|
Hernehim
Cultuurpagina's |
| Geplaatst: 23
maart - Herzien: 10 mei 2004 |
| Vanaf het moment dat ik kon lezen heb ik teruggeschreven | |
| Filosofische
romancier met een bijzondere inspiratiebron
Tijdens de Boekenweek, op
zondagmiddag 14 maart kwamen we samen in de bovenzaal van Flevodruk te
Harderwijk op uitnodiging van Literaire Kring Apollo. |
|
|
Achterflapfoto
Annemie Stijns |
Van
Weelden publiceerde artikelen in Tirade, Raster, De Gids, de Revisor,
Optima en NRC Handelsblad. Hij is redacteur van De Gids en Mediamatic, een tijdschrift dat alleen op internet is te vinden. Hij begeeft zich graag op het internet en vindt dat dit medium een grote verandering geeft aan het schrijverschap. "Veertig jaar geleden werd een schrijver bekeken als een representant van een cultuur. Componisten, regisseurs, politici, vakbondsleiders, iedereen richtte zich vroeger op wat in boeken stond. Daar haalden ze hun normen en overtuigingen vandaan. Dat is nu niet meer zo, een boek is niet langer een kompas. Het betekent nu iets anders om te schrijven dan veertig jaar geleden en over twintig jaar zullen de verschillen met vroeger veel en veel groter zijn. De literatuur is niet meer het hart van een cultuur, maar gewoon één van vele media.Misschien constateren ze later wel dat de mensen uit het eerste decennium van de volgende eeuw niet hebben gegrepen naar het toetsenbord of de pen, maar naar andere middelen." Toch gelooft Van Weelden niet dat de digitale mogelijkheden het boek geheel zullen overnemen. |
|
Hij begint deze middag voor te
lezen uit het eerste deel – Indiaan worden - van zijn nieuwste roman
'Looptijd'. De titel duidt op een dubbele betekenis, maar vooràl op het
lange afstand hardlopen van de hoofdpersoon. Nog vóór hij tien minuten
gelezen heeft ben ik overtuigd: de auteur moet zelf fervent hardloper
zijn, veel van wat de hoofdpersoon ervaart kan slechts door insiders
worden gekend. Die hoofdpersoon krijgt geen naam, is slechts "hij". Maar het is duidelijk dat Van Weelden en "hij" in hoge mate samenvallen. In het interview met Dirksen zal hij later ook vertellen dat er veel autobiografie in zijn werk zit: het is mooi je eigen belevenissen te kunnen neerzetten, je kijkt ernaar alsof je een ander bent, vervolgens noem je de hoofdpersoon "hij". De geest van de hardloper neemt tijdens zijn trainingen afstand, wordt ontvankelijk voor levensbeschouwing en kan een rijke filosofische gedachtewereld ontwikkelen. Is het een verslaving? De hardloper stijgt boven zichzelf uit, "hij" vormt een godsbeeld. Op enig moment bijna concreet als een gewichtloze, onvermoeibare jongeman met halflange blonde haren die met zijn fluorescerend lichaam in antilopengang eindeloos voortsnelt. Van Weelden stopt, éven vóór
het punt waarin "hij" zijn lange haar mist. Is de
autobiografie hem daar even te machtig? Op het omslag van de roman staat
de auteur afgebeeld met een branieachtige kuif, de man die ons voorleest
draagt een halflang kapsel! Dirksen is een goede,
rustige interviewer, die zichzelf bescheiden op de achtergrond houdt. In
zijn korte vragen geeft hij wel aan zijn 'huiswerk' gedegen te hebben
verricht, daarmee geeft hij de gast een vertrouwd gevoel. Vele lieden op
ons beeldscherm en voor radio kunnen hieraan een voorbeeld nemen: de
hoofdpersoon blijft hoofdpersoon. In 1986 komt in Amsterdam
het duo-schrijverschap van
Martin Bril en
Dirk van Weelden tot stand, ze
debuteren bij De Bezige Bij met "Arbeidsvitaminen, het ABC van Bril
en Van Weelden". Het boek dient om
"te wapenen tegen het
onbeheersbare leven", de twee auteurs zijn hierin hun eigen alterego
en pretenderen zich te ontwikkelen tot een soort 'business goeroes'. In
die ontwikkeling mislukken ze natuurlijk maar ze zijn toch succesvol: er
is een boek! En passant relativeert Van Weelden hierbij de hoogdravendheid
van zijn filosofische betoog met een laconieke noot: Terwijl hun
samenwerking tot begin jaren 90 nog voortduurt begint Van Weelden ernaast
ook eigen romans te schrijven. Zijn 'tweede debuut' is
"Tegenwoordigheid van geest", ook bij De Bezige Bij in 1989.
