Hernehim Natuurpagina's
Wandeling 6 

          Alles van waarde is weerloos

Lucebert.     

Informatie
Doelstellingen en antwoorden op 
     veel gestelde vragen 
Ganzen 
Libellen 
Mussen 
Sijsjes 

Natuurbeleving 
Terug naar de Introductiepagina 
Link naar Cultuurpagina 

 Wandeling 6   In het voetspoor van Jac P Thijsse     Geplaatst 29 maart 2005
 Langs de Vecht in 1910 en 1997

Rondwandeling Breukelen - Nieuwersluis 

Breukelen is de ideale start voor de rondwandeling Breukelen - Nieuwersluis, omdat het per NS goed bereikbaar is en bovendien volop parkeerruimte biedt. Nieuwersluis ligt allang niet meer aan het spoor en de mogelijkheden voor parkeren zijn beperkt. 
De beschrijving beginnen we op de parkeerplaats op de Markt (niet parkeren op vrijdag!) - waar overigens ook de bus stopt. 

 

Eerst maar even een rondje door het park van "Boom en Bosch" achter de Markt, want dat mogen we niet missen. Mooie oude witte paardenkastanjes (aesculus hippocastanum) en oude zomereiken (quercus robur) staan aan weerszijden van de oprijlaan en wat verderop een hoge, forse moerascypres (taxodium diostichum).
Het huis is nu in gebruik als Gemeentehuis van Breukelen en werd hiertoe in 1983 prachtig in stijl gerestaureerd. Het was in de 17e eeuw een tijd bewoond door de zoon van de bekendste Hollandse "zeeheld" Michiel de Ruyter. Van de blauwgeruite kiel naar een vorstelijke residentie aan de Vecht in twee generaties kwam dus in alle tijden al voor.
Aan de linkerkant staat het voormalige koetshuis, dat ook inwendig verbouwd werd om te kunnen dienstdoen als gemeentekantoor. Naast het koetshuis zien we een vrouwelijke taxusboom (taxus baccata) die al even oud zal zijn als het huis. Overigens is dit voor de soort ook weer niet zo erg oud als we bedenken dat deze bomensoort 1000 tot 2000 jaar kan leven! 
De ruimte tussen het huis en het koetshuis lijkt als door een groene muur afgesloten. Een zorgvuldig geschoren hoge haag, waarin een poortje is uitgespaard. Er doorheen bereiken we de oevertuin. Dat is een klassieke symmetrische tuin met buxushaagjes en twee trompetbomen (catalpa bignioides). Ze bloeien pas in de zomer, in de herfst en winter zien we lange "peulen" als sigaren van de takken hangen. 

 

'Boom en Bosch' 
Gezicht op de oevertuin vanaf de overkant van de Vecht
Bij het verlaten van "Boom en Bosch" gaan we weer naar de Straatweg, waar we rechtsaf in Noordelijke richting lopen en zien dan no. 90, even vóór de Dannebrug. Een bijzonder 19e eeuws huis met een "aangeplakt" torentje. Het is duidelijk geïnspireerd op de voormalige Ridderhofstad "Oudaen", niet ver hiervandaan op de andere Vechtoever. Het staat ook afgebeeld op een aquarel in het Thijsse album "De Vecht" uit 1915, het werd toen al beschouwd als een typische blikvanger.
Op de brug laten we de Pieterskerk links liggen, we gaan rechtsaf de Kerkbrink op. Met de terrasjes onder de linden is het een sfeervol plein geworden, jammer dat het nog niet helemaal autovrij werd gemaakt.
Aan het eind van de Kerkbrink gaat het linksaf de Heerenstraat in en na zo'n 200 meter houdt bebouwing aan de rechterkant op. We krijgen vrij zicht over de Vecht. Daar ligt "Vechtenhoef" wit te blinken met contrasterende donkere grachtengroene blinden. De oude witte paardenkastanje naast dat buiten staat in april/mei prachtig in bloei.
Niet veel verder kijken we uit op "Queekhoven", dat in de voortuin, naast de beide opritten, twee oude treurwilgen heeft staan. De bomen zijn aan de toppen door stormen en ouderdom begonnen in te storten maar werden met stroppen en steunen gerestaureerd. Treurwilgen geven een mooi kleurenspel te zien wanneer ze tegen het eind van de winter zich langzaam beginnen voor te bereiden op de lente, ze veranderen van goud en geel geleidelijk in de teerste tinten groen.

