in a name..."JZ) verschenen bij uitgeverij Archipel.
Citaat: "Hoeveel opa's en oma's hebben kinderen van een lesbisch ouderpaar, dat hun
kinderen kreeg van een bevriend homostel? Toch al acht grootouders, met de vier 
ouders erbij veel lootjes om te grabbelen bij de toedeling van sinterklaassurprises. 
Maar het kan nog ingewikkelder: beide stellen gaan uit elkaar en vinden een nieuwe 
partner – de nieuwe stiefouders – die ook kinderen hebben: de nieuwe stiefbroertjes en
 -zusjes. Die hebben in het gezin van hun andere ouder wellicht ook weer 'stiefjes', of 
het nieuwste koppel heeft er een liefdesbaby bij gemaakt. Het aantal oma's en opa's
kwadrateert... Trouw 'tot de dood ons scheidt' is een uitstervend verschijnsel. 
Langzaamaan worden we een land vol ex'en en overbodige mannen. Van Hintum en 
Latten voorspellen het matriarchaat". 
Zijn we er gelukkiger op geworden? Dat is nog een open vraag. We kunnen zoveel 
keuzes maken op meerdere momenten in ons leven dat dit leidt tot keuzestress. 
En dat weer onherroepelijk ook tot foute keuzes. 
Misschien was dat oude bekokstoofde instituut nog niet eens zo gek. 

© John Zwart – 1 augustus 2011 

   
        inzendingen   
ingezonden themagedicht     
   


trouwdicht 

ze sluiten haar weer in de armen 
de bruidsjurk zoekt ze uit met ma 
en, mits het doorgaat deze keer 
wordt heel de dag betaald door pa 

ze speldt zichzelf iets op de mouw 
weet ze, als ze de sluier wegslaat 
nog eenmaal in de spiegel kijkt 
voor ze het ouderlijk huis verlaat 

de lach geleend van een actrice 
een knellend muntje in haar schoen 
hoewel blauwtjes genoeg gelopen 
één korenbloem tussen het groen 

gehuld in oude kant en nieuwe zijde 
wordt haar de trouwbelofte opgelegd 
de ringen schitteren en de familie straalt 
het alfabet is klaar en zij heeft a gezegd 

de slotzang echoot in het kerkportaal 
onder een boog van bloesemtakken 
raakt de rijst haar smalle schoot 
even wankelt ze, op de te hoge hakken 

 

© anke labrie 

 

Themagedicht op:   trouw   
Anke Labrie 

ingezonden themagedicht     
   


Trouw 

er komen zeker dagen
dat het mée laten stromen
niet mijn koers zal zijn
ik verloochen dan mij zelf 

bij de eerste tekenen
van ontrouw aan mijzelf
zal de lucht betrekken
krimpt de zon in mij 

zal ik moedig kunnen zijn
niet schuilen in een bunker?
de storm van verandering
vraagt om standvastig zijn 

 

© Marion Spronk   

 

Themagedicht op:   trouw   
Marion Spronk 

ingezonden themagedicht     
   


Kansspel 

we konden wat verworven was gemakkelijk
verwerpen, er waren momenten genoeg
waarop we beseften dat 

kijken naar elkaar, als aan onszelf
sleuren was, maar
iets in de ander was toch anders 

dan verwacht, we hebben alles
overwogen, kenden avonden waarop we
van elkaar verlost, meenden te vergaan 

in vergeten, opgeven en dan doorzien
terugkwamen omdat we begrepen
dat trouw, vallen was naar elkaar 

 

© lisette waterschoot 

 

Themagedicht op:   trouw   
Lisette Waterschoot  

ingezonden themagedicht     
   


Levensvlam 

er zijn zoveel woorden
die mijn gedachten kleden
met roesjes en strikjes
me verkleden zo hen past 

vertrouwd ga ik mee
in woelige wateren in wollige
wolken waan en wroet ik
tot de rand van mijn schedeldak 

waar venijn verdwijnt
door het oog van eerlijk vurig licht
ontmoet ik mezelf mijn enige
altijd trouwe medepassagier 

 

© svara 

 

Themagedicht op:   trouw   
Svara  

ingezonden themagedicht     
   


liefdesverjaardag  

je schenkt me een jurk 
vergeet-me-nietjes 

we verdwijnen
in het pashokje 

en zoals je ziet 
we blijven passen 

 


© Inge Deconinck 

 

Themagedicht op:   trouw   
Inge Deconinck  

ingezonden themagedicht     
   


Levenslang 

Het geeft niet dat je weg bent
ver weg of bij een ander lief
en of je terugkomt, ooit wel
of helemaal nooit niet 

Onze uren zijn verstrengeld:
gedeelde tijd die niet meer
uit te wissen is, over te doen
of kwijt te raken
vooral niet af te nemen 

Het geeft niet dat je weg bent
ver weg of in een ander bed
of dood, want
onze wegen blijven verbonden
om wat ooit was
waarover wij alleen maar weten 

 

© Jos H.J.Rietveld 

(RAZ Teksten) 

 

Themagedicht op:   trouw   
Jos Rietveld 

ingezonden themagedicht     
   


Spiegel 

je bent trouwer dan mijn hond
die wegloopt naar zijn bot 

als ik lach, lach jij
als ik hoop, hoop jij
als ik huil, huil jij
als ik loop, loop jij
als ik zwijg, zwijg jij 

vandaag beklad ik je met rode letters:
ik kan het best alleen 

 

© Monica Boschman 

 

Themagedicht op:   trouw   
Monica Boschman

ingezonden themagedicht     
   


Achter het stille raam 

achter dat hoge stille raam, 
uitziend over de tuin 
die niet meer is 
-parkeerblik- 
ziet mijn oog slechts donkerte 

mijn blik keert om,
droomt neer in boomkruinen
waar door lindelente
gestorven jonge vrouwen
voorbij fietsen 

en achter mij haar stem
ik ben nu heel oud, jij bent
het enig kleinkind
dat mij nog bezoekt
ik ken je als je praat 

ik kan je mijn lange leven
gaan vertellen, avonturen
weinig en toch zoveel gebeurd
dat nu als een zucht voorbij
schijnt door het harde werken 

weer neem ik afscheid
zij raakt mijn hand met bei'
haar handen, ja je bent het echt,
de andere morgen roept ze: 
zuster, ga ik nou dood? 

ik kijk omhoog
-van tussen het blik- 
naar het hoge donkere raam,
nu weet ik zeker: ik zie
haar schim, zij lacht naar mij 

 

© JohnN 

 

Themagedicht op:   trouw   
JohnN

ingezonden themagedicht     
   


Zichzelf 

zijn hele leven is hij
trouw gebleven
aan zichzelf 

het is zijn vijfde vrouw
die eindelijk begrijpt
dat dit zo zal blijven 

die ziet dat hij geen huisdier is
geen koppig kind van vier
niet haar vader of haar broer
zelfs geen trouwe echtgenoot
en goddank geen maatje 

en die daarom van hem houdt 

 

© anke labrie 

 

Themagedicht op:   trouw   
Anke Labrie 

ingezonden themagedicht     
   


Lakens
(Opgedragen aan Francisca) 

Ze heft de lakens in het zonlicht
haar wilde ziel huist er nog in
in tegenlicht wordt ze herboren
een raadselachtige godin 

De lijn orakelt in haar handen
ze speurt de verre hemel af
naar tekens die haar lot bestemmen
een vluchtend hert, de bek vol kaf 

Ze schildert kleuren op het bleekveld
legt bonte doeken op het gras
ze balanceert tussen hun randen
en speelt het kind dat ze ooit was 

De lakens waar ze zich in hulde
de tere lijnen van haar hals
haar handen wit van madeliefjes
de hartstocht in haar levenswals 

Ze vouwt de lakens in een rechthoek
haar wilde ziel ertussen in
laat ze het hijgend hert verdorsten
gehoorzaam aan haar schikgodin 

 

© Femmie Elshout 

 

Themagedicht op:   trouw   
Femmie Elshout  

ingezonden themagedicht     
   


Ik heb jou mijn naam beloofd 

donker daagt jouw schaduw
op het bankje bij de dijk 

je wiegt met de meeuwen
en fluit de golven voor je uit 

de geur van pijptabak
trekt wolkjes in mijn hoofd 

ik lees de omrande woorden
laverend boven zee 

blijf ik je ontmoeten
ik heb jou mijn naam beloofd 

 

© Hanny 

 

Themagedicht op:   trouw   
Hanny  

 
ingezonden themagedicht     
   


Te goeder trouw 

je huid verzucht
mijn diepste adem ooit 

als zou gisteren
vandaag hernieuwd
de vlammen overtroeven 

het moment
voorgoed vereeuwigd
in zachte bedding 

tijd te goeder trouw
zichzelf verbindt 

van glans verzekerd
door de eigen ziel
zolang zij transparant 

 

© Jelou 

 

Themagedicht op:   trouw   
Jelou  

ingezonden themagedicht     
   


Keukenprinses 

Dat is het ergste, als je soms dacht dat je leuk 
was, dat je mij met terugwerkende kracht laat 

stampvoeten op de vloer in de keuken bij je 
moeder waar de afwas voor mij stond en jij 

me hielp de dingen op hun plaats te zetten 
en op de hare. Met de toegift van je lach mij, 

aangedaan om nooit meer te vergeten, mini- 
maal onbereikbaar maakt tot het product 

van je berekening tot slot wel uit moet komen 
op nul, en samen met dienbladen, afdruiprek 

en teil de vaatkwast vol van olijk schuim aan 
jeugd en liefde ongerept de kast ingaat. Ach. 

Had ik eenmaal alles opgeruimd geweten 
wat ik nog altijd dacht: hoe leuk je was. 

 

© Nina Werkman 

 

Themagedicht op:   trouw   
Nina Werkman  

dit gedicht staat in de bundel "Antidata"
verschenen bij Uitgeverij Holland - 2009

ingezonden themagedicht     
   


geschenk 

zachtheid , zei je
ik had mijn ogen dicht 

later was je weg
op zoek 

ik had mezelf in
slaap gewiegd 

met oren dicht geloofd
in het verkeerde woord 

trouw, dacht ik
en zekerheid 

zachtheid, zei je
en je ging 

 

© lisette waterschoot 

 

Themagedicht op:   trouw   
Lisette Waterschoot  

ingezonden themagedicht     
   


waar ben je 

mijn vriend 
wat waren we uitbundig vrij 
in onze tijden aan de kust 

toen we keken naar 
mooie, minder mooie vrouwen 
zand in onze oorschelp droegen 

wij die de zee en zon zo vaak bezochten 
waar late zeewind weinig woorden ving 
en wij begrepen dat het goed was zo, 
waar ben je toch gebleven

 

© Cor vd Stokker 

 

Themagedicht op:   trouw   
Cor vd Stokker  

ingezonden themagedicht     
   


trouw 

hij kijkt naar haar en zoekt
genegenheid in een gebaar
de aandacht van een oogopslag 

maar hij vindt niets behalve dan
haar roerloos zitten op de bank
een hand die zo gelaten ligt
de blik die langs hem gaat 

hij legt zichzelf het zwijgen op
alleen zijn hart neemt nog de grote
woorden trouw en liefde in de mond 

 

© Anneke Wasscher 

 

Themagedicht op:   trouw   
Anneke Wasscher  

ingezonden themagedicht     
   


Zoals het meestal wordt 

Of misschien ook niet:
hij baart geen opzien meer in huis,
noch ik. Een zin kromp in. 

Het harde bed blijft vierkant staan
net als de nieuwe oude tafel.
Bezetten we de overkant van ik
of ik en blazen nog wat zeepbellen. 

Ik luister naar het raam of kijk
me buiten weg, volg aandacht
die steeds kruimels van het blad schuift.
Een opgewekte vogel pikt
soms in mijn ribbenkast. 

We blijven zitten waar men zat.
Omdat. De suiker roert zich
gillend door de koffie – 

 

© Inge Boulonois 

 

Themagedicht op:   trouw   
Inge Boulonois  

ingezonden themagedicht     
   


Het Huwelijk (De Wederhelft) – Tom Lanoye 

 

Toen zij bespeurde hoe de kanker van de tijd
de ogen van haar man deed zwellen — twee tumoren;
zijn lach had weggeteerd, zijn hoofd had kaalgeschoren;
besloot ze, afgedankt, te leven voor haar nijd. 

Ze vloekte binnensmonds, maar grijnsde hem lief toe
toen hij, in walg, haar ochtendlijk toilet begluurde;
zelfs toen, toch weer, zijn lust hem naar haar lichaam stuurde
en hij kokhalzend neerkeek op ‘die oude koe’. 

Nooit viel ze uit haar rol, al spoog zijn helse mond
verwijten als een zuur. Ze kweet zich van haar plichten,
maar lachte zwijgend zó, dat hij haar nors betichtte:
Zij wenste hem reeds nu een bed onder de grond! 

Ze dacht: ik sla hem dood, begraaf hem in de tuin.
Naast hem de hoer die elke dinsdag, twintig jaren,
de oorzaak was van het verlies van al zijn haren.
Daarna die reis, van Palma naar de Balearen,
die hij steeds heeft belet, uit schrik voor ’t zilte schuim. 

Maar doodslaan deed ze niet, want tussen droom en daad
staan wetten in de weg, en praktische bezwaren.
En ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren,
en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat. 

Zo gingen jaren heen. De kindren werden groot
En zagen dat de vrouw die zij hun moeder heetten,
Als altijd stil en grijnzend bij de haard gezeten,
Een extra sjaal om haar verkwijnde schouder sloot. 

© Tom Lanoye 

 

Themagedicht op:   trouw   
door redactie geplaatst 

Willem Elsschot schreef zijn gedicht "Het huwelijk" in 1910,
dat was in het Elsschotjaar 2010 precies honderd jaar geleden, 
Het Vlaamse 'enfant terrible' onder de huidige generatie dichters
Tom Lanoye schreef 100 jaar na dato zijn parafrase vanuit het 
gezichtspunt van de vrouw:  "De wederhelft". 

 

 

 

 

ingezonden themagedicht     
   


Maria Consuela 

Maria Consuela Arroyo was born and was raised
On the south side of town
With eyes holding midnight,
And face like an angel come down.
In softness and beauty,
She grew like a rose without thorn.
At fifteen, she married,
At sixteen, her first child was born. 

