Hernehim Cultuurpagina's
Pagina Schrijvers - Weelden van, Dirk

Geplaatst: 23 maart - 
Herzien: 10 mei 2004 
HOME 
Nieuws  
Blog en proza 
Themapozie 
Vrije pozie   
Vertaalproject 
Proza  
Activiteiten 
Over schrijvers 
Archief 
Contact     
    Vanaf het moment dat ik kon lezen heb ik teruggeschreven
Filosofische romancier met een bijzondere inspiratiebron 

Tijdens de Boekenweek, op zondagmiddag 14 maart kwamen we samen in de bovenzaal van Flevodruk te Harderwijk op uitnodiging van Literaire Kring Apollo. 
Nadat ik op de woensdag tevoren, als start van de boekenweek, een half uurtje Martin Bril had beluisterd in Almere, leek dit een mooi vervolg erop. Want de gastauteur van Apollo op deze zondagmiddag was Dirk van Weelden. Bril en Van Weelden hebben geruime tijd als koppel gewerkt. De interviewer Martin Dirksen verdeelde zelfs de carrire van Van Weelden in een periode mt Bril en de periode n Bril. 
Maar er was nog een tweede reden waarom ik nieuwsgierig was naar deze auteur: ik heb namelijk zeventien jaar lang intensief aan hardlopen gedaan, niet omdat ik problemen met mijn lichaamsgewicht had en evenmin omdat ik illusies koesterde ooit zij aan zij met de Ethiopische kampioenen te kunnen rennen. Er waren andere beweegredenen, dezelfde als die van deze auteur? 

Achterflapfoto Annemie Stijns 
Citaat uit Lyra - maart 2004. (nr 35)  

Van Weelden publiceerde artikelen in Tirade, Raster, De Gids, de Revisor, Optima en NRC Handelsblad. 
Hij is redacteur van De Gids en Mediamatic, een tijdschrift dat alleen op internet is te vinden. Hij begeeft zich graag op het internet en vindt dat dit medium een grote verandering geeft aan het schrijverschap. "Veertig jaar geleden werd een schrijver bekeken als een representant van een cultuur. Componisten, regisseurs, politici, vakbondsleiders, iedereen richtte zich vroeger op wat in boeken stond. Daar haalden ze hun normen en overtuigingen vandaan. Dat is nu niet meer zo, een boek is niet langer een kompas. Het betekent nu iets anders om te schrijven dan veertig jaar geleden en over twintig jaar zullen de verschillen met vroeger veel en veel groter zijn. 
De literatuur is niet meer het hart van een cultuur, maar gewoon n van vele media.Misschien constateren ze later wel dat de mensen uit het eerste decennium van de volgende eeuw niet hebben gegrepen naar het toetsenbord of de pen, maar naar andere middelen." 
Toch gelooft Van Weelden niet dat de digitale mogelijkheden het boek geheel zullen overnemen.
Hij begint deze middag voor te lezen uit het eerste deel Indiaan worden - van zijn nieuwste roman 'Looptijd'.  De titel duidt op een dubbele betekenis, maar voorl op het lange afstand hardlopen van de hoofdpersoon. Nog vr hij tien minuten gelezen heeft ben ik overtuigd: de auteur moet zelf fervent hardloper zijn, veel van wat de hoofdpersoon ervaart kan slechts door insiders worden gekend. 
Die hoofdpersoon krijgt geen naam, is slechts "hij". Maar het is duidelijk dat Van Weelden en "hij" in hoge mate samenvallen. In het interview met Dirksen zal hij later ook vertellen dat er veel autobiografie in zijn werk zit: het is mooi je eigen belevenissen te kunnen neerzetten, je kijkt ernaar alsof je een ander bent, vervolgens noem je de hoofdpersoon "hij". 
De geest van de hardloper neemt tijdens zijn trainingen afstand, wordt ontvankelijk voor levensbeschouwing en kan een rijke filosofische gedachtewereld ontwikkelen. Is het een verslaving? De hardloper stijgt boven zichzelf uit, "hij" vormt een godsbeeld. Op enig moment bijna concreet als een gewichtloze, onvermoeibare jongeman met halflange blonde haren die met zijn fluorescerend lichaam in antilopengang eindeloos voortsnelt. 

Van Weelden stopt, ven vr het punt waarin "hij" zijn lange haar mist. Is de autobiografie hem daar even te machtig? Op het omslag van de roman staat de auteur afgebeeld met een branieachtige kuif, de man die ons voorleest draagt een halflang kapsel! 
"Is dit wel genoeg?" vraagt hij aan Dirksen, die instemmend knikt. 