Daar ligt 'Vechtenhoef' te blinken
in de zon met grachtengroene blinden naast de stralend witte paardenkastanje

De Heerenstraat komt weer uit op de Straatweg. Op de hoek staat een zeer eerbiedwaardige plataan (platanus acerifolia). Een stoere bultige stam met een wijde kroon, in de maand mei gesierd met donkerrode balletjes, de bloemen. Later in de zomer ontstaan daaruit de bekende ronde, stekelige langstelige vruchten. De boom drukt met het verglijden van de jaren het tuinmuurtje opzij.
We buigen naar rechts, zorgvuldig de smalle stoep volgend. Gewone huizen, maar toch hier en daar enige allure: "Spoor en Veldzicht" duidt erop dat vroeger er tegenover nog géén bebouwing was. Zicht over de velden tot aan de spoordijk was er ongetwijfeld in Thijsse's tijd nog wel. Bóven en over de hoge hagen kijkt zachtroze bloesem heen. In het vroege seizoen de prunus en wat later de uitbundige clematis. 
Het landhuis "De Zwaluw" was mogelijk ooit een boerderij, het doet daar, rietgedekt, sterk aan denken. De bewoners streven ernaar die indruk te versterken want er zijn leilinden voor geplant. Een natuurlijk scherm tegen de lage zonnestand in de middag.

Vele huizen dragen namen en we passeren "Deli" en "Nieuw Hoogerlust", intussen moeten we goed oppassen voor het rijverkeer.. Het beste is tijdig over te steken, waar het fietspad onze toevlucht is. 
Dan bereiken we de eerste grote buitenplaats aan deze westoever: "Vegtvliet". Echt glorieus, compleet met smeedijzeren hekken, vergulde zonnewijzer, lantaarns aan de gevel en al het andere wat bij allure hoort. Aan de noordkant heeft het een besloten klassieke tuin met een vijver en fontein. Links in de voortuin staat een blauwe ceder (cedrus atlantica) die al flink ontwikkeld is. Als de ruimte wordt gegeven zal de boom ooit ver boven het huis uit gaan steken. De bloemen en de ronde kegels hangen niet aan de takken zoals bij de meeste naaldbomen, maar staan er óp. De bloei is in de herfst, dan blaast de wind dichte wolken geel stuifmeel in het rond. 
Voorbij "Vegtvliet" staat "Klein Vegtvliet" dat privé wordt bewoond. Op de brievenbuszuil aan de straat werd in oudhollandse letters een humoristisch vers gekalligrafeerd:

Laat varen alle vrees 
Gij die dit huis beziet
Doch spaar ons Uw gerace
En stal Uw blik hier niet
Onthoud ons Uw reclame
Elk heeft zijn eigen God
En mocht U kwaad beramen
De hond bijt tot het bot

Het fietspad waarover we lopen wordt begeleid door rijen knotwilgen en de bermen zijn in de lente uitbundig versierd met het bloeiende fluitenkruid.
Uit het groen van de woonwijk links steekt de grijswitte watertoren omhoog. Na het Centrum voor Limnologie - N100 met afgesloten hekken, wordt in de bocht van de weg wat verderop het geboomte massaler, imposanter.
Achter een rij oude platanen schemert het ongebruikte en verwaarloosde hek naar de tuin van "Over Holland". Er tegenover, vanaf het fietspad, gaat een laantje het "Overbosch" van deze buitenplaats in. 