And time is a lover,
A planter in ripeness,
Who harvests your dreams.
Time is a river,
That sweeps us along in its stream.
It brings us together,
And tears us so surely apart,
And there's no wrinkled crone,
In her dry skin and bones,
Who is not a young girl in her heart. 

Maria Consuela Arroyo,
She bore seven more on the south side of town.
And her love for her family
Like soft rain, came whispering down.
Like flowers in the garden,
They flourished in beauty and grace,
With their eyes like dark mirrors
Reflecting the love in her face. 

And time is the traitor.
Time is the villain who stalks on our stage,
The bringer of heartache,
The bringer of wrinkles and age.
It brings us together
And tears us so cruelly apart,
And there's no wrinkled crone
In her dry skin and bones
Who is not a young girl in her heart. 

Maria Consuela Arroyo,
Her man died in battle, across the dark seas. 
And her children were scattered
Like feathers that ride down the breeze.
She kneels in the darkness,
Nine candles she lights every day
And Padre Alphonso remembers their names when he prays. 

But, time's the black angel,
The dark curandero who brings the long sleep.
Time is a shepherd
Who's keeping a watch on the sheep.
He brings back together
The souls that he once tore apart
And he comforts old crones
In their dry skin and bones
For he still loves the girl in their hearts.
Time is a lover,
A planter in ripeness
Who harvests your dreams. 

 

© Tim Henderson (lyrics) 

 

Themagedicht op:   trouw 
door redactie geplaatst 

Het lijkt alsof Tom Lanoye zich op een of andere manier
geërgerd heeft aan het ontluisterende gedicht van Elsschot
en alsnog, een eeuw nadat het gedicht ontstond, revancheert
met De Wederhelft. 
Mij (de redacteur) heeft het altijd enigszins geprikkeld dat de
gevolgen van "de tand des tijds" niet aan de tijd, maar aan
de vrouw zelf worden aangerekend, terwijl ook zij het slechts
moet ondergaan. 
Ontroerend is voor mij al jarenlang de benadering van 
Tim Henderson geweest in de songtekst van Maria Consuela. 
De tijd is de bedrieger, de stalker die haar schoonheid langzaam 
vernietigt. Zijn roze afsluiting met het uitzicht op een hiernamaals 
kan mij helaas niet troosten. 
Alleen wie jong sterft ontloopt ontluistering. 

Klik HIER om de Glaser Brothers te beluisteren 

 

 

 

 

 

 

 

ingezonden themagedicht     
   
                   Uw themagedicht ?                        Inzender
   
© Copyright Hernehim Cultuur 2001-2011   

Hernehim      

 een cultuurpagina 

HOME 

   
juli 2011   
   
   

 juli 2011 
Thema van de maand: wandelingen en zoektochten  

Illustratie:  Avondwandeling in Arles - 1888 
Olieverf op doek 73 x 92 van Vincent van Gogh 
Expositie:  Staatsmuseum Hermitage, St.Petersburg, Russia 

   
   


C.O.Jellema (Groningen - 1936), hield altijd vast aan zijn initialen. 
Alleen voor de echte intimi werd hij "Cor", de dichter uit het noorden die Cornelius 
Onno was gedoopt. 
Wandelen - zoektochten, dat zou zeker een thema zijn geweest dat hem had
aangesproken: Jellema was een natuurman, dwalen en observeren deed hij, langs 
en op de Wadden maar ook in de directe omgeving in zijn laatste 15 levensjaren. 
Als een zoektocht zou je zijn hele geestelijke ontwikkeling kunnen zien, hij was 
lang op zoek naar de plek die hij zijn homoseksuele aard moest geven, onderhield 
in dit verband een zeer uitgebreide correspondentie met Maarten 't Hart. Maar 
vooral was hij op zoek naar de betekenis van het bestaan en 'het onuitsprekelijke'
erachter - waartoe hij tóch telkens pogingen doet om het indirect te benoemen: 
"en wij zijn hier om het te noemen tot wij niet meer zijn"

Dit werd heel treffend zijn grafschrift. 
Jellema's vader was dominee, het gezin verhuisde van Groningen naar Drenthe 
waar de kleine Cor toen al leerde om te houden van de bossen en heidevelden 
daar. Hij leek voorbestemd zijn vader's voetspoor te volgen naar de kansel en 
ging theologie studeren in Utrecht. Maar hij besloot toch anders, ging verder in 
Duitse taal- en letterkunde en werd via het leraarschap op middelbare scholen 
tenslotte hoogleraar aan de letteren-faculteit van Groningen. Zo keerde hij terug 
in zijn geboortestad. Meer natuurmens dan stadsmens verliet hij Groningen 
later weer, om zich helemaal thuis te voelen in "Oosterhouw". Bij Leens in 
Hunsingo, in een deel van de provincie vlakbij het Natuurgebied Lauwersmeer. 
Hij greep zijn kans om vervroegd afscheid te mogen nemen van het hoogleraar-
schap en kon zich toen volledig gaan wijden aan zijn schrijven en het beleven van
de natuur. 
Misschien had hij wel een bijzondere verbindingslijn met het 'onuitsprekelijke 
Niets', want hij is niet ouder geworden dan 66. Gelukkig maar dat hij zijn 
innerlijke oproep tot "carpe diem" heeft gevolgd. 

            C.O. Jellema, in 2002 (foto H.C.) 

 

 

      Wie meer wil lezen van en over deze dichter-essayist-vertaler >

   
   


Meer dan aan de lente denk ik aan die ene 
heel koude winternacht, alleen, wij beiden, 
en jij, voorop om mij naar huis te leiden, 
hebt met een fakkel toen mijn pad beschenen. 

Schoonheid aanschouwend weet men zich gescheiden: 
'k zag jou de fakkel in het rond bewegen, 
jouw silhouet omsproeid door vonkenregen 
die spoorloos in het donker zich verspreidde. 

Ik dacht bevrijd door sterren in 't heelal 
jouw lichte gang, en dat zijn zevental 
te jouwen dienste nederzond de Wagen. 

Je zei geen woord, ik durfde niets te vragen: 
men loopt liefst zwijgend samen door de nacht. 
En wie zal zeggen waar jij toen aan dacht? 

 

C.O.Jellema - Uit "Drie sonnetten"
Verzameld Werk – Querido Amsterdam 2005

 

Met het gedicht hiernaast geeft C.O. Jellema uitdrukking aan de verschillende 
aspecten die een verband kunnen hebben met een wandeling. 
Een wandeling wordt soms alleen, soms in gezelschap gemaakt. Ook als men 
samen met anderen onderweg is kan men het alleenzijn ervaren. Zelfs als men 
een sterke band met elkaar heeft is de mens in wezen eenzaam. De wandeling,
vooral getweeën gemaakt, kan dit verzachten, maar de gebrokenheid van het 
bestaan wordt niet opgeheven "want wie zal zeggen waar jij toen aan dacht?"  
schrijft Jellema terwijl hij toch de waakdroom koestert dat zijn metgezel een
godsverbondenheid bezat tijdens de nachtelijke tocht - waarin zelfs de Grote Beer
aan het firmament speciaal voor hem werd ontstoken. 
Ook het schilderij van Vincent van Gogh geeft hieraan uitdrukking. 
De twee vrouwen maken samen een zomerse avondwandeling in 't park van Arles.
Ze zijn samen maar misschien toch ook elk op zichzelf. Ze kijken niet blij en 
elkaar niet aan. Misschien zwijgen ze, denken na over wat de één de ander heeft
verteld. Misschien heeft de één geprobeerd met de ander een verdriet te delen, 
wat nooit helemaal zal lukken. 
De kleuren van de bloemen onderstrepen het contrast. 
Maar een wandeling waarbij allerlei plezierige ervaringen worden gedeeld kan wel
een stimulans voor ieders creativiteit zijn. En een wandeling alléén kan juist een
bevrijdend gevoel geven. Verbondenheid met de natuur laten voelen, loskomen van
de dingen van de dag, waaraan in het alledaags bestaan niet valt te ontkomen. 
Loskomen van het gevoel overspoeld te worden, en ruimte vinden voor het besef 
hoe voorbijgaand alles is.  
De wandeling alléén helpt als de zoektocht in onszelf naar hoofdzaken lijkt te 
stagneren. 

© John Zwart 30 mei 2011 – Hernehim Cultuur

   
        inzendingen   
ingezonden themagedicht     
   


Preikestolen 

ik slingerde mezelf richting
"de onwaarschijnlijkheid Hem" 

binnen mijn blikveld verkasten
Lemmingen met potige pootjes
rap naar de veilige overkant 

halverwege;
het regende drie lange uren
steeds tien brandslangen
en het bleek geen oefening
niet te zien was ook maar één spuitgast 

voor mij die middag geen biecht
want doorweekt ik was
ik geraakte er niet 

 

© Rudolf Schinkel 

 

Lysefjord med Preikestolen i sommersolen -  © Foto Norske Turistservice 

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Rudolf Schinkel 

 

ingezonden themagedicht     
   


Nirwana 

verder trekt de karavaan 
een luisterlast lichter 
de krontjong is gebleven 
bij de brakke dichter 

die speelt met woord en draad 
zich niet aan zinnen bindt 
maar onomwonden horen laat 
hoe klanken reizen op de wind 

en verder trekt de karavaan 
het eeuwig zoemend gezang 
van insecten verbijtend 
tot de pleisterplaats Malang 

om de tempel te bereiken 
zijn nog acht paden te gaan 
tot het bevrijde leven 
van een uitgedoofd bestaan 

 

© Hanny 

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Hanny 

ingezonden themagedicht     
   


Herkansing 

Hij staat al te wachten; 
de nette pet op 
de klompen nog fris geel. 
Laarzen bungelen in de ene, 
overall in de andere hand. 
Een man met werk behangen. 

Hij zint op een begin. Ik geef gas. 
"Ik zie je te weinig, 
werken, altijd werken. Geen tijd jongen. 
Voor je moeder niet en…" 
Ik schakel. Plankgas, de snelweg op. 
"Begrijp je dat?" 
Ik knik, en 

altijd weer zie ik die 
betekenisvattende handen. 
De dirigent die zijn klank en kleur pakt. 

Een omweg. 
De velden zijn rood verbrand. 
"Het is droog jongen, voor de tijd van het jaar" 
Ik versnel. 
Dan verandert zijn vrouw – mijn moeder – 
mooi wordt ze, mooier dan ooit. 

"Druk hier. 
Iedereen heeft haast" 
Ik kies de rechterbaan 
en neem gas terug, ongemerkt. 
Vertel over mijzelf, wat ik wil 
wie hij voor me is 
slaan we over, we rijden een nieuwe route. 

 

© Hans Puttenstein 

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Hans Puttenstein  

ingezonden themagedicht     
   


Middag in Pinara 

Langs een steil bochtig pad
kruipen we gestaag omhoog.
Knarsend geluid van rubberbanden
over kiezels, zand en gruis.
De auto in de laagste versnelling
de airco op de hoogste stand.
Een koor van krekels slaat alarm
zodra de portieren een gat slaan
in de gewijde rust.
De dansende hitte wiegt de vallei
in diepe slaap. De zuchtende wind
aarzelt, maar dekt haar teder toe.
De rotsbodem houdt moedig
de Lycische historie staande,
terwijl de zon ze elke dag
blakert; verbleekt. Knoestige
bomen brengen koelte, maar
de wortels vermalen het verleden…
meedogenloos…..gestaag tot stof 

 

© Hein van den Assem 

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Hein van den Assem  

ingezonden themagedicht     
   


autineus 

alle neuzen dezelfde kant op 
wie ziet dan het gevaar of het geluk 
wie ruikt het vuur of het gebak 
wie kijkt elkaar nog aan? 

ik weet het, het was vast 
niet letterlijk bedoeld, maar 
laat me lekker rondneuzen 
soms stampend en botsend 
zodat ik in ieder geval 
mezelf nog eens tegenkom 

 

© Monica Boschman 

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Monica Boschman  

ingezonden themagedicht     
   


Rode beuk 

Op dat bankje voor je vrienden 
nog net sterk genoeg 
om me te dragen 

wat laatste twijfels 
van een oude man 

door het vlammendal 
tot ik een asla vul 
en dan terug naar zee 

of toch maar in de aarde 
stijgen met de getijden 
in oude bomen 

dan naar de sterren 
door kale, dunne takken 
in een heldere winternacht 

 

© Ton Huizer 

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Ton Huizer  

ingezonden themagedicht     
   

 
Ode aan Groningen 

Van Turfsingel naar de 
Noorderhaven waarna heel 
abrupt het ommeland ons 
welkom heette, 
liepen we langs het water 

tot zich een mooi plekje 
aan de oever bood, 
jij in je blije zomerjurk
en ik in verlegenheid, 
gewoon wat praten over 

niets, een vogel in de vlucht 
en zag je die vis? En peinzend 
zwijgen; toekomst veel te ver, 
een snoepje. een slokje fris. 
Daarna terug, daar waren weer 

de stadscontouren. Mijn hand 
in licht beroeren van dunne 
stof, één enkel streel langs vlecht, 
die was zo lang... wat wisten wij 
van het geluk dat bij ons was; 

we waren jong, heel jong nog 
en bovenal heel bang. 

 

© JohnN 
Uit: "Aanraking" - 2000 

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
JohnN 

ingezonden themagedicht     
   


Safari 

Met krakende assen wiebelt
het Nissan busje over het
pad naar de boom.
Ver weg vegen dolende wind-
hozen doelloos stof over
de horizon. 

Onder de uitwaaierende
takken - tussen lage
doornstruiken en verdord
gras - centreren zich gretige
cameraogen.
Zij beeldhouwen
een massieve kop, die scherp
wordt gesteld. 

Een lome mannetjesleeuw,
die zich aan de busjes noch
het klikken iets gelegen
laat liggen. Onverstoorbaar
poseert hij zoals alleen een
echte vorst dat betaamt. 

