|
Het is geen unicum als er een boek, of een poëziebundel uitgegeven wordt.
Jaarlijks overstrómen de uitgevers ons met vele honderden titels van
bekende of minder bekende auteurs. Het is voor een gewone geïnteresseerde
lezer niet bij te houden en dan beschouwen we hier alleen nog maar datgene
waar de Meulenhoff's, de Bezige Bijen, de Arbeiderspersen en al die andere
grote bekenden ons mee verblijden.
Daarbij is het verbazingwekkend hoe het fenomeen marketing zich óók al
op literatuur heeft geworpen, als betrof het een nieuw deodorant of een
smakelijk zoutje. Het succes van de 'marketeers'
is onmiskenbaar, zij hebben alle literaire rubrieken in de media aan een
touwtje hangen.
Bijna twee jaar geleden alweer schreef ik een column, toen elke weekend
bijlage en iedere radio- en tv-rubriek, die zichzelf een cultureel sausje
overgoot, zich opeens massaal op een Nederlandse Française wierp, die een
beschouwing over 'de Nederlandse man' schreef.
De dame debuteerde een triviaal boekwerkje aan de hand van 35 interviews
met buitenlandse dames met 'n Nederlandse man als partner. Wekenlang wierp
onze journalistiek zich op deze smakelijke dame en promootten haar in
sneltreinvaart tot 'bekende Nederlander'. Intussen bleven andere werkelijk
interessante boeken onbesproken of op zijn minst onderbelicht. Het lijkt
wel met literatuur net als met commerciëel gepromote jeugdrages. Daar is
het een geaccepteerd feit dat er perioden zijn dat alle middelen periodiek
worden opgezogen door één fenomeen. De ene keer heet het Pokémon dat
naadloos overgaat in Harry Potter tot er weer iets anders is dat alles
overschreeuwt.
Misschien dat het daarom is, dat ik dit voorjaar een dubbel gevoel had bij
de nalatenschap van de dichteres Marie Vasalis. Tijdens haar arbeidzame
leven Margaretha Droogleever Fortuyn, psychoanalytica, langdurig verbonden
aan de Universiteit van Groningen, die bijna vier jaar geleden, in 1998,
stil in het dorpje Roden (Dr.) op bijna negentigjarige leeftijd overleed.
Zoals zovele dichters schreef zij haar poëzie naast het beroep wat zij
uitoefende. Een páár bundeltjes maar, die mij zeer lief zijn.
Geliefd, omdat zij die schreef in de tijd dat het geen bonton was om
cryptogrammen te schrijven: moeilijk te doorgronden gedichten waarop de
lezer zich lange tijd het hoofd kan breken over de diepe gedachten die de
dichter tijdens het schrijven bezig hielden. Marie Vasalis' gedichten brengen in de eerste plaats een directe ontroering
teweeg, ontroering die je diep in je binnenste kunt voelen, warmte, soms
doen ze een traan opwellen.
Ik wil hier een oud gedicht citeren, geschreven in een tijd vóór de
spellingsvereenvoudiging van Marchand. De 'oude spelling' die het gedicht
onmiskenbaar in een tijdsbeeld neerzet, maar niettemin is het nog
springlevend en de verlangende spanning van de wachtende op de afspraak
doet het sterk invoelen. Omdat het door haar in het gedicht beschreven
gevoel zo authentiek en tijdloos is, wordt de lezer onmiddellijk door haar
binnengelaten:
Wachten in den ochtend
Ik zat te wachten in een groot en leeg café
in bont gedoken, rillend in mijn eigen vuur
en alle bleeke kellners wachtten mee…
Zij spraken weinig, met gedempte stem:
ze wacht op hem, ze wacht op hem, op hem…
Er was geen klok, geen tijd, alleen maar duur.
De roode boomen brandden in het park omhoog
en het geblaarte rilde in hun naakte brand;
ik zag het, en ik zag een vreemde hand
voor mij op tafel, mager, en die soms bewoog
op 't roode kleed – de voorhang van een tabernakel
Toen was ik niets meer dan maar één tentakel
die blind'lings strekte, één blind oog voorop
en één doof oor, één sprakelooze, open mond,
gestrekt en zoekend tusschen duizend menschen
en afgeleid door geen – één dringend wenschen
totdat hij enkel maar dien enen vond,
dien 't oog kon zien, het oor kon horen
en dien de mond had uitverkoren
en die de roep daaruit verstond.