 

LANDGOED OVERHOLLAND - Het Overbosch 

Het is een vrij toegankelijk natuurgebied van 22 ha, in eigendom van de Stichting Het Utrechts Landschap. Het bestaat voor een groot deel uit oud loofbos, met centraal een open weidegebied. Voor wie niet tegen een paar extra kilometers opziet is het de moeite waard een rondje door het landgoed in de wandeling op te nemen.
We betreden een "zanggewelf" van beuken, essen en esdoorns, waarin het galmt van merel en fitis, roodborst en winterkoninkje, begeleid door staccato's van koolmees en tjiftjaf.
Het laantje gaat gaandeweg over in een licht slingerend pad met aan beide zijden eeuwenoude zomereiken. Eronder groeit een variatie aan kruiden, zoals kleefkruid, robertskruid, hondsdraf en witte dovenetel. Hier en daar vond een enkele vogelkers of lijsterbes een plekje tussen de eikenstammen.
Een bruggetje gunt ons de blik op een weitje en de watertoren. Langs het watertje staat in dichte kluwens de gele lis.
Verderop wordt het pad meer en meer omzoomd door het zevenblad. Je zou die plant ook wel drieblad, vijfblad of negenblad mogen noemen, afhankelijk van haar ontwikkelingsstadium deelt de plant haar blad meer en meer. Zevenblad voelt zich in de vechtstreek tussen struiken, langs hagen en bosranden uitstekend thuis en vlecht ondergronds dichte wortelstokmatten; het wordt ook wel "westlands verdriet" genoemd. Op lichte plekken komt het 's zomers tot bloei met fraaie witte schermbloemen, gelijkend op fluitenkruid. 

Vroeg in de lente bloeien in het Overbosch van 'Over Holland' en 'Sterreschans' de bosanemoontjes en andere planten van het z.g. stinzenmilieu. 
Sneeuwklokjes, speenkruid, look-zonder-look, judaspenning, wilde sterhyacint en daslook, alles bloeit in snelle opeenvolging tot het bomengroen het zonlicht tempert.  

Het pad maakt een haakse bocht naar rechts en dan is er de open blik op het weiland. In het voorjaar een zee van pinksterbloemen. Langs het slootje, dat de begrazers binnen de perken moet houden, groeien biezen en kale jonker. Achter de groene wand aan onze linkerkant horen we tuffende geluiden van scheepsmotoren en regelmatig een langs suizende trein, dichtbij maar vanuit een andere wereld omdat het oude landschap absoluut niet laat denken aan drukke scheepvaart en voortrazende intercity's.
De oeverbegroeiing van de weideslootjes is heel gevarieerd, we komen ook nog de watermunt, grote waterweegbree, dotterbloem en gevleugeld tandzaad tegen.
Over een houten bruggetje en we slingeren door een stukje met eiken, waar tussenin een oud dood exemplaar staat. Misschien krijgen we met een beetje geluk de kleine bonte specht die daar huist te zien, of tenminste te hóren. Rechts weer een weitje en het pad gaat over in een laantje met platanen, even verderop wordt het nóg donkerder onder het dichte gebladerte van paardenkastanjes.

We komen op een driesprong. Rechtdoor gaat het langs eeuwenoude essen met diep gegroefde stammen naar de uitgang bij het Amsterdam-Rijnkanaal, waar een Rijkswaterstaat pontveer naar de overkant gaat, naar Nieuwer-ter-Aa. De rondwandeling gaat rechtsaf en we volgen de statige beukenlaan, die oost-west in de zichtlijn van "Het Huis" loopt. Onder de beuk (fagus sylvatica) kan niet veel groeien, maar in de lente is er nog wel licht, vooral langs de randen van de laan. In die tijd kunnen we volop de bloei van speenkruid, look-zonder-look en ereprijs verwachten, maar op diverse plaatsen óók de echte "stinzenplanten". Bijna aan het eind maakt de laan een bocht naar rechts en zo komen we weer op dezelfde plaats het landgoed uit. 