 

© Hein van den Assem  

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Hein van den Assem  

ingezonden themagedicht     
   


Wandeling 

Laat anderen de bergen en de dalen
het eindeloze strand, de wijde zee.
In diepe bossen zou ik maar verdwalen;
voor mij geen uitgestrekte heide. Nee, 

geef mij de smalle straten van mijn stad,
de oude huizen met de hoge ramen.
Het is er prettig dromen over wat
zich afspeelt aan banale en voorname 

belevenissen achter al die muren,
waar wordt gezoend, geruzied en gerouwd.
Hier zit misschien een leven te verzuren,
daar wordt misschien aan vers geluk gebouwd. 

En tussen al die levens loopt het mijne
en wordt er even van zichzelf bevrijd.
De stad maakt korte metten met mijn kleine
vermeende zorgen, sust mijn eenzaamheid. 

Onder het asfalt rust de zwarte aarde,
boven de daken is de hemel blauw.
Die ene verre vogel kent zijn waarde,
die ene boom blijft de seizoenen trouw. 

Kijk, daar kan ik de laatste zon nog halen:
als 'k oversteek, kan mijn gezicht in bad.
In diepe bossen zou ik maar verdwalen;
geef mij de smalle straten van mijn stad.

 

© Edith de Gilde 

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Edith de Gilde       

ingezonden themagedicht     
   


Vindplaats 

Ik zocht 
zijn gezicht af 
vaders gezicht 
met de rimpels 
rond mond,ogen 
groeven in het voorhoofd 

Ik vroeg 
me af wat ‘m 
in zijn jeugd was beloofd: 
een loopbaan zonder hobbels? 
een gezinsleven 
geen piek of dal? 

Ik sloot 
hem nooit 
in mijn armen 
-hij had z’n ogen 
niet geloofd- 
herinnering…mijn pleisterplaats. 

 

© Harry C.A. Daudt 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Harry Daudt 

ingezonden themagedicht     
   


wandeling langs Reitdiep
(bij Garnwerd) 

mijn voetstap vindt een pad dat dwars door
weiland gaat, langs boerenhoeve waarop
tijd nog steeds met krul geschreven staat 

in Garnwerd kijkt de toren met het
zadeldak minachtend neer op boten
van plezier, hij moet vertier gedogen 

het water klotst wat bruin geluid in gras
motoren hebben lak aan elk protest
de schreeuw van meeuw wordt genegeerd 

de dijk blijft trots en recht zijn rug
hij weigert mij met prikkeldraad
duldt nu alleen maar schapen 

 

© Anneke Wasscher 

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Anneke Wasscher 

 
ingezonden themagedicht     
   
                   Uw themagedicht ?                        Inzender
   
© Copyright Hernehim Cultuur 2001-2011   

Hernehim      

 een cultuurpagina 

HOME 

   
juni 2011  
   
   
        inzendingen   
ingezonden themagedicht     
   


Zwerver 

Hij zit soms, want dat zie ik
uit mijn raam, op oude rails
tot roest vergaan te wachten
op een trein, het fluitsignaal dat
wie weet al hoe lang
vervluchtigd is in damp en stoom 

Dan, tergend traag raapt hij
een plastic zak op, zijn bestaan
gevangen in een droom
waaruit een denderende dood
hem uitweg biedt 

 

© Karel Wasch 

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Karel Wasch 

Uit de bundel 'alsof er iets van mij overbleef' - IDfiXe 2001 

ingezonden themagedicht     
   


Alle paden betreden 
Geen zijweg gemeden
Ergens nergens ooit echt
binnen de perken gebleven 

Al met al inmiddels
een weinig wijzer
Niet beroemd nog
Wel rijker 

In abstractie
troost gevonden 

De dag is mild
de melancholia's
staan in bloei 

 

© Rik Comello 

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Rik Comello  

"Kort lied op het vege lijf geschreven" 

ingezonden themagedicht     
   


Voorheen 

voorheen keek ik niet achterom
steeds vaker nu
wandel ik langs oude wegen
het verleden binnen
waar de nestgeuren binding geven
aan alle losse delen
van het boek dat toekomst heet
ik blijf het lezen
opdat ik niet vergeet 

 

© Hanny 

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Hanny  

ingezonden themagedicht     
   


Tra 

Krom gevangen 
blijft mijn rug 

verlangen
naar het groteske bos
waar mos mijn voeten kust 

last berust
in schaduwzijden hars 

gespreid met armen wars van schors
waar dorst de zoete heimwee zucht
op zoek naar lucht en kind van toen. 

 

© Jelou 

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Jelou 

ingezonden themagedicht     
   


Voortgedreven 

Koersend op de hemel 

zwervend over zeeën 
belandde ik op jouw strand, 
jij baadde in mijn bewondering 

Al wachtte treurnis nabij 
was het toch hartsverlangen 
dat won: lokt je de branding? 

Gedachten beheerst door 
vannacht, wetend van vertrek 
voor een andere bestemming 

Ik beloofde je een ster 
om je achter te laten 

 

© JohnN 
Uit: "Zeearmen" – 2002/2005 

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
JohnN 

ingezonden themagedicht     
   


Keerkring 

levenslang wandel ik
door vier seizoenen
heen en weer
keer op keer
tussen langste en kortste dag 

zo duikel ik steeds
tussen warmte en kou
pluk een roos
uit mijn zomertuin
huiver in de winter 

 

© Marion Spronk  

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Marion Spronk 

ingezonden themagedicht     
   


wandeling 

(Nacht van de vluchteling) 

Ik wandel 
wandel voor de vluchteling 
ik wandel in de nacht 
tussen zaterdag en zondag een brug 

Klokslag 12 uur 
zetten we 
voet-voor-voet 
been-voor-been 

We gaan meteen 
en zonder aarzeling 
naar een veilige stad Den Haag 
Feestend Rotterdam kijkt ons in de rug 

We wandelen niet als voorheen: 
zomaar een ommetje 
een gang, wat losjes 
het luie kuieren op ‘n zondag 

Ik wandel 
in de nacht 
het duister me nabij 
onder ‘n hemel maanlicht? een sterrenlucht? 

Een vluchteling 
wandelt niet,aarzeling in elke stap 
het duister schamel dekmantel 
de nacht...een onbetrouwbare maat? 

Ik wandel 
en inderdaad: 
verschillen onze levens 
hij wandelt niet...hij vlucht. 

 

© Harry Daudt 

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Harry Daudt 

ingezonden themagedicht     
   


elk zijpad 

onbekend het landschap 
waarin ik mij soms terugvind 
aarde lijkt nog donkerder 
dan de grond van mijn bestaan 

het eindeloze zoeken 
vanuit een grenzeloos vertrouwen 
brengt mij op de vreemdste plaatsen 

gebieden van ons wezen 
eerder nooit betreden 
rijk van de illusies 

elk zijpad zal ik ingaan 
om overtuigd te zijn 
jou niet te kunnen missen 

 

© Cor J van der Stokker

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Cor vd Stokker 

ingezonden themagedicht     
   


Wandelen 

Als kind heeft hij de halve stad belopen
op de te grote schoenen van zijn broer
dan moest hij van zijn moeder wortels kopen
bij de allergoedkoopste groenteboer 

Als man is hij altijd vroeg opgestaan
want de fabriek ging al om zes uur open
en als zijn fiets dan weer kapot zou gaan
dan kwam hij toch op tijd door te gaan lopen 

Nu zit hij zomers lekker in de zon
naar de wandelaars op straat te kijken
Hij slaat ze gade vanaf het balkon 

en ziet verbaasd dat ze gelukkig lijken
waar hij zich nooit zo in verplaatsen kon
Misschien is wandelen iets voor de rijken 

 

© Anke Labrie 

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Anke Labrie 

ingezonden themagedicht     
   


Slauerhoff 
(op de dichter wiens hele leven een zoektocht was) 

Stroef als z'n prijs voor kracht,
z'n groot talent en macht
over de woorden. Scherp,
veelzeggend, tegendraads.
Ideeën boordevol.
Gedachten: grote vaart.
Van uitzicht ver en wijds,
toch kort; nors en compact
maar vol van slordigheid:
zijn naam is – in het Duits
verwant aan sloddervos
want slüderaff beduidt
in lux'levende leegloper,
slampamper'op grote voet,
een aardige omschrijving
van wat een scheepsarts doet:
zitten in luie stoel
als officier op 't dek
al was 't bij hem gedwongen
door ziekten op z'n longen. 

Zijn lot was: sterven jong.
Zijn leven: zwerven wijd
over de zeven zeeën.
Toch kwam hij aan z'n eind
in een tehuis in 't Gooi
en in een proper bed. 

 

© J.C.Aachenende – Amsterdam 
Uit de bundel "Vreten op aarde" 

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
J.C.Aachenende     

ingezonden themagedicht     
   


halt 

ga niet verder
maak hier een pas
op de plaats
of twee 

een pas op de plaats
waar sta je
een pas op de plaats
wat let je 

ga niet verder
maak hier een pas
op de pleisterplaats
van je ziel 

een pas op de plaats
als diepste sprong 

 

© Monica Boschman

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Monica Boschman     

ingezonden themagedicht     
   


Heer met hoed 

flamboyant en extravagant
wandelt, nee schrijdt hij voorbij
neemt even zijn hoed af
voor grijze vogels op de galerij 

van het appartementencomplex
tot dat donkere straatje
waar hij ooit strategisch was neergezet
als een tinnen soldaatje 

men fluistert, beschimpt en kluistert
hem op fictieve gronden
hij ronselt en raust, hoereert en smoust 

voorbij het kruispunt naar lager wal
zwerft over de stoep zijn schaduw
hij neemt hem mee tot hij sterven zal 

 

© Hanny 

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Hanny      

ingezonden themagedicht     
   


Duingezicht 

De ets bepaalt het uitzicht aan de wand. 
Hij heeft alleen wat vegen en wat vlakken 
maar met getij en winden draagt hij brakke 
verbeelding aan en vult mijn kinderhand. 

Bij tijd en wijle laat ik ’t vasteland 
door z’n te nauw bemeten bodem zakken. 
Bij tijd en wijle zeker ik mijn hakken 
in dit van fantasie vergeven zand. 

Aan het bureau-eind wenkt een goede fee 
en lonkt en lokt en leidt mij naar de nipte 
ontsnapping uit het daaglijks wel en wee. 

Ik stap de klompjes in van Piggelmee 
en wandel weg in hoogten en in diepten. 
Voorbij de duinenrij weet ik de zee. 

 

© Nina Werkman 

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Nina Werkman     

ingezonden themagedicht     
   


Wandeling over de Champs-Elysées 

Nog liever dan over de Champs-Elysées
wandel ik met mijn dochter
over de holle wegen van de Elyzeese Velden,
gelukzalig door het Filosofendal 

'dochter uit Elysium, wij betreden,
dronken van vurige hartstocht,
hemels wezen, jouw heiligdom' 

rap wordt het lange trappad
van de Duivelsberg beklommen
('En even weer een vreemde ontroering:
die ruimte en dat licht. Alles was vreemd.
Een opgetogen meisje, volwassen.
Ze kan nog leven, ik leef ook nog.') 

wordt het genieten groter
te weten dat de dichter N.
het uitzicht zozeer bewonderde
alsof hij zelf daar op de heuveltop
het panorama opriep? 

en nog iets,
kende N. op zijn beurt
de goddelijke verrukking van de dichter P. 
na de beklimming van de Mont-Ventoux? 

de kunst van het genieten
wordt slechts geciseleerd
pas nu ik begrijp
dat zeventien Amerikaanse para's
(zoals Donald Weaver in de nacht
van 18 op 19 september 1944)
in de operatie Market Garden
hun leven lieten
op deze duivelse heuvel. 

 

© wenlez 

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Wenlez    

ingezonden themagedicht     
   


Strandloper 

Paradijs van talloosheid en van de dood: 
kwallenlijken, schelpen, krabbenpoten. 
Een plenzende zon die onze blik verwijdt, 
gevallen sterren droogt, de daagse oogst 
aan vel tot hemd van Venus verft. Hier 

ploegen wij door mulle lagen tijd, 
het strand verkavelend tot volgeboekt, 
obese kuilen scheppend en babelse belforts – 
bakens voor de jutterhanden van het water, 

later. Blote nimfjes bakken taart en geven 
rondjes water weg. Nee, er is niets nieuws 
onder de zon: de dag knarst van het zand, 
topless blank de duinen, de horizon 
krek waterpas en al ons doen en laten 
wordt weer mooi in zand geschreven - 

 

© Inge Boulonois  

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
Inge Boulonois    

ingezonden themagedicht     
   


Wijd 

Wijd wijder weids vol met lucht 
waar golven aan de einder 
doorgaan tot vermoede verre landen. 
Mijn tred vast op donker 
stevig zand, voor mij uit gaan 
ontelbare trippelpasjes. 
Overal liet wind reliëfkunst achter 
zelfportretten in zand 
Ik adem diep de ziltheid waarin 
de snelle visser zweeft en zwenkt 
herkenning toeroept 

Alleen ga ik hier 
met mijzelf en alles wat bestaat 

 

© JohnN
Uit: "Zeearmen" 2002-2005 
      "Dicht in de buurt - Friesland" - Uitg.Dagblad Trouw 2010 

 

Themagedicht op:   wandelingen en zoektochten   
JohnN   

   
© Copyright Hernehim Cultuur 2001-2011   

Hernehim      

 een cultuurpagina 

HOME 

   
   
   
    
   
mei 2011  
   
   

 mei 2011 
Thema van de maand: spel, spelen 

Illustratie:  Baignade des Nymphes - 1938 
Olieverf op doek van Paul Delvaux 
Expositie:  Museum Sint-Idesbald Veurne - B   

 

Het bad van de nymfen is een spel, een spel met het water,

met elkaar, met zichzelf - in surrealistische sfeer 
   


Ditmaal laten we weer een dichteres het thema introduceren: Mies Bouhuys,
schrijfster die soms in één adem wordt genoemd met Annie M.G.Schmidt. 
Maria Albertha Bouhuys, geboren in Weesp in 1927 als dochter van een 
onderwijzer, was tegelijkertijd actief op twee fronten. 
Ze was een politiek activiste, die zich vooral met grote strijdbaarheid inzette 
voor de vrouwen in Zuid-Amerika. Maar tegelijk was zij ook iemand die heel 
gemakkelijk kon vluchten in de verhalen die zomaar konden ontspruiten aan 
haar rijke fantasie. 
Vanuit die vaardigheid werd ze een belangrijk kinderboeken schrijfster, vaak
met tekst op rijm en niet zelden geïllustreerd door de begaafde tekenares
Fiep Westendorp. 
Ze werd enthousiast voor werken bij de omroep en werd tv-regisseur, 
voornamelijk in kinderseries.