Tot hij daar was, tot hij daar stond
en ik, nog ganschelijk verloren,
hem nauw kon zien, hem nauw kon hooren.
"De Vogel Phoenix"
- 1947 Uitg. Stols
Geen wonder dat het werk van
Marie Vasalis ver na 1954 nog steeds bleef verkopen. Vanaf dat jaar
verschenen er geen nieuwe bundels meer van haar hand. Maar de tot dan
uitgegeven werken kwamen tegemoet aan de behoefte aan poëtische gedichten
die bleef bestaan en die door de vijftigers en latere dichters van de
tweede helft van de vorige eeuw steeds minder werden geschreven.
Natuurlijk bleef zij gedurende de volgende jaren nog regelmatig een
gedicht schrijven. Immers welke dichter stopt nu ècht op zeker moment?
Geen ènkele toch, zelfs als het slechts geliefde vrije tijdsbesteding is,
het dichten blijft dóórgaan, zoals het ademen. Maar na die oude uitgaven
was zij zodanig vervuld van haar wetenschappelijke beroep dat zij niet
meer publiceerde.
Intussen oogstte Van Oorschot de opbrengst van de ene na de andere herdruk
van haar oorspronkelijk werk.
Natúúrlijk ben ik blij dat de latere pennenvruchten van Marie Vasalis
niet tot de kleine familiekring besloten bleven, dat óók ik er kennis
van mag nemen. Maar toch bracht het uitbrengen van "De oude
kustlijn" weer zo'n dubbel gevoel. Want zonder enorm reclame
bombardement zouden de liefhebbers van Marie Vasalis deze bundel
moeiteloos hebben ontdekt, herkend en gekocht.
Maar Van Oorschot was dagenlang niet uit de hilversumse studio's en
de andere nieuwsmedia weg te slaan. Hij kreeg bij elke omroep, die zo
graag het werk van de collega's nog een keer overdoen, een gastvrij
onthaal. Er werden intussen diverse goede bundels uitgegeven, maar we
stonden bloot aan een enorm offensief waarbij uitsluitend het focus
gericht bleef op die ene postume bundel 'De oude kustlijn'. En dat heeft
Van Oorschot die al slapend rijk wordt van de eindeloze reeks van Voskuil
niet nodig en Marie Vasalis al evenmin.
Ik werd kriegel, omdat Marie Vasalis ná haar dood nog tot een soort hype
wordt gemaakt. Als er al één is die zelf geen hype zou willen zijn is
dat de dichteres zelf. Rustig, bescheiden, teruggetrokken en op het laatst
van haar leven heel intens bezig met het ondergaan en de acceptatie van de
naderende dood, waarmee ze ons een leerzame les naliet in alle schoonheid
van haar poëzie:
Sub Finem
En nu nog maar
alleen
het lichaam los te laten –
de liefste en de kinderen te laten gaan
alleen nog maar het sterke licht
het rode, zuivere van de late zon
te zien, te volgen – en de eigen weg te gaan.
Het werd, het was, het is gedaan.
"De Oude
Kustlijn" - 2002 Uitg. Van Oorschot
Ik heb gewacht met deze impressie te
publiceren om me zelfverwijt te besparen, immers direct reagerend zou ik
mij óók hebben geschaard
onder al die lieden, die zich verdringen als vazallen van Van Oorschot om
aandacht voor de postume Vasalisbundel te vragen. Maar nu doe ik dit
toch...
Mea culpa, het is niet specifiek deze bundel waaraan ik denk, ik doe een
poging om het innerlijke wezen van de dichteres Marie Vasalis te
benaderen.
Waarschijnlijk vanuit het weten dat ik haar over niet zo heel lange tijd
ook in die late zon zal moeten volgen. Zij heeft me in dit open gedicht
weer in haar gevoelswereld binnengelaten.
Tot over twintig jaar, tien of morgen?
© John Newswatcher oktober - 2002
|