HERNEHIM NATUUR - Integraal overgenomen artikel Staatscourant
"
Minister
en vissers mogen hun borst natmaken voor Habitat-uitspraak.
Een
stevig juridisch advies heeft het licht gezien, wellicht met vergaande gevolgen.
De Nederlandse Raad van State heeft het Europese Hof van Justitie om een
prejudiciële beslissing verzocht over de uitleg van de Habitatrichtlijn. Het
geschil gaat over de vergunningen voor de mechanische visserij op kokkels.
Onlangs heeft de Advocaat-Generaal (verder aangeduid met 'A-G') duidelijk
gemaakt dat zulke activiteiten heel strak langs de strenge lat van de
Habitatsrichtlijn moeten worden gelegd.
De
A-G adviseert het Europese Hof. Hij geeft een juridisch oordeel over het
wettelijke kader, in dit geval over artikel , lid 1 en 2 Habitatrichtlijn.
Bindend is wat het Hof zal zeggen.
De opvatting van een A-G is doorgaans een belangrijke indicatie voor de richting
van denken. Alleen al om die reden is het goed de overwegingen van de A-G op het
onderdeel 'voorzorgsbeginsel' kort te bezien, want dit beginsel zou wel eens een
beslissende rol kunnen spelen bij ten eerste de uitspraak van de Afdeling
Bestuursrechtspraak van de Raad van State inzake de vergunningverlening voor
mechanische kokkelvisserij, en ten tweede bij andere vergunningsaanvragen voor
activiteiten die strijdig kunnen zijn met dit beginsel (onder andere in de
Waddenzee).
Wat zegt het voorzorgsbeginsel? De vergunningverlenende autoriteit moet een
gemotiveerd oordeel geven of het betrokken gebied wordt geschaad. Er moet een
'passende beoordeling' zijn, die voorafgaat aan toestemming voor een plan of
project. De mogelijke schadelijke gevolgen moeten worden getoetst aan de
instandhoudingdoelstellingen. Met andere woorden: neem geen beslissingen waar je
later spijt van krijgt; zorg goed voor hetgeen aan je beheer is toevertrouwd.
Wegen is moeilijk.
Met
zo'n abstracte uitleg van het voorzorgsbeginsel kan iedereen leven. Elke
bevoegde autoriteit wil immers zo goed mogelijk zorgen voor het land en water
waarvoor hij bestuurlijk verantwoordelijkheid draagt. Het wordt altijd veel
moeilijker wanneer – bijvoorbeeld bij een vergunningaanvraag – een weging
moet plaatsvinden van een reeks – soms tegenstrijdige – belangen die op zich
allemaal relevant zijn.
Dan hebben de overheden als bevoegd gezag kaders nodig op grond waarvan ze een
gewogen beslissing kunnen nemen. Zoals in dit concrete geval: gaan de
economische belangen van de kokkelvissers boven de belangen die onder meer te
maken hebben met de veerkracht van de Waddenzee?
De Habitatrichtlijn bevat regels waarvan de juridische uitleg blijkbaar nog niet
eenduidig is. Artikel 6 van de richtlijn wil garanderen dat de natuurlijke
rijkdom in zogenoemde 'Natura-2000 gebieden' in stand blijft. Dat kan door
actief handelen. Dat kan ook door te voorkomen dat verslechteringen of storende
factoren met een significant effect optreden. Negatieve (onomkeerbare) gevolgen
voor het ecosysteem zijn uit den boze.
De A-G geeft haarscherp aan hoe een passende beoordeling van mogelijk
schadelijke effecten eruit moet zien. Hij noemt drie criteria:
1.
de beoordeling moet aan het plan of project voorafgaan.
2.
de cumulatieve effecten moeten gewogen worden.
3.
alle schadelijke gevolgen voor de instandhoudingdoelstellingen moeten
gedocumenteerd worden.
Bevoegde
instanties mogen alléén toestemming voor een plan of project verlenen wanneer
ze, na weging van alle relevante informatie, zeker zijn dat het betrokken gebied
daarvan geen schadelijke gevolgen ondervindt. Er mag geen redelijke twijfel aan
de afwezigheid van dergelijke gevolgen bestaan.
De A-G concludeert bovendien dat het Habitatrichtlijnbegrip 'plan en project' ook
een activiteit omvat die al vele jaren uitgeoefend wordt, maar waarvoor in
beginsel elk jaar voor een beperkte periode een vergunning wordt verleend.
Zorg.
Wat
het Europese Hof vindt, horen we de komende zomer. De conclusie van de A-G is
uiterst interessant. Zij bevat elementen die de Habitatrichtlijn (in relatie tot
de Vogelrichtlijn) stevig kunnen verankeren in de afwegingen bij
vergunningverlening zoals die bij de kokkelvisserij aan de orde zijn. Als het
Hof deze conclusie overneemt, krijgt de minister van LNV het er niet
gemakkelijker op.
Ik stel vast dat de Europese regelgeving veel klemmender is dan Nederlandse
autoriteiten wel eens denken. Het is wijs van de Raad van State om de blik eerst
op Europa te richten, alvorens zelf uitspraak te doen. De uitleg van de A-G naar
aanleiding van het voorzorgsbeginsel, mits overgenomen door het Hof, zal
verstrekkende gevolgen voor ons land hebben. Er zijn talrijke projecten,
activiteiten en handelingen waarbij het voorzorgsbeginsel een groot gewicht in
de schaal kan leggen. Velen overzien dit nog niet. Dat is te betreuren, want
Europa is dichterbij dan menigeen denkt.
De auteur is hoogleraar Waterstaats- en waterschapsrecht aan de Universiteit Utrecht en dijkgraaf. (Staatscourant nr 25 – febr. 2004)
"
|
© Hernehim Natuur 2001 - 2008 |
|
|
De Natuurpagina's worden
onafhankelijk geredigeerd en mede mogelijk gemaakt door Hernehim Beheer bv