       Mies Bouhuys 

Maar onder die vrolijkheid van het werken voor en met kinderen was ze fel in 
de strijd tegen armoede, oorlog en racisme. Haar vader moest in de oorlog 
joodse kinderen van school sturen, maar weigerde dit. Hij werd ontslagen. 
Zijn principiële houding maakte grote indruk op haar, onrecht kon zij niet verdragen.
"Om wat ik van de wereld weet/ zeg ik: waarom? waarom?/ 
Een handvol rijst een handvol hoop/ daar gaat het om". 

Toen kroonprins Willem Alexander in 2002 koos voor de dochter van een Argentijns
politicus uit de junta, kon zij niet anders dan het feit aanvaarden maar solidair als 
ze was met "los Madres del Plaza de Mayo" ('dwaze moeders' van Buenos Aires)
gooide zij zich vol in de strijd om te beletten dat vader Zorreguieta het prinselijk 
huwelijk zou besmetten met zijn aanwezigheid. Max van der Stoel pendelde menig
keer om Z er fijntjes op te wijzen dat niet heel Nederland stond te applaudisseren 
mocht hij zijn voornemen toch doorzetten. Een staaltje van goede diplomatie. 
Als dichter heeft Mies Bouhuys geen groot oeuvre, maar in haar jonge jaren al
bewees zij haar kunnen. 
In 1947 gaat ze als 19 jarige met haar gedichten op bezoek bij Ed Hoornik. 
Deze dichter keerde in 1945 terug in Amsterdam, had zijn deportatie naar Dachau
overleefd. Een jaar na haar bezoek, in 1948 wordt haar debuut – en het is de enige
bundel gebleven – "Ariadne op Naxos" uitgegeven. Het werk wordt bekroond met 
de Reina Prinsen Geerligsprijs. 
De tweede wereldoorlog heeft duidelijk sterk haar levensloop bepaald. 
Zij blijft bevriend met Hoornik en trouwt later met hem. Twee belangrijke boeken 
schrijft zij op het thema onrecht en onderdrukking in de jaren tachtig: 
"Anne Frank is niet van gisteren" en "Het is maar tien uur sporen naar Berlijn"
 (in 1982 en 1985). In 2008 is Mies Bouhuys op 81 jarige leeftijd gestorven.

 

 
   
   


Ot en Sien 

Je weet het niet, Ot, je weet het niet, Sien,
ik ben een vriendje van je.
Ik woon aan de andere kant van de heg,
maar door een kiertje kan je
nog altijd zien wat jullie daar doen,
al is het veel verder weg dan ik zeg
tussen vandaag en de tuin van toen. 

Je komt op je klompjes het paadje af.
De wereld is een wonder,
een huis met een dak van wolken en zon
en jullie twee daaronder.
Ik wilde wel dat ik bij je zat
in de tent van wasgoed, de zandbak, de ton,
waar ik net als jullie de tijd vergat. 

Ik wilde wel, Ot, ik wilde wel, Sien,
zo'n huisje en zo'n straatje,
zo'n winkel van Zoete met snuif en kandij
en koekjes uit een laatje.
Met zes cent kersen de koning te rijk.
Een keer door het donker met moeder erbij,
een beetje bang, maar blij tegelijk. 

Er was nog zoveel te beleven toen:
weglopen en verdwalen.
De boom waait om, de vloer gaat stuk,
een half pond suiker halen.
Je vindt een kastanje, een kikker, een tak,
een scherfje blauw glas en dat brengt geluk,
al had je dat toch wel op zak. 

Ik kijk naar je, Ot, ik kijk naar je, Sien.
Door zoveel bomen kan je
het bos van vroeger haast niet meer zien,
maar ik ruilde graag een kastanje
voor één zo'n scherfje blauw glas
om net te doen of het nog zo was
als toen... 

Mies Bouhuys 

De speelsheid van de dichters, die willen we nu eens gaan aanspreken in deze
lentemaand, die het zachte weer van april op zomerse wijze lijkt voort te zetten.

Het gedicht van Mies Bouhuys maakt bewust dat ook in een wereld van geweld 
en onrechtvaardigheid er gespeeld wordt, mag worden. 
Misschien móet dat juist in zo'n wereld! 
Het kan helpen om een harde werkelijkheid te verdragen. Het hielp Mies Bouhuys
om met haar oorlogservaringen en die van haar man Ed Hoornik te kunnen leven.
Ook rituelen kunnen daarbij helpen, spel dat functioneel is in verwerking van verdriet.
Met de figuren in haar gedicht en de titel "Ot en Sien" springt de dichteres over de
zwarte oorlogsjaren heen naar een vrolijk verleden en haalt dat voor ons naar het nu.

Door ons te verliezen in een spel kunnen we de werkelijkheid ontvluchten, ons met
onze fantasie vereenzelvigen – maar het kan ook een heel andere kant op, en dat
zien we toch ook zo graag bij een themakeuze. 
Want mensen spelen niet alleen maar samen, met elkaar, soms met iemand – 
en dat is echt niet hetzelfde. 
Er kan een machtsspel worden gespeeld met afhankelijke mensen, 
mensen kunnen een speelbal zijn. 
Het spel kan de aandacht afleiden:"geef het volk brood en spelen" en intussen 
kunnen in de politiek kwaadaardige spelletjes worden gespeeld. 
Maar het spel van een acteur of actrice kan ons in de ban brengen, in vervoering
meeslepen. 
Misschien is wel het mooiste spel het spel van verbeelding van een jong kind,
onbevangen, als je dat echt durft mee te spelen kun je iets van puurst geluk 
proeven, maar dan moet je wel eerst van je volwassen voetstuk afstappen. 

 

John Zwart - 30 april 2011  

 

 

 

 

 

 

 

   

           Jip en Janneke gevolgd door Pim en Pom
                                                      herkenbare illustraties van Fiep Westendorp

   
        inzendingen   
ingezonden themagedicht     
   


in duigen 

in een kring van onnozele kinderen 
zingen wij Jan Huigen in de ton 

we leren vallen en opstaan 
lopen verder in het rond 

dat is het leven 
tot alles in duigen valt 

 

© Monica Boschman 
Uit: "Even los van begin en eind" 7 gedichten 

 

Themagedicht op:   spel, spelen  
Monica Boschman  

ingezonden themagedicht     
   


Knikkeren 

Glanzende stuiters liggen tegen de schutting op een rij 
In het midden die hele grote, groengeel met rood en blauw 
Raak ik die dan zijn ze allemaal, echt allemaal van mij 
Maar mis ik op een haartje na, dan is de buit voor jou. 
Ik zet me schrap, schat de afstand, blaas bezwerend 
Op het sterren vonkend projectiel, haal diep adem en 
Laat los, en met mijn vingers cross rolt de grote stuiter 
Rechtaf op zijn doel: Raak ! Glas op glas knallen ze 
Veelkleurig vlammend op elkaar, ik heb gewonnen ! 

Maar ik deel mijn winst graag met de verliezer, ik deel 
Mijn winst graag met het meisje met die blauwe ogen 
Ik deel mijn winst met haar, het gaat toch om het spel 
En niet om de knikkers, en bovendien speel ik heel 
Graag weer eens een ander spelletje met haar. 

 

© Cor Visser

 

Themagedicht op:   spel, spelen  
Cor Visser  

ingezonden themagedicht     
   


Zachter nog 

Ben je in mij gebleven waar je blijkbaar 
moet zijn al zeg ik je gedag, geef mij dan 

weer je knie; ik speel met de harmonica, met 
al mijn woorden, al mijn vingers – En zachter 

nog zal ik je aaien deze keer, nog zachter nog, 
het harde van je jukbeen af naar omlaag, dat 

stukje. En daar je rug, vlakbij je riem, daar 
bij de moedervlek onder je trui. Snij jij dan 

maar weer fluitjes uit wilgenhout. wees weer 
mijn grote broer, mijn vader, Sinterklaas, 

de enige, maak al mijn poppen, fietsen, 
dromen, maak alles goed. 

 

© Nina Werkman

 

Themagedicht op:   spel, spelen  
Nina Werkman  

ingezonden themagedicht     
   


Springtime 

in spin, de bocht gaat in
en spring
draai het touw stevig rond
dubbele zwiep
voeten veren licht als
veders van de grond 

uit spuit, de bocht gaat uit
rennen, draaien, keren
dubbele zwiep
en luchtig passeren
touw als arcadeboog
in voorjaarsvlucht gezien
met mijn eksteroog 

 

© Hanny 

 

Themagedicht op:   spel, spelen  
Hanny  

ingezonden themagedicht     
   


langgeledenliedje 

'"ik stond laatst voor een poppenkraam''
het langgeledenliedje duikt weer op
uit stoffig brein wanneer ik langs
de etalage loop, de uitstalling
bekijk van afgod Heer Bart Smit 

"'ik zag daar zeven poppen staan", het
zingt maar door, mijn blik valt op
een altaar waarop alle koopwaar
blinkt en schittert in de schijn
van neonlicht 

"ze deden allemaal zo"' dat zong ik
elke dag opnieuw, dan liet ik zien
dat "zo" beweging lijf en leden
bij de kladden greep, nu activeert
een kind het spel met 

drukken op een knop of tikken
op een scherm, de tast verwekt
bedrijvigheid
 in batterij of digitaal
de poppen in de
 poppenkraam
vermaken zich wel zelf 

ik loop weer door en denk maar
liever aan het niets van "olleke
bolleke rebusolleke" weet nog hoe ik
"'olleke bolleke knol" zong met
een knol in wollen sok 

 

© Anneke Wasscher   

 

Themagedicht op:   spel, spelen  
Anneke Wasscher   

ingezonden themagedicht     
   


Het rond van tafel 

Er zou 
een ronde tafel 
komen 

Want ouders 
en kinderen 
werden aan elkaar gelijk 

Er zouden 
geen vragen 
meer worden gesteld 

Zoals bij 
Pim-Pam-Pet 
en het Ganzenbord 

kende geen 
domme gansjes meer 
sinds de Mammoetwet 

Wij zitten wel 
nog in de put 
soms ronde na ronde 

Wij weten nu 
wat pastoor en pater 
konden en de therapeut 

aan tafel 
bij lange na 
nog niet. 

 

© Harry C.A. Daudt  

 

Themagedicht op:   spel, spelen  
Harry Daudt   

ingezonden themagedicht     
   


Nog eenmaal 

Niet weer de jongen zijn 
die in een hoek van het schoolplein 
zijn lichaam als een pantser droeg,

die thuis in ogen toekomst las 
waarin hij iemand anders was, 

uit dromen wakker in het donker vroeg 
of er aan eeuwigheid geen eind zou komen. 

Ne bis in idem. 

Wel eenmaal nog het wiegend gaan 
op wagens bol van hooi 

en in het koren warm en hoog 
opnieuw de zondeval doorstaan. 

 

© Atze van Wieren 
Uit: "Bedevaart" Uitg. IJzer, Utrecht 2011. 

 

Themagedicht op:   spel, spelen  
Atze van Wieren 

ingezonden themagedicht     
   


Wat wil ze nou 

Ach waren ze allemaal maar zoals 
Ciska D met dat overslaan geen 
Misverstaan maar ze zijn er zo zoet 
Gevooisd en lieflijk op het oog hun 
Hand en wang voelt teder aan 
Je houdt het schild niet hoog 

Je smelt naar mild met drang naar 
Koester liefst meteen maar als je 
Dacht aan overwinnen helpt zij je uit 
De droom je onderschat dat andere 
Geslacht wat niet het zwakke is zij viert 
En trekt het zo weer aan 
ze ment jou aan haar toom 

 

© JohnN

 

Themagedicht op:   spel, spelen  
JohnN   

 
ingezonden themagedicht     
   


Roulette 

ik wilde je nog vragen 
welk spel je speelde 
in al die verfomfaaide dagen 
de visjes die we deelden 

liggen op apegapen 
een stapel kleurenblind 
en het rad draait door,
ook zonder wind 

de bank is blanco 
facturen verbrand 
jouw inzet een veeg 
in mijn blote hand 

de laatste champagne 
grand cru van een parvenu 
verpand aan de tollenaar 
rien ne va plus 

 

© Hanny 

 

Themagedicht op:   spel, spelen  
Hanny 

 
ingezonden themagedicht     
   


De rode step 

Schrijf mij een boek
vol jeugdige herinneringen
de rode step vooraan 

noem geen namen of
plaatsen
ik zal ze niet herkennen 

leg linoleum vast in mooie
marmerwoorden
rieten tegels
in huiskamergesprekken
de suitedeuren glas-in-lood 

geef pagina's de ruimte
voor af te zetten voeten
in putdeksel-slalom 

laat knerpend grind, de
sloppen langs mijn rubber
banden zoeven,
de oude man gekromd
zijn bruine tanden bloot 

vang stemmen achter deuren
wasgoed aan de lijnen
autoloze straten vol
met tijd en ongeremd 

toon mij het kind op rond
draaiende spaken, de wereld
aan zijn voeten op die
ene lange stoep 

noem geen begin of eind
maar tel de spijlen van de hekken
de kieren van de luiken
de voegen tussen tegels 

de groene deur zal piepen
in roepen om te eten, het rode
ijzer schaven langs de stenen
van de schuur
het achterom verwelkomd. 

 

© JELOU 

 

Themagedicht op:   spel, spelen  
Jelou 

 
ingezonden themagedicht     
   


De poëet 

Maakt van een wolk een sok
van god, hij ziet de zon
als ploert, de maan als stuk
meloen en tijd als zee van zand
waarin hijzelf ontregeld strandt. 

De dichter speelt ook wel voor koe,
grazend naar gezwollen vragen,
loeiend in gevoelvol gras
maar in zijn hart wou hij nog steeds
dat hij twee hondjes was. 

Talend naar clichés in spe
speelt hij zwijgend in zijn eigen
hutje of hermetische paleis
waar hij zwelgt in de zekerheid
te schrijven voor de eeuwigheid. 