 

 
Als we doorlopen naar Nieuwersluis komen we "Over Holland" zelf voorbij, het ondergaat momenteel een langdurige restauratie en dat ziet er maar vreemd uit, helemaal ingepakt onder een soort golfplaten hangar. 
De Straatweg leidt ons voorbij nóg twee grote Vechtbuitens: "Sterreschans" en "Rupelmonde". Het bos links, tegenover "Sterreschans", is gedeeltelijk een verwilderde landgoedtuin. Enkele oude vijvers vormen voor kikkers en padden de ideale kraamkamer, met op hun oevers de bosgeelster en onder de bomen gewone bosanemoontjes en de zeldzamer gele bosanemoon.
Het buiten doet wat koloniaal paleisachtig aan, stralend wit achter een open gazon, met vóór het huis een oude moerascypres. "Rupelmonde" oogt wat strenger met haar vele schoorstenen onder kappen, die als spitse torentjes op de hoeken van de daken staan.
Vóór de bouw van deze buitenhuizen zijn er hier versterkingen geweest die weerstand aan de vernielende aantocht van de Fransen boden. De naam "Sterreschans" is duidelijk ouder dan het huis wat er nu staat. 

 

FORT NIEUWERSLUIS

Als we bijna in de bebouwde kom  van Nieuwersluis zijn aangekomen  passeren we het pad links naar het Fort Nieuwersluis. Het fort is nu eigendom van de Vereniging Natuurmonumenten. Binnen in het fort huist een grote kolonie watervleermuizen. Informeer bij Natuurmonumenten wanneer het voor bezichtiging geopend is! 
Het pad loopt buitenom langs de oever van de fortgracht. Die oever is mooi met zwarte elzen, lijsterbessen, bos- en kraakwilgen en in het water spiegelende bloemen van de waterlelies en gele lis.
Achter de fortgracht is er géén brug over de Nieuwe Wetering en daarom is een rondwandeling alléén mogelijk door langs de Nieuwe Wetering te lopen en via een fiets-  en voetgangersbruggetje in de dijk van het Amsterdam-Rijnkanaal weer terug. Dat is een hele omweg over een meestal nat graspad, zonder waterdicht schoeisel niet aan beginnen dus.

Voorbij het fort passeren we de sluisbrug van de Nieuwe Wetering. Bij "Het Stoute Soldaatje" gaan we rechtsaf over de Nieuwersluisbrug naar de andere kant van de Vecht en weer rechtsaf, op terugweg naar Breukelen.
Aan de noordkant van de brug is een waterkering te zien, vroeger was dit een sluis, de Vecht kan hier nu nog door middel van schotten worden afgedamd. In de tijd dat er nog geen zeesluis was in Muiden kon hier, evenals met dammen op andere plaatsen, de waterstand op de Vecht worden beheerst. Maar de naam "Nieuwersluis" duidt op het sluisje bij de brug over de Nieuwe Wetering. Die "nieuwe sluis" dateert al uit de 15e eeuw, toen de Nieuwe Wetering werd gegraven voor de trekschuit naar Amsterdam via Gein en Amstel, die is dus al veel ouder! 
Langs het Zandpad staat een grote 19e eeuwse kazerne: de "Pupillenschool" van Z.M. Koning Willem (de derde) van 27 januari 1877. Als opleidingsinstituut voor soldaten niet meer in gebruik, de naam Nieuwersluis heeft een afschrikwekkende klank in de oren van door de krijgsraad veroordeelden. Het werd na de 2e wereldoorlog jarenlang gebruikt als strafinrichting voor soldaten en "jantjes" die zich tegenover de strenge krijgstuchtregels misdragen hadden. Het schijnt thans te worden gebruikt voor detentie van illegalen. Even voorbij het hoofdgebouw kijken we door een hek naar binnen en zien een oud cellenblok waar ongetwijfeld al vele diepe zuchten werden geslaakt. 

 

Bij Nieuwersluis staan de blauwe reigers uit de kolonie geduldig aan de oever van de Vecht te wachten tot hen door hengelaars een visje wordt toegeworpen. 