Dirksen is een goede, rustige interviewer, die zichzelf bescheiden op de achtergrond houdt. In zijn korte vragen geeft hij wel aan zijn 'huiswerk' gedegen te hebben verricht, daarmee geeft hij de gast een vertrouwd gevoel. Vele lieden op ons beeldscherm en voor radio kunnen hieraan een voorbeeld nemen: de hoofdpersoon blijft hoofdpersoon. 
Ook buiten zijn geschreven werk toont Van Weelden (Zeist,1957) zich een man beheerst door filosofische gedachtegangen, maar wl een gedrven filosoof, een snelle spreker die onstuitbaar zijn visie overbrengt. 
In zijn jongste jaren met interesse voor exacte vakken, computerprogrammeur zou zijn voorland zijn maar uiteindelijk blijkt hij veel meer een alfaman die het Gymnasium in Alkmaar doorloopt. Hij krijgt vrienden op de Kunstacademie, maar ontdekt dat zijn tekentalent beperkt is. Dus hij wordt evenmin beeldend kunstenaar als programmeur. Maar hij leest en leest. Wordt gegrepen door de klassiekers. En filosofen hebben hem het meest te vertellen, door hen kan hij beter begrijpen wat de grote schrijvers bedoelen, als ze in hun werk naar de filosofen verwijzen. Geen wonder, dat hij aansluitend op het Gym filosofie gaat studeren en daarvoor in Groningen neerstrijkt. 
De leergierigheid van Van Weelden kent geen grenzen, studeren is voor hem de sleutel tot beter begrip van de literatuur. Hij ziet de filosofie hecht verbonden met literatuur en kunst in het algemeen. Hij onderscheidt de twee richtingen: Wetenschapsfilosofie en Kunstfilosofie. Met het eerste houden de meeste zich bezig, maar hij wil zich liever verdiepen in de kunstfilosofie. In Martin Bril ontdekt hij een verwante ziel, het begin van hun langdurige vriendschap. 
"Je moet de ander (lezer, beschouwer) provoceren om het beste uit zichzelf te halen. Alln herkenning is niet voldoende. Er moet ook nieuwe informatie gegeven worden waarmee je zelf aan de gang moet gaan, dn met een terugkoppeling naar herkenning (het bekende)". 

In 1986 komt in Amsterdam het duo-schrijverschap van Martin Bril en Dirk van Weelden tot stand, ze debuteren bij De Bezige Bij met "Arbeidsvitaminen, het ABC van Bril en Van Weelden". Het boek dient om "te wapenen tegen het onbeheersbare leven", de twee auteurs zijn hierin hun eigen alterego en pretenderen zich te ontwikkelen tot een soort 'business goeroes'. In die ontwikkeling mislukken ze natuurlijk maar ze zijn toch succesvol: er is een boek! En passant relativeert Van Weelden hierbij de hoogdravendheid van zijn filosofische betoog met een laconieke noot: 
"eigenlijk is wat Bril en ik deden niet anders dan een zeer intelligente vorm van ouwehoeren". 

Terwijl hun samenwerking tot begin jaren 90 nog voortduurt begint Van Weelden ernaast ook eigen romans te schrijven. Zijn 'tweede debuut' is "Tegenwoordigheid van geest", ook bij De Bezige Bij in 1989. Nooit rechttoe rechtaan een verhaal vertellen, is zijn credo, en deze roman gaat naast de verhaallijn vooral over bewustzijn van tijd. En zijn volgende "Mobilhome" (1991) en "Oase" (1994) respectievelijk over bewustzijn van plaats en het mensenleven. 
In 't door levendigheid gekenmerkte gesprek springt hij plots weer naar een Grieks schrijver en filosoof, Herodotus: 
"Herodotus is het gelukkigste boek van de wereld. Feitelijk is hij de allereerste geschiedschrijver, vijf eeuwen vr de jaartelling. Maar hij is miskend, ten onrechte zo blijkt steeds meer beschuldigd van leugens". 
"Je moet kennisnemen van die verhalen, recht doen aan de wereld waaruit je ontstaan bent". 
Ok in
"Looptijd" (uitgegeven door Augustus, in aug. 2003 - zijn nieuwste) komt zijn fascinatie voor Herodotus tot uiting. Over dit boek zegt hij: 
"Hardlopen geeft (zoals andere methoden) toegang tot mystiek. In Looptijd gaat het om een sjamanistische benadering van het leven, de indianenspiritualiteit". 
Ook in deze roman bestaande uit zes gedeelten gaat het dus niet om een 'rechttoe rechtaan' verhaal, er zit veel meer in en de hardloper is voor van Weelden de geschiktste vorm hiervoor. 

Natuurlijk  bekruipt ook Dirk van Weelden wel eens de gedachte: 'waar ben ik mee bezig': al dat trainen, dat afmatten, dat staan in die meute om mij heen in de laatste minuten voor de start, waar doe ik het allemaal voor Dan bedenkt hij voor zichzelf: wat als ik gewoon stop, uit het vak stap en gewoon ga staan kijken langs de kant... 
In een nagesprekje hoor ik hem zeggen: "dn weet ik het weer waarom ik er wl altijd mee drga". Het klinkt als: "voor geen goud stoppen, dat zou vernietigend zijn, voor de geest een toegang naar spiritualiteit afsluiten". 
"Zomaar opeens stoppen is het ergste wat ik me kan voorstellen". 
Nu richt ik mij tot hem: "Soms gebeurt er iets, waardoor je opeens met stoppen, niet uit de wedstrijd, maar definitief". Een aarzelende blik van Dirk van Weelden 
"Het gebeurde mij in 1997, een val op het ijs, heupfractuur. Voor een vijftigplusser is het dan acuut voorbij". 
Hij kijkt erg geschrokken en ik wens hem nog een lang hardlopersleven. 