In die staat van veel genade
legt hij daags een inktvers vers,
soms rijm erin, vaak ongerijmd.
Aldus vermaakt hij zich en ons
en doet gewoon zijn eigen zin – 

 

© Inge Boulonois 

 

Themagedicht op:   spel, spelen  
Inge Boulonois    

ingezonden themagedicht     
   


jouw spel 

ik wist allang dat je vaak deed alsof
je leefde in het rollenspel en meestal
veinsde je de lach 

een arme marionet met duizend draden
vast aan anderen en altijd trokken ze
 
je strak 

dan weer een bleke figurant die op het
podium de pantomime deed in
 
krachteloze scène 

soms dacht ik bij me zelf dat jij misschien
wel blij zou zijn wanneer je rol was
uitgespeeld 

nu jij bent weggegaan, het afscheid liet
voor wat het was, hoor ik de mensen zeggen:
hij had ook geen talent 

wanneer de nacht haar witte tanden
blootlacht met de afstand van een ster 
dan zie ik je zoals je bent 

 

© Anneke Wasscher 

 

Themagedicht op:   spel, spelen  
Anneke Wasscher   

ingezonden themagedicht     
   


in galop 

ben ik Roy Rogers weer, 
voor even zal het leven 
zich helemaal naar mij richten 
alles loopt gesmeerd 

in galop door alle straten
gevolgd door ‘ tumblin' tumble weed ’,
zelfs de buurvrouw schrikt van mij
haar dochter heb ik eindelijk gestrikt 

zolang het paard maar wil
zullen mijn wetten gelden
en ook de liefde is geregeld nu,
tot ik een stem herken 

het is die van mijn moeder
het paard begint te steigeren,
en nog vóór haar ' binnenkomen ' luidt
zal mijn laatste salvo klinken 

 

© Cor J van der Stokker 

 

Themagedicht op:   spel, spelen  
Cor vd Stokker   

ingezonden themagedicht     
   


Brood en spelen 

Altijd 
zullen het brood 
en spelen zijn 

De krijtlijn van de meet 
de krijtlijn van de finish 
de blonde lokken van de miss 
-niet te vergeten- haar droge zoenen 

De krijtlijn van het doel 
de scheids- en lijnrechters 
die het altijd bij 
het rechte eind hebben 

De buitenspelval en 
het opzettelijk vallen 
in het doelgebied 
en het gejoel uit duizend kelen 

Altijd 
zullen het gebakken brood 
en eindige spelen zijn 

 

© Harry C.A. Daudt 

 

Themagedicht op:   spel, spelen  
Harry Daudt  

ingezonden themagedicht     
   


de oude spoorlijn 

er werd geschoten in de tuin van onze buurman
achter de struiken zag ik twee soldaten liggen
en eentje zat er op zijn hurken bij de heg
een andere liep hard weg, hij struikelde en viel 

grote geweren hadden ze, die heel hard knalden
ik hoefde niet naar school, mijn grote zusje wel
die was al weggegaan voor de soldaten kwamen
het waren er een heleboel, op grote vrachtwagens 

ze droegen helmen en ze schreeuwden hard
ik werd een beetje bang en mama denk ik ook
want ik moest papa halen, achter van het land
die was nooit bang, hij lachte tegen de soldaten 

ze mochten van hem eten maken op ons erf
voordat ze weer verder gingen vechten
met z’n allen zetten ze een grote ketel op een jeep
er kwam een donker straaltje uit een kraantje lopen 

ijzeren kroezen hadden ze, sommigen slurpten
zij aten brood, alleen maar bruin, met kaas en jam
wij aten warm, net als altijd, en papa ging gewoon
naar bed na ‘t eten en sliep door alle herrie heen 

de jeep bleef staan, ze gingen naar de oude spoorlijn
voor ons huis, waar wij altijd soldaatje speelden
ze vertrapten onze hutten, schuilden in onze kuilen
renden gebukt door onze tunnels en schoten heel de tijd 

mama bleef alsmaar in de keuken en papa was alweer
naar ‘t land gegaan. het was niet echt, zei mama steeds
maar de geweren wel, dacht ik, waarmee ze schoten
ik verstopte me toch maar een beetje achter het gordijn 

toen ze m’n zusje op ging halen, mocht ik niet mee
het was geen oorlog, zei ze boos, ik moest niet zeuren
ik kroop meteen onder de tafel toen ze weg was, verborgen
onder ‘t kleed, mijn ogen dicht, mijn vingers in mijn oren 

het werd al donker toen ze terug kwam met mijn zusje
ze schoten beiden in de lach, alle soldaten waren allang weg
papa lachte me niet uit, vertelde me wat losse flodders waren
en dat die mannen dus, net zoals wij, soldaatje speelden 

 

© anke labrie 

 

Themagedicht op:   spel, spelen  
Anke Labrie  

ingezonden themagedicht     
   


Topsporters 

vergleden in vergetelheid 
de spekrijders van toen en ook 
de fongers fiets voor Fannie Koen 
lang weggewenteld in de tijd 

van eeuwig roem naar zakken poen 
van premiescoren, transfersommen 
voor wie of wat dat kan niet bommen 
wie slim speelt mikt op vroegpensioen 

 

van elke scheet hun breed verslag 
in rijke taal van k * t en kl * ten 
en nooit wordt iemand teruggefloten 
de topsporter die alles mag 

 

© JohnN 

 

Themagedicht op:   spel, spelen
JohnN   

ingezonden themagedicht     
   
                   Uw themagedicht ?                        Inzender
   
© Copyright Hernehim Cultuur 2001-2011   

Hernehim      

 een cultuurpagina 

HOME 

   
   
   
    
   
april 2011  
   
           Hernehim 
          
pagina thema poëzie 
Hernehim
                   Boeiend om te bezoeken. 
                   Vrij en onafhankelijk. 
                   © HC 2001-2011 
Redactie:                             John Zwart 

Presentatie, illustratie:        Niesje de Jonge en Anke Labrie 

                   Thema van de maand:    overvloed  

Pagina laatst bijgewerkt: 30.04.2011 

Hernehim opent aan het begin van elke maand een nieuw thema. 
Een openingsgedicht van een gerenommeerde dichter zet de toon. 
Alle dichters die zich door het thema aangesproken voelen kunnen 
toepasselijk bestaand of nieuw geschreven werk inzenden
Het thema staat de hele maand open. Een afgesloten thema blijft 
staan onder het actuele zodat alle inzendingen tenminste gedurende 
een volle maand op deze pagina te lezen zijn. 

HOME 
Nieuws  
Blog en proza 
Themapoëzie 
Vrije poëzie   
Vertaalproject 
Proza  
Activiteiten 
Over schrijvers 
Contact     

 Archief pagina's 1 voorafgaand jaar: 
Nieuwsarchief 
Blogarchief 2010 dec-juli 
Blogarchief 2010 juni-jan 
Themapoëzie archief 2010 

 Verslagen en recensies: 
archief 2010 
archief 2009 
archief 2008 
 Overig proza archief:
proza 2008  
   

 april 2011 
Thema van de maand: overvloed  

Illustratie:  De zieke Bacchus - 1594
Olieverf op doek 67x53 van Carvaggio 
Expositie:  Galeria Borghese, Roma   

 

De natuur schenkt overvloed, maar dat betekent niet dat de mens 

ook onmatig moet zijn. Als Bacchus zich niet beheerst wordt hij ziek of dronken.
   


Overvloed, het nieuwe thema, is weer met zorg gekozen om veel verschillende
invalshoeken te bieden aan onze inzenders. 
Er zit iets heerlijks, iets zorgeloos in het woord, het "big spender" gevoel waar
de reclame voor de loterijen op speculeert. Maar voor speculanten kan er een
dreiging van uitgaan. Overvloedig aanbod betekent altijd dalende prijzen. Dus zij
houden meer van tegenvallende oogsten en schaarse bronnen. 
In Zuidoost Azië klinkt overvloed levensbedreigend. Maar elke vulkaanuitbarsting
brengt later vruchtbaarheid aan het land, de lavaovervloed schrikt de mensen niet
af, integendeel.
Het hele leven is overvloedig. Het heelal onmeetbaar, de sterren en planeten
ontelbaar, het leven op aarde niet te bevatten. Planten zetten een veelvoud van
het zaad dan er nodig is om zichzelf te handhaven. De zon douchet de aarde 
ononderbroken met een hoeveelheid energie waarvan enkele promilles voldoende
zouden zijn om alle koude van de winterseizoenen binnenshuis te verdrijven en
aan al onze drang van reislust onbeperkt tegemoet te komen zonder vervuiling.
Er is overvloed aan voedsel, overvloed aan geld. Toch lijkt die overvloed ons 
telkens met problemen en conflicten te confronteren. Doen we dan iets verkeerd?

         

          Abraham Gerrit Vermeulen (1946-2004) 

   
   

Het is van

Het is van avondzon
en het glas van rode wijn
Het is van geel licht
tussen mijn ogen

Het is van wind
en koelte op mijn huid
Het is van rook
en de reuk van vuur

Het is van stilte
en wolken in de lucht
Het is van vogels
hoog daaronder

Het is van deze dingen
waarvan de wereld is gemaakt
dat mijn spreken staakt

En over blijft, zonder een spoor van spijt
het gevoel van overbodigheid


Abraham Gerrit Vermeulen 

Uit: "Bram Vermeulen - Gedichten"
Nijgh & Van Ditrmar - 2004 

De dichter die we naar voren halen met de introductie van het thema van april,
"overvloed", is Abraham Gerrit Vermeulen (Den Haag 1946), beter bekend als 
"Bram Vermeulen". Misschien niet iemand waar de lezer direct aan dacht 
maar dit, helaas te jong gestorven, multitalent was bij tijden zeker óók dichter. 
Hij schreef ooit over zichzelf: "...zoals een bakker alleen bakker is als hij brood
bakt, zo ben ik geen zanger, alleen als ik soms liedjes zing...soms componeer...
soms schilder...soms schrijf...etcetera" 

Hij is verbonden met de activiteit zolang hij daarmee bezig is, en regelmatig was
dat ook poëzie schrijven – en even vaak was dat hetzelfde als hij zijn liedteksten
schreef, want die van hem zijn van een bijzonder poëtisch gehalte. Wanneer je 
hem hoort zingen met zijn wat schorre stem toont hij daarmee prima in staat te
zijn de emotie in zijn tekst over te brengen: warmte, mededogen, melancholie. 
In zijn jongensjaren leek het leven voor Bram Vermeulen slechts beloften in te 
houden van veel glorie in de topsport. In de jaren zestig speelde hij volleybal op 
het allerhoogste niveau. Maar in zijn studententijd (psychologie, jaren zeventig) 
kwam hij in contact met Freek de Jonge. "Neerlands hoop in bange dagen" 
ontstond als tweemans formatie en zo werd Bram van topsporter cabaretier.
Dat ze solo gingen in de jaren tachtig blijkt achteraf een goede wending voor elk
van beide. Bram werd componist, liedjesschrijver en zanger, terwijl Freek zich
tot "one man show" grappenmaker ontwikkelde. Vermeulen gaat ook schrijven
als columnist in Avenue. Hij ontplooit zich als een kunstenaar met overvloedig
talent: schilder, poëet, liedjes- en tekstschrijver, zanger, muzikant, theatermaker.
Op zijn eigen manier was hij een pacifist. In de jaren negentig toerde hij met veel
succes door Vlaanderen met het programma "Oorlog aan den oorlog" (wat is
geschreven op de eerste wereldoorlog). Ook "Mannen maken oorlog" sprak bij
de Vlamingen het meest aan. 
Veel van Vermeulen's liedteksten zijn te genieten als eenvoudige en pure poëzie
Het bekendste lied "een doodgewone jongen" beschrijft heel invoelbaar de 
kinderangsten, hiervoor werd hem de Annie M G Schmidtprijs verleend in 1995: 
"[...] je moet honderd meter adem in/ niet op de stoepnaden staan/ zingend langs
de blinde muur/ anders komen ze d'r aan […] oversteken op het zebrapad/ alleen 
op de witte banen staan/ je moet stappen tellen tot de hoek/ anders gaan we d'r 
áán […] mamma, doe open mamma..."  Z
ijn "Testament" is ongelooflijk populair
geworden in overlijdensadvertenties, of als citaat bij de plechtigheden er rond: 
"...en als ik doodga, huil maar niet/ ik ben niet echt dood, moet je weten/ het is 
maar een lichaam dat ik achterliet/ dood ben ik pas als jij mij bent vergeten..." 
Regels uit zijn lied "Steen": "ik heb een steen verlegd in een rivier op aard". 
inspireerde dichteres Diana Ozon in haar werk.  
In 2000 werden al zijn liedteksten tot dan gebundeld in "Het groot Nederlands 
verzenboek"
, in datzelfde jaar verschenen een bundel essays "Vermeulen weet 
het beter"
en een novelle "Enkele reis moeder"
Ook alle gedichten die hij schreef werden gebundeld en de novelle "Waarom ik 
bij haar blijf"
, ze verschenen in zijn sterfjaar 2004. 

Het gekozen gedicht van Bram Vermeulen hierboven, doet ons zijn persoonlijke
ervaring van "overvloed" in het leven beseffen. Alles van waarde buiten het 'bezit'
betekent al zoveel dat je er zelf overbodig bij wordt. 
Net als Willem Wilmink: "...het is niet fijn om dood te zijn/ soms maakt me dat
een beetje bang/ het doet geen pijn om dood te zijn/ maar dood zijn duurt zo lang.."
was Bram Vermeulen soms beheerst door doodsangst. Op de duur verzoende hij
zich in de overtuiging van reïncarnatie. We kunnen blijven gissen hoever hij hierin
ging, of dat het slechts de artiest in hem was die beweerde dat hij tijdens de 
eerste wereldoorlog als soldaat in de Vlaamse loopgraven vocht. Bram vreesde dus
niet het dood zijn, maar het sterven (wie niet?). Zelfrelativering is ook een goede
verzoening met de vergankelijkheid zoals uit het gedicht spreekt. 
Bram stierf aan hartfalen  – vlood uit het leven in zijn slaap, zonder lijden. 

