Hernehim Natuurpagina's
Wandeling 5

          Alles van waarde is weerloos

Lucebert.     

Informatie
Doelstellingen en antwoorden op 
     veel gestelde vragen 
Ganzen 
Libellen 
Mussen 
Sijsjes 

Natuurbeleving 
Terug naar de Introductiepagina 
Link naar Cultuurpagina 

 Wandeling 5   In het voetspoor van Jac P Thijsse    Geplaatst 10 mei 2004
 Langs de Vecht in 1910 en 1997

Tussen Maarssen en Breukelen. Cromwijck tot Queekhoven.

Deze vijfde wandeling kan het best worden gemaakt vanuit Breukelen, de naam hiervan is uit 'Broekland' ontstaan en door dit broekland gaat een deel van de route. 
We beginnen bij bushalte Breukelen-Markt of Parkeerplaats Markt, de inrit daarvan is tegenover de Gereformeerde Kerk – vrij parkeren op alle dagen, behalve op de vrijdag. 

Achter het plein zien we veel mooi oud groen en dáár aan de linkerzijde de posten van een oud toegangshek: "Boom en Bosch" staat erop. Een oorspronkelijke buitenplaats, fraai gerestaureerd in 1983 en nu het gemeentehuis van Breukelen geworden. 
Natuurlijk lopen we even de oprijlaan in, want er staan veel mooie oude bomen. Zoals te verwachten honderd tot tweehonderd jaar oude eiken en beuken, maar ook enkele bijzondere bomen, die ik graag even speciaal wil noemen: de indrukwekkende moerascypres (taxodium disticum), een reusachtige zilveresdoorn (acer saccharinum) met donker, diep ingesneden blad, licht gekleurd aan de onderzijde, ook een japanse esdoorn (acer japonicum) waarvan de bladlobben bijna helemaal gedeeld zijn. 
We beleven nu veel plezier aan de tuinhobby van vroegere landgoedheren, die lang geleden bijzondere en vaak exotische bomen lieten aanplanten. Langs het huis bereiken we de klassieke symmetrische oevertuin aan de Vecht, waar in beide tuinhelften de trompetboom (catalpa bignonioides) in mei prachtig staat te bloeien, trossen van schitterende lipbloemen bloeien in een enorm wijde takkenkroon. 

Als we de poort van 'Boom en Bosch' weer uitkomen lopen we de Dannestraat in, die zich buigt naar een brug die over een smal watertje ligt: de 'Dannegracht'. Die vormt een verbinding tussen de Vecht en het Amsterdam - Rijnkanaal. Ook aan de overkant van dat kanaal mondt er een watertje uit, de 'Aa' die zich van daar uit kronkelend door het landschap slingert en dat kan geen toeval zijn. De huidige Dannegracht is dus ongetwijfeld een overblijfsel van een vroegere stroomtak van de Vecht. 
Bij de gezellige Kerkbrink met de vele terrasjes gaan we rechts om de hoek de Brugstraat in en zien vóór ons de karakteristieke dubbele ophaalbrug van Breukelen over de Vecht. Aan de aanééngesloten oude geveltjes van dit Brugstraatje is het goed te zien dat het al heel lang geleden is dat Breukelen zal zijn ontstaan. 
Breukelen was in de 17 de eeuw kennelijk al belangrijk genoeg om er aan de Amerikaanse oostkust een stad naar te noemen. Fascinerend dat een stadsdeel van NewYork eigenlijk zijn naam aan het oude moerassige vechtplassenland ontleent: 'Brooklyn'. 