Nooit rechttoe rechtaan een verhaal vertellen, is zijn credo, en deze
roman gaat naast de verhaallijn vooral over bewustzijn van tijd. En zijn
volgende "Mobilhome" (1991) en
"Oase" (1994)
respectievelijk over bewustzijn van plaats en het mensenleven. Natuurlijk
bekruipt ook Dirk van Weelden wel eens de gedachte: 'waar ben ik
mee bezig': al dat trainen, dat afmatten, dat staan in die meute om mij
heen in de laatste minuten voor de start, waar doe ik het allemaal voor…
Dan bedenkt hij voor zichzelf: wat als ik gewoon stop, uit het vak stap en
gewoon ga staan kijken langs de kant... ©
John Zwart |
| Een fragment uit Looptijd |
| Hij
kan kiezen, de lange asfaltweg die met een ruime boog door de weilanden
naar de stad gaat of de zigzaggende weg via een dorp en het dichte bos
rond een landgoed. Hij kiest voor de beschutting en de zachte ondergrond
van het bos. Als de weg het dorp nadert is er een stoplicht om verkeer van
de smallere dorpswegen een kans te geven. Over het fietspad loopt hij in
de stralende zon, zijn haar doornat van het zweet, pal naast een auto die
geleidelijk vaart mindert voor het stoplicht. Bijna een halve minuut lang
komen zijn snelheid en die van de wagen zo dicht bij elkaar in de buurt,
dat ze min of meer langszij op het stoplicht afgaan. Zo kan het gebeuren
dat hij ogen voelt vanuit een nieuwe, parelmoer flonkerende Lancia. Hij
kijkt in het verzorgde, verwende gezicht van een ongeveer vijftigjarige
vrouw op de passagiersstoel. Wintersportkleurtje en asblond kapsel. Meewarige afkeuring, ja die is er ook; overeenkomstig de opvatting van haar subcultuur dat mensen op zijn leeftijd misschien skiën, golfen of tennissen, maar zich niet verlagen tot hardlopen, omdat dat in verband wordt gebracht met massale evenementen, weerzinwekkende kleding en, zo mogelijk nog beschamender, tekenen van zware inspanning en soms zelfs uitputting. Onder die ijslaag van routineuze afkeer, zo merkt hij aan de duur van de blik en een minuscule ontspanning van het gezicht, leeft er in de aandacht van de vrouw ook een lichtje van nieuwsgierigheid. Het is alsof ze beseft dat ze kijkt naar een man, maar iets jonger dan zijzelf, die zich op deze zachte winterdag urenlang in het zweet loopt langs het strand, duin en weiland. Het oogcontact duurt langer dan de beleefdheid toelaat en eindigt met het ontstaan van verbazing bij de vrouw in de Lancia. Alsof ze zich een dergelijke ervaring en inspanning voor het eerst werkelijk probeert voor te stellen. Hij glimlacht voor de eerste keer die dag. Kort, en recht voor zich uit, naar de bomen die de afslag naar het bos omlijsten. Zijn glimlach is
verbonden met de herinnering aan een Amerikaanse legende, waarin een
zogenaamde 'indian runner' voorkomt. Het verhaal speelt op een donkere
avond als een blanke boer die met zijn gammele pick-uptruck over een
zandweg rijdt, even buiten een indianenreservaat in Arizona een lifter
meeneemt. Een tanige indiaan van moeilijk te definiëren leeftijd. Hij is
blootsvoets, draagt vale linnen kleren en een versleten herenhoed. Hij
zegt de hele rit niets en stapt uit bij het tankstation dat ze na verloop
van tijd aandoen. Als de boer vertrekken wil ziet hij de indiaan nergens.
Maar zodra hij wegrijdt doemt de man op, eerst in zijn spiegel en later
naast zijn autoraam, rennend. De wagen rijdt niet overdreven hard op de
zandweg, maar toch. Op het maar af en toe belichte gezicht van de indiaan
staat een spottende grijns. Anders dan toen hij in de auto zat kijkt de
indiaan hem daarbij in de ogen. |
| © Copyright Hernehim Cultuur 2001-2009 |
| een cultuurpagina |
De culturele pagina's worden
onafhankelijk gepubliceerd en geredigeerd door John Zwart