 

       < Bram Vermeulen is dood, 
              maar hier is hij nog helemaal 'live' met "Rode Wijn" 

       < "Pauline"  
     

       < "De wedstrijd" 
               postuum eerbetoon gezongen door dochter Katarina 

   
        inzendingen   
ingezonden themagedicht     
   


Zinkend zand 

schroomvallig heb ik het water benaderd
mijn voeten ontbloot
in ontzag het betreden
met blijdschap
zoals men de liefde beroert 

nog immer suist de hoorn van de meerman
de wijze die uitbarst in branding
en stormen bedaart
een kleine zeemeermin baart
zijn groene haren nu grijs 

en zuigend trekt de eb aan mijn benen
ik duizel en knipper
tast naar de einder
waar alles wijkt, alles smelt 

ah die onmetelijkheid
de lokzang van leegte en dood.. 

nu: wandelen in een zonnig park 

 

© Lieve De Vos  

 

Themagedicht op:   overvloed
Lieve De Vos   

ingezonden themagedicht     
   


De foto 

Nu weken na de tsunami in Japan al duizenden doden 
geborgen zijn en een loods volgepakt is met gevonden 
herinneringen, nu natte verbleekte foto’s van verloren 
gegane geliefden te drogen hangen aan strak gespannen 
lange lijnen, nu zoeken de nabestaanden om die éne foto. 

"Ik zoek een foto van mijn verdronken zoontje" 
zegt een jongeman desgevraagd; "hij was nog maar twee". 
Hij buigt ten groet en zoekt verder; 
tussen de trouwfoto’s 
de foto’s van oude mensen 
van baby’s en kleuters - een overvloed aan foto’s. 

Tussen de foto’s van de doden 
blijft hij hoopvol zoeken om die 
éne foto ! 

 

© Cor Visser 

 

Themagedicht op:   overvloed
Cor Visser       

ingezonden themagedicht     
   


Noordzee 

Als zij stuwt rondom het eiland 
bruisend in opkomend tij 
zoeken vogels ijlings dekking 
achter dijk en duinenrij 

In haar liefdevol omarmen 
spreidt zij levend water uit 
dor het zeegat over banken 
straks voor vogels nieuwe buit 

Stromen keren zich weer zeewaarts 
mystiek' trekkracht van de maan 
banken zullen opnieuw droogstaan 
vogelzwermen dalen gaan 

Eeuwenlang bleef dit behouden 
vogels, water, oergeluid 
van natuur voel je haar adem 
zeegat in en zeegat uit 

 

© JohnN 
Uit: "Zeearmen" 
Oorspr. 2002 - Tweede druk 2005 

 

Themagedicht op:   overvloed
JohnN      

ingezonden themagedicht     
   


Streling in de hitte

als de zon me raakt
voel ik me gestreeld
door een krachtige wind
uit het noorden

ik ontvang in warmte
zijn glorie in vol ornaat
tot in de toppen

mijn tenen, elke haar
laat zich verwarren
ontvankelijk in overgave
als was het de eerste keer


© svara 

 

Themagedicht op:   overvloed
Svara      

ingezonden themagedicht     
   


het huis van de dichter 

ik haal je op en neem je mee
op blote voeten gaan we naar
het huis van de dichter
daar schuilt het woord
in elke ademtocht 

de dichter kent de kwetsbaarheid
zijn taal is naakt totdat de vorm
van vers de zin verstaat 

hij leeft in overvloed, maar
zoekt de waarde in de schaarste
daar vindt hij soms een wonder in de
wereld die voor ons verborgen is 

hij haalt de mooiste parels 
uit de kleinste schelp
misschien dat wij ze mogen zien
wanneer hij opendoet 

 

© Anneke Wasscher 

 

Themagedicht op:   overvloed
Anneke Wasscher     

ingezonden themagedicht     
   


Overvloed 

Soms denk ik de deur dicht 
Teveel kabaal 
Teveel uitgesteld verscheiden 

Dan praat ik met een plant 
Of leen wat leven 
uit een boek 

Totdat er een plicht roept 
die niet valt te vermijden 

Dan sluit ik me weer aan 
in de rij 
voor de kassa 

Om iets te kopen 
wat ik eigenlijk niet nodig heb. 

 

© Ton Huizer 

 

Themagedicht op:   overvloed
Ton Huizer     

ingezonden themagedicht     
   


Mateloos 

kan er geen genoeg van krijgen
blind voor overdaad
altijd weer te veel
te groot
te 

je
zegt het mij wel honderdmaal
totdat je zwijgt voorgoed
met mij is er geen land
meer te bezeilen 

ik leg bloemen aan je voeten
die al op het voetstuk staan
door mij daar neergezet 

 

© Cor J van der Stokker 

 

Themagedicht op:   overvloed
Cor J van der Stokker     

ingezonden themagedicht     
   


Landschap met kerk en dorp 

Starend naar Van Ruysdael
zie ik billboards noch mobielmasten
het platte land bestaan, geen files
van flats of lasso's van x-baanswegen
stikvol blik met hete adem
van en naar industriegebieden gaan.
De horizon ligt languit,
zonlicht struint door puur
en hoog oud-Hollands blauw,
oranje daken zwermen om een kerkje.
En tussen schoven hooi,
te tellen schapen zonder gele oorlellen
picknickt een gezin in lang groen gras.
In kloppend perspectief:
piepklein hun ik – 

 

© Inge Boulonois dec 2010 
Bij Schilderij Landschap met kerk en dorp 1665-1670 – 
Jacob van Ruysdael 

 

Themagedicht op:   overvloed
Inge Boulonois    

ingezonden themagedicht     
   


de super supermarkt 

hij heeft een lijstje meegekregen
- is tegenwoordig alles snel vergeten –
zelfs zijn leesbril heeft hij bij zich
ze hing hem mopperend om zijn nek
toen hij de deur al bijna uit was 

tandpasta
waspoeder
krieltjes kant- en- klaar
sla
bananen 

tandpasta 

tandpasta fresh gel
tandpasta duo sensitive
tandpasta menthol power
tandpasta fluor voor gevoelige tanden
tandpasta anti tandsteen
en nog ongeveer vijftig andere soorten 

waspoeder 

waspoeder classic
waspoeder special
waspoeder professional
waspoeder duplo
waspoeder helder fris
en nog ongeveer vijftig andere soorten 

hij probeert te vluchten
naar de groente en het fruit
als een wieltje weigert
scheelt het weinig of hij valt 

krieltjes kant-en-klaar 

krieltjes duo
krieltjes medium
krieltjes met kruiden
krieltjes mini
krieltjes barbecue
en nog ongeveer twintig andere soorten 

dan maar naar de sla 

ricula
botersla
gemengde sla
veldsla
en nog ongeveer twintig andere soorten 

zijn laatste hoop gevestigd op bananen 
dat moet lukken 

bananen biologisch
bananen extra biologisch
bananen groot
bananen per stuk
bananen onverpakt
gestippeld, groen, geel, zwart 

zijn hart… 

hij gooit het lijstje woedend in de lege tas
gaat lekker naar de winkel bij hem om de hoek
die dure winkel, waar zíj hem altijd vriendelijk helpt 

die winkel zonder zegels, korting en speciale acties
en waar goddank geen keuze is ‘uit een ruim assortiment’ 

 

© anke labrie 

 

Themagedicht op:   overvloed  
Anke Labrie  

 

 

 

 

 

ingezonden themagedicht     
   


Deze kant op 

Hier, déze kant op: 
Zie ik de hemel dichtbij mijn hoofd
Zo dichtbij dat ik met de wolken wil dansen
en met sterretjes spelen
Ze tellen, tot er een
in mijn handen zal vallen 

 

Hier, deze kant op
is de lucht vaak zo somber
Dan zie ik 's zomers geen ballonnen meer zweven
geen kinderen die met hun vliegers spelen 

Hier, deze kant op
waar de zon opkomt en ondergaat
al even mooi als daar in Zuid Amerika
Zo jammer dat ze 's zomers
lang niet elke dag schijnt 

Maar de volle maan
zie ik dichtbij vanaf mijn balkon
Zo dichtbij dat ik haar kan groeten
en zij antwoordt met haar brede glimlach 

 

Hier, deze kant op
zingen de vogels een andere symfonie
Zijn er zoveel bloemen die ik dáár niet zie
Hier, deze kant op
blijven me zoveel dingen wenken waaraan ik
aan de overkant steeds maar moet denken. 

 

© Leonice Leite da Silva – Recife-Haarlem 

 

Themagedicht op:   overvloed  
Leonice Leite Da Silva  

 
ingezonden themagedicht     
   


Primavera - met de haren in de wind 

Was ik de wind die blaast, ik vond 
haar in het veld van pluizenbollen 
en ik - gevuld met pluisjes - 
gaf elk die ik voorbij zou hollen 
iets van haar eind'loosheid die 
de mensen stil verbaast 

 

© JohnN  

 

Themagedicht op:   overvloed  
JohnN  

ingezonden themagedicht     
   


Heerlijk avondje 

De wijn 
is gedronken 
het glas 
keer op keer geleegd 

De wijn 
is langs lippen 
tong en gehemelte 
gestroomd 

De woorden 
werden 
zoet en bitter 
bij elkaar gedroomd 

De woorden 
werden 
met de lippen 
afgeveegd 

Handen werden 
na afloop geschud 
er werd gekust 
op beide wangen 

Ons klonk nog na: 
het zingen
bij de wijn en 
de overvloed aan woorden. 

 

© Harry C.A. Daudt 

 

Themagedicht op:   overvloed  
Harry Daudt   

   
   
© Copyright Hernehim Cultuur 2001-2011   

Hernehim      

 een cultuurpagina 

HOME 

   
   
   
    
   
maart 2011  
   
           Hernehim 
          
pagina thema poëzie 
Hernehim
                   Boeiend om te bezoeken. 
                   Vrij en onafhankelijk. 
                   © HC 2001-2011 
Redactie:                             John Zwart 

Presentatie, illustratie:        Monica Boschman en Anke Labrie 

                   Thema van de maand:    buigen of barsten  

Pagina laatst bijgewerkt: 31.03.2011 

Hernehim opent aan het begin van elke maand een nieuw thema. 
Een openingsgedicht van een gerenommeerde dichter zet de toon. 
Alle dichters die zich door het thema aangesproken voelen kunnen 
toepasselijk bestaand of nieuw geschreven werk inzenden
Het thema staat de hele maand open. Een afgesloten thema blijft 
staan onder het actuele zodat alle inzendingen tenminste gedurende 
een volle maand op deze pagina te lezen zijn. 

HOME 
Nieuws  
Blog en proza 
Themapoëzie 
Vrije poëzie   
Vertaalproject 
Proza  
Activiteiten 
Over schrijvers 
Contact     

 Archief pagina's 1 voorafgaand jaar: 
Nieuwsarchief 
Blogarchief 2010 dec-juli 
Blogarchief 2010 juni-jan 
Themapoëzie archief 2010 

 Verslagen en recensies: 
archief 2010 
archief 2009 
archief 2008 
   



 maart 2011 
Thema van de maand: buigen of barsten  

Illustratie:  De kunstenaar bij de maan - 1917
Gouache en aquarel op papier 32x30 van Marc Chagall 
Expositie:  Basel, collectie Marus Diener  

     De schilder geeft zich over aan dromen, zweeft over het doek, los van de wereld

In een tijd waarin kunst politiek bruikbaar moest zijn houdt hij zich trots bij zijn inspiratie 
   

Buigen of barsten, een bijzonder thema dat weer vele wegen opent
naar nieuwe themapoëzie. Het kan zelfs als vervolg worden gezien 
op het vorige thema "loop van een leven". Immers een leven kan 
getekend worden door het maken van een keuze tussen meegaan
met een hoofdstroom of voor de eigenwijze weg. 
Kiezen voor buigen voor een sterke tegenkracht of juist dán harde
confrontatie aangaan, wat daarvan ook de gevolgen kunnen zijn,
biedt ook inspiratie. 
In de natuur zien we dat jonge bomen buigzaam zijn, gaandeweg
gaat hun buigzaamheid over in een verstarde vorm. In landen waar
de wind meestal uit dezelfde richting waait groeit het hout schuin 
omhoog van de wind weg. Waar de passaat stevig blaast zien we 
laag gebleven bomen met horizontaal gegroeide kruinen. 
Kiezen we voor het 'geloof der vaderen' of gaan we op zoek naar
onze eigen waarheid ondanks de afwijzing die dat ons oplevert... 
En waar dictators heersen met ijzeren hand liggen inwoners diep
gebogen -  totdat de heerser zijn hand overspeelt... 
dan barst de bom.  


               

Onze introductiedichter deze maand: Ingrid Jonker (1933-1965)

   


Bitterbessie dagbreek 

Bitterbessie dagbreek 
bitterbessie son 
'n spieël het gebreek 
tussen my en hom 

soek ek na die grootpad 
om daarlangs te draf 
oral draai die paadjies 
van sy woorde af 

dennebos herinnering 
dennebos vergeet 
het ek ook verdwaal 
trap ek in my leed 

papegaai-bont eggo 
kierang kierang my 
todat ek bedroë 
weer die koggel kry 

eggo is geen antwoord 
antwoord hy alom 
bitterbessie dagbreek 
bitterbessie son  


Het dramatische leven van de Zuid-Afrikaanse dichteres Ingrid Jonker, geboren in de
Westkaap in 1933, vertoont alle tekens van buigen of barsten. Vader deed er alles 
aan zijn dochter geestelijk te onderwerpen aan gedrag wat hij voor haar als passend
oordeelde. In haar puberteit werd ze tegen wil en dank opgenomen in het nieuwe 
gezin dat Abraham Jonker had gesticht nadat hij gescheiden was van haar moeder.  
Ze groeide eerst op bij oma aan Gordonsbaai, waar ze alle vrijheid genoot, maar toen
moest ze opeens het bescheiden, welopgevoede stadsmeisje worden, dat heel goed
haar plaats kende. 
Zij had talent voor schrijven, vooral poëzie, maar haar vader vond dat ze zo snel als 
maar mogelijk was in eigen levensonderhoud moest voorzien, zo kwam ze op haar
zeventiende als typiste op een kantoortje terecht - maar haar schrijfambitie liet zich 
niet beknotten nadat ze een werkend meisje was geworden.
De politieke denkbeelden van Abraham Jonker, conservatief en autoritair, waren ook
volledig tegengesteld aan die van zijn dochter met haar grote vrijheidsdrang - en haar
compassie met de arme zwarte bevolking. 
Ingrid moest vaak buigen om te overleven, maar deed dat niet vaker dan onvermijdelijk
was. Zij brak niet, ook niet nadat haar eerste bundel "Ontvlugting" werd gepresenteerd.
Ze droeg die op aan haar vader die wel aanwezig was, maar hij had de botheid om het
boek aan te nemen met de opmerking dat hij de volgende dag wel eens zou kijken of
zij hem ermee te schande had gemaakt. 
Haar gedichten tegen de apartheid - waarvan het meest spraakmakende "die kind" - 
dat zij schreef na het bloedig neerslaan van de demonstraties tegen de pasjeswetten
in Sharpeville, ontmoetten in de jaren vijftig veel weerstand. Later, toen de anti-apart-
heidbeweging in aanhang groeide en vanuit het buitenland werd gesteund, vond zij
eindelijk weer een uitgever voor haar tweede bundel "Rook en Oker". Een jaar later
bekroond met een literaire prijs. Maar haar leven verliep toch in de marge en mede 
door een ongelukkig liefdesleven brak Ingrid tenslotte toch. Ze benam zichzelf in 1965
het leven door verdrinking in zee, onbetreurd door Abraham Jonker zowel als haar
schoonfamilie Venter. 
Na de vrijlating van Nelson Mandela en de politieke overwinning van het ANC werd 
Ingrid Jonker postuum nog een Zuid-Afrikaanse beroemdheid. Mandela las haar 
gedicht "die kind" voor een groot publiek door de uitzending op radiio en tv van de
opening van het eerste democratisch gekozen post-apartheid parlement. 
Luister naar een opname van haar eigen voordracht ervan. 