John Zwart  
Hernehim Cultuur - 21 maart 2004 

    Een fragment uit Looptijd
Hij kan kiezen, de lange asfaltweg die met een ruime boog door de weilanden naar de stad gaat of de zigzaggende weg via een dorp en het dichte bos rond een landgoed. Hij kiest voor de beschutting en de zachte ondergrond van het bos. Als de weg het dorp nadert is er een stoplicht om verkeer van de smallere dorpswegen een kans te geven. Over het fietspad loopt hij in de stralende zon, zijn haar doornat van het zweet, pal naast een auto die geleidelijk vaart mindert voor het stoplicht. Bijna een halve minuut lang komen zijn snelheid en die van de wagen zo dicht bij elkaar in de buurt, dat ze min of meer langszij op het stoplicht afgaan. Zo kan het gebeuren dat hij ogen voelt vanuit een nieuwe, parelmoer flonkerende Lancia. Hij kijkt in het verzorgde, verwende gezicht van een ongeveer vijftigjarige vrouw op de passagiersstoel. Wintersportkleurtje en asblond kapsel. 
Meewarige afkeuring, ja die is er ook; overeenkomstig de opvatting van haar subcultuur dat mensen op zijn leeftijd misschien skin, golfen of tennissen, maar zich niet verlagen tot hardlopen, omdat dat in verband wordt gebracht met massale evenementen, weerzinwekkende kleding en, zo mogelijk nog beschamender, tekenen van zware inspanning en soms zelfs uitputting.
Onder die ijslaag van routineuze afkeer, zo merkt hij aan de duur van de blik en een minuscule ontspanning van het gezicht, leeft er in de aandacht van de vrouw ook een lichtje van nieuwsgierigheid. Het is alsof ze beseft dat ze kijkt naar een man, maar iets jonger dan zijzelf, die zich op deze zachte winterdag urenlang in het zweet loopt langs het strand, duin en weiland. 
Het oogcontact duurt langer dan de beleefdheid toelaat en eindigt met het ontstaan van verbazing bij de vrouw in de Lancia. Alsof ze zich een dergelijke ervaring en inspanning voor het eerst werkelijk probeert voor te stellen. Hij glimlacht voor de eerste keer die dag. Kort, en recht voor zich uit, naar de bomen die de afslag naar het bos omlijsten. 

Zijn glimlach is verbonden met de herinnering aan een Amerikaanse legende, waarin een zogenaamde 'indian runner' voorkomt. Het verhaal speelt op een donkere avond als een blanke boer die met zijn gammele pick-uptruck over een zandweg rijdt, even buiten een indianenreservaat in Arizona een lifter meeneemt. Een tanige indiaan van moeilijk te definiren leeftijd. Hij is blootsvoets, draagt vale linnen kleren en een versleten herenhoed. Hij zegt de hele rit niets en stapt uit bij het tankstation dat ze na verloop van tijd aandoen. Als de boer vertrekken wil ziet hij de indiaan nergens. Maar zodra hij wegrijdt doemt de man op, eerst in zijn spiegel en later naast zijn autoraam, rennend. De wagen rijdt niet overdreven hard op de zandweg, maar toch. Op het maar af en toe belichte gezicht van de indiaan staat een spottende grijns. Anders dan toen hij in de auto zat kijkt de indiaan hem daarbij in de ogen. 
De boer bekruipt het idee dat de indiaan het op hem voorzien heeft. Hij trapt op de rem en grijpt naar zijn jachtgeweer. Dwars door de stofwolk, die rood in het licht van de autolampen hangt, draaft de indiaan voorbij en verdwijnt in het donker Na een tijdje besluit  de verbouwereerde boer zijn weg te vervolgen. Het duurt even voordat hij de indiaan in het licht van zijn koplampen krijgt. De man rent met zoveel gemak en op zo'n hoge snelheid, dat die boer het nare gevoel krijgt dat de indiaan geen mens is. Maar ja, hij wil naar huis. Dus hij geeft extra gas en probeert de indiaan achter zich te laten. Bolderend over de slechte weg jaagt hij de snelheid op tot bijna honderd kilometer per uur. 
Hij bereikt zijn boerderij en vlak voordat hij zijn erf op wil rijden, duikt vanuit het donker naast zijn truck de indiaan op. Nu kalm dravend, zodat de boer moet afremmen om hem niet te raken, loopt hij een moment voor de wagen uit. Nog n keer trakteert hij de geschrokken boer op zijn grijnslach en dan verdwijnt hij in het donker. 

Copyright Hernehim Cultuur 2001-2009 

Hernehim      

een cultuurpagina 

HOME 

 


De culturele pagina's worden onafhankelijk gepubliceerd en geredigeerd door John Zwart