Gemeentehuis Breukelen in klassieke sferen 

Landgoed "Boom en Bosch" met oevertuin in originele stijl 
Langs de Laan van Gunterstein naar de Zogkade
De weg langs de oever die we over de brug bereiken heet 'Zandpad', al lang geen zandpad meer en helaas vrij intensief bereden door motorisch verkeer. We steken over en zien rechts een robuust vierkant versterkt huis, omgeven door een slotgracht: "Gunterstein". Het is direct duidelijk wie er van oudsher de baas waren in Breukelen, de heren van Gunterstein hebben nog steeds niet alleen hun eigen zitplaatsen, vóóraan in de Pieterskerk, maar konden daar zelfs naar binnen door een eigen deur! 
De weg die we nu inlopen heet 'Laan van Gunterstein' en dat zal ons nauwelijks kunnen verrassen. Die eikenlaan is geplant in een tijd dat er voetgangers en koetsen over gingen, waarbij men maar zelden tegenliggers ontmoette. Voor onze veiligheid moeten we langs de linkerkant van het laantje lopen, want er is nogal wat rijverkeer
naar de Loosdrechtse Plassen. Maar na 200 meter is er een tweede ingang van het Landgoed Gunterstein en die is wél voor publiek toegankelijk. Het is aanlokkelijk om het laantje te verlaten en rechtsaf te gaan. Daar ligt heel verrassend een veel bredere laan van gras met schitterende oude hollandse linden (tilia vulgaris)
Wandelpaadjes lopen vanaf deze laan het bos in. De merels en zanglijsters zingen nog volop hun lentelied en ook laat van verschillende kanten de tjiftjaf zich horen. 
In de maand mei zijn de bosanemoontjes en het speenkruid allang verdwenen en ook het look-zonder-look is uitgebloeid. Ze gaan ondergronds tot de volgende lente, wanneer ze hun kans op zonlicht weer krijgen zolang de bomen nog kaal zijn. 
Er zijn nu weer andere bloeiende wilde planten. Niet te missen de judaspenning, de paarse, misschien zien we de zeldzamer witte variant. We zien heel veel heksenkruid met bloeitrossen van tere witte bloempjes en het robertskruid met zacht lila geranium-bloempjes. Op mijn wandeling ontdekte ik ook nog de voorjaarshelmbloem met paarse bloemen, die een bladvorm heeft die er hetzelfde uitziet als van de gele helmbloem die we zagen aan de muur van "Doornburg"  in Maarssen. 
Ook zien we heel veel gele bloempjes van dat leuke nagelkruid. Later komen daar van die grappige zaadkluwentjes aan met allemaal gebogen haakjes. Zoals zoveel boskruiden laat ook deze plant zijn zaden meeliften in de vacht van passerende dieren. 
De bosandoorn staat ook juist in bloei met diep donkerrode lipbloemen. 'Het zachtbehaarde blad ruikt onaangenaam bij kneuzing', zegt de flora. Het is een subjectieve vaststelling. Niet voor iedereen zal de geur even onprettig zijn, maar die is wel héél kenmerkend voor deze  plant. 
Onder de beuken aan de zuidkant van het bos trof ik later in het jaar – in juni juist na een natte periode – ook diverse zomerpaddestoelen aan: vroeg eekhoorntjesbrood, de panterameniet en een trechterzwam. Het bos van Gunterstein lijkt dus voor het echte paddestoelenseizoen, september-oktober ook aan te raden. 

Na het rondje Guntersteinbos vervolgen we onze weg langs de laan in oostelijke richting. In de z-bocht ligt aan de linkerkant de hoeve 'Klein Gunterstein', daar eenmaal voorbij kunnen we veilig achterlangs de linkse rij laanbomen lopen, met landelijk zicht over bermen, een slootje en daarachter weilanden. 
De gele lis staat hier overvloedig langs de slootkant, eind mei al in bloei. Bij het water zien we verder de moerasspirea met wollige witte pluimen, óók de valeriaan met zijn witte en zachtroze schermen kunnen we langs het water bewonderen. 
Op de lichte plekken - telkens tussen de laanbomen in - is de berm afwisselend soms rood, soms wit, van de rode en witte klaver. Alle kleuren van de berm en slootkant zijn in deze lentetijd een lust voor het oog! 

Na vijf- á zeshonderd meter begint er aan de rechterkant een populierenbos en langs de laan staan er enkele oude italiaanse populieren. De stammen in het bos zijn begroeid met klimop en dit stuk wordt op het laatst dicht en donker. Langs de sloot staat er een hele strook met hoog uitgegroeide balsemienen dat juist zijn bloei gaat beginnen. 
Over een duiker in de weg bereiken we de kruising met de Zogkade. Aan onze linkerhand ligt het buurtschap Scheendijk en vóór ons uit loopt de weg door naar de plassen. Wij gaan rechtsaf en kunnen daar een heel rustige route volgen. 

 Naar Fort Tienhoven

Weelderige water- en oeverplantengroei in en aan de sloot van Polder Proosdij. 

De prachtige zwanebloem met rechts het pijlkruid en op het hele wateroppervlak de bloeiende watergentiaan. 

De kieviten buitelen boven de weiden, de jongen zijn al zelfstandig en scharrelen in troepjes over het pas gemaaide hooiland. De ouders bewaken ze  en jagen de nieuwsgierige zwarte kraaien weg.  
Met korte kirrende kreten scheren slanke vogels laag over het land en de slootjes: zwaluwen. Het betreft de boerenzwaluw, herkenbaar aan een heel lang gevorkte staart en rode veertjes op de kop en hals rond de snavel. 
Het fluitenkruid in de berm heeft de top van de bloei gehad, later blijven de dorre bloeistengels die houtig zijn geworden nog lang staan, terwijl ze hun ontelbare donkere zaden verspreiden, voorzover ze niet door vogels worden opgegeten. Dan zijn er alweer andere witte schermbloemen in bloei gekomen: de berenklauw. Pas op voor het aanraken met de blote huid. De brandharen op de stengels en bladeren kunnen huidirritaties veroorzaken met veel erger en langduriger ongemak dan de jeuk en prikkeling die de grote brandnetel ons bezorgt. In deze berm zien we alle drie varianten van de smeerwortel: paarsrood, wit en bleekroze bloeiend. 