© John Zwart maart 2011 

Een originele geluidsopname van een voordracht door Ingrid Jonker HIER te beluisteren

Een uitgebreider levensverhaal van Ingrid Jonker is HIER te vinden. 

   
   
        inzendingen   
ingezonden themagedicht     
   

Bittervrucht van dageraad
(Bitterbessie dagbreek)  

Bittervrucht van de dageraad
bittervrucht van zon
een spiegel is gebroken
tussen mij en hem 

Wil ik langs de hoofdweg
rennend op een draf
telkens slaan er paadjes
met zijn woorden af 

Dennenbos herinnering
dennebos vergeet
waar ik ook verdwaal
trap ik in mijn leed 

Papegaai-bonte echo
lach me, lach me uit
totdat ik bedrogen
op het spotwoord stuit 

Echo is geen antwoord 
antwoordt hij alom 
bittervrucht van dageraad 
bittervrucht van zon. 

 

Vertaling van Gerrit Komrij 

 

Themagedicht op:   buigen of barsten 
Gerrit Komrij's vertaling van Ingrid Jonker
    

ingezonden themagedicht     
   


Buigen en barsten  

Nadat de zeebodem openbarstte raasde 
een muur van water over een kuststrook 
van Japan, duizenden verdronken mensen, 
jong en oud, baby’s en grijsaards, 
(de dood is niet selectief) werden bedolven 
onder het puin van weggespoelde huizen. 

Reddingswerkers bergen nu de doden, 
rond elk opgegraven lijk staan ze in een 
kring even stil en buigen in eerbied 
voor het mysterie van de dood. 

 

© Cor Visser 

 

Themagedicht op:   buigen of barsten 
Cor Visser  

ingezonden themagedicht     
   


Vlees 

Het is 
het buigen in de wind 
wind uit uiteenlopende richtingen 

Het is 
het buigen,mijn kind 
het barsten geeft scherven 

In huid 
in vlees 
eigen vlees. 

 

© Harry C.A. Daudt 

 

Themagedicht op:   buigen of barsten 
Harry Daudt  

ingezonden themagedicht     
   


Brandmerk 

de formulierenmaffia
stelt steeds die vraag
natuurlijk ken ik al jaren
mijn geboortedatum 

als ik niet antwoord
word ik bestempeld
ben een verkeerd persoon
bij alle loketten 

er wordt al gewerkt
aan sierlijke oormerken
opsporing verzocht
kan dan naar huis gaan 

verder komen er ook nog
onderhuidse implantaten
aangebracht bij verse babies
in de rechter bil 

opsporing verzocht
door Big Brother per GPS 

 

© Marion Spronk 

 

Themagedicht op:   buigen of barsten 
Marion Spronk  

ingezonden themagedicht     
   


des storms 

zie hoe hij maait en graait
vlaagt door vuige straten
haakt aan doornen van
rozerood
horendol
goed gemutste hoofden
scheert door ferme
ademstoot, schuine leemtes
fluistert in kale oren
een wijl
zich eenzaam voelt
enkel nog een briesje
moe
schor geschreeuwd
zijn laatste zuchtje tintelend
teder langs de voren van mijn
blanke vel 

 

© Ria Westerhuis 

 

Themagedicht op:   buigen of barsten 
Ria Westerhuis 

ingezonden themagedicht     
   


De pleinen 

Ik sprak die taal vroeger ook 
De taal die ze op dat plein spreken, 
De taal van al die pleinen 
De pleinen overal ter wereld 
Waar we spraken in de 
taal van het verzet, de stenen, de opstand 
de revolutie, de vrijheid 
Die sprak ik ook, die taal 
Dat sprak ik, vroeger 
de taal van het plein 

Nu spreek ik de taal van de angst 
De taal van het misgaan 
De taal van de gewonden, de gemartelden en 
de doden, de gehangenen bungelend in de wind 
De lijken van de oude demonstranten 
vervangen door de lijken van de nieuwe onderdrukten 
Dan schiet die taal tekort 
En kan ik alleen maar sprakeloos kijken... 
naar de gruwelijke beelden op de televisie 
Dan ben ik taalloos 

 

© Ronald M.Offerman 
    Eiijlders, 20 maart 2011 

 

Themagedicht op:   buigen of barsten 
Ronald Offerman 

 
ingezonden themagedicht     
   


was het maar een lopend vuurtje

brand alom 
zelfs bovenop een torenhoge 
watergolf met 800 km/u 
zelfs uit het gewapend 
beton van ééns in 'n miljoen jaar 

en overal uit naam van 
god-weet-wat 

maar waarom schieten ze 
dan toch steeds in de lucht? 

 

© JohnN 
16 maart 2011 

 

Themagedicht op:   buigen of barsten 
JohnN 

 
ingezonden themagedicht     
   


Wat overblijft 

Nee, niet rechtlijnigheid
niet langer het aaibare
het uit één stuk zijn
Niet zó op het voetstuk staan
dat je zegt – 

Wie boog de uiteinden om
kerfde kartelingen
met wrede hand
wie sloeg de bres. 

God nog an toe
het staat nog
maar vraag niet hoe. 

 

© Atze van Wieren 

Themagedicht op:   buigen of barsten
Atze van Wieren     

   
ingezonden themagedicht     
   


Het verlangen van de dichter 

De zee schrijft klanken
in de rand van de schelp
cadans van de branding
in kartels gehard. 

De dichter smeedt verzen van
vuur, verbrandt al zijn schepen
vaart uit op zijn woorden
tot schipbreuk gedoemd. 

 

Themagedicht op:   buigen of barsten
Anke Labrie    


Het verlangen van de dromer 

De droom vindt voeding
in de gele kamers van de oost
papaverbollen zijn verpulverd
verlangen is tot rust gekomen. 

Langzaam danst zij uit beeld
zwanger geprojecteerd
op de versmalde wanden
verstrikt in zijn visioenen. 

 

De dichter Jan Jacob Slauerhoff zou met zijn leven en levenshouding
ook heel goed voor het thema "buigen of barsten" kunnen staan. 
Maar we zetten hem al centraal in april 2010, in het thema "jong zijn", 
als dichter die altijd jong bleef: hij werd nooit ouder dan 38 jaar. 

Anke Labrie verwijst naar zijn eeuwig verlangen naar de verten, koste
wat kost, waaruit ook de onverzettelijkheid van het thema "buigen of
barsten" spreekt. 
En van een drieluik knip je de kop niet af, dus bij uitzondering plaatsen
we de hele reeks verlangens van dichter, dromer en dokter. 


Het verlangen van de dokter 

De esculaap, het godenteken
ligt doelloos in zijn handen
ook de muzen doen niet open
als hij in zijn wanhoop aanklopt. 

Woorden leggen het hier af
zelfs gebaren lijken zinloos
bij het vers gedolven grafje
waar de schelpen zijn vertrapt. 

 

© anke labrie 

 
   
ingezonden themagedicht     
   


Laat ‘m barsten 

Zij schopt 
zand weg 
gaandeweg het zand 
dat door wind 
uit zee is aangeblazen 

Zij schopt 
gedachten weg 
die haar dwars 
voor de voeten komen 
de scherpe korrels haar pijn 

Zij gaat 
haar gang 
nu bevallig 
gedachten met zand 
weggeschopt: 

‘Laat hem barsten’. 

 

© Harry C.A. Daudt 

 

Themagedicht op:   buigen of barsten
Harry Daudt   

ingezonden themagedicht     
   


Ongebroken 

het craquelé van mijn hart 
toont
vele barstjes 
die het leven aanbrengt 

elke keer buig ik 
voor het lot 
opdat ik niet breek 

liefde polijst de nerven 
haalt ruwe randjes weg 
verhult kwetsuren 

 

© Marion Spronk 

 

Themagedicht op:   buigen of barsten
 Marion Spronk   

ingezonden themagedicht     
   

overmacht 

hij doet zijn grijze rugtas af
de uniforme last van brugklas 

een stem van wat zijn moeder is
wil weten of hij vrienden maakt 

het antwoord is verpakt in trieste
taal, maar zij merkt luchtig op: 

je hebt als kind al veel gefantaseerd
wie weet dan nog wat waarheid is en 

ze hebben tegenwoordig toch op
school een protocol voor pesten? 

zij gooit zijn woorden op een grote
hoop en steekt ze in de hens 

het is koud vuur, de kilte trekt pas
weg als hij de zwarte toetsen voelt 

zijn hotmail wordt verstoord: reclame
meldt een rendementsgarantie 

hij buigt het hoofd en investeert in zwijgen
belegt de pijn voor later zorg 

 

© Anneke Wasscher  
 

Themagedicht op:   buigen of barsten
Anneke Wasscher   

 
   
ingezonden themagedicht     
   

Paadje 

Het moet over blote aarde gaan.
Minder mul dan strandzand zijn, 
minder hard dan regelrechte A’s en E’s 
die in de eigen moordgang gaan. 
Stapvoets doet een paadje overleven. 

Door gaat het tot waar het zicht 
zijn doel vermist. Vaak kronkelend, 
soms hobbelend maar zelden dood. 

Dwaalt zelf het liefst in onopvallend grijs 
of bruin en in het wilde weg, ver van de wereld af 
door mooi, vooral vergeten groen. 
En liever gebogen dan gebarsten. 

Alle tijd gevuld met langzaamaan. 
Op het heden komt het aan – 

 

© Inge Boulonois  

 

Themagedicht op:   buigen of barsten
Inge Boulonois    

ingezonden themagedicht     
   

Cutty Sark 

Recht vooruit stuwde steeds de meermin 
jouw bruisende vaart, trotse zeiler, 
hoog getuigd, bijna te hoog voor 
je slanke romp en spitse steven 

Voortjagend op de passaat, op je sublieme 
aerodynamiek, achteloos menige pluimen- 
brakende pijpendrager veruit de baas 

Voorbestemd ooit door de zee genomen 
tenonder glijdend in het diep, of onder haar 
niets ontziend gebeuk uiteengeslagen, dat toch 
verkozen boven langzaam rotten aan vergeten kade 

Een eerloos einde van vergrijsde roem, dan liever 
het verterend vuur van korte metten, verachting 
voor het namaak op verkromde spanten 

een replica dat je niet bent  

 

© JohnN 
    mei 2007 - Cutty Sark de laatste originele theeclipper
    verbrand in het museumdok 

 

Themagedicht op:   buigen of barsten 
JohnN 

   
© Copyright Hernehim Cultuur 2001-2011   

Hernehim      

 een cultuurpagina 

HOME 

   
   
   
    
   
februari 2011  
   
           Hernehim 
          
pagina thema poëzie 
Hernehim
                   Boeiend om te bezoeken. 
                   Vrij en onafhankelijk. 
                   © HC 2001-2011 
Redactie:                             John Zwart 

Presentatie, illustratie:        Monica Boschman en Anke Labrie 

                   Thema van de maand:    loop van een leven  

Pagina laatst bijgewerkt: 28.02.2011 

Hernehim opent aan het begin van elke maand een nieuw thema. 
Een openingsgedicht van een gerenommeerde dichter zet de toon. 
Alle dichters die zich door het thema aangesproken voelen kunnen 
toepasselijk bestaand of nieuw geschreven werk inzenden
Het thema staat de hele maand open. Een afgesloten thema blijft 
staan onder het actuele zodat alle inzendingen tenminste gedurende 
een volle maand op deze pagina te lezen zijn. 

HOME 
Nieuws  
Blog en proza 
Themapoëzie 
Vrije poëzie   
Vertaalproject 
Proza  
Activiteiten 
Over schrijvers 
Contact     

 Archief pagina's 1 voorafgaand jaar: 
Nieuwsarchief 
Blogarchief 2010 dec-juli 
Blogarchief 2010 juni-jan
 Verslagen en recensies: 
archief 2010 
archief 2009 
archief 2008 
   

februari 2011 
Thema van de maand: loop van een leven  

Illustratie:  Bygging Ebely - Winterstudio - 1929
Olieverf op doek 149x115 van Edvard Munch 
Expositie:  Munch Museet, Oslo  

     De bouw van een nieuw woonhuis, atelier of bedrijfsgebouw

is een belangrijke fase in de levensloop ... 
   