Aan de overkant krijgen we spoedig opnieuw "Rupelmonde" in zicht, nu van de achterkant, of is déze kant aan het water juist de vóórkant? 
Links van ons klinkt 's zomers vanachter de bomen luid gejoel en geroep, daar ligt het openluchtzwembad van Nieuwersluis. Op deze plek zien we langs de oever van de Vecht hele vegetaties van het opvallend groot hoefblad groeien.
Dan volgt het weerzien met "Sterreschans", eerst een mooi en bijzonder koepeltje aan het water. Een zomerverblijf met eronder een ingebouwd botenhuis, waar vanaf de Vecht zó binnengevaren kan worden. Het ziet er fraai uit, het nabijgelegen koetshuis wordt nog gerestaureerd. 
Hengelaars weten de vechtoever hier te waarderen en dát werd weer opgemerkt door de blauwe reigers. Ze nestelen hier graag, waar aan beide oevers véél hoog geboomte is. De vogels staan vaak langs de kant geduldig op een toegeworpen visje te wachten, ze hebben hun natuurlijke schuwheid bijna volledig afgelegd. 
Even verder krijgen we aan deze oever een klassiek vechtbuiten, "Weerestein", dat zich vrij dicht langs de weg achter een rij geknotte linden verschanst. Nog wat verder loopt de Weeresloot in de Vecht uit, een kanaaltje vanaf de Loosdrechtse plassen. De Weeresluis is nu een modern zelfbedieningssluisje geworden en doet alleen nog dienst voor de watersport.
De voormalige sluiswachterwoning houdt de nostalgie gaande: 'De Vliegende Kraai" staat op het uithangbord aan de weg, achter een helemaal uitgeholde oude es, die aan één kant nog een beetje leeft. De holle linde die er naast staat is er weinig beter aan toe, jammer als ze beide spoedig helemaal verdwenen zullen zijn omdat hun afsterven wordt bespoedigd door onnadenkende mensen die er hun afval ingooien.

De bermen aan de oeverzijde van de weg zijn in de lente het mooist. Na de bloei van klein- en groot hoefblad komen het paarse hondsdraf, witte dovenetel, barbarakruid, muizeoor hoornbloem en ooievaarsbek de dijkberm versieren. Dichter langs het water smeerwortel en gele lis.

 

 

"Boomoord" levert het bewijs dat er vroeger met meer respect voor het landschap werd gebouwd. Er tegenover heeft een projectontwikkelaar een fors modern appartementencomplex gebouwd. Een mooi punt om vanachter hoge en brede glazen puien naar het mooie vechtlandschap en de plassen in de verte te kijken, minder mooi om vanuit dat landschap tegenaan te kijken... 
Voorbij de begraafplaats zien we "Vechtzigt" waar een mooie vrijstaande bruine beuk te bewonderen is, vervolgens bereiken we het park van het buiten "Groenevecht". Het park is regelmatig ook voor het publiek toegankelijk.
Wie "Boom en Bosch" en "Over Holland" heeft overgeslagen heeft hier weer een kans voor een extra rondgang. Net als "Over Holland" is dit bos zeer de moeite waard, niet in de laatste plaats vanwege de "stinzenplanten" in de lente. Vooral omdat we helaas nu bij "Queekhoven" niet meer naar binnen mogen. 
In de bocht voorbij "Vechtenhoef" komt de mooie houten ophaalbrug van Breukelen weer in zicht, zo komen we weer in het centrumdeel van dit oude dorp terug. 

John Zwart - april 1997.
© Hernehim Natuur - Alle rechten voorbehouden  

 

© John Zwart - IVN Milieueducatie.
    Dit is Wandeling Nr 6, van een serie van 12 Vechtwandelingen, van Utrecht tot het Muiderslot.
    De illustraties bij deze wandeling zijn eigen foto's uit het archief van de auteur.

© Hernehim Natuur 2001 - 2008 

Publicatie 29 maart 2005  

Hernehim Cultuur en Natuurpagina's
Naar Hernehim Cultuur


De Natuurpagina's worden onafhankelijk geredigeerd en mede mogelijk gemaakt door Hernehim Beheer bv