We passeren intussen de hoeve 'De Morgenstond'. Zouden dáár die boerenzwaluwen broeden? Achter de grote openstaande schuur staat er op het erf nog een tweede, heel bouwvallig exemplaar waar zij altijd vrij in en uit kunnen vliegen. In de struiken bij de boerderij scharrelt een troepje heggenmusjes. 

Omdat het hier zo rustig is dringen alle vogelgeluiden helder tot je door. Een gedempt constant gedruis klinkt op de achtergrond: de A2 die hemelsbreed drie kilometer naar het westen ligt is altijd hoorbaar. Er bovenuit worden we op onze wandeling regelmatig verrast door de tinkelende tonen van het carillonnetje van Nijenrode. 

Op sommige plekken in het water zien we van een afstand witte spikkeltjes boven een donkergroene massa. Als we dichterbij komen blijken het allemaal kleine witte bloempjes te zijn die op een dun steeltje boven het wateroppervlak uitsteken. Alle witte bloemen, elk met vijf vrijstaande kroonblaadjes, lijken zich op de zon te richten en vertonen een heldergeel hartje. Het is de waterranonkel die soms hele oppervlakken van ondiep water kan bedekken.  
Hier en daar steekt er van het pijlkruid het bijzonder gevormde blad boven water. Een enkele plant heeft al een bloeistengel met een piramidevormige bloeiwijze. De onderste bloemen zullen zich het eerst openen. Die bloempjes hebben elk maar drie witte kroonblaadjes en zijn purperkleurig in het midden. Deze bloemen op de onderste étage zijn de vrouwelijke bloemen, zij bevatten alleen maar een vruchtbeginsel en missen meeldraden, ze wachten op de bloei van mannelijke bloemen van andere pijlkruidplanten. Nadat de vrouwelijke bloemen bevrucht zijn openen zich pas de bovenste meeldraad-bloemen: kruisbestuivingsgarantie! 

Het lijkt wel of er óók nog waterlelies in deze sloot groeien, de bladvorm lijkt er wel op maar is beduidend kleiner, een soort miniatuurvorm.  Hier hebben we te maken met de watergentiaan, hier en daar steken al een paar goudgele kelkjes boven water. Het zal een veld van gele bloemen worden. En het lijkt wel of het niet op kan aan deze waterkant. Het zijn maar enkele exemplaren, tóch vinden we hier de grote waterweegbree en de allermooiste inheemse waterplant die ik ken: de zwanebloem. Die laatste komt veel minder voor dan vroeger en wordt terecht beschermd, net als de dotterbloem.

Terug naar de Vecht en langs het Zandpad naar Breukelen

Nadat we de tweede boerderij gepasseerd zijn wordt de weg echt een 'pad', we naderen het Fort Tienhoven. Terwijl we naar rechts over een smal bruggetje gaan merken we de aanwezigheid van het fort alleen op door de kenmerkende ringvormige gracht die hier tussen het groen verscholen ligt. Het fort zelf is overdekt met struikgewas. We gaan verder rechtsom en lopen door een bosje een eindje parallel met de verharde weg die van het dorp Tienhoven naar de Vecht leidt. Na honderd meter komen we er op uit. 
Linksaf in de richting van Tienhoven ligt er aan de rechterkant van de weg een nat weidegebied, waar een natuurontwikkelingsproject in gang is.Het is nu (nog) niet toegankelijk en wordt begraasd door schapen. Middenin het terrein is een staak met een wagenwiel er bovenop geplaatst: het wachten is nu op de komst van de ooievaars! 
Maar voor het vervolg van onze wandeling gaan we niet linksaf maar rechtsaf langs de gracht die het fort verbindt met de Vecht.  Aan de overzijde een enkel huis en verderop alles dicht begroeid. Aanlegplaatsjes verraden de verscholen woon-bebouwing. Een héél landelijk stukje, deze oude weg die eindigt bij een klein handbediend sluisje, het 'Kraaiennestsluisje' dat toegang geeft tot de Vecht. Dat sluisje is een bezienswaardigheid, de oever is helemaal overwoekerd door een grote kolonie groot hoefblad, terwijl de vervallen kolkmuren op vele plaatsen dicht begroeid zijn met de muurleeuwenbek. Naast de sluiskolk staat een heel bijzondere naaldboom met mooi gekleurde en opvallend grote, harsrijke kegels. Het betreft de exotische himalaya den (pinus griffithii)

Vanaf het sluisje komen we op het Zandpad bijna recht tegenover "Slangevecht" uit, waarin tegenwoordig een horeca onderneming wordt gedreven. We willen niet te lang over het Zandpad lopen omdat het er nogal druk is. We nemen er daarom maar genoegen mee dat we "Ganzehoef" en "Cromwijck" missen. Maar voor "Vrederust" behoeven we maar hooguit honderd meter richting Maarssen te lopen. De buitenplaats ligt er, van over het water gezien, prachtig bij: links en rechts geflankeerd door een treurbeuk en een rode beuk. Als we een beetje geluk hebben zit de blauwe reiger op zijn hoge uitkijkpost helemaal bovenin de top van de treurbeuk. 

De twee kilometer terug naar Breukelen zijn niet aan te bevelen op drukke weekends en vakantiedagen. Het beste kunnen we dit routegedeelte vroeg in het seizoen en liefst in de vroege morgenuren lopen.  Links langs het water is het veiligst. 's Morgens zijn er eerst nog niet zoveel auto's onderweg en de bootjes zijn nog niet begonnen met varen. We willen immers van de natuur genieten en niet voortdurend moeten opletten niet overreden te worden. 
We komen al gauw langs "Oudaen",  bijna helemaal onzichtbaar achter het groen. Maar er zijn kenmerken: opvallend hoge bomen, een oude kastanje enkele hoge populieren en een iep, die geven aan dat daarachter de 'ridderhofstad' verscholen ligt. We kunnen er iets van zien door over te steken naar een toegangsweg aan de zuidkant tussen de hoge bomen.  Het huis wordt privé bewoond, we moeten ons dus beperken tot een paar passen op het terrein. 
Het poortgebouw dat Thijsse beschreef, waar hij vlierstruiken op de muren zag groeien, is verdwenen. Resten van de poort zelf zien we nog aan weerszijden. Het huis zelf ligt, zorgvuldig gerestaureerd, in perfecte isolatie temidden van het water, achter een vernieuwde ophaalbrug. 
Als we terugkeren op het Zandpad kunnen we tussen een es en een eik juist even vrij zicht op de vóórgevel met het karakteristieke torentje krijgen. 

Niet veel verderop gaat onze aandacht naar de overkant van de Vecht, "Nijenrode" doet daar zijn uiterste best om naar ons te pronken, het is wel één van de indrukwekkendste bouwwerken aan de Vecht, samen met het slot "Zuilen" en het "Muiderslot". Vanaf deze kant is Nijenrode misschien wel beter te zien dan vanaf de Straatweg. 
Tegenover "Oud Klarenburg" volgt nu een strook oeverbebouwing van moderne rijkdom. Ik vraag me af of onze volgende generaties over honderdvijftig á tweehonderd jaar die huizen even mooi zullen vinden, zoals wij nu bewonderende blikken richten op de Vechtbuitens. 
De moderne oeverbewoners hebben één ding van de tuinlieden van de landheren geleerd: hortensia's planten langs de waterkant. De waterminnende planten hebben het langs het vechtwater uitstekend naar hun zin, wat aan de rijke bloei is af te zien. Overal zien we die planten in allerlei kleuren langs de oevers van de Vecht. 
Verderop spannen de oevertuinen van "Grigia" en van "Dam en Vecht" de kroon. Dam en Vecht ligt bij de Dannegracht en bezit nog een theekoepeltje in de oevertuin. In vroeger eeuwen moet hier een afdamming van de Vecht geweest zijn, ter beteugeling van opstuwend zeewater van de Zuiderzee, vóórdat te Muiden de zeesluizen werden gebouwd. Hoe dat geregeld was met de scheepvaart in die tijd wil ik in de toekomst graag nog eens uitzoeken. 

We zijn weer bij huize "Gunterstein" en de Vechtbrug terug; en zo is de wandeling weer rond. 

John Zwart - April 1997
© Hernehim Natuur - Alle rechten voorbehouden  

 

© John Zwart - IVN Milieueducatie 1997.
    Dit is Wandeling Nr 5, van een serie van 12 Vechtwandelingen, van Utrecht tot het Muiderslot.
    De illustraties bij deze wandeling zijn eigen foto's uit het archief van de auteur.

© Hernehim Natuur 2001 - 2008 

Publicatie 10 mei 2004  

Hernehim Cultuur en Natuurpagina's
Naar Hernehim Cultuur


De Natuurpagina's worden onafhankelijk geredigeerd en mede mogelijk gemaakt door Hernehim Beheer bv