Februarithema "loop van een leven"
Hiermee leunen we aan tegen de komende boekenweek, die volgende
maand v/a 16 maart begint. Die staat in het teken van de biografische en 
autobiografische literatuur, romans tegen een biografische achtergrond,
met als slogan Curriculum Vitae
Om de diversiteit te demonstreren verwijst de CPNB bijvoorbeeld naar 
Multatuli - Leven en werk van Eduard Douwes Dekker
door Dik vd Meulen,
Nina van Eric Smit en Bernhard - Een verborgen geschiedenis  van 
Annejet van der Zijl. 
Als dichtersthema is "levensverhaal / curriculum vitae" een te strak 
kader, daarom geven we meer ruimte aan de poëet: in zijn/haar gedicht 
zal op herkenbare wijze 'de loop van een leven' een rol spelen. 

 

Onze introductiedichter deze maand: Herman de Coninck

               
   

Voor Mekaar 

 

Vroeger hield ik alleen van je ogen. 
Nu ook van de kraaiepootjes ernaast. 
Zoals er in een oud woord als meedogen 
meer gaat dan in een nieuw. Vroeger was er alleen haast 

om te hebben wat je had, elke keer weer. 
Vroeger was er alleen maar nu. Nu is er ook toen. 
Er is meer om van te houden. 
Er zijn meer manieren om dat te doen. 

Zelfs nietsdoen is er daar één van. 
Gewoon bij mekaar zitten met een boek. 
Of niet bij mekaar, in 't café om de hoek. 

Of mekaar een paar dagen niet zien 
en mekaar missen. Maar altijd mekaar, 
nu toch al bijna zeven jaar. 

 

Herman de Coninck

 

 

 

Herman de Coninck (Mechelen,1944)
is de dichter die we gekozen hebben ter introductie van het maandthema 
"loop van een leven". Daarvoor is een heel gegronde reden, want de Coninck 
is bij uitstek een 'chroniqeur' van zijn hele literaire en persoonlijke leven. 
Bij zijn dramatisch overlijden, in Lissabon op 22 mei 1997, heeft hij een enorme
brievencollectie nagelaten, bestaande uit meer dan 15.000 schrijfsels van elke
mogelijke aard. Iedere ontvangen brief of kattebelletje werd bewaard en van elke
brief ooit door hemzelf geschreven behield hij een kopie. 
Voor de beheerders van zijn nalatenschap een 'mer a boire' aan gegevens.
De Conincks hele leven verliep tussen de letters. Geboren in Mechelen in 1944,
waar zijn ouders een boekwinkel hadden, volgde hij in die stad het St.Rombouts-
college en was het als vanzelfsprekend om Germaanse filologie te gaan studeren
in Leuven. Na eerdere ervaringen met het schrijven in schoolkranten werd hij daar
al een spilfiguur van het Studentenblad "Universitad". Na zijn studie was hij jaren
lang redacteur bij "Humo", en bij dat blad vooral actief met interviews in samen-
werking met Piet Piryns. In 1983 richtte hij het "Nieuw Wereldtijdschrift" op, dat 
een belangrijk literair blad moest worden. Het bereikte tot zijn teleurstelling niet
het gewenste lezersaantal om langdurig te blijven bestaan. 
Zijn leven is vervuld geweest van zowel liefde als verdriet. Als jong student moet
hij de vroege dood ervaren van zijn vader in 1962. Later zou hij zijn eerste vrouw,
An Somers, verliezen bij een auto ongeluk. Verhuisd naar Antwerpen Berchem 
hoopte hij nieuw geluk te vinden bij zijn tweede vrouw, Lieve Coppens - doch dit
huwelijk strandde in een echtscheiding. Op middelbare leeftijd vond hij daarna 
troost bij de 11 jaar jongere weduwe Kristien Hemmerechts. 
Als dichter zet de Coninck zich enigszins af tegen de experimentelen: hij houdt
vast aan een toegankelijke stijl. Door sommigen verguisd maar geliefd door velen.
Hij wordt in Vlaanderen toch gezien als de dichter bij uitstek "die het volk leerde
poëzie lezen". Zijn romantische debuut in 1969: "Lenige liefde" kenmerkt een 
wat ironische stijl - hij krijgt er direct al de Yangprijs voor en dezelfde bundel valt
later nog de Prijs van de Provincie Antwerpen ten deel. 
Ook de bundel "Zolang er sneeuw ligt" oogst veel waardering en wordt ook
met prijzen bekroond. De stijl hiervan is meer melancholisch en kan wellicht 
gezien worden als een rouwverwerking. 
In mei 1997 bezoekt hij in gezelschap van Hugo Claus en Anna Enquist de stad
Lissabon. Op weg naar een internationaal literair congres overvalt hem een hart-
stilstand en hij sterft op straat, pas 53 jaar oud. 

© John Zwart – 1 februari 2011. Hernehim Cultuur  

Meer gedichten van Herman de Coninck zijn vrij te lezen op deze internetsite:
http://www.poezie-leestafel.info/herman-de-coninck

 

   
        inzendingen   
ingezonden themagedicht     
   


Kronkelig 

mijn dwaalwegen zijn soms
te kronkelig voor jou
minder rechtlijnig ben ik
en ook wel zonder kaart 

ik reis dan licht en onbezorgd
jij denkt: verdwaalt ze niet?
steeds weer vind ik je terug
mijn lief en ook mijn aardse voeten 

 

© Marion Spronk  

 

 

Themagedicht op:   loop van een leven
Marion Spronk    

ingezonden themagedicht     
   


Apolloon 

een zoon, zijn moeder ongenode, vloog voortijdig uit 
ging struinen door veld en weide, een schare kinderen 
om hals en hand - het zingen was nooit veraf 

zijn muze doordrenkte het slaven van lange dagen 
verkende mensuren en tijden in klare hymnes 
en wekte met stillende kracht 

de gonzende korven zijn nu leeg, de druiven gerooid 
nog brouwt hij uit wrange sleedoornvruchten zoete wijn 
om straks, als de houtduif weer haar groet roekoet 
bedachtzaam madeliefjes te zaaien in het gras 

 

© Lieve De Vos 

 

 

Themagedicht op:   loop van een leven
Lieve De Vos    

ingezonden themagedicht     
   


levensloop 

als kind loop ik het tuinpad af 
wanneer ik struikel over stenen 
dan is er altijd iemand die naar 
buiten komt, het leven tilt me op 

bij elke straat wil ik de overkant 
het kruispunt daagt mij uit en 
haast is ongeduldig jong 
gevaar wordt niet gewogen 

de snelweg neemt me met zich mee 
verleiding lokt steeds verder weg 
mijn tempo heeft een reden 
het reizen neemt een vlucht 

totdat de voortgang stroomlijn mist 
het leven draait in cirkels rond 
de wielen vliegen uit de bocht 
en ik word wakker in de berm 

liggend op mijn rug zie ik hoe takken 
van de bomen wijzen naar de zon 
ze groeien in de richting van de wind 
ik zoek een bospad op  

 

© Anneke Wasscher  

 

 

Themagedicht op:   loop van een leven
Anneke Wasscher    

ingezonden themagedicht     
   


Vraag 

Mijn onderdelen vallen uit elkaar. 

Geen nood, atomen maken om 
het even waar hun vreugdedans. 
Mijn eiwit valt uiteen tot hergebruik. 
Een bacterie stribbelt nogal tegen 
maar vindt geheid een nieuw tehuis. 

Ja, er is veel eeuwigheid in mij. 

Maar zeg eens, waarheen gaat de pijn 
waar stapelt zich het hartzeer op 
waar moet je voor mijn liefdes zijn 
en waar blijft het lied in mijn mond, 
is er een pakhuis voor dakloos geluk? 

Zeg me, waar gaat verlangen heen. 

 

© Atze van Wieren 

 

 

Themagedicht op:   loop van een leven 
Atze van Wieren   

ingezonden themagedicht     
   


geen thee 

zoals er in een peleton altijd een de laatste is
en een voorop
misschien schieten ze van achteren vandaag
nou ja ik ging op weg met weinig zin 

zal ik zeggen ik hoef geen thee
ik kom hier niet om thee te drinken
ik kom hier voor een executie
nou ja ik was op weg 

dacht aan je laatste woorden
dag en lief, beter kon het niet gezegd
ze moeten maar de laatste blijven
dit wordt geen lang gedicht 

ik was op weg
kwam in een wereld die ik niet begreep
vrouwen tegen redelijke prijs lappen vlees
boven rose en beneden oud verleden 

zij hing nog in een stoel 
er lagen stenen om haar heen 
er groeide mos op haar benen 
stapte op iets dat later een gebit bleek te zijn 

er lag zoveel op de grond 
ze waren druk er waren feesten 
ze sleepten beesten uit hun hokken
ik zag hun handen 

ze sloopten vrouwen 
ik rook de gieren 
ik dacht ik moet hier weg 
gewoon is zeker niet meer goed genoeg 

ik zag een vrouw bij een herdenking 
verdriet tot aan haar ogen 
het had je zus kunnen zijn 
misschien was je het zelf wel 

een dode verder 

 

© pw 

 

 

Themagedicht op:   loop van een leven  
Pom Wolff

ingezonden themagedicht     
   


Hera 

een meisje naaide het kleed van haar leven 
met trefzekere witte steekjes 
maar eva's rijpheid kleurde rood 
een man doorbrak de cocon 

hoe gretig kwamen kinderen blond en bont 
en gooiden alle regels om 
dochters scheurden het weefsel 
haar ijzeren kern smolt en kolkte 
in magma van woede 

tot het felle omhulsel slonk en 
vuur tot vonken luwde 
nu sterft ze elke dag een beetje 
de moeder heeft geen borsten meer 
haar grijze zonen leerden zorgen 

 

© Lieve De Vos  

 

 

Themagedicht op:   loop van een leven  
Lieve De Vos   

ingezonden themagedicht     
   


Toentertijd 

Mijn vader was klokkenmaker 
in zijn vrije tijd. 
In enkele seconden lagen 
alle radertjes op de keukentafel 
uit-ge-spreid. 

Maar tijdens de reparatie 
keek hij niet op een minuutje. 

En terwijl mijn vader de tijd 
naar zijn hand probeerde te zetten 
schilde mijn moeder de aardappelen 
en las ik in een spannend boek. 
-Even stond de tijd stil-  

Toentertijd had mijn vader geen horloge, 
later wel. 
Maar na het overlijden van mijn moeder 
had de tijd elke betekenis voor hem 
verloren. 
De klokken in zijn kamer stonden stil.
....................................................... 
Nu tikken ze weer. 
Bij ons. 

 

© Cor Visser 

 

 

Themagedicht op:   loop van een leven   
Cor Visser 

ingezonden themagedicht     
   


parafrase 

je dist verhalen op van je pianolerares 
ze klinken na in haast vertrouwde toon: 
juffrouw Mol komt uit haar graf tot leven 
en mijn gedachten - vluchtend van de les 

toonladder en étude worden om het even 
streng beluisterd - de liniaal van hout paraat 
om elke fout verdiend staccatotik te geven 

en om mijn oefenspijbel stevig in te wrijven 
speelt ze chopin voor - heel klassiek 
zo toont zij aan: jij zult het toch nooit leren 

in droom van dave en oscar heb ik geen repliek 

met tijd komt pas begrip van brede sferen 
valt bach tot zappa binnen mijn optiek 

maar uit mijn klavier klonk lang niet meer muziek 
wil jij nu voor mij spelen? ik zal 't hoog waarderen 

 

© JohnN 

 

 

Themagedicht op:   loop van een leven   
JohnN 

ingezonden themagedicht     
   


les van hout 

de jaarringen zijn niet rond
en de kern zit niet in het midden 

ik zie de les van deze stam 
maar geldt die ook voor mij? 

nee wacht met zagen 
ik weet genoeg 

of wil het nog niet weten 

 

© Monica Boschman 

 

 

Themagedicht op:   loop van een leven 
Monica Boschman   

ingezonden themagedicht     
   


Adel verplicht 

Ik ken je niet.
Je bent, zegt men, een dochter
van de broer van mijn moeder
In je trekken zitten lijnen van haar stam,
je hebt in je gang iets wentelbaars
zoals haar vader.
Je geeft zijn, haar, ons bloed
door in je kroost. Dat zegt men. 

Ik heb je nooit gekend.
Mijn en jouw kinderjaren
zijn totaal verschillend afgeplakt.
Jij doorliep vreemde lessen van een hoger soort
en hebt mijn platen nooit gedraaid.
In mijn dubbelzijdig album staat
geen foto van jouw groeiend lijf,
en toen de witte seringen jouw huis versierden,
sliep ik die nacht mijn eigen droom. 

Toch is niets aan jou mij vreemd.
De herkenning plet de jaren
die ons scheiden tot één moment.
In de soap van je prinselijk leven
klinken de akkoorden van mijn muziek,
hebben wij dezelfde taal geleerd
en geuren je borsten
van de bloemen uit mijn tuin. 

Ik ben, zegt men, de zoon
van de zus van je vader.
In het kruispunt van jouw stam
ligt mijn adel verborgen. 

 

© Ad van Schijndel 

 

 

Themagedicht op:   loop van een leven 
Ad van Schijndel   

ingezonden themagedicht     
   


Windstilte 

In een jurk gehesen kleeft ze aan het raam,
door een waterval van vitrage ingelijst. 

Tropisch de kamer, kouder haar handen
dan zij ooit was, gezicht als van papier maché. 

Haar theeniplippen kabbelen voort, het refrein
bewakend wie ze was. Was met mijn vader, 

het eigen huis, de grote bloementuin. Achter haar
hipt een mus op een klein stuk gazon. Windstil 

is het. Op het hek rekt zich de nazon uit – 

 

© Inge Boulonois 

 

 

Themagedicht op:   loop van een leven 
Inge Boulonois   

ingezonden themagedicht     
   


dichters zonder muilkorf 

In diepdonkere tijd 
blijft mij toch mijn vrijheid: 
ik ambieerde geen politiek -
glans van bezit nooit mijn streven 
geweest - klein creatief uit 
mijn vrije geest, dát was mij lief 

Ik beluister het allemaal: 
verbloemde doelen, duistere 
feiten verzwegen - antwoorden 
verstopt in een wollig verbaal 
op vragen gesteld in 
klinkklare taal 

ik zeg u meneer - ik zeg u 
waar het op stáát:: u draait 
u verhult en u liegt - 
ik heb het gezegd 
schiet mij nu maar neer 

maar het is al gehoord 
wáárom zo hard wordt gemoord 

© JohnN 

 

 

Themagedicht op:   loop van een leven  
JohnN  

ingezonden